Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een schadevergoeding van een Libanonveteraan en diverse toezeggingen
Brontekst
Versie 0c43cabe52b6b841 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 30 139Veteranenzorg Nr. 157 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 maart 2016 Op 14 december jl. is Defensie door de Centrale Raad van Beroep aansprakelijk gehouden voor de schade van een militair die uitgezonden is geweest naar Libanon. Defensie volgt vanzelfsprekend de uitspraak. Zoals uiteengezet in mijn brief van 16 december jl. (Kamerstuk 30 139, nr. 156) is Defensie, naar aanleiding van de uitspraak, in gesprek met betrokkene. Voorts heb ik toegezegd u, per brief, nader te informeren over de verdere voortgang inzake de afhandeling van zaken die door veteranen aanhangig zijn gemaakt. Met deze brief doe ik deze toezegging gestand, en kom ik tevens tegemoet aan de verzoeken die zijn gedaan tijdens de procedurevergadering van de vaste commissie voor Defensie op 17 december en 16 februari jl. Defensie voelt een diepe verantwoordelijkheid voor militairen die worden uitgezonden naar een missiegebied en heeft de plicht hun welzijn voor, tijdens en na de inzet te bewaken. Ook heeft Defensie een bijzondere zorgplicht voor veteranen. Het veteranenbeleid, dat in de afgelopen decennia steeds verder gestalte kreeg – onder andere via de Veteranenwet en het Veteranenbesluit – geeft uiting aan die verantwoordelijkheid. Onderdeel daarvan is ook het stelsel van uitkeringen en voorzieningen, waaronder de regeling Ereschuld. De nazorg die Defensie vandaag de dag biedt is dan ook onvergelijkbaar met de periode waarop de uitspraak betrekking heeft. De (financiële) gevolgen van de recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep voor de afhandeling van de huidige schadeclaims worden bezien. Het is nu niet mogelijk uitsluitsel te geven over de individuele implicaties. De schadeclaims zullen hiervoor nader moeten worden onderzocht. Voor de zomer zal uw Kamer nader worden geïnformeerd. De Minister van Defensie,J.A. Hennis-Plasschaert kst-30139-157ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 30 139, nr. 157
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.