Toezegging gedaan tijdens het commissiedebat staatsdeelnemingen van 27 maart 2024 over het proces met betrekking tot de opvolging van de president van de Nederlandsche Bank (DNB)
Brontekst
Versie c9ea865c0c825ccd · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 IXVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Financiën (IXB) en debegrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voorhet jaar 202532 013Toekomst financiële sectorNr. 37 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 13 februari 2025In het commissiedebat staatsdeelnemingen van 27 maart 2024 is detoezegging gedaan om uw Kamer te informeren over het proces metbetrekking tot de opvolging van de president van de Nederlandsche Bank(DNB).1 Met deze brief geef ik hier opvolging aan.De Bankwet 1998 bepaalt dat de president en de directeuren, die samende directie van DNB vormen, voor een periode van zeven jaar bij koninklijkbesluit worden benoemd.2 Herbenoeming in dezelfde functie kan eenmaalplaatsvinden. De huidige president van DNB, de heer Knot, is per 1 juli2011 benoemd en per 1 juli 2018 herbenoemd.3 Met ingang van 1 juli 2025zal zijn zittingstermijn als president van DNB van rechtswege eindigen.De procedure voor de benoeming van de president van DNB is vastgelegdin de Bankwet 1998 en de Wet op het financieel toezicht (Wft) en is gelijkaan de benoemingsprocedure van andere directieleden van DNB.Hieronder licht ik deze procedure toe.De basis voor de benoeming is de profielschets voor de directiefunctiesvan DNB.4 In de bijlage treft u de profielschets, die de raad van commissa-rissen heeft geactualiseerd en die ik als Minister van Financiën hebgoedgekeurd. Op basis van deze profielschets stelt de raad van commis-sarissen een functieprofiel voor de concrete vacature op.5 In dit functie-profiel wordt ingegaan op de vereiste deskundigheid en ervaring van depresident en de aard van de te verrichten werkzaamheden.1Toezegging TZ202404-056.2Artikel 12, eerste en tweede lid, Bankwet 1998.3Stcrt. 2011, 12277; Stcrt. 2018, 31050.4Artikel 1:27a, derde lid, Wft.5Artikel 12, derde lid, Bankwet 1998. kst-36600-IX-37ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 371 De raad van commissarissen van DNB heeft het voortouw bij de wervingen selectie van kandidaten.6 De raad betrekt hierbij in het kader van dehuidige vacature een extern werving- en selectiebureau. Ook toetst deraad van commissarissen de betrouwbaarheid en geschiktheid van dekandidaten, waarbij de raad zoveel mogelijk rekening houdt met regel-geving met betrekking tot betrouwbaarheid en geschiktheid zoals die openig moment van toepassing is op de financiële sector.7 Tijdens hetwervingsproces brengt de raad van commissarissen op gezettemomenten het ministerie op de hoogte van de voortgang van het proces.Een en ander resulteert in een aanbevelingslijst van doorgaans driepersonen, opgemaakt door de raad van commissarissen.8De Minister van Financiën beoordeelt vervolgens of de personen op deaanbevelingslijst, en in het bijzonder de persoon die de voorkeur van deraad van commissarissen geniet, voldoen aan de eisen zoals die voort-vloeien uit de wet en het opgestelde functieprofiel. Op basis daarvan legtde Minister van Financiën een kandidaat aan de ministerraad tergoedkeuring voor.9 Na instemming van de ministerraad doet de Ministervan Financiën een voordracht aan de Koning van het koninklijk besluit totbenoeming van de kandidaat. Tot slot draagt de Minister zorg voor demededeling van dit besluit in de Staatscourant.10Bovenstaand proces zal in de aanloop naar 1 juli 2025 plaatsvinden.Vanzelfsprekend is gedurende de selectie- en benoemingsprocedureregelmatig contact tussen mijn ministerie en de raad van commissarissenvan DNB. Ik hecht, net als de raad van commissarissen, aan een tijdige enzorgvuldige procedure. De benoeming zal bekend worden gemaakt zodrade ministerraad daarmee heeft ingestemd.De Minister van Financiën,E. Heinen6Artikel 16 Reglement van Orde DNB N.V.7Artikel 1:27a, eerste en tweede lid, Wft. Zie ook de Beleidsregel geschiktheid 2012, in hetbijzonder artikel 1.2 en de bijlage.8Artikel 12, tweede lid, Bankwet 1998.9Artikel 4, tweede lid, onderdeel l, aanhef en onder 3, RvO MR.10Artikel 12, vijfde lid, Bankwet 1998.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 IX, nr. 372
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.