Verslag van een commissiedebat, gehouden op 26 maart 2026, over GGZ / Suïcidepreventie
Brontekst
Versie d47e43ba42653788 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202625 424Geestelijke gezondheidszorgNr. 786 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 29 mei 2026 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op26 maart 2026 overleg gevoerd met mevrouw Hermans, Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport, over:–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.24 april 2025 inzake uitkomst bestuurlijk overleg cruciale ggzover verdere beperking marktwerking in de acute ggz (Kamer-stuk 25 424, nr. 748);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.4 juli 2025 inzake uitstelbrief Actieprogramma Mentalegezondheid & ggz (Kamerstuk 25 424, nr. 764);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.2 juli 2025 inzake reactie op verzoek commissie over depetitie Stop eenzame opsluiting in de ggz (Kamerstuk 25 424,nr. 763);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.9 september 2025 inzake contouren Actieprogramma Mentalegezondheid & ggz (Kamerstuk 25 424, nr. 767);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.20 oktober 2025 inzake rapport van de Raad voor Volksge-zondheid & Samenleving: Op de rem! Voorbij de hyperner-veuze samenleving (Kamerstuk 25 424, nr. 770);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.9 oktober 2025 inzake stand van zaken uitvoering moties entoezegging naar aanleiding van de initiatiefnota van het lid DeKorte over een kritische reflectie op euthanasie bij psychischlijden van jonge mensen (Kamerstuk 36 624) (Kamerstuk36 624, nr. 17);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.3 oktober 2025 inzake verzamelbrief curatieve ggz (Kamerstuk25 424, nr. 768);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.3 oktober 2025 inzake rapport van het ibo over mentalegezondheid en ggz (Kamerstuk 25 424, nr. 769);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.17 december 2025 inzake Versterkingsagenda Mentalegezondheid & ggz (Kamerstuk 25 424, nr. 774); kst-25424-786ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 7861 –de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.15 december 2025 inzake stand van zaken moties en toezeg-gingen over de geestelijke gezondheidszorg (ggz) (Kamerstuk25 424, nr. 773);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.13 januari 2026 inzake reactie op verzoek commissie over eenburgerbrief over artikel 3:3, lid 1 van de Wvggz (Kamerstuk25 424, nr. 775);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 9 maart 2026 inzake antwoorden op vragen commissieover verzamelbrief curatieve ggz (Kamerstuk 25 424, nr. 768)(Kamerstuk 25 424, nr. 780);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.12 februari 2026 inzake advies NZa over budgetbekostigingvoor de high & intensive care (HIC) en de intensive hometreatment (IHT) (Kamerstuk 25 424, nr. 778);–de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d.11 februari 2026 inzake beleidsreactie op het rapport Op derem! Voorbij de hypernerveuze samenleving (Kamerstuk 25424, nr. 777);–de brief van de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sportd.d. 17 maart 2026 inzake voortgang langdurige ggz (Kamer-stuk 25 424, nr. 781).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,MohandisDe griffier van de commissie,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 7862 Voorzitter: MohandisGriffier: HellerAanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Bikker, Coenradie,Diederik van Dijk, Dobbe, Ten Hove, Van Meetelen, Mohandis, Synhaeve,Tijmstra, Wendel, Westerveld en Wiersma,en mevrouw Hermans, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Aanvang 14.30 uur.De voorzitter:Ik open de vergadering. Welkom allemaal bij het commissiedebat met alshoofdonderwerp ggz en suïcidepreventie. Ik zie een goede afvaardigingaan de zijde van de Kamer. Welkom aan de Minister, alle geïnteresseerdeaanwezigen en iedereen die dit op afstand volgt. In verband met anderedebatten in dit huis hebben sommige leden het verzoek gedaan om ietseerder weg te gaan. Ik houd de volgorde aan, behalve dat ik mevrouw TenHove als eerste het woord geef. Die moet zo naar een andere bijeenkomst.Daarna begin ik bij de eerste spreker en dan gaan we heel rustig het rijtjeaf. Ik wil ook alvast zeggen dat er maximaal vier interrupties zijn aan dezijde van de Kamer, dus onderling vier interrupties. Afhankelijk van de tijdstraks, als het kabinet aan het woord is, kijk ik hoeveel interrupties iktoelaat. Ik noem de aanwezige fracties. Mevrouw Synhaeve van D66,mevrouw Westerveld van GroenLinks-Partij van de Arbeid, mevrouwBikker van de ChristenUnie, mevrouw Wiersma van de BBB-fractie,mevrouw Wendel van de VVD-fractie, mevrouw Tijmstra van het CDA,mevrouw Ten Hove van Groep Markuszower, mevrouw Van Meetelen vande PVV-fractie, de heer Van Dijk van de SGP-fractie, mevrouw Dobbe vande SP en mevrouw Coenradie van JA21. Ook mevrouw Westerveld enmevrouw Bikker moeten eerder weg. Het is even wat het is. We gaan zosnel mogelijk beginnen en dan wijst het zichzelf.Mevrouw Ten Hove, aan u het woord. Uw vier minuten gaan in.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de overige leden dat ik voor magvanwege de drukke agenda. Ik vond het belangrijk om hier toch mijninbreng te doen.Voorzitter. De mentale gezondheid in Nederland blijft verslechteren.Inmiddels ervaart bijna de helft van de Nederlanders mentale problemen.De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving, de RVS, beschrijft eenhypernerveuze samenleving. Het tot rust brengen van de samenleving isnodig om de mentale gezondheid te verbeteren, aldus de RVS. Mentalegezondheid heeft te maken met alle beleidsterreinen en vergt daarom eenkabinetsbrede aanpak.De overheid dient te zorgen voor stabiliteit en zekerheid. Dat brengt pasrust. In plaats daarvan zijn de boodschappen niet meer te betalen,schieten brandstofprijzen door het dak, zijn energierekeningen torenhoog,neemt de woningnood alsmaar toe en houdt de hardwerkende Neder-lander steeds minder over van zijn zuurverdiende loon. Ziet de Ministerook de relatie tussen een mentale gezondheid en bestaanszekerheid? Hoezorgt dit kabinet voor stevig beleid rondom die mentale gezondheid, inhet bijzonder van jongeren? Bij de start met antidepressiva bij jongeren isbekend dat dit een verhoogde suïcidaliteit kan geven. Daarom wordtwekelijkse monitoring geadviseerd. De Vereniging Afbouwmedicatieattendeerde ons gisteren op het feit dat in de praktijk blijkt dat in de helftvan de gevallen een termijn van twee weken of langer bij de controlewordt gehanteerd. Ik ben daar enorm van geschrokken. Mijn vraag aan deMinister is of bekend is waardoor dit komt. Hoe wordt ervoor gezorgd datdeze controles zo spoedig mogelijk volgens de NHG-standaard wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 7863 uitgevoerd? Is bekend welke gevolgen het niet opvolgen van de richtlijnheeft gehad?Vorig jaar liet het uitgevoerde interdepartementale beleidsonderzoek Uitbalans ook al zien dat er grote zorgen zijn over de mentale gezondheid inNederland. Het ibo laat zien dat de kosten van psychische klachten inNederland kunnen oplopen tot wel 51 miljard euro per jaar. Een kabinets-reactie op het ibo volgt pas in het derde kwartaal van 2026. Waarom duurtdit zo lang? Kan de Minister al een vooruitblik geven? Op welke manierinvesteert het kabinet in de conclusies van het ibo?Voorzitter. Kliniek Veldzicht in Balkbrug behandelt het hele jaar asiel-zoekers met ernstige geestelijke problemen. Hopelijk wordt dit snelafgebouwd en stopt daarmee het onnodig bezet houden van onder anderetbs-plekken. Hoe worden ggz-klinieken voorbereid om deze patiëntenstraks op te vangen? Welke invloed hebben asielzoekers, statushouders enOekraïners überhaupt ketenbreed op de ggz? Welk effect heeft dit vandaagde dag op de wachtlijsten en welk effect verwachten we hierbij op delange termijn? Hoe wordt hier rekening mee gehouden en hoe is degehele keten hierop voorbereid?Er loopt een verkenning naar budgetbekostiging voor de high intensivecare en de intensive home treatment binnen de ggz om de beschik-baarheid ervan te borgen. Groep Markuszower is hier blij mee, want het isnodig deze zorg beschikbaar te houden voor de mensen die deze zorg hethardst nodig hebben. Wat is de status van de verkenning en is deinvoering per 1 januari 2028 haalbaar? Wat gebeurt er tot die tijd om debeschikbaarheid van deze plekken te garanderen?Tot slot roep ik de Minister op de hulpverleners van hulplijn 113 testeunen met de benodigde financiële middelen. Wanneer is daaroverduidelijkheid?Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u zeer voor uw inbreng. Ik begreep dat u zo naar een ander debatmoet, dus we gaan gelijk door met de eerste spreker. Dat is mevrouwSynhaeve. U was namelijk als eerste. Even voor de duidelijkheid: in detweede termijn hanteer ik wel gewoon de oude volgorde. MevrouwSynhaeve, aan u het woord.Mevrouw Synhaeve (D66):Dank u wel, voorzitter. Het debat van vandaag komt voor mij dichtbij. Ikwas 15 toen ik op psychiatrie werd opgenomen en intensieve zorg nodighad. Gelukkig was de zorg die ik nodig had beschikbaar. Tijdens dieopname pleegde een van mijn groepsgenoten zelfmoord. Ik zag vandichtbij wat dat deed met de groepsgenoten, met het personeel en metmijzelf. We kregen de opdracht om niet over zijn dood te praten. Dat waskilling. Daar gaat het mis. We moeten het er juist over hebben: op school,thuis en online. Wat gun ik het onze samenleving dat we vrijer mogenpraten over gedachten aan de dood en dat mensen dan juist durvendoorvragen.Voorzitter. Elke maand sterft een schoolklas aan jonge mensen doorzelfmoord. Die cijfers blijven toenemen. Een schoolklas. Elke maand. Daarkunnen en moeten we het verschil maken. We hebben in Nederlandverschillende interventies die bewezen helpen als het gaat om mentalegezondheid en suïcidepreventie. We zien tegelijkertijd een wildgroei aanapps en nieuwe projecten. Hoewel de intenties goed zijn, zorgt dit voorversnippering en komen initiatieven die bewezen werken en die dedoelgroep echt bereiken daardoor niet verder dan de start-upfase. Datkunnen we ons niet veroorloven. D66 wil daarom een gerichte aanpakmentale gezondheid waarbij we kiezen voor een selectie van interventiesdie echt werken. Deelt de Minister dat de versnippering in het huidigeaanbod effectieve hulp belemmert en dat er meer regie nodig is? Is zijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 7864 bereid die selectie te maken en deze interventies landelijk te ondersteunenen op te schalen?Ik heb nog twee vragen aan de Minister hierover. De voormalige Staatsse-cretaris heeft toegezegd dat er een aanvullend onderzoek komt naar hetstijgend aantal suïcides bij jonge vrouwen. Wat is de stand van zakendaarvan? Als tweede: hoe garandeert de Minister de toegankelijkheid vanStichting 113 Zelfmoordpreventie zodat zij haar belangrijke werk kanvoortzetten en dat de telefoon altijd wordt opgenomen?Dan de ggz. Voor mij was de zorg er toen ik die heel hard nodig had. Hetdoet me pijn om te constateren dat dit voor veel mensen nu niet zo is.Juist de meest kwetsbare mensen wachten het langst op zorg. Dat is echtde omgekeerde wereld. Daarom pleit D66 voor in ieder geval de volgendetwee punten. Een: de uitsluitingscriteria moeten van tafel. Het kan niet zozijn dat mensen met complexe zorgvragen worden vermeden. Juist dan isalle hulp en ondersteuning nodig in plaats van afwijzingen en ellenlangewachtlijsten. Twee: zorgverzekeraars moeten zelf in actie komen alsiemand te lang moet wachten en de treeknorm in zicht komt. Zorgverzeke-raars, pak zelf die telefoon op en help iemand aan een andere plek. Nu ligtde verantwoordelijkheid nog veel te veel bij de patiënt die überhaupt zelfal moet weten dat je de zorgverzekeraar hierover kan bellen. Graag hoor ikvan de Minister hoe zij op beide punten gaat sturen.Voorzitter. Ik rond af. Ik weet uit eigen ervaring hoeveel het betekent alsgoede zorg er op tijd is. Juist daarom moeten we dit debat gebruiken omdoor te pakken en ervoor te zorgen dat iedereen kan rekenen op de zorgwanneer die nodig is. Een schoolklas jonge mensen per maand verliezenaccepteer ik niet. Dat gaan we voorkomen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zag een interruptie van mevrouw Bikker. Misschien komener meer, maar ik begin bij mevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dank aan collega Synhaeve voor haar indrukwekkende verhaal. Dat raaktme en ik vind het mooi om te merken hoe het haar nu persoonlijk drijftom zich in te zetten voor al die jongeren die nu die hulp verdienen. Het isaltijd fijn om te weten dat je zo’n collega hebt. Die waardering wil ik eerstuitspreken. Dat leidt tot mijn vraag over de 113-suïcidepreventie. Wekrijgen verschillende signalen dat er meer wordt gebeld naar deze lijn.Helaas is dat nodig, zeg ik erbij, maar het is wel heel goed dat de lijnbekend is en gebeld wordt. Nu is er onlangs een wet aangenomen, eeninitiatiefwet vanuit de Kamer, unaniem gesteund. Daarin is wettelijkvastgelegd dat het bekostigd moet worden als er meer wordt gebeld. Datmag niet ten koste gaan van een ander budget. Deelt D66 dat? Hoe kijktcollega Synhaeve ernaar dat we opnieuw de vraag moeten beantwoordenvan Stichting 113 Zelfmoordpreventie of het wel goed gaat komen met datbudget?Mevrouw Synhaeve (D66):Dank voor de mooie woorden en de vraag. Afgelopen maandag was ik opwerkbezoek bij Stichting 113 Zelfmoordpreventie. Ik was me natuurlijk albewust van het belangrijke werk dat de stichting doet, maar dan zie je hethelemaal als de telefoon wordt opgenomen en als de chat wordtbeantwoord. Het spreekt voor zich dat dit in de toekomst zo moet blijven.Als het aantal telefoontjes stijgt en als het aantal chatgesprekken stijgt,moet dat allemaal beantwoord worden. Dat is het uitgangspunt en dathebben we met elkaar wettelijk vastgelegd. Als ik kijk naar de reactie vande Minister hierover begrijp ik dat zij gaat kijken wat er kan binnen dekaders en de middelen die er zijn. Ik ga ervan uit dat zij bij ons terugkomtop het moment dat het onvoldoende is. Dat is de reden waarom ik mijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 7865 vragen heb gesteld aan de Minister, namelijk hoe zij de toegankelijkheidgarandeert van 113 nu en in de toekomst. U weet dat we vorige week vooruw amendement hebben gestemd. Als het nodig is, is het nodig.De voorzitter:Dank u wel. Nu mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik sluit mij aan bij de woorden van mevrouw Bikker over de waarderingvoor het delen van het persoonlijke verhaal. Dat raakt mij ook. Ik vind hetmooi maar ook dapper dat mevrouw Synhaeve dat deelt hier in dit debat.Dat wil ik even gezegd hebben. Dat geldt ook voor de bevlogenheid dieeruit spreekt als het gaat over de ggz. Op het punt van de langdurige ggzzien we een aantal bezuinigingen die nog zijn ingepland en die wordeningepland. Dat zit in de bezuinigingen op de Wlz. Een deel daarvan landtbij de langdurige ggz. De onderbouwing daarvoor is het meerjarigcontracteren. Nu horen wij van organisaties dat juist dat meerjarigcontracteren wordt opgevoerd als besparing, maar dat dit niets gaatopleveren omdat meerjarig contracteren nauwelijks wordt toegepast in delangdurige ggz. Dat betekent dus dat die bezuiniging ongedekt zou zijn.We weten allemaal waar dat toe leidt, want dat betekent dat het van dezorg af gaat. Is D66 bereid om te kijken of we een andere manier kunnenvinden voor die ongedekte bezuiniging?Mevrouw Synhaeve (D66):Voor ons spreekt het voor zich dat juist de heel complexe zorgbeschikbaar moet zijn. Dat is precies de zorg waarvan we zien dat diesteeds minder beschikbaar komt. Daarvoor staan we aan de lat. Wemoeten zorgen dat die in de toekomst maar ook volgende week albeschikbaar is voor de mensen die dat nodig hebben. Er vallen verschil-lende onderdelen onder de ombuigingen op de Wlz. We hebben deouderenzorg, de gehandicaptenzorg, de langdurige ggz. Daarvan hebbenwe nog helemaal niet bepaald hoe die wordt verdeeld. We weten dus noghelemaal niet hoe dat landt bij de langdurige ggz. Juist daarom hebbenwe dat aan het kabinet meegegeven: ga nu kijken wat mogelijk is op eenzorgvuldige manier. De kosten blijven toenemen en die willen we ookbetalen, maar we moeten ze in de toekomst wel ergens gaan remmen. Datwillen we doen vanuit een gedegen, inhoudelijk plan en daar is hetkabinet nu mee aan de slag.Mevrouw Dobbe (SP):Dank voor het antwoord. Die bezuiniging komt voort uit het vorigekabinet, als ik het goed heb. Die is blijven staan. Dat gaat over hetmeerjarig contracteren. Een organisatie als Valente zegt dat dit geenbesparing gaat opleveren. Dat meerjarig contracteren gebeurt namelijkniet. Die besparing zal dus niet worden gehaald. Die staat nog wel op diemanier onderbouwd. Als D66 het ermee eens is dat die onderbouwing eris en is blijven staan, kunnen we er in ieder geval naar kijken. Ik wil mijnvraag herhalen, want dan kunnen we misschien samen kijken hoe we datvan tafel kunnen halen. Dat gaat in ieder geval om dat niet onderbouwdedeel.Mevrouw Synhaeve (D66):Ik zie op dit moment geen aanleiding om dat van tafel te halen. Wat onsbetreft blijft de lijn staan zoals we die eerder met elkaar hebbenafgesproken.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Ik heb een vraag aan mevrouw Synhaeve over de kabinetsplannen. Erwordt onder meer fors bezuinigd op sociale zekerheid en ook deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 7866 zorgkosten gaan omhoog. Ongecontracteerde zorgverleners moetenmisschien stoppen met hun praktijken. Erkent mevrouw Synhaeve, wat degevolgen voor de sociale zekerheid betreft, dat dit bij de mensen kanzorgen voor meer stress en dat dit het mentaal welzijn raakt? In alleuitwerkingen van de plannen moeten we toch oog blijven houden voorhet mentale welzijn van grote groepen mensen in Nederland?Mevrouw Synhaeve (D66):Ja, absoluut. Volgens mij zeggen we met elkaar dat we mentalegezondheid veel meer bespreekbaar willen maken. Daar staan weallemaal, als hele samenleving, voor aan de lat. Volgens mij zeggen weook dat de zorg beschikbaar moet zijn op het moment dat die nodig is. Weconcluderen dat dat nu niet het geval is. Meer dan 100.000 mensen staanop een wachtlijst. Meer dan de helft wacht te lang. Het zijn juist mensenmet complexe zorgvragen. Wij zeggen daarom dat je echt moet durvenkijken naar hoe we het met elkaar hebben georganiseerd. Dat betekent datje moet kijken of iedereen die nu zorg krijgt, echt een zorgvraag heeft. Datis vaak wel het geval, maar soms ook niet. Soms kun je elders beterworden geholpen. Voor hen die echt een heel complexe zorgvraaghebben, moeten we zorgen dat die zorg daadwerkelijk beschikbaar is. Datzal keuzes in zich hebben, bijvoorbeeld ten aanzien van ongecontracteerdezorg.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Er zijn heel veel punten die mevrouw Synhaeve noemt en die we vanandere collega’s horen, maar die natuurlijk niet nieuw zijn. Dat weten weallebei. De afgelopen jaren zijn verschillende keren beloftes gedaan,bijvoorbeeld de belofte over de wachttijden die gemiddeld vijf wekenzouden moeten zijn. Beloftes die voortkomen uit het IZA en uit het AZWA.De belofte om de marktwerking uit de cruciale ggz te halen is gedaan doorStaatssecretaris Karremans. Is mevrouw Synhaeve het met mij eens datwe eigenlijk allemaal weten dat vorige kabinetten hebben beloofd ditsoort zaken aan te pakken en dat wij er nu voor moeten zorgen dat dithaast krijgt en uitgevoerd gaat worden?Mevrouw Synhaeve (D66):Ja, absoluut. Als er één ding is dat we vandaag weten, is het dat beloftenniet genoeg zijn. Daarom verliezen we elke maand die hele schoolklaskinderen. Dat is onacceptabel. Ik denk ook dat dit betekent dat we echtmoeten durven kiezen waar we op gaan inzetten. Ik heb net in mijnbijdrage een aantal belangrijke knoppen genoemd: mentale gezondheidbespreekbaar maken en durven kiezen voor initiatieven en projectenwaarvan we weten dat ze werken. Wat het bespreekbaar maken vansuïcidepreventie en mentale gezondheid betreft: durf daarin te kiezen. Ophet moment dat iemand zorg nodig heeft, moet je niet tegen allerleiexclusiecriteria aanlopen. Durf te kiezen voor een zorgverzekeraar die zelfgaat bellen op het moment dat de treeknorm nadert. Dat zijn volgens mijde keuzes die je moet maken. Dus nee, geen beloftes meer, maar eenaantal selectieve keuzes maken, daarop inzetten, dat volhouden zodat diewachtlijsten daadwerkelijk omlaaggaan.De voorzitter:Dank u wel. Ik kom bij de volgende spreker. Dat is mevrouw Westerveldnamens GroenLinks-PvdA.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Dinsdag vertelde Hanna ons haar verhaal. Zevertelde dat het als tiener al duidelijk was dat zij hulp nodig had, maar zekreeg na jaren pas hulp na een traject van jaren met wachtlijsten,verschillende suïcidepogingen, afgewezen worden, van het kastje naar deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 7867 muur en nieuwe diagnoses. Dat waren jaren waarin haar leven stilstond.Niet alleen haar leven stond stil. Haar vader stond erbij en vertelde dat zeals ouders zeven jaar lang in onzekerheid en angst hadden gezeten en dathij nog iedere keer schrikt als onverwacht de telefoon gaat. Niemand kanverrast zijn over dit verhaal, hoe erg ook. Het is namelijk het verhaal vantienduizenden mensen. Dat is al jaren bekend en al jaren worden erbeloftes gedaan die niet worden nagekomen. Er staan 100.000 mensen opde wachtlijst voor de ggz. Bij veel van hen zijn de afgesproken wacht-tijden, de treeknormen, ruim overschreden. Niet voor niets haalden zeprecies 40.316 handtekeningen op. Kan de Minister reageren op hetmanifest dat ze ons maar ook de Minister hebben aangeboden?Voorzitter. Ik zei het al: de wachttijden nemen toe en de maatregelen vandit kabinet maken het op sommige punten veel erger. Bezuinigingen opsociale zekerheid en hoge zorgkosten zorgen voor stress en mentaleklachten en langere wachtlijsten. Dat blijkt ook uit het ibo. Mijn vraag is ofde Minister dit erkent en ook dat kabinetsplannen haaks staan op deambities van hetzelfde kabinet om de wachtlijsten terug te dringen. Zo ja,wat gaat ze daaraan doen?Al jarenlang vragen wij de marktwerking uit de cruciale ggz te houden.Vorig jaar leek er beweging in te komen. Ik zeg heel bewust «leek». Debrief die wij afgelopen februari kregen, deed ons de moed in de schoenenzakken. In april vorig jaar kondigde Staatssecretaris Karremans via eenflink mediaoffensief aan dat er forse stappen zouden worden gezet om demarktwerking uit de twee delen van de cruciale ggz te halen. Ik heb hetdan over de high intensive care en de intensive home treatments. Datgeldt overigens niet voor de hele cruciale ggz, zoals ik wel zou willen. Hetwas in ieder geval een stap. Nu lezen we in de brief van februari dat ditnog langer gaat duren. De NZa, die om advies is gevraagd, kan nog geendefinitief advies geven omdat de bestaande beschrijvingen van de HIC ende IHT verder geconcretiseerd moeten worden. Mijn vraag aan deMinister is wat hier nu eigenlijk staat. Waarom is dit nodig en wanneerwordt nu echt de concrete stap gemaakt om de marktwerking uit dezevormen van cruciale ggz te halen? Nog belangrijker: wat gebeurt er in detussentijd om ervoor te zorgen dat er voldoende cruciale ggz beschikbaaris?Voorzitter. Hoe staat het met het actieplan dat er door een motie van onsis gekomen, voor het faciliteren en organiseren van passende, langdurigezorg voor dakloze mensen met een Wlz-ggz-indicatie? Mensen in dedaklozenopvang geven aan dat de incidenten toenemen. Onze motievroeg een paar jaar geleden om een noodplan. Gaat de Minister haarcollega van VRO hierop aanspreken? In maart kwam er een onderzoek uitnaar mensen met een verstandelijke beperking en mentale klachten. Dezemensen blijken ook vaak tussen wal en schip te vallen, omdat degehandicaptenzorg en de ggz niet goed genoeg op elkaar aansluiten.Herkent de Minister dat beeld en wat gaat ze doen? In 2023 is Kamerbreedeen motie van de heer Mohandis aangenomen voor een landelijkedekking met laagdrempelige steunpunten. Hoe staat het met deuitvoering? Hoeveel zijn er nu en is bekend of de IZA- en de AZWA-geldenhier echt aan worden besteed?Ik heb ook een vraag over de ramingen van het Capaciteitsorgaan,namelijk of de Minister die gaat opvolgen. Wat kunnen we concreetverwachten als het gaat over de wachtlijsten in de transzorg? Ook daarzijn veel problemen en mensen die al heel lang wachten op hulp.Zojuist werden vragen gesteld over de financiering van 113. Kortheids-halve sluit ik me daarbij aan. Tijd is altijd onze vijand hier.Ik heb nog een vraag over de STORM-aanpak op scholen, een motie vande heer Ceder in mei. Hoe staat het met de uitvoering daarvan? De heleKamer zegt daarvan dit nu echt te gaan doen. Kan de Minister aangevenwelke concrete stappen er worden genomen zodat de zorg voor patiëntenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 7868 met acute verwardheid en suïcidaliteit binnen de lichamelijke medischespecialistische zorg verbetert, zoals ook in de ziekenhuizen?Voorzitter. Ik rond af. Ik wil helemaal niet somber zijn; ik wil juist dat wemet elkaar hoop uitstralen naar mensen met psychische problemen. Wezijn de afgelopen jaren voortdurend teleurgesteld door beloftes die zijngedaan maar niet zijn nagekomen. Ik hoor heel graag wat deze Ministergaat doen om dat vertrouwen terug te winnen. Goede ggz, goedesuïcidepreventie, redt levens van mensen en van hun naasten.De voorzitter:Dank u wel. We komen bij de volgende spreker. Dat is mevrouw Bikkernamens de ChristenUnie.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Dank aan de collega’s dat ik iets eerder magspreken. Excuses dat ik wegga, maar weet dat ik het debat volg; weluisteren mee.De analyses van een heel aantal psychiaters liegen er niet om. Of je nu deboeken leest van Dirk De Wachter of van Damiaan Denys – ik weet nooithoe je dat nu precies uitspreekt; dat moet ik nog eens vragen – of gewoonde rapporten leest van onze eigen Raad voor de Volksgezondheid &Samenwerking: we leven in een hypernerveuze, geïndividualiseerdesamenleving, een ik-maatschappij waarin heel veel mensen op zichzelfbetrokken zijn en minder op de ander en waar grote verbanden als buurt,vereniging of kerk minder vanzelfsprekend zijn. Dan hebben we ook nogdit ding: we keren in onszelf en zijn op onszelf aangewezen. We hebbenhet gevoel dat ons geluk en slagen in het leven van onszelf afhangen. Wemoeten het ook in onszelf zoeken, in verbinding, zingeving, moreelkompas, alles in jezelf. De lat ligt steeds hoger, want je moet wel jeambities halen en je mooie plaatjes laten zien. Voor we het weten, leggenwe dat ook anderen op. Al jagend hollen we steeds harder om een poosjestil te kunnen staan. Al jagend missen we zingeving, missen we betekenis.Welk verhaal geeft richting?Het valt mij op, als ik tussen jongeren zit en met hen praat, dat dit soortdingen steeds vaker terugkomen. Ik vind het ergens onvoorstelbaar.Voorzitter, u bent nog maar kortgeleden jong geweest, maar als ik aanmezelf denk van een aantal jaren langer geleden, had je het vooruitzichtdat het beter ging worden, dat alles mooier ging worden. Ik zie nu eenstukje somberheid waarvan ik denk dat er meer onder ligt dan alleen devraag hoe het met de ggz gaat en de dingen die we hier bespreken. Het iskritiek op onze samenleving. Onze samenleving is ziek. Dat maakt dat ikdeze Minister meer vraag dan het alleen te hebben over de ggz. Hetinterdepartementaal beleidsonderzoek legt wat mij betreft de vinger op dezere plek. De huidige ggz voldoet niet aan de vragen waarvoor onzesamenleving staat.De huidige ggz kijkt primair medisch en individueel, is gericht opbehandeling, terwijl we breder maatschappelijk moeten kijken. We zullenveel gerichter moeten inzetten op preventie, op het goede samenleven. Ikzie daarin niet alleen een oproep voor de ggz; ik zie daarin niet alleen eenoproep voor de overheid. Ik zie wel een gigantische stapel huiswerk voorde hele samenleving. Ik bevraag daarom dit kabinet graag om te zien hoeserieus deze Minister de cultuurkritiek en de stelselkritiek neemt. Ik lees inhet coalitieakkoord over de hervorming van de financiering en organisatievan de ggz, over de beweging van zorg naar gezondheid en preventie.Prachtig, maar hoe vult de Minister dit in en hoe voorkomt ze dat ze in degesprekken met de sector en alle belanghebbenden en betrokkenen deblik versmalt tot de zorgsector als zij mentale gezondheid wil verbeteren?Hoe blijft ze structureel breder kijken van zingeving tot werk, onderwijs ensociale zekerheid? Dat geldt voor zowel de analyse als de oplossingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 7869 Ik kom op de beweging naar meer preventie die dit kabinet ook wil maken.Dat kan zeker op steun van de ChristenUnie rekenen. Als ik bijvoorbeeldzie dat een derde van de nieuwe WIA-uitkeringen in 2024 werd uitgekeerdvanwege problemen met de geestelijke gezondheid, zijn er een wereld enook nog een financiële rekening te winnen als we kunnen voorkomen datmensen mentaal in de knel komen. Toch is investeren in preventie nietpopulair. Ook dit kabinet kiest er – ik zeg dit mild – in de financiëlemaatregelen niet ruimhartig voor. De bezuinigingen op preventie van hetvorige kabinet worden nauwelijks teruggedraaid. De opbrengsten komeneigenlijk nooit terecht bij degene die de investering in preventie doet. Alsje kortzichtig kijkt, loont het dus niet voor het Ministerie van VWS om inpreventie te investeren. Hoe kunnen we die spiraal omkeren en het eenkabinetsbrede verantwoordelijkheid maken om te investeren in preventie?Voorzitter. De voorgaande sprekers hebben goede dingen gevraagd tenaanzien van de ggz, de wachttijdbemiddeling en de verantwoordelijkheidvan zorgverzekeraars. Daar sluit ik me heel graag bij aan. Ook de stijgingvan het aantal suïcides onder jongeren is een enorme rode vlag. Niet voorniets hebben de collega’s daar aandacht aan besteed. Ik sluit me daarbijaan, juist gezien de motie die de ChristenUnie indiende. Het kan niet zozijn dat 113 minder bereikbaar wordt of dat het geld alleen voor de lijnwordt opgesoupeerd en dat het andere beleid niet kan plaatsvinden.Voorzitter, ik snap dat ik dwars door de tijd heen vlieg, maar ik heb nogeen allerlaatste vraag. Ik heb vanuit het vorige kabinet te weinig regiegezien op de ontwikkeling dat steeds meer jongeren met psychisch lijdeneuthanasie krijgen. Wat wil dit kabinet daarin bereiken?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. We zijn gekomen bij de volgende spreker.Dat is mevrouw Wiersma namens de BBB.Mevrouw Wiersma (BBB):Dank, voorzitter. Ik begin ook met de jongeren, want die zijn natuurlijkheel belangrijk. We hebben een tijdje geleden over dit onderwerp eenrondetafelgesprek gevoerd. Er zijn jongeren die in de instanties vastlopenen zichzelf vervolgens afvragen: ben ik te complex en niet meer te helpen?Een van de sprekers, Manon van den Broek, heeft ons hier met die bitterewerkelijkheid geconfronteerd. Er is ook een bittere realiteit voor ouders,want die krijgen keer op keer te horen dat hun kind moet wachten. Dat issoms maanden, soms meer dan een jaar. Dat is lijdend aanzien hoe hetleven dat je hebt gegeven, moeite heeft met het leven zelf. Er zijn mensendie wel zorg krijgen, maar niet de juiste zorg. Dat zijn geen incidentenmeer, maar het lijkt een patroon, een patroon waarin de samenleving isgetekend, waarin een te grote druk staat op de mentale gezondheid enwaarin het stelsel structureel tekortschiet. Het is een gebrek aan eenpassend aanbod, muren tussen domeinen en een te primair medischstelsel.Voorzitter. We mogen het niet normaal gaan vinden dat zorg begint metwachten. Er staan meer dan 100.000 mensen op een ggz-wachtlijstwaarvan meer dan de helft langer wacht dan de treeknorm. In diewachttijd verergeren de klachten, haken jongeren af en houden ouders hetniet meer vol. Kortom, het kost levens.BBB zegt dat de zorg moet aansluiten op de mens en niet op het systeem.Daarom moeten we versneld regionaal sturen op beschikbaarheid vancomplexe zorg, exclusiecriteria schrappen – ik hoorde zojuist een collegadaar al iets over zeggen – en wachttijdondersteuning standaard makenmet een landelijk vindbare routekaart. Ik zou willen vragen of er eenmogelijkheid is om een harde wachttijdnorm in te stellen die nietvrijblijvend is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78610 Er werd zojuist een aantal keren gesproken over laagdrempelige toegang.Daar wil ik mij van harte bij aansluiten. 113 wordt gelukkig steeds meergebruikt. Mensen weten de toegang te vinden en maken er meer gebruikvan. Dat is positief in dit dossier dat toch heel schrijnend is. Ik lees dat deMinister nu eerst een methodiek wil optuigen om te kijken of er finan-ciering moet komen voor de meerkosten. Collega Bikker heeft het net ookal gezegd: dit kan gewoon niet. Het gaat ten koste van inzet en simpelwegmensenlevens. Kan de Minister aangeven dat ze dit toch gaat regelen, ookvoor het lopende jaar? Anders duurt het te lang. Misschien moeten we deMinister dan helpen bij de voorjaarsbesluitvorming. Ik zeg het maaralvast. De Kamer heeft daar natuurlijk instrumenten voor.Voorzitter. Mentale problemen beginnen vaak al lang voordat het eerstecontact met de ggz is gelegd. De versterkingsagenda laat zien dat er veelwinst te behalen is bij preventie, normalisering en mentaal gezondeleefomgevingen. Onderwijs is daarin een van de belangrijkste factoren. Ikweet dat we het onderwijs niet kunnen opzadelen met nog meer taken,maar we kunnen het wel met betere ondersteuning helpen. Dat voorkomtdat jongeren pas hulp krijgen als het te laat is. Het gevoel van verantwoor-delijkheid mag niet op de verkeerde plek terechtkomen. Dat bleek ooktijdens het rondetafelgesprek bij de student die binnen het bestuur vanVindicat belast was met de mentale gezondheid van haar medestudenten.Wij willen daarom pleiten voor laagdrempelige aanspreekpunten opschool. We denken aan een professional of een ervaringsdeskundige diehet gesprek kan voeren, signalen vroeg opvangt en de handelingsverle-genheid bij docenten doorbreekt. Dit is hard nodig; dit wordt bevestigddoor zowel leerlingen als docenten zelf. Kan de Minister aangeven of zijdaarin een coördinerende rol kan nemen?Voorzitter, tot slot. Het coalitieakkoord benadrukt het belang van digitaleveiligheid en weerbaarheid. Jongeren leven op platforms waar algoritmeshun zelfbeeld en stemming beïnvloeden. Vaak is dat onzichtbaar voorouders en leerkrachten. De Raad voor Volksgezondheid & Samenlevinggeeft aan dat een sociaal-culturele omslag nodig is. Ik ben benieuwdwelke aanbevelingen de Minister wil overnemen.Tot slot heb ik nog een aantal vragen. Is het mogelijk om ook apps engames verplicht te laten verwijzen naar betrouwbare hulp, zoals dat nuook al gebeurt met 113 bij bepaalde zoekopdrachten? Kunnen randvoor-waarden voor algoritmes betrokken worden in het mentale gezondheids-beleid? Hoe zorgen we ervoor dat jongeren actief toegang krijgen tot dejuiste informatie, vergelijkbaar met de waarschuwing bij suïcidegerela-teerde zoekopdrachten? Dat vind ik heel belangrijk, vooral gezien deproanawebsites en dergelijke die wijdverspreid zijn op het wereldwijdeweb.De voorzitter:Komt u tot een afronding?Mevrouw Wiersma (BBB):Ja. Voor BBB begint goede mentale gezondheid niet bij protocollen ofoverlegstructuren, maar bij mensen die elkaar zien.De voorzitter:Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouwWendel namens de VVD.Mevrouw Wendel (VVD):Dank u wel, voorzitter. Iedereen kent wel iemand in zijn of haar omgevingmet mentale gezondheidsproblemen: een goede vriendin, je vader of jeoma. Of misschien gaat het wel om jezelf. De cijfers over mentalegezondheid zijn echt zorgwekkend. Iedere dag overlijden gemiddeld vijfmensen aan zelfdoding. Met name de mentale gezondheid van jongerenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78611 gaat hard achteruit. Zelfdoding is doodsoorzaak nummer 1 onderjongeren. Elke maand verliezen we een hele schoolklas. De VVD vindt ditonacceptabel.Voorzitter. In Nederland zijn er veel verschillende initiatieven om dementale gezondheid te verbeteren en suïcides te voorkomen. Dezeinitiatieven zijn allemaal heel goedbedoeld, maar ze zijn lang niet allemaaleffectief. Sommige kunnen zelfs schadelijk zijn. De VVD vindt het tijd voormeer centrale regie. Kan de Minister de bestaande initiatieven in kaartbrengen? Kan zij daarbij aangeven welke initiatieven goed werken enschaalbaar zijn? Welke bereiken daadwerkelijk de doelgroep?De VVD ziet het bevorderen van de mentale gezondheid en het tegengaanvan suïcides niet slechts als een overheidstaak. Wij willen de kracht meerterugleggen in een samenleving en we willen investeren op plekken waarmensen al komen. Daarvoor moeten we laagdrempelige steunpuntenfaciliteren, zoals een vertrouwenspersoon of een sportcoach. Mentalegezondheid is de basis om mee te kunnen doen in de samenleving, om tekunnen studeren, om te werken, om de buren te helpen als ze hulp nodighebben, om simpelweg gelukkig te zijn.Dan de ggz. Mentale gezondheid bevorderen en inzetten op hetvoorkomen van suïcides is natuurlijk niet voldoende. De VVD vindt hetbelangrijk dat zorg beschikbaar is voor mensen die dit nodig hebben. Alsmensen acuut ggz nodig hebben, moet die er zijn. Dat is nu niet het geval.Er zijn lange wachtlijsten en deze wachtlijsten kosten letterlijk mensen-levens. Regelmatig bellen ouders dat hun kind van de wachtlijst kanworden afgevoerd omdat het al te laat is. Dat raakt me diep en dat is echtonacceptabel. Daarom moeten we de prikkel aanpakken die het verlenenvan lichte hulp beloont en het verlenen van complexe zorg ontmoedigt. Ikwil de Minister vragen welke mogelijkheden zij hiertoe ziet, ook op dekorte termijn.Daarnaast moeten we keuzes maken in wat wel of niet binnen de ggzmoet worden opgelost. Problemen moeten op de juiste plek wordenaangepakt. Daarom moeten andere routes, bijvoorbeeld naar het sociaaldomein, breed bekend zijn. Ik wil de Minister vragen of die routes nuvoldoende bekend zijn. Kan de Minister in gesprek gaan met de VNG omdeze bekendheid te vergroten?Tot slot sociale media. De invloed van sociale media op de mentalegezondheid van jongeren is zorgwekkend.De voorzitter:Gaat u door. Ik geef u zo het woord, mevrouw Westerveld.Mevrouw Wendel (VVD):Mede daarom pleit de VVD-fractie voor een Europees handhaafbaarverbod op sociale media voor minderjarigen. Welke gezondheidseffectenverwacht de Minister van een socialemediaverbod? Ik vind het echtzorgwekkend als ik zie wat voor schadelijke content er rondgaat op socialemedia; kinderen die zelfmoordtips geven of anderen zelfs opjutten omzelfmoord te plegen. Hier moeten we tegen optreden. De VVD wil strengertoezicht op grote platforms zoals X, Instagram en Facebook. Die moetenook inzicht geven in welke algoritmes ze gebruikten. Schadelijke contentmag niet via verslavende algoritmes blijven terugkeren. Voor de VVD ishet helder: we hebben afgesproken dat wat we offline niet toestaan ookonline niet is toegestaan. Het psychisch aanzetten of aansporen totzelfmoord is strafbaar. De VVD wil dat schadelijke content binnen een uurna melding van de toezichthouder offline gehaald wordt. Ik wil de Ministervragen of zij bereid is met de Staatssecretaris van JenV, die hier uiteraardover gaat, het gesprek aan te gaan over de gezondheidsrisico’s vansociale media en om de maatregelen die ik voorstel, te bespreken in hetkabinet.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78612 Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Mooie punten, ook bij de afsluiting. Het is een mooie aansporing om degrote socialemediabedrijven echt aan te pakken. Mijn vraag gaat over deggz. De VVD zegt ook dat cruciale ggz beschikbaar zou moeten zijn, maardie is er nu niet altijd. We kennen die lange wachtlijsten. Mevrouw Dobbeen ik hebben vorig jaar rond deze tijd een motie ingediend met hetverzoek om de marktwerking uit de hele cruciale ggz te halen. Die motieheeft het niet gehaald. Ook de VVD stemde tegen. Afgelopen jaar is ookeen ibo verschenen met onder meer deze aanbeveling. Stel dat weopnieuw zo’n aansporing zouden doen, is de VVD het dan met ons eensdat we die marktwerking uit de hele cruciale ggz zouden moeten halen?Mevrouw Wendel (VVD):Voor de VVD staat voorop dat de ggz beschikbaar moet zijn voor demensen die de ggz het hardst nodig hebben. Dat gaat juist om diespecialistische, complexe ggz. Daarom is het kabinet ermee bezig een deelvan de complexe ggz uit de marktwerking te halen. Ik sla het maar evenheel plat. Ik deel wat mevrouw Westerveld eerder zei, namelijk dat wedaar tempo achter moeten zetten. Het voelt voor mij heel cru om te pratenover stelselwijzigingen, terwijl er iedere dag mensen wachten en we zedaar morgen niet mee kunnen helpen. Om dat voor de hele complexe ggzte doen – dat is uw concrete vraag – is weer een stap verder. Ik stel voordat we eerst tempo zetten achter waar het kabinet nu mee bezig is.Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):Het probleem is dat waar het kabinet nu mee bezig is, nog wel een paarjaar kan duren vanwege het advies dat de NZa nog moet geven; ik zagergens 2027 staan. Ik stel deze vraag specifiek omdat wij die motie in hetvoorjaar hebben ingediend. Kort daarna verscheen het ibo. Dat is een dikrapport van allemaal ambtenaren met een aantal adviezen. Daarin werdwel degelijk voorgesteld een stap verder te zetten. Dat ging niet alleen omde acute ggz, maar om de hele cruciale ggz. Ik vraag me gewoon af wathet argument is om dat niet te steunen. Ook uit het ibo blijkt dat dit eenwenselijke stap is.Mevrouw Wendel (VVD):Ik vind het echt heel goed dat het ibo is uitgekomen. Volgens mij staan erheel goede dingen in. Voordat ik daar een knoop over doorhak, wil ikgraag eerst de beleidsreactie van het kabinet zien. Daarna gaan we er watmij betreft over in gesprek.De voorzitter:Dan zie ik mevrouw Synhaeve en mevrouw Dobbe. Het maakt niet uit.Eerst mevrouw Dobbe en dan mevrouw Synhaeve.Mevrouw Dobbe (SP):Dan kan ik hier nog even op door. Ik steun het betoog van de VVD ook. Datdoe ik niet altijd, maar nu wel. Ik dacht: krijgen we hier nu een pleidooi omde marktwerking uit de ggz te halen? De VVD heeft het over hetaanpakken van de prikkel om de lichte ggz wel te doen en de cruciale,meer complexe niet. Dat zien we nu. Ik denk dat de VVD dat net heel goedheeft verwoord in haar betoog. Organisaties zoals MIND, dat hier van deweek nog stond, en Recht op GGZ en nu ook het ibo en zorgeconomenzeggen dat we van die marktwerking af moeten, in ieder geval bij decruciale ggz. Ik heb net de antwoorden op mevrouw Westerveld gehoord.Het kabinet zal met een reactie komen. Maar waar zit de twijfel na al dezesignalen te hebben gehoord en na gezien te hebben dat het niet goedgaat? Waar zit die twijfel nog bij de VVD?Mevrouw Wendel (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78613 Er zijn veel organisaties die zich inzetten voor mentale gezondheid. Diedoen hun stinkende best om suïcides tegen te gaan. Dat is ook heelbelangrijk en ook heel goed. Het zegt wel iets over de ernst van hetprobleem. Ik denk wel dat er veel verschillende organisaties zijn dieverschillend denken over de oplossing. Hoewel ik de eensgezindheid metde SP uiteraard fijn vind en ook verfrissend voor een keertje, denk ik nietdat alle organisaties zeggen dat we de marktwerking uit de volledige ggzmoeten halen. Waar zit de twijfel? Ik vind het belangrijk – dat zei ik net al –dat we eerst de beleidsreactie van het kabinet afwachten en daarnaknopen doorhakken. Wat we voor de lange termijn doen, moeten weweloverwogen doen.Mevrouw Dobbe (SP):Het zijn natuurlijk niet de minste organisaties die dit nu zeggen. Het ibozegt het ook en dat nemen we serieus. Zorgeconomen zeggen het ook.Normaal gesproken zijn dat geen natuurlijke bondgenoten van de SP.Sterker nog, ik heb er weleens voor gepleit dat hele beroep af te schaffen.Ook die zorgeconomen zeggen nu dat we in de cruciale ggz – ik zou dehele ggz willen – moeten kijken of we van die marktwerking af kunnen.Daarom nogmaals mijn vraag. Het zijn niet allerlei organisaties die ietsverschillends zeggen. Het zijn echt dit soort organisaties die de VVDnormaal gesproken toch heel serieus neemt. Waar zit de twijfel, deterughoudendheid om dat voor de cruciale ggz te doen? Ik snap dat deVVD het een stap te ver vindt om dat voor de hele ggz te doen.Mevrouw Wendel (VVD):Ik wil hier echt niet zeggen dat u de VVD nooit aan uw zijde zal vinden omdit te doen. U hoort mij zeggen dat ik dit gesprek weloverwogen wilvoeren. Het ibo is volgens mij een heel goed rapport dat ik met zorg wilbehandelen. Dat kan ik pas doen als ik ook de reactie van het kabinet hebontvangen. Daarna voer ik dit gesprek graag verder met mevrouw Dobbe.De voorzitter:U was aan het einde gekomen van uw inbreng, toch? Ja. Ik heb nog eeninterruptie van mevrouw Synhaeve.Mevrouw Synhaeve (D66):Ook ik hoorde het pleidooi om veel vaker het open gesprek te voeren overmentale gezondheid. Ik denk dat we dat breed delen. Ik hoorde de VVDook zeggen dat er heel veel lopende initiatieven zijn, heel veel projecten,honderden zo weten we, die gericht zijn op het verbeteren van mentalegezondheid. Sommige zijn effectief; sommige zijn niet effectief ensommige zijn echt schadelijk. Ik hoor de oproep van de VVD om deinitiatieven in kaart te brengen en de mate waarin ze effectief zijn. Is deVVD het met mij eens dat je ook een keer moet kiezen, dat je moet durvenzeggen dat we bijvoorbeeld zo’n STORM-aanpak landelijk moetenuitrollen?Mevrouw Wendel (VVD):Zeker, zeker. Ik denk niet dat de VVD een partij is die eindeloos zaken inkaart wil brengen en vervolgens geen knopen kan doorhakken. Wij zijnjuist een partij die de grote problemen wil oplossen. Daar vallen mentalegezondheid en het veel te grote aantal suïcides natuurlijk ook onder. Ik gahier vandaag niet één specifiek initiatief noemen. De afgelopen weken zijner veel initiatieven voorbijgekomen, ook bij de rondetafel. Ik noem LifeAfter School, dat soort initiatieven. Uiteraard wil ik ze wel in kaart hebben,zodat we weloverwogen voor de lange termijn knopen kunnendoorhakken. We moeten de komende debatten niet meer over specifiekeinitiatieven hoeven praten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78614 De voorzitter:Dank u wel. We zijn gekomen bij de volgende spreker aan de zijde van deKamer, mevrouw Tijmstra namens het CDA.Mevrouw Tijmstra (CDA):Dank u wel, voorzitter. Aangrijpende persoonlijke verhalen, veelgesprekken met instellingen en rapporten die achter elkaar aangeven hoevast de ggz loopt: toen ik mij inwerkte in deze portefeuille heb ik me af entoe echt afgevraagd of er ook nog iets positiefs te melden is. En ja, dat iser ook. Daar wil ik mee beginnen, omdat dagelijks vele professionals zichmet hart en ziel inzetten om mensen met mentale problemen te helpen.Voordat ik mijn inbreng ga leveren, wil ik daarbij stilstaan, want laten weook niet uit het oog verliezen wat er dagelijks wel goed gaat.In mijn inbreng sta ik stil bij drie punten. Het eerste punt is preventie,waaronder suïcidepreventie. Het rapport Op de rem! van de Raad voorVolksgezondheid & Samenleving is door een aantal collega’s al aange-haald. Dit rapport maakt duidelijk dat mentale klachten veroorzaaktworden door de hypernerveuze samenleving waarin we leven, met hogedruk en weinig rust. Het CDA kijkt breed naar preventie. Dat betekent datdie laagdrempelige steunpunten in een wijk en herstelvoorzieningen heelbelangrijk zijn, maar dat we ook met elkaar uit moeten zoomen om deoorzaken aan te pakken. Dan gaat het over die mentale volksgezondheidwaar het rapport Op de rem! over spreekt. Deelt de Minister dezeopvatting en wordt het rapport van de RVS verder gebruikt bij hetvormgeven van preventief beleid?Juist in dat licht is suïcidepreventie ook belangrijk. Dagelijks zijn ergemiddeld vijf zelfdodingen, met een stijging onder jongeren. Deoorzaken zijn heel divers, zoals prestatiedruk, eenzaamheid, toekomston-zekerheid en sociale media. Ook jongeren staan tegenwoordig continuaan. Het rondetafelgesprek onderstreepte drie dingen. Mentalegezondheid moet een vanzelfsprekend onderdeel van het onderwijsworden. Praten helpt. Jongeren hebben behoefte aan laagdrempeligeplekken waar ze open kunnen zijn over mentale problemen. En stop metexclusiecriteria. De sleutel ligt vaak bij mensen die al dicht bij hen staan,zoals mentoren, jongerenwerkers en sportcoaches. Zij zien de signalen alseersten. Dat vraagt om investeren in deze professionals, zodat zij hetgesprek aan durven gaan. Kan de Minister dit meenemen in de aanpakvoor sterke wijken en buurten?Dan ga ik verder naar mijn tweede punt: de complexe zorg. Vooralmensen met een complexe hulpvraag krijgen nu niet de zorg die ze nodighebben. Ze wachten veel langer dan de treeknormen, met risico opverslechtering. De problemen zijn groot en ook niet direct opgelost. Mijnvraag aan de Minister is: welke concrete stappen zijn op korte termijn tezetten om ervoor te zorgen dat met name de groep mensen met eencomplexe zorgvraag sneller passende zorg krijgt?Het CDA vindt het goed dat budgetbekostiging voor de acute zorg bij deHIC’s en de IHT’s – daar ging het net al over – in voorbereiding is.Budgetbekostiging zorgt namelijk niet alleen voor het borgen van debeschikbaarheid van deze cruciale zorg, maar geeft teams ook de ruimteom hun werk goed te doen. Nu de NZa het advies over de invoering heeftuitgesteld tot 2027, vraag ik de Minister: blijft invoering van budgetbekos-tiging per 1 januari 2028 haalbaar?De hoge druk op de ggz leidt tot een toenemend aantal incidenten metonbegrepen gedrag in wijken en buurten. In het coalitieakkoord hebbenwe afgesproken dat vaker bemoeizorg wordt aangeboden aan mensen diezorg mijden of onbegrepen gedrag vertonen. Is de Minister bereid omhiervoor een concreet plan te maken?Tot slot ga ik naar mijn derde punt: het stelsel. Het ibo is heel helder: ditstelsel is onhoudbaar. De focus ligt te veel op medische behandeling en teweinig op preventie en wat mensen wel kunnen. Het bevat verkeerdeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78615 prikkels, en versnipperde financiering zorgt voor hoge administratievedruk. De groei van ongecontracteerde zorg heeft geleid tot een wildgroeiaan aanbieders, wat personeel wegtrekt uit de complexe zorg. Dat is juistde plek waar we de mensen zo hard nodig hebben. Dat vergrootpersoneelstekorten, zeker in de noordelijke provincies en in Zeeland, waarde druk op specialistische en acute zorg inmiddels zorgwekkend hoog is.Het vraagt om duidelijke keuzes waar, wat het CDA betreft, het ibo helegoede handvaten voor biedt. Daar heb ik de volgende vragen over. Is deMinister bereid om de uitkomsten van het ibo expliciet mee te geven aande staatscommissie zorg als richtinggevend kader? Welke concretestappen kan de Minister op korte termijn zetten om toch nog een beetjeverbetering aan te brengen in het stelsel dat we op dit moment hebben?Tot zover mijn inbreng.De voorzitter:Dank u wel. Dan komen we bij de volgende spreker van de zijde van deKamer. Dat is mevrouw Van Meetelen namens de PVV.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dank u, voorzitter. We spreken vandaag over mensen die soms nog maaréén ding hopen: dat hulp op tijd komt. Ze hopen dat er iemand is die ziethoe ernstig het is, iemand die niet doorschuift, afhoudt, maar handelt. Enjuist daar gaat het mis in de ggz, niet aan de rand maar in de kern. Uit destukken rijst een hard beeld op. De vraag groeit en de wachttijden lopenop. De kosten stijgen. Juist mensen met ernstige of complexe psychischeproblematiek krijgen nog te vaak niet de zorg die echt bij hen past. Hetstelsel piept en kraakt, maar voor de patiënt betekent dat vooral: nergensecht terechtkunnen. Bij ernstige depressie en gedachten over zelfmoord isdat levensgevaarlijk. Dan maakt het alles uit waar iemand terechtkomt,hoe snel dat gebeurt en of daar ook echt passende behandeling voor is.Een open bed is nog geen oplossing en een intake is nog geen behan-deling. En iemand ergens plaatsen omdat daar toevallig plek is, is noggeen hulp. Sterker nog, een verkeerde plaatsing kan de situatie verergerenmet meer wantrouwen, meer onrust en meer afstand tot herstel. Daaromvraag ik de Minister: erkent zij dat niet-passende plaatsing bij ernstigedepressie en gedachten over zelfmoord schadelijk kan zijn? Wil zij inzichtgeven in hoe vaak mensen met deze problematiek toch terechtkomen opeen plek die feitelijk niet aansluit op hun zorgvraag, alleen omdat eenpassend alternatief ontbreekt?Voorzitter. De leidraad over suïcidepreventie is helder. Niet-passende zorg,gebrekkige continuïteit, afwijzingen en mislukte overgangen vergroten hetrisico op suïcide. Wat beschermt is ook helder: verbondenheid met hetgezin en vrienden, een stabiel behandelteam, passende behandeling,bereikbare hulp en een warme overdracht. Dat is precies waar het misgaatals een organisatie faalt, en dus is dit ook politiek. Deze problemen rakenzelden alleen de patiënt; een heel gezin wordt meegetrokken. Ouders diedag en nacht alert zijn, partners die op eieren lopen, broers, zussen enkinderen die leven met angst en spanning, en toch worden naasten er nogte vaak laat bij betrokken. Soms worden zij er mondjesmaat bij betrokkenen soms zelfs helemaal niet, terwijl zij juist kunnen signaleren en stabiliteiten bescherming kunnen bieden. Daarom vraag ik de Minister: hoe wordtgeborgd dat ouders, partners en andere naasten, vrienden en studenten-verenigingen er veel eerder en veel vanzelfsprekender bij wordenbetrokken, uiteraard voor zover dat juridisch en medisch verantwoord is?En wat doet zij eraan om te voorkomen dat naasten pas serieus in beeldkomen als het bijna is misgegaan of al te laat is?Voorzitter. Ook in de rest van de stukken zie je hetzelfde patroon.Wachttijdondersteuning moet mensen zich gezien laten voelen. Maargezien worden is nog geen behandeling. Bij de overgang van jeugdhulpnaar volwassenen-ggz wordt opnieuw gesproken over gesprekken enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78616 gezamenlijke acties, terwijl de problemen allang bekend zijn: afwijzing,zorgmijding, gebrekkige overdracht en jongeren die tussen wal en schipvallen. Tegelijk zegt het ibo dat het stelsel in deze vorm niet houdbaar isen dat juist voor ernstige problematiek het benodigde aanbod onvol-doende van de grond komt. Ik vraag de Minister daarom: hoe voorkomt zijdat wachttijdondersteuning een keurige verpakking wordt om het tekortaan echte behandelcapaciteit heen? Welke norm hanteert zij voorpassende plaatsing bij ernstige depressie en gedachten over zelfmoord?Wanneer komt zij met concrete maatregelen om te voorkomen datmensen bij gebrek aan beter ergens belanden waar hun problematiekfeitelijk niet past?Voorzitter. We moeten oppassen voor woorden die netjes klinken, maarweinig veranderen. «Samenwerking», «handreiking», «verkenning» en«agenda» zijn allemaal mooie termen, maar voor gezinnen die dagelijksvrezen dat het misgaat, telt iets anders. Is er op tijd hulp? Is die hulppassend? Blijft hulp overeind bij een overgang en staat het gezin er nietalleen voor? Dat zijn de vragen waar het om draait. Ik wil daarom van deMinister niet horen dat het beter moet, want dat weten we allemaal – ikdenk dat we dat allemaal al hebben vastgesteld – maar wat zij concreetgaat afdwingen. Ik zou willen horen hoe zij passende zorg voor ernstigeproblematiek gaat organiseren, hoe zij continuïteit niet als een wens maarals een norm gaat behandelen en hoe zij naasten niet langer ziet als eenbijlage, maar als onderdeel van de aanpak. Bij ernstige depressie engedachten over zelfmoord zit het verschil tussen systeemtaal en werke-lijkheid namelijk soms precies in die ruimte waarin iemand verder zakt.Dank u.De voorzitter:Ik dank u zeer. De volgende spreker is Diederik van Dijk, namens de SGP.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u wel, voorzitter. Weet u hoeveel coaches we op dit moment inNederland hebben? Dan bedoel ik geen bondscoaches, maar mentalecoaches. Dat zijn er meer dan 100.000. Het aantal van dit soort coaches isin de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld. Wat zegt de massale vraagnaar mentale ondersteuning over onze samenleving? Hoe kan het dat inzo’n welvarend, op zich gelukkig land als het onze zo veel mensen op dewachtlijst staan bij de ggz? Ik zeg het bepaald niet om psychischeproblemen te relativeren of kleiner te maken, want de mentale gezondheidin Nederland staat daadwerkelijk onder druk. Maar het vergroten van hethulpaanbod is niet het juiste antwoord op de stijgende hulpvraag. Het ismisschien zelfs water naar de zee dragen. In het lezenswaardige adviesOp de rem! beschrijft de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving degevolgen van de hypernerveuze samenleving. Individualisering, presta-tiedruk en voortdurende haast eisen hun tol. Daar zijn we als Kamer ookvatbaar voor.Heel fijntjes wees de vorige Staatssecretaris er in haar kabinetsreactie opdat de Kamer zo snel mogelijk een reactie wilde op dit rapport dat juistpleitte voor vertraging en rust. Het rapport in beleid vertalen is nieteenvoudig. Het gaat om een cultuurverandering die je als overheid nietzomaar kunt afdwingen. Toch kunnen we wel een paar verstandige dingendoen. Neem de ontwikkeling naar een meer gezinsgerichte benadering.Het is heel goed dat het kabinet de SGP-motie op dit punt oppakt. Ikvoorzie hierbij wel een botsing met de manier waarop de indicatiestellingen financiering van de ggz, maar ook de jeugdhulp zijn geregeld. Die gaatuit van het individu in plaats van gezinnen. Erkent de Minister dat ditanders zou moeten? Hoe wil ze hier sturing aan geven? En hoe staat hetmet de uitvoering van mijn motie over onderzoek naar de effectiviteit vansysteemtherapie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78617 Preventie is ook belangrijk. Het kabinet onderkent de noodzaak van eenstevige sociale basis, maar trekt hier geen structurele middelen voor uit.Ook is er geen geld gereserveerd om het interdepartementaal beleidson-derzoek Mentale gezondheid op te pakken. Pakt de Minister dit alsnog op?De wachtlijsten in de ggz zijn lang. Helaas komen mensen die hulp hethardst nodig hebben hierdoor in de knel. De financieringsprikkels staanniet goed afgesteld. Het is voor zorgaanbieders nu aantrekkelijker omlichte zorg aan te bieden. Hoe zorgt de Minister ervoor dat er voldoendeaanbod is van complexe zorg, bijvoorbeeld als het gaat om voldoendewoonzorgvormen voor mensen met psychische problemen? We moetenslim omgaan met de personeelskrapte. Vanaf 2022 werd eraan gewerktom kinderpsychologen, K&J-psychologen en gz-psychologen onder tebrengen in één beroepsgroep. Hierdoor steeg het aantal instromers in deK&J-opleiding explosief. In 2024 werd het plan echter onverwacht weeringetrokken. Dat is onverstandig en schadelijk. Is het nieuwe kabinetbereid om het samenbrengen van deze beroepsgroepen alsnog op tepakken?De SGP maakt zich zorgen over het plan in het coalitieakkoord om devergoeding voor ongecontracteerde zorg volledig te schrappen. Hoevoorkomt het kabinet dat mensen in problemen komen doordat deverzekeraar hun behandeling niet langer vergoedt? Naar aanleiding vande initiatiefnota-De Korte voerden we destijds het debat over euthanasiebij psychiatrie. De SGP betreurt het dat het vorige kabinet geen noodzaakzag voor de wetswijziging. Neemt dit kabinet ook dat standpunt in? Achtde Minister het denkbaar dat toekomstige ontwikkelingen, zoals eenverdere stijging bij jonge patiënten, alsnog aanleiding kunnen geven totaanscherping van wettelijke waarborgen?Dan heb ik nog een laatste punt. De SGP was mede-indiener van hetamendement om het budget voor de 113-hulplijn te verhogen. De Ministermeldde gisteren dat ze eerst meer onderbouwing wil voordat ze struc-tureel voldoende extra geld beschikbaar maakt. Zonder extra financieringkan 113 haar werk niet doen. De SGP vraagt de Minister daarom omspoedig over de brug te komen.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we verder met de volgende spreker van de zijde vande Kamer. Dat is mevrouw Dobbe namens de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Twee dagen geleden waren Hanna en haar oudershier in de Tweede Kamer. Mevrouw Westerveld had het al even over dieontmoeting en het gesprek dat wij met hen hebben gehad, dat heelindrukwekkend was. Zij vertelden namelijk dat Hanna jarenlang vanwachtlijst naar wachtlijst is gestuurd. Dat is eigenlijk wat er is gebeurd. Zewilde in die jaren meermaals haar eigen leven nemen. Haar oudersbeschreven de onzekerheid en de angst die het met zich meebrengt als jekind haar eigen leven wil nemen en hoe je jarenlang met die angst moetleven. Dat is heel ingewikkeld. Zij vragen nu ook: los die wachtlijst in deggz op, zeker voor de complexe K&J en de langdurige ggz; los het op. Ikbegreep dat de Minister via MIND het verhaal van Hanna voor dit debatheeft ontvangen. Mevrouw Westerveld heeft al een reactie gevraagd opde oproep van MIND zelf, maar ik zou ook graag een reactie willen op ditverhaal van Hanna en haar ouders. De wachtlijsten in de ggz wordenerger in plaats van beter. Dat is toch wel heel schrijnend. Er zijn namelijknog altijd meer dan 100.000 wachtplekken in de ggz, ondanks alleactieplannen die al naar de Kamer zijn gestuurd en alle debatten die wehierover hebben gehad en alle intenties die we hier met elkaar hebbenuitgesproken. Dat komt omdat fundamentele keuzes om dit te verbeterenniet worden gemaakt, bijvoorbeeld om de markt aan te pakken in de ggz.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78618 We zien wel dat die markt en de marktwerking en concurrentie eindelijksteeds meer ter discussie komen te staan. Dat is volgens mij goed.Marktwerking in de ggz zorgt er namelijk voor dat mensen die complexeggz-zorg nodig hebben dit niet krijgen. MIND zegt dit, de Stichting Rechtop GGZ zegt dit en zelfs zorgeconomen zeggen dit, wat ik net al hebgezegd. Het ibo zegt ook dat een fundamentele hervorming van het stelselen de markt in de ggz nodig is. Neemt de Minister deze oproepen serieus,naast het feit dat ze zelf ook kan zien dat het op deze manier niet goedwerkt? Wat gaat de Minister dan doen om de markt in de ggz aan tepakken? Zouden wij, gezien de urgentie die spreekt uit alle inbrengen vande collega’s in deze Kamer, de reactie op dat ibo-rapport eerder kunnenontvangen? Ik geloof dat die nu op het derde kwartaal staat, maar zoudenwe die niet al voor de zomer kunnen ontvangen of misschien nog eerder?Ik denk dat dat belangrijk is en dat de urgentie uit al onze inbrengen hierook om vraagt. Is de Minister bereid – MIND vroeg daar ook om – om destaatscommissie inzake de herziening van het zorgstelsel de opdracht tegeven om de rol en de effecten van de markt in de ggz te onderzoeken? Ikben benieuwd wat de Minister vindt van dat idee.Dan ga ik verder met de budgetplafonds. Die houden in dat zorginstel-lingen geen mensen meer mogen aannemen als het budgetplafond isbereikt, terwijl er wel plek is voor mensen. Dit houdt in dat het uitmaaktwaar je verzekerd bent als het gaat om de vraag of je zorg krijgt of niet. DeKamer heeft onze motie al aangenomen om met die budgetplafonds testoppen, maar het kabinet wil die niet uitvoeren. Daarom is mijn vraag:welk positief effect hebben deze budgetplafonds dan eigenlijk? Welkvoordeel hebben deze budgetplafonds ons gebracht? Waar twijfelt hetkabinet dan over als het gaat om het afschaffen van deze budgetplafondsen het uitvoeren van deze motie? Dat concrete antwoord hebben wenamelijk nog niet gekregen.Er staan nog bezuinigingen gepland voor de langdurige ggz, plus een deelnieuwe bezuinigingen op de Wlz. In ieder geval is een deel daarvanongedekt in die zin dat ook organisaties zeggen: wij kunnen de bespa-ringen waar deze bezuinigingen op gebaseerd zijn niet halen. Dan krijg jedus dat het ten koste gaat van de zorg en de wachtlijsten. We zien detekorten die er zijn terug in de samenleving. Onlangs was in het nieuwsdat er meer intense incidenten zijn in maatschappelijke opvanglocaties endat het risico op geweld toeneemt. Welk effect denkt de Minister dat dezeverdere bezuinigingen dan nog zullen hebben?Voorzitter. Dan ga ik naar het niet langer vergoeden van de ongecontrac-teerde zorg. Dat is echt een paardenmiddel dat de toegankelijkheid van dezorg op dit moment kan verslechteren en de macht van de zorgverzeke-raars vooral vergroot. Het is toch niet verstandig om dit te doen nu dewachtlijsten alleen maar langer worden? Ook hier graag een antwoord op.Voorzitter, tot slot. De mentale gezondheid van vrouwen staat steeds meeronder druk, meer dan de mentale gezondheid van mannen. Dat blijkt uitallerlei rapporten. In oktober werd onze motie aangenomen die deregering verzocht om met een aanpak te komen om de mentalegezondheid van jonge vrouwen te verbeteren. Hoe staat het met deuitvoering van die motie? Ik heb hierover nog een specifieke vraag, die ikal eerder heb gesteld. Die gaat over de toegang tot mentale onder-steuning en ggz voor slachtoffers van seksueel geweld, want dat is nietaltijd goed geregeld. Stel je eens voor: dan heb je seksueel geweldmeegemaakt en dan kom je op een wachtlijst terecht. Wat vindt deMinister daarvan en is zij bereid om daar wat aan te doen?Omdat ik toch uit de tijd loop, wil ik me aansluiten bij de goede vragenover suïcidepreventie en 113, want ik vind het uiteraard ook heelbelangrijk dat dat goed wordt geregeld.Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78619 Dank u zeer. Dan komen we bij de volgende spreker. Dat is mevrouwCoenradie namens JA21.Mevrouw Coenradie (JA21):Dank, voorzitter. Laat ik beginnen bij de kern van het probleem: mensenmet verward gedrag horen niet thuis in de strafrechtsketen, niet in eenpolitiecel en niet in de gevangenis. Zij horen in de zorg. Toch zien we in depraktijk precies het tegenoverstelde en daar wordt echt helemaal niemandbeter van; de samenleving niet, de politie niet en de persoon zelf alhelemaal niet. Maar dit is wel de harde realiteit van de huidige situatie.Voorzitter. In 2025 registreerde de politie ongeveer 168.000 incidenten metpersonen met verward gedrag en dit is stijgende. Politieagenten gevenzelf aan dat zij steeds vaker worden geconfronteerd met situaties dieeigenlijk geen veiligheidsvraag, maar een zorgvraag omvatten. Tegelij-kertijd piept en kraakt de ggz: wachttijden lopen op, personeelstekortennemen toe en bedden zijn schaars. Daarom pleit JA21 voor een tussen-voorziening tussen straat en ggz, een plek waar mensen met verwardgedrag tijdelijk worden opgevangen en beoordeeld door professionals.Dat gebeurt dan dus niet in een politiecel, maar in een zorgomgeving. Wepleiten dus voor een soort ggz light. Daar wordt snel vastgesteld watiemand nodig heeft: specialistische ggz of een paar therapiesessieswaarna iemand weer door kan. Die triage is cruciaal. Nu laten we menseneerst ontsporen voordat we ingrijpen en dat is toch de wereld op zijn kop.Voorzitter. In het coalitieakkoord staat dat het kabinet wil inzetten oppreventie, betere samenwerking en meer ruimte voor complexe zorg in deggz. Dat is heel mooi, maar uit de doorrekening van het CPB blijkt dat erwordt bezuinigd op ggz-wonen. Bovendien staat in het coalitieakkoord datprikkels voor lichte ggz-zorg worden afgebouwd. Daarom heb ik devolgende vragen aan de Minister. Kan de Minister toelichten hoe hetafbouwen van prikkels voor lichte zorg in de ggz, zoals vermeld in hetcoalitieakkoord, zich verhoudt tot de groei van het aantal incidenten metmensen met verward gedrag? Is de Minister niet bang dat het afbouwenvan prikkels voor lichte zorg ertoe leidt dat mensen later in beeld komenbij de ggz, waardoor problemen escaleren en incidenten met verwardgedrag juist toenemen? En tot slot: hoe rijmt de Minister de combinatievan een stijgende vraag in de ggz-zorg met een bezuiniging opggz-wonen? Hoe voorkomt de Minister dat deze combinatie leidt tot nogmeer incidenten met verward gedrag?Voorzitter. Eeuwenlang waren infectieziekten de belangrijkstedoodsoorzaak onder jongeren. In de vorige eeuw namen op den duurverkeersongevallen die plaats in. Vandaag zien we echter een zorgwek-kende verschuiving. Zelfdoding is onder jongeren en jongvolwassenenuitgegroeid tot doodsoorzaak nummer 1. Door onderzoek weten we datveerkracht onder jongeren zeer belangrijk is voor het voorkomen van ditsoort problematiek. En die veerkracht begint thuis. Niet de overheid,school of hulpverlening, maar de ouders spelen de belangrijkste rol in hetleven van jongeren. Dit betekent dat ouders zich daarvan bewust moetenzijn en daarnaar moeten handelen, en waar nodig ook ondersteundmoeten worden. Zij moeten het goede voorbeeld geven en grenzenstellen, ook in de digitale wereld. We weten ook dat de financiële situatieveel verband houdt met het risico op suïcide en de mentale gezondheidvan mensen. Tegelijkertijd kiest dit kabinet voor echt ongekende lastenver-zwaringen voor de mensen thuis. Daarom hebben we de volgende vragenaan de Minister. Ziet zij niet dat dit beleid haaks staat op het verbeterenvan de mentale gezondheid? Is de Minister bekend met de financiëleopgave en huidige financieringsproblematiek van Stichting 113Zelfmoordpreventie? Zo ja, hoe beoordeelt de Minister de continuïteit vandeze organisatie in het licht van de toenemende vraag naar hulp? En totslot: hoe waarborgt de Minister dat het huidige en toekomstige beleid zichniet beperkt tot kortetermijninterventies of «pleisterwerk», maar bijdraagtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78620 aan een structurele langetermijnvisie op mentale gezondheid en suïcide-preventie onder jongeren?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u zeer. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijnvan de zijde van de Kamer. In overleg met de Minister ga ik ongeveer 35minuten schorsen. We gaan dus om 15.15 uur weer verder. U wordtgeacht om een minuut eerder in de zaal te zijn, en ikzelf natuurlijk ook. Totstraks. Ik schors de vergadering.De vergadering wordt van 15.38 uur tot 16.15 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We zijn nog steeds bij het commissiedebatGgz/Suïcidepreventie. We zijn gekomen bij de eerste termijn van de zijdevan het kabinet. Ik geef Minister Hermans het woord. Misschien kunt uons even meenemen in de blokken? Het woord is aan u.Minister Hermans:Ja, voorzitter, daar zal ik mee beginnen. Ik begin met enkele inleidendeopmerkingen. Daarin komt ook al een aantal door veel Kamerledengestelde vragen aan de orde, maar daarna zal ik dieper ingaan op decuratieve ggz en specifiek de wachtlijsten, dus de wachttijden, en decruciale complexe zorgvragen die daarover zijn gesteld. In het tweedeblokje volgt suïcidepreventie. Daar zal ik ook ingaan op alle vragen over113. In het derde blokje volgen de samenwerking en de overlap met hetsociale domein. Tot slot behandel ik nog een aantal overige vragen.De voorzitter:Dat is helemaal goed. Ik geef u het woord.Minister Hermans:Voorzitter, dank. Dank voor alle verhalen van de Kamerleden, ook depersoonlijke, in het bijzonder het verhaal van mevrouw Synhaeve. Ik denkdat dit net als de voorbeelden die u allen genoemd heeft in uw inbrenglaat zien hoe ingewikkeld het leven soms kan zijn. Soms is dat tijdelijk,door druk en stress. Het kan door werk komen of door school, of, zoalseen aantal van u ook zei, door zaken die de bestaanszekerheid raken. Maarje kunt ook voor langere tijd heel heftig in de knoop zitten, met alle heftigemogelijke consequenties van dien. Die verhalen kennen we uit onzepersoonlijke omgeving, zoals mevrouw Wendel ook zei. Die kennen weallemaal van werkbezoeken of op basis van de petitie die is aangeboden.Die zou ik vlak voor het debat in ontvangst hebben willen nemen, maardat is door mijn debatplanning niet gelukt. Maar ik heb hem hier wel inmijn stapeltje. Ik heb er net ook even in gelezen en dat zal ik natuurlijk noguitgebreider doen. Ik denk namelijk dat dit soort petities langs de lijn vanindividuele verhalen aandacht vragen voor het grotere vraagstuk: hoezorgen we ervoor dat er zorg is voor jou als jij dermate problemen ervaartdat je even niet meer weet hoe met het leven om te gaan en je zorg nodighebt? Het gaat dan om passende zorg die beschikbaar is op het juistemoment. Dat is nu te vaak al te lang niet het geval. Dat zeg ik tegenmevrouw Westerveld, die ik hoorde praten in de plenaire zaal terwijl ikhiernaartoe liep. Zij hoort het nu dus niet live, maar mogelijk luisteren zijof haar medewerkers dit terug. Ze heeft namelijk gelijk.De afgelopen tien jaar, in elk geval toen ik begon als Kamerlid alswoordvoerder zorg, voerden we ook al dit debat over de wachtlijsten voormensen die de ggz-zorg zo keihard nodig hebben. Het is onvoldoendegelukt om daar echt een kentering in aan te brengen. Volgens mij zeimevrouw Van Meetelen: ik hoef geen belofte van mevrouw Hermans, vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78621 de Minister, te horen dat ze zich daarvoor gaat inzetten, maar ik wilgewoon dat het gebeurt. Met dat laatste ben ik het ongelofelijk eens. Ikkan niet anders dan hier toe te zeggen dat ik samen met de collega’s vanVWS en met alle partijen in het veld zal zoeken naar hoe we hier nu echteen doorbraak kunnen forceren. Dat zal ik doen met alles wat ik in mij heb,met de energie en de motivatie die ik voel, want dat die doorbraak ermoet komen, staat als een paal boven water. Ik blijf er ook van overtuigddat het kan. Ik sluit me ook heel erg aan bij wat mevrouw Tijmstra zei. Aldie mensen, al die professionals die werken in de ggz of in de onder-steuning in het sociaal domein of die bezig zijn met preventieveprogramma’s, bijvoorbeeld op scholen, doen dat met ongelofelijk veelprofessionaliteit, betrokkenheid en deskundigheid. Voor hen is dewerkdruk hoog, maar we hebben ze keihard nodig. Ik voel mij dusgesteund om daaraan te werken en daar met hen aan te werken, ook omhet werkplezier te behouden in deze hele ingewikkelde sector. Dat geeftme dus ook het vertrouwen dat het kan. Het zal niet makkelijk zijn, maarwe moeten altijd blijven geloven in dat we die verandering teweegkunnen brengen, dus dat doe ik ook.Voorzitter. De ambitie van dit kabinet is om werk te maken van degezondste generatie ooit. Dat gaat over het voorkomen van ziekte, vaneenzaamheid, het werken aan welzijn en aan je eigen verantwoorde-lijkheid, en dat er goede zorg en ondersteuning is als jij die nodig hebt.Maar die gezonde generatie betekent voor mij ook een samenleving eneen generatie waarin mensen veerkrachtig zijn, waarin ze steun ervarenen goed om kunnen gaan met dagelijkse stress, of dat nu op school is ofop je werk of omdat je moet verhuizen maar nog geen nieuw huis hebtgevonden. Kortom, het gaat om alles waar je in het leven tegen aan kanlopen en wat je stress kan opleveren. Om kunnen gaan met tegenslagenen uitdagingen die allemaal op ons pad kunnen komen in het leven vraagtiets van ieder van ons. Daarom is het belangrijk dat we ook het individublijven versterken en een gezonde leefstijl stimuleren. Het vraagt iets vande omgeving, de omgeving waarin je opgroeit, waarin je werkt en waarinwe met elkaar samenleven. Ik geloof dat de heer Van Dijk daar ook echtaandacht voor vroeg. Het gaat ook over het bespreekbaar maken van hetonderwerp mentale gezondheid. Het gaat niet alleen om het bespreekbaarmaken van dit onderwerp, maar ook over doorvragen, hoorde ik mevrouwSynhaeve heel expliciet zeggen. En tot slot – ik herhaal het nog maar eenkeer – gaat het om passende zorg en ondersteuning voor mensen die datnodig hebben.Ik zei al dat we daar echt nog te ver van zijn verwijderd. We zien dehulpvraag van mensen met mentale problemen sterk groeien, terwijl teveel mensen te lang wachten en de professionals onder grote druk staan.Dat vraagt om een stevige aanpak, om het doorgaan met een stevigeaanpak die al in gang is gezet door mijn voorgangers en ook door deMinister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport; zij heeft natuurlijk ookbelangrijke elementen van dit onderwerp in haar portefeuille. Daar waarhet nodig is – het ibo biedt daar handvaten voor – en waar het ons echtkan helpen, zullen we aanvullende stappen en maatregelen natuurlijk nietuit de weg gaan. Ik zal straks nog uitgebreider ingaan op dat ibo en eenaantal vragen die daarover zijn gesteld.Voorzitter. Volgens mij heeft elk van de Kamerleden mij de volgendevragen gesteld. Wat doet u op dit moment voor de mensen die op eenwachtlijst staan? Hoe zorgt u ervoor dat zij zo snel mogelijk geholpenkunnen worden? Hoe zorgt u ervoor dat ze de zorg krijgen die aansluit ophun hulpvraag en dat die specialistische ggz er is? Daarvoor zetten we eenaantal stappen. Misschien moet ik het zo zeggen: we werken langs eenaantal lijnen. De eerste is: het versterken van de mentale veerkracht en dementale weerbaarheid. Dat doen we via de agenda Mentale gezondheid.Daar zijn nog wat vragen over gesteld, bijvoorbeeld over de vrouwenge-zondheid en de wachttijdondersteuning. Daar zal ik straks verder opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78622 ingaan, maar dit is alvast een van de lijnen waar we aan werken. Daar zijnnamelijk echt knelpunten in benoemd vanuit doelgroepen, vanuit mensendie zorg of ondersteuning nodig hebben. Zij hebben aangegeven: hier zienwij nu een knelpunt in de dagelijkse praktijk en u kunt ons echt helpen alshier gericht op wordt ingezet. Als tweede gaan we onverminderd doormet het uitvoeren van de afspraken uit zowel het IZA als het AZWA. Datgaat erover dat die mentale gezondheidsnetwerken stevig een plek krijgenen dat van daaruit het verkennend gesprek gevoerd wordt. Dat moeteraan bijdragen dat mensen die in het sociaal domein geholpen kunnenworden, ook daar geholpen worden en niet te snel of automatischdoorstromen naar de curatieve ggz. Zo worden daar de plekkenbeschikbaar gehouden voor de mensen die dat keihard nodig hebben. Wekijken naar het vergroten van het aandeel dat groepsbehandelingenkunnen bijdragen, ook om de lichte zorgvraag op die manier vorm tegeven en daarmee ruimte te creëren voor de complexe zorgvraag.Dan ga ik naar de proactieve zorgbemiddeling en het schrappen vanexclusiecriteria, waar afspraken over gemaakt zijn. Mevrouw Synhaevevroeg: hoe gaat de Minister daarop sturen? Dat zijn bestuurlijk gemaakteafspraken. We hebben afgesproken dat die exclusiecriteria eruit zijn in decontractering voor het volgende jaar, dus in de afspraken die nu gemaaktworden. We zullen dat straks moeten gaan zien in de contracten. Als danblijkt dat het toch niet gebeurd is, dan is dat een reden om aan die tafel tevragen wat daar gebeurt en waarom dat niet gebeurd is. Voor dieproactieve zorgbemiddeling geldt eigenlijk hetzelfde. Daar wordt op ditmoment invulling aan gegeven. Volgens de laatste informatie die ik heb,gaat er in de loop van april ook echt proactief gebeld worden. Het systeemdaarvoor is nu ingericht, maar dat gaat ook echt actief gebeuren. Datzullen we ook heel scherp in de gaten houden. Ik denk namelijk dat dit eenhele belangrijke vorm is voor mensen die op de wachtlijst staan, maarmisschien wel op een andere plek geholpen kunnen worden. Dat kan nietverder weg zijn, maar een goed gesprek tussen de verzekeraar en de cliëntkan natuurlijk een oplossing bieden.Voorzitter. Een derde lijn waarlangs we werken, is dat er een routekaartvoor passende zorg komt. Ik wil oppassen met een agenda op eenprogramma op een routekaart te stapelen, maar deze is heel belangrijk inhet licht van een vraag die mevrouw Dobbe mij ook al bij de begrotings-behandeling stelde: hoe zit het nu met die omzetplafonds en de aange-nomen motie om daarmee te stoppen? Dat loopt nu. Hoe zouden we datkunnen doen? Stel dat je daarmee stopt, bijvoorbeeld voor de complexe,cruciale ggz-zorgvormen, wat zou je daar dan voor in de plaats moetenstellen aan instrumenten voor zorgverzekeraars om wel goed op dat vraagen aanbod te kunnen blijven sturen? Er zijn ook vragen gesteld over deverkenning naar de invoering van de budgetbekostiging van de highintensive care en de intensive home treatment. Daar zal ik straks speci-fieker op ingaan, maar daar gaan we mee door, zeg ik alvast tegen deKamerleden die mij vroegen of ik hier wel mee doorga, aangezien deverkenning die net naar buiten is gekomen, een beetje op een soort uitstellijkt af te koersen.Dit zijn dus de lijnen waarlangs ik werk en het gesprek voer aan deIZA/AZWA-tafel. De afspraken zijn gemaakt, maar het moet echt totveranderingen in de praktijk gaan leiden.Dan stip ik alvast even het ibo Ggz aan, dat eind vorig jaar verschenen is.Dat geeft handvaten om ook echt naar de toekomst te kijken. Waar moet jemogelijk in het stelsel fundamenteler dingen anders doen of andersorganiseren? We werken nu aan die reactie. Mevrouw Ten Hove vroegwaarom dat zo lang moet duren. Dat duurt even omdat ik hier echt eenzorgvuldige reactie op wil geven, ook in afstemming en in samenwerkingmet de meest betrokken partijen. Ik wil hier ook heel erg de balansbewaken. Die reactie op het ibo, waar wat meer de langeretermijnvraag-stukken in geadresseerd worden, mag er niet toe leiden dat we laten zittenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78623 wat we in het hier en nu kunnen doen voor mensen die op de wachtlijststaan. Het mag er niet toe leiden dat problemen binnen het huidige stelselworden uitgesteld of niet worden aangepakt in afwachting van vervolg-stappen op dat ibo. Het is en-en: in het hier en nu eraan werken ommensen die op de wachtlijst staan zo snel mogelijk passende zorg tebieden én kijken wat er op de lange termijn nodig is om te voorkomen datwe opnieuw met lange wachtlijsten te maken krijgen.Voorzitter. Dit gezegd hebbende, zou ik tegen mevrouw Bikker willenzeggen: hier schuilt in hoe ik, zoals zij het formuleerde, herinnerd wilworden aan het einde van mijn ministerschap. Het is wel raar om daar nazes weken over te spreken, maar laat ik het zo zeggen: dit is hoe ik mijnministerschap wil invullen op dit specifieke thema. We praten al zo langover die wachtlijsten. We kennen allemaal zoveel van die heftigepersoonlijke verhalen. Zonder de verwachting te wekken dat die allemaalhelemaal weggaan en er nooit meer zullen zijn, voel ik mij in elk gevalenorm gemotiveerd om hier werk van te maken.Ik noemde al iets over de petitie van MIND. Ik hoop dat ik met mijn reactiedaarop tegemoet ben gekomen aan de vraag van mevrouw Dobbe in datkader. Als dat niet zo is, hoor ik dat vast van haar. De vragen over het iboheb ik ook beantwoord. Dan waren dit mijn inleidende opmerkingen en aleen aantal antwoorden op terecht gestelde vragen.Mevrouw Tijmstra (CDA):Misschien komt het nog terug in een blokje als dit de inleiding was, maaru sprak over de agenda Mentale gezondheid, waarin met name een aantalpreventieve stappen besproken staan, maar daar staan volgens mij vooralstappen in die over het individu of de omgeving gaan. Met name die Raadvoor Volksgezondheid & Samenleving zoomt uit naar de mentalevolksgezondheid. Daar gaat mijn vraag over: krijgt die cultuurverandering,waarbij je echt veel breder naar dit vraagstuk moet kijken en naar wat erin de samenleving gebeurt, op een andere manier of bij een vervolg ookeen plek? Hoe kijkt de Minister daarnaar?Minister Hermans:Dat betrekken we ook bij het ibo. De heer Van Dijk haalde ook de Raadvoor Volksgezondheid & Samenleving aan. In beide onderzoeken wordtdat juist op deze manier geconcludeerd. Je moet dat in een brederecontext bezien, dus waar het probleem vandaan komt en hoe je zoekt naarde oplossing. We zullen dat dus ook betrekken in de reactie op het ibo. Datneemt niet weg dat daar waar ik dat al in de komende maanden een plekkan geven ik natuurlijk niet ga wachten op die reactie op het ibo. Daarzullen we in ieder geval op dit punt op ingaan.De voorzitter:Voordat ik u het woord geef, mevrouw Tijmstra, wil ik aangeven dat u vierinterrupties heeft, wat vanzelfsprekend is in deze commissie. Afhankelijkvan de tijd kan er altijd een vijfde komen. Mevrouw Tijmstra, uw tweedeinterruptie.Mevrouw Tijmstra (CDA):Ik heb nog een vraag over een ander punt. U sprak terecht over het IZA enhet AZWA. Daar staan mooie afspraken in die samen met het veldgemaakt zijn. Mijn vraag gaat over het tempo van de uitvoering. Loopt ditvolgens planning? Ik denk namelijk dat we er heel veel belang bij hebbenals we al die afspraken snel implementeren. Ik hoop dat de Minister daarnu wat over kan zeggen.Minister Hermans:Er zijn een heel aantal afspraken gemaakt specifiek voor de ggz. Zijhebben een deadline in het eerste kwartaal van dit jaar. Dat looptTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78624 ongeveer nog een week. Eind volgende week zullen we daar dus zicht ophebben, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik nu al weet dat nietalles in het eerste kwartaal gehaald zal worden. Dat komt ook omdat hetAZWA uiteindelijk wat later formeel is afgesloten; de handtekening is watlater gezet dan de afspraken gemaakt zijn. Maar ik vind wel dat er geentijd te verliezen is. Dat geldt voor heel veel afspraken, dus niet alleen voorde ggz, maar zeker ook voor de afspraken die hier worden gemaakt. Ikprobeer nu in kaart te brengen wat je wel kunt halen als je volgende weekQ1 niet haalt. Wat is dan een reële korte termijn waarop het wel zoukunnen?Mevrouw Tijmstra (CDA):Mag ik nog een korte vervolgvraag stellen?De voorzitter:Dat mag zeker.Mevrouw Tijmstra (CDA):Is het mogelijk om daar de Kamer over te informeren?Minister Hermans:Jazeker, dat kunnen we doen.De voorzitter:Kunt u daar iets meer over zeggen?Minister Hermans:Er komt ook een commissiedebat over de IZA- en AZWA-afspraken. Ik zalzorgen dat wij voor die tijd een update of een voortgangsbrief sturen endan ook hierop ingaan. Dan doe ik het breder. Het gaat dan om allegemaakte afspraken.De voorzitter:U geeft voor het commissiedebat over de IZA en AZWA een update. Datstaat genoteerd. Gaat u door.Minister Hermans:Dan kom ik bij de curatieve ggz. Ik begin met de wachttijden. Ik heb al heteen en ander gezegd over de maatregelen die we nemen, juist ommensen met die complexe problematiek sneller te kunnen helpen. Ik beningegaan op de exclusiecriteria en het vergroten van de behandelcapa-citeit, dus dat zal ik niet herhalen.Mevrouw Wiersma vroeg in het bijzonder wat we specifiek voor de jeugddoen. Zij vroeg hoe we voorkomen dat er nog een generatie opgroeit dieop de wachtlijst staat. De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg zietecht op het aanpakken van knelpunten bij de contractering van specialis-tische jeugdzorg. In de jeugd-ggz geldt dat gemeenten in hun regiovisiemoeten aangeven hoe ze werken aan de aanpak van wachttijden en hoeze met elkaar maximaal aanvaardbare wachttijden formuleren. Dat heeftals doel dat die wachttijd wordt teruggedrongen. Om het helemaalvolledig te maken: dit specifieke onderwerp ligt bij mijn collega, deMinister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. Maar volgens mij is hetwel goed om daar een paar dingen over te zeggen naar aanleiding van devragen van mevrouw Wiersma.Voorzitter. Mevrouw Synhaeve vroeg mij naar die proactieve zorgbemid-deling. Ik heb al gezegd dat er echt gebeld gaat worden in de loop vanapril. Mevrouw Synhaeve zegt: die verantwoordelijkheid ligt nu wel heelerg bij de patiënt. Die moet überhaupt weten dat dit kan. Kunnen we daarnog wat meer bij helpen? Daar ziet natuurlijk deze hele aanpak op. VanuitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78625 privacyoogpunt doen we dat wel na toestemming van de patiënt. Dat blijftzo staan als afspraak, maar patiënten worden er wel actief op gewezen.Mevrouw Synhaeve (D66):Als ik het goed heb begrepen, is juist vanuit het IZA/AZWA de afspraakgemaakt dat zorgverzekeraars proactief gaan bellen als iemand langer opdie wachtlijst staat. Ik snap dat dat moet passen binnen de privacywet- enregelgeving, maar volgens mij is dat precies wat we gaan doen vanafapril.Minister Hermans:Ja, maar daarover wordt wel gewisseld tussen de zorgaanbieder en depatiënt. Als je het dan echt niet wilt, dan kun je natuurlijk aangeven dat jedat niet wilt. Zo was mijn opmerking bedoeld.Voorzitter. Mevrouw Wiersma vroeg mij: zou je niet een harde wacht-tijdnorm kunnen instellen die niet vrijblijvend is? Die wachttijden oftreeknormen zijn veldnormen die door het veld zijn gemaakt. Die wordenop dit moment herzien, want ze zijn al lange tijd geleden vastgesteld. Dieworden dus herzien of geactualiseerd. Dan zijn het nog steeds geenwettelijke normen. Ze stammen uit 1999. Het is inmiddels 2026. Dan zijnze dus hopelijk actueler, meer aansluitend op deze tijd. Dat geldt dan voorde hele context van de afspraken die we gemaakt hebben met het AZWA.Het is natuurlijk ook de ambitie van de ggz zelf, want het is niemandsambitie om iemand langer dan nodig is op de wachtlijst te laten staan. Ergaat dan ook vanuit die herziene wachttijdnormen onderling op gestuurdworden om daaraan te voldoen. Maar het is dus niet zo dat die herzienenormen dan ook wettelijke normen zijn. Zo werkt het systeem van dieveldnormen niet.Mevrouw Wiersma (BBB):Het zal u niet verrassen dat ik niet helemaal tevreden ben met ditantwoord. Ik heb toevallig met deze Minister ooit een hele discussiegevoerd over streefdoelen en einddoelen. Er zijn volgens dat ibo-rapportook alternatieven, zodat niet per se direct een behandeling hoeft teworden ingezet, maar daar komt de Minister nog op terug. Ik zou dat ookaf willen wachten, om te kijken welke suggesties zij vanuit dat ibooverneemt. Het gaat bijvoorbeeld om groepsbehandelingen die eenpositief effect kunnen hebben. Maar er zijn ook een aantal andere zaken,bijvoorbeeld dat behandelaars op dit moment de behandeling nietstopzetten omdat ze door die wachtlijsten bang zijn dat iemand weer indat systeem terechtkomt bij een terugval. Overigens kun je tijdens diewachtlijst al iets inzetten met vrijwilligers of ervaringsdeskundigen, zodater in de tussentijd in ieder geval een luisterend oor is. Ik denk dat het nietvrijblijvend opnemen van een tussennorm... Zou de Minister in iedergeval bij de reflectie op het ibo mee willen nemen of dit een effectievemaatregel kan zijn?Minister Hermans:Die normen zijn er natuurlijk om duidelijkheid of iets van zekerheid tebieden aan patiënten over hoelang je maximaal zou moeten mogenwachten. Ik realiseer me dat die normen nu voor een hele grote groeppatiënten worden overschreden, vooral de norm die voor de start van debehandeling geldt. Mevrouw Wiersma noemt heel terecht een aantalmaatregelen die je kan nemen, en die ook al genomen worden, om daar inde tussentijd iets aan te doen, bijvoorbeeld een groepsbehandeling, zekervoor de lichtere zorgvraag. Ik heb nog een brief toegezegd aan mevrouwTen Hove waarin nader wordt gespecificeerd over wat voor typezorgvraag je het dan hebt. Ook is er de wachtlijstondersteuning. Dan hebje wel een luisterend oor in de tijd dat je werkt in de hoop dat klachtenniet verergeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78626 Ik zal in de reactie op het ibo natuurlijk ingaan op de verschillende optiesdie in het ibo genoemd worden. Ik heb nu zelf even niet scherp of daarook de verplichte of afdwingbare norm in staat. Als dat zo is: vanzelf-sprekend. Als dat niet zo is, denk ik dat we er wel iets over kunnen zeggen,maar dan denk ik ook dat we dat wat breder trekken: wat is nou dewerking van die normen en hoe komen ze tot stand, ook in het licht van deherziening of de actualisatie die nu plaatsvindt?Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik was even aan het wachten, want de Minister heeft natuurlijk verschil-lende blokjes. Ik heb een vraag over wachttijdondersteuning, maar ikhoorde het de Minister al hebben over de norm. Ik had gevraagd of hetniet een soort verpakking wordt, want dat krijg je dan wel snel. Je ziet nual dat mensen heel lang wachten. Je wordt niet gezien en gehoord, en danword je wel gezien en gehoord, maar kom je nog steeds nergens. En ikhad natuurlijk ook een vraag over die passende zorg. Er zijn de afgelopenweken echt heel veel mensen bij mij op de lijn gekomen. Ik ga éénvoorbeeld noemen. Ik heb met een moeder gesproken. Haar dochter van16 jaar heeft echt acute hulp nodig en die is dan maar even ergensgeplaatst, zodat ze ergens zit, maar ze hoort daar helemaal niet te zijn. Diemoeder schreeuwt om hulp, zo van: oké, ze is nu ergens, maar daar hoortze eigenlijk niet. Dus dan word je gezien en gehoord, je wordt dan tochmaar ergens neergezet, maar eigenlijk zit je niet waar je hoort. Het gaataan twee kanten fout, denk ik. Aan de ene kant krijgt zo’n meisje niet decomplexe hulp die ze nodig heeft en aan de andere kant blijven demensen met die lichtere hulp ook wachten. Dan hebben we dadelijk eenander iets: wachttijdondersteuning. Nou, je wordt gezien en gehoord, endaar gaan we dan alles onder scharen. Ik ben er een beetje bang voor datwe een nog grotere groep mensen gaan krijgen die gaan zitten wachtenop iets wat er nog steeds niet komt. Daarom vroeg ik aan de Minister: isdaar een norm voor, hoe kijkt de Minister ernaar en hoe gaan we datvoorkomen?Minister Hermans:Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het helemaal met mevrouw VanMeetelen eens ben dat wachttijdondersteuning niet in de plaats komt, ofniet een «verpakking» is, zoals mevrouw Van Meetelen zegt, voor de zorgof de ondersteuning waar je op zit te wachten. Het is bedoeld om de tijddie je wacht op een zo goed mogelijke manier door te komen, met eenluisterend oor of met een verwijzing naar iets waar je mogelijk eventijdelijk terechtkunt. Ik noem maar iets: een inloopvoorziening. Hetverschilt natuurlijk per persoon wat dan passend is. Daar is ook niet éénoplossing of één vorm van wachttijdondersteuning voor.Dan de passende plaatsing; dat is natuurlijk het doel. Wij willen met z’nallen dat je op de plek terechtkomt waar je de zorg en de ondersteuningkrijgt die hoort bij jouw zorgvraag. Als dat niet gebeurt, als dat nietpassend is, zullen er manieren moeten worden gevonden om diepassende plek wel te vinden. Dit is nog iets anders dan de vraag of de plekwaar je terechtkomt ook kwalitatief goed is: wordt daar kwalitatief degoede zorg verleend? Daar ziet de IGJ natuurlijk op toe. Ideaal zou hetsysteem natuurlijk zo moeten werken dat je met je zorgvraag op de goedeplek terechtkomt. Een reden waarom we de exclusiecriteria willenafschaffen, heeft ook hiermee te maken: niet alleen dat je weer onderaande wachtlijst komt als je eindelijk aan de beurt bent, maar ook dat naariedereen heel persoonlijk wordt gekeken: wat heb jij nodig en waarkunnen we jou de beste zorg en ondersteuning bieden?De voorzitter:Wilt u nog een vraag stellen? Ja, dat mag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78627 Mevrouw Van Meetelen (PVV):Toch nog heel even. Ik heb met die moeder gesproken, en niet alleen methaar maar met verschillende mensen. Haar geval heeft me echt aange-grepen. Ze zegt: ik heb echt een schreeuw om hulp, want mijn dochter zitniet waar ze moet zitten. Vervolgens wil ze, waar ze zit, een herbeoor-deling. Die raden haar dat af omdat ze bang zijn dat ze dan weer nergensterechtkomt en weer in de wachtketen terechtkomt; laat ik het zo maarzeggen. Ik maak me zorgen om dit soort gevallen. Ik ben bang dat wedadelijk met z’n allen zeggen: we hebben iemand verloren. Dat moet echtniet zover komen. Ik probeer even die schreeuw om hulp van die moederte vertalen naar hier. Wat kunnen we nou in dit soort gevallen concreetdoen? Wat kan de Minister hieraan doen?Minister Hermans:Ik moet even oppassen, want ik ken deze casus, dit individuele geval, niet.Ik begrijp wel heel goed de onderliggende, of bovenliggende, oproep. Diezit natuurlijk in de inbreng van u allemaal, en heel terecht. Of iemandwacht eindeloos en heeft vandaar een schreeuw om hulp, of je zit eindelijkergens en het is niet de plek waar je moet zitten. Voor iedereen is devraag: hoe krijg je zo snel mogelijk, op het juiste moment, op de juisteplek, de zorg die je nodig hebt? Als mevrouw Van Meetelen nog verderover dit specifieke geval wil spreken, moeten we dat even buiten hetdebat om doen. Dan wil ik daarnaar kijken. Maar in het algemeen geldtvoor mij: hoe zorgen we dat je zo snel mogelijk op de goede plekterechtkomt en, als je niet op de goede plek zit, dat je vervolgens zo snelmogelijk wordt begeleid naar wat wel de juiste plek is. In hoe het nugeorganiseerd is, zien we dat dat te vaak misgaat of te lang duurt.De voorzitter:Vervolgt u uw beantwoording. Nee, mevrouw Synhaeve had ook nog eenvraag.Mevrouw Synhaeve (D66):Ik weet niet of dit al het einde van het blokje is? Nee? Dan wacht ik nogeven.De voorzitter:Dat lijkt me goed; dat doen we straks. Gaat u door.Minister Hermans:Voorzitter. Dan vroeg mevrouw Ten Hove mij nog naar de asielzoekers metggz-problemen en welk effect dit heeft op de wachtlijsten. Hier geldt datmensen die zorg nodig hebben die moeten krijgen. Dat heb ik nu eenaantal keren gezegd en dat geldt voor iedereen, dus ook voor asielzoekersof mensen uit Oekraïne. Die noemde mevrouw Ten Hove ook.Afgelopen vrijdag, 20 maart, hebben de Minister van AenM en deStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid de Kamer geïnformeerd over deopname van de COA-doelgroep in Veldzicht, zodat hier meer tbs-plekkenzijn. Daarin is ook aangegeven hoe de eerdere, tijdelijke afbouw van hunaantal bedden structureel wordt voor die doelgroep. De brief is gestuurddoor collega’s van mij uit het kabinet. Misschien dat ik mevrouw Ten Hovedaarnaar mag verwijzen.Dan tot slot nog over de wachtlijsten. Mevrouw Westerveld zei dat deplannen van het kabinet eigenlijk haaks staan op de ambitie om dewachtlijsten terug te dringen. De vraag was wat de Minister daaraan gaatdoen. Ik heb volgens mij een aantal dingen gezegd die ik ga doen, watmijn inzet is om die wachtlijsten terug te dringen. Maar ik zie niet dat dieplannen daarmee tegenstrijdig zouden zijn. Het verbeteren van detoegankelijkheid is het speerpunt, de inzet. De afspraken die we daaroverin het AZWA hebben gemaakt, zetten we door. Sterker nog, het kabinetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78628 zegt ook dat het dit op een aantal punten wettelijk wil verankeren, dienorm ook wettelijk wil vastleggen. Dus dat is juist bedoeld om diewachtlijsten terug te dringen.Voorzitter. Dan kom ik bij de vragen over de cruciale en complexe ggz.Mevrouw Dobbe (SP):Mevrouw Westerveld is hier niet, en die stelde die vraag. Ze steldenatuurlijk niet de vraag over de plannen over de zorg, hoewel daar ookwel wat op af te dingen is met de miljarden bezuinigingen van dit kabinet.Zij stelde de vraag natuurlijk ook vanwege de afbraak en de bezuinigingenop de sociale zekerheid. Doorrekeningen van de plannen van dit kabinetlaten zien dat de ongelijkheid zal groeien. Dat gaat ook stress bij mensenopleveren. Het gaat ook druk, mentale druk, op mensen geven. Dat was deachtergrond van de vraag van mevrouw Westerveld, denk ik. Daar ga ikvan uit. Op die toenemende groei wilde zij, in ieder geval ik wel, eenreflectie.Minister Hermans:Ik wil ervoor oppassen om in dit geval, als mevrouw Westerveld nietaanwezig is, te gaan interpreteren. Maar nu stelt mevrouw Dobbe mij dezevraag. Wij hebben in de begrotingsbehandeling volgens mij vrij uitgebreidmet elkaar gedebatteerd over wat die stapeling van maatregelen nou doetin je portemonnee en, terecht ook in het kader van dit debat, wat die noudoet voor stress of mentale gezondheid, mentale weerbaarheid. Ik zei al inde richting van mevrouw Tijmstra dat in het ibo en ook in het advies vande Raad voor de Volksgezondheid wordt geschetst dat mentaleproblemen, eigenlijk alles waar je hier mee te maken hebt, in het levenvoor kunnen komen. Natuurlijk hebben we daar oog en aandacht voor.Hoe maken we, ver voordat je met ggz-zorg te maken hebt, in diepreventieve sfeer of anders in het sociale domein, mensen ookweerbaarder om met uitdagingen die je onherroepelijk tegenkomt in hetleven om te kunnen gaan?De voorzitter:Gaat u door, Minister.Minister Hermans:Voorzitter. Dan vroegen de heer Van Dijk en mevrouw Westerveld mij hoewe er nou voor zorgen dat er voldoende cruciale ggz beschikbaar is. Wehebben over die cruciale ggz bestuurlijke afspraken gemaakt in het IZA enook in het AZWA, bijvoorbeeld dat er voor het inkoopjaar 2026–2027 geencruciaal ggz-aanbod verdwijnt om financiële redenen en dat we datonderzoek doen naar de budgetbekostiging voor de high intensive care ende intensive home treatment.Misschien is het goed om gelijk even over te gaan naar die HIC en IHT, alsik de afkortingen mag gebruiken. Mevrouw Westerveld, maar ookmevrouw Ten Hove en mevrouw Tijmstra vroegen mij wat er nou preciesin de Kamerbrief staat en hoe ik nu verderga met dit traject. De NZa heeftde eerste verkenning afgerond en heeft inderdaad nog geen definitiefadvies gegeven. Zij zeggen dat de reden daarvoor is dat een duidelijkeafbakening, «een normenkader», zoals de NZa het noemt, voor die HIC enIHT ontbreekt. Dat hebben we nodig om heel duidelijk te kunnen stellenwat het nu wel en wat het niet is. Ik vind wel dat in de verkenning van deNZa meer dan voldoende aanknopingspunten zitten om hiermee door tegaan. Dus blijft ook mijn ambitie en streven om daar voor januari 2028 dieduidelijkheid over te hebben. Dat vraagt wel iets van iedereen die hierbijbetrokken is, dus ook partijen in de sector, om zo snel mogelijk tot diedefinitie en dat normenkader te komen. Ik weet ook dat daar hard aangewerkt wordt. Mijn oproep kan alleen maar zijn: laten we daar als deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78629 wiedeweerga mee doorgaan en tot dat kader komen. Dat helpt voor dievervolgstap die we moeten zetten.Mevrouw Tijmstra, volgens mij, vroeg mij wanneer ik daar weer nadereinformatie over heb. Ik kan haar toezeggen dat ik de Kamer nog voor dezomer van 2026 zal informeren over de voortgang.Voorzitter. Over de exclusiecriteria en over de volgende vraag op mijnblaadje hebben we het gehad. Dan kom ik op de budgetplafonds of deomzetplafonds. Ik heb daar al wat over gezegd in mijn inleiding in derichting van mevrouw Dobbe. Maar ik zie hier ook nog de vraag: welkpositief effect hebben ze nou gebracht? Die vraag stelde mevrouw Dobbemij specifiek. De gerichte inzet van die omzetplafonds kan ertoe bijdragendat we de schaarse capaciteit in de ggz op een doelmatige manier inzettenen verdelen, bijvoorbeeld om de lichtere zorg te begrenzen, waardoor jecapaciteit overhoudt voor zwaardere zorg. We zien nu dat die vraag naarzorg structureel groter is dan het aanbod. Dat ligt natuurlijk ten grondslagaan het probleem met de wachtlijsten. Volgens mij zei ik in de begrotings-behandeling tegen mevrouw Dobbe dat die omzetplafonds, hoe we ze nugebruiken, wel een vrij bot instrument zijn. Je wil natuurlijk dat het helpt,dat het bijdraagt. Daarom is die Routekaart Passende zorg er waar ik inmijn inleiding naar verwees. Daarin komen we terug op hoe we nuomgaan met die aangenomen motie. Wat kun je, als je bijvoorbeeld bijcomplexe zorgvragen iets niet meer doet met die omzetplafonds, daar danvoor in de plaats zetten, zodat zorgverzekeraars wel een instrumenthouden om op dat aanbod te kunnen sturen?Dan is er nog een vraag in dit blokje van de heer Van Dijk over zijn motieover het onderzoek naar de effectiviteit van systeemtherapie. Zoals deheer Van Dijk ongetwijfeld weet, kent systeemtherapie een grote variëteitin behandeling en ondersteuning. Dat maakt het lastig om de effectiviteitte onderzoeken. Voor de uitvoering van de motie zijn we op dit moment ingesprek met professionals, maar ook kennisinstituten die gaan over deondersteuning van jeugd en gezin. Dat kost even tijd, maar in de regulierevoortgangsbrieven zal ik u ook over de voortgang van de uitvoering vandeze motie informeren. Maar we hebben die dus ter hand genomen.Dan vroeg mevrouw Westerveld mij nog of ik de ramingen van hetCapaciteitsorgaan ga opvolgen. De ramingen van het Capaciteitsorgaanzijn onafhankelijk. Ik denk ook dat dat heel belangrijk is. Ze zijn belangrijken ook leidend voor besluiten over het aantal centraal gefinancierdeopleidingsplekken dat beschikbaar komt. Maar dat wil niet zeggen datVWS ze altijd een-op-een overneemt. De besluitvorming over door VWScentraal gefinancierde plekken voor 2027 zal later dit jaar plaatsvinden ineen reactie op het capaciteitsplan. Daarover zal ik de Kamer in het tweedekwartaal informeren.Voorzitter. Dan nog wat vragen over het ibo, al heb ik ook daar al wat overgezegd. Mevrouw Tijmstra vroeg mij nog of ik de uitkomsten van het ibomee wil geven aan de nog in te stellen staatscommissie, zodat zij die alsrichtinggevend kader kan gebruiken; ik zei daar al iets over. Ik vind niet datwij moeten wachten op de staatscommissie om de noodzakelijkehervormingen in de ggz door te voeren. Tegelijkertijd kan ik me welvoorstellen dat alle rapporten die er liggen, waaronder dus ook het ibo,belangrijke input zijn voor de staatscommissie. Dus ja, ik kan dat natuurlijkonder de aandacht brengen, zo zij daar al niet zelf naar zullen kijken. Maarik herhaal dat ik niet vind dat alles op alles moet wachten. De staatscom-missie zal natuurlijk onafhankelijk advies geven, dus ik kan ook nietzeggen: u moet hier iets mee doen.Specifiek over de staatscommissie: we moeten nog de inhoudelijkeinvulling vaststellen. Dat zal hopelijk zo spoedig mogelijk gebeuren, zodatook snel daarna de samenstelling van de commissie kan wordenvastgesteld en de commissie daadwerkelijk aan het werk kan.Voorzitter. Dan is er nog een vraag van de heer Van Dijk, realiseer ik menu, over de gezinsgerichte aanpak; dat is weer iets anders dan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78630 systeemtherapie waar ik het net over had. Ook die motie wordt inderdaadopgepakt. Het is een belangrijke basis voor de integrale benadering vande problematiek van de jeugd. Samen met de sector wordt er werkgemaakt van hoe je dat nou vormgeeft in de praktijk. In het ibo wordt daarook nog op ingegaan. Ik denk dus dat mijn reactie op het ibo ook eengoede plek is om, ook in relatie tot de motie van de heer Van Dijk, daaropterug te komen. Dat wil niet zeggen dat er in de tussentijd niet al overnagedacht en gesproken wordt.Voorzitter. Dit was het blokje curatieve ggz.De voorzitter:Ik wil vaststellen dat dit het einde is van het blok curatieve ggz, inclusiefwachtlijsten. Dan gaan we door naar het blokje suïcidepreventie. Voor ikdat doe kijk ik even rond. Mevrouw Synhaeve had al aangekondigd tewillen interrumperen. Daarna kom ik bij mevrouw Dobbe.Mevrouw Synhaeve (D66):Ik wil nog even terug naar die wachtlijsten. Volgens mij delen we allemaaldat die wachtlijsten te lang zijn, zeker voor al die mensen die de zorg hethardst nodig hebben. Een onderdeel waar we nog niet over gesprokenhebben in het debat, gaat over dat verkennend gesprek. Als een huisartsdoorverwijst naar ggz-zorg moeten we daar de stap tussen zetten om meteen lokaal team en de ggz-aanbieders te kijken of ggz nu echt is wat hetbeste helpt. We weten uit de eerste pilots dat voor een groot deel,ongeveer een derde van de mensen, geldt dat zij eigenlijk veel betergeholpen worden buiten de ggz. Ik hoorde net een toezegging om voorhet debat over IZA en AZWA op een aantal onderdelen terug te komen.Zou het mogelijk zijn om dan ook op dit onderdeel terug te komen?Minister Hermans:Ja, dat kan ik toezeggen.Mevrouw Dobbe (SP):Het is crisis in de ggz. We hebben het inderdaad gehad over de wacht-lijsten. Veel van ons hebben daar een inbreng over geleverd. Als ik danhoor wat deze Minister zegt over de aanpak, de drie lijnen, dan hoor ik: wegaan de mentale weerbaarheid versterken. Dan is er eigenlijk geenreflectie op het afbreken van die mentale weerbaarheid door de plannenvan dit kabinet om bijvoorbeeld de sociale zekerheid af te breken en deongelijkheid in de samenleving te vergroten. Dan hoor ik «een proactievezorgbemiddeling» en dan hoor ik over de routekaart op de agenda van hetprogramma. Ik denk niet dat dit genoeg zal zijn om deze crisis in de ggz opte lossen. Waar in deze oplossingen en de lijnen die deze Minister aflooptom deze crisis op te lossen is bijvoorbeeld het aanpakken van de markt?Daarvan zeggen zo veel mensen: dit zit de ggz in de weg; die markt moetuit de ggz. Waar zit dat dan? In welke lijn moet ik dat dan ontdekken?Waar zit het tegengaan van die bezuinigingen, die de wachtlijsten nietkorter, maar alleen maar langer zullen maken? We hebben het ook gehadover die bezuinigingen, ook op de langdurige ggz, waarvoor er geengrondslag ligt, die niet goed zijn onderbouwd. Die gaan de wachtlijstenalleen maar langer maken. Dat ontbreekt dus nog wel in de analyse vande Minister. Ik zou daar graag nog wel een antwoord op willen.Minister Hermans:Ik denk dat we hiermee op moeten passen. Nou, laat ik het zo zeggen: ikheb mezelf voorgenomen om op te passen met hoe we over deproblemen praten en welke labels we daarop plakken. Dat de problemengroot zijn en om een urgente aanpak vragen, is duidelijk. Daar is iedereenvan doordrongen: iedereen hier in de Kamer – dat bewijst dit debat – maarook mijn collega’s op het ministerie, de partijen in de ggz-sector zelf enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78631 ook de vertegenwoordigers namens de ggz aan tafel bij het AZWA. Er isecht een heel aantal afspraken gemaakt, al in het IZA en aanvullend in hetAZWA, en in de tussentijd werken we natuurlijk door. Het is niet zo dat weop geen enkele manier naar het stelsel kijken, naar de prikkels in hetstelsel. Integendeel, ik heb net duidelijk aangegeven dat ik het belangrijkvind dat de aanpak voor de budgetbekostiging van de HIC- en deIHT-behandelingen doorgaat. Ik vind het ook belangrijk dat we als dewiedeweerga nu met dat normenkader komen, omdat dat zo ongelofelijkbelangrijk is om die volgende stap te kunnen zetten. Ik denk dat dit eenbelangrijke route kan zijn naar de beschikbaarheid, in elk geval van dezevorm van zorg.We hebben straks een reactie op het ibo, waarin ik ook inga op de tweepunten die door mevrouw Dobbe bij de begrotingsbehandeling onder deaandacht zijn gebracht. We moeten blijven nadenken over meer funda-mentele hervormingen in de organisatie en de bekostiging, de finan-ciering van de ggz. Maar ik wil dus niet dat we in afwachting daarvan inde tussentijd stoppen met al die afspraken die we gemaakt hebben overde behandelcapaciteit, over het potentieel dat in groepsbehandelingen zit,over het schrappen van de exclusiecriteria en over de verkennendegesprekken. Dat loopt allemaal; daar wordt aan gewerkt. En ja, ik vind ookdat dat op dit moment nog onvoldoende resultaat laat zien, maar doenalsof er niets gebeurd is of dat dit kabinet daarvan wegkijkt, vind ik in elkgeval geen recht doen aan al die professionals in de ggz die keihard aanhet werk zijn.Mevrouw Dobbe (SP):Ik hoorde de Minister die tegenstelling net ook maken, namelijk dat we nuniet moeten stoppen met wat we doen, alsof dat dan echte oplossingen inde weg zou zitten waarvan wij vinden dat die veel te lang duren. Maarniemand zegt natuurlijk dat je moet stoppen met waar de Minister nu meebezig is. Dat heeft helemaal niemand gezegd. Maar wat ik wel heb gezegdis: maak nou haast met het aanpakken van de markt in de ggz, omdat zoveel organisaties, maar ook het ibo, zeggen dat je daar haast mee moetmaken. Dan krijgen wij pas in het derde kwartaal van dit jaar een reactieop het ibo en dan moeten we daar nog eens over gaan praten et cetera.Als het zo duidelijk is dat dat de ggz in de weg zit en de wachtlijst alleenmaar langer maakt, waarom doen we dat dan niet nu? Mijn tweede vraagwas: waarom, als het gaat om het aanpakken van die wachtlijsten, voertdeze Minister dan wel nu alvast bezuinigingen door die geen grondslaghebben en die de wachtlijst alleen maar langer zullen maken? Er zijnnamelijk organisaties en zorginstellingen die zeggen: dit gaat ons niethelpen, het heeft geen onderbouwing, het zit ons in de weg en zal dewachtlijsten langer maken. Het gaat om niet heel veel geld, maar wel omheel grote invloed. Die moeten dan gewoon van tafel volgens mij.Waarom hoor ik dat dan niet terug in alle lijnen die deze Minister uitzetom die wachtlijsten aan te pakken?Minister Hermans:Omdat hier een heleboel door elkaar loopt. Het begint sowieso met eenprincipieel verschil van mening over hoe mevrouw Dobbe en ik naar onszorgstelsel kijken. Als we problemen in de ggz gaan terugslaan tot een –laat ik het zo maar even noemen – enge of eenzijdige discussie overmarktwerking, vind ik dat we de problemen in de ggz geen recht doen.Dan verzanden we ook in een stelseldiscussie die ons afleidt vanproblemen die we binnen het huidige stelsel aan kunnen pakken en waarook afspraken over gemaakt zijn. Het komt er nu op aan dat die afsprakenook worden nagekomen en uitgevoerd.Dan heel kort over de bezuiniging. Mevrouw Dobbe wijst op de bezui-niging in de Wlz, het ggz-deel in de Wlz, denk ik. Volgens mij heeft mijncollega, de Minister van Langdurige Zorg, heel duidelijk gezegd dat zij nuTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78632 gaat kijken hoe we die bezuiniging die we hebben afgesproken in hetcoalitieakkoord, die ziet op een aantal sectoren in de Wlz, de Wetlangdurige zorg, gaan invullen. Daar is nog geen verdeling overafgesproken. Laten we dat dus alsjeblieft ook stap voor stap doen. Datbezuinigen niet leuk is en pijnlijke keuzes vraagt, realiseer ik me heelgoed. Maar soms is dat juist ook belangrijk om heel duidelijk en scherp tekrijgen wat nou de zorg is die we absoluut moeten kunnen bieden enwaarvan we de toegankelijkheid ook moeten kunnen blijven waarborgen,ook in een tijd waarin het personeelstekort ons voor grote vraagstukkenstelt.De voorzitter:Uw laatste interruptie, mevrouw Dobbe. Dat mag.Mevrouw Dobbe (SP):Tot slot. Bezuinigen is niet leuk en is heel pijnlijk. Dat zegt deze Ministernu even tussen neus en lippen door. Er wordt bezuinigd op de langdurigeggz, waar nu enorm lange wachtlijsten zijn, waarvan we weten datmensen in hele pijnlijke, schrijnende situaties zitten. Om dan niet alleenmaar te zeggen dat het pijnlijk en niet leuk is, maar het ook nog eens teschetsen als een soort van kans om dan eens te kijken welke zorg wel ofniet nodig is, vind ik echt ongepast. Dat is wat deze Minister hiermee nuzegt. Deze bezuinigingen zullen één effect hebben. Ze zijn niet gegrond ineen besparing. Als bijvoorbeeld de markt wordt aangepakt en er danwordt verwacht dat het minder geld gaat kosten, zouden we dat nogkunnen snappen. Maar deze bezuiniging heeft geen grondslag. Het enigeeffect dat deze bezuiniging dus zal hebben – dat gaat over ongeveer 13miljoen euro – is dat die wachtlijsten zullen groeien. Het zou mooi zijn alsde Minister in elk geval erkent dat die bezuiniging bestaat en dat het nieteen kans is, maar gewoon een enorm probleem.Minister Hermans:Mevrouw Dobbe geeft nu wel een heel vrije interpretatie van wat ik zojuistgezegd heb. Ik heb aangegeven hoe ik kijk naar het vraagstuk van demarktwerking in de curatieve ggz, want in de Wet langdurige zorg is datnatuurlijk niet aan de orde. Met zorgkantoren zitten we in een heel andersysteem dan de inkoop van de curatieve ggz die via de zorgverzekeraarsloopt. Mijn collega Mirjam Sterk komt met een uitwerking van hoe we diebezuiniging op de Wet langdurige zorg gaan vormgeven in de specifiekesectoren die daaronder vallen. Ik ben op dit moment bezig langs de lijnenvan de afspraken in het AZWA, aanvullend op wat ik daarover gezegd heb,om de wachtlijsten in de curatieve zorg terug te dringen.De voorzitter:Mevrouw Wendel, had u net een vraag? Nee? Dan heb ik het verkeerdonthouden. Mevrouw Coenradie.Mevrouw Coenradie (JA21):Ook ik had op dit onderdeel een paar vragen gesteld. Voordat de Ministerdoorgaat, ben ik toch wel benieuwd naar de antwoorden daarop, of ik hebze gemist. De drie vragen die ik heb gesteld, gaan over het afbouwen vande prikkels voor de lichte zorg in de ggz, zoals vermeld in het coalitieak-koord. Hoe verhouden die zich tot de groei van het aantal incidenten metmensen met verward gedrag? De tweede vraag is of de Minister niet bangis dat het afbouwen van prikkels voor de lichte zorg ertoe leidt dat mensenlater in beeld komen bij de ggz, waardoor problemen escaleren enincidenten met verward gedrag juist toenemen. Tot slot: hoe rijmt deMinister de combinatie van een stijgende vraag in de ggz-zorg met eenbezuiniging op ggz-wonen? Hoe voorkomt de Minister dat deze combi-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78633 natie zal leiden tot nog meer incidenten met verward gedrag? Ik zou daartoch heel graag een antwoord op willen hebben.Minister Hermans:Op de vraag over wonen kom ik zo nog terug. Die zit bij het blokje sociaaldomein.Dan over de prikkels met licht en complex. Bij mijn weten heb ik daar eenaantal dingen over gezegd. Maar als ik daarmee niet de vraag vanmevrouw Coenradie heb beantwoord, dan ga ik daar nu alsnog nader opin. Mevrouw Synhaeve noemde terecht het verkennend gesprek. Datgebruiken we om ervoor te zorgen dat mensen die niet per se de curatieveggz in hoeven, ook niet de curatieve zorg ingaan en dat zij hun zorg ofondersteuning krijgen via het sociaal domein. Als je in de ggz zit, willenwe dat er maximaal de ruimte is en plek is op het moment dat je die nodighebt voor de complexe vragen. Dat kan betekenen dat je de lichte vormenvan zorg bijvoorbeeld in groepsbehandeling of in een hybride vormvormgeeft. Dat is ook een van de afspraken die we gemaakt hebben in hetAZWA. Zo moet mevrouw Coenradie dus mijn punt over balans brengentussen de lichte en de zwaardere zorgvraag zien en zo houden we dus ookdie prikkels in de gaten.Op de woonvraag kom ik straks terug. Er was nog een derde vraag diemevrouw Coenradie mij stelde. Wil zij mij daar nog even aan helpenherinneren?Mevrouw Coenradie (JA21):Hoe rijmt de Minister de combinatie van een stijgende vraag in deggz-zorg met een bezuiniging op ggz-wonen? Dat is dan de vraag waar deMinister op terugkomt. Ik had ook gevraagd of de Minister niet bang is dathet afbouwen van prikkels voor de lichte zorg ertoe leidt dat mensen laterin beeld komen bij de ggz, waardoor problemen escaleren en incidentenmet verward gedrag juist toenemen.Minister Hermans:Het is niet de bedoeling dat mensen met een lichte zorgvraag die zorg nietkrijgen. Alleen kijken we of je die lichte zorgvraag bijvoorbeeld doorgroepsbehandelingen vorm kan geven, waardoor we capaciteit organi-seren voor de complexe zorgvraag waarin dat absoluut niet kan. Het isdus niet bedoeld om mensen uit die lichte zorgvraag te houden. Alleen,we hebben het verkennend gesprek. Als je daar niet naartoe hoeft en alshet binnen het sociaal domein kan, is dat hartstikke mooi en fijn. Maar hebje die curatieve ggz nodig, dan moet die plek er voor je zijn. Is het eenlichte zorgvraag, dan kijken we of dat via groepsbehandelingen kan, zodatwe die capaciteit voor de complexe zorg zo maximaal mogelijk vrijspelen,als ik het even zo mag formuleren.Mevrouw Coenradie (JA21):Dat geeft wel enigszins antwoord op de vraag. Nou heeft de TweedeKamer recent een motie aangenomen die eigenlijk voorziet in een pilot inRotterdam, waarbij mensen met verward gedrag eigenlijk direct van destraat gehaald kunnen worden en in ieder geval op een plek terechtkomenwaar zorg is, maar waar vooral een hele cruciale triage plaatsvindt. Daarwordt gekeken of iemand dan inderdaad richting de ggz moet of dat eriets anders nodig is. Ten gunste van de veiligheid van de samenleving enten gunste ook van de persoon zelf vindt de Tweede Kamer dat deze pilotin ieder geval doorgang zou moeten vinden. Begrijp ik dan ook goed vandeze Minister dat dit niet alleen een pilot is die we uit kunnen gaan rollen,maar dat we dit misschien wel met veel grotere stappen in het landzouden moeten doorvoeren om te voldoen aan wat de Minister hieraangeeft? Volgens mij staat er dan namelijk niet zoveel in de weg om heelgedifferentieerd met dit ggz-vraagstuk om te gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78634 Minister Hermans:De vraag waar mevrouw Coenradie naar verwijst en waarover we het ookin het begrotingsdebat hadden, waarna ook die motie is aangenomen,betreft een bijzondere groep binnen het hele ggz-vraagstuk. We hebbendaar over twee weken nog een apart debat over, met ook de collega’s vanBZK, VRO en ik dacht ook JenV. Binnen de crisis-ggz hebben we beoorde-lingslocaties waar mensen naartoe kunnen worden gebracht om te bezienof zij ggz-zorg nodig hebben. De specifieke tussenvoorziening waarnaarmevrouw Coenradie in haar bijdrage verwees, is er niet. We hebbeninderdaad wel de motie-Coenradie – het is toch uw motie, vraag ik via devoorzitter, en ik zie u knikken – en wij zijn in gesprek met de gemeenteRotterdam over hoe zij dit precies voor zich ziet en hoe wij dit hierinexpliciet kunnen meenemen. Ik kan toezeggen dat ik voor de zomer eenbrief aan de Kamer stuur waarin ik schrijf waar we staan en hoe wehieraan invulling willen geven. Maar dit is dus hoe we met de motieomgaan en met de achterliggende vraag naar de groep die mevrouwCoenradie noemt.De voorzitter:Ik wil het even vastklikken. Voor de zomer volgt een brief met een nadereuitvoering van de motie-Coenradie, vanuit het perspectief van dezeportefeuille.Minister Hermans:Ja, de motie van mevrouw Coenradie in het licht van het debat dat wedaarover bij de begroting hebben gevoerd en de vraag die mevrouwCoenradie mij nu stelt. De brief zal gaan over de stand van ons gesprek.De voorzitter:Helder; genoteerd. Dan gaan we door naar het volgende blok:suïcidepreventie.Minister Hermans:Voorzitter. Ik begin met een vraag van mevrouw Wendel en van mevrouwSynhaeve. Hun vragen lagen in het verlengde van elkaar als ik ze goedheb beluisterd. Beiden zeggen dat op dit moment heel veel projecten enprogramma’s in uitvoering zijn die zijn gericht op preventie en hetversterken van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid. Hoekunnen we er nou voor zorgen dat de programma’s die echt werken, eruitworden gehaald en in een pakket worden aangeboden? Zo zei mevrouwSynhaeve het volgens mij letterlijk. We moeten dan ook zorgen dat ze opmeer plekken worden toegepast. Ik zeg toe dat ik kijk wat ik kan doen inhet borgen van die effectieve aanpakken en hoe ik dat bij elkaar kanbrengen en op een goede manier kan aanbieden. Ik denk dat dit past bijde beweging die wij willen inzetten van de passende zorg naar hetdaadwerkelijk borgen. Dit ziet breder dan alleen in het zorgdomein – datrealiseer ik me – maar dit hoort daar wel bij. Dat zou ik dus willentoezeggen aan mevrouw Synhaeve en mevrouw Wendel.Dan kom ik bij de vragen over 113.De voorzitter:Voordat u dat doet, heeft mevrouw Synhaeve een vraag. Ik heb hem nietgenoteerd als toezegging.Mevrouw Synhaeve (D66):Ik heb hem als toezegging opgeschreven. Maar goed, die moet vooraldaar genoteerd worden. Is er ook al een deadline die we daaraan kunnenkoppelen?Minister Hermans:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78635 Ik moet natuurlijk weten dat dit, op het moment dat ik een toezegging doe,de volgende vraag is die ik krijg.De voorzitter:Als u een toezegging doet, is het gewoon makkelijker als u zelf aangeeft«dan en dan kunt u iets verwachten».Minister Hermans:Dat is heel terecht. Bij heel veel dingen heb ik dat opgeschreven, maar bijdit ding niet. Laat me dat heel even nagaan. O, voor de zomer, hoor ik net.Voor de zomer kom ik daarop bij u terug.De voorzitter:Voor het zomerreces?Minister Hermans:Voor het zomerreces.De voorzitter:Check.Minister Hermans:Terecht. Je kan een lange zomer hebben, maar dit is vóór het zomerreces.Voorzitter. Dan de vragen over 113. Ik denk dat hier niemand is die niet hetongelofelijke belang en de waarde ziet van 113 en het werk dat zijverrichten in onze hele aanpak van suïcidepreventie; in het bijzondernoem ik de mensen aan de telefoon. Ik in elk geval ook niet, want u heefthet allemaal in woorden uitgedrukt en ik doe dat bij dezen ook. Zij zijnvoor mensen letterlijk een levenslijn. Ik vind het belangrijk en goed dat wijdaarin investeren, dat er vanuit de overheid geld naartoe gaat, zodat dehulplijn conform de wet beschikbaar is. Ik vind het tegelijkertijd belangrijkdat we een goed beeld krijgen bij de vraag naar de hulplijn. Hoe ziet dievraag eruit en hoe ontwikkelt die zich? Hoe verwachten we dat die eruit zalzien in de komende periode en wat vraagt dat dan van de bezetting, methet oog op de kwaliteit, bereikbaarheid, effectiviteit en efficiency die wemet elkaar voor ogen hebben? Het is best lastig om dat nu in te schatten.Daarom wil ik samen met 113 werken aan een methode om dat beter inbeeld te krijgen. Dat heb ik in de brief geschreven die ik gisteren aan u hebgestuurd. Dat doe ik juist omdat ik het belangrijk vind om voor de langetermijn een duurzame stabiele hulplijn te hebben die bereikbaar enbeschikbaar is. Dat is de manier waarop ik met 113 in de komende periodeer werk van wil maken. Zodra we dit klaar hebben, deel ik dat met deKamer.Mevrouw Bikker en de heer Van Dijk vroegen mij expliciet hoe het preciesis geregeld dat meer budget voor de hulplijn niet ten koste gaat van anderbeleid. Daarover kan ik zeggen dat ik alle wettelijke taken uitvoer dievolgen uit de Wet integrale suïcidepreventie. Dat moet gewoon, want datstaat in de wet. Ik vind dat volstrekt logisch. Naast de hulplijn zijn dat ookzaken als het integrale beleid suïcidepreventie. Daarvoor hebben we deLandelijke nota gezondheidsbeleid. Op basis van die nota kunnengemeenten daaraan invulling geven. We hebben nog een aantalelementen in de AMvB staan, zoals nationale communicatie, het onder-zoeksprogramma en de Landelijke Agenda Suïcidepreventie die ikgisteren met de brief heb meegestuurd. Bij het uitvoeren van die takenhoort ook financiering. In de uitvoering van die taken worden over de tijdsoms wisselende accenten gelegd, omdat een taak urgenter is of evenmeer aandacht nodig heeft dan een andere. Die afweging maken we altijdin gezamenlijkheid. Specifiek voor de hulplijn volg ik de aanpak die ik netgeschetst heb. Mevrouw Ten Hove vroeg mij specifiek wanneer daarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78636 duidelijkheid over is. Ik wil de Kamer voor het einde van het jaar infor-meren over hoe we daar met elkaar uit zijn gekomen.Mevrouw Synhaeve vroeg mij naar de stand van het aanvullendonderzoek naar suïcide bij jonge vrouwen. Dit is een toezegging van mijnvoorganger, de Staatssecretaris. Wij zijn nu bezig – dat is vanuit diewettelijke taak – met het vormgeven van het onderzoeksprogramma. Datdoen we in samenwerking met ZonMw. Ik ben in gesprek met ZonMwover hoe we in dat programma een lijn kunnen inrichten die zich specifiekricht op jongvolwassenen en specifiek op jonge vrouwen. Die zal gaanover het herkennen van signalen en wat we van daaruit kunnen leren omspecifiek voor deze groep iets te kunnen betekenen. Dat ZonMw-onderzoeksprogramma wordt dit jaar verder uitgewerkt en moet mediovolgend jaar van start gaan. Als dit onderzoeksprogramma begin volgendjaar klaarstaat om uitgevoerd te worden, zal ik dat uiteraard met de Kamerdelen.Voorzitter. Mevrouw Wiersma vroeg mij naar social media en vroeg hoewe zorgen dat jongeren actief toegang krijgen tot goede informatie,vergelijkbaar met waarschuwingen die je krijgt als je suïcidegerelateerdezoekopdrachten plaatst. Ik ben het met mevrouw Wiersma eens dat je, alsje als jongere op zoek gaat naar informatie over mentale gezondheid,moet kunnen rekenen op betrouwbare informatie en dat je daar op eengoede manier snel bij terecht kunt komen. Het platform In je bol isdaarvoor ontwikkeld. Dit platform biedt informatie over mentalegezondheid, is een plek om ervaring uit te wisselen, biedt laagdrempeligeondersteuning en geeft mogelijkheden voor doorverwijzing, bijvoorbeeldnaar 113. De eerste resultaten laten zien dat het platform goed gevondenen goed bezocht wordt. We kijken hoe we de maatschappelijke inbedding,de toeleiding en de koppeling met verschillende omgevingen – dat kanook vanuit school of een sportvereniging zijn – verder kunnen doorontwik-kelen zodat het platform een zo breed mogelijk bereik krijgt.Dan vroeg mevrouw Wiersma mij of je apps en games verplicht naarbetrouwbare hulp kunt laten verwijzen. Er is geen wettelijke plicht voorniet-medische apps en games om naar betrouwbare hulp of 113 teverwijzen. Bij mediapartijen in het algemeen zien we wel dat dieverwijzing naar 113 loopt. Dat komt dan voort uit de maatschappelijkeverantwoordelijkheid die die partijen voelen. Voor sociale media is dit nogecht in ontwikkeling. Ik noemde al In je bol en de doorontwikkeling zietecht op de koppeling met contentcreators en socialemediaplatforms. Diekoppeling is wel complexer, zeg ik tegen mevrouw Wiersma, omdat erheel veel factoren of zoektermen zijn die op beginnende mentale klachtenkunnen wijzen. Hoewel dat niet een reden is om het niet te doen, is ditlastiger vorm te geven. Dit is ook niet zomaar van vandaag op morgengeregeld.Mevrouw Wiersma vroeg of we algoritmes betrekken. De Staatssecretarisvan Economische Zaken is daar druk mee bezig. Dat beleid is heel sterk inontwikkeling. Het beleid is gericht op het veiliger en gezonder maken vande onlineomgeving. Verslavende en schadelijke elementen van socialeme-diaplatforms zijn tot op zekere hoogte gereguleerd via de Digital ServicesAct. De Digital Fairness Act, die in ontwikkeling is, is gericht op de aanpakvan verslavende algoritmes en schadelijke ontwerptechnieken. Inopdracht van BZK worden impactassessments uitgevoerd om de risico’svan digitale diensten beter in beeld te krijgen.Mevrouw Wiersma (BBB):Gedeeltelijk ben ik redelijk tevreden over het aanpakken van diealgoritmes. Het hangt er wel vanaf welke consequenties daaraangehangen worden, want ik ben er oprecht heel erg van geschrokken. Ik zitin de gelukkige positie dat ik vier tienerkinderen heb en ik zie hoegemakkelijk je in algoritmes terechtkomt waar het om gedachten overzelfdoding gaat en ook zeker over proana. Dat is echt zorgwekkend. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78637 roep op om daar voortvarend mee aan de slag te gaan. Ik ben wat mindertevreden over alle beperkingen met de doorverwijzingen, want ik denk dathet wel degelijk van belang kan zijn. Nogmaals, ik heb vier tienerkinderenen van de website injebol.nl heb ik nog nooit gehoord, terwijl zeker mijntwee oudste kinderen veel gebruikmaken van sociale media. Ik denk dathet promoten van 113 een jongere wel degelijk kan helpen op de juisteplek te komen als die op internet een zoektocht houdt. Als jonge meisjesop zoek gaan naar anorexiacontent kan het helpen als er eenwaarschuwing gegeven wordt. Als we het hebben over «van zorg naargezondheid» en over preventie en als de Minister daar echt werk van wilmaken, zou ik al die belemmeringen achter me laten en hiermee iets gaandoen. Ik hoor daarop graag een reflectie van de Minister.Minister Hermans:Ik begrijp de oproep van mevrouw Wiersma heel goed. Ik schetste eenaantal stappen die gezet zijn en ontwikkelingen die gaande zijn, ook bijmijn collega’s van BZK en EZ. Misschien mag ik het zo doen dat ik bij hennaga welke stappen worden gezet en waar ze mogelijkheden zien om ietste doen met de opmerking die mevrouw Wiersma plaatst. Maar ik heb nuniet het totale overzicht van wat er vanuit BZK en EZ gebeurt.Mevrouw Wiersma (BBB):Oké, dan in ieder geval dank daarvoor. Ik ben benieuwd wat daaruitvoortvloeit. Ik denk dat het heel belangrijk is, gezien de verkokering perdepartement, om expliciet op dit thema het samen op te pakken en samente werken. Ik had nog een essentiële vraag gesteld – die zit op dit aspect,maar ook op preventie – over iemand op school die deze rol op zich gaatnemen. Vroege signalering, juist op scholen, is op basis van allegesprekken die ik daarover gevoerd heb, echt een ontbrekende factor.Voor de verbinding tussen onderwijs en volksgezondheid is een bruggen-bouwer nodig die op de scholen, waar jongeren niet echt weten waar zeterechtkunnen, aanwezig moet zijn. Ik vraag me af of dit nog laterterugkomt of dat dit de beantwoording was van de vragen die ik zojuistheb gesteld.Minister Hermans:Ik ga straks nog in op het sociaal domein en de verbinding tussen hetmedisch en sociaal domein. Ik dacht dat ik dan daarop in zou gaan en zoniet, dan ga ik dat toch doen, want mevrouw Wiersma heeft die vraaggesteld.De voorzitter:Gaat u dat nu doen of straks?Minister Hermans:Ik zou nu beginnen aan die vragen, maar wacht nog even.De voorzitter:Ik snap het. Heeft u hier een vraag over, mevrouw Tijmstra? Of dit blokjeklaar is?Minister Hermans:Nee, ik moet nog de verbinding tussen medisch en sociaal domein doen.De voorzitter:Dan ga ik ga eerst naar meneer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Mijn vraag gaat over 113, waaraan de Minister hele warme woorden heeftgewijd. De hulpvraag is stijgende en de Kamer heeft eerder breedTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78638 uitgesproken dat het budget daarbij volgend moet zijn. Het mag niet zozijn dat het tegemoetkomen aan die vraag belemmerd of gefrustreerdwordt door een tekortschietend budget. De Minister zegt dat eenonderzoek door een onafhankelijke partij loopt en dat dit eind van het jaarterugkomt. Is «het budget volgt» echt het vertrekpunt van de Minister alshet over het werk van 113 gaat?Minister Hermans:In de wet hebben we afgesproken dat 24 uur per dag 7 dagen per weekeen hulplijn beschikbaar moet zijn. Daar sta ik ook voor. Het staat in dewet en ik vind het belangrijk dat die ook gratis te bereiken is. We zien nudat 113 heeft aangegeven dat de vraag naar de hulplijn toeneemt. Dienam de afgelopen jaren al toe en er is al extra budget beschikbaargekomen. In de eerste maanden van 2026 zien we die vraag verdertoenemen. Ik vind het belangrijk dat die lijn er is; daarover is geendiscussie. Die moet ook voortbestaan en beschikbaar blijven. Maar ik wilook een beetje een gevoel krijgen bij hoe die vraag zich ontwikkelt, wat deprognoses ervan zijn en wat het betekent voor de financiering, ook voorde financiering van andere taken die we bij 113 hebben neergelegd. Ik wileen methode ontwikkelen zodat we goed met elkaar in beeld hebben hoewe een stabiele financiering voor de hulplijn en voor het goede werk dat113 doet met elkaar vorm kunnen geven. Juist voor een duurzame hulplijnen voor een duurzaam voortbestaan van 113 doe ik dit. Vanuit dewettelijke taak die ik heb, zorg ik dat een hulplijn 24 uur per dag 7 dagenper week beschikbaar is.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank. Ik geloof de Minister uiteraard en een duurzame methode enduurzame financiering zijn uiterst belangrijk. Ik hoor ook haar warmewoorden over het belangrijke werk. Mag ik het dan misschien zosamenvatten of toespitsen dat de Minister eigenlijk zegt: het zou mijn eerte na zijn als ik op dit punt door de Kamer moet worden gedwongen ofaangespoord om voldoende geld ter beschikking te stellen, gelet op hetgrote belang van wat deze organisatie doet?Minister Hermans:Volgens mij delen de Kamerleden en ik het belang van deze lijnen, en ookhet belang van wat ik net zei: 24 uur per dag, 7 dagen per week. Ik vind hetwel belangrijk ... We hebben een subsidierelatie met 113. Die heeft VWSmet heel veel organisaties, maar ook met 113. Ik vind dat een subsidiere-latie een wederkerig gedrag en wederkerige verantwoordelijkheid in zichheeft. Dat is één. Ik moet aan mijn afspraken voldoen en moet meedenkenover hoe we problemen kunnen oplossen als die zich voordoen. Deandere kant is dat we goed kijken waar je nou tegenaan loopt, in dit gevalbij 113 met het beschikbare budget. Als er een tekort is, waar komt datdan precies vandaan? Hoe zat dat vorig jaar? We zien gewoon dat datfluctueert. Waar komt dat vandaan en kan je een tekort even tijdelijkopvangen door te prioriteren binnen de middelen die je hebt? Ik vind dateen hele logische vraag die ik in die wederkerige relatie kan en moetstellen, ook omdat ik dat doe bij alle subsidierelaties die VWS onderhoudt.Maar ik doe dat wel vanuit het volle besef dat het hier gaat over eenhulplijn waarvan we met z’n allen in de wet hebben gezegd dat diebeschikbaar moet zijn.De voorzitter:Antwoorden moeten iets korter zijn, zeg ik ook tegen de Minister. Erontstaat nu ook af en toe wat herhaling en dat mag, maar de tijd tikt ookdoor. Mevrouw Wendel eerst en dan ga ik naar mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Wendel (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78639 Ik heb twee vragen. De eerste is kort. Was dit al het einde van het blokjesocial media? Nee, zie ik. Oké, dat was mijn eerste vraag. De tweede was...De voorzitter:Maar stelt u uw vraag maar gewoon als die over social media gaat.Mevrouw Wendel (VVD):Mijn vraag was eigenlijk dat mijn vragen over social media nog niet zijnbeantwoord.De voorzitter:Ah, oké.Mevrouw Wendel (VVD):Dan mijn tweede vraag. De Minister is wel ingegaan op mijn vraag overde versnipperde initiatieven. Daar heeft de Minister ook een hele mooietoezegging over gedaan, volgens mij. Maar de Minister is nog nietingegaan op mijn vraag over wat zij ziet in centrale sturing. Is de Ministerhet met mij eens is dat het tijd is om op dit onderwerp meer centralesturing te hebben?Minister Hermans:Dat zou ik eigenlijk willen betrekken bij die toezegging die ik gedaan heb,omdat sommige programma’s lokaal of soms zelfs via scholen lopen. Ikkom zo meteen op de vragen die over het programma STORM zijngesteld. Ik ga niet aan een school opleggen wat die moet aanbieden. Daarzit mijn terughoudendheid. Ik wil niet in algemene zin zeggen dat ik eropwil sturen. Voor mij geldt wel dat je bewezen effectieve aanpakken ernatuurlijk wil uittillen, uitlichten, in de spotlight zetten; laat ik het zozeggen.Mevrouw Wendel (VVD):Dat snap ik uiteraard. Ik denk dat we dat ook delen. Met mijn vraag overcentrale sturing doel ik ook echt op het rijksgeld, als ik het zo mag zeggen,dat naar al die initiatieven toegaat. Mijn doel is dat we daar meer focus inaanbrengen, dus dat we dat niet naar heel veel verschillende initiatieventoesturen, maar dat we echt kijken wat er effectief werkt, ook in depraktijk, en dat daar meer regie op komt vanuit de bewindspersoon.Minister Hermans:Bij de keuzes die ik vanuit VWS maak, natuurlijk samen met de Ministervan Langdurige Zorg, kijk ik natuurlijk heel scherp naar wat voor subsidieswij verstrekken. Ik wil die dingen ondersteunen die ook echt werken en diewe op kunnen schalen, zoals mevrouw Synhaeve ook zei, zodat we zo veelmogelijk mensen of jongeren daarmee kunnen bereiken.Dan had mevrouw Wendel inderdaad nog een vraag over de gezondheids-effecten van een socialmediaverbod en hoe ik dat zie. Sociale mediakunnen heel leuk, verbindend en gezellig zijn, maar hebben ook echt eenschaduwkant. Er zijn ook steeds meer onderzoeken die gezondheidsri-sico’s aantonen. Maar social media zijn niet het enige waar jongeren zichonline mee bezighouden. Wat mevrouw Wiersma schetste over haar viertieners laat zien dat het meer is dan sociale media alleen. Het schermge-bruik is dus breder. Hoe je die sociale media of dat scherm dan weergebruikt, is natuurlijk van belang. We weten dus dat veel factoren vaninvloed zijn op de mentale gezondheid van jongeren. Ik vind het lastig omzo een-op-een te zeggen of een socialmediaverbod op zichzelf gaat leidentot positieve gezondheidseffecten. Ik zie wel echt die schaduwkant, dusdaarover is er echt geen discussie. Ik denk wel dat zo’n verbod of eenleeftijdsgrens, waar nu natuurlijk ook over gesproken wordt, mogelijk-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78640 heden biedt om passend bij de leeftijd, pedagogisch, onder begeleidingvan ouders gezond socialmediagebruik te stimuleren, in samenhang ookmet de ontwikkeling van digitale vaardigheden. Dus daar zie ik ook welmogelijkheden. Maar dat zo een-op-een aan gezondheidseffectenkoppelen is om de redenen die ik noemde lastig.Mevrouw Wendel (VVD):Mijn laatste interruptie, denk ik. Ik wil de Minister vragen of zij kantoezeggen om in ieder geval het gesprek hierover aan te gaan met deStaatssecretaris van JenV en van EZK over de invloed van sociale mediaof jongeren online op de mentale gezondheid van jongeren, en om demaatregelen die ik voorstelde in mijn spreektekst in ieder geval binnen hetkabinet met de verantwoordelijke bewindspersonen te gaan bespreken.Minister Hermans:Dat kan ik toezeggen. Ik denk dat ik dat dan combineer met de toezeggingdie ik net aan mevrouw Wiersma deed, want dat geeft dan een beeld vanwat er al gebeurt en waar we nog aanvullende mogelijkheden zien.De voorzitter:Hadden we die toezegging aan mevrouw Wiersma als toezegginggenoteerd?Minister Hermans:Ik geloof het wel, ja.De voorzitter:Wanneer komt die? Ik kan me even niet ... Voor de zomer?Minister Hermans:Ik denk dat het daarna wordt. Ik heb nu al wel veel voor de zomer. Ik zouhet willen betrekken bij de reactie op het ibo, als de Kamer het goed vindt.Die komt voor de begrotingsbehandeling van VWS.De voorzitter:Voor de begrotingsbehandeling van VWS, genoteerd. Ja? En dan kom ikbij mevrouw Van Meetelen. Het hoeft niet, hè. Ik had het nog onthouden.Nee? Dan gaan we even door.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Nou, ik hoop en neem aan dat in het blokje sociaal domein nog deborging en betrokkenheid van ouders en partners terugkomen. Dus ik kijkeven naar de Minister: komt dat daar nog in terug?De voorzitter:Komt de betrokkenheid van ouders en partners nog terug in het volgendeblok sociaal domein?Minister Hermans:Ik heb net iets gezegd in de richting van de heer Van Dijk over degezinsgerichte benadering. Daar had ik ook mevrouw Van Meetelen aantoe moeten voegen, want die heeft inderdaad die vraag ook gesteld. Voormij hoort dat bij elkaar, maar misschien bedoelt mevrouw Van Meeteleniets anders.De voorzitter:Ik constateer dat het aan de orde is geweest, maar als u nog een gerichtevraag heeft, mag u die stellen, mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78641 Dan ga ik het toch doen, want ik had een heel specifieke vraag over deborging van ouders, partners en andere naasten. Die moeten er standaardbij worden betrokken. In de Landelijke Agenda Suïcidepreventie staat ookdat hiervoor handvatten moeten komen in die periode, maar ik zou ookwat breder willen kijken, ook in die periode daarvoor. Je kunt op hetmoment aankomen waarop je denkt: mijn kind, mijn man of mijn geliefde,wie het dan ook maar mag zijn, heeft het probleem. Het is namelijk eengezinsprobleem. Het is niet alleen het probleem van het individu, het isveel breder. De broertjes, de zusjes, de vaders, de moeders, de partners,de opa’s en oma’s, een heel gezin wordt er vaak in meegesleurd. Daarvraag ik dus naar, voor zover dat kan en het juridisch en medischverantwoord is. Ik snap het als de Minister hier niet gelijk een antwoordop kan geven. Dat begrijp ik en dan hoop ik op een toezegging dat deMinister misschien kan kijken naar een plan voor structurele betrok-kenheid van naasten en het gezin. In al die rapporten komt ook naar vorenhoe belangrijk het is. Ik vind dit persoonlijk echt een heel belangrijk punt.De voorzitter:Volgens mij is uw punt helder.Minister Hermans:Ja, heel helder. Voor mij valt dit onder wat ik in de richting van de heerVan Dijk toezegde. Dat benadruk ik ook richting mevrouw Van Meetelen. Ikzal in de ibo-reactie terugkomen op de vraag hoe we die gezinsgerichtebenadering erbij kunnen betrekken, een plek kunnen geven. Ik begrijp deoproep van mevrouw Van Meetelen namelijk. De heer Van Dijk deed dieoproep eerder ook al in een motie. Ik ben – hoe zal ik dat zeggen? –positief aangejaagd om hiermee verder te gaan.Voorzitter. Dan het blokje sociaal domein.De voorzitter:Mevrouw Tijmstra toch nog?Mevrouw Tijmstra (CDA):Ja, ik heb netjes het einde van het blokje afgewacht, maar dat is nu. Wehebben net een rondetafelgesprek gehad over suïcidepreventie bijjongeren en in mijn inbreng ben ik daar ook op ingegaan. Uit dat gesprekheb ik echt als rode draad meegenomen dat er zo vaak gezegd werd:praten erover helpt, vaak met de mensen die het dichtst bij je staan, dusde mentor, de voetbaltrainer, de jongerenwerker. Ik weet dat we heel veelverschillende programma’s hebben op preventie. Er is net een wetvastgesteld waar gemeenten mee aan de slag moeten. Dit gaat, denk ik,ook zo erg over of je oog hebt voor een ander en of je het gesprek dandurft aan te gaan. «Gaat het goed of kan ik wat voor je doen?» Daar ben ikeigenlijk een beetje naar op zoek. Het gaat echt over die sterke samen-leving, want ik denk dat we daar gewoon heel veel verschil kunnenmaken, wat helemaal niet ingewikkeld of groots is en niet veel geld hoeftte kosten. Daar heb ik een vraag over gesteld in mijn inbreng, maar ik wilhem graag nog een keer stellen in dit blokje. Is er nou een plek waar wedit kunnen agenderen, zonder grootse programma’s of zoiets op tetuigen? Het gaat er meer om hoe we kunnen stimuleren dat juist als diesteun- en sleutelfiguren voor jongeren zien dat het niet helemaal lekkergaat, zij wel het gesprek aan durven gaan.Minister Hermans:Ik denk dat het feit dat wij dit debat voeren en deze zaken benoemen enagenderen aangeeft hoe belangrijk het is om dat gesprek te voeren. Het isinderdaad goed om af en toe eens even de tijd te nemen voor iemand:hoe gaat het met je? Dan heb ik het niet over de vluchtige manier die wewaarschijnlijk allemaal kennen als we elkaar hier in de gang tegenkomenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78642 en eigenlijk alweer doorgelopen zijn voordat je het antwoord gehoordhebt, maar over het echt serieus iemand aankijken en vragen: hoe gaathet en kan ik iets voor je betekenen? Daar kan je geen programma’s,aanpakken of wat dan ook op maken. Dit zit in hoe we met elkaar omgaan.Dat gaat werken door erover te praten en natuurlijk door een voorbeeld-functie die we hebben. Dat is de ene kant van het verhaal. De andere kantis dat we natuurlijk wel van alles en nog wat proberen om dit in dehaarvaten van onze samenleving een plek te geven. Dan heb je laagdrem-pelige steunpunten waarvan we hopen dat niet alleen jongeren, iedereennatuurlijk, maar ook jongeren naar binnen lopen als ze even een vraaghebben of iets kwijt willen. We maken natuurlijk ook initiatieven die echtop jongeren gericht zijn. Dat In je bol, dat mevrouw Wiersma nog nietkent, is toch een plek waar bijvoorbeeld jongeren heel makkelijkterechtkomen.De voorzitter:Gaat u door.Minister Hermans:Voorzitter. Ik heb hier de vraag die ...De voorzitter:Met het verzoek ook om echt te kijken of dingen worden beantwoord waarnog niet op is ingegaan. Dus als dingen al gepasseerd zijn, dan is dat zo.Minister Hermans:Ja, dan stop ik daarmee. Dan ga ik dat niet meer vertellen. Maarmisschien mag ik in aanvulling nog iets tegen mevrouw Tijmstra zeggen,want ik heb hier nu net die vraag voor mijn neus. Ik heb nog nietgenoemd dat we afgelopen jaar onder de naam «Praatpower» met bijna3.000 jongeren het gesprek hebben gevoerd over wat zij nodig hebben ommentaal gezond op te groeien. De conclusie daar was – dat heeft uwaarschijnlijk ook in die rondetafel of die technische briefing gehoord –dat jongeren zonder een drempel te ervaren eigenlijk heel makkelijk diestap kunnen zetten om met anderen te delen hoe ze zich echt voelen. Datgesprek kan inderdaad overal gevoerd worden, dus ook via het AZWA.Dan kom ik toch weer even op die bestuurlijke afspraken. Daar hebben weook afspraken gemaakt over een gezonde en sociale basisinfrastructuurwaar je dit kan vormgeven. Maar dit ontslaat ons er niet van dat dit ook inhet normale menselijke verkeer een plek moet krijgen.Voorzitter. Dan heb ik deze wel beantwoord. Dan over die steunpunten.Mevrouw Westerveld vroeg mij hoe het staat met de structurele finan-ciering daarvoor. Dat is via het AZWA geregeld. Vanaf 2027 zijn erstructurele middelen beschikbaar. Daarmee heb ik ook invulling gegevenaan de motie-Mohandis.Dan vroeg mevrouw Westerveld mij nog hoe het staat met de totstand-koming van die steunpunten. Er zijn er op dit moment 318 in kaartgebracht. Dat zijn er meer dan in 2024, want toen hadden we er 278.Voorzitter. Dan vroeg mevrouw Wendel mij naar de publiek-privatesamenwerking in het sociaal domein: hoe kan je goede initiatieven daaropschalen? Dat hangt ook een beetje samen met de toezegging die ikeerder deed; alleen vindt dit dan lokaal plaats. Je ziet daar echt mooieaanpakken ontstaan, bijvoorbeeld in de aanpak Eén tegen eenzaamheid,waar samenwerkingsverbanden ook met een grote supermarkt en PostNLplaatsvinden. Die bedrijven maken ruimte voor een gesprek met mensen,de zogenaamde «kletskassa», zodat eenzaamheid vermindert en mentaleklachten worden voorkomen. Ik had daar nog niet van gehoord, maarleerde daarover in de voorbereiding op dit debat. Dan hebben wenatuurlijk het Oranjefonds, dat een heel aantal van dit soort initiatievenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78643 ook ondersteunt. Dus ik zie daar echt kansen, potentie. Ik zie dus ook datdat al gebeurt in de praktijk.Voorzitter. Dan zijn er een paar vragen gesteld over wonen, onder anderendoor mevrouw Coenradie. Mevrouw Westerveld vroeg mij wat de standvan zaken van het actieplan is. De stand van zaken is dat in de zomer van2025 tien pilotregio’s zijn gestart. De voortgang blijven we monitoren. Datis belangrijk omdat we partijen ook echt oproepen om scherp te blijven opsignalen in de regio, zodat we in acute situaties snel passende oplos-singen kunnen vinden; dit is in het geval van dakloosheid. Minister Sterk,bij wie de verantwoordelijkheid voor dit actieplan ligt, zal de Kamer in hetnajaar informeren over de voortgang.Dan vroeg mevrouw Westerveld mij ook of ik mijn collega van VRO actiefga betrekken in het realiseren van passende huisvesting binnen datactieplan daklozen ggz/Wlz. Dat doe ik. VWS en VRO hebben hierstructureel en veelvuldig contact over. We hebben de Wet versterkingregie volkshuisvesting en verschillende programma’s die helpen, ook voormensen met verward of onbegrepen gedrag, zeg ik via u, voorzitter, tegenmevrouw Coenradie. Daarin laten we echt zorg, wonen en veiligheidsamenkomen. We trekken dus heel nauw samen op, wil ik maar zeggen.Dan is er nog een vraag van mevrouw Westerveld over het onderzoeknaar verstandelijke beperking en mentale klachten, waarbij mensentussen wal en schip vallen. De vraag is of ik dat beeld herken en wat ikeraan ga doen. We herkennen dit beeld en zien ook echt mogelijkheden enkansen om de samenwerking tussen de ggz en de gehandicaptenzorg teverbeteren. Daarover zijn we nu in overleg en daar zetten we ook actief opin samen met die beide sectoren. De Minister van Langdurige Zorg zal ineen brief over de voortgang van de langdurige ggz hier ook nader opingaan. Ik verwacht die brief in het najaar.Dan nog de specifieke vraag van mevrouw Coenradie. Voorzitter, als u mijtoestaat, dan kom ik daar graag op terug in het commissiedebat dat weover twee weken hebben. Dat is namelijk weer een specifieke groep. Ik wildaar heel nauwkeurig op antwoorden en dan kan ik dat ook doen met debetrokken collega’s.Voorzitter. Dit was het blokje sociaal domein, volgens mij.De voorzitter:Dit was dan het blokje samenwerking sociaal domein. Dan zouden we nunaar het blokje varia gaan. Mevrouw Wendel, uw allerlaatste.Mevrouw Wendel (VVD):Gelukkig, ik was bang dat ik er al doorheen was. Ik had nog een vraaggesteld over de vindbaarheid van het sociaal domein en of de Ministerdaarover in gesprek wil gaan met de VNG om die vindbaarheid voorinwoners te verbeteren.Minister Hermans:Ik had het over de laagdrempelige ondersteuning. Dat is een belangrijkebasisfunctionaliteit – een vreselijk woord; excuus voor het jargon – waarwe een afspraak over hebben gemaakt. Die laagdrempelige ondersteuningmoet natuurlijk ook gevonden worden; daar wordt aan gewerkt. Iknoemde net heel kwantitatief het aantal laagdrempelige steunpunten,maar de vraag is natuurlijk ook hoe die worden gevonden en hoe daargebruik van wordt gemaakt. Ik denk dat we daar in de voortgang van deIZA/AZWA-afspraken ook nader op in kunnen gaan.De voorzitter:Helder. Gaat u door.Minister Hermans:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78644 Excuus. Dan kom ik op de overige vragen. Ik begin met een zwaaronderwerp, namelijk euthanasie in de psychiatrie. Daar hebben de heerVan Dijk en mevrouw Bikker mij het een en ander over gevraagd. Ik beginmet het noodventiel waar de heer Van Dijk naar vroeg. Het vorige kabinetzag daar geen noodzaak voor. De vraag was hoe dit kabinet daarin staat.Ook dit kabinet is van mening dat er geen noodzaak is voor eennoodventiel in de euthanasiewet. Uit de evaluaties, de toetsingspraktijk enook het vervolgingsbeleid van het OM blijkt dat de euthanasiewet goedfunctioneert en dat er sprake is van een zorgvuldige euthanasiepraktijk.Dan kom ik op de vraag van mevrouw Bikker; de heer Van Dijk had eensoortgelijke vraag. We zien dat steeds meer jonge mensen die psychischlijden euthanasie krijgen. De vraag is hoe wij daarnaar kijken. Euthanasiebij psychisch lijden is, zeker waar het jonge mensen betreft, nog steedsheel zeldzaam. En het blijft heftig dat jongeren – mensen überhaupt, maarzeker ook jongeren – daarvoor willen kiezen, maar het is een mogelijkheiddie we hebben. Bij uitzichtloos lijden kan die keuze aan de orde zijn. Het isalleen aan de beroepsgroep en niet aan het kabinet om te bepalen en tebeoordelen of ontwikkelingen aanleiding vormen voor een aanpassingvan geldende medisch-professionele normen. Dat vind ik ook echt van hetallergrootste belang. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie herzietop dit moment wel haar richtlijn en daarbij zal ook aandacht zijn voorpsychisch lijden bij jonge mensen.Voorzitter, misschien nog tot slot. Vandaag is het jaarverslag 2025 van deRegionale Toetsingscommissies Euthanasie gepubliceerd en daarin zienwe dat het aantal meldingen van euthanasie bij psychisch lijden vanmensen jonger dan 30 jaar gedaald is naar 19, tegen 30 in 2024. Geen vandeze meldingen is als onzorgvuldig beoordeeld. Dat waren de vragen overeuthanasie.Dan kom ik op de vraag van mevrouw Bikker en mevrouw Westerveldover de uitvoering van de motie over STORM van de heer Ceder enmevrouw Westerveld. Kortheidshalve: de Kamer wordt in het tweedekwartaal over de uitvoering van deze motie geïnformeerd door deStaatssecretaris van OCW. Zij zal hier dan verder op ingaan.Dan vroeg mevrouw Ten Hove mij naar antidepressiva bij jongeren, die bijjongeren kunnen leiden tot verhoogde suïcidaliteit. In de praktijk wordteen termijn van twee weken of langer gehanteerd voor de monitoring. Devraag is of mij bekend is waarom dit is. Het signaal waar mevrouw TenHove op inging, is mij niet bekend. Dus ik zal in gesprek gaan met deNederlandse Vereniging voor Psychiatrie over die richtlijn, het opvolgendaarvan en ook of dit signaal herkend wordt, want ik herken het niet.Voorzitter. Mevrouw Dobbe ging nog in op de ongecontracteerde zorg ende aanpak daarvan en de heer Van Dijk vroeg of ik bereid ben om hetvolledig schrappen van die vergoedingenplicht te heroverwegen. Ik ga datniet heroverwegen. We hebben dat nu net afgesproken, maar ik ga welmet partijen in gesprek over hoe we hier op de beste manier invulling aankunnen geven, met ook oog voor het behoud van zorgpersoneel en zorgdie inclusief is. We zien dat de toegankelijkheid onder druk staat; daarhebben we veel over gezegd. Als we de zorg beschikbaar willen houden,ook in de toekomst, moeten we in de organisatie wat dingen anders doen:minder versnipperd, meer gericht op die passende zorg. Daar hoort ditwat mij betreft bij. Overigens hoort daar ook bij dat ook met kleinereaanbieders contracten worden gesloten, dus dat zorgverzekeraars datgaan doen, en dat we natuurlijk op die invulling van de zorgplicht strakgaan sturen. Dat voor wat betreft de ongecontracteerde zorg.Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Dobbe over de mentalegezondheid en vrouwengezondheid, namelijk om met een aanpak tekomen om de mentale gezondheid van jonge vrouwen te verbeteren. Devraag is hoe het staat met de motie. Over de motie is een brief gestuurd,de brede jeugdbrief van juni 2025, met de toezegging om de maatregelenop te volgen. Dat loopt via het thema vrouwengezondheid en mentaleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78645 gezondheid in de versterkingsagenda. Ik kan me voorstellen dat mevrouwDobbe nu denkt: hoe wordt er nu precies uitvoering aan gegeven? Datdenk ik zelf ook, als ik dit zo zeg. Laat ik toezeggen dat ik hier even apartop terugkom. Ik deel het belang van dit onderwerp, dus ik zal dat watconcreter formuleren.Voorzitter, u vroeg mij dingen niet te herhalen, dus dat zou ik dan ook nietwillen doen. Ik heb hier nog een vraag die mevrouw Tijmstra mij steldeover bemoeizorg. We bieden vaker bemoeizorg aan bij mensen die zorgmijden of onbegrepen gedrag vertonen; dat hebben we in het coalitieak-koord afgesproken. We hebben een handreiking van Movisie en eenrapport van het Toezicht Sociaal Domein. Op basis van de bevindingendaaruit vind ik het belangrijk dat we – ik zeg daar direct bij: samen met deMinister van Langdurige Zorg – goed kijken hoe we die bemoeizucht beterkunnen organiseren. Daarvoor loopt nu een proces: tot wat voor acties ofmaatregelen moet je dan overgaan? In de Voortgangsbrief aanpakverward en onbegrepen gedrag die we in de tweede helft van 2026 sturen,zal ik daar samen met de Minister van Langdurige Zorg op ingaan,uiteraard ook in lijn met de afspraak uit het coalitieakkoord.Voorzitter. Volgens mij heb ik bijna alles beantwoord. Dan heb ik nog eenvraag van mevrouw Westerveld over de lange wachtlijsten voor transgen-derzorg. Volgens mij hadden mevrouw Westerveld en ik het daar al evenover bij de begrotingsbehandeling. Die wachtlijsten in de transgenderzorgzijn erg lang, met name voor psychologische begeleiding en onder-steuning. Naar aanleiding van een eerdere motie van het lid Kostic´ – datwas bij de begrotingsbehandeling, dacht ik – heb ik toegezegd om ingesprek te gaan met partijen in de transgenderzorg over die wachtlijsten.Dus dat doe ik en voor de zomer kom ik terug op de uitkomsten van diegesprekken.Mevrouw Dobbe stelde een vraag over mentale ondersteuning enggz-zorg voor slachtoffers van seksueel geweld. Dat is ook de verantwoor-delijkheid van mijn collega op het ministerie, de Minister van LangdurigeZorg. Er zijn casemanagers van het Centrum Seksueel Geweld dieeducatie bieden aan slachtoffers van seksueel geweld. Gemeenten biedeninwoners laagdrempelige mentale ondersteuning, zoals de steunpuntenwaar ik het net over had, ook voor deze doelgroep. Een belangrijkkenmerk van het werk in die steunpunten is dat ervaringsdeskundigen inthe lead zijn. Slachtoffers van seksueel geweld kunnen hier ook terecht enhopelijk een vorm van ondersteuning vinden.Voorzitter. Bij mijn weten heb ik dan alle vragen beantwoord.De voorzitter:Heel goed. Mevrouw Wiersma heeft zich gemeld. Het is uw laatsteinterruptie.Mevrouw Wiersma (BBB):Het gaat om een vraag die volgens mij niet is beantwoord, of ik heb hemgemist. Ik had net al gevraagd of hij nog zou worden beantwoord. DeMinister zei toen dat ze er in een later blokje op terug zou komen. Het gingerover of zij een coördinerende rol zou kunnen nemen bij de aanspreek-punten die, wat mij betreft, op scholen zouden moeten komen. Ik heb daarin mijn inbreng een tekst aan gewijd. Ik heb het antwoord niet gehoord.De voorzitter:Dat klopt. Ik heb hem ook niet genoteerd als interruptie. Kan de Ministerdaar nog op ingaan?Minister Hermans:Zeker. Ik ging heel kort in op het programma STORM, waarover onderanderen mevrouw Bikker een vraag stelde. De Staatssecretaris vanOnderwijs komt in het tweede kwartaal met een brief over dat specifiekeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78646 programma en ook breder over de Gezonde School en hoe daaraaninvulling wordt gegeven. Ik zal deze vraag bij mijn collega onder deaandacht brengen. Ik denk dat het belangrijk is dat het aan die onder-wijskant blijft, want anders gaan we ons allemaal met van alles en nogwat bemoeien. Dat komt dit type zorg en ondersteuning of de werking vandeze programma’s niet ten goede, denk ik. Ik zal de vraag wel onder deaandacht brengen van de Staatssecretaris.Mevrouw Wiersma (BBB):Dit is dan wel mijn laatste interruptie; ik leer snel. Ik ben daar toch niethelemaal tevreden mee. De verkokering op deze gebieden is volgens mijtotaal onwenselijk. We zien dat docenten op veel scholen handelingsver-legen zijn. Dat horen we ook terug van studenten die daar met mentaleproblemen rondlopen. Ik heb gevraagd of de Minister daarin eencoördinerende rol wil spelen. Ik hoor dat dat niet het geval is. Dan is mijnvraag: hoe ziet de Minister de samenhang, vooral op het gebied vanpreventie, en hoe ziet ze de rol van VWS in dat geheel? Volgens mij ispreventie op scholen een cruciale factor, zeker op dit gebied.Minister Hermans:Dat ben ik met mevrouw Wiersma eens, maar de vraag is eventjes:coördinerend, regie ... We werken aan preventie en aan het versterken vanmentale weerbaarheid, zeker ook bij jongeren. Dan doen we via allerleiprogramma’s, ook op school, bijvoorbeeld de Gezonde Schoolaanpak enWelbevinden op School. Daarmee werken we integraal aan de mentalegezondheid van jongeren in het p.o., vo en mbo. Het is wel het Ministerievan Onderwijs en in dit geval de Staatssecretaris die hier het overzichtheeft en een aanpak om dit op een goede manier een plek te geven. Zijheeft ook zicht op de mogelijkheden om verder te gaan met eenprogramma als STORM. Dat is niet het enige programma, maar wel eenbekend programma dat volgens mij nu in negen regio’s wordt toegepast.Ik zou dat dus daar willen laten, want anders moet ik de informatie bij deStaatssecretaris gaan opvragen, terwijl zij daarover al een brief heefttoegezegd. Ik vind de vraag dus terecht – die zal ik ook doorgeleiden – enwe hebben vanzelfsprekend contact en afstemming, maar dit zit echt inhet onderwijsdomein. Ik denk dat het goed is dat de Staatssecretarisdaarover gaat.De voorzitter:Dan kom ik tot een einde van de eerste termijn van de zijde van hetkabinet, denk ik zo. Dan wil ik heel snel doorgaan met de tweede termijn.Daar heeft u maximaal 1 minuut en 20 seconden voor. Ik dank de Ministervoor de beantwoording. Ik ga gelijk door.Mevrouw Synhaeve (D66):Ik hou het kort. Allereerst wil ik graag een tweeminutendebat aanvragen.Daarnaast wil ik deze 1 minuut en 20 seconden gebruiken om alle mensente bedanken die aan het rondetafelgesprek hebben deelgenomen en dieeen rol hebben gehad in de voorbereiding daarvan. Dank ook aan demensen die bij de petitie aanwezig waren. Het was bijzonder indruk-wekkend. En heel veel dank aan alle mensen die ons nog los daarvanhebben gesproken en die hele persoonlijke verhalen hebben gedeeld.De voorzitter:Mevrouw Wiersma.Mevrouw Wiersma (BBB):Dank, voorzitter. Ik kan me alleen maar bij die woorden aansluiten. Ik hebgeen vragen meer aan het kabinet. Dank voor de beantwoording. Ik zalmeedoen aan het tweeminutendebat, dus tot dan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78647 De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Wendel.Mevrouw Wendel (VVD):Ik wil me allereerst uiteraard ook aansluiten bij de mooie dankwoordenvan mevrouw Synhaeve. Daarnaast wil ik de Minister bedanken. Ze heeftvandaag een aantal toezeggingen gedaan, waar ik heel blij mee ben,omdat ik ervan overtuigd ben dat het belangrijk is om de mentalegezondheid in Nederland te verbeteren en het aantal suïcides enorm terugte dringen. Dank daarvoor. Ik zie uit naar het tweeminutendebat.De voorzitter:Tijmstra.Mevrouw Tijmstra (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik wil de Minister bedanken voor de beant-woording. Wij zullen de voortgang van de IZA- en de AZWA-afsprakennauw volgen. Dat is volgens mij de kortst mogelijke termijn waarin weecht het verschil kunnen gaan maken in de samenleving voor de mensendie de zorg zo hard nodig hebben. Voor de langere termijn is het iboontzettend belangrijk, dus ik kijk vol verwachting uit naar het najaar. Dankrijgen we ongetwijfeld ook moeilijke keuzes voorgelegd, maar dan gaathet wel om een keuze die op de langere termijn tot een oplossing moetleiden.De voorzitter:Van Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dank u wel, voorzitter. Met het risico dat het sleets wordt: allereerst dankaan alle mensen die op wat voor manier dan ook een inbreng hebbengeleverd. Er zijn verschillende ouders die op dit moment meekijken, vanwie ik weet dat ze gezien en gehoord willen worden op het gebied vanwachtlijstondersteuning. Ik hoop dat zij in het bijzonder zich gezien engehoord voelen vandaag en dat ze hebben gemerkt dat wij de situatie alscommissie echt serieus nemen. Ik wacht de reactie op het ibo af, waarnawe weer met elkaar verder spreken.De voorzitter:De heer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister. Heel veel van wat mijn collega’s openigerlei wijze hebben gezegd, komt terug, dus dat hoef ik niet allemaalmeer aan te stippen. Wat dit overleg mij duidelijk maakt, is dat depsychische problematiek in het land erg groot is. Misschien moet ik het«een veelkoppig monster» noemen. Er zijn geen simpele remedies, omdathet deels gaat om een noodzakelijke cultuurverandering. Het rapport Opde rem! indachtig, dat veel is aangehaald, zijn we als SGP bang dat dedecennialange nadruk op het individu misschien toch ten koste is gegaanvan het versterken van gezinnen, relaties en gemeenschap. Een sterkeresamenleving begint bij sterke en stabiele gezinnen. Ik daag de Minister uitom dat te laten doorwerken in beleid.De voorzitter:Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Ik vind het mooi dat we vandaag samen met deKamer hier een brede urgentie hebben geuit over het aanpakken van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78648 wachtlijsten en wachttijden in de ggz. Het mag duidelijk zijn dat mijnfractie het bezuinigen op de langdurige ggz absoluut een onverstandigidee vindt. Wij kunnen dat op geen enkele manier steunen, omdat dit zalleiden tot langere wachtlijsten in de ggz.Ik zou de Minister verder willen oproepen om eerder te komen met eenreactie op het ibo-rapport dan nu gepland staat, namelijk Q3 van dit jaar,geloof ik. Het moet ook zorgvuldig kunnen als je dat voor de zomer doet,volgens mij. Dan is er nog heel veel tijd om met een zorgvuldige reactie tekomen. Het scheelt namelijk wel als wij allemaal de urgentie delen om dewachtlijsten aan te pakken. Dan moet het volgens mij ook gebeuren.Tot slot. Wij begrijpen dat voor 113 duidelijkheid over financiering aan heteind van het jaar echt te laat is. Het is voor hen dan te laat om bijvoor-beeld nog mensen te kunnen aannemen en er ontstaat voor 2027 een gatin de begroting en de ondersteuning. Ik wil graag een reflectie van deMinister of dat niet eerder zou kunnen. Voor dit jaar staat er ook nog eentekort. Vooral de niet-hulplijngerelateerde activiteiten lijden daaronder.Iedereen hier heeft geuit dat we moeten zorgen dat de activiteiten van 113doorgang kunnen vinden, dus het zou heel mooi zijn als we dat kunnenoplossen. Graag nog een reactie daarop.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Er is een einde gekomen aan de tweedetermijn van de inbreng van de Kamer. Ik hoor dat de Minister een korteschorsing vraagt. Ik schors voor enkele ogenblikken.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:De Minister voor de tweede termijn van de zijde van het kabinet.Minister Hermans:Voorzitter, dank. Er zijn mij nog twee vragen gesteld door mevrouwDobbe. Ze vraagt of de reactie op het ibo eerder kan. Ik heb een motie vanmevrouw Dobbe die is ingediend bij de begrotingsbehandeling, waarinstaat: het derde kwartaal, voor de begrotingsbehandeling van VWS. Daarricht ik mij op. Het staat niet in de weg ... Wat zegt u? Voorzitter?Mevrouw Dobbe (SP):Dat staat u niet in de weg om het eerder te doen, toch?Minister Hermans:Nee, dat staat mij niet in de weg om in de tussentijd wel door te gaan metde aanpak van de wachttijden en wachtlijsten. Mevrouw Dobbe zei datheel terecht. Dat was ook de reden waarom ik daar eerder in mijn inbrengiets over zei. Ik ga met een grondige en gedegen reactie op het ibo komen,omdat het gaat over de lange termijn, de toekomstbestendigheid van onzeggz-zorg. Maar we willen ook in het hier en nu, binnen het bestaandestelsel, verbeteringen aanbrengen, zodat als mensen zorg nodig hebben,ze die op het juiste moment op de juiste plek krijgen. Daar gaan wegewoon mee door; dat stopt niet terwijl ik een reactie op het ibo aan hetschrijven ben. Integendeel, zou ik willen zeggen.Dan vroeg mevrouw Dobbe of de duidelijkheid aan het eind van het jaarniet te laat is voor 113. Ik denk dat het belangrijk is om twee dingen uitelkaar te halen. Eén: we hebben even nodig voor de methode, waarover iksprak, om een stabieler beeld te krijgen van hoe de vraag zich ontwikkelten wat dit betekent voor de financiën, de inzet van middelen. Dat zal eindvan het jaar worden. Wat ik nu wil, is bekijken wat de ruimte is, wat demogelijkheid is om binnen de bestaande middelen te herprioriteren. Ikvoer daarover graag zelf het gesprek met 113, dus dat zeg ik bij dezen nogtoe aan mevrouw Dobbe en alle anderen die daarover vragen hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78649 gesteld. We willen ook dat het werk doorgaat. Ik wil het wel graag op dezemanier doen, in het belang van de toekomstbestendigheid van 113, maarook vanwege het belang dat ik hecht aan het op een zorgvuldige manierinvullen van de subsidierelatie, beide kanten op. Ik voer dat gesprek graagzelf.De voorzitter:Heel kort, als allerlaatste.Mevrouw Tijmstra (CDA):Ik heb een checkvraag. Het ging steeds over de reactie op het ibo, maar eris toch toegezegd dat er een gecombineerde reactie komt op het ibo enhet rapport Op de rem!?Minister Hermans:Op dat RVS-rapport is al gereageerd. Er is wel overlap en samenhang, dusik denk maar zo dat we dat ook in de ibo-reactie betrekken.De voorzitter:Ja, er wordt vast verwezen naar ... Mevrouw Dobbe, tot slot. Eén vraag indeze termijn.Mevrouw Dobbe (SP):Ik denk dat het heel goed is als de Minister gaat spreken met 113. Ik denkdat hier de voornaamste oproep is: wacht niet met het bijspijkeren van ofduidelijkheid geven over de financiering voor 2026 en 2027 totdat hetonderzoek is afgerond. Zorg dat het in ieder geval is geregeld voor dit jaaren volgend jaar. Wij hebben van 113 begrepen dat er nu een tekort is, ookvoor dit jaar. Als 113 het te laat hoort, loopt dat tekort door en loopt hetook op. Dat zou zonde zijn. Het is dus heel goed dat de Minister aan deslag gaat met het onderzoek, maar dit zou mijn oproep daarbij zijn.De voorzitter:Een oproep.Minister Hermans:Die oproep heb ik gehoord. Daarom zegde ik net toe dat ik zelf dat gesprekzal voeren. Ik wil natuurlijk wel weten hoe het zit en wat eronder zit. Ikvoel me verantwoordelijk; er loopt niet alleen met 113 maar met heel veelorganisaties een subsidierelatie. We moeten wel een goed beeld hebbenvan hoe het in elkaar zit en waar het tekort vandaan komt. Vandaar ook devraag: wat kan je mogelijk dit jaar opvangen binnen de bestaandemiddelen? In ieder geval ga ik het gesprek voeren. Ik kan me voorstellendat het een vervolgvraag is van mevrouw Dobbe, maar ik zal uiteraard deKamer daarover informeren. Het gesprek moet gepland worden; ik weetniet hoe snel dat kan.De voorzitter:Oké. Nu zijn we echt aan het einde gekomen van het commissiedebat.Voor ik dat afconcludeer: er is een tweeminutendebat aangevraagd doormevrouw Synhaeve; dat geleiden we door richting plenair. We wachten afwanneer dat wordt ingepland. Er zijn verschillende toezeggingen gedaan.Ik lees ze even voor; dat is het makkelijkst. Mocht er iets niet kloppen, danhoor ik het wel.–De Minister stuurt voor het commissiedebat IZA/AZWA, 1 juli aan-staande, een voortgangsbrief en gaat in op welke resultaten tussen-tijds zijn behaald en op andere vragen die in dit kader zijn gesteld.–De Minister informeert de Kamer voor de zomer over de voortgangmet betrekking tot het onderzoek naar een normenkader voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78650 budgetbekostiging van de HIT, high intensive care, en de intensivehome treatment, IHT.–De Minister informeert de Kamer voor de zomer over de uitvoering vande motie-Coenradie c.s. over een plan van aanpak voor een pilot metlichte ggz-interventies.–De Minister informeert de Kamer voor de zomer over haar inzet omeffectieve aanpakken omtrent suïcidepreventie te borgen.–De Minister informeert de Kamer voor het einde van het jaar over definanciering van hulplijn 113 en gaat ook in gesprek met 113; daarkomt dan ook een terugkoppeling van.–De Minister gaat met enkele andere bewindspersonen in gesprek overde gezondheidseffecten van sociale media bij jongeren en zal in haarreactie op het ibo terugkomen op de vragen die hierover zijn gesteld.Dat gebeurt in ieder geval voor de begrotingsbehandeling VWS.–In het ibo zal de Minister ook ingaan op de motie met betrekking totgezinsgerichte benadering en de vragen die hierover zijn gesteld.–De Staatssecretaris van OCW informeert de Kamer in het tweedekwartaal van 2026 over de uitvoering van de motie van de ledenWesterveld en Ceder over de STORM-aanpak.–De Minister informeert de Kamer over de uitvoering van de motie-Dobbe over een aanpak met betrekking tot de mentale gezondheid vanjonge vrouwen, voor het zomerreces.Mevrouw Synhaeve (D66):Even een dubbelcheck: volgens mij was het de vierde toezegging, waarbijwe de effectieve aanpak niet hadden beperkt tot suïcidepreventie, maarhet ook ging om mentale gezondheid in bredere zin.De voorzitter:Ja, dat kan, zeker. Mevrouw Wendel.Mevrouw Wendel (VVD):Ik hoop dat dat mag van de Minister, maar ik had zelf een toezegginggenoteerd, namelijk dat de Minister in gesprek gaat om ervoor te zorgendat de laagdrempelige steunpunten in het sociaal domein ook daadwer-kelijk worden gevonden; dus niet alleen dat ze er zijn, maar ook dat zeworden gevonden.Minister Hermans:Ja, voorzitter. Daar zal ik dan in de voortgangsbrief op terugkomen.De voorzitter:Dat komt dan terug in de voortgangsbrief. Die was al toegezegd, dus datis geen nieuw punt, ik had het niet apart genoteerd. Het is goed dat u hetin de gaten houdt. Anderen nog, eenmaal, andermaal? Dan komen we aanhet einde.Ik dank de Minister, alle ondersteuning, alle Kamerleden, iedereen die hieraanwezig is, iedereen op afstand. Dank. Het is twee minuten voor tijd. Iksluit de vergadering.Sluiting 18.28 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 424, nr. 78651
Gerelateerde bronnen
- GGZ / Suïcidepreventie
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 26 maart 2026, over GGZ / Suïcidepreventie
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.