KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief Mkb-Financiering

16 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c1b0c86d09823671 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 637BedrijfslevenbeleidNr. 742 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 december 2025Tijdens de recente debatten over de Staat van de Economie en hetMidden- en kleinbedrijf is aandacht besteed aan de toegang tot finan-ciering voor ondernemers en het functioneren van de non-bancairefinancieringsmarkt. Met deze brief geef ik uitvoering aan de daaruitvoortvloeiende moties en toezeggingen.1. Toegang tot financiering Op 9 september is de motie van de leden Sneller-Postma1 aangenomendie verzoekt «om de voorstellen uit het Code-V-rapport over te nemen entoe te passen». In mijn appreciatie van de motie heb ik het belang van hetCode-V-rapport benadrukt en aangegeven dat ik mij richt op de aanbeve-lingen die binnen mijn verantwoordelijkheid als Minister van Econo-mische Zaken vallen2. In het volgende gedeelte van de brief geef ikuitvoering aan de motie door toe te lichten hoe ik de aanbevelingen hebgewogen en welke acties daaruit volgen.Data en monitoringConform de Code-V-aanbeveling (en de motie White3) laat ik de toegangtot financiering voor vrouwelijke ondernemers monitoren. De aanbevelingom genderspecifieke financiële data bij te houden en te delen, neem ikdus geheel over, zoals eveneens vermeld in mijn KamerbriefMkb-financiering4. Ik heb toen overigens wel de kanttekening geplaatstdat ik om onderzoekstechnische redenen niet kan voldoen aan de wens totjaarlijkse monitoring. Wel worden beschikbare data over meerdere jaren1Kamerstukken II, 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 672Kamerstukken II, 2024–2025, TK 109-12, Stenogram «Staat van de Economie», 2 september20253Kamerstukken II, 2024–2025, 32 637, nr. 6764Kamerstukken II, 2024–2025, 32 637, nr. 705 kst-32637-742ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7421 gebundeld, hetgeen een methodologisch gedegen alternatief biedt voorjaarlijkse monitoring. In bijlage 1 deel ik de resultaten.Begeleiding bij het benutten van financieringsmogelijkhedenHet Code-V-rapport beveelt (naast het verzamelen van data) aan om eenhelder financieringspad te creëren dat aansluit bij de verschillendegroeifasen van ondernemingen. Deze aanbeveling tot toegankelijkeinformatievoorziening voor vrouwelijke ondernemers onderschrijf ikvolledig. Om hier concreet invulling aan te geven, zet ik in op de Financie-ringsGids, die speciaal is gericht op ondernemers met een behoefte aanvreemd vermogen tot circa € 1 miljoen. Om ervoor te zorgen datvrouwelijke ondernemers zich op een herkenbare wijze aangesprokenvoelen door de Gids, wordt er extra aandacht besteed aan het tonen vaneen diverse groep ondernemers in promotiecampagnes en media-uitingen (zoals in de ondernemersverhalen). Daarnaast is er uitgebreid stilgestaan bij toegankelijk taalgebruik, zodat de Gids bereikbaar is vooriedere ondernemer. Ik moedig Code-V dan ook aan vrouwelijke onder-nemers warm door te verwijzen richting de FinancieringsGids en hen tewijzen op de verscheidenheid aan mogelijkheden die de Gids biedt, zodatwe gezamenlijk de financieringskansen voor vrouwelijke ondernemerskunnen vergroten.Start- en scale-ups, die vaker op zoek zijn naar financieringsvormen vaneigen vermogen, vallen hier echter deels buiten. Voor deze groep is er eenduidelijke financieringsroute beschikbaar, zo laat de meta-evaluatie vanhet risicokapitaalinstrumentarium5 zien. De financieringslijn loopt van deVroegefasefinanciering en het Innovatiekrediet in de vroegere fase, via deRegionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs), naar Invest-NL in delatere fase en uiteindelijk private investeerders. Deze private investeerdersworden op hun beurt gestimuleerd om in startups te investeren via deSEED capitalregeling. Daarnaast ontstaan er steeds meer privateinitiatieven die kapitaal verstrekken aan vrouwelijke ondernemers die zichrichten op kennisdeling en mentoring. Het brede aanbod aan instru-menten en de vele financiers die in verschillende groeistadia actief zijn,biedt dus veel mogelijkheden.Tegelijkertijd kunnen die mogelijkheden vragen oproepen bij onder-nemers over waar zij het beste terechtkunnen. Daarom vind ik het goeddat Code-V een roadmap heeft gelanceerd die deze groep helpt overzichtte krijgen over de bredere set aan beschikbare financieringsmogelijkhedenin verschillende fases.Naast dat ondersteuning nodig is bij aanvragen, is het minstens zobelangrijk dat ondernemers in een eerder stadium beschikken over dekennis en het inzicht om de juiste financieringskeuzes te maken. Een mooivoorbeeld van hoe deze kennisdeling in de praktijk vorm krijgt, is deorganisatie door Code-V van de Finance Friday-evenementen. Door kennisen ervaring uit bijvoorbeeld de praktijk van RVO te delen, krijgenvrouwelijke ondernemers beter inzicht in de financieringsmogelijkhedendie hun groei kunnen ondersteunen. Deelnemers ontdekken hier hoeregelingen zoals het Innovatiekrediet, de WBSO, Vroegefasefinanciering(VFF), DHI en diverse internationale programma’s kunnen bijdragen aande ontwikkeling van hun onderneming.5Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Meta-evaluatie risicokapitaalinstrumentarium.2024. Beschikbaar via: open.overheid.nl/documenten/5eff38ba-bb6c-42eb-b1fc-53c5bc583423/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7422 In het verlengde daarvan zet RVO zich met de campagne «Groei overGrenzen» specifiek in voor vrouwelijke ondernemers met internationaleambities. De focus ligt op het toegankelijker maken van financiering,informatie, handelsmissies en netwerkmogelijkheden. Met dezecampagne worden vrouwelijke ondernemers gestimuleerd hun horizon teverbreden en nieuwe markten te verkennen.Financiële stimuleringsmaatregelenGezien de behoefte aan meer kansen voor vrouwelijke ondernemers, doetCode-V de oproep tot een fiscale regeling en een speciaal fonds. Dit fondszou uitsluitend in vrouwelijke ondernemers investeren en rechtstreeksdoor de overheid worden ingericht.Hoewel ik begrijp dat Code-V voorstellen doet om de kansen voorvrouwelijk ondernemerschap te vergroten, laat het door mij bij het CBSuitgevoerde onderzoek naar de toegang tot financiering voor vrouwelijkeondernemers zien dat de kern van het probleem elders ligt. Het grootsteverschil tussen mannen en vrouwen doet zich namelijk niet voor bij debeoordeling van aanvragen, maar in de fase daarvoor (zie bijlage 1).Zodra een aanvraag is ingediend, ligt het succespercentage van vrouwe-lijke ondernemers met 89% nagenoeg gelijk aan dat van mannelijkeondernemers (90%). In de fase daarvoor zijn de verschillen groter: 59%van de mannelijke ondernemers met een financieringsbehoefte diendeeen aanvraag in, tegenover 47% van de vrouwelijke ondernemers (ziebijlage 1).De grootste verbetering in de toegang tot financiering voor vrouwelijkeondernemers kan worden bereikt door het aantal vrouwen dat daadwer-kelijk een aanvraag indient te vergroten, in plaats van te focussen op eenspecifiek fonds of fiscale regeling. Bovendien wordt bij de inzet van fiscaleregelingen uitgegaan van gelijke toegankelijkheid, zonder onderscheiddes persoons.Vandaar dat een gerichte aanpak in deze fase waarschijnlijk het meesteeffect heeft, zoals Invest-NL bijvoorbeeld doet. Binnen het gehelefinancieringstraject zet de organisatie zich in om de toegang tot finan-ciering voor vrouwelijke ondernemers te verbeteren. Zo wordt eronderzocht of onderdelen van het eigen investeringsproces mogelijkbelemmerend werken voor vrouwelijke ondernemers en verzamelt hetsinds eind 2024 aanvullende data om dit beter te begrijpen en te verbe-teren. Tevens zijn diversiteit en inclusiviteit binnen het investeringsbeleidvast verankerd: bij elke financiering worden hierover afspraken gemaaktmet founders en fondsmanagers. Sinds kort geldt daarbij de bepaling datminimaal 33% van de management- en bestuursposities wordt ingevulddoor vrouwen. Daarnaast lanceert Invest-NL het Diverse ManagerProgramme, een investeringsinitiatief van € 50 miljoen om diversiteit inde venture capital-sector te bevorderen.Taskforce en de rol van de overheidHet laatste punt dat Code-V voorstelt is het aanwijzen van een taskforce ofgezant die als aanjager kan optreden. Ik begrijp de drijfveer achter dezesuggestie, maar zie dat Code-V zelf al een belangrijke rol vervult in hetvergroten van bewustwording en het stimuleren van actie binnen desector.Dit ontslaat de overheid vanzelfsprekend niet van haar verantwoorde-lijkheid om oog te houden voor inclusiviteit in de beleidsontwikkeling enbij te dragen aan een gelijk speelveld waar dat nodig is. Vanuit hetministeries van EZ, BZ en Financiën is bij de oprichting van Code-V eenopstartsubsidie verstrekt om dit proces te ondersteunen. In de huidigefase lever ik mijn bijdrage in de vorm van in-kind-ondersteuning,bijvoorbeeld via een vertegenwoordiger van EZ in de raad van Code-V,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7423 hoogambtelijke aanwezigheid bij Code-V-bijeenkomsten, het zichtbaarmaken van Code-V en het streven naar evenwichtige man/vrouw-verhoudingen bij de programmering van panels en bijeenkomsten die EZzelf organiseert.Verder ga ik binnenkort met Code-V in gesprek, met alsdoel zicht te houden op ontwikkelingen en te beoordelen waar mijnbetrokkenheid verder relevant kan zijn.Daarnaast stimuleer ik de toegang tot financiering voor vrouwelijkeondernemers via de financieringsinstrumenten van EZ, zoals de SeedCapital, de ROMs en Qredits. Binnen de Seed Capital-regeling wordtstructureel geborgd dat vrouwelijke ondernemers onder gelijkevoorwaarden kunnen deelnemen aan beschikbare financiering. De ROMszijn betrokken bij Code-V door zowel het ondertekenen van de Code-V alsvia de bestuurlijke rol die ROM InWest namens alle ROMs binnen Code-Vvervult.Qredits dat zich gecommitteerd heeft aan Code-V, breidt de coachpool uitmet vrouwelijke coaches. Daarnaast voert Qredits in 2025–2028 een nieuwprogramma uit voor o.a. vrouwelijke ondernemers vanuit een kwetsbareachtergrond, zoals alleenstaande moeders of vrouwen in een bijstand-situatie, om hen te helpen met het ondernemerschap.Ervaringen van ondernemers met een migratieachtergrond bij toegang totkredietTijdens het commissiedebat Midden- en kleinbedrijf heb ik het lid Thijssentoegezegd in gesprek te gaan met ondernemers met een migratieachter-grond over hun ervaringen met het verkrijgen van financiering6. Hier-onder geef ik u inzicht in de resultaten van deze gesprekken, waarmee ikuitvoering geef aan de motie.Enkele ondernemers gaven aan dat het verkrijgen van financieren bijbanken uitdagend kan zijn. In het verlengde daarvan blijkt de bekendheidmet non-bancaire kredietverstrekkers bij de gesproken ondernemers nogbeperkt, terwijl deze financiers mogelijk voor hen een uitkomst kunnenbieden. Daarnaast zijn er zorgen geuit over mogelijke discriminatie ofvooroordelen.7Tegelijkertijd is dit beeld niet eenduidig. Mijn departement heeft ookondernemers met een migratieachtergrond gesproken die vrijwel geenbelemmeringen ondervonden bij het verkrijgen van financiering. Ik neemalle signalen, inclusief de zorgen over vooroordelen, zeer serieus. Eendeel van deze ervaringen heeft een bredere maatschappelijke achtergronddie ik niet alleen kan wegnemen. Wel blijf ik in gesprek met ondernemersen zet ik via onder meer Qredits en de FinancieringsGids in op hetvergroten van de toegankelijkheid van financiering.2. Versterking non-bancaire financieringsmarkt Toekomst SMF en oprichting FinankeurWaar ik in de vorige paragraaf inging op de toegankelijkheid vanfinanciering, geldt dat deze pas betekenis krijgt binnen een professioneleen betrouwbare financieringsmarkt. Hierin speelt de non-bancairefinancieringsmarkt een belangrijke rol.6Kamerstukken II, 2025–2026, 32 637, nr. 7127Deze signalen sluiten aan bij de bevindingen van het recente KIS-onderzoek Beperkt krediet?,zie: Van de Gevel, M., Van Rhemen, R., & De Winter-Koçak, S. (2025). Beperkt krediet. Kennis-platform Inclusief Samenleven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7424 De non-bancaire sector is de afgelopen jaren sterk geprofessionaliseerd,mede dankzij de Stichting MKB Financiering (SMF). In samenwerking metde overheid en de markt ontwikkelde SMF gedragscodes met keurmerkendie zorgen voor transparante voorwaarden, verplichte BKR-toetsing enonafhankelijke klachtenafhandeling via Kifid.Toch is verdere versterking nodig: een deel van de markt is nog nietaangesloten, ondernemers kennen het keurmerk onvoldoende en hettoezicht kan steviger. In gesprekken met SMF over sterkere controleme-chanismen – waarmee ik uitvoering geef aan motie Van Meetelen8 – isbevestigd dat er ruimte is om het stelsel verder te professionaliseren.Daarom richt de sector een nieuwe, onafhankelijke stichting op onder deprojectnaam Finankeur. Onder leiding van een kwartiermaker neemtFinankeur per 1 januari 2026 de gedragscodes over en intensifieert het deaudits en kwaliteitscontroles. Daarna volgt een sectorpact, waarinfinanciers zich gezamenlijk committeren aan hogere standaarden voortransparantie, zorgplicht en naleving. Ik steun dit van harte, vandaar dat ik2 miljoen euro beschikbaar stel ter ondersteuning van de reeds opgerichteonafhankelijke organisatie. Dit doe ik met de vrijgevallen middelen van deafgebouwde Groeifaciliteit, conform de motie Flach9, die mij opriep dezemiddelen in te zetten ten behoeve van mkb-financiering. Met deze inzetvan middelen wordt het vertrouwen in de non-bancaire markt vergroot ende basis gelegd voor een duurzame ontwikkeling van financierings-mogelijkheden voor ondernemers.De subsidie bouwt jaarlijks af en verwacht toenemende private bijdragen.En hoewel het zeker niet mijn voorkeur heeft, kan ik wetgeving nietuitsluiten als over drie jaar blijkt dat zelfregulering tekortschiet.Met deze inzet onderstreep ik de lijn dat het initiatief en de verantwoorde-lijkheid primair bij de sector zelf liggen. De rol van de overheid isfaciliterend en voorwaardenscheppend, en blijft terughoudend zolang demarkt aantoonbaar voortgang boekt.Toegankelijkheid van het Frauderegister voor non-bancaire financiersBij een goed functionerende markt hoort dat non-bancaire financiersbijdragen aan een fraudebestendige werking daarvan, omdat dit ook inhun eigen belang is. Ik heb daarom, conform mijn toezegging (TZ202509-070), contact gezocht met de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) om tekijken op welke manier non-bancaire financiers deel kunnen nemen aanhet Frauderegister.De voorwaarden en voorschriften voor deelname aan dit frauderegisterzijn opgesteld door verschillende branches uit de financiële sector engoedgekeurd door de AP via het PIFI-protocol. Dit is dan ook een privaatinitiatief; ik kan niet anders dan hier een faciliterende rol in innemen.Bij deelname aan het frauderegister moet voldaan worden aan de eisenvan de AVG, zodat persoonsgegevens op een veilige en transparantemanier worden verwerkt. De AP speelt hierbij een sleutelrol, aangezien zijde naleving van de AVG waarborgt. Het PIFI-protocol voorziet er op ditmoment in dat de AP toeziet op de naleving van de AVG door dedeelnemers.8Kamerstukken II, 2025–2026, 32 637, nr. 6839Kamerstukken II, 2025–2026, 32 637, nr. 674Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7425 Gezien het belang van privacybescherming is het raadzaam dehernieuwde toetsing van het PIFI-protocol, die loopt tot 1 april 2026, af tewachten. Deze toetsing geeft inzicht in de werking van het protocol en inde consequenties voor non-bancaire financiers. Na afronding kunnen debetrokken partijen bepalen welke aanvullende vereisten en waarborgennodig zijn om hun deelname aan het frauderegister mogelijk te maken.Samenwerking met de sectorHet laatste punt dat ik wil benoemen in het kader van mijn toezeggingenter versterking van de non-bancaire financieringsmarkt, is de samen-werking binnen de sector. In mijn vorige mkb-financieringsbrief10 van4 september heb ik toegezegd dat in 2024–2025 een pilot zou wordenuitgevoerd om de dataverzameling over de mkb-financieringsmarkt teverbeteren.Op 9 december is het eindrapport Uitvraag mkb-financiering door DeNederlandsche Bank (DNB) gepubliceerd (zie bijlage 2). Het rapport, datmede op verzoek van het Nederlandse Comité voor Ondernemerschap totstand kwam, is ontwikkeld in samenwerking met SMF, de NederlandseVereniging van Banken/ABN Amro Bank, DNB en mijn ministerie. Deuitvraag biedt een completer beeld van de mkb-financieringsmarkt enwordt volgend jaar herhaald, met de intentie om dit structureel te doen. Ermoet echter onderzocht worden hoe de juridische en organisatorischevraagstukken hiervoor kunnen worden ingericht. Ik zal uw Kamer over devoortgang hiervan op de hoogte houden.Daarnaast wil ik ingaan op de toezeggingen rond zekerheden11. Mijnambtenaren hebben, samen met het Ministerie van Justitie en Veiligheid,een constructief gesprek gevoerd met SMF over knelpunten rondomzekerheden bij mkb-financiering. Het Ministerie van Justitie en Veiligheidheeft hierbij hun lopende traject toegelicht: het voorstel om het pandrechtop enkele punten verder te actualiseren, waaronder het wettelijk facili-teren van de digitalisering van de registratie van een stil pandrecht. SMFheeft aangegeven deze ontwikkelingen aan te moedigen. Op 9 decemberis de motie Flach aangenomen12, waarin wordt gevraagd de concretebelemmeringen voor niet-bancaire financiers in kaart te brengen en perbelemmering te verkennen op welke wijze verbeteringen in het zekerhe-denrecht kunnen worden gerealiseerd. Ik informeer uw Kamer over deuitwerking hiervan in het tweede kwartaal van 2026.OverigGraag informeer ik u over de planning van de komende brieven. De motievan de leden Dassen en Martens-America13 verzocht de regering om,gelijktijdig met de kabinetsreactie op het eerder dit jaar verschenenDialogic-rapport (opgesteld naar aanleiding van de moties Romke de Jongc.s.14 en Van der Graaf/Stoffer15), varianten en opties voor een fiscalestimuleringsregeling voor startups nader uit te werken en met uw Kamerte delen. Op dit moment wordt nog nader data verzameld die benodigdzijn voor een goede onderbouwing t.a.v. de kabinetsreactie en deuitwerking van de varianten en opties. Deze informatie wil ik benutten bijhet informeren van uw Kamer.10Kamerstukken II, 2024–2025, 32 637, nr. 70511Kamerstukken II, 2025–2026, 32 637, nr. 71212Kamerstukken II, 2025–2026, 32 637, nr. 72413Kamerstukken II, 2024–25, 21 501-30, nr. 64214Kamerstukken II, 2023–2024, 32 637, nr. 58015Kamerstukken II, 2023–2024, 36 410 XIII, nr. 63Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7426 Aanvullend is 9 december de motie Vermeer aangenomen, waarin wordtgevraagd een fiscale stimuleringsmaatregel voor het mkb uit te werken. Ikwil de aanvullende data en de beantwoording van de motie Vermeerintegraal meenemen in de kabinetsreactie op het Dialogic-onderzoek ende beantwoording van motie Dassen/Martens-America. Dit is echter nietmogelijk vóór het einde van dit jaar. Mijn verwachting is dat de uitwerkingtegen het einde van het eerste kwartaal van 2026 aan uw Kamer kanworden toegezonden.Tot slot verschijnt begin 2026 de nieuwe Financieringsmonitor, gevolgddoor de kabinetsreactie op de GO-beleidsevaluatie en deMKB-financieringsbrief in het voorjaar van 2026.De Minister van Economische Zaken,V.P.G. KarremansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7427 Vrouwelijke ondernemers en hun zoektocht naar financieringIn september is op mijn verzoek een onderzoek door het CBS over detoegang tot financiering voor vrouwelijke ondernemers in de periode2022–202416. Door dezelfde methodologische basis te hanteren als het in2021 aan uw Kamer aangeboden CBS-onderzoek, zijn de resultaten goedvergelijkbaar met zowel de eerdere uitkomsten als met toekomstigemetingen.In tabel 1 deel ik de belangrijkste bevindingen:Tabel 1: Ontwikkeling in het doorlopen van financieringsstappen door mannen envrouwen (2017–2021 en 2022–2024)Stap in proces1Mannen(2017–2021)Vrouwen(2017–2021)Mannen(2022–2024)Vrouwen(2022–2024)Financieringsbehoefte222%20%15%14%Oriëntatie84%81%81%80%Aanvraag ingediend63%61%59%47%Succes na aanvraag84%82%90%89%1 Met uitzondering van de stap «oriëntatie» zijn de verschillen ten opzichte van mannelijke onder-nemers statistisch significant, ook na correctie voor de omvang en sector van het bedrijf en deleeftijd en herkomst van de ondernemer(s).2 De daling in financieringsbehoefte past binnen de bredere trend die zichtbaar is onder onder-nemers in de afgelopen jaren. Opvallend is dat vrouwelijke ondernemers aanzienlijk minder vaak eenaanvraag indienen dan mannen (47% t.o.v. 59%). Tegelijkertijd blijkt datvrouwen die een aanvraag indienen, vrijwel even vaak succes hebben(89%) als mannen (90%). Bij beide groepen is bovendien sprake van eentoename in het aantal (deels) goedgekeurde aanvragen.De steekproef is helaas niet van voldoende omvang om op betrouwbarewijze uitspraken te kunnen doen over de achterliggende oorzaken van hetlagere percentage vrouwen dat een aanvraag indient. De in de Financie-ringsmonitor genoemde redenen voor het niet indienen van financierings-aanvragen – zoals interne financiering, timing, hoge kosten of lageverwachting voor succes – kunnen ook hier een rol spelen. Of dezefactoren specifiek op vrouwelijke ondernemers van toepassing zijn en inwelke mate, is op basis van de huidige gegevens echter niet vast testellen.Ik juich het daarbij overigens toe dat Code-V, naast het CBS, ook zelf aandataverzameling en monitoring doet, wat de transparantie en het inzichtin het aanbod van financiering voor vrouwelijke ondernemers vergroot. Ikroep ondertekenaars van Code-V, waaronder de RVO, ROMs en Invest-NL,hierbij ook op om data aan te (blijven) leveren, zodat het inzicht verderkan worden versterkt.16Centraal Bureau voor de Statistiek (2025). Vrouwelijke ondernemers en hun zoektocht naarfinanciering 2022–2024. Publicatiedatum 29 september 2025. Geraadpleegd viahttps://www.cbs.nl/nl-nl/longread/aanvullende-statistische-diensten/2025/vrouwelijke-ondernemers-en-hun-zoektocht-naar-financiering-2022-2024Bijlage 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 7428

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d03716a2ef9e36cc

14 okt 2026 · 5164c083f5fea77e

13 okt 2026 · 3c624a7791c0edf7

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.