KamerkringInloggen
Kamerbrief

Logistieke laadinfrastructuur en doorberekening zero-emissie logistiek aan consumenten

14 mrt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b83faf04cb3f5dae · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 305MobiliteitsbeleidNr. 450 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 14 maart 2024In het tweeminutendebat op 13 juni jl. is de inzet van Nederland tenaanzien van de herziening van Europese emissienormen voor nieuwezware bedrijfsvoertuigen1 besproken. Naar aanleiding hiervan is de motievan het lid Krul2 door de Kamer aangenomen. Met deze motie wordt deregering verzocht om:−met behulp van bestaande plannen de Kamer te informeren over hoe,in samenwerking met medeoverheden, netbeheerders, bedrijven enandere betrokkenen, voldoende laadpaalinfrastructuur voor zwarevoertuigen gerealiseerd zal worden, en daarin ook een lijst vanmogelijke acties en een tijdpad op te nemen hoe de regering onderne-mers gaat stimuleren en helpen bij het realiseren van private laadpaal-infrastructuur voor zware voertuigen;−een verkenning aan de Kamer toe te sturen over of en hoe hogereaanschafkosten voor zero-emissietrucks en de hoge kosten voorrealisatie van private laadpaalinfrastructuur zorgen voor hogeregeschatte maatschappelijke kosten voor consumenten.In deze brief ga ik in op de bovenstaande verzoeken.Plan voor realisatie van voldoende laadinfrastructuur voor zwarevoertuigenZoals ik heb beschreven in de Kamerbrief «Realisatie laadinfrastructuurvoor vrachtwagens»3 van 13 juni jl. mag logistieke laadinfrastructuur geenbelemmering vormen voor de verduurzaming van het vrachtvervoer. Ermoet zowel bij bedrijven zelf, als onderweg voldoende gelegenheid zijnom te kunnen laden. Daarom is het belangrijk dat de uitrol van logistiekelaadinfrastructuur wordt versneld.1Kamerstuk 22 112, nr. 3683.2Kamerstuk 22 112, nr. 3705.3Kamerstuk 31 305, nr. 406. kst-31305-450ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4501 In de brief van 13 juni jl. beschrijf ik ook de aanpak die het Ministerie vanInfrastructuur en Waterstaat hiervoor gebruikt. Deze bestaat op hoofd-lijnen uit: het maken van goede prognoses zodat de laadinfrastructuurgelijke tred houdt met de ontwikkeling van de vloot, het uitwerken vaneen uitvoeringsagenda en het aanjagen van de praktische realisatie vanlaadinfrastructuur.Bij het realiseren van een dekkend netwerk van publieke logistiekelaadinfrastructuur streeft het ministerie ernaar om te voldoen aan dedoelstellingen van de Europese verordening infrastructuur alternatievebrandstoffen, de Alternative Fuels Infrastructure Regulation (AFIR). Zowelhet stimuleren van laden op verzorgingsplaatsen als het aanjaagpro-gramma Logistiek Laden (LoLa) zullen bijdragen aan de versnelderealisatie van publieke laadlocaties voor zware voertuigen. Hier wordt dekomende jaren dan ook sterk op ingezet. Daarnaast heeft het ministerieRijkswaterstaat opdracht gegeven het pilotprogramma Living Lab HeavyDuty Laadpleinen uit te voeren. Samen met marktpartijen worden er in ditprogramma op een zestal laadlocaties belangrijke data en ervaringenverzameld over het opladen van zware vrachtvoertuigen.Het overgrote deel van de elektrische vrachtwagens zal echter gaan ladenop eigen terrein of bij de klant of leverancier. In veel gevallen gaan zijladen op of bij bedrijventerreinen. Samen met medeoverheden, netbe-heerders en andere betrokkenen creëren we randvoorwaarden ombedrijven te ondersteunen bij het realiseren van deze private logistiekelaadinfrastructuur.Vanuit de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) zorgt de werkgroepLogistieke Laadinfrastructuur ervoor dat de ontwikkeling van laadinfra-structuur in Nederland gelijke tred blijft houden met het aantal elektrischevrachtwagens. Dit gebeurt onder andere door het uitvoeren vanonderzoek, het opstellen van laadprognoses en uitbrengen van advies. Dezes NAL-samenwerkingsregio’s en gemeenten bieden bedrijven kennis enadvies omtrent elektrificatie van transport en realisatie van laadinfra-structuur. Tevens brengt de NAL Vliegende Brigade de laadbehoefte opbedrijventerreinen in kaart. De Vliegende Brigade werkt hierbij nauwsamen met de NAL-samenwerkingsregio’s, gemeenten, netbeheerders enbedrijven(terreinen). De beschikbaarheid van voldoende netcapaciteitvoor de verduurzaming van logistiek is een zorgpunt. Ik ben hieroverdoorlopend in gesprek met de hiervoor beleidsverantwoordelijke Ministervoor Klimaat en Energie.Ook is mijn ministerie voor zowel publiek toegankelijke als privatelogistieke laadinfrastructuur een meerjarige subsidieregeling aan hetvoorbereiden. Met de Kamerbrief «Start Internetconsultatie Subsidierege-lingen Laadinfrastructuur»4 is de Kamer hier op 4 maart jl. overgeïnformeerd.Deze en andere maatregelen voor de realisatie van voldoende laadinfra-structuur voor vrachtwagens staan uitgebreider beschreven in deeerdergenoemde Kamerbrief «Realisatie laadinfrastructuur voor vracht-wagens». Aanvullend geeft de Kamerbrief «Plan en tijdspad voorverduurzaming van vrachtwagens»5 van 9 oktober jl. een breed overzichtvan acties en maatregelen voor de verduurzaming van vrachtwagens opde korte termijn (tot 2030), middellange termijn (2030 tot 2040) en langetermijn (2040 tot 2050).4Kamerstuk 31 305, nr. 446.5Kamerstuk 31 305, nr. 428.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4502 Verkenning doorbelasting investeringskosten zero-emissielogistiek aan consumentenNaar aanleiding van de motie van het lid Krul6 heeft het ministerie hetonderzoeksbureau Panteia opdracht gegeven om een verkenning uit tevoeren naar de mogelijke doorbelasting van de investeringskosten voorzero-emissietrucks en laadinfrastructuur aan consumenten. Het resulte-rende onderzoeksrapport is als bijlage aan deze brief toegevoegd. Deconclusie van het rapport7 is dat het effect van extra investeringen inzero-emissie (ZE)-logistiek op de prijs van consumentenproductenhoogstwaarschijnlijk marginaal blijft, zowel tot het jaar 2030 als daarna.Tot 2030Het aantal ZE-trucks groeit gestaag, maar zal tot 2030 relatief beperktblijven ten opzichte van het totale aantal vrachtwagens op de Nederlandsewegen. De groei van het aantal ZE-trucks zal naar verwachting niet leidentot prijsstijgingen van consumentenproducten. Dit komt ook doordat hetkostenaandeel van transport in een productprijs relatief beperkt is.Na 2030Na 2030 wordt een grotere instroom van ZE-trucks verwacht, maar ookdan lijkt het kosteneffect door ZE-logistiek voor consumenten beperkt teblijven. Hierbij speelt mee dat de total cost of ownership (TCO) vanZE-trucks naar verwachting rond 2030 eerst neutraal en dan positief wordtt.o.v. dieseltrucks. Transport zal duurder worden, ook als hiervoordieseltrucks gebruikt worden. Dit komt door stijgende kosten van arbeiden energie en het toekomstige beprijzen van CO2-uitstoot als onderdeelvan de beleidstransitie naar ZE-vervoer. Door de brede kostenstijging vanconsumentengoederen blijft het aandeel van transportkosten in de totaleproductprijs echter ongeveer gelijk.Tot slotHet ministerie blijft zich inzetten voor de verduurzaming van het vracht-vervoer en de belangrijke randvoorwaarde van voldoende publieke enprivate logistieke laadinfrastructuur.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,V.L.W.A. Heijnen6Kamerstuk 22 112, nr. 3705.7Panteia (2023) Verkenning doorberekening investeringen ZE-logistiek aan consumenten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4503

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7152a55329d27ee0

14 okt 2026 · 299ef41437eb0b79

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.