KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een notaoverleg, gehouden op 13 april 2026, over Definitief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

24 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 85ecf7e8132d8e8f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 592Defensienota 2024 – Sterk, slim en samenNr. 85 VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEGVastgesteld 24 juni 2026 De vaste commissie voor Defensie heeft op 13 april 2026 overleg gevoerdmet de heer Boswijk, Staatssecretaris van Defensie, over:–de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 19 decem-ber 2025 inzake definitief Nationaal Programma Ruimte voorDefensie (NPRD) (Kamerstuk 36 592, nr. 55);–de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 12 februari2026 inzake beantwoording vragen commissie over hetdefinitief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (Kamer-stuk 36 592, nr. 55) (Kamerstuk 36 592, nr. 57);–de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 13 februari2026 inzake verzamelbrief vastgoed en leefomgeving (Kamer-stuk 36 592, nr. 58);–de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 23 maart2026 inzake opvolging van de motie van het lid Diederik vanDijk c.s. over de maximale juridische ruimte opzoeken ombinnenlands te kunnen oefenen met drones (Kamerstuk36 600-X, nr. 58) (Kamerstuk 30 806, nr. 60).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,PaternotteDe griffier van de commissie,De Lange kst-36592-85ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 851 Voorzitter: Ten HoveGriffier: De LangeAanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Bikker, Boon, Diederik vanDijk, Dobbe, Peter de Groot, Ten Hove, Jagtenberg, Van Lanschot,Nanninga, Piri en Wiersma,en de heer Boswijk, Staatssecretaris van Defensie.Aanvang 13.01 uur.De voorzitter:Goedemiddag allemaal. Het is 13.00 uur. Welkom allemaal bij hetnotaoverleg Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Een warmwelkom aan de Staatssecretaris en aan de ondersteuning. Aan de anderezijde heet ik ook de leden van de Tweede Kamer welkom. Er is een helemooie afvaardiging vandaag. Ook heet ik iedereen welkom op de tribuneen de kijkers die van een afstand meekijken. De spreektijden voor hetnotaoverleg zijn vooraf allemaal vastgesteld. De leden mogen die zelfindelen voor de eerste en de tweede termijn. U heeft vier interrupties inde eerste termijn. Aangezien het een notaoverleg is, hebben we in detweede termijn gelegenheid tot het indienen van moties.Dan wil ik als eerste het woord geven aan mevrouw Jagtenberg van D66.U heeft twaalf minuten.Mevrouw Jagtenberg (D66):Dank u wel, voorzitter. In de VS hoorde ik de F-35 ooit omschrevenworden als de «sound of freedom», als die met een volle afterburnerovervloog. In de omgeving van Leeuwarden dacht mijn schoonfamiliedaar echter anders over. Ze vroegen mij of ik als lucht- en ruimtevaartin-genieur daar niet iets aan zou kunnen doen. Sinds de invasie in Oekraïnekijken we in Nederland gelukkig wel anders naar dit soort overlast. Denoodzaak van een slagvaardige krijgsmacht is duidelijk. Tegelijkertijdleven we in een klein land, waarin we de ruimte samen moeten delen. Datvraagt om een balans en een «whole of society»-aanpak, waarmee we delasten beperken en de baten vergroten. Juist daarom wil ik beginnen metcomplimenten aan Defensie. Er wordt echt werk gemaakt van afstemmingmet de omgeving rond het NPRD. Er wordt actief gezocht naar manierenom de lasten te verminderen, en de contacten verlopen over hetalgemeen goed. Wat mijn fractie betreft is de volgende stap duidelijk: nietalleen het beperken van de lasten, maar ook het vergroten van de baten.Voorzitter. De komst van nieuwe kazernes en Defensielocaties legt extradruk op de omgeving; denk aan woningbouw, infrastructuur en voorzie-ningen. Dat zijn geen kleine vraagstukken. Dit raakt direct aan deleefbaarheid in gemeenten. Veel mensen maken zich daar terecht zorgenover. Daarom vraag ik de Staatssecretaris: hoe wordt deze extra drukintegraal meegenomen in de plannen? Kunnen lokale overheden rekenenop concrete ondersteuning vanuit het kabinet om deze groei op te vangen,bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur?Een ander groot punt van zorg is stikstof. Eerder waren die zorgen alaanzienlijk. Het kabinet schreef zelfs dat de effecten enorm zouden kunnenzijn. Er werd gesproken van een vertraging van jaren en het risico dat ditde verdedigingscapaciteit van het NAVO-grondgebied kan beperken. Datzijn stevige woorden. Daarom is mijn vraag: waar staan we nu? Hoe wordtvoorkomen dat noodzakelijke defensie-uitbreidingen vastlopen? In debeantwoording van de feitelijke vragen lezen we dat het kabinet werkt aaneen nieuwe stikstofaanpak. Hoe verloopt het overleg met collega-bewindspersonen op dit punt? Kunnen we op korte termijn duidelijkheidverwachten over een aanpak waarin ook Ruimte voor Defensie explicietwordt meegenomen? Ook netcongestie is op veel plekken inmiddels eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 852 harde beperking. Op welke manieren kijkt Defensie naar het zelf opwekkenen opslaan van energie om deze knelpunten te omzeilen? Wordt daarbijook gekeken naar het delen van energie met bijvoorbeeld commerciëlepartijen in de omgeving? Dit zijn allemaal vraagstukken waar nationaleveiligheid en lokale leefbaarheid elkaar raken. Juist daarom is het vanbelang dat we hier vooruitkijken, knelpunten tijdig adresseren en samenmet de regio tot oplossingen komen.Voorzitter. Ruimte voor Defensie betekent ook: ruimte maken. Dat raaktmensen, hun huizen, hun bedrijven, hun leefomgeving. Juist daarom isparticipatie geen bijzaak maar een voorwaarde voor draagvlak enzorgvuldige besluitvorming. Voor mijn fractie staat voorop dat niemandzich overvallen mag voelen door plannen van de overheid. In het eerderedebat ging het over 27 woningen en bedrijven die plaats moesten makenvoor Defensie. Het is goed om te lezen dat het gesprek met ondernemersen woningeigenaren is gestart, maar ik wil de Staatssecretaris hieroverhet volgende vragen. Lopen deze gesprekken inmiddels met állebetrokken eigenaren? En is het aantal van 27 nog steeds actueel? Ikherinner de Staatssecretaris graag aan de breed aangenomen motie ommensen die hun huis moeten verlaten van deur tot deur te begeleiden.Wat is er concreet met die opdracht gebeurd? Hoe ziet de begeleiding erin de praktijk uit? En hoeveel van deze mensen hebben inmiddels eennieuwe plek gevonden? Want als we dit doen, dan moeten we het goeddoen: menselijk, zorgvuldig en met oog voor de toekomst van debetrokkenen.Voorzitter. Hoewel de mensen die wij spreken duidelijk doordrongen zijnvan de noodzaak van meer ruimte voor Defensie, maken ze zich ookzorgen over wat dit precies voor hen betekent. Dat zijn geen cijfers oppapier, maar mensen met een verhaal. Laten we ervoor zorgen dat zij zichgezien en gesteund voelen. We horen van hen de zorg dat door deafwezigheid van communicatie duidelijkheid ontbreekt, wat ruimte laatvoor spookverhalen. Hoe worden omwonenden op de hoogte gehoudenvan verandering en mogelijk overlast? En hoe zorgen we ervoor dat ergeen ruimte ontstaat voor nepnieuws en onrust, maar juist voorvertrouwen en duidelijkheid?Voorzitter. Als we spreken over ruimte voor Defensie, hebben we het nietalleen over vierkante meters grond, maar juist ook over het luchtruimboven ons. Daar liggen enorme kansen: de kans om te innoveren, om tetrainen, om voorop te blijven lopen in een wereld waarin onbemenstesystemen een steeds grotere rol gaan spelen. Het ontwikkelen, experi-menteren, opleiden, trainen en oefenen met drones en de bestrijdingdaarvan zijn essentieel om onze krijgsmacht wendbaar en toekomstbe-stendig te houden.Voorzitter. Wie vooruit wil, moet ruimte creëren, niet alleen fysiek maarook juridisch. In de opvolging van de motie-Van Dijk zien we een analysevan knelpunten en een duidelijke ambitie om de maximale juridischeruimte op te zoeken voor opleidings- en trainingsdoeleinden. Dat isprecies de richting die nodig is. Laten we die ruimte dan ook daadwer-kelijk benutten. Wanneer horen we meer over het oplossen van dezeknelpunten? Worden alle juridische knelpunten meegenomen in de Wetop de defensiegereedheid? Kan de Staatssecretaris toezeggen dat we voorhet behandelen van de wet een uitgebreide terugkoppeling hebben gehadover de opvolging van de motie-Van Dijk?Voorzitter. Na het thema drones wil ik kort ingaan op innovatie, specifiekop de samenwerking met lokale overheden. Als Defensie ergens uitbreidt,raakt dat direct de regio. Juist dan is het belangrijk dat we samenoptrekken en kansen verzilveren. Neem Lelystad Airport: met de komstvan de F-35 komt daar meer defensieactiviteit. Tegelijkertijd is er in deregio een sterke wens voor meer werkgelegenheid en voor een innova-tieve invulling van de luchtvaart, bijvoorbeeld op het gebied vanduurzame technologie. Dat vraagt om een gezamenlijke aanpak. DaaromTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 853 vraag ik de Staatssecretaris hoe hij concreet samenwerkt met gemeentenen provincies om lokale ambities, zoals innovatie en economischeontwikkeling, te verbinden aan de plannen van Defensie. Hoe zorgt uervoor dat regio’s niet alleen de gevolgen ervaren, maar ook echtmeeprofiteren van de kansen die dit biedt?We zien dat het wél kan. In Amersfoort en Zeist wordt al gewerkt aan eenintegrale aanpak, waarin natuur, leefomgeving en veiligheid hand in handgaan. Dat levert vertrouwen en kwaliteit op. Kan de Staatssecretaristoezeggen naar dit voorbeeld te kijken en de lessen hieruit mee te nemenin de andere onderdelen van het Nationaal Programma Ruimte voorDefensie?Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Als dit alles was wat collega Jagtenberg over Lelystad Airport gingzeggen, dan heb ik daar een vraag over.Mevrouw Jagtenberg (D66):Ja, dat was alles.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dat is het geval. Bij het notaoverleg over het conceptprogramma lagen ertwee duidelijke moties over Lelystad Airport: eentje van de collega’s vande VVD, om Lelystad Airport niet alleen te openen voor de F-35 maar ookvoor de burgerluchtvaart – ik zie meneer De Groot weer stralen nu ik ditzeg – en eentje van de ChristenUnie, om dat juist niet te doen. De motievan de ChristenUnie werd aangenomen met steun van CDA en D66 –sorry, meneer De Groot, maar zo waren de verhoudingen. Nu heb ikgelezen dat deze partijen zijn gedraaid in de afspraken die in het coalitie-akkoord zijn gemaakt, met alle gevolgen van dien wat betreft de geluids-overlast en wat dat zal betekenen voor inwoners, juist ook voor die vanZeewolde en de Veluwe. Mijn vraag is de volgende. Hoe weegt D66 derisico’s van het toestaan van burgerluchtvaart op een plek die juist ookvoor de militaire luchtvaart ontzettend belangrijk is? Vindt u dat allerisico’s daarvan al voldoende in beeld zijn gebracht of zijn er nogaanvullende onderzoeken nodig?Mevrouw Jagtenberg (D66):Dank voor de vragen. Wat onze fractie betreft, staat nationale veiligheidvoorop. We hebben dat ook met de regio Lelystad afgestemd. Zij waren erjuist voor dat, naast het openen voor de F-35, Lelystad ook openging voorburgerluchtvaart. Voor D66 staat voorop dat dit natuurlijk hand in handgaat met de geldende wet- en regelgeving voor natuur en milieu en dathet een afweging moet zijn die daarmee in balans is. Tot zover.De voorzitter:Dat leidt nog tot een vervolgvraag.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dank voor het antwoord. Het is goed om te horen dat de nationaleveiligheid vooropstaat, ook in alle komende afwegingen. Ook in mijneigen partij, de ChristenUnie, is het zeer bekend dat Lelystad ervanovertuigd is dat het goed is voor de lokale economie. Ik begrijp ook datmen zich daarvoor wil inspannen. Als Lelystad Airport voor vakantielucht-vaart wordt geopend, vind ik daar iets van wat ik bij IenW wel zalvertellen. Nu ik de defensiepet draag, heb ik eigenlijk twee grote zorgen.Aan de ene kant maak ik me zorgen dat het voor belemmeringen gaatzorgen wat betreft de vergunningverlening, omdat we zien dat detoegangswegen daardoor nog meer dichtslibben. Daarnaast maak ik meook wel echt zorgen om de veiligheidsrisico’s als we beide vermengen. IsD66 bekend met goede voorbeelden ervan dat dit uitstekend samengaat?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 854 Zouden we hier toch niet eerst even – bezint eer ge begint – moetenbekijken of dit überhaupt wel een verstandige combinatie is met deF-35’s? We weten dat de dreiging de komende jaren zal toenemen en datDefensie alleen maar zal groeien. Hoe ziet D66 dat voor zich? Kunnen wedaarin een gezamenlijk aanknopingspunt vinden?Mevrouw Jagtenberg (D66):Dank voor de vervolgvraag. Ik begrijp de zorgen en denk dat dit een goedevraag is voor de Staatssecretaris zelf. Hierover is namelijk nog te weiniguitgezocht. Er mag meer op papier komen over wat dat concreet betekent.Ons punt blijft dat de nationale veiligheid wel vooropgaat.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel voor de beantwoording. Mevrouw Bikker was wel heel lief,want het is natuurlijk wel een feit dat D66 een draai heeft gemaakt hierop.Het is toch interessant om te weten welke afwegingen D66 eerder maakteom te zeggen: we openen Lelystad niet voor de burgerluchtvaart, nietvoor vakantievluchten. Nu gebeurt dat namelijk wel, maar die veiligheids-overwegingen waren toen ook al bekend. Voor ons is het natuurlijk altijdeen heel spannend spanningsveld geweest, want je zag commerciëlebelangen hier ook doorheen spelen, bijvoorbeeld van de Schiphol Group.Ik ben dus toch wel benieuwd waarom D66 nu die draai heeft gemaakt.Welke nieuwe informatie is er gekomen die maakt dat er nu gezegd wordt:«wij wegen dat toch anders»?Mevrouw Jagtenberg (D66):Ik denk niet dat we het als een draai moeten zien. Zoals ik net ook alantwoordde aan mevrouw Bikker, is de afweging dat het openen vanLelystad Airport voor de burgerluchtvaart hand in hand gaat met het feitdat het daar zelf om vraagt als de F-35’s er komen. Dat is dus éénafweging. Verder blijft voor ons wel vooropstaan dat het in lijn moetblijven met de huidige wet- en regelgeving voor natuur en milieu.Mevrouw Dobbe (SP):Dat was niet het antwoord op mijn vraag. Die informatie dat LelystadAirport open wilde voor de burgerluchtvaart was al bekend; dat willen zeal jaren, al sinds Lelystad Airport is gebouwd. Die afweging kan dus nietnieuw geweest zijn. Dat kan dus geen nieuwe reden zijn geweest voor D66om toch te zeggen: we denken hier ineens faliekant anders over en westaan wel vakantievluchten toe vanuit Lelystad Airport. Welke nieuweinformatie heeft D66 gehad om te beoordelen dat het nu wel verantwoordkan? Zijn bijvoorbeeld de belangen van de bewoners en van het milieuanders gewogen en is de overlast anders gewogen? Wat is daar nu andersin? Of is het echt alleen maar een politieke overweging vanwege het ineen coalitie gaan?Mevrouw Jagtenberg (D66):Nogmaals, ons standpunt blijft dat het in lijn moet blijven met de nugeldende wet- en regelgeving voor natuur en milieu. We zien dat dat welkan. Sterker nog, we komen met verscherpte maatregelen, omdat deCO2-uitstoot en de geluidsoverlast omlaag moeten. We zetten dus vooralin op het nog verbeteren van een bepaalde situatie.De voorzitter:Oké, dank u. Dan gaan we naar de eerste termijn van mevrouw Bikker. Uheeft vijf minuten. O, u was nog niet zover, mevrouw Jagtenberg? Danvervolgt u uw betoog. Excuus.Mevrouw Jagtenberg (D66):Dat maakt niet uit. Dit was ook het laatste, hoor.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 855 Voorzitter. Tot slot een aantal korte, concrete punten. Uit Groningen horenwe signalen over mogelijke uitbreiding bij de Eemshaven. Wat zijn deconcrete ambities van Defensie hier? En lopen er al gesprekken oververdere uitbreiding?In Leeuwarden zou een COA-locatie komen, maar dat gaat nu niet doorvanwege Defensie. Hoe weegt de Staatssecretaris deze belangen? En hoeblijft de overheid een betrouwbare en voorspelbare partner voor regio’s?Veel plannen zijn gebaseerd op de NAVO-norm van 2%, maar inmiddels isdie al 3,5%. Wat betekent dit voor de ruimtevraag? En is dit toekomstbe-stendig of moeten we rekening houden met meer?Afrondend, voorzitter. Dit was mijn eerste debat. Ik vond het superleuk,zelfs de interrupties. Ik kijk uit naar meer.De voorzitter:Hartstikke mooi. Dank u wel.Mevrouw Dobbe (SP):Het is toch altijd goed om het debat te voeren. Ik heb nog één vraag.Tijdens het vorige debat – daar zat u nog niet bij, maar uw voorganger wel– hebben we doorgepraat over compensatie voor bewoners die nadeelondervinden van dit plan, Ruimte voor Defensie. Dat kan zijn gebeurdomdat ze bijvoorbeeld onteigend worden, omdat ze gevolgschade zullenhebben of omdat ze door het stellen van het voorkeursrecht al schadehebben ondervonden, al is de definitieve locatie niet op hun plek gevallen.Er is dus heel veel schade. We hebben het gehad over compensatie. Er isook een motie aangenomen. Die heeft D66 gesteund. Die ging overruimhartig compenseren en ook duidelijk maken wat die ruimhartigheiddan betekent, want het is nogal een subjectief begrip. Nu lees ik dedefinitieve nota en het hele begrip «ruimhartig» komt daar niet in terug.Mijn vraag is dus eigenlijk: is het D66 duidelijk hoe bewoners nu wordengecompenseerd en of dat «ruimhartig» voldoende is, en vindt D66 dat ookgenoeg? Wij hebben daar twijfels over; daar zal u niet over twijfelen.Mevrouw Jagtenberg (D66):Check. Dank voor de vraag. Drie interrupties, dat is toch wel weer leuk vanmevrouw Dobbe! Dank. Ik vind dat een goede vraag en ik sluit me daareigenlijk wel bij aan. Daarom heb ik de Staatssecretaris eerder ookgevraagd om een update te geven over de stand van zaken met betrekkingtot het aantal wisselingen van woningeigenaren en andere mensen dieruimte moeten maken voor Defensie. Dat is niet een direct antwoord opuw vraag, maar ik sluit me daar wel bij aan.Mevrouw Wiersma (BBB):Ik zag dat dit lid zo blij was met de interrupties dat ik dacht: ik pleeg er ooknog eentje. Zij stelt dat het zou moeten verlopen conform de geldendewet- en regelgeving op het gebied van natuur, maar we zien nu datLelystad – dat is natuurlijk echt wel een hoofdpijndossier, ook voor dezeStaatssecretaris overigens – geen goede vigerende natuurvergunningheeft. Er zijn in Nederland heel veel PAS-melders. Dat zijn mensen diealtijd integer hebben gehandeld, conform wet- en regelgeving, maar tochniet over een goede natuurvergunning beschikken, omdat zij ten tijde vanhet PAS geen vergunning konden krijgen.Het PAS is op een gegeven moment vernietigd bij de Raad van State dooreen rechtszaak van MOB. Maar er zijn heel veel gezinsbedrijven inNederland die nog steeds wachten op legalisatie om een natuurver-gunning te krijgen en weer in een legale situatie terecht te komen. Datloopt echt zeer moeizaam. Er zijn talloze handhavingsverzoeken bijbedrijven, gezinsbedrijven, die integer gehandeld hebben en straks tochmogelijk problemen ondervinden in de continuering van hun bedrijf, datsoms al generaties in de familie is. Ik ben het toch wel een beetje eensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 856 met mijn buurvrouw over de draai van D66. Als dit lid ... Excuses, ik ben jenaam even kwijt. Jagtenberg! Ik moet, in luchtvaarttermen, nog eenbeetje landen in deze commissie. Als dit lid nou moet kiezen tussen debelangen van een vliegveld en burgerluchtvaart en de belangen van al diegezinsbedrijven in Nederland die ook op zo’n vergunning wachten, hoekijkt ze daar dan nu tegen aan?Mevrouw Jagtenberg (D66):Bedankt voor de vraag. Wederom, voor ons staat voorop dat nationaleveiligheid belangrijk is. Zoals ik net al aangaf in mijn vraag aan deStaatssecretaris, willen we echter ook graag zien dat er zo veel mogelijkwordt gekeken naar een integrale aanpak van deze kwestie. Het raaktnamelijk meerdere belangen. Daarbij sluit ik mij aan.Mevrouw Wiersma (BBB):Dat was niet zozeer de vraag, natuurlijk. Ik had het hier niet over hetmilitaire gebruik, want dat snap ik. Het ging om de verbreding naarburgerluchtvaart. De inzet daarop en de inspanningen die D66 voor zichziet, voelen in disbalans, wetende dat er ook nog zo veel gezinsbedrijven,ondernemers die te goeder trouw gehandeld hebben, wachten op dezeinspanning vanuit dit kabinet, vanuit de politiek, maar ook vanuit D66.Mevrouw Jagtenberg (D66):Sorry, wat is de vraag?Mevrouw Wiersma (BBB):Ik had net niet het idee ... Het ging niet om het militaire aspect, maar omde verbreding naar burgerluchtvaart. Hoe weegt het lid Jagtenberg hetdat daarop inzet wordt gepleegd? Zou dit vergund kunnen worden, terwijler ook nog heel veel ondernemers zijn die geen politieke ondersteuninghebben gehad, ook niet van D66? Hoe weegt zij het dat hiervoor welinspanningen worden gedaan, terwijl er tegelijkertijd nog heel veelPAS-melders zijn die wachten op een goede vergunning?Mevrouw Jagtenberg (D66):Dank voor de verheldering. Het blijft voor ons vooropstaan dat nationaleveiligheid nu bij uitstek het belangrijkste is. Een integrale aanpak zou heelfijn zijn waar mogelijk, maar op dit moment is het vooral heel belangrijkdat we ervoor gaan zorgen dat we zelf veilig blijven, zodat we dat ook oplange termijn kunnen blijven en er ook ruimte blijft voor andere mensen inde samenleving om andere dingen te doen.De voorzitter:Ik zie geen interrupties meer. Dan gaan we nu echt naar de eerste termijnvan mevrouw Bikker. U heeft in totaal vijf minuten.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dank u, voorzitter. Afgelopen donderdag was ik bij de Generaal Spoorka-zerne in het mooie Ermelo. Ik was opnieuw onder de indruk van hetprachtige werk dat onze mannen en vrouwen bij Defensie doen. Eén dingis duidelijk: het is urgent dat we snel op gaan bouwen. In defensie moetenwe namelijk investeren, maar niet alleen op papier. Daarom een3D-bijdrage van de ChristenUnie over draagvlak, duidelijkheid endoorpakken.Allereerst draagvlak. Het draagvlak voor de defensie-uitbreiding isnamelijk over het algemeen vrij groot. Dat merkte ik ook in Ermelo enelders op de Veluwe. Omwonenden en gemeenten willen hun verantwoor-delijkheid voor onze veiligheid nemen. Maar draagvlak is kostbaar.Daarom is het noodzakelijk dat inwoners en bedrijven niet alleen nadelen,maar ook duidelijk voordelen ondervinden van de defensie-uitbreiding. ErTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 857 moet dus niet alleen een kazerne gebouwd of uitgebreid worden, maarook worden geïnvesteerd in de voorzieningen, woningbouw, leefbaarheiden bereikbaarheid van een gebied. Daarover zijn mijn zorgen groot. Iknoem bijvoorbeeld Ermelo. Welke garanties hebben inwoners daar datniet alle stikstofruimte naar de uitbreiding van de kazerne gaat enjongeren vervolgens kunnen fluiten naar de starterswoningen waarop zeal lang wachten?Ik noem ook de bereikbaarheid van de Veluwe. De kazerne in Zeewolde –deze Staatssecretaris was als Kamerlid ook allerminst gelukkig met dezelocatiekeuze – gaat met de zeer beperkte ontsluiting zorgen voor gedoe.Laat staan als er echt een keer paniek uitbreekt. Hier is geld voor nodig.De antwoorden in de feitelijke vragenronde stellen mij allerminst gerust.«Ga maar leuren bij IenW in het MIRT», is het antwoord, even wat minderambtelijk geformuleerd. Weet de Staatssecretaris al hoelang Hoevelakenop antwoord wacht? Kan de Staatssecretaris hier echt genoegen meenemen? Ik denk zomaar van niet. Bovendien gaat veel verkeer overprovinciale wegen. Daar biedt het MIRT geen antwoord.Voorzitter. Draagvlak dus. Dat geldt ook voor Staphorst. Dat wordt terechtaangehaald als voorbeeld van hoe een gemeenschap het grote munitie-depot verwelkomt. Maar als het Rijk van zijn kant het verhaal rondinfrastructurele aanpassingen niet nakomt, zeg dan maar dag tegen hetdraagvlak. Dat kunnen we niet hebben, want het is dringend dat wedoorpakken.Voorzitter. Dan het tweede punt: duidelijkheid over de planning. Gemeenteen personeel van kazernes hebben echt behoefte aan duidelijkheid. DezeStaatssecretaris moet wat de ChristenUnie betreft voorkomen dat deNederlandse ziekte ook zijn ministerie gaat overnemen: eindeloosoverleggen en geen schop de grond in. Gemeenten moeten telkens weerwachten op Defensie of op andere ministeries. Kan de Staatssecretaris perproject aangeven wat de tijdsplanning gaat worden, wanneer de eersteschop de grond in gaat en wanneer het eindplaatje gerealiseerd is? Vorigeweek werden we in een briefing geïnformeerd over de personele groeivan Defensie. Dan kan je ook meteen duidelijk maken waar demanschappen gestationeerd gaan worden.Wanneer worden de kazernes in Ermelo en Stroe uitgebreid, in afwachtingvan de nieuwe kazerne in Zeewolde?De heer Peter de Groot (VVD):Ik wil mevrouw Bikker van de ChristenUnie graag complimenten gevenover hoe goed ze in mijn geboorteregio actief is om te kijken wat erallemaal speelt op het gebied van defensie. Ik heb in het debat over debegroting gezegd dat ik in mijn jeugd niets anders zag dan Defensieper-soneel op straat. Er liggen veel plannen, dus er moet veel gebeuren. Wijhouden elkaar vast om ervoor te zorgen dat dat op een goede manier gaatplaatsvinden. Eén zin in het betoog van mevrouw Bikker viel mij op. Datwas: wat zegt u tegen starters als Defensie uit moet breiden en zij geenwoningen kunnen krijgen omdat Defensie alle stikstofruimte opgebruikt?Net gaf mevrouw Bikker ook weer aan dat die Defensielocaties moetenworden uitgebreid. Mijn vraag is: moeten we hier in de Kamer nietuitdragen dat starters niets aan een woning hebben op het moment dat zijniet veilig zijn in Nederland? Dat houdt elkaar natuurlijk in de houdgreep.Ik ben benieuwd hoe mevrouw Bikker daar eigenlijk naar kijkt.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Hiermee raakt collega De Groot eigenlijk aan de belangrijkste vraag vandit hele overleg. Het is namelijk nodig dat we ruimte maken voor Defensieen niet alles kan. We zullen moeten kiezen in schaarste. Dat ben ik zeermet hem eens. Of het nou gaat om natuur, om woningbouw of ombedrijvigheid, telkens zullen we een afweging moeten maken. Soms kan jeeen hele mooie combinatie maken. Neem bijvoorbeeld Ermelo, waar ikTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 858 was. Ik ken de kazerne ook nog uit mijn jeugd, want ik heb een heel aantaljaren in het mooie Nunspeet mogen wonen. Ik ken dus ook de geluidenvan de oefeningen, zowel van schieten in ’t Harde als van alles wat je zaggebeuren op de Ermelosche Heide. Maar dat terzijde. Wat me opviel: diekazerne is ooit veel drukker bevolkt geweest. Daar waren de manschappengelegerd. De dienstplichtigen hebben daar nog volop rondjes gemar-cheerd. Ik denk dus dat er ook binnen de huidige vergunning allerleimogelijkheden zijn voor het bouwen, alleen moeten er dan goedeafspraken gemaakt worden, met de regio, met de omliggende gemeentenen met de provincies, over hoe je er qua stikstofruimte een beetje voorkan zorgen dat jongeren ook een huis kunnen vinden. Ik denk dat dat kan.Wat betreft Natura 2000 vind ik het net zo goed spannend, om maar eenschot voor de boeg te geven. Ook daar zie ik dat we alles hebbenvastgelegd in tijden dat de wereld keurig aangeharkt was, maar nu ...Neem Overijssel, waar allemaal kleine Natura 2000-gebiedjes liggen. Ikben dol op natuur, want ik ben van de ChristenUnie, maar toch: wehebben wel een afweging te maken als het gaat om defensie. En dan kanniet alles samengaan. Ook dat gesprek hebben we in Europa te voeren,vind ik. Ik hoop ook dat de Staatssecretaris dat wil doen. Ik zie dus zekerwel het spanningsveld, maar ik denk ook dat als we allebei willen ... Jekan je verschuilen achter de wetten en de regelgeving. Dat is mijn zorg.Als ik manschappen, betrokkenen of ambtenaren spreek, dan merk ik datiedereen in het bestuurlijk overleg vanuit zijn eigen mandaat zit teonderhandelen. Misschien is het niet tijd om te onderhandelen, maar ishet tijd om door te pakken. Dan vragen we elkaar: wat vinden we hetmeest dringend? Daarom zei ik: aan draagvlak kunnen we met elkaar watdoen, maar ook aan duidelijkheid.Dan kom ik bij doorpakken, voorzitter, als u wil. Ik ga wel mijn stopwatchweer aanzetten, want ik weet hoe dat gaat met mijn vijf minuten.Doorpakken: dan komen we bij Lelystad. Bij het notaoverleg over hetconceptprogramma lagen er twee duidelijke moties. Ik schetste dat net alaan collega Jagtenberg. De motie van de ChristenUnie werd aange-nomen. Ik vond dat mooi, niet alleen omdat ik niet zo’n voorstander benvan burgerluchtvaart op Lelystad Airport, maar ook omdat ik hou vandoorpakken. Wat zou het goed zijn als dit vliegveld snel gereed kankomen, juist voor de militaire luchtvaart. Natuurlijk moeten we kijken water nodig is voor de Flevolandse economie; daar sta ik honderd procentachter. Maar kan de Staatssecretaris garanderen dat de komst van deburgerluchtvaart geen remmende factor zal worden in het realiseren vande militaire luchtvaart? Laat duidelijk zijn: ik ben tegen de komst van deburgerluchtvaart daar.Voorzitter. Ik heb nog een laatste vraag. Hoe gaat de Staatssecretarisermee om dat er nu veel meer landbouwgrond nodig is dan eerder werdbeoogd? Door de komst en de uitbreiding van de burgerluchtvaart gaat erheel veel echt vruchtbare landbouwgrond verloren. Kan de Staatssecre-taris ook aangeven wat dit alles gaat betekenen voor de wegen op deVeluwe en de aansluiting op Flevoland? Want die moet niet vastlopen alser paniek is; dat moet nog steeds soepeltjes doorgaan. Ik hoor op diepunten heel graag hoe mobiliteitsproblemen worden voorkomen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van Dijk. U heeft in totaalook vijf minuten spreektijd.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u wel. Onze krijgsmacht heeft meer ruimte nodig om te kunnenoefenen en militairen op te leiden. De ruimte in Nederland is schaars.Defensie is sterk afhankelijk van de bereidheid van decentrale overheden.Dat ze hun vinger hebben opgestoken, verdient alle lof, want deze opgaveTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 859 biedt naast kansen ook uitdagingen voor bestuurders, bewoners enondernemers op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid enmobiliteit. Ik denk aan de gemeenten Dronten en Goeree-Overflakkee,plekken die aangewezen zijn om extra te oefenen met laagvliegen methelikopters, of aan Nijkerk en Zeewolde, het grootste plan uit het nationaalprogramma. De komst van een nieuwe kazerne van de landmacht aan deSpiekweg in Zeewolde trekt bedrijvigheid aan in de provincie Flevoland,maar zet ook meer druk op bijvoorbeeld de verkeerssituatie rondknooppunt Hoevelaken. Kan de Staatssecretaris aangeven, ook inaanvulling op de vraag van mijn collega, mevrouw Bikker, wanneer hetkabinet met middelen komt om de aanpak van knooppunt Hoevelaken vande grond te krijgen? De MIRT-brief van afgelopen januari stelt ons wat datbetreft niet gerust. Hoe is de afstemming met de bewindspersonen vanIenW? De kazerne wordt tussen 2030 en 2040 in gebruik genomen, eennogal brede range. Kan de Staatssecretaris aangeven wat er nodig is omin de buurt van 2030 te komen?Ondertussen worden ondersteunende diensten alvast uitgebreid op debestaande kazernes in Ermelo en Stroe. Hoe betrekt Defensieomwonenden hierbij? De SGP heeft veel waardering voor de werkbe-zoeken die de Staatssecretaris in dit kader al aflegde aan Nijkerk,Zeewolde en Staphorst. De vastgoedbehoefte voor de munitieopslagStaphorst en de grondverwervingskosten zijn inmiddels geborgd in deVoorjaarsnota. Tegelijkertijd blijft er onzekerheid over de financiering vaninfrastructurele aanpassingen en ontsluitingen. De SGP kan zich er allesbij voorstellen dat de betrokken partijen inmiddels behoefte hebben aaneen tijdlijn. Daarom vraag ik de Staatssecretaris: wanneer kunnen we definanciële borging van de infrastructurele aanpassingen verwachten? Watons betreft wordt dit met Prinsjesdag geregeld, zodat Staphorst verderkan. Graag hoor ik hoe uitvoering gegeven wordt aan mijn motie,waaronder ook de naam van mijn favoriete Staatssecretaris prijkt.Voorzitter. Het verdient een compliment aan de voorganger van dezeStaatssecretaris dat hij zo veel locaties heeft kunnen aanwijzen dievoorzien in de behoeftes van Defensie. De enige behoefte waarvoor geenlocatie kan worden aangewezen, is de behoefte aan een tweede spring-terrein waar met zware explosieven kan worden geoefend. In antwoord opschriftelijke vragen, namelijk of dit noopt tot samenwerking met onzeoosterburen, gaf de Staatssecretaris aan dat hij als alternatief kijkt naar deverdeling over meerdere plekken in Nederland of naar bestaandeoefenmogelijkheden in het buitenland. Daarom vraag ik hem: loopt hetvervolgonderzoek hiervoor al, zodat duidelijk wordt welke zoeklocatieshiervoor in beeld zijn?Voorzitter. Relatief goede, goedkope drones maken het mogelijk om metbeperkte middelen grote schade aan te richten, waardoor sterkere legerslokaal belangrijke nederlagen kunnen leiden. We zien dat in Oekraïne enhet Midden-Oosten. Juist omdat het slagveld van de toekomst asymmetri-scher en minder voorspelbaar wordt, is de technologische knowhow vanNederlandse bedrijven op het gebied van intelligente systemen vancruciaal belang. Terecht pakt Nederland in Europees verband een leidendepositie op het gebied van drones en counterdronesystemen, maar metalleen technologie zijn we er niet.Er moet ook geoefend kunnen worden. Ik heb met belangstelling – collegaJagtenberg haakte daar ook bij aan – de analyse gelezen over knelpuntenvoor het oefenen met drones. Hiermee wordt invulling gegeven aan mijnaangenomen motie bij de begroting van 2025. Nog altijd zijn er belang-rijke juridische en fysieke beperkingen. Nauwere samenwerking metciviele partners, kennisinstellingen en het bedrijfsleven is van cruciaalbelang. Daarom is mijn oproep – die is ook gedaan door D66 – om tezorgen voor een vast gremium waarin Defensie kan samenwerken enoverleggen met de industrie en met andere partners om optimaal tekunnen oefenen, trainen en opleiden met onbemande vliegtuigen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8510 Tot zover. Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties, dus we gaan naar de heer Boon vande PVV met een totale spreektijd van tien minuten.De heer Boon (PVV):Dank u wel. De PVV is trots op de mannen en vrouwen van Defensie, dieelke dag paraat staan om ons land en onze vrijheden te beschermen. Wezijn trots op onze militairen, die bereid zijn om alles te geven voorNederland, en op onze veteranen: mannen en vrouwen die hebbengestreden voor onze veiligheid, vaak onder zware en gevaarlijke omstan-digheden. Daarom is het goed dat we nu een andere koers gaan varen.Want eindelijk komt er een einde aan jaren van bezuiniging op bezui-niging, jaren waarin Defensie werd uitgekleed onder leiding van de VVDen Mark Rutte. Dat waren jaren waarin onze militairen moesten werkenmet te weinig mensen, verouderd materieel en een organisatie die niet oporde was. Die tijd is voorbij. De PVV steunt de investeringen in ons leger.Maar voor de PVV staat altijd één ding voorop: het Nederlands belang.Onze militairen zijn er om Nederland te beschermen, om onze grenzen tebewaken en om veiligheid te garanderen. Dat betekent dat onze krijgs-macht sterk moet zijn: geen papieren werkelijkheid, maar echte slagkracht.Daarom moet Defensie de ruimte krijgen om dat extra geld ook echt goedte benutten. Geen bureaucratisch gedoe, geen vertraging, maardaadkracht. Wij willen een sterke krijgsmacht die doet waarvoor hijbedoeld is: Nederland beschermen. Dat betekent concreet: meer ruimteom te oefenen, voldoende opslag voor materieel en betere, realistischetrainingsmogelijkheden. Want alleen goed getrainde militairen zijninzetbaar wanneer het erop aankomt.Voorzitter. Dan moet je dus ook keuzes durven maken. Dan laat jeveiligheid niet tegenhouden door regels. Laten we eerlijk zijn: we hebbenniets aan militairen die in de file staan om een kazerne te bereiken omdatde wegen het niet aankunnen. Dat is toch absurd? Provincies engemeentes willen vaak best meewerken, maar dit is precies waar hetwringt. We laten onze veiligheid toch niet blokkeren door stikstofregels?Laat ik het maar gewoon zeggen: stop met die stikstofonzin. We moetendoorpakken. Regel die infrastructuur. Zorg dat onze kazernes bereikbaarzijn en Defensie kan doen wat nodig is. En ja, houd de overlast zo veelmogelijk binnen de perken, voor militairen en voor gewone Nederlanders.Maak geen excuses en overleg niet eindeloos; ga het gewoon regelen.Voorzitter. We moeten eerlijk zijn: een sterke krijgsmacht betekent opsommige plekken meer overlast. Voor mensen die daar wonen is dat nietniks. Dat begrijpen wij heel goed. Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk zijn.Het is simpelweg onmogelijk om dit te doen zonder enige overlast teveroorzaken. We moeten er wel alles aan doen om die overlast zo veelmogelijk te beperken. Dat kan door slim te plannen, te investeren in goedeinfrastructuur en duidelijk te communiceren met de omgeving. Laat eending duidelijk zijn: onze veiligheid staat voorop.Voorzitter. De PVV heeft nog een aantal vragen en aandachtspunten. HetNPRD laat zien dat er grote stappen worden gezet, maar ook dat er nogbelangrijke gaten zijn. Zo is er geen nieuw terrein aangewezen om teoefenen en te trainen met explosieven. Dat is wat de PVV betreftonacceptabel. Een Nederlandse locatie heeft onze voorkeur, maar als hetin Nederland niet lukt, moet er actief gekeken worden naar haalbarebuitenlandse alternatieven, zodat onze militairen wel volledig kunnentrainen.Verder hebben wij de vraag of er binnen het NPRD voldoende isnagedacht over oefenterreinen waar de nieuwe drone- en counterdrone-eenheden kunnen trainen, zowel in het uitvoeren van aanvallen als in hetonderscheppen en uitschakelen van drones en raketten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8511 Voorzitter. De F-35 is ons superieure wapen in de lucht en het parade-paardje van de luchtmacht. Hij is onmisbaar voor onze slagkracht enparaatheid. De PVV staat daarom positief tegenover het stationeren vandeze toestellen op Lelystad Airport. Daarbij gaan wij ervan uit dat er waardat kan rekening wordt gehouden met de omwonenden.Voorzitter. Wij willen dat ons eigen midden- en kleinbedrijf voorrang krijgtbij opdrachten van Defensie, bijvoorbeeld bij de bouw van kazernes enoefenterreinen, bij onderhoud en bij inkoop van goederen en diensten.Koop juist lokaal. Denk aan simpele dingen als voedsel inkopen bij lokaleleveranciers, bloemen halen bij de bloemist in de buurt en het gebakbestellen bij de warme bakker om de hoek. Besteed het geld in regio’swaar kazernes en oefenterreinen liggen. Als ons eigen midden- enkleinbedrijf ervan profiteert, is dat goed voor Nederland en voor hetdraagvlak. Graag hoor ik van de Staatssecretaris of hij dit ook wil en of erverstikkende aanbestedingsprocedures zijn die dit in de weg zitten.Daarnaast pleit de PVV ervoor dat Defensie een hogere prioriteit krijgt ophet spoor, met uitzondering van de spits, zodat militair transport nietvastloopt in logistieke knelpunten. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar?Voorzitter. Dan een ander punt. Nieuwe kazernes moeten voorbereid zijnop moderne en hybride oorlogsvoering. Denk aan antidronemaatregelenen bescherming tegen nieuwe dreigingen. Het gaat daarbij niet alleen omhet afslaan van aanvallen, maar ook om het tegengaan van spionage enandere heimelijke activiteiten. Is de Staatssecretaris ervan overtuigd dathier, ook qua ruimte en inrichting, voldoende rekening mee wordtgehouden?Een ander punt, een principieel punt, is dat de PVV geen islamitischegebedsruimtes op kazernes wil. Onze krijgsmacht staat voor eenheid,discipline en onvoorwaardelijke loyaliteit aan Nederland. Daarom is ergeen plaats voor de islam of het faciliteren van de sharia. Kazernes zijn erom Nederland te verdedigen, niet om ruimte te bieden aan islamitischevoorzieningen die haaks staan op onze waarden en vrijheden. Kan deStaatssecretaris uitleggen waarom Defensie dit toch zou moetenfaciliteren?Tot slot. De PVV vindt dat er niet gewacht moet worden tot 2028 om hetazc in Budel te sluiten. De mensen in Budel hebben al veel te lang veel teveel overlast en agressief gedrag van asielzoekers moeten verdragen. Hetis genoeg geweest. Dat azc moet dit jaar voor 1 juli dicht, zodat er weerruimte komt voor onze eigen mensen. Wij zetten in plaats van asielzoekershén op één.Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende spreker. Mevrouw Dobbespreekt namens de SP. Zij heeft een totale tijd van vijf minuten.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Defensie moet voorzien in wat er door de NAVOwordt verwacht. Dat lezen we ook weer terug in deze nota. Daarom moetDefensie groeien en is er behoefte aan ruimte. Waar is de onderbouwingdaarvan? We hebben zeker recent weer gezien hoe de NAVO vormgeeftaan haar behoefte, namelijk door uitspraken van Trump die vervolgensverdedigd worden door Rutte. Daarna zou Nederland dan daaraan moetenvoldoen. Ik heb eerder gezegd dat wij het problematisch vinden als delevens van mensen in onzekerheid worden gestort door de belangen vanTrump en van de VS. Daarom stel ik deze vraag hier weer aan dezeStaatssecretaris.Als we kijken naar de mensen, de gezinnen, de bedrijven en de gemeen-schappen die worden geraakt, lezen we over participatie en inspraak in devervolg- en realisatiefase. Wat betekent dit nu heel concreet? Veel mensenvoelen zich nu al niet gehoord, dus wanneer, op welke manier enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8512 waarover kunnen zij zich nog daadwerkelijk uitspreken en waar hebben zeinspraak in? Hoe kunnen wij daar inzicht in krijgen, zodat we ook wetendat het goed en zorgvuldig gebeurt?Voorzitter, dan compensatie. In het vorige debat hebben we daaruitgebreid over gesproken. Daarna is onze motie aangenomen om eencompensatieregeling uit te werken met daarin gespecificeerd hoe hetbegrip «ruimhartig» wordt toegepast. Het hele begrip «ruimhartig» komtin deze nota niet meer terug. Hoe is deze motie dus uitgevoerd? Graageen concreet antwoord. We horen dat mensen op de Weerterheide inblijvende onzekerheid verkeren. Over compensatie voor bijvoorbeeldverlies van grond hebben ze nog niks gehoord. Onzekerheid vreet echtaan mensen. Dat is heel erg voorstelbaar. Die onzekerheid doet mensenecht heel erg veel. Ik hoor graag hoe het nu verdergaat en hoe deze motiewordt uitgevoerd.We lezen dat mensen in cassatie kunnen gaan bij de Hoge Raad als zebezwaren hebben tegen voorgestelde compensatie. Ja, me dunkt dat zedat recht hebben. Natuurlijk hebben ze dat recht! Hoe ruimhartig vindt deStaatssecretaris het zelf om mensen dan maar door te sturen naar deHoge Raad? Wat doet hij om te voorkomen dat mensen genoodzaaktworden om dit te doen? Voor mensen die bezwaren hebben tegenbesluiten over nadeelcompensatie staat ook bezwaar en bestuursrechtelijkberoep open. Dat lezen we ook. Ook hier: me dunkt, want daar heeftiedereen gewoon recht op. Mensen moeten dan dus ingewikkeldejuridische procedures doorlopen, terwijl zij buiten hun schuld om schadehebben gelopen, waarbij Defensie wel advocaten heeft en deze mensenniet. Waar is dus de ruimhartige en laagdrempelige procedure die mensenkunnen doorlopen?We begrijpen dat er nog geen sprake is van of besluit genomen is overgedwongen uitzettingen van mensen of bedrijven. Klopt dat? Kunnen wijhier met de Staatssecretaris afspreken dat hij het proces zo inricht dat hierook geen sprake van zal zijn in de toekomst?Tot slot. Is de Staatssecretaris het met ons eens dat we ons, gezien deenorme opgaven zoals woningbouw, geen voorrang of uitzonderingenvoor Defensie die hier ten koste van gaan, kunnen veroorloven?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende spreker, mevrouw Wiersma.Zij heeft ook een totale spreektijd van vijf minuten.Mevrouw Wiersma (BBB):Ja, dank. Ik kom er net achter dat ik dan een en ander zal moetenschrappen. Ik zal gauw voortgaan.Voorzitter. Nederland staat voor een immense opgave. De wereld om onsheen is instabieler geworden en dat vraagt om een sterke en goeduitgeruste krijgsmacht. Dat is voor BBB ook absoluut geen discussie.Veiligheid is een kerntaak van deze overheid. Maar één ding is ookglashelder voor BBB: nationale veiligheid mag nooit ten koste gaan vande voedselzekerheid en de vitaliteit van onze regio’s. Juist in een onzekerewereld hebben we beide nodig: een sterke krijgsmacht, maar ook eensterke landbouwsector. Beide zijn randvoorwaardelijk voor een weerbaarland.We spreken vandaag over een ruimtebeslag van vele hectares. Ik weet dater nu minder op landbouwgrond wordt afgewenteld dan aanvankelijk inde nota genoemd werd. Dat is afgezwakt en dat is positief, maar het gaatuiteindelijk wel om meer dan 1.000 hectare. Ik wil de Staatssecretarismeegeven, en ik weet dat hij het weet: achter die hectares zitten mensen.Daar zitten gezinnen. Daar zitten bedrijven, die daar soms al generatieslang zitten. Het heeft een enorme impact als je ziet dat het ruimtebeslagop jouw bedrijf valt. Dat geldt in de regio Zeewolde en in Midden-Drenthe,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8513 bij De Haar. Daar gaat het om twee bedrijven, maar dat zijn wel familiesvan wie het leven significant veranderd wordt. We begrijpen dat Defensieruimte nodig heeft. Laat ik daarbij uitspreken dat ik waardering heb voorwat de vorige Staatssecretaris deed en wat hopelijk ook deze Staatssecre-taris doet. Ik vraag hem of hij er ook achter staat om het platteland hierinserieus te nemen en ook serieus mee te nemen. Het is belangrijk dat delijn die toen is ingezet, zorgvuldig en rechtvaardig wordt voortgezet, metniet alleen oog voor de gezinnen die het raakt, maar ook oog voor devoedselzekerheid.Voorzitter. De Staatssecretaris spreekt over een waardig perspectief envolledige schadeloosstelling. Dat klinkt goed, maar ik ben wel benieuwdwat dat concreet betekent voor de mensen die het raakt. Daarom heb iknog een aantal vragen. Het waardige perspectief staat voorop, maar hoerijmt de Staatssecretaris dit met het feit dat schaduwschade, dus deschade die ondernemers in het gebied nu al lijden door jarenlangeonzekerheid en investeringsstops, wettelijk is uitgesloten van vergoeding?Is de Staatssecretaris bereid om met een ruimhartige regeling te komendie ook die juridische blokkade doorbreekt? Dan is het namelijk daadwer-kelijk een volledige schadeloosstelling en een waardig perspectief.In de regio’s is daarnaast frustratie over de stikstofruimte, die tot eenkookpunt stijgt als het gaat over wie welke prioriteit krijgt; het is al vakerbenoemd. Honderden PAS-melders verkeren al jaren in juridischeonzekerheid en wachten op de aan hen beloofde legalisatie. Het kabinetlijkt nu voor de uitbreidingsplannen wél wegen te vinden om stikstof-ruimte vrij te maken, maar erkent zelf dat de beschikbare stikstofruimteeen cruciale factor is voor het tempo waarmee de 57 behoeften kunnenworden gerealiseerd, zeker omdat veel militaire locaties in of nabijstikstofgevoelige Natura 2000-gebieden liggen. Het is voor BBB eenkwestie van morele en juridische rechtvaardigheid. Een eerlijke volgordeen een kabinet dat zich kabinetsbreed inzet voor een rechtvaardigebenadering zijn daarin essentieel.In de ingediende zienswijze zien we ook de vrees – luid, ook nog – datDefensie straks met voorrang de stikstofruimte opeist of, erger nog, dathet stikstofsaldo van boeren die moeten wijken voor de kazernes ofmunitiedepots, alleen wordt ingezet voor militaire activiteiten in plaatsvan bijvoorbeeld het legaliseren van PAS-melders. De Staatssecretaris lijktde verantwoordelijkheid daarvoor af te schuiven op de kabinetsbredeaanpak en politieke besluitvorming, maar de mensen in het veld vragennu wel om boter bij de vis.De voorzitter:Mevrouw Wiersma, ik onderbreek u heel even. U heeft nog 45 seconden.Ik weet niet wat voor plannen u voor de tweede termijn heeft, maar...Mevrouw Wiersma (BBB):Ik heb straks nog één motie. Ik ga heel snel door.Kan de Staatssecretaris de toezegging doen dat er voor geen één projectbinnen het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie een definitievestikstofvergunning zal worden aangevraagd of verleend zolang er in debetreffende regio nog PAS-melders moeten wachten op de wettelijkelegalisatie van hun bedrijfsvoering? Ik zou de Staatssecretaris willenvragen om in de gezamenlijke aanpak voor alle projecten die daaropwachten, inzet te plegen.Ik stop hierbij, voorzitter.De voorzitter:Oké. Dan houdt u nog twaalf seconden over voor de tweede termijn. Dangaan we naar de volgende spreker. Dat is mevrouw Nanninga namensJA21. U heeft in totaal zeven minuten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8514 Mevrouw Nanninga (JA21):Kijk eens aan! Dank, voorzitter.Voorzitter. Voor JA21 gaan deze nota en dit gesprek met elkaar over devraag of Nederland in staat is om zijn krijgsmacht daadwerkelijk gereed temaken. Zonder oefenterreinen, zonder vastgoed, zonder juridische ruimte,zonder stikstof- en netruimte is echte gereedstelling zoals hier bedoeldonmogelijk. Het NPRD maakt duidelijk dat Defensie extra fysieke enmilieuruimte nodig heeft om hoofdtaak 1 waar te maken en dat onder-schrijven wij volledig. Tegelijk zien we het risico dat we in deze stukkendeze grote woorden gebruiken, maar nog te weinig harde uitvoeringsze-kerheid hebben. De vorige Staatssecretaris, Staatssecretaris Tuinman, konin de beantwoording van schriftelijke vragen niet aangeven welke delenvan het NPRD vastlopen op stikstof, evenmin waar de netcongestie eenprobleem wordt en ook nog niet welke financiële bijdragen van het Rijkper locatie nodig zijn voor infrastructurele inpassing.Voorzitter. Op het punt van regeldruk en juridische ruimte staat JA21 heelhelder in de wedstrijd. Als Defensie gereed moet zijn, dan moet Defensieook de ruimte krijgen om te oefenen, te testen, op te schalen. Dat geldtzeker ook voor onbemande systemen. In de brief van StaatssecretarisBoswijk over drones staat dat Defensie nu vastloopt op complexeprocedures, frequentieruimte, natuurwetgeving, persoonsgegevens,verouderde luchtvaartregels en simpelweg gebrek aan luchtruim. HetNPRD, in combinatie met de Wodg, moet daar dus heel snel merkbaarverschil in gaan maken. Of kijk naar zo’n situatie als die in Herwijnen:jarenlange procedures, weer een nieuwe rechtszaak, eindeloze discussiesen uiteindelijk is er nog steeds geen radar. Dit is dus precies het soortgetreuzel en geneuzel waar we echt van af moeten. Mijn vraag aan deStaatssecretaris is daarom simpel: in hoeverre is het NPRD daadwerkelijkhet startschot om dit soort dossiers vlot te trekken? Wat gaat er danconcreet anders, zodat projecten, zoals die in Herwijnen, niet opnieuwjarenlang vastlopen?Daarom heeft JA21 hier een paar concrete vragen over. Wanneerverwacht de Staatssecretaris dat de aanpassingen in de luchtvaartveilig-heidsregels daadwerkelijk zijn geformaliseerd? Welke bestaande oefen- entestlocaties kunnen dit jaar al extra worden benut? Kan de Staatssecretarisons, al dan niet vertrouwelijk, periodiek rapporteren over de voortgangvan dronepilots in Valkenburg, Marknesse en de andere door hemgenoemde test- en schietlocaties? We hebben in Oekraïne gezien datdrones cruciaal kunnen zijn in moderne oorlogsvoering en dan moet datook terugkomen in dit programma en in de uitvoering.Voorzitter. In de antwoorden van de Staatssecretaris staat dat Defensiesamen met IenW bekijkt welke infrastructurele aanpassingen die nodigzijn voor het NPRD een plek kunnen krijgen in het MIRT. Ook staat er dataanpassingen aan de onderliggende wegennetten met gemeentenworden besproken. In de regio Harderwijk is in het Bestuurlijk OverlegMIRT afgesproken dat het Rijk bijna 100 miljoen euro uit deWoMo-middelen bijdraagt aan een keervoorziening voor Harderwijk enaan maatregelen op de Veluwelijn om een frequentieverhoging mogelijkte maken. Dat is heel goed, maar laten we daar ook heel helder over zijn:voordat Defensie ergens uitbreidt, moet honderd procent zeker zijn dat dieinvesteringen er ook daadwerkelijk komen. We kunnen niet eerst eenmunitiedepot neerzetten en daarna via een ander ministerie half terug-krabbelen op wat er is toegezegd omdat daar dan ineens toch weer geengeld voor is. De groei van Defensie moet niet alleen iets vragen vanburgers, maar ook aantoonbaar iets teruggeven. Is de Staatssecretaris datmet mij eens?Voorzitter. Dan nog even over het gebrek aan ruimte om te trainen metexplosieven. In hoeverre kijkt het kabinet serieus naar structureleuitbreiding van oefenmogelijkheden in het buitenland? Nederland maaktal gebruik van faciliteiten zoals op Kreta, maar is de StaatssecretarisTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8515 bereid dit verder uit te bouwen als binnenlandse ruimte tekortschiet enkan hij daarbij concreet maken of dit een volwaardig alternatief kan zijn ofdat het alleen een tijdelijke uitwijkoptie is? In een eerdere beantwoordinglezen wij dat Defensie die behoefte opnieuw gaat heroverwegen enmogelijk wil kijken naar een combinatie van spreiding binnen Nederlanden het gebruik van bestaande oefenlocaties in het buitenland. Kan deStaatssecretaris iets meer duiding geven bij die heroverweging? Wanneerverwacht hij hier meer duidelijkheid over te kunnen geven? Is hetdenkbaar dat een structurele combinatie van binnenlandse en buiten-landse oefenmogelijkheden uiteindelijk de voorkeur krijgt?Voorzitter, tot slot. De burgemeester en een wethouder van de gemeenteStaphorst zitten hier op de publieke tribune. Dat is een gemeente die eenstap naar voren zet om ruimte te bieden aan Defensie, waarvoor dank. Wewillen andere gemeentes vooral oproepen dit ook te doen. Dat helpt onsallemaal. Natuurlijk wil ik namens JA21 ook onze waardering en dankuitspreken richting onze huidige mannen en vrouwen van Defensie en deveteranen uit het verleden.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende spreker. Dat is de heer DeGroot. Hij spreekt namens de VVD. U heeft wel elf minuten.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Laat ik vandaag beginnen met het uitspreken vanwaardering voor de mensen in Nederland, voor bestuurders vangemeenten en provincies, die ruimte maken voor onze krijgsmacht. Datgaat namelijk niet zonder slag of stoot. Kijk maar naar Zeewolde, waar eenmegakazerne mogelijk wordt gemaakt, of naar Lelystad, waar ruimtewordt geboden aan de F-35. In Staphorst is er ruimte voor munitieopslag.In Budel worden een kazerne en oefenterrein heropend. Het zijn een paarvoorbeelden van vele.Soms liggen daar geen makkelijke keuzes aan ten grondslag. Het raaktnamelijk de leefomgeving van mensen. Dat vraagt natuurlijk omdraagvlak, maar ook om bestuurlijke moed. Juist daarom zeg ik hier:Nederland staat op voor Defensie. Dat zie je steeds meer en steeds vaker.In Budel willen ze bijvoorbeeld zelfs heel graag dat de militairen terug-keren. Dat is mooi om te zien. Dat betekent ook dat Den Haag moetleveren, want als het land ruimte maakt, mag het Rijk geen rem zijn op deplanning, het tempo en de randvoorwaarden. Ik kom daar zo op terug.Voorzitter. Eerst nog maar even over waarom we dit moeten doen, wantlaten we scherp zijn en blijven op de context. Het gaat over de veiligheids-situatie, die in Europa fundamenteel is veranderd. Deze commissie heefttwee weken geleden met eigen ogen gezien hoe dat eruitziet. Ik heb inPolen en Oekraïne zowel de dreiging als de oorlog met eigen ogen gezien.De dreiging is concreet en zal langdurig zijn. Van Nederland mag wordenverwacht dat wij hierop onze verantwoordelijkheid nemen, om onszelfbeter te kunnen verdedigen en binnen de NAVO een sterke partij te zijn.Dat betekent dat wij een krijgsmacht moeten hebben die inzetbaar,schaalbaar en geloofwaardig is. Dat betekent dus groei, echt serieuzegroei. Die groei kan er alleen zijn als we fysiek en ruimtelijk de randvoor-waarden op orde hebben. Dat is precies waar het hier vandaag over gaat.We hebben ruimte nodig voor kazernes, voor munitieopslag, voorluchtmachtcapaciteit, voor oefenterreinen en voor nieuwe vormen vanoptreden, zoals grootschalige drone-operaties.Voorzitter. Oorlogsvoering verandert razendsnel. Drones zijn geen nichemeer. We hebben net een aantal collega’s erover gehoord. Ze zijn eenkernonderdeel van moderne conflicten. Dat vraagt om grootschaligeoefenruimte. Mijn vraag aan de Staatssecretaris daarover is vandaag danook: waar en wanneer wordt deze extra oefencapaciteit voor droneope-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8516 raties gerealiseerd? Ik mis een grootschalig onderdeel daarvan in ditprogramma.Voorzitter. Een grote zorg van de VVD zijn het tempo en de samenhangvan dit programma. De opgave is groot, maar de aanpak is ookversnipperd. Er is sprake van losse projecten, trage besluiten en veelfocus op procedures. Daarom stel ik de Staatssecretaris de volgendefundamentele vragen. Wat is zijn integrale planning, niet per locatie, nietper project, maar met één samenhangend tijdpad voor het programma inzijn geheel? Wanneer worden locaties vastgesteld? Wanneer starten deuitbreidingen? Wanneer zijn ze operationeel? Kan de Staatssecretaris eenduidelijke tijdlijn met concrete mijlpalen geven? Zo kunnen we ooktoetsen of er voldoende tempo is. Zonder planning is er geen regie enzonder regie is er geen versnelling. Deze vragen zullen de Staatssecretarisaanspreken. Niet zo lang geleden nog was hij de man die het kabinetopriep om veel tempo te maken. Gelukkig zit de Staatssecretaris, de heerBoswijk, nu zelf aan de knoppen. Ik verwacht hier dus verbluffendeantwoorden op van de Staatssecretaris.Voorzitter. Dat gezegd hebbende komen we bij twee grote knelpunten:stikstof en ruimtelijke beperkingen. We weten allemaal wel dat dit eenbottleneck is, maar we kunnen niet accepteren dat Defensie daardoorstilvalt. Daarom vraag ik de Staatssecretaris hoe de net gevraagdeintegrale planning in de tijd zich verhoudt tot vrijkomende stikstofruimte.Hoe wordt deze ook concreet gereserveerd voor Defensie? Met anderewoorden, hebben we straks plannen die niet uitgevoerd kunnen wordenomdat stikstofruimte ontbreekt, of is het straks allemaal geregeld? Als datrisico er is, wat gaat de Staatssecretaris dan doen om dat dan ook teregelen? Zonder garanties voor de nationale veiligheid is wachten op hetoplossen van andere dossiers namelijk ook zinloos. Dat moeten we welbeseffen. Daarom moeten we die prioritering ook sterker aanbrengen.Voorzitter. Dan de samenhang met andere randvoorwaarden.De voorzitter:Meneer De Groot, voordat u verdergaat, heeft mevrouw Bikker eeninterruptie.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Meneer De Groot spreekt woorden die ik zeer kan onderschrijven over dedringendheid en over de Nederlandse ziekte die dreigt dat we wel onzeprocedures eindeloos op orde houden, maar er vervolgens geen gezondedefensie-uitbreiding is, maar alleen maar eindeloos gepraat. Nu is er juistop de geboortegrond van de heer De Groot al heel erg lang een band.Defensie en de Veluwe gaan gewoon goed samen. Ze willen ook goedsamengaan. Ziet collega De Groot met mij dat we versneld een aantalstappen kunnen zetten als we niet alles op iedereen laten wachten, maarook gewoon in gebieden met provincies en gemeenten heel concreteafspraken maken over wat er de komende vier jaar al mogelijk is? Ik denkdat we op die manier ook meters kunnen maken, in plaats van dat we hetoude spreekwoord «wie iedereen omarmt, omarmt niemand» van belanglaten zijn, en dus eindeloos overleggen.De heer Peter de Groot (VVD):Dank aan mevrouw Bikker voor deze interruptie. Kijk, ik denk dat het in deregio waarin ik geworteld ben een beetje in het DNA zit om dat aan tepakken. Mevrouw Bikker zal dat bij de bezoeken die ze heeft afgelegd ookmet eigen ogen hebben gezien. Het is bijvoorbeeld ook de provincie dievoor al die NPRD-uitbreidingen in kaart heeft gebracht wat er eigenlijkmoet gebeuren op het onderliggende wegennet, om maar even eenvoorbeeld te noemen. Gemeentes hebben inzichtelijk gemaakt wat heteigenlijk betekent voor de middenstand, zowel in positieve als innegatieve zin. Daar komen ze ook mee naar voren. Het zijn dus allemaalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8517 betrokken inwoners en gemeenten, die ook wat van ons vragen om eenstap voorwaarts te kunnen maken. Ik denk dat we daar goed naar moetenluisteren, omdat versnelling wel degelijk mogelijk is, ja, zeker.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik was begonnen met het stukje over desamenhang met andere randvoorwaarden. Ik wil beginnen met dewoningbouw. Defensie groeit en dat betekent dat er meer mensen komen.Een deel van die mensen – ik denk hierbij bijvoorbeeld aan de megaka-zerne die in Zeewolde komt – zal straks niet elke week intern zitten omdaarna weer terug te keren naar huis. Een deel van het personeel, in ditgeval van de kazerne, zal zich dicht bij die nieuwe kazerne willen vestigen.Daarom zijn er woningen nodig als we kazernes uitbreiden. Zonder tezorgen voor voldoende woningen in de omgeving creëren we een nieuwebottleneck. Dan hebben we straks vacatures die we niet kunnen vervullen.Daarom vraag ik aan de Staatssecretaris of extra woningbouw standaardonderdeel wordt van de planvorming rond nieuwe uitbreidende Defensie-locaties. Is de Staatssecretaris bereid om samen met de collega van VROafspraken te maken met gemeenten en provincies over voldoende enpassende woonruimte voor Defensiepersoneel, waar voorrang voorDefensiepersoneel onderdeel van is? Als je voor Defensiepersoneelbouwt, moet je er ook voor zorgen dat het er kan wonen. Jaren geledenheb ik hierover met de toenmalige woordvoerder Valstar een motieingediend, waaraan nog geen concrete opvolging is gegeven. Je moet ditaan de voorkant meenemen en niet pas achteraf.Hetzelfde geldt voor militaire mobiliteit. Een aantal collega’s had het hierook al over. Een krijgsmacht die zich niet snel kan verplaatsen, is eenkrijgsmacht die niet inzetbaar is. We hebben infrastructuur nodig dievoldoende geschikt is voor zwaar materieel. We hebben verbindingennodig die betrouwbaar zijn. We hebben logistieke corridors nodig dieaansluiten op onze NAVO-verplichtingen. De VVD ziet nu onvoldoende datdeze mobiliteitsopgave integraal wordt meegenomen. Daarom isbijvoorbeeld mijn motie over de Nijkerkerbrug een belangrijk signaal. Hetis ook een testcase voor hoe dit in de praktijk wordt opgepakt. Hoeworden keuzes over locaties gekoppeld aan bereikbaarheid en infra-structuur? Waar zien we concrete investeringen of versnellingen die demilitaire mobiliteit daadwerkelijk verbeteren? Alleen maar zeggen dat wehet meenemen in de MIRT-systematiek is echt onvoldoende; dat is nogniks. Ik gaf het al aan bij mevrouw Bikker: er zijn provincies die alinventarisaties hebben gedaan naar aanleiding van deze nota over ruimtevoor Defensie. Ik denk dat we het erover eens zijn dat slecht bereikbarekazernes gewoon een zwakke schakel in onze verdediging zullen worden.Voorzitter. Tot slot vraag ik nog naar flexibiliteit en strategische reserves.Als we het hebben over de toekomst van onze krijgsmacht, en specifiek deluchtmacht, dan moeten we ook nadenken over redundantie. Wat doen weals bestaande locaties tijdelijk uitvallen? Hebben we dan voldoendeuitwijkmogelijkheden? Hebben we capaciteit achter de hand? Daaromvraag ik de Staatssecretaris hoe hij borgt dat Nederland voldoendestrategische flexibiliteit heeft om in verschillende scenario’s te blijvenopereren. Dan doel ik eigenlijk op het hebben van uitwijklocaties. Als jedat concreet wilt maken, kijk dan bijvoorbeeld naar het vliegveld vanTwente: waarom is dat nog niet aangewezen als uitwijklocatie? Wemoeten namelijk vooruitdenken en niet alleen plannen voor de idealesituatie, maar ook voor het scenario waarin het misgaat. We hebben nu dekans om dit erbij te betrekken, dus laten we dat dan ook besluiten.Voorzitter, ik rond af. Nederland laat zien dat het bereid is om ruimte temaken voor Defensie. Dat is geen vanzelfsprekendheid; dat is een keuze.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8518 Het is een bewuste keuze voor veiligheid. Het is heel fijn dat diebereidheid er is, maar dan moet het Rijk ook leveren, met tempo ensamenhang en door de randvoorwaarden snel op orde te brengen. Mijnoproep aan de Staatssecretaris is simpel: kom met een heldere planning,los de knelpunten, zoals die op het gebied van stikstof, actief op, zorg voorsamenhang met woningbouw en mobiliteit, en regel de oefencapaciteitdie nodig is voor de krijgsmacht van de toekomst.Voorzitter. Meer ruimte voor Defensie mag nooit een papieren werke-lijkheid zijn. Het is de verdere fundatie onder onze veiligheid. Defensie wildeze verdere fundatie leggen, dus laten we ervoor zorgen dat die kanworden gelegd.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Voordat we verdergaan, heeft u een interruptie van mevrouwWiersma.Mevrouw Wiersma (BBB):Ik ben even benieuwd. Als ik zo luister naar de bijdrage van het lid DeGroot, heb ik de indruk dat hij, zeker als het gaat om stikstof, het eerderals een prioriteringsvraagstuk benadert. Vanuit het perspectief van deBBB, en dat vind ik persoonlijk ook, zou er echt een fundamenteleherziening moeten komen van de vergunningverlening, waarbij het nietmeer gaat om prioritering, maar we vergunningverlening weer pragma-tisch en uitvoerbaar maken. Dat is op dit moment absoluut niet het gevalin Nederland. Ik ben benieuwd of de heer De Groot dat met mij eens is.De heer Peter de Groot (VVD):Waar ik eigenlijk naar vraag, gaat niet zozeer over de stikstofaanpak, wantdaarover debatteren we in een andere commissie. Ik wil gewoon zichthebben op wat dit betekent aan stikstofruimte. Dat zicht heb ik vanuit deVVD-fractie nog niet eens. Dan kun je zeggen: hebben we veel of weinigstikstofruimte nodig en binnen welk tijdsaspect? Moeten we dan naar eenprioritering of naar een andere stikstofvergunningverlening? Kijk alleen alnaar de plaatsing van de F-35. We weten dat dat pas vanaf 2033 of 2034zal zijn. Dat is over acht jaar. Ik mag toch hopen dat we dan voldoendestikstofruimte hebben om dat te realiseren. Ik mag hopen dat we danstikstofruimte hebben voor de megakazerne in Zeewolde. Ik weet dat wedie stikstofruimte in het hier en nu niet hebben, want we hebben eenprobleem, maar dan moeten we die wel hebben. Ik vraag om eenintegrale planning. Ik vraag ook welke stikstofruimte daarvoor nodig is.Stel dat we dan weer met elkaar om tafel zitten en het blijkt te schurentussen bijvoorbeeld het legaliseren van PAS-melders, stikstofruimte voorwoningbouw, waar ik al heel veel jaren om vraag, en stikstofruimte voorde energievoorziening, waar ik vanuit die woordvoering ook al heel veeljaren om vraag. Ik vraag het nu ook vanuit Defensie. Natuurlijk vind iknationale veiligheid heel belangrijk, maar we hebben nog meer priori-teiten. Ik zou niet in die afweging willen komen. Tegelijkertijd zeg ik:andere landen, zoals Rusland en het Midden-Oosten, hebben dezestikstofproblematiek niet en die gaan gewoon door. In die hoedanigheidmoeten we ernaar kijken. Maar ik wil eerst het overzicht, voordat ik me gatoeleggen op welke prioriteit het heeft, of het over uitzonderingen gaat ofover andere stikstofvergunningverlening. Daar ben ik nog niet.Mevrouw Wiersma (BBB):Ik wil de heer De Groot toch een beetje uitlokken om daar wat meerantwoord op te geven. Een van de prioriteiten van dit kabinet is meernatuur en meer natuurdoelen. Waar het vorige kabinet juist probeerde omal het beleid in overeenstemming te brengen met wat daadwerkelijk kanin Nederland, zodat we onszelf niet meer zo in de hoek schilderen, zoalsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8519 wij dat noemen, zou ik toch graag willen dat de heer De Groot kleurbekent. Meer natuur ontwikkelen in de toekomst betekent niet per definitieminder problemen. In de praktijk komt het er vaak op neer dat er juiststikstofgevoelige natuur wordt toegevoegd, wat de problemen uiteindelijkalleen maar groter maakt. Ik ben toch benieuwd of de heer De Groot vanmening is dat er een fundamentele herziening van het huidige stikstof-beleid moet komen. Dat vraag ik omdat we nu zien dat zelfs zoietsfundamenteels en belangrijks als Defensie daarin vastloopt.De heer Peter de Groot (VVD):Ik snap dat mevrouw Wiersma van de BBB dit antwoord vanuit de VVD wilhebben. Ik zit nu, sinds afgelopen 31 maart, vijf jaar in de Tweede Kamer.We zijn alleen maar meer in de problemen gekomen op het gebied vanstikstof, bijvoorbeeld als het gaat om de woningbouw en de energievoor-ziening. We hebben in de coalitie een stikstofaanpak met elkaarafgesproken, die juist ruimte moet gaan geven. Ik sta achter die afspraak.Ik wil alleen wel dat Defensie bij dat rijtje hoort dat wij belangrijk vinden inNederland. Het gaat namelijk over nationale veiligheid. Nogmaals, destikstofaanpak wordt in een andere commissie besproken. Ik wil datoverzicht hebben. Op het moment dat dat op tafel ligt en het heel nijpendblijkt te zijn, zou ik best opnieuw met mevrouw Wiersma het debat willenaangaan over hoe we dit gaan oplossen. Maar op dit moment heb ik datoverzicht niet en kan ik daar geen antwoord op geven.De heer Diederik van Dijk (SGP):Toen ik de bijdrage van Kamerlid De Groot hoorde, dacht ik: Kamerlid zijnis ook wel een heerlijke job, want je zegt gewoon tegen de Staatssecre-taris «fix het». Ik denk dat de Staatssecretaris ook vaak met heimweeterugdenkt aan zijn periode als Kamerlid. Maar in alle ernst: ik hoorde deheer De Groot onder andere spreken over het defensieproof maken vanalle infrastructuur. Dat is een hele terechte oproep. De werkelijkheid is datwe tientallen miljarden tekortkomen voor het reguliere onderhoud. Deheer De Groot maakt deel uit van een regeringsfractie. Hoe gaan we hierdoorheen komen? Ik begrijp dat hij het primair vraagt aan de Staatssecre-taris, maar ook de VVD zal hier ideeën over hebben.De heer Peter de Groot (VVD):Dank aan de heer Van Dijk. Dit is een volledig terechte vraag. De coalitieheeft 15 miljard extra vrijgemaakt in het MIRT-fonds voor de komendejaren, om ervoor te zorgen dat we wel kunnen blijven investeren ininfrastructuur. Maar er ligt heel veel vraag als het gaat om achterstalligonderhoud en als het gaat om de aanleg van de nieuwe opgaven die wemet elkaar ook willen. Ik ben het helemaal eens met het pleidooi dat weHoevelaken weer als eerste prioriteitsproject moeten aanpakken. Daar benik het helemaal mee eens, maar dat vraagt dus dat ook de Staatssecretarisdie hier aan tafel zit – juist vanuit dat perspectief stel ik de vragen – welvecht voor de gelden die nodig zijn, vanuit rijksverantwoordelijkheidbezien, om bijvoorbeeld de Nijkerkerbrug of de verbreding van anderewegen te kunnen realiseren. Maar in het MIRT voegen alleen zegt nog nietdat we het dan ook krijgen. Dat was ook precies mijn pleidooi. Ik wil graagdat de Staatssecretaris daar ook voor vecht. Ik zal er vanuit mijn fractiezeker ook voor vechten dat de nieuwe Defensielocaties bereikbaar zijn. Alswe dan keuzes moeten maken omdat er te weinig geld is, zal ik die ookdurven maken. Dat zou ik alvast willen meegeven aan de heer Diederikvan Dijk.De voorzitter:Oké. Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende spreker, namens hetCDA. Dat is de heer Van Lanschot, met een totale spreektijd van tienminuten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8520 De heer Van Lanschot (CDA):Dank u wel, voorzitter. Nederland leeft in een andere tijd dan tien jaargeleden. De dreiging is dichterbij gekomen. Europa moet weer lerendenken in verdediging, afschrikking en paraatheid. Dan hoort daar ook ietsheel basaals bij. Dat is ruimte: ruimte om te oefenen, ruimte om tevliegen, ruimte om munitie op te slaan, ruimte om militairen tehuisvesten, ruimte om op te leiden en ruimte om materieel te onder-houden. Een programma van deze omvang kan alleen een succes wordenals er goed wordt samengewerkt met regionale en lokale overheden.Daarom geef ik een groot compliment aan al die gemeenten en provinciesdie al een stap naar voren hebben gezet om constructief mee te werken.Dank, Staphorst, Ermelo, Zeewolde en al die andere.Voorzitter. Wat ons betreft is de hoofdvraag niet of Defensie ruimte nodigheeft. Die vraag is al beantwoord. Voor het CDA is de echte, overkoepe-lende vraag: hoe zorgen we ervoor dat defensie-investeringen desamenleving in de volle breedte kunnen versterken? Daarom willen wevandaag ten eerste in het bijzonder stilstaan bij de infrastructuur rond dedefensieprojecten. Mevrouw Bikker, de heer De Groot en de heer Van Dijkvroegen hier net ook al aandacht voor. Extra ruimte voor Defensiebetekent in de praktijk ook extra druk op wegen, spoor, energie, water enbereikbaarheid. Dat wordt erkend in de brief van het kabinet. Dat is heelfijn, maar hoe gaan we dat nou effectief vormgeven? Binnen het CDAmaken we een conceptueel onderscheid tussen enerzijds de randvoor-waardelijke defensie-infra, bijvoorbeeld het aanleggen van een weg naareen nieuwe kazerne, en anderzijds de koppelkansen met civiele infra die erzijn. Denk aan een langgekoesterde regionale wens tot het verbreden vaneen weg die veel gebruikt wordt, ook straks voor militair verkeer. Het CDAvindt het belangrijk dat we deze koppelkansen pakken. Daarmeeversterken we de mobiliteit, woningbouw en economie in onze regio’s.Kan de Staatssecretaris aangeven welke budgetten binnen het NPRDbeschikbaar zijn voor zowel de defensie-infrastructuur als de civielekoppelkansen binnen het NPRD?Daarbij hoort ook een goede taakverdeling van verantwoordelijkhedentussen Rijk en regio. Dan helpt een bekostigingssystematiek. Dat klinktwat technocratisch, maar in de Brainportregio hebben we daar goedeervaringen mee. Ik breng even het Project Beethoven in herinnering, omde uitbreiding van ASML hier te houden: twee derde van de publiekeinvesteringen door het Rijk en een derde door de regio. Zo’n verdeel-sleutel zal anders zijn in het geval van NPRD-civiele infra en koppelkansen,maar de denklijn is heel interessant. Waarom? Het zorgt voor helderheidvoor decentrale overheden, maar bovendien ook voor consistentie tussendie overheden, zodat niet de ene gemeente een brug krijgt die 20%gecofinancierd is en de andere een brug die 40% gecofinancierd is.We hebben het ook over het MIRT-proces als route om infrastructuurgeldte besteden. Collega De Groot noemde het net al. Het lijkt logisch om deexpertise te bundelen die er is vanuit de IenW-collega’s en dus bepaaldeinfra-investeringen vanuit Defensie via het MIRT-proces te laten lopen.Tegelijkertijd is het MIRT-proces ook vrij gestructureerd en daarmee nietaltijd even snel, gezien het tempo dat nodig is voor de defensie-opgave.Daarom denkt het CDA dat een fast track binnen het MIRT-proces voorNPRD-infra noodzakelijk is. Daarom heb ik de volgende vraag aan deStaatssecretaris. Is hij bereid om samen met zijn IenW-collega’s a een fasttrack in te richten voor NPRD-Defensie-infra binnen het MIRT-proces en been heldere bekostigingssystematiek met decentrale overheden voorNPRD-koppelkansen op civiel gebied in te stellen? Daartoe zullen we in detweede termijn een motie indienen.Voorzitter. Op het gebied van woningbouw ziet het CDA een mogelijkecatch 22: de geluidscontour van een oefenterrein beïnvloedt waarwoningen gebouwd kunnen worden. De gemeenten die omgevings-plannen vaststellen, zouden dus terughoudend kunnen zijn met het makenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8521 van ruimte voor Defensie, omdat die worden beperkt in een anderebelangrijke opgave. In Oldebroek wordt dit vraagstuk voortvarendopgepakt door zowel de gemeente als de ministeries, want zowel hetcollege van B en W als de Minister kan ontheffing geven voor een deelvan de decibellen die op de gevels neerslaan. Is het kabinet bereid vakerdit soort ontheffingen in te zetten, zodat we de woningbouwopgave ookvoortvarend kunnen aanpakken? Daar hoort natuurlijk bij dat gemeentesleidend zijn wat betreft omgevingsplannen. Die scheppen dan ook eerlijkeverwachtingen naar de mensen die daar komen wonen.Voorzitter. Ruimte voor Defensie gaat natuurlijk ook om de plek waar onzemensen zullen moeten verblijven. Die vastgoedopgave is enorm: circa 475objecten en 11.000 gebouwen. Daar is het Rijksvastgoedbedrijf eenessentiële partner bij, maar uit ervaring blijkt helaas ook dat het Rijksvast-goedbedrijf niet altijd dezelfde KPI’s, doelstellingen of maatschappelijkeopgaven heeft als andere ministeries. Daarom vragen we aan deStaatssecretaris of hij kan verkennen of de prioritaire vastgoedprojectenbinnen het NPRD overgeheveld kunnen worden van het Rijksvastgoedbe-drijf naar Defensie, zodat je als Ministerie van Defensie grip hebt op diekritieke objecten en niet wacht op een andere partij.Voorzitter. Wat ons betreft biedt deze grootschalige verbouwing bijDefensie ook veel bredere kansen, bijvoorbeeld op het gebied van natuur.Er is een samenwerking met Staatsbosbeheer die ziet op het versterkenvan natuurgebieden. Wat is de reactie van de Staatssecretaris op hetpleidooi van onder andere Natuurmonumenten dat strategische aankoopvan grond door Defensie een rol kan spelen bij het realiseren van nieuwenatuur, als we natuur expliciet als koppelkans meenemen?Dan hebben we het nog niet gehad over de samenleving. Dat is natuurlijkeen favoriet onderwerp van het CDA. Defensie zal wat ons betreft veelvaker moeten oefenen op zichtbare locaties, maar andersom moetenfaciliteiten als kazernes ook worden opengesteld voor de samenleving,zodat militairen niet alleen maar op hun kazerne zitten, maar ook naarbuiten gaan en er ook mensen van buiten naar binnen komen. Zo is er eenmooie samenwerking tussen Defensie en NOC*NSF voor het duurzaamgebruiken van elkaars sportfaciliteiten. Dat is handig als je weet hoe debudgetten op het gebied van sport voor gemeentes onder druk staan.Voorzitter. Ik heb al wat gezegd over van binnen naar buiten en van buitennaar binnen. Het kan ook handig zijn om wat verder vooruit te kijken in hetkader van de dual use van kazernes en de multifunctionaliteit van dewoonunits die daar zitten. We leggen nu allerlei slaapkamers aan voormilitairen. Hoe denkt de Staatssecretaris over het idee om die zo tebouwen dat die in de toekomst ook gebruikt kunnen worden voorspoedzoekers, dus voor mensen die met urgentie een woning zoeken?Drones zijn al een paar keer genoemd. Onlangs was ik aanwezig op dedronedag op de kazerne in Oirschot. Daar oefent de landmacht metdrones, maar ze mogen nog geen granaten vasttapen aan die drones omte oefenen, zoals op het slagveld in Oekraïne gebeurt. Het CDA vindt hetbelangrijk dat we «train as you fight» kunnen oefenen. We moeten dusook met drones met scherp kunnen schieten. Kan de Staatssecretaristoezeggen dergelijke hinderlijke regels aan te passen of af te schaffen?Ik ben bijna klaar, voorzitter. TNO publiceerde onlangs dat zij bezig zijnmet mobiele containers waarin explosieve stoffen geproduceerd kunnenworden. Die kleine fabriekjes kunnen worden opgesteld op een militairterrein. Zijn er locaties van Defensie die hier geschikt voor zijn?Ik rond af, voorzitter. Het CDA steunt de noodzaak voor extra ruimte voorDefensie. We vragen drie dingen. Eén: regel de infrastructuur goed. Twee:voorkom hinderlijke regels en bureaucratie. En drie: zorg dat Defensie-investeringen de samenleving in de breedte versterken.Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8522 Dank u wel. U heeft een aantal interrupties. Ik begin met de heer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Ik ben het volledig eens met die laatste oproep van de heer Van Lanschot.Mijn vraag gaat over de droneoefeningen. Daar heeft de heer VanLanschot zelf namelijk ook een vraag over gesteld. Die gaat niet zozeerover het kunnen oefenen met scherp, zou ik willen zeggen, maar wel overoefenterreinen die groot genoeg zijn om te oefenen zoals het er straks inhet echt aan toegaat. We weten ook gewoon dat er enorm grote opper-vlaktes, grootschalige oefenterreinen nodig zijn om te kunnen oefenenmet drones. Mijn vraag aan de heer Van Lanschot is eigenlijk: is de plekwaar hij geweest is voldoende? Ik heb namelijk gevraagd naar groot-schalige oefenterreinen. Of zullen we moeten kijken hoe we oefenter-reinen kunnen koppelen? Of zullen we, als dat niet voldoende is, nieuweoefenterreinen moeten aanwijzen om te kunnen oefenen met drones zoalshet er straks ook in het echt aan toe zal gaan?De heer Van Lanschot (CDA):Dank voor de vraag. Of Oirschot groot genoeg is voor dit type drone-oefeningen kan ik niet inschatten. Ik ben geen expert op dat gebied. Ikonderschrijf volledig dat het noodzakelijk is dat er grootschalig metdrones geoefend wordt. Ik hoop dus dat de Staatssecretaris deze vraagkan beantwoorden. Ik zou dit pleidooi van de heer De Groot dan ooksteunen.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Collega Van Lanschot noemde Oldebroek; daar worden ChristenUnie-mensen altijd blij van, dus ik ook. Hij noemde echter niet vliegveldLelystad. Daar zit toch een verband. Acht Veluwse gemeenten hebbennamelijk aangegeven: «Alsjeblieft, geen vakantievliegveld Lelystad. Wijzijn zeker bereid om onze portie te dragen wat betreft defensie, maar voegdaar nou niet extra vakantievluchten aan toe.» Wat is volgens het CDA dedringende reden dat dat wel moet gebeuren? Is collega Van Lanschot ookbereid om dat uit te leggen in Oldebroek?De heer Van Lanschot (CDA):Laat ik allereerst de uitnodiging om langs te gaan in Oldebroekaannemen. Daar leg ik met alle plezier uit dat we ruimte voor Defensiemoeten maken en dat dat soms tot overlast zal leiden, hoe vervelend datook is. Het is natuurlijk belangrijk dat geluidsoverlast bij de verschillendeaanvliegroutes zo veel mogelijk wordt geminimaliseerd. Nu weet ik uit detechnische briefings dat dat ook het geval is, maar we kunnen helaas nietontkennen dat er overlast zal zijn. Ik hoor mevrouw Bikker denken: maardan kunnen we de vakantievluchten toch niet doen? Op zo’n manier wordtzo’n vliegveld natuurlijk onrendabel. Laten we ook niet vergeten dat deprovincie Flevoland wat aan ons geeft. Dan vind ik het ook fair om watterug te geven.De voorzitter:U bent aan het einde van uw interrupties, mevrouw Bikker. Het woord isaan mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Met een vraag, inderdaad, voorzitter. Ik heb nog vier interrupties. Ik gaeven door op mevrouw Bikkers» vragen, want het wordt nu wel heelmooi. Nu wordt opeens het argument erbij gehaald dat het toch rendabelmoet zijn. Gelukkig hebben we nog de verslagen van alle voorgaandekeren waarbij de Staatssecretaris, die nu daar zit, hier gewoon alsCDA-Kamerlid zat en zijn inbreng bracht. Het was heel duidelijk. Het CDATweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8523 vond gewoon dat deze besluiten van elkaar losgekoppeld moestenworden. Wat is daaraan veranderd, vraag ik aan de heer Van Lanschot.De heer Van Lanschot (CDA):Dank voor deze vraag. Volgens mij worden er eigenlijk twee vragengesteld. Eén: wil je het? Twee: hoe besluit je dan over die voornemens? Inons verkiezingsprogramma hebben wij heel duidelijk gezegd dat wij onderrandvoorwaarden akkoord zijn met de openstelling van Lelystad Airport.Dat is op zich niet veranderd. Ten tweede: combineer die besluiten dan.Dat lijkt mij heel logisch, maar dat besluit is nog onder het vorige kabinetgenomen, zeg ik er maar even bij.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Even voor de duidelijkheid: ik ga hier niet discussiëren over het verkie-zingsprogramma van het CDA. Laten we het houden bij de notulen van devoorgaande woordvoerder namens het CDA: «Het moet stiller, het moetschoner en er moet een oplossing komen voor de laagvliegroutes.» Ikneem aan dat dat in lijn was met het CDA-verkiezingsprogramma. «Zolangdat nog niet geregeld is, zou «militair» wat ons betreft echt los moetenworden geknipt.» Dat waren de woorden van de heer Boswijk alsKamerlid. Nu is de vraag: is er volgens het CDA voldaan aan dierandvoorwaarden?De heer Van Lanschot (CDA):In de technische briefings die ik heb ontvangen over dit vraagstuk enspecifiek de aanvliegroutes, is daar wat mij betreft aan voldaan. Tegelij-kertijd ben ik daar geen expert in, dus ik kan niet inschatten hoe diegeluidscontouren exact optimaal in elkaar zitten. Ik moet daarbij dus ookgewoon afgaan op de expertise van collega’s. Het kan inderdaad zo zijndat je besluiten soms toch gecombineerd neemt en niet apart zet. Ik ziedat als voortschrijdend inzicht.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Nou, ik zie het vooral als wéér een onderwerp waarop het CDA en D66 deVVD hebben laten winnen in de onderhandelingen. Toch? De VVD beaamthet. Zo zie ik het. Aan geen enkele, geen enkele randvoorwaarde die hetCDA hieraan heeft gesteld, wordt nu voldaan. Dat is gewoon de waarheid.Kom daar dan ook gewoon eerlijk voor uit: we hadden haast, er moestsnel een kabinet komen en ook dit punt hebben we ingeleverd. Kunt datbeamen?De heer Van Lanschot (CDA):Ik heb alle vrede met hoe dit nu gepland, georganiseerd en gecombineerdwordt.De voorzitter:Mevrouw Piri in laatste instantie.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Gelukkig worden uw woorden ook vastgelegd in de notulen, want ik kan uvertellen dat u daar nog heel veel spijt van krijgt. Wat gaat er nu juridischen procedureel gebeuren? Er moet een ruimer luchthavenbesluit komen.Er moeten nieuwe zwaardere MER-procedures komen. Er moeten extraberoepsmogelijkheden komen bij de Raad van State. Er komt een langertijdpad. Een natuurvergunning is vereist. Er komt een grotere stikstof-opgave. En dan zijn er nog twaalf punten, die ik niet opnoem. Mijn vraagaan het CDA is wat nu belangrijker is. Is het gewoon belangrijk dat wij, alswe zeggen dat defensie zo belangrijk voor ons is, nu regelen dat die F-35zo snel mogelijk gestationeerd kan worden op Lelystad Airport? Of is hetbelangrijker om te voldoen aan de eis van de VVD aan de twee coalitiepar-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8524 tijen om een besluit waar nota bene een meerderheid van de Kamer tegenwas, inclusief het CDA, weer terug te draaien?De heer Van Lanschot (CDA):Terecht noemt collega Piri het belang van Defensie. Onze fractie ziet ookhet belang van de commerciële luchtvaart. Daar hoort uiteraard bij datwordt voldaan aan alle geldende wet- en regelgeving en dat vergun-ningen moeten worden aangevraagd en goedgekeurd. Daar hoort ook bijdat de aanvliegroutes vanwege geluidsoverlast geminimaliseerd worden.Dat vereist een verdraaid nauwkeurige en goede afstemming in de regio.Dat zal soms tot overlast leiden. Dat vinden mensen vervelend. Ik ga metalle plezier op de uitnodiging van mevrouw Bikker in om naar de Veluwetoe te gaan om dat samen te bespreken.Mevrouw Dobbe (SP):Dat noemen we ook een draai van het CDA als het gaat om LelystadAirport, net zoals het een draai is van D66. Dat is dan maar evenvastgelegd.Ik wil over iets anders door. Het CDA zegt: de samenleving is ons favorieteonderwerp. In de inbreng van het CDA heb ik erg veel gehoord overkansen die overal liggen, ook voor de samenleving. Maar er is ook eenandere kant. Er zijn nu bewoners, omwonenden, die al tijdenlang in groteonzekerheid zitten vanwege de voortgang van hun bedrijf of hun huis,waar ze soms al generaties lang wonen. We hebben het over de samen-leving en over gemeenschappen die hierdoor enorm worden beïnvloed.We hebben niet voor niets de vorige keer in deze commissie eenuitgebreid debat gehad over compensatie voor deze bewoners. Wij warener überhaupt niet voor, maar als het dan gebeurt en deze bewoners opdeze manier plaats moeten maken, of als er nadeel is voor deze bewoners,moet er goede compensatie zijn voor elke schade die zij hebben geleden.Daarom hebben we het er de vorige keer uitgebreid over gehad. Het zouruimhartig gebeuren. Niemand wist precies wat «ruimhartig» betekent,want iedereen heeft daar een andere interpretatie van. Wij hebbengezegd: definieer nou goed wat «ruimhartig» betekent en richt daar eengoed proces voor in. Dat zien we nu niet terug in deze nota. Ik zou graagvan het CDA willen weten wat voor het CDA ruimhartig is als het gaatover de belangen van deze bewoners. Hoe weegt u dat ten opzichte vande belangen van de bewoners en ten opzichte van Defensie en deruimteopgave? Wilt u ook meer weten over wat dit betekent? Op ditmoment is het namelijk onvoldoende duidelijk, ook voor de bewoners dienu in onzekerheid zitten.De heer Van Lanschot (CDA):Dank aan mevrouw Dobbe voor deze interruptie. Zij maakt een terechtpunt. Wij hebben ook voor deze compensatiemotie gestemd. Die is verderuitgewerkt in een vervolgmotie, waar we ook voor hebben gestemd.Mensen die last krijgen van deze uitbreiding, moeten gecompenseerdworden. Vervolgens is de vraag: wat betekent «ruimschoots»? Ik hoor netzeggen: een goede, nette, ruimhartige compensatie. We begrijpenallemaal dat zij gewoon goed moeten worden gecompenseerd. Kijk naarhoe dat in het NPRD is verwerkt. Ik pak even paragraaf 10.2.2 erbij. Daarinstaat: «Door onteigening parallel te laten lopen aan de eerste fase vanminnelijke verwerving kan dus een waardig perspectief worden gebodenaan grondeigenaren.» Wellicht is dat nog onvoldoende duidelijk voormevrouw Dobbe, maar dat lijkt mij al een eerste aanzet in antwoord ophaar vraag. Als dat niet zo is, denk ik dat ze die vraag het beste aan deStaatssecretaris kan stellen. Maar wij ondersteunen haar pleidooi.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8525 Dank u wel. Dan gaan wij door naar de volgende spreker: mevrouw Piri,die spreekt namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. U heeft in totaal eenspreektijd van elf minuten.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik weet niet hoe het met de collega’s was, maarrond de paasdagen was ik voor het eerst naar het Nationaal MilitairMuseum. Het was echt prachtig weer en een prachtig museum. Er wasbijna geen parkeerplek. Dat was een goed teken, want het liet zien dat zoveel gezinnen met de paasdagen eropuit trokken en dat er interesse is inDefensie. Het buitendeel was net geopend. Dat betekent dat je ookrondrijdende tanks en andere voertuigen kunt bewonderen. Ik denk dathet heel mooi aangaf hoeveel belangstelling er is voor Defensie. Of je noubinnen of buiten was: je zag jong en oud en gezinnen met kleine kinderen,die een prachtig dagje uit hadden en een soort nationale trots voeldenvoor onze krijgsmacht.Voorzitter. Ik dacht: ik zeg dit even voorafgaand aan mijn inbreng. Wehebben het vandaag over Ruimte voor Defensie. Volgens mij is er in dezeKamer heel breed draagvlak, van links tot rechts, voor het idee dat meerinvesteren in onze krijgsmacht een absolute noodzaak is. Zoals ik tijdensde behandeling van de Defensiebegroting aangaf, is één voorwaarde dieik voor de komende tijd heel belangrijk vind, dat we ervoor zorgen dat wehet draagvlak voor Defensie, dat zo breed is in de samenleving,behouden. Natuurlijk is ruimte schaars; veel collega’s hebben het algezegd. We zijn een klein land met heel veel inwoners, een hele grotewoningopgave, een grote natuuropgave, een landbouwopgave – collega’shadden het daar ook al over – en daar komt dan ook nog de vraag omruimte van Defensie bovenop. Voor mijn fractie is het evident dat we, alswe extra investeren in Defensie en in personele groei, ook moeten kijkennaar die ruimte.Voorzitter. Ik heb natuurlijk ook een paar kritische punten. U hoorde hetnet al bij mijn interruptie: mijn eerste punt gaat over Lelystad Airport. Ikvind het eigenlijk echt heel lelijk hoe er nu besluiten aan elkaar wordengekoppeld, terwijl er geen draagvlak was in de Kamer voor het openenvan Lelystad Airport voor vliegverkeer. Dat dat nu toch gekoppeld wordtaan de voorwaarde om die F-35’s daar te gaan stallen, vind ik een goedvoorbeeld van lelijke politiek.Laat ik helder zijn: mijn fractie steunt de stationering van jachtvliegtuigenop Lelystad. De planMER wijst Lelystad eenduidig aan als de locatie metde minste geluidshinder en de ligging is strategisch goed te verant-woorden. Daar gaat deze discussie dus niet over. De zwaarwegendenationale veiligheidsbelangen laten ons geen ruimte voor aarzeling. Maarjuist daarom zijn wij fel tegen het koppelen van dit besluit aan deopenstelling voor groothandelsverkeer, zoals de coalitie nu voornemensis. De juridische en ecologische risico’s van zo’n koppelbesluit zijn haastniet te overzien. We moeten eerlijk zijn: ook enkel militair gebruik zaloverlast creëren voor omwonenden, maar in plaats van ze daarvoorruimhartig te compenseren, worden ze nu gestraft met nog meer overlastdoor dubbelgebruik, omdat de geluidscontouren toenemen.Omwonenden zeggen daarom niet voor niets: geen en-en.Ook vanuit verschillende Flevolandse gemeenteraden klinkt de oproep omciviel en militair gebruik niet te koppelen. De provincie en de VVDverkopen ons een beeld van eensgezind bestuurlijk draagvlak voorcommerciële opening, maar dat klopt simpelweg niet. Nederlanders zijnecht bereid tot offers om een bijdrage te leveren aan onze nationaleveiligheid, maar met die bereidheid wordt gespeeld door ze extra offers telaten brengen voor vliegvakanties. Kan de Staatssecretaris aangeven hoehij lokaal draagvlak bij bewoners daadwerkelijk wil behouden?Bovendien leidt dit koppelbesluit tot dramatische vertragingen, waarmeeonze nationale veiligheid in het geding komt. Compleet onverantwoord!Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8526 Dubbelgebruik – ik zal het uitleggen, voordat de VVD daar vragen overheeft – vergt een ruimer luchthavenbesluit en een nieuwe MER-procedure,en er dreigen juist extra juridische stappen en bezwaren. Elke stap is eenextra risico op jarenlange vertraging. Ook groeit bij dubbelgebruik destikstofopgave fors, terwijl intern salderen niet meer mogelijk is. Stikstof-ruimte die we nodig hebben voor Defensie en onze woonopgave wordthiermee verspild. De natuurvergunning voor Lelystad Airport is nog altijdniet op orde en dat gaat waarschijnlijk niet snel veranderen.Voorzitter, als u wilt, kan ik dit deel afronden, maar ik kan ook evenstilstaan voor een interruptie.De heer Peter de Groot (VVD):Ik vind het prima als GroenLinks-Partij van de Arbeid, bij monde vanmevrouw Piri, kritiek heeft op wat de VVD wil of wat we hebbenafgesproken in het coalitieakkoord. Het gaat mij erom de feiten en de fictieuit elkaar te trekken. We hebben onlangs een technische briefing gehadwaarin gesteld werd dat binnen twee jaar een stikstofvergunningverkregen zou kunnen worden, waarin we van Defensie zelf gehoordhebben dat ze graag medegebruiker wil zijn vanwege de voordelen.Defensie wil die luchthaven helemaal niet zelf exploiteren. Ze hebben ookaangegeven dat pas vanaf 2033 of later definitieve stationering zoukunnen plaatsvinden. We praten dus over een termijn van zeven, acht ofmisschien wel tien jaar voordat er definitieve stationering plaats zalvinden. Dan is het natuurlijk heel flauw om te zeggen: die burgerlucht-vaart gooit roet in het eten. Dat kan wellicht al binnen twee tot drie jaargerealiseerd worden. Dat zijn de feiten. Ik wil toch even meegeven aanmevrouw Piri dat het belangrijk is om ook te kijken naar de wensen vanDefensie zelf rondom de stationering van de F-35.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Een aantal zaken hierover. Ten eerste: laten we het inderdaad bij de feitenhouden. Nog voordat deze drie partijen dit in het regeerakkoordafspraken, was al héél duidelijk dat een meerderheid van de Kamer tegenhet civiel gebruik van Lelystad Airport is. Dat is een feit. Het tweede is: deVVD doet het altijd voorkomen alsof dit in alle geledingen in Flevolandbestuurlijk een enorme eis zou zijn. Dat is gewoon niet het geval!Mevrouw Bikker gaf daarnet antwoorden. Ik geef die antwoorden ook enheb die gesprekken ook gevoerd. Alles wat de VVD hier zegt, gaat ervanuit dat civiel gebruik überhaupt standhoudt bij de rechter. Dat is een helegrote vraag. Zoals ik net zei, kan de VVD toch niet ontkennen dat eenruimer luchthavenbesluit, nieuwe en zwaardere MER-procedures metnieuwe inspraakprocedures, extra beroepsmogelijkheden bij de Raad vanState, een langer tijdpad, een natuurvergunning voor zowel civiele alsmilitaire componenten et cetera allemaal blokkades zijn? Daar moet jeeerst overheen, voordat dit besluit kan plaatsvinden. Deze blokkadeszouden er niet zijn geweest als alleen het besluit was gevallen de F-35’s testationeren. Dat kan de VVD toch niet ontkennen?De voorzitter:Dit is uw laatste interruptie.De heer Peter de Groot (VVD):De provincie Flevoland en de gemeente Lelystad willen dat dubbelgebruikvan Lelystad Airport. Laten we het dan ook even bij de feiten houden,want er wordt mij aangewreven dat dat niet zo is. Dát zijn al jarenlang defeiten, ook onder het mom van bestuurlijke transparantie, helderheid enafspraken nakomen. Dat wil ik zeggen over het eerste punt. Dat zijn defeiten. Zij willen dat zelf en tot op de dag van vandaag.Mevrouw Piri gaat niet in op de vraag die ik aan het eind stelde over dewens van Defensie zelf. Defensie heeft zelf aangegeven dat ze graagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8527 medegebruiker willen zijn van een luchthaven die niet van Defensie is,maar van de Schiphol Group. Dat is de wens die zij zelf uitspreken.Natuurlijk moeten we dan voldoen aan alle juridische eisen die daaraangesteld worden. Dat gaan we ook doen. Die tijd hebben we ook; ik heb hetjaartal 2033 of later genoemd. Nogmaals, kan mevrouw Piri ingaan op dewens van Defensie zelf om deze luchthaven als medegebruiker te gaangebruiken, in plaats van die in te zetten als militaire luchthaven?Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Volgens mij is er een verschil. Volgens mij is het de wens van Defensie omF-35’s te stationeren bij Lelystad Airport. Dát steunt mijn fractie. Ik zal hierhoren wat nu het standpunt van Defensie is. Het is een politiek besluittussen drie partijen. Een van hen was ervoor om ook vliegverkeer toe telaten op Lelystad Airport. Dat was de VVD. Daarnaast waren er tweepartijen die, voordat ze de coalitie in gingen, dat standpunt niet deelden.Ik erken: daar heeft de VVD gewonnen en daar ligt nu een politiek besluit.Vanuit Defensie heb ik niet gehoord dat het voor hun veiligheid ensnelheid het allerbeste is als Lelystad Airport niet alleen voor de F-35,maar ook voor burgerluchtvaart geopend wordt. Dat heb ik Defensie niethoren zeggen.De voorzitter:Mevrouw Piri, u vervolgt uw betoog.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dan kom ik bij de bereidheid van... Nee, ik was nog bezig met deafronding van Lelystad Airport. Het is onbestaanbaar dat onze nationaleveiligheid gegijzeld wordt door de belangen van de luchtvaartlobby.Daarom roep ik de Staatssecretaris op om de realisatie van het militairgebruik van Lelystad Airport niet afhankelijk te maken van commercieelmedegebruik. Hoe gaat hij voorkomen dat Defensie uiteindelijk met legehanden komt te staan? Toen de Staatssecretaris nog Kamerlid was, washij hier terecht zeer kritisch op. Zolang Lelystad Airport niet aan derandvoorwaarden voldoet, moet militair gebruik losgeknipt worden. Is deStaatssecretaris het eens met mijn zeer gewaardeerde ex-collega Boswijk?Dan over de bereidheid van lokale overheden om actief mee te denkenover het bieden van ruimte voor Defensie, maar die daar, logisch, ookwensen aan koppelen. Mijn fractie is wat dat betreft geschrokken van deschriftelijke beantwoording. Er is vanuit Defensie geen dekking voorinfrastructurele aanpassingen en ontsluitingen. Defensie wijst daarvoornaar andere ministeries. Dat is een gang van zaken die we als rijks-overheid echt niet willen. Defensie doet een immense ruimteclaim, maarweigert de randvoorwaardelijke investeringen mee te financieren. Mag ikde Staatssecretaris eraan helpen herinneren dat IenW kampt metmiljardentekorten voor zelfs het minimale onderhoud, laat staan hetherinrichten van Nederland om de groei van Defensie te faciliteren? Kande Staatssecretaris aangeven wat Defensie heeft aan nieuwe locaties dieonbereikbaar of onrealiseerbaar zijn, omdat de randvoorwaarden niet oporde zijn? Vindt hij ook niet dat Defensie deze lasten mede zou moetendragen? Ook herinner ik de Staatssecretaris eraan dat er meerdere motiesmet een ruime meerderheid zijn aangenomen die het kabinet vragen ominpassingsbudget vrij te maken en financiële borging van projecten terealiseren. Hoe worden deze moties uitgevoerd? Ook hier dreigt draagvlakverspild te worden. Staphorst heeft zichzelf aangeboden als locatie vooreen munitiedepot en is hiervoor terecht geprezen, maar als puntje bijpaaltje komt, lijkt Defensie niet over de brug te komen met financiëlemiddelen. Wat voor voorbeeld wordt hiermee gegeven door de rijks-overheid?Voorzitter. Dan wil ik het hebben over compensatie. De Staatssecretariskrijgt mijn complimenten voor hoe hij steeds met betrokkenen in gesprekTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8528 gaat, maar hij zal ook moeten erkennen dat gesprekken alleen nietvoldoende zijn. Wat mijn fractie betreft is ruimhartige compensatie eenvoorwaarde voor een succesvolle en rechtvaardige uitvoering van hetNPRD. Ook hierover is unaniem voor de motie-Dobbe/Nordkampgestemd, over het uitwerken van kaders voor een ruimhartige compensa-tieregeling. Het kabinet werd daarin nadrukkelijk verzocht om de Kamerruimschoots voor het definitief vaststellen van locaties te informeren overeen dergelijke regeling en over hoe het concept ruimhartig wordttoegepast. Helaas moet ik concluderen dat er niets is gedaan met diemoties, ook niet met de motie-Nordkamp over investeren in leefbaarheid.Is de Staatssecretaris het met mijn fractie eens dat er echt gekeken moetworden naar een ruimhartige aanpak? Daarmee bedoelen we bijvoorbeeldook het kijken naar leefbaarheidsfondsen, waar gemeenten uit kunnenputten voor geluidsisolatie, groenzones, verkeersveiligheid en voorzie-ningen.Voorzitter. Natuurcompensatie is voor mijn fractie belangrijk, maar ookvoor een succesvolle uitvoering van het NPRD. Defensie en natuur kunnenimmers goed samengaan, mits de juiste keuzes worden gemaakt. Het isdaarom goed om te lezen dat Defensie en Staatsbosbeheer een intentie-overeenkomst aan het uitwerken zijn voor een samenwerkingsovereen-komst. Hoe staat het hiermee? Wordt dit een landelijke overeenkomst?Kan de Staatssecretaris ook aangeven of en hoe andere natuurorgani-saties hierbij betrokken worden?Toch zijn er ook risico’s. Uit de planMER blijkt dat de staat van de natuurop meerdere vlakken verslechtert. Hoe staat het met de uitwerking vaneen concreet natuurcompensatieplan? Mijn fractie acht het daarnaastwenselijk om de strategische grondaankoop door Defensie expliciet tekoppelen aan de nog te realiseren hectares voor het NatuurnetwerkNederland. Op deze manier kan de groei van Defensie bijdragen aan onzeveiligheid en aan natuurherstel. Is de Staatssecretaris bereid dezekoppeling ook toe te passen?Tot slot, voorzitter. De uitbreiding van Defensie botst op een aantalblokkades die bij andere ministeries zitten, zoals het stikstofslot, denetcongestie, maar ook het ernstige tekort aan personeel in de bouw.Volgens het Economisch Instituut voor de Bouw zijn tussen nu en eind2029 75.000 nieuwe arbeidskrachten nodig in de bouw. Als we niks doen,betekent dat dat er een enorm grote concurrentie om vakkrachten enbouwbedrijven gaat komen tussen Defensievastgoed en woningbouw.Volgens mij is het de ambitie van in ieder geval mijn fractie, maar ook vandit kabinet om dat hand in hand te laten gaan, om ervoor te zorgen dat hetallebei lukt en dat het een niet ten koste gaat van het ander. Hoe gaat hetkabinet hierop anticiperen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan zou ik zelf nog graag mijninbreng willen leveren. Ik wil de heer Van Lanschot daarom vragen om hetvoorzitterschap even van mij over te nemen.Voorzitter: Van LanschotDe voorzitter:Dat doe ik met alle plezier. We blijven wel gewoon zitten waar we zitten,neem ik aan?Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Zeker.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8529 Dan mag ik als uw interim-voorzitter mevrouw Ten Hove het woord gevenvoor haar inbreng van zeven minuten.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Dank u wel. Middels het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie, hetNPRD, krijgt Defensie meer ruimte voor de noodzakelijke groei en voor deversterking van de krijgsmacht. Het gaat om de grootste uitbreiding vanDefensie sinds 1935. Er is behoefte aan uitbreiding van kazernes,opslagplaatsen, oefenterreinen, laagvlieggebieden en ruimte om tekunnen opleiden en trainen. Hiervoor is meer ruimte een must. Stikstof-ruimte is essentieel voor de realisatie van alle ambities. Veel Defensielo-caties liggen in of nabij stikstofgevoelige natuurgebieden. Het is daardoorzeer onzeker of de benodigde vergunningen tijdig verkregen kunnenworden. Defensie geniet geen uitzonderingspositie binnen de stikstofre-gelgeving. Wat is het plan om binnen deze stikstofregels toch alle gesteldedoelen voor 2040 te realiseren? Lelystad Airport, bijvoorbeeld, is délocatie om F-35-gevechtsvliegtuigen te stationeren. Hiervoor zijn een apartluchthavenbesluit en een natuurvergunning nodig. De procedureshiervoor moeten nog worden opgestart, zei een ambtenaar van Defensieonlangs in de technische briefing. Hij sprak van een ingroeiscenario vantien jaar. Hoe gaat dit er precies uitzien? Wat is plan B wanneer denatuurvergunningen uitblijven of juridisch worden aangevochten, vraag ikde Staatssecretaris.Zo dreigt ook de munitieopslag in Staphorst inmiddels vertraging op telopen vanwege een aangetroffen dassenburcht. Toen ik dit hoorde, moestik gelijk denken aan de gevechtsbaan op het Infanterie Schietkamp, hetISK, in Harskamp, want dat heeft tien jaar stilgelegen, onder andere doornatuurregelgeving en de aanwezigheid van beschermde diersoorten. Tienjaar kon de gevechtsbaan niet gebruikt worden, maar gelukkig is dezesinds oktober weer in gebruik.De luxe dat defensieprojecten kunnen wachten omdat er een worm, eendas of een ander beschermd dier in de grond zit, is wat Groep Markus-zower betreft definitief voorbij. We kunnen het ons niet veroorloven datwe hierdoor niet klaar zijn om ons grondgebied en onze burgers tebeschermen. Onze potentiële vijanden houden hier namelijk op geenenkele manier rekening mee. Wij pleiten dan ook voor realistischer beleidbij beschermde diersoorten wanneer het landsbelang en de nationaleveiligheid in het geding zijn. Wat zijn hierbij de plannen van het kabinet?Groep Markuszower steunt de uitbreiding van Defensie. We zijn echterbenieuwd hoe dit kabinet die gaat regelen zolang Nederland nog volledigin de knel zit door het stikstofslot. Het kan toch niet zo zijn dat de bouwvan Defensieterreinen of de oefeningen stil komen te liggen door dezestikstofregels? Wat gaat hiervoor het plan zijn?Voorzitter. We ontvangen nu al veel verontrustende berichten vanmedeoverheden die vrezen dat de komst of de uitbreiding van Defensielo-caties een groot beslag legt op de beschikbare stikstofruimte, denatuurvergunningen en de netcongestie in hun gemeente, waardoorwoningbouw en andere civiele ontwikkelingen in de knel komen. Hoewordt ervoor gezorgd dat dit niet het geval gaat zijn?Daarnaast benadrukt het rapport van ABN AMRO een ander knelpunt. Deextra investeringen in Defensie zetten de woningbouw verder onder druk.De kans is groot dat er een strijd om technisch personeel ontstaat en dekosten verder oplopen. Er wordt namelijk een beroep gedaan op dezelfdeaannemers, ingenieurs en installateurs die ook nodig zijn voor dewoningbouw, het onderhoud aan de bruggen en de wegen, en deuitbreiding van het elektriciteitsnetwerk, zo constateren de onderzoekersvan de bank. Wat is de reactie van het kabinet op de conclusies in ditrapport? En welke oplossingen heeft het kabinet om specifiek dezeknelpunten aan te pakken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8530 Voorzitter. Als we Nederland weerbaarder en slagvaardig willen maken,moeten we keuzes durven maken en over grenzen heen durven stappen,letterlijk en figuurlijk. Dank u wel.De voorzitter:Dank, mevrouw Ten Hove van de Groep Markuszower. Zijn er interrupties?Ik kijk even om me heen. Zo niet, dan geef ik het voorzitterschap weer aanu terug.Voorzitter: Ten HoveDe voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we schorsen voor de beantwoording. De Staatsse-cretaris heeft aangegeven 25 minuten nodig te hebben. We schorsen totlaten we zeggen 15.15 uur.De vergadering wordt van 14.48 uur tot 15.15 uur geschorst.De voorzitter:We gaan door met de voortzetting. Voordat ik het woord geef aan deStaatssecretaris heb ik allereerst nog twee mededelingen. In deze termijnkrijgen alle leden maximaal drie interrupties, omdat we met eenbehoorlijk aantal zijn. Ik wil u vragen om de vragen kort en bondig testellen. Na de beantwoording door het kabinet gaan we gelijk door naarde tweede termijn van de Kamer. Dan kunt u moties indienen, mocht u datwillen. Ik geef het woord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Boswijk:Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank aan alle Kamerleden voor hunaanwezigheid en voor de goede vragen en het goede debat dat ik hebmogen zien. Ik heb ook veel respect voor het feit dat een groot aantal vandeze Kamerleden recentelijk een bezoek heeft gebracht aan Oekraïne. Ikdenk dat dat heel belangrijk is. Dan zie je toch even waarom we diteigenlijk allemaal doen. Ik denk dat dat ook wel duidelijk terugkwam inalle inbrengen. Dank daarvoor.Voorzitter. Besturen is leed veroorzaken. Dat is een uitspraak van ErnstHirsch Ballin. Dat klinkt niet heel optimistisch. Er zijn gelukkig veeloptimistische verhalen over Defensie te vertellen, maar ik vond het welbelangrijk om meteen aan het begin deze toon te zetten. Mijn opdracht alsStaatssecretaris is namelijk niet alleen het opbouwen van onze krijgs-macht, wat ik voel als een grote verantwoordelijkheid, maar ook om tedoen wat veel van uw Kamerleden noemden, namelijk het behouden enversterken van het draagvlak voor onze krijgsmacht. Om dat te doenmoeten we ook eerlijk zijn over de negatieve impact die er ook is. Ja,Defensie brengt heel veel positiefs, in de vorm van werkgelegenheid,kennisontwikkeling en landschapsversterking; dat heb ik allemaal mogenzien. Maar ik heb de afgelopen weken ook mensen ontmoet waarvan hetleven stilstaat. Ik vond het wel eerlijk om dat hier gewoon te zeggen. Eenaantal van u heeft hier ook aandacht voor gevraagd, dus het leek menetjes om hiermee te beginnen.In de week dat ik Staatssecretaris werd, was mijn vraag aan mijn teammeteen: ik wil eigenlijk zo snel mogelijk ...De voorzitter:Ik heb even een vraagje, Staatssecretaris. Zou u misschien kunnenaangeven hoeveel blokjes u heeft? Ik weet namelijk niet of dit nog deinleiding is. Het helpt de leden om hun interrupties krachtig en op hetjuiste moment in te zetten.Staatssecretaris Boswijk:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8531 Dank, voorzitter. De naam van het Kamerlid Boswijk is al vaak gevallen. Ikheb hem in deze hoedanigheid helaas nooit mogen meemaken, maar hijwas altijd van de hele lange introducties. Ik was nog met mijn intro bezig,maar ik heb zo meteen de blokjes algemeen, NPRD-proces, omwonenden/compensatie, koppelkansen, specifieke locaties en overig. Ik geef eenseintje wanneer mijn introductie voorbij is.Voorzitter. In de eerste week deed ik dus het verzoek om zo snel mogelijkhet land in te gaan om beeld en geluid te krijgen bij wat er speelt in hetland en om de bestuurders te ontmoeten. Een aantal had ik in mijn vorigehoedanigheid al ontmoet, maar ik vond het belangrijk om dat alsnog tedoen en ook de mensen te spreken op wie het een negatieve impact heeft.Ik wil dan ook van deze gelegenheid gebruikmaken om heel veelcomplimenten te geven. Een aantal bestuurders en ambtenaren, zowellokale als provinciale, als ook mijn eigen ambtenaren, zitten hier op detribune. Ik heb daar gezien hoe mooi bestuurlijk Nederland functioneert.Dat is echt wel een compliment waard. Ik ben mijn voorgangers Tuinmanen Van der Maat ook dankbaar hiervoor.Ik heb ook de kansen gezien die dit kan bieden. Ik zag het al een beetjeterugkomen in de inbrengen: het lokaal ondernemerschap willenstimuleren. Dat gaat van ondernemers in Drenthe die vroegen «kan ikmijn fruit misschien kwijt bij de nieuwe kazerne?» tot aannemers diezeggen «wij willen graag prefablegeringsgebouwen maken en dat gaanwe elektrisch doen, zodat we minder met stikstofregels te makenhebben». Ik hoorde de heer Van Lanschot net iets zeggen over het deelsopenstellen van kazernes. Het zijn allemaal hele goede ideeën die ik ooklokaal heb gehoord en waardoor ik ook een kans zie om het draagvlakvoor defensie nog verder te vergroten dan alleen dat men in de actualiteitziet waarom defensie ook alweer nodig is.Dat is een extra reden om te zeggen dat wij niet gaan voordringen opbepaalde dossiers. Ik zal er zo meteen iets meer inhoudelijk op ingaan,maar denk bijvoorbeeld aan stikstof. We gaan niet kijken hoe wij hierbijsnel kunnen voordringen, maar wel hoe wij ervoor kunnen zorgen dat wijmeehelpen bij het oplossen van dit immens complexe probleem.Dit is de afronding van mijn inleiding. Ik vond eigenlijk dat mevrouwBikker het het perfectst samenvatte: draagvlak, duidelijkheid endoorpakken. Mevrouw Bikker staat bekend om haar goede quotes. Ikproefde dus heel veel positiviteit in alle gesprekken die ik heb gezien. Ditstaat even los van de verschrikkelijke verhalen die ik ook heb gehoord.Over het algemeen is er veel positiviteit, veel mouwen opstropen en veeldraagvlak. Dat draagvlak moeten we wat mij betreft verbreden. Ook heb ikwel een roep om duidelijkheid en om doorpakken gehoord. Ik zeg er welmeteen bij dat het kabinetsbesluit pas in december genomen is. Wehebben natuurlijk een kabinetswissel gehad. Geef ons dus ook evenrespijt om dit te gaan uitvoeren. Maar het ongeduld dat mevrouw Bikkerheeft, heb ik zeker ook en ik denk velen van u. Dat was de inleiding,voorzitter.Dan gaan we naar het kopje algemeen en NPRD-proces. Dat is wel eenmooie om mee te beginnen. De heer Van Dijk stelde de vraag wat derelevantie en de noodzaak van het NPRD zijn. In het verlengde hiervanstelde de heer Boon de vraag hoe we rekening houden met het dreigings-niveau. Ook mevrouw Jagtenberg deed dat. Het is inderdaad zo dat hetNPRD – een aantal van u heeft het ook al gezegd – rekening houdt met de2%-investering. Zoals u weet, is er vorig jaar besloten dat er een extrainvestering gaat plaatsvinden richting 3,5%. Het kabinet heeft dat ookbekrachtigd. Dat wil niet zeggen dat we gaan verdubbelen, helemaal nietzelfs. De verwachting is dat we redelijk binnen de kaders kunnen blijven.Wel is het goed om te realiseren dat we op dit moment nog uitvoeringgeven aan de 2%. Wellicht komen er hier en daar nog aanvullingen in deloop van de tijd, maar we zien er nu geen verandering in voor op de kortetermijn. Niemand weet echter hoe de wereld er over drie of vier wekenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8532 uitziet. Wij zullen hier dus altijd scherp op blijven. We zullen u hier ooknauw in meenemen. Maar op dit moment zijn we de 2% aan hetuitvoeren. Die opgave is al heel erg groot en zal al heel veel ruimte biedenvoor wat we als Defensie op dit moment nodig hebben in de legering, inhet oefenen en noem maar zo op.Mevrouw Bikker, maar ook de heer De Groot en mevrouw Nanningavroegen om een soort planning. Hoe gaat het er concreet uitzien? Dat iseen terechte vraag; die zou ik ook stellen. We hebben hierover indecember natuurlijk meerdere debatten in de Kamer gehad. Wat is dewens en behoefte? We hebben uiteindelijk, na een vrij zorgvuldig proces,besloten: dit zijn de locaties waar Defensie ruimte nodig gaat hebben omklaar te zijn voor de toekomst. Dat is eigenlijk één groot programmageweest. Nu zijn we eigenlijk op het punt gekomen dat we dat grote planmoeten gaan vertalen naar lokale plannen.Ik hoorde de heer De Groot zeggen dat hij geen versnippering wil. Ik snapwat u bedoelt, meneer De Groot, maar ergens wil ik wél een versnip-pering. Sommige plannen kunnen namelijk sneller gaan en anderemisschien juist vertragen of wat dan ook. Maar wat de heer De Groot,denk ik, bedoelde – maar ik wil hem geen woorden in de mond leggen – isdat we als rijksoverheid in samenhang moeten gaan kijken. Dan gaat hetover vraagstukken rond bijvoorbeeld stikstof, bereikbaarheid ofwoningbouw. We moeten dat wel zo integraal mogelijk doen. Maaruiteindelijk zullen de plannen wel veel regionaler worden opgeknipt. Zokan je zorgen voor iets meer maatwerk op die locaties waar de uitda-gingen soms net iets specifieker of anders zijn dan op een locatieverderop. Op die manier kan je ook iets meer versnellen. Op dit momentzijn we drukdoende met het vertalen van het NPRD naar allemaalregionale plannen. Het doel is dat we eind dit jaar roadmaps – ik had evengeen ander goed woord – aan jullie kunnen presenteren waarin wegewoon heel duidelijk de tijdsplanning aangeven en zo veel als mogelijkkijken wat de koppelkansen zijn, zodat jullie, maar ook ikzelf, veel meer devinger aan de pols kunnen houden.Mevrouw Piri vroeg eigenlijk in het verlengde daarvan hoe het noubijvoorbeeld zit met natuurcompensatie. Naast stikstof, netcongestie ende woningbouwopgave spelen natuur en de compensatie daarvan een rol.Het zou natuurlijk dom zijn als we dat niet integraal aanpakken. Er zijninderdaad heel veel plekken ... We hebben de kazernelocaties inNederland er een beetje op uitgezocht. Die zitten allemaal in gebiedenwaar de stikstofdruk vrij hoog is, maar waar we ook wel een natuur-opgave hebben. Tegelijkertijd is er ook wel weer een kans voor Defensieom daar een rol in te spelen, om te kijken of we ervoor kunnen zorgen datwe, naast dat de kazerne up-to-date is, de natuur daar verbeteren enherstellen, wat ook kan bijdragen aan het versneld krijgen van stikstofver-gunningen. We kijken er dus heel nadrukkelijk naar dat we alle vraag-stukken daarin meenemen. Dat doen we versnipperd, namelijk in kleineregio’s, maar wel echt integraal.Die roadmaps krijgen jullie dus eind dit jaar. Het idee is dat we daarnatwee keer in het jaar, bij de Stand van Defensie, uw Kamer informerenover de voortgang van de verschillende projecten. Dat is al een gebruike-lijke systematiek. Dan zal er ook gelegenheid zijn om daarover verder ingesprek te gaan.Gesproken over integraal en over goede samenwerking met medeover-heden: mevrouw Jagtenberg kwam met het voorbeeld van A tot Z,Amersfoort tot Zeist. Toevallig ben ik daar vorige week geweest. Ik wasniet alleen; we hadden een hele touringbus vol. We zijn daar inderdaadrondgereden. Ik denk dat dat een voorbeeld is dat zeker inspirerend is endat zeker navolging verdient. Gelukkig heb ik wat ik in Utrecht heb gezien,eigenlijk verspreid door heel Nederland gezien, van Brabant tot Friesland,Drenthe en Flevoland: echt een hele nauwe samenwerking tussenprovinciale overheden, gemeentelijke overheden en de landelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8533 overheid. Nogmaals complimenten voor hoe die samenwerking verloopt.Ik weet dat ook andere ministeries kijken hoe Defensie dit proces heeftdoorlopen, omdat we natuurlijk veel meer ruimtelijke opgaves hebben.Dat gaat dus goed.Ten slotte in dit blokje. De heer Van Dijk had een vraag gesteld: hoe kijkt unaar oefenen in het buitenland? Ons doel is toch om het zo veel alsmogelijk in het binnenland te doen. Waarom? Omdat we een andereopgave hebben. Later deze week zal ik met u in debat gaan overpersoneel. We zien gewoon dat trainen binnen de Nederlandse grenzengoed is voor het kunnen werven en kunnen behouden van militairen. Wedoen al heel veel in Duitsland, de VS en Scandinavië. Dat zal zeker zoblijven, maar we willen ook rekening houden met de werkdruk van demilitairen, zodat we niet nog meer gaan eisen dan we nu al doen. Weproberen dat dus eigenlijk zo veel mogelijk binnen Nederland tebehouden.De heer Boon (PVV):Oefenen binnen Nederland vind ik heel erg goed. De PVV heeft almeerdere malen geprobeerd om onze tanks in Nederland gestationeerd tekrijgen. Dat is helaas niet gelukt, maar is de Staatssecretaris wel bereidom te kijken of er incidenteel in Nederland met tanks geoefend kanworden?Staatssecretaris Boswijk:Ik kan mij herinneren dat de heer Boon zelfs een tank op een rotondewilde hebben ergens. Nou, ik ben een groot fan van de Leopard 2A8, diewij gaan krijgen. Ik denk alleen dat de beelden die we graag zien nietleidend moeten zijn – want dan nemen we soms de verkeerde besluiten –maar wat uiteindelijk de beste omstandigheden zijn voor onze militairenom te kunnen oefenen. Bij een Leopard speelt het in stand houden, hetonderhoud en het uitwisselen met de Duitsers ook mee. Zeg ik daarmeedat er nooit een Leopard naar Nederland komt zodra we de NederlandseLeopards hebben? Dat zeg ik niet, maar ik denk dat het zwaartepunt tochwel vooral bij het buitenland zal liggen, omdat daar de ideale omstandig-heden voor onze militairen zijn.De voorzitter:Er is geen vervolgvraag.Staatssecretaris Boswijk:Dan kom ik bij het onderdeel knelpunten en koppelkansen. Er zit eenbeetje overlap in, omdat knelpunten ook met processen te maken hebben.Eigenlijk iedereen vroeg hiernaar. We hebben natuurlijk grote opgaven:woningnood, stikstof, netcongestie en de natuuropgave. Het zou natuurlijkheel dom zijn als wij dat, zeker als rijksoverheid, allemaal versnipperdgaan doen. We bekijken die opgaven echt integraal. In het belang van hetbehoud van draagvlak, lijkt het ons niet verstandig om ... Ik geloof datmevrouw Wiersma een heel pleidooi voor de PAS-melders hield. Dat is,denk ik, geheel terecht. Ik ben op de hoogte van de schrijnende situatiewaar veel boerengezinnen al jaren in zitten. Het lijkt ons niet verstandigom dan te gaan voordringen. Het lijkt ons veel duurzamer om een goedintegraal plan neer te leggen met ook draagvlak in de omgeving. Dat wilnatuurlijk nooit zeggen dat je dan iedereen meekrijgt, maar we willen weleen integraal en zo transparant mogelijk plan neerleggen.Mevrouw Nanninga (JA21):Ik noemde in mijn bijdrage al het slepende verhaal over Herwijnen. Het isaltijd een afweging. Ik begrijp dat het kabinet graag met alle belangenrekening wil houden, maar er moet natuurlijk ook een keer wat gebeuren.Hoe gaan we voorkomen dat het weer verzandt in eindeloos veelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8534 procedures, inspraak, tegenspraak en «moeilijk, moeilijk», zeker omdatvoor Defensie geldt dat bepaalde elementen vragen om een heel specifiekterrein? Je kan bij wijze van spreken op heel veel plekken een azcneerzetten, maar je kan niet overal een radarinstallatie neerzetten.Daarvoor moet een terrein aan heel specifieke eisen voldoen. Dat is dusook veel schaarser. Waar ik eigenlijk naar op zoek ben, is een soortprioriteitenladder van de Staatssecretaris. De titel van het rapport-Remkesluidde al: Niet alles kan. Er moeten gewoon knopen worden doorgehakt,die misschien niet altijd lekker vallen bij iedereen.Staatssecretaris Boswijk:Ik wil niet zeggen dat we iedereen te vriend gaan houden en dat iedersbelangen honderd procent worden geaccommodeerd, want dat kunnenwe niet overal waarmaken. Sterker nog, een aantal mensen zien dat hetbelang van defensie nu voor dat van hun bedrijf of gezinsleven gaat. Datis de schrijnende situatie waar ik net mee begon. Dat kunnen we nietwegnemen. Wij willen niet generaliseren en zeggen dat we overalellebogenwerk gaan doen, omdat dat het draagvlak voor onze krijgsmachtondermijnt. Ik wil dat dat draagvlak niet alleen afhangt van de actualiteitin de wereld, namelijk dat het gevaarlijk is en dat we de krijgsmacht nodighebben, maar dat het duurzaam is. Laten we hopen dat er snel weer vredeop deze aarde komt en dat er dan nog steeds draagvlak voor onzekrijgsmacht is.Er is natuurlijk wel een mogelijkheid dat wij politiek af en toe eens eenkeer een besluit zullen nemen zoals we vorig jaar in het kader van deschietbaan hebben gedaan en dat we zeggen: we vinden het zo belangrijkdat we kunnen oefenen en trainen; hier gaan we het wel doen. De wet opde gereedstelling gaat ons ook een aantal mogelijkheden geven omprocedures sneller te doen of in te korten. Toch vind ik niet dat je diemogelijkheid altijd maar zo moet gebruiken als je die hebt. Ik denk eerlijkgezegd ook – dat is ook uit mijn bezoeken gebleken – dat wij sommigebeperkingen een beetje zelf opleggen. Als jij procedures achter elkaar gaatplannen en je pas begint met de eerste procedure als jij alle informatievoor de laatste procedure hebt waarvan ik zou denken «misschien moetenwe daar al mee beginnen», dan zit daar misschien een gat tussen. Maarals het sneller gaat dan gedacht, dan krimpt dat veel meer in.Ik vertaal het weleens naar mijn privésituatie. Negen jaar geleden ging ikeen huis bouwen. Ik heb heipalen besteld terwijl ik nog geen vergunningen geen financiering had, en terwijl het perceel niet op mijn naam stond.Ik dacht: desnoods heb ik twintig heipalen over, maar het gaat mij nietgebeuren dat ik straks alles heb behalve heipalen. Zo zouden wij alsoverheid ook veel meer moeten opereren. Ik zie daar eerlijk gezegd veelmeer kansen en mogelijkheden dan wanneer we in alle rijtjes gaanvoordringen. Die mogelijkheid moet er zijn als de nood aan de man is,maar omwille van het draagvlak kun je dat niet oneindig gaan gebruiken,want dat krijg je dan toch weer terug.De voorzitter:Staatssecretaris, mag ik u vragen kort en bondig te antwoorden? Ik vindhet voorbeeld van de heipalen mooi, maar zo gaan we 18.00 uur niethalen, ben ik bang. Er is nog een vervolgvraag van mevrouw Nanninga.Mevrouw Nanninga (JA21):Ik denk dat de Staatssecretaris en ik elkaar goed begrijpen. Mijn groot-moeder zaliger zei altijd: beter mee verlegen dan om verlegen. Dan had zijhet meestal over papieren zakdoekjes en niet over heipalen, maar datterzijde. Het principe geldt. Ik denk dat wij elkaar goed verstaan. JA21staat ook helemaal niet voor overal dwars doorheen Defensiedingendoordrukken, maar deze assertiviteit is denk ik van een goed niveau. Ikzou willen zeggen: hou dat vast, ook als er straks gesproken moet wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8535 over stikstofruimte en als er inspraak bij komt kijken. Inspraak is een grootgoed, maar zeker bij die heel specifieke toepassingen van de schaarseruimte in Nederland voor Defensie zou ik willen meegeven daar tochassertief op te zijn.Staatssecretaris Boswijk:Helemaal eens. Dan had ik nog een vraag over ...De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik wil nog even hierop doorgaan, omdat het voorbeeld van de radar bijHerwijnen een paar keer is genoemd als zou dat exemplarisch zijn voorallerlei traagheid. Maar moeten we niet constateren dat juist omdatburgers en decentrale overheden in de voorfase niet voldoende zijnmeegenomen, we dat achteraf zwaar hebben moeten betalen metvertraging? Het zit niet altijd in procedures, maar is deze casus niet juisteen aanmoediging om heel veel te investeren in het voortraject?Staatssecretaris Boswijk:Ik denk inderdaad dat heel veel van wat de afgelopen jaren is gebeurd nugaat bijdragen aan het sneller uitwerken. Alles staat of valt natuurlijk metvertrouwen en transparantie. Zoals ik al zei: tot nu toe heb ik heelpositieve beelden hierbij. Het is onze bedoeling om die positiviteit tebehouden. We gaan echt op een creatieve manier bekijken hoe weDefensie kunnen borgen, meer dan alleen maar «hé, er komt een kazernemet een hek eromheen». We gaan ook naar het lokale mkb kijkenbijvoorbeeld. Maar er is geen one-size-fits-all. Je moet dit per locatiebekijken. Ik kan wel zeggen dat de lokale bestuurders goed hun besthebben gedaan. Dat ging van krentenbrood in Staphorst tot suikerbroodin Friesland en vlaai in Weert. Ik ben al een paar kilo aangekomen deafgelopen twee weken.Dan over stikstof nog even specifiek. Zoals u weet, vinden wij dit eenopgave die we integraal moeten aanpakken. We hebben nu de Minis-teriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof. Ik heb meteen in de eersteweek een outreach gedaan naar de Minister van LVVN om op ditonderwerp heel nauw samen te werken, niet alleen ambtelijk, maar ookbestuurlijk. Die wil is er ook echt. We zien allemaal: jij hebt geen succesals ik het ook niet heb. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de Staatssecretarisvan KGG als het gaat over netcongestie. Dat gaat vooralsnog hartstikkegoed.Dan over de civiele aansluiting op het wegennetwerk. Het is inderdaadwaar dat op dit moment in de plannen het geld geregeld is voor dekazerne en de aansluiting op de openbare weg. We weten natuurlijk datbepaalde kazernes en opslagen effect zullen hebben op het wegen-netwerk, lokaal, provinciaal en zelfs op rijksniveau. Wij zijn in goed ennauw overleg met IenW hierover. Ik heb uw wensen in de Kamer gehoord.U kent ook de dilemma’s. Daar zijn we as we speak mee bezig. Wij staanin nauw contact. We hopen hier binnenkort iets meer over te kunnenvertellen aan jullie, maar de gesprekken met onder andere IenW zijn op ditmoment bezig. Zoals u weet, is het delen in schaarste, dus wij moetenhier ook gewoon goed naar kijken.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Van Lanschot.De heer Van Lanschot (CDA):Dank aan de Staatssecretaris voor de toelichting. Ik heb een vraag overinfra en mogelijke koppelkansen. Als het MIRT-proces gebruikt zouworden voor Defensie-infra-investeringen, ziet de Staatssecretaris dan ookde potentie om daar een versneld proces – populair gezegd een fast trackTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8536 – voor in te richten, zodat we op tijd onze Defensieopgave kunnenrealiseren?Staatssecretaris Boswijk:Ja, maar tegelijkertijd wil ik er niet helemaal op vooruitlopen. Inderdaad,ik ken het MIRT-proces nog uit de tijd dat ik provinciaal actief was. Daarkun je zowel heel blij van worden als vier jaar later heel ongelukkig, omdathet ineens weer verdwenen is. Ik ken dus de ingewikkeldheid ervan. En ja,bepaalde vraagstukken hebben heel veel prioriteit en bepaalde vraag-stukken voor Defensie gaan echt pas op de hele lange termijn spelen. Jehebt daar dan iets meer de ruimte voor. Ik wil de Kamer dus vragen omons even iets meer tijd te geven om te bekijken wat dit voor detijdplanning gaat doen, wat de schaarsteopgave van IenW is, wat dehoogste prioriteiten zijn en – daar komt-ie weer – welke koppelkansen erzijn. Wat kunnen wij als Defensie versnellen of vertragen? Dat kun jebijvoorbeeld samendoen met de woningbouwopgave in de omgeving. Datgesprek vindt as we speak plaats. Zowel mijn collega Karremans als ikzitten er nog maar net. We zijn heel hard bezig om te bekijken hoe we ditmet elkaar kunnen zwaluwstaarten en hoe we hier slimme combinaties inkunnen maken. Maar goed, de wens van de Kamer is vrij duidelijk.De voorzitter:Oké, de Staatssecretaris vervolgt.Staatssecretaris Boswijk:Het is mooi om te zien hoe Defensie verbindt, want D66 vroeg omuitvoering van een motie van de BBB... Nee, excuus, van de SGP, al zoudat eerste ook mooi zijn. De motie gaat over de 1,5%. Hoe verhoudt ditzich onder andere tot de infrastructuur? Op dit moment vindt er eeninventarisatie plaats onder leiding van de NCTV, omdat de NCTV het heelgrote thema weerbaarheid coördineert. Daar valt die 1,5% onder. Dattraject is echt net begonnen, dus ik kan daar op dit moment nog niet veelmeer over melden dan dat de motie nog moet worden uitgevoerd en wijdaar op dit moment mee bezig zijn. Zo snel als het kan, zullen we u daareen terugkoppeling op geven.Dan gaan we naar het stukje over drones. Het is duidelijk dat uw Kamerrecentelijk een bezoek heeft gebracht aan Oekraïne. We weten dat helaas60% tot 80% van de slachtoffers in de oorlog in Oekraïne valt door middelvan drones. U heeft hier ook het een en ander over kunnen lezen inKamerbrieven en de media. Defensie is hier heel hard mee bezig, onderandere op economisch gebied. Ik denk dat we een heel mooi netwerk aanbedrijven op dit terrein hebben, waarmee onze krijgsmacht ook heel nauwsamenwerkt om te zien hoe de innovaties heel snel kunnen wordengeïmplementeerd. We zijn natuurlijk ook aan het bekijken hoe we dieinnovatie en implementatie van drones het beste ruimtelijk kunneninpassen. Daar is uw Kamer ook over geïnformeerd door middel van eenKamerbrief van 23 maart. Een enkeling van de leden heeft daar ook aangerefereerd. Op dit moment zijn we ermee bezig om zo veel mogelijkverruiming te zoeken waar mogelijk. De wet op de gereedstelling is eenvan de initiatieven die op dit moment wat meer ruimte zou moeten geven.Mevrouw Nanninga (JA21):Dank. Was dit de beantwoording aangaande drones? Zo ja, dan miste iknog wat. Of komt dat nog? Ik had de Staatssecretaris namelijk noggevraagd naar de aanpassingen in de luchtvaartveiligheidsregels,waardoor er meer ruimte komt voor trainingen met drones, wanneer diedaadwerkelijk zijn gerealiseerd. Ik wil liefst een zo concreet mogelijkantwoord. Ook vroeg ik de Staatssecretaris of hij, al dan niet vertrouwelijk,de Kamer periodiek kan rapporteren over de voortgang van pilots in onderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8537 meer Valkenburg, Marknesse en andere locaties, want die ontwikkelingengaan snel. Er is ook snel meer ruimte voor nodig, denk ik.Staatssecretaris Boswijk:Inderdaad, u heeft die vraag gesteld. Veel antwoorden vindt u in de briefvan 23 maart, met de knelpunten en de mogelijkheden. Ik zou u kunnenaanbieden dat we voor de zomer uw Kamer een briefing aanbiedenspecifiek met betrekking tot drones, de implementatie en de samen-werking. Ik moet even bekijken in hoeverre dat vertrouwelijk moet. Datkan ik op dit moment even niet vertellen, maar we kunnen uw Kamer hierprima een briefing over aanbieden.De heer Diederik van Dijk (SGP):Onder meer ikzelf, maar ook mijn collega van D66 – we zetten desamenwerking nog even door – had het niet alleen over ruimte vooroefenen et cetera, maar ook over de slagen die er nog gemaakt kunnenworden op het gebied van nauwere samenwerking met civiele partners,kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Komt de Staatssecretaris daar nogop terug?Staatssecretaris Boswijk:Zeker. Ik heb hier nog een laatste blaadje. We werken echt heel nauwsamen op dit gebied. Ik denk dat er een heel ecosysteem is rond dronesen de samenwerking met zowel kennisinstellingen als innovatievebedrijven. Dat gaat niet alleen om het fysiek maken van drones, maar ookover de software en kunstmatige intelligentie. Ik durf toch wel te stellendat wij als klein landje tot de wereldtop behoren. Hoe komt dat? Enerzijdsis dat een combinatie van een redelijk overzichtelijk land zijn en nauwesamenwerkingen hebben tussen de overheid, onderwijsinstellingen en hetbedrijfsleven. Wat ook meewerkt, is dat wij ook een van de meestbetrouwbare en grootste donoren aan Oekraïne zijn. Dat zorgt ook voor denodige kennisuitwisseling. Denk bijvoorbeeld aan Oekraïense bedrijvendie vaak hierheen komen en Nederlandse bedrijven die daar hun werkdoen. Er gebeurt dus echt heel veel op dat terrein. Ik denk dat een briefinger wellicht bij kan helpen om dat nog concreter te maken.Mevrouw Jagtenberg (D66):Het is misschien een leuke persoonlijke anekdote: ik kom oorspronkelijk,hiervoor, bij mijn vorige werkgelegenheid, uit het ecosysteem van drones.Ik hoop die nauwe samenwerking ook te zien, maar eigenlijk, zeg ik uitmijn ervaring, kan het nog veel beter. Ik heb toch vaak gezien dat Defensieheel vaak praat over het belang van drones en het belang van samen-werking, maar dat Defensie dat doet in eigen Defensieonderdelen en hetover het ecosysteem heeft, maar het niet samen met het ecosysteem doet.Dat zou ik dus toch wel willen meegeven voor die technische briefingwaar u het over had. Kunt u dat meenemen?Staatssecretaris Boswijk:Dat wist ik natuurlijk, dus het zweet breekt me uit, maar ik kan mevrouwJagtenberg daar wel enigszins in geruststellen. Kijk, we zijn nog niet ophet niveau waar we willen zijn. Dat zullen we ook nooit zijn, omdat deinnovatie altijd door blijft gaan. Tegelijkertijd, en dat past niet helemaal bijdit debat, is een van de punten in het coalitieakkoord dat 10% van hetdefensiebudget naar innovaties toe moet. We willen een soort DARPA-achtig agentschap waarin we heel nauw samenwerken en het niet alleenhebben over ambities, maar die ook praktisch vertalen naar de OPCO’s.Ja, innovatie is op dit moment nog te veel versnipperd, maar we zijn hetnu allemaal heel snel bij elkaar aan het brengen: «Wat gebeurt er al? Wiedoet wat? Hoe kunnen we het versterken? Wat kan het bedrijfslevendaarin betekenen?» Ik erken dus dat we nog niet op het niveau zijn waarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8538 we willen zijn, maar alle losse puzzelstukjes zien er heel veelbelovend uit.Het idee is ook wel dat dit onderdeel helemaal uitgewerkt is voor dezomer, wanneer we de Defensienota gaan presenteren. Ik denk dat wedaar bij de briefing het meeste over kunnen melden als we die daar zodicht mogelijk op plannen.Het gaat overigens veel verder dan het produceren van drones; het gaatook om fysieke ruimte om te kunnen oefenen en om samenwerken metopleidingsinstellingen om dronepiloten te kunnen opleiden. Daar hebbenwe recent natuurlijk al het een en ander over gedeeld in de media. Ik denkdus dat we de Kamer daarin nog best wel positief kunnen verrassen, maarik zeg daar ook meteen bij: alle ideeën vanuit de Kamer en van mensen uitde praktijk zijn natuurlijk altijd welkom.De heer Peter de Groot (VVD):Ik had natuurlijk een vraag gesteld over die professionele militaireoefengebieden voor de drones. Ik vond dat de Staatssecretaris heel kortdoor de bocht zei «we zijn even aan het kijken hoe we daar iets meerruimte voor kunnen vinden», maar we weten natuurlijk van de situatie inOekraïne dat als je «in de praktijk» – zo noem ik het maar even – wiltoefenen, onder gevechtsomstandigheden, je misschien wel een langevuurlinie moet simuleren. Dan praat je over oefengebieden van misschienwel 10 kilometer bij 10 kilometer. Ik zie ze niet direct in het NationaalProgramma Ruimte voor Defensie staan, dus ik ben daar eigenlijk welnaar op zoek. Via u, voorzitter, wilde ik toch echt aan de Staatssecretarisvragen of hij nog gaat komen met een ander gebied of een combinatievan gebieden. Wordt daarnaar gekeken? Daar zou ik hem toe willenoproepen.Staatssecretaris Boswijk:Dat heeft de heer De Groot terecht gezegd. Er wordt wel al op kleineschaal op militaire terreinen geoefend en we doen het ook al op civieleterreinen, maar los van het NPRD wordt er op dit moment ook gekekenhoe we op dit gebied meer ruimte en slimmere combinaties kunnenmaken. Daar zijn we op dit moment ook mee bezig, dus die oproep isterecht.De voorzitter:Het woord is aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Boswijk:Excuus, ik ga verder. Dan was er nog de vraag van de heer Van Lanschotwat onze reactie is op het pleidooi van Natuurmonumenten overnatuurontwikkeling en strategische aankoop. Dat past eigenlijk helemaalbij de integrale gedachte. Overigens is Natuurmonumenten niet de enigepartij, met alle landschappen die ons land rijk is. Er is ook Staatsbos-beheer. Wij gaan inderdaad kijken wat ons Defensiebelang is, wat onsbelang is om dit zo snel mogelijk te kunnen realiseren; dat is natuurlijkafhankelijk van waar de Defensielocatie gesitueerd is en van de grondei-genaren eromheen. Daar zal je bijvoorbeeld natuurcompenserendemaatregelen voor moeten nemen, afhankelijk van welke partij daar danomheen zit. Dat zullen we dan ook in nauw overleg doen. Wij weten ookdat natuur en Defensie een hele goede combinatie zijn, omdat je insommige gebieden eigenlijk gewoon helemaal geen mensen wilt hebben;dat is voor dieren en insecten goed nieuws. We hebben, geloof ik, sindskort ook de rouwrandvlinder. Ik vond het geen hele opbeurende naam. Diewaren we heel lang kwijt; die is weer terug dankzij Defensie. Dat is tochmooi.Wij kijken dus naar echte koppelkansen, ook op dit gebied, niet alleenomdat wij beschermen wat ons dierbaar is – dat zijn dus ook de meestkwetsbaren; lees: de natuur – maar ook omdat het gewoon nodig is om deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8539 vergunningen op het gebied van stikstof rond te krijgen. Daarmeebeantwoord ik, denk ik, ook meteen de vraag van mevrouw Piri, die daareigenlijk ook naar vroeg: hoe kijken jullie naar slimme combinaties omenerzijds Defensie te versterken, maar ook de natuuropgave in Nederlandte versterken? We kijken inderdaad hoe we dat slim kunnen doen. Datdoen we zeker.Excuus, ik dacht dat er een interruptie was. Ik moet ook gewoon naar devoorzitter luisteren. Dat was ook de vraag van mevrouw Ten Hove. Zeonderstreepte dat we snel van het stikstofslot af moeten en vroeg of ergeen plan B is. Nee, er is niet overal een plan B voor. Tegelijkertijd denk ikook wel dat we op het punt van stikstof als Defensie best wel eenpositieve bijdrage kunnen leveren. Ik zeg er niet meteen bij dat hetmakkelijk wordt, maar ik was bijvoorbeeld in de omgeving waar ookmevrouw Bikker van de week is geweest. Daar staan de provincie en degemeente echt te springen, zo van: we hebben een plan liggen; willenjullie alsjeblieft meedoen? Ik moet dat zelf nog goed bekijken. Ik heb hetplan gekregen, maar ik moet het zelf nog even beoordelen en dat ookgoed afstemmen met LVVN. Maar ik zie wel degelijk mogelijkheden omhier snelheid te kunnen gaan maken.Voorzitter. Dan het blokje omwonenden en compensatie. Een vraag diedoor velen, onder anderen door mevrouw Jagtenberg, is gesteld, is: hoeworden de omwonenden op de hoogte gehouden van de veranderingenen de mogelijke overlast? Waar de overheid er vroeger altijd voor koosom alles helemaal tot achter de punt en de komma’s definitief te hebbenen het dan pas naar buiten te brengen, waardoor soms de indruk werdgewekt dat alles al bekokstoofd was en omwonenden niks meer te zeggenhadden, heeft Defensie er bij het NPRD heel nadrukkelijk voor gekozen omal in een heel vroeg stadium te communiceren over de wensen, mogelijk-heden en eisen. Het vindt dus eigenlijk andersom plaats. Het nadeeldaarvan is alleen dat voor omwonenden, die soms werden overvallendoor deze behoefte, de onzekerheid nu heel lang duurt. Dat snap ik ook.Tegelijkertijd is destijds – terecht, denk ik – de keuze gemaakt om zo snelmogelijk de behoefte neer te leggen. Het nadeel is alleen dat je nog nietalle details weet.Inmiddels weten we die wel, na het kabinetsbesluit van afgelopendecember. Van de omwonenden die ik heb gesproken, waren veruit demeesten positief, maar er waren dus ook mensen echt ontevreden. Hetheeft grote impact op sommige levens. Tegelijkertijd moet ik welnogmaals zeggen dat de gemeentes, provincies en rentmeesters die ikdaar heb gesproken, echt hun best doen om de lijnen van het contact zokort mogelijk te houden en zo veel mogelijk te communiceren. Gebeurtdat overal voldoende? Niet volgens iedereen, zeg ik er ook meteen bij. Datis voor ons ook de reden om daar altijd scherp op te blijven. Maar overallgenomen ervaar ik wel dat Defensie dicht op de bal zit. Dat zullen we ookmoeten blijven doen. Dit is een proces dat voorlopig natuurlijk gewoonaan de gang zal blijven. Overigens zullen wij als Defensie ook als dekazernes klaar zijn, moeten blijven communiceren over wat we aan hetdoen zijn, waarom we dat doen enzovoort.Mevrouw Dobbe stelde een vraag over de compensatieregeling en deuitwerking van het begrip «ruimhartig». Het is een beetje een technocra-tisch verhaal, maar ik moet het zo houden: compensatie voor directgeraakten – dat gaat over bedrijven, maar ook over gezinnen – isgebaseerd op een volledige schadeloosstelling. Naast alle vermogens-schade gaat het dus ook om inkomensschade. «Ruimhartig» werdopvallend genoeg door mensen soms ook juist als «een beetje een dodemus» opgevat. Wat is nou «ruimhartig»? We wekken soms de indruk dathet zo ontzettend veel is, maar we hebben ook gewoon een beperking,namelijk dat de overheid niet iedereen oneindig mag compenseren, wantdie moet iedereen gelijk behandelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8540 Het verlies dat mensen niet alleen ervaren, maar dat gewoon fysiek ook zois – je bedrijf gaat weg van een plek waar je niet weg wil – kun jeonmogelijk helemaal financieel compenseren. Wij zorgen dat we voor deeconomische schade en alle randschade die daarbij komt, doen wat nodigen mogelijk is. Het ruimhartige zit ’m er ook vooral in dat we verder kijkendan: hier komt een zak geld. We bekijken ook echt hoe we mensen kunnenhelpen aan perspectief. Dat woord hoorde ik ook van veel mensen. Zijwillen gewoon duidelijkheid hebben, ze willen weten waar ze aan toe zijnen ze willen weten naar welke plek ze toe kunnen. We hebben dus ooktegen de rentmeesters gezegd: joh, geef dit de hoogste prioriteit, gaoveral in het land kijken waar mogelijkheden zijn. Ik zeg tegelijkertijdmeteen: het is ontzettend complex, omdat we natuurlijk een enormeopgave hebben. Dat heb ik ook tegen de mensen gezegd toen ik bij ze aantafel zat, zowel in Zeewolde, dus in Flevoland, als in Drenthe. MevrouwWiersma refereerde net al aan de PAS-melders en de hele stikstofdis-cussie. Dat loopt er ook doorheen. In die hele complexe puzzel moet jeeen alternatieve locatie vinden voor deze gezinnen.Ik ga geen beloftes doen die ik niet kan waarmaken. We hebben dusgezegd dat we ons maximaal gaan inspannen en dat we de randen van deregeltjes gaan opzoeken, maar je zult nooit de pijn die mensen ervarenhelemaal kunnen weghalen. Dat is ook gewoon het eerlijke antwoord.Ruimhartigheid zoeken wij als overheid dus vooral in meer doen danmensen kunnen verwachten, maar helaas zal dat niet altijd genoeg zijn.Mevrouw Wiersma (BBB):Dank, voorzitter...De voorzitter:Mevrouw Wiersma, mevrouw Dobbe was eerst. Daarna mag u.Mevrouw Dobbe (SP):Dank aan de Minister voor deze beantwoording. Kijk, ik snap dat het eeningewikkeld proces is. Daarom hebben we, in de aanloop hiernaartoe, inhet ontwerp van dit plan zo veel aandacht eraan besteed als commissie.Daarom is er ook Kamerbreed een motie aangenomen om «ruimhartig»geen dode mus en geen vaag begrip te laten zijn waarmee je mensen hetbos in stuurt omdat het verder niks meer betekent. De Kamer heeft juistgevraagd om het uit te werken en te laten zien wat het heel concreetbetekent, welk proces je met mensen doorloopt en wat zij kunnenverwachten.Het is heel goed dat deze Staatssecretaris op plekken is geweest om metmensen te spreken. U weet wel ongeveer wat hij in Zeewolde heeftgehoord. Daar zijn de overwegingen echt niet allemaal positief. Daar zittenmensen ook al heel lang in onzekerheid. Hetzelfde geldt voor de Weerter-heide. Daar beschrijven mensen bijvoorbeeld dat de schade die ze lijdenniet alleen fysiek is door het verlies van bedrijf en huis, maar dat er ookschade is door het feit dat ze al zo lang in onzekerheid zitten en dat zeinvesteringen hebben uitgesteld. Sommigen hebben echt ziekteklachtenvan die onzekerheid.Daarom hebben wij als Kamer de behoefte uitgesproken dat we willenweten wat het betekent voor die nevenschade die mensen lijden. Daarhebben wij gewoon geen concreet antwoord op gehad, want die motie isniet uitgevoerd. Mijn vraag is dan: is deze Staatssecretaris bereid om diemotie alsnog uit te voeren? In die motie stond natuurlijk «voordat dit plandefinitief wordt». Zou hij die motie zo kunnen interpreteren dat hij zorgtdat hij zo snel mogelijk weer naar ons toe komt, zodat we weten wat hetprecies betekent?Staatssecretaris Boswijk:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8541 Mevrouw Dobbe hoeft niet te vertellen hoe de mensen zich voelen. Eenvan de bewoners die ik sprak, zei: ik heb mijn man al een jaar lang nietmeer horen zingen. Zoals ik in mijn eerste antwoord ook al heb gezegd,ben ik me er terdege van bewust dat het niet alleen om economischeschade gaat. Sterker nog, die is vaak ondergeschikt. Het gaat vooral omemotionele schade. De schade betreft op dit moment de onzekerheid. Ikben wel van mening dat wij de motie uitvoeren. Wij doen het maximaalmogelijke om hen financieel te compenseren en wij doen nog meer danmogelijk is door zo snel mogelijk perspectief te bieden. We hebbenrentmeesters aangewezen en die gaan zo snel mogelijk bij deze mensenlangs. Die gesprekken vinden nu plaats. We gaan kijken of en hoe snel wealternatieve locaties kunnen vinden. Ik heb ook ingekleurd hoe groot decomplexiteit is. Afgezien van het emotionele deel is het ook geen kwestievan: we pakken het bedrijf op en zetten het ergens anders neer, want hetpast daar precies. Nee, een koeienbedrijf in Flevoland op kleigrond is watanders dan een bedrijf in een veenweidegebied. Het is echt een stukcomplexer. Wij doen dus echt het maximale. Ik denk dat de winst er vooralin zit om de onduidelijkheid zo kort mogelijk te laten bestaan en zo snelmogelijk perspectief te bieden. Mevrouw Dobbe mag mij erop aansprekendat ik daar bovenop moet zitten.Om aan te geven dat ik het als Staatssecretaris zelf ook belangrijk vind,was dit een van mijn eerste bezoeken. Ik ben als eerste langsgegaan bij demensen bij wie wij vooral leed veroorzaken, omdat ik zelf ook zie dat wijhiervoor een verantwoordelijkheid hebben, maar ik ga het ook niet mooiermaken dan het is. Ik heb geen toverstaf. Ik heb mij te verhouden tot dewet- en regelgeving die we in dit land hebben afgesproken. Ik zoek daarinecht de randen op. Ik denk dat dat vooral zit in het snel bieden vanperspectief en daaraan maximale prioriteit geven. Gelukkig is er voor eenaantal mensen inmiddels een alternatieve locatie gevonden. Ik hoop datdat voor heel veel anderen ook gaat gebeuren. Maar nogmaals, ik ga geenverwachtingen wekken die ik niet kan waarmaken, want het is buiten-gewoon complex.Mevrouw Dobbe (SP):Dat snap ik. Maar nogmaals, de Kamer heeft hier wel een motie overaangenomen. De Staatssecretaris is van mening dat deze nu wordtuitgevoerd. Maar voor ons is het moeilijk te beoordelen, omdat wij geeninzicht hebben in hoe de compensatieregeling eruitziet. Hoe wordt hetbegrip «ruimhartig» daarin toegepast? Mijn vraag aan de Staatssecretarisis: is hij bereid om ons aanvullend te informeren over het proces, dus overwie wat wanneer doet, en over wat er gebeurt op het moment dat eronenigheid is? Ik had net een voorbeeld gegeven. Er werd de suggestiegedaan dat mensen in cassatie kunnen gaan bij de Hoge Raad als ze hetergens niet mee eens zijn. Het kan toch niet zo zijn dat mensen maar naarde Hoge Raad moeten op het moment dat er onenigheid bestaat? Ik hebzelf heel veel behoefte aan inzicht in dat proces, zoals de motie ookvraagt. Is de Staatssecretaris bereid om ons dat te doen toekomen? Danweet ik ook waar ik de Staatssecretaris aan kan houden.Staatssecretaris Boswijk:Het probleem is alleen dat die keukentafelgesprekken op dit momentplaatsvinden. Op dit moment, as we speak, worden er met verschillendefamilies gesprekken gevoerd, met een door ons aangestelde rentmeester,die wij uiteraard ook betalen. Wij hebben een heel duidelijke opdrachtgegeven, in de hoop dat we er op een minnelijke manier uit komen: doehet maximaal mogelijke en zorg dat die onduidelijkheid zo kort mogelijkduurt. Bij een aantal is dat inmiddels gelukt. We zullen er alles aan doenom ervoor te zorgen dat het bij de rest ook lukt. Mensen kunnen natuurlijkaltijd naar de rechter als ze het er niet mee eens zijn, maar dat is niet watwe willen. Wij zijn ons er terdege van bewust dat wij dit veroorzaken alsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8542 Defensie en we willen dit op een goede manier regelen. Maar dat vergteen individuele aanpak. Niet elk keukentafelgesprek loopt hetzelfde. Het ismoeilijk om daar nu op vooruit te lopen. Op dit moment vinden diegesprekken plaats en ik hoop dat we hier op een minnelijke manier uitkomen.De voorzitter:Dit is uw laatste interruptie, mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Maar ik mag toch hopen dat als die gesprekken nu bezig zijn, daarin dekaders zijn geschetst en is meegegeven welk proces we nu precies met z’nallen ingaan. Het begint niet bij een gesprek, bij «dan zien we wel weerverder» en «we proberen het maximale te doen». Welke opdracht krijgendie mensen dan precies mee? Wat is dan «het maximale»? Welke kaderszijn er dan? Wat gebeurt er als bewoners het niet eens zijn met datmaximale? Hoelang mag dat proces duren? Daar moeten toch kaders voorzijn? Wat betekent dat dan? Ik heb er heel erg veel behoefte aan om datproces, dat is meegegeven aan de mensen die nu die compensatie gaanregelen, ook zelf inzichtelijk te hebben. Dat hebben we nu niet. Daar zou ikde Staatssecretaris echt om willen vragen. Die motie is ook aangenomen,dus het is gewoon belangrijk.Staatssecretaris Boswijk:Als het over het financiële gaat, is het zo dat de schade wordt gebaseerdop de schadeloosstellingswaarde. Die is anders dan de marktwaarde vanhet vastgoed. Die is veel ruimer. Dat gaat naast de vermogensschade ookover de inkomensschade die mensen lijden gedurende het proces. Dat ishet maximale wat je op dit moment kan doen. Dat is ruimhartiger. Maarnogmaals, ik denk niet dat het alleen in het financiële zit.Waar wij, denk ik, nog extra aandacht aan moeten geven, wat we ookdoen, is het perspectief. Dat kwam in ieder geval in de gesprekken die ikheb gehad naar voren: ga toch kijken voor dat perspectief; zorg zo snelmogelijk voor een alternatieve locatie, zodat mensen weer verder kunnenmet hun leven. Er is geen een boer die tegen mij heeft gezegd: ik moet ditbedrag hebben. Wat ze tegen mij zeiden, is: «Moet ik mijn goot nog gaanschilderen? Moet ik de melkrobot nog vervangen? Moet ik überhaupt nognieuw vee aanschaffen of moet ik het juist verkopen?» Die onduidelijkheidis moordend. Daarom zeg ik: we moeten zorgen dat de onzekerheid zokort mogelijk is. Daarom hebben wij rentmeesters aan de gang gezet engezegd: ga door muren om zo snel mogelijk perspectief te bieden voordeze mensen.Er is alleen geen afwegingskader of een soort stromenmodel waarmee jezegt hoe het precies gaat lopen. Elke locatie en elk gezin, zelfs als hetburen zijn, is namelijk anders. Elke plek waar deze mensen hopelijk snelterecht kunnen komen om weer door te kunnen met hun leven en met hunbedrijf, is anders. Het enige waar mevrouw Dobbe ons aan kan houden, isdat we zorgen dat die periode zo kort mogelijk is en dat het perspectief zosnel mogelijk komt. Als het gaat om het financiële, doen wij het maximalewat mogelijk is. We kijken dus niet alleen naar de marktwaarde, maar veelbreder dan dat. Dat is wat ons betreft ook de invulling van de motie. Ikdenk dat het vooral aan de Kamer is om ons daar strak aan te houden, endat vind ik ook terecht.Mevrouw Wiersma (BBB):Ik ga de beloofde samenwerking helemaal waarmaken. Dit lijkt zowaareen soort van treintje. Laat ik vooropstellen dat ik de Staatssecretaris hoorzeggen dat hij wil doen wat mogelijk is en dat hij de randen van deregelgeving op wil zoeken. Ik word altijd heel blij van bewindspersonendie dat beloven, maar ik wil ook meegeven dat de randen van wet- enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8543 regelgeving hier worden gemaakt, dus met hulp van de Kamer. Kan deStaatssecretaris randen, grenzen, ook gaan verleggen? In mijn bijdrageheb ik hem het volgende gevraagd. Op dit moment wordt schaduwschadewettelijk uitgesloten van compensatie. Is de Staatssecretaris bereid zichervoor in te spannen om die juridische blokkade op te heffen, voor al diebedrijven die wel al jaren in onzekerheid zitten, waardoor er minderbedrijfsontwikkeling heeft plaatsgevonden, waardoor hun bedrijvenminder waard zijn dan ze geweest waren als de plannen niet op hunterrein gelegen hadden? Heeft deze Staatssecretaris ook de motivatie omdaarmee aan de slag te gaan? Dat zou mij een heel blij Kamerlid maken.Staatssecretaris Boswijk:Dan is de verleiding natuurlijk heel groot. Wat wij op dit moment aan hetdoen zijn, en wat ik ook merk bij de agrariërs die ik heb gesproken, is datwij heel snel duidelijk hebben ... Laat ik het anders zeggen. Wij hebben opdit moment al rentmeesters aangesteld met een brede opdracht: «Doe hetmaximaal mogelijke. Kijk verder dan de marktwaarde. Kijk naar devermogensschade.» Wat ons betreft doen we daar echt al heel veel in. Ikheb daar ook niet gehoord dat de desbetreffende mensen het onvol-doende vinden. De frustratie bij deze families zit vooral bij de onzekerheid:«Waarom duurt het zo lang? Kunnen wij door met ons bedrijf? Waarkunnen we heen?» Daar zit echt het grote probleem. Daar zit, denk ik, ookde grootste winst. Geef daar extra aandacht aan en ga als de brandweerzoeken naar alternatieve locaties. Voor een deel is dat inmiddels gelukt envoor een deel niet, omdat er gewoon nogal grote vraagstukken liggen ophet gebied van de vergunningen. Het is dus niet alleen het vinden van eenlocatie; het is ook de vraag of de locatie een vergunning heeft, want demensen hebben nu gewoon een goede vergunning. Daar zit op ditmoment vooral de onzekerheid.Mevrouw Wiersma (BBB):Dan wil ik daar toch nog even een verduidelijkende vraag over stellen. Ikherken het ook, maar het is niet helemaal een antwoord op de vraag die ikheb gesteld. Op mijn vraag over de schaduwschade, dus de schade die alis ontstaan door alleen het publiceren van plannen, antwoordt deStaatssecretaris dat de rentmeesters eigenlijk al met een soortgelijkeopdracht op pad worden gestuurd. Zegt de Staatssecretaris daarmee datdie schaduwschade daarmee ondervangen is? Of geldt nog steeds dat dewettelijke juridische blokkade er zit en zegt de Staatssecretaris eigenlijkdat hij daar niet mee aan de slag wil gaan?Staatssecretaris Boswijk:Om even de vraag helder te krijgen zeg ik dat datgene wat wij nu doen,echt breder is dan alleen maar kijken naar de marktwaarde. Er wordtgekeken wat de vermogensschade is. Ik weet niet of het nodig is om deschaduwschade nu juridisch aan te passen, maar ik ben wel bereid omextra navraag te doen naar wat daar nog extra in mogelijk is. Ik zoukunnen toezeggen dat we dat uitzoeken binnen de mogelijkheden die erzijn en dat we de Kamer daar later over informeren.De voorzitter:Staatssecretaris, wanneer is «later»? Kunt u dat even specificeren?Staatssecretaris Boswijk:Ik probeer in de tweede termijn, maar anders laat ik het nog even in detweede termijn weten.De voorzitter:Helemaal goed. U vervolgt uw betoog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8544 Staatssecretaris Boswijk:Ik ga omwille van de tijd een klein beetje sneller. Er waren nog vragenover de van-deur-tot-deurmotie, onder andere van D66: «Hoeveel mensenhebben er een plek gevonden? Hoe ziet de begeleiding er in de praktijkuit?» Ik wil niet helemaal op individuele casussen ingaan. Er is een aantalmensen dat nu wel een plek heeft gevonden. Alleen, het is buitengewooncomplex. Elk bedrijf is natuurlijk anders. Ik zei al dat het over bepaaldevragen gaat. Wat voor type bedrijf ben je? Wat voor grondslag heb je? Zitje op klei, veen of zand? Dat is ook echt een andere manier van werken.Het is natuurlijk geen verrassing dat de druk op de ruimte in Nederlandgroot is. Gelukkig zijn vrij recent een aantal succesjes geboekt. Dat biedtdus hoop, maar het is nog steeds een onderwerp dat blijvende aandachtvraagt en dat niet makkelijk is, zeg ik er ook meteen bij.Dat is dus ook echt de reden waarom ik dacht: ik vind dat ik hier in mijninleiding mee moet beginnen. Want ja, er is veel positiviteit rond Ruimtevoor Defensie en Defensie gaat veel brengen, maar dit is de andere kantvan de medaille. Die andere kant is er wel degelijk. Maar de begeleiding isecht maximaal, omdat wij terdege beseffen dat wij een grote impacthebben op het leven van deze mensen en dat het van belang is dat we ditnetjes en op een goede manier doen, om draagvlak te houden voorDefensie. Ik zeg er ook meteen bij dat we niet iedereen helemaal blijkunnen maken; dat is ook gewoon het eerlijke verhaal.Mevrouw Jagtenberg (D66):Dank voor het antwoord, Staatssecretaris. Ik heb misschien een ietsconcretere vraag: wanneer verwacht u hier wel meer duidelijkheid over tehebben? Kunt u de Kamer informeren wanneer u dat beeld wel heeft?Staatssecretaris Boswijk:Nou, ik vind het moeilijk om daar ... Wij gaan de Kamer hier tweejaarlijksover informeren. Ik wil eigenlijk voorstellen dat wij dit punt danmeenemen.Mevrouw Jagtenberg en mevrouw Dobbe hadden ook nog gevraagd ofgedwongen uithuisplaatsingen hebben plaatsgevonden. Nee, die hebbenniet plaatsgevonden. Het is ook mijn grote opdracht en insteek om dat teallen tijde te voorkomen. Op dit moment is daar dus geen sprake van. Ikstel voor dat we de Kamer tijdens de tweejaarlijkse rapportage ookinformeren over de voortgang hiervan.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Staatssecretaris Boswijk:Dan had ik nog de opmerking van mevrouw Wiersma over het plattelanden dat we de zorgen van het platteland serieus moeten nemen. Volgensmij hebben we daar al even een interruptiedebat over gehad. Zeker, diezorgen nemen we serieus. We realiseren ons heel goed dat het gaat omdelen in schaarste en dat landbouwgrond een extra waarde heeft, zekerals dat goede landbouwgrond betreft. Dus zeker. Dank voor dezeaansporing. Houd ons daar ook scherp op, want wij onderschrijven ditbelang geheel.Mevrouw Piri vroeg: is de Staatssecretaris het ermee eens dat we naareen ruimhartige aanpak moeten kijken wat betreft een leefbaarheidsfondsvoor gemeenten, bijvoorbeeld voor geluidsisolatie? Ja, Defensieactivi-teiten kunnen invloed hebben op de leefbaarheid en bepalen mede hoeinwoners hun eigen buurt ervaren wat betreft mobiliteit, voorzieningen ensfeer. Binnen al deze mogelijkheden kijken we natuurlijk maximaal wat wekunnen doen om overlast te voorkomen. Ik zeg er ook meteen bij: wezullen niet alle overlast voorkomen; er zullen mensen overlast ervaren.Dat is helaas inherent aan de verminderde veiligheid in de wereld. OnzeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8545 krijgsmacht moet daarmee kunnen oefenen. Maar we zijn zeker in deafgelopen jaren wel degelijk een andere Defensie dan in de jaren tachtig.Toen waren we verscholen achter onze hekken en bemoeiden we ons metonze eigen punten en dingen. Wij kijken echt veel breder dan dat. Ik denkdat ik dat net al heb genoemd. We kijken ook echt naar de stikstofopgaveen hoe we een rol kunnen spelen in de natuurcompensatie. We kijken naarhoe we slimme combinaties kunnen maken met wonen. Ook zeker op hetgebied van leefbaarheid, wat mevrouw Piri van ... Hier staat nog«GroenLinks-PvdA», maar ik moet natuurlijk «PRO» zeggen. O, ik hoor dathet in de Kamer nog GroenLinks-PvdA is. Sorry, die notitie had ik nog nietmeegekregen.We kijken dus heel nadrukkelijk hoe we een slimmere combinatie kunnenmaken, bijvoorbeeld met het deels openstellen van kazernes. Een aantalkazernes doen dit al. Die hebben sportfaciliteiten. Die gebruiken wedoordeweeks, maar in het weekend niet. Kunnen we wellicht iets metsportclubs in de buurt? Kunnen we die faciliteiten gaan delen? Het is geenone-size-fits-all. Het is afhankelijk van verschillende dingen. Zijn ersportclubs waarmee je kan samenwerken? Zijn er bijvoorbeeld faciliteitenin het weekend vrij? Hoe ligt de kazerne fysiek ten opzichte van dewoonkern? Wij kijken echt heel nadrukkelijk naar de slimme combinaties,ook in het bredere licht, in de zin van: hoe kunnen we het draagvlak voordefensie niet alleen laten afhangen van de actualiteit in de wereld, maarhoe kunnen we ook laten zien dat defensie meer is dan alleen wapensys-temen en oefenen? Dat is iets wat we op dit moment aan het uitvoerenzijn. Mocht de Kamer daar nog ideeën of wensen bij hebben, dan staanwe daar zeker voor open. Daarbij houd ik wel meteen een slag om de armdoor te zeggen dat we natuurlijk niet alles kunnen, maar we zijn altijdbereid om te kijken wat kan. Ik zie zelf namelijk ook dat we een groteverantwoordelijkheid hebben om toch iets breder te kijken dan alleen onseigen hekwerk. Dat gaan we dus zeker doen.Voorzitter. Dan kom ik bij het een-na-laatste blokje: specifieke locaties. Datgaat over heel veel locaties. Ik kijk even wat logisch is om te doen. Ikbegin met Lelystad. Kan de stas het standpunt van Defensie over hettoelaten van civiel vliegverkeer op Lelystad Airport duiden? Wat is op hetgebied van veiligheid en snelheid voor Defensie het beste scenario: wel ofniet met civiel? «Koppel militair gebruik niet aan groothandel.» Kan hetciviele gedeelte militair gebruik vertragen, is kort even de vraag die doormeerdere leden is gesteld. Ik meen dat mevrouw Dobbe en mevrouw Piridat vroegen.Ons standpunt is dat het gecombineerd gebruikmaken van burgerlucht-vaart op Lelystad eigenlijk hele grote voordelen heeft. Waarom? Ik bendaar geweest en er zit enorm veel overlap in de faciliteiten, die eroverigens op dit moment al zijn. Ik noem de brandweer, de beveiliging, deIT en de luchtverkeersleiding. Er is gewoon een civiel vliegveld, waar alheel veel verplaatsingen plaatsvinden. Daar komt Defensie nu bij en hetstuk civiel wordt groter. We gaan extra geld investeren in Defensie. Ikbesef dat dat heel veel geld is, maar het is nog steeds delen in schaarste.Ook daarin hebben wij een opdracht, namelijk om slim te kijken hoe jecombinaties kan maken. Het is duidelijk dat het kabinet heeft besloten omvan Lelystad Airport een civiel vliegveld te maken met militair medege-bruik. Iemand vroeg: is er al een voorbeeld van dat dat werkt? Ja, dat is erop dit moment, namelijk Eindhoven. Daar werkt dit eigenlijk op ditmoment al. Uw Kamer heeft hier later deze maand nog een debat overmet de Minister van IenW. Vooruitlopend op dat debat komt er een briefnaar uw Kamer met alle details hierover. Wij hebben op dit moment geenaanleiding om te denken dat dat tot vertraging zou gaan leiden.Mevrouw Jagtenberg vroeg of het wat ons betreft een verstandig besluitis. Ja, dat is wat ons betreft een verstandig besluit, omdat je die combi-natie met elkaar maakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8546 Mevrouw Bikker stelde in het licht daarvan een vraag over een remmendefactor.De voorzitter:Staatssecretaris, u heeft eerst een interruptie van mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dit was ook een discussiepunt tussen mij en de collega van de VVD, dus ikdacht: ik ga het toch nog even vragen. Ik heb het nog een keer opgezochtin het verslag van de vorige keer, dat natuurlijk met de vorige Staatssecre-taris was. Toen is heel expliciet gevraagd of Lelystad Airport als er geenciviel medegebruik zou zijn – het kabinet had namelijk ook kunnenbesluiten om het civiele deel niet te willen openen – nog steeds de meestlogische militaire keuze zou zijn. Ik neem aan dat dat niet is veranderd,toch?Staatssecretaris Boswijk:Nee, het is militair gezien inderdaad nog steeds een hele verstandigekeuze om dit te doen. Zeker. Dat sluit echter niet uit dat civiel erbij juisteen hele slimme combinatie is, omdat je daardoor verschillende facili-teiten, die je anders alleen militair zou moeten betalen, kan combineren.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Zeker, maar dan constateer ik in ieder geval het volgende. De synergie-voordelen waren de vorige keer ook bekend. Het was ook bekend datDefensie, ongeacht of het alleen een militair of ook een civiel vliegveldzou zijn, nog steeds vindt dat Lelystad Airport daar het meest geschiktvoor is. Volgens mij is het enige wat veranderd is, het standpunt van hetCDA en D66, waardoor er nu een meerderheid is in deze Kamer om eenminderheidskabinet daarin te steunen. Dat constateer ik. Volgens mij is ersinds het vorige debat namelijk niks veranderd. Kan de Staatssecretarisdat beamen?Staatssecretaris Boswijk:Twee details. Er zijn verkiezingen geweest. Er is een kabinet geformeerd.Ik ken het programma van D66 niet helemaal, maar het CDA heeft op datpunt een ander standpunt ingenomen in het verkiezingsprogramma. Datis veranderd. Het zijn details, maar het is wel relevant.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Staatssecretaris Boswijk:Dan was er een vraag van mevrouw Piri over het contact metomwonenden. Tijdens mijn bezoeken heb ik met omwonenden, vooralbedrijven, gesproken. Die contacten zijn goed. Zolang dit proces loopt –dat is een van de roadmaps; daarover zullen we u later over informeren –zullen we hierover natuurlijk in goed contact blijven met omwonenden.Dat was Lelystad.Dan ga ik naar een vraag van de heer Van Dijk over Zeewolde: kan deStaatssecretaris aangeven wat er voor de realisatie van een centralekazerne nodig is om in de buurt van 2030 te komen? Dat ging om hetversnellen. Op dit moment doen we er alles aan om te bekijken – ik zal hetheipalenvoorbeeld niet nog een keertje noemen – hoe we bepaaldepunten kunnen versnellen zodat processen iets kunnen inklinken. Wijhopen eind dit jaar met roadmaps richting de Kamer te komen om te latenzien wat we gaan doen. Alleen, ik zeg er wel meteen bij dat je ooknauwkeurig wilt zijn. Je zult bepaalde locaties waarschijnlijk kunnenversnellen. Vooral bij de complexere vraagstukken – daar vallen Zeewoldeen Nijkerk zeker onder – wil je een gebiedsproces, zodat je ook deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8547 belangen van de gemeenten, de natuurorganisaties en de bedrijven goedkunt meenemen. Dat wil je dus niet overhaast doen. We gaan bekijken hoewe dat slim kunnen doen. Die goede samenwerking heeft tot nu toe nogniet tot vertraging geleid. Dat komt gewoon door de constructieveopstelling van alle medeoverheden. We horen de aansporing. We hopendaar eind dit jaar iets meer over te vertellen.Dan een vraag van mevrouw Jagtenberg over de Eemshaven: wat zijn deplannen van Defensie? De Eemshaven is inderdaad een hele belangrijkehaven, zeker naast Vlissingen en Rotterdam. We zijn op dit moment ingesprek met de provincie Groningen en de gemeente Het Hogeland overde mogelijkheden voor defensieactiviteiten in de Eemshaven. Dat zijngesprekken die as we speak plaatsvinden.Mevrouw Jagtenberg had ook een vraag over het COA in Leeuwarden. Wijvoeren als Defensie een heel nauw gesprek met AenM, het COA en degemeente Leeuwarden. Het belang van Defensie staat voorop, gezienonze opgaven, maar wij hebben hierin wel een constructieve houding. Alswij de ruimte zelf nodig hebben, dan is dat duidelijk; dan hebben we diezelf nodig. Maar mogelijk kunnen wij daar slimme combinaties in maken.Maar goed, dat is gewoon een gesprek dat op dit moment aan de gang is.Die gesprekken zijn vrij constructief op dit moment.Er was nog een vraag van de SGP, maar ook van mevrouw Nanninga ende heer De Groot: loopt er een vervolgonderzoek naar het springterreinzodat duidelijk wordt welke alternatieven in beeld zijn? Dat is ook eenbeetje wat de heer Boon zei over oefenen in het buitenland. Nee, op ditmoment loopt er nog geen vervolgonderzoek naar alternatieven inNederland. De behoefte bestaat nog steeds en Defensie onderzoekt ofdeze behoefte structureel gefaciliteerd kan worden. Op dit moment wordtde behoefte gefaciliteerd in het buitenland. Dat is het wat het springterreinbetreft.Mevrouw Bikker van de ChristenUnie vroeg: wanneer worden de kazernesin Ermelo en Stroe uitgebreid nu Defensie in afwachting is van eenkazerne in Zeewolde? Op veel Defensielocaties zijn er al mogelijkhedenom manschappen te huisvesten. Wij zullen zo creatief mogelijk zijn als webekijken hoe we bestaande terreinen wellicht sneller kunnen gebruiken.Dat is hetzelfde verhaal, het heipalenverhaal. Dat doen we hier ook. Maarwe hebben natuurlijk wel met stikstof en netcongestie te maken. We kijkencontinu wat we kunnen versnellen. Dit valt dus ook onder de roadmapsdie eind dit jaar gaan komen.Het CDA vroeg: zijn er geschikte Defensielocaties voor kleine fabriekjes inmobiele containers voor de productie van drones? Ik dacht dat dat overTNT ging, de springstoffen, maar er staat TNO.De heer Van Lanschot (CDA):Dat ging over TNO, het onderzoeksinstituut, dus niet de chemische stof.TNO heeft onlangs een stuk gepubliceerd waarin staat dat er mobielecontainers ontwikkeld kunnen worden waarin explosieve stoffengeproduceerd kunnen worden.Staatssecretaris Boswijk:Ja, TNT was dat, inderdaad. Het stuk was van TNO. Vandaar deverwarring. Ik ben op de hoogte van dit initiatief. Het is erg veelbelovend.We zijn inderdaad aan het kijken of en hoe we dat kunnen faciliteren. Aswe speak vinden die gesprekken plaats. Daar komen wij hopelijk zo snelmogelijk bij jullie op terug.Nou, voorzitter, ik ben zowaar bij het laatste mapje, overig. De heer VanLanschot vroeg: is het verstandiger als Defensie directe regie zou krijgenop een aantal cruciale vastgoedprojecten, in plaats van het Rijksvastgoed-bedrijf? Wat ons betreft is het Rijksvastgoedbedrijf een goede partner vanDefensie, met veel kennis over het realiseren van projecten. We willen deuitvoering van het NPRD op de juiste manier doorlopen. Daarvoor hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8548 we het Rijksvastgoedbedrijf nodig. De uitvoering van het NPRD vindt zosnel als noodzakelijk en mogelijk plaats. Ze zijn nauw aangehaakt bijdiezelfde roadmaps om te bekijken hoe we het sneller kunnen uitvoeren.Al die nieuwe processen zijn wennen voor Defensie, maar dat is ook hetgeval voor onze medeoverheden. We merken dat er nu een tandje bijwordt geschakeld.De heer Van Lanschot (CDA):Dank aan de Staatssecretaris. Het is goed dat het Rijksvastgoedbedrijf zichals zo’n partner opstelt, maar ik moet daar toch een kritische kanttekeningbij plaatsen. Als wethouder in Eindhoven heb ik ook meegemaakt datsoms echt gigantisch lang nodig is voor relatief eenvoudige processen,zoals het verkrijgen van een taxatie voor een gebouw dat moet wordenovergedragen voor bijvoorbeeld de opvang van vluchtelingen. Zelfs nadiverse escalaties, ook op bestuurlijk niveau, zagen we niet dat daar eenversnelling in ontstond. Ik zou de Staatssecretaris op het hart willendrukken om goede gesprekken te voeren op de diverse ambtelijkeniveaus, ook met het Rijksvastgoedbedrijf, om ervoor te zorgen dat we dattempo er echt in houden.Staatssecretaris Boswijk:Deze oproep is mij uit het hart gegrepen. Ik kan wel mededelen dat wij nude Commandopost Vastgoed hebben ingesteld. Daarmee kijken we heelnadrukkelijk hoe we samen met marktpartijen kunnen versnellen. Dat gaatbijvoorbeeld over de vraag: hoe kunnen we nu al legeringsgebouwengaan produceren? Dat zouden we dan prefab gaan doen en grootschaliguitrollen. Die kennis halen we vooral uit de markt, omdat we die alsoverheid gewoon nog onvoldoende hebben. Dat is vrij veelbelovend,moet ik zeggen.Een aantal van u heeft ook gerefereerd aan het rapport van de ABN overde verdringende effecten van Defensie op de woningmarkt of de bouw. Ikga natuurlijk niet ontkennen dat die risico’s er zijn. Tegelijkertijd zie ik ookjuist heel veel kansen in wat wij nu aan het doen zijn, namelijk in dieversnelling, in dat prefab bouwen van gebouwen en in de goedeafstemming met aannemers. Er is een grote groep aannemers bij onsaangehaakt. Die kennis, die manier van werken en die schaalgroottekunnen wellicht ook bijdragen aan het versnellen van de woningbouw. Ikzie daar best wel veel koppelkansen; dat is overigens echt een lelijkwoord, daar moeten we echt iets anders op verzinnen. Ik zie echtmogelijkheden in de manier van werken die we bij Defensie nu samenmet marktpartijen aan het uitrollen en verkennen zijn. Als we het goeddoen, hoeven we elkaar niet te verdringen; dan kunnen we elkaarmisschien wel versterken. Dat vind ik veelbelovend. Ik zie daar echt eenversnelling.De heer Van Lanschot hield een pleidooi over de traagheid van deoverheid. Die zie ik ook. Ik zie gelukkig dat daar door de urgentie nuversnelling in komt.Dan gaan we nu naar gebedsruimtes, onder het kopje «overig». De heerBoon vroeg zich af waarom Defensie toch islamitische gebedsruimtes zoumoeten faciliteren op kazernes. Ik denk dat Defensie er in essentie is omonze normen en waarden en manier van leven te beschermen. Wij zoudengeen knip voor de neus waard zijn als wij als overheid, als Defensie, tegenbepaalde bevolkingsgroepen of overtuigingen zouden zeggen: «Hartstikkeleuk dat je bij ons werkt. Je beschermt misschien onze grondrechten,maar wij hebben geen ruimte voor jouw grondrechten en voor jouwovertuiging.» Ik denk eerlijk gezegd dat dat een heilloze weg is en dat wedan echt de verkeerde kant opgaan. Ik vind het dus goed dat er geestelijkeverzorging is voor alle geloofsrichtingen. Ik geloof dat we iets van negendenominaties hebben. Het is goed dat we die ruimte bieden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8549 Dan ten slotte nog een vraag van de heer Boon: kan de Staatssecretarisons, al dan niet vertrouwelijk, informeren over de voortgang vandronepilots in Valkenburg, Marknesse en de andere genoemde testlo-caties? Die vraag is niet van u? Ik vond het wel een intelligente vraag,maar dat maakt niet uit. We hebben net aangeboden om daar een briefingover te doen. Dat zouden we dus kunnen doen.Dan ga ik ten slotte naar een vraag die er niet tussen zit, maar die de heerDe Groot wel heeft gesteld. Dat weet ik omdat de heer De Groot altijd eengroot pleitbezorger is voor de woningbouw. Die vraag was: moetenmilitairen geen voorrang krijgen op woningbouwlocaties? We hebbennadrukkelijk met het NPRD gekeken en met VRO afgestemd waar onzeDefensielocaties komen en waar grote woningbouw plaatsvindt, zodatmensen zo min mogelijk vanaf weet ik veel waar moeten rijden om ophun werkplek te komen. In die zin heeft er al afstemming plaatsgevondenen zal die ook blijven plaatsvinden. Zo kunnen we het slim combineren.Hoewel militairen mij dierbaar zijn, denk ik niet dat het verstandig is om ineen schaarse woningmarkt voor één groep een uitzondering te makenvoor woningbouw. Dat kan leiden tot scheve gezichten in de samenleving.Ik denk dus dat we er vooral voor moeten zorgen dat de combinatie vanbouwen en de kazernes heel goed is afgestemd. De grote opdracht voorons in de politiek moet vooral zijn: zo snel mogelijk een einde maken aandie woningnood.De heer Peter de Groot (VVD):Met dat laatste ben ik het overigens helemaal eens. We moeten datprobleem oplossen, maar ik zou het eigenlijk willen omkeren. Op hetmoment dat we niet kijken naar wat er extra nodig is om Defensieper-soneel te huisvesten, zorgen we juist voor extra kannibalisatie op hetgeenwe bouwen. Mijn vraag ging dus niet alleen over voorrang. Mijn vraagging ook over – ik lees het nog een keer voor – of extra woningbouwstandaard onderdeel wordt van de planvorming. Als je die extra woningendan bouwt, moet je ze natuurlijk ook kunnen toewijzen aan Defensieper-soneel. Dat was de wat uitgebreidere versie van mijn vraag.Voorzitter, als u mij toestaat, zou ik gelijk het andere ontbrekendeantwoord van de Staatssecretaris, op een vraag die ik wel gesteld heb,willen weten. Die ging over de strategische flexibiliteit. Ik bedoel dan hethebben van uitwijklocaties en concreet: vliegveld Twente.Staatssecretaris Boswijk:Klopt, excuus. De heer De Groot heeft helemaal gelijk. Ik ga naar vraagéén. Dat speelt natuurlijk vooral in Zeewolde, omdat het daar over 7.000arbeidsplekken gaat. Ik zeg daarover dat wij in heel nauw overleg zijn metVRO. In de overleggen die ik heb gehad met de omliggende gemeentes,wordt ook nu al geanticipeerd op het feit dat er een grote vraag komt. Datheeft een impact op de woningmarkt. In die zin ben ik het helemaal eensmet de heer De Groot. Op dit moment wordt hierop al geanticipeerd in deplancapaciteit in de omliggende gemeentes.Dan ga ik naar het tweede: de strategische flexibiliteit. Ik ga even spieken,want daar heeft u inderdaad naar gevraagd. Op dit moment is het NPRDgebaseerd op de 2%; dat is eigenlijk een beetje wat ik ook al aan het beginzei. Op basis van die behoefte is er vanuit de luchtmacht geen behoefteaan Twente, met die slag om de arm dat het nu natuurlijk naar 3,5% gaaten dat we binnenkort de invulling gaan krijgen en de eisen – dat klinkt watonaardig – van de NAVO, waar we natuurlijk zelf onderdeel van zijn.Mogelijk komt daar dan nog een andere behoefte uit. Dat sluit ik niet uit,maar op dit moment is die behoefte er niet.De voorzitter:Dit is uw laatste interruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8550 De heer Peter de Groot (VVD):Dat is ook afdoende. Ik wilde graag nog even reageren op dewoningbouw, een portefeuille die ik een tijdje heb gedaan. Ik ben hethelemaal eens met het in kaart brengen van extra behoeften rondomZeewolde, maar ook op andere plekken. We weten ook, als we niet ietsspecifieks doen ... De wachtlijsten zijn jaren als we het bijvoorbeeld oversociale huur hebben. Voor koopwoningen is dat misschien anders. Ik zitdus nog een beetje op mijn stoel te draaien, van: wat moeten we hier noueigenlijk mee? Je kan als Staatssecretaris in overleg met de Minister vanVRO wel zeggen ernaar te kijken en misschien enkele honderdenwoningen extra te bouwen, maar weten we dan zeker dat militairendaarvoor in aanmerking komen? Ik denk het niet, want die schrijven zichop het laatst pas in. Dat is dus best een lastige situatie, terwijl we diemensen daar keihard nodig hebben om die Defensiekazerne te latendraaien. Ik denk nog even na. Misschien kom ik in tweede termijn nog meteen motie daarover.De voorzitter:U vervolgt.Staatssecretaris Boswijk:Tot slot wil ik even iets zeggen op deze vraag. De gesprekken die ik hebgehad, gingen niet over enkele honderden woningen in gemeentes. Erwordt echt wel over duizenden gesproken. Dat gaat niet alleen overZeewolde; dat is de grote woningnoodopgave die we met z’n allenhebben. In de gesprekken die ik heb gehad, ik denk eigenlijk wel met alleomliggende gemeenten, kwam nadrukkelijk terug dat die in hun plancapa-citeit echt nadrukkelijk rekening houden met wat voor impact Defensieheeft. Plus: we moeten natuurlijk zelf ook kijken wat überhaupt debehoeftes zijn van de mensen die bij Defensie werken. We weten ook datveel mensen het liefst willen blijven wonen waar ze nu wonen. Dat is ookeen gegeven. Daarom hebben we ook gekeken naar deze locatie.De voorzitter:Dat was ’m?Staatssecretaris Boswijk:Zeker. Ik zou niet meer durven.De voorzitter:Dat was een beste eindsprint, Staatssecretaris. Allereerst dank u wel voorde beantwoording. We vervolgen gelijk met de tweede termijn van dezijde van de Kamer. Omwille van de tijd is er ruimte voor maximaal ééninterruptie per Kamerlid. Het woord is aan mevrouw Jagtenberg.Mevrouw Jagtenberg (D66):Dank u wel. Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog even aan het zoeken ben hoehet proces van dit deel van de vergadering werkt, dus als ik een foutjemaak, spreek me daar dan eventjes op aan.Ik begin in algemene zin met mijn observaties van dit notaoverleg. Ik hebhet niet geturfd, maar ik heb de Staatssecretaris behoorlijk vaak horenzeggen dat de gesprekken nu lopen. Dat is heel goed, denk ik, maar daarligt ook wel een taak voor ons als Kamer om scherp op de bal te blijven.Stikstof- en netcongestiegesprekken met IenW lopen nu. Gesprekken overomwonenden en bedrijven van deur tot deur begeleiden lopen nu. Degesprekken over de Eemshaven, waar ik zelf mee kwam, lopen nu. Noemmaar op. Wat mij betreft zijn we als Kamer wel heel erg terughoudend alswe die gesprekken en de technische briefing afwachten. Ik denk dat hetvoor heel veel mensen belangrijk is om hierbij kort op de bal te blijven ensnel te kijken naar eventuele kansen en mogelijkheden om tijdig bij teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8551 sturen. Dat als initiële nabrander, algemene beschouwing op ditnotaoverleg.Dan heb ik twee moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat commerciële partijen in Nederland worden belemmerdbij het testen en experimenteren met drones door complexe wet- enregelgeving en onvoldoende fysieke experimenteerruimte;overwegende dat er op dit moment geen gremium is waarbinnen degehele Nederlandse dronesector op reguliere basis samenwerkt metDefensie en de Nederlandse overheid;overwegende dat nauwe samenwerking met commerciële partijen enkennisinstellingen essentieel is om knelpunten nu en in de toekomst teidentificeren en op te lossen;verzoekt de regering om de publiek-private samenwerking rondom test-en experimenteergebieden voor drones verder vorm te geven middelseen regiegroep met een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van dedronesector en kennisinstellingen, en de Kamer jaarlijks te informerenover de voortgang,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Jagtenberg, Diederik van Dijk,Bikker, Peter de Groot en Van Lanschot.Zij krijgt nr. 62 (36 592).Mevrouw Jagtenberg (D66):Dat is één. Nog eentje.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de nota Ruimte voor Defensie het kabinet heeftgekozen voor Lelystad Airport als basis voor de F-35-toestellen;overwegende dat er naast ruimte voor Defensie ook meer mogelijkhedennodig zijn voor innovatie, met name op het gebied van (duurzame)luchtvaart;overwegende dat er samen met nieuwe Defensielocaties gekeken moetworden hoe zo veel mogelijk integrale kansen benut kunnen worden;verzoekt de regering om samen met het bedrijfsleven en kennisinstel-lingen de mogelijkheden te onderzoeken voor het opzetten van eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8552 concrete innovatiehub bij Lelystad Airport op het gebied van luchtvaartin-novatie,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Jagtenberg en Köse.Zij krijgt nr. 63 (36 592).Dank u wel. Dan is het woord aan meneer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording envoor het helder schetsen van het vervolg. Ik heb twee moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de krijgsmacht nog altijd behoefte heeft aan eentweede springterrein, naast Reek, voor het oefenen met zware explo-sieven, en in het NPRD hiervoor geen locatie is aangewezen;overwegende dat momenteel slechts incidenteel geoefend wordt metzware explosieven in het buitenland;overwegende dat een structurele en toekomstbestendige invulling vandeze oefenbehoefte noodzakelijk is voor de inzetbaarheid en gereedheidvan de krijgsmacht;verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk een concreet vervolgon-derzoek te starten naar de structurele invulling van deze behoefte, waarbijzowel realistische alternatieven binnen Nederland (al dan niet gespreidover meerdere locaties) als structurele oefenmogelijkheden in hetbuitenland volwaardig worden onderzocht, en de Kamer na afrondinghiervan te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Bikker, Boon,Van Lanschot, Peter de Groot, Jagtenberg en Nanninga.Zij krijgt nr. 64 (36 592).De heer Diederik van Dijk (SGP):Mijn tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8553 constaterende dat met het Nationaal Programma Ruimte voor Defensieveel Defensielocaties worden uitgebreid of nieuwe locaties wordengecreëerd;overwegende dat provincies, gemeenten en omwonenden vaak bereid zijnom mee te werken aan de uitbreidingen, maar duidelijkheid nodig hebbenover de planning én realisatie van de uitbreidingen en randvoorwaarde-lijke aanpassingen;overwegende dat er onlangs gemeenteraden zijn geïnstalleerd en er nucoalities worden gevormd en zij duidelijkheid nodig hebben voor deplannen van Defensie in hun gemeente voor de komende vier jaar;overwegende dat volgend jaar hetzelfde geldt voor de provincies;verzoekt de regering om per locatie een duidelijk doel en tijdpad vast teleggen, hierover afspraken te maken met provincies en gemeenten, en deKamer te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Bikker, Peter deGroot en Van Lanschot.Zij krijgt nr. 65 (36 592).De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik kreeg deze motie trouwens aangereikt van mijn collega Bikker, dieeerder weg moest.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer Boon.De heer Boon (PVV):Dank u wel, voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat lokaal draagvlak essentieel is voor de realisatie en hetgebruik van Defensieprojecten;verzoekt de regering om bij Defensieprojecten naar redelijkheid voorrangte geven aan het lokale Nederlandse midden- en kleinbedrijf bij aanbeste-dingen, bouw en het daaropvolgende onderhoud en de leveringen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.Zij krijgt nr. 66 (36 592).De heer Boon (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8554 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat snelle en betrouwbare verplaatsing van militairmaterieel essentieel is voor een slagvaardige krijgsmacht;verzoekt de regering om Defensie naar redelijkheid prioriteit te geven ophet spoor voor het transport van militair materieel, met uitzondering vande spits,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Boon en Emiel van Dijk.Zij krijgt nr. 67 (36 592).De heer Boon (PVV):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat moderne en hybride dreigingen, zoals drones enmoderne precisiewapens, een steeds grotere rol spelen;verzoekt de regering om bij de ontwikkeling en aanpassing van kazernesstructureel rekening te houden met dreigingen zoals drones en moderneprecisiewapens en hiervoor passende voorzieningen voor detectie,verstoring en uitschakeling te realiseren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Boon.Zij krijgt nr. 68 (36 592).De heer Boon (PVV):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat stikstofregels noodzakelijke Defensieprojectenblokkeren;overwegende dat de veiligheid van Nederland en onze militairen veelbelangrijker zijn;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8555 verzoekt de regering alle stikstofregels te schrappen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Boon en Chris Jansen.Zij krijgt nr. 69 (36 592).De heer Boon (PVV):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat omwonenden van het azc in Budel al jarenlang temaken hebben met overlast;overwegende dat het onacceptabel is om te wachten tot 2028 met sluiting;overwegende dat de ruimte nodig is voor Defensie;verzoekt de regering om het azc in Budel op 1 juli 2026 te sluiten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Boon en Vondeling.Zij krijgt nr. 70 (36 592).De heer Boon (PVV):En de laatste.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat kazernes staan voor eenheid, discipline en loyaliteit aanNederland;overwegende dat de islam niet bij Nederland hoort;verzoekt de regering islamitische gebedsruimtes op kazernes teverbieden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Boon en Wilders.Zij krijgt nr. 71 (36 592).De heer Boon (PVV):Voorzitter, tot zover.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8556 De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie groteimpact heeft op de omwonenden en bewoners van de gekozen locaties;verzoekt de regering structurele inspraak te faciliteren van bewoners enomwonenden in de volgende fases van het Nationaal Programma Ruimtevoor Defensie, en hierover de Kamer te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Wiersma en Piri.Zij krijgt nr. 72 (36 592).Mevrouw Dobbe (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat voor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensielocaties zijn geselecteerd waarbij woningen, bedrijven en beschermdenatuur plaats zouden moeten maken;overwegende dat gedwongen onteigening een enorme impact heeft op delevens van mensen;verzoekt de regering in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensieniet over te gaan tot gedwongen onteigening maar andere oplossingen tezoeken, zonder dwang,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Wiersma.Zij krijgt nr. 73 (36 592).Mevrouw Dobbe (SP):Motie Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8557 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat maatschappelijke belangen, zoals woningbouw,mogelijk moeten wijken voor het Nationaal Programma Ruimte voorDefensie;overwegende dat dit negatieve effecten heeft voor de toekomst vanNederland;verzoekt de regering bij de implementatie van het Nationaal ProgrammaRuimte voor Defensie geen voorrangspositie of uitzonderingspositie voorDefensie te hanteren ten opzichte van maatschappelijke belangen zoalswoningbouw en natuur,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Wiersma.Zij krijgt nr. 74 (36 592).Mevrouw Dobbe (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat NPRD-plannen leiden tot schade, onzekerheid enwaardedalingen bij landbouwbedrijven en bij andere bewoners diewettelijk niet worden gecompenseerd;overwegende dat het kabinet spreekt van een «waardig perspectief» enheeft aangegeven de grenzen van de wet op te zoeken;verzoekt de regering te bezien hoe «schaduwschade» kan wordenmeegenomen in de schadeloosstelling, en daarbij eventuele juridischebelemmeringen weggenomen kunnen worden, en de Kamer hierover teinformeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Wiersma.Zij krijgt nr. 75 (36 592).Mevrouw Dobbe (SP):Tot slot, voorzitter. Ik heb meermaals gevraagd naar het proces voorcompensatie en naar de manier waarop ruimhartigheid daarin wordtingevuld. Ik snap dat de intentie er is en dat er maximale inspanningenzijn, maar we hebben nog steeds geen zicht op hoe dit er daadwerkelijkconcreet uit ziet. Dat is voor ons als Kamer wel ingewikkeld te beoordelenen te controleren. Bij dezen zou ik daarom het volgende informatieverzoekwillen doen. Hoe ziet dat proces eruit? Hoe wordt het begrip «ruimhar-tigheid» geïnterpreteerd? Waarom vraag ik dat? Verschillende mensen,verschillende rentmeesters, worden op pad gestuurd en die gesprekkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8558 zullen verschillen. Maar het moet niet van de rentmeester of van hetbegrip «voor bepaalde geleden schade», zeker als die niet financieeltoetsbaar is, afhangen of iemand gecompenseerd wordt of niet.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Wiersma.Mevrouw Wiersma (BBB):Voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat binnen het NPRD één pilot plaatsvindt met hybridegebruik van landbouw en Defensie en er 57 ruimtelijke behoeften zijn rondagrarisch gebied;overwegende dat hybride medegebruik bijdraagt aan behoud vanlandbouwgrond en bedrijfscontinuïteit;verzoekt de regering om te onderzoeken in hoeverre de pilot voor hybridegebruik met landbouw uitgebreid kan worden in het NPRD en de Kamerhierover te informeren voorafgaand aan de verdere uitwerking enrealisatie van de locaties,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma en Van der Plas.Zij krijgt nr. 76 (36 592).Mevrouw Wiersma (BBB):Dat was snel, hè?De voorzitter:Heel snel. Dank u wel. Mevrouw Nanninga.Mevrouw Nanninga (JA21):Voorzitter, dank. Wij tekenen graag de motie van de heer Van Dijk mee ende motie van de heer Van Lanschot die hij straks zal indienen.Ik zit nog wel een beetje met een probleem. In de beantwoording van mijnvragen over drones verwees de Staatssecretaris naar zijn brief van23 maart, maar mijn vragen stelde ik juist naar aanleiding van de brief van23 maart, dus die brief is daar niet per se een antwoord op.Dan ligt er een aanbod voor een briefing. Daar staan we niet onwelwillendtegenover, maar dat kost wel weer veel organisatie en geeft ook wel weerveel druk op onze agenda’s. We zullen dus te zijner tijd beoordelen wat erop de agenda voor die briefing staat. Wat ik eigenlijk liever wil, is eenconcreet antwoord op de volgende vragen. Wanneer zijn de aanpassingenvan de luchtvaartveiligheidsregels geformaliseerd? Welke bestaandeoefen- en testlocaties voor drones kunnen dit jaar al extra worden benut?Kan de Staatssecretaris al dan niet vertrouwelijk periodiek rapporteren – ikheb liever die vorm dan een briefing – over de voortgang van dedronepilots op plaatsen waar dat van toepassing is, onder meer inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8559 Valkenburg en Marknesse? Dat gaat echt om een rapportage en niet omeen technische briefing. Als dat niet kan, is dat ook goed, maar eenbriefing aanbieden op zich is geen antwoord op mijn vraag. De verwijzingnaar de brief van 23 maart is ook geen antwoord op mijn vraag, want diewas juist de aanleiding.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan meneer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Dank, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording. Ikheb een aantal moties meegebracht ter aanmoediging van het goedewerk, hier en daar ook met een resultaatsverplichting.De eerste motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat met het Nationaal Programma Ruimte voor Defensieveel nieuwe locaties voor de groei van Defensie moeten wordengerealiseerd;overwegende dat hiervoor één samenhangende en integrale planningnoodzakelijk is;verzoekt de regering één samenhangend tijdpad voor het geheleprogramma op te stellen waarbij de start van uitbreiding per locatie enopening van de locaties in relatie wordt gebracht met stikstofruimte,militaire mobiliteit, woningbouw en het beschikbare budget,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot, Bikker en VanLanschot.Zij krijgt nr. 77 (36 592).De heer Peter de Groot (VVD):Dan een motie over een grootschalig droneoefenterrein.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensiegeen grootschalig droneoefenterrein is opgenomen;overwegende dat voor de gereedstelling van dit nieuwe onderdeel vanoorlogsvoering realistische oefeningen essentieel zijn;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8560 verzoekt de regering een grootschalig droneoefengebied in Nederland tezoeken en aan te wijzen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot, Jagtenberg enDiederik van Dijk.Zij krijgt nr. 78 (36 592).De heer Peter de Groot (VVD):De derde motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Staatssecretaris eind 2024 de Kamer geïnformeerdheeft over de noodzaak om het «Agile Combat Employment»-concept teontwikkelen;overwegende dat in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie geenuitwijklocaties voor de luchtmacht zijn opgenomen;verzoekt de regering vliegveld Twente aan te wijzen als uitwijkluchthaven,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Peter de Groot.Zij krijgt nr. 79 (36 592).De heer Peter de Groot (VVD):Dan de laatste motie, naar aanleiding van ons interruptiedebatje.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat met het Nationaal Programma Ruimte voor Defensienieuwe locaties voor de groei van Defensie worden gerealiseerd;overwegende dat een deel van het personeel zich dicht bij deze locatie zalwillen huisvesten;verzoekt de regering om per Defensielocatie te bezien hoe groot de extravraag naar woonruimte is;verzoekt de regering met een aanpak te komen om deze woonruimte terealiseren en te kunnen toewijzen aan Defensiepersoneel,en gaat over tot de orde van de dag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8561 De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Peter de Groot.Zij krijgt nr. 80 (36 592).De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Lanschot.De heer Van Lanschot (CDA):Dank, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor het beantwoorden vanonze vragen, aan de collega’s voor het debat en aan de ambtenaren op dediverse ministeries die hier hard aan meewerken. De diverse partijen inden lande had ik al benoemd in mijn inbreng. Wij moeten ook evenstilstaan bij de voorgangers van deze Staatssecretaris, namelijk de herenChristophe van der Maat en Gijs Tuinman, die zich ontzettend hardhebben ingezet. Met ziel en zaligheid voor het dossier zijn zij het land ingegaan en hebben ze het goede gesprek aan de keukentafel gevoerd. DezeStaatssecretaris zal dat gesprek ook blijven voeren. Complimentendaarvoor!Het is jammer dat de Partij voor de Dieren helaas niet aanwezig is bij eendebat waarin de Rouwmantel voorkomt. De vlinder Rouwmantel blijkt ookeen andere naam te hebben, namelijk de Koningsmantel. Ik zie de griffierverschrikt kijken, maar dat is echt zo. Misschien staat die vlinder wel eenbeetje symbool voor Defensie in algemene zin, want we kunnen er ookpositief naar kijken. Dat is ontzettend nodig. Bovendien komt de vlindersteeds meer voor in het openbaar.Voorzitter. Ik heb één motie. Die zal ik nu voorlezen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de aanleg en het onderhoud van infrastructuuressentieel zijn voor het realiseren van het NPRD en civiele koppelkansenbieden voor infrastructuur ter versterking van woningbouw en deregionale economie;overwegende dat de infrastructurele opgave en de middelen van Defensievoor het NPRD daarom ook via het MIRT-proces ingezet zouden moetenkunnen worden voor de aanleg en het onderhoud van infrastructuur;constaterende dat het MIRT-proces niet altijd de snelheid biedt die nodigis voor het voortvarend realiseren van de noodzakelijke versterking van dekrijgsmacht;overwegende dat voor NPRD-koppelkansen met civiele infra eenfinancieel kader voor (co)financiering van decentrale overheden (verdeel-sleutels aanleg en onderhoud) leidt tot snellere besluitvorming enconsistentie tussen regio’s;verzoekt de regering om in het MIRT-proces een fast track in te richtenvoor NPRD-infra, een kader voor (co)financiering van NPRD-koppelkansenmet decentrale overheden uit te werken en beide uiterlijk in Q2 2026 metde Kamer te delen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8562 en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Lanschot, Peter de Groot,Jagtenberg, Nanninga, Piri, Diederik van Dijk en Bikker.Zij krijgt nr. 81 (36 592).De heer Van Lanschot (CDA):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ook namens mij dank aan de Staatssecretaris voor debeantwoording. We hebben natuurlijk al een uitgebreid debat hierovergehad. Dat is gedaan door een andere woordvoerder, mijn voorganger.Dank aan alle mensen die hier vanuit de gemeenten zeer bij betrokkenzijn, ook de omwonenden, en dat de komende jaren ongetwijfeld ookzullen blijven.Ik begreep van de Staatssecretaris dat er, als het gaat om omwonenden,contact is geweest met bedrijven. In verband met de omwonenden vanLelystad Airport gaat mijn vraag natuurlijk expliciet over de mensen diehadden aangegeven dat ze niet beide functies van het vliegveld wilden.Mijn vraag is of de Staatssecretaris bereid is om daarnaar te kijken. Hetdebat over Lelystad Airport zullen wij voortzetten bij het commissiedebatLuchtvaart. Daar is het laatste nog niet over gezegd, denk ik. Het enige watik nog zou willen meegeven aan de Staatssecretaris is dat het heel naïef isom te denken dat dit niet tot vertraging gaat leiden.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel.Dan heb ik zelf nog twee moties, dus ik vraag de heer Van Lanschot omeven het voorzitterschap over te nemen.Voorzitter: Van LanschotDe voorzitter:Bij dezen. Het woord is aan mevrouw Ten Hove.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Dank u wel, voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie(NPRD) de grootste uitbreiding van Defensie sinds 1935 vormt;van mening dat deze uitbreiding zo snel en efficiënt mogelijk moetplaatsvinden om de nationale veiligheid te waarborgen en dat het nietacceptabel is dat Defensieprojecten stilliggen door stikstofregels;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8563 verzoekt de regering een plan te maken om een uitzondering voorstikstofregels te creëren voor de uitbreiding van Defensielocaties,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ten Hove.Zij krijgt nr. 82 (36 592).Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de aanwezigheid van bepaalde diersoorten eenbelemmering kan vormen voor de paraatheid van Defensie;verzoekt de regering met een plan te komen om diersoorten tebeschermen zonder dat de ontwikkeling en onderhoudsplannen vanDefensie vertraging oplopen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ten Hove.Zij krijgt nr. 83 (36 592).Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Ten Hove. Dan geef ik bij dezen het voorzitterschapweer aan u terug.Voorzitter: Ten HoveDe voorzitter:Dank u wel. De Staatssecretaris heeft tien minuten nodig om alle vragente beantwoorden en de moties te appreciëren. Ik zie u graag over tienminuten terug. Laten we zeggen dat we allemaal om 17.10 uur weer in dezaal zijn.De vergadering wordt van 16.58 uur tot 17.10 uur geschorst.De voorzitter:We gaan weer beginnen. We vervolgen het debat met de tweede termijnvan het kabinet. Het woord is aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Boswijk:Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de Kamerleden voor het goede debaten de inhoudelijke vragen. Er zijn meer dan 100 vragen gesteld. Dat zegtwel iets over de betrokkenheid en dat is mooi om te zien. Ik begin gewoonmet de appreciatie van de moties. Dat zijn er ook best wel wat.Ik begin met de motie op stuk nr. 62. Die kan ik oordeel Kamer geven, metdien verstande dat er nu in het dictum staat dat er op dit moment geenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8564 gremium is waarbinnen de gehele Nederlandse dronesector op regulierebasis samenwerkt, maar dat dat er wel is. We werken onder andere samenin Defport. Maar we onderschrijven uiteindelijk hetzelfde doel, dus met dieuitleg erbij geef ik de motie oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 62 krijgt oordeel Kamer.Staatssecretaris Boswijk:De motie op stuk nr. 63 verzoekt de regering om samen met het bedrijfs-leven en kennisinstellingen de mogelijkheid te onderzoeken van hetopzetten van concrete innovatiehubs. Dit valt eigenlijk direct onder deverantwoording van het Ministerie van IenW, dus ik verzoek om dezemotie niet nu in te dienen maar bij het luchtvaartdebat van 21 april. Ikdenk dat we het dan wat hygiënischer houden. Daar hoort ook het oordeelte liggen. Dus graag de motie intrekken en indienen op 21 april bij hetluchtvaartdebat, als dat zou kunnen, en anders geef ik het oordeel«ontijdig».De voorzitter:Mevrouw Jagtenberg, bent u bereid om de motie elders in te dienen, om’m aan te houden?Mevrouw Jagtenberg (D66):Ja, dat is prima.De voorzitter:Op verzoek van mevrouw Jagtenberg stel ik voor haar motie (36 592, nr.63) aan te houden.Daartoe wordt besloten.Staatssecretaris Boswijk:Top, dank u wel. Het was voor ons allemaal ooit een eerste keer. Dat ismooi.De motie op stuk nr. 64 van de heer Van Dijk c.s. geef ik oordeel Kamer. Ikzeg er ook meteen bij dat dit nog in de verzamelbrief over vastgoed enomgeving terugkomt. Daarin zullen we dus uiteindelijk een update gevenvan hoe het ervoor staat.De voorzitter:De motie op stuk nr. 64 krijgt oordeel Kamer.Staatssecretaris Boswijk:De motie op stuk nr. 65 van de heer Van Dijk, of eigenlijk van mevrouwBikker, geef ik ook oordeel Kamer. Dat zijn de roadmaps waar ik meerderekeren aan heb gerefereerd. Die komen eind 2026. Sowieso informeren weu hier twee keer in het jaar over in de Stand van Defensie.De voorzitter:De motie op stuk nr. 65 krijgt oordeel Kamer.Staatssecretaris Boswijk:De motie op stuk nr. 66 van de heer Boon verzoekt de regering om bijDefensieprojecten naar redelijkheid voorrang te geven aan het lokale mkb.Voor een deel gebeurt dit al, maar ik zie het als een extra stimulans om ditnog beter te doen. Tenminste, ik heb een aantal werkbezoeken gehadwaarbij ik dacht: het zou mooi zijn als het kan. Dat is wel met mitsen enmaren en aanbestedingen en weet ik het allemaal, maar ik vind hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8565 inderdaad voor het draagvlak voor de begroting, ook in de lokale, directeomgeving, een goed voorstel, dus ik geef de motie oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 66 krijgt oordeel Kamer.Staatssecretaris Boswijk:De motie op stuk nr. motie 67, ook van de heer Boon en Emiel van Dijk,over voorrang voor militair materieel op het spoor, krijgt wat mij betreftoordeel Kamer, maar het krijgt alleen voorrang als het echt nodig is, dusals de situatie erom vraagt. Dat is natuurlijk een kwestie van een goeieafstemming met ProRail en NS, dus ik geef de motie in die hoedanigheidoordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 67 krijgt oordeel Kamer.Staatssecretaris Boswijk:De motie op stuk nr. 68, ook van de heer Boon, verzoekt de regering ombij de ontwikkeling en aanpassing van kazernes structureel rekening tehouden met dreigingen zoals drones. Die motie geef ik oordeel Kamer. Opdit moment vindt er bij de nieuwbouw ook al een revitalisatie eninventarisatie plaats en worden er ook al voorzieningen geplaatst; denkaan radars enzovoorts. Wat dat betreft geef ik de motie oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 68: oordeel Kamer.Staatssecretaris Boswijk:Dan hebben we de motie op stuk nr. 69 van de heer Boon en Jansen overhet schrappen van alle stikstofregels. Het lijkt me een fantastisch idee. Wemoeten alleen ook zorgen dat het juridisch houdbaar is, want anderscreëren we gewoon een nieuwe PAS. Wij zien dus inderdaad de noodzaakom snel met oplossingen te komen. Daar is de Taskforce Landbouw,Natuur en Stikstof voor. Maar deze motie gaat net iets te kort door debocht. Dus: ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 69: ontraden.Staatssecretaris Boswijk:De motie op stuk nr. 70 verzoekt de regering om het azc in Budel op 1 juli2026 te sluiten. Die motie wordt ontraden. In overleg met AenM is deafspraak gemaakt om dit in 2028 te doen. We hebben ook meerderebelangen af te wegen dan alleen het defensiebelang. Dus: ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 70: ontraden.Staatssecretaris Boswijk:De motie op stuk nr. 71 met verwijzing naar het debat: ook ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 71: ontraden.Staatssecretaris Boswijk:Dan de motie op stuk nr. 72 van mevrouw Dobbe. Die verzoekt de regeringstructurele inspraak te faciliteren. Voor een groot deel gebeurt heteigenlijk al, maar wij onderschrijven de oproep en de gedachte van dezemotie geheel, zeker in het belang van draagvlak. Zoals ik al aangaf, vindenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8566 er zowel individuele overleggen plaats als zo meteen ook gebiedspro-cessen met medeoverheden. Maar aangezien we hetzelfde doel dienen:oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 72: oordeel Kamer.Staatssecretaris Boswijk:Dan de andere motie van mevrouw Dobbe, de motie op stuk nr. 73. Dieverzoekt de regering in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensieniet over te gaan tot gedwongen onteigening. Ik heb al in het debatgezegd dat wij er echt alles aan doen om het minnelijk te doen. Tot nu toegebeurt dat ook. Maar ik ga geen beloftes doen die ik misschien niet waarkan maken. Dus nogmaals: we doen er echt alles aan om dit te vermijden,maar ik kan er geen oordeel Kamer op geven. Dus: ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 73: ontraden.Staatssecretaris Boswijk:De motie op stuk nr. 74 verzoekt de regering bij de implementatie van hetNationaal Programma Ruimte voor Defensie geen voorrangspositie ofuitzonderingspositie voor Defensie te hanteren ten opzichte vanmaatschappelijke belangen zoals woningbouw en natuur. Die motie wordtontraden. De afweging van belangen zullen soms ook om uitzonderingenvragen op basis van de Wodg. We zullen zo veel als mogelijk proberennetjes een afweging van alle belangen te maken, maar ik kan nietuitsluiten dat er soms weleens momenten plaatsvinden dat we daaromwille van bijvoorbeeld veiligheid een andere afweging in moetenmaken. Dus: ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 74: ontraden.Staatssecretaris Boswijk:De motie op stuk nr. 75. Daar heb ik het met mevrouw Dobbe, maareigenlijk vooral met mevrouw Wiersma over gehad. Wij zullen hetmaximale doen om te kijken wat er mogelijk is, maar ik heb in het debatook gezegd dat ik de juridische belemmeringen niet ga wegnemen. Demotie vraagt daar wel om en wordt daarom ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 75 wordt ontraden.Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb gewoon even een vraagje: waarom niet de juridische belemme-ringen wegnemen? Als dit een ruimhartige compensatie in de weg zit, zouje toch denken dat we de juridische belemmeringen weg kunnen nemen,als dat kan?Staatssecretaris Boswijk:Het is ook omdat de huidige wetgeving, de Omgevingswet, zegt: alsondernemer heb je ook een soort bedrijfsrisico. Dat gaat vooral over deschaduwschade. Dat moet ik goed zeggen. Ik kan me voorstellen dat datvoor ondernemers niet zo voelt, maar de wet zegt wel dat er een bepaaldrisico is dat je als ondernemer altijd met een overheid te maken kuntkrijgen omdat er ineens een belang door jouw belang heen fietst.Daarover hebben wij alle afspraken gemaakt als het gaat over compen-satie. Ik heb ook gezegd hoe die compensatie plaatsvindt. We doen daardus echt het maximale in. Ik denk alleen dat de ruimte vooral zit in hoe weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8567 die begeleiding en dat perspectief zo snel mogelijk kunnen bieden. Wekrijgen al meer ruimte als het gaat om de compensatie, dus niet alleen demarktwaarde, maar ook de vermogensschade. Er zit vooral ruimte in hoewe deze mensen zo snel mogelijk duidelijkheid, perspectief en een anderelocatie kunnen bieden. Dat heb ik eigenlijk ook al gezegd in het debat.De voorzitter:Een hele korte vervolgvraag.Mevrouw Dobbe (SP):De Staatssecretaris is het toch wel met ons eens dat dit iets verder gaatdan een bedrijfsrisico? Hier hebben ondernemers schade van iets waar zezelf echt niks aan kunnen doen, namelijk de keuzes die door Defensieworden gemaakt. Dat is toch geen normaal bedrijfsrisico? Dat moeten wetoch op een andere manier wegen? Daarom zou het goed zijn om te kijkenwat daar juridisch in de weg zit en hoe we dat kunnen aanpassen, toch?Staatssecretaris Boswijk:Ik snap dat dat door de mensen in kwestie niet als normaal wordt ervaren.Tegelijkertijd moeten we wel beseffen dat we in Nederland in eendichtbevolkt land leven en dat dit, deze procedures, al wel sinds wijspoorlijnen aanleggen in Nederland – dat is, denk ik, 180 jaar inmiddels –gebeurt. Dat is voor elk individu buitengewoon schrijnend en verschrik-kelijk, maar stel dat wij hier gaan zeggen dat wij vinden dat we de regelsaan moeten passen, dan gaan we dit heel vaak krijgen, dus ook als hetgaat om fabrieken, kerncentrales of andere energie-infrastructuurbouwen. We kunnen hier dan misschien heel veel ruimte bieden, maardan gaan we zo meteen een precedent scheppen dat we niet waar kunnenmaken in een dichtbevolkt land, dat we als Nederland nu eenmaal ookzijn. Nogmaals, ik snap dat deze mensen het niet als normaal ervaren,maar in een dichtbevolkt land, met veel druk op de ruimte, met eenruimtelijke ordening die in grote lijnen al bestaat sinds ons Koninkrijkbegonnen is, kunnen we dat niet gaan aanpassen, want dan is het hek vande dam.De voorzitter:De motie op stuk nr. 75 is ontraden.Staatssecretaris Boswijk:De motie op stuk nr. 76 van mevrouw Wiersma verzoekt de regering om teonderzoeken in hoeverre hybride gebruik met landbouw uit te breiden isin het NPRD. Die is ontraden. Er is namelijk al eerder een motie aange-nomen voor dubbel ruimtegebruik. Uit mijn hoofd gezegd kwam die vande heer Van Dijk. We zijn op dit moment bezig om dat uit te zoeken en tekijken hoe we slimme combinaties kunnen maken. Die gesprekken vindenplaats, onder andere met LTO Noord. Dat is al buitengewoon complex. Wehopen binnenkort terug te komen op hoe het daarmee staat. Deze motieroept op om het nog verder uit te breiden. Dat lijkt mij niet reëel, dus diewordt ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 76 wordt ontraden. Dat leidt tot een vervolgvraag.Mevrouw Wiersma (BBB):Ja, want ik snap dit niet helemaal in lijn met die motie. Er staat namelijknog een aanvulling in. Ik vraag specifiek om binnen de pilot, die loopt, tekijken of het verruimd kan worden. Ik snap uit de appreciatie die deStaatssecretaris geeft dus niet helemaal waarom dat dan verder zou gaanof niet zou kunnen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8568 Staatssecretaris Boswijk:Er is nog niet echt sprake van een pilot; er is meer sprake van gesprekkenen onderzoek. Wat verstaan we onder «dubbel gebruik»? Mag erbijvoorbeeld geoefend worden als er gewassen staan en hoe zit het danmet de voedselveiligheid? Ik kan me voorstellen dat lood in de maïs nietiets is wat we willen. Of gaat het simpelweg om mestplaatsingsruimte?Dat zou wel heel belangrijk kunnen zijn. Die gesprekken vinden nu plaats.Tegelijkertijd komen we er ook achter dat het allemaal niet zo makkelijk isals het destijds bedacht werd. Ik denk dat het niet gaat helpen als wezeggen: het is heel moeilijk; we gaan nog verder uitbreiden. Ik denk datstap één is om te kijken wat we kunnen met de bestaande motie van deheer Van Dijk en of we tot iets kunnen komen. In het verlengde vaneigenlijk alle oproepen en alle koppelkansen die we proberen te maken, isdit ook iets serieus, maar ik weet ook dat het complex is en niet zomakkelijk als de Kamer destijds dacht. Het lijkt mij dan ook niet verstandigals we nu, midden in het proces, zeggen dat we het nog even verder gaanuitbreiden.De voorzitter:Mevrouw Wiersma, heel kort.Mevrouw Wiersma (BBB):Ja, heel kort. Ik heb een vraag aan de Staatssecretaris. Ik begrijp dat erlanden zijn, lidstaten zijn, die dit wel doen. Waarom is dat hier dan zoingewikkeld en kan het hier niet?Staatssecretaris Boswijk:Dat hebben wij dus uitgezocht. Wij hebben in onze nabije omgeving inieder geval geen landen gevonden die dit daadwerkelijk doen. Dat hebbenwij gehoord in de Kamer en dat hebben wij uitgezocht. Mochten wij hetover het hoofd zien, dan horen we heel graag om welke landen het gaaten in welke vorm, maar wij zijn er in ons eerste uitzoekwerk achtergekomen dat dat tegenvalt.Dan de motie op stuk nr. 77, van de heer De Groot: oordeel Kamer. Dat isin feite in lijn met het debat dat we hebben gehad. Het past ook in deroadmaps zoals ik die heb genoemd.Dan...De voorzitter:De motie op stuk nr. 77: oordeel Kamer.Staatssecretaris Boswijk:Ik moet er nog een beetje aan wennen dat ik u eerst moet laten uitpraten.Ook voor mij is het allemaal nieuw.Dan de motie op stuk nr. 78, over een grootschalig drone-oefenterrein,van de heer De Groot en mevrouw Jagtenberg. U heeft groot geluk, wantdie switcht zomaar van «ontraden» naar «oordeel Kamer», hoor ik naastmij. Daarin kan ik ook meteen de vragen meenemen die mevrouwNanninga net stelde: «Wanneer zijn de droneregels geformaliseerd? Overwelke locaties hebben we het? Kunnen we periodiek worden geüpdatetover de voortgang?» Allereerst: wanneer zijn de droneregels geformali-seerd? Dat is in Q1 2027. «Over welke locaties hebben we het dan?» Hetgaat om Valkenburg, Deelen en Twente. Dat is in lijn met de motie van deheer De Groot. We zijn dus aan het kijken hoe we bestaande oefenter-reinen door middel van corridors aan elkaar kunnen koppelen, zodat je diegrootschaligheid wel ontwikkelt. In het licht daarvan hoop ik dat ikhiermee de vragen van mevrouw Nanninga heb beantwoord. Met diegedachte kan ik de motie op stuk nr. 78, van de heer De Groot, oordeelKamer geven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8569 De voorzitter:De motie op stuk nr. 78: oordeel Kamer.Staatssecretaris Boswijk:Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 79, van de heer De Groot, overTwente. Onder verwijzing naar het debat: ontijdig. Op dit moment bestaatde behoefte niet. Dat sluit niet uit dat de behoefte mogelijk kenbaar wordtgemaakt, maar het lijkt mij wel de volgorde dat we eerst de behoefte vande NAVO afwachten voordat we hierop vooruit gaan lopen.De heer Peter de Groot (VVD):Hier zit wel een beetje de crux van deze discussie: als we afwachten,bestaat vliegveld Twente dan nog? Ik zeg het even heel zwart-wit, maargoed. Het is natuurlijk een vliegveld waar een klein beetje aviationplaatsvindt. Eromheen vinden ook veel innovaties plaats. Alleen, het isnatuurlijk wel een zwaar gesubsidieerd vliegveld waar de Staat elk jaarweer geld voor beschikbaar moet stellen. Voor je het weet, is het weg. Ikzou eigenlijk het volgende willen voorstellen. Kan ik de Staatssecretarisverleiden door het dictum aan te passen en te zeggen «ga in gesprek metde provincie, in dit geval Overijssel, om te kijken wat er mogelijk is» of ietsin die richting? Ik probeer even te kijken hoe we hier toch nog tot eenakkoordje kunnen komen met elkaar.De voorzitter:Meneer De Groot, ik wil u er even op wijzen dat u dat zelf dient te doen bijde Griffie plenair. Komt de Staatssecretaris hiermee tot een andereappreciatie?Staatssecretaris Boswijk:Die gesprekken vinden op dit moment plaats en hebben eerder ook alplaatsgevonden, ook over deze specifieke behoefte. Wij zijn doorlopendmet alle medeoverheden in gesprek. Ik denk dat we elkaar dan een beetjebezighouden met iets wat we al aan het doen zijn. Feit blijft dat er op ditmoment vanuit de luchtmacht geen behoefte aan is. Ja, er gaat veel geldnaar Defensie, maar het is nog steeds delen in schaarste. We moeten nogsteeds op een slimme manier omgaan met het geld. Ik wil dus ook geenverwachtingen wekken die we niet kunnen waarmaken of waaraanüberhaupt geen behoefte is. Ik zou eigenlijk willen zeggen: laten weafwachten waarmee de NAVO komt. Ik snap het en we blijven niet op onzehanden zitten. We blijven in dialoog, maar ik wil niet voorsorteren op eenbehoefte waarvan de luchtmacht heel duidelijk heeft gezegd dat ze die opdit moment niet hebben, tenzij de NAVO opeens iets anders van ons gaatvragen. Dat signaal hebben we overigens ook niet gekregen.De voorzitter:De motie op stuk nr. 79: ontijdig.Staatssecretaris Boswijk:De motie op stuk nr. 80 is ook van de heer De Groot. Deze motie verzoektde regering met een aanpak te komen om woonruimte te realiseren. Ikheb dit eerder ook al aangegeven. Ik moet deze motie toch ontraden. Erzijn al heel overleggen geweest en die vinden ook nog steeds plaats.Eerder in het proces, toen het NPRD werd opgesteld, is er al duidelijkgekeken waar kazernelocaties konden worden vergroot of nieuwe kondenworden gerealiseerd. Dat is toen al heel bewust gedaan. Er is toengekeken waar de behoefte van het personeel lag, waar het ov is, waar deverkeersverbindingen zijn, hoe het in het land ligt en wat het doet met hetdreigingsniveau. Er is doorlopend overleg met medeoverheden over dezevragen. De gesprekken gaan niet alleen over woningen, maar ook overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8570 netcongestie en stikstof. Wat ons betreft is deze motie dus niet nodig.Daarom ontraad ik ’m.De heer Peter de Groot (VVD):De Staatssecretaris en ik hadden hier net een interruptiedebatje over. Eénvraag blijft nog boven de tafel hangen, die ik toch aan de Staatssecretariswil stellen: hoe komen deze woningen dan in handen van het Defensieper-soneel? Dat is eigenlijk de kern. Dit idee komt niet uit de lucht vallen. In deplancapaciteit en woningbouw is hier al rekening mee gehouden, net alsmet alle andere dingen die moeten gebeuren. Dat hoor ik ook van deStaatssecretaris. Maar het kan nog steeds zo zijn dat militairen die zichwillen huisvesten bij een Defensielocatie met lege handen staan. Daarmaak ik mij grote zorgen over, want dat is nog niet geregeld. Ik ben dusbest bereid iets te doen met de motie, om haar niet in te dienen ofanderszins, maar ik zou graag willen dat de Staatssecretaris dit probleemadresseert.Staatssecretaris Boswijk:Ik meen dat regionale en lokale overheden al veel meer ruimte hebben ombepaalde groepen voorrang te geven. Ik geloof dat Amsterdam dat doetmet onderwijzers en politieagenten. Laten we het als volgt doen. Ik zou deheer De Groot willen vragen deze motie aan te houden en ons even de tijdte geven om naar de behoefte te kijken. Het is namelijk ook maar de vraagof er een specifieke behoefte is. Dan gaan wij een verkenning doen. Ik kijkeven naast mij wat een logisch moment is om hierop terug te komen.Voor het einde van het jaar komen wij hier dan op terug of dit reëel is enof we hiermee aan de slag gaan. Ik denk dat we het in die volgordemoeten doen.De heer Peter de Groot (VVD):Ik ben daar zeker toe bereid. Als de toezegging genoteerd kan worden,vraag ik, via u, voorzitter, nog een toevoeging. Ik refereerde in het debataan de motie-Peter de Groot/Valstar. Die ging over hoe gemeenten binnenhun verordening militairen als vitaal beroep kunnen aanwijzen, zodat zijvoorrang kunnen krijgen op een woning wanneer dat nodig is. Dat is eenmotie uit 2023. In mijn optiek is deze eigenlijk nooit goed opgevolgd. Daarzou het over moeten gaan.Staatssecretaris Boswijk:Had meteen gezegd dat het van oud-collega Valstar was, dan had iknatuurlijk een heel ander oordeel gegeven! Nee, laat ik het als volgt doen.Wij doen inderdaad de toezegging dat wij voor het einde van het jaar... Ikwil het eigenlijk betrekken bij die roadmaps. Ik vind het het meest logischals we dat moment aangrijpen om uw Kamer te informeren, per plan, overde vooruitgang en de versnellingen die we kunnen maken. Laten we ookspecifiek kijken – dit gaat vooral over Zeewolde – hoe we een slimmecombinatie kunnen maken met wonen en de behoeften van Defensie zelf.Laten we dat zo doen. Dat doen we dan voor het einde van het jaar.De voorzitter:Oké.Op verzoek van de heer Peter de Groot stel ik voor zijn motie (36 592, nr.80) aan te houden.Daartoe wordt besloten.Staatssecretaris Boswijk:Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 81 van de heer Van Lanschot en eenhele hoop andere mensen. Die gaat er eigenlijk over dat je binnen hetMIRT een soort snelweg kan maken voor Defensie. Ik wil ’m oordeelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8571 Kamer geven, maar wel met een hele duidelijke kanttekening, namelijk:Defensie is niet de enige vrager. Dus ja, ik zie het grote belang en ik zieook de aanleiding om te bekijken of we een slimme koppeling kunnenmaken, of we samen met IenW bij wijze van spreken een mandje kunnenmaken met een aantal knooppunten. Ik zeg er wel meteen bij: daarvoorzullen we meerdere belangen moeten afwegen. Wat ik net met de heer DeGroot besprak over de woningbouwlocaties... Het zou best slim zijn als wegewoon gaan kijken: zijn er een aantal strategische knooppunten inNederland waarbij Defensie een van de partijen is? Die kunnen we eruithalen en dan kunnen we daarmee versnellen. Met die kanttekening kan ik’m oordeel Kamer geven. Ik zeg er wel meteen bij: ik moet dit wel samendoen met mijn collega’s van IenW en VRO. Het is dus een inspanningsver-plichting, maar geen resultaatsverplichting, zeg ik tegen de heer VanLanschot. Als hij er zo mee kan leven, kan ik de motie oordeel Kamergeven.De heer Van Lanschot (CDA):Dank aan de Staatssecretaris voor de toelichting. Uiteraard zijn ermeerdere belangen af te wegen. Deze motie vraagt er specifiek om dat hetsneller gaat waar het Defensie betreft. Ook met snelheid kun je natuurlijknog steeds bredere belangen afwegen. Dat is één element van de motie.Het tweede element – daar hoor in de Staatssecretaris nu niet over –betreft de financiële kaders voor cofinanciering van decentrale overheden.Ik ga er dan ook van uit dat dat ook wordt opgepakt, zoals de motievraagt. Dat het een inspanningsverplichting is, is akkoord. Als er niet uitkomt wat de motie beoogt, verwacht ik natuurlijk wel dat dat keurig viaeen brief aan de Kamer wordt uitgelegd, uiterlijk in Q2.Staatssecretaris Boswijk:Q2 is aankomend kwartaal al; dat is heel snel. Dat kan ik gewoon nietwaarmaken, eerlijk gezegd. Ik zou de uitvoering willen koppelen aan dieroadmaps. Dat vind ik logischer, omdat ik dan integraal alles meeneem. Ikheb ook nog een kanttekening: ja, er ligt grote druk bij Defensie, maarsommige woningbouwlocaties worden sneller uitgerold dan bijvoorbeeldeen kazerne of munitieopslag van ons. Dan kan het soms dus juist helpen,als we snelheid belangrijk vinden, als we niet alleen naar Defensie kijken,maar daar ook andere maatschappelijke vraagstukken aan koppelen. BijDefensie kan je soms namelijk zeggen: o, maar dat hebben we pas in 2040nodig. Daarom lijkt het me verstandig, als we snelheid belangrijk vinden,om het net iets breder te trekken en naar meerdere belangen te kijken. Datzou ik wel verstandig vinden. Als de heer Van Lanschot het daarmee eensis, kan ik de motie oordeel Kamer geven.De heer Van Lanschot (CDA):Ik aarzel een beetje over deze appreciatie. Wat spreken we dan precies af?Dat is voor mij nog niet volstrekt duidelijk. De insteek van de Staatssecre-taris om breder en integraal af te wegen is prima, zolang het maar extrasnel gaat. Sommige Defensie-infra-investeringen zijn uiteraard pas in 2030of later nodig, dus voor die investeringen is snelheid minder relevant. Hetgaat uiteraard om de investeringen waarvoor die snelheid wel heelbelangrijk is. Ten aanzien van de timing denk ik, eerlijk gezegd, dat Q2voor een procesinrichting niet heel ambitieus is, en voor een kader voorcofinanciering ook niet. Ik zou de Staatssecretaris en het ambtelijkapparaat willen oproepen om te kijken hoe dat wel en pragmatisch kan.Staatssecretaris Boswijk:Hoe ik het voor me zie, is dat we specifiek kijken naar de infrastructuur,wat daarvoor nodig is voor Defensie. Daar maak je eigenlijk een soort losmandje van – ik weet even niet hoe ik het anders moet noemen. Om deslagingskans groter te maken, kijken we tegelijkertijd welke combinatiesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8572 we kunnen maken met andere belangen – lees: woningbouw, uitleglo-caties voor bedrijventerreinen en verkeersveiligheid. Laten we die laatstevooral niet vergeten. Ik denk dat we daardoor voorkomen dat hetbijvoorbeeld terechtkomt in het MIRT en niemand er ooit meer iets vanhoort. Wat dat betreft kan ik die gedachtegang best volgen. Q2 is alleenecht te kort. Q1 is praktisch voorbij. We zitten geloof ik al in Q2. Ja. Dat isecht te kort voor die behoeftestelling en de afstemming met andereministeries. Ik voel het ongeduld dat de heer Van Lanschot heeft ook,maar ik wil ook slimme combinaties maken en niet weer aparte processenhiervoor opzetten. Ik zou toch vooral willen vragen om een deadline vaneind dit jaar. Wat leveren we dan op? Dan hebben we duidelijk in kaart watde grote infrastructurele knelpunten vanuit Defensie zijn. Dan hebben wijer ook voor gezorgd dat we slimme combinaties hebben gemaakt met deandere ministeries om de slaginskans uiteindelijk te vergroten. Dat is,denk ik, het maximaal haalbare wat ik zou kunnen doen. Dan kan ik demotie oordeel Kamer geven en anders niet.De voorzitter:De heer Van Lanschot in laatste instantie.De heer Van Lanschot (CDA):Misschien nog om het op te helderen. Het verzoek in de motie is niet omhet hele pakket aan projecten al in Q2 inzichtelijk te hebben. Dat zouinderdaad niet realistisch zijn. Dit gaat puur over hoe een proces datsneller gaat eruit zou kunnen zien. Als het gaat om het op een rijtjehebben van alle projecten, inderdaad gerelateerd aan roadmaps, dan snapik Q4 uiteraard. Maar dit gaat puur over de procesinrichting ervan.Staatssecretaris Boswijk:Het probleem is dat er nog een debat plaatsvindt met IenW over het heleafwegingskader rondom het MIRT, en dat is in Q2 nog niet afgerond. Wijkunnen dan wel iets bedenken, maar ik weet nu al dat als IenW, dat eruiteindelijk over gaat, iets anders voor ogen heeft, ik Q2 praktisch niet gahalen. Ik heb ook in mijn afstemming gewoon andere ministeries nodig. Ikkan dat niet alleen doen. Ik kan wel iets alleen doen, maar dan heb ik geenenkel effect en dat schiet ook niet op.De heer Van Lanschot (CDA):Excuus, voorzitter en collega’s, voor deze mooie onderhandeling waar ubij bent. Ik neig naar wat mijn collega De Groot zegt, namelijk om er Q3van te maken. Dat doe ik ook om het signaal af te geven dat wij als Kamertempo willen op dit dossier. Te vaak zijn overheden heel goed in dingenlangzaam doen, heb ik helaas zelf ook ervaren als lokaal wethouder. Ik kanme voorstellen dat dat tot het dictum «ontraden» leidt, maar dat vind ikgeen groot probleem. Dan is het tenminste wel duidelijk waar we overstemmen.Staatssecretaris Boswijk:Ik ben toch wel heel nieuwsgierig hoe collega Boswijk destijds was. Diewas, denk ik, niet zo moeilijk. We gaan Q3 proberen. Ik zeg er wel meteenbij dat het een inspanningsverplichting is en geen resultaatsverplichting,simpelweg omdat wij niet het enige ministerie zijn dat erover gaat. Ik hoornet dat het debat waar ik aan refereerde, al is uitgesteld. Daar ga ik verderniet over. Ik hoor dus de noodzaak. Met alle mitsen en maren die ik netheb genoemd en met Q3 gaan we er gas op geven, maar wel met dewinstwaarschuwing dat wij niet de enigen zijn die hierover gaan.De voorzitter:Dan blijft de motie op stuk nr. 81: oordeel Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8573 Staatssecretaris Boswijk:Met die uitleg erbij.De voorzitter:Ja, helemaal goed.Staatssecretaris Boswijk:Dan de motie op stuk nr. 82. Die verzoekt de regering een plan te makenom een uitzondering te creëren voor stikstofregels op de uitbreiding vanDefensielocaties. Ik heb in het debat al aangegeven dat ik zo min mogelijkuitzonderingen wil, ook om draagvlak voor Defensie te houden. Maar voorde gevallen waarvan we zeggen «onder het mom van veiligheid» kunnenwe nu al uitzonderingen maken. Ik noemde net al de schietbaan. Vorig jaarhebben wij al zo’n uitzondering gemaakt op basis van stikstofregels. Maarwe moeten het niet altijd gaan gebruiken. Als wij dat als Defensie continublijven doen, ondermijnt dat het draagvlak in de samenleving. Het is net algenoemd: PAS-melders, woningnood. Het kan niet anders als veiligheideen groot ding wordt, maar ik wil dit niet tot staand beleid gaan maken.Wat mij betreft krijgt deze motie dus het oordeel «ontraden».De heer Van Lanschot (CDA):Zal ik het voorzitterschap even overnemen? Wilt u misschien een vraagstellen, mevrouw Ten Hove?De voorzitter:Nee, hoor. Dank u wel.De motie op stuk nr. 82: ontraden.Staatssecretaris Boswijk:Dan de motie op stuk nr. 83. Die verzoekt de regering met een plan tekomen om diersoorten te beschermen zonder dat ontwikkeling enonderhoudsplannen van Defensie vertraging oplopen. Deze motie iseigenlijk overbodig aangezien dit op dit moment ons natuurbeleid is. Wezijn nu al verplicht om alle fauna en flora in kaart te brengen voordat wijbepaalde activiteiten uitvoeren. Dat doen we als Defensie vrij voortvarend.We weten dat we heel vaak in natuurgebieden opereren, waar we metveel flora en fauna te maken hebben. Dat vinden wij zelf ook belangrijk.Dit is dus eigenlijk al staande praktijk; dit gebeurt eigenlijk doorlopend.De voorzitter:De motie op stuk nr. 83: overbodig.Dank u wel, Staatssecretaris.Mevrouw Dobbe (SP):Voorzitter, ik had nog vragen gesteld. Komt daar nog een antwoord op? Ikhad het zelfs «een informatieverzoek» genoemd.De voorzitter:Ja, dat klopt. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Boswijk:Ik dacht eerlijk gezegd ... Ik heb bij de appreciatie van de motie vanmevrouw Wiersma een extra toelichting gegeven. Maar zou u uw vraagkunnen herhalen?Mevrouw Dobbe (SP):Ja. Onze zorg zit bij het volgende. Stel dat je zegt: «Wij gaan in gesprekmet mensen over compensatie. Dat doen we ruimhartig en daarbij nemenwe niet alleen de financiële compensatie in ogenschouw, maar ookbijvoorbeeld emotionele schade die is geleden et cetera.» Nu is datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8574 afhankelijk van welke rentmeester je voor je hebt. Wij vroegen welkekaders, welk proces daarmee wordt doorlopen, ook in lijn met de motiedie we eerder hebben ingediend. De vraag was ook of ik daar eeninformatieverzoek van kon maken zodat we als Kamer in ieder geval deinformatie krijgen over hoe dat nu gebeurt.Staatssecretaris Boswijk:Ik vrees dat ik mevrouw Dobbe nooit helemaal tevreden ga stellen. Wijzijn als overheid gebonden aan bepaalde kaders, waarbij we uniformmoeten omgaan met alle gevallen. «Ruimhartig» heeft bij sommigemensen de indruk gewekt dat ze net iets meer krijgen dan andere gelijkegevallen, maar dat kan natuurlijk niet. Je kan als overheid iemandnatuurlijk niet iets meer compenseren dan een ander geval ergens andersin Nederland. Je zal het altijd op een gelijke manier moeten kunnen doen.Wij kijken dus niet alleen naar marktwaarde, maar ook naar vermogens-derving en naar hoe we mensen maximaal kunnen ondersteunen.Mevrouw Dobbe zegt: het maakt uit welke rentmeester je hebt. Dat punt isniet waar: alle rentmeesters hebben dezelfde instructies. Sterker nog, demensen in kwestie mogen ook zelf met een rentmeester komen, die dandoor de overheid wordt betaald, mits de loonkosten van deze rentmeestermarktconform zijn en die dus net zo veel als andere rentmeesters zouvragen. Ik zeg het maar om aan te geven dat wij er als overheid zoneutraal mogelijk in zitten. Iedereen moet een gelijke behandeling krijgen,maar wij kunnen niet meer doen dan de wet- en regelgeving ons op ditmoment toestaat.Nogmaals, na de gesprekken die ik heb gehad met mensen voor wieDefensie een grote impact heeft, weet ik dat hun frustratie eerlijk gezegdveel meer dan op de euro’s ziet op de lange doorlooptijd, de langeonzekerheid en de vraag of ze verder kunnen met hun bedrijf. De wensdaarbij is ook dat die periode zo kort mogelijk duurt. Daar ligt vooral degrote uitdaging. Mijn gevoel is wel dat daar op dit moment maximaleaandacht voor is en dat we daar ook op blijven duwen. Meer kan ik ergewoon niet over zeggen, want meer is er ook niet over te zeggen.De voorzitter:Mevrouw Dobbe in laatste instantie.Mevrouw Dobbe (SP):Mijn laatste poging, hoor. Als het inderdaad een uniform proces is, wat isdan het bezwaar om dat ook met de Kamer te delen en ons een brief testuren waarin staat beschreven welke stappen worden doorlopen, wat derentmeesters aan ruimte en opdracht meekrijgen en wat er gebeurt als ereen bezwaar of klacht is daarover of als er geen overeenstemming is? Alsdat allemaal uniform is, dan is er toch ook geen bezwaar om dat te delenmet ons?Staatssecretaris Boswijk:Als mevrouw Dobbe inderdaad vraagt naar een soort actielijst ofstromenschema over wat de randvoorwaarden en acties zijn, dan wil ikdat met alle liefde delen. Dat zal niet veel meer zijn dan wat ik al inverschillende zinnen heb proberen te delen. Dat kan ik dus toezeggen. Datwordt dan een verzamelbrief voor de zomer. Daarin zullen we danuitschrijven hoe dit proces er formeel uitziet. Dat zou ik op die manierkunnen doen, maar het zal geen heel schokkende andere informatie zijndan die ik net heb gedeeld.De voorzitter:Voor de zomer, dus?Mevrouw Dobbe (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8575 Maar welke zomer is dat? Is dat een meteorologische zomer? Is datwanneer het reces start?Staatssecretaris Boswijk:De receszomer.De voorzitter:Even voor de duidelijkheid: om 21 juni start het reces.Staatssecretaris Boswijk:21 juni?De voorzitter:Dan start de zomer, sorry.Staatssecretaris Boswijk:Ja, ik wou net zeggen! Ik had Kamerlid moeten blijven!De voorzitter:Maar hebben we het dus over 21 juni?Staatssecretaris Boswijk:Nee, ik zou het reces aanhouden. Dat is, uit mijn hoofd, ergens begin juli.Ik zou daar echt het zomerreces voor aanhouden.De voorzitter:Oké, dank u wel.We gaan volgende week dinsdag stemmen over de moties. Dat doen wedus niet deze week, maar volgende week. We hebben ook nog een aantaltoezeggingen. Die zal ik nader toelichten. We hebben het mooi gered quatijd.–De Staatssecretaris zegt toe uiterlijk eind 2026 de Kamer te informerenover de regionale roadmaps van de verdere uitwerking van het NPRD.Hierin zal de toezegging worden meegenomen aan meneer De Groot,namelijk om de behoefte bij Defensie te peilen in specifieke gevallen,bijvoorbeeld ten aanzien van het toewijzen van voorrang voorwoningruimte.–Dan een toezegging aan mevrouw Nanninga. Er komt een inventarisa-tie voor een briefing voor specifiek de commissie, desgewenst voorhet zomerreces, over het inzetten van drones. De griffie gaat ervoorzorgen dat dit bij de volgende procedurevergadering op de agendastaat. Dan kunnen we dat als commissie dus met z’n allen bekijken.Tot zover. O nee, de toezegging aan mevrouw Dobbe natuurlijk. Excuus.–Voor het zomerreces worden we nader geïnformeerd over de wijzewaarop invulling wordt gegeven aan de ruimhartige compensatie.Mevrouw Wiersma (BBB):Ik zal het debat er misschien op moeten naslaan – ik heb het nietopgeschreven – maar volgens mij had ik ook een toezegging van deStaatssecretaris gekregen, in het begin.De voorzitter:Dan moet u mij dat even helpen herinneren, mevrouw Wiersma. Dietoezegging staat er namelijk niet op.De Griffier:Sowieso staat alles wat gezegd is in het verslag. Daar kunt u altijd naarteruggrijpen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8576 Dank u wel. Dan wil ik hierbij afsluiten. Ik wil iedereen bedanken. Dankaan de Staatssecretaris, de ambtelijke ondersteuning, iedereen op detribune, de Kamerleden en de kijkers op afstand. Een fijne avond allemaal.Sluiting 17.49 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 8577

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 30661a0bf23914e3

14 okt 2026 · f6c08d46d197a7ed

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.