KamerkringInloggen
Kamerstuk

Jaarverslag Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2020

19 mei 2021 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3f43baceae4b255b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–202135 830 XVJaarverslag en slotwet Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2020JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEIDOntvangen 19 mei 2021Nr. 11Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 INHOUDSOPGAVEGerealiseerde uitgaven en ontvangsten4A.Algemeen71.Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening72.Leeswijzer10B.Beleidsverslag133.Beleidsprioriteiten133.1Het beeld van 2020133.2Uitgavenplafond Sociale Zekerheid283.3Realisatie beleidsdoorlichtingen333.4Overzicht van risicoregelingen33Bijlage: Overzicht coronasteunmaatregelen354.Beleidsartikelen394.1Artikel 1 Arbeidsmarkt394.2Artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet554.3Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid714.4Artikel 4 Jonggehandicapten794.5Artikel 5 Werkloosheid844.6Artikel 6 Ziekte en zwangerschap924.7Artikel 7 Kinderopvang994.8Artikel 8 Oudedagsvoorziening1084.9Artikel 9 Nabestaanden1154.10Artikel 10 Tegemoetkoming ouders1194.11Artikel 11 Uitvoering1254.12Artikel 12 Rijksbijdragen1324.13Artikel 13 Integratie en maatschappelijke samenhang1355.Niet-beleidsartikelen1445.1Artikel 96 Apparaat Kerndepartement1445.2Artikel 98 Algemeen1485.3Artikel 99 Nog onverdeeld1506.Bedrijfsvoeringsparagraaf151C.Jaarrekening1607.Departementale verantwoordingsstaat1608.Saldibalans1619.WNT-verantwoording 2020 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid169D.Departementspecifieke Informatie17010.Sociale fondsen SZW17011.Koopkracht1732Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 E.Bijlagen176Bijlage 1: Toezichtrelaties rechtspersonen met een wettelijke taak en zelfstandige bestuursorganen 176Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek177Bijlage 3: Inhuur externen193Bijlage 4: Focusonderwerp 2020, naleving CW 3.1194Bijlage 5: Verantwoording EU-middelen in gedeeld beheer196Bijlage 6: Lijst van afkortingen1983Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTENFiguur 1 Gerealiseerde begrotingsgefinancierde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln). Totaal € 59.902.405.000,-14.014,014.014,010.478,310.478,30,70,73.430,43.430,4131,3131,313,413,43.912,43.912,424,924,91,21,26.553,36.553,3590,0590,020.162,920.162,9182,0182,0387,5387,520,220,2001. Arbeidsmarkt2. Bijstand, Participatiewet enToeslagenwet3. Arbeidsongeschiktheid4. Jonggehandicapten5. Werkloosheid6. Ziekte en zwangerschap7. Kinderopvang8. Oudedagsvoorziening9. Nabestaanden10. Tegemoetkoming ouders11. Uitvoering12. Rijksbijdragen13. Integratie en maatschappelijkesamenhang96. Apparaat Kerndepartement98. Algemeen99. Nog onverdeeld02.5005.0007.50010.00012.50015.00017.50020.00022.5004Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Figuur 2 Gerealiseerde begrotingsgefinancierde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln). Totaal € 1.802.827.000,-11,211,225,225,20022,322,31,31,3001.483,41.483,40,20,200198,8198,80,20,22,12,15,15,153,053,00,20,2001. Arbeidsmarkt2. Bijstand, Participatiewet enToeslagenwet3. Arbeidsongeschiktheid4. Jonggehandicapten5. Werkloosheid6. Ziekte en zwangerschap7. Kinderopvang8. Oudedagsvoorziening9. Nabestaanden10. Tegemoetkoming ouders11. Uitvoering12. Rijksbijdragen13. Integratie en maatschappelijkesamenhang96. Apparaat Kerndepartement98. Algemeen99. Nog onverdeeld01.0002505007501.2501.5001.7505Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Figuur 3 Gerealiseerde premiegefinancierde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln). Totaal € 62.399.223.000,-1.014,81.014,810.459,310.459,34.288,44.288,43.281,13.281,141.234,641.234,6338,1338,11.782,91.782,91. Arbeidsmarkt3. Arbeidsongeschiktheid5. Werkloosheid6. Ziekte en zwangerschap8. Oudedagsvoorziening9. Nabestaanden11. Uitvoering05.00010.00015.00020.00025.00030.00035.00040.00045.000Figuur 4 Gerealiseerde premiegefinancierde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln). Totaal € 226.961.000,-0000227,0227,0000000001. Arbeidsmarkt3. Arbeidsongeschiktheid5. Werkloosheid6. Ziekte en zwangerschap8. Oudedagsvoorziening9. Nabestaanden11. Uitvoering02550751001251501752002252506Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 A. ALGEMEEN1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverleningAAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.Hierbij bied ik het departementale jaarverslag van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) over het jaar 2020 aan.Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid decharge te verlenen over het in het jaar 2020 gevoerde financiële beheer.Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:•het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfs­voering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;•de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;•de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;•de totstandkoming van de niet-financiele verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;•de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:•het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2020;•het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;•het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;•de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2020 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2020, alsmede over de saldibalans over 2020 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).7Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,W. Koolmees8Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Dechargeverlening door de Tweede KamerOnder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargever­lening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering vanDe Voorzitter van de Tweede Kamer,Handtekening:Datum:Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.Dechargeverlening door de Eerste KamerOnder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargever­lening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering vanDe Voorzitter van de Eerste Kamer,Handtekening:Datum:Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.9Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 2. Leeswijzer2.1 Opbouw jaarverslagHet jaarverslag van SZW bestaat uit vijf onderdelen: algemeen, beleids­verslag, jaarrekening, departementspecifieke informatie en bijlagen.AlgemeenHet onderdeel algemeen omvat:1.het verzoek tot dechargeverlening;2.deze leeswijzer.BeleidsverslagHet beleidsverslag is opgebouwd uit vier onderdelen.3.De paragraaf beleidsprioriteiten bevat een uiteenzetting op hoofdlijnen van de bereikte resultaten.4.De beleidsartikelen verantwoorden meer in detail in hoeverre de doelstellingen van SZW zijn behaald. Tevens is hier de toelichting te vinden op opmerkelijke verschillen tussen de financiële realisatie en de vastgestelde begroting.5.De niet-beleidsartikelen verantwoorden de financiële afwikkeling van de apparaatsuitgaven kerndepartement, de algemene uitgaven die niet aan de beleidsartikelen zijn toe te rekenen, en de onvoorziene uitgaven en loon- en prijsbijstellingen.6.De bedrijfsvoeringsparagraaf geeft informatie over de bedrijfsvoering.JaarrekeningDe jaarrekening is opgebouwd uit drie onderdelen:7.de verantwoordingsstaat van het Ministerie van SZW;8.de saldibalans, met de bij dit onderdeel behorende financiële toelichting;9.de paragraaf WNT-verantwoording.Departementspecifieke informatieDe departementspecifieke informatie gaat over de sociale fondsen SZW en over de gerealiseerde koopkrachtontwikkeling.BijlagenDe bijlagen betreffen de ingevolge de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) verplichte bijlagen:–Toezichtsrelaties rechtspersonen met een wettelijke taak en zelfstandige bestuursorganen;–Afgerond evaluatie- en overig onderzoek;–Inhuur externen;–Focusonderwerp 2020, naleving CW 3.1;–Verantwoording EU-middelen in gedeeld beheer.Daarnaast is een lijst van afkortingen opgenomen.2.2 Specifieke aandachtspuntenBegrotingsgefinancierde en premiegefinancierde regelingenIn de begrotingen en de jaarverslagen van het Ministerie van SZW wordt gerapporteerd over zowel begrotingsgefinancierde als premiegefinan-cierde regelingen. In de beleidsartikelen waar premiegefinancierde uitgaven en ontvangsten voorkomen zijn deze opgenomen in een afzonder­lijke tabel ‘Budgettaire gevolgen van beleid’. In de paragraaf 10Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 beleidsprioriteiten wordt ingegaan op de ontwikkeling van het totaal van deze uitgaven. De begrotingsgefinancierde uitgaven en ontvangsten komen een-op-een voort uit de administratie van SZW. De premiegefinancierde uitgaven en ontvangsten zijn afgeleid uit de jaarverslagen van UWV en de SVB.FocusonderwerpDe Tweede Kamer heeft als focusonderwerp voor de verantwoording over 2020 het thema «Toepassing van artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet 2016» (CW 3.1) vastgesteld (Kamerstukken II 2019/20, 31 865, nr. 172). Zoals vermeld in de brief van 15 juni 2020 (Kamerstukken II 2019/20, 31 865, nr. 174) is door het Ministerie van Financiën aan de departementen gevraagd om in hun jaarverslag inzichtelijk te maken op welke wijze ze invulling hebben gegeven aan CW 3.1 bij significante beleidsvoorstellen in het jaar 2020. Voor het Ministerie van SZW is deze informatie opgenomen in bijlage 4 van dit jaarverslag.Grondslagen voor de vastlegging en waarderingDe verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2021 en de Regeling agentschappen. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lasten agent­schappen het baten-lastenstelsel. Sinds 1 januari 2018 vallen onder het Ministerie van SZW geen agentschappen meer.Motie SchouwIn juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt ervoor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. De Europese Commissie heeft aanbevolen dat Nederland in 2020 en 2021 actie onderneemt om de effecten op de werkgelegenheid en de sociale effecten van de crisis te beperken en adequate sociale bescherming van zelfstandigen te stimuleren (aanbeveling 2). In de beleidsprioriteiten wordt ingegaan op de uitwerking van de deze aanbeveling.Gegevens oude jarenIn dit jaarverslag worden ook kerncijfers gepresenteerd over jaren vóór 2020. Hierbij wordt uitgegaan van de meest recente informatie. Dit betekent dat deze cijfers kunnen afwijken van voorlopige gegevens die in vorige jaarverslagen werden gepresenteerd.App SZW-cijfersMeer kwantitatieve gegevens over de ontwikkelingen op het beleidsterrein van SZW zijn te vinden in de app «SZW-cijfers». Deze app bevat een groot aantal gegevens die SZW regelmatig actualiseert.Afwijkingen van de RijksbegrotingsvoorschriftenBij de budgettaire tabellen in het beleidsverslag wordt het verschil tussen de budgettaire raming uit de begroting 2020 en de realisatie voor het jaar 2020 toegelicht indien de afwijking tussen raming en realisatie groter is dan 5% van het begrotingsbedrag of groter is dan € 25 miljoen. Hiermee wordt afgeweken van de RBV-model 3.22e.11Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 GroeiparagraafIn lijn met de wijzigingen in de begroting 2020 zijn wijzigingen aangebracht in de tabellen met kerncijfers in de beleidsartikelen, zoals het aanpassen van een tabel, het omzetten van een tabel in een figuur of het toevoegen van een figuur. Het doel van deze wijzigingen is het vergroten van het inzicht in de doelstelling van het beleidsartikel.Op grond van de RBV zijn bijlage 4 (Focusonderwerp 2020, naleving CW 3.1), bijlage 5 (Verantwoording EU-middelen in gedeeld beheer) en een overzicht van de coronasteunmaatregelen (bijlage bij het onderdeel beleids­prioriteiten) aan het jaarverslag toegevoegd.12Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 B. BELEIDSVERSLAG3. Beleidsprioriteiten3.1 Het beeld van 2020De afgelopen regeerperiode heeft het kabinet belangrijke stappen gezet om de werking van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid te verbeteren. Het kabinet heeft uiteenlopende maatregelen genomen die bijdragen aan een sterke, goed functionerende arbeidsmarkt, met kansen voor iedereen. Dankzij deze stapsgewijze hervormingen stond Nederland er relatief gunstig voor toen de coronacrisis uitbrak. Al snel werd duidelijk dat het virus niet alleen tot een gezondheidscrisis, maar ook tot een economische crisis zou leiden. In intensieve samenwerking met UWV, gemeenten en sociale partners heeft het kabinet noodmaatregelen getroffen. UWV, gemeenten en het departement hebben veel werk verzet om deze maatregelen in recordtempo te realiseren. Door de noodmaatregelen bleef veel werk behouden. Daarnaast boden ze zoveel mogelijk inkomensondersteuning aan mensen die hun inkomen door de crisis plotseling deels of geheel zagen wegvallen. Ook kwam het kabinet met een omvangrijk sociaal pakket met aanvullende maatregelen.Waar 2019 een jaar van records was, is de arbeidsmarkt in 2020 verslechterd. De uitgangspositie voor de coronacrisis was erg gunstig: de arbeidsmarkt was krap, het aantal werkenden lag op recordhoogte en het aantal werklozen lag op een historisch dieptepunt. De economische gevolgen van de coronacrisis werden uiteindelijk ook voelbaar in de arbeidsmarkt. Het aantal werkenden nam van het hoogtepunt in februari (9.057 duizend) af tot 8.856 duizend in mei. Hierna steeg het aantal werkenden weer. In december (8.979 duizend) was de krimp in het aantal werkenden voor 60% teniet­gedaan. De werkloosheid liep van 2,9% in februari en maart op naar het hoogtepunt in augustus (4,6%). Daarna nam de werkloosheid af naar 3,9% in december. Al met al is de schade aan de arbeidsmarkt vanwege het omvangrijke steun- en herstelpakket beperkt gebleven, zeker in interna­tionaal perspectief. Over het algemeen is de krapte op de arbeidsmarkt, gemeten aan de vacature-indicator, fors afgenomen, met uitzondering van krapte in bepaalde sectoren.De koopkrachtcijfers zijn als gevolg van de coronacrisis lastiger te interpre­teren. In de koopkrachtcijfers wordt ervan uitgegaan dat er niets verandert in de persoonlijke omstandigheden van mensen. Door de coronacrisis verliezen sommige mensen helaas hun baan of opdrachten. Deze dynamiek op de arbeidsmarkt komt niet tot uiting in de koopkrachtcijfers. Uitgaande van een statische situatie gingen huishoudens er in 2020 in doorsnee 2,4% op vooruit. Dat is 0,3 procentpunt positiever dan in 2019 met Prinsjesdag werd voorspeld. Onderliggend stegen de contractlonen in de marktsector met 2,7% en bedroeg de inflatie 1,3% (consumentenprijsindexcijfer). De belastingen zijn verlaagd door invoering van het tweeschijvenstelsel en de arbeidskorting en algemene heffingskorting zijn verhoogd.13Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 De grote inspanningen om de coronacrisis het hoofd te bieden, hebben gevolgen gehad voor de lopende beleidsontwikkeling. Op onderdelen zijn vertragingen ontstaan, maar ook in 2020 heeft het kabinet belangrijke resultaten geboekt op de maatregelen uit het regeerakkoord. Zo heeft het kabinet samen met sociale partners de afspraken uit het Pensioenakkoord van 2019 verder uitgewerkt, is de wet voor een nieuw inburgeringsstelsel door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen en hebben alle betrokken partijen hard gewerkt aan de implementatie van de Wet beslagvrije voet zodat deze per 1 januari 2021 in werking kan treden.Het afgelopen jaar kwam echter ook pijnlijk voor het voetlicht dat de overheid er niet altijd is voor de mensen, maar dat de overheid ook mensen ernstig in de knel heeft gebracht. Het eindverslag ‘Ongekend Onrecht’ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag van december 2020 toont ons een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de Nederlandse overheid. Het vervult het kabinet met een diep gevoel van schaamte. Met het rapport in de hand kijkt het kabinet kritisch naar het functioneren van de Rijksoverheid. Dit mag nooit nog een keer zo misgaan.De volgende paragrafen in dit onderdeel van het jaarverslag gaan in op het SZW-beleid dat in 2020 is uitgevoerd en in gang is gezet, aan de hand van de drie beleidsprioriteiten: 1) stimuleren van zekerheid en kansen in een nieuwe economie, 2) stimuleren dat mensen naar vermogen meedoen in de samenleving, en 3) beleid valt of staat met uitvoering.14Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 3.1.1 Stimuleren van zekerheid en kansen in een nieuwe economieNoodmaatregelen coronaDe maatregelen die het kabinet heeft genomen (en nog steeds neemt) om de verspreiding van het coronavirus te beteugelen, hebben een enorme impact, zeker ook op de arbeidsmarkt. Om deze effecten zo goed mogelijk op te vangen is het kabinet gekomen met een serie van grootschalige nood- en steunpakketten. De bijlage bij onderdeel 3. Beleidsprioriteiten van dit jaarverslag geeft een overzicht van alle coronasteunmaatregelen op het terrein van SZW.Werkgevers die door het coronavirus kampen met een substantieel omzet­verlies, konden (en kunnen) op grond van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen bij UWV. Deze tegemoetkoming is van groot belang om zo veel mogelijk banen te behouden, ook van werknemers met een flexibel contract. De NOW is in 2020 in drie verschillende tranches, met specifieke voorwaarden per tranche, opengesteld.Zelfstandige ondernemers met financiële problemen door de coronacrisis konden (en kunnen) een beroep doen op de Tijdelijke overbruggingsre­geling voor zelfstandig ondernemers (Tozo). Deze regeling is geënt op het Besluit Bijstandverlening zelfstandigen en biedt ondersteuning in de vorm van een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en/of een lening voor bedrijfskapitaal. Het kabinet heeft de NOW en Tozo verlengd tot 1 juli 2021, zodat werkgelegenheid en bedrijvigheid zoveel mogelijk behouden blijven.Voor Caribisch Nederland heeft het kabinet een vergelijkbaar pakket maatregelen ingezet, rekening houdend met de lokale situatie. De Tijdelijke subsidieregeling loonkosten en inkomensverlies Caribisch Nederland biedt werkgevers, zelfstandigen en werknemers op Bonaire, Saba en Sint Eustatius ondersteuning.Op verzoek van de Tweede Kamer heeft het kabinet de Tijdelijke Overbrug­gingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA) ingevoerd. Deze regeling was bedoeld voor werknemers die door de coronacrisis (bijna) geen inkomsten meer hadden en geen uitkering konden krijgen. Het loket voor de TOFA was geopend van 22 juni tot 27 juli 2020.In overleg met VNG en Divosa is de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke kosten (TONK) gecreëerd. De TONK beoogt huishoudens tegemoet te komen die door de coronacrisis een sterke terugval in inkomsten hebben en daardoor hun noodzakelijke (woon)kosten niet meer kunnen betalen. De TONK loopt van 1 januari tot en met 30 juni 2021. Toekenningen kunnen dus met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 gedaan worden.Na de zomer is het kabinet, tegelijk met het derde steun- en herstelpakket, met een omvangrijk sociaal pakket van € 1,4 miljard met aanvullende maatregelen gekomen (Kamerstukken II 2019/20, 35 420, nr. 105). Onderdelen van dit pakket zijn een goede begeleiding van werk(loosheid) naar werk, bij- en omscholing, de aanpak van jeugdwerkloosheid en de bestrijding van armoede en schulden. Werkenden, werkzoekenden en werkgevers worden op deze manier ondersteund om in te spelen op de nieuwe economische situatie.15Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tegemoetkomingen op grond van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) met een totaalbedrag van € 743 miljoen werden in 2020 ruim een maand eerder uitbetaald aan het bedrijfsleven. Bovendien vond - anders dan normaal - geen verrekening plaats met openstaande vorderingen bij de Belastingdienst.In verband met de coronacrisis sloot het kabinet de reguliere kinderopvang (gedeeltelijk) in de periode tussen 16 maart tot 8 juni 2020 en vanaf 17 december tot 8 februari 2021. Om ervoor te zorgen dat ouders in cruciale beroepen en vitale processen aan het werk konden blijven, heeft de sector noodopvang georganiseerd. Voor ouders die de kinderopvang door bleven betalen gedurende de sluitingsperiode in het voorjaar van 2020, heeft het kabinet drie tegemoetkomingsregelingen in het leven geroepen. Deze zijn voor ouders met kinderopgangtoeslag en ouders met gemeentelijke subsi­diering reeds uitgekeerd. Voor ouders die gebruik hebben gemaakt van kinderopvang zonder overheidsvergoeding volgt uitkering in 2021. Ook voor de tweede sluitingsperiode is er een tegemoetkoming aan ouders voor de betaalde eigen bijdrage in deze periode.PensioenenOndanks de uitdagende tijd van de coronacrisis zijn het afgelopen jaar belangrijke mijlpalen gezet op weg naar een nieuw pensioenstelsel (Kamer­stukken II 2019/20, 32 043, nr. 520). Samen met sociale partners heeft het kabinet de afspraken uit het Pensioenakkoord uitgewerkt. De Hoofdlijnen­notitie van 22 juni 2020 geeft de uitkomsten daarvan weer. Het kabinet heeft de in deze notitie beschreven hoofdlijnen vervolgens verder uitgewerkt in het Wetsvoorstel toekomst pensioenen, en dat van 16 december 2020 tot 12 februari 2021 voorgelegd voor internetconsultatie.Het in september 2020 ingediende Wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen bevat drie onderdelen uit het Pensioenakkoord: de mogelijkheid om een bedrag ineens op te nemen, de versoepeling van de RVU-heffing en de verruiming van verlofsparen (Kamerstukken II 2019/20, 35 555, nr. 2). Het kabinet wil met dit wetsvoorstel, dat in november 2020 is aangenomen door de Tweede Kamer en in januari 2021 door de Eerste Kamer, meer ruimte bieden voor keuzevrijheid in het pensioenstelsel. In overleg met de Stichting van de Arbeid heeft het kabinet in 2020 invulling gegeven aan de tijdelijke subsidieregeling Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid & eerder uittreden, die de vervroegd uittreedregelingen financieel ondersteunt. Ook heeft het kabinet samen met de Stichting van de Arbeid een eerste invulling gegeven aan het meerjarig investeringspro­gramma duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen (MIP). Daarnaast heeft de Stichting van de Arbeid op verzoek van de minister van SZW een aanvalsplan opgesteld met oplossingsrichtingen om de zogenoemde ‘witte vlek’ (werknemers zonder pensioen) kleiner te maken.In 2020 heeft het kabinet eveneens de voorgenomen uitwerking van het financiële toetsingskader (ftk) voor pensioenfondsen in de periode 2022-2026 opgesteld. Dit transitie-ftk maakt onderdeel uit van het wetsvoorstel dat de uitwerking van het Pensioenakkoord bevat en 16 december 2020 in internetconsultatie is gegaan. Gegeven de uitzonder­lijke economische situatie door de coronacrisis, heeft het kabinet in 2020 opnieuw gebruik gemaakt van de bevoegdheid om pensioenfondsen langer de tijd te geven om aan de financiële eisen te voldoen. Om te voorkomen dat pensioenfondsen op korte termijn moeten ingrijpen, heeft het kabinet de vrijstellingsregeling verlengd.16Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Arbeidsmarkt in balansOp 1 januari 2020 is de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) in werking getreden. Door deze wet zijn verschillende regels in het arbeidsrecht en in de premieheffing voor de WW gewijzigd. De wet moet de balans tussen vaste en flexibele arbeidsovereenkomsten verbeteren en de verschillen in kosten en risico's tussen een vast en een flexibel arbeidscontract verkleinen.Arbeidsmarktpositie zelfstandigenHet kabinet zette zich ook in 2020 in voor verdere versterking van de positie van zzp’ers. De coronacrisis maakte extra duidelijk dat een groot deel van de zelfstandigen zich in een uiterst kwetsbare positie bevindt.De Stichting van de Arbeid bracht in maart 2020 het advies ‘Keuze voor zekerheid’ uit over de vormgeving van een wettelijke verzekeringsplicht tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico voor zelfstandigen. Het kabinet heeft dit advies in de zomer van 2020 van een reactie voorzien (Kamer­stukken II 2019/20, 32 043, nr. 520). Het bleek meer tijd te vergen dan aanvan­kelijk werd voorzien om uit te werken hoe het voorstel van de Stichting van de Arbeid op een uitvoerbare, uitlegbare en betaalbare wijze kan worden ingericht. Met een brief zal het kabinet de Tweede Kamer informeren over de voortgang.Bij het wetsvoorstel voor een minimumtarief voor zelfstandigen en een zelfstandigenverklaring brachten de diverse (uitvoerings)toetsen, de gesprekken met het veld en de internetconsultatie een aanzienlijk aantal knelpunten aan het licht. Ook de Commissie Regulering van werk was kritisch op de voorstellen. Daarom heeft het kabinet in 2020 besloten het minimumtarief voor zelfstandigen en de zelfstandigenverklaring niet verder uit te werken (Kamerstukken II 2019/20, 31 311, nr. 235).Het kabinet ontwikkelt met de webmodule een instrument om opdracht­gevers duidelijkheid en waar mogelijk zekerheid te geven over de kwalifi-catie van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen. De vrijwillige proef met deze Webmodule Beoordeling Arbeidsrelaties is in januari 2021 gestart (Kamerstukken II 2020/21, 31 311, nr. 236). Na afloop van de pilot webmodule beslist het kabinet op welk moment de handhaving (gefaseerd) wordt opgestart, op z'n vroegst is dat 1 oktober 2021. Parallel hieraan start ook het breed maatschappelijk gesprek over de beoordeling van de arbeidsre­latie weer op. Dit gesprek heeft als doel om bij zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers bewustzijn en meer draagvlak te creëren voor het wettelijk kader. Ook dient het gesprek om zicht te krijgen op knelpunten waar ze in de praktijk tegenaan lopen.Leven lang ontwikkelenHet kabinet heeft de afgelopen jaren samen met sociale partners, opleiders, uitvoeringsorganisaties en regionale samenwerkingsverbanden in Leerwerkloketten hard gewerkt aan nieuwe maatregelen om leren en ontwikkelen voor alle werkenden en werkzoekenden aantrekkelijk en mogelijk te maken. De coronacrisis maakt de noodzaak van een leven lang ontwikkelen nog groter. Bovenop de bestaande inzet heeft het kabinet daarom extra geld uitgetrokken om de ontwikkelingen op het gebied van een leven lang ontwikkelen te versnellen. In de brief van 13 november 2020 heeft het kabinet een routekaart uitgewerkt op leren en ontwikkelen voor de langere termijn (Kamerstukken II 2020/21, 30 012, nr. 135).17Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Om werkgevers in het mkb te stimuleren tot een sterke leercultuur is per 1 januari 2020 de Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-onder­nemingen (SLIM-regeling) in werking getreden. Er bleek veel belangstelling bij bedrijven om aan de slag te gaan met leren en ontwikkelen. Bij beide eerste geopende tijdvakken waren er veel meer aanvragen dan er budget beschikbaar was.Op 1 augustus 2020 is de Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van ontwikkeladvies in werking getreden (Stcrt. 2020, 39785). Veel mensen bleken behoefte te hebben aan een dergelijk ontwikkeladvies: binnen een maand was het maximaal aantal van 22.000 registraties bereikt. Mede naar aanleiding van een motie van de Kamerleden Smeulders en Tielen is de regeling voor ontwikkeladvies per 1 december 2020 opnieuw opengesteld en heeft het kabinet nog eens 55.000 kosteloze ontwikkeladviezen beschikbaar gesteld om zo in deze crisistijd mensen te kunnen onder­steunen bij hun loopbaan. Naast ontwikkeladvies kunnen werkenden en werkzoekenden (inclusief de zelfstandig ondernemers) kosteloos scholing krijgen via de regeling NL Leert Door. Voor dat doel is in 2020 via het tweede steunpakket € 34 miljoen beschikbaar gekomen voor circa 50.000 ‒ 80.000 kosteloze scholingstrajecten.Eerlijk, gezond en veilig werkHet kabinet wil mensen gezond, veilig en met plezier laten deelnemen aan het arbeidsproces, zodat mensen tot hun pensioen duurzaam inzetbaar zijn en men ook na het pensioen geen gezondheidsklachten ondervindt die zijn veroorzaakt in het werkende leven. In dat kader lag de focus in 2020 op het veilig werken met gevaarlijke stoffen. Ook is een traject van co-creatie gestart om in 2021 te komen tot een nieuwe visie op arbeidsomstandig­heden (de Arbovisie 2040) en heeft het Meerjarenprogramma Risico-Inven­tarisatie en -Evaluatie (RI&E) diverse tools ontwikkeld om het voor het mkb makkelijker te maken een RI&E uit te voeren.Naast deze voorgenomen activiteiten liet het coronavirus zien waarom gezond en veilig werken belangrijk is. Er zijn verschillende activiteiten ondernomen om ook in deze tijd gezond en veilig te kunnen blijven werken, of dat nu thuis was of met extra maatregelen of bescherming op de werkvloer. Zo is het kabinet in 2020 diverse initiatieven opgestart om werkgevers en werknemers te ondersteunen bij vitaal thuiswerken en werkt het aan een toekomstagenda voor thuiswerken. De verschillende sector­protocollen waarmee bedrijven de maatregelen beschreven die men nam om besmetting met het coronavirus te voorkomen voor klanten, bezoekers en werknemers, maakten ook duidelijk waarom het hebben en actueel houden van een RI&E zo belangrijk is.De activiteiten van het meerjarenprogramma RI&E sloten hier goed bij aan: de lancering van een vernieuwde website van het steunpunt RI&E en een communicatiecampagne. Daarnaast zet het kabinet in op het verbeteren van de kwaliteit van de RI&E’s, waarbij ook stilgestaan wordt bij het gevaar van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Want voorkomen is beter dan genezen. Zo valt ook te lezen in het rapport van de Commissie Heerts (Commissie Vergemakkelijking Schadeafhandeling Beroepsziekten, Kamerstukken II 2019/20, 25 883, nr. 389). De commissie adviseert naast preventie, te voorzien in een tegemoetkomingsregeling voor slachtoffers en het verbeteren van de kennisinfrastructuur. Het kabinet heeft dit advies overgenomen en de uitvoering gestart zodat de tegemoetkomingsregeling per 1 juli 2022 kan ingaan.18Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Op het terrein van gevaarlijke stoffen heeft het kabinet in 2020 voorts de uitvoering van de beleidsreactie asbest verder ter hand genomen en onder meer het Validatie- en Innovatiepunt (VIP) asbest gestart om innovatie binnen de asbestsector te stimuleren. De eerste innovaties zijn in behandeling bij het VIP. Ook ondersteunt het kabinet doelgroepen verder met de opgeleverde Werkwijzer gevaarlijke stoffen.In 2020 is het eindrapport van de Kwaliteitstafel Bedrijfs- en Verzekerings­geneeskunde opgeleverd, waarin geadviseerd wordt over een kwalitatief hoogwaardige arbeidsgeneeskundige zorg nu en in de toekomst (Kamer­stukken II 2020/21, 25 883, nr. 391). Het kabinet bereidt een beleidsreactie voor op dit advies, inclusief een evaluatie van het beleidsprogramma over de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg (TAZ).Per 1 juli 2020 is in vervolg op de motie van Weyenberg (Kamerstukken II 2019/20, 25 883, nr. 376) een verbod op de maaltijdbezorging door jongeren onder de 16 jaar in werking getreden (Stcrt. 2020, 34278).Het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten, onder leiding van de heer Roemer, heeft in 2020 twee adviezen uitgebracht om de positie van arbeids­migranten te verbeteren (Kamerstukken II 2019/20, 29 861, nr. 51 en Kamer­stukken II 2020/21, 29 861, nr. 53). Het kabinet heeft de aanbevelingen grotendeels omarmd. In vervolg op het eerste advies heeft het kabinet onder andere het centrale informatiepunt ‘Work in NL’ opgericht, dat arbeidsmigranten in de eigen taal informeert over werken en wonen in Nederland. Om acute misstanden aan te pakken, is in september 2020 verder het Samenwerkingsplatform Arbeidsmigranten en Covid-19 opgericht en zijn afspraken gemaakt met buurlanden en in EU-verband over grensoverschrijdende aspecten en adequate bescherming van arbeidsmi­granten (Kamerstukken II 2020/21, 25 295, nr. 911). Het tweede advies gaat over de langere termijn. Ook hier gaat het kabinet actief mee aan de slag en treft voorbereidingen zodat een volgend kabinet de verdergaande hervor­mingen uit het advies ter hand kan nemen.In december 2020 heeft Nederland zich als gidsland aangesloten bij de Alliance 8.7, een mondiaal gremium dat zich richt op onder andere het uitbannen van kinderarbeid wereldwijd.Arbeid en zorgHet kabinet wil zowel de economische zelfstandigheid van iedereen in Nederland bevorderen als het arbeidsaanbod vergroten, waarbij keuze­vrijheid het uitgangspunt blijft. Verlofregelingen spelen hierbij een belangrijke rol. Sinds januari 2019 heeft het kabinet daarom het geboorte­verlof voor partners verruimd van twee dagen naar een week. Vanaf 1 juli 2020 is dit verder aangevuld. Wie langer vrij wil, kan in het eerste half jaar na de geboorte maximaal vijf weken extra geboorteverlof opnemen. In die periode hebben partners recht op een uitkering van 70 procent van het dagloon (tot 70 procent van het maximum dagloon).In vervolg op het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Deeltijdwerk en het IBO Toeslagen heeft het kabinet in 2020 beleidsopties in kaart gebracht rond onder andere het stelsel van kindvoorzieningen. In het eindrapport van de Scenariostudie Vormgeving Kindvoorzieningen zijn vier uiteenlopende scenario’s uitgewerkt die inzicht bieden in de mogelijkheden van een andere inrichting van het stelsel voor kindvoorzieningen. Dit rapport levert daarmee een mooie basis voor discussie de komende tijd over de richting waar het stelsel van kindvoorzieningen naar toe kan gaan 19Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 (Kamerstukken II 2020/21, 31 322, nr. 424). Daarnaast is het kabinet in 2020 gestart met een verkenning van verbetermaatregelen in de gastouder­opvang, met als doel de kwaliteit van de gastouderopvang en het toezicht beter te borgen (Kamerstukken II 2020/21, 31 322, nr. 422). In 2021 zal als vervolgstap worden bezien hoe het toezicht op de kwaliteit van de gastou­deropvang verder kan worden versterkt.Toekomst van werkOp 23 januari 2020 publiceerde de Commissie Regulering van werk – onder leiding van de heer Borstlap – haar eindrapport. Kort daarvoor publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid het advies «Het betere werk». Met de brief van 11 november 2020 heeft het kabinet zijn reactie op beide rapporten aan de Tweede Kamer verzonden (Kamerstukken II 2020/21, 29 544, nr. 1028). Het kabinet deelt het oordeel van de Commissie Regulering van werk dat de arbeidsmarkt inclusiever kan en moet. Ook in 2020 is hier over de volle breedte van het beleidsterrein van SZW aan gewerkt. Zoals eerder aangegeven is bijvoorbeeld in januari 2021 een proef met de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelaties gestart, is de Scenariostudie Kindvoorzieningen in 2020 afgerond en werkt het kabinet de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen uit. Verder geldt in algemene zin dat het kabinet ambtelijk denkwerk in gang heeft gezet zodat het volgende kabinet eventueel extra stappen kan afspreken.InternationaalEind 2020 is een akkoord tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk over de toekomstige relatie tot stand gekomen. SZW heeft daarbij ingezet op het goed borgen van de rechten van burgers. Het gesloten akkoord voorziet in duidelijke afspraken over coördinatie sociale zekerheid en een gelijk speelveld op sociaal terrein.3.1.2 Stimuleren dat mensen naar vermogen meedoen in de samenlevingPerspectief op werkVoor mensen met een beperking is het kabinet aan de slag met de aanpak ‘Het Breed Offensief’. Het kabinet wil meer aansluiten bij de behoeften en mogelijkheden van de mensen om wie het gaat en maakt het voor werkgevers eenvoudiger om mensen met een beperking in dienst te nemen en houden. Een ander uitgangspunt is dat werken moet lonen. Het wetsvoorstel Uitvoeren breed offensief is in februari 2020 ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2019/20, 35 394, nr. 2). Deze wet voorziet onder meer in vereenvoudiging van het instrument loonkostensubsidie en harmonisering van het aanbod van ondersteunende instrumenten. Ook biedt de wet werkzoekenden en werkgevers expliciet de mogelijkheid om ondersteuning op maat aan te vragen bij de gemeenten. De wetsbehan­deling is een aantal keren uitgesteld. De Tweede Kamer heeft inmiddels besloten dat de wetsbehandeling na de verkiezingen plaatsvindt.In 2020 heeft het kabinet het besluit en de regeling Structuur Uitvoerings­organisatie Werk en Inkomen (SUWI) aangepast (Stb. 2020, 228 en Stcrt. 2020, 52452). Per 1 januari 2021 moeten UWV en gemeenten in elk van de 35 arbeidsmarktregio’s werkgevers één publiek servicepunt aanbieden, met hetzelfde basispakket aan diensten. Doel hiervan is dat werkgevers en werkzoekenden van UWV en gemeenten elkaar makkelijker kunnen vinden. Werkgevers kunnen bij het publieke werkgeversservicepunt terecht voor kandidaten, voor informatie over loonkostensubsidie en andere voorzie­ningen, voor advies over het passend maken van werk en voor informatie over de regionale arbeidsmarktsituatie. Deze werkgeversservicepunten zijn 20Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 onder de aandacht van werkgevers gebracht in de onlinecampagne ‘Werkgevers anno nu’. Verder heeft UWV in 2020 actuele arbeidsmarkt- en sturingsinformatie per arbeidsmarktregio beter toegankelijk gemaakt in de vorm van een digitaal Dashboard1. In het programma Verbeteren Uitwisselen Matchingsgegevens met UWV en VNG zijn in 2020 voorberei­dingen getroffen om in 2021 pilots uit te kunnen voeren met één standaard voor matchingsgegevens en digitale uitwisseling. Centrumgemeenten ontvangen vanaf 2021 jaarlijks financiering voor hun organiserende rol in de arbeidsmarktregio (Kamerstukken II 2019/20, 34 352, nr. 181).Met de extra impuls Perspectief op Werk zetten werkgevers, vakbonden, UWV, gemeenten, de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB), onderwijs en de Ministeries van SZW en OCW zich in om via betere samenwerking van publieke en private partijen meer mensen die willen en kunnen werken, maar niet zelfstandig aan het werk komen, naar een baan of leerwerkplek te begeleiden. In alle 35 arbeidsmarktregio’s zijn partijen bezig geweest met de uitvoering van regionale actieplannen. Een aantal van deze regionale actieplannen zijn herzien vanwege de veranderde omstandigheden op de arbeidsmarkt. De arbeidsmarktregio’s ontvingen in het kader van Perspectief op Werk een extra impuls van € 1 miljoen in 2020 voor de uitvoering van de regionale actieplannen (na eerder ook € 1 miljoen te hebben ontvangen in 2019). De evaluatie van de extra impuls loopt en in 2021 informeert het kabinet de Tweede Kamer nader door een tussenevaluatie te sturen. Vanwege de coronacrisis zijn de partijen achter Perspectief op Werk gestart met het platform ‘NL Werkt door’ om bedrijven die door de getroffen overheidsmaatregelen een overschot hebben aan personeel te verbinden met bedrijven en organisaties die juist zitten te springen om personeel, bijvoorbeeld in cruciale sectoren als de zorg.Met het project Simpel Switchen wil het kabinet bereiken dat het voor mensen makkelijker wordt om vanuit een uitkering aan het werk te gaan. Ook een eventuele noodzakelijke stap terug moet mogelijk zijn zonder dat mensen daarbij financiële onzekerheden kennen of rechten verliezen. In het wetsvoorstel Wajong dat de Eerste Kamer in 2020 heeft aangenomen is daarom opgenomen dat mensen die vanuit de Wajong gaan werken, tot aan hun AOW terug kunnen vallen op deze regeling (Kamerstukken II 2018/19, 35 213, nr. 2). Verder is sinds 30 juni 2020 een online rekentool beschikbaar, waarmee het voor mensen met een uitkering mogelijk is om te berekenen wat het betekent voor hun inkomen als zij gaan werken.In het in 2018 gestarte programma Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt (VIA) test het kabinet verschillende beleidsopties om erachter te komen wat werkt om de achterblijvende arbeidsmarktpositie van Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond te verbeteren. De coronacrisis heeft een behoorlijke impact gehad op de uitvoering van het programma, maar toch hebben bijna alle pilots in 2020 doorgang kunnen vinden. In november 2020 heeft het kabinet de Tweede Kamer met een voortgangsbrief geïnfor­meerd over de stand van zaken van het programma en de eerste voorlopige resultaten (Kamerstukken II 2020/21, 29 544, nr. 1029).Met werkgevers heeft het kabinet in 2020 overeenstemming bereikt om te komen tot een effectievere invulling voor het geheel aan instrumenten in de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) (Kamerstukken II 2019/20, 34 1 https://www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie/regio/arbeidsmarktdashboard/index.aspx21Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 304, nr. 15). Met deze voorstellen wordt de Wtl (nog meer) een arbeids­marktinstrument dat werkgevers stimuleert om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen en te houden. Samen met betrokken organisaties werkt het kabinet de plannen verder uit. Het streven is om in de loop van 2021 een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer te sturen.Om de mogelijkheden tot toezicht en handhaving op het gebied van arbeids­marktdiscriminatie te versterken, is in het Regeerakkoord afgesproken dat aandacht wordt gegeven aan het bestrijden van discriminatie in sollicitatie­procedures met een stevige handhavende rol voor de Inspectie SZW. Met het wetsvoorstel Toezicht gelijke kansen bij werving en selectie, dat in december 2020 bij de Tweede Kamer is ingediend, geeft het kabinet invulling aan deze afspraak uit het Regeerakkoord (Kamerstukken II 2020/21, 35 673, nr. 2).Armoede en schuldenHet kabinet heeft vier ambities kinderarmoede geformuleerd die richting moeten geven aan de aanpak van kinderarmoede (Kamerstukken II 2018/19, 24 515, nr. 484). In de afgelopen periode zijn belangrijke stappen gezet. Zo blijkt uit de extra tussentijdse evaluatie van de bestuurlijke afspraken dat gemeenten steeds meer kinderen in armoede bereiken (het netto bereik nam toe van 43% in 2017 naar 67% in 2019) en ondersteunen met voorzie­ningen. Ook het samenwerkingsverband Sam& zag het aantal geleverde voorzieningen aan kinderen in armoede aanzienlijk toenemen (van 264.000 in 2016 tot 398.170 in 2019). Ook in de komende periode blijft onverminderde inzet nodig om de ambities kinderarmoede te realiseren. Zo is het streven om het aantal kinderen in armoede dat wordt bereikt verder te verhogen en om het aantal kinderen in armoede te laten afnemen van 9,2% in 2015 naar 4,6% in 2030. Eind 2021 zal het kabinet voor het eerst rapporteren over de voortgang van de ambities kinderarmoede.Samen met gemeenten, uitvoeringsorganisaties en maatschappelijke organisaties heeft het kabinet in 2020 onverminderd doorgewerkt aan de uitvoering van de maatregelen uit het Actieplan Brede Schuldenaanpak. Aan de implementatie van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet is in 2020 hard gewerkt, zodat de wet per 1 januari 2021 in werking kon treden. Dit was een intensief traject waarbij heel veel partijen betrokken waren. De inwerkingtreding van de wet zorgt voor betere bescherming van het bestaansminimum van mensen die te maken hebben met beslaglegging op hun inkomen. In 2020 hebben de Tweede en Eerste Kamer ook de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening aangenomen. Deze wet zorgt ervoor dat het vroegtijdig signaleren van schuldenproblematiek een wettelijke basis krijgt en noodzakelijke uitwisseling van persoonsgegevens veilig kan plaatsvinden.Het kabinet heeft zich samen met gemeenten en maatschappelijke organi­saties ervoor ingezet dat mensen die het financieel moeilijk hebben door de coronacrisis niet nog verder in de (financiële) problemen terechtkomen. Voor de periode 2020-2022 heeft het kabinet in 2020 een totaalbedrag van € 146 miljoen extra vrij gemaakt voor het tegengaan van armoede en problematische schulden. In de zomer van 2020 heeft het kabinet tijdens rondetafelgesprekken met vele betrokken gemeenten en organisaties concrete maatregelen afgesproken, die ertoe dienen dat mensen niet te lang met hun financiële problemen blijven rondlopen, weten hoe ze schulden kunnen voorkomen, en – als ze schulden hebben - weten waar zij welke hulp kunnen krijgen (Kamerstukken II 2020/21, 24 515, nr. 569).22Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Samenleving en integratieDe snelste weg voor inburgeraars om mee te doen in de maatschappij is het leren van de Nederlandse taal en het vinden van een baan. Om dit te bereiken werkt het kabinet aan een nieuw inburgeringsstelsel. De bestuur­lijke afspraken die het Rijk en gemeenten in april 2020 hebben gemaakt over de Veranderopgave inburgering zijn een belangrijke mijlpaal in de voorbe­reiding van de invoering van het nieuwe inburgeringsstelsel (Kamerstukken II 2019/20, 32 824, nr. 297). De Wet inburgering 2021 is in 2020 aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer (Stb. 2021, 38).Bij de voorbereiding op het nieuwe inburgeringsstelsel hecht het kabinet aan zorgvuldigheid. Dat betekent onder andere dat de ketenpartners, gemeenten in het bijzonder, voldoende tijd krijgen om zich voor te bereiden op hun nieuwe taak. Omdat er voor een aantal zaken meer tijd nodig bleek, koos het kabinet er in maart 2020 voor om de planning van de wet een half jaar op te schuiven (Kamerstukken II 2019/20, 32 824, nr. 294). De corona­crisis zette bij alle partijen de beschikbare capaciteit om voorbereidingen te treffen op het nieuwe inburgeringsstelsel onder druk. In november 2020 concludeerde het kabinet dat inwerkingtreding van het nieuwe inburger­ingsstelsel op 1 juli 2021 niet verantwoord was en besloot de invoering door te schuiven naar 1 januari 2022 (Kamerstukken II 2020/21, 35 483, nr. 63). Samen met de ketenpartners zet het kabinet de voorbereidingen op de invoering van het nieuwe inburgeringsstelsel onverminderd voort en zet het alles op alles om inwerkingtreding per 1 januari 2022 te realiseren.Voor wat betreft de Taskforce Problematisch gedrag en Ongewenste buiten­landse financiering lag de prioriteit in 2020 op het ontwikkelen van producten zoals de procesbeschrijving, de escalatieladder en het afwegingskader, zodat die gerichter ingezet kunnen worden op de aanpak van complexe casuïstiek. Het Programma Divers & Inclusief, gericht op het bevorderen van samenleven, is in 2020 afgerond met de oplevering van een portfolio met handelingsperspectieven voor bestuurders.Verbetering levensomstandigheden Caribisch NederlandOm de inzet op het verbeteren van de bestaanszekerheid van inwoners van Caribisch Nederland te onderstrepen, heeft het kabinet in 2019 een ijkpunt voor het sociaal minimum vastgesteld. Het doel is de kosten terug te brengen tot een redelijk niveau en de inkomens te verhogen, zodat alle inwoners van Caribisch Nederland in de minimale kosten van levenson­derhoud kunnen voorzien. Overkoepelend is het van belang om te werken aan de economie en de arbeidsmarkt.Om de inkomenspositie van werkenden verder te verbeteren, heeft het kabinet per 1 januari 2020 het wettelijk minimumloon op Bonaire, Sint Eustatius en Saba verhoogd met respectievelijk 5 procent, 2 procent en 5 procent bovenop de reguliere inflatiecorrectie. Mensen met kinderen profiteren daarnaast vanaf 1 januari 2020 van een verhoging van de kinder­bijslag met circa $ 20 per maand. Met de verhoging van het wettelijk minimumloon zijn de AOV-, AWW- en onderstandsuitkeringen evenredig verhoogd, waardoor ook de inkomenspositie van niet-werkenden en mensen die niet kunnen werken is verbeterd.In het programma BEST(t) 4 kids hebben het Rijk en de openbare lichamen een belangrijke stap gezet in de richting van de bedragen die voor kinder­opvang zijn opgenomen in het ijkpunt voor het sociaal minimum. Vooruit­lopend op de wettelijke verankering van het stelsel voor kinderopvang in Caribisch Nederland is voor de periode 2020 ‒ 2021 de tijdelijke 23Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 subsidieregeling kinderopvang Caribisch Nederland ingesteld (Stcrt. 2020, 26622). Deze regeling stelt kinderopvangorganisaties in staat om te investeren in de kwaliteit van de kinderopvang en maakt de kinderopvang financieel toegankelijker voor de ouders.3.1.3 Beleid valt of staat met uitvoeringParlementaire ondervragingscommissie KinderopvangtoeslagHet rapport ‘Ongekend Onrecht’ van de Parlementaire ondervragingscom­missie Kinderopvangtoeslag (POK) toonde ons een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de Nederlandse overheid. Door een samenspel van hardheden in de wet, vooringenomen handelen en vooral door geen gehoor te geven aan noodsignalen hebben tienduizenden ouders en kinderen hun leven zien veranderen in een moeras van ellende. Dit had nooit mogen gebeuren. Het kabinet neemt een fors pakket maatregelen om de gedupeerde ouders en hun kinderen sneller te helpen én om te voorkomen dat zoiets ooit nog kan gebeuren. De kabinetsreactie op het rapport van de POK beschrijft de inzet van het kabinet op hoofdlijnen (Kamerstukken II 2020/21, 35 510, nr. 4). Het kabinet werkt de maatregelen de komende periode nader uit samen met de uitvoerders, medeoverheden, andere betrokken organisaties en vertegenwoordigers van de verschillende doelgroepen. Nadat de verschillende maatregelen zijn uitgewerkt en van uitvoeringstoetsen zijn voorzien, maakt het kabinet een nadere planning voor invoering van de maatregelen.Verbetertraject kinderopvangtoeslagIn 2018 heeft het kabinet het verbetertraject kinderopvangtoeslag gestart om de dienstverlening aan ouders te verbeteren en zodoende het aantal (hoge) terugvorderingen terug te dringen. De maatregelen uit dit gezamenlijke programma van het Ministerie van SZW en Belastingdienst/Toeslagen zijn in 2020 stapsgewijs geïmplementeerd met als doel ze vanaf 2021 volledig uit te voeren. Zo zijn kinderopvangorganisaties in 2020 geleidelijk gestart met het maandelijks aanleveren van gegevens over de afgenomen opvang aan Belastingdienst/Toeslagen. Met actuele gegevens kan Belastingdienst/Toeslagen verschillen eerder signaleren naar ouders en de juiste dienstver­lening bieden. Het verbetertraject ziet na de implementatie van bovenge­noemde maatregelen nog verdere mogelijkheden voor verbeteringen in de dienstverlening richting ouders en in het reduceren van het aantal (hoge) terugvorderingen binnen de kinderopvangtoeslag. Om die reden wordt in 2021 een vervolg gegeven aan het verbetertraject (Kamerstukken II 2020/21, 31 322, nr. 422).Daarnaast zijn met de Wet verbetering uitvoerbaarheid Toeslagen maatregelen voor de korte termijn getroffen om de menselijke maat in het toeslagenstelsel te versterken, de praktische rechtsbescherming van burgers te verbeteren en schrijnende situaties door het verlies van toeslagen als gevolg van partnerschap te voorkomen (Kamerstukken II 2020/21, 35 574, nr. 2).Werk aan uitvoeringVia het traject ‘Werk aan uitvoering’ heeft het kabinet de mogelijkheden in kaart gebracht om de dienstverlening te versterken en de toekomstbesten­digheid van vier grote uitvoeringsorganisaties (Belastingdienst, UWV, SVB en DUO) te vergroten. De eerste fase van dit traject is in februari 2020 afgerond met de oplevering van een probleemanalyse (Kamerstukken II 2019/20, 31 490, nr. 271). Deze probleemanalyse schetst zeven thema’s als onderliggende oorzaken van de problematiek bij de Belastingdienst, UWV, 24Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 SVB en DUO. De tweede fase van het traject richtte zich op concrete hande­lingsperspectieven voor verbetering van de dienstverlening, wendbaarheid en toekomstbestendigheid die zijn in te zetten voor de korte en langere termijn, en zo mogelijk ook breder toepasbaar zijn voor andere uitvoerings­organisaties dan alleen de Belastingdienst, UWV, SVB en DUO. Het rapport van fase 2 is op 11 september 2020 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2019/20, 31 490, nr. 284). De handelingsperspectieven zullen onderdeel worden van de ‘Werkagenda voor de uitvoering’.Uitvoering UWV en SVBMet de brief ‘Stand van de uitvoering sociale zekerheid’ informeert het kabinet de Tweede Kamer periodiek over de ontwikkelingen in de inzet van UWV en de SVB om goede dienstverlening aan te bieden en de dilemma’s die daarbij spelen (Kamerstukken II 2019/20, 26 448, nr. 634 en Kamerstukken II 2020/21, 26 448, nr. 641). UWV en de SVB leverden in 2020 belangrijke prestaties. Zo zorgde UWV voor een snelle en adequate uitvoering van de crisisregelingen NOW en TOFA en de afhandeling van de toegenomen WW-aanvragen. Ook is UWV in samenwerking met gemeenten en sociale partners gestart met de voorbereidingen voor de regionale van-werk-naar-werkdienstverlening. Verder is in 2020 onder meer onderzoek gedaan naar de wijzigingen in wet- en regelgeving die nodig zijn om taakdelegatie bij sociaal medisch beoordelingen zorgvuldig uit te breiden, als onderdeel van een grotere set aan maatregelen in voorbereiding om de toekomst van sociaal-medisch beoordelen veilig te stellen. De SVB voerde als gevolg van de coronacrisis de Tijdelijke tegemoetkoming kinderopvang uit en gaf vorm aan tijdelijke veranderingen rondom de AOW-partnertoeslag en het PGB. Daarnaast is door de SVB onderzoek gedaan naar de balans tussen opdracht en middelen. Zowel UWV als de SVB hebben als gevolg van de coronacrisis aanpassingen moeten doen in de uitvoering en de bedrijfsvoering.HandhavingDe coronacrisis heeft in 2020 forse impact gehad op het werk binnen toezicht, handhaving en opsporing. Door de beperkingen als gevolg van de coronamaatregelen zijn veel activiteiten (zoals huisbezoeken) niet of in beperkte mate mogelijk geweest. Ook is er in de handhaving rekening mee gehouden dat uitkeringsgerechtigden als gevolg van de beperkingen niet helemaal konden voldoen aan bijvoorbeeld de verschijnings- of sollicitatie­plicht. De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd via eerdergenoemde brieven Stand van de uitvoering en een bijstelling van het jaarplan 2020 van de Inspectie SZW (Kamerstukken II 2019/20, 35 300 XV, nr. 96). De noodre­gelingen in het kader van corona, zoals de NOW en de Tozo, zijn met grote snelheid tot stand gekomen. Hierdoor is bij deze regelingen een verhoogd risico op misbruik en oneigenlijk gebruik ontstaan. De bedrijfsvoeringspa­ragraaf van dit jaarverslag gaat hier nader op in.UWV, SVB, de gemeenten en de Inspectie SZW zoeken continu de balans tussen dienstverlening, controle en efficiëntie. De signaleringsbrief fraude­fenomenen 2020 is als bijlage verstuurd bij de Stand van de uitvoering sociale zekerheid van juni 2020 (Kamerstukken II 2019/20, 26 448, nr. 634). UWV heeft in 2020 de ZW en de WIA door middel van een extern onderzoek doorgelicht op fraudegevoeligheid. De uitkomsten zijn in december 2020 als bijlage bij de Stand van de uitvoering aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2020/21, 26 448, nr. 641).Het kabinet vindt dat het beleid rond handhaving in de sociale zekerheid meer balans vergt. Om dit te bewerkstelligen heeft het kabinet in november 2020 drie acties toegezegd (Kamerstukken II 2020/21, 17 050, nr. 596). Het 25Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 kabinet onderzoekt of het een definitie van uitkeringsfraude in de wet kan introduceren. In deze definitie wordt onderscheid gemaakt tussen ‘overtreding’ en ‘fraude’. Indien een persoon de inlichtingenplicht in de socialezekerheidswetgeving niet naleeft is sprake van een overtreding. Indien een persoon de inlichtingenplicht in de socialezekerheidswetgeving opzettelijk overtreedt of grof nalatig is, is sprake van fraude. Daarnaast richt het een Aanjaagteam Preventie op, vanuit de wens om een stimulans te geven aan preventie. Dit team heeft als doel om een bijdrage te leveren aan het voorkomen van fouten in de uitkeringsaanvraag, bijvoorbeeld door te kijken naar de begrijpelijkheid van de socialezekerheidsregelingen en de communicatie. Ook wordt gebruik gemaakt van de inzichten uit het programma Handhaving en gedragsbeïnvloeding. Tot slot onderzoekt het kabinet hoe we naar een toekomstbestendig handhavingsinstrumentarium kunnen komen, waar voldoende ruimte is om maatwerk te leveren. Dit instrumentarium moet meer mogelijkheden bieden om aan te sluiten bij de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden, zoals de draagkracht. Dit betekent enerzijds dat meer maatwerk geleverd moet kunnen worden, waarbij bijvoorbeeld gedacht kan worden aan het uitbreiden van de mogelijkheid tot het geven van een waarschuwing. Anderzijds kan het bij opzet of grove schuld zeer moeilijk zijn om aan te tonen dat de overtreder het oogmerk had de wet te overtreden en hieruit voordeel te halen. Onderzocht zal worden hoe dit knelpunt opgelost zou kunnen worden.3.1.4 KerncijfersFraude en handhaving UWV, SVB en gemeentenBij het ontvangen van een uitkering gelden diverse verplichtingen, zoals het tijdig verstrekken van gegevens over het inkomen en het melden van samenwonen. De naleving van deze verplichtingen is een belangrijke voorwaarde voor een goed werkend stelsel van sociale zekerheid. UWV, de SVB en de gemeenten zetten diverse instrumenten in om de naleving en handhaving van wet- en regelgeving te bevorderen. Het gaat zowel om voorkomen (bijvoorbeeld voorlichting) als om controleren en sanctioneren (bijvoorbeeld het opleggen van boetes). In de tabellen 1 en 2 is een overzicht gegeven van de kerncijfers op het gebied van handhaving bij UWV, de SVB en gemeenten.De kerncijfers laten de impact van corona op de handhaving zien. Zowel bij UWV als de SVB zijn er minder overtredingen opgespoord en minder waarschuwingen en boetes uitgedeeld. Dit wordt onder andere veroorzaakt door verminderde mogelijkheden tot huisbezoeken en controles in het buitenland. De daling is daarnaast bij de SVB extra sterk omdat in 2019 een inhaalslag is gedaan op de naleving van de verplichtingen van de Kinderbijslag nadat deze controle in 2018 tijdelijk was opgeschort. Dit leidde tot een piek in het aantal geconstateerde overtredingen over 2019. Van gemeenten zijn dit jaar alleen de kerncijfers tot en met het derde kwartaal bekend. Dit maakt vergelijking met eerdere jaren lastig. Afgaande op de kerncijfers betreffende de eerste drie kwartalen in eerdere jaren is het beeld redelijk stabiel hoewel er sprake is van een lichte daling die mogelijk veroorzaakt wordt door de coronacrisis.De incassoratio van UWV en de SVB is stabiel. Van oudsher blijft de incas­soratio van gemeenten iets achter bij UWV en SVB vanwege het vangnet­karakter van de Participatiewet. 26Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Kennis der verplichtingen in coronatijdIn 2020 heeft het Ministerie van SZW een onderzoek uitgevoerd naar de invloed van de coronacrisis op het kennis- en belevingsniveau van uitke­ringsgerechtigden over hun uitkering. Het onderzoek bouwt qua doelstelling en opzet voort op de onderzoeken Kennis der verplichtingen en (gepercipieerde) detectiekans, zoals die in de afgelopen jaren zijn uitgevoerd. Het onderzoek Kennis der verplichtingen in coronatijd is een eenmalige uitzondering op de reguliere reeks vanwege de grote impact van deze crisis op arbeid en inkomen.De doelgroep van het onderzoek bestaat uit uitkeringsgerechtigden die een bijstands-, Ziektewet-, WW- of Tozo-uitkering ontvangen. De resultaten laten zien dat er sprake is van fragiel optimisme over de toekomst en dat de kennis van de verplichtingen onverminderd hoog is. Over het algemeen vinden uitkeringsgerechtigden het makkelijk om zich aan de verplichtingen te houden. Desondanks is het tijdens de coronacrisis voor uitkeringsge­rechtigden moeilijker om te voldoen aan de sollicitatieplicht, passend werk te vinden, te re-integreren en te herstellen. Daarnaast heeft de crisis grote financiële impact op de ontvangers van een Tozo-uitkering. Zij geven aan de Tozo voor levensonderhoud nodig te hebben en circa de helft van de Tozo-uitkeringen wordt ook ingezet om de onderneming financieel gezond te houden. Vanaf 2021 vindt er weer een regulier onderzoek Kennis der verplichtingen en (gepercipieerde) detectiekans plaats.Tabel 1 Kerncijfers opsporing UWV, SVB en gemeentenAantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)Totaal benadelingsbedrag (x € 1 mln)201820192020201820192020UWV18,39,06,7262523SVB23,910,53,97,910,66,0Gemeenten333311747067404Totaal‒5‒5‒5104103‒61UWV, Jaarverslag.2SVB, Jaarverslag.3CBS, Bijstandsdebiteuren- en fraudestatistiek.4Betreft de stand ultimo 3e kwartaal 2020.5Dit kerncijfer betreft het aantal vorderingen wegens overtreding van de inlichtingenplicht. Eén overtreding kan meerdere vorderingen tot gevolg hebben. Het aantal overtredingen ligt dus lager. Om die reden toont deze kolom geen totaal.6Dit totaal kan niet worden berekend.Tabel 2 Kerncijfers sanctionering UWV, SVB en gemeentenAantal boetes (x 1.000)Totaal opgelegd boetebedrag (x € 1 mln.)Aantal waarschuwingen (x 1.000)201820192020201820192020201820192020UWV14,94,83,74,94,33,75,86,64,9SVB21,82,31,11,31,40,95,09,64,6Gemeenten313,711,86,748,77,94,3411,39,9‒5Totaal2019‒61514‒62226‒61UWV, jaarverslag.2SVB, jaarverslag.3CBS, Bijstandsdebiteuren- en fraudestatistiek.4Betreft de stand ultimo 3e kwartaal 2020.5Dit kerncijfer is pas in juni 2021 beschikbaar.6Dit totaal kan niet worden berekend.27Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 3 Kerncijfers incassoratio UWV, SVB en gemeentenIncassoratio benadelingsbedrag + boetevordering ultimo 2020 (%)20162017201820192020UWV17365494223SVB25455423623Gemeenten338362920121UWV, jaarverslag.2SVB, jaarverslag.3CBS, Bijstandsdebiteuren- en fraudestatistiek.Re-integratieTabel 4 geeft weer hoeveel mensen met een arbeidsbeperking UWV aan het werk heeft geholpen. In 2020 vonden 10.250 mensen met een arbeids­beperking een baan, wat beduidend minder is dan in 2019. Dit is toe te schrijven aan de arbeidsmarkt die in 2020 door de coronacrisis vooral voor werkzoekenden met een beperking verslechterd is.Tabel 4 Aantal door UWV aan het werk geholpen mensen met een beperking1Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Mensen met recht op WAO-/WAZ-uitkering400300400250150‒2‒Mensen met recht op Ziektewetuitkering2.0001.8001.000750400‒2‒Mensen met recht op WIA-uitkering2.4002.5002.9003.5003.000‒‒Mensen met recht op Wajong7.7008.4009.0008.6006.7008.000‒ 1.300Totaal12.50013.00013.30013.10010.250‒‒1De aantallen zijn op verschillende manieren berekend. Bij de Wajong worden alleen de mensen die een arbeidsovereenkomst van minimaal zes maanden voor minimaal twaalf uur per week hebben aanvaard geteld. Bij de WIA, WAO en WAZ worden de mensen van wie het re-integratiedienstverleningstraject is beëindigd omdat ze voor hun resterende verdiencapaciteit werk hebben aanvaard geteld. Voor de Ziektewet worden uitsluitend de mensen die na een re-integratietraject aan het werk zijn gekomen geteld.2Door de aard van deze regelingen kan geen streefwaarde worden opgesteld.Bron: UWV, jaarverslag.3.2 Uitgavenplafond Sociale ZekerheidDeze paragraaf presenteert een totaaloverzicht van de uitgaven onder het uitgavenplafond Sociale Zekerheid (SZ) voor het jaar 2020. Eerst wordt de opbouw van de totale uitgaven onder het SZ-plafond weergegeven, onder­verdeeld naar begrotings- en premiegefinancierde uitgaven. Daarna wordt inzicht gegeven in de onderverdeling van de uitgaven onder het SZ-plafond naar de verschillende regelingen. Ten slotte worden de uitgavenmutaties sinds de begroting 2020 gegroepeerd weergegeven en vindt toetsing van de SZ-uitgaven aan het plafond plaats. Om een goede vergelijking te maken tussen begrote en gerealiseerde uitgaven zijn de uitgaven van de begroting 2020 (prijzen 2019) omgerekend naar prijzen 2020. Daarnaast worden in deze paragraaf de ontvangsten in mindering gebracht op de uitgaven (netto SZ-uitgaven). Om deze twee redenen wijken de gepresenteerde uitgaven af van de uitgaven zoals opgenomen in de beleidsartikelen.Uit tabel 5 is af te leiden dat de totale uitgaven onder het SZ-plafond € 17,1 miljard hoger zijn uitgekomen dan voorzien bij de begroting 2020. De uitgaven onder het SZ-plafond bestaan uit begrotingsgefinancierde uitgaven en premiegefinancierde uitgaven. De begrotingsgefinancierde uitgaven worden uit belastinginkomsten betaald, de premiegefinancierde uitgaven worden voornamelijk door middel van premies gefinancierd. Het merendeel van de uitgaven op de SZW-begroting valt onder het uitgaven­plafond SZ.28Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 5 SZ-uitgaven 20201 (x € 1 mln)RealisatieBegrotingVerschil202020202020Totaal uitgaven begrotingsgefinancierd59.90240.12619.777-/- Correctie dubbeltelling rijksbijdragen20.63916.9023.737-/- Uitgaven R-plafond610663‒ 53-/- Correctie ontvangsten begrotingsgefinancierd509590‒ 81A. SZ-uitgaven begroting38.14521.97016.174Totaal uitgaven premiegefinancierd62.39961.600799-/- Correctie ontvangsten premiegefinancierd227260‒ 33B. SZ-uitgaven premie62.17261.340832C. Integratie-uitkering sociaal domein1.9571.89363Totaal SZ-uitgaven (A + B + C)102.27485.20417.0701Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.Op de totaaltelling van de uitgaven vindt een correctie plaats om dubbel­telling te voorkomen die ontstaat doordat sociale fondsen voor een deel gefinancierd worden uit begrotingsmiddelen. Deze zogeheten rijksbij­dragen worden verantwoord op artikel 12 van dit jaarverslag. Dit betreft hoofdzakelijk een bijdrage aan het Ouderdomsfonds. De opbrengsten van de AOW-premie zijn namelijk onvoldoende om de ouderdomsuitgaven (AOW) te dekken.De apparaatsuitgaven en enkele andere uitgaven, waaronder subsidies en opdrachten, behoren tot de uitgaven onder het plafond Rijksbegroting en zijn daarom niet relevant voor het SZ-plafond. Deze uitgaven worden in mindering gebracht op de totaaltelling.Voor het gedeelte van de ontvangsten dat tot de niet-belastingontvangsten wordt gerekend, wordt eveneens gecorrigeerd. De gerealiseerde begro­tingsontvangsten onder het SZ-plafond wijken af van de totale ontvangsten van SZW. De ontvangsten onder uitgavenplafond Rijksbegroting en de niet-plafondrelevante ontvangsten (voornamelijk werkgeversbijdragen kinder­opvangtoeslag) worden immers niet onder het SZ-plafond meegenomen.Rekening houdend met deze correcties bedragen de begrotingsgefinan-cierde uitgaven onder uitgavenplafond SZ in 2020 € 38,1 miljard, de premie­gefinancierde uitgaven bedragen € 62,4 miljard.UitgavenontwikkelingTabel 6 toont een onderverdeling van de uitgaven die vallen binnen het SZ-plafond naar de verschillende regelingen. Wederom is het startpunt de begroting 2020. Ontvangsten worden in mindering gebracht op de uitgaven.29Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 6 Uitgaven SZ-plafond 2018-2020 (x € 1 mln)RealisatieRealisatieRealisatieBegrotingVerschil20182019202020202020ArbeidsmarktNOW/TOFA/comp CN0013.206013.206LIV/LKV/Jeugd-LIV474799743810‒ 67WerkloosheidWW-uitgaven (werkloosheid)4.1023.6564.0613.471590Macrobudget participatiewetuitkeringen (bijstand)6.2166.0856.3786.147231Arbeidsongeschiktheid/Ziekte en zwangerschapWIA/WAO/WAZ/Wajong12.80613.30213.72013.473247ZW/WAZO/Kraamverlof2.8033.0614.2963.763533Ouderdom/NabestaandenAOW37.19538.53940.25739.1981.060Inkomensondersteuning AOW93094597796611Anw377356338343‒ 5Kinderopvang en kindregelingenKOT2.6513.0883.6473.117530AKW/WKB5.2735.7426.3506.32426Re-integratie/ParticipatieRe-integratieuitgaven arbeidsongeschiktheid175171170208‒ 39Integratie-uitkeringen sociaal domein2.5561.9871.9571.89363Uitvoeringskosten en overige uitgavenUitvoeringskosten (UWV/SVB etc.)1.9501.9732.3732.134239Tozo/bijstand zelfstandigen002.735112.724Overige uitgaven1.5871.0551.0651.336‒ 271Nominale ontwikkeling0002.009‒ 2.009Totaal SZ-uitgaven78.62280.760102.27485.20417.070ArbeidsmarktDe uitgaven aan arbeidsmarkt vallen € 13.139 miljoen hoger uit dan begroot. Hoewel de uitgaven aan het Loonkostenvoordeel (LKV) lager waren, zijn de verschillende noodmaatregelen als gevolg van corona pas gedurende het jaar opgezet en daarom niet opgenomen in de stand bij de begroting 2020. De tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW), de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA) en de compensatie voor loonkosten en inkomstenverlies Caribisch Nederland, zorgden voor de overschrijding. De NOW zorgt bijna voor het gehele effect, met € 13.184 miljoen aan uitgaven in 2020.Werkloosheid en BijstandDe uitkeringslasten WW komen € 590 miljoen hoger uit dan begroot. Indien rekening gehouden wordt met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling, is de realisatie € 487 miljoen hoger dan begroot. Als gevolg van de coronacrisis is het gebruik van de WW fors toegenomen ten opzichte van wat eerder werd verwacht.30Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 De uitgaven aan het Macrobudget Participatiewetuitkeringen vallen € 231 miljoen hoger uit dan begroot. Indien rekening gehouden wordt met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling, is de realisatie € 129 miljoen hoger dan begroot. Ook dit komt met name door een hoger gebruik als gevolg van de coronacrisis.Arbeidsongeschiktheid en Ziekte en zwangerschapDe uitgaven voor arbeidsongeschiktheid en ziekte en zwangerschap zijn € 780 miljoen hoger uitgekomen dan begroot. Indien rekening gehouden wordt met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling, is de realisatie € 338 miljoen hoger dan begroot. Het aantal uitkeringen in de IVA is lager en het aantal uitkeringen in de WGA is hoger. Daarnaast is er een lager dan verwachte gemiddelde uitkering, voornamelijk in de WGA. De WAO, WAZ en Wajong komen alle drie lager uit dan begroot.De ZW komt hoger uit dan begroot. Een belangrijke verklaring voor de hogere ZW-uitgaven zijn de gevolgen van het coronavirus. Dit uit zich onder andere door een sterke toename van het aantal WW-gerechtigden die een beroep doen op de ZW. De uitgaven voor de compensatieregeling transi­tievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid komen ook hoger uit dan begroot. Het grootste deel hiervan wordt verklaard door het terugwer­kende krachtgedeelte van de regeling (periode juli 2015 – april 2020). Het gemiddelde dienstverband bij ontslag en daarmee de gemiddelde hoogte van de gecompenseerde transitievergoedingen was aanzienlijk hoger dan geraamd.Ouderom en nabestaandenDe AOW-uitgaven zijn € 1.065 miljoen hoger uitgekomen dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsop­stelling geraamde loon- en prijsbijstelling is de realisatie € 98 miljoen lager dan begroot. Dit wordt voornamelijk verklaard door een hogere sterfte als gevolg van corona.Kinderopvang en KindregelingenHet saldo van de uitgaven en ontvangsten Kinderopvangtoeslag is € 530 miljoen hoger uitgekomen dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling, is de realisatie € 471 miljoen hoger dan de begroting. Ondanks de verslechterde conjunctuur in 2020 is het gebruik van kinder­opvang sterker gestegen dan verwacht.De uitgaven aan AKW en WKB zijn € 26 miljoen hoger uitgekomen dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begro­tingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling, is de realisatie € 83 miljoen lager dan bij begroting. De inkomenspositie van huishoudens met kinderen is, ondanks de coronacrisis, positiever dan destijds verwacht. Daarnaast sluiten de voorschotten van de WKB beter aan bij de beschik­kingen (het recht) dan eerder geraamd. Dit heeft geleid tot minder terug­ontvangsten.Re-integratie en ParticipatieIn 2020 is € 39 miljoen minder uitgegeven aan re-integratie arbeidsonge­schikten dan begroot. Dit bestaat uit lagere uitgaven aan re-integratie Wajong (€ 13 miljoen) en lagere uitgaven aan re-integratie WIA/WAO/WAZ (€ 26 miljoen). Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de 31Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling, is de realisatie € 43 miljoen lager dan begroot. De uitgaven aan de integratie-uitkeringen sociaal domein zijn € 63 miljoen hoger dan verwacht bij de begroting 2020.Uitvoeringskosten en overige uitgavenDe uitvoeringskosten van onder andere UWV en de SVB komen € 239 miljoen hoger uit dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstel­lingen, is de realisatie € 197 miljoen hoger dan begroot.Als onderdeel van het Noodpakket banen en economie is de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) ingericht gedurende 2020. Aangezien deze regeling er nog niet was ten tijde van de begroting 2020, levert dit € 2.724 miljoen aan extra uitgaven op voor de bijstand zelfstandigen in vergelijking met de stand bij de begroting.De overige uitgaven zijn € 271 miljoen lager uitgekomen dan begroot. Dit komt onder andere doordat het grootste deel van de reserveringen op artikel 99 (onvoorzien) à € 160 miljoen is overgeboekt naar de betreffende beleidsartikelen.Toetsing aan het plafondTabel 7 laat de ontwikkeling van het SZ-plafond en de netto SZ-uitgaven zien voor het jaar 2020. De SZ-uitgaven worden getoetst aan het plafond.Tabel 7 Bijstellingen SZ-uitgaven en ijklijn sinds de indiening van de Miljoenennota 2020 (x € 1 mln)UitgavenSZ-uitgaven bij indiening Miljoenennota 2020185.204Budgettaire mutaties17.070SZ-uitgaven jaarverslag 2020102.274Uitgavenplafond (ijklijn)IJklijn SZ-uitgaven bij Miljoenennota 202084.916IJklijnmutaties17.102IJklijn SZ-uitgaven jaarverslag 2020102.018Kadertoetsing (over-/onderschrijding ijklijn) bij indiening Miljoenennota 2020288Kadertoetsing (over-/onderschrijding ijklijn) jaarverslag 2020256UitgavenDe geraamde SZ-uitgaven van € 85,2 miljard ten tijde van de begroting 2020 zijn uitgekomen op € 102,3 miljard bij het jaarverslag 2020. Bovenstaand zijn de grootste mutaties toegelicht.UitgavenplafondHet plafond 2020 is € 17,1 miljard hoger vastgesteld dan in de begroting 2020 is opgenomen. De voornaamste oorzaak is een bijstelling van het plafond als gevolg van de noodmaatregelen in verband met de corona uitbraak. Daarnaast is het plafond bijgesteld vanwege overboekingen tussen de plafonds, statistische correcties, nominale ontwikkeling en voor de niet-beleidsmatige mutaties in de WW en bijstand. Het plafond voor 2020 is uiteindelijk vastgesteld op € 102 miljard.32Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Toetsing SZ-uitgaven aan uitgavenplafondDoor de hogere SZ-uitgaven ten opzichte van de begroting en de iets minder hoge opwaartse bijstelling van het plafond is er sprake van een grotere overschrijding van het plafond dan bij de begroting. Per saldo is er bij jaarverslag 2020 € 0,3 miljard meer uitgegeven dan het voor 2020 geldende plafond.3.3 Realisatie beleidsdoorlichtingenTabel 8 Realisatie beleidsdoorlichtingenArt.Naam artikel2014201520162017201820192020Geheel artikel?1ArbeidsmarktXJa2Bijstand, Participatiewet en ToeslagenwetXJa3ArbeidsongeschiktheidXXNee14JonggehandicaptenXJa5WerkloosheidXJa6Ziekte en zwangerschapXJa7KinderopvangXJa8OudedagsvoorzieningXNee29NabestaandenXJa10Tegemoetkoming oudersXJa11UitvoeringXJa12Rijksbijdragen3N.v.t.13Integratie en maatschappelijke samenhangXJa1De beleidsdoorlichting is als IBO (Interdepartementaal Beleidsonderzoek) «Geschikt voor de arbeidsmarkt» in april 2017 opgeleverd.2Zie voor een toelichting de paragraaf beleidsconclusies in artikel 8 Oudedagsvoorziening van het jaarverslag SZW 2019.3Het artikel Rijksbijdragen is een technisch artikel. Er wordt op basis van dit artikel geen specifiek beleid gevoerd. Om die reden wordt dit artikel niet doorgelicht. De evaluatie van het beleid waarvoor deze rijksbijdragen zijn bedoeld, vindt plaats wanneer de artikelen waar dit beleid onderdeel van is, worden doorgelicht.Voor het meest recente overzicht van de programmering van beleidsdoor­lichtingen, klik op deze link. Voor de realisatie van andere onderzoeken, zie «Bijlage 2. Afgerond evaluatie- en overig onderzoek».3.4 Overzicht van risicoregelingenAsielgerechtigde nieuwkomers die inburgeringsplicht hebben, kunnen via het sociaal leenstelsel een bijdrage krijgen om hun inburgeringsonderwijs te bekostigen. Slechts ingeval deze nieuwkomers onvoldoende inspan­ningen hebben verricht om het inburgeringsdiploma of NT2-diploma tijdig te behalen dient de lening terugbetaald te worden. Overige nieuwkomers kunnen een beroep doen op het sociaal leenstelsel wanneer zij niet over voldoende middelen beschikken om hun inburgering zelf te bekostigen. In tegenstelling tot de eerste groep dienen zij de lening wel terug te betalen.In beide gevallen geldt dat de lening niet wordt uitbetaald aan de nieuwkomer maar rechtstreeks aan de onderwijsinstantie.Voor deze leningen is er geen risicovoorziening ingesteld omdat eventuele verliezen via de begroting worden opgevangen.33Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 9 Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000)ArtikelOmschrijvingUitstaande leningLooptijd leningTotaalstand risicovoor­ziening 2019Totaalstand mutatie volume risicovoor­ziening 2020 en 201913 Integratie en maatschappelijke samenhangLeningen inburgering271.578divers00Bron: DUO, administratie.34Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Bijlage: Overzicht coronasteunmaatregelenTabel 10 Overzicht coronasteunmaatregelen (bedragen x € 1 mln)MaatregelVerplichtingen 2020Uitgaven 2020Relevante KamerstukkenNOW13.18413.1841e ISB 20202e ISB 20203e ISB 20204e ISB 2020Kamerbrief noodpakket banen en economieKamerbrief noodpakket banen en economie 2.0Kamerbrief steun- en herstelpakketTijdelijke subsidieregeling loonkosten en inkomensverlies Caribisch Nederland29291e ISB 20202e ISB 20203e ISB 20204e ISB 2020Kamerbrief tijdelijke subsidieregeling loonkosten en inkomensverlies Caribisch NederlandKamerbrief noodpakket banen en economieKamerbrief noodpakket banen en economie 2.0Kamerbrief steun- en herstelpakketTozo3.1993.1991e ISB 20203e ISB 20204e ISB 2020Kamerbrief noodpakket banen en economieKamerbrief noodpakket banen en economie 2.0Kamerbrief steun- en herstelpakketTOFA20203e ISB 2020Kamerbrief TOFATegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang2962962e ISB 20203e ISB 2020Kamerbrief noodopvang en eigen bijdrage kinderopvangNoodopvang kinderopvang23233e ISB 2020Kamerbrief noodopvang en eigen bijdrage kinderopvangEilandelijk beleid Caribisch Nederland222e ISB 20203e ISB 2020Kamerbrief noodpakket banen en economieKamerbrief noodpakket banen en economie 2.0Kamerbrief steun- en herstelpakketArbeidsbemiddeling Caribisch Nederland0,20,24e ISB 2020Kamerbrief steun- en herstelpakketKamerbrief uitwerking aanvullend sociaal pakketNL leert door21143e ISB 2020Kamerbrief noodpakket banen en economie 2.0Kamerbrief steun- en herstelpakketAanvullend sociaal pakketVersnellen brede schuldenaanpak334e ISB 2020Kamerbrief steun- en herstelpakketKamerbrief uitwerking aanvullend sociaal pakketKamerbrief voortgang uitwerking sociaal pakketIntensivering armoede- en schuldenaanpakRe-integratiebudget gemeenten40404e ISB 2020Kamerbrief steun- en herstelpakketKamerbrief uitwerking aanvullend sociaal pakketKamerbrief voortgang uitwerking sociaal pakket35Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 MaatregelVerplichtingen 2020Uitgaven 2020Relevante KamerstukkenCrisisdienstverlening (regionale mobiliteitsteams)994e ISB 2020Kamerbrief steun- en herstelpakketKamerbrief uitwerking aanvullend sociaal pakketKamerbrief voortgang uitwerking sociaal pakketOndersteuningstrajecten zelfstandigen114e ISB 2020Kamerbrief steun- en herstelpakketKamerbrief uitwerking aanvullend sociaal pakketKamerbrief voortgang uitwerking sociaal pakketAanpak jeugdwerkloosheid994e ISB 2020Kamerbrief steun- en herstelpakketKamerbrief uitwerking aanvullend sociaal pakketKamerbrief voortgang uitwerking sociaal pakketGemeentelijk schuldenbeleid & bijzondere bijstand20204e ISB 2020Kamerbrief steun- en herstelpakketKamerbrief uitwerking aanvullend sociaal pakketKamerbrief voortgang uitwerking sociaal pakketIntensivering armoede- en schuldenaanpakNOWDe Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkbehoud (NOW) komt werkgevers tegemoet die door de coronacrisis met omzetverlies te maken hebben. Met de tegemoetkoming NOW kunnen werkgevers werknemers in dienst houden, waardoor banen behouden blijven. Werkgevers die te maken krijgen met minstens 20% omzetverlies kunnen aanspraak maken op de regeling. Werkgevers ontvangen een voorschot op basis van het verwachte omzetverlies. Achteraf vindt de subsidievaststelling plaats op basis van het daadwerkelijke omzetverlies. Ook wordt gekeken of werkgevers de loonsom op peil hebben gehouden.Tijdelijke subsidieregeling loonkosten en inkomensverlies Caribisch NederlandHet doel van deze regeling is het voorkomen van werkloosheid en het opvangen van inkomensverlies als gevolg van de acute vraaguitval die optreedt als gevolg van het coronavirus in Caribisch Nederland. Zowel werkgevers als zelfstandig ondernemers kunnen aanspraak maken op de regeling.TozoDe Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) heeft als doel ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De regeling is voor zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers. Ondersteuning kan worden aangevraagd in de vorm van een aanvullende uitkering voor levens­onderhoud en/of een lening voor bedrijfskapitaal.TOFADe TOFA was bedoeld voor flexwerkers die minimaal de helft van hun inkomsten zijn kwijtgeraakt en die geen uitkering kunnen krijgen. Dit zijn bijvoorbeeld werknemers met een nul-urencontract, uitzendkrachten en studenten met een bijbaan.Tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvangAlle ouders die gebruik maken van kinderopvang en hun factuur tijdens de sluitingsperioden van de kinderopvang volledig door blijven betalen, ontvangen een tegemoetkoming in de eigen bijdrage. De tegemoetkoming geldt voor alle typen formele opvang en voor verschillende 36Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 financieringsvormen. Namelijk voor ouders die Kinderopvangtoeslag ontvangen, ouders die gebruik maken van een regeling gesubsidieerd door de gemeenten en personen die gebruik maken van kinderopvang zonder overheidsvergoeding.Noodopvang kinderopvangTijdens de 1e sluitingsperiode van de kinderopvang verzorgen gemeenten noodopvang voor kinderen van ouders met een cruciaal beroep. Hiervoor maken gemeenten kosten. Deze regeling betreft een tegemoetkoming aan gemeenten voor deze kosten. De middelen zijn overgeboekt naar het Gemeentefonds.Eilandelijk beleid Caribisch NederlandDe middelen voor eilandelijk beleid kunnen door de eilanden worden benut voor onder andere kwetsbare inwoners die buiten de Tijdelijke subsidiere­geling loonkosten en inkomensverlies Caribisch Nederland vallen of voor inwoners of ondernemers die wel een beroep kunnen doen op de regeling, maar toch aanvullende inkomensondersteuning nodig hebben. De middelen zijn overgeboekt naar het BES-fonds.Arbeidsbemiddeling Caribisch NederlandBetreft extra inzet op arbeidsbemiddeling in Caribisch Nederland. Dit om te voorkomen dat als gevolg van de coronacrisis werkloos geworden lokale arbeidskrachten onnodig (lang) aan de kant blijven staan en een (steeds) grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt krijgen. De middelen zijn overgeboekt naar het BES-fonds.NL leert doorDeze maatregel bestaat uit het aanbieden van online scholing en ontwikkel-adviezen en een ondersteunende campagne om de kansen van scholing onder de aandacht te brengen. Dit helpt mensen die door de crisis hun baan zijn verloren of dreigen te verliezen zich te (her)oriënteren op baankansen en daarvoor zo nodig (online) scholing te volgen.Aanvullend sociaal pakketVersnellen brede schuldenaanpakMet de middelen voor de versnelling en intensivering worden initiatieven uitgevoerd die voortvloeien uit diverse rondetafelgesprekken die zijn gevoerd in het kader van de armoede- en schuldenaanpak.Re-integratiebudget gemeentenDit betreft middelen die beschikbaar zijn gemaakt voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden, aanvullend op de middelen die gemeenten reeds tot hun beschikking hebben. Doel is dat gemeenten de reguliere dienstver­lening aan bijstandsgerechtigden op peil kunnen houden bij een hogere instroom in de bijstand. De middelen zijn grotendeels overgeboekt naar het Gemeentefonds en voor een klein deel naar het BTW-compensatiefonds.Crisisdienstverlening (regionale mobiliteitsteams)Een deel van de mensen die als gevolg van de coronacrisis hun baan verliezen of met werkloosheid worden bedreigd, is gebaat bij extra onder­steuning om snel en gericht de weg te vinden naar ander werk. Specifiek voor deze mensen is een nieuwe aanpak van aanvullende (crisis)dienstver­lening ontwikkeld, waarin werkgeversorganisaties, vakbonden, gemeenten 37Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 en UWV samenwerken in regionale mobiliteitsteams om mensen naar werk te begeleiden. De middelen zijn grotendeels overgeboekt naar het Gemeen­tefonds en en voor een klein deel naar het BTW-compensatiefonds.Ondersteuningstrajecten zelfstandigenDit betreft middelen specifiek voor ondersteuningstrajecten van zelfstan­digen. De middelen zijn grotendeels overgeboekt naar het Gemeentefonds en voor een klein deel naar het BTW-compensatiefonds.Aanpak jeugdwerkloosheidJongeren die werkloos dreigen te worden of net zijn geworden en extra ondersteuning nodig hebben, kunnen een beroep doen op de dienstver­lening van Regionale Mobiliteitsteams. Naast deze generieke middelen krijgen scholen en gemeenten ook specifiek budget voor een integrale aanpak om kwetsbare schoolverlaters te laten doorleren of te ondersteunen naar werk. SZW en OCW ondersteunen de regio’s in deze aanpak. De middelen zijn grotendeels overgeboekt naar het Gemeentefonds en voor een klein deel naar het BTW-compensatiefonds.Gemeentelijk schuldenbeleid & bijzondere bijstandDit betreft een intensivering in het gemeentelijk schuldenbeleid en de bijzondere bijstand. Doel is om gemeenten te helpen mensen van dichtbij te ondersteunen in het geval van armoede en problematische schulden. De middelen zijn aan de algemene uitkering van het Gemeentefonds toegevoegd.38Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 4. Beleidsartikelen4.1 Artikel 1 ArbeidsmarktA. Algemene doelstellingDe overheid draagt bij aan evenwichtige arbeidsverhoudingen en -voorwaarden door kaders te stellen en waar van toepassing toe te zien op de naleving daarvan. De overheid bevordert en stimuleert een inclusieve arbeidsmarkt en gezonde en veilige arbeidsomstandigheden. De overheid bevordert het functioneren van de arbeidsmarkt door bescherming te bieden en de belangen van werknemers te waarborgen in evenwicht met de belangen van de onderneming. De overheid voorziet hierbij in een minimumniveau van arbeidsrechtelijke bescherming, onder andere ten aanzien van de arbeidsomstandigheden, arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden, met inachtneming van de eigen verantwoorde­lijkheid van werkgevers en werknemers. Daarnaast draagt zij zorg voor een op de arbeidsmarkt toegesneden arbeidsmigratiebeleid.De overheid vindt het belangrijk dat werknemers en zelfstandigen hun werk onder goede condities kunnen verrichten. Dit is ook van belang voor het vergroten van de arbeidsparticipatie en de arbeidsproductiviteit, het beperken van uitval door ziekte en arbeidsongeschiktheid, en het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van werknemers.De overheid geeft invulling aan bovenstaand beleid door de vormgeving van een stelsel van wet- en regelgeving. Ook ziet de overheid toe op de naleving daarvan. Concreet gaat het daarbij om:–gezond en veilig werken, waaronder de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) en de Arbeidstijdenwet (ATW);–arbeidsverhoudingen, waaronder de Wet op de collectieve arbeidsover­eenkomst (cao), de Wet op het algemeen verbindend en het onver­bindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (avv) en de Wet op de ondernemingsraden (WOR);–arbeidsrechtelijke bescherming, waaronder de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml), wet- en regelgeving met betrekking tot gelijke behandeling en de Wet allocatie arbeidskrachten door interme­diairs (Waadi);–toelating van arbeidsmigranten, waaronder de Wet arbeid vreemde­lingen (Wav);–de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagwEU);–maatregelen tegen schijnconstructies van werkgevers, waaronder de Wet aanpak schijnconstructies (Was);–de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl);–de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab).Bij het realiseren van deze doelstelling is een belangrijke taak weggelegd voor sociale partners. Zij zijn verantwoordelijk voor het maken van onderlinge afspraken over arbeidsvoorwaarden en arbeidsverhoudingen en het bieden van veilige en gezonde werkomstandigheden. De overheid bevordert dat sociale partners hier vorm en uitvoering aan geven en voert hiertoe overleg met hen.39Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister stimuleert met financiële instrumenten het in dienst nemen van mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt, initiatieven die bijdragen aan gezonde en veilige arbeidsomstandigheden en aan goede arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden. De Minister regisseert met wet- en regelgeving het stelsel van minimumeisen. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:–de vormgeving, het onderhoud en de werking van dit stelsel;–de vaststelling van de hoogte van het wettelijk minimumloon (Wml) en het maximumdagloon;–het bevorderen van goede arbeidsverhoudingen, onder andere door het recht op onderhandeling door sociale partners te waarborgen en het in stand houden van een adequate overlegstructuur met de sociale partners;–het bevorderen dat werkgevers en werknemers gezonde en veilige arbeidsomstandigheden en een goed werktijden- en verzuimbeleid realiseren;–het bevorderen dat werkenden gezond en vitaal kunnen doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd;–het zorgdragen voor gelijke kansen voor en tijdens arbeidsdeelname;–het stimuleren en faciliteren van postinitiële scholing ten behoeve van het optimaal functioneren van de arbeidsmarkt;–de handhaving van de wet- en regelgeving door de Inspectie SZW.De Minister van Financiën is primair verantwoordelijk voor de fiscale wet- en regelgeving. Wanneer fiscale instrumenten worden ingezet om doelstel­lingen in het kader van het arbeidsmarktbeleid te realiseren, is de Minister van SZW hiervoor medeverantwoordelijk.C. BeleidsconclusiesNOWAls gevolg van de coronacrisis is de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) ingesteld. De regeling heeft als doel om getroffen ondernemingen te ondersteunen zodat werk zoveel mogelijk behouden kan blijven. De regeling voorziet in een tegemoet­koming in de loonkosten. Werkgevers ontvangen een voorschot van 80% van de subsidieaanvraag op basis van het verwachte omzetverlies. Achteraf vindt de subsidievaststelling plaats over het daadwerkelijke omzetverlies. Ook wordt gekeken of werkgevers de loonsom op peil hebben gehouden. Op basis van de definitieve subsidievaststelling kan een nabetaling of terugvordering plaatsvinden. In 2020 zijn voor drie NOW-tranches (NOW-1, NOW-2 en NOW-3) aanvraagloketten opengesteld. In oktober is UWV gestart met het definitief vaststellen van de subsidie van de eerste NOW-tranche.Met behulp van de NOW-regeling zijn veel banen in Nederland behouden gebleven. In de NOW-1 hebben ongeveer 140 duizend werkgevers steun ontvangen, die gezamenlijk ruim 2,6 miljoen werknemers vertegenwoor­digden. Hierbij is € 7,9 miljard aan voorschotten verstrekt. In de NOW-2 hebben ruim 63 duizend werkgevers steun ontvangen, die 1,3 miljoen werknemers vertegenwoordigden. Hierbij is € 4,2 miljard aan voorschotten verstrekt. In de derde tranche van de NOW-3 hebben 78 duizend werkgevers steun ontvangen, die 1,3 miljoen werknemers vertegenwoordigden. Hierbij is € 2,8 miljard aan voorschotten verstrekt, waarvan € 0,9 miljard aan voorschot in 2020 is uitgekeerd.40Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tijdelijke Overbruggingregeling Flexibele Arbeidskrachten (TOFA)De TOFA heeft als doel om flexwerkers die door de coronacrisis substantieel inkomensverlies hebben geleden, maar geen aanspraak kunnen maken op een uitkering, tegemoet te komen in de kosten voor hun levensonderhoud. Deze tegemoetkoming bedraagt € 550 bruto per maand en wordt door UWV verstrekt over de maanden maart, april en mei 2020. In 2020 is in totaal € 20,1 miljoen aan tegemoetkomingen gerealiseerd.Tijdelijke subsidieregeling loonkosten en inkomensverlies CNIn verband met de enorme impact van COVID-19 voor economie en samenleving in Caribisch Nederland, is per 13 maart 2020 de Tijdelijke subsidieregeling loonkosten en inkomensverlies CN in het leven geroepen. Deze regeling heeft tot doel het ondersteunen van bedrijven en (gewezen) werknemers in Caribisch Nederland om de moeilijke periode als gevolg van de coronacrisis door te komen en om ontslagen als gevolg van de crisis te voorkomen.De doelgroep van de regeling is drieledig. Werkgevers met ten minste 20% omzetverlies hebben recht op een tegemoetkoming in de loonkosten, zelfstandig ondernemers hebben recht op een inkomensaanvulling tot 80% van het wettelijk minimumloon en gewezen werknemers hebben recht op een inkomensondersteuning gerelateerd aan 80% van het laatstverdiende gemaximeerde dagloon. De regeling heeft over 2020 een groot bereik gehad. De subsidie is verstrekt aan circa 3.400 werknemers, 1.000 zelfstan­digen en 500 gewezen werknemers.Wet arbeidsmarkt in balans (Wab)De meeste maatregelen in de Wab zijn op 1 januari 2020 in werking getreden. Uitzondering zijn de maatregelen ten aanzien van payrollpen­sioen, die op 1 januari 2021 in werking zijn getreden. De implementatie van een aantal maatregelen ten aanzien van premiedifferentiatie is opgeschort, mede als gevolg van maatregelen die tijdens de coronacrisis zijn gekomen.Op verzoek van de Tweede Kamer is een aantal quickscans uitgevoerd, waarin eerste signalen zijn opgenomen over de effecten van specifieke maatregelen van de Wab (Kamerstukken II 2020/21, 35 074, nr. 75 en Kamer­stukken II 2020/21, 35 074, nr. 76).Compensatie transitievergoedingPer 1 april 2020 is de regeling Compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid (compensatieregeling LAO) in werking getreden. Vanaf dat moment kunnen werkgevers een compensatieaanvraag indienen bij UWV. De mogelijkheid om compensatie aan te vragen voor betaalde transitie-vergoedingen als de onderneming is beëindigd vanwege pensionering of overlijden van de werkgever is in werking getreden per 1 januari 2021. Inwerkingtreding per 1 januari 2021 bleek nog niet mogelijk voor het onderdeel «ziekte of gebreken van de werkgever». Het is nog niet duidelijk wat de nieuwe datum van inwerkingtreding zal kunnen zijn (Kamer­stukken II 2020/21, 34 699, nr. 9).Wet tegemoetkomingen loondomeinDe temporisering van de verhoging van de AOW-leeftijd (Kamerstukken II 2018/19, 32 043, nr. 457) wordt deels gedekt met middelen uit de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl). Daarnaast is in het pensioenakkoord de afspraak gemaakt dat werkgevers in overleg met het kabinet 41Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 onderzoeken of voor het geheel aan instrumenten in de Wtl, waaronder het Lage-inkomensvoordeel (LIV), tot een effectievere invulling gekomen kan worden.Uitkomst van de gesprekken met werkgevers is de overkoepelende visie dat de Wtl als geheel moet bijdragen aan de inclusieve arbeidsmarkt (Kamer­stukken II 2019/20, 34 304, nr. 15). Daarom wordt het LIV omgevormd tot een loonkostenvoordeel specifiek gericht op jongeren met een (potentieel) kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Ook wordt het reeds bestaande loonkostenvoordeel banenafspraak verbreed door deze structureel te maken (nu maximaal drie jaar) en ook beschikbaar te stellen voor mensen uit de doelgroep die al in dienst zijn. Door deze aanpassingen wordt niet alleen het in dienst nemen, maar ook het in dienst houden van mensen uit de doelgroep banenafspraak gestimuleerd.Wijziging regeling en Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingenPer 1 januari 2020 is een wijziging in het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen in werking getreden waarmee geregeld is dat familie- of gezinsleden van buitenlandse zelfstandigen kunnen werken zonder in het bezit te hoeven zijn van een tewerkstellingsvergunning of een gecombi­neerde vergunning voor verblijf en arbeid.Daarnaast worden momenteel de laatste stappen gezet in het benodigde wetgevingstraject voor de realisatie van de pilot essentieel personeel voor startups. Deze regeling maakt het voor startende, innovatieve bedrijven mogelijk om essentieel personeel uit derdelanden aan te nemen tegen een verlaagd salariscriterium in ruil voor een aandeel in het bedrijf. Het streven is dat de pilot in de eerste helft van 2021 van start gaat.EU-richtlijnenAls uitvloeisel van EU-richtlijn 2014/67/EU is op 1 maart 2020 de meldings­plicht ingevoerd voor dienstverleners uit andere lidstaten van de EU, EER en Zwitserland die hun werknemers in Nederland laten werken. Dit betekent dat dienstverrichters uit andere EU-lidstaten die werkzaamheden in Nederland starten en daarvoor werknemers detacheren, hiervan melding moeten doen in het online meldloket (www.postedworkers.nl). Op 10 februari 2020 is het online meldloket opengesteld. De Inspectie SZW, de Belastingdienst en de SVB zijn als afnemers aangesloten op het meldloket. Op basis van de gegevens kunnen de afnemers risicoanalyses doen voor de handhaving van wet- en regelgeving. In de tweede helft van 2020 is een voorlichtingscampagne uitgevoerd waarmee de meldingsplicht en de herziene detacheringsrichtlijn onder de aandacht zijn gebracht in Nederland en de belangrijkste Europese landen.Op 30 juli 2020 is de Implementatiewet herziene detacheringsrichtlijn in werking getreden (implementatie van EU-richtlijn 2018/957). De herziene detacheringsrichtlijn heeft als doel een nieuwe en betere balans te vinden tussen enerzijds het bevorderen van het vrij verkeer van diensten in de Europese Unie en anderzijds de bescherming van de rechten van gedeta­cheerde werknemers.Leven lang ontwikkelenVanaf 2020 is de SLIM-regeling inwerking getreden. Deze regeling heeft als doel om leren en ontwikkelen in het mkb te stimuleren. In totaal is jaarlijks € 49,4 miljoen beschikbaar. In 2020 is dit budget naar latere jaren geschoven. Er loopt een proces- en effectevaluatie naar de regeling. De eerste resultaten worden in het voorjaar 2021 opgeleverd.42Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Met de subsidieregeling MKB!dee stimuleert het kabinet mkb-ondernemers belemmeringen weg te nemen om te investeren in opleiding en ontwik­keling en zodoende de leercultuur te bevorderen. Tot nu toe hebben 61 projecten subsidie ontvangen. De meeste projecten zullen in de eerste helft van 2021 zijn afgerond.De middelen uit het pensioenakkoord om duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen te stimuleren, zijn ingezet voor het ontwikkelen van de quickscan met een inventarisatie van effectieve maatregelen en het voorbe­reiden van een kennisplatform via duurzameinzetbaarheid.nl. De geplande communicatiecampagne is ingezet ter ondersteuning van de crisismaatre­gelen NL leert door. De verwachting is dat de subsidieregeling per het derde kwartaal van 2021 wordt opengesteld.Medio 2020 is het crisispakket NL leert door gepubliceerd, met als doel om werkenden en werkzoekenden te ondersteunen bij het versterken van hun arbeidsmarktpositie door het aanbieden van kosteloze ontwikkeladviestra­jecten en scholing.Met de regeling NL leert door met inzet van ontwikkeladvies is € 51 miljoen beschikbaar gesteld voor kosteloze ontwikkeladviestrajecten. In totaal hebben 77.000 mensen zich laten registeren voor het volgen van een ontwik­keladvies. In november is een eerste quickscan opgeleverd van de kenmerken en eigenschappen van de deelnemers.Voor NL leert door met inzet van scholing was in 2020 € 34 miljoen beschikbaar. In totaal worden 80.000 scholingstrajecten beschikbaar gesteld via hoewerktnederland.nl. De doelmatigheid en doeltreffendheid van de maatregelen in NL leert door worden onderzocht met de effectevaluatie.Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU)Naar aanleiding van de afspraken uit het pensioenakkoord is in 2020 in samenspraak met sociale partners de subsidieregeling voor Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU) uitgewerkt. Hierbij zijn sectorale activiteitenplannen ontwikkeld gericht op het verbeteren van duurzame inzetbaarheid van werkenden en op het wegnemen van knelpunten in het financieren van regelingen voor eerder uittreden (Kamerstukken II 2020/21, 25 883, nr. 406).Gezond en veilig werkenOp het terrein van gevaarlijke stoffen is in 2020 gestart met het Validatie- en Innovatiepunt (VIP) asbest om innovatie binnen de asbestsector te stimuleren. De eerste innovaties zijn in behandeling genomen bij het VIP. Daarnaast is gestart met de implementatie van het SMA-rt-systeem (Stoffen Manager Asbest Risico Techniek) en de ontwikkeling van de digitale tool SMA-rt nieuwe stijl.In 2020 is vanuit het traject Arbovisie 2040 een reeks (digitale) inhoudelijke bijeenkomsten georganiseerd om zoveel mogelijk kennis, standpunten en visies op te halen bij betrokken stakeholders. Naast deze co-creatie sessies zijn ook de uitkomsten van de beleidsdoorlichting van begrotingsartikel 1, de evaluatie van de Arbowet en de verkenning verbetering arbobeleids­cyclus geanalyseerd. Op basis van deze analyses en de input die is verkregen uit de sessies met betrokken stakeholders is in 2020 gestart met het opstellen van de Hoofdlijnennotitie ten behoeve van de SER-adviesaan­vraag waar in 2021 het resultaat van wordt verwacht.43Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Sinds 2020 richt het programma Preventie Beroepsziekten zich zowel op het voorkomen van nadelige gezondheidseffecten door blootstelling aan gevaarlijke stoffen als op de thema’s fysieke belasting en fysieke onderbe­lasting in verband met zittend werk. Kennis is verzameld en toegankelijk gemaakt via een multimediale campagne, waarbij ook de reguliere commu­nicatiekanalen van SZW en die van sectoren zijn benut die aan het programma deelnemen. Daarnaast wordt kennis gedeeld in de vorm van masterclasses en webinars (Kamerstukken II 2018/19, 25 883, nr. 347).Op 4 maart 2020 is een eerste bijeenkomst georganiseerd over het thema fysieke belasting, met prioritaire sectoren, kennisinstituten en met het Europese OSHA (Occupational Safety and Health Agency) instituut als opmaat naar de kick-off van de campagne fysieke belasting op 28 oktober 2020. In deze bijeenkomst zijn de laatste wetenschappelijke inzichten gedeeld, goede praktijken gepresenteerd, informatie over interventies gepubliceerd en is een landingspagina op website Arboportaal gelanceerd.Op 5 oktober 2020 is het programma Vitaal Bedrijf gelanceerd. Het programma wordt uitgerold door de werkgeversvertegenwoordiging en de stichting Nederland Onderneemt Maatschappelijk! in nauwe samen­werking met SZW en VWS. Vitaal Bedrijf stimuleert dat vitaliteitsbeleid hoger op de agenda komt in organisaties, en dan met name in branches en bedrijven waar gezondheidswinst is te behalen. Daarnaast is de eerste helft van 2020 aanvullend ingezet op vitaal thuiswerken via het communicatie­traject «Thuiswerken is Topsport».In 2020 is gestart met de uitvoering van het Meerjarenprogramma (MJP) om de naleving van de Risico-inventarisatie en Evaluatie (RI&E) verplichting kwantitatief en kwalitatief te verbeteren. Het MJP is opgedeeld in drie programmalijnen die achtereenvolgens zijn gericht op communicatie, toepassing en toezicht en handhaving. Om kleine werkgevers te onder­steunen bij het maken van een RI&E is in 2020 een landelijke campagne gestart en is het digitale startpunt ‘route naar RI&E’ gerealiseerd. Verder zijn de eerste stappen gezet om ervoor te zorgen dat de RI&E verplichting goed kan worden uitgevoerd door werkgevers met behulp van informatievoor­ziening, instrumenten en advisering en toetsing. Vanuit de derde program­malijn is in 2020 de sectoraanpak arbozorg en de pilot administratieve handhaving uitgevoerd.44Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 11 Begrotingsgefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 1 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen20.91420.064486.041816.50214.053.826891.88213.161.944Uitgaven19.38515.854486.149813.55514.014.042891.16713.122.875InkomensoverdrachtenVakantiedagen3.4271.805217000Lage-inkomensvoordeel00473.561509.639528.567505.27523.292Minimumjeugdloonvoordeel000123.75463.32582.725‒ 19.400Loonkostenvoordelen000165.404150.823222.000‒ 71.177SubsidiesDuurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen00001.29210.000‒ 8.708Stimuleringsregeling LLO in MKB0000049.400‒ 49.400Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid000013.183.600013.183.600Compensatie loonkosten en inkomstenverlies CN000028.735028.735Nederland leert door000014.400014.400Tofa000020.100020.100Maatwerkregeling DI en eerder uittreden00001400140Overige subsidies algemeen3.0493.1731.7121.8772.9213.845‒ 924OpdrachtenOpdrachten8.9486.8076.7167.64214.38411.9122.472BekostigingBekostiging1451251006755251.050‒ 525Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukkenMinisterie van EZK00000100‒ 100Ministerie van VWS0000100692‒ 592Bijdrage aan agentschappenRIVM3.8163.9444.0394.5575.0784.168910CJIB000052052Ontvangsten24.55229.24016.71710.90411.19524.000‒ 12.8051Stand inclusief amendementen, moties en NvW. De stand zoals gepresenteerd onder de stand vastgestelde begroting wijkt af van de stand vastgestelde begroting bij de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoire begroting, tweede incidentele suppletoire begroting en de slotwet. De reden hiervoor is dat in deze wetten de eerste en tweede incidentele suppletoire begroting, die zijn ingediend tussen de vaststelling van de ontwerpbegroting en de vaststelling van de eerste suppletoire begroting, zijn opgeteld bij vastgestelde begroting en in het jaarverslag niet.Tabel 12 Premiegefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 1 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begrotingVerschil2016201720182019202020202020Uitgaven00001.014.824852.671162.153InkomensoverdrachtenTransitievergoeding na 2 jaar ziekte00001.014.824817.128197.696Nominaal0000035.543‒ 35.543Ontvangsten000000045Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 E. Toelichting op de instrumentenInkomensoverdrachtenLage-inkomensvoordeelEr is in 2020 (over 2019) in totaal € 528 miljoen uitgekeerd aan ruim 97.000 werkgevers en circa 453.000 werknemers. Dit is € 23,9 miljoen meer dan waar rekening mee is gehouden ten tijde van de begrotingsopstelling. Dit komt doordat er meer banen onder het LIV vielen dan verwacht. Met ingang van 2020 (uitbetaling in 2021) is de tegemoetkoming voor werkgevers per werknemer met een uurloon tussen de 100 en 125% van het minimumloon € 0,51 per uur en maximaal € 1.000 per kalenderjaar.MinimumjeugdloonvoordeelDe uitgaven aan het minimumjeugdloonvoordeel zijn € 19,4 miljoen lager dan in de begroting is opgenomen. Dit komt doordat er minder banen onder de regeling vielen dan verwacht. Er is in 2020 (over 2019) in totaal € 63,3 miljoen uitgekeerd aan ruim 72.000 werkgevers en ruim 290.000 werknemers.LoonkostenvoordelenEr is in 2020 (over 2019) in totaal € 150,8 miljoen uitgekeerd. Dit is € 71,2 miljoen lager dan begroot. Dit komt doordat het gebruik van de LKV’s achterbleef bij de verwachting. Onder het LKV vielen ruim 16.000 werkgevers onder LKV ouderen, circa 8.000 onder LKV Arbeidsgehandi­capten, ruim 600 onder het LKV Herplaatsing Arbeidsgehandicapten en circa 9.000 onder het LKV Doelgroep Banenafspraak en scholingsbelem­merden. Bij de LKV's waren in 2020 89.000 werknemers betrokken.Transitievergoeding na 2 jaar ziekteDe uitgaven komen hoger uit dan destijds verwacht. Het grootste deel van deze hogere uitgaven heeft betrekking op het terugwerkende krachtgedeelte van de regeling (periode juli 2015 – april 2020). De hogere uitgaven worden met name verklaard doordat het gemiddelde dienstverband bij ontslag en daarmee de gemiddelde hoogte van de gecompenseerde transitievergoe­dingen aanzienlijk hoger was dan bij het opstellen van de begroting 2020 werd verwacht.SubsidiesIn 2020 is voor € 13,25 miljard aan subsidies verstrekt. De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) heeft hierin met € 13,18 miljard verreweg het grootste aandeel. In 2020 is € 13,18 miljard aan UWV beschikbaar gesteld voor de bevoorschotting van de NOW. In totaal is voor de Compensatieregeling Loonkosten en Inkomensverlies Caribisch Nederland in 2020 € 28,74 miljoen gerealiseerd. Voor de crisisgerelateerde subsidieregeling Nederland leert door is in 2020 € 14,4 miljoen uitgegeven en het totale resultaat van de Tijdelijke Overbruggingsmaatregel voor Flexibele Arbeidskrachten (Tofa) is in 2020 uitgekomen op € 20,1 miljoen.De uitgaven van de subsidieregeling Duurzame inzetbaarheid en Leven Lang Ontwikkelen kwamen lager uit dan begroot. Dit hangt samen met een kasschuif van € 4 miljoen naar latere jaren. Hiernaast is budget overgeboekt naar het opdrachtenbudget voor voorlichtingcampagnes, is er apparaatsbudget beschikbaar gesteld voor personele inzet maatwerk pensioen en duurzame inzetbaarheid en is budget beschikbaar gesteld voor de ondersteuning en het voorzien in goede informatievoorziening/expertise op het gebied van praktijkleren. Dit heeft te maken met de looptijd van de initiatieven. Deze is vaak ongeveer een jaar of langer.46Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Voor de subsidieregeling SLIM is via een kasschuif € 47 miljoen naar toekomstige jaren geschoven. Tevens is er budget overgeboekt naar UVB voor de uitvoeringskosten. Een reservering voor vaststellingen is niet tot besteding gekomen omdat er geen vaststellingsverzoeken zijn ontvangen.In 2020 is € 0,14 miljoen besteed aan de tijdelijke Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden (MDIEU). In de begroting waren hier nog geen kosten voor gereserveerd. De regeling is begin 2021 gestart. In 2020 zijn enkele voorbereidingskosten gemaakt.Een aantal begrote subsidies die onder de post overige subsidies algemeen vallen op het werkterrein van gezond en veilig werken, is als gevolg van de coronacrisis in vertraging gekomen en gedeeltelijk doorgeschoven naar 2021.OpdrachtenIn totaal is in 2020 € 14,4 miljoen besteed aan opdrachten. Dit is circa € 2,5 miljoen meer dan begroot. Van dit budget is een deel overgeboekt naar andere artikelonderdelen en vakdepartementen. Een aantal campagnes en voorlichtingsactiviteiten is vertraagd als gevolg van de coronacrisis, bijvoor­beeld de campagne arbeid en zorg en communicatie rondom de SLIM-regeling. Op het terrein van gezond en veilig werken heeft een aantal extra opdrachten plaatsgevonden.BekostigingHet budget voor bekostiging laat een onderschrijding zien van € 0,5 miljoen. Budget dat beschikbaar was voor de voortzetting van de subsidie Diversiteit in Bedrijf is overgeboekt naar Subsidies Algemeen artikel 1.Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukkenHet Ministerie van SZW heeft in 2020 een bijdrage geleverd aan de begroting van het Ministerie van VWS voor de kosten van de Gezond­heidsraad en Vitaal bedrijf. De geplande bijdrage aan het Ministerie van EZK van € 0,1 miljoen voor het College voor de toelating van gewasbescher­mingsmiddelen en biociden (Ctgb) is niet doorgegaan.Bijdrage aan agentschappenHet Ministerie van SZW levert jaarlijks een bijdrage aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De bijdrage is in 2020 € 0,9 miljoen hoger uitgevallen door additionele opdrachten voor de Kwaliteitstafel, Asbest VIP en inzet expertise COVID-19.OntvangstenDe ontvangsten op dit beleidsartikel komen € 12,8 miljoen lager uit dan oorspronkelijk begroot. Dit komt met name doordat de boeteontvangsten van de Inspectie SZW met € 9,9 miljoen € 14,1 miljoen lager waren dan verwacht. Door een budgetneutrale herschikking binnen de Begroting SZW zijn de ontvangsten uit eigen bijdragen van werknemers voor aanpassingen aan dienstauto’s en de verkoop van dienstauto’s aan de leasemaatschappij overgeheveld van artikel 98 naar dit artikel. Hierdoor zijn de ontvangsten € 1,3 miljoen hoger dan bij de ontwerpbegroting geraamd.Lagere boeteontvangsten zijn hoofdzakelijk het gevolg van dat het aandeel reactieve inspecties gemiddeld over het gehele kalenderjaar relatief hoog blijft. Reactieve inspecties kosten meer tijd, waardoor er minder inspecties plaatsvinden en er minder boetes worden opgelegd.47Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 De raming van de boeteontvangsten van de Inspectie SZW is met aanzien­lijke onzekerheid omgeven. Zij hangen onder andere af van het type en aantal bedrijven dat wordt bezocht en wat er wordt waargenomen bij deze inspecties. Overigens zijn de boeteontvangsten niet taakstellend voor de Inspectie SZW, waardoor niet wordt gestuurd op het behalen van de geraamde boeteontvangsten. De Inspectie stuurt uiteraard wel op het innen van de opgelegde boetes.KerncijfersArbeidsmarktDe uitgangspositie voor de coronacrisis was erg gunstig: het aantal werkenden lag op recordhoogte en het aantal werklozen was historisch laag. De arbeidsmarkt is door de coronacrisis in 2020 verslechterd, alhoewel dit slechts beperkt in de cijfers terugkomt. Het aantal werkenden ligt ongeveer op hetzelfde niveau van 2019 en het aantal werklozen is maar met ongeveer 40 duizend toegenomen.2020 was een woelig jaar voor de arbeidsmarkt. Aan het begin van de coronacrisis daalde het aantal werkenden en steeg de werkloosheid rap. Tegelijkertijd had de verslechtering groter kunnen zijn. Al met al is de schade aan de arbeidsmarkt vanwege het omvangrijke steun- en herstelpakket beperkt gebleven. In de loop van het jaar trok de arbeidsmarkt weer aan. Het aantal werkenden nam van het hoogtepunt in februari (9.057 duizend) af tot 8.856 duizend in mei. Hierna steeg het aantal werkenden weer. In december (8.979 duizend) was de krimp in het aantal werkenden voor meer dan de helft hersteld. De werkloosheid liep van 2,9% in februari en maart op naar het hoogtepunt in augustus (4,6%). Daarna nam de werkloosheid af naar 3,9% in december. Tezamen met een gunstige uitgangspositie vanuit de eerste drie maanden van 2020, is het resultaat dat de jaargemiddelden relatief weinig afwijken van 2019.Volgens het CPB en UWV is de impact van corona op de arbeidsmarkt vooral zichtbaar in het aantal gewerkte uren per persoon. Dat reageerde namelijk sterker dan de bovengenoemde indicatoren op de situatie in de economie. Het aantal gewerkte uren lag aan het einde van het tweede kwartaal 7,7% lager dan in het vierde kwartaal van 2020. Na een stijging van 5% in het derde kwartaal, nam het aantal gewerkte uren met 1,2% af in het vierde kwartaal. Het aantal gewerkte uren is in totaal 4,3% afgenomen ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019Tabel 13 Kerncijfers ArbeidsmarktRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Beroepsbevolking (x 1.000)8.9429.0179.1259.2679.308Werkzame beroepsbevolking (x 1.000)8.4038.5798.7748.9538.951Werkloze beroepsbevolking (x 1.000)539438350314357Werkloosheidspercentage6,04,93,83,43,815 tot 25 jaar (jeugdwerkloosheid)10,88,97,26,79,125 tot 45 jaar4,63,72,82,83,345 tot 75 jaar5,64,43,62,72,4Bron: CBS, Statline.Tegelijkertijd zien we dat de crisis de ene groep harder treft dan de andere groep. Zo is de jeugdwerkloosheid in 2020 fors gestegen, terwijl de werkloosheid onder de groep 45-75 is gedaald. Dat jongeren sterk geraakt 48Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 zijn heeft te maken met de sectoren waarin zij doorgaans werken en de contracten op basis waarvan zij dat doen. Jongeren werken namelijk relatief vaak in sectoren die hard geraakt zijn, zoals de horeca. Daarnaast hebben jongeren vaak flexibele contracten. In onderstaande tabel is te zien dat het aantal flexibele contracten in 2020 is gedaald. Hieruit blijkt ook dat het vooral laagopgeleiden zijn die geraakt zijn door de coronacrisis.Sinds de coronacrisis is het aandeel vaste contracten en zelfstandigen (verder) opgelopen en er is sprake van een (verdere) afname in het aantal flexibele contracten. Dat is ook te zien in onderstaande tabel. In hoeverre deze ontwikkeling een gevolg is van de coronacrisis of een effect van de Wet arbeidsmarkt in balans is nog niet duidelijk. De ontwikkeling ligt in lijn met de voorgaande jaren. De arbeidsmarkt was voor de coronacrisis historisch gezien erg krap: er waren relatief veel vacatures. Werkgevers waren dan ook naarstig op zoek naar personeel. Inmiddels is de situatie op de arbeidsmarkt veranderd. Het is ingewikkeld de verschillende effecten te onderscheiden. Een gedegen evaluatie is nodig, al is ook dan te verwachten dat niet alle effecten uit elkaar zijn te halen.Tabel 14 Kerncijfers Werkzame beroepsbevolking, aandeel contractvorm naar opleidingsniveauVaste arbeids­relatieFlexibele arbeidsrelatieZelfstandigenTotaalLaag (x 1.000)20189176272391.78320199236302391.79220208965312281.655Midden (x 1.000)20182.1738085623.54320192.2487845483.58020202.2546955673.517Hoog (x 1.000)20182.2025116283.34120192.3154816633.45920202.4854667093.660Totaal (x 1.000)120185.2921.9461.4298.66720195.4861.8951.4508.83120205.6351.6921.5048.8321Deze totaaltelling is exclusief het aantal werknemers waarvan het opleidingsniveau onbekend is.Bron: CBS, Statline.Gezond en veilig werkenHet ziekteverzuim is licht gestegen (van 4,4 naar 4,7). Het aantal incidenten met gevaarlijke stoffen, wat meerjarig schommelt tussen 3 en 6, is in 2020 fors gedaald. Er zijn in 2020 geen incidenten met gevaarlijke stoffen gemeld.49Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 15 Kerncijfers gezond en veilig werkenRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Werknemers met een arbeidsongeval met ten minste een dag verzuim (%)11,41,61,51,51,2Zelfstandigen met een arbeidsongeval met ten minste een dag verzuim (%)21,1‒1,3‒‒3Ziekteverzuim (%)43,94,04,34,44,7Aantal incidenten met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen563130Naleving zorgplicht Arbowet (%)680,6‒81,481,97‒Werknemers met een volgens henzelf door een arts vastgestelde beroepsziekte (%)83,2‒3,79‒3,2Zelfstandigen met een volgens henzelf door een arts vastgestelde beroepsziekte (%)21,9‒1,8‒‒31CBS/TNO, Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden.2CBS/TNO, Zelfstandigen Enquête Arbeid. Deze enquête wordt tweejaarlijks uitgevoerd.3Ten tijde van het opstellen van het jaarverslag was het cijfer voor 2020 nog niet beschikbaar.4CBS, kwartaalenquête ziekteverzuim.5Inspectie SZW, administratie.6Inspectie SZW, monitor Arbo in bedrijf. In 2019 is de Inspectie SZW met terugwerkende kracht overgestapt op een andere noemer bij de berekening van het nalevingspercentage. Reden hiervoor is dat het CBS in 2019 de statistiek waarop Inspectie SZW de noemer bepaalde aanzienlijk heeft aangepast. Daarom is de Inspectie SZW overgestapt op het gebruik van een betere CBS-statistiek voor berekening van de noemer, wat de Inspectie SZW tot nog toe achterwege liet i.v.m. een dan optredende trendbreuk. Dit heeft beperkte invloed op de hoogte van de percentages en is met terugwerkende kracht tot 2016 herberekend.7Hoewel eerst twee opeenvolgende verslagjaren werden gecombineerd in één tweejaarlijkse publicatie, wordt met ingang van 2019 twee oneven jaren gecombineerd in één publicatie. De volgende publicatie vindt daarom pas plaats in 2022 over de verslagjaren 2019 en 2021. Gezien het nalevingspercentage per jaar berekend kan worden is het nalevingspercentage voor 2019 alsnog opgenomen. Dit cijfer blijkt uit de administratie van de Inspectie SZW.8CBS/TNO, Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden. In deze enquête wordt tweejaarlijks gevraagd naar beroepsziekten.9Dit cijfer is aangepast. Dit komt door een achteraf doorgevoerde wijziging in de manier waarop wordt omgegaan met respondenten die in de vragenlijst hebben aangegeven een ‘andere’ beroepsziekte te hebben.Arbeidsverhoudingen en -voorwaardenDe ontwikkeling van het aantal werknemers dat onder een cao valt hangt samen met het aantal bij SZW aangemelde cao’s in het betreffende onder­zoeksjaar. Dit is afhankelijk van de looptijd van cao’s en kan per jaar verschillen, evenals het aantal werknemers dat onder de aangemelde, lopende cao’s valt.Tussen 2019 en 2020 was er sprake van een afname van het aantal afgegeven tewerkstellingsvergunningen en positieve adviezen voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. Vanwege de corona­maatregelen en de inreisbeperkingen zijn er minder tewerkstellingsvergun­ningen en gecombineerde vergunningen aangevraagd/verleend.Tabel 16 Kerncijfers arbeidsverhoudingen en -voorwaardenRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Aantal werknemers onder cao (x 1.000, ultimo)15.5515.5185.6155.6545.764bij direct aan bedrijfstak- en ondernemingscao's gebonden werkgevers4.7934.7144.7904.8134.873bij door algemeen verbindendverklaring gebonden werkgevers758804825841891Aantal verleende tewerkstellingsvergunningen (twv) (x 1.000, ultimo)27,78,910,113,39,21SZW, administratie. Betreft voorlopige cijfers.2UWV, jaarverslag.HandhavingDe Inspectie SZW is toezichthouder en opsporingsinstantie op het terrein van het Ministerie van SZW. Met haar toezicht draagt de Inspectie SZW bij aan gezond, veilig en eerlijk werk en bestaanszekerheid voor iedereen. Ook werkt de Inspectie SZW op het gebied van pgb- en declaratiefraude als opsporingsorganisatie voor het Ministerie van VWS. Net als de strafrechte­lijke opsporing op het terrein van SZW vinden deze onderzoeken plaats onder gezag van het Openbaar Ministerie.50Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Het kabinet Rutte III heeft in 2018 structureel extra middelen vrijgemaakt voor de handhavingsketen van de Inspectie SZW (oplopend tot € 50 miljoen in 2021). Eind 2018 is dat bedrag aangevuld met een extra € 0,5 miljoen voor de aanpak van arbeidsmarktdiscriminatie bij werving en selectie. Hiermee wordt het belang van handhaving als een randvoorwaarde voor een werkende arbeidsmarkt en een functionerend stelsel van sociale zekerheid bevestigd.Conform de meerjarenprogrammering 2019–2022 en de brief aan de Tweede Kamer over de uitbreiding van de handhavingsketen Inspectie SZW (Kamerstukken II 2018/19, 29 544, nr. 846) worden de middelen in de periode 2019-2022 vooral benut om extra inspecteurs en rechercheurs te werven en overige benodigde disciplines overeenkomstig te laten groeien. De extra capaciteit wordt ingezet op de thema’s waarop de komende jaren prioriteit ligt: de bevordering van eerlijk werk, waaronder het voorkomen van arbeidsuitbuiting en onderbetaling, de borging van de procesveiligheid en bestrijding van acute en chronische blootstellingrisico’s aan gevaarlijke stoffen bij zowel Brzo bedrijven als overige (chemische) bedrijven. Ook zal de extra capaciteit bijdragen aan het herstellen van de balans tussen ongevalsonderzoeken en preventieve inspecties op het terrein van gezond en veilig werken. Ten slotte wordt intensiever ingezet op de aanpak van arbeids(markt)discriminatie.Nederland wordt door de uitbraak van het coronavirus en de daarmee verband houdende overheidsmaatregelen geconfronteerd met buiten­gewone omstandigheden die een enorme impact hebben op het maatschappelijk leven in het algemeen en die ook ingrijpende gevolgen hebben voor de arbeidsmarkt en daarmee voor het werkterrein en de werkwijze van de Inspectie SZW. De Inspectie SZW heeft haar jaarplanning voor 2020 hierop aangepast. De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd (Kamerstukken II 2019/20, 35 300 XV, nr. 96).In grote lijnen betreft het de keuze om voor het thema corona in bedrijven actief meldingen op te pakken en informatie uit te vragen en te volgen. Daarnaast is invulling gegeven aan de aanbevelingen van het aanjaagteam arbeidsmigranten (zie de brief van de minister van SZW «Eerste aanbeve­lingen Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten», 11 juni 2020) en zijn corona kennisrapporten gepubliceerd (Kamerstukken II 2020/2021, 29 861 nr. 54).De Inspectie SZW organiseert haar activiteiten in 17 programma’s, overeen­komstig de meerjarenprogrammering. In deze programma’s wordt gewerkt met een mix aan interventies. In de uitvoering wordt de samenwerking gezocht met relevante publieke en private partners in de handhavingsketen. Dit alles gericht op maximaal maatschappelijk effect. De resultaten en effecten die in 2020 zijn bereikt beschrijft de Inspectie SZW in haar jaarverslag 2020. Hierbij zal ook inzicht gegeven worden in die activiteiten die als gevolg van de aanpassingen in de jaarplanning niet zijn doorgegaan.Inspectie Control FrameworkNaast het benoemen van de resultaten en effecten van de toezichtpro­gramma’s, hanteert de Inspectie SZW een set indicatoren zoals opgenomen in tabel 17. Deze indicatoren geven op hoofdlijnen de ontwikkelingen van de in het Inspectie Control Framework (ICF) genoemde punten weer en de bijdrage van de Inspectie SZW aan de realisatie van maatschappelijk effect. De aanpassing in de jaarplanning heeft gevolgen gehad voor de realisatie van de indicatoren zoals opgenomen in tabel 17.51Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 In het jaarplan 2020 was ten aanzien van de indicator ‘actief/reactief’ reeds voorzien dat het tempo van de personeelsuitbreiding niet zodanig was dat over het gehele jaar 2020 de beoogde verhouding van 50/50 capaciteitsinzet op actief/reactief zou worden bereikt. Beoogd werd in het jaarplan deze verhouding aan het einde van 2020 te behalen en daarop aan te sturen. In de bijstelling van het jaarplan werd dit doel niet gewijzigd. Wel werd aangegeven dat de invloed van corona op de indicatoren zou worden bezien.Ten aanzien van de coronameldingen die vanaf begin maart 2020 begonnen op te lopen, deed zich de volgende paradox voor. Indien het opvolgen van deze meldingen als een reactieve werksoort wordt geteld , brengt dit het doel van 50/50 balans verder weg. Dat zou dan logischerwijs ertoe moeten leiden om aan corona zo weinig mogelijk capaciteit en inzet te besteden. Terwijl het, en dat is de paradox, maatschappelijk gezien juist wenselijk was wél actief opvolging aan meldingen te geven en daarmee in te zetten op preventie van besmettingsrisico’s. Inhoudelijk wijkt de corona aanpak daarmee overigens ook af van reactief werk zoals ongevalsonderzoek dat, naast preventie van toekomstige ongevallen, met name waarheidsvinding en handhaving naar aanleiding van zich reeds voltrokken feiten betreft.Om dat paradoxale effect te vermijden, is de inzet op coronameldingen op het vlak van gezond en veilig werk als een actieve, op preventie gerichte werksoort beschouwd. Zodat een voor dat corona-effect geschoonde indicator kon worden gebruikt waarmee zoveel mogelijk zicht wordt gehouden op de gewenste ontwikkeling van de capaciteitsinzet én daarop te kunnen blijven sturen zoals in het oorspronkelijke jaarplan beoogd. Onderstaand is inzichtelijk gemaakt welke effecten coronameldingen op de indicator actief/reactief kunnen hebben:•verhouding actief/reactief volgens de gehanteerde stuurindicator (realisatie eind 2020, coronameldingen meegeteld als actief): 44/56•verhouding actief/reactief (realisatie eind 2020, coronameldingen meegeteld als reactief): 40/60•verhouding actief/reactief (realisatie gemiddeld 2020, coronameldingen meegeteld als actief): 32/68•verhouding actief/reactief (realisatie gemiddeld 2020, coronameldingen meegeteld als reactief): 29/71De capaciteitsinzet op coronameldingen was circa 4% van de inzet op het terrein van gezond en veilig werk aan het eind van het jaar en gemiddeld 3% over heel 2020. Dit is relatief bescheiden, maar het betreft ook alleen het onderdeel meldingen. Bedacht moet worden dat met een deel van de ‘actieve capaciteit’ specifiek op corona gerichte projecten zijn uitgevoerd, zoals bij slachterijen, visverwerking, overige Food, Agrarisch en groen en distributiecentra. Inclusief die werkzaamheden is naar schatting circa 9% van de actieve inzet gezond en veilig werk specifiek op corona gericht geweest.Alle verhoudingsgetallen in de tabel laten zien dat de gewenste ontwik­keling naar balans van capaciteitsinzet actief/reactief nog niet wordt bereikt. Alle maatstaven bewegen wel in de goede richting, in vergelijking tot de realisatie eind 2019.Ook aan het einde van 2020 kwam de voor corona geschoonde indicator nog niet uit op de 50/50. De drie belangrijkste oorzaken hiervoor zijn:52Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 •dat het personeelsverloop hoger was dan geraamd. Dit leidt wel tot bijstelling naar boven van de benodigde werving in 2021, maar het drukt in de tussentijd (2020 en 2021) de totaal inzetbare capaciteit op het vlak van gezond en veilig werk. De capaciteitsversterking die in 2020 heeft plaatsgevonden en die nog in 2021 plaatsvindt, is nodig om de komende jaren de beoogde balans te bereiken en vast te houden;•de invloed van corona op de mogelijkheid om actieve inspecties te doen. Door de lock-down zijn aan het einde van 2020 actieve inspecties uitgesteld als dat kon, zoals voor monitoringdoeleinden. In die periode is juist extra gewerkt aan het onderhanden werk reactief;•een nog niet goed te duiden invloed op de capaciteitsinzet gaat uit van de latere invoering van de gedifferentieerde aanpak ongevalsonderzoek (GAO). Deze was voorzien in maart, maar is door corona per oktober 2020 ingevoerd. Het effect hiervan - tijdelijk of meer structureel - op capaci­teitsinzet is nog niet helder. Dit wordt in de evaluatie die plaatsvindt over de GAO onderzocht.In 2020 heeft de Inspectie SZW in vrijwel alle gevallen deelgenomen aan de gezamenlijke Brzo-inspecties. Op de gebieden informatie gestuurd werken en de inspectiedekking eerlijk werk zijn de nodige stappen gezet, zodat de beoogde doelstellingen in 2023 worden gerealiseerd.CapaciteitsinzetDe kerncijfers ‘Capaciteitsinzet’ geven weer hoe de beschikbare capaciteit is verdeeld over de diverse domeinen. Er is een wervingsmodel opgesteld waardoor de komende jaren de capaciteitsinzet groeit naar de gewenste inzet op de diverse domeinen.EffectEen indicatie op het behalen van het beoogde maatschappelijk effect is de informatie over het handhavingspercentage. Het handhavingspercentage bij eerste inspectie biedt inzicht in de mate waarin de Inspectie SZW erin slaagt risicogericht te inspecteren, dus om werkgevers te bezoeken die de regels overtreden. Dit is voldoende het geval als bij meer dan de helft bij eerste inspectie bezochte bedrijven sprake is van het overtreden van de wet. Het handhavingspercentage bij herinspectie zegt iets over de mate waarin de Inspectie SZW erin slaagt om een gedragsverandering te realiseren bij werkgevers die de regels niet naleven.De handhavingspercentages eerste inspectie op de domeinen Gezond en Veilig en Eerlijk laten een lagere realisatie zien dan beoogd. Voor een groot gedeelte is dit het gevolg van de wijze van werken gedurende de corona­crisis, zoals het oppakken van coronameldingen, minder vaak ter plekke inspecteren en inzetten van alternatieve, telefonische interventies. Er is zeker geïntervenieerd bij werkgevers en werkgevers namen maatregelen om gezonder en veiliger te werken. Hiervoor zijn vaak andere gedragsinter­venties dan handhaving ingezet. Een nadere duiding zal worden opgenomen in het jaarverslag 2020 van de Inspectie SZW.53Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 17 Inspectie SZW: Inspectie Control Framework, capaciteitsinzet en effectRealisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Raming 2020Verschil 2020Inspectie Control FrameworkVerhouding actief/reactief in Gezond en Veilig (excl. Brzo; %)24:7625:7544:56150:50‒ 6:6Deelname Inspectie SZW aan gezamenlijke Brzo-inspecties (%)5670298>9003Niveau informatiegestuurd werken (schaal 0-5)4‒‒‒‒5‒Inspectiedekking Eerlijk werk (%)6‒‒‒‒5‒Capaciteitsinzet7Gezond en Veilig ( %)4184239‒5‒Gevaarlijke Stoffen (%)9111314‒5‒Arbeidsdiscriminatie (%)10233‒5‒Eerlijk (%)434042‒5‒Werk en Inkomen (%)322‒5‒EffectHandhavingspercentage eerste inspectie Gezond en Veilig (excl. Brzo)57461133>50‒ 17Handhavingspercentage herinspectie Gezond en Veilig (excl. Brzo)12161120<5003Handhavingspercentage Brzo1247431141401Handhavingspercentage eerste inspectie Eerlijk52471149>50‒ 1Handhavingspercentage herinspectie Eerlijk27421142<50031In 2018 en 2019 betreft de realisatie het jaargemiddelde. In 2020 betreft het realisatiecijfer de realisatie eind 2020. Coronameldingen zijn als ‘actief’ meegenomen. Dit wordt nader toegelicht in de tekst.2De definitie van dit kerncijfer is met ingang van 2019 gelijk getrokken met de definitie zoals deze wordt gehanteerd in de rapportage van de Brzo partners. In het jaarverslag van de Inspectie SZW over 2019 is dit toegelicht.3Het verschil is aangegeven met 0, aangezien de realisatie binnen de raming valt.4Definitie niveau 2: «Interne informatie wordt gestructureerd verzameld in de eigen organisatie en informatie geeft antwoord op wat het probleem is». Definitie niveau 3: «Interne en externe informatie wordt gestructureerd verzameld en geanalyseerd. Informatie heeft een sturende rol». Een implementatieplan is opgesteld om in stappen van activiteiten in 2023 niveau 3 te bereiken. In de tussenliggende jaren is de realisatie niet uit te drukken in een realisatiecijfer. In het jaarverslag Inspectie SZW wordt ingegaan op de uitgevoerde activiteiten om het doel in 2023 te realiseren.5De Inspectie heeft voor de tussenliggende jaren geen tussentijdse doelen geformuleerd. De uitbreiding richt zich op doelen in 2020 of 2023. Voor de tussenliggende jaren zijn geen betekenisvolle doelen mogelijk.6Dit betreft het aandeel van alle bedrijven waar oneerlijk werk een potentieel risico is en waar de Inspectie SZW toezicht heeft gehouden. Voor 2018, 2019 en 2020 is geen realisatie beschikbaar. Het kerncijfer is geconcretiseerd voor 2020, waarbij naast inspecties ook het bereik van andere interventies wordt meegenomen. In haar Jaarverslag 2020 zal de Inspectie SZW over de stand van zaken rapporteren.7Betreft alleen de capaciteitsinzet in de programma's.8In verband met het toevoegen van de categorie «Arbeidsdiscriminatie» onder capaciteitsinzet (in lijn met het jaarverslag van de Inspectie SZW) is het realisatiecijfer 2018 herberekend. De capaciteitsinzet «arbeidsdiscriminatie» viel bij de eerdere indeling onder 'Gezond en Veilig'.9Dit realisatiecijfer betreft zowel de inzet op Brzo-bedrijven als de inzet op gevaarlijke stoffen. Beide onderwerpen worden opgepakt in het programma Bedrijven met Gevaarlijke Stoffen (BmGS).10Aangezien het jaarverslag van de Inspectie SZW vijf categorieën hanteert, zijn daarom (in lijn met het jaarverslag van de Inspectie SZW) de realisatiecijfers 2018 en 2019 toegevoegd. Deze wijziging is gedaan om de inzet op arbeidsdiscriminatie apart zichtbaar te maken.11In 2019 is sprake geweest van een wijziging in het registratiesysteem. Dit heeft tot gevolg dat de berekening van het handhavingspercentage vanaf 2019 is gewijzigd. Dit heeft een beperkte invloed op de hoogte van het percentage.12Bij het inspecteren van Brzo-bedrijven bestaat er geen onderscheid tussen eerste inspecties en herinspecties. De werkwijze is dat de Inspectie SZW blijft inspecteren totdat een onvolkomenheid of overtreding is opgeheven.54Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 4.2 Artikel 2 Bijstand, Participatiewet en ToeslagenwetA. Algemene doelstellingDe overheid ondersteunt bij het vinden van werk en biedt inkomensonder­steuning en aangepaste arbeid aan hen die dat nodig hebben. Wie kan werken, moet dat ook doen. Dit is in de eerste plaats in het belang van de betrokkene zelf: werk zorgt voor economische en financiële zelfstan­digheid, draagt bij aan het gevoel van eigenwaarde en biedt kansen om volop mee te doen in de samenleving. De overheid streeft naar een transparant en activerend sociaal zekerheidsstelsel dat mensen enerzijds ondersteunt en prikkelt om (weer) aan het werk te gaan als dat kan en dat hen anderzijds de zekerheid biedt van een adequaat vangnet als dat echt nodig is.Mensen hebben de verantwoordelijkheid om in het eigen inkomen te voorzien en nemen daartoe zelf het initiatief. Alleen als het vinden van werk op eigen kracht niet lukt, helpt de overheid hierbij door ondersteuning bij re-integratie of beschut werk aan te bieden. Aan mensen die (tijdelijk) niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien biedt de overheid een sociaal vangnet in de vorm van bijstand. Daarbij streeft de overheid ernaar om het aantal loketten waar uitkeringsgerechtigden mee te maken hebben te beperken.De overheid biedt inwoners van Caribisch Nederland waar nodig re-integra­tieondersteuning en inkomensondersteuning op grond van de Onder­standsregeling.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister heeft een systeemverantwoordelijkheid. In dit kader stimuleert de Minister het vinden van werk door middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten ten behoeve van re-integratie-inspanningen, sociale werkvoor­ziening en loonkostensubsidies, en financiert hij de inkomensonder­steuning en de loonkostensubsidies.De Minister is verantwoordelijk voor:–de vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;–de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstandsniveaus;–het ter beschikking stellen aan en verdelen van middelen onder gemeenten voor de inkomensvoorziening en de loonkostensubsidies vanuit de Participatiewet, waarin begrepen zijn de IOAW, IOAZ en algemene bijstand voor zelfstandigen;–het ter beschikking stellen aan en verdelen van middelen onder gemeenten voor de uitvoering van het Besluit bijstandverlening zelfstan­digen 2004;–het houden van systeemtoezicht; het toepassen van interbestuurlijke toezichtinstrumenten indien de medeoverheden op ernstige wijze onrechtmatig handelen of nalaten rechtmatig te handelen. Het verzamelen van informatie om op landelijk geaggregeerd niveau te kunnen beoordelen of het systeem werkt, en zo niet, wanneer en in welke vorm aanpassingen van dat systeem wenselijk zijn;55Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 –de budgetmutaties en de extrapolatie van de meerjarenraming van het in de integratie-uitkering sociaal domein opgenomen SZW-aandeel en de verdeling daarvan die aansluit bij de gedecentraliseerde taak;–de sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door de SVB (AIO, bijstand buitenland) en UWV (TW);–de organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).Het Rijk verschaft gemeenten middelen voor de uitvoering en geeft de wet- en regelgeving vorm waarbinnen deze uitvoering plaatsvindt. Binnen deze wettelijke kaders hebben gemeenten beleidsvrijheid om maatwerk te bieden waarmee participatie zo optimaal mogelijk wordt ondersteund. Het Rijk stelt een toereikend macrobudget aan de gemeenten beschikbaar om loonkostensubsidies en bijstandsuitkeringen te betalen. Dit budget wordt zoveel mogelijk op basis van objectieve factoren onder de gemeenten verdeeld. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de rechtmatige en doeltref­fende uitvoering van de Participatiewet en aan genoemde wet verwante wetten en voorzieningen. Gemeenten zijn hiermee onder meer verantwoor­delijk voor de handhaving van de naleving van verplichtingen door personen die een beroep doen op deze wetten. Bij ernstig onrechtmatig handelen of nalaten rechtmatig te handelen in de gemeentelijke uitvoering van de Participatiewet kan de Minister een aanwijzing geven aan een college, overgaan tot het optreden namens een nalatige gemeente dan wel een besluit tot vernietiging door de Kroon voordragen. De interbestuurlijke interventie heeft geen betrekking op de doelmatigheid en de doeltref­fendheid van de uitvoering, welke een louter gemeentelijke aangelegenheid zijn.C. BeleidsconclusiesBreed OffensiefOm de arbeidskansen van mensen met een beperking te vergroten heeft het kabinet een breed offensief gelanceerd (Kamerstukken II 2018/19, 34 352, nr. 115, nr. 138, nr. 163). Het breed offensief bevat verschillende maatregelen die ervoor moeten zorgen dat meer mensen met een beperking aan het werk komen en blijven. Belangrijke onderdelen zijn het vereenvou­digen van de inzet van het instrument loonkostensubsidie, het bevorderen van ondersteuning op maat, en het werken lonender maken voor mensen met een beperking. Voor een aantal van de voorstellen is wetswijziging noodzakelijk. Het daartoe strekkende wetsvoorstel tot wijziging van de Participatiewet (uitvoeren Breed Offensief) is op 13 februari 2020 bij de Tweede Kamer ingediend (Kamerstukken II 2019/20, 35 394, nr. 2). Op 11 juni 2020 is de Nota naar aanleiding van het verslag naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2019/20, 35 394, nr. 8). De wetsbehandeling is een aantal keren uitgesteld. De Tweede Kamer heeft inmiddels besloten dat de wetsbehandeling na de verkiezingen plaatsvindt.In verband met het voorstel om een gedeelte van de inkomsten van mensen die in deeltijd met loonkostensubsidie werken en nog aanvullende bijstand ontvangen vrij te laten bij de middelentoets, is structureel € 40 miljoen toegevoegd aan het macrobudget voor participatiewetuitkeringen. Voor de overige voorstellen uit het breed offensief is incidenteel € 53 miljoen beschikbaar gesteld. Hiervan is reeds € 22 miljoen ingezet voor maatregelen uit het wetsvoorstel. De bestemming van de resterende middelen wordt momenteel met gemeenten besproken om tot een doelmatige besteding te komen.56Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Wet Banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten (resultaten vijfmeting)De banenafspraak uit het Sociaal Akkoord van 2013 heeft tot doel om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen bij reguliere werkgevers. Het kabinet heeft met de sociale partners afgesproken eind 2025 125.000 extra banen voor de doelgroep te creëren. De opgave voor markt en overheid samen voor 2019 was om 55.000 extra banen te realiseren ten opzichte van de nulmeting; 40.000 in de sector markt en 15.000 in de sector overheid. De doelstelling van 55.000 banen is met 61.615 extra banen ruim gehaald (Kamerstukken II 2019/20, 34 352, nr. 196). Met 51.829 banen heeft de sector markt de doelstelling van 40.000 banen ruim overtroffen. De overheidswerkgevers hebben het afgesproken aantal banen voor 2019 niet gehaald. Ten opzichte van de nulmeting heeft de sector overheid 9.786 extra banen gerealiseerd. Het resultaat van de sector overheid over 2019 geeft dus geen aanleiding om de geactiveerde quotumregeling voor de overheid te deactiveren. In juli zal de Tweede Kamer geïnformeerd worden over de realisatiecijfers van 2020.De Staatssecretaris van SZW heeft in november 2018 (Kamerstukken II 2018/19, 34 352, nr. 137) als onderdeel van het Breed Offensief een vereen­voudiging van de Wet banenafspraak aangekondigd. In juli 2019 (Kamer­stukken II 2018/19, 34 352, nr. 168) heeft de Staatssecretaris de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitwerking van de vereenvoudiging. Het wetsvoorstel voor de vereenvoudiging wordt naar verwachting in de loop van 2021 aan de Tweede Kamer aangeboden. Gevolg gevend aan de uitvoering van de motie Nijkerken-de Haan c.s. (Kamerstukken II 2018/19, 34 352, nr. 126) heeft de Staatssecretaris anticiperend op deze vereenvoudiging met het wetsvoorstel deactivering en uitstel quotumheffing het opleggen van de quotumheffing opgeschort tot uiterlijk 1 januari 2022. Deze wet is vanaf 1 januari 2020 in werking getreden (Stb. 2019, 440).De coronacrisis brengt voor veel werkenden het risico van werkloosheid met zich mee. Er zijn groepen en sectoren op de arbeidsmarkt met een groter risico om hard geraakt te worden door de crisis dan anderen, bijvoorbeeld mensen met een arbeidsbeperking. Het kabinet heeft daarom als onderdeel van het steun- en herstelpakket in totaal € 36 miljoen beschikbaar gesteld in 2020, 2021 en 2022 voor mensen uit de doelgroep banenafspraak (Kamer­stukken II 2019/20, 35 420, nr. 105). Het gaat voor 2020 om € 2 miljoen, voor 2021 om € 21 miljoen en voor 2022 om € 13 miljoen. Met dit geld kunnen mensen van werk naar werk worden begeleid en, als dat niet mogelijk blijkt te zijn, zoveel mogelijk werkfit gehouden. De uitwerking vindt plaats in overleg met betrokken partijen.Tabel 18 Indicatoren banenafspraakRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 20191Realisatie 20202Streefwaarde 20203Cumulatief aantal extra banen arbeidsbeperkten marktsector t.o.v. nulmeting op 1-1-201318.95730.43244.01751.829‒50.000Cumulatief aantal extra banen arbeidsbeperkten overheidssector t.o.v. nulmeting op 1-1-20133.5976.4717.9409.786‒17.5001Berekening SZW op basis van metingen UWV.2Realisatiecijfers komen in juni 2021 beschikbaar en worden opgenomen in de begroting van 2022.3Streefwaarden afkomstig uit memorie van toelichting bij de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten, Tweede Kamer, 2013–2014, 33 981, nr. 3, aantal te realiseren banen voor beoordeling activering quotumheffing.Armoede en schuldenOp 15 juni 2020 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang en de resultaten van de brede schuldenaanpak (Kamerstukken II 2019/20, 24 515, nr. 533). Die aanpak is gericht op preventie en 57Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 vroegsignalering van schulden, ontzorgen en realiseren van een maatschappelijk verantwoorde incasso. Het jaar heeft onverminderd in het teken gestaan van wetgeving en het uitvoeren en verder uitwerken van de plannen en maatregelen. Voor zowel de wijziging van de Wet gemeen­telijke schuldhulpverlening, waarmee het vroegtijdig signaleren van schul­denproblematiek een wettelijke basis krijgt, en de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet, die het bestaansminimum van mensen met schulden beter borgt, is het mogelijk gemaakt om deze op 1 januari 2021 in werking te laten treden. Beide wetten zijn gezien de verwachte toename van mensen met problematische schulden van extra waarde. Het is mede daarom dat het kabinet, hoewel nog niet alle betrokken partijen de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet per 1 januari volledig kunnen uitvoeren, toch tot invoering van deze wet is overgegaan. Er is een korte overgangstermijn geboden om alsnog de implementatie verantwoord te kunnen afronden (Kamerstukken II 2019/20, 24 515, nr. 532). De parlementaire behandeling van de wetgeving gericht op verbreding van het beslagregister (wetsvoorstel stroomlijning keten voor derdenbeslag) zal naar verwachting in 2021 plaatsvinden.Het kabinet heeft bij de aanpak van armoede bijzondere aandacht voor de positie van kinderen. In 2019 heeft het kabinet in samenwerking met de VNG vier ambities kinderarmoede geformuleerd (Kamerstukken II 2018/19, 24 515, nr. 484). Deze zijn erop gericht dat ieder kind in een gezin met een laag inkomen kan meedoen; op een daling van het aantal huishoudens met kinderen met een laag inkomen; op het bieden van inzicht in kansarmoede onder kinderen; en op het verzamelen en delen van goede voorbeelden. De ambities zijn in 2020 nader uitgewerkt. In lijn met de duurzame ontwikkelingsdoelen streeft het kabinet naar een afname van het aantal kinderen in armoede van 9,2 procent in 2015 naar 4,6 procent in 2030 (Kamerstukken II 2019/20, 24 515, nr. 494). Het kabinet zal elke twee jaar over de voortgang van de ambities rapporteren.Verder zet het kabinet zich, samen met gemeenten en maatschappelijke organisaties, ervoor in dat mensen die het financieel moeilijk hebben niet nog verder in de financiële problemen komen als gevolg van de corona-uitbraak. Het kabinet heeft in het licht van de coronacrisis een aantal extra tijdelijke maatregelen genomen, zoals noodsteun aan de voedselbanken en afspraken dat in principe geen uithuiszettingen plaatsvinden (Kamerstukken II 2019/20, 35 415, nr. 11).De verwachting is desondanks dat het aantal mensen met problematische schulden en met een risico op armoede zal toenemen. Voor de aanpak hiervan heeft het kabinet in het kader van het steun- en herstelpakket in totaal € 146 miljoen beschikbaar gesteld in 2020, 2021 en 2022. Het geld gaat voor een belangrijk deel naar gemeenten ten behoeve van het gemeentelijk schuldenbeleid (efficiëntere en snellere dienstverlening) en de bijzondere bijstand. € 11 miljoen is beschikbaar voor een versnelling en intensivering van het armoede- en schuldenbeleid en € 30 miljoen voor het oprichten van een Waarborgfonds om problematische schulden sneller te kunnen afwikkelen (Kamerstukken II 2019/20 24 515, nr. 569).Herziening bijstandverlening zelfstandigenConform het beleidsvoornemen heeft het kabinet met ingang van 1 januari 2020 het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) gewijzigd (Kamerstukken II 2018/19, 31 311 nr. 215). De wijziging van dit besluit heeft betrekking op de volgende vier onderdelen:–De financieringssystematiek is vereenvoudigd en meer in lijn gebracht met de financieringssystematiek van de Participatiewet;58Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 –Wijziging van het aanvraagloket voor bijstandsverlening aan ondernemers in de binnenvaart van centrumgemeenten naar woonge­meenten, waardoor op den duur de aparte uitvoeringsstructuur verdwijnt;–Beperking van de instroom van oudere zelfstandigen met een niet-levensvatbaar bedrijf tot personen die zijn geboren vóór 1 januari 1960;–Verdere uniformering van Bbz 2004 met de Participatiewet. Algemene bijstand wordt niet langer verstrekt in de vorm van een rentedragende lening en bijstand wordt niet langer met terugwerkende kracht verleend.Onderstand Caribisch NederlandConform de aankondiging in de voortgangsrapportage ijkpunt bestaansze­kerheid Caribisch Nederland (Kamerstukken II 2018/19, 35 000-IV, nr. 61) zijn de bedragen voor de uitkeringen Onderstand bovenop de indexatie als gevolg van de ontwikkeling van het consumentenprijsindexcijfer beleids­matig verhoogd. Het betreft een extra verhoging van 5% voor gerechtigden op Bonaire en Saba en 2% voor gerechtigden op Sint Eustatius ingaande 1 januari 2020. Afhankelijk van het telmoment betreft dit circa 650 uitkeringen.59Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 19 Begrotingsgefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 2 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen6.543.9266.751.2017.009.6656.898.06110.474.1116.975.8553.498.256Uitgaven6.626.1176.809.4747.089.3796.927.24110.478.3387.002.7983.475.540InkomensoverdrachtenMacrobudget participatiewetuitkeringen en intertemporele tegemoetkoming5.711.1375.900.6666.215.9746.084.6806.378.3366.147.353230.983Participatiebudget4591.8000700000WSW17.447000000TW496.400456.000448.000442.200478.000440.87537.125AIO245.067268.134295.480309.006332.007334.133‒ 2.126Tozo en Bijstand zelfstandigen bedrijfskrediet56.42742.86638.87735.0273.210.85810.8003.200.058Bijstand overig1.5001.5001.2001.1681.0001.100‒ 100Onderstand en re-integratie (Caribisch Nederland)2.0772.7292.7363.1794.0157.016‒ 3.001GarantiesGaranties41500000SubsidiesSectorplannen80.28472.25137.9372.7451.13101.131Armoede en schulden3.1364.1814.4364.3352.5079851.522Cofinanciering dienstverlening9904.7473.9246.0616.2128.000‒ 1.788Europees fonds meestbehoeftigen89103117901041004Scholing richting een kansberoep4.00034.5736.4740000Regionale kansen kinderen01.6092.6151.635184455‒ 271Alle kinderen doen mee06.4378.88010.9049.84211.576‒ 1.734Overige subsidies algemeen3.8625.7785.9207.44725.7265.55220.174SBCM‒22.8752.2802.8102.8002.8000NIBUD‒330430425137531461OpdrachtenOpdrachten2.1831.5531.5093.12513.62819.824‒ 6.196BekostigingNibud304000000ZonMw4781.0642.4031.6551.4351.739‒ 304Bijdrage aan ZBO's/RWT'sZonMw2362993132231701673Bijdrage aan sociale fondsenPensioenfonds Wsw0010.00010.00010.00010.0000Bijdrage aan (inter-)nationale organisatiesContributie CASS000089‒ 1Ontvangsten55.90148.49226.62228.39325.19026.020‒ 8301Stand inclusief amendementen, moties en NvW. De stand zoals gepresenteerd onder de stand vastgestelde begroting wijkt af van de stand vastgestelde begroting bij de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoire begroting, tweede incidentele suppletoire begroting en de slotwet. De reden hiervoor is dat in deze wetten de eerste en tweede incidentele suppletoire begroting, die zijn ingediend tussen de vaststelling van de ontwerpbegroting en de vaststelling van de eerste suppletoire begroting, zijn opgeteld bij vastgestelde begroting en in het jaarverslag niet.2In 2016 zijn deze uitgaven onderdeel van de uitgaven WSW.3In 2016 zijn deze uitgaven verantwoord onder Bekostiging.60Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 20 Uitsplitsing verplichtingen van beleidsartikel 2 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen6.543.9266.751.2017.009.6656.898.06110.474.1116.975.8553.498.256waarvan garantieverplichtingen‒ 170‒ 55‒ 50000waarvan overige verplichtingen6.544.0966.751.2567.009.6706.898.06110.474.1116.975.8553.498.2561Stand inclusief amendementen, moties en NvW.E. Toelichting op de instrumentenInkomensoverdrachtenMacrobudget participatiewetuitkeringen en intertemporele tegemoetkomingTabel 21 Extracomptabel overzicht macrobudget participatiewetuitkeringen (bedragen x € 1.000)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Macrobudget participatiewetuitkeringen en intertemporele tegemoetkoming5.711.1375.900.6666.215.9746.084.6806.378.3366.147.353230.983Macrobudget participatiewetuitkeringen15.691.5695.889.6106.215.9746.084.6806.378.3366.147.353230.983Algemene bijstand en loonkostensubsidies5.304.0665.466.4505.774.1635.658.8015.968.7295.716.005252.724IOAW326.349361.723377.614350.537328.387343.606‒ 15.219IOAZ28.83030.49331.67031.83830.71932.353‒ 1.634BBZ232.32430.94432.52731.42947.12555.389‒ 8.264Correctie verdeelmodel‒‒‒12.0753.376‒3.376Intertemporele tegemoetkoming319.56811.0561Toelichting definitief macrobudget 2020; berekening SZW.2Tot 2019 betreft dit enkel het budget voor levensonderhoud voor startende ondernemers (BBZ). Vanaf 2020 is het budget voor levensonderhoud voor gevestigde ondernemers hieraan toegevoegd.3SZW, financiële administratie. De terugbetalingen intertemporele tegemoetkoming zijn conform administratieve voorschriften onder de ontvangsten verantwoord en niet in mindering gebracht op de uitgaven.Algemene bijstand en loonkostensubsidiesDe Participatiewet voorziet in een sociaal vangnet voor personen die niet zelfstandig in hun bestaan kunnen voorzien. Het macrobudget participatie­wetuitkeringen voorziet in de middelen voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies, waaronder de middelen voor bijstandsuitkeringen aan startende ondernemers. Dit budget wordt samen met de middelen voor IOAW, IOAZ en Bbz levensonderhoud onder de gemeenten verdeeld. Tot 2019 maakte alleen Bijstand voor levensonderhoud van startende ondernemers onderdeel uit van het macrobudget participatiewetuitke­ringen. Vanaf 2020 is ook Bijstand voor levensonderhoud voor gevestigde ondernemers toegevoegd aan het macrobudget participatiewetuitkeringen.Budgettaire ontwikkelingenHet macrobudget participatiewetuitkeringen valt in 2020 € 231 miljoen hoger uit dan begroot. Hieronder volgt een toelichting op de bijstellingen voor de algemene bijstand en loonkostensubsidies en de compensatie verdeelmodel. De toelichting voor de IOAW, IOAZ en Bbz levensonderhoud volgt verderop in het artikel.In 2020 is het definitieve budget aan gemeenten voor algemene bijstand en loonkostensubsidies € 253 miljoen hoger uitgekomen dan begroot. De stijging is met name het gevolg van de verslechterde conjunctuur 61Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 (€ 304 miljoen) en de verhoging voor doorwerking van lonen en prijzen (€ 113 miljoen). Hier tegenover staat dat het budget neerwaarts is bijgesteld door verwerking van realisaties in 2019 (- € 165 miljoen). Via de reguliere systematiek van het macrobudget werken realisaties in 2019 volledig door in het budget van uitvoeringsjaar 2020. Er zijn geen additionele effecten ingeboekt als gevolg van Rijksbeleid.In 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat enkele gemeenten in het verleden zijn benadeeld bij de verdeling van het macrobudget. In 2020 zijn twee gemeenten hiervoor gecompenseerd, in totaal € 3 miljoen.Beleidsrelevante kerncijfersHet volume bijstandsgerechtigde huishoudens op grond van de Participa­tiewet is als gevolg van de verslechterde conjunctuur gestegen ten opzichte van het volume in 2019.Tabel 22 Kerncijfers volume ParticipatiewetRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 20201Begroting 2020Verschil 2020Volume Participatiewetuitkering (x 1.000 huishoudens, jaargemiddelde)395398379361361376‒ 151Betreft voorlopige CBS-cijfers. De cijfers van oktober tot en met december 2020 zijn geraamd.Bron: CBS, Bijstandsuitkeringenstatistiek.Tabel 23 bevat informatie over re-integratie- en participatie-inspanningen van gemeenten op grond van de Participatiewet. De voorzieningen die gemeenten aanbieden variëren van sociale activering en vrijwilligerswerk tot training, opleiding en proefplaatsingen op weg naar werk en begeleiding en jobcoaching eenmaal aan het werk. Sinds de invoering van de Participa­tiewet in 2015 hebben gemeenten beschikking gekregen over het instrument structurele loonkostensubsidie en zijn zij verantwoordelijk voor het naar behoefte creëren van beschut werk. Vanaf 2015 is geen nieuwe instroom meer mogelijk in de Wsw. De tabel bevat tevens informatie over het werkne­mersbestand van de Wsw.62Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 23 Kerncijfers re-integratie door gemeentenRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Aantal voorzieningen Participatiewet (x 1.000, ultimo)1222256270231223Aantal personen met een voorziening Participatiewet (x 1.000, ultimo)1174190198175171Aantal gestarte banen na re-integratievoorziening door gemeenten (x 1.000, ultimo)243454649143Werkenden met een voorziening Participatiewet (x 1.000, ultimo)13544524949waarvan personen met een loonkostensubsidie Participatiewet2,29,1131820Werknemersbestand Wsw (x 1.000, ultimo)491878378755Aantal detacheringen als percentage van het totaal aantal arbeidsplaatsen437373837375Aantal gerealiseerde plaatsen in begeleid werken als percentage van het totaal aantal arbeidsplaatsen46,56,66,46,76,751CBS, Statistiek re-integratie gemeenten.2CBS, Uitstroom na re-integratie.3Betreft de stand medio 2020.4Panteia, WSW-rapportage.5Betreft de stand medio 2020. De realisatiecijfers van geheel 2020 worden opgenomen in begroting 2022.Tabel 24 bevat informatie over mensen met een arbeidsbeperking die werken onder de Banenafspraak, op een interne plaatsing onder de Wsw of op een beschut werkplek onder de Participatiewet. Dit zijn veelal mensen die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen, maar niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt zijn. Per saldo over de drie wettelijke kaders nam het aantal werkende mensen tussen 2015 en eind 2019 toe. De eerste helft van 2020 nam dit af.Tabel 24 Kerncijfers Werk voor mensen met een arbeidsbeperkingRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 20201Totaal werkend met een arbeidsbeperking (x 1.000, ultimo)138149162167163waarvan werkend binnen de Banenafspraak (x 1.000, ultimo)28699113120116waarvan werkend op een interne plaatsing Wsw (x 1.000, ultimo)35249474342waarvan werkend met positief advies beschut werk (x 1.000, ultimo)4‒51,22,54,04,51Betreft de stand medio 2020. De realisatiecijfers van geheel 2020 worden opgenomen in begroting 2022.2UWV, Factsheet banenafspraak 2e kwartaal 2020.3Onder «interne plaatsing» valt ook «werken op locatie» (WOL), waarbij begeleiding plaatsvindt vanuit het Sw-bedrijf. Panteia, Tussentijdse rapportage Wsw-statistiek.4UWV, Rapportage beschut werk 2e kwartaal 2020.5Dit cijfer is niet gepubliceerd.Wetten inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en gewezen zelfstandigen (IOAZ)De IOAW-uitkering is een aanvulling op het (gezins)inkomen tot bijstands­niveau voor oudere werkloze werknemers. Anders dan bij de Participatiewet hoeven werkloze ouderen, die vaak vermogen in spaargeld of eigen huis hebben, in de IOAW hun vermogen niet aan te spreken.63Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 De IOAZ is een uitkering voor ouderen die noodgedwongen zijn gestopt met hun werk als zelfstandige, omdat de inkomsten daaruit onvoldoende waren. De IOAZ-uitkering vult het (gezins)inkomen aan tot het bijstandsniveau. In de IOAZ wordt rekening gehouden met de bijzondere positie van zelfstandigen en hun (bedrijfs)vermogen.Budgettaire ontwikkelingenDe uitgaven aan de IOAW en de IOAZ zijn samen € 17 miljoen lager dan begroot. Bij de IOAW is dit het gevolg van enerzijds het verwerken van de realisaties van 2019 in de raming (- € 19 miljoen). Anderzijds heeft de loon- en prijsbijstelling voor een opwaarts effect gezorgd (€ 4 miljoen). De vertraagde doorwerking vanuit de WW geeft per saldo een klein effect (€ 0,1 miljoen).De IOAZ is per saldo met € 1,6 miljoen neerwaarts bijgesteld in 2020. Dat is het gevolg van de verwerking van de realisaties (- € 2 miljoen) en de loon- en prijsbijstelling (€ 0,4 miljoen).Beleidsrelevante kerncijfersTabel 25 Kerncijfers IOAW en IOAZRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 20201Begroting 2020Verschil 2020Volume IOAW (x 1.000 huishoudens, jaargemiddelde)222424232123‒ 2Volume IOAZ (x 1.000 huishoudens, jaargemiddelde)1,81,91,91,91,82,0‒ 0,21Betreft voorlopige CBS-cijfers. De cijfers van oktober tot en met december 2020 zijn geraamd.Bron: CBS, Bijstandsuitkeringenstatistiek.Bijstand zelfstandigen levensonderhoud (Bbz 2004)Startende ondernemers en gevestigde zelfstandigen kunnen onder voorwaarden voor financiële ondersteuning een beroep doen op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004. De bijstand kan worden verstrekt om te voorzien in de kosten van levensonderhoud of in bedrijfskredieten. Vanaf 2020 worden vanuit het macrobudget middelen verstrekt voor het levens­onderhoud voor zowel startende ondernemers als gevestigde zelfstan­digen. Tot en met 2019 werden middelen voor levensonderhoud voor gevestigde zelfstandigen buiten het macrobudget verstrekt. De uitgaven voor bedrijfskredieten worden verderop in het artikel toegelicht.Budgettaire ontwikkelingenHet Bbz is per saldo met € 8,3 miljoen neerwaarts bijgesteld in 2020. Dat is het gevolg van de verwerking van de realisaties (- € 3,6 miljoen) en de loon- en prijsbijstelling (€ 1 miljoen). Daarnaast is de raming bijgesteld als gevolg van de verlaagde instroom door de Tozo (- € 5,7 miljoen).Beleidsrelevante kerncijfersHet volume bijstandsgerechtigde huishoudens op grond van het Bbz is als gevolg van de Tozo gedaald in 2020.64Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 26 Kerncijfers BbzRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 20201Begroting 2020Verschil 2020Volume Bbz (x 1.000 huishoudens, jaargemiddelde)3,83,83,53,12,53,5‒ 11Betreft voorlopige cijfers. De cijfers van oktober tot en met december 2020 zijn ramingen.Bron: CBS, Bijstandsuitkeringenstatistiek.HandhavingDe kerncijfers handhaving Participatiewet laten de afgelopen jaren een stabiel beeld zien. Sinds dit jaar maakt de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) onderdeel uit van de Bijstandsdebiteuren en -fraudestatistiek van het CBS. De handhavingscijfers over het 4e kwartaal van 2020 met betrekking tot opsporing en sanctionering zijn nog niet beschikbaar. De ultimo stand van het 3e kwartaal 2020 is iets lager dan de ultimo stand van het 3e kwartaal in voorgaande jaren. Dit is mogelijk te verklaren door de coronacrisis.Tabel 27 Kerncijfers Participatiewet (fraude en handhaving)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Preventie1Gepercipieerde detectiekans (%)77757273662Kennis van de verplichtingen (%)88888686802Opsporing3Aantal vorderingen in verband met geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)430313331175Totaal benadelingsbedrag (x € 1 mln.)71697067405Sanctionering3Aantal boetes (x 1.000)111114126,75Totaal boetebedrag (x € 1 mln.)98,88,77,94,35Ontstaansjaar vordering20162017201820192020Terugvordering6Incassoratio fraudevorderingen (boete + benadelingsbedrag) ultimo 2020 (%)38362920121Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans».2I&O Research «Kennis der verplichtingen in de coronacrisis». Als gevolg van een andere insteek van het onderzoek is sprake van een trendbreuk.3CBS, Bijstandsdebiteuren- en fraudestatistiek.4Dit kerncijfer betreft het aantal vorderingen wegens overtreding van de inlichtingenplicht. Eén overtreding kan meerdere vorderingen tot gevolg hebben. Het aantal overtredingen ligt dus lager.5Betreft de stand ultimo 3e kwartaal 2020.6CBS, bijstandsdebiteuren- en fraudestatistiek.Toeslagenwet (TW)De TW vult uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen aan tot het normbedrag voor het relevante sociaal minimum als het totale inkomen (exclusief TW-aanvulling) van de uitkeringsgerechtigde en diens eventuele partner daaronder ligt.Budgettaire ontwikkelingenDe TW-uitgaven komen € 37 miljoen hoger uit dan begroot. In de begroting was nog gerekend in prijzen 2019. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling (€ 11 miljoen) is de realisatie € 26 miljoen hoger dan begroot.Dit komt grotendeels door een hoger aantal TW-aanvullingen dan verwacht. Door de coronacrisis zijn er meer WW-uitkeringen verstrekt waardoor ook het aantal TW-aanvullingen hierop is toegenomen. Overigens is de gemiddelde uitkeringshoogte binnen de TW wel lager uitgevallen dan geraamd. Deze daling zit met name in lagere TW-aanvullingen op de WW-uitkeringen.65Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Beleidsrelevante kerncijfersTabel 28 Kerncijfers TWRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Gemiddeld jaarvolume TW (x 1.000 uitkeringsjaren)1551031081061141068Gemiddelde toeslag per jaar (x € 1)3203370334563.4893.3893.527‒ 138Bron: UWV, jaarverslag.HandhavingEr is een lichte stijging zichtbaar in de onderzochte fraudesignalen en het aantal overtredingen met een financiële benadeling. Het totale benade­lingsbedrag laat ook een stijging zien, maar dit past binnen de bandbreedte van de afgelopen jaren. Verder is de incassioratio in lijn met voorgaande jaren.Tabel 29 Kerncijfers TW (fraude en handhaving)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Opsporing1Aantal onderzochte fraudesignalen (x 1.000)2,52,71,82,02,1Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)21,72,01,21,41,5Totaal benadelingsbedrag (x € 1 mln.)5,66,74,54,75,9Sanctionering1Aantal waarschuwingen (x 1.000)0,40,10,40,50,4Aantal boetes (x 1.000)1,31,30,80,80,9Totaal boetebedrag (x € 1 mln.)0,90,90,70,60,7Ontstaansjaar vordering20162017201820192020Terugvordering1Incassoratio fraudevorderingen (boete + benadelingsbedrag) ultimo 2020 (%)57433129171UWV, jaarverslag.2Cijfers betreffen alle overtredingen van de inlichtingenplicht met financiële benadeling.Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO)Ouderen met een onvolledig AOW-pensioen kunnen recht hebben op algemene bijstand. Deze bijstand kan worden aangevraagd bij de SVB.Budgettaire ontwikkelingenDe uitgaven aan de AIO zijn in 2020 circa € 2 miljoen lager uitgekomen dan in de begroting 2020 werd verwacht. In de begroting was nog gerekend in prijzen 2019. Indien rekening wordt gehouden met de loon- en prijsbij­stelling (€ 6,7 miljoen) is de realisatie ongeveer € 9 miljoen lager dan begroot.Deze lagere realisatie is het gevolg van verschillende ontwikkelingen. De uitgaven kwamen € 9 miljoen lager uit doordat het aantal AIO-gerechtigden lager is uitgekomen dan verwacht. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat een minder groot aantal personen in 2020 een AIO-uitkering heeft aangevraagd dan waar in de begroting rekening mee is gehouden. Daarentegen zijn er wel iets minder AIO-gerechtigden uitgestroomd dan verwacht. Doordat het aantal huishoudens in de AIO lager uit is gekomen dan verwacht hebben er in 2020 ook minder nabetalingen, herzieningen en inhoudingen plaatsgevonden. Dit heeft geleid tot lagere uitgaven van € 12 miljoen. Daarnaast is de gemiddelde uitkering over 2020 iets hoger 66Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 uitgevallen dan bij begroting geraamd. Dit leidt tot hogere uitkeringslasten van € 11 miljoen. Per saldo leidt dit in vergelijking met de begroting 2020 tot € 9 miljoen lagere uitkeringslasten aan de AIO.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 30 Kerncijfers AIORealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 20201Begroting 2020Verschil 2020Aantal huishoudens AIO (x 1.000, jaargemiddelde)424446474951‒ 21Betreft voorlopige cijfers. De cijfers van oktober tot en met december 2020 zijn geraamd.Bron: CBS, BijstandsuitkeringenstatistiekHandhavingIn 2020 zijn vanwege de coronacrisis minder fraudesignalen onderzocht dan in eerdere jaren. Dat heeft ook doorgewerkt naar het aantal geconstateerde overtredingen en afgegeven waarschuwingen en boetes. Veel vorderingen worden over een periode van meerdere jaren geïncasseerd. De incassoratio neemt daardoor toe naarmate het ontstaansjaar van de vordering ouder is. De incassoratio van in 2020 ontstane vorderingen is 12%, dat wil zeggen dat van de in 2020 ontstane vorderingen ongeveer 1/8e deel in hetzelfde jaar is geïncasseerd.Tabel 31 Kerncijfers AIO (fraude en handhaving)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Preventie1Gepercipieerde detectiekans (%)77777367‒2Kennis van de verplichtingen (%)88898785‒2Opsporing3Aantal onderzochte fraudesignalen (x 1.000)‒41,00,90,60,5Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)50,91,20,90,80,4Totaal benadelingsbedrag (x € 1 mln.)2,02,32,01,71,3Sanctionering3Aantal waarschuwingen (x 1.000)0,61,31,41,00,3Aantal boetes (x 1.000)0,40,40,30,30,2Totaal boetebedrag (x € 1 mln.)0,40,50,30,20,2Ontstaansjaar vordering20162017201820192020Terugvordering3Incassoratio fraudevorderingen (boete + benadelingsbedrag) ultimo 2020 (%)38342320121Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans».2Door een gewijzigde onderzoeksopzet is het cijfer over 2020 niet beschikbaar. Vanaf 2021 is dit cijfer weer beschikbaar uit het onderzoek «Kennis der verplichtingen».3SVB, Jaarverslag.4Dit cijfer is niet beschikbaar.5Cijfers betreffen alle verwijtbare overtredingen van de inlichtingenplicht met financiële benadeling.Bijstand zelfstandigen bedrijfskrediet (Bbz 2004)Startende ondernemers en gevestigde zelfstandigen kunnen onder voorwaarden voor financiële ondersteuning een beroep doen op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004. Gemeenten geven uitvoering aan dit besluit. Met het Bbz wordt beoogd kansrijke vanuit een uitkering startende ondernemers een steuntje in de rug te geven en zelfstandigen met tijdelijke financiële moeilijkheden in staat te stellen hun werkzaamheden voort te zetten. De bijstand kan worden verstrekt om te voorzien in de kosten van levensonderhoud of in bedrijfskredieten. Kosten voor levensonderhoud vallen onder het macrobudget participatiewetuitkeringen.67Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Budgettaire ontwikkelingenHier wordt het onderdeel van het Bbz over bedrijfskredieten toegelicht, uitgaven aan levensonderhoud zijn eerder in dit artikel over het macrobudget toegelicht. Per 1 januari 2020 is de financieringssystematiek van het Bbz vereenvoudigd. In 2020 zijn daardoor alleen uitgaven gedaan voor verrekeningen (€ 9 miljoen) en de aanvullende uitkering (€ 2 miljoen). Onder de verrekening zijn ook ontvangsten, deze worden onder ontvangsten toegelicht.Tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandige ondernemers (Tozo)Gemeenten geven uitvoering aan een extra tijdelijke voorziening voor zelfstandigen, de Tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandige ondernemers (Tozo). Ondernemers van wie het inkomen als gevolg van de coronacrisis onder het sociaal minimum is geraakt, kunnen een beroep doen op ondersteuning voor levensonderhoud in de vorm van aanvullende bijstand. Daarnaast kunnen zelfstandigen met een liquiditeitsprobleem een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen. De Tozo betreft een tijdelijke regeling; vanaf 1 juli 2021 is het niet langer mogelijk een aanvraag voor levensonderhoud of bedrijfskapitaal op grond van de Tozo in te dienen. Uitkeringen ten behoeve van levensonderhoud lopen 1 juli 2021 af.Budgettaire ontwikkelingenDe Tozo is een tijdelijke regeling in 2020 en 2021. Gemeenten geven uitvoering aan de Tozo en ontvangen daarvoor voorschotten. In 2020 is er € 3,2 miljard aan voorschotten over gemeenten verdeeld. Op basis van declaratie worden uiteindelijk de werkelijke uitgaven van gemeenten vergoed. De uitvoeringskosten worden vergoed op basis van een vast bedrag per besluit op aanvraag.Bijstand overig‘Bijstand overig’ bestaat in 2020 volledig uit bijstand buitenland. Verlening van bijstand aan een in het buitenland gevestigde Nederlander wordt alleen nog voortgezet ingeval het recht op uitkering vóór 1 januari 1996 is vastgesteld. Sinds 1996 zijn er dus geen nieuwe gerechtigden meer bijgekomen.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 32 Kerncijfers Bijstand BuitenlandRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Volume bijstand buitenland (x 1.000 gerechtigden, ultimo)0,20,10,10,10,10,10Bron: SVB, jaarverslag.Onderstand en re-integratie Caribisch NederlandDe overheid biedt aan inwoners van Caribisch Nederland inkomensonder­steuning in de vorm van Onderstand en waar nodig ook re-integratieonder­steuning.Budgettaire ontwikkelingenDe uitgaven aan de Onderstand voor Caribisch Nederland laat een onder­schrijding zien van € 3 miljoen. De verwachte uitgaven zoals opgenomen in de begroting waren te hoog ingeschat. Er is tussen 2019 en 2020 meer gebruik gemaakt van de regeling (zie tabel 33).68Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Beleidsrelevante kerncijfersTabel 33 Kerncijfers Onderstand (Caribisch Nederland)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Volume Onderstand Caribisch Nederland (x 1.000 huishoudens, ultimo)0,50,60,50,50,70,50,2Bron: RCN-unit SZW.SubsidiesDe uitgaven aan subsidies zijn in 2020 per saldo € 19 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Hiervan heeft € 7,1 miljoen betrekking op het overgebleven budget subsidies uit 2019 dat via de eindejaarsmarge is toegevoegd aan de begroting 2020. Verder is er € 5,4 miljoen extra uitgegeven aan maatregelen uit het aanvullend sociaal pakket, waaronder een eenmalige subsidie van € 4 miljoen als vangnet voor calamiteitenfonds Voedselbanken Nederland. Ook zijn er vanwege herschikkingen binnen de SZW begroting voor de vereenvoudiging beslagvrijevoet en Breed Offensief € 7,4 miljoen aan extra subsidieuitgaven. Daartentegen zijn er ook lagere uitgaven in 2020 onder meer als gevolg van diverse budgettair neutrale kasschuiven (-/- € 4 miljoen) van 2020 naar latere jaren en lagere subsidie­vaststellingen (-/- € 1 miljoen).OpdrachtenDe realisatie op het opdrachtenbudget is circa € 6 miljoen lager dan begroot. Dit heeft hoofdzakelijk te maken met subsidieverstrekkingen waarvoor circa € 10 miljoen aan middelen is verschoven van het opdrachtenbudget naar het subsidiebudget. Daartegenover staan hogere uitgaven voor de versnelling van de brede schuldenaanpak waar het kabinet met het aanvullend sociaal pakket extra middelen voor beschikbaar heeft gesteld, waarvan € 3 miljoen in 2020. Ook zijn er overboekingen met andere depar­tementen verwerkt (per saldo € 3,2 miljoen). De grootste is de overboeking vanuit het Gemeentefonds voor de landelijke ondersteuning arbeidsmarkt­regio's (€ 4,3 miljoen).BekostigingAan het meerjarige kennisprogramma vakkundig aan het werk dat door ZonMw wordt uitgevoerd, is in 2020 € 1,4 miljoen uitgegeven.Bijdrage aan ZBO's/RWT'sVoor de meerjarige uitvoering van het kennisprogramma door ZonMw is in 2020 zoals begroot bijna € 0,2 miljoen uitgegeven.Bijdrage aan sociale fondsenMet ingang van 2018 wordt een financiële tegemoetkoming van € 10 miljoen per jaar beschikbaar gesteld aan het Wsw-pensioenfonds PWRI onder de voorwaarde dat de werkgevers (de gemeenten) en werknemers die verant­woordelijk zijn voor de pensioenen van de Wsw zelf tot een structurele oplossing komen voor het fonds. De financiële compensatie wordt jaarlijks gegeven tot uiterlijk 2057.Bijdrage aan internationale organisatiesDe uitgaven aan de contributie van het Administratie Centrum voor sociale zekerheid van de Rijnvarenden (CASS) bedroegen circa € 8.000 in 2020.69Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 OntvangstenDe ontvangsten bedragen in 2020 circa € 25 miljoen. Hiervan heeft € 3,8 miljoen betrekking op de terugbetaling van de intertemporele tegemoetkoming met de gemeentelijke budgetten Participatiewetuitke­ringen, zoals afgesproken in het Bestuursakkoord Verhoogde Asielin­stroom. Verder waren er in 2020 ontvangsten vanwege terugvorderingen van te hoge voorschotten inzake Rijksvergoedingen, zoals Bijstand zelfstan­digen (€ 11 miljoen) en TW (€ 6 miljoen), AIO (€1,9 miljoen), en subsidies (€ 2,5 miljoen).70Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 4.3 Artikel 3 ArbeidsongeschiktheidA. Algemene doelstellingDe overheid beschermt werknemers tegen de inkomensgevolgen van arbeidsongeschiktheid en stimuleert hen te blijven werken of het werk te hervatten. De overheid vindt dat werknemers die loon derven als gevolg van arbeids­ongeschiktheid verzekerd moeten zijn van een redelijk inkomen. Daarom zijn werknemers verplicht verzekerd op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De WIA omvat twee uitkeringsregimes: de Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA) en de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA). De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) is bij de introductie van de WIA ingetrokken, maar geldt nog wel voor mensen die vóór 1 januari 2004 door ziekte of gebrek arbeidsongeschikt zijn geworden. Op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) waren ondernemers verplicht verzekerd tegen de inkomensgevolgen van arbeidsongeschiktheid. De WAZ is per 1 augustus 2004 ingetrokken, maar geldt nog wel voor zelfstandigen die op dat moment een uitkering ontvingen.Als het totale inkomen van de uitkeringsgerechtigde WIA, WAO of WAZ en diens eventuele partner onder het sociaal minimum ligt, kan de uitkerings­gerechtigde een toeslag ontvangen tot het sociaal minimum op grond van de Toeslagenwet (TW), zie beleidsartikel 2.De overheid stimuleert met behulp van financiële prikkels voor zowel uitke­ringsgerechtigden als werkgevers dat uitkeringsgerechtigden aan het werk blijven of (op termijn) weer aan het werk gaan. Daarnaast biedt de overheid gerichte re-integratieondersteuning aan uitkeringsgerechtigden die onder­steuning nodig hebben. De overheid kent daarbij een groot belang toe aan de eigen verantwoordelijkheid en het meewerken aan re-integratie door de uitkeringsgerechtigde.Aan werknemers in Caribisch Nederland wordt met de Ongevallenverze­kering (OV) een inkomensvoorziening geboden in geval van arbeidsonge­schiktheid door een bedrijfsongeval.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister stimuleert aan het werk blijven of het werk hervatten met een bijdrage voor re-integratieinspanningen aan UWV. De Minister financiert de inkomensondersteuning met begrotingsgefinancierde uitkeringsrege­lingen. Bij de premiegefinancierde uitkeringsregelingen regisseert de Minister. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:–de vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;–de vaststelling van het niveau van de uitkeringen van de onderschei-den regelingen;–de sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door UWV;–de organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).71Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de fiscale wet- en regelgeving. Wanneer fiscale instrumenten worden ingezet om doelstel­lingen in het kader van het arbeidsongeschiktheidsbeleid te realiseren, is de Minister van SZW hiervoor medeverantwoordelijk.C. BeleidsconclusiesMedisch advies van de bedrijfsarts leidend bij de toets op re-integratieinspanningenOp 1 oktober 2020 is het wetsvoorstel waarmee het medisch advies van de bedrijfsarts leidend wordt bij de toets op de re-integratie inspanningen door UWV aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2020/21, 35 589, nr. 2). Dit wetsvoorstel is op 2 februari 2021 controversieel verklaard.Verbetering poortwachtersprocesIn 2020 is het ZonMw programma Verbetering kwaliteit poortwachters­proces gestart, waarmee bijgedragen wordt aan de verbetering van de kwaliteit van het poortwachtersproces en de re-integratie van zieke werknemers door het ontwikkelen van kennis, het stimuleren van imple­mentatie en de borging van kennis. Dit programma komt ook voort uit het pakket met maatregelen rond loondoorbetaling bij ziekte dat eind 2018 is afgesproken (Kamerstukken II 2018/19, 29 544, nr. 873).Premie Arbeidsongeschiktheidsfonds gedifferentieerd naar grootte van de werkgeverOp 2 september 2020 is het wetsvoorstel waarmee voorzien wordt in diffe­rentiatie naar grootte van de werkgever bij de premieheffing voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2020/21, 35 556, nr. 2). Dit wetsvoorstel is door beide Kamers aangenomen, waardoor per 1 januari 2022 kleine werkgevers een tegemoetkoming krijgen in de kosten voor loondoorbetaling bij ziekte via een lager Aof-tarief.Het arbeidsongeschiktheidspercentage kan gedurende vijf jaar niet verlaagd worden vanwege inkomsten uit arbeidDe uitwerking van het wetsvoorstel om WIA-uitkeringsgerechtigden die het werk hervatten gedurende vijf jaar niet te herbeoordelen is beëindigd. Uit de uitvoeringstoets van UWV is gebleken dat het wetsvoorstel onuit­voerbaar is. UWV geeft aan te verwachten dat het voorstel de angst bij uitkeringsgerechtigden om het werk te hervatten niet wegneemt, omdat een herbeoordeling op basis van medische gronden altijd mogelijk blijft. Vaak hangen inkomsten en een verbetering in de medische situatie ook met elkaar samen. Daarnaast acht UWV het voorstel lastig uitlegbaar en moeilijk te begrijpen voor uitkeringsgerechtigden. In het voorjaar van 2021 is de Tweede Kamer hierover uitgebreider geïnformeerd.Loonkostensubsidies en het WIA-arbeidsongeschiktheidscriteriumHet wetsvoorstel waarmee het WIA-claimcriterium wordt aangepast voor mensen die met loonkostensubsidie werken in de Participatiewet is uitgesteld en zal op zijn vroegst per 1 januari 2023 in werking kunnen treden. De Tweede Kamer is in een Kamerbrief van december 2020 (Kamerstukken II 2020/21, 32 716, nr. 39) geïnformeerd over de stand van zaken op dit dossier.72Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Scholingsexperiment WGAHet scholingsexperiment WGA heeft tot doel sterker in te zetten op scholing van mensen met een WGA-uitkering. Om dit experiment vorm te geven, heeft UWV in 2020 nadere, verkennende onderzoeken uitgevoerd (Kamer­stukken II 2020/21, 29 544, nr. 1035). Daarnaast heeft de Stichting van de Arbeid in juli 2020 geadviseerd over de inzet van scholing met het advies­rapport ‘Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen’. Op basis van deze onderzoeken en het advies van de Stichting van de Arbeid is UWV begonnen met de invulling van het experiment. UWV investeert ten eerste in het vakmanschap van de eigen professionals over de inzet van scholing bij re-integratie van mensen met een arbeidsbeperking. Ten tweede is UWV het scholingsaanbod aan het uitbreiden met op werk gerichte taaltrainingen en andere trainingen gericht op versterking van basisvaardigheden. SZW en UWV bezien ten derde gezamenlijk hoe aanvullende scholingstrajecten kunnen worden ingezet binnen het experiment, in het bijzonder leerwerk­combinaties. Deze bouwstenen betekenen tezamen een forse uitbreiding van het scholingsaanbod voor mensen met een WGA-uitkering. UWV zal monitoren of mensen met scholing inderdaad vaker aan het werk komen.Onderzoek WIADe jaarlijkse instroom in de WIA is de afgelopen jaren toegenomen. In 2020 is hier een analyse naar gedaan, waarover de Tweede Kamer is geïnfor­meerd met de brief van 17 december 2020 (Kamerstukken II 2020/21, 29 544, nr. 1038). Uit de analyse van de WIA-instroom blijkt dat een groot deel van de stijging is te verklaren door geïmplementeerd beleid en positieve ontwik­keling van de economie. Een positieve ontwikkeling van de economie leidt namelijk tot meer werknemers die verzekerd zijn voor de werknemersver­zekeringen. Ook is het totaal aantal arbeidsongeschikten (WIA en WAO samen) als aandeel van het aantal verzekerden afgenomen in de afgelopen jaren. Op basis van de analyse heeft het kabinet besloten dat er geen noodzaak is voor het treffen van maatregelen in de WIA. Wel onderstrepen sommige ontwikkelingen het belang van al ingezet beleid en de behoefte aan aanvullend onderzoek. Daarom zal een onderzoek uitgevoerd worden naar de hogere instroomkans van vrouwen in de WIA. Tevens zal in 2021 onderzoek verricht worden naar de eisen die psychische ziektebeelden stellen aan de dienstverlening.D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 34 Begrotingsgefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 3 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen6828048139436903.878‒ 3.188Uitgaven6828048139436903.878‒ 3.188InkomensoverdrachtenOngevallenverzekering (Caribisch Nederland)682804813643690878‒ 188Bijdrage aan ZBO's/RWT'sIndividuele plaatsing & steun CMD000300000Scholingsexperiment WGA000003.000‒ 3.000Ontvangsten00000001Stand inclusief amendementen, moties en NvW.73Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 35 Premiegefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 3 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begrotingVerschil2016201720182019202020202020Uitgaven9.199.6169.455.8069.701.07310.143.78510.459.31810.544.240‒ 84.922InkomensoverdrachtenIVA1.712.7822.036.4042.425.6582.863.5713.174.4803.161.43913.041WGA2.327.6042.492.8402.646.6442.838.2103.091.1412.978.683112.458WGA eigen-risicodragers327.861360.864310.932313.001330.000353.211‒ 23.211WAO4.615.5584.365.4604.116.6603.935.1203.677.5363.591.00986.527WAZ154.878139.221125.521114.408102.447101.3481.099Bijdragen aan ZBO's/RWT'sRe-integratie WIA/WAO/WAZ/ZW60.93361.01775.65879.47583.714109.617‒ 25.903Nominaal00000248.933‒ 248.933Ontvangsten0000000E. Toelichting op de instrumentenInkomensoverdrachtenOngevallenverzekering (OV) (Caribisch Nederland)Werknemers in Caribisch Nederland die door een bedrijfsongeval geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn geraakt, krijgen op basis van de Ongeval­lenverzekering een uitkering (ongevallengeld). De uitkering is gekoppeld aan het laatstverdiende loon van de werknemer.Budgettaire ontwikkelingenDe realisatie van de uitgaven aan de ongevallenverzekering in Caribisch Nederland laat een onderuitputting zien ten opzichte van de begroting. De uitgaven op deze regeling kunnen fluctueren. Werkgevers kunnen aanvragen opsparen en ook in een volgend jaar indienen.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 36 Kerncijfers Ongevallenverzekering (Caribisch Nederland)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Volume uitkeringen Ongevallenverzekering (x 1.000, ultimo)0,10,10,10,10,10,10Bron: RCN-unit SZWWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)De WIA geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar ten minste 35% arbeidsongeschikt zijn recht op een uitkering, mits aan de voorwaarden daarvoor voldaan is. In de WIA staat werk voorop. Het accent ligt op wat mensen wel kunnen. Tegelijkertijd is er sprake van inkomensbescherming. De WIA wordt uitgevoerd door UWV.De WIA bestaat uit twee uitkeringsregimes. De IVA verstrekt een loonder­vingsuitkering aan werknemers die duurzaam volledig arbeidsongeschikt zijn. Wie nog gedeeltelijk kan werken of van wie herstel op termijn nog mogelijk is, krijgt een uitkering op basis van de WGA. Werkgevers kunnen 74Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 daarbij eigenrisicodrager worden voor de WGA-lasten van hun ex-werknemers. Dit betekent dat ze een lagere premie aan UWV betalen, omdat zij het gros van de verplichtingen van UWV met betrekking tot re-integratie en uitkeringsbetaling overnemen.Inkomensvoorziening volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA)Budgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten IVA komen € 13 miljoen hoger uit dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling (€ 74 miljoen, in tabel 35 onderdeel van de post nominaal) is de realisatie € 61 miljoen lager dan begroot. De voornaamste oorzaak is een lager aantal uitkeringen. Dit komt doordat minder mensen zijn doorgestroomd uit de WGA dan verwacht en er iets meer mensen dan verwacht de IVA zijn uitgestroomd.Beleidsrelevante kerncijfersHet aantal uitkeringen in de IVA komt lager uit. Dit komt voornamelijk door minder doorstroom vanuit de WGA. Het aantal herbeoordelingen lag in 2020 lager dan in 2019. Voor een deel komt dit door de coronacrisis: door de lockdown waren keuringen en herbeoordelingen soms niet mogelijk.Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) inclusief WGA eigenrisicodragersBudgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten WGA komen € 112 miljoen hoger uit dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling (€ 76 miljoen, in tabel 35 onderdeel van de post nominaal) is de realisatie € 36 miljoen hoger dan begroot. Dit is een saldo van een hoger aantal uitkeringen en een lagere gemiddelde uitkeringshoogte. De instroom was hoger dan verwacht. Dit heeft deels te maken met de coronacrisis. Keuringen konden in de lockdown veelal niet tijdig plaatsvinden, waardoor een voorschot is verstrekt. Dit voorschot wordt geregistreerd als instroom in de WGA. De doorstroom naar de IVA kwam lager uit dan verwacht, hetgeen ook zorgt voor een hoger bestand in de WGA.Beleidsrelevante kerncijfersDe instroom in de WGA is duidelijk hoger dan verwacht. Door de aantrek­kende economie is (met vertraging) een hogere instroom van zieke werknemers te zien. Daarnaast speelt de coronacrisis een rol. Het effect daarvan op de instroom is hierboven bij budgettaire ontwikkelingen al beschreven. Met vertraging is er ook effect op de uitstroom en doorstroom naar de IVA (als de uitgestelde keuringen alsnog plaatsvinden).Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)De WAO is per 29 december 2005 vervangen door de WIA. De WAO blijft gelden voor werknemers die op 1 januari 2004 een WAO-uitkering ontvingen. De WAO verstrekt uitkeringen tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd. Daarom zullen er nog decennialang mensen zijn die een beroep blijven doen op de WAO. De WAO wordt uitgevoerd door UWV.Budgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten WAO komen € 87 miljoen hoger uit dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling (€ 84 miljoen, in tabel 35 onderdeel van 75Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 de post nominaal) is de realisatie € 3 miljoen hoger dan begroot. Zowel het aantal uitkeringen als de gemiddelde uitkeringshoogte komt ongeveer uit zoals begroot.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 37 Kerncijfers IVA, WGA en WAORealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020IVA, WGA en WAOBestand in uitkeringen (x 1.000, ultimo)5465505565645645604waarvan IVA8598113127137140‒ 3waarvan WGA1681791902002132058waarvan WAO2932732542372152150Bestand als percentage van de verzekerde populatie (%)8,17,97,87,77,57,40,1Instroom in uitkeringen (x 1.000)4042444650437,0waarvan IVA9,611121211,612,0‒ 0,4waarvan WGA3031323438,030,57,5waarvan WAO0,70,70,70,60,60,60,0Instroomkans (%)0,60,60,60,60,70,60,1Uitstroom uit uitkeringen (x 1.000)4039393849,147,02,1waarvan IVA6,57,28,68,912,912,70,2waarvan WGA1011101113,712,31,4waarvan WAO23212017,622,522,30,2Doorstroom van WGA naar IVA (x 1.000)10,110,111,712,411,112,7‒ 1,6Uitstroomkans WAO + WIA (%)6,76,76,56,28,08,4‒ 0,4WGAAandeel werkend WGA (%, ultimo)‒‒202120‒1‒Aandeel werkende WGA'ers met resterende verdiencapaciteit (%)4344464847‒1‒1Dit aandeel wordt niet geraamd.Bron: UWV, jaarverslag.HandhavingAls gevolg van de coronamaatregelen is het aantal interne en externe fraudemeldingen bij UWV gedaald en zijn de mogelijkheden voor het doen van onderzoek naar mogelijke regelovertreding beperkt. Hierdoor is ook het aantal onderzochte signalen afgenomen. Bijgevolg zijn er minder overtredingen geconstateerd, hetgeen geresulteerd heeft in een lager benadelingsbedrag.76Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 38 Kerncijfers IVA, WGA, WAO en WAZ (fraude en handhaving)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Preventie1Gepercipieerde detectiekans (%)79797471‒2Kennis van de verplichtingen (%)88898890‒2Opsporing3Aantal onderzochte fraudesignalen (x 1.000)2,82,74,24,63,4Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)41,11,21,21,71,1Totaal benadelingsbedrag6,07,47,27,06,2Sanctionering3Aantal waarschuwingen (x 1.000)1,00,71,41,81,2Aantal boetes (x 1.000)0,90,80,81,00,7Totaal boetebedrag (x € 1 mln.)0,90,81,01,10,9Ontstaansjaar vordering20162017201820192020Terugvordering3Incassoratio fraudevorderingen (boete + benadelingsbedrag) ultimo 2020 (%)64574840231Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans».2Door een gewijzigde onderzoeksopzet is het cijfer over 2020 niet beschikbaar. Vanaf 2021 is dit cijfer weer beschikbaar uit het onderzoek «Kennis der verplichtingen».3UWV, Jaarverslag.4Cijfers betreffen alle overtredingen van de inlichtingenplicht met financiële benadeling.Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)De WAZ is een verplichte verzekering voor zelfstandigen, beroepsbeoefe­naren, directeuren-grootaandeelhouders en meewerkende echtgenoten tegen de inkomensgevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid. De WAZ is op 1 augustus 2004 ingetrokken. Sindsdien kunnen ondernemers zelf bepalen of zij de inkomensrisico’s al dan niet willen afdekken, bijvoor­beeld via een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering. De WAZ blijft gelden voor zelfstandigen die op 1 augustus 2004 een uitkering ontvingen. De WAZ wordt uitgevoerd door UWV.Budgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten WAZ komen € 1 miljoen hoger uit dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling (€ 2 miljoen, in tabel 35 onderdeel van de post nominaal) is de realisatie € 1 miljoen lager dan begroot. Zowel het aantal uitkeringen als de gemiddelde uitkeringshoogte komt ongeveer uit zoals begroot.Beleidsrelevante kerncijfersHet verschil in het aantal uitkeringen bij de WAZ komt omdat de stand in de begroting was afgerond op duizenden.Tabel 39 Kerncijfers WAZRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Bestand in aantal uitkeringen (x 1.000, ultimo)1412119,78,480,4Bron: UWV, jaarverslag.Bijdrage aan ZBO's/RWT'sVoor de re-integratie van uitkeringsgerechtigden in de WIA, WAO, WAZ, ZW en WW zet UWV middelen in om hen zo nodig te begeleiden op weg naar werk en te ondersteunen zodra zij werk hebben. UWV zet deze middelen in voor de inkoop van trajecten en diensten gericht op het vinden van werk. Daarnaast koopt UWV voorzieningen (waaronder jobcoaching en vervoers­voorzieningen) in voor het ondersteunen van werkenden met een structureel functionele beperking. UWV beschikt vanaf 2015 over een 77Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 geïntegreerd taakstellend re-integratiebudget voor de inzet van trajecten en van voorzieningen voor de re-integratieondersteuning van gedeeltelijk arbeidsgeschikten (inclusief Wajongers). Dit budget wordt jaarlijks aan UWV beschikbaar gesteld en door UWV verantwoord via de reguliere rapportages. Het begrotingsgefinancierde deel van het re-integratiebudget heeft betrekking op de Wajong en wordt verantwoord in artikel 4.Budgettaire ontwikkelingenDe premiegefinancierde uitgaven aan re-integratietrajecten zijn op basis van de realisatiegegevens van het UWV circa € 26 miljoen lager uitgevallen dan bij begroting beschikbaar is gesteld. De voornaamste reden is dat door de coronamaatregelen maar in beperkte mate face-to-facedienstverlening mogelijk was.Tabel 40 Extracomptabel overzicht totaal re-integratiebudget (bedragen x 1.000)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Premiegefinancierd (WIA/WAO/WAZ/ZW/WW)60.93361.01775.65879.47583.714109.617‒ 25.903Begrotingsgefinancierd (Wajong)160.05827.80099.50091.10086.00098.733‒ 12.733waarvan ESB13.00013.00013.00013.00013.00014.000‒ 1.000Totaal beschikbaar budget voor inkoop206.99175.8171162.158157.575156.714194.350‒ 37.6361In 2017 sluit het beschikbare budget niet een op een aan op de uitgaven aan re-integratie door UWV. Dit wordt verklaard doordat UWV in 2017 ESF-gelden heeft ontvangen voor oude projecten (€ 36 miljoen). Daarnaast is in 2016 een deel van het re-integratiebudget 2017 (€ 45 miljoen) aan UWV betaald.78Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 4.4 Artikel 4 JonggehandicaptenA. Algemene doelstellingDe overheid biedt jonggehandicapten arbeids- en inkomensondersteuning.De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) bestaat uit drie groepen die elk een eigen doelstelling hebben: de «oude Wajong» (tot 2010), de «Wajong2010» (2010 tot 2015) en de «Wajong2015». Het moment van instroom bepaalt tot welke groep iemand behoort. In de «oude Wajong» staat inkomensondersteuning voorop en is arbeidsonder­steuning beschikbaar voor hen die kunnen werken. Voor de «Wajong2010» (mensen die in de periode 2010 tot 2015 zijn ingestroomd) heeft de overheid als eerste doel de arbeidsparticipatie van Wajongers te bevorderen. Als zij perspectief hebben op het verrichten van arbeid staat voor deze Wajongers arbeidsondersteuning centraal. Als onderdeel van de arbeidsonder­steuning kunnen zij zo nodig inkomensondersteuning aanvragen. De doelgroep van de Wajong2015 bestaat uit mensen die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. De overheid heeft voor deze groep als doel te voorzien in een inkomensvoorziening. Zij hebben geen recht op arbeidsondersteuning.Als het totale inkomen van een Wajonger en diens eventuele partner onder het sociaal minimum ligt, kan de uitkeringsgerechtigde een toeslag ontvangen tot het sociaal minimum op grond van de Toeslagenwet (TW), zie beleidsartikel 2.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister stimuleert het vinden van werk met een bijdrage voor re-integratieinspanningen aan UWV en de REA-instituten. De Minister financiert de inkomensondersteuning via het verstrekken van uitkeringen. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:–de vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;–de vaststelling van het niveau van de uitkeringen uit hoofde van de Wajong;–het ter beschikking stellen van middelen voor het aan het werk helpen van mensen die arbeidsmogelijkheden hebben;–de sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door UWV.De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de fiscale wet- en regelgeving. Wanneer fiscale instrumenten worden ingezet om doelstel­lingen in het kader van het jonggehandicaptenbeleid te realiseren, zoals bijvoorbeeld de jonggehandicaptenkorting, is de Minister van SZW hiervoor medeverantwoordelijk.C. BeleidsconclusiesWet vereenvoudiging WajongDe beleidsdoorlichting Wajong (Kamerstukken II 2017/18, 30 982, nr. 40) heeft laten zien dat de Wajong, met drie verschillende regelingen en verschillen in rechten en plichten tussen deze regelingen, een complex geheel was geworden. Bovendien was er sprake van een aantal knelpunten dat voor de participatie van mensen met een Wajong-uitkering een 79Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 belemmering is. In het wetsvoorstel «Vereenvoudiging regelgeving Wajong», dat op 26 mei 2020 is aangenomen door de Eerste Kamer, zijn daarom maatregelen uitgewerkt die ervoor zorgen dat meer (gaan) werken loont, dat Wajongers altijd terug kunnen vallen op de Wajong en dat Wajongers hun uitkering behouden als zij onderwijs volgen. Vanaf september 2020 (conform de motie Ester c.s., Kamerstukken I 2019/20, 35 213, nr. J) betekent dit het schrappen van de studieregeling in de Wajong2010 en het schrappen van de uitsluitingsgrond studerende in de Wajong2015. Vanaf 1 januari 2021 betekent dit het volgende:–een aanpassing van de regels voor het eindigen en herleven van het recht op oude Wajong en Wajong2010;–harmonisatie van het passend werkaanbod in de oude Wajong en Wajong2010;–het afsluiten van de instroom in de oude Wajong;–het creëren van een mogelijkheid om af te zien van de oude Wajong;–een harmonisering van de regels voor inkomensondersteuning.Met ingang van 2021 spreken we over twee groepen in de Wajong: een groep met mogelijkheden voor arbeidsparticipatie en een groep die duurzaam geen mogelijkheden voor arbeidsparticipatie heeft.Met drie aangenomen amendementen is het wetsvoorstel op onderdelen gewijzigd. Het amendement Bruins c.s. (Kamerstukken II 2019/20, 35 213, nr. 15) regelt dat ook Wajongers die duurzaam geen mogelijkheden voor arbeidsparticipatie hebben er direct op vooruitgaan als zij gaan werken. Het amendement Stoffer/Baudet (Kamerstukken II 2019/20, 35 213, nr. 27) regelt dat de termijn waarbinnen het garantiebedrag kan herleven is verlengd naar 12 maanden. Het amendement Renkema/Gijs van Dijk (Kamerstukken II 2019/20, 35 213, nr. 28) regelt dat Wajongers die werken met loondispensatie altijd worden aangevuld tot het loon dat ze zouden hebben ontvangen zonder loondispensatie. De motie Nijkerken-de Haan c.s. (Kamerstukken II 2019/20, 35 213, nr. 20) roept de regering op, op korte termijn te komen tot heldere en goede voorlichting, over de harmonisatie en de gevolgen daarvan richting de mensen die gebruikmaken van de Wajong. Hierbij is het verzoek om cliëntenorganisaties en UWV te betrekken. SZW heeft samen met UWV ingezet op heldere communicatie richting de doelgroep.Naar aanleiding van het debat in de Eerste Kamer heeft de Staatssecretaris van SZW in de zomer van 2020 met een brief (Kamerstukken I 2019/20, 35 213, nr. R) de Eerste Kamer geïnformeerd over de stappen die moeten worden gezet om de crisisbestendigheid van het garantiebedrag te borgen. De motie Schalk (Kamerstukken I 2019/20, 35 213, nr. M) met daarin de optie om de termijn voor de duur van de crisis met twee jaar te verlengen is daarbij betrokken. Bij de Verzamelwet SZW 2021 is een bevoegdheid gecreëerd om de termijn tijdelijk te kunnen verlengen, indien monitoring en evaluatie daartoe aanleiding geven. In deze brief wordt ook invulling gegeven aan de moties van Pareren (Kamerstukken I 2019/20, 35 213, nr. P) en Ester c.s. (Kamerstukken I 2019/20, 35 213, nr. K). De motie Pareren vraagt om compensatie voor de groep die door de harmonisering van de Wajong erop achteruit gaat. Aan deze motie wordt reeds voldaan met het garantie­bedrag. Dit garantiebedrag wordt begin 2021 geëvalueerd, waarna beide Kamers medio 2021 hierover worden geïnformeerd. De motie Ester c.s. roept de regering op om de Wajong maatregelen nauwgezet te monitoren, breed te evalueren en met ingang van 1 juli 2021 jaarlijks over de bevindingen te rapporteren en op basis daarvan mogelijke verbeteringen 80Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 van het Wajong-beleid te presenteren en over de invoering daarvan met de Kamer te overleggen. Met de brief wordt nader invulling gegeven aan deze motie.In reactie op het verzoek van senator Oomen heeft de Staatssecretaris met haar brief van 25 mei 2020 (Kamerstukken I 2019/20, 35 213, nr, Q) tevens toegezegd voor een specifieke groep Wajongers die, op het moment van inwerkingtreding van de Wajong maatregelen, sinds januari 2015 onafge­broken hebben gewerkt, de berekening van het garantiebedrag te wijzigen. Het garantiebedrag wordt voor hen vastgesteld op basis van de inkomens­regels uit de voortgezette werkregeling. Deze wijziging is bij Verzamelwet SZW 2021 gerealiseerd.Activering Wajongers met arbeidsvermogenUWV heeft, ondanks de verslechterde arbeidsmarkt vanwege corona, in 2020 in totaal 6.700 Wajongers aan het werk geholpen. Daarmee heeft UWV de in 2019 opgestelde doelstelling van 8.000 plaatsingen niet gehaald. In 2019 heeft UWV ter vergelijking nog 8.600 Wajongers weten te plaatsen.D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 41 Begrotingsgefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 4 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen3.274.1823.202.0103.280.1923.329.0003.430.3693.386.12344.246Uitgaven3.274.1823.202.0103.280.1923.329.0003.430.3693.386.12344.246InkomensoverdrachtenWajong3.114.1243.174.2103.180.6923.237.9003.344.3693.287.39056.979Bijdrage aan ZBO's/RWT'sRe-integratie Wajong160.05827.80099.50091.10086.00098.733‒ 12.733Ontvangsten018.15125.62624.02622.340022.3401Stand inclusief amendementen, moties en NvW.E. Toelichting op de instrumentenInkomensoverdrachtenWet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)De Wajong biedt inkomensondersteuning aan mensen die voor het bereiken van de 18-jarige leeftijd arbeidsgehandicapt zijn geworden en geen arbeids­verleden hebben en aan hen die tijdens hun studie voor het bereiken van de 30-jarige leeftijd arbeidsgehandicapt zijn geworden. De Wajong wordt uitgevoerd door UWV.Budgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten van de Wajong zijn in 2020 circa € 44 miljoen hoger uitgekomen dan begroot. De hogere uitgaven kunnen worden verklaard door de loon- en prijsbijstelling 2020 (circa € 83 miljoen). Daar tegenover staat een daling van de uitkeringslasten bij Voorjaarsnota en bij Miljoe­nennota op basis van realisatiegegevens van UWV.81Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Beleidsrelevante kerncijfersDe kerncijfers komen grotendeels overeen met de begroting 2020. Wat opvalt is dat de instroom in de Wajong lager is dan verwacht en dat de uitstroom hoger is dan verwacht. Daarnaast is een lichte daling te zien van het aandeel Wajongers dat werkt. Het aantal geplaatste Wajongers is in 2020 afgenomen van 8.600 naar 6.700. Het aantal Wajongers dat in 2020 het werk verloor is toegenomen. Dit is waarschijnlijk het gevolg van de coronacrisis.Tabel 42 Kerncijfers WajongRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Volume Wajong totaal (x 1.000 uitkeringen, ultimo)247245245244243244‒ 1waarvan oude Wajong (tot 2010)177174172168164165‒ 1waarvan met arbeidsvermogen (%)‒141414141410waarvan Wajong2010 (2010 tot 2015)6665646463621waarvan werkregeling (%)766868687173‒ 2,0waarvan studieregeling (%)9,07,35,84,40,200,2waarvan duurzaam geen arbeidsmogelijkheden (%)1525272728271waarvan Wajong20153,56,29,112,416,318‒ 1,7Instroom Wajong totaal (x 1.000 uitkeringen)4,24,75,25,86,47‒ 0,6Uitstroom Wajong totaal (x 1.000 uitkeringen)6,16,16,56,87,561,5Aandeel Wajongers met arbeidsvermogen dat werkt (%)‒15050515051‒ 11cijfers niet bekendBron: UWV, jaarverslag.HandhavingDe kerncijfers op het gebied van opsporing en sanctionering zijn in 2020 flink gedaald ten opzichte van het voorgaande jaar. Het aantal onderzochte fraudesignalen is afgenomen, waarbij het aandeel geconstateerde overtre­dingen nagenoeg gelijk is gebleven. Het gemiddelde benadelingsbedrag is daarentegen gestegen.Tabel 43 Kerncijfers Wajong (fraude en handhaving)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Preventie1Gepercipieerde detectiekans (%)77686172‒2Kennis van de verplichtingen (%)86827985‒2Opsporing3Aantal onderzochte fraudesignalen (x 1.000)3,03,73,63,62,3Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)41,62,42,22,31,4Totaal benadelingsbedrag (x € 1 mln)4,67,55,65,64,4Sanctionering3Aantal waarschuwingen (x 1.000)0,81,00,80,70,5Aantal boetes (x 1.000)1,01,11,11,00,7Totaal boetebedrag (x € 1 mln)0,60,80,80,70,6Ontstaansjaar vordering20162017201820192020Terugvordering3Incassoratio fraudevorderingen (boete + benadelingsbedrag) ultimo 2020 (%)63504127121Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans».2Door een gewijzigde onderzoeksopzet is het cijfer over 2020 niet beschikbaar. Vanaf 2021 is dit cijfer weer beschikbaar uit het onderzoek «Kennis der verplichtingen».3UWV, jaarverslag.4Cijfers betreffen alle overtredingen van de inlichtingenplicht met financiële benadeling.82Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Bijdrage aan ZBO's/RWT'sRe-integratie WajongVoor jonggehandicapten is een re-integratiebudget beschikbaar om hen zo nodig te begeleiden op weg naar werk en te ondersteunen zodra zij werk hebben. Dit budget is bestemd voor de inzet van trajecten gericht op het vinden van werk, voorzieningen na werkaanvaarding (waaronder jobcoaching) en voor de financiering van de subsidieregeling voor scholing en re-integratie van personen met arbeidsbeperkingen en ernstige scholingsbelemmeringen (ESB-regeling). Jonggehandicapten met arbeids­vermogen zijn verplicht om mee te werken aan re-integratie. Specifiek voor jonggehandicapten met arbeidsmogelijkheden die vallen onder de Wajong2010 geldt een acceptatieplicht van passende arbeid. UWV beschikt vanaf 2015 over een geïntegreerd taakstellend re-integratiebudget voor de inzet van trajecten en voorzieningen voor de ondersteuning van gedeeltelijk arbeidsgeschikten (Wajong, WIA, WAO, WAZ en ZW). Het premiegefinan-cierde deel van het re-integratiebudget heeft betrekking op de WIA, WAO, WAZ en ZW en wordt verantwoord in artikel 3. In tabel 40 zijn de totale uitgaven aan de inkoop van re-integratietrajecten en werkvoorzieningen te zien, voor zowel WIA/WAO/WAZ/ZW/WW als Wajong.Budgettaire ontwikkelingenDe uitgaven aan re-integratie Wajong zijn in 2020 circa € 13 miljoen lager uitgevallen dan begroot, omdat er als gevolg van de coronacrisis minder re-integratietrajecten en werkvoorzieningen zijn ingekocht dan verwacht.OntvangstenDe ontvangsten betreffen een terugbetaling van UWV aan te veel ontvangen middelen in 2019. Het voorschot dat in 2019 aan UWV is overgemaakt ten behoeve van de Wajong en re-integratie Wajong bleek op basis van het jaarverslag circa € 22 miljoen hoger dan de daadwerkelijke uitgaven in 2019. Dit bedrag is in 2020 terugbetaald.83Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 4.5 Artikel 5 WerkloosheidA. Algemene doelstellingDe overheid beschermt werknemers tegen de financiële gevolgen van werkloosheid en stimuleert hen het werk te hervatten. De overheid biedt werknemers die hun baan verliezen en geheel of gedeel­telijk werkloos worden, bescherming tegen het verlies aan loon als gevolg van werkloosheid. Zij kunnen een beroep doen op een uitkering die voorziet in een tijdelijk loonvervangend inkomen om de periode van werkloosheid te overbruggen. Hiervoor zijn werknemers verplicht verzekerd op grond van de Werkloosheidswet (WW). Door middel van instrumenten als bijvoor­beeld de sollicitatieplicht, het besluit passende arbeid en inkomstenverre­kening stimuleert de overheid een terugkeer naar werk.Werklozen die bij instroom in de WW 60 jaar of ouder zijn, komen na afloop van hun WW-recht in aanmerking voor een uitkering op minimumniveau op grond van de Wet Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW). Vanaf 2020 stijgt de leeftijdsgrens om voor de IOW in aanmerking te komen naar 60 jaar en 4 maanden.Als het totale inkomen van de uitkeringsgerechtigde WW of IOW en diens eventuele partner onder het sociaal minimum ligt, kan de uitkeringsgerech­tigde een toeslag ontvangen tot het sociaal minimum op grond van de Toeslagenwet (TW), zie beleidsartikel 2.Werknemers in Caribisch Nederland ontvangen bij beëindiging van de dienstbetrekking anders dan door de schuld van de werknemer op grond van de Cessantiawet een eenmalige uitkering, te betalen door de werkgever. Als de werkgever wegens faillissement of surseance van betaling niet in staat is om de uitkering (tijdig) te betalen, neemt de overheid deze verplichting over.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister financiert de inkomensondersteuning met begrotingsgefinan-cierde uitkeringsregelingen. Daarnaast stimuleert de Minister met financiële instrumenten initiatieven die bijdragen aan de werking van de arbeidsmarkt. Bij de premiegefinancierde uitkeringsregelingen regisseert de Minister. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:–de vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;–de vaststelling van het niveau van de uitkeringen van de onderscheiden regelingen;–het borgen van het activerend karakter van de regelingen en van hun bijdrage aan de werking van de arbeidsmarkt;–de sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door UWV;–de organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).84Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 C. BeleidsconclusiesInwerkingtreding van uniforme regeling onwerkbaar weerDe Regeling onwerkbaar weer is op 1 januari 2020 in werking getreden. Als een buitengewone natuurlijke omstandigheid (bijvoorbeeld vorst, sneeuw en overvloedige regenval) zich voordoet waardoor de overeengekomen arbeid (gedeeltelijk) niet verricht kan worden én is voldaan aan de voorwaarden voor het doen van een melding, kan een werkgever na het verstrijken van een uniform aantal wachtdagen worden vrijgesteld van de loondoorbetalingsplicht. UWV neemt de loondoorbetaling dan gedeeltelijk over middels een WW-uitkering. Een vergelijkbare regeling bestond ook al voor 1 januari 2020, maar toen was er nog geen sprake van een uniform aantal wachtdagen. Vanwege de zachte winter van 2020 heeft UWV maar een zeer beperkt aantal aanvragen in behandeling hoeven nemen.Risicomodel verwijtbare werkloosheid Naar aanleiding van de WW-fraude die is geconstateerd in het najaar van 2018 heeft UWV onderzoek gedaan naar mogelijkheden tot intensievere controle op verwijtbare werkloosheid. Uit het onderzoek is gebleken dat de inzet van risicomodellen het meest effectief is (Kamerstukken II 2019/20, 26 448, nr. 634). De implementatie van het risicomodel verwijtbare werkloosheid was oorspronkelijk medio 2020 gepland, maar is vanwege de impact van de coronacrisis op de capaciteit binnen UWV uitgesteld naar 2021.Tijdelijke regeling tegemoetkoming Werknemers WesthavenDe Minister van SZW heeft een tijdelijke financiële tegemoetkoming beschikbaar gesteld voor werknemers die als gevolg van de sluiting van de Hemwegcentrale zijn ontslagen of herplaatst en die daardoor inkomens­verlies leiden. De subsidieregeling is op 20 mei 2020 in werking getreden.Stopzetten regeling werktijdverkortingPer 17 maart 2020 is de regeling werktijdverkorting (wtv) stopgezet. De uitbraak van het coronavirus heeft geleid tot een ongekend groot beroep op de regeling, waardoor de uitvoering ervan tegen zijn grenzen aanliep. Bovendien wilde het kabinet werkgevers graag sneller en meer financieel tegemoetkomen dan binnen de ingetrokken wtv-regeling mogelijk was. Daartoe is ter vervanging van de wtv de NOW in werking getreden.85Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 44 Begrotingsgefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 5 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen57.069173.025104.008126.669129.951115.74314.208Uitgaven56.986166.729108.108124.430131.300116.91114.389InkomensoverdrachtenIOW40.28065.03769.600102.626116.469103.68012.789Cessantiawet (Caribisch Nederland)1724204636105‒ 69Tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit092.90028.500035035Tijdelijke regeling tegemoetkoming Westhaven0000909SubsidiesExperimenten 50+07032.10803320332Scholing en plaatsing oudere werklozen16.1895.0003316000Ontwikkeladvies 45+0063610.7074.7331.6003.133Overige subsidies algemeen01.8031.8727935681.168‒ 600OpdrachtenOpdrachten5001.2621.0412721180118Bijdrage aan ZBO's/RWT'sScholing WW004.0009.9809.00010.358‒ 1.358Ontvangsten01.1713.39810.7891.30001.3001Stand inclusief amendementen, moties en NvW.Tabel 45 Premiegefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 5 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begrotingVerschil2016201720182019202020202020Uitgaven5.863.8205.139.2064.402.7443.916.4644.288.3723.827.525460.847InkomensoverdrachtenWW5.863.8205.139.2064.402.7443.916.4644.288.3723.724.276564.096Nominaal00000103.249‒ 103.249Ontvangsten386.000329.026301.000260.000226.961260.068‒ 33.107UFO386.000329.026301.000260.000226.961253.000‒ 26.039Nominaal000007.068‒ 7.068E. Toelichting op de instrumentenInkomensoverdrachtenWet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW)De IOW geeft werklozen die bij aanvang van de WW-uitkering 60 jaar of ouder zijn, na afloop van hun WW-uitkering recht op een vervolguitkering. Ook gedeeltelijk arbeidsgeschikten die bij aanvang van de loongerelateerde WGA-uitkering 60 jaar of ouder zijn, kunnen na afloop van hun loongerela­teerde uitkering recht hebben op IOW. Vanaf 2020 geldt een minimum­leeftijd van 60 jaar en 4 maanden bij aanvang van de WW- of WGA-uitkering. De IOW is een tijdelijke regeling die wordt uitgevoerd door UWV.86Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Budgettaire ontwikkelingenDe IOW-uitgaven komen € 13 miljoen hoger uit dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling (€ 3 miljoen) is de realisatie € 10 miljoen hoger dan begroot. De uitkeringslasten vallen hoger uit dan geraamd doordat de uitkeringslasten voor 2019 te laag waren bevoorschot aan UWV. Als gevolg hiervan heeft een nabetaling plaatsgevonden in 2020 van zo'n € 5 miljoen. Daarnaast viel de uitkeringshoogte in 2020 hoger uit dan geraamd. Dit komt deels doordat het opwaartse effect van de netto-netto koppeling in de IOW op de gemiddelde uitkeringshoogte te laag was ingeschat. Zoals in tabel 46 is te zien, vielen de volumes in 2020 slechts zeer beperkt hoger uit dan begroot.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 46 Kerncijfers IOWRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Volume IOW (x 1.000 uitkeringsjaren)3,655,77,68,58,30,2Bron: UWV, jaarverslag.Cessantiawet (Caribisch Nederland)Werknemers in Caribisch Nederland ontvangen bij beëindiging van de dienstbetrekking anders dan door de schuld van de werknemer op grond van de Cessantiawet een eenmalige uitkering, te betalen door de werkgever. Als de werkgever wegens faillissement of surseance van betaling niet in staat is om de uitkering (tijdig) te betalen, neemt de overheid deze verplichting over.Budgettaire ontwikkelingenDe uitgaven aan de Cessantiawet zijn zo'n € 70.000 lager dan begroot. Bij de uitgaven aan deze regeling kunnen tussen de jaren grote verschillen bestaan, afhankelijk van het aantal bedrijven dat failliet is gegaan en het aantal betrokken werknemers. Dat de onderschrijding in 2020 relatief fors is heeft naast reguliere fluctuatie ook te maken met de Tijdelijke Compen­satieregeling Loonkosten en Inkomensverlies CN, die ondersteuning biedt aan bedrijven waardoor er minder bedrijven failliet gaan.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 47 Kerncijfers Cessantiawet (Caribisch Nederland)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Volume Cessantiawet (x 1.000 uitkeringen)<0,1<0,1<0,1<0,1<0,1<0,10,0Bron: RCN-unit SZW.Werkloosheidswet (WW)De WW verzekert werknemers tegen de financiële gevolgen van werkloosheid. Het verlies aan inkomen kan voor een bepaalde periode gedeeltelijk opgevangen worden met een uitkering. Het recht op een WW-uitkering duurt minimaal 3 maanden. De maximale duur is 24 maanden voor uitkeringen die na 1 april 2019 zijn gestart. Hoeveel maanden mensen recht hebben op WW verschilt per persoon, afhankelijk van het aantal jaren dat iemand actief is geweest als werknemer. Per jaar arbeidsverleden bouwt een werknemer de eerste tien jaar één maand recht op een WW-uitkering op. Vanaf het elfde jaar bouwt een werknemer met elk gewerkt jaar een 87Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 halve maand recht op WW-uitkering op. Arbeidsjaren van vóór 2016 leveren altijd een volledige maand recht op WW-uitkering op. De WW wordt uitgevoerd door UWV. Hoofdstuk 10, Sociale fondsen SZW, gaat nader in op de financiering van de uitgaven aan de WW.Budgettaire ontwikkelingenDe WW-uitgaven komen € 564 miljoen hoger uit dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling (€ 103 miljoen, de post nominaal in tabel 45) is de realisatie € 461 miljoen hoger dan begroot.De hogere werkloosheidsuitgaven komen door de coronacrisis. Hierdoor zijn meer mensen in de WW gekomen dan voorzien. De gemiddelde uitkering is daarentegen gedaald, omdat de nieuwe instromers in de WW wat jonger waren dan anders. Jongeren verdienen minder, en dus is hun WW-uitkering ook lager.Beleidsrelevante kerncijfersDe coronacrisis is goed zichtbaar in de volumes van de WW (tabel 48), die zo'n 30.000 uitkeringsjaren hoger uitvallen dan geraamd. De instroom was in alle kwartalen van het jaar hoger, met name in het tweede kwartaal. Het aantal beëindigde WW-uitkeringen is ook behoorlijk groter dan geraamd, omdat een deel van de extra instromers in hetzelfde jaar weer is uitge­stroomd, bijvoorbeeld doordat zij hun maximale duur bereikten of nieuw werk vonden. De hoge uitstroom kan ook deels worden verklaard doordat er in 2020 relatief veel jonge mensen de WW zijn ingestroomd. Deze groep heeft gemiddeld genomen een kortere WW-duur en is dus voor een deel ook alweer in 2020 uitgestroomd.Tabel 49 illustreert dat de werkhervatting met betrekking tot 2020 is gedaald. Een mogelijke verklaring hiervoor is eveneens gelegen in de coronacrisis en de daarmee samenhangende beperkende (lockdown-)maatregelen ten aanzien van meerdere sectoren, waardoor de werkgelegenheid is afgenomen.Tabel 48 Kerncijfers WWRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Volume WW (x 1.000 uitkeringsjaren)33329124120122119130Aantal lopende WW-uitkeringen (x 1.000, ultimo)41233026322328623452Aantal WW-instromers (x 1.000)491390336330479341138waarvan nieuwe uitkeringen (x 1.000)‒‒294296443‒1‒waarvan herleefde uitkeringen (x 1.000)2‒‒422936‒1‒Aantal beëindigde WW-uitkeringen (x 1.000)525472403369417331861Dit getal wordt niet geraamd.2Wie na afloop van een WW-uitkering binnen 26 weken weer werkloos wordt, kan de oude WW-uitkering weer terugkrijgen. Dit wordt «herleving» genoemd.Bron: UWV, jaarverslag.88Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 49 Werkhervatting uit de WWRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Aandeel werkhervatting binnen 12 maanden na instroom3527313026waarvan leeftijd bij instroom jonger dan 55 jaar3728323227waarvan leeftijd bij instroom 55 jaar en ouder2421242420Aandeel werkhervatting binnen 3 maanden na instroom169121311Bron: UWV, jaarverslag.HandhavingIn de afgelopen jaren is een fors aantal maatregelen aangekondigd en uitgevoerd om misbruik met WW-uitkeringen op te sporen en tegen te gaan. Het betroffen maatregelen om actief overtredingen aan te pakken als ook om het risicomanagement structureel en in gezamenlijkheid tussen UWV en SZW te verbeteren en te borgen. Zo zijn in 2020 de ZW en de WIA op misbruikrisico’s doorgelicht en is gestart met het structureel borgen van het nieuwe risicomanagement binnen UWV en SZW. Ook heeft UWV de drie risicomodellen gericht op verwijtbare werkloosheid, verblijf buiten Nederland en sollicitatieactiviteiten doorontwikkeld. In 2021 wordt gewerkt aan de structurele implementatie van de eerste twee modellen. Daarnaast is verder gewerkt aan een beter adressenbeleid, onder meer door een succesvolle pilot in samenwerking met LAA (Landelijke Aanpak Adreskwa­liteit) om de registratie van niet ingezetenen terug te dringen. Ook heeft UWV preventieve maatregelen genomen om regelovertreding te voorkomen, zoals het vertalen van de rechten en plichten verbonden aan de WW, ZW en WIA in zeven talen. De uitvoering van de maatregelen heeft wel vertraging ondervonden door de coronacrisis, met name de maatregelen waarbij direct contact met uitkeringsgerechtigden aan de orde was, zoals onderzoeken naar verblijf buiten Nederland. Desondanks is op vele terreinen voortgang geboekt in een verbeterde aanpak van fraude.De kerncijfers op het gebied van preventie tonen een afwijkend beeld ten opzichte van de voorgaande jaren. De cijfers zijn in de eerste plaats niet helemaal te vergelijken, aangezien dit jaar het onderzoek op een iets andere manier is uitgevoerd dan de jaren hiervoor (zie paragraaf 3.1.4 in het onderdeel beleidsprioriteiten van dit jaarverslag voor een algemene uitleg). De kennis van de verplichtingen is gedaald van 96% in 2019 naar 91% in 2020. Wordt gekeken naar het effect van de coronacrisis dan is de daling heel licht. Voor uitkeringsgerechtigden waarbij de uitkering voor de crisis is gestart is het 94%, voor uitkeringsgerechtigden die sinds de crisis een uitkering ontvangen is het 89%. Ook de gepercipieerde detectiekans is gedaald van 77% in 2019 naar 61% in 2020. De oorzaak hiervan valt niet eenduidig te geven, maar heeft mogelijk deels te maken met een hoger percentage van mensen met een uitkering gestart tijdens de coronacrisis die aangeven niet te weten hoe deze kans in te schatten (35% versus 20% met een uitkering vóór de start van de crisis). Als gevolg van de corona­maatregelen is het aantal interne en externe fraudemeldingen bij UWV gedaald en zijn de mogelijkheden voor het doen van onderzoek naar mogelijke regelovertreding beperkt. Hierdoor is ook het aantal onderzochte signalen afgenomen. Bijgevolg zijn er minder overtredingen geconstateerd, hetgeen geresulteerd heeft in een lager benadelingsbedrag.89Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 50 Kerncijfers WW (fraude en handhaving)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Preventie1Gepercipieerde detectiekans (%)81797877612Kennis van de verplichtingen (%)96979696912Opsporing3Aantal onderzochte fraudesignalen (x 1.000)20153,73,42,8Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)414101,01,00,8Totaal benadelingsbedrag (x 1 mln)22215,54,53,6Sanctionering3Aantal waarschuwingen (x 1.000)2,54,51,71,41Aantal boetes (x 1.000)137,80,80,80,6Totaal boetebedrag ( x 1 mln)6,84,21,21,10,8Ontstaansjaar vordering20162017201820192020Terugvordering3Incassoratio boete + benadelingsbedrag ultimo 2020 (%)74684637251Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans».2I&O Research «Kennis der verplichtingen in de coronacrisis». Als gevolg van een andere insteek van het onderzoek is sprake van een trendbreuk.3UWV, jaarverslag.4Cijfers betreffen alle overtredingen van de inlichtingenplicht met financiële benadeling.Tijdelijke regeling tegemoetkoming WesthavenDe Minister van SZW stelt een tijdelijke financiële tegemoetkoming beschikbaar voor werknemers die als gevolg van de sluiting van de Hemwegcentrale zijn ontslagen of herplaatst en die daardoor inkomens­verlies lijden. De subsidieregeling is op 20 mei 2020 in werking getreden.Budgettaire ontwikkelingenTen tijde van het opstellen van de begroting 2020 was deze regeling er nog niet. Daarom is hier destijds ook niets voor begroot. De uitgaven aan deze regeling bedroegen in 2020 zo'n € 9.000.SubsidiesVanuit dit budget worden de subsidies uitgekeerd voor de regeling Experi­menten 50+. Vanwege onduidelijkheid over de verantwoording zijn de projecten niet in het laatste kwartaal van 2019 vastgesteld, maar in 2020. Daartoe is € 0,7 miljoen doorgeschoven naar 2020. Doordat de laatste subsidies lager zijn vastgesteld bedraagt de budgetuitputting circa € 0,3 miljoen.Voor de tijdelijke subsidieregeling ontwikkeladvies vijfenveertigplussers (voorheen 2e loopbaanadvies) is € 3,2 miljoen doorgeschoven van 2019 naar 2020. De totale uitgaven aan het ontwikkeladvies in 2020 komen uit op € 4,7 miljoen. De reden hiervoor is dat de regeling open stond tot 10 januari 2020 en veel declaraties pas eind 2019 zijn ingediend, waardoor deze pas in 2020 konden worden beoordeeld en betaald. De regeling is inmiddels afgerond.De overige subsidies bestaan uit drie subsidieprojecten, waarvan twee van AWVN en één van de Ambachtsacademie. Het budget is door middel van een kasschuif van € 0,6 miljoen in overeenstemming gebracht met het kasritme van de regelingen.90Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 OpdrachtenDe eindevaluatie van Perspectief 50+ is opgeleverd in 2020 in plaats van in 2019 vanwege een extra 2-meting. Omdat de eindevaluatie was voorzien in 2019 stond hiervoor in 2020 geen budget op de begroting. Om te kunnen voldoen aan de verplichting is via de eindejaarsmarge budget overgeheveld naar 2020.Bijdrage aan ZBO's/RWT'sDe Tijdelijke regeling scholingsbudget UWV is eind 2020 afgelopen. De regeling heeft UWV in staat gesteld vele duizenden scholingstrajecten in te kopen voor WW-gerechtigden met een scholingsbehoefte. De uitputting van het budget in 2020 is in grote mate beïnvloed door de coronacrisis. In het voorjaar en begin van de zomer is de uitputting van het budget aanzienlijk teruggelopen vanwege de contactbeperkende maatregelen: intensieve begeleiding van werkzoekenden kon niet meer op locatie, veel opleidings­instituten sloten tijdelijk de deuren en de richtlijnen van UWV moesten worden aangepast op basis van de snel veranderende arbeidsmarkt. Na de zomer is de uitputting van het budget gestegen, tot een niveau boven initiële verwachting. Reden hiervoor is de hogere instroom in de WW en meer vraag naar scholing richting een kansrijk beroep vanwege het ontbreken van baanperspectieven in bepaalde sectoren. Deze bewegingen hebben samen geleid tot een onderuitputting van € 1,3 miljoen in 2020.OntvangstenBegrotingsgefinancierde ontvangstenIn 2019 is € 1,3 miljoen minder uitgegeven uit het scholingsbudget WW dan geraamd. Dit bedrag is in 2020 terugontvangen van UWV.Ontvangsten UFODe overheid is eigenrisicodrager voor de WW. UWV verhaalt de uitkerings­lasten op overheidswerkgevers. Deze lasten staan als ontvangsten op dit artikel en zijn in 2020 €26 miljoen lager uitgevallen dan geraamd. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling (€ 7 miljoen) is de realisatie € 19 miljoen lager dan begroot.91Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 4.6 Artikel 6 Ziekte en zwangerschapA. Algemene doelstellingDe overheid beschermt werknemers tegen de financiële gevolgen van ziekte en stimuleert hen het werk te hervatten. De overheid beschermt werknemers tegen de financiële gevolgen van zwangerschap en bevalling en komt tegemoet bij verlofopname wegens geboorte van een kind, adoptie of opname van een pleegkind. De overheid vindt dat mensen die ziek worden en waarbij de loonbetalings­verplichting bij ziekte voor de werkgever niet van toepassing is, ook verzekerd moeten zijn van een tijdelijk loonvervangend inkomen. Zij kunnen het verlies aan inkomen daarom voor een periode van twee jaar, gelijk aan de periode van de loonbetalingsverplichting, opvangen met een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW). Door middel van verzuimbegeleiding en re-integratie stimuleert de overheid deze (gewezen) werknemers om zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan.Ook tijdens de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof voorziet de overheid in een tijdelijk loonvervangend inkomen. Op grond van de Wet arbeid en zorg (WAZO) komen zwangere werknemers en zelfstandigen in aanmerking voor een uitkering. Ook andere verlofvormen geven recht op een uitkering, namelijk: adoptie- en pleegzorgverlof en aanvullend geboor­teverlof.Mensen die lijden aan de ziekte maligne mesothelioom of asbestose door blootstelling aan asbest, kunnen van de overheid een tegemoetkoming of een voorschot op een schadevergoeding ontvangen op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS).Slachtoffers van het organo psycho syndroom (OPS), ook wel «schilders­ziekte» genoemd, kunnen in aanmerking komen voor een eenmalige financiële tegemoetkoming.Werknemers in Caribisch Nederland die door ziekte of zwangerschap met loonderving geconfronteerd worden, ontvangen een uitkering op grond van de Ziekteverzekering (ZV).B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister financiert de inkomensondersteuning met begrotingsgefinan-cierde uitkeringsregelingen. Bij de premiegefinancierde uitkeringsrege­lingen regisseert de Minister. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:–de vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;–de vaststelling van het niveau van de uitkeringen van de onderscheiden regelingen;–de sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door UWV en de SVB;–de organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).92Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 C. BeleidsconclusiesWet arbeid en zorgOp 1 juli 2020 is volgens planning de laatste fase van de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG) in werking getreden. Sindsdien heeft de partner van de pas bevallen moeder, dan wel degene die haar kind erkent, recht op 5 weken aanvullend geboorteverlof tegen 70% van het loon.Daarnaast is op 28 oktober 2020 het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet arbeid en zorg, de Wet flexibel werken en enige andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1158 aangeboden aan de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel gaat onder andere om het invoeren van betaald ouderschapsverlof.Uitbreiding nabestaandenbegrip TASZoals aangegeven in de begroting 2020 is met ingang van 1 januari 2020 het nabestaandenbegrip in de Regeling TAS 2014 uitgebreid (Stcrt. 2019, 63888). Het doel van de uitbreiding is om de kring van rechthebbende nabestaanden beter aan te laten sluiten op het civiele aansprakelijkheids­recht. Met de aanpassing kunnen ook erfgenamen met wie het slachtoffer op het moment van overlijden geen gezinsverband vormde (bijvoorbeeld volwassen kinderen die niet langer thuis wonen) aanspraak maken op de tegemoetkoming.OPS-motieOp 1 maart 2020 is, naar aanleiding van de OPS-motie, een regeling in werking getreden die OPS-slachtoffers uit coulance financieel tegemoet komt. De regeling is twee maanden later dan gepland in werking getreden omdat het meer tijd vergde dan voorzien om de uitvoering van de regeling goed ingeregeld te krijgen. Deze vertraging heeft niet tot problemen geleid, omdat vervolgens ook bleek dat de behandeling van aanvragen veel sneller mogelijk was dan voorzien.Onderzoek ZWEr is in 2020 een analyse gedaan naar de stijgende Ziektewetlasten (Kamer­stukken II 2019/20, 29 544, nr. 1038). Uit deze analyse blijkt dat het voor een groot deel verklaarbaar is dat het beroep op de Ziektewet (ZW) in de periode 2013 tot 2019 is toegenomen (nog voor de corona pandemie uitbrak). Dit valt te verklaren door een toename van - en verschuivingen binnen de potentiële doelgroep. Hierdoor vallen meer mensen dan voorheen onder de publieke ZW. Wel is de langere verblijfsduur van de vangnetgroep zwangeren en WW-gerechtigden in de ZW en de oploop in de instroom van WW-gerechtigden aan het einde van de WW-duur nog opvallend. Hier wordt nader onderzoek naar gedaan in samenwerking met UWV.93Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 51 Begrotingsgefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 6 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen6.2467.5787.9047.89513.10811.7381.370Uitgaven6.2467.5787.9047.65213.35011.9811.369InkomensoverdrachtenTAS3.8304.5084.7164.2965.5204.696824Ziekteverzekering (Caribisch Nederland)2.4163.0703.1883.0992.9633.442‒ 479OPS-voorzieningsfonds00004.7003.6001.100SubsidiesKanker en werken000257167243‒ 76Ontvangsten4290000001Stand inclusief amendementen, moties en NvW. De stand zoals gepresenteerd onder de stand vastgestelde begroting wijkt af van de stand vastgestelde begroting bij de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoire begroting, tweede incidentele suppletoire begroting en de slotwet. De reden hiervoor is dat in deze wetten de eerste en tweede incidentele suppletoire begroting, die zijn ingediend tussen de vaststelling van de ontwerpbegroting en de vaststelling van de eerste suppletoire begroting, zijn opgeteld bij vastgestelde begroting en in het jaarverslag niet.Tabel 52 Premiegefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 6 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begrotingVerschil2016201720182019202020202020Uitgaven2.625.8082.682.9562.806.3253.060.9033.281.1093.027.932253.177InkomensoverdrachtenZW1.498.2161.545.1511.627.5341.725.9471.939.9401.628.811311.129WAZO1.127.5921.137.8051.178.7911.334.9561.285.4971.252.91332.584WAZO aanvullend geboorteverlof partners000055.67264.041‒ 8.369Nominaal0000082.167‒ 82.167Ontvangsten0000000E. Toelichting op de instrumentenInkomensoverdrachtenTegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS)Mensen die lijden aan de ziekte maligne mesothelioom of asbestose als gevolg van blootstelling aan asbest tijdens het uitoefenen van werkzaam­heden in dienstverband kunnen een tegemoetkoming ontvangen op grond van de TAS. In dergelijke gevallen kan de (voormalige) werkgever aanspra­kelijk worden gesteld en kan een schadevergoeding worden geëist. Dit proces kan soms echter lang duren. Tegelijkertijd is de levensverwachting van mensen met de ziekte maligne mesothelioom laag. De Regeling TAS 2014 heeft tot doel asbestslachtoffers bij leven maatschappelijke erkenning te bieden in de vorm van een tegemoetkoming. De tegemoetkoming wordt in eerste instantie uitgekeerd in de vorm van een voorschot. Wanneer het proces van aansprakelijkheidsstelling uitmondt in de uitkering van een schadevergoeding door de (voormalige) werkgever aan het slachtoffer, dan wordt de uitgekeerde tegemoetkoming met de uitgekeerde schadever­goeding verrekend. De Regeling TAS 2014 wordt uitgevoerd door het Instituut Asbestslachtoffers en de Sociale Verzekeringsbank.94Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Budgettaire ontwikkelingenDe uitgaven aan de Regeling TAS 2014 zijn in 2020 € 0,8 miljoen hoger uitgekomen dan in de begroting 2020 werd verwacht. In de begroting was nog gerekend in prijzen 2019. Indien rekening wordt gehouden met de loon- en prijsbijstelling (€ 0,13 miljoen) is de realisatie € 0,7 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Deze hogere uitkeringslasten over 2020 kunnen deels worden verklaard doordat er een nabetaling over 2019 heeft plaats­gevonden in 2020 van circa € 0,25 miljoen.Beleidsrelevante kerncijfersHet aantal terugontvangen voorschotten is fors lager uitgevallen dan verwacht. Het daadwerkelijke terugvorderingspercentage is 30% terwijl in de begroting een percentage van 41% werd gehanteerd. Tevens is het aantal toekenningen lager uitgevallen dan in de begroting 2020 werd verwacht.Tabel 53 Kerncijfers TASRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Aantal toekenningen voorschot TAS (x 1.000 uitkeringen)0,40,40,40,30,40,40waarvan toekenning i.v.m. maligne mesothelioom0,30,30,40,30,30,4‒ 0,1waarvan toekenning i.v.m. asbestose<0,1<0,1<0,1<0,1<0,1<0,10Aantal terugontvangen voorschotten TAS (x 1.000 uitkeringen)0,20,10,20,10,10,2‒ 0,1Aantal toekenningen maligne mesothelioom bij leven ten opzichte van totaal aantal toekenningen (%)8585858680‒1‒1Dit cijfer wordt niet geraamd.Bron: SVB, jaarverslag.Ziekteverzekering (ZV) (Caribisch Nederland)Werknemers in Caribisch Nederland die door ziekte of zwangerschap met loonderving geconfronteerd worden, ontvangen een uitkering (ziekengeld) op grond van de Ziekteverzekering. De uitkering is gerelateerd aan het loon van de werknemer.Budgettaire ontwikkelingenIn 2020 wordt op een begrote € 3,4 miljoen een onderschrijding van circa € 0,5 miljoen gerapporteerd. Dit heeft te maken met fluctuaties in de raming.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 54 Kerncijfers Ziekteverzekering (Caribisch Nederland)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Volume Ziekteverzekering CN (x 1.000 uitbetaalde ziektedagen)5661636664631Bron: RCN-unit SZW.OPS-fondsDe OPS problematiek is het gevolg van blootstellingen aan vluchtige oplos­middelen in het werk die hoger waren dan volgens de destijds geldende wettelijke voorschriften waren toegestaan. De regeling is in maart 2020 in werking getreden. Bij de opzet van de regeling is zoveel mogelijk aangesloten bij regelingen voor asbestslachtoffers. De regeling wordt uitgevoerd door de SVB.95Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Budgettaire ontwikkelingenOndanks dat informatiebijeenkomsten voor slachtoffers niet door konden gaan in verband met coronamaatregelen, zijn er in 2020 meer aanvragen voor de eenmalige tegemoetkoming ingediend dan verwacht werd voor het eerste uitvoeringsjaar. In totaal is in 2020 € 4,7 miljoen gerealiseerd.Ziektewet (ZW)De ZW geeft zieke werknemers het recht op een uitkering als zij geen werkgever meer hebben die in geval van ziekte loon moet doorbetalen. De ZW bevat minimumnormen voor re-integratie. De ZW geldt ook voor een beperkte groep werknemers die wel in dienst zijn van een werkgever, namelijk werknemers die tijdelijk ongeschikt zijn voor het verrichten van hun werk (wegens arbeidsongeschiktheid als gevolg van zwangerschap en orgaandonatie) en werknemers met een zogenaamde no-riskpolis. De werkgever mag de ZW-uitkering dan verrekenen met het loon dat hij moet doorbetalen. De ZW wordt uitgevoerd door UWV of door werkgevers zelf wanneer zij ervoor gekozen hebben om eigenrisicodrager te zijn voor de ZW-uitkeringslasten.Budgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten ZW komen € 311 miljoen hoger uit dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling (€ 46 miljoen, in tabel 52 onderdeel van de post nominaal) is de realisatie € 266 miljoen hoger dan begroot. Een belangrijke verklaring voor de hogere ZW-uitgaven zijn de gevolgen van het coronavirus, waardoor het beroep op de ZW hoger uitvalt dan werd verwacht. Vanwege het urgente belang voor de volksgezondheid is met UWV afgesproken dat zogeheten vangnetters die vanwege quarantaine niet kunnen werken, aanspraak kunnen maken op een ZW-uitkering. Het gaat om werknemers die geen werkgever (meer) hebben, zoals uitzendkrachten en eindedienstverbanders. Door de ombuiging van de conjunctuur zijn er bovendien meer werklozen die bij ziekte een beroep doen op de ZW. Daarnaast is het aantal ZW-uitkeringen bij zwangerschappen hoger dan verwacht.Beleidsrelevante kerncijfersHet gemiddeld aantal ZW-uitkeringen is ongeveer 15.000 hoger uitgekomen dan verwacht. Dit verschil wordt vooral verklaard door een hoger beroep van uitzendkrachten en zieke werklozen op de ZW en een hoger aantal ZW-uitkeringen in verband met zwangerschappen.Tabel 55 Kerncijfers ZWRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Volume ZW (x 1.000 uitkeringen, gemiddelde)879095981079215Instroom ZW (x 1.000 uitkeringen)236252283298325‒1‒Uitstroom ZW (x 1.000 uitkeringen)285300322335365‒1‒1In- en uitstroom worden niet geraamd.Bron: UWV, jaarverslag.HandhavingDe kerncijfers op het gebied van fraude en handhaving tonen een wisselend beeld ten opzichte van voorgaande jaren. Wat betreft preventie is geperci­pieerde detectiekans gedaald van 77% naar 57%. Op het gebied van 96Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 opsporing valt op dat het aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling is afgenomen. Op het gebied van sanctionering is het aantal boetes gedaald.In 2020 heeft onderzoek plaatsgevonden door KPMG naar misbruikrisico’s in de ZW en WIA. Op basis hiervan wordt door UWV, met betrokkenheid van SZW, een nadere analyse naar deze misbruikrisico’s gedaan, waarbij ook wordt ingegaan op de beheersmaatregelen die door UWV worden ingezet. In de stand van de uitvoering (december 2020) is gemeld dat dit onderzoek naar verwachting is afgerond in het voorjaar van 2021.Tabel 56 Kerncijfers ZW (fraude en handhaving)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Preventie1Gepercipieerde detectiekans (%)76807777572Kennis van de verplichtingen (%)93959393872Opsporing3Aantal onderzochte fraudesignalen (x 1.000)1,53,63,53,93,3Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)41,12,82,62,62,0Totaal benadelingsbedrag (x € 1 mln)33,42,93,52,9Sanctionering3Aantal waarschuwingen (x 1.000)0,31,41,42,11,9Aantal boetes (x 1.000)0,91,61,41,10,8Totaal boetebedrag (x € 1 mln)0,510,80,70,6Ontstaansjaar vordering20162017201820192020Terugvordering3Incassoratio fraudevorderingen (boete + benadelingsbedrag) ultimo 2020 (%)66645143211Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans».2I&O Research «Kennis der verplichtingen in de coronacrisis». Als gevolg van een andere insteek van het onderzoek is sprake van een trendbreuk.3UWV, jaarverslag.4Cijfers betreffen alle overtredingen van de inlichtingenplicht met financiële benadeling.Wet arbeid en zorg (WAZO)De WAZO bundelt een aantal wettelijke verlofvormen, zoals het zwanger­schaps- en bevallingsverlof, kraamverlof, adoptie- en pleegzorgverlof, ouderschapsverlof en kort- en langdurend zorgverlof. Soms bestaat er recht op (gedeeltelijke) loondoorbetaling of op een uitkering (zwangerschaps- en bevallingsuitkering en adoptie- en pleegzorguitkering). Deze uitkeringen op grond van de WAZO worden uitgevoerd door UWV.Budgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten WAZO komen circa € 33 miljoen hoger uit dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsop­stelling geraamde loon- en prijsbijstelling van circa € 35 miljoen (onderdeel van de post nominaal van circa € 82 miljoen) komt de realisatie ongeveer € 2 miljoen lager uit dan werd geraamd bij de begroting.Beleidsrelevante kerncijfersHet aantal toekenningen op grond van zwangerschaps- en bevallingsverlof is vanwege een lager geboortecijfer circa 3.000 uitkeringen lager uitgevallen dan bij de begroting werd geraamd.97Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 57 Kerncijfers WAZORealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 20181Realisatie 20191Realisatie 20201Begroting 2020Verschil 2020Totaal aantal toekenningen zwangerschap- en bevallingsverlofuitkering (x 1.000 uitkeringen)140134140142142145‒ 3Aantal toekenningen werknemers (x 1.000 uitkeringen)129124129130130133‒ 3Aantal toekenningen zelfstandigen (x 1.000 uitkeringen)10,510,411,411,512,311,80,51SZW, berekening.Bron: UWV, jaarverslag.WAZO aanvullend geboorteverlof partnersHet aanvullend geboorteverlof is per 1 juli 2020 ingevoerd. Het verlof duurt maximaal 5 weken. Het verlof dient binnen 6 maanden na de geboorte te worden opgenomen. Ook deze regeling wordt door UWV uitgevoerd.Budgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten aan aanvullend geboorteverlof komen circa € 8 miljoen lager uit dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling van circa € 2 miljoen (onderdeel van de post nominaal van circa € 82 miljoen) komt de realisatie circa € 10 miljoen lager uit. Hoewel het gemiddeld aantal opgenomen dagen hoger uitviel, kwam het aantal toekenningen lager uit dan geraamd.Beleidsrelevante kerncijfersHet aantal toekenningen komt lager uit dan werd geraamd en het gemiddeld aantal opgenomen dagen is hoger uitgevallen dan geraamd.Tabel 58 Kerncijfers Aanvullend geboorteverlofRealisatie 20201Begroting 2020Verschil 2020Totaal aantal toekenningen aanvullend geboorteverlof (x 1.000 uitkeringen)2436‒ 12Gemiddeld aantal opgenomen dagen2217,54,51SZW, berekening.Bron: UWV, jaarverslag.SubsidiesMet het amendement van Weyenberg (Kamerstukken II 2017/18, 34 775, nr. 18) is € 500.000 in totaal beschikbaar gesteld voor een subsidieregeling om maatschappelijke initiatieven te ondersteunen die erop zijn gericht (ex-)kankerpatiënten zonder werk meer kans te geven op het vinden van een nieuwe baan. In 2019 zijn met deze subsidieregeling vijf projecten gestart, die allen in 2020 zijn afgerond. In 2020 is er € 167.000 uitgekeerd voor deze projecten.98Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 4.7 Artikel 7 KinderopvangA. Algemene doelstellingDe overheid biedt financiële ondersteuning aan werkende ouders voor kinderopvang en bevordert de kwaliteit van kinderopvang. De overheid hecht aan goede, veilige en financieel toegankelijke kinder­opvang, zodat ouders arbeid en zorg kunnen combineren. Voor de bevordering van de arbeidsparticipatie is het belangrijk dat ouders van jonge kinderen actief blijven op de arbeidsmarkt. Bovendien zorgt goede kinderopvang er ook voor dat kinderen worden gestimuleerd in hun ontwik­keling.De kinderopvangtoeslag houdt formele kinderopvang betaalbaar voor ouders. Om de kwaliteit van kinderopvang te bevorderen heeft de overheid in de Wet kinderopvang (Wko) vastgesteld aan welke eisen de kinderop­vangvoorzieningen moeten voldoen. De GGD houdt hier, in opdracht van gemeenten, toezicht op. Daarnaast steunt de Minister via subsidies projecten die de (informatie)positie van ouders versterken. Dit om te zorgen dat ouders hun kind naar een kinderopvangvoorziening kunnen brengen die veilig en van goede kwaliteit is. De kinderopvangondernemers zijn verant­woordelijk voor het goed functioneren van de kinderopvang. Gastouderbu­reaus en gastouders zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van gastouderopvang. Ouders hebben een eigen verantwoordelijkheid bij de keuze voor een kinderopvangvoorziening en kunnen hun invloed onder andere via de oudercommissies uitoefenen.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister regisseert met wet- en regelgeving het stelsel, financiert met de kinderopvangtoeslag (KOT) het gebruik van kinderopvang en stimuleert met subsidies de (informatie)positie van ouders. Hij is in deze rollen verant­woordelijk voor:–de vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;–het vaststellen van de hoogte van de kinderopvangtoeslag en de voorwaarden waaronder deze wordt toegekend;–het ter beschikking stellen van middelen aan gemeenten via het Gemeentefonds ter financiering van toezicht en handhaving op de kinderopvang;–het borgen van de kwaliteit van toezicht en handhaving;–Het verstrekken van middelen ten behoeve van de kinderopvang en voor- en naschoolse voorzieningen in Caribisch Nederland in het kader van het programma BES(t) 4 kids;–het bevorderen van de kwaliteit en veiligheid van de kinderopvang.De Minister van Financiën is verantwoordelijk voor de rechtmatige, doeltref­fende en doelmatige uitvoering van de KOT door de Belastingdienst.C. BeleidsconclusiesDe beoogde beleidsresultaten uit de begroting 2020 zijn grotendeels gerea­liseerd. Daarnaast is vanwege de coronacrisis tijdelijk nieuw beleid geïntro­duceerd en is gewerkt aan de hersteloperatie kinderopvangtoeslag.99Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Kinderopvangtoeslag en Wet langdurige zorgOp 2 december 2020 is de Verzamelwet kinderopvang gepubliceerd (Stb. 2020, 518). Zoals aangekondigd in de begroting van 2020 is hiermee het recht op kinderopvangtoeslag uitgebreid. Per 1 januari 2021 hebben huishoudens waarin de ene partner werkt en de andere partner een permanente Wet langdurige zorg (Wlz)-indicatie heeft ook recht op kinder­opvangtoeslag. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is een amendement aangenomen waarmee wordt geregeld dat per 1 januari 2023 dit wordt uitgebreid voor partners met een tijdelijke Wlz-indicatie. Tot die tijd kunnen zij nog wel terecht bij hun gemeenten voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op basis van Sociaal Medische Indicatie (SMI).Verbetertraject KinderopvangtoeslagZoals in de begroting van 2020 werd aangekondigd, heeft het kabinet in 2020 stapsgewijs verbetermaatregelen uit het Verbetertraject Kinderop­vangtoeslag geïmplementeerd (Kamerstukken II 2020/21, 31 322, nr. 422). Kinderopvangorganisaties zijn in 2020 geleidelijk gestart met het maandelijks aanleveren van gegevens aan Belastingdienst/Toeslagen. Eind 2020 leverde ongeveer 85% van alle kinderopvangorganisaties al maandelijks gegevens. Met actuele gegevens kan Belastingdienst/Toeslagen verschillen eerder signaleren naar ouders en de juiste dienstver­lening bieden. Daarnaast is in 2020 gestart met de persoonlijke begeleiding van burgers met een hoge kans op (hoge) terugvorderingen. Ten slotte is in 2020 de kinderopvangtoeslag app gelanceerd, waarmee ouders makkelijker de aanvraaggegevens kunnen inzien en wijzigen.Het verbetertraject ziet na de implementatie van bovengenoemde maatregelen nog verdere potentie voor verbeteringen in de dienstverlening richting ouders en in het reduceren van het aantal (hoge) terugvorderingen binnen de kinderopvangtoeslag. Om die reden wordt in 2021 een vervolg gegeven aan het verbetertraject (Kamerstukken II 2020/21, 31 322, nr. 422).Scenariostudie vormgeving kindvoorzieningenIn 2020 zijn naar aanleiding van de kabinetsreacties op de Interdeparte­mentale Beleidsonderzoeken (IBO) Deeltijdwerk en Toeslagen door middel van een Scenariostudie Vormgeving Kindvoorzieningen (SVK) diverse scenario's uitgewerkt voor het vormgeven van een toekomstig stelsel van kindvoorzieningen (Kamerstukken II 2020/2021, 31 322, nr. 424). Het doel hiervan is het toekomstige kabinet en (politieke) stakeholders handvatten te geven voor de inrichting van het stelsel van kindvoorzieningen. Verbetering kwaliteit en toegankelijkheid van kinderopvang in Caribisch NederlandIn het programma BES(t) 4 kids hebben het Rijk en de openbare lichamen een belangrijke stap gezet in de richting van de bedragen die voor kinder­opvang zijn opgenomen in het ijkpunt voor het sociaal minimum. Vooruit­lopend op de wettelijke verankering van het stelsel voor kinderopvang in Caribisch Nederland is in 2020 de tijdelijke subsidieregeling kinderopvang Caribisch Nederland ingesteld (Stcrt. 2020, 19876). Hiermee worden kinder­opvangorganisaties in staat gesteld om te investeren in de kwaliteit van de kinderopvang en wordt de kinderopvang financieel toegankelijker voor de ouders. De openbare lichamen in Caribisch Nederland hebben eilande­lijke verordeningen aangenomen. Het grootste deel van de kinderopvang­organisaties heeft in 2020 met steun van BES(t) 4 kids een 100Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 exploitatievergunning ontvangen. In 2020 is verder het conceptwets­voorstel voor het stelsel van kinderopvang in Caribisch Nederland opgesteld en ter consultatie voorgelegd aan de eilanden.Vaccinatie in de kinderopvangIn de kabinetsreactie op het advies van de Commissie kinderopvang en vaccinatie (Kamerstukken II 2019/20, 32 793, nr. 450) zijn enkele vraag­stukken geschetst rondom de zorgen van ouders over de veiligheid van kinderen op de kinderopvang vanwege de dalende vaccinatiegraad. SZW is in nauwe samenwerking met VWS gestart met de uitwerking van deze vraagstukken en heeft daarbij ook voorlichting aan de Raad van State gevraagd over vraagstukken die betrekking hebben op onder meer propor­tionaliteit. Door de coronacrisis heeft dit traject in het afgelopen jaar geen prioriteit gekregen. De Tweede Kamer is hierover eind 2020 geïnformeerd in de Verzamelbrief Kinderopvang (Kamerstukken II 2020/21, 31 322, nr. 422).Sluiting kinderopvang vanwege coronacrisisIn verband met de coronacrisis was de reguliere kinderopvang in 2020 (gedeeltelijk) gesloten in de periode tussen 16 maart tot 8 juni en vanaf 16 december. Voor ouders in cruciale beroepen en vitale processen is noodopvang georganiseerd. Gemeenten zijn tijdens de eerste sluiting financieel gecompenseerd voor de extra kosten die zij hebben gemaakt voor de noodopvang.Ouders is gevraagd om de kinderopvangfacturen door te blijven betalen. Voor ouders die de kinderopvang door bleven betalen gedurende de sluitingsperiode in het voorjaar van 2020, zijn drie tegemoetkomingsrege­lingen in het leven geroepen. Deze zijn voor ouders met kinderopvang­toeslag en voor ouders met gemeentelijke subsidiëring reeds uitgekeerd. Voor personen die gebruik hebben gemaakt van kinderopvang zonder overheidsvergoeding zal de tegemoetkoming in 2021 worden uitgekeerd. Ook voor de tweede sluitingsperiode zal een tegemoetkoming aan ouders worden verstrekt voor de betaalde eigen bijdrage in deze periode.In 2020 is de koppeling gewerkte uren binnen de kinderopvangtoeslag tijdelijk verruimd. Voor ouders die vanwege de coronacrisis minder uren konden werken, maar tijdens de sluiting van de kinderopvang wel de reguliere factuur doorbetaalden, blijft hierdoor het aantal uren waarvoor zij aanspraak hebben op kinderopvangtoeslag in stand.Hersteloperatie kinderopvangtoeslagIn 2019 hebben de ouders uit de CAF 11-zaak compensatie ontvangen. Het eindrapport van de Adviescommissie uitvoering toeslagen (AUT) liet zien dat de problematiek breder ging dan CAF-11. Deze kwam, naast de handelwijze van de Belastingdienst in de uitvoering, ook deels voort uit hardheid van de regelgeving rond de KOT. In reactie heeft het kabinet een bredere hersteloperatie met aanpassing van regelgeving aangekondigd.De herstelorganisatie is in de loop van 2020 opgestart door de Belasting­dienst en de benodigde regelgeving is (met terugwerkende kracht) aangepast. Met de Voortgangsrapportage kinderopvangtoeslag wordt regulier een update gegeven van de hersteloperatie. Zo ook over de aange­kondigde verruiming en versnelling van het herstel (Kamerstukken II 2020/21, 35 510, nr. 4) na het uitbrengen van het rapport van de Parlemen­taire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag ‘Ongekend Onrecht’. Het kabinet neemt een fors pakket maatregelen om de gedupeerde ouders 101Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 en hun kinderen sneller te helpen én om te voorkomen dat zoiets ooit nog kan gebeuren. De kabinetsreactie op het rapport van de POK beschrijft de inzet van het kabinet op hoofdlijnen (Kamerstukken II 2020/21, 35 510, nr. 4).D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 59 Begrotingsgefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 7 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen2.410.3402.610.6682.955.3723.366.2893.913.0263.461.212451.814Uitgaven2.406.8382.610.6812.958.3023.366.1843.912.4423.461.212451.230InkomensoverdrachtenKinderopvangtoeslag2.385.4222.585.9762.933.2113.353.3623.596.6053.434.006162.599Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO0000296.2000296.200SubsidiesKinderopvang1.4872.3071.8981.6931.2482.350‒ 1.102Subsidies Caribisch Nederland00000200‒ 200Versterking T&I vaardigheden kinderopvang3.3923.3172.9144101OpdrachtenOpdrachten Caribisch Nederland0091679539.627‒ 8.674Overige opdrachten3.5804.5634.4173.4262.0484.502‒ 2.454BekostigingProjectbureau PGV00009800980Bijdrage aan agentschappenDUO12.37314.41515.5597.6316.82710.520‒ 3.693Justis256103212107‒ 7Centraal informatiepunt beroepen gezondheidszorg328000000Bijdrage aan medeoverhedenVersterking Kinderopvang Samenwerking BES(t) 4 kids CN00007.58007.580Ontvangsten1.490.4991.464.1851.510.5261.522.5171.483.4201.597.613‒ 114.193Werkgeversbijdrage kinderopvang1.111.4301.150.7191.203.5771.257.1581.237.3371.279.935‒ 42.598Restituties en overige ontvangsten379.069313.466306.949265.359246.083317.678‒ 71.5951Stand inclusief amendementen, moties en NvW. De stand zoals gepresenteerd onder de stand vastgestelde begroting wijkt af van de stand vastgestelde begroting bij de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoire begroting, tweede incidentele suppletoire begroting en de slotwet. De reden hiervoor is dat in deze wetten de eerste en tweede incidentele suppletoire begroting, die zijn ingediend tussen de vaststelling van de ontwerpbegroting en de vaststelling van de eerste suppletoire begroting, zijn opgeteld bij vastgestelde begroting en in het jaarverslag niet.E. Toelichting op de instrumentenInkomensoverdrachtenKinderopvangtoeslagOuders die betaalde arbeid verrichten en ouders die tot een doelgroep behoren zoals omschreven in de Wko, ontvangen een inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van kinderopvang: de kinderopvangtoeslag (KOT). Hierbij geldt de voorwaarde dat zij hun kinderen naar een kinderopvangin­stelling of gastouder brengen die voldoet aan de eisen van de Wko en daarom geregistreerd is in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). De KOT wordt uitgevoerd door Belastingdienst/Toeslagen. DUO verzorgt de inschrijving in het register buitenlandse kinderopvang en de SVB is verant­woordelijk voor de uitbetaling van de aanvulling op de KOT in het buitenland.102Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Budgettaire ontwikkelingenDe uitgaven aan kinderopvangtoeslag zijn in 2020 € 163 miljoen hoger uitgekomen dan in de begroting 2020 werd verwacht. In de begroting was nog gerekend in prijzen 2019. Indien rekening wordt gehouden met de loon- en prijsbijstelling is de realisatie € 97 miljoen hoger dan begroot. Dit bedrag is het gevolg van verschillende effecten. De uitgaven kwamen € 115 miljoen hoger uit doordat het gebruik van kinderopvang in 2020 hoger is uitgekomen dan verwacht. Met name het aantal uren per kind kwam hoger uit dan verwacht. Het aantal kinderen met kinderopvangtoeslag was licht hoger. In 2020 waren er € 22 miljoen lagere uitgaven als gevolg van een beter dan verwachte aansluiting van de voorschotbetalingen bij de vastge­stelde hoogte van de kinderopvangtoeslag. Het resterende verschil van € 4 miljoen wordt verklaard door overige posten.Beleidsrelevante kerncijfersHet aantal huishoudens met kinderopvangtoeslag en het aantal kinderen dat daarmee naar de opvang gaat zijn beide licht hoger uitgekomen dan in de begroting 2020 was geraamd. Er gingen met name meer kinderen naar de dagopvang. Het gemiddelde urengebruik per kind is ruim 3% hoger uitgevallen. Onderliggend was er in de eerste maanden een voortzetting van de groei in het gebruik, die sterker was dan voorzien. Hoewel er daarna een lichte afname was als gevolg van de coronacrisis, komt het gebruik van kinderopvang in 2020 per saldo hoger uit dan werd verwacht. Mede als gevolg van de steunmaatregelen en de tegemoetkoming van de eigen bijdrage bleef de afname van het gebruik tijdens de coronacrisis beperkt.Na een stijging in de afgelopen jaren lijkt het gebruik van kinderopvang onder huishoudens met een verzamelinkomen tot 1,5 keer modaal in 2020 op basis van voorlopige cijfers iets af te nemen. Dit beeld kan echter nog wijzigen bij vaststelling van de definitieve inkomens, dit was ook in eerdere jaren het geval.De gemiddelde uurtarieven zijn hoger uitgekomen dan verwacht. Dit was met name het geval voor de dagopvang, waar het gemiddelde uurtarief € 0,26 hoger is uitgekomen.103Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 60 Kerncijfers gebruik kinderopvang (jaargemiddelden)1Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Aantal huishoudens dat gebruik maakt van kinderopvangtoeslag (x 1.000)4454825245515565524Aantal kinderen met kinderopvangtoeslag (x 1.000)0-12 jaar67472678582483382670-4 jaar (dagopvang)31834437539039238754-12 jaar (buitenschoolse opvang)3563824104354414392Deelname kinderen met kinderopvangtoeslag (%)0-12 jaar31333638393810-4 jaar (dagopvang)46505457575614-12 jaar (buitenschoolse opvang)2426283030300Aantal uren per kind per maand0-12 jaar56,957,458,159,560,758,91,80-4 jaar (dagopvang)79,580,080,582,985,082,92,14-12 jaar (buitenschoolse opvang)36,737,137,738,539,037,71,3Gebruik kinderopvangtoeslag naar verzamelinkomen (aantal kinderen met kinderopvangtoeslag x 1.000)Tot 130% Wml657077807475‒ 1130% Wml tot 1 1/2 x modaal167179189193173195‒ 221 1/2 x modaal tot 3 x modaal340368401425454437173 x modaal en hoger10210911712613212111Aantal uren per kind met kinderopvangtoeslagTot 130% Wml6970717579745130% Wml tot 1 1/2 x modaal53545657595631 1/2 x modaal tot 3 x modaal54545556575613 x modaal en hoger64646566676521De cijfers van 2020 zijn gebaseerd op de opgaven van aanvragers, die nog kunnen wijzigen als gevolg van het definitief vaststellen van inkomen en gebruik. Voor 2019 is het merendeel van de beschikkingen definitief vastgesteld. Voor 2018 en eerdere jaren zijn vrijwel alle beschikkingen en onderliggende gegevens definitief.Bron: SZW, berekening op basis van informatie van CBS en Belastingdienst.104Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 61 Kerncijfers kinderopvang bijdragen sectoren en ouders1Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Bijdragen sectoren (in %)Collectief676970737273‒ 1waarvan Overheid3034384345441waarvan Werkgevers373532302729‒ 2Ouders3331302728271Wettelijke maximum uurprijs (in €)Dagopvang6,897,187,458,028,178,170Buitenschoolse opvang6,426,696,956,897,027,020Gastouderopvang5,525,755,916,156,276,270Gemiddelde tarieven van kinderopvanginstellingen (in €)2Dagopvang6,987,197,468,088,288,020,26Buitenschoolse opvang6,847,007,227,387,517,420,09Gastouderopvang5,685,846,006,216,256,170,08Ouderbijdrage eerste kind in € per uur voor gezinsinkomen3130% Wml0,560,450,460,350,360,3601 1/2 x modaal1,771,701,771,601,631,6303 x modaal5,004,794,974,704,794,790Ouderbijdrage volgend kind in € per uur voor gezinsinkomen130% Wml0,410,370,380,340,350,3501 1/2 x modaal0,450,470,480,470,470,4703 x modaal1,141,191,241,191,221,2201De cijfers van 2020 zijn gebaseerd op de opgaven van aanvragers, die nog kunnen wijzigen als gevolg van het definitief vaststellen van uurtarieven. Voor 2019 is het merendeel van de beschikkingen definitief vastgesteld. Voor 2018 en eerdere jaren zijn vrijwel alle beschikkingen en onderliggende gegevens definitief.2De cijfers over de gemiddelde uurprijs zijn gebaseerd op de uurprijzen die ouders aan de Belastingdienst/Toeslagen doorgeven. Deze kunnen afwijken van de door de ouders werkelijk betaalde uurprijzen. Het betreft de gemiddelde uurprijzen, waarbij gewogen is naar gebruik. Ter illustratie: de uurprijs van gebruikers die 60 opvanguren afnemen weegt drie keer zo zwaar mee bij bepaling van het gemiddelde als de uurprijs van gebruikers die 20 opvanguren afnemen.3Kosten van kinderopvang per uur voor ouders, gegeven de maximum uurprijs en de toeslag die ouders ontvangen.Bron: SZW, berekening op basis van informatie van Belastingdienst.Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KOIn 2020 is een vergoeding verstrekt aan ouders met kinderopvangtoeslag die in de periode waarin kinderopvang wegens de kabinetsmaatregelen rondom corona gesloten was, hun eigen bijdrage hebben doorbetaald. De vergoeding heeft betrekking op de periode 16 maart tot en met 7 juni 2020 en is uitgekeerd door de SVB.Budgettaire ontwikkelingenIn 2020 is € 296 miljoen uitgegeven aan tegemoetkoming van de eigen bijdrage voor de periode waarin de kinderopvang was gesloten.SubsidiesDe uitgaven voor subsidies zijn € 1,3 miljoen lager dan begroot. Het geraamde budget voor subsidies voor Caribisch Nederland is niet tot realisatie gekomen. Daarnaast is er voor een lager bedrag aan projectsub­sidies Kinderopvang aangevraagd dan het geraamde budget hiervoor.105Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 OpdrachtenHet opdrachtenbudget voor Caribisch Nederland is voor een bedrag van € 7,9 miljoen ingezet ter versterking van de kinderopvang in Caribisch Nederland. Dit is geboekt op een apart budget voor bijdrage aan medeover­heden. Bij de begroting 2020 maakten deze middelen nog onderdeel uit van het opdrachtenbudget voor Caribisch Nederland.De uitgaven aan opdrachten kinderopvang zijn € 2,5 miljoen lager dan was voorzien. Er is minder uitgegeven aan onderzoek door vertraging vanwege de coronacrisis. Daarnaast was er een overboeking van € 0,5 miljoen naar het Ministerie van OCW, grotendeels voor inspectie van het onderwijs.BekostigingEr is bijna € 1 miljoen uitgegeven aan projectbureau PGV voor de coördinatie op het toezicht op de kinderopvang. PGV is wettelijk aangewezen voor deze taak.Bijdrage aan agentschappenDe bijdrage aan agentschappen is € 3,7 miljoen lager uitgekomen dan was begroot. Er is € 1 miljoen structureel overgeboekt naar de Belastingdienst voor extra uitvoeringskosten als gevolg van aanpassingen in de Wet Kinder­opvang met betrekking tot peuteropvang. Daarnaast waren op de begroting middelen gereserveerd voor extra kosten voor de kinderopvangregisters voor het autorisatiebesluit. Deze middelen zijn niet tot besteding gekomen.De gerealiseerde uitgaven van € 6,8 miljoen zijn ingezet voor de uitvoering van het Landelijk Register Kinderopvang en het Personenregister Kinder­opvang.Bijdrage aan medeoverhedenDe middelen bestemd voor versterking van de kinderopvang in Caribisch Nederland zijn overgeheveld naar een apart budget voor bijdrage aan medeoverheden. Bij de begroting 2020 waren deze middelen (€ 7,9 miljoen) nog onderdeel van het opdrachtenbudget voor Caribisch Nederland. Uitein­delijk is in 2020 voor versterking van de kinderopvang in Caribisch Nederland € 7,6 miljoen uitgegeven.OntvangstenDe restituties en overige ontvangsten zijn € 72 miljoen lager uitgekomen dan verwacht. Dit is vooral het gevolg van lagere ontvangsten uit de toeslag­jaren 2018 en 2019. De Belastingdienst slaagt er steeds beter in om de kinderopvangtoeslag die ouders ontvangen aan te laten sluiten bij hun rechten. Dit effect blijkt sterker te zijn dan verwacht. Hierdoor hoeft er minder teruggevorderd te worden en daardoor nemen de ontvangsten af. Dat is een positieve ontwikkeling. Daarnaast heeft de tijdelijke pauzering van dwanginvorderingen tot iets minder terugontvangsten in 2020 geleid.De ontvangsten werkgeversbijdrage kinderopvang zijn € 43 miljoen lager door een lagere premiegrondslag dan in de begroting 2020 was voorzien.KerncijfersHet aantal gewerkte uren per week is bij zowel vrouwen in het algemeen als bij moeders met jonge kinderen toegenomen in 2019 en bleef vrijwel stabiel in 2020.106Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 62 Ontwikkeling in gewerkte uren van vrouwen en moeders met jonge kinderen (gemiddelde binnen de groep vrouwen met een baan van meer dan 1 uur, jaarcijfers)Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Vrouwen 15 tot 75 jaar26,126,326,2Moeders met jonge kinderen (0-11 jaar)26,626,826,9Bron: CBS, Enquête beroepsbevolking.De netto arbeidsparticipatie van ouders is in 2019 in alle categorieën gestegen. In 2020 is de netto arbeidsdeelname van moeders gestegen, met name onder alleenstaande moeders. Onder vaders is de netto arbeidspar­ticipatie in 2020 daarentegen licht gedaald.Tabel 63 Netto arbeidsparticipatie (%)Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Totaal mannen en vrouwen 15 tot 75 jaar67,868,868,4Moeders (lid van ouderpaar)79,080,480,5Vaders (lid van ouderpaar)91,792,191,7Alleenstaande moeders65,966,268,5Alleenstaande vaders76,680,479,8Moeders met jonge kinderen (0-11)77,879,480,1Vaders met jonge kinderen (0-11)94,094,293,9Bron: CBS, Enquête beroepsbevolking.107Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 4.8 Artikel 8 OudedagsvoorzieningA. Algemene doelstellingDe overheid biedt een basispensioen aan personen die de pensioengerech­tigde leeftijd hebben bereikt. De overheid stimuleert de opbouw van en stelt kaders voor de houdbaarheid van aanvullende arbeidspensioenen en draagt zorg voor toezicht op de naleving daarvan.Het kabinet vindt dat iedere gepensioneerde een basispensioen dient te hebben. Daarom verschaft zij een basispensioen (AOW) aan diegenen die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt. Dit is de eerste pijler van het Nederlandse pensioenstelsel. Daarnaast bevordert de overheid het opbouwen van toekomstbestendige aanvullende pensioenen, zodat werknemers na hun pensionering niet te maken krijgen met een grote inkomensachteruitgang. Momenteel bouwt ruim 87% van de werknemers een aanvullend arbeidspensioen op door verplichte deelname aan pensi­oenregelingen die vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers meestal beheren. Dit betreft de tweede pijler van het Nederlandse pensi­oenstelsel. Met regelgeving en toezicht waarborgt de overheid een zorgvuldig beheer van de ingelegde pensioengelden. In de derde pijler van het pensioenstelsel kunnen mensen facultatief op eigen initiatief individuele pensioenproducten afsluiten.De overheid biedt inkomensondersteuning aan AOW-gerechtigden (IOAOW) en biedt een overbruggingsuitkering aan mensen die per 1 januari 2013 reeds deelnemen aan een vut- of prepensioenregeling of een daarmee vergelijkbare regeling en die zich niet hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd (OBR).Inwoners van Caribisch Nederland die de AOV-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, ontvangen een basispensioen op grond van de Algemene Ouder­domsverzekering (AOV).B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister financiert de inkomensondersteuning met begrotingsgefi-nancierde uitkeringsregelingen. Bij de premiegefinancierde uitkeringsrege­lingen en de aanvullende arbeidspensioenen regisseert de Minister. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:–de vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;–de vaststelling van het niveau van de uitkeringen van de onderscheiden regelingen voor zover de overheid hier zelf verantwoordelijkheid voor draagt;–de sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door de SVB;–de vormgeving van het toezicht met betrekking tot de arbeidspensioenen door De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM);–de organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).108Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de fiscale wet- en regelgeving. Wanneer fiscale instrumenten worden ingezet om doelstel­lingen in het kader van het pensioenbeleid te realiseren, is de Minister van SZW hiervoor medeverantwoordelijk.C. BeleidsconclusiesWetsvoorstel toekomst pensioenenOp 22 juni 2020 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de resultaten van de stuurgroep voor de uitwerking van het pensioenakkoord, zoals uiteengezet in de «Hoofdlijnennotie uitwerking Pensioenakkoord» (Kamer­stukken II 2019/20, 32 043, nr. 519). Deze hoofdlijnennotitie heeft betrekking op de vormgeving van een nieuw pensioencontract, de afspraken over de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel, het nieuwe fiscale kader en de juridische analyse. De Tweede Kamer is op 6 juli 2020 geïnformeerd over het totaalpakket aan maatregelen (Kamerstukken II 2019/20, 32 043, nr. 520). Vervolgens zijn de afspraken uit de Hoofdlijnennotitie verder uitgewerkt resulterend in het Wetsvoorstel toekomst pensioenen, dat op 16 december 2020 voor acht weken is opengesteld voor consultatie.Wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparenDe wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen is in november 2020 aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer heeft de wet in januari 2021 aangenomen, waarna de wet is gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2021, 20). De maatregelen RVU en verlofsparen treden met terugwer­kende kracht per 1 januari 2021 in werking. De beoogde invoeringsdatum voor bedrag ineens betreft 1 januari 2023. De drie maatregelen uit de wet volgen uit de afspraken die het kabinet met de sociale partners heeft gemaakt in het pensioenakkoord. Alle drie de maatregelen hebben betrekking op de keuzes die mensen maken rondom de pensioendatum. Daarnaast vertegenwoordigen ze een gezamenlijk doel, te weten het mogelijk maken van maatwerk ten aanzien van het arbeidsvoorwaardelijk pensioen. Maatwerk wordt beoogd door mensen de mogelijkheid te bieden een gemaximeerd deel van het pensioenvermogen op te nemen als een bedrag ineens en keuzemogelijkheden om eerder te kunnen stoppen met werken.Ten aanzien van het bedrag ineens is naar aanleiding van de Tweede Kamer behandeling een tweede nota van wijziging opgesteld. Deze regelt dat een deelnemer op de pensioeningangsdatum ook kan kiezen om het bedrag ineens uitgekeerd te krijgen in februari volgend op het jaar waarin de deelnemer de AOW-datum bereikt. Vanwege de complexiteit en (on)uitvoer­baarheid van deze mogelijkheid zal in overleg met de pensioensector worden gezocht naar een oplossing en indien noodzakelijk de wetgeving worden aangepast.Wetsvoorstel pensioenverdeling bij scheidingIn 2020 is de (schriftelijke) voorbereiding van het wetsvoorstel pensioen­verdeling bij scheiding in de Tweede Kamer afgerond en is het wetsvoorstel aangemeld voor plenaire behandeling. Vanwege de coronacrisis heeft de behandeling nog niet plaatsgevonden, de Tweede Kamer heeft voorrang gegeven aan spoedwetgeving. De beoogde inwerkingtreding is via een nota van wijziging opgeschoven naar 1 januari 2022.109Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Matiging stijging AOW-leeftijdIn lijn met de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd (Stb. 2019, 246) is de AOW-leeftijd in 2020 gelijk gebleven op 66 jaar en 4 maanden. In 2020 is de Wet verandering koppeling AOW-leeftijd aangenomen (Stb. 2020, 503). Met deze wet is geregeld dat de 1-op-1-koppeling van de AOW- en pensi­oenrichtleeftijd aan de ontwikkeling van de resterende levensverwachting, per 1 januari 2025 wordt vervangen door een 2/3-koppeling (Stb. 2020, 503). Dit betekent dat elk jaar levenswinst zich vertaalt in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen. De koppeling van de pensioenrichtleeftijd aan de levensver­wachting is op vergelijkbare wijze aangepast.Uitkeringsverhoging Caribisch NederlandDe in de Voortgangsrapportage ijkpunt bestaanszekerheid (Kamerstukken II 2018-2019, 35 000 IV, nr. 61) aangekondigde verhoging van de AOV-uitkering is per 1 januari 2020 daadwerkelijk gerealiseerd. Deze extra verhoging van 5% voor Bonaire en Saba en 2% voor Sint Eustatius is betrokken bij de regeling waarmee de indexatie is vastgesteld (Stcrt. 2019, 62805).D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 64 Begrotingsgefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 8 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen24.11824.17523.00925.21524.90325.100‒ 197Uitgaven24.11824.17523.00925.21524.90325.100‒ 197InkomensoverdrachtenMKOB1.017000000Overbruggingsregeling AOW3.9004.3634.0063.5091.9042.247‒ 343AOV inclusief tegemoetkoming (Caribisch Nederland)19.19719.79419.00321.70622.99922.853146Tijdelijke regeling inkomensondersteuning AOW4000000OpdrachtenOpdrachten01800000Ontvangsten2.12400017401741Stand inclusief amendementen, moties en NvW.Tabel 65 Premiegefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 8 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begrotingVerschil2016201720182019202020202020Uitgaven36.940.40037.412.34638.124.87939.483.70041.234.59741.321.030‒ 86.433InkomensoverdrachtenAOW36.004.00036.466.22537.195.24938.538.71740.257.44039.197.8081.059.632Inkomensondersteuning AOW936.400946.121929.630944.983977.157966.35310.804Nominaal000001.156.869‒ 1.156.869Ontvangsten0000000110Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 E. Toelichting op de instrumentenInkomensoverdrachtenOverbruggingsregeling AOW (OBR)De OBR geldt voor mensen die per 1 januari 2013 reeds deelnemen aan een vut- of prepensioenregeling of een daarmee vergelijkbare regeling en die zich niet hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. De regeling is per 1 oktober 2013 in werking getreden, werkt terug tot 1 januari 2013 en sluit voor nieuwe instroom per 1 januari 2023. Vanaf 2016 is de OBR uitgebreid voor mensen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 met vroegpensioen zijn gegaan. De OBR overbrugt voor deze groep alleen het AOW-gat voor zover dat het gevolg is van de versnelde verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd omdat deze groep zich niet op die versnelling heeft kunnen voorbereiden (deze doelgroep heeft dus een kortere duur van de OBR dan de doelgroep die vóór 1 januari 2013 met vut- of prepensioen is gegaan). De OBR kent een inkomenseis en een partner- en vermogenstoets (exclusief eigen woning en pensioenvermogen). De OBR wordt uitgevoerd door de SVB.Budgettaire ontwikkelingenDe uitgaven aan de OBR komen € 0,3 miljoen lager uit dan begroot. In de begroting was nog gerekend in prijzen 2019. Indien rekening wordt gehouden met de loon- en prijsbijstelling (€ 0,03 miljoen) is de realisatie € 0,4 miljoen lager dan begroot. Deze lagere realisatie is het gevolg van verschillende ontwikkelingen. De instroom van personen die recht hebben vanaf 65 jaar (langere duur OBR) is in zowel 2019 als 2020 iets lager uitgevallen, daarentegen is de gemiddelde uitkering van deze groep iets hoger dan verwacht. Per saldo heeft dit geleid tot lagere uitgaven aan de langere duur OBR. Tegelijkertijd zijn de uitkeringslasten aan personen die recht hebben op de OBR in verband met de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd (kortere duur OBR) hoger uitgevallen dan verwacht bij begroting 2020. Per saldo is het effect van de lagere uitkeringslasten voor de OBR met een langere duur, groter dan die van hogere uitkeringslasten OBR met een kortere duur.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 66 Kerncijfers OverbruggingsregelingRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Instroom OBR (x 1.000 uitkeringen)1,51,51,00,80,40,40Bron: SVB, jaarverslag.Algemene Ouderdomsverzekering (AOV) (Caribisch Nederland)Inwoners van Caribisch Nederland die de AOV-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, ontvangen een ouderdomspensioen op grond van de AOV. Naast het ouderdomspensioen wordt op Sint Eustatius en Saba een tegemoet­koming verstrekt die recht doet aan de prijsverschillen tussen de eilanden.Budgettaire ontwikkelingenDe uitgaven aan AOV zijn in 2020 € 0,1 miljoen hoger uitgekomen dan in de begroting 2020 werd verwacht. Op de totale uitgaven van € 23,0 miljoen is dit een minimale bijstelling. Het volume van de AOV stijgt over de jaren licht.111Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Beleidsrelevante kerncijfersTabel 67 Kerncijfers AOV (Caribisch Nederland)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Volume AOV (x 1.000 personen, ultimo)4,14,24,24,34,34,30Bron: RCN-unit SZW.Algemene Ouderdomswet (AOW)De AOW is een volksverzekering en heeft als doel het verschaffen van een basispensioen aan degenen die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt. De AOW wordt uitgevoerd door de SVB. Hoofdstuk 10, Sociale fondsen SZW, gaat nader in op de financiering van de uitgaven aan de AOW.Budgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten AOW komen € 1.060 miljoen hoger uit dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsop­stelling geraamde loon- en prijsbijstelling (€ 1.206 miljoen, in tabel 65 onderdeel van de post nominaal) is de realisatie circa € 146 miljoen lager dan begroot. Dit wordt grotendeels verklaard doordat het aantal AOW'ers lager uitviel dan verwacht vanwege hogere sterfte als gevolg van corona. Daarnaast valt de gemiddelde AOW-uitkering lager uit doordat de indexatie van de AOW-uitkering, de gemiddelde AOW-opbouw en het percentage alleenstaanden (die recht hebben op een hogere AOW-uitkering) lager uitvielen dan waar bij het opstellen van de begroting vanuit is gegaan.Beleidsrelevante kerncijfersHet aantal personen met een AOW-uitkering is lager uitgekomen dan verwacht ten tijde van het opstellen van de begroting. Het percentage personen met een onvolledige AOW-uitkering komt overeen met de verwachting.Tabel 68 Kerncijfers AOWRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Volume AOW (x 1.000 personen, jaargemiddelde)3.3643.3873.4113.4233.4833.490‒ 7Personen met een onvolledige AOW-uitkering (% van totaal, ultimo)1919191919190Bron: SVB, jaarverslag.HandhavingUit onderstaande kerncijfers blijkt dat de uitkomsten in 2020 over een brede linie lager liggen dan in 2019. Dit wordt verklaard door de beperking van interventiemogelijkheden en handhavingsactiviteiten als gevolg van de coronamaatregelen.112Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 69 Kerncijfers AOW (fraude en handhaving)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Preventie1Gepercipieerde detectiekans (%)67615257‒2Kennis van de verplichtingen (%)88848267‒2Opsporing3Aantal onderzochte fraudesignalen (x 1.000)‒411139,45,8Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)50,90,90,70,60,4Totaal benadelingsbedrag (x € 1 mln)3,23,33,13,02,0Sanctionering3Aantal waarschuwingen (x 1.000)0,50,50,40,60,3Aantal boetes (x 1.000)0,50,50,40,40,3Totaal boetebedrag (x € 1 mln)0,60,70,60,70,4Ontstaansjaar vordering20162017201820192020Terugvordering3Incassoratio fraudevorderingen (boete + benadelingsbedrag) ultimo 2020 (%)64654933221Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans».2Door een gewijzigde onderzoeksopzet is het cijfer over 2020 niet beschikbaar. Vanaf 2021 is dit cijfer weer beschikbaar uit het onderzoek «Kennis der verplichtingen».3SVB, jaarverslag.4Dit cijfer is niet beschikbaar.5Cijfers betreffen alle verwijtbare overtredingen van de inlichtingenplicht met financiële benadeling.Inkomensondersteuning AOWIn 2015 is een inkomensondersteuning voor AOW-gerechtigden geïntrodu­ceerd die afhankelijk is van de opbouwjaren op grond van de AOW. De regeling wordt uitgevoerd door de SVB en gefinancierd uit het Ouderdoms­fonds. De inkomensondersteuning AOW-gerechtigden (IOAOW) wordt verstrekt aan iedereen die in aanmerking komt voor een AOW-uitkering en woonachtig is in de EU/EER/Zwitserland, verdragslanden of Caribisch Nederland. Hierdoor krijgen alleen personen die woonachting zijn in een niet-verdragsland geen inkomensondersteuning AOW (0,1% van de AOW-gerechtigden).Budgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten inkomensondersteuning AOW komen € 11 miljoen hoger uit dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling (€ 15 miljoen, in tabel 65 onderdeel van de post nominaal) is de realisatie € 5 miljoen lager dan begroot. Dit wordt voornamelijk verklaard doordat het aantal AOW'ers lager uitviel dan verwacht vanwege hogere sterfte als gevolg van corona.Aanvullende arbeidspensioenenAanvullend pensioen is een arbeidsvoorwaarde. Sociale partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud en de reikwijdte van pensioenregelingen. De overheid stelt regels om te bevorderen dat toezeggingen ook daadwer­kelijk worden nagekomen en draagt zorg voor toezicht op de naleving daarvan.Beleidsrelevante kerncijfersAls kerncijfers zijn het totaal aantal pensioenfondsen opgenomen en het aantal pensioenfondsen met een dekkingsgraad onder de 130% (het vereist eigen vermogen), alsmede de daarbij betrokken deelnemers en gepensio­neerden. De maatstaf van 130% is gekozen omdat een dergelijke dekkings­graad gemiddeld genomen toereikend is om de pensioenverplichtingen na te komen. De afgelopen twee jaren is vrijstelling gegeven van de verplichting om naar het vereist eigen vermogen te herstellen wegens bijzondere economische omstandigheden.113Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Het aantal pensioenfondsen neemt af. Het gaat hierbij vooral om pensioen­fondsen met een geringe omvang. Door schaalvergroting met andere pensi­oenfondsen kan beter worden voldaan aan de eisen die worden gesteld aan een verantwoord beheer.Tabel 70 Kerncijfers aanvullende pensioenenRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Totaal aantal pensioenfondsen1219219208203196Aantal pensioenfondsen met dekkingsgraad ≤130%2214204190193192Aantal bij deze fondsen betrokken deelnemers (x 1.000)5.2955.3625.5555.7055.8403Aantal bij deze fondsen betrokken gepensioneerden (x 1.000)3.2103.2503.3253.3893.45131Pensioenfondsen zonder eigen verplichtingen, bijvoorbeeld de volledig herverzekerde fondsen, kennen geen dekkingsgraad en zijn daarom niet opgenomen in de tabel.2Beleidsdekkingsgraad3betreft voorlopige cijfers. Definitieve cijfers komen 30 juni 2021 beschikbaar.Bron: DNB, Statistiek toezicht pensioenfondsen.114Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 4.9 Artikel 9 NabestaandenA. Algemene doelstellingDe overheid beschermt nabestaande partners en wezen voor zover nodig tegen de financiële gevolgen van het verlies van partner of ouders.De overheid vindt dat mensen die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouder(s) en die vanwege de zorg voor een kind of arbeidsongeschiktheid niet (volledig) in een eigen inkomen kunnen voorzien, verzekerd moeten zijn van financiële ondersteuning. Daarom regelt zij in deze gevallen op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) een nabestaandenuitkering voor de overblijvende partner en een wezenuitkering voor kinderen die beide ouders hebben verloren.Inwoners van Caribisch Nederland die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouder(s), hebben op grond van de Algemene weduwen- en wezenverzekering (AWW) recht op een uitkering.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister financiert de inkomensondersteuning met begrotingsgefinan-cierde uitkeringsregelingen. Bij de premiegefinancierde uitkeringsrege­lingen regisseert de Minister. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:–de vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;–de vaststelling van het niveau van de uitkeringen van de onderscheiden regelingen;–de sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door de SVB;–de organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).C. BeleidsconclusiesCompensatie vervallen recht hoge nabestaandenuitkeringOp 13 december 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep een groep Anw-gerechtigden in het gelijk gesteld in hun bezwaar tegen het vervallen van de hoge Anw-uitkering voor nabestaanden met een minderjarig kind per 1 januari 2015. In 2020 heeft de SVB gevolg gegeven aan de uitspraak. Betrokkenen die op 31 december 2014 buiten de EU/EER of Zwitserland woonden met recht op een hoge nabestaandenuitkering (ter hoogte van 90% van het wml), en die op 1 januari 2015 niet verzekerd waren voor de AKW (waarmee recht op kindgebonden budget inclusief alleenstaan­deouder-kop kan ontstaan) behouden het recht op een hoge Anw-uitkering zolang zij aan de voorwaarden voldoen.115Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 71 Begrotingsgefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 9 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen1.0721.1111.0201.1941.1721.227‒ 55Uitgaven1.0721.1111.0201.1941.1721.227‒ 55InkomensoverdrachtenAWW (Caribisch Nederland)1.0721.1111.0201.1941.1721.227‒ 55Ontvangsten00000001Stand inclusief amendementen, moties en NvW.Tabel 72 Premiegefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 9 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begrotingVerschil2016201720182019202020202020Uitgaven424.300398.729377.000355.757338.139350.289‒ 12.150InkomensoverdrachtenAnw417.300391.797370.478349.507332.268337.220‒ 4.952Tegemoetkoming Anw7.0006.9326.5226.2505.8715.936‒ 65Nominaal000007.133‒ 7.133Ontvangsten0000000E. Toelichting op de instrumentenInkomensoverdrachtenAlgemene weduwen- en wezenverzekering (AWW) (Caribisch Nederland)Inwoners van Caribisch Nederland die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouder(s), hebben op grond van de AWW recht op een uitkering. De SZW-unit bij de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze regeling in Caribisch Nederland.Budgettaire ontwikkelingenDe realisatie van de AWW komt met € 55.000 lager uit dan de verwachte uitgave waarmee rekening was gehouden bij de begroting. Dit heeft te maken met reguliere fluctuaties in de raming. Het volume en daarmee gebruik van de regeling is licht gestegen.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 73 Kerncijfers AWW (Caribisch Nederland)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Volume AWW (x 1.000 personen, ultimo)0,30,30,30,30,30,30Bron: RCN-unit SZW.116Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Algemene nabestaandenwet (Anw) inclusief tegemoetkoming AnwDe Anw is een volksverzekering en regelt, onder voorwaarden, bij overlijden een uitkering voor de partner en een wezenuitkering voor kinderen die beide ouders hebben verloren. Daarnaast ontvangt iedere Anw-gerechtigde maandelijks de Anw-tegemoetkoming. De Anw wordt door de SVB uitgevoerd.Budgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten van de Anw komen in 2020 circa € 5 miljoen lager uit dan begroot. Als rekening gehouden wordt met de in de begroting voorziene loon- en prijsbijstelling (€ 7,1 miljoen, in tabel 72 de post nominaal) is de realisatie circa € 12 miljoen lager dan begroot. De uitke­ringslasten vallen met name lager uit vanwege een lager aantal Anw-gerechtigden dan begroot.Beleidsrelevante kerncijfersHet aantal Anw-gerechtigden neemt van jaar op jaar af, met name omdat het aantal gerechtigden met een uitkering op grond van overgangsrecht sinds de invoering van de Anw in 1996 gestaag afneemt. Het aantal Anw-gerechtigden is eind 2020 lager uitgevallen dan in de begroting geraamd.Tabel 74 Kerncijfers AnwRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Volume Anw (x 1.000 personen, ultimo)343129282627‒ 1Volume nabestaandenuitkering (x 1.000 personen, ultimo), ingang recht voor 1 juli 1996108,67,36,35,15,2‒ 0,1Volume nabestaandenuitkering (x 1.000 personen, ultimo), ingang recht na 1 juli 1996232221201920‒ 1waarvan met kind8,98,98,78,37,88,4‒ 0,6waarvan op grond van arbeidsongeschiktheid1413121212120Volume wezenuitkering (x 1.000 personen, ultimo)1,31,21,11,11,11,2‒ 0,1Bron: SVB, jaarverslag.HandhavingAlle aantallen en bedragen zijn in 2020 lager dan in 2019. Dit heeft maken met de beperking van de interventiemogelijkheden en handhavingsactivi­teiten door de coronamaatregelen. Bijvoorbeeld de fraudesignalen zijn gedaald van 758 naar 233. De incassoratio van cohort 2020 is laag. Door het relatief lage aantal terugvorderingen verloopt de ontwikkeling van de incassoratio niet volgens een vast patroon. Daarom worden de incassora­tio’s gedurende een periode van tien jaar gevolgd.117Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 75 Kerncijfers Anw (fraude en handhaving)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Preventie1Gepercipieerde detectiekans (%)80868277‒2Kennis van de verplichtingen (%)83858983‒2Opsporing3Aantal onderzochte fraudesignalen (x 1.000)‒43,40,90,80,2Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)50,10,10,10,1<0,1Totaal benadelingsbedrag (x € 1 mln)2,61,21,30,90,3Sanctionering3Aantal waarschuwingen (x 1.000)<0,1<0,1<0,1<0,1<0,1Aantal boetes (x 1.000)<0,1<0,1<0,1<0,1<0,1Totaal boetebedrag (x € 1 mln)0,20,20,10,10,1Ontstaansjaar vordering20162017201820192020Terugvordering3Incassoratio fraudevorderingen (boete + benadelingsbedrag) ultimo 2020 (%)3943309,53,51Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans».2Door een gewijzigde onderzoeksopzet is het cijfer over 2020 niet beschikbaar. Vanaf 2021 is dit cijfer weer beschikbaar uit het onderzoek «Kennis der verplichtingen».3SVB, jaarverslag.4Dit cijfer is niet beschikbaar.5Cijfers betreffen alle overtredingen van de inlichtingenplicht met financiële benadeling.118Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 4.10 Artikel 10 Tegemoetkoming oudersA. Algemene doelstellingDe overheid biedt een financiële tegemoetkoming aan ouders of verzorgers voor de kosten van kinderen. De overheid biedt ouders of verzorgers een financiële tegemoetkoming voor de kosten voor verzorging en opvoeding van kinderen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en de kinderbijslagvoorziening BES (Caribisch Nederland). Gezinnen met een laag of middeninkomen komen daarnaast in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van de Wet op het kindgebonden budget (WKB).B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister financiert de tegemoetkoming met uitkeringsregelingen. Hij is in deze rol verantwoordelijk voor:–de vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;–de vaststelling van het niveau van de tegemoetkoming op grond van de AKW, de WKB en de kinderbijslagvoorziening BES;–de sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doelmatige en doeltref­fende uitvoering van de AKW door de SVB;–de organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).De Minister van Financiën is verantwoordelijk voor de rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering van de WKB door de Belasting­dienst.C. BeleidsconclusiesAanpassing voorwaarden kinderbijslag voor 16- en 17-jarigenDe eisen die in de kinderbijslag worden gesteld aan 16- en 17-jarigen zijn per 1 januari 2020 vervallen. Het gaat om de bijverdiengrens en het verlies van het recht op tegemoetkomingen wanneer het kind gaat studeren aan het hoger onderwijs. Door het vervallen van deze eisen behouden ouders van 16- en 17-jarigen het recht op kinderbijslag en kindgebonden budget. Dit is geregeld via een amendement op de Verzamelwet SZW 2020 (Kamer­stukken II 2019/20, 35 275, nr. 2). De dekking is gevonden in het niet-indexeren van de kinderbijslagbedragen in 2020.Verhoging inkomensgrens kindgebonden budget voor parenMet ingang van 2020 is, conform het regeerakkoord, de inkomensgrens voor paren voor het kindgebonden budget verhoogd. Dit om ouders met midden-inkomens extra te ondersteunen (Kamerstukken II 2017/18, 35 010, nr. 2). Het kindgebonden budget voor paren met middeninkomens is vanaf 2020 met bijna € 500 miljoen geïntensiveerd. Hierdoor hebben in 2020 meer ouderparen recht op kindgebonden budget en ontvingen (een deel van de) ouderparen die al kindgebonden budget ontvingen een hoger bedrag.119Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Verhoging maximumbedrag in het kindgebonden budget vanaf het derde kindIn 2020 is de voorbereiding getroffen om per 1 januari 2021 het maximum­bedrag in het kindgebonden budget vanaf het derde kind te verhogen met € 617,- per jaar (Stb. 2020, 477). Dit betreft een intensivering van in totaal € 150 miljoen. Door het inkomensafhankelijke karakter van het kindge­bonden budget komt deze maatregel specifiek ten goede aan gezinnen met een laag of middeninkomen, mits zij voldoen aan de voorwaarden voor het kindgebonden budget. De maatregel maakt daarmee onderdeel uit van de ambitie om kinderen in armoede beter te bereiken en het verlagen van het aantal huishoudens met kinderen dat onder de armoedegrens leeft.WKB-herstelactieBegin 2019 is de Tweede Kamer geïnformeerd over een omissie in de uitvoering van het kindgebonden budget (Kamerstukken II 2018/19, 35 010, nr. 6). Dit betreft de toekenning aan ouders die recht hadden op kindge­bonden budget, na dit recht eerder verloren te hebben. De aanvraag van deze ouders had automatisch moeten worden opgestart, maar hierin voorzag het systeem van Belastingdienst/Toeslagen niet. Ouders krijgen over die jaren kindgebonden budget nabetaald. De omissie in het systeem is medio 2019 verholpen en in de tweede helft van 2019 heeft een deel van de herstelbetalingen (circa € 160 miljoen) plaatsgevonden. In 2020 is voor circa € 294 miljoen uitbetaald. Wat resteert is circa € 25 miljoen aan herstel­betalingen waar Belastingdienst/Toeslagen nog onvoldoende gegevens van ouders heeft om tot uitbetaling over te gaan. In 2021 zullen, indien mogelijk, de resterende betalingen plaatsvinden.Onderzoeken dubbele kinderbijslag intensieve zorg en onderwijsredenenOuders kunnen in aanmerking komen voor een verdubbeling van de kinder­bijslag voor hun kind dat uitwonend is onder andere om onderwijsredenen (DKOR) of voor hun thuiswonend kind als er sprake is van een intensieve zorgbehoefte (DKIZ). Naar aanleiding van de doorlichting van artikel 10 Tegemoetkoming ouders zijn twee vervolgonderzoeken uitgevoerd naar deze twee tegemoetkomingen. Onlangs zijn de onderzoeken samen met een kabinetsreactie aangeboden aan de Tweede Kamer.Verhoging kinderbijslag Caribisch Nederland.De in de Voortgangsrapportage ijkpunt bestaanszekerheid (Kamerstukken II 2018-2019, 35 000 IV, nr. 61) aangekondigde verhoging van de kinderbijslag BES is per 1 januari 2020 daadwerkelijk gerealiseerd. Deze extra verhoging van USD 20 per maand is betrokken bij de regeling waarmee de indexatie is vastgesteld (Stcrt. 2019, 62805). Door de beleidsmatige verhoging in 2019 en 2020 is de kinderbijslag daarmee ten opzichte van 2018 verdubbeld.120Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 76 Begrotingsgefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 10 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen5.468.5595.441.0045.493.4475.936.5346.553.2886.550.1423.146Uitgaven5.468.5595.441.0045.493.4475.936.5346.553.2886.550.1423.146InkomensoverdrachtenAKW3.323.0003.320.4003.360.9893.635.7273.648.8513.619.32529.526Kinderbijslagvoorziening BES1.8682.0501.8573.2394.4863.762724WKB2.143.5172.118.5542.130.6012.297.5682.899.9512.927.055‒ 27.104TOG-kopje174000000Ontvangsten261.245244.399218.189191.310198.758222.204‒ 23.4461Stand inclusief amendementen, moties en NvW.E. Toelichting op de instrumentenInkomensoverdrachtenAlgemene Kinderbijslagwet (AKW)De AKW biedt ouders een tegemoetkoming in de kosten die het opvoeden en verzorgen van kinderen onder de 18 jaar met zich meebrengt. De AKW wordt uitgevoerd door de SVB.Budgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten AKW komen € 30 miljoen hoger uit dan begroot. Dit komt voornamelijk door aanpassing van de voorwaarden voor kinderbijslag voor 16-/17-jarigen (zie beleidsconclusies). Hierdoor hebben meer ouders recht op AKW. Daarentegen waren er in 2020 minder kinderen dan verwacht, voornamelijk als gevolg van een lagere immigratie door de coronapan­demie.Beleidsrelevante kerncijfersHet aantal gezinnen en telkinderen met kinderbijslag is licht hoger uitgekomen dan de stand uit de begroting 2020. Dit is het per saldo effect van meer kinderen/gezinnen die recht hebben gekregen op AKW door aanpassing van de voorwaarden voor 16-/17-jarigen en het lagere aantal kinderen door de coronapandemie. Daarnaast is het aantal dubbele uitkeringen vanwege thuiswonende kinderen met intensieve zorg en het aantal uitkeringen voor extra tegemoetkoming toegenomen.121Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 77 Kerncijfers AKWRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Aantal gezinnen AKW (x 1.000, jaargemiddelde)1.9131.9071.9011.8911.8841.8768Aantal telkinderen AKW (x 1.000, jaargemiddelde)13.4053.3863.3723.3533.3423.3339Aantal dubbele AKW uitkeringen ( x 1.000, ultimo jaar):Kind uitwonend vanwege onderwijsredenen1,51,51,31,11,0‒2‒Kind thuiswonend met intensieve zorg23,226,329,031,032,2‒2‒Kind uitwonend vanwege ziekte of handicap1,31,21,11,11,0‒2‒Extra tegemoetkoming AKW (x 1.000)7,28,38,18,89,6‒2‒1Eeen administratieve teleenheid die gebruikt wordt bij het vaststellen van de hoogte van de kinderbijslag. Bijvoorbeeld: een gehandicapt kind geldt voor de kinderbijslag als twee telkinderen waardoor het in aanmerking komt voor dubbele kinderbijslag.2Deze cijfers worden niet geraamd.Bron: SVB, jaarverslag of SVB, administratie.HandhavingDe kerncijfers op het gebied van preventie voor de AKW zijn niet langer beschikbaar omdat dit niet langer deel uitmaakt van het onderzoek kennis der verplichtingen. Dit is omdat de wet na afschaffing van de bijverdien­grens voor 16-/17-jarigen te weinig verplichtingen kent om zinvol onderzoek naar te verrichten. De afschaffing van de deze eisen met ingang van 2020 heeft er ook toe geleid dat het aantal geconstateerde overtredingen en het benadelingsbedrag ten opzichte van 2019 is afgenomen. De incassoratio met betrekking tot terugvorderingen in cohort 2020 bedraagt 33%. Dit is nagenoeg gelijk aan 2019, toen de incassoratie na afloop van het lopende jaar 32% was (inmiddels gegroeid tot 49%).Tabel 78 Kerncijfers AKW (fraude en handhaving)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Preventie1Gepercipieerde detectiekans (%)71706967‒2Kennis van de verplichtingen (%)77717372‒2Opsporing3Aantal onderzochte fraudesignalen (x 1.000)‒40,80,50,40,3Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)51,21,32,293,0Totaal benadelingsbedrag (x € 1 mln)1,01,01,54,92,3Sanctionering3Aantal waarschuwingen (x 1.000)4,45,23,18,63,9Aantal boetes (x 1.000)1,61,41,01,60,6Totaal boetebedrag (x € 1 mln)0,40,40,30,40,2Ontstaansjaar vordering20162017201820192020Terugvordering3Incassoratio fraudevorderingen (boete + benadelingsbedrag) ultimo 2020 (%)82815949331Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans».2Dit cijfer is niet langer beschikbaar. De AKW zal niet langer deel uitmaken van het onderzoek kennis der verplichtingen omdat de wet na afschaffing van de bijverdiengrens voor 16/17 jarige te weinig verplichtingen kent om zinvol onderzoek naar te verrichten.3SVB, jaarverslag.4Dit cijfer is niet beschikbaar.5Cijfers betreffen alle overtredingen van de inlichtingenplicht met financiële benadeling.122Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Wet kinderbijslagvoorziening BESDe kinderbijslagvoorziening BES biedt ouders en verzorgers die op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wonen een tegemoetkoming voor de kosten van opvoeding en verzorging van kinderen die nog geen 18 jaar zijn. De kinderbijslagvoorziening BES wordt uitgevoerd door de RCN-unit SZW namens de Minister van SZW.Budgettaire ontwikkelingenDe uitgaven aan de Kinderbijslagvoorziening zijn € 0,7 miljoen hoger dan begroot. Dit hangt voornamelijk samen met een hoger aantal kinderen dan bij begroting rekening mee is gehouden (zie ook tabel 79).Beleidsrelevante kerncijfersTabel 79 Kerncijfers Wet kinderbijslagvoorziening BESRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Aantal kinderen kinderbijslagvoorziening BES (x 1.000, ultimo)4,24,34,44,74,74,30,4Bron: RCN-unit SZW.Wet op het Kindgebonden Budget (WKB)Het kindgebonden budget (WKB) is een inkomensafhankelijke tegemoet­koming van de overheid in de kosten van kinderen voor gezinnen tot een bepaald inkomen en vermogen. De WKB wordt uitgevoerd door Belasting­dienst/Toeslagen. Indien sprake is van een aanvulling op buitenlandse gezinstoeslagen, is de SVB verantwoordelijk voor de uitbetaling van de WKB.Budgettaire ontwikkelingenDe uitkeringslasten WKB komen € 27 miljoen lager uit dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling (€ 60 miljoen), is de realisatie € 87 miljoen lager dan begroot.De lagere uitkeringslasten hebben meerdere oorzaken. Ten eerste is het recht van ouders tot op heden lager dan aanvankelijk verwacht (circa‒ € 152 miljoen). Dit komt voor een deel doordat diverse intensiveringen in de WKB (zie beleidsconclusies) nog niet in volle omgang zijn ingegroeid (circa ‒ € 20 miljoen). Daarnaast speelt hier mee dat de ingeschatte inkomens voor 2020 van ouders tot op heden hoger zijn dan eerder werd verwacht en dat het aantal kinderen lager is uitgekomen als gevolg van de coronapandemie. Samen leidt dit tot minder uitgaven WKB dan begroot (circa ‒ € 130 miljoen). Ten tweede weet Belastingdienst/Toeslagen (los van het corona-effect) de afgelopen jaren steeds beter op voorhand het recht van ouders te schatten. Dit leidt tot lagere bevoorschottingen (i.e. uitgaven) gedurende het jaar (circa ‒ € 38 miljoen). Daarentegen zijn de uitgaven voor de WKB-herstelactie € 89 miljoen hoger uitgevallen. Dit komt doordat een deel van de uitgaven, die in 2019 gepland stonden, met vertraging zijn uitgekeerd en doordat een extra groep in aanmerking is gekomen voor herstel (Kamerstukken II 2018/2019, 35 010, nr. 25). Daarnaast is er meer uitgekeerd aan nabetalingen over oude toeslagjaren (circa € 11 miljoen).De impact van de coronapandemie op de inkomens van huishoudens is vooralsnog niet terug te zien in de uitgaven WKB. De verwachting is dat dit volgt in de vorm van nabetalingen nadat ouders hun inkomen wijzigen in 123Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 het Toeslagenportaal (bijvoorbeeld na het doen van de aangifte inkomsten­belasting) of wanneer Belastingdienst/Toeslagen het definitieve recht voor 2020 bepaalt (start medio 2021).Beleidsrelevante kerncijfersHet aantal huishoudens en kinderen dat recht heeft op WKB is lager dan begroot. Dit is in lijn met de hierboven beschreven ontwikkelingen. Wel is te zien dat het aantal huishoudens en kinderen flink is gegroeid ten opzichte van 2019 als gevolg van de intensiveringen. Het totaal aantal huishoudens en kinderen neemt naar verwachting nog toe op het moment dat Belasting­dient/Toeslagen het definitieve recht gaat bepalen. Dit proces start vanaf medio 2021. Het aantal alleenstaanden is nagenoeg constant gebleven aangezien nagenoeg alle alleenstaanden recht hebben op WKB.Tabel 80 Kerncijfers WKBRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Aantal huishoudens WKB (x 1.000, jaargemiddelde)7608047917479611.025‒ 64Aantal kinderen WKB (x 1.000, jaargemiddelde)1.4021.4851.4661.3851.7581.970‒ 212Aantal alleenstaande ouders WKB (x 1.000, jaargemiddelde)3203323393393413392Bron: Ministerie van Financiën, Belastingdienst.OntvangstenDe ontvangsten komen per saldo € 23 miljoen lager uit dan begroot. De voorschotten van de WKB sluiten beter aan bij het definitieve recht van ouders dan eerder geraamd. Dit heeft geleid tot circa € 32 miljoen minder terugontvangsten dan begroot. Daarentegen is in 2019 aan de SVB circa € 8 miljoen te veel bevoorschot voor de AKW. Dit bedrag heeft SZW terug­ontvangen in 2020.124Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 4.11 Artikel 11 UitvoeringA. Algemene doelstellingDe overheid voorziet de uitvoeringsorganisaties van financiële middelen voor een rechtmatige, doelmatige, doeltreffende en klantgerichte uitvoering van socialezekerheidsregelingen, binnen de kaders die de overheid stelt. De uitvoering van de socialezekerheidswetten vindt mede plaats door ZBO’s en RWT’s. De Minister van SZW bepaalt de kaders waarbinnen de uitvoering tot stand komt en stelt uitvoeringsbudget ter beschikking aan Uitvoerings­instituut Werknemersverzekeringen (UWV) inclusief het Bureau Keteninfor­matisering Werk en Inkomen (BKWI), de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en het Inlichtingenbureau (IB). Hij maakt daarbij prestatieafspraken en stuurt op rechtmatige, doelmatige, doeltreffende en klantgerichte uitvoering. Hiertoe is een planning- en controlcyclus ingericht tussen de uitvoeringsor­ganen en het ministerie.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister is verantwoordelijk voor het doen uitvoeren van de socialeze­kerheidswetgeving door de uitvoeringsorganen en draagt zorg voor:–de vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving (wet SUWI) waarbinnen de uitvoeringsorganen opereren;–de vormgeving van het stelsel van socialezekerheidswetten die UWV en de SVB uitvoeren;–de vaststelling van de budgetten die aan UWV, de SVB en het IB beschikbaar worden gesteld met daarbij passende prestatieafspraken;–de sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doelmatige, doeltref­fende en klantgerichte uitvoering door UWV, de SVB en het IB en de verantwoording daarover;–de vaststelling van de omvang van de middelen die aan de Landelijke Cliëntenraad (LCR) beschikbaar worden gesteld.Prestatie-indicatoren UWV en SVBIn onderstaande tabellen zijn indicatoren voor UWV en de SVB weergegeven die de doelmatigheid, rechtmatigheid en klantgerichtheid van de uitvoering weergeven.Tabel 81 Indicatoren uitvoering UWVRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 20201Begroting 20202Verschil 2020Doelmatigheid: Percentage realisatie uitvoeringskosten binnen budget1009610010096≤10003Rechtmatigheid: Percentage rechtmatigheid9999,298,999,1994≥990Klantgerichtheid: Cijfer klanttevredenheid uitkeringsgerechtigden7,17,27,17,17,4≥7,0031Jaarverslag 2020 UWV.2Deze streefcijfers zijn opgenomen in het jaarplan 2020 van UWV dat in december 2019 aan de Tweede Kamer is verstuurd.3Het verschil is aangegeven met 0, aangezien de realisatie binnen de raming valt.4In dit cijfer is niet de rechtmatigheid van de NOW- subsidieverstrekking meegenomen. In het jaarverslag van het UWV wordt dit nader toegelicht.125Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 82 Indicatoren uitvoering SVBRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 20201Begroting 20202Verschil 2020Doelmatigheid: Reële efficiency-groei0‒ 2,50,20,15,61,534,1Rechtmatigheid: Percentage rechtmatigheid99,999,9100100100991,0Klantgerichtheid: Cijfer klanten47,7‒8,0‒8,28,00,21Jaarverslag 2020 SVB.2Deze streefcijfers zijn opgenomen in het jaarplan 2020 van de SVB dat in december 2019 aan de Tweede Kamer is verstuurd.3Norm is 1,5% efficiëntiegroei (kostenbesparing los van volume- en beleidswijzigingen) voor de grote wetten, uitzonderingen op specifieke wetten.4Het klanttevredenheidsonderzoek vindt tweejaarlijks plaats.C. BeleidsconclusiesVoor de beleidswijzigingen per wet wordt verwezen naar de overige beleids­artikelen.Implementatie wet- en regelgevingIn 2020 hebben de SVB en UWV maatregelen getroffen om de tijdelijke crisismaatregelen als gevolg van corona mogelijk te maken. Zoals de NOW en TOFA bij UWV en het uitkeren van de Tijdelijke tegemoetkoming kinder­opvang door de SVB. Overige wet- en regelgeving waar in 2020 aan is gewerkt bij UWV zijn onder andere de voorbereidingen voor de implemen­tatie van de wet vereenvoudiging beslagvrije voet, die per 1 januari 2021 is ingevoerd.Stand van de uitvoeringIn december 2020 is de ‘Stand van de Uitvoering Sociale Zekerheid’ aan de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2020/21, 26 448, nr. 641). In deze brief wordt toelichting gegeven op de ontwikkelingen, prestaties en de dilemma's van de uitvoeringsorganisaties UWV en de SVB. Dat UWV en de SVB belangrijke steunpilaren in de samenleving zijn blijkt ook uit de coronacrisis, waar de zbo's belangrijke prestaties leveren. Dit geldt zowel voor de crisisregelingen als de reguliere uitvoering. De coronacrisis heeft geleid tot tijdelijke aanpassingen in processen. Sommige taken worden niet, of minder snel opgepakt. Dit heeft effecten gehad op werkzaamheden ten aanzien van handhaving en sociaal-medisch beoordelen. Een aantal ICT-projecten heeft vertraging opgelopen.Werk aan UitvoeringOm de uitvoering van de sociale zekerheid op de middellange en lange termijn toekomstbestendig en wendbaar te maken, is in 2020 gestart met het uitwerken van de handelingsperspectieven uit het rapport Werk aan Uitvoering Fase II (Kamerstukken II 2019/20, 31 490, nr. 284) dat in september 2020 naar de Tweede Kamer is gestuurd. In de kabinetsreactie wordt op hoofdlijnen ingegaan op de benodigde aanpak die de beweging zoals geschetst in Werk aan Uitvoering in gang zal zetten voor de komende tien jaar.Daarnaast is in 2020 het rapport «Ongekend onrecht» verschenen van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag. De kabinetsreactie op dit rapport bevat maatregelen gericht op het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid (Kamerstukken II 2020/21, 35 510, nr. 4).De aanbevelingen uit het parlementair onderzoek van de Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties (TCU) zijn hierbij ook van belang. De TCU heeft onderzoek uitgevoerd naar de oorzaken van terugkerende 126Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 problemen bij uitvoeringsorganisaties. De bevindingen en aanbevelingen van de TCU sluiten aan bij en liggen in het verlengde van de kabinetsreactie op het rapport ‘Ongekend onrecht’ van de POK en de kabinetsreactie Werk aan Uitvoering (WaU).Gevolgen van de coronacrisis op de uitvoering WW door UWVUWV heeft in 2020 te maken gehad met een grote, onverwachte stijging van de WW-instroom als gevolg van de coronamaatregelen. Ondanks de onder­steunende maatregelen zoals de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) is het aantal WW-aanvragen aanzienlijk gestegen. UWV handelde in de eerste acht maanden van 2020 60% meer WW-aanvragen af dan in dezelfde periode in 2019, namelijk 444.600 tegenover 278.700. Logischerwijs heeft dit effecten gehad op de dienstverlening door UWV.Om de toestroom aan WW-aanvragen aan te kunnen, heeft UWV in samenspraak met SZW direct een aantal ingrijpende maatregelen moeten treffen om de capaciteit te verhogen. Veruit het grootste gedeelte van de capaciteitswinst is behaald met maximale opschaling van personeel en maatregelen binnen de kaders van wet- en regelgeving. Ook zijn er tijdelijke maatregelen ingesteld bovenop de bestaande wet- en regelgeving. Hierbij betrof het vooral maatregelen gericht op de handhavings- en controletaken van UWV. Inmiddels zijn deze tijdelijke maatregelen teruggedraaid, op een enkele maatregel na. De maatregelen zijn toegelicht in de Kamerbrieven Stand van de Uitvoering van juni en december 2020 (Kamerstukken II 2019/20, 26 448, nr. 634 en Kamerstukken II 2019/20, 26 448, nr. 641).Dankzij deze ingrijpende maatregelen heeft UWV in 2020 98% van de WW-betalingen op tijd kunnen verstrekken, ruim boven de norm van 90%. Verder is de dienstverlening aan werkzoekenden in de loop van de coronacrisis op niveau gebleven.Dienstverlening WGA en WajongMet het regeerakkoord heeft het kabinet vanaf 2019 € 70 miljoen structureel vrijgemaakt voor het versterken van persoonlijke dienstverlening van UWV aan WW-, Wajong- en WGA-gerechtigden. In 2020 heeft UWV in overleg met SZW de WGA-dienstverlening langs twee lijnen van actie verder opgebouwd. De eerste actielijn is gericht op het verder op orde krijgen van de basis. Naast de inzet van meer persoonlijke contact heeft UWV vorig jaar gewerkt aan de introductie van nieuwe methoden om interventies nog gerichter in te kunnen zetten. De tweede actielijn betreft de verdere dooront­wikkeling van de WGA-dienstverlening. In oktober 2019 is het effecton­derzoek naar de impact van de intensievere dienstverlening (persoonlijke dienstverlening en inkoop re-integratietrajecten) gestart en dit heeft in 2020 zijn beslag gekregen. Daarnaast is in 2020 bezien welke aanvullende mogelijkheden er zijn om met scholing de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. De dienstverlening aan mensen met een arbeidsbeperking kon in 2020 grotendeels doorgang vinden ondanks de uitdagende omstandig­heden. Wel hebben de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt geleid tot een afname van het aantal plaatsingen, heeft UWV reeds ingekochte re-integra­tietrajecten verlengd en is de inzet van het aantal nieuwe re-integratietra­jecten afgenomen. Over het effect van de coronacrisis op de WGA-dienstverlening heeft de Algemene Rekenkamer gerapporteerd in het Verantwoordingsonderzoek 2020, Begrotingshoofdstuk XV SZW.127Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Sociaal-medisch beoordelenDoordat face-to-face spreekuren een groot deel van 2020 onmogelijk waren, zijn tot half juni alle beoordelingen uitgevoerd op basis van het dossier en/of telefonisch contact. Complexe beoordelingen zijn daardoor veelal opgeschoven. Het beroep op de Ziektewet steeg in 2020 minder dan verwacht door corona. De terugkeer van een aantal grote eigenrisicodra­gende uitzendbureaus per 1 januari 2020 naar het publieke bestel onder invloed van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) leidde ook tot een stijging van het beroep op de ZW.Regionale van-werk-naar-werk-dienstverleningIn 2020 is UWV gestart met het inrichten van mobiliteitsteams in drie arbeidsmarktregio's om werkgevers te ondersteunen bij het vinden van nieuw werk voor hun werknemers. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met (centrum)gemeenten, sociale partners en onderwijs en is gericht op zowel werkzoekenden, werknemers als zzp'ers. De dienstverlening zal in 2021 landelijk verder worden uitgerold.Handhaving UWVDoor coronamaatregelen is het aantal interne fraudemeldingen in 2020 aanzienlijk gedaald. Vanwege de druk op de organisatie is er minder prioriteit gelegd op het aangeven van meldingen. Een aantal telefonische controles is stopgezet.Dienstverlening SVBDe afgelopen jaren heeft de dienstverlening van de SVB steeds een tijdelijke financiële impuls gekregen. Deze tijdelijke impulsen worden structureel zodat de SVB met deze extra middelen meer mogelijkheden heeft te voldoen aan de met SZW afgesproken normen. Op dit moment staat de tijdigheid van de regelingen AKW internationaal, AKW nationaal, AOW internationaal en de AIO onder druk. In 2020 heeft de SVB gewerkt aan terugdringing van niet-gebruik van de AIO. De aanpak hiervan wordt in 2021 voortgezet.In 2020 heeft de SVB de verkiezing Overheidsorganisatie van het jaar 2020 gewonnen.D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 83 Begrotingsgefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 11 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen433.006490.919496.490519.087589.863499.63790.226Uitgaven433.006490.919496.242519.222589.977499.63790.340Bijdrage aan ZBO's/RWT'sUitvoeringskosten UWV324.638376.001372.983396.851434.577378.73055.847Uitvoeringskosten SVB100.687107.544116.267112.726139.415113.47625.939Uitvoeringskosten IB7.0036.7096.2578.96315.2796.7318.548Bijdrage aan (inter-)nationale organisatiesLandelijke Cliëntenraad6786657356827067006Ontvangsten16.36715.64911.63852.25217301731Stand inclusief amendementen, moties en NvW.128Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 84 Premiegefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 11 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begrotingVerschil2016201720182019202020202020Uitgaven1.527.3381.547.2451.465.8421.506.5181.782.8641.676.731106.133Bijdragen aan ZBO's/RWT's1Uitvoeringskosten UWV1.411.3271.423.5251.326.2711.359.1181.629.6641.489.524140.140Uitvoeringskosten SVB116.011123.720139.571147.400153.200144.8398.361Nominaal0000042.368‒ 42.368Ontvangsten00000001Deze bedragen hebben alleen betrekking op de uitvoering van het SZW-beleid door de zbo's.E. Toelichting op de instrumentenBijdrage aan ZBO's/RWT'sDe Minister van SZW stelt de financiële kaders vast voor UWV (inclusief BKWI), de SVB en het IB, waarbinnen deze organisaties hun jaarplannen dienen op te stellen. Deze financiële kaders hebben alleen betrekking op de uitvoering van SZW-taken door genoemde zbo’s. In de jaarplannen nemen UWV en de SVB een verdeling van de uitvoeringskosten naar wet en/of fonds op. De Minister stuurt in eerste aanleg op het totaalbudget per organisatie. Uitgangspunt daarbij is dat de organisaties zelfstandig de uitvoering organiseren en over de realisatie via het jaarverslag verant­woording afleggen aan de Minister van SZW.De uitvoeringskosten van UWV en de SVB wijzigen gedurende de jaren als gevolg van beleidswijzigingen en van volumeontwikkelingen in de onder­scheiden wetten. Voor een nadere toelichting op de volumeontwikkelingen wordt naar de desbetreffende artikelen verwezen.Budgettaire ontwikkelingenDe uitvoeringskosten UWV komen circa € 196 miljoen hoger uit dan begroot. De uitvoeringskosten SVB komen circa € 34 miljoen hoger uit dan begroot. Belangrijkste oorzaken hiervan zijn de gedurende het lopende jaar toegekende loon- en prijsbijstelling, voor UWV de toekenning voor de tijdelijke crisismaatregelen zoals NOW en TOFA en de extra incidentele toekenning als gevolg van coronagerelateerde problematiek bij het UWV. Bij de SVB worden de hoger dan begrote uitvoeringskosten vooral veroorzaakt door toekenningen van middelen ten behoeve van het project EESSI, ICT en dienstverlening.In de tabellen 85 en 86 zijn de gerealiseerde uitvoeringskosten van UWV en de SVB toegedeeld aan de onderscheiden wetten en regelingen. Deze toedeling is extracomptabel.129Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 85 Extracomptabel overzicht begrotingsgefinancierde en premiegefinancierde uitvoeringskosten UWV (bedragen x € 1.000)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020UWV (incl. BKWI)1.735.9651.799.5261.699.2541.755.9692.064.241Begrotingsgefinancierd324.638376.001372.983396.851434.577IOW1.9072.0002.0682.5862.547Wajong108.170159.888150.000141.938165.237Re-integratie Wajong86.63185.00096.000123.860110.340Basisdienstverlening80.05384.62791.64093.77883.050Dienstverlening Mobiliteit Centrum Kolenketen Westhaven (MCKW)0000763Uitvoeringskosten WW 50+13.600240000Beoordeling gemeentelijke doelgroep19.34018.10017.90020.00020.000WSW-indicatiestelling5.3134.1204.1934.0482.065Scholingsvouchers kansberoep9004.100000Tijdelijke regeling aanpassing Dagloonbesluit09.2102.05000Scholingsbudget WW007001.020780Scholingsexperiment WGA0000500NOW1.0000019.200NOW2.000008.200NOW3.000005.800TOFA00003.100BKWI8.7248.7168.4329.62012.908Premiegefinancierd1.411.3271.423.5251.326.2711.359.1181.629.664WAO80.35880.25382.77784.43568.185IVA98.87496.107101.955128.84464.926WGA244.844221.657242.184258.050335.363WAZ3.7443.7133.0812.9313.070WW649.324620.660539.084542.251626.189ZW270.853263.765294.935310.854373.890WAZO10.48411.9509.84811.10310.521Re-integratie WAZ/WAO/WIA/ZW56.31254.32087.908126.805106.626Toevoeging aan bestemmingsfonds/egalisatiereserve‒ 3.46671.100‒ 35.500‒ 106.15540.981Tabel 86 Extracomptabel overzicht begrotingsgefinancierde en premiegefinancierde uitvoeringskosten SVB (bedragen x € 1.000)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020SVB216.698231.264255.838260.126292.615Begrotingsgefinancierd100.687107.544116.267112.726139.415AKW67.72274.34484.08871.21697.326TAS8211.0231.0231.2782.980KOT/WKB4.3755.5274.3338.3335.634AIO22.64722.57123.29928.90130.916Bijstand buitenland270268265265224Overbruggingsregeling AOW2.6521.5751.066600503Remigratiewet2.2002.2362.1932.1331.832Premiegefinancierd116.011123.720139.571147.400153.200AOW105.674115.009127.058135.800142.500Anw10.3378.71112.51311.60010.700130Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Bijdrage aan nationale organisatiesDe Landelijke Cliëntenraad (LCR) is een overlegorgaan ingesteld bij Wet SUWI waarin landelijke cliëntenorganisaties, vertegenwoordigers van gemeentelijke cliëntenraden en vertegenwoordigers van de centrale cliën­tenraden van de SVB en UWV zitting hebben. De LCR heeft tot taak periodiek te overleggen met UWV, de SVB, de gemeenten en de Minister van SZW over onderwerpen op het terrein van werk en inkomen. De Minister van SZW stelt de financiële kaders vast voor de LCR, waarbinnen de LCR een jaarplan dient op te stellen.OntvangstenDe ontvangsten bedragen in 2020 circa € 0,2 miljoen. Dit betreffen verreke­ningen over rijksvergoedingen met betrekking tot de uitvoeringskosten van UWV en de SVB over 2019.131Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 4.12 Artikel 12 RijksbijdragenA. Algemene doelstellingDe overheid borgt voldoende dekking in sociale fondsen.De uitgaven die worden gedaan door de sociale fondsen worden hoofdza­kelijk gefinancierd via premie-inning. In een aantal gevallen acht de overheid (volledige) financiering via premieheffing niet wenselijk, bijvoor­beeld om te voorkomen dat premiepercentages blijvend toenemen en daarmee een evenwichtige koopkrachtontwikkeling in de weg staan. In andere gevallen acht de overheid financiering van een regeling via de algemene middelen passender, maar wordt wel gekozen voor uitvoering via de sociale fondsen. De sociale fondsen worden in dat geval via rijksbij­dragen voorzien van voldoende financiering.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister financiert de sociale fondsen uit de algemene middelen, al dan niet in aanvulling op premieheffing. Hij is in deze rol verantwoordelijk voor:–de vaststelling van de hoogte van de rijksbijdragen aan de desbetref­fende sociale fondsen;–het betalen van de rijksbijdragen aan de sociale fondsen.C. BeleidsconclusiesOp 1 januari 2020 is de Wet houdende maatregelen met betrekking tot de transitievergoeding bij ontslag wegens bedrijfseconomische omstandig­heden of langdurige arbeidsongeschiktheid van kracht geworden. Deze wet regelt een vergoeding voor werkgevers voor de kosten van de transitiever­goeding die zij moeten betalen als een werknemer vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid uit dienst gaat.De compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsonge­schiktheid wordt uitgevoerd door UWV. Het recht op compensatie werkt terug tot 1 juli 2015, waardoor er in de eerste jaren sprake is van hogere uitgaven. Bij het opstellen van de wet was het idee dat de uitgaven aan de regeling ten laste zouden komen van het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Om de uitgaven te financieren is de Awf-premie licht verhoogd. Voor financiering via het Awf is gekozen omdat overheidswerkgevers geen Awf-premie betalen. Daar stond tegenover dat overheidswerkgevers, in principe, ook geen recht hadden op compensatie. Een uitzondering daarop zijn de werkgevers in het openbaar onder bijzonder onderwijs. Zij betalen geen Awf-premie, maar hebben wel recht op compensatie. Voor het openbaar onderwijs regelt de wet daarom een nieuwe rijksbijdrage aan het Awf die hun deel van de compensatieregeling financiert. Deze rijksbij­drage is dus in 2020 voor het eerst verstrekt.132Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 87 Begrotingsgefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 12 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen12.806.40612.420.19613.852.63017.426.87320.184.82716.901.6553.283.172Uitgaven12.806.40612.420.19613.852.63017.426.87320.162.85716.901.6553.261.202Bijdrage aan sociale fondsenKosten heffingskortingen AOW2.033.3002.114.1002.165.4002.209.9002.029.3002.041.100‒ 11.800Vermogenstekort Ouderdomsfonds10.525.80010.083.60011.462.60014.881.50017.851.60014.587.8003.263.800Tegemoetkoming arbeidsongeschikten175.574147.471154.140160.212160.161157.4642.697Tegemoetkoming Anw-gerechtigden7.0756.64300000Zwangere zelfstandigen64.65768.38270.490175.26181.23574.7306.505Transitievergoeding000040.56140.5610Ontvangsten1.7474232.4728.4102.05202.0521Stand inclusief amendementen, moties en NvW.E. Toelichting op de instrumentenBijdrage aan sociale fondsenDe bijdragen aan de sociale fondsen worden overgemaakt van de begroting van SZW aan verschillende fondsen bij SVB en UWV. Hoofdstuk 10, Sociale fondsen SZW, gaat nader in op de financiering van de sociale fondsen.Rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen (BIKK) AOWDeze rijksbijdrage compenseert de gewijzigde premieopbrengst die het gevolg is van de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001. De hoogte van deze rijksbijdrage wordt jaarlijks aangepast aan de geraamde kosten van de heffingskortingen en aan wijzigingen van de belasting- en premie­tarieven in de eerste schijf.Budgettaire ontwikkelingenDe rijksbijdrage is iets lager uitgevallen dan in de begroting verwacht. Dit komt doordat de geraamde omvang van de heffingskortingen gedurende 2020 naar beneden is bijgesteld.Rijksbijdrage vermogenstekort OuderdomsfondsDe uitgaven uit het Ouderdomsfonds worden maar deels gedekt door de premie-inkomsten. De hoogte van de AOW-premie is namelijk wettelijk gemaximeerd om te voorkomen dat de groeiende AOW-uitgaven leiden tot een alsmaar stijgende AOW-premie en een onevenwichtige koopkrachtont­wikkeling. Dit leidt tot een jaarlijks exploitatietekort in het Ouderdomsfonds. De rijksbijdrage Ouderdomsfonds is bedoeld om het exploitatietekort in het Ouderdomsfonds aan te vullen zodat er een neutrale kaspositie voor dit fonds bestaat.Budgettaire ontwikkelingenDe rijksbijdrage is hoger uitgevallen dan in de begroting werd geraamd. Dit komt voornamelijk doordat de geraamde inkomsten vanuit AOW-premie zijn gedaald. Daarnaast is het in 2019 gerealiseerde vermogenstekort van het Ouderdomsfonds in 2020 via de rijksbijdrage aangevuld.133Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Rijksbijdrage tegemoetkoming arbeidsongeschiktenDe tegemoetkoming arbeidsongeschikten is een jaarlijkse vergoeding voor de extra ziektekosten van mensen die (gedeeltijk) arbeidsongeschikt zijn. De tegemoetkoming is opgenomen in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (IVA en WGA), de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). De tegemoetkomingen voor de categorieën WAO, WAZ, IVA en WGA worden gefinancierd uit een rijksbijdrage die in het Toeslagenfonds wordt gestort. In deze rijksbijdrage zijn ook de uitvoeringskosten van UWV opgenomen. De uitgaven aan de tegemoetkomingen voor arbeidsonge­schikten worden verantwoord op de beleidsartikelen 3 en 4.Budgettaire ontwikkelingenDe rijksbijdrage is aangepast aan de onderliggende uitgaven. De rijksbij­drage komt daarmee iets hoger uit dan geraamd in de begroting.Rijksbijdrage zwangere zelfstandigen (ZEZ)De regeling Zelfstandig en Zwanger (ZEZ) voorziet in een uitkering aan zelfstandigen voorafgaand aan en volgend op de bevalling (zie ook beleids­artikel 6). Deze regeling wordt gefinancierd via een rijksbijdrage aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds. Ook de uitkeringen voor zwangere alfahulpen worden via deze rijksbijdrage gefinancierd. In deze rijksbijdrage zijn daarnaast de uitvoeringskosten van UWV opgenomen.Budgettaire ontwikkelingenDe rijksbijdrage is aangepast aan de onderliggende uitgaven. De rijksbij­drage komt daarmee iets hoger uit dan geraamd in de begroting.Rijksbijdrage transitievergoedingDe Wet transitievergoeding bij ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden of langdurige arbeidsongeschiktheid regelt vanaf 1 april 2020 compensatie voor werkgevers voor verstrekte transitievergoedingen aan werknemers van wie de dienstbetrekking is geëindigd na langdurige arbeidsongeschiktheid. De regeling kent terugwerkende kracht tot 1 juli 2015. Dit wetsvoorstel wordt grotendeels gefinancierd via werkgevers­premies. Voor een klein deel is er een rijksbijdrage aan het Algemeen Werkloosheidsfonds.Budgettaire ontwikkelingenDe rijksbijdrage is niet gewijzigd.134Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 4.13 Artikel 13 Integratie en maatschappelijke samenhangA. Algemene doelstellingDe overheid bevordert de maatschappelijke samenhang en sociale stabiliteit door participatie en inburgering van iedereen met een migratie­achtergrond en het doen accepteren van culturele diversiteit in de samenleving. In het integratiebeleid ligt de nadruk op het doen ontstaan van sociale stabiliteit in een samenleving die in cultureel opzicht steeds meer divers wordt. Een sociaal stabiele samenleving houdt in dat:–mensen zelfredzaam zijn en zonder belemmeringen kunnen meedoen;–zij in al hun verscheidenheid met elkaar samenleven;–iedereen zich thuisvoelt ongeacht herkomst, religie of levensovertuiging.Dit wordt gerealiseerd door:–het bevorderen van samenhang en het voorkomen van maatschappe­lijke spanningen;–het werken aan een evenredige positie en participatie in de Nederlandse samenleving en aan een evenredig bereik en effectiviteit van voorzie­ningen voor alle burgers in Nederland;–het ervoor zorgen dat nieuwkomers snel de Nederlandse taal machtig zijn en kennis hebben van de Nederlandse samenleving.B. Rol en verantwoordelijkheidDe Minister stimuleert met behulp van onder andere financiële instru­menten de zelfredzaamheid en deelname aan de samenleving van migranten, en het samenleven met elkaar in de diverse samenleving. De samenlevingsvraagstukken verschillen per gemeente of regio. De rol van de Minister bij het oplossen hiervan is een faciliterende. Hij financiert een uitkeringsregeling (Remigratiewet), een leenstelsel voor degenen die moeten inburgeren en voorinburgering en maatschappelijke begeleiding voor nieuwkomers. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:–de vormgeving, het onderhoud en de werking van het inburgerings­stelsel;–de visie en samenhang van het integratiebeleid en de daarvoor benodigde kennis;–het aanspreken van de vakdepartementen op hun verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat reguliere voorzieningen toegankelijk en effectief zijn voor alle burgers;–de uitvoering van de Remigratiewet, de Wet inburgering en de Wet inburgering buitenland.De uitvoering van het inburgering (onder meer examens)- en leenstelsel, en de voorinburgering is belegd bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) respectievelijk het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). De Minister van OCW is eigenaar van DUO en de Minister van J&V van COA. Vanuit deze rol zijn laatstgenoemde ministers verantwoordelijk voor de kwaliteit en continuïteit van de uitvoering en daaronder valt de dienstverlening van DUO respectievelijk COA aan het Ministerie van SZW. De uitvoering van de maatschappelijke begeleiding van asielmigranten is belegd bij de gemeenten, die hiervoor middelen krijgen via het Gemeentefonds.135Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 C. BeleidsconclusiesVeranderopgave Inburgering (VOI)In de begroting van 2020 werd in de beleidswijzigingen gemeld dat we in 2021 het nieuwe inburgeringsstelsel wilden starten en dat er in 2020 nog pilots plaatsvinden. De beoogde inwerkingtredingsdatum van de nieuwe wet van 1 juli 2021 is inmiddels bijgesteld. Nu wordt volop gekoerst op 1 januari 2022. Met de pilotmiddelen en andere middelen hebben gemeenten zich kunnen voorbereiden op de komst van de nieuwe wet.Survey Integratie MigrantenIn 2020 is het SCP in opdracht van SZW het veldwerk gestart voor een nieuwe editie van het Survey Integratie Migranten. Dit onderzoek levert inzicht in de stand en ontwikkeling van de sociaal-culturele positie van bevolkingsgroepen met een migratieachtergrond in de Nederlandse samenleving ten opzichte van die zonder migratieachtergrond. Het veldwerk is echter als gevolg van de coronacrisis enkele malen opgeschort geweest en sterk vertraagd. Het veldwerk wordt nu in het 1e kwartaal van 2021 afgesloten en het databestand komt in de loop van 2021 beschikbaar. Deze informatie vormt belangrijke input voor het beleid op het terrein van integratie en maatschappelijke samenhang voor de komende jaren. Daarbij kan gedacht worden aan het streven naar evenredigheid en gelijkheid op het terrein van onderwijs en arbeidsdeelname.136Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 D. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 88 Begrotingsgefinancierde budgettaire gevolgen van beleidsartikel 13 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen278.628309.023278.398221.009179.789253.368‒ 73.579Uitgaven250.574328.040290.084220.838181.996252.868‒ 70.872InkomensoverdrachtenRemigratiewet44.10542.50042.00041.89041.40043.186‒ 1.786Inburgering11651113303SubsidiesOpbouw kennisfunctie integratie2.7082.8412.6442.7462.7632.73627Landelijk Overleg Minderheden302600000Vluchtelingenwerk Nederland1.2981.3431.0921.0301.0841.03252Overige subsidies3.5107.7214.6618.7279.6585.8503.808OpdrachtenInburgering en Integratie7.61410.5227.7488.6759.03112.945‒ 3.914Remigratie1.6961.5961.4931.5931.6191.700‒ 81Bijdrage aan agentschappenDUO10.64014.66117.77118.28022.97618.8004.176Bijdrage aan ZBO's/RWT'sCOA74.57776.07322.21210.75514.21516.927‒ 2.712Bijdrage aan medeoverhedenGemeenten maatschappelijke begeleiding0000025.226‒ 25.226Gemeenten inburgeringsvoorzieningen0000000LeningenDUO104.280170.706190.452127.13979.247124.466‒ 45.219Ontvangsten4.72710.3783.1914.2185.0681.0004.068Ontvangsten algemeen3.5877.9557027755520552Leningen1.1402.4232.4893.4434.5161.0003.5161Stand inclusief amendementen, moties en NvW.E. Toelichting op de instrumentenHet integratiebeleid, dat de maatschappelijke samenhang en sociale stabiliteit bevordert, heeft als einddoel dat groepen met een migratieach­tergrond dezelfde maatschappelijke positie innemen als groepen zonder migratieachtergrond. Dit doel komt dichterbij als de verschillen tussen de groepen afnemen. Drie belangrijke maten hiervoor zijn de arbeidspartici­patie, de werkloosheid en het aandeel leerlingen dat in het voortgezet onderwijs de hogere vormen (havo en vwo) volgt.De figuren 5, 6 en 7 presenteren de ontwikkeling in deze indicatoren: de aandelen van de bevolking met betaald werk, het werkloosheidspercentage en het aandeel leerlingen in de derde klas van het voortgezet onderwijs dat havo of vwo volgt naar achtergrond, generatie en (school)jaar. De figuren laten verschillen zien zowel tussen de uiteenlopende herkomstgroepen als tussen de generaties binnen dezelfde herkomstgroep.137Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Figuur 5 Kerncijfers integratie: netto arbeidsparticipatie (%)2Bron: CBS, Kernindicatoren Integratie.2 Het aandeel van de bevolking van 15 tot 75 jaar met betaald werk voor ten minste een uur per week.138Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Figuur 6 Kerncijfers integratie: werkloze beroepsbevolking (%)3Bron: CBS, Kernindicatoren Integratie.3 Het aandeel van de bevolking van 15 tot 75 jaar zonder betaald werk, die recent naar werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.139Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Figuur 7 Kerncijfers integratie: Aandeel havo/vwo-leerlingen in het 3e leerjaar van het voortgezet onderwijs (%)Bron: CBS, Kernindicatoren Integratie.InkomensoverdrachtenRemigratiewetDe Remigratiewet biedt een uitweg aan personen die naar Nederland kwamen voor arbeid en vestiging, maar nu een dringende wens tot terugkeer hebben doordat zij in een uitzichtloze situatie van afhankelijkheid (uitkeringssituatie) verkeren en zelf hun remigratie niet kunnen bekostigen. Om personen die daarvoor in aanmerking komen, in staat te stellen naar hun herkomstland terug te keren, kan een remigratie-uitkering worden aangevraagd. De SVB voert de Remigratiewet uit.Budgettaire ontwikkelingenDe Remigratiewet is in 2014 aangescherpt op onder meer het leeftijdscri­terium. Hierdoor komen minder personen in aanmerking voor een remigratie-uitkering. Vanaf 1 januari 2025 kunnen geen nieuwe aanvragen meer op grond van de Remigratiewet worden gedaan. Hierdoor dalen de 140Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 jaarlijkse uitgaven aan uitkeringen. In 2020 bleek dat het bedrag aan uitkeringen in de begroting uiteindelijk te hoog is geraamd. De uitgaven vielen circa € 1,8 miljoen lager uit.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 89 Kerncijfers RemigratieRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Aantal remigranten met een periodieke uitkering ( x 1.000 personen, ultimo)114141414141401inclusief nihil-uitkeringen: de remigrant heeft recht op een remigratie-uitkering, maar na verrekening van andere, exporteerbare uitkeringsgelden wordt het bedrag op nihil vastgesteldBron: SVB, jaarverslag.SubsidiesOp het artikelonderdeel Subsidies is circa € 3,9 miljoen meer uitgegeven dan in de begroting was opgenomen. Het verschil treedt met name op bij de incidentele (overige) subsidies. Het betreft dan vooral nieuwe subsidies voor projecten in het kader van de Veranderopgave inburgering, een aangenomen amendement voor respectvol samenleven en verhoging van enkele lopende subsidies.OpdrachtenOp het artikelonderdeel Opdrachten worden opdrachten aan derden ten behoeve van onder meer de ontwikkeling en het beheer van examens, onderzoeken in verband met de beleidsontwikkeling of -evaluatie, en communicatieactiviteiten verantwoord. De uitgaven zijn circa € 4 miljoen lager uitgevallen dan in de begroting werd aangenomen. De oorzaak hiervan is onder meer gelegen in het uitstel van de invoeringsdatum van de nieuwe Wet inburgering. Hierdoor zijn bepaalde activiteiten en uitgaven eveneens uitgesteld. Daarnaast was meer tijd nodig voor de aanbesteding van een aantal opdrachten, waardoor de uitgaven pas in 2021 zullen plaats­vinden. Ook zijn aanbestedingstrajecten uitgesteld omdat de precieze activi­teiten of opdrachtformuleringen meer tijd behoefden.Beleidsrelevante kerncijfersTabel 90 Kerncijfers inburgeringRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Inburgeringsplichtige nieuwkomers die een kennisgeving van DUO krijgen (x 1.000 personen, ultimo)13423201821183Inburgeraars die slagen voor het inburgeringsexamen of NT2-examen (x 1.000 personen, ultimo)1101324321823‒ 5Asielgerechtigde nieuwkomers die deelnemen aan de voorbereiding op inburgering in de opvang van COA (x 1.000 personen, ultimo)2138,44,64,64,55,0‒ 0,5Asielgerechtigde nieuwkomers die deelnemen aan de maatschappelijke begeleiding door gemeenten (x 1.000 personen, ultimo)22026117910‒ 11DUO, informatiesysteem Inburgering.2COA, voortgangsrapportages.141Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Bijdrage aan agentschapppenOp dit artikelonderdeel is de bijdrage opgenomen die SZW aan DUO geeft voor het uitvoeren van het leen- en examenstelsel in verband met de inburgering van nieuwkomers. De bijdrage aan DUO is in 2020 circa € 4,2 miljoen hoger uitgevallen dan in de begroting voorzien werd. Dat is voor een groot deel veroorzaakt door de extra maatregelen die door DUO zijn getroffen in verband met corona. Zo is er extra personeel ingehuurd om de openstelling van examenlocaties na de eerste lockdown te kunnen veruimen. Ook zijn er extra examenlocaties ingehuurd.Bijdrage aan ZBO's/RWT'sDe bijdrage aan COA is bedoeld voor trajecten voorinburgering die in de AZC's door vergunninghouders in afwachting van hun plaatsing bij een gemeente gevolgd kunnen worden. In 2020 is als gevolg van de corona­maatregelen het aantal trajecten achtergebleven bij de verwachtingen. Hierdoor vallen de uitgaven in 2020 € 2,7 miljoen lager uit dan voorzien. Het budget is hiervoor eerder bij 1e en 2e suppletoire wet neerwaarts bijgesteld.Bijdrage aan medeoverhedenDe bijdrage aan gemeenten betreft de vergoedingen voor maatschappelijke begeleiding van statushouders. Van het budget ad € 25,2 miljoen is in 2020 € 16,9 miljoen overgeboekt naar het Ministerie van BZK die dat bedrag vervolgens weer heeft verstrekt aan de gemeenten. De gemeenten krijgen hun bijdrage achteraf op grond van het aantal in 2019 gehuisveste asielsta­tushouders met inburgeringsplicht.Circa € 8 miljoen is bij najaarsnota ingeleverd, omdat het aantal gehuisveste vergunninghouders en daardoor het aantal trajecten maatschappelijke begeleiding in 2019 lager was uitgevallen.LeningenIn 2020 is door DUO circa € 45,2 miljoen minder uitgegeven aan leningen voor inburgeraars dan in de begroting geraamd was. De oorzaak daarvan ligt voor het grootste deel in de coronamaatregelen. Het inburgeringson­derwijs en de -examens hebben een tijd stil gelegen. Nadat er weer meer mogelijkheden kwamen voor klassikaal onderwijs en voor examens golden er nog wel beperkende maatregelen door corona, zoals de 1,5 meter regel. Dit maakte het lastig om examens af te leggen en om klassikaal onderwijs te volgen.Het gebruik van de leningen nam door genoemde ontwikkelingen af. Pas in de laatste 2 maanden van het jaar kwam het gebruik van de leningen weer op peil.142Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 91 Kerncijfers leningenRealisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Begroting 2020Verschil 2020Toegekende leningenAantal aan inburgeraars toegekende leningen (x 1.000 personen, ultimo)262314111112‒ 1Terugbetaalde leningenAantal terugbetalende inburgeraars die in het betreffende jaar een terugbetaling op hun lening doen (x 1.000 personen, ultimo)3551318612Kwijtgescholden leningenAantal inburgeraars met kwijtgescholden lening (x 1.000 personen, ultimo)2510211820‒ 2Totaalbedrag kwijtgescholden leningen inclusief rente (x € 1 mln)83278181154162‒ 8Bron: DUO, Informatiesysteem Inburgering.OntvangstenBij de ontvangsten ging het in 2020 naast een terugbetaling van de SVB in verband met de afrekening Remigratiewet, om terugbetalingen van leningen en betalingen van boetes. Vorig jaar werd circa € 4,1 miljoen meer ontvangen dan in de begroting geraamd was. Omdat asielstatushouders bij goed resultaat de lening niet behoeven terug te betalen en terugbetalingen naar draagkracht gaan is het lastig een juiste inschatting te maken van de te verwachten ontvangsten.143Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 5. Niet-beleidsartikelen5.1 Artikel 96 Apparaat KerndepartementDit artikel bevat alle personele en materiële uitgaven en bijbehorende ontvangsten van het Ministerie van SZW. In beleidsartikel 11 zijn de bijdragen aan zbo's verder toegelicht.Budgettaire gevolgenTabel 92 Apparaatsuitgaven Kerndepartement Budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen252.321274.694309.776353.723403.751372.07031.681Uitgaven255.510265.018302.402351.632387.486372.07015.416Personele uitgaveneigen personeel189.394198.259230.573262.756293.498289.3764.122inhuur externen5.8465.00411.34810.93512.6575.7726.885overige personele uitgaven2.3852.7792.1992.1811.8012.734‒ 933Materiële uitgavenICT6.0135.5566.96215.17822.83213.2699.563bijdrage aan SSO's38.60738.18741.25445.47842.80145.050‒ 2.249overige materiële uitgaven13.26515.23310.06615.10413.89715.869‒ 1.972Ontvangsten13.56322.30026.21641.73052.98651.6661.3201Stand inclusief amendementen, moties en NvW.ToelichtingPersonele en materiële uitgavenEigen personeelDe uitgaven komen € 4,1 miljoen hoger uit dan begroot. Aan de ene kant zien we hogere uitgaven door verwerken van de loonbijstelling uit de nieuwe cao. Tevens heeft er uitbreiding van de capaciteit van SZW plaats­gevonden voor ondersteunende werkzaamheden bij de uitvoering van het noodpakket. Aan de de andere kant zijn uitgaven lager uitgevallen dan begroot vanwege de effecten van corona: minder reisbewegingen door thuiswerken en een uitstel van invulling van vacatures.Inhuur externenDe € 6,9 miljoen hogere uitgaven dan begroot komen met name doordat er externe inhuur is ingezet op automatiseringsprojecten. De hiervoor beschikbare middelen zijn gedurende het jaar overgeboekt vanaf het ICT-budget. Daarnaast heeft er inhuur plaatsgevonden voor het oplossen van tijdelijke personeelstekorten, die ten tijde van de begroting niet waren voorzien.Overige personele uitgavenDe uitgaven voor post-actieven komen € 0,9 miljoen lager uit dan begroot en zijn ook lager dan in de afgelopen jaren. De voornaamste redenen hiervoor is een lagere instroom dan verwacht. Daarnaast valt de gemiddelde uitkering voor een WW-gerechtigde lager uit.144Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 ICTDe verhuizing van de ICT-omgeving van het onderdeel Opsporing van de Inspectie SZW van DICTU naar de Belastingdienst is niet zoals ten tijde van de Begroting 2020 was voorzien in 2019 gerealiseerd, maar pas in 2020. De vertraging van de verhuizing heeft geleid tot extra kosten in 2020. Een deel van deze uitgaven stond onder Bijdrage aan SSO's.Bijdrage aan SSO'sOp dit budget hebben in 2020 een aantal budgetmutaties plaatsgevonden, waardoor de uitgaven op de post Bijdrage aan SSO's € 2,2 miljoen lager uitvallen dan begroot. Allereerst heeft er een herschikking plaatsgevonden met ICT. Hierdoor verschuiven de uitgaven voor de ICT-omgeving van de Inspectie naar de post ICT, zie boven. Daarnaast is er een budgetoverhe­veling naar het Ministerie van BZK geweest voor ICT-kosten van Doc-Direkt. Deze uitgaven worden door het Ministerie van BZK verantwoord.Overige materiële uitgavenDe materiële uitgaven zijn lager uitgekomen dan begroot doordat enerzijds een deel van de uitgaven betrekking heeft op externe inhuur en onder deze post wordt verantwoord. Anderzijds zijn de vergaderkosten door corona lager uitgevallen.OntvangstenDe hogere uitgaven doen zich voor bij de Rijksschoonmaakorganisatie (RSO), zie hieronder bij tabel 93 voor een toelichting. Bij de overige onderdelen zijn niet alle begrote ontvangsten gerealiseerd.RijksschoonmaakorganisatieDe RSO is in 2014 gestart. In 2016 is begonnen met het uitvoeren van schoonmaakactiviteiten. De schoonmakers zijn in dienst van het Rijk. De deelnemende departementen betalen voor het schoonmaken een vergoeding aan het Ministerie van SZW. De uitgaven van de RSO komen ten laste van de begroting van het Ministerie van SZW. Ter financiering van aanloopkosten van de RSO is voor de eerste jaren een transitiebudget voorzien, omdat de inkomsten in de eerste jaren onvoldoende zijn om de uitgaven te dekken. 2020 was het laatste transitiejaar voor de RSO, waarin de resterende opdrachtgevers conform planning zijn aangesloten op de dienstverlening.Tabel 93 laat de apparaatsuitgaven van RSO afzonderlijk zien. De uitgaven en ontvangsten van RSO vallen hoger uit dan bij begroting was voorzien door aanpassing aan het prijsniveau van 2020 en doorontwikkeling van de organisatie, wijziging van dienstverleningsafspraken en een bijstelling van het aansluitschema van departementen. Hiertegenover staan lagere uitgaven doordat er vanwege corona minder reisbewegingen en opleidingen nodig zijn geweest.145Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 93 Extracomptabele tabel apparaatsuitgaven kerndepartement en apparaatsuitgaven RSO (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begrotingVerschil2016201720182019202020202020Kerndepartement exclusief RSOUitgaven245.314243.805274.118313.209339.405325.04714.358Ontvangsten3.5762.3964.1267.0065.8307.642‒ 1.812RijksschoonmaakorganisatieUitgaven10.19621.21328.28438.42348.08147.0231.058Ontvangsten9.98719.90422.09034.72447.15644.0243.132Naar aanleiding van een toezegging in het wetgevingsoverleg over het jaarverslag 2018 wordt een indicator opgenomen met betrekking tot de medewerkerstevredenheid van de schoonmakers in dienst van de RSO. In onderstaande tabel staat de uitkomst van het eerst gehouden medewer­kerstevredenheidsonderzoek (MTO) uit 2017 en de uitkomst van het meest recente MTO van eind 2019. Het MTO vindt tweejaarlijks plaats.Tabel 94 Medewerkerstevredenheid RSORealisatie 2017Realisatie 2019Tevredenheid medewerkers RSO8,58,6TotaaloverzichtTabel 95 geeft een samenvatting van de apparaatsuitgaven van het kernde­partement, het (voormalig) Agentschap SZW en van de zbo’s en rwt’s van het ministerie. De toelichting op de ontwikkeling bij het kerndepartement is te vinden bij tabel 92. Zie beleidsartikel 11 en bijlage 1 voor een toelichting op de zbo’s/rwt’s.Tabel 95 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en zbo's/rwt's (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begrotingVerschil2016201720182019202020202020Totaal apparaatsuitgaven Ministerie255.510265.018302.402351.632387.486372.07015.416Totaal apparaatskosten agentschap16.10615.332470000Agentschap SZW15.99715.332470000Totaal apparaatskosten zbo’s en rwt’s11.943.3462.021.8721.949.7821.972.8202.371.9622.175.668196.294UWV (inclusief BKWI)1.726.3311.784.9391.695.7841.746.6612.064.2411.906.737157.504SVB210.012230.224247.718217.196292.615262.20030.415IB7.0036.7096.2808.96315.1066.7318.3751Dit betreft zowel begrotingsgefinancierde als premiegefinancierde kosten. De ontvangsten artikel 11 zijn in mindering gebracht op de uitgaven.BezettingDe grootste stijging in bezetting heeft zich in 2020 voor gedaan bij de RSO. Dit houdt verband met de aansluiting van een aantal departementen op de RSO in dat jaar. Daarnaast zijn er uitbreidingen bij beleid, bedrijfsvoering en de Inspectie.146Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 96 Bezettingsoverzicht (fte)Realisatie 2016Realisatie 2017Realisatie 2018Realisatie 2019Realisatie 2020Kerndepartement exclusief RSO2.2262.2272.4292.5582.691RSO2603986167551.047Bezetting totaal ultimo2.4862.6253.0453.3133.738147Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 5.2 Artikel 98 AlgemeenOp dit artikel worden de niet naar beleidsartikelen toe te rekenen budgetten verantwoord.Tabel 97 Begrotingsgefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 98 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen36.41435.47428.33533.52816.57830.185‒ 13.607Uitgaven34.33432.97422.55925.08120.19532.758‒ 12.563SubsidiesArtikel 981.7142.3672.5823.6262.5422.50042OpdrachtenHandhaving6276414783692294.402‒ 4.173Opdrachten overig11.4488.39913.95214.9249.68117.079‒ 7.398BekostigingUitvoeringskosten Caribisch Nederland3.6664.0104.1584.8517.2345.9911.243Bijdrage aan agentschappenAgentschap SZW15.07716.234470000Rijksdienst Ondernemend Nederland387286144171120422‒ 302Agentschap CJIB11211196650164‒ 164Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukkenMinisterie van Financiën1.3039261.1021.0753892.200‒ 1.811Ontvangsten7981.4607451.632171854‒ 6831Stand inclusief amendementen, moties en NvW.SubsidiesDe gerealiseerde uitgaven hebben betrekking op subsidies aan de VNG voor ondersteuning LSI-structuur en gegevensuitwisseling W&I.OpdrachtenHandhavingVan het handhavingsbudget op artikel 98 is als budgettair neutrale herschikking gedurende de begrotingsuitvoering € 4,2 miljoen naar andere budgetten overgeboekt, onder andere:–voor handhavingsactiviteiten uitgevoerd door de SVB en UWV (€ 1,2 miljoen);–voor het uitvoeren van activiteiten van het Inlichtingenbureau (€ 1,1 miljoen);–voor het uitvoeren van onderzoek gedragsexperiment (€ 0,2 miljoen);–een overboeking naar het Ministerie van OCW voor onderzoek Digitale Tech & Werk uitgevoerd door NWO (€ 0,3 miljoen);–een overboeking naar het Ministerie van BZK voor beheerskosten ENSIA (€ 0,1 miljoen);–een overboeking naar het Ministerie van VWS voor het nationaal doorbraakprogramma uitgevoerd door het Instituut voor Publieke Waarden (€ 1,3 miljoen).148Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Opdrachten overigDe realisatie op het budget voor Opdrachten overig is € 7,4 miljoen lager dan begroot. De gerealiseerde lagere uitgaven treden deels op bij de uitgaven van Inspectie SZW die zijn overgeheveld naar artikel 1 en daar worden verantwoord (€ 4,0 miljoen). Mede in relatie tot de grote drukte rond de steunmaatregelen (waaronder Tozo) zijn diverse uitgaven bij onderzoeks-opdrachten, primaire processen, voorlichting en overige opdrachten lager uitgevallen dan begroot (€ 3,4 miljoen). De gerealiseerde uitgaven voor opdrachten overig bestaan uit onderzoek (€ 3,8 miljoen), kosten primair proces (€ 0,9 miljoen), voorlichting (€ 0,6 miljoen), beleidsinformatie aangeleverd door het CBS en Panteia (€ 3,8 miljoen) en overige opdrachten (€ 0,6 miljoen).BekostigingGedurende het jaar is het budget opgehoogd, zodat de uitvoering van Tijdelijke subsidieregeling loonkosten en inkomensverlies CN inzake de coronacrisis en de ICT-ontwikkeling van de in voorbereiding zijnde Wet kinderopvang CN gerealiseerd konden worden.Bijdrage aan agentschappenRijksdienst ondernemend NederlandDe gerealiseerde uitgaven van € 0,1 miljoen hebben betrekking op certifi-ceringskosten voor de subsidieregeling ESF EGF, deze zijn € 0,3 miljoen lager uitgevallen dan begroot, er hebben in het geheel geen uitgaven meer plaatsgevonden bij deze subsidieregeling.Agentschap Centraal Justitieel Incasso BureauDe uitgaven en ontvangsten van Inspectie SZW zijn overgeheveld naar artikel 1 en worden daar verantwoord.Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukkenDe bijdrage aan het Ministerie van Financiën ten behoeve van controle-werkzaamheden ESF is € 1,8 miljoen lager dan begroot. De controlewerk-zaamheden van de ESF-projecten zijn aan het afnemen.OntvangstenDe gerealiseerde ontvangsten (€ 0,2 miljoen) hebben betrekking op ontvangsten en restituties op afrekeningen subsidies en opdrachten over voorgaande jaren.149Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 5.3 Artikel 99 Nog onverdeeldOp dit artikel worden de uitgaven verantwoord voor loon- en prijsbijstelling en voor onvoorziene uitgaven.Tabel 98 Begrotingsgefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 99 (bedragen x € 1.000)RealisatieVastgestelde begroting1Verschil2016201720182019202020202020Verplichtingen00000185.573‒ 185.573Uitgaven00000185.573‒ 185.573Loonbijstelling0000000programma0000000apparaat0000000Prijsbijstelling0000000programma0000000apparaat0000000Onvoorzien00000185.573‒ 185.573Ontvangsten00000001Stand inclusief amendementen, moties en NvW. De stand zoals gepresenteerd onder de stand vastgestelde begroting wijkt af van de stand vastgestelde begroting bij de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoire begroting, tweede incidentele suppletoire begroting en de slotwet. De reden hiervoor is dat in deze wetten de eerste en tweede incidentele suppletoire begroting, die zijn ingediend tussen de vaststelling van de ontwerpbegroting en de vaststelling van de eerste suppletoire begroting, zijn opgeteld bij vastgestelde begroting en in het jaarverslag niet.Overige beleidsuitgavenDe grondslag voor dit onderdeel ligt in de Comptabiliteitswet, waarin de mogelijkheid bestaat een artikel op te nemen ten behoeve van de voorlopige verwerking van de loon- en prijsindexering, een taakstelling of een ander nog te verdelen begrotingsbedrag.OnvoorzienGedurende de begrotingsuitvoering in 2020 zijn diverse bedragen, waaronder € 3,6 miljoen voor het Breed Offensief, overgeheveld naar de betreffende beleidsartikelen. Daarnaast zijn overboekingen met andere departementen en begrotingen verwerkt. Zo is naar het Gemeentefonds € 35 miljoen overgeboekt voor de 2e tranche van de decentralisatie-uitkering Perspectief op Werk en € 34,4 miljoen voor de uitvoeringskosten van het nieuwe inburgeringsstelsel. Ook zijn er diverse kasschuiven (€ 68 miljoen) doorgevoerd naar latere jaren om beter aan te sluiten bij het benodigde kasritme van de betreffende reserveringen. Nadat bij 2e suppletoire begroting reeds vrijgevallen middelen zijn afgeboekt resteerde een bedrag van € 1,8 miljoen waar uiteindelijk geen beroep meer op is gedaan.Gedurende de begrotingsuitvoering in 2020 zijn daarnaast meerdere reser­veringen op artikel 99 getroffen voor corona-gerelateerde maatregelen. Deze reserveringen zijn overgeboekt naar betreffende beleidsartikelen en begrotingen voor begrotingsjaar 2020. In de paragraaf «Beleidsprioriteiten» staat een overzicht van alle corona-gerelateerde uitgaven van SZW.150Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 6. BedrijfsvoeringsparagraafDeze paragraaf bevat een rapportage over de bedrijfsvoering van het Ministerie van SZW. Het jaar 2020 was een bijzonder jaar voor heel Nederland. De uitbraak van het coronavirus heeft ook zijn impact gehad op de bedrijfsvoering van SZW, zowel op de manier van werken (digitaal op afstand) als op de inhoud. Belangrijke onderwerpen in de bedrijfsvoering van 2020 waren het beleid rond de beheersing van misbruik en oneigenlijk gebruik - in het bijzonder bij de noodregelingen in het kader van de corona­crisis -, de rechtmatigheid van de uitgaven in het kader van de noodrege­lingen en het inkoopbeheer. SZW heeft zich ingespannen om de gehele bedrijfsvoering op afstand zo goed mogelijk door te laten lopen. Aandachts­punten hierin worden hieronder toegelicht.6.1 UitzonderingsrapportageRechtmatigheidOnzekerheid Rijksdienst Caribisch Nederland Unit SZWAls gevolg van de reisrestricties in het eerste kwartaal 2021 in verband met corona waren er beperkingen in de uitvoering van de controlewerkzaam­heden ter plaatse. Over 2020 zijn daarom de totale bedragen van alle door de Rijksdienst Caribisch Nederland Unit SZW (RCN-unit SZW) betaalde uitkeringen in Caribisch Nederland aan te merken als onzeker.Door het ontbreken van voldoende informatie is het niet mogelijk een uitspraak te doen over de rechtmatigheid van de uitkeringen over 2020 en de getrouwheid van de verantwoording daarover. Het departement beschikt niet zelf over de vereiste (controle)informatie en er kan door beperkingen in de uitvoering van de controlewerkzaamheden van de Auditdienst Rijk (ADR) als gevolg van de reisrestricties ditmaal geen gebruik gemaakt worden van bevindingen van de ADR. Hierdoor bestaat onzekerheid ten aanzien van de rechtmatigheid en getrouwheid op alle uitkeringen in Caribisch Nederland. Dit resulteert voor de Wet algemene ouderdomsverzekering BES (oudedagsvoorziening), de Algemene weduwen- en wezenverzekering BES (nabestaandenvoorziening), de Wet ziekteverzekering BES en de Wet ongevallenverzekering BES tot een overschrijding van de rapportagetole­rantie op artikelniveau. Bij de artikelen 3, 6, 8 en 9 is hierdoor sprake van het overschrijden van de rapporteringstolerantie. De onzekerheid wordt veroorzaakt door de gebleken onmogelijkheid om transacties over het gehele verantwoordingsjaar te controleren. Deze situatie is helaas onver­mijdelijk door de zeer uitzonderlijke omstandigheden vanwege corona.Artikel 98Begrotingsartikel 98 is bedoeld voor departementsbrede uitgaven die niet zinvol kunnen worden toegerekend aan een beleidsartikel. In 2020 consta­teerde de ADR een begrotingsonrechtmatigheid met betrekking tot het onjuist verantwoorden van uitgaven op artikel 98. SZW heeft daarom in 2020 diverse onderdelen herverdeeld over andere artikelen. De resterende onderdelen worden in de ontwerpbegroting 2022 herverdeeld, waarmee artikel 98 wordt opgeheven.Onrechtmatige inkoop artikel 2Eind 2020 heeft een onrechtmatige inkoop van € 2,9 miljoen plaatsgevonden ten behoeve van de implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet. Voor deze uitgave ontbrak een wettelijke grondslag. SZW heeft een evaluatie uitgevoerd naar de procesgang met als doel om maatregelen te 151Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 implementeren die herhaling in de toekomst dienen te voorkomen. Deze onrechtmatigheid leidt overigens niet tot een overschrijding van de toleran­tiegrens.Tabel 99 Overzicht overschrijdingen rapporteringstoleranties fouten en onzekerheden (bedragen x € 1.000)(1) Rapporteringstolerantie(2) Verantwoord bedrag in € (omvangs­basis)(3) Rapporte­ringstole­rantie voor fouten en onzeker­heden in €(4) Bedrag aan fouten in €(5) Bedrag aan onzeker­heden in €(6) Bedrag aan fouten en onzeker­heden in €(6a) Waarvan bedrag aan fouten en onzeker­heden gerelateerd aan noodmaatre­gelen in €(7) Percentage aan fouten en onzeker­heden t.o.v. verantwoord bedrag = (6)/(2)*100%(7a) Waarvan percentage aan fouten en onzekerheden gerelateerd aan noodmaatre­gelen t.o.v. verantwoord bedrag = (6a)/(2)*100%VerplichtingenArtikel 98 Algemeen16.5781.6584.48504.485027,1%0,0%Uitgaven/ontvangstenArtikel 3 Arbeidsongeschiktheid6906906906900100,0%0,0%Artikel 6 Ziekte en zwangerschap13.3501.33502.9632.963022,2%0,0%Artikel 8 Oudedagsvoorziening25.0772.508022.99922.999091,7%0,0%Artikel 9 Nabestaanden1.17211701.1721.1720100,0%0,0%Artikel 98 Algemeen20.3662.0379.03409.034044,4%0,0%Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatieEr zijn geen bijzonderheden te melden.Begrotingsbeheer, financieel en de materiële bedrijfsvoeringIn deze subparagraaf is de voortgang toegelicht op de onvolkomenheden die de Algemene Rekenkamer in haar Verantwoordingonderzoek 2019 heeft aangemerkt en de (deels overlappende) bevindingen die de ADR in haar Auditrapport 2019 heeft aangemerkt.Financieel beheer Rijksdienst Caribisch Nederland Unit SZWIn lijn met de ontwikkeling over de voorafgaande jaren zijn in 2020 wederom stappen gezet om de bedrijfsvoering te versterken en te verbeteren. De Rijksdienst Caribisch Nederland Unit SZW (RCN-unit SZW) werkt hard om deze lijn door te zetten door onder meer het voortzetten van de in 2019 gestarte verbijzonderde interne controle en een meerjarig (2020/2021) verbetertraject voor de ICT. De voor de coronacrisis in het leven geroepen noodregelingen hebben een groot beslag gelegd op de capaciteit van de RCN-unit SZW. Dit heeft de doorontwikkeling van de verbijzonderde interne controle enigszins gehinderd. De werking van de maatregelen die getroffen zijn ten behoeve van het financieel beheer is door het beslag van de werkzaamheden voor de noodregelingen op de capaciteit en de in de uitzonderingsrapportage genoemde reisbeperkingen voor de ADR nog niet vastgesteld.Financieel beheer RijksschoonmaakorganisatieHet financieel beheer bij de Rijksschoonmaakorganisatie (RSO) heeft in 2020 een belangrijke verbeterslag doorgemaakt. Vanaf eind 2019 is er extra capaciteit en expertise ingezet om het financieel beheer te verbeteren, met als belangrijk resultaat dat de administratieve processen zijn geactualiseerd en vastgelegd in een AO/IB-handboek medio 2020. Ook is ingezet op de bijbehorende benodigde verbetering in het werken volgens de processen. 152Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Dit is een doorlopend aandachtspunt. Daarnaast resteren er verbeterpunten specifiek op het inkoopbeheer zoals de (borging van de) volledigheid van het contractenregister en het verplichtingenregister.In 2020 heeft de RSO een accountstructuur met opdrachtgevers opgezet op operationeel, tactisch en strategisch niveau, waarin ruimte is voor het bespreken en monitoren van (financieel administratieve) aandachtspunten.InkoopbeheerIn 2020 heeft SZW een verbeterplan inkoopbeheer uitgevoerd. In dit verbe­terplan zijn de aanbevelingen van de ADR uit het auditrapport 2019 uitgewerkt in verschillende projecten. De resultaten en afspraken uit de projecten hebben geleid tot een verfijning van het SZW-inkoopbeleid en een inkoophandboek. Specifiek is er aandacht besteed aan inkoopdossier­vorming, contractregistratie en inkoop tot 15.000 euro. De spendanalyse (het instrument waarmee SZW rechtmatigheid van inkopen kan vaststellen) is in 2020 verder uitgewerkt, met name zijn onrechtmatigheden beter in beeld gebracht. Daarnaast is er een zogenaamd audittrail (een overzicht van de gezette stappen in het proces) geschreven waarin de totstandkoming van de spendanalyse is uitgewerkt.Overige aspecten van de bedrijfsvoeringSZW heeft over 2020 een positieve In Control Verklaring voor informatiebe­veiliging afgegeven. Op basis van het interne verantwoordingsproces en externe onderzoeken zijn er geen bijzonderheden of risico’s te melden. In paragraaf 6.2 wordt ingegaan op de beveiligingsrisico’s die het thuiswerken met zich meebrengt.6.2 Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpenMisbruik en oneigenlijk gebruik (MenO) risico’s en ontwikkelingen betreffende het MenO-beleidSZW brengt bij nieuwe en gewijzigde wet- en regelgeving de risico's op misbruik en oneigenlijk gebruik (MenO-risico’s) in kaart. Zo neemt SZW in de memorie van toelichting van nieuwe wetten een passage over MenO op. Deze MenO-risico-inschattingen worden in nauwe samenwerking met de relevante uitvoerder(s) gemaakt. Bij elke regeling is in meer of mindere mate sprake van restrisico’s, bijvoorbeeld door afhankelijkheid van derden of beperkingen vanuit de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De restrisico’s kwantificeren is complex. Deze restrisico’s worden conform standaard werkwijze na afweging - indien acceptabel - door het verant­woordelijk management geaccepteerd. SZW heeft maatregelen getroffen in de processen om MenO-risico’s te beheersen, bijvoorbeeld via voorlichting door SZW en uitvoerders aan aanvragers. Uitvoerders hebben bevoegd­heden om de rechtmatigheid van aanvragen vast te stellen. Verder melden uitvoerders fraudesignalen aan SZW, onder andere via de jaarlijkse signa­leringsbrief fraudefenomenen die met de Tweede Kamer wordt gedeeld. Ten slotte neemt SZW via de verantwoordingscyclus met de uitvoerders per regeling de geconstateerde fraude-aantallen en fraudebedragen op in het jaarverslag.Het tijdig afronden van een adequate MenO-risico-inschatting is een blijvend aandachtspunt. Om de kwaliteit van de risico-inschattingen te verbeteren wordt elke substantiële (in euro's of complexiteit) MenO-risico-inschatting tegengelezen door een onafhankelijke functionaris. Sinds begin 2020 maakt MenO als operationeel risico prominenter deel uit van de 153Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 interne P&C-cyclus doordat de stand van zaken ten aanzien van het MenO-risico standaard wordt meegenomen in de algemene risicoanalyses. Dit zorgt ervoor dat het MenO-risico expliciet aan bod komt bij de bespreking van de stand van zaken van de risico’s. Begin 2021 is gestart met een periodieke update van het interne MenO-beleid.In 2020 heeft SZW een aantal noodregelingen gemaakt die onder hoge tijdsdruk tot stand zijn gekomen en tot een snelle uitbetaling moesten leiden. De insteek is te allen tijde geweest om deze noodregelingen, ondanks de tijdsdruk, rechtmatig uit te voeren en MenO zoveel mogelijk te voorkomen.Voor alle noodregelingen is een MenO-risico-inschatting gemaakt die, indien de uitkomsten hier aanleiding toe gaven, besproken zijn met en geaccordeerd door de verantwoordelijke bewindspersoon. Om tijd te winnen zijn deze risico-inschattingen in plaats van volgtijdelijk direct in nauwe samenwerking met de uitvoering tot stand gekomen. De risico-inschattingen laten zien dat er bij de noodregelingen een verhoogd risico op MenO is, bijvoorbeeld doordat in de uitvoering wordt gesteund op eigen verklaringen vanuit de aanvragers. Vanwege de snelheid waarmee de regelingen moesten worden geïmplementeerd, is ervoor gekozen dit verhoogde risico te accepteren of was het niet mogelijk om alle benodigde beheersmaatregelen (tijdig) in te (laten) regelen. Dit speelt onder andere bij de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW), de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo), de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling Kinderopvangtoeslag (TTKO) en de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA). De Tweede Kamer is regelmatig geïnformeerd over de MenO risico’s van de noodregelingen per brief (Kamerstukken II 2019/20, 35 420, nr. 95, Kamer­stukken II 2020/21, 35 420, nr. 108 en bijlage 5 bij de Najaarsnota) en in januari 2021 is de Tweede Kamer in een besloten briefing geïnformeerd over de MenO-risico’s bij de NOW. In de alinea «noodregelingen in het kader van de coronacrisis» in paragraaf 6.3 wordt specifieker ingegaan op de NOW en de Tozo.Bij de verlenging van de noodregelingen zijn waar mogelijk aanvullende maatregelen getroffen om de MenO-risico’s te verkleinen, bijvoorbeeld door aanvullende voorwaarden bij nieuwe of verlengingsaanvragen en het aanleveren van aanvullende informatie. Alhoewel er hierdoor in sommige gevallen minder risico wordt gelopen, is het MenO-risico hiermee nog altijd aanwezig. Vanwege de specifieke kenmerken van de noodregelingen (zoals het verstrekken en op een later moment afrekenen van voorschotten bij de NOW) en de wijze van verantwoorden door gemeenten (de afrekening over 2020 vindt medio 2022 plaats) is het waarschijnlijk dat onrechtmatig­heden ten aanzien van de noodregelingen ook in komende jaren voorkomen. De exacte impact is op dit moment nog niet bekend.SZW registreert (vermoedens van) misbruik van subsidies in een departe­mentaal misbruikregister. In 2020 is vastgesteld dat twee subsidie-ontvangers ten onrechte zijn opgenomen in dit register en niet actief geïnformeerd zijn over opname in het register. In 2021 wordt het proces aangepast, zodat deze geheel in lijn is met het protocol departementale register van ernstige onregelmatigheden bij subsidies.154Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Grote lopende ICT-projectenSZW kende in 2020 zes lopende projecten als onderdeel van de rapportage grote en risicovolle ICT-projecten: Vereenvoudiging beslagvrije voet, aansluiting van UWV op Electronic Exchange of Social Security (EESSI), aansluiting van de SVB op EESSI en vereenvoudiging Wajong zijn doorlopende projecten die al eerder gestart zijn. Stimulering arbeidsmarkt­positie (STAP) en veranderopgave inburgering (VOI) zijn in 2020 gestart.UWV en de SVB leggen in hun jaarverslagen verantwoording af over grote en/of risicovolle ICT-projecten. Deze projecten worden op het Rijks ICT-dashboard opgenomen en minimaal éénmaal per jaar geactualiseerd. Voor wat betreft UWV lopen in 2020 zes projecten die zijn opgenomen op het Rijks ICT-dashboard: datafabriek, herontwerp WW Klant, basisplatform App Diensten, verwerving datacenter, digitalisering werkprocessen bezwaar en beroep en toekomstvast input management. Bij SVB loopt een groot ICT-project: VBS FIN (dit betreft de vervanging van het huidige financiële systeem FMS).Open standaarden en open source softwareGeen bijzonderheden te melden.BetaalgedragSZW betaalde in 2020 94,9% van de facturen tijdig en voldeed daarmee niet aan de Rijksbrede norm om 95% van de facturen binnen 30 dagen te betalen. Over het algemeen verliep het facturatieproces binnen SZW goed. Via monitoring kon SZW knelpunten in het proces signaleren en veelal tijdig oplossen. Eén gesignaleerd knelpunt dat nog niet is opgelost betreft het (te) laat inboeken van facturen bij een organisatieonderdeel van SZW dat daarvoor afhankelijk is van een derde partij.Audit CommitteeHet Audit Committee (AC) is in 2020 drie keer samengekomen. Het AC heeft daarin de ambtelijke leiding van SZW onder andere geadviseerd over procesverbetering van het risicomanagement en over de risicoanalyses van delen van het departement. In aanwezigheid van UWV en de SVB sprak het AC verder over ketenrisico’s tussen beleid en uitvoering. De (tussen­tijdse) bevindingen van de ADR en de voortgang bij het aanpakken van deze bevindingen zijn ook regelmatig door het AC besproken, met bijzondere aandacht voor het financieel beheer bij de RCN-unit SZW en het financieel beheer bij de RSO. Ook dacht het AC mee op een aantal onderwerpen, zoals de impact van corona op de bedrijfsvoering en het beleidsterrein van SZW, MenO-aspecten van de NOW-regeling en sturing en toezicht op de SVB en UWV. Ten slotte is in 2020 een start gemaakt met de voorbereiding van de komende zelfevaluatie van het AC.Departementale checks and balancesGeen bijzonderheden te melden.Normenkader financieel beheerGeen bijzonderheden te melden.Bedrijfsvoeringsrisico’s en/of problemen als gevolg van de coronacrisisDoor de plotseling massale schaal van thuiswerken nam in 2020 de kans toe dat beveiligingsrisico’s bij het digitaal ondersteund thuiswerken zich zouden voordoen. SZW (SSC-ICT) heeft daarom geïnvesteerd in de veiligheid van ICT-voorzieningen en in het bewustzijn bij medewerkers over veilig digitaal thuiswerken. Voor de risico’s door (al dan niet bewust) menselijk handelen 155Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 bij digitaal ondersteund thuiswerken, online vergaderen en voor de beperkingen van berichtenapps werd preventief via verschillende wegen voortdurend aandacht gevraagd. Interne incidentmeldingen zijn opgepakt en gemonitord. Er hebben geen grote incidenten plaatsgevonden.In de beginperiode van de coronacrisis heeft SZW extra ICT-middelen aangeschaft en verstrekt aan werknemers zodat zij thuis op een ergonomisch verantwoorde manier konden werken. Daarnaast besteedde SZW aandacht aan de mentale gezondheid van werknemers ten tijde van het langdurig thuiswerken en gemis van collega’s in de nabijheid. Er is veel digitaal aanbod ontwikkeld voor de mentale fitheid. Een voorbeeld hiervan zijn de online Arbo gerelateerde cursussen.Er waren er ook werknemers die vanwege de aard van hun werk op locatie of op kantoor moesten werken, in het bijzonder de schoonmakers van de RSO en inspecteurs en rechercheurs van de Inspectie SZW. Ook voor hen zijn er maatregelen getroffen zodat zij op een veilige manier hun werkzaam­heden konden blijven uitvoeren. Via Risico Inventarisaties en Evaluaties (RI&E) is inzichtelijk gemaakt welke risico’s er bestonden en hoe daar mee om te gaan. Op de kantoorwerkplekken zijn bijvoorbeeld schermen geplaatst, looproutes ontwikkeld en zijn schoonmaakwerkzaamheden aangepast. Voor het uitvoeren van werkzaamheden op locatie zijn persoon­lijke beschermingsmiddelen aangeschaft.6.3 Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoeringNoodregelingen in het kader van de coronacrisisIn reactie op de ontwikkelingen rondom het coronavirus heeft het kabinet met grote snelheid en onder hoge maatschappelijke druk verschillende steun- en herstelpakketten opgezet. Belangrijk hierin was dat snel tot uitbetaling overgegaan kon worden, zodat bedrijven en zelfstandigen hun financiële verplichtingen konden nakomen. Om deze redenen hebben de regelingen noodgedwongen een grofmazig karakter gekregen. Bij de nadere uitwerking heeft SZW geprobeerd zo goed mogelijk te laveren tussen het doel van de regeling, de uitvoerbaarheid en het bieden van maatwerk, met oog voor de menselijke maat en vertrouwen in burger en werkgever. Over de dilemma’s hierin heeft SZW de Kamer ook actief geïnfor­meerd. Het opstellen van de noodregelingen was vanwege de unieke situatie een leerproces, waarin SZW gaandeweg het jaar is gegroeid.Voor de noodregelingen geldt vanwege de snelheid waarmee deze zijn opgezet een verhoogd risico op misbruik en oneigenlijk gebruik (MenO). In paragraaf 6.2 is dit nader beschreven. Met name bij de Tozo en de NOW blijven MenO-risico’s bestaan en deze hebben zich ook voorgedaan. SZW heeft over de beheersing van deze risico’s in 2020 regelmatig contact gehouden met de ADR en hun aanbevelingen daarover zo veel mogelijk direct opgepakt. Ook deed de Algemene Rekenkamer (AR) tussentijdse aanbevelingen in het onderzoek naar MenO-beleid van de NOW-regeling.De begroting van SZW is in 2020 meerdere malen bijgesteld om de kosten van de noodregelingen te verwerken. Om een goede informatievoorziening richting de Tweede Kamer en de rechtmatigheid van de begroting te borgen heeft SZW bijstellingen na aankondiging van nieuwe steunpakketten en/of aanpassingen in lopende steunpakketten via Incidentele Suppletoire Begrotingen (ISB) aan de Tweede Kamer gecommuniceerd. Voor het begro­tingsjaar 2020 heeft SZW in totaal vier ISB’s gestuurd, inclusief een Nota van wijziging op de derde ISB.156Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Risico’s TozoVoor de Tozo is vanwege de benodigde snelheid en de grote aantallen aanvragen besloten om de controle bij de beoordeling van de aanvraag beperkt vorm te geven. Zo mag de gemeente bij bepaalde uitkeringsvoor­waarden uitgaan van de verklaringen van de zelfstandige ondernemer (bijvoorbeeld bij het inkomen). De aard van de regeling rechtvaardigt dat meer MenO-restrisico’s worden aanvaard dan bij de reguliere regeling gebruikelijk is, maar van gemeenten wordt verlangd de risico’s zoveel mogelijk te adresseren met beheersmaatregelen. Bijvoorbeeld middels steekproefsgewijze controle achteraf. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het voeren van adequaat MenO-beleid. De gemeentelijke accountant betrekt het MenO-beleid in het oordeel over de verantwoording. Om de risico’s op MenO en onrechtmatige bestedingen te verkleinen heeft SZW, in samenwerking met VNG en Divosa, gemeenten bijgestaan bij de uitvoering en de rechtmatigheidscontrole achteraf, onder andere door het opstellen van handreikingen en Toolkits, het aanpassen en uitleggen van de regelgeving, overleg met de Koninklijke Nederlandse Beroepsorgansiatie van Accountants en opdrachtverlening aan Stichting Inlichtingenbureau voor de levering van signalen door middel van bestandskoppelingen. Vanwege de druk op gemeenten om snel te handelen en het feit dat de Tozo pas werd gepubliceerd toen gemeenten al veel aanvragen in behandeling hadden moeten nemen, konden gemeenten tijdens Tozo 1 niet altijd volledig zijn in hun controle van alle uitkeringsvoorwaarden, bijvoorbeeld de controle of er recht is op een andere sociale voorziening. Via de hardheids­clausule uit de Tozo wordt daarom ook rijksvergoeding aan gemeenten verstrekt voor bepaalde onrechtmatige bestedingen bij Tozo 1 (Kamer­stukken II 2020/21, 35 420, nr. 213). Daarnaast is de afwikkeling geregeld met betrekking tot Tozo 1, 2 en 3 indien de gemeente de identiteit van de aanvrager materieel wel heeft vastgesteld maar formeel niet correct (Kamer­stukken II 2020/21, 35 420, nr. 191). Vanaf Tozo 4 is er geen algemene toepassing van de hardheidsclausule geregeld. Voor onverschuldigd verstrekte voorschotten, op Tozo-aanvragen ingediend voor 22 april 2020, worden gemeenten gecompenseerd voor een vooraf bepaalde forfaitaire oninbaarheid (Kamerstukken II 2020/21, 35 420, nr. 213).Risico’s NOWDe NOW heeft als doel om zoveel mogelijk baanbehoud te realiseren bij acute en zware terugval in de omzet van ten minste 20%. De noodzaak van het op zeer korte termijn beschikbaar stellen van voorschotten en het achteraf vaststellen van subsidie leveren reële (MenO) risico’s op. De grootste risico’s zijn omzet- en loonsomverschillen tussen hetgeen wat is opgegeven als verwachting en hetgeen dat uiteindelijk is gerealiseerd. In samenwerking met de NBA zijn er accountantsprotocollen opgesteld voor de accountants.Voor zover mogelijk zijn de risico’s in beeld en geadresseerd met beheers­maatregelen. De beheersmaatregelen worden gemonitord en aangescherpt indien nodig. Toch zijn er ook onderwerpen binnen de NOW-regelingen waarop geen actie kan worden ondernomen, waaronder bijvoorbeeld de aanbeveling van de AR om meer rechtmatigheidscontroles in de voorschotfase uit te voeren. Ondanks het risico op MenO in de voorschotfase, is na intensief overleg met UWV gekozen om capaciteit vooral in te zetten op rechtmatigheidscontroles ten tijde van de subsidie­vaststelling. Meer controles vooraf zouden de snelheid waarmee werkgevers hun voorschot krijgen ernstig verminderen en zouden, gezien 157Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 de beperkte capaciteit, ten koste gaan van de controles achteraf. Een andere aanbeveling van de AR met betrekking tot accountantsreviews zal worden uitgevoerd.Ontwikkelingen bij zelfstandige bestuursorganen en andere externe uitvoerdersToezicht op zelfstandige bestuursorganenIn 2020 is tweemaal een stand van de uitvoering sociale zekerheid aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2018/19, 26 448, nr. 634 en Kamerstukken II 2019/20, 26 448, nr. 641). Het doel van deze stand van uitvoeringen is het op een actieve manier openheid te geven over prestaties en dilemma’s in de uitvoering van de zelfstandige bestuursorganen (zbo’s). Ook is de Tweede Kamer in genoemde brief (Kamerstukken II 2019/20, 26 448, nr. 630) geïnformeerd over de voortgang en vertraging van handha­vingsmaatregelen en –activiteiten in de sociale zekerheid. In 2020 is een evaluatie uitgevoerd naar de sturing van en het toezicht op de SVB en het UWV. De evaluatie concludeert dat de werkbaarheid en effectiviteit van de sturing de afgelopen jaren sterk zijn vergroot en dat de versterking van het risicomanagement en het onafhankelijke toezicht door SZW in relatie tot de sturing nadere aandacht behoeft. Bij de verdere ontwikkeling van risico­management zoeken SZW, UWV en de SVB samen actief naar de optimale vorm voor het delen van informatie en geleerde lessen. Voor het toezicht is gestart met een doorontwikkeling die in 2021 tot een nieuwe meerjarige werkwijze moet leiden. Bij de aanbieding van de Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (SUWI)jaarverslagen 2020 van de zbo’s wordt een oordeel gegeven over de verslagen, waarbij wordt ingegaan op het doelbereik aan de hand van de prestaties van de reguliere uitvoering en de rechtmatige besteding van de publieke middelen. De bevindingen en risico’s vanuit het toezicht worden hierbij meegenomen.KinderopvangtoeslagEind 2019 is de hersteloperatie kinderopvangtoeslag (KOT) opgestart. In 2019 hebben de ouders uit de Combiteam Aanpak Facilitators (CAF) 11-zaak compensatie ontvangen. Het eindrapport van de Adviescommissie uitvoering toeslagen (AUT) liet zien dat de problematiek breder ging dan CAF-11. Deze kwam, naast de handelwijze van de Belastingdienst in de uitvoering, ook deels voort uit hardheid van de regelgeving rond de KOT. In reactie heeft het kabinet een bredere hersteloperatie met aanpassing van regelgeving aangekondigd. De hersteloperatie is in de loop van 2020 opgestart door de Belastingdienst en de benodigde regelgeving is (met terugwerkende kracht) aangepast. De Bedrijfsvoeringsparagraaf van het ministerie van Financiën geeft nadere toelichting bij de hersteloperatie. Met de Voortgangsrapportage kinderopvangtoeslag wordt regulier een update gegeven van de hersteloperatie. Zo ook over de aangekondigde verruiming en versnelling van het herstel (Kamerstukken II 2020/21, 35 510, nr. 4) na het uitbrengen van het rapport van de Parlementaire ondervragingscom­missie kinderopvangtoeslag (POC KOT) ‘Ongekend Onrecht’.Het afgelopen jaar is een start gemaakt met de verdere versterking van de samenwerking tussen SZW (als opdrachtgever kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget), het directoraat-generaal Toeslagen (als opdracht­nemer) en het ministerie van Financiën (als eigenaar). Binnen SZW is departement-breed ingezet op overkoepelende ondersteuning van de rol als opdrachtgever voor het DG Belastingdienst en het DG Toeslagen en zijn trajecten in gezamenlijkheid opgestart, bijvoorbeeld het Verbetertraject kinderopvangtoeslag. De samenwerking tussen SZW, het DG Toeslagen, DG 158Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Belastingdienst, en andere toeslagdepartementen is in 2020 verder geïnten­siveerd en dit zal worden voortgezet in 2021, zoals ook begin 2021 is aangegeven in de kabinetsreactie POC KOT.Einde transitieperiode Rijksschoonmaakorganisatie2020 was het laatste transitiejaar voor de Rijksschoonmaakorganisatie (RSO), waarin de resterende opdrachtgevers conform planning zijn aangesloten op de dienstverlening. Ter afronding van deze transitiefase heeft bestuurlijke besluitvorming plaatsgevonden ten aanzien van het toekomstige financieringsmodel en de tariferingsstructuur van de RSO. Daardoor kan de RSO vanaf 1 januari 2021 werken met een gestandaardi­seerd dienstverleningspakket met gestandaardiseerde tarieven.159Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 C. JAARREKENING7. Departementale verantwoordingsstaatTabel 100 Departementale verantwoordingsstaat 2020 van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) (bedragen x € 1.000)Art.OmschrijvingVastgestelde begroting (1)1Realisatie (2)Verschil (3)= (2) - (1)VerplichtingenUitgavenOntvangstenVerplichtingenUitgavenOntvangstenVerplichtingenUitgavenOntvangstenTOTAAL39.665.38839.695.1001.923.35759.969.25259.902.4051.802.82720.303.86420.207.305‒ 120.5301Arbeidsmarkt891.882891.16724.00014.053.82614.014.04211.19513.161.94413.122.875‒ 12.8052Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet6.975.8557.002.79826.02010.474.11110.478.33825.1903.498.2563.475.540‒ 8303Arbeidsongeschiktheid3.8783.87806906900‒ 3.188‒ 3.18804Jonggehandicapten3.386.1233.386.12303.430.3693.430.36922.34044.24644.24622.3405Werkloosheid115.743116.9110129.951131.3001.30014.20814.3891.3006Ziekte en zwangerschap11.73811.981013.10813.35001.3701.36907Kinderopvang3.461.2123.461.2121.597.6133.913.0263.912.4421.483.420451.814451.230‒ 114.1938Oudedagsvoorziening25.10025.100024.90324.903174‒ 197‒ 1971749Nabestaanden1.2271.22701.1721.1720‒ 55‒ 55010Tegemoetkoming ouders6.550.1426.550.142222.2046.553.2886.553.288198.7583.1463.146‒ 23.44611Uitvoering499.637499.6370589.863589.97717390.22690.34017312Rijksbijdragen16.901.65516.901.655020.184.82720.162.8572.0523.283.1723.261.2022.05213Integratie en maatschappelijke samenhang253.368252.8681.000179.789181.9965.068‒ 73.579‒ 70.8724.06896Apparaatsuitgaven kerndepartement372.070372.07051.666403.751387.48652.98631.68115.4161.32098Algemeen30.18532.75885416.57820.195171‒ 13.607‒ 12.563‒ 68399Nog onverdeeld185.573185.5730000‒ 185.573‒ 185.57301Stand inclusief amendementen, moties en NvW. De stand zoals gepresenteerd onder de stand vastgestelde begroting wijkt af van de stand vastgestelde begroting bij de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoire begroting, tweede incidentele suppletoire begroting en de slotwet. De reden hiervoor is dat in deze wetten de eerste en tweede incidentele suppletoire begroting, die zijn ingediend tussen de vaststelling van de ontwerpbegroting en de vaststelling van de eerste suppletoire begroting, zijn opgeteld bij vastgestelde begroting en in het jaarverslag niet.160Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 8. SaldibalansTabel 101 Saldibalans per 31 december 2020 van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) (bedragen x € 1.000)Activa31-12-202031-12-2019Passiva31-12-202031-12-2019Intra-comptabele posten1)Uitgaven ten laste van de begroting59.902.39639.075.5882)Ontvangsten ten gunste van de begroting1.802.8201.896.1753)Liquide middelen004)Rekening-courant RHB1004a)Rekening-courant RHB58.181.16837.227.9215)Rekening-courant RHB Begrotingsre­serve005a)Begrotingsreserves006)Vorderingen buiten begrotings­verband84.54651.7477)Schulden buiten begrotings­verband2.9543.2398)Kas-transverschillen00Subtotaal intra-comptabel59.986.94239.127.335Subtotaal intra-comptabel59.986.94239.127.335Extra-comptabele posten9)Openstaande rechten009a)Tegenrekening openstaande rechten0010)Vorderingen906.0801.017.20210a)Tegenrekening vorderingen906.0801.017.20211a)Tegenrekening schulden0011)Schulden0012)Voorschotten33.186.80815.386.19512a)Tegenrekening voorschotten33.186.80815.386.19513a)Tegenrekening garantieverplichtingen0013)Garantieverplichtingen0014a)Tegenrekening andere verplichtingen329.613357.63514)Andere verplichtingen329.613357.63515)Deelnemingen0015a)Tegenrekening deelnemingen00Subtotaal extra-comptabel34.422.50116.761.032Subtotaal extra-comptabel34.422.50116.761.032Totaal94.409.44355.888.367Totaal94.409.44355.888.3671RijkshoofdboekhoudingToelichting bij de saldibalansHet intracomptabele deel van de saldibalans (financiële posten 1 t/m 8) bevat het resultaat van de financiële transacties in de departementale administratie die een directe relatie hebben met de kasstromen. Deze kasstromen worden via de rekening-courant met het Ministerie van Financiën bijgehouden.Het extracomptabele deel bevat het saldo van de overige rekeningen die met tegenrekeningen in evenwicht worden gehouden.De cijfers in de saldibalans zijn vermeld in duizendtallen en afgerond naar boven. Hierdoor kunnen bij het subtotaal en het totaal afrondingsverschillen optreden.Ad 1 en 2 Uitgaven ten laste en ontvangsten ten gunste van de begrotingOnder de posten uitgaven en ontvangsten zijn de per saldo gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen.De bedragen komen overeen met de bedragen uit de verantwoordingsstaat. Door een andere afrondingssystematiek is er een verschil met de verant­woordingsstaat waar per artikel naar boven wordt afgerond.161Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Ad 3 Liquide middelenDe post liquide middelen is opgebouwd uit het saldo van de banken en de contante gelden. Het Ministerie van SZW heeft geen contante gelden en geen saldo op haar bankrekeningen.Ad 4 en 4a Rekening-courant RijkshoofdboekhoudingDeze post geeft per saldo de financiële verhouding met de Rijkshoofdboek­houding weer. Het bedrag per 31 december 2020 is in overeenstemming met de opgave van de Rijkshoofdboekhouding.Ad 5 en 5a BegrotingsreservesEen begrotingsreserve is een geoormerkte meerjarige budgettaire voorziening die op een afzonderlijke rekening-courant bij het Ministerie van Financiën wordt aangehouden. Het Ministerie van SZW heeft geen begro­tingsreserves.Ad 6 Vorderingen buiten begrotingsverbandDeze post betreft het saldo van de uitgaven waarvan verrekening met derden nog zal plaatsvinden. Een uitgavensaldo op 31 december zal nog van derden ontvangen moeten worden (is dus een saldo van openstaande vorderingen).Tabel 102 Vorderingen buiten begrotingsverband (bedragen x € 1.000)Openstaand ultimo 2020Europese gelden81.082RSO doorbelasting3.420Omzetbelasting23Diversen21Totaal vorderingen buiten begrotingsverband84.546Ad 7 Schulden buiten begrotingsverbandDeze post betreft het saldo van de ontvangsten waarvan verrekening met derden nog zal plaatsvinden. Een ontvangstensaldo op 31 december zal nog aan derden afgedragen moeten (is dus een saldo van openstaande schulden).Tabel 103 Schulden buiten begrotingsverband (bedragen x € 1.000)Openstaand ultimo 2020Frictiekosten RWI1.482Europese gelden1.390In beslag genomen gelden12Derdenrekeningen24Omzetbelasting (Vorderingen)42Diversen4Totaal schulden buiten begrotingsverband2.954Ad 8 Kas-transverschillenOp deze post worden bedragen opgenomen die zijn verantwoord in de uitgaven en ontvangsten, maar nog niet daadwerkelijk per kas zijn uitgegeven en ontvangen. Het Ministerie van SZW heeft geen kas-transver­schillen.162Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Ad 9 en 9a Openstaande rechtenRechten ontstaan doordat op grond van wettelijke regelingen, in de toekomst aanspraak bestaat op gelden van derden (bijvoorbeeld belastingen, college- en schoolgelden) of doordat het recht bestaat om bankbeslagen, cryptomunten, aandelen en andere geldelijke zaken te gelde te maken. Beiden doen zich bij het Ministerie van SZW niet voor.Ad 10 en 10a VorderingenOnder de post vorderingen wordt het totaalbedrag van de saldi opgenomen van de betreffende rekening(en) uit de administratie. Het totaalsaldo betreft de per 31 december openstaande vorderingen.Tabel 104 Vorderingen totaal (bedragen x € 1.000)MinisterieUVBInspectie SZWS&IRSOOpenstaandultimo 2020Vorderingen582.92012.90335.522272.6122.123906.080Tabel 105 Vorderingen naar opeisbaarheid (bedragen x € 1.000)MinisterieUVBInspectie SZWS&IRSOOpenstaandultimo 2020Direct opeisbaar582.92012.90335.5221.0362.123634.504Op termijn opeisbaar000000Geconditioneerde vorderingen000271.5760271.576Totaal582.92012.90335.522272.6122.123906.080Van de opeisbare vorderingen (niet de geconditoneerde vorderingen) worden de onderstaand specificaties gegeven naar ouderdom.Tabel 106 Opeisbare vorderingen naar ouderdom (exclusief toeslagen) (bedragen x 1.000)InsteljaarMinisterieexclusief toeslagenUVBInspectie SZWS&IRSOOpenstaandultimo 2020t/m 201774712.74619.978330033.802201831112.83414403.0202019127355.5501951176.02420209881107.1603662.00610.630Totaal1.89312.90335.5221.0362.12353.476Tabel 107 Opeisbare vorderingen naar ouderdom (toeslagen) (bedragen x 1.000)ToeslagjaarOpenstaand1 januari 2020BijstellingIngesteldevorderingenOntvangstenAfboekingenOpenstaandultimo 2020t/m 2017449.862018.56785.47334.547348.409201888.2940115.931115.0644.49284.669201965.6310177.153154.1764.43684.171202000143.03577.3941.86263.779Totaal603.7870454.685432.10745.337581.028Deze toeslagen hebben betrekking op kinderopvangtoeslag en kindge­bonden budget.Onderstaand wordt per onderdeel een toelichting gegeven.163Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 MinisterieVan de openstaande vorderingen is een bedrag van ruim € 1 miljoen toe te wijzen aan niet-bestuurlijke boetes. De door de Inspectie SZW opgelegde openstaande bestuurlijke boetes in 2006 of eerdere jaren tellen op tot een openstaand saldo € 0,7 miljoen. Dit betekent een afname van ruim € 0,7 miljoen ten opzichte van vorig jaar. De inning van de bestuurlijke boetes die na 2006 zijn opgelegd wordt door het CJIB verricht (zie onder Inspectie SZW).Kwijtschelding vorderingen kinderopvangtoeslagBegin 2021 deelde de staatssecretaris van Financiën – T&D dat zij nader ingaat op de plannen om gedupeerden in de toeslagenaffaire met een schone lei te laten beginnen. De toeslag- en belastingschulden van de gedupeerde ouders en eventuele partner worden kwijtscholden. Deze kwijt­schelding raakt de post vorderingen in de saldibalans ultimo 2020 niet, omdat de toezegging begin 2021 is gedaan.Per 18 januari 2021 waren circa 18.600 ouders in beeld die mogelijk direct gedupeerd zijn, met openstaande terugvorderingen kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget van in totaal bijna € 180 miljoen. Dit is exclusief de vorderingen bij eventuele partners. Het aantal ouders dat in aanmerking komt en de totale openstaande vorderingen die het betreft staan nog niet definitief vast. Inmiddels is een proces van besluitvorming en uitwerking in gang gezet om kwijtschelding verder vorm te geven. Indien de openstaande vorderingen uiteindelijk zijn kwijtgescholden, zal dit ook in de post vorderingen in de saldibalans worden verwerkt.UVBAlle openstaande vorderingen bij UVB hebben betrekking op subsidies, inclusief de vorderingen uit hoofde van Europese gelden.Inspectie SZWDeze vorderingen bestaan uit de door de Inspectie SZW opgelegde boetes vanaf 2007.S&IDUO voert de administratie uit voor de directie Samenleving en Integratie ten behoeve van de Wet Inburgering. Het openstaande bedrag van € 272,6 miljoen bestaat voor € 271,6 miljoen uit leningen en € 1,0 miljoen uit openstaande aflossingstermijnen. De vorderingen bij DUO betreffen de openstaande aflossingstermijnen die aan de leningen onttrokken zijn.Rijksschoonmaakorganisatie (RSO)Vanaf 2016 valt de RSO onder budgettaire verantwoordelijkheid van SZW. De administratie is uitbesteed aan de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfs­voering Rijk (UBR). De RSO is verantwoordelijk voor de schoonmaak van de Rijkspanden van de aangesloten departementen. Het totaalbedrag van de openstaande vorderingen ad € 2,1 miljoen bestaat uit in rekening gebrachte bedragen voor verrichte schoonmaakwerkzaamheden.Ad 11 en 11a SchuldenOnder de post Schulden wordt het totaalbedrag van de saldi opgenomen van de betreffende grootboekrekening(en) uit de administratie. Het totaalsaldo betreft de per 31 december openstaande schulden. Het Ministerie van SZW heeft geen schulden.164Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Ad 12 en 12a VoorschottenVoorschotten zijn bedragen die aan derden zijn betaald vooruitlopend op later definitief vast te stellen of af te rekenen bedragen. Onder de post Voorschotten wordt het totaalbedrag van de saldi opgenomen van de betreffende (grootboek)rekeningen uit de administratie. Het totaalsaldo betreft de per 31 december openstaande voorschotten.Tabel 108 Voorschotten incl. UVB (bedragen x € 1.000)MinisterieUVBOpenstaand ultimo 2020Voorschotten33.017.313169.49533.186.808MinisterieIn de onderstaande specificaties worden de openstaande voorschotten van het Ministerie verantwoord naar ouderdom en artikel. Hiervan is een totaal­bedrag van € 7.191,6 miljoen toe te wijzen aan voorschotten toeslagrege­lingen. De uitgaven die hiermee samenhangen zijn verantwoord onder de post uitgaven van artikel 7 en 10. In totaal gaat het om respectievelijk KOT ad € 4.330,6 miljoen en WKB € 2.861,0 miljoen.Tabel 109 Voorschotten naar ouderdom (exclusief toeslagen, exclusief UVB) (bedragen x € 1.000)OntstaansjaarSaldo 1-1-2020VerstrektAfgerekendOpenstaand ultimo 2020t/m 201755.261013.46441.797201856.085032.23423.85120198.651.15808.603.75347.4052020025.716.0123.38325.712.629Totaal8.762.50425.716.0128.652.83425.825.682De openstaande voorschotten (exclusief toeslagen en exclusief UVB) waren ultimo 2019 € 8,8 miljard. Ultimo 2020 zijn de openstaande voorschotten € 25,8 miljard. De toename in 2020 wordt voornamelijk veroorzaakt door de voorschotten die verstrekt zijn in verband met de coronacrisis ter onder­steuning van ondernemers en ZZP-ers via respectievelijk de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) met € 13,2 miljard aan voorschot en de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) met € 3,2 miljard aan voorschot.Tabel 110 Voorschotten naar ouderdom (toeslagen) (bedragen x € 1.000)ToeslagjaarSaldo 1-1-2020VerstrektAfgerekendOpenstaand ultimo 2020t/m 201680.518058.75921.7592017958.6080834.635123.97320184.993.73736.4814.129.145901.0732019496.0045.141.99505.638.00020200506.8270506.827Totaal6.528.8695.685.3045.022.5407.191.632De voorschotten van het toeslagjaar 2021 betreffen de eerste maandelijkse voorschottermijn, die in december 2020 is uitbetaald.165Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 111 Voorschotten naar artikel (bedragen x € 1.000)ArtOmschrijvingOpenstaand ultimo 20201Arbeidsmarkt13.213.9132Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet4.151.6723Arbeidsongeschiktheid04Jonggehandicapten3.430.3005Werkloosheid125.9866Ziekte en zwangerschap9.9747Kinderopvang4.646.1738Oudedagsvoorziening1.9049Nabestaanden010Tegemoetkoming ouders6.520.70511Uitvoering573.60012Rijksbijdragen237.40013Integratie en maatschappelijke samenhang96.05996Apparaatsuitgaven kerndepartement2.04098Algemeen7.58799Nominaal en onvoorzien0Totaal33.017.313Tabel 112 Voorschotten UVB (bedragen x € 1.000)ESF/EGF/EUSFSubsidies departementTotaal 2020Saldo 1 januari83.58711.23794.824Verstrekt84.16111.97496.135Subtotaal167.74823.211190.959Afgerekend11.5909.87421.464Saldo 31 december156.15813.337169.495Tabel 113 Voorschotten UVB naar ouderdom (bedragen x € 1.000)OntstaansjaarSaldo 1-1VerstrektAfgerekendOpenstaand2020ultimo 2020t/m 201713.66005.0748.586201841.581012.49629.085201939.58302.02837.5552020096.1351.86694.269Totaal94.82496.13521.464169.495Ad 13 en 13a GarantieverplichtingenGarantieverplichtingen zijn voorwaardelijke financiële verplichtingen van de overheid om aan een private partij buiten de «sector overheid», die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet. Garantieverplichtingen worden admini­stratief volledig verwerkt als verplichting. Dit zijn dus voorwaardelijke financiële verplichtingen. In het algemeen leiden garantieverplichtingen niet of slechts voor een bepaald (meestal klein) percentage tot betaling. Het Ministerie van SZW heeft geen garantieverplichtingen.Ad 14 en 14a Andere verplichtingenMet andere verplichtingen worden alle verplichtingen exclusief de garan­tieverplichtingen, bedoeld. Het gaat om onvoorwaardelijke financiële verplichtingen die op een later moment tot betaling (kasuitgaven) leiden.166Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 114 Opbouw andere verplichtingen (bedragen x € 1.000)MinisterieUVBTotaal 2020Saldo 1 januari136.641220.994357.635Aangegane verplichtingen in het verslagjaar inclusief negatieve bijstellingen59.969.2606.13259.975.392Subtotaal (A)60.105.901227.12660.333.027Tot betaling gekomen in het verslagjaar59.902.396101.01760.003.413Subtotaal (B)59.902.396101.01760.003.413Saldo 31 december (A - B)203.504126.109329.613Tabel 115 Andere verplichtingen UVB (bedragen x € 1.000)ESF 2EGFEFMBEUSFTotaal 2020Saldo 1 januari7.8271.1451.502210.521220.994Aangegane verplichtingen in het verslagjaar inclusief negatieve bijstellingen‒ 5.6240011.7566.132Subtotaal (A)2.2031.1451.502222.277227.126Tot betaling gekomen in verslagjaar2.20335059397.871101.017Subtotaal (B)2.20335059397.871101.017Saldo 31 december (A - B)0795909124.406126.109Tabel 116 Andere verplichtingen Ministerie naar artikel (bedragen x € 1.000)ArtOmschrijvingOpenstaand 1 januari 2020Correctie beginstand 1 januari 2020Aangegaan 2020 (incl. negatieve bijstelling)Betaald 2020Openstaand ultimo 20201Arbeidsmarkt13.74513.93814.053.82514.014.04167.4672Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet48.115010.474.11110.478.33743.8893Arbeidsongeschiktheid0068968904Jonggehandicapten003.430.3683.430.36805Werkloosheid4.5180129.951131.3003.1696Ziekte en zwangerschap242013.10713.35007Kinderopvang7.12403.913.0263.912.4417.7098Oudedagsvoorziening0024.90324.90309Nabestaanden001.1711.171010Tegemoetkoming ouders006.553.2876.553.287011Uitvoering1140589.862589.976012Rijksbijdragen0020.184.82620.162.85621.97013Integratie en maatschappelijke samenhang16.1830179.789181.99613.97696Apparaatsuitgaven kerndepartement16.44816403.751387.48632.72998Algemeen30.151‒ 13.93816.57720.19412.59799Nominaal en onvoorzien00000Totaal136.6411659.969.24359.902.396203.504Toelichting correcties beginstand per 1 januari 2020.–Er heeft een verschuiving plaats gevonden van uitgaven artikel 98naar artikel 1 van € 13.938. Deze post hoort bij openstaande verplich­tingen van de Inspectie waarvan de beleidsuitgaven sinds de begroting 2020 in plaats van op artikel 98 op artikel 1 worden verantwoord.167Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 –De beginstand van arikel 96 is niet juist en moet worden verhoogd met € 16. Dit verschil is ontstaan vanwege een correctie die in januari 2020 per abuis is verwerkt in boekjaar 2019 in plaats van boekjaar 2020.In 2020 hebben geen omvangrijke negatieve bijstellingen plaatsgevonden op een eerder aangegane verplichting. Hierbij hanteren we een ondergrens van € 25 miljoen. Op het apparaatsartikel zijn er geen omvangrijke bijstel­lingen geweest (uitgaande van een grens van 10% met een minimum van € 1 miljoen).Niet uit de saldibalans blijkende bestuurlijke verplichtingenMet ingang van 2012 is de bekostiging van de Rijksgefinancierde wetten en regelingen, waarvan de uitvoering is opgedragen aan de SVB en UWV, gewijzigd van kasbasis naar transactiebasis. Om budgettaire redenen is er voor gekozen de per 1 januari 2012 door SZW op transactiebasis nog verschuldigde bedragen niet aan de SVB en UWV uit te betalen. Deze permanente schulden bedragen ultimo 2020 € 848,3 miljoen aan de SVB en € 162,6 miljoen aan UWV. Deze schulden worden niet eerder door SZW voldaan dan dat het desbetreffende fonds, wet of regeling is opgeheven c.q. beëindigd. Daarnaast is er in dit verband sprake van een permanente vordering op de SVB ter grootte van € 1,3 miljoen. De genoemde bedragen hebben in 2020 geen wijzigingen ondergaan.Verplichting WKBGebleken is dat de automatische toekenning van de WKB door de Belas­tingdienst in het verleden niet altijd goed is verlopen. De actie om dit te herstellen is door de Belastingdienst in 2019 gestart. Het grootste deel van de herstelactie is in 2020 afgerond. De Belastingdienst heeft van een aantal groepen huishoudens nog onvoldoende gegevens om tot uitkering over te gaan. Afronding van de herstelactie wordt op basis van deze informatie in 2022 verwacht. Voor het herstellen is geen feitelijke verplichting aangegaan.Ad 15 en 15a DeelnemingenOnder de post Deelnemingen worden alle deelnemingen inclusief deelne­mingspercentage opgenomen, zoals in een Besloten of Naamloze Vennoot­schap, internationale instellingen of C.V. Het Ministerie van SZW heeft geen deelnemingen.168Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 9. WNT-verantwoording 2020 Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidDe Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctio­narissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbe­trekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Niet-topfunctiona­rissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigings-maximum bedraagt in 2020 € 201.000.Er zijn bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geen functi­onarissen die in 2020 een bezoldiging boven het wettelijk bezoldigingsma­ximum hebben ontvangen.169Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 D. DEPARTEMENTSPECIFIEKE INFORMATIE10. Sociale fondsen SZWDeze paragraaf presenteert de exploitatiesaldi en vermogensposities van de sociale fondsen. De informatie is bedoeld als achtergrondinformatie bij het jaarverslag. De daadwerkelijke verantwoording van uitgaven en inkomsten van de fondsen vindt plaats via de jaarverslagen van de SVB en UWV. De cijfers in deze paragraaf zijn gebaseerd op informatie van het CPB (CEP 2021) en sluiten niet precies aan op de jaarverslagen van UWV en de SVB. De reden hiervoor is dat SZW een ander boekhoudstelsel (kas-verplich­tingenstelsel) voert dan UWV en de SVB (baten-lastenstelsel).ExploitatiesaldiEen groot deel van de uitgaven aan sociale zekerheid loopt via de sociale fondsen. In tabel 117 en tabel 118 zijn de exploitatierekeningen van de fondsen weergegeven. De arbeidsongeschiktheidsfondsen (Aof en Whk) en de WW-fondsen (Awf en Ufo) worden geïntegreerd weergegeven. Zowel de begrote bedragen als de gerealiseerde bedragen zijn weergegeven in prijzen 2020. Het exploitatiesaldo is het verschil tussen de ontvangsten en de uitgaven van een fonds. Naast de premieontvangsten behoren ook de rijksbijdragen en renteontvangsten tot de inkomsten van een fonds. De uitgaven bestaan naast de uitkeringen voornamelijk uit uitvoeringskosten. Daarnaast vinden tussen de fondsen onderlinge betalingen plaats. Het saldo tussen ontvangen en betaalde onderlinge betalingen is voor de sociale fondsen negatief, omdat uit deze fondsen ook premies worden betaald voor de zorgverzekering van uitkeringsgerechtigden. Tegenover de uitgave door de sociale fondsen van SZW staan dus inkomsten bij de zorgfondsen.Tabel 117 Overzicht sociale verzekeringen SVB 2020 (x € 1 mln)Ouderdomsfonds (AOW)Anw-fondsBegrotingRealisatieBegrotingRealisatiePremies25.20222.128151117Bijdragen van het Rijk16.62919.88100Ontvangen onderlinge betalingen0000Saldo Interest4933‒ 2‒ 1Totaal Ontvangsten41.88042.041149115Uitkeringen / Verstrekkingen41.32141.235350338Uitvoeringskosten1381371110Betaalde onderlinge betalingen5655192221Totaal Uitgaven42.02441.890383369Exploitatiesaldo‒ 144151‒ 234‒ 254Bron: SZW (financiële administratie) en CPB (CEP 2021).Tabel 117 laat zien dat het ouderdomsfonds een postief exploitatiesaldo had, terwijl vooraf een klein tekort werd geraamd. Tegelijkertijd zijn de premie-ontvangsten lager uitgevallen dan geraamd. Dat wordt echter meer dan gecompenseerd door de bijdragen van het Rijk, die gedurende 2020 naar boven zijn bijgesteld. De inkomsten en uitgaven van het nabestaandenfonds zijn iets lager uitgevallen, maar het exploitatiesaldo is vrijwel gelijk aan wat vooraf werd verwacht.170Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 118 Overzicht sociale verzekeringen UWV 2020 (x € 1 mln)ArbeidsongeschiktheidsfondsenWW-fondsenBegrotingRealisatieBegrotingRealisatiePremies18.27018.1948.2148.648Bijdragen van het Rijk325237114127Ontvangen onderlinge betalingen1.2201.312620876Saldo Interest77406635Totaal Ontvangsten19.89319.7829.0139.686Uitkeringen/Verstrekkingen12.64012.9614.3325.539Uitvoeringskosten521523907872Betaalde onderlinge betalingen2.0032.0999031.180Totaal Uitgaven15.16315.5826.1417.591Exploitatiesaldo4.7314.2002.8722.094Bron: SZW (financiële administratie) en CPB (CEP 2021).Het expoitatiesaldo van de arbeidsongeschiktheidsfondsen is iets lager (minder positief) uitgevallen dan verwacht. Dat komt vooral doordat er tijdens een economische neergang minder premies binnen komen. Daarnaast waren de uitkeringslasten hoger dan geraamd, met name door meer uitgaven aan de ziektewet. Hetzelfde is ook te zien bij de werkloos­heidsfondsen, waar de uitgaven aan uitkeringen flink hoger zijn uitgevallen.VermogenspositieIn tabel 119 worden de vermogensposities van de sociale fondsen vermeld. Hierbij zijn wederom de arbeidsongeschiktheidsfondsen en de werkloos­heidsfondsen geïntegreerd weergegeven. Het aanwezige vermogen neemt jaarlijks toe of af met het exploitatiesaldo (zie tabellen 117 en 118). Net als het exploitatiesaldo is ook de vermogenspositie grotendeels gebaseerd op cijfers van het CPB (CEP 2021). De vermogensposities sluiten daarom niet precies aan op de jaarverslagen van UWV en de SVB.Tabel 119 Vermogens sociale fondsen ultimo 2019 en 2020 (x € 1 mln)Feitelijk vermogen ultimo 2019Exploitatiesaldo 2020Feitelijk vermogen ultimo 2020Ouderdomsfonds (AOW)586151737Anw-fonds3.402‒ 2543.149Arbeidsongeschiktheidsfondsen13.1084.20017.308WW-fondsen‒ 8.0722.094‒ 5.977Totaal sociale fondsen9.0246.19115.216Bron: SZW (financiële administratie) en CPB (CEP 2021)De sociale fondsen hebben eind 2020 naar verwachting een positief vermogen van iets meer dan 15 miljard euro. In 2017 hadden de sociale fondsen nog een negatief vermogen. Met name het positieve exploitatie­saldo van de arbeidsongeschiktheidsfondsen heeft bijgedragen aan het huidige vermogen, maar ook de werkloosheidsfondsen hebben afgelopen jaren een overschot laten zien.De sociale fondsen (en de beheerders, UWV en SVB) zijn onderdeel van de collectieve sector. Hun tekort of overschot houden ze aan op een rekening-courant bij het Rijk. De sociale fondsen kunnen daardoor altijd over voldoende middelen beschikken. Dat is ook nodig, omdat het recht op 171Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 een uitkering niet afhankelijk is van de geraamde uitgaven. Als iemand recht op een uitkering heeft, dan krijgt hij die dus ook. Omdat de sociale fondsen onderdeel van de collectieve sector zijn, werkt het exploitatiesaldo van de fondsen wel door in het EMU-saldo van de collectieve sector als geheel.172Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 11. KoopkrachtDe koopkrachtontwikkeling wordt gepresenteerd in een boxplot waarin de koopkrachtontwikkeling van het 25ste, 50ste (mediaan, het middelste huishouden in een naar koopkrachtontwikkeling gerangschikte verdeling) en 75ste percentiel van de verschillende groepen is weergegeven. In de boxplot wordt de spreiding rondom de mediane koopkrachtontwikkeling zichtbaar.In de koopkrachtberekeningen wordt ervan uitgegaan dat er niets verandert in de persoonlijke omstandigheden van mensen. Daardoor geven ze een goede inschatting van de effecten van de economie en van het beleid van de overheid op het inkomen van verschillende groepen huishoudens, maar ze zijn voor veel mensen minder geschikt om de eigen koopkracht te voorspellen. Zeker in de terugblik op 2020, waarin door de gevolgen van het coronavirus personen hun baan of opdrachten verloren, zullen verschil­lende huishoudens zich niet goed herkennen in de statische koopkrachtra­mingen. Dat maakt dat in deze periode de statische koopkrachtplaatjes, waarin onder andere is verondersteld dat de arbeidsmarktstatus van personen niet wijzigt, met nog meer nuance dan gebruikelijk moeten worden bekeken.173Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Figuur 5 Boxplot koopkrachtontwikkeling 2020, links raming bij Miljoenennota (SZW-begroting 2020, bij MEV 2020), rechts realisatie bij Jaarverslag 2020 (CEP 2021)De mediane koopkracht komt in 2020 uit op 2,4%. Dit is 0,3 procentpunt hoger dan bij Begroting 2020 werd verwacht. Belangrijke verklaringen zijn de hoger dan verwachte loonontwikkeling in de marktsector (stijging van 2,7% in plaats van eerder geraamde 2,5%) en de lager dan verwachte inflatie (toename cpi van 1,3% in plaats van eerder geraamde 1,5%). In 2020 lag de gerealiseerde koopkrachtontwikkeling van de helft van de huishoudens tussen 1,5% en 3,2%.De standaardkoopkrachttabel voor het jaar 2020 staat in tabel 120.174Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Tabel 120 Koopkrachtcijfers 2020 (mutaties in %)Raming bij Miljoe­nennota 20201Realisatie bij Jaarverslag 20202ActievenAlleenverdiener met kinderenmodaal4,85,22x modaal1,62,7Tweeverdienersmodaal + 1/2 x modaal met kinderen4,45,22 x modaal + 1/2 modaal met kinderen1,62,42 1/2 x modaal + modaal met kinderen2,02,7modaal + modaal zonder kinderen2,23,02 x modaal + modaal zonder kinderen1,92,8Alleenstaandenminimumloon1,62,3modaal2,23,02 x modaal1,72,6Alleenstaande ouderminimumloon0,61,1modaal1,62,1InactievenSociale minimapaar met kinderen1,11,3alleenstaande1,41,8alleenstaande ouder0,91,1AOW (alleenstaand)(alleen) AOW2,12,5AOW + € 10.000 aanvullend pensioen0,91,2AOW (paar)(alleen) AOW1,71,9AOW + € 10.000 aanvullend pensioen0,81,1AOW + € 30.000 aanvullend pensioen0,50,81Berekeningen ministerie van SZW op basis van raming CPB (MEV 2020) en gegevens van het ministerie van VWS.2Berekeningen ministerie van SZW op basis van raming CPB (CEP 2021).175Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 E. BIJLAGENBijlage 1: Toezichtrelaties rechtspersonen met een wettelijke taak en zelfstandige bestuursorganenDeze bijlage bevat informatie over het toezicht op rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT's) en zelfstandige bestuursorganen (ZBO's). De bijlage bestaat uit een overzichtstabel met RWT’s en ZBO’s die onder het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vallen, de begrote en gerealiseerde bijdrage vanuit het moederdepartement, overige departementen en eventuele bijzonderheden.Tabel 121 Overzichtstabel inzake RWT’s en ZBO’s van Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (bedragen x € 1.000)Naam ZBO/RWTBegrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWTGerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWTBegrote bijdrage overige departementenGerealiseerde bijdrage overige departementenBijzonderhedenUitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV)40.017.66846.833.03138.48331.802JaBijzonderhedenDe genoemde bedragen zijn op basis van de totale collectieve bijdragen (inclusief premiegelden) zoals verantwoord in het jaarverslag van UWV.In 2020 heeft UWV € 26,5 miljoen onttrokken uit hun bestemmingsfonds frictiekosten voor dienstverlening. Van het budgetresultaat is € 67,5 miljoen toegevoegd aan de egalisatiereserve van UWV.BKWI12.90811.77400NeeBijzonderhedenSociale Verzekeringsbank (SVB)45.487.60045.714.30087.80087.700JaBijzonderhedenDe genoemde bedragen zijn op basis van de totale collectieve bijdragen (inclusief premiegelden) zoals verantwoord in het jaarverslag van de SVB.Inlichtingenbureau (IB)14.77914.779119119NeeBijzonderheden176Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoekOnderzoek van 2017 en eerder is vindbaar via het webarchief van rijks­overheid.nl. Alle onderzoeken aangeboden aan het parlement zijn ook te vinden op overheid.nl.Tabel 122 Artikel 1 - ArbeidsmarktSoort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afronding1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid1a. BeleidsdoorlichtingenArbeidsmarkt20201b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidDefinitieve evaluatie duurzame inzetbaarheid in het MKB2016Evaluatie Wet aanpak schijnconstructies (WAS)2016Effecten van algemeen verbindend verklaring2016Eerste fase Evaluatie Duurzame Inzetbaarheid Regio's en Sectoren2017Functioneren certificatiestelsel asbest2017Profijt van de overheid: Voorzieningen verdeeld2017Evaluatie Handhavingsbeleid Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Foto van het beleid en de uitvoering van de handhaving sociale zekerheidswetten20171Evaluatie Handhavingsbeleid Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Lessen voor de toekomst voor de handhaving van de socialezekerheidswetten ten aanzien van de inlichtingenplicht (artikel 1 en 11)2017Evaluatie Wet uniformering loonbegrip2017Monitor en tussenevaluatie sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11)2017Evaluatie handhaving arbeidswetten, Lessen voor de toekomst voor de handhaving van de arbeidswetten2018Evaluatie Informatievoorziening(structuur) grensoverschrijdende arbeid2018Tussenrapportage Effectmeting van de Brug-WW en scholingsvouchers (artikel 1 en 2)2018Tussenevaluatie sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11)2018Gedragsexperiment Scholing stimuleren met kleine interventies2018Effecten van de verhoging van het minimumjeugdloon20182Effectmeting Brug-WW en scholingsvouchers (artikel 1 en 2)2019Eindevaluatie Regeling Cofinanciering Sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11)20193Effecten openbaarmaking inspectiegegevens van Inspectie SZW2019Evaluatie Wet aanpak schijnconstructies2019Evaluatie geïntegreerde territoriale investering2019Evaluatie wettelijk minimumloon 2011 ‒ 20182019Evaluatie ESF-regeling Geintegreerde en Territoriale Investering2019Tweede fase Evaluatie Duurzame inzetbaarheid Regio's en sectoren20204Evaluatie Wijzigingen Arbowet20205Evaluatie Wet werk en zekerheid (artikel 1 en 5)2020Evaluatie wet werken na de AOW (artikel 1, 5 en 8)2020Evaluatie mobiliteitsbonussen, in dienst nemen arbeidsgehandicapten en uitkeringsgerechtigden ouder dan 56 jaar (artikel 1 en 5)20206Evaluatie arbeidsgerelateerde zorg20207Evaluatie ESF-regeling duurzame inzetbaarheid regio's en sectoren2020Evaluatie DWSRA eindrapport2020Evaluatie ESF Actieve Inclusie: Vijfde verdiepende onderzoek over 20192020Evaluatie wettelijk minimumloon 2011 ‒ 20182020177Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Soort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afrondingEvaluatie Wet Flexibel werken20212 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid2a. MKBA'sNiet van toepassing2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidInvloed herziene Europese richtlijn drukapparatuur op nationaal regime20168Nulmeting arbeidsgerelateerde zorg20163. Overig onderzoekMantelzorg, Arbeidsparticipatie en Gezondheid2016Duurzame inzetbaarheid van werknemers met een lage sociaal economische status2016Witte vlekken op pensioengebied 2013 (artikel 1 en 8)2016Langer doorwerken met arbeidsbeperking2016Evaluatie ESF-regeling Duurzame inzetbaarheid voor bedrijven2016Kansen op uitstroom2016Evaluatie ontslaggronden WWZ2016Hoe vinden werkzoekenden met een arbeidsbeperking en werkgevers elkaar?2016Onderzoek verantwoord opdrachtgeverschap gezond en veilig werken2017Kansen taakdelegatie bedrijfsartsen2017Toegang beroepsmatige gezondheidgegevens2017Onderzoek naar (wijze implementatie van) MBO lesmateriaal gezond en veilig werken2017Zelfstandigen Enquête Arbeid2017Verkenning scholingspremie en nationaal scholingsfonds2017Leeftijdsdiscriminatie op de Arbeidsmarkt in de Wervings- en Selectiefase2017Rapport aanpak dreigend tekort bedrijfsartsen2017Onderzoek samenhang arbocatalogus en branche RI&E2017Tweede monitor Wet aanpak schijnconstructies2017Onderzoek ketenaansprakelijkheid2017Onderzoeksrapport Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten in de Wwz2017De kosten van ontslag met wederzijds goedvinden voor werkgevers2017Sectoranalyse stagemisbruik na studeren2018Gedragsexperiment rondom tiptrack AWVN2018Mid-term evaluation of the European Globalisation Adjustment Fund2018Monitor Wet Aanpak schijnconstructies2018Opkomst en groei kluseconomie in Nederland2018Karakteristieken en tarieven ZZP’ers2018Ervaren regeldruk werkgevers2018Aanvulling onderzoek samentelregeling2018Monitor loonverschillen mannen en vrouwen 20162018De gewijzigde Arbowet2018Onderzoek naleving Wet op de Ondernemingsraden2018Inclusieve globalisering2018Onderzoek TNO: Veilig asbest saneren op hoogte20189Karakteristieken en tarieven ZZP'ers201810Verdringing op de arbeidsmarkt2018Preventie en (ziekte)verzuimaanpak 20182018Arbeidsaanbod2018Witte vlek op pensioengebied 2016 (artikel 1 en 8)2018Verkenning effecten aanpassingen minimum(jeugd)loon2018178Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Soort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afrondingPersoonlijkheid en duurzame inzetbaarheid, jong geleerd oud gedaan2019Rapportage cao-afspraken 2018201911Onderzoeksrapport Kwaliteit beslissingen over tekortkomingen van asbestbedrijven is verbeterd201912Onderzoek Europese vergelijking verplichtingen Gezond en Veilig Werken201913Monitor arbeidsmarkt april 20192019Jongeren met afstand tot de arbeidsmarkt in beeld2019Opdrachtgeverschap gemeenten Wmo 20152019Arbobalans 20182019Monitor verantwoord opdrachtgeverschap2019Op naar een verdere implementatie van het keuzedeel VBFVGW2019Onderzoek Omgaan met ongewenste omgangsvormen2019Onderzoek Informatiebehoefte rond vertrouwenspersonen2019Herhaling virtuele praktijktests arbeidsmarktdiscriminatie2019Voortgangsrapportage arbeidsmarktdiscriminatie2019Eindrapportage verkenning financiële en juridische aspecten uitzonderings-AMVB artikel 8a Waadi2019Staat van eerlijk werk 20192019Rapportage stimuleren naleving WOR2019Arbo in bedrijf 20182019De verbindende samenleving2019De nieuwe Arbowet: stand van zaken van de implementatie en uitvoering2019Het AOW-hiaat in particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen201914Onderzoek initiatieven eerlijk werk2019Verdringing (update)201915Overzicht CAO afspraken in afwijking op Wwz201916Monitor loonverschillen mannen en vrouwen 2018202017Monitor arbeid, zorg en kinderopvang (artikel 1, 6 en 7)2020Haalbaarheidsonderzoek Brzo/risiconorm18Kwalitatief onderzoek effecten wwz op aanname-en ontslagbeleid van werkgevers en hun omgang met flexibele arbeidskrachten202019de positie van uitzendwerknemers202020Driehoeksrelaties202021Huidig inkomensondersteuningsysteem onvoldoende om armoede tegen te gaan2020Arbobalans 20202020simpel switchen op de kaart2020Enforcing the minimum wage in international road transport202022Open Hiring: zijn wie je bent2020Tweede voortgangsrapportage actieplan arbeidsmarktdiscriminatie2020Delphi-studie stand de Wetenschap Arbeidsmarktdiscriminatie2020discriminatie bij werving en selectie - ervaringen van recruiters2020focusgroep arbeidsdiscriminatie2020leeftijdsdiscriminatie in vacatureteksten2020monitor arbeidsmarktdiscriminatie 2015-20192020Werktijdverkorting2020Laagste loonschalen in CAO's2020Nulmeting compensatie transitievergoeding bij bedrijfsbeeindiging202123Situatie van uitzendwerknemers inclusief situaties van oneigenlijk gebruikk van uitzenden2020Functies van uitzenden en andere driehoeksrelaties op de Nederlandse arbeidsmarkt2020Anoniem solliciteren202124Individuele leer- en ontwikkelbudgetten: onderzoek naar het gebruik en naar effectieve (gedrags)interventies om gebruik te bevorderen202225179Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Soort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afrondingBudget voor leren en ontwikkelen: hoe gebruik te bevorderen2022261In begroting 2017 opgenomen onder de titel Evaluatie handhavingsbeleid SZW m.b.t. sociale zekerheidswetten».2In begroting 2019 opgenomen onder de titel «Tussentijdse evaluatie jeugdlonen».3In begroting 2020 opgenomen onder de titel «Monitoring en evaluatie sectorplannen».4Dit onderzoek stond gepland voor 2019 maar is begin 2020 afgerond.5In begroting 2019 opgenomen onder de titel «Evaluatie gewijzigde Arbowet 2017».6Dit onderzoek is onderdeel van de overkoepelende evaluatie «Actieplan Perspectief voor vijftigplussers» en wordt in 2020 aangeboden aan de Tweede Kamer.7De afronding van het onderzoek is in verband met Covid-19 vertraagd.8Het onderzoek is gedeeld met de betrokken branches en is in 2017 gepubliceerd op het Arboportaal.9In begroting 2020 opgenomen onder de titel «Hijskranen en werkbakken». Dit onderzoek stond gepland voor 2019 maar is in 2018 opgeleverd.10In begroting 2019 opgenomen onder de titel «Karakteristieken van de zzp-populatie en de arbeidsmarkteffecten van de nieuwe zzp-maatregelen in het kader van het regeerakkoord».11De onderzoeksresultaten van «De financiële positie van cao-fondsen in 2017» is opgenomen in dit rapport.12In begroting 2020 opgenomen onder de titel «Verbetering asbeststelsel».13In begroting 2020 opgenomen onder de titel «Europese vergelijking van verplichtingen m.b.t. arbeidsongevallen».14In begroting 2020 opgenomen onder de titel «Onderzoek AOV-AOW hiaat».15Er zal geen update plaatsvinden van het onderzoek «Verdringing op de arbeidsmarkt».16Dit onderzoek is onderdeel van de halfjaarlijkse rapportage Wwz aan de TK17In begroting 2020 opgenomen onder de titel «Gecorrigeerde beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen per bedrijfstak».18Dit onderzoek is niet uitgevoerd omdat er geen geschikte partij is gevonden.19Er is voor gekozen om dit onderzoek mee te laten lopen in de evaluatie van de Wwz.20In begroting 2020 opgenomen onder de titel «Situatie van uitzendwerknemers inclusief situaties van oneigenlijk gebruik van uitzenden».21In begroting 2020 opgenomen onder de titel «Functies van uitzenden en andere driehoeksrelaties op de Nederlandse arbeidsmarkt».22in begroting 2020 opgenomen onder de tital: «Internationale vergelijking handhaving wml in het wegtransport»23De start van het onderzoek is vertraagd vanwege Covid-19. Naar verwachting wordt het onderzoek alsnog in 2021 opgeleverd.24Dit onderzoek stond gepland voor 2020 maar kon door de coronacrisis niet worden uitgevoerd. Naar verwachting wordt dit onderzoek in 2021 afgerond.25Het onderzoek is vertraagd doordat de coronacrisis veel invloed heeft op de twee sectoren die in de pilots meedoen: elektrotechnische detailhandel en retail non-food. De pilots zijn door de coronacrisis later van start gegaan en ook de werkgeversenquête is uitgesteld.26Dit onderzoek is hetzelfde onderzoek als opgenomen onder de titel «Individuele leer- en ontwikkelbudgetten: onderzoek naar het gebruik en naar effectieve (gedrags)interventies om gebruik te bevorderen» en wordt in 2022 afgerond.Tabel 123 Artikel 2 - Bijstand, Participatiewet en ToeslagenwetSoort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afronding1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid1a. BeleidsdoorlichtingenBijstand, Participatiewet en Toeslagenwet20201b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidEvaluatie ESF-regeling Actieve Inclusie, eerste verdiepende rapportage2016Evaluatie Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs)2016Thermometer Wsw (0-meting)2016Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2015 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2016Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2016 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2017Evaluatie Regionale werkbedrijven2017Evaluatie ESF-regeling Actieve Inclusie, tweede verdiepende rapportage2017Monitor en tussenevaluatie sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11)2017Ervaringsonderzoeken Participatiewet2017Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2017 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2018Thermometer Wsw2018Eindrapport effecten bijzondere incassobevoegdheden en overheidspreferenties2018Tussentijdse evaluatie SITS2018Tussentijdse evaluatie subsidieregeling armoede en schulden2018Tussentijdse evaluatie subsidie EFMB2018Effectiviteit en werking loonkostensubsidie en loondispensatie2018Evaluatie eerste bestuurlijke afspraken kinderen in armoede2018Evaluatie subsidieregeling Kansen voor alle kinderen2018Tussenevaluatie sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11)2018Evaluatie individuele studietoeslag (artikel 2 en 4)2018180Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Soort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afrondingTussenrapportage Effectmeting van de Brug-WW en scholingsvouchers (artikel 1 en 2)2018Eindevaluatie implementatie en uitvoering ESF-Actieve Inclusie2018Subsidieregeling EFMB (Europees Fonds voor de Meest Behoeftigen)2018Evaluatie Individuele studietoeslag Participatiewet2018Evaluatie ESF-regeling Actieve Inclusie, derde verdiepende rapportage2019Evaluatie GTI2019Subsidieregeling Scholing richting een kansberoep2019Onderzoek wet taaleis 201820191Eindevaluatie Regeling Cofinanciering Sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11)2019Effectmeting Brug-WW en scholingsvouchers (artikel 1 en 2)2019Monitor en eindevaluatie Participatiewet2019Evaluatie ESF-regeling Actieve Inclusie, vierde verdiepende rapportage2019Meer kansen voor mensen met een arbeidsbeperking?20192Evaluatie beschut werk20193Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2018 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2019Evaluatie experimenten Participatiewet2020Thermometer Wsw 2-meting20204persoonlijke begeleiding in de bijstand2020Campagne-effectonderzoek «schuldvrij»2020Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2019 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2020subsidieregeling cofinanciering projecten dienstverlening werkzoekenden en projecten samenwerking en regie arbeidsmarkt2020Evaluatie Subsidieregeling armoede en schulden202152 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid2a. MKBA'sZelfstandig in en uit de bijstand20196MKBA kwetsbare jongeren202172b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid3. Overig onderzoekHet telt wat wel en niet meetelt; verkennend onderzoek naar het meetellen van verloonde uren bij inkoop van diensten in de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten2016Quickscan 4 Evaluatie Sectorplannen2016Inventarisatie verordeningen tegenprestatie2016Praktijkroute banenafspraak2016De weg naar extra banen2016Handhaving van de verplichtingen in de Participatiewet2017Quickscan 5 Evaluatie Sectorplannen2017Flextensie werken met behoud van uitkering2017Eindrapportage Schuldhulpverlening in Nederland2017Onderzoeksrapport Normbatenregeling Bbz2017Eindrapport van budget naar besteding2017Vermogens en schulden van huishoudens2018Quickscan 6 Evaluatie Sectorplannen2018Wsw-jaarrapport 20172018Onderzoek invordering schulden door rijksoverheidsorganisaties2018Extra uitvraag Tegenprestatie2019Verkennend onderzoek Europese incassomodellen2019181Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Soort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afrondingErvaringsonderzoek werkgevers Participatiewet20198Ervaringsonderzoek doelgroep Participatiewet20198Ervaringsonderzoek gemeenten Participatiewet20198Ervaringsonderzoek cliëntenraden Participatiewet20198Langdurig in de bijstand20199Rekentool Verdeelmodel Gebundelde Uitkering201910Psychische klachten en werk en inkomen (artikel 2 en 5)2019Onderzoek onder overheidsschuldeisers aan mensen met betalingsachterstanden wanneer sprake is van schrijnende omstandigheden bij de schuldenaar, met specifieke aandacht voor (ex)dak- en thuisloze jongeren2019Realisatie vereenvoudiging vaststelling beslagvrije voet2019Eindrapport verrijking businesscase gegevensuitwisseling derdenbeslag2019Eindrapport verkenning Regeling Maatwerk Multiprobleem Huishoudens2019Wsw-statistiek jaarrapport 20182019Uitkomsten TSD-onderzoek Participatie zonder startkwalificatie jongvolwassenen2019Gezondheidsproblemen in WW en bijstand (artikel 2 en 5)201911Verkenning aansluiting minnelijke schuldhulpverlening en wettelijke schuldsanering2019Niet-gebruik AIO2020Schulden problematiek in beeld: Huishoudens met geregistreerde problematische schulden 2015-20182020Wsw-statistiek jaarrapport 20192020detacheren werkt!2020De weg naar werk2020Ontwikkelpotentieel baancreatie2020Onderzoek re-integratiekosten nieuwe doelgroep participatiewet202012Huishoudens in de rode cijfers 202020201In begroting 2019 opgenomen onder de titel «Evaluatie Wet Taaleis».2In begroting 2019 opgenomen onder de titel «evalutatie wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten».3In begroting 2020 opgenomen onder titel «Evaluatie effecten maatregelen beschut werk»4In begroting 2020 opgenomen onder titel: «Thermometer Wsw»5Dit onderzoek stond gepland voor 2020 maar zal in 2021 opgeleverd worden.6In begroting 2019 opgenomen onder de titel «Evaluatie Bbz».7De start van het onderzoek is vertraagd. Naar verwachting wordt het onderzoek in 2021 aangeboden aan de kamer.8De vier ervaringsonderzoeken maken onderdeel uit van de «monitor en eindevaluatie Participatiewet».9Dit onderzoek is onderdeel van de eindevaluatie van de Participatiewet10In begroting 2019 opgenomen onder de titel «Analyses rekentool verdeelmodel».11In begroting 2019 opgenomen onder de titel «Gezondheid als factor bij instroom en uitstroom bij WW en Bijstand».12In begroting 2020 opgenomen onder de titel: Aannames (ex ante) en kosten (realisaties) van arbeidsondersteuning aan de nieuwe doelgroep Participatiewet'.Tabel 124 Artikel 3 - ArbeidsongeschiktheidSoort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afronding1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid1a. BeleidsdoorlichtingenArbeidsongeschiktheid201711b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidEvaluatie modernisering ZW (finale effectmeting) (artikel 3 en 6)2016Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2015 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2016Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2016 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2017Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2017 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2018Aanvulling beleidsevaluatie artikel 3 Arbeidsongeschiktheid2018Evaluatie Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) (artikel 3 en 6)2018182Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Soort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afrondingKennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2018 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2019Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2019 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)20202 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid2a. MKBA'sNiet van toepassing2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidNiet van toepassing3. Overig onderzoekUWV-monitor Arbeidsparticipatie 20152016Instroom in de WIA2018Onderzoek De rol van private verzekeraars in het hybride WGA-stelsel20192Onderzoek beweegredenen werkgevers keuze WGA- en ZW-markt (artikel 3 en 6)20193Onderzoek ZZP'ers en hun gedrag ten aanzien van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen2019Het AOW-hiaat in particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (artikel 3 en 8)2019Rapportage beschut werk 2e kwartaal 20202020Onderzoek doelgroepgrootte banenafspraak: update 20202020Duurzaamheid van werk binnen de banenafspraak 2018-20192020De no-riskpolis in breder perspectief (artikel 3 en 6)20201De beleidsdoorlichting is als IBO (Interdepartementaal Beleids Onderzoek) «Geschikt voor de arbeidsmarkt» in april 2017 opgeleverd.2In begroting 2019 opgenomen onder de titel «Onderzoek beleid private aanbieders in het hybride stelsel WGA».3In begroting 2019 opgenomen onder de titel «Onderzoek beweegredenen bewegingen hybride WGA- en ZW markt».Tabel 125 Artikel 4 - JonggehandicaptenSoort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afronding1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid1a. BeleidsdoorlichtingenJonggehandicapten20181b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidKennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2015 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2016Evaluatie ESB-regeling2017Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2016 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2017Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2017 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2018Evaluatie individuele studietoeslag (artikel 2 en 4)2018Effectiviteit en werking loonkostensubsidie en loondispensatie2018Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2018 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2019Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2019 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)20202 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid2a. MKBA'sNiet van toepassing2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidNiet van toepassing3. Overig onderzoek183Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Soort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afrondingOnderzoek naar het begrip ‘arbeidsvermogen’2017Arbeidsmarktpatronen van mensen die werk(t)en met een jobcoach2020Tabel 126 Artikel 5 - WerkloosheidSoort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afronding1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid1a. BeleidsdoorlichtingenWerkloosheid20161b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidKennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2015 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2016Regeling vrijwilligerswerk in de WW2017Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2016 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2017Eindrapportage inhoudelijke effectevaluatie trainingen 50-plus WW2017Monitor en tussenevaluatie sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11)2017Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2017 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2018Tussenevaluatie sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11)2018Experiment premiekorting ouderen2018Tussentijdse evaluatie Overbruggingsregeling transitievergoeding kleine werkgevers2018Tussenrapportage evaluatie DWSRA2018Monitorrapport actieplan 50plussers20191Eindevaluatie Regeling Cofinanciering Sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11)2019Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2018 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2019Evaluatie Wet werk en zekerheid (artikel 1 en 5)2020Eindrapport Evaluatiekader Actieplan Perspectief voor Vijftigplussers20202Experimenten Meer Werk: Innovatief Ouderen naar Latent Werk Begeleiden20193Evaluatie mobiliteitsbonussen, in dienst nemen arbeidsgehandicapten en uitkeringsgerechtigden ouder dan 56 jaar (artikel 1 en 5)20204Evaluatie wet werken na de AOW (artikel 1, 5 en 8)2020Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2019 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)20202 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid2a. MKBA'sNiet van toepassing2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidNiet van toepassing3. Overig onderzoekZichtbaar maar niet in beeld2016Onderzoekskader Evaluatie Actieplan Perspectief voor vijftigplussers2016Monitorrapportages WW en WGA2016Onderzoek Achtergronden van beperkt gebruik van de Brug-WW2017Psychische klachten en werk en inkomen (artikel 2 en 5)2019Onderzoeksrapport Kansen op instroom uit WW bekeken (art. 5 en 13)2019Onderzoek Gegevensuitwisseling Matchen op werk (Mow)2019184Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Soort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afrondingGezondheidsproblemen in WW en bijstand (artikel 2 en 5)201951In begroting 2019 opgenomen onder de titel «Effectmeting maatregelen Actieplan perspectief voor vijftigplussers».2dit onderzoek bevat ook de evaluatie in in de begroting van 2020 is opgenomen onder de titel: «subsidieregeling ontwikkeladvies vijfenveertigplussers»3In begroting 2020 opgenomen onder de titel: «Subsidieregeling Experimenten meer werk voor vijftigplussers»4Dit onderzoek is onderdeel van de overkoepelende evaluatie «Actieplan Perspectief voor vijftigplussers» en wordt in 2020 aangeboden aan de Tweede Kamer.5In begroting 2019 opgenomen onder de titel «Gezondheid als factor bij instroom en uitstroom bij WW en Bijstand».Tabel 127 Artikel 6 - Ziekte en zwangerschapSoort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afronding1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid1a. BeleidsdoorlichtingenZiekte en Zwangerschap20171b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidEvaluatie modernisering ZW (artikel 3 en 6, finale effectmeting)2016Theorie en praktijk re-integratie tweede spoor20161Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2015 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2016Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2016 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2017Effectiviteit van re-integratie in het tweede spoor2017Evaluatie pilots ZW2017Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2017 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2018Evaluatie flexibel bevallingsverlof20182Effectiviteit no-riskpolis20183Evaluatie Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) (artikel 3 en 6)2018Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2018 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2019Effectiviteit no-riskpolis, deelonderzoek II20204Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2019 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2020Evaluatie subsidieregeling Kanker en werkzoekenden202152 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid2a. MKBA'sNiet van toepassing2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidNiet van toepassing3. Overig onderzoekKanker & Werk: Problemen van werkgever en werknemer2016Verlofregelingen arbeid en zorg naar arbeidsrelatie2018Nulmeting evaluatie WIEG20186Oorzaken, gevolgen en risicogroepen van burn-out2019Kwalitatief onderzoek Loondoorbetaling en re-integratie langdurig zieke werknemers2019Onderzoek beweegredenen werkgevers keuze WGA- en ZW-markt (artikel 3 en 6)20197Het AOW-hiaat in particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen20198De no-riskpolis in breder perspectief (artikel 3 en 6)2020Monitor arbeid, zorg en kinderopvang (artikel 1, 6 en 7)20201Bij begroting 2016 aangekondigd onder de titel «Vervolgonderzoek loondoorbetaling bij ziekte».2Bij begroting 2018 aangekondigd voor afronding in 2017. Het onderzoek plus de kabinetsreactie is in maart 2018 aangeboden aan het parlement.3Bevat het deelnonderzoek opgenomen in begroting 2020.4Dit onderzoek is medio 2020 aangeboden aan de TK ipv 2019.5De resultaten van de subsidieregeling worden uiterlijk medio 2021 aangeboden aan de Tweede Kamer6Er is geen eindrapport, data zijn terug te vinden op de CBS website.7In begroting 2019 opgenomen onder de titel «Onderzoek beweegredenen bewegingen hybride WGA- en ZW markt».185Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 8In begroting 2020 opgenomen onder de titel «Onderzoek AOV-AOW hiaat».Tabel 128 Artikel 7 - KinderopvangSoort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afronding1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid1a. Beleidsdoorlichtingen1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidMonitor gemeentebrede dagarrangementen2016Evaluatie Commissie Gunning (inclusief evaluatie <continue screening>)20161Subsidieregeling Versterking vaardigheden taal- en interactievaardigheden beroepskrachten en gastouders in de kinderopvang – een onderzoek naar de ervaren effecten20172Eindevaluatie Subsidieregeling versterking taal- en interactievaardigheden beroepskrachten en gastouders in de kinderopvang202132 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid2a. MKBA'sNiet van toepassing2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidVerwachte maatschappelijke effecten van de bestuurlijke afspraken ‘een aanbod voor alle peuters'20184Verwachte kostenverandering baby-norm kinderopvang201853. Overig onderzoekNulmeting aanwezigheid oudercommissies en alternatieve vormen van ouderparticipatie2016Het gebruik van kinderopvang door ouders met lagere inkomens2016Kwaliteit ouderparticipatie crèches (OPC's)2016Ouderbetrokkenheid bij de overdracht2016Condities voor kwaliteit kindvriendelijke overgang2016Wachtlijst en capaciteitsonderzoek2017Kwaliteitsonderzoek (monitor) Kinderopvang (KDV, BSO, PSZ, GO) (jaarlijkse monitor 2017-2023)2017Peuterspeelzaalwerk NL: Facts en Figures2017Interactievaardigheden in de kinderopvang2017Enquête monitoring transitie kinderopvang2017Wachtlijsten en wachttijden kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang ‒ 8e meting2017De pedagogische kwaliteit van de ouderparticipatiecrèche in 20162017Verschillen in GGD-toezicht in kaart gebracht2018Ketenregie bij continue screening kinderopvang2018Landelijk rapport gemeentelijk toezicht kinderopvang 20172018Kijk op kinderopvang20186Eindrapportage Vervolgonderzoek harmonisatie PSZ2018Kostprijsmonitor20187LKK-rapport meting 2017-20182019Onderzoek stand van zaken harmonisatie peuterspeelzaalwerk2019Nulmeting kinderopvang Caribisch Nederland2019Eindrapport samenwerken in het toezicht op de kinderopvang2019Landelijk rapport gemeentelijk toezicht kinderopvang 20172019Prikken voor elkaar; onderzoek door Commissie kinderopvang en vaccinatie2019Onderzoek informatiebehoefte kinderopvang20198Programma Kwaliteit Kinderopvang (ZonMw)20209186Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Soort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afrondingStimuleren gebruik formele dagopvang door kinderen van ouders met lage SES2020Eindrapport onderzoek signalen kinderopvangtoeslag SZW2020Kwaliteit van de babyopvang in Nederland2020Tussenrapportage scenariostudie vormgeving kindvoorzieningen2020Monitor arbeid, zorg en kinderopvang (artikel 1, 6 en 7)2020Gedragsexperiment verbetertraject terugvorderingsproblematiek KOT2021101In begroting 2016 opgenomen onder de titel ‘Evaluatie continue screening».2De in begroting 2018 aangekondigde eindevaluatie ‘subsidieregeling versterking taal- en interactievaardigheden beroepskrachten en gastouders in de kinderopvang wordt opgeleverd in 2020. De hyperlink verwijst naar de tussentijdse effectmeting.3De eindevaluatie van deze subsidieregeling wordt uiterlijk medio 2021 aangeboden aan de TK.4Dit onderzoek stond gepland voor 2017 maar is in maart 2018 gepubliceerd.5In begroting 2016 opgenomen onder de titel ‘effecten beroepskracht-kindratio».6In begroting 2016 opgenomen onder de titel «keuzes van ouders».7De resultaten van de opzet voor een kostprijsonderzoek voor de kinderopvangsector zijn van dien aard dat is besloten om met de sectorpartijen opnieuw te bekijken hoe hieraan een alternatief vervolg kan worden gegeven. De Tweede Kamer is in maart 2018 per kamerbrief hierover geïnformeerd.8In begroting 2020 opgenomen onder titel «informatiebehoefte ouders kinderopvang»9in 2021 volgen meer onderzoeksresultaten van het programma10dit onderzoek is verplaatst naar 2021Tabel 129 Artikel 8 - OudedagsvoorzieningSoort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afronding1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid1a. BeleidsdoorlichtingenOudedagsvoorziening20191b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidOnderzoek vrijwillige voortzetting pensioenfonds voor zelfstandigen2016Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2015 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2016Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2016 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2017Evaluatie Wet aanpassing financieel toetsingskader (FTK)2018Evaluatie Wet versterking bestuur pensioenfondsen2018Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2017 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2018Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2018 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2019Onderzoek SEO Effect verhoging AOW-leeftijd2019Onderzoek SEO Samen ouder worden20191Evaluatie Wet pensioencommunicatie2019Evaluatie wet werken na de AOW (artikel 1, 5 en 8)2020Evaluatie vrijstelling voor nettolijfrenten en nettopensioen2020Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2019 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)20202 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid2a. MKBA'sNiet van toepassing2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidHerverdelingseffecten van verschillende projectierentes in verbeterde premieregelingen20163. Overig onderzoekMonitor twee-woningenregel2016Witte vlekken op pensioengebied 2013 (artikel 1 en 8)2016Impact van een overstap van een uniform naar life-cycle beleggingsbeleid in de opbouwfase2016Onderzoek SVB gebruik en niet-gebruik OBR2016187Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Soort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afrondingFlexibilisering AOW2017Witte vlek op pensioengebied 2016 (artikel 1 en 8)2018Passende zekerheden: pensioen20192Onderzoeksrapport Beleving pensioenen2019Onderzoek CBS Inkomens- en arbeidsmarktpositie van de jongere partners van AOW-gerechtigden2019Samen ouder worden20203Lage rente en de toekomst van pensioenen2020Het AOW-hiaat in particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (art. 3 en 8)2019Gezondheid en arbeidsparticipatie rond AOW-leeftijd20194Het effect van het Pensioenakkoord op uitvoeringskosten20205Monitor doorwerken tot AOW leeftijd202161In begroting 2019 opgenomen onder de titel «Leefvormdifferentiatie - betekenis voor oudedagsvoorziening».2In de zomer van 2018 is besloten om dit onderzoek, dat EZK en SZW gezamenlijk zouden uitvoeren, niet meer uit te voeren. Dit als gevolg van groeiende onzekerheden rondom de totstandkoming van een Pensioenakkoord, waar het onderzoek een bijdrage aan zou leveren.3In begroting 2020 opgenomen onder de titel: «Leefvormdifferentiatie - betekenis voor oudedagsvoorziening»4in begroting opgenomen onder de titel: «Gezond naar het pensioen»5in begroting opgenomen onder de titel: «Vergelijking uitvoeringskosten in het oude stelsel»6onderzoek wordt in 2021 afgerond.Tabel 130 Artikel 9 - NabestaandenSoort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afronding1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid1a. BeleidsdoorlichtingenNabestaanden20191b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidKennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2015 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2016Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2016 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2017Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2017 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2018Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2018 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2019Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2019 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)20202 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid2a. MKBA'sNiet van toepassing2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidNiet van toepassing3. Overig onderzoekExperiment Anw inlichtingenplicht2017Klantervaringen Anw-uitkering201911In begroting 2019 opgenomen onder de titel «Behoeften en beleving nabestaanden».Tabel 131 Artikel 10 - Tegemoetkoming oudersSoort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afronding1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid1a. BeleidsdoorlichtingenTegemoetkoming ouders20181b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid188Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Soort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afrondingKennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2015 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2016Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2016 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2017Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2017 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2018Evaluatie wetsvoorstel hervorming kindregelingen2018Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2018 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)2019Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans 2019 (artikel 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10)20202 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid2a. MKBA'sNiet van toepassing2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidNiet van toepassing3. Overig onderzoekMonitor alleenstaande ouders2016Besteding kindregelingen, (hoe) werkt het labelen van budget?2018Onderzoek herallocatie middelen artikel 10 Tegemoetkoming Ouders2019(Inkomens)effecten van een evenwichtiger stelsel van tegemoetkomingen2019Effecten van dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg20211Effecten van dubbele kinderbijslag om onderwijsredenen202111Beide onderzoeken zijn vertraagd als gevolg van COVID-19. De onderzoeken worden, samen met een kabinetsreactie, in 2021 aangeboden aan de kamer.Tabel 132 Artikel 11 - UitvoeringSoort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afronding1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid1a. BeleidsdoorlichtingenNiet van toepassing1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidEvaluatie toegevoegde waarde leerwerkloketten20161SUWI dienstverlening en governance SVB2016Monitor en tussenevaluatie sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11)2017Evaluatie Handhavingsbeleid Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Lessen voor de toekomst. Lessen voor de toekomst voor de handhaving van de socialezekerheidswetten ten aanzien van de inlichtingenplicht (artikel 1 en 11).20172Tussenevaluatie sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11)2018Eindevaluatie Regeling Cofinanciering Sectorplannen (artikel 1, 2, 5 en 11)2019Evaluatie van de sturing van en het toezicht op de SVB en UWV202032 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid2a. MKBA'sNiet van toepassing2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidNiet van toepassing3. Overig onderzoekRekenkamerrapport UWV, balanceren tussen ambities en middelen2016Privacy Impact assessment toegang SUWI20174Regeldruk SZW2017189Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Soort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afrondingInternationale vergelijking van (rijks)incassomodellen en de toepasbaarheid (van onderdelen) daarvan binnen het Nederlandse systeem20195Domeinoverstijgende fraude20196Balans opdracht en middelen SVB2020Toekomstverkenning uitvoering werk en inkomen202171Dit onderzoek stond gepland voor 2015 maar is in mei 2016 naar de Tweede Kamer verstuurd.2In begroting 2017 opgenomen onder de titel «Evaluatie handhavingsbeleid SZW m.b.t. sociale zekerheidswetten».3In begroting 2020 opgenomen onder de titel < Evaluatie aansturing en toezicht> .4Dit onderzoek stond gepland voor 2016 maar is in april 2017 naar de Tweede Kamer verstuurd.5Dit onderzoek staat opgenomen onder artikel 2 onder de titel «Verkennend onderzoek naar Europese incassomodellen».6Onderzoek is niet openbaar.7Dit onderzoek stond gepland voor 2020 maar wordt in 2021 aangeboden aan de Tweede Kamer.Tabel 133 Artikel 13 - Integratie en maatschappelijke samenhangSoort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afronding1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid1a. BeleidsdoorlichtingenIntegratie en maatschappelijke samenhang20171b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidEvaluatie Landelijk overleg minderhedenbeleid2017Evaluatie Kennisplatform Integratie en Samenleving2017Tussenmeting Actieplan zelfbeschikking2017Pre-evaluatie inburgering2017Tussentijdse evaluatie Taaleis2017Evaluatieonderzoek zelfbeschikking2018Evaluatie Wet inburgering 20132018Evaluatie waardeoverdracht nieuwkomers2018Monitor inburgering buitenland2018Evaluatie wetswijziging remigratie2018Evaluatie training Omgaan met Extreme Idealen (OMEI)2019Rapport Verkenning jongeren en polarisatie20191Evaluatie buurtmonitor integratie2019Verbinding zoeken en bruggen bouwen2019Een nieuwe kijk op de Wet Inburgering 20132020Evaluatie programma Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt20202Evaluatie werkclub tussenrapport20203Evaluatie programma voorbereiding op inburgering2020Evaluatie ESS20214Evaluatie VOI20215Overkoepelend evaluatieonderzoek culturele interventies202162 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid2a. MKBA'sNiet van toepassing2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheidTussenrapport evaluatiekader VIA20183. Overig onderzoekGewoon getrouwd. Onderzoek naar kindhuwelijken en religieuze huwelijken in Nederland20167Verdiepende studie 2015, de effecten van het integratiebeleid in Nederland20168Jaarrapport Integratie 20162016Monitor anoniem solliciteren en netwerkbijeenkomsten2016De diverse samenleving door de ogen van burgers2016190Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Soort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afrondingVerdiepend onderzoek inburgeraars (cohort 2013)2016Onderzoek asielzoekers statushouders vrijwilligerswerk2016Hoofdonderzoek maatschappelijke aansluiting kinderen EU-migranten2017Inburgering: Eerste resultaten van de Wet Inburgering 20132017Deelonderzoek inburgeraars: inburgeringsonderwijs2017Onderwijs in het inburgeringsproces2017Monitor basisexamen Inburgering Buitenland 20162017Onderzoek naar een barometer culturele diversiteit2017Pilot-study niet actieve inburgeringsplichtige2018Rapport Verdere integratie op de arbeidsmarkt (VIA)2018Vrijwilligerswerk: stimulans voor tijdige participatie en integratie?2018Jaarrapport Integratie 20182018Actieonderzoek 5 pilots weerbaar opvoeden2019Kansen op de arbeidsmarkt van hoger opgeleide migrantenjongeren20199Pilot barometer culturele diversiteit201910Discriminatie in de werving en selectiefase201911Transnationalisering extreemrechts: de invloed van critical events in het buitenland op de activiteiten, populariteit en zichtbaarheid van extreemrechts in Nederland201912Draagvlak en animo imamopleiding2019Onbenut potentieel kwetsbare jongeren2019De mens Centraal? Onderzoek naar de kansrijke koppeling2019Onderzoeksrapport bureau Duwtje - Het juiste duwtje voor een beter passend taalniveau2019Onderzoek 'Inzicht in (non-)bereik onder kinderen van inburgeringsplichtingen in de voorschoolse educatie2019Onderzoeksrapport Langetermijneffecten re-integratie2019Turkse Nederlanders en hun binding met Nederland2019Onderzoeksrapport Kansen op instroom uit WW bekeken (art. 5 en 13)2019Financieel ontzorgen van statushouders op weg naar zelfredzaamheid: een precaire balans2019Financiële zelfredzaamheid van statushouders: een proces van begeleid loslaten2019Rapport veldonderzoek kosten wet inburgering2019Werkgevers over diversiteit op de werkvloer2019Triggerfactoren antizwart racisme202013Jaarrapport integratie 20202020Longitudinaal cohortonderzoek asielzoekers en statushouders2020Asiel en integratie 2020- cohortonderzoek asielzoekers en statushouders2020Verkenning bevolking 20502020Verkenning naar informele scholing in Nederland2020Rapport VN Rapporteur Racisme 20192020Rapport focusgroepen moslimdiscriminatie2020monitor basisexamen inburgering buitenland 20192020invloed van migratieachtergrond bijstandsgerechtigden op netto effectiviteit van werkloon2020monitor sociale inclusie (meting 4)2020Linguistic integration of adult migrants: requirements and learing opportunities2020(Quick)scan inburgeringsmarkt202014Vormen van mentoring en coaching die medewerkers met een niet-westerse migratieachtergrond helpen te behouden202015Steun voor de Nederlandse rechtsstaat onder statushouders202016Perspectief op taalverwerving bij nieuwkomers met een ontheffing202017Customer Journey Map Inburgering202017191Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Soort onderzoekTitel/onderwerpJaar van afrondingInventarisatie good practices inzet gemeenten202017Survey Integratie migranten 2020202118Werkzame elementen die een inclusieve cultuur bij een werkgever versterken2021191In begroting 2019 opgenomen onder de titel «Onderbouwing en effectiviteit van jeugdinterventies die worden ingezet bij de preventie van radicalisering en polarisatie».2In begroting 2020 opgenomen onder de titel: 'Evaluatiekader programma Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt(VIA)'.3In begroting 2020 opgenomen onder de titel: 'Arbeidsmarktintegratie asielstatushouders Werkclub'.4Dit onderzoek staat in de begroting 2020 dubbel aangegeven onder de titel «het effect van inburgering op participatie». Het onderzoek is vertraagd als gevolg van COVID-19. Naar verwachting wordt het onderzoek in 2021 opgeleverd.5onderzoek is vergraagd als gevolg van COVID-19. Naar verwachting wordt het onderzoek in 2021 opgeleverd6Dit onderzoek is 2020 uitgevoerd maar door vertraging in verband met COVID-19 is de publicatie verschoven naar 2021.7In begroting 2016 stond dit onderzoek, genaamd ‘informele (kind)huwelijken’, gepland voor 2015 maar het is in februari 2016 naar de Tweede Kamer gestuurd.8Dit onderzoek is gepubliceerd door het SCP onder de titel «Integratie in zicht».9Het onderzoek valt onder het rapport «Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt».10Dit onderzoek stond gepland voor 2018 maar is op 31 januari 2019 gepubliceerd door CBS.11In begroting 2019 opgenomen onder de titel «Discriminatie bij werving en selectie op de arbeidsmarkt, replicatie van de virtuele praktijktest».12Dit onderzoek is niet doorgegaan omdat er bij NCTV een soortgelijk initiatief liep.13Dit onderzoek stond gepland voor 2019 maar zal worden afgerond in 2021, in verband met een langer durend inkooptraject.14onderzoek is achterhaald en is daarom niet tot uitvoering gebracht15Dit onderzoek is uiteindelijk niet in uitvoering gekomen. Het thema is meegenomen in één van de pilots die in het kader van VIA worden uitgevoerd.16staat in begroting 2020 onder de naam 'binding, gedrag en rechtshandhaving'.17dit onderzoek is uiteindelijk niet in uitvoering gekomen. Thema is ondergebracht in pilots in kader van de veranderopgave inburgering.18onderzoek is vertraagd als gevolg van COVID-19. Naar verwachting wordt het onderzoek in 2021 opgeleverd19dit onderzoek is uiteindelijk niet in uitvoering gekomen. Thema wordt opnieuw ondergebracht in een nog op te zetten onderzoek met uitvoering in 2021.192Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Bijlage 3: Inhuur externenUitgaven voor inkoop van adviseurs en tijdelijk personeelVanaf 2011 geldt als norm voor externe inhuur 10% van de personele uitgaven (motie Roemer). In onderstaande tabel staan de totale uitgaven voor externe inhuur van het kerndepartement en de Rijksdienst Caribisch Nederland.Tabel 134 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Verslagjaar 2020 (bedragen x € 1.000)Programma- en apparaatskosten1. Interim-management3812. Organisatie- en Formatieadvies4923. Beleidsadvies8464. Communicatieadvisering1.375Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4)3.0935. Juridisch advies3546. Advisering opdrachtgevers automatisering4.5777. Accountancy, financiën en administratieve organisatie1.869(Beleids)ondersteunend (som 5 t/m 7)6.8008. Uitzendkrachten (formatie & piek)3.121Ondersteuning bedrijfsvoering3.121Totaal uitgaven inhuur externen13.015In 2020 bedroeg het totaal van de personele uitgaven € 308,5 miljoen. Dit is de som van € 295,5 miljoen personele uitgaven en € 13,0 miljoen externe inhuur. Het percentage externe inhuur komt hiermee op 4,2. Dit is een kleine stijging ten opzichte van het niveau van 2019 (4,1).Rapportage overschrijding maximumuurtarief externe inhuurVanaf 2011 geldt dat ministeries rapporteren over het maximumuurtarief buiten de raamovereenkomsten om (motie De Pater – Van der Meer). Het maximumuurtarief vormt een aanvulling op het sturingsinstrumentarium externe inhuur (de procentuele uitgavennorm).Tabel 135 Inhuur externen buiten raamovereenkomstenInhuur externen buiten raamovereenkomsten2020Aantal overschrijdingen maximumuurtarief0Toelichtingnvt193Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Bijlage 4: Focusonderwerp 2020, naleving CW 3.1Het onderwerp ‘Toepassing van artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet 2016’ (CW 3.1) is focusonderwerp voor de verantwoording over 2020. CW 3.1 bepaalt dat voorstellen, voornemens en toezeggingen een toelichting moeten bevatten waarin wordt ingegaan op de nagestreefde doelstellingen, doeltreffendheid, doelmatigheid, beleidsinstrumenten die worden ingezet en financiële gevolgen. Bij voorstellen die tot een substantiële beleidswij­ziging leiden is ook een evaluatieparagraaf vereist conform de motie Van Weyenberg en Dijkgraaf (Kamerstukken II 2016/17, 34 725, nr. 8).Pilot naar vergroten vindbaarheid CW 3.1In het kader van de Operatie Inzicht in Kwaliteit vond in de periode 1 juni 2020 tot 12 februari 2021 een pilot plaats waarbij Kamerbrieven of voorstellen over nieuw of gewijzigd beleid met significante financiële gevolgen dienden te worden voorzien van een afzonderlijke bijlage waarin de verplichte aspecten van CW 3.1 worden toegelicht (Kamerstukken II 2019/20, 31 865, nr. 168). Voorts dienden voorstellen voor wet- of regelgeving voorzien te worden van herkenbare kopjes in de memorie of nota van toelichting die corresponderen met de onderdelen van CW 3.1. Aanleiding voor deze pilot vormde onder meer een onderzoek van de rapporteurs voor de Operatie Inzicht in Kwaliteit, Sneller en Snels, waarin werd aanbevolen om de vindbaarheid van toelichtingen te vergroten zodat de dialoog hierover met de Tweede Kamer kan worden verbeterd (Kamer­stukken II, 2018/19, 31 865, nr. 152).Bij SZW liepen beleidsvoorstellen met significante financiële gevolgen (meer dan € 20 miljoen in enig jaar) die tussen 1 juli 2020 en 12 februari 2021 naar de Tweede Kamer zijn verzonden mee in de pilot. In totaal waren dit zeven trajecten (zie tabel). De eerste zes trajecten zijn voorzien van een CW 3.1-bijlage. Alhoewel deze trajecten eigenlijk voorstellen voor wet- of regelgeving betroffen is toch gekozen voor een bijlage, omdat het eerste traject een hoofdlijnenbrief betrof en de andere vijf trajecten al in een vergevorderd stadium waren ten tijde van de aankondiging van de pilot. Voor het laatste traject ‘Verhogen WKB vanaf derde kind’ is gewerkt met kopjes in de nota van toelichting.Tabel 136 Overzichtstabel voorstellen pilot CW 3.1Onderwerp voorstelVindplaatsHoofdlijnenbrief effectievere WTLVindplaatsGedifferentieerde AOF-premie naar grootte werkgever en aanpassing VCRVindplaatsKeuzerecht bedrag ineens als onderdeel van de wet bedrag ineens, RVU en verlofsparenVindplaatsUitbreiden verlofsparen als onderdeel van de wet bedrag ineens, RVU en verlofsparenVindplaatsVrijstelling RVU-heffing als onderdeel van de wet bedrag ineens, RVU en verlofsparenVindplaatsWet betaald ouderschapsverlofVindplaatsVerhogen WKB vanaf derde kindVindplaatsToepassing en naleving CW 3.1 bij SZWOp basis van alleen deze pilot is het moeilijk vast te stellen in hoeverre het opstellen van een afzonderlijke bijlage de toepassing en naleving van CW 3.1 heeft verbeterd. Bij SZW waren veel trajecten al in een vergevorderd stadium ten tijde van de aankondiging van de pilot. CW 3.1 is na de start van de pilot dan ook niet op een wezenlijk andere manier toegepast dan daarvoor, maar er is door middel van de pilot wel extra aandacht gekomen voor het expliciet maken van deze onderbouwing en is daardoor ook vindbaarder aan de Tweede Kamer aangeboden.194Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Het Ministerie van Financiën voert periodiek halfjaarlijkse rijksbrede monitors uit over de naleving van CW 3.1. van de voorstellen met signifi-cante financiële gevolgen. Met naleving wordt bedoeld het aanwezig zijn van een toelichting in voorstellen aan de Tweede Kamer op de elementen van CW 3.1 en de evaluatieparagraaf. Voor het hele jaar 2020 is er door het Ministerie van Financiën in het kader van het focusonderwerp gekozen om een steekproef te nemen van alle voorstellen die naar de Tweede Kamer zijn gegaan en deze te beoordelen op de naleving van CW 3.1. Op basis van deze monitor over 2020 kan wel een algemeen beeld gegeven worden van de naleving van de onderbouwing bij SZW4, namelijk: in alle gevallen was er een toelichting op de doelen, de gekozen beleidsinstrumenten en de nagestreefde doeltreffendheid aanwezig; indien van toepassing was er in bijna alle gevallen ook een toelichting op de financiële gevolgen aanwezig; bij de helft van de voorstellen was geen toelichting opgenomen over de nagstreefde doelmatigheid; ten slotte, wat betreft de evaluatieparagaaf, ontbrak hierin nog vaak een evaluatieplan. Dat laatste volgt vaak wel in een later stadium.Monitoren en evalueren van coronamaatregelenVanwege de politieke en maatschappelijke druk om snel sociaalecono­mische steunpakketten op te tuigen om de economische schade van de coronamaatregelen te beperken, in combinatie met beperkte ambtelijke capaciteit, is voor de corona-gerelateerde voorstellen van SZW geen CW 3.1-bijlage meegestuurd.Uiteraard worden de verschillende steunmaatregelen van SZW wel gemonitord en geëvalueerd. Op 18 december is de Tweede Kamer door de Ministers van Financiën, EZK en SZW geïnformeerd over de beoogde evaluatie-aanpak van de budgettair meest omvangrijke sociaalecono­mische steunpakketten op het terrein van Financiën, EZK en SZW (Kamer­stukken II 2020/21, 35 420, nr. 227). Daarin staat beschreven dat de evaluaties van de steunmaatregelen NOW en Tozo vooralsnog zijn voorzien voor 2023. In de tussentijd worden de verschillende steunpakketten gemonitord en wordt de Tweede Kamer periodiek geïnformeerd over het gebruik van deze maatregelen.4 In geval van SZW ging het om een steekproef van negen voorstellen van zowel de periode tot de introductie van de pilot als de periode na de introductie van de pilot.195Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Bijlage 5: Verantwoording EU-middelen in gedeeld beheerEuropees Sociaal Fonds en Europees Fonds voor Meest BehoeftigenOp basis van de informatie uit de verklaringen en rapporten van de manage­mentautoriteit, certificeringsautoriteit en auditautoriteit en alle overige informatie en met inachtneming van hetgeen na punt 3 vermeld wordt, wordt geconstateerd dat inzake het ESF en EFMB over de periode 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2020:1.de door Nederland opgezette systemen en daarin vervatte maatregelen voor het beheer en de controle van de gelden naar behoren hebben gefunctioneerd;2.de jaarrekening van de Certificeringsautoriteit, in de context van boven­genoemde informatie volledig, nauwkeurig en waarachtig is;3.de uitgaven die ter vergoeding bij de Europese Commissie zijn ingediend (per saldo € 29.912.701, aandeel overheidsuitgaven € 17.548.494, aandeel ESF € 15.247.063) in alle materiële opzichten wettig en regelmatig zijn.Bovenstaande constateringen en eventuele punten van voorbehoud zijn beperkt tot zaken van materieel belang en vloeien direct voort uit audits en laten onverlet inherente interpretatie van Europese regelgeving. De bekende onderzoeken en/of correctievoorstellen in verband met de goedkeuring van de ingediende rekeningen door de Europese Commissie zijn opgenomen in de toelichting.ToelichtingVerklaring Certificeringsautoriteit De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft, in de functie van Certi­ficeringsautoriteit, verklaard dat de jaarrekening volledig, nauwkeurig en waarachtig is, dat de in de jaarrekening opgenomen uitgaven in overeen­stemming zijn met het toepasselijke recht en zijn gedaan voor concrete acties die zijn geselecteerd aan de hand van de voor het operationeel programma geldende criteria en dat de bepalingen van de fondsspecifieke verordeningen in acht zijn genomen.Rapportages AuditautoriteitDe Auditdienst Rijk heeft, in de functie van Auditautoriteit, geoordeeld dat het toegepaste beheers- en controlesysteem naar behoren functioneert, de jaarrekening een getrouw beeld geeft, en de uitgaven in de jaarrekening wettig en regelmatig zijn. Tevens worden de beweringen in de beheersver­klaring van de managementautoriteit door de uitgevoerde auditwerkzaam­heden niet in twijfel worden getrokken.Beheersverklaring ManagementautoriteitDe Managementautoriteit heeft verklaard dat de informatie in de jaarre­kening naar behoren wordt weergegeven. Dit betekent dat de uitgaven die in de jaarrekening zijn opgenomen, zijn gebruikt voor het beoogde doel, zoals gedefinieerd in onderhevige verordening en overeenkomstig zijn met het beginsel van goed financieel beheer en het beheers- en controlesysteem de nodige garanties biedt met betrekking tot de wettigheid en regelma­tigheid van de onderliggende verrichtingen, in overeenstemming met het toepasselijke recht.196Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Bekende lopende onderzoeken en/of correctievoorstellen (Europese Commissie, Europese Rekenkamer, OLAF) De Europese Commissie bepaalt uiteindelijk de EU-conformiteit van de nationale implementatie en uitvoering van EU-regelgeving. De Europese Commissie kan financiële correcties opleggen als zij concludeert dat EU-regelgeving niet op de juiste wijze door de lidstaat is geïnterpreteerd en/of uitgevoerd. Het antifraude-DG van de Europese Commissie (OLAF) kan onderzoeken starten naar onregelmatigheden, waaronder vermoedens van fraude met EU-subsidies.Ultimo 2020 loopt er een onderzoek vanuit de Europese Commissie.Sinds het vorige verantwoordingsmoment heeft de Managementautoriteit een vermoeden van fraude bij OLAF gemeld.197Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 Bijlage 6: Lijst van afkortingenTabel 137 Lijst van afkortingenACAudit CommitteeADRAuditdienst RijkAFMAutoriteit Financiële MarktenAIOAanvullende Inkomensvoorziening OuderenAKWAlgemene KinderbijslagwetAMvBAlgemene Maatregel van BestuurAnwAlgemene Nabestaandenwet / NabestaandenfondsAO/IBAdministratieve Organisatie en Interne BeheersingAofArbeidsongeschiktheidsfondsAOVAlgemene Ouderdomsverzekering Caribisch NederlandAOWAlgemene Ouderdomswet / OuderdomsfondsARAlgemene RekenkamerArboArbeidsomstandighedenATWArbeidstijdenwetAUTAdviescommissie uitvoering toeslagenavvAlgemeen verbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomstenAwfAlgemeen WerkloosheidsfondsAWVNAlgemene Werkgeversvereniging NederlandAWWAlgemene Weduwen- en Wezenverzekering Caribisch NederlandAZCAsielzoekerscentrumBbzBesluit bijstandsverlening zelfstandigenBESBonaire, Sint-Eustatius en Saba (samen Caribisch Nederland)BIKKBijdrage In Kosten heffingskortingenBKWIBureau Keteninformatisering Werk en InkomenBmGSBedrijven met Gevaarlijke StoffenBrzoBesluit risico’s zware ongevallenBSOBuitenschoolse OpvangBZK(Ministerie van) Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesCAFCombiteam Aanpak FacilitatorscaoCollectieve arbeidsovereenkomstCASSAdministratief Centrum voor de sociale zekerheid van de RijnvarendenCBSCentraal Bureau voor de StatistiekCEPCentraal Economisch PlanCJIBCentraal Justitieel IncassobureauCMDCommon Mental DisordersCNCaribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius, Saba)COACentraal Orgaan opvang AsielzoekersCPBCentraal PlanbureauCtgbCollege voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biocidenC.V.Commanditaire VennootschapCWComptabiliteitswetDGDirectoraat-generaalDIDuurzame inzetbaarheidDICTUDienst ICT UitvoeringDivosaVereniging van directeuren van gemeentelijke sociale dienstenDKIZDubbele kinderbijslag voor thuiswonende kinderen met intensieve zorgDKORDubbele kinderbijslag voor uitwonende kinderen om onderwijsredenenDNBDe Nederlandsche BankDUODienst Uitvoering OnderwijsDWSRADienstverlening Werkzoekenden en projecten Samenwerking en Regie ArbeidsmarktEEREuropese Economische Ruimte198Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 EESSIElectronic Exchange of Social Security InformationEFMBEuropees Fonds voor Meest BehoeftigenEGFEuropees GlobalisatiefondsENSIAEenduidige Normatiek Single Information AuditESB-regelingSubsidieregeling scholing en re-integratie van personen met arbeidsbeperkingen en Ernstige ScholingsbelemmeringenESFEuropees Sociaal FondsESSExpertise-unit Sociale StabiliteitEUEuropese UnieEUSFEuropese Unie SolidariteitsfondsEZK(Ministerie van) Economische Zaken en KlimaatfteFulltime equivalentftkFinancieel toetsingskaderGGDGemeentelijke of Gemeenschappelijke GezondheidsdienstGOGastouderopvangGTIGeïntegreerde Territoriale InvesteringHavoHoger algemeen voortgezet onderwijsIBInlichtingenbureauIBOInterdepartementaal BeleidsonderzoekICFInspectie Control FrameworkIOAOWInkomensondersteuning AOW-gerechtigdenIOAWInkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze WerknemersIOAZInkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen ZelfstandigenIOWInkomensvoorziening Oudere WerklozenISBIncidentele suppletoire begrotingIVAInkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschiktenJ&V(Ministerie van) Justitie en VeiligheidJeugd-LIVTegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon, of MinimumjeugdloonvoordeelKDVKinderdagverblijfKOTKinderopvangtoeslagLAO(Regeling Compensatie transititievergoeding bij) langdurige arbeidsongeschiktheidLCRLandelijke CliëntenraadLIVLage-inkomensvoordeelLKKLandelijke Kwaliteitsmonitor KinderopvangLKVLoonkostenvoordeelLLOLeven Lang OntwikkelenLRKLandelijk Register Kinderopvang en peuterspeelzalenLSILandelijke Stuurgroep InterventieteamsmboMiddelbaar BeroepsonderwijsMDIEUMaatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittredenMenOMisbruik en Oneigenlijk GebruikMEVMacro-economische VerkenningMIPMeerjarig investeringsprogramma duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelenMJPMeerjarenprogrammamkbMidden- en kleinbedrijfMKBAMaatschappelijke Kosten-BatenanalyseMKOBMogelijkheid Koopkrachttegemoetkoming voor Oudere BelastingplichtigenMlnMiljoenMowMatchen op werkMTOMedewerkerstevredenheidsonderzoekNBAKoninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van AccountantsNCTVNationaal Coördinator Terrorismebestrijding en VeiligheidNibudNationaal instituut voor budgetvoorlichting199Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 NOWTijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor WerkgelegenheidNT2Nederlands als tweede TaalNvWNota van WijzigingNWONederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk OnderzoekOBROverbruggingsregeling AOWOCW(Ministerie van) Onderwijs, Cultuur en WetenschapOLAFEuropees Bureau voor fraudebestrijdingOMEIOmgaan met Extreme IdealenOPCOuderparticipatiecrêcheOPSOrgano Psycho SyndroomOSHAOccupational Safety and Health AgencyOVOngevallenverzekering Caribisch NederlandP&C-cyclusPlanning- en controlcyclusPGBPersoonsgebonden budgetPGV(Stichting Projectenbureau) Publieke Gezondheid en Veiligheid NederlandPOKParlementaire ondervragingscommissie KinderopvangtoeslagPSZPeuterspeelzaalPWRIPensioenfonds Werk en (Re-)IntegratieRBVRijksbegrotingsvoorschriftenRCNRijksdienst Caribisch Nederland (unit Sociale Zaken en Werkgelegenheid)RHBRijkshoofdboekhoudingRI&ERisico-inventarisatie en -evaluatieRIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en MilieuRSORijksschoonmaakorganisatieRVURegelingen voor vervroegde uittredingRWIRaad voor Werk en InkomenrwtRechtspersoon met een Wettelijke TaakS&IDirectie Samenleving en IntegratieSam&Samenwerkingsverband van Leergeld Nederland, Jeugdfonds Sport & Cultuur, Nationaal Fonds Kinderhulp en Stichting Jarige JobSBBSamenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs BedrijfslevenSBCMStichting Beheer Collectieve MiddelenSCPSociaal en Cultureel PlanbureauSERSociaal-economische RaadSESSociaal-economische statusSITSSociale Innovatie en Transnationale SamenwerkingSLIMStimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingenSMA-rtStoffen Manager Asbest Risico TechniekSMISociaal Medische IndicatieSSC-ICTShared Service Center ICTSSOShared Service OrganisatieSTAPStimulering arbeidsmarktpositieStb.StaatsbladStcrt.StaatscourantSUWIStructuur Uitvoeringsorganisatie Werk en InkomenSVBSociale VerzekeringsbankSVKScenariostudie Vormgeving KindvoorzieningenSwSociale werkvoorzieningSZSociale ZekerheidSZW(Ministerie van) Sociale Zaken en WerkgelegenheidT&DToeslagen en DouaneT&ITaal- en interactievaardighedenTASRegeling Tegemoetkoming AsbestslachtoffersTAZToekomst Arbeidsgerelateerde ZorgTCUTijdelijke commissie UitvoeringsorganisatiesTNOOrganisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek200Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 TOFATijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele ArbeidskrachtenTOGTegemoetkoming Onderhoudskosten thuiswonende Gehandicapte kinderenTONKTijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke KostenTozoTijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandig ondernemersTSDToezicht Sociaal DomeinTTKOTijdelijke tegemoetkomingsregeling KinderopvangtoeslagTWToeslagenwetTwvTewerkstellingsvergunningUBRUitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering RijkUfoUitvoeringsfonds voor de overheidUSDAmerikaanse dollarUVBDirectie-onderdeel Uitvoering Van BeleidUWVUitvoeringsinstituut WerknemersverzekeringenVBFVGWVerdieping Blijvend Fit Veilig en Gezond WerkenVIAVerdere Integratie op de ArbeidsmarktVIPValidatie- en InnovatiepuntVNVerenigde NatiesVNGVereniging Nederlandse GemeentenVOIVeranderopgave inburgeringvutVervroegde uittredingVwoVoorbereidend wetenschappelijk onderwijsVWS(Ministerie van) Volksgezondheid, Welzijn en SportW&IWerk en InkomenWaadiWet allocatie arbeidskrachten door intermediairsWabWet arbeidsmarkt in balansWagwEUWet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese UnieWajongWet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicaptenWAOWet op de ArbeidsongeschiktheidsverzekeringWasWet aanpak schijnconstructiesWavWet arbeid vreemdelingenWaUWerk aan UitvoeringWAZWet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering ZelfstandigenWAZOWet Arbeid en ZorgWGARegeling Werkhervatting Gedeeltelijk ArbeidsgeschiktenWgsWet gemeentelijke schuldhulpverleningWhkWerkhervattingskasWIAWet Werk en Inkomen naar ArbeidsvermogenWIEGWet Invoering Extra GeboorteverlofWKBWet op het Kindgebonden BudgetWkoWet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalenWlzWet langdurige zorgWmlWet minimumloon en minimumvakantiebijslag / Wettelijk minimumloonWmoWet maatschappelijke ondersteuningWNTWet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sectorWOLWerken op locatieWORWet op de OndernemingsradenWswWet sociale werkvoorzieningWtlWet tegemoetkomingen loondomeinWtvRegeling werktijdverkortingWWWerkloosheidswetWwzWet werk en zekerheidzboZelfstandig BestuursorgaanZEZRegeling Zelfstandig En ZwangerZonMwNederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatieZVZiekteverzekering Caribisch Nederland201Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1 ZWZiektewetzzpZelfstandige zonder personeel202Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 830 XV, nr. 1

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f446865ef2c8ab46

14 okt 2026 · caf91618b4e25e17

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.