Motie van het lid Klein over het instellen van een eed voor medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming
Motietekst
Versie 260102dc727379a5 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–2017 34 550 VIVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2017 Nr. 81 MOTIE VAN HET LID KLEIN Voorgesteld 1 december 2016 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming en van gecertificeerde instellingen momenteel geen eed hoeven af te leggen tijdens rechtszittingen; overwegende dat waarheidsvinding versterkt wordt middels een dergelijke eedaflegging; overwegende dat een eedaflegging een krachtige poging is om te garanderen dat mensen in de uitoefening van hun functie gewetensvol en rechtvaardig handelen; overwegende dat het vooraf afleggen van een eed tevens ingewikkelde klachtenprocedures achteraf kan voorkomen; overwegende het gegeven dat een eedaflegging zeker geen «formaliteit is zonder toegevoegde waarde», zoals de Minister stelt, omdat hierbij de strafsanctie van meineed hoort, een serieuze strafsanctie waar conse-quenties bij horen; verzoekt de regering, het instellen van een dergelijke eed mogelijk te maken, en gaat over tot de orde van de dag. Klein kst-34550-VI-81ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 VI, nr. 81
Gerelateerde bronnen
- Motie van het lid Klein over het instellen van een eed voor medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming
Motie van het lid Klein over het instellen van een eed voor medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.