Verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda informele JBZ-Raad 30-31 januari 2025 (vreemdelingen- en asielbeleid) (Kamerstuk 32317-927)
Brontekst
Versie ee15b7ccaee78287 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 317JBZ-RaadNr. 929 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 29 januari 2025 De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris van Justitieen Veiligheid en aan de Minister van Asiel en Migratie over de volgendebrieven:•Geannoteerde agenda informele JBZ-Raad 30–31 januari 2025(Kamerstuk 32 317, nr. 927);•Verslag JBZ-Raad van 12 en 13 december 2024 (Kamerstuk 32 317,nr. 925);•Fiche: Verordening geleidelijke ingebruikneming EES (Kamerstuk22 112, nr. 3989).De vragen en opmerkingen zijn op 27 januari 2025 voorgelegd aan deMinister en Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en aan de Ministervan Asiel en Migratie. Bij brief van 29 januari 2025 zijn de vragenbeantwoord door de Minister van Asiel en Migratie.De voorzitter van de commissie,VijlbriefAdjunct-griffier van de commissie,Kling kst-32317-929ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9291 IVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van deMinister2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie9Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie13Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie18Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie19 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van deMinister Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda van de eerstvolgende informele JBZ-Raad. Deze leden hebbennog enkele vragen.De leden van de PVV-fractie lezen dat het huidige PoolseEU-voorzitterschap ervoor pleit om het bandencriterium uit deEU-verordening inzake asielprocedures te halen. Deze leden vragen deMinister zich te voegen bij haar collega’s en niet enkel in te zetten op hetverruimen, maar op het geheel verwijderen van het criterium.AntwoordZoals opgenomen in de geannoteerde agenda is het kabinet vanmening dat het bandencriterium, waartoe geen internationaal-rechtelijke verplichting bestaat, verwijderd of verruimd dient teworden. Het kabinet voegt zich bij de groep lidstaten die eenprimaire voorkeur heeft voor het geheel schrappen van hetbandencriterium.De leden van de PVV-fractie lezen dat tijdens de informele JBZ-Raadgesproken zal worden over nieuwe, innovatieve oplossingen in hetmigratiebeleid. Deze leden vragen hoe het momenteel staat met deuitwerking van de return hubs.AntwoordHet kabinet werkt dit moment samen met andere EU-lidstaten opambtelijk niveau de mogelijkheden van het operationaliseren vanterugkeerhubs verder uit. Daarbij wordt ook gekeken naar hethuidig juridisch kader onder de Terugkeerrichtlijn als opmaatnaar een praktische invulling van het concept. Inzet van hetkabinet daarbij is dat nieuwe regelgeving voldoende ruimteopenlaat voor lidstaten om dergelijke innovatieve oplossingen teontplooien. Hiervoor zal ik ook pleiten tijdens de aankomendeJBZ-Raad.Hoewel het kabinet begrip heeft voor de vragen vanuit uw Kamerover de stand van zaken, kan het kabinet in deze fase van deuitwerking niet meer in detail gaan. Het kabinet heeft uw Kamereerder aangegeven voorstander te zijn van het uitwerken vandergelijke mogelijkheden binnen de kaders van het internationaalen Europees recht. Naar verwachting zal de Europese Commissiein maart het voorstel voor de herziening van de Terugkeerrichtlijnpresenteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9292 De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het bericht vande Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) dat Syriërs bij een vrijwillig vertrekeen ruime vergoeding van 900 euro krijgen. Deze leden vragen of deMinister de mening van de leden van de PVV-fractie deelt dat het vanbelang is dat er ingezet moet worden op gedwongen terugkeer. Ookvragen deze leden of hier in Europees verband al over gesproken is enwelke stappen hierbij zijn ondernomen.AntwoordOp dit moment is nog onduidelijk hoe de situatie in Syrië zichgaat ontwikkelen. Om die reden is er een actief besluit- envertrekmoratorium. Van gedwongen terugkeer is derhalve nu noggeen sprake. Ook in de meeste andere Europese landen wordende ontwikkelingen in Syrië afgewacht. In deze fase wordenSyriërs die vrijwillig willen terugkeren daarbij geholpen door deDTenV. Voor het kabinet is het van belang dat er wordt ingezet opwederopbouw in Syrië en ondersteuning van landen in de regio,ook om terugkeer van Syrische vluchtelingen op termijn terealiseren.De leden van de PVV-fractie lezen dat ondanks dat er een daling te zien isvan het aantal aankomsten via de centrale Middellandse Zeeroute en deBalkanroute, het aantal via de West-Afrikaanse route gestegen is metachttien procent. Een route met migranten uit landen als Burkina Faso enMali, waar veel Jihadistische rebellengroepen actief zijn. Een groep diedus een enorm risico vormt en Spanje met open armen verwelkomt. Heeftde Minister inmiddels al met de Spaanse Minister gesproken over ditprobleem? Zo nee, waarom niet?AntwoordHet kabinet heeft kennisgenomen van de dalende cijfers op deCentraal-Mediterrane Zeeroute en de Balkanroute. Deze ontwik-keling laat in de ogen van het kabinet de effectiviteit en hetbelang zien van goede afspraken en partnerschappen met derdelanden. Partnerschappen met derde landen op bilateraal ofEU-niveau spelen een belangrijke rol in het terugdringen vanmigratie naar de EU. Hoewel er sprake is van een algehele dalingvan het aantal aankomsten in de EU, ziet het kabinet ook detoename op de West-Afrikaanse route. En marge van de JBZ-Raadvan december jl. heb ik mijn zorgen daarover geuit richting mijnSpaanse ambtsgenoot. Het kabinet houdt de ontwikkelingen inde gaten en zal hiervoor aandacht blijven vragen.Ten slotte hebben de leden van de PVV-fractie vernomen dat België vanplan is afgewezen Afghaanse asielzoekers te repatriëren naar Istanbul,waarna partners ter plaatste het overnemen en deze mensen naarAfghanistan zullen brengen. Is de Minister van plan deze oplossing over tenemen en hiermee de gedwongen terugkeer mogelijk te maken?AntwoordVreemdelingen zonder verblijfsrecht moeten Nederland verlaten.Het kabinet kijkt ook naar de ervaringen van andere lidstatenwaar het gaat om terugkeren van deze personen via derde landen.Dat sluit aan bij de bredere inzet van het kabinet om terugkeer teverbeteren. Op de aankomende JBZ-Raad zal ik hiervoor aandachtvragen. Het kabinet ziet uit naar de eerste resultaten van deBelgische inspanningen en beziet hoe positieve resultatenbetrokken kunnen worden in de Nederlandse praktijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9293 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstellingkennisgenomen van de geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raadvan 30 en 31 januari te Warschau. Deze leden hebben hier enkele vragenover.Kan de Minister aangeven wat de stand van zaken is wat betreft deuitwerking van mogelijkheden voor innovatieve partnerschappen,waaronder de terugkeerhubs? De Minister geeft aan zich in te spannenvoor het aanpassen van wetgeving. Kan de Minister toelichten om welkewetgeving dit gaat, naast de Terugkeerrichtlijn? Welke wetgeving vormtvolgens dit kabinet een belemmering en waarom? Wanneer verwacht zijdat dat er een herziening is van het veilig derde land-concept? Op welkewijze wordt gezorgd voor de handhaving van het non-refoulementprincipe van het VN-Vluchtelingenverdrag, Het Europees Verdrag voor deRechten van de Mens (EVRM) en het EU-Grondrechtenhandvest in dezeherziening?AntwoordVoor de stand van zaken van de uitwerking van het concept vanterugkeerhubs wordt verwezen naar het antwoord op de vraagvan de PVV-fractie. Tijdens het Belgisch Voorzitterschap isgeconstateerd dat er een positieve grondhouding is onderEU-lidstaten om het huidig juridisch kader op het gebied vanterugkeer aan te passen. Nederland heeft hier samen met eenaantal gelijkgestemde lidstaten in een non-paper ideeën vooraangedragen.1 Het gaat dan om het versimpelen van de terug-keerprocedure, het verlagen van de administratieve lasten voorde uitvoering en het wegnemen van andere praktische obstakels.Ook pleit het kabinet voor voldoende flexibiliteit in de nieuweregelgeving om innovatieve oplossingen in de toekomst mogelijkte maken, waaronder terugkeerhubs. Het betreft hier enkelaanpassing van de Terugkeerrichtlijn en vooralsnog geen anderewetgevende instrumenten. Het kabinet hecht eraan dat deinnovatieve partnerschappen, waaronder terugkeerhubs, in lijnzijn met het internationaal- en Europees recht, en dus ook dewaarborging van het principe van non-refoulement. DeCommissie heeft aangegeven uiterlijk dit eerste half jaar met eenvoorstel te komen.Over het aanpassen van het veilig derde land-concept is in deAsielprocedureverordening opgenomen dat uiterlijk op 12 juni2025 de Commissie het begrip «veilig derde land» evalueert en zijin voorkomend geval gerichte wijzigingen voorstelt.Deze leden zijn tevens benieuwd naar de stand van zaken wat betreft hetOeganda plan. Is er inmiddels op ministerieel niveau contact geweestover dit plan? Zo ja, wat kwam daaruit? Zo nee, waarom niet?AntwoordDe verkenning van een mogelijke intensievere migratiesamen-werking met Oeganda bevindt zich in de beginfase. Momenteelvinden ambtelijke uitwisselingen plaats met Oeganda.1Kamerstukken II, 2024–2025, 32 317, nr. 890.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9294 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen zich af wat het kabinetbedoelt met «meer plichten geven aan personen om aan hun eigenterugkeer mee te werken»? Welke aanvullende plichten heeft het kabinethier voorogen? Klopt het dat het grootste obstakel voor terugkeer op ditmoment is dat landen van herkomst hier niet aan willen meewerken? Zoja, welke acties onderneemt het kabinet op dit punt? Is dit kabinetbijvoorbeeld nog steeds in gesprek hierover met Marokko en Algerije?AntwoordHet kabinet is het standpunt toegedaan dat personen die geenrecht meer op verblijf hebben in Nederland dienen terug te keren.Daarom pleit Nederland voor meer verplichtingen om mee tewerken aan de terugkeer. Hierbij denkt het kabinet aanidentificatie- en registratieplichten en de plicht om te verschijnenop een ambassade voor de uitgifte van reisdocumenten om terugte keren. Zoals uw Kamer bekend zet het kabinet alle zeilen bijom de terugkeersamenwerking met derde landen te verbeteren,onder meer via partnerschappen. Daar heeft het kabinet ook eeninterdepartementale taskforce voor opgericht.De samenwerking met Marokko op het gebied van terugkeerverloopt op dit moment goed. Dat heeft geleid tot een sterkestijging van het aantal personen dat onder toezicht terugkeerdenaar Marokko in de afgelopen jaren. Uw Kamer is daar middels deGeannoteerde Agenda van 13–14 december 2024 over geïnfor-meerd.2 In het geval van Algerije heeft – door de constructievesamenwerking met de Algerijnse ambassade – de Raad van Stateop 6 mei 2024 de uitspraak gedaan dat uit mag worden gegaanvan «zicht op uitzetting». De samenwerking heeft in 2024geresulteerd in 110 gevallen van terugkeer onder toezicht en 100gevallen van zelfstandige terugkeer.Het kabinet blijft investeren in een duurzame en brede relatie metdeze landen.Tenslotte lezen deze leden dat het kabinet stelt dat er voor het bandencri-terium geen internationaalrechtelijke verplichting bestaat. Dat vinden dezeleden een bijzondere opmerking. Klopt het niet het bandencriterium isopgenomen in de asielprocedureverordening?AntwoordDe Asielprocedureverordening, waarin het bandencriterium isneergelegd, is onderdeel het gemeenschappelijk Europeesasielstelsel (GEAS), ook wel bekend als het Europees asiel- enmigratiepact. In de Asielprocedureverordening is opgenomen datuiterlijk op 12 juni 2025 de Commissie het begrip «veilig derdeland» evalueert en zij in voorkomend geval gerichte wijzigingenvoorstelt. Met de internationale verdragen wordt in de geanno-teerde agenda gedoeld op mondiale verdragen als het Vluchtelin-genverdrag en het Europees Verdrag tot Bescherming van deRechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM). Indie verdragen staat het vereiste van het hebben van een band meteen veilig derde land niet.Voorst hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie enkele vragenover de stand van zaken wat betreft het Europese Asiel- en migratiepact.Klopt het dat één lidstaat geen implementatieplan heeft ingediend? Zo ja,2Kamerstukken II, 2024–25, 32 317, nr. 907.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9295 wat betekent dit volgens het kabinet voor de uitvoering van het planvolgend jaar?AntwoordHet is de taak van de Europese Commissie om erop toe te ziendat de lidstaten tijdig de nieuwe Europese wetgeving implemen-teren in hun nationale asiel- en opvangstelsel. Het tijdig afrondenvan het nationale implementatieplan van andere lidstaten heeftgeen invloed op de Nederlandse implementatie.Deze leden stellen dat het belangrijk is dat andere landen het voorbeeldvan Nederland volgen door hun plannen openbaar te maken, zodatbelanghebbenden toegang hebben tot cruciale informatie en deuitvoering van het Pact transparanter en effectiever wordt. Kan deMinister toezeggen om binnen de JBZ-raad aan te dringen op openbaar-making van nationale implementatieplannen door andere lidstaten? Kande Minister tevens ervoor pleiten dat maatschappelijke organisaties actiefworden betrokken bij de verdere ontwikkeling en uitwerking van dezeplannen? Binnen de huidige vorm van het EU-migratiepact blijft eenrelatief grotere verantwoordelijkheid liggen bij landen als Griekenland,Spanje en Italië. Erkent de Minister dat, in het kader van Europesesolidariteit, extra ondersteuning vanuit Nederland noodzakelijk is om dezelidstaten te ondersteunen?AntwoordHet al dan niet openbaar maken van zijn nationale implementa-tieplan is aan ieder lidstaat zelf en iedere lidstaat maakt daartoezijn eigen afwegingen. Nederland pleit voor zoveel mogelijkopenbaarmaking van de stukken en steunt ook de EuropeseCommissie in deze oproep. In de Europese gremia benadrukt hetkabinet ook het belang van een goede en tijdige implementatievan het Pact door alle lidstaten. De wetgeving van het asiel- enmigratiepact omvat een structureel solidariteitsmechanisme datondersteuning biedt aan lidstaten die onder migratiedruk staan.Jaarlijks zal de mate en hoogte van de ondersteuning van dielidstaten door de Commissie en de Raad worden bepaald. Viadeze procedures weten lidstaten die onder migratiedruk staanzich verzekerd van ondersteuning vanuit andere landen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie verwijzen naar het rapport dat inseptember 2024 gepubliceerd is door het Ministerie van BuitenlandseZaken over de situatie in Griekenland voor personen met internationale ofsubsidiaire bescherming (Ministerie van Buitenlandse Zaken, 3 september2024 (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/asielbeleid/documenten/ambtsberichten/2024/09/03/verslag-feitenonderzoek-naar-statushouders-in-griekenland-september-2024)). Het rapport toont ernstige problemenmet toegang tot basisvoorzieningen zoals huisvesting, voedsel, gezond-heidszorg en steun van niet-gouvernementele organisaties (ngo’s).Ondanks de duidelijke conclusies is er nog geen besluit genomen over hetverlengen van het moratorium op uitzettingen naar Griekenland. Kan deMinister aangeven hoe zij het rapport evalueert, welke concrete stappenhet Ministerie van zal ondernemen naar aanleiding van dit feitenon-derzoek, en wanneer er een beslissing wordt verwacht over de verlengingvan het moratorium op terugkeer naar Griekenland?AntwoordIk heb kennisgenomen van het rapport en zal de Kamer hieroverop korte termijn informeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9296 De Minister heeft een besluit- en vetrekmoratorium voor Syriërs ingesteldvoor de duur van (in eerste instantie) zes maanden. De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie constateren dat als een Syrische asielzoeker allanger dan 21 maanden wacht op de beslissing op zijn asielaanvraag, deImmigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verplicht is om een besluit tenemen vanwege de maximale beslistermijn in de Procedureverordening.Klopt het dat gelet op de onzekere situatie bij het behandelen van dezezaken, geen afwijzingen mogelijk zouden zijn, omdat de IND niet het risicokan nemen dat mensen worden afgewezen op basis van een gebrekkigbeeld over de veiligheidssituatie en bij terugkeer met vervolging ofschending van artikel 3 EVRM te maken krijgen? Graag een toelichting.AntwoordHet klopt dat uit hoofde van artikel 31 lid 5 van de Procedure-richtlijn een maximale beslistermijn van 21 maanden geldt. DeIND zal in gevallen waarin de 21 maanden termijn isoverschreden conform C3/2. Vreemdelingencirculaire een besluitnemen tegen de achtergrond van de stand van zaken op hetmoment van het nemen van de beslissing. De Procedurerichtlijnnoch de Vreemdelingenwet verplichten echter tot het nemen vaneen inwilligend besluit. Afhankelijk van de omstandigheden vande zaak kan dit dus ook een afwijzend besluit zijn. Bij dezebeoordeling wordt vanzelfsprekend ook beoordeeld of er sprakeis van een artikel 3 EVRM beletsel. Het feit dat het besluit- envertrekmoratorium op dat moment nog van kracht is doet hierniet aan af.Deze leden zien dat de Minister in een filmpje gericht aan de Syrischegemeenschap, vooruit lijkt te lopen op intrekkingen van asielvergun-ningen (Marjolein Faber | Minister van Asiel en Migratie op LinkedIn,januari 2025 (https://www.linkedin.com/posts/minister-van-asiel-en-migratie_sinds-de-val-van-regime-assad-zijn-er-syri%C3%ABrs-activity-7286653622761783296-Qlf6/?utm_source=share&utm_medium=member_desktop)). Kan de Ministeraangeven of er een verplichting bestaat tot herbeoordelingen bij nieuwbeleid? Zo ja, waar is dat opgenomen? Klopt het dat indien er te zijner tijdwel tot herbeoordelingen wordt besloten, eerst getoetst moet worden ofiemand op grond van dan geldende (nieuwe) situatie en beleid, rechtheeft op bescherming? Kan de Minister bevestigen dat dit een individuelebeoordeling en afweging moet zijn? Klopt het dat dat voor Syrië omongeveer 70.000 mensen zou gaan. Hoe wil de Minister zo’n groot aantalmensen herbeoordeling en op welke manier wil de Minister de INDdaarbij ondersteunen? Is de Minister het met deze leden eens dat dat,naast de vraag over de wenselijkheid, een onmogelijke opdracht is voorde IND, gezien de huidige achterstanden, lange wachttijden enpersoneelstekorten? Zo nee, waarom niet? Kan de Minister bevestigen dathet intrekken van bestaande statussen na een herbeoordeling alleen kanals de Minister kan aantonen dat de positieve wijziging in de situatie vanhet land van herkomst «van voldoende ingrijpende en niet-voorbijgaandeaard» is?AntwoordIndien beleid wordt aangepast vanwege gewijzigde omstandig-heden in het land van herkomst wordt tevens beoordeeld of ditgevolgen heeft voor de verstrekte vergunningen op die grond. Uitde EU-Kwalificatierichtlijn en de jurisprudentie van het EU Hofvan Justitie volgt dat de internationale beschermingsstatus enkelmag worden verleend aan personen die aan de voorwaarden voorinternationale bescherming voldoen. Uit art. 11 en art. 16 van deKwalificatierichtlijn, geïmplementeerd in artikel 3.37gTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9297 Voorschrift Vreemdelingen, volgt dat bij veranderde omstandig-heden in het land van herkomst inderdaad beoordeeld wordt ofde wijziging van de omstandigheden een voldoende ingrijpend enniet-voorbijgaand karakter heeft om de gegronde vrees voorvervolging dan wel het reële risico op ernstige schade weg tenemen. De specifieke reikwijdte van deze bepaling is nog nietuitgekristalliseerd. De nieuwe Kwalificatieverordening (Veror-dening (EU) 2024/1347) die in juni 2026 zal ingaan, kentoverigens soortgelijke bepalingen in de artikelen 14 en 16.Bij de intrekking van een verblijfsvergunning dient ook rekeningte worden houden met de omstandigheid dat een vreemdeling dereeds verworven rechten zal verliezen. Voordat eventueel totherbeoordeling overgegaan kan worden zal er eerst nieuwelandeninformatie over de situatie in Syrië moeten zijn, op basiswaarvan nieuw landenbeleid geformuleerd kan worden. Enkelindien de wijziging in de omstandigheden een voldoendeingrijpend en niet-voorbijgaand karakter hebben, kan eventueeltot herbeoordeling worden overgegaan. De nieuwe veiligheidssi-tuatie en leefomstandigheden in Syrië worden momenteelonderzocht door Buitenlandse Zaken en zullen wordenbeschreven in het ambtsbericht Syrië dat in mei zal wordenopgeleverd.Van belang is dat het bij een herbeoordelingsprocedure aan deIND is om aan te tonen dat er sprake is van een reden om totintrekking van de internationale beschermingsstatus over tegaan. Dit volgt uit artikel 14, tweede lid, Kwalificatierichtlijnwaarin is bepaald dat het aan de lidstaat is om aan te tonen dateen vreemdeling geen vluchteling meer is of dat nooit is geweesten artikel 19, vierde lid, Kwalificatierichtlijn waarin is bepaalddat het aan de lidstaat is om aan te tonen dat een vreemdelingniet of niet langer in aanmerking komt voor subsidiairebescherming. Dit is een uitvloeisel van algemene zorgvuldigheids-beginselen waaruit volgt dat bij belastende besluiten debewijslast op het bestuursorgaan rust. Vooropgesteld geldt dathierbij vastgesteld dient te worden dat de grond die aanvankelijkreden was voor vergunningverlening thans niet meer geldt endient beoordeeld te worden of er op grond van de huidige situatiealsnog een risico bestaat op vervolging of ernstige schade.Ten slotte wordt, indien er tot intrekking van de internationalebeschermingsstatus wordt overgegaan, een ambtshalve toetsverricht waarbij wordt getoetst of de vreemdeling in aanmerkingkomt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM,dan wel uitstel van vertrek om medische redenenZoals gezegd kan er pas worden overgegaan tot eventueleherbeoordelingen op het moment dat er nieuw landenbeleid is ende wijzigingen een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaandkarakter hebben. Daarvan is op dit moment nog geen sprake. Welwordt nu al in samenwerking tussen mijn ministerie en deketenpartners geïnventariseerd wat de impact en omvang zal zijnindien er tot herbeoordelingen wordt overgegaan. Hier kan op ditmoment nog niet op vooruitgelopen worden.Tenslotte zien de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat enkele landen,waaronder Turkije en Duitsland werken met een look and see regeling. Isde Minister voornemens om te komen met een dergelijke regeling voorSyrische vluchtelingen en asielzoekers in Nederland, waarbij een bezoekTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9298 aan het land van herkomst geen gevolgen heeft voor het verblijfsrecht naterugkeer in Nederland?AntwoordHet kabinet zet er op in om vrijwillige terugkeer van Syriërszoveel mogelijk te faciliteren, en werkt daar op het momentdiverse opties voor uit. Daarover zal uw Kamer worden geïnfor-meerd.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda voor de informele JBZ-Raad op 30 en 31 januari2025. Deze leden hebben hierover enkele vragen en opmerkingen.Het stemt de leden van de VVD-fractie positief te lezen dat het aantalirreguliere grensoverschrijdingen in de EU in 2024 met 38 procent isgedaald, onder andere door intensievere samenwerking tussen de EU entransitlanden tegen smokkelnetwerken, en internationale migratiedeals,die altijd een speerpunt van de VVD zijn geweest. Echter lezen deze ledenook dat er een stijging is van veertien procent op de oostelijke Middel-landse Zeeroute. Hoe verklaart het kabinet deze stijging en hoe zorgt zijervoor dat er in de EU wordt samengewerkt om de toename op dezemigratieroute te stoppen?AntwoordVoor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar het antwoordop de gelijkluidende vraag van de leden van de PVV-fractie.De leden van de VVD-fractie lezen dat er weinig zicht is op hoe het EUasiel- en migratiepact geïmplementeerd wordt in andere EU-lidstaten.Deze leden vragen zich af in hoeverre de lidstaten onderling de implemen-tatie van het pact bespreken. Zo ja, wat is de indruk van het kabinet overde plannen van de andere lidstaten? Kan Nederland hier iets vanmeenemen? Verwacht Nederland dat andere EU-lidstaten de door deCommissie gestelde deadline van 12 juni 2026 zullen halen? Zijn erlidstaten waar het kabinet zich zorgen om maakt, en zo ja welke?Aangezien er geen zicht is op hoe de Europese Commissie de plannenbeoordeelt, vragen deze leden zich ook af of en zo ja, op welke termijn delidstaten (inhoudelijke) feedback kunnen verwachten. Kan de Ministerdeze feedback delen met de Kamer?AntwoordLidstaten hebben hun nationale implementatieplannen gedeeldmet de Europese Commissie. Er bestaat geen verplichting om hetnationale implementatieplan openbaar te maken of met anderelidstaten te delen. Het is de taak van de Europese Commissie omerop toe te zien dat de lidstaten tijdig de nieuwe Europesewetgeving implementeren in hun nationale asiel- en opvang-stelsel. Het kabinet steunt de Commissie hierin en zal hiervooraandacht vragen in de aankomende informele JBZ-Raad. Ook opandere toekomstige JBZ-raden zal het implementatietrajectbesproken worden. Tijdige en effectieve implementatie van hetPact is essentieel om met het nieuwe stelsel tot positieveresultaten te komen en migratie naar en binnen de EU terug tedringen. Uw Kamer zal daarover via de geannoteerde agenda enhet verslag van de betreffende Raad worden geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9299 De leden van de VVD-fractie lezen dat lidstaten huiverig zijn om elkaarsterugkeerbesluiten te erkennen. Gezien de gehele asielketen in Nederlandonder druk staat, rekenen deze leden erop dat de Minister zich inzet voorverlichting van lasten en werkdruk voor medewerkers van bijvoorbeeld deImmigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Het niet hoeven nemen van eenterugkeerbesluit omdat een andere lidstaat dit al heeft gedaan zou hiervolgens deze leden bij kunnen helpen. Wat is de Nederlandse inzet als hetgaat om lastenverlichting van de uitvoeringsorganisaties? Voor welkejuridische, technische en praktische belemmeringen kan de wederzijdseerkenning van terugkeerbesluiten zorgen in Nederland, en hoe kunnendeze volgens de Minister worden weggenomen? Welke positie neemtNederland in als het gaat om wederzijdse erkenning van terugkeerbe-sluiten?AntwoordOp 31 mei en 29 september 20233 is uw Kamer geïnformeerdover de Nederlandse positie ten aanzien van het wederzijdserkennen van terugkeerbesluiten. Het kabinet moedigt dewederzijdse erkenning van terugkeerbesluiten aan, waar dit eenbijdrage levert aan de efficiëntie en snelheid van het terugkeer-proces om zo tot meer terugkeer te komen. Zoals de aan hetwoord zijnde leden terecht aangeven dient voorkomen te wordendat met het wederzijds erkennen van terugkeerbesluiten eenlastenverzwaring optreedt voor de politie, KMar, DTenV, de INDen de rechtspraak. Het kabinet zet zich dan ook primair in vooronder meer een versimpeling van de terugkeerprocedure enlastenverlichting voor de uitvoering bij de aanpassing van deTerugkeerrichtlijn. Bij de besprekingen over de wederzijdseerkenning van terugkeerbesluiten stuit men vanuit de uitvoeringop praktische en juridische belemmeringen. Het kabinet zaldaarom tegen die achtergrond het voorstel tot wijziging van deTerugkeerrichtlijn op dit onderwerp nauwkeurig bestuderen. Zozal praktisch gezien in Nederland, op basis van de maximaleophoudtermijn van vreemdelingen, bij wederzijdse erkenningalsnog een terugkeerbesluit van een andere lidstaat binnen zesuur moeten kunnen worden opgevraagd, ontvangen én (beëdigd)worden vertaald voordat het in een juridische procedure tegenuitzetting of vreemdelingenbewaring kan worden ingezet. Daarbijis ook van belang dat een terugkeerbesluit in een andere lidstaatvormfouten kan bevatten, waardoor een bewaringsmaatregelmoet worden opgeheven. Er valt niet uit te sluiten dat lidstatenbij wederzijdse erkenning van terugkeerbesluiten zich dienen tevergewissen of de oplegging van een terugkeerbesluit in eenandere lidstaat op een juiste wijze tot stand is gekomen. Indiendit nagegaan dient te worden zal dit leiden tot grote administra-tieve en vertaallasten. Daarnaast is onduidelijk hoe dient teworden omgegaan met terugkeerbesluiten die samenlopen meteen asielprocedure, en die zoals in Nederland het geval is,onderdeel uitmaken van de meeromvattende asielbeslissing. Tenslotte is er geen duidelijkheid over de erkenning van een besluitvan een andere lidstaat terwijl daar nog rechtsmiddelen tegenopenstaan of worden gebruikt. Juist het opvragen en uitwisselenvan essentiële gegevens over de terugkeerprocedure in delidstaat die het terugkeerbesluit heeft genomen kunnen eenlastenverzwaring met zich meebrengen. Het kabinet blijft danook uitdragen dat de wederzijdse erkenning van terugkeerbe-sluiten daadwerkelijk het terugkeerproces moet verbeteren.3Kamerstukken II, 2022–2023, 32 317, nr. 830 en Kamerstukken II, 2023–2024, 32 317, nr. 852.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 92910 De leden van de VVD-fractie lezen dat er verschillende opvattingen zijnover het bandencriterium. Hoe kijkt Nederland naar de optie om hetbandencritierum te schrappen en het zo makkelijker te maken om zoafgewezen asielzoekers uit te zetten naar veilige derde landen?AntwoordVerwezen wordt naar het antwoord op een gelijkluidende vraagvan de leden van de PVV-fractie.De Minister heeft in het commissiedebat over de JBZ-raad op11 december 2024 (Kamerstuk 32 317, nr. 926) benoemd dat Nederlandzich in Europa inzet als aanjager van een ambitieuze herziening van deTerugkeerrichtlijn. De leden van de VVD-fractie zijn ook van mening dat deterugkeerprocedure vereenvoudigd moet worden en dat er snel scherpemaatregelen moeten worden genomen. Hoe staat het met de herzieningvan het wetsvoorstel door de Europese Commissie? Is er al meer zicht opde uitwerking van de return hubs? Welke concrete stappen zijn er met oogop deze twee zaken al gezet en welke stappen worden nog gezet?AntwoordHet kabinet verwijst naar het antwoord op een gelijkluidendevraag van de GroenLinks-PvdA- fractie en de PVV-fractie.Is de Minister het met deze leden eens dat de herziening van de Terug-keerrichtlijn, het opzetten van return hubs en de versoepeling van hetbandencriterium de drie topprioriteiten moeten zijn voor Nederland? Hoewordt hier invulling aan gegeven? Zijn er nog andere dossiers die hetkabinet als prioriteit ziet?AntwoordZoals vermeld in het regeerprogramma (bijlage bij Kamerstuk 36471, nr. 96) zet het kabinet in op het drastisch beperken van deomvang van migratie naar Nederland. Om dat te bereiken pleithet kabinet op de aankomende informele JBZ-Raad voor 1) deimplementatie van het Pact, 2) versterking van de buitengrenzen,3) strikte naleving van de huidige asielregels, zoals Dublin.Daarnaast zet het kabinet in op meer terugkeer door aanpas-singen van de terugkeerrichtlijn en het veilig derde land-concept.Ten slotte moet gekeken worden naar de mogelijkheden voorinnovatieve partnerschappen, waaronder terugkeerhubs.Voor de leden van de VVD-fractie is veiligheid een van de belangrijkstewaarden. Hoe zet het kabinet erop in dat er binnen de EU gezorgd wordtdat openbare orde en veiligheid gewaarborgd worden als het gaat omvoor derdelanders die hier een gevaar voor vormen? Op welke manierworden gepleegde overtredingen, misdrijven, verdenkingen van hetplegen van overtredingen en misdrijven, openbare ordeverstoringen dieasielzoekers hebben gepleegd, en potentiële nationale veiligheidsrisico’sdie asielzoekers vormen in andere landen geregistreerd in bijvoorbeeldEurodac? Welke overtredingen worden hierin meegenomen?AntwoordOpenbare orde en veiligheid zijn eveneens een prioriteit voor ditkabinet. Binnen het huidige systeem zijn alle betrokken organi-saties tijdens het asielproces alert op signalen die de nationaleveiligheid kunnen raken. In het asielproces wordt een vreem-deling onder meer geïdentificeerd, geregistreerd en gecontro-leerd in relevante internationale en nationale systemen,waaronder het Schengeninformatiesysteem (SIS). Daarnaast ishet asielproces zodanig ingericht dat op verschillende momentenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 92911 signalen, die relevant zijn voor de nationale veiligheid, onderkendkunnen worden. Ook buiten het asielproces worden personen diehet Schengengebied binnenkomen systematisch aan grenscon-trole onderworpen. In EU-verband wordt er verder intensiefsamengewerkt op terreinen als informatie-uitwisseling endetectie, bijvoorbeeld via het Schengen Informatiesysteem, maarook in Frontex en Europol verband en binnen de CounterTerrorism Group. Met de nieuwe wetgeving in het Asiel- enMigratiepact en de nieuwe Europese reissystemen verkrijgtNederland ook meer grip op wie Nederland en het Schengen-gebied binnenkomt en kan daar beter op anticiperen. Een van deonderdelen is de screeningsverordening, daarin wordt geregelddat er een veiligheidscontrole moet plaatsvinden om na te gaanof de betreffende persoon een bedreiging voor de binnenlandseveiligheid zou kunnen vormen. Een ander onderdeel is de nieuweEurodac-verordening, waardoor irreguliere verplaatsingen beterkunnen worden aangepakt en irreguliere routes binnen de EUbeter gevolgd. Ook kunnen lidstaten een veiligheidsmarkering bijde registratie van een vreemdeling maken als na de verplichteveiligheidscontrole blijkt dat de vreemdeling een mogelijkebedreiging voor de binnenlandse veiligheid vormt. Deze infor-matie is ook zichtbaar voor andere lidstaten.De leden van de VVD-fractie zien kansen in het ontwikkelen van partner-schappen met andere landen. Hoe ziet het nieuwe EU-partnerschap metJordanië eruit? Welke afspraken over migratie worden met Jordaniëgemaakt? Wat krijgt Jordanië terug voor afspraken op het gebied opmigratie?AntwoordHet kabinet zet volop in op het ontwikkelen van brede, strate-gische partnerschappen met migratierelevante landen, ook opEuropees niveau. Het kabinet steunt dan ook het voornemen omop korte termijn de relatie tussen de EU en Jordanië teversterken met een strategisch partnerschap, waar opvang in deregio, grensbeheer, en terugkeer & herintegratie belangrijkeonderdelen van zijn. Ten aanzien van het brede partnerschap zethet kabinet in steun voor de hervormingsagenda van Jordanië ensamenwerking op terreinen als veiligheid, water, landbouw, enprivate sector ontwikkeling. Door bij te dragen aan stabiliteit eneconomische ontwikkeling stelt de EU Jordanië in staat devluchtelingenopvang beter te regelen. Zodra het partnerschapwordt afgesloten zal uw Kamer daar via gebruikelijke wegen overworden geïnformeerd. Tevens zal de Kamer via de geëigendewegen op de hoogte gehouden worden van de verdereuitwerking.De leden van de VVD-fractie lezen dat de deal met Turkije nog steedsstilligt. Deze leden vragen zich hierbij af in hoeverre hervestiging vanuitTurkije naar Europa door loopt sinds de Turkse opschorting van terugkeer-operaties vanaf de Griekse eilanden? Hoeveel migranten heeft Nederlandsinds 2020 vanuit Turkije overgenomen? Hoe apprecieert het kabinet inhet algemeen de samenwerking met Turkije op het vlak van migratie-beheer en op welke manier kan deze verbeterd worden?AntwoordDoor de geografische ligging is Turkije een belangrijk land vantransit, opvang, en herkomst – ook voor Nederland. Het kabinetonderschrijft de grote inspanning die Turkije levert met deopvang van bijna vier miljoen vluchtelingen en benadrukt datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 92912 Turkije hier terecht in wordt ondersteund door de EU. Sinds depublicatie van de EU-Turkijeverklaring is het aantal irreguliereoversteken drastisch gedaald. De terugkeer vanaf de Griekseeilanden is per 2020 door de Turkse autoriteiten opgeschort omvolksgezondheidsredenen en is sindsdien niet hervat. DeEuropese hervestiging continueert. Sinds april 2016 tot 1 januari2025 heeft Nederland in dit verband ongeveer 6125 Syrischevluchtelingen uit Turkije hervestigd.Naar aanleiding van de veranderende omstandigheden in Syrië iser het nodige in beweging: Nederland en enkele andereEU-lidstaten hebben vanwege beslismoratoria voor mensen metde Syrische nationaliteit de hervestigingselecties onder deEU-Turkijeverklaring opgeschort. Turkije kijkt naar mogelijkhedenvoor vrijwillige terugkeer van Syrische vluchtelingen, door in tezetten op wederopbouw en voorzien van basisvoorzieningen.Nederland blijft in Europa en bilateraal inzetten op wederkerigemigratiesamenwerking met Turkije.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe Leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling de aangeleverdestukken gelezen. Hierbij nog de volgende vragen.Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de motievan de leden Boomsma en Rajkowski, waarin wordt verzocht om samenmet andere gelijkgestemde lidstaten «out-of-the-box»-oplossingen terealiseren om de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers tebevorderen (Kamerstuk 32 317, nr. 900)? Kan de Minister toelichten welkestappen het kabinet daartoe heeft gezet, welke contacten daartoe zijnaangeknoopt en welke inbreng in de besprekingen is en wordt geleverd?Welke concrete stappen zijn gezet om deze nieuwe en innovatieveoplossingen te realiseren?AntwoordHet kabinet is koploper waar het gaat om het verder uitwerkenvan «out-of-the-box»-oplossingen in Europees verband. Nederlandroept de Commissie daarbij op tot het uitwerken van pilots –zoals terugkeerhubs. En met resultaat: verwijzingen hiernaar zijnin de meest recente brieven van Commissievoorzitter Von derLeyen over migratie terug te vinden. In december jl. heeftNederland, samen met o. a. Denemarken en Italië een informeelontbijt en marge van de Europese Raad georganiseerd om deaandacht hierop te blijven vestigen, en zal deze inzet continuerenbij de volgende Europese Raden. Nederland bepleit in EU-verbandde versoepeling van het bandencriterium bij de eerstvolgendeevaluatie van het veilig derde landen concept- en voor hetaanpassen van het juridisch kader voor terugkeer om innovatieveterugkeersamenwerking mogelijk te maken. In een groep met eengrote groep gelijkgezinde EU-lidstaten werkt Nederland aan de(juridische) uitwerking van diverse innovatieve concepten,waarbij eveneens wordt verkend welke landen in aanmerkingzouden komen voor een dergelijke vorm van samenwerking.Nederland is daarbij voorzitter van de werkgroep rondomterugkeer, samen met Malta. Gelijktijdig onderzoekt Nederlandmogelijke bilaterale samenwerkingen binnen de bestaandejuridische kaders. Het kabinet wijst erop dat de motie Rajkowski/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 92913 Boomsma reeds af is gedaan via de geannoteerde agenda van deJBZ-Raad van 12–13 december jl.4Het kabinet schrijft: «Tegelijkertijd zet het kabinet zich met gelijkgezindelanden in voor een aanpassing van wetgeving, zodat innovatieveoplossingen vaker toegepast kunnen worden onder andere door hetherzien van het veilig derde land-concept, het verwijderen of verruimenvan het bandencriterium en het aanpassen van de Terugkeerrichtlijn.»Welke concrete stappen zijn gezet om het bandencriterium te verwijderenof verruimen, welke van die twee is de inzet? Wanneer wordt het voorstelvoor wetswijziging hiertoe verwacht?AntwoordVerwezen wordt allereerst naar het antwoord op een gelijk-soortige vraag van de leden van de PVV-fractie. Aanvullendhierop: in de Asielprocedureverordening is opgenomen datuiterlijk op 12 juni 2025 de Commissie het begrip «veilig derdeland» evalueert en zij in voorkomend geval gerichte wijzigingenvoorstelt.Wanneer wordt een nieuw discussiestuk verwacht ten aanzien vanreturn-hubs? Kan de Minister een overzicht geven van de huidige standvan zaken en de uitdagingen die lidstaten ervaren bij de operationali-sering van deze hubs? Wat wordt er gedaan om de juridische, interna-tionale, politieke en operationele voorwaarden te scheppen om deze terealiseren, om de mensenrechten daarbij te beschermen, en wat wordt ergedaan om derde landen hierbij te betrekken?AntwoordZie het antwoord op een gelijkluidende vraag van de leden van dePVV-fractie.Hoe beoordeelt het kabinet de brief van Ursula Von der Leyen vandecember met een update van de aanpak van irreguliere migratie,terugkeerbeleid en waarin zij haar prioriteiten schetst?AntwoordHet kabinet verwelkomt de brief van Commissievoorzitter Vonder Leyen van afgelopen december. De inzet van de EuropeseCommissie sluit grotendeels aan bij de Nederlandse prioriteiten.Het kabinet is met name positief over de verwijzingen naar de«out-of-the-box»-oplossingen, zoals terugkeerhubs en deherziening van het veilig derde land-concept, die essentieel zijnvoor het grip krijgen op migratie en het verlagen van deinstroom.Hoe staat de Minister tegenover het pleidooi om delen van het Migra-tiepact versneld te laten ingaan? Welke landen hebben aangegeven tewillen beginnen met pilots?AntwoordOmdat de regelgeving van het asiel- en migratiepact pas op12 juni 2026 van kracht wordt, is het enkel mogelijk om onder-delen die ook onder de huidige Unie-regels mogelijk zijn versneldte laten ingaan. Het kabinet staat positief tegenover landen diehier gebruik van willen maken, bijvoorbeeld met het toepassenvan een asielgrensprocedure. Nederland kent al een dergelijke4Kamerbrief bij geannoteerde Agenda JBZ Raad 12 en 13 december 2024 | Kamerstuk |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 92914 procedure. Momenteel verkent het kabinet met andere lidstatende mogelijkheden voor versnelde implementatie voor specifiekeonderdelen van het Pact. Er is op dit moment nog geen duide-lijkheid over of landen pilots zullen starten.Wat wordt de inzet van het nieuwe partnerschap met Jordanië en welkeafspraken worden daarin gemaakt met betrekking tot terugkeer enmigratie? Op welke manier wordt daarin geborgd dat de fundamentelerechten van migranten worden beschermd, en dat daar ook op wordttoegezien?AntwoordHet kabinet zet volop in op het ontwikkelen van brede, strate-gische partnerschappen met migratierelevante landen, ook opEuropees niveau. Het kabinet steunt dan ook het voornemen omop korte termijn de relatie tussen de EU en Jordanië teversterken met een strategisch partnerschap, waar het bevor-deren van terugkeer en herintegratie, grensbeheer, en opvang inde regio belangrijke onderdelen van zijn. Ook zet het kabinet inop steun voor de hervormingsagenda van Jordanië en samen-werking op terreinen als veiligheid, water, landbouw, en privatesector ontwikkeling. Door bij te dragen aan stabiliteit en econo-mische ontwikkeling stelt de EU Jordanië in staat de vluchtelin-genopvang beter te regelen.Het kabinet hecht eraan dat dergelijke partnerschappen in lijnzijn met Europees en internationaal recht. De EU-steun aanJordanië, waaronder bescherming van vluchtelingen enmigranten, vindt plaats binnen de daartoe vastgelegde kaders vande Commissie, waarbij respect voor de internationaalrechtelijkeverdragen en mensenrechten het uitgangspunt is. Nederlandspant zich er in Europees verband voor in om de toetsing enmonitoring van de mensenrechtensituatie te versterken en dateventuele zorgen op dit vlak onderdeel zijn van de dialoog metpartnerlanden.Ook bepleit Nederland dat macro-financiëlebijstand dient te voldoen aan de gebruikelijke voorwaarden,waaronder mensenrechten, de rechtstaat, effectieve democra-tische mechanismen, een hervormingsagenda en een link met hetIMF-programma.Zodra het partnerschap wordt gepubliceerd zal uw Kamerdaarover worden geïnformeerd. Tevens zal de Kamer via degeëigende wegen op de hoogte gehouden worden van de verdereuitwerking van het partnerschap.Wat wordt de inzet van de nieuwe overeenkomst met Marokko? Welkeafspraken worden daarin gemaakt ten aanzien van het terugnemen vanuitgeprocedeerde asielzoekers, en welke afspraken ten aanzien van hetdoorreizen van migranten?AntwoordHet betreft hier het voornemen van de Europese Commissie omeen breed en strategisch partnerschap met Marokko af te sluiten,dat mogelijk ook samenwerking op het terrein van migratieomvat. Op dit moment is nog niet duidelijk tot welke concreteafspraken er gekomen zal worden.Wat is de inzet of strategie van het kabinet, bilateraal en in Europeesverband, ten aanzien van de landen in Noord Afrika waar nu niet goedmee wordt samengewerkt, bijvoorbeeld Niger?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 92915 AntwoordHet kabinet zet in op brede partnerschappen met belangrijkelanden van herkomst, transit en/of bestemming om irregulieremigratie tegen te gaan en terugkeer en bescherming te bevor-deren. Belangrijk uitgangspunt van de aanpak is dat er een zekerhandelingsperspectief voor het aangaan van betrekkingen met debetreffende overheden – niet zelden zijn de situaties wat datbetreft in landen als Libië of Niger uiterst complex. Momenteelheeft het kabinet de inzet op het gebied van veiligheid enmigratie in de bredere Sahel waaronder bijv. Niger deels gepau-zeerd en de programmering aangepast. Met aangepaste of noglopende programma’s werkt Nederland in deze landen op afstandvan de centrale autoriteiten. Nederland heeft verschillendeprogramma’s lopen in Niger, bijvoorbeeld op het gebied vanBescherming van migranten en tegengaan mensenhandel via IOMen UNODC. Op deze manier wordt een bijdrage geleverd aan hettegengaan van irreguliere migratie vanuit deze regio.Tevens is het kabinet van mening dat ook negatieve maatregelenin moeten kunnen worden gezet wanneer migratiesamenwerkingmoeizaam gaat. Denk aan Europese visummaatregelen in hetkader van artikel 25bis uit de EU Visumcode. Tot slot zetNederland zich in om in de herziening van het Algemeen Prefe-rentieel Stelsel, waaronder bepaalde ontwikkelingslandentariefpreferenties genieten, een koppeling op te nemen metterugkeersamenwerking.Daarnaast vragen de leden van de NSC-fractie naar de betrokkenheid vande Minister in de uitvoering van de motie Ceder c.s. (Kamerstuk 36 600-VI,nr. 102), waarin wordt opgeroepen om arbeidsmigratie in de context vanprostitutie tegen te gaan en samen te werken met herkomstlanden. Kande Minister toelichten welke acties al zijn ingezet en welke landenbetrokken zijn bij deze gesprekken? Kan zij in de aankomende JBZ-Raadmet de landen van herkomst en doorreislanden in gesprek gaan om totuitwerking van de motie te komen (in samenwerking met het Ministerievan Justitie en Veiligheid)?AntwoordHet kabinet onderkent het belang van het tegengaan van arbeids-migratie in de context van prostitutie. Het kabinet heeft voortsaan uw Kamer de toezegging gedaan dat de acties die het kabinetwil ondernemen op dit terrein zullen worden opgenomen in deambitiebrief sekswerk die uw Kamer begin dit jaar zal ontvangen,inclusief de mogelijkheid om met landen van herkomst hieroverin gesprek te gaan. Daaraan wordt opvolging gegeven door deMinister van Justitie en Veiligheid en de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid.Welke steun gaat de Eurocommissaris geven aan Griekenland ten aanzienvan de nieuwe terugkeerwetgeving? Hoe verhoudt die nieuwe wetgevingzich tot de praktijk van pusbacks?AntwoordDe Europese Commissie is als hoedster van de EU-verdragenverantwoordelijk voor een correcte implementatie en uitvoeringvan EU-regelgeving door lidstaten.Vinden nu pushbacks plaats aan de Poolse grens?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 92916 Het kabinet houdt signalen van mogelijke pushbacks aan dePoolse buitengrenzen in de gaten. Op dit moment zijn er geenconcrete gevallen van pushbacks geverifieerd aan de Poolsebuitengrenzen. Lidstaten zijn in eerste instantie zelf verantwoor-delijk voor de uitvoering van het grenstoezicht waarbij zegehouden zijn aan internationaal en Europees geldende wet- enregelgeving. De Europese Commissie heeft een belangrijke rol enverantwoordelijkheid ten aanzien van monitoring en naleving vangeldende wet- en regelgeving, dit gebeurt onder meer aan dehand van het Schengenevaluatiemechanisme. Daarnaast kunneneventuele signalen van pushbacks via het klachtenmechanismebij het Fundamental Rights Bureau van Frontex aangekaartworden. Deze signalen worden dan onderzocht en de conclusiesworden geadresseerd in de Management Board waarin allelidstaten vertegenwoordigd zijn. Tijdens de Management Boardvan 22 en 23 januari 2025 zijn geen signalen van pushbacks aande Poolse buitengrens geagendeerd.Klopt het dat er sinds maart 2020 geen terugkeeroperaties meer hebbenplaatsgevonden naar Turkije in het kader van de EU-Turkijedeal? Hoebeoordeelt de Minister het opschorten van de terugkeeroperaties?Welke voorwaarden waren gesteld in de EU-Turkije-deal ten aanzien vanterugkeeroperaties en worden die dan nu geschonden sinds hetopschorten daarvan?Hoe zijn andere landen de afgelopen drie jaar omgegaan met hervestigingin het kader van die deal in EU-lidstaten?Welke voorwaarden zijn gesteld aan Turkije over het naleven vanfundamentele rechten van migranten die in Turkije worden opgevangen inhet kader van de EU-Turkije deal, en hoe worden die nageleefd, en hoewordt toezicht gehouden op die naleving?Hoe beoordeelt het kabinet de samenwerking met Turkije ten aanzien vanmigratie?AntwoordTurkije geldt als een belangrijk land van transit, opvang, enherkomst – zeker ook voor Nederland. Het kabinet onderschrijftde grote inspanning die Turkije levert met de opvang van bijnavier miljoen vluchtelingen en benadrukt dat Turkije hier terecht inwordt ondersteund door de EU. Het kabinet steunt daarom deEU-Turkije verklaring, door alle betrokken partijen – alsvoornaamste vehikel voor migratiesamenwerking. De kern van deEU-Turkije verklaring is het zgn. 1–1 mechanisme (naastafspraken over bijvoorbeeld samenwerking op grensmanagementen kustwacht, incl. Search and Rescue, versterken van opvang-en asielprocedures, aanpak van mensensmokkel): voor elke vande Griekse eilanden naar Turkije terugkerende irreguliere migrantwordt er een door UNHCR erkende vluchteling hervestigd. Deterugkeer vindt plaats op gronde van het zogeheten EU-TürkiyeReadmission Agreement. Tussen 2016 en 2020 heeft Turkije intotaal 2.140 migranten overgenomen als onderdeel van dezeafspraken. Om volksgezondheidsredenen heeft Turkije in 2020 deovername van irreguliere migranten unilateraal opgeschort, dezeis sindsdien niet meer hervat. De EU heeft in totaal 43.019vluchtelingen hervestigd uit Turkije (peilmaand: augustus 2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 92917 Als onderdeel van de gemaakte afspraken heeft Turkijewetgeving aangenomen en geïmplementeerd waarmee de matevan bescherming die vluchtelingen in Turkije geboden wordt inlijn is met het VN-Vluchtelingenverdrag. Turkije is voortsgehouden aan verschillende verdragen en internationaal-rechterlijke kaders die de fundamentele rechten van migrantendienen te beschermen. Middelen voor EU-(migratie-)pro-grammering- dienen besteed te worden via de daarvoor geldendeEuropese kaders, inclusief monitoring. Het kabinet blijft inEU-verband aandacht vragen voor het belang van naleving vanmensenrechten en internationaal recht onder de EU-TurkijeVerklaring en het belang van goede monitoring van EU gefinan-cierde projecten.Het is aan de Europese Commissie om de implementatie van deEU-Turkije Verklaring te monitoren. De Europese Commissierapporteert jaarlijks over de implementatie van de gemaakteafspraken via de jaarlijkse landenrapportage over EU-toetreding.In hetzelfde rapport rapporteert de Europese Commissie over deharmonisatie van het Turkse asiel- en migratiemanagement-systeem en het visumbeleid van Turkije met het EU-acquis, en deinspanningen van de EU op dat vlak.Het kabinet is van mening dat de EU-Turkije verklaring door allepartijen, zowel de EU alsook Turkije, volledig dient te wordengeïmplementeerd. Het kabinet zet in op een constructievemigratiesamenwerking met Turkije, op zowel Europees alsbilateraal niveau.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie delen met het kabinet dat de instrumentali-sering van migranten veroordeeld dient te worden. Het is een mensont-erende praktijk die eerder tot inhumane praktijken in het grensgebiedtussen onder andere Polen en Belarus heeft geleid, onder meer doordathulpverleners de toegang tot het gebied werd ontzegd. Deze leden vragenhet kabinet te bepleiten dat de grensgebieden te allen tijde toegankelijkmoeten zijn voor hulpverleners en media.AntwoordHet kabinet veroordeelt met klem de praktijken van Rusland enBelarus waarbij migratie wordt ingezet als politiek drukmiddelom de Europese Unie te destabiliseren. Het kabinet verwelkomtin dat kader ook de recente mededeling van de EuropeseCommissie over de bestrijding van hybride dreigingen dievoortvloeien uit de inzet van migratie als (hybride) wapen en deversterking van de veiligheid aan de buitengrenzen van de EU5 .Het kabinet pleit er ook in dit kader voor dat Europees eninternationaal recht ten alle tijden wordt gerespecteerd. Hetkabinet blijft dat benadrukken in haar contacten.De leden van de D66-fractie kunnen zich vinden in het belang van hetbevorderen van terugkeer. Deze leden lezen echter in deze geannoteerdeagenda niks terug over brede migratiepartnerschappen met derde landen,waarbij ook afspraken worden gemaakt over tijdelijke, legale migratie.Bestaande samenwerking met bijvoorbeeld Marokko laat zien datterugkeer is toegenomen. Kan de Minister daarom toezeggen ook dezevorm van migratiemanagement te bespreken, zo vragen deze leden.5https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=COM:2024:570:FINTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 92918 AntwoordHet kabinet hecht aan het belang van goede en brede afsprakenmet partnerlanden, om terugkeer te bevorderen en irregulieremigratie tegen te gaan. Daar kan in voorkomende gevallenafspraken over kleinschalige, tijdelijke circulaire arbeidsmigratiebinnen de reeds bestaande Nederlandse juridische en wettelijkekaders onder vallen. Dat doet Nederland uitsluitend in bilateraalverband in combinatie met duidelijke afspraken over bijvoorbeeldterugkeersamenwerking.Daarnaast hebben deze leden begrip voor het verbreden van hetbandencriterium, maar vragen zij de Minister toe te zeggen dat uitgepro-cedeerde vreemdelingen nooit zullen worden uitgezet naar een land waarzij nog nooit eerder zijn geweest.AntwoordHet kabinet kan de leden van D66 toezeggen dat terugkeerbinnen de op dat moment geldende (internationale) juridischekaders zal plaatsvinden. Ten aanzien van het bandencriterium zethet kabinet zich, zoals in antwoorden op vragen van anderefracties reeds aangegeven, in voor het afschaffen of verruimenvan het huidige criterium.Op 7 januari deed het Europees Hof voor de Rechten van de Mensuitspraak over pushbacks in Griekenland waarin het Hof heeft erkend datGriekenland systematisch pushbacks uitvoert. Is de Minister het met deleden van de D66-fractie eens dat pushbacks illegaal en onwenselijk zijn,zo vragen deze leden. Daarnaast vragen zij de Minister om de uitspraak teagenderen en haar Griekse collega aan te spreken op deze illegaleactiviteit. Ook vragen zij de Minister te pleiten voor een onderzoek van deEuropese Commissie, als hoedster van de verdragen en om op dezekwestie in het verslag van de JBZ-raad aan de Kamer expliciet terug tekomenAntwoordPushbacks zijn in strijd met het principe van non-refoulement endaarmee met Europese en internationaalrechtelijke wet- enregelgeving. Grensbeheer dient, ongeacht de complexe omstan-digheden, te allen tijde plaats te vinden binnen Europese eninternationale kaders. Verdragsrechtelijk is de EuropeseCommissie, als hoeder van de verdragen, verantwoordelijk voorhet tot de orde roepen van lidstaten die het EU acquis nietnaleven. De Europese Commissie volgt berichtgeving overincidenten nadrukkelijk en geeft zo nodig opvolging. De kwestieis ook besproken door de Eurocommisaris Brunner aanGriekenland op 16 januari jl.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben de geannoteerde agenda van deinformele JBZ-Raad van 30 en 31 januari gelezen. Deze leden hebben hiernog een aantal vragen over.De leden van de SP-fractie willen beginnen met een analyse van demigratiecijfers van 2024 waarin er sprake is van een afname van deasielcijfers in de gehele EU en Nederland. Deze leden zien dat Nederlandeen trend volgt met de rest van Europa waarbij het in 2024 er zelfs op lijktdat Nederland populairder is als asielbestemming dan andere Europeselanden met een daling van zestien procent in Nederland ten opzichte vaneen Europees gemiddelde van zeventien procent. Wat is de analyse vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 92919 de Minister voor de daling van het aantal asielprocedures in Nederland?Ziet de Minister dit als een resultaat van Nederlands beleid, en zo ja, watis dan de verklaring voor de dalende trend in de meeste Europese landen?Wat is de verklaring volgens de Minister voor de stijging in het aantalaanvragen in Italië en Griekenland, beide landen met een streng asiel-beleid?AntwoordDe daling van het aantal asielaanvragen in Nederland laat in deogen van het kabinet de effectiviteit en het belang zien vangoede afspraken en partnerschappen met derde landen, deversterking van de buitengrenzen en de maatregelen inNederland, zoals de binnengrenscontroles, en de aangekondigdestrengere wetgeving. Ook in algemene zin is een dalingwaarneembaar van het aantal aankomsten in de EU. Dat onder-streept het belang van de aanpak en inzet van Nederland enlidstaten in EU-verband.De leden van de SP-fractie zien dat het Europese grensagentschap Frontexmeldde dat het aantal «irreguliere grenspassages» tot en met novembervorig jaar ongeveer 38 procent daalde (Trouw, 6 januari 2025 (https://www.trouw.nl/binnenland/aantal-asielaanvragen-daalde-vorig-jaar-flink~b30d2fd9/)). Wel was er sprake van een verlegging van routes en eenstijging van vluchtelingen via de oostelijke Middellandse Zeeroute en opde West-Afrikaanse route. Wat is volgens de Minister de reden achter desterke daling? Wat zijn de verwachtingen van de Minister voor het aantalasielprocedures van 2025?AntwoordZie het antwoord op een gelijkluidende vraag van de leden van dePVV-fractie.De leden van de SP-fractie constateren dat de migratieministers gaanpraten over nieuwe en innovatieve manieren voor oplossingen in hetmigratiebeleid. De focus zal liggen op terugkeer en terugkeerhubs. Opwelke manier gaat Nederland bijdragen aan deze discussie? Ook als hetgaat over afspraken met bijvoorbeeld derde landen?AntwoordZie het antwoord op gelijkluidende vragen van andere fracties.Deze leden zien ook dat er binnenkort een partnerschap met Jordanië ende EU wordt ondertekend. Wat houdt dit partnerschap precies in op hetgebied van migratie?AntwoordZie ook eerdere antwoorden van vragen over het aanstaandepartnerschap. Het kabinet steunt het voornemen van de EuropeseCommissie om op korte termijn de relatie tussen de EU enJordanië te versterken met een strategisch partnerschap, waarhet bevorderen van terugkeer, grensbeheer, en opvang in de regiobelangrijke onderdelen van zijn. Ook zet het kabinet erop in dathet partnerschap bijdraagt aan stabiliteit en economischeontwikkeling, mede om Jordanië beter in staat te stellen devluchtelingenopvang te verbeteren. Uw Kamer zal nader wordengeïnformeerd cf. gebruik, wanneer het voornemen van de EU enJordanië om de betrekkingen te versterken wordt gepubliceerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 92920 De leden van de SP-fractie zien dat het Europees Hof voor de Rechten vande Mens (EHRM) de pushbacks vanuit Griekenland heeft veroordeeld. Ookveroordeelde het EHRM Griekenland voor het illegaal vasthouden vanasielzoekers en het niet laten instellen van beroep bij de rechter tegen depushbacks. Wordt het vervolg wat Griekenland hieraan gaat geven ookbesproken op de informele JBZ-raad? Is de Minister bereid om dit in tebrengen in de discussie?AntwoordHet beheer van de EU-buitengrenzen moet worden uitgevoerdmet inachtneming van het Europees- en internationaal recht. DeEuropese Commissie is verantwoordelijk voor het monitoren enonderzoeken van signalen van pushbacks in andere landen. Deuitspraak van het EHRM over pushbacks in Griekenland staat nietop de agenda van de informele JBZ-Raad. Aangezien Eurocommis-saris Brunner op 16 januari jl. met Griekenland opvolging heeftgegeven aan de uitspraak, zie ik geen noodzaak dit in te brengenin de discussie.In september 2024 publiceerde het ministerie zelf een rapport over desituatie in Griekenland voor personen met internationale of subsidiairebescherming. Het rapport toont ernstige problemen en tekortkomingenaan vanuit Griekenland in de omgang met vluchtelingen. Kan de Ministeraangeven hoe zij het rapport evalueert, welke concrete stappen hetMinisterie van Asiel en Migratie zal ondernemen naar aanleiding van ditfeitenonderzoek, en wanneer er een beslissing wordt verwacht over deverlenging van het moratorium op terugkeer naar Griekenland?AntwoordIk heb kennisgenomen van het rapport en zal de Kamer hieroverop korte termijn informeren.De leden van de SP-fractie hebben nog een aantal vragen over de verdereimplementatie van het EU-migratiepact. Klopt het dat medio 2026 demeeste onderdelen van het EU-migratiepact al in Nederland geïmplemen-teerd moet zijn? Welke druk legt dit op organisaties als het CentraalOrgaan opvang asielzoekers (COA) en de Immigratie- en Naturalisatie-dienst (IND), zeker in het ligt met grote bezuinigingen vanaf 2027?AntwoordDe regelgeving van het asiel- en migratiepact gaat inderdaad per12 juni 2026 van kracht. Voor die datum dienen alle lidstaten deregelgeving geïmplementeerd te hebben. Dit vergt de nodigeinzet van alle ketenpartners. Er wordt daarom nauw samenge-werkt om gezamenlijk te zorgen voor tijdige implementatie. Debetrokken partijen zijn hier voortvarend mee bezig. Met het inkaart brengen van de (financiële) gevolgen in het nationaalimplementatieplan is richting de Europese Commissie duidelijkgemaakt welke bijdrage gevraagd wordt vanuit de Europesefondsen.Klopt het dat dit kabinet er inderdaad voor gaat kiezen om het Neder-landse deel af te kopen? Wat zal er gebeuren als bijna alle andere landener ook voor kiezen om de verantwoordelijkheid af te kopen, wat zijn dande implicaties?AntwoordIn het regeerprogramma is opgenomen dat bij de uitvoering vanhet Pact het kabinet kiest voor afkopen in plaats van opvangenbij de herverdeling van asielzoekers. De wetgeving van het asiel-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 92921 en migratiepact biedt ook expliciet deze mogelijkheid. Wel zijn erin die wetgeving minimum aantallen/drempels neergelegd voorhet aantal herplaatsingen dat door de lidstaten gezamenlijk moetworden aangeboden aan de lidstaten die onder een migratiedrukstaan. Als deze aantallen/drempels niet worden gehaald door delidstaten gezamenlijk, dan worden deze gecompenseerd door hetniet uitvoeren van Dublinoverdrachten naar de lidstaten die ondermigratiedruk staan.Kan de Minister uitweiden over de rechten van vluchtelingen bij hetEU-migratiepact? Hoe staat het met de rechten van een vluchteling om inberoep te gaan? Klopt het dat dit slechts vijf dagen is na de afwijzing?Vindt de Minister dit voldoende tijd om een advocaat te bereiken? Kan deMinister ons garanderen dat in Nederland advocaten en hulporganisatiesin ieder geval toegang zullen houden tot de detentiecentra?AntwoordHet recht voor de asielzoeker om in beroep te gaan tegen deafwijzing van zijn asielverzoek is vastgelegd in hetEU-migratiepact. De minimale en maximale termijn waarbinnende asielzoeker dat beroep kan instellen zijn evenzo vastgelegd indie regelgeving. Die termijnen verschillen per afdoeningsgrond envoor een bepaalde categorie zaken is vijf dagen inderdaad deminimale termijn. Het is vervolgens aan iedere lidstaat om in zijnnationale wetgeving de door hem, binnen deze minimum enmaximumtermijn, gekozen termijn per categorie zaken neer teleggen.In het EU-migratiepact is ook neergelegd dat de juridischadviseur van een verzoeker of de persoon die is belast met hetverstrekken van juridische counseling, die een verzoekercounseling verstrekt, bijstaat of vertegenwoordigt, toegang heefttot gesloten ruimten, zoals detentiecentra en transitzones, voorhet verstrekken van counseling, bijstaan of vertegenwoordigenvan die verzoeker, overeenkomstig Richtlijn (EU) 2024/1346.Kan de Minister toezeggen om binnen de JBZ-raad (Justitie en Binnen-landse Zaken) aan te dringen op openbaarmaking van nationale imple-mentatieplannen door andere lidstaten?AntwoordVerwezen wordt naar het antwoord op een gelijkaardige vraagvan de leden van de GroenLinks/PvdA-fractie.Deze leden hebben ook de nodige zorgen over de gang van zakenbetreffende het asieldossier van de huidige voorzitter Polen. Nadat inoktober 2024 de nieuwe Poolse migratiestrategie is gepubliceerd, is dePoolse regering nu bezig om de nationale asielwetgeving aan te passenzodat het mogelijk wordt om het recht om asiel aan te vragen voorspecifieke gebieden tijdelijk wordt opgeschort. Deze leden lezen hierovernog meer dat humanitaire organisaties geen toegang krijgen tot degrenszone, dat een grenswachter iemand in het bos bij de grens oppakten beslist of diegene internationale bescherming mag aanvragen of wordtuitgezet en mensen die internationale bescherming willen aanvragen,waaronder kinderen en niet-begeleide minderjarigen, nog steeds wordenteruggeduwd (pushbacks) naar Belarus. Kloppen deze analyses volgensde Minister? Is de Minister bekend met de plannen vanuit Polen en watvindt zij van deze plannen? Kan de Minister met haar Poolse collegahierover in gesprek gaan en de zorgen vanuit mensenrechtenkader en deinconsistentie met het Europese migratiepact hierin meenemen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 92922 AntwoordLidstaten zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor deuitvoering van het grenstoezicht waarbij ze gehouden zijn aaninternationaal en Europees geldende wet- en regelgeving. DeEuropese Commissie heeft een belangrijke rol en verantwoorde-lijkheid ten aanzien van monitoring en naleving van geldendewet- en regelgeving, dit gebeurt onder meer aan de hand van hetSchengenevaluatie mechanisme.Polen werkt momenteel nog aan deze nieuwe wetgeving. Ik kanhier niet op vooruit lopen. Het toetsen van nationale wetgevingvan EU-lidstaten aan het EU-recht is toebedeeld aan de EuropeseCommissie als hoedster van de verdragen en uiteindelijk aan hetEU Hof van Justitie. Het kabinet blijft ook in haar contactenbenadrukken dat het internationaal en Europees recht gerespec-teerd moet worden.De leden van de SP-fractie zien ten slotte nog een aantal ontwikkelingenen zorgen in Libanon. De machtswissel in Syrië brengt veel teweeg.Allereerst omdat er veel Syriërs worden gehuisvest in Libanon. Weliswaarlaait de discussie op over hoe veilig Syrië is voor sommige vluchtelingen.Tegelijkertijd zijn er bijna 90.000 mensen juist na de machtswisselgevlucht naar Libanon, onder wie veel vrouwen en kinderen. Ook relevantis dat er een nieuwe president in Libanon. Is de Minister bereid om mee tewerken aan hersteld contact tussen Nederland en Libanon, ook over dekwestie van vluchtelingen? Op welke manier wordt Libanon momenteelgesteund in de huisvesting van een groot aantal vluchtelingen?AntwoordLeden van het kabinet hebben de afgelopen jaren regelmatigcontact gehad met hun Libanese counterparts, specifiek ook metbetrekking tot de situatie van Syrische vluchtelingen in Libanon.Met de recente ontwikkelingen in regeringsvorming in Libanon,bestaat er een kans deze contacten te intensiveren.Intussen continueert NL de steun aan Libanon voor de opvangvan Syrische vluchtelingen. Dit doet het via het PROSPECTSpartnerschap met UNHCR, UNICEF, ILO, de Wereldbank en IFC(looptijd tot 2028). Het doel van dit programma is om de leefom-standigheden van ontheemden en kwetsbare gastgemeen-schappen in opvanglanden als Libanon te verbeteren door in tezetten op onderwijs, bescherming, werkgelegenheid, water enhuisvesting. Voorts heeft Nederland afgelopen jaren ingezet ophervestiging vanuit Libanon. Het kabinet zal deze ondersteuningvoortzetten, zij het op kleinere schaal i.v.m. de situatie terplaatse en het verlagen van het nationale quotum voor herves-tiging.Deze leden lezen dat Duitsland gaat werken met tijdelijke reisvergun-ningen voor Syrische vluchtelingen in Duitsland om Syrië te bezoeken ente kijken of hier iets op te bouwen valt voor de vluchteling, zonder perdirect de status en procedure in Duitsland zelf te verliezen. Hoe kijkt deMinister aan tegen dit idee?AntwoordHet kabinet zet er op in om vrijwillige terugkeer van Syriërszoveel mogelijk te faciliteren, en werkt daar op het momentdiverse opties voor uit. Daarover zal uw Kamer wordengeïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 92923
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.