KamerkringInloggen
Kamerstuk

Inbreng verslag schriftelijk overleg over het plan tegen huwelijkse gevangenschap van Nederlanders in het buitenland (Kamerstuk 32175-72)

7 okt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6cafab130dabb459 · officiële bron

INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Buitenlandse Zaken over het Plan tegen huwelijkse gevangenschap van Nederlanders in het buitenland (Kamerstuk 32175, nr. 72). De voorzitter van de commissie, Klaver Adjunct-griffier van de commissie, Dekker Inhoudsopgave I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie II Antwoord / Reactie van de minister III Volledige agenda I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Algemeen Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 19 augustus 2026 over het plan tegen huwelijkse gevangenschap van Nederlanders in het buitenland, opgesteld naar aanleiding van de motie-Dobbe (36800-V, nr. 24). Deze leden verwelkomen de voorgenomen intensivering van de inzet. Zij hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen. Registratie en zichtbaarheid De leden van de D66-fractie lezen dat het ministerie van Buitenlandse Zaken in de afgelopen jaren, op een enkel geval na, geen losstaande hulpvragen heeft ontvangen van slachtoffers van huwelijkse gevangenschap in het buitenland. Tegelijkertijd erkent de minister van Buitenlandse Zaken dat veel situaties onzichtbaar blijven en dat slachtoffers drempels ervaren om zich bij de overheid te melden, onder meer door schaamte, sociaal-culturele druk en zorgen over hun verblijfsstatus of nationaliteit. Deze leden vrezen dat het geringe aantal hulpvragen daarom weinig zegt over de werkelijke omvang van het probleem. Hoe weegt de minister het feit dat het ministerie nauwelijks hulpvragen ontvangt tegen het feit dat veel situaties onzichtbaar blijven? Is dit niet vooral een teken dat slachtoffers het ministerie niet weten te vinden, zo vragen deze leden. Communicatie en bereikbaarheid De leden van de D66-fractie lezen dat het ministerie iedere zomer een onlinecampagne organiseert die potentiële slachtoffers op of rond de luchthavens Schiphol, Düsseldorf en Brussel via geotargeting wijst op de mogelijkheden voor hulp. Deze leden waarderen deze inzet, maar constateren dat de campagne zich daarmee richt op slachtoffers die al onderweg zijn. Juist in de fase voor vertrek bestaat vaak nog de meeste ruimte om slachtoffers te informeren en te beschermen. Wat is het bereik en de effectiviteit van deze campagne gebleken, bijvoorbeeld in het aantal vertoningen, doorklikken en meldingen? Wat wordt er gedaan om slachtoffers ook binnen Nederland al te bereiken, zo vragen deze leden. De leden van de D66-fractie herinneren eraan dat tijdens het mondelinge vragenuur van 1 juli 2025, naar aanleiding van vragen van het lid Van der Werf over vrouwelijke genitale verminking, huwelijksdwang en achterlating, de toenmalige staatssecretaris van Justitie en Veiligheid benadrukte dat niet hoefde te worden gewacht op een beleidsreactie en dat er op korte termijn concrete maatregelen konden worden genomen, naast campagnes. Hij noemde daarbij onder meer de training van de Koninklijke Marechaussee aan de hand van profielen en indicatoren, heldere protocollen voor professionals om te melden en het nogmaals wijzen van scholen op signalen voor de zomervakantie (Handelingen II 2024/25, nr. 102, item 4). Deze leden constateren dat de inzet in de voorliggende brief zich nog grotendeels beperkt tot campagnes en vinden dat de destijds genoemde praktische maatregelen inmiddels zichtbaar resultaat moeten opleveren. Kan de minister, in samenspraak met de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, aangeven hoe het staat met de uitvoering van deze maatregelen, welke daarvan inmiddels zijn ingevoerd en wat hun effect is gebleken, zo vragen deze leden. Training en bewustwording De leden van de D66-fractie lezen dat binnen de Consulaire Service Organisatie (CSO) in Den Haag trainingen plaatsvinden voor medewerkers die beslissen over aanvragen voor reisdocumenten en visa, zodat zij praktijken als huwelijksdwang, achterlating en huwelijkse gevangenschap leren herkennen. Deze leden vinden het van groot belang dat juist de medewerkers die in het buitenland rechtstreeks met slachtoffers in contact komen deze signalen herkennen en weten hoe zij moeten handelen. Zijn ook medewerkers op de ambassades en consulaten getraind? Zo nee, waarom niet en wanneer gebeurt dat? Consulaire bijstand De leden van de D66-fractie lezen dat de minister benadrukt dat huwelijkse gevangenschap, huwelijksdwang en achterlating de zelfbeschikking, keuzevrijheid en lichamelijke integriteit aantasten. Deze leden delen die analyse volledig en vinden dat zij moet worden gevolgd door hulp die vrouwen en meisjes ook in het buitenland daadwerkelijk bereikt. Welke concrete mogelijkheden heeft Nederland om vrouwen en meisjes die hiermee te maken krijgen daadwerkelijk te helpen wanneer zij in het buitenland zitten? Waar ziet de minister nog lacunes in de huidige consulaire bijstand? Juridische ondersteuning bij ontbinding van het huwelijk De leden van de D66-fractie lezen dat juridische ondersteuning bij de ontbinding van een religieus of burgerlijk huwelijk in het buitenland buiten het consulaire mandaat valt. Deze leden begrijpen dat Nederland zich niet kan mengen in de rechtsgang van andere landen, maar maken zich zorgen over de gevolgen hiervan. Een vrouw die wel naar Nederland kan terugkeren, maar haar huwelijk in het buitenland niet kan beëindigen, blijft feitelijk gevangen in dat huwelijk. Dat is precies de situatie die dit plan beoogt te bestrijden. Hoe voorkomt het kabinet dat deze vrouwen feitelijk gevangen blijven in hun huwelijk? Ziet de minister mogelijkheden om hen vanuit Nederland beter juridisch te ondersteunen, zo vragen deze leden. Internationale en Europese inzet De leden van de D66-fractie lezen dat Nederland zich internationaal inzet voor het strafbaar stellen van huwelijkse gevangenschap en dat Nederland volgens de minister momenteel het enige land is dat dit wettelijk heeft vastgelegd. Deze leden zien hierin een voortrekkersrol voor Nederland en vinden dat de bescherming van vrouwen en meisjes niet mag afhangen van de lidstaat waarin zij wonen. Is de minister bereid om binnen de Europese Unie te pleiten voor een EU-brede aanpak van huwelijkse gevangenschap, huwelijksdwang en gedwongen achterlating, zodat vrouwen en meisjes in alle EU-lidstaten beter worden beschermd? Denkt de minister dat hiervoor draagvlak bestaat binnen de EU? Zo nee, waarom niet en van welke lidstaten verwacht de minister weerstand? Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief inzake de inzet tegen huwelijkse gevangenschap van Nederlanders in het buitenland. Deze leden onderschrijven het uitgangspunt dat iedere Nederlander vrij moet zijn om zelf keuzes te maken over het eigen leven, huwelijk en lichaam. Huwelijkse gevangenschap, huwelijksdwang en gedwongen achterlating zijn daarmee fundamenteel in strijd. Zicht op de omvang De minister schrijft dat huwelijkse gevangenschap niet afzonderlijk wordt geregistreerd. Daardoor kan op basis van de beschikbare registraties geen betrouwbare uitspraak worden gedaan over de omvang van het probleem. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat veel situaties niet zichtbaar zijn en dat slachtoffers drempels ervaren om zich te melden, onder meer vanwege schaamte, sociale druk en zorgen over hun verblijfsstatus of nationaliteit. De leden van de VVD-fractie vinden het zorgelijk dat juist bij een ernstige vorm van vrijheidsbeperking onvoldoende zicht bestaat op de omvang. Waarom kiest de minister er niet voor om huwelijkse gevangenschap binnen de consulaire dienstverlening als afzonderlijke categorie te registreren? Welke mogelijkheden ziet de minister om de registratie te verbeteren zonder slachtoffers onnodig bloot te stellen? Kan de minister daarnaast aangeven hoeveel gevallen van huwelijkse gevangenschap de afgelopen vijf jaar bij Nederlandse ambassades en consulaten bekend zijn geworden, ook wanneer deze onder een andere categorie zijn geregistreerd? Preventie De minister zet in op communicatie op luchthavens en bij Nederlandse vertegenwoordigingen in landen waar deze problematiek relatief vaak voorkomt. Ook worden mensen die documenten aanvragen voor een huwelijk of een nieuw reisdocument gewezen op beschikbare informatie. De leden van de VVD-fractie vragen of deze aanpak voldoende gericht is op potentiële slachtoffers voordat zij naar het buitenland vertrekken. Wordt bijvoorbeeld actief informatie verstrekt aan Nederlanders die in het buitenland willen trouwen over hun rechten, de risico's van huwelijksdwang en de mogelijkheden om hulp te krijgen? Kan de minister aangeven hoeveel mensen met de huidige campagnes daadwerkelijk worden bereikt en hoeveel hulpvragen daaruit voortkomen? Internationale inzet Nederland is volgens de minister momenteel het enige land dat huwelijkse gevangenschap wettelijk heeft gecriminaliseerd. Nederland heeft daarom internationaal aandacht gevraagd voor het onderwerp. De leden van de VVD-fractie vragen hoe Nederland deze internationale inzet verder wil concretiseren. Met welke landen wil Nederland specifiek samenwerken om huwelijkse gevangenschap tegen te gaan? Is de minister bereid om binnen de Europese Unie (EU) en met gelijkgezinde landen te komen tot een gezamenlijke aanpak voor consulaire bescherming en juridische bijstand? Kan de minister daarnaast aangeven of hij mogelijkheden ziet om de erkenning van Nederlandse echtscheidingsbeschikkingen internationaal verder te verbeteren, bijvoorbeeld via bilaterale afspraken of bestaande internationale verdragen? Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie De leden van de PRO-fractie hebben met belangstelling en ook teleurstelling kennisgenomen van de brief van de minister van Buitenlandse Zaken over het plan tegen huwelijkse gevangenschap van Nederlanders in het buitenland. Zij menen dat deze brief nauwelijks recht doet aan de motie- Dobbe (Kamerstuk 36800-V, nr. 24). Erger nog, de brief doet ook geen recht aan de ernst van de situatie van huwelijkse gevangenschap en de belangen van slachtoffers. In de genoemde motie wordt geconstateerd dat aan eerdere moties en toezeggingen aan de Kamer met betrekking tot huwelijkse gevangenschap nauwelijks opvolging is gegeven. De motie verzoekt de regering daarom om voor de behandeling van de begroting Buitenlandse Zaken een plan tegen huwelijkse gevangenschap naar de Kamer te sturen waarin de uitwerking van eerder aangenomen moties is meegenomen. De leden van de PRO-fractie moeten nu helaas constateren dat de brief van de minister van Buitenlandse Zaken niet veel meer is dan een opsomming van de bestaande inzet en enige versterking daarvan. Voorts wordt er in de genoemde brief verwezen naar het nog op te stellen Nationaal Actieplan van de Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld. De aan het woord zijnde leden zouden erop willen wijzen dat de Kamer in de voorgenoemde motie gevraagd heeft om nog vóór de begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken met een plan en uitwerking van eerdere moties te komen. Daaraan wordt in de brief van de minister van Buitenlandse Zaken niet voldaan. Evenmin hebben deze leden enig inzicht gekregen op welke wijze en wanneer het Nationaal Actieplan wel tegemoet zou gaan komen aan de moties van de Kamer. De aan het woord zijnde leden zijn er niet gerust op dat met het Actieplan wel uitvoering gaat worden gegeven aan de motie-Dobbe en de eerdere moties over huwelijkse gevangenschap. Kan het kabinet aangeven welke garanties er gegeven kunnen worden dat in het Nationaal Actieplan wel uitvoering wordt gegeven aan die moties? En dat daarin – niet limitatief bedoeld - wel de al eerder gevraagde dochterregeling of het opnemen van huwelijkse gevangenschap in het mensenrechtenbeleid worden opgenomen? Wordt er externe expertise bij het opstellen van het Nationaal Actieplan ingeschakeld? Zo ja, wordt met betrekking tot het onderwerp huwelijkse gevangenschap onder andere Femmes for Freedom betrokken? Zo nee, waarom niet en waaruit blijkt dat het kabinet zelf over voldoende expertise beschikt? De leden van de PRO-fractie zouden willen verwijzen naar de uitvoering van die eerdere moties zoals Femmes for Freedom die in een matrix heeft geschetst[voetnoot 1]. Kan het kabinet per genoemde motie reageren op de conclusies die Femmes for Freedom daaraan verbindt en ingaan op de stand van de uitvoering van die moties? De leden van de PRO-fractie vragen het kabinet om ook in te gaan op het door Femmes for Freedom[voetnoot 2] gestelde dat het kabinet de begrippen huwelijksdwang, huwelijkse gevangenschap en huwelijkse uitbuiting door elkaar haalt, onvoldoende heeft gedefinieerd, onjuist toepast en ten onrechte als onderling uitwisselbaar gebruikt. Is daar inderdaad sprake van? Zo ja, hoe komt dat? Zo nee, waar blijkt dan het tegendeel uit en kan de minister de door Femmes for Freedom genoemde voorbeelden dan per stuk ontkrachten? Deelt de minister de mening van de aan het woord zijnde leden dat heldere begrippen nodig zijn om te bepalen welke gedragingen onder een wettelijke regeling vallen, welke slachtoffers worden erkend en beschermd, welke bewijsvereisten gelden en welke bevoegdheden politie, Openbaar Ministerie, hulpverlening en andere uitvoeringsorganisaties hebben? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie De leden van de PVV-fractie danken de minister voor de brief en wensen van de gelegenheid gebruik te maken om enkele vragen te stellen. De leden van de PVV-fractie willen graag iets meer duiding bij de cijfers over het aantal slachtoffers van huwelijksdwang en achterlating dat in de brief voor 2025 wordt vermeld. Allereerst willen de leden weten hoe deze cijfers zich verhouden tot die van eerdere jaren. Blijft het aantal jaarlijkse slachtoffers gelijk, is er een toename of juist niet? Voorts willen de leden van de PVV-fractie de cijfers over 2025 uitgesplitst zien per land of diplomatieke post waar de slachtoffers zich hebben gemeld. Graag ontvangen deze leden een uitputtend overzicht. Meer in het algemeen hebben zij de volgende vraag: in welke landen komen praktijken zoals huwelijksdwang en achterlating veel voor en waarom speelt de problematiek vooral in die landen? Welke specifieke culturele en religieuze factoren spelen hierbij een rol? In de brief lezen de leden van de PVV-fractie dat er ook bijstand wordt verleend aan niet-Nederlandse paspoorthouders met een verblijfsstatus in Nederland. Om hoeveel van dit soort gevallen ging het de afgelopen jaren en in welke landen bevonden deze slachtoffers met een verblijfstatus zich? Even verderop in de brief wordt gemeld dat de consulaire bijstand aan slachtoffers ook kan bestaan uit het faciliteren van terugkeer naar Nederland. Deze leden willen weten of de kosten hiervoor al dan niet door de overheid betaald worden? Maken slachtoffers met een verblijfsstatus, en zonder Nederlands paspoort, ook aanspraak op deze vorm van consulaire dienstverlening? Tot slot valt het de leden van de PVV-fractie op dat de brief vrijwel uitsluitend gaat over de slachtoffers van huwelijksdwang en gedwongen achterlating en niet over de daders. Welke maatregelen neemt het kabinet om te voorkomen dat de daders zich uiteindelijk naar Nederland begeven, via gezinshereniging naar Nederland worden gehaald of voor een visum in aanmerking komen? Als de dader geen Nederlands paspoort heeft, maar wel een verblijfsstatus, kan deze dan worden ingetrokken als vast is komen te staan dat de betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan huwelijksdwang, huwelijkse gevangenschap en (gedwongen) achterlating? Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het Plan tegen huwelijkse gevangenschap van Nederlanders in het buitenland. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen. Huidige inzet Consulaire bijstand De minister schrijft dat het ministerie van Buitenlandse Zaken slachtoffers van huwelijkse gevangenschap consulaire bijstand biedt en daarbij vaak nauw samenwerkt met het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating (LKHA). De leden van de CDA-fractie vragen wat deze hulp in de praktijk oplevert. Zijn er cijfers bekend van hoeveel slachtoffers in de afgelopen jaren daadwerkelijk zijn geholpen om terug te keren naar Nederland en hoe vaak dat niet is gelukt? Internationale aandacht Voor slachtoffers is van groot belang of een Nederlandse echtscheiding in het buitenland daadwerkelijk wordt erkend. De leden van de CDA-fractie vragen hoe de minister dit onderdeel maakt van de gesprekken met landen waar dit problemen oplevert. Welke concrete vooruitgang is de afgelopen jaren op dit punt geboekt? Intensivering van huidige inzet Versterken van netwerken en doorverwijzing Tijdens het notaoverleg Mensenrechtenbeleid van 25 september 2023 gaf de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken aan dat er een noodfonds bestond voor onder meer reis-, opvang- en medicijnkosten van slachtoffers van huwelijksdwang, huwelijkse gevangenschap en achterlating. De leden van de CDA-fractie vragen of dit noodfonds nog steeds bestaat en, zo ja, welke kosten daar momenteel uit kunnen worden vergoed. Kunnen noodzakelijke juridische kosten eveneens onder dit noodfonds vallen? Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie De leden van de JA21-fractie hebben met bijzondere interesse kennisgenomen van de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 19 augustus 2026 over het plan tegen huwelijkse gevangenschap van Nederlanders in het buitenland. Deze leden vinden huwelijkse gevangenschap, huwelijksdwang en gedwongen achterlating zeer ernstige schendingen van de vrijheid en zelfbeschikking en zien het als een belangrijke verantwoordelijkheid om dergelijke praktijken te bestrijden, niet alleen binnen Nederland, maar ook als het gaat om Nederlanders in het buitenland. Wie in Nederland is opgegroeid moet erop kunnen rekenen dat de Nederlandse staat haar niet aan haar lot overlaat. Bij de behandeling van de Wet modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel (Kamerstuk 36547) is eerder aandacht gevraagd voor transnationale huwelijkse uitbuiting, betere consulaire bijstand en een dochterregeling voor vrouwen die door achterlating hun Nederlanderschap verloren. Zij constateren echter dat de brief niet zozeer een uitgewerkt plan is zoals de Kamer met de motie-Dobbe (Kamerstuk 36800-V, nr. 24) vroeg, maar vooral een overzicht van bestaande activiteiten en enkele voornemens, terwijl de motie juist ook was ingegeven door het feit dat aan eerdere toezeggingen onvoldoende invulling was gegeven. Deze leden hebben daarover de volgende vragen. De motie-Dobbe (Kamerstuk 36800-V, nr. 24) verzocht om een plan waarin de uitwerking van eerder aangenomen moties herkenbaar is opgenomen. Kan de minister aangeven waar in de brief die uitwerking per motie te vinden is, zo vragen de leden van de JA21-fractie. Kan de minister alsnog een plan sturen met per maatregel een doel, verantwoordelijk ministerie of bewindspersoon, termijn, budget en toetsbaar resultaat? De minister schrijft dat de nadere uitvoering van de motie-Dobbe wordt betrokken bij het Nationaal Actieplan van de Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld. Wanneer verschijnt dat actieplan? Krijgt huwelijkse gevangenschap daarin een eigen hoofdstuk met eigen maatregelen? De leden van de JA21-fractie vragen het kabinet expliciet per hieronder genoemde motie, amendement en toezegging aan te geven: (a) wat er is uitgevoerd, (b) wat nog niet, (c) wie verantwoordelijk is en binnen welke termijn, en (d) indien niet of gedeeltelijk uitgevoerd: op welke inhoudelijke en juridische gronden wordt afgezien van uitvoering, en waarom de Kamer daarover niet eerder is geïnformeerd. Gewijzigde motie-Van Nispen/Boomsma over een dochterregeling (oorspronkelijk Kamerstuk 36547, nr. 39) Deze motie wordt in de motie-Dobbe uitdrukkelijk genoemd, maar in de brief niet. Waarom niet? Is inmiddels samen met deskundigen, waaronder de organisatie Femmes for Freedom, in kaart gebracht hoe een regeling ter bescherming van achtergelaten en uitgehuwelijkte vrouwen eruit kan zien? Wanneer ontvangt de Kamer dat voorstel? Motie-Boomsma/Verkuijlen over transnationale huwelijkse uitbuiting (Kamerstuk 36547, nr. 30). Deze motie vroeg de regering preventie, signalering en consulaire en juridische ondersteuning van slachtoffers significant te verbeteren, en op ambassades en consulaten goede voorlichting te bieden over rechten, risico’s en hulp. Welke concrete verbeteringen zijn sindsdien doorgevoerd? Is de voorlichting op posten ook specifiek gericht op huwelijkse gevangenschap en huwelijkse uitbuiting, of alleen op huwelijksdwang en achterlating? Motie-Jasper van Dijk/Valstar (Kamerstuk 32735, nr. 347). De Kamer verzocht huwelijkse gevangenschap onderdeel te maken van het mensenrechtenbeleid en het buitenlandbeleid, en met Iran, Egypte, Pakistan en de Filipijnen in overleg te gaan over de erkenning van Nederlandse echtscheidingsbeschikkingen. Met welke landen is sindsdien gesproken, wanneer, op welk niveau en met welk resultaat? Amendement-Ten Broeke c.s. (Kamerstuk 34550-V, nr. 52), waarmee € 1,5 miljoen beschikbaar kwam voor een Forced Marriage Unit bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, met als taken onder meer het opsporen, opvangen en repatriëren van slachtoffers, het verstrekken van reisdocumenten en contact met lokale autoriteiten. Bestaat deze eenheid nog in die vorm? Hoeveel fte en budget zijn er nu structureel voor beschikbaar? Wat is de stand van zaken nu van het ticketfonds voor de voorfinanciering van terugkeer? Toezegging van minister Van Weel tijdens het debat over de Wet modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel (5 juni 2025) dat iedereen die zich meldt binnen de wettelijke kaders goede zorg en aandacht krijgt, en dat de Kamer knelpunten en concrete casussen kan voorleggen. Hoeveel casussen zijn sindsdien voorgelegd en hoe zijn die afgehandeld? De minister noemt, zo lezen de leden van de JA21-fractie, circa vijftien meldingen van huwelijksdwang, 180 van achterlating en tien van beide in 2025. Hoeveel van deze slachtoffers zijn daadwerkelijk teruggekeerd naar Nederland? In hoeveel gevallen kon het ministerie van Buitenlandse Zaken niets doen, en waarom niet? Wat doet een ambassade concreet voor een vrouw die wél naar Nederland kan terugkeren, maar gevangen blijft in een buitenlands of religieus huwelijk dat zij niet kan beëindigen? Tijdens het debat over het Wetsvoorstel modernisering en strafbaarstelling mensenhandel, stelde de minister van Justitie en Veiligheid dat er maar één casus bekend was van een vrouw die haar nationaliteit door achterlating verloor, terwijl de Kamer en Femmes For Freedom van meer gevallen weten. Ook meldt Femmes For Freedom dat cliënten van ambassades te horen kregen dat er niets voor hen kon worden gedaan. Herkent de minister dit? Is onderzocht hoe vaak posten hulpvragen afwijzen met een verwijzing naar het mandaat, zo vragen de leden van de JA21-fractie. Huwelijkse gevangenschap wordt niet als aparte categorie geregistreerd. Hoe kan de minister dan stellen dat er “op een enkel geval na” geen losstaande hulpvragen zijn ontvangen? Wat wordt verstaan onder een “losstaande” hulpvraag? Is de minister bereid huwelijkse gevangenschap voortaan wel als aparte categorie te registreren, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en in overleg met het LKHA en het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld (LEC EGG)? Zo nee, waarom niet? Hoe worden hulpvragen geregistreerd van slachtoffers die in Nederland wonen, maar voor het beëindigen van hun huwelijk informatie, documenten of contacten in het buitenland nodig hebben? Welke organisaties en experts leveren de kennis voor de trainingen van CSO-medewerkers? Krijgen ook medewerkers op de posten in landen met relatief veel casuïstiek, zoals Marokko, Pakistan, Egypte en Turkije, specifieke training over huwelijkse gevangenschap? Hoe geeft Nederland opvolging aan Resolutie 2481 (2023) van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, “Finding solutions for marital captivity”, en aan de aanbevelingen van het CEDAW-Comité (Committee on the Elimination of Discrimination against Women) aan Nederland over huwelijkse gevangenschap? Welke rol speelde BZ bij het side-event tijdens de sessie van de Commission on the Status of Women in maart 2026? Klopt het, zoals FFF stelt, dat de Permanente Vertegenwoordiging het event aanvankelijk niet wilde faciliteren en niet aanmeldde voor het officiële programma? Graag ontvangen de leden van de JA21-fractie een toelichting. Is de minister bereid huwelijkse gevangenschap en de erkenning van Nederlandse echtscheidingen structureel te agenderen in bilaterale contacten met de belangrijkste landen van herkomst, en posten te laten rapporteren over problemen bij erkenning? Zijn de geo-targetingcampagnes op Schiphol, Düsseldorf en Brussel en de postercampagne ook gericht op huwelijkse gevangenschap, of alleen op huwelijksdwang en achterlating? Hoe wordt het effect van deze campagnes gemeten? Welke signalen van huwelijksdwang, achterlating en huwelijkse gevangenschap komen specifiek naar voren in de mvv- en visumprocedures, en worden die gedeeld met het LKHA en de politie? Wordt bij het Pharos-onderzoek en bij de voorlichting op posten ook gekeken naar de rol van huwelijksmigratie bij het ontstaan van deze situaties? De leden van de JA21-fractie zien de antwoorden van de minister met grote belangstelling tegemoet. Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de Brief van de minister van 19 augustus 2026 en danken de minister hiervoor. Deze leden merken op dat de titel van de brief het woord ‘plan’ bevat, maar merken uit de inhoud van de brief geen plan op. Deelt de minister de mening van deze leden dat er nog geen uitvoering is gegeven aan de motie-Dobbe (Kamerstuk 36800-V, nr 24), die om een plan tegen huwelijkse gevangenschap vraagt, en kan de minister bevestigen dat dit plan alsnog komt voor de behandeling van de begroting Buitenlandse Zaken, zoals verzocht in de aangenomen motie? De leden van de SP-fractie merken op dat de aangenomen motie Dobbe, waar deze brief een antwoord op is, niet alleen om een plan vraagt, maar ook verzoekt hier de eerder aangenomen moties in mee te nemen. Deze leden constateren dat de genoemde brief van de minister niet ingaat op de uitvoering van eerder aangenomen moties. Zou de minister per aangenomen motie, amendement, verzoek en toezegging inzichtelijk kunnen maken op welke wijze daaraan uitvoering is of wordt gegeven, welke concrete acties nog moeten plaatsvinden, welk ministerie, welke bewindspersoon of welke instantie daarvoor verantwoordelijk is, welke mensen en middelen daarvoor beschikbaar zijn; binnen welke termijn uitvoering plaatsvindt, hoe de voortgang en de bereikte resultaten worden gemeten en aan de Kamer worden gerapporteerd, en wanneer geen of slechts gedeeltelijke uitvoering wordt gegeven, op welke inhoudelijke en juridische gronden daarvan wordt afgezien? De leden van de SP-fractie begrijpen uit de brief dat huwelijkse gevangenschap niet als afzonderlijke categorie wordt geregistreerd. Hoewel het fijn is dat minister hierover informeert, zouden deze leden de minister willen vragen hoe hij een plan kan maken wanneer veel situaties rondom huwelijkse gevangenschap niet zichtbaar zijn, zoals de minister in de brief kenbaar maakt. De leden van de SP-fractie vragen voorts aan de minister om een reactie op de brief van Femmes for Freedom van 1 september 2026[voetnoot 3]. II Antwoord/ Reactie van de minister III Volledige agenda - Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen, d.d. 19-08-2026, Plan tegen huwelijkse gevangenschap van Nederlanders in het buitenland (Kamerstuk 32175, nr. 72) Femmes for Freedom, Overzicht Moties en Amendementen Femmes for Freedom (Matrix&MotiesAmendementen20052026.docx) Femmes for Freedom, 1 september 2026, ‘Open brief minister Berendsen, doorbreek vijftien jaar ambtelijke tegenwerking!’ (https://www.femmesforfreedom.com/nieuws/open-brief-minister-berendsen-doorbreek-vijftien-jaar-ambtelijke-tegenwerking) Femmes for Freedom, 1 september 2026, ‘Open brief minister Berendsen, doorbreek vijftien jaar ambtelijke tegenwerking!’ (https://www.femmesforfreedom.com/nieuws/open-brief-minister-berendsen-doorbreek-vijftien-jaar-ambtelijke-tegenwerking)

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 676c54b657990ee9

12 okt 2026 · 038850aca60b95d6

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.