KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 24 september 2024, over Water

4 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 90b1395c7ae15672 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202527 625WaterbeleidNr. 690 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 4 november 2024 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op24 september 2024 overleg gevoerd met de heer Madlener, Minister vanInfrastructuur en Waterstaat, over:−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 22 februari 2024 inzake non-papers aanpassing Kader-richtlijn Water (Kamerstuk 27 625, nr. 664);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 4 maart 2024 inzake eerste resultaten alternatievedenkrichtingen voor zeespiegelstijging op de lange termijn(Kamerstuk 36 410-J, nr. 9);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 7 maart 2024 inzake voortgangsrapportage pfas Zeelanden brief van de twee pfas-coördinatoren (Kamerstuk 35 334,nr. 292);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 27 maart 2024 inzake 25ste voortgangsrapportageTweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (Kamerstuk32 698, nr. 85);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 26 maart 2024 inzake resultaten beoordeling bedrijfsver-slagen drinkwaterbedrijven 2022 (Kamerstuk 27 625, nr. 665);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 9 april 2024 inzake water en bodem sturend – publicatieRuimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwdeomgeving (Kamerstuk 27 625, nr. 666);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 15 mei 2024 inzake De Staat van Ons Water 2023 (Kamer-stuk 27 625, nr. 668);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 7 mei 2024 inzake kabinetsreactie op het rapport Voorbijde dijk. Keuzes in het waterveiligheidsbeleid (Kamerstuk32 698, nr. 87);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 8 mei 2024 inzake KNMI’23-klimaatscenario’s en doorwer-king in rijksbeleid (Kamerstuk 32 813, nr. 1386); kst-27625-690ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6901 −de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 14 mei 2024 inzake deltascenario’s 2024 (Kamerstuk27 625, nr. 667);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 31 mei 2024 inzake nieuwe inzichten zoetwaterbeschik-baarheid (Kamerstuk 27 625, nr. 669);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 29 mei 2024 inzake wijziging en actualisatie convenantmet The Ocean Cleanup (Kamerstuk 308 72, nr. 298);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 28 mei 2024 inzake derde evaluatie Verdrag Beleid enBeheer Schelde-estuarium (Kamerstuk 30 862, nr. 116);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 27 juni 2024 inzake voortgang waterkwaliteitsbeleid enKRW (Kamerstuk 27 625, nr. 672);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 24 juni 2024 inzake drinkwater: bescherming kwaliteitdrinkwaterbronnen, bewust en zuinig drinkwatergebruik entoekomstbestendige drinkwaterinfrastructuur (Kamerstuk27 625, nr. 671);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 18 juni 2024 inzake verzamelbrief actualiteiten water(Kamerstuk 27 625, nr. 670);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 26 juni 2024 inzake reactie op verzoek commissie overeen afschrift van de brief aan gedeputeerde staten vanZeeland inzake toepassing van staalslakken in de Deltawate-ren (Kamerstuk 30 015, nr. 123);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 14 mei 2024 inzake PBL-rapport Klimaatrisico’s inNederland. De huidige stand van zaken (Kamerstuk 32 813,nr. 1387);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 29 augustus 2024 inzake afsluitbeleid kleinverbruikersdrinkwater (Kamerstuk 27 625, nr. 673).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6902 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: MeedendorpAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Bamenga, Gabriëls,Grinwis, Peter de Groot, Heutink, Kostic´, Pierik, Soepboer en Stoffer,en de heer Madlener, Minister van Infrastructuur en Waterstaat.Aanvang 16.32 uur.De voorzitter:Dames en heren, een hele goede middag. Welkom aan de leden. Welkomook aan de mensen op de publieke tribune en de mensen die dit opafstand volgen. Ook een warm welkom aan de Minister van Intrastructuuren Waterstaat. Hij moest zich door een kluwen van journalisten hierheenbewegen; volgens mij ging het over de fatbikes. Vandaar dat we een paarminuutjes later starten. Het is het eerste commissiedebat voor de Minister.Het is het commissiedebat Water. Laten we geen tijd verliezen, maar snelaan de slag gaan. We gaan beginnen met de eerste termijn aan de kantvan de Kamer. Gezien het aantal leden stel ik voor dat we in eersteinstantie werken met drie interrupties naar elkaar toe. Ik hoor het lidKostic´ zeggen: ik wil er graag vier. Ik kijk even. Ik wil best met vier werken,maar dan ga ik het wel kort houden. De leden hebben namelijk nogweleens de neiging om lange debatten als interruptie te plaatsen. Dan ishet een uitdaging voor u. Ja, maximaal 30 seconden inderdaad. Daar ga iku ook aan houden. Wat mij betreft gaan we van start.Ik wil de heer Bamenga van D66 als eerste het woord geven. Gaat uwgang.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik val maar met de deur in huis: het is de hoogstetijd dat wij ons druk maken om de staat van ons water. Ons water is veelte vies, terwijl water zo belangrijk is voor iedereen. We moeten onsoppervlaktewater schoonhouden omdat er drinkwater van gemaakt wordt,onze allereerste levensbehoefte. Onze natuur snakt naar schoon water omte kunnen groeien en bloeien. We willen dat onze kinderen veilig kunnenzwemmen in onze rivieren en meren. Dat hoort bij onze identiteit alsNederlanders. Het is het symbool voor onze vrijheid. Schoon en genoegwater is essentieel voor onze gezondheid en voor toekomstige generaties.Schoon, gezond en genoeg water is een mensenrecht. Dat moeten weverdedigen. Is de Minister dat misschien vergeten?Voorzitter. Het regeerprogramma is wat dat betreft een lege huls. Er staathelemaal niets in dat ons water beter gaat maken. D66 laat de Ministerhier niet mee wegkomen. We verwachten veel meer. Het eerste waar dezeMinister tempo mee moet maken is ervoor zorgen dat ons water eindelijkschoon genoeg wordt. Weg met al die pfas. Weg met die pesticiden. Maarin het regeerprogramma komt het woord «pfas» geen enkele keer voor.Waarom niet, vraag ik aan de Minister. Pfas vervuilt ons water en hetzuiveren ervan zorgt voor een hoge rekening. Voor je het weet, heb je metéén glas kraanwater, je aanbevolen dagelijkse hoeveelheid pfas binnen.Dat moeten we niet willen. Is de Minister bereid om het gebruik van pfasin Nederland zo snel mogelijk te verbieden?De landbouw is natuurlijk een van de grootste watervervuilers. Helaas zijnde bufferzones rondom water waarin geen mest mag worden uitgereden,door de Minister van LVVN verkleind naar 100 meter. Is de Minister blijmet dit besluit, terwijl het zijn werk moeilijker maakt? Was deze Ministerbetrokken bij het opstellen van de mestaanpak? Zo ja, wat heeft hijingebracht om de waterkwaliteit, zijn verantwoordelijkheid, te verbeteren?Brussel heeft Nederland al op de vingers getikt met een inbreukprocedure.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6903 De voorzitter:Meneer Bamenga, één moment graag. Voordat u verdergaat, heeft u eeninterruptie van de heer Heutink van de PVV.De heer Heutink (PVV):Zit meneer Bamenga wel bij het juiste debat? Want hij stelt vragen die hijzou moeten stellen aan de Staatssecretaris Milieu, en hij stelt vragen diehij eigenlijk zou moeten stellen aan de Minister van LVVN. Dus mijn vraagis: wat doet hij hier eigenlijk?De heer Bamenga (D66):Volgens mij is dit een commissiedebat over water. Mijn vragen gaan daarook over. Dit is volgens mij de Minister die daarover gaat.De voorzitter:Dat roept nog een vervolginterruptie op van de heer Soepboer van deNSC-fractie.De heer Soepboer (NSC):Even puur uit nieuwsgierigheid. Dit is ook mijn eerste waterdebat, dus ikben zo nu en dan ook zoekende en lerende. Hoe ziet meneer Bamenga hetverbieden van pfas precies voor zich? Pfas bestaat namelijk uit nogal eenaantal stoffen. Zo’n 6.000, geloof ik. Hoe ziet u dat voor zich? Zou u daariets over kunnen uitweiden?De heer Bamenga (D66):Hoe ik het voor me zie, is dat er een wet komt die pfas verbiedt. Datbetekent dus dat al die zeer zorgwekkende stoffen die erin zitten, die onsallemaal ziek maken en die wij ook binnenkrijgen via het water, verbodenworden, dat de lozing ervan verboden wordt en dat de productie ervanverboden wordt. Dat is precies wat ik bedoel.De heer Soepboer (NSC):Een korte, afrondende vraag, omdat we interrupties in vieren doen.Bedoelt u dan dat u alle – pak ’m beet – 6.000 stoffen wilt verbieden? Watbedoelt u precies?De heer Bamenga (D66):Ik wil pfas-stoffen die kwalijk zijn voor ons lichaam inderdaad verbieden.Ik heb het dan over stoffen als plastics, die helemaal niet biologisch zijn,die niet goed voor ons zijn. Die komen op verschillende manieren onslichaam binnen, via voedsel, maar ook via water. Dat zijn dingen die ikgraag zou willen verbieden, zodat wij met z’n allen kunnen werken aanschoon en gezond water voor iedereen.De voorzitter:Dank u wel. Dan heeft u nog een interruptie van de heer Pierik van deBBB.De heer Pierik (BBB):Ja, ik heb toch nog een vervolgvraag op de vraag van de heer Soepboer.Heeft de heer Bamenga een beetje in beeld wat de economische gevolgenzijn van het verbieden van die 6.000 stoffen?De heer Bamenga (D66):Ik heb in beeld wat het met ons doet als mensen. Ik zei net ook al datschoon, gezond en voldoende water een mensenrecht is. Ik vind dat wijdat soort economische argumenten eigenlijk te lang voorop hebbengesteld. We zien op dit moment namelijk dat heel veel mensen daarslachtoffer van zijn. Zij worden verdrukt en vermorzeld. Ik wil u graagTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6904 uitnodigen om naar de Drechtsteden te gaan, waar ikzelf ook bengeweest. Ik heb plekken bezocht waar vroeger een plas was, waarkinderen in konden zwemmen en allerlei dingen konden doen, maar waarmensen nu geen gebruik meer van kunnen maken. Dat doet iets met onzenatuur en met ons als mensen. Dat wil ik voorkomen. Ik wil graag dat nietalleen wij, maar ook onze kinderen in de toekomst gebruik kunnen makenvan schoon en gezond water.De heer Pierik (BBB):Ik onderstreep het pleidooi voor schoon water volledig. Alleen, begrijp ikhet goed dat de heer Bamenga ongeacht de economische gevolgen diehet heeft, toch in heel Nederland alle pfas wil verbieden?De heer Bamenga (D66):Volgens mij behoort Nederland in Europa tot de kopgroep die zegt: luister,we moeten deze stoffen verbieden. Ik zeg: laten we niet alleen maarwachten op een Europees pfas-verbod, maar laten we kijken hoe we onzeeigen mensen in Nederland kunnen beschermen. Die beschermingverdienen ze namelijk van ons als overheid. Er zijn genoeg mensen, inZeeland en in de Drechtsteden, die hier rechtstreeks mee te makenhebben. Zij worden ziek en vragen zich af: «Waardoor word ik ziek? Heeftdat te maken met die stoffen die wij bijvoorbeeld via drinkwater binnen-krijgen, ja of nee?» Wij als D66 vinden dat we daar ontzettend rekeningmee moeten houden en dat we deze mensen moeten beschermen.Daarom zijn wij voor een verbod op pfas. Overigens is er al een aange-nomen motie hierover geweest. Dat was in de vorige periode. Ik heb aande vorige Staatssecretaris gevraagd hoe het staat met de uitvoeringdaarvan.De heer Heutink (PVV):Met dit soort grootspraak van D66 gaan we nog een vrij leuk aantal jarentegemoet. Maar het klopt natuurlijk van geen kant wat meneer Bamengazegt. Hij heeft het over mensen die vermorzeld zouden worden en dat dewaterkwaliteit zo ontzettend slecht zou zijn dat als je erin springt, je directheel erg ziek wordt. Snapt meneer Bamenga ook dat de waterkwaliteit inons land sinds 1970 ongelofelijk is gestegen? Snapt meneer Bamenga datde kwaliteit van ons drinkwater een van de beste van de hele wereld is?Snapt meneer Bamenga dat? Zo ja ...De voorzitter:Snapt u dat, meneer Bamenga?De heer Heutink (PVV):Ik kom nogmaals op mijn vraag: als meneer Bamenga dat snapt, waaromdoet hij dan dit soort grootspraak in dit debatDe voorzitter:Nou, dat zijn bijna twee vragen.De heer Bamenga (D66):Wat ik snap, is dat er inmiddels een inbreukprocedure loopt tegenNederland, juist om deze redenen. Dát is wat ik snap. Wat ik ook snap, isdat de coalitiepartijen dit vraagstuk kennelijk helemaal niet prioriteren enniet hoog hebben zitten. Ik wil jullie ook graag uitnodigen om met mij meete gaan naar de Drechtsteden om te kijken naar de plassen waarover ik hetheb. Daar komen mensen inderdaad in de verdrukking. Ik heb daarmensen gesproken die in tranen waren over de manier waarop zij temaken hebben met een door pfas vervuilde natuur. Ik wil jullie daar graagvoor uitnodigen en ik wil graag weten wat jullie daarvan vinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6905 De heer Heutink (PVV):De enige reden dat er een inbreukprocedure is, is dat het vorige kabinet,met D66 voorop, zich totaal heeft laten vastlullen in onhaalbare doelstel-lingen opgelegd door de Europese Unie. Dat is waarom dit nu gaande is.Dus in plaats van hier nu allemaal onzin lopen verkopen, kan D66 ook aande Minister vragen: beste Minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat u diedoelen gaat halen en hoe gaat u ervoor zorgen dat wij voorkomen datNederland op slot gaat? Dat zijn de goede vragen. Dat is beter danallemaal van dit soort geklets – sorry, voorzitter – verkopen.De heer Bamenga (D66):Als er sprake is van geklets, dan komt dat vooral vanuit de heer Heutink.Nogmaals, we hebben gezien dat deze Minister en het regeerprogrammaop geen enkele manier ingaan op de grote zorgen die er in de samen-leving leven. We hebben zojuist van de Watercoalitie een petitie gehad. Ikmoet zeggen dat dit een indrukwekkende coalitie is van allerlei bedrijvenen maatschappelijke organisaties, die toch wel iets uitroepen. Zij zeggennamelijk: op het moment dat we niet gaan handelen, komt er namelijk eencrisis aan. Ik zie dat er in het regeerprogramma nauwelijks prioriteit aanwordt gegeven. Daarover gaan mijn vragen aan de Minister. Wij willen ernamelijk voor zorgen dat er wel prioriteit gegeven wordt aan dezebelangrijke zaken, want anders ontstaat er een crisis en dan gaatNederland gewoon weer op slot.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Bamenga (D66):Brussel heeft Nederland al op de vingers getikt met een inbreukprocedurevanwege de Kaderrichtlijn Water. Wat is de reactie van de Ministerdaarop? Neemt hij dit signaal serieus? In het regeerprogramma gaat hetnergens echt over het verbeteren van onze waterkwaliteit, maar wel overhet verslechteren ervan: «De stikstof- en fosfaatnormen in oppervlakte-water worden in lijn gebracht met ons omringende landen.» Trotsewaterlanden, zoals Nederland, verlagen de lat niet, zeg ik tegen deMinister. Die tonen ambitie en durf, misschien zelfs wat lef en trots. Denktde Minister dat het verlagen van de ambities een manier is om onder deinbreukprocedure van Europa uit te komen? Wat gaan de nieuwe normenworden?Voorzitter. Afgelopen vrijdag was ik op bezoek bij Brabant Water, op delocatie waar heerlijk drinkwater voor de hele stad Eindhoven wordtgemaakt. De mensen daar werken keihard, maar zeggen ook eerlijk: wekunnen in de toekomst niet meer garanderen dat er altijd schoon engezond water uit de kraan komt. We moeten meer kunnen produceren,maar vooral ook de watervraag verlagen. Dat is een taak voor iedereen inNederland. Het vorige kabinet maakte drinkwaterbesparing tot eenprioriteit. Deze Minister komt in zijn regeerprogramma niet verder danwaterbewustzijn. Ik help de Minister even een handje bij het prioriteren.Staat de Minister achter de doelstelling om in 2035 20% drinkwater tebesparen? Staat hij onverkort achter het nationaal plan van aanpakdrinkwaterbesparing? Zo nee, hoe gaat hij een drinkwatertekort danvoorkomen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng, netjes binnen de vier minuten. Ik kijk deandere leden even aan; dit is een uitdaging.De heer Bamenga (D66):Vijf minuten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6906 De voorzitter:Ja, we hebben vijf minuten, maar het was netjes binnen vier minuten. Wiedurft, zou ik dus zeggen. We gaan door met de volgende spreker aan dekant van de Kamer: het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank u wel, voorzitter. Zonder gezond water geen leven. Bijna 70% van deNederlanders wil dat er strenge regels komen voor de verontreiniging vanhet water en onze leefomgeving, en 90% wil meer maatregelen tegenpfas, aldus Ipsos. Er is dus geen twijfel mogelijk over wat burgers van deMinister willen. Heeft de Minister ze gehoord?Wat zien we in de praktijk? Dat is een overheid die ondanks jarenlangewaarschuwingen van experts dat er meer actie nodig is al decenniaonvoldoende doet om ons water en dus de gezondheid van mens en dierte beschermen. In plaats van eindelijk maatregelen te nemen om deverschillende gifkranen dicht te draaien, blijft Nederland ongezond veelruimte geven aan de vervuilers. Ondertussen moeten burgers steeds meerbetalen voor water, omdat het zuiveren van al dat vervuilde water steedsmeer moeite kost. Het blijft dweilen met de gifkraan open, op kosten vande belastingbetaler. Veel zogenaamde maatregelen die Nederland door dejaren heen heeft genomen, hebben dezelfde lijn: nog meer gesprekken,nog meer vrijwillige projectjes, nog meer toverwoorden als «innovatie»,nog meer onderzoek en nog meer uitstel. Maar mensen willen eindelijkbeschermd worden tegen een hoeveelheid kankerverwekkende stoffenvan de industrie die niet meer gezond is, tegen de verwoestendemesthopen van de vee-industrie en tegen de ziekmakende bestrijdings-middelen en stikstof. Dus als de coalitiepartijen en deze Minister serieuszijn over hun ambities om beter naar de burgers te luisteren, dan vraag ikze om vandaag te stoppen met burgers opzadelen met nog meerproblemen en te starten met concrete maatregelen om de verschillendegifkranen zo veel mogelijk dicht te draaien.De afspraken over de Kaderrichtlijn Water zeggen veel over hoe het nugaat. We hebben bijna 25 jaar de tijd gehad om de doelen te halen. Wevroegen steeds om uitstel en nu erkent zelfs deze Minister dat we zewaarschijnlijk niet gaan halen. Alle kabinetten zeiden eigenlijk: we zettenalles op alles om de Kaderrichtlijn Water te halen. Ook dit kabinet zegt dat.Wat betekent dat? Welke extra maatregelen gaat de Minister nemen,anders dan de maatregelen die al zijn ingezet? De afgelopen 25 jaarhebben deskundigen, zoals die van maatschappelijke organisaties en hetRIVM, allerlei aanbevelingen aan het Rijk gedaan om die waterdoeleninderdaad te halen. Kan de Minister toezeggen op korte termijn met eenoverzicht te komen van alle aanbevelingen die in die tijd zijn gedaan,inclusief een toelichting van welke wel en niet zijn opgevolgd en hoeprecies?Een coalitie van maatschappelijke organisaties heeft een manifestingediend. Ze benoemen dat er nu echt maatregelen moeten wordengenomen. De Minister heeft in de beantwoording van onze schriftelijkevragen gezegd dat hij bij het opstellen van de begroting voor 2025 nadergaat bekijken welke maatregelen hij gaat nemen. Maar we weten van deRaad voor de leefomgeving dat de inzet van het vorige kabinet al teweinig was. Er moet dus sowieso meer gebeuren. Wat gaat de Ministerconcreet doen? Daarnaast: Prinsjesdag is geweest en de Miljoenennota isgepresenteerd, dus we weten al ongeveer wat er begroot wordt.Bovendien moeten begrotingen en plannen een beetje samengaan. Kande Minister dus toezeggen dat hij per brief met een reactie komt op hetmanifest van de maatschappelijke organisaties, waarin hij per aanbe-veling uit het manifest zegt wat hij er wel of niet mee gaat doen en binnenwelke termijn?Voorzitter. Dan de landbouw. Het is heel simpel: minder dieren en mindermest is minder problemen. Dat geldt ook voor de problemen met waterTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6907 die er nu zijn. Het mestoverschot is een groot probleem voor de water-kwaliteit. Ook het landbouwgif speelt een grote rol. De nieuwe landbouw-plannen van Minister Wiersma geven op korte termijn meer ruimte om tebemesten. Het plan van Adema was volgens de Raad van State alonvoldoende om het water te beschermen, en Wiersma doet daar nog ietsminder voor. Hoe kijkt de Minister van IenW vanuit zijn verantwoorde-lijkheid voor water aan tegen de mestplannen? En kan hij wetenschap-pelijk garanderen dat de plannen zullen leiden tot voldoende verbeteringvan de waterkwaliteit? Minister Wiersma wil ook minder bufferstroken engeen inzet op minder landbouwdieren, terwijl de doelen wel hetzelfdeblijven. Wat gaat de Minister extra doen om dit te compenseren? Watvindt hij ervan dat het NPLG, waar heel veel van de waterambities onderwaren geschoven, nu is weggevallen? Welke maatregelen gaat deMinister nemen om te ondervangen wat nu is weggevallen in het NPLG?Voorzitter. Dan pfas. Het nieuwe RIVM-onderzoek bevestigt dat kankerdoor pfas niet uit te sluiten is, evenals nadelige effecten op het immuun-systeem. We weten dat de vergunningsactualisatie ontzettend traagverloopt. Tot die tijd worden mensen hier dus onnodig aan blootgesteld.Meer instanties, zoals de Unie van Waterschappen, vragen omaanscherping wat betreft industriële lozingen. Wat gaat de Ministerconcreet doen en op welke termijn? Is hij bereid om te kijken naar eenlozingsverbod voor stoffen waar nu de meeste zorgen over bestaan, zoalspfas, of om op z’n minst geen nieuwe vergunningen voor lozingen vanpfas af te geven?Ten slotte. SABIC loost pfas, onder andere op de Westerschelde. Daarbijgaat het om 50 kilogram pfas per jaar. Dat is ontzettend veel. In 2012 heeftde toenmalige Minister een vergunning aan SABIC afgegeven voor lozingop de Westerschelde. Deze vergunning staat lozingen op de Wester-schelde toe zonder daar scherpe eisen aan te stellen. Jarenlang is deKamer daar verkeerd over geïnformeerd. We zijn verkeerd geïnformeerdover de verantwoordelijkheid, waar die vergunning zat et cetera. Pas toenMilieuvizier daaruit de conclusie trok dat er geen vergunning was, kwamde vergunning uit 2012 toch naar boven. Kan de Minister met een briefkomen waarin uitgelegd wordt hoe dit zo mis heeft kunnen gaan en welkegevolgen hij hieraan verbindt?Voorzitter, hiermee rond ik af.De voorzitter:Fantastisch. Dank u wel. Ik kijk of de heer Soepboer van de NSC-fractie erklaar voor is. Gaat uw gang.De heer Soepboer (NSC):Dank, voorzitter. Het is in de eerste eeuw na Christus wanneer Plinius deOudere rond de kuststroken van ons land vaart. Hij kijkt vanaf zijn schipnaar Nederland. Hij omschrijft het volkje dat hij ziet als «misera gens»,een meelijwekkend volkje, dat woont op zelfopgeworpen heuveltjes in eengebied waarvan hij eigenlijk niet kan zeggen of het water of land is. Hijtwijfelt daar nogal aan en neemt trouwens ook niet de moeite om veeldichterbij te komen, maar dat terzijde. Hij ziet daar een volkje dat zelfterpen opbouwt om daar te wonen. In die tijd was «Wabos», dus «wateren bodem sturend», nog helemaal geen bekend begrip. Sterker nog, alsdat in die tijd bekend was geweest, vrees ik dat we nooit een terpdorphadden gehad. Daarom zou ik de Minister willen vragen of het bij naderinzien niet veel beter zou zijn om in plaats van «Wabos» «Wabob» te gaangebruiken: «water en bodem héél belangrijk maar niet per definitiesturend». Dat betekent dus: belangrijk in het ruimtelijk afwegingskader,maar niet het enige. Ik denk dat er ook andere dingen zijn die je moetoverwegen als je daarnaar kijkt, want wij zijn hier in Nederland niet eenmisera gens, een meelijwekkend volkje. Wij zijn dijkenbouwers, waterwe-tenschappers, Olympische roeiers, skûtsjesilers en irrigatie-ingenieurs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6908 De voorzitter:Dank u wel.De heer Soepboer (NSC):Ik ben nog niet klaar, voorzitter.De voorzitter:Maar u krijgt wel een interruptie.De heer Soepboer (NSC):Dat dacht ik al.De voorzitter:Ik was even aan het kijken wanneer u klaar was met dit stukje.De heer Soepboer (NSC):Nu.De voorzitter:Dan kan de heer Grinwis van de ChristenUnie een interruptie plaatsen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank voor deze mooie inleiding van collega Soepboer, maar ik nodig hemtoch uit om anders dan Plinius dichterbij te komen, dichter bij Wabos,dichter bij water en bodem sturend. Want in de vraagstelling maakt deheer Soepboer daar een beetje een karikatuur van, alsof water en bodemsturend, waar we eindeloze debatten over hebben gehad, een soortdominantie of dictatuur zou betekenen. Dat is niet zo. Ik weet niet of deheer Soepboer de brief van de vorige Minister met 33 richtinggevendekeuzes heeft gelezen. Het hele stuk ademt dat we meer dan in hetverleden rekening moeten houden met water en bodem en dat we dat inhet verleden soms te weinig hebben gedaan. Soms zijn we door schadeen schande wijs geworden, maar we zijn ook heel veel «op de koffiegekomen». Eigenlijk zijn de oproep en de richting die is ingeslagen: houdaar nou rekening mee.De voorzitter:Wat is uw vraag?De heer Grinwis (ChristenUnie):Vindt de heer Soepboer niet dat hij iets dichterbij moet komen, daarmeeiets meer recht moet doen aan water en bodem sturend en daar niet zo’nkarikatuur van moet maken?De voorzitter:De heer Grinwis snapt natuurlijk dat hij in tijd nu twee interrupties heeftopgemaakt.De heer Soepboer (NSC):Dank aan meneer Grinwis voor de vraag. U heeft geen idee hoe dichtbij ikben. Ik heb daar nadrukkelijk naar gekeken. Daarom kwam ik juist tot deconclusie om dit wel als heel belangrijk mee te nemen – ik wil het dus nietbagatelliseren en ik maak er ook geen karikatuur van, want ik vind het ookheel belangrijk – maar dat ik tegelijkertijd zeg dat er andere zaken in datruimtelijk afwegingskader zijn die we misschien op dezelfde hoogte meezouden moeten nemen. Dat geldt zeker voor een land als het onze. Met deinnovatie en de waterwetenschappers die wij hebben, zouden wij in staatmoeten zijn om dat natuurlijk als heel belangrijk te beschouwen, maar omook de andere zaken goed mee te nemen. Ook zoiets als voedselzekerheidzou daarin een hele belangrijke rol kunnen hebben. Dan vind ik juist datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 6909 het woord «sturend» hier een beetje een karikatuur van maakt. Daaromzeg ik – dat is natuurlijk gekscherend, met een knipoog – dat «Wabob»,dus met «belangrijk», de lading wat mij betreft beter zou dekken dan datsturende karakter. U zegt dat het helemaal niet de bedoeling is dat het eensoort dictaat is, maar toch gaat er een soort prioritering van uit. Dat is hetenige wat ik even aan de kaak wil stellen.De heer Grinwis (ChristenUnie):What’s in a name? «Sturen» en «belangrijk» ... Lekker belangrijk. Hetmaakt allemaal niet zoveel uit, als je maar zo handelt dat je daarmee rechtdoet aan water en bodem. Mijn vraag aan collega Soepboer, voorbij determinologie, is waar zijn moeite zit met de 33 structurerende keuzes dieafgelopen jaar aan de Kamer zijn voorgelegd. Ik wil hem in dit eerstewaterdebat niet aan zijn stropdas hierheen trekken in de zin van: vertelmaar eventjes. Maar ik wil dit gesprek wel een laag dieper en concretermaken.De voorzitter:Ja.De heer Grinwis (ChristenUnie):Waar zit dan precies zijn moeite ...De voorzitter:Dank u wel.De heer Grinwis (ChristenUnie):... met de keuzes die afgelopen jaar aan de Kamer zijn voorgelegd?De voorzitter:Meneer Soepboer, waar zit de moeite met de keuzes?De heer Soepboer (NSC):Het gaat dus niet per definitie om de keuzes, het gaat mij om de termino-logie en wat daarvan uitgaat. Als we het bijvoorbeeld hebben over hetFriese veenweidegebied, kun je met het grootste gemak zeggen «water enbodem moet sturend zijn». Toch speelt daar heel veel en vind ik dat je desituatie daar met een term als «water en bodem sturend» in principetekortdoet. Ook daarin moet je keuzes maken en ook de andere dingenmeenemen die daar spelen. Dat is wat ik bedoel te zeggen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Soepboer (NSC):Ik zal even mijn timer aanzetten, zodat ik een beetje bijblijf.Als wij de toekomstscenario’s zien die bijvoorbeeld het KNMI heeftuitgerekend, dan staat ons nogal wat te wachten in de toekomst. In allescenario’s stijgt de zeespiegel en wordt het weer extremer. Mijn eerstevraag zou zijn of er landen zijn die vergeleken kunnen worden, meteenzelfde soort klimaattype dat in de toekomst zou kunnen ontstaan, zegin 2100, bijvoorbeeld een land met een zeeklimaat, een droge zomer enveel jaarlijkse neerslag. Dan zouden we daar iets van kunnen leren, doorer actief naar te kijken, in anticipatie op dat scenario. Gebeurt dat en is dater überhaupt?Voorzitter. Dan wil ik een stapje maken naar de waterkwaliteit toe. Defractie van Nieuw Sociaal Contract vindt schoon water erg belangrijk, ookal heeft de heer Bamenga net een beetje gezegd dat dat waarschijnlijk nietzo is. Ik wil dat bestrijden. Wij vinden dat zeer belangrijk en wij willen deinternationale afspraken ook graag nakomen. Maar toch, in alleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69010 eerlijkheid, we maken ons een klein beetje zorgen over de haalbaarheid ende impact van de kaderrichtlijn. Hoe zorgen wij nou voor realisme enhaalbaarheid en hoe zorgen wij voor een goede landing? Het is ergspannend of de huidige aanpak voldoende is om in 2027 aan diekaderrichtlijn te kunnen voldoen. Ik citeer uit de brief van Minister Visservan 16 november 2021: «Geadviseerd wordt door juristen om voorbe-reiding te treffen voor een mogelijk noodzakelijke doelverlaging in 2027,door te zorgen dat de benodigde informatie voor een goede motiveringvan doelverlaging in 2027 aanwezig is.»We vragen ons af hoe de Minister met dat advies om denkt te gaan.De voorzitter:Kijk eens aan, u geeft zelf al ruimte voor al die interrupties die dit oproept.Dan gaan we dat doen. Ik dacht de heer Gabriëls als eerste te zien met eenvinger, dus dan gaan we dat netjes zo doen. En dan de heer Bamenga enhet lid Kostic´. De heer Gabriëls, gaat uw gang.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):De heer Soepboer geeft aan dat hij graag de internationale afspraken wilnakomen. Tegelijkertijd vraagt hij of bepaalde doelen naar benedenbijgesteld kunnen worden om die afspraken te halen. Is de heer Soepboerhet met GroenLinks-Partij van de Arbeid eens dat het ook mogelijk is omte versnellen en extra inzet te plegen om de internationale doelen voorschoon water te halen? Dat vindt u ook belangrijk, heeft u gezegd. Diestaan namelijk al vanaf het jaar 2000. Waarom wordt er niet ingezet opdaadwerkelijke maatregelen in plaats van op het verlagen van de doelenin Brussel?De heer Soepboer (NSC):Ik begrijp waar de heer Gabriëls naartoe wil, maar bij zo’n grote aanpakzeg ik, even redenerend vanuit mijn achtergrond als docent: als je eenleerling een doel geeft en zegt «welkom op school en over vier jaar moetje je diploma halen», dan kan ik je op een briefje geven dat het in demeeste gevallen niet zal lukken. Het is heel belangrijk dat je tussendoelenstelt, dat je een land meeneemt en dat je realistische doelen stelt, die optermijn haalbaar zijn.Ik zeg dus tegen de heer Gabriëls dat wij graag die internationaleafspraken willen nakomen, dat willen we ook zeker doen, maar dat wij ookwerken met scenario’s. Een van die scenario’s zou mogelijk kunnen zijndat we het niet halen. Nogmaals, we willen het graag halen, maar het zoumogelijk kunnen zijn dat we het niet halen. In dat geval vind ik dat we welvoorbereid moeten zijn. Het moet ons niet overkomen. Dat is wat ikeigenlijk bedoelde met die zinsnede.De Minister zegt dat ook in de brief, en zo zit ik er ook in: uiteindelijk doenwe dit voor onszelf. Zo zie ik dat ook. Alleen, het moet dus niet zo zijn dathet nu maar moet omdat het juridisch moet. We doen het voor onszelf enwe moeten ervoor zorgen dat juist die juridische kant van het verhaal hetdraagvlak ook in de samenleving niet ondermijnt. Dat zou mijn antwoordzijn op de heer Gabriëls.De heer Bamenga (D66):De heer Soepboer had het net over een goede houding hebben. Ik waswel benieuwd hoe de heer Soepboer die goede houding wil invullen, juistomdat hij het heeft over het verlagen van de doelstellingen, terwijl hetdan gaat over hoe wij de doelstellingen kunnen bereiken van schoon engezond water, nu en in de toekomst. De goede houding zou eigenlijkmoeten zijn om te zorgen dat we dat kunnen waarborgen. Ik ben heelbenieuwd hoe de heer Soepboer die goede houding zelf invult door denormen te willen verlagen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69011 De heer Soepboer (NSC):Dan moet ik even kijken of ik de heer Bamenga goed begrijp, met dielaatste zinsnede van hem, maar ik ga proberen om er een goed antwoordop te geven. Ik denk dat het tweeledig is. Aan de ene kant moeten wenatuurlijk kijken wat we kunnen doen en hoe snel we dat kunnen doen.Een van de dingen die er nog steeds gebeuren, is dat er in grote mategiftige of specifieke chemische stoffen in het oppervlaktewater wordengeloosd. We zouden best eens kunnen kijken of dat niet wat minder kan.We zagen onlangs in de media een voorbeeld van wat er in Duitslandgebeurt. We moeten ons in onze internationale afweging ook realiserendat we in een delta liggen en dat het water uit onze buurlanden ook bijons komt. Maar we moeten het zelf natuurlijk ook doen. Ik had vandaagmondelinge vragen aangekondigd over tankautoreinigingen, waarbijgrote hoeveelheden chemisch water zo het riool in worden gespoeld. Danwordt het heel erg lastig om dat later weer helemaal schoon te maken.Daar moeten we natuurlijk naar kijken.Tegelijkertijd zijn de ubiquitaire stoffen, stoffen die al een heel lange tijd inhet water zitten, een van de grootste oorzaken van onze slechte waterkwa-liteit. Die hebben we niet recentelijk toegevoegd, maar die zitten er al inen die worden niet afgebroken. Dus dat is ook iets wat we ons moetenrealiseren als we dat uiteindelijk willen halen. We moeten ook kijken naarhoe er in de landen om ons heen wordt gemeten. Ik zeg u dat er heelgrote verschillen zijn. Die verschillen soms een fractie van één tot honderdten opzichte van hoe wij bepaalde stoffen meten. Ik pleit er dus ook voordat we met de landen om ons heen meetafspraken gaan maken, maardaar kom ik zo meteen nog even op.Tot slot. We zien bijvoorbeeld dat er in de internationale context nu alinitiatieven worden genomen om te proberen om de doelen wel te halen.Ik haal dan even de non-papers aan, waar wij als NSC heel blij mee zijn. Ikvraag ook aan de Minister hoe het daarmee staat. Die non-papers gaanbijvoorbeeld over: tijdelijke effecten zonder langetermijngevolgen niet alsachteruitgang typeren. Dus dat is ook een manier om te zeggen: als heteen tijdelijke vervuiling is, is het geen definitieve achteruitgang. En twee:de verplaatsing van bestaande verontreinigingen buiten achteruitgangs-verboden houden. Als je de verontreiniging verplaatst, is het dus geennieuwe verontreiniging. Dat zijn dus heel veel termen waar we het overmoeten hebben. Uiteindelijk moeten we kijken wat we ermee bedoelen enof het haalbaar is. Ik hoop zo iets van een antwoord te hebben gegeven.We moeten zelf meer doen. We moeten de doelen realistisch maken. Hieren daar moeten we ook willen kijken hoe het in 2027 haalbaar kan wordendoor bijvoorbeeld in de Europese context het een en ander te doen. Danku wel.De voorzitter:Dank voor het antwoord. Als het de volgende keer iets korter kan, zou uwvoorzitter daar blij mee zijn.De heer Soepboer (NSC):Dat hangt van de vraag af, voorzitter, maar ik zal mijn best doen.De voorzitter:Dat snap ik. Ik kijk nog even naar de heer Bamenga of dit een vervolg-vraag oproept. Dat is niet het geval. Dan gaan we naar het lid Kostic´ vande Partij voor de Dieren.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Sorry, ik moest net lachen, maar dat was een lach om niet te huilen, wantdeze discussie lijkt wel twintig, dertig, veertig jaar terug in de tijd teworden geworpen. Eerlijk gezegd stelt het me ook een beetje teleur. Ik kende heer Soepboer als iemand die van aanpakken houdt. Hij zei net ook datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69012 we zelf ook iets moeten doen, maar vervolgens gaat zijn hele betoog overdie metingen, over dat het allemaal anders moet. «Anderen doen hetanders, en dan moeten we misschien toch afspraken maken.» Het isecht ... Ik wil eigenlijk van de heer Soepboer weten, gezien het feit dat 90%van Nederland echt scherpe maatregelen wil voor pfas, en veel bredernog voor de bescherming van ons water, wat hij tegen die burgers zegt.Welke concrete maatregelen gaat NSC nemen? Hoe kunnen we daarinsamenwerken? Graag drie voorbeelden.De heer Soepboer (NSC):Goed, ik ga niet het aantal voorbeelden noemen dat mevrouw Kostic´graag wil. Daar doe ik niet aan mee, want daar ga ik geheel zelf over. Maarik wil best proberen om een antwoord op uw vraag te geven. Ik zeg dusniet dat we niks moeten doen. Ik zeg niet dat we achterover moeten gaanhangen. Ik zeg ook niet dat we terug in de tijd moeten. Wat ik wel zeg, isdat 2027 er sneller aankomt dan we op dit moment kunnen bevatten. Wekunnen het bedenken, maar het overkomt ons vaak. Dat is eerder zogeweest. Dat kan resulteren in een situatie waarin Nederland nog meer opslot komt, waarin de onvrede nog groter wordt, waarin het draagvlakonder dit nobele doel – dat is het en dat vinden wij ook – namelijk schoonwater, geheel weg wordt geslagen. Dat zou zonde zijn. Ik zie dit als eenopdracht voor ons allemaal, dus niet alleen voor de boerensector of voorde industrie, maar met z’n allen, de boeren, de industrie en de burgers. Ditis een aanpak van ons allemaal. Dus zou ik door willen gaan met dedingen die we nu al doen. Ik wil er alleen wel heel goed over nadenken of2027 haalbaar is. Daar gaan we vooralsnog voor, mevrouw – excuseer, hetlid – Kostic´, maar er is een scenario denkbaar dat we het niet halen. Enwat ik zeg, is dat we graag voorbereid willen zijn op dát scenario.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Er is dus voldoende draagvlak, meer dan voldoende. De burger zegt tegenu: ga aan de slag, want dit is onvoldoende. Door onderzoek van onzewetenschappelijke instellingen weten we ook dat wat er tot nu toe isgebeurd, onvoldoende is. We weten ook dat we 25 jaar de tijd hadden omde waterdoelen te halen. Dat jaartal 2027 komt niet uit de lucht vallen. Datweten we al 25 jaar lang, maar we halen het nog steeds niet. U had neteen trots verhaal over trots Nederland, waarin u zei dat we van alleskunnen fiksen. Dat geloof ik ook, maar er moet wel echt actie wordenondernomen. Wat we tot nu toe hebben gedaan, is niet genoeg. Ik hebdus opnieuw de concrete vraag aan NSC: wat wordt de extra, concreteactie? Wat gaat u doen voor de 90% van onze burgers die nu bezorgd zijnen u vragen om extra maatregelen te nemen om ons water en hungezondheid te beschermen?De heer Soepboer (NSC):De interruptie van het lid Kostic´ doet mij een klein beetje denken aan eensketch van Rundfunk met een Duitse leraar die alleen maar roept:«Onvoldoende! Jullie hebben allemaal een onvoldoende.» Daar lijkt heteen klein beetje op, terwijl er eigenlijk ook heel veel dingen zijn waar we aleen voldoende op halen. Op het gebied van de biologie doen we al heelveel dingen. Nogmaals, dat ontslaat ons niet van de verplichting om ookdie andere dingen te doen. Maar ik noemde net al dat een van debelangrijkste redenen dat we onvoldoende scoren op de specifieke stoffenis dat die ubiquitaire stoffen al in het water zitten en er dus niet zomaar uitgaan. We moeten dus vooral blijven doen wat we doen. We kunnen ookkijken hoe we de grootvervuilers gaan aanpakken; dat ben ik helemaalmet u eens. We kunnen kijken hoe we pfas-lozingen kunnen proberen tevoorkomen; dat ben ik helemaal met u eens, al heb ik net ook met mijninterruptie op het betoog van de heer Bamenga proberen duidelijk temaken dat het verbieden van pfas best wel heel lastig is omdat daarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69013 6.000 stoffen onder vallen. Ook het aanpakken daarvan is lastig. MevrouwKostic´ zegt: we gaan nu heel hard ons best doen en dan komt het allemaalwél goed. Maar het ligt allemaal iets ingewikkelder dan dat.De voorzitter:Ik kijk even naar het lid Kostic´ om te zien of dat nog tot een reactie leidt.Dat is niet het geval.Kamerlid Kostic´ (PvdD):We hebben vier interrupties, hè.De voorzitter:U heeft inderdaad vier interrupties. U heeft er twee opgemaakt.Meneer Soepboer, vervolgt u uw betoog. Wij zetten de klok weer aan.De heer Soepboer (NSC):Dank u wel. Ik vrees dat ik een beetje tijd te kort heb. Daarom sla ik eenaantal dingen over.De tankwagens haalde ik al even aan. Ik hoop dat de Minister daar evenop in kan gaan en daar het een en ander over kan zeggen. Als deantwoorden van de Minister niet voldoende zijn, kom ik daar desnoods inde tweede termijn op terug.Ik zou graag aan de Minister willen vragen hoe hij tegenover eenuniforme, Europese meetmethodiek staat.Voorzitter. Tot slot. Ik neem deze portefeuille definitief over van mijncollega Olger van Dijk. Mede namens hem zou ik u ook willen vragen hoehet staat met de uitvoering van de motie-Olger van Dijk/Pierik. Ik zou deMinister willen vragen hoe hij kijkt naar de bol, belasting op leidingwater,in het kader van het principe «betalen naar gebruik van drinkwater».Welke opties ziet de Minister om dit principe hier beter op van toepassingte laten zijn?Ik kom in de eerste termijn van de Minister misschien nog met eeninterruptie, maar ik hoop dat hij mij een antwoord kan verschaffen opdeze vragen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft nog wat tijd overgehouden, hoor, maar daar is uwvoorzitter alleen maar blij mee. We gaan naar de heer Heutink voor zijninbreng namens de PVV. Gaat uw gang.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. Ik weet niet of collega’s het afgelopen jaar naar buiten hebbengekeken, maar het heeft zo’n beetje het hele jaar geregend. Het wasinderdaad heel erg nat, zoals de heer Grinwis zegt. Toch blijft menvolhouden dat er een tekort aan drinkwater is, terwijl slechts 2% van al hetbeschikbare water gebruikt wordt voor drinkwater. We hebben nota beneeen heel IJsselmeer vol zoetwater. Toch blijft men volhouden dat er eentekort is. Ik kan u zeggen: er is geen tekort aan drinkwater, maar aanvergunningen. Er is een tekort aan vergunningen om nieuwe waterputtente slaan. Op basis van die realiteit vragen wij de Minister te handelen. Gavergunningen afgeven, zeggen wij tegen hem, via de voorzitter.Deze Minister moet het huidige beleid door de shredder mikken. Staandbeleid is namelijk dat dit zogenaamde drinkwatertekort moet wordenopgelost door middel van een gedragsonderzoek, waterbesparing en eenextra beprijzing. We snappen dat dit beleid is van de vorige regering. Diestelde namelijk voor om het gebruik met 20% terug te dringen via hetNationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing. Voor huishoudensbetekende dat een gedragsonderzoek en bedrijven worden getrakteerd ophet opstellen van – ik verzin het niet – waterprofielen. Maar we hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69014 niet gelezen dat deze Minister van plan is om hier een koerswijziging indoor te voeren. We hopen dat de Minister vandaag aan Nederlandduidelijk kan maken dat hij wel degelijk die koerswijziging wil gaaninzetten.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van deArbeid. Gaat uw gang.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):De heer Heutink zit in het kamp van degenen die zeggen: het heeft veelgeregend, dus er kan geen droogte zijn. Heeft de heer Heutink gesprokenmet drinkwaterbedrijven? Die geven namelijk aan dat er wel degelijkproblemen zijn met zowel een tekort aan vergunningen – inderdaad – alseen tekort aan drinkwater, door vervuilde bronnen.De heer Heutink (PVV):Ja, en ik heb tegen diezelfde drinkwaterbedrijven gezegd dat er geentekort aan drinkwater is, dat ze als de wiedeweerga moeten zorgen voornieuwe waterwinpunten en dat ze daarover in gesprek moeten gaan metde provincies en het kabinet. Dat was mijn advies aan de drinkwaterbe-drijven. Aan dat eeuwige geklets dat er een tekort zou zijn doen wij nietmee.De heer Bamenga (D66):Ik kan mijn oren bijna niet geloven. Ik hoor de heer Heutink zeggen dat ergeen tekort aan drinkwater is, terwijl alle mensen die ik hierovergesproken heb, van verschillende organisaties en drinkwaterbedrijven, enhet RIVM nota bene, zeggen: er is snel actie nodig om een drinkwater-tekort in 2030 te voorkomen. Ik vraag me dus echt af welke bronnen deheer Heutink van de PVV gebruikt om tot die conclusie te komen.De heer Heutink (PVV):Gezond verstand, voorzitter.De voorzitter:U vervolgt uw betoog. Nee, ik zie dat de heer Grinwis ook nog zijn handomhoog heeft. Meneer Grinwis, u heeft twee interrupties gebruikt; dit isuw derde interruptie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel voor deze aanmoediging. Ik ben het helemaal eensmet de heer Heutink. Het is echt ongekend. We zitten hier al jaren op tedrukken, want drinkwaterbedrijven schreeuwen erom. Zij vragen ons omhun investeringsruimte te geven – over de aanpassing van de WACCkomen we nog te spreken – en om hun vergunningen voor het slaan vandrinkwaterbronnen te geven. Over het algemeen zijn de provincies hetbevoegd gezag om een vergunning uit te geven. De heer Heutink roeptMinister Madlener hiertoe op, maar uiteindelijk kan die niet veel meer daneen telefoontje plegen: hé, provincie, denk eens even aan het algemeenbelang; geef eens een vergunning; maak een goede belangenafweging,waarin het drinkwaterbelang wat zwaarder wordt meegewogen. Wat isnou precies de concrete oproep van de heer Heutink aan MinisterMadlener? Hoe zou hij zijn rol als systeemverantwoordelijke moeteninvullen?De heer Heutink (PVV):Kijk, dát is nog eens een fatsoenlijke vraag. Dank u wel, meneer Grinwis.Minister Madlener kan samen met de provincies kijken hoe hij de regelskan veranderen, hoe hij het, binnen de kaders die hij als systeemverant-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69015 woordelijke heeft, makkelijker kan maken voor provincies om dievergunningen af te geven. Die kaders kunnen wij hier natuurlijk gewoonstellen. Dat zou ook mijn oproep aan de Minister zijn: ga de provincieshelpen en ga kijken wat ze nodig hebben en tegen welke problemen zeaanlopen waardoor ze die vergunningen niet kunnen afgeven. Volgens mijis dat een essentieel gesprek, dat we de afgelopen jaren niet gevoerdhebben. Dat mag de Minister nu wel gaan doen. Dat zou mijn antwoordaan de ChristenUnie zijn.De voorzitter:Dan vervolgt u uw betoog.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. Heel concreet: als deze Minister niet ingrijpt in het vorigebeleid, of het huidige beleid – het is nu staand beleid – dan is dezeregering dus van plan om het watergebruik van de Nederlander tot op delaatste druppel onder de loep te nemen, te analyseren en vervolgens af teremmen met verboden en met veel duurdere en wisselende tarieven.Niemand zit te wachten op een nieuw tarief voor plezierwater. Tegen deMinister zouden we willen zeggen: blijf weg uit de badkamer van deNederlander. Nederlanders bepalen zelf wel hoelang ze douchen, of zehun tuin sproeien of dat ze hun zwembadje willen vullen met drinkwater.Straf hen daar niet voor. Het is natuurlijk ook niet uit te leggen. Aan deene kant moeten zo veel mogelijk tegels uit de tuin gewipt worden, maarde planten die je erin zet mogen dan dus doodgaan? Je tuin sproeienwordt namelijk onbetaalbaar op deze manier, als we niets doen.Daarom heb ik drie vragen aan de Minister. Vraag één: kunt u toezeggennooit een tarief voor comfortwater te zullen invoeren? Vraag twee: kunt utoezeggen dat u de mensen in huis met rust laat en dus geen gedragson-derzoek gaat uitvoeren? Vraag drie: kunt u toezeggen er als de wiede-weerga haast mee te maken om, in lijn met wat ik net tegen deChristenUnie heb gezegd, samen met de provincies nieuwe drinkwater-bronnen te realiseren? Het is natuurlijk pure armoede, een regering diemet je onder de douche staat. Verschrikkelijk.Voorzitter. De PVV vindt het een vanzelfsprekendheid dat iedere Neder-lander toegang krijgt tot drinkwater. Om die reden zijn we ook tevredenover de uitspraak van de rechter die zowel de overheid als de drinkwater-bedrijven verplicht om rekening te houden met de belangen van kinderenen om hen niet meer af te sluiten van het water. En toch zijn er risico’s. Wewillen van de Minister horen of hij bang is dat mensen in de toekomst nietlanger de behoefte voelen om te betalen voor drinkwater. Als ze toch nietworden afgesloten, waarom zouden mensen dan nog betalen? Drinkwateris al relatief goedkoop – dat houden we ook graag zo – maar het kan nietzo zijn dat onze drinkwatervoorziening in de problemen komt omdat dekosten niet meer betaald worden. Ik zie dat ik nog een interruptie krijg. O,toch niet.De voorzitter:Gaat u vrolijk verder.De heer Heutink (PVV):Dan gaan we vrolijk door.De voorzitter:De interruptie gaat niet door, dus we gaan gewoon door.De heer Heutink (PVV):Ik rond ook af, dus dat scheelt. Hopelijk blijf ik binnen de tijd.Voorzitter. We snappen dat de opgaven op watergebied groot zijn. Debeschikbaarheid van water staat onder druk. Zoals ik al aangaf, is dat nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69016 omdat er een tekort aan drinkwater is, maar omdat er een tekort aanvergunningen is. Het is ook logisch, want we zijn ruimschoots de 18miljoen mensen gepasseerd en iedereen heeft water nodig. Als mensenwillen besparen, dan is dat prima. Dat moeten ze lekker zelf weten. Maaralstublieft, beste regering, stop de bemoeizucht. De Nederlander is klaarmet al die betutteling van de afgelopen jaren.Daar wil ik het graag bij laten. Dank u wel.De voorzitter:Het lid Kostic´ heeft een interruptie voor u. Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Feitenvrije politiek. De Nederlander is klaar met dit wanbeleid, met dathun water wordt vergiftigd. Ze willen en eisen gewoon meer actie, ookvan de PVV. Dat laten alle onderzoeken zien. Dat gezegd hebbende vind ikhet interessant dat de PVV zegt te staan voor de gewone burger. Degewone burger betaalt op dit moment steeds meer voor water. Sterkernog, de gewone burger betaalt uiteindelijk naar verhouding meer dangrote bedrijven zoals Tata Steel, die 500 miljoen liter water per jaarverbruiken en daar maar iets meer dan € 100 per jaar voor betalen. Ik benbenieuwd of de PVV tenminste op dat gebied bereid is om met ons samenop te trekken om dat meer recht te trekken, zodat de grootverbruikers naarverhouding gaan betalen en onze burgers meer worden ontzien.De heer Heutink (PVV):Volgens mij is het kabinet druk bezig met een plan van aanpak om tekijken hoe Tata Steel kan vergroenen en hoe de uitstoot verminderd kanworden. Volgens mij legde het lid Kostic´ net woorden in mijn mond, dat ikhet erover gehad zou hebben dat het prima zou zijn dat het water vervuildis. Dat is niet goed. Dat vindt, denk ik, niemand in Nederland goed. Maarwe gaan niet zo ver als mevrouw Kostic´, die het liefst morgen Tata Steelwil sluiten. Zo ver gaan we niet.De voorzitter:Het lid Kostic´, uw laatste interruptie. Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik ben blij dat de PVV zegt iets te willen doen aan de vervuiling. Dan ben ikwel benieuwd wat ze dan precies willen doen, want daar heb ik de PVVniet over gehoord. De kiezers willen dat toch echt wel graag horen. En ikga toch weer even de feitenvrije politiek corrigeren: er lopen inderdaadonderhandelingen met Tata, los van het feit dat dat slappe hap lijkt te zijn.Water valt daar niet onder. Mijn vraag is dus nog steeds of de PVV bereidis om met ons samen te werken om de regels die er nu zijn, die degrootverbruikers en grootvervuilers ontzien en de burgers juist extrabelasten, aan te passen, zodat we een eerlijk systeem hebben waarbij degewone burger niet belachelijk veel hoeft te betalen en de grootvervuilersniet worden ontzien.De heer Heutink (PVV):Waar de Nederlander behoefte aan heeft, is betaalbaar drinkwater. Wemoeten zorgen dat er voldoende drinkwater is. We moeten zorgen voornieuwe waterwinpunten. We moeten ervoor zorgen dat de Minister geentarief op plezierwater invoert. Dat zijn prioriteiten, zeg ik ook in de richtingvan de Partij voor de Dieren. Want zonder de betaalbaarheid vandrinkwater zijn we helemaal nergens. Dat zijn voor ons de prioriteiten,zoals ik net ook heb opgesomd in mijn spreektekst. Daar wil ik het bijlaten.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69017 De heer Stoffer was eerst, meneer Gabriëls. Daarna kom ik bij u.De heer Stoffer (SGP):Ik wou zeggen dat de heer Gabriëls al een keer eerder zijn hand opstak.De voorzitter:Dat heeft uw voorzitter niet gezien, maar fijn dat u er zo uitgekomen bentsamen.De heer Stoffer (SGP):Wij komen er samen wel uit. We hebben onlangs ook nog samen eenmooie motie in gediend. Daar komen we denk ik nog wel op terug.De heer Heutink geeft aan dat er veel water is gevallen de afgelopen tijd.Dat klopt, hè? Aan de ene kant heb je dan natuurlijk meer water dat je zoukunnen gebruiken. Maar daar zit een andere kant aan: waterveiligheid. Wehebben de afgelopen periode natuurlijk stevige buien en hoge wateraf-voeren gezien. Dat betekent onder andere dat er van 2030 tot 2050wellicht meer geld nodig zal zijn voor dijkversterking, ook in de vorm vanextra investeringen, ook vanuit het Rijk. Ik ben benieuwd hoe de PVVdaartegen aankijkt. Is dat ook een prioriteit? En ziet de PVV ook dat hetnoodzakelijk is dat we onze dijken echt blijven versterken, zodat we nietalleen lang kunnen douchen enzovoorts, maar ook op het moment dat hetnodig is droge voeten houden?De heer Heutink (PVV):Volgens mij neemt het kabinet dat ook serieus, want het Hoogwaterbe-schermingsprogramma staat gewoon in het regeerprogramma. Daar gaathet kabinet dus mee door. U doet een roep om meer geld. Ik kan u dat nietzo toezeggen. Wij zijn ook met handen gebonden. Ik kan niet zomaar geldop de plank toveren. Maar ben ik het met u eens dat waterveiligheidbelangrijk is? Ja, natuurlijk. Ik kom zelf uit Enschede. Wij hebben eenenorme bui van 100 millimeter per uur gehad. Een totale wijk stond onderwater. Daarbij moesten mensen huis en haard verlaten omdat alles wasdoorgerot in de woningen vanwege het feit dat het rioolwateromhoogkwam. Ik beaam volledig dat het ontzettend belangrijk is.Misschien kan de Minister daar ook nog op reflecteren en aangeven wathij concreet voor zich ziet in de komende periode en welke maatregelenhij gaat nemen. Misschien gaat hij wel extra geld uitgeven; ik weet hetniet. Maar ik zou die vraag wel naar het kabinet willen doorgeleiden.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Even over de Kaderrichtlijn Water. Als de Minister het beleid van de vorigeMinister voortzet ten aanzien van de Kaderrichtlijn Water en internationaleafspraken, wat zegt de PVV dan tegen de Minister?De heer Heutink (PVV):Dat is wat we al jaren tegen de Minister hebben gezegd, namelijk dat wede doelen niet halen – het lijkt een beetje op het betoog van meneerSoepboer – dat we geen onrealistische doelen moeten stellen en dat wemoeten zorgen dat de regels in Brussel wat soepeler worden. Daarhebben we zelfs een motie voor aangenomen. Dit is meteen een mooiegelegenheid om aan de Minister te vragen hoe het staat met die aange-nomen motie en hoe de onderhandelingen in Brussel daarover gaan. Datis dus wat wij zeggen. Maar we moeten wel voorbereid zijn, zeg ik in derichting van de heer Gabriëls. Wat gaan we doen als het niet lukt? Dan zitons hele land namelijk op slot. Volgens mij is dat het allerlaatste wat wewillen. Het is dus zaak voor dit kabinet om te prioriteren. Gaan we onsvoorbereiden op de situatie dat het niet lukt? Er zijn nu namelijk nog ruim42 stoffen die niet voldoen. Dat is echt fors. Het is niet alleen stikstof enammoniak, zeg ik in de richting van de Partij voor de Dieren. Het gaat omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69018 veel meer stoffen, waaronder lood en nikkel. Dat zou dus mijn antwoordzijn. Dat is de richting waar wij naar kijken.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik bewaar nog een interruptie voor BBB.De voorzitter:U verdeelt ze goed. Complimenten daarvoor van de voorzitter. De heerBamenga heeft nog wel een vraag aan de heer Heutink. Dat is zijn derdeinterruptie.De heer Bamenga (D66):Ik hoor verschillende dingen vanuit de heer Heutink van de PVV. Enerzijdshoor ik: wij zijn voor betaalbaar drinkwater, voor genoeg water, voorwaterveiligheid. Maar aan de andere kant hoor ik dat de heer Heutink zegt:we moeten zorgen dat de regels in Brussel wat soepeler worden. Wat mijbetreft gaat dat niet helemaal samen, want de regels in Brussel zijn eruiteindelijk om ervoor te zorgen dat er schoon en gezond water komt voorons allemaal. Op het moment dat je die soepeler maakt, neem je daarbijdus het risico dat water niet meer voldoende schoon is en niet meergezond is voor ons allemaal, en dat wij bij wijze van spreken aan de handvan water bijvoorbeeld te veel pfas binnenkrijgen. Hoe rijmt de heerHeutink deze twee?De heer Heutink (PVV):Het blijkt wel dat de heer Bamenga er werkelijk niets van snapt. Het isnamelijk niet zo dat als je soepelere regels afdwingt in Brussel, het directimpact heeft op de waterkwaliteit. Wij hebben als Kamer een motieaangenomen over de «one out, all out»-regel. Dat betekent dat alséén stof de norm overschrijdt, het hele oppervlaktewater wordt afgekeurd.En wat zegt de Europese Unie nou? Die zegt: weet u, Nederland, u heefteigenlijk wel gelijk, want dat principe zegt niet zo veel over de waterkwa-liteit. Daar zijn we volgens mij nu druk mee bezig. We zijn bezig om juistdat aspect aan te passen, namelijk hoe we in ons land aan het meten zijn.Het versoepelen van regels hoeft niet per se iets te zeggen over dewaterkwaliteit, zeg ik in de richting van D66.De voorzitter:Er worden meer interrupties bewaard, zie ik. Dan gaan we dat zo doen.Het woord is nu aan de heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van de Arbeid.Gaat uw gang.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik wil deze Minister heel veel succes wensen.Om met de deur in huis te vallen: GroenLinks-Partij van de Arbeid vindtdat we alles op alles moeten zetten om de doelen van de KaderrichtlijnWater te halen. Schoon water is belangrijk voor de gezondheid van mensen dier en daar zouden we ons meer bewust van moeten zijn. Je weet paswat je mist als het er straks niet meer is. De grootste vrijheid is gewoonschoon drinkwater uit de kraan. Daarnaast geven we door het halen vande Kaderrichtlijn Water ook duidelijkheid. We voorkomen rechtszaken enwe halen onzekerheid bij bedrijven weg. Investeren in schoon water doeje door vervuiling bij de bron aan te pakken.We hebben een nieuwe Minister, maar de agenda bestaat vooral uitbrieven en rapporten van de vorige Minister. Mijn eerste vraag aan deMinister is dus: gaat u het beleid van uw voorganger versnellen,afzwakken of voortzetten?Het regeerprogramma is inhoudelijk summier over water en al helemaalover waterkwaliteit. Ik ben helemaal geen nieuwe maatregelen tegenge-komen. De toon van het regeerprogramma ademt vooral dat er ruimteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69019 moet komen voor bedrijven die beperkt worden door de milieuregels.Letterlijk staat er: «Ondernemers lopen tegen grenzen aan, zoals beperktemilieuruimte.» Betekent dat dat we de milieuregels zoals de KaderrichtlijnWater gaan wegdenken of dat we daadwerkelijk werk gaan maken vanschoon water? Ik hoor graag een reactie van de Minister daarop.Inmiddels is wel bekend dat het Nationaal Programma Landelijk Gebied isafgeschaft. Wat betekent dat voor het halen van de waterdoelen? Deprovinciale plannen gaven ruimtelijke en financiële mogelijkheden omsamen van onderop integrale doelen te bereiken. Wat is nu het alternatief?De voorzitter:Meneer Gabriëls, mag ik u heel even onderbreken? Het kan zijn dat deheer Soepboer zelfs op het vorige punt een interruptie heeft. Ik zie dat datzo is. Dan moet ik u toch echt even onderbreken.De heer Soepboer (NSC):Ik wil graag aan de heer Gabriëls vragen wat hij belangrijker vindt: hetuiteindelijk halen van de doelen of de snelheid waarmee dat gebeurt.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Het belangrijkste vind ik schoon water. De Kaderrichtlijn Water van hetjaar 2000. Toen moest dat gebeuren en we zijn nu 24 jaar verder, dus ja ...Schoon water, dat vind ik het belangrijkste, zo snel mogelijk.De voorzitter:De heer Soepboer, u heeft nog één interruptie in de aanbieding.De heer Soepboer (NSC):Dat weet ik. En dat is natuurlijk geen antwoord op mijn vraag. Dus ik hoopdat u dat zo meteen alsnog gaat doen, maar ik wil er ook een vraag aantoevoegen. Als we nou met elkaar komen tot een soort plan van aanpaken we zouden kunnen zeggen dat het in 2029 wel lukt, dat we dan dusdeze maatregelen hebben, zou meneer Gabriëls daar dan zijn handte-kening onder zetten?De voorzitter:Meneer Gabriëls, u heeft nog twee openstaande vragen, begrijp ik. Gaatuw gang.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Nee, daar zou ik mijn handtekening niet onder zetten, omdat gewoonbekend is dat we de doelen in 2027 moeten halen. Als we die niet halen,vinden er allerlei rechtszaken plaats. Doordat er veel juridische procedureszullen volgen, komen allerlei waterwerken, maar ook andere werken ingevaar. De heer Soepboer doet net alsof 2027 verschuifbaar is, maar hetzijn niet zomaar regels. Brussel heeft gezegd dat het 2027 moet zijn. Hethad natuurlijk al veel eerder moeten gebeuren. Maar het is dus nietverschuifbaar, zoals u doet voorkomen.De heer Soepboer (NSC):Voorzitter, ik wil een beroep doen op een persoonlijk feit.De voorzitter:Gaat uw gang.De heer Soepboer (NSC):De heer Gabriëls doet nu net of ik zeg dat 2027 verschuifbaar is. Dat zeg ikniet. Ik vraag meneer Gabriëls alleen of hij, als er een garantie zou zijn datwe het halen maar dat het dan wel 2029 wordt omdat het anders heellastig wordt, daar zijn handtekening onder zou zetten. Dat is het enige datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69020 ik vraag. Ik heb net ook een aantal keren gezegd: we willen het gaanhalen, maar er is een scenario denkbaar dat we het niet gaan halen. Wemoeten dus ophouden om mij dit steeds in de schoenen te schuiven.De voorzitter:Het is helder, dank u wel.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Elke concrete maatregel die leidt tot het schoonmaken van water zal op desteun van GroenLinks-Partij van de Arbeid kunnen rekenen.De voorzitter:Helder, u vervolgt uw betoog.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik vroeg wat het alternatief was van de Minister voor het afschaffen vanhet NPLG. Hoe gaat de coördinerend Minister Water voorkomen datgronden van stoppende boeren gebruikt worden voor bijvoorbeeldlelieteelt, met bijbehorende schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit?Meer dan de helft van de meetlocaties laat nu een overschrijding zien vanlandbouwgifstoffen omdat het Ctgb andere normen toelaat dan deKaderrichtlijn Water. Hoe kan dat? Dat hadden we decennia geleden algelijk moeten trekken, lijkt me. In de brief over de voortgang van deKaderrichtlijn Water van voor de zomer staat dat er na het zomerrecesvoorstellen liggen waarover eind 2024 kan worden besloten. Ik heb dezevoorstellen nog niet gezien. Mijn vraag is: wat kunnen we verwachten? Ikontvang hierop graag een concreet antwoord.Spreekt de coördinerend Minister van Water zijn collega van LVVN eropaan dat ook háár beleid ten aanzien van het NPLG, mest en pesticiden,van invloed is op het niet meer halen van de waterdoelen in zíjn porte-feuille? Sluit de Minister van LVVN ook aan bij het belangrijke tweemaan-delijkse Bestuurlijk Overleg Kaderrichtlijn Water met provincies, water-schappen en Rijkswaterstaat?Voorzitter. Er zijn tekorten bij de omgevingsdiensten. Vergunningen zijnniet inzichtelijk. Vergunningen worden amper of niet herzien en er wordtniet op gehandhaafd. De Europese Commissie is hiervoor een inbreukpro-cedure gestart. Nederland is dus in feite op de vingers getikt. We zijn dusniet het beste jongetje van de klas. Hoe gaat de Minister ervoor zorgen datvergunningen wél herzien worden en niet voor onbepaalde tijd wordenverstrekt? Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat het volledig inzichtelijkis wie welke verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van de vergunningen?Nu is het «spaghettiverantwoordelijkheid»: soms gaat het waterschaperover, dan weer gemeenten, Rijkswaterstaat, een omgevingsdienst of deprovincie. De waterkwaliteit is daar niet mee gebaat. Het lijkt er soms opdat iedereen naar elkaar wijst. Is de coördinerend Minister van Waterbereid om toe te zeggen dit strakker te coördineren en als het nodig is zijnaanwijzingsbevoegdheid in te zetten als hij ziet aankomen dat de doelenniet gehaald worden?Verder wil ik van deze Minister weten wat hij doet om de drinkwatervoor-zieningen voor de komende jaren op peil te houden. Drinkwaterbedrijventrekken massaal aan de bel en geven aan dat de leveringszekerheid onderdruk staat. Wat gaat de Minister hieraan doen en hoe?Kan de Minister toezeggen dat hij zorgt voor een overzicht van allelozingen van pfas en zeer zorgwekkende stoffen op het oppervlaktewater?Er zal meer inzicht moeten komen, want drinkwaterbedrijven krijgen hetwater moeilijk gezuiverd en moeten hun kosten hiervoor afwentelen opinwoners.Hoe staat het eigenlijk met de uitvoering van de nationale aanpak vandrinkwaterbesparing? Kan de Minister toezeggen met een brief naar deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69021 Kamer te komen waarin staat welke acties wanneer uitgevoerd worden inhet kader van deze aanpak?Ten slotte de waterveiligheid. We hebben gezien wat er kan gebeuren metheftige regenbuien, in Zuid-Limburg in 2021 en nu in Oost-Europa. Er zijngrote ingrepen nodig in waterbeheer, maar ook in de ruimtelijke ordening.«Water en bodem sturend» is hierbij een belangrijk principe. Hoe gaat decoördinerend Minister van Water het principe «water en bodem sturend»verankeren in de wet? Ziet de Minister de noodzaak om op korte termijnextra te investeren in het Hoogwaterbeschermingsprogramma?Voorzitter. Bij water gaat het altijd om de volgende kwestie: te veel, teweinig, te vies. GroenLinks-Partij van de Arbeid zal de Minister altijdblijven aansporen, want water gaat over gezondheid en bestaansze-kerheid voor nu en voor de toekomst.De voorzitter:Mijn complimenten. U bent ruim binnen de vijf minuten gebleven, zou ikwillen zeggen. Ik ga de term «coördinerend Minister» uit dit debat vanvandaag niet vergeten.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Heel goed.De voorzitter:De heer Stoffer, namens de SGP, is aan het woord. Gaat uw gang, meneerStoffer.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter.Hetzelfde water dat met stormgejoelEn helse vlagen komt en wordt gevreesd,Is ook het water dat, sereen en koel,De mensen van hun kwellingen geneest.Aldus Gerrit Komrij in een gedicht voor de Commissie Waterbeheer 21steeeuw. Verderop noemt hij het waterbeheer een «gordiaanse knoop».Inderdaad, uitdagingen te over. Ik wens de nieuwe Minister daarom veelwijsheid en zegen toe, en uiteraard ook plezier.Voorzitter. Onze waterveiligheid moet op orde blijven. Extreme hoosbuienen rivierafvoeren bevestigen namelijk dat we vooruit moeten denken.Brabant liet de deltacommissaris weten dat het afgelopen winter net goedging, maar dat het heel anders had kunnen aflopen. De kosten voor hetHoogwaterbeschermingsprogramma in de periode 2030–2050 zijn hogerdan gedacht: 24 miljard euro in plaats van 14 miljard euro. Mijn vraag isdan ook: houdt de Minister vast aan het uitvoeren van de noodzakelijkedijkversterkingen richting 2050? En wordt er op korte termijn een besluitgenomen over de benodigde 2,5 miljard euro voor de periode 2030–2036?Het is voor waterschappen belangrijk dat de projectorganisaties op vollekracht door kunnen gaan en dat er geen gaten vallen in de planning.De vorige Minister heeft een ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptievegebouwde omgeving gepubliceerd. Dat is heel goed. Maar de vraag isvervolgens hoe er gezorgd wordt voor een toepassing daarvan. De SGPheeft eerder gepleit voor versterking van de watertoets door water-schappen. Mijn vraag is hoe de Minister dat oppakt. Gaat de toegezegdeverkenning niet over de vraag of, maar over de vraag hoe deze watertoetsversterkt wordt?Voorzitter. Dan een onderwerp waar het al veel over is gegaan: de doelenvoor de Kaderrichtlijn Water. Dat gaat er namelijk enorm om spannen. DeSGP vindt het cruciaal dat duidelijk is met welke doelen we het in 2027moeten doen. Ik zie nog behoorlijke verschillen in fosfaatnormen bijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69022 waterschappen in de kustzone waar sprake is van fosfaatrijke kwel. Is denatuurlijke achtergrondbelasting overal wel voldoende meegenomen, ismijn vraag.In de Oostvaardersplassen zijn normen versoepeld vanwege de velevogels. Maar er zijn meer vogelrijke waterlichamen. Mijn vraag is waaromdaar de normen nog niet zijn versoepeld. In verschillende waterlichamenis sprake van historische belasting. Het heeft tijd nodig, veel tijd, voordatdit verdwenen is. Dan mag je deze doelen later halen. Mijn vraag is omhier duidelijkheid over te geven. Ik zie waterlichamen waar de biologischedoelen op orde zijn. Waarom doen we dan moeilijk over de afgeleidenutriëntnormen? Kortom, mijn vraag is hoe de Minister ervoor zorgt datde doelen zo haalbaar mogelijk worden gemaakt.De aanpak is versnipperd, terwijl er veel op het spel staat. Ik hou er niet zovan, maar in dit geval pleit ik als SGP toch voor een deltacommissarisKRW, die ervoor gaat zorgen dat iedereen in de laatste etappe doetwaarvoor hij aan de lat staat. Ik hoor graag van de Minister hoe hij op ditvoorstel reageert.De SGP maakt zich grote zorgen over industriële lozingen.De voorzitter:Meneer Stoffer, mag ik u onderbreken voordat u naar het volgendeonderwerp gaat?De heer Stoffer (SGP):Jazeker.De voorzitter:De heer Pierik heeft namelijk een vraag over uw vorige blokje.De heer Pierik (BBB):Het halen van de KRW-doelen is al veel besproken. Ik ben eigenlijk welheel benieuwd hoe de SGP aankijkt tegen het meten van de waterkwa-liteit. Is dat systeem op dit moment op orde of zou de SGP toch ook willenpleiten voor wat aanpassingen wat betreft het meten van die kwaliteit?De heer Stoffer (SGP):Dank voor de vraag van de heer Pierik. Ja, ik ben het wel met hem eens. Ikdenk dat het goed zou zijn. Het komt natuurlijk ook vaak langs dat wij inNederland nogal specifiek meten, nogal nadrukkelijk meten en dat wij datnadrukkelijker doen dan in een aantal landen om ons heen. Dus ja, ik denkdat het zeker goed zou zijn als we onze meetsystematiek nog eens goedbekijken en daarmee ook herzien. Wat dat betreft kan ik dus het korteantwoord geven: ja, ik ben het ermee eens dat we dat nog eens heel goedtegen het licht moeten houden.De voorzitter:Dan zie ik de heer Pierik voor zijn laatste interruptie nog een ...De heer Pierik (BBB):Ja, dank. Ik zou toch graag ingekleurd zien op welke punten dat danherzien zou moeten worden. Misschien kan de heer Stoffer daar nog evenop reageren.De voorzitter:De heer Stoffer, op welke punten?De heer Stoffer (SGP):De heer Pierik overvraagt mij als hij zegt: doe dat nu heel specifiek. Maarik zou in ieder geval willen kijken of wij niet op te veel punten meten, wantdat komt vaak aan de orde. Ik zou ook willen kijken of wij onze norm watTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69023 dat betreft soms bij moeten stellen. Maar als hij me vraagt nu despecifieke aandachtspunten waar we op meten te benoemen, danovervraagt hij me. Dan moet ik hem dus teleurstellen.De voorzitter:U zult het ermee moeten doen, meneer Pierik.De heer Stoffer (SGP):Het is ook zijn laatste vraag, voorzitter.De voorzitter:Het was zijn laatste interruptie, inderdaad. Meneer Stoffer, vervolgt u uwbetoog.De heer Stoffer (SGP):Goed, voorzitter. Ik gaf aan dat wij ons grote zorgen maken over indus-triële lozingen in het oppervlaktewater. Het is van belang dat vergun-ningen snel op orde worden gebracht en beter aansluiten bij de KRW.Emissies van schadelijke stoffen moeten geminimaliseerd worden. Mijnvraag is welke ambitie de Minister op dit punt heeft. Gemeenten gevenweinig prioriteit aan toezicht op indirecte lozingen. Bij een pilot inNoord-Holland bleek dat in veel afvalwater dat op riolering geloosd wordt,hoge concentraties zeer schadelijke stoffen voorkomen. Dat zal elders inhet land niet anders zijn. Ik pleit voor een strengere aanpak van indirectelozingen in het hele land en een versterkte rol voor waterschappen hierbij.Mijn vraag is: deelt de Minister de noodzaak hiervan en, zo ja, hoe wil hijhier handen en voeten aan geven? Onlangs was er berichtgeving overongecontroleerde lozingen van allerlei zeer zorgwekkende stoffen doortankreinigingsbedrijven. Ik schrok daarvan. Het is hoog tijd om ervoor tezorgen dat we grip krijgen op deze en vele andere lozingen.Samen met andere fracties waren we op werkbezoek bij NX Filtration, eenbedrijf dat met een innovatieve membraantechnologie pfas, medicijn-resten en andere stoffen uit het water haalt. Het wordt wereldwijdverkocht, behalve in Nederland. Hier loopt alleen een handvol pilots. Eenreactie op Kamervragen van mij, samen met collega Gabriëls, schermt deMinister met allerlei regelingen en wijst hij naar anderen. Ik heb hetgevoel dat we rondjes draaien en daardoor kansen laten liggen. Concreetis mijn vraag: hoe pakken we door met innovatieve zuiveringstechniekenbij industrie- en rioolwaterzuiveringsinstallaties?Voorzitter. Dan nog twee onderwerpen. De rivierkreeft rukt op enondermijnt het halen van waterkwaliteitsdoelen. Overheden wijzen naarelkaar, maar het Rijk is primair verantwoordelijk voor de exotenbe-strijding. Concreet is mijn vraag: komt er budget voor waterschappen omdeze exoot weg te vangen en te bestrijden?Tot slot, voorzitter. De Europese Richtlijn stedelijk afvalwater bepaalt datgeneesmiddelen- en cosmeticafabrikanten betalen aan financiering van devierde zuiveringstrap. Dat is op zich begrijpelijk, maar de kosten kunnenoplopen tot meer dan 400 miljoen euro per jaar. Hier draaien alleen degenoemde fabrikanten voor op, terwijl er ook andere verantwoordelijkzijn. Wat betekent deze kostendoorberekening voor de beschikbaarheidvan geneesmiddelen, is mijn vraag. En hoe wordt voorkomen dat er nogmeer geneesmiddelen uit Nederland verdwijnen?Mijn tijd is op, voorzitter, dus ik laat het daarbij. Dank u wel.De voorzitter:Uw tijd is zeker op. Dank u wel. We gaan door met de volgende sprekeraan de kant van de Kamer. Dat is de heer Pierik van de BBB.De heer Pierik (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69024 Dank u wel, voorzitter. De problemen rondom het thema water zijn grooten het onderwerp is talrijk. Ik kan dus helaas niet alle onderwerpenbehandelen die ik zou willen behandelen. Maar laat ik ook beginnen metde waterkwaliteit. Waterkwaliteit wordt vaak op een andere maniergemeten. Het meten gebeurt best verschillend in de regio’s. Het gaat alsnel over stikstof en fosfaat, maar waterkwaliteit is veel meer dan stikstofen fosfaat. Het is bijvoorbeeld ook de watertemperatuur. Dat is meteen aleen lastig punt, want de watertemperatuur zal naar verwachting sowiesostijgen door klimaatverandering. Daar ligt wel een uitdaging, want hetklinkt heel makkelijk om gewoon een lagere temperatuur voor te schrijvenbij het lozen van koelwater, maar als we deze verandering te snel invoerenen de stap te groot maken, dan betekent dit dat complete productiepro-cessen in de zomer stil komen te liggen. We leggen dan dus een deel vande economie stil en dat lijkt me niet gewenst. Kan de Minister daar eensop reflecteren?Voorzitter. We hebben een zeer nat jaar achter de rug met soms extreemveel regen in korte tijd. Het gevolg hiervan is dat riooloverstorten het werkmoesten doen. Dit betekent dat poep en plas, en dus stikstof en fosfaat,regelrecht in het oppervlaktewater terechtkwamen. Telkens weer blijkt datals we niet goed in beeld hebben wat hiervan het effect is, het onduidelijkblijkt wat de waterkwaliteit hierin betekent. De Minister geeft aan dat hetslechts een minimaal effect is, want dat is zo berekend. Maar lokaal zijn degevolgen van die riooloverstorten soms heel groot. De weersomstandig-heden hebben ook effect. Ik zou toch heel graag meer inzicht willenhebben in het inzetten van de meetpunten om ook deze modellen tekunnen verifiëren. Is de Minister het daarmee eens?Voorzitter. We hebben een groot probleem met lozingsvergunningen. Veelvergunningen zijn niet in beeld of sterk verouderd. Bij de pilot vanRijkswaterstaat met de naam Pilot bezien watervergunningen in 2019bleek dat 25% onmiddellijk geactualiseerd zou moeten worden. Dit zou3,5 miljoen euro gaan kosten. Moeten we hiermee aan de slag? Deinbreukprocedure van de Europese Commissie maakt dat ook duidelijk.Graag hoor ik wat de plannen zijn van de Minister om hiermee concreetaan de slag te gaan.Voorzitter. De Minister is bezig met een bronanalyse betreffende nutri-ënten. Er zijn echter al verschillende waterschappen die recente bronana-lyses hebben. Kan de Minister aangeven hoelang het duurt voordat wij denieuwe nationale bronanalyses kunnen verwachten? Is het ook mogelijkom van de bestaande, meer recente, bronanalyses gebruik te makenzolang er geen nieuwe analyses liggen?Voorzitter. Ruim 50% van de wateren – het gaat zelfs om 55% – scoortgoed wat betreft nutriënten. Toch beslaan de met nutriënten verontrei-nigde gebieden het grootste deel van Nederland. Dat kaartje met die rodevlekken kennen we allemaal. En toch is 55% van de wateren goed watbetreft nutriënten. Kan de Minister uitleggen waarom dit zo is? Vindt deMinister ook dat de NV-gebieden geen goede weerspiegeling geven vande toestand van de wateren?Voorzitter. Ik ben blij om in het regeerakkoord te lezen dat de normen voorwaterkwaliteit gelijkgetrokken gaan worden met het buitenland. Kan deMinister vertellen hoe dit aangepakt gaat worden? In het verlengdedaarvan: het lijkt me van groot belang dat de waterschappen dezelfdestoffen gaan meten op dezelfde manier. Daar lijkt nog steeds geen sprakevan. Is de Minister van plan om hier ook energie op in te zetten?Voorzitter. Dan het al eerder besproken «one out, all out»-principe. Ditonderwerp is behandeld in de Europese Commissie. Deze geeft nu deopdracht om een aanvullende indicator te ontwikkelen om de verbeteringvan de waterkwaliteit zichtbaar te maken. Mijn vraag aan de Minister is:wat is het tijdpad hiervoor en welke invloed gaat dat hebben op dedeadline voor de KRW 2027?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69025 Voorzitter. Ik krijg signalen dat het niet vlot met de gedragscode Wetnatuurbescherming voor waterschappen, voor bestendig beheer enonderhoud. Voor de waterschappen is dit echt een probleem. Kan deMinister aangeven wat op dit moment de stand van zaken is?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Dan zijn we nu aangekomen bij de inbrengvan de heer Grinwis namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. Leuk dat de Minister er is. Ik hoop dat hij geniet van ditprachtige onderwerp. Dat kan eigenlijk niet anders, als inwoner van dekuststrook van ons land, van Rockanje, toch? Dat moet dus goedkomen. Ikwens hem veel wijsheid en succes.Voorzitter. De fatbike krijgt grote koppen; het water verdient grote koppen.Maar soms denk ik: het kan ook wel een onsje minder. Dat dacht ikbijvoorbeeld deze zomer, toen het in berichten ging over de drinkwater-winning. 2024 kende namelijk het natste voorjaar in jaren. En wat werdNederland voorgehouden? «Je moet je tuintje wat minder sproeien, wantons drinkwater raakt op.» Alles goed en wel: ik ben echt voor zuinigomgaan met ons kostbare drinkwater en voor grijs water en zo, maar hetkernprobleem zit ’m hier in het uitblijven van nieuwe drinkwaterbronnen,in de investeringscapaciteit bij drinkwaterbedrijven en in te weinigcirculair gebruik. Dit zijn zaken waar ik al jaren op hamer en waar ik aljaren toezeggingen over krijg, maar er gebeurt zo weinig. Daarom vraag ikom ruim baan voor waterbedrijven. Financieel worden drinkwaterbe-drijven al jaren beknot door de strenge regels van de zogenaamde WACC.Dat gaat over de vermogenskostenvoet. Wanneer verwacht de Minister dedrinkwaterregeling nou definitief vast te stellen? Voor langere termijn zijnstructurele wijzigingen echter nog steeds nodig, zodat drinkwaterbe-drijven vol aan de bak kunnen. Bereidt de Minister een wijziging van deDrinkwaterwet voor om dat mogelijk te maken? Wat is het verdere proces?En wanneer kan de Minister duidelijkheid bieden aan de drinkwaterbe-drijven?Dan ...De voorzitter:Ik was even op zoek naar een wak in uw verhaal, meneer Grinwis. Dan kande heer Heutink ...De heer Grinwis (ChristenUnie):Zou ik dit punt over de waterwinning nog even kunnen afmaken?De voorzitter:Nou, de heer Heutink houdt al een tijdje zijn hand omhoog, dus ik denkdat zijn interruptie al over een eerder punt ging. Meneer Heutink.De heer Heutink (PVV):Het enige wat ik wil doen, is meneer Grinwis ongelofelijk bedanken, wantdit is inderdaad wat er aan de hand is. Er is geen tekort aan drinkwater,maar een tekort aan vergunningen. Het is heel erg fijn dat de ChristenUniedat ziet. Hopelijk gaat de Minister er wat mee doen.De voorzitter:Nou, dat is mooi. Maakt u uw verhaal af, meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter, maar ik krijg nu natuurlijk de kans om daarop tereageren. Ik dank mijn collega Heutink dus voor de ondersteuning.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69026 De heer Heutink (PVV):Graag gedaan.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik hoop dat de Minister deze dubbele aansporing, van hem en van mij,dubbel oppakt en dat er nu echt wat gaat gebeuren als het gaat om devergunningverlening. Tegelijkertijd wil ik deze interruptie gelijk evenaangrijpen om wel te pleiten voor nuance. Er is niet alleen maar eenwateroverschot en zat water; er is soms ook echt sprake van waterte-korten. Deze zomer zat ik na een lange periode van nattigheid gelukkigweer eens op een trekker. En wat schetste mijn verbazing? Ik zag steedseen tankwagen heen en weer rijden. Wat deed die? Die kwam op onseiland water inladen om het naar een zuidelijker eiland te brengen, waarde zoetwatervoorziening onder druk staat. Dat drukt ons wel met de neusop de feiten. Er is soms weleens sprake van een tekort. Maar dat moet jeniet doorvertalen naar een drinkwatertekort.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dan de nieuwe waterwinvergunningen. Ik zal het nog maar eens onder-strepen: gaat de Minister de provincies als vergunningverleners nouaanspreken op hun medeverantwoordelijkheid voor de waterbeschik-baarheid? Er moeten gewoon extra putten bij. De natuurvergunning ligtdaarbij dwars, met name de afweging van verschillende belangen. Denatuur is immers kwetsbaar. Water daaraan onttrekken kan niet zomaar.Maar wanneer roept de Minister als systeemverantwoordelijke deprovincies op het matje? Want zoals het nu gaat, kan het niet langer.Daarnaast moeten we veel meer richting een circulaire inrichting van hetwatersysteem, met gebruik van regenwater en hergebruik van grijs water,bijvoorbeeld uit de douche. Mijn vraag aan de Minister is of het Bouwbe-sluit op dat punt niet hoognodig moet worden aangepast, zodat nieuwgebouwde huizen over het juiste leidingnetwerk beschikken om over tekunnen gaan tot hergebruik van water. In Vlaanderen is dat al jaren bonton; de Minister weet dat wel. Eerder heb ik al gevraagd om gemeentenvia maatwerkregels de mogelijkheid te bieden om aanwijzingen totwaterbewust bouwen op te leggen. Is de Minister daar ook toe bereid? Enhoe is de motie-Grinwis om het Drinkwaterbesluit aan te passen metbetrekking tot opvang en gebruik van regenwater als huishoudwater nuconcreet uitgewerkt? Wanneer volgt er een geüpdatet Drinkwaterbesluit,waarin circulair water dus ook een plek krijgt?Voorzitter. Dan waterveiligheid. In januari bespraken we bij het wetge-vingsoverleg Water de enorme opgaven die eraan komen om onze dijkenop orde te houden. Maar liefst 2.000 kilometer dijk zal versterkt moetenworden. De rijksbijdrage aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma zalgrofweg verdubbeld moeten worden. Er moet dus zo’n 450 miljoen bij opjaarbasis. Toch is er tijdens de coalitieonderhandelingen geen euro extrauitgetrokken voor het Deltafonds, terwijl 100 miljoen extra van het Rijkook 100 miljoen extra van de waterschappen met zich meebrengt. Mijnvraag is hoe de Minister hier eigenlijk tegen aankijkt. Hoe denkt hij dezeenorme opgave, die al op vrij korte termijn begint, maar vooral doorwerktop langere termijn, op te lossen? Wat is de inzet van de Minister bij deonderhandelingen over het HWBP de komende tijd? Moet het Deltafondsniet gewoon meegroeien met de kostenstijging? In het regeerprogrammalees ik: «het vernieuwen van lopende financiële afspraken». Wat betekentdat nou precies? Betekent dit dat bij een dreigende stijging van water-schapslasten die stijging voorkomen gaat worden door de huidigeverdeelsleutel aan te passen, met name wat de projectgebondenbijdragen betreft? Ik heb al eerder geopperd om deze van 10% naar 5% teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69027 verlagen, zodat inwoners van waterschappen zoals Rivierenland enScheldestromen zich straks niet helemaal scheel betalen. Want dat dreigtnu: als die kosten stijgen en als de afspraak 50-40-10 blijft, ga je inwaterschappen met veel primaire waterkeringen echt heel erg veel geldbetalen.Voorzitter. Nog een vraag naar aanleiding van dit mooie onderwerp,waterveiligheid. Durft de Minister met ons als Kamer het gesprek aan oversysteemkeuzes? Het is nogal wat als we een dijk met bijvoorbeeld80 centimeter moeten verhogen, bijvoorbeeld bij de Beneden-Merwede,terwijl we er ook een discussie over kunnen voeren of we – om maar eenvoorbeeld te noemen – bij Hardinxveld niet een extra kering zoudenmoeten plaatsen, zodat dit gebied ontzien kan worden. Ik zou die discussiegraag voeren, een echte systeemdiscussie over de verdeling van waterover de watertakken, maar ook over grotere systeemingrepen. Ik hebeerder gepleit voor de Hollandkering. Die motie is aangenomen en is insamenspraak met kennisinstituten als de TU Delft en Deltares mooiopgepakt door Rijkswaterstaat; ik kan niet anders zeggen. Maar ik denkdat we hier eens beter over moeten nadenken, omdat er in de afruiltussen systeemingrepen en dijkversterkingen die dan kunnen wordenvermeden, echt nog wel wat te halen is. Dan hoeven we onze burgers ookniet overal lastig te vallen met gigantische ingrepen in hun leefomgeving.Ik ben benieuwd naar de reactie van de Minister.Ik denk dat ik al bijna door de tijd heen ben, hè?De voorzitter:Nou, niet bijna.De heer Grinwis (ChristenUnie):O, niet bijna. Op water en bodem sturend kom ik dan in de tweede termijnterug. Tot slot een heel klein vraagje over waterkwaliteit. Hoe denkt deMinister de doelen van de Kaderrichtlijn Water te gaan halen, zeker nu hetNPLG en de bijbehorende middelen uit het raam zijn geknikkerd aan deBezuidenhoutseweg 73?De voorzitter:Dank u wel, meneer Grinwis. Mag ik u vragen om het voorzitterschaptijdelijk van mij over te nemen? Dan kan ik namens de VVD mijn inbrengleveren.Voorzitter: GrinwisDe voorzitter:Met plezier, meneer De Groot. Dan geef ik hierbij het woord aan de heerDe Groot namens de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Ik dank u wel. Wat valt er nog te zeggen na zo’n mooi debat dat al heeftplaatsgevonden met al die onderwerpen? Maar ik ga toch mijn best doen,want de VVD wil dat mensen in ons land zich geen zorgen hoeven temaken over water. Dat is een hele opgave, want dat gaat over de vraag ofje droge voeten houdt, over de kwaliteit van water, over de beschermingtegen hoogwater en over de vraag of er genoeg drinkwater is. Op alleterreinen van het water is er steeds meer te doen, want Nederland is eenwaterland, gebouwd op en in samenwerking met het water. Daarom is heteigenlijk best wel gek – ik ga gelijk een compliment uitdelen aan denieuwe Minister – dat er in het gepresenteerde regeerprogramma geenspecifieke aandacht is voor het thema water. Het zou zo mooi zijn geweestals daar een wat uitgebreidere paragraaf had gestaan over wat deMinister van plan is om te doen op het gebied van water. Maar hoe mooiTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69028 is het dat we hier vandaag bij elkaar zijn en dat de Minister straks uiteenkan zetten wat zijn plannen zijn op het gebied van water, op het themawater?Voorzitter. Dan de drie onderwerpen waarvoor de VVD-fractie vandaagaandacht wil vragen. We vinden het als VVD belangrijk dat er een beetjeontspanning gaat komen in de discussie over de beschikbaarheid vandrinkwater en dat er voldoende aanbod blijft; dat is vandaag al genoeggezegd. In feite hoeven we in Nederland niet bang te zijn dat er te weinigdrinkwater zal zijn. Echter, de vele krantenkoppen hebben dat beeld wellaten ontstaan; dat is vandaag al vaker gezegd. Hoewel we wellicht nietbang hoeven te zijn, betekent dat natuurlijk niet dat we stil kunnen zitten.We moeten de handen uit de mouwen steken, zodat we ons geen zorgenhoeven te maken, en we moeten ons er wel van bewust zijn dat er meerproductiecapaciteit nodig is. Dat is een gevolg van de toenemendedrinkwatervraag, de bevolkingsgroei, de economische groei en regionaal-stedelijke uitbreiding. De heer Grinwis heeft het al gevraagd: hoe staat heteigenlijk met de uitvoering van de motie-Grinwis/De Groot om dedrinkwaterbedrijven meer financiële vrijheid te geven om te investeren? Ikga alle vragen die ik hierover opgeschreven heb en die de heer Grinwishierover al heeft gesteld, niet stellen.Voorzitter. Het volgende onderwerp: we hebben de plicht om ons land ende mensen die hier wonen, te beschermen tegen hoogwater. Dezeespiegel stijgt en ook in het binnenland komt hoogwater steeds vakervoor. Samen met de provincies en waterschappen werkt het Rijk aanvoldoende bescherming. Dat is hier ook al gememoreerd: het Hoogwater-beschermingsprogramma. De waterschappen hebben extra geldgereserveerd om die projecten de komende jaren uit te voeren, zoals deheer Stoffer al aangaf. Ik stel hier gewoon de vraag of de Minister vanplan is om met cofinanciering te komen. Wil hij schuiven op zijnbegroting? Hoe denkt hij de waterschappen te kunnen helpen om dekomende jaren deze projecten te blijven uitvoeren?De voorzitter:Meneer De Groot, ik voel een komma, en dat geeft de heer Stoffer de kansom zijn interruptie te plaatsen. Bij dezen.De heer Stoffer (SGP):Het is mooi dat de heer De Groot aandacht vraagt voor het Hoogwaterbe-schermingsprogramma. Stel nu eens – ik kan het me niet voorstellen – datde Minister zegt «ik doe niets», zou de VVD dan geneigd zijn om wel eenbeweging te maken?De heer Peter de Groot (VVD):Wij maken heel vaak bewegingen; misschien kunnen we dat in de tweedetermijn uitdiscussiëren met elkaar. Maar het zou ook zomaar eenbeweging binnen de begroting kunnen zijn. Daar gaat mijn vraag aan deMinister ook over. Ziet hij die prioriteit? Welke ruimte ziet hij voor zichzelfbinnen de begroting, binnen de fondsen die er zijn, zoals het Deltafonds,om te kijken naar die projecten? Ik ben op 5 september, dus ruimanderhalve week geleden, bij een van die plekken geweest, in Hansweert.Dan zie je dat het hard werken is om die dijken te verhogen en dat daargeld voor nodig is.Ik zou ook willen zeggen dat we misschien eens moeten kijken hoe we dieprojecten kunnen bundelen en nog wat goedkoper kunnen uitvoeren. Ikzou ook wel met de heer Stoffer van gedachten willen wisselen over hoewe dat beter kunnen uitvoeren met elkaar. Er zitten twee kanten aan demedaille. Misschien kunnen we daar in tweede termijn nog op terug-komen, in een interruptiedebatje.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69029 Ik zie de heer Stoffer tevreden knikken voor nu. Dan geef ik de heerDe Groot graag de mogelijkheid om zijn betoog te vervolgen.De heer Peter de Groot (VVD):Ik zal dat doen met het laatste onderwerp: water en bodem sturend en hetruimtelijk afwegingskader in een meer klimaatadaptieve gebouwdeomgeving. De heer Stoffer had het er al over en bij andere leden heb ik erook wat over gehoord. De heer Grinwis gaat er in tweede termijn nog watover zeggen. Wat de VVD betreft heeft dit te veel in zich om in detoekomst een belemmering te vormen voor woningbouw. We hebben alsNederland een rijke traditie in de omgang tussen land, bebouwing enwater. Kijk alleen al naar de inpoldering van Flevoland. Daarom ziet deVVD liever dat er meer gezamenlijkheid komt.Laat ik vooropstellen dat het sturende karakter in de basis goed is, maardat het soms niet meer in balans lijkt. Het lijkt te gaan zorgen dat we heelveel niet meer kunnen en dat we op plekken woningbouw gaan verbiedenwaar dat alsnog zou kunnen, als je kijkt naar hoe wij kunnen bouwen inNederland. Als we dit nou eens om zouden zetten in een sturend karakterwaardoor we rekening met elkaar houden, en de balans vinden, dan werkthet niet verstikkend en dan houden we rekening met veranderendeomstandigheden rondom water en bodem. Dan geven we het eenpassende ruimtelijke inpassing en focus op innovaties op plekken waarbouwen samen moet gaan met het watersysteem in de ruimte.Voorzitter. Zoals ik in mijn inleiding begon: Nederland is altijd een landgeweest met water en in staat geweest om zaken op orde te hebben. DeVVD is niet pessimistisch, maar de opgave voor droge voeten, schoonwater en voldoende drinkwater is fors. Die urgentie en inspanning zie ikook graag terug bij deze Minister.Tot zover.De voorzitter:Volgens mij heeft de heer Gabriëls nog een interruptie op het punt vanwater en bodem sturend, en toch net iets anders.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Op het punt van bodem en water sturend lijken NSC en VVD beiden af testevenen op afschaling daarvan, maar dat zal ik in tweede termijn welbenoemen. Ik wil het graag hebben over een punt dat de VVD helemaalniet noemt, namelijk de Kaderrichtlijn Water en de waterkwaliteit.Daarover zijn heel veel vragen te stellen. Ik vind het heel vreemd datdaarover niet gesproken wordt. De vraag is dan ook of de VVD alles opalles wil zetten om de doelen van de Kaderrichtlijn Water in 2027 te halen,ja of nee.De heer Peter de Groot (VVD):Ik zou allereerst willen reageren op de woorden die de heer Gabriëlsuitspreekt, dat we zouden willen afschalen als het gaat om water enbodem sturend. We willen niet afschalen, het is gewoon de werkelijkheid.Het is wat het is. We moeten in de toekomst ook goed kijken hoe we dat inons land doen. We hebben een ruime, rijke traditie hoe we dat deafgelopen decennia met elkaar hebben gedaan. Dat doen we allang. Wijzouden daar graag wat balans willen hebben. De heer Grinwis heeft invorige debatten ook aangehaald dat er een streep gaat door een hartstikkemooi woningproject Waterfront, aan de rand van de Flevopolder, omdatdat niet meer gebouwd zou kunnen worden. Heel Flevoland is geelgearceerd en we moeten uitkijken of we daar nog wat willen bouwen. DeVVD zou graag zien dat we daar water en bodem sturend, bestendigbouwen. Maar we zien nog steeds dat er honderdduizend woningenmoeten worden gebouwd in Flevoland om het woningtekort op te lossen.Daar kun je je ogen niet voor sluiten. Als je dat als politieke partij doet,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69030 dan moeten we daarover nog maar eens op een ander moment verderdiscussiëren.Dan uw vraag over de KRW. De VVD wil heel graag van de Minister horenhoe hij die doelen gaat halen. Die doelen staan vast. Wij willen geenEuropese kop op dat beleid. Die doelen staan vast. Punt. Dat is eigenlijkhet eerste antwoord.De voorzitter:Ik zie geen verdere vragen meer. O ja, de heer Bamenga nog. Nou, nogeentje dan. Volgens mij zijn we dan ook allemaal een beetje door onzeinterrupties heen.De heer Bamenga (D66):Ik ben allereerst blij om te horen dat heer De Groot constateert dat deambities voor water zo summier beschreven staan in het regeerpro-gramma. Ik ben ook blij met wat de heer De Groot aangeeft over de KRWen de doelen. De vorige Minister was het ermee eens, net als D66, dat wijniet alleen maar meer moeten produceren, maar dat wij er ook voormoeten zorgen dat er minder water gebruikt wordt. Daarom werd er ookingezet op waterbesparing door huishoudens en bedrijven, juist om tevoorkomen dat we straks op slot raken. Ik wil graag weten hoe de VVD ende heer De Groot ernaar kijken dat de Minister dit beleid in de ijskast lijktte zetten.De voorzitter:De heer De Groot, ten slotte.De heer Peter de Groot (VVD):Daar is de VVD het niet mee eens. We moeten niet dingen in de ijskastzetten die in de basis een goed uitgangspunt zijn. Maar ook de VVD vindtdat er realisme nodig is. Wij hebben er al vaker voor gepleit dat bedrijvendie veel water gebruiken, dat hergebruiken. Waarom zou dat niet kunnen?Waarom zou je geen afspraken kunnen maken met waterzuiveraars omdat water te zuiveren, zodat je het weer in je productieproces kuntopnemen? Waarom kun je niet ander water gebruiken voor je productie-proces? Dat zijn allemaal heel logische zaken. Ik houd het graag bijpraktijkvoorbeelden. De waterbesparende douchekop heeft ook heel goedgewerkt. Er zijn heel veel praktijkvoorbeelden te vinden waarmee weervoor kunnen zorgen dat de drinkwatervraag best nog wat kan afnemen.Maar we sluiten onze ogen er ook niet voor dat die vraag wel blijftbestaan, doordat de bevolking groeit. Dat heb ik ook in mijn bijdragegezegd. Dat moeten we netjes regelen. De heer Heutink had het ook alover een vergunning, maar we moeten er vooral voor zorgen dat dedrinkwaterbedrijven kunnen blijven investeren om voldoende aanbod tehebben. De VVD staat voor die balans.De voorzitter:Ik geef graag het voorzitterschap terug, zodat we kunnen schorsen voorminstens een drinkwaterpauze.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Dank u wel voor het overnemen van het voorzitterschap, meneer Grinwis.Ik kijk even rond. Hiermee sluiten we de eerste termijn van de kant van deKamer af. Het is nu 18.00 uur. Ik stel voor om te schorsen tot 19.00 uur.Dan kan de Minister zich voorbereiden op zijn eerste termijn en kunnenwe ook een hapje eten met elkaar. Ik zie dat dat op instemming kanrekenen. Dan doen we het zo. Dan zien we elkaar hier weer om 19.00 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69031 De vergadering wordt van 18.04 uur tot 19.00 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, welkom terug bij dit commissiedebat Water. Voor deschorsing hebben we de eerste termijn van de kant van de Kamer gedaan.We zijn nu aangekomen bij de beantwoording van de Minister in de eerstetermijn. Ik ga ervan uit dat u een aantal blokjes heeft meegenomenwaarlangs u werkt. Misschien kunt u die even noemen voordat u start metuw betoog. Maar ik zou u daarna gelijk het woord willen geven om snelvan start te gaan. Gaat uw gang.Minister Madlener:Ik dank de commissie natuurlijk voor alle vragen. Water gaat ons allemaalaan het hart. Dat horen we ook van links tot rechts. Iedereen wil schoonwater. Iedereen wil vertrouwen op het drinkwater. Dat kunnen we gelukkignog hebben. In heel veel landen is dat niet zo. Daar drink je water uit eenfles en niet uit de kraan. Het is dus een enorme luxe dat we in ons landdrinkwater uit de kraan hebben, tegen een heel acceptabele kostprijs, enook dat we onze dijken zo mooi op orde hebben. We hebben bij eerderewateroverlast ook gezien dat het programma Ruimte voor de Rivier heeftgewerkt. Ik denk dat we allemaal heel trots zijn op hoe Nederland metwater omgaat. Dat gaan we ook zeker zo houden, zal ik u alvastverklappen.Ik heb een aantal blokjes. Ik begin met de KRW, de Kaderrichtlijn Water.Dan heb ik een stukje over de pfas, waar we ons zorgen over maken.Vervolgens heb ik een blokje lozingsvergunningen. Dan kom ik toe aan hetblokje drinkwater. Vervolgens kom ik op water en bodem sturend en danheb ik nog een blokje overig.De voorzitter:Dank u wel. Ik wil nog even aan de leden aangeven dat we ook in dezeronde vier interrupties doen, ook gezien de tijd. Ik kijk even hoe het gaat.We kunnen gewoon interrupties zetten tijdens het betoog van de Minister,maar als het er heel veel worden, is het misschien beter als de Ministereerst het blokje afmaakt. Maar daar kijken we zo even naar.Het woord is aan de Minister.Minister Madlener:Dan begin ik met de Kaderrichtlijn Water. Daar zijn ook de meeste vragenover gesteld. Het is ook een spannend onderwerp. Laat ik beginnen meteen slokje drinkwater te nemen, uit de kraan, neem ik aan. We hebben ergelukkig nog alle vertrouwen in dat dat aan strenge normen voldoet.Ik begin met een vraag van het lid Stoffer over de deltacommissaris: is dienodig om ervoor te zorgen dat iedereen doet wat hij moet doen? Wijvinden een deltacommissaris waterkwaliteit niet nodig. Mijn ministerie ishier leidend. Wij doen er alles aan, samen met partijen, om te voldoen aande Kaderrichtlijn Water. In het Bestuurlijk Overleg Kaderrichtlijn Watersturen we daar ook op. Dat gaat volgens mij goed. Mocht de Kamer daaranders over denken, dan hoor ik dat graag, maar wij vinden het in iedergeval niet nodig.De voorzitter:Dat leidt gelijk tot de eerste interruptie, Minister. De heer Stoffer heeftdaar een vraag over.De heer Stoffer (SGP):De Minister en ik kennen elkaar goed genoeg. Ik zit ook helemaal niet tewachten op een instituut. Ik wil gewoon horen dat er gestuurd wordt. Alser één ultieme commissaris KRW is, is het de Minister zelf wel. Dus als hijzegt dat dat vanuit het ministerie wordt gedaan en dat die coördinatieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69032 wordt gevoerd, dan heb ik daar alle vertrouwen in. Ik zie de resultatengraag tegemoet. Het gaat me om de sturing, en zeker niet om deinstitutionalisering. Dus dank.Minister Madlener:Ik stel in ieder geval de vraag op prijs, en het meedenken over hoe we dezaken misschien nog kunnen versterken. We kijken natuurlijk altijd of heteen toegevoegde waarde zou kunnen hebben, maar we vonden het echtniet nodig. Ik heb als nieuwe Minister trouwens ook gemerkt dat dit op hetministerie uiterst serieus wordt genomen. Dat kan ik u vast vertellen. Maardank voor het vertrouwen.Dan een vraag van het lid Bamenga over de inbreukprocedure en dereactie daarop. Nemen we dit signaal serieus? Vinden we het nodig om deambities te verlagen om eronderuit te komen? De Europese Commissie isinderdaad op 25 juli een inbreukprocedure gestart tegen Nederland. Datsignaal nemen we natuurlijk uiterst serieus. Die inbreuk gaat overlozingen en onttrekkingen van water. Het gaat vooral om het bezien vande vergunningen. Het gaat dus helemaal niet over de hoogte van denormen. Dat is heel belangrijk om te beseffen. Ik wil een poging doen omtegemoet te komen aan de wensen van de Commissie. Daar betrekken weook alle lopende trajecten in, naar aanleiding van enkele moties van uwKamer over de vergunningsplicht voor onttrekkingen. Ik heb de Kamerhier trouwens gisteren een brief over gestuurd. Misschien heeft u die algezien, of niet.Dan was er een vraag van het lid Gabriëls. Er is een inbreukproceduregestart omdat de vergunningen onvoldoende geactualiseerd worden. Hoegaan wij ervoor zorgen dat vergunningen wel herzien worden en niet vooronbepaalde tijd zijn, vroeg hij. De inbreukprocedure gaat over onzewetgeving op het gebied van vergunningen. Ik kijk hoe ik de Commissieop dat punt tegemoet kan komen en ik ben bereid een wetswijziging voorte bereiden, zodat er een einde komt aan de situatie waarin vergunnings-voorschriften eeuwig duren. Daar moeten we mee stoppen. Dat kan ofweldoor vergunningen tijdelijk te maken ofwel door bevoegde gezagen teverplichten regelmatig vergunningen door te lichten en zo nodig aan tepassen. We zoeken dat uit. We gaan in ieder geval actie ondernemen opdit punt.Dan een vraag van het lid Pierik: kan de Minister aangeven hoe we denormen voor waterkwaliteit gelijktrekken met die in de buurlanden? Wijzijn op dit moment volop bezig met informatie-uitwisseling met debuurlanden. We bespreken de normen, de bovenstroomse belasting vanverschillende stoffen en de maatregelen. We zijn ook bezig een evaluatiete maken op weg naar 2027.Dan nog een vraag van de heer Pierik. De Europese Commissie zal eenaanvullende indicator ontwikkelen voor de verbetering van de waterkwa-liteit in plaats van het «one out, all out»-principe. De lidstaten zijnovereengekomen dat de Europese Commissie een aanvullende indicatorzou moeten ontwikkelen naast het «one out, all out»-principe. Daardoorwordt de waterkwaliteit beter inzichtelijk. Wij vinden namelijk dat het «oneout, all out»-principe demotiveert, want je haalt soms op één punt debenodigde kwaliteit niet en krijgt dan een rood label, terwijl heel veelandere punten misschien wel zijn verbeterd. Dat moeten we natuurlijk ookinzichtelijk maken. Daarom starten we de onderhandelingen hierover metde Commissie en het Europees Parlement. Maar die aanvullende indicatordoet niets af aan de verplichting om in 2027 aan de doelen te voldoen. Eris ook geen draagvlak in Europa om dat «one out, all out»-principe vantafel te krijgen. Daar zit ook een bepaalde logica in, want als het water-leven sterft vanwege één stof, kun je natuurlijk nooit zeggen dat dewaterkwaliteit toch heel erg verbeterd is. Dat is natuurlijk de logica achterhet «one out, all out»-principe. Maar we werken daarnaast aan eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69033 indicator om de verbetering van de waterkwaliteit in kaart te kunnenbrengen.De voorzitter:Dank u wel. Dat roept een interruptie op van de heer Heutink van de PVV.De heer Heutink (PVV):Dank voor de reactie van de Minister. Dit is natuurlijk de uitwerking vaneen aangenomen motie van onze hand. Ik hoor de Minister zeggen dat delidstaten reeds zijn overeengekomen dat ze een alternatieve indicatorgaan ontwikkelen, maar twee zinnen later hoor ik hem zeggen dat hijdaarover gaat onderhandelen. Zijn de lidstaten het nou al overeenge-komen of moet de Minister nog onderhandelen erover?Minister Madlener:Die indicator moet worden ontwikkeld en daar zijn we over in gesprek. Diezal dus niet het «one out, all out»-principe vervangen. Dat blijft bestaan. Eris bij de Europese lidstaten ook geen meerderheid te vinden waarmee wedat van tafel kunnen krijgen.Dan een vraag van het lid ...De voorzitter:Ik wil u vragen om nog heel even te wachten, want de heer Pierik heeftook een interruptie.De heer Pierik (BBB):Ik wil even voortborduren op die indicator die al in ontwikkeling is. Ik hadnamelijk ook gevraagd naar een tijdpad. Wanneer kunnen we de eersteresultaten van de onderhandelingen verwachten waarmee we tot eennieuwe indicator willen komen die veel beter inzichtelijk maakt welke kantde waterkwaliteit opgaat?Minister Madlener:Het huidige voorzitterschap moet dit agenderen, zodat we erover gaanpraten. Ik heb daar nog geen tijdstip voor, maar we werken er wel aan. Alsde huidige voorzitter dat niet doet, zal de volgende voorzitter het moetendoen. Ik hoor dat dat nog niet is afgesproken, maar we zitten er natuurlijkachteraan dat dat zo snel mogelijk geagendeerd wordt.Het lid Gabriëls vroeg: gaat de Minister het waterkwaliteitsbeleid strakkercoördineren en waar nodig zijn bevoegdheden inzetten om de doelen tehalen? In Nederland hebben we de taken in het waterkwaliteitsbeleidverdeeld. Daar sturen we gezamenlijk op, maar ik ben systeemverant-woordelijk. Betrokken organisaties moeten hun eigen verantwoorde-lijkheid pakken. We hebben met elkaar afgesproken dat we elkaar stevigergaan aanspreken daarop, om de doelen te halen. Waar nodig zal ik mijnbevoegdheden ook inzetten. Daar hebben we echt veel gesprekken overonderling, kan ik u vertellen.Dan een vraag van het lid Kostic´. Wat zou het betekenen als we deKRW-doelen niet halen en wat gaan we doen om ze toch te halen? Zovertaal ik de vraag maar. De inzet is om door tijdig alle afgesprokenmaatregelen uit te voeren en door gebruik te maken van legitiemeEuropese uitzonderingen in 2027 toch aan de KRW te kunnen voldoen.Met het KRW-impulsprogramma zetten we met alle overheden samenalles op alles om dit voor elkaar te krijgen en waar nodig extra stappen tezetten. Ondanks al deze inspanningen en de al gerealiseerde verbete-ringen verwacht ik niet dat we in 2027 alle doelen bereikt zullen hebben,maar dat is niet hetzelfde als niet aan de KRW voldoen, al maakt het datwel moeilijk. De tussenevaluatie, die eind dit jaar gereed is, geeft eenbeeld van hoever we zullen komen en wat we eventueel nog meer nodighebben om de doelen alsnog te halen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69034 Dan een vraag van het lid Soepboer. Hij zei: de waterkwaliteit is belangrijk;we moeten internationale afspraken nakomen, maar we maken onszorgen. Nederland heeft bij de implementatie van de KRW pragmatischekeuzes gemaakt. We hebben heel weinig water waarvoor we eennatuurlijke staat nastreven. De meeste wateren zijn kunstmatige wateren,zeg maar. Sinds 2015 maken we al veel gebruik van uitzonderingen, maarwe gaan nu toch alles op alles zetten om te kunnen voldoen aan deKRW-eisen.De heer Heutink (PVV):De Minister kan wel alles op alles zetten om de KRW-doelen te halen – datis natuurlijk een nobel streven – maar denkt hij dat dat gaat lukken?De voorzitter:Gaat het lukken, Minister?Minister Madlener:Ik denk dat we een heel eind komen. Of we alles gaan halen, weet ik niet,maar er zijn legitieme uitzonderingen mogelijk. Als wij een doel niet halenomdat er bijvoorbeeld natuurlijke vervuiling in het water zit of omdat erpfas in het water zitten die we er niet uit kúnnen krijgen – het zouonredelijk zijn om dat van ons te verlangen – zijn er uitzonderingsmoge-lijkheden. Dan kunnen we zonder dat we de doelen halen, toch aan deKRW voldoen. Dat maakt het iets zachter en dat streven we ook na.Maar ...De voorzitter:Dit roept een aantal vragen op van ...Minister Madlener:... dit betekent wel dat we echt ons best moeten doen, want als we onsbest niet doen, zal geen rechter zeggen: nou, u krijgt een uitzondering. Erstaat wel iets tegenover, namelijk dat we moeten aantonen dat we echtons best doen.De voorzitter:Dit roept een aantal vragen op. De heer Soepboer van NSC mag alseerste.De heer Soepboer (NSC):Ik loop het gevaar om voor mijn beurt te spreken, want de Minister heeftnog een aantal papieren in zijn hand, maar mijn vraag sluit hier wel heelgoed bij aan. Dit is eigenlijk ook wat wij hebben geprobeerd te zeggen inde eerste termijn: we willen echt ons best doen om het te halen. Maarvoormalig Minister Visser schreef op 16 november 2021: «Geadviseerdwordt door de juristen om voorbereidingen te treffen voor een mogelijknoodzakelijke doelverlaging.» Mogelijk komt u daar nog op terug, maar ikvraag mij echt af hoe u die brief leest en hoe dat zich verhoudt tot wat unet zei.De voorzitter:Ik wil hier als voorzitter wel even mijn rol in nemen. Deze vraag heeft u inhet debat gesteld. Het blokje van de Minister is nog niet afgerond, dus ikga ervan uit dat het antwoord op uw vraag nog komt. Misschien kunnenwe ervoor kiezen om blokje na blokje af te maken en na elk blokje devragen te stellen. Voor de Minister is het, denk ik, handiger om eerst alleantwoorden te geven. Anders doen we heel veel dingen dubbel en gaanwe uit de tijd lopen.We maken nog even deze interruptieronde af en daarna doen we hetblokje na blokje. Ik zou de Minister dus het woord willen geven om teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69035 antwoorden op de vraag van de heer Soepboer. Daarna mag de heerBamenga nog even en dan gaan we door.Minister Madlener:Dat klopt, voorzitter, want toevallig staat op mijn volgende blaadje hetantwoord op die vraag. Hoe zorgen we voor een goede landing in 2027 enhoe willen we omgaan met het advies van juristen om doelen te verlagen?Met het KRW-impulsprogramma zorgen we voor een goede voorbereidingop de verantwoording aan de Europese Commissie in 2027. Voor elkelegitieme uitzonderingsmogelijkheid van de KRW worden waterbe-heerders geholpen met een handreiking om hun motivering te onder-steunen. Dat geldt ook voor de mogelijkheid om doelen te verlagen. Ookhierbij betrekken we de adviezen van juristen. Dan gaat het bijvoorbeeldom de historische belasting, bijvoorbeeld omdat er pfas in het waterzitten, die we er niet uit kunnen krijgen.De heer Bamenga (D66):In de eerste termijn van de Kamer hoorde ik de heer Heutink spreken overbeleid maken op basis van gezond verstand. Andere collega’s hadden hetook over feitenvrij redeneren. Toen was ik even bang dat de Minister vande PVV diezelfde lijn zou hanteren, maar ik ben blij om te horen dat deMinister de Kaderrichtlijn Water en de doelstellingen die we op dat vlakmoeten halen, serieus neemt. Dat wilde ik in ieder geval aangeven. Ik bennatuurlijk kritisch omdat ik heb gezien dat het niet in het regeerpro-gramma terugkomt. Ik ben ontzettend benieuwd naar de visie van deMinister en daar wil ik hem ook op bevragen. Wat is uw visie op hetgebied van de Kaderrichtlijn Water? Er is net al gevraagd: gaan we die welof niet halen?De voorzitter:Ja, u heeft uw vraag gesteld.De heer Bamenga (D66):Kunt u misschien wat specifieker zijn? Net had u het namelijk over deinbreukprocedure. De inbreukprocedure ziet op de lozingen. Dat gaat uheel erg serieus nemen. Kunt u wat specifieker zijn over hoe u dat serieusgaat oppakken?De voorzitter:Ik heb wel het verzoek om kortere interrupties te plegen. U wilt eenpersoonlijk feit maken, meneer Heutink?De heer Heutink (PVV):Meneer Bamenga spreekt mij rechtstreeks aan op het feit dat ik net hebgezegd dat ik mijn gezonde verstand zal gebruiken. Ik wil in de richtingvan meneer Bamenga zeggen dat wat de Minister hier doet echt op eenhele andere manier is dan hoe zijn voorganger hiermee om is gegaan. Hetis een stuk pragmatischer, en ook dat is gezond verstand. Dat is niet ietsslechts.De voorzitter:Punt gemaakt. Ik geef het woord aan de Minister. Wat uw voorzitter betreftmaken we eerst het blok af en doen we dan de overige interrupties.Minister Madlener:Het is natuurlijk even wennen dat er een oud-PVV-collega hier aan dezekant van de tafel zit. Ik ben alleen geen PVV-minister; ik ben Ministernamens dit kabinet. Ik heb uiteraard ook niks tegen gezond verstand. Ikdenk dat we allemaal ons verstand moeten blijven gebruiken. De zorg omhet niet te halen delen we allemaal, want dat zou natuurlijk groteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69036 gevolgen hebben. Toen ik begon met dit ministerschap, dacht ik ookgelijk: we willen geen tweede stikstofcrisis; wat moeten we nu doen? Tochkunnen we een heel eind komen. De uitzonderingsgronden zijn ook eenbelangrijke doelverlaging, zou je kunnen zeggen, om die gevolgen teverzachten. Als we het echt niet kúnnen halen, dan is er een uitzonde-ringsgrond. Maar dat betekent inderdaad ook dat je echt je best moetdoen. Dat gaan we dus ook doen. Al met al ben ik nog niet zo somber alsik was voordat ik Minister was, dus dat is goed nieuws. Jullie houden mijvast scherp en samen zorgen we ervoor dat we gewoon een heel eindkomen. Dat is de bedoeling.Een vraag van het lid Stoffer: in verschillende waterlichamen is sprake vanhistorische belasting. Die heb ik eigenlijk al beantwoord. Historischebelasting geeft een legitieme uitzonderingsgrond als we het doel niethalen.Een vraag van het lid Kostic´. Wat heeft de Minister gedaan met deaanbevelingen van deskundigen en specifiek met die van het waterma-nifest? In de antwoorden van gisteren op de Kamervragen van het lidKostic´ ben ik per aanbeveling ingegaan op hoe ik naar de aanbevelingenvan het manifest kijk en wat we daarmee doen. Op de aanbevelingen vande Raad voor de leefomgeving en infrastructuur ben ik in mijn brief van30 juni ingegaan. Zo reageer ik steeds per belangrijk advies op deaanbevelingen. Ik weet niet of ik die zin helemaal begrijp. In ieder gevalnemen we aanbevelingen serieus en gaan we daar ook op in; dat wil ikmaar zeggen.Een vraag van het lid Soepboer over de KRW. Zouden we niet veel meernaar een uniforme Europese meetmethodiek toe moeten? Wat er binnende KRW wordt gemeten, is EU-breed vastgelegd in de Europese richt-lijnen. Daarbinnen is er ruimte voor nationaal maatwerk. Omdat er tussenlanden verschillen zijn voor wat betreft de stoffen die worden geloosd, zijner ook verschillen in hoeveel er moet worden gemeten. Dat verklaart duswaarom niet alles evenveel gemeten wordt in ieder land. Er zijn lokaalgrote verschillen tussen wateren, vandaar dat we dus ook verschillendmeten.Een vraag van het lid Pierik: het lijkt me van groot belang dat de water-schappen dezelfde stoffen gaan meten. Dat is eigenlijk dezelfde vraag. Denormen voor chemische stoffen zijn gelijk binnen Nederland. De normenvoor nutriënten zijn dat echter niet. Dat zijn de ondersteunendeparameters om de biologie te meten. Normen voor nutriënten kunnen dusverschillen per watersysteem als daar verschillende planten en vissen invoorkomen. Dat is eigenlijk heel logisch, want niet ieder water is gelijk eneen bepaald nutriënt is een groter probleem in het ene water dan in hetandere. Dat verklaart de lokale verschillen.Overigens gaat de vergelijking met de stikstofcrisis ook niet helemaal op,want water verspreidt zich natuurlijk veel minder ver dan lucht. Stikstofverspreidt zich vooral via de lucht, en dat gaat over het hele land heen.Water is natuurlijk meer lokaal. Dat kan de norm niet halen in eenwatersysteem of op een lokale plek, maar dat zal dus niet gelijk zorgenvoor een heel landelijk stikstofachtig probleem. Dat is dus ook nog eenkleine nuance, of misschien in de praktijk wel een grote nuance.Is de Minister blij met het verkleinen van bufferstroken naar 100 meter enzijn wij betrokken geweest bij die mestaanpak? Dat is de vraag van deheer Bamenga. Dit gaat niet over de brede beekdalaanpak, maar overbufferstroken langs Natura 2000-gebieden. Het verkleinen van dezebufferstroken van 250 naar 100 meter heeft nauwelijks invloed op dewaterkwaliteit. En ja, ik word door mijn collega bij LVVN betrokken bij dekeuzes in de mestaanpak. Die keuzes raken natuurlijk aan de waterkwa-liteit. Maar we hebben zeer nauw overleg, dus dat gaat uitstekend.Vervolgens vraagt de heer Bamenga: wat heeft de Minister ingebracht omde waterkwaliteit te verbeteren bij de mestaanpak? De resterende opgavevoor de KRW is nadrukkelijk benoemd in het regeerprogramma. Het kloptTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69037 wel dat er voor de uitwerking van maatregelen in het landelijk gebied eennieuwe start wordt gemaakt. Dat ligt primair bij mijn collega van LVVN.Met haar werk ik dus ook goed samen.Het lid Kostic´ vraagt: is het plan-Adema nou voldoende of niet? Of was datniet de vraag van het lid Kostic´? Het plan-Adema was volgens de RvS alonvoldoende om de waterkwaliteit te beschermen. Wiersma doet daarnog minder voor. Dat is eigenlijk zoals ik de vraag begrepen heb. Welkemaatregelen nemen we om dat te compenseren? Dat is uw vraag. Hetkabinet wil dus aan de Europese verplichtingen voldoen. Als het gaat ommaatregelen voor de agrarische sector, dan is dat aan de Minister vanLVVN. Wij trekken samen op. Dat doen we goed. We evalueren dit jaar deKaderrichtlijn Water om te kijken hoe we ervoor staan. Volgend jaarevalueren we de Nitraatrichtlijn. Als daar onvoldoendes blijken te zijn,zullen we naar aanvullende maatregelen streven.Ik heb nog wel een stapeltje, voorzitter.De voorzitter:Sorry, ik ontvang allemaal signalen voor interrupties, maar die bewarenwe tot het eind van het blokje.Minister Madlener:Bamenga vraagt wat de nieuwe normen gaan worden. Het kabinet wil denormen voor stikstof en fosfaat in lijn brengen met die van omringendelanden. Ik ben hierover in overleg met mijn collega van LVVN en met debuurlanden. De provincies spelen daarbij ook een rol, want zij zijnverantwoordelijk voor de stikstof- en fosfaatnormen in de beken die degrens passeren.Het lid Kostic´ vraagt naar het mestoverschot en het landbouwgifpro-bleem. Hoe kijken we daar vanuit onze verantwoordelijkheid tegen aan?De Minister van LVVN werkt aan een alternatieve aanpak voor het landelijkgebied. Voor het eind van het jaar worden de contouren van ditprogramma naar de Tweede Kamer gestuurd. Het kabinet staat daarbijnog steeds voor het behalen van de internationale doelen zoals de KRW.Het lid Gabriëls vraagt: hoe gaat de coördinerend Minister van Watervoorkomen dat de gronden van stoppende boeren gebruikt worden voorde lelieteelt? Ik spreek met medeoverheden over het toepassen vanmogelijkheden in de Omgevingswet. De provincie stuurt aan op randvoor-waarden, ook voor de bescherming van waterkwaliteit. Daarbinnenhebben ondernemers de ruimte om invulling te geven aan hun bedrijfs-voering, zolang het maar past binnen die randvoorwaarden.Gabriëls en Grinwis vragen: het NPLG is afgeschaft; wat betekent dit enwat is het alternatief? Het antwoord is eigenlijk hetzelfde als op de vraagvan het lid Kostic´. De Minister van LVVN werkt dus aan een alternatieveaanpak voor het landelijk gebied. Voor het eind van het jaar worden decontouren naar de Tweede Kamer gestuurd. We blijven als kabinet staanvoor het behalen van de doelen zoals de KRW-doelen.Pierik vraagt: LVVN is bezig met een bronanalyse met betrekking totnutriënten; kunt u aangeven wanneer we de nieuwe nationalebronanalyse kunnen verwachten? De bronanalyse is in februari 2025 klaaren tot die tijd wordt de bestaande bronanalyse gebruikt.Het lid Gabriëls: het Ctgb gebruikt andere normen dan de KRW. Detoelating van gewasbeschermingsmiddelen ligt vast in een Europeseverordening. Hierbij wordt niet aan de KRW getoetst. Als een land niet aande KRW voldoet, moet zo’n toets gedaan worden. Daarom is aan deKamer gemeld dat we een wijziging van de nationale regels voorbereidenom het Ctgb te helpen aan de KRW-normen te toetsen. De Minister vanLVVN informeert de Kamer hier verder over in het najaar.Pierik vraagt: 55% van de wateren scoort goed wat betreft nutriënten,maar toch beslaan de met nutriënten verontreinigde gebieden hetgrootste deel van Nederland; waarom is dat? Ruim de helft van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69038 grondgebied van Nederland is aangewezen als met nutriënten veront-reinigd gebied. De relatie tussen waterkwaliteit en de aanwijzing van metnutriënten verontreinigd gebied is eerder met de Kamer gedeeld door devorige Minister van LVVN. Voor een nadere uitleg verwijs ik naar mijncollega van LVVN. Het klopt dat 50% van de KRW-waterlichamen voldoetaan de norm voor stikstof. Dat geldt ook voor fosfor.Gabriëls vraagt: sluit de Minister van LVVN aan bij het belangrijkeoverleg? Ja, ze schuift aan bij het Bestuurlijk Overleg KRW.De heer Stoffer zei dat in de Oostvaardersplassen normen zijn versoepeld.Hij vroeg waarom dat in andere vogelrijke plassen niet zo was. Het zijn dewaterschappen en de provincies die dat beleid bepalen. Waterschappenhebben kennis van die bronnen, inclusief de achtergrondbelasting. Zedoen voorstellen voor de normen in regionale wateren. Provincies stellendie normen vast. De waterbeheerders hebben dit veelal gedaan en kunnenbijstellen richting 2027. Dat is dus een lokale aangelegenheid, een lokalereaangelegenheid.De heer Stoffer zei over de rivierkreeften dat overheden naar elkaarwijzen. Het is LVVN dat verantwoordelijk is voor de aanpak van derivierkreeften. Voor vragen over het budget verwijs ik dan ook graag naarLVVN. Je kunt ze ook heerlijk eten, heb ik begrepen. Als het een trendwordt om ze te vangen en op te eten, helpt dat misschien ook mee.Misschien is dat een aardige tip. Ik denk dat reigers ze ook wel lusten,trouwens. We zullen het zien. In ieder geval is LVVN hier aan zet.Dan heb ik hier de laatste vraag van dit blokje. Het is een vraag van deheer Gabriëls. Hij vroeg of ik op het gebied van schoon water het beleidvan mijn voorganger ga voortzetten, afzwakken of versnellen. Net als mijnvoorganger ga ik alles op alles zetten om te voldoen aan de eisen van deKRW. Ze zeggen weleens: het is een supertanker die je een beetje bij kansturen. Ik zal zeker ook wel iets in het beleid gaan aanpassen, maar ingrote lijnen is het inderdaad die supertanker en gaan we door op deingezette weg. De KRW is ook niet weg. Het is Europees beleid en het lijktmij niet verkeerd om te proberen daaraan te voldoen. We kunnen een heeleind komen.Dat was het blokje KRW.De voorzitter:Dank u wel, Minister. We hebben in ieder geval ervaren dat u tempomaakt in de beantwoording als we u een beetje ruimte geven. Daar zijnwe als commissie wel blij mee. Dat heeft u netjes gedaan in het eersteblokje. Nu is toch echt het moment aangebroken voor al die interrupties.Ik ga beginnen met de heer Gabriëls namens GroenLinks-Partij van deArbeid, want die had als eerste zijn vinger opgestoken.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Bedankt voor de beantwoording. Ik was een beetje verward omdat zowelde heer Heutink als de heer Bamenga heel blij is. Dat kan een paar dingenbetekenen. U geeft aan dat u er alles aan doet om de doelen uit deKaderrichtlijn Water te behalen. U geeft aan dat u in overleg bent met deMinister die daar ook heel veel invloed op heeft, namelijk de Minister vanLVVN. Waar ik naar op zoek ben is het volgende. Ook de heer Harbers, uwvoorganger, zat al op het randje van het niet halen van die doelen. U zegt:ik zet dat voort. Ik denk dat ik daar blij mee ben. De heer Heutink is daarook blij mee ...De voorzitter:Wat is uw vraag?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Uw voorganger zat op het randje van het niet halen van de doelen. HetNPLG gaat niet door, ook al komt er over een paar maanden iets nieuws.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69039 Als we het niet halen in 2027 komen er rechtszaken. Wat gaat u extra doenom die te voorkomen? Want in de dezelfde brief van juni staat ook dat wehet niet gaan halen. Wat gaat u extra doen om ...De voorzitter:Wat gaat u extra doen, is de vraag aan de Minister. Gaat uw gang.Minister Madlener:Ja, en wat gaat de Minister van LVVN doen, want we doen dit met z’nallen. Wat gaan de waterschappen en provincies doen? Ik denk dat hetgoed is dat we gaan proberen zo veel mogelijk te voldoen aan dienormen, zeker omdat we, als wij aantonen dat we er alles aan gedaanhebben, meer recht hebben om uitzonderingen te vragen, bijvoorbeeldom wat later te kunnen voldoen aan die normen. Het helpt ons dus enormdat we allemaal ons best doen. Ik zie dat dat ook gebeurt. Of we hetallemaal gaan halen is natuurlijk de vraag, maar ik denk dat de inzet heelgoed is. Daarbij is de mestderogatie van tafel en dat zal het water in iedergeval een stuk helpen. Er zijn buffervrije stroken rond sloten. Dat helptnatuurlijk ook. Ik zie ook een enorme bereidwilligheid bij boeren omefficiënt met mest om te gaan. Kunstmest is ook nog een onderwerp,want dat zorgt ook voor uitspoeling. Ik zie dat het wel heel serieus wordtgenomen, ook door de Minister van LVVN. Ik werk tot nu toe prima methaar samen. Het zal wel op enig moment kunnen gaan botsen, dat zeg iker ook bij. We weten allebei dat we een beetje tegengestelde belangenkunnen hebben. Voorlopig gaat het goed. Ik vind dat er veel gebeurt. Alsde Europese Commissie ook nog een beetje meewerkt met die uitzonde-ringen, dan valt het misschien nog best wel mee.De voorzitter:Ik kijk even naar de heer Gabriëls. Leidt dit nog tot een interruptie? Nee,dan ga ik naar de heer Pierik en daarna de heer Grinwis, de heer Stofferen dan kom ik hier weer vooraan de tafel terug. Meneer Pierik, gaat uwgang.De heer Pierik (BBB):Ik hoor de Minister zeggen dat de afschaffing van de derogatie gaathelpen om de KRW-doelen te halen. Ik wil graag weten hoe dat dan werkt.Want doordat we de derogatie afschaffen, mogen we minder mestuitrijden, maar dat wordt vaak vervangen door kunstmest. Ik vraag medus af of dat inderdaad daadwerkelijk gaat helpen om de klimaatdoelen tehalen.Minister Madlener:Ik heb begrepen dat de afschaffing van de derogatie gaat helpen als hetgrasland niet wordt omgezet in akkerbouw. Grasland kan toch meernitraat opnemen. Dat is dus wel een voorwaarde daarbij. Ik weet dat decollega van LVVN ook kijkt naar het kunstmestgebruik. We zitten nunamelijk heel erg op de natuurlijke mest te sturen, maar kunstmest isnatuurlijk een heel andere ... Er wordt dan gewoon meer kunstmestgestrooid. Dan gooien we het kind met het badwater weg. Ik weet dus datde Minister van LVVN met kunstmest bezig is. Ik moet u echt naar haarverwijzen, want ik ben geen mestspecialist. Maar we zijn op de hoogtevan het probleem dat dit mogelijk met zich meebrengt.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat is dan ook weer opgehelderd. Want inderdaad, het verlies van dederogatie gaat de waterkwaliteit op voorhand niet helpen, integendeel.Maar oké, met twee clausules van de Minister – «je moet dan niet meerkunstmest strooien» en «grasland moet grasland blijven» – heb je weereen ander gesprek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69040 Mijn vraag gaat eigenlijk nog over het NPLG. Daaronder lag een transitie-fonds met een indicatieve budgettaire verdeling. In het vorige coalitieak-koord stond dat indicatief in totaal 811 miljoen, 670 miljoen plus141 miljoen, beschikbaar zou zijn voor waterkwaliteit, voor het behalenvan de doelen van de Kaderrichtlijn Water, de KRW. Daar is iets van afgegaan. Maar laten we zeggen dat er tot een paar maanden terug zo’n750 miljoen à 800 miljoen beschikbaar was. Dat is nu weg. Welkemaatregelen die bedacht waren of beoogd waren om daarmee uit tevoeren, kunnen nu niet meer worden uitgevoerd? Wat zijn de conse-quenties van het wegvallen van dat indicatieve budget van destijds, terwijlwe nu nog absoluut geen zicht hebben op een alternatief?Minister Madlener:Ik begrijp dat dat de beekdalenaanpak betreft en dat daar dus eenalternatief voor moet komen. Maar dat kan ik u nu niet uit de doekendoen. Ik kan wel vragen of we daar schriftelijk een keer op terugkomen,als u dat wilt. Ik moet het toch met mijn collega van LVVN bespreken. Alsu wilt, kan ik dus het initiatief oppakken om die vraag samen met LVVNschriftelijk te beantwoorden. Is dat een goed idee?De voorzitter:Ik zie dat als een toezegging.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat incasseer ik graag als een toezegging. Ik ben alleen nog benieuwdnaar wanneer we zo’n mooie brief kunnen verwachten. Het is namelijkbest een prangende vraag. Het geld, die ongeveer 800 miljoen, lijkt nunamelijk weg.Minister Madlener:Wanneer? Ze zijn ermee bezig, dus het streven is het einde van het jaar. Ikspreek namens iemand anders, dus ik moet dat wel even ... Ik heb het nietgecheckt. Maar ons streven is het einde van het jaar. Dat lijkt me eenredelijke termijn. Als dat niet zo is, dan hoort u het.De voorzitter:Dat lijkt me een prima afspraak. We noteren die zo.De heer Stoffer (SGP):Ik dacht ooit dat het lijntje tussen boeren en de waterschappen wasdoorgeknipt, maar ik begrijp nu dat we bij de wethouder ... Zei ik «dewethouder»? Het begint toch een beetje laat te worden. Ik bedoelde: ikbegrijp nu dat we bij de Minister voor LVVN moeten zijn om te zorgen datwaterschappen gesteund kunnen worden bij het weghalen van rivier-kreeften. Is dat ook een beetje afschuiven? Het blijft namelijk een soortafschuifsysteem. Het is wel een groot probleem. Dus als het kabinet zegtdat het echt daar belegd ligt, dan gaan we onze pijlen stevig richten op deMinister van LVVN. Maar als het een beetje is van «ik schuif het wat weg»,dan weet ik nog niet of ik hier nu klaar ben. Dan hebben we natuurlijk nogeen tweede termijn en dergelijke. Ik wil dus even serieus zeker weten ofwe echt daar moeten zijn en of het kabinet dan ook gewoon is aan tespreken. Of moet ik toch bij deze Minister zijn en denkt hij «ik kan het eenbeetje weg krijgen»?Minister Madlener:Het gaat om het exotenbeleid. Dat ligt bij LVVN. Dat doet dat weer samenmet de provincies en de waterschappen. Dus vandaar. Ik wil het niet vanmijn bord schuiven, maar het ligt gewoon niet op mijn bord.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69041 Helder.De heer Bamenga (D66):Ik had eerder natuurlijk een vraag gesteld over die bufferzones rond hetwater waarin geen mest mag worden uitgereden. Die bufferzones zijnkleiner geworden. Daarvan zei de Minister dat het amper effect heeft opde waterkwaliteit. Ik wilde graag weten waar de Minister dat op baseert.Ligt daar een bepaald onderzoek aan ten grondslag? En welk effect heefthet wel?Minister Madlener:Ik moet mij dan op mijn ambtenaren verlaten. Zij zeggen mij dat heel veelvan die bufferstroken helemaal niet langs water liggen. Dat verklaart hetdeels. Daarbij is 100 meter nog steeds een heel eind. Ik zal in detweede termijn proberen die bron te duiden.De voorzitter:Kijk eens aan. Dan kijk ik even verder. Een interruptie van het lid Kostic´namens de Partij voor de Dieren.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Voorzitter, het is geen interruptie. Ik wilde twee gemiste vragen nog evenin herinnering roepen, als dat mag.De voorzitter:Dat kan, maar er komen nog wat blokjes natuurlijk.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dit staat bij mij onder KRW.De voorzitter:Heel goed.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Maar misschien heb ik iets gemist. Dat kan ook.De voorzitter:Noemt u ze op.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Het eerste is dat ik echt heb gesignaleerd dat meerdere kabinetten hebbengezegd: we doen ons best om al die KRW-doelen te halen. Deze Ministerzegt ook dat hij dat doet. Maar mijn concrete vraag is: wat betekent datconcreet? Welke extra maatregelen gaat deze Minister nemen anders dande maatregelen die al zijn ingezet? Daar heb ik nog geen duidelijkantwoord op gekregen. Wat betekent nou «alles op alles zetten» als weweten dat wat tot nu toe is gedaan niet voldoende is?De voorzitter:En wat was uw tweede gemiste vraag? Dan kan de Minister gelijk evenreageren.Kamerlid Kostic´ (PvdD):De tweede was de volgende. We doen er natuurlijk al bijna 25 jaar overom die KRW-doelen te halen. Ondertussen zijn er allerlei aanbevelingengedaan richting de regering, zo van: als je dit en dit doet, dan kun je hethalen. Ik stelde eigenlijk de simpele vraag aan de Minister of hij eentoezegging kon doen om op de korte termijn met een overzicht te komenvan alle aanbevelingen in de loop der jaren, inclusief de toelichting welkevan die aanbevelingen wel en niet zijn opgevolgd. Dat is belangrijk voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69042 het totaalplaatje. Wat hebben al die kabinetten wel of niet gedaan met dieadviezen en hebben we inderdaad ons best gedaan? Als dat in een briefkan worden gezet binnenkort, zou dat fijn zijn.De voorzitter:Eerst maar even de Minister voor deze twee vragen die nog beantwoordmoeten worden.Minister Madlener:Wat er veranderd is de laatste tijd of jaren is dat de bewustwording vanhet behalen van die doelen en de mogelijke gevolgen, nu wel bij iedereentussen de oren zit. Dat geldt ook voor de Minister van LVVN en het geldtook voor de waterschappen en de provincies. We weten allemaal wel: er isnu echt actie nodig. Dus dat helpt. Wij doen dat ook in goed overleg metelkaar, dus we houden elkaar scherp. Ik heb veel overleg met de Ministervan LVVN en ook met medeoverheden. We doen ons best daarvoor. Datgaat hopelijk voor succes zorgen. We hebben natuurlijk ook de uitzonde-ringen. We hebben iets meer uitzonderingsmogelijkheden. Als we onsbest doen en het toch niet lukt, maar we wel kunnen aantonen dat we echtons best hebben gedaan, kunnen we die doelen iets bijstellen. Dat gaatook enorm helpen.Kamerlid Kostic´ (PvdD):De vraag is nog niet beantwoord.Minister Madlener:Het is natuurlijk een bewustwording van iedereen. We gaan natuurlijkevalueren. Ook dat komt er nog aan. Het is namelijk niet klaar; het begintnu pas. Er komen evaluaties aan. Ook daar zullen we weer met elkaarmoeten kijken of er extra actie nodig is op sommige punten. Maar wat hetmeest helpt, is dat iedereen nu echt op zijn achterste benen staat, zijn bestdoet en beseft dat dit er echt aan zit te komen.De voorzitter:En de tweede vraag over de adviezen?Minister Madlener:Het lid Kostic´ vroeg of ik de adviezen van de laatste jaren allemaal op eenrijtje kon zetten en kon kijken wat wel en niet gedaan is ...De voorzitter:U mag er altijd in de tweede termijn op terugkomen, als u dat prettigervindt.Minister Madlener:De belangrijke ... Ja, hier moet ik even op terugkomen.De voorzitter:Dan noteren we die even voor de tweede termijn. Dan gaan we door naarde interruptie van het lid Kostic´. De antwoorden zijn gegeven. U kunt heter niet mee eens zijn natuurlijk. Ik zou dus zeggen: gebruik uw interruptiegoed.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Jazeker, ik ben blij dat op dat laatste punt wordt teruggekomen. Ik hoopop een toezegging. Ik hoor helaas nog steeds niet van de Minister wat datalles op alles zetten nou precies betekent. Ik hoor «evaluaties» en«uitzonderingen», maar dat is dus niet alles op alles zetten. Ik hoor straksmisschien concreet van de Minister welke maatregelen hij gaat nemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69043 Dan een interruptie over landbouw, dus de samenwerking met deMinister. Daar had hij het net ook over. De ILT heeft geconstateerd datIenW en LVVN onvoldoende samenwerken. Eigenlijk zegt de ILT: daarmoet meer regie op; iemand moet daar de kartrekker zijn. Ik hoopte hetvolgende te horen van de Minister. «Ik zit erbovenop vanuit mijnportefeuille water. Ik spar met de Minister en geef het ook aan als ik ziedat het niet goed gaat. Dan kan ik het ook terugkoppelen naar decommissie.»De voorzitter:Wat is uw vraag?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Mijn vraag is nu: hoe gaat deze Minister ervoor zorgen dat hij dewaterkwaliteitdoelen gaat bewaken als het gaat om landbouwbeleid? Gaathij ook echt met de Minister van Landbouw in gesprek en geeft hij ook hetvolgende aan? «Mevrouw Wiersma, we hebben een enorm grootprobleem met water. Straks hebben we boetes van Europa. Ik wil graagjouw plannen zien en daar wil ik over meedenken, want mijn verantwoor-delijkheid is water. Dat kunnen we niet los van elkaar zien.»De voorzitter:Ja, uw vraag is helder.Minister Madlener:Het is een gezamenlijke opgave. Ik ben systeemverantwoordelijk, maar ikmoet de doelen halen met behulp van LVVN en de waterschappen enprovincies. Dus het is ook mijn taak om iedereen op het goede spoor tehouden. Daarover hebben we zeer intensief overleg. Het helpt mij enormdat al die partijen er zelf ook van overtuigd zijn dat hier iets moetgebeuren. Dat merk ik. Dus ik vind dat er heel serieus gewerkt wordt. Erkomen nog evaluaties aan. Dan gaan we opnieuw kijken naar waar we nustaan. Dat wordt alleen maar versterkt in de komende tijd. Dus ik heb daareigenlijk wel vertrouwen in. Ik hoop dat u dat vertrouwen ook gaat krijgen.Maar we moeten ook de evaluaties afwachten en gewoon op basis vanresultaten gaan kijken waar we staan. Er komen genoeg evaluaties aan,dus u kunt er ook bij zijn.De voorzitter:Heeft u nog een vervolginterruptie?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Nee.De heer Soepboer (NSC):Het is geen interruptie, voorzitter. Maar ik heb braaf het stukje afgewachten ik kom tot de conclusie dat ik nog een onbeantwoorde vraag heb overde non-papers die Nederland heeft opgesteld in samenwerking met onderandere Denemarken, Duitsland en Finland. Daarin staan twee heleconcrete punten. Ik zou graag van de Minister horen hoe die zijnontvangen, wat de stand van zaken is, hoe ermee om wordt gegaanenzovoorts.Minister Madlener:Dat klopt. Die hebben we gemist. Ik kom daar graag in de tweede termijnop terug als dat mag.De voorzitter:Hartstikke goed. Dan kijk ik nog even rond. Ik zie dat het lid Kostic´ nog eeninterruptie heeft. Gaat uw gang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69044 Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik wil toch nog even doorgaan op die gezamenlijke aanpak van IenW enLVVN. Ik zou heel graag willen dat deze Kamer volgende keer de Ministervan Landbouw uitnodigt bij het waterdebat. Vindt de Minister dat ook eengoed idee?De voorzitter:De commissie kan dat verzoeken natuurlijk.Minister Madlener:Het is uw Kamer die verzoekt aan te schuiven hier. Ik heb er natuurlijkgeen enkel probleem mee. Maar ik spreek de Minister van LVVN echtmeerdere keren per week, ook over dit onderwerp. Ik vind zelf desamenwerking tot op heden goed gaan. Maar als u wilt dat zij komt, danzult u haar moeten uitnodigen.De voorzitter:Ik kijk nog even of er interrupties zijn. Dat is niet het geval. Dan kunt u uwbetoog vervolgen met het volgende blokje.Minister Madlener:Dat volgende blokje gaat over pfas.De voorzitter:Pfas. Kijk, hartstikke goed. Gaat uw gang.Minister Madlener:Pfas komt niet voor in het regeerprogramma en waarom eigenlijk niet? Ditvragen Bamenga en het lid Kostic´. In het regeerprogramma staat:voldoende veilig en schoon water is van essentieel belang. Het tegengaanvan pfas-vervuiling valt daaronder, net als andere vervuilende stoffen diewe niet in het water willen hebben. Specifiek voor pfas zet het kabinet inop vermindering van belasting van pfas via drie sporen en op een zobreed mogelijk pfas-verbod op Europees niveau. «Zo breed mogelijk»betekent dus niet «alle pfas», zeg ik ook tegen de heer Soepboer, maar hetbetekent zo breed mogelijk. Het kabinet zet ook in op de zorg dat er zoweinig mogelijk van die pfas in het milieu terechtkomt om vervolgens deblootstelling aan pfas zo veel mogelijk te voorkomen.Dan vraagt het lid Bamenga of de Minister bereid is om het gebruik vanpfas te verbieden. Nederland heeft niet voor niets het initiatief genomenom te komen tot een brede Europese restrictie op de productie, het op demarkt zetten en het gebruik van pfas. Alleen een Europees pfas-verbodheeft namelijk zin. Anders komt het via de grens alsnog binnen. Deopenbare raadpleging van de zienswijze wordt nu verwerkt. Daarna is hetaan de Europese Commissie om hierover te beslissen. Lozingen van pfasin Nederland pakken we natuurlijk wel hard aan. We zetten dus hard in ophet verminderen van pfas en op het tegengaan van pfas-lozingen inNederland en via de Europese route.Het lid Kostic´ had een vraag over het niet uitgeven van nieuwe pfas-vergunningen. Het uitgangspunt is inderdaad dat vergunningen voornieuwe lozingen van zeer zorgwekkende stoffen niet worden afgegeven.Het gaat daarbij om nieuwe vergunningen, niet om vergunningen voorbestaande lozingen zeg ik daarbij. Ook kan het zijn dat een emissie niet tevoorkomen is en er toch onder strenge voorwaarden een vergunningmoet worden afgegeven. Het kan echter nooit als het niet past binnen deruimte die de KRW geeft.Wat gaat de Minister doen aan het aanscherpen van vergunningen voorpfas, vraagt Kostic´. Het uitgangspunt is om emissie zo veel mogelijk tebeperken, vergunningen te bezien, herzien en aan te scherpen waar ditkan op basis van de nieuwste inzichten. Daarnaast geldt voor zeerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69045 zorgwekkende stoffen een minimalisatieverplichting. Dat betekent: net zolang door blijven zoeken naar nieuwe mogelijkheden totdat geen emissiesmeer plaatsvinden. Elke vijf jaar is een bedrijf verplicht hierover terapporteren aan het bevoegd gezag.Dan vroeg Kostic´ naar SABIC en de vergunning om in de Westerschelde telozen. Het uitgangspunt is de pfas-emissies beperken. Dat geldt ook voorde lozing van SABIC. Ik zal de Kamer voor het einde van het jaar per briefnader informeren. De situatie bij SABIC is complex met meerderebevoegde gezagen voor de lozingen. Dus ik kom daarop terug. Dank voorde tip daarvoor.Dat was het blokje pfas.De voorzitter:Zijn er vragen in deze ronde? De heer Bamenga van D66.De heer Bamenga (D66):Dank aan de Minister voor de antwoorden. De Minister heeft gesprokenover waarom het belangrijk is om pfas in ieder geval zo veel mogelijk teelimineren. Voor voldoende veilig en schoon water is het belangrijk dat dehoeveelheid pfas verminderd wordt. De Minister had het over «zo breedmogelijk». Ik ben benieuwd wat «zo breed mogelijk» precies inhoudt,want collega Soepboer had het over 600 stoffen. Wat betekent «zo breedmogelijk» in dit geval? Misschien kan de Minister daar een wat concreterantwoord op geven.Minister Madlener:Er zijn wel tienduizend pfas-verbindingen en die hebben natuurlijk allerleitoepassingen, want tienduizend stoffen hebben ook tienduizend toepas-singen. Die kunnen variëren van de antiaanbaklaag in je pan tot medischetoepassingen waar we heel blij mee zijn. We moeten natuurlijk niet alles inéén keer verbieden als dat tot onacceptabele situaties leidt. Maar «zobreed mogelijk» betekent dus dat we met een beetje gezond verstandkijken: is het echt noodzakelijk om pfas te gebruiken of kunnen we hetbeter vervangen door een alternatief? Als er een alternatief voorhanden is,gaan we daar natuurlijk naar kijken.De heer Bamenga (D66):Toevallig sprak ik in het weekend een ondernemer die een alternatief heeftvoor pfas, iets wat helemaal niet vervuilend is, maar juist heel groen.Daarop inzetten heeft natuurlijk duidelijk de voorkeur.De Minister sprak net over het hard aanpakken van lozingen in Nederland.Ik wil graag weten wat een harde aanpak eigenlijk inhoudt. Wat betekentdat?Minister Madlener:Dat betekent dat alle lozingsvergunningen worden bekeken en zo strengmogelijk worden beoordeeld. Het aantal pfas-lozingen is in Nederlandzeer extreem gedaald, ook doordat het eerdere kabinet daarachteraan zat.Daar blijven we mee doorgaan. We willen natuurlijk naar nul lozingen inNederland, maar het is al enorm verminderd. Daar blijven we mee bezig,ook door het pfas-gebruik te verminderen en te vervangen door milieu-vriendelijkere alternatieven, die er gelukkig vaak ook zijn.De voorzitter:U heeft uw interrupties opgebruikt, meneer Bamenga. We hebben ze hiergeregistreerd. We komen anders zo even bij u terug. Er is eerst een vraagvan de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69046 Net als in het eerste blokje geeft de Minister hier aan dat vergunningeninzichtelijk gemaakt en herzien moeten worden, en dat hij daarmee bezigis. Dat vind ik een heel fijn antwoord. Hij zegt ook: ik wil misschieneeuwigdurende vergunningen verbieden of het verplichten om die te gaanherzien. Hij wil een van die dingen gaan doen. Het maakt ook niet uitwelke het wordt. In ieder geval zegt hij: ik neem dat serieus. Maar alleomgevingsdiensten en de VTH-systemen staan natuurlijk heel erg onderdruk en hebben veel te weinig capaciteit. Rijkswaterstaat heeft pas 8% vande ongeveer 700 vergunningen die zijn verleend, daadwerkelijk in kortetijd herzien. Ik vind de toezegging heel fijn, maar daar hoort ook ietsanders bij. Hoe gaat u dat realiseren? De toezegging is dus heel fijn, maarhoe gaan we die VTH-stelsels en Rijkswaterstaat in staat stellen dat tedoen? Er staat trouwens ook een bezuiniging in de begroting bijRijkswaterstaat.Minister Madlener:We onderkennen hoe belangrijk het is om die vergunningen te herzien.Dat zijn we ook aan het doen. Dat is echter heel veel werk. Dat vereist veelmankracht, of vrouwkracht. «Menskracht», moet ik zeggen. Dat is waar.We zitten natuurlijk wel met enige beperkingen. We kunnen niet alles inhele korte tijd doen, maar we zijn hier wel op volle kracht mee bezig. Debelangrijkste vergunningen doen we eerst. Dat is misschien ook goed omte weten. We hanteren wel een soort volgorde. Maar het klopt dat het weltijd nodig heeft. Dat kan ik niet wegnemen.De voorzitter:Is dit antwoord afdoende? Ik zie dat dat zo is.Minister Madlener:Ik kan nog aanvullen dat we eind 2027 klaar zijn met de voor de Kader-richtlijn Water belangrijkste vergunningen.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik had een vraag over de eerder aangenomen moties rondom Chemours.Daar was de Kamer ook duidelijk over: nul uit de pijp en de kostenverhalen op Chemours. In een van de brieven staat: in het belang van deStaat kunnen over beide trajecten geen verdere uitspraken wordengedaan. Maar ik wil heel graag weten wanneer we duidelijkheid hebbenover wanneer die moties worden uitgevoerd, want mensen rondomChemours maken zich ontzettend zorgen. Wanneer komt er dus nul uit depijp bij Chemours? Kunt u een tijdlijn geven of daar in ieder gevalbinnenkort per brief op terugkomen?Minister Madlener:Dit gaat ook over rechtszaken, dus ik moet wel een beetje uitkijken metwat ik zeg. De uitstoot van Chemours is gigantisch verminderd. Dat weet uook. Maar ik kom graag in de tweede termijn terug op de situatie op ditmoment.De voorzitter:Dat waren al twee interrupties, lid Kostic´. U heeft nog één interruptie over.Wilt u die nu gebruiken? Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Eerder is ook toegezegd dat er wordt gekeken naar een mogelijk verbodop pfas als hulpmiddel in bestrijdingsmiddelen. Dat zou echt grote winstzijn. Is de Minister daartoe bereid? Vindt hij pfas ook zorgwekkend en wilhij dat echt aanpakken? Dit zou eigenlijk laaghangend fruit kunnen zijn. Isde Minister inderdaad bereid om pfas als hulpmiddel in bestrijdingsmid-delen op korte termijn aan te pakken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69047 Minister Madlener:Dat wordt bepaald door het Ctgb en door Europees beleid. Ik denk dat ikdaar nog op terugkom in een van mijn andere blokjes. Ik heb het wellangs zien komen. Maar goed, we zetten daarbij natuurlijk ook in opvermindering. Dat is zeker.De voorzitter:Heeft u nog iets toe te voegen aan uw antwoord?Minister Madlener:Hoe zet je daarop in? Dat doe je door afspraken te maken met Europesepartners over de doelstelling om dat te verminderen. Ik zie dat het lidKostic´ daar weinig vertrouwen in heeft.De voorzitter:Ja, maar dat is wat anders.Minister Madlener:Ik zeg toe in ieder geval mijn best te doen.De voorzitter:Hartstikke goed. Er is geantwoord. Ik kijk nog even of er in deze rondevragen of interrupties zijn. Dat is niet het geval. Dan nodig ik u uit om naarhet volgende blokje te gaan. Dat is lozingen, als ik het goed heb. Gaat uwgang.Minister Madlener:Lozingsvergunningen. Ik begin met de vraag van Gabriëls: hoe gaan weervoor zorgen dat inzichtelijk wordt wie verantwoordelijk is voor vergun-ningverlening waterkwaliteit? Dat is heel helder. Rijkswaterstaat gaat overde lozingen in rijkswater. De waterschappen gaan over de lozingen inregionaal water. De omgevingsdiensten gaan namens de provincies engemeenten over indirecte lozingen, dus via het riool.Dan de zorgen van de heer Stoffer van de SGP over industriële lozingen inhet oppervlaktewater. De oproep is om vergunningen snel op orde tebrengen en beter te laten aansluiten bij de KRW. Daar ben ik het meeeens, zeg ik tegen de heer Stoffer. Lozingen van stoffen moeten waarmogelijk worden beperkt en vergunningen moeten op orde zijn. Daaromwerken we samen met het bevoegd gezag aan het op orde krijgen van dievergunningen. Een voorbeeld hiervan is dat Rijkswaterstaat al zijnvergunningen beziet om te kijken of ze nog adequaat zijn. Daar moeten weeind 2027 dus mee klaar zijn. We zijn begonnen met de vergunningen diede meeste impact hebben op de waterkwaliteit. Ik zal uw Kamer opreguliere basis op de hoogte houden van de voortgang daarvan.Dan de vraag van het lid Kostic´ over de vergunningen waar de meestezorgen over zijn. Lozingen van stoffen moeten dus worden beperkt.Vergunningen moeten op orde zijn. Daarom werken we met het bevoegdgezag. Dat heb ik net ook al gezegd. Een voorbeeld is Rijkswaterstaat. Diecheckt alle vergunningen. We beginnen dus met de vergunningen die demeeste invloed hebben op de KRW-doelen.Dan de vraag van de heer Pierik over de concrete plannen voor hetactualiseren. We werken sinds 2019 aan het actualiseren. Dat is een groteklus. Het vergt capaciteit. We hebben schaarse capaciteit. Rijkswaterstaatversnelt mogelijk door extra deskundigen te werven. De vergunningen diebelangrijk zijn om de KRW-doelen te halen worden voor die tijd geactuali-seerd. Dat zijn er meer dan 700, zeg ik daarbij.Gabriëls vroeg: kan de Minister toezeggen dat hij een overzicht aanlevertvan alle lozingsvergunningen? Wij hebben zo’n overzicht niet. We hebbengeen centraal overzicht van lozingsvergunningen in Nederland. Wijwerken voor Rijkswaterstaat wel aan de openbaarmaking van al dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69048 vergunningen. We roepen waterschappen, provincies en gemeenten opom hetzelfde te doen. Daar ga ik niet over, maar dat is een oproep.Stoffer vroeg hoe we doorpakken met innovatieve zuiveringstechniekenbij industrie- en rioolwaterzuiveringen. Vanuit het Nationaal Groeifonds iser 135 miljoen beschikbaar gesteld voor het programma GroeiplanWatertechnologie. Hiermee investeer ik de komende tien jaar in innovatiefonderzoek en toepassing van de beste beschikbare zuiveringstechnieken.Ik heb een voorkeur om doelvoorschriften te gebruiken. De industrie en dewaterschappen zijn zelf verantwoordelijk voor het kiezen van de bestebeschikbare technieken die het meest geschikt zijn om hun afvalwater-stroom te behandelen.Ook was er een vraag van Stoffer over gemeenten die weinig prioriteitgeven aan indirecte lozingen. Het is belangrijk dat ook de vergunningenvoor indirecte lozingen worden bezien en, waar nodig, herzien. Dat gaatvia het riool. In de brief voorafgaand aan het debat heb ik aangegevenonderzoek te gaan doen naar de effectiviteit van de afvalwatersystemen.Het bezien en herzien van indirecte lozingen zal hier nadrukkelijkeaandacht in krijgen. Daarnaast gaan we een vervolg geven aan de pilotGrip op indirecte lozingen, waar de heer Stoffer naar verwees.De heer Soepboer heeft vandaag een hele goede vraag gesteld in hetmondelinge vragenuur. Hij is niet aan bod gekomen, maar ik ben welgeschrokken bij het lezen van die vraag. Die ging over de tankautorei-nigers en waar dat afval blijft. Tankautoreinigers behandelen het afval-water van tankreinigingen. Omdat ze te maken hebben met een oneindigehoeveelheid verschillende stoffen, is de ATCN Stoffenbank ontwikkeld.Hiermee kan een bedrijf bepalen welke mate van zuivering nodig is omeen stof goed te kunnen verwerken. De ATCN Stoffenbank is ontwikkeld insamenwerking met het bevoegd gezag en is een onderdeel van devergunning. Het bevoegd gezag kan de beoordeling die een bedrijf maaktcontroleren op juistheid en kan daarmee bepalen of het bedrijf zich houdtaan de juiste verwerkingsroute. De omgevingsdiensten zijn hier dus aanzet. De ATCN wordt geüpdatet, want we zijn natuurlijk allemaalgeschrokken van de resultaten en de bevinden van de lozingen. Ditmoeten we dus heel snel aan de orde stellen.Dan de vraag van Pierik: gaat de Minister de gevolgen van de doeltempe-ratuur van 25 graden goed in beeld brengen en gaan we de productiestilleggen als het oppervlaktewater 25 graden haalt? Het antwoord is: ja,we gaan dat goed in beeld brengen. We onderzoeken de gevolgen doorsamen met betrokken partijen te kijken wat nodig is om deze wijzigingente kunnen doorvoeren. Ik vind het belangrijk dat bedrijven die gebruik-maken van oppervlaktewater als koelwater dit kunnen blijven doen. Diebedrijven hoeven we dan hopelijk niet stil te leggen. De temperatuur vanhet oppervlaktewater is ook belangrijk voor onze drinkwaterproductie ennatuurlijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater en voor hetwaterleven. Dat vraagt om zorgvuldige afwegingen. Ik verwacht in deeerste helft van 2025 de uitkomsten van het bovengenoemde onderzoek.Dan was er nog een laatste vraag van de heer Pierik in dit blokje. Is heteffect van riooloverstorten op de waterkwaliteit goed in beeld en watkunnen we daaraan doen? Ik heb hier gisteren Kamervragen van het lidPierik over beantwoord. Riooloverstorten kunnen bij hevige regenvallokaal tijdelijk een negatieve impact hebben op de waterkwaliteit. Dat isnatuurlijk duidelijk. Over het geheel gezien is de bijdrage van die bronnenechter klein. De riooloverstorten die nog een probleem vormen wordenaangepakt in het KRW-maatregelenprogramma. De aanpak van deriooloverstorten ligt primair bij de gemeenten, vanuit hun verantwoorde-lijkheid voor het riool.De voorzitter:Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69049 Minister Madlener:Dat was de laatste vraag.De voorzitter:Dan de heer Soepboer van NSC.De heer Soepboer (NSC):Toch wil ik nog even wat aanvullends zeggen over die tankwagenreini-gingsbedrijven, Minister. Het is natuurlijk erg zorgelijk dat dit gebeurt endat dit in het riool terechtkomt. Als het over de Kaderrichtlijn gaat, zittenwe hier met elkaar te praten over nanogrammen per liter. Er worden dustientallen, honderden liters zo het riool in gejaagd. Die kan je dus nietmeer schoonmaken. Ik vind dat heel zorgelijk. U zegt: we gaan proberendat toezicht te verbeteren. Hoe gaan we dat dan doen? Gemeentenschijnen namelijk aan te geven dat ze de expertise niet hebben.Omgevingsdiensten hebben het er blijkbaar lastig mee. Hoe gaan we dattoezicht en die vergunningen verbeteren? Is het misschien een idee dat deILT zich ermee gaat bemoeien? Zou dat een denkbare richting zijn? Zou uwat duiding kunnen geven aan hoe we het kunnen verbeteren?De voorzitter:Ik denk dat u met «u» dan uw voorzitter bedoelt.De heer Soepboer (NSC):Hoe denkt de Minister dat te gaan verbeteren?Minister Madlener:Allereerst is het gewoon een hele goede vraag van de heer Soepboer. Wezijn natuurlijk allemaal geschrokken van wat de praktijk hier is. Die ATCNis verouderd. Het is eigenlijk een beetje verwaarloosd terrein geweest. Hetis dus ook goed om dit aan te pakken. Ik denk dat ik heel snel moet gaanpraten met de betrokken partijen om te kijken waar we het kunnenverbeteren. Ik zeg gewoon toe dat we hier aandacht aan gaan besteden,zodat we dit schijnbaar op te lossen probleem zo snel mogelijk gaanoplossen. Dit kan natuurlijk niet doorgaan.De voorzitter:We noteren een toezegging. De heer Soepboer heeft nog een aanvullendevraag.De heer Soepboer (NSC):Ja, we noteren een toezegging. Ik kan er natuurlijk een motie over gaanindienen, maar ik vertrouw de Minister daar ook in. Ik zou willen dat dietoezegging iets ruimer was, zodat naast die inspanning er ook eenschriftelijke terugkoppeling naar de Kamer komt en er wordt aangegevenop welke termijn dat zou kunnen.Minister Madlener:Ik zeg dat graag toe aan de heer Soepboer. Ik dank hem ook voor zijnvraag. Dit is namelijk gewoon winst op de korte termijn. Ik ga hier snelmee aan de slag. Ik zal binnen afzienbare tijd komen met een brief aan deKamer over hoe we dit probleem kunnen gaan oplossen. Dit zal ik doenvoor het wetgevingsoverleg aan het einde van het jaar. Is dat akkoord?Ja?De voorzitter:Ja. Als ik het goed heb, staat dat wetgevingsoverleg op 18 novembergepland. Wij zien dan voor die tijd graag een brief van de Minister. Zonoteren we ’m ook. Dan kijk ik nog even of er andere vragen en inter-rupties in deze ronde zijn. De heer Pierik van de BBB.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69050 De heer Pierik (BBB):Ik heb toch nog even een vraag over die riooloverstorten. Ik had natuurlijkde antwoorden op die brief wel gelezen. We snappen natuurlijk dat het debevoegdheid is van de gemeenten. Maar mijn vraag was eigenlijk of deMinister die meetpunten en de modellen die daarin gebruikt worden, kanverifiëren. Is dat allemaal adequaat?De voorzitter:Minister, is het een adequate inschatting die u maakt?Minister Madlener:Hier zal ik schriftelijk op moeten terugkomen. Ik durf hier nu niet eenantwoord op te formuleren.De voorzitter:En wanneer doet u dat?Minister Madlener:Dat doe ik ook in november voor het overleg.De voorzitter:Dan noteren we dat zo. Dan komen we aan bij het volgende blokje. Dat isdrinkwater, hoor ik. Gaat uw gang.Minister Madlener:Drinkwater. Voor ons allemaal belangrijk, ook voor de heer Bamenga. Hijvroeg of de Minister vergeten was dat dit belangrijk is. Dat vergeet dezeMinister helemaal niet, want ik ben gek op water en op ons drinkwater. Ikdrink het ook zelf eigenlijk iedere dag. Ik geef het zelfs aan mijn kind. Alsje soms dingen leest van wat er allemaal in zit, ga je weleens twijfelen. Ikheb me nog eens verdiept in de normen. Ik heb toch mijn vertrouwenweer herwonnen. Ik kan dus tegen alle Nederlanders zeggen: onsdrinkwater is nog behoorlijk schoon. Ik zal niet zeggen «brandschoon»,want er zit altijd wel iets van sporen in. Maar het is absoluut binnen denormen die we stellen. Ik durf het dus nog veel te drinken.De publieke drinkwatervoorziening is essentieel voor ons allemaal. Hetkabinet zal alle Europese regels uitvoeren, ook die van de KRW. Ik benvereerd dat ik systeemverantwoordelijkheid mag dragen samen met deprovincies, de waterschappen en de drinkwaterbedrijven en mag werkenaan dit mooie dossier. Waterkwaliteit vind ik heel belangrijk. Gisteren hebik toevallig met de drinkwaterbedrijven gesproken. Morgen ontvang ik alledrinkwaterbedrijven op het ministerie om met hen te overleggen. Dat doeik heel graag. We zijn blij met ons drinkwater.De heer Heutink vroeg om mij toe te zeggen dat we samen met deprovincies nieuwe winningen gaan realiseren. Ja, dat gaat over diebeschikbaarheid van drinkwater. Dat is inderdaad een zorg. We moetenniet doen alsof Nederland te weinig water heeft. Het zijn inderdaad devergunningen en de capaciteiten die wellicht, als we niets doen, over eenaantal jaren tekort kunnen schieten. Daarom zet ik me met het Actiepro-gramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen in om samen met dedrinkwaterbedrijven en de provincies 100 miljoen kuub extra productieca-paciteit gereed te krijgen. Dat zie ik dus als een gezamenlijke inspanning,waarbij iedereen zijn eigen rol heeft. Maar ik ben er wel een voortrekkerin. Ik praat dus regelmatig met de drinkwaterbedrijven en ik luister naarhun behoeften. Gaan we de provincies aanspreken als vergunningver-lener? Provincies en drinkwaterbedrijven zijn op zich in goed overleg overdit probleem. Mijn ambtenaren zitten hier ook bij. Het drinkwaterbedrijf isverantwoordelijk voor het indienen van ontvankelijke vergunningen. Hetbevoegd gezag moet daarover beschikken, rekening houdend met degevolgen voor natuur, landbouw en funderingen. Begin dit jaar heeft deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69051 ILT met een signaalrapportage de provincies aangesproken. Ik wil niet inde bevoegdheden van de provincies treden, maar eind van het jaar maakik de balans op in het Bestuurlijk Overleg Water.De heer Bamenga vroeg naar het Nationaal Plan Aanpak Drinkwaterbe-sparing. Ik werk door aan de maatregelen die met betrokken partijen zijnafgesproken in het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing, zoalsdat met de Kamer is gedeeld. Maar dat gaat over bewustwording.Tegelijkertijd heeft het vergroten van het aanbod van drinkwater topprio-riteit. Daar loopt ook een actieprogramma voor en daar praat ik ook overmet de drinkwaterbedrijven. Het zijn dus twee sporen: bewustwording vanwatergebruik en voldoende aanbod. Ik denk dat dat samen voldoendemoet zijn om die angstaanjagende scenario’s van te weinig drinkwater opte kunnen lossen.Dan vroeg het lid Gabriëls: hoe staat het met de uitvoering van hetNationaal Plan Aanpak Drinkwaterbesparing? De uitvoering van hetnationaal plan loopt. Ik vind het belangrijk dat we werken aan waterbe-wustzijn, zowel bij particulieren als bij bedrijven. Iedereen kan zijn steentjevrijwillig bijdragen. Met de aanpak werken we bijvoorbeeld met bedrijvendie de juiste hoeveelheid water voor het juiste gebruiken.Bij nieuwbouw zijn er kansen voor waterbesparende voorzieningen. Dat isook leuk om te melden: waterbesparende voorzieningen. We hebben dewaterbesparende douchekop natuurlijk gehad. Maar wil je de wcdoorspoelen met regenwater bijvoorbeeld, vereist dat echt aanpassingenaan woningen. Ik wil niet alle bestaande woningeigenaren verplichten omhun huis te verbouwen. Dat zou veel te ver gaan. Maar ik wil wel inoverleg met de Minister van wonen kijken of we hier iets aan kunnendoen. De regenton is natuurlijk ook een bekend voorbeeld, zoals in België.Maar ik zet vooral in op meer aanbod en bewustwording. In de bouw wilik overleggen, maar ik wil niet met belastingverhogingen ons waterge-bruik gaan bestraffen. Dat is zeker niet het plan. We zien trouwens ook datbelastingverhogingen maar heel matig werken, want de prijselasticiteitvan drinkwatergebruik bij particulieren is maar heel klein. Dus je moet danecht flink verhogen, wil je echt besparingen afdwingen. Dat brengtnatuurlijk ook heel veel gezinnen in de problemen. Dus ik denk dat dat eenverkeerde maatregel zou zijn die ook niet nodig is. Ik zeg niet dat het nooitnodig is, maar ik denk dat we een heel eind kunnen komen met eenaanpak van meer vergunningen afgeven, doorgaan met bewustwordingcreëren en wellicht in de nieuwbouw wat aanpassen. Ik denk dat datvoldoende is voor de komende tijd.Dan vroeg de heer Heutink waarom we inzetten op drinkwater besparenen niet op vergunningen verlenen. Die vraag heb ik net al beantwoord.Hoe waarborgen we de leveringszekerheid van drinkwater? Daarvoorgeldt eigenlijk hetzelfde antwoord als daarnet.Overigens kom ik zo ook nog terug op het WACC.Het lid Bamenga vraagt: staat de Minister achter de doelstellingen omdrinkwater te besparen? Ja, dat heb ik net al gezegd.Het lid Heutink vraagt: kunnen we toezeggen dat we de mensen thuis metrust laten en geen gedragsonderzoek doen? Ja, dat heb ik net gezegd. Ikheb daar geen ... Ik denk inderdaad niet dat dat nodig is. Dat is eigenlijkeen beter antwoord.Blijf weg uit de badkamer van de Nederlander! Ik ben ook zeker niet vanplan om in de badkamers te gaan kijken. We hebben natuurlijk wel diewaterbesparende kranen en douchekoppen. Die vindt ook niet iedereenaltijd een even groot succes, maar die hebben we wel. Voor heel veelmensen is het ook een oplossing. Het is natuurlijk prima om zuinig metwater om te gaan. Ik wil ook iedereen oproepen om dat vooral te doen. Eris niks mis mee. Maar we gaan dat als overheid niet controleren bij deburgers thuis.Moet het Bouwbesluit niet aangepast worden, zodat nieuwbouwhuizenover het juiste leidingnetwerk beschikken? Ja, als je daar heel ver in wiltTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69052 gaan wel. Ik zal ook bespreken met de Minister van wonen of dat zinvol is.Het heeft ook wel nadelen. Het is natuurlijk kostprijsverhogend voornieuwe woningen als je twee leidingstelsels wilt gaan inbouwen inwoningen. Het heeft ook gevaren trouwens. Je moet dan niet hetverkeerde water gaan drinken. We zijn natuurlijk gewend dat al hetdrinkwater uit de kraan komt en dat je het altijd kan drinken. Als dat nietmeer zo is, dan krijg je natuurlijk ook weer vergissingen. Het is dus ookniet zo makkelijk als het lijkt. Maar ik wil het samen met de Minister vanwonen bespreken.Hoe kijken we naar de bol, de belasting op leidingwater, en welke optieszien wij om meer te laten betalen naar gebruik? Het onderzoek naar deeffectiviteit van beprijzen is afgerond. In dit onderzoek is ook gekeken naarhet verhogen van drinkwatertarieven, bijvoorbeeld het comforttarief. Datrapport ontvangt u binnenkort. Ik ben niet voornemens het tarief van debelasting te verhogen.De heer Heutink vroeg: is de Minister bang dat mensen in de toekomstniet meer de behoefte voelen om te betalen voor drinkwater? De heerHeutink heeft zorgen over de betalingsbereidheid op het moment dat wehet drinkwater niet meer afsluiten als gezinnen hun waterrekening nietbetalen. Ik ben daar zelf op zich niet zo bang voor, want we behoudennatuurlijk alle verplichtingen tot betalen en je krijgt ook aanmaningen. Wemoeten zorgen dat het betaald wordt, maar afsluiten is natuurlijk wel heelerg drastisch. Dat doen we niet. Ik vind dat we dat niet moeten doen. Hetprobleem is ook nog niet zo groot. De meeste mensen betalen gewoonhun rekening voor water. Het zijn ook niet de allerhoogste bedragen, zegik daarbij. Het is namelijk gelukkig heel betaalbaar in Nederland. Maar wemoeten er wel alles aan doen om te zorgen dat mensen toch overtuigdworden om te gaan betalen als ze dat niet doen. Het probleem is nog nietgroot, zeg ik daarbij. Laten we dus vooral op dat spoor doorgaan.Dan de vraag van de heer Stoffer: wat betekenen de kostendoorbereke-ningen via de UPV voor de beschikbaarheid van geneesmiddelen? Deuitgebreide producentenverantwoordelijkheid, de UPV, is onderdeel vande ontwerprichtlijn stedelijk afvalwater. Het is belangrijk dat de richtlijn erniet toe gaat leiden dat medicijnen minder ter beschikking komen. Ik gasamen met de collega van VWS zorgen voor een goede omzetting van deEuropese regels in Nederlandse regelgeving. Daar hebben we nog enkelejaren de tijd voor. We gaan dus in overleg om dat te bespreken met deMinister van VWS.De heer Grinwis vroeg: wanneer verwachten we de drinkwaterregelingdefinitief vast te stellen? Dat is de WACC-regeling. Dat gaat om eenaanpassing zodat drinkwaterbedrijven iets meer rendement kunnenmaken op hun vermogen. Ik heb die zojuist goedgekeurd. Die zal overtwee weken worden gepubliceerd en in werking treden. Die wordt uiterlijk31 oktober vastgesteld door IenW.De voorzitter:Ik zie dat de Minister even moet verifiëren of hij de juiste antwoordengeeft.Minister Madlener:Ik heb die zojuist goedgekeurd, dus dat komt richting uw Kamer. Dat geeftde drinkwaterbedrijven inderdaad iets meer financiële armslag ominvesteringen te doen. Dat is dus nodig.Het lid Grinwis vroeg: bereidt de Minister een wijziging van de Drinkwa-terwet voor om dat mogelijk te maken? Voor de langere termijn ga ik ookde wet- en regelgeving wijzigen naar aanleiding van de aanbevelingenvan het rapport van de Rebel Group om de financiële gezondheid vandrinkwaterbedrijven te verbeteren. Het traject hiervoor is gestart insamenwerking met de drinkwaterbedrijven. Rond de zomer van 2025 komTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69053 ik met een wijzigingsvoorstel hiertoe. Dat biedt nog voldoende tijd om inwerking te treden voor de komende WACC-periode.Het lid De Groot vroeg: hoe staat het met de motie-Grinwis c.s.? Dat waseen gezamenlijke motie over zo snel mogelijk duidelijkheid geven over definancieringsruimte met ingang van 2025. De Kamer is daarover geïnfor-meerd. Voor de korte termijn is het mogelijk een kleine technischewijziging te maken in de regelgeving. Dat heb ik dus zojuist gedaan. Deregeling wordt nu binnen twee weken gepubliceerd.Als laatste in dit blokje heb ik een vraag van de heer Soepboer: hoe staathet met de uitvoering van de motie-Olger van Dijk/Pierik inzake dezuiverings- en verontreinigingsheffing? Dit onderzoek gaat over de vraaghoe de zuiverings- en verontreinigingsheffing meer op basis van deomvang van huishoudens kan worden geheven. Dit wordt meegenomenin het vervolgtraject dat we willen starten nadat het huidige wetsvoorsteltot wijziging van de waterschapsbelasting in werking is getreden. DeKamer wordt hierover in de waterbrief voor het WGO Water van18 november geïnformeerd. Dat was de laatste vraag.De voorzitter:Dat was het blokje. Zijn er vragen of interrupties? Meneer Stoffer?De heer Stoffer (SGP):Dank aan de Minister dat hij als antwoord op mijn vraag in gesprek gaatmet de Minister van VWS over die vierde zuiveringsstap rond geneesmid-delen. Het ging ook specifiek om de kostendoorberekening. We hebbenhet over bedragen van 400 miljoen euro per jaar, meen ik. Dat kan bestwel iets gaan betekenen. Mijn vraag is dus of hij dat ook concreetmeeneemt in het risico dat we dadelijk geneesmiddelen kwijt zoudenkunnen raken.Minister Madlener:Uiteraard nemen we dat mee, want dit is natuurlijk een flink gevolg voorproducenten. We moeten uitkijken dat het geen ongewenste bijeffectenheeft. Dat neem ik dus zeker mee.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):De Minister geeft aan dat hij niet voornemens is om ook maar iets te doenaan belastingen, terwijl dat misschien wel eerlijker zou kunnen zijn. Alseen huishouden voor een bepaalde afname dezelfde belasting betaalt alseen bedrijf dat 6 miljoen liter water gebruikt, zoals Heineken, is heteigenlijk toch vreemd dat de Minister bij voorbaat uitsluit om überhaupt tekijken naar eerlijkere tarieven voor grootverbruikers, als het principe «devervuiler betaalt» nog overeind staat? Dan is de vraag: staat dat principenog overeind?Minister Madlener:Het verhogen van de belastingen voor huishoudens zie ik absoluut nietzitten. Voor grote bedrijven wil ik best eens kijken hoe het zit met debelastingen. Dat wil ik samen met de Minister van Financiën doen, wantdie gaat daar in eerste instantie over. Ik kan toezeggen dat ik eens gakijken hoe het zit met de belastingen die grote afnemers van waterbetalen.De voorzitter:We noteren het als een toezegging. Wanneer denkt u daar dan op terug tekomen?Minister Madlener:Als ik een suggestie mag doen, dan is dat voor de zomer, komende zomer.Dat is dus een maand of acht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69054 De voorzitter:Voor de volgende zomer.Minister Madlener:Niet de afgelopen zomer.De voorzitter:Daarom. Maar het kan ook zomers later zijn. Maar laten we gewoon dezomer van 2025 doen. Dat is lekker concreet.Minister Madlener:Laten we de zomer van 2025 zeggen, dus voor het zomerreces. Misschienkan het ook eerder, hoor. Ik moet het samen doen met de Minister vanFinanciën en ik durf niet zo goed in zijn agenda te kijken. Ik weet ook niethoe ingewikkeld het allemaal is. Ik ben dus een beetje voorzichtig, maarmisschien kan het ook eerder. Ik beloof ermee bezig te gaan en de Kamerte informeren, als jullie dat goedvinden.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Heutink namens de PVV.De heer Heutink (PVV):Ik hoor de Minister zeggen dat hij bezig gaat met provincies om drinkwa-terbronnen te slaan en meer vergunningen af te geven. De vraag die ikdaarbij heb, is of de Minister kan kijken of hij het voor die provinciesmakkelijker kan maken om vergunningen af te geven, bijvoorbeeld metwetgeving. Ik hoef daar niet nu een antwoord op, maar wellicht kan hijtoezeggen dat hij kijkt of hij met wetgeving dat traject beter kan maken endat hij daar ergens voor het eind van het jaar op terugkomt. Dan geven weook de provincies misschien wat meer handvatten.Minister Madlener:Ik ontvang morgen alle drinkwaterbedrijven op het ministerie om hieroverte spreken. Als Minister ben ik natuurlijk niet degene die vergunningenafgeeft. Het zijn de provincies die de vergunningen afgeven. Maar ik wilwel gaan praten en bemiddelen bij de provincies over waar de problemenliggen. Het is niet bij iedere provincie hetzelfde. De ene wil grondwater-bronnen en de andere wil rivierwaterbronnen. Kunnen we daar slim inhandelen? Kan er beter worden samengewerkt? Dat gesprek wordt dusheel breed gevoerd om dit probleem op te lossen. Ik zal de Kamerinformeren over de uitkomsten daarvan, als die er zijn.De voorzitter:Dank u wel. De heer Grinwis van de ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):In dit blokje kwam een hoop langs. Er was onder andere de toezeggingvan de Minister om zich in te gaan spannen om binnen ik weet niethoeveel tijd precies 100 miljoen kuub extra drinkwater beschikbaar tekrijgen. Daar zit nog wel de kneep. Hoe zal dat in de praktijk gaan lopen dekomende tijd? De Minister is van goede wil. De drinkwaterbedrijven zijnvan goede wil. Als ik de provincies spreek, willen ze ook wel. Maar in depraktijk praten we hier al een paar jaar over en gebeurt er weinig. Opwelke manier wil de Minister de druk erop gaan zetten bij de provincies enhoe worden wij daar als Kamer in meegenomen? Anders zijn collegaHeutink en ik iedere keer deze riedel aan het houden. Het zou fijn zijn alswe echt eens drinkwater kunnen gaan tappen uit de nieuwe bronnen.De voorzitter:Zo is het.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69055 Minister Madlener:Ik ben al enige tijd op de hoogte van het bestaan van dit probleem. Ik benechter een nieuwe Minister, dus ik zal me er eerst in moeten verdiepen omte kijken waar het probleem dan zit. Ik begin gewoon met goedegesprekken met alle partners, de drinkwaterbedrijven en de provincies.We gaan dan kijken waar het aan schort en waar we misschien meerkunnen samenwerken. Ik wil kijken hoe ik ervoor kan zorgen dat ditgeregeld wordt. Wellicht kan ik andere bronnen gebruiken, misschienmeer oppervlaktewater. Ik kan nu dus nog geen antwoord geven op devraag wat de uitkomst is van dat overleg, maar ik zal de Kamer welinformeren. We moeten hier niet jaren over doorpraten; ik begrijp dat weook binnen afzienbare tijd resultaten willen kunnen boeken.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik hoop dat we daar als Kamer dus af en toe informatie over krijgen, zodatwe de voortgang een beetje in de gaten kunnen houden.Dan over het Bouwbesluit. De Minister wilde in gesprek gaan met zijncollega van VRO. Hij zei dat het nu misschien wel iets te ver gaat om inéén keer het Bouwbesluit voor nieuwbouwwoningen aan te passen. Hoekomen we hier een stap verder mee? In België doen ze dit al meer dan25 jaar structureel. Je ziet dat het enorme positieve gevolgen heeft; zegaan gewoon in het huishouden slimmer om met water. De vraag is duswat de ambitie is. Je kan je ook voorstellen dat je in een aantal pilotsbegint met afspraken, bijvoorbeeld in de droge zandgebieden of ingebieden waar het moeilijk is om veel meer drinkbaar beschikbaar tekrijgen. Ik wil eigenlijk iets meer horen dan «ik ga in overleg met mijncollega van VRO».Minister Madlener:Om het Bouwbesluit aan te passen moet ik toch echt bij de Minister vanVRO zijn. Ik weet ook helemaal niet of zij daartoe bereid is; dat moet ikecht nog vragen. Ik kan me voorstellen dat het wel zinnig kan zijn om opz’n minst te kijken wat er in de markt beschikbaar is. Hoe doet België dit?Is dat voor Nederland een effectieve maatregel die ook betaalbaar is voormensen? Ik kan absoluut nog niet vooruitlopen op de uitkomst van datgesprek en ik weet absoluut niet of zij daartoe bereid is. U kunt als Kamernatuurlijk ook initiatieven nemen of per motie oproepen doen om het uithet zoeken. Het is denk ik de Minister van VRO die hiervoor dan wel aande lat staat. Vanuit het perspectief van waterbesparing is het zinnig omhet te bekijken, maar het moet denk ik wel betaalbaar en haalbaar zijn.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat de motie al bijna wordt geschreven. Dat komt denkik dus wel goed. Zijn er nog andere leden die in deze ronde een interruptiehebben? Dat is niet het geval. Er zijn nog twee blokjes, als ik het goed hebgeregistreerd. Nog drie? Laten we snel doorgaan, want we hebben nogeen uur.Minister Madlener:Ja, maar de mapjes worden wel steeds dunner, dus dat scheelt. HetHoogwaterbeschermingsprogramma.Dan begin ik met de vraag van Stoffer: houdt de Minister vast aan hetuitvoeren van de noodzakelijke dijkversterking in 2050? Ja, watervei-ligheid is voor Nederland van cruciaal belang. Het tempo van dieversterkingen moet omhoog. We gaan dus beter kijken wat er moetgebeuren en hoe we dit efficiënter kunnen aanpakken. In het regeerpro-gramma is de herijking van het Hoogwaterbeschermingsprogrammaaangekondigd en in 2025 maak ik hiervoor afspraken met de water-schappen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69056 Dan eveneens een vraag van Stoffer, samen met Gabriëls. Ze stellentenminste dezelfde vraag: ziet de Minister de noodzaak om extra teinvesteren in dit programma? Wordt er een besluit genomen over de2,5 miljard voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma voor de periode2030–2036? In het regeerprogramma is afgesproken dat we het Hoogwa-terbeschermingsprogramma gaan herijken en dat we eind 2025 met dewaterschappen afspraken gaan maken over de financiering. Het tekorttreedt op vanaf 2030. We hebben gelukkig dus nog wel even tijd. Bij hethoofdlijnenakkoord is er geen extra geld beschikbaar gesteld, dus ditbedrag kan ik niet inpassen. Ik wil ook meer vooruitgang zien bij dehuidige lopende projecten.Dan een vraag van Grinwis over het advies van de deltacommissaris omhet Deltafonds te laten meegroeien met de kostenstijgingen. In hethoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma is geen afspraak gemaaktover de groei van het Deltafonds. Voor er sprake kan zijn van eengroeiafspraak, moet er eerst duidelijk worden wat de financiële proble-matiek op de lange termijn is. Een belangrijk onderdeel is de herijking vanhet Hoogwaterbeschermingsprogramma in 2025, zoals aangekondigd inhet regeerprogramma. Zodra er daar meer duidelijkheid over is, kan ik inhet kabinet bespreken of een groei van het Deltafonds nodig en ookhaalbaar is. Daar kan ik nu helaas niet op vooruitlopen.Dan eveneens Grinwis: wordt bij het vernieuwen van de financiëleafspraken ook de verdeelsleutel herzien en hoe gaat de Minister om metdreigende waterschapslasten als de verdeelsleutel wordt voortgezet? Definanciële verdeelsleutel en de verandering in waterschapslasten door hetHoogwaterbeschermingsprogramma komen beide aan de orde bij delopende evaluatie van de Waterwet en van de subsidieregeling Hoogwa-terbeschermingsprogramma. Eind 2024, dus eind dit jaar, zal ik u hieroverinformeren.Dan eveneens Grinwis, die altijd veel vragen heeft, zo valt me op. Het zijngelukkig wel goeie vragen. Hij vraagt: hoe kijkt deze Minister aan tegen deenorme opgave, op de korte termijn, maar ook op de langere termijn, enwat is de inzet bij de onderhandelingen in het najaar over het Hoogwater-beschermingsprogramma? Eind 2023 is aan de Kamer niet alleenaangegeven dat waterschappen een grote opgave verwachten tot 2050,maar ook dat de onzekerheden nog heel groot zijn en dat deze opgaveeerst moet worden aangescherpt. Daarnaast is ook voor de middellangetermijn – dat wil zeggen: na 2030 – een tekort voorzien. Belangrijk is dathet tempo van lopende projecten omhooggaat en dat we scherper gaansturen op de opgave. Hierom is in het regeerprogramma een herijking vanhet Hoogwaterbeschermingsprogramma aangekondigd, in samenwerkingmet de waterschappen. Eind 2025 wil ik daar met hen afspraken overmaken.De volgende vraag is ook van de heer Grinwis: is er een systeemdiscussieover het Hoogwaterbeschermingsprogramma nodig? Tot 2050 zijn erduidelijke afspraken over de verdeling van het water over de Rijntakken. Inhet nieuwe programma Ruimte voor de Rivier onderzoeken we of dezeverdeling ook na 2050 houdbaar is en of deze moet veranderen.Onderdeel van deze analyse is welke consequenties dit heeft voor hetHoogwaterbeschermingsprogramma in verschillende gebieden. Aan dehand van deze analyse neem ik hierover een besluit. Op basis van deuitkomsten zal te zijner tijd worden bezien welke consequenties dit kanhebben voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma. We moeten deevaluatie dus nog even afwachten.Ik heb nog één vraag gekregen over het Hoogwaterbeschermingspro-gramma, zowaar niet van de heer Grinwis, maar van het lid Pierik. De heerPierik vraagt: «Het gaat niet goed met de gedragscode voor het beheervan dijken. Dat is een probleem voor waterschappen. Wat is de stand vanzaken?» De waterschappen zijn bezig om in een gedragscode af te sprekenhoe om te gaan met het beheer van dijken in het kader van de natuurwet-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69057 geving. Dit is een kader voor een generieke ontheffing van de natuurwet-geving voor specifieke beheermaatregelen. Hier gaat het Ministerie vanLVVN over. Waterschappen hebben LVVN daarover een brief gestuurd. Ikheb een afschrift van die brief ontvangen. Er zijn inderdaad bespreek-punten, maar ik ga ervan uit dat ze eruit kunnen komen. Zo nodig zal ik ingesprek gaan met mijn collega van LVVN, want dit mag niet ten kostegaan van de waterveiligheid.Dat was het laatste in dit blokje.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Stoffer, ga uw gang.De heer Stoffer (SGP):De Minister heeft een prettige, compacte stijl van antwoorden. Daar houdik wel van. Maar ik ben natuurlijk niet altijd tevreden met het antwoord. Ikwil toch even terugkomen op de 2,5 miljard die nodig is voor het HWBP2030–2036. De Minister zegt: we hebben nog tijd. Maar er is geen geldvoor opgenomen in het regeerprogramma. Ik ga ervan uit dat dit kabineter zit tot 2027. Dan krijgen we weer verkiezingen en hebben we in 2028een nieuw kabinet. Het gaat natuurlijk om de uitvoering. De helft van hetgeld moet van het Rijk komen. Als we dat niet voor die tijd geregeldhebben, gaat de boel stokken in 2030. Ik ga ervan uit dat deze Ministernog een periode wil, dus het wordt ook zijn eigen probleem. Erkent deMinister dat? Is hij ook aan het bekijken of we dit gat vanaf 2025 kunneninvullen? Anders gaat er gewoon concreet een probleem ontstaan. Ik denkdat dit wel herkenbaar is. Ik snap ook dat het niet makkelijk is. Laat ik datook helder stellen.Minister Madlener:We zijn ons op het ministerie zeer bewust van het feit dat dit probleemgaat ontstaan. Ik kan dus zeker toezeggen dat we hier aandacht voorhebben. Ik weet ook zeker dat u mij scherp gaat houden op dit punt. Wedoen er echt alles aan om te bekijken of we dit op de een of anderemanier kunnen dekken, maar ik zie dat nu niet en kan er op dit momentniets over toezeggen. Dat is ook de waarheid. Het probleem is geagen-deerd. U blijft het ook agenderen. Wij gaan ons best doen om te bekijkenhoe we hieruit kunnen komen.De voorzitter:En de heer Stoffer niet alleen, geloof ik.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank voor alle antwoorden op de vragen aan de Minister. Het waren erinderdaad nogal wat. Ik wil hier wel aansluiten bij en een dikke streepzetten onder de vraag van de heer Stoffer, want het was ook mijn vraag inmijn bijdrage. Natuurlijk, we kunnen het Deltafonds als geheel ophogen.Wij als waterliefhebbers en waterveiligheidsliefhebbers doen dat met heelveel plezier. Maar waar niets is, daar verliest zelfs de keizer zijn recht. Wemoeten dan ook slim kijken binnen het Deltafonds. Binnen het Deltafondszie je dat er door de jaarschijven die erbij komen en de extrapolatie welmiddelen vrijkomen. Wat wil het geval? Waterveiligheid is een hybrideprogramma, gefund door zowel het Rijk via het Deltafonds als dewaterschappen met een solidariteitsbijdrage en de projectgebondenbijdrage. 50 miljoen extra erbij vanuit het Rijk betekent dat ook dewaterschappen 50 miljoen extra erbij doen. Het werkt dus als een soortvan verdubbelaar, waarmee je met een relatief kleine inspanning vanuithet Rijk veel voor elkaar kunt boksen.De voorzitter:Wat is uw vraag?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69058 De heer Grinwis (ChristenUnie):Deelt de Minister dat en wil hij dit serieus overwegen? Ik denk wel dat dieprojectgebonden bijdrage echt van 10% naar 5% moet, want anders wordtdie last voor de mensen in Zeeland en het waterschap Rivierenland echt tegroot. Ik snap dat de Minister steeds procedureel antwoordt: dat komt danen dan. Maar deelt hij deze analyse van de heer Stoffer en van mij eenbeetje?Minister Madlener:Om die analyse kan ik natuurlijk niet heen; het zijn gewoon feiten. Er zijntekorten te verwachten vanaf 2030 en er is inderdaad een verdubbelaar,dus dat maakt het aantrekkelijk om daar alles aan te doen. Maar ik kan hetnu gewoon niet toezeggen. Ik kan het pas toezeggen als ik dekking heb, eneen dekking vinden binnen de fondsen doet pijn. Dat is ook de realiteit. Ja,ik kan toezeggen dat ik ernaar kijk; dat heb ik al gedaan. Ik denk dat u erzelf ook naar zal kijken. Misschien zijn er ook daar suggesties, maar ik kannu ... Deze keizer heeft op dit moment zijn recht verloren, helaas.De voorzitter:Vervolgt u met uw volgende blokje.Minister Madlener:Ik ben aangekomen bij water en bodem sturend. Hierna heb ik nog hetblokje overig en dan is het echt klaar. Nou ja, dan is in ieder geval mijnvragenlijstje op.Ik wil beginnen met de heer Soepboer. «Zou het niet beter zijn om inplaats van water en bodem sturend te zeggen: water en bodem is heelbelangrijk?» Water en bodem sturend is de basis voor ruimtelijke keuzes.Dat was vroeger zo en dat is nu nog zo. Het regeerprogramma geeft aandat er rekening moet worden gehouden met water en bodem. Hetruimtelijk afwegingskader helpt bij het kiezen van geschikte woningbouw-locaties. Uiteraard worden ook andere belangen meegewogen, zoalsontsluiting voor verkeer en vervoer. In die zin geef ik de heer Soepboergelijk. Het is heel belangrijk, maar we kijken naar wat wel mogelijk is. Datis ook een beetje het motto van deze regering. We zijn natuurlijk creatiefmet water. Het is niet zo dat we heel Nederland op slot zetten en zeggen«hier kan je niet bouwen» of «er zijn maar een paar plekken, waar je echtheel moeilijk kan bouwen». Wij kijken altijd: hoe kan je er wel bouwen,wat kan wel? Dat is de insteek, want we hebben die woningen hard nodig.Dan Gabriëls. «We hebben veranderend klimaat gezien met heftigeregenbuien. Water en bodem sturend is een belangrijk principe. Hoe gaanwe dat verankeren in de wet?» Water en bodem sturend kan via deOmgevingswet worden verankerd. In de toegestuurde borgingskalenderstaat hoe en wanneer dat de bedoeling is. De aanpak van wateroverlastheeft prioriteit. We werken aan de regionale risicoanalyses voor water-overlast, samen met andere overheden.Dan de heer Stoffer. «De vorige Minister heeft een ruimtelijk afwegings-kader klimaatadaptieve gebouwde omgeving opgesteld. Mijn vraag is hoewij dat gaan toepassen en oppakken.» Ik vind het ook belangrijk datandere overheden bij nieuwe projecten kijken naar geschikte locatiesvanuit het water- en bodemsysteem. Het ruimtelijk afweegkader geeftrichting welke locaties verstandig zijn. Ik ga dat inbrengen in deNota Ruimte. Het zal verder gebruikt worden bij de weging waterbelang,voorheen de watertoets, om dat inhoudelijk te versterken. Nogmaals, wegaan kijken wat wel kan en niet zozeer wat niet kan.Dan de heer Heutink. «Gaat de Minister extra geld uitgeven aan de aanpakvan wateroverlast zoals die onlangs in Enschede voor problemenzorgde?» Ik hoop niet dat het huis van de heer Heutink ook overstroomdis. «Extra geld aan de aanpak van wateroverlast.» Gemeenten zijnverantwoordelijk om wateroverlast zo veel mogelijk te voorkomen. Het isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69059 belangrijk dat op de juiste plek en op de juiste manier toekomstbestendigwordt gebouwd. Daar zijn we het allemaal over eens. Ik voer samen metde provincie regionale risicoanalyses wateroverlast uit. Daaruit moetblijken welke maatregelen er nodig zijn. In het regeerakkoord zijn geenmiddelen opgenomen voor wateroverlast. Het zijn dus vooral degemeenten zelf die aan zet zijn.Dan als laatste in het blokje de vraag: gaat de toegezegde verkenning nietover de vraag of, maar over de vraag hoe de watertoets versterkt wordt?De Omgevingswet bevat de weging waterbelang. Dat was dus voorheende watertoets. Die wil ik versterken. Ik wil dus dat de weging waterbelangsneller, inhoudelijker en steviger wordt. Dat betekent dat waterschappenvroegtijdig worden betrokken, zodat snel duidelijk is welke projectentoekomstbestendig zijn. Ik wil voorkomen dat er situaties ontstaan zoals inZuidplas, waar overheden tegenover elkaar zijn komen te staan, want datis natuurlijk absoluut niet de bedoeling. We moeten hierbij samenwerkenen problemen oplossen, en elkaar niet in de rechtszaal gaan bestrijden.Daar is de Minister van wonen het ook hardgrondig mee eens.De heer Heutink (PVV):Ik vroeg de Minister niet om lokaal de waterproblematiek op te lossen,waar gemeenten primair verantwoordelijk voor zijn; ik gebruikte dit alsvoorbeeld van wateroverlast die wij zelf hebben ervaren en wat ik daarvanvind als partij. Zodoende het voorbeeld. Dat was een vraag richting deMinister als antwoord op meneer Stoffer, die vroeg om meer geld voorhet Hoogwaterbeschermingsprogramma. Dat ging om de ervaring metnatte voeten die we daarmee hadden. Dat zeg ik dus even in de richtingvan de Minister.De voorzitter:Dank voor de toelichting. Vervolgt u de beantwoording, Minister, met hetlaatste blokje: overig, varia.Minister Madlener:Dat is maar één blaadje ...De voorzitter:Oké.Minister Madlener:... met vragen van de heer Soepboer.De voorzitter:Dan doen we dat eerst even en dan komt daarna de heer Soepboer aan debeurt. Dan hebben we in ieder geval alle beantwoording van de Ministerop basis van de eerste termijn gehad. Als er dan nog dingen missen, dankijken we even.Minister Madlener:Ik ben benieuwd of dit de vraag is waar de heer Soepboer net zijn vingerover opstak. De vraag was als volgt: als wij de toekomstscenario’s van hetKNMI zien, zien we extreem weer en grote klimaatverandering; zijn erlanden met een gelijk klimaat waar we van kunnen leren en waar weüberhaupt naar kijken? Dat gaat dus om leren van het buitenland. Ik hebhier staan op mijn blaadje: «Het klimaat in Nederland lijkt steeds meer opdat in Midden- en Zuid-Frankrijk.» Ja, ik ben het daar niet helemaal meeeens. Ik hoop daar weleens op, moet ik eerlijk zeggen, vooral in de winter.Maar dan denk ik wel: het valt toch altijd weer tegen hoe het weer zichontwikkelt. Nu is de regenperiode weer begonnen en denk ik: misschienmoet ik verhuizen naar Zuid-Frankrijk. Maar ja, we kunnen natuurlijk altijdleren. Ik vind kijken naar het buitenland altijd heel slim om te doen. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69060 wiel uitvinden is soms goed, maar hoeft soms ook niet. Dus ik deelnatuurlijk wel de achtergrond van de vraag, namelijk: kijk goed wat wekunnen leren van anderen. Hitte en droogte komen natuurlijk in veellanden voor. Van hittebestendige gebouwen en meer schaduw op stratenen pleinen kunnen we allemaal leren. Dat is ook heel goed en dat doen weook. Daar ben ik het dus wel mee eens. Ik vond het wel een goede vraag,maar het antwoord ... Nou ja, bij dezen.De heer Soepboer (NSC):Ik zei in mijn eerste termijn dat er natuurlijk waterwetenschappers en weetik wat allemaal zijn, maar dat dat niet betekent dat je nooit ergens anderszou kunnen kijken. Je moet daarin ook niet arrogant worden, dus wat mijbetreft zouden we daar goed aan doen. Wie weet kunnen we met decommissie een keer gaan kijken, als het in Zuid-Frankrijk is. Maar datterzijde. Dat was niet waar mijn vraag over ging, zoals u had gedacht,voorzitter.Mijn vraag ging nog over het vorige blokje, namelijk water en bodemsturend. Ik dank de Minister voor zijn beantwoording. Ik vind het ook fijnom te horen dat hij het eigenlijk in de basis met ons eens is en dat we hetvoortaan ook «Wabob» kunnen gaan noemen: water en bodem belangrijk.Tenminste, dat is het uitgangspunt. U noemt alleen – daar gaat mijn vraagover – het bouwen. Bent u het met de fractie van Nieuw Sociaal Contracteens dat het ruimtelijk afwegingskader veel breder is dan alleen bouwen?Minister Madlener:Daar ben ik het zeker mee eens. Het gaat natuurlijk om al het ruimtege-bruik in Nederland. We moeten dingen op de goede plek goed organi-seren. Ik vind dat we daar als Nederland op zich goed in zijn. We hebbeneen goed ruimtelijkeordeningsbeleid. Maar we zien soms ook dat het nietgoed gaat, bijvoorbeeld waar een waterschap gaat procederen tegen eengemeente. Dat moeten we natuurlijk niet hebben. Ik ben dus in overlegmet de Minister van wonen voor de Nota Ruimte om hier met gezondverstand mee om te gaan, en vooral te kijken wat wel mogelijk is en water nodig is om iets mogelijk te maken. Het gaat hier dus niet om het roodkleuren van half Nederland en zeggen: dit kan allemaal niet meer. Het gaathier echt om verstandig omgaan met de schaarse ruimte en rekeninghouden met water en bodem.De voorzitter:Dank u wel. Dan wil ik hierbij de Minister bedanken voor de beant-woording in de eerste termijn. Wij hebben nog drie kwartier, dus wij gaanspoedig door met de tweede termijn, als daar tenminste behoefte aan isaan de kant van de Kamer. Ja, ik zie dat die er sowieso is, dus dan gaanwe daar heel snel mee beginnen. Ik geef de heer Bamenga van D66 snelhet woord.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik zal kort zijn. Ik dank de Minister in ieder gevalvoor alle antwoorden. Het is goed om te horen dat de Minister niet allesoverhoopgooit, maar vasthoudt aan de doelstellingen. Het is ook goed datde Minister heeft aangegeven alles op alles te willen zetten om deKaderrichtlijn Water te halen. Het is verder in ieder geval goed om tehoren dat de Minister alles op alles wil zetten in het kader van pfas. Datmocht dan ook weer in het regeerprogramma staan, zou ik willen zeggen.Het is goed dat Minister ziet dat hijzelf ook systeemverantwoordelijk is.Volgens mij had ik nog een antwoord tegoed over de bron voor debufferzones. Daar wacht ik nog wel even op.Tot slot zou ik graag een tweeminutendebat willen aanvragen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69061 Dank u wel. Het klopt dat u en ook enkele andere collega’s in de tweedetermijn nog wat vragen beantwoord krijgen. Wij hebben die genoteerd,dus daar letten we op. Dank u wel voor uw inbreng. Dan de tweedetermijn van het lid Kostic´ namens de Partij voor de Dieren.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank u wel, voorzitter. Ik begon mijn betoog met de constatering van watwij de afgelopen jaren hebben gedaan. Dat zijn vooral onderzoeken engesprekken geweest, het gebruiken van toverwoorden zoals «innovatie»et cetera, et cetera. Maar wat blijkt? Dat is onvoldoende geweest! Mijndoel voor vandaag was om te kijken of deze Minister gaat doen wat demeerderheid van deze samenleving aan de Minister vraagt, namelijk degifkraan steeds meer sluiten. Aan de ene kant deel ik de mening van deheer Bamenga dat het bemoedigend is dat deze Minister staat achter deafspraken of dat in ieder geval zegt te doen. Aan de andere kant snap ikook dat het heel belangrijk is om dat in deze microfoon te zeggen, want ja,daar word je juridisch uiteindelijk op afgerekend. Het gaat er echter omwat je ermee doet en dus bevraag ik de Minister over daadwerkelijkemaatregelen, omdat we weten dat we nu onvoldoende doen. De Ministerzegt: we zetten alles op alles. Als ik hem dan vraag wat hij daadwerkelijkextra gaat doen, omdat we het zo niet halen, dan geeft hij geen antwoord.Daar maak ik me zorgen over en daarom wil ik graag een reflectie van deMinister daarop.Ten slotte heb ik toch nog even een belangrijk punt. Ik hoorde de heerGabriëls net beginnen over de belasting op grotere bedrijven. Ik heb eveneen vraag voor de duidelijkheid. Klopt het dat in het onderzoek overbelasting op water dat binnenkort komt – deze week of volgende week;het zou in kwartaal drie zijn – ook de mogelijkheid van grondwaterheffingis meegenomen en de mogelijkheid om iets te doen aan het heffings-plafond? We hebben eerder, in 2022, een onderzoek gehad waarin aluitgezocht is welke mogelijkheden er op dat vlak zijn. Dat was geloof ik inopdracht van IenW. Toen is al doorgegeven: oké, je kunt op een bepaaldemanier iets doen aan het heffingsplafond en je kunt ook iets doen aan degrondwaterbelasting. We hoeven dus niet nog een zomer te wachten. Ikwil dit eigenlijk gewoon graag oppakken met deze Minister en de Ministervan Financiën, bijvoorbeeld richting de bespreking van de begrotingen. Ikvraag me dus af hoe dat precies zit. Krijgen we daar deze week nog eenupdate van of kunnen we de discussie gewoon voortzetten bij debelastingen en de begrotingen?De voorzitter:Ik denk dat u de voorzitter bedoelde toen u «je» zei, omdat we het goedegebruik hebben om de Minister in dit debat niet direct aan te spreken.Dank u wel voor uw inbreng. Dan de heer Soepboer namens NSC.De heer Soepboer (NSC):Die giet nog een glaasje water in, voorzitter, en dan komt hij bij zijntweede termijn.We zijn de eerste termijn positief kritisch ingegaan, natuurlijk ook om deMinister even te horen over een aantal zaken. Ik ben eigenlijk heel erg blijdat de Minister grotendeels op één lijn zit met ons. Wij willen ook graagde gestelde doelen halen. We hebben alleen getracht om ook in hetdonkerste scenario te denken: wat als niet? Ik ben blij dat de Minister ernet zoals wij in zit, namelijk dat we het natuurlijk moeten gaan halen omuisge beatha te krijgen, zoals ze het in het Gaelic zeggen. Dat is water oflife, maar zij bedoelen dan whisky. Wat ons betreft is levenswater vangroot belang en onlosmakelijk verbonden met Nederland, zowel inkwaliteit als in kwantiteit.Ik dank de Minister nogmaals voor zijn toezegging in eerste termijn enwacht nog even de resterende beantwoording in tweede termijn af.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69062 De voorzitter:Dank u wel. De heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Het was een bijzonder debat. Ik had soms het idee dat ik in een landbouw-debat was beland met toch allemaal verzoeken om niet alleen de Ministererbij te halen maar ook om dingen te benoemen waar deze Ministereigenlijk helemaal niet over gaat. Dit debat was eigenlijk ook eenhistorisch debat, want het is een feit dat ruim veertien jaar oud beleidinzake drinkwater zojuist overboord is gegooid. Ik denk dat dat heel erggoed nieuws is. Als ik het goed heb begrepen, constateert de Minister dater geen drinkwatertekort is, maar een tekort aan vergunningen. Er komtgeen extra belasting op drinkwater, we gaan geen betuttelende enwaterbesparende maatregelen nemen en we gaan meer drinkwater-bronnen slaan en de capaciteit verhogen: 100 miljoen kuub. Dat is tochfantastisch nieuws voor de Nederlander?Daar wil ik het bij laten, voorzitter.De voorzitter:Meneer Gabriëls. Of is er nog een interruptie?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Als dat mag.De voorzitter:Dat mag altijd. Ik wil niemand aanmoedigen, maar u begint buiten demicrofoon tegen elkaar te praten. Maar ik zal de laatste voorzitter zijn omu niet toe te staan om een interruptie te plegen. Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik ben eigenlijk vooral benieuwd of de heer Heutink zijn eigen verhaalgelooft. Dit is toch gewoon een verhaal voor de bühne, voor een soortimaginaire kiezer die hij nu probeert toe te spreken? De Minister heeftzojuist eigenlijk gezegd dat hij het beleid voornamelijk voortzet en dat hijhier en daar gaat kijken of er misschien iets meer mogelijk is, maar deheer Heutink houdt een totaal ander verhaal richting de kiezers. Ik wil hemeigenlijk gewoon vragen wat hij doet met de 70% tot 90% van debevolking die de PVV gewoon vraagt om meer te doen om ons water tebeschermen. Daar wil ik hem gewoon een keer concreet over horen.De heer Heutink (PVV):Als er iemand Oost-Indisch doof is, is dat het lid Kostic´. We hebben deMinister wel degelijk de dingen horen zeggen die ik zojuist hebopgenoemd. Misschien chargeer ik her en der een beetje. Daar zijn wehartstikke goed in als PVV en dat doe ik met alle liefde, maar feit is wel datheel veel beleid van de afgelopen jaren anders gaat worden. Ik denk datdat voor de Nederlander ontzettend goed nieuws is. De Minister moetdoen wat een meerderheid van de Kamer vindt, zeg ik tegen de Partij voorde Dieren. Als 90% van de Kamer dat vindt, heeft de Minister een taak.Ook tegen het lid Kostic´ zeg ik dus: succes met het zoeken van diemeerderheden in deze Kamer. Verder zijn wij dus eigenlijk heel erg blij entevreden met de antwoorden van de Minister.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Eigenlijk gewoon een persoonlijk feit: «Oost-Indisch doof» hoort hier nietthuis.De voorzitter:Ja, laten we het netjes houden. De heer Gabriëls voor zijn tweede termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69063 De heer Heutink (PVV):Als dat niet mag ...De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Bij mij is het wisselend, maar ik ben wel heel blijmet de toezegging van de heer Madlener, van de Minister, over deinbreukprocedure en over de lozingsvergunningen. Hij zegt: ik kom meteen wetswijziging waarin ik de eeuwigdurende vergunningen aan bandenga leggen of waarin een verplichting staat tot herzien van de vergun-ningen. Dat waardeer ik heel erg, want dat is heel belangrijk voor dewaterkwaliteit. Daar ben ik dus heel erg blij mee.Het is wel zo dat we in het debat ook geconstateerd hebben dat in al dieherzieningen het verhaal telkens is dat dit bij de provincie, de omgevings-dienst of de gemeente ligt. Daarbij komt het woord «omgevingsdienst»heel vaak terug. Daar zitten nou juist heel erg veel problemen, zekeromdat er in de begroting ook bezuinigd wordt op Rijkswaterstaat, die dantoch ook weer achterstanden heeft. Ik ben dus heel blij dat die wetswij-ziging er komt, maar tegelijkertijd hoort daar natuurlijk ook eenuitbreiding van het VTH-stelsel bij, dus van vergunningverlening, toezichten handhaving. Dat wil ik even gezegd hebben.Wat ik verder ook goedvind, is dat deze Minister zegt dat hij met deMinister van VRO gaat spreken over het Bouwbesluit en dat hij met deMinister van LVVN gaat spreken over al die zaken die in haar portefeuillezitten en die eigenlijk zijn portefeuille beïnvloeden. Daarom noemde ikhem ook telkens «coördinerend Minister Water». Als u die rol niet oppakt,hebben anderen invloed op de waterkwaliteit. Ik meen te hebben geziendat u dit heel serieus neemt. U heeft zelfs ook gezegd dat u er, alsprovincies en alle partners in het veld niet de doelen halen, niet voorterugdeinst om uw aanwijzingsbevoegdheid in te zetten. Oké, als dat nietzo is, kunt u daar straks op terugkomen. Ik maak mij zorgen over hetvolgende. «We kijken naar wat wel kan, we kijken naar wat wel kan».Prima, iedereen wil altijd kijken naar wat wel kan, maar we liggen vooreen heel groot deel onder zeeniveau, we hebben heel veel veengebieden,we hebben heel veel rivieren, we liggen in een delta, we hebben heel veelzaken waarin bodem en water echt sturend moeten zijn. Als we in datkader zeggen «we gaan kijken naar wat wel kan», heb ik liever hetantwoord: we gaan het echt goed bekijken, niet om dingen tegen tehouden, maar zodat we er niet dadelijk achter komen dat er in plaats vanvoor 12 miljard misschien voor 24 miljard funderingsschade is, omdat wetoch gebouwd hebben op plekken waar het achteraf gezien niet zo goedbleek te kunnen.De voorzitter:Kunt u komen tot een afronding?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ja. Daar maak ik me dus heel veel zorgen over.Dan heb ik nog één vraag. Bent u bereid om in het kader daarvan ... Ikdenk ook aan de discussie over het hele drinkwatergebeuren, dat vooraldoor mijn buur de heer Heutink aangehaald werd. We moeten kijken naarcascadering, zowel in de verdeling van schaarse ruimte – wat kan waarmet water en bodem sturend? – als bij drinkwater. We kunnen namelijkniet onbeperkt 100 miljoen ... Daar zou ik graag een reflectie op willen.De voorzitter:U bent iets over uw spreektijd heen.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Sorry. Ik heb me heel netjes gedragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69064 De voorzitter:Dat kan ik zeker beamen. De heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Ik heb me ook netjes gedragen, voorzitter. Mag ik dan ...De voorzitter:Iedereen heeft zich netjes gedragen. Dat moet ik toch even zeggen, wantanders krijg ik straks scheve gezichten.De heer Stoffer (SGP):Ja, we zijn altijd bijna allemaal netjes.Voorzitter. Ik dank de Minister voor de beantwoording van de vragen. Ikvond het een prettig eerste debat zo. Ik heb niet een enorme trendbreukervaren, moet ik zeggen. Daar kijk ik net iets anders tegen aan dan de heerHeutink. Maar daar ben ik wel blij mee, want er is toch een bestendige lijnin Nederland op watergebied. We hebben natuurlijk gewoon eeneeuwenoude traditie hier. Die moeten we ook niet doorbreken, maar metdie geest om te kijken wat er kan binnen de beperkingen die we hebben,vooral financiële beperkingen – die spelen natuurlijk ook volop – zie ik uitnaar de toekomst. Dus hartelijk dank. We gaan verder bij de volgendedebatten en bij de begroting.De voorzitter:Dank, heer Stoffer. De heer Pierik.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Ik wil de Minister bedanken voor de heldere en duidelijkeantwoorden. Ik heb nog twee dingen die ik naar voren wil schuiven. Eén.We hebben het gehad over de nutriënten in het oppervlaktewater. 55%van die gebieden zijn qua waterkwaliteit goed. We hebben kaartjes van deNV-gebieden. Ik zou het zo mooi vinden als er ook een kaartje beschikbaarkomt van de nutriëntenconcentraties in die 55% van de gebieden inNederland die dan groen kleuren. Dan hebben we naast het rode kaartjevan die met nutriënten verontreinigde gebieden ook een groen kaartje vande gebieden waar de waterkwaliteit in ieder geval op het gebied vanstikstof en fosfaat wél op orde is.Voor de rest zou ik er toch voor willen pleiten – want we hebben hetnatuurlijk heel veel over waterkwaliteit en we hebben het inderdaad overde andere ministeries – om als we het in de toekomst over de waterkwa-liteit hebben, misschien beide Ministers hier uit te nodigen, ook die vanLVVN. Maar daar gaat de commissie over, dus ik denk dat we dat voorsteltoch in de procedurevergadering een keer naar voren moeten schuiven.Maar nogmaals, dank voor de beantwoording.De voorzitter:Dank u wel. De heer Grinwis, ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Dank aan de Minister voor de antwoorden. De kopis eraf met dit waterdebat. Complimenten. Voordat we nou met grotewoorden een trendbreuk aankondigen ... Dat gaat me toch iets te ver.Tegelijkertijd ontdek ik inderdaad zeer veel continuïteit op waterveiligheiden waterkwaliteit. Maar ik wil toch ook wel onderstrepen dat ik dezeMinister vandaag op drinkwater verder heb horen gaan dan ooit hiervooris gebeurd. Er wordt concreet toegezegd dat er de inspanning is omsamen met provincies 100 miljoen kuub drinkwaterwinning extra te gaanvergunnen. Hulde! Maar om te zorgen dat er een echte trendbreuk is,komt het nu aan op de daden. Daar gaan we deze Minister natuurlijk opvolgen. Ik let dus op uw daden. Ik hoop dat het echt waar wordt, want weTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69065 vragen hier al heel lang om, niet zozeer wij als Kamer, maar drinkwaterbe-drijven als Dunea, die zich gesteld zien voor een gigantische groei van debevolking. Al die monden moeten worden gevoed, ook met goeddrinkwater. Dat is punt één.Punt twee is water en bodem sturend. Ik had aangekondigd om daar nogwat over te zeggen. Ik vind dat we elkaar niet de hersens moeten inslaanover de vraag of we het nou «water en bodem sturend» noemen of «wateren bodem belangrijk». Ik vind het belangrijk dat er in de praktijk ietsgebeurt zodat het waterbelang vroegtijdig wordt meegewogen. Bij deweging van het waterbelang zoals de Minister dat hier aankondigt, gaatdat gebeuren.Op één punt ben ik wel echt kritisch. Dat is hoe nu aanvankelijk lijkt teworden omgegaan met de ontwikkelingen in het IJsselmeergebied. Daarrefereerde de heer De Groot in zijn termijn ook al even aan. WaterfrontLelystad heb ik de vorige keer genoemd. Dat noemde de heer De Grootnet ook in zijn bijdrage. De Minister gaat met de provincies en waterbe-heerders afspraken maken over het IJsselmeergebied. Die afspraken zouik graag willen ontvangen. Mijn vraag is: wil de Minister toezeggen dat hijdie afspraken aan de Kamer stuurt?Volgens ons is er namelijk nog prima ruimte in het IJsselmeergebied omcreatief te bouwen, bijvoorbeeld drijvend of met minimaal ruimtegebruik.We hebben omgerekend dat het zoetwaterbeslag van één woninggelijkstaat aan het water dat nodig is voor de teelt van 10 kilo aardappels.De laatste keer dat ik het checkte, hadden we wél woningnood, maar geenaardappelnood. Begrijp me goed: geen kwaad woord over de aardappel,zeg ik als zoon van een akkerbouwer en dus aardappelteler. Maar ditmoeten we wel beseffen. Laten we dus niet te snel het argument van dezoetwatervoorraad gebruiken om helemaal niks meer mogelijk te makenin het IJsselmeergebied. Dat wou ik nog meegeven.Ik ben heel benieuwd of de cap van 300 kuub water die nu in de leiding-waterbelasting zit, waarmee die belasting nog veel degressiever is dan deenergiebelasting, waar we het vaak over hebben, reëel is voor detoekomst. Ik ben benieuwd of we in de afweging om dat te gaan belastenook het risico van extra grondwateronttrekking kunnen betrekken, en ofwe daar dan ook iets moeten doen. Kan de Minister daar in een brief opterugkomen?De voorzitter:Ik zag allereerst nog een interruptie van de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Het begint toch een beetje eng te worden nu meneer Grinwis het voor detweede keer roerend met ons eens is en hij mij ook nog een beetje uit debrand helpt. Ik begin mij dus een beetje zorgen te maken. Heeft hij straksiets van ons nodig? Moet ik straks ineens een motie steunen? Of watverwacht meneer Grinwis precies?De voorzitter:Een kopje koffie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Nou, er is nog wel iets qua giftenaftrek en zo, zoals de heer Stoffer zei!Nee hoor. Mijn stijl van politiek bedrijven is op de inhoud gericht. Somszijn we het roerend met elkaar eens en soms zijn we het grondig metelkaar oneens. Ik denk dat dat zo blijft. Maar laat u zich verrassen, meneerHeutink, want zo gek is de benadering van de ChristenUnie nog niet.De voorzitter:De heer Soepboer heeft ook een interruptie voor u, meneer Grinwis.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69066 De heer Soepboer (NSC):Ik ben toch even in staat van verwarring, daar de heer Grinwis eigenlijk inzijn laatste betoog in tweede termijn zowel zei dat we elkaar de kop aanhet inslaan zijn over ... Dat waren uw woorden. Heeft u die indruk, meneerGrinwis? En hoe kan het dan toch dat u het eigenlijk ook gewoon met onseens bent? Dat is namelijk de afdronk van uw tweede termijn. Misschienkunt u daar dus nog even op reflecteren om mijn verwarring weg tenemen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik zei eigenlijk: we moeten elkaar niet de hersens gaan inslaan overwoordjes als «sturend» of «belangrijk». Het gaat om de praktijk, en depraktijk is dat er in de afgelopen periode een wijziging van beleidsper-spectief is geweest. Gedurende tientallen jaren lieten we het waterbelangsoms een beetje ondersneeuwen. Als waterschappen hun vinger opstakenin het kader van die watertoets en vroegen «hé, u gaat hier bouwen, maaris dit wel de slimste plek en heeft u wel nagedacht over een goede,adaptieve ruimtelijke inrichting?» bleek dat dat meestal toch de eerstebezuinigingspost was geweest in zo’n traject. Ik heb er samen metcollega’s voor geknokt om dat waterbelang hoog op het schild te heffenen ik wil niet dat het door een robbertje verbaal knokken over het woord«sturend» achter de horizon verdwijnt. Daarom ben ik blij met wat deMinister zei over de weging van het waterbelang, namelijk dat we datverder gaan ontwikkelen en vroegtijdig gaan inzetten, en dat we daarbijmet gezond verstand naar alle belangen kijken en niet één belang eensoort dominantie gaan geven waardoor andere belangen niet meerzouden tellen. Mijn vraag over het IJsselmeergebied is dus een voorbeeldvan met gezond verstand naar zo’n gebied blijven kijken.De voorzitter:Dank u wel, meneer Grinwis. Er werd mij zonet ingefluisterd dat het lidDe Groot ook best wel blij is met de antwoorden van de Minister op hetgebied van drinkwater en de WACC. Daar had het lid De Groot namelijkook vragen over gesteld. Dank daarvoor dus. Dit waren best wijzewoorden aan het eind, over de toepassing van water en bodem sturend.Dat wilde ik even meegeven namens mijn fractie in tweede termijn,zonder het hele voorzitterschap weer over te dragen.Dan ga ik nu voor tien minuten schorsen voordat we beginnen met debeantwoording in tweede termijn door de Minister. Er zijn namelijk nogeen aantal onderwerpen naar de beantwoording in tweede termijndoorgeschoven. Ik zal het krap nemen: we gaan om 21.15 uur verder. Danhebben we nog een kwartier om dit commissiedebat af te ronden.De vergadering wordt van 21.04 uur tot 21.20 uur geschorst.De voorzitter:Ik heb al heel veel complimenten uitgedeeld voor de strakke beant-woording van Minister. Dat doet hij heel goed. Ik ben er ook achtergekomen dat de Minister na elke schorsing ongeveer vijf minuutjes respijtpakt. Daar zullen we dus de volgende keer rekening mee houden. Maar ikga ervan uit dat de Minister dan ook helemaal voorbereid ter tafel komt indeze tweede termijn. Ik zou hem daarom dan ook het woord willen gevenvoor de beantwoording in de tweede termijn. Gaat uw gang.Minister Madlener:Ik doe natuurlijk als oud-Kamerlid erg mijn best om de Kamer goed teantwoorden. Dus ja, dat heeft soms wat langer tijd nodig. Maar goed, ikben blij dat dit in de eerste termijn al redelijk goed gelukt is. Ik hebiedereen wel een beetje tevreden of gerust kunnen stellen, zelfs het lidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69067 Kostic´ enigszins. Dat wil zeggen niet te veel, maar een beetje. Ik heb nunog een aantal vragen openstaan.Ik begin met de vraag van Bamenga. Hoe zit het nu met het verkleinen vandie bufferzones van 250 naar 100 meter en welk effect heeft dat op dewaterkwaliteit? We hebben al gezegd dat dit weinig effect heeft, maarmeneer Bamenga vraagt natuurlijk: hoe kom je daar nou bij? En daarmoet ik dan schriftelijk op terugkomen. Is dat goed? Kan ik dat afspreken?De voorzitter:Wanneer komt u daarop terug? Dan schrijf ik dat even op.Minister Madlener:Nou, dat hoeft niet lang te duren, toch? Een paar weken, max.De voorzitter:Twee weken.Minister Madlener:Ja. Oké.De voorzitter:Dan vervolgt u uw betoog.Minister Madlener:Dan staat er nog een vraag van het lid Kostic´ open, namelijk: wanneer kande Minister de Kamer informeren over de voortgang met de moties overChemours, nul uit de pijp en de schade verhalen? Daar kan ik helaas nietzo veel over zeggen. We zijn in gesprek met zowel Chemours als 3M. Datgaat om een minnelijkeschikkingsprocedure. Daar kan ik dus niet veelover zeggen, omdat dit de positie van de Staat negatief kan beïnvloeden.Ik begrijp de strekking van de motie wel heel goed en dat is ook de inzetvan de gesprekken, maar we zullen moeten afwachten wat er uit deschikking gaat komen. Als de schikking niet lukt, kan er daarna ook nogeen rechtszaak volgen, dus u moet het hier helaas mee doen op ditmoment.De voorzitter:U krijgt daar een vraag over van het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Kunt u vertellen of dat nog jaren gaat duren? Ik neem aan dat de Ministerzegt: dit gaat zeker geen jaren duren, hooguit maanden.Minister Madlener:We weten dat nog niet. Jaren lijkt me erg lang, eerlijk gezegd. Maar«maanden» klinkt ook weer kort. Als je het niet eens bent met elkaar, dankan het ook nog eens lang duren om daaruit te komen. Het proces heeftzijn tijd nodig. Ik kan daarover dus geen afspraak met u maken. Wemoeten het proces gewoon voortzetten en bekijken of we daar minnelijkuitkomen. Maar we houden u op de hoogte.Dan was er nog een vraag van het lid Kostic´. Kunt u toezeggen dat u kijktnaar een verbod op pfas als hulpmiddel in gewasbeschermingsmiddelen?Dit restrictievoorstel is de portefeuille van de Staatssecretaris. Dat moet ikals eerste zeggen. Maar het Europese restrictievoorstel voor pfas omvateen zo breed mogelijk verbod op de productie, het gebruik en het op demarkt brengen van pfas. Ook hulpstoffen in gewasbeschermingsmiddelenvallen onder het pfas-restrictievoorstel. Wat u vraagt, gebeurt dusgelukkig.Dan kom ik op de vraag over het aanpassen van de belasting op leiding-water en de grondwaterbelasting. Het onderzoek naar de effecten en deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69068 effectiviteit van beprijzen en belasten van drinkwater, grondwater enoppervlaktewater is afgerond. Dit najaar ontvangt u het rapport met eenbeleidsreactie. In de beleidsreactie doen we voorstellen voor het vervolg.Welke maatregelen lijken kansrijk om verder uit te werken? De grondwa-terbelasting en/of de belasting op leidingwater nemen we hierin mee. Ditgaat dus niet om belasting voor gezinnen maar voor grote gebruikers, zegik erbij om iedereen gerust te stellen. Het wordt dus meegenomen.Vervolgens moet ik daarover uiteraard met de Minister van Financiënoverleggen.De voorzitter:U krijgt hierover een vraag.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Even ter verduidelijking, want dit had ik al begrepen. Maar ik wil het evenspecifieker weten. Het zou in Q3 gedeeld worden met de Kamer. Dat is duseigenlijk gewoon ergens deze week of volgende week. Dat is in iedergeval in de brief geschreven. Als het wordt uitgesteld, maak ik me daarweer zorgen over. Maar er ligt dus al een rapport uit 2022 waarin al advieswordt gegeven over wat je kunt doen met dat heffingsplafond en degrondwaterbelasting. Ik vraag de Minister eigenlijk gewoon of we hiersamen uit kunnen komen richting de begroting en/of de belasting.Minister Madlener:De begroting is over twee weken; dat gaan we niet halen. Maar het najaarhalen we wel, voor het WGO. Dat is op 18 november.De voorzitter:Voor het WGO Water op 18 november. Mooi.Minister Madlener:In ieder geval kunnen we snel na het uitkomen van dat rapport met elkaarspreken over de vraag wat we ermee kunnen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Minister Madlener:Dan nog een vraag van het lid Kostic´: kunt u een overzicht geven van watu met de deskundige adviezen van de afgelopen jaren gedaan heeft? Wehebben het nog even nagekeken en we kunnen in ieder geval wel eenoverzicht geven van de belangrijkste adviezen. Alle adviezen is wel ergonoverzichtelijk. Voor het volgende waterdebat, aan het eind van dit jaar,willen we u een brief sturen met dat overzicht.Dan nog een vraag van het lid Kostic´: welke extra maatregelen neemt uvoor de KRW? Ik noem wat concrete voorbeelden. We gaan versneldafspraken maken over het aanpakken van chemische probleemstoffen aande bron, bij lozingen, bij zuivering en bij de vergunningen. We gaan extrazuiveren van nutriënten en microverontreinigingen, zoals medicijnresten.We gaan extra inzetten op de vergunningverlening. We gaan extrainzetten op de buitenlandse overschrijdingen. We gaan dus ook in overlegmet ons omringende landen. En we kunnen de eventuele vertragingen ofrisico’s op vertragingen aanpakken als het gaat om de maatregelen. Als ermaatregelen zijn die vertraagd dreigen te worden, kunnen we natuurlijkkijken hoe we die vertraging kunnen voorkomen. Dat is ook een inzet, eenmaatregel, voor de KRW. Denk bijvoorbeeld aan het vriendelijker makenvan oevers en dat soort maatregelen. Het gaat dus om een vlotteuitvoering van maatregelen. Dit zijn allemaal voorbeelden van extramaatregelen die we nemen voor de KRW.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69069 Kamerlid Kostic´ (PvdD):Over dat laatste: wat bedoelt u precies met het versnellen van maatre-gelen? Wanneer weet u concreet welke maatregelen versneld moetenworden en hoe snel kunt u ze dan versnellen? Wanneer worden wedaarover geïnformeerd?Minister Madlener:Het lid Kostic´ vroeg wat we nou concreet gaan doen. Daarbij hebben weook het aanpakken van de risico’s op vertraging in de uitvoering op hetlijstje gezet. Dat klinkt een beetje flauw, maar vertraging komt noueenmaal vaak voor. Als wij die vertraging vermijden, is er dus sprake vaneen soort extra inspanning; zo moet u het zien. Maar het lijstje is bestveelomvattend. Er zijn veel dingen die we doen, vooral als het gaat om devergunningverlening, extra zuiveren en afspraken maken. Er wordt veelgedaan om die doelen te halen.De voorzitter:Helder. Als dit niet voldoende is, zult u dat terughoren in het tweeminuten-debat, verwacht ik, want dat is aangevraagd door het lid Bamenga. Wegaan zo ook nog even alle toezeggingen voorlezen. U heeft nog meerantwoorden, denk ik. Vervolgt u uw beantwoording.Minister Madlener:Ja, nog een paar dingen. Het lid Soepboer vroeg: wat is de stand vanzaken met betrekking tot de non-papers over de KRW? Het antwoord opdie vraag ben ik hem nog schuldig. Op 22 februari heeft Nederland samenmet andere lidstaten twee non-papers ingediend bij het voorzitterschapvan de EU ten aanzien van een mogelijke herziening van de KRW. Het enenon-paper verzoekt om een versoepeling van de definitie van achter-uitgang. Het andere beoogt een indicator naast «one out, all out» om devoortgang van het doelbereik van de KRW beter zichtbaar te maken. Beideverzoeken hebben voldoende steun van de lidstaten en zijn dus onderdeelgeworden van het voorstel van het Belgisch voorzitterschap. Verderebesluitvorming is voorzien onder het huidige Hongaarse voorzitterschap.Die twee zaken hebben we dus binnen.De voorzitter:De heer Soepboer heeft daarover nog een vraag aan u.De heer Soepboer (NSC):Ja, even ter verduidelijking. Dat tweede gaat dan echt over hetverplaatsen van bestaande verontreinigingen buiten het achteruitgangs-verbod houden, als ik het goed begrijp. Klopt dat? Ik hoor namelijk bestwel bizarre verhalen uit bijvoorbeeld de baggersector. Kunt u daar ietsover zeggen?Minister Madlener:Het gaat om een indicator naast het «one out, all out»-principe. Het gaatover de tijdelijke achteruitgang. Ik stel voor om die non-paper met eenschriftelijke toelichting naar u toe te sturen. Dat is misschien het meestzuiver.De voorzitter:Dan doen we het zo. Vervolgt u uw betoog.Minister Madlener:Dan nog een vraag van het lid Grinwis. Die ging over bouwen in hetIJsselmeergebied en over creatief zijn. We hebben de vergelijking «éénwoning staat gelijk aan het water voor 10 kilo aardappels». Laat ik het zozeggen: grootschalig bouwen in het IJsselmeergebied is niet een lijn die ikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69070 steun, maar kleine creatieve projecten, misschien op palen of drijvend,moeten we niet blokkeren. Kijk, bij drijvende constructies maakt het, zouje zeggen, al helemaal niet uit. Ik wil dus zeker creatief bekijken wat wehier wel kunnen toestaan. Als de heer Grinwis zo’n beetje die lijnvoorstelt, kunnen we het dus eens zijn.De voorzitter:De heer Grinwis wil er denk ik iets over zeggen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat klinkt veelbelovend. De concrete illustratie die de heer De Groot en ikin dit debat en ook in het vorige debat hebben gebruikt, is het initiatiefWaterfront bij Lelystad. Betekent het antwoord van de Minister van IenWdat er hoop gloort voor zo’n initiatief en dat het dus niet, nadat degemeenteraad en alles en iedereen het erover eens is, uiteindelijk nogdoor deze Minister afgeschoten kan worden?Minister Madlener:Ik heb begrepen dat we met Lelystad in overleg zijn over dit specifiekeproject. Ik kan alleen nu geen antwoord geven op de vraag wat de lijndaar wat ons betreft is. In het algemeen vind ik wel dat we moeten kijkenof er creatieve oplossingen zijn en of het een leuk project is dat wemoeten toestaan. Maar het is dus niet de bedoeling om heel grootschaligin het IJsselmeer te gaan bouwen waardoor het IJsselmeer kleiner wordt;dat wil ik niet. Over dit specifieke project durf ik op dit moment echter noggeen uitspraak te doen. Daar wil ik me eerst even in verdiepen als u datgoedvindt.De voorzitter:Helder.Minister Madlener:Zullen we daar schriftelijk op terugkomen? Ja, we kunnen u schriftelijkinformeren over hoe we naar dit specifieke project kijken.De voorzitter:Heeft u nog iets?Minister Madlener:Als laatste heb ik nog een kaartje voor de heer Pierik. Het is eigenlijk hetpositiefkaartje waar de heer Pierik om vroeg. Het kan geproduceerdworden; het is nog niet in kleur, maar u kunt het wel in kleur krijgen. Het iseen wat vrolijker kaartje dan zeg maar de versie in rood. Dat is dus bijdezen toegezegd.De voorzitter:Dan bedank ik de Minister voor de beantwoording in de tweede termijn enhebben we hier alleen nog wat administratie te doen. Ik kijk naar de lijst.De Minister hoopte de Kamer blij te maken met zijn antwoorden – hijbegon er in zijn tweede termijn al over – maar de Minister heeft ook eenhoop toezeggingen gedaan, wel tien stuks. Ik ga ze dus even doornemenzodat het helder is wat we van elkaar kunnen verwachten.In ieder geval heeft het lid Bamenga van D66 een tweeminutendebataangevraagd.−De eerste toezegging. De Minister zal, samen met de Minister vanLVVN, de Kamer voor het eind van het jaar schriftelijk informeren overde consequenties van het niet kunnen inzetten van het geld uit hettransitiefonds dat bestemd was voor de beekdalenaanpak. Dat is eentoezegging aan de heer Grinwis van de ChristenUnie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69071 Ik ga snel door. Als het niet uitvoerbaar is of als het niet klopt, dan hoor ikdat graag.−Toezegging twee. De Minister zal de Kamer voor het einde van het jaarper brief nader informeren over de lozingen in de Westerschelde doorhet bedrijf SABIC. Dat is een toezegging aan het lid Kostic´ van de Partijvoor de Dieren.−Toezegging nummer drie. De Minister zal de Kamer vóór het wetge-vingsoverleg Water op 18 november aanstaande schriftelijk informerenover de uitkomsten van de gesprekken met de betrokken partijen in desituatie met vergunningen voor tankreinigers. Dat is een toezeggingaan de heer Soepboer van Nieuw Sociaal Contract.−Toezegging nummer vier. Vóór het wetgevingsoverleg Water, opdiezelfde 18de november, wordt de Kamer door de Minister schriftelijknader geïnformeerd over de situatie met betrekking tot riooloverstor-ten. Dat is een toezegging aan het lid Pierik van de BBB. De Minister zalmet de Minister van Financiën nagaan in hoeverre binnen de belastingop leidingwater differentiatie voor grote afnemers mogelijk is eninformeert de Kamer hierover voor het wetgevingsoverleg Water, op18 november. Een toezegging aan het lid Kostic´.−De Minister stuurt de Kamer een brief met een overzicht van wat ermet de belangrijkste aanbevelingen met betrekking tot de KRW in hetverleden is gedaan. Een toezegging die net gedaan is, ook aan het lidKostic´.−De Minister zal de Kamer voor het einde van het jaar schriftelijkinformeren over de uitkomsten van zijn gesprekken met provincies endrinkwaterbedrijven over de inspanningen voor het vergroten vandrinkwatercapaciteit. Dat is een toezegging aan de heer Heutink van dePVV.−De Kamer wordt binnen twee weken schriftelijk geïnformeerd over debroninformatie voor de constatering dat het verkleinen van debufferzones van 250 naar 100 meter geen schadelijke gevolgen voor dewaterkwaliteit heeft. Een toezegging aan het lid Bamenga van D66.−De Minister stuurt de Kamer nadere informatie en onderbouwing vande non-papers van de KRW. Een toezegging aan de heer Soepboer vanNSC.We hebben daar nog geen datum bij. Dat is nog een vraag die openstaat.Op welke termijn kunt u dat doen?Minister Madlener:Laten we twee weken proberen.De voorzitter:Twee weken, zetten we dat erbij.−De laatste toezegging. De Kamer wordt schriftelijk geïnformeerd overde specifieke situatie rond het bouwen aan de rand van het IJsselmeer-gebied. Dat is een toezegging aan de heer Grinwis.Het gaat om de specifieke situatie in Lelystad, bij het Waterfront. Ik weetdat het lid De Groot ook heel benieuwd is naar die reactie. Wanneer gaat udat doen? Binnen twee weken? Op welke termijn kunt u dat toezeggen?Misschien kan dat voor het volgende WGO Water.Minister Madlener:Eind van het jaar.De voorzitter:O, dat is wel heel laat. Ik kijk even naar de heer Grinwis.Minister Madlener:We moeten een standpunt ontwikkelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69072 De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik herinner me een tijd dat de heer Madlener best wel snel een standpuntkon ontwikkelen, dus als het voor dat WGO zou kunnen, mooi. Maar ja, alsdat niet lukt ...Minister Madlener:Ik doe mijn best.De voorzitter:Waar mogelijk voor het WGO en anders eind van het jaar.Dan zijn wij gekomen aan het einde van de toezeggingen die hiergenoteerd staan. Ik zie de heer Gabriëls nog met een vinger.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik was heel blij met de toezegging om met een wetsvoorstel te komenover die lozingsvergunningen en die inbreukprocedure. De Minister heeftgezegd eeuwigdurende vergunningen misschien te gaan verbieden of deverplichting te gaan herzien. Het lijkt mij dat dat toch wel de eerstetoezegging was die hij deed.Minister Madlener:Ja, dat was een toezegging.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):En dan is de vraag wanneer we dat wetsvoorstel gaan zien. Dat is bestheel invloedrijk.De voorzitter:We hebben twee vragen op tafel liggen. Is het een wetsvoorstel dat deMinister heeft toegezegd of is het een uitwerking? En de tweede iswanneer hij dat aan de Kamer kan doen toekomen.Voor de kijker thuis: er wordt druk overleg gevoerd en daar wachten wijeven op, voor wij dit debat gaan sluiten.Minister Madlener:We hebben even overleg gevoerd, want het is een beleidsvoornemen datik hier uit. We moeten dit samen met de commissie uitwerken. We gaande voortgang hiervan voorleggen aan u.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Maar we hebben hier toch net over gesproken en vragen gesteld over deinbreukprocedure? Ik was heel blij met die toezegging dat we hier echtstappen in gaan zetten.De voorzitter:Dat snap ik, maar laten we het even ordentelijk doen en niet door elkaar.Even een complete toelichting van de Minister.Minister Madlener:Het gaat hier om een inbreukprocedure die Europa is gestart. Wij gaandaarmee aan de slag, om dit op deze manier mogelijk te maken. Maar datvereist dus wel uitwerking. Ik kan toezeggen dat we dit jaar met devoortgang komen hoe we dit beleid gaan vormgeven, en dan druk ik mijvoorzichtig uit.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Sorry voorzitter, maar dit is minder ver dan in het gesprek dat we hebbengehad en wat ik twee keer herhaald heb, namelijk dat we of eeuwigdu-rende vergunningen gaan verbieden ... Of is dat een gevolg van deinbreukprocedure? We volgen de inbreukprocedure en dat leidt ertoe datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69073 er geen eeuwigdurende vergunningen meer zijn, of tot het verplichtherzien van vergunningen?Minister Madlener:Ik heb, mede naar aanleiding van de inbreukprocedure, toegezegd dat hetbeleidsvoornemen is om dit te gaan doen. Maar dat staat eigenlijk nog losvan de inbreukprocedure, want het is gewoon verstandig beleid om nietmeer eeuwigdurende vergunningen te hebben. We hopen op die manierook de inbreukprocedure adequaat te kunnen afweren. We hebben alleenwel even tijd nodig om te bepalen hoe we dit gaan doen. Dat heeft eventijd nodig.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Wat krijgen we dan als commissie?Minister Madlener:U krijgt een uitwerking van dit beleidsvoornemen.De voorzitter:Dat staat ook al in de brief van 23 september, maar we zullen dat nognader noteren als een toezegging. Die uitwerking krijgt u voor het eindevan het jaar, heb ik begrepen. Dan noteren we dat als toezeggingnummer 11.Dan denk ik toch echt dat we aan het einde gekomen zijn van dit aller-eerste commissiedebat van deze Minister met deze commissie, hetcommissiedebat Water. Ik wil in ieder geval de Minister en de onder-steuning hartelijk danken voor hun aanwezigheid en voor het voeren vandit debat. Ik wil natuurlijk ook de leden hartelijk danken voor hunaanwezigheid. Dat geldt ook voor alle mensen die dit debat gevolgdhebben, op de publieke tribune of op afstand. Ik sluit hiermee ditcommissiedebat Water. Dank u wel.Sluiting 21.42 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 625, nr. 69074

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · bb4dfee5955e48f4

14 okt 2026 · fa10dc08a15f8566

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingWater
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 24 september 2024, over Water

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.