Verslag van een schriftelijk overleg over Voortgang traject transparantie en voorkomen van ongewenste beïnvloeding van medisch professionals door bedrijven (Kamerstuk 32012-63)
Brontekst
Versie 58bd0370d0f67099 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 012Governance in de zorgsector31 765Kwaliteit van zorgNr. 64 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 16 september 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 8 april 2024 over Voortgangtraject transparantie en voorkomen van ongewenste beïnvloeding vanmedisch professionals door bedrijven (Kamerstuk 32 012, nr. 63).De vragen en opmerkingen zijn op 31 mei 2024 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 16 september2024 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,EerdmansDe adjunct-griffier van de commissie,Abma-Mom kst-32012-64ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 641 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden de D66-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie8II.Reactie van de Minister9 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PPV-fractie hebben kennisgenomen van de voortgangtraject transparantie en voorkomen van ongewenste beïnvloeding vanmedisch professionals door bedrijven en hebben hierover nog een aantalvragen en opmerkingen.In de nieuwe situatie zal er met regelgeving worden vastgelegd datbesturen van zorgaanbieders een groter rol krijgen bij het aangaan vanfinanciële relaties tussen zorgprofessionals en medische bedrijven. In hetrecente verleden is gebleken dat bestuurders soms zelf absoluut niettransparant zijn over het eigen declaratiegedrag. Ziet de Minister hiergeen gevaar in? Zou het niet zo moeten zijn dat alle besturen eenvoorbeeldfunctie hebben en daar totale transparantie, ook op het gebiedvan declaratiegedrag, passend bij is? Hoe gaat de Minister hier invullingaan geven?De Minister is voornemens het toezicht van de Inspectie Gezondheidszorgen Jeugd (IGJ) te intensiveren, hoe gaat dit er in praktische zin uitzien?Gaan er naast de aangekondigde inspectiebezoeken ook steekproevenuitgevoerd worden? Hoeveel meldingen zijn er recent bij het IGJ gedaan,omtrent deze ongewenste beïnvloeding? In welke sector wordt de meesteongewenste beïnvloeding gezien?De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of de IGJ wel voldoendecapaciteit heeft om in deze intensivering te voorzien. Zij zien daarom metinteresse de eindrapportage van het IGJ, eind dit jaar tegemoet want onzeleden zijn blij dat ongewenste beïnvloeding in de zorg keihard wordtaangepakt.Vragen en opmerkingen GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstellingkennisgenomen van de voorliggende brief van de Minister voor MedischeZorg over de voortgang van het traject Voorkomen van ongewenstebeïnvloeding van medisch professionals door bedrijven. De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie delen de mening dat het hoog tijd is dat de koerswordt verlegd van zelfregulering naar overheidsregulering en staan danook positief tegenover de kanteling in het politieke debat en in de toonvan de Minister op dit onderwerp. Het is bekend dat de farmaceutische-en de hulpmiddelenindustrie banden met medische beroepsbeoefenarenen patiëntenverenigingen onderhouden. Als de industrie betaalt vooronderzoek, educatie of voorlichting is dat wat deze leden geen probleemals het tot betere zorg leidt. Maar betalingen aan artsen, ziekenhuizen ofTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 642 patiëntenverenigingen zijn onderdeel van de marketingstrategie vanbedrijven en zijn er op gericht de omzet van de fabrikant te vergroten. Dankan ongewenste beïnvloeding optreden en is het dus van belang dattransparant is wat er tegenover de betaling vanuit de industrie staat.Daarom achten de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie het van grootbelang dat meer inzicht en controle wordt verkregen op de wijze waaropde farmaceutische- en hulpmiddelenindustrie artsen proberen tebeïnvloeden om hun omzet te vergroten. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien het als een positief signaal dat uit de verkenning door deMinister, waaronder stakeholderbijeenkomsten en verschillendegesprekken, blijkt dat onder de verschillende veldpartijen steun bestaatvoor deze nieuwe maatregelen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Ministervoornemens is om drie maatregelen in te voeren om transparantie infinanciële relaties te vergroten en om ongewenste beïnvloeding zoveelmogelijk te voorkomen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie staan inbeginsel positief tegenover de maatregelen, maar hebben hier wel nogenkele vragen over. Deze leden onderschrijven het nut en de noodzaakvan maatregel a: Het instellen van een wettelijk transparantieregister. Welwas de noodzaak voor dit register bij de betreffende leden al veel langerbekend, hetgeen ook al duidelijk werd in het initiatiefwetsvoorstel over ditonderwerp dat in 2020 werd ingediend door het lid Ploumen (Wettransparantieregister zorg). Deelt de Minister de opvatting van deze ledendat er al eerder afgestapt had moeten worden van zelfregulering, te meerdaar uit eerdere evaluaties ook al bleek dat het Transparantieregister Zorg(TRZ) niet optimaal werkte en niet alles gemeld werd?De leden van GroenLinks-PvdA-fractie zijn daarnaast positief gestemdover de overeenkomsten tussen de voorstellen van de Minister en hetinitiatiefwetsvoorstel Wet transparantieregister zorg. Kan de Ministeruiteenzetten wat de verschillen zijn tussen de eigen voorstellen en devoorstellen in het initiatiefvoorstel zijn, en de redenen waarom de Ministerop bepaalde punten hiervan afwijkt? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen bijvoorbeeld dat er een drempelbedrag van 500 euro per jaarkomt in het wettelijk transparantieregister. Hoewel de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat de Minister de administratievelasten niet onnodig wil verhogen, bleek uit de uitvoeringstoets van hetCentraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG) naaraanleiding van het initiatiefvoorstel Wet transparantieregister zorg datregistratie van financiële transacties met een waarde tot 500 euroweliswaar leidt tot een stijging van het aantal meldingen, maar dat tegelijkniet aannemelijk is dat dit tot een veel grotere administratieve belastingzal leiden. Het initiatiefwetsvoorstel maakte namelijk mogelijk dat eenfabrikant tweemaal per jaar een overzicht van alle transacties kondoorsturen naar het register in plaats van bij iedere betaling een afzonder-lijke melding te doen. Het CIBG stelde dat daardoor slechts een beperktetoename ontstond van de administratieve lasten. Hoe beoordeelt deMinister dit? Geeft dit reden om het drempelbedrag te verlagen of teheroverwegen? Zijn de resultaten van de uitvoeringstoets van het CIBGnaar aanleiding van het initiatiefvoorstel in overweging genomen bij hethuidige voorstel van de Minister en zo ja, op welke wijze? Deze ledenvragen zich met betrekking tot het drempelbedrag van 500 euro per jaardaarnaast af hoe de optelling van meerdere kleine giften in het nieuwewettelijke transparantieregister zal worden geregistreerd. Kan de Ministerhier nader op ingaan?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie staan daarnaast positieftegenover maatregel b (een grotere rol voor besturen van zorgaanbieders)en maatregel c (een beter wettelijk kader voor sponsoring). Wel hebben zijTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 643 hier nog enkele vragen en opmerkingen bij. In de beantwoording van deMinister op het vorige schriftelijke overleg over het voorkomen vanongewenste beïnvloeding van medisch professionals door bedrijven1heeft de Minister bij verschillende voorbeelden van transacties aange-geven hoe de transparantie hieromtrent momenteel is geregeld. De ledenvan de GroenLinks-PvdA-fractie misten daarbij nog een uitleg over hoe deMinister dit in de toekomst met het wettelijk register wil regelen. Zo vallenonderstaande drie zaken onder het huidige vrijwillige register, maar is nietduidelijk of deze ook onder het verplichte register komen te vallen:•Arts heeft schriftelijke overeenkomst met fabrikant, geld in ruil voorprestatie;•Arts houdt praatje in opdracht van het ziekenhuis, ziekenhuis heeftovereenkomst met fabrikant;•Arts treedt op of schrijft opinie in opdracht van een maatschap,maatschap heeft overeenkomst met fabrikant.Zullen deze drie zaken ook onder het verplichte register vallen? En zo nee,waarom niet? Kan de Minister dit per voorbeeld toelichten? Ook over devolgende twee voorbeelden hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie enkele vragen:•Arts treedt op bij een congres als spreker, congres wordt betaald doorfabrikant die bedrag aan congresbureau overmaakt;•Arts krijgt betaald voor spreken op congres; congres wordt door aantalfabrikanten samen betaald aan congresbureau.Voor bovenstaande voorbeelden geldt nu dat alleen de fabrikant dit meldt.Is de Minister, naast een verplichting hiervan, ook voornemens omcongresorganisaties te laten melden wat het aan de arts betaalde bedragis waarbij de arts dit vervolgens controleert? Zo nee, waarom niet? Kan deMinister dit wederom per voorbeeld toelichten?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren daarnaast dat devolgende vier zaken nu buiten het vrijwillige register vallen:•Arts doet onderzoek, wordt betaald door fabrikant.•Arts doet onderzoek dat wordt gefinancierd door stichting; stichtingwordt betaald door fabrikant.•Arts doet met meerdere onderzoekers onderzoek in stichting; stichtingwordt betaald door fabrikant.•Arts doet onderzoek in stichting die door meerdere fabrikanten wordtbetaald.Wat de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie betreft zouden boven-staande zaken ook in het verplicht register moeten worden ondergebracht.Kan de Minister aangeven of dit gaat gebeuren en zo nee, waarom niet?Hoe verhoudt zich dit tot de hierboven genoemde zaken wanneer die welworden opgenomen in het verplichte register? Kan dit per voorbeeldworden toegelicht en onderbouwd?Tot slot vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie de Minister of hetvolgende punt, dat wel in het vrijwillig register is opgenomen, ook in hetverplichte register wordt opgenomen:•Arts, Ziekenhuis, Maatschap, Patiëntenvereniging krijgt geld vanmoederbedrijf in buitenland.1Kamerstuk 32 012, nr. 49Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 644 Wordt dit wel of niet opgenomen in het verplicht register en zo niet,waarom? Deelt de Minister de mening van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat het wettelijk transparantieregister zijn doel voorbij schietals betalingen van moederbedrijven in het buitenland er niet ondervallen?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de voortgangvan het traject «transparantie en voorkomen van ongewenstebeïnvloeding van medische professionals door bedrijven» en vinden hetgoed dat er aanvullende stappen worden genomen om de transparantievan financiële relaties tussen medisch-specialisten en de medischeindustrie te vergroten. De leden van de VVD-fractie hebben nog enkelevragen bij de door de Minister voorgestelde aanpak.De leden van de VVD-fractie vragen hoe de Minister de verantwoordelijk-heidsverdeling ziet in het werken aan betere transparantie van financiëlerelaties tussen medisch-specialisten en de medische industrie? Hoe wil deMinister de balans bewaren in het beleggen van die verantwoordelijkheidin het aangekondigde wetgevingstraject? Is de Minister daarnaast bereidom een impactanalyse met uitvoeringstoets van het aangekondigdewetsvoorstel te maken, met speciale aandacht voor startups, scale-ups enhet midden- en kleinbedrijf (MKB)?De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister al iets kan zeggen overde reikwijdte van de aangekondigde wettelijke regulering. Vanaf welk puntmoeten industrie en professionals bepaalde relaties melden? Hoe wordtbijvoorbeeld rekening gehouden met startups die samenwerken metacademische ziekenhuizen, of daaruit voortkomen?Met betrekking tot de voorgestelde maatregelen om de rol van besturenvan zorgaanbieders te vergroten lezen genoemde leden dat de Ministerwil voorkomen dat kleine zorgorganisaties te maken krijgen met nieuweregels die zorgen voor te hoge administratieve lasten. Ze denkt daaromaan het hanteren van een grens voor organisatiegrootte waaronder deregels niet van toepassing zijn. De leden van de VVD-fractie vragen welkealternatieve mogelijkheden zij overweegt, in plaats van organisatie-grootte, om de administratieve lasten te verlagen? De leden van deVVD-fractie zijn niet overtuigd dat het aangaan van financiële relaties enongewenste (financiële) beïnvloeding een minder grote rol speelt in kleinezorgorganisaties. Is de Minister het met de leden van de VVD-fractie eensdat meer gekeken zou moeten worden naar alternatieve, zoals welkezorgsectoren kwetsbaar zijn als het gaat om risico’s op (financiële)beïnvloeding? Zo ja, hoe kan de Minister dat betrekken in de vervolg-stappen?Tot slot vragen de leden van de VVD-fractie hoe het in de brief aangekon-digde traject zich verhoudt tot de het traject dat nu loopt rondom deherschikking van het geneesmiddeleninformatielandschap. Onafhankelijkegenees- en hulpmiddeleninformatie geeft zorgprofessionals, maar ookpatiënten houvast in bijvoorbeeld voorschrijfgedrag of binnen het procesvan «samen beslissen», en kan zo ook bijdragen aan het tegengaan vanbeïnvloeding op verschillende niveaus. Hoe ziet de Minister dit? En wat isde Minister bereid te doen om die onafhankelijkheid te blijven borgen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 645 Vragen en opmerkingen NSC-fractieDe leden van de fractie van de NSC-fractie hebben met interessekennisgenomen van de voortgang van het traject transparantie envoorkomen van ongewenste beïnvloeding van medisch professionalsdoor bedrijven en hebben hier een aantal vragen over aan de Minister.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister welke stappen er wordenondernomen om de juistheid van de meldingen in het TRZ te verbeteren.Nu uit de evaluatie blijkt dat er nog steeds menselijke fouten wordengemaakt bij het melden van financiële relaties en het belang van een zoaccuraat mogelijk register bijdraagt aan de transparantie van dezorgsector.De leden van de NSC-fractie willen van de Minister weten wat debelangrijkste verbeterpunten zijn die in kaart zijn gebracht met betrekkingtot de toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid van het TRZ. Hoe wordtde feedback van gebruikers verwerkt om bijvoorbeeld verbeteringen doorte voeren? Gezien dat uit de enquête onder het Medicijnpanel en anderebevindingen valt op te maken dat de toegankelijkheid en gebruiksvriende-lijkheid van het TRZ nog steeds te wensen overlaten en er gesteld wordtdat dit de effectiviteit van het register belemmert.Uit een evaluatie blijkt dat het TRZ nog steeds beperkt bekend is bij de tebereiken groep. Het is een gegeven dat bekendheid van belang is om hetregister effectief te laten werken. De leden van de NSC-fractie vragen deMinister welke maatregelen worden genomen om de bekendheid van hetTRZ bij de doelgroep te vergroten?De leden van de NSC-fractie lezen dat er nog steeds gemeld wordt op eenKamer van Koophandel (KvK)-nummer terwijl dit op een Beroepen in deIndividuele Gezondheidszorg (BIG)-nummer zou moeten en dit mogelijkleidt tot onvolledige gegevens. Welke stappen worden ondernomen omdit probleem aan te pakken?De leden van de NSC-fractie vragen de Minister wat de voor- en nadelenzijn van een overgang van zelfregulering naar wettelijke verplichting voorhet TRZ. Hoe worden de administratieve lasten voor zorgprofessionalsverminderd?De leden van de NSC-fractie vragen de Minister wat de belangrijkste«lessons learned» zijn met betrekking tot de transparantieregisters inBelgië, Denemarken, Frankrijk en Portugal die kunnen worden toegepastop het Nederlandse TRZ.De leden van de NSC-fractie lezen dat er verschillende drempelbedragenvoor meldingen tussen Nederland en andere landen gelden. Erkent deMinister dat een lagere drempel de transparantie in Nederland zouverbeteren?De leden van de NSC-fractie vragen de Minister hoeveel boetes enwaarschuwingen de IGJ in de afgelopen jaren opgelegd voor het niet naleven van de meldingsplicht. Ook willen zij van de Minister weten demeest voorkomende overtredingen zijn.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister welke nieuwe maatre-gelen zij overweegt om de effectiviteit van het toezicht en de handhavingdoor de IGJ te verbeteren. Wat zijn de verwachte voordelen van bijvoor-beeld het instellen van een wettelijk transparantieregister in vergelijkingmet het huidige systeem van zelfregulering?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 646 Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de brief over voortgang traject transparantie en voorkomen vanongewenste beïnvloeding van medische professionals door bedrijven enwillen de Minister nog enkele vragen voorleggen.De leden van de D66-fractie zijn enthousiast over de huidige maatregelen,waaronder het wettelijke transparantieregister, om zo de ongewenstebeïnvloeding van medische professionals te voorkomen. De leden van deD66-fractie zijn hierin benieuwd of de opgelegde maatregelen en boetesbij schending van de wettelijke kaders voldoende werken. Kan de Ministerde Kamer informeren of deze maatregelen het gewenste effect hebben?Voorts is de vraag op welke wijze de Minister voornemens is ervoor tezorgen dat medische professionals en leveranciers na opgelegdemaatregelen hun financiële relaties binnen de wettelijke kaders vallen.De leden van de D66-fractie vinden het belangrijk dat deze maatregelenniet de administratie druk versterkt bij medische professionals. Het isdaarom goed dat bij het opstellen van sterkere overheidsregulering hierook aandacht voor is. Kan de Minister monitoren of dit de administra-tiedruk niet te sterk zal bevorderen en de Kamer hierover informeren?Tot slot vragen de leden van de D66-fractie of de Minister kan toelichtenhoe bij de uitwerking de reikwijdte van de maatregelen ook vantoepassing kan zijn op meerdere beroepen in de zorgsector?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de voortgangtraject transparantie en voorkomen van ongewenste beïnvloeding vanmedisch professionals door bedrijven en hebben de volgende vragen aande Minister.De leden van de BBB-fractie lezen dat de Minister een vergelijking heeftlaten maken van TRZ met registers van andere landen. Kan de Minister inmeer detail aangeven wat er uit de verkenning naar meer overheidsregu-lering rond beïnvloeding van medische professionals is gekomen? Wat iser vanuit andere landen geleerd, dat ook hier vervolgstappen nodig zijn?De leden van de BBB-fractie lezen ook dat veldpartijen waarschuwen voormeer administratieve lasten. Tegelijkertijd geeft de Minister aan dat deadministratieve lasten voor bedrijven met een wettelijk transparantiere-gister zullen stijgen. De Minister vindt dit gerechtvaardigd en merkt hierbijop dat in sommige andere landen de registratiedrempel lager is dan inNederland. Kan de Minister aangeven waarom ze dit gerechtvaardigdvindt aangezien zij toch weer de sector belast met meer administratievelasten? En wanneer wordt iets als gunstbetoon gezien, is dat al als jevanaf een vroege fase samen met een ziekenhuis een product (door)ont-wikkelt? En wat moet je dan melden, en wanneer?Daarnaast vragen de leden van de BBB-fractie de Minister in hoeverre denieuwe situatie waarin een zorgaanbieder – in de praktijk het bestuur ofeen gedelegeerde derde – goedkeuring moet geven aan alle overeen-komsten waarin financiële relaties worden aangegaan druk legt op dehuidige werkdruk die zorgaanbieders op dit moment al hebben.Tot slot, de Minister geeft aan dat voorbeelden uit het buitenland latenzien dat grote bedrijven zich prima redden met alle wettelijke verplich-tingen, maar geldt dat ook voor de startups, scaleups en het MKB in dieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 647 landen? Moeten zij voldoen aan dezelfde verplichtingen en waarom wel ofwaarom niet.Vragen en opmerkingen van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief over devoortgang van de aanpak van beïnvloeding van medisch professionalsdoor bedrijven en hebben hierover nog enkele vragen.Lijn 1: Het versterken van overheidsreguleringMaatregel a: Het instellen van een wettelijk transparantieregisterDe leden van de CDA-fractie delen het uitgangspunt dat een wettelijktransparantieregister niet mag leiden tot onnodige administratieve lasten.Kan de Minister nader inzicht geven in hoe die lasten precies zullen stijgenvoor bedrijven en voor zorgprofessionals. De leden van de CDA-fractievragen ook in hoeverre privacywetgeving, zoals maar niet alleen de recentaangenomen wijziging van de Wet Hergebruik Overheidsinformatie, hetbevorderen van transparantie via een wettelijk transparantieregistereventueel bemoeilijkt.Maatregel b: Een grotere rol voor besturen van zorgaanbiedersDe leden van de CDA-fractie delen de zorg dat de maatregel met namevoor kleine zorgaanbieders kan leiden tot hoge administratieve lasten. Deleden van de CDA-fractie lezen dat de Minister hier oog voor heeft en ditverder wil uitwerken. Waarom lijkt de Minister te kiezen voor een grensvoor organisatiegrootte? Zijn ook andere opties overwogen? De leden vande CDA-fractie vragen wanneer de Minister deze uitwerking naar deKamer stuurt, en of de Minister wil toezeggen dat deze uitwerking eerstzorgvuldig gebeurt voordat de maatregel wordt ingevoerd.Maatregel c: Een beter wettelijk kader voor sponsoringDe leden van de CDA-fractie lezen dat de IGJ constateert dat sponsoringdoor medische bedrijven (vaak vooronderzoek en onderwijs in zieken-huizen) veel voorkomt en dat het daarbij vaak gaat om hoge bedragenwaarvan de besteding niet duidelijk of niet transparant is. De leden van deCDA-fractie begrijpen hieruit dat maatregelen op dit punt een belangrijkonderdeel zijn van het voorkomen van ongewenste beïnvloeding, maardat de Minister nog geen concrete maatregelen heeft uitgewerkt. Hoezorgt een uitzondering van sponsoring (onder voorwaarden) op hetverbod op gunstbetoon ervoor dat de IGJ hier beter op kan handhaven.Wanneer komt de Minister met een uitwerking?Lijn 3: Intensiveren van het toezichtDe leden van de CDA-fractie delen de noodzaak van het intensiveren vanhet toezicht door de IGJ en zijn benieuwd naar de definitieve uitkomsten.Kan de Minister aangeven welke aanbevelingen of suggesties de IGJ zelfdoet of heeft gedaan om effectiever toezicht te kunnen houden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 648 II. Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PPV-fractie hebben kennisgenomen van de voortgangtraject transparantie en voorkomen van ongewenste beïnvloeding vanmedisch professionals door bedrijven en hebben hierover nog een aantalvragen en opmerkingen.In de nieuwe situatie zal er met regelgeving worden vastgelegd datbesturen van zorgaanbieders een groter rol krijgen bij het aangaan vanfinanciële relaties tussen zorgprofessionals en medische bedrijven.In het recente verleden is gebleken dat bestuurders soms zelf absoluutniet transparant zijn over het eigen declaratiegedrag. Ziet de Minister hiergeen gevaar in? Zou het niet zo moeten zijn dat alle besturen eenvoorbeeldfunctie hebben en daar totale transparantie, ook op het gebiedvan declaratiegedrag, passend bij is? Hoe gaat de Minister hier invullingaan geven?Het klopt dat recent is gebleken2 dat een deel van de ziekenhuisbe-stuurders niet transparant is over hun declaratiebeleid en de gemaakteonkosten, terwijl zij dit wel hebben afgesproken in de GovernancecodeZorg.3 De voormalig Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport(VWS) is in reactie daarop in gesprek gegaan met de brancheorganisatieNederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en de beroepsvereni-gingen voor bestuurders en toezichthouders (Vereniging van bestuurdersin de zorg (NVZD) en Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorgen Welzijn (NVTZ)). Zij hebben aangegeven dit onderwerp onder deaandacht te brengen en er bij bestuurders en toezichthouders vanziekenhuizen op aan te dringen te handelen conform de afspraken in deGovernancecode Zorg.Met het voorstel om bestuurders een grotere rol te geven bij het aangaanvan financiële relaties tussen zorgprofessionals en medische bedrijvenwordt beoogd een extra paar ogen toe te voegen. Bestuurders wordendaarmee medeverantwoordelijk en aanspreekbaar voor de relaties diezorgprofessionals in hun organisatie aangaan met medische bedrijven.Uit recent onderzoek van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)blijkt namelijk dat de Raad van Bestuur niet altijd op de hoogte is vansponsoring. De sponsorcontracten waren zelden door de Raad vanBestuur meegetekend.4 Ik wil daarom besturen van zorgaanbieders eengrotere rol geven om zo de (interne) transparantie te verbeteren. Door hetop te nemen in regelgeving kan de IGJ hierop ook toezicht houden enwaar nodig handhaven. In de route die ik voor ogen heb moet eenzorgaanbieder – in de praktijk het bestuur of een gedelegeerde derde –goedkeuring geven aan alle overeenkomsten waarin financiële relatiesworden aangegaan, zodat zij beter zicht krijgen op financiële stromenbinnen de zorginstelling. De individuele zorgverlener en/of het medischspecialistisch bedrijf (msb) blijft de ontvanger van het geld.De Minister is voornemens het toezicht van de Inspectie Gezondheidszorgen Jeugd (IGJ) te intensiveren, hoe gaat dit er in praktische zin uitzien?Gaan er naast de aangekondigde inspectiebezoeken ook steekproevenuitgevoerd worden? Hoeveel meldingen zijn er recent bij het IGJ gedaan,2NOS-bericht – Ziekenhuisbestuurders houden zich niet aan declaratie-afspraken (7 maart 2024).3Governancecode Zorg 2022 – Governance Zorg4IGJ, Gunstbetoon in de sector medische hulpmiddelen, p. 4, juli 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 649 omtrent deze ongewenste beïnvloeding? In welke sector wordt de meesteongewenste beïnvloeding gezien? De leden van de PVV-fractie vragen deMinister of de IGJ wel voldoende capaciteit heeft om in deze intensiveringte voorzien. Zij zien daarom met interesse de eindrapportage van het IGJ,eind dit jaar tegemoet want onze leden zijn blij dat ongewenstebeïnvloeding in de zorg keihard wordt aangepakt.De IGJ heeft sinds 2023 haar toezicht geïntensiveerd. De aanvullendeacties die door de IGJ zijn uitgevoerd, bestonden (onder andere) uitinspectiebezoeken aan acht ziekenhuizen. De inspecties waren gericht opde inrichting, de voortgang en de borging van verbeteringen op het vlakvan interne transparantie en het voorkomen van gunstbetoon. Daarbijhebben inspectiegesprekken plaatsgevonden met de bestuurders van demedisch specialistische bedrijven en coöperaties van de bezochteziekenhuizen en is onderzoek uitgevoerd naar betalingen die gemeld zijnaan het Transparantieregister Zorg (TRZ). Recent heeft de IGJ een drietalrapportages uitgebracht in het kader van het toezicht op gunstbetoon.5Hoe het toezicht praktisch vormgegeven en ingericht wordt, is aan de IGJ.Ze heeft deze intensivering binnen haar huidige capaciteit uitgevoerd.Sinds 2023 heeft ze twee meldingen over mogelijk verboden gunstbetoonontvangen. De IGJ kan geen gefundeerde uitspraak doen over in welkesector de meeste ongewenste beïnvloeding te zien is. Ook komend jaar zalde IGJ haar toezichtsinspanningen op het gebied van transparantie engunstbetoon voortzetten, zo heeft zij mij laten weten.Vragen en opmerkingen GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstellingkennisgenomen van de voorliggende brief van de Minister voor MedischeZorg over de voortgang van het traject Voorkomen van ongewenstebeïnvloeding van medisch professionals door bedrijven. De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie delen de mening dat het hoog tijd is dat de koerswordt verlegd van zelfregulering naar overheidsregulering en staan danook positief tegenover de kanteling in het politieke debat en in de toonvan de Minister op dit onderwerp. Het is bekend dat de farmaceutische-en de hulpmiddelenindustrie banden met medische beroepsbeoefenarenen patiëntenverenigingen onderhouden. Als de industrie betaalt vooronderzoek, educatie of voorlichting is dat wat deze leden geen probleemals het tot betere zorg leidt. Maar betalingen aan artsen, ziekenhuizen ofpatiëntenverenigingen zijn onderdeel van de marketingstrategie vanbedrijven en zijn er op gericht de omzet van de fabrikant te vergroten. Dankan ongewenste beïnvloeding optreden en is het dus van belang dattransparant is wat er tegenover de betaling vanuit de industrie staat.Daarom achten de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie het van grootbelang dat meer inzicht en controle wordt verkregen op de wijze waaropde farmaceutische- en hulpmiddelenindustrie artsen proberen tebeïnvloeden om hun omzet te vergroten. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien het als een positief signaal dat uit de verkenning door deMinister, waaronder stakeholderbijeenkomsten en verschillendegesprekken, blijkt dat onder de verschillende veldpartijen steun bestaatvoor deze nieuwe maatregelen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Ministervoornemens is om drie maatregelen in te voeren om transparantie infinanciële relaties te vergroten en om ongewenste beïnvloeding zoveel5Rapport Onderzoek naar betalingen laat veel verschillende vormen van dienstverlening ensponsoring zien (IGJ, 2024). Rapport Ziekenhuizen houden zich onvoldoende aan regels omfinanciële beïnvloeding door leveranciers van medische hulpmiddelen te voorkomen (IGJ,2024), Publicatie Gunstbetoon in de sector medische hulpmiddelen (IGJ, 2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 6410 mogelijk te voorkomen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie staan inbeginsel positief tegenover de maatregelen, maar hebben hier wel nogenkele vragen over. Deze leden onderschrijven het nut en de noodzaakvan maatregel a: Het instellen van een wettelijk transparantieregister. Welwas de noodzaak voor dit register bij de betreffende leden al veel langerbekend, hetgeen ook al duidelijk werd in het initiatiefwetsvoorstel over ditonderwerp dat in 2020 werd ingediend door het lid Ploumen (Wettransparantieregister zorg).Deelt de Minister de opvatting van deze leden dat er al eerder afgestapthad moeten worden van zelfregulering, te meer daar uit eerdere evalu-aties ook al bleek dat het Transparantieregister Zorg (TRZ) niet optimaalwerkte en niet alles gemeld werd?De evaluaties van 2019, 2020, 2021 van het TRZ gaven op zichzelf geenaanleiding tot het invoeren van een wettelijk transparantieregister. Medenaar aanleiding van recente casuïstiek en rapportages van de IGJ heeft devoormalig Minister van VWS besloten de koers te verleggen vanzelfregulering naar overheidsregulering.6 De brief van 8 april 2024 metdaarin drie voorgenomen maatregelen – inclusief een wettelijk transpa-rantieregister – is hier een verdere uitwerking van.De leden van GroenLinks-PvdA-fractie zijn daarnaast positief gestemdover de overeenkomsten tussen de voorstellen van de Minister en hetinitiatiefwetsvoorstel Wet transparantieregister zorg. Kan de Ministeruiteenzetten wat de verschillen zijn tussen de eigen voorstellen en devoorstellen in het initiatiefvoorstel zijn, en de redenen waarom de Ministerop bepaalde punten hiervan afwijkt?Het initiatiefvoorstel «Wet transparantieregister zorg» richt zich specifiekop het transparantieregister, waar ik voornemens ben om (bredere)overheidsregulering omtrent ongewenste beïnvloeding (inclusief eenwettelijke basis voor het transparantieregister) te gaan ontwerpen. Mijnvoorstel bevat bijvoorbeeld ook een beter wettelijk kader omtrentsponsoring. Ik ben graag bereid tijdens de wetsbehandeling hierover metu van gedachten te wisselen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen bijvoorbeeld dat er eendrempelbedrag van 500 euro per jaar komt in het wettelijk transparantie-register. Hoewel de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen datde Minister de administratieve lasten niet onnodig wil verhogen, bleek uitde uitvoeringstoets van het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezond-heidszorg (CIBG) naar aanleiding van het initiatiefvoorstel Wet transparan-tieregister zorg dat registratie van financiële transacties met een waardetot 500 euro weliswaar leidt tot een stijging van het aantal meldingen,maar dat tegelijk niet aannemelijk is dat dit tot een veel grotere adminis-tratieve belasting zal leiden. Het initiatiefwetsvoorstel maakte namelijkmogelijk dat een fabrikant tweemaal per jaar een overzicht van alletransacties kon doorsturen naar het register in plaats van bij iederebetaling een afzonderlijke melding te doen. Het CIBG stelde dat daardoorslechts een beperkte toename ontstond van de administratieve lasten.Hoe beoordeelt de Minister dit? Geeft dit reden om het drempelbedrag teverlagen of te heroverwegen? Zijn de resultaten van de uitvoeringstoetsvan het CIBG naar aanleiding van het initiatiefvoorstel in overweginggenomen bij het huidige voorstel van de Minister en zo ja, op welke wijze?Deze leden vragen zich met betrekking tot het drempelbedrag van 500euro per jaar daarnaast af hoe de optelling van meerdere kleine giften in6Kamerstukken II, 2022/23, 32 012 en 31 765, nr. 49.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 6411 het nieuwe wettelijke transparantieregister zal worden geregistreerd. Kande Minister hier nader op ingaan?Met het oog op de regeldruk ben ik voornemens het huidige drempel-bedrag voor registratie in het TRZ van 500 euro cumulatief per kalen-derjaar te handhaven. Het verlagen van de drempelwaarde acht ik nietdoelmatig omdat ongewenste beïnvloeding van zorgprofessionals (zeerwaarschijnlijk) niet plaatsvindt door middel van kleine bedragen ofgeschenken maar door grotere bedragen of door zaken gericht op status,publicaties en onderzoeksprojecten. Bovendien leidt meer registreren nietperse tot meer transparantie. De wijze waarop de optelling van giften inhet nieuwe wettelijke transparantieregister zal worden geregistreerd enmoet worden gerapporteerd, zal ik meenemen in het aangekondigde wet-en regelgevingstraject.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie staan daarnaast positieftegenover maatregel b (een grotere rol voor besturen van zorgaanbieders)en maatregel c (een beter wettelijk kader voor sponsoring). Wel hebben zijhier nog enkele vragen en opmerkingen bij. In de beantwoording van deMinister op het vorige schriftelijke overleg over het voorkomen vanongewenste beïnvloeding van medisch professionals door bedrijven7heeft de Minister bij verschillende voorbeelden van transacties aange-geven hoe de transparantie hieromtrent momenteel is geregeld. De ledenvan de GroenLinks-PvdA-fractie misten daarbij nog een uitleg over hoe deMinister dit in de toekomst met het wettelijk register wil regelen. Zo vallenonderstaande drie zaken onder het huidige vrijwillige register, maar is nietduidelijk of deze ook onder het verplichte register komen te vallen:•Arts heeft schriftelijke overeenkomst met fabrikant, geld in ruil voorprestatie;•Arts houdt praatje in opdracht van het ziekenhuis, ziekenhuis heeftovereenkomst met fabrikant;•Arts treedt op of schrijft opinie in opdracht van een maatschap,maatschap heeft overeenkomst met fabrikant.Zullen deze drie zaken ook onder het verplichte register vallen? En zo nee,waarom niet? Kan de Minister dit per voorbeeld toelichten?Mijn voornemen is dat alle genoemde voorbeelden, mits er sprake is vaneen bedrag van jaarlijks 500 euro of hoger (drempelwaarde), zullen vallenbinnen de reikwijdte van het (nog in te stellen) wettelijke transparantiere-gister. In mijn verkenning naar nieuwe kaders voor wet- en regelgevingonderzoek ik op welke wijze ik verbetering van transparantie kanrealiseren in het geval van betrokkenheid van meerdere «schakels» in definanciële relatie. Hierbij heb ik ook oog voor de administratievelastendruk voor (medische) bedrijven en zorgprofessionals.Ook over de volgende twee voorbeelden hebben de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie enkele vragen:•Arts treedt op bij een congres als spreker, congres wordt betaald doorfabrikant die bedrag aan congresbureau overmaakt;•Arts krijgt betaald voor spreken op congres; congres wordt door aantalfabrikanten samen betaald aan congresbureau.Voor bovenstaande voorbeelden geldt nu dat alleen de fabrikant dit meldt.Is de Minister, naast een verplichting hiervan, ook voornemens omcongresorganisaties te laten melden wat het aan de arts betaalde bedragis waarbij de arts dit vervolgens controleert? Zo nee, waarom niet? Kan deMinister dit wederom per voorbeeld toelichten?7Kamerstuk 32 012, nr. 49.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 6412 Mijn voornemen is dat fabrikanten gehouden zullen blijven dit te melden.In mijn verkenning naar nieuwe kaders voor wet- en regelgevingonderzoek ik op welke wijze ik verbetering van transparantie kanrealiseren in het geval van betrokkenheid van meerdere «schakels» in definanciële relatie. Hierbij heb ik ook oog voor de administratievelastendruk voor (medische) bedrijven en zorgprofessionals.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren daarnaast dat devolgende vier zaken nu buiten het vrijwillige register vallen:•Arts doet onderzoek, wordt betaald door fabrikant.•Arts doet onderzoek dat wordt gefinancierd door stichting; stichtingwordt betaald door fabrikant.•Arts doet met meerdere onderzoekers onderzoek in stichting; stichtingwordt betaald door fabrikant.•Arts doet onderzoek in stichting die door meerdere fabrikanten wordtbetaald.Wat de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie betreft zouden boven-staande zaken ook in het verplicht register moeten worden ondergebracht.Kan de Minister aangeven of dit gaat gebeuren en zo nee, waarom niet?Hoe verhoudt zich dit tot de hierboven genoemde zaken wanneer die welworden opgenomen in het verplichte register? Kan dit per voorbeeldworden toegelicht en onderbouwd?Mijn voornemen is dat al deze genoemde voorbeelden beter in beeldkomen van de toezichthouder en daarmee oneigenlijke beïnvloeding zalworden voorkomen. Mits er sprake is van een bedrag van jaarlijks 500euro of hoger (drempelwaarde), zullen de genoemde voorbeelden komente vallen binnen de reikwijdte van het wettelijke transparantieregister. Inmijn verkenning naar nieuwe kaders voor wet- en regelgeving onderzoekik op welke wijze ik verbetering van transparantie kan realiseren in hetgeval van betrokkenheid van meerdere «schakels» in de financiële relatie.Hierbij heb ik ook oog voor de administratieve lastendruk voor (medische)bedrijven en zorgprofessionals.Tot slot vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie de Minister of hetvolgende punt, dat wel in het vrijwillig register is opgenomen, ook in hetverplichte register wordt opgenomen:•Arts, Ziekenhuis, Maatschap, Patiëntenvereniging krijgt geld vanmoederbedrijf in buitenland.Wordt dit wel of niet opgenomen in het verplicht register en zo niet,waarom? Deelt de Minister de mening van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat het wettelijk transparantieregister zijn doel voorbij schietals betalingen van moederbedrijven in het buitenland er niet ondervallen?Op dit moment heeft de verplichting tot openbaarmaking betrekking op inNederland gevestigde ontvangers/behandelaren (artikel 7.2.1.2Gedragscode Geneesmiddelenreclame). In de bestaande praktijkrapporteert de Nederlandse vestiging van een in het buitenland geves-tigde onderneming. Dergelijke betalingen vallen in de huidige situatieonder de registratieplicht. Ik heb het voornemen om dit bij de uitwerkingvan de voorstellen op dezelfde wijze voor zowel de geneesmiddelen als demedische hulpmiddelensector te regelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 6413 Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de voortgangvan het traject «transparantie en voorkomen van ongewenstebeïnvloeding van medische professionals door bedrijven» en vinden hetgoed dat er aanvullende stappen worden genomen om de transparantievan financiële relaties tussen medisch-specialisten en de medischeindustrie te vergroten. De leden van de VVD-fractie hebben nog enkelevragen bij de door de Minister voorgestelde aanpak.De leden van de VVD-fractie vragen hoe de Minister de verantwoordelijk-heidsverdeling ziet in het werken aan betere transparantie van financiëlerelaties tussen medisch-specialisten en de medische industrie? Hoe wil deMinister de balans bewaren in het beleggen van die verantwoordelijkheidin het aangekondigde wetgevingstraject? Is de Minister daarnaast bereidom een impactanalyse met uitvoeringstoets van het aangekondigdewetsvoorstel te maken, met speciale aandacht voor startups, scale-ups enhet midden- en kleinbedrijf (MKB)?De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister al iets kan zeggen overde reikwijdte van de aangekondigde wettelijke regulering. Vanaf welk puntmoeten industrie en professionals bepaalde relaties melden? Hoe wordtbijvoorbeeld rekening gehouden met startups die samenwerken metacademische ziekenhuizen, of daaruit voortkomen?Voorop staat dat ik transparantie wil bevorderen en ongewenstebeïnvloeding van medisch professionals wil voorkomen. Daarbij houd ikook rekening met de administratieve lasten voor de zorgprofessional, de(toename van) lasten wil ik zo laag mogelijk houden. Daarom ben ikvoornemens de huidige werkwijze, waarbij het bedrijf registreert en dezorgprofessional controleert, in stand te houden. Hetzelfde geldt voor dehuidige drempelwaarde van 500 euro per jaar. Ik heb oog voor innovatiesin de zorg die tot stand komen door het MKB, startups en scale-ups.Financiële relaties tussen deze organisaties en de zorg vind ik dan ook vangroot belang, zoals ook is benadrukt in de Kamerbrief van april 2024.8 HetAdviescollege toetsing regeldruk (ATR) adviseert over alle voorgenomenwet- en regelgeving die gevolgen heeft voor de regeldruk. Daarnaast laatik ook een Bedrijfseffectentoets (inclusief Midden- en kleinbedrijf(MKB)-toets) uitvoeren. Met voorgaande (proces)stappen in het wetge-vingsproces worden de belangen van startups, scale-ups en het MKBreeds meegenomen en gewogen. Via internetconsultatie staat het eenieder bovendien vrij om suggesties te doen voor verbetering van wet – enregelgeving die in voorbereiding is.Ik vind het overigens belangrijk twee zaken te benadrukken. In de eersteplaats is dit het gegeven dat de door mij beoogde wetswijziging nietautomatisch gepaard hoeft te gaan met een forse verhoging vanadministratieve handelingen. Immers, op basis van de door middel vanzelfregulering gemaakte afspraken, behoren bedrijven transacties ook temelden. Ten tweede wil ik benadrukken dat ook MKB, scale-ups enstartups moeten voldoen aan het transparantievereiste. Als we met elkaarbesluiten dat het voorkomen van ongewenste beïnvloeding van medischeprofessionals vraagt om nieuwe wetgeving om de transparantie beter tewaarborgen en zo de patiënt beter te beschermen tegen de invloed vancommerciële belangen, dan is het logischerwijs zo dat dit gepaard kangaan met enige vorm van administratieve druk. Ik vind dit echtergerechtvaardigd, omdat deze transparantie uiteindelijk in het belang isvan de patiënt die passende zorg moet krijgen.8Kamerstukken II, 2023/24, 32 012 en 31 765, nr. 63.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 6414 Met betrekking tot de voorgestelde maatregelen om de rol van besturenvan zorgaanbieders te vergroten lezen genoemde leden dat de Ministerwil voorkomen dat kleine zorgorganisaties te maken krijgen met nieuweregels die zorgen voor te hoge administratieve lasten. Ze denkt daaromaan het hanteren van een grens voor organisatiegrootte waaronder deregels niet van toepassing zijn.De leden van de VVD-fractie vragen welke alternatieve mogelijkheden zijoverweegt, in plaats van organisatiegrootte, om de administratieve lastente verlagen? De leden van de VVD-fractie zijn niet overtuigd dat hetaangaan van financiële relaties en ongewenste (financiële) beïnvloedingeen minder grote rol speelt in kleine zorgorganisaties. Is de Minister hetmet de leden van de VVD-fractie eens dat meer gekeken zou moetenworden naar alternatieve, zoals welke zorgsectoren kwetsbaar zijn als hetgaat om risico’s op (financiële) beïnvloeding? Zo ja, hoe kan de Ministerdat betrekken in de vervolgstappen?Ik ben het met de Leden eens dat ongewenste beïnvloeding ook inkleinere organisaties een rol kan spelen, ook voor hen geldt daarom hettransparantievereiste. Het is mij te doen om het vinden van een balanstussen lastendruk en bescherming van privacy enerzijds en het bevor-deren van transparantie en het voorkomen van ongewenste beïnvloedinganderzijds. Het eventueel invoeren van een drempel ten aanzien vanorganisatiegrootte (waarboven een zorgaanbieder – in de praktijk hetbestuur of een gedelegeerde derde – goedkeuring moet geven aanovereenkomsten waarin financiële relaties worden aangegaan), is één vande factoren om de administratieve lasten te beperken. Ik kijk breder danalleen de organisatiegrootte. Zo ben ik voornemens het drempelbedragvan 500 euro per jaar te handhaven en de huidige werkwijze waarin hetbedrijf registreert en de zorgprofessional controleert te continueren.Tot slot vragen de leden van de VVD-fractie hoe het in de brief aangekon-digde traject zich verhoudt tot de het traject dat nu loopt rondom deherschikking van het geneesmiddeleninformatielandschap. Onafhankelijkegenees- en hulpmiddeleninformatie geeft zorgprofessionals, maar ookpatiënten houvast in bijvoorbeeld voorschrijfgedrag of binnen het procesvan «samen beslissen», en kan zo ook bijdragen aan het tegengaan vanbeïnvloeding op verschillende niveaus. Hoe ziet de Minister dit? En wat isde Minister bereid te doen om die onafhankelijkheid te blijven borgen?Met de herschikking van het geneesmiddeleninformatielandschap wordteen stevigere focus aangebracht op verlichting van de zorgpraktijk. Elkedag moeten hier keuzes worden gemaakt door zorgverleners voor in tezetten farmacotherapie. Sommige informatie komt niet beschikbaar bij detoelating van het middel op de markt omdat de middelen niet wordengetoetst onder bepaalde doelgroepen. Daarom zal in het geneesmiddelen-informatielandschap focus worden aangebracht voor het generen enverspreiden van doseer/beslisinformatie voor specifieke doelgroepenkinderen, zwangeren en ouderen.De belangrijkste bron voor het voorschrijven betreft het Farmacotherapeu-tisch Kompas (FK). Dit kompas heeft een belangrijke en centrale rol. Ditinformatieplatform beschouw ik (naast onder andere de richtlijnen van deberoepsgroepen) als een afgewogen en onafhankelijke bron op basiswaarvan rationeel voorschrijven afdoende kan worden geborgd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 6415 Vragen en opmerkingen NSC-fractieDe leden van de fractie van de NSC-fractie hebben met interessekennisgenomen van de voortgang van het traject transparantie envoorkomen van ongewenste beïnvloeding van medisch professionalsdoor bedrijven en hebben hier een aantal vragen over aan de Minister.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister welke stappen er wordenondernomen om de juistheid van de meldingen in het TRZ te verbeteren.Nu uit de evaluatie blijkt dat er nog steeds menselijke fouten wordengemaakt bij het melden van financiële relaties en het belang van een zoaccuraat mogelijk register bijdraagt aan de transparantie van dezorgsector.Met ingang van 1 januari 2024 zijn de regels aangescherpt voor hetmelden en goedkeuring vragen van zorgprofessionals aan de Raad vanBestuur van het ziekenhuis waaraan de zorgprofessional is verbonden.9Daardoor zal ook het bewustzijn van de zorgprofessional toenemen datfinanciële relaties bij het TRZ moeten worden gemeld. Menselijke foutenechter zijn nooit helemaal te voorkomen. Ik heb begrepen dat de stichtingCode Geneesmiddelenreclame (CGR) jaarlijks met de ziekenhuizen zalnagaan in hoeverre de meldingen bij het TRZ en het ziekenhuis met elkaarovereenkomen. Op basis daarvan kunnen mogelijke onvolkomenhedenworden hersteld. Daarnaast zullen CGR en de stichting GedragscodeMedische Hulpmiddelen (GMH) zich met nieuwsberichten en trainingenvoor bedrijven inspannen om tot een volledig correcte naleving van deregels te komen.De leden van de NSC-fractie willen van de Minister weten wat debelangrijkste verbeterpunten zijn die in kaart zijn gebracht met betrekkingtot de toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid van het TRZ. Hoe wordtde feedback van gebruikers verwerkt om bijvoorbeeld verbeteringen doorte voeren? Gezien dat uit de enquête onder het Medicijnpanel en anderebevindingen valt op te maken dat de toegankelijkheid en gebruiksvriende-lijkheid van het TRZ nog steeds te wensen overlaten en er gesteld wordtdat dit de effectiviteit van het register belemmert.Een belangrijk verbeterpunt dat begin dit jaar op basis van het gebruikers-onderzoek door het TRZ is doorgevoerd, betreft de mogelijkheid omzorgprofessionals en zorgorganisaties te zoeken op naam. Eerder konalleen worden gezocht op respectievelijk het Beroepen Individuelegezondheidszorg (BIG)-nummer van de zorgprofessional en het Kamervan Koophandel (KvK)-nummer van de zorgorganisatie. Deze nummerskonden worden gevonden via de zoekmachines van ofwel hetBIG-register, ofwel de KvK. Ook is de informatievoorziening op de websitevan het TRZ verbeterd met gebruikmaking van animaties. Uit een volgendevaluatieonderzoek onder gebruikers dat begin 2025 zal verschijnen zalblijken of verdere verbeteringen nodig zijn.Uit een evaluatie blijkt dat het TRZ nog steeds beperkt bekend is bij de tebereiken groep. Het is een gegeven dat bekendheid van belang is om hetregister effectief te laten werken. De leden van de NSC-fractie vragen deMinister welke maatregelen worden genomen om de bekendheid van hetTRZ bij de doelgroep te vergroten?9Code Geneesmiddelenreclame (CGR), artikel 7.1.5Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH), artikel 25Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 6416 De zelfregulerende organisaties CGR, GMH en TRZ hebben een communi-catieplan opgesteld om de bekendheid van het TRZ bij met name dezorgprofessionals te vergroten. Er is een nieuwe website ingerichtwww.hoeblijfikonafhankelijk.nl, gecombineerd met een informatiecam-pagne vanuit de beroepsorganisaties van de betrokken zorgprofessionals.Daarnaast vindt voorlichting plaats door middel van trainingen enwebinars onder de doelgroep.De leden van de NSC-fractie lezen dat er nog steeds gemeld wordt op eenKamer van Koophandel (KvK)-nummer terwijl dit op een Beroepen in deIndividuele Gezondheidszorg (BIG)-nummer zou moeten en dit mogelijkleidt tot onvolledige gegevens. Welke stappen worden ondernomen omdit probleem aan te pakken?Als onderdeel van het verbeterplan voert het TRZ onderzoek uit naar deachtergronden van het melden op KvK-nummer waarbij bekend is welkezorgprofessional de daadwerkelijke diensten heeft uitgevoerd. Deresultaten van dit onderzoek worden in de loop van dit jaar verwacht.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister wat de voor- en nadelenzijn van een overgang van zelfregulering naar wettelijke verplichting voorhet TRZ. Hoe worden de administratieve lasten voor zorgprofessionalsverminderd?Voorop staat dat ik transparantie wil bevorderen en ongewenstebeïnvloeding van medisch professionals wil voorkomen. Om dit doel tebereiken, is overheidsregulering noodzakelijk.De IGJ kan namelijk niet handhaven op basis van afspraken die binnen desector zijn gemaakt, maar kan wel toezicht houden en indien nodighandhaven op normen in wet- en regelgeving. Daarnaast kan in regel-geving de reikwijdte uitgebreid worden, bijvoorbeeld op welke financiëlerelaties en welke zorgprofessionals de regels zien en of (eventueelafhankelijk van de organisatiegrootte van een zorgaanbieder) besturenvan een zorgaanbieder – in de praktijk het bestuur of een gedelegeerdederde – goedkeuring moet geven aan overeenkomsten waarin financiëlerelaties worden aangegaan. Het instellen van een wettelijk register zoals ikvoor ogen heb, gaat niet gepaard met een (forse) toenemende administra-tieve lasten voor zorgprofessionals. Ik ben namelijk voornemens om hetdrempelbedrag van 500 euro per jaar en de huidige werkwijze waarin hetbedrijf registreert en de zorgprofessional controleert te continueren.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister wat de belangrijkste«lessons learned» zijn met betrekking tot de transparantieregisters inBelgië, Denemarken, Frankrijk en Portugal die kunnen worden toegepastop het Nederlandse TRZ.Uit het vergelijkende onderzoek, uitgevoerd door het Instituut voorVerantwoord Medicijngebruik (IVM) haal ik de volgende relevante«lessons learned» voor het in Nederland in te voeren wettelijk transparan-tieregister.In België is na een periode van zelfregulering overgegaan op eenwettelijke verplichting. De redenen om over te gaan tot een wettelijkeplicht waren tweeledig:1.Het toepasselijk maken van de transparantieplicht voor alle farmaceuti-sche en medische hulpmiddelondernemingen en niet alleen voor deleden van de koepelorganisaties, verenigd in Mdeon.2.Het mogelijk maken dat toestemming van de zorgprofessionals nietlanger nodig was om de persoonsgegevens van zorgprofessionals tepubliceren in het transparantieregister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 6417 De overgang van zelfregulering naar een wettelijk kader kan een positieveuitwerking hebben. Het creëert namelijk een gelijk speelveld omdat hetdan niet meer vrijwillig is.Van Denemarken heb ik begrepen dat het verstandig is om alle relevantepartijen, en ook zeker de zorgprofessional bij het proces te betrekken. Detweede les die ik meeneem uit Denemarken is dat het verstandig isverplichtingen zo duidelijk mogelijk te maken zodat daarover geenmisverstanden kunnen bestaan bij betrokken partijen.De lessons learned van Portugal zijn de overwegingen om een drempel-bedrag te hanteren. Het drempelbedrag is daar overigens op 60 eurogesteld.In het Verenigd Koninkrijk wordt een verkenning uitgevoerd naar eenwettelijk verplichte transparantie, een van de aanleidingen warenbevindingen uit het rapport «First do no harm» van de IndependentMedicines and Medical Devices Safety (IMMDS) Review.10 Het rapportsignaleerde zorgen rond mogelijke «conflicts of interests» in drie casussenrond productveiligheid van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen.Hieruit volgde een aanbeveling om financiële relaties tussen het zorgvelden de industrie meer transparant te maken.11De leden van de NSC-fractie lezen dat er verschillende drempelbedragenvoor meldingen tussen Nederland en andere landen gelden. Erkent deMinister dat een lagere drempel de transparantie in Nederland zouverbeteren?Meer registeren leidt in principe tot meer data, maar niet automatisch totmeer transparantie. Ongewenste beïnvloeding van zorgprofessionalsvindt waarschijnlijk niet plaats door middel van kleine bedragen ofgeschenken maar door grotere bedragen of door zaken gericht op status,publicaties en onderzoeksprojecten. Het registreren van kleine bedragenof geschenken acht ik daarom niet doelmatig. Daarnaast zal toezichthouden op al deze kleinere registraties extra capaciteit vereisen van deIGJ. Ik handhaaf daarom het drempelbedrag van 500 euro cumulatief perjaar.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister hoeveel boetes enwaarschuwingen de IGJ in de afgelopen jaren opgelegd voor het niet naleven van de meldingsplicht. Ook willen zij van de Minister weten demeest voorkomende overtredingen zijn.De IGJ kan op de huidige zelfregulering niet toezien (en handhaven). DeIGJ heeft geen boetes of waarschuwingen opgelegd voor het niet nalevenvan de meldingsplicht omdat er geen sprake is van een wettelijkemeldingsplicht voor het TRZ. Wel heeft de IGJ boetes en waarschuwingenopgelegd voor overtreding van de gunstbetoonregels zoals het ontbrekenvan dienstverleningsovereenkomsten of het hanteren van een te hooguurtarief/te hoge onkostenvergoeding. Hierbij treedt de IGJ zowelhandhavend op richting de industrie als richting de betreffende zorgver-leners.10The Independent Medicines and Medical Devices Safety Review. First Do No Harm – Thereport of the IMMDS Review.11Rapport «Aanvullende informatie buitenlandse transparantieregisters zorg», pagina 6, 7, 8, 11,12 en 13 (IVM, 2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 6418 De leden van de NSC-fractie vragen de Minister welke nieuwe maatre-gelen zij overweegt om de effectiviteit van het toezicht en de handhavingdoor de IGJ te verbeteren. Wat zijn de verwachte voordelen van bijvoor-beeld het instellen van een wettelijk transparantieregister in vergelijkingmet het huidige systeem van zelfregulering?Met mijn voornemen om een wettelijk transparantieregister in te stellenwordt de IGJ in staat gesteld handhavend op te treden, IGJ kan namelijkgeen toezicht houden op zelfregulering. Daarnaast kunnen de regels diegelden voor de sector van medische hulpmiddelen en de geneesmiddelenzoveel mogelijk (voor zover wenselijk) met elkaar in lijn worden gebracht.Ook werk ik aan een verbeterd wettelijk kader voor sponsoring. Hetvoorgaande zal (tevens) het houden van toezicht door de IGJ vergemakke-lijken.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de brief over voortgang traject transparantie en voorkomen vanongewenste beïnvloeding van medische professionals door bedrijven enwillen de Minister nog enkele vragen voorleggen.De leden van de D66-fractie zijn enthousiast over de huidige maatregelen,waaronder het wettelijke transparantieregister, om zo de ongewenstebeïnvloeding van medische professionals te voorkomen.De leden van de D66-fractie zijn hierin benieuwd of de opgelegdemaatregelen en boetes bij schending van de wettelijke kaders voldoendewerken. Kan de Minister de Kamer informeren of deze maatregelen hetgewenste effect hebben?Uit de bevindingen en aanbevelingen van de recente publicaties van deIGJ blijkt dat de huidige wettelijke regels niet voldoende effect sorteren.12Dit is voor mij reden om de wettelijke kaders aan te passen, zoals in hethier betreffende wetgevingstraject.Voorts is de vraag op welke wijze de Minister voornemens is ervoor tezorgen dat medische professionals en leveranciers na opgelegdemaatregelen hun financiële relaties binnen de wettelijke kaders vallen.Op dit moment worden (mede in lijn met de bevindingen van de IGJ)nieuwe kaders van wet- en regelgeving verkend en onderzocht. Hierondervalt ook het toezicht- en handhavingsinstrumentarium van de IGJ.De leden van de D66-fractie vinden het belangrijk dat deze maatregelenniet de administratie druk versterkt bij medische professionals. Het isdaarom goed dat bij het opstellen van sterkere overheidsregulering hierook aandacht voor is.Kan de Minister monitoren of dit de administratiedruk niet te sterk zalbevorderen en de Kamer hierover informeren?Voorop staat dat ik transparantie wil bevorderen en ongewenstebeïnvloeding van medisch professionals wil voorkomen. Ik wilbenadrukken dat het veranderen van de grondslag van het register (vanzelfregulering naar een wettelijke grondslag) niet per se leidt tot een12Rapport Ziekenhuizen houden zich onvoldoende aan regels om financiële beïnvloeding doorleveranciers van medische hulpmiddelen te voorkomen (IGJ, 2024), Publicatie Gunstbetoon inde sector medische hulpmiddelen (IGJ, 2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 6419 verhoging van de administratieve lasten. Voor zorgprofessionals wil ik de(toename van) administratieve lasten zo laag mogelijk houden. Daaromben ik voornemens om de huidige werkwijze, waarbij het bedrijf regis-treert en de zorgprofessional controleert, in stand te houden en hetdrempelbedrag van 500 euro per jaar te handhaven.Tot slot vragen de leden van de D66-fractie of de Minister kan toelichtenhoe bij de uitwerking de reikwijdte van de maatregelen ook vantoepassing kan zijn op meerdere beroepen in de zorgsector?Het uitgangspunt is dat alle zorgverleners en medische bedrijventransparant zijn over al hun financiële relaties, tenzij er een goede reden iseen uitzondering te maken. Een dergelijke norm zorgt voor eenduidigheid:transparantie is een standaard onderdeel bij het aangaan van eenfinanciële relatie. En de regels gelden – waar mogelijk en wenselijk – vooralle zorgprofessionals. Ook de vier andere landen met een wettelijkregister uit de internationale vergelijking hanteren een brede definitie vanzorgverleners. Dit najaar ga ik over de afbakening in gesprek metbetrokken partijen uit het veld.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de voortgangtraject transparantie en voorkomen van ongewenste beïnvloeding vanmedisch professionals door bedrijven en hebben de volgende vragen aande Minister.De leden van de BBB-fractie lezen dat de Minister een vergelijking heeftlaten maken van TRZ met registers van andere landen. Kan de Minister inmeer detail aangeven wat er uit de verkenning naar meer overheidsregu-lering rond beïnvloeding van medische professionals is gekomen? Wat iser vanuit andere landen geleerd, dat ook hier vervolgstappen nodig zijn?Uit het vergelijkende onderzoek, uitgevoerd door het IVM, haal ik devolgende relevante «lessons learned» voor het in Nederland in te voerenwettelijk transparantieregister.In België is na een periode van zelfregulering overgegaan op eenwettelijke verplichting. De redenen om over te gaan tot een wettelijkeplicht waren tweeledig:1.Het toepasselijk maken van de transparantieplicht voor alle farmaceuti-sche en medische hulpmiddelondernemingen en niet alleen voor deleden van de koepelorganisaties, verenigd in Mdeon.2.Het mogelijk maken dat toestemming van de zorgprofessionals nietlanger nodig was om de persoonsgegevens van zorgprofessionals tepubliceren in het transparantieregister.De overgang van zelfregulering naar een wettelijk kader kan een positieveuitwerking hebben. Het creëert namelijk een gelijk speelveld omdat hetdan niet meer vrijwillig is.Van Denemarken heb ik begrepen dat het verstandig is om alle relevantepartijen, en ook zeker de zorgprofessional bij het proces te betrekken. Detweede les die ik meeneem uit Denemarken is dat het verstandig isverplichtingen zo duidelijk mogelijk te maken zodat daarover geenmisverstanden kunnen bestaan bij betrokken partijen.De lessons learned van Portugal zijn de overwegingen om een drempel-bedrag te hanteren. Het drempelbedrag is daar overigens op 60 eurogesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 6420 In het Verenigd Koninkrijk wordt een verkenning uitgevoerd naar eenwettelijk verplichte transparantie, een van de aanleidingen warenbevindingen uit het rapport «First do no harm» van de IndependentMedicines and Medical Devices Safety (IMMDS) Review.13 Het rapportsignaleerde zorgen rond mogelijke «conflicts of interests» in drie casussenrond productveiligheid van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen.Hieruit volgde een aanbeveling om financiële relaties tussen het zorgvelden de industrie meer transparant te maken.14De leden van de BBB-fractie lezen ook dat veldpartijen waarschuwen voormeer administratieve lasten. Tegelijkertijd geeft de Minister aan dat deadministratieve lasten voor bedrijven met een wettelijk transparantiere-gister zullen stijgen. De Minister vindt dit gerechtvaardigd en merkt hierbijop dat in sommige andere landen de registratiedrempel lager is dan inNederland. Kan de Minister aangeven waarom ze dit gerechtvaardigdvindt aangezien zij toch weer de sector belast met meer administratievelasten?De reden dat ik dit gerechtvaardigd vind is als volgt. Als we met elkaarbesluiten dat het voorkomen van ongewenste beïnvloeding van medischeprofessionals vraagt om nieuwe wetgeving om de transparantie beter tewaarborgen en zo de patiënt beter te beschermen tegen de invloed vancommerciële belangen, dan is het logischerwijs zo dat dit gepaard kangaan met enige vorm van administratieve druk. Ik vind dit echtergerechtvaardigd, omdat deze transparantie uiteindelijk in het belang isvan de patiënt die passende zorg moet krijgen. Zoals u heeft kunnenlezen, doe ik mijn uiterste best om te zorgen dat deze druk zo kleinmogelijk is.En wanneer wordt iets als gunstbetoon gezien, is dat al als je vanaf eenvroege fase samen met een ziekenhuis een product (door)ontwikkelt? Enwat moet je dan melden, en wanneer?In artikel 94 Geneesmiddelenwet en artikel 6 Wet Medische Hulpmiddelenis vastgelegd dat gunstbetoon is verboden tenzij aan de daarin bepaaldevoorwaarden is voldaan. De verplichting om te melden en wat er gemeldmoet worden is op dit moment in gedragscodes opgenomen(Gedragscode geneesmiddelenreclame en Gedragscode medischeHulpmiddelen). Of in het genoemde voorbeeld sprake is van gunstbetoon,of dat een uitzondering van toepassing is, hangt af van de omstandig-heden in het specifieke geval.Daarnaast vragen de leden van de BBB-fractie de Minister in hoeverre denieuwe situatie waarin een zorgaanbieder – in de praktijk het bestuur ofeen gedelegeerde derde – goedkeuring moet geven aan alle overeen-komsten waarin financiële relaties worden aangegaan druk legt op dehuidige werkdruk die zorgaanbieders op dit moment al hebben.Met het voornemen om bestuurders een grotere rol te geven bij hetaangaan van financiële relaties tussen zorgprofessionals en medischebedrijven, sluit ik aan bij een ontwikkeling die in de praktijk al in gang isgezet. In de «Governance financiële relaties zorgprofessionals enindustrie»15 staat namelijk de aanbeveling om de raad van bestuur medete laten ondertekenen bij zowel sponsoring als dienstverleningscon-13The Independent Medicines and Medical Devices Safety Review. First Do No Harm – Thereport of the IMMDSReview.14Rapport «Aanvullende informatie buitenlandse transparantieregisters zorg», pagina 6, 7, 8, 11,12 en 13 (IVM, 2024).15Zie deze link: handreiking «Governance financiële relaties zorgprofessionals en industrie»Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 6421 tracten. Deze aanbeveling is per 1 januari 2024 opgenomen in de CGR enGMH gedragscodes. Een aantal UMC’s en algemene ziekenhuizen kiest ervoor verder te gaan en dit soort betalingen altijd via de instelling te latenverlopen in plaats van via individuele zorgverleners of msb’s.Bij het invoeren van deze maatregel wil ik overigens voorkomen dat kleinezorgorganisaties te maken krijgen met nieuwe regels die zorgen voor tehoge administratieve lasten. Daarom denk ik aan de mogelijkheid eengrens te hanteren voor organisatiegrootte waaronder de regels niet vantoepassing zijn. Deze voorwaarde werk ik de komende periode uit.Tot slot, de Minister geeft aan dat voorbeelden uit het buitenland latenzien dat grote bedrijven zich prima redden met alle wettelijke verplich-tingen, maar geldt dat ook voor de startups, scaleups en het MKB in dielanden? Moeten zij voldoen aan dezelfde verplichtingen en waarom wel ofwaarom niet?Ik heb van het IVM begrepen dat in de onderzochte landen (België,Denemarken, Frankrijk, Portugal en de VS) de regelgeving de financiëlerelaties tussen farmaceutische en medische hulpmiddelenbedrijven endoelgroepen definieert die moeten worden gemeld in de in die landenvigerende transparantieregisters. Daarbij wordt gekeken naar de aard vande financiële relaties en niet naar het type bedrijf. MKB, startups enscaleups worden niet uitgezonderd. De verplichtingen in het kader van detransparantieregelgeving zijn in de betreffende landen voor alle bedrijvenhetzelfde.Vragen en opmerkingen van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief over devoortgang van de aanpak van beïnvloeding van medisch professionalsdoor bedrijven en hebben hierover nog enkele vragen.Lijn 1: Het versterken van overheidsreguleringMaatregel a: Het instellen van een wettelijk transparantieregisterDe leden van de CDA-fractie delen het uitgangspunt dat een wettelijktransparantieregister niet mag leiden tot onnodige administratieve lasten.Kan de Minister nader inzicht geven in hoe die lasten precies zullen stijgenvoor bedrijven en voor zorgprofessionals.Dit kan ik op dit moment nog niet precies zeggen, omdat ik op dit momentde regelgeving vorm aan het geven ben. Ik wil benadrukken dat hetveranderen van de grondslag van het register (van zelfregulering naar eenwettelijke grondslag) niet per se leidt tot een verhoging van de adminis-tratieve lasten. De (toename van) administratieve lasten wil ik in deeerste plaats voor zorgprofessionals zo laag mogelijk houden. Daaromben ik voornemens de huidige werkwijze, waarbij het bedrijf registreert ende zorgprofessional controleert, in stand te houden en het drempelbedragvan 500 euro per jaar te handhaven. Mijn verwachting is daarom dat hetinstellen van een wettelijk register niet gepaard gaat met een (forse)toenemende administratieve last voor zorgprofessionals. Wel kunnen delasten voor bedrijven stijgen, dit vind ik gerechtvaardigd. Daarbij merk ikop dat in sommige andere landen de registratiedrempel lager is dan inNederland. Grotere internationaal opererende bedrijven hebben hier dusal processen voor ingericht. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR)adviseert over alle voorgenomen wet- en regelgeving die gevolgen heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 6422 voor de regeldruk. Daarnaast laat ik ook een Bedrijfseffectentoets(inclusief MKB-toets) uitvoeren.De leden van de CDA-fractie vragen ook in hoeverre privacywetgeving,zoals maar niet alleen de recent aangenomen wijziging van de Wet Herge-bruik Overheidsinformatie, het bevorderen van transparantie via eenwettelijk transparantieregister eventueel bemoeilijkt.In het huidige Transparantieregister zijn persoonsgegevens opgenomen.Dat zal in het voorgenomen wettelijke transparantieregister niet andersworden. Voorop staat dat bij de gegevensverwerking moet wordenvoldaan aan de privacywetgeving. Zo mogen de gegevens niet langerworden bewaard dan noodzakelijk is en mag alleen die informatie wordenverstrekt die noodzakelijk is voor het doel van de betreffende bepaling.Hoe de invulling van het wettelijke Transparantieregister er precies uitgaat zien, kan ik op dit moment nog niet zeggen, maar vanzelfsprekend zalbij de uitwerking van de voorstellen met relevante privacy-verplichtingenrekening worden gehouden. Uitgangspunt is dat het wettelijk Transparan-tieregister openbaar en kosteloos te raadplegen wordt voor het in de wette omschrijven doel.Maatregel b: Een grotere rol voor besturen van zorgaanbiedersDe leden van de CDA-fractie delen de zorg dat de maatregel met namevoor kleine zorgaanbieders kan leiden tot hoge administratieve lasten. Deleden van de CDA-fractie lezen dat de Minister hier oog voor heeft en ditverder wil uitwerken.Waarom lijkt de Minister te kiezen voor een grens voor organisatie-grootte? Zijn ook andere opties overwogen? De leden van de CDA-fractievragen wanneer de Minister deze uitwerking naar de Kamer stuurt, en ofde Minister wil toezeggen dat deze uitwerking eerst zorgvuldig gebeurtvoordat de maatregel wordt ingevoerd.Ongewenste beïnvloeding kan ook in kleinere organisaties een rol spelen,ook voor hen geldt daarom het transparantievereiste. Het gaat om hetvinden van een balans tussen lastendruk en bescherming van privacyenerzijds en het bevorderen van transparantie en het voorkomen vanongewenste beïnvloeding anderzijds. Het eventueel invoeren van eendrempel ten aanzien van organisatiegrootte, is één van de factoren om deadministratieve lasten te beperken. Daarom kijk ik breder dan deorganisatiegrootte. Zo ben ik voornemens de huidige werkwijze, waarbijhet bedrijf registreert en de zorgprofessional controleert, in stand tehouden en het drempelbedrag van 500 euro per jaar te handhaven. Of enzo ja in welke vorm een drempelwaarde qua organisatiegrootte komt tegelden onderzoek ik, zoals ik eerder heb aangekondigd, nader. Met deuitwerking hiervan ga ik aan de slag. Zodra ik de voorstellen hebuitgewerkt wordt u hierover nader geïnformeerd. Vanzelfsprekend zeg ik ugraag toe wet- en regelgeving eerst zorgvuldig uit te werken, voor dezewordt ingevoerd.Maatregel c: Een beter wettelijk kader voor sponsoringDe leden van de CDA-fractie lezen dat de IGJ constateert dat sponsoringdoor medische bedrijven (vaak vooronderzoek en onderwijs in zieken-huizen) veel voorkomt en dat het daarbij vaak gaat om hoge bedragenwaarvan de besteding niet duidelijk of niet transparant is. De leden van deCDA-fractie begrijpen hieruit dat maatregelen op dit punt een belangrijkonderdeel zijn van het voorkomen van ongewenste beïnvloeding, maardat de Minister nog geen concrete maatregelen heeft uitgewerkt. HoeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 6423 zorgt een uitzondering van sponsoring (onder voorwaarden) op hetverbod op gunstbetoon ervoor dat de IGJ hier beter op kan handhaven.Wanneer komt de Minister met een uitwerking?De IGJ geeft aan dat de huidige wettelijke kaders voor sponsoring nietduidelijk genoeg zijn om op te kunnen handhaven.16 Dat is voor mij redenom een verbeterd wettelijk kader op te stellen, waarmee het voor allepartijen duidelijk is wat wel en niet mag en onder welke voorwaarden.Met de uitwerking hiervan ga ik aan de slag. Zodra ik de voorstellen hebuitgewerkt, wordt u hierover nader geïnformeerd.Lijn 3: Intensiveren van het toezichtDe leden van de CDA-fractie delen de noodzaak van het intensiveren vanhet toezicht door de IGJ en zijn benieuwd naar de definitieve uitkomsten.Kan de Minister aangeven welke aanbevelingen of suggesties de IGJ zelfdoet of heeft gedaan om effectiever toezicht te kunnen houden?De IGJ heeft in haar recente publicaties verschillende conclusiesgetrokken en aanbevelingen gedaan.17 Zo constateert ze dat het wettelijkkader omtrent sponsoring verbetering behoeft. Een andere belangrijkebevinding is dat het aantal verschillende typen diensten en activiteiten dieworden gefinancierd door de medische industrie zeer groot is. De huidigeregelgeving sluit hier niet altijd goed op aan en dat maakt toetsing opongewenste beïnvloeding lastig. Op dit moment worden – mede in lijnmet de bevindingen van de IGJ – nieuwe kaders van wet- en regelgevingverkend en onderzocht. Hieronder valt ook het toezicht- en handhavingsin-strumentarium van de IGJ.16Kamerstukken II, 2023/24, 32 012 en 31 765, nr. 63, pagina 12.17Rapport Ziekenhuizen houden zich onvoldoende aan regels om financiële beïnvloeding doorleveranciers van medische hulpmiddelen te voorkomen (IGJ, 2024), Publicatie Gunstbetoon inde sector medische hulpmiddelen (IGJ, 2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 012, nr. 6424
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.