KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 30 sep 2026 · Tweede Kamer

Voortgangsbrief Herstel Groningen

Brontekst

De opgave voor de schadeafhandeling en versterkingsoperatie in Groningen en Noord-Drenthe blijft groot. De recente aardbeving bij Zandeweer onderstreept opnieuw de impact die de gevolgen van de gaswinning nog altijd heeft op Groningen en Noord-Drenthe. Dit benadrukt het belang om onverminderd aandacht te houden voor de gedupeerden en de voortgang van de schadeafhandeling en versterkingsoperatie. Met het oog op het commissiedebat Herstel Groningen van 7 oktober aanstaande, informeer ik uw Kamer graag over een aantal actuele onderwerpen op het gebied van schadeafhandeling en versterken en over de opvolging van diverse moties en toezeggingen. Ik heb uw Kamer voor de zomer geïnformeerd over het ACVG-rapport over de beoordelingen in de versterking en mijn appreciatie op dit rapport.[voetnoot 2] In juni jl. is uw Kamer ook geïnformeerd over de diepteanalyse 2026 NCG,[voetnoot 3] en in augustus over de inzet van zelfstandigen bij de NCG.[voetnoot 4] Implementatie schademaatregelen Nij begun In Nij begun heeft het Rijk maatregelen aangekondigd om de schadeafhandeling milder, menselijker en makkelijker te maken. Het IMG heeft, naast het afhandelen van de reguliere instroom van enkele honderdduizenden schademeldingen, de afgelopen jaren hard gewerkt aan de implementatie van al deze maatregelen en andere verbeteringen in de schadeafhandeling. Ik noem in de eerste plaats dat bewoners met de invoering van Daadwerkelijk herstel[voetnoot 5] schades tot €60.000 kunnen laten herstellen door een eigen aannemer of een aannemer van het IMG zonder onderzoek naar de schadeoorzaak. Ook is de vaste eenmalige vergoeding verhoogd naar €10.000 en is er een vaste herhaalvergoeding van €5.000 beschikbaar gekomen voor bewoners. Voor bewoners is het nu mogelijk om te kiezen voor verschillende opties met een vereenvoudigd afhandelingsproces waar bewoners niet langer in discussies hoeven te belanden over de oorzaak van individuele schades.[voetnoot 6] Ook kunnen melders die in het verleden van NAM, CVW, TCMG of IMG een lagere vergoeding hebben ontvangen deze laten aanvullen tot €10.000 per adres. Daarnaast blijft het mogelijk om te kiezen voor een financiële vergoeding via het maatwerktraject. Hiermee is invulling gegeven aan de nieuwe schadeafhandeling zoals vormgegeven naar aanleiding van Nij begun.[voetnoot 7] Met deze verruimingen binnen de schadeafhandeling heeft, zoals eerder door uw Kamer toe opgeroepen per motie[voetnoot 8], de trillingstool een minder prominente plek in de schadeafhandeling gekregen. Alleen bij het maatwerktraject wordt de trillingstool als aanvullende toets ingezet om te beoordelen of schade waarvoor een andere oorzaak is aangetoond niet tóch door aardbevingen kan zijn ontstaan of verergerd. De uitkomst van deze aanvullende toets zal uitsluitend leiden tot een neutrale of positieve uitkomst voor de bewoner. Als de trillingstool niet op deze manier wordt gebruikt, zal dit met name in het gebied waar nog steeds bevingen plaatsvinden leiden tot minder toekenningen. Bij de overige vormen van schadeafhandeling vindt geen onderzoek plaats naar de schadeoorzaak waardoor de trillingstool ook geen rol speelt bij de beoordeling van schade. Naast bovenstaande voorbeelden van aanpassingen in de afhandeling van fysieke schades, zijn meer verbeteringen doorgevoerd. Zo zijn met betrekking tot de immateriële schadevergoeding verschillen binnen huishoudens weggenomen. Hierbij is de hoogste vergoeding binnen een huishouden leidend. Ook zijn verschillen in vergoedingen tussen woningeigenaren en huurders bij de immateriële schadevergoeding gelijkgetrokken. Huurders worden op eenzelfde manier behandeld.[voetnoot 9] Veranderingen in het aanvragersportaal De afgelopen jaren heeft het IMG de nieuwe schademaatregelen geïmplementeerd en beschikbaar gesteld voor bewoners. Op de achtergrond heeft het IMG daarnaast hard gewerkt om deze nieuwe werkwijze te verwerken in zijn ICT-toepassingen. Vanaf 30 november treedt het nieuwe aanvragersportaal in werking waarin deze aanpassingen zijn doorgevoerd. In het vernieuwde intakeproces wordt bij iedere schademelding – ook bij herhaalmeldingen - een volledige nulmeting gedaan en een rapport met een volledig overzicht van de aanwezige schades opgesteld. Eerder werd bij een herhaalmelding in principe alleen de gemelde schade opgenomen. De nieuwe werkwijze, met een nieuwe volledige nulmeting, heeft als voordeel dat bewoners in één keer duidelijkheid krijgen over de op hun adres aanwezige schades en niet met steeds weer nieuwe schadeopnames worden geconfronteerd. De bewoner kan aan de hand van dit volledige overzicht van schades, waarbij wordt aangegeven welke schades in aanmerking komen voor herstel, een geïnformeerde keuze maken tussen verschillende schaderegelingen. Met het vernieuwde intakeproces wordt, in lijn met de uitwerking van de schademaatregelen van Nij begun, ook het stoppen van het doen van onderzoek naar de oorzaak van schades, de causaliteit, bij Daadwerkelijk herstel geïmplementeerd. Bij een keuze voor Daadwerkelijk herstel wordt een compleet herstelrapport opgesteld waarin per schade de voorgestelde herstelmaatregelen en herstelkosten zijn opgenomen. Dit complete herstelrapport is de basis voor de afspraken die de bewoner daarna met de aannemer maakt over de herstelwerkzaamheden. Wanneer zich in de eerste vijf jaar nog nieuwe schades voordoen, bijvoorbeeld na een nieuwe beving, kan de bewoner deze door de aannemer laten meenemen in het herstel zonder dat een aparte aanvraag hoeft te worden ingediend. Het onlangs door beide Kamers aangenomen wetsvoorstel biedt de duurzame wettelijke grondslag voor het IMG om alle veronderstelde schade tot €60.000 door een aannemer te laten herstellen, zonder onderzoek te doen naar de oorzaak. Alleen als een aanvrager kiest voor het maatwerktraject, bijvoorbeeld omdat hij vermoedt dat zijn mijnbouwgerelateerde schade meer bedraagt dan € 60.000 of omdat de aanvrager een geldbedrag wenst in plaats van herstel, onderzoekt het IMG de oorzaak van de schade. Daarbij volgt een vergoeding conform het aansprakelijkheidsrecht en vanzelfsprekend met toepassing van het bewijsvermoeden. Hiervoor worden de schades door een deskundige beoordeeld en wordt aangegeven welke schades mijnbouwgerelateerd zijn. Om een bewoner zo goed mogelijk te ondersteunen bij het maken van een geïnformeerde keuze is het intakeproces aangepast. Onder meer wordt de bewoner bij de start van de aanvraag een oriëntatiegesprek aangeboden waarin de verschillende schaderegelingen worden toegelicht. Na de ontvangst van het schaderapport neemt een zaakbegeleider altijd contact op om desgewenst te ondersteunen bij de keuze met relevante informatie (o.a. welke schades het betreft en de voorwaarden per regeling). Overigens kan de aanvrager tijdens het intakeproces zelf aangeven hoe en in welke mate hij ondersteund wil worden bij zijn aanvraag en keuze voor een schaderegeling. Met de start van het aangepaste intakeproces, zoals hierboven beschreven, zullen ook de laatste twee schademaatregelen uit Nij begun, namelijk de extra overlastvergoeding bij herhaalschade, en de verhoogde vergoeding bij overschrijding van beslistermijnen door het IMG worden geïmplementeerd.[voetnoot 10] In eerste instantie zal deze aanpassing alleen voor nieuwe maatwerkaanvragen plaatsvinden, om naar verwachting in 2027 ook bij Daadwerkelijk herstel deze vergoedingen te implementeren. Bij de forfaitaire schadevergoedingen is bij het vaststellen van de bedragen reeds rekening gehouden met een vergoeding van overlast. De vergoeding van overlast is onderdeel van deze forfaitaire vergoeding. Schades in één keer afhandelen, met voorwaardelijke finaliteit Zoals toegezegd tijdens de behandeling van het wetsvoorstel over de wijziging van de Tijdelijke wet Groningen op 8 april jl. kom ik ook nog terug op de toepassing van voorwaardelijke finaliteit in de schadeafhandeling door het IMG. Hierbij ga ik tevens in op de invulling van de motie Köse (D66).[voetnoot 11] Voorwaardelijke finaliteit houdt in dat, nadat alle aanwezige schade in een pand is opgenomen en afgehandeld, er alleen nieuwe mijnbouwschade kan ontstaan bij een nieuwe schadeveroorzakende gebeurtenis. Wanneer er bij een nieuwe schademelding in de tussentijd geen aardbeving heeft plaatsgevonden en ook geen risico bestaat op schade door de indirecte effecten van diepe bodemdaling, zal het IMG de melding dan ook zonder opname afwijzen. Dit omdat dan op voorhand al duidelijk is dat er geen sprake kan zijn van nieuwe mijnbouwschade. Zo worden onnodige, tijdrovende procedures en teleurstelling voor bewoners voorkomen. Dit is een gebruikelijke werkwijze binnen het aansprakelijkheidsrecht. Wanneer zich een nieuwe schadeveroorzakende gebeurtenis zoals een aardbeving voordoet, wordt de voorwaardelijke finaliteit doorbroken en komen nieuwe en/of verergerde schades gewoon in aanmerking voor vergoeding. Daarmee ontstaat voor aanvragers duidelijkheid over waar ze aan toe zijn en zorgt voorwaardelijke finaliteit er voor dat de focus van de schadeafhandeling steeds meer komt te liggen bij die gebieden waar nog steeds bevingen plaatsvinden. Het IMG werkt sinds 2021 met voorwaardelijke finaliteit bij de vaste vergoedingen en sinds 2024 bij Daadwerkelijk herstel. Met de start van het nieuwe aanvragersportaal en vaste nulmeting in december zal voorwaardelijke finaliteit ook bij maatwerk worden doorgevoerd en daarmee op alle vormen van fysieke schadeafhandeling van toepassing zijn. Tijdens de wetsbehandeling noemde ik al het voorbeeld van de beving bij Zeerijp op 14 november jl. om het voorwaardelijke karakter van finaliteit te illustreren. Bij deze beving lagen ca. 258.000 adressen in het gebied met een minimale trilling van 2mm/s (de finaliteitsgrens na maatwerk), waarvan ongeveer 52.000 adressen een minimale trilling van 5mm/s hadden meegemaakt (de finaliteitsgrens na schaderegelingen waarbij geen onderzoek naar een relatie met de gaswinning wordt gedaan). Het gaat dus om zeer grote gebieden waar de voorwaardelijke finaliteit is of zou zijn doorbroken. In totaal waren er in 2025 negen verschillende bevingen in Groningen die tot trillingen van minimaal 5mm/s hebben geleid. De decentrale overheden hebben onder meer in hun reactie op de Staat van Groningen en Noord-Drenthe aangegeven nog vragen en zorgen te hebben over het gebruik van voorwaardelijke finaliteit. De afgelopen maanden heeft het ministerie daarom samen met het IMG gesprekken gevoerd met de provincie Groningen en het Ondersteunend Bureau Gaswinning over dit onderwerp. Hierbij is onder meer gesproken over de mogelijkheid dat mijnbouwschades tijdens de initiële opname door het IMG over het hoofd worden gezien, en daardoor later niet meer in aanmerking zouden komen voor vergoeding. Hier is eerder ook door uw Kamer aandacht voor gevraagd. In dit kader hanteert IMG een volledigheidstoets, zodat melders eventuele ontbrekende schades kunnen doorgeven vóór de vaststelling van hun schaderapport. Ook dan blijft er een kans dat schades pas later aan het licht komen, bijvoorbeeld bij verbouwingswerkzaamheden. Het IMG heeft aangegeven dat dit in de praktijk doorgaans relatief kleine herstelbedragen betreft, waarvoor de post voor onvoorziene kosten die het IMG al toekent boven op het schadebedrag (8-12% van de herstelkosten) toereikend is. Bij eventuele uitzonderlijke gevallen waarbij de combinatie van voorwaardelijke finaliteit en reeds bestaande, maar niet opgenomen mijnbouwschade tot onbillijke uitkomsten zou leiden, heeft het IMG de ruimte om deze schade alsnog af te handelen. Hierbij stelt het IMG zich constructief op. Ik zal samen met IMG monitoren of dit in de praktijk tot problemen leidt en hier ook signalen vanuit de regio bij betrekken, daarmee geef ik tevens invulling aan de motie Köse (D66).[voetnoot 12] De regionale overheden hebben aangegeven zorgen te blijven houden over het gebruik van voorwaardelijke finaliteit. Dit laat onverlet dat ik van mening ben dat dit een belangrijke en passende rol speelt in de schadeafhandeling. Proactief benaderen van niet-aanvragers Met het onlangs aangenomen wetsvoorstel heeft het IMG de mogelijkheid gekregen om bewoners van wie wordt vermoed dat zij recht hebben op een of meerdere vergoedingen, maar die daarvoor nog geen aanvraag hebben gedaan, gericht te benaderen. We weten namelijk uit cijfers van het IMG dat er nog gedupeerden zijn die waarschijnlijk wél recht hebben op een vergoeding voor fysieke schade, immateriële schade of waardedaling, maar deze om verschillende redenen nog niet hebben aangevraagd. Het kabinet zet zich samen met het IMG in om deze zogenoemde ‘stille gedupeerden’ proactief te benaderen. In februari 2026 heeft uw Kamer ook een motie van het lid Kops aangenomen[voetnoot 13] die oproept om in 2026 alle stille gedupeerden actief te hebben benaderd omtrent schaderegelingen waarvoor zij waarschijnlijk in aanmerking komen. Bij de appreciatie van de motie heeft mijn ambtsvoorganger aangegeven dat het niet mogelijk is om alle niet-aanvragers in 2026 te benaderen, maar dat wel dit jaar met deze proactieve benadering wordt gestart. In oktober start het IMG met een pilot die zich primair richt op de niet-aanvragers in het deel van het effectgebied waar nog steeds bevingen plaatsvinden. Deze pilot heeft als doel om maximaal te leren wat werkt en waar de behoefte ligt, daarom is gekozen voor een brede variatie binnen de doelgroep. De pilot zal eind van dit jaar door het IMG worden geëvalueerd. Naar verwachting kan vervolgens begin 2027 worden gestart met een structurele aanpak waarin de geleerde lessen uit de pilot goed zijn meegenomen zodat de wijze van benadering en begeleiding goed aansluit bij de persoonlijke situatie van een niet-aanvrager. Het IMG probeert hen daarbij zoveel mogelijk te ontzorgen; zo benadert het IMG niet-aanvragers bijvoorbeeld in één keer voor alle regelingen waarvoor iemand in aanmerking komt. Ik ben ervan overtuigd dat we met deze manier van benaderen een belangrijke nieuwe stap zetten om gedupeerden proactief te geven waar ze recht op hebben. Hiermee is opvolging gegeven aan de aangenomen motie. Ik zal uw Kamer over de uitkomsten van de pilot en de bredere uitrol informeren. Deze uitkomsten worden ook besproken met de regionale overheden en maatschappelijke organisaties die actief zijn binnen het aardbevingsgebied. Langlopende en complexe dossiers In het debat van 8 april 2026 heb ik uw Kamer toegezegd dat mijn streven is om voor het overgrote deel van de langlopende en complexe casussen voor het einde van 2026 een oplossing of oplossingsrichting te hebben gevonden. Zowel het IMG als NCG kennen langlopende dossiers. Bij het IMG waren er begin 2026 nog ruim 2.700 langlopende dossiers die ouder waren dan 2 jaar. Het grootste deel van de langlopende dossiers ziet op aanvragen van bewoners die eerder een voorlopige keuze hebben gemaakt voor daadwerkelijk herstel, maar nog geen definitieve keuze hebben gemaakt. Het IMG heeft inmiddels 1600 van deze bewoners een oplossing kunnen bieden en verwacht voor het einde van 2026 de resterende bewoners een aanbod voor de afhandeling van de schade te kunnen doen. Het IMG doet er alles aan om zo spoedig mogelijk alle langlopende dossiers af te handelen. Dit betekent niet dat er geen langlopende dossiers meer bestaan bij het IMG. Er komen ook langlopende dossiers bij, al zijn dat er aanzienlijk minder dan het aantal dossiers dat wordt afgerond. De voorraad aan langlopende dossiers neemt dan ook sterk af en het IMG stuurt daar actief op. De NCG heeft het afgelopen jaar stappen gezet op het in kaart brengen, en waar mogelijk oplossen van, de langlopende en complexe dossiers. Zo hebben zij alle tot nu bekende adressen in kaart gebracht en is de NCG in gesprek getreden met deze bewoners. Daarnaast is de NCG gestart met een “casuïstiek risico- inventarisatie”, waarbij er gekeken wordt naar mogelijke knelpunten in het proces om mogelijke casuïstiek in de toekomst voor te zijn. Ik heb regeringscommissaris Henk Nijboer gevraagd om de motie van de leden Den Hollander (VVD) en Köse (D66) met betrekking tot het oplossen van de meest complexe en langlopende situaties in het aardbevingsgebied op te pakken.[voetnoot 14] Deze inwoners wachten al te lang op een oplossing. De regeringscommissaris is voortvarend aan de slag gegaan. Hij spreekt op regelmatige basis met zowel inwoners als maatschappelijke organisaties over de problemen waar zij tegenaan lopen. Daarnaast heeft de regeringscommissaris meermaals gesproken met de uitvoeringsorganisaties IMG en NCG, het Interventieteam Vastgelopen Situaties (IVS) en met de Commissie Bijzondere situaties (CBS) over wat zij op regelmatige basis tegenkomen in de complexe situaties die zij tegenkomen. De regeringscommissaris gaat niet over individuele situaties, maar gebruikt zijn inzichten uit de gevoerde gesprekken om bij te dragen aan oplossingen en verbeteracties. Over de opvolging van deze motie zal de regeringscommissaris rapporteren in zijn voortgangsbrief, deze zal ik met uw Kamer delen. Ook de Verkenning Stroomlijnen Afhandeling Complexe casuïstiek en de daaraan gerelateerde Kamerbrief geeft duidelijk aan dat een vangnet nodig blijft. Deze vangnetten bieden gedupeerde bewoners en ondernemers maatwerk voor de meest complexe situaties.[voetnoot 15] Hierbij bied ik uw Kamer de jaarverslagen van de vangnetten IVS en CBS aan. Ondersteuning van mkb’ers De afgelopen drie jaar zijn in samenwerking met de regio en de uitvoeringsorganisaties belangrijke stappen gezet om gedupeerde ondernemers beter te helpen. Voor de afhandeling van fysieke schade door het IMG konden ondernemers altijd al gebruik maken van het maatwerktraject met onderzoek naar de schadeoorzaak. Sinds de zomer van 2024 is daadwerkelijk herstel ook voor ondernemers beschikbaar gesteld, zodat ook ondernemers van deze ruimhartige regeling gebruik kunnen maken. Verder is er een regeling voor vergoeding van waardedaling van niet-woningen, bijvoorbeeld bedrijfspanden opengesteld, en is er de mogelijkheid om ook andere bijkomende kosten te laten vergoeden. Vanuit de versterkingsopgave is er bij de NCG de mogelijkheid om gederfde inkomsten als gevolg van versterkingswerkzaamheden te melden. [voetnoot 16] Het Mkb-programma vanuit de provincie Groningen heeft in 2025 een investeringsregeling opengesteld. Deze regeling richt zich op het bieden van toekomstperspectief voor ondernemers die zijn vastgelopen in hun bedrijfsvoering of investeringen hebben moeten uitstellen vanwege de gevolgen van gaswinning. Voor de uitvoering zijn door het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld. Met het oog op de meest complexe gevallen is er in 2023 een taskforce voor ondernemers ingesteld en kan het vangnet Commissie Bijzondere Situaties sinds januari 2024 ook micro-mkb helpen. Zo wordt voorkomen dat ondernemers tussen wal en schip vallen. Kortom er zijn stappen gezet om gedupeerde ondernemers te helpen met specifieke regelingen. Door het toegenomen aanbod aan regelingen en hulpmogelijkheden is het voor ondernemers echter niet altijd makkelijk de juiste weg of het juiste loket te vinden. Met de provincie Groningen en beide uitvoeringsorganisaties wordt gewerkt aan de informatievoorziening met betrekking tot regelingen èn de begeleiding van ondernemers daarbij. Zo worden ondernemers bij NCG en het IMG begeleid door mkb-specialisten die specifieke kennis hebben van de regelingen en regels voor mkb’ers. Daarnaast kan vanuit het mkb-programma een consulent ingezet worden die mkb'ers overkoepelend ondersteunt in het gehele proces rondom de gevolgen van de gaswinning. Daarnaast kunnen gedupeerde ondernemers via de deskundigenregeling van de provincie Groningen ook juridische en bedrijfskundige ondersteuning aanvragen. Zoals hierboven aangegeven heeft het Mkb-programma zich samen met NCG en het IMG gericht op eenduidige informatievoorziening voor gedupeerde ondernemers. Ter ondersteuning daarvan wordt momenteel gewerkt aan een online totaaloverzicht van beschikbare hulp. Zo zal informatievoorziening zich richten op het bundelen van de beschikbare regelingen, zodat ondernemers in het aardbevingsgebied direct zien welke ondersteuningsmogelijkheden er op basis van hun situatie mogelijk van toepassing kan zijn. Met deze stappen is opvolging gegeven aan de aangenomen motie van de leden Clemminck (JA21) en Den Hollander (VVD)[voetnoot 17] om de informatievoorziening, begeleiding en toegang tot ondersteuning voor gedupeerde ondernemers te verbeteren. Zoals verzocht in deze motie zal hierover ook jaarlijks worden gerapporteerd in de Staat van Groningen en Noord-Drenthe. Brief regiobestuurders over doorlichting versterking Zoals aangekondigd in mijn brief[voetnoot 18] met de reactie op het onderzoek van ACVG naar de beoordelingen, zal ik een doorlichting laten uitvoeren van het uitvoeringssysteem van de versterking. Deze doorlichting richt zich op de inrichting en aansturing van de uitvoeringsorganisatie binnen het bredere stelsel van Rijk, regio en ketenpartners. Hierbij stuur ik uw Kamer op verzoek van de regio bijgevoegde brief waarin de regiobestuurders hun verwachtingen aangeven. De genoemde punten sluiten goed aan bij het doel van de doorlichting. Ik zal deze punten dan ook meegeven aan de uitvoerder van de doorlichting zodat in de doorlichting antwoord wordt gegeven op de gestelde vragen. Reactie op advies SodM over diepteanalyse Ik heb uw Kamer op 24 juni jl. geïnformeerd over de diepteanalyse 2026.[voetnoot 19] In bijgaande brief heeft SodM mij drie aanvullende adviezen gegeven ten opzichte van zijn eerdere adviezen uit de Staat van de Veiligheid. Ik neem deze adviezen mee ter overweging in aanloop naar de volgende diepteanalyse en de gesprekken die ik daarover voer met de betrokken partijen. Tot slot De afgelopen periode zijn stappen gezet en is op verschillende onderdelen vooruitgang geboekt voor het herstel van Groningen. Tegelijkertijd weet ik dat nog niet alles goed gaat en dat de praktijk soms weerbarstiger is dan we zouden willen. Juist daarom blijft het belangrijk om knelpunten onder ogen te zien en waar nodig de aanpak te verbeteren. Ik ben gemotiveerd om mij daarvoor, samen met het IMG en de NCG, te blijven inzetten. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Pieter Heerma Kamerstukken II 2025/26, 33 529, nr. 1378 en Kamerstukken II 2025/26, 33 529, nr. 1382. Kamerstukken II 2025/26, 33 529, nr. 1381. Kamerstukken II 2025/26, 33 529, nr. 1383. Daadwerkelijk herstel wordt door het IMG als de regeling Herstel met Aannemer gecommuniceerd. Hiermee is invulling gegeven aan de motie van Beckerman en Bushoff, Kamerstukken II 2024/25, 33 529, nr. 1328. Zie ook Kamerstukken II 2023/24, 33 529, nr. 1175. Op deze wijze is t.a.v. de trillingstool opvolging gegeven aan de volgende moties van de leden Beckerman en Bushoff: Kamerstukken II 2023/24, 36 441, nr. 24 en Kamerstukken II 2024/25, 33 529, nr. 1329. Motie nr. 24 verzocht tevens om diepe bodemdaling aan te merken als mogelijke schadeoorzaak. Dit is reeds het geval, IMG vergoedt in specifieke omstandigheden schades omdat niet valt uit te sluiten dat deze zijn veroorzaakt door aan de gaswinning gerelateerde bodemdalingseffecten. Vorig jaar is aanvullend onderzoek verschenen naar het risico op schade door bodemdaling in het effectgebied, momenteel werkt het IMG aan de doorvertaling hiervan in zijn werkwijze. Zie ook bijlage ‘Tabel met stand van zaken 50 maatregelen Nij begun’, Kamerstukken II 2025/26, 35 561, nr. 78 voor alle verruimingen van de immateriële schadevergoeding. Het betreft hier respectievelijk maatregel 7 en maatregel 9 uit de kabinetsreactie Nij begun. Kamerstukken II 2025/26, 36 836, nr. 50. Kamerstukken II 2025/26, 36 836, nr. 50. In de overwegingen van deze motie wordt tevens benoemd dat voorwaardelijke finaliteit niet in de weg mag staan van herstel dat noodzakelijk blijkt vanwege veiligheid. Bij het vaststellen door NCG van eventuele maatregelen om een pand veilig te maken voor de gevolgen van de gaswinning speelt voorwaardelijke finaliteit ook geen rol. Kamerstukken II 2025/26, 36 800-VII, nr. 27. Kamerstukken II 2025/26, 36 836, nr. 52. Kamerstukken II 2024/25, 35 561, nr. 73. Zie ook Kamerstukken II 2024/25, 36 566, nr. 26. Kamerstukken II 2025/26, 33 529, nr. 1364. Kamerstukken II 2025/26, 33 529, nr. 1382. Kamerstukken II 2025/26, 33 529, nr. 1381. Directie Herstel en Perspectief Groningen Datum Onze referentie 2026-0000499470 Directie Herstel en Perspectief Groningen Datum Onze referentie 2026-0000499470 Pagina 2 van 2 Pagina 2 van 2 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Datum 30 september 2026 Betreft Voortgangsbrief Herstel Groningen Datum 30 september 2026 Betreft Voortgangsbrief Herstel Groningen Directie Herstel en Perspectief Groningen Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Onze referentie 2026-0000499470 Bijlage(n) 4 Directie Herstel en Perspectief Groningen Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Onze referentie 2026-0000499470 Bijlage(n) 4 Pagina 1 van 2 Pagina 1 van 2 > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag

Versie e2b2518443315ad9372624c3dde120b6d8fc781d59bba94705a88734b1e75460 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · bd6d647769e835e5

13 okt 2026 · e5d0d8b542073fa2

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.