KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. het vVerslag JBZ-Raad 13 en 14 juni 2024 (Kamerstuk 32317-882)

19 jul 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 47949074e7cfa70b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 317JBZ-RaadNr. 886 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 19 juli 2024 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris van Justitieen Veiligheid over de volgende stukken:•Geannoteerde agenda informele JBZ-Raad 22-23 juli 2024 (Kamerstuk32 317, nr. 884)•Verslag JBZ-Raad 13 en 14 juni 2024 (Kamerstuk 32 317, nr. 882)De vragen en opmerkingen zijn op 15 juli 2024 aan de Minister enStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid voorgelegd. Bij brief van 18 juli2024 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,Van NispenAdjunct-griffier van de commissie,Burger kst-32317-886ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8861 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersonenVragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het verslag van de JBZ-raad van 13 en 14 juni 2024 en van de agendavan de JBZ-Raad van 22 en 23 juli 2024. Deze leden stellen graag nogenkele vragen.Verslag JBZ-Raad 13 en 14 juni 2024De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling in het verslaggelezen dat de Europese Commissie het gemeenschappelijk implementa-tieplan voor het Asiel- en Migratiepact gepubliceerd heeft. Wat betreft deimplementatie heeft Nederland zich hard gemaakt om in Europeesverband te gaan werken met indicatoren, zodat zo concreet mogelijkgemeten kan worden in hoeverre lidstaten daadwerkelijk de gemaaktafspraken nakomen. Waarom heeft de Europese Commissie er uiteindelijkvoor gekozen om niet te werken met indicatoren? Zijn er volgens deMinister, gezien het ontbreken van deze indicatoren, alternatieven om devoortgang van de implementatie van het Pact effectiever te meten?AntwoordHet EU Asiel- en Migratiepact bevat meerdere elementen gerichtop het versterken van grip op migratie, en het beperken vanirreguliere migratie, o.a. naar Nederland. Zo spoedig mogelijkeimplementatie door alle lidstaten is wat het kabinet betreftessentieel. Naast de doorvoering van wettelijke hervormingen isook inzet van voldoende financiële, personele en infrastructurelecapaciteit door de lidstaten van groot belang om de afspraken tedoen slagen. Het kabinet verwelkomt dan ook ten zeerste hetEuropees Gemeenschappelijk Implementatieplan («CIP»). Hetkabinet is tevreden dat het implementatieplan het Pact onderver-deelt in concrete deelgebieden (de bouwstenen) en op zowelwetgevend gebied als op het gebied van capaciteit mijlpalenidentificeert voor zowel Commissie, agentschappen als lidstaten.Wat het kabinet betreft hadden de mijlpalen inderdaad, zoals deleden van de VVD-fractie benoemen, nog een slag concreterkunnen worden ingevuld, door ook indicatoren toe te voegen. DeCommissie was echter van mening dat dit, gezien de verschillendie tussen de lidstaten bestaan, praktisch niet goed mogelijk is.Desalniettemin vindt het kabinet dat met het CIP een belangrijkoverzicht en handvatten zijn gecreëerd om gedurende de imple-mentatieperiode de voortgang te monitoren, waaronder via deverplichte indiening van een nationaal implementatieplan en dezesmaandelijkse bespreking van de voortgang hierop in deJBZ-Raad.De leden van de VVD-fractie weten dat verschillende lidstaten kritiekhebben op het Asiel- en Migratiepact. Hierdoor bestaat er twijfel of allelidstaten de gemaakte afspraken daadwerkelijk zullen nakomen. DeEuropese Commissie kan echter pas vanaf 2026 door middel van eeninfractieprocedure in actie komen als lidstaten daadwerkelijk zullenweigeren om het Pact gedeeltelijk of in zijn geheel niet in te voeren. Opwelke manier gaat Nederland bijdragen aan een tijdige implementatie enuitvoering van het Pact door alle lidstaten?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8862 De wetsvoorstellen van het Pact zijn aangenomen door de Raaden door het Europees parlement. Als gevolg daarvan zijn allelidstaten verplicht tot de implementatie ervan. Hier dringt hetkabinet dan ook voortdurend op aan, zowel in Europees verbandals in bilaterale contacten. Het kabinet heeft dit bijvoorbeeld injuni nog expliciet onder de aandacht gebracht in een bilateraalpolitiek bezoek aan de Hongaarse Minister van BinnenlandseZaken in het kader van het Hongaars Voorzitterschap. Het kabinetzal het grote belang van implementatie blijven benadrukken.Daarnaast zal het kabinet verkennen of het – waar nodig –ondersteuning en expertise aan (met name buitengrens-) lidstatenkan bieden om de implementatie van het Pact aldaar tebespoedigen.Geannoteerde agenda informele JBZ-Raad 22-23 juli 2024Werklunch: De externe dimensie van migratieDe leden van de VVD-fractie hebben gelezen dat het Hongaarse voorzitter-schap zich de komende periode hard wil maken voor alomvattendepartnerschappen met derde landen op het gebied van migratie. Alsonderdeel hiervan zal Hongarije bij de lidstaten nagaan met welkeherkomst- en transitlanden als eerste afspraken gemaakt moeten wordenover migratie. Welke landen zijn voor Nederland prioriteit om afsprakenover migratie mee te maken? Is Nederland bereid om een voortrekkersrolte spelen bij het maken van afspraken met herkomst- en transitlanden omirreguliere migratie naar Nederland en Europa zoveel mogelijk tebeperken en om effectieve en humane terugkeerregelingen tegaranderen?AntwoordHet kabinet verwelkomt de inzet van het Hongaarse voorzitter-schap om de komende maanden stappen te zetten om deEuropese inzet op de externe dimensie van migratie teversterken. Het kabinet is immers van mening dat samenwerkingmet belangrijke landen van herkomst, transit, en opvang essen-tieel is om de irreguliere migratiedruk op de Europese en Neder-landse buitengrenzen te beperken, terugkeer te bevorderen en debescherming van migranten en vluchtelingen te versterken. Dezesamenwerking kan vormgegeven worden als onderdeel van eenbreed partnerschap, met inzet op basis van wederzijdse belangen.Het kabinet zal de Commissie dan ook met klem oproependergelijke partnerschappen waar migratiesamenwerking eenonderdeel van is, verder vorm te geven, waarbij alle relevanteinstrumenten geïntegreerd worden ingezet. Zoals bekend wordtdeze inzet middels een Team Europe benadering vormgegeven innauwe samenwerking tussen alle relevante EU-actoren,waaronder de lidstaten. Daar waar relevant en opportuun zalNederland een voortrekkersrol spelen met gelijkgezinde lidstaten.Eveneens is het kabinet van mening dat out-of-the-box samen-werking onderdeel zou kunnen zijn van het instrumentarium vande Europese Unie. Het kabinet roept de Commissie, in lijn met hetNederlandse non-paper over de externe dimensie van migratie ende gezamenlijk verzonden brief namens vijftien lidstaten, opdergelijke innovatieve vormen van migratiesamenwerking verderte verkennen, binnen de geldende Europese en internationaal-rechterlijke kaders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8863 Op 1 februari jl. heeft de Europese Raad besloten om € 7,6 miljard extrabeschikbaar te stellen voor internationale samenwerking ten behoeve vande externe dimensie van migratie. Wat is de inzet van Nederland bij hetbesteden van dit geld?AntwoordAls onderdeel van de tussentijdse herziening van het MFK isfinanciering vrijgemaakt voor onder meer uitgaven op het terreinvan migratie en de opvang van vluchtelingen. Het betreft 1,6miljard euro voor de opvang van Syrische vluchtelingen inLibanon, Syrië en Jordanië, 2 miljard euro voor de opvang vanSyrische vluchtelingen in Turkije, en 2 miljard euro voor desamenwerking met de landen van het Zuidelijk Nabuurschap.Deze middelen zullen in lijn met de inzet van het kabinet in denbrede gebruikt kunnen worden om de migratiesamenwerking tebevorderen. Ook kan hiermee bijgedragen worden aan bijvoor-beeld asiel- en migratiemanagement, integratie en steun aangastgemeenschappen, in deze regio’s. De Commissie zal deplannen voor de besteding van de extra gelden verder concreti-seren in het kader van de tussentijdse herziening van hetNeighbourhood, Development and International CooperationInstrument (NDICI), het EU budget voor internationale samen-werking.Vragen en opmerkingen van de leden van de Volt-fractieDe leden van de Volt-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda voor de aankomende JBZ-Raad. Daarover hebbenzij nog enkele vragen.Geannoteerde agenda informele JBZ-Raad 22-23 juli 2024Werksessie I: De toekomst van samenwerking op terrein van binnenlandsezaken in de EUDe leden van de Volt-fractie lezen dat het kabinet inzet op een spoedige enjuiste implementatie van het Asiel- en Migratiepact. Wat bedoelt deMinister met «juiste» implementatie? Aan welke voorwaarden moet tenminste voldaan worden om te kunnen spreken van een juiste implemen-tatie?AntwoordNaast de doorvoering van wettelijke hervormingen is ook inzetvan voldoende financiële, personele en infrastructurele capaciteitdoor de lidstaten van groot belang voor de implementatie van hetAsiel- en Migratiepact. Het kabinet is daarom tevreden dat hetimplementatieplan het Pact onderverdeelt in concrete deelge-bieden (de bouwstenen) en op zowel wetgevend gebied als op hetgebied van capaciteit mijlpalen identificeert voor Commissie,agentschappen en lidstaten.Daarnaast begrijpen de leden van de Volt-fractie dat de EuropeseCommissie lidstaten vraagt om de nationale implementatieplannen indecember al op te leveren. Heeft de Minister hierover al gesprekkengevoerd met de Europese Commissie? Wanneer verwacht de Minister hetoverzicht van de Europese Commissie welke stappen er per lidstaatmoeten worden genomen om het pact operationeel te krijgen? En kan deMinister momenteel al delen welke aanpassingen tot nu toe in kaartgebracht zijn voor Nederland? Acht de Minister het haalbaar datTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8864 Nederland in december de implementatieplannen met de EuropeseCommissie kan delen?AntwoordOp ambtelijk niveau is sprake van veelvuldig contact met deEuropese Commissie, zowel over de vormgeving van hetEuropees implementatietraject als over de Nederlandse imple-mentatie van het Pact. Het overzicht van de Commissie met debelangrijkste stappen die gezet moeten worden is op 12 juni jl.reeds gepubliceerd.1 Voor de implementatie van Pact in hetNederlandse stelsel en welke keuzes en aanpassingen dit vergt,verwijst het kabinet uw Kamer naar de voortgangsbrief die u –conform de eerdere toezegging – in september zult ontvangen.Het kabinet verwacht inderdaad in december het Nederlandseimplementatieplan bij de Commissie te kunnen indienen.De leden van de Volt-fractie vinden het van belang dat er goede coördi-natie is tussen de Europese lidstaten voor de implementatie van Europeseasielwetgeving. In dat kader zijn zij ook positief gestemd over het feit datde Europese Commissie meer regie neemt om ervoor te zorgen datlidstaten een eenduidige Europese implementatie nastreven. Deelt deMinister deze mening? Kan de Minister een overzicht geven van hetkrachtenveld met betrekking tot Europese implementatie? SpreektNederland in dit kader met andere lidstaten om best practices uit tewisselen? Wordt er met omringende landen samengewerkt om asielwet-geving, protocollen en procedures zoveel mogelijk op elkaar af testemmen en zo ja, welke consequenties heeft dit voor Nederland?AntwoordHet kabinet is het met de leden van de Volt-fractie eens dat hetvan belang is dat alle lidstaten het Pact volledig implementeren.Het kabinet verwijst de leden voor de beantwoording van devraag over de rol van de Commissie en het krachtenveld naar deuitgebreide appreciatie van het kabinet van het Gemeenschap-pelijk Implementatieplan in het verslag van de JBZ-raad van junijl. en naar het eerder gegeven antwoord hierover op een gelijklui-dende vraag van de leden van de VVD-fractie. Er wordt opexpert-niveau gesproken over de invulling en interpretatie vanverschillende onderdelen van het Pact met andere lidstaten en deCommissie. Het is de ambitie van het kabinet, zoals ook te lezenin het hoofdlijnenakkoord, om als Nederland structureel tot delanden binnen de EU met de strengste toelatingsregels te horen.Het kabinet zal dit ook als leidraad hanteren bij de implementatievan het Pact in Nederland.De leden van de Volt-fractie blijven zich ook grote zorgen maken over deimplementatie van het Pact, met name waar het gaat om de grenspro-cedure en de daarbij horende detentie, waaronder van kinderen. Dezezorgen gelden zowel voor de buitengrenzen in andere Europese landenals in Nederland zelf. Hoe is Nederland van plan deze grensprocedure inte zetten? In welk geval zal Nederland overgaan tot het detineren vangezinnen en kinderen? Hoeveel capaciteit en financiering is hiervoornodig, zowel met betrekking tot detentieplekken, KoninklijkeMarechaussee, IND en andere relevantie uitvoeringsorganisaties? Hoeverhoudt zich dit tot de huidige capaciteit? Het gebrek aan capaciteit enfinanciering is ook een groot probleem in de rest van de Europese Unie.1De mededeling is vindbaar via: https://home-affairs.ec.europa.eu/common-implementation-plan-pact-migration-and-asylum_enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8865 Welke oplossingen ziet de Minister hiervoor, nu Nederland naast anderelidstaten solidariteit op voorhand al heeft uitgesloten?AntwoordVoor het antwoord op de vragen van de leden van de Volt-fractieover de invulling van de grensprocedure in Nederland verwijst hetkabinet naar de voortgangsbrief over de implementatie van hetPact in het Nederlands stelsel die u – conform de eerderetoezegging – in september zult ontvangen.Het kabinet wenst te benadrukken dat het uiteindelijk deverantwoordelijkheid van alle lidstaten zelf is om de juisterandvoorwaarden (zowel financieel als operationeel) te creërenvoor het voldoen aan de afspraken in het Pact. Wel staat hetkabinet positief tegenover de ruime operationele ondersteuningdie de Commissie en de agentschappen aan de lidstatenbeschikbaar stellen voor spoedige implementatie. Het kabinet zalook zelf verkennen waar Nederland kan bijdragen, bijvoorbeelddoor de uitwisseling van expertise. Bovendien is in de tussen-tijdse herziening (mid-term-review) van het Meerjarig FinancieelKader 2 miljard euro aan nieuwe middelen vrijgemaakt voor asiel-en migratiedoeleinden, waaronder de implementatie van het Pact.Hiervan is 1,81 miljard euro toegevoegd aan de asiel- en migratie-fondsen en 190 miljoen euro aan de begroting van het EuropeesAsielagentschap. Het uitgangspunt van het kabinet is dat deuitdagingen van de kosten van implementatie van het Pactopgelost dienen te worden binnen de in de Raad afgesprokenfinanciële kaders van de EU-begroting. Daarbij is het kabinet heteens met de Commissie dat lidstaten prioriteit moeten geven aande meest urgente en kostenintensieve posten, zoals hetopbouwen van voldoende capaciteit voor de uitvoering vangrensprocedures. Tot slot wenst het kabinet in antwoord op degestelde vraag over solidariteit op te merken dat in het Hoofdlij-nenakkoord is opgenomen dat Nederland zal kiezen voor finan-ciële of operationele solidariteitssteun aan lidstaten onder druk.Werklunch: De externe dimensie van migratieDe leden van de Volt-fractie hebben grote zorgen over de voortzetting vanhet kabinetsbeleid voor innovatieve oplossingen en het stimuleren vanmigratiedeals. Zij hebben daarover nog enkele vragen.De leden van de Volt-fractie vragen aan welke landen Nederland prioriteitwil geven om partnerschappen mee te sluiten op Europees niveau. Hoeverhoudt zich dit naar verwachting tot de agenda van de EuropeseCommissie met betrekking tot het sluiten van partnerschappen met derdelanden en het krachtenveld in de Europese Raad? Hoeveel Europese ennationale financiering wil Nederland inzetten voor het sluiten van dezepartnerschappen? Uit welke middelen zou dit gefinancierd moetenworden volgens dit kabinet? Hoe verhoudt zich dit tot de financiering voorde implementatie van het Pact? En wanneer wordt er op Europees niveaueen besluit verwacht over de programmering van de extra middelen uithet OS-budget voor migratiedoeleinden?AntwoordHet kabinet is van mening dat migratiesamenwerking metbelangrijke landen van herkomst, transit en opvang een essen-tieel onderdeel is van het beperken van de irreguliere migra-tiedruk op Europa en Nederland, en moedigt de Commissie danook aan om brede, strategische partnerschappen te sluiten dievan wederzijds belang zijn en waar migratiesamenwerking,Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8866 inclusief investeringen in asiel- en migratiesystemen, onderdeelvan is, om ook negatieve maatregelen te nemen wanneermigratiesamenwerking stokt, en om out-of-the-box oplossingente verkennen. Het kabinet is dan ook van mening dat voldoendemiddelen beschikbaar moeten zijn voor de realisatie van dezepartnerschappen, evenals voor de implementatie van het Asiel- enMigratiepact. Het kabinet heeft daarom verwelkomd dat in detussentijdse herziening van het MFK voor zowel NDICI als voor deasiel- en migratiefondsen extra middelen beschikbaar zijn gesteldom deze doeleinden te financieren. Uitwerking van, en besluit-vorming over, de programmering en individuele voorstellenbinnen het NDICI zal op doorlopende basis met betrokkenheidvan de Raad (via comitologie) verlopen.Er is brede steun in de Europese Raad voor de inzet van ondermeer de Commissie t.a.v. het ontwikkelen van brede, strategischepartnerschappen.Daarnaast vragen de leden van de Volt-fractie waar gelijkwaardige enduurzame partnerschappen voor dit kabinet uit bestaan. Welke elementenmoeten ten minste aanwezig zijn om te kunnen spreken van een gelijk-waardig en duurzaam partnerschap? En hoe verhoudt zich dit tot deeerdere migratiedeals van de Europese Commissie met bijvoorbeeldTunesië, Egypte en Mauritanië? Is de Minister van mening dat bijvoor-beeld het korten op ontwikkelingsfinanciering onderdeel zou moeten zijnvan deze partnerschappen, indien landen onderdanen niet terug willennemen of mensen in de ogen van het kabinet onvoldoende tegenhouden?Zo ja, zou de Minister dan kunnen reflecteren op hoe zich dit verhoudt totgelijkwaardigheid in deze relatie?AntwoordHet kabinet is voorstander van brede, strategische partner-schappen van de EU met landen die relevant zijn voor migratie-samenwerking, zoals met Tunesië, Egypte en Mauritanië. Daarbijkan de EU bijdragen aan de ontwikkelingsagenda van dezelanden, bijvoorbeeld op het gebied van macro-financiële stabi-liteit, voedselzekerheid en watermanagement, infrastructuur ofeconomische ontwikkeling, en kunnen tegelijkertijd afsprakenworden gemaakt op terreinen die voor de EU van belang zijn,zoals op het gebied van veiligheid en migratie. Op het gebied vanmigratie heeft dit als doel om irreguliere migratie tegen te gaan,terugkeer te bevorderen en migranten te beschermen. Despecifieke inzet per land gaat uit van gelijkwaardigheid en zal perland verschillen, omdat zowel de Europese belangen als debelangen van het partnerland in kwestie per land anders zijn. Debrede aanpak biedt daarnaast een goede basis voor een politiekedialoog tussen de EU en de betrokken landen. Ook moet de inzetvan de EU in lijn zijn met internationaal en Europees recht.Verder vragen de leden van de Volt-fractie de Minister te reflecteren op dedoelmatigheid en effectiviteit van dergelijke partnerschappen. Kan deMinister duidelijk bewijs presenteren dat erop duidt dat er minder mensenop zee verdrinken door het afsluiten van routes via migratiedeals? Hoeverklaart de Minister dan de toename van gevaarlijke oversteken, zoalsroutes vanuit Senegal en Gambia als gevolg van het afsluiten van denoordelijke kustlijn? Welke maatregelen worden door Nederland bepleitom te allen tijde te voorkomen dat financiering gebruikt wordt vooronderdrukking van mensen in deze partnerlanden? Kan de Ministertoezeggen er bij de Europese Commissie op aan te dringen grondig enonafhankelijk onderzoek te doen naar de bevindingen van het LighthouseReport?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8867 AntwoordHet kabinet is het met de leden van de Volt-fractie eens datEuropese partnerschappen met derde landen doelmatig eneffectief moeten zijn, dat een whole-of-route-approach vanbelang is, en dat Europese inzet in lijn moet zijn met internati-onaal en Europees recht. Het kabinet ziet op dit moment eenafname in het aantal irreguliere aankomsten uit bijv. Tunesië inEuropa, en ziet ook dat de bilaterale terugkeersamenwerking metMarokko sterk is verbeterd. Dat is bemoedigend. Tegelijkertijdzet het kabinet in op duurzame effecten als het gaat om beperkenvan irreguliere migratie, bijvoorbeeld door migratie- en asielma-nagement in partnerlanden te versterken, zodat ook zij beter instaat zijn om migratie-gerelateerde uitdagingen aan te gaan. Datis een proces van de lange adem.Nederland heeft de Commissie om opheldering gevraagd n.a.v.het rapport van Lighthouse Reports. Financiële middelen van deEuropese Commissie zouden op geen enkele wijze mogenbijdragen aan mensenrechtenschendingen. De Commissie en deEuropese Dienst voor Extern Optreden geven aan dat het rapportgeen bewijs levert voor directe of indirecte EU steun aan de inhet rapport genoemde praktijken.Zoals genoemd in de beantwoording van Kamervragen over ditrapport, heeft het Europees Parlement de Europese Commissiereeds om een review van Europese financiering gevraagd. Hieropis nog niet geantwoord.2De leden van de Volt-fractie maken zich ook grote zorgen over devoorgestelde maatregelen van het vorige kabinet, zoals het afschaffen vanhet bandencriterium, herzien van het concept veilig derde land en demogelijkheid om mensen terug te sturen naar landen van transit. Naast degrote risico’s met betrekking tot mensenrechtenschendingen, refoulementen grootschalige detentie, kosten dit soort maatregelen veel geld. Is deMinister zich bewust van het feit dat de kosten voor het terugsturen vanasielzoekers naar landen van transit, zoals bijvoorbeeld Rwanda een grotekostenpost met zich meebrengt (in het Verenigd Koninkrijk kwam dezekost uit op 1.8 miljoen pond per asielzoeker)? Hoe is de Minister van plandergelijke kosten te betalen?AntwoordHet kabinet is voorstander van een verkenning door de EuropeseCommissie naar out-of-the-box oplossingen in migratiesamen-werking met derde landen, om terugkeer te bevorderen enirreguliere migratie tegen te gaan, met inachtneming vaninternationaal en Europees recht, en heeft zich hier meermaalsvoor uit gesproken. Het kabinet kan niet vooruitlopen opeventuele kosten, dat zal moeten blijken uit een nadereuitwerking en kan per situatie verschillen.2Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr. 2133, 2024Z08726.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8868

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f050782267d5180b

14 okt 2026 · 27bcfa661df1120b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.