Verslag van een schriftelijk overleg over de (informele) Telecomraad van 12-13 oktober 2026 (Kamerstuk 21501-33-1249)
Brontekst
Versie 11a84c0d4e76ecae · officiële bronGeachte Voorzitter, Hierbij stuur ik uw Kamer de antwoorden op de vragen van de vaste commissie Digitale Zaken over de informele Telecomraad op 12 en 13 oktober in Limerick, Ierland. Gelet op de omvang van het aantal vragen en de korte termijn die beschikbaar is voor de beantwoording, richt ik mij in deze beantwoording op de vragen die direct betrekking hebben op de onderwerpen die voor deze informele Telecomraad zijn geagendeerd. Dit zijn vragen over de Digital Networks Act (DNA) en satellieten. De gestelde vragen over de andere onderwerpen, bijvoorbeeld CADA en de omnibus digitaal, liggen niet ter discussie voor tijdens deze informele Telecomraad of zijn gezien de agenda niet opportuun om in te brengen. Daarom zal ik deze in het verslag van de Telecomraad beantwoorden. U zult separaat per brief geïnformeerd worden over de voortgang van de omnibus digitaal, conform de geldende informatieafspraken met de Kamer. W.J.M. Aerdts Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. Antwoorden op de vragen van de VVD-fractie 1 De leden van de VVD-fractie lezen dat er gesproken zal worden over de voorstellen in de Digital Networks Act voor uitfasering van kopernetwerken. Deze leden delen de zorgen van het kabinet op deze punten in het voorstel, zoals de subsidiariteit en proportionaliteit van de voorstellen en de technologieneutraliteit. Hoe ontwikkelt het krachtenveld in de Raad zich op deze punten, zo vragen de leden van deze fractie. Antwoord Er is brede steun binnen de Raad voor het doel van de voorgestelde maatregelen voor koperuitfasering: het versnellen van de transitie naar glasvezelnetwerken in de EU. Dit draagt ook bij aan de Europese gigabit-doelstelling voor 2030 die is afgesproken in het Digital Decade-beleidsprogramma. Zoals aangeven in het BNC-fiche dat in februari met de Kamer is gedeeld[voetnoot 1], is het kabinet van oordeel dat de voorgestelde maatregelen van de DNA subsidiair zijn. Ook binnen de Raad is de subsidiariteit van de voorgestelde maatregelen voor koperuitfasering geen belangrijk punt van discussie geweest. Wel zijn er zorgen bij een deel van de lidstaten over de praktische uitwerking van de voorgestelde maatregelen. Zo zijn enkele lidstaten, net als het kabinet, kritisch over de aanvullende administratieve verplichtingen voor netwerkaanbieders, toezichthouders en overheden ten aanzien van de beoogde transitie- en afschakelingsplannen. Het kabinet zet daarom in op een proportioneel voorstel, waarbij de aanvullende administratieve lasten in verhouding staan tot het doel. Daarnaast hebben het kabinet en enkele lidstaten binnen de Raad benadrukt dat de focus van maatregelen moet liggen op het behalen van de Europese gigabit-doelstelling, niet op het voorschrijven van één specifieke netwerktechnologie. 2 De leden van de VVD-fractie lezen dat er daarnaast gesproken zal worden over de voorstellen in de Digital Networks Act die raken aan toegangsregulering. Deze leden merken op dat er discussie kan zijn over de gewenste schaal waarop mededinging wordt getoetst. Consolidatie kan goed zijn om op internationaal niveau een vuist te maken, bijvoorbeeld tegen bedrijven uit China of de Verenigde Staten, maar kan in Europa tot ongewenste marktmacht leiden. Hoe ziet het kabinet dit, zo vragen de leden van deze fractie. Antwoord Het kabinet is van mening dat bij de toetsing van de mededinging de concurrentiesituatie op nationale schaal moet worden beschouwd. Op deze manier kan rekening worden gehouden met specifieke nationale marktomstandigheden en kunnen zo nodig gepaste maatregelen worden getroffen. Zulk maatwerk op nationale schaal hoeft overigens niet in de weg staan aan internationale consolidatie van aanbieders. Antwoorden op de vragen van de PRO-fractie 3 De leden van de PRO-fractie kunnen zich vinden in de inzet van het kabinet tijdens de Telecomraad. Bij het debat over satellieten merken deze leden op dat strategische autonomie een voorwaarde moet zijn bij het vergeven van de 2GHz-frequentie, zoals eerder aangegeven in Kamervragen van de leden Kathmann en Nordkamp over het behouden van de 2GHz-radiofrequentie voor maatschappelijke en strategische doelen. Kan de staatssecretaris nader ingaan op de ontwikkelingen sinds de antwoorden op deze Kamervragen? Welke acties onderneemt de staatssecretaris om strategische autonomie zwaar te laten wegen bij deze nieuwe kaders? Hoe voorkomt de Europese Unie (EU) dat Amerikaanse bedrijven zoals Starlink alleenheerser worden van het commerciële deel van de 2GHz-frequentie, vragen de leden van deze fractie. Antwoord Het kabinet onderschrijft het belang van technologische soevereiniteit bij de toekomstige Europese verdeling van de frequentieruimte in de 2 GHz-band voor mobiele satellietdiensten. Dit sluit aan bij de Nationale Technologiestrategie, de kabinetsaanpak economische veiligheid[voetnoot 2] en de Agenda Digitale Open Strategische Autonomie[voetnoot 3], waarmee het kabinet inzet op het versterken van de Europese digitale positie en het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden. Sinds de beantwoording van de Kamervragen van de leden Kathmann en Nordkamp van 12 januari jl. heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan voor de verdeling van de frequentieruimte in de 2 GHz-band voor mobiele satellietdiensten die expliciet rekening houdt met de Europese strategische belangen. Zo wordt een derde van de frequentieruimte bestemd voor overheidsgebruik, zoals kritieke communicatie, beveiliging en defensie, te leveren door een EU-operator. Tweederde van de 2 GHz MSS-band zal worden bestemd voor commercieel gebruik, en het spectrum in dit commercieel te bestemmen deel van de band zal gelijkelijk worden verdeeld voor inschrijving voor het gebruik van de band door EU-operators die de markt betreden, en voor inschrijving voor het gebruik van de band door EU- en niet-EU-operators. Het kabinet verwelkomt het Commissievoorstel en zet zich tijdens de onderhandelingen in om de gestelde doelen te halen, conform de Nederlandse inzet in het BNC-fiche[voetnoot 4]. Antwoorden op de vragen van de PVV-fractie 4 Tot slot lezen de leden van de PVV-fractie in de Geannoteerde Agenda voor de (informele) Telecomraad van 12 en 13 oktober inzake het ‘Beleidsdebat Digital Networks Act: uitfaseren van kopernetwerken’ dat het kabinet grote zorgen heeft over verplichte Europese uitfaseringsplannen en de termijn van 2035. Wat gaat concreet de inzet zijn van het kabinet om deze verplichte Brusselse sturing en starre termijnen tegen te gaan, en hoe staat het met de steun van gelijkgezinde lidstaten om op dit dossier nationale beleidsruimte en technologie-neutraliteit af te dwingen, zo vragen de leden van deze fractie. Antwoord Het kabinet onderschrijft het doel van de Commissie om de verouderde kopernetwerken uit te faseren en de EU-brede gigabitdoelstelling voor 2030. Het kabinet zal daarbij inzetten op een proportioneel voorstel, waarbij de aanvullende administratieve lasten in verhouding staan tot het doel. Het kabinet onderkent daarbij wel de meerwaarde van een uitfasering van verouderde kopernetwerken. Concreet zal het kabinet zich inzetten voor proportionele bepalingen voor transitie- en uitfaseringsplannen. Daarbij is het ook van belang dat de termijnen voldoende voorwaarden bevatten, zodat bij uitfasering van kopernetwerken alternatieven beschikbaar zijn voor overgebleven huishoudens. Ook bij een aantal andere lidstaten bestaan er zorgen over de praktische uitwerking van de voorgestelde maatregelen. Zo zijn enkele lidstaten, net als Nederland, kritisch over de aanvullende administratieve verplichtingen voor netwerkaanbieders, toezichthouders en overheden ten aanzien van de beoogde transitie- en afschakelingsplannen. Nederland en enkele lidstaten hebben binnen de Raad benadrukt dat de focus van maatregelen moet liggen op het behalen van de Europse gigabit-doelstelling, niet op het voorschrijven van één specifieke netwerktechnologie. Antwoorden op de vragen van de CDA-fractie 5 De leden van de CDA-fractie steunen de inzet van het kabinet om bij de uitfasering van kopernetwerken niet een specifieke technologie, maar de kwaliteit van de verbinding centraal te stellen. Deze leden wijzen erop dat in Nederland bijvoorbeeld ook via bestaande hybride glasvezel-coaxnetwerken hoogwaardige gigabitverbindingen kunnen worden aangeboden. Uit de geannoteerde agenda blijkt dat meerdere lidstaten eveneens pleiten voor een technologieneutrale benadering. Met welke lidstaten trekt Nederland op dit punt samen op? Ziet het kabinet mogelijkheden om met deze lidstaten tot een gezamenlijke inzet te komen om de bepalingen in de Digital Networks Act (DNA) daadwerkelijk technologieneutraal vorm te geven? En op welke wijze wil het kabinet deze inzet tijdens de informele Telecomraad verder brengen, zo vragen de leden van deze fractie. Antwoord Het kabinet en enkele andere lidstaten hebben binnen de Raad benadrukt dat de focus van maatregelen moet liggen op het behalen van de Europese gigabit-doelstelling, niet op het voorschrijven van één specifieke netwerktechnologie. Vanwege de vertrouwelijkheid van de onderhandelingen in de Raad kan het kabinet geen uitspraken doen over welke lidstaten dit zijn. Het kabinet zal tijdens de informele Telecomraad in dialoog met andere lidstaten benadrukken dat de combinatie van verschillende netwerktechnologieën essentieel is om de Europese gigabit-doelstelling te behalen. 6 De leden van de CDA-fractie ondersteunen de inzet van het kabinet om effectieve toegang tot netwerken te waarborgen en daarmee concurrentie op de telecommarkt te bevorderen. Deze leden lezen dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) op grond van artikel 81 van het DNA moet motiveren waarom een ander toegangsproduct geschikter is dan een Europees geharmoniseerd toegangsproduct. Hoe beoordeelt het kabinet deze aanvullende motiveringsplicht? Acht het kabinet de ruimte voor de ACM voldoende om, waar de specifieke Nederlandse marktsituatie daarom vraagt, maatwerk toe te passen, zo vragen de leden van deze fractie. Antwoord Het kabinet is net als de vragenstellers van mening dat specifieke nationale marktsituaties vragen om maatwerk en dat deze mogelijkheid behouden moet blijven bij introductie van een geharmoniseerd toegangsproduct. Het kabinet zal zich ervoor inzetten tijdens de onderhandelingen dat nationale toezichthouders, zoals de ACM, voldoende ruimte krijgen om, waar nodig, maatwerk toe te passen buiten geharmoniseerde toegangsproducten. 7 De leden van de CDA-fractie lezen dat in de concept-Nota Frequentiebeleid 2026 wordt geconstateerd dat het DNA voorstellen bevat voor sterkere verplichte Europese harmonisatie en voor vergunningen voor onbepaalde tijd. Tegelijkertijd benadrukt de nota juist het belang van nationaal maatwerk en van voldoende flexibiliteit om frequentieruimte in de toekomst te kunnen herbestemmen. Deze leden vinden het daarom opmerkelijk dat in de nota wordt volstaan met de constatering dat de onderhandelingen over het DNA worden afgewacht en pas daarna wordt bezien of aanpassing van de nota noodzakelijk is. Kan het kabinet uiteenzetten op welke onderdelen het DNA volgens het kabinet op gespannen voet kan staan met de uitgangspunten van de nieuwe Nota Frequentiebeleid? Welke Nederlandse uitgangspunten wil het kabinet daarbij tijdens de onderhandelingen over het DNA nadrukkelijk behouden, zo vragen de leden van deze fractie. Antwoord In de concept-Nota Frequentiebeleid wordt onder meer het belang benadrukt van internationale afstemming waar dat kan en van behoud van mogelijkheden tot nationaal maatwerk wanneer dat beter aansluit bij de Nederlandse behoeften en geografie. Voldoende flexibiliteit om frequentieruimte te kunnen herbestemmen is eveneens van belang vanuit het streven naar een maatschappelijk zo optimaal mogelijke beschikbaarstelling van de frequentieruimte in Nederland. Het kabinet is mede om die redenen bijvoorbeeld kritisch over het Commissievoorstel daar waar dat ziet op het moeilijker maken van nationaal maatwerk en ten aanzien van frequentievergunningen van onbeperkte duur. Het kabinet zet hier tijdens de onderhandelingen over de DNA op in, conform de inzet in het BNC-fiche.[voetnoot 5] 8 De leden van de CDA-fractie onderschrijven tegelijkertijd het belang van langjarige investeringszekerheid voor investeringen in hoogwaardige mobiele netwerken. Hoe weegt het kabinet de grotere investeringszekerheid die langdurige of onbepaalde spectrumvergunningen kunnen bieden af tegen de noodzaak om voldoende ruimte te behouden voor toekomstige herverdeling, nieuwe toetreders en nieuwe toepassingen? Welke aanpassingen van het Commissievoorstel acht het kabinet nodig om hierin een goede balans te bereiken, zo vragen de leden van deze fractie. Antwoord Het kabinet onderschrijft de noodzaak om voldoende ruimte te houden voor toekomstige herverdelingen (veilingen), mogelijkheden voor nieuwe toetreders en nieuwe innovatieve toepassingen. Een oneindige of veel te lange vergunningsduur kan eindgebruikers schaden en ook prikkels tot noodzakelijke innovaties wegnemen. Frequenties kunnen zeer schaars zijn en dan is het ongewenst dat partijen daar zeer lang gebruik van kunnen maken. Veilinguitkomsten laten zien dat frequenties bij de tot dusverre gehanteerde kortere vergunningsduren ook van grote waarde zijn en investeringen in de netwerken niet hebben belemmerd. Volgens het kabinet is daarom de belangrijkste noodzakelijke aanpassing een substantieel lagere vergunningsduur dan in het voorstel is opgenomen. Het kabinet zal zich hiervoor blijven inzetten. Antwoorden op de vragen van de JA21-fractie 9 De leden van de JA21-fractie vragen ten slotte naar de algemene inzet van het kabinet tijdens de informele Telecomraad. Voor JA21 moet Europese samenwerking een aantoonbare meerwaarde hebben en niet automatisch leiden tot verdere bevoegdheidsoverdracht of nieuwe Europese regeldruk. JA21 staat voor strategische autonomie, maar ook voor een sterke concurrentiepositie, ruimte voor ondernemers en terughoudendheid met Europese regelgeving. Antwoord De algemene inzet van het kabinet tijdens de informele Telecomraad zal overeenkomen met de inzet die via de Geannoteerde Agenda op 18 september jl. met uw Kamer is gedeeld. Tijdens de werksessie over de DNA zal het kabinet het doel van EU-brede gigabitdekking in 2030 onderschrijven. Tegelijkertijd zal het kabinet als aandachtspunten signaleren de eenzijdige focus op glasvezel, de proportionaliteit van de voorgestelde verplichtingen voor koperuitfasering en de administratieve lasten voor landen waar glasvezel nagenoeg landelijk dekkend is. Daarnaast zal het kabinet inbrengen dat het hecht aan het behoud van het bestaande kader voor toegangsregulering, omdat effectieve mededinging investeringen en betaalbaarheid ten goede komt. Voor de werksessie over satellieten zal het kabinet benadrukken dat satellieten steeds belangrijker worden voor veiligheid, weerbaarheid en digitale infrastructuur. Het kabinet is daarom overwegend positief over het Commissievoorstel voor de 2 GHz-band, mits de vestigingsvereisten verenigbaar zijn met de internationale verplichtingen van de EU. Antwoorden op de vragen van de BBB-fractie 10 De leden van de BBB-fractie begrijpen het belang van snelle en betrouwbare digitale infrastructuur. Tegelijkertijd vragen deze leden zich af waarom de Europese Commissie (EC) kiest voor een verplichte Europese uitfasering van kopernetwerken. Kan de staatssecretaris aangeven welke concrete problemen in Nederland worden opgelost met een Europese verplichting tot uitfasering van koper, terwijl Nederland al vrijwel volledige gigabitdekking heeft bereikt? Antwoord Het kabinet ziet voor de EU meerwaarde in een verplichting tot uitfasering van verouderde kopernetwerken om de transitie naar glasvezel te versnellen en bij te dragen aan de Europese gigabit-doelstelling. In Nederland, waar de gigabitdoelstelling nagenoeg is gehaald en waar oude kopernetwerken op termijn zullen worden afgeschakeld, zal de bijdrage van een verplichtte koperafschakeling beperkt bijdragen aan het behalen van de gigabit-doelstelling. Wel kan een verplichte uitfasering bijdragen aan toename van de ingebruikname van gigabitnetwerken door eindgebruikers. 11 Welke gevolgen kunnen de voorgestelde verplichtingen hebben voor huishoudens, bedrijven en agrarische ondernemers in gebieden waar glasvezel nog niet volledig beschikbaar of betaalbaar is? Antwoord In het huidige voorstel zijn voorwaarden opgenomen voorafgaand aan de uitfasering van kopernetwerken. Deze vindt enkel plaats bij een glasvezeldekking van 95% en voor overgebleven eindgebruikers moeten betaalbare en vergelijkbare alternatieven beschikbaar zijn. In Nederland is de beschikbaarheid van snel vast internet al zeer hoog, waarbij er beschikbare draadloze alternatieven zijn die voor restadressen een oplossing bieden.[voetnoot 6] 12 Deelt de staatssecretaris de opvatting dat lidstaten zelf moeten kunnen bepalen op welke wijze zij de Europese gigabitdoelstellingen behalen, zolang het resultaat wordt bereikt, zo vragen de leden van deze fractie. Antwoord Het kabinet benadrukt het belang van het behalen van de Europese Digital Decade gigabit-doelstelling. Om de voortgang op deze doelstelling in de EU te versnellen, ziet het kabinet de meerwaarde van een verplichtte afschakeling van kopernetwerken. In Nederland, waar de gigabitdoelstelling nagenoeg gehaald is, is de bijdrage van een verplichte afschakeling aan deze doelstelling beperkt. Nederland is van mening dat de focus van maatregelen moet liggen op het behalen van de Europse gigabit-doelstelling, niet op het voorschrijven van één specifieke netwerktechnologie. Pagina 2 van 8 Pagina 1 van 8 Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4281, Fiche: Verordening betreffende digitale netwerken Kamerstukken II 2025/26, 30 821, nr. 332, Update voortgang Kabinetsinzet Economische Veiligheid Kamerstukken II 2023/24, 36 259, nr. 21, Agenda Digitale Open Strategische Autonomie Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4401, Fiche: Verordening mobiele satellietdiensten 2GHz Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4281, Fiche: Verordening betreffende digitale netwerken Kamerstukken II 2024/25, 26 643, nr. 1224, Kamerbrief over voortgang snel internet en centraal Informatiepunt Mobiele Bereikbaarheid 112 Directie Europese en Internationale Zaken Ons kenmerk DEIZ / 108502084 Directie Europese en Internationale Zaken Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk Ons kenmerk DEIZ / 108502084 > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Prinses Irenestraat 6 2595 BD DEN HAAG Datum 5 oktober 2026 Betreft Beantwoording SO informele Telecomraad 12-13 oktober
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.