Monitor Smart Mobility 2025
Brontekst
Versie 54e4c4a8557da6ae · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 305MobiliteitsbeleidNr. 519 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juni 2025Slimme digitaliserings- en automatiseringsoplossingen zijn niet meer uitons mobiliteitsysteem weg te denken. Reizigers maken vandaag de daggebruik van vele slimme toepassingen om veilig en efficiënt van A naar Bte reizen. Om deze ontwikkelingen op het gebied van slimme mobiliteit tevolgen is de Monitor Smart Mobility in 20231 gelanceerd. De monitorgeeft een zo objectief mogelijk beeld van de effecten van slimmemobiliteitstoepassingen op het wegverkeer en de meest recente feiten encijfers over slimme mobiliteitstoepassingen. In de tweede editie2 (2024) isvervolgens stilgestaan bij de implicaties van deze inzichten voor beleid.Met deze Kamerbrief deel ik de derde editie (2025) van de Monitor SmartMobility. Met de publicatie van de derde editie komt er een reeks totstand. Op basis van de inzichten uit deze drie edities stellen we de eerstetrends vast.Monitor Smart Mobility 2025Met de Monitor Smart Mobility zijn we in staat de trends te volgen op hetgebied van slimme mobiliteitsoplossingen, en de wijze waarop dezetrends zich verhouden tot speerpunten van de Actieagenda Auto zoalsveilige en betrouwbare wegen, file-aanpak & voorspelbare reistijden enslimmere auto’s en veilig rijgedrag.3 Tevens kunnen de inzichten wordengebruikt voor beleidskeuzes op het gebied van verkeersveiligheid,bereikbaarheid en duurzaamheid door (mede)overheden. De monitorbiedt daarmee kansen om positieve ontwikkelingen te stimuleren of juistbij te sturen bij ongewenste tendensen.De derde editie van de Monitor Smart Mobility heeft dezelfde opzet enstructuur als de vorige twee edities. De inzichten zijn gepresenteerd aan1Kamerstuk 31 305, nr. 3852Kamerstuk 31 305, nr. 4473Kamerstuk 31 305, nr. 482 kst-31305-519ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5191 de hand van drie categorieën: Voertuigautomatisering, Verkeersma-nagement & Informatiediensten en Mobiliteitsdiensten. Onderzoeksresul-taten over het aanbod, gebruik en de effecten van slimme mobiliteitworden per categorie uiteengezet. Deze derde editie berust op doorlo-pende én een aantal nieuw gestarte onderzoeken.De belangrijkste trends en inzichten worden gepresenteerd aan de handvan deze drie categorieën.VoertuigautomatiseringDe categorie voertuigautomatisering betreft slimme mobiliteitstoepas-singen en richt zich op rijhulpsystemen, ofwel Advanced Driver AssistanceSystems (ADAS). Dit zijn systemen die de bestuurder met rijden onder-steunen, maar waarbij de bestuurder verantwoordelijk is voor hetuitvoeren van de rijtaak. Permanent en inschakelbare geautomatiseerderijsystemen gaan verder dan dat, bij die systemen wordt de rijtaak (deels)overgenomen van de bestuurder. Deze systemen maken geen onderdeeluit van de Monitor Smart Mobility 2025. Rijhulpsystemen hebben naarverwachting een positief effect op de verkeersveiligheid. De SWOV(Stichting Wetenschappelijk onderzoek verkeersveiligheid) heeft eeninschatting gemaakt wat de impact is van rijhulpsystemen op deverkeersveiligheid in Nederland4, deze veiligheidseffecten zijnoverwegend positief.Ontwikkelingen rijhulpsystemenNet als de afgelopen jaren neemt het aantal rijhulpsystemen in hetNederlandse wagenpark en in nieuw verkochte auto’s toe. De stijging isdeels te verklaren, omdat vanaf 7 juli 2024 diverse rijhulpsystemenverplicht zijn. Er is echter ook een toename te zien van rijhulpsystemendie niet verplicht zijn, zoals de dodehoekwaarschuwing. Via Euro NCAP,een organisatie die onafhankelijke veiligheidsbeoordelingen van auto’suitvoert, worden fabrikanten gestimuleerd om auto’s te voorzien vanrijhulpsystemen om daarmee deze nog veiliger te maken. Dat sluit aan bijde ambitie van de Actieagenda Auto van slimmere auto’s. Ook wordenfabrikanten gestimuleerd rijhulpsystemen beter te laten presteren dan watregelgeving vereist via inzet van Euro NCAP. Hoe veiliger de auto, hoemeer sterren deze krijgt. Om inzicht te krijgen in de effecten en kosten vanslimme toepassingen, heeft mijn ministerie onderzoek laten doen naar dekosten van onder andere rijhulpsystemen. Hieruit komt naar voren dat dehoogte van de kosten van rijhulpsystemen moeilijk te doorgronden zijn,omdat de prijzen van rijhulpsystemen niet een op een toegeschrevenkunnen worden aan de auto, omdat de rijhulpsystemen vaak onderdeelzijn van pakketten of al standaard geleverd worden. Ik ga uit van markt-werking en een goede prijs-kwaliteit verhouding voor de consument.Het gemiddelde kennisniveau over rijhulpsystemen van gebruikers istoegenomen, maar is nog niet optimaal. Opvallend is dat kennis vanbestuurders over de waarschuwende Intelligente Snelheids Assistent(ISA) het zwakst is, terwijl dit systeem verplicht in alle nieuwe auto’s zit.Tegelijkertijd toont de monitor aan dat 31% van de bezitters van hetverplichte systeem dat automatisch remt om een ongeval te voorkomen(autonoom noodremsysteem), niet weet dat dit systeem in hun auto zit.IenW zet zich daarom in om het kennisniveau en het veilig gebruik vanrijhulpsystemen te verbeteren via de ADAS Alliantie. De alliantie bestaatuit ruim 60 invloedrijke deelnemende partijen, waaronder RAI Vereniging,4SWOV-publicatie 2024: «Veiligheidseffecten van geavanceerde rijhulpsystemen (ADAS)»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5192 ANWB, BOVAG, RDW, Vereniging Nederlandse Autoleasemaatschappijen(VNA), Verbond van Verzekeraars (VvV) en het ministerie.Gebruikersacceptatie speelt een belangrijke rol in het benutten van hetverkeersveiligheidspotentieel van rijhulpsystemen. De tevredenheid vangebruikers over rijhulpsystemen is toegenomen. Over het algemeen latenbestuurders deze systemen ook aanstaan. De gebruikers van dewaarschuwende ISA zijn minder tevreden dan gemiddeld. Het tenonrechte geven van een waarschuwing wordt het vaakst genoemd alsreden, gevolgd door onbetrouwbare informatie. Het behalen van eenbetrouwbaarheidsniveau van ISA is een verantwoordelijkheid van defabrikant. Desalniettemin is het belangrijk dat gebruikers de systemen nietuitzetten vanwege ontevredenheid. Er worden daarom verschillendestappen gezet. Uiterlijk eind dit jaar wordt door de Europese CommissieISA geëvalueerd, omdat dit een Europees verplicht systeem is. Hoe vaakhet systeem wordt uitgezet is daar een onderdeel van. In de tussentijdworden verschillende acties ondernomen om de betrouwbaarheid van ISAte stimuleren. Zo wordt onder andere de informatievoorziening, die nodigis voor ISA, zowel digitaal als fysiek op orde gebracht. In overleg metRijkswaterstaat en medeoverheden wordt er aan gewerkt om de data metbetrekking tot maximumsnelheden en de goede plaatsing van de bordenop straat te verbeteren. Verder introduceert Euro NCAP in 2026 eenpraktijktest, een instrument vanuit de auto dat helpt om het presteren vanISA op de openbare weg te beoordelen. IenW blijft ook het kennisniveau,de gebruikservaring en tevredenheid van rijhulpsystemen periodiekmonitoren om zo vast te stellen of verdere verbeteringen mogelijk ennoodzakelijk zijn.AfleidingZoals ook aangegeven in de Actieagenda Auto gaf de monitor vorig jaaraanleiding tot vervolgonderzoek naar afleiding door rijhulpsystemen. 30%van de gebruikers zegt afgeleid te zijn door rijhulpsystemen, via geluid,spraak, visueel, bediening of de verwerking van informatie. Dat is eenkleine verbetering ten opzichte van vorig jaar; namelijk 2,5% minder. Vanalle rijhulpsystemen leidt de bediening van navigatiesystemen tijdens hetrijden tot de meeste afleiding. Het bedienen van navigatiesystemen zoualleen in stilstand moeten gebeuren en bij veel nieuwe auto’s is bedieningvan de navigatie alleen mogelijk in stilstand. Het bedienen van navigatieleidt echter veel minder af dan het aflezen van de kaart op schoot en destratengids van vroeger.5 Afleiding kan ook door de auto zelf gecreëerdworden en is zeer onwenselijk. Afleiding kan mogelijk leiden tot verkeers-onveiligheid. Vanaf 7 juli 2026 zit daarom in alle nieuwe auto’s eensysteem dat de bestuurder waarschuwt bij afleiding. Daarnaast zet ik mijvia Euro NCAP in om afleiding door de auto zelf tegen te gaan. Euro NCAPgaat vanaf 2026 de auto beoordelen op afleiding, zoals het ontbreken vanfysieke knoppen, hoeveel handelingen er nodig zijn om iets te bedienen ofhet onnodig gebruik van knipperende lichtjes of piepjes.Verkeersmanagement- en informatiedienstenVrijwel elke reiziger gebruikt een navigatieapp om van A naar B te komen.Uit de Smart Mobility Monitor zien we dat het bezit van navigatiedienstenvoor het derde jaar op rij is gegroeid. In 2024 gebruikt ongeveer 96% vande weggebruikers één of meer navigatiesystemen voorafgaand aan oftijdens de reis. Daarnaast zien we dat weggebruikers in toenemende mateniet alleen de navigatie gebruiken op onbekende routes, maar ook steeds5Adviesdienst mens & veiligheid-publicatie 2024: «Potentiële effecten in-car navigatiedienstenvoor de verkeersveiligheid»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5193 vaker op bekende routes. Dit aandeel is gestegen van 59% in 2021 naar71% in 2024. Het feit dat de navigatie in toenemende mate op bekenderoutes worden gebruikt, kan verklaard worden doordat weggebruikersveel vaker behoefte hebben aan een voorspelbare aankomsttijd enfile-informatie. Immers, aankomsttijden door verkeershinder zijn steedsminder goed in te schatten. Met navigatie kunnen weggebruikers hunroute aanpassen tijdens hun rit. Dit gebeurt dan ook steeds vaker: 81% in2024 tegenover 44% in 2021. Bovendien is ook de kwaliteit van de reis enrouteinformatie de afgelopen jaren sterk verbeterd. De smart monitor laatdaarnaast voor 2024 een toename van 6% in de voorkeur van wegge-bruikers voor informatie via de navigatie zien in plaats van (statische endynamische) borden langs of boven de weg ten opzichte van 2021.Vanwege de trend van fysiek (wegkant) naar in-car-informatie is hetcruciaal dat de reis- en routeinformatie betrouwbaar is. Daarom maakt hetministerie samen met marktpartijen en medeoverheden via het DigitaalStelsel Mobiliteitsdata afspraken over het aanbod en de kwaliteit van dedata die verwerkt wordt voor verkeersmanagement en navigatiediensten.Deze data is via het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM) en deNationale Dataportaal Wegverkeer (NDW) beschikbaar voor overheden enmarktpartijen. Hiermee wordt ook voldaan aan de Europese IntelligenteTransport Service (ITS-) richtlijn.Wegwerkzaamheden, omleidingsroutes en verkeersregels zoalsmaximumsnelheden worden niet altijd goed doorgegeven aan deweggebruiker via navigatieapps of in het dashboard van de auto. Om hiereen verbeterslag te maken, is de afgelopen jaren intensief gewerkt aannauwere vrijwillige samenwerking met navigatieapp-aanbieders enautofabrikanten. Daarnaast is er een verplichting in Europese wetgevingopgenomen dat als verkeersinformatie van goede kwaliteit beschikbaar is,deze ook daadwerkelijk doorgegeven moet worden aan de weggebruiker.Nederland loopt met het beschikbaar stellen van verkeersinformatieEuropees voorop.Grote Europese en mondiale spelers wensen echter niet alleen voorNederland hun systemen aan te passen of nieuwe diensten te ontwik-kelen. Het is daarom belangrijk het gesprek over het delen van kwalitatiefgoede informatie met de navigatieapp-aanbieders en autofabrikanten opEuropees niveau te voeren. Conform mijn toezegging6 tijdens hetcommissiedebat Auto om met navigatiediensten te bespreken welkeverbeteringen er mogelijk zijn met betrekking tot het melden vanwegwerkzaamheden en afsluitingen, informeer ik u nu op hoofdlijnen enzal ik u naar verwachting eind dit jaar de uitkomst van deze gesprekkenkunnen melden. Met de afspraken die we met navigatieapp-aanbieders enautofabrikanten maken, geven we gemeenten ook een handelingsper-spectief om sluipverkeer tegen te gaan en om ervoor te zorgen dat dejuiste informatie in apps en dashboards terechtkomt. Tegelijkertijd vraagtdit van gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat dat ze informatie overwegwerkzaamheden en de geldende maximumsnelheid ook digitaalbeschikbaar maken. Hierover maken we afspraken in het Digitaal StelselMobiliteitsdata en het BO mobiliteit van dit najaar.De beschikbaarheid en kwaliteit van reis- en routeinformatiedienstenontwikkelt zich steeds verder. Deze ontwikkeling draagt bij aan een beterereiservaring voor de weggebruiker én het beter benutten van de wegcapa-citeiten. Naast de huidige Europese verplichtingen worden ook afsprakenmet navigatiediensten gemaakt voor het doorgeven van bepaaldeverkeersveiligheidswaarschuwingen, zoals naderende nood- en6Toezegging TZ202504–127Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5194 hulpdiensten of gladwegdek. Uit recente cijfers van het CBS blijkt dattijdens de projectperiode van het project Safety Priority Services bij meerdan 24% van de in Nederland gereden kilometers één of meer veiligheids-diensten (zoals ambulance waarschuwingen) actief waren in het voertuig.Dat merkt zelfs een ambulancebroeder, aangezien 84% van de wegge-bruikers op basis van de melding ruimte maakt voor de ambulance.MobiliteitsdienstenHet aantal Nederlanders dat gebruikmaakt van deelmobiliteit in Nederlandsteeg van 15% in 2022, naar 19% in 2023 en 20% in 2024. Hiermee zet detrend van het toenemend gebruik van deelvervoer in Nederland door.Tegelijkertijd is het aantal deelauto’s het afgelopen jaar voor het eerstbeperkt gedaald.Het aanbod van deelmobiliteit komt in Nederland uit op 43.500 deelvoer-tuigen. Het merendeel van deze voertuigen zijn deelfietsen (26.661), metde OV-fiets als grootste partij (70% van de deelfietsen). Er zijn 8571deelscooters en 7414 deelauto’s. De combinatie van de beperkte dalingvan het aantal deelauto’s en de stijging van het aantal gebruikers geeftvoor mij een indicatie dat de markt in ontwikkeling is. Bij een gebruik vanminder dan 10.000 kilometer per jaar blijken deelauto’s voordeliger in hetgebruik dan een eigen voertuig. Verder is inmiddels net iets meer dan dehelft van het totaal aantal deelauto’s elektrisch in 2024.Programma Natuurlijk!DeelmobiliteitIenW faciliteert samen met medeoverheden zoals gemeenten, regio’s enprovincies het samenwerkingsprogramma Natuurlijk!Deelmobiliteit vanuitde behoefte aan meer kennisopbouw, meer gelijkheid in regelgeving(harmonisatie en standaardisatie), het delen van kennis, het uitwisselenvan ervaringen, het verbeteren van gemeentegrens-overstijgende(deel)mobiliteit en het goed monitoren van alle effecten. Dit alles met alsdoelstelling dat deelmobiliteit kan opschalen en zo kan bijdragen aan dejuiste mobiliteit op de juiste plaats in lijn met de HoofdlijnennotitieMobiliteitsvisie 2050 en in lijn met het kabinetsstandpunt Bereikbaarheidop peil die eerder met de Kamer zijn gedeeld.7 Door deelmobiliteit op dejuiste manier in te zetten, kan zij bijdragen aan keuzevrijheid van burgers,het verbeteren van de bereikbaarheid en leefkwaliteit, zeker in gebiedenwaar ruimte schaars is. Vanuit de behoefte aan standaardisatie enharmonisatie is het programma Natuurlijk!Deelmobiliteit recent gestartmet een traject om meer grip te krijgen op de marktordening vandeelmobiliteit.Zowel lokale overheden als het ministerie zijn gebaat bij het verkrijgenvan een beter beeld over de impact van deelmobiliteit als een van debouwstenen binnen het bredere mobiliteitsbeleid. Op 4 februari jl. is deKamer geïnformeerd met een voortgangsbrief deelmobiliteit met daarinook de 1-meting van het programma Natuurlijk!Deelmobiliteit.8Momenteel wordt gewerkt aan een nieuwe monitoringsmeting (de2-meting over het jaar 2024) over het samenwerkingsprogrammaNatuurlijk!Deelmobiliteit. Bovendien wordt ook gewerkt aan een monito-ringsmeting van de deelmobiliteitshubs. Voor het zomerreces zal deKamer over beiden worden geïnformeerd.7Kamerstuk 31 305, nr. 4898Kamerstuk 31 305, nr. 486Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5195 Tot slotNederland is volop in beweging. Mobiliteit is van groot belang voormensen en bedrijven. De inzichten die opgedaan worden uit de MonitorSmart Mobility geven een beeld van de kansen en risico’s die spelen inhet Nederlandse mobiliteitssysteem. Het benutten van deze kansen enpotentie zorgt ervoor dat het mobiliteitssysteem ook in de toekomst goedfunctioneert. Zo maken we het mobiliteitssysteem veiliger, duurzamer enefficiënter.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. MadlenerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5196
Gerelateerde bronnen
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe met navigatiediensten te bespreken welke verbeteringen er mogelijk zijn met betrekking tot het melden van
De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe met navigatiediensten te bespreken welke verbeteringen er mogelijk zijn met betrekking tot het melden van wegwerkzaamheden en afsluitingen en informeert de Kamer voor de zomer over de uitkomsten van die gesprekken.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.