KamerkringInloggen
Kamerbrief

Toezegging gedaan tijdens het commissiedebat Pensioenonderwerpen van 21 november 2024, inzake overleg DNB - SZW rond de motie van het lid Aartsen c.s. over verkennen hoe toetsings- of toezichtkaders aangescherpt kunnen worden om het behalen van een koopkrachtig pensioen bij fondsen centraal te laten staan (Kamerstuk 32043-642)

10 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e56708573de13462 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 043Toekomst pensioenstelselNr. 670 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 december 2024In het Commissiedebat van 21 november 2024 heb ik uw Kamertoegezegd voorafgaand aan het tweeminutendebat 11 december a.s. deafwegingskaders en verslagen van DNB omtrent beleggingsbeleid met deKamer te delen.1 In deze brief geef ik aan welke stappen zijn gevolgd doorSZW en DNB om te komen tot de passage naar aanleiding van de motieAartsen in de Verzamelbrief Pensioenonderwerpen die op 8 november2024 aan uw Kamer is gezonden.2 , 3 In de bijlage bij deze brief vindt u eenuiteenzetting van het wettelijk kader en de uitingen van DNB over zijntoezicht hierop.Behandeling Motie AartsenOp 4 juni 2024 is de motie van het lid Aartsen c.s. aangenomen. Hierinverzoekt de Tweede Kamer de regering een verkenning uit te voeren opwelke wijze relevante toezichtkaders aangescherpt kunnen worden om hetrealiseren van een koopkrachtig pensioen altijd centraal te laten zijn bijhet beleggingsbeleid van fondsen en de toezichthouders hier ook op telaten toezien.Op 5 juni 2024 is desgevraagd door DNB aan het FD uitleg gegeven overde voorschriften die gelden voor het beleggingsbeleid van pensioen-fondsen. Daarbij heeft DNB aan het FD aangegeven niet te (kunnen)reageren op de motie, omdat de motie een oproep aan de regering is enniet aan DNB. In het artikel van het FD wordt echter de koppeling met demotie Aartsen c.s. gemaakt.4 Hiermee kan de suggestie ontstaan zijn dater binnen een dag een reactie was op de motie.1https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/toezeggingen/detail?id=TZ202411-100&did=TZ202411-1002Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6423Kamerstuk 2024–2025, 32 043 nr. 6664https://fd.nl/politiek/1519289/dnb-pensioenfondsen-niet-verplicht-om-rendement-op-eerste-plaats-te-zetten kst-32043-670ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 043, nr. 6701 Dezelfde week zijn SZW en DNB in gesprek gegaan om invulling te gevenaan de motie. Dat overleg is begin november 2024 afgerond. Vertrekpuntwas om het wettelijk kader rond het beleggingsbeleid van pensioen-fondsen te verkennen. Er zijn geen gespreksverslagen gemaakt van degevoerde overleggen. Het overleg heeft in juni en juli 2024 geleid tot eenopsomming van de relevante wetsartikelen:•Pensioenwet: Artikel 102a Doelstellingen en uitgangspunten, Artikel135 Prudent person en eisen ten aanzien van beleggingen en Artikel143 Beheerste en integere bedrijfsvoering.•Besluit Financieel toetsingskader: Artikel 13 Eisen ten aanzien vanbeleggingen, Artikel 13a Beleggingsbeleid, Artikel 18 Beheerstebedrijfsvoering.Een eerste lezing van deze wetsartikelen laat zien dat wetgevingvoorschrijft dat pensioenfondsen een beleggingsbeleid voeren waarbij dewaarden worden belegd in het belang van de aanspraak- en pensioenge-rechtigden. In ieder geval wordt daarmee bedoeld het financiële belangvan deelnemers te waarborgen. SZW heeft DNB gevraagd of DNB dieconclusie deelt.DNB benadrukte dat het beheersen van risico centraal staat. Gevolghiervan is dat pensioenfondsen in hun beleggingsbeleid o.a. rekeningmoeten houden met risico’s op lange termijn, omdat belegd moet wordenin overeenstemming met de aard en duur van de verplichtingen. Dat zijnlangetermijnverplichtingen, namelijk de toekomstig te verstrekkenuitkeringen. Langetermijnrisico’s kunnen zich in allerlei vormen voordoen,ook in de vorm van aan maatschappelijke ontwikkelingen gerelateerderisico’s. Om dat inzichtelijk te maken is besloten een voorbeeld op tenemen in de beoogde tekst van de brief.Na de zomer heeft DNB gereageerd op het door SZW geschetste kader. Inoktober 2024 heeft SZW een conceptversie voor de tekst voor de briefnaar DNB gestuurd, waarin de opmerkingen zijn verwerkt. Het wettelijkkader komt er op neer dat het toezichtkader er voor zorgt dat pensioen-fondsen een beleggingsbeleid voeren waarbij wordt belegd in het belangvan de aanspraak- en pensioengerechtigden. In ieder geval wordtdaarmee bedoeld het financiële belang van deelnemers te waarborgen,hetgeen in lijn is met de motie.Wat resteerde was de vraag in hoeverre een en ander duidelijk blijkt op dewebsite van DNB (zie bijlage 1). Op de pagina Open Boek Toezicht vanDNB staat een factsheet over beleggingen voor pensioenfondsen.5Overwogen is om nieuwe teksten op de site toe te voegen en daar c.f. destrekking van het wettelijk kader duidelijker te benoemen dat met hetbeleggingsbeleid gestreefd wordt naar een financieel gezond pensioen.SZW schatte in dat het in de geest van de aangenomen kamermotie zouzijn als DNB het voorgeschreven beleggingsbeleid nogmaals zoutoelichten in uitingen gericht op individuele pensioenfondsen – om hetdaar duidelijk onder de aandacht te brengen.Na afronding van dit deel van het gesprek heeft DNB besloten innovember 2024 de factsheet over beleggingen van pensioenfondsen teactualiseren. DNB was al langere tijd bezig met een actualisatieslag vanzijn beleidsuitingen in het kader van de Wtp, en heeft in dat kaderversneld de factsheet over beleggingen herzien. Gebaseerd op deverkenning en de aanpassing van de site van DNB is door SZW geconclu-deerd dat het voor pensioenfondsen voldoende duidelijk is dat zij moetenbeleggen aan de hand van het hiervoor genoemde kader. Dit kader is ookvoldoende duidelijk toegelicht op de website van DNB.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van Hijum5https://www.dnb.nl/voor-de-sector/open-boek-toezicht/sectoren/pensioenfondsen/prudentieel-toezicht/beleggingen/beleggingen-pensioenfondsen/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 043, nr. 6702 Wettelijk kaderHet wettelijk kader schrijft voor dat het bestuur van een pensioenfonds naoverleg met de pensioenfondsorganen zorg draagt voor de vastleggingvan de doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risico-houding van het pensioenfonds. De beleidsuitgangspunten bevattenonder anderen de beleggingsbeginselen van het pensioenfonds (art. 102aPW). Zie voor een uitwerking met beleidsopvatting de factsheet OpenBoek «Toezicht beleggingen» van DNB.6De beleidsuitgangspunten en doelstellingen, waaronder de risicohoudingzijn een uitgangspunt voor vaststelling van het strategisch beleggings-beleid. Bij de vaststelling van het strategisch beleggingsbeleid sluit hetpensioenfonds aan bij de doelstellingen en beleidsuitgangspunten,waaronder de risicohouding. De vaststelling van het strategisch beleg-gingsbeleid door het pensioenfonds is dan ook gebaseerd op gedegenonderzoek. Het strategisch beleggingsbeleid wordt door het pensioen-fonds in een beleggingsplan uitgewerkt. In het beleggingsplan neemt hetfonds concrete en gedetailleerde richtniveaus en bandbreedtes perbeleggingscategorie op (art. 13a Besluit FTK). Het uitgangspunt hierbij isdat dit beleggingsbeleid in ieder geval in overeenstemming is met deprudent-person regel. Dit houdt in dat de financiële waarden (beleggingenetc.) worden belegd in het belang van de aanspraak- en pensioengerech-tigden (art. 135 PW). Wat precies inhoudt wat in het belang van dezeaanspraak- en pensioengerechtigden is, is een open norm. Het is aan depensioenfondsen zelf om hier invulling aan te geven. Wel moeten dewaarden op zodanige wijze worden belegd dat ook de veiligheid, dekwaliteit, de liquiditeit en het rendement van de portefeuille als geheel zijngewaarborgd (art. 13 Besluit FTK). Zie voor een uitwerking met beleidsop-vatting de factsheets Open Boek «Toezicht beleggingen» en «Prudentperson regel als open norm» van DNB.7 , 8Een belangrijk onderdeel van het tot stand komen van het beleggings-beleid van pensioenfondsen is de risicohouding en risicomanagement.Pensioenfondsen moeten hierbij goed risico’s in kaart brengen en ookrekening houden met deze risico’s bij het vaststellen en uitvoeren van hetbeleggingsbeleid. De risico’s waarmee pensioenfondsen in ieder gevalook rekening moeten houden zijn risico’s gerelateerd aan milieu enklimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen (art. 18 Besluit FTK). Derisico’s die verband houden met milieu en klimaat, mensenrechten ensociale verhoudingen met betrekking tot de beleggingsportefeuille en hetbeheer daarvan, worden betrokken in het risicobeheer van een pensioen-fonds. Een pensioenfonds heeft als langetermijnbelegger direct te makenmet de consequenties van ecologische, economische of maatschappelijkeontwikkelingen op de toekomstige waarde van de beleggingen. De risico’sdie daarmee verband houden, vormen dan ook een onderdeel van hetrisicobeheer en de eigenrisicobeoordeling. Zie voor een uitwerking metbeleidsopvatting de factsheets Open Boek Toezicht «Beheerste bedrijfs-voering en integriteit» en «Vereisten met betrekking tot milieu en klimaat,mensenrechten en sociale verhoudingen in wet- en regelgeving voorpensioenfondsen» van DNB.9 , 106https://www.dnb.nl/voor-de-sector/open-boek-toezicht/sectoren/pensioenfondsen/prudentieel-toezicht/beleggingen/beleggingen-pensioenfondsen/7https://www.dnb.nl/voor-de-sector/open-boek-toezicht/sectoren/pensioenfondsen/prudentieel-toezicht/beleggingen/beleggingen-pensioenfondsen/8https://www.dnb.nl/voor-de-sector/open-boek-toezicht/sectoren/pensioenfondsen/prudentieel-toezicht/beleggingen/prudent-person-regel-als-open-norm/9https://www.dnb.nl/voor-de-sector/open-boek-toezicht/sectoren/pensioenfondsen/prudentieel-toezicht/beheerste-en-integere-bedrijfsvoering/beheerste-bedrijfsvoering-en-integriteit-pensioenfondsen/Bijlage 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 043, nr. 6703 Veel voorschriften, die zien op het beleggingsbeleid zoals in Nederlandsewet- en regelgeving zijn vastgelegd, komen voort uit Europese wet- enregelgeving.10https://www.dnb.nl/voor-de-sector/open-boek-toezicht/wet-regelgeving/wet-en-regelgeving-pensioenfondsen/vereisten-met-betrekking-tot-milieu-en-klimaat-mensenrechten-en-sociale-verhoudingen-in-wet-en-regelgeving-voor-pensioenfondsen/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 043, nr. 6704 WetsartikelenPensioenwet:Artikel 102a PW: Doelstellingen en uitgangspunten1.Het bestuur van een pensioenfonds draagt na overleg met de overigeorganen van het pensioenfonds zorg voor de vastlegging van dedoelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohou-ding, van het pensioenfonds. De organen van het pensioenfondsgebruiken deze doelstellingen en uitgangspunten bij de toetsing vande opdrachtaanvaarding van de door vertegenwoordigers vanwerkgevers of werkgeversverenigingen en werknemers of werkne-mersverenigingen overeengekomen pensioenregelingen, en bij debesluitvorming, de verantwoording, de advisering, en het toezichtbinnen het pensioenfonds.2.Het bestuur van een pensioenfonds streeft er naar van de vertegen-woordigers, bedoeld in het eerste lid, zo veel mogelijk duidelijkheid teverkrijgen over de doelstellingen die ten grondslag liggen aan depensioenregelingen die de vertegenwoordigers als opdracht inuitvoering aan het pensioenfonds geven.3.Het bestuur van een pensioenfonds draagt zorg voor de formeleopdrachtaanvaarding van de door de vertegenwoordigers, bedoeld inhet eerste lid, aan het pensioenfonds opgedragen pensioen-regelingen. Het bestuur toetst bij de opdrachtaanvaarding voor hetpensioenfonds als geheel en voor de relevante beleidsgebieden aande doelstellingen en uitgangspunten, bedoeld in het eerste lid.4.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelsworden gesteld met betrekking tot dit artikel over onder meer devastlegging van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten en hetproces van opdrachtaanvaarding.Artikel 135. Eisen ten aanzien van beleggingen1.Een pensioenfonds voert een beleggingsbeleid dat in overeenstem-ming is met de prudent-person regel en met name gebaseerd is opde volgende uitgangspunten:a.de waarden worden belegd in het belang van aanspraak- enpensioengerechtigden;b.beleggingen in de bijdragende onderneming worden beperkt totten hoogste 5% van de portefeuille als geheel, en ingeval debijdragende onderneming tot een groep behoort, wordenbeleggingen in de ondernemingen die tot dezelfde groep als debijdragende onderneming behoren, beperkt tot ten hoogste 10%van de portefeuille. Wanneer een groep van ondernemingen aanhet pensioenfonds premies betaalt, geschieden beleggingen indeze bijdragende ondernemingen prudent, waarbij rekeningwordt gehouden met de noodzaak van een behoorlijke diversifi-catie;c.de beleggingen worden gewaardeerd op basis van marktwaarde-ring; end.de blootstelling aan beleggingsrisico is niet hoger dan 150%.2.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden terwaarborging van het prudente beleggingsbeleid nadere regelsgesteld.3.De eisen die zijn opgenomen in het eerste lid, aanhef en onderdeel b,en de regels die op grond van het tweede lid worden gesteld tenaanzien van de diversificatie van waarden zijn niet van toepassing opbeleggingen in staatsobligaties.Bijlage 2:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 043, nr. 6705 4.Een pensioenfonds vermeldt in zijn bestuursverslag op welke wijze inhet beleggingsbeleid rekening wordt gehouden met milieu enklimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen.Artikel 143. Beheerste en integere bedrijfsvoering1.Een pensioenfonds richt zijn organisatie zodanig in dat deze eenbeheerste en integere bedrijfsvoering waarborgt.2.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelsgesteld met betrekking tot het eerste lid. De regels hebben in iedergeval betrekking op:a.het beheersen van bedrijfsprocessen en bedrijfsrisico’s;b.integriteit;c.de soliditeit van het pensioenfonds, waaronder wordt verstaan:i.het beheersen van financiële risico’s; enii.het beheersen van andere risico’s die de soliditeit van hetpensioenfonds kunnen aantasten;d.het beheersen van de financiële positie over de lange termijndoor periodiek een haalbaarheidstoets te maken.Besluit Financieel toetsingskader pensioenfondsenArtikel 13. Eisen ten aanzien van beleggingen1.De waarden worden op zodanige wijze belegd dat de veiligheid, dekwaliteit, de liquiditeit en het rendement van de portefeuille alsgeheel zijn gewaarborgd.2.Waarden die ter dekking van de technische voorzieningen wordenaangehouden, worden belegd op een wijze die strookt met de aard ende duur van de verwachte toekomstige pensioenuitkeringen.3.De waarden worden hoofdzakelijk op gereglementeerde marktenbelegd. Beleggingen in niet tot de handel op een gereglementeerdefinanciële markt toegelaten waarden worden tot een prudent niveaubeperkt.4.Beleggingen in derivaten zijn toegestaan voor zover deze bijdragenaan een vermindering van het risicoprofiel of een doeltreffendportefeuillebeheer vergemakkelijken. Het fonds vermijdt eenbovenmatig risico met betrekking tot een en dezelfde tegenpartij entot andere derivatenverrichtingen.5.De waarden worden naar behoren gediversifieerd zodat eenbovenmatige afhankelijkheid van of vertrouwen in bepaalde waarden,of een bepaalde emittent van waarden of groep van ondernemingenen risicoaccumulatie in de portefeuille als geheel worden vermeden.6.Onder waardering op marktwaarde als bedoeld in artikel 135, eerstelid, onder c, van de Pensioenwet en artikel 130, eerste lid, onder b,van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt verstaan: hetbedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passiefkan worden afgewikkeld tussen terzake goed geïnformeerde partijen,die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn. Bij dewaardering van een vordering van een fonds op een verzekeraar uithoofde van een verzekering als bedoeld in artikel 12, vierde lid, kanhet kredietrisico op die verzekeraar buiten beschouwing wordengelaten.7.Onder een gereglementeerde markt als bedoeld in het derde lidwordt verstaan: een multilateraal systeem dat meerdere koop- enverkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumen-ten – binnen dit systeem en volgens de niet-discretionaire regels vandit systeem – samenbrengt of het samenbrengen daarvan vergemak-kelijkt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit metbetrekking tot financiële instrumenten die volgens de regels en deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 043, nr. 6706 systemen van die markt tot de handel zijn toegelaten, en datregelmatig en overeenkomstig de geldende regels inzake devergunningverlening en het doorlopende toezicht werkt.8.Onder blootstelling aan beleggingsrisico wordt verstaan; deeffectieve blootstelling aan zakelijke waardenrisico. Zakelijke waardenzijn alle beleggingen die niet onder kredietrisicovrije vastrentendewaarden vallen, waarbij voor vastrentende waarden met kredietrisicoeen systematiek van mapping toegepast wordt op basis van de tabel,bedoeld in artikel 23a, vijfde lid.Artikel 13a. Beleggingsbeleid1.Een fonds stelt voor de langere termijn een strategisch beleggingsbe-leid vast dat aansluit op de doelstellingen en beleidsuitgangspunten,waaronder de risicohouding, van het fonds en is gebaseerd opgedegen onderzoek.2.Het strategisch beleggingsbeleid bevat in ieder geval een beschrij-ving van de beleggingsdoelstelling, de samenstelling van de beoogdebeleggingsportefeuille en de mate waarin van de beoogdebeleggingsportefeuille kan worden afgeweken.3.Het fonds vertaalt het strategisch beleggingsbeleid naar eenbeleggingsplan. In het beleggingsplan neemt het fonds concrete engedetailleerde richtniveaus en bandbreedtes per beleggingscategorieop. Het fonds stelt daarbij beleid op voor de beheersing van derelevante risico’s.4.Het fonds onderbouwt dat het strategisch beleggingsbeleid en hetbeleggingsplan passen binnen de prudent person regel.5.Een fonds stelt een beleggingscyclus vast op grond waarvan hetstrategisch beleggingsbeleid, het beleggingsplan en de uitvoeringperiodiek worden geëvalueerd en herbeoordeeld.Artikel 18. Beheerste bedrijfsvoering1.Een fonds beschikt over goede administratieve en boekhoudkundigeprocedures en adequate interne controlemechanismen, stelt in hetkader van het risicobeheer schriftelijk beleid vast ten aanzien van debeheersing van te lopen risico’s en draagt zorg voor de uitvoeringvan dat beleid. Het fonds evalueert het beleid ten minste driejaarlijksen past het beleid na een belangrijke wijziging zo spoedig mogelijkaan. Het risicobeheer is doeltreffend en goed geïntegreerd in deorganisatiestructuur en de besluitvormingsprocessen.2.Het fonds stelt onder meer strategieën, processen en rapportagepro-cedures schriftelijk vast om op individueel en geaggregeerd niveaude risico’s waaraan het fonds en de door het fonds uitgevoerdepensioenregelingen zijn of kunnen worden blootgesteld regelmatig teonderkennen, meten, bewaken en beheren en hierover te rapporte-ren. Hierbij worden ook de onderlinge afhankelijkheden en relatiestussen de in de vorige zin genoemde risico’s beschreven.3.Onder risico’s als bedoeld in het eerste en tweede lid worden in iedergeval de risico’s verstaan die zich, voor zover van toepassing, bij hetfonds of derden waaraan de werkzaamheden zijn uitbesteed op devolgende terreinen kunnen voordoen:a.aangaan van pensioenverplichtingen en reservevorming;b.afgestemd beheer van activa en passiva;c.beleggingen, met name derivaten, securitisaties en vergelijkbareverbintenissen;d.beheer van het liquiditeits- en concentratierisico;e.beheer van het operationele risico;f.verzekering en andere risicobeperkingstechnieken; enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 043, nr. 6707 g.milieu en klimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen metbetrekking tot de beleggingsportefeuille en het beheer daarvan.4.Een fonds neemt bij de uitvoering van een premieovereenkomst ofpremieregeling in de opbouwfase of een variabele uitkering debeleggingsrisico’s die deelnemers, gewezen deelnemers of pensioen-gerechtigden lopen vanuit hun oogpunt in aanmerking bij hetopstellen en uitvoeren van het beleid ten aanzien van de beheersingvan te lopen risico’s.5.De risicobeheerfunctie, bedoeld in artikel 143a, eerste lid, van dePensioenwet dan wel artikel 138a, eerste lid, van de Wet verplichteberoepspensioenregeling wordt zodanig opgezet dat zij bevorderlijkis voor het risicobeheer.6.Een algemeen pensioenfonds draagt er zorg voor dat de administra-tieve en boekhoudkundige procedures, bedoeld in het eerste lid, descheiding waarborgen tussen de afgescheiden vermogens die percollectiviteitkring worden aangehouden.Artikel 18a. Organisatiestructuur beleggingsbeleid1.Een fonds legt schriftelijk een duidelijke organisatiestructuur vast metbetrekking tot het bepalen en uitvoeren van het beleggingsbeleid. Bijdeze organisatiestructuur wordt in ieder geval het risicobeheer vormgegeven en waarborgt het fonds een zorgvuldig en transparantbesluitvormingsproces. Het risicobeheer is adequaat en onafhanke-lijk.2.Een fonds draagt er zorg voor dat er een balans is tussen omvang,aard en complexiteit van de beleggingsportefeuille enerzijds en deaanwezige kennis en ervaring en het risicobeheer anderzijds.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 043, nr. 6708

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 40ce8ba6d226625e

14 okt 2026 · 904ba3c5fecf3a67

13 okt 2026 · dd30d0fab36892a3

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.