KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 16 oktober 2024, over Externe veiligheid

21 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e83539eedcd5367f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202522 343Handhaving milieuwetgevingNr. 404 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 21 november 2024 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 16 oktober2024 overleg gevoerd met de heer Jansen, Staatssecretaris OpenbaarVervoer en Milieu, over:−de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 27 maart 2024 inzake evaluatie stelsel Kernenergie-wet en veiligheidsbenchmark Borssele (Kamerstuk 32 645,nr. 125);−de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 25 maart 2024 inzake reactienota over de reikwijdteen detailniveau van het milieueffectrapport onderliggend aande Wijziging Kernenergiewet voor de bedrijfsduurverlengingkerncentrale Borssele (Kamerstuk 32 645, nr. 124);−de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 13 mei 2024 inzake reactienota op de ontvangenzienswijzen en advies van Commissie m.e.r. over het NationaalProgramma radioactief Afval (Kamerstuk 25 422, nr. 298);−de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 23 mei 2024 inzake publicatie Onderzoeksraad voorVeiligheid «Opvolging aanbevelingen: Industrie en Omwonen-den» (Kamerstuk 28 089, nr. 300);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.27 juni 2024 inzake Rapportage ongewone gebeurtenissennucleaire installaties 2023 (Kamerstuk 25 422, nr. 301);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.19 juni 2024 inzake reactie op motie van het lid Thijssen c.s.over het overnemen van de adviezen van de ExpertgroepGezondheid IJmond een harde voorwaarde laten zijn in deonderhandelingen (Kamerstuk 28089–307) (Kamerstuk 28 089,nr. 318);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.20 juni 2024 inzake rapportages aan Euratom en het Internati-onaal Atoomenergieagentschap over radioactief afval (Kamer-stuk 25 422, nr. 300);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.18 juni 2024 inzake resultaten Impulsprogramma ChemischeStoffen (Kamerstuk 22 343, nr. 396); kst-22343-404ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 4041 −de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 5 september 2024 inzake voortgang actieagenda OVVIndustrie en Omwonenden (Kamerstuk 28 089, nr. 319);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 4 september 2024 inzake adviesrapport Rathenau Instituutvoor het besluitvormingsproces over het langdurig beheer vanradioactief afval (Kamerstuk 25 422, nr. 302);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 4 oktober 2024 inzake tweede advies ExpertgroepGezondheid IJmond (Kamerstuk 28 089, nr. 324);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 2 oktober 2024 inzake uitvoering acties beleid voorgevaarlijke chemische stoffen (Kamerstuk 22 343, nr. 400).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,Peter de GrootDe griffier van de commissie,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 4042 Voorzitter: NordkampGriffier: KoerselmanAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Bamenga, Boutkan,Buijsse, Gabriëls, Kostic´, Nordkamp en Wingelaar,en de heer Jansen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu.Aanvang 13.30 uur.De voorzitter:Goedemiddag, allemaal. Hierbij open ik het commissiedebat Externeveiligheid. Ik heet Staatssecretaris Jansen en zijn ambtenaren van hartewelkom. Ook heet ik de aanwezige Kamerleden aan mijn linkerzijdewelkom. Ook de mensen op de publieke tribune en zij die dit debat via delivestream volgen, heet ik van harte welkom. Voor dit debat geldt eenspreektijd van vijf minuten per fractie. Ik stel vier losse interrupties in deeerste termijn voor. Vragen mogen ingeleid worden, maar wel graag tothe point. Het woord is aan de eerste spreker, de heer Buijsse van de VVD.De heer Buijsse (VVD):Dank u wel, voorzitter. Vandaag neem ik voor het eerst deel aan hetcommissiedebat Externe veiligheid. Dit commissiedebat gaat over debescherming van Nederlandse burgers, het milieu en de infrastructuurtegen risico’s die ontstaan door gevaarlijke activiteiten zoals het opslaanen vervoeren en het gebruik van gevaarlijke stoffen. De VVD vindt datiedereen erop moet kunnen vertrouwen dat zij wonen en leven in eengezonde omgeving. Wat ons betreft gaat het om een evenwichtige aanpakwaarbij sprake kan zijn van een goed vestigingsklimaat, maar ook strengenaleving van milieunormen en bescherming van de gezondheid vanomwonenden. Uitgangspunt van de VVD is daarbij dat als bedrijven zichniet aan vergunningen houden, daartegen moet worden opgetreden.Recent is het tweede advies van de Expertgroep Gezondheid IJmonduitgekomen. Ik heb met interesse kennisgenomen van de stappen diegezet zijn en ik wacht op de reactie van het kabinet op dit rapport.Voorzitter. Vandaag wil ik drie onderwerpen aan de orde stellen. Hetbetreft de opslag van kernafval, de opslag van vuurwerk in woonwijken eneen korte technische vraag over het melden van zeer zorgwekkendestoffen in afval.Ik begin bij nucleair afval. Als VVD willen we dat Nederland voorop gaatlopen op het gebied van kernenergie. Nederland timmert hiervoor hardaan de weg en het kabinet toont veel ambitie op dit onderwerp. Wehouden de kerncentrale van Borssele open en het kabinet heeft de ambitievoor de bouw van twee extra kerncentrales. Dit alles draagt bij aan eenklimaatneutrale en stabiele energievoorziening. De VVD juicht in de basisde ambitie van de Staatssecretaris op het vlak van opslag van kernafvaldan ook toe. We moeten voorkomen dat de kerncentrales niet kunnendraaien omdat de afvalberging nog niet geregeld is.De Staatssecretaris beschrijft dat hij met een routekaart de contouren wilschetsen van de aanpak voor het besluitvormingsproces naar een eerderebesluitvorming dan in het jaar 2100. Voor de VVD is het echter hetbelangrijkste dat er sprake is van een zorgvuldig proces, met de nadruk opparticipatie van onze inwoners. Als dit proces goed gaat, zo is onzeinsteek, dan mogen we blij zijn dat dit proces voor 2100 wordt afgerond.Het verleden heeft al laten zien dat eindberging van nucleair afvalmaatschappelijk zeer gevoelig kan liggen. We willen daarbij aan deStaatssecretaris het volgende meegeven. Kan de Staatssecretarisbevestigen dat de roadmap zal ingaan op de opslag van nucleair afval inde volle breedte van de opslag, dus inclusief de opslag van nucleair afvaldat ontstaat wanneer dit kabinet al zijn ambities waarmaakt? Houdt hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 4043 kabinet er rekening mee dat er meer of minder decentrale, kleinere(thorium)centrales gebouwd gaan worden?Voor de VVD is de participatie van inwoners maar zeker ook van decen-trale overheden van cruciaal belang. Is het kabinet voornemenselementen die te maken hebben met het proces voor de besluitvormingvan de eindberging wettelijk vast te leggen? Er is bijvoorbeeld op ditmoment nog geen regeling die bepaalt hoelang bepaalde types afval in degeologische eindberging opgeslagen dienen te worden. Ook is het nu nogonduidelijk welke rollen en taken er zijn in het besluitvormingsproces enerna. Daarnaast is het van belang dat er verschillende opties van opslagverkend worden in Nederland en in het buitenland. Kan de Staatssecre-taris bevestigen dat dit meegenomen zal worden in de roadmap? Ook ishet nog totaal onduidelijk wat de opslag van nucleair afval gaat kosten enwie dit gaat betalen. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar en wordtfinanciële besluitvorming ook onderdeel van de roadmap?Kortom, voorzitter. De Staatssecretaris zei bij de appreciatie van hetadviesrapport van het Rathenau Instituut dat hij de einddatum van 2100loslaat, maar tegelijkertijd is de Kamer hier niet in meegenomen, kunnenwe de diepgang ervan niet overzien en is ook niet geborgd wat het danwel gaat worden. Graag een reactie hierop.Voorzitter. Over de opslag van consumentenvuurwerk in woonwijken hetvolgende. Recent heeft de burgemeester van Den Bosch namens hetVeiligheidsberaad haar zorgen geuit over de opslag van consumenten-vuurwerk in woonwijken, dit als reactie op de kabinetsreactie oponderzoek van de Universiteit Twente en de hierop ingediende moties.Eerder, in juni, is de VVD ook akkoord gegaan met een motie die oprieptot het gefaseerd weren van opslag van consumentenvuurwerk uitwoonwijken, dit naar aanleiding van het onderzoek van de UniversiteitTwente over de opslag van vuurwerk in woonwijken.Uit de kabinetsreactie blijkt dat het kabinet het voornemen heeft totslechts een kleine wijziging op het huidige beleid. Het kabinet gaat niet inop het gefaseerd weren van de opslag in woonwijken. Het Veiligheids-beraad slaat hierover alarm, want mede met de kennis uit het rapport vande Universiteit Twente gaat de brandweer bij een explosie niet meerblussen en dienen zij voorrang te geven aan het op 300 meter afstandhouden van nieuwsgierigen. Dit kan tot onwerkbare en dus zeer risico-volle situaties leiden voor inwoners en veiligheidsbeambten. Ookinwoners uit Twente, maar eigenlijk uit heel Nederland, hebbengeschrokken gereageerd op de berichtgeving die te volgen was in dekrant. Ook uw reactie, Staatssecretaris, dat u liever niet boven zo’nopslagplek zou willen wonen, gedaan bij een uitzending van EenVandaag,is buitengewoon onhandig wat de VVD betreft. U zou als Staatssecretarisjuist het voortouw moeten nemen en overal in Nederland willen wonen.De voorzitter:Rondt u af, meneer Buijsse?De heer Buijsse (VVD):Ja. Voor de VVD is het zaak dat de Staatssecretaris zich houdt aan de doorde Kamer aangenomen motie en zich inzet voor het weren van consumen-tenvuurwerk uit woonwijken.Voorzitter. Afrondend heb ik nog een technische vraag over zeer zorgwek-kende stoffen in afval. In het zogeheten Besluit melden komt namelijk deplicht dat aanbieders van bedrijfsafval moeten melden welke zeerzorgwekkende stoffen in hun omgevingsvergunning staan vermeld. Is datwel effectief? Is het niet beter dat, zoals door afvalverwerkers wordtgesteld, niet de vergunde maar de in het afval aanwezige zeer zorgwek-kende stoffen bij het aanbieden moeten worden vermeld? Dat lijktlogischer. Is de Staatssecretaris bereid hier op korte termijn naar te kijkenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 4044 en met de afvalbranche overleg te voeren, en de Kamer hierover teinformeren?Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Ik zie een interruptie van de heer Gabriëls vanGroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):De heer Buijsse van de VVD geeft aan dat de VVD voor een strengenaleving van allerlei milieunormen is. In de tussentijd komen er allerleiberichten naar voren dat de omgevingsdiensten verlegen zitten omcapaciteit en kennis, en dat het helemaal niet zo goed gaat met heel veelomgevingsdiensten op dat vlak. Hoe ziet de VVD dat en is de VVD bereidom verder te investeren in het VTH-stelsel en de omgevingsdiensten?De heer Buijsse (VVD):Dank aan collega Gabriëls. Voor de VVD is het heel belangrijk om samenmet de omgevingsdiensten toe te werken richting de robuustheidscriteria.Ik heb nog wel vragen over wat de kosten daarvan zouden zijn. Maar in deintentie is de VVD zeer bereidwillig om samen met collega’s toe te werkennaar robuuste omgevingsdiensten.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ja, dat zijn inderdaad de woorden. Tegelijkertijd is er in de begroting nietsextra’s opgenomen om het VTH-stelsel te versterken en ook niet omomgevingsdiensten te versterken. Zou de VVD kunnen instemmen met hetamendement dat GroenLinks-Partij van de Arbeid daarover heeftingediend om datgene wat provincies, omgevingsdiensten en gemeentenvragen, wél toe te zeggen voor versterking van milieuhandhaving? Want uzegt dat u voor strenge handhaving bent, maar die is niet mogelijk als ereen capaciteitstekort is.De heer Buijsse (VVD):Voor zover mij bekend, was er geen dekking opgenomen in ditamendement. Zoals u weet, is voor ons de dekking bij amendementenheel belangrijk. Zo gevraagd wil ik wel het volgende aan de heer Gabriëlsmeegeven. Als wij het komend jaar op basis van de uitkomsten van hetinterbestuurlijk programma samen met de omgevingsdiensten beter inbeeld kunnen krijgen wat de kosten zijn en dit ook op tijd, voor debegrotingsbehandeling, kunnen aanbieden, dan vinden we elkaar om daarecht werk van te maken, want ik denk dat we dezelfde intentie en meninghebben.De voorzitter:Dank. Ik zie verder geen interrupties. Dan geef ik het woord aan de heerGabriëls van GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. We gaan het ook hebben over Tata Steel, want TataSteel is de grootste vervuiler van ons land. We doen al jaren ons uiterstebest om ervoor te zorgen dat de Kooks- en Gasfabriek 2 gaat sluiten, wantdie is niet goed voor de gezondheid van de omwonenden. Dat is heel erghard nodig. Daarom zijn we ook heel blij dat de provincie Noord-Hollandgestart is met een intrekkingsprocedure. Het is ook heel dapper dat deprovincie dat doet. Ik heb daar wel een paar vragen over. In welke mate isde Staatssecretaris betrokken bij dit proces? En vooral: hoe staat dit inverhouding tot het proces rondom de maatwerkafspraken? Is er overlap?Kan de Staatssecretaris toezeggen dat hij de provincie Noord-Holland allenoodzakelijke juridische en financiële steun geeft om dit proces metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 4045 succes te doorlopen? Het is namelijk niet makkelijk voor een provincie omdit te doen. We gaan er bovendien ook van uit dat, conform de aange-nomen motie van het lid Zeedijk, de sluiting van Kooks- en Gasfabriek 2hiermee geen onderdeel zal uitmaken van de financiële compensatiebinnen de maatwerkafspraken. Kan de Staatssecretaris dat hier beves-tigen?Het sluiten van de fabriek was opnieuw ook een van de aanbevelingen uithet nieuwe advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond. Wij zijn blijmet het nieuwe advies en gaan ervan uit dat dit advies een hardevoorwaarde is binnen de maatwerkafspraken, conform de motie-Thijssendie zegt dat het randvoorwaardelijk meegenomen moet worden in demaatwerkafspraken. Kan de Staatssecretaris dat hier opnieuw bevestigen?Ik heb ook nog een paar vragen over dat proces. Het advies is heelduidelijk over waaraan de nieuwe fabriek qua uitstoot van fijnstof, stikstofen ultrafijnstof moet voldoen, maar hiervoor hebben we wel eengezondheidseffectrapportage nodig. Die zou per direct gestart worden inapril, conform de motie-Gabriëls destijds. Wanneer is die af, is de vraag.Verder is het advies heel duidelijk over het belang van onafhankelijke enopenbare metingen. Hoe staat het met de uitvoering van de motie van dePartij voor de Dieren over die onafhankelijke metingen? Het is belangrijkom dat te weten.De casus Tata legt een groter probleem van onrechtvaardigheid bloot,namelijk dat heel veel omgevingsdiensten – ik had het er net al over – engemeenten en provincies wel wíllen optreden tegen vervuilendebedrijven, maar simpelweg niet de capaciteit en de middelen hebben omop te boksen tegen bedrijven met tien keer zoveel menskracht. Er is veellef voor nodig om daadwerkelijk een procedure te starten. Als deze nietgewonnen wordt kan dat namelijk leiden tot schadeclaims of nadeelcom-pensatie. Hoe kan de Staatssecretaris gemeenten en provincies beterondersteunen met juridische hulp en middelen wanneer ze procederentegen bedrijven die overtredingen begaan?Deze week kwam ook nog het bericht van de NOS binnen dat deomgevingsdiensten inderdaad soms te weinig kennis en capaciteithebben om toe te zien op afvallozingen van bedrijven. Precies daaromheb ik bij de begroting het amendement ingediend om de VTH-diensten teversterken. Ik roep nogmaals alle aanwezigen hier op om voor datamendement te stemmen. We gaan daar dan samen dekking voor vinden.Daar hebben we nog een paar maanden de tijd voor. Laten we dat doen.Dan ...De voorzitter:Meneer Gabriëls, ik zie een interruptie van de heer Buijsse van de VVD.De heer Buijsse (VVD):Ik zou daar graag op reageren. Het volgende moet me toch van het hart.We hebben kennis kunnen nemen van verschillende amendementen vande PvdA. Elke keer kunnen we elkaar heus wel vinden in de intentieswaarmee die amendementen worden ingediend. Maar elke keer is dedekking het probleem. Daarvoor wordt ook geen voorstel gedaan. Erwordt ook geen inspanning op gepleegd. Is meneer Gabriëls het met mijeens dat dat gewoon niet echt handig is, dat dat niet werkt voor ons allen?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dit is niet helemaal waar. We hebben een dekking. En als u het met deinhoud eens bent, zouden we ook samen kunnen gaan zitten om dieinhoud te realiseren en samen naar een dekking te zoeken. U zit in eencoalitie. Als u het inhoudelijk zo eens bent met het idee van versterkingvan de omgevingsdiensten, dan kunt u samen met mij kijken naar welkedekking wél gepruimd wordt. Alleen is daar vooralsnog de deur niet echtvoor opengegaan. Het klopt dus niet dat wij geen dekking hebben voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 4046 onze amendementen. Onze dekking zit ’m bijvoorbeeld in het tegengaanvan belastingontwijking. Onze dekking zit ’m bijvoorbeeld in het meerbelasten van kapitaal. Ik kan me voorstellen dat u het met die laatste nieteens bent.De heer Buijsse (VVD):Dat klopt. Ik deed zonet al de suggestie om veel vroeger in het proces teproberen elkaar te vinden op onderwerpen die echt heel belangrijk zijn,bijvoorbeeld de versterking van de omgevingsdiensten. Ik zou de heerGabriëls willen oproepen om in een veel vroeger stadium daarover metelkaar in gesprek te gaan. Dat is mijn oproep, want anders kom je te laat.Dan zitten wij al met gedane afspraken en kunnen wij simpelweg nietmeer anticiperen op dit soort verzoeken.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ja, zoiets doe je samen. We zijn al heel lang bezig met het versterken vande omgevingsdiensten. Vorig jaar – dat was nog net voor uw tijd – hebbenwe een motie ingediend waarin het kabinet werd opgedragen om het indeze begroting te doen. Die motie is breed aangenomen in de Kamer. Ikwas dus op tijd. Ik heb die motie ingediend en die is aangenomen. Daarinstaat: ga kijken of je in de begroting voor 2025 dekking vindt. Die heeft uniet gevonden, ook al gaat het maar om 10 miljoen, in een begroting vanweet ik hoeveel miljarden. Dus eens: ik wil graag met u samenwerken eneerder de bal oppakken. Maar in deze situatie gaat dat niet op, aangeziendie motie vorig jaar is ingediend.De voorzitter:Vervolgt u uw bijdrage.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Cumulatie en gezondheid. Een groot probleem is dat er nog altijd teweinig aandacht is voor cumulatieve effecten van vervuiling. We zien datook met landbouwgif. De afzonderlijke stoffen voldoen aan de norm, maarde cocktail niet. Met name rondom zware industrie is er altijd hetprobleem van de cumulatie van dezelfde stoffen, bijvoorbeeld fijnstof vanindustrie in combinatie met fijnstof door mobiliteit. Ook het onderzoekvan het RIVM over cumulatie van metalen geeft de ernst van cumulatieveeffecten voor de gezondheid aan. Wat is de stand van zaken ten aanzienvan de aangenomen motie-Koekkoek over deze cumulatie? Wat doet deStaatssecretaris om cumulatie van effecten mee te nemen in de vergun-ningsverlening?Nucleair afval, tot slot. Het Rathenau Instituut heeft een heel helderrapport uitgebracht met betrekking tot het vinden van geologischeeindberging van nucleair afval: Nu samen stappen maken. De titel ismeteen de kern. De Staatssecretaris heeft het besluitvormingsmomentvan 2100 losgelaten, maar het is nog niet duidelijk hoe het besluitvor-mingsproces eruit gaat zien.De voorzitter:Meneer Gabriëls, kunt u uw microfoon aanzetten?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Excuus. Ik heb blijkbaar luid genoeg gesproken. Vanaf wanneer was hetniet meer te horen?De voorzitter:Ik controleer het even: is alles tot nu toe wel goed overgekomen? Ja? Oké,fijn. Vervolgt u uw bijdrage.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 4047 Ik ben bijna klaar. Het instituut is er heel duidelijk over dat het eenparticipatief proces moet zijn, waarbij betrokkenheid van de maatschappijcruciaal is. Wij willen graag weten hoe het advies van het RathenauInstituut en het belang van publieksparticipatie hun weerslag krijgen inhet nationaal programma radioactief afval dat komend jaar komt. Verderwillen we weten hoe de Staatssecretaris de aanbeveling gaat invullen omal vanaf 2025 te starten met de initiatiefase, dus nog voordat het nationaalprogramma radioactief afval er komt. Graag een reactie daarop van deStaatssecretaris.Ik hoop dat het gehele verhaal zo goed mogelijk is overgekomen en datwe het toch nog kunnen terugluisteren.De voorzitter:Dank. Dan geef ik het woord aan mevrouw Wingelaar van Nieuw SociaalContract.Mevrouw Wingelaar (NSC):Dank u wel, voorzitter. Vandaag bespreken we een cruciaal onderwerp, deimpact van industrieën op de externe veiligheid en gezondheid vanomwonenden. Voor Nieuw Sociaal Contract is dit een heel belangrijkthema. Gezien de opgeschaalde ambities van de nieuwe regering tenaanzien van kernenergie heeft het kabinet besloten – we hoorden dat netal – het eerdere beleidsuitgangspunt om rond 2100 een besluit te nemenover een eindberging van het radioactief afval die in 2130 gerealiseerdmoet zijn, los te laten. Dit besluit is genomen naar aanleiding van eenadvies van het Rathenau Instituut.Wij realiseren ons dat dit een bijzonder gevoelig onderwerp is waarbijzorgvuldigheid essentieel is. Nieuw Sociaal Contract pleit voor eengedegen en zorgvuldig proces; dat wordt ook bevestigd door de Staatsse-cretaris. Wij vinden participatie in dit proces echter van groot belang. Watis de visie van de Staatssecretaris op dit punt? Bij participatie moet aan devoorkant heel duidelijk zijn wat ieders rol en ieders verantwoordelijkheidzijn en wie uiteindelijk het besluit neemt. Hoe kijkt de Staatssecretarishiertegen aan?Het vorige kabinet had het voornemen om de Kernenergiewet te wijzigen,waardoor een vergunningsaanvraag voor een bedrijfsduurverlenging vande kerncentrale Borssele in de toekomst mogelijk wordt. Volgens een briefdie op de agenda van dit debat staat, zou dit wetsvoorstel samen met eenmilieueffectrapportage voor de zomer naar de Kamer gestuurd worden.Dit is tot op heden niet gebeurd. Wanneer kunnen we dit verwachten?Voorzitter. In het vorige commissiedebat zijn twee toezeggingen gedaandoor de vorige Staatssecretaris. Eén. De Kamer wordt geïnformeerd overde toepassingsmogelijkheden van artikel 4.22 Omgevingswet. Twee. DeStaatssecretaris gaf aan dat ze op ons verzoek zou onderzoeken hoe deemissietoets verbreed kan worden, zodat ook informatie over gezond-heidseffecten kan worden meegenomen in plaats van alleen de wettelijkegrenswaarde. In de begroting staat dat deze toezeggingen wordenafgedaan in twee brieven, maar daarin wordt vervolgens met geen woordover deze thema’s gerept. Kan de Staatssecretaris ons informeren over destand van zaken?In de meest recente Kamerbrief over het Impulsprogramma ChemischeStoffen staat dat pfas als groep onlangs is opgenomen als prioritaire stofonder het OSPAR-Verdrag, het Verdrag inzake de bescherming van hetmariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan.Wettelijk gezien worden prioritaire stoffen onder het OSPAR-Verdrag alszeer zorgwekkende stoffen gekwalificeerd. Voor zeer zorgwekkendestoffen geldt een minimalisatieplicht. Dit betekent voor bedrijven dat zijlozingen en uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen naar lucht en watervermijden. Als dat niet haalbaar is, moeten de emissies zo veel mogelijkworden beperkt. Dit alles is toch wel opmerkelijk, omdat op dit momentTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 4048 niet alle pfas-stoffen als zeer zorgwekkende stoffen worden gezien. DeStaatssecretaris schrijft op dit moment bezig te zijn met een uitwerkinghiervan, maar volgens mij betekent dit nogal wat. Kunt u alvast een tipjevan de sluier oplichten? En wanneer gaat u de Kamer daarover infor-meren?Voorzitter. Dan de maatwerkafspraken met Tata Steel. Vorige week warenwij in gesprek met omwonenden die ons informeerden over wat er deafgelopen jaren allemaal is gebeurd en hoe er met hen is omgegaan. Nogdank aan het lid Kostic´ voor het leggen van dat contact. Eerlijk gezegd kanik het alleen maar beschrijven als onbestaanbaar. Laat ik daar dus ookmaar meteen de toon mee zetten. Nieuw Sociaal Contract vindt het vangroot belang dat er uitvoering wordt gegeven aan de aangenomen motiesover de borging van gezondheid en het overnemen van de adviezen vande Expertgroep Gezondheid IJmond in de maatwerkafspraken. Kan deStaatssecretaris dit bevestigen? Daarnaast vinden wij het van grootbelang dat er maximaal wordt ingezet op handhaven, zodat de belasting-betaler niet onnodig voor kosten opdraait. Hier verwijs ik ook naar demotie-Zeedijk, zoals mijn collega ook al deed. Graag een reactie van deStaatssecretaris hierop.Ten slotte, voorzitter. De Staatssecretaris geeft in zijn brief aan dat deoverheid rondom Tata Steel al veel metingen zelf uitvoert. De expertgroeppleit in zijn advies echter voor verbetering van het meten en monitoren.Graag een reactie van de Staatssecretaris daarop. Daarnaast wordt er eenopmerking gemaakt over communicatie. Wat is de visie van de Staatsse-cretaris op het gebied van communicatie en vooral transparantie?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank, mevrouw Wingelaar. Dan geef ik het woord aan de heer Boutkanvan de PVV.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Het verheugt de PVV dat de Staatssecretaris nauitgebreid onderzoek de opslag van kernafval nu oppakt in plaats van af tewachten. Het is goed dat de sprong voorwaarts voor kernenergie na al diejaren van onnodige vertraging eindelijk wordt opgepakt.Tot zover het compliment, want de PVV heeft ook het volgende te zeggen.Kan de Staatssecretaris uitleggen waarom hij met ingang van 1 januariaanstaande ondanks veel reacties vanuit de markt en de bevoegdegezagen het gewijzigde Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijkeafvalstoffen van kracht wil laten gaan? Mijn collega van de VVD vroeg datnet ook al. Met dit besluit tuigt de Staatssecretaris een draak van eenadministratief systeem op, dat zal leiden tot onuitvoerbaarheid, handha-vingsproblemen en vervuiling van de keten van afvalstoffen. Dat iskostenverhogend en de rekening hiervan wordt niet neergelegd bij deontdoeners van de zeer zorgwekkende stoffen, maar gaat uiteindelijk naarde belastingbetaler. De transitie naar een circulaire economie loopthierdoor onnodige risico’s. De PVV is niet tegen het inzichtelijk maken vanzeer zorgwekkende stoffen wanneer men afval aanbiedt. Het beleid moeter dus op gericht zijn om dit neer te leggen bij de ontdoener en niet bijalle verwerkers in dit land.Voorzitter. Hoewel lozingen van zeer zorgwekkende stoffen en pfaseigenlijk thuishoren bij het commissiedebat Water zit de bron bij debedrijven. Ondanks alle overleggen, gemaakte afspraken en diverserapporten is het vergunningen-, toezichts- en handhavingsstelsel niet oporde. Hierdoor is er onder andere geen zicht op hoeveel pfas er nu viaemissies en lozingen vrijkomen. De vraag aan de Staatssecretaris is of ernu op korte termijn zicht is op verbetering. Het rapport van deadviescommissie-Van Aartsen was hier helder over. Kort gezegd: hetrammelt aan alle kanten. Gisteren was er het symposium Samen naar eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 4049 milieubeleid dat werkt. Duidelijk werd de grote betrokkenheid vanomwonenden van industrieterreinen. Het VTH-stelsel was onderwerp vangesprek. Het VTH-stelsel zal echt hervormd moeten worden, onder anderedoor samenvoeging, uitwisseling van experts van de omgevingsdienstenof het beschikbaar hebben van een team van experts ten behoeve van alleomgevingsdiensten voor de zware industrie.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van deArbeid.De heer Boutkan (PVV):Ik verwachtte hem al. Ik dacht: wat duurt dat lang.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik ben heel blij met de opmerkingen van de heer Boutkan die duidelijkaangeven dat de PVV zich echt wil inspannen voor een gezond leefmilieu.Wat zijn opmerking over het VTH-stelsel betreft: ik heb net dezelfdediscussie gehad met de heer Buijsse. Ik doe dezelfde oproep aan u omdan ook vroeg samen iets over het VTH-stelsel te zeggen. Maar mijn vraaggaat over het volgende. U heeft het over het niet inzichtelijk zijn vanlozingen van verschillende bedrijven. Afgelopen dinsdag hebbenmevrouw Vedder van het CDA en ikzelf daarover een motie ingediend.Daar heeft u toen tegen gestemd. Die motie riep op om de lozingengewoon inzichtelijk te maken en ook te herzien. Waarom heeft u daar toentegen gestemd?De heer Boutkan (PVV):Dat had onder andere te maken met hoe de motie was opgesteld. Hetantwoord is dus heel simpel: wij konden ons niet vinden in hoe de motiewas opgesteld. Dat is dus het antwoord. De heer Gabriëls heeft het ookover het VTH-stelsel. Het zit ’m in de dekking.De voorzitter:Is dit nog een antwoord op de vraag van de heer Gabriëls? Of vervolgt uuw eigen inbreng, maar reflecteert u daarin op een reactie van de heerGabriëls?De heer Boutkan (PVV):Ik ga verder met mijn inbreng en dan zal ik zo wel even wat zeggen overhet VTH-gebeuren. Uit de gesprekken die ik hierover voer met diversemensen, onder anderen met omgevingsdiensten en betrokkenen engisteren ook met de heer Van Aartsen, blijkt dat er natuurlijk ook eenprobleem zit bij de omgevingsdiensten zelf. Er is natuurlijk eenpersoneelstekort. Daardoor blijft er ook geld op de plank liggen. Laten wedus eerst zorgen dat er menskracht en experts worden aangezocht enlaten we dan later kijken wat er nog nodig is. De vraag die ik net wildestellen voordat ik de interruptie kreeg, is of de Staatssecretaris dezeoproep deelt. Of moet er ook hiervoor een noodwet komen? Een grapjetussendoor moet kunnen, denk ik dan maar.Voorzitter. Tijdens de begrotingsbehandeling heeft de PVV aan deStaatssecretaris middels een aantal voorbeelden gevraagd om te kijkennaar de nationale koppen. Ook in het impulsprogramma ziet de PVV dat ereen kop wordt gezet op het toekomstig beleid vanuit Brussel. Ook hierbijis de vraag van de PVV aan de Staatssecretaris: hoe zit dat?Voorzitter. Het tweede advies van de Expertgroep Gezondheid IJmondroept de nodige vragen en acties op. Het is misschien kort dag, maar kande Staatssecretaris al een eerste reactie geven? Wat de PVV betreft blijvenwij bij de volgende standpunten. Zorg ervoor dat er mét in plaats van óverelkaar wordt gesproken. Zorg voor afspraken die gehandhaafd kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40410 worden. En zorg ervoor dat er voldoende vertrouwen en transparantie isin het meten en monitoren.Voorzitter. De gezondheidseffectrapportage wordt gezien als een manierom gezondheid een volwaardige plaats te geven in allerlei procedures.Dat is op zich prima, maar er wordt nog steeds gewerkt aan de GER en dePVV zit nog met de vraag: wat is nu gezond genoeg?Voorzitter. Tot slot wil ik nog wel het volgende kwijt. De PVV is teleurge-steld in de opvolging van de aanbevelingen van het rapport van deOnderzoeksraad voor Veiligheid over de omgeving en de drie casussendie zij hebben onderzocht. In de opvolging schrijft de Onderzoeksraad:hoewel er een aantal zijn opgevolgd, spreekt de OVV over «opgevolgd»,«deels opgevolgd», «grotendeels opgevolgd», «niet geheel opgevolgd»en «niet opgevolgd». Dat is zorgwekkend. De gezondheid van deomwonenden, verwoord in het tweede advies, zou onderdeel moeten zijnvan de maatwerkafspraken. De financiële impuls vanuit het Rijk zalgekoppeld moeten worden aan de prestatieafspraken met Tata Steel. Zozit de PVV in de wedstrijd.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Dan geef ik het woord aan het lid Kostic´ van dePartij voor de Dieren.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank, voorzitter. Dank voor de bijdrage van de PVV, waar ik mij groten-deels in kan vinden. We zien decennialang een patroon van een overheiddie vervuilers laat bepalen in plaats van betalen, ten koste van degezondheid van mensen en dieren in onze leefomgeving. Ondertussenblijkt dat ons stelsel van toezicht en handhaving niet werkt. Er is al jareneen gebrek aan voldoende mensen en expertise. Daardoor komenvervuilers steeds weg met het dumpen van hun rotzooi in onze omgeving.Ik wil van de Staatssecretaris de toezegging dat hij dit jaar nog komt meteen brief waarin hij uitlegt hoe hij dit gaat oplossen op korte termijn.Het dossier Tata Steel is een voorbeeld van dit probleem. Ik richt mij nudus even op dat dossier, ook omdat we in volle gang bezig zijn met hetregelen van maatwerkafspraken met Tata. Vijf jaar lang heb ik als Statenlidin Noord-Holland de handelwijze van staalfabriek Tata Steel, de grootstevervuiler van Nederland, het effect op de omwonenden en het gebrek aandaadkrachtig optreden van de overheid van heel dichtbij meegemaakt.Mensen willen hun ramen opzetten, een frisse neus halen in hun tuin enonbezorgd een stukje hardlopen, zonder te hoeven letten op dewindrichting. IJmonders kunnen dat niet, door stof, vervuiling, misselijk-makende stank en lawaai.De speeltoestellen van kinderen moeten elke dag worden schoongemaakt.Het zwarte stof van Tata is al in hun slaapkamers te vinden, week in, weekuit. Hun gezondheid wordt aantoonbaar aangetast door Tata Steel. Denkaan kanker en de aantasting van luchtwegen en het hart. Omwonendenvan Tata Steel zijn gemiddeld jaarlijks € 200 meer kwijt aan zorgkostendan de rest van Nederland. Dit speelt al jaren. Sinds de jaren zeventigweten we hoe kankerverwekkend de stoffen van Tata zijn. Telkens wordende omwonenden door de overheid in de steek gelaten. Telkens moeten zijhun eigen recht halen via de rechter. Dat kan echt niet meer.Dan de houding van Tata. Die gebruikt de klassieke trucjes van vervuilers:eerst worden alle problemen ontkend, dan wordt ontkend dat deproblemen door Tata worden veroorzaakt, vervolgens wordt twijfelgezaaid en uiteindelijk stribbelt Tata mee. Tata heeft afspraken uit hetverleden vaak ook niet nagekomen. Overheden worden gewoon aan hetlijntje gehouden. Dat gevaar bestaat nu weer. Met winsten en het geld datze via alle fiscale voordelen krijgen, hadden ze jaren geleden al kunneninzetten op schone technologieën. In plaats daarvan hebben ze het geldonder andere ingezet op het uitvoeren van een zware lobby om de regelsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40411 zo slap mogelijk te houden. Alle dwangsommen die Tata wordenopgelegd omdat ze de regels niet naleven, bevechten ze, in plaats van hetgeld gewoon te investeren in verduurzaming en verschoning. De houdingvan Tata is in één woord asociaal. Wat de omwonenden nu echt nodighebben, is een sterke politiek en een sterke Staatssecretaris, die nu echtvoor hen opkomt. Dat vraag ik de Staatssecretaris.In de beantwoording van onze vragen, van meerdere partijen hier, staat:«Het is van het allergrootste belang dat we zo snel mogelijk tot eenmaatwerkafspraak komen». Nee, dit is een misverstand. De Kamer heeftheel duidelijk uitgesproken dat het van het allergrootste belang is dat degezondheid in die maatwerkafspraken komt en dat er geen afsprakenkomen voordat dat geborgd is. Ik wil van de Staatssecretaris weten of datgoed begrepen is. In moties is ook duidelijk aangegeven dat degezondheid heel goed gecheckt moet worden. Dat betekent dat de GER ende MER goed moeten worden uitgewerkt voordat er überhaupt éénafspraak op papier staat.Dat brengt me op de drie punten die belangrijk zijn voor de omwonendenen die de Kamer ook heeft uitgesproken. De gezondheid moet keihardworden meegenomen in de maatwerkafspraken volgens de aangenomenmoties. Ik vraag de Staatssecretaris om met CE Delft te kijken of deinzichten uit hun laatste rapport ook kunnen worden meegenomen ommeer gezondheidswinst te borgen, zoals ook het advies van de Expert-groep Gezondheid luidt. Tata’s plannen zijn nu onvoldoende als we kijkennaar wat het advies suggereert.We willen inderdaad dat de overheid Noord-Holland maximaal onder-steunt in het handhaven en zelf ook kijkt waar ze nog maatregelen kunnennemen via handhaving, want dan hoeft de belastingbetaler er niet voor tebetalen. Ik denk dan onder andere aan overkapping. Er is nog eenjuridische discussie over of Tata Steel dat zelf zou moeten betalen of dathet een extra stap is. Ik wil graag van de Staatssecretaris een overzichtvan welke maatregelen eventueel nog juridisch afdwingbaar zoudenkunnen zijn van Tata Steel en welke echt een vrijwillige stap van Tatazouden zijn, ook in lijn met bijvoorbeeld de motie van mevrouw Zeedijk.Ten slotte een derde punt. De motie over het onafhankelijk meten is aleerder genoemd. Dat is ook een advies van de expertgroep. Dat moetgewoon goed worden meegenomen, omdat we Tata niet op hun blauweogen kunnen vertrouwen. Bovendien betekent zelf meten, meer meten, zoveel mogelijk realtime, dat je niet achter de feiten aanloopt. Dan doe je deomwonenden recht en weet je ook of de afspraken worden nagekomen.Dank u wel.De voorzitter:Dank. Ik zie een interruptie van de heer Boutkan van de PVV.De heer Boutkan (PVV):Ik dank het lid Kostic´ voor haar herkenbare betoog richting Tata Steel.Waar ik een klein beetje mee zit, is toch zoals het verwoord staat in hetrapport Gezond groen staal in de IJmond, opgesteld door de ExpertgroepGezondheid IJmond. Ik heb op de radio gehoord hoe de heer Levi hetrapport verwoordde. Daar was hij mondeling minder negatief over TataStaal dan zoals ik het nu hoor uit de mond van het lid Kostic´. In hetrapport van de expertgroep staan ook de nodige reacties uit het onderlingoverleg tussen de expertgroep en Tata Steel. Hoe kijkt het lid Kostic´ nuaan tegen dit rapport en de verklaring van de heer Levi hierover in relatietot het betoog dat ze nu houdt?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Misschien wil de heer Boutkan even heel specifiek zeggen welke opmer-kingen van de heer Levi hij bedoelt, want ik luister niet naar elk mogelijkinterview.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40412 De voorzitter:Duidelijk. Meneer Boutkan, zou u uw vraag kunnen specificeren of kortkunnen toelichten op welke concrete uitspraken het lid Kostic´ zou moetenreageren?De heer Boutkan (PVV):Ik hoor een aantal zaken waarvan het lid Kostic´ zegt dat ze niet wordenopgevolgd door Tata. In haar betoog heeft ze het over het openbaarmaken, het monitoren van gegevens, transparantie en dat soort zaken.Maar als ik kijk naar het rapport, dan zegt men daarover: men is daaroverin overleg, men is in gesprek. Ja, er is nog niet veel duidelijk. Dat zal ikniet ontkennen voordat ik daar een vraag over krijg. Maar neem bijvoor-beeld wat er staat over de incidenten. Er zijn 3.000 incidenten per jaar,maar daarvan zijn er 2.300 gelegaliseerd – lees: wel vergund – omdat erafspraken zijn met de omgevingsdienst. Dus dat hele negatieve beeld watnu geschetst wordt... Ik ga niet zeggen dat het een modelbedrijf is; dathoort u mij niet zeggen. Maar is het echt zoals u het nu allemaal benoemtin uw betoog?De voorzitter:Dus de vraag aan het lid Kostic´ is: waar baseert u deze negatievegedachten over Tata Steel op in relatie tot het rapport?Kamerlid Kostic´ (PvdD):De heer Boutkan benoemt het precies goed: er zijn gesprekken, er zijn watafspraken, er wordt wat vervuiling gelegaliseerd in afstemming. Dat isprecies waar het al die jaren misgaat. Er wordt veel te veel uitgestoten ener is te weinig inzicht in. De overheid loopt steeds achter de feiten aan,omdat ze zelf niet de expertise hebben, niet ter plekke zelf goed kunnenmeten en onvoldoende daarop hebben ingezet. Er was jarenlang eensoort cultuur om maar richting bedrijven als Tata mee te bewegen inplaats van te kijken: wat is nou het fundament van ons bestaan en julliegezondheid en moeten we misschien niet onze burgers gaanbeschermen? Dat is jarenlang het geval geweest. Ik heb zelf meegemaaktin Noord-Holland hoe dat vervolgens wel is gaan veranderen, met namevan de kant van Noord-Holland. Maar dat is puur en alleen omdat deomwonenden daarbovenop hebben gezeten en uiteindelijk medestandersin de politiek hebben gevonden die de rest van de politiek wakker kondenschudden. Het is puur en alleen daarom, want Tata’s houding blijft zo.Kijkt u nog maar eens. De dwangsommen worden steeds aangevochten inplaats van dat ze zeggen: «Joh, we hebben het al die tijd niet heel goedgedaan. We hebben het een beetje verprutst. We hebben ontkend dat webijdragen aan kanker en andere gezondheidsklachten. Daar blijken we nietgelijk in te hebben. We gaan in ieder geval niet steeds die dwangsommenaanvechten, maar we stoppen het geld dat we nu besteden aan advocatenen weet ik wat allemaal lekker in het verschonen in plaats van dat we weergaan bedelen bij de belastingbetaler.» Daar gaat het om. Volgens mijzitten de PVV en de Partij voor de Dieren hier helemaal niet ver uit elkaar.De PVV heeft hele duidelijke moties met ons mede ingediend.De voorzitter:Komt u tot een afronding?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, ik kom nu tot een afronding. Daar wijs ik vooral op. Het gaat er vooralom dat wat wij samen hebben meegegeven aan de Staatssecretaris en deMinister echt wordt uitgevoerd. Tot nu toe heb ik er wel vertrouwenin – maar dat moet zo blijken – dat de Staatssecretaris daar hard voor gaatstaan en de omwonenden niet gaat teleurstellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40413 De voorzitter:Dank. Dan zie ik nog een interruptie van de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Dank aan het lid Kostic´ voor haar beantwoording. Maar het is, in hetNederlands gezegd, ook een beetje de toon die de muziek maakt, ook inde bijdragen. Daar doe ik zelf ook aan mee; dat zal ik niet ontkennen.Misschien is het ook een geval van onbekend maakt onbemind. Ik heb ookopmerkingen gelezen zoals: het is niet duidelijk wat ze doen, hoe zeuitstoten, wat ze uitstoten. Als ik ga zoeken op het net, is dat wel lastig.Daarom mijn volgende vraag aan het lid Kostic´. Welke mogelijkheden ziethet lid Kostic´ om het vertrouwen van de omwonenden terug te winnenvoor zover dat nog kan, om transparantie te krijgen in de monitoring, demeting et cetera? Heeft het lid Kostic´ daar suggesties voor?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Jazeker. Sterker nog, we hebben een motie ingediend, een heel duidelijkemotie, om die metingen weg te trekken bij Tata en naar ons toe te halen,zodat we ten eerste handiger kunnen opereren omdat we die data dansneller hebben in plaats van dat we steeds moeten wachten op de datavan Tata en daarin steeds onduidelijkheid ontstaat. Dat is een helebelangrijke stap. Er is een totaal gebrek aan vertrouwen vanuit deomwonenden richting Tata. Dat gaat niet hersteld worden door meergesprekken, want dat hebben ze decennialang geprobeerd en elke keerzijn ze... Ik zeg het even hard, maar zo is het gewoon.Ik heb net geschetst in wat voor waanzin ze moeten leven. Het zijngewoon burgers, hè? Ze hebben geen leger lobbyisten en allemaalinvloedrijke mensen die met de Ministers kunnen bellen. Ze zijn jarenlangin de steek gelaten. Wat zij nodig hebben, is dat ze weten dat diedatametingen niet meer bij Tata zitten, maar gewoon bij de overheid. Wemaken het zo transparant mogelijk en we maken een fijnmaziger netwerk,zodat we meer inzicht daarin hebben. U heeft een motie daarovergesteund. De adviesgroep heeft daar ook iets belangrijks over gezegd.Nogmaals, volgens mij zitten we helemaal op één lijn.U kunt mij natuurlijk altijd op mijn toon aanspreken. Maar nogmaals, ikben er behoorlijk emotioneel bij betrokken omdat ik het zelf heb kunnenzien. Ik ben er helemaal in gedoken. Het is echt absurd wat deomwonenden is aangedaan. Er is jarenlang genegeerd dat Tata Steelovertredingen maakt bij de Kooks- en Gasfabriek 2. De provincie weigerdedaartegen op te treden totdat één omwonende dat aanvocht en zeuiteindelijk moesten optreden. Het vertrouwen win je door te laten zien«we acteren, we nemen de gezondheid serieus» en niet door een soorthalf-halfformule.De voorzitter:Uw punt is duidelijk. De heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Heel kort naar aanleiding van de beantwoording van het lid Kostic´ overhet niet aanleveren of het onduidelijk zijn. Ze verwijst vervolgens naar deprovincie Noord-Holland c.q. de omgevingsdienst. Zit daar dan ook nietde zorg die wij moeten hebben of het probleem richting Tata Steel, is devraag van de PVV aan het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Bij de OD?De heer Boutkan (PVV):Bij de OD, maar ook bij de provincie Noord-Holland richting Tata Steel. Erligt een vergunning, dus er zijn handhavingsmomenten in de vergunning.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40414 De vraag is vervolgens: is dat... Ik wil niet zeggen «onderuitgeput», maaris er voldoende gebruikgemaakt van de mogelijkheden binnen dewetgeving?De voorzitter:Dus uw vraag is of de provincie Noord-Holland en de omgevingsdienstvoldoende gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om tehandhaven?De heer Boutkan (PVV):Ja, die vraag stel ik inderdaad aan het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Eerst één ding: jarenlang, decennialang is dat dus niet gebeurd. Dat heb ikin mijn betoog geprobeerd te schetsen. Ik noem de best beschikbaretechnieken vanuit Europa. De autorisering van de vergunningen is daaropveel te laat aangepast om maar iets te noemen. Er is niet gekeken naarhoe we scherp aan de wind kunnen zeilen als het gaat om het maximaalbenutten van de juridische instrumenten om de gezondheid tebeschermen. Maar dat is de afgelopen jaren wel veranderd, nogmaalsmede of eigenlijk vooral door de omwonenden. Dat is een positieve stap.Maar we zien twee dingen. Eén is de capaciteit. Het is ongelofelijk dat wehier de grootste vervuiler, een machtig bedrijf uit India, overlaten aan eenprovincie die overduidelijk te weinig capaciteit heeft. Dat hebben we deafgelopen week ook gezien bij de verschillende OD’s. Dat is één. Ik ga dusniet alle schuld afschuiven. Nee, het Rijk heeft hier gewoon niet deverantwoordelijkheid genomen.Ten tweede ligt er de zaak van de Kooks- en Gasfabriek 2. Dat is een vande meest vervuilende onderdelen, 50 jaar oud. Hij had allangafgeschreven moeten zijn, maar de provincie laat die fabriek daar gewoonjarenlang staan in plaats van de vergunning in te trekken. Afgelopen weekhoorden we dat de eerste stap is gezet richting de mogelijkheid om dievergunning in te trekken. Dat zal ontzettend veel schelen in de vervuiling.En het zou rechtvaardig zijn – het is ook eerder gezegd – want dan hoeftde belastingbetaler niet te betalen voor het sluiten van de Kooks- enGasfabriek 2, die Tata al eerder had moeten sluiten. Het is gewoonachterstallig onderhoud wat ze nu door de belastingbetaler willen latenbetalen. Ik neem aan dat de PVV daar keischerp op is en de belastingbe-taler niet te veel hiervoor laat betalen. Maar goed, ik ken de heer Boutkan.Hij is daar scherp op en daarom hebben we samen een motie ingediend.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Bamenga van D66.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Laten we inderdaad niet wachten op data van Tata.Dat vond ik wel een mooie zin.Voorzitter. Te weinig kennis bij diensten die moeten toezien op afvallo-zingen en bedrijven. Dat is de NOS-kop waar ik de week mee begon. Bijminstens een derde van de omgevingsdiensten schiet de kwaliteitscon-trole op afvalwater tekort, vooral door personeelstekort en gebrek aanervaring. Uit een steekproef onder 77 bedrijven bleek dat 80% van hen eenof meer zorgwekkende stoffen zoals pfas heeft geloosd. Dat moet anders.In het rapport Om de leefomgeving wordt geadviseerd om een onder-grens te hanteren voor de omvang van een omgevingsdienst. Kan deStaatssecretaris toelichten hoe het staat met dit advies? Aan welke criteriavoor een ondergrens denkt de Staatssecretaris?Voor het weekend werd duidelijk hoe belangrijk effectieve omgevings-diensten zijn. Door de vele incidenten bij de Kooks- en Gasfabriek 2 vanTata Steel overweegt de omgevingsdienst om de vergunning voor dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40415 ovens in te trekken. Ondertussen adviseert Expertgroep GezondheidIJmond nog een keer om de Kooks- en Gasfabriek nog voor 2030 tesluiten. Is de Staatssecretaris het met D66 eens dat de vele incidenten enaanzienlijke gezondheidsschade de sluiting van Kooks- en Gasfabriek 2rechtvaardigen? Kan de Staatssecretaris toezeggen, de provincie actief teondersteunen bij het versnellen van de vergunningsintrekking, inclusiefjuridische bijstand?Ook herhaalt de expertgroep dat er per direct overkappingen moetenkomen om de verspreiding van fijn- en grofstof te verminderen. Wanneerzal Tata beginnen met de bouw van deze overkappingen? Expert- enmilieuorganisaties zeggen dat Tata juridisch zelf moet betalen voor dezeoverkappingen. Kan de Staatssecretaris dit nader laten onderzoeken? Kande Staatssecretaris toezeggen dat belastingbetalers niet opdraaien voorde kosten van overkappingen terwijl de gezondheid van omwonenden aljaren in gevaar is?Voorzitter. Tot slot over het radioactief afval. Dit kabinet heeft grotenucleaire plannen, maar daarmee komen ook grote verantwoordelijk-heden. Zonder actie zitten onze kinderen over 50 jaar met een overvolleopslag bij Borssele. De Staatssecretaris geeft aan pas in augustus volgendjaar te komen met het nationaal programma radioactief afval. Vindt deStaatssecretaris dat ook niet wat te ver weg, nu dit kabinet juist plannenheeft voor vier nieuwe kerncentrales en vier keer zoveel afval?Voorzitter. De Staatssecretaris zei vorige week zelf niet in een wijk te willenwonen met een vuurwerkopslag. De meeste mensen willen al helemaalgeen duizenden kilo’s kernafval in hun achtertuin. We moeten dus slimopbergen en werken aan vertrouwen.Voorzitter. D66 maakt zich zorgen over de veiligheid van mens en milieuals het gaat om het opslaan van kernafval in zoutkoepels en kleilagen. Zelijken solide, maar ze zijn vergelijkbaar met een slapende vulkaan. Heeftde Staatssecretaris onderzoek laten uitvoeren naar de langetermijnvei-ligheid van opslag in zoutkoepels en kleilagen? Wat zijn de alternatieven?Kijkt de Staatssecretaris naar internationale samenwerking op het gebiedvan opslag?Het kabinet wil inzetten op een permanente eindberging die in 2130operationeel is. Dat duurt nog wel even. Een paar vragen hierover. Watbetekenen de bezuinigingen op onderwijs en wetenschap van dit kabinetvoor de kennispositie van Nederland op het gebied van kernenergie? Hoeweegt de Staatssecretaris zorgen van omwonenden mee in het kiezen vaneen opslagmethode en opslaglocatie, en hoe betrekt hij de samenlevingbij de besluitvorming?Voorzitter. Borssele, Groningen en Tata hebben ons geleerd dat we onzeveiligheid, onze gezondheid en het vertrouwen van de Nederlanders nietop het spel mogen zetten door ondoordacht te handelen. D66 roept deStaatssecretaris op om nu stappen te zetten voor een gezonde en veiligetoekomst.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Ik overleg even. De Staatssecretariswil graag een halfuur. Dan schorsen wij de vergadering tot 14.50 uur.De vergadering wordt van 14.18 uur tot 14.52 uur geschorst.De voorzitter:We zijn allemaal weer aanwezig. Ik kijk even naar de Staatssecretaris. Kanik ervan uitgaan dat u in uw beantwoording werkt met blokjes? Dat iswellicht ook handig voor het overzicht van de Kamerleden. Ja? Ik stel vierinterrupties voor, maar we zouden een vijfde kunnen doen als de tijdmeezit en het u lukt om het kort en bondig te doen. Ik stel ook voor om tewachten tot de Staatssecretaris zijn blokje heeft afgerond. Ik geef hetwoord aan de Staatssecretaris.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40416 Staatssecretaris Jansen:Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Kamerleden voor de inbreng in eerstetermijn en de gestelde vragen. Ik heb meerdere kopjes: nucleair,Tata/maatwerkafspraken, VTH-stelsel, overig en chemischestoffenbeleid.Nee, die laatste twee draai ik om, zeg ik even heel eerlijk. Ik eindig dusmet overig.Ik zal wat betreft nucleair een kleine inleiding houden, omdat het de eerstekeer is dat we met elkaar over dit onderwerp op een goede manier hetgesprek gaan voeren. Ik ben ontzettend blij te horen dat veel Kamerledenzo betrokken zijn bij het proces naar de eindberging radioactief afval, wantalleen samen gaat het uiteindelijk lukken. U stelt terecht vragen over hetvervolgpad. Hoe moet het juridisch? Hoe zit het financieel? Wanneer is hetaf? Hoe betrekken we concreet de maatschappij daarbij? Maar we staanpas aan het begin. Het is juist de kunst die vragen in een participatieftraject te beantwoorden. Dat is de intentie.Ik haal de besluitvorming naar voren, maar dat betekent niet dat we nuoverhaast werk gaan doen. Juist in lijn met het Rathenau-advies staatzorgvuldigheid absoluut voorop wat ons betreft. Stap voor stap zal hetsteeds concreter worden, om te beginnen met de routekaart medio 2025als onderdeel van het nationaal programma radioactief afval, en daarnamet de participatieve stapsgewijze aanpak in 2027. Uiteraard zal ik deKamer steeds erin meenemen en informeren, in ieder geval in devoortgangsbrieven, die ik twee keer per jaar naar de Kamer stuur.Daarnaast zullen we hier tijdens debatten absoluut met elkaar het gesprekover voeren.Ik ga nu in op de gestelde vragen hierover. De heer Buijsse van de VVDvroeg: kan de Staatssecretaris bevestigen dat de roadmap ingaat op deopslag van nucleair afval in de volle breedte van de opslag? Dat gaat dus,zei hij, ook om de opslag van nucleair afval dat ontstaat wanneer hetkabinet al zijn ambities waarmaakt. Zoals ik al in mijn inleiding zei,onderschrijf ik het pleidooi van de VVD voor een zorgvuldig proces metbetrekking tot participatie. Dank ook aan de VVD voor de suggestieshieromtrent. En ja, in zowel de routekaart van het nationaal programmaradioactief afval als in de participatieve stapsgewijze aanpak gaat het overal het radioactief afval. Daaronder valt bijvoorbeeld niet alleen hetradioactief afval van medische en industriële toepassingen, maar ook datvan de nucleaire kabinetsambities. Juist de nieuwe ambities van hethuidige kabinet zijn voor mij reden om dit nu al op te pakken. Descenario’s van uitbreiding kernenergie worden daarin dus zeker meege-nomen.Een tweede vraag van de heer Buijsse ging over kleinere kerncentrales.Houden wij daar rekening mee? Ja, het kabinet houdt zeker rekening metkleine kerncentrales, in slechter Nederlands «small modular reactors». Ja,ik kan het ook in het Engels doen! Dat zijn dus de SMR’s. Wat betreft hettype afval van thoriumreactors bevinden we ons nog een beetje in deonderzoekende fase. Dat is op dit moment nog wat onduidelijk, maar wehouden daar wel degelijk rekening mee. We houden ook andere typenafval sterk in de gaten. Ik zal dat zeker meenemen in het beleid voor deafvalberging.Een andere vraag van de heer Buijsse was of het kabinet voornemens iselementen die te maken hebben met het besluitvormingsproces rondomde eindberging wettelijk vast te leggen. Op dit moment is er bijvoorbeeldnog geen regeling die bepaalt hoelang bepaalde types afval in eengeologische eindberging dienen te worden opgeslagen, zei hij. Ik heb hetvoornemen om een juridische agenda eindberging te ontwikkelen. Daaruitmoet duidelijk blijken welke wet- en regelgeving moet worden aangepastvoor locatiekeuze, bouw en gebruik van de eindberging. Het eventueelwettelijk vastleggen van rollen en taken en andere aspecten in hetbesluitvormingsproces wordt daarbij meegenomen. Dit is uiteindelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40417 onderdeel van de participatieve stapsgewijze aanpak, waar ik uw Kamereind 2027 verder over zal informeren.Een andere vraag ging over de rollen en taken in het besluitvormings-proces nu en erna. Een terecht punt van de heer Buijsse. Dat moet helderworden. De rol- en taakverdeling wordt daarom meegenomen in departicipatieve stapsgewijze aanpak, die ik al een aantal keer heb genoemd,waar ik eind 2027 mee naar de Kamer ga komen.De heer Buijsse zei: «Het is van belang om de verschillende opties vanopslag te verkennen in binnen- en buitenland. Kan de Staatssecretarisbevestigen dat dit wordt meegenomen in de roadmap?» Zeker. Verschil-lende opties van opslag zullen uitgebreid verkend worden, zowel inbinnen- als buitenland. Laat ik ook direct zeggen dat alle opties daarin nogopenstaan. Het is dus niet zo dat wij al een voorkeur hebben of dat wijbepaalde zaken insluiten of uitsluiten. Alle opties zijn open. Er is bijvoor-beeld al contact met België om eventuele vormen van samenwerking teverkennen. Dus ja, alles staat open en ja, wij kijken daarvoor ook naar hetbuitenland.De heer Buijsse vroeg of er al meer duidelijkheid is over de kosten vannucleair afval, wie die dan gaat betalen en of de financiële besluitvormingonderdeel wordt van de roadmap. Dat is absoluut weer een belangrijkevraag; volgens mij dachten ook andere partijen daarover mee. Dit maaktdeel uit van de routekaart. Het principe is wat ons betreft heel helder: devervuiler betaalt. COVRA spaart op dit moment voor de eindberging. Hetzit verwerkt in de tarieven die COVRA hanteert voor de aanbieders vanradioactief afval. Wij zullen natuurlijk altijd bekijken of de huidigeinschattingen de benodigde financiële middelen opleveren voor hetdekken van de kosten voor de locatiekeuze en de bouw van deeindberging zolang die nog actueel is.Dan nog een vraag van de heer Buijsse. Hij zegt: «Bij de appreciatie vaneen adviesrapport zegt de Staatssecretaris dat hij de einddatum van 2100loslaat, maar de Kamer is hierin niet meegenomen en kan de diepgangdaardoor lastig overzien. Er is ook niet geborgd wat het dan wel gaatworden. Wat is de reactie van de Staatssecretaris daarop?» Vanzelf-sprekend is de betrokkenheid van de Kamer essentieel. Dat zei ik net ookin mijn inleiding. Daar zorg ik voor en u kunt mij daar ook iedere keer opaanspreken. Juist daarom heb ik u 4 september een brief gestuurd. Daarindoe ik als eerste stap de aankondiging om het besluitvormingsproces naarvoren te halen. Ik kondigde dat overigens ook al aan in de beleidsagendabij de IenW-begroting. Zoals ik al eerder heb genoemd, is de verdereuitwerking onderdeel van de participatieve stapsgewijze aanpak. DeKamer zal in elke fase van het proces expliciet hierin worden meege-nomen.Dan kom ik bij de heer Gabriëls, mevrouw Wingelaar en de heerBamenga. Zij vroegen mij naar het participatief proces en de bijdrage aande maatschappij in relatie tot het advies van het Rathenau Instituut en hetnationaal programma radioactief afval. Hoe ga ik dat meenemen? Alseerste stap kom ik met de routekaart voor de eindberging in het nationaalprogramma radioactief afval. In die routekaart worden de eerstecontouren geschetst voor een participatieve stapsgewijze aanpak om toteen eindberging te komen op basis van het Rathenau-advies. Vanwege deomvang, de maatschappelijke impact en het langetermijnperspectief vandit project wordt de tijd genomen voor een zorgvuldig, gedegen en goedproces. Het streven is om de volledige aanpak eind 2027 te delen, zoals ikal zei. Het tijdpad zal hier ook onderdeel van zijn.Nog een vraag van de heer Gabriëls. Hij wil graag weten hoe we deaanbeveling gaan invullen om al vanaf 2025 te starten met de initiatiefase,dus nog voor het nationaal programma radioactief afval. De heer Gabriëlszei: dat klinkt niet echt als een zorgvuldig proces, waar het Rathenau-advies voor pleit. Wat is mijn reactie daarop? Het is een uitermatecomplex onderwerp. Het project zal dus ook meerdere generaties gaanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40418 beslaan. Ik wil nu wel de eerste stap zetten en tot een plan van aanpakkomen. Dat loopt kort parallel aan het opstellen van het NPRA. Het NPRAzal eerder afgerond zijn, namelijk medio 2025. Het plan van aanpak zal in2027 af zijn. Daarnaast zal het NPRA daarin worden meegenomen. Sorryvoor de afkortingen. Kon u het volgen, meneer Gabriëls? Ja? Ik deelnatuurlijk het inzicht dat participatie belangrijk is en serieus moet wordenmeegenomen, juist vanwege het langetermijnperspectief en de impact.Mevrouw Wingelaar van NSC vroeg: wanneer kunnen we de aangekon-digde wijziging van de Kernenergiewet verwachten? Ik werk samen metde Minister van Klimaat en Groene Groei aan het wetsvoorstel voorwijziging van de Kernenergiewet om bedrijfsduurverlenging mogelijk temaken. Tot 1 oktober 2024 hebben we het ontwerpwetsvoorstel en debijbehorende milieueffectrapportage ter inzage gelegen. De zienswijzendie hierop zijn binnengekomen en het advies van de Commissie m.e.r.zullen hierin worden verwerkt. Naar verwachting zal eind dit jaar adviesaan de Raad van State worden gevraagd. Het doel is dat de Minister vanKGG mede namens mij het wetsvoorstel voor de zomer van 2025 aan deKamer toestuurt.Een vraag van de heer Bamenga van D66: kijkt u ook naar de langeter-mijnopslag in zoutkoepels en verkent u samenwerking met anderelanden? Ik ben al ingegaan op het onderwerp andere landen. Ik begrijp deopmerking die de heer Bamenga over zoutkoepels maakte. Zoals ik netaangaf, worden verschillende opties van eindberging uitgebreid verkend.COVRA heeft al eerder onderzoek gedaan naar de diepe ondergrond,waarbij zowel gekeken is naar zoutkoepels als naar Boomse klei. Wezoeken de multilaterale samenwerking op, ook met België. Op dit momentsluiten wij zoutkoepels of Boomse klei dus niet al uit. Het is een van deopties die we meenemen, juist omdat we uiteindelijk een gedegenafweging willen maken.Nog een vraag van de heer Bamenga: wat betekenen de bezuinigingen oponderwijs en wetenschap voor de kennispositie wat betreft kernenergie inNederland? Dat is natuurlijk ook een belangrijk onderwerp. Het kabinetheeft dit zeker op het netvlies, kan ik u ook zeggen namens de Ministervan Onderwijs. Het kabinet onderzoekt hoe het samen met mbo,hogescholen en universiteiten ervoor kan zorgen dat er voldoende humancapital is voor de nucleaire ambities. De Minister van KGG werkt aan eenwetenschappelijk programma, in het licht van de nucleaire ambities vanhet kabinet. Zij heeft het voornemen om de Kamer in de loop van 2025daarover nader te berichten. Dat traject ligt dus op het terrein vanmeerdere ministeries.Ik ben trouwens bijna aan het einde van het kopje nucleair. Eerst nog eenvraag van de heer Bamenga. Hij zegt: «Zonder acties zitten onze kinderenmet een overvolle opslag bij Borssele. Vindt de Staatssecretaris het NPRAin augustus ook niet wat ver weg? Want dan is er misschien wel vier keerzo veel afval.» Het NPRA wordt gemaakt voor de komende tien jaar. Datbetekent dat we de komende tien jaar nog niet vier keer zo veel afvalhebben, omdat nieuwe kerncentrales er nog niet zijn. Het NPRA zet hetproces in gang om te bekijken wanneer het te verwachten afval er wel zalzijn. Dan kunnen we ook op tijd maatregelen nemen. Dit is het einde vanhet kopje nucleair.De voorzitter:Ik zie dat de heer Buijsse een vraag heeft.De heer Buijsse (VVD):Ik heb eigenlijk geen vraag. Ik wil mijn waardering uiten voor de beant-woording van de vragen. Alle opgebrachte onderwerpen zijn of wordenmeegenomen in de routekaart en het NPRA. We worden als Kamer tweekeer per jaar geïnformeerd over de voortgang, dus dat stelt mij zeertevreden. Ik vertrouw op het verdere verloop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40419 De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik wil de Staatssecretaris ook bedanken voor de antwoorden. Eén dingwas mij nog niet helemaal duidelijk. Er wordt niet al begin 2025 gestartmet de initiatiefase. Er wordt pas gestart nadat het NPRA er is. De vraagwas dus waarom de initiatiefase niet wordt gestart voordat het NPRA eris, zoals het Rathenau Instituut ook adviseert.Staatssecretaris Jansen:De reden is dat wij anders een dubbel traject voeren. Nu lopen detrajecten in het begin gelijk op. Op het moment dat het NPRA medio 2025wordt afgerond, loopt het plan van aanpak separaat door. Dat is de reden.In eerste instantie lopen ze dus gelijk op, maar daarna loopt een van detwee nog langer door, omdat het plan van aanpak pas in de loop van 2027af zal zijn.De heer Bamenga (D66):Dank aan de Staatssecretaris voor de antwoorden. Ik begrijp heel goed datde Staatssecretaris wil kijken naar verschillende opties voor het opslaanvan kernafval. De Staatssecretaris is ook ingegaan op de zoutkoepels ende kleilagen. Hij heeft ook aangegeven dat hij niks wil uitsluiten. Maar ikvroeg ook naar de alternatieven. Wil de Staatssecretaris daar wat meer opingaan? Wat zijn de verschillende alternatieven los van deze opties?Staatssecretaris Jansen:Daar kan ik nu niet uitgebreider op ingaan, maar we bekijken wel hoeandere landen dit doen. We hebben ook gekeken hoe men dat in Finlanddoet. Dat betreft een andere ondergrond, maar ook daar zijn ze al heel vermet dit soort zaken. We willen dus alle opties meenemen. Uiteindelijkwillen we dan richting u aangeven: we hebben er onderzoek naar gedaan,dit zijn de opties; kunt u zich daarin vinden? Misschien vindt u het geziende situatie in Nederland, die misschien wel anders is dan in anderelanden, wel verstandig om bepaalde vormen van opslag daarin niet meete nemen. Dat is het proces dat we willen doorlopen. We kijken naarandere landen, zeker naar landen die al verder vooroplopen. Maar ik denkdat het niet handig is om dingen op voorhand uit te sluiten, omdat jedaarmee misschien een reële optie de nek omdraait.De heer Bamenga (D66):Ik heb volgens mij ook gevraagd hoe besluiten worden genomen en inhoeverre omwonenden daarin meegenomen worden. De Staatssecretarisheeft daar in het algemeen iets over gezegd, maar ik wil daar nog welverder op ingaan. We kunnen natuurlijk leren van andere plekken. Ik hebGroningen genoemd. Ik heb Tata en Borssele genoemd. Eigenlijk zou ikwillen weten in hoeverre de lessen van verschillende plekken waar ditsoort processen hebben plaatsgevonden worden meegenomen wanneerwe naar voren gaan.Staatssecretaris Jansen:Ik denk dat de heer Bamenga een hele terechte vraag stelt. Volgens mijwas het lid Kostic´ een van degenen die ook al opmerkingen maakten overvoortschrijdend inzicht; laat ik het zo maar even noemen, met eenvervelende term. Iedere keer worden wij wijzer, als overheden, maar ookals Kamer. Al naargelang de situaties die zich voordoen – op Tata Steelkom ik zo direct ook nog – leer je weer meer bij en ga je proberen omdingen anders te doen in de toekomst. Dat is hier ook het geval. Wijproberen iedere keer te denken: wij zijn tegen iets aangelopen en dat heefteen bepaald effect gehad en is nadelig neergeslagen, hetzij in heelNederland, hetzij op bepaalde locaties; hoe gaan we nou voorkomen datwe in die situatie terechtkomen bij de opslag van nucleair afval? Kijk naarde gaswinning in Groningen. Die heeft ook hele negatieve consequentiesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40420 gehad voor de inwoners van het Noorden. Dat zijn dingen waar je naarmoet kijken. Juist dan is het heel belangrijk om het participatieve procesop de juiste manier vorm te geven en omwonenden daarin mee te nemenen daarover mee te laten praten. Het moet namelijk niet zo zijn dat wijuiteindelijk een besluit nemen met elkaar en mensen vervolgens denken:hé, dat wisten we helemaal niet, en ineens hebben wij over zoveel jaareen opslag hier om de hoek. Dat moet je juist willen voorkomen, volgensmij.De heer Boutkan (PVV):In de antwoorden op de door de collega’s gestelde vragen zegt deStaatssecretaris: ja, wij leren van anderen; anderen zijn al ver. Dat isprima, maar vervolgens hoor ik de Staatssecretaris ook zeggen dat er dekomende tien jaar nog geen kerncentrales zijn. Dan denk ik: andere landenzijn al ver; daar is het al gaande. Zij weten hoe het moet. Frankrijk heeftaangeboden – ook om economische redenen; dat begrijp iknatuurlijk – om zijn techniek beschikbaar te stellen. De vraag is dan:waarom kan het niet eerder dan die tien jaar, Staatssecretaris? Kom op!Staatssecretaris Jansen:Juist dit is een van de zaken die in het advies van het Rathenau Instituutstaan. Je moet juist leren van de lessen uit het verleden en zorgvuldigheidis daarbij het belangrijkste. Dat staat er volgens mij met hele grote lettersin. We hebben liever een heel zorgvuldig proces waarbij besluitvormingover afvalberging misschien wel pas over 20 of 30 jaar gebeurt. Eerderkan ook, maar laten we vooral een zorgvuldig proces doorlopen. Dat staatvoor mij bovenaan. Het effect dat je daarmee uiteindelijk kunt bereiken,namelijk dat je op een andere manier in je energiebehoefte kunt voorzien,is ook heel belangrijk, maar zorgvuldigheid en aandacht voor alleomwonenden en de gevolgen moeten we volgens mij bovenaan blijvenzetten.De heer Boutkan (PVV):Met alle respect: 20, 30 jaar kan toch geen serieus antwoord zijn,Staatssecretaris? Daar kunnen we toch niet op zitten wachten? We zittenhelemaal klem. Voor we het weten, plempen we de hele Noordzee dadelijkvol met windmolens, waardoor de visserij geen kant op kan. We hebbennog steeds zonneparken, maar intussen hebben we te maken metwiebelstroom midden in het land. We hebben maar gedeeltelijk groenestroom uit het stopcontact. We zitten gewoon te wachten op die kerncen-trales. Er wordt in alle geledingen gezegd dat dat een goede aanvulling isop onze energiebehoefte die er ook voor kan zorgen dat we een stabielnetwerk krijgen. Dus nogmaals, Staatssecretaris: waarom niet eerder? Hetwiel is om ons heen allang uitgevonden.Staatssecretaris Jansen:Deels zal ik hetzelfde antwoord geven als ik net gaf. Zorgvuldigheid staatvoorop. We doen het zo snel mogelijk; daar ben ik gewoon heel eerlijk in.Het gaat uiteindelijk ook niet zozeer alleen over mij; het gaat ook over deMinister van KGG die hier mede een besluit in neemt. Ik kan dus nu welzeggen dat ik het binnen tien jaar wil ... We zullen het zo snel mogelijkdoen, maar daarbij geldt wel dat zorgvuldigheid bovenaan staat. Dat isvoor ons het belangrijkste.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik pak dit even op. Het gaat over Tata, maar het gaat vooral over zorgvul-digheid. Ik ben blij te horen dat de Staatssecretaris zorgvuldigheidgewoon belangrijk vindt. Ik neem dus aan dat hij dat ook belangrijk vindtals het gaat om maatwerkafspraken rondom Tata. Zorgvuldigheid komteerst en daarna komt de rest. Klopt dat?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40421 De voorzitter:Het lijkt me voor de zorgvuldigheid van de discussie toch handig om hiereven mee te wachten. Tata is volgens mij een apart blokje in de beant-woording. Deze interruptie schrijven we niet op.Staatssecretaris Jansen:Voorzitter. Ik ga naar het kopje Tata Steel. Dan zal ik ongetwijfeld ookingaan op de vragen die het lid Kostic´ mij net stelde. In het vorig debatheb ik al gemeld dat er rond Tata Steel ontzettend veel speelt. Het is eenlastig traject. Dat was ook deze maand weer het geval. Ik nodigde u ookuit om vooral met mij het gesprek te blijven voeren. In dit debat gaat udaar veelvuldig op in. Dat geldt ook voor eerder gestelde schriftelijkevragen. Dat is prima, want het is een ontzettend belangrijk onderwerpwaar heel veel mensen naar kijken. Ook veel omwonenden hebben daareen mening over. Ze vinden er wat van en ze ondervinden er letterlijk watvan. Ik denk dat het heel belangrijk is om dit iedere keer te blijven doen.Over de actualiteit. Bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, dienamens de provincie Noord-Holland verantwoordelijk is voor vergunning-verlening, toezicht en handhaving, spelen eigenlijk twee kwesties.Allereerst heeft de omgevingsdienst een brief aan Tata Steel gestuurdover het te doorlopen vergunningsproces voor de Groen Staal-plannen.Normaliter worden hierbij conceptstukken tussen bedrijf en omgevings-dienst gedeeld. Vanwege de krappe deadlines is dat nu niet gebeurd. Deomgevingsdienst ziet daardoor wel een beperkt risico ontstaan, althanseen risico. Laat ik «beperkt» weglaten. Wat mij betreft is het goed dat zedat ook transparant melden, dus aan de voorkant. Daarnaast heeft deomgevingsdienst, zoals vorige week tijdens het debat ook naar buitenkwam, aangekondigd een volgende stap te zetten in het handhavings-proces rondom Kooks- en Gasfabriek 2. De omgevingsdienst handelthierin volkomen onafhankelijk, maar wij blijven dit proces natuurlijk welheel nauwkeurig volgen omdat het mogelijk invloed kan hebben op demaatwerkafspraak waar ook het lid Kostic´ net aan refereerde. Samen metde Minister van KGG zijn we op dit moment daarover in gesprek met TataSteel.We kijken dichter bij huis. Ik heb onlangs het tweede advies van deExpertgroep Gezondheid IJmond ontvangen. Daar staan wederom nieuweinzichten in om verder te werken aan een gezonde leefomgeving voor debewoners van IJmond en aan een duurzame transitie van Tata Steel. Ikheb dat advies direct na ontvangst met uw Kamer gedeeld en daarbijaangegeven dat het kabinet nog voor het kerstreces met een reactiedaarop komt. Afgelopen week, een dag voor het debat, heb ik gesprokenmet inwoners over het meest recente expertgroepadvies. Het lastige wasdat dat eigenlijk een dag te vroeg was, omdat een dag later de bericht-geving van de omgevingsdienst naar buiten kwam. Daar kon ik op datmoment helaas naar hen toe niets over zeggen, maar het was wel eengoed gesprek.Ik heb hun ook gevraagd hoe zij tegen de adviezen van de expertgroepaankeken. Zij deelden onder andere de zorg dat de kabinetsreactie laterkomt dan een eventueel onderhandelingsresultaat. Daardoor zou hetadvies eventueel buiten de boot vallen; zo zagen zij dat althans. Het isechter juist de bedoeling dat het kabinet de adviezen van die expertgroepexpliciet meeweegt bij de totstandkoming van de maatwerkafspraak. DeAdviescommissie Maatwerkafspraken, die uiteindelijk zal adviseren overde joint letter of intent, heeft de expertgroep tevens gevraagd om vooralte blijven adviseren over de gezondheidsparagraaf in de maatwerkaf-spraak. Op die manier proberen we iedere keer waarborgen in te bouwendat alle relevante aspecten worden meegenomen.Voorzitter. Uiteindelijk moet natuurlijk ook de Kamer nog instemmen methet onderhandelingsresultaat. Ongetwijfeld blijven we dus elkaar dekomende tijd hierover spreken. Het is denk ik ook heel belangrijk om hierTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40422 met elkaar in elk geval de juiste besluiten over te nemen om inderdaad tevoorkomen dat dit niet oplevert wat we met z’n allen voor ogen hebben.Dan ga ik in op de vragen. Allereerst de vraag van het lid Gabriëls.Conform de aangenomen motie van het lid Zeedijk gaan wij ervan uit datde sluiting van Kooks- en Gasfabriek 2 geen onderdeel zal uitmaken vande financiële compensatie. Kan ik dit bevestigen? Mocht binnen hetwettelijk kader blijken dat Tata Steel gedwongen wordt om Kooks- enGasfabriek 2 te sluiten, dan zal dat uiteraard niet meer vanuit de Staatfinancieel worden ondersteund. Dat wil echter niet zeggen dat er nietmisschien binnen de maatwerkafspraak over gesproken wordt. Ik loopeven vooruit op wat er vanmiddag gebeurt. Dan is er een technischebriefing waar u als Kamerleden voor bent uitgenodigd. Er zal eenopenbaar en een besloten deel zijn. Heel veel van de vragen die u gesteldheeft, zullen daar aan bod komen. Ik snap dat u ze hier heeft gesteld en iksnap dat het onbevredigend is dat ik hier niet openlijk een antwoord opkan geven. Daarmee zou ik de situatie geen recht doen, want ik heb deinformatie gezien die u zo meteen gaat krijgen. Ieder woord dat ik eroverzeg, kan dus zomaar verkeerd zijn. Dit wil ik in zijn algemeenheid wel evenopmerken.In mijn inleiding gaf ik net ook al aan: de omgevingsdienst heeft nu eeneerste formele stap gezet in het handhavingsproces. Dat betekent niet datdaarmee de vergunning definitief is ingetrokken. Het is de eerste stap enhet bedrijf kan daar nog op reageren met een zienswijze. We blijven ditproces wel nauw volgen, want het kan natuurlijk uiteindelijk wel impacthebben op de maatwerkafspraak.Een andere vraag van de heer Gabriëls was: kan de Staatssecretarisbevestigen dat het tweede advies van de expertgroep wordt meege-nomen? Volgens mij heb ik daar net in mijn inleiding al een antwoord opgegeven.De voorzitter:Er is een vraag, maar laten we de vragen even aan het einde van hetblokje stellen.Staatssecretaris Jansen:Voorzitter. Ik dacht dat er een interruptie kwam, maar ik ga door. Eenandere vraag van de heer Gabriëls was: wanneer is de gezondheidseffect-rapportage af? Het RIVM werkt momenteel aan het methodisch kader voorde gezondheidseffectrapportage, de GER. Dit is een nieuw instrument datvoorgesteld is door de Expertgroep Gezondheid IJmond. Naarverwachting is deze methodiek voor het einde van het jaar afgerond.Daarna kan de GER worden opgesteld. Het is al wel duidelijk dat inzichtenuit de MER, de milieueffectrapportage, belangrijk zijn voor de uitvoeringvan de GER. Al die afkortingen zijn heel irritant, voorzitter. Deze inzichtenmoeten wel beschikbaar zijn voordat we kunnen starten met het opstellenvan een GER. Daarom is de huidige inschatting dat de GER in de eerstehelft van 2025 kan worden afgerond.Dan heb ik een vraag van mevrouw Wingelaar. Het contact metomwonenden inzake maatwerk is onbestaanbaar. Contact met deomgeving is van groot belang, evenals de moties over het borgen vangezondheid. Vind de Staatssecretaris dit ook? Volgens mij heb ik daar netal een aantal woorden aan gewijd. Het antwoord is ja. Contact metomwonenden is wat mij betreft superessentieel. De actieagenda is er ookop gericht om «gezondheid» daarin volwaardig mee te nemen. Wespreken regelmatig met omwonenden, net als de Kamerleden datregelmatig doen. De actieagenda is uiteindelijk gericht op het volwaardigmeenemen van «gezondheid» bij de besluiten rondom de industrie. Deuitvoering van moties met die strekking wordt daarin ook meegenomen.Dan kom ik bij een vraag van de heer Gabriëls. Die vraag was of ik kantoezeggen dat ik alle noodzakelijke juridische en financiële steun geef omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40423 het proces rond Tata vanuit de provincie Noord-Holland succesvol te latenverlopen. Het is een technisch antwoord en ik snap dat u daar misschienniet helemaal blij mee zult zijn, maar de omgevingsdienst is natuurlijkonafhankelijk. Ik mag het proces niet beïnvloeden, maar ik volg het welheel nauw. De provincie en de door haar gemandateerde Omgevings-dienst Noorzeekanaalgebied zijn onafhankelijk verantwoordelijk voor deuitvoering van de VTH-taken rond Tata Steel. Afgelopen donderdaghebben zij natuurlijk die aankondiging gedaan over een handhavings-proces rondom de Kooks- en Gasfabriek 2. Nogmaals, zij handelen daarinonafhankelijk. Ik kan dan ook geen financiële steun toezeggen. Dat is nietmijn rol. Het onderzoek is nog niet afgrond en ook niet openbaar. Ik kan erop dit moment ook nog geen conclusies aan verbinden. Maar nogmaals,ik blijf het proces volgen. Er is natuurlijk ook iedere keer ambtelijk contact.Teruggaand naar de basis van uw vraag, namelijk of wij noodzakelijkejuridische en financiële steun zullen geven, zeg ik: nee, dat is echt aan hetbevoegd gezag en dat is in dit geval de provincie.Dan is er nog een vraag van mevrouw Wingelaar van NSC. Die luidde: hoezit het met de aangenomen moties? Ik ben er eigenlijk net al een beetje opingegaan. De motie van de heer Van Dijk die in het voorjaar is aange-nomen, noemde als voorwaarde voor de maatwerkafspraak dat er hardeafdwingbare prestatieafspraken zijn gemaakt over het minimaliseren vangezondheidsschade en emissies. De motie ging ook over de verifieer-baarheid van die afspraken. De motie van de heer Van Dijk is betrokken bijde totstandkoming van het mandaat waarover uw Kamer is geïnformeerden waarover nu wordt onderhandeld. Vanmiddag bij de technischebriefing wordt u daarover nader bijgepraat. Daarnaast heeft uw Kamerertoe opgeroepen de adviezen van de expertgroep over te nemen in demaatwerkafspraken. Volgens mij heb ik daarover gezegd dat wij de motieals steun in de rug zien en als bevestiging van de inzet om dienstenomtrent gezondheid volop mee te nemen en prioriteit te geven in demaatwerkafspraken. Volgens mij ben ik daar dus al voldoende opingegaan.Dan heb ik een vraag van mevrouw Wingelaar. «Er worden al veelmetingen uitgevoerd rondom Tata Steel. De expertgroep pleit voorverbetering. Graag een reactie daarop.» Natuurlijk is er altijd verbeteringmogelijk in het proces. Dat bedoelde ik net ook met betrekking tot nucleairafval: je probeert iedere keer te leren van stappen die je in anderetrajecten ziet. We bestuderen momenteel het advies van de expertgroepen komen nog met een kabinetsreactie. Wel legt de geldende wetgevingde verantwoordelijkheid voor de geaccrediteerde metingen bij debedrijven zelf. Dat is essentieel daarin. We kijken in de ActieagendaIndustrie en Omwonenden naar verbeteringen, maar ook binnen hethuidige kader mag en kan een toezichthouder zelf al aanvullendemetingen uitvoeren. Die ruimte is er dus al. Dit gebeurt ook volop.De omgevingsdienst voert bij Tata Steel extra controlemetingen uit. Zozijn recent diffuse metingen bij Kooks- en Gasfabriek 2 uitgevoerd. Ook ishet RIVM recent gestart met het depositieonderzoek naar grof stof in deomgeving. Ik ben zelf tijdens mijn werkbezoek en gesprekken metomwonenden en met het bedrijf naar dat meetpunt gegaan om daar tekijken. Dat is absoluut een aanrader, want ze kunnen u daar in tienminuten uitleggen wat ze allemaal meten en hoe ze dat meten. Ik kan uecht aanraden om dat de volgende keer dat u daar bent voor een gesprekmee te nemen.Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Wingelaar. Zij zei dat er in hetvorige commissiedebat twee toezeggingen zijn gedaan door de vorigeStaatssecretaris, over artikel 4.22 Omgevingswet en over de vraag of deemissietoets verbreed kan worden naar gezondheidseffecten. Kan ik deKamer informeren over de stand van zaken? Artikel 4.22 Omgevingswetbiedt de grondslag voor algemene regels voor milieubelastende activi-teiten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40424 Ik kom terug op de mogelijkheden die dit artikel biedt om meetverplich-tingen op te leggen. In het kader van de actieagenda zijn onderzoekengestart naar de vraag hoe de gezondheid van omwonenden eenvolwaardige plaats kan worden gegeven in de besluitvorming rondom deindustrie. Onderzoek naar hoe de emissietoets verbreed kan worden metde gezondheidseffecten wordt nader betrokken bij de emissietoets enmaakt daar uiteindelijk deel van uit. De vraag die u stelt wordt dusuiteindelijk meegenomen bij het onderzoek dat wij in de omgeving aanhet uitvoeren zijn. De verwachting is dat dit onderzoek in de loop vanvolgend jaar zal worden afgerond. Volgens mij komt dit trouwensvanmiddag ook weer terug bij de technische briefing.Dan heb ik de vraag van de heer Bamenga of ik overkappingen kanafdwingen en de provincie daarbij kan helpen. Het overkappen van degrondstofopslagen is op dit moment niet als eis opgenomen in derelevante «best beschikbare technieken»-conclusies, zeg ik als eerste. Wijzien dit dus als een bovenwettelijke maatregel. We maken een maatwerk-afspraak, omdat wij ervan overtuigd zijn dat niet alle wensen die wijhebben, via normering haalbaar zijn. Zaken die we wél kunnen afdwingenvia regelgeving, lopen uiteraard wel via dat spoor, want het is bijvoor-beeld niet toegestaan en het is onwenselijk om staatssteun te geven om tevoldoen aan de wet. Ook wat betreft de maatwerkafspraken moeten wedus iedere keer checken of het in Europa kan zonder dat we daarbij deregels voor staatssteun overtreden.Een vraag van de heer Gabriëls. Het advies is heel duidelijk over onafhan-kelijke, openbare metingen; hoe staat het met de motie van de Partij voorde Dieren over de onafhankelijke metingen, was de vraag. Volgens mijheeft het lid Kostic´ daar zelf ook een vraag over gesteld. Als onderdeelvan de Actieagenda Industrie en Omwonenden wordt mede naaraanleiding van de motie van de heer Bamenga een onderzoek uitgevoerddat in kaart brengt wat nodig is om die onafhankelijke emissiemetingende standaard te maken binnen het VTH-stelsel.Zoals ik net al zei, legt geldende wetgeving de verantwoordelijkheid voorhet laten uitvoeren van geaccrediteerde metingen op dit moment bijbedrijven zelf. Daarmee is op voorhand al duidelijk dat het aanpassen vande systematiek, zowel landelijk als specifiek voor Tata Steel, een grootaantal technische, financiële, juridische en operationele uitdagingen kent.Daarom willen wij als kabinet eerst bovengenoemde onderzoeksuit-komsten afwachten voordat we verdere stappen zetten in de uitvoeringvan deze motie van het lid Teunissen. Dat is dus het complexe. We zijnermee bezig, maar er zijn zo veel aspecten dat we daar wat meer tijd voornodig hebben.Ik kom aardig richting het einde, voorzitter. Ik heb nog drie vragen.Mevrouw Wingelaar: wat is de visie van de Staatssecretaris op communi-catie en transparantie? Uw Kamer ontvangt nog voor het kerstreces eenkabinetsreactie. Dat heb ik al eerder gezegd. Dat is de strekking daarvan.Het lid Kostic´ vroeg of ik goed heb begrepen dat gezondheid moet wordenmeegenomen in de maatwerkafspraken. Volgens mij heb ik dat net al eenaantal keren heel duidelijk aangegeven. De GER en de MER moeten eerstgoed worden uitgewerkt voordat er een afspraak op papier staat. Ik heb derelatie tussen beide net ook onder woorden gebracht. Het punt datgezondheid heel goed moet worden gecheckt is volgens mij een van dedingen waar ik net heel uitgebreid op in ben gegaan, ook op dat meetpunten dat het RIVM daarin meedoet. Nogmaals, laat ik in elk geval zeggen datgezondheid een van de belangrijkste onderwerpen is binnen demaatwerkafspraken. Dat nemen we daar dus zeker in mee.Dan heb ik nog een laatste vraag. Die is gesteld door het lid Kostic´ enmevrouw Wingelaar en gaat over een juridisch overzicht van afdwingbaremaatregelen, ook in relatie tot de motie-Zeedijk. Het is essentieel dateventuele steun alleen wordt verstrekt voor maatregelen die niet wettelijkzijn af te dwingen, zoals ik net al zei. De Europese Commissie controleertTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40425 dit in het kader van de staatssteuntoets. Daarom onderzoeken wemomenteel in hoeverre de maatregelen waarvoor Tata Steel steun heeftgevraagd, daadwerkelijk niet wettelijk afdwingbaar zijn. Mocht blijken dater toch maatregelen binnen het wettelijk kader vallen, dan is het uiteraardniet meer mogelijk om daarvoor vanuit de Staat financiële steun teverlenen en zullen we dat ook niet doen.Dat zijn alle vragen die ik had rondom dit onderwerp, voorzitter.De voorzitter:Dank.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik weet gewoon bijna niet waar ik moet beginnen. Ik heb even duide-lijkheid nodig van de Staatssecretaris. De laatste woorden warenbemoedigend: gezondheid is gewoon heel belangrijk en staat centraal.Maar er liggen grofweg drie belangrijke moties en nog aanvullendemoties die de richting aangeven. Gezondheid moet eerst geborgd worden.Eerst moeten de GER en de MER er dus zijn, en dan pas de afspraken oppapier. Ik wil een bevestiging van de Staatssecretaris dat hij dat goedheeft begrepen. Ik heb niet direct gehoord dat we geen afspraken oppapier maken en al helemaal niks ondertekenen zonder dat de GER en deMER inzichtelijk zijn voor de Tweede Kamer.Ten tweede. Over de metingen ligt ook een hele duidelijke aangenomenmotie. Daar heeft NSC het ook over gehad. De PVV heeft het ookgesteund. Dat gaat niet over ons huidige VTH-stelsel; dat gaat gewoonover maatwerkafspraken. Het gaat erom binnen de maatwerkafsprakenmet Tata af te spreken dat de metingen naar ons toe gaan. De motie isheel duidelijk. Misschien hebben de Staatssecretaris en zijn team het nietgoed geïnterpreteerd, maar ik verwacht wel dat het op die manier wordtdoorgevoerd.Ten derde natuurlijk de handhavingsroute. Daar heeft hij het wel uitge-breid over gehad. Kan hij eerst op de eerste twee punten reageren? Dankom ik daarna nog met een extra interruptie met betrekking tot dehandhavingsroute.Staatssecretaris Jansen:Allereerst de motie over de GER en de MER. Volgens mij hebben werichting de Kamer al aangegeven dat we dat over de GER werkende wegmeenemen in de afspraken, waar dat kan. Dat is de volgordelijkheiddaarin.Voorzitter. De andere vraag ging over de metingen. Bij Tata Steel vindendagelijks tientallen metingen plaats over het hele terrein, ook weleensboven in de pijp. Op basis van de motie kan ik niet zomaar het terrein oplopen en roepen: vanaf nu ga ik dat doen. Het werkt gewoon niet op diemanier. Wij moeten eerst beter uitzoeken hoe we uitvoering kunnen gevenaan die motie, maar de belemmering zit dus in het feit dat wij niet zomaarmet deze motie in de hand die stap kunnen zetten. Dat is de redenwaarom het wat langer duurt voordat ik daar een goed antwoord op kangeven.Wat doe ik met de motie over...De voorzitter:Ogenblikje. Nee, wacht, wacht, wacht, wacht, ho, lid Kostic´.Staatssecretaris Jansen:Wellicht nog een kleine aanvulling op het antwoord dat ik net gaf. We zijnjuist bezig om dit in het kader van de actieagenda verder te onderzoeken.Dat is in essentie de stap die wij op dit moment aan het zetten zijn. Opbasis van... Moet ik het nog een keer herhalen met de microfoon aan? Ja?Sorry, excuus, voorzitter. Dat is wat ik net bedoelde met het onderzoeken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40426 Wij zijn juist bezig dit mee te nemen in het kader van de actieagenda. Datis de zorgvuldige afweging, want wij kunnen op dit moment niet zonderdat mee te nemen zomaar bij bedrijven binnenstappen en zeggen: wehebben deze aangenomen motie en we willen die op deze manieruitvoeren. We moeten dat eerst verder uitwerken in de actieagenda.De voorzitter:Dank u wel. Het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Het maakt mij niet uit dat het langer duurt. Ik wil van de Staatssecretarishoren dat er geen maatwerkafspraken worden gemaakt totdat hetgeregeld is. Natuurlijk ga je niet morgen bij Tata Steel van alles veran-deren. Nee, dat regel je dus via de maatwerkafspraken conform de motievan ongeveer ons allemaal. Dat zeg ik even ter aanvulling.Ik wil het volgende weten over de handhaving. De Staatssecretaris zegtterecht: als iets met handhaving moet worden geregeld, mogen we daargeen staatssteun aan geven. In eerdere antwoorden op technische vragenwerd gezegd dat zolang er overtredingen, dwangsommen en proceduresvan extra toezicht zijn, er op dat onderdeel geen staatssteun mag wordengegeven. Tegelijkertijd hoor ik de Staatssecretaris zeggen dat hij rondomde Kooks- en Gasfabriek 2 nog even afwacht totdat de provincie echt heeftingegrepen. Maar volgens de regels is nu al aan de orde – dat moet deStaatssecretaris maar even bevestigen – dat wij de Kooks- en Gasfabriek 2helemaal niet kunnen meenemen in de maatwerkafspraken, omdat dieonder verscherpt toezicht staat, er de hele tijd dwangsommen moetenworden opgelegd en er overtredingen worden begaan. Het zou nu dus alniet aan de orde moeten zijn bij de maatwerkafspraken. Kan de Staatsse-cretaris dat bevestigen?Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik net in mijn eerste beantwoording aangegeven dat deKooks- en Gasfabriek 2 onderdeel is van de gesprekken die wij voeren methet bedrijf. Op het moment dat er een wettelijke oproep komt om die aleerder te sluiten, zal die geen onderdeel meer uitmaken van het gesprek.Dan valt die erbuiten. Dan nog zullen we altijd kijken of het conformEuropese staatssteunregels wel of niet mogelijk is. De stelligheid van hetlid Kostic´ hierover kan ik op dit moment niet beamen.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Nu heel even technisch. Ik heb de beantwoording hierover voor me.Daarin staat: «Zolang er sprake is van een overtreding van de milieuver-gunning en een handhavingstraject op deze fabriek zou een dergelijkecompensatie vanuit Europese staatsteunregels moeilijk te verantwoordenzijn.» Er is een handhavingstraject. Er zijn overtredingen, want dedwangsommen lopen nog steeds. Maar goed, ik wil hier niet mijn extrainterruptie aan besteden. Kunt u hier misschien later op terugkomen?Ik wil nog een andere interruptie plegen. Er is een heel heldere motie-Thijssen over het overnemen van het advies van de ExpertgroepGezondheid. Die motie zegt niet «meenemen», maar zegt gewoon dat hetheel hard moet worden geborgd, dus overnemen zonder enige twijfel alsrandvoorwaarde. Dat wil ik nog even van de Staatssecretaris bevestigdhoren. Ziet hij ook dat wat het advies stelt, bijvoorbeeld 90% reductie vanpaks en nog een aantal andere zaken, betekent dat de huidige plannen vanTata onvoldoende zijn en dat daar dus iets in aangepast moet worden?Staatssecretaris Jansen:Op de laatste twee vragen kom ik zo terug. Over de Kooks- en Gasfabriek2 zegt het lid Kostic´: laat maar even. De Omgevingsdienst Noordzeeka-naalgebied heeft aangegeven een stap te gaan zetten. Het bedrijf heeft nuTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40427 de kans om daar een zienswijze op in te dienen. Er is op dit moment dusnog helemaal geen sprake van een vaststaand juridisch feit. Er is eenvoornemen geuit door de omgevingsdienst en het bedrijf kan daar eenzienswijze op indienen. Dit is net als bij een dwangsom. Als eendwangsom wordt opgelegd en ze betalen de dwangsom, is het traject opdat moment weer afgerond. Zo is de situatie.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik ga mijn interrupties ook op dit thema inzetten. Ik kom even terug op datlaatste. De omgevingsdienst heeft natuurlijk hartstikke zorgvuldigonderzoek gedaan en doet dit niet zomaar. Dat vergt heel veel lef, zoals ikin mijn bijdrage ook heb gezegd. Dat is niet zomaar. Als het je niet lukt omdat te doen ... Het is veel moeilijker voor de omgevingsdienst om dat tebeslissen, dus ze hebben dat niet over één nacht ijs laten gaan. Ik wileigenlijk van de Staatssecretaris het volgende horen. Dat heeft misschienook met de woordkeus te maken. Ik wil horen: we nemen het niet mee,tenzij. We gaan dus niet de maatwerkafspraken maken conform demotie-Zeedijk, tenzij uit het traject blijkt dat er helemaal niets aan de handis. Dat is een andere woordkeuze. Ik wijs ook op de woordkeuze tenaanzien van de motie-Thijssen. Het gaat niet om het «meewegen» van degezondheidsadviezen. Nee, in die motie staat «randvoorwaardelijk». Dankomen we op het derde punt: de GER en de MER die pas begin 2025 – datheeft u goed uitgelegd – inzichtelijk zouden zijn. Daar zit dan het punt. Watneemt u dan wel mee in de maatwerkafspraken als randvoorwaardenconform de motie-Thijssen? Volgens mij willen wij gezamenlijk gewoonhoren dat die moties worden uitgevoerd zoals we ze met een grotemeerderheid van de Kamer hebben ingediend. Daar houd ik het even bij.Staatssecretaris Jansen:Volgens mij spelen er wat dingen door elkaar. De expertgroep heeft eenadvies uitgebracht. Wij hebben al eerder aangegeven dat wij voor heteinde van het jaar met een kabinetsreactie daarop komen. U stelt nu eenaantal vragen, zeg ik tegen de Kamer, die eigenlijk vooruitlopen op onzereactie daarop. Dat maakt het voor mij even lastig, want uiteindelijk moethet kabinet daar wel eerst een besluit over nemen. We hebben uiteindelijkeen kabinetsreactie. Ik kan als Staatssecretaris niet zeggen hoe ik erop gareageren. Ik moet dat eerst via de ministerraad laten lopen.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dat respecteer ik. Maar dan de vraag: gaat u in de ministerraad de motiesdie wij gezamenlijk als meerderheid hebben ingediend, keihardbevechten? Daarin staat namelijk niet «meewegen», maar «randvoorwaar-delijk voor de maatwerkafspraken». Dat is echt een verschil in woordkeus:randvoorwaardelijk of meewegen. Daar is een heel debat over geweest enuiteindelijk heeft de Kamer bij meerderheid besloten voor «randvoorwaar-delijk» en niet voor «meewegen». Dat is één. Het tweede is de motie-Zeedijk. Kooks- en Gasfabriek 2 heeft heel veel overtredingen. Er zijn heelveel lasten onder dwangsom. Wij willen die fabriek gewoon niet, dus diegaat niet mee in de maatwerkafspraken. Daar zou ik graag een bevestigingvan willen hebben. Dat zou u kunnen zeggen, want volgens mij is dat deemotie die de Kamer heeft uitgesproken en die in alle expertgroepen, ookin het tweede advies, uitgebeeld wordt. Levi schrijft gewoon in tweeadviezen dat de Kooks- en Gasfabriek 2 dicht moet. Dan kunt u die tochniet meenemen in het maatwerkafsprakentraject?Staatssecretaris Jansen:Vorige week tijdens het begrotingsdebat heb ik ook hierover gesproken.Toen heb ik ook aangegeven dat wij de aangenomen moties natuurlijkdaarin zullen meenemen. Alleen houd ik de slag om de arm dat ik binnenhet kabinet hierover moet praten. Het zou wel heel raar zijn als ik daarbijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40428 niet vermeld welke moties zijn aangenomen. Dan gaat het kabinetmisschien wel een verkeerde afslag nemen, omdat ze daar niet van op dehoogte zijn, dus dat zal ik zeker meenemen. Daarnaast geldt – dieopmerking heb ik al eerder gemaakt – dat er zonder wezenlijke gezond-heidswinst geen maatwerkafspraak is met Tata Steel. Laat dat gewoonheel duidelijk zijn. Dat hebben we al meerdere keren uitgesproken.Daarmee ziet u ook het belang dat wij hechten aan de gezondheidsa-specten.De heer Bamenga (D66):Ik wil ingaan op de beantwoording van de vraag die ik stelde over deoverkappingen. De vraag aan de Staatssecretaris was of hij wildetoezeggen dat de belastingbetaler hier niet voor opdraait. Ik begrijp heelgoed dat de Staatssecretaris zegt dat het hier om bovenwettelijkemaatregelen gaat. De Omgevingswet geeft aan dat in principe allepassende en preventieve maatregelen moeten worden genomen terbescherming van de volksgezondheid. Je zou dus kunnen stellen dat hetniet bovenwettelijk is. Wil de Staatssecretaris daarop reageren?Staatssecretaris Jansen:Volgens mij komt dit zo meteen aan bod in de technische briefing. «Je zoukunnen stellen» zijn uw woorden. Ik heb net heel duidelijk aangegevenhoe wij het zien, maar vanmiddag bij de technische briefing zal hier meeraan worden gewijd.De voorzitter:Dit wordt uw vierde interruptie, meneer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Oké, dit is dan mijn laatste. Het is prima dat we bij de technische briefingallemaal hele belangrijke dingen horen, maar dan kunnen we er niks mee.Er is namelijk ook een deel besloten. Wij willen onze taak kunnenuitvoeren in die zin dat we die informatie hebben en er ook iets meekunnen doen om u te behoeden voor de fout dadelijk een maatwerkaf-spraak over Kooks- en Gasfabriek 2 te maken die wij hier eigenlijkallemaal niet willen. Dan kunnen we dat dadelijk wel te horen krijgen,maar we zitten nu in een debat over externe veiligheid en wij willen dieKooks- en Gasfabriek 2 niet.Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik net al aangegeven, zelfs twee keer, dat u als Kameruiteindelijk ook over de maatwerkafspraken gaat. Wij gaan proberen teonderhandelen. Wij komen naar u toe. Op het moment dat u als Kamer inmeerderheid zegt dat op die manier geen goed idee te vinden, is er geenmaatwerkafspraak. Als u tegen ons zegt graag een aanpassing te willen,dan gaan wij kijken hoe wij dat kunnen doen. Maar wij gaan echt nietzonder dat de Kamer daarachter staat een maatwerkafspraak maken.Kamerlid Kostic´ (PvdD):De Kamer heeft juist heel duidelijk aangegeven: wij stellen de randvoor-waarden. Zo hoort het ook democratisch gezien. Die randvoorwaardenmoeten gewoon hard worden meegenomen in de maatwerkafspraken.Dat moet niet achteraf als alles al beklonken is, want dan gaat er niksveranderen; dat weten we uit het verleden.Ik heb nog even een vraag, want ik moet zo helaas weg naar het debatover landbouw. De milieu-expert Cor Coenrady heeft een rapportgeschreven en naar de Staatssecretaris gestuurd waarin juist wordtgezegd dat die overkappingen juridisch afdwingbaar zijn. Ik snap dat deStaatssecretaris daar nu niet op kan reageren, maar ik wil dat hij zo snelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40429 mogelijk per brief daarop terugkomt en op dat rapport reageert. Kan hijdat toezeggen?Staatssecretaris Jansen:Wij hebben inderdaad eerder aangegeven dat wij er echt van uitgaan datde overkappingen niet wettelijk afdwingbaar zijn. We doen zorgvuldigonderzoek daarnaar. We moeten dan in Brussel kunnen aantonen dat datwél mag. Dat is het dilemma waarmee we zitten. Ik zeg niet dat we er nietnaar kijken. Alleen, dat is wel het traject waarin we zitten.De voorzitter:De laatste interruptie van het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik heb nog niet gehoord of hij in ieder geval wil toezeggen om schriftelijkte reageren op dat rapport. Dat wil ik namelijk echt graag op papier. Hetvergt wel wat meer uitleg dan ik net hoorde.Ten slotte nog een laatste vraag om mijn laatste interruptie te gebruiken.Wordt die nulmeting nou uitgevoerd? Dat was namelijk een opdracht vande Kamer. Ik weet even niet meer of dat per motie was of niet. Het was inieder geval een wens. Het is een beetje vaag. Wordt er echt een nulmetinguitgevoerd, zodat we weten waar we überhaupt beginnen en waar we hetmee moeten vergelijken?Staatssecretaris Jansen:Laat ik beginnen met de laatste vraag. Dat is nou precies een van devragen die ik stelde toen ik op bezoek was bij het meetstation. Je kunt pasmeten als je een nulmeting hebt gedaan. Dus ja, want anders kun je nooitreferentiemateriaal hebben.De eerste vraag ben ik heel even kwijt.De voorzitter:Dat was de vraag om een toezegging aan het lid Kostic´.Staatssecretaris Jansen:Een toezegging. Laat ik het toezeggen. Ik heb niks met toezeggingen, maarik zeg toe aan het lid Kostic´ dat ik dit ga doen. Ik ga een brief sturen.De voorzitter:Oké. Dan kijk ik rond om te zien of er verder nog interrupties zijn over hetonderdeel Tata Steel. Die zijn er niet. Dan verzoek ik u om verder te gaan.Staatssecretaris Jansen:We hebben nu de twee grootste onderwerpen gehad, voorzitter. Vanaf nugaan we versnellen.Een vraag van de heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van de Arbeid: hoekan de Staatssecretaris gemeenten en provincies beter ondersteunen bijjuridische procedures? In het VTH-stelsel zijn de gemeenten en provinciesals bevoegde gezagen verantwoordelijk voor de uitvoering van deVTH-taken omtrent milieu en het functioneren van de omgevingsdiensten.Daarmee zijn ze ook verantwoordelijk voor het toekennen van voldoendemiddelen aan deze omgevingsdiensten om hun taken goed uit te voeren,waaronder voldoende middelen om juridische procedures te voeren.Dan heb ik een vraag van de heer Boutkan van de PVV. Deel ik de meningvan de PVV dat het VTH-stelsel versterkt moet worden en dat omgevings-diensten kampen met te weinig capaciteit? Ja, ik ben het met de heerBoutkan eens dat het VTH-stelsel versterkt moet worden. Daar werk ik metalle partijen in het VTH-stelsel keihard aan. Twee weken geleden was ereen bijeenkomst in Hilversum waar we juist met elkaar hebbenbeklonken – zo noem ik het bijna – welke stappen er al gezet zijn om hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40430 robuuster te maken en ze beter in stelling te brengen. Betrokken partijencommitteren zich hieraan via de samenwerkingsafspraken, maar ik vindhet met u zeker zorgelijk dat er te weinig personeel is bij de omgevings-diensten. Daarom is de arbeidsmarktcampagne ontwikkeld. Die loopt doortot in 2025. Wij hebben op heel veel terreinen in heel veel sectoren eentekort aan mensen. Helaas geldt dat ook hiervoor.Dan heb ik een vraag van de heer Bamenga van D66: welke ondergrensgaat de Staatssecretaris bepalen voor de omgevingsdiensten? Deopvolging van de aanbevelingen van de commissie-Van Aartsen over deondergrens van de omgevingsdiensten is opgepakt in het interbestuurlijkprogramma Versterking VTH-stelsel. Hiervoor zijn robuustheidscriteriaontwikkeld. Deze zijn vorig jaar zomer door alle partijen in het VTH-stelselbestuurlijk vastgesteld. Op dit moment voer ik gesprekken met alleomgevingsdiensten om te kijken hoe zij op 1 april 2026 aan die robuust-heidscriteria kunnen voldoen. U wordt nog voor het herfstreces – volgensmij is het over twee weken reces – hierover geïnformeerd.Het lid Kostic´ vroeg of ik wil toezeggen dit jaar in een brief uit te leggenhoe ik het VTH-stelstel ga versterken. Volgens mij ben ik daar net opingegaan.De heer Bamenga vroeg: «Het VTH-stelsel is niet op orde. Hierdoor is eronder andere geen zicht op hoeveel pfas- en emissielozingen plaats-vinden. Is er op korte termijn zicht op verbetering?» Dat was volgens mijook een vraag van de heer Boutkan. Misschien geef ik beide heren decredits. Op mijn papiertje staat «de heer Bamenga», maar ik weet dat deheer Boutkan die vraag ook stelde. Is die vraag van de heer Boutkan? Danga ik naar de heer Boutkan. U wordt vast niet blij van het antwoord,meneer Boutkan. Het onderwerp hoort namelijk thuis bij de Minister vanInfrastructuur en Waterstaat. Het wetgevingsoverleg Water is op18 november aanstaande. U kunt die vraag daar uitstekend stellen. Ik zalde vraag wel al stiekem influisteren bij mijn collega. Ik kan wel hetvolgende zeggen. De Minister heeft eerder al een overzicht gestuurd vanbekende pfas-lozingen. Daarnaast heeft de Minister volgens mij toegezegdeen evaluatie uit te voeren naar de effectiviteit van hoe lozingen geregu-leerd kunnen worden. De evaluatie zal volgend jaar worden afgerond. UwKamer wordt hierover nader geïnformeerd.Dat was het onderwerp VTH, voorzitter.De voorzitter:Ik zie een aantal interrupties. Ik begin bij de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Ik heb volgens mij meer gevraagd aan de Staatssecretaris. Mijn vraag iseigenlijk wanneer de rest komt van de beantwoording van de door mijgestelde vragen over het VTH-stelsel. Ik heb onder andere gezegd: «HetVTH-stelsel zal echt hervormd moeten worden, onder andere doorsamenvoeging, uitwisseling van experts van de omgevingsdiensten of hetbeschikbaar hebben van een team van experts ten behoeve van alleomgevingsdiensten voor de zware industrie. Deelt de Staatssecretarismijn oproep?» Ik hoor nu slechts een klein deel van de beantwoording vandeze vraag. Ik zou toch een wat uitgebreider antwoord willen hebben opdeze zaken. Ik ben heel benieuwd hoe het zit met zijn uitspraak. Dan komik daar wel op terug. Dat is mijn eerste interruptie. Ik wacht even op debeantwoording.Staatssecretaris Jansen:De heer Boutkan heeft daar inderdaad meer vragen over gesteld. Ik dachtdat ik daarop inging met mijn opmerking over het robuuster maken. Wezijn onderweg in het proces. Ik moet nog met de individuele omgevings-diensten en met de provincies bekijken hoe wij hier nu mee verdergaan.12 november is er trouwens een debat over het VTH-stelsel. Ik neem evenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40431 een vlucht naar voren en zal daarin uitgebreid terugkomen op hetgeen deheer Boutkan daarvoor heeft gevraagd.De voorzitter:Dan gaan we kijken of de heer Boutkan daar genoegen mee neemt.De heer Boutkan (PVV):Ik geef de Staatssecretaris even de tijd om nog eens goed na te denkenover wat hij 12 november dan gaat zeggen. In het symposium vangisteren heeft nota bene de heer Van Aartsen, de schrijver van het rapportover de omgevingsdiensten, anno oktober 2024 nogmaals zijn zorgenuitgesproken over het stelsel. Ik heb dat net ook aangehaald. Ik verwachtdaar in november inderdaad meer over.Ik wil toch even ingaan op het antwoord met betrekking tot de lozingen enhet – ik zal niet «gemakshalve» zeggen – doorschuiven naar de collega-minister door te zeggen: daar moet u zijn, bij Water. Het gaat om hetvolgende. Dat deel van water zit inderdaad bij de commissie Water. Maarhet zijn de bedrijven die daar zitten die de lozingen veroorzaken. De vraagdie we daaraan koppelen, is: hoe kunnen wij vanuit deze commissie metonze inbreng in de externe veiligheid bij die bedrijven, zien hoe we hetVTH-stelsel totaal – daar zit Rijkswaterstaat ook bij – kunnen oppakken omte voorkomen dat die lozingen kunnen plaatsvinden? Maar het gebeurtbinnen die bedrijven. Bij deze commissie zijn wij ervoor aan zet dat we opde rit krijgen dat we niet aan het einde van de pijp zitten, waar decommissie Water over gaat, maar dat wij nog vóór die pijp zitten, namelijkbinnen die bedrijfsprocessen, om te voorkomen dat die lozingenplaatsvinden. Hoe krijgen we dat op de rit? Dat is de vraag.Staatssecretaris Jansen:Ik snap de vraag van de heer Boutkan. Het was heel makkelijk wat ik netzei: lozingen en waterkwaliteit vallen onder de Minister. Wel wil iktoezeggen dat wij hier schriftelijk op terugkomen om even heel duidelijk temaken aan de commissie waar wij over gaan binnen deze commissie enwaar het meer de Minister raakt op het gebied van waterkwaliteit enlozingen. Laten we met elkaar afspreken dat ik met een schriftelijke reactienaar de Kamer kom om daar duiding aan te geven. Deze discussie hebbenwe al vaker gevoerd. Die is soms ook heel lastig. Het ligt maar net aan hetmoment waar het uiteindelijk thuishoort. Ik snap ook heel goed dat hetvoor de Kamer onbevredigend is omdat u uw vragen lastig kwijt kunt bijmij dan wel bij de Minister. Daarom doe ik het aanbod om daar schriftelijkop terug te komen.De voorzitter:Dan een interruptie van mevrouw Wingelaar van NSC.Mevrouw Wingelaar (NSC):Net was er even een debatje tussen mijn collega’s hier over derobuustheid van het VTH-stelsel, waarvan eigenlijk iedere partij weluitspreekt dat die van groot belang is. Ik heb mijn zorgen ook vorige weekbij de behandeling van de begroting uitgesproken. U spreekt best wel veelambitie uit, waar wij heel erg blij mee zijn, op verschillende gebieden,onder andere op dit gebied. Hoever komt u met dit budget? U bent opweg gegaan om het VTH-stelsel robuuster te maken, maar hoever komt udaarmee?Staatssecretaris Jansen:Dat is een hele goede vraag. De reden waarom ik een beetje gereserveerdantwoord op de vraag hoe we hiermee verdergaan en hoe we hetrobuuster maken is de volgende. Met betrekking tot alle 26 omgevings-diensten hebben wij een inschatting gemaakt met een stoplichtrap-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40432 portage: rood, oranje en ik geloof geel of groen. Daar zijn uitkomsten uitgekomen. Daar hebben we aandacht voor. We kijken nu hoe we hiermeeomgaan en hoe we kunnen zorgen dat de omgevingsdiensten allemaalhet vereiste niveau behalen. Ik wil niet vooruitlopen op wat wij met henwillen gaan bespreken omdat ik de mensen in het veld anders misschienoverval met een uitspraak hier, waar zij onrustig van worden. Laten we hetop de juiste manier doen. Ik wil met hen praten aan de hand van deuitkomsten van dat onderzoek en de robuustheid per omgevingsdienst enhoe we dat kunnen oppakken. Naderhand kom ik bij u als Kamer terug ophoe we dat gaan vormgeven, want ik wil niet nu al zeggen: misschien is26 wel te weinig of te veel. Dat vind ik niet de juiste volgorde.Mevrouw Wingelaar (NSC):Ik had het over het beschikbare budget.Staatssecretaris Jansen:Dat hangt daar dus mee samen. Afhankelijk van keuzes die wij makenzullen middelen anders worden ingezet. De verdeling hangt ervan af of demiddelen verdeeld worden over 40 of 20 of 10 of weet ik veel hoeveel.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik wil de commissievoorzitter een voorstel doen om nog één interruptietoe te staan aan mij, of aan iemand anders ook nog.De voorzitter:De heer Boutkan heeft nog een interruptie tegoed. Misschien kunnen julliehet met elkaar regelen.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik ga ’m gewoon pakken dan. Dank u wel, voorzitter en meneer Boutkan.De Staatssecretaris geeft aan op mijn vraag of we bepaalde omgevings-diensten, gemeenten of overheden extra kunnen ondersteunen bij groterechtszaken dat dit niet gebeurt omdat gemeenten en provincies zelfverantwoordelijk zijn voor de omgevingsdiensten. Maar sommigeomgevingsdiensten hebben bijvoorbeeld met pfas en Chemours of metTata te maken. Dat zijn zulke overstijgende zaken. Volgens mij heeft uDCMR, of in ieder geval Dordrecht, ook ondersteund met zaken tenaanzien van Chemours en pfas. Waarom dan het antwoord dat ditabsoluut niet kan in het geval van Noord-Holland en de omgevingsdienstdaar? Dat begrijp ik niet helemaal.Staatssecretaris Jansen:De heer Gabriëls stelt meerdere vragen. Ik snap die absoluut. Vorige weekal heb ik toegezegd dat er voor het herfstreces nog een brief naar deKamer gaat met betrekking tot robuustheid. Het bedrag waar we overpraten is 18 miljoen per jaar, maar dat is bedoeld voor versterking van hetVTH-stelsel. Over de exacte invulling van dat bedrag ga ik natuurlijk nietalleen. Hoe dat wordt ingezet, bepalen we samen met andere overheden.Dan kom je eigenlijk uit bij de vraag van de heer Gabriëls: de eneomgevingsdienst heeft ten opzichte van andere omgevingsdienstenmisschien meer werk vanwege een bepaalde vestiging van een bedrijf datdaar is. Dat is precies het gesprek dat we met elkaar moeten voeren.Dan ben ik aan het einde gekomen van het kopje VTH en kom ik bij hetkopje chemischestoffenbeleid. Als eerste een vraag van mevrouwWingelaar van NSC. Niet alle pfas-stoffen zijn zeer zorgwekkende stoffen,maar we gaan nu mogelijk wel door met het OSPAR-Verdrag. Zij vraagtmij of ik alvast een tipje van de sluier kan oplichten en wanneer de Kamerwordt geïnformeerd. In de regelgeving is gedefinieerd welke stoffen zeerzorgwekkende stoffen zijn, waarvoor de minimalisatieplicht dus geldt. Diegeldt voor stoffen die voldoen aan de eigenschappen van zeer zorgwek-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40433 kende stoffen onder de Europese REACH-verordening en aanvullend ookvoor stoffen die worden aangemerkt als prioritair onder het OSPAR-Verdrag. Daaronder is recent de groep pfas als geheel aangemerkt alsprioritaire stof. Op dit moment onderzoekt het RIVM over welke stoffen ditexact gaat. De Kamer zal daarover uiterlijk begin volgend jaar wordengeïnformeerd. Dus: REACH, OSPAR en uiterlijk begin volgend jaar.Dan heb ik een vraag van de heer Boutkan: hoe zit het met nationalekoppen en chemische stoffen? Het Ministerie van Economische Zaken laatin 2025 opnieuw onderzoek doen naar de implementatie van deEU-richtlijn en of die, als er beleidsruimte is, lastenluw kan plaatsvinden.Ik vind «lastenluw» een irritant woord en gebruik daarom «met zo minmogelijk lastendruk». Uit onderzoek uit 2006, 2007, 2012 en 2023 is telkensgebleken dat er weinig nationale koppen op EU-regelgeving zijn. Hierwordt vaak gesuggereerd dat dit wel zo is, maar dit is gewoon wat uitonderzoek naar buiten komt. Tijdens het begrotingsdebat heb iktoegezegd om zelf ook na te gaan hoe het zit met de nationale koppen ophet beleidsterrein waarvoor ik verantwoordelijk ben. U heeft daarbijconcrete onderwerpen genoemd. Ik kom daar voor het einde van het jaarop terug, zoals ik ook vorige week heb aangegeven.Dan een vraag van de heer Bamenga van D66. Die ging eigenlijk ook overhet VTH-stelsel. Hij vroeg of het klopt dat we daardoor eigenlijk geen zichthebben op hoeveel pfas- en emissielozingen plaatsvinden. Dit onderwerphoort helaas, zeg ik dan ook maar, thuis bij de Minister van Infrastructuuren Waterstaat. Het wetgevingsoverleg is op 18 november aanstaande. Watik wel kan zeggen daarover is wat ik net al tegen de heer Boutkan hebgezegd. Ik snap wel dat het onbevredigend voor u is. Eigenlijk verwijs ikdan naar de brief die ik naar u toe ga sturen om er wat meer duidelijkheidin te scheppen wanneer het bij mij ligt en wanneer bij de Minister.Ik heb nog drie vragen. Daarna kunnen we het debat voeren.Wat is de stand van zaken ten aanzien van de aangenomen motie vanmevrouw Koekkoek over cumulatie, zo vroeg de heer Gabriëls. Hieraan zaluitvoering worden gegeven in een onderzoek binnen de actielijn Meten enWeten van de actieagenda. Ook binnen het Impulsprogramma ChemischeStoffen is nu ruim aandacht voor cumulatie van stoffen. In het kader vande actieagenda zal onderzocht worden hoe cumulatieve gezondheidsef-fecten daarin kunnen worden meegenomen. De uitkomsten van ditonderzoek worden in de loop van volgend jaar verwacht.Dan heb ik een vraag van de heren Buijsse en Boutkan: ben ik bereid metde afvalsector te praten over een alternatief idee om zeer zorgwekkendestoffen te melden die in het afval zitten, en de Kamer hierover te infor-meren? Wat de afvalsector wil, is een verplichting voor bedrijven om zeerzorgwekkende stoffen in hun afval te onderzoeken en te melden. Overdeze wens is in de afgelopen jaren al een uitgebreid gesprek gevoerd. Ditbetekent een meetverplichting voor heel veel bedrijven buiten deafvalsector. Die grote groep bedrijven krijgt er zo een extra administra-tieve last bij en vaak zullen de meetwaarden niet worden gebruikt.Afvalbedrijven hebben die metingen vaak niet eens nodig, bijvoorbeeldals het afval met zeer zorgwekkende stoffen en al wordt verbrand.Een extra last voor bedrijven is niet iets wat we willen. Volgens mijhebben we daar ook iets over opgemerkt in het hoofdlijnenakkoord. Eenextra last zonder duidelijke milieuwinst lijkt mij ook niet verantwoord,want alle informatie die een afvalbedrijf nodig heeft, kan het al vragen aanzijn klanten. Bedrijven die afval afgeven, zijn de ontdoeners. Zij hebben deplicht om die informatie te leveren of te betalen voor het onderzoek dateen afvalverwerker zal moeten doen. Afvalbedrijven rekenen alle kostenvoor de afvalverwerking door aan de klanten van wie ze het afvalinnemen. Dat moeten ze ook doen als ze onkosten maken voor eenonderzoek naar zeer zorgwekkende stoffen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40434 Dank, Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Excuus, voorzitter, maar ik heb nog een laatste vraag. Dat was ook eenvraag van de heer Boutkan. Hij vroeg: waarom wordt het Besluit meldenbedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen per 1 januari gewijzigd,ondanks alle reacties van de markt en van het bevoegd gezag? De partijendie kritiek hadden, wilden iets wat een probleem is voor het brederebedrijfsleven. Voor zover wij het hebben kunnen overzien, zou hun idee opnog meer weerstand stuiten bij bedrijven. Afvalbedrijven en het decen-traal bevoegd gezag wilden een verplichting voor de bedrijven die hetafval afgeven, de ontdoeners, waar ik het net over had. Dan kom je inhetzelfde riedeltje terecht. Dat is een verzwaring van de regeldruk en datlijkt ons niet verstandig in dezen. Dat is de korte samenvatting.De voorzitter:Ik kijk even rond of er nog behoefte is aan interrupties vanuit de Kamer.Dat is het geval.De heer Buijsse (VVD):Ik wil even terugkomen op het afval en op het melden van zeer zorgwek-kende stoffen. Ik wil niet tussen de afvalverwerkers en het ministerie gaanzitten. Ik wil daar een beetje buiten staan, maar het lijkt toch dat er sprakeis van een soort communicatiestoring. Ik kan me niet voorstellen dat deafvalverwerkers de extra kosten om dat te meten graag op zich zoudenwillen nemen. Tegelijkertijd is uw argumentatie valide om het te doenzoals het nu voorgeschreven is. Mijn vraag is: aangezien er wat signalenbij ons zijn terechtgekomen, is het niet toch een optie om nog een keermet de afvalbranche zeker te stellen dat we elkaar goed begrijpen op ditonderwerp? Dit kwam met een bepaalde urgentie tot ons. Dat heeft mij,en blijkbaar ook de heer Boutkan, ertoe bewogen om dit in onze spreek-tekst mee te nemen. Mijn simpele verzoek is: wilt u toch nog een keer eengesprek organiseren over dit onderwerp met de afvalbranche?Staatssecretaris Jansen:Laat ik toezeggen dat ik daar nog een gesprek over zal voeren. Ik zal perbrief aan u communiceren wat de uitkomsten daarvan zijn.Ik wil overigens nog een andere opmerking maken. Ik had het net over deportefeuilleverdeling tussen de Minister en mij. Voor het debat van18 november, het wetgevingsoverleg Water, krijgt u daar meer duidingover. Het is handig voor u om te weten waar u welke vraag het beste kuntstellen.De voorzitter:Dus die brief komt voor 18 november?Staatssecretaris Jansen:Ja.De voorzitter:Fijn. Tot zover de eerste termijn van de Staatssecretaris. We gaan doornaar...Staatssecretaris Jansen:Ik ben de Kamer nog één antwoord schuldig, voorzitter. Het gaat om eenvraag van de heer Buijsse. De Kamer heeft in een motie gevraagd om hetverplaatsen/verbieden van opslagen van vuurwerk in de bebouwde kom.De vraag van de heer Buijsse was: waarom neemt u die motie niet over?De heer Bamenga benoemde ook het veilig opslaan van vuurwerk.Gemeenten hebben nu al de mogelijkheid om zelf te bepalen waar zeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40435 vuurwerkopslagen of -verkooppunten binnen hun gemeente willentoestaan. Dat heb ik ook aangegeven in mijn beantwoording aan demedia. Dat kan via een omgevingsplan. IenW stelt wel strenge veilig-heidseisen aan die opslag. Er is al een pakket met veiligheidsmaatregelen,zoals een automatische sprinklerinstallatie, brandwerende muren endeuren die beschermen tegen brand in of vlakbij een vuurwerkopslag. Uitde signaalrapportage van de ILT blijkt ook dat het vuurwerk dat in eenspeciale verpakking zit, de gaasverpakkingen, waar we ook vorige weekover hebben gesproken, een risico vormt voor massa-explosie. Dat isprecies de reden waarom wij hebben gezegd dat we die verpakkingengaan verbieden. Daarmee pak je 15% van... Sorry, voorzitter, ik was hetwoord even kwijt. Het behelst 15% van de cakeboxen. Ik kon even niet ophet woord «cakeboxen» komen. Dat valt onder het verbod op gaasverpak-kingen. Daarmee pakken we het probleem letterlijk bij de bron aan. Inplaats van dat je per locatie gaat kijken, verbied je gewoon het vervoer. Defacto worden die cakeboxen dus ook niet meer binnen Nederlandverkocht, want je mag ze niet vervoeren en opslaan op die manier.Daarnaast blijven we natuurlijk in gesprek met het Ministerie van JenV ende brandweer om de maatregelen uit te leggen. Dat heb ik vorige weekook gezegd. Zo kunnen we de zorgen vanuit de samenleving en vanuit degemeentelijke organisaties adresseren.Daar wil ik het bij laten, voorzitter.De voorzitter:Er is een vraag van de heer Buijsse van de VVD.De heer Buijsse (VVD):Ik wil hier toch even op doorgaan met een interruptie, want ik ben in alleeerlijkheid niet tevreden met dit antwoord. Eerst even over de motie-Mutluer. Die naam spreek ik altijd verkeerd uit. Daarin wordt gezegd datde gemeenten veel mogelijkheden hebben. Daar verwees u in uwbeantwoording van zojuist ook naar. Ja, er zijn twee opties. De gemeentenkunnen het regelen via een APV. Dan moet elke gemeente in het land ditbesluiten via een APV, met steun van de raad. Het is een schier onmoge-lijke opgave om dat goed en dekkend te doen, gezien alle politiekediscussies. Dat is voor burgemeesters echt heel lastig om te regelen. Unoemt ten tweede het omgevingsplan. Maar er zijn nu al vergunningenverleend in woonwijken. Via een vergunning in het omgevingsplan los jenu niks op. Ik hoop dat de Staatssecretaris er oog voor heeft dat demotie-Mutluer geen afdoende dekking biedt waar gemeenten mee uit devoeten kunnen.In uw beantwoording zegt u dat er een onderzoek komt om die motieverder uit te voeren. Dat onderzoek zou begin 2025 klaar zijn. Mijn vraagaan de Staatssecretaris is: is het doel van dat onderzoek om echt te komentot het weren van consumentenvuurwerk in woonwijken? Is dat het doelvan het onderzoek? Want als u straks toch weer terugkomt op deinstrumenten die u zojuist noemde, een APV en een omgevingsplan, danis dat voor mij onvoldoende. Ik wil weten of er van rijkswege ookinstrumenten zijn om deze motie vooruit te helpen.Dan mijn tweede punt. U spreekt in uw beantwoording over een omissiemet betrekking tot klasse 1.3. U geeft aan: we gaan dit corrigeren via eenreparatie van het zogenaamde Bal per 1-1-2025. Maar gemeenten hebbenhelemaal niks aan een reparatie per 1-1-2025, want het vuurwerkseizoenis, zoals u weet, rond oud en nieuw. Sterker nog, het is al begonnen. Het isgoed dat u er positief op reageert en zegt «we gaan het repareren», maardat is voor de gemeenten nu geen oplossing. Ik zou u willen vragen omdeze reparatie zo snel mogelijk, het liefst morgen al, door te voeren.Staatssecretaris Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40436 Ik herken deze discussie, want we hebben die al eerder gevoerd metelkaar. Op dit moment kan het al. Burgemeesters kunnen de afstandsnormhanteren en ze hebben een overgangsperiode als middel. Het middel islastig, maar dat heeft ook te maken met waar de financiering uiteindelijkneerdaalt. Dat is het hele simpele antwoord dat ik geef. U zei net: menheeft er nu niets aan, want volgend jaar hebben we de oud-en-nieuwperiode al gehad. We hebben de afspraak gemaakt met devuurwerkbranche dat we dit jaar al handelen conform die afspraak. Dat isde afspraak die gemaakt is. Is die keihard? Nee, natuurlijk niet. Mensenkunnen daar altijd van afwijken, maar dat is wel onderdeel van deafspraak die gemaakt is.Ik heb in de brief van 30 september jongstleden ook gezegd dat we dehuidige veiligheidsmaatregelen zo snel mogelijk nog eens tegen het lichtgaan houden. Dat heb ik volgens mij ook tijdens het debat van vorigeweek gezegd. Als uit dat onderzoek blijkt dat er nog meer maatregelennodig zijn, dan zullen de regels alsnog scherper worden aangepast. Maardaar hebben we dat onderzoek wel eerst voor nodig. Denk bijvoorbeeldaan het verlagen van de opslaghoeveelheden, aan het vastleggen van deperiode waarin je überhaupt mag opslaan of aan een andere afstandseis.Er is naar aanleiding van deze brief ook een plenair debat aangevraagd.Dat is nog niet gepland, maar daarin kunnen we natuurlijk ook nog nadervan gedachten wisselen. Daarin kunt u als Kamer ook nog meer richtingmeegeven. Dat is het antwoord dat ik op dit moment geef.De voorzitter:U heeft nog een interruptie, meneer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):De agenda bij de Griffie is zodanig vol dat ik verwacht dat het dertigleden-debat ergens volgend jaar zal plaatsvinden. Voor de gemeenten is dezemisère dan al achter de rug. Vandaar dat ik de urgentie voel om dit nu indit debat te adresseren.De voorzitter:Duidelijk.Staatssecretaris Jansen:Ik maak nogmaals de opmerking die ik net maakte: we hebben dit met debranche afgesproken. Dat is het middel dat we hiervoor hebben gebruikt.We gaan ervan uit dat men zich daar netjes aan houdt. Zo niet, dan wordter natuurlijk ingegrepen.De voorzitter:Tot zover de eerste termijn van de Staatssecretaris. We gaan over naar detweede termijn van de Kamer, maar eerst schorsen we vijf minuutjes.De vergadering wordt van 16.14 uur tot 16.19 uur geschorst.De voorzitter:We gaan door met de tweede termijn van de Kamer. U heeft ruimanderhalve minuut om uw conclusies te trekken en nog een vervolgvraagte stellen aan de Staatssecretaris. Mocht u elkaar nog willen interrum-peren, dan heeft u daar twee interrupties voor. Ik hou dezelfde volgordeaan als in de eerste termijn, dus ik geef allereerst het woord aan de heerBuijsse van de VVD.De heer Buijsse (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk niet zo heel veel meer te zeggen. Ikben blij met de toezeggingen die de Staatssecretaris in dit commissie-debat heeft kunnen doen. Ik ben best uitgebreid ingegaan op het nucleaireTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40437 afval. Ik verneem een zeer gedegen aanpak van de Staatssecretaris,gestoeld op een goede participatie van inwoners en decentraleoverheden. Als we daarbij eerder dan in het jaar 2100 tot een definitieveopening kunnen komen, is dat hartstikke mooi en prima.Het tweede onderwerp waar ik veel waarde aan hecht, is de opslag vanvuurwerk in woonwijken. Ik begreep op de gang dat het dertigledendebatgevoerd zal worden door JenV. Nog steeds ben ik benieuwd wanneer datdan zal plaatsvinden, maar ik ben wel blij met het debat dat we hierhebben kunnen voeren. Ik ben niet helemaal gerustgesteld. Ik denk dat ervoor dit seizoen uiteindelijk weinig in het vat zit. We moeten maar zienhoe dat gaat aflopen. Ik heb er geen vragen over, maar als er een rampgebeurt op dit vlak ... Er zijn een aantal inwoners uit Twente naar mij toegekomen. U bent zelf ook een Twentenaar, dus u weet hoe dat leeft.Mensen zijn echt boos, echt boos. Ook de reactie die u gaf bij EenVandaagis echt heel verkeerd gevallen. Hou daar alstublieft rekening mee. Het ligtheel erg gevoelig. Laten we niet te makkelijk zomaar voortgaan en de tijdnemen, want dit heeft echt haast.Dank u wel.De voorzitter:Helder. Dan geef ik het woord aan de heer Gabriëls, GroenLinks-PvdA.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Allereerst over het VTH-stelsel. Er komt telkens inhet nieuws – dat gebeurt bijna om de paar maanden – dat er te weinigcapaciteit is en dat het nog niet robuust is. Er wordt telkens gezegd:gemeenten en provincies moeten dat zelf gaan oplossen. Soms wordengemeenten gewoon weggeprocedeerd. Ik heb daar een debatje overgevoerd met mijn buurman hier, de heer Buijsse. Ik wil hem bedanken. Wekunnen samen bekijken of we met een dekking kunnen komen om hetVTH-stelsel te versterken, als dat überhaupt nodig is. Dat gesprek gaan wenog aan. Volgens mij is er een breedgedragen wens om het VTH-stelsel teversterken. Volgens mij kan dat ook niet anders. Het wekt vertrouwen alsdat goed georganiseerd is. Nu is dat niet het geval; dat blijkt ook uit allerapporten.Dan over Tata. Er was hier een gesprek waarin moties benadrukt werden.Het ging ook over het taalgebruik in de moties. Er is hier volgens mij eenheel duidelijke meerderheid – er wordt niet ingegrepen als ik het zeg – diezegt: neem het randvoorwaardelijk mee, conform de motie-Thijssen,neem de gezondheidseffectrapportage en de adviezen van Levi mee ensubsidieer niet wat met reguliere handhaving afgedwongen kan worden.Dan bedoel ik niet: er is nu een traject en daar blijkt het dan wel uit. Nee,het is heel duidelijk: als het gaat om de Kooks- en Gasfabriek 2 kan datvanuit reguliere handhaving afgedwongen worden. Dat blijkt aan allekanten.De voorzitter:Rondt u af?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ja, sorry. We willen nadrukkelijk oproepen om dat mee te nemen in hetgesprek dat u met uw collega gaat voeren. Dát is namelijk de plek waarhet gebeurt. Die motie is niet alleen voor u, maar voor het hele kabinet.De heer Boutkan (PVV):Als ik het mis heb, word ik graag gecorrigeerd, maar ik meen dat deStaatssecretaris zei: er is 18 miljoen beschikbaar.De voorzitter:Meneer Boutkan, is dit een interruptie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40438 De heer Boutkan (PVV):Ja, voorzitter. Neem mij niet kwalijk, ik had duidelijker moeten zijn.Is de heer Gabriëls het met mij eens dat het op dit moment misschienbeter is om even de brief af te wachten over de robuustheid van hetVTH-stelsel? Die brief komt voor het herfstreces. We hebben 12 novembernog een commissiedebat over het VTH-stelsel. Bent u het daarover metons eens? Ook wij hebben veel vragen.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat u een punt heeft. Overigens staat in de begroting 19,6 miljoen.IPO vraagt 30 miljoen. Daarom hebben we een amendement ingediendom het te verhogen naar 30 miljoen. Ik zie het meer als een uitnodigingaan ons allemaal om er in ieder geval voor te zorgen dat het deomgevingsdiensten aan niets ontbreekt, want dat aangaan is de basis vanvertrouwen, handhaving, toezicht en vergunningsverlening. Ik wil graagmet u het gesprek daarover aangaan in het VTH-debat in november.Misschien is het wel goed om daarvoor een overzicht te krijgen van waardie 19,6 miljoen die al in de begroting staat, al aan besteed wordt. Dankunnen we misschien met z’n allen concluderen dat het verhoogd moetworden, wat IPO vraagt.De voorzitter:Een vervolginterruptie van de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Mijn zorgen, en misschien ook wel mijn probleem, liggen bij IPO en VNGmet betrekking tot gelden voor omgevingsdiensten. Ik denk dat zij zelfeens heel goed in de spiegel moeten kijken als het gaat om hoe zij met deomgevingsdiensten omgaan. Dat heb ik gisteren ook gezegd, en public. Ikblijf dat herhalen, ook gezien de uitspraak in het rapport van decommissie-Van Aartsen. Dat wil ik toch even meegeven aan de heerGabriëls. Ik denk dat hij dat wel met mij eens is.De voorzitter:Kort alstublieft, meneer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):We hebben ook ODNL. Daarmee is er een overstijgende kennis- eninformatie-uitwisseling, waarmee omgevingsdiensten geholpen worden.Heel veel gemeenten lopen vast door het ravijnjaar en krijgen te makenmet heel veel bedrijven in hun gemeenten, terwijl ze simpelweg niet decapaciteit hebben om daar iets aan te gaan doen.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Mevrouw Wingelaar, Nieuw Sociaal Contract.Mevrouw Wingelaar (NSC):Dank u wel. Dank aan de Staatssecretaris voor, in veel gevallen, heldereantwoorden, zeker ook over het nucleaire afval en de weg die je wiltlopen.Fijn dat u de twee toezeggingen die in het vorige debat zijn gedaan,oppakt en dat die terugkomen in het onderzoek volgend jaar.Ik wil nog even een signaal geven over de maatwerkafspraken van Tata.Woorden doen ertoe. Ik weet zeker dat mensen dit debat volgen omdat zijzich grote zorgen maken over hun gezondheid en hun leefomgeving.Woorden doen ertoe. Er zit een verschil tussen «meeweegt» en«overneemt». Als je zegt «de moties worden meegenomen» of «demotie-Van Dijk wordt betrokken bij», geeft dat misschien wel aanleidingtot onrust; dat kan ik mij zomaar voorstellen. Volgens mij geeft dezeKamer – de steun lijkt alsmaar breder te worden – een heel duidelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40439 signaal mee aan het kabinet. De moties zijn glashelder. Ik wil daar tochnog een keer op gewezen hebben.Dank je wel.De voorzitter:Dank. Dan ga ik over naar de heer Boutkan van de PVV.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris dat hij nog een keerom de tafel gaat met de afvalbedrijven om te spreken over het Besluitmelden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen.De PVV wil graag het volgende meegeven aan de Staatssecretaris. Dat isook om onduidelijkheid, waar de heer Buijsse op wees, te voorkomen. Inhet besluit staat de plicht dat aanbieders van het bedrijfsafval meldenwelke ZZS-stoffen in hun vergunningsvergunning zijn vermeld. Dat staatnu in het besluit. Is het niet beter om deze plicht zodanig te formuleren datniet de vergunde maar de in het afval aanwezige zeer zorgwekkendestoffen bij het aanbieden moeten worden vermeld? Is de Staatssecretarishiertoe bereid?Het besluit gaat 1 januari 2025 al in. U gaat nog een keer om de tafel metde sector. Wanneer kan de Kamer dan de terugkoppeling verwachten vandat gesprek met de sector, gezien die ingangsdatum? De mogelijkheidbestaat namelijk dat de Kamer daarna met een amendement komt op hetbesluit om alsnog, mocht het niet bevredigend worden opgelost, tekomen tot een wijziging. Dat ten eerste.Dan toch even over pfas-stoffen en dergelijke. Ik heb het al vakerbenoemd: we spreken over pfas alsof het één grote groep is, maar deStaatssecretaris gaf ook al aan dat heel veel pfas-soorten in bepaaldecategorieën zitten, in allerlei toepassingen. We kunnen niet zomaarzeggen: we gooien alle pfas overboord. Ik vraag daar nogmaals aandachtvoor. Ik vraag de Staatssecretaris om goed te kijken naar de lijst metprioritaire stoffen, om niet het kind met het badwater weg te gooien.Ik dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank. De heer Bamenga van D66.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik een tweeminutendebat aanvragen.Ik wil de Staatssecretaris bedanken voor de antwoorden en voor detoezeggingen die gedaan zijn. Ik ben in mijn bijdrage in ieder gevalingegaan op de omgevingsdiensten, Tata Steel en radioactief afval. Ik wilook graag de commissie bedanken voor haar constructieve houding. Ikdenk dat we al sinds vorig jaar december met elkaar in gesprek zijn. Ikmerk dat de urgentie van het op één zetten van gezondheid ook bij decommissie toch steeds meer wordt gevoeld. Dat geef ik ook aan deStaatssecretaris mee. Ik denk dat het goed is dat we onze burgers zo goedmogelijk beschermen tegen vervuiling op allerlei manieren. Uiteraardverwacht ik ook dat de Staatssecretaris zich daar net als de Kamer heelerg hard voor inzet.Dank u wel.De voorzitter:Dank. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Laat ik beginnen door te zeggen dat we gewoon door kunnen gaan,voorzitter.Allereerst de opmerking over mijn reactie bij EenVandaag. Ik ben daar noghelemaal niet op ingegaan. Heel eerlijk: ik heb de vraag helemaal verkeerdTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40440 opgevat. Ik kreeg de vraag: wilt u boven een vuurwerkopslagplaats gaanwonen? Zo ontving ik ’m. Mijn antwoord was nee, want ik woon primawaar ik op dit moment woon. Zo heb ik ’m opgevat. Dat was gewoon eenstomme opmerking. Ik heb dat gewoon verkeerd geïnterpreteerd. Dat hadik niet zo moeten zeggen. Naderhand werd mij ook verteld dat dat opomwonenden die daar nu wel zitten heel vervelend kan overkomen. Sorry,zo was het niet bedoeld. Mijn perceptie was dat de vraag was of ik er nunaartoe zou willen gaan. Nee, want ik woon prima waar ik woon. Dat wasde insteek.Voorzitter. Dan kijk ik even naar wat de Kamer in tweede termijn heeftingebracht. Dat was met name heel veel reflectie op wat er gezegd is. Erwas een minimaal aantal vragen, maar wel nog een aantal.Ik ben ook heel blij met de discussie die we met elkaar gevoerd hebben,want ik denk dat we echt een aantal belangrijke punten hebben aange-stipt, of het nou gaat om nucleair afval, omwonenden van Tata Steel ofzeer zorgwekkende stoffen. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we datgesprek met elkaar gevoerd hebben. Ik weet dat het heel onbevredigendis, zeg ik nogmaals, dat u zo direct een technische briefing heeft over TataSteel en de maatwerkafspraak. Dat maakt het voor u lastig om een goedgesprek met mensen te kunnen voeren over wat er allemaal aan goededingen gebeurt. Ik heb hetzelfde dilemma. Dat is helaas hoe het is.Richting de heer Buijsse kan ik wel het volgende aangeven. Volgens mijheb ik dat vorige keer in het debat ook gedaan. De opslagen voorvuurwerk waar u over begon, zijn veilig. Op grond van de huidigeinformatie die wij hebben, de maatregelen die we hebben genomen enhet verbieden van de gaasverpakkingen, waardoor een deel van decakeboxen niet meer in Nederland verkocht of vervoerd kan worden,zeggen wij: het kan op deze wijze. De gevoeligheden van de mensen inbijvoorbeeld Enschede, maar eigenlijk in heel Nederland, snap ikabsoluut. Niemand wil ooit weer zo’n ramp meemaken. In het verledenhebben we natuurlijk ook de brand gehad in café ’t Hemeltje in Volendam.Daar hebben we ook van geleerd. Dat wil je ook nooit meer meemaken. Iksnap de gevoeligheid daaromtrent dus. Alleen, op grond van de infor-matie die we nu hebben, zeggen wij: dit is veilig. Vooruitlopend ophetgeen volgend jaar ingaat, hebben we afspraken met de branchegemaakt. Daarnaast heb ik toegezegd dat we nog bezig zijn met naderonderzoek. Als daar dingen uit komen, gaan we het aanscherpen. Dat isde reden waarom wij daar op dit moment zijn. Maar daar komt nog eenapart debat over. Daarbij kunnen we daar nader met elkaar over vangedachten wisselen.Het interview heb ik al gehad. Dan heb ik volgens mij de heer Buijssegehad.Dan kom ik bij de heer Gabriëls. Hij had een vraag over het VTH-stelsel. Ergebeurt echt ontzettend veel om het stelsel te versterken. Niet alles kostgeld – gelukkig, zeg ik erbij. Soms kun je ook al heel veel bereiken doorzaken slimmer in te richten. Het feit dat ze goed van elkaar kunnen leren isdaarin een heel belangrijk aspect. Ik ging er in mijn bleuheid van uit datmen altijd contact met elkaar heeft over zaken, maar dat blijkt niet altijdhet geval te zijn. Men kan dus ook leren van elkaar. Dat vond ik ook eenvan de mooie opbrengsten van de bijeenkomst van een paar wekengeleden in Hilversum, waarvoor honderden mensen bij elkaar waren enook nog heel veel mensen online. Ze zijn echt met elkaar het gesprekaangegaan en hebben dingen van elkaar kunnen leren en kunnen ervarenhoe het wordt gedaan. Ik denk dat dat heel waardevol is. Het belangrijksteis dat iedereen de handtekening eronder heeft gezet om op die wijze tegaan werken in de komende tijd. Ik denk dat dat gewoon belangrijk is. Wehebben natuurlijk ook te maken met de algemene maatregel van bestuurover de robuustheid van omgevingsdiensten. Ook die speelt hierin eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40441 rol. Het invullen van de stelselverantwoordelijkheid gaat uiteindelijk viaeen wetswijziging. Maar goed, we hebben het al eerder gehad over dattraject.Ik hoorde de heer Gabriëls net spreken over 19,6 miljoen. Volgens mijninformatie is het 18 miljoen, maar pin mij er niet op vast. Het kan zijn dat ugelijk heeft, maar mijn informatie is 18 miljoen.Over het VTH-debat heb ik het al gehad. Ik heb een brief toegezegd om ernog op terug te komen voor dat debat.Hier heb ik nog iets van de heer Gabriëls en mevrouw Wingelaar, namelijkde oproep om de aangenomen moties mee te nemen in de Tatadiscussie.Zo heb ik die maar even opgevat. De moties zijn duidelijk. Die zijn met eenruime meerderheid aangenomen. U kunt erop rekenen dat ik dit dus zalmeenemen naar de discussie in het kabinet. Ik heb dat volgens mij net ookaangegeven aan de heer Gabriëls in mijn beantwoording. Als ik bij hetkabinet kom met een voorstel, ga ik niks weglaten. Alles wat van belangis, wordt daarin meegenomen, zodat het kabinet daar uiteindelijk de juisteafweging in kan maken. De moties hebben een ruime meerderheid. Hetzou wel heel raar zijn als we dat daar niet in meenemen. Maar ik wil erniet op vooruitlopen, want het kabinet moet er nog een standpunt overinnemen.Gezondheidswinst is een randvoorwaarde voor de maatwerkafspraak metTata. Dat heb ik net ook al gezegd tegen mevrouw Wingelaar. Zonderconcrete gezondheidswinst is er geen maatwerkafspraak.De heer Boutkan had het over geld voor het versterken van het stelsel.Volgens mij ben ik daar net al op ingegaan. Er komt nog een debat over.Daar kunnen we weer het gesprek met elkaar voeren. Ik ben het overigenseens met de heer Boutkan dat eigenaren verantwoordelijk zijn voor definanciering van de omgevingsdiensten. Met die 18 miljoen per jaar helpik bijvoorbeeld echt de versterking van het inrichten van een kennisstelsel,om maar een voorbeeld te noemen. Alleen, dat is wel het gesprek dat wijmet de provincies voeren, omdat die uiteindelijk het bevoegde gezag zijn.Daarnaast geef ik ook veel geld aan Omgevingsdienst NL, de koepel vande omgevingsdiensten. Op die manier proberen wij op een juiste manierde middelen die beschikbaar zijn, goed in te zetten, verdeeld over het landen over de zwaarte van de taken waar iedereen tegen aanloopt.Dan de opmerking van de heer Boutkan over de zeer zorgwekkendestoffen in relatie tot afval. Ik heb u in de eerste termijn een brief toegezegdvoor het einde van het jaar. Een juridische inwerkingtreding kan ik niettegenhouden. Ik ga even in overleg.De voorzitter:Even voor de goede orde: interrupties zijn toegestaan. Dan weet u dat.Staatssecretaris Jansen:Ik snap nu hoe het bedoeld is. De juridische inwerkingtreding is 1 januari.Willen we dat veranderen, dan moeten we een nieuwe algemenemaatregel van bestuur invoeren. Dat is de reden.De heer Boutkan (PVV):Maar we hebben het nu dus over het Besluit melden bedrijfsafvalstoffenen gevaarlijke afvalstoffen, dat per 1 januari ingaat. U gaat nog met desector om de tafel om te bekijken hoe we daar eventueel uit kunnenkomen. Misschien gaan die twee dingen nu door elkaar lopen. Wij willengraag over dit onderwerp tijdig een terugkoppeling. Wij willen als Kamernamelijk nog kijken of wij met een amendement moeten komen om ditaan te passen. Daar gaat dit om.Staatssecretaris Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40442 Ik snap nu de vraag van de heer Boutkan. Laat ik toezeggen dat ik voor1 december bij u terugkom. Dan heeft u nog de tijd om daar eventueel eendebat over te voeren.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel. Mag ik aannemen dat u zo nog komt op pfas en het kind methet badwater? Anders gaan twee dingen door elkaar lopen. Dan krijgenwe helemaal een communicatiestoornis.Staatssecretaris Jansen:De heer Boutkan vroeg nog naar de lijst met prioritaire stoffen in het kadervan een pfas-verbod. Ik ben het eens met de heer Boutkan. Dit wordtzorgvuldig meegewogen in het proces om te komen tot een pfas-restrictieop EU-niveau. Wij willen met vier andere landen, Denemarken,Noorwegen, Zweden en Duitsland, een algemeen pfas-verbod binnen deEuropese Unie; dat heb ik volgens mij ook vorige week gezegd in hetdebat. Met zijn vijven proberen we dat voor de hele EU te laten gelden,juist om ervoor te zorgen dat het niet ... Een deel van de stoffen waaroverwe het hebben, komt soms op een andere manier naar Nederland toe. Wijzijn als Nederland verantwoordelijk voor een deel van die stoffen naar hetbuitenland. Dan moet je met een Europees verbod gaan werken. Dan weetje zeker dat je het doel bereikt dat je met z’n allen wilt realiseren.De heer Boutkan (PVV):Dat is nou net het probleem dat ik aankaartte. Met zo’n algeheel verbodgaan we ook goede pfas-producten, bijvoorbeeld de polymeren,verbieden, als ik het goed versta. Engeland heeft dat verbod niet. Wijlopen het risico dat bedrijven uit Nederland, of een deel daarvan, die kantopgaan. Wij lopen het risico dat we een vlucht krijgen van schepen diehun schroefassen dicht moeten maken en verdwijnen in andererichtingen, omdat dat daar wel mag. Ik zeg dus nogmaals tegen deStaatssecretaris: kijk nog eens goed naar de lijst. Zeg niet gelijk: we doeneen algeheel verbod, want dat was de insteek. Pfas is niet altijd pfas ineen kwade soort.De voorzitter:Uw punt is duidelijk, denk ik.De heer Boutkan (PVV):Ik wil daar geen misverstand over hebben.Staatssecretaris Jansen:Wij denken nog even na over het antwoord op de vraag van de heerBoutkan.Richting de heer Gabriëls wil ik even een correctie aangeven. U heeft ookgelijk. Het gaat om 18 miljoen per jaar, maar er zijn nog middelen over.Die worden doorgeschoven naar 2025, waardoor het ruim 19 miljoenwordt. U had het correct met uw cijfer. Alleen, per jaar is het 18 miljoen.We hebben dus allebei een beetje gelijk.De voorzitter:Dank voor de verheldering. Dan is er nog een interruptie van de heerBuijsse van de VVD.De heer Buijsse (VVD):Allereerst bevestig ik dat ik het eens ben met de heer Boutkan dat eressentiële en niet-essentiële pfas is. Als VVD maken wij ook graagonderscheid tussen essentiële pfas, bijvoorbeeld voor hartkleppen ofgezondheidstoepassingen, en niet-essentiële pfas. Daarin dus steun voorde oproep van de heer Boutkan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40443 Ten tweede wil ik even terugkomen op het proces van de AMvB voor deafvalmelding. Mijn kennis is beperkt, maar is 1 december op tijd om daarnog iets van te vinden als Tweede Kamer? Of gaat u met 1 december uitvan een deal met de sector en dus van een aanpassing per 1 januari? Isdat tijdspad realistisch?Staatssecretaris Jansen:Laat ik beginnen met de laatste vraag. Het was meer om de Kamer nog dekans te geven om daar iets van te vinden. Daarom heb ik 1 decembergezegd. Als het sneller kon, zouden we het sneller doen, maar ik wilde ude ruimte geven om daar nog een debat over te voeren in december, als udat wenselijk zou vinden. Of dat meer dan genoeg tijd is, is heel lastig tebeoordelen.De voorzitter:Een verduidelijkende vraag van de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Ik heb een vraag over het proces van een AMvB. Is dat iets wat je zomaarbinnen twee weken kunt doen? Hoe snel gaat dat voor het kabinet?Staatssecretaris Jansen:Ik snap de vraag die u stelt. Als wij een nieuwe algemene maatregel vanbestuur willen doorvoeren, moeten we ook naar de Raad van State. Danheb je een veel langer traject. De wet gaat in per 1 januari. Maar ik ging uitvan het feit dat u er als Kamer nog iets van wilde vinden. Daarom heb ikgezegd: laten we het dan voor 1 december doen; dan kunt u er in elk gevalnog iets mee doen als Kamer. Als we willen aanpassen, gaan we voorbijde invoeringsdatum van 1 januari, maar daar kan ik ook niks meer aandoen. Zelfs als we het per vandaag zouden willen, gaan we het nog nietredden; daar ben ik heel eerlijk in.De heer Boutkan (PVV):Kunnen we twee minuten schorsen, voorzitter?De voorzitter:Omdat u het zo vriendelijk vraagt.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:De heer Boutkan heeft zojuist gevraagd om een schorsing, dus hem wil ikals eerste het woord geven. Daarna gaan we door naar de Staatssecretarisvoor de beantwoording. Ik zie ook dat de heer Gabriëls nog een interruptieheeft. Dan gaan we zo lekker door met mekaar.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel. Fijn dat u mij dit toestaat op mijn vriendelijke verzoek, maarde heer Buijsse zal het namens ons gezamenlijk kort toelichten.De voorzitter:De heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Dank je wel, voorzitter. Ook dank aan de heer Boutkan. Wij constateerdenin onze time-out, in de schorsing, dat het voor de afvalbranche eigenlijkniet meer realistisch haalbaar zal zijn om deze wetgeving te veranderen.Gezien de urgentie waarmee wij zijn benaderd is dat vervelend om teconstateren. Ik denk dat wij gezamenlijk de behoefte hebben om deStaatssecretaris mee te geven dat dit voor de afvalbranche echt eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40444 lastige kwestie is. We vragen hem om met spoed het gesprek hierover aante gaan en de instrumenten te gebruiken die voorhanden zijn om hentegemoet te treden om aan de ene kant kosten te besparen en aan deandere wel deugdelijk beleid te hebben.Dank u wel.De voorzitter:Dank. Dan geef ik eerst het woord aan de Staatssecretaris om hiereventueel nog een toelichting op te geven.Staatssecretaris Jansen:Voorzitter. Laat ik beginnen met dat laatste onderwerp. Ik heb het ookeven laten navragen. Als je een nieuwe algemene maatregel van bestuurwil doen, ben je zomaar anderhalf jaar verder in het traject. Dat is dus nietrealistisch. Ik heb toegezegd dat ik nogmaals een gesprek ga voeren metde afvalbranche en dat ik met een brief naar de Kamer terugkom. Ik neemzeker ook uw zorgen daarin mee, maar de situatie is zoals die op ditmoment is. Als het gesprek tot nieuwe inzichten leidt, gaat u dat terugzienin de brief die ik ga sturen. Er is nog een commissiedebat op 18 december.Dan kunnen we ook nog praten over hetgeen ik in de brief aan u commu-niceer.Dan heb ik nog een ander ding, namelijk pfas. Laat ik het even heel goedzeggen, want ik snap echt wel de opmerking van de heer Boutkan. Wijwillen voor een pfas-verbod in de hele EU gaan, met de vijf landen die iknet noemde. Dat is om te voorkomen dat er een aantal landen wel en eenaantal landen niet volgens die normering zouden gaan werken. Dat is hetidee waarom we zeggen dat we het binnen de hele EU willen latentoepassen. Het gaat op dat moment dus ook gelden voor import. Ookkijken we bij de afweging waar het wel of niet noodzakelijk is.Ik heb begrepen dat hier regelmatig het woord «hartkleppen» valt. Daarbijwordt dus de afweging gemaakt of er misschien een hele langeovergangstermijn noodzakelijk is omdat dit «een goede pfas» is, om het inde woorden van de heer Boutkan te zeggen. Daarbij wordt gekeken naareen lange overgangstermijn. Per toepassing wordt gekeken en afgewogenof hiervan sprake zou kunnen zijn. Het is niet zo dat we met deze invoeringbinnen de hele EU in één keer zeggen: een streep erdoorheen; het isallemaal fout. Er wordt echt per toepassing gekeken en afgewogen wat ditzou kunnen betekenen en of we misschien een langere overgangstermijnmoeten hanteren omdat het in dit geval misschien wenselijk is om het welte laten voortbestaan totdat er misschien een ander alternatief voor is. Zohebben we het voor ogen.De voorzitter:De heer Boutkan. Kort graag.De heer Boutkan (PVV):Heel kort, voorzitter. Er is meer dan het voorbeeld dat de Staatssecretarisnoemt. Ik verzoek hem om de door de markt aangegeven producten meete nemen in de lijst die gemaakt gaat worden in het kader van deovergangstermijnen en dergelijke.Staatssecretaris Jansen:Dat kan ik hoe dan ook toezeggen. Voordat wij binnen de hele EU zoverzijn, zijn we een paar jaar verder. We hebben de tijd om daar rustig naar tekijken in overleg met de branche.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Om hierop in te gaan: afgelopen dinsdag is een motie aangenomenwaarin gevraagd wordt om te onderzoeken of er, vooruitlopend op hetEU-pfas-verbod, ook op Nederlands niveau al een verbod kan komen. DieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40445 motie is breed aangenomen. Er is toegezegd om dat uit te werken in eenonderzoek. Hier worden allerlei toezeggingen gedaan als «dit gaan wedoen» en «dat gaan we doen», maar ik zou dat het liefst ook in hetNederlandse verbod uitgewerkt willen zien, want die motie is gewoonafgelopen dinsdag ter sprake geweest.Staatssecretaris Jansen:Als de motie is aangenomen, dan voer ik die natuurlijk gewoon uit. Dus ja,zeg ik ook richting de heer Gabriëls. Maar ik wil ook de optie openhoudenrichting de heren Buijsse en Boutkan. Laten we op termijn kijken of er nogdingen zijn die misschien ook van belang zijn om mee te nemen daarin,maar ik zeg u in ieder geval toe, meneer Gabriëls, dat we die motiegewoon zo uitvoeren.De voorzitter:Vervolgt u de beantwoording.Staatssecretaris Jansen:Ik ben klaar, voorzitter.De voorzitter:Oké, dat is fijn. Dan nemen we nu nog even de toezeggingen door. Ik weetniet wat gebruikelijk is, maar volgens mij is het wel een mooi aantal.Luistert u goed mee, zodat hier later geen discussie over ontstaat.–De eerste toezegging. De Kamer ontvangt tweemaal per jaar eenvoortgangsbrief over de stand van zaken ten aanzien van de eindber-ging van nucleair afval. Eind 2027 ontvangt de Kamer het plan vanaanpak voor de participatieve stapsgewijze aanpak. De verschillendeopties voor berging, ook die uit het buitenland, worden meegenomenin de routekaart.–De tweede toezegging. De gezondheidseffectrapportage voor TataSteel wordt naar verwachting in de eerste helft van 2025 opgeleverdna afronding van de milieueffectrapportage.–De derde toezegging. De Kamer ontvangt een schriftelijke reactie ophet rapport over de vraag of overkappingen bij Tata Steel juridischafdwingbaar zijn.–De volgende toezegging. Voor het herfstreces wordt de Kamergeïnformeerd over de stand van zaken ten aanzien van het robuustermaken van de omgevingsdiensten.–De Kamer wordt schriftelijk geïnformeerd voor het wetgevingsoverlegWater over de precieze afbakening van de portefeuilles van de Ministeren de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat als het gaat omlozingen op het water.–De volgende toezegging. Uiterlijk begin volgend jaar wordt de Kamergeïnformeerd over pfas als prioritaire stoffen onder het OSPAR-Verdrag.Dit gaat mij iets te ver, maar ik hoor graag of het klopt. Ja? Duidelijk.–Dan de laatste toezegging. Nadat de Staatssecretaris het gesprek heeftgevoerd met de afvalbranche over het Besluit melden van bedrijfsaf-val, wordt de Kamer schriftelijk geïnformeerd over de uitkomsten vandit gesprek. Het streven is vóór 1 december.Dan hebben we de toezeggingen gehad. Tot slot heeft de heer Bamengaeen tweeminutendebat aangevraagd. Kan hij al aangeven welke onder-werpen hij daarin wil bespreken?De heer Bamenga (D66):Waarschijnlijk externe veiligheid.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40446 Ja, we kunnen het zo doen, maar ik ben erover geïnformeerd dat hetgebruikelijk is in jullie commissie om daar iets meer informatie over tegeven. Dat is mij verteld.De heer Bamenga (D66):Ik heb zojuist tijdens de schorsing hier en daar een aantal mooie ideeëngehoord van collega’s waar we waarschijnlijk een motie over willenindienen. Daar wil ik het eigenlijk bij laten.De voorzitter:Oké. Dan sluit ik bij dezen de vergadering en dank ik alle deelnemers voorhun bijdrage aan dit debat.Sluiting 16.56 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 343, nr. 40447

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 1deb4f1af15ebe8a

14 okt 2026 · bffbce4d8a9c6e18

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingExterne veiligheid
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 16 oktober 2024, over Externe veiligheid

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.