Verslag van de Landbouw- en Visserijraad 21-22 oktober 2024 te Luxemburg, het voorstel tot aanpassing Verordening 1026/2012 en reeds vastgestelde vangstmogelijkheden voor 2025
Brontekst
Versie 2cacf2baaeaeece0 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1679 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANLANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 november 2024Met deze brief informeren wij de Kamer over de Landbouw- en Visse-rijraad (hierna: de Raad) die 21–22 oktober jl. plaatsvond te Luxemburg.Daarnaast informeren wij de Kamer over de Nederlandse positie metbetrekking tot het voorstel van de Europese Commissie (hierna:Commissie) tot aanpassing van Verordening 1026/2012 betreffendebepaalde maatregelen met het oog op de instandhouding van visbe-standen ten aanzien van landen die niet-duurzame visserij toelaten. Totslot informeren wij de Kamer over de reeds vastgestelde vangstmogelijk-heden voor 2025.I. Verslag Landbouw- en Visserijraad 21–22 oktober 2024 Vangstmogelijkheden in de Oostzee voor 2025De Raad heeft met unanimiteit een politiek akkoord bereikt over devangstmogelijkheden in de Oostzee voor 2025. Uit de wetenschappelijkeadviezen van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee(International Council for the Exploration of the Sea, hierna: ICES) blijktdat het met veel bestanden in de Oostzee niet goed gaat. Voor een aantalbestanden geldt dat er een nulvangst wordt geadviseerd of zeer lagevangstmogelijkheden.De Commissie erkende dat visserij niet de belangrijkste mortaliteitsfactoris voor de visbestanden in de Oostzee, maar dat ook eutrofiëring eenbelangrijke oorzaak is. Daarom stimuleert de Commissie ook innovatieveprojecten in de Oostzee met algen en mosselen om het water te filteren enhet zuurstofgehalte omhoog te brengen. De Commissie wees daarnaastop het belang van een correcte vangstrapportage, zodat de weten-schappers betrouwbare data hebben voor de vangstadviezen. Voor hetvaststellen van de vangstmogelijkheden verwees de Commissie naar hetwettelijk kader en de uitspraak van het Hof van Justitie (HvJ-arrest:C-330/22) van begin dit jaar, over de Verordening Vangstmogelijkheden kst-21501-32-1679ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16791 van 2020. Deze uitspraak biedt enige flexibiliteit voor het vaststellen vanbijvangst-Total Allowable Catches (hierna: TACs) in de gemengde visserij,maar legt beperkingen op aan gerichte visserij.Een belangrijk verschil van mening tussen de Commissie en de lidstatenaan de Oostzee zag op de toepassing van de zogenaamde 5%-regel. Dezeregel uit de Verordening Meerjarenplan Oostzee schrijft voor datvangstmogelijkheden zodanig moeten worden vastgesteld dat de kans dathet bestand onder biologisch veilige grenzen komt kleiner is dan 5%.Hierdoor moeten de vangstmogelijkheden soms veel lager vastgesteldworden dan het wetenschappelijk advies, wat grote sociaaleconomischeimpact kan hebben. Vanwege de juridische onduidelijkheid over detoepassing van deze maatregel heeft de Commissie eind vorig jaar eenvoorstel gedaan om deze te schrappen uit de Meerjarenplannen Oostzee,Noordzee en Westelijke Wateren. Na unanieme instemming in de Raad,heeft het Europees Parlement (hierna: EP) in september jl. helaas beslotendit voorstel, dat onder het vorige EP-mandaat is ingediend, niet inbehandeling te nemen. De Commissie en de Raad beraden zich op eenvervolg. Ondertussen hanteert de Commissie een strikte interpretatie vandeze maatregel en heeft ze in een verklaring bij het politieke akkoord haarzorgen geuit, o.a. over elementen uit het akkoord die mogelijk niet in lijnzijn met de regelgeving, zoals de vastgestelde vangstmogelijkheden voorde gerichte visserij op sprot en haring.Gedachtewisseling over de jaarlijkse bijeenkomt van de InternationaleCommissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen – ICCAT(Limassol, Cyprus, 11–18 november 2024)De Commissie schetste het voorstel voor de Europese inzet in deICCAT-jaarvergadering. Met het oog op een ophoging van de vangstmoge-lijkheden voor grootoogtonijn wil de Commissie zich ervoor inzetten dezedeels ten goede te laten komen aan kuststaten in ontwikkeling. VoorOostelijke Blauwvintonijn zal de Commissie zich sterk maken voor hetbehoud van de huidige verdeelsleutel. Voor Westelijke Blauwvintonijn,zwaardvis en haaien wil de Commissie zich inzetten voor het versterkenvan het beheerskader. Eveneens wil de Commissie inzetten op hetversterken van het controlesysteem en zij zal daarvoor een voorstel doengericht op elektronische monitoring en artificiële intelligentie. Ten slottestelt de Commissie voor dat de Europese Unie (hierna: EU) het voortouwneemt voor stevige bepalingen voor visserij met FADs (lokvlotten), in lijnmet bepalingen in andere Regionale Visserijbeheersorganisaties.De lidstaten rondom de Middellandse Zee kunnen zich over het algemeenvinden in deze prioriteiten. Met name de verdediging van de bestaandeverdeelsleutel blauwvintonijn vinden de lidstaten belangrijk. Enkelelidstaten vroegen in dit kader wel om een heroriëntatie van de interneEU-verdeling, omdat blauwvintonijn steeds wijder verspreid voorkomt inEuropese wateren. De lidstaten waren verdeeld over een herverdeling vangrootoogtonijn, met enkele lidstaten die geen herverdeling willen, terwijlandere lidstaten hier juist om vragen voor de ultraperifere regio’s. Hetvoorstel voor de versterking van het controlesysteem kon veel steunvinden, vooral met het oog op het verbeteren van een gelijk speelveld metderde landen. Een lidstaat benadrukte het belang van het beheer van demakreelhaai, waarvan de vangsten vijf keer hoger zijn dan het weten-schappelijk advies. Het Hongaars voorzitterschap zal de door de lidstatengenoemde prioriteiten meenemen bij het opstellen van het EU-mandaatvoor de jaarvergadering. Nederland heeft geen visserijbelangen in desoorten die beheerd worden onder ICCAT.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16792 Diversenpunt Zweden, met steun van Letland, Estland en Finland: Denoodzaak voor herziening van de regels om de op ecosysteemgebaseerde jacht op aalscholvers en zeehonden toe te staan voor debescherming van gevoelige visbestandenOnder dit diversenpunt vroegen voornoemde lidstaten aandacht voor degegroeide populaties zeehonden en aalscholvers en de schade die zeveroorzaken aan vispopulaties en aquacultuurbedrijven. Ze verzochten omuitbreiding van de mogelijkheden voor het beheer van populaties enverkoop van zeehondenproducten. Enkele lidstaten steunden deverzoeken voor uitgebreidere mogelijkheden voor het beheer van dezeehondenpopulatie en handel in zeehondenproducten. De zorgen overpredatie door aalscholvers werden breder gedeeld binnen de Raad.De Commissie gaf aan dat de slechte visstand in de Oostzee vooral temaken heeft met de slechte milieutoestand, niet met predatoren. DeCommissie werkt aan een oriëntatiedocument over de toepassing vanuitzonderingsmogelijkheden voor het beheer van aalscholvers. Voor dezeehondenrichtlijn loopt momenteel een evaluatie door de Commissie.Resultaten hiervan worden verwacht in januari 2025. Nederland is vanmening dat een zorgvuldige discussie nodig is op basis van wetenschap-pelijke informatie. Nederland kan daarom hierover op dit moment geenstandpunt innemen en heeft niet geïntervenieerd.Goedkeuring concept-Raadsconclusies Gemeenschappelijk Landbouw-bouwbeleid na 2027Het Hongaars voorzitterschap heeft het initiatief genomen om totRaadsconclusies te komen over een op landbouwers gericht Gemeen-schappelijk Landbouwbeleid (hierna: GLB) na 2027 om hiermee vanuit deRaad de Commissie politieke richting te geven. De Raad heeft echter geenconsensus kunnen bereiken over de conclusies, waardoor geen Raadscon-clusies zijn aangenomen maar conclusies van het voorzitterschap,gesteund door 26 lidstaten, waaronder Nederland.Over het algemeen waren de lidstaten te spreken over de focus van hetHongaars voorzitterschap op een concurrerende, crisisbestendige,duurzame, boervriendelijke en op kennis gebaseerde toekomst voor delandbouw in de EU. Wij hebben aangegeven dat de Nederlandseprioriteiten voldoende terugkomen in de conclusies, zoals onder andere:doelsturing, concurrentievermogen, kennis en innovatie, agrarischnatuurbeheer en het beter belonen van publieke diensten voor natuur enmilieu, uitvoerbaarheid, behoud van het nieuwe prestatiemodel, een vitaalplatteland en jonge boeren.Ondanks dat het belang benadrukt werd van gezamenlijke conclusies, konde Raad, net zoals onder het Belgisch voorzitterschap in juni, geenovereenstemming bereiken over budgettaire aspecten en externeconvergentie. Zo persisteerde een aantal lidstaten op het uitdrukkelijkbenoemen van de noodzaak van volledige externe convergentie: hetgelijktrekken van de directe betalingen in de eerste pijler van het GLB. Wijdaarentegen, samen met een flink aantal andere lidstaten, gaven aan datdit besproken dient te worden tijdens de aankomende onderhandelingenover het Meerjarig Financieel Kader (hierna: MFK). Er was uiteindelijk éénlidstaat die niet kon instemmen met de compromistekst. Nederland heeftsamen met Denemarken een stemverklaring afgegeven dat voor dediscussie over externe convergentie niet vooruitgelopen moet worden opde MFK-besluitvorming en dat voor een eerlijke verdeling van gelden ookrekening gehouden moet worden met verschillen in (milieu)uitdagingenen productiekosten tussen lidstaten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16793 Het officiële Commissievoorstel voor het toekomstige GLB 2028–2034wordt medio 2025 verwacht, na het Commissievoorstel over het volgendeMFK.Handelsgerelateerde landbouwvraagstukkenDe Commissie gaf de reguliere update over de handel in landbouwpro-ducten en de stand van zaken met betrekking tot bilaterale onderhande-lingen over handelsakkoorden en lopende multilaterale onderhande-lingen. De Commissie lichtte toe dat het handelsoverschot toeneemt, enmomenteel 33,7 miljard bedraagt. Dit is een stijging van 1,5% ten opzichtevan vorig jaar, en wordt met name veroorzaakt door de prijsstijgingen vanolijfolie en cacao en de toename van de uitvoer van suiker.Ten aanzien van China vroegen we, met een groot aantal lidstaten,aandacht voor de antidumping- en antisubsidie onderzoeken door Chinamet betrekking tot varkensvlees resp. zuivel. De Commissie gaf aan eenWTO-zaak gestart te zijn aangaande het anti-subsidieonderzoek zuivel engoed te zullen kijken naar mogelijkheden om steun te verlenen aanEU-producenten die gevolgen ondervinden van deze onderzoeken. Er isbrede steun onder de lidstaten, waaronder Nederland, voor de aanpak vande Commissie.Tijdens de Raad steunden veel lidstaten, waaronder Nederland, een openen ambitieus handelsbeleid. Wij gaven aan dat een sterk multilateraalsysteem essentieel is als de basis voor handel en benadrukten dat handelbelangrijk is voor het versterken van onze voedselzekerheid en deeconomie. Een grote groep lidstaten gaf aan de Commissie te steunen inhet openen van nieuwe markten en het beslechten van handelsbarrièresvia handelsakkoorden. Ook werd het belang van handel en handelsver-dragen voor de toegang tot kritieke grondstoffen, voedselzekerheid,diversificatie van handelsstromen en strategische autonomie benadrukt.Een aantal lidstaten gaf aan zogenoemde spiegelmaatregelen (inalgemene zin) graag op te nemen in handelsakkoorden. Wij hebbenaangegeven dat het opnemen van gelijke en redelijke standaarden inhandelsverdragen belangrijk is, en dat het van belang is dat de EU opmultilateraal niveau productiestandaarden blijft bespreken om destandaarden hiermee wereldwijd te verhogen. Andere lidstaten gaven aanhet zorgelijk te vinden dat er vaak verwezen wordt naar spiegelmaatre-gelen en dat unilaterale maatregelen WTO-conform moeten zijn. Ookwerd het handelsoverschot op landbouwproducten benadrukt, wat wijstop positieve effecten van handelsakkoorden.Verder onderstreepten lidstaten dat de Commissie rekening moet houdenmet de gevoeligheid van landbouw bij onderhandelingen. Bijvoorbeelddoor sommige gevoelige producten niet te liberaliseren of gebruik temaken van tariefcontingenten. Ook riepen lidstaten op rekening te houdenmet de cumulatieve impact van handelsakkoorden en het koppelen vanmarkttoegang aan specifieke (duurzaamheids-)eisen. Wij hebbenaangegeven dat we in lopende onderhandelingen voorzichtig moetenomgaan met het verlenen van markttoegang voor gevoelige producten.Ook is het belangrijk dat ondernemers de tariefpreferenties uit handelsak-koorden daadwerkelijk kunnen gebruiken. Wij benadrukten in de Raad hetbelang van voorlichting daarover. Ten slotte hebben we de Commissieopgeroepen om toezicht te blijven houden op de Europese landbouw-markten om tijdig marktverstoring te identificeren.Het is te verwachten dat dit agendapunt wederom op de agenda staat vande Raad begin volgend jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16794 Uitdagingen EU-voedselketen (incl. diversenpunt Frankrijk en Spanje overdiervaccinatie)In de Raad werd door het Hongaars voorzitterschap een discussiegeïnitieerd over de uitdagingen in de EU-voedselketen. Door het voorzit-terschap werden de volgende uitdagingen benoemd: aandacht voor meercofinanciering; dier- en plantgezondheid; antimicrobiële resistentie; meerharmonisatie in de etikettering van levensmiddelen en verschillen tussende EU en derde landen op het gebied van productiestandaarden. DeCommissie herkende deze uitdagingen ook en gaf aan dat dierziektes,zoals vogelgriep en blauwtong, en antimicrobiële resistentie eenbedreiging vormen voor de gehele voedselketen en verstrekkendegevolgen hebben. Daarnaast wees de Commissie ook op de vernietigendegevolgen van plant- en dierziektes en riep daarom op meer aan biovei-ligheid te doen (alle voorzorgsmaatregelen die je kunt nemen op het vlakvan dier- en plantziektepreventie) en de noodzaak ziektes vroegtijdig op tesporen. Verder werd door de Commissie duidelijk gemaakt dat duidelijke,uniforme informatie nodig is voor de consument en verwees deCommissie met betrekking tot het toepassen van gezondheids-, milieu endierenwelzijnsnormen op geïmporteerde producten naar haar rapportdaarover uit juni 2022.Deze zorgen werden breed gedeeld in de Raad. Veel lidstaten riepen op deconcurrentiekracht van de landbouwers te versterken in relatie tot derdelanden en hoge milieu en duurzaamheidsnormen te bevorderen en tepromoten. Enkele lidstaten riepen daarbij wederom op tot meer spiegel-clausules. Daarnaast vroegen verschillende landen de Commissie om deherkomstetikettering uit de farm-to-fork-strategie uit te breiden om tot eensterker gelijk speelveld te komen. Wij benadrukten vooral de noodzaakvan voedselzekerheid, de aanpak van antimicrobiële resistentie, eerlijkehandelsstandaarden en doelsturing. De Commissie reageerde dat devoorzitter van de Commissie heeft aangekondigd dat de nieuweCommissie een visie zal presenteren over voedsel waarin deze uitda-gingen worden meegenomen.Tijdens dit agendapunt werd ook gesproken over het diversenpunt vanSpanje en Frankrijk, die in de Raad een oproep deden voor meercoördinatie op EU-niveau gericht op het verbeteren van de beschik-baarheid van vaccins voor dierziektes. Hiervoor was veel steun in de Raaden er werd opgeroepen om daadkrachtig op te treden tegen dierziektes.Daarnaast gaf de Commissie aan dat ze de situatie goed in de gatenhoudt, de beschikbaarheid van geneesmiddelen verbeterd moet wordenen dat meer samenwerking belangrijk is.Diversenpunt Roemenië: Verlenging van het tijdelijke crisis- en transitie-kaderRoemenië riep op om het tijdelijke crisis- en transitiekader voor staats-steun te verlengen en het individueel steunplafond te verhogen van€ 280.000 naar € 560.000. Daarbij wees Roemenië op de verschillendecrises, ongunstige weersomstandigheden en hoge inputprijzen. Eenaantal lidstaten steunde de oproep van Roemenië en wees op denoodzaak dat landbouwers hun activiteiten kunnen voortzetten endaarmee voedselzekerheid kunnen garanderen. De Commissie wasterughoudend en gaf aan dat het kader al is verlengd tot 31 december2024. Volgens de Commissie heeft dit al meer ruimte gegeven aanlidstaten om landbouwers te helpen die geconfronteerd worden metverstoringen op de markt. Daarnaast was de Commissie van mening dathet tijdelijk staatssteunkader in moet gaan op specifieke crisisbehoeftenen dat er ook andere mogelijkheden zijn voor steun. Ook gaf deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16795 Commissie aan dat zij een herziening gelanceerd heeft van dede-minimisverordening voor landbouw die lidstaten kunnen gebruiken opeen snelle en flexibele manier.Diversenpunt Portugal: EU-antwoord op de gevolgen van extremeklimaatgebeurtenissenEr was brede steun in de Raad, ook van Nederland, voor de oproep vanPortugal om met een holistische benadering te komen als reactie op denegatieve gevolgen van extreme klimaatgebeurtenissen. Wij gaven,samen met een enkele lidstaat, aan dat extreem weer een nationalereactie vereist en ook deel is van het ondernemersrisico. Daarbij onder-streepten we met enkele andere lidstaten het belang van preventie en denoodzaak van duidelijke en transparante criteria om EU-middelen uit tekeren uit de landbouwreserve. De Commissie reageerde dat er eenflexibele aanpak nodig is om te kunnen reageren op extreme weersom-standigheden en kondigde daarom de publicatie aan van wijzigingen vandrie EU-verordeningen (Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling/Cohesiefonds, Europees Sociaal Fonds Plus, Europees Landbouwfondsvoor Plattelandsontwikkeling) om ervoor te zorgen dat EU-middelen snelvrijgemaakt kunnen worden ter ondersteuning van het herstel na eenklimaat gerelateerde ramp. De Commissie heeft het voorstel inmiddelsgepresenteerd en het kabinet zal op korte termijn de Kamer informerenover de Nederlandse positie ten aanzien van deze wijzigingen.Diversenpunt Slowakije: Onbestede financiële middelen uit het Platte-landsontwikkelingsfondsSlowakije vroeg de Commissie naar een oplossing voor het wegvallen vanonbestede financiële middelen uit het Plattelandsontwikkelingsfonds nahet verlopen van de N+2-periode. De Commissie zei zich bewust te zijnvan de uitdagingen om de middelen weggezet te krijgen en samen metlidstaten te willen kijken naar oplossingen, maar wel binnen de juridischekaders. Nederland heeft begrip geuit voor de uitdagingen en benadrukt teonderzoeken of een terugkeer naar N+3 in het GLB post-2027 kan helpenin de uitvoering.Diversenpunt Hongaars voorzitterschap: Terugkoppeling conferentie overhet voorkomen van voedselverspilling (Boedapest, 1 oktober jl.)Het voorzitterschap koppelde terug uit de conferentie over het voorkomenvan voedselverspilling, waarin de noodzaak van samenwerking tussensectoren en beleidsmaatregelen om voedselverspilling effectief teverminderen werd benadrukt. Verschillende lidstaten spraken steun uitvoor het streven van de EU om tot bindende doelen te komen in denieuwe Kaderrichtlijn Afvalstoffen.Diversenpunt Voorzitterschap: Terugkoppeling van de bijenkomst van deGLB-directeuren (Boedapest, 10-12 september jl.) en de directeuren vande betaalorganen van de EU (Boedapest, 16–18 oktober jl.)Het voorzitterschap gaf een terugkoppeling van de bijeenkomsten. Eentweetal lidstaten gaf tijdens de Raad aan dat verdere flexibilisering envereenvoudiging van het GLB noodzakelijk is en riep de Commissie opdaarmee aan de slag te gaan. De Commissie reageerde dat er veelpositieve ontwikkelingen hebben plaatsgevonden en dat er onderzoekgedaan wordt naar het nieuwe prestatiemodel in relatie tot de administra-tieve lasten. De Commissie gaf ook aan dat zij in overleg met de betaalor-ganen kijkt naar prestatierapportage en de controlemechanismes.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16796 Diversenpunt Duitsland: Terugkoppeling van de Peace and Agricultureconferentie in Brandenburg en Berlijn (30 september–2 oktober jl.)Duitsland gaf een terugkoppeling van de «Peace and Agriculture»conferentie in Berlijn. Deze conferentie is samen met de landen die na deval van de muur bij de EU zijn gekomen. Tijdens deze conferentie isgesproken over de toekomst van de landbouw in de EU, het voedsel-systeem en de mogelijke uitbreiding van de EU. Duitsland onderstreeptedat alleen in vredestijd voedselzekerheid gegarandeerd kan worden voortoekomstige generaties.Diversenpunt Polen: Terugkoppeling over de uitkomsten van deVISEGRAD-bijeenkomst (25–26 september jl.)Polen gaf een terugkoppeling van de uitkomsten van de VISEGRAD-bijeenkomst. Voornamelijk is gesproken over de extreme weersomstan-digheden van de afgelopen periode. Tijdens de bijeenkomst is verdergereflecteerd op de eerste twee jaar van het nieuwe GLB en is gekekennaar uitdagingen. Daarnaast is tijdens de conferentie gesproken overbiomassa, administratieve lasten en is een balans opgemaakt van 20 jaarEU-lidmaatschap, waarvan het grote voordeel werd onderstreept.II. Voorstel tot aanpassing Verordening 1026/2012 betreffendebepaalde maatregelen met het oog op de instandhouding vanvisbestanden ten aanzien van landen die niet-duurzame visserijtoelaten De Commissie heeft op 13 september 2024 een voorstel gedaan omVerordening 1026/2012 uit 2012 op technisch niveau te herzien. Dezeverordening regelt dat beperkingen aan derde landen kunnen wordenopgelegd voor de handel van visserijproducten uit niet-duurzaambeheerde bestanden naar de EU. De verordening ziet specifiek opderde landen die met de EU gedeeld beheer uitoefenen over grensover-schrijdende visbestanden, maar die niet willen samenwerken om ditbeheer duurzaam te voeren.De aanpassingen betreffen een werkbare en houdbare definitie van«niet-samenwerken» en aanscherpingen en verduidelijkingen wat hettoelaten van «niet-duurzame visserij» betekent. Ook worden proceduresvoor hoor en wederhoor en vervolgoverleg versterkt. De Commissie geefteen situatie in 2013/2014 in de Faeröer-eilanden als voorbeeld waartoe ditvoorstel kan leiden.In die situatie werd een procedure tot importbeperkingen op haring enmakreel voorgenomen. De beperking is uiteindelijk niet doorgezet, maarleidde er wel toe dat de Faeröer-eilanden zich uiteindelijk committeerdenaan duurzame visserijvereisten vanaf augustus 2014. Het is nietdenkbeeldig dat gezien de bestaande overbevissing van deze bestandendoor Atlantische kuststaten de Commissie deze niet-duurzame visserijenwil ontmoedigen met deze regelgeving.Het oordeel van het kabinet ten aanzien van de bevoegdheid is positief.Het voorstel is gebaseerd op artikel 43, lid 2, en artikel 207 van hetVerdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Artikel 43,lid 2, VWEU geeft de Unie de bevoegdheid om bepalingen vast te stellendie nodig zijn om het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid nate streven. Artikel 207 VWEU geeft de Unie de bevoegdheid een gemeen-schappelijke handelspolitiek te voeren in het kader van de beginselen endoelstellingen van het externe optreden van de Unie. Aangezien in hetvoorstel bestaande bepalingen worden verduidelijkt en nader uitgewerkt,zijn dit de juiste rechtsgrondslagen die bij de te wijzigen verordeningTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16797 werden gebruikt. Het voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid vande Unie (de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee inhet kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid, artikel 3, lid 1, punt d,VWEU) waardoor de subsidiariteitstoets niet van toepassing is.Het kabinet oordeelt positief over de proportionaliteit van het voorstel. Hetvoorstel heeft tot doel om bepaalde elementen van de voorwaarden omeen land aan te merken als land dat niet-duurzame visserij toelaat teverduidelijken en procedures voor hoor en wederhoor en vervolgoverlegte versterken. Daarom zijn enkele wijzigingen ter verduidelijking van debestaande Verordening 1026/2012 voorgesteld. Dit voorgestelde optredenis geschikt om deze doelstellingen te bereiken, omdat hiermee debestaande verordening verduidelijkt wordt op de punten vanniet-samenwerking en toelaten van niet-duurzame visserij. Ook deuitbreiding van de regels van hoor en wederhoor zijn geschikt om het doelvan een sterker proces rond het nemen van beperkende maatregelen tebereiken, omdat expliciet wordt bepaald hoe het contact tussen deCommissie en het betrokken derde land loopt. Bovendien gaat hetvoorgestelde optreden niet verder dan noodzakelijk, omdat deze aanpas-singen de kaders waarbinnen het niet-samenwerken en toelaten vanniet-duurzame visserij kunnen leiden tot maatregelen, niet verruimen. Erwordt enkel gebleven bij de noodzaak om de begrippen te verduidelijken,zodat Verordening 1026/2012 beter uitvoerbaar wordt en de rechtsze-kerheid wordt vergroot. Hetzelfde geldt voor de versterking van deprocedures. Andere manieren ter verbetering van de uitvoerbaarheid enrechtszekerheid zijn op dit moment niet voorhanden.Het kabinet staat ten algemene positief tegenover dit voorstel, omdat detechnische aanpassingen bijdragen aan de rechtszekerheid, en handvattenbieden voor dialoog met derde landen voorafgaand aan – en na – hetopleggen van handelsbeperkingen. Het kabinet hecht eraan dat deverordening in overeenstemming met het acquis van de Wereldhandelsor-ganisatie is. Voorstellen tot het daadwerkelijk opleggen van handelsbeper-kende maatregelen zullen afzonderlijk op hun merites worden beoordeeld,waarbij rekening zal worden gehouden met de sociaaleconomischegevolgen van het voorstel. Het kabinet zal daarom tijdens de bespre-kingen in de Raad steun voor dit voorstel uitspreken.Reeds vastgestelde vangstmogelijkheden 2025Zoals eerder aan de Kamer is gemeld (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1668),informeren we de Kamer over vangstadviezen wanneer deze beschikbaarzijn. Vanwege het seizoensgebonden karakter van de visserij op kever (ditvindt met name plaats in november en december) heeft de Commissiehierover reeds een akkoord bereikt met het Verenigd Koninkrijk (een totalevangst (TAC) van 400 ton). Het bestand kende dit jaar een nul-vangst-advies; Nederland heeft geen belang bij dit bestand. Deze TAC isuitsluitend bedoeld voor onvermijdelijke bijvangst in de gerichte visserijop haring, wijting, schelvis en kabeljauw.Voor de drie Atlantische pelagische bestanden makreel, blauwe wijting enAtlanto-Scandian haring zijn overeenkomsten tussen de betreffendeKuststaten1 gesloten. De maximale vangsthoeveelheden zijn volgens deovereenkomsten per bestand vastgesteld, in lijn met het wetenschappelijkadvies en de Nederlandse inzet. Er is geen overeenstemming bereikt overde verdeelsleutel per bestand tussen de Kuststaten. Hiermee bestaat hetrisico op hogere bevissing dan de afgesproken maximale hoeveelheden.1Onder Kuststaten worden verstaan: de Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk, de Faeröer,Noorwegen, IJsland, Groenland en de Russische Federatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16798 De afgelopen jaren zijn deze bestanden tot ca. 140% hoger bevist dan dewetenschappelijk geadviseerde TAC. We betreuren deze situatie in hogemate en met ons is de inzet van de Commissie en de lidstaten dat dezeoverbevissing wordt tegengegaan. We hebben de Kamer in onzeantwoorden in het Schriftelijk Overleg van de Raad van september(Kamerstuk 21 501-32, nr. 1677) gewezen op het voorstel van deCommissie (Verordening 1026/2012) om derde landen die niet-duurzamevisserij op gedeelde bestanden uitoefenen, te beperken in de exportmoge-lijkheden naar de EU van deze visserijproducten. In Deel II van dit verslaghebben we een nadere beschrijving over deze verordening toegevoegd,alsook het kabinetstandpunt. We zullen de Kamer informeren over devervolgstappen rondom de eventuele toepassing van deze verordeningvia de reguliere Kamerbrieven over de Raad. De onderhandelingen overeen verdeelsleutel voor makreel worden nog dit jaar gecontinueerd.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaDe Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J.F. RummenieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16799
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.