Reactie op verzoek commissie over verbeterpunten op het gebied van verkeersslachtoffers en nabestaanden van verkeersongevallen
Brontekst
Versie 6e7e819337768f1a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 398Maatregelen verkeersveiligheidNr. 1203 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 maart 2026Met deze brief beantwoord ik, mede namens de Minister van Infra-structuur en Waterstaat, het verzoek van de Vaste Kamercommissie voorJustitie en Veiligheid om te reageren op de brief van nabestaanden vanverkeersslachtoffers. In deze brief vragen zij aandacht voor verbeter-punten op het gebied van verkeersslachtoffers en nabestaanden vanverkeersongevallen.De impact van verkeersongelukken kan enorm zijn. Het leed van verkeer-slachtoffers en hun nabestaanden is vaak groot en komt onverwachts. Hetverbeteren van de verkeersveiligheid is daarom een belangrijk onderwerpvoor dit kabinet. In de verzamelbrief verkeersveiligheid van 4 decemberzijn alle maatregelen toegelicht waaraan het Rijk werkt om de verkeersvei-ligheid van de infrastructuur, de voertuigen en van het gedrag vanverkeersdeelnemers te verbeteren.1 Met als doel om actief bij te dragenaan het verminderen van het aantal verkeersslachtoffers.Ik vind het belangrijk om hier te noemen dat het verkeersgedrag dat toteen (dodelijk) verkeersongeluk heeft geleid, heel verschillend kan zijn. Zokan sprake zijn van een kort moment van onoplettendheid van eenverkeersdeelnemer, waardoor deze ongewild en met fatale afloop eenverkeersregel overtreedt. Of niet eens een verkeersregel overtreedt, terwijlde afloop wel fataal is. Er zijn aan de andere kant ook gevallen waarbij eenbestuurder, met weinig of geen aandacht voor de veiligheid en risico’svoor anderen, de regels overtreedt. Dan is handhaving en een stevigesanctie aan de orde. Deze grote verschillen in zaken maakt dat hetbelangrijk is dat het verkeersstrafrecht zo is ingericht dat passend kanworden opgetreden tegen strafbaar verkeersgedrag, waarbij rekeningwordt gehouden met de concrete feiten en omstandigheden van hetgeval.1Kamerstukken II, 2025–2026, 29 398, nr. 1192. kst-29398-1203ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12031 Hieronder vindt u mijn reactie op de in het verzoek voorgesteldeverbeterpunten.SlachtofferzorgIn de brief worden meerdere verzoeken gedaan die zien op de situatie vanslachtoffers en de waarborgen voor slachtoffers van verkeersongevallen.Seponeren en/of schikken zonder tussenkomst van een rechterGevraagd wordt om, bij beschuldiging van ernstig verwijtbaar asociaalverkeersgedrag, het OM nooit te kunnen laten seponeren en/of nooit tekunnen laten schikken zonder tussenkomst van een rechter.In de aanwijzing van het OM die ziet op taken en bevoegdheden van hetOM in relatie tot slachtoffers in het strafproces zijn waarborgenopgenomen voor ernstige verkeersdelicten.2 Zo zal het voornemen omeen ernstig verkeersdelict af te doen met een sepot altijd mondelingworden toegelicht (zie 5.3 in de Aanwijzing slachtoffers in het strafproces).Het past niet in ons rechtssysteem om sepotbeslissingen eerst aan derechter voor te leggen. Ons rechtssysteem is juist zo ingericht dat het OM(de officier van justitie) beoordeelt of er voldoende aanleiding is om eenverdachte in een zaak strafrechtelijk te vervolgen. Wanneer wordt beslotentot een strafbeschikking of sepot, is er voor rechtstreeks belanghebbendende mogelijkheid een beklagprocedure (volgens artikel 12 van het Wetboekvan Strafvordering) bij het gerechtshof te starten.Wat betreft het schikken – in de vorm van het aanbieden van eentransactie – is het beleidsuitgangspunt van het OM dat dit niet gebeurt.Zaken kunnen wel door middel van een strafbeschikking wordenafgedaan, maar als sprake is van een slachtoffer of immateriële schade,bijvoorbeeld letsel, dan wordt de verdachte in de regel gedagvaard.Zorgvuldigheid en termijnen onderzoekenOver het vollediger en sneller laten verlopen van procedures zijnafspraken gemaakt in de strafrechtketen. Binnen het strafrecht is hetbelangrijk dat een inhoudelijke afdoeningsbeslissing binnen een redelijketermijn wordt genomen. De benodigde tijd voor de behandeling van eenzaak is een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van het strafproces.Daarnaast is het onderzoek met waarborgen omkleed, zodat hetonderzoek zorgvuldig gebeurt. De Instructie afhandeling verkeers-ongevallen biedt daarvoor handvatten. Voor ernstige ongevallen wordtgebruik gemaakt van de ondersteuning van politiemensen van het teamForensische Opsporing, specialisme Verkeer voor forensisch onderzoek enOpsporing Team Verkeer voor tactisch onderzoek. Dit zijn goed getraindeen specialistische politiemensen die specifiek zijn opgeleid vooronderzoek naar ernstige verkeersongevallen.Het meewegen van persoonlijke omstandighedenEen ander aandachtspunt dat in het verzoek wordt genoemd, is dat er bijhet opleggen van een straf teveel rekening zou worden gehouden met depersoonlijke omstandigheden van de veroorzakers van een ongeluk enhun terugkeer in de maatschappij.2https://www.om.nl/onderwerpen/beleidsregels/aanwijzingen/algemeen/aanwijzing-slachtoffers-in-het-strafproces-2024a001.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12032 De beslissing om een verdachte een bepaalde straf op te leggen is eenonafhankelijke, rechterlijke beslissing in een individuele zaak. Bij dezebeslissing worden onder meer, naast de omstandigheden waaronder hetfeit is gepleegd en de gevolgen van het feit voor het slachtoffer, depersoonlijke omstandigheden van de dader en het belang van demaatschappij meegewogen. Overwegingen van berouw en de persoon-lijke omstandigheden van de verdachte kunnen onderdeel van eendergelijke overweging zijn. Ik treed als Minister van Justitie en Veiligheidniet in deze individuele afwegingen en acht het van belang dat er voorrechters ruimte is om maatwerk te leveren.Professionele ondersteuning voor slachtoffers en nabestaandenIn het verzoek wordt ook professionele ondersteuning voor slachtoffers ennabestaanden voor zowel een binnenlandse als buitenlandse procesgangals aandachtspunt benoemd. Hierover merk ik het volgende op.Slachtoffers en nabestaanden kunnen zowel in Nederland als vanuit hetbuitenland voor hulp en ondersteuning terecht bij SlachtofferhulpNederland (hierna: SHN). SHN biedt kosteloos praktische, juridische enemotionele ondersteuning aan slachtoffers van een strafbaar feit. Denkhierbij aan lotgenotencontact, trainingen na een verkeersongeval en destappen van schadevergoeding tot herstel na een verkeersongeval.3Daarnaast staat SHN verkeersslachtoffers en nabestaanden bij, ook als bijeen verkeersongeval met slachtoffers niet altijd (direct) duidelijk is ofsprake is van een strafbaar feit met een juridisch vervolgtraject. SHN isgespecialiseerd in het Nederlandse rechtssysteem, maar kan ookinformeren en adviseren over slachtofferrechten in andere landen binnende EU of doorverwijzen naar lokale rechtsbijstand. Buiten de EU geeftSHN advies waar mogelijk of verwijst naar de Nederlandse ambassade ofhet consulaat.Volledige informatieverschaffing aan nabestaanden en slachtoffers enprivacyIn het verzoek wordt ook gevraagd om volledige informatieverschaffingaan nabestaanden en slachtoffers en de communicatie met het OM telaten verlopen door middel van een professionele coach. Ook wordtaandacht gevraagd voor de privacy van slachtoffers en nabestaanden inhet (straf)proces.Op het moment dat het OM een zaak krijgt overgedragen van de politie,wordt aan slachtoffers en nabestaanden gevraagd (door middel van hetwensenformulier) of zij op de hoogte willen worden gehouden van devoortgang van de zaak. Het gaat dan bijvoorbeeld om informatie over dewijze van afdoening, de tenlastelegging en de datum waarop de zittingplaatsvindt. Bij ernstige zaken is er vanuit het OM een slachtoffercoördi-nator betrokken bij de zaak. De slachtoffercoördinator is het vasteaanspreekpunt voor slachtoffers en nabestaanden en zal hen informerenover ontwikkelingen in de strafzaak en over hun rechten. Ook kan deslachtoffercoördinator wijzen op de ondersteuning die SHN kan bieden ende mogelijkheid van bijstand door een slachtofferadvocaat. Voornabestaanden van een slachtoffer van doodslag of dood door schuld is debijstand door een slachtofferadvocaat kosteloos.Voor wat betreft de privacybescherming van het slachtoffer is het nietwenselijk dat de verdachte, veroordeelde of andere partijen die3https://www.slachtofferhulp.nl/gebeurtenissen/verkeersongeval/.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12033 beschikking hebben over het strafdossier, zonder noodzaak kunnenbeschikken over slachtoffergegevens, zoals een adres. Per 1 juli 2025 is,naar aanleiding van het amendement Van Wijngaarden en VanToorenburg, het Besluit bescherming slachtoffergegevens in proces-stukken in werking getreden.4 In dit besluit is geregeld dat een aantalslachtoffergegevens niet langer zal worden opgenomen in de proces-stukken, tenzij deze noodzakelijk zijn voor de rechter om een beslissing tekunnen nemen. Hiermee wordt een betere bescherming van de persoon-lijke levenssfeer van slachtoffers en nabestaanden gewaarborgd. Ookdoor de organisaties in de strafrechtketen die niet direct worden geraaktdoor dit besluit, wordt gewerkt aan het vergroten van het bewustzijn vanhun professionals om de privacy van slachtoffers in het strafproces tebeschermen. Een voorbeeld hiervan is dat Slachtofferhulp Nederlandervoor zorgt dat slachtoffergegevens worden weggelaten bij vorderingentot schadevergoeding.De schadevergoedingsprocedureTot slot wordt in het verzoek genoemd dat schadevergoedingsprocedureszo lang duren dat nabestaanden nog jaren na een ongeval strijden metverzekeringsmaatschappijen over hun schadevergoeding.Voor nabestaanden kan een lange procedure over de schadevergoedingslopend zijn. De Letselschade Raad heeft daarom verschillende initia-tieven genomen om het schaderegelingsproces te verbeteren. Zo is er eenRekenmodel Overlijdensschade opgesteld dat bijdraagt aan een snelleafwikkeling van overlijdensschade en aan transparantie voornabestaanden. Deze richtlijn is bindend voor partijen die de GedragscodeBehandeling Letselschade onderschrijven. Hieronder vallen onder anderede verzekeraars die zijn aangesloten bij het Verbond van Verzekeraars.Verder zijn er in Nederland verschillende mogelijkheden om geschillenover de afhandeling van (letsel)schade op te lossen. Zo kunnen partijendie het over (een deel van) de schadeafhandeling niet eens worden naarde rechter stappen. Dit kan onder andere door middel van eenzogenoemde deelgeschilprocedure. In een deelgeschilprocedure kan hetgaan over de aansprakelijkheid of de berekening van de schade(posten).Ook kan een rechterlijk oordeel worden gegeven over het toekennen vaneen voorschot. De rechter zal proberen om binnen drie maanden uitspraakte doen en partijen zijn vervolgens gehouden om zich aan die uitspraak tehouden.Roekeloosheid in het verkeerDaarnaast verzoeken de nabestaanden om «correcte kaders» te stellen tenaanzien van roekeloosheid in het verkeer. Daarbij wordt in de kern naarvoren gebracht dat de bewijsdrempel voor roekeloosheid lager moetworden gelegd en dat gevallen waarin sprake is van roekeloosheid in hetverkeer fors moeten worden bestraft.Al langer wordt er maatschappelijke discussie gevoerd over roekeloosrijgedrag. In deze discussie is van groot belang een onderscheid te makentussen het maatschappelijk gebruik van de term roekeloosheid en dejuridische toepassing van dezelfde term in de verkeerscontext. In juridischopzicht vormt roekeloosheid binnen de zogeheten culpoze delicten– strafbare feiten die niet met opzet, maar door aanmerkelijke onvoorzich-tigheid, nalatigheid of onachtzaamheid zijn begaan – de zwaarste vormvan schuld. Daarom is het strafmaximum dat is gesteld op roekeloosheidin het verkeer met dodelijk gevolg (zes jaar gevangenisstraf) een4Stb. 2025, 29.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12034 verdubbeling van de strafmaat ten opzichte van gevallen waarin de schuldniet bestaat uit roekeloosheid. De introductie van roekeloosheid met eenaanzienlijk hoger strafmaximum had als doel bij de meest ernstigevormen van schuld adequate bestraffing mogelijk te maken. Eerst gold bijroekeloosheid in het verkeer, op grond van rechtspraak van de Hoge Raad,een zeer hoge drempel.5 Hierdoor was het in de rechtspraktijk slechts ineen gering aantal gevallen mogelijk om roekeloosheid aan te tonen.Tegen die achtergrond heeft de wetgever in 2020 met de Wetaanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelictenhet roekeloos rijgedrag zonder dat dat daadwerkelijk tot ernstige gevolgenheeft geleid, zelfstandig strafbaar gesteld (artikel 5a Wegenverkeerswet,hierna: WVW), de reikwijdte van roekeloosheid met en zonder gevolgenverruimd en daarbij verduidelijkt welke zeer gevaarlijke verkeersgedra-gingen in ieder geval roekeloosheid opleveren. Daartoe is in hetgenoemde artikel 5a vastgelegd dat als iemand, door één of meer van dedaar genoemde verkeersgedragingen te verrichten – zoals hetoverschrijden van de maximumsnelheid, door rood licht rijden of tijdenshet rijden een mobiel elektrisch apparaat vasthouden – opzettelijk zichzodanig in het verkeer gedraagt dat de verkeersregels in ernstige mateworden geschonden, dat gedrag als roekeloos kan worden aangemerkt alsdaarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor eenander te duchten is.6 Daarbij is in artikel 175, tweede lid, WVW ten aanzienvan dodelijke verkeersongevallen bepaald dat van roekeloosheid in elkgeval sprake is als het gedrag ook als een overtreding van artikel 5a,eerste lid, WVW kan worden aangemerkt. Hiermee is beoogd bij dodelijkeverkeersongevallen meer situaties van zeer gevaarlijk rijgedrag onderroekeloosheid te brengen dan voorheen. In zulke gevallen wordt hetstrafmaximum van zes jaar gevangenisstraf bovendien met de helftverhoogd als ook sprake is van alcohol- of drugsgebruik (artikel 175, derdelid, WVW).Hierbij wil ik benoemen dat in de hiervoor genoemde wet ook anderestrafmaxima zijn verhoogd. Voor rijden onder invloed, het doorrijden naeen ongeval, het rijden tijdens een rijontzegging en na ongeldigverklaringof verlies van geldigheid van het rijbewijs, is de maximale gevangenis-straf die kan worden opgelegd telkens verhoogd van drie maanden naareen jaar gevangenisstraf. Ook is de maximale hechtenis voor overtredingvan de artikelen 5 (gevaarlijk rijgedrag) en 107 WVW (rijden zonderrijbewijs) verhoogd van twee maanden naar zes maanden.Zoals gebruikelijk wordt een wet na vijf jaar geëvalueerd. Het WODC isdaarom gevraagd om dat te doen. Bij deze evaluatie zal ten eersteexpliciet gekeken worden naar de gevolgen van de wet voor detoepassing van de juridische definitie van roekeloosheid in het verkeer.Ten tweede zal worden onderzocht of, zoals de wens van de wetgeverwas, roekeloos rijgedrag zonder ernstige gevolgen strenger wordt bestraften of het toepassingsbereik van roekeloos rijgedrag met ernstigegevolgen is verruimd.Gelet op de evaluatie die nu gaande is met betrekking tot bovenge-noemde wettelijke verscherpingen wil ik deze eerst afwachten voordat ikbeslis of nadere aanpassingen met betrekking tot roekeloosheid in hetverkeer nodig zijn.5Zie hiervoor ECLI:NL:HR:2013:960.6Zie ook Hoge Raad 15 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1405.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12035 Doorrijden na een ongevalDaarnaast wordt verzocht om het doorrijden na een ongeval, het nalatenvan het bieden van hulp aan het slachtoffer van een ongeval en het nietbellen van hulpinstanties na een ongeval, direct strafverzwarend temaken. Wettelijk is geregeld dat bestuurders die zich binnen twaalf uur naeen aanrijding – dit kan ook een situatie betreffen zonder dat daarbijiemand gewond raakt, bijvoorbeeld bij een aanrijding met een geparkeerdvoertuig waarin geen personen aanwezig zijn – alsnog vrijwillig melden,niet vervolgd worden voor het doorrijden na een ongeval (artikel 184WVW). Niet iedereen die doorrijdt na een ongeval doet dit bewust of heeftkwade zin. Soms is een ongeval niet opgemerkt of ontstaat er uit paniek ofvanwege de schrik een vluchtreactie. Daarom is een reactietermijningevoerd, zodat een bestuurder zich, na bijvoorbeeld een schrikreactiezonder extra straf, laagdrempelig alsnog kan melden.De zogenaamde inkeerbepaling van artikel 184 WVW is ervoor bedoeldom te zorgen dat bestuurders die na een ongeval doorrijden zich alsnogvrijwillig bij de politie melden. Als ze zich niet melden, neemt de kans afdat ze succesvol aansprakelijk kunnen worden gesteld voor het ongevalen de gevolgen daarvan, omdat de politie de verdachte dan zelf moetopsporen. Dat lukt lang niet altijd en vandaar dat het zo belangrijk is, metname ook voor de slachtoffers, dat ze zich alsnog spoedig melden. Metdeze termijn van twaalf uur wordt beoogd dat laatste te bewerkstelligen.Ik vind het daarom van belang de inkeerbepaling in stand te houden.Anders is de situatie waarin het slachtoffer in hulpeloze toestand wordtachtergelaten (artikel 7, eerste lid, onderdeel c, WVW). In dat geval isartikel 184 WVW niet van toepassing. In die gevallen kan de verdachtegeen beroep doen op de inkeertermijn van twaalf uur.Optreden na een ongevalIn de brief worden meerdere verzoeken gedaan die zien op de wijzewaarop, nadat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden, tegen beganeovertredingen van de WVW kan worden opgetreden. Hierop ga ik in hetonderstaande in.Rijbewijsslot en rijontzeggingEr wordt gevraagd om de invoering van een rijbewijsslot. Een rijbewijsslotis een maatregel waarbij wordt gecontroleerd of de bestuurder op datmoment over een geldig rijbewijs beschikt. Alleen dan kan het voertuiggestart worden. Op dit moment kent Nederland geen rijbewijsslot en zijner geen plannen om dit in te voeren. Dit komt door de technische enpraktische kanttekeningen bij een rijbewijsslot en het feit dat, ook als jewel een rijbewijsslot hebt, de politie nog steeds moet controleren of jeniet met andermans rijbewijs rijdt. Daarnaast zou voor het invoeren vaneen rijbewijsslot op Europees niveau overeenstemming moeten wordenbereikt en moet medewerking worden verleend vanuit de autobranche.Auto’s moeten voorzien van een fraudebestendig systeem dat hetrijbewijs van de desbetreffende bestuurder herkent. Dit betekent dat hetrijbewijs actuele informatie dient te bevatten met betrekking tot degeldigheid. Dat is nu niet het geval.Daarnaast wordt gevraagd de WVW zodanig aan te passen dat eenlevenslange rijontzegging zou kunnen worden opgelegd in het geval vanroekeloos rijgedrag of bij recidive. Op dit punt is in 2023 in de KamerbriefTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12036 over aanpak van zware verkeersovertreders7 door de toenmalige Ministervan Infrastructuur en Waterstaat, mede namens de toenmalige Ministervan Justitie en Veiligheid, al uitgebreid ingegaan. Kort gezegd volgtdaaruit dat niet zal worden overgegaan tot het introduceren van eenlevenslange rijontzegging. Ik heb daarna vanuit de partners in destrafrechtketen geen signalen ontvangen dat er toch behoefte is aan hetmogelijk maken van een levenslange rijontzegging. Daarom zal ook naaraanleiding van dit verzoek geen levenslange rijontzegging wordengeïntroduceerd.Ik vind het belangrijk om op deze plaats te benadrukken dat ik het, met debriefschrijvers, van groot belang acht dat onverantwoord rijgedrag stevigaangepakt kan worden. Daar werk ik dan ook aan. In dit verband wil ik inhet bijzonder wijzen op het wetsvoorstel verbetering aanpak rijden onderinvloed (Kamerstukken 36 586) dat bij uw Kamer aanhangig is en datverschillende maatregelen bevat om de regeling van de ontzegging vande rijbevoegdheid – die ook van toepassing is bij andere ernstige feitendan rijden onder invloed, zoals doorrijden na een ongeval – en dehandhaving daarop te verbeteren. Een van de daarin opgenomenmaatregelen is de introductie van de vervangende hechtenis bij hetschenden van een ontzegging van de rijbevoegdheid. Ook regelt hetwetsvoorstel dat de rechter de bevoegdheid krijgt om bij oplegging vaneen rijontzegging het rijbewijs ongeldig te verklaren. Daarmee wordtbereikt dat de betrokkene na afloop van de rijontzegging opnieuw derijgeschiktheid en rijvaardigheid moet aantonen. Zo kan wordenvoorkomen dat personen die na afloop van een rijontzegging (nog altijd)ongeschikt blijken om opnieuw achter het stuur te stappen, weer eenmotorrijtuig kunnen besturen. Verder wordt met het wetsvoorstel dedadelijke uitvoerbaarheid van de ontzegging van de rijbevoegdheidmogelijk gemaakt, waardoor deze direct van kracht kan worden ook inafwachting van een eventueel hoger beroep.Directe invordering van rijbewijs, auto en mobiele telefoonIn de brief wordt ook gevraagd om de WVW aan te passen zodat hetrijbewijs, een auto en een mobiele telefoon bij het veroorzaken van eenzwaar ongeval met zwaar letsel of dodelijke afloop tot na afsluiting vanhet complete politieonderzoek direct ingevorderd worden. Artikel 164WVW biedt al een grondslag voor de inbeslagname van een rijbewijs inhet geval de verkeersveiligheid ernstig in gevaar is gebracht. Bij (zware)verkeersongevallen wordt het rijbewijs direct ingevorderd als debestuurder de veiligheid op de weg in ernstige mate in gevaar heeftgebracht. Dit gebeurt in ieder geval bij hoge alcoholpercentages,weigering van medewerking aan een adem- of bloedonderzoek of bijexcessieve snelheidsovertredingen. Hiervoor heeft het OM een duidelijkeinstructie opgesteld die adequaat uitpakt in de praktijk.8Verder staat in artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering de algemenegrondslag voor de inbeslagneming van voorwerpen die kunnen dienenom de waarheid aan de dag te brengen of indien voor die voorwerpen eenverbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer kan worden bevolen. Bijeen zwaar verkeersongeval kan de politie dus bijvoorbeeld een auto inbeslag nemen als het voertuig zou kunnen dienen als bewijsmateriaalvoor een strafbaar feit, zoals het rijden onder invloed of het veroorzakenvan gevaarlijk rijgedrag, of om technisch onderzoek te laten plaatsvindenaan de auto (om te achterhalen of bijvoorbeeld een technisch mankementeen rol speelde bij het ongeval). Met de inbeslagname van een telefoon in7Kamerstukken II 2023/24, 23 398, nr. 1087.8Instructie inzake de invordering van rijbewijzen (2022I004).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12037 het geval van een zwaar verkeersongeval kan bijvoorbeeld wordengecontroleerd of er ten tijde van het ongeval afleiding was door hetgebruik van de telefoon achter het stuur.Ik begrijp de behoefte van de nabestaanden om bij het veroorzaken vaneen zwaar ongeval met zwaar letsel of dodelijke afloop nog brederemogelijkheden te geven voor invordering en inbeslagneming, maar deinbeslagname van een auto, rijbewijs en telefoon is, zoals hiervoorgeschetst, afhankelijk van de omstandigheden van het geval en de ernstvan de gedraging. De bevoegdheid om te beslissen over de inbeslagnameligt bij het OM en de rechter.Voorlopige hechtenis bij verdachten met onbekende woonplaats en in hetgeval van een verkeersongeval met zwaar letsel of dodelijke afloopDoor de nabestaanden wordt gevraagd om bestuurders, betrokken bij hetveroorzaken van zware verkeersmisdrijven en waarvan de woon- ofverblijfplaats onbekend of buiten Nederland is, direct in voorlopigehechtenis te nemen. Datzelfde verzoek wordt gedaan voor verdachten dieeen verkeersongeval met zwaar letsel of dodelijke afloop hebbenveroorzaakt.Als er sprake is van een verdenking van een feit waarvoor voorlopigehechtenis is toegestaan, zoals bij de artikelen 5a (roekeloos rijgedrag) of 6WVW (verkeersongeval door schuld met zwaar lichamelijk letsels of dedood tot gevolg), kan de verdachte worden aangehouden en in verze-kering worden gesteld. Vervolgens is voorlopige hechtenis mogelijk, alsook aan de overige voorwaarden daarvoor is voldaan, bijvoorbeeldvluchtgevaar. Voorlopige hechtenis is in voorkomende gevallen ookmogelijk als een verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats heeft inNederland (artikel 67, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering).Daarnaast kan, zoals eerder genoemd, ook het rijbewijs wordeningevorderd als de verkeersveiligheid ernstig in gevaar is gebracht. Hetdirect invorderen van het rijbewijs is afhankelijk van de omstandighedenvan het geval.De beslissing tot aanhouding en inverzekeringstelling van een verdachteis aan de politie. De beslissing ten aanzien van de voorlopige hechtenis ofde opheffing daarvan gedurende een strafzaak is een rechterlijkebeslissing. Daarbij neemt de rechter alle feiten en omstandigheden mee,waaronder ook de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.Het voorstel om verdachten van een ernstig verkeersmisdrijf zonderbekende woon- of verblijfplaats te kunnen laten volgen, raakt direct aande privacy van verdachten. Het (laten) volgen van een verdachte is invoorkomende gevallen denkbaar, bijvoorbeeld in het kader van eenopsporingsonderzoek. Het enkel ontbreken van een bekende woon- ofverblijfplaats kan hiervoor echter niet de reden zijn.Ditzelfde geldt voor het delen van informatie met andere instanties. Ook isdenkbaar dat in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis,voorwaarden worden opgelegd, om bijvoorbeeld een eventueel vlucht-gevaar tegen te gaan. Indien sprake is van «vluchtgevaar» of openstaandestraffen biedt de wet al mogelijkheden om een verdachte te signaleren,ook als het een verdachte is van een ernstig verkeersmisdrijf. In diegevallen wordt dus ook (beperkte) informatie gedeeld met andereinstanties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12038 SlotHet verbeteren van de verkeersveiligheid is een belangrijk doel voor hetkabinet. Ik vind het net als de nabestaanden van verkeersslachtoffers ergbelangrijk dat er zo min mogelijk verkeersslachtoffers vallen. Met dehuidige maatregelen hopen wij steeds een stap dichterbij dit doel tekomen. Deze stappen neem ik niet alleen, maar samen met de Ministervan Infrastructuur en Waterstaat en met de maatschappelijke partners enmedeoverheden.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 398, nr. 12039
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.