KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang programma Wonen en Zorg voor ouderen

17 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6e59cef9cd5742e4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 389Vergrijzing en het integrale ouderenbeleidNr. 127 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES EN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJNEN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 juni 2024Het is belangrijk dat ouderen kunnen wonen in een geschikte woningwaar zij zorg kunnen ontvangen wanneer dat nodig is, in een leefom-geving die uitnodigt tot ontmoeten en bewegen. Met het programma«Wonen en zorg voor ouderen» werken wij, de Minister van BZK en deMinister van VWS, sinds november 2022 in gezamenlijkheid aan dezeambitie. Het programma is onderdeel van zowel de Nationale Woon- enBouwagenda als van het programma WOZO (Wonen, Ondersteuning enZorg voor Ouderen).1De opgave is niet gering. In het rapport van de Staatscommissie demogra-fische ontwikkelingen2 wordt de stijging van de gemiddelde leeftijd vande bevolking en de toename van het aandeel ouderen in de samenlevingonderstreept. Het laat bovendien zien dat er sprake is van dubbelevergrijzing: het aantal mensen van 65 jaar en ouder stijgt, en binnen dezegroep neemt het aantal mensen van 80 jaar en ouder ook toe. Een directgevolg hiervan is de toename van de «grijze druk»: de druk van de ouderebevolking op de (potentieel) werkende bevolking. Omdat deze ouderenook steeds ouder worden met bijbehorende zorgvragen, is het van grootbelang dat we in dit programma nauw samenwerken met partijen uitzowel het woon- als het zorg- en welzijnsdomein, en met (een vertegen-woordiging van) ouderen. Daarom zijn we ook heel blij met de intensieveen constructieve samenwerking met vertegenwoordigers van bouwers,zorg- en welzijnsaanbieders, zorgkantoren, woningcorporaties, provincies,gemeenten, beleggers en ouderen zelf. Wij willen deze partijen hierbijhartelijk bedanken voor hun inzet in de afgelopen periode en we hopendat deze samenwerking ook in de komende periode voortgezet zalworden.1Kamerstuk II 2022/23 29 389, nr. 1122Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 «Gematigde groei» kst-29389-127ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 389, nr. 1271 Het programma loopt nu anderhalf jaar en in die tijd is er veel gebeurd:van een situatie waarin de werelden van bouwen, wonen en zorg ver vanelkaar af lagen, naar een actieve en constructieve samenwerking op veelvlakken tussen het woon- en zorgdomein op zowel nationaal, regionaal alslokaal niveau. In deze voortgangrapportage nemen wij u mee in dieontwikkelingen langs de drie actielijnen van het programma, met eennadruk op de periode sinds de vorige voortgangsrapportages eind vorigjaar.3 Daarnaast geven wij in de paragraaf over monitoring een toelichtingop de manier waarop we zicht aan het krijgen zijn op de planvorming enrealisatie van de woningen voor ouderen.Op het congres «Thuis in de wijk» dat wij in maart samen met een aantalbij het programma betrokken partners hebben georganiseerd, werdduidelijk dat er op ontzettend veel plekken keihard aan de woon-zorgopgave voor ouderen wordt gewerkt door overheden, corporaties,zorgaanbieders, zorgkantoren, ontwikkelaars en (institutionele) beleggers.Ondanks dat de bouw vele uitdagingen kent en de bouwopgave voorouderen groot is, geeft dit vertrouwen voor de toekomst.Er zijn tot en met 2030 voldoende nultredenwoningen gepland diegeschikt zijn voor ouderen, om te voldoen aan de doelstelling vanuit hetprogramma (verderop in deze brief lichten we dat toe). Ook zijn er heelveel voorbeelden van prachtige geclusterde woonvormen en zorgge-schikte woningen die sinds de start van het programma gerealiseerd zijn,al dan niet met financiële steun vanuit het programma. Een mooivoorbeeld is «Hof van Leeuwesteyn» in Utrecht, waar door woningcorpo-ratie Woonin en zorgaanbieder AxionContinu samen een woongemeen-schap wordt ontwikkeld, bestaande uit een mix van eengezinswoningenvoor jonge gezinnen en zelfstandige appartementen voor ouderen met enzonder zorgvraag. Door de mix van jong en oud, wel en geen zorgvraagen gezamenlijke binnen- en buitenruimtes, is de verwachting dat hier eenlevendige gemeenschap gaat ontstaan waarin sociale samenhang ensamenredzaamheid bevorderd worden.Een ander voorbeeld van innovatieve samenwerking tussen wonen enzorg is «Het andere wonen» in Milsbeek, waar 18 ouderen met geheugen-problemen wonen in zelfstandige appartementen (sociale- en lagemiddenhuur) in een geclusterde setting, met de geborgenheid vanpersoonlijke zorg dichtbij. Voor de bouw is hier gekozen voor industriëlehoutbouw, wat de snelheid en milieu-impact van het bouwproces tengoede is gekomen.Actielijn 1. Versnellen woningbouwHet doel van deze actielijn is dat er meer woningen beschikbaar komendie aansluiten bij de wensen van ouderen. Dit doen we door het aanbodvan woningen voor ouderen te vergroten, door middel van het versterkenvan de regie op de ouderenhuisvesting, het stimuleren van de realisatievan woningen voor ouderen en door het informeren van partijen over deverschillende woningtypen voor ouderen.Versterken regieRegionale afspraken over de opgaveDe landelijke opgave is om t/m 2030 290.000 woningen die geschikt zijnvoor ouderen te bouwen of te realiseren in de bestaande voorraad,bestaande uit 170.000 nultreden woningen, 80.000 geclusterde woningenen 40.000 zorggeschikte geclusterde woningen. Hiermee bouwen we aanzorgzame gemeenschappen die uitnodigen tot ontmoeten en samenred-zaamheid. Om deze grote opgave te realiseren zal ouderenhuisvesting3Kamerstukken II 2023/24, 32 847, nr. 1122 & Kamerstukken II 2023/24, 29 389, nr. 123Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 389, nr. 1272 regulier onderdeel moeten zijn van élke regionale en lokale woningbouw-programmering. Hiervoor is het nodig invulling te geven aan de afspraakuit de reeds gesloten woondeals om de regionale opgave voor ouderen-huisvesting vast te stellen en naar lokaal niveau te vertalen. Het makenvan afspraken over ouderenhuisvesting is complex én vraagt veel vanverschillende partijen. De inzet op het scheiden van wonen en zorg, heeftjuist de behoefte aan samenwerking tussen het woon- en zorgdomeinvergroot: om bij oplopende tekorten in personeel nog kwalitatief goedezorg bij de gewenste woonvormen te leveren, is een sterk samenspelnodig tussen overheden, bouwers, corporaties, zorgpartijen, zorgkan-toren, welzijnsorganisaties en de samenleving (inclusief ouderen) zelf.Sinds de start van het programma is veel energie gestoken om dezesamenwerking op elk schaalniveau te intensiveren, of in sommige regio’szelfs in het geheel van de grond te krijgen. Medeoverheden en anderebetrokken partijen hebben hier hard aan gewerkt, met resultaat. In hetvoorbije jaar zijn in alle 35 woondealregio’s actietafels ouderenhuisvesting– of soortgelijke overlegstructuren – opgezet tussen het woon- enzorgdomein, waar in veel gevallen ook andere partijen zoals welzijnsorga-nisaties zijn aangesloten. In de meeste provincies en regio’s is deregionale opgave voor ouderen nader onderzocht en verdiept metbijvoorbeeld prijssegmenten, gebiedsgerichte uitwerking of informatieover de bestaande voorraad. Daarnaast is er geïnvesteerd in draagvlakvoor de opgave vanuit de diverse domeinen.Om invulling te geven aan de woondealafspraken en consistentie in deregionale bouwafspraken te borgen is een afsprakenkader met daarinminimaal te maken afspraken aangereikt door het Ministerie van BZK insamenwerking met het Ministerie van VWS. Dit kader vormt de basis voorbesluitvorming in elke woondealregio en wordt desgewenst aangevuld ofaangescherpt met regio-specifieke afspraken of kenmerken. De minimaleafspraken beslaan:1.Vaststellen regionale ouderenopgave (aantallen) en verdeling naarlokaal niveau per type ouderenhuisvesting (nultredenwoningen,geclusterde woningen, zorggeschikte woningen).2.Een toets vanuit de zorgkantoren op de levering van verpleegzorg bijde woningbouwopgave en een toets vanuit de corporaties op dehaalbaarheid.3.Het inbedden van de actietafel per woondealregio in de governancevan de woondeal- en versnellingstafel.4.Afspraken over de wijze waarop de opgave gemonitord zal wordenen het vastleggen van ijkmomenten voor de realisatie van de opgave.5.Procesafspraken over verdere uitwerking, met tenminste afsprakenover doorstroming en over de programmering van specifieke locatiesvoor ouderenhuisvesting.Deze fase van analyse en duiding is in alle regio’s afgerond of nadertafronding, en vormt de basis voor besluitvorming over het vaststellen vande opgave. Hier zijn grote complimenten aan de provincie Overijssel opzijn plaats. Overijssel heeft als eerste provincie in beide woondealregio’sde afspraken over ouderenhuisvesting én een regionale woonzorgvisie ophet onderdeel ouderen vastgesteld en ondertekend. In het Overijsselseproces is via werkateliers en een projectgroep met alle betrokken partijenin wonen en zorg toegewerkt naar afspraken over zowel ouderen alsandere aandachtsgroepen. Voor de andere aandachtsgroepen volgt nogeen nadere uitwerking. Dit proces heeft geleid tot een monitor, woonzorg-visie en afspraken over de bouwopgave voor ouderen. Het is goed om tezien dat de zorgkantoren in deze regio samen met de provincie eenactieve rol willen vervullen in de uitvoeringsfase. Ook zien we dat degeleerde lessen uit Overijssel reeds in andere regio’s worden toegepast.Dat helpt andere regio’s om dit proces goed en versneld te kunnendoorlopen. In navolging van Overijssel zullen de overige woondealregio’sTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 389, nr. 1273 in, of vlak ná de zomer deze afspraken gaan vaststellen, conform hetminimale afsprakenkader. Daarmee bevindt het vaststellen van deregionale afspraken zich nu in de afrondende fase in alle woondealregio’s.Na het vaststellen van de regionale afspraken zullen deze wordentoegevoegd aan de bestaande woondeals en lopen deze mee in deuitvoering en monitoring van de woningbouwafspraken in zijn geheel.Zowel nationaal, regionaal als lokaal bewegen de betrokken partijen vanafsprakenfase naar uitvoeringsfase. Het Aanjaagteam Wonen, Welzijn,Zorg voor ouderen en het Expertteam Huisvesting Aandachtsgroepenondersteunen provincies, regio’s en gemeenten hierbij. Ook in deze fasewillen wij partijen in het wonen- en zorgdomein stimuleren om aandachtte houden voor het samenspel tussen de partijen. De bouwopgave voorouderen is omvangrijk én randvoorwaardelijk voor de leveringszekerheidvan kwalitatief goede zorg aan onze ouderen. Het is een grote uitdagingom te zorgen dat deze opgave tijdig én volledig in plancapaciteit wordtomgezet, waar inzet vanuit alle betrokken partijen nodig is. Van medeover-heden verwachten wij in deze fase dat zij aan de slag gaan met marktpar-tijen, zorgaanbieders en corporaties voor aanvullende planvorming.Daarbij kan zowel de bestaande voorraad als nieuwbouw worden benut.Gelet op de doorlooptijd van bouwplannen, zal elke regio omstreeks eind2025 op 100% plancapaciteit uit moeten komen om de bouwopgave tekunnen realiseren.Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal opplancapaciteit voor en realisatie van deze bouwopgave regie voerenrichting medeoverheden via de woondeals. Aanvullend ondersteunt hetRijk waar mogelijk door knelpunten in de uitvoering op te halen, financieelinstrumentarium te blijven doorontwikkelen, duidelijkheid te bieden overdefinities en monitoring, en waar nodig regelgeving bij te stellen indiendit realisatie in de weg staat. De relatie tussen Rijk en regio is wederkerigwaarbij we gezamenlijk voor de bouwopgave voor ouderen aan de latstaan.Ouderen in wetsvoorstel regieHet wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting4 geeft het Rijk,provincies en gemeenten de wettelijke instrumenten om samen regie tevoeren op de volkshuisvesting. Overheden krijgen in de wet meer grip ophoeveel woningen, waar en voor wie gebouwd worden en meer grip opmogelijkheden voor de versnelling van woningbouw. Om hierop tekunnen sturen worden onder andere voorschriften geïntroduceerd overhoe het Rijk, provincies en gemeenten het volkshuisvestingsprogrammamoeten inrichten en opstellen. De bouwopgave voor ouderen en anderedoelgroepen, en plannen voor passend wonen, doorstroming enleefomgeving, zullen onderdeel uitmaken van die volkshuisvestingspro-gramma’s.Het wetsvoorstel voorziet ook in een aanpassing van de Wet maatschap-pelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Op grond van de Wmo 2015dienen gemeenten zich reeds in het Wmo-plan rekenschap te geven vaneen groot aantal onderwerpen. Het ligt daarmee in de rede dat hetWmo-beleidsplan en het volkshuisvestingsprogramma aan elkaargekoppeld worden voor het beleidsmatig invullen van de visie op wonenen zorg. Hierbij is een nauwere samenwerking beoogd tussen het fysieken sociaal domein.Toevoeging subgebruiksfuncties aan Besluit bouwwerken leefomgevingGezien de demografische ontwikkelingen is er een groeiende behoefte omte kunnen sturen op de ontwikkeling en bouw van specifieke woonvormen4Kamerstukken II 2023/24, 36 512, nr. 5Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 389, nr. 1274 die geschikt zijn voor ouderen en sommige andere aandachtsgroepen.Om dit te bewerkstelligen is er een voorstel in de maak om twee nieuwesubgebruiksfuncties voor wonen toe te voegen aan het Besluitbouwwerken leefomgeving (Bbl). Met de nieuwe gebruiksfuncties wordenspecifieke regels gesteld in het kader van toegankelijkheid en het kunnenverlenen van zorg. Door het introduceren van een specifieke gebruiks-functie kan via het gemeentelijke omgevingsplan beter worden gestuurdop de bouw van dit type woonfuncties. Daarmee wordt invulling gegevenaan de beleidswensen om, rekening houdend met de vergrijzendesamenleving, meer woningen te bouwen die geschikt zijn voor langdurigthuis wonen. Daarnaast wordt met deze wijziging al deels invullinggegeven aan de verkenning hoe meer toegankelijkheidseisen vanuit deNEN-norm voor toegankelijk bouwen kunnen worden opgenomen in debouwregelgeving5.Bouw stimuleren en informerenNaast het inzetten op regie, zijn er verschillende stimuleringsregelingendie een bijdrage leveren aan de doelstellingen van het programma enworden partijen geïnformeerd over de verschillende typen ouderenhuis-vesting.Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in OuderenhuisvestingHet Rijk stimuleert geclusterd bouwen voor ouderen en de realisatie vanontmoetingsruimten in geclusterde woonvormen met de Stimuleringsre-geling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO). Hierdoorkunnen er meer geclusterde woonvormen voor ouderen gerealiseerdworden en wordt het makkelijker voor ouderen om zelfstandig te blijvenwonen, elkaar te ontmoeten en te helpen. De SOO stelt initiatiefnemers instaat om met de financiële vergoeding uit de regeling de bouwkostenvoor realisatie van ontmoetingsruimten voor ouderen te dekken. Hoeweler in directe zin geen woonruimte mee wordt gecreëerd, gevenaanvragers aan dat bouwprojecten niet waren gestart als deze subsidie erniet was geweest.Er zijn in 2022 en 2023 twee tranches geweest die tezamen een bijdragehebben geleverd aan ongeveer 19.000 woningen met een ontmoetings-ruimte. In 2023 was voor de regeling € 26 miljoen beschikbaar, er werdvoor ruim € 34 miljoen aan aanvragen gedaan. Uiteindelijk hebben in2023 99 initiatiefnemers een uitkering ontvangen voor de realisatie van195 ontmoetingsruimten voor ouderen, in zowel nieuw (77%) als bestaand(23%) vastgoed.In 2022 betroffen 63 van de 172 (37%) positief beschikte projectenbestaande bouw. Hiermee wordt de toezegging afgedaan om u gegevenste verstrekken over de inzet van de SOO in bestaande bouw.6Voor de SOO is middels de Voorjaarsbesluitvorming 2024 een bedrag van23 miljoen euro beschikbaar gesteld voor 2024 door de Ministeries vanBZK en VWS.7 Voortzetting van de regeling wordt nu uitgewerkt. Uwkamer wordt hierover in het najaar geïnformeerd.Stimuleringsregeling zorggeschikte woningenMet de stimuleringsregeling zorggeschikte woningen wordt beoogd datmeer woonvormen in het sociale segment worden gerealiseerd voormensen met een zware zorgvraag die nu vaak in een verpleeghuis terechtkomen. Tot 1 juni zijn er 34 aanvragen ingediend voor in totaal € 24,5 mln.5Kamerstukken II 2023/24, 28 325, nr. 265.6Toezegging begrotingsbehandeling VWS januari 2024, TZ202402–1447Kamerstukken II 2023/24, 36 550, nr. 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 389, nr. 1275 In totaal is er voor de bouw van 1.700 woningen subsidie aangevraagd.De regeling staat nog open tot en met 31 oktober 2024. In 2025 wordt deregeling opnieuw opengesteld.Stimuleringsregeling wonen en zorgDe stimuleringsregeling wonen en zorg ziet sinds april 2019 toe op hetvergemakkelijken van de financiering van geclusterde woonvormen voorouderen die door sociale ondernemers en bewonersinitiatieven wordenneergezet. Per 3 april 2024 is de stimuleringsregeling gesloten. In 2023 zijner 50 subsidies verstrekt om de haalbaarheid van een woonvorm teonderzoeken (totaal verleende bedrag € 0,9 mln euro; 3 nog in behan-deling) en 5 leningen voor de planontwikkeling (totaal verleende bedrag€ 1 mln). In 2024 zijn 55 aanvragen gedaan om de haalbaarheid teonderzoeken, en 9 aanvragen voor een lening voorplanontwikkeling(aangevraagde bedrag ca. € 1,8 mln). Daarnaast zijn er ook tweeaanvragen voor een borgstelling voor de bouw van een woonvormgedaan (ca. € 2 mln).De regeling is eind 2023 door Dialogic geëvalueerd. De stimuleringsre-geling wonen en zorg heeft volgens Dialogic goed gefunctioneerd omprojecten op de haalbaarheid te onderzoeken en de projecten op gang tebrengen. Voor de verdere financiering heeft de regeling nog beperkt totresultaten geleid, mogelijk omdat partijen deels op een andere wijze definanciering hebben geregeld en de doorlooptijd van bouwprojecten langis. De regeling kan worden voortgezet met een beperkter beslag vanmiddelen. Voor de voortgang van de regeling wordt bekeken of deregeling (deels) kan worden samengevoegd met de regeling die in demaak is voor wooncoöperaties.Subsidieregeling intergenerationeel wonenOp 17 juli 2023 is de subsidieregeling intergenerationeel wonen openge-steld. Deze regeling heeft als doel om het samen wonen tussen jong enoud te stimuleren. Wanneer de gemiddelde leeftijd binnen een woonom-geving waar ouderen geclusterd wonen hoger wordt, komt het onder-houden en stimuleren van sociale interactie en cohesie in de woonom-geving onder druk te staan. Jongeren kunnen een positieve bijdrageleveren aan het stimuleren van sociale interactie en cohesie.Het eerste tijdvak van de subsidieregeling is opengesteld van 17 juli 2023tot en met 15 september 2023. In het eerste tijdvak zijn totaal 9 aanvrageningediend met een totale waarde van bijna € 1 mln. Van 2 januari 2024 tot31 mei 2024 was het voor organisaties weer mogelijk om weer subsidieaan te vragen. In het tweede tijdvak zijn er 4 aanvragen ingediend met eentotale waarde van ca. € 333.000.Conceptueel bouwenTwee bij dit programma betrokken partijen – Actiz en Aedes – zijn met hetNetwerk Conceptueel Bouwen (NCB) aan de slag gegaan om product-marktcombinaties (PMC’s) te ontwikkelen voor de drie typen ouderenhuis-vesting. Het NCB is een kennisnetwerk met als missie partijen in dewoningbouw bij elkaar te brengen om de toepassing van woningcon-cepten te stimuleren.Door PMC’s te ontwikkelen wordt conceptontwikkeling gefaciliteerd, watkan leiden tot verbeteringen in bouwtempo, duurzaamheid en betaal-baarheid. De PMC’s bestaan uit prestatie-eisen voor het vastgoed, zoalstoegankelijkheidsvereisten en afmetingen van liften. Via «add-ons»kunnen extra voorzieningen worden toegevoegd, zoals een ontmoetings-ruimte of mogelijkheden in dementievriendelijke bouw.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 389, nr. 1276 Dit traject wordt uitgevoerd met bouwers, ontwikkelende partijen enzorgaanbieders, zodat ook hier domeinoverstijgend tot gezamenlijkevereisten wordt gekomen. Met de PMC’s voor de drie woningtypeskunnen vervolgens woonconcepten voor ouderen worden ontwikkeld,waarin verschillende gradaties aan zorg kunnen worden geleverd. MetNCB, Actiz en Aedes zal worden verkend hoe dit traject kan worden benuttot het versnellen en faciliteren van de bouwstroom voor ouderen.Hiermee wordt de motie afgedaan van het lid Den Haan om te bekijken ofde inzet van prefab woningen de ouderenhuisvesting kan versnellen.8Publicatie zorggeschikte wonen voor ouderenPlatform 31 ontwikkelt een publicatie over zorggeschikt wonen. Dezepublicatie biedt informatie over de definitie, criteria en bouwvereisten vanzorggeschikte woningen. De publicatie gaat daarbij specifiek in opzorggeschikte geclusterde woonvormen, en de voorwaarden waaronderintensieve (verpleeg)zorg in de bestaande en de nieuwbouw gegeven kanworden. De publicatie helpt gemeenten en ontwikkelende partijen(markpartijen, corporaties, zorgaanbieders, sociaal ondernemers enburgerinitiatieven van senioren) meer zicht te krijgen op het ontwikkelenvan zorggeschikte woningen en woonvormen en om keuzes te maken inde vormgeving daarvan. Deze publicatie wordt voor de zomer van 2024verwacht.Actielijn 2. Passend wonen en doorstromingZo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen is een wens van veel mensen.Voor de één biedt de huidige woning deze mogelijkheid, voor de andervormt juist een nieuwe woning een betere randvoorwaarde. Bijvoorbeeldomdat het type woning beter bij de woonwensen en de levensfase past,omdat er zorg geboden kan worden wanneer dat nodig is, of omdat ermeer voorzieningen in de buurt zijn en het makkelijker is om anderen teontmoeten. Als de conclusie is dat verhuizen voor iemand een beterewoonsituatie oplevert, dan is het een bijkomend voordeel dat anderemensen ook weer een verhuisstapje kunnen maken en er doorstroming opgang komt. Hoewel die doorstroming een positief effect heeft op dewoningmarkt als geheel, staat de woonwens en het woongenot vanouderen wat ons betreft voorop. Actielijn 2 van het programma Wonen enzorg voor ouderen zet in op het beter informeren van ouderen overpassend wonen, en een soepeler verloop van de volgende stap in hunwooncarrière.De afgelopen twee jaar is er een breed scala aan acties opgezet om aandeze doelen bij te dragen. Overkoepelend is er een brede ondersteunings-structuur ingericht om gemeenten, provincies, woningcorporaties enbetrokken zorgorganisaties te ondersteunen bij het werken aan de doelenuit het programma. Hierover hebben wij u eerder geïnformeerd.9 Ook zijner verschillende publicaties ontwikkeld die onder andere gemeenten enwoningcorporaties stimuleren én ondersteunen om tot een aanpak tekomen op het gebied van passend wonen en doorstroming van ouderen,waarover wij u eerder hebben geïnformeerd.10 Om het passend wonen enontzorgen van ouderen bij verhuizen te stimuleren, moeten er ookafspraken worden gemaakt met partijen en medeoverheden. Zoals eerdervermeld wordt de inzet op passend wonen en doorstroming daaromverankerd in de vereisten van een gemeentelijk volkshuisvestingspro-gramma via het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting.8Kamerstukken II 2022/23, 32 847, nr. 10249Kamerstukken II 2023/24, 29 389, nr 11710Kamerstukken II 2023/24, 32 847, nr. 1122Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 389, nr. 1277 Informatie over passend wonen verbeterenDe afgelopen maanden is er sterk ingezet op het beter informeren vanouderen over passend wonen. Om kennis en informatie bij gemeentenover passend wonen en doorstromen te verbeteren heeft Platform31vanaf juni 2023 een experiment uitgevoerd met 10 gemeenten en éénprovincie. In verschillende bijeenkomsten is kennis en ervaring uitge-wisseld, om uiteindelijk te komen tot een effectieve aanpak opdoorstroming die het voor ouderen gemakkelijker maakt om de door hengewenste stap in hun wooncarrière te zetten. Op 6 juni 2024 heeft deslotbijeenkomst van dit experiment plaatsgevonden. De lessen die tijdenshet experiment zijn geleerd, verwerkt Platform31 in beknopte publicatiesmet expliciete aandacht voor het belang van en handvatten overinformatie en advies aan senioren over het zelfstandig thuis blijven wonenin de huidige of een andere woning, en de mogelijkheden om hen teontzorgen. Daarnaast zal in een achtergrondartikel dieper wordeningegaan op het verhuisgedrag van senioren en de mogelijkheden omverhuisketens te verlengen. Zo bieden we andere gemeenten ookondersteuning en inspiratie bij het vormgeven van een doorstroom-aanpak.Het afgelopen jaar is samen met de bancaire sector gesproken over hoewe ouderen kunnen helpen met het inzichtelijk maken van hun financiëlesituatie en woonmogelijkheden. Op 5 april jl. is samen met de NHG, VEH,hypotheekadviseurs en geldverstrekkers het convenant «Ouderen entoekomstbestendig wonen» ondertekend tijdens de slotbijeenkomst vanhet Platform hypotheken.11 Er staan afspraken in het convenant omouderen beter te informeren over hun financiële mogelijkheden metbetrekking tot wonen, verhuizen en hypotheken.Op 20 maart jl. is onder leiding van het Ministerie van VWS de groot-schalige publiekscampagne «Praat vandaag over morgen» gestart. Doorop tijd het gesprek te beginnen over hoe je ouder wilt worden, kun jestraks de dingen blijven doen die je belangrijk vindt. De campagne «Praatvandaag over morgen» roept dan ook op: praat over hoe je fit wilt blijven,hoe je wilt wonen en wat je voor elkaar kunt doen als er later zorg nodigis. De campagne is zichtbaar op landelijke tv, online, print en op wachtka-merschermen in bijvoorbeeld apotheken, huisartsenpraktijen, zieken-huizen en gezondheidscentra. Ook is er een landingspagina over Wonenop de website van de campagne. Voor partijen die willen aanhaken op decampagne is er een uitgebreide toolkit met kernboodschappen, video’s ensocial posts. Daarnaast worden er in 2024 tot 2026 diverse regionale enlokale georganiseerd onder de vlag van «Praat vandaag over morgen»,onder andere door de Seniorencoalitie en het Senioren NetwerkNederland.GedragsonderzoekWe weten dat wanneer ouderen verhuizen naar een andere woning, diteen verhuisketen op gang kan brengen. Een gezin kan bijvoorbeeldverhuizen naar de vrijkomende gezinswoning, een stel naar het appar-tement dat het gezin verlaat, en een starter naar de studio waar het steleerst woonde. In opdracht van BZK voert ABF Research een grootschaligonderzoek uit over verhuisketens, en kenmerken van woningen en deleefomgeving die de doorslag geven bij verhuizingen, onder andere vanouderen. De uitkomsten van dit onderzoek zullen na de zomer met ugedeeld worden.11Kamerstukken II 2023/24, 32 847, nr 1174Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 389, nr. 1278 Een verhuizing is, zeker op wat oudere leeftijd, een grote stap diepraktisch en emotioneel gezien veel met zich mee kan brengen. Eerderonderzoek heeft inzichten opgeleverd in de verschillende barrières dieouderen kunnen ervaren bij het maken van de volgende stap in hunwooncarrière.12 Er is echter minder kennis beschikbaar over hoe ouderenhet ervaren om de beslissing te maken om een nieuwe woning te zoekenen daadwerkelijk te verhuizen. Daarom zijn wij een onderzoek gestartwaarin ouderen die reeds verhuisd zijn geïnterviewd worden en hunervaringen delen. Zo leren we meer over wat ouderen kan ondersteunenbij het maken van hun beslissing en het verhuisproces, en welke raad zijhierbij hebben voor andere ouderen. Een deel van de geïnterviewden zijnouderen (en/of hun naasten) met dementie, zodat we ook meer inzichtkrijgen in hun ervaringen. De uitkomsten van dit onderzoek zullen ook nade zomer met u gedeeld worden en net als andere onderzoeksuitkomstengebruikt worden om de inspanningen op het gebied van passend wonenen doorstroming te voeden.WoningdelenVoor een deel van de ouderen lijkt het delen van een woning een fijneoptie, bijvoorbeeld omdat zij meer gezelschap wensen, hun huidigewoning als te ruim voor hen alleen ervaren, of omdat het een mooie optiezou zijn om te besparen op bijvoorbeeld energiekosten. Het delen van eenwoning mag, maar er zijn ook (financiële) drempels die voor ouderen juistontmoedigend kunnen zijn om samen een woning te gaan delen. Om hiermeer inzicht in te krijgen, wordt er een experiment woningdelen uitge-voerd door de Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam (SOR).13 Deafgelopen maanden is de analysefase voor het experiment uitgevoerd insamenwerking met de SOR, Platform31, provincie Zuid-Holland en deMinisteries van BZK en SZW. Naar verwachting kan er eind 2024 gestartworden met de uitvoeringsfase van het experiment.Het Ministerie van SZW gaat, in samenwerking met het Ministerie vanBZK, het Ministerie van VWS en de Sociale Verzekeringsbank, eenmaatschappelijke kosten en baten analyse laten uitvoeren naarleefvormen in de AOW. Hierbij is in ieder geval aandacht voor de kostenen baten op het terrein van wonen en mantelzorg. In het licht van deaanhoudende krapte op de woningmarkt en de doelstelling om ouderenzo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen is het interessant om in kaartbrengen welke rol de AOW hierbij kan spelen. De MKBA wordt naarverwachting het eerste kwartaal van 2025 afgerond.Ook hospitaverhuur is een manier om de bestaande voorraad beter tebenutten door woningen te delen. Door het laten inwonen van eenhospita wordt een leegstaande kamer in de woning benut, brengt hetgezelligheid in huis, levert het een financiële bijdrage op voor de bewoneren kunnen bewoners naar elkaar omkijken. Deze woonvorm is voormeerdere doelgroepen geschikt, waaronder voor ouderen. Voor de zomerwordt uw kamer verder geïnformeerd over de ontwikkelingen ophospitaverhuur.Actielijn 3. Een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen enontmoetenDeze actielijn is erop gericht dat woningen voor ouderen in een aantrekke-lijke leefomgeving staan, die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten.Daarmee wordt allereerst het woongenot en de kwaliteit van leven vanouderen verhoogd. En passant levert het ook een bijdrage aan het12Platform31: Doorstroming stimuleren van senioren op de woningmarkt.13Kamerstukken II 2023/24, 29 389, nr 117Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 389, nr. 1279 voorkomen van eenzaamheid, en verlaagt het risico op hart- envaatziekten en dementie. Sinds de start van het programma Wonen enzorg voor ouderen zijn er verschillende stappen gezet, zowel in het makenvan gemeentelijke plannen als in de ondersteuning van gemeenten bij hetmaken van een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten.In het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting is opgenomen datde gemeente onder meer maatregelen neemt ter bevordering van desociale samenhang, ter verhoging van de kwaliteit van de openbarebuitenruimte, ter realisatie van een leefomgeving die uitnodigt totbewegen en ontmoeten, en ter verbetering van de bereikbaarheid, zowelbij nieuwbouw als bij bestaande bouw.Het Programma Buurtsaam is van start gegaan. Als onderdeel van ditprogramma ontwikkelt het College van Rijksadviseurs (CRa, Rijksbouw-meester) met ontwerpend onderzoek concrete ruimtelijke handvatten diede leefbaarheid, gezondheid en ruimte voor ontmoeting stimuleren inbuurten van zes gemeenten in Nederland. Platform31 ontwikkelt enstimuleert zorgzame leefomgeving in acht gemeenten, samen metgemeenten (ruimte, sociaal, wonen), wijk- en buurtnetwerken engebiedscoalities, wat wordt vertaald in een gebiedsplan of uitvoeringspro-gramma. Deze inzichten worden vervolgens verder verspreid zodat ookandere gemeenten hier gebruik van kunnen maken.De Raad van Ouderen heeft begin 2024 het advies «Ruimte voor Ouderen,Met een inspirerende leefomgeving en mobiliteit als basis» afgerond.Door de RvO worden diverse adviezen gedaan om ervoor te zorgen datouderen participeren bij het ontwerp en inrichting van de leefomgeving,dat ouderen makkelijker en veilig kunnen bewegen en daarmee ook(makkelijker) kunnen ontmoeten.De RvO benadrukt daarbij ook dat de leefomgeving hiertoe uitnodigt endat het OV ook de mogelijkheden voor ontmoeting en bewegen medebepaalt. De reactie op dat advies is onlangs met uw kamer gedeeld.14MonitoringVoortgang monitoringsplanOm de doelstellingen van het programma Wonen en zorg voor ouderen temonitoren is het afgelopen jaar gewerkt aan een basis waarmee inzichtgegeven kan worden in de voortgang van de programmadoelstellingen.Zo is er een monitoringsplan opgesteld en zijn er eenduidige monitorings-definities opgesteld, in afstemming met de betrokken partijen.Een integrale landsdekkende databron die zicht geeft op alle doelstel-lingen ontbreekt. Daarom is ingezet op het gebruiken van verschillendemonitoringsroutes om een zo volledig mogelijk beeld van de voortgang tekrijgen.Een van die routes is de Woonbase.15 De Woonbase is een bronbestandwaarin gegevens over personen, huishoudens en woningen samenkomenen is sinds eind juni 2022 voor onderzoekers beschikbaar. Het CBS werktmomenteel binnen een innovatietraject aan de Woonbase, onder andereom zicht te krijgen op ouderenhuisvesting. Zo is er in de Staat van deVolkshuisvesting in 2023 gebruik gemaakt van de Woonbase om zicht tekrijgen in het percentage ouderen dat in 2021 naar een nieuwbouwwoningis verhuisd, dat was 17,4%.16 Van alle nieuw toegevoegde woningen in2022 (90.208) werden er 15.904 (17,6%) betrokken door een ouderenhuis-houden.Naast de Woonbase werken gemeenten, provincies en Rijk aan afsprakenom de plancapaciteit, voortgang en realisatie van woningbouwplannen14Kamerstukken II 2023/24, 29 389, nr 12615Over de woonbase | CBS16Kamerstukken II 2023/24, 32 847, nr. 1122Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 389, nr. 12710 beter in kaart te brengen. Hieraan worden ook de woningtypen voorouderen toegevoegd. In Q1 2025 wordt de eerste data op basis van dezenieuwe afspraken verwacht.Ouderenhuisvesting in de corporatiesectorDe gegevens van corporaties vormen een andere bron waar gebruik vangemaakt wordt om zicht te krijgen op ouderenhuisvesting in het socialesegment. Het afgelopen jaar zijn de woningtypes voor ouderenopgenomen in de uitvraag van de Verantwoordingsinformatie (dVi) en deProspectieve informatie (dPi) van de corporatiesector. Uit de dPi 2024blijkt dat er tot en met 2028 in totaal plannen zijn voor ongeveer 22.000geclusterde en zorggeschikte woningen voor ouderen, waarvan 19.500 inde sociale huursector. Op de gehele opgave voor ouderen in het socialesegment tot en met 2030 (20.000 zorggeschikt + 40.000 reguliergeclusterd) is dat (nu) een dekkingsgraad van ruim 30%. Hierbij dientgenoteerd te worden dat dit een eerste uitvraag is en we verwachten datde kwaliteit van de data bij volgende uitvragen de komende jarenverbetert. Daarnaast loopt de dPi door met plannen tot en met het jaar2028, terwijl de doelstelling van het programma tot en met 2030 isgesteld. Tot slot dient opgemerkt te worden dat ook andere partijen dancorporaties woningen voor ouderen in het sociale segment bouwen, zoalszorgaanbieders en andere ontwikkelaars.Planning en realisatie nultredenwoningenOp de planvorming en realisatie van nultredenwoningen hebben we zicht.Een groot deel van de nieuwgebouwde meergezinswoningen zal voldoenaan de definitie van nultredenwoningen (zolang de woningen niet overmeerdere verdiepingen verdeeld en traploos toegankelijk zijn). We wetendat er tenminste 652.800 dergelijke woningen gepland staan tot en met2042, waarvan het merendeel t/m 2030.17 Rekening houdend meteventuele planuitval zijn dit voldoende plannen voor de doelstelling diewe hebben voor ouderen (170.000 extra nultredenwoningen t/m 2030). In2022 is de voorraad netto toegenomen met ruim 30.000 meergezinswo-ningen die naar waarschijnlijkheid enkel één verdieping tellen. In 2023 zijndit er netto nog eens ruim 30.000. Dit is een indicatieve benadering, maargeeft richting aan het aantal nultredenwoningen dat wordt toegevoegdaan de woningvoorraad.18Voortgang monitoren middels de subsidieregelingenNaast de verschillende bronnen geven ook de subsidieregelingen eenbeeld van de geplande en gerealiseerde projecten voor ouderenhuis-vesting, zoals geclusterde woonvormen of zorggeschikte woningen. Zoheeft de subsidieregeling ontmoetingsruimten ouderenhuisvesting met detwee tranches (2022 en 2023) een bijdrage geleverd aan ruim 19.000geclusterde woningen die al gebouwd zijn of gebouwd worden. Voor destimuleringsregeling Zorggeschikte woningen waren tot 1 juni aanvragengedaan voor in totaal 1.700 woningen.Definities monitoringOm gemeentes en andere partijen te ondersteunen bij het aanleveren vande juiste data en om te werken met een eenduidige monitoringsdefinitie is17Bron: rapportage ABF «Inventarisatie plancapaciteit najaar 2023»18Hierbij zijn meergezinswoningen kleiner dan 50m_ uitgesloten gezien deze hoogstwaar-schijnlijk niet zelfstandig zijn en zijn woningen groter dan 150m_ ook uitgesloten gezien dezeover het algemeen uit meerder verdiepingen bestaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 389, nr. 12711 er een ondersteuningstool ontwikkeld. Deze tool dient als handvat bij hetinvullen van monitoringsgegevens en zorgt voor eenduidig gebruik vande definities voor ouderenhuisvesting. Dit voorkomt ook dubbeltellingen.De eerste versie is na het verwerken van feedback gedeeld met een aantalstakeholders en dataleveranciers. De tool wordt verwerkt in de diversemonitoringsinstrumenten.DatadashboardDe komende periode zullen steeds meer gegevens gepubliceerd worden,waaronder de Monitor Ouderenhuisvesting, onderzoek naar doorstromingen verhuisketens en dVi gegevens van de corporatiesector. Het streven isom de rest van het jaar het monitoringsplan verder uit te werken en in deloop van 2024 een dashboard te ontwikkelen waarin de gebundeldeinformatie inzicht biedt in de voortgang van het programma.Tot slotSinds de lancering van het programma Wonen en zorg voor ouderen eind2022 is er veel in gang gezet. Bij de start van het programma was het nogonduidelijk wat er precies voor ouderen gebouwd moest worden, wistenzorg- en bouwpartijen elkaar beperkt te vinden en was er geen zicht op deopgave, planvorming en realisatie van ouderenhuisvesting. Inmiddelsstaat de bouwopgave voor ouderen duidelijk op de agenda, zijn heel veelbouw- en wooninitiatieven van de grond gekomen, en is de betrokkenheidvan partijen uit zowel het woon- en zorgdomein en ouderen zelf nationaal,regionaal en lokaal verstevigd en bestendigd. Tegelijkertijd zien we nogeen grote uitdaging om daadwerkelijk te komen tot voldoende realisatievan deze woon- en leefomgevingen voor ouderen. Daar moeten we metz’n allen de komende periode keihard aan blijven werken. Door de inzetvan alle betrokken partijen heeft dit programma de afgelopen anderhalfjaar gezorgd voor een sterke basis waar de komende jaren op kan wordenvoortgebouwd, met als doel voldoende passende woningen voor ouderenin een uitnodigende leefomgeving.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.M. de JongeDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,C. HelderTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 389, nr. 12712

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 19397198ab3b61d4

14 okt 2026 · 44938acdba340abc

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.