Beleidsreactie onderzoeksrapport Druk op de Keten
Brontekst
Versie e46db97d5cbabcdb · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 839JeugdzorgNr. 1050 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 december 2024Met deze brief bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris Participatie en Integratie,mijn beleidsreactie aan op het rapport «Druk op de Keten» van Beren-schot. Mijn voorganger zond het rapport op 18 december 2023 aan u toe.1Vanuit de zorg, het gespecialiseerd onderwijs en de kinderopvang zijn eral geruime tijd signalen over stijgende aanmeldingen en toenemendewachtlijsten voor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte.Berenschot heeft daarom in 2023 op verzoek van VWS, OCW, en SZWonderzoek gedaan naar de druk in de keten van kinderopvang, onderwijsen zorg bij kinderen in de leeftijdsgroep 0–13 jaar met een ondersteu-ningsbehoefte op het gebied van gedrag, sociaal-emotionele of cognitieveontwikkeling of fysieke of geestelijke gezondheid. Het doel van hetonderzoek was inzicht krijgen in hoe de druk in de keten zich ontwikkelt,waar in de keten de druk zich concentreert en welke trends en factorenhierachter schuilgaan.Het rapport biedt waardevolle inzichten in de uitdagingen en knelpuntenbinnen de keten van kinderopvang, onderwijs en zorg. In deze brief geef ikde belangrijkste bevindingen van het rapport weer en geef ik aan welkemaatregelen ik samen met mijn collega-bewindspersonen van SZW enOCW neem om de druk in de keten van kinderopvang, onderwijs en zorgte verlagen. Zodat deze kinderen de ondersteuning krijgen die zij nodighebben, of dat in de kinderopvang, in het onderwijs of vanuit de zorg is.Belangrijkste bevindingenHet onderzoek laat zien dat de druk op de keten van kinderopvang,onderwijs en zorg voor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte istoegenomen in de periode 2016–2019. Dit uit zich onder meer in bezet-1Kamerstukken II, vergaderjaar 2022–2023, 31 839, nr. 990 kst-31839-1050ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10501 tingsgraden en lange wachtlijsten. Deze uitkomst is niet nieuw, het is eenbeeld dat al eerder in gesprekken met gemeenten, kinderopvangorgani-saties, professionals, ouders naar voren kwam en in eerdere onderzoeks-publicaties is gedeeld.2 Dit onderzoeksrapport Druk op de Keten geeft eencijfermatige onderbouwing van de ervaren druk voor de periode2016–2019. De cijfers over 2020 waren niet bruikbaar, omdat deze eenvertekend beeld gaven door de genomen coronamaatregelen.3 Uit hetkwalitatieve deel van het onderzoek komen wel signalen dat de druk na2019 verder is opgelopen.Druk op ondersteuning in de kinderopvangBinnen de kinderopvang is bij 9 procent van de kinderen sprake vangeregistreerd gebruik van ondersteuning. Dit percentage is over deperiode van 2016–2019 met 12 procent gestegen.4 Voor kinderen die extraondersteuning nodig hebben in hun (taal)ontwikkeling is voorschoolseeducatie beschikbaar. Het aantal kinderen met een indicatie voorvoorschoolse educatie en het aantal beschikbare kindplaatsen is stabieltussen 2016 en 2019.5Druk op de keten in dagbesteding en dagbehandelingHet aantal kinderen met dagbesteding in het kader van de Jeugdwet namtoe met 16 procent tussen 2016–2019. De onderzoekers constateren dathet aantal kinderen met dagbehandeling in het kader van de WetLangdurige Zorg (Wlz) in de periode 2016–2019 is afgenomen; de afnamevindt vooral plaats in 2016–2018 en de cijfers blijven daarna stabiel. Deafname tussen 2016 en 2017 is vermoedelijk mede een gevolg van hetbeëindigen van het overgangsrecht voor Wlz-indiceerbaren.Uit de enquête blijkt dat het aantal kinderen op een medisch kinderdagver-blijf (MKD) en kinderdagcentra (KDC) toeneemt, bij het KDC zijn debezettingsgraden hoog en nemen de wachttijden toe. Mogelijk zitten erkinderen op een KDC die eigenlijk op een andere plek terecht zoudenmoeten kunnen maar daar – bijvoorbeeld vanwege wachtlijsten bij hetgespecialiseerd onderwijs vooralsnog niet terecht kunnen.Druk op (ondersteuning in) in het (gespecialiseerd) onderwijsBinnen het regulier basisonderwijs is bij zo’n 14 procent van de kinderensprake van geregistreerd gebruik van ondersteuning. Dit percentage isover de periode 2016–2019 met (afgerond) 9 procent gestegen. Ook in hetspeciaal basisonderwijs neemt het percentage kinderen met geregistreerdgebruik van ondersteuning iets toe. In het speciaal onderwijs zien we geenvergelijkbare stijging van gebruik van ondersteuning.Het aantal kinderen van 3 tot 13 jaar ingeschreven in het speciaalonderwijs is in de periode 2016–2019 wel gestegen met 12 procent en inhet speciaal basisonderwijs met (afgerond) 8 procent. De cijfers van deStaat van het Onderwijs uit (2023) laten zien dat de stijging van leerlingenin het gespecialiseerd onderwijs vooral cluster 3 (leerlingen met eenlichamelijke of verstandelijke handicap en langdurig zieke leerlingen(somatisch) en cluster 4 (leerlingen met psychische stoornissen en2Motivaction (2022), Kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van ouders en Kantar Public(2022), Plusopvang in Nederland, een verkenning.3De cijfers waren lager doordat er minder gebruik kon worden gemaakt van extra ondersteuningin de coronaperiode.4Het eerder genoemde percentage (9%) is gestegen (met 12%).5Inspectie van het Onderwijs (2024), Landelijk Rapport LEA/vve 2022/2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10502 gedragsproblemen) betreft.6 In cluster 1 (leerlingen met visuelebeperking) en cluster 2 (leerlingen met auditieve en/of taalkundigebeperking) is het aantal vrijwel stabiel gebleven.Kenmerken van de kinderen met ondersteuning en de aard van deondersteuningBinnen de leeftijd 0–13 jaar, nam het gebruik van ondersteuning hetsterkst toe bij kinderen van 4 tot en met 7 jaar. Kinderen met eenmigratieachtergrond, vooral uit Turkije en de Nederlandse Cariben,maakten relatief vaker gebruik van ondersteuning. Daarnaast was hetgebruik van ondersteuning zowel tijdelijk als structureel van aard. Eengroot deel van het gebruik van ondersteuning in de onderzochte periodeis tijdelijk; 34 procent van de kinderen heeft een jaar later geen onder-steuning meer nodig. Tegelijkertijd blijft 45 procent van de kinderenlangdurig (minimaal 5 jaar) gebruik maken van ondersteuning.Verklarende factoren voor de druk op de keten:Uit het onderzoek zijn verschillende verklarende factoren gevonden diebijdragen aan de druk in de keten:−De schaarste in de keten leidt tot opwaartse druk. Bijvoorbeeld, doorpersoneelstekorten worden kinderen met complexe ondersteuning«doorgeschoven» en is er momenteel vaak geen tussenoplossing. Bijgebrek aan passende lichtere vormen van aanbod wordt er dangebruikgemaakt van het zwaardere, specialistische aanbod. Door depersoneelstekorten blijkt het moeilijk om snel en adequaat in tekunnen spelen op de ondersteuningsbehoeften van kinderen in dekinderopvang, onderwijs en zorg.−Verkokering van wet- en regelgeving maakt het moeilijk om domeinoverstijgend samen te werken en op casusniveau tot goede oplossin-gen te komen.−De druk op gezinnen neemt toe door instabiliteit in het gezin. Bijvoor-beeld door vechtscheidingen, psychische problemen of chronischeziekten bij ouders en geldzorgen en armoede in gezinnen. Dit heeftinvloed op de ontwikkeling van kinderen en de ondersteuning die zijnodig hebben.−Maatschappelijke factoren zoals de psychologisering, medicaliseringen individualisering van maatschappelijke problemen, de prestatiedrukin het onderwijs en de individualisering van de samenleving, waardoorgezinnen minder steun ervaren en krijgen van hun sociale netwerk.Reactie op het rapportHet rapport van Berenschot laat een serieus probleem van toenemendedruk op de gehele keten zien in de periode 2016–2019, wat zorgelijk isomdat hierdoor kinderen niet altijd de juiste ondersteuning ontvingen ensoms voor een langere of korte periode thuis komen te zitten. Ditprobleem is een bevestiging van wat eerder in gesprekken en onder-zoeken met stakeholders is aangegeven en ook nu nog steeds actueel is.De druk op de keten heeft een ingrijpende werking op gezinnen. De stresskan oplopen voor ouders, verzorgers en kinderen en de bestaandeproblemen kunnen verergeren. Thuiszittende kinderen kunnen vereen-zamen en sommige ouders en/of verzorgers van deze kinderen voelen zichgedwongen om minder te gaan werken om voor hun kind te zorgen,waardoor ouders minder verdienen of zelfs in financiële problemenkomen. Ik deel samen met mijn collega’s van SZW en OCW de urgentiedie blijkt uit het onderzoek. Wij zien de noodzaak om maatregelen te6Inspectie van het Onderwijs (2023). Staat van het Onderwijs, p. 110Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10503 nemen en er is een grote wil om tot oplossingen te komen. Ook blijkt uithet onderzoek dat er geen gemakkelijke of eenduidige oplossing is voorhet oplossen van de wachtlijsten en het verminderen van de druk in deketen van kinderopvang, gespecialiseerd onderwijs en zorg/jeugdhulpvoor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte. In het onderzoeks-rapport is een aantal aanbevelingen genoemd voor het verminderen ofvoorkomen van (verdere) druk op de keten. In onderstaande reactie neemik de voorgestelde oplossings- en denkrichtingen waar passend mee. Dezezijn besproken met de deelnemers van de onderwijszorgtafel.7Het is van belang om te benadrukken dat wij ons willen richten op hetvoorkomen (en het verergeren) van problemen, waarbij nadrukkelijk meeraandacht is voor de sociale context van een kind. Het onderzoek laatnamelijk zien dat niet alleen de druk op de keten toeneemt, maar ook dedruk op gezinnen. Zowel de kern van het probleem, als de beste oplos-singen, zitten vaak in het systeem om het kind heen en niet in oplossingenvoor het individuele kind. Het uitbouwen van «speciaal» of «aanvullend»aanbod voor individuele kinderen is daarmee niet het ultieme doel. Watcentraal staat is dat kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte netals andere kinderen kunnen leren en ontwikkelen met leeftijdsgenoten uitde buurt. De gezamenlijke visie van VWS, OCW, SZW is dan ook dat weinzetten op zoveel mogelijk inclusieve oplossingen, waardoor kinderenmet een extra ondersteuningsbehoefte op hun reguliere opvanggroep-en/of onderwijs passend kunnen worden ondersteund.8 Daarnaast strevenwe naar een betere verbinding tussen zorg, onderwijs en kinderopvangdoor te werken aan het vereenvoudigen van regelgevingen het vermin-deren van administratieve lasten. Het is dan ook onze prioriteit omverbeteringen aan te brengen in de stelsels en de samenwerkingdaartussen. Wij zetten in op de volgende acties om de druk op de ketenvan kinderopvang, onderwijs en zorg te verlichten en de ondersteuningaan kinderen te verbeteren:1.een sterke pedagogische basis rond het jonge kind (0–6 jaar);2.inzetten op voldoende capaciteit in de keten en wachtlijsten en -tijdenaanpakken;3.stimuleren van inclusievere vormen van kinderopvang en onderwijs;4.de toerusting en ondersteuning van professionals;5.en het vereenvoudigen van regelgeving.Hier stappen in zetten is niet alleen een opgave voor de rijksoverheid. Erligt een belangrijke opgave bij de gemeenten, de kinderopvang,onderwijs, jeugd(gezondheids-)zorg en professionals. We zien dat er opheel veel plekken in Nederland al wordt samengewerkt om op kortetermijn te werken aan verlichting van de druk in de keten. Zo wordt er ineen aantal gemeenten extra geïnvesteerd in meer KDC-plekken en extraplusgroepen in de kinderopvang opgericht; onderwijs-jeugdhulparrangementen ingezet om de combinatie van onderwijs en zorg mogelijkte maken en worden kinderen in startklassen voorbereid op een schoolsesetting. Onze landelijke inzet is erop gericht deze acties te versterken enknelpunten weg te nemen voor duurzame oplossingen.7PO-raad, VO-raad, MBO-raad, sectorraad GO, sectorraad SWV VO, VNG, GGD GHORNederland, de Nederlandse GGZ, Jeugdzorg NL, NJi, BMKO, ONS, VOBC, IGJ, NCJ, Ouders &Onderwijs, PerSaldo, Ieder(In), Gedragswerk, OZJ, GO, Met Andere Ogen, SWV PO, StichtingVoor werkende ouders, JongPIT, Sociaal Werk Nederland, ActiZ Jeugd.8Zie het Beleidskader: Met elkaar voor alle kinderen en jongeren werken aan een inclusieveleeromgeving (2024)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10504 Een sterke pedagogische basis rond het jonge kind (0–6 jaar)Op het fundament van de eerste 1.000 dagen, vanaf 10 maanden voor degeboorte tot ongeveer twee jaar, bouwen we de rest van ons leven verder.De eerste levensjaren zijn daarmee cruciaal voor de ontwikkeling van eenkind. De omstandigheden waarin een kind wordt verwekt, geboren, groeiten zich ontwikkelt in de eerste 1.000 dagen, bepalen in grote mate dekansen voor later. Kinderen die geen goede start hebben, ontwikkelen zichminder goed en hebben grotere kans op fysieke, mentale en socialeproblemen later. Gemeenten, bestuurders, beleidsmakers en professi-onals hebben een belangrijke rol hierin. Zo kunnen gemeenten inzetten opeen «Kansrijke Start aanpak», zodat (aanstaande) ouders tijdig de juistezorg en ondersteuning ontvangen, aansluitend op hun hulpbehoefte. Ookkunnen gemeenten bepalen welke kinderen in aanmerking komen voorvoorschoolse educatie, waardoor vroegtijdig kan worden ingezet op hetstimuleren van de ontwikkelingskansen, zoals de taalontwikkeling.Tenslotte hebben gemeenten de mogelijkheid om de samenwerkingtussen professionals en het informeel netwerk te versterken. Als ouderszich gesteund voelen, worden zij versterkt in hun ouderschap en zijn zijbeter in staat om hun kind een goede start te bieden.Om de ontwikkelingskansen van kinderen te vergroten, door de pedago-gische basis rondom jonge kinderen te versterken, zet het Kabinet, zoalsreeds naar uw Kamer gecommuniceerd, in op de volgende acties:Kansrijke Start; Programma Ontwikkeling Jonge Kind; Voor- en vroeg-schoolse Educatie; de Hervormingsagenda Jeugd9; Herstelplan kwaliteitfunderend onderwijs10 en de verbeteraanpak passend onderwijs en debeweging naar inclusief onderwijs.11 De aanpak Integrale vroeghulp (IVH)bestaat circa 25 jaar en is ontwikkeld voor diagnostiek en vroegtijdige zorgaan kwetsbare kinderen van nul tot zeven jaar met een (dreigende)ontwikkelingsachterstand, die wordt veroorzaakt door een beperking,gedragsproblemen en/of een chronische ziekten. Ik wil graag de opgedanekennis en netwerkvorming van Integrale vroeghulp input laten zijn voorde beweging naar de voorkant in het sociaal domein. Ik laat onderzoekuitvoeren om inzicht te krijgen of en op welke manier gemeenten IVHinzetten en welke andere werkwijzen voor vroegtijdige signalering envroeghulp worden ingezet voor de hierboven genoemde groep.Nieuw is de focus binnen de verbindingsroute opvang, onderwijs en zorgop een sterke pedagogische basis rond het jonge kind (0–6 jaar), waarin er(nog meer) integraal en inclusief zal worden gewerkt. De inzet op depedagogische basis legt de nadruk op de verbinding tussen kinderopvang,jeugd(gezondheids-)zorg en onderwijs en vormt een aanvulling op waarmomenteel aan wordt gewerkt in Nederland. Daarom hebben partijen12op 18 juni jl. afspraken gemaakt over de «de verbindingsroute opvang,onderwijs en zorg». Afgesproken is dat partijen zich niet meer richten openkel de steun en zorg aan individuele kinderen, maar zich juist gaanconcentreren op het toerusten van ouders/verzorgers, professionals en deleefomgeving. Er is een kwartiermaker aangesteld voor het vormgevenvan een lerende aanpak van de verbindingsroute opvang, onderwijs enzorg.9Zie de agenda Hervormingsagenda Jeugd 2023–2028 (2023)10Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 76211Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 47512OCW, VWS, SZW, VNG, PO-raad, VO-raad, MBO Raad, AVS, sectorraad GO, Netwerk LPO enSectorraad SWV VO, GGD GHOR Nederland, Jeugdzorg Nederland, de Nederlandse GGZ,VGN, VOBC, Sociaal Werk Nederland, Actiz, Branche Maatschappelijke Kinderopvang, BrancheKinderopvang, Ouders & Onderwijs, JongPIT, PerSaldo, Ieder(in), Met Andere Ogen en NJi.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10505 Inzetten op voldoende capaciteit in de keten en wachtlijsten en -tijdenaanpakkenPersoneelstekorten in kinderopvang, het onderwijs en de jeugdhulpmaken dat problemen verergeren in plaats van snel worden opgepakt.Onder andere door personeelstekorten krijgen de desbetreffende kinderengeen tijdige hulp, waardoor problemen groter kunnen worden. Om beterzicht te krijgen op de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs wordter conform de motie van de leden Kwint/Van den Hul (SP/PvdA)13 tot enmet 2027 tweemaal per jaar een vragenlijst onder schoolbesturen in hetgespecialiseerd onderwijs uitgezet. Met de meest recent verzondenverzamelbrief van OCW is het eerste onderzoeksrapport naar uw Kamergestuurd.14 Middels de motie van het lid Hagen (D66)15 heeft uw KamerOCW opgeroepen om te komen tot een aanpak voor het terugdringen vande wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs en deze te verbinden aande aanpak voor de wachttijden in de jeugdzorg. Via de voortgangsrap-portage over de Verbeteraanpak passend onderwijs16 is uw Kamer aluitgebreider geïnformeerd over welke stappen er op de korte en middel-lange termijn gezet kunnen worden om de wachtlijsten in het gespeciali-seerd onderwijs terug te dringen. In het kort wordt gewerkt aan:−Korte termijnoplossingen: verspreiden van goede voorbeelden (vantussenvoorzieningen) om regulier en gespecialiseerd onderwijs beterop elkaar aan te laten sluiten.−Middellange termijnoplossingen: onderzoek naar het beter stroomlij-nen van de aanmeldprocedure en de afgifte van toelaatbaarheidsver-klaringen zodat scholen beter kunnen anticiperen op de instroom.−Lange termijnoplossingen: versterken van de pedagogische basis eninzet naar meer inclusief en passend aanbod in de opvang enonderwijs te realiseren.Vanuit VWS en de VNG is er de «Aanpak Wachttijden» die jeugdhulpre-gio’s ondersteunt bij het in samenhang aanpakken van oorzaken vanwachttijden en daardoor meer grip krijgen op de in-, door- en uitstroomvan jeugdigen in de jeugdzorg. De Aanpak Wachttijden richt zich op hetaanbrengen van verbeteringen in het regionale systeem, inclusief meerdata gedreven werken, met als doel wachttijden duurzaam terug tedringen. Over de voortgang van de Aanpak Wachttijden wordt jaarlijksaan de Tweede Kamer gerapporteerd.17Stimuleren van inclusievere vormen van kinderopvang en onderwijsDe inzet vanuit het kabinet op het stimuleren van inclusievere vormen vankinderopvang en inclusief onderwijs richt zich op het creëren van(leer)omgevingen waarin alle kinderen welkom zijn op een locatie dichtbijhuis en waarin kinderen zich, binnen hun mogelijkheden, optimaal kunnenontwikkelen. Als meer kinderen terecht kunnen voor passende onder-steuning binnen een reguliere setting, neemt de druk op gespecialiseerdesettingen af. Ons uitgangspunt is dat het onderwijs en de kinderopvang zoinclusief mogelijk zijn. Dit uitgangspunt sluit aan bij de doelstellingen uitde Nationale strategie voor de implementatie van het VN-verdragHandicap18,19 die 9 februari 2024 naar uw Kamer is verzonden. Gerela-teerde doelstellingen voor 2040 zijn: «Ieder kind is welkom op de13Kamerstukken II 2020/21, 31 497, nr. 37714Kamerstukken II, 2023/24, 31 293, nr. 73815Kamerstukken II 2023/24, 36 410 VIII, nr. 21.16Kamerstukken II, 2023/24, 31 497, nr. 47517Zie de voortgangsrapportage Aanpak Wachttijden (2023)18College voor de Rechten van de Mens (2024), Convention on the Rights of Persons withDisabilities19Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 309Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10506 kinderopvang en op school.» en «Passende zorg en ondersteuning isbeschikbaar, dit vormt geen belemmering om te kunnen leren enontwikkelen».We stimuleren de doorontwikkeling van inclusieve vormen van kinder-opvang.20 Er zijn mooie praktijkvoorbeelden van inclusievere en passendekinderopvang en voorschoolse educatie, maar de informatie is nog teversnipperd en wordt beperkt verspreid en benut. Daarom zetten we in opkennisdeling. Het Ministerie van SZW heeft in samenspraak met OCW enVWS een kennismiddag georganiseerd en is een handreiking aan hetontwikkelen om kinderopvangorganisaties en gemeenten op weg tehelpen inclusievere vormen van kinderopvang te realiseren en pedago-gisch professionals te equiperen om kinderen (en hun ouders) goed tekunnen begeleiden in hun ontwikkeling. Daarnaast verkennen we welkebehoefte er verder is aan kennisdeling en op welke manier hier invullingaan kan worden gegeven. In de handreiking zullen ook voorbeelden enpraktische handvatten komen om partijen te stimuleren meer buiten-schoolse opvang (bso) bij scholen voor speciaal (basis)onderwijs terealiseren. Het aanbod van bso met extra ondersteuning (bso plus) voorkinderen die naar het gespecialiseerd onderwijs is beperkt, mede omdathet wettelijk niet verplicht is voor deze scholen om bso aan te bieden. Ditis een vaak en lang gehoord probleem. Het ontbreken van een toereikendaanbod zorgt er daarnaast voor dat er soms (onnodig) gebruikgemaaktwordt van het zwaardere, specialistische jeugdaanbod. Via kennisdelingwil ik en mijn collega-bewindslieden het veld helpen om meer bso (plus)aanbod van de grond te krijgen en die waar mogelijk aansluit bij eenreguliere bso. Naast kennisdeling willen we onderzoeken wat er verdernodig is om de samenwerking tussen de sectoren te verbeteren enintensiveren. Daarbij willen we de mogelijkheid van een wettelijkeverplichting ook onderzoeken. Samen met alle partners in het veld beraadik mij in samenspraak met OCW en SZW op de verdere stappen die nodigzijn om te verzekeren dat in 2040 ieder kind echt welkom is op dekinderopvang.In mei van dit jaar is uw Kamer geïnformeerd over de stand van zaken vande verbeteraanpak passend onderwijs. Met de verbeteraanpak wordt opverschillende manieren gewerkt aan verbeteringen in het stelsel, want elkkind en iedere jongere heeft recht op onderwijs dat bij hem of haar past,of het nu gaat om leerlingen die iets extra’s nodig hebben of niet. Hetafgelopen jaar is op belangrijke terreinen flinke vooruitgang geboekt. Zobieden de meeste scholen passende ondersteuning en versterken we depositie van ouders en leerlingen, bijvoorbeeld met een wet waarmeehoorrecht voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte verplichtwordt. Hiermee zorgen we ervoor dat kinderen mee kunnen praten overwat ze nodig hebben. Ook zijn vanaf 1 januari 2025 ouder- en jeugdsteun-punten in ieder samenwerkingsverband passend onderwijs verplicht waarouders en kinderen terecht kunnen voor meer informatie over passendonderwijs. Met het Experiment Onderwijszorgarrangementen maken wemeer maatwerk mogelijk voor leerlingen die een complexe ondersteu-ningsbehoefte hebben.Steeds meer scholen in het primair en voortgezet onderwijs gaan ook aleen stap verder naar inclusief onderwijs, waarbij er nog meer kinderenwelkom zijn op een school in de buurt, waar ze zich samen kunnenontwikkelen, leren en deelnemen ook als er extra ondersteuning nodig is.De ambitie om dit op meer plekken te realiseren is verder uitgewerkt inhet beleidskader «Met elkaar voor alle kinderen en jongeren: werken aaneen inclusieve leeromgeving», dat in het voorjaar aan uw Kamer is20Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, nr. 513Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10507 gestuurd.21 Ook bij inclusief onderwijs zal er altijd een vorm van gespecia-liseerd onderwijs blijven bestaan voor leerlingen voor wie dit nodig is. Derealisatie van inclusief onderwijs is een proces dat met alle betrokkenpartijen zorgvuldig, gedegen en duurzaam vormgegeven moet worden.Bovendien biedt de beleidsregel inclusieve leeromgeving regulierescholen en scholen voor gespecialiseerd onderwijs de mogelijkheid omintensief samen te werken. Met deze beleidsregel kunnen groepenleerlingen vanuit het regulier en speciaal onderwijs makkelijker samenonderwijs volgen.Toerusting en ondersteuning van professionalsNaast passend en geschikt aanbod in kinderopvang en onderwijs willenwe stimuleren dat er vroegtijdig wordt gesignaleerd om te voorkomen datproblemen of ontwikkelings- en/of onderwijsachterstanden erger worden.Het is dan ook belangrijk dat leraren en pedagogisch medewerkers goedworden geschoold, voorbereid en ondersteund, bijvoorbeeld doorprofessionals uit de (jeugdgezondheid-)zorg. Professionals in de kinder-opvang, onderwijs en zorg werken steeds meer en beter samen omkinderen een goede en stabiele plek met juiste ondersteuning bieden.Deze ontwikkeling willen we verder stimuleren.De jeugdgezondheidszorg (JGZ) kan een rol spelen in brede teams vanexperts die door gemeenten ingesteld worden om te kijken of en welkezorg voor het kind nodig is en ouders ondersteunen. De JGZ ziet bijna allekinderen. Op grond van het Basistakenpakket JGZ signaleert en geeft deJGZ voorlichting, advies, instructie en begeleiding. De JGZ-professionalshebben brede sociaal-medische kennis van het opgroeiende kind, vangezondheidsbevordering en van de invloed van de leefomgeving op degezondheid van mensen. Met de uitvoering van het Basistakenpakket JGZ,het Rijksvaccinatieprogramma, de hielprik- en gehoorscreening krijgt deJGZ kinderen en jongeren in verschillende fasen van hun leven te zien. DeJGZ-professionals kunnen hiermee de eigen kracht van kinderen,jongeren en ouders ondersteunen, versterken en (indien mogelijk) kunnenervaren problemen worden genormaliseerd. Daarnaast kan de JGZ ookworden ingezet vanuit de Jeugdwet voor het uitvoeren van preventieveinterventies. Door meer advies en ondersteuning te bieden bij lichtereproblematiek, kunnen we mogelijk voorkomen dat kinderen en jongerenzwaardere hulp nodig hebben en op wachtlijsten terecht komen, terwijlhun problemen intussen verergeren. Daar waar nodig kan de JGZdoorverwijzen naar specialistische zorg. De JGZ kan gelet op hetvoorgaande een grote rol spelen in de gehele preventieketen voor hetkind op lokaal niveau. Door een vast onderdeel te zijn van de hierbovengenoemde brede teams kan sneller vanuit het kind en gezin wordenbezien wat nodig is aan voorlichting, ondersteuning of zorg. Gewerktwordt aan een handreiking voor gemeenten omtrent de positionering vande JGZ in de preventieketen van het kind en de relatie tot brede teams omgemeenten hierop meer inzicht te geven.Het Ministerie van SZW verkent oplossingsrichtingen om ouderbetrok-kenheid, waarbij steeds vaker wordt gesproken over pedagogischpartnerschap, in de kinderopvang te versterken. Als nog meer pedago-gisch professionals goed geëquipeerd zijn en ondersteund worden omgelijkwaardig en effectief samen te werken met ouders in de ontwikkelingen opvoeding van kinderen, dan kan dit bijdragen aan het afremmen vande vraag naar extra ondersteuning op individueel kindniveau. Onderzoeklaat zien dat pedagogisch partnerschap, bijdraagt aan de kwaliteit vankinderopvang en daarmee de ontwikkeling van kinderen. De oudercon-21Bijlage bij Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 475.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10508 tacten in de kinderopvang zijn de afgelopen jaren echter teruggelopen22en ouders en pedagogisch professionals kijken verschillend naar de rolvan kinderopvang in de ontwikkeling en opvoeding van kinderen23 Er zijnsignalen dat pedagogisch professionals soms moeite of te weinig ruimtehebben om goed contact te maken en onderhouden met ouders. Als erdan later zorgen zijn over de ontwikkeling van kinderen, is het eenuitdaging voor hen om deze zorgen te bespreken met ouders. Daarom ishet Ministerie van SZW een traject gestart om samen met eindgebruikers,pedagogisch professionals en ouders, en experts uit praktijk, wetenschapen beleid tot oplossingen te komen om de samenwerking met ouders inde kinderopvang te versterken.Om leraren goed te kunnen ondersteunen in het onderwijs heeft hetMinisterie van OCW een verdiepend onderzoek uit laten voeren onderleraren in het funderend onderwijs, gespecialiseerd onderwijs en mbo,waarbij is gekeken naar de toerusting en ondersteuning van leraren. Eenspecifieke beleidsreactie op dit onderzoek volgt begin volgend jaar.Daarnaast wordt de inrichting van een doorlopende leer- en professionali-seringslijn voor leraren opgepakt in de groeifondsaanvraag NationaleAanpak Professionalisering Leraren. Om te zorgen dat er voor allekinderen nu en in de toekomst een goede plek in het onderwijs is, is hetbelangrijk dat er voldoende en goed toegerust onderwijs- en zorgper-soneel is en dat leraren en schoolleiders de juiste ondersteuning krijgen.Dit krijgt bijvoorbeeld vorm in multidisciplinaire teams op school, daarbijwordt de expertise van het gespecialiseerd onderwijs, jeugdhulp en dejeugdgezondheidszorg onderdeel van het netwerk in en om de school. Ditbetekent dat de benodigde ondersteuning op alle scholen beschikbaar isvoor zowel de leerlingen als de leerkrachten. Verder blijven wij samen metalle partners uit het veld stappen zetten om de ondersteuning voorkinderen te verbeteren. Bijvoorbeeld door het verzuimbeleid van scholente versterken, in te zetten op digitaal onderwijsafstandsonderwijs en demogelijkheden voor maatwerk te vergroten. Het werk van samenwer-kingsverbanden passend onderwijs is daarbij van groot belang. Samen-werkingsverbanden hebben de taak om samen met de schoolbesturenervoor te zorgen dat alle leerlingen die het nodig hebben een passendeplek in het onderwijs krijgen. Hiervoor is het van belang is dat alle actorenin binnen passend onderwijs weten waarvoor ze verantwoordelijk zijn enwat hun taken zijn. Daarom is onlangs een het programma van eisenvernieuwd waarin verduidelijkt is wat de taken, bevoegdheden enverantwoordelijkheden van samenwerkingsverbanden zijn. Hiermeemaken we duidelijk wat we precies verwachten van schoolbesturen ensamenwerkingsverbanden, wat zij van elkaar mogen verwachten en waarze elkaar op kunnen aanspreken als het gaat om passend onderwijs.Vereenvoudigen regelgeving: samenwerking en uitwisseling vanprofessionals bevorderenWaar mogelijk zet het Rijk in op het vereenvoudigen van wet- enregelgeving, wat ten goede komt aan de samenwerking tussen professi-onals. Bijvoorbeeld middels de Wet aanpak meervoudige problematieksociaal domein (WAMS)24, die beoogt knelpunten weg te nemen in relatietot gegevensuitwisseling en privacy in het sociaal domein bij de aanpakvan meervoudige problematiek.22Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang (2024), De kinderdagopvang, peuteropvang,buitenschoolse opvang en gastouderopvang in beeld – Gecombineerde metingen 2017–202323Kennisplatform Werk en Inkomen (2024), Ervaringen met kinderopvang24Kamerstukken II, vergaderjaar 2022–2023, 36 295, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10509 Het is belangrijk dat er voldoende maatwerk kan worden geboden in deomgeving binnen de klas. Binnen deze leeromgeving is het belangrijk dater voldoende ruimte is om af te wijken van de standaard in het onderwijs-programma, bijvoorbeeld door (deels) digitaal afstandsonderwijs, af tewijken van de onderwijstijd en tempo en differentiatie in de leerstof. Viaverschillende delen van de Verbeteraanpak Passend Onderwijs werken weaan het verruimen van de mogelijkheden voor maatwerk, zoals via hetActieprogramma Digitale School, het Experiment Onderwijszorgarrange-menten en bijbehorende wetstrajecten.Daarnaast werken OCW en VWS aan de verbeteraanpak Zorg in Onder-wijstijd25 waarmee de organisatie van zorg in onderwijstijd eenvoudigermoet worden om zo de administratieve lasten te verminderen. Er volgteen leidraad voor schoolbesturen, samenwerkingsverbanden, gemeentenen zorgkantoren om hen te ondersteunen bij het realiseren van eencollectieve inzet van jeugdhulp en zorg op school. Daarnaast wordenvoorbereiding getroffen voor mogelijke aanpassingen in wetgeving.Inclusief onderwijs vraagt ook om aanpassing van wet- en regelgeving.Met de beleidsregel Inclusieve leeromgeving kunnen scholen voorregulier en speciaal onderwijs intensiever samenwerken en zo een startmaken met inclusief onderwijs. Zo kunnen alle (of een deel van de)leerlingen van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs of speciaalbasisonderwijs volledig naar een reguliere school (dit kan ook een schoolvoor praktijkonderwijs zijn). Hiermee onderzoekt OCW wat het effect isvan een bepaalde wijziging in de wetgeving op inclusief onderwijs.Tenslotte werken de verschillende VOG’s voor personeel in de kinder-opvang, onderwijs en zorg belemmerend om uitwisseling van professi-onals te bevorderen. In de Kamerbrief «Stand van zaken rond deVerklaring Omtrent het Gedrag in het primair en voortgezet onderwijs» isde Kamer geïnformeerd over dat vanaf 1 juli 2024 een VOG kinderopvangvolstaat voor onderwijsprofessionals die in het primair onderwijs werken.Een aparte VOG voor het primair onderwijs is niet meer nodig. De nieuwemaatregel bespaart scholen en werknemers tijd en geld en maakt hetgemakkelijker op in beide sectoren te werken. Daarnaast wordt verkend ofperiodieke en continue screening (de standaard in de kinderopvang) ookvoor het onderwijs kan gelden, waardoor het uitwisselen van personeelnog eenvoudiger wordt.26 Mijn ministerie is ook een verkenning gestart ofdit een oplossing kan bieden om het eenvoudiger te maken dat jeugdzorg-personeel kan worden ingezet in de kinderopvang.Door bovenstaande acties te implementeren, verlichten we op de langetermijn de druk op de keten en zorgen we voor een veerkrachtiger enbeter geïntegreerd systeem voor kinderopvang, onderwijs en zorg endaarmee voor betere ondersteuning aan kinderen en hun ouders. Hieroverzullen we uw Kamer via bestaande voortgangrapportages vanuit deministeries informeren.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V.P.G. Karremans25Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 47526Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 27 923, nr. 491Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 105010
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.