KamerkringInloggen
Kamerbrief

Toezeggingen gedaan tijdens Commissiedebat Participatiewet op 16 januari 2025 en enige andere onderwerpen

3 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 727fefa8272cec2d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202534 352Uitvoering en evaluatie ParticipatiewetNr. 343 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juli 2025In het Commissiedebat Participatiewet van 16 januari 2025 heb iktoegezegd uw Kamer dit voorjaar te informeren over een zestal toezeg-gingen. Tevens wil ik uw Kamer informeren over de uitvoering van driemoties die zijn aangenomen op 22 april jl. in het kader van de plenairebehandeling van het wetsvoorstel Participatiewet in balans. Tenslottewordt de ombuiging op de IOAZ als vermeld in de Voorjaarsnota 2025nader toegelicht.LeeswijzerHet gaat achtereenvolgens om de volgende toezeggingen en moties:–toezegging sociale coöperatie (mw. Welzijn/NSC)–toezegging ondernemerscertificaat (dhr. Flach/SGP)–toezegging ontwikkeling jongeren in de bijstand (dhr. De Jong/PVV)–toezegging offensief om bijstandsgerechtigden aan werk te helpen ende rol van steviger handhaving (dhr. Flach/SGP)–toezegging jongeren die uitstromen uit de Jeugdzorg (mw. Welzijn/NSC)–toezegging mogelijkheden rondom cv-plicht bij uitkeringsaanvraag ofhet in kaart brengen van de vaardigheden (dhr. De Kort/VVD)–motie Van Kent c.s. over alleen giften in valuta laten meetellen voorgiftenvrijlating (Kamerstuk 36 582, nr. 55)–motie Lahlah en De Kort (Kamerstuk 36 582, nr. 57) over investeringenvan zzp’ers in de eigen onderneming niet als inkomen zien–motie Saris c.s. (Kamerstuk 36 582, nr. 59) over het bevorderen datgemeenten niet langer gebruik maken van anonieme kliklijnen–motie Flach en Inge van Dijk (Kamerstuk 36 582, nr.65) over een«Right-to-Challenge»-regeling opnemen in lagere regelgeving. kst-34352-343ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3431 Sociale coöperatieIn het debat van 16 januari 2025 heeft mevrouw Welzijn (NSC) aandachtgevraagd voor mensen die vanuit de bijstand ruimte, begeleiding enondersteuning willen krijgen om hun eigen bedrijf op te zetten onder deparaplu van een sociale coöperatie. Ik heb toegezegd met de VNG enUWV te bespreken of er wettelijke of andere belemmeringen in het veldervaren worden en dit aan de Kamer schriftelijk terug te koppelen. Metbetrekking tot de inkomstenvrijlating in de Participatiewet heb ik in hetdebat al geantwoord dat inkomstenvrijlating kan worden toegepast in deParticipatiewet. Het is aan gemeenten dit instrument – dat is bedoeld omarbeidsinschakeling te stimuleren – in te zetten.De uitvoering van de Participatiewet is gedecentraliseerd naar gemeenten.Gemeenten ontvangen hiervoor middelen van het Rijk uit het gemeente-fonds. Gemeenten hebben de wettelijke opdracht om mensen die vallenonder de doelgroep van de Participatiewet te ondersteunen richting werk.Gemeenten bepalen hoe ze daar invulling aan geven en dus hoe ze demiddelen in het gemeentefonds uitgeven. Zo kunnen gemeenten ookbestedingen doen aan en afspraken maken met een sociale coöperatieover de deelname van mensen die tot hun doelgroep behoren als parttimeondernemer aan die sociale coöperatie. Het ligt voor de hand dat daarbijafspraken worden gemaakt over het perspectief van de deelnemer en datduidelijkheid wordt geboden over de verplichtingen voor de betrokkenpartijen. De afspraken kunnen ook gaan over de bestemming van deopbrengsten die een deelnemer genereert met zijn onderneming. Zo kanbijvoorbeeld worden afgesproken dat een deel van de opbrengsten in depersoonlijke ontwikkeling van de deelnemer wordt geïnvesteerd. Deinkomstenvrijlating op basis van de Participatiewet geldt zowel voorbijstandsgerechtigden die parttime werken in loondienst als voorbijstandsgerechtigden die parttime ondernemen.UWV ondersteunt op dit moment deelname aan een sociale coöperatieniet als re-integratievorm binnen de dienstverlening aan mensen met eenUWV-uitkering. Uit een verkenning die een aantal jaren geleden doorUWV is uitgevoerd blijkt dat het daadwerkelijk genereren van inkomstenbeperkt is. Zo deze er al zijn, zijn deze ook van een wisselende omvang,wat de complexiteit bij inkomensverrekening vergroot. Daarbij is vaak niethelder in welke mate inkomsten (deels of volledig) ook weer terugstromenin de onderneming. Afhankelijk van de vorm die een sociale coöperatieaanneemt kan het daarnaast voorkomen dat deelnemers zowelwerknemer als mede-eigenaar van een coöperatie zijn, wat een complexesituatie met zich meebrengt. Deelname aan een sociale coöperatie vraagtdaarom veel van het doenvermogen van deelnemers, wat bij mensen meteen Wajong of WIA-uitkering niet altijd aanwezig zal zijn.Voor mensen met een uitkering van UWV is het wel toegestaan om zelf(als zelfstandige) deel te nemen in een sociale coöperatie en de contri-butie aan de coöperatie als deelnemer zelf te dragen. UWV biedt dezeroute echter niet actief aan. Indien mensen met een UWV-uitkering alszelfstandige aan de slag willen, kunnen zij wel ondersteuning krijgen doorUWV. UWV kan indien nodig hier ondersteuning voor inkopen op dere-integratiemarkt. Sociale coöperaties zijn echter geen re-integratiebedrijfen maken daarom geen deel uit van de aanbieders van deze onder-steuning op de re-integratiemarkt.Uit de verkenning van UWV is gebleken dat een sociale coöperatie eengoede vorm van sociale activering kan zijn. Voor het doel socialeactivering beschikt UWV echter al over twee bestaande modulairediensten: participatie interventie en verhogen maatschappelijke deelname.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3432 Gelet op de gesignaleerde complexiteiten en het feit dat gelijksoortigedienstverlening binnen UWV beschikbaar is, is UWV op dit moment nietvoornemens om verdere stappen te nemen om sociale coöperaties alsre-integratievorm in te bedden in de dienstverlening.OndernemerscertificaatIn hetzelfde Commissiedebat heb ik aan de heer Flach (SGP) toegezegdmet de VNG te bespreken hoe gemeenten mensen in de bijstand, dieondernemer willen worden, kunnen ondersteunen, zodat zij niet onvoor-bereid ondernemer worden en duurzaam uit de bijstand uitstromen. In hetgesprek met de VNG is besproken of gemeenten bepaalde drempelservaren bij deze ondersteuning. Daarbij is ook het ondernemersdiploma ofondernemerscertificaat onderwerp van gesprek geweest.De VNG heeft aangegeven dat het stimuleren (of zelfs verplichten) vaneen basiscursus ondernemerschap als een belangrijke preventievemaatregel wordt gezien om bijvoorbeeld schuldenproblematiek bijondernemers te voorkomen. De markt voorziet in aanbod. Er zijn denodige initiatieven van de Kamer van Koophandel en andere organisaties,maar die zijn ofwel te vrijblijvend vanuit de gedachte dat er geendrempels mogen worden opgeworpen voor ondernemerschap ofwelondernemers maken er nu veel te weinig gebruik van.Als er echter een beroep wordt gedaan op bijstandsmiddelen zoals hetBesluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) ben ik van mening dathet volgen van een basiscursus meer regel dan uitzondering zou moetenzijn en dat het wenselijk is dat gemeenten dit actief bevorderen alvorensover te gaan tot bijstandsverlening.Zoals de Minister van SZW eerder heeft aangegeven in de Voortgangs-brief werken met en als zelfstandige(n)1 vind ook ik het van groot belangdat startende ondernemers goed voorbereid de markt betreden. Het isessentieel dat zij zich bewust zijn van risico’s zoals schijnzelfstandigheiden goed geïnformeerd zijn over belangrijke zaken die bij het ondernemer-schap komen kijken, zoals het correct en tijdig indienen van hun belasting-aangifte en de wijze waarop een deugdelijke boekhouding wordtbijgehouden. Het ontbreken van een deugdelijke boekhouding waardoorschulden ontstaan bij de fiscus bijvoorbeeld (achterstallige aangiften)werkt immers ook belemmerend ten aanzien van schuldregeling, wanneerdat onverhoopt nodig is.Het wordt ook breed ondersteund door VNG/gemeenten om meeraandacht te geven aan het beschikken over voldoende ondernemersvaar-digheden van zelfstandig ondernemers die een beroep doen op het Bbz.Zo hebben gemeenten bij starters vanuit de bijstand al de bestaandemogelijkheid om tijdens de voorbereidingsperiode (in de bijstand2) ietsaan te bieden. Ik wil via Gemeentenieuws SZW gemeenten oproepen om,wanneer bijstandsgerechtigden willen starten als zelfstandige, te bekijkenof zij wel beschikken over voldoende ondernemersvaardigheden. En alsdit niet het geval is hen te stimuleren (en eventueel te verplichten) eersteen basiscursus ondernemersvaardigheden te volgen.1Kamerstuk 31 311, nr. 281.2Ingevolge artikel 2, derde lid, van het Bbz 2004 kan de bijstand aan de potentiële startergedurende een periode van ten hoogste 12 maanden worden voortgezet en moet de potentiëlestarter meewerken aan door het college aangewezen begeleiding.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3433 Ontwikkeling jongeren in de bijstandTijdens het commissiedebat Participatiewet heb ik dhr. De Jong (PVV)toegezegd om te kijken naar welke oorzaken en belemmeringen er zijnwaardoor de groep jongere bijstandsgerechtigden niet werkt in tijden vanarbeidsmarktkrapte. Hiervoor zijn de afgelopen periode openbare(data)bronnen geraadpleegd. Daarnaast is gesproken met de G4 om tebezien of landelijke trends ook op gemeentelijk niveau worden herkend.Onderstaande gaat allereerst in op de ontwikkelingen van jongeren in debijstand. Daarna worden enkele mogelijke verklaringen gegeven voordeze trends. Tot slot wordt stilgestaan bij beleid voor jongerebijstandsgerechtigden.In 2024 nam het aantal bijstandsuitkeringen onder jongeren tot 27 jaarbeperkt toe. De groep jongeren tot 27 jaar is met bijna 40 duizendpersonen nog steeds de kleinste groep bijstandsontvangers.3 In totaalontvingen in september 2024 circa 403 duizend mensen een bijstandsuit-kering; het gaat bij jongeren tot 27 jaar dus om bijna 10% van het totaal.Dit is al een langere periode het geval.4Sinds begin 2023 is er sprake van een lichte stijging van het totale aantalmensen in de bijstand: van circa 397 duizend naar circa 406 duizend eind2024. De grootste relatieve stijging vond plaats bij jongeren. Ten opzichtevan september 2023 deden in september 2024 2.760 meer mensen jongerdan 27 jaar een beroep op de bijstand (+7,6%). Bij de leeftijdsgroepen 27tot 45 jaar en boven de 45 jaar lag dit op respectievelijk +1,7% en +0,1%.Dit komt met name doordat er sinds 2023 bij de jongeren sprake is vaneen gestage toename in de instroom, terwijl de uitstroom juist lichtafneemt.5 Recente cijfers over Q3 2024 laten zien dat de uitstroom weerflink is toegenomen, waardoor het totale aantal jongeren in Q3 weer watafnam.6 Dit kan echter ook te maken hebben met het begin van hetstudiejaar en hoeft nog niet te wijzen op een nieuwe trend; het is eenseizoenspatroon dat al meerdere jaren zichtbaar is in de bijstandscijfers.Wanneer ingezoomd wordt op achtergrondkenmerken van jongeren in debijstand valt op dat de recente toename voornamelijk zit bij mannen. Enmeer specifiek vooral bij mannen met een herkomst buiten-Europa engeboren buiten Nederland. Zowel in absolute aantallen (1.640) als relatief(+16,5%) is de stijging van deze groep tussen september 2023 enseptember 2024 het grootst.7 Het gaat om meer dan de helft van de totalestijging onder jongeren (2.760). Ook bij vrouwen met een herkomstbuiten-Europa en geboren buiten Nederland is er sprake van een stijging,maar deze is beperkter in omvang (+8%, 560). Bij de meeste anderegroepen jongeren is er sprake van een toename van minder dan 3%.Een toename van het beroep op bijstand door jongere statushouders kandaarmee een goede verklaring zijn voor de stijging van jongeren in debijstand. Uit de beschikbare data valt dit echter niet met zekerheid tezeggen. Bovendien zijn er ook andere (additionele) verklaringen, zoals eenlichte afkoeling van de economie sinds 2023 die vooral effect heeft opjongeren (die vaker een flexibel contract hebben) en een mogelijke3StatLine – Personen met bijstand; persoonskenmerken4Factsheet Participatiewet 2025-I | Publicatie | Rijksoverheid.nl5StatLine – Personen met bijstand; persoonskenmerken. Vergelijkbare trends zijn zichtbaar opgemeentelijk niveau. Zie bijvoorbeeld: Collegebrief over Monitor Werk & Inkomen, 3e tertaal2024 RotterdamRaad – iBabs Publieksportaal. Tegelijkertijd zien sommige gemeenten het aantaljongeren dat actief is op de arbeidsmarkt juist stijgen: Meer Amsterdammers actief oparbeidsmarkt | Website Onderzoek en Statistiek & Document Utrecht – Dashboard Q4 2024versie 23-01-2025 – iBabs Publieksportaal.6StatLine – Personen met bijstand; (Her)instromers en uitstromers.7StatLine – Personen met bijstand; duur van de lopende uitkeringssituatieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3434 mismatch op de arbeidsmarkt.8 Ook de mentale gezondheid van jongerenspeelt mogelijk een rol, waarbij de COVID19-pandemie voor een verdereverslechtering van de mentale gezondheid heeft gezorgd.9 Daarnaast zijngemeenten met de komst van de Participatiewet in 2015 verantwoordelijkvoor jonggehandicapten die niet meer onder de Wajong vallen. Hetberoep op bijstand zou hierdoor kunnen toenemen indien jonggehandi-capten onvoldoende aan het werk komen.10 De afgelopen jaren werd ditechter nog niet duidelijk in de cijfers; de arbeidsparticipatie van jongge-handicapten onder de Participatiewet die in het doelgroepregister voor debanenafspraak zijn opgenomen nam bijvoorbeeld toe.11 Daarbij ging hetvooral om schoolverlaters vso/pro en mensen die via de Praktijkrouteinstroomden. De afgelopen jaren is, zeker ook bij jongeren, een gestagegroei waarneembaar in het aantal ingezette gemeentelijke voorzieningenzoals loonkostensubsidie, beschut werk en de jobcoach.12Gelijktijdig is bekend dat er ook een groep, waaronder ook veel jongeren,nog onvoldoende geholpen wordt.13 Met de Voorjaarsnota 2025 is € 4mln. (2027) oplopend tot € 29 mln. structureel beschikbaar gesteld voorde ondersteuning van afgewezen Wajongers. Ik ga met gemeenten ingesprek over hoe deze middelen op een goede manier kunnen wordeningezet.Inzake het beleid voor jongere bijstandsgerechtigden wijs ik op hetvolgende.Het kabinet wil dat nieuwkomers, waaronder jongeren, sneller aan hetwerk gaan, bijvoorbeeld door hen startbanen aan te bieden en door eisente stellen aan de taalbeheersing, zie hiervoor ook de ActieagendaIntegratie en de Open en Vrije samenleving van 7 februari 202514. Hetwetsvoorstel Participatiewet in balans, dat op 22 april door uw Kamer isaangenomen, bevat maatregelen om de arbeidsparticipatie van bijstands-gerechtigden te bevorderen. Zo komt de uniforme vrijlating van arbeidsin-komsten ook beschikbaar voor jongeren. Daarnaast werkt het kabinet aanbetere begeleiding bij de overstap van school naar werk en bijwerkloosheid via het wetsvoorstel «Van school naar duurzaam werk».15Met de Voorjaarsnota zijn extra middelen voor de inzet van beschut werkbeschikbaar gekomen, die ingezet kunnen worden voor jongeren met eenindicatie beschut werk. Ook wordt ingezet op sectorale ontwikkelpadenom werkzoekenden kansen te bieden in kraptesectoren. Met dehervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur wordt daarnaast gewerktaan betere samenwerking tussen gemeenten, UWV en werkgevers zodatbetere matches op de arbeidsmarkt ontstaan. Zie verder ook de paragraafJongeren die uitstromen uit de Jeugdzorg hieronder.Offensief om mensen uit de bijstand aan het werk te helpen en rol hierinvoor stevigere handhavingDe heer Flach (SGP) heeft tijdens het commissiedebat aandacht gevraagdvoor de dienstverlening aan (langdurig) bijstandsgerechtigden envoorgesteld dat het kabinet komt met een offensief om mensen uit debijstand aan het werk te helpen. In het verlengde hiervan heeft de heer8Steeds meer jongeren in de bijstand, ook stijging onder mannen | Economie | NU.nl9Opgaven voor volksgezondheid en zorg op weg naar 2050. Vooruitblik VolksgezondheidToekomstverkenning 2024 | RIVM10Stijging aantal jongeren in de bijstand | Divosa & Voortgangsrapportage Werk en Participatie.11UWV Monitor arbeidsparticipatie arbeidsbeperkten 2023 | UWV12Factsheet Participatiewet SZW https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2025/03/18/factsheet-particpatiewet-2025-i13Op papier arbeidsvermogen, in de praktijk geen reële kans op werk | Rapport | NederlandseArbeidsinspectie14Kamerstuk 32 824, nr. 44815Kamerstuk 36 667, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3435 Flach gevraagd welke rol ik hierin zie voor stevigere handhaving. In hetstelsel van de decentrale uitvoering van de Participatiewet ligt het primaatvan de uitvoering bij de gemeentelijke wethouders. Uit mijn ervaringentijdens werkbezoeken en bestuurlijk overleg met wethouders enbestuurders van de VNG weet ik dat gemeenten zich goed bewust zijn vande kansen die de krapte op de arbeidsmarkt biedt en daarop binnen hunmogelijkheden ook vol inzetten. In die zin is het gevraagde offensief algaande. Het kabinet draagt daar op allerlei manieren aan bij. Denk aan hetwetsvoorstel Participatiewet in balans, waarmee onder andere werken indeeltijd met een bijstandsuitkering wordt bevorderd, het programmaSimpel switchen in de Participatieketen, om de overgangen tussenuitkering en werk en verschillende vormen van werk te vereenvoudigen,de ontwikkeling van sectorale Ontwikkelpaden, waarmee mensen met eenafstand tot de arbeidsmarkt makkelijker aan werk en bijbehorendescholing kunnen komen in kraptesectoren, het wetsvoorstel van schoolnaar duurzaam werk, waarmee de overgang van kwetsbare jongeren vanschool naar de arbeidsmarkt wordt verbeterd, de versterking van desociale infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven en het bevorderen,ook financieel, van de inzet op beschut werk, en de vorming van regionalewerkcentra in het kader van de hervorming van de arbeidsmarktinfra-structuur, waarmee de dienstverlening aan werkzoekenden en werkgeverswordt verbeterd.Handhaving van de arbeidsverplichting en uitvoering van de taaleis zijnintegrale onderdelen van de Participatiewet. In het wetsvoorstel Participa-tiewet in balans wordt uitgebreid aandacht besteed aan de rol vanhandhaving. Het wetsvoorstel introduceert een generieke participatie-plicht die inhoudt dat de bijstandsgerechtigde betaald werk moet zien tebehouden, verkrijgen en aanvaarden, aangeboden voorzieningen in hetkader van re-integratie moet aanvaarden en, indien arbeidsinschakelingnog niet mogelijk is, naar vermogen maatschappelijk te participeren. Dezeverplichtingen zijn van rechtswege verbonden aan de bijstand.Gemeenten krijgen ruimte om activiteiten af te spreken met de bijstands-gerechtigde die (eventueel op termijn) leiden tot arbeidsinschakeling,reëel zijn en daarover afspraken te maken. Dit leidt ertoe dat verplich-tingen worden opgelegd die ook dienen te worden nagekomen en bij nietnaleven moeten leiden tot passende handhaving16. Ook het niet voldoenaan de voorwaarden van de taaleis valt onder dit handhavingsregime.Jongeren die uitstromen uit de JeugdzorgIk heb naar aanleiding van een vraag van mw. Welzijn (NSC) toegezegdom in overleg met de Staatssecretaris Jeugd in het voorjaar 2025schriftelijk terug te komen op haar vraag hoe jongeren die uitstromen uitjeugdzorg op de radar te houden (om te voorkomen dat zij dakloos of inandere kwetsbare posities raken).Het kabinet ziet dat het een uitdaging kan zijn om jongeren in beeld tehouden nadat zij uitstromen uit residentiële jeugdhulp. Veel jongerenwillen een eigen plek, terug naar school of werk. Een toekomst opbouwen,los van de zorginstelling en andere professionals. Terwijl sommigejongeren, nadat ze zijn uitgestroomd uit residentiële jeugdhulp, nogondersteuning op verschillende levensgebieden nodig hebben bij deovergang van jeugd naar volwassenheid.16Zie in dit kader ook het wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid, waarin ook wordtingegaan op de rol van handhaving in het socialezekerheidsstelsel: Herziening handhavings-beleid socialezekerheidswetgeving vanuit menselijke maat en vertrouwen | Overheid.nl |WetgevingskalenderTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3436 Zowel in de Hervormingsagenda Jeugd, als in het Nationaal ActieplanDakloosheid: Eerst een Thuis17 is er aandacht voor het versterken van deovergang van jeugdhulp met verblijf naar volwassenheid (overgang18-/18+). Gemeenten en jeugdhulpaanbieders hebben zich via deHervormingsagenda Jeugd en het richtinggevend kader «Toegang, lokaleteams en integrale dienstverlening,» gecommitteerd om samen metjongeren tijdig een toekomstplan te formuleren, nog voordat zij dejeugdzorg verlaten. Dit toekomstplan gaat in op de zogeheten «big 5,» deleefgebieden: 1. support, 2. wonen, 3. school en werk, 4. inkomen enschulden, en 5. welzijn en gezondheid. Ook heeft het OndersteuningsteamZorg voor Jeugd, in opdracht van het Ministerie van VWS, een aantalgemeenten en hun partners met de aanpak 16–27 intensieve onder-steuning geboden bij het ontwikkelen van een integrale aanpak op deuitstroom van jongvolwassenen uit residentiële jeugdhulp. Deze aanpakwordt nog landelijk beschikbaar gesteld via het Platform SociaalDomein.18Het is van belang dat jongeren in een kwetsbare positie, waaronderjongeren die uitstromen uit residentiële jeugdhulp, zo snel mogelijk eenbijstandsuitkering kunnen krijgen als er geen andere inkomstenbron(mogelijk) is. Met het op 22 april jl. door de Tweede Kamer aangenomenwetsvoorstel Participatiewet in balans krijgen gemeenten meer ruimte omjongeren te ondersteunen, waaronder de mogelijkheid om de vierweken-zoektermijn voor jongeren in een kwetsbare positie buiten beschouwingte laten.In mijn brief van 8 mei jl. heb ik aangegeven toe te staan dat gemeentenvooruit kunnen lopen op de inwerkingtreding van Participatiewet inbalans, specifiek op de maatregelen die betrekking hebben op jongeren.19In de brief van 8 mei heb ik ook aangegeven dat ik in gesprek ga met destaatsecretaris Jeugd, Preventie en Sport en de StaatssecretarisLangdurige en Maatschappelijke zorg over de verdere analyse van deproblematiek van de groep jongeren in een kwetsbare positie. Hierbijbetrek ik de uitwerking van mogelijke oplossingsrichtingen die antwoordkunnen geven op de ondersteuningsbehoefte van deze jongeren in spoor2 van Participatiewet in balans, alsook mogelijkheden ter verbetering vande aansluiting tussen jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning enparticipatie.Verder worden gemeenten opgeroepen om een sluitende beleidsaanpakop 16–27-jarigen in een kwetsbare positie te hebben, dan wel te ontwik-kelen, met als doel dat geen jongere tussen wal en schip raakt endakloosheid wordt voorkomen. De inzet van een vaste jongerenregisseur,die op alle levensgebieden de benodigde hulp coördineert en overzichthoudt op de verschillende benodigde acties, kan hierbij helpen, gevenjongeren van het Jongerenpanel de Derde Kamer aan20.Daarnaast zijn gemeenten verplicht om in de re-integratieverordeningParticipatiewet regels te hebben staan over de samenwerking binnen hetgehele sociale domein, als dit nodig is voor integrale ondersteuning.21 Opdeze manier kunnen gemeenten jongeren op passende wijze onder-steunen bij leerwerktrajecten of bij het vinden van een opleiding of, alseen opleiding (tijdelijk) niet haalbaar is, met het vinden van werk. Met het17Kamerstuk 29 325, nr. 139. Zie ook de Actie-agenda Voorkomen van jongerendakloosheid(16–27), een addendum bij het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Kamerstuk 29 325, nr. 17018Integrale aanpak voor jongeren in een kwetsbare positie19Kamerstuk 36 582, nr. 69.20Zie: Versterken uitvoering dakloosheid, de basis snel op orde; Movisie, 202321Wet van 30 november 2022 tot wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten inverband met het verbeteren van de regeling voor loonkostensubsidie en enkele anderewijzigingen (uitvoeren breed offensief) (Stb. 2022, 499).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3437 eerder genoemde wetsvoorstel Van school naar duurzaam werk, dat uwkamer in behandeling heeft, wil het kabinet stimuleren dat alle jongerenvan 15 tot 27 jaar een startkwalificatie behalen (of gaan werken) endaarmee wordt voortijdig schoolverlaten tegengaan. Het biedt scholen,doorstroompunten en gemeenten meer mogelijkheden om jongeren ineen kwetsbare positie bij de overgang van school naar werk (en van werknaar werk) beter te ondersteunen. Gemeenten, onderwijs en doorstroom-punten werken samen in een regionaal programma. In het regionaalprogramma worden de (Doorstroompunt)regio’s verplicht om maatre-gelen te nemen om het aantal jongeren zonder onderwijs en werk teverminderen, en daarin te focussen op groepen met een hoog risicohierop. Hierbij is specifiek aandacht voor jongeren met problemen opverschillende levensgebieden en voor de samenwerking tussen dedomeinen zorg, inkomen en veiligheid. Dit kan helpend zijn bij het inbeeld houden van jongeren, waaronder jongeren die uitstromen uitresidentiële jeugdhulp.Mogelijkheden rondom de cv-plicht of het in kaart brengen van devaardigheden bij gemeentenIn het debat van 16 januari jongstleden heb ik naar aanleiding van hetvoorstel van dhr. De Kort (VVD) aangegeven geen voorstander te zijn vanextra procesvoorschriften in de Participatiewet, zoals het verplicht CVinleveren bij de uitkeringsaanvraag, omdat deze niet passen bij degedecentraliseerde uitvoering van de Participatiewet. Dat laat onverlet datik het idee achter dit voorstel volledig onderschrijf: het is natuurlijkwenselijk dat mensen die bijstand aanvragen weer zo snel mogelijk aanhet werk komen. Dat is ook het uitgangspunt van de Participatiewet, in hetbijzonder artikel 9 waarin de verplichting voor de bijstandsgerechtigde isopgenomen om als werkzoekende geregistreerd te staan bij het UWV enom naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen, deze teaanvaarden en te behouden. Deze verplichtingen maken standaardonderdeel uit van het proces van bijstandsverstrekking.Het hebben van actuele arbeidsmarktgegevens van mensen zoalsopleiding, skills en werkervaring is rand voorwaardelijk voor hetbegeleiden naar werk. Nog niet alle gemeenten zijn hier even ver in.Daarom is het belangrijk dat gemeenten van elkaar leren en een goedegegevensuitvraag organiseren. Deze gesprekken kunnen plaatsvinden inde arbeidsmarktregio waar gemeenten, UWV, scholen en sociale partnersafspraken maken over de dienstverlening en gegevensdeling. Deproducten van het afgeronde programma Verbetering UitwisselingMatchingsgegevens (VUM) (VUM-uitwisselingsvoorziening, het afspra-kenstelsel en de gegevensstandaard) ondersteunen de hiervoorbenodigde gegevensuitwisseling. Na afgeronde pilots maken UWV engemeenten in de arbeidsmarktregio’s Flevoland, Achterhoek enGroningen hier inmiddels gebruik van. VNG, UWV, Bureau Keteninforma-tisering Werk en Inkomen (BKWI) en Inlichtingenbureau (IB) werken aande implementatie in de overige arbeidsmarktregio’s. Dit bevindt zich nogin de opstartfase. Tegelijkertijd werken de ketenpartners samen met SZWaan doorontwikkeling van de producten. Via de periodieke Stand van deUitvoering wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang van deimplementatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3438 Motie Van Kent c.s. over alleen giften in valuta laten meetellen voor degiftenvrijlating22De motie van het lid Van Kent (SP) c.s. verzoekt de regering alleen giftenin valuta mee te laten tellen voor de giftenvrijlating, omdat het bijhoudenvan giften in natura voor bijstandsgerechtigden niet uitvoerbaar is.Middels deze brief wil ik uw Kamer toelichten waarom ik deze motie nietzal uitvoeren.De in het wetsvoorstel Participatiewet in balans opgenomen giftenvrij-lating borgt dat alle giften en kostenbesparende bijdragen die eenbijstandsgerechtigde ontvangt tot 1.200 euro niet onder de meldingsplichtvallen en niet worden verrekend met de bijstandsuitkering. De motieverzoekt de regering om giften in natura buiten die giftenvrijlating tehouden. Wanneer wij dit letterlijk nemen, betekent dit echter dat die giftendus wel moeten worden gemeld en in mindering kunnen worden gebrachtop de uitkering. Ik ga er in het hiernavolgende van uit dat dit niet is wat demotie beoogt en dat met de motie wordt bedoeld dat giften in naturaüberhaupt niet verrekend moeten worden met de bijstandsuitkering,omdat dit heel ingewikkeld is en (te) veel vraagt van mensen.Op grond van de thans geldende Participatiewet moeten bijstandsgerech-tigden alle ontvangen giften bijhouden en melden bij de gemeente, zodatdie kunnen worden verrekend met de bijstandsuitkering. Dankzij de in hetwetsvoorstel Participatiewet in balans opgenomen giftenvrijlating hoeftmen giften en kostenbesparende bijdragen tot een bedrag van in totaal1.200 euro niet meer te melden. Ook heeft men de garantie dat dit nietwordt verrekend met de uitkering. Dit betekent een aanzienlijke verbe-tering voor mensen in de bijstand. Ik heb begrip voor de bezwaren tegende verplichting voor bijstandsgerechtigden die wel blijft bestaan.Het (volledig) buiten beschouwing laten van giften in natura is echteronwenselijk, omdat het indruist tegen het vangnetkarakter van deParticipatiewet. Dit principe houdt in dat mensen eerst de eigenbeschikbare middelen aanwenden om in de noodzakelijke kosten van hetbestaan te kunnen voorzien. Wanneer een bijstandsgerechtigde beschiktover een netwerk dat door het verstrekken van giften in natura eensubstantieel deel van deze kosten op zich neemt, is het niet langernoodzakelijk hiervoor aanspraak te maken op de bijstand. De giftenvrij-lating is voorgesteld vanuit de gedachte dat bijstandsgerechtigden ookgebruik kunnen maken van de vrijgevigheid van anderen, zoals ookmensen die niet in de bijstand zitten dat kunnen. Gelet op hetminimumbehoefte-karakter van de bijstand, is de vrijlating wel beperkt tot1.200 euro. De vrijlatingsgrens van 1.200 euro per jaar is gekozen omdat –zo leren gesprekken met de gemeentelijke uitvoering en ervaringsdeskun-digen – het niet vaak voorkomt dat die grens van 1.200 euro wordtoverschreden. Het is dan ook de verwachting dat dit bedrag voor veruit demeeste bijstandsgerechtigden toereikend en uitvoerbaar zal zijn.Graag wil ik ook nog benadrukken dat met de maatregel niet is beoogddat gemeenten bij elke bijstandsgerechtigde exact gaan controleren of hijper kalenderjaar meer of minder dan 1.200 euro aan giften en kostenbe-sparende bijdragen heeft ontvangen. In beginsel kan voor deze maatregelworden aangesloten bij de op dit moment bestaande uitvoeringspraktijk,van signaalgestuurde en periodieke onderzoeken in combinatie metmeldingen door de bijstandsgerechtigde zelf.22Kamerstuk 36 582, nr. 55.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3439 Mocht blijken dat een bijstandsgerechtigde meer dan de toegestane 1.200euro aan giften en kostenbesparende bijdragen heeft ontvangen, betekentdit ook niet automatisch dat dit zal leiden tot gevolgen voor het recht opbijstand. Op individuele basis kan de gemeente ook hogere giften buitenbeschouwing laten indien deze – met name in verband met hun doel –nog verantwoord zijn met het oog op bijstandsverlening.Ik acht het van belang dat gemeenten hun bijstandsgerechtigdenondersteunen in de naleving van de Participatiewet. Dat kan dooralgemene informatieverstrekking, op de persoon toegesneden informatie-verstrekking (bijvoorbeeld: «gezien eerdere giften geldt voor u dat u ditjaar nog te ontvangen giften boven bedrag X aan ons dient te melden»),of door aan te geven dat zowel incidentele giften als structurele, perio-dieke giften met een totaalwaarde boven de 1.200 euro gemeld moetenworden. Op die manier kan de gemeente ook samen met bijstandsgerech-tigden voorkomen dat op een later moment (bijvoorbeeld bij een regulierehercontrole) blijkt dat geconstateerd wordt dat de vrijlatingsgrens isoverschreden.Motie Lahlah en De Kort over investeringen van zzp’ers in de eigenonderneming niet als inkomen zien23In de motie Lahlah en De Kort die is aangenomen op 22 april jl., roept uwKamer de regering op om per AMvB te regelen dat eigen investeringenvan zzp’ers in de eigen onderneming niet worden gezien als inkomen endat eigen investeringen ook niet worden gekort op de aanvullendeuitkering. Hun rechtszekerheid en bestaanszekerheid worden zo gewaar-borgd. Naar aanleiding hiervan bericht ik u het volgende. Wanneerzelfstandig ondernemers waaronder zzp’ers in het Bbz (Besluit bijstand-verlening zelfstandigen 2004 (Bbz) hun spaargeld investeren in het eigenbedrijf of zelfstandig beroep kan dit niet als inkomen worden gezien ofvindt korting plaats op de uitkering. In het Bbz geldt – evenals in defiscaliteit – dat investeringen in de eigen onderneming dienen te wordenafgeschreven.Vervolgens kunnen de afschrijvingen als kosten van de winst wordenafgetrokken, waarna het inkomen resteert. Om die reden wordt reedsuitvoering gegeven aan uw motie.Motie Saris c.s. over het bevorderen dat gemeenten niet langer gebruikmaken van anonieme kliklijnen24In de motie Saris c.s. die is aangenomen op 22 april jl., verzoekt uw Kamerde regering om in overleg met gemeenten te bevorderen dat gemeentenniet langer gebruik maken van anonieme kliklijnen. Hierover ben ik ingesprek gegaan met de VNG. De regering zet in brede zin, en met hetwetsvoorstel Participatiewet in balans in het bijzonder, in op eencultuuromslag waarin wordt uitgegaan van vertrouwen in mensen.Preventie, vereenvoudiging en proactieve dienstverlening dragen hier ookaan bij. Met de diverse inzetten worden onregelmatigheden zoveel alsmogelijk voorkomen. Dat betekent niet dat handhaving niet steedsnoodzakelijk blijft: er blijven bepaalde regels waaraan mensen moetenvoldoen. Dit draagt ook juist bij aan de voorspelbaarheid van de overheid,en daarmee het vertrouwen dat mensen in de overheid kunnen hebben.2523Kamerstuk 36 582, nr. 5724Kamerstuk 36 582, nr. 5925Zie in dit verband ook de antwoorden op de vragen van de leden Van Kent en Van Nispen,Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 1790, en de antwoorden op de vragen van de ledenWelzijn en Lahlah, Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 1791.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 34310 Daarnaast heb ik met de VNG besproken dat het noodzakelijk is datgemeenten laagdrempelig en goed bereikbaar zijn voor meldingen ensignalen van mensen, over allerhande onderwerpen. Gemeenten kunnendit op verschillende manieren inrichten in de uitvoeringspraktijk. Zij zijndaarbij vrij om al dan niet gebruik te maken van een meldpunt. Eenmeldpunt kan gemeenten helpen bij het stroomlijnen van de uitvoerings-capaciteit die noodzakelijk is om signalen zorgvuldig te verwerken. Iedereinwoner moet bij de gemeente terecht kunnen om eventuele zorgen teuiten of vragen te stellen. Het is vervolgens aan de gemeente om degrootst mogelijke zorgvuldigheid te betrachten of en op welke wijzeopvolging gegeven wordt aan een ontvangen signaal. Hierbij staat buitenkijf dat wettelijke waarborgen die in de handhaving relevant zijn, zoals hetorganiseren van hoor- en wederhoor en het in acht nemen van deonschuldpresumptie, altijd toegepast worden.Motie Flach en Inge van Dijk over een «Right-to-Challenge»-regelingopnemen in lagere regelgeving26Een «Right-to-Challenge»-regeling is origineel bedoeld voor het stimu-leren van burgerparticipatie bij gemeenten.27 Met het wetsvoorstelParticipatiewet in balans wordt al meer ruimte geregeld voor bijstandsge-rechtigden: zij krijgen wettelijk het recht om hun maatschappelijkeparticipatie zelf vorm te geven, op basis van eigen initiatief.Daarnaast zou gedacht kunnen worden aan een zogenoemd «interbe-stuurlijk Right-to-Challenge» voor gemeenten om het Rijk uit te dagen.28Op dit moment kent de Participatiewet al een experimenteerartikel,waarmee gemeenten nieuwe aanpakken buiten de kaders van deParticipatiewet kunnen testen. Dit experimenteerartikel wordt verruimdmet het wetsvoorstel Participatiewet in balans en voorziet dan ininitiatieven gericht op het bevorderen van uitstroom naar werk enmaatschappelijke participatie. Indien een andere vorm van een Right-to-Challenge dan het experimenteerartikel gewenst is, is eerst een wijzigingvan de Participatiewet nodig voordat een Right-to-Challenge via lagereregelgeving geregeld kan worden.Met gemeenten ga ik de komende periode in gesprek over de wensen dieer zijn om een toekomstig experiment vorm te geven en wat daarvoorjuridisch nodig is. Ik zal uw Kamer, met oog op de inwerkingtreding vanhet nieuwe experimenteerartikel begin volgend jaar, hierover uiterlijk einddit jaar informeren.Ombuiging IOAZZoals in de Voorjaarsnota 202529 is gecommuniceerd heeft het kabinetkeuzes moeten maken om het overheidstekort niet verder op te latenlopen. Er is hierbij ook gekozen voor een aantal ingrepen in de socialezekerheid. Als onderdeel daarvan wordt de Inkomensvoorziening oudereen gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (hierna: IOAZ) afgeslotenvoor nieuwe instroom per 1 januari 2028. Hiermee wordt binnen debegrotingshorizon cumulatief 27 miljoen euro omgebogen.De IOAZ is een regeling voor oudere gewezen zelfstandigen (55 jaar enouder tot de AOW-leeftijd) die willen stoppen als zelfstandig ondernemeromdat zij onvoldoende inkomen hebben uit het eigen bedrijf om van televen. De IOAZ vult het inkomen aan tot het niveau van het sociaal26Kamerstuk 36 582, nr. 6527Wat is het Right to Challenge en waar komt het vandaan? | VNG28Right to Challenge | Kenniscentrum voor beleid en regelgeving29Kamerstuk 36 725, nr. 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 34311 minimum. Hierbij is een verschil tussen de IOAZ en de algemene bijstanddat de IOAZ een hogere vermogensvrijstellingsgrens hanteert. Deze grensis ontstaan vanuit het uitgangspunt dat zelfstandig ondernemers eenandere, hogere vermogenspositie hebben dan werknemers, onder anderedoordat zij zelf sparen voor hun (aanvullend) pensioen. De hogerevermogensgrens in de IOAZ voorkomt dat zelfstandigen moeten interenop die pensioenvoorziening. Ook bij de algemene bijstand wordenpensioenvoorzieningen, die dienen als een oudedagsvoorziening,beschermd door middel van een vrijlating. Het gaat hierbij, anders dan bijde IOAZ, uitsluitend om vermogen dat vastzit in deze voorziening.Door de IOAZ komen oudere (gewezen) zelfstandigen in aanmerking vooreen gunstiger regime in inkomensondersteuning dan jongere (gewezen)zelfstandigen. Vanuit het oogpunt van vereenvoudiging van wet- enregelgeving en een gelijk speelveld voor (gewezen) zelfstandigen heeft hetkabinet besloten de IOAZ dicht te zetten voor nieuwe instroom per1 januari 2028. Door het afsluiten van de IOAZ voor nieuwe instroomhebben uiteindelijk alle (gewezen) zelfstandigen, zowel jongeren alsouderen, onder dezelfde voorwaarden recht op (inkomens)ondersteuning.In februari 2025 waren er 1.400 huishoudens met een uitkering op basisvan de IOAZ.30 De instroom (en uitstroom) bij de IOAZ is beperkt. Aan hetbegin van 2024 ontvingen 1.500 huishoudens een uitkering op basis vande IOAZ, in het laatste kwartaal van 2024 was dit aantal gedaald naar1.400 huishoudens (CBS). Naar verwachting zal circa 50% van dehuishoudens die na 1 januari 2028 de IOAZ in zouden stromen inaanmerking komen voor de algemene bijstand. Een wetswijziging van deIOAZ om deze per 1 januari 2028 af te sluiten voor nieuwe instroom wordtvoorbereid.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. Nobel30Tabellen bijstand, eerste kwartaal 2025 | CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 34312

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 91f500d7db69622d

14 okt 2026 · 0d4f761837fbfab9

13 okt 2026 · 3f0858182d4c2e51

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.