KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag Eurogroep en Ecofinraad 20 en 21 juni 2024

27 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 86f64413da456b52 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202421 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2053 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 juni 2024Hierbij zend ik u het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van 20 en21 juni 2024. In het verslag ga ik ook in op de jaarvergaderingen van hetEuropees Stabiliteitsmechanisme (ESM) en de Europese Investeringsbank(EIB).Tevens ga ik ook in op een aantal andere zaken. Ten eerste doe ik verslagvan de voortgang op de onderhandelingen over de digitale euro, conformmijn toezegging aan uw Kamer hierover. Ten tweede bericht ik u over debereikte Raadspositie inzake de wijziging van het crisisraamwerk voorbanken. Ten derde doe ik u verslag over het Raadsakkoord over het pakketretail beleggen. En tot slot voldoe ik aan mijn toezegging aan het lid Valize(PVV), zoals gedaan tijdens het Commissiedebat Macro-economischeontwikkelingen in Europees perspectief (incl. Eurogroep/Ecofinraad) vanwoensdag 19 juni jl. om schriftelijk terug te komen op vragen over hoevaak Herstel- en Veerkrachtplannen van lidstaten zijn aangepast en wat«objectieve omstandigheden» zijn op basis waarvan lidstaten hun HVPkunnen aanpassen.De Minister van Financiën,S.P.R.A. van Weyenberg kst-21501-07-2053ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20531 Verslag Eurogroep en Ecofinraad 20 en 21 juni 2024Eurogroep in reguliere samenstellingIMF artikel IV consultatie met de EurozoneDe Eurogroep wisselde van gedachten over de macro-economischeontwikkelingen voor het eurogebied en de beleidsuitdagingen die daaruitvoortvloeien op basis van de inbreng van het Internationale MonetaireFonds (IMF). Dit is onderdeel van de zogenaamde Artikel IV consultatiesvan het IMF. Voor deze bespreking was de algemeen directeur van het IMF,Kristalina Georgieva, aanwezig bij de vergadering van de Eurogroep. Naafloop van de vergadering van de Eurogroep publiceerde het IMF deafsluitende verklaring met bevindingen.1Georgieva lichtte de bevindingen van het IMF toe. Zij gaf aan dat erverschillende positieve signalen zijn voor de eurozone, zoals het econo-misch herstel dat doorzet, sterke arbeidsmarkten, weerbare financiëleinstellingen en een verwachte (lichte) groei in consumptie en investe-ringen volgend jaar. Tegelijkertijd zijn er nog voldoende uitdagingen op demiddellange termijn. Zo zijn er geopolitieke spanningen die hun effectkunnen hebben op de eurozone. Ook kent de eurozone een lage producti-viteitsgroei en heeft het een vergrijzende bevolking. Door deze factorenkan de groei de komende jaren tegenvallen.Daarna schetste Georgieva enkele aanbevelingen voor de komende tijd.Ze benadrukte het belang van de versterking van de interne markt en hetverder verdiepen van de kapitaalmarktunie. Ook refereerde ze aan denieuwe begrotingsregels van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) diekunnen leiden tot prudentere begrotingen. Verder onderstreepte ze hetbelang van het doorvoeren van structurele hervormingen en duurzameinvesteringen die de groei en veerkracht van economieën vergroten.Daarbij dient ook aandacht te zijn voor de digitale en groene transities. Totslot gaf zij aan dat het verhogen van de productiviteit in de eurozone vanhet grootste belang is. In de reacties van de Europese Commissie(Commissie), de ECB en enkele lidstaten werden zowel de positievesignalen als de uitdagingen op de middellange termijn onderschreven.Stand van zaken internationale rol van de euroDe Eurogroep besprak de internationale rol van de euro op basis van dejaarlijkse rapportage van de ECB hierover.2 Het rapport werd aan de ledenvan de Eurogroep gepresenteerd door de voorzitter van de ECB, ChristineLagarde. Zij gaf aan dat de euro de tweede valuta in het internationaalmonetaire systeem is en dat de internationale rol van de euro grotendeelsstabiel is gebleven.Tegelijkertijd zijn volgens de ECB geopolitieke spanningen ook in hetinternationaal monetair systeem zichtbaar en bestaat het risico opfragmentatie van betalingssystemen. Daarbij valt op dat sinds deRussische agressieoorlog tegen Oekraïne betalingen tussen Rusland enChina steeds meer plaatsvinden in Chinese munt renminbi. Lagarde gafaan dat de internationale rol van de euro onder andere versterkt kan1Internationaal Monetair Fonds, «Euro Area: IMF Staff Concluding Statement of the 2024Mission on Common Policies for Member Countries», 20 juni 2024, https://www.imf.org/en/News/Articles/2024/06/20/mcs062024-euro-area-imf-staff-concluding-statement-2024-mission-common-policies-member-countries.2Europese Centrale Bank, «The international role of the euro», juni 2024, https://www.ecb.europa.eu/press/other-publications/ire/html/ecb.ire202406~0b56ba4f71.en.html.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20532 worden door verdergaande economische en financiële integratie binnende eurozone, in het bijzonder door voortgang op de kapitaalmarktunie.Eurogroep in inclusieve samenstellingConcurrentievermogen van het eurogebied: de rol van industrie-beleid en marktintegratieNet als in voorgaande maanden vond in de Eurogroep een gedachtewis-seling plaats over het concurrentievermogen van de EU. Ditmaal was erspecifiek aandacht voor de rol van industriebeleid en marktintegratie.Daartoe was de algemeen directeur van het IMF, Kristalina Georgieva, ookaanwezig bij dit agendapunt. Voorafgaand aan de bespreking in deEurogroep had het IMF een achtergrondnotitie verspreid die na afloop vande vergadering werd gepubliceerd.3 Zoals ook beschreven in deze notitiemarkeerde Georgieva dat alleen wanneer aan een aantal duidelijkevoorwaarden is voldaan, industriebeleid nuttig en behulpzaam kan zijn.Ten eerste moet sprake zijn van aanhoudend marktfalen waarvoor geenandere oplossingen mogelijk zijn. Ten tweede moeten de gekozenmaatregelen beperkt in omvang, tijdelijk en zeer doelgericht zijn. En tenderde is het binnen de EU van belang dat de interne markt niet wordtondermijnd en dat dus sprake blijft van een gelijk speelveld. Daarom ishet ook raadzaam als coördinatie op EU-niveau van dergelijk industrie-beleid plaatsvindt.De Commissie gaf een korte toelichting op het onderwerp, in lijn met eennotitie die na afloop van de vergadering is gepubliceerd.4 De Commissieobserveert dat industriebeleid de afgelopen vijf tot tien jaar wereldwijd istoegenomen. Met name sinds 2021 is er sprake van een significante groei,waarbij vooral ontwikkelde landen en China actief industriebeleid voeren.Dit beleid is vaak gericht op duurzaamheid-, weerbaarheid- en econo-mische doelstellingen. De Commissie gaf aan dat resultaten van industrie-beleid zeer onzeker zijn, dat de impact op productiviteit zowel positief alsnegatief kan zijn, en dat er consequenties kunnen zijn voor de internemarkt. Vervolgens gaf de Commissie aan dat de effectiviteit van hetindustriebeleid afhangt van het beleidsontwerp en bijbehorenderandvoorwaarden, onder andere sector- of technologie- gericht beleid(beperk picking winners) en bescherming van concurrentie en de internemarkt.De Commissie gaf aan dat industriebeleid enkel succesvol is als struc-turele randvoorwaarden op orde zijn. Hierbij hebben lidstaten eenbelangrijke rol door productiviteitsverhogende hervormingen door tevoeren. Tevens benadrukte de Commissie het belang van voortgang opverdieping van de interne markt en kapitaalmarktunie. Tot slot gaf deCommissie aan dat er spanning kan bestaan tussen het verhogen van deconcurrentiekracht van de EU en industriebeleid, dat vooral op nationaalniveau plaatsvindt. Volgens de Commissie kan implementatie opEU-niveau onder andere nodig zijn op gebieden waar Europese connecti-viteit van belang is (bijvoorbeeld op het terrein van de energie-infrastructuur). De Commissie stelde dat gezien de hedendaagseuitdagingen, adequate EU-financiering nodig kan zijn om fragmentatie opde interne markt te voorkomen.3Internationaal Monetair Fonds, «IMF Background Note on Industrial Policy for Eurogroup»,20 juni 2024, https://www.consilium.europa.eu/media/i4qf3jxt/imf-background-note-on-industrial-policy-for-eurogroup-june-20-2024-final.pdf.4Europese Commissie, «Euro Area Competitiveness. Opportunities and value added of aEuropean industrial policy», Brussel, 6 juni 2024, https://www.consilium.europa.eu/media/dfcjg0yd/com-note-ea-competitiveness-industrial-policy.pdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20533 Veel lidstaten deelden het beeld van het IMF en de Commissie. Meerderelidstaten, waaronder Nederland, benadrukten het belang van de juistevoorwaarden als een sterke interne markt, versterking van de kapitaal-marktunie, hervormingen en het belang van terughoudendheid met deinzet van publieke middelen bij industriebeleid. Ze gaven daarbij aan datindustriebeleid gericht, beperkt en tijdelijk van aard moet zijn en dat opEuropees niveau gecoördineerd moet worden. Een enkele lidstaat pleittevoor een actief Europees industriebeleid waarbij reciprociteit moetworden gehanteerd ten opzichte van andere handelsblokken. Veellidstaten benadrukten het belangrijk te vinden dat een gelijk speelveldgewaarborgd blijft en dat industriebeleid de interne markt niet ondermijnt.Ook Nederland gaf aan dat de kracht van de Europese interne marktbehouden dient te blijven. Verder gaven verschillende lidstaten,waaronder Nederland, aan dat de energiemarkt van de EU verderversterkt kan worden.EcofinraadontbijtTijdens het Ecofinraadontbijt gaf de voorzitter van de Eurogroep zoalsgebruikelijk een terugkoppeling van de besprekingen in de Eurogroep.Tevens heeft de Commissie een update gegeven over de macro-economische situatie.EcofinraadA-punten – onderhandelingsraamwerk met Oekraïne en MoldaviëDe Raad keurde de onderhandelingsraamwerken voor de toetredingson-derhandelingen met Oekraïne en Moldavië goed. maakte de weg vrij voorde eerste toetredingsconferenties met deze twee kandidaat-lidstaten op25 juni 2024.Economische en financiële impact van de Russische agressie-oorlog tegen OekraïneDe Ecofinraad besprak de economische en financiële impact van deRussische agressie tegen Oekraïne en de Europese steunmaatregelen aanOekraïne. De Minister van Financiën van Oekraïne Sergii Marchenko wasvia een videoverbinding aanwezig bij de vergadering. Marchenko gaf eentoelichting op de economische en budgettaire situatie in Oekraïne. Hijschetste dat Oekraïne nog steeds flinke financiële en militaire noden heeft.Tevens staat de energielevering aan bedrijven en huishoudens zwaaronder druk als gevolg van het vernietigen van energiecentrales doorRusland. Marchenko gaf aan zeer verheugd te zijn met de opbrengsten enresultaten van de internationale donorconferentie voor de wederopbouwvan Oekraïne in Berlijn op 11 juni jl. Marchenko benadrukte meermaalsdankbaar te zijn voor de goede samenwerking tussen de EU en Oekraïneen de geboden hulp vanuit de EU. Blijvende steun vanuit de EU isessentieel voor Oekraïne om te voorzien in de financiële behoeften.Na het vertrek van Marchenko uit de vergadering besprak de Ecofinraadde aanvullende mogelijkheden om buitengewone rente-inkomsten overRussische Centrale Banktegoeden in te zetten voor steun aan Oekraïne.Daartoe gaven de Commissie en het Italiaans voorzitterschap van de G7een terugkoppeling van de besprekingen van de G7-regeringsleiders inPuglia, Italië, op 13 en 14 juni jl. Tijdens deze bijeenkomst bereikten deregeringsleiders een (politiek) akkoord om de genoemde rente-inkomstente gebruiken voor een lening van circa 50 miljard dollar aan Oekraïne,uitgegeven door de G7-landen. Tijdens de bespreking in de Ecofinraadbleek dat verdere details ten aanzien van onder andere de governance, deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20534 vormgeving en de budgettaire garanties van de lening nog moetenworden uitgewerkt.Een ruime meerderheid van de lidstaten intervenieerde om het belang vandit G7-akkoord te onderstrepen. Daarbij riepen veel lidstaten, waaronderNederland, op om snel voortgang te maken met de verdere uitwerking,maar daarbij wel zorgvuldigheid te willen betrachten ten aanzien van dejuridische, budgettaire en economische aspecten. Net als Nederlandwezen veel lidstaten er vervolgens op dat de eventuele (financiële) risico’sgelijk moeten worden verdeeld onder de G7 en dat sprake moet zijn vaneen eerlijke lastenverdeling. Diverse EU-lidstaten verwelkomden ook het14e sanctiepakket op Rusland dat recent werd aangenomen. Nederland enenkele andere lidstaten brachten in relatie daartoe nog op dat dezesancties zouden moeten worden verbreed naar Belarus.Aan het eind van de gedachtewisseling concludeerde het Belgischvoorzitterschap dat het Economisch en Financieel Comité (EFC), dehoogambtelijke voorbereidende werkgroep van de Ecofinraad, mandaatkrijgt voor de verdere uitwerking van het G7-akkoord over benutting vande buitengewone rente-inkomsten over Russische Centrale Banktegoedenvoor een lening aan Oekraïne, ter voorbereiding op nadere voorstellenvan de Commissie hierover. Tijdens de Ecofinraad van 16 juli aanstaandezal worden teruggekoppeld over de voortgang van deze uitwerking.BTW-regels voor het digitale tijdperkWederom is er geen akkoord bereikt op de Ecofinraad over het door deCommissie gepubliceerde voorstel betreffende btw-regels voor hetdigitale tijdperk (VIDA – VAT in the digital age). Het Belgische voorzitter-schap streefde er naar tijdens de Ecofinraad een raadsakkoord te bereikenop het gehele pakket. Dit was tijdens de Ecofinraad van 16 mei 2024 nietgelukt omdat Estland als enige niet kon instemmen met een Raadsak-koord. Estland had namelijk bezwaren bij het onderdeel van het pakket datziet op de platformfictie voor kortlopende accommodatieverhuur enpersonenvervoer.Het Belgische voorzitterschap benoemde dat de afgelopen maand diversebilaterale overleggen plaatsvonden met verschillende lidstaten om tekijken of er een compromis gevonden kan worden over het onderdeel vanhet pakket dat ziet op de platformfictie voor kortlopende accommodatie-verhuur en personenvervoer. Het Belgische voorzitterschap gafvervolgens aan dat Estland nog steeds niet kan instemmen en dat zij hetVIDA-dossier om deze reden zal overdragen aan het inkomend Hongaarsevoorzitterschap. Hierna nam Estland het woord om aan te geven dat debezwaren niet zijn verdwenen naar aanleiding van de laatste aanpas-singen aan de tekst van het Belgische voorzitterschap. Estland pleittewederom voor een «opt-in» ten aanzien van de platformfictie voorkortlopende accomodatieverhuur en personenvervoer. Hierna volgdentwintig interventies van lidstaten, waaronder Nederland, waarin zij hunsteun uitspraken voor de laatste compromistekst van het Belgischevoorzitterschap. Enkele landen gaven daarnaast (indirect) aan open testaan om het «opt-in» voorstel van Estland te bespreken. Het inkomendeHongaars voorzitterschap gaf tot slot aan dat zij klaar zijn om hetVIDA-voorstel verder te brengen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20535 Lopende wetgevingsvoorstellen over financiële dienstenHet voorzitterschap van de Raad en de Commissie hebben de Ecofinraadgeïnformeerd over de lopende wetgevingsvoorstellen op het terrein vanfinanciële diensten.5Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF)De Raad nam het uitvoeringsbesluit aan ter goedkeuring van hetaangepaste herstel- en veerkrachtplan (HVP) van Ierland.6 Een toelichtingop de aanpassingen kunt u vinden in de geannoteerde agenda voor deEurogroep en Ecofinraad van 20 en 21 juni 2024 die uw Kamer eerderontving.7Toezegging aan het lid Valize (PVV) om schriftelijk terug te komen op devragen over hoe vaak HVP’s zijn aangepastTijdens het Commissiedebat van 19 juni jl. heb ik toegezegd schriftelijkterug te komen op de vragen van lid Valize (PVV) over hoe vaak herstel- enveerkrachtplannen (HVP) zijn aangepast op basis van objectieve omstan-digheden en welke bedragen hiermee gemoeid zijn.Binnen de HVF-verordening8 bestaat met artikel 21 de mogelijkheid eenHVP te wijzigen indien deze op grond van objectieve omstandighedendeels of in zijn geheel niet langer te verwezenlijken is. Een lidstaat kanhiertoe een voorstel voor een gewijzigd HVP indienen. Het is vervolgensaan de Europese Commissie om te beoordelen of de door de lidstaataangevoerde redenen op basis van de HVF verordening een wijziging vanhet HVP rechtvaardigen. Indien dit oordeel positief is, zal de Commissieeen positief advies uitbrengen aan de Raad, die hier met gekwalificeerdemeerderheid het oordeel over velt.Met de introductie van de RepowerEU-hoofdstukken heeft de Commissieeen richtsnoer gepubliceerd voor het wijzigen van een HVP.9 DeCommissie geeft hierin aan dat wanneer een maatregel niet haalbaar blijktop basis van de vooraf geschatte kosten of efficiëntie of als er een beteralternatief beschikbaar is dit zal worden gezien als een objectieveomstandigheid. In dit richtsnoer geeft de Commissie gestegen kostendoor de hogere energieprijzen als voorbeeld voor een objectieveomstandigheid waardoor een maatregel niet langer haalbaar is binnen hetgeraamde kosten- of efficiëntieniveau. Ook geeft de Commissie aan datobjectieve omstandigheden van toepassing zijn wanneer er een beteralternatief beschikbaar is die alsnog bevorderlijk is voor het verwezen-lijken van dezelfde doelstellingen van de HVF-verordening of de beoorde-lingscriteria. In het richtsnoer wordt verder aangegeven dat lidstaten bijeen wijzigingsverzoek op basis van artikel 21 specifieke informatie moetenverstrekken over het effect van die gebeurtenissen op de maatregelen ende concrete mijlpalen en streefdoelen.5Progress on financial services legislative files, 8151/24, Brussel, 19 juni 2024,https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-10217-2024-INIT/en/pdf.6Council of the EU, «Recovery fund: Council greenlights Ireland’s amended plan», Brussel,21 juni 2024, https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2024/06/21/recovery-fund-council-greenlights-ireland-s-amended-plan/.7Kamerstukken II, 2023–2024, 21 501-07, nr. 2044.8eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32021R02419Mededeling van de Europese Commissie, «Richtsnoeren voor herstel- en veerkrachtplannen inhet kader van REPowerEU», 3 maart 2023, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52023XC0303(01).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20536 Zoals aangegeven in de geannoteerde agenda voor de Eurogroep enEcofinraad van juni 2024 heeft de Commissie onlangs een nieuwerichtsnoer gepubliceerd met enkele vereenvoudigingen om de implemen-tatie van de HVF te versnellen.10 Hierin geeft de Commissie meerduidelijkheid over de wijze waarop een HVP kan worden aangepast opbasis van objectieve omstandigheden. Lagere administratieve lasten voorde lidstaat kan nu zo’n alternatief zijn. Het is evenwel aan de lidstaat om teonderbouwen waarom de maatregel onhaalbaar is of om aan te tonen dathet alternatief een efficiëntere manier is om het originele doel van demaatregel te behalen. Belangrijk uitgangspunt blijft dat wijzigingen dealgehele ambitie van het HVP niet mogen verminderen, met name watbetreft het adresseren van de landspecifieke aanbevelingen en hetbereiken van groene en digitale doelstellingen.In tabel 1 vindt u een overzicht van de wijzigingen die lidstaten op basisvan artikel 21 van de HVF verordening hebben doorgevoerd. De Kamerheeft steeds voorafgaand aan de besluitvorming in de Ecofinraad opiedere wijziging van een HVP een toelichting van de desbetreffendewijziging en de kabinetsappreciatie van de Commissiebeoordelingontvangen.11 Een goedgekeurde wijziging op basis van objectieveomstandigheden heeft geen gevolgen voor de financiële bijdrage dielidstaten kunnen ontvangen.Tabel 1: wijzigingen HVP’s op basis van objectieve omstandigheden (artikel 21)lidstaatAanpassingen op basis van objectieve omstandigheden (artikel 21)België• December 2023; 34 maatregelenBulgarije• December 2023; 1 maatregelTsjechië• Oktober 2023; 58 maatregelenDenemarkenDuitsland• Februari 2023; 2 maatregelenEstland• Juni 2023; 19 maatregelenIerland• Juli 2023; 3 maatregelen• December 2023; 5 maatregelen• Juni 2024; 4 maatregelenGriekenland• December 2023; 60 maatregelenSpanje• Oktober 2023; 52 maatregelen• Mei 2024; 16 maatregelenFrankrijk• Juli 2023; 18 maatregelenKroatië• November 2023; 39 maatregelenItalië• September 2023; 8 maatregelen• December 2024; 96 maatregelen• Mei 2024; 24 maatregelenCyprus• December 2023; 48 maatregelen10Europese Commissie, «Draft. Guidance on recovery and resilience plans»,https://commission.europa.eu/document/download/3a3d5707-5adc-4f6a-a5b5-1d23f1a24235_en?filename=20240531_Draft_Guidance_on_recovery_and_resilience_plans.pdf11Kamerstukken II, 2022–2023, 21 501-07, nr. 1953; Kamerstukken II, 2022–2023, 21 501-07,nr. 1957; Kamerstukken II, 2023–2024, 21 501-07, nr. 1976; Kamerstukken II, 2023–2024,21 501-07, nr. 1986; Kamerstukken II, 2023–2024, 21 501-07, nr. 1990; Kamerstukken II,2023–2024, 21 501-07, nr. 2035; Kamerstukken II, 2023–2024, 21 501-07, nr. 2044.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20537 lidstaatAanpassingen op basis van objectieve omstandigheden (artikel 21)Letland• December 2023; 35 maatregelenLitouwen• November 2023; 44 maatregelenLuxemburgHongarije• December 2023; 19 maatregelenMalta• Juli 2023; 2 maatregelenNederland• Oktober 2023; 10 maatregelenOostenrijk• November 2023; 14 maatregelenPolen• December 2023; 51 maatregelenPortugal• Oktober 2023; 45 maatregelenRoemenië• December 2023; 48 maatregelenSlovenië• Oktober 2023; 35 maatregelenSlowakije• Juli 2023; 36 maatregelenFinlandZweden Europees Semester 2024: lentepakketDe Commissie presenteerde tijdens de Ecofinraad het lentepakket van hetEuropees Semester dat op woensdag 19 juni is gepubliceerd.12 DeCommissie gaf aan dat de Europese economie veerkracht heeft getoondde afgelopen jaren, met dank ook aan het Europees Semester. Voorbeeldhiervan is het verband tussen hervormingen en investeringen zoals datplaatsvindt in de HVF. De Commissie wees er vervolgens op dat hervor-mingen noodzakelijk zijn om het concurrentievermogen van de EU teversterken, in het bijzonder om de arbeidsproductiviteit te verhogen,innovatie aan te jagen, en de tekorten aan geschoold personeel teadresseren.De Commissie lichtte toe dat het Europees Semester naast de landspeci-fieke aanbevelingen dit jaar ook weer een onderzoek naar de aanwe-zigheid van buitensporige tekorten in lidstaten bevat, volgensartikel 126(3) uit het Verdrag betreffende de Werking van de EuropeseUnie (VWEU). Naar aanleiding van het onderzoek stelt de Commissie voorom buitensporige tekorten vast te stellen voor België, Frankrijk, Italië,Hongarije, Malta, Polen en Slowakije.Een inhoudelijke bespreking van het lentepakket is voorzien op deEcofinraad van 16 juli a.s. Een nadere inhoudelijke toelichting hierop enappreciatie van het lentepakket, inclusief de positie van Nederland, kunt uvinden in de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en Ecofinraad van15 en 16 juli 2024 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2052).12Europese Commissie, «2024 European Semester: spring package», 19 juni 2024,https://commission.europa.eu/publications/2024-european-semester-spring-package_en.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20538 Verslag aan de Europese Raad over belastingaangelegenhedenDe Ecofinraad heeft een ontwerpverslag over belastingvraagstukken aande Europese Raad goedgekeurd.13 Het rapport geeft een overzicht van devooruitgang die in de Raad is geboekt tijdens de termijn van het Belgischevoorzitterschap in de eerste helft van 2024, evenals een overzicht van destand van zaken van de belangrijkste onderwerpen waarover wordtonderhandeld op belastinggebied.Ad Hoc Comité voor een ontwerpmandaat voor een raamverdragvan de Verenigde Naties inzake internationale samenwerking opbelastinggebiedTijdens de Ecofinraad heeft het Belgisch Voorzitterschap een overzichtgegeven over het proces binnen de Verenigde Naties («VN») ten aanzienvan Resolutie 78/230 van de Algemene Vergadering van de VN betref-fende internationale belastingsamenwerking. In deze resolutie is de VNopgeroepen om een voortrekkersrol op zich te nemen op het gebied vaninclusieve en effectieve internationale belastingsamenwerking. De VNheeft hiervoor een Ad-Hoc Comité («AHC») opgericht die zal werken aande kaders, de Terms of Reference («ToR»), van een Framework Convention(«FC»). Het raamwerk voor deze ToR is in de eerste inhoudelijke zittingbesproken. Deze zitting was van 26 april tot en met 8 mei 2024.De inbreng uit de eerste zitting is verwerkt in de eerste conceptversie vande ToR. Deze is door de voorzitter van het AHC opgesteld en gedeeld.Lidstaten van de VN kregen de mogelijkheid om inbreng in te sturen. InEU-vergaderingen is er verder over het VN-proces gesproken waarbij debelangrijkste vraag was of lidstaten gebruik zouden maken van eengemeenschappelijke boodschap als inbreng.Alhoewel er overeenstemming bestaat over de algemene beginselen is ergeen gemeenschappelijke boodschap aangenomen. Besluitvorminghieromtrent is met eenparigheid van stemmen, wat niet mogelijk bleek.Veel lidstaten houden graag de ruimte om eigen standpunten in tebrengen. Wel is besloten om de geformuleerde boodschap, die groten-deels overeenkomt met het EU-standpunt tijdens de eerste inhoudelijkezitting van het AHC14, te hanteren als gemeenschappelijke lijn waaruitlidstaten naar eigen inzicht konden putten voor hun inbreng bij de VN.Nederland heeft eigen schriftelijke inbreng ingestuurd naar de voorzittervan het AHC. Deze schriftelijke inbreng is als bijlage bijgevoegd bij ditverslag.15Nederland geeft in de inbreng aan binnen het AHC actief mee te denkenover manieren waarop de VN kan bijdragen aan een inclusieve eneffectieve internationale samenwerking op belastinggebied. Hiervoorwordt in de inbreng een oproep gedaan voor meer duidelijkheid over destructuur van een VN FC en de plaats van bepaalde onderwerpen in datraamwerk, omdat daardoor de discussie over inhoudelijke onderwerpenmakkelijker wordt. Verder wordt een aantal onderwerpen aangedragenwaarvan Nederland de VN het geschikte gremium vindt voor de discussie13Raad van de Europese Unie, «Ontwerpverslag van de Raad Ecofin aan de Europese Raad overbelastingaangelegenheden», Brussel, 14 juni 2024, https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-10594-2024-INIT/nl/pdf.14https://www.eeas.europa.eu/delegations/un-new-york/eu-statement-un-framework-convention-international-tax-cooperation-first-substantive-session-ad-hoc_en?s=6315Bijlage: «Submission by The Kingdom of the Netherlands UN Zero Draft Terms of ReferenceFramework Convention».Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 20539 en nader werk hieromtrent16 en een aantal onderwerpen afgeraden waargeen breed draagvlak voor aanwezig is17. Hierbij is rekening gehoudenmet de expertise binnen de VN en wordt getracht te voorkomen dat erfragmentatie van werk bij verschillende internationale gremia ontstaat.Jaarvergadering van het Europees StabiliteitsmechanismeOp 20 juni jl. vond de jaarvergadering van het Europees Stabiliteitsmecha-nisme (ESM) plaats in Luxemburg. Tijdens de vergadering heeft de Raadvan gouverneurs het jaarverslag van de instelling over het jaar 2023,inclusief de financiële rekeningen over 2023, goedgekeurd.18 Daarnaaststond de benoeming van twee leden van het auditcomité en de evaluatievan het ingelegd kapitaal, uitleenvolume en de financiële steuninstru-menten op de agenda. Zoals gebruikelijk wordt de Kamer op de hoogtegesteld van de jaarvergadering van het ESM, het jaarverslag van het ESMen het jaarverslag van het onafhankelijke auditcomité van het ESM, welkeonlangs gepubliceerd zijn op de website van het ESM. Daarnaast wordt indeze brief ingegaan op de financiële rekeningen van de EuropeseFinanciële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF) over 2023.Jaarverslag 2023 ESMHet jaarverslag van het ESM bevat een beschrijving van de activiteitenvan de instelling in 2023 en de jaarrekening van het betreffende jaar. Zoalsin voorgaande jaren is een analyse opgenomen over de economischesituatie in het eurogebied, met speciale aandacht voor de landen diefinanciële steun ontvingen (Ierland, Griekenland, Spanje, Cyprus enPortugal).De uitstaande leningen van het ESM aan eurolanden bedroeg eind 202382,6 miljard euro. Dit bedrag is ten opzichte van 2022 gedaald met3,6 miljard euro. Deze daling komt door een geplande aflossing vanSpanje ter waarde van 3,6 miljard euro. Momenteel staan er nog elfleningen aan Griekenland uit ter waarde van 59,8 miljard euro, vijfleningen aan Spanje ter waarde van 16,4 miljard euro en negen leningenaan Cyprus ter waarde van 6,3 miljard euro.Het ESM heeft in 2023 een positief financieel resultaat behaald van320,5 miljoen euro na een verlies van 60,2 miljoen euro in 2022. Het ESMheeft jaarlijks netto inkomsten door de marge die de landen op hunleningen aan ESM betalen bovenop de financieringskosten van het ESM.Het hogere resultaat over 2023 wordt gedreven door de hogere rente diehet ESM ontvangt op haar investeringen en tegoeden bij centrale banken.Van de 320,5 miljoen euro winst over 2023 wordt 2,4 miljoen eurotoegevoegd aan het fonds voor het nieuwe ESM gebouw, in lijn met de in2023 gewijzigde financieringswijze van het nieuwe ESM gebouw.19 Hetresterende resultaat over 2023 (318,1 miljoen euro) is tijdens de jaarverga-16In de schriftelijke inbreng van Nederland worden de volgende, geschikte onderwerpengenoemd: strategieën voor het belasten van HNWIs, bevorderen van de mobilisatie vanbinnenlandse middelen, belastingheffing op inkomen uit natuurlijke rijkdommen en offshoreactiviteiten, de samenloop tussen belasting- en investeringsverdragen, belastingmaatregelenten aanzien van milieu en klimaatuitdagingen, uitwisseling van informatie, wederzijdseadministratieve bijstand op fiscaal gebied en schadelijke belastingconcurrentie.17In de schriftelijke inbreng van Nederland worden de volgende, niet-geschikte onderwerpengenoemd: de eerlijke verdeling van heffingsrechten ten aanzien van multinationale onderne-mingen, belastingheffing van de digitale economie en belastingheffing van grensoverschrij-dende diensten.18Bijlage: «Jaarverslag ESM 2023»19Kamerstukken II, 2022–2023, 21 501-07, nr. 1958.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205310 dering door de Raad van gouverneurs gealloceerd aan het reservefonds,in lijn met artikel 24(2) van het ESM-verdrag. De omvang van het fondsvoor het nieuwe ESM-gebouw en het reservefonds neemt hiermee toe totrespectievelijk 108,4 miljoen euro en ongeveer 3,5 miljard euro.Jaarverslag 2023 ESM-auditcomitéHet auditcomité van het ESM formuleert jaarlijks voor de Raad vangouverneurs een verslag over zijn werkzaamheden.20 Het comité voertaudits uit en bestaat uit vijf onafhankelijke leden, die door de Raad vangouverneurs zijn benoemd vanwege hun competentie in financiële zakenen audits.Het auditcomité is betrokken geweest bij de reguliere controle van definanciële rekeningen, het toetsen van het werk van de externe accountanten het werk van de interne auditdienst van het ESM. Voor deze werkzaam-heden heeft het auditcomité reguliere ontmoetingen gehad met debetrokken instanties en personen. Verder heeft het auditcomité ontmoe-tingen gehad met de directeur van het ESM, andere leden van hetmanagement team en senior medewerkers om relevante onderwerpen enontwikkelingen te bespreken, specifiek over risico’s die inherent zijn aande werkterreinen van het ESM. Daarnaast heeft het auditcomité een auditnaar de aanbestedingsprocedures en contracten met derden partijen vanhet ESM in 2023 afgerond. Het rapport geeft de belangrijkste uitkomstenvan die audit weer. Ten eerste geeft het auditcomité aan dat het ESMwerkt aan het verbeteren van aanbestedingsuitkomsten maar eenduidelijkere beschrijving van onderhandelingsprocessen nodig is. Tentweede geeft het auditcomité aan dat het ESM moet overwegen om deaanbestedingsprocedures te versterken. Tot slot beveelt het auditcomitéaan om eerder de procedure te starten om te beoordelen of een contractvernieuwd of aanbesteed dient te worden. Verder is het auditcomité inoktober 2023 gestart met een audit van de investeringsstrategie en dezeheeft betrekking op de besluitvormingsprocessen. Naar verwachting zalde audit in het derde kwartaal van 2024 afgerond worden.In reactie op het jaarverslag van het auditcomité verwelkomt het ESM hetrapport van het auditcomité.21 Daarbij beschrijft het ESM hoe de interneen externe auditfuncties het afgelopen jaar hun controle hebben uitge-oefend en onderschrijft het ESM het belang ervan voor de organisatie. Hetjaarverslag van het auditcomité wordt conform Artikel 30(5) van hetESM-verdrag en Artikel 24(6) van de organisatievoorschriften van het ESMaan de nationale parlementen, de nationale rekenkamers, de EuropeseRekenkamer en het Europees Parlement gestuurd.Benoeming leden auditcomitéDe termijn van twee leden van het auditcomité loopt op 7 oktober 2024 af.De samenstelling van het auditcomité komt tot stand doordat de voorzittervan de Raad van gouverneurs van het ESM (twee leden), de hoogsteonafhankelijke auditinstellingen van de aan het ESM deelnemendelidstaten22 (twee leden) en de Europese Rekenkamer (één lid) ledenmogen voordragen. De heer Helmut Berger is voorgedragen door devoorzitter van de Raad van gouverneurs. De heer Märt Loite is voorge-dragen door de Estse nationale Rekenkamer.20Bijlage: «Jaarverslag auditcomité 2023».21Bijlage: «Reactie ESM op het jaarverslag auditcomité over 2023».22Auditinstellingen van ESM lidstaten zijn roulerend aan de beurt om een lid van het audit-comité voor te dragen. Nederland (de Nationale Rekenkamer) zal in 2031 aan de beurt zijn omeen kandidaat voor te dragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205311 De Raad van Gouverneurs heeft ingestemd met de benoeming van MärtLoite en Helmut Berger als nieuwe leden van het auditcomité.Financiële rekeningen EFSFDe Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF) is een tijdelijk Europeesnoodfonds en de voorloper van het ESM. Het EFSF kan niet meer gebruiktworden voor het verstrekken van nieuwe stabiliteitssteun. Wel beheert hetEFSF de nog uitstaande leningen van de instelling aan Ierland, Portugal enGriekenland. Het EFSF heeft in 2023 een winst behaald van129,4 miljoen euro tegenover een verlies van 25,8 miljoen euro in 2022.Het verbeterde resultaat wordt gedreven door hogere rente-inkomsten optegoeden bij de centrale banken. In tegenstelling tot het ESM heeft hetEFSF geen netto inkomsten uit een rentemarge op de uitstaande leningen.Bij het verstrekken van leningen betaalden lidstaten vooraf een service-kostenvergoeding, die over zeven jaar verdeeld als inkomsten bij het EFSFoptelden. Het EFSF heeft in 2015 zijn laatste leningendeel uitgekeerd en dezevenjarige periode voor de vooraf betaalde servicekostenvergoedingeindigde in 2021.Het resultaat over 2023 wordt toegevoegd aan het reservefonds van hetEFSF. Dit reservefonds bestaat uit de ingehouden winst uit voorgaandejaren en kan worden ingezet om toekomstige verliezen van het EFSF tedekken. Deze ingehouden winst stond eind 2022 op 717,6 miljoen euro. Deinstelling heeft aangegeven dat het reservefonds voldoende ruimte biedtvoor het opvangen van het verlies totdat alle leningen zijn terugbetaald.De nominale waarde van de uitstaande leningen van het EFSF aan Ierland,Portugal en Griekenland bedroeg eind 2023 172,9 miljard euro tenopzichte van 174,6 in 2022. De afname komt door twee aflossingen vanGriekenland met een totale waarde van 1,7 miljard euro. Per 31 december2023 bedragen de uitstaande leningen 129,2 miljard euro aan Griekenland,25,3 miljard euro aan Portugal en 18,4 miljard euro aan Ierland. In denominale waarde van de uitstaande EFSF-leningen is niet het uitstel vanrentebetalingen op een deel van de verstrekte EFSF-leningen aanGriekenland opgenomen. Deze maatregel is het gevolg van een schuld-maatregel die in juni 2018 is afgesproken, waarbij de rentebetalingen vanGriekenland aan het EFSF tot en met 2032 voor een deel van de leningenworden uitgesteld.23 De uitgestelde rente (stand eind 202312,4 miljard euro) leidt ertoe dat de vordering van het EFSF opGriekenland t/m 2032 jaarlijks toeneemt. In 2023 was de toename1,2 miljard euro. Over deze nieuwe vordering die daardoor ontstaat wordtook weer rente berekend. Na afloop van de periode van rente-uitstel zalterugbetaling van de opgebouwde uitgestelde rente onderdeel wordenvan het aflossingsschema voor de leningen van Griekenland bij het EFSF.De opbouw van de vordering op Griekenland heeft geen effect op hetgarantieplafond van Nederland aan het EFSF, omdat Nederland demaximale schulduitgifte m.b.t. het EFSF garandeert. De EFSF-schuld dienodig is om de uitstaande leningen aan Ierland, Portugal en Griekenland(inclusief uitgestelde rente) te financieren blijft daar onder.Uitgebreide evaluatie van het ingelegd kapitaal, uitleenvolume ende financiële steuninstrumentenConform het ESM-verdrag artikel 10 zal de Raad van gouverneursregelmatig, en ten minste eens per vijf jaar, het maximale uitleenvolumeen de toereikendheid van het geautoriseerde kapitaal evalueren. Tijdens23Kamerstukken II, 2017–2108, 21 501-07, nr. 1530.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205312 de jaarvergadering in 2022 heeft de Raad van gouverneurs ingestemd omde evaluatie uit te breiden en ook het huidige financiële steuninstrumen-tarium te evalueren. In het rapport worden geen concrete voorstellen totaanpassingen gedaan. Het ESM benoemt wel dat haar bevindingen in hetrapport de basis kunnen vormen voor verdere analyse en vervolgstappen.Het eerste deel van de evaluatie betreft een introductie en een terugblikop verschillende ontwikkelingen in de eurozone sinds de oprichting vanhet ESM. Het ESM stelt dat het afgelopen decennium heeft laten zien dathet ESM de capaciteit en wendbaarheid heeft om een crisis te adresseren.Tijdens de COVID-19 pandemie heeft de Commissie nieuwe instrumentengeïntroduceerd die tijdelijk van aard zijn. Volgens het ESM zouden erwaarschijnlijk additionele middelen nodig zijn voor een soortgelijkenieuwe reactie. Ook de ECB heeft een cruciale rol gespeeld in de reactieop COVID-19 maar is desondanks geen lender of last resort. Daarnaast zijnde besluiten van de ECB volgens het ESM gebaseerd op monetairebeleidsdoelen. Het ESM benoemt in dat kader het belang om haarinstrumenten, kapitaal en uitleencapaciteit te evalueren om te waarborgendat de instelling in staat is om toekomstige crises te adresseren.Het ESM geeft aan dat leningen in combinatie met een macro-economischaanpassingsprogramma het meest gebruikte instrument is. De ervaringendie in het verleden zijn opgedaan zijn, vormden een belangrijke input voorde discussies omtrent de hervorming van het ESM-verdrag. Hierbij is derol van het ESM in het ontwerp en implementatie van toekomstigeprogramma’s versterkt. Het ESM stelt klaar te zijn om deze versterkte rol tevervullen op het moment dat alle lidstaten het herziene ESM-verdraghebben geratificeerd. De aanpassingen van het instrument maken hetinstrument volgens het ESM relevanter, efficiënter en effectiever.De preventieve kredietlijnen van het ESM bieden tijdelijke steun aanlidstaten die potentieel financiële risico’s ervaren. De instrumenten zijngebaseerd op het idee dat het voorkomen van een crisis economischvoordeliger is dan het alternatief. Het ESM geeft aan dat deze instru-menten ook in de hedendaagse context relevant kunnen zijn. Het ESMraadt aan om de toegangscriteria voor de Precautionary ConditionedCredit Line (PCCL) in het herziene ESM-verdrag in lijn te brengen met deuitkomst van de herziening van de EU begrotingsregels op het momentdat het herziene ESM-verdrag door alle lidstaten geratificeerd is.Daarnaast stelt het ESM dat, gebaseerd op de evaluatie van de PandemicCrisis Support (PCS) instrument dat het goed benutten van (informele)vertrouwelijke consultaties en het faciliteren van een groepsaanvraag,potentiële verbeteringen kunnen zijn. Tot slot geeft het ESM aan dat demogelijkheid onderzocht kan worden om preventieve kredietlijnen aan tepassen voor specifieke uitgaven zoals klimaatverandering, geopolitiekerisico’s en fragmentatie.De primaire en secundaire marktondersteunende instrumenten van hetESM zijn onderdeel van het ESM portfolio sinds de oprichting. De tweeinstrumenten zijn nog niet ingezet en blijven grotendeels intact met deherziening van het ESM-verdrag. Het ESM geeft aan dat de instrumentenrelevant blijven.Ook beschikt het ESM over een instrument om financiële instellingen teherkapitaliseren (IRI) dat is benut om de Spaanse bankensector teondersteunen. Het ESM stelt dat de later opgerichte bankenunie meege-wogen moet worden in de evaluatie van IRI. Het ESM geeft aan datondanks de aanvullende raamwerken het instrument voldoende veelzijdigen relevant kan zijn om toekomstige risico’s te adresseren. Het ESMbenoemt dat IRI complementair kan zijn naast het gemeenschappelijkafwikkelingsfonds (Single Resolution Fund, SRF) en de gemeenschappe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205313 lijke achtervang (Common Backstop). Het ESM ziet bijvoorbeeld eenmogelijkheid om IRI als preventief instrument in te zetten. Ook denkt hetESM dat het instrument effectief kan zijn om opkomende risico’s voor definanciële sector door klimaatverandering te adresseren. Tot slot noemthet ESM de mogelijkheid om het instrument in te zetten voornon-bancaire instellingen, maar geeft daarbij tegelijkertijd aan dat dereikwijdte hiervoor beperkt lijkt.Met de ratificatie van het herziene ESM-verdrag zal het ESM de gemeen-schappelijke achtervang voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfondsfaciliteren. Het ESM geeft aan dat de introductie van de gemeenschappe-lijke achtervang van groot belang blijft voor de financiële stabiliteit in deeurozone. Met de introductie van de gemeenschappelijke achtervang zalhet instrument voor directe herkapitalisatie van financiële instellingenvervallen. De omvang van de gemeenschappelijke achtervang is op ditmoment groter dan met de herziening van het ESM-verdrag geantici-peerd. Het ESM geeft aan dat op het moment dat het verdrag operationeelwordt, geëvalueerd moet worden of de nominale cap voor de gemeen-schappelijke achtervang nog toereikend is.Tot slot geeft het ESM aan dat haar uitleencapaciteit de financiëlestabiliteit in de eurozone tot op heden heeft ondersteund terwijl eensignificant deel nog beschikbaar is. Omdat de uitleencapaciteitongewijzigd is gebleven sinds de oprichting zal de relatieve omvang tenopzichte van macro-economische indicatoren licht zijn afgenomen.Tegelijkertijd zijn er aanvullende raamwerken opgebouwd die bijdragenaan de financiële stabiliteit. Het ESM geeft hierop aan dat haar huidigemaximale uitleenvolume en geautoriseerd kapitaal adequaat zijn.Nederland heeft aangegeven dat het zich kan vinden in de beoordelingvan het ESM dat de maximale uitleencapaciteit en het geautoriseerdkapitaal toereikend zijn. Met betrekking tot de evaluatie van het financiëlesteuninstrumentarium heeft Nederland benadrukt dat het ESM, in lijn methet huidige en herziene verdrag, alleen steun kan verstrekken op basis vanstringente voorwaarden die passend zijn voor het gekozen instrumentindien zulks onontbeerlijk is om de financiële stabiliteit van de eurozoneals geheel en van de lidstaten ervan te waarborgen. Verder heeftNederland nadrukkelijk het belang benadrukt dat alle lidstaten hetherziene ESM-verdrag ratificeren. Met de bovenstaande inbreng wordt demotie Heinen-Hijum, om kenbaar te maken dat ratificatie van hetESM-verdrag alsnog geboden is, als uitgevoerd beschouwd.24Jaarvergadering van de Europese InvesteringsbankTijdens de jaarvergadering van de Europese Investeringsbank (EIB) gaf depresident van de EIB, Nadia Calviño, net als in eerdere jaren eentoelichting op het afgelopen jaar en een vooruitblik op het komende jaar,net als de voorzitter van het auditcomité. Verder stonden op de agenda:de jaarverslagen van het auditcomité voor 2023 met een reactie van hetManagement Comité (MC) van de EIB en de strategische koers van deBank voor de jaren 2024–2027. In de geannoteerde agenda voor deEurogroep en Ecofinraad van 20 en 21 juni 2024 die uw Kamer eerderontving, treft u een inhoudelijke toelichting op de agendapunten.25 Degouverneurs van de EIB hebben met alle agendapunten ingestemd.24Kamerstukken II, 2023–2024, 21 501-07, nr. 2014.25Kamerstukken II, 2023–2024, 21 501-07, nr. 2047.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205314 OekraïneDe president van de EIB gaf in haar terugblik een toelichting op destappen die de Bank heeft gezet t.a.v. Oekraïne. De Bank blijft nauwbetrokken bij de steun aan Oekraïne en werkt aan nieuwe projecten die inoktober worden verwacht. Voorbeelden van recente initiatieven – via hetEU4-Ukraine initiatief waar Nederland ook aan deelneemt en de Oekraïne-faciliteit van de EU – zijn een nieuwe kredietfaciliteit van 300 miljoen eurovia het EIF (European Investment Fund), een nieuw Invest EU instrumentvoor de private sector en verschillende projecten om de nationaleoverheid, lokale overheid en private sector te ondersteunen. De EIB werktook samen met de EBRD aan een project voor shelters bij de energievoor-ziening. Tenslotte werkt de EIB samen met andere internationale financiëleinstellingen aan het versterken van de absorptiecapaciteit van Oekraïne.Strategic Roadmap 2024–2027De president van de EIB presenteerde haar vooruitblik op het komendejaar aan de hand van de Strategic Roadmap 2024–2027. De EIB gouver-neurs hebben ingestemd met de EIB Strategic Roadmap 2024–2027,inclusief het opstarten van de procedure om de statutaire leenlimiet aan tepassen. Wel maakte een enkele lidstaat nog een parlementair voorbehoudop instemming met het aanpassen van de leenlimiet. In de bijlage treft ude EIB Strategic Roadmap 2024–2027.26 Een inhoudelijke appreciatie entoelichting op de strategische koers is eerder met uw Kamer gedeeld in degeannoteerde agenda voor de Eurogroep en Ecofinraad van 20 en 21 juni2024.De rol van de EIB in de defensiesector is een van de acht prioriteiten vande Strategic Roadmap. Nederland heeft de Bank opgeroepen ombelemmeringen om te investeren in de defensie-industrie weg te nemen.Hoewel dit op steun van meerdere lidstaten kon rekenen, lieten sommigelidstaten weten geen voorstander te zijn van verdere uitbreiding van hetleenmandaat van de EIB. Ook waren er lidstaten die aangaven dat zij eersthet effect van de huidige stap op de financieringspositie van de Bankwilden zien, alvorens verdere stappen werden gezet. De president van deEIB concludeerde naar aanleiding van de interventies van de lidstaten dathet huidige defensiebeleid van de EIB – met o.a. de in mei herijktedefinitie van dual-use – een gewogen compromis en derhalve een goedeafspiegeling van de wensen van de aandeelhouders is.Jaarverslagen – financieel jaarverslag 2023, verslag Audit Comité(AC) en Review and Evaluation Process (REP) Assessment ReportUit het financieel jaarverslag 2023 blijkt dat de financiële resultaten van deEIB over vorig jaar een positief en stabiel beeld laten zien ondanks alleuitdagingen. De EIB boekte een netto resultaat van 2,4 miljard euro in2023. Het eigen vermogen groeide hiermee van 78,4 miljard euro in 2022naar ca. 80 miljard euro in 2023. De leningenportefeuille van de EIB bleefstabiel (556,4 miljard euro in 2021, 562 miljard euro in 2022,547 miljard euro in 2023).Wat betreft de financiële situatie van de EIB wijst het Audit Comité (AC) opde gevolgen voor het business model van de Bank door externe factoren.De Bank heeft te kampen met de gevolgen van hoge inflatiedruk, de26Bijlage: «EIB Group 2024–2027 Strategic Roadmap». Zie ook: https://www.eib.org/en/publications/20240198-eib-group-2024-2027-strategic-roadmap en https://www.eib.org/en/press/all/2024-214-eu-ministers-formally-endorse-eib-group-strategic-roadmap-and-reaffirm-its-role-as-financing-arm-of-the-euTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205315 oorlog in Oekraïne en de snel stijgende rentetarieven. Over het algemeenblijft de impact op de economie van de EU voelbaar vanwege verstoordetoeleveringsketens en de huidige geopolitieke onzekerheid.In de context van de veranderende externe factoren is een robuustkostenbeheer volgens het AC van belang om de middelen van de Bankefficiënter te beheren. Het Audit Comité was derhalve tevreden dat de EIBde aanbeveling om een Chief Financial Officer (CFO) voor de EIB Groepaan te stellen heeft opgevolgd. Zo kan één bestuurder het overzicht kanhouden over alle financiële activiteiten van de Bank.Het AC concludeerde dat het jaarverslag een correct en waarheidsgetrouwbeeld geeft van de financiële positie van de EIB. Ook de externe auditorKPMG heeft het financiële jaarverslag goedgekeurd, evenals de Raad vanBewindvoerders en Raad van Gouverneurs.REP-rapportIn 2019 werd het EIB-beoordelings- en evaluatieproces (EIB REP) opgezetals onderdeel van het besluit om het toezicht op de EIB-Groep teversterken en een extra rol toe te voegen aan het AC met als taak denaleving van de best banking practices door de bank te controleren. DeREP van de EIB is gebaseerd op toezichtsbeleid van de ECB (het Super-visory Review and Evaluation Process, SREP). Het AC presenteerde hetREP-beoordelingsrapport van de EIB tijdens de EIB-jaarvergadering.In het EIB REP-rapport van 2023 werd geconcludeerd dat de EIB-Groepnog steeds zeer gezonde kapitaal- en liquiditeitsposities heeft, die kunnenrekenen op een levensvatbaar maar veranderend bedrijfsmodel. DeEIB-Groep moet desondanks waakzaam blijven voor de snel veranderendemacro-economische en geopolitieke ontwikkelingen. Naarmate deEIB-Groep in omvang en reikwijdte blijft groeien, wordt het steedsbelangrijker om systematisch te focussen op een efficiënte organisatie,kapitaalsallocatie en het mitigeren van risico’s.Activiteiten van de EIB in NederlandIn 2023 investeerde de EIB Groep (EIB en EIF) ca. 88 miljard eurowereldwijd. Dit bestond uit 75,14 miljard euro via de EIB, waarvan2,1 miljard euro naar Nederland ging. Ook werd er 14,9 miljard eurogeïnvesteerd via het Europees Investeringsfonds (EIF), waarvan548 miljoen euro naar Nederland ging. Het totale volume dat in 2023 naarNederland ging is daarmee uitgekomen op ruim 2,6 miljard euro.De investeringen in Nederland richten zich onder andere op durfkapitaalaan innovatieve bedrijven, onder meer op het gebied van cybersecurity,medische en agrarische innovatie, en wetenschappelijke toepassingen. DeEIB was verder actief in Nederland op het gebied van klimaat en inves-teerde ook veel in de Nederlandse zorg (o.a. langdurige speciale zorg enregionale ziekenhuizen). Het volume aan investeringen in Nederland in2023 was fors hoger dan in 2022 (1,46 miljard euro).OverigVoortgang op de onderhandelingen over de digitale euroHet Belgisch voorzitterschap van de Raad heeft een voortgangsrapportageover de onderhandelingen voor een mogelijke digitale euro opgesteld, dieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205316 ik aanhecht als bijlage bij dit verslag.27 Deze voortgangsrapportage is nietbesproken in de Ecofinraad van 21 juni jl., maar ik wil uw Kamer hier welover informeren. Ook zal ik – in aanvulling op dit voortgangsrapport –toelichten waar de onderhandelingen staan op punten waarvoor uwKamer in het verleden in het bijzonder aandacht had. Daarmee doe ik mijntoezegging gestand om uw Kamer voor de zomer integraal te informerenover de stand van zaken van de onderhandelingen over de digitale euro.28Doel van een digitale euroZoals ook in het BNC-fiche staat beschreven, ziet het kabinet dat eenmogelijke digitale euro van toegevoegde waarde kan zijn voor consu-menten, bedrijven en de economie. Een digitale euro biedt demogelijkheid om in de hele eurozone met hetzelfde digitale betaalmiddelte betalen en kan ervoor zorgen dat publiek geld toegankelijk blijft en eenbelangrijke plek behoudt in de samenleving. Hiermee draagt een digitaleeuro bij aan het behoud van vertrouwen in de euro als betaalmiddel. Eendigitale euro kan daarnaast helpen om in de toekomst grip te houden ophet Europese betalingsverkeer. Op dit moment worden veel algemeenbeschikbare online betaalopties immers aangeboden door niet-Europesebedrijven. Wel dient een mogelijke digitale euro aan bepaaldevoorwaarden te voldoen. Zo benadrukt het kabinet in het BNC-fiche datgoede privacywaarborgen van groot belang zijn. Ook heeft het kabinetaandacht voor de kostenverdeling van een mogelijke digitale euro. Dezeverdeling dient in verhouding te staan tot de mogelijke toegevoegdewaarde voor de verschillende gebruikers ervan.29Aanvulling op contant geldIn het BNC-fiche benadrukt het kabinet ook dat een mogelijke digitale euroeen aanvulling op contant geld is. Deze overtuiging wordt breed gedeeldonder lidstaten en bij de Europese Commissie. Met het wetsvoorstel«Contant geld als wettig betaalmiddel» van de Europese Commissiewordt het gebruik van contant geld op Europees niveau gewaarborgd.30De Europese Commissie heeft met haar wetsvoorstel voor de digitale euroeen effectanalyse gepresenteerd. Daarin gaat zij in op de mogelijkemarktverstorende effecten van de introductie van een digitale euro, ook incombinatie met het voorstel voor het behoud van contant geld.31 Op basisvan deze effectenanalyse concludeert de Europese Commissie dat decombinatie van deze voorstellen de beste manier is om de beschik-baarheid van publiek geld, digitaal en contant, te waarborgen. Met hetWetsvoorstel Chartaal Betalingsverkeer wil het kabinet ook nationaal debeschikbaarheid, bereikbaarheid en betaalbaarheid van (de infrastructuurvoor) contant geld waarborgen.3227Bijlage: «Voortgangsrapportage Belgisch voorzitterschap digitale euro». Ook onlinebeschikbaar via: https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11028-2024-REV-1/en/pdf.28Kamerstukken II, 2023–2024, TZ202404, nr. 106.29Kamerstukken II, 2022–2023, 22 112, nr. 3747.30Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake eurobankbil-jetten en -munten als wettig betaalmiddel, COM(2023) 364. Zie voor het BNC-fiche Kamer-stukken II 2022/23, 22 112, nr. 3765. Nederland is voorstander van o.a. de voorgesteldeacceptatieplicht, mits die proportioneel en uitvoerbaar is voor toonbankinstellingen.31Europese Commissie, «Impact assessment report», 28 juni 2023, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:52023SC0233.32Hiermee beschouw ik de motie Van der Plas, die het kabinet oproept om het gebruik vancontant geld in Nederland te waarborgen en een effectenanalyse naar de mogelijke marktver-storende werking van de invoering van een digitale euro in beeld te brengen, als afgedaan. ZieKamerstukken II, 2022–2023, 27 863, nr. 113.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205317 PrivacywaarborgenIn de onderhandelingen is veel aandacht voor de privacywaarborgen vooreen mogelijke digitale euro. Deze zijn van cruciaal belang voor debetrouwbaarheid van een online digitale euro. Zoals de voortgangsrap-portage ook noemt, wordt dit door alle lidstaten, de Europese Commissieen de Europese Centrale Bank (ECB) onderkend. Dit komt ook al terug inhet voorstel. Zo worden alle gebruikersdata gepseudonimiseerd, zodat hetEurosysteem betaalgegevens niet tot individuele gebruikers kanherleiden. Het Eurosysteem gaat daarbij momenteel uit van een account-based systeem omdat token-based systemen nog onvoldoendeontwikkeld zijn.33 Nederland spreekt zich er wel voor uit dat de wetgevingtechnologieneutraal en ambitieus wordt geformuleerd, zodat hetEurosysteem altijd gebruik kan maken van de nieuwste technologischeinzichten. Zo kan in de toekomst, indien opportuun, worden overgegaanvan een account- naar token-based systeem.34 Daarnaast heeft Nederlandsteun uitgesproken voor een verzoek aan het Eurosysteem om terapporteren over verdere mogelijke privacy-waarborgen dan nu in hetCommissievoorstel zijn opgenomen.In het kader van privacy is ook de voortgang van de discussie over eenoffline functionaliteit van de digitale euro van belang. Nederland zet zich,samen met andere lidstaten, in voor het verder versterken van deprivacywaarborgen door het waarborgen van een offline functionaliteitvan een digitale euro. Ik houd hierbij ook oog voor de risico’s die bijoffline gebruik van de digitale euro ontstaan voor witwassen, terrorismefi-nanciering en fraude. Bij gebruik van de offline functionaliteit zijn alleende betaler en de begunstigde op de hoogte van de details van detransactie, ook nadat deze is afgewikkeld. Hiermee biedt een mogelijkedigitale euro meer privacy dan bestaande digitale betaalopties. De ECBheeft in haar opinie verzocht om de mogelijkheid open te houden om metde uitrol van de online digitale euro te beginnen en pas later de offlinedigitale euro te introduceren.35 Hier was in de Raad, en ook bij Nederland,geen steun voor. Een duidelijke meerderheid van de lidstaten isvoorstander van de gelijktijdige introductie van de offline en onlinedigitale euro. Het is juist een offline digitale euro die van groot belang isvoor de toegevoegde waarde voor een consument en die een terugval-optie biedt wanneer er een stroom- of internetstoring is.KostenmodelVerder benadrukt het kabinet in de onderhandelingen dat de kosten vaneen potentiële digitale euro in verhouding moeten staan tot de mogelijketoegevoegde waarde ervan voor de gebruikers. In het voorstel isopgenomen dat het Eurosysteem, betaaldienstverleners en handelaren elkhun eigen implementatie- en doorlopende kosten betalen. In haareffectenbeoordeling geeft de Europese Commissie ook een inschattingvan deze kosten. Het Eurosysteem draagt de implementatie- en doorlo-33Het technische onderscheid tussen «account-based» en «token-based» bepaalt de mate waaringegevens over transacties te herleiden zijn tot gepseudonimiseerde rekeningen. Bij eenaccount-based systeem heeft het Eurosysteem een overzicht van rekeningen die gepseudoni-miseerd zijn, elk met een geregistreerd saldo. Bij een token-based systeem is geen sprake vaneen overzicht van rekeningen, maar alleen van individuele transacties, die door hetEurosysteem niet tot (gepseudonimiseerde) rekeningen en rekeninghouders kunnen wordenherleid. In het geval van een token-based systeem, kunnen alleen de gebruikers zelf en debetrokken betaaldienstverleners de transactiegegevens herleiden tot individuele gebruikers.34Dit is ook in lijn met de motie Grinwis/Heinen die de regering verzoekt de voorkeur voor eenaccount-based toepassing inzake de digitale euro te laten varen en open te staan en zich in tezetten voor alternatieven, zoals een token-based oplossing. Zie: Kamerstuk 27 863, nr. 11435Zie: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:52023AB0034Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205318 pende kosten van een mogelijke digitale euro zelf. Betaaldienstverlenerskunnen hier bij hun partners een vergoeding voor vragen. Het kabinet iskritisch op onderdelen van de kostenverdeling en vraagt aandacht vooreen proportionele verdeling tussen alle betrokkenen. Ook heeft Nederlandhet Eurosysteem opgeroepen zo spoedig mogelijk duidelijkheid te gevenover waar betaaldienstverleners en handelaren op kunnen rekenen als hetgaat om de benodigde technologische investeringen en mogelijke kostenhiervan. Deze aandachtspunten van het kabinet worden door een deel vande lidstaten gedeeld. Het kostenmodel blijft voor Nederland, net als eenaantal andere lidstaten, een belangrijk openstaand punt voor het vervolgvan de onderhandelingen. De discussie over de kostenverdeling raakt ookaan de acceptatieplicht voor winkeliers. Het kabinet kan zich vinden in devoorgestelde acceptatieplicht, maar wil de mogelijkheid hebben omnationaal uitzonderingen te introduceren voor onvoorziene gevallen. Ookvraagt het kabinet aandacht voor een voldoende lange implementatiepe-riode waardoor bijvoorbeeld winkeliers zich goed op een potentiëledigitale euro voor kunnen bereiden.Bescherming van financiële stabiliteitWanneer het gaat om de bescherming van de financiële stabiliteit, steunthet kabinet de voorstellen van de Europese Commissie om de ECB debevoegdheid te geven een aanhoudingslimiet vast te stellen. Hierdoor kande ECB de financiële stabiliteit bewaken. Dit past binnen het huidigemandaat van de ECB. Wel vindt het kabinet dat deze bevoegdheid goedingekaderd dient te worden zodat de ECB de rol van de digitale euro in hetstelsel niet zonder politiek besluit kan wijzigen. Er zijn ook lidstaten diemeer betrokkenheid van de medewetgevers hierbij verlangen en eenaanhoudingslimiet in de verordening zelf willen. Er is nog discussie in deonderhandelingen over de juiste manier om deze aanhoudingslimiet teregelen. Pas als hierover en over de rest van het wetgevend kaderovereenstemming is bereikt, zal de ECB een aanhoudingslimiet kunnenvaststellen. Verder is er breed draagvlak onder de lidstaten voor hetexpliciet uitsluiten van rente op een digitale euro in de regelgeving.Internationaal gebruikUw Kamer heeft het kabinet opgeroepen om zich in te zetten voor eenduidelijke geopolitieke strategie achter de manier waarop de digitale eurogeïmplementeerd wordt.36 Dit heeft de aandacht van Nederland in deonderhandelingen. Conform het BNC-fiche zet het kabinet zich in voor eengefaseerde uitrol van een mogelijke digitale euro, waarin deze eerstbeschikbaar wordt in de eurozone en de EU en daarna daarbuiten. Dezegefaseerde uitrol wordt breed gedeeld onder lidstaten, waarbij er welaandacht is voor bijzondere gevallen zoals Noord-Ierland. In een eerderediscussie in de Eurogroep over dit onderwerp heeft Nederland ook hetbelang benadrukt van aandacht voor mogelijke kapitaalvlucht of wissel-koersinstabiliteit voor kwetsbare landen.37 De onderhandelingen over dedigitale euro staan los van de ontwikkeling van een wholesale digitaleeuro. Zoals ik aan uw Kamer heb gemeld, steun ik de ontwikkeling vaneen wholesale-variant, maar kan deze waarschijnlijk gerealiseerd wordenvia de Target-diensten van het Eurosysteem, en daar zijn de Eurogroep enEcofinraad niet direct bij betrokken.3836Kamerstukken II, 2022–2023, 27 863, nr. 126.37Kamerstukken II, 2023–2024, 21 501-07, nr. 2031.38Kamerstukken II, 2023–2024, 21 501-07, nr. 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205319 VooruitblikDe onderhandelingen zullen onder het Hongaars voorzitterschap van deRaad worden voortgezet. Nederland zit hier als één van 27 lidstaten aantafel. De verwachting is dat het nieuwe Europees Parlement de behan-deling van de voorstellen na de zomer weer zal continueren. Wanneer deRaad en het Europees Parlement beide een akkoord hebben bereikt, startde triloog. Nederland zit in de triloog niet direct aan tafel. Mocht er in detriloog een akkoord worden bereikt, dan dient de Raad op basis vangekwalificeerde meerderheid daarover te besluiten. Pas daarna kan deECB besluiten tot uitgifte van een mogelijke digitale euro. Zoals gebrui-kelijk, zal ik uw Kamer via het verslag van de Eurogroep en Ecofinraadmaandelijks blijven informeren over de voortgang van de onderhande-lingen. Daarnaast zal ik uw Kamer tijdig informeren over een mogelijktoekomstig Raadsakkoord en mijn appreciatie daarvan.Raadspositie wijziging crisisraamwerk voor banken (CMDI-review)Tijdens de Coreper-vergadering van 19 juni jl. stemden de lidstaten in metde onderhandelingspositie van de Raad ten aanzien van de wijziging vanhet Europese crisisraamwerk voor banken («CMDI review»). Een inhoude-lijke toelichting hierop kunt u vinden in de aanvulling op de geannoteerdeagenda voor de Eurogroep en Ecofinraad van 20 en 21 juni 2024 die uwKamer eerder ontving.39 De triloogonderhandelingen met het EuropeesParlement zullen naar verwachting in het najaar van start gaan.Raadsakkoord pakket retail beleggenOp 12 juni jl. is een Raadsakkoord bereikt over het pakket retail beleggen.Het pakket beoogt niet-professionele beleggers (retailbeleggers) beter instaat te stellen om deel te nemen aan de kapitaalmarkten en betreft eenuitwerking van enkele acties uit het tweede kapitaalmarktunie actieplan.Het kabinet hecht veel belang aan verdieping van de kapitaalmarktunie enheeft zich in het BNC-fiche dan ook overwegend positief uitgesprokenover het pakket.40 Helaas is het niet haalbaar gebleken om het Neder-landse ambitieniveau tijdens de onderhandelingen volledig te realiseren.Desondanks heeft Nederland ingestemd met de compromistekst, omdathet pakket diverse goede maatregelen bevat om de positie van retailbe-leggers te versterken en de toegang van burgers tot kapitaalmarkten teverbeteren.Het kabinet is voorstander van een EU-breed provisieverbod dat verge-lijkbaar is met het nationale provisieverbod dat Nederland al ruim eendecennium naar tevredenheid hanteert. Nederland heeft hier in aanloopnaar de publicatie van het pakket dan ook voor gepleit, maar deCommissie heeft dit niet voorgesteld na brede kritiek van verschillende(grote) EU-lidstaten en de financiële sector. Daarom heeft Nederland zichtijdens de onderhandelingen vooral ingezet op behoud van het welvoorgestelde gedeeltelijke provisieverbod voor execution onlydiensten.41, 42 Helaas bleek in de Raad ook weinig steun voor dit gedeelte-lijke provisieverbod. De maatregelen die de Commissie voorstelde om dekostenefficiëntie van beleggingsproducten te verbeteren, zijn eveneensafgezwakt. Tijdens de onderhandelingen heeft Nederland zorgen geuit39Kamerstukken II, 2023–2024, 21 501-07, nr. 2047.40Kamerstukken II, 2022–2023, 22 112, nr. 3729.41Execution only is een beleggingsdienst waarbij geen advies wordt gegeven.42Kamerstukken II, 2023–2024, 22 112, nr. 3875.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205320 over de lastendruk die deze maatregelen met zich meebrengen, zeker voormarktpartijen in lidstaten met een provisieverbod zoals Nederland.Het pakket bevat als gezegd ook veel goede maatregelen. Ten aanzien vanprovisiestromen is de belangrijkste stap voorwaarts dat, door inspan-ningen van Nederland, het compromis de mogelijkheid voor lidstatenbevat om strengere provisieregels op te leggen aan buitenlandseondernemingen die Nederlandse retailbeleggers bedienen. Buitenlandseondernemingen moeten zich dus ook gaan houden aan de nationaleprovisieregels. Dit is een verbetering ten opzichte van de status quo encreëert een gelijk speelveld voor ondernemingen die actief zijn op deNederlandse markt. Verder worden beleggingsondernemingen verant-woordelijk voor de uitlatingen van finfluencers waarmee zij samenwerken.Hierdoor zullen zij scherper selecteren bij de inzet van finfluencers enmeer kwaliteitswaarborgen inregelen. Ook komen er strengere regelsomtrent (online) reclame-uitingen en voorziet het pakket in maatregelenom het Europese en nationaal toezicht te versterken.Alles overwegende heeft Nederland ingestemd met het Raadsakkoordvanwege diverse goede en concrete maatregelen die de positie van de(Nederlandse) retailbelegger versterken. Nederland heeft wel eenstemverklaring afgegeven om eerdergenoemde zorgen te uiten over hetgebrek aan ambitie om het probleem van provisies bij de wortel aan tepakken en over een grote toename in lastendruk die mogelijk disproporti-oneel is voor lidstaten met een provisieverbod. In de triloogfase zalNederland zich inspannen om tot een robuuster akkoord te komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-07, nr. 205321

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 843d8b7b06e4184b

14 okt 2026 · 5225ba20b66b0115

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.