KamerkringInloggen
Kamerstuk

Amendement van de leden van Meenen en Mohandis waarmee instemmingsrecht voor de medezeggenschap ontstaat bij het opheffen of samenvoegen van opleidingen

20 jan 2016 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie cc7715bb43bd4742 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 34 251Wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met versterking van de bestuurskracht van onderwijsinstellingen Nr. 33 AMENDEMENT VAN DE LEDEN VAN MEENEN EN MOHANDIS Ontvangen 20 januari 2016 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: IIn artikel V worden na onderdeel D twee onderdelen ingevoegd, luidende: DaArtikel 9.30a wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid tweede lid vervalt «en» aan het slot van onderdeel b en wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door «, en» een onderdeel toegevoegd, luidende:d. een besluit tot beëindiging van een opleiding respectievelijk tot samenvoeging van bestaande opleidingen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, onderdeel b. 2. Na het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 2a. In het geval van samenvoeging van bestaande opleidingen wordt de instemming, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel d, verkregen voordat het voornemen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, ter instemming aan Onze Minister wordt voorgelegd. DbArtikel 9.33 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid vervalt «en» aan het slot van onderdeel f en wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door «, en» een onderdeel toegevoegd, luidende: kst-34251-33ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 34 251, nr. 331 h. een besluit tot beëindiging van een opleiding respectievelijk tot samenvoeging van bestaande opleidingen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, onderdeel b. 2. Na het eerste lid wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende: 1a. In het geval van samenvoeging van bestaande opleidingen wordt de instemming, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel h, verkregen voordat het voornemen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, ter instemming aan Onze Minister wordt voorgelegd. IIIn artikel V wordt na onderdeel F een onderdeel ingevoegd, luidende: FaArtikel 9.38 wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst. 1. In het eerste lid (nieuw), vervalt «en» aan het slot van onderdeel a en wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door «, en» een onderdeel toegevoegd, luidende:c. een besluit tot beëindiging van een opleiding respectievelijk tot samenvoeging van bestaande opleidingen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, onderdeel b. 2. Na het eerste lid (nieuw) wordt een lid toegevoegd, luidende: 2. De instemming, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, wordt verkregen voordat het voornemen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, aanhef en onderdeel b ter instemming aan de vergadering bedoeld in artikel 9.30 of aan de universiteitsraad wordt voorgelegd. IIIIn artikel V wordt na onderdeel K een onderdeel ingevoegd, luidende: KaArtikel 10.16b wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid, vervalt aan het slot van onderdeel c «en» en wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door «, en» een onderdeel toegevoegd, luidende:e. een besluit tot beëindiging van een opleiding respectievelijk tot samenvoeging van bestaande opleidingen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, onderdeel b. 2. Na het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 2a. In het geval van samenvoeging van bestaande opleidingen wordt de instemming, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel e, verkregen voordat het voornemen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, ter instemming aan Onze Minister wordt voorgelegd. KbIn artikel 10.20 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, vervalt «en» aan het slot van onderdeel h en wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door «, en» een toegevoegd, luidende:Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 34 251, nr. 332 j. een besluit tot beëindiging van een opleiding respectievelijk tot samenvoeging van bestaande opleidingen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, onderdeel b. 2. Na het eerste lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 1a. In geval van samenvoeging van bestaande opleidingen wordt de instemming, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel j, verkregen voordat het voornemen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, ter instemming aan Onze Minister wordt voorgelegd. Toelichting Dit amendement regelt het instemmingsrecht van de medezeggenschap in het hoger onderwijs bij besluiten tot het opheffen of het samenvoegen van bestaande opleidingen. De afgelopen jaren hebben instellingen vaker een aantal bestaande opleidingen ondergebracht in één opleiding met meerdere richtingen, of opleidingen opgeheven. Daarbij was het onduidelijk op welke gronden dat gebeurde en op welke wijze studenten en docenten daarbij betrokken dienden te worden. De indieners zijn van mening dat een besluit tot het opheffen of samenvoegen van bestaande opleidingen instemming behoeft van de decentrale en centrale medezeggenschap. Het opleidingsaanbod is onderdeel van het strategisch beleid van de faculteit of domein, en de instelling als geheel. Het is daarom gepast dat studenten en docenten ook op dit onderdeel nauw betrokken worden. De medezeggenschap kan op die wijze toetsen of het onderwijskundig belang en het materiële belang voldoende tot elkaar zijn afgewogen, er voldoende alternatieven zijn onderzocht en of er goede overgangsregelingen getroffen zijn. Van MeenenMohandisTweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 34 251, nr. 333

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 01b2ed62bb296247

14 okt 2026 · 099f2cb7b0c2ae9f

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.