Beleidsreactie op onderzoeken voor- en vroegschoolse educatie
Brontekst
Versie cb99d92a02e9a53c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 293Primair Onderwijs27 020Aanpak onderwijsachterstandenNr. 765 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 november 2024In het onderwijs mag geen talent verloren gaan en de basisvaardighedenmoeten omhoog. Hoe vroeger we achterstanden aanpakken, hoe beter.Daarom is het belangrijk om in te zetten op goede voorschoolse envroegschoolse educatie (hierna: vve) voor peuters en kleuters die datnodig hebben, zodat kinderen zonder achterstanden aan hun school-loopbaan beginnen. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat wanneerkinderen goede vve krijgen, zij in deze periode hun achterstand inlopen.Ook verbeteren hun schoolse vaardigheden, waar ze de rest van hunschoolloopbaan baat bij hebben. Met een vroege aanpak voorkomen wedat kinderen al vroeg een achterstand oplopen, die later nauwelijks meeris in te halen.Om die reden laat ik een onderzoek uitvoeren naar kansrijke interventiesdie ervoor zorgen dat alle kinderen met zo min mogelijk achterstand op debasisschool starten. Een van de mogelijke maatregelen is het verplichtenvan voorschoolse educatie in de kinderopvang voor kinderen van 2,5 tot 4jaar die dat nodig hebben. Een andere mogelijke interventie is hetverlagen van de leerplicht van vijf naar vier jaar. Begin 2025 laat ik uwKamer weten welke stappen dit kabinet op basis van dat onderzoek voordeze kinderen neemt.Hierop vooruitlopend informeer ik u in deze brief over een aantalvoorgenomen wetswijzigingen die gemeenten helpen de knelpunten diezij ervaren rondom uitvoering van de Lokale Educatieve Agenda en vve opte lossen. Dit heb ik recent toegezegd in debat met uw Kamer en zo geef ikook uitvoering aan de aangenomen moties van het lid Kisteman (VVD) enhet lid Soepboer (NSC).1 Daarbij betrek ik tevens de aanbevelingen dierecent in een zestal rapporten zijn gedaan.1Te weten de toezeggingen met nummer TZ202409–047 en TZ202409–048 en de motiesKamerstukken II, 2023–2024, 31 293, nrs. 744 en 745 kst-31293-765ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7651 Versterking schoolambities vroegschoolse educatie noodzakelijkVroegschoolse educatie is de extra stimulans die basisscholen bieden aankleuters die vanwege hun thuissituatie een risico op achterstand lopen.We moeten er op elke school in Nederland vanuit kunnen gaan datkleuters optimaal in hun ontwikkeling worden gestimuleerd. Hetonderzoek van de inspectie naar vroegschoolse educatie is duidelijk: dekwaliteit en de aandacht van basisscholen voor vroegschoolse educatiemoet omhoog.2In haar rapport concludeert de inspectie dat wanneer kwaliteit vanvroegschoolse educatie op orde is, dit direct effect heeft op de kwali-teitszorg op scholen. Ze ziet echter ook dat de kwaliteit van vroegschoolseeducatie, tussen scholen erg verschilt. Iets meer dan de helft van descholen stelt onvoldoende doelen en ambities op het gebied vanvroegschoolse educatie. Een kwart van de scholen biedt het helemaal nietaan, terwijl die scholen wel kinderen hebben die tot de doelgroepbehoren. Ik wil daarom, in lijn met het advies van de inspectie, datscholen heldere ambities op het gebied van vroegschoolse educatiestellen en leerlingen met een risico op achterstand planmatig begeleiden.Scholen moeten hierbij gebruik maken van de brede beschikbare kennisover wat werkt.3, 4 Ik ga scholen hier via verschillende kanalen op wijzen.De kleuters die vroegschoolse educatie nodig hebben, hebben idealiterook voorschoolse educatie gevolgd. Basisscholen weten nu vaak nietwelke kinderen voorschoolse educatie hebben gehad, waardoor er vaakgeen sprake is van een doorgaande lijn. De kinderopvang is nu alleenverplicht om gegevens over te dragen over het gevolgde programma ende duur van de voorschoolse educatie.5 Ik bekijk daarom in overleg metde sector hoe de informatieoverdracht tussen kinderopvang en basison-derwijs wettelijk kan worden uitgebreid.Kwaliteit voorschoolse educatie behouden en bereik vergrotenVoorschoolse educatie is voor peuters van 2,5 tot 4 jaar die baat hebbenbij extra ondersteuning in hun ontwikkeling. De peuters krijgenvoorschoolse educatie in de kinderopvang na een indicatie van hetconsultatiebureau. Voorschoolse educatie stimuleert spelenderwijs deontwikkeling van taal, voorbereidend rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden. Het beeld van de kwaliteit van voorschoolseeducatie is gelukkig rooskleuriger dan het beeld van vroegschoolseeducatie. Zowel de themarapportage van de inspectie naar voorschoolseeducatie als de tussenrapportage van de effectstudie EVENING laten ziendat er sprake is van een stijgende lijn in de educatieve kwaliteit in devoorschoolse educatie.6, 7 Daar ben ik blij mee, want juist die educatievekwaliteit is bepalend voor de effectiviteit.De stijgende lijn van de educatieve kwaliteit, overigens knap in tijden vanpersoneelskrapte, wil ik vasthouden. Daarom werk ik zoals eerder2Inspectie van het Onderwijs, september 2024. De kwaliteit van vroegschoolse educatie.3Oberon, Sardes, juli 2024. Eindnotitie regie R&D OAB-programma. Utrecht4Om dit breder en ook op de langere termijn te stimuleren, zal het Nationaal RegieorgaanOnderwijsonderzoek (NRO) als onafhankelijk kennisinstituut een belangrijke rol gaan vervullen.Dit kennisinstituut zal de centrale plek worden waar onderwijskennis wordt ontsloten enup-to-date wordt gehouden voor onderwijsprofessionals. Via de lerarenopleidingen enintermediaire organisaties kan deze kennis vervolgens een weg vinden naar de praktijk.5Artikel 167 van de Wet op het primair onderwijs, 3e lid.6Kamerstukken II, 2022/23, 31 293, nr. 6917Thomas van Huizen e.a. (april 2024) Tussentijds rapport EVENING. Utrecht: Universiteit UtrechtTussentijds rapport april 2024 – Evening (eveningonderzoek.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7652 aangekondigd, samen met het Ministerie van SZW, de VNG, de GGDGHOR NL en de Inspectie van het Onderwijs aan invoering van structureeltoezicht op de educatieve kwaliteit van de voorschoolse educatie.8 Eerderis aan uw Kamer gecommuniceerd het structureel toezicht in te laten gaanper 1 januari 2026. In overleg met de uitvoeringspartners is besloten datdit niet haalbaar is. Op dit moment bereid ik wetgeving voor op basiswaarvan ik, in overleg met de uitvoeringspartners, de invoeringsdatum zalvoorstellen.Een trend die mij wel zorgen baart is dat het aantal kinderen dat daadwer-kelijk deelneemt aan voorschoolse educatie na een indicatie licht daalt.Ook de motie van lid Kisteman (VVD) vraagt hier aandacht voor.9 Daaromwil ik wettelijk vastleggen voor welke kinderen voorschoolse educatie inieder geval is bedoeld. Zo kunnen we gerichter werken aan het verhogenvan de deelname. In de praktijk blijkt het voor gemeenten lastig omduidelijke criteria voor hun doelgroepdefinitie af te spreken, waardoor dedoelgroepen tussen gemeenten enorm uiteenlopen. Voor het landelijkkader denk ik op dit moment aan twee kenmerken: het opleidingsniveauvan de ouders en een andere thuistaal dan Nederlands. Gemeentenbehouden de ruimte om de doelgroepdefinitie aan te vullen, omdat zijlokaal het beste zicht hebben op welke kinderen baat hebben bij vve. Hetvaststellen van een landelijke minimumdefinitie stelt de inspectie ookbeter in staat om betrouwbare landelijke cijfers te verzamelen over hetbereik van voorschoolse educatie. Op die manier kan gerichter wordengewerkt aan een aanpak om dit bereik te verhogen. Begin 2025 reageer ikop het eerder genoemde onderzoek waarbij wordt gekeken naar meermaatregelen die de deelname aan voorschoolse educatie kunnenvergroten.Duidelijkere kaders voor gemeentelijke beleidGemeenten zijn verantwoordelijk voor het aanbieden van voorschoolseeducatie en scholen zijn verantwoordelijk voor vroegschoolse educatie.Vanuit de Lokale Educatieve Agenda is de gemeente ook verplicht om metscholen en kinderopvang afspraken te maken over vijf thema’s: segre-gatie, integratie, inschrijving en toelating, onderwijsachterstandenbeleiden vve. Uit het Landelijk Rapport LEA/vve blijkt dat gemeenten en scholenmet een aantal zaken worstelen, omdat hierbij vaak niet duidelijk genoegis waar hun verantwoordelijkheid ligt.10 Op de thema’s segregatie,integratie en inschrijving en toelating is voor gemeentes niet altijd helderwat hun verantwoordelijkheden zijn. De problematiek van deze thema’skan niet alleen door het onderwijsbeleid van gemeenten worden opgelost.Gemeenten hebben echter wel mogelijkheden om segregatie tussenscholen tegen te gaan, bijvoorbeeld door één duidelijke lijn voor hetinschrijvingsbeleid van scholen te hanteren, en die als scholen engemeenten ook daadwerkelijk te handhaven. Ik ga de handreikingen engoede voorbeelden van het Kenniscentrum voor Gemengde Scholenopnieuw via de geëigende communicatiekanalen onder de aandachtbrengen van gemeenten en scholen.11Een tweede knelpunt in het LEA-overleg betreft de verplichting voorgemeenten en schoolbesturen om afspraken te maken over de resultaten8Kamerstukken II, 2023–2024, 27 020, nr. 1199Kamerstukken 2023/24, 31 293, nr. 745: De Tweede Kamer verzoekt de regering om met eenplan te komen waarmee deze negatieve tendens wordt doorbroken met als doel dat meerdoelgroepkinderen gebruik gaan maken van vve.10Het Landelijk Rapport Lokale Educatieve Agenda/voor- en vroegschoolse educatie, maart 2023.Kamerstukken II, 2023–2024, 31 293, nr. 72511Kenniscentrum Gemengde Scholen – Wij willen scholen gemengder maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7653 van vroegschoolse educatie.12 De term «resultaatafspraken» associeertmen sterk met verantwoording. Ook is vaak niet helder dat het gaat omstreefdoelen voor vve op school- of wijkniveau, waarbij idealiter ookafspraken worden gemaakt wie welke bijdrage levert om deze doelen tebehalen. Ik laat verkennen of en hoe dit in de regelgeving kan wordenaangepast. Verder ga ik na of in de regelgeving kan worden verhelderddat gemeenten en schoolbesturen cyclisch werken aan deze gezamenlijkedoelen. Dit laatste vindt plaats naar aanleiding van de motie van KamerlidSoepboer.13Herprioritering gemeenten SPUK GOAB en herijking CBS-indicatorHet kabinet heeft in het hoofdlijnenakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 471,nr. 37) besloten om alle specifieke uitkeringen met 10 procent teverkleinen en om te zetten naar een fondsuitkering. Dit geldt dus ook voorde financiële tegemoetkoming die gemeenten ontvangen voor hetgemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOAB) via een specifiekeuitkering: vanaf 2026 gaat het budget met 10 procent omlaag. Ik bekijk opwelke manier er het beste gevolg kan worden gegeven aan de SPUKGOAB na 2026. Ik hecht er aan dat de huidige verdeelsystematiek op basisvan een indicator van het CBS gehandhaafd kan worden. Dit zorgt ernamelijk voor dat de gemeenten de middelen ontvangen voor de kinderendie dit het hardst nodig hebben. Het kabinet besluit begin 2025 over deeventuele voorzetting van specifieke uitkeringen die in 2026 doorlopen,waaronder de SPUK GOAB. Daarover zal vervolgens ook de Kamerworden geïnformeerd.Het meerjarig bestedingsonderzoek dat ik u met deze brief meestuur,maakt inzichtelijk waaraan gemeenten de middelen van de SPUK GOABbesteden.14 De bestedingen van gemeenten aan het gemeentelijkonderwijsachterstandenbeleid zijn over de gehele linie toegenomen. Uithet bestedingsonderzoek blijkt dat wanneer gemeenten er sterk op vooruitgaan qua middelen, zoals bij de invoering van de CBS-indicator in 2019, zijtijd nodig hebben om beleid te maken waarvoor de middelen kunnenworden ingezet. Dat geldt zeker voor gemeenten met relatief beperkteambtelijke capaciteit.Bij de invoering van de CBS-indicator is aan uw Kamer toegezegd omdeze na vier jaar te herijken. Hier ben ik mee bezig. In de begeleidings-commissie bestaande uit wetenschappers, vertegenwoordigers van hetSCP en het CPB, de inspectie, de VNG en de PO-Raad is een discussieontstaan over de manier waarop in het model rekening wordt gehoudenmet de intelligentie van kinderen. De discussie geeft aanleiding omverschillende scenario’s te laten doorrekenen. Dit kost extra tijd, waardoorde herijkte indicator een jaar later, in 2026, zal worden gebruikt. In dat jaarzullen de scores op basis van de herijkte indicator worden berekend. Deuitkering van de middelen gebaseerd op deze scores, zal dan in 2027plaatsvinden. Deze vertraging is uiteraard ongewenst, maar ik hecht eraan dit proces zorgvuldig te doorlopen.12Wet op het primair onderwijs, artikel 160, 1e lid.13Kamerstukken II 2023/24, 31 293. nr. 744: De Tweede Kamer verzoekt de regering maatregelente treffen zodat er ook een juridische verplichting komt voor het evalueren van de afspraken ende inspectie ook kan sturen op de evaluatie daarvan.14Cebeon, juli 2024. Bestedingsonderzoek gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 2022. Metanalyse onderbestedingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7654 AfsluitingVoor- en vroegschoolse educatie heeft mijn prioriteit, waarbij ik dekomende tijd vooral inzet op versterking van de vroegschoolse educatiedie basisscholen aanbieden. Ongeacht de omgeving waarin kinderenopgroeien, moeten alle kinderen de kans krijgen om goed toegerust aande basisschool te beginnen. Het is vervolgens aan basisscholen om directvoort te bouwen op de winst die kinderen hebben geboekt tijdens devoorschoolse educatie.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. PaulTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7655
Gerelateerde bronnen
- In de beleidsreactie, die de Kamer in het najaar 2024 ontvangt, wordt ook ingegaan op het vergroten van de bekendheid onder ouders waarom lezen en schrijven voo
In de beleidsreactie, die de Kamer in het najaar 2024 ontvangt, wordt ook ingegaan op het vergroten van de bekendheid onder ouders waarom lezen en schrijven voor kinderen zo belangrijk is en waarom kinderen de taal al goed moeten leren van 2-jarige leeftijd alsmede hoe hulp kan worden geboden aan ou
- De Kamer wordt per brief vóór de OCW-begrotingsbehandeling 2025 geïnformeerd over een aantal wetswijzigingen die gemeenten beter in staat stelt om hun wettelijk
De Kamer wordt per brief vóór de OCW-begrotingsbehandeling 2025 geïnformeerd over een aantal wetswijzigingen die gemeenten beter in staat stelt om hun wettelijke taken rondom de lokale educatieve agenda te verrichten.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.