KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang Nationaal MilieuProgramma

24 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 36bb792766b83ff2 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202428 089Gezondheid en milieuNr. 301 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 mei 2024Inwoners vertrouwen erop dat de overheid hen beschermt tegenschadelijke effecten op hun gezondheid. Een gezonde, schone en veiligeleefomgeving voor mens, dier, plant en al het andere dat leeft zien zij alseen vanzelfsprekendheid. Bedrijven verwachten van de overheid heldereregels zodat zij in kunnen zetten op duurzame, toekomstbestendigeinvesteringen. Inwoners en bedrijven willen duidelijkheid: duidelijkheidover wat van hen verwacht wordt, duidelijkheid over toekomstige regelsen duidelijke voorbeelden die laten zien dat een gezonde, schone enveilige leefomgeving mogelijk is.De vanzelfsprekendheid van een gezonde, schone en veilige leefomgevingkomt onder druk te staan als inwoners naar de rechter moeten stappenom een verbetering van hun leefomgeving af te dwingen. Dat schaadt hetvertrouwen in de overheid. Het is immers een grondwettelijke taak van deoverheid om de volksgezondheid te bevorderen en het leefmilieu tebeschermen en te verbeteren. De zorg voor een gezond milieu – eengezonde, schone en veilige leefomgeving – is daar onlosmakelijk meeverbonden.In mijn brief van 14 juli 20231 schreef ik in de context van het toekomstigmilieubeleid over drie gemeenschappelijke, fundamentele waarden:gezondheid, rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid. Bij «gezondheid»gaat het over de gezondheid van mens, dier, plant en al het andere datleeft in de kern van het milieubeleid. Bij de waarde «rechtvaardigheid»gaat het niet alleen over «iedereen doet wat», maar ook over de sociaal-maatschappelijke gevolgen en de verdeling van de lusten en lasten vanhet milieubeleid. De waarde «verantwoordelijkheid» kijkt naar het gehelesysteem: hoe zorgen we ervoor dat degenen die verantwoordelijk zijn,zich ook zo gedragen? Voor alle partijen geldt dat ze verantwoordelijkheid1Kamerstukken II, 2022/23, 28 089, nr. 264 kst-28089-301ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3011 moeten nemen om hun rol goed uit te voeren. Voor de een betekent ditkaders stellen, voor de ander besluiten over de uitvoering nemen.Ik zie dat anderen (het belang van) deze waarden delen. Ik noem deOnderzoeksraad voor Veiligheid, die in haar brief2 van 23 april 2024 overde opvolging van de aanbevelingen «Industrie en Omwonenden» schrijftdat «er veel stappen genomen zijn en plannen gemaakt zijn, maar ook datnog niet alle mogelijkheden om de gezondheid van omwonenden alsuitgangspunt te nemen benut zijn. Een goed samenspel tussen partijen eninvesteringen in kennisontwikkeling en innovatie met als doel debescherming van de gezondheid verdient blijvende prioriteit».1 Een Nationaal MilieuProgramma is gewenst en noodzakelijk Tijdens mijn werkbezoeken zie ik vaak goede initiatieven om de leefom-geving te verbeteren. Ik zie ook dat meer mensen zich bewust worden vanhet effect van onze huidige manier van leven op hun gezondheid en op dedraagkracht van onze planeet. Mensen – zakelijk en privé – delen ookzorgen met mij. Zorgen over hun eigen gezondheid en de gezondheid vanhun kinderen. Ook uiten zij zorgen over hun toekomst, de toekomst van degeneraties die na hen komen en zorgen over hun leefomgeving, welzijn enwelvaart. Zij ervaren de gevolgen van het leven in een dichtbevolkt landwaar we veel functies met elkaar verenigen. Ze vertellen mij over hunworstelingen: industrie zorgt voor werkgelegenheid en vooruitgang maarer zijn ook zorgen rond een gezonde leefomgeving. We nemen graag deauto, trein of vliegtuig maar ondertussen zorgt reizen wel voor geluid-hinder en slechte luchtkwaliteit. Ook in gesprekken in uw Kamer ervaar ikregelmatig de worsteling over de balans tussen economie, gezondheid enduurzaamheid.We moeten slimme oplossingen verzinnen. We moeten keuzen maken. Wewillen welvaart en welzijn. We willen samenhang in de aanpak van devraagstukken rondom klimaatverandering, biodiversiteit en vervuiling. Degevolgen van een ongezonde leefomgeving op ons welzijn zijn groot. Hetzorgt voor stress en ziekteverzuim. De jaarlijkse zorguitgaven3 diebijvoorbeeld veroorzaakt worden door een ongezond binnen- enbuitenmilieu worden op € 1,2 miljard geraamd. Een ongezonde leefom-geving is de oorzaak van het vroegtijdig overlijden van ruim 12.000 men-sen per jaar. Als we niks doen zullen de zorguitgaven verder oplopen. Ookhet aantal mensen dat gezonde levensjaren verliest en vroegtijdigoverlijdt als gevolg van een ongezonde leefomgeving zal verdertoenemen.Het is ook enorm belangrijk om goed na te denken over ons gebruik vangrondstoffen. De voorraad grondstoffen die we op aarde hebben isbeperkt. De draagkracht van onze planeet kent ook zijn grenzen. Hetbelang van het werken aan een circulaire economie staat voor mij nietvoor niets hoog op de agenda.Er is dus nog steeds werk aan de winkel: werk voor consumenten,producenten en overheden. We moeten niet alleen met de huidige,hardnekkige problemen aan de slag – denk bijvoorbeeld aan geluidhinderen bodemverontreiniging – maar ook voorkomen dat er nieuwe,complexe, hardnekkige problemen ontstaan. Door een overkoepelendemilieustrategie op te stellen en uit te voeren kunnen we ervoor zorgen datmensen langer in goede gezondheid leven. Dit vraagt van ons dat webuiten de huidige, gefragmenteerde systemen denken. De milieustrategiekan ervoor zorgen dat we slimme oplossingen vinden, dat we ons2https://onderzoeksraad.nl/wp-content/uploads/2024/04/Reactie-Onderzoeksraad-op-opvolging-aanbevelingen-Industrie-en-Omwonenden.pdf3https://www.vtv2018.nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3012 innovatievermogen maximaal benutten en we bij alles wat we doenaandacht hebben voor de gezonde, schone en veilige leefomgeving.Daarmee zetten we de ingeslagen weg die het Europese Milieuagentschapziet, voort. Zij ziet al groei in het aandeel groene economie als deel van degehele economie. Het Milieuagentschap geeft tevens aan dat er eendalend aandeel vroegtijdige sterfgevallen veroorzaakt door blootstellingaan fijn stof is. Dat biedt hoop. Maatregelen hebben dus effect. Metmilieumaatregelen voorkomen we vroegtijdige sterfgevallen. Hetmonitoringsrapport4 van het Europese Milieuagentschap laat ook zien datbedrijven kansen zien: economische kansen door vernieuwende, schoneproducten en diensten in de markt te zetten.Dit alles komt ook in verschillende onderzoeken terug. Ik noem alsvoorbeeld een drietal rapporten uit het afgelopen half jaar: Goede zaken.Naar een grotere maatschappelijke bijdrage van ondernemingen5,Biodiversiteit loont voor ondernemers en werkenden6 en De uitvoeringaan zet7. In deze rapporten is de conclusie te lezen dat een gezonde,schone en veilige leefomgeving geen belemmering is voor economischeontwikkelingen, maar juist een kans. Zo kan de innovatiekracht van hetNederlandse bedrijfsleven benut worden om nieuwe markten ontwik-kelen.Ook voor onze economie is een gezondere bevolking van belang.Gezondheid draagt bij aan productiviteit en welvaart. 1% meergezondheid leidt tot 4 à 8% meer bruto binnenlands product per inwoneren een hogere arbeidsdeelname8.Uiteraard is het niet alleen rozengeur en maneschijn. Veranderingbetekent iets. Het is afscheid nemen van het bestaande om op weg tegaan naar het nieuwe, het onbekende met alle onzekerheden, tegen-krachten en emoties die daarbij komen kijken. Daar moeten we verstandigmee omgaan. Door alle partijen die door een Nationaal MilieuProgrammageraakt worden bij het opstellen te betrekken kunnen we die pijnverzachten door te kijken hoe we dit ook gezamenlijk op kunnen pakken.2. Voortgang Nationaal MilieuProgramma Tijdens de begrotingsbehandeling op 23 januari 2024 vroeg het lid Olgervan Dijk (NSC) naar de geleerde lessen en de voortgang van eenNationaal MilieuProgramma. De geleerde lessen heb ik tijdens debegrotingsbehandeling met uw Kamer gedeeld. In het vervolg van dezebrief leest u de inzichten die ik sinds mijn vorige Kamerbrief over het NMPheb opgedaan en hoe ik het vervolg zie.9 Aan de hand van de trits «visie,actie en regie» die ik in mijn eerdere brief noemde, schets ik u degevraagde voortgang.4https://www.eea.europa.eu/en/topics/at-a-glance/state-of-europes-environment/environment-action-programme/8th-eap-indicator-based-progress-20235WRR, 14 september 2023; kabinetsreactie d.d. 15 april 2024 is te vinden op: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2024Z06575&did=2024D151876SER, 2 november 2023; http://www.ser.nl/nl/Publicaties/biodiversiteit-loont7RLI; 19 december 2023; De uitvoering aan zet Raad voor de leefomgeving en infrastructuur(rli.nl)8https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S1703494919300787 en https://www.nber.org/system/files/working_papers/w8587/w8587.pdf9Kamerstukken II, 2022/23, 28 089, nr. 264Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3013 2.1 Visie: elementen voor een Nationaal MilieuProgramma De stap van de huidige insteek naar samenhangend proactief beleidvraagt een strategie voor de lange termijn: een Nationaal MilieuPro-gramma. Een dergelijke strategie moet het fundament zijn voor hettoekomstig milieubeleid. Ik schets in de volgende paragrafen een eerstebeeld van die uitwerking van die strategie aan de hand van de richtingendie ik zie vanuit de kennis en ervaring die ik heb opgedaan. Het belangvan het debat over de leefomgeving, de relatie met gezondheid, rechtvaar-digheid en ieders verantwoordelijkheid in de keten zijn de waardenwaarvan ik vind dat er in de komende tijd aandacht voor moet zijn.In een Nationaal MilieuProgramma gaat het om het samenspel tusseninwoners, bedrijven en (mede)overheden. Deze partijen hebben binnenhetzelfde systeem elk eigen perspectieven, belangen en verantwoordelijk-heden. Dat zorgt voor dilemma’s. Door in de visie naar het totale systeemte kijken en door de samenhang te zoeken kunnen we goede afwegingenop de dilemma’s maken waarmee we sub-optimalisaties binnen hetmilieubeleid voorkomen.2.1.1 Inwoners: duurzaam leven, werken en consumeren Met milieubeleid willen we de kwaliteit van de leefomgeving beschermenen verbeteren. Sommige maatregelen grijpen echter direct in op hetdagelijks leven, terwijl de effecten van die verandering niet directzichtbaar zijn. Denk bijvoorbeeld aan het veranderen van eet- of reisge-woonten.Uit onderzoek10 blijkt desondanks dat het merendeel van de inwoners vanNederland bereid is iets voor het milieu te doen of te laten. Ik zie deresultaten van dit onderzoek dan ook als steun in de rug voor de stap naarduurzame productie en consumptie.Steeds meer consumenten zetten de stap naar duurzame consumptievrijwillig. Bedrijven spelen daar op in. Ik maak daaruit op dat er een groterwordende groep inwoners én bedrijven is die vrijwillig hun verantwoorde-lijkheid neemt. Met een Nationaal MilieuProgramma kunnen we deingezette transitie naar duurzame producten en consumptie versnellen.Het uitwerken hoe duurzamere keuzen vanzelfsprekend, tastbaar enzichtbaar te maken vraagt om een actieve betrokkenheid van producentenen consumenten. Ik ben me aan de andere kant ook bewust van degevoeligheden die dit met zich meebrengt. Het gaat hier namelijk om dezaken die heel direct op het dagelijks leven van mensen ingrijpen,waarvan de positieve effecten pas veel later merkbaar zijn.2.1.2 Bedrijven: innovatiekracht, verantwoordelijkheid en duurzaamgedrag Voor de verdere transitie naar schoon en duurzaam produceren enconsumeren is het in mijn ogen noodzakelijk om economie en gezondheidin samenhang te beschouwen. Met de wetenschappelijke kennis eninnovatiekracht van ons land heeft het Nederlandse bedrijfsleven hiervooreen uitstekende uitgangspositie en valt er een wereld te winnen. Het isnodig om te zoeken naar de goede balans tussen het verdienvermogen ende innovatiekracht van bedrijven en het beschermen van de gezondheid.Nederland behoort tot de top van de innovatieve landen in de EU11. Dat10Uitkomsten van een inwonersraadpleging over het milieubeleid in Nederland | Rapport |Rijksoverheid.nl11https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/IP_23_3683Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3014 moeten we behouden en benutten. Ik ben ervan overtuigd dat bedrijvende omslag naar een duurzame economie kunnen maken als zij hunverantwoordelijkheid nemen. In de praktijk gebeurt dat ook: maatschap-pelijk verantwoord ondernemen is al lang geen niche meer. In de eerstevier maanden van dit jaar hebben weer 61 bedrijven in Nederland hetB-corp certificaat12 ontvangen.Onze samenleving streeft naar vooruitgang. De markt geeft daar eeninvulling aan door technologische vernieuwingen. Die technologischevernieuwing heeft ook een keerzijde. Sommige vernieuwingen hebbenongewenste of onverwachte bijeffecten. Safe and Sustainable by Designzou daarom de gangbare aanpak moeten zijn bij de technologischevernieuwing.De Onderzoeksraad voor Veiligheid vindt industrieën weinig ambitieus tenaanzien van het beschermen van de gezondheid van omwonenden enblootstelling aan schadelijke stoffen als vertrekpunt. Industrieën blijkengoed inzicht te hebben in de eigen emissies, maar niet altijd in het effectdat deze op de omgeving hebben13. Dat moet beter. Een NationaalMilieuProgramma moet bedrijven uitdagen hun verantwoordelijkheid tenemen.2.1.3 Overheden: gezondheid als volwaardig en integraal principe bijbeleidskeuzen Het Nationaal MilieuProgramma hanteert het brede principe van «Healthin all policies»14. Dit principe gaat uit van een structurele en brede inzet oppreventie en gezondheidsbevordering vanuit verschillende domeinen diede gezondheid beïnvloeden. In de brief15 over de uitvoering van hetGezond en Actief Leven Akkoord wordt het belang van dit principebenadrukt.Gesprekken over milieuonderwerpen gaan vaak niet over de effecten opde gezondheid, maar over het wel of niet halen van bepaalde normen dieverwerkt zijn in de wet- en regelgeving. Dat snap ik: normen biedenhouvast. Waar ik mij echter in gesprekken met inwoners en specialistensteeds meer bewust van ben geworden is de wereld achter normen. Het aldan niet halen van normen is maar een deel van het complexe samenspeltussen gezondheid en milieu. Het halen van de wettelijke normen wil nietzeggen dat de gezondheid optimaal wordt beschermd. De normen zijnniet alleen afgeleid van gezondheidskundige waarden, maar wordenvastgesteld op basis van een afweging waarin gezondheid één van debelangen is.Het voldoen aan wet- en regelgeving is dus een mooi begin, maar geengarantie voor het beschermen van de gezondheid. Ook zijn er locatieswaar aan alle afzonderlijke geldende normen wordt voldaan, maar als ernaar het totaal gekeken wordt er desondanks sprake is van een onwense-lijke situatie. Die locaties vragen onze speciale aandacht. Hier spreken weover het cumulatievraagstuk: een stapeling van ongewenste milieuef-fecten. Vragen die bij dit cumulatievraagstuk horen, zijn: wanneer is hetgezond genoeg en welke consequenties willen en kunnen we daar danaan verbinden?12https://www.bcorporation.net/en-us/find-a-b-corp/?refinement%5Bcountries%5D%5B0%5D=Netherlands%20The&page=113https://onderzoeksraad.nl/wp-content/uploads/2024/04/Reactie-Onderzoeksraad-op-opvolging-aanbevelingen-Industrie-en-Omwonenden.pdf14https://www.who.int/docs/default-source/infographics-pdf/healthy-environment/infogr-he13-hiap-20082019-od-web-pages-2.pdf15Kamerstukken II, 2023/24, 32 793, nr. 709Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3015 De Actieagenda Industrie en Omwonenden16 buigt zich vanuit actuele enurgente knelpunten onder andere ook over dit cumulatievraagstuk. Vanuiteen Nationaal MilieuProgramma wordt dit vraagstuk vanuit het langeter-mijnperspectief benaderd. Moeten – om de gezondheid te borgen – af entoe strengere eisen worden opgelegd voor locaties of in een omgevingwaar veel functies samen komen? Hoe ver wordt daarin gegaan? Hoe metdeze dilemma’s wordt omgegaan, wordt onderdeel van het NMP.2.2 Actie: uitvoering en uitvoeringsagenda Met een langetermijnbeleidsvisie verandert de wereld niet meteen. Devisie kan wel het fundament zijn voor de weg naar de stip op de horizonwaar we naartoe werken. Een Nationaal MilieuProgramma zal daarom uitdrie componenten dienen te bestaan: een duidelijk beeld op de toekomst,een uitvoeringsagenda en een goede monitoring van de voortgang. Ik ziehet opstellen en uitvoeren van een uitvoeringsagenda voor de eerste jarenbij een Nationaal MilieuProgramma als cruciaal onderdeel van het voerenvan milieubeleid, op weg naar een gezonde, schone en veilige leefom-geving. Ik vertrouw erop op dat mijn opvolger ook dat deel ter hand zalnemen.Het opstellen van een uitvoeringsagenda zie ik als gezamenlijke activiteit,waarbij elke organisatie die een verantwoordelijkheid in het milieubeleidheeft aan tafel zit. Ik ga uit van de kansen en mogelijkheden voorinwoners, bedrijven en samenleving die een uitvoeringsagenda biedt. Ikben me ervan bewust dat zo’n uitvoeringsagenda een samenspel is: deacties van de Rijksoverheid zullen kaderstellend en strategisch van aardzijn; voor de uitvoering is een goede rol van overheden, bedrijven eninwoners essentieel. Kennisinstellingen – zoals het RIVM en hetPlanbureau voor de Leefomgeving – zorgen ervoor dat de kennis dienodig is om een goede uitvoeringsagenda op te stellen, beschikbaar is enblijft, voor de vraagstukken van nu en die van de toekomst. Ook bij demonitoring van de voortgang is de inzet van kennisinstellingen noodza-kelijk.Er gebeurt nu al veel om de leefomgeving gezonder, schoner en veiliger temaken. Ik noem onder andere het Impulsprogramma Chemische Stoffen,het Schone Lucht Akkoord, het programma Bodem, Ondergrond enGrondwater en het Nationaal Programma Circulaire Economie. EenNationaal MilieuProgramma zal hierop voortbouwen en bekijken of en zoja, welke extra inspanningen nodig zijn.Er zijn twee onderwerpen waarvan ik nu al kan zeggen dat ze een plekmoeten krijgen in de uitvoeringsagenda. Allereerst is dat het stelsel vanvergunningverlening, toezicht en handhaving. Ik verwijs u naar het werkdat wordt verricht in het Interbestuurlijke programma VTH17, datbinnenkort afgerond zal zijn. In een Nationaal MilieuProgramma zal ik deinzichten en resultaten vanuit het Interbestuurlijke programma VTHbenutten.Ten tweede noem ik de internationale inzet. Vervuiling kent geen grenzen.Samenwerking met andere landen en een gezamenlijke ambitie iscruciaal. Er wordt nu al op veel fronten samengewerkt. Er zijn veel goedeafspraken. Er wordt vooruitgang geboekt. Ik noem bijvoorbeeld de ambitievan «Zero Pollution 2050» om de lucht-, water- en bodemverontreinigingin de hele Europese Unie – en dus ook in Nederland – terug te dringen totniveaus die niet schadelijk zijn voor de gezondheid en natuurlijke16https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/03/15/bijlage-2-actieagenda-industrie-en-omwonenden-15-maart-202417Kamerstukken II, 2023/24, 22 343 en 28 663, nr. 390Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3016 ecosystemen. Deze ambitie helpt ons bij het bereiken van onze nationaledoelen. Verdere afstemming en een herijkte internationale milieustrategiekan ervoor zorgen dat nationale, Europese en wereldwijde milieudoelensneller in zicht komen. Internationale afspraken en internationalesamenwerking zorgen voor een gelijk speelveld.2.3 Regie: monitoring en bijsturing Samenwerking tussen alle overheidslagen en de samenleving is noodza-kelijk om verder te komen. Vertrouwen in elkaar, betrouwbaar zijn, ooghebben voor elkaars belangen en het samen willen werken aan een betereleefomgeving zijn cruciale randvoorwaarden voor de samenwerking. Datkan alleen bereikt worden door continu met elkaar in gesprek te zijn. Datgesprek moet wat mij betreft over de voortgang van de uitvoeringsagendagaan: wat gaat goed, wat moet beter en waar zien we nieuwe ontwikke-lingen waar we samen op in moeten spelen? Waar stokt het in deuitvoering en hoe komt dat? Staan er wetten of praktische bezwaren in deweg? Bij dat gesprek moeten we ook elkaar aanspreken op ieders rollen,taken en verantwoordelijkheden. Het zal daarom niet bij één uitvoeringsa-genda blijven: de uitvoeringsagenda zal regelmatig geactualiseerdworden op basis van de monitoringsrapportages om de staat van hetmilieu vast te stellen.Ik ben me ervan bewust dat er voor mijn opvolger een regierol isweggelegd. Het monitoren van de voortgang en aanspreken van anderenop hun verantwoordelijkheden maakt daar onderdeel van uit. Ik heb hetOverlegorgaan Fysieke Leefomgeving gevraagd mij te adviseren over demanier waarop we het continue gesprek over milieu vorm kunnen geven.3 Tot slot Het uitwerken van het bovenstaande in een programma moet met partijenin de samenleving gebeuren. Het tijdig betrekken van deze partijen iscruciaal voor de uitvoering. Specifieke aandacht voor de voors en tegensdie partijen bij de voorstellen zien is noodzakelijk. Met die informatie kanmijn opvolger kort na het aantreden van een nieuw Kabinet keuzen makenvoor de invulling en uitwerking van een Nationaal MilieuProgramma. Ikkan nu dus ook geen uitspraken doen over de planning, hoe zeer ik datook zou willen. Ik ga ervanuit dat mijn opvolger verder gaat met hetopstellen van een Nationaal MilieuProgramma en daar voortvarend meeaan de slag wil gaan.Ik weet zeker dat mijn opvolger daar niet alleen in zal staan. Ik gaf al aandat de inzet op een duurzame economie door veel bedrijven demaatschappelijke beweging naar een gezonde, schone en veiligeleefomgeving versterkt. Ook veel inwoners van Nederland dragen eensteentje bij aan een gezonde, schone en veilige leefomgeving. Soms inhet klein, door net wat vaker de fiets te pakken, door langer met hunspullen te doen of een tegel uit hun tuin te wippen. Soms in het groot,door rechtszaken aan te spannen tegen grote vervuilers. De rechtszakendie omwonenden voeren om hun leefomgeving te verbeteren zie ik alseen uiting van een verlangen naar een betere toekomst, een betereleefomgeving. Die uiting van verlangen geeft me hoop. Het voeren vanrechtszaken is niet de weg die we moeten willen gaan, maar wel hetsignaal dat mensen hun leefomgeving belangrijk vinden en meerbescherming van de overheid verwachten dan zij nu biedt. De resultatenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3017 van de raadpleging van het brede publiek – de zogenaamde participatievewaarde evaluatie – bevestigen dat beeld18.Tot slot van deze brief wil ik mijn opvolger het volgende meegeven: Milieuis een onderwerp waarmee je het leven van mensen en al het andere datleeft beter kunt maken en waarmee je aan een mooiere toekomst bouwt.Ik sluit af met de zin waar ik mijn eerste brief over een Nationaal Milieu-Programma ook mee afsloot: Een gezonde, schone en veilige leefom-geving is een voorwaarde voor ons bestaan, nu en in de toekomst, hier enoveral.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,V.L.W.A. Heijnen18https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/03/26/uitkomsten-van-een-inwonersraadpleging-over-het-milieubeleid-in-nederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 3018

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e1252228e87bc100

14 okt 2026 · 10461f64239e5a1d

13 okt 2026 · 15038c4cf431080e

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.