KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over voortgang aanpak van discriminatie (Kamerstuk 30950-365)

25 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0857c8e0a6bc9e83 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202430 950Racisme en DiscriminatieNr. 410 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 25 juni 2024 De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties over de brief van 12 april 2024 over voortgang aanpakvan discriminatie (Kamerstuk 30 950, nr. 365)De vragen en opmerkingen zijn op 16 mei 2024 aan de Minister vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voorgelegd. Bij brief van25 juni 2024 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,P. de GrootAdjunct-griffier van de commissie,Kling kst-30950-410ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 4101 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de bewindspersoonVragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie en reactievan de bewindspersoonVragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie en reactievan de bewindspersoonVragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie enreactie van de bewindspersoonVragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieen reactie van de bewindspersoonVragen en opmerkingen van de leden van de Volt-fractie enreactie van de bewindspersoonVragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de bewindspersoon1. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hechten groot belangaan de verlenging van de aanstelling van de Nationaal Coördi-nator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR). Het landelijkmeldpunt Discriminatie.nl geeft aan dat het aantal meldingen vandiscriminatie afgelopen jaar is toegenomen. Deelt het kabinet devisie dat het daarom belangrijker is dan ooit om discriminatietegen te gaan? De Minister schrijft dat hij de Kamer voor dezomer laat weten of en op welke wijze de instelling van deNationaal coordinator tegen discriminatie en racisme (NCDR) zalworden verlengd. Deelt het kabinet de visie dat dit daaromgeenszins het moment is om discriminatiebestrijding af teschalen, nu het aantal meldingen van discriminatie toeneemt?De ontwikkeling van het aantal meldingen van discriminatie geeftinderdaad reden tot zorg. Discriminatie leidt ertoe dat groepen mensenworden uitgesloten van gelijkwaardige deelname aan de samenleving.Dat raakt niet alleen deze groepen, maar iedereen. De bestrijding vandiscriminatie en racisme vergt een brede aanpak en is een zaak van langeadem. De twee nationale programma’s tegen discriminatie en racisme, diemomenteel worden verduurzaamd in een nationaal programma met eenmeerjarige agenda (2024–2028), kunnen daarvoor een vertrekpuntvormen.2. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of het kabinetbereid is om bij ieder punt uit het actieprogramma dat nu op roodstaat, weer te geven wat de concrete actie van het kabinet gaatzijn om bij te dragen aan verbetering. Kan het kabinet daarbij ookeen indicatie geven van de termijn waarop de plannen wordengerealiseerd?De punten uit het nationaal programma die nu op rood staan, wordenhieronder toegelicht. De reden waarom de onderwerpen op rood staan,varieert. Soms hebben andere acties voorrang gekregen, soms is hetkabinet niet aan zet, soms is er sprake van nieuwe ontwikkelingenwaardoor het handiger is om de maatregel anders in te vullen danoorspronkelijk opgenomen in het programma. De voortgang van demaatregelen uit het nationaal programma wordt regelmatig gemonitorddoor de NCDR.Versterking 5:Het vergroten van kennis en bewustwording over het slavernijverleden inde publieke ruimte is in de eerste plaats een verantwoordelijk vangemeenten. Verschillende gemeenten pakken dit ook al op. Het Ministerievan Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) faciliteert hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 4102 gesprek tussen en met gemeenten hierover door het organiseren vanbijeenkomsten. Daarnaast zet het Ministerie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid (SZW) samen met Radar een leernetwerk op voorgemeenten waarin juist deze versterking ook een plek kan krijgen.Versterking 23:BZK heeft aangekondigd dat zij samen met de antidiscriminatievoorzie-ningen (ADV’s) en andere meldinstanties een landelijke dag zullenorganiseren over de meldingsbereidheid. Dit wordt momenteelvoorbereid voor najaar 2024.Versterking 33:Deze versterking houdt in dat wordt onderzocht welke handhavende ensanctionerende mogelijkheden er zijn voor gemeenten om ook «aanzettentot discriminatie» aan te pakken. De interne ambtelijke navraag heeft totnu toe niet tot mogelijkheden geleid. BZK beraadt zich of het zinvol is omnader onderzoek te laten doen.Versterking 51:Dit betreft een oproep van de NCDR aan uw Kamer om het initiatiefwets-voorstel om conversiehandelingen strafbaar te stellen in Europees enCaribisch Nederland te omarmen.1 Dit wetsvoorstel is nog in behandelingbij uw Kamer.Versterking 55:Dit betreft een oproep van de NCDR aan de lokale politiek om menskrachten financiële middelen vrij te maken voor een betere opvang vanslachtoffers van discriminatie en racisme. De lokale politiek is hiervooraan zet. BZK is met gemeenten en adv’s in gesprek over een herzieningvan het stelsel van adv’s. In die gesprekken komt ook de lokale aanpak vandiscriminatie aan bod. Daarnaast is BZK recent gestart met eenverkenning naar de mogelijkheid om slachtoffers van discriminatie nazorgte bieden via de adv’s.Versterking 56:BZK was in 2022 voornemens om een onderzoek uit te voeren naar dewijze waarop gemeentelijke coalities de aanpak van discriminatie in huncoalitie akkoorden hebben verwoord. Dit onderzoek is niet van startgegaan, wel heeft Movisie dit -indirect – meegenomen in hun monitorlokaal antidiscriminatiebeleid. In overleg met de NCDR is besloten dat eenapart onderzoek geen zinvolle besteding van middelen meer is.Versterking 59:Het gelijktrekken van de rechten van lhbtiq+ personen in CaribischNederland met Europees Nederland, maakt deel uit van de bredereopgave om het personen- en familierecht (Boek 1 Burgerlijk Wetboek) inCaribisch Nederland te harmoniseren. Volgens het beginsel van comply orexplain zal die harmonisatie met de Openbare Lichamen in CaribischNederland worden afgestemd. Het is nog niet bekend binnen welketermijn een dergelijk wetstraject zal starten.3. Is het kabinet bereid om een eigen onderzoek in te stellen naardiscriminatie van moslims in de bankensector?4. Welke stappen is het kabinet van plan te nemen om discrimi-natie in de bankensector in kaart te brengen en uit te bannen?De leden van de GroenLinks-PvdA- fractie vragen of het kabinet bereid isom een eigen onderzoek in te stellen naar discriminatie van moslims in de1Kamerstukken 36 178.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 4103 bankensector en welke stappen het kabinet wil nemen om discriminatie indeze sector te voorkomen. De leden van GroenLinks-PvdA signaleren ditonderwerp terecht. Het Ministerie van Financiën heeft twee jaar geledensignalen ontvangen van het Ministerie van SZW en de NCDR dat demanier waarop banken de Wet ter voorkoming van witwassen enfinancieren van terrorisme (Wwft) toepassen ertoe leidt dat Nederlandsemoslims en islamitische organisaties worden geraakt op een wijze die nietproportioneel is of die geen recht doet aan de doelstelling van de wet.Omdat het Ministerie van Financiën sindsdien meer signalen heeftontvangen over discriminatie, niet alleen van moslims, heeft de Ministervan Financiën KPMG en I&O Research onderzoek laten doen naar devraag in hoeverre burgers in de interactie met banken en betaalinstel-lingen discriminatie ervaren. Ook de Nederlandsche Bank (DNB) heeft, alsWwft-toezichthouder op banken, onderzoek gedaan naar wat banken doenom discriminatie te voorkomen in de toepassing van de Wwft.Uit het onderzoek van KPMG en I&O Research komt naar voren dat één opde tien burgers discriminatie ervaart in de interactie met banken enbetaalinstellingen. Voor burgers met een migratieachtergrond is dit zelfséén op de drie. De Minister van Financiën heeft het onderzoek van KPMGen I&O Research op 27 mei aan uw Kamer verzonden.2 De Minister vanFinanciën vindt de conclusies en de voorbeelden uit het onderzoekernstig. De uitkomsten laten volgens hem zien dat er meer gedaan moetworden om discriminatie te voorkomen. Op basis van het onderzoekconcludeert de Minister van Financiën dat banken soms vragen stellenaan hun klanten die ze helemaal niet hoeven te vragen in het kader van deWwft. Daarnaast laat zowel het rapport van KPMG en I&O Research, alshet rapport van DNB zien dat banken onvoldoende invulling geven aan derisicogebaseerde aanpak die de Wwft voorschrijft. Veel van de signalenover ervaren discriminatie lijken voort te vloeien uit de, soms slechte,uitvoering van de wetgeving.De oplossingsrichtingen die de Minister van Financiën noemt liggen in hetverbeteren van de communicatie van banken en betaalinstellingenrichting hun klanten, het juist naleven en invullen van wet- en regel-geving, preventie van discriminatie en zorg dragen voor solide klachten-procedures voor klanten. De Minister van Financiën heeft in het kader vande publicatie van het rapport op dezelfde dag ook een werkbezoekgebracht aan de Ulu moskee, om daar met de moslimgemeenschap tepraten over de uitkomsten en opvolging van het rapport. Het ministerieblijft met vertegenwoordigers van islamitische organisaties in overleg omte toetsen of de oplossingen die de banken in gang gaan zetten hetgewenste effect hebben.DNB heeft hun onderzoek ook op 27 mei gepubliceerd.3 Daaruit volgt datbanken meer moeten doen om discriminatie te voorkomen. Bankendenken, volgens DNB, bij discriminatie voornamelijk aan uitsluiting van deklant, maar niet aan hoe zij de klant bejegenen. Ook richten ze zich bij hetvoorkomen van discriminatie met name op discriminatie op de werkvloeren niet zozeer op de interactie met de klant. DNB doet in 2025 vervolgon-derzoek naar hoe de banken de aanbevelingen in dit rapport hebbenopgevolgd en zal ook rondetafels organiseren met onder andere islami-tische organisaties en banken om discriminatie verder te adresseren. DeMinister van Financiën ziet, omdat DNB vervolgonderzoek gaat doen, zelfnu geen aanleiding voor vervolgonderzoek, maar monitort de situatieuiteraard wel. De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) heeft in2Toekomst financiële sector | Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstuk 32 013, nr. 289)3Gerichtere maatregelen nodig om discriminatie bankklant tegen te gaan (dnb.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 4104 reactie op de rapporten aangegeven de toepassing en invulling van deWwft door banken tegen het licht te houden.4De Minister van Financiën informeert uw Kamer rond de jaarwisselingover de opvolging van de oplossingsrichtingen. Tot slot noem ik hetNationaal Onderzoek Moslimdiscriminatie, waarin ook financiëledienstverlening in brede zin zal worden meegenomen. Bij dit onderzoek,dat momenteel in opdracht van het Ministerie van SZW wordt uitgevoerd,wordt onderzocht welke versterkingen in de aanpak van moslimdiscrimi-natie nog mogelijk zijn. Bij het commissiedebat financiële markten van30 mei 2024 heeft de Minister van Financiën daarnaast toegezegd om metDNB in gesprek te gaan over het toezicht op discriminatie in de banken-sector en de Kamer hierover voor Prinsjesdag te informeren.5. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat inmaart 2024 het eerste onderzoeksrapport over discriminatie vanAziatische Nederlanders uitgekomen. Welke concrete maatre-gelen neemt het kabinet naar aanleiding van het onderzoeks-rapport?Kennisinstituut Inclusieve Samenleving (KIS) zal vanaf juni dit jaar tot enmet juni 2025 bijeenkomsten organiseren met Nederlanders van (Zuid-)Oost-Aziatische herkomst en de samenleving in drie gemeenten om oplokaal niveau bewustwording op gang te brengen. Ook zal KIS deze driegemeenten ondersteunen om een plan van aanpak te ontwikkelen omanti-Aziatische racisme en discriminatie te voorkomen. Tot slot wordt eenartikel gepubliceerd over de inzichten die zijn opgedaan en wordt er eenslotbijeenkomst georganiseerd om de uitgewerkte plannen vangemeenten te bespreken met andere gemeenten.6. Deze leden constateren dat de onderdelen van de NEN-normendie toezien op inclusief bouwen vooralsnog vrijwillig mogenworden toegepast. De Minister schrijft dat hij twee jaar napublicatie van de normen «de peilstok hanteer[t]». Kan deMinister nader toelichten wat hij bedoelt met het hanteren van depeilstok? Op basis van welke criteria gaat de Minister bepalen ofonderdelen van de NEN-norm alsnog als eis moeten wordenopgenomen in het Bbl? Bij welke mate van vrijwillige toepassingacht de Minister het noodzakelijk om dit te doen? In hoeverre ziethet kabinet mogelijkheden om na één jaar in ieder geval in beeldte brengen hoe vaak de normen voor toegankelijk bouwenvrijwillig zijn toegepast, zodat bij lage toepassing eerder bijge-stuurd kan worden?De afgelopen jaren is vanuit het Ministerie van BZK een subsidie verstrektaan de NEN om een vrijwillige norm voor toegankelijk bouwen teontwikkelen. In de bouwsector bestond de behoefte aan eenduidigheid enstandaardisatie van het bestaande aantal richtlijnen, handreikingen enleidraden op dit beleidsterrein. Deze concept-norm is inmiddels inconsultatie gegaan en bevat een groot aantal voorzieningen, die thansnog geen onderdeel uitmaken van de bouwregelgeving. NEN verwacht dedefinitieve versie in het najaar van 2024 te publiceren. Vanaf dat momentstart de aanloopperiode van 2 jaar.In die periode wil ik een monitor (laten) opzetten om inzicht te krijgen inde mate waarin opdrachtgevers in bouwsector (specifieke onderdelenvan) de NEN-norm vrijwillig implementeren in hun ontwerp. Samen metNEN, medeoverheden en relevante partijen in de bouwsector zal de4Reactie onderzoek Ministerie van Financiën naar ervaren discriminatie bij banken (nvb.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 4105 monitor tot stand moeten komen aan de hand van een nog te ontwikkelenset van afspraken en systeem. De monitor zal in ieder geval moetenuitwijzen welke voorzieningen uit de vrijwillige NEN-norm en bovenop deminimumeisen uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl), dooropdrachtgevers worden toegepast. Daarbij zal onderscheid wordengemaakt naar de verschillende gebruiksfunctie Bbl. Daarnaast zal separaatworden onderzocht welke drijfveren bij opdrachtgevers liggen om devrijwillige NEN-norm al dan niet toe te passen. Ook zal uit de monitormoeten blijken wat de consequenties zijn van de beschreven voorzie-ningen in de vrijwillige NEN-norm voor onder andere het benodigdekennisniveau in de sector breed, de ontwerpfase, het bouwtempo, dewoningbouwopgave, de mogelijkheden voor geïndustrialiseerdetoepassing en geraamde additionele kostenontwikkeling.Het streven is om jaarlijks een monitorrapportage te ontwikkelen, diedaarmee als peilstok dient. Het beeld dat uit de monitor ontstaat zalworden betrokken bij besluitvorming over eventuele nadere regelgeving.Daarop kan nu inhoudelijk niet worden vooruitgelopen.Daarnaast laat ik vanuit BZK een eerste analyse uitvoeren naar hetverschil tussen het huidige niveau van eisen in de bouwregelgeving enhet niveau van eisen volgens de definitieve NEN-norm voor toegankelijkbouwen. Daarmee wordt inzichtelijk wat het startpunt is voor naderebeleidsontwikkeling.7. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen het kabinet ofzij hun zorgen deelt over de aanpak van discriminatie in CaribischNederland. Is het kabinet bereid de voortgang van de aanpak vandiscriminatie in Caribisch Nederland apart in beeld te brengen ende Kamer hierover te informeren?Het kabinet deelt deze zorgen en heeft dan ook op 3 mei 2024 hetwetsvoorstel bescherming tegen discriminatie op de BES, ingediend bijuw Kamer.5 Naast de invoering van alle gelijkebehandelingswetgeving opCaribisch Nederland, omvat dit wetsvoorstel twee institutionele compo-nenten die naar verwachting de aanpak van discriminatie in de praktijkgaan versterken. Ten eerste komt er een ADV op de eilanden, waarbewoners hulp en bijstand kunnen ontvangen in gevallen van discrimi-natie. Ten tweede krijgt het College voor de Rechten van de Mens debevoegdheid om oordelen te vellen in gevallen van verboden onder-scheid. Om de invoering van deze instituties goed voor te bereiden, wordtmomenteel op de eilanden zelf een nulmeting uitgevoerd naar de aard enomvang van ervaren discriminatie op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Deplanning is dat het onderzoek begin september 2024 gereed is. Dit allesgebeurt in nauwe samenwerking met Discriminatie.nl, het Juridisch Loketen het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV), mede vanwege devoorgenomen inbedding van de ADV op de eilanden in het brederejuridisch loket aldaar. Naast de voortgang van het wetsvoorstel zal ik uwKamer op de hoogte brengen van de verschillende vervolgstappen(waaronder het opstarten van activiteiten voor bewustwording envoorlichting) en resultaten van dit traject ter verbetering van debescherming tegen discriminatie op Caribisch Nederland.8. Is bij de Minister bekend welke gemeente de verbeteragenda,het verhuisconvenant en de maatwerkprocedure gebruiken? Zoja, kan hij deze met de Kamer delen? Zo nee, is de Minister bereiddit bij gemeenten uit te vragen? En hoe wil het kabinet deze5Kamerstukken II 2023/24, 36 551, nr. 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 4106 gemeenten stimuleren om alsnog deze verbeteragenda,maatwerkprocedure en verhuisconvenant te onderschrijven?Het is momenteel niet bekend welke gemeenten de verbeteragenda, hetverhuisconvenant en de maatwerkprocedure gebruiken. De Staatssecre-taris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft de VerenigingNederlandse Gemeenten (VNG) meerdere keren opgeroepen om hetverhuisconvenant voor hulpmiddelen en de maatwerkprocedure op basisvan de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 onder deaandacht te brengen van gemeenten. De VNG heeft dit ook gedaan. Deuitvoering van Wmo 2015 is een gedecentraliseerde taak. Het is aangemeenten om beleid vast te leggen in Wmo-verordeningen en-beleidsplannen.De staatsecretaris van VWS zal in het vierde kwartaal van 2024 de TweedeKamer informeren over de uitkomst van de motie De Kort (VVD). In demotie verzoekt het Kamerlid De Kort de regering om een onderzoek uit tevoeren naar de mate van ondertekening en naleving van het convenant,en om knelpunten en oorzaken van onvoldoende naleving in kaart tebrengen. Waar mogelijk zullen de vragen van de GroenLinks-PvdA-fractieover het gebruik van de verbeteragenda, verhuisconvenant en maatwerk-procedure onder gemeenten betrokken worden bij de uitvoering van demotie.9. In hoeverre deelt het kabinet het standpunt van de NCDR dater zo snel mogelijk een transitieverlofregeling gerealiseerd dientte worden? Deze leden constateren met teleurstelling dat erwederom geen middelen zijn vrijgemaakt voor een transitieverlof-regeling. Klopt deze constatering? Zo ja, kan de Minister uiteen-zetten in hoeverre de «bijzondere aandacht» waarmee hetkabinet de afspraken uit het Regenboog Stembusakkoord wiluitvoeren zich laat rijmen met het feit dat er geen financiëlemiddelen worden uitgetrokken voor een transitieverlofregeling?Het was het kabinet er veel aan gelegen om een regeling voor transitie-verlof op te stellen. De Ministeries van SZW en Onderwijs, Cultuur enWetenschap (OCW) hebben daarvoor gesprekken gevoerd met (vertegen-woordigers van) de doelgroep, medisch specialisten, de uitvoeringsorga-nisatie en andere betrokkenen om de contouren van een verlofregelingvast te stellen. Helaas konden tot nu toe geen middelen worden vrijge-maakt voor het verstrekken van een verlofuitkering. Het is nu aan hetkomende kabinet om te beslissen over de voortgang en financiering vaneen regeling voor transitieverlof.10. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constaterentenslotte, zoals eerdergenoemd, dat veel van de punten uit deaanpak op rood staan, wat betekent dat het niet goed gaat metde uitvoering. Welke extra uitdagingen ziet het kabinet zelf enwelke inspanningen kunnen deze leden verwachten van hetkabinet om de voortgang van de agenda te versnellen? Zij vragendaarom ook wat het kabinet gaat doen om sectoren zoals hetonderwijs en de culturele sector te ondersteunen zodat zij instaat zijn en de ruimte krijgen om gesprekken over deze belang-rijke maatschappelijke thema’s te faciliteren.Op het moment van publicatie van het Nationaal programma tegendiscriminatie en racisme 2023, in december 2023, stonden zeven van dezestig versterkingen uit het programma van 2022 op rood. Daarvan is éénversterking gericht aan uw Kamer en twee in ieder geval deels aan degemeenten. Zoals hierboven bij de tweede vraag van de fractie vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 4107 GroenLinks-PvdA weergegeven, zijn de meeste van de openstaande actiesinmiddels opgepakt of worden zij meegenomen in grotere trajecten, waarzij onderdeel van zijn. Intussen heeft het kabinet in het programma van2023 opnieuw 29 versterkingen aangekondigd. Het kabinet deelt destelling van de fractie van GroenLinks-PvdA dan ook niet dat veel van depunten uit de aanpak op rood staan. Ik verwijs u naar het bovengenoemdeantwoord voor de aanpak van die punten.Ook binnen het Ministerie van OCW wordt hard gewerkt aan hettegengaan van discriminatie en racisme en het bevorderen van inclusie engelijkwaardigheid. Hoe OCW dit doet en welke ambities het daarbij heeftstaat genoemd in de OCW-agenda tegen discriminatie en racisme.6 Zofaciliteert OCW de pilot «Nationale Gesprek Slavernijverleden» opmbo-instellingen. Dit is een intergenerationeel gesprek dat gevoerd wordttussen mbo-studenten en experts op een specifiek gebied van hetslavernijverleden (schrijvers, wetenschappers, onderzoeksjournalisten envakmensen). Ook staat er voor september een bijeenkomst op de planningmet onder andere uitgeverijen en leerkrachten om het te hebben overinclusief lesmateriaal. Deze bijeenkomst zal samen met de NCDR wordengeorganiseerd. Om leerkrachten in het funderend onderwijs en in het mboverder te ondersteunen bij het bespreken van gevoelige maatschappelijkethema’s is verder de subsidieregeling Schurende Gesprekken gelanceerd.Via het Expertisepunt Burgerschap (EB) kunnen onderwijsinstellingen zichinschrijven voor bijscholing van hun leerkrachten op dit thema en daarnaderhand subsidie voor aanvragen.Voor de periode 2025–2028 is aan culturele instellingen die een aanvraagindienen voor de BIS gevraagd de Code Diversiteit en Inclusie te onder-schrijven en te reflecteren hoe zij kunnen bijdragen aan de brede definitievan diversiteit en inclusie. Instellingen zijn volledig vrij in de manierwaarop ze de code invullen. Dit doen zij aan de hand van hun eigenartistieke profiel, de plek waar zij werken, hun geschiedenis en het publiekdat zij willen bedienen. Daarnaast werkt OCW samen met gemeenteAmsterdam aan het oprichten van het Nationaal Slavernijmuseum.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie enreactie van de bewindspersoon11. De leden van de VVD-fractie memoreren de afspraak uit hetcoalitieakkoord over het optreden tegen organisaties die zichschuldig maken aan discriminatie of racisme met boetes. Kan hetkabinet aangeven wat er is ondernomen op dit voornemen uit hetcoalitieakkoord? Is dit ooit geeffectueerd? Zo nee, waarom niet?Zo ja, hoe wordt dit getoetst?In het coalitieakkoord van dit demissionaire kabinet staat inderdaad hetvoornemen om organisaties die zich schuldig maken aan discriminatie ofracisme zouden moeten worden uitgesloten van overheidssubsidies en degunning van opdrachten. Het uitsluiten bij aanbestedingen van organi-saties die zich schuldig hebben gemaakt aan arbeidsdiscriminatie isjuridisch haast niet mogelijk. Daarvoor is het namelijk nodig dat eenleverancier onherroepelijk is veroordeeld voor discriminatie door eenrechter en daarna geen verbetermaatregelen heeft getroffen. Uitsluitenzou anders disproportioneel zijn. Dit is een van de uitgangspunten van deaanbestedingsregelgeving. Een dergelijke veroordeling is er tot op hedenniet. Daarmee is deze afspraak, hoe zeer deze ook tegemoetkomt aan eenwens uit het coalitieakkoord, in de praktijk niet uitvoerbaar.6Kamerstukken II, 2022–2023, 30 950, nr. 318.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 4108 12. Deze leden lezen in de brief van het kabinet over de Rijksbij-drage die gemeenten ontvangen om hun wettelijke taken op hetgebied van discriminatiepreventie te vervullen. Wat is de bijdrageper gemeente? Klopt het dat er totaal vanaf 2024 jaarlijks zo’n15,4 miljoen moet worden bijgedragen door gemeenten?Van belang is om te onderstrepen dat er verschillende componentenbestaan waarmee gemeenten hun ADV’s financieren. De bijdrage die hetRijk beschikbaar stelt voor de uitvoering van de wettelijke taken dievoortvloeien uit de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen(Wga) bestaat vervolgens uit twee componenten. Sinds 2009 heeft het Rijk€ 6 miljoen aan de Algemene Uitkering van het Gemeentefondsbeschikbaar gesteld en sinds 2021 extra € 6,9 miljoen per jaar. Hiermeekomt het totale bedrag voor het uitvoeren van de wettelijke taak per 2021uit op € 12,9 miljoen, dat is gemiddeld € 0,77 per inwoner. Naast deze€ 12,9 miljoen voor de uitvoering van de Wga-taken heeft het kabinetsinds 2024 € 2,5 miljoen per jaar beschikbaar gesteld aan gemeenten ommeer aan preventie van discriminatie te kunnen doen.13. Deze leden vragen zich af hoeveel gemeenten in Nederlandniet betaald hebben aan de ADV’s. Klopt het, zo vragen zij hetkabinet, dat deze gemeenten eind 2023 zijn aangeschreven? Kanhet kabinet een lijst met hierover aangeschreven gemeenten metde Kamer delen? Zo nee, waarom niet? Wat is de consequentievoor een gemeente die niet bijdraagt?Er is geen overzicht beschikbaar van hoeveel gemeenten niet hebbenbetaald aan de ADV’s. Uit het rapport van Berenschot blijkt dat niet allegemeenten het volledige bedrag van € 0,77 per inwoner ontvangen.Het klopt, zoals deze leden vragen, dat eind 2023 alle 342 gemeenten zijnaangeschreven door de Minister van BZK, om aandacht te vragen voor hetbelang van de versterking van het stelsel van ADV’s en de financiëlemiddelen voor preventie van discriminatie. Daarbij is een specifieke briefgericht aan de gemeenten met een ADV, die op dat moment nog nietwaren aangesloten bij de landelijke vereniging Discriminatie.nl. In dezebrieven is geen specifieke aandacht besteed aan het ter beschikkingstellen van financiële middelen. De middelen die gemeenten krijgen viahet Gemeentefonds zijn vrij besteedbaar door gemeenten. Dat is ook eenvan de redenen dat in de stelselherziening van de ADV’s ook een anderewijze van financiering wordt bezien.Het niet (volledig) betalen van de ADV’s door gemeenten kan tot gevolghebben dat de betreffende ADV’s te weinig middelen hebben om dewettelijke taken van registratie en verlenen van bijstand aan melders uit tevoeren. De consequentie hiervan kan zijn dat burgers in de betreffendegemeenten, die discriminatie ervaren en melden, niet adequaat geholpenkunnen worden.14. Kan de Rijksbijdrage worden gekort indien een gemeente nietinvesteert in de ADV’s dan wel de aanpak van discriminatie?Het korten op een Rijksbijdrage is niet mogelijk. Gemeenten moetenuitvoering geven aan de wettelijke taak om hun inwoners toegang tot eenADV te bieden, zoals voorgeschreven in Wga. Daarbij geldt echter hetuitgangspunt van autonomie van gemeenten. Het is aan gemeenten zelfom te bepalen of en zo ja, hoe zij de middelen uit het Gemeentefondsbesteden (beleids- en bestedingsvrijheid).15. Deze leden vragen zich af hoeveel gemeenten met een ADVniet zijn aangesloten bij Discriminatie.nl. Kan het kabinetaangeven wat het betekent dat zij niet aangesloten zijn?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 4109 Uit informatie van de landelijke vereniging Discriminatie.nl blijkt dat er opdit moment 14 gemeenten zijn met een ADV die niet is aangesloten bij delandelijke vereniging (zie bijlage in dit document). Hiermee voldoe ik aande motie van het lid Michon – Derksen (VVD) om een lijst te verstrekkenvan gemeenten die geen ADV hebben of een ADV die niet is aangeslotenbij Discriminatie.nl, van 12 juni 2024.7Deze 14 gemeenten hebben gezamenlijk iets minder dan 500.000inwoners. Dit betekent onder meer dat de ADV’s van deze gemeentengeen lid van de landelijke vereniging zijn en niet werken onder de naamDiscriminatie.nl voor wat betreft de wettelijke taken op grond van de Wga(registratie en bijstand). Zij nemen niet deel aan het landelijke meldpunt,de website en zaken als het landelijk registratiesysteem, het werkprotocolvoor de klachtbehandeling, samenwerkingsprotocollen met diversepartners, het regionaal discriminatieoverleg (RDO) met politie en OM eneen onafhankelijke klachtencommissie.16. Wat doet het kabinet om deze gemeenten alsnog aan te latensluiten? Kunnen ze eventueel gekort worden op hun Rijksbij-drage?Om te bevorderen dat meer ADV’s zich aansluiten bij de landelijkevereniging, heb ik zoals hierboven ook aangegeven, in december 2023 eenbrief gestuurd naar alle gemeenten, waarvan de ADV op dat moment nietwas aangesloten bij de landelijke vereniging. Daarin is de wens vanDiscriminatie.nl onderschreven om het aantal gemeenten met een ADV,die aangesloten is bij de landelijke vereniging, verder uit te breiden. Uitinformatie van Discriminatie.nl is gebleken dat in 2024 één ADV, die voorzo’n 20 gemeenten werkt, al de stap heeft genomen om zich met de ADVaan te sluiten bij de landelijke vereniging. Andere gemeenten met een nietaangesloten ADV oriënteren zich nog op het lidmaatschap van delandelijke vereniging.Het korten op een Rijksbijdrage is niet mogelijk. Gemeenten moetenuitvoering geven aan de wettelijke taak om hun inwoners toegang tot eenADV te bieden, zoals voorgeschreven in de Wga. Daarbij geldt echter hetuitgangspunt van autonomie van gemeenten. Het is aan gemeenten zelfom te bepalen of en zo ja, hoe zij de middelen uit het Gemeentefondsbesteden (beleids- en bestedingsvrijheid).17. Zij vragen zich af of het kabinet de mening deelt dat er in detussentijd gezorgd moet worden dat elke gemeente bijdraagt aanADV’s en dat elke ADV is aangesloten bij Discriminatie.nl. Welkeinzet pleegt het kabinet hier?Ik ben het met de leden van de VVD-fractie eens dat in de periode tot aande inwerkingtreding van de nieuwe landelijke organisatie gezorgd moetworden dat elke gemeente bijdraagt aan de ADV’s en dat elke ADV isaangesloten bij Discriminatie.nl. Dit is ook tot uitdrukking gebracht in debovengenoemde brief aan gemeenten van december 2023. In de komendeperiode zal deze oproep ook worden uitgedragen via overleg met de VNGen gemeenten. Daarbij zal ook nogmaals worden gewezen op hetrichtbedrag van € 0,77 per inwoner, dat ADV’s nodig hebben voor hetuitvoeren van de wettelijke taken.7Kamerstukken II, 2023–24, 30 950, nr. 407.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41010 Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie enreactie van de bewindspersoon18. Is de Minister van mening dat als je overheden, bedrijven enngo’s bij elkaar zet dat je dan per definitie tot minder discrimi-natie komt?De aanpak van discriminatie is erop gericht om discriminatie op de doorde Grondwet beschermde gronden zo goed als mogelijk tegen te gaan,daar waar het zich voordoet. Discriminatie kan zich op nagenoeg alleaspecten van het leven voordoen. Op school, in de wijk, op de arbeids-markt, op de woningmarkt, bij sportclubs, in winkels, in het uitgaansleven,bij het afsluiten van verzekeringen of bij het krijgen van zorg. Discrimi-natie is overal en treft vooral vrouwen, lhbtiq+ personen, mensen vankleur, mensen met een migratieachtergrond, mensen die actief hungodsdienst belijden, mensen met een beperking, ouderen en jongeren. Uitonderzoek weten we ook dat discriminatie negatieve energie kost, dat hetmensen belemmert in hun mogelijkheden. Niet alleen de mensen dieanders worden behandeld dan anderen om één van deze gronden, maarde samenleving als geheel heeft baat bij minder discriminatie. De aanpakvan discriminatie vraagt dan ook om actie van de samenleving als geheel,want de overheid kan dit probleem niet alleen aanpakken. De aanpak vanhet kabinet is erop gericht om de samenleving zo veel mogelijk tefaciliteren om dit onderwerp zelf op te pakken, om sectoren te onder-steunen waar dat nodig is. Soms is het echter ook nodig dat de overheideen actievere rol heeft, agenderend of normerend optreedt, bijvoorbeeldals een sector bij voortduring geen actie onderneemt of om de door defractie van BBB geschetste onderlinge kennismaking te organiseren.19. Hoeveel mensen werken er voor de ADV’s? Hoeveel zijn dat erper regio? Kan de Minister aangegeven wat de losse en gecombi-neerde kosten waren van de werkconferenties, het schrijven vanhet rapport en de verschillende overleggen gevoerd met VNG enhet ministerie? Kan de Minister delen hoeveel werknemers hierbijbetrokken zijn geweest, zowel bij de ADV’s als bij het ministerie?Het rapport van Berenschot, waarin de verschillende scenario’s zijnuiteengezet bedroeg € 55.330,– (excl. BTW) en de 3 verschillendewerkconferenties die daarna door het Ministerie van BZK zijn georgani-seerd kwamen uit op een totaalbedrag van € 43.383,– (excl. BTW). Deoverleggen die het Ministerie van BZK voert met de VNG worden binnenreguliere uren gehouden. Het projectteam vanuit het Ministerie van BZKdat zich met de stelselherziening bezighoudt bestaat uit vier ambtenarendie daarnaast ook andere werkzaamheden verrichten. Bij de ADV’s die lidzijn van de landelijke vereniging Discriminatie.nl (>95% gemeenten vanNederland) werken ongeveer 72 consulenten discriminatiezaken. Zijhouden zich hoofdzakelijk bezig met het uitvoeren van de wettelijke takenuit de Wga maar kunnen daarnaast bijvoorbeeld ook werkzaam zijnbinnen projecten of preventieactiviteiten.20. Kan de Minister afzien van zijn nieuwe ronde aan overleggenover rapport Berenschot en de ADV’s verzoeken zich te richten ophun kerntaak?Voor de duidelijkheid merk ik op dat het niet de ADV’s zijn die deoverleggen over het rapport van Berenschot hebben georganiseerd. Dat isdoor het Ministerie van BZK gedaan. De ADV’s richten zich al volledig ophun kerntaak: het registreren van meldingen en bijstaan van melders. Deoverleggen over het rapport Berenschot zijn afgerond. De gesprekken diemijn departement vanaf dit voorjaar voert met het werkveld zijn noodza-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41011 kelijk om tot een gedegen en gedragen plan voor versterking van hetstelsel te komen. De betrokkenheid van de ADV’s en hun ketenpartnersmaakt dat we het nieuwe stelsel mét hen kunnen vormgeven. Ik kan en wildaarom niet afzien van eventuele vervolggesprekken.21. Kan de Minister garanderen dat er binnen de Rijksoverheidgeen kritische rassentheorie wordt onderwezen of gedeeld bijcursussen of andere activiteiten om ambtenaren bewust temaken van het belang van diversiteit en antidiscriminatie?Op 15 mei 2024 heeft de Staatssecretaris van Defensie een brief naar uwKamer gestuurd over het gebruik van specifieke lesmethodiek en-materiaal bij diversiteitstrainingen (Kamerstuk 36 410-X-90). Voor deuitgebreidere beantwoording over deze casus, verwijs ik u graag naar zijnreactie in deze brief. In zijn algemeenheid wordt er binnen het Rijk, voorzover ik daarvan op de hoogte ben, niet onderwezen in de kritischerassentheorie, maar wordt er gezocht naar verbinding om bewustwordingte creëren over het belang van diversiteit en antidiscriminatie.22. Er is geen specifieke reflectie van de Minister op de meestprominente vorm van racisme in de afgelopen maanden; antisemi-tisme. Kan de Minister toelichten in welke mate deze vorm vandiscriminatie specifiek op alle vlakken zoals behandeld in de briefwordt meegenomen? Zijn er binnen de Rijksoverheid meldingengeweest van ambtenaren die te maken hebben gehad metantisemitisme? Is er specifieke zorg geweest voor Joodseambtenaren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken naaraanleiding van de protesten voor hun ministerie?Mede op verzoek van uw Kamer zijn over de aanpak van antisemitismeaparte brieven gestuurd, meest recent nog in de brief van 23 april 2024waarin alle aspecten van de aanpak zijn meegenomen.823. De leden van de BBB-fractie merken op dat een tweede zaakdie ontbreekt een duidelijke visie op bredere discriminatie is.Denk dan aan de positie van mensen die een streektaal, dan weldialect, spreken, praktisch opgeleid zijn of een laag inkomenhebben. Op welke manier houdt het beleid rekening met discrimi-natie op basis van bredere factoren dan enkel etniciteit ofgeloofsovertuiging?Artikel 1 van de Grondwet bepaalt dat allen die zich in Nederlandbevinden in gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Discriminatiewegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht,handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niettoegestaan. Discriminatie is dus niet alleen verboden is op grond van deexpliciet genoemde persoonskenmerken, maar ook op andere gronden.Daarop wordt ook beleid gevoerd. Als voorbeeld kan worden gewezen opde brief die de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op 6 juli2023 aan uw Kamer stuurde over de gelijkwaardige behandeling vanmbo-studenten.9 Naar aanleiding van een motie van de leden De Hoop(PvdA) en Bouchallikht (GL) (Kamerstuk 36 200 VIII, nr. 91) heeft deMinister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties mede namens deMinister van Onderwijs en Wetenschap een adviesaanvraag ingediend bijhet College voor de Rechten van de Mens over de wenselijkheid vantoevoeging van opleidingsniveau als discriminatiegrond in de Algemenewet gelijke behandeling (Awgb). Deze wet verbiedt het maken van8Kamerstukken II, 2023–2024, 30 950, nr. 367.9Kamerstukken II 2022–2023, 31 524, nr. 569.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41012 ongerechtvaardigd onderscheid op belangrijke maatschappelijketerreinen, zoals werk, onderwijs, gezondheidszorg en sport. Daarnaast isgevraagd of het College, naast een aanpassing van de Awgb, anderemogelijkheden ziet om ongelijke behandeling tussen mensen metverschillende opleidingsniveaus in de samenleving tegen te gaan en deherwaardering van het mbo te bevorderen. Een reactie van het Collegewordt rond de zomer verwacht. Uw Kamer zal daarover nader wordengeïnformeerd.Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie enreactie van de bewindspersoon24. Het kabinet geeft aan voor de zomer te laten weten of en opwelke wijze de instelling van de NCDR zal worden verlengd. Kanhet kabinet bij de communicatie van dit besluit tevens aangevenhoe het onderliggende onderzoek bij het instellingsbesluit naarde inrichting en bekostiging van de NCDR hierbij wordtbetrokken?In de toelichting bij het instellingsbesluit van de NCDR is opgenomen datde NCDR voor drie jaar is ingesteld en dat binnen die termijn een besluitwordt genomen over verlenging. Met het oog op die opdracht in detoelichting heb ik opdracht gegeven tot een evaluatie, die aan het beginvan de zomer afgerond zal worden. Uw Kamer zal de uitkomsten van dezeevaluatie ontvangen en eveneens hoe die uitkomsten – ook ten aanzienvan de inrichting en bekostiging van de NCDR – worden betrokken bij debesluitvorming over de verlenging van de NCDR. Omdat het belangrijk isom het volgende kabinet de ruimte te bieden voor gedegen besluit-vorming over de verlenging van de NCDR en tegelijkertijd met het oog opde continuïteit van de organisatie van de NCDR, heb ik besloten om determijn van de NCDR te verlengen tot eind 2025. U bent daarovergeïnformeerd bij brief van 14 juni 2024.1025. De leden van de DENK-fractie merken op dat het kabinetaangeeft dat gemeenten 12,9 miljoen euro ontvangen voor debekostiging van de ADV’s. Kan het kabinet aangeven hoeveel vandit geld door gemeenten ook daadwerkelijk uitgegeven wordt aande bekostiging van ADV’s?Omdat gemeenten een grote mate van bestedingsvrijheid hebben voorwat betreft de Algemene Uitkering vanuit het Gemeentefonds kan hetkabinet gemeenten niet verplichten het volledige bedrag dat zij hiervoorkrijgen ook daadwerkelijk aan hun ADV te geven. De Wga verplichtgemeenten om een voorziening te hebben waar burgers discriminatiekunnen melden, maar de wet laat het aan gemeenten om hier zelfinvulling aan te geven. Ik hoor vanuit de landelijke vereniging van ADV’s,Discriminatie.nl, al langer het signaal (en dit blijkt onder andere tevens uithet rapport van Berenschot), dat ADV’s zeker niet altijd het volledigebudget krijgen dat het Rijk beschikbaar stelt. Dit is één van de knelpuntendie ik in het nieuwe stelsel wil aanpakken. Door naar één centraleorganisatie toe te werken verandert de relatie tussen de gemeenten en dehuidige ADV’s en zal de centrale organisatie voor de aanpak van discrimi-natie rechtstreeks door het Rijk worden gefinancierd. Hiermee kunnen wedit knelpunt oplossen.10Nog geen Kamerstuknr. Zie Kamerbrief over besluit verlenging NCDR aan volgend kabinet |Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41013 26. Wat is het gemiddelde bedrag per inwoner van een gemeentedat gemeenten uitgeven aan de ADV’s en is er nog steeds sprakevan een richtbedrag?Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 12 van de leden van deVVD-fractie.27. Hoe gaat het kabinet borgen dat de aanvullende 2,5 miljoeneuro in het kader van de preventie van discriminatie ookdaadwerkelijk hieraan gaat worden uitgegeven door gemeenten?Hiervoor geldt dat dit bedrag in de vorm van een Decentralisatie Uitkeringzal worden uitgekeerd aan het Gemeentefonds. Dit betekent ook datgemeenten vrij zijn in de wijze waarop zij dit geld willen besteden.Preventie van discriminatie betekent maatwerk. Iedere gemeente of regioheeft haar eigen uitdagingen als het gaat om de verschillende vormen vandiscriminatie in de samenleving. Daarom ben ik van mening dat degemeente vrij moeten kunnen beschikken over deze extra bijdrage. In mijnbrief aan de gemeenten heb ik aangegeven dat ik het van belang vind datADV’s worden betrokken bij de uitvoering van preventieactiviteiten, omdatzij vaak precies weten wat er speelt in de gemeenten. Ook hebben veelADV’s al toepasbare preventieactiviteiten waar gemeenten gebruik vankunnen maken. Mijn departement voert constructieve gesprekken metgemeenten, de VNG en Discriminatie.nl om ervoor te zorgen datgemeenten zo adequaat en efficiënt mogelijk gebruik maken van dezeextra bijdrage. Later dit jaar zal er door de VNG en Discriminatie.nlworden gemonitord in hoeverre gemeenten dit extra geld daadwerkelijkhebben gebruikt.28. Wanneer verwacht het kabinet de brede publiekscommuni-catie om de zichtbaarheid en vindbaarheid van de ADV’s tevergroten uit te rollen?De publiekscommunicatie wordt ontwikkeld en uitgevoerd in 2024–2026.29. Op welke manier wordt deze campagne uitgevoerd en welkbedrag is hiervoor gereserveerd?In januari 2024 heeft Discriminatie.nl, met financiering van het Ministerievan BZK, een campagne gelanceerd die zich richt op het vergroten van denaamsbekendheid en vindbaarheid van Discriminatie.nl («Meld het wel!Discriminatie.nl»). Dit betreft een relatief kleinschalige campagne, dieheeft geleid tot een toename van het aantal meldingen bij de ADV’s.Ondanks deze stijging blijft het aantal meldingen echter aanzienlijk lagerdan het aantal mensen dat discriminatie ervaart. Uit onderzoek van hetSCP11 blijkt dat gemiddeld slechts een op de vijf mensen die discriminatieervaart ergens melding doet. Daarom zal de nieuwe publiekscommuni-catie van het Ministerie van BZK omvangrijker zijn. Deze zal bovendiengebaseerd worden op uitgebreid onderzoek naar determinanten in het welof niet melden van discriminatie, met als doel gedragsverandering tebewerkstelligen. Deze publiekscommunicatie zal synchroon lopen met deontwikkelingen van de stelselherzieningen en dus in verhouding staanmet de capaciteit van de nieuwe organisatie. Het bedrag dat is gereser-veerd bedraagt 1,7 miljoen euro, uit het fonds slavernijverleden.30. Het kabinet geeft aan te bezien of er streefcijfers of doelstel-lingen in een volgend nationaal programma kunnen worden11Ervaren discriminatie in Nederland II | Publicatie | Sociaal en Cultureel Planbureau (scp.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41014 opgenomen. Is het kabinet zich ervan bewust dat de discussiehierover al lang plaatsvindt en dat het van belang is om in heteerstvolgende nationaal programma hierover uitsluitsel tekrijgen? Wat vindt het kabinet van de suggestie om cijfers overervaren discriminatie of ervaren uitsluiting op te nemen alsbeleidsindicator?De nieuwe versterkingen die zijn opgenomen in het Nationaal Programmategen discriminatie en racisme 2023 bevatten al zo veel mogelijk concretedoelen. Op dit moment wordt gewerkt aan een nationaal programma metnationale agenda 2024 – 2028. Daarin wordt ook bekeken hoe er nog meermet concrete doelstellingen of streefcijfers kan worden gewerkt. Dit vraagtgoede doordenking. Het opnemen van concrete doelstellingen ofstreefcijfers kan mogelijk bijdragen aan de beoordeling van de effectiviteitvan de maatregelen, maar tegelijkertijd is het lastig om te de effectiviteitvan maatregelen goed te meten en moeten streefcijfers geen doel op zichworden als dat contra-productief werkt. Ik bezie of cijfers over ervarendiscriminatie een indicator kunnen vormen voor de effectiviteit van beleid.31. De leden van de DENK-fractie vragen of het kabinet inzake deaanpak van woningmarktdiscriminatie kan aangeven hoe zij hetaangenomen amendement van de leden Van Baarle en Boulakjarop de Wet goed verhuurderschap, dat een werkwijze oplegt tervoorkoming van woningmarktdiscriminatie, gaat uitvoeren?De Wet goed verhuurderschap is 1 juli 2023 in werking getreden. Hetamendement waar de leden van de DENK-fractie naar verwijzen isonderdeel van de Wet goed verhuurderschap. Om verhuurders enverhuurbemiddelaars genoeg tijd te geven om de werkwijze intern af testemmen is dat onderdeel, conform het amendement, 1 januari 2024inwerking getreden. Dit betekent dat alle verhuurders en verhuurbemidde-laars inmiddels een werkwijze moeten hebben om woondiscriminatie tevoorkomen en dat gemeenten bevoegd zijn om hierop te handhaven.Om verhuurders en verhuurbemiddelaars te ondersteunen is er campag-nemateriaal gemaakt over de Wet goed verhuurderschap, waarin ookexpliciet aandacht is voor het voorkomen van woondiscriminatie. In lijnhiermee zijn ook de pagina’s op Rijksoverheid.nl en volkshuisvesting-nederland.nl geüpdatet. Speciaal voor gemeenten is daarnaast dehandreiking Wet goed verhuurderschap opgesteld. Ook hierin is aandachtbesteed aan de werkwijze ter voorkoming van woondiscriminatie.32. De leden van de DENK-fractie merken op dat bij de ADV’s inhet afgelopen jaar meer meldingen van moslimdiscriminatie zijnbinnengekomen. Welke concrete en praktische maatregelen gaathet kabinet op grond hiervan nemen?De jaarrapportage discriminatiecijfers 2023 laat zien dat het aantalmeldingen van moslimdiscriminatie, net als andere discriminatiemel-dingen, is toegenomen.12 Uiterlijke kenmerken, vooral bij vrouwen meteen hoofddoek, spelen een grote rol. De cijfers laten zien dat discriminatieen uitsluiting een harde realiteit vormen in onze samenleving en eengroot onrecht in het leven van velen.Het kabinet zet dan ook in op versterking van de aanpak van discriminatieen racisme. In augustus 2022 en december 2023 zijn respectievelijk heteerste en het tweede Nationaal Programma tegen Discriminatie enRacisme aan uw Kamer aangeboden.13 Moslimdiscriminatie is stevig12Kamerstukken II, 2023–2024, 30 950, nr. 366, p. 24, 25.13Kamerstukken II, 2021–2022, 30 950, nr. 316 en Kamerstukken II, 2023–2024, 30 950, nr. 355.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41015 ingebed in de kabinetsbrede aanpak die ziet op onder meer de arbeids-markt, de woningmarkt, het onderwijs en het strafrecht. Generiekeversterkingen die ook moslimdiscriminatie helpen aanpakken zijnbijvoorbeeld de komst van een algoritme-toezichthouder, de aanpak vanhate speech en versterking van het meldingssysteem. Specifiekemaatregelen zien op onderzoek naar ervaren discriminatie in de financiëledienstverlening en op het vergroten van intersectioneel handelingsper-spectief (zoals bij arbeidsmarktdiscriminatie van moslima’s). Op 4 juni2024 heeft de Minister van SZW uw Kamer een brief over arbeidsmarkt-discriminatie van moslima’s gestuurd.14 Momenteel kijkt het kabinet naarwaar de aanpak van moslimdiscriminatie versterkt kan worden. HetMinisterie van SZW heeft daartoe opdracht gegeven aan Regioplan en deUniversiteit Utrecht voor een Nationaal Onderzoek naar Moslimdiscrimi-natie. De uitkomsten worden in het eerste kwartaal van 2025 verwacht.Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieen reactie van de bewindspersoon33. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen wanneer hetmeerjarig programma van de NCDR kan worden verwacht. Dezeleden vragen wat de betreffende status van een dergelijkprogramma zal zijn.Zoals in het debat met uw Kamer op 16 april j.l. is gemeld, wordtmomenteel gewerkt aan een nieuw nationaal programma (voortbouwendop de Nationale Programma’s 2022 en 2023) met een meerjarige agenda2024–2028. De NCDR werkt samen met de departementen aan zowel eenverbreding van het programma, bijvoorbeeld via actieve aansluiting vanmede-overheden, vakbonden en bedrijfsleven, als aan intensivering ervanvia het realiseren van een coherent pakket aan maatregelen, waarmogelijk voorzien van concrete doelen en gericht op een meerjarigestructurele aanpak met maatregelen zowel voor de korte als voor delange(re) termijn. Het streven is om dat nationale programma en deagenda eind 2024 gereed te hebben.34. Wanneer kan de evaluatie van de NCDR worden verwacht enaan de hand van welke criteria zal worden besloten totverlenging?De verwachting is dat de evaluatie aan het begin van de zomer gereed is.Het instellingsbesluit van de NCDR kent geen einddatum. In de toelichtingop het besluit is evenwel opgenomen dat de NCDR is ingesteld voor eenperiode van drie jaar en dat de Minister van BZK binnen drie jaar beslistover verlenging en zo mogelijk wettelijke verankering. Dit gegeven is hetuitgangspunt voor de besluitvorming. Het evaluatieonderzoek richt zichop de vraag in welke mate de NCDR bijdraagt aan de versterking van eengecoördineerde aanpak van discriminatie. De wens van uw Kamer om tekomen tot een versterkte en een meer gecoördineerde aanpak vandiscriminatie is immers de aanleiding geweest voor het instellen van deNCDR. De deelvragen van het onderzoek richten zich op de uitvoering vande taken in het instellingsbesluit, de effecten van het optreden van deNCDR en op de factoren en randvoorwaarden die een rol spelen bij detaakuitoefening.Omdat het belangrijk is om het volgende kabinet de ruimte te bieden voorgedegen besluitvorming over de verlenging van de NCDR en tegelijkertijdmet het oog op de continuïteit van de organisatie van de NCDR, heb ik14Kamerstukken II 2023–2024, 29 544, nr. 1244.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41016 besloten om de termijn van de NCDR te verlengen tot eind 2025. U bentdaarover geïnformeerd bij brief van 14 juni 2024.1535. Wat gaat er gebeuren met de 2,5 miljoen extra voor preventievan discriminatie. Waar gaan deze middelen concreet aan wordenuitgegeven?Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 27 van de DENK fractie.36. De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat de voorkeur vanhet kabinet uitgaat naar één organisatie voor de aanpak vandiscriminatie. Deze leden vragen of het kabinet ook ziet dat ditmogelijk risico’s met zich meebrengt waarbij bepaalde vormenvan discriminatie ondergesneeuwd kunnen raken. Hoe wordt ditondervangen?Het is niet de verwachting dat bepaalde vormen van discriminatieondergesneeuwd kunnen raken. Net als in het huidige stelsel zal denieuwe organisatie zich richten op alle non-discriminatiegronden. Eenbelangrijke kernwaarde van de nieuwe centrale organisatie zal ook«onafhankelijkheid» zijn. Het streven is een centrale organisatie vooriedereen, met een duidelijk standpunt: discriminatie op welke grond danook is onacceptabel. De organisatie zal zich bewust moeten zijn van hetbelang om die neutraliteit ook over te dragen op het publiek. Aan deandere kant zal de nieuwe organisatie, doordat de lokale loketten in hetnieuwe stelsel behouden blijven, wel in staat zijn om in te spelen opvormen van discriminatie die op lokaal niveau naar voren komen. Voor deVNG en gemeenten is dit van groot belang en een voorwaarde voor hetovergaan naar een landelijke organisatie.37. Hoe wordt tevens het risico op een bureaucratische organi-satie ondervangen en de slagkracht om snel en effectief op tekunnen treden geborgd? Hoe wordt voorkomen dat dit het werkvan lokale ADV’s ondermijnt?Het is nadrukkelijk de bedoeling om het stelsel van ADV’s en de aanpakvan discriminatie verder te versterken en efficiënter te maken. Daarbij hebik een effectieve en daadkrachtige centrale organisatie voor ogen, die delokale loketten juist faciliteert en ondersteunt. Bij die ondersteuning kanworden gedacht aan werkzaamheden op het terrein van financiering,P&O, ICT en communicatie. Met name de financiering vergt nu jaarlijksvoor zowel ADV’s als gemeenten veel tijd en administratieve lasten. Doorde financiering centraal tussen het Rijk en de nieuwe centrale organisatiete organiseren, zal dit tot meer efficiëntie leiden voor deze partijen. Delokale loketten kunnen zich dan nog beter richten op de kerntaken vanregistratie van meldingen en het bieden van bijstand aan melders. Defaciliterende rol zal verder tot uitdrukking komen in goed afgebakende detaken en bevoegdheden van de centrale organisatie ten opzichte van delokale loketten. In de hoofdlijnennotitie, die uw Kamer zo spoedigmogelijk na het zomerreces zal ontvangen, zal de inrichting van de nieuweorganisatie op landelijk, regionaal en lokaal niveau verder wordenuitgewerkt.38. Hoe worden bij een dergelijke organisatie en de besluit-vorming hierover minderheidsgroepen betrokken?In het kader van de voorbereiding van (de wetgeving voor) het nieuwestelsel voor de aanpak van discriminatie is door het Ministerie van BZK15Kamerstukken II 2023–2024, 30 950, nr. 409.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41017 een klankbordgroep in het leven geroepen, waarin verschillende belang-hebbende organisaties uit het werkveld en de maatschappij zullendeelnemen. Via die weg worden ook minderheidsgroepen betrokken inhet hele proces. Ook dit punt zal ik nader toelichten in de bovengenoemdehoofdlijnennotitie.39. De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat niet voor heteerst campagnes worden geïnitieerd om de zichtbaarheid vanlokale discriminatiebureaus te vergroten. Welke lessen van dieeerdere campagnes worden gebruikt bij de huidige campagnes,hoe worden tekortkomingen van eerdere campagnes onder-vangen?Publiekscommunicatie kan diverse vormen aannemen. Een campagne,waarbij sprake is van media-inkoop, is daar een van. De laatsterijksoverheid-campagne voor de aanpak van discriminatie in algemene zinluidde «Anti-discriminatie» en liep in 2015. De campagne had als doelduidelijk te maken dat uitsluiting ongewenst is voor zowel het individu alsde samenleving. De nieuwe publiekscommunicatie heeft een specifiekerdoel, namelijk het vergroten van de meldingsbereidheid bij discriminatie.Bij de ontwikkeling van deze nieuwe communicatie zal de evaluatie van de«Anti-discriminatie»-campagne, zoals opgenomen in het RapportJaarevaluaties Campagne Rijksoverheid16, zorgvuldig worden geraad-pleegd. Voor de invulling van de publiekscommunicatie die momenteelwordt ontwikkeld, verwijs ik ook naar het antwoord op de vraag van defractie van Denk (vraag nr. 29).40. Deze leden vragen hoe naast meldingsbereidheid ook deaangiftebereidheid wordt vergroot. Zij horen vanuit verschillendegemeenschappen dat men geen aangifte doet omdat ze hetgevoel hebben dat geen opvolging wordt gegeven of geenerkenning is van de discriminatie die heeft plaatsgevonden.Herkent het kabinet deze signalen ook? Wat wordt in het werkgesteld om de drempel tot het doen van aangifte te verlagen enook op gepaste wijze opvolging te geven aan aangiftes?Het kabinet hecht groot belang aan het vergroten van zowel de aangifteals meldingsbereidheid onder slachtoffers van discriminatie en herkenthet beeld van slachtoffers dat niet of onvoldoende opvolging aan meldingof aangifte wordt gegeven. Het kabinet stelt hier tegenover dat verschil-lende betrokken partijen, primair de politie, vanuit de premisse werken datmeldingen en aangiftes altijd serieus genomen worden. Ook is de politiein beginsel verplicht om aangifte op te nemen. Het is dan ook van grootbelang dat een discriminatieaspect bij de politie adequaat wordt herkend,zodat het een plek krijgt in de opsporing en vervolging wanneer het gaatom een haalbare en bewijsbare zaak. Van even groot belang is dat depolitie investeert in de bejegening van melders of mensen die aangiftewillen doen. De politie kijkt momenteel op welke wijze dit mogelijkexpliciet kan worden toegevoegd aan de politieopleiding. Vanuit hetExpertise Centrum Aanpak Discriminatie wordt ook binnen de eenhedenaandacht besteed om slachtoffers van discriminatie en racisme landelijkop dezelfde manier te benaderen en begeleiden in het doen van aangifte.Verder heeft Discriminatie.nl een campagne gelanceerd die de nieuwegezamenlijke naam onder de aandacht brengt en burgers aanspoort omdiscriminatie te melden.41. Welke rol kunnen ook ADV’s en slachtofferhulp hier meer inspelen?16Kamerstukken II, 2016 34 300 III, nr. 7.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41018 De ADV’s hebben al een rol om de drempel voor het doen van aangifte teverlagen. De consulenten van ADV’s kunnen met melders meegaan bij hetdoen van aangifte. Door hun expertise met betrekking tot strafrechtelijkediscriminatie zijn zij in staat om ervoor te zorgen dat de juiste elementenin een aangifte worden opgenomen. Bij de opvolging van aangiftenspelen ADV’s ook al een rol. Iedere politie-eenheid in Nederland heeft eenzogeheten Regionaal Discriminatie Overleg (RDO). Aan de hand van eenlandelijk convenant tussen het Openbaar Ministerie, de politie enDiscriminatie.nl werken deze partijen structureel samen. Tijdens regulierezaaksoverleggen kan een ADV bijvoorbeeld vragen naar de stand vanzaken van een lopende aangifte. Op deze manier blijft de ADV betrokkenen worden melders ook bij de opvolging van aangiften ondersteund.42. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe bij debestrijding van discriminatie op Caribisch Nederland ook wordtgekeken naar de discriminatie die plaats vindt van mensen vanuitCaribisch Nederland in Europees Nederland. Deze leden denkenbijvoorbeeld aan de problematiek rondom de BSN voorstudenten. Wanneer wordt dit opgelost?Als mensen vanuit Caribisch Nederland worden gediscrimineerd inEuropees Nederland dan worden ze beschermd door de gelijkebehande-lingswetgeving die in Europees Nederland geldig is en kunnen zij terechtbij onder meer een antidiscriminatievoorziening of het College voor deRechten van de Mens. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen ooknaar de concrete problematiek rondom de BSN voor studenten.Op 1 april 2024 (Stb. 2024, 39) is een wijziging van het Besluit BRP (Stb.2023, 256) in werking getreden. Zoals aan uw Kamer is bericht, hoevenstudenten uit het Caribische deel van het Koninkrijk door deze wijzigingvoor het verkrijgen van een BSN niet langer fysiek te verschijnen inEuropees Nederland.17 Sinds 1 april 2024 kan een BSN worden verstrektaan Caribische studenten die in Europees Nederland komen studeren voorzij in Nederland aankomen, namelijk via DUO zodra deze studenten zichinschrijven voor studiefinanciering. Dit geldt voor zowel studenten uit delanden Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, als voor studenten uit deopenbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. De studenten uitCaribisch Nederland hoeven daarvoor dus ook niet te wachten op dewetgeving die het BSN invoert in Caribisch Nederland.43. De leden van de ChristenUnie-fractie zijn positief over deactualisatie van het Handelingskader Professioneel Controleren.Zij vragen hoe die actualisatie vervolgens ook in de praktijk totverandering gaat leiden. Welke resultaten verwacht het kabineten op welke wijze zullen die resultaten inzichtelijk wordengemaakt en worden geëvalueerd?De Politie en de Koninklijke Marechaussee hebben beiden hun Hande-lingskader Professioneel Controleren geactualiseerd. Het handelingskadergeeft handvatten aan de uitvoerende mensen en hun leidinggevenden.Door expliciet te maken hoe zij de selectie maken en de controlevormgeven, worden zij ondersteund in hun werk. Momenteel onder-zoeken de KMar en de politie hoe de resultaten op een goede manierkunnen worden gemeten en binnen de KMar worden diverse mogelijk-heden uitgelopen, zoals een app waarin selectiecriteria wordenopgeslagen.17Kamerstukken II 2023/24, 26 643, nr. 1112, p. 33–34, en Kamerstukken II 2022/23, 27 859, nr.175, p. 3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41019 Beide handelingskaders maken deel uit van de basisopleiding envervolgopleidingen voor politie en KMar. In de operaties wordt hetaangepaste handelingskader in 2024 opnieuw actief onder de aandachtgebracht. De politie en KMar spannen zich onder andere met hetHandelingskader in om professioneel controleren te bevorderen enetnisch profileren te voorkomen en te bestrijden. Dit zal bijdragen aan eenbetere taakuitvoering. Het meten van het resultaat is complex, debekendheid met het handelingskader wordt wel getoetst.Vragen en opmerkingen van de leden van de Volt-fractie enreactie van de bewindspersoon44. Hoe verwacht de Minister dat het meerjarig programma vande NCDR een bijdrage zal leveren aan het tegengaan en terug-dringen van racisme en discriminatie? Hanteert hij voor debeoordeling daarvan concrete doelstellingen en cijfers? En zoniet, hoe meet hij de effectiviteit? Kan de Minister verder inkijkbieden door wie en hoe de resultaten en taakuitoefeningen vande NCDR worden geëvalueerd? Wat zijn de criteria voor het welof niet verlengen van de instelling van de NCDR? Is het niet vanbelang dat de NCDR voort blijft bestaan aangezien de Ministerzelf ook aangeeft dat het tegengaan van racisme en discriminatieeen zaak van lange adem en continue inspanning is?De huidige twee nationale programma’s bevatten uiteenlopendemaatregelen, gericht op diverse vormen van discriminatie en op diversebeleidsterreinen. Het gaat om maatregelen om discriminatie door deoverheid tegen te gaan, zoals op de werkvloer van de overheid. Maar ookom maatregelen die erop gericht zijn om andere spelers te faciliteren omdiscriminatie aan te pakken. Het kabinet kan discriminatie immers nietalleen bestrijden. Het aanpakken van discriminatie is een opdracht aan degehele samenleving, aan alle sectoren waarin discriminatie plaatsvindt.Het kabinet kan die sectoren wel met regelgeving, advies en bijstandaanzetten tot en ondersteunen in het aanpakken van discriminatie. Zoalsin de Wet goed verhuurderschap, waarin bepalingen zijn opgenomen diediscriminatie op de woningmarkt moeten tegengaan. Het kabinet maaktregelgeving, geeft informatie en ondersteuning aan gemeenten enwoningbouwcorporaties en organiseert toezicht op de naleving van dewetgeving. De overheid kan slachtoffers van discriminatie steunen doorslagvaardige, krachtige meldpunten in te richten waar zij terecht kunnen.Aan de versterking van het stelsel van meldpunten wordt momenteelgewerkt. En de overheid kan de norm uitdragen dat discriminatie nietwordt getolereerd. Dat doet het kabinet dan ook. Met deze maatregelenhoopt het kabinet een bijdrage te leveren aan het terugdringen vandiscriminatie. De NCDR voorziet het kabinet van informatie uit desamenleving, waaronder over blinde vlekken in de aanpak van discrimi-natie.Het nationaal programma 2023 bevat al zo veel mogelijk concretemaatregelen en doelen. Dit wordt verder uitgewerkt in het nationaalprogramma en agenda 2024 – 2028. Voor het nieuwe nationaalprogramma en de meerjarige agenda worden maatregelen via een brededoel-middelenanalyse in een logisch verband geplaatst en zoveel mogelijkverbonden aan concrete doelen en resultaten. Dat maakt het mogelijk omop een meer analytische manier, waar mogelijk en beschikbaar gestoeldop (wetenschappelijk) onderzoek, activiteiten en maatregelen te ordenenen eventuele witte vlekken in aanpak en maatregelen te inventariseren eneen plaats binnen de meerjarige agenda te geven, waar mogelijk voorzienvan streefcijfers. Door het opnemen van concrete doelen en gewenste(tussen)resultaten zal de meerjarige agenda gaan voorzien in eenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41020 samenhangend stelsel dat het monitoren en meten van effecten steedsbeter mogelijk maakt.De evaluatie van de NCDR wordt uitgevoerd door het bureau Regioplan.De resultaten en taakuitoefening worden geëvalueerd via een combinatievan concrete resultaten en producten die de NCDR heeft opgeleverd endoor een brede uitvraag bij en gesprekken met stakeholders en samen-werkingspartners van de NCDR. De uitkomsten van de evaluatie zullenzeker in het licht worden bezien van wat ik in het debat met uw Kamer op16 april j.l. heb gewisseld. Voor de beantwoording van de overige vragenverwijs ik naar de antwoorden die ik hierboven heb gegeven in reactie opde vragen van de fracties van PvdA-GroenLinks (vraag 24) en Denk (vraag34).45. De leden van de Volt-fractie stippen ook de versterking vande ADV’s aan. Deze leden stellen dat het goed nieuws is dat ervanaf 2024 structureel 2,5 miljoen euro extra wordt vrijgemaaktvoor de preventie van discriminatie. Kan de Minister verderedetails geven over hoe dit bedrag tot stand is gekomen en welkedoelstellingen daaraan verbonden zijn?Het bedrag is gebaseerd op de indicatie die terug te vinden is het inrapport Berenschot. Hierin staat dat het minimale bedrag voor preventiegeïndiceerd is op € 0,14 per inwoner. Zoals ik eerder in deze brief aangafstaat het gemeenten vrij om een passende besteding van deze gelden tevinden. De variant van een Decentralisatie Uitkering kent daarbij geenverantwoordingsplicht voor gemeenten, derhalve is de uitkering nietverbonden aan harde doelstellingen.46. Wat betreft het landelijk online discriminatie meldpunt zijndeze leden benieuwd of er al eerste cijfers gedeeld kunnenworden over de werking en effectiviteit van de nieuwe centraleportal. Hoe is de Minister van plan om de meldpunten goedvindbaar en toegankelijk te maken?Sinds de lancering in januari 2024 van landelijke naam van deADV-meldpunten zien we een grote toename van het aantal meldingendat ADV’s ontvangen. De eerste cijfers over het aantal meldingen bijDiscriminatie.nl zijn begin mei reeds naar buiten gebracht via bericht-geving op nu.nl.18 Daaruit blijkt dat het aantal meldingen sinds januari2024 met 35% is toegenomen ten opzichte van 2023. De landelijkevereniging Discriminatie.nl concludeert daaruit dat de naamsbekendheiden vindbaarheid, mede door het (gratis) telefoonnummer 0800–0880, istoegenomen.Dat nog steeds zoveel mensen discriminatie ervaren is een hardnekkigprobleem, dat we moeten blijven aanpakken. Het is evenwel een goedezaak dat meer mensen ervaren discriminatie melden en ook de bijstandvan een ADV kunnen krijgen. Ik roep mensen ook op om te blijvenmelden, want daardoor kan discriminatie beter en gerichter wordenaangepakt.47. Hoe ziet deze brede publiekscommunicatie eruit metbetrekking tot de zichtbaarheid en vindbaarheid van de ADV’s?18Nu.nl d.d. 7 mei 2024: «35 procent meer discriminatiemeldingen sinds lancering landelijk0800-nummer» Hierbij zijn de vele meldingen die dit jaar zijn ontvangen met betrekking tot deuitspraken van de heer Derksen en de meldingen over coronamaatregelen buitenbeschouwing gelaten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41021 De publiekscommunicatie voor de zichtbaarheid en vindbaarheid van deADV’s wordt ontwikkeld in samenwerking met een extern bureau datgespecialiseerd is in gedragsinterventies. Een gedragsinterventie is eengestructureerde actie of reeks acties die gericht is op het beïnvloeden vangedragspatronen, zoals het melden van discriminatie. Een gedragsinter-ventie is een vorm van communicatie. Een voorbeeld hiervan is eenlandelijke meldingsdag.Het expertisebureau zal interventies voorstellen en uitvoeren op basis vanbestaand onderzoek naar factoren die meldingsbereidheid beïnvloeden.Evenals op basis van gedragswetenschappelijke literatuur over depsychologische determinanten van aangifte- en meldingsbereidheid,specifiek op het gebied van discriminatie.De publiekscommunicatie met betrekking tot de zichtbaarheid envindbaarheid van de ADV’s zal qua intensiteit worden afgestemd op detijdlijn van de stelselherziening. Dit is bedoeld om te voorkomen dat deverwachte toename in meldingsbereidheid en toegankelijkheid nietaansluit op de capaciteit van de ADV’s.48. En specifiek met betrekking tot het online meldpunt: welketechnische oplossingen zouden kunnen worden toegevoegd aanhet meldpunt om de effectiviteit nog groter te maken? Bijvoor-beeld een plug-in in de webbrowser om meldingen over onlinediscriminatie makkelijker te maken?Het landelijk meldpunt Discriminatie.nl is op vele manieren te bereiken.Naast het nieuwe gratis telefoonnummer is er ook een app voor smart-phones en is het uiteraard mogelijk om meldingen per e-mail te doen. Deeffectiviteit is hiermee al groot en zal met het oog op de geplandepubliekscommunicatie volgend jaar nog meer aandacht krijgen.Binnen het project online discriminatie (zie ook het antwoord hieronder opde vragen van de Volt-fractie) wordt gekeken hoe de aanpak van onlinediscriminatie kan worden geïntensiveerd. Daartoe zijn verschillendestakeholdersessies georganiseerd en is een probleemstelling geformu-leerd. Vervolgens wordt gekeken wat effectieve maatregelen zijn omonline discriminatie zoveel mogelijk te voorkomen en te bestrijden. Waartechnische oplossingen effectief kunnen zijn, worden deze in de aanpakmeegenomen. Uw Kamer wordt rond deze zomer over de aanpak vanonline discriminatie geïnformeerd.49. Denkt de Minister dat de focus op het melden van discrimina-tiegevallen een substantiële bijdrage zal leveren bij hettegengaan van discriminatie? Zo ja, hoe ziet dat er volgens hemuit?We weten uit onderzoek dat van de mensen die recent discriminatiehebben ervaren en dit heeft gemeld, dit slechts in 3% van de gevallen bijeen ADV is. De toename van het aantal discriminatiemeldingen geeft onseen beter beeld van de ervaren discriminatie in Nederland. Nu zien weeen klein topje van de ijsberg, maar een effectievere aanpak moeten weeerst de rest van de ijsberg in beeld krijgen. Hoe meer compleet dit beeldis, hoe beter we onze strategische en beleidsmatige aanpak kunnenverbeteren. De versterking van de ADV’s behelst een meerjarige aanpakwaarbij de centrale organisatie voor de aanpak van discriminatie de stipaan de horizon is. Het kabinet laat het niet na om daar waar mogelijkeerder en sneller te accelereren om de ADV’s te versterken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41022 50. Daarnaast wordt ook aangegeven dat het College voor deRechten van de Mens een oordelende taak krijgt op Bonaire,Sint-Eustatius en Saba. Zou de Minister dit nader kunnentoelichten? Hoe wordt deze oordelende taak ingevuld per landen/of eiland en hoe zal hierover worden teruggekoppeld aan deKamer?Artikel IV van het wetsvoorstel bescherming tegen discriminatie op deBES bepaalt dat de Wet College voor de Rechten van de Mens mede vantoepassing is in de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius,waaronder de bevoegdheid om op schriftelijk verzoek te onderzoeken ofeen onderscheid is of wordt gemaakt.19 In aanloop naar de inwerking-treding van de wet is het College bezig met de voorbereiding van haaroordelende taak op de eilanden. Op 17 juni 2024 start in dit kader eenkwartiermaker bij het College, die de nadere invulling zal geven aan deuitvoering van de oordelende taak in de openbare lichamen. Bij dezevoorbereiding zal nauw worden aangesloten bij de voorbereidingen vooreen ADV op de eilanden omdat diverse activiteiten (zoals voorlichting enkennisontwikkeling) in beide trajecten zullen spelen.51. De leden van de Volt-fractie zijn verder ook geïnteresseerd inhet lopende onderzoek over ervaren discriminatie en ervarenjuridische problemen in het Caribisch deel van het Koninkrijk.Kan de Minister verdere details geven over wat er precies wordtonderzocht?Momenteel vindt het onderzoek plaats naar ervaren discriminatie enjuridische problemen in Caribisch Nederland. Er worden straat-enquêtesafgenomen op verschillende plaatsen op de drie eilanden en diepte-interviews gehouden. Het onderzoeksbureau dat deze opdracht heeftgekregen heeft ruime ervaring met onderzoek op Caribisch Nederland ende nodige lokale contacten om de gesprekken met bewoners te voeren.Onder meer wordt met vertegenwoordigers van de lhbtiq+ gemeenschapgesproken. Het onderzoek is tweeledig: ervaren juridische problemen inden brede en ervaren discriminatie. Het deel over juridische problemengaat over de aard en omvang van juridische problemen die mensenondervinden en de wegen die zij in de huidige situatie bewandelen om dieop te lossen. In het deel dat ziet op discriminatie staat ervaren discrimi-natie centraal, dit kan ook betekenen dat er gewezen wordt naar de rol vanNederland, de koloniale geschiedenis en de verhoudingen binnen hetKoninkrijk. Deze onderwerpen worden niet expliciet onderzocht. Naarverwachting wordt het definitieve rapport begin september opgeleverd.52. Daarbij zouden deze leden ook willen vragen in hoeverre zichtis op de rechten van lhbtiq+ gemeenschap in het Caribisch deelvan het Koninkrijk en welke inspanningen de Minister levert omde positie voor de lhbtiq+ gemeenschap in het Caribisch deel vanhet Koninkrijk te versterken.Nederland ondersteunt via de Vertegenwoordiging van Nederland inAruba, Curaçao en Sint Maarten (VNACS) op verschillende manieren delhbtiq+ gemeenschap in de Caribische landen van het Koninkrijk.Zo heeft de VNACS op 16 mei jl. een netwerkreceptie georganiseerd voorde Arubaanse lhbtiq+ gemeenschap. De wens is om dergelijke netwerkre-cepties ook in Curaçao en Sint Maarten te organiseren. De Staatssecre-taris van Digitalisering en Koninkrijksrelaties heeft tijdens een recent19Kamerstukken II 2023/24, 36 551, nr. 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41023 bezoek op 27 mei jl. op Aruba gesproken met leden van de Arubaanselhbtiq+ gemeenschap.Daarnaast is BZK samen met OCW voornemens om eind 2024 eencongres te organiseren op Aruba. Het doel is om thema’s te agenderen diespecifiek relevant zijn voor de leden van de lhbtiq+ gemeenschap in hetCaribisch deel van het Koninkrijk. Het voornemen is om ook deelnemersuit de andere Caribische landen en de BES-eilanden uit te nodigen voordeze conferentie.Tenslotte zoekt Nederland via VNACS op Curaçao bijvoorbeeld naarmogelijkheden om de lhbtiq+ gemeenschap te ondersteunen bij activi-teiten die bijdragen aan kennis, begrip, respect en acceptatie. VNACSondersteunt jaarlijks de Curaçao Pride en levert een speech bij deopening. Ook verkent het Ministerie van OCW in samenwerking met hetMinisterie van BZK en het COC in hoeverre het mogelijk is een opvolgingte geven aan het Pink Orange Akkoord.53. De leden van de Volt-fractie betreuren dat onlangs een motieis aangenomen om de wijzing van de Transgenderwet tegen tegaan. Heeft de Minister hier al gesprekken over gevoerd met deNCDR en andere organisaties? Hoe gaat de Minister zorgdragenvoor het voortzetten van de versterking van de positie van delhbtiq+ gemeenschap in Nederland en in het bijzonder transper-sonen?Er zijn hierover geen gesprekken gevoerd met de NCDR en andereorganisaties. De NCDR schuift wel aan bij het overleg van de interdeparte-mentale DG-stuurgroep Discriminatie en Racisme waar verschillendezaken op de agenda staan, waaronder het Nationaal Programma tegendiscriminatie en racisme.Om de maatschappelijke acceptatie en daarmee het welzijn van trans-gender en non-binaire mensen te bevorderen, zet het kabinet in op socialeveiligheid en burgerschapsvorming in het onderwijs. Zo ondersteunt deMinister van OCW de «gender and sexuality alliances» (GSA’s) op scholen,om dit een fijne en veilige plek te maken voor alle leerlingen inclusieftransgender leerlingen. Op veel scholen wordt jaarlijks Paarse Vrijdaggevierd, waarbij een dag (en vaak zelfs een hele week), in het teken staatvan seksuele en genderdiversiteit. Via de GSA’s kijken leerlingen zelf meeof scholen al voldoende doen op het gebied van seksuele en genderdiver-siteit en vooral ook waarin ze zich nog zouden kunnen verbeteren.Daarnaast ondersteunt het kabinet organisaties die zich richten op demaatschappelijke acceptatie, gelijkheid en veiligheid van lhbtiq+personen, waaronder ook specifiek transgender personen. Zo heeft deMinister van OCW in 2023 nieuwe subsidies toegekend aan allianties vanmaatschappelijke organisaties om zich hier de komende vijf jaar voor in tezetten. Zo zet de Alliantie Kleurrijk en Vrij zich in voor het bevorderen vande gelijkheid en maatschappelijke participatie van lhbtiq+ personen doormiddel van zowel generiek lhbtiq+-beleid als met specifieke aandacht voortransgender en non-binaire personen. De Alliantie Gezondheidszorg opMaat 2 zet zich daarnaast in voor gelijkwaardige gezondheidszorg voorvrouwen en lhbtiq+ personen, waaronder uiteraard ook transgender ennon-binaire mensen. Tevens zet de Alliantie Jong Gelijk zich ervoor in datspecifiek jongeren zich vrij kunnen ontwikkelen op het gebied van genderen seksualiteit, en werkt de Alliantie Act 4 Respect Unlimited onder andereaan de sociale veiligheid van lhbtiq+ personen in de privésfeer en in depublieke ruimte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41024 Het kabinet heeft recent een wetsvoorstel ingediend tot Wijziging van deAlgemene wet gelijke behandeling (Awgb) en het Wetboek van Strafrechti.v.m. de vervanging van de term «hetero- of homoseksuele gerichtheid»door «seksuele gerichtheid» en explicitering in het Wetboek van Strafrechtvan de discriminatiegronden genderidentiteit, genderexpressie engeslachtskenmerken om de wettelijke bescherming van transgender enintersekse personen te versterken.54. De leden van de Volt-fractie hebben in het afgelopen commis-siedebat racisme, discriminatie en mensenrechten het thema vanonline discriminatie aangekaart en hierover enkele vragen aan deMinister gesteld. Heeft de Minister al meer antwoorden metbetrekking tot concrete maatregelen en ontwikkelingen van hetonderzoek? Kan de Minister hier al wat meer over delen tenopzichte van de vorige keer?Ik deel met de leden van de Volt-fractie dat het thema online discriminatieenorm belangrijk is in de integrale aanpak van discriminatie. Offline enonline vormen van discriminatie kunnen niet los van elkaar wordengezien. Op dit moment wordt in een interdepartementaal projecttoegewerkt naar een plan van aanpak online discriminatie. Deze aanpakkrijgt vorm aan de hand van de pijlers ondersteuning van slachtoffers,bewustwording, verantwoordelijkheden van en samenwerking metinternetpartijen, consequenties voor daders en betere registratie enonderzoek. Deze aanpak is onder andere tot stand gekomen door middelvan verschillende stakeholdersessies. Uw Kamer wordt rond deze zomerover de aanpak van online discriminatie geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41025 (BIJ ANTWOORD OP VRAAG 15)Overzicht van gemeenten met een antidiscriminatievoorziening, die niet isaangesloten bij Discriminatie.nl (bron: Discriminatie.nl, april 2024):BIJLAGETweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 41026

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b8ca9d2f3bc834da

14 okt 2026 · 249e6c50e927e099

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.