Kabinetsreactie IOB-evaluatie mensenrechtenbeleid 2017-2022
Brontekst
Versie d39f52b94e6325c4 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 735Mensenrechten in het buitenlands beleidNr. 403 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VOORBUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSHULP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 maart 2025De Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) van hetMinisterie van Buitenlandse Zaken heeft in november 2024 een onderzoekafgerond naar het Nederlandse mensenrechtenbeleid in de periode2017–2022. Hierbij treft u de IOB-evaluatie «Tussen papier en praktijk:Evaluatie van het Nederlandse mensenrechtenbeleid in een veranderendewereldorde (2017–2022)» en de beleidsreactie op dit rapport aan.De hoofdvraag van de evaluatie was om te bezien in hoeverre Nederlandtussen 2017 en 2022 een effectieve en efficiënte bijdrage heeft geleverdaan het realiseren van de beleidsdoelstellingen op het terrein vanmensenrechten. De evaluatie richtte zich daarbij met name op vier thema-tische mensenrechtenprioriteiten die in de geëvalueerde periode centraalstonden: vrijheid van meningsuiting en internetvrijheid; vrijheid vanreligie en levensovertuiging; mensenrechtenverdedigers en ruimte voorhet maatschappelijk middenveld; gelijke rechten voor lhbtiq+-personen1.Ook blikt de evaluatie terug op de wijze waarop mensenrechten zijnverankerd in het bredere buitenlandbeleid en geeft het een overzicht vanhet mensenrechtenbeleid in een veranderende context. Zowel demultilaterale inzet, bilaterale inzet, als coherentie van mensenrechten-beleid op een drietal onderwerpen komen aan de orde (migratie, handelen ontwikkelingshulp).De evaluatie volgt op een eerdere IOB-evaluatie op het gebied vanmensenrechten «Navigating a Sea of Interests: Policy Evaluation of Dutch1Binnen het mensenrechtenbeleid hanteert het kabinet de volgende vijf prioriteiten: gelijkerechten voor vrouwen en meisjes, gelijke rechten voor lhbtiq+-personen, vrijheid van religie enlevensovertuiging, vrijheid van meningsuiting online en offline en bescherming van mensen-rechtenverdedigers en maatschappelijke ruimte. De strijd tegen straffeloosheid wordtinmiddels niet langer aangeduid als zesde mensenrechtenprioriteit maar valt onder het thema«Internationale rechtsorde». kst-32735-403ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 735, nr. 4031 Foreign Human Rights Policy 2008–2013»2 die in december 2014 aan deTweede Kamer werd gepresenteerd, en de IOB-evaluatie op het gebiedvan internationale rechtsorde over de periode 2015–20213, die in oktober2022 aan de Tweede Kamer werd gepresenteerd. Met de kabinetsappre-ciatie van het mensenrechtenbeleid in verhouding tot het internationalemigratiebeleid, voldoet het kabinet aan de toezegging van de Minister vanAsiel en Migratie aan de Tweede Kamer van 7 november jl. om «schrif-telijk terug te komen op welke procedures er zijn bij het maken vanmigratiedeals voor het borgen van mensenrechten».Huidig beleid: mensenrechten en internationale rechtsordeDe bescherming en bevordering van de mensenrechten, de democra-tische rechtsstaat en de internationale rechtsorde vormen al vele jareneen kernonderdeel van het brede buitenlands beleid van het Koninkrijkder Nederlanden. Dat is een welbegrepen eigenbelang. Nederland isgebaat bij eerlijke en duidelijke regels die de internationale samenwerkingin goede banen leiden, mensenrechten bevorderen en een gelijk speelveldcreëren, waarin onze bedrijven internationaal het best gedijen. Het kabinetwil de positie van Nederland en onze partners op het wereldtoneelversterken en de doelmatigheid en effectiviteit van multilaterale instel-lingen verbeteren. Landen die fundamentele vrijheden stelselmatigschenden zijn niet zelden ook landen met autocratische tendensen, waarmensen vandaan vluchten, of waar regionale instabiliteit vanuit gaat.Waar mensenrechten, rechtsstaat en de internationale rechtsorde ernstiggeschonden worden, zijn dus ook de belangen van Nederland in hetgeding. Zoals ook de IOB schrijft, is de mensenrechteninzet een preventiefinstrument binnen het bredere buitenlandbeleid.De wereld is de afgelopen jaren evenwel snel veranderd en een nieuwestabiele wereldorde is nog lang niet in zicht. Dat heeft ook consequentiesvoor de wijze waarop Nederland en gelijkgezinde partners wereldwijd instaat zijn om effectief te kunnen werken aan het bevorderen van mensen-rechten en de ontwikkeling van de internationale rechtsorde. Dit conclu-deert ook de Wetenschappelijke Raad (WRR) voor het Regeringsbeleid inhun rapport «Nederland in een fragmenterende wereldorde».4 Machtwordt herverdeeld en veel landen uit het globale zuiden kiezen voor eenmeer zelfbewuste opstelling die niet altijd in lijn is met de visie ofbelangen van westerse landen. Autocratische leiders distantiëren zichsteeds meer van de internationale rechtsorde en universele waarden ennormen. Landen als Rusland en China presenteren mensenrechten steedsmeer als «Westerse waarden» en ontkennen daarmee de universaliteit vandie rechten, ook voor hun eigen burgers.Zoals de WRR constateert zullen zich in de huidige geopolitieke situatiedaarom vaker spanningen voordoen in de driehoek van waarden, welvaarten weerbaarheid. De tijd dat Nederland en gelijkgezinde partners relatiefcomfortabel economisch belang, veiligheid en waarden konden combi-neren is voorbij. Het feit dat belangen vaker zullen botsen en het opkomenvoor mensenrechten niet in isolement kan gebeuren, is ook een consta-tering van de IOB. Dat betekent evenwel niet, dat mensenrechten eninternationale rechtsorde aan belang inboeten. Zowel vanuit de grondwet-telijke opdracht (artikel 90), internationaalrechtelijke verplichtingen alsvanuit overtuiging, maar zeker ook vanuit geopolitiek en veiligheids-belang, blijft Nederland daarom werken aan mogelijkheden om2IOB – Navigating a sea of interests: Policy evaluation of Dutch foreign human rights policy2008–2013 | Report | Government.nl3Kamerstuk 33 694, nr. 664Nederland in een fragmenterende wereldorde | Rapport | WRRTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 735, nr. 4032 ongewenste ontwikkelingen met gelijkgezinde partners tegen te gaan.Bijvoorbeeld door VN-onderzoek- en rapportagemechanismen overmensenrechtenschendingen in Rusland, Afghanistan, de PalestijnseGebieden, Jemen, Oekraïne, Ethiopië en Syrië te ondersteunen. Doormensenrechten consequent aan de orde te stellen in bilaterale dialogendoor de Mensenrechtenambassadeur – juist ook met landen waarbelangen en waarden ver uit elkaar liggen. Of door met lokale maatschap-pelijke partners samen te werken, bijvoorbeeld via het Mensenrechten-fonds.Ernstige en grootschalige mensenrechtenschendingen en internationalemisdrijven zoals agressie, oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen demenselijkheid en genocide, mogen niet onbestraft blijven. Als landen ofmachthebbers zich onschendbaar voelen, ligt herhaling en verdereinstabiliteit op de loer. Nederland heeft een sterke reputatie en eenbelangrijke verantwoordelijkheid als gastland van de internationaalrechte-lijke instellingen die in Den Haag gevestigd zijn. De huidige Nederlandseinzet op mensenrechten, democratie en internationale rechtsorde isvastgelegd in de Beleidsnota Mensenrechten, Democratie en Interna-tionale Rechtsorde5 en werd tijdens het notaoverleg Mensenrechtenbeleidop 17 juni 2024 besproken met uw Kamer. Het kabinet is daarbij realis-tisch: het behalen van resultaten is vaak een zaak van lange adem.Binnen het mensenrechtenbeleid hanteert het kabinet de volgendevijf prioriteiten: gelijke rechten voor vrouwen en meisjes, gelijke rechtenvoor lhbtiq+-personen, vrijheid van religie en levensovertuiging, vrijheidvan meningsuiting online en offline en bescherming van mensenrechten-verdedigers en maatschappelijke ruimte. De strijd tegen straffeloosheidwordt inmiddels niet langer aangeduid als zesde mensenrechtenprioriteitmaar valt onder het thema «Internationale rechtsorde».De IOB evaluatieIOB heeft onderzoek gedaan naar de prioritaire thema’s in het Neder-landse buitenlandse mensenrechtenbeleid en de wijze waarop mensen-rechten zijn verankerd in het bredere buitenlandbeleid, zowel voor hetmultilaterale als bilaterale terrein. IOB deed dat op basis van interviews,focusgroepen, veldbezoeken, analyse van BZ-interne documentatie enexterne publicaties, online enquêtes, en een extern uitgevoerde literatuur-studie. De evaluatie heeft hierdoor een brede dekking van de Nederlandsebilaterale en multilaterale mensenrechteninspanningen die in de praktijkprioriteit krijgen.Voor het onderdeel coherentie onderzocht IOB de rol van mensenrechtenin de beleidskaders voor migratie, handelsbevordering en ontwikkelings-samenwerking. Daarnaast selecteerde IOB een beperkt aantal cases uit depraktijk. Deze cases zijn vooral illustratief voor de manier waaropNederland in een dergelijke – moeilijke – context belangen weegt ennegatieve mensenrechteneffecten voorkomt en aanpakt. Als gevolg vandeze selectiemethode zijn de bevindingen op basis van deze cases nietrepresentatief of te veralgemeniseren voor de wijze waarop mensen-rechten in het gehele bredere buitenlandbeleid zijn verankerd, aldus IOB.Wel kunnen hieruit nuttige lessen worden getrokken om beleidscoherentiete bevorderen.IOB concludeert dat Nederland in de periode 2017–2022 tot de kopgroepvan landen behoorde die bijdraagt aan internationale afspraken over5Beleidsnota Mensenrechten – Democratie – Internationale Rechtsorde, bijlage bij Kamerstuk32 735, nr. 370Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 735, nr. 4033 mensenrechten. Ondanks toegenomen tegenstand van (semi-) autoritairelanden, behaalt Nederland met relatief bescheiden middelen aanspre-kende diplomatieke resultaten op de prioritaire mensenrechtenthema’s inEU en VN-verband. Zo kan de EU dankzij jarenlange diplomatiekeinspanningen van Nederland inmiddels wereldwijd sancties opleggen aanmensenrechtenschenders, wat bijvoorbeeld gebeurde tegen Chineseofficials met een aanzienlijk geopolitiek gewicht. Een instrument dat ookna de geëvalueerde periode werd ingezet met actieve ondersteuningvanuit Nederland, bijvoorbeeld met het listen van individuen en entiteitenin verschillende landen op grond van seksueel geweld. Ook benoemt IOBde gezamenlijke strategische aansturing vanuit de Ministeries van OCWen BZ op emancipatie, non-discriminatie en gelijke behandeling in deEuropese Unie, waarmee Nederlandse diplomaten met succeskernwaarden van de EU en Nederlandse beleidsprioriteiten verdedigden.De inzet is daarbij steeds geweest om bewustwording van het belang vandeze waarden onder lidstaten te vergroten én te komen tot een gezamen-lijke inzet op de verdediging ervan. Een voorbeeld is hoe Nederland inBenelux-verband een groep van in totaal 16 EU-lidstaten en het EuropeesParlement bereid heeft gevonden de Europese Commissie te onder-steunen in de zaak tegen Hongarije bij het Hof van Justitie van deEuropese Unie, over diens anti-lhbtiq+-wetswijziging uit 2021. Hierdoorheeft Nederland een actieve en effectieve bijdrage geleverd aan hetbehoud van de Europese fundamentele waarden én mensenrechten in deUnie.»Tevens weet Nederland de eigen mensenrechtenprioriteiten effectief teverankeren in het externe mensenrechtenbeleid van de EU, zoals blijkt uithet EU-Actieplan Mensenrechten en Democratie, dat grotendeels aansluitop de Nederlandse beleidsprioriteiten. Daarnaast zorgt Nederland ervoordat deze prioriteiten voldoende aandacht krijgen in de reguliere strate-gische werkplannen voor de EU inzet in VN-mensenrechtenfora. Ook wasNederland in de periode 2017–2022 een cruciale aanjager bij de totstand-koming van VN-onderzoekscommissies naar mensenrechtenschendingenen het tegengaan van straffeloosheid in conflicthaarden als Jemen,Afghanistan en Oekraïne.Tegelijkertijd constateert IOB een kloof tussen «papier» en «praktijk.» Deeffectiviteit en efficiëntie van de daadwerkelijke uitvoering van hetmensenrechtenbeleid op landenniveau is, ten opzichte van de multila-terale inzet, een stuk beperkter. Uit de evaluatie komen drie factoren naarvoren die hieraan ten grondslag liggen. Ten eerste concludeert de IOB datde uitvoering is versnipperd over veel landen en thema’s. Daarnaast steltde IOB vast dat de meeste beleidsinspanningen inspanningen gericht zijnop de korte termijn, zonder dat duidelijk is wat Nederland er op middel-lange termijn mee wil bereiken. Ten slotte merkt de IOB op dat deprioriteit die Nederland aan mensenrechten toekent in bilaterale samen-werking met andere landen selectief is en sterk afhankelijk van overigeNederlandse belangen.De IOB constateert dat er op papier een stevige basis is voor een coherentbuitenlandbeleid waarin mensenrechten zijn verankerd, maar dat depraktijk leert dat mensenrechtendoelen steeds vaker op gespannen voetstaan met andere Nederlandse belangen. In de veranderende geopolitiekeverhoudingen worden mensenrechten afgewogen tegen andere priori-teiten van het buitenlandbeleid.BeleidsreactieHet kabinet verwelkomt de hoofdconclusies, aanbevelingen en deconstructief-kritische toon van het IOB-rapport. Het kabinet herkent deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 735, nr. 4034 analyse van de IOB dat in een fragmenterende wereldorde het behalenvan resultaten op het gebied van mensenrechten steeds lastiger wordt. Dewereldwijde druk op mensenrechten, democratie en de ondermijning vande internationale rechtsorde is in de jaren na de evaluatieperiode verdertoegenomen. Voor het achttiende jaar op rij is sprake van wereldwijdedemocratische achteruitgang.6 De bevordering en bescherming vanuniversele mensenrechten is tegelijkertijd urgenter en complexergeworden, waarbij Nederland vaker geconfronteerd wordt met denoodzaak keuzes te maken in de wijze waarop mensenrechtenbeleideffectief kan worden uitgevoerd. Mede vanuit de verslechterende contextheeft Nederland een aantal van de door IOB genoemde aanbevelingenreeds in praktijk gebracht in de jaren sinds de evaluatieperiode,waaronder op het gebied van strategie en aansturing. Zo zijn eengelijkwaardige dialoog op basis van een brede relatie alsmede meer oogvoor de positie, belangen en mensenrechtenthema’s van andere landeninmiddels expliciete uitgangspunten van de mensenrechtenaanpak. Ook isversterking van nationale mensenrechtenorganen inmiddels toegestaanvanuit het decentrale Mensenrechtenfonds.De constatering van het rapport dat met relatief bescheiden middelenaansprekende diplomatieke resultaten zijn behaald in EU en VN-verband,sterkt het kabinet in de wens de huidige multilaterale inzet voort te zetten.Het kabinet is trots dat de IOB concludeert dat Nederland tot de koplopersbehoort op het gebied van bevordering van mensenrechten en deinternationale rechtsorde. Nederland heeft decennialange expertise opmensenrechtenterrein, in het bijzonder de thematische prioriteiten waarophet IOB-onderzoek zich richt en weet daarmee, ondanks de toegenomenmondiale tegenwind op het gebied van mensenrechten, democratie en deinternationale rechtsorde resultaten te behalen. Het kabinet blijft zichbinnen de multilaterale fora inzetten voor mensenrechtenthema’swaaronder gelijke rechten voor vrouwen en meisjes, gelijke rechten voorlhbtiq+-personen, vrijheid van religie en levensovertuiging, vrijheid vanmeningsuiting online en offline en bescherming van mensenrechtenver-dedigers en maatschappelijke ruimte. Ook blijft het kabinet onverminderdinzetten op het tegengaan van straffeloosheid voor grove schendingenvan internationaal recht, onder andere door het internationaal vergarenvan bewijzen van dergelijke schendingen. Mede daarom hecht het kabinetaan berechting, opsporing en vervolging van misdrijven gepleegd doorDa’esh en zal initiatief nemen tot het oprichten van een internationaaltribunaal en de benodigde nationale stappen zetten.Ook neemt het kabinet goede nota van de constateringen van de IOB overdeels versnipperde inzet van decentrale middelen om mensenrechtenwereldwijd te bevorderen. Deze vallen samen met de bezuinigingsop-dracht en taakstelling waaraan dit kabinet invulling moet geven en die zijnweerslag heeft op de beschikbare middelen om mensenrechten tebevorderen in de huidige complexe geopolitieke context. Het dwingtNederland om kritisch te kijken naar de meest effectieve en efficiënte inzetvan zowel mensen en middelen. Het IOB-rapport geeft daar een aantalconcrete handvatten voor.Het kabinet ziet het IOB onderzoek als aansporing om de effectiviteit vanhet huidige mensenrechtenbeleid verder te verbeteren. Waar beleidsaan-passingen wenselijk en realistisch zijn, zullen deze worden uitgewerkt inconsultatie met de betreffende directies en departementen. In de bijlagetreft u een uitgebreide reactie op de aanbevelingen van IOB. In de kernziet het kabinet op basis van de IOB conclusies drie algemene aandachts-punten, waarop hieronder specifiek wordt ingegaan.6The Mounting Damage of Flawed Elections and Armed Conflict | Freedom HouseTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 735, nr. 4035 1. Bevordering van de uitvoering van internationale mensenrechtenaf-spraken en instrumenten Het kabinet erkent de IOB-analyse dat er nog winst te behalen is in devertaling van de als effectief geconstateerde multilaterale mensenrechte-ninzet naar diplomatieke resultaten in de bilaterale landenpraktijk. Devoornaamste instrumenten om deze vertaling te operationaliseren zijn demeerjarige landen strategieën, de jaarplancyclus, een mensenrechten-toolkit en een mensenrechtencursus voor collega’s op posten. Deze laatstetwee instrumenten zijn momenteel (opnieuw) in ontwikkeling. Hierinworden de IOB-aanbevelingen meegenomen. Mensenrechten zijn reedsonderdeel van de meerjarige landenstrategieën en de jaarplancyclus,waarbij posten telkens rapporteren en vooruit plannen om resultaten opmensenrechten en de internationale rechtsorde te behalen. Ook neemt hetkabinet de IOB-aanbeveling over om in EU-verband tot een operationelevertaalslag te komen van overkoepelende beleidskaders en richtlijnennaar de landen-specifieke strategieën, en zal daarvoor pleiten in degeëigende gremia zoals de Raadswerkgroep voor het EU-externemensenrechtenbeleid.De IOB doet daarnaast een aantal aanbevelingen met betrekking totbehoud van mensenrechtencapaciteit op posten. Hier merkt het kabinetop dat de taakstelling zijn weerslag zal hebben op de capaciteit van deposten om o.a. mensenrechtenprojecten te identificeren en beheren.De strijd tegen straffeloosheid heeft in de afgelopen jaren een sterkeontwikkeling doorgemaakt. Nederland speelt hierbij, zoals ook in de IOBevaluatie wordt opgemerkt, vaak een actieve en leidende rol. Nederlandblijft zich wereldwijd inzetten voor de bevordering van de internationalerechtsorde: deze ambitie is verankerd in de Grondwet en volgt ook uit hetregeerprogramma7.Het kabinet deelt verder de IOB-analyse ten aanzien van internationalethemacoalities, de effectiviteit en verbeterpunten daaromtrent, en denoodzaak om de capaciteitsinzet van Nederland in deze coalities in lijn tebrengen met de landenpraktijk.2. Verbeterde focus en strategische aansturing van het mensenrechten-beleid in de landenpraktijk Het kabinet erkent de oproep tot meer focus en strategische aansturingvan de mensenrechteninzet in de landen waar Nederland actief is. Diewens volgt eveneens uit de verslechterende wereldwijde context tenaanzien van mensenrechten, waardoor het voor Nederland steedsuitdagender wordt om concrete (mensenrechten)resultaten te behalen.Sinds de periode van de IOB-evaluatie heeft Nederland daarom al eenaantal verbeteringen doorgevoerd op dit terrein. Zo zijn er langjarigestrategieën en een resultatenkader gepresenteerd8, die gebruikt wordenom te sturen op middellange-termijnresultaten. Het beleidskaderMondiaal Multilateralisme ziet onder andere toe op effectieve multila-terale aansturing van de belangen en beleidsprioriteiten van hetKoninkrijk der Nederlanden, in het bijzonder gericht op het beschermen7Hoofdstuk 9: «Nederland draagt actief bij aan het versterken van de internationale rechtsordeen multilaterale samenwerking. Het kabinet zal bindende internationaalrechtelijke en verdrags-matige verplichtingen te goeder trouw nakomen. Nederland heeft een sterke reputatie enverantwoordelijkheid als gastland van de belangrijke internationaalrechtelijke instituten die inDen Haag gevestigd zijn.» (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96)8Bijlage bij Kamerstuk 36 200 V, nr. 72; Bijlagebij Kamerstuk 32 735, nr. 370; Bijlage bijKamerstuk 32 735, nr. 381Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 735, nr. 4036 van fundamentele principes en steun voor inclusieve en legitiememultilaterale instellingen (2022–2026). Dit kader werd op 23 december2022 aan de Kamer verzonden en op 22 maart 2023 met de Kamerbesproken. Zoals eerder beschreven schetst de beleidsnota Mensen-rechten, Democratie en Internationale Rechtsorde de Nederlandse inzet opmensenrechten, democratie en internationale rechtsorde, met bijzondereaandacht voor de veranderende geopolitieke realiteit en aansluiting bijlokale mensenrechtenontwikkelingen. Deze beleidsnota biedt bewustmeer ruimte voor samenwerking met het gastland op lokale mensenrech-tenprioriteiten. Een goed voorbeeld is de samenwerking tussen deSri Lankaanse politie, lokale lhbtiq+-organisaties, COC Nederland en deNederlandse ambassade op het gebied van behandeling van lhbtiq+-personen door de lokale politie, wat de veiligheid van lhbtiq+-personenten goede komt.Het voornaamste financiële instrument om mensenrechten te bevorderenvanuit de begroting van de Minister van Buitenlandse Zaken betreft hetMensenrechtenfonds, dat bestaat uit een centraal en decentraal deel. Viahet centrale mensenrechtenfonds zet Nederland zich wereldwijd in voorde veiligheid van mensenrechtenverdedigers online en offline, waarondermet het Safety for Voices programma voor de periode 2023–2027. Hetdecentrale mensenrechtenfonds is gedelegeerd naar het postennet. Ditfonds wordt door ambassades ingezet om organisaties te steunen die zichop verschillende manieren inzetten voor mensenrechten.Tegen het einde van de geëvalueerde periode had het ministerie de opzetvan het centrale mensenrechtenfonds reeds aangepast. Het ministerieondersteunt momenteel een kleiner aantal programma’s met eenomvangrijker budget. Ook vanuit het decentrale mensenrechtenfondswordt inmiddels meer gestuurd op meerjarige, grootschalige(r) projecten.Het kabinet is, mede ingegeven door de bezuinigingsopdracht,voornemens de opzet van het decentrale mensenrechtenfonds aan tepassen, waarbij de IOB-aanbeveling om geografische focus aan tebrengen en het aantal partnerlanden te beperken een leidend principe zalzijn. Hiervoor zullen een aantal factoren worden meegewogen, waaronderde mensenrechtensituatie in het land, de beschikbare Nederlandseinvloed/expertise, de impact van de Nederlandse inzet alsmede deNederlandse belangen in het land.Concreet betekent dit dat er keuzes gemaakt gaan worden in het aantallanden waar het decentrale mensenrechtenfonds wordt ingezet op basisvan een aantal duidelijke criteria. De uitwerking hiervan vindt komendemaanden plaats en zal met uw Kamer gedeeld worden in aanloop naar hetjaarlijkse debat over de mensenrechtenrapportage, richting zomer 2025.Vanuit de BHO-begroting worden organisaties ondersteund die actief zijnop een aantal van de buitenlandse mensenrechtenprioriteiten, zoalsgelijke rechten voor vrouwen en meisjes; gelijke rechten voor lhbtiq+-personen; en vrijheid van religie en levensovertuiging. Zoals de Ministervan Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp heeft aangekondigd inhaar Kamerbrief9, blijft er ook in het toekomstige beleidskader ruimte voorsteun op deze thema’s. De Nederlandse bijdrage gaat echter wel forsomlaag.9Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 13Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 735, nr. 4037 3. Beleidscoherentie Het kabinet herkent de door de IOB beschreven spanning van eengeïntegreerd buitenlandbeleid waarin internationale rechtsorde enmensenrechten een prominente rol hebben en, tegelijkertijd, in bepaaldegevallen andere nationale belangen prevaleren. Dit laat onverlet dat hetbevorderen van een sterke internationale rechtsorde, waarin landen hunafspraken nakomen en dus ook mensenrechten worden nageleefd, voorhet kabinet van groot belang blijft. Het belang van de bescherming vanfundamentele rechten en de daarmee verbonden waarden, die zoalseerder beschreven ook een rechtstreeks veiligheidsbelang voor Nederlanddienen, staat voor dit kabinet niet ter discussie. Mensenrechten enrechtsorde blijven in het brede buitenlandbeleid een van onze kernbe-langen. Er zullen daarbij regelmatig dilemma’s voorkomen en in dedagelijkse praktijk zullen belangen soms tegen elkaar moeten wordenafgewogen.Migratie en mensenrechtenHet kabinet verwelkomt de analyse van IOB op het gebied van mensen-rechten en migratie. Dit is een uiterst complex onderwerp waar hetcontinu zoeken is naar de meest effectieve aanpak om zowel irregulieremigratie te beperken als vluchtelingen en migranten te beschermen enhun rechten te respecteren. Het feit dat in veel van de herkomst-, transit-en opvanglanden waarmee Nederland samenwerkt, de democratie,rechtsorde en mensenrechten onder druk staan, maakt deze balansprecair. Het kabinet herkent dan ook de beschrijving van IOB over hetspanningsveld tussen de verschillende beleidsterreinen en belangenwaarbinnen geopereerd voor de landencasussen die zijn onderzocht.Het kabinet heeft oog voor de mensenrechtensituatie in de partnerlanden.Daarom zal het kabinet steeds de afwegingen rond bevordering enbescherming mensenrechten in relatie tot het migratiebeleid bewust enzorgvuldig maken. Er wordt door IOB een beeld geschetst alsof migratieen mensenrechten één op één tegen elkaar worden afgewogen. Zoeenvoudig is het evenwel niet. Het is een bredere dialoog met velewederzijdse belangen waar Nederland niet voor «of-of» kiest, maar voor«en-en». Binnen een gelijkwaardige en wederkerige dialoog is er ruimteom ook zaken zoals bescherming mensenrechten te bespreken en teadresseren. Het kabinet zoekt hier telkens naar de mogelijke ruimte. Dit zalook gebeuren in de interdepartementale taskforce internationaalmigratiebeleid die onder het huidige kabinet wordt opgericht en middelshet integreren van mensenrechten in de nieuwe migratiedirectie binnenBZ.Een krimpende beschermingsruimte voor migranten en vluchtelingen inpartnerlanden is zorgwekkend. In de dialogen met partnerlandenonderstreept Nederland steevast het belang van bindende internationalerechtsnormen en de bescherming van zowel migranten als vluchtelingen.Dat doet Nederland met respect voor de soevereiniteit van het partnerlanden in de wetenschap dat het uiteindelijk de primaire verantwoordelijkheidis van partnerlanden om zorg te dragen voor de rechtmatige behandelingvan mensen binnen hun eigen landsgrenzen. Middels OH programmering,technische assistentie en een politieke dialoog probeert Nederland daaraan bij te dragen. Daar zijn grenzen aan: Nederland, of welk land ook, isniet in een positie om in iedere samenwerkingsvorm waterdichte nalevingvan criteria en waarborgen te garanderen. De insteek is een dialoog vangelijkwaardigheid en vertrouwen. Daarbij is het van belang bewust te zijndat Nederland regelmatig een vragende partij is als het om migratie gaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 735, nr. 4038 Om die reden zet het kabinet in op brede partnerschappen, waar ruimte isvoor wederkerigheid.Het kabinet deelt het belang om voorafgaand aan of binnen een bestaandpartnerschap de risico’s van de samenwerking in kaart te brengen opbasis van het do-no-harm principe. Dit zou meer inzicht moeten geven inde bedoelde en onbedoelde effecten van onze samenwerking – zoweldialoog als programmering – op de mensenrechten. De beoordeling vandeze risico’s van samenwerking leiden niet per definitie tot een anderoordeel of meer mitigerende afspraken. Zij helpen om de afweging temaken of eventueel extra aandacht nodig is voor deze risico’s. Het kabinetzal onderzoeken hoe dit in de toekomst zowel voor bilaterale partner-schappen te kunnen doen als er op aandringen dat de EU dit onderzoektvoor brede partnerschappen tussen de EU en derde landen. Dit is in lijnmet gerelateerde recente aanbevelingen van de EU-ombudsman en deEuropese rekenkamer. Ook komt het kabinet hiermee tegemoet aan demotie Boomsma (nr. 24 (36 600 XX), die de regering verzoekt om voor EU-en bilaterale migratiepartnerschappenprotocollen op te stellen over denaleving van mensenrechten en bescherming tegen uitbuiting, inclusiefeen risicoanalyse en afspraken over de voortgang en de naleving ervan.Daarbij maakt het kabinet de kanttekening dat het zeer lastig is om vast testellen wat eventuele indirecte of neveneffecten zijn van een migratiepart-nerschap.Handelsinstrumentarium en mensenrechtenHet rapport benadrukt als belangrijkste advies om mensenrechten sterkeren structureler te integreren in het brede buitenlandbeleid, zo ook op hetthema handelsbevordering. De Nederlandse overheid biedt verschillendevormen van dienstverlening aan om bedrijven te ondersteunen ominternationaal maatschappelijk verantwoord te ondernemen (IMVO).Mensenrechten maken hier integraal onderdeel van uit. Inzake econo-mische consultaties met landen waar sprake is van hoge mensenrechten-risico’s zal er in lijn met het advies, daar waar relevant, aandacht zijn voormensenrechten. Dit past bij de integrale landensturing waar het Ministerievan Buitenlandse Zaken reeds op inzet om de effectiviteit van hetbuitenlandbeleid te vergroten. Daarnaast worden er aanbevelingengedaan voor het beter informeren van bedrijven over de risico’s vanmensenrechtenschendingen en voor het openbaar maken van de«MVO-zelfscan» die bedrijven invullen voorafgaand aan handelsmissies.Het kabinet erkent dat met handelsmissies naar hoog-risicolandenadequate voorlichting gegeven moet worden. Het afgelopen jaar heeft hetkabinet hier al extra inspanningen op geleverd en zal dit in lijn met dezeaanbeveling continueren. Zo hebben maatschappelijke organisatiestijdens bestaande overlegstructuren zoals het Breed MensenrechtenOverleg en het brede handelsberaad nu de gelegenheid om input televeren op uitgaande handelsmissies. In geval van hoog-risicolanden kanworden overwogen de mensenrechtenambassadeur aan te laten sluitenbij de voorbereidende deelnemersbijeenkomst voorafgaand aan dehandelsmissie om de input van het brede maatschappelijk middenveldmet bedrijven te delen. Wat betreft de MVO-zelfscan: dit vormt eenstartpunt voor de dienstverlening om bedrijven te ondersteunen in hundue diligence waarbij bedrijven, op basis van wederzijds vertrouwen,inzage geven in hun due diligence inspanningen. Openbaarmaking van deMVO-zelfscan kan deze dienstverlening bemoeilijken. Het kabinet juichttransparantie toe, maar gaat daarin niet verder dan de geldendeEU-regelgeving zoals de Corporate Sustainability Reporting Directive, diebedrijven verplicht om (gefaseerd) te rapporteren over de impact van hunactiviteiten op mens en milieu.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 735, nr. 4039 Ook adviseert IOB om de mensenrechteninzet te verhogen wanneerNederland betrokken is bij omvangrijke projecten in hoog-risicolanden.Om toegang te krijgen tot het handelsinstrumentarium, moeten bedrijvenvoldoen aan de IMVO-voorwaarden waar mensenrechten integraalonderdeel van zijn. Projecten worden hier reeds zorgvuldig op getoetst.Ten aanzien van de aanbeveling om te onderzoeken hoe impactanalysesbij exportkredietverzekeringen transparant gemaakt kunnen worden merkthet kabinet op dat het openbaar maken van dergelijke analyses afhankelijkis van de projecteigenaar en niet rechtstreeks door de Nederlandseoverheid kan worden opgelegd. Atradius Dutch State Business, deuitvoerder van de exportkredietverzekering namens de Nederlandse staat,zet zich wel in om projecteigenaren te stimuleren tot meer transparantie.Het kabinet streeft naar internationale afspraken over inspanningsver-plichtingen voor projecteigenaren, zodat zij transparanter kunnen wordenover mensenrechtenrisico’s in hun projecten.Ontwikkelingshulp en mensenrechtenHet IOB-rapport noemt twee belangrijke factoren die de beleidsuitvoeringvan het mensenrechtenbeleid hebben bevorderd: (1) de bereidheid van depolitieke en hoog-ambtelijke leiding om zich persoonlijk voor mensen-rechten in te zetten en (2) de externe netwerken die Nederland metmaatschappelijke en diplomatieke actoren onderhield. Tegelijk constateertde IOB dat het ontbroken heeft aan gerichte sturing vanuit de ambtelijkeleiding en aan personele capaciteit bij de directies voor ontwikkelingssa-menwerking om de samenhang tussen burgerlijke en politieke rechten(waar de mensenrechtenprioriteiten primair op toezien) en sociaalecono-mische rechten te versterken. Ook constateert de IOB dat er sprake is vanoverlap tussen verschillende fondsen waarmee initiatieven gericht op deverschillende mensenrechtenthema’s werden gefinancierd.Nederland heeft de toenadering tussen de mensenrechteninzet en inzet opsociaaleconomische rechten de afgelopen jaren desondanks willenopzoeken, onder andere in de totstandkoming van het beleidskaderversterking maatschappelijk middenveld (2021–2025). Dit wordt met eengroot aantal maatschappelijke partners uitgevoerd waarbij er gestuurd isop prioritaire thema’s, zoals vrouwenrechten en maatschappelijkmiddenveld. Dat er in sommige gevallen sprake was van overlap tussenprogrammering lag grotendeels aan de autonomie die de maatschappe-lijke partners en hun netwerken onder dit kader hebben meegekregen omde uitvoering zelf nader vorm te geven.Met het aflopen van het beleidskader versterking maatschappelijkmiddenveld voor periode 2021–2025 is het huidige kabinet voornemenssterker in te zetten op samenwerking met lokale partners10 en de rol vanambassades. Dit zal naar verwachting ook helpen om de prioritairebehoeften van partnerlanden meer gewicht te geven in de uitvoering. Metsturingsinstrumenten als het reeds genoemde resultatenkader voormensenrechtenbeleid kan nog doelgerichter worden samengewerkt.SlotopmerkingenZoals in de inleiding reeds werd gesteld, zullen waarden, welvaart enweerbaarheid in de huidige geopolitieke context vaker botsen. Ook debezuinigingsopdracht waaraan dit kabinet invulling moet geven raakt deuitvoering van het mensenrechtenbeleid. De taakstelling op apparaats-kosten zal bovendien een weerslag hebben op de op posten beschikbare10Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 13Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 735, nr. 40310 capaciteit. Nederland kan niet hetzelfde blijven doen met minder mensenen middelen.De hernieuwde mensenrechtenaanpak uit de MDIR-nota en meerregionale focus bij de inzet van middelen biedt tegelijkertijd een kans omde effectiviteit van het mensenrechtenbeleid de komende jaren verder teversterken. Met decennialange ervaring en expertise op de prioritairemensenrechtenthema’s, en de handvatten die de IOB-evaluatie biedt, ziethet kabinet goede mogelijkheden om samen met gelijkgezinde partnersde bescherming van universele mensenrechten hoog op de multilateraleen bilaterale agenda’s te behouden.De Minister van Buitenlandse Zaken,C.C.J. VeldkampDe Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,R.J. KleverTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 735, nr. 40311
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.