Kamerbrief · 14 jan 2026 · Tweede Kamer
Geannoteerde agenda informele Onderwijsraad 29-30 januari 2026, Nicosia, Cyprus
Brontekst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-34Raad voor Onderwijs, Jeugd, Cultuur en SportNr. 450 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP EN VAN DE MINISTERVAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 14 januari 2026Hierbij zenden wij uw Kamer de geannoteerde agenda van de informelebijeenkomst voor onderwijsministers op 29 en 30 januari 2026 in Nicosia,Cyprus.De informele bijeenkomst wordt georganiseerd door het CypriotischEU-voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie. De Staatssecre-taris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zal aan de bijeenkomstdeelnemen.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,G. MoesDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,K.M. BeckingDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,M.L.J. Paul kst-21501-34-450ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-34, nr. 4501 GEANNOTEERDE AGENDA INFORMELE ONDERWIJSRAAD29–30 JANUARI 2026 Op het moment van schrijven is een aantal voorbereidende stukken nogniet met de lidstaten gedeeld. Daarom zal voor deze onderdelen eenalgemene inzet worden gegeven.Professionalisering van het lerarenberoepInhoudHet Cypriotisch voorzitterschap heeft funderend onderwijs als één vanhun prioriteiten tijdens hun Raadsvoorzitterschap gekozen. Centraalhierbij staat o.a. lerarenbeleid en de rol van leraren in relatie tot verschil-lende uitdagingen van het lerarenberoep, zoals lerarentekort, verminde-rende aantrekkelijkheid van het lerarenberoep, een veranderendearbeidsmarkt, etc. De verwachting is dat het Cypriotisch voorzitterschapwil spreken over de verschillende uitdagingen m.b.t. de professionali-sering van het lerarenberoep, het delen van best practices en hetverkennen hoe beleid op EU-niveau lidstaten aan de professionaliseringvan het lerarenberoep kan bijdragen. Hiermee leveren de lidstaten ookeen bijdrage aan de EU-leraren- en opleidersagenda die de Commissie inde Vaardigheidsunie voor 2026 heeft aangekondigd.1Inzet NederlandNederland verwelkomt de agendering van professionalisering van hetlerarenberoep nu de kwaliteit van het onderwijs onder druk staat engezien de personeelstekorten in de sector. Door te investeren in deprofessionele ontwikkeling van leraren wordt niet alleen hun vakbe-kwaamheid versterkt, maar wordt het beroep ook aantrekkelijker voornieuwe instromers en blijft het interessant voor ervaren docenten. Ditalles kan bijdragen aan het behoud van leraren en het verbeteren van hunwerkplezier en effectiviteit, wat uiteindelijk de onderwijskwaliteitbevordert en de tekorten kan verlichten. Het Nationaal Groeifonds-projectNAPL (Nationale Aanpak Professionalisering van Leraren) speelt hierinvoor Nederland een cruciale rol door een structurele infrastructuur tecreëren die leraren gedurende hun gehele carrière ondersteunt. Hierinzetten we stappen, samen met het brede onderwijsveld.Het Cypriotisch voorzitterschap heeft terecht professionalisering als eenprioriteit geagendeerd, op dit gebied liggen voor de lidstaten nog veelgemeenschappelijke uitdagingen, bijvoorbeeld in het aantrekken enbehouden van voldoende, bekwame leraren. Het delen van best practicesen het stimuleren van samenwerking tussen lidstaten door bijvoorbeeldhet bevorderen van kennisuitwisseling over beschikbare loopbaanpadenen gerichte ontwikkelmogelijkheden van leraren binnen het funderendonderwijs en het versterken van partnerschappen tussen scholen eninstellingen kan de effectiviteit van de initiatieven vergroten en zobijdragen aan een sterker, meer toekomstbestendig onderwijssysteem inheel Europa.Indicatie krachtenveldDe lidstaten verwelkomen de aandacht van het Cypriotisch voorzitter-schap voor het onderwerp lerarenbeleid, mede in relatie tot de eerderge-noemde voorstellen van de Europese Commissie.1Kamerstuk 22 112, nr. 4023Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-34, nr. 4502 Leraren in het tijdperk van AIInhoudHet Cypriotisch voorzitterschap is voornemens om Raadsconclusies overleraren in het tijdperk van kunstmatige intelligentie (AI) te agenderen envast te stellen in de komende formele Raad in mei 2026. Ter voorbereidingop deze Raadsconclusies willen ze hun ideeën hierover bespreken met deEU-lidstaten tijdens de informele Onderwijsraad.AI speelt een steeds grotere rol in ons dagelijks leven, ook in hetonderwijs, met toepassingen zoals digitale tools, leerplatformen engeautomatiseerde administratieve processen. Dit biedt kansen, maarroept ook nieuwe vraagstukken op voor leraren, zoals het ethisch enverantwoordelijk gebruik van AI, transparantie en bescherming vanpersoonsgegevens.Het is essentieel dat leraren centraal staan en dat AI ondersteunend is.Daarbij is het van belang dat leraren in staat zijn om de voordelen van AIte benutten en oog hebben voor de risico’s van AI en deze kunnenbeheren. Leraren blijven een essentiële bron van kennis en begeleiding enbeschikken tegenwoordig over AI-ondersteunde tools, zoals adaptieveleermiddelen en intelligente tutoringsystemen. Deze technologieën makenhet mogelijk om lesmateriaal beter af te stemmen op de behoeften vanleerlingen. Dit vraagt van leraren nieuwe vaardigheden om AI effectief enverantwoord in hun onderwijspraktijk te integreren.Het Cypriotisch voorzitterschap is voornemens om de nadruk te leggen ophet ondersteunen van leraren in het ontwikkelen van de benodigdedigitale vaardigheden en AI-geletterdheid. Dit omvat zowel de initiëlelerarenopleiding als de voortdurende professionele ontwikkeling. DeEuropese samenwerking richt zich dan ook op het versterken van dekennis en competenties van leraren op het gebied van AI, digitalepedagogiek en kritisch denken.De ethische en verantwoorde inzet van AI wordt benadrukt. Lerarenmoeten duidelijke richtlijnen krijgen over risico’s zoals de beschermingvan persoonsgegevens en transparantie van algoritmes. Tegelijkertijdmoet AI de menselijke aspecten van onderwijs, zoals professioneleoordeelsvorming en de relatie tussen leraar en leerling, aanvullen en nietondermijnen. AI kan ook bijdragen aan inclusiviteit en gelijke toegang totonderwijs, zodat alle leerlingen, ongeacht sociaaleconomische achter-grond of locatie, kunnen profiteren van digitale middelen van hogekwaliteit.Het is cruciaal dat de inzet van AI de werkdruk voor leraren niet verhoogt,maar hen juist ondersteunt. De verwachtingen moeten realistisch blijvenen het welzijn van de leraren gewaarborgd zijn. AI moet een hulpmiddelzijn dat leraren ontzorgt en hen helpt hun pedagogische taak effectieveruit te voeren. Europese samenwerking is hierbij essentieel om ervaringenen best practices te delen en gezamenlijk te werken aan toekomstbe-stendig onderwijs.Inzet NederlandNederland verwelkomt het Cypriotisch initiatief voor Raadsconclusiesover de rol van leraren in het tijdperk van AI, aangezien het thema vangroot belang is voor de toekomst van het onderwijs. De Raad sprak zichniet eerder specifiek uit over de relatie tussen leraren en AI. Het kabinetacht de voorgestelde onderwerpen als belangrijk en actueel en zalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-34, nr. 4503 voorstellen om nadrukkelijker aandacht te besteden aan (strategische)samenwerking op vraagstukken op Europees niveau – zoals bewustekeuzes over afhankelijkheden –, uitwisseling van kennis en ervaring vanbewezen, goede voorbeelden in de onderwijspraktijk en de benodigdekennis van relevante AI- en privacywetgeving, gezien het belang vanethisch en verantwoord gebruik van AI in het onderwijs.Daarnaast is het van belang te benadrukken dat AI, en met namegeneratieve AI, zich snel ontwikkelt. Dit heeft gevolgen voor de rol van deleraar én voor de bredere onderwijssector. De timing van dit voorstel ispassend, omdat het aansluit bij de ontwikkelingen rond de aangekondigde2030 Roadmap over de toekomst van digitaal onderwijs en digitalevaardigheden (verwachte publicatie in het derde kwartaal van 2026) en deEU-agenda voor leraren en opleiders (verwachte publicatie nog nietbekend), en daarmee kansen biedt om de richting van het Europeseonderwijsbeleid te beïnvloeden. Nederland ondersteunt deze dialoog,maar het kabinet zal ervoor pleiten dat geen oproepen worden gedaan tothet ontwikkelen van te veel micro-acties of gedetailleerde nationalebeleidsmaatregelen, want onderwijs is primair een nationale aangele-genheid.Nederland heeft de ambitie om de kansen die digitalisering en AI biedendoelgericht te benutten bij de aanpak van actuele vraagstukken, zoals deonderwijskwaliteit en schaarse tijd van leraren. Daarbij is het belangrijkdat de leraar centraal blijft staan en regie houdt over de inzet van dedigitale hulpmiddelen. Op Europees niveau willen we de samenwerkingversterken, onder meer door kennis en goede voorbeelden uit te wisselen.Nederland heeft diverse initiatieven in gang gezet om AI verantwoord inhet onderwijs te integreren:•Curriculum: AI maakt onderdeel uit van de vernieuwde kerndoelenvoor digitale geletterdheid. Leerlingen leren AI-systemen herkennen,begrijpen en kritisch gebruiken. In het primair onderwijs ligt de nadrukop het verkennen van toepassingen zoals spraakherkenning enchatbots; in het voortgezet onderwijs wordt gewerkt aan verantwoord,doelgericht en kritisch gebruik van AI-systemen.•NOLAI (Nationaal Onderwijslab AI): NOLAI ontwikkelt verantwoordeAI-innovaties voor het funderend onderwijs, in co-creatie met scholen,wetenschappers en bedrijven. Het opschalingsplan richt zich opduurzame implementatie, scholing van leraren en kansengelijkheid.•AI-verordening (AI-Act): Nederland bereidt zich voor op de gefaseerdeinvoering van de Europese AI-verordening (volledig van kracht in2027). OCW voert gesprekken met de onderwijssector over maatrege-len en toezicht. De Autoriteit Persoonsgegevens en RijksinspectieDigitale Infrastructuur (RDI) worden markttoezichthouders; de Inspectievan het Onderwijs krijgt een sectorspecifieke rol.•AI-geletterdheid: Er zijn verschillende initiatieven die leraren onder-steunen op het gebied van AI-geletterdheid, zoals de NationaleAI-cursus, de webhandreiking van Kennisnet en het ExpertisepuntDigitale Geletterdheid. Daarnaast hebben AOb, PO-Raad, VO-raad enKennisnet schoolafspraken gepubliceerd over het gebruik vangeneratieve AI.Nederland hecht grote waarde aan de ontwikkeling van burgerschap endigitale geletterdheid binnen het onderwijs, en de onlangs opgeleverdekerndoelen voor deze leergebieden dragen bij aan een structureleverbetering van het onderwijsaanbod. Deze kerndoelen, die in samen-werking met meer dan 180 scholen zijn ontwikkeld en uitgebreidbeproefd, bieden leraren concrete richtlijnen en ondersteuning bij hetbevorderen van burgerschap en digitale vaardigheden. De vernieuwdeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-34, nr. 4504 kerndoelen zijn inmiddels gepresenteerd en worden in de komendeperiode verder ingevoerd, met extra professionaliseringsactiviteiten voorscholen om hen te ondersteunen in het integreren van deze leergebiedenin hun onderwijspraktijk.2Ten slotte hecht het kabinet waarde aan een grotere samenwerking metandere internationale organisaties zoals de Raad van Europa, OESO, enUNESCO en benadrukt het belang van het leggen van verbanden met deAI-verordening en de op handen zijnde richtlijnen omtrent het gebruik vanAI en data. Het kabinet zal de ontwikkelingen binnen de EU op dit dossierblijven volgen en de Kamer tijdig informeren over de voortgang.Indicatie krachtenveldDe agendering van het onderwerp leraren en hun rol in het tijdperk vankunstmatige intelligentie en de timing van de Raadsconclusies zijn positiefontvangen door de EU-lidstaten, gezien de voorstellen 2030 Roadmapover de toekomst van digitaal onderwijs en digitale en de EU-agenda voorleraren en opleiders in 2026 gepubliceerd worden.Commissieaanbeveling over menselijk kapitaalInhoudDe Europese Commissie heeft op 25 november 2025 een aanbevelinggepubliceerd over menselijk kapitaal, gericht op het aanpakken vanstructurele uitdagingen voor de arbeidsmarkt en het concurrentiever-mogen in de EU.3 De aanbeveling is onderdeel van het herfstpakket vanhet Europees Semester, het jaarlijkse kader voor de coördinatie van heteconomisch-, arbeidsmarkt- en begrotingsbeleid van de EU.De aanbeveling constateert dat de EU kampt met een aanhoudend tekortaan arbeidskrachten en vaardigheden. De Commissie roept lidstatendaarom op om investeringen in onderwijs en vaardigheden te prioriterenin strategische sectoren zoals schone en digitale technologie, circulaireeconomie, industriële decarbonisatie, gezondheidszorg en biotechnologieen defensie. Hierbij ligt de nadruk op het versterken vanSTEM-opleidingen (science, technology, engineering, mathematics) en hetverbeteren van basisvaardigheden, zoals digitale- en financiële gelet-terdheid, om zo een robuuste toekomstgerichte arbeidsmarkt tewaarborgen.Daarnaast benadrukt de Commissie in haar aanbeveling het belang vaninvesteringen in menselijk kapitaal met zowel publieke als privatemiddelen. Lidstaten worden aangespoord om effectieve samenwerking tezoeken tussen onderwijsinstellingen, bedrijven en sociale partners, en ombarrières voor beroepskwalificaties te verlagen, met name voor migrantenen derde landen-werknemers. Door gezamenlijke inspanningen kan de EUvolgens de Commissie niet alleen de huidige arbeidsmarktkrapteaanpakken, maar ook het concurrentievermogen op lange termijnversterken door de ontwikkeling van een flexibele en goed opgeleideberoepsbevolking die zich blijft ontwikkelen, met aandacht voor de snelletechnologische en industriële veranderingen.2Kamerstuk 31 293, nr. 8333Council Recommendation on Human Capital in the EU | Employment, Social Affairs andInclusionTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-34, nr. 4505 Inzet NederlandHet kabinet onderschrijft de belangrijke rol van vaardigheden en menselijkkapitaal voor het concurrentievermogen en de sociale veerkracht van deEU. Dit is ook relevant in het licht van de lopende groene- en digitaletransities, zoals ook aangekaart in het Draghi-rapport.4 Het kabinetonderschrijft dan ook het belang van het versterken van vaardigheden enhet bevorderen van de ontwikkeling van een goed opgeleide en flexibeleberoepsbevolking, zowel in strategische sectoren als in het brederemaatschappelijke en economische domein. De aanbeveling noemt in hetbijzonder opleiden in het kader van een leven lang ontwikkelen als eenbelangrijke pijler hiervoor. Ook het kabinet erkent het belang hiervan.Het kabinet constateert dat de rechtsbasis van de aanbeveling momenteelvolledig steunt op artikel 148(4) VWEU, dat primair gericht is op werkgele-genheid. Omdat de aanbeveling sterk gericht is op onderwijsbeleid, zalhet kabinet zich inzetten om de rechtsbasis uit te breiden met de onder-wijsartikelen van het VWEU. Onderwijs is grotendeels een nationalecompetentie, wat tot uitdrukking komt in deze artikelen. Vanuit ditoogpunt zal het kabinet zich ervoor inzetten dat de aanbeveling voldoenderuimte laat voor verschillen tussen nationale onderwijssystemen.Daarnaast hecht het kabinet aan het behouden van de focus van hetSemester op economisch, begrotings- en werkgelegenheidsbeleid.Het kabinet deelt het belang dat in de aanbeveling wordt toegekend aande erkenning van beroepskwalificaties voor een goede afstemming vanvraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Het kabinet onderstreept daarbij denoodzaak van zorgvuldige procedures voor de erkenning van beroepskwa-lificaties van EU-burgers en derdelanders, met name voor gereguleerdeberoepen, en zal zich inzetten om dit in de aanbeveling te verduidelijken.Het kabinet zal daarnaast benadrukken dat arbeidsmigratie en hetaantrekken van talent weliswaar mogelijkheden biedt om gerichtpersoneelstekorten in bepaalde sectoren te verlichten, maar geenstructurele oplossing vormt voor de algehele krapte op de arbeidsmarkt.Om arbeidsmarktkrapte te verminderen dient volgens het kabinet teworden ingezet op beleid langs vijf sporen die ingrijpen op zowel dearbeidsvraag- als arbeidsaanbodzijde, zoals geformuleerd in de bredearbeidsmarktagenda.5Het kabinet vraagt zich daarnaast af hoe deze aanbeveling zich verhoudttot de Europese Onderwijsruimte, de uitwerking van de Vaardigheidsunie6en meer specifiek het daarin reeds aangekondigde Skills PortabilityInitiative dat zich ook zal richten op het wegnemen van grensoverschrij-dende barrières voor beroepskwalificaties en -vaardigheden. Verder heefthet kabinet verduidelijkende vragen over de definitie van basisvaardig-heden.Vervolg en indicatie krachtenveldDe komende maanden onderhandelen de lidstaten over de inhoud van deaanbeveling. Naar verwachting wordt deze ter adoptie geagendeerdtijdens de formele Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid op9 maart 2026. Waar relevant en afhankelijk van de nationale context zal deCommissie de inhoud van aanbeveling meenemen in de landspecifiekeaanbevelingen die als onderdeel van het Lentepakket in het kader van deEuropees Semester worden vastgesteld.4Kabinetsreactie Draghi-rapport | Rapport | Rijksoverheid.nl5Kamerstuk 29 544, nr. 12606Kamerstuk 22 112, nr. 4023Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-34, nr. 4506 Op het moment van schrijven is het krachtenveld nog niet geheelduidelijk. Lidstaten onderschrijven over het algemeen net als Nederlandde aandacht voor menselijk kapitaal en vaardigheden en het belanghiervan voor het concurrentievermogen en sociale veerkracht van de EU.Enkele lidstaten hebben net als Nederland vragen gesteld over derechtsbasis en de verduidelijking van enkele begrippen, zoalsbasisvaardigheden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-34, nr. 4507
Versie c3aa41ac98b9f84b0fd9f35e3282faa552af12a8e3b316bc2f397dd2f5d26550 · Officiële bron.
Gegevens
- Soort document
- Brief regering
- Datum
- 14 januari 2026
- Vergaderjaar
- 2025-2026
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.