Motie van het lid Westerveld c.s. over onderzoek naar het verlagen van de startleeftijd voor voorschoolse educatie
Motietekst
Versie 24c905dfed23709c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 27 020Aanpak onderwijsachterstanden Nr. 98 MOTIE VAN HET LID WESTERVELD C.S. Voorgesteld 27 maart 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat gemeenten 960 uur voorschoolse educatie moeten aanbieden voor doelgroeppeuters, maar deze urennorm en bijbehorende financiële kaders alleen gelden voor peuters vanaf 2,5 jaar; constaterende dat veel gemeenten voorschoolse educatie aanbieden aan peuters vanaf 2 jaar; overwegende dat peuters de achterstand beter inlopen als zij al op 2-jarige leeftijd beginnen met voorschoolse educatie, zoals ook de SER adviseert; verzoekt de regering, een pilot te starten en te onderzoeken wat het effect is voor de ontwikkeling van het kind van het verlagen van de startleeftijd voor voorschoolse educatie naar 2 jaar, al dan niet met een gelijkblijvende norm van 960 uur; verzoekt de regering tevens, deze uitkomsten te vergelijken met de situatie waarbij kinderen op de leeftijd van 2,5 jaar beginnen aan de voorschoolse educatie, en gaat over tot de orde van de dag. Westerveld Kwint Van den Hul kst-27020-98ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 27 020, nr. 98
Gerelateerde bronnen
- Motie van het lid Westerveld c.s. over onderzoek naar het verlagen van de startleeftijd voor voorschoolse educatie
Motie van het lid Westerveld c.s. over onderzoek naar het verlagen van de startleeftijd voor voorschoolse educatie
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.