Voortgang bedrijfsgerichte doelsturing
Brontekst
Versie a10b7ef36bc5f699 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 252Toekomstvisie agrarische sectorNr. 209 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 september 2025Zoals vastgelegd in het regeerprogramma (bijlage bij Kamerstuk 36 471,nr. 96) zet het kabinet in op beleid gericht op bedrijfsspecifieke emissie-doelen. De emissiedoelen worden ingezet om bij te dragen aan hetbeperken van verliezen in het systeem en te stimuleren dat productie zoefficiënt mogelijk plaatsvindt. Daarnaast kan met bedrijfsspecifiekeemissiedoelen het vakmanschap van individuele ondernemers goedworden benut om een deel van de bestaande maatschappelijke opgavente behalen. Daarom werk ik toe naar doelsturing met haalbare bedrijfsspe-cifieke normen voor onder meer klimaat- en stikstofemissie, waarbijondernemers worden geholpen om stappen te zetten en voldoende tijdkrijgen om aan deze doelen te voldoen.Doelsturing is een grote en complexe systeemverandering, waarbij deagrarische ondernemer meetbaar en afrekenbaar voldoet aan bedrijfsspe-cifieke emissienormen. Deze omslag heeft veel potentie, maar dehaalbaarheid en werkbaarheid zijn cruciaal. Het systeem moet zorgvuldigworden ingevoerd. Overvraging en te hoge verwachtingen kunnenaverechts werken en leiden tot het falen van doelsturing, zoals ook PBL,Deltares, RIVM en WUR hebben aangegeven1. Ik richt mij op afrekenbaredoelsturing in 2035. Ondernemers moeten de ruimte krijgen om hunbedrijfsvoering geleidelijk aan te passen, met passende ondersteuning.Daarnaast is deze termijn nodig om een data-ecosysteem metbetrouwbare meet- en monitoringssystemen te realiseren, het stelseljuridisch zorgvuldig te verankeren, de uitvoerbaarheid te borgen en hettoezicht en de handhaving goed in te richten. Zo wordt een balans bereikttussen snelheid en zorgvuldigheid.1PBL, Deltares, RIVM & WUR Reflectie op MCEN-maatregelenpakket spoor 2, Toelichting bij dePowerPoint-presentatie, 1 juli 2025. kst-30252-209ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 252, nr. 2091 Ik informeer uw Kamer graag over de ontwikkeling van het systeem vandoelsturing en meer specifiek op de voortgang op de volgende onder-werpen:1.Bedrijfsspecifieke emissienormen: ontwikkeling en doorkijk naar dekomende periode voor wat betreft emissienormen stikstof en klimaat,streefwaarden voor grondwaterkwaliteit en borging van doelsturing;2.Doelsturingssysteem: stappen die we zetten in de ontwikkeling vanhet systeem voor bedrijfsgerichte doelsturing, specifiek aandachtvoor stoffenbalans, KPI-systematiek, data-ecosysteem en continuemeten in stallen;3.Brede en gedragen aanpak: uitwerkingen ten behoeve van marktiniti-atieven, handreikingen gestapelde betalingen, pilots, communicatieen kennisontwikkeling.Per onderdeel schets ik ook de (indicatieve) tijdslijnen voor beoogderesultaten.Deze brief is aanvullend op eerdere stappen die zijn gemaakt, zoals:•De contouren van de Kamerbrief van 14 februari jl. over bedrijfsspeci-fieke emissienormen (Kamerstuk 35 334, nr. 331)•Het BNC-Fiche van 28 maart jl. over de EU-landbouwvisie (Kamerstuk22 112, nr. 4016), waarmee Nederland laat zien in Europa te strevennaar voldoende ruimte in Europese regelgeving om doelsturingmogelijk te maken.•Het «Startpakket Nederland van het slot» van 25 april jl. (Kamerstuk35 334, nr. 362) waarmee het kabinet het fundament legt voor het opgang brengen van de vergunningsverlening, onder andere doordat allesectoren werken aan emissiereductie.•Het concept 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn, welke in de Kamer-brief van 14 juli jl. (Kamerstuk 33 037, nr. 607) is gepresenteerd. Eenbelangrijke pijler in het 8e Actieprogramma is het ingroeipad voorbedrijfsgerichte doelsturing op grondwaterkwaliteit.Met deze brief geef ik deels uitvoering aan de motie-Bisschop (Kamerstuk35 300 XIV, nr. 48), die onder meer verzoekt om een systeemaanpak diebreed wordt gedragen door de agrarische sector en het gebruik vanpraktijkervaring en -onderzoek. Verder geef ik met deze brief gedeeltelijkinvulling aan de motie-Grinwis (Kamerstuk 35 334, nr. 348) die het kabinetverzoekt om rond de zomer duidelijkheid te geven over verschillendeaspecten van het doelsturingssysteem. De nadere uitwerking heeft nogtijd nodig. Dit geldt bijvoorbeeld voor het definitieve besluit op deeenheden en de hoogte van bedrijfsspecifieke doelen. Die keuzes hebben,samen met enkele andere belangrijke vormgevingskeuzes, groteimplicaties en vereisen een zorgvuldig en weloverwogen besluit. Ik zal uwKamer ook in de komende periode over de voortgang blijven informeren.1. Bedrijfsspecifieke emissienormen Bedrijfsspecifieke emissienormen en streefwaarden zullen een belangrijkebijdrage gaan leveren aan de reductie van klimaat- en stikstofemissies enhet verbeteren van grondwaterkwaliteit. Op deze manier werken onder-nemers aan het terugdringen van onder andere (stikstof)verliezen op hetbedrijf, waardoor zo min mogelijk verbindingen in natuur of waterterechtkomen. Tegelijkertijd zullen niet alle emissies weg te nemen zijn,aangezien die bij bepaalde biologische processen (zoals methaanemissiesals gevolg van fermentatie) onvermijdelijk zijn. De bedrijfsspecifiekeprestaties dienen juridisch te borgen zijn. Hieronder ga ik daar verder opin.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 252, nr. 2092 Bedrijfsspecifieke emissienormen voor stikstof en klimaatMomenteel kijk ik naar de eenheden waarin bedrijfsspecifieke emissie-normen voor stikstof en klimaat worden uitgedrukt. De keuze voor eeneenheid is een fundamentele keuze met consequenties voor uitvoering,toezicht en handhaving. De verdere uitwerking hiervan doe ik op basis vande hoofdlijnen als aangegeven in de contourenbrief bedrijfsspecifiekeemissienormen stikstof en broeikasgassen van 14 februari jl. Mijnuitgangspunt is om deze eenheden zo veel mogelijk te laten aansluiten bijbestaande stelsels zoals de huidige milieuwetgeving en/of het fosfaatrech-tenstelsel.Daarnaast vind ik het essentieel om inzicht te krijgen in hoeveel emissiere-ductie realistisch gezien gerealiseerd kan worden door individueleondernemers. Bedrijfsspecifieke normen moeten haalbaar zijn voorondernemers en perspectief bieden om het bedrijf voort te zetten. Daaromheb ik de WUR gevraagd een studie naar het (technisch) reductiepoten-tieel voor stikstof- en broeikasgasemissies in de melkveehouderij uit tevoeren. Hierin worden voor verschillende eenheden de huidige emissie-prestaties van melkveebedrijven in beeld gebracht. Ook is op basis vandiverse model- en praktijkstudies gekeken naar hoeveel emissiereductievia verschillende type maatregelen kan worden gerealiseerd. Ditonderzoek wordt deze maand door de WUR gepubliceerd.Hiernaast zal ik laten onderzoeken wat de kosten(effectiviteit) van emissiereducerende maatregelen zijn. Deze informatie zal worden betrokken bijvaststellen van de hoogte van de normen in 2026.Ingroeipad voor bedrijfsgerichte doelsturing op grondwaterkwaliteitIn mijn Kamerbrief van 14 juli jl. (Kamerstuk 33 037, nr. 607) heb ik ugeïnformeerd over de eerste contouren van het ingroeipad voor bedrijfs-gerichte doelsturing op grondwaterkwaliteit. Hierin heb ik toegelicht dat insamenwerking met sectorpartijen (vertegenwoordigd in een hiervooropgericht consortium) gezamenlijk wordt gewerkt aan de inrichting vaneen systeem voor doelsturing op nitraat in het bovenste grondwater in het8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn voor alle grondsoortregio’s inNederland. Dit ingroeipad is gebaseerd op een combinatie van de tweeindicatoren: N-mineraal en het N-bodemoverschot. Op basis van deuitkomsten van de metingen en berekeningen van de beide indicatorenkrijgen agrariërs inzicht in het risico van nitraatuitspoeling naar hetbovenste grondwater op hun bedrijf en kunnen zij hierop sturen.In de komende jaren wordt ervaring opgedaan met het gebruik van debeide indicatoren. Het doelsturingssysteem op grondwaterkwaliteit betrefteen vrijwillig privaat geborgd systeem. Ten behoeve van de borging vande systematiek laat ik meetprotocollen, streefwaarden en een beoorde-lingsprotocol opstellen en moet gezorgd worden voor adequaat toezichten handhaving op de doelsturingssystematiek. Inmiddels is het meetpro-tocol ter bepaling van het N-mineraal gereed. Daarnaast wil ik dekomende jaren verder onderzoek laten uitvoeren, waarbij meer inzichtwordt verkregen in de relatie tussen de indicatoren en de gemetenwaterkwaliteit.In het definitieve 8e Actieprogramma zal een nadere uitwerking van hetingroeipad voor bedrijfsgerichte doelsturing op grondwaterkwaliteitworden gepresenteerd, zodat agrariërs goed op de hoogte zijn van devoorwaarden en gevolgen van een deelname aan het ingroeipad. Daarbijwil ik voorafgaand aan deelname perspectief bieden voor de toekomstigeuitzonderingsmogelijkheden van generieke voorschriften.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 252, nr. 2093 2. Doelsturingssysteem Om te gaan doelsturen op bedrijfsspecifieke emissienormen ontwikkel ikeen doelsturingssysteem waarmee boeren kunnen aantonen of zijvoldoen aan de emissienormen. Dit vergt een systeemwijziging met eenuitgebreid (verander)traject. Bovendien zijn er verschillende voorwaardenzoals bijvoorbeeld de mate van handelingsperspectief en uitvoerbaarheidvoor boeren en ketenpartijen en de handhaafbaarheid voor de overheid.We brengen momenteel de componenten van een doelsturingssysteem inkaart. Dit doen we onder andere door:•De in- en afvoer van mineralen (de zogenoemde stoffenbalans) in kaartte brengen en te onderzoeken hoe we direct emissies kunnen metenop het bedrijf;•Daarnaast werken we aan een landelijk wetenschappelijk onder-bouwde KPI-kernset die gebruikt kan worden om emissies te metenaan de hand van gestandaardiseerde indicatoren;•Om de onderliggende gegevens te verzamelen voor deze KPI-kernsetdoen we ook onderzoek naar een geschikt data-ecosysteem;•Als laatste heb ik een inventarisatie gedaan naar de kansen enknelpunten van doelsturing in de melkveesector omdat hier dehoogste urgentie ligt en de meeste opgaven samenkomen.Hieronder ga ik dieper op deze onderwerpen in en geef ik een doorkijknaar de komende periode.StoffenbalansOm bedrijfsprestaties voor klimaat, stikstof en water in beeld te brengen,wordt ingezet op een stoffenbalans voor de melkveehouderij enakkerbouw. Het uitgangspunt is om binnen de geldende EU-kaders toe tewerken naar een afrekenbare stoffenbalans, waarmee op termijn kanworden vastgesteld of aan de emissienorm is voldaan en hier, waar nodig,op gestuurd kan worden. De actie-agenda Stoffenbalans is meegestuurdmet de Kamerbrief bedrijfsgerichte doelsturing in oktober 2024(Kamerstuk 30 252, nr. 176) en wordt nu uitgevoerd.De WUR brengt in beeld hoe op basis van beschikbare gegevens deammoniakuitstoot, broeikasgasemissies en stikstof- en fosfaatbodemover-schot in de melkveehouderij en akkerbouw berekend kunnen worden.Hierbij wordt ook een praktijktoets uitgevoerd bij een aantal praktijkbe-drijven. Ik vind het belangrijk dat berekende emissies betrouwbaar zijn. Deresultaten van deze studie worden in de loop van dit najaar gepubliceerd.Verder wordt verkend hoe andere indicatoren zoals het totale stikstofbe-drijfsoverschot en het ureumgetal behulpzaam kunnen zijn in de bedrijfs-voering van de agrarische ondernemer om te sturen op minder emissies.Op basis van alle mogelijkheden zal ik een definitieve beslissing nemen ofer naast genoemde eenheden voor bedrijfsspecifieke emissienormen, ookandere indicatoren zoals het stikstofbedrijfsoverschot vanuit de overheidkunnen worden gebruikt in de stoffenbalanssystematiek. Hiermee geef ikook uitvoering aan de motie Holman en Grinwis (Kamerstuk 30 252, nr.184).In vervolg op de beantwoording van de Kamervragen over Stoffstrombi-lanzen van 3 maart 2025 is gekeken naar voorbeelden in Duitsland(Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 1478). Er heeft op ambtelijkniveau een gesprek plaatsgevonden om de Duitse stoffenbalanssyste-matiek en de Duitse «Stoffstrombilanzverordnung» beter te begrijpen enervaringen uit te wisselen over het ontwikkelen van stoffenbalansen. Ditheeft geleid tot uitwisselingen van inzichten over de juridische borging enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 252, nr. 2094 handhaafbaarheid van de stoffenbalans. Deze inzichten neem ik mee bijde verdere vormgeving van de stoffenbalans.Landelijk gedragen KPI-systematiekIn opdracht van LVVN wordt gewerkt aan een wetenschappelijke basisvoor een landelijke set aan KPI’s door het kennisconsortium van WUR enBoerenverstand. Naast het ontwikkelen van de integrale KPI-kernset, doethet kennisconsortium onderzoek ten behoeve van de beleidsimplemen-tatie van bedrijfsgerichte doelsturing op klimaat, stikstof en water. Deintegrale KPI-kernset zorgt voor een eenduidig begrip van indicatoren bijstakeholders, schaalvoordelen in de ontwikkeling van doelsturing (zowelpubliek als privaat) en het beperken van administratieve last vooragrariërs. De volgende relevante ontwikkelingen wil ik delen met uwKamer:•Door Berenschot is eerder een verkenning gedaan naar de verschil-lende opties om te komen tot afspraken over de totstandkoming en hetgebruiken van de KPI-systematiek in publiek-private samenwerking2;•Voor het stimuleren van het gebruik, het doorontwikkelen en beherenvan deze KPI-kernset samen met publieke en private partijen is eengovernancestructuur gewenst. Komend halfjaar wil ik benutten omhierover afspraken uit te werken samen met stakeholders;•Het streven is om dit jaar de integrale KPI-kernset op te leveren voorde melkveehouderij en de akkerbouw. De kernset kan vervolgens doorzowel publieke als private partijen gebruikt worden in de ontwikkelingvan doelsturing initiatieven. In de KPI-kernset wil ik ook de eenhedenopnemen, die in de toekomst voor bedrijfsspecifieke klimaat- enstikstofnormen worden vastgesteld.Contouren van data-ecosysteemHet meten van indicatoren per agrarisch bedrijf voor de toepassing vandoelsturing vereist de beschikbaarheid van gegevens voor zowel publiekeals private partijen. Momenteel wordt onderzocht op welke leest het delenvan gegevens kan worden geschoeid waarbij zowel het publieke domeinhaar (wettelijke) taken kan uitvoeren als het private domein (de sector) instaat wordt gesteld eigen verantwoordelijkheid en initiatief te nemen, tekunnen innoveren en nieuwe bedrijfsmodellen te ontwikkelen voor eenduurzaam voedselsysteem. In de ontwikkeling van dit zogenoemdedata-ecosysteem wordt rekening gehouden met de digitale ontwikke-lingen die in de sector en bij de rijksoverheid al gaande zijn. In dekomende periode werk ik een plan van aanpak uit, start ik gesprekken metstakeholders en onderzoek ik verschillende scenario’s van de reikwijdtevan het data-ecosysteem.Continu meten in stallen met sensorenAls deelonderwerp binnen de totaalaanpak voor bedrijfsgerichtedoelsturing loopt er een aantal specifieke trajecten voor doelsturing opemissies uit stallen. De focus ligt hierbij op dit moment op ammoniak enbroeikasgassen. Het gaat hierbij om de ontwikkeling van stalmeetme-thoden, datagebruik en uitwisseling en juridische aspecten. Deze drieaspecten zijn de bouwstenen die nodig zijn om het geheel van bedrijfsge-richte doelsturing voor de veehouderij met betrekking tot emissies naarde lucht vorm te gaan geven. In verdere ontwikkelingen worden ook demogelijkheden voor geur en fijnstof bezien. In mijn brief van 14 apriljongstleden heb ik de voortgang op deze drie aspecten geschetst2Berenschot (2024) Rapport Bedrijfsgerichte doelsturing: een volgende stap met KPI’s –Verkenning governancestructuur KPI-taal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 252, nr. 2095 (Kamerstuk 28 973, nr. 263). In het Programma Vernieuwing Stalbeoor-deling wordt onder meer gewerkt aan het mogelijk maken van vergun-ningverlening op basis van continu meten. Op 22 september 2025 heeftuw Kamer een brief (met Kamerstuk 28 973, nr. 283) van de Staatssecre-taris van IenW, mede namens mijzelf, ontvangen.Inventarisatie doelsturing melkveehouderijVoor het uitrollen van bedrijfsgerichte doelsturing zoek ik per sector uitwanneer, of- en welke toepassingsvorm(en) mogelijk is (zijn) per thema.Hiermee zorg ik voor inzicht en een integrale en eenduidige aanpak persector. Zoals ik eerder heb aangegeven, heb ik dit geïnventariseerd voorde melkveehouderij samen met RVO, NVWA en betrokken private partijenuit de melkveehouderijketen. We zijn begonnen met de melkveehouderijomdat daar de urgentie voor bedrijfsgerichte doelsturing het hoogst is enbovendien op het melkveebedrijf verschillende beleidsopgaven samen-komen. De inventarisatie is gedaan voor de volgende thema’s: broeikas-gasemissies (exclusief landgebruik), stikstofemissies, grondwaterkwaliteit,bodem en dierenwelzijn en diergezondheid (inclusief dierwaardigeveehouderij, zoönosen, brandveiligheid en antibioticabeleid). Hierbijhebben wij kansen en knelpunten voor het uitrollen van doelsturing perthema geïdentificeerd en daar acties aan gekoppeld. Dit is afgestemd meteen aantal betrokken partijen in informele gesprekken. Een aantal vandeze acties staan op andere plekken in deze brief genoemd, zoals hetverbeteren van bedrijfsspecifieke data van prioritaire thema’s omverschillende toepassingsvormen van doelsturing mogelijk te maken enhet ontwikkelen van een data-ecosysteem. Aanvullend ondernemen weonder andere de volgende acties:•Verkennen en uitwerken van een hybride aanpak waarbij zowel opdirecte emissies (methaan en lachgas) gestuurd kan worden door deoverheid als op ketenemissies door het bedrijfsleven;•Besluit nemen over het gebruik van de carbon footprint monitor vande Kringloopwijzer voor klimaatemissies;•Afspraken maken over monitoring inclusief gebruik van stoffenbalans;•KPI’s voor bodem (Bodemorganische stof, bodembedekking) verderuitwerken in samenwerking met het kennisconsortium, inclusief streef-en drempelwaarden voor doelbereik. Hierbij wordt gebruik gemaaktvan ervaringen van provincies en ketenpartijen;Ik blijf het vervolg in nauwe afstemming met de betrokken partijenuitwerken en zal daarbij inspelen op actualiteit en nieuwe inzichten. Endaarnaast zal ik de integraliteit tussen de beleidsopgaven waarborgenmiddels een gecoördineerde aanpak voor de melkveehouderij. Verge-lijkbare inventarisaties zullen voor de akkerbouw en varkenshouderijstarten in 2025, andere sectoren volgen later.3. Brede en gedragen aanpak Om doelsturing breed en gedragen te implementeren belicht ik een aantalinitiatieven en acties die lopen. Zoals de uiteenzetting van marktinitia-tieven van doelsturing, een opgestelde handreiking over het stapelen vanbetalingen en andere voordelen, de uitvoering van pilots, de voortgang opde communicatiestrategie en de opzet van een afstemmingsorgaan metmedeoverheden.MarktinitiatievenOok marktpartijen sturen primaire producenten aan via doel- en middelin-strumenten. De twee bijgevoegde onderzoeksrapporten van Schuttelaar &Partners en Geelen Consultancy in samenwerking met WSER belichtenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 252, nr. 2096 welke duurzaamheidseisen afnemers stellen, hoe zij deze inkoopeisenstellen, waarom zij dit doen en hoe de eisen ervaren worden doorprimaire producenten. Daarnaast verwacht ik in september het resultaatvan de agro-nutrimonitor, dat meer inzicht geeft in de verdeling vanmarges in de keten, en in hoeverre dergelijke keurmerken tot hogerevergoedingen voor boeren leiden. Uit de onderzoeken blijkt het volgende:•De meeste eisen zijn gerelateerd aan voedselveiligheid, dierenwelzijnen klimaat.•Nederlandse supermarkten en coöperatieve verwerkers stellen demeeste bovenwettelijke eisen.•Nederlandse afnemers stellen strengere eisen dan buitenlandseafnemers. Vaak staat hier een hogere prijs of grotere afzetzekerheidtegenover, maar dit is niet altijd het geval.•De meeste inkoopeisen zijn onderdeel van een keurmerk of kwaliteits-schema.•Tegenstrijdigheden tussen keurmerken bemoeilijken de uitvoering.•Agrariërs voelen zich meestal niet betrokken bij de totstandkoming vande eisen.Effectieve doelsturing vereist een gezamenlijke publieke en private inzet.Als doelsturing vanuit een marktinitiatief (privaat) goed aansluit bij eenoverheidsinitiatief (publiek) dan kan het elkaar versterken. Er zit een kansom hier meer regie in te nemen vanuit de overheid. Zo kan er in onder-linge afstemming meer sturing worden gegeven aan de bovenwettelijkeeisen die worden gesteld door de markt, en kunnen we deze samenvormgeven en standaardiseren waar mogelijk. Op deze manier ontstaat ereen eenduidig kader. Dit biedt de agrarische ondernemers duidelijkheid,vergemakkelijkt het maken van afspraken met uiteenlopende afnemers enondersteunt hen bij toekomstgerichte keuzes en investeringen. Inafstemming met het bedrijfsleven zal ik daarom werken aan verderestandaardisatie, verbeterde transparantie en betere uitvoerbaarheid. Hetprivate sectorinitiatief True Value Language kan hierin een rol spelen. Ditinitiatief wil bijdragen aan een gemeenschappelijke taal om te werken aantoekomstbestendige landbouw via een gedeelde systematiek (taal) voorhet meten, waarderen, vastleggen en delen van duurzaamheidsprestatiesop het boerenerf. Deze gedeelde taal helpt bij de gedeelde verantwoorde-lijkheid voor doelsturing op het boerenerf en waarderen en belonen vanbovenwettelijke prestaties op het boerenerf. Bij de ontwikkeling van dezetaal wordt voortgebouwd op de eerdergenoemde KPI-kernset. Het is mijninzet om een koppeling te maken met True Value Language ten aanzienvan een publiek-private governancestructuur voor het stimuleren, hetdoorontwikkelen en het beheren van deze KPI’s. Op die manier wil ikgebruik maken van de waarde van beide trajecten en vergelijkbare ofparallelle structuren voorkomen.In de ontwikkeling van de doelsturingssystematiek ben ik voornemens inte zetten op publiek-private samenwerkingsvormen, waaronder voor hetbeheer van data waarmee ondernemers kunnen aantonen dat zij aan degeldende normen voldoen. Één van de voordelen is dat data dan niet doorde overheid (hoeven) worden beheerd. Het vormgeven van een specifiekeagrarische autoriteit kan ook daarin een nuttige rol spelen.Doelsturing pluimveesectorIk werk met verschillende sectoren samen aan de ontwikkeling vandoelsturing. Zoals hierboven geschetst is met de melkveehouderij eeninventarisatie gemaakt en is doelsturing ook een onderwerp binnen deCoalitie vitale varkenshouderij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 252, nr. 2097 Doelsturing is ook een belangrijk onderdeel van Pluimveevisie 2040, dit ishet nieuwe verduurzamingsplan van de pluimveesector, welke teraadplegen is op de website van Avined. Ik waardeer het dat de pluim-veesector dit plan heeft opgesteld. Ik vind het positief dat de sector,verenigd in koepelorganisatie Avined, de ambitie heeft om te werken aanverduurzamingsopgaven en dat de sector het werken aan deze opgavenniet als vrijblijvend ziet. De pluimveesector neemt met dit plan de regie ineigen hand, maar benoemt ook dat de sectorpartijen het niet alleenkunnen.Een omslag naar bedrijfsgerichte doelsturing schept ruimte voorondernemerschap, innovatie en maatwerk. Monitoring en het vastleggenvan data zijn hierbij bijvoorbeeld cruciaal. Graag trek ik met de sector opbij de ontwikkeling van randvoorwaarden en infrastructuur. Mijn inzet isom samen met de pluimveesector te komen tot een sectoraal doelstu-ringsplan (in navolging van de melkveehouderij). Daarbij wil ik ookaandacht geven aan de inzet van innovatie om te komen tot emissiere-ductie en samen met de sector verder uitwerken hoe innovatie gestimu-leerd en ondersteund kan worden, onder andere door het ondersteunenvan emissiereductieplannen voor een bedrijf.De pluimveesector geeft in het plan aan te willen prioriteren in beleids-doelen; met name wanneer het gaat over emissiereductie en meerdierwaardigheid. Ik hecht eraan ten aanzien van dit punt te benadrukkendat het ene beleidsdoel niet terzijde geschoven kan worden tegen gunstevan het behalen van een ander beleidsdoel. In plaats daarvan is eenintegrale benadering nodig, waarbij we onderkennen dat doelen in hunuitwerking tegenstrijdig kunnen zijn. Is dat het geval dan zal er moetenworden bezien op welke wijze de doelen toch gehaald kunnen worden,door bijvoorbeeld mitigerende maatregelen te treffen.Pluimveevisie 2040 bevat overigens ook diverse beleidsthema’s waarbij alsprake is van nauwe samenwerking tussen de pluimveesector en mijnministerie. Ik denk hierbij onder meer aan het onderzoeken van demogelijkheden om met vaccinaties de kans op uitbraken van AviaireInfluenza te verkleinen. Pluimveevisie 2040 sluit naadloos aan op deafspraken, vastgelegd in het Convenant Dierwaardige Veehouderij,richting een veehouderij waarin het welzijn van dieren structureel beter is.Die samenwerking zet ik vanzelfsprekend voort.Handreiking gestapelde betalingenOm partijen die agrariërs op basis van KPI’s van duurzaamheidsinspan-ningen een voordeel (financieel of niet-financieel) willen verstrekken meerduidelijkheid te bieden in de (juridische) mogelijkheden om dit te doen,heb ik een handreiking op laten stellen. De handreiking geeft inzicht in detoepasselijke regelgeving en brengt de mogelijkheden voor hetverstrekken en stapelen van betalingen en andere voordelen op basis vanKPI’s in de landbouw in kaart. Deze handreiking is te vinden op de websitevan de Rijksoverheid 3PilotsHet testen van het doelsturingssysteem in de praktijk (middels pilots) oponder andere uitvoerbaarheid, doelmatigheid en effectiviteit is eenbelangrijk onderdeel van mijn aanpak op dit thema. De resultaten van depilots worden gebruikt voor beslismomenten in de gefaseerde uitwerking3https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2025/05/16/handreiking-voor-het-stapelen-van-betalingen-en-andere-voordelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 252, nr. 2098 van het doelsturingssysteem. Op dit moment werk ik uit hoe en in welkemate voor deze praktijktesten kan worden aangesloten bij reeds lopendepilots, van onder andere provincies en sectorpartijen, aangezien er al opvele fronten en in uiteenlopende vormen wordt geëxperimenteerd metverschillende vormen van doelsturing. Naast het primaire belang om desystematiek in de praktijk te testen, is de samenwerking via deze pilotsjuist ook in de ontwikkelfase erg waardevol om tot een eenduidige enlandelijk gedragen systematiek te komen.Communicatie en kennisuitwisselingLVVN werkt naast de praktische uitvoering ook aan een communicatie-aanpak voor bedrijfsgerichte doelsturing. Zo kunnen alle betrokkenenzoveel mogelijk met dezelfde communicatie-uitgangspunten doelsturinguitleggen en toelichten. Hiermee wordt een eenduidige en consistenteboodschap vergroot en biedt daarmee duidelijkheid voor de agrarischeondernemers. Binnen de strategie is een nauwe samenwerking enafstemming met stakeholders en sectorpartijen een belangrijk onderdeel.Om een goed beeld te krijgen van de beoogde samenwerking en huncommunicatieve bijdrage vinden aanvullende verdiepende gesprekkenplaats met stakeholders. Ook boeren, voor wie doelsturing impact heeftop hun dagelijkse bedrijfsvoering, worden actief betrokken in de ontwik-keling van communicatiemiddelen.Aanvullend op deze communicatieaanpak ben ik met IPO en de provinciesaan het uitwerken hoe we de samenwerking op doelsturing vorm willengeven de komende periode en over welke onderdelen we mogelijk toewillen werken naar bestuurlijke afspraken. Verschillende provincieshebben immers in pilots al ervaring opgedaan met doelsturing. Dezelessen neem ik graag mee in de verdere uitwerking van het landelijkedoelsturingssysteem. Daarnaast is het van belang dat de landelijke enprovinciale ontwikkelingen op doelsturing goed op elkaar aansluiten,zodat we uiteindelijk een eenduidig en helder systeem voor agrarischondernemers hebben. In een volgende fase ben ik voornemens om ook desamenwerking met gemeenten/VNG, omgevingsdiensten/ODNL, enwaterschappen/UvW verder vorm te geven.Tot slotBedrijfsgerichte doelsturing geeft kansen en biedt perspectief maar is ookuitdagend. Zowel voor individuele ondernemers die emissiedoelenmoeten halen als voor de brede overheid om deze systeemomslag ingoede banen te leiden. Des te belangrijker om hier zorgvuldig en metgepaste druk en tempo uitvoering aan te blijven geven.In deze brief is de voortgang geschetst rond bedrijfsspecifieke emissie-normen, het doelsturingssysteem en de activiteiten die zijn ondernomenom doelsturing in gezamenlijkheid met stakeholders uit te werken.Daarnaast is er een doorkijk gegeven naar de stappen die we de komendeperiode willen zetten om tot een systeem van bedrijfsgerichte doelsturingte komen, inclusief de modaliteiten die nodig zijn om te komen tot hetconcreet operationaliseren. Ik zal uw Kamer periodiek blijven informerenover de ontwikkelingen hieromtrent.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 252, nr. 2099
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.