KamerkringInloggen
Kamerstuk

Memorie van toelichting

20 sep 2011 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f99996f24fa1bdd1 · officiële bron

kst-33000-VII-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage ongedefinieerdTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2011–201233 000 VIIVaststelling van de begrotingsstaat van het Minsiterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2012Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING INHOUDSOPGAVE blz. A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGRO-TINGSWETSVOORSTEL 3 B. DE BEGROTINGSTOELICHTING 4 1. Leeswijzer 4 2. Beleidsagenda 6 Tabel beleidsdoorlichtingen 18 3. Begrotingsartikelen 19 Bouwen aan de rechtsstaat 1. Openbaar bestuur en democratie 19 2. Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst 23 Bouwen aan wonen 3. Woningmarkt 25 4. Woonomgeving en bouw 32 5. Integratie en maatschappelijke samenhang 36 Bouwen aan de Rijksdienst 6. Dienstverlenende en innovatieve overheid 41 7. Arbeidszaken overheid 47 8. Kwaliteit Rijksdienst 51 9. Uitvoering Rijkshuisvesting 54 Vreemdelingen 10. Vreemdelingen 57 4. Niet-beleidsartikelen 63 11. Centraal apparaat 63 12. Algemeen 67 13. Nominaal en onvoorzien 68 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 21 14. VUT-fonds 69 5. De baten-lastendiensten 70 5.1 Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumen-ten (BPR) 70 5.2 Doc-Direkt 75 5.3 Logius 79 5.4 P-Direkt 84 5.5 De Werkmaatschappij (DWM) 92 5.6 FMHaaglanden 96 5.7 Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) 101 5.8 Rijksgebouwendienst (RGD) 105 5.9 Dienst van de Huurcommissie (DHC) 112 6. Bijlagen 116 6.1 ZBO’s en RWT’s 116 6.2 Horizontale overzichtsconstructie integratiebeleid etnische minderheden 117 6.3 Extra-comptabel overzicht stedenbeleid 2012 119 6.4 Afkortingen 120 6.5 Trefwoordenlijst 123 Internetbijlagen (gepubliceerd op www.rijksbegroting.nl) 1 Verdiepingshoofdstuk 2 Moties en toezeggingen 3 Evaluatie- en overig onderzoek 4 Subsidiebijlage Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 22 A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ BEGROTINGSWETS-VOORSTEL Wetsartikel 1 De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het jaar 2012 vast te stellen. Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2012. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2012. Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, de verplich-tingen en de ontvangsten voor het jaar 2012 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze Memorie van Toelichting toegelicht (de zgn. Begrotingstoelichting). Wetsartikel 2 Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de baten-lastendiensten Basisadmi-nistratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR), Doc-Direkt, Logius, P-Direkt, De Werkmaatschappij (DWM), FMHaaglanden, Immigratie en Naturalisatiedienst (IND), Rijksgebouwendienst (RGD) en de Dienst van de Huurcommissie (DHG) voor het jaar 2012 vastgesteld. De in die begro-tingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze Memorie van Toelichting en wel in de paragraaf inzake de diensten die een baten-lastenstelsel voeren. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J. P. H. DonnerDe Minister voor Immigratie en Asiel,G. B. M. Leers Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 23Artikelsgewijze toelichting B. BEGROTINGSTOELICHTING 1. LEESWIJZER AlgemeenIn deze leeswijzer wordt kort ingegaan op de nieuwe structuur van de begroting.Begrotingsstructuur en budgettaire gevolgen van beleid Op 20 april 2011 is de Tweede Kamer akkoord gegaan met een aanpassing van de presentatie van de Rijksbegroting onder de naam «Verantwoord Begroten» (Kamerstukken II, 31 865, nr. 26). De nieuwe presentatie geeft meer inzicht in de financiële informatie, de rol en verantwoordelijkheid van de minister en laat een duidelijke splitsing tussen apparaat en programma zien. Afgesproken is dat departementen de meeste veranderingen pas in de begroting 2013 hoeven door te voeren. Als gevolg van de departementale herindeling dienen voor de ontwerpbegroting 2012 al veel wijzigingen in de begroting (administratie) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te worden doorgevoerd. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft er daarom voor gekozen de veranderingen reeds in 2012 van toepassing te verklaren op de begroting. Daarmee wordt voorkomen dat er twee jaar achtereen een grote wijziging in de begroting optreedt. De nieuwe presentatie betekent dat: •in deze begroting alle begrotingsartikelen zijn ingevuld volgens de nieuwe voorschriften, inclusief de aanpassing van de tabel Budgettaire gevolgen van beleid. Aan de meerjarige budgettaire reeksen voor subsidies kunnen geen rechten worden ontleend. Door de nieuwe indeling kunnen in de tabellen geen gegevens worden opgenomen voor de jaren 2010 en 2011. Een aantal financiële gegevens over 2011 is wel opgenomen in het verdiepingshoofdstuk; •de begroting een centraal apparaatsartikel bevat waarop alle appa-raatsuitgaven van het kerndepartement bij elkaar staan (niet-beleidsartikel 11); •in de beleidsagenda aan het eind een totaaloverzicht is opgenomen van de beleidsdoorlichtingen; •een subsidiebijlage is opgenomen, waarin alle subsidies op het terrein van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties staan. Diensten die een baten-lastenstelsel voeren Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kent in 2012 negen baten-lastendiensten. De paragraaf over de baten-lastendiensten presenteert de voorgeschreven financiële overzichten ter toelichting op de begrotingsstaat van deze diensten. De Centrale Archief Selectiedienst (CAS) is per 1 januari 2011 opgegaan in de nieuw opgerichte, tijdelijke baten-lastendienst Doc-Direkt. 4FM is met ingang van 1 januari 2011 uitgebreid met de bedrijfseenheid Fasam van de Werkmaatschappij en heet per medio 2011 FMHaaglanden. De Immigratie en Naturalisatiedienst, de Rijksgebouwendienst en de Dienst van de Huurcommissie zijn naar aanleiding van de herverkaveling onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties geworden en het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) is overgeheveld naar het ministerie van Veiligheid en Justitie. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 24Leeswijzer Baten-lastendiensten van BZK in 2011 begrotings-artikel bijlage 1. Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocu-menten (BPR) 6 5.1 2. Doc-Direkt 8 5.2 3. Logius 6 5.3 4. P-Direkt 8 5.4 5. De Werkmaatschappij (DWM) 8 5.5 6. FMHaaglanden 8 5.6 7. Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) 10 5.7 8. Rijksgebouwendienst (RGD) 9 5.8 9. Dienst van de Huurcommissie (DHC) 3 5.9 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 25Leeswijzer 2. BELEIDSAGENDA 1. Inleiding De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor behoud en bescherming van de democratische constitutionele orde, voor onderhoud en ontwikkeling van de bestuurlijke infrastructuur van de samenleving en de vestiging, huisvesting en leefbaarheid in ons land. Inzet is de democratische gemeenschap van burgers te beschermen en verbeteren. Een Nederlandse samenleving waarin de mensen die hier wonen of zich vestigen tot hun recht komen, samen met anderen, en zo een thuis kunnen maken door hun bijdrage aan die samenleving. Voortdurend streven is om democratische besluitvaar-digheid en bestuurlijk handelingsvermogen te versterken onder eerbie-diging van burgerlijke en politieke vrijheden, in het belang van die samenleving. BZK is in het bijzonder verantwoordelijk voor de verhouding tussen overheid en burger, voor de toelating en vestiging van vreemde-lingen en voor de huisvesting en leefbaarheid. Het kabinet heeft in de begroting 2012 drie overkoepelende prioriteiten: het huishoudboekje van de overheid op orde brengen, een compacte en krachtige overheid realiseren en meer ruimte creëren voor groei, dynamiek en innovatie. Het ministerie van BZK levert hier een belangrijke bijdrage aan, met als rode draad een hernieuwde invulling van de relatie tussen de overheid en de burger. Nederland staat voor de niet geringe opgave om als samenleving de gevolgen van de wereldwijde financieel-economische crisis goed door te komen en er sterker uit te komen. Dit is nodig om een antwoord te kunnen bieden op de verschuivende economische werkelijkheid in de wereld, groeiend internationaal contact en afhankelijkheid, nieuwe schaarsten en oude vragen van gelijkheid, gerechtigheid en gemeenschap. Daarbij moet rekening worden gehouden met de vergrijzing en ontgroening in de samenleving en de gevolgen daarvan voor leefomgeving, maatschappe-lijke behoeften en arbeidsmarkt. De Nederlandse open samenleving met ruimte voor eigenheid, ondernemingszin en kansen, is in de afgelopen jaren veerkrachtig gebleken. Veel mensen met uiteenlopende achtergrond en herkomst weten hier hun weg te vinden en een bestaan op te bouwen. Dat gaat echter niet vanzelf. Aanhoudende zorgen, discussie en negatieve verschijnselen als criminaliteit en overlast onderstrepen dit. Integratie is een blijvende opgave als onderdeel van een breder overheidsbeleid dat is gericht op samenhang en participatie. Nederland is de economische crisis tot dusverre goed doorgekomen, maar staat nu voor de dringende opgave om de staatshuishouding in korte tijd op orde te brengen met alle maatschappelijke gevolgen en spanningen van dien. Dit vergt forse ingrepen, die worden gebruikt voor vernieuwing en versterking van de basis en fundamenten waarop Nederland de toekomst met vertrouwen tegemoet kan zien. Dat bepaalt ook het beleid op het terrein van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties en van Immigratie en Asiel. Drie samenhangende doelstellingen staan daarbij voorop: het realiseren van een compacte, slagvaardige en dienstverlenende overheid, het realiseren van een immigratie-, asiel- en integratiebeleid dat maatschappelijke ontplooiing ondersteunt en nieuwe achterstanden voorkomt en tenslotte het realiseren van een betrokken en sociaal stabiele samenleving waarin ieder tot zijn recht kan komen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 26Beleidsagenda Bij een compacte overheid gaat het om meer dan het reduceren van de omvang van het overheidsapparaat. Aan de orde is een ingrijpende herziening van het functioneren van de rijksoverheid, een doelmatige verdeling van de overheidstaak binnen een transparante bestuurlijke inrichting en een nieuwe rolverdeling tussen burgers en overheid. Dat laatste zou ook zonder de budgettaire gevolgen van de economische crisis nodig zijn. Een krimpende beroepsbevolking dwingt ook tot een overheid die toe kan met minder ambtenaren en maakt het nodig dat burgers samen met anderen de verantwoordelijkheid nemen voor de eigen woonomgeving. De overheid zal daartoe het zelforganiserend en probleemoplossend vermogen van mensen moeten versterken. De overheid wil burgers in staat stellen inhoud te geven aan hun eigen verantwoordelijkheid om vragen, problemen en uitdagingen waar men mee geconfronteerd wordt samen met anderen aan te pakken en op te lossen en zo de eigen leefomgeving vorm en kwaliteit te geven. Overigens beïnvloeden verschillende maatregelen in het regeerakkoord de positie van kwetsbare groepen. Deze maatregelen worden in nauwe afstemming uitgewerkt en gevolgd. De samenleving en het steeds intensiever internationaal maatschappelijk verkeer stellen hoge en gedifferentieerde eisen aan het immigratie- en asielbeleid. Dit is een terrein waar de overheid duidelijk en betrokken is, onder verantwoordelijkheid van de Minister voor Immigratie en Asiel. Dit kabinet staat voor ombuiging en beheersing van migratie. Het beleid is (met name bij gezinsmigratie) gericht op beperking en terugdringing van de komst van migranten met weinig perspectief. Echte vluchtelingen zijn en blijven welkom. Dat geldt ook voor mensen die naar ons land komen voor werk, studie of relatie, mits zij in staat zijn zichzelf te onderhouden en een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van ons land. Hoogopgeleide kennismigranten zijn hard nodig met het oog op onze internationale concurrentiepositie, zeker met het vooruitzicht van een krimpende beroepsbevolking en een krapper wordende arbeidsmarkt. De overheid zorgt dat Nederland aantrekkelijk blijft als vestigingsland. Maatschappelijk draagvlak voor immigratie vereist strenge en duidelijke procedures. Aan hen die naar Nederland willen komen zal duidelijk worden gemaakt wat de regels zijn voor immigratie. Illegaal verblijf in Nederland wordt strafbaar. Ook mag er geen twijfel over bestaan dat deze regels worden gehandhaafd. Een betrokken en sociaal stabiele samenleving impliceert dat van mensen die zich in Nederland vestigen, mag worden gevraagd en verwacht dat zij meedoen in de samenleving. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun werk-, woon- en leefsituatie. Een goed functionerende woningmarkt is daar een belangrijke randvoorwaarde voor. De overheid heeft een taak om adequate betaalbare huisvesting mogelijk te maken voor wie daar niet op eigen kracht in kan voorzien. Op basis van deze visie op de overheid en de geschetste uitdagingen heeft het ministerie van BZK voor 2012 drie prioriteiten: •een compacte, slagvaardige en dienstverlenende overheid; •een streng en rechtvaardig asiel- en immigratiebeleid; •een aangepast beleid voor integratie, burgerschap en woon- en leefomgeving. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 27Beleidsagenda 2. Een compacte, slagvaardige en dienstverlenende overheid Het komend jaar worden belangrijke stappen gezet op weg naar een compacte overheid. Dit omvat een doelmatiger taakverdeling in het openbaar bestuur, verbetering van de bedrijfsvoering van de rijks-overheid, een goed functionerende arbeidsmarkt voor ambtenaren, minder regeldruk en afname van het aantal ambtenaren bij de overheid. Een doelmatiger taakverdeling in het openbaar bestuur Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen moeten in hun samenhang functioneren als herkenbare eenheid voor burgers en bedrijven. Dit kan alleen als taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden niet versnipperd zijn. In principe zijn overheidstaken over maximaal twee bestuurslagen verdeeld, onder het motto: «je gaat erover of niet». Een doelmatige taakverdeling leidt tot minder bestuurders, minder regels, minder ambtenaren en besparingen. Taken worden zo dicht mogelijk bij de burger gelegd. Medeoverheden kunnen zo een geïntegreerd beleid voeren dat recht doet aan de specifieke lokale omstandigheden en wensen van mensen. Het kabinet komt met wetsvoorstellen voor een omvangrijke decentralisatie van bestuurstaken. Gemeenten worden verantwoordelijk voor de jeugdzorg, de taken rond begeleiding uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de nieuwe regeling Werken naar Vermogen. De provincies krijgen meer taken op het terrein van het regionaal economisch beleid, natuur, ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer. De waterschappen gaan, naast het Rijk, zelf investeren in de primaire waterkeringen. Gemeenten en waterschappen gaan beter samenwerken op het gebied van de waterketen. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen zijn tot bestuursafspraken gekomen over de uitgangspunten en het proces bij deze hervormingen. Deze bestuursafspraken bestaan uit het akkoord dat op 21 april 2011 door vertegenwoordigers van Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen is ondertekend en uit de briefwisseling tussen VNG en Rijk en met de andere partijen, naar aanleiding van de uitspraak van het VNG-congres over dit akkoord. Daarmee is er naar het oordeel van betrokkenen een bindende basis voor constructieve samenwerking in de komende jaren bij de aanpak van de vraagstukken en hervormingen waarvoor Nederland geplaatst is. De bestuurlijke inrichting wordt vereenvoudigd en teruggebracht tot de oorspronkelijke drie bestuurslagen. Daartoe worden de deelgemeenten en de WGR+ regio’s afgeschaft. De bestuurlijke organisatie van de Randstad biedt een bijzondere uitdaging. Tegen de achtergrond van de econo-mische ontwikkelingen is het essentieel om de economische positie van de Randstad in Europa te behouden en versterken. Dat vereist een slagvaardig, samenhangend bestuur over grenzen van gemeenten en provincies heen. Het kabinet sluit daarbij aan bij de bestuurlijke en economische dynamiek in de vleugels van de Randstad en de stedelijke agglomeraties daarin. Het kabinet zal in overleg met betrokken gemeenten en provincies op het terrein van het verkeer en vervoer een voorstel voor krachtige samenwerking uitwerken. Daarnaast wordt de bestuurlijke samenhang (eventueel het samengaan) tussen de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland in ogenschouw genomen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 28Beleidsagenda Het aantal politieke ambtdragers in besturen en volksvertegenwoordi-gingen wordt teruggebracht. Bij de formatie is het aantal bewindsper-sonen teruggebracht. Een wijziging van de Provincie- en Gemeentewet is voorbereid. De vermindering van het aantal leden van de Staten-Generaal vergt een wijziging van de Grondwet. Sinds 10 oktober 2010 zijn Bonaire, Saba en Sint Eustatius openbare lichamen die als bijzondere gemeenten in Nederland functioneren. De doelstelling van een compacte en slagvaardige overheid geldt ook voor Caribisch Nederland. De bevolkingsadministraties daar worden verder verbeterd. Met een te ontwikkelen referentiekader wordt een koppeling gelegd tussen de taken van de eilanden en het geld dat zij daarvoor hebben. Belangrijk onderdeel van een goed en doelmatig openbaar bestuur is de bescherming van onze democratische constitutionele orde. Het gaat om de uitleg en toepassing van de grondwet en om het tijdig onderkennen van risico’s en dreigingen. De AIVD doet onderzoek naar organisaties en personen die een (mogelijk) gevaar vormen en zet bestuurders en beleidsmakers aan tot handelen. Hiermee draagt de AIVD bij aan het beschermen van onze democratische rechtstaat. Een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering bij de overheid Een belangrijke besparing in kosten en menskracht wordt gerealiseerd door de bedrijfsvoering van de overheid slimmer en efficiënter in te richten. Gemeenten, provincies en waterschappen doen dat op hun eigen terrein en binnen hun eigen financiële kaders. Het uitvoeringsprogramma «Compacte Rijksdienst» is kaderstellend bij het opstellen en uitvoeren van plannen voor de inrichting van de bedrijfsvoering van de rijksdienst. Het gezamenlijk optrekken in de bedrijfsvoering leidt tot aanzienlijke efficiëntiewinst. Als onderdeel van het programma «Compacte Rijks-dienst» wordt de rijksbrede infrastructuur voor bedrijfsvoering verder opgebouwd. De overgang van medewerkers van het ene naar het andere departement wordt makkelijker gemaakt. De P&O-taken worden door één expertisecentrum uitgevoerd waarin de acht bestaande expertisecentra opgaan. De inkoop bij het Rijk wordt gebundeld en geprofessionaliseerd. De masterplannen voor de huisvesting in Den Haag en Utrecht worden uitgevoerd. De eerste stappen worden gezet om de facilitaire dienstver-lening (zoals catering en schoonmaak) gezamenlijk te regelen. Om het besparingspotentieel van het programma «Compacte Rijksdienst» optimaal te benutten, is afgesproken dat alle departementen hierin participeren; de rijksbrede aanpak is daarmee onomkeerbaar. Uitgangspunt is dat voor de rijksdienst als geheel besparingen worden gerealiseerd. De uitvoering van het programma is maatwerk en wordt afgestemd op de specifieke mogelijkheden, omstandigheden en karakte-ristieken van de individuele departementen. In het kader van een compacte rijksdienst bevat het regeerakkoord financiële taakstellingen voor alle ministeries, ook voor BZK. De invulling van deze taakstelling heeft bij BZK personele consequenties voor alle organisatieonderdelen, zowel voor de uitvoeringsorganisaties als het kerndepartement. BZK versobert bovendien de komende jaren haar bedrijfsvoering en realiseert besparingen uit het programma «Compacte Rijksdienst». Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 29Beleidsagenda Een betere dienstverlening en minder regeldruk De dienstverlening en werkprocessen van de overheid worden verder gedigitaliseerd. Dat is gemakkelijker voor burgers en bedrijven en het is goedkoper. Er is een agenda gemaakt voor de «e-overheid» die loopt tot en met 2014. Onderdeel daarvan is dat alle overheden gebruik maken van dezelfde basisregistraties. Er wordt stevig ingezet op het terugdringen van de regeldruk voor burgers (met vijf procent per jaar na 2012) en professionals. Dit zorgt voor meer gemak en levert voor deze groepen besparingen op. BZK heeft voor het terugdringen van de regeldruk een aanjagende rol richting andere ministeries en medeoverheden. Op eigen terrein vermindert BZK de regeldruk in 2012 door, onder andere, de indiening van een wetsvoorstel om de geldigheidsduur van een paspoort te verlengen van vijf naar tien jaar. Op 1 januari 2012 wordt een nieuw Bouwbesluit ingevoerd. Daarna volgt een fundamentele bezinning op de bouwregelgeving en worden de adviezen van de commissie-Dekker uitgevoerd. Na 2012 zal BZK de regeldruk verder terugdringen door inzet van de «e-overheid» en het plaatsonafhankelijk aanvragen en uitgeven van reisdocumenten. Ten slotte wordt – naar het voorbeeld van «regelarme zorginstellingen» – onderzocht of in het openbaar bestuur kan worden gewerkt met zogenaamde «regelarme zones». Een goed werkende arbeidsmarkt voor ambtenaren Het kabinet brengt vanaf deze begroting de statistische informatie arbeidszaken (in verleden de Trendnota) digitaal uit op www.rijksbegroting.nl De werkgelegenheid in het openbaar bestuur zal door de bezuinigingen dalen. Dat leidt tot personeelsoverschotten. Er ontstaan tegelijkertijd tekorten aan personeel, doordat vraag en aanbod niet op elkaar aansluiten. De verwachting is dat in een aantrekkende arbeidsmarkt veel moeilijk vervulbare vacatures ontstaan. Om te voorkomen dat onnodig beroep wordt gedaan op de externe inhuur van specialisten is het belangrijk dat de arbeidsmobiliteit binnen het openbaar bestuur toeneemt.1 Boventallige medewerkers zullen zoveel mogelijk «van werk naar werk» gaan. Het ambtenarenrecht wordt gelijkgetrokken met het arbeidsrecht. De discussie hierover concentreert zich op het initiatief-voorstel van Kos¸er Kaya en Van Hijum, Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Kamerstuk 32 550, nr. 5). Vanwege de gevolgen van de economische crisis en de noodzakelijke bezuinigingen heeft het kabinet in 2011 (net als in 2010) geen extra middelen beschikbaar gesteld voor de lonen van ambtenaren. De daadwerkelijke loonontwikkeling – die in het arbeidsvoorwaardenoverleg tussen overheidswerkgevers en bonden tot stand komt – moet daarom praktisch (tenminste) twee jaar op nul uitkomen. Bij een goed werkende arbeidsmarkt hoort dat mensen hun werk veilig en integer kunnen doen. Werkgevers moeten zorgen dat hun personeel wordt beschermd tegen agressie en geweld. Het eerder ingezette programma Veilige Publieke Taak wordt tot en met 2014 voorgezet. Veel overheidssec-toren hebben een eigen extern integriteitsmeldpunt. Verkend wordt hoe de onderzoekstaken van deze meldpunten kunnen worden vormgegeven in één centraal punt met onderzoeksbevoegdheid. 1 Ministerie BZK, 2010, Arbeidsmarktanalyse openbaar bestuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 210Beleidsagenda Tabel 1: Maatregelen 2012 om te komen tot een compacte, slagvaardige en dienstverle-nende overheida. Een doelmatiger taakverdeling in het openbaar bestuur • Decentraliseren van taken naar gemeenten, provincies en waterschappen.• Afschaffen van de WGR+ regio’s en deelraden.• Meer samenwerking in Noord- en Zuidvleugel van de Randstad.• Grondwetswijzigingen ter vermindering van het aantal politieke ambtsdragers in besturen en volksvertegenwoordigingen.• Verbeteren van de kwaliteit van de bevolkingsadministraties op Bonaire, Sint Eustatius en Saba• Maken van referentiekader om inzicht te krijgen in de taken van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het geld dat zij daarvoor hebben b. Een efficiëntere en effectievere bedrijfsvoering bij de overheid • Start van expertisecentrum O&P Rijk. Maatregelen om de overgang van medewerkers van het ene naar het andere departement te vereenvoudigen.• Terugbrengen van aantal datacenters van het Rijk. Ingebruikname van het eerste datacenter.• Bepalen welke inkooporganisaties opgaan in een rijksbreed inkoopuitvoeringscentrum. Inrichten van een stelsel van één rijks-Chief Procurement Officer (CPO), categoriema-nagers en departementale coördinatie inkoop.• Uitvoeren van de masterplannen huisvesting Den Haag en Utrecht.• Shared Service Organisatie ICT (SSO-ICT) van het ministerie van I&M valt als baten-lastendienst onder ministerie BZK. Vijf departementen zijn aangesloten bij SSO-ICT. Toetreding tot FM Haaglanden van ministeries van OCW en VWS. Besluitvorming over toetreding ministeries van FIN, EL&I en AZ.• Afspraken met grotere uitvoeringsorganisaties over de voorwaarden waaronder zij de facilitaire dienstverlening voor rijksdiensten aanbieden. c. Een betere dienstverlening en minder regeldruk • Uitbreiden en vereenvoudigen van elektronische dienstverlening overheid.• Verdere ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen.• Wetsvoorstel voor verlenging geldigheidsduur van het paspoort van vijf naar tien jaar.• De paspoortwet wordt ook gewijzigd vanwege het besluit om de identiteitskaart niet meer de formele status van reisdocument te geven. Opnemen van vingerafdrukken bij de aanvraag van de identiteitskaart wordt na die wetswijziging beëindigd.• Wet basisregistratie personen, het wettelijke kader voor de modernisering van gemeentelijke basisadministratie en het register niet-ingezetenen. d. Een goed werkende arbeidsmarkt voor ambtenaren • Uitwerken van voorstellen voor aanpassing van de rechtspositie van ambtenaren.• Stimuleren dat boventallige ambtenaren «van werk naar werk» gaan.• Coördineren van arbeidsvoorwaarden in de publieke sector in 2012 in relatie tot de inhouding van de loonbijstelling 2010 en 2011.• Vervangen van de Commissie Integriteit Overheid door een nieuw meldpunt Integri-teitschendingen Overheid met onderzoeksbevoegdheid. 3. Een streng en rechtvaardig asiel- en immigratiebeleid Nederland blijft bescherming en opvang bieden aan personen die in hun eigen land worden vervolgd. Voor migranten die om andere redenen naar Nederland willen komen, geldt er een selectief toelatingsbeleid. Dit houdt in dat de komst van migranten die de Nederlandse kenniseconomie versterken wordt gestimuleerd en dat de migratie van personen met weinig perspectief wordt beperkt. Strenge, snelle, duidelijke en zorgvuldige procedures staan centraal. Dat is in het belang van vreemdelingen zelf en in het belang van de samen-leving; het draagt bij aan het maatschappelijk draagvlak voor het toelaten van vluchtelingen en immigranten. Daarom worden alle processen van de vreemdelingenketen (van grenstoezicht, toelatingsprocedures tot opvang en vertrek) verbeterd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 211 Beleidsagenda Het asielbeleid In het asielbeleid zijn er drie fasen: mensen komen binnen, doorlopen asielprocedures en mogen blijven of moeten Nederland verlaten. Echte vluchtelingen zijn en blijven welkom. Uitgangspunt is dat mensen snel duidelijkheid krijgen over hun verblijfsperspectief. Daarvoor is een fors pakket aan maatregelen in gang gezet. Het stapelen van procedures wordt tegengegaan. Uitgebreidere toetsing van een eerste asielverzoek en snellere vervolgprocedures moeten onnodig verblijf zonder perspectief voorkomen. Migranten die niet langer recht hebben op verblijf moeten Nederland daadwerkelijk verlaten. Illegaal verblijf in Nederland wordt strafbaar. Opvang van vluchtelingen in de regio van herkomst geniet de voorkeur. Met name in UNHCR-kader worden initiatieven ondersteund die de opvang en bescherming van vluchtelingen beogen en die, als dat mogelijk en verantwoord is, bijdragen aan de terugkeer. Nederland zet zich hier in Europees verband voor in, onder meer met regionale beschermingspro-gramma’s. Het hervestigingsbeleid is het sluitstuk van bescherming in de regio. Hervestiging betekent dat vluchtelingen zich hier mogen vestigen, omdat zij elders in een nood- of uitzichtloze situatie verkeren. Het immigratiebeleid In het immigratiebeleid onderscheiden we kennis-, arbeids- en gezinsmi-granten. Nederland kent een open economie en een open samenleving met intensieve internationale economische relaties. Hoogopgeleide migranten zijn welkom en nodig voor onze concurrentiepositie. Deze immigratie levert een belangrijke economische bijdrage aan de samen-leving. Nederland heeft een open oog voor de kansen van immigratie, maar ziet ook de consequenties. Een grote instroom van mensen legt veel druk op de samenleving. Nieuwkomers moeten in staat worden gesteld om succesvol te integreren. Dat betekent dat zij de Nederlandse taal spreken, zelfstandig wonen, in hun eigen levensonderhoud voorzien en zich aan de regels houden. Uitgangspunt is dat toegang tot Nederland er alleen is voor wie mee wil en kan doen. De komst van partners en kinderen uit landen van herkomst in opeenvolgende generaties komt het integratie-proces niet altijd ten goede. De instroom van migranten die weinig perspectief hebben op een zelfstandig bestaan, wordt ingeperkt. Zo moet een reguliere aanvraag in het buitenland worden gedaan en de beslissing erop moet in het buitenland worden afgewacht. Eisen voor gezinsmigratie worden aangescherpt. Met deze aanscherpingen worden drie doelen nagestreefd: de bevordering van integratie en emancipatie, waarborgen van de financiële onafhankelijkheid van migranten en het bewerkstelligen van effectieve handhaving van de regels. Waar mogelijk worden de aanscherpingen op nationaal niveau doorgevoerd; waar nodig wordt aanpassing van Europese regelgeving bepleit. De aanscherpingen betreffen, bijvoorbeeld, invoering van een wachttermijn, verhoging van de leeftijd voor gezinmigratie, aanscherping van de inkomenseis, eisen stellen aan het niveau van opleiding, aantonen van een band met het gastland en uitsluiting van referenten die zijn veroordeeld voor bepaalde geweldsdelicten. In 2012 treden in dit kader verschillende wijzigingen van het Vreemdelingenbesluit in werking; wijzigingen die in de Europese context moeten worden gerealiseerd hebben een langere looptijd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 212Beleidsagenda Een betere handhaving van het beleid Illegaal verblijf zal strafbaar worden gesteld als overtreding. Het kabinet komt met een voorstel om de Vreemdelingenwet hiervoor uit te breiden. De strafbaarstelling van illegaal verblijf is geen doel op zichzelf, maar één van de instrumenten om illegale migratie en illegaal verblijf te ontmoe-digen. Een goede handhaving begint bij de buitengrenzen van Nederland. De infrastructuur van het grenstoezicht wordt verbeterd, zodat de identiteit van reizigers betrouwbaar en snel kan worden vastgesteld. Het doel is de doorstroom van reizigers aan de buitengrenzen te verbeteren en de (nationale) veiligheid te bevorderen door beter zicht op criminaliteit, terrorisme, illegale immigratie en mensenhandel. BZK zorgt voor een intensiever grenstoezicht door de ontwikkeling van biometrie en door middelen vrij te maken voor keteninformatisering door ICT-projecten, zoals Passenger Related Data Exchange (PARDEX). Dit informatiesysteem voor passagiersgegevens wordt in 2012 verder opgebouwd. Vreemdelingen die hier rechtmatig verblijven, maar strafrechtelijk zijn veroordeeld, worden eerder Nederland uitgezet. Dit past ook in de bredere aanpak van criminaliteit. Het Vreemdelingenbesluit wordt daarom aangepast. De Tweede Kamer is in 2011 geïnformeerd over de maatregelen voor een effectievere terugkeer van mensen die niet rechtmatig verblijven in Nederland. Daarbij wordt extra aandacht gegeven aan de terugkeer van gezinnen met kinderen en alleenstaande minderjarigen. Hiervoor worden nieuwe locaties ingericht, als alternatief voor vreemdelingenbewaring. Vrijwillig vertrek geniet de voorkeur en wordt zo veel mogelijk gestimu-leerd. Als vreemdelingen niet zelf vertrekken, wordt overgegaan tot gedwongen vertrek. Een Europese agenda Een effectief immigratie- en asielbeleid is ook inzet van Nederland in Europa. Veel regelgeving op het gebied van asiel en immigratie is vastgelegd in Europees verband. Het voorkomen van illegale immigratie, het verbeteren van reguliere immigratie en het bevorderen van integratie dragen bij aan een sterker, veiliger en welvarender Europa. De Europese regelgeving biedt lidstaten nu onvoldoende mogelijkheden voor hun ambities op het gebied van een streng en rechtvaardig asiel- en immigratiebeleid. Nederland zal daarom voor haar voorstellen steun blijven zoeken bij andere lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Parlement. Veel lidstaten (er)kennen dezelfde problemen rond kansarme migranten als Nederland. BZK heeft zijn Europese agenda verwerkt in een «roadmap» en een «position paper». Daarin staan voorstellen voor lopende onderhande-lingen op basis van wijzigingsvoorstellen van de Europese Commissie (Dublin verordening en de EU-kwalificatierichtlijn) en plannen om de discussie over gevestigde richtlijnen te heropenen (richtlijn vrij verkeer van personen). Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 213Beleidsagenda Tabel 2: Maatregelen 2012 om te komen tot een streng en rechtvaardig asiel- en immigratiediensta. Het asielbeleid • Versnellen van procedures en inkorten van doorlooptijden. • Tegengaan van stapeling van procedures. • Beëindigen van categoriaal beschermingsbeleid. • Bevorderen van opvang in regio van herkomst. • Beperken van de rechtsbijstand. b. Het immigratiebeleid • Reguliere aanvragen alleen nog vanuit het buitenland. • Invoeren van scherpere voorwaarden voor gezinsmigratie. • Bevorderen van kennismigratie. • Rijkswet Personenverkeer regelt het personenverkeer tussen de landen van het Koninkrijk der Nederlanden. c. Een betere handhaving van het beleid • Vernieuwen van grenstoezicht. • Aanpakken van fraude. • Aanscherpen van glijdende schaal. • Strafbaar stellen van illegaliteit. • Verbeteren van identiteitscontrole. • Snellere uitzetting van criminele vreemdelingen. • Verbeteren van terugkeerproces. • Verder ontwikkelen van INDiGO, zodat de mogelijkheden voor dienstverlening en handhaving optimaal kunnen worden benut. d. Europese agenda voor het asiel- en immigratiebeleid • Realiseren van een Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel. • Vooraf eisen stellen aan langdurig ingezetenen in Europa om startpositie te verbeteren. 4. Integratie en burgerschap; woon- en leefomgeving De uitgangspunten en oogmerken van het beleid voor zowel integratie en burgerschap als voor de woon- en leefomgeving zijn onlangs in een visie beschreven en aan de Tweede Kamer aangeboden. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun bestaan en het samenleven met anderen. De overheid schept mede de voorwaarden die mensen in staat stellen om die verantwoordelijkheid te dragen en daarbij samenwerking en steun te vinden bij anderen. Op die wijze verruimt de overheid het probleemop-lossend en zelforganiserend vermogen in de samenleving. De voorwaarden om binnen de samenleving contact, betrokkenheid, samenwerking en burgerschap te vinden en te realiseren, zijn steeds minder vanzelfsprekend en duurzaam naarmate de samenleving meer opgaat in het internationaal maatschappelijk verkeer. Het herstellen en versterken van die algemene voorwaarden in de komende jaren verdienen voorrang boven beleid dat gericht is op bijzondere knelpunten, afzonder-lijke bevolkingsgroepen of speciale wijken. Integratiebeleid op basis van eigen verantwoordelijkheid Een voorwaarde om binnen de samenleving aansluiting en samenwerking te vinden is kennis van de Nederlandse taal en gewoonten. Van mensen die zich hier mogen vestigen, mag die kennis dan ook worden verlangd. Zij zullen op eigen kosten het vereiste niveau moeten verwerven om het inburgeringexamen te halen. De bestaande bekostiging wordt overeen-komstig de oorspronkelijke opzet afgebouwd. Voor mensen die tijdelijk niet in staat zijn hun opleiding te betalen komt er een sociaal leenstelsel als vangnet. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 214 Beleidsagenda Het Nederlanderschap is de bekroning van integratie. Hieraan worden extra eisen gesteld. Het Nederlanderschap kan bovendien pas definitief worden verkregen als afstand is gedaan van één of meer andere nationali-teiten waarvan afstand kan worden gedaan. Er komt een voorstel om personen die binnen vijf jaar na het verkrijgen van het Nederlanderschap zijn of worden veroordeeld voor een misdrijf waar twaalf jaar of meer gevangenisstraf op staat, het Nederlanderschap te ontnemen. Het specifiek integratiebeleid, zoals de aanpak van Marokkaans-Nederlandse en Antilliaans-Nederlandse probleemjongeren, wordt beëindigd. De subsidies voor de samenwerkingsverbanden van minder-heden worden geleidelijk afgebouwd. De Wet overleg minderheden wordt ingetrokken. Elke burger moet zelfstandig in staat zijn om een bestaan op te bouwen, zonodig met steun van familie of directe omgeving en door gebruik te maken van de reguliere voorzieningen. Dit betekent dat beleid en uitvoering geschikt moeten zijn om voor alle burgers maatschappelijke problemen effectief aan te pakken. Sommige vrouwen die in het kader van gezinsvorming of -hereniging naar Nederland komen, komen in een zeer afhankelijke positie terecht. Ze kunnen te maken krijgen met eergerelateerd geweld, polygamie en huwelijksdwang. Deze uitwassen zijn ontoelaatbaar. Maatregelen worden getroffen om, onder meer, de strafbaarstelling van huwelijksdwang aan te scherpen en huwelijksdwang te voorkomen. Onze samenleving wordt gekenmerkt door een maatschappelijk verkeer waarin men elkaar op herkenbare wijze tegemoet treedt, elkaar in het gezicht kan zien en open communicatie mogelijk is. Herkenbaar optreden en open communicatie zijn zowel fundament als voorwaarde voor een samenleving die berust op gelijkwaardigheid, vertrouwen en persoonlijke verantwoordelijkheid en is daarom van groot belang voor een samen-leving als de Nederlandse. Het is fundamenteel strijdig met het karakter van dat maatschappelijk verkeer wanneer personen of groepen mensen zich stelselmatig daaraan onttrekken door hun gelaat te verhullen of onherkenbaar te maken, behoudens uitzonderingen. Het is nog minder goed verenigbaar met de maatschappelijke orde zoals wij die in ons land kennen wanneer in het bijzonder vrouwen zich op deze wijze verhullen als uiting van een eigen, niet gelijkwaardige positie in het openbare leven. De regering komt daarom met een wetsvoorstel voor een algemeen verbod op het dragen van gelaatsbedekkende kleding op openbare plaatsen, in voor publiek toegankelijke gebouwen, bij onderwijsinstellingen, bij zorginstellingen en in het openbaar vervoer. Met gemeenten, maatschappelijke organisaties en burgers wordt een «agenda hedendaags burgerschap» gemaakt. De agenda moet ertoe leiden dat het zelforganiserende vermogen van burgers wordt vergroot. Bekeken wordt waar publieke taken en verantwoordelijkheden zijn om te vormen tot collectieve taken en verantwoordelijkheden van burgers onderling. Verbeteren van de werking van de woningmarkt In juli 2011 is de Woonvisie naar de Tweede Kamer gestuurd. Een heroriëntatie van het woonbeleid is nodig om te komen tot een doelma-tiger verdeling van woonruimte, verbetering van de investeringscondities en versterking van het vertrouwen in de woningmarkt. Er is gekozen voor meer keuzevrijheid, zeggenschap en verantwoordelijkheid voor burgers, bedrijven en maatschappelijke instellingen en voor een gerichte en Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 215Beleidsagenda doelmatige inzet van overheidsbeleid. Het kabinet zet in op versterking van het vertrouwen op de koopmarkt, een betere werking van de huurmarkt en verbetering van investeringscondities in de woningbouw. Het kabinet wil tegemoetkomen aan de toenemende wens tot eigenwo-ningbezit, ook om de maatschappelijke betrokkenheid van burgers en de stabiliteit van buurten te versterken. Vertrouwen op de koopwoningmarkt is nodig om de woningmarkt als geheel vlot te trekken. Tegen de achtergrond van de stagnerende woningmarkt is de overdrachtsbelasting tot 1 juli 2012 verlaagd van zes naar twee procent. Deze maatregel – in combinatie met de handhaving van de hypotheekrenteaftrek – zorgt voor een forse impuls die de woningmarkt goed kan gebruiken. Uit diverse studies blijkt dat een verlaging van de overdrachtsbelasting een belangrijk positief effect kan hebben op het aantal kooptransacties en de arbeidsmo-biliteit. Verder krijgen huurders van een corporatiewoning het recht hun woning tegen een redelijke prijs te kopen. Op de huurmarkt zal de relatie tussen huurprijs en gewildheid van woningen moeten verbeteren, zodat investeren in en ontwikkelen van huurwoningen (met name in het middensegment) meer gaan lonen en het woningaanbod beter aansluit op de vraag. De hervorming van de huurmarkt is één van de zeventien grote stelselwijzigingen van het kabinet. Daartoe krijgen hogere inkomens (vanaf 43 000 euro) in de gereguleerde huursector een extra huurverhoging van maximaal vijf procent per jaar en worden in het Woningwaarderingsstelsel de huurpunten voor woningen in schaarstegebieden met maximaal 25 punten verhoogd (afhankelijk van de WOZ-waarde). De huur wordt daarmee meer in overeenstemming gebracht met de gewildheid van de woning. Om meer aanbod en keuzevrijheid te realiseren, wordt een gelijk speelveld voor aanbieders op de huurmarkt bevorderd. De activiteiten van de woningcorporaties die niet tot de kerntaken horen, worden strikt gescheiden van hun staatssteunactiviteiten. Aan de groeiende vraag naar woningen in het middensegment kan worden voldaan door het verkopen van woningen aan bewoners of private verhuurders en door corporatie-woningen aan deze doelgroep zonder staatssteun te verhuren. Met corporaties worden daarover afspraken gemaakt. Door aanpassing van de Woningwet stimuleert het kabinet een betere benutting van het vermogen van corporaties en een compacte krachtige corporatiesector die goed samenwerkt met gemeenten. Er komt een beter toezicht op de volkshuisvestings- en financiële prestaties van corporaties. Mensen wonen in een straat, een buurt, een omgeving. Deze woonom-geving wordt bepaald door de manier waarop mensen met elkaar omgaan. De woonomgeving is een zaak van bewoners zelf, samen met de gemeenten, woningbouwcorporaties, maatschappelijke instellingen en bedrijfsleven. BZK ondersteunt deze partijen met kennis en kunde. Het stimuleren van de woningbouw en energiebesparing De bouwsector is door de economische crisis zwaar geraakt. Door innovatie en kostenreductie kan de sector inspelen op veranderende investeringsopgaven en sterker uit de crisis komen. Hier ligt een belang-rijke uitdaging voor de sector zelf. Het kabinet wil de sector stimuleren door de investeringscondities voor de bouw te verbeteren. Daarmee wordt ook een belangrijke bijdrage geleverd aan het verbeteren van het verdienvermogen van de Nederlandse economie. Gezamenlijk met de bouwsector, overheden, kennisinstellingen en andere betrokkenen zal een gezamenlijke investerings- en innovatieagenda worden opgesteld. De Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 216Beleidsagenda minister van BZK zet in samenwerking met andere departementen in op een programma om de investeringscondities voor de bouw te verbeteren en het opstellen van de investerings- en innovatieagenda voor de bouw. Er komt meer ruimte voor de woningbouw, in het bijzonder voor kleinschalige uitbreiding en particulier opdrachtgeverschap. BZK maakt afspraken over woningbouwprogramma’s in de gebieden Amsterdam c.a. en Rotterdam c.a.. Regels en procedures worden versneld en verbeterd. Op 1 januari 2012 wordt een nieuw Bouwbesluit ingevoerd. Daarna wordt begonnen met een fundamentele bezinning van de bouwregelgeving en worden de adviezen van de commissie-Dekker uitgevoerd. Door energiebesparing krijgen mensen meer greep op hun woonlasten. De gebouwde omgeving is goed voor dertig procent van het totale energieverbruik. Dit biedt een groot besparingspotentieel. Energiebe-sparing levert tevens een belangrijke bijdrage aan het realiseren van de nationale klimaatdoelstellingen. Daarom stimuleert de overheid ook in 2012 energiebesparing. Tabel 3: Maatregelen 2012 in het integratie- en woonbeleid a. Het integratiebeleid op basis van eigen verantwoordelijkheid • De inburgeraar gaat zelf betalen voor zijn inburgering. • Er komen aanvullende eisen aan het verkrijgen en ontnemen van het Nederlander-schap. Het wordt mogelijk om – bij zware misdrijven – het Nederlanderschap te ontnemen. • Afschaffen van specifieke integratiemaatregelen. Stopzetten van subsidies voor de samenwerkingsverbanden van minderheden. Intrekken van Wet overleg minderheden. • Beschikbaar stellen en delen van kennis over integratie, methoden en interventies en de positie van diverse groepen in de samenleving. Benutten van kennis stimuleren. • Maatregelen om strafbaarstelling huwelijksdwang aan te scherpen en huwelijksdwang te voorkomen. • Maken van wetsvoorstel om gelaatsbedekkende kleding in de openbare ruimte te verbieden. • Samen met gemeenten, maatschappelijke organisaties en burgers opstellen van een agenda voor hedendaags burgerschap. • Aanscherpen van het Actieprogramma Bestrijding Discriminatie. b. Het verbeteren van de werking van de woningmarkt • Verlagen van de overdrachtsbelasting van 6 naar 2 procent tot 1 juli 2012. • Uitwerken van het recht voor huurders om hun woning te kopen. • Huurverhoging van maximaal 5 procent voor hogere inkomens in gereguleerde woningen. • Verhogen van huurpunten (WWS) met maximaal 25 punten in schaarstegebieden • Scheiden van de kerntaken en niet-kerntaken van woningbouwcorporaties. • Verhuurders gaan door middel van een heffing vanaf 2014 bijdragen aan de huurtoeslag. • Meer ruimte voor woningbouw, kleinschalige uitbreiding en particulier opdrachtgever-schap. • IPO, VNG en Rijk stellen samen een visie op stedelijke vernieuwing op. • Inzichten over effectieve aanpakken beschikbaar stellen in gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat. Uitwerken van de adviezen van de commissie-Deetman. • Start dialoog Rijk met provincies en anticipeerregio’s over regionale aanpak krimppro-blematiek. • Continueren van experimenten in topkrimp- en anticipeerregio’s en ondersteunen met kennis. • Onderzoeken of bekostigingssystemen op krimpproblemen toegesneden zijn. • Bevorderen van grensoverschrijdende samenwerking in krimp- en anticipeergebieden. • Evalueren van preventieve aanpak Ortega-gemeenten («new towns») met experi-menten en leertrajecten. Bekijken of deze werkwijze wordt gecontinueerd. • Maatregelen op gebied van huisvesting van (arbeids-) migranten uit Midden- en Oost-Europa. • Nationaal programma Rotterdam-Zuid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 217 Beleidsagenda c. Het stimuleren van de woningbouw en energiebesparing • Meer ruimte voor woningbouw, kleinschalige uitbreiding en particulier opdrachtgever-schap. • Invoeren van nieuw Bouwbesluit per 1 januari 2012. • Fundamentele bezinning op de bouwregelgeving en uitvoeren van de adviezen van de commissie-Dekker. • Verkennen van verdienmodellen/financieringsarrangementen woningbouw en maken van een investerings- en innovatieagenda (interdepartementaal programma Investe-ringscondities Bouw). • Aanscherpen van de eisen voor duurzaamheid en energieverbruik. • Herziene Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD) wordt omgezet in nationale wet- en regelgeving. • Ontwikkelen van een aanpak van bestaande gebouwen («Blok voor Blok») met behulp van een experiment van vijf projecten. • Invoeren van een energielabel voor nieuwbouw per 1 juli 2012. • Evaluatie van energiebesparingsconvenanten. • Bevorderen van innovatie door programma «Energiesprong». • Verkennen van niet-fiscale prikkels energiebesparing. • Green Deal voor de Gebouwde Omgeving. Tabel 4: BeleidsdoorlichtingenAgendering beleidsdoorlichtingen Artikel/Operationele doelstelling 2010 (reali-satie) 2011 2012 2013 2014 2015 2016 (planning) 1 Openbaar bestuur en democratie 1 Bestuurlijke en financiële verhoudingen U 2 Participatie1 2 Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst 1 Apparaat 2 Geheim 3 Woningmarkt 1 Betaalbaarheid U 2 Onderzoek en kennisoverdracht1 4 Woonomgeving en bouw 1 Energie en bouwkwaliteit U 2 Woningbouwproductie U 3 Kwaliteit woonomgeving U 5 Integratie en maatschappelijke samenhang U 1 Faciliteren Inburgering 2 Maatschappelijke en economische zelfredzaamheid 6 Dienstverlenende en innovatieve overheid 1 Verminderen regeldruk U2 U 2 Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen U2 U 3 Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen U2 U 4 Burgerschap U 5 Reisdocumenten en basisadministratie personen U 7 Arbeidszaken overheid 1 Overheid als werkgever U 2 Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen1 8 Kwaliteit Rijksdienst 1 Kwaliteit Rijksdienst U 9 Uitvoering Rijkshuisvesting 1 Een doelmatige uitvoeringspraktijk vd Rijkshuisvesting1 10 Vreemdelingen U 1 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen 2 Terugkeer en bewaring vreemdelingen 1 Deze onderdelen zullen niet in de vorm van een beleidsdoorlichting maar anderszins worden geëvalueerd. Voor artikel 9.1 staat reeds een evalua-tieonderzoek gepland. Voor de artikelen 1.2, 3.2 en 7.2 zal een evaluatieonderzoek gepland worden.2 De doorlichting op deze drie operationele doelstellingen is mei 2011 aangeboden aan de Tweede Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 218 Beleidsagenda 3. DE BEGROTINGSARTIKELEN Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie A Algemene doelstelling Een bijdrage leveren aan een goed functionerend openbaar bestuur en democratie. B Rol en verantwoordelijkheid De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoor-delijk voor het functioneren van het stelsel van het openbaar bestuur, zowel op centraal als op decentraal niveau en binnen de kaders van de regelgeving van de Europese Unie. Hij is verantwoordelijk voor de bestuurlijke organisatie (de Grondwet, de Gemeente- en Provinciewet, de Financiële verhoudingswet en de Wet gemeenschappelijke regelingen), maar ook voor goede bestuurlijke en financiële verhoudingen. Daarmee schept de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties randvoorwaarden voor voldoende bestuurskrachtige gemeenten en provincies, die in staat zijn hun taken – zowel in autonomie als in medebewind – goed te kunnen uitvoeren. Dat draagt bij aan de legitimatie van ons bestuurlijke stelsel. Binnen het openbaar bestuur wordt aan de compacte overheid gewerkt door een doelmatige taakverdeling. In principe worden overheidstaken over maximaal twee bestuurslagen verdeeld. Een tweede pijler van de legitimatie van het Nederlandse openbaar bestuur betreft het democratische en rechtsstatelijke gehalte van de publieke besluitvorming en beleidsvoering. In dat kader waarborgt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het functioneren van het constitutionele bestel daaronder begrepen het stelsel van de representatieve democratie. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de verkiezingen (de Kieswet) voor vertegenwoordigende lichamen op de verschillende bestuurlijke niveaus. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zorgt tevens voor zodanige toerusting van de Kiesraad dat deze zijn wettelijke taken adequaat kan vervullen. C Beleidswijzigingen Versnippering van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden tegengegaan door een doelmatige verdeling van overheidstaken. Dit wordt onder andere zichtbaar in het overdragen van meer taken en verantwoordelijkheden (Jeugdzorg, delen van de AWBZ) aan gemeenten. De provincies krijgen taken op het terrein van het regionaal economisch beleid, natuur, ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer. De water-schappen gaan meebetalen aan de bekostiging van de primaire waterke-ringen. De WGR+-regio’s worden afgeschaft. In de Randstad is meer samenwerking nodig over de grenzen van gemeenten en provincies heen, ondersteund door een infrastructuurauto-riteit. Het aantal politieke ambtdragers in besturen en volksvertegenwoordi-gingen wordt teruggebracht. De Wet financiering politieke partijen wordt verbreed en aangescherpt. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 219De beleidsartikelen D1 Budgettaire gevolgen van beleidBudgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000) 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 22 818 22 128 24 397 23 201 23 967 Uitgaven 22 818 22 128 24 397 24 201 23 967 1.1 Bestuurlijke en financiële verhouding 4 316 5 233 7 738 7 626 7 309 Subsidies 3 481 3 475 3 349 3 026 3 026 Oorlogsgravenstichting (OGS) 2 401 2 495 2 495 2 495 2 495 Kenniscentra (EUKN, Urbact, Europa Decentraal) 580 579 554 530 530 Actieprogramma Lokaal Bestuur 500 400 300 0 0 Opdrachten 835 1 758 4 389 4 600 4 283 Communicatie, kennisdeling en onderzoek 835 1 758 4 389 4 600 4 283 2.2 Participatie 18 502 16 895 16 659 16 575 16 658 Subsidies 15 810 15 810 15 810 15 810 15 810 Politieke partijen 15 810 15 810 15 810 15 810 15 810 Opdrachten 2 372 650 650 650 650 Communicatie en kennisdeling 350 650 650 650 650 Verkiezingen 2 022 0 0 0 0 Bijdragen 320 435 199 115 198 Bijdrage Kiesraad 320 435 199 115 198 Ontvangsten 21 965 49 465 24 865 21 965 21 965D2 Budgetflexibiliteit De budgetflexibiliteit van de uitgaven is zeer beperkt. Over de uitgaven bestaan bestuurlijke afspraken of de uitgaven zijn verplicht op grond van wetgeving, bijvoorbeeld de subsidie aan de politieke partijen en de Oorlogsgravenstichting. E Toelichting op de instrumenten 1.1 Bestuurlijke en financiële verhoudingen Subsidies Oorlogsgravenstichting (OGS) Namens de Nederlandse overheid onderhoudt de Oorlogsgravenstichting wereldwijd ongeveer 50 000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Deze graven liggen in meer dan 50 landen, verspreid over vijf continenten. Het zwaartepunt ligt daarbij in Indonesië. Tevens verzorgt de Stichting ruim 10 000 graven van militairen van de geallieerde strijdkrachten in Nederland. Europese Kenniscentra (EUKN, Urbact, Europa Decentraal) Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt bij aan verschillende Europese kenniscentra. Het European Urban Knowledge Network (EUKN) zorgt voor ontwikkeling en verspreiding van kennis over stedelijke vraagstukken tussen zestien deelnemende lidstaten. Het URBACT II programma richt zich op de ontwikkeling van netwerken van Europese steden en concentreert zich in het bijzonder op duurzame stedelijke ontwikkeling. Het Kenniscentrum Europa Decentraal is een Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 220 De beleidsartikelen gezamenlijk initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen dat zich richt op toepassing en verspreiding van kennis en expertise over Europees recht bij de decen-trale overheden. Actieprogramma Lokaal Bestuur Het Actieprogramma Lokaal Bestuur is een platform voor kennis- en ervaringsuitwisseling tussen gemeenten. Het doel is versterking van het lokaal bestuur en stimulering van het samenspel tussen alle actoren. Het is een gezamenlijk project van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In het werkprogramma staan de thema’s professionalisering, bestuurscultuur en vertrouwen tussen burgers en lokaal bestuur centraal. Doelgroepen zijn raadsleden, wethouders, griffiers, burgemeesters, gemeentesecretarissen en ambtenaren. Het Actieprogramma richt zich ook op de «bijzondere gemeenten» Bonaire, St. Eustatius en Saba. Opdrachten Communicatie, kennisdeling en onderzoek Een belangrijk deel van de middelen op het terrein van de bestuurlijke en financiële verhoudingen zet het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in voor initiatieven op het terrein van kennisdeling en kennisvermeerdering. Met deze middelen worden verschillende publi-caties, congressen en onderzoeken op het terrein van het functioneren van het openbaar bestuur gefinancierd. Zo brengt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in 2012 weer het tweejaarlijkse Trendrapport Staat van het Bestuur uit waarin bestuurlijke en financiële ontwikkelingen in het decentraal bestuur centraal staan. Ook financiert het ministerie onderzoeken door derden, zoals het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO). 1.2 Participatie Politieke participatie door burgers komt met name tot stand bij verkie-zingen voor vertegenwoordigende lichamen. De Minister van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties zorgt voor een toegankelijk verkie-zingsproces, faciliteert de Kiesraad en subsidieert politieke partijen. Subsidies Politieke partijen Politieke partijen krijgen subsidie op grond van de Wet subsidiëring politieke partijen. Voor de subsidie komen alleen partijen in aanmerking die hebben deelgenomen aan de laatste Eerste Kamer- en Tweede Kamerverkiezingen en daarbij minimaal 1 zetel behaalden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 221De beleidsartikelen Tabel 1.1 Subsidies politieke partijen Kengetallen Subsidies op grond van de Wet subsidiering politieke partijen Partij Waarde 2008 Waarde 2009 Waarde 20101 Te verlenen subsidie 2011 (indicatief)1 CDA 3 594 445 3 689 447 3 742 373 2 298 892 PvdA 3 076 936 3 123 645 3 101 601 2 897 348 SP 2 382 448 2 394 179 2 521 844 1 777 099 VVD 2 157 409 2 204 470 2 190 702 2 859 367 GL 949 641 967 414 970 819 1 185 832 CU 976 664 986 719 972 612 894 054 D66 625 164 684 230 726 354 1 323 218 SGP 797 339 816 707 784 149 759 937 PvdD 516 274 540 977 547 130 557 827 OSF 370 021 375 589 396 202 396 044 50+ 224 9361 definitieve vaststelling van de bedragen moet nog plaatsvinden.Naast de subsidie op grond van de Wet subsidiëring politieke partijen ondersteunt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties lokale raadsleden op het gebied van scholing en vorming. Hiervoor is € 400 000 beschikbaar. Opdrachten Communicatie en kennisdeling De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoor-delijk voor informatie over verkiezingen, bijvoorbeeld wanneer verkie-zingen plaatsvinden en hoe kiezers hieraan kunnen deelnemen. Dit geldt niet alleen voor kiezers in Nederland, maar ook voor kiezers in Caribisch Nederland en de Nederlanders die vanuit het buitenland kunnen deelnemen aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer en het Europees Parlement. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal de komende periode de deelname aan de verkiezingen voor deze laatste groep kiezers vereenvoudigen. Bijdragen Kiesraad De Kiesraad fungeert als centraal stembureau voor de verkiezingen van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en het Europese Parlement en stelt de officiële verkiezingsuitslagen voor deze verkiezingen vast. De Kiesraad is het adviesorgaan voor regering en parlement op het terrein van het kiesrecht en de organisatie en uitvoering van verkiezingen. Nieuwe politieke partijen kunnen zich laten registreren voordat ze als partij (onder die aanduiding) kunnen deelnemen aan verkiezingen. Verder verschaft de Kiesraad desgevraagd informatie aan gemeenten, provincies, politieke partijen, burgers en media. Tijdens verkiezingen wordt hiertoe in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties het Informatiepunt Verkiezingen ingericht om specifieke informa-tievragen te beantwoorden. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 222 De beleidsartikelen Artikel 2. Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst A Algemene doelstelling Tijdige onderkenning van niet direct waarneembare dreigingen en risico’s voor de (inter)nationale veiligheidsbelangen van de Nederlandse staat en samenleving, en daarop gebaseerde informatieverstrekking aan de partners van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), die daardoor worden aangezet om passende maatregelen te nemen. B Rol en verantwoordelijkheid De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoor-delijk voor de taakuitvoering van de AIVD. De minister legt zo veel mogelijk in het openbaar verantwoording af aan de Tweede Kamer. Waar dat niet kan, vanwege geheimhoudingsnoodzaak, gebeurt dit via de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer. De AIVD staat voor de nationale veiligheid door tijdig dreigingen, politieke ontwikkelingen en risico’s te onderkennen die niet direct zichtbaar zijn. Hiervoor verricht de AIVD onderzoek in binnen- en buitenland met behulp van algemene inlichtingenmiddelen (open bronnen) en bijzondere inlichtingenmiddelen. Op basis van de onderzoeksresultaten zet de AIVD bestuurders, beleidsmakers en andere belanghebbenden op lokaal, nationaal en internationaal niveau aan tot handelen. Hiertoe informeert en adviseert de AIVD zijn afnemers met ambtsberichten en analyses (waaronder openbare publicaties) en door gericht relatiemanagement. Tabel 2.1 Kengetallen Kengetallen Waarde 2009 Waarde 2010 Aantal openbare publicaties 9 7 Aantal ambtsberichten aan het OM 55 64 Aantal ambtsberichten aan ELI1 74 98 Aantal dreigingsinformatieproducten t.b.v. stelsel bewaken en beveiligen (art 6.2.e WIV 2002) 189 140 Aantal dreigingsinformatieproducten t.b.v. beveiligingsbevor-derende taak (art 6.2.c WIV 2002) 24 17 Aantal vertrouwensfuncties 73 425 76 129 Aantal door AIVD in behandeling genomen veiligheidsonder-zoeken 9 796 8 999 Aantal geweigerde VGB’s (Verklaring van Geen Bezwaar) 645 44921 Dit zijn berichten aan het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, in het kader van exportcontrole op strategische goederen (o.a. dual use).2 Hiervan hebben 419 weigeringen betrekking op B-vertrouwensfuncties in de burgerluchtvaart. C Beleidswijzigingen De AIVD moet snel kunnen inspringen op veranderingen in het dreigings-beeld, zowel nationaal als internationaal. De dienst moet afgewogen keuzes maken over de inzet op de diverse aandachtsgebieden en werkterreinen. In de jaarplanbrief van de AIVD, die in januari 2012 door de minister aan de Tweede Kamer wordt gezonden, worden de verschui-vingen in aandachtsgebieden en prioriteiten nader beschreven. De AIVD blijft investeren in informatisering en digitalisering, in een flexibele organisatie en in strategische (inter)nationale samenwerking. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 223 De beleidsartikelen D1 Budgettaire gevolgen van beleidBudgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000) 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 200 328 198 440 197 800 195 406 195 160 Uitgaven 200 328 198 440 197 800 195 406 195 160 2.1 Apparaat 190 560 188 672 188 032 185 638 185 392 2.2 Geheim 9 768 9 768 9 768 9 768 9 768 Ontvangsten 1 191 8 191 12 691 12 691 12 691E Toelichting op de instrumenten Vanwege het bijzondere karakter van dit begrotingsartikel en de gedeel-telijk geheime uitgaven zijn de uitgaven niet nader uitgesplitst en zijn de apparaatuitgaven niet opgenomen in het centraal apparaatartikel (niet-beleidsartikel 11). OntvangstenDe stijging van de ontvangsten wordt veroorzaakt doordat de AIVD vanaf 2013 voor het uitvoeren van veiligheidsonderzoeken tarieven in rekening zal rengen bij de aanvragers. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 224 De beleidsartikelen Artikel 3. Woningmarkt A Algemene doelstelling Uitgangspunt voor de regering is het belang van een vrije woningmarkt met steun voor degenen die dat nodig hebben. De Minister van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt ervoor zorg dat er voldoende goede en betaalbare huisvesting voor iedereen beschikbaar is en met name voor die groepen die vanwege hun inkomenssituatie of andere persoonlijke omstandigheden moeite hebben op eigen kracht in passende huisvesting te voorzien. Woningcorporaties spelen daarbij een belangrijke rol, waarbij het huisvesten van huishoudens met een inkomen tot € 33 614 in sociale huurwoningen tot hun kerntaak behoort. B Rol en verantwoordelijkheid De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is systeemver-antwoordelijk voor: •het via regelgeving bevorderen van een evenwichtige verdeling van de woningvoorraad op grond van de Huisvestingswet en de Rotterdam-wet; •het zorgen voor een heldere verdeling van rollen en verantwoordelijk-heden van de partijen op het terrein van wonen; •het scheppen van voorwaarden voor de beschikbaarheid van vol-doende betaalbare woningen, onder meer door huurprijsregulering en voorgestelde herzieningswetgeving voor woningcorporaties; •betaalbaarheid van wonen – in het bijzonder voor de lagere inkomens-groepen en middeninkomens (onder andere op grond van de Wet op de Huurtoeslag); •de beleidsmatige vormgeving van het instrument huurtoeslag en het budgettair beheer hiervan op grond van de Wet op de Huurtoeslag. De uitvoering van de huurtoeslag is, op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR) en onder verantwoordelijk-heid van de minister van Financiën, belegd bij de Belastingdienst/Toeslagen. Deze dienst is ook verantwoordelijk voor de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik; •het beleid met betrekking tot de huisvesting van bijzondere aandachts-groepen; •het ontwikkelen van kaders om onrechtmatige bewoning tegen te gaan; •de beleidsmatige vormgeving en de kwaliteit van het toezicht op woningcorporaties, het uitoefenen van dit toezicht via het Besluit Beheer Sociale Huurwoningen (BBSH) en de verantwoording hierover; •het waarborgen van een laagdrempelige huurgeschillen beslechting. In het Burgerlijk Wetboek (art. 7.249 t/m 7.261) is vastgelegd dat huurders en verhuurders een beroep kunnen doen op de Huurcommissie. De organisatie en werkwijze van de Huurcommissie, alsmede de administratieve ondersteuning door de Dienst van de Huurcommissie, is vastgelegd in de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uhw). Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 225De beleidsartikelen Uit de grafiek blijkt het inflatievolgend huurbeleid vanaf 2007; vanaf dat moment komt de reële huurstijging uit op nul. C Beleidswijzigingen In juli 2011 heeft het kabinet de Woonvisie uitgebracht (Kamerstukken II, 32 847, nr. 1). In deze Woonvisie presenteert het kabinet de heroriëntatie van het woonbeleid, die leidt tot een meer doelmatiger verdeling van woonruimte, verbetering van het investeringscondities en versterking van het vertrouwen op de woningmarkt. Het kabinet kiest daarbij voor meer keuzevrijheid, meer zeggenschap en verantwoordelijkheid voor burgers, bedrijven en maatschappelijke instellingen, en een meer gerichte en doelmatige inzet van overheidsbeleid. De Woonvisie gaat nader in op het versterken van het vertrouwen op de koopmarkt, een betere werking van de huurmarkt, het verbeteren van de investeringscondities in de woningbouw. De rijksoverheid heeft in het verleden via regelgeving, bouwprogram-mering en subsidiëring intensief geïntervenieerd in de huur- en koopmarkt. Ongewenste bijeffecten van dit overheidsbeleid op de woningmarkt zijn: inefficiënte inzet van publieke middelen, belemme-ringen om te verhuizen, beperkte woonkeuzemogelijkheden voor de burger en een onvoldoende aantrekkelijk investeringsperspectief voor marktpartijen. De bouw- en woningmarkt bevinden zich in een overgangs-situatie van sterke groei in het verleden via een forse conjuncturele terugval op dit moment naar een, naar verwachting, meer gematigde ontwikkeling in de komende jaren. Tegen de achtergrond van de stagnerende woningmarkt heeft het kabinet daarom besloten om de overdrachtsbelasting tijdelijk te verlagen (Kamerstukken II, 31 371, nr. 364). Voor de periode van 15 juni 2011 tot 1 juli 2012 wordt het tarief verlaagd van 6% naar 2%. Deze verlaging van de overdrachtsbelasting in combinatie met de handhaving van de hypotheekrenteaftrek resulteert in een forse impuls die de woningmarkt Grafiek 3.1 Gemiddelde huurstijging, exclusief huurharmonisatie, nominaal en reëel (1997–2010)19971998199920002001200220032004200520062007200820092010−3−2−1012345huurstijginginflatie t−1huurstijging reëelTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 226De beleidsartikelen op dit moment goed kan gebruiken. Diverse studies hebben er de afgelopen jaren op gewezen dat een verlaging van de overdrachtsbe-lasting de belemmering om te verhuizen vermindert en daarmee voor een betere werking van de woningmarkt zorgt. Daarnaast heeft het kabinet in 2011 voorstellen aangeboden aan de Tweede Kamer voor een herziening van de Woningwet. De in 2012 geplande invoering van wet- en regelgeving is gericht op het versterken van de relatie op lokaal niveau tussen gemeenten en corporaties, op het versterken van het interne en externe toezicht en op meer waarborgen dat corporaties als maatschappelijke ondernemingen goed functioneren. D1 Budgettaire gevolgen van beleidTabel 3 Woningmarkt (x € 1 000) 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 2 844 460 2 784 614 2 867 235 2 903 305 2 891 710 Uitgaven 2 786 655 2 714 170 2 797 096 2 861 313 2 891 710 3.1 Betaalbaarheid 2 778 378 2 708 718 2 789 675 2 853 919 2 884 316 Subsidies 41 327 36 890 30 780 27 386 24 494 Bevordering eigen woningbezit 32 982 29 626 23 696 19 864 16 752 Eigen woningenregelingen 6 984 5 903 5 723 6 161 6 381 Woonconsumentenorganisaties 1 361 1 361 1 361 1 361 1 361 Bekostiging 2 694 518 2 646 176 2 719 862 2 796 062 2 829 512 Huurtoeslag 2 694 518 2 646 176 2 719 862 2 796 062 2 829 512 Opdrachten 3 654 3 663 3 663 3 663 3 663 Beleidsprogramma betaalbaarheid 3 654 3 663 3 663 3 663 3 663 Bijdragen 38 879 21 989 35 370 26 808 26 647 Huurcommissie 18 879 11 989 9 770 9 008 8 847 Overige uitvoeringsinstanties 20 000 10 000 25 600 17 800 17 800 3.2 Onderzoek en kennisoverdracht 8 277 5 452 7 421 7 394 7 394 Subsidies 3 201 1 794 1 794 1 794 1 794 Samenwerkende kennisinstellingen 3 201 1 794 1 794 1 794 1 794 Opdrachten 5 076 3 658 5 627 5 600 5 600 Onderzoek en kennisoverdracht 5 076 3 658 5 627 5 600 5 600 Ontvangsten 556 140 552 733 1 310 618 1 310 218 1 293 659D2 Budgetflexibiliteit Het grootste deel van het budget op dit artikel is juridisch verplicht. Jaarlijks wordt een verplichting aangegaan voor het gehele huurtoeslag-budget voor het begrotingsjaar en de subsidies betreffen de kasuitgaven als gevolg van in het verleden aangegane verplichtingen. De verschillende bijdragen zijn bestuurlijk verplicht en in het begrotingsjaar juridisch gebonden. Voor een beperkt deel van de uitgaven voor onderzoek en kennisoverdracht zijn nog geen verplichtingen aangegaan. Deze middelen worden gedurende het jaar aangewend en zijn deels alternatief aanwendbaar, voor zover niet benodigd voor de uitfinanciering van tot en met 2011 aangegane verplichtingen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 227 De beleidsartikelen E Toelichting op de instrumenten 3.1 Betaalbaarheid Subsidies Bevorderen Eigen Woningbezit Zoals gemeld aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 32 123 XVIII, nr. 74), is voor nieuwe toekenningen op grond van de Wet BEW geen budget meer beschikbaar. De meerjarig beschikbare middelen dienen uitsluitend voor betaling van in het verleden aangegane verplichtingen. Hiervoor is in 2012 € 33 mln. benodigd. Dit betreft 34 500 bijdragen van gemiddeld € 950. Eigen woningenregelingen Ook de in het verleden aangegane verplichtingen op grond van de Eigen woningenregelingen leiden meerjarig tot betaling. In 2012 is hiervoor € 7 mln. benodigd. Om het eigen woningbezit te bevorderen staat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties garant voor het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) die de uitvoering verzorgt van de Nationale Hypotheek Garantie. Daarnaast worden door corporaties koopvarianten en verkopen onder voorwaarden ontwikkeld om een eigen woning meer toegankelijk en beter betaalbaar te maken. Woonconsumentenorganisaties De Woonbond en de Stichting VACpunt Wonen ontvangen financiële bijdragen voor de uitvoering van een met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overeen te komen programma van activi-teiten op het gebied van kennisoverdracht, voorlichting en scholing. Doel is de positie van de woonconsument te versterken om recht te doen aan hun positie op de woningmarkt. Bekostiging Huurtoeslag Voor de raming van de huurtoeslag (zowel uitgaven als ontvangsten) is als uitgangspunt genomen het budget waar huurtoeslagontvangers uiteindelijk (na definitief toekennen) recht op hebben. Het gaat dan om jaarlijks bijna 1,2 mln. huurders, met een gemiddeld huurtoeslagbedrag van ongeveer € 1 830 (cijfers 2009). Voor de meerjarige ontwikkeling is rekening gehouden met de verwachte huur-ontwikkeling en omvang van de populatie (afhankelijk van demografie en werkloosheidsontwikkeling). De systematiek van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) betekent dat in eerste instantie de toeslagen voorlopig worden toegekend op basis van door de burger zelf aangeleverde gegevens. Na afloop van het jaar worden de toeslagen definitief vastgesteld op basis van gecontroleerde gegevens. Op basis van uitvoeringsgegevens van de Belastingdienst is in de raming rekening gehouden met het feit dat de voorlopige toekenningen hoger liggen dan wat uiteindelijk bij de definitieve toekenningen wordt vastgesteld. De uitgaven zijn met dit bedrag verhoogd, als spiegelbeeld hiervan is ook een ontvangstenstroom geraamd. Tot slot is in de raming rekening gehouden met het kasritme van de uitvoering, waarbij geldt dat de ontvangsten als gevolg van ingestelde terugvorderingen enige tijd nemen om volledig binnen te komen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 228De beleidsartikelen De grafieken 3.2 en 3.3 geven de ontwikkeling van de netto-huurquote weer voor huurtoeslagontvangers (het percentage van het netto inkomen dat wordt besteed aan huur). Hierbij zijn acht huishoudens onderscheiden. Voor elke in de huurtoeslag onderscheiden huishoudcategorie zijn de cijfers berekend voor een huishouden met een minimuminkomen en een huishouden met een inkomen in het inkomensafhankelijke traject. Bij de berekening van de netto huurquote voor de gepresenteerde huishoudens is gerekend met de gemiddelde huur voor de betreffende groep. De huurquoten zijn berekend door het aandeel van de netto huurlasten (huur gesaldeerd met huurtoeslag) in het belastbaar inkomen te berekenen. De huurquote stijgt in 2012 voor alle gepresenteerde huishoudens ten opzichte van 2011. Deze stijging heeft zijn oorzaak in de voorgenomen bezuinigingen via de verhoging van de kwaliteitskortingen in de huurtoeslag. De nieuwe inzichten in de ontwikkeling van het huurtoeslagbudget en additionele (rijksbrede) problematiek hebben het kabinet doen besluiten de reeds in de begroting 2011 opgenomen taakstelling op de huurtoeslag vanaf 2012 in de tijd te versnellen. Vanaf 2012 wordt een bezuiniging op het huurtoeslagbudget doorgevoerd van € 100 mln., oplopend naar € 150 mln. in 2013. In de begroting 2011 werd nog uitgegaan van een taakstelling van € 52,8 mln. in 2012 oplopend naar € 175,8 mln. in 2015. Deze bezuiniging zal onder andere worden ingevuld door een verhoging van de kwaliteitskortingen in de huurtoeslag met 10%-punt. Voor alle hier gepresenteerde huishoudens is gerekend met een huur die hoger is dan de kwaliteitskortingsgrens, waardoor de verhoging van de kwaliteits-korting een effect heeft op het recht op huurtoeslag en daarmee op de berekende huurquote. Grafiek 3.2: Huurquote jonger dan 65 jaar2008200920102011201212,0%13,0%14,0%15,0%16,0%17,0%18,0%19,0%20,0%21,0%22,0%Eenpersoonshuishouden minimaEenpersoonshuishouden boven minimaalMeerpersoonshuishouden minimaMeerpersoonshuishouden boven minimaalTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 229De beleidsartikelen Opdrachten Beleidsprogramma betaalbaarheid BZK voert voor het programma betaalbaarheid verschillende activiteiten uit. Onder andere voor de huurtoeslag, maar ook voor het monitoren en stimuleren van geschikte huisvesting voor ouderen. Een ander belangrijk onderdeel van het programma is het in beeld brengen (en voorkomen) van risico’s van eigenwoningbezit en het toezichthouden op woningbouw-corporaties. Voor deze werkzaamheden verleent BZK, samen met huurders, verhuurorganisaties en andere partijen voor woningmarktont-wikkeling, opdrachten aan diverse partijen. Bijdragen Huurcommissie Het werkterrein van de Huurcommissie wordt gevormd door het geregu-leerde deel van de markt voor huurwoonruimte. Als huurders en verhuurders er onderling niet uitkomen, doet de Huurcommissie op verzoek uitspraken in geschillen tussen huurders en verhuurders over de hoogte van huurprijzen en servicekosten. De Huurcommissie werkt als opdrachtnemer van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Voor het jaar 2012 wordt een bijdrage van BZK van € 18,9 mln. geraamd. De leges zijn niet kosten-dekkend. Voor 2012 worden de onderstaande aantallen en behandeltermijnen verondersteld. Digitalisering van de interne werkprocessen zal bijdragen tot een verkorting van de behandeltermijnen, waardoor stapsgewijs aan de Grafiek 3.3: Huurquote 65 jaar en ouderEenpersoonshuishouden minimaEenpersoonshuishouden boven minimaalMeerpersoonshuishouden minimaMeerpersoonshuishouden boven minimaal2008200920102011201212,0%13,0%14,0%15,0%16,0%17,0%18,0%19,0%20,0%21,0%22,0%Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 230De beleidsartikelen wettelijke termijnen voldaan zal worden. Voor nadere informatie wordt verwezen naar de baten-lastenparagraaf. Tabel 3.1 Procedure Aantallen 2012 Behandeltermijn 2012 Beslechting huurprijsgeschillen 11 250 80% binnen 5 maanden Beslechting servicekostenge-schillen 4 000 80% binnen 5 maanden Verklaringen over de redelijkheid van de huurprijs in het kader van behandeling van huurtoeslagaan-vragen door Belastingdienst 750 nvt Totaal 16 000 Overige uitvoeringsdiensten De Belastingdienst zal zorg dragen voor de verstrekking van de inkomens-gegevens, noodzakelijk voor de uitvoering van de maatregel om een huurstijging van inflatie plus 5% toe te staan voor huurders met een huishoudinkomen hoger dan € 43 000. Bezien wordt waar deze uitvoering wordt gepositioneerd. 3.2 Basisonderzoek en kennisoverdracht Subsidies Samenwerkende kennisinstellingen In afstemming met de eigen activiteiten van het ministerie van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt een gedeelte van het beschikbare budget ingezet voor activiteiten van de volgende kennisinstel-lingen: Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV), Netherlands Institute for City Innovation Studies (NICIS), Kennis-, Expertise- en Innovatiecentrum Stedelijke Vernieuwing (KEI) en Nederlands instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (Nirov). Deze vier kennisinstituten hebben in mei 2011 afgesproken te gaan fuseren per 1 januari 2012. Door het samen gaan ontstaat een nationaal kennisin-stituut voor stedelijke en regionale ontwikkeling. De gezamenlijke programmering zal leiden tot meer synergie in activiteiten en meer oog voor dwarsverbanden tussen beleidssectoren. Uitvoeren van onderzoek is noodzakelijk voor het onderbouwen van beleid, het verrichten van strategische verkenningen en het bieden van instrumenten aan andere partijen om hun rol en verantwoordelijkheden waar te maken. Opdrachten Onderzoek en kennisoverdracht De activiteiten voor basisonderzoek en kennisoverdracht hebben vooral betrekking op het gebied van de woningmarkt. Het budget wordt besteed aan onder meer verkenningen, de uitvoering van het Woon Onderzoek Nederland 2012, monitoring van beleid en ramingmodellen. OntvangstenMet ingang van het jaar 2014 zijn de inkomsten van de heffingswet verhuurders (van 760 mln. per jaar) opgenomen in de ontvangsten. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 231 De beleidsartikelen Artikel 4. Woonomgeving en bouw A Algemene doelstelling Het stimuleren van burgers, decentrale overheden, instellingen en bedrijven om de kwaliteit van woningen en gebouwen te verbeteren en daarmee energie te besparen en woonlasten te beperken. Het bevorderen van de woningbouwproductie waarbij aanbod en diversiteit zoveel mogelijk aansluit bij de woningbehoefte van Nederland. Het stimuleren van burgers en andere partijen om de leefbaarheid in steden en dorpen te bevorderen. B Rol en verantwoordelijkheid •Op basis van de Woningwet (artikel 120), de wet Milieubeheer (hoofdstuk 4) en de Kadasterwet is de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verantwoordelijk voor het stimuleren van energiebesparing en reductie van CO2-uitstoot binnen de sector gebouwde omgeving. Het belangrijkste instrument om dit te bereiken is het plan van aanpak Energiebesparing Gebouwde Omgeving. Dit plan, mede van belang voor de bijdrage van Nederland aan de Europese CO2 reductiedoelstelling in 2020, biedt een lange termijnvisie en richt zich op medewerking van marktpartijen. Daarnaast zijn er convenanten (Meer Met Minder, Lenteakkoord Energiebesparing in de Nieuwbouw en Energiebesparing Sociale-Huursector), wet- en regelgeving (verplicht energielabel op basis van Energy Performance of Building Directive (EPBD), en onderzoek met als doel het versprei-den van kennis. •Op basis van de Woningwet (hoofdstuk 2) is de minister verantwoorde-lijk voor het opstellen van bouwregelgeving, de naleving hiervan en het stimuleren van bouwkwaliteit. •Op basis van de Grondwet, artikel 22 lid 2 en de Woningwet (hoofdstuk V) is de minister verantwoordelijk voor woningbouw; hetgeen de zorg omvat voor voldoende omvang, kwaliteit en differentiatie van de woningvoorraad. Het kabinet wil de sector stimuleren door investe-ringscondities te verbeteren en belemmeringen weg te nemen, waardoor meer ruimte ontstaat voor kleinschalige natuurlijke groei, het voorzien in eigen woningbehoefte, (collectief) particulier opdracht-geverschap (CPO) en meegroei,- mantel- en meergeneratie woningen. •Op basis van de Woningwet (artikel 80a) heeft de minister een regierol in het leefbaar maken en houden van steden en dorpen, waarbij met name aandacht is voor grote of specifieke problemen in bepaalde gebieden (bijvoorbeeld aandachtswijken en krimpregio’s). De charters tussen Rijk en gemeenten met aandachtswijken en het Actieplan bevolkingsdaling zijn de kaders waarbinnen de minister ondersteunt, stimuleert en faciliteert. Belangrijkste maatregelen hiertoe zijn het aanpassen van belemmerende wet-en regelgeving (bijvoorbeeld via de Rotterdamwet), advisering, kennisoverdracht, monitoring van resultaten (outcomemonitor Wijken, monitor krimpproblematiek en de ISV3-monitor) en het aanspreken van medeverantwoordelijke collega’s, met het oog op een samenhangende aanpak, bij te dragen aan de leefbaarheid. C Beleidswijzigingen Voor de gevolgen van de Woonvisie voor dit artikel wordt verwezen naar artikel 3 Woningmarkt. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 232De beleidsartikelen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Kamerstukken II, 32 660, nr. 17) is opgenomen dat de programmering van de verstedelijking wordt overgelaten aan provincies en gemeenten. Gemeenten zorgen voor de (boven)lokale afstemming van woningbouwprogrammering, binnen de provinciale kaders, en de uitvoering van de woningbouwprogramma’s. Provincies voeren, rekening houdend met de rijksdoelstellingen, de regie over de ruimtelijke opgaven van (boven)regionaal belang. In de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad worden de bestaande verstedelijkingsaf-spraken onderdeel van de integrale aanpak voor deze gebieden. In de andere regio’s is er geen directe rijksbetrokkenheid meer bij de woning-bouwprogrammering. D1. Budgettaire gevolgen van beleidTabel 4 Woonomgeving en bouw (x € 1 000) 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 44 351 41 369 38 671 33 131 33 012 Uitgaven 44 033 41 819 38 671 33 131 33 012 4.1 Energie en bouwkwaliteit 35 356 22 664 19 186 16 601 16 482 Subsidies 25 250 4 000 1 500 0 0 Tijdelijke stimuleringsregeling energiebesparende voorzieningen 7 250 0 0 0 0 Tijdelijke regeling blok voor blok 1 000 0 500 0 0 Innovatieregelingen gebouwde omgeving 17 000 4 000 1 000 0 0 Opdrachten 10 106 18 664 17 686 16 601 16 482 Beleidsprogramma Energiebesparing Gebouwde Omgeving 8 707 17 149 16 177 15 098 14 979 Beleidsprogramma bouwregelgeving 1 399 1 515 1 509 1 503 1 503 4.2 Woningbouwproductie 2 799 3 140 3 140 3 140 3 140 Opdrachten 2 799 3 140 3 140 3 140 3 140 Beleidsprogramma woningbouwproductie 2 799 3 140 3 140 3 140 3 140 4.3 Kwaliteit woonomgeving 5 878 16 015 16 345 13 390 13 390 Opdrachten 5 878 16 015 16 345 13 390 13 390 Beleidsprogramma woonomgeving 5 878 6 015 6 345 3 390 3 390 Wijkverpleegkundigen 10 000 10 000 10 000 10 000 Ontvangsten 91 91 91 91 91D2 Budgetflexibiliteit Het merendeel van de uitgaven voor de beleidsprogramma’s Energiebe-sparing Gebouwde Omgeving en Bouwregelgeving is juridisch dan wel bestuurlijk verplicht. De middelen voor de innovatieregelingen gebouwde omgeving zijn benoemd in het plan van aanpak Energiebesparing Gebouwde Omgeving en zijn ten dele juridisch verplicht. Een vermin-dering van deze bijdragen vergt echter een herziening van de overeen-komsten gesloten tussen het Rijk en respectievelijk Stuurgroep Experi-menten Volkshuisvesting (SEV) en de Coöperatie GEN (Gebieden Energie Neutraal). Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 233 De beleidsartikelen E. Toelichting op de intsrumenten 4.1 Energie en Bouwkwaliteit Subsidies Tijdelijke stimuleringsregeling Energiebesparende voorzieningen De uitvoering van de tijdelijke stimuleringsregeling energiebesparende voorzieningen aan woningen loopt in 2012 door. Doel van de tijdelijke regeling is het stimuleren van het treffen van energiebesparende voorzieningen aan woningen, teneinde de energieprestatie van die woningen te verbeteren. Op basis van een maatwerkadvies kan, na het treffen van voorzieningen waardoor de energie-index van een woning is verbeterd, subsidie worden verstrekt aan een eigenaar-bewoner. Tijdelijke regeling blok voor blok Het kabinet zet in op een grootschalige bevordering van energiebesparing in bestaande gebouwen onder de naam blok-voor-blok. De kennis en ervaring opgedaan met de in 2011 gestarte pilot (vijf projecten) wordt verspreid onder overheden en marktpartijen. Bij gebleken succes kan een landelijke uitbreiding van tenminste 100 000 woningen per jaar plaats-vinden. In 2012 wordt op basis van opgedane ervaringen een aanzet hiertoe gemaakt. Innovatieregelingen gebouwde omgeving De Innovatieagenda Energie Gebouwde Omgeving (IAGO) bestaat uit de uitvoering van praktijkprojecten energiezuinige en innovatieve bouw, maar ook de overdracht van de kennis uit die projecten naar de markt. OpdrachtenBeleidsprogramma Energiebesparing Gebouwde Omgeving Het plan van aanpak Energiebesparing Gebouwde Omgeving bestaat uit maatregelen zoals gedragsbeïnvloeding, het verbeteren van de energe-tische kwaliteit van gebouwen, inzet van wet- en regelgeving, innovatie en kennisoverdracht. Het programma Energiebudgetten is ook in 2012 hierin van belang. Het kabinet doet daarbij een nadrukkelijk beroep op andere overheden, marktpartijen en consumentenorganisaties om een bijdrage te leveren. Door energiebesparing krijgen burgers meer grip op hun woonlasten én krijgt de bouwsector een impuls. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties begeleidt de uitvoering van het plan van aanpak. De uitvoering bestaat uit de implementatie van Europese richtlijnen, monitoring, kennisoverdracht en de uitvoering van tijdelijke regelingen door het Agentschap.NL (zie subsidies hierboven). Beleidsprogramma bouwregelgeving Op 1 januari 2012 zal het nieuwe Bouwbesluit in werking treden. Het aantal algemene maatregelen van bestuur zal hierdoor afnemen. De Tweede Kamer wordt in het najaar 2011 bij brief geïnformeerd over de verdere invulling van de bezinning op de bouwregelgeving, zoals benoemd in de Woonvisie en over de implementatie van de aanbeve-lingen van de Commissie Dekker. Daarnaast verzorgt de adviescommissie brandveiligheid de onafhankelijke advisering over de toepassing van (brandveiligheids)voorschriften en de helpdesk bouwregelgeving ondersteunt door beantwoording van circa 4 000 vragen per jaar. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 234De beleidsartikelen 4.2 Woningbouwproductie Opdrachten Beleidsprogramma woningbouw (inclusief particulier opdrachtgever-schap) Investeringscondities in de bouw worden verbeterd door instrumenten (zoals wet- en regelgeving) beter te benutten. In interdepartementaal verband worden budgetneutrale voorstellen ontwikkeld, gericht op nieuwe verdienmodellen en financieringsarrangementen. Daarnaast wordt kennis ontwikkeld en overgedragen met betrekking tot regionale programmering, planvorming en grondbeleid en -exploitatie. Het Expertteam Eigenbouw biedt bijstand bij vormgeving van eigenbouw-beleid en projectrealisatie bij gemeenten. De aangeboden expertise beslaat een breed terrein zoals advisering in beleid, planopzet en grondverwerving, bouwbegeleiding en opzet van CPO-projecten (inclusief financieringsconstructies). 4.3 Kwaliteit Woonomgeving Opdrachten Beleidsprogramma woonomgeving De meerjarige betrokkenheid bij de wijkaanpak wordt voortgezet, daarbij rekening houdend met de eindrapportage van de visitatiecommissie «Doorzetten en Loslaten» (mei 2011). De opgedane kennis en ervaring uit de wijkaanpak en het stedenbeleid wordt breder ingezet om de leefbaarheid in dorpen en steden te verbeteren. Daarbij is het uitgangspunt, meer zeggenschap en verantwoordelijkheid bij burgers te leggen. Het Landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken (LSA) ontvangt tot en met 2013 een bijdrage ten behoeve van bewonerspartici-patie in de steden, vooral voor aandachtswijken. Wijkverpleegkundigen In 2009 is ter uitvoering van motie Hamer (Kamerstukken II, 31 700, nr. 15) structureel € 10 mln. per jaar beschikbaar gesteld voor meer inzet van wijkverpleegkundigen in de aandachtswijken. In 2012 wordt het programma Zichtbare Schakel geëvalueerd. Op basis daarvan wordt bezien op welke wijze dit budget zal worden ingezet. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 235De beleidsartikelen Artikel 5. Integratie en maatschappelijke samenhang A Algemene doelstelling Het bevorderen van maatschappelijke samenhang en sociale stabiliteit door participatie en inburgering, met als doel dat iedereen met een migrantenachtergrond net als iedere andere burger zelfredzaam is en – naar vermogen – deelneemt aan de samenleving. B Rol en verantwoordelijkheid De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoor-delijk voor de visie van en samenhang binnen het integratiebeleid van het kabinet en de daarvoor benodigde kennis. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties spreekt de vakdepartementen aan op hun verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat hun generieke beleid voor alle burgers even effectief werkt. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoor-delijk voor de uitvoering van de Remigratiewet, de Wet inburgering, de Wet inburgering buitenland en de Wet overleg minderhedenbeleid. De mate waarin de algemene doelstelling van het integratiebeleid wordt gerealiseerd, wordt afgemeten aan de ontwikkeling van drie kengetallen. Op de langere termijn wordt gestreefd naar evenredige participatie van alle bevolkingsgroepen in Nederland op genoemde indicatoren.1Tabel 5.1 2007 2008 2009 2010 2012 Percentage netto-arbeidsparticipatie van de bevolking 15–64 jaar Niet-westerse migranten 53,6 56,9 55,2 52,8 Autochtone Nederlanders 68,7 70,0 69,9 69,4 Verschil – 15,1 – 13,1 – 14,7 – 16,6 afname Percentage met startkwalificatie van de niet schoolgaande bevolking 15–64 jaar Niet-westerse migranten 2e generatie 68,1 67,1 67,4 67,2 Autochtone Nederlanders 70,5 71,4 72,2 72,9 Verschil – 2,4 – 4,3 – 4,8 – 5,7 afname Aantal verdachten per 1 000 van de bevolking van 12 jaar en ouder Niet-westerse migranten 44 41 38 33 * Autochtone Nederlanders 12 11 10 9 * Verschil 32 30 28 24 * afname* De cijfers over 2010 zijn voorlopigBron: CBS kernindicatoren jaarlijkse aanlevering conform onderzoeksopdracht C Beleidswijzigingen Het kabinet wil met regulier beleid de doelstellingen op het terrein van integratie realiseren. Elke burger kan met algemene faciliteiten op het gebied van arbeidsmarkt, onderwijs en wonen een zelfstandig bestaan opbouwen, eventueel ondersteund door familie of naaste omgeving. Beleid moet werken voor alle groepen in de samenleving. Waar dat niet het geval is, wordt bijgestuurd op het algemene beleid en wordt niet langer gegrepen naar specifieke instrumenten. Het kabinet komt met voorstellen waarmee nieuwkomers zelf verantwoor-delijk worden voor het bereiken van het vereiste niveau van taal en kennis om het inburgeringexamen te halen en dragen zelf de kosten. Er komt een sociaal leenstelsel als vangnet voor mensen die niet in staat zijn hun opleiding zelf te betalen. 1 Het SCP heeft een methodiek ontwikkeld die inzichtelijk maakt welke positie niet-westerse migranten zouden innemen in het integratie-proces wanneer zij zouden beschikken over een aantal gelijke achtergrondkenmerken (opleidingsniveau, herkomstmilieu) als autochtone Nederlanders (de zogenaamde decompositiemethode). De uitkomsten van dit onderzoek kunnen gebruikt worden bij het formuleren van realistische beleidsdoelstel-lingen op het terrein van onderwijs en arbeidsmarkt. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie Dijsselbloem en Van der Staaij (31 700 XVIII, nr. 30).Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 236 De beleidsartikelen Het kabinet zet erop in dat kennis over integratie en over de positie van verschillende groepen in de Nederlandse samenleving, effectieve interventies en succesvolle methoden, beschikbaar worden gesteld en dat het benutten ervan actief wordt bevorderd bij algemene instellingen. Waar nodig wordt bijgedragen aan de inzet van de vakdepartementen, bijvoorbeeld bij jeugdzorg, voor- en vroegschoolse educatie, aansluiting van opleidingskeuze op de arbeidsmarkt en de aanpak van overlastge-vende en criminele jeugdgroepen. Integratiesubsidies worden geleidelijk verminderd, met uitzondering van de subsidie aan Vluchtelingenwerk Nederland, die conform het regeerak-koord wordt voortgezet. D1 Budgettaire gevolgen van beleidTabel 5 Integratie en maatschappelijke samenhang (x € 1 000) 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 245 233 181 837 94 506 87 988 87 904 Uitgaven 251 233 187 837 94 506 87 988 87 904 5.1 Faciliteren inburgering 197 293 134 926 36 515 40 512 40 428 Opdrachten 11 242 10 785 12 061 17 299 17 287 Programma inburgering 11 242 10 785 12 061 17 299 17 287 Bijdragen 186 051 124 141 24 454 23 213 23 141 Gemeenten uitvoering Wet Inburgering 160 005 98 300 0 0 0 Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)* 21 956 21 751 20 364 19 123 19 051 Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) 4 090 4 090 4 090 4 090 4 090 5.2 Maatschappelijke en economische zelfredzaamheid 53 940 52 911 57 991 47 476 47 476 Subsidies 7 032 7 032 7 032 4 272 4 272 Forum 6 000 6 000 6 000 3 240 3 240 Vluchtelingenwerk Nederland 1 032 1 032 1 032 1 032 1 032 Opdrachten 9 906 8 876 13 956 6 712 6 712 Programma integratie 8 206 7 176 12 256 5 012 5 012 Remigratie 1 700 1 700 1 700 1 700 1 700 Bijdragen 37 002 37 003 37 003 36 492 36 492 Sociale Verzekeringbank (SVB) 37 002 37 003 37 003 36 492 36 492 Ontvangsten 32 425 4 425 4 425 4 425 4 425* Inclusief het bedrag dat DUO uitkeert in het kader van het leenstelsel.D2 Budgetflexibiliteit Bij «Faciliteren inburgering» zijn de uitgaven nagenoeg geheel verplicht. Het betreft de bijdragen aan gemeenten en centrale kosten voor bijvoor-beeld het examenstelsel, het leenstelsel en inburgering in de opvang. Een klein deel van het budget is niet juridisch verplicht en is bestemd voor activiteiten zoals monitoring, onderzoek en voorlichting. Deze activiteiten zijn nodig voor uitvoering van de Wet Inburgering en de Wet Inburgering Buitenland. Bij «Maatschappelijke en economische zelfredzaamheid» zijn de uitgaven eveneens voor het grootste deel verplicht. Het gaat met name om remigratie-uitkeringen. De rechten van degenen aan wie een uitkering is toegekend, kunnen niet worden aangetast. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 237 De beleidsartikelen E Toelichting op de instrumenten 5.1 Faciliteren inburgering Opdrachten Programma Inburgering Een aantal inburgeringstaken wordt centraal gecoördineerd. De uitvoering verloopt via opdrachten aan diverse organisaties voor het onderhoud van de examens, monitoring van de inburgeringsresultaten en het keurmerk inburgering. De regelgeving en de aansturing van de bovengenoemde activiteiten berust bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties. Als gevolg van de Wet inburgering in het buitenland (WIB) moeten bepaalde groepen vreemdelingen die zich in Nederland willen vestigen het basisexamen inburgering afleggen op een examenlocatie in het buitenland. In dit kader worden opdrachten verleend aan diverse partijen inzake de uitvoering van de Wet inburgering in het buitenland voor het onderhoud van het examenstelsel.Tabel 5.2 Kengetallen inburgering Nederland1 Kengetallen inburgering Nederland 20102 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal deelnemers dat voor het inburgeringsexamen is geslaagd3 27 425 30 000 25 000 15 000 15 000 15 000 Slagingspercentage 72% 65% 70% 70% 70% 70%1 De meetbare gegevens (tabel 5.2 en 5.3) van de onderdelen van het integratiebeleid waarvoor de minister van BZK specifiek verantwoordelijk is, zijn hier opgenomen. Voor de meetbare gegevens inzake de delen van het integratiebeleid die worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van bewindslieden van andere departementen zijn de betreffende bewindslieden verantwoordelijk.2 Bron: Informatiesysteem Inburgering (ISI) van DUO, stand per ultimo 2010, peildatum 17 februari 2011.3 De geslaagden per jaar kunnen in datzelfde jaar of in eerdere jaren zijn gestart. Bijvoorbeeld: geslaagden in 2010 zijn dus in 2010 of in eerdere jaren gestart en hebben hun traject in 2010 met succes afgerond.Bijdragen Gemeenten uitvoering Wet Inburgering In 2012 stelt het Rijk nog € 196,7 mln. beschikbaar aan gemeenten om inburgeringsplichtigen een aanbod te kunnen doen. Hiervan is reeds € 36,7 mln. toegevoegd aan het Gemeentefonds voor uitvoeringskosten; het overige budget (€ 160 mln.) wordt ingebracht in het Participatie-budget. Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) DUO ontvangt een bijdrage voor het afnemen van examens, het verstrekken van vergoedingen en de uitvoering van het leenstelsel. Het leenstelsel is vangnet voor mensen die niet in staat zijn hun inburgerings-opleiding zelf te betalen. Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) Het COA ontvangt een bijdrage voor de voorinburgering in de centrale opvang. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 238 De beleidsartikelen 5.2 Maatschappelijke en economische zelfredzaamheid Subsidies Forum Forum ontvangt als onafhankelijk kennisinstituut op het terrein van multiculturele vraagstukken een subsidie voor het vergaren en beschikbaar stellen van specifieke kennis en expertise op het terrein van integratie aan gemeenten, bedrijven en organisaties en instellingen. VluchtelingenWerk Nederland VluchtelingenWerk Nederland ontvangt subsidie in het kader van haar steunfunctie (informatie, advies, training) voor regionale en lokale afdelingen. Vanuit deze afdelingen zetten beroepskrachten en vrijwilligers zich in voor de maatschappelijke begeleiding en integratie van asielge-rechtigden. Opdrachten Programma integratie •Versterking regulier beleid: voor monitoring van het integratieproces, zoals de Jaarrapporten integratie, kennisontsluiting, methodiekontwik-keling, onderzoek en evaluatie worden opdrachten aan diverse partijen verstrekt. Gemeenten zullen worden ondersteund bij het borgen van specifieke kennis en ervaringen in het reguliere beleid. Ook verschijnt elk jaar gelijktijdig met de begroting het Jaarrapport Integratie met een feitelijk overzicht van de ontwikkelingen in de integratie. •Maatschappelijke binding en burgerschap: een samenleving op basis van gedeelde belangen en gedeelde verantwoordelijkheid vraagt om een grondhouding van burgerschap. De overheid schept daartoe de voorwaarden. Het kabinet zal vanuit die gedachte met een wetsvoor-stel komen dat gelaatsbedekkende kleding in de openbare ruimte verbiedt. Het streven is de wet per 1 januari 2013 in werking te laten treden. Eveneens worden aan diverse organisaties opdrachten verstrekt voor het actieprogramma bestrijding discriminatie en de agenda hedendaags burgerschap. •Huwelijk- en gezinsmigratie: in 2012 worden opdrachten verstrekt aan diverse organisaties op het terrein van huwelijks- en gezinsmigratie. Remigratie BZK heeft aan het Nederlands Migratie Instituut (NMI) een meerjarige opdracht verstrekt ten behoeve van de voorlichting Remigratiewet voor de periode van 2011–2014. Tabel 5.3 Kengetallen Aanpak rassendiscriminatie Aanpak rassendiscriminatie 20071 20081 20092 Aantal meldingen bij een antidiscriminatievoorziening van discriminatie op grond van ras. 1 835 2 003 2 3611 Bron: Kerncijfers 2008; landelijk overzicht van discriminatieklachten geregistreerd bij antidiscri-minatiebureaus en meldpunten in Nederland opgesteld door Art. 1, de landelijke vereniging ter voorkoming en bestrijding van discriminatie in samenwerking met de Universiteit van Utrecht2 Bron: voorlopige cijfers Art. 1, de landelijke vereniging ter voorkoming en bestrijding van discriminatie, uit de registratie van de antidiscriminatievoorzieningen in Nederland; het defini-tieve rapport verschijnt later dit jaar. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 239 De beleidsartikelen Bijdragen Sociale Verzekeringsbank Aan de Sociale Verzekeringsbank wordt een bijdrage verstrekt om de Remigratiewet uit te kunnen voeren en de uitkeringen op grond van deze wet te kunnen uitbetalen. Om tegemoet te komen aan twee moties van de Tweede Kamer zullen aanpassingen worden uitgevoerd in de wet en onderliggende regelgeving. De wetswijziging zal volgens planning in 2012 in werking kunnen treden.Tabel 5.4 Kengetallen Facilitering remigratie Facilitering remigratie 2010 2011 2012 2013 2014 2015 Aantal remigranten met een periodieke uitkering per einde jaar 11 386 11 730 12 030 12 300 12 550 12 780Bron: Jaarlijkse opgave van de Sociale verzekeringsbank (SVB) van het aantal rechthebbenden en de raming daarvan. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 240 De beleidsartikelen Artikel 6 Dienstverlenende en innovatieve overheid A Algemene doelstelling Een compacte overheid, door minder regeldruk, voorzieningen voor efficiënt gebruik van overheidsinformatie en het bevorderen van burgerschap. B Rol en verantwoordelijkheid De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een regierol voor het verminderen van administratieve lasten en regeldruk voor burgers, professionals en interbestuurlijke regeldruk. De minister is systeemverantwoordelijk voor het stelsel van basisregis-traties. Hij is vanuit de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsge-gevens verantwoordelijk voor een goed functionerende Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) en vanuit de Paspoortwet verantwoordelijk voor betrouwbare reis- en identiteitsdocumenten. De minister stelt voor de basisregistratie het beleid vast en is verantwoor-delijk voor de uitvoering. De minister is coördinerend verantwoordelijk voor het gebruik en de implementatie van e-overheidvoorzieningen en is als opdrachtgever verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het beheer van diverse e-overheidvoorzieningen. De minister heeft een regierol voor het bevorderen van burgerschap. C Beleidswijzigingen Er zijn nieuwe doelstellingen voor de vermindering van regeldruk; de administratieve lasten van burgers moeten vanaf 2013 jaarlijks merkbaar en met 5% verminderen. Voor professionals in de publieke sector moet er sprake zijn van een merkbare vermindering van de regeldruk. Verder worden de interbestuurlijke lasten en uitvoeringskosten teruggedrongen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een coördinerende rol bij deze vermindering van regeldruk voor burgers, professionals en medeoverheden. De coördinerende rol houdt in dat het ministerie gegevens van de departementen en medeoverheden verzamelt en controleert over hoeveel administratieve lasten zij veroorzaken door wijzigingen in regelgeving en uitvoering. Daarnaast heeft het ministerie een aanjagende rol richting de andere departementen en medeoverheden en biedt het ministerie handvatten om de regeldruk te verminderen. Bij een dienstverlenende en innovatieve overheid past ook een toegan-kelijk gebruik van informatie. Dit speelt een cruciale rol in de implementa-tieagenda Nationaal uitvoeringsprogramma Dienstverlening en e-overheid (iNUP). Deze richt zich op breed gebruik van de e-overheidsvoorzieningen door overheidsorganisaties voor burgers en bedrijven. In het beleid staan de gebruikers centraal, is transparantie over het gebruik van gegevens essentieel en staat het principe voorop dat gegevens maar één keer worden gevraagd voor meervoudig gebruik. Daarbij wordt altijd rekening gehouden met de veranderende rol van de overheid. Daarom is optimale benutting van het potentieel de komende periode een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast wil het kabinet de kracht van de samenleving benutten. Dat wil zeggen dat het kabinet ruimte geeft aan initiatieven van burgers die verantwoordelijkheid nemen voor elkaar en voor de samenleving. Ruimte geven betekent toestemming geven voor experimenten met beleid en Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 241De beleidsartikelen bestuur, belemmeringen voor het nemen van verantwoordelijkheid opheffen en voorbeelden tonen van hoe het wel kan. D1 Budgettaire gevolgen van beleidTabel 6 Dienstverlenende en innovatieve overheid (x € 1 000) 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 125 170 104 669 111 362 91 998 89 295 Uitgaven 125 170 104 669 111 362 91 998 89 295 6.1 Verminderen Regeldruk 2 800 3 100 3 100 3 100 0 Opdrachten 2 800 3 100 3 100 3 100 0 Vermindering regeldruk en administratieve lasten 2 800 3 100 3 100 3 100 0 6.2 Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen 25 166 25 229 25 126 17 482 17 465 Opdrachten 17 166 17 229 17 126 9 482 9 465 (door)ontwikkeling e-overheidvoorzieningen 17 166 17 229 17 126 9 482 9 465 Bijdragen 8 000 8 000 8 000 8 000 8 000 Implementatie NUP (VNG) 8 000 8 000 8 000 8 000 8 000 6.3 Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen 45 852 45 138 43 668 42 852 42 707 Opdrachten 11 671 11 334 10 414 10 031 9 982 Beheer e-overheidsvoorzieningen 8 563 8 133 7 117 6 635 6 586 Officiële publicaties en wettenbank 3 108 3 201 3 297 3 396 3 396 Bijdragen 34 181 33 804 33 254 32 821 32 725 Baten-lastendienst Logius 30 885 30 410 29 764 29 220 29 124 Baten-lastendienst BPR 3 296 3 394 3 490 3 601 3 601 6.4 Burgerschap 4 942 4 872 6 544 6 469 6 469 Subsidies 4 442 4 372 6 044 5 969 5 969 Comité 4/5 mei 119 119 119 119 119 Huis voor Democratie en rechtstaat 4 323 4 253 5 925 5 850 5 850 Opdrachten 500 500 500 500 500 Programma burgerschap 500 500 500 500 500 6.5 Reisdocumenten en basisadministratie personen 46 410 26 330 32 924 22 095 22 654 Opdrachten 29 510 9 430 16 024 5 095 5 754 Beleid GBA en reisdocumenten 4 758 4 283 4 219 4 104 5 087 Modernisering GBA 8 752 5 147 1 305 991 667 ORRA 16 000 0 10 500 0 0 Bijdragen 16 900 16 900 16 900 17 000 16 900 Baten-lastendienst BPR 16 900 16 900 16 900 17 000 16 900 Ontvangsten 500 500 500 500 500 D2 Budgetflexibiliteit Voor een beperkt deel van de beleidsuitgaven zijn nog geen verplich-tingen aangegaan. Deze middelen worden gedurende het jaar aangewend voor beleidsdoeleinden, waarvoor op dit moment nog geen juridische verplichting is ingesteld. Voor een groot deel zijn er al afspraken vastgelegd met bijvoorbeeld baten-lastendiensten en gemeenten. Deze middelen zijn derhalve niet alternatief aanwendbaar. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 242 De beleidsartikelen E Toelichting op de instrumenten 6.1 Verminderen regeldruk: het terugdringen van de regeldruk voor burgers, professionals en interbestuurlijk Opdrachten Vermindering regeldruk en administratieve lasten Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een aanjagende rol richting andere departementen en medeoverheden voor het verminderen van regeldruk. Ondermeer wordt samenwerking gezocht met medeoverheden om ook lokaal de regeldruk terug te dringen. Daarnaast geeft BZK een financiële bijdrage aan het onafhankelijk advies- en toetsingscollege Actal, dat een toets uitvoert op nieuwe, voorgenomen wet- en regelgeving en worden mediationvaardigheden ingezet.Tabel 6.1 Indicatoren Beginstand 2010 Streef-waarde 2011 Streef-waarde 2012 Streef-waarde 2013 Streef-waarde 2014 Streef-waarde 2015 Vermindering administratieve lasten van de burger in tijd en kosten bij de overheid (t.o.v. het jaar daarvoor) 78,2 mln uur € 945,7 mln 0% 0% – 5% – 5% – 5%Bron: Cijfers aangeleverd door verschillende departementen 6.2 Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen: het vergroten van de efficiency en effectiviteit van de overheid bij het gebruik van informatie binnen de overheid en tussen overheid en samenleving Opdrachten (Door)ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen In 2012 werkt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties verder aan de noodzakelijke (door)ontwikkeling van standaardisatie, architectuur (Nederlandse OverheidsReferentie Architectuur), het identiteitsbeleid (waaronder de uitbouw van het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude) en het coördineren en monitoren van het beleid. De minister is daarnaast verantwoordelijk voor de (door)ontwikkeling van e-overheidsvoorzieningen. Deze voorzieningen zijn: •Register Niet-ingezetenen (RNi), voorbereiding elektronische Neder-landse IdentiteitsKaart (eNIK) en verbetering authenticatievoorzienin-gen; •verbetering toegankelijkheid overheidinformatie (waaronder open data, webrichtlijnen, Overheid.nl/MijnOverheid), periodieke aanbeste-ding wettenbank en nog te bepalen voorzieningen naar aanleiding van het kabinetsstandpunt op het rapport «iOverheid» van de Wetenschap-pelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Bijdragen Implementatie NUP Naast de verdere ontwikkeling van het informatiebeleid en de (door)ont-wikkeling van e-overheidsvoorzieningen draagt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij aan de implementatie van Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 243 De beleidsartikelen het beleid voor en de ontwikkeling van de basisregistraties. Hiervoor biedt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties implementa-tieondersteuning (iNUP) aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten/KING en zorgt het ministerie voor verdere ontwikkeling van het stelsel van basisregisters. 6.3 Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen: het efficiënt en effectief leveren van een aantal overheidsbrede e-overheidsvoorzieningen en het stimuleren van het gebruik van deze voorzieningen Opdrachten Beheer e-overheidsvoorzieningen Overheidsorganisaties zijn voor hun bedrijfsvoering gedeeltelijk afhan-kelijk van de levering van verschillende e-overheidsvoorzieningen. De minister is opdrachtgever voor het beheer van een deel van de e-overheidsvoorzieningen, zoals Burgerservicenummer, DigiD en MijnOverheid. Daarnaast is de minister verantwoordelijk voor het beheer van het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude. De opdrachten voor het beheer van deze e-overheidsvoorzieningen zijn ondergebracht bij diverse uitvoeringsorganisaties. Officiële publicaties en wettenbank In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties beheert stichting ICTU officiële publicaties en de SDU de productie Wettenbank en de productie officiële publicaties. Bijdragen Baten-lastendienst Logius Logius beheert DigiD/DigiD buitenland, stelselvoorzieningen digikop-peling, -melding en levering, Public Key Infrastructure (PKI), DigiD-machtiging standaarden/voorzieningen toegankelijkheid overheidsinfor-matie (waaronder de webrichtlijnen), www.overheid.nl, MijnOverheid en stimuleert het gebruik van deze voorzieningen. Baten-lastendienst BPR Baten-lastendienst BPR (Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten) ontvangt voor het beheer van het Burgerservice-nummer een bijdrage van het ministerie. In de bijlagen over de baten-lastendiensten BPR en Logius zijn de meetbare gegevens opgenomen. 6.4 Burgerschap Subsidies Het Comité 4 en 5 mei en Huis voor Democratie en Rechtsstaat Voor het bevorderen van burgerschap worden subsidies gegeven aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei en aan het Huis voor Democratie en Rechtsstaat. De subsidie aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei draagt bij aan de herdenkingen en vieringen die het comité organiseert. Daarnaast voert het Nationaal Comité 4 en 5 mei educatie- en erfgoedprojecten uit. De subsidie aan het Huis voor Democratie en Rechtsstaat draagt bij aan Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 244De beleidsartikelen de educatieve activiteiten die het Huis uitvoert ter bevordering van de kennis over de democratische rechtsstaat. Opdrachten Programma Burgerschap De minister is verantwoordelijk voor het bevorderen van actief burger-schap in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de vakdepartementen en maatschappelijke en bewonersorganisaties. Het project «meer burger, minder overheid» stimuleert het zelforganiserende vermogen van burgers en beoogt: •de krachten in de samenleving te vinden die initiatieven ontplooien in collectieve aangelegenheden; •knelpunten te identificeren die eigen verantwoordelijkheid nemen in de weg staan en deze waar mogelijk verhelpen; •voorwaarden scheppen dat burgers op eigen kracht invulling geven aan hun leven en bijdragen aan de leefomgeving/samenleving. De minister wil de slag maken van burgerparticipatie (initiatief ligt bij de overheid) naar overheidsparticipatie (initiatief ligt bij burgers en bedrijven). De voorwaarden hiervoor zullen worden opgenomen in de eerder aangekondigde Agenda Hedendaags Burgerschap. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maakt de agenda in samenspraak met de samenleving. Het is geen statisch document, maar ontwikkelt zich naar mate mensen en organisaties meer activiteiten ontplooien in de samenleving. De opzet is dat aan in de agenda opgenomen ambities wordt gewerkt door Rijk, gemeenten en maatschap-pelijke organisaties gezamenlijk. Voor de uitvoering op lokaal niveau is – naast primair de inzet van burgers en bedrijven – een stimulerende en faciliterende rol van de gemeenten, met de ondersteuning van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten van belang en de inzet van lokale ambtenaren die met burgerparticipatie verder aan de slag willen. Want ook het bestuur zal moeten wennen aan een nieuwe rol. De minister wil dat mensen initiatieven die niet op het lokale niveau thuishoren, maar wel overheidsbetrokkenheid vergen via een rijksloket kunnen melden en daar ook respons op krijgen (Initiatief Rijk). Daarnaast is de minister bereid zich in te zetten voor het zonodig aanpassen van regelgeving en werkwijzen die nu het uitoefenen van verantwoordelijkheden door de samenleving in de weg staan. 6.5 Een betrouwbare GBA en betrouwbare reis- en identiteitsdo-cumenten Opdrachten Beleid GBA en reisdocumenten In 2012 wordt de kwaliteit van de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) verbeterd. Het actieplan kwaliteit GBA heeft als doel de betrouwbaarheid van de GBA te vergroten. Dit wordt gedaan in samenwerking met Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de gemeenten (motie Heijnen en Bilder, Kamerstukken II, 2007–2008, 31 200, nr. 34). Daarnaast heeft Caribisch Nederland op dit moment zijn eigen bevolkingsadministratie (PIVA-V) en identiteitskaart (Sedula). In 2012 wordt, in samenwerking met de openbare lichamen, de kwaliteit van PIVA verbeterd en zal een besluit genomen worden over de eventuele vervanging van de Sedula door de Nederlandse identiteitskaart. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 245De beleidsartikelen Modernisering GBA De minister is ook opdrachtgever voor de modernisering van de GBA. Onderdeel van het programma is de realisatie van het 24 uur per dag online beschikbaar maken van actuele en betrouwbare persoonsgegevens voor geautoriseerde gebruikers. Dit levert een gestandaardiseerde en moderne uitwisseling van de persoonsgegevens en een betere controle op de kwaliteit van de GBA, zoals is vastgelegd in het bestuurlijk akkoord met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten op 5 maart 2009 (Kamerstukken II, 2008–2009, 27 859, nr. 17). ORRA Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft het voornemen om de betrouwbaarheid van het aanvraag- en uitgifteproces van reisdocumenten te verbeteren door de realisatie van een online raadpleegbare reisdocumentenadministratie (ORRA) die ook een plaatsonafhankelijke aanvraag en uitgifte van reisdocumenten mogelijk moet maken. In 2010 en 2011 is, mede gelet op de besluitvorming over de opslag van de vingerafdrukken in de decentrale reisdocumentenadminis-traties, een pas op de plaats gemaakt met de realisatie van de ORRA. Er wordt onderzocht op welke wijze de ORRA vorm dient te krijgen. Bijdragen Baten-lastendienst BPR Voor de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) en het uitgeven van betrouwbare reis- en identiteitsdocumenten is de minister opdrachtgever van de baten-lastendienst BPR. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 246De beleidsartikelen Artikel 7. Arbeidszaken overheid A Algemene doelstelling Een (compacte) overheid met voldoende en goed gekwalificeerde, integere medewerkers en politieke ambtsdragers tegen verantwoorde kosten. B Rol en verantwoordelijkheid Op grond van onder andere de Ambtenarenwet en de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers is de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties systeemverantwoordelijk voor de coördinatie van het arbeidsvoorwaardenbeleid in de publieke sector, waaronder het creëren van voorwaarden om agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak tegen te gaan. Verder is de minister verantwoordelijk voor het bevorderen van integriteit van ambtenaren en bestuurders en het bevorderen van de professionaliteit van bestuurders. De minister creëert voorwaarden ter bescherming van klokkenluiders binnen de publieke sector. De minister bevordert mobiliteit binnen het openbaar bestuur door belemmeringen weg te nemen en gaat excessieve beloningen in de publieke en semi-publieke sector tegen. Ook bevordert de minister het moderniseren van de rechtspositieregelingen voor politieke ambtsdragers (in het verlengde van de Dijkstal-voorstellen). De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is uitvoerings-verantwoordelijk voor de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers, de pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen, de benoemingen en ontslagen van onder andere burge-meesters, commissarissen der Koningin, leden van de Raad van State en de toekenning van Koninklijke onderscheidingen. C Beleidswijzigingen De werkgelegenheid in het openbaar bestuur zal door de bezuinigingen dalen. Dat leidt tot personeelsoverschotten. Er ontstaan tegelijkertijd tekorten aan personeel, doordat vraag en aanbod niet op elkaar aansluiten. De verwachting is dat in een aantrekkende arbeidsmarkt veel moeilijk vervulbare vacatures ontstaan. Om te voorkomen dat onnodig beroep wordt gedaan op de externe inhuur van specialisten is het belangrijk dat de arbeidsmobiliteit binnen het openbaar bestuur toeneemt. Boventallige medewerkers zullen zoveel mogelijk «van werk naar werk» gaan. De rechtspositie van ambtenaren wordt in beginsel gelijk aan die van werknemers in de marktsector. Vanwege de gevolgen van de economische crisis en de noodzakelijke bezuinigingen heeft het kabinet in 2011 (net als in 2010) geen extra middelen beschikbaar gesteld van de lonen van ambtenaren. De daadwer-kelijke loonontwikkeling – die in het arbeidsvoorwaardenoverleg met de bonden tot stand komt moet daarom praktisch (tenminste) twee jaar op nul uitkomen. Het beleid met betrekking tot een divers samengesteld personeelsbestand is in 2011 afgebouwd. Het realiseren van een divers samengesteld personeelsbestand is een taak voor de individuele overheidswerkgevers. Wel wordt voor hen als ondersteuning de diversiteitsindex in stand gehouden. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 247De beleidsartikelen D1 Budgettaire gevolgen van beleidTabel 7 Arbeidszaken overheid (x € 1 000) 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 47 192 45 804 43 335 38 270 41 203 Uitgaven 47 192 45 804 43 335 38 270 41 203 7.1 Overheid als werkgever 14 244 14 656 12 087 9 522 9 505 Subsidies 7 436 7 140 6 162 5 135 4 930 Subsidies Overlegstelsel 3 286 3 240 3 212 3 185 2 980 Subsidies integriteit en professionalisering 2 150 2 150 1 950 1 950 1 950 Subsidies Veilige Publieke Taak 2 000 1 750 1 000 0 0 Opdrachten 6 808 7 516 5 925 4 387 4 575 Arbeidsmarktbeleid 3 058 3 516 3 575 3 437 3 625 personele zorg politieke ambtsdragers 950 950 950 950 950 Programma Veilige Publieke Taak 2 800 3 050 1 400 0 0 7.2 Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen 32 948 31 148 31 248 28 748 31 698 Bekostiging 32 948 31 148 31 248 28 748 31 698 Regelingen voor Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen 22 856 21 056 21 156 18 656 22 056 Pensioenen en uitkeringen Politieke ambtsdragers 9 904 9 904 9 904 9 904 9 454 Benoemingsregelingen politieke ambtsdragers 188 188 188 188 188 Ontvangsten 820 820 820 820 820D2 Budgetflexibiliteit De budgetflexibiliteit van de uitgaven is beperkt. De geraamde uitgaven voor pensioenen en uitkeringen zijn benodigd voor (toekomstige) aanspraken. Subsidies voor het overlegstelsel liggen vast in beschik-kingen. E Toelichting op de instrumenten 7.1 Overheid als werkgever Subsidies Overlegstelsel Een adequaat overlegstelsel wordt door het subsidiëren van de Stichting Verdeling Overheidsbijdragen (SVO), het Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO) en de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel in stand gehouden. Ook het European Institute for Public Administration ontvangt jaarlijks een bijdrage. Integriteit en professionalisering Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt aan een modern en goed werkgeverschap. In dat kader worden het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS) en het Burgemeesters-fonds gesubsidieerd. BIOS richt zich op het versterken van het integriteits-besef en het bevorderen van een evenwichtig en samenhangend integriteitsbeleid bij publieke organisaties door kennisdeling en -uitwisseling, zowel nationaal als internationaal, door het organiseren van integriteitsbijeenkomsten, het geven van presentaties, het ontwikkelen van instrumenten en leidraden en het faciliteren van diverse opleidingen Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 248 De beleidsartikelen en workshops. Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters ontvangt een jaarlijkse bijdrage voor diverse activiteiten ten behoeve van de verdere professionalisering van de uitoefening van de burgemeesters-functie (een deel van de bijdrage is afkomstig uit de arbeidsvoorwaarden-ruimte voor burgemeesters). Veilige Publieke Taak Een veilige taakuitoefening door personeel met een publieke taak en politieke ambtsdragers is van groot belang voor het openbaar bestuur. Met het expertisecentrum Veilige Publieke Taak richt de minister zich op het stimuleren en ondersteunen van de overheidswerkgevers bij het nemen van hun verantwoordelijkheid hiervoor. Het gaat daarbij met name om het stimuleren van en ondersteunen bij het daadwerkelijk verhalen van schade, het uitwisselen van kennis en ervaringen, de VPT-award en de VPT-beurs. Opdrachten Arbeidsmarktbeleid Met een gericht arbeidsmarkt- en arbeidsvoorwaardenbeleid bevordert de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de overheid als aantrekkelijke werkgever. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt aan een modern en goed werkgeverschap, flexibele overheidsorganisaties, arbeidsparticipatie en de productiviteit. Meer flexibiliteit betreft ook de onderlinge verhoudingen tussen de overheidsorganisaties. In dat kader gaat het onder meer om het wegnemen van belemmeringen voor interbestuurlijke mobiliteit. De minister streeft naar een doelmatiger dienstverlening door het verbeteren van de arbeidsproductiviteit (onder andere het stimuleren van slimmer werken) en het verminderen van de administratieve lastendruk voor de overheidswerknemers. Personele zorg politieke ambtsdragers Met het realiseren van een zo breed mogelijke toegang tot bestuurlijke en politieke functies en het verbeteren van de kwaliteit van de functiever-vulling door politieke ambtsdragers draagt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij aan het goed functioneren van het politieke en bestuurlijke systeem en aan een slagvaardig openbaar bestuur. Veilige Publieke Taak Een veilige en integere taakuitoefening voor personeel met een publieke taak en politieke ambtsdragers is van groot belang voor het openbaar bestuur. Met het programma Veilige Publieke Taak richt de minister zich op het voorkomen, beperken en afhandelen van agressie en geweld vanuit de keten van werknemers, werkgevers, politie en openbaar ministerie op lokaal niveau. Het programma kenmerkt zich daarnaast door een dadergerichte aanpak bestaande uit een duidelijke norm, het vergroten van de pakkans en het altijd geven van een reactie naar de dader. In dat kader wordt gewerkt aan het verhogen van de meldings- en aangiftebereidheid en het stimuleren van en ondersteunen bij het daadwerkelijk verhalen van schade door werkgevers, Het programma richt zich verder op het monitoren van de gemaakte afspraken in de opsporing en vervolging, zoals de hogere strafeisen en het verbeteren van de veiligheid in het Openbaar Vervoer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 249De beleidsartikelen Tabel 7.1 Waarde 2007 Waarde 2008 Waarde 2009 Waarde 2010 1. Aantal onvervulde vacatures in de sectoren Rijk, Provincies, Gemeenten, Rechterlijke Macht, Water-schappen, Onderwijs, Politie en Defensie. 15 600 20 300 20 700 10 500 2. Bevorderen van aantrekkelijk werkgeverschap: Aandeel werknemers, dat tevreden is met de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden 58% – 59% – 3. Driejarig gemiddelde afwijking in loonontwikkeling overheid t.o.v. de markt 0,4% 0,9% 0,3% 0,40%7.2 Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen Bekostiging Regelingen voor Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen Voor de pensioenregelingen van (voormalige) Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen is € 22,8 mln. begroot. Pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers Voor de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambts-dragers is € 9,9 mln. begroot. Benoemingsregelingen politieke ambtsdragers De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoor-delijk voor het benoemen en ontslaan van onder andere burgemeesters, commissarissen van de Koningin, leden van de Raad van State en de toekenning van Koninklijke onderscheidingen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 250 De beleidsartikelen Artikel 8. Kwaliteit Rijksdienst A Algemene doelstelling Een goed presterende rijksoverheid op het gebied van bedrijfsvoering en het bevorderen van de kwaliteit van het management van de Rijksdienst. B Rol en verantwoordelijkheid Voor een optimale beleidsvoorbereiding en -uitvoering moet de interne beheersing en sturing van de bedrijfsprocessen in rijksbreed verband op orde zijn. Deze bedrijfsprocessen moeten naast dienstbaar aan het beleid, ook effectief en doelmatig zijn. Daarvoor zijn heldere kaders nodig. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties bepaalt in samenwerking met de andere ministeries deze kaders en brengt daarin meer samenhang, met als doel een beter bestuurbare en meer efficiënte bedrijfsvoering binnen de rijksdienst. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoor-delijk voor het rijksbrede beleid en de rijksbrede kaders op terreinen als personeel, informatie- en communicatietechnologie (ICT), organisatie, huisvesting, inkoop, facilitaire dienstverlening en beveiliging. Tevens is de minister verantwoordelijk voor de primaire arbeidsvoorwaarden van het Rijk. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties investeert vanuit zijn systeemverantwoordelijkheid in het concernbrede zicht op talent en in specifieke ontwikkeltrajecten voor managers. Daartoe bevordert de minister de uitstroom en flexibiliteit, een kleinere topstructuur van het Rijk, samenwerking tussen leidinggevenden, toekomstgerichtheid van managementtalent en de plaatsing van Nederlandse topposities bij Europese instellingen. Dit laatste gebeurt in samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken. Vanuit een uitvoerende rol is de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verantwoordelijk voor de rol van werkgever voor de Topmanagementgroep, daar waar het gaat om benoemingen, arbeids-voorwaarden en ontslag. C Beleidswijzigingen Het programma Compacte Rijksdienst (Kamerstukken II, 2010–2011, 31 490, nr. 1) dat op 17 februari 2011 is aangeboden aan de Tweede Kamer, levert een bijdrage aan de algemene doelstelling. Dit programma is één van de beleidsprioriteiten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 251De beleidsartikelen D1 Budgettaire gevolgen van beleidTabel 8 Kwaliteit Rijksdienst (x € 1 000) 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 28 964 26 480 25 446 24 878 24 818 Uitgaven 28 964 26 480 25 446 24 878 24 818 8.1 Kwaliteit Rijksdienst 28 964 26 480 25 446 24 878 24 818 Subsidies 3 400 3 400 3 400 3 400 3 400 Subsidie A&O-fonds 3 400 3 400 3 400 3 400 3 400 Opdrachten 7 828 6 004 5 766 5 765 5 783 Bedrijfsvoering Rijk 7 828 6 004 5 766 5 765 5 783 Bijdragen 17 736 17 076 16 280 15 713 15 635 Arbeidsmarkt Communicatie 5 955 5 776 5 576 5 376 5 376 Doc-Direkt 11 781 11 300 10 704 10 337 10 259 Ontvangsten 2 550 2 650 2 650 2 650 2 650D2 Budgetflexibiliteit Voor een groot deel van de uitgaven, zoals bedrijfsvoering Rijk en bijdrage arbeidsmarktcommunicatie, zijn nog geen juridische verplichtingen aangegaan. Deze middelen worden gedurende het jaar aangewend voor beleidsdoeleinden en zijn in principe alternatief aanwendbaar. Wel is de subsidie aan het A&O-fonds juridisch verplicht. Deze middelen alternatief aanwendbaar maken, vergt een wijziging van een ministeriële regeling waarin een opzegtermijn van drie jaar is vastgelegd. Ook de bijdrage aan Doc-Direkt is juridisch verplicht. E Toelichting op de instrumenten Subsidies Arbeidsmarkt- en opleidingenfonds (A&O-fonds) Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt jaarlijks aan het A&O-fonds Rijk een subsidie van € 3,4 mln. Deze subsidie is onderdeel van de CAO-afspraken. Het fonds zet de subsidie in voor arbeidsmarktprojecten binnen het Rijk die het bestuur van het A&O-fonds goedkeurt. Jaarlijks wordt hiervoor een beleidsplan gemaakt. Opdrachten Bedrijfsvoering Rijk De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoor-delijk voor het rijksbrede beleid en kaders voor de bedrijfsvoering. Om de kwaliteit van de rijksdienst te verbeteren wordt in 2012 op het terrein van organisatie en personeel het functiegebouw Rijk bij alle departementen geïmplementeerd. De Belastingdienst implementeert het functiegebouw Rijk later. Op het gebied van ICT ontwikkelt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties architectuur, kaders en standaarden en het CIO-stelsel om beter grip te krijgen op de grote ICT-projecten. In 2012 zullen 20 000 uniforme digitale werkplekken (DWR cliënts) operationeel zijn. Alle departementen (met uitzondering van Defensie) stappen over op het rijksportaal. Verder worden de departementen ondersteund in hun Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 252 De beleidsartikelen digitaliseringsproces en bij de invoering van de kaders en standaarden voor een optimale informatiehuishouding. Het ministerie van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties ontwikkelt de kaders voor de informatiebeveiliging binnen de rijksdienst. De generieke inkoop, die onder rijksbreed categoriemanagement valt, stijgt met tenminste 50%. Er wordt verder gegaan met de invoering van de standaardisatie voor de fysieke werkomgeving Rijk. Rijksbrede kengetallen over de bedrijfsvoering staan vermeld in de jaarrapportage bedrijfsvoering Rijk. Bijdragen Arbeidsmarkt Communicatie Het Expertisecentrum Organisatie & Personeel (EC O&P) van De Werkmaatschappij geeft uitvoering aan het rijksbrede recruitmentpro-gramma en beheer en doorontwikkeling technische infrastructuur platform mobiliteitssites rijksoverheid. Doc-Direkt Per 1 januari 2011 is Doc-Direkt opgericht, de nieuwe archiefbewerkingsor-ganisatie van het Rijk waarin onder andere de Centrale Archief Selectie-dienst (CAS) is opgegaan. Doc-Direkt heeft onder andere als taak de archiefachterstanden (1976–2004) van in totaal 300 km binnen 10 jaar weg te werken. De bijdrage voor 2012 ten behoeve van het wegwerken van de archiefachterstanden is € 11,8 mln. Dit bedrag is overgeheveld vanuit verschillende departementen.Tabel 8.1 Kengetallen en indicatoren Indicatoren Waarde 2010 Streefwaarde 2011 Streefwaarde 2012 Streefwaarde 2013 1. Aantal strekkende kilometers wegwerken archief ná 1975 (cumulatief) 22,4 30 30 30Bron 1: Doc-Direct Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 253 De beleidsartikelen Artikel 9. Uitvoering rijkshuisvesting A Algemene doelstelling Het verzorgen van de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het Koninklijk Huis, het in stand houden van Rijksmonumenten en het uitvoeren van het Rijkshuisvestingsbeleid. B Rol en verantwoordelijkheid De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is op basis van het Besluit Rijksgebouwendienst 1999 (KB), als opdrachtgever en uitvoerder verantwoordelijk voor: •de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken; •de huisvesting van het Koninklijk Huis, voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat; •de instandhouding van de monumenten in beheer van de Rijksgebou-wendienst, ook als die naar hun aard niet geschikt zijn voor de huisvesting van rijksdiensten; •de doelmatige uitvoeringspraktijk van de rijkshuisvesting binnen de wettelijke en afgesproken kaders. C Beleidwijzigingen Er zijn geen beleidswijzigingen. D1 Budgettaire gevolgen van beleidTabel 9 Uitvoering Rijkshuisvesting (x € 1 000) 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 58 053 58 413 57 769 58 022 57 616 Uitgaven 58 053 58 413 57 769 58 022 57 616 9.1 Een doelmatige uitvoeringspraktijk van de rijkshuisvesting 58 053 58 413 57 769 58 022 57 616 Bijdragen 58 053 58 413 57 769 58 022 57 616 Bijdrage aan Rgd voor rijkshuisvesting 9 881 10 989 10 357 10 652 10 321 Bijdrage aan Rgd voor monumenten 10 130 10 130 10 130 10 130 10 130 Bijdrage aan Rgd voor huisvesting Koninklijk Huis, HoCoSta’s en AZ 38 042 37 294 37 282 37 240 37 165 Ontvangsten 2 626 357 357 357 357D2 Budgetflexibiliteit De middelen voor het huisvesten van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken zijn belegd met gebruiksvergoedingen voor projecten waarover met de gebruikers afspraken zijn gemaakt. Daarom zijn deze middelen bijna geheel als juridisch verplicht aan te merken. De middelen voor monumenten worden, als ze nog niet juridisch zijn verplicht, als beleidsmatig gebonden beschouwd, gezien de zorg die de Rijksgebouwendienst voor deze monumenten heeft. Ten aanzien van de middelen voor de rijkshuisvesting geldt dat deze grotendeels zijn verplicht. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 254 De beleidsartikelen E Toelichting op de instrumenten BijdragenBijdrage aan RGD voor Rijkshuisvesting De Rijksgebouwendienst ontvangt in 2012 € 9,8 mln. om bij te dragen aan de realisatie van rijksdoelstellingen door: •te werken aan energiebesparing in de Rijkshuisvesting; •de duurzaamheid van de gebouwenvoorraad van het Rijk te verbete-ren; •de doelmatige werking van het rijkshuisvestingstelsel te bevorderen; •bij te dragen aan de totstandkoming van de rijkswerkplek; •uitvoering te geven aan professioneel publiek opdrachtgeverschap in de bouw door te zorgen voor zorgvuldig en transparant aanbesteden, coördinatie van publieke aanbestedende diensten en afstemming met de markt; •werkzaamheden van de Rijksbouwmeester voor de bevordering en bewaking van de kwaliteit van de architectuur, voor de stedenbouw-kundige inpassing en van de beeldende kunst bij het tot stand brengen, wijzigen en beheren van gebouwen, werken en terreinen waarover de zorg van de dienst zich uitstrekt. Beoogde prestaties voor 2012 zijn: Functioneel Controleren, Inregelen en Beproeven Eind 2012 zijn in 900 000 m2 voorraad rijkshuisvesting de maatregelen toegepast van Functioneel Controleren, Inregelen en Beproeven (FCIB). Dat betekent het zodanig inregelen van de klimaatinstallatie in gebouwen dat een optimaal thermisch comfort wordt bereikt bij een minimale verstoring van het bedrijfsproces en een zo laag mogelijk energiegebruik. Bijdrage aan RGD voor het beheren van monumenten Financiële bijdrage in 2012 van € 10,1 mln. aan de Rijksgebouwendienst voor het beheren van de monumenten bij de Rijksgebouwendienst en het bevorderen van de gebruiksmogelijkheden en verhuurbaarheid door periodiek onderhoud en herstel. Beoogde prestaties voor 2012 zijn:Tabel 9.1 Prestatie-indicator Prestatie-indicator Basiswaarde Peildatum Streefwaarde Periode Aantal monumenten (objecten) in beheer 43 (128) 2011 43 (128) 2012 Gebruiksgraad monumenten 95% 2009 95% 2012Bron: BZK/Rgd administraties Toelichting op de indicator: een deel van de monumenten is naar hun aard niet geschikt voor gebruik, zoals gedenknaalden of grafmonumenten. Deze objecten zijn buiten de berekening gehouden. Bijdrage aan RGD voor de huisvesting van Het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken Deze middelen zijn bedoeld voor betalingen aan de Rijksgebouwendienst om de kosten te dekken van huisvesting van de Hoge Colleges van Staat, het ministerie van Algemene Zaken en de drie staatspaleizen voor gebruik Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 255 De beleidsartikelen door het Koninklijk Huis. Omdat deze groep gebruikers van rijkshuis-vesting buiten het huur-verhuurstelsel voor de rijkshuisvesting valt, worden de uitgaven niet op de begroting van de organisaties zelf, maar op de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties verantwoord. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 256De beleidsartikelen Artikel 10. Vreemdelingen A Algemene doelstelling Een gereglementeerde en beheerste toelating tot, verblijf in en vertrek uit Nederland of terugkeer van vreemdelingen, die in nationaal en internati-onaal opzicht maatschappelijk verantwoord is. B Rol en verantwoordelijkheid De Minister voor Immigratie en Asiel is systeemverantwoordelijk voor het vreemdelingenbeleid, de coördinatie en afstemming binnen de vreemde-lingenketen en voor de uitvoering van het beleid. Goede ketensamen-werking is daarbij van groot belang. De minister is verantwoordelijk voor de uitvoeringsdiensten Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). Deze uitvoeringsdiensten vallen rechtstreeks onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De minister onderhoudt bovendien een gezagsrelatie met de Koninklijke Marechaussee (KMar), de Vreemdelingenpolitie en de Zeehavenpolitie. Voor de vreemdelingenbewaring en uitzetcentra van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) is de minister beleidsverantwoordelijk. Het asiel- en immigratiebeleid is streng en rechtvaardig. Het biedt bescherming aan echte vluchtelingen; zij die worden bedreigd in eigen land. Degene die onterecht een beroep doet op verblijf, moet het land verlaten. Nederland heeft een open oog voor de kansen die immigratie ons biedt. We versterken de immigratie van mensen die een bijdrage leveren aan de samenleving vanwege hun kennis, arbeid, studie of dienstverlening. En we verminderen de migratie van mensen die niet mee willen of kunnen doen. Om dit te bereiken zijn de inspanningen van het asielbeleid erop gericht een asielzoeker snel te laten weten of hij mag blijven. Procedures worden korter en doorprocederen (het stapelen van procedures) wordt tegen-gegaan, het categoriaal beschermingsbeleid wordt beëindigd, het terugkeerbeleid wordt effectiever, de rechtsbijstand wordt beperkt en de opvang in de regio wordt bevorderd. Bij een onterecht beroep op bescherming, moet de asielzoeker Nederland verlaten. Uitgangspunt is dat hij of zij vrijwillig vertrekt, dit wordt maximaal gestimuleerd. Mag de asielzoeker blijven, dan volgt zo snel mogelijk huisvesting in een gemeente, zodat de relatief hoge kosten van de opvang kunnen worden beperkt en de nieuwkomer kan gaan participeren in de samenleving. Het immigratiebeleid is selectief en uitnodigend waar het kan. Dat is nodig om Nederland sterk en weerbaar te houden. Nieuwkomers zijn welkom als ze een bijdrage kunnen leveren aan onze samenleving. De kennis- en arbeidsmigranten zijn hard nodig op de arbeidsmarkt. Voor gezinsmigratie gaan we de toelatingseisen verhogen. Op die manier willen we waarborgen creëren dat mensen hier hun eigen toekomst kunnen opbouwen en niet kansloos langs de kant staan. Het is een eigen verantwoordelijkheid van mensen om zich in te zetten voor een nieuw perspectief. Verblijfsaanvragen worden alleen nog in het buitenland gedaan. Deze ambities vergen ook aanpassing van Europese wet- en regelgeving. Veel landen om ons heen kennen dezelfde problemen rond kansarme migranten. De collega-ministers zullen samen optrekken om de andere Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 257De beleidsartikelen Europese landen te overtuigen van het belang van een gezamenlijk immigratiebeleid dat selectiever en restrictiever is. Ook zoeken we hiervoor steun bij de Europese Commissie en het Europees Parlement. Uitgangspunt is dat in alle lidstaten asielzoekers en migranten gelijk behandeld worden. Ook gaan wij ons inzetten om problemen met bewaking van de Schengen-buitengrens, gezamenlijk aan te pakken. We zetten ons in voor de realisatie van een Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel. Verder zullen we vooraf eisen gaan stellen aan het verblijf van langdurig ingezetenen in Europa om hun startpositie in Nederland te verbeteren. Handhaving is uiteindelijk een voorwaarde voor een streng en recht-vaardig immigratie- en asielbeleid. Dat begint al bij de toegang tot ons land. We werken aan betere informatie-uitwisseling tussen betrokken diensten, zodat we weten wie binnen komen. Het grensmanagement wordt vernieuwd. Ook pakken we fraude aan. Illegaal verblijf in Nederland wordt strafbaar. Criminele illegalen pakken we harder aan en worden eerder het land uitgezet, de glijdende schaal wordt aangescherpt.Tabel 10.1 Kengetallen Vreemdelingenketen (in aantallen) 2012 2013 2014 2015 2016 Opvang, Toegang, Toelating en Toezicht Asielinstroom 15 000 15 000 15 000 15 000 15 000 Overige instroom 5 810 9 850 9 090 5 880 5 880 Regulier (asielgerelateerd) 2 330 350 350 350 350 Instroom in de opvang 15 000 15 000 15 000 15 000 15 000 Uitstroom uit de opvang 16 000 16 000 15 000 15 000 15 000 Gemiddelde bezetting in de opvang 17 155 16 140 15 140 15 140 15 140 Machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) 11 000 11 000 11 000 11 000 11 000 Verblijfsvergunning regulier (VVR) 27 200 27 200 27 200 27 200 27 200 Toelating en Verblijf (TEV) 42 400 42 400 42 400 42 400 42 400 Visa 4 000 4 000 4 000 4 000 4 000 Aantal naturalisatie verzoeken 32 000 35 500 33 500 26 500 26 500 Streefwaarden Terugkeer Zelfstandig vertrek 20% 20% 20% 20% 20% Gedwongen vertrek 30% 30% 30% 30% 30% Zelfstandig vertrek zonder toezicht 50% 50% 50% 50% 50%Toelichting op de kengetallen Als gevolg van de pardonregeling uit 2007 zal vanaf 2012 tot en met 2014 een stijging plaatsvinden van het aantal naturalisatieverzoeken. Vanaf 2012 vallen de procedures «MVV» en «VVR met MVV» samen onder de procedure Toelating en Verblijf (TEV). C Beleidswijzigingen In 2012 zal de implementatie van het herziene beleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) worden afgerond. Met de herijking van dit beleid wordt sneller duidelijkheid gegeven over het toekomstper-spectief van amv’s. Amv’s die na een zorgvuldige procedure worden afgewezen omdat zij geen recht hebben op bescherming, dienen Nederland zo snel mogelijk te verlaten naar een situatie van adequate opvang, bij voorkeur gelegen in de hereniging met hun ouders. Meer dan Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 258 De beleidsartikelen voorheen zal vorm worden gegeven aan de (duurzame) terugkeer van deze amv’s. Er komt een wetsvoorstel om de nationaliteitswet te wijzigen conform de wensen uit het regeerakkoord. Daarnaast is de beslissing genomen het taalniveau van de naturalisatietoets in Europees Nederlands te verhogen. De niveauverhoging vraagt een ander examen dat tot nu toe in gebruik is. D1 Budgettaire gevolgen van beleidTabel 10 Vreemdelingen (x € 1 000) 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 793 065 763 820 731 821 637 445 636 304 Uitgaven 793 065 763 820 731 821 637 445 636 304 10.1 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen 761 366 737 008 705 607 611 665 610 354 Subsidies 7 928 7 861 7 808 7 754 7 741 Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) 7 217 7 181 7 144 7 106 7 097 Diverse subsidies Vreemdelingenketen 711 680 664 648 644 Opdrachten 45 315 61 986 61 908 17 969 17 966 Programma Vernieuwing Grensmanagement 8 390 13 890 14 890 7 890 7 890 Programma Biometrie 16 500 15 500 17 500 500 500 Programma Optimalisering Proces en Informatievoorziening Vreemde-lingenketen 15 800 27 800 24 800 4 800 4 800 Versterking vreemdelingenketen 4 625 4 796 4 718 4 779 4 776 Bijdragen 708 123 667 161 635 891 585 942 584 647 Immigratie- en naturalisatiedienst (IND) 282 254 265 108 262 058 243 051 242 422 Centraal Orgaan opvang Asielzoeker (COA) 425 869 402 053 373 833 342 891 342 225 10.2 Terugkeer en bewaring Vreemdelingen 31 699 26 812 26 214 25 780 25 950 Subsidies 6 800 6 600 6 600 6 400 6 300 REAN-regeling 6 800 6 600 6 600 6 400 6 300 Bekostiging 24 899 20 212 19 614 19 380 19 650 Terugkeer vreemdelingen 20 699 20 212 19 614 19 380 19 650 Vreemdelingenbewaring 4 200 Ontvangsten 467 0 0 0 0D2 Budgetflexibiliteit Het grootste gedeelte van de uitgaven is verplicht. Van de programma-uitgaven (waaronder de gelden uit het regeerakkoord) is het merendeel verplicht en worden voor het beperkte vrije gedeelte planningen gemaakt. E Toelichting op de instrumenten 10.1 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen: een zorgvuldige en tijdige afdoening van aanvragen van een verblijfs-vergunning of naturalisatieverzoek. Subsidies Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) VWN zet zich op basis van de Universele verklaring voor de Rechten van de Mens in voor de bescherming en het behartigen van de belangen van vluchtelingen en asielzoekers. Daarnaast ondersteunt VWN direct of Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 259 De beleidsartikelen indirect vluchtelingen en asielzoekers bij het opbouwen van een nieuw bestaan in Nederland. Tot slot onderneemt de vereniging activiteiten gericht op de bescherming en belangenbehartiging van vluchtelingen en asielzoekers buiten Nederland, met name in Europa. VWN ontvangt hiervoor een bijdrage van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Diverse subsidies vreemdelingenketen Hieronder vallen diverse kleine subsidies, waaronder een subsidie voor The Hague Process on Refugees and Migration. Opdrachten Het programma Identiteitsmanagement en Immigratie (IDMI) bestaat uit drie deelprogramma’s: het programma Vernieuwing Grensmanagement (VGM), het programma Biometrie in de Vreemdelingenketen (BVK) en het programma Optimalisering Proces en Informatievoorziening Vreemdelin-genketen (OPI). Programma Vernieuwing Grensmanagement (VGM) Het programma VGM zal in 2012 starten met de verwerving van een informatiesysteem ten einde de verschillende overheidsdiensten in staat te stellen om op een centraal punt alle passagiersgegevens, die overheidsdiensten op grond van hun wettelijke taakuitoefening mogen ontvangen, op te slaan. Naast de informatievoorziening wordt gelijktijdig gewerkt aan het tot stand komen van een Nationaal Informatie- en Analysecentrum Grens waarbij de betrokken diensten samenwerken. De implementatie van de automatische grenspassage zal verder gefaseerd worden opgeleverd, naast de grenspassage voor EU-onderdanen gaat het daarbij ook om de uitbreiding van Registered Travelers (RT) programma’s. Programma Biometrie in de Vreemdelingenketen (BVK) Het programma Biometrie in de Vreemdelingenketen coördineert de implementatie van biometrie en de toepassing van biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen. Hiertoe zal de vingerafdruk worden geïmplementeerd in het vreemdelingendocument en zal gestart worden met de aanbesteding van mobiele apparatuur voor het uitlezen van de biometrische kenmerken op het vreemdelingendocument. De implemen-tatie en de gefaseerde uitrol van het EU-visum systeem zal in 2012 worden voortgezet. Programma Optimalisering Proces en Informatievoorziening Vreemdelin-genketen (OPI) Na het afronden van de omgevingsanalyse zullen quick wins in kaart worden gebracht die in lijn zijn met de toekomstige ontwikkeling van het informatieproces. Concrete projectvoorstellen met de daarbij behorende business case zullen worden opgeleverd. Versterking Vreemdelingenketen Op het gebied van informatisering draagt de Basis Voorziening Vreemde-lingenketen (BVV) bij aan de versterking van de vreemdelingenketen. De BVV is een centraal informatiesysteem voor de vreemdelingenketen. De recente (technische) ontwikkelingen van de BVV hebben er toe geleid dat de BVV voor de komende jaren een toekomstvast systeem is geworden. Voor de langere termijn worden met de ketenpartners scenario’s ontwikkeld om tot vernieuwing van de keteninformatisering te komen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 260De beleidsartikelen Bijdragen Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beoordeelt de aanvragen van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of Nederlander willen worden. Daarbij zet de IND in op het versnellen van de doorlooptijden in de procedures.Tabel 10.2 Streefwaarden doorlooptijden: vreemdelingenzaken waarop binnen de gestelde wettelijke termijn is besloten (in %) 2011 2012 2013 2014 2015 Asiel 80 80 80 80 80 Regulier 100 100 100 100 100 Naturalisatie 100 100 100 100 100Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) is de organisatie die zorg draagt voor de opvang van vreemdelingen in Nederland. In opdracht van de Minister voor Immigratie en Asiel biedt het COA de vreemdelingen huisvesting. Het opvangbeleid is gericht op een opvang van asielzoekers gedurende de asielprocedure. Na een eventuele afwijzing van een asielverzoek zal in eerste instantie vanuit deze situatie van opvang met de vreemdeling gewerkt worden aan terugkeer. Na ommekomst van de vertrektermijn zal de opvang in beginsel worden beëindigd, waarna mogelijk nog plaatsing in een locatie voor vrijheidsbeperking aan de orde kan zijn om verder aan het vertrek te werken. In het geval van vergunning-verlening is snelle doorstroming naar gemeentelijke huisvesting van belang om op die wijze integratie en participatie te bevorderen. De gemiddelde uitgaven per opvanggerechtigde bedragen in 2012 € 21 862.Tabel 10.3 Indicatoren: gemiddelde verblijfsduur (in maanden) 2012 2013 2014 2015 2016 Gemiddelde opvangduur vergunninghouders na vergunningverlening 3 3 3 3 3 Gemiddelde verblijfsduur opvang 10 9,5 9 8,5 8,510.2 Terugkeer en bewaring Vreemdelingen: een zorgvuldige uitvoering van het vreemdelingentoezicht, grenstoezicht en terugkeerbeleid, opdat een vreemdeling die niet of niet meer rechtmatig in Nederland verblijft, Nederland zelfstandig of gedwongen verlaat. Subsidies REAN-regeling De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) werken met elkaar samen op het gebied van zelfstandige terugkeer. IOM kan vreemdelingen die zelfstandig willen vertrekken uit Nederland financieel ondersteunen. De organisatie biedt deze ondersteuning op basis van de REAN-regeling (Return and Emigration of Aliens from the Netherlands). IOM levert een bijdrage aan het faciliteren van vrijwillig terugkeer naar het land van herkomst door onder meer het geven van voorlichting en advies over vrijwillige terugkeer en extra ondersteuning voor kwetsbare groepen. Ook het procesmatig voorbereiden en begeleiden van de terugkeer (zoals het verkrijgen van reisdocumenten) hoort tot de activiteiten van IOM. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 261 De beleidsartikelen Bekostiging Terugkeer vreemdelingen De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) draagt bij aan effectieve terugkeer van vreemdelingen die niet (langer) in Nederland mogen blijven. Het terugkeerbeleid is bedoeld om gericht illegaal verblijf van vreemdelingen in Nederland tegen te gaan en te voorkomen. Uitgangspunt is dat vreemdelingen die niet meer rechtmatig in Nederland verblijven, zelfstandig kunnen terugkeren naar het land van herkomst of vertrekken naar een land waar toegang is gewaarborgd. Als hieraan geen gehoor wordt gegeven, vindt de terugkeer gedwongen plaats. Vreemdelingenbewaring De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen om onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden om meer gebruik te maken van alternatieven voor vreemdelingenbewaring. De komende periode wordt een aantal van de onderzochte alternatieven voor bewaring op beperkte schaal, door middel van enkele kleinschalige pilots, verkend op praktische uitvoerbaarheid en financiële, juridische en veiligheidsconsequenties. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 262De beleidsartikelen 4. NIET-BELEIDSARTIKELEN Niet-beleidsartikel 11: Centraal Apparaat 11.1 Apparaatsuitgaven kerndepartement Op dit artikel staan alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met uitzondering van de AIVD (zie artikel 2). Hiertoe zijn de apparaatbudgetten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gecentraliseerd volgens de nieuwe definities van het ministerie van Financiën. Met het hanteren van deze definities is het bundelen van de apparaatbud-getten op de voormalige beleidsartikelen onvoldoende. Zo valt bijvoor-beeld ook externe inhuur, welke voorheen deels werd bekostigd vanuit programma-uitgaven, nu onder de personele component van apparaats-uitgaven. Aangezien de begrotingsadministratie van het ministerie van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties nog niet geheel voorziet in deze werkwijze en definities, is voor de begroting 2012 een inschatting gemaakt van de totale apparaatsuitgaven. Deze inschatting is gemaakt op basis van de realisaties over 2010. In 2011 wordt het volledige apparaatsbudget van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opnieuw opgebouwd, volgens de nieuw te hanteren definities. Bij Voorjaarsnota 2012 zullen eventuele verschillen tussen deze uitkomsten en de raming worden gecorrigeerd.Tabel 11.1 Centraal apparaat (x € 1 000) 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 309 905 287 183 265 616 256 317 253 314 Uitgaven 305 445 286 069 264 962 254 851 253 314 11.1 Apparaat (exclusief AIVD) 305 445 286 069 264 962 254 851 253 314 Ontvangsten 32 232 29 865 29 865 29 865 29 865Toelichting In tabel 11.1 zijn de apparaatuitgaven van het kerndepartement opgenomen, inclusief de Dienst Terugkeer en Vertrek. De reeks is exclusief de apparaatuitgaven van de AIVD. Deze zijn, vanwege het specifieke karakter, begroot op het beleidsartikel 2 AIVD. De apparaatuitgaven kerndepartement betreffen de personele uitgaven (inclusief externe inhuur) en uitgaven aan materieel benodigd voor de ondersteunende processen (bijvoorbeeld huisvesting, opleidingen, ICT/kantoorautomatisering, etc.). In deze totaalreeks vallen ook de bijdragen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties aan de Shared Service Organisaties voor het Rijk, zoals P-direkt, de Werkmaatschappij en de Rijksgebouwendienst. Vanaf de begroting 2013 zal meer inzicht in de apparaatsuitgaven worden gegeven door deze op te splitsen in personeel (eigen personeel en externe inhuur) en materieel (waarvan ICT/kantoorautomatisering en bijdragen aan Shared Service Organisaties van het Rijk). Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 263 De niet-beleidsartikelen 11.2 Totaal overzicht Apparaatsuitgaven en -kosten BZK Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is tevens verantwoordelijk voor negen baten-lastendiensten. In de onderstaande tabel zijn de apparaatskosten weergegeven die deze baten-lastendiensten maken voor hun bedrijfsvoering. Deze worden nader toegelicht in de paragraaf met betrekking tot de baten-lastendiensten. Uiteraard zijn de apparaatskosten niet in alle gevallen toe te rekenen aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aangezien enkele baten-lastendiensten rijksbreed werken (dus voor alle departementen). Naast deze baten-lastendiensten draagt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met een bijdrage ook bij aan de taakuit-voering door enkele ZBO’s en RWT’s. Een deel van deze middelen wordt gebruikt voor de bekostiging van personeel en materieel bij deze organisaties. Voor de ZBO’s en RWT’s die een financiële bijdrage van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ontvangen voor de uitvoering van hun taken zijn in tabel 11.2 de totale apparaatskosten opgenomen. Tabel 11.2 geeft een overzicht van de totale apparaatsuitgaven voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de apparaats-kosten van de baten-lastendiensten, ZBO’s en RWT’s. Overigens kunnen de onderstaande cijfers niet in één totaalbedrag worden gevat, omdat het zowel uitgaven als kosten van apparaat betreft.Tabel 11.2 Totaal overzicht apparaatsuitgaven en -kosten BZK (bedragen x 1 000 Euro) 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Totaal apparaat ministerie BZK 495 006 473 741 451 994 440 489 438 706 Kerndepartement 305 446 286 069 264 962 254 851 253 314 AIVD 189 560 187 672 187 032 185 638 185 392 Baten-lastendiensten P-Direkt 54 451 54 253 51 612 49 042 48 361 47 710 FMHaaglanden 80 286 94 425 93 016 92 460 91 445 90 937 Werkmaatschappij 96 689 92 994 96 627 97 573 97 762 97 454 Doc-Direkt 24 372 24 866 24 761 24 808 24 829 24 963 BPR 88 058 98 720 100 385 101 853 103 974 106 151 IND 332 877 326 441 312 790 309 110 299 596 309 075 RGD 138 765 129 107 124 493 118 832 114 291 114 146 Logius 74 792 68 329 63 822 65 669 67 373 68 696 Dienst Huurcommissie 18 714 20 859 16 219 14 819 14 269 13 769 ZBO’s en RWT’s1 – COA 110 000 – Stichting Administratie Indonesische Pensioenen 1 400 1 De apparaatskosten zijn alleen voor 2011 opgenomen omdat over verdere jaren de informatie ontbreekt. De apparaatskosten van de ZBO’s Kiesraad en Huurcommissie zijn niet opgenomen, omdat deze worden bekostigd vanuit respectievelijk het secretariaat van de Kiesraad (artikel 1) en de baten-lastendienst Dienst Huurcommissie.De Tweede Kamer heeft aangegeven graag inzicht te krijgen in de apparaatsuitgaven per beleidsterrein. In tabel 11.3 is weergegeven wat de apparaatsuitgaven zijn per onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 264 De niet-beleidsartikelen Tabel 11.3 Apparaatsuitgaven per beleidsonderdeel (x 1 000 euro) Directoraat-generaal Apparaatsuitgaven 2012 Beleidsartikelen Wonen, Wijken en Integratie 25 706 3, 4 en 5 Bestuur en Koninkrijksrelaties 28 135 1, 6 en 7 Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk 13 821 8 Vreemdelingenzaken (inclusief Dienst Terugkeer en Vertrek) 62 286 10 Algemene Bestuursdienst (Inclusief Top Management Groep (TMG) van het Rijk) 26 444 8 Dienst concernstaf en bedrijfsvoering 147 464 Niet-beleidsartikel 11 Kiesraad 1 580 1 Totaal 305 446 11.3 Kleinere overheid Het kabinet kiest voor een «krachtige, kleine en dienstverlenende overheid». Onderdeel daarvan is een compacte Rijksdienst. In dat kader heeft het kabinet besloten tot financiële taakstellingen voor alle minis-teries. In tabel 11.4 zijn de taakstellingen weergegeven die het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de komende jaren moet invullen. Daarna wordt toegelicht op welke wijze deze taakstellingen worden gerealiseerd.Tabel 11.4 Taakstellingen «Rijk, agentschappen en uitvoerende ZBO’s* (x 1 000 euro) Omschrijving 2012 2013 2014 2015 struc-tureel Taakstelling Rijk, Agentschappen en uitvoerende ZBO’s – Efficiencykorting personeel en materieel (generieke deel) – 14 949 – 33 713 – 48 923 – 64 723 – 73 524 – Aanvullende korting (additionele deel, indien van toepassing) – 1 300 – 17 458 – 52 014 – 70 449 – 82 663* Betreft taakstelling na departementale herindelingAlgemeen De generieke taakstellingen betreffen een efficiencykorting op personele en materiële uitgaven. Daarmee beoogt het kabinet de doelmatigheid van de organisaties te verhogen. Deze generieke taakstelling geldt voor alle onderdelen van het departement. De additionele taakstelling heeft voor verschillende onderdelen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uiteenlopende gevolgen, ondermeer wat betreft (financiële) impact en personele bezetting. Ook in de fasering en de aanpak van het uitvoeren van de additionele taakstelling zijn verschillen tussen de organisatieonderdelen te onderkennen. De invulling van de taakstellingen heeft personele consequenties voor alle organisatieonderdelen van BZK. Rode draad hierbij is: •indikken van de topstructuur; •waar dat mogelijk en verantwoord kan: het vergroten van de span of control; •vermindering van de omvang van de dienstonderdelen. Nadere toelichting In totaal gaat het voor heel het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (dus inclusief de baten-lastendiensten) om een vermindering van circa 2 000 functies in de komende jaren. Omdat verreweg de meeste mensen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in de uitvoering werken, doen zich daar ook de Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 265 De niet-beleidsartikelen grootste personele effecten voor. Ook het kerndepartement krimpt de komende jaren. Verder gaat BZK naar een slanke en compacte staf, passend bij het BZK van nu. Daarnaast wordt bij alle onderdelen ingezet op een verdere versobering van de bedrijfsvoering. Voorbeelden zijn: •het sharen van BZK-tv binnen de rijksdienst; •geen of zeer terughoudend gebruik van dienstauto’s door directeuren; •strak sturen op hoogte van rekening voor de mobiele telefoon en abonnementenadministratie; •hergebruik van printercartridges; •digitale salarisstroken; •versobering van het kerstpakket; •verlengen afschrijvingstermijnen ICT; •minder reprografie en meer digitaal (norm is digitaal, tenzij..); •meer gebruik maken van rijksopleidingen; •gebruik van B-merk voor kantoorartikelen en minder postrondes. Stuk voor stuk levert iedere versobering een beperkt besparingsbedrag op, maar alle kleine bedragen tellen op tot een aanzienlijk bedrag. Gezien de omvang van de totale taakstellingen voor BZK is het van belang ook de mogelijkheden tot besparingen op de bedrijfsvoering optimaal te benutten. Daarnaast zal het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties een deel van de additionele taakstelling realiseren met de bespa-ringen die volgen uit het programma «Compacte Rijksdienst». Dit zijn besparingen door onder meer: •het «sharen» en professionaliseren van de inkoopfunctie; •het terugdringen van de kosten voor ICT-infrastructuur; •het besparen op werkplekbeheer; •het «sharen» van documentmanagement taken. De gevolgen van de additionele taakstelling slaan niet volledig neer op het centraal apparaatartikel. Sommige effecten doen zich voor op de beleidsartikelen. Waar zinvol en relevant is in de beleidsartikelen opgenomen op welke onderwerpen versoberingen worden doorgevoerd. Ook de gevolgen van de generieke taakstelling slaan niet volledig neer op het centraal apparaatartikel aangezien de taakstelling onder meer is doorvertaald naar de baten-lastendiensten. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 266De niet-beleidsartikelen Artikel 12 Algemeen A Algemene doelstelling Op dit artikel worden de centrale onderzoeksbudgetten en de werkzaam-heden van internationale zaken begroot.Tabel 12 Algemeen (x € 1 000) 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 2 272 2 272 1 480 1 118 3 831 Uitgaven 14 084 4 426 2 180 3 475 3 831 12.1 Algemeen 1 480 1 480 1 480 1 296 1 296 Opdrachten 1 480 1 480 1 480 1 296 1 296 12.2 Verzameluitkeringen 12 604 2 946 700 2 179 2 535 Opdrachten 12 604 2 946 700 2 179 2 535 Ontvangsten 0 0 0 0 0Algemeen Het budget wordt aangewend voor kennis, onderzoek en internationale zaken. Het gaat om strategisch, beleidsondersteunend en evaluatief onderzoek dat raakvlakken heeft met meerdere beleidsterreinen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Verder zijn hier de budgetten opgenomen voor het onderhouden en uitbreiden van internationale relaties op het gebied van bestuur. Het betreffen de uitgaven voor: •het plaatsen van ambassaderaden (bilaterale samenwerking en projecten); •het coördineren en voorbereiden van de Raad voor Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ Raad); •gevolg geven aan de verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen; •het opstellen en (mede) implementeren van besluiten, programma’s en projecten in het kader van de samenwerking binnen de Europese Unie; •coördinatie van hoog (ambtelijke) internationale bezoeken; •ontwikkeling en uitvoering ten aanzien van informatie uitwisseling. Verzameluitkering De verzameluitkering kent zijn wettelijke grondslag in de Financiële-verhoudingswet en keert uit aan de decentrale overheden. In de verzamel-uitkering zijn de beleidsthema’s gebundeld die maximaal € 10 mln. voor de medeoverheden beslaan. Aanleiding voor de invoering van de verzameluitkering is de behoefte aan een wijze van middelenverstrekking aan de medeoverheden die ruimte biedt voor lokaal maatwerk en die onnodige administratieve lasten voorkomt. Dit te meer gezien de geringe omvang van de middelen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 267 De niet-beleidsartikelen Artikel 13 Nominaal en onvoorzien Tabel 13 Nominaal en onvoorzien (x € 1 000) 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 35 677 16 219 1 972 15 807 15 564 Uitgaven 32 277 24 819 10 572 15 807 15 564 13.1 Loonbijstelling 4 461 4 098 3 712 3 430 3 397 13.2 prijsbijstelling 10 721 5 747 2 631 7 512 6 779 13.3 Onvoorzien 17 095 14 974 4 229 4 865 5 388Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 268 De niet-beleidsartikelen Artikel 14 VUT-fonds In de zomer van 2005 hebben de sociale partners bij de overheid een akkoord gesloten over VUT/prepensioen/levensloop (VPL). Een belangrijke afspraak uit dit akkoord vormde het gegeven dat de toekomstige premie van het VUT-fonds zoveel mogelijk stabiel zou moeten blijven. Hierdoor ontstond een liquiditeitsbehoefte bij het fonds voor de periode van de looptijd van het fonds. Hiervoor is een leenovereenkomst tussen de Staat en het fonds gesloten die voor het laatst is herzien in 2009. De overeen-komst bevat een leningplafond van maximaal € 1,8 mld. Het fonds kan op ieder gewenst moment een beroep doen op uitbetaling van een tranche van deze lening. Daarnaast is zij bevoegd een tranche geheel of gedeel-telijk vervroegd af te lossen. Deze werkwijze stelt het fonds in staat in te spelen op actuele liquiditeitsbehoeften. In onderstaande tabel zijn de huidige ramingen opgenomen.Tabel 14 VUT-fonds (x € 1 000) 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 100 000 380 000 0 0 0 Uitgaven 100 000 380 000 0 0 0 14.1 VUT-fonds 100 000 380 000 0 0 0 Ontvangsten 14 600 15 400 224 300 740 100 182 700Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 269 De niet-beleidsartikelen 5. DE BATEN-LASTENDIENSTEN 5.1 Baten-lastendienst Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) is de spil in de identiteitsinfrastructuur voor het vastleggen, beheren, verstrekken en gebruiken van persoonsgegevens voor burgers en organisaties met een publieke taak. BPR is een professionele beheerorganisatie. De belangrijkste producten zijn het beheer van het GBA-stelsel (Gemeente-lijke Basisadministratie), het beheer van de reisdocumentenketen en de beheervoorziening voor het Burger Service Nummer (BSN).Voor deze producten voert BPR onder andere de volgende taken uit: •het inrichten en uitvoeren van het beheer voor het GBA-netwerk, de beheervoorziening BSN en de reisdocumentenketen; •het bijhouden van een basisregister en signaleringsregister voor reisdocumenten; •het autoriseren van afnemers voor het gebruik van gegevens uit de GBA; •het geven van voorlichting en ondersteuning aan burgers en overhe-den over GBA, BSN en reisdocumenten. Vanuit de expertise van BPR zal tevens een bijdrage geleverd worden aan (nieuwe) taken: •de borging van de voorzieningen Sedula, kwaliteit Persoonsinformatie-voorziening Nederlandse Antillen en Aruba (PIVA-V) in Caribisch Nederland; •ondersteuning van het ontwikkelprogramma modernisering GBA (mGBA) en de voorbereiding voor het beheer van de Basisregistratie Personen (BRP); •ondersteuning van het ontwikkelprogramma Register Niet Ingezetenen (RNI) en de voorbereiding van het toekomstige beheer (oktober 2012). De kosten voor het beheren van de GBA worden doorberekend aan de gebruikers in de vorm van een kostendekkend tarief. Vanaf 2008 is het grootste deel van de overheidsinstellingen overgestapt op budgetfinan-ciering. Dit betekent dat de afzonderlijke departementen budget hebben overgeheveld naar DGBK. DGBK beheert, in de rol van opdrachtgever, de gelden en betaalt ten behoeve van de afzonderlijke overheidsgebruikers de kosten voor het gebruik van het GBA. De aangesloten overheidsinstel-lingen ontvangen om deze reden vanaf 2008 geen factuur meer. Voor de overige overheidsinstellingen en private partijen wordt het systeem van tarieffinanciering gecontinueerd in de vorm van een abonnementsprijs. Het Burgerservicenummer (BSN) wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De kosten komen voor rekening van de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De kosten voor het beheren van de reisdocumenten-keten en de kosten van de productie en distributie van de reisdocumenten worden gedekt uit het tarief dat BPR in rekening brengt bij de uitgevende instanties. De kosten van de taken in Caribisch Nederland, de onder-steuning van de ontwikkelprogramma’s en de kosten van beheer van de RNI worden betaald door de opdrachtgever Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. InleidingTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 270De baten-lastendiensten Begroting van baten en lasten voor het jaar 2012 (x € 1 000) Baten-lastendienst BPR 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Baten Opbrengst moederdepartement 30 234 23 364 31 955 33 255 32 655 32 655 32 655 Opbrengst overige departementen 0 0 0 0 0 0 0 Opbrengst derden 77 934 66 235 67 215 74 455 76 248 78 095 79 996 Rentebaten 79 50 50 50 50 50 50 Vrijval voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 0 0 0 0 0 0 0 Totaal baten 108 247 89 649 99 220 107 760 108 953 110 799 112 701 Lasten Apparaatskosten – personele kosten 7 329 7 345 8 175 9 007 8 716 8 855 8 997 waarvan eigen personeel 5 805 5 545 6 375 7 344 7 049 7 190 7 334 waarvan externe inhuur 1 524 1 800 1 800 1 663 1 667 1 665 1 663 – materiële kosten 86 518 80 713 90 545 91 378 93 137 95 119 97 154 waarvan ICT 250 250 250 250 250 250 Rentelasten 94 35 0 1 375 1 100 825 550 Afschrijvingskosten 4 422 1 556 500 6 000 6 000 6 000 6 000 – inventaris en installaties 186 500 500 500 500 500 500 – materieel (m)GBA 2 125 0 0 0 0 0 0 – materieel RAAS 2 111 1 056 0 0 0 0 0 – materieel ORRA 0 0 0 5 500 5 500 5 500 5 500 Overige lasten – dotaties voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0 – bijzondere lasten 0 0 0 0 0 0 0 Totaal lasten 98 363 89 649 99 220 107 760 108 953 110 799 112 701 Saldo van baten en lasten 9 884 0 0 0 0 0 0 wv te restitueren aan GBA afnemers 5 408 wv te restitueren aan opdrachtgever reisdocumenten 4 476 Saldo van baten en lasten 0 0 0 0 0 0 0Toelichting Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van BPR is een kostendekkende exploitatie. De baten en lasten bedragen in 2012 € 99,2 mln. Het grootste gedeelte van de lasten (€ 90,5 mln.) betreft de kosten die worden gemaakt voor de productie en distributie van de reisdocu-menten, het in stand houden van het GBA-netwerk, het beheer van de centrale verstrekkingsvoorziening van de GBA (GBA-V) en de beheervoor-ziening BSN, PIVA-V en Sedula. De personele lasten bedragen € 8,2 mln. in 2012. Hierin is rekening gehouden met de rijksbrede doelmatigheids-korting van 1,5% en de nieuwe taken die aan BPR zijn opgelegd. De generieke taakstelling zal gerealiseerd worden door besparingen op de bedrijfsvoering door gebruik maken van diverse SSO’s, minder drukwerk, incompany opleidingen, minder externe inhuur en hergebruik van meubilair. De additionele taakstelling wordt gerealiseerd door hierover afspraken met de opdrachtgevers te maken. Vanaf 2011 zal er invulling gegeven worden aan de compacte rijksdienst. De hiervoor benodigde investeringen zullen beschikbaar worden gesteld. Op de materiële activa wordt in 2012 € 0,5 mln. afgeschreven. Dit betreft de afschrijving op de kantoorautomatisering en inventaris. In 2012 stijgen de lasten en daarmee ook de baten. De stijging wordt veroorzaakt door nieuwe opdrachten: •Beheer RNI (1 oktober 2012); •Beheer PIVA-V en Sedula. ExploitatieTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 271 De baten-lastendiensten Voor de financiëring van de Online Raadpleegbare Reisdocumentenadmi-nistratie (ORRA) was uitgegaan van een financieringsritme die voorzag in een investering in 2013. In 2010 en 2011 is echter, mede gelet op de besluitvorming over de opslag van de vingerafdrukken in de decentrale reisdocumentenadministraties, een pas op de plaats gemaakt met de realisatie van de ORRA. Er wordt onderzocht op welke wijze de ORRA vorm dient te krijgen. De uitkomst daarvan zal de uiteindelijke hoogte van de baten en lasten hiervan bepalen. De opbrengst van het moederdepartement (€ 32,0 mln.) bestaat uit: •de vergoeding van de kosten voor het gebruik van de GBA door de afnemers die met ingang van 1 januari 2008 onder de budgetfinancie-ring vallen (100 mln. berichten * € 0,10 = € 10 mln.); •de vergoeding van rijksleges en gemeentelijke leges voor de verstrek-king van de identiteitskaarten aan jeugdigen (470 000 documenten * € 34,67 = € 16,3 mln.); •de bijdrage in de kosten van de beheervoorziening BSN (€ 3,0 mln.); •de bijdrage in de kosten voor de voorziening PIVA-V en Sedula (0,8 mln.); •de bijdrage voor het beheer van de RNI (1,9 mln.). De opbrengsten van derden (€ 67,2 mln.) bestaan uit: •de opbrengsten van de afnemers van de GBA die niet onder budgetfi-nanciering vallen (60 mln. berichten * € 0,10 = € 6 mln.); •de leges voor de reisdocumenten die de uitgevende instanties aan BPR afdragen (1,7 mln. paspoorten * € 23,45 en 1 mln. identiteitskaarten * € 18,15 en spoedtoeslag € 3,2 mln. = € 61,2 mln.). BPR heeft geen voorzieningen op de balans opgenomen. Het positieve resultaat in 2010 is terugbetaald aan de opdrachtgevers van GBA en Reisdocumenten.Kasstroomoverzicht voor het jaar 2012 (x € 1 000) Baten-lastendienst BPR 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 1. Rekening-courant RHB 1 januari (incl. deposito) 59 097 31 947 30 047 30 047 30 047 27 147 27 147 2. Totale operationele kasstroom 6 286 0 500 6 000 6 000 6 000 6 000 3a. Totaal investeringen (-/-) – 154 – 500 – 500 – 28 000 – 500 – 500 – 500 3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0 3. Totaal investeringkasstroom – 154 – 500 – 500 – 28 000 – 500 – 500 – 500 4a. Eenmalige uitkering aan moederdepar-tement (-/-) – 20 188 0 0 0 – 2 900 0 0 4b. Eenmalige storting door het moederdepar-tement(+) 0 0 0 0 0 0 0 4c. Aflossingen op leningen (-/-) – 2 123 – 1 400 0 – 5 500 – 5 500 – 5 500 – 5 500 4d. Beroep op leenfaciliteit (+) 0 0 0 27 500 0 0 0 4. Totaal financieringskasstroom – 22 311 – 1 400 0 22 000 – 8 400 – 5 500 – 5 500 5. Rekening-courant RHB 31 december (=1+2+3+4) 42 918 30 047 30 047 30 047 27 147 27 147 27 147N.B.: Maximale roodstand is € 0,5 mln. In het kasstroomoverzicht is uitgegaan van een investering in de ORRA in 2013 ter grootte van € 27,5 mln. Ook hier bepaalt de uitkomst van het onderzoek naar de wijze waarop de ORRA vorm dient te krijgen, de uiteindelijke hoogte en het tijdstip van deze investering. Voor deze investering zal een leenfaciliteit bij het ministerie van Financiën worden afgesloten, die in vijf jaar wordt afgelost. De kosten van de reisdocumen-KasstroomoverzichtTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 272 De baten-lastendiensten tenadministratie worden verdisconteerd in de kostprijs van het reisdo-cument. Voor de eigen organisatie wordt jaarlijks € 0,5 mln. geïnvesteerd in de kantoorautomatisering. Deze investeringen worden uit het eigen vermogen gefinancierd. De doelmatigheid van BPR wordt inzichtelijk gemaakt door het opnemen van de tarieven voor de reisdocumenten en de GBA en indicatoren met betrekking tot de kwaliteit van deze producten. Omschrijving Generiek Deel 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Kostprijs GBA bericht in € 0,13 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 Kostprijs paspoort in €* 22,95 23,70 23,45 24,15 24,88 25,62 26,39 Kostprijs identiteitskaart in €* 17,80 18,34 18,15 18,69 19,26 19,83 20,43 Omzet GBA in € 20 mln. 16 mln. 16 mln. 16 mln. 16 mln. 16 mln. 16 mln. Omzet reisdocumenten in € 85 mln. 70 mln. 78 mln. 85 mln. 87 mln. 88 mln. 90 mln. FTE-totaal (excl. externe inhuur) 81 75 95 95 90 90 90 Saldo van baten en lasten (%) 0 0 0 0 0 0 0 Geretourneerde documenten: Reisdocumenten nvt 0,20% 0,20% 0,20% 0,20% 0,20% 0,20% Berichten via netwerk: GBA nvt 45% 50% 50% 50% 50% 50% Omschrijving Specifiek Deel ICT Diensten Kwaliteitsindicatoren: Beschikbaarheid GBA-V 99,99% 99,90% 99,90% 99,90% 99,90% 99,90% 99,90% Beschikbaarheid GBA 99,95% 99,00% 99,00% 99,00% 99,00% 99,00% 99,00% Betrouwbaarheid NGR 99,95% 99,90% 99,90% 99,90% 99,90% 99,90% 99,90% Betrouwbaarheid BSN 99,94% 99,80% 99,80% 99,80% 99,80% 99,80% 99,80% Klanttevredenheid** * Door indexering van de productieprijs bij de producent (via meerjarige contracten) stijgt de kostprijs.** In 2011 wordt er een nulmeting uitgevoerd.Kostprijs per product De hoogte van de leges is gelijk aan de kostprijs van de documenten die BPR in rekening brengt bij de uitgevende instanties, zoals de gemeenten, de buitenlandse posten en Caribisch Nederland (Bonaire, Eustatius en Saba). De gepresenteerde kostprijs is exclusief de gemeentelijke leges en eventuele spoedtoeslagen. De verwachting is dat het tarief voor het paspoort en de identiteitskaart per 1 januari 2012 als gevolg van prijsin-dexering met 2,3% zal toenemen. Het GBA-tarief is de afgelopen jaren sterk gedaald (tarief in 2008 was 18 cent) door o.a. doelmatigheidsresultaten uit efficiëntere inkoop en aanbesteding. Het tarief voor 2012 is € 0,10 per bericht. Aantal geretourneerde documenten: Reisdocumenten Een indicator voor de kwaliteit van het proces van aanvraag, productie en distributie van de reisdocumenten is het aantal geretourneerde documenten. Een document wordt geretourneerd indien de kwaliteit niet voldoet aan de gestelde normen, bijvoorbeeld omdat de foto niet voldoet aan de gestelde eisen, er fouten zijn gemaakt bij het invoeren van de aanvraag of het document is beschadigd tijdens de productie. Het streven is het aantal geretourneerde documenten onder de norm van 0,2% te houden. De voorschriften en procedures voor de uitgevende instanties en de controles daarop als onderdeel van de kwaliteitszorg dragen daaraan Doelmatigheid DoelmatigheidsindicatorenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 273De baten-lastendiensten bij. Voor het jaar 2012 wordt er uitgegaan van een norm van 0,2% geretourneerde documenten en € 3 mln. uitgegeven documenten per jaar. In 2010 is een score van 0,12% gerealiseerd. Aantal verzonden berichten via (online) netwerk: GBA De doelstelling is in 2012 50% van het geraamde totaal aantal berichten (160 mln.) over het netwerk te versturen. In 2010 is een score van 39% (65 mln. berichten online op het totaal van 169 mln. berichten) gerealiseerd. Beschikbaarheid De doelstelling in 2012 voor de beschikbaarheid van het GBA netwerk is het halen van de gestelde norm (99,9%). Over 2010 is een beschikbaarheid van 99,9% gerealiseerd. Voor de GBA-V (GBA-Verstrekkingen), NGR (Nieuwe Generatie Reisdocumenten)netwerk en BSN zijn respectievelijk de volgende percentages gerealiseerd, 99,9%, 100% en 99,8%. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 274De baten-lastendiensten 5.2 Tijdelijke baten-lastendienst Doc-Direkt Doc-Direkt bestaat sinds 1 januari 2011 en valt onder het Directoraat-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk (DGOBR). De Missie Doc-Direkt is de rijksbrede shared service organisatie die archieven bewerkt ten behoeve van een toegankelijke, tijdige en transparante informatievoorziening van de rijksoverheid. Doc-Direkt draagt bij aan het zijn van een betrouwbare rijksoverheid. De Visie Doc-Direkt zorgt ervoor dat de rijksoverheid op het vlak van documentaire informatiehuishouding in control en op orde is. Dit doen we voor nu, voor morgen en voor later. Doc-Direkt draagt hiermee bij aan de kernwaarden van de democratie en aan goed openbaar bestuur. Doc-Direkt werkt vraaggestuurd, ketengericht, doelgericht en zakelijk dienstverlenend. Doc-Direkt is deskundig, betrouwbaar, vernieuwend en flexibel. Doc-Direkt is een inspirerende organisatie waar professionals met plezier werken. De Taken De organisatie Doc-Direkt heeft drie hoofdtaken: 1.beheren en bewerken van de reguliere instroom; 2.wegwerken van de achterstanden van na 1976; alle achterstanden moeten in 2019 (totaal 10 jaar) zijn weggewerkt; 3.oppakken digitale archiefbewerking; m.i.v. 2012 zal het oppakken van de digitale archiefbewerking nader uitgewerkt worden. Organisatieontwikkeling Doc-Direkt is een zich nog ontwikkelende nieuwe baten-lastendienst waarbij de personele instroom is gerealiseerd vanuit de diverse minis-teries. Het instromende personeel zal (deels) nog moeten worden om- en bijgeschoold. Daarnaast is Doc-Direkt opgericht met (in ieder geval) het doel om in de jaren 2010–2019 een achterstand weg te werken en tegelijk de reguliere aanwas onder controle te houden. Dit houdt een constante werkstroom in van naar berekening 65 km te bewerken archief per jaar. De huidige capaciteit zal dat niet kunnen verwerken, indien er geen nieuwe methode(s) van selectie en verwerking worden geïnitieerd. Derhalve vinden er thans pilots plaats in het kader van de Nieuwe Selectie Aanpak (NSA), die zicht moeten geven op een snellere be- en verwerking van de archieven van het Rijk. De NSA wordt ontwikkeld onder verantwoorde-lijkheid van het Nationaal Archief in nauwe samenwerking met de zorgdragers/opdrachtgevers van Doc-Direkt. InleidingTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 275De baten-lastendiensten Begroting van baten-lastendienst voor het jaar 2012 (x € 1 000) Baten-lastendienst Doc-Direkt 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Baten Opbrengst moederdepartement 0 13 767 11 781 11 300 10 704 10 337 10 259 Opbrengst overige departementen 0 11 112 13 573 14 079 14 598 14 814 14 892 Opbrengst derden 0 0 0 0 0 0 0 Rentebaten 0 0 0 0 0 0 0 Vrijval voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 0 0 0 0 0 0 0 Totaal baten 0 24 879 25 354 25 379 25 302 25 151 25 151 Lasten Apparaatskosten – Personele kosten 0 14 315 14 315 14 315 14 315 14 315 14 315 – Waarvan eigen personeel 13 815 13 815 13 815 13 815 13 815 13 815 – Waarvan externe inhuur 500 500 500 500 500 500 – Materiële kosten 0 10 057 10 551 10 446 10 493 10 514 10 648 – Waarvan ICT 800 800 800 800 800 800 Overige lasten – Rentelasten 0 0 24 29 30 16 7 – Afschrijvingskosten 0 0 214 339 464 306 181 – Dotaties voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0 – Bijzondere lasten 0 0 0 0 0 0 0 Totaal lasten 0 24 372 25 104 25 129 25 302 25 151 25 151 Saldo van baten en lasten 0 507 250 250 0 0 0Toelichting Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van Doc-Direkt is een kostendekkende exploitatie. Voor de begroting 2012 is de begroting 2011 als uitgangspunt genomen. Doc-Direkt zet hierbij gehanteerde vooronder-stellingen, normen en verwachtingen voort als uitgangspunt voor de begrote cijfers van volgend jaar en verder. Doordat Doc-Direkt zich nog in de ontwikkelingsfase bevindt, is Doc-Direkt in staat om de opgelegde taakstellingen, zowel generiek (leidend tot tariefverlagingen) als additioneel (leidend tot versobering of efficiency), te bewerkstelligen uit zowel productie- als productiviteitsverbetering. Grondslag hiervoor zijn de gegevens over 2011. Beide taakstellingen zijn in bovenstaand cijferbeeld verwerkt. De invulling van de generieke taakstelling leidt tot lagere baten. Door de productiviteitsverbetering kan Doc-Direkt meer werk verzetten en dus in rekening brengen, waardoor de baten stijgen. Beide ontwikkelingen leiden tot nagenoeg gelijkblijvende baten over de jaren heen.Baten-lastendienst Doc-Direkt Verdeling omzet naar productgroepen 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Baten Bewerken 17 858 16 209 16 341 16 404 16 360 16 360 Beheren 6 074 7 390 7 303 7 190 7 103 7 103 Overige diensten 947 1 755 1 735 1 708 1 688 1 688 Totaal baten 24 879 25 354 25 379 25 302 25 151 25 151ExploitatieTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 276 De baten-lastendiensten Toelichting Doc-Direkt verwerft als baten-lastendienst omzet met diverse producten en diensten zoals die zijn vastgelegd in de Producten- en Dienstencata-logus Doc-Direkt (PDC). De PDC wordt vastgesteld in het interdeparte-mentaal opdrachtgeversoverleg. Dit vormt de grondslag voor de financieringssystematiek. Voor het meten van het volume (q) van deze diensten en producten worden uiteenlopende eenheden gebruikt: meters, pallets, dossiers, uren en projecten. Afhankelijk van de soort benodigde onderliggende activi-teiten heeft een meeteenheid meerdere specifieke tarieven (p). Alle producten en diensten zijn te bundelen tot drie productgroepen: 1.Beheren: •Opslag van semi-statische archieven; •Het beheer van semi-statische archieven zoals materiële verzor-ging, verstrekken van inlichtingen en verzorgen van uitleningen, in- en uithuizing van bestanden, afvoer van vernietigbare bestanden. 2.Bewerken: •Het selecteren en toegankelijk maken van archieven van termijnbe-standen; •Het selecteren, toegankelijk maken en materieel verzorgen van archieven bestemd voor overbrenging naar een openbare archiefbewaarplaats alsmede voorbereiding en begeleiding van deze overbrenging. 3.Overige diensten: •Uitvoeren en/of begeleiden van maatwerkopdrachten; •Advies op verzoek; •Ontwikkelen en beheer selectielijsten; •Speciaal transport. De ontwikkeling van de PDC bespreekt Doc-Direkt met de klantenraad. De klantenraad is vanaf de eerste drie maanden van 2011 operationeel. Kasstroomoverzicht voor het jaar 2012 (x € 1 000) Baten-lastendienst Doc-Direkt 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 1. Rekening-courant RHB 1 januari (incl. deposito) 0 507 757 1 007 1 007 1 007 2. Totale operationele kasstroom 0 507 464 589 464 306 181 3a. Totaal investeringen (-/-) 0 – 800 – 400 – 400 0 0 0 3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0 0 0 0 0 0 3. Totaal investeringkasstroom 0 – 800 – 400 – 400 0 0 0 4a. Eenmalige uitkering aan moederdepar-tement (-/-) 0 0 4b. Eenmalige storting door het moederdepar-tement(+) 0 0 4c. Aflossingen op leningen (-/-) 0 – 214 – 339 – 464 – 306 – 181 4d. Beroep op leenfaciliteit (+) 0 800 400 400 0 0 0 4. Totaal financieringskasstroom 0 800 186 61 – 464 – 306 – 181 5. Rekening-courant RHB 31 december (=1+2+3+4) 0 507 757 1 007 1 007 1 007 1 007Toelichting Er loopt een aanbesteding voor een productiesysteem ten behoeve van het primair proces (voor de processen bewerken van archieven en beheren van archieven en voor warehousemanagement). KasstroomoverzichtTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 277 De baten-lastendiensten Overzicht 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Doelmatigheidsindicatoren Kostprijzen/uur: Bewerken 68,00 66,98 65,96 64,94 63,92 63,92 Beheren 62,00 61,07 60,14 59,21 58,28 58,28 Overige diensten 144,00 141,84 139,68 137,52 135,36 135,36 FTE-totaal (excl externe inhuur) 318 318 318 318 318 318 FTE productief 263 273 273 273 273 273 Uren per productieve fte 1 370 1 375 1 380 1 380 1 385 1 385 Saldo van baten en lasten (%) 2 1 1 0 0 0 Realisatie achterstand in kilometers 20 30 30,6 31,2 31,5 31,5 Ziekteverzuim % 5% 5% 5% 5% 5% 5%Toelichting In de dalende kostprijzen tussen 2012 en 2015 is de generieke taakstelling verwerkt. In de invulling van de additionele taakstelling wordt voorzien door: •de aanname dat door verworven kennis en ervaring de productiviteit met 5 uur stijgt in 2012 ten opzichte van 2011, met 10 uur in 2013 en 2014 ten opzichte van 2011 en met 15 uur in 2015 en 2016 ten opzichte van 2011; •de introductie van de Nieuwe Selectie Aanpak (NSA). Hierdoor zal met minder uren eenzelfde hoeveelheid meters kunnen worden bewerkt. De NSA is naar verwachting op termijn (2015 en verder) van toepas-sing op ca 50% van de uitgevoerde bewerkingen en levert dan een totale verbetering op van 5% in het proces Bewerken. In de jaren 2013 en 2014 wordt de Nieuwe Selectie Aanpak al gedeeltelijk ingevoerd. Voor 2013 wordt uitgegaan van een efficiencyverbetering van 2%, voor 2014 van 4%. Realisatie achterstand wordt vooralsnog aangehouden op gemiddeld 30 km per jaar. Ziekteverzuim: de Verbaannorm voor Doc-Direkt is 4,9%. Doc-Direkt houdt vooralsnog de ziekteverzuimindicatie van 5% over 2011 aan en streeft dit ook voor 2012 en verder na. DoelmatigheidTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 278De baten-lastendiensten 5.3 Tijdelijke Baten-lastendienst Logius Logius is in 2006 opgericht als gemeenschappelijke beheerorganisatie voor overheidsbrede ICT-oplossingen. Met ingang van 2010 heeft Logius de status van tijdelijke baten-lastendienst gekregen. Logius is onderdeel van het directoraat-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk (DGOBR). De missie van Logius luidt: «Logius, de dienst digitale overheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, biedt publieke dienstverleners een samenhangende ICT-infrastructuur, zodat burgers en bedrijven betrouwbaar, snel, groen en gemakkelijk elektronisch zaken met hen kunnen doen.» Taken Logius heeft drie taken: •Beheer en exploitatie van bestaande producten; •Inbeheername van nieuwe producten; •Doorontwikkeling. Beheer en exploitatie van bestaande producten Logius verzorgt het beheer en de exploitatie van overheidsbrede ICT-producten en -standaarden. Beheer en exploitatie hebben betrekking op het stabiel draaiend houden van een product en het (daadwerkelijk) beschikbaar stellen daarvan aan klanten. Vooraf vastgestelde dienstverle-ningsafspraken geven klanten inzicht in wat zij kunnen verwachten van de producten die Logius in beheer heeft. Inbeheername van nieuwe producten Bij de inbeheername van een nieuw product toetst Logius in hoeverre dit product voldoet aan de eisen om in beheer te worden genomen. Uitgangspunt is dat nieuwe producten passen in de missie van Logius en derhalve betrekking hebben op infrastructurele producten met een generiek karakter. Doorontwikkeling Indien klanten een nieuwe functionaliteit op een bestaand product wensen en er is een beleidsopdrachtgever bereid zorg te dragen voor de finan-ciering ervan, dan is er sprake van doorontwikkeling. Logius is een beheerorganisatie; doorontwikkeling vindt daarom zo veel mogelijk buiten Logius plaats. Om in een vroeg stadium te kunnen sturen op gewenste functionaliteiten die nodig zijn voor optimaal beheer, verzorgt Logius veelal de tactische aansturing van doorontwikkelactiviteiten. De winst van een gemeenschappelijke beheerorganisatie als Logius komt pas echt van de grond als steeds meer overheidorganisaties gebruik maken van de producten van Logius. Logius onderhoudt daartoe contacten met (potentiële) klanten, inventariseert klantwensen, geeft voorlichting over (nieuwe) producten en zorgt voor de uitwisseling van best practices. Ook ondersteunt Logius klanten in het stimuleren van het gebruik door eindgebruikers (burgers en bedrijven). Een goede elektro-nische dienstverlening aan burgers en bedrijven is gebaat bij een brede inzet van de producten van Logius, niet alleen in aantal aansluitingen, maar ook in aantal processen en in het daadwerkelijk gebruik door klanten. InleidingTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 279De baten-lastendiensten Begroting van baten-lastendienst voor het jaar 2012 (x € 1 000) Baten-lastendienst Logius 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Baten Opbrengst moederdepartement 45 860 63 904 30 885 30 410 29 764 29 220 29 124 Opbrengst overige departementen 10 801 7 164 40 822 37 736 38 478 39 586 39 682 Opbrengst derden 2 192 4 310 205 205 205 205 205 Rentebaten 0 0 0 0 0 0 0 Vrijval voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 0 0 0 0 0 0 0 Totaal baten 58 853 75 378 71 912 68 351 68 447 69 011 69 011 Lasten Apparaatskosten – Personele kosten 22 071 20 460 22 776 21 274 21 890 22 458 22 899 – Waarvan eigen personeel 7 725 7 161 11 388 14 892 15 323 15 720 16 029 – Waarvan externe inhuur 14 346 13 299 11 388 6 382 6 567 6 738 6 870 – Materiële kosten 36 461 54 332 45 553 42 548 43 779 44 915 45 797 – Waarvan ICT 21 877 32 599 27 332 25 529 26 268 26 949 27 478 Overige lasten – Rentelasten 63 28 237 209 148 85 48 – Afschrijvingskosten 493 558 1 592 2 654 2 630 1 553 267 – Dotaties voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0 – Bijzondere lasten 44 0 0 0 0 0 0 Totaal lasten 59 132 75 378 70 158 66 685 68 447 69 011 69 011 Saldo van baten en lasten – 279 0 1 754 1 666 0 0 0Toelichting Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van Logius is een kostendekkende exploitatie. Het eigen vermogen van een baten-lastendienst is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. Uitgangspunt voor de begroting van de baten en lasten 2012 van Logius is een licht positief bedrijfsresultaat om zo dit eigen vermogen op te bouwen. Dit kan ondermeer worden aangewend voor fluctuerende capaciteitsbenutting of voor activiteiten voor verbetering van de bedrijfsvoering. Dit bereikt Logius door de afzonderlijke producten tegen kostprijs met een kleine toeslag in rekening te brengen bij de opdrachtgevers. De lasten bedragen in 2012 € 68 mln. Het grootste gedeelte betreft de kosten die worden gemaakt voor de taken beheer en exploitatie (€ 57 mln), in beheernames en doorontwikkeling (€ 8 mln) en stimulering van gebruik (€ 3 mln). De materiële lasten bestaan uit de kosten die worden gemaakt voor het in stand houden van de netwerken, waaronder de contracten met leveran-ciers en uitbesteding. De personele lasten bedragen € 22 mln. In 2012 is er ten opzichte van 2011 een daling van de baten en lasten die voornamelijk wordt veroorzaakt door een eerder ingezette daling: koerswijziging Legis, temporisering Standard Business Reporting (SBR) en de afbouw Elektronisch Patiënten Dossier (EPD). Daarnaast is in 2011 Govcert overgegaan naar het ministerie van Veiligheid en Justitie. Daar tegenover staat een stijging van de lasten die voornamelijk wordt veroorzaakt door de exploitatie en beheerlasten van nieuwe producten zoals DigiD 4.0, E-overheid voor burgers, Berichtenbox bedrijven en RijksDienstWegverkeer. ExploitatieTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 280 De baten-lastendiensten De opbrengsten van het moederdepartement hebben betrekking op de omzet van de producten waarvan Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties beleidsopdrachtgever is. Het betreft de omzet voor: •beheer en exploitatie van onder meer de producten DigiD (voor burgers), Digipoort (OTP); Digikoppeling, E-overheid voor burgers, DigiD_Machtigen, en Digimelding; •inbeheername van nieuwe producten waaronder Digimelding 2.0; •doorontwikkeling van met name DigiD; •stimulering van gebruik. De opbrengsten van de overige departementen bestaan uit de omzet voor de producten: beheer, exploitatie en doorontwikkeling van Forum Standaardisatie (Min ELI), Noodcommunicatie voorziening en 112 (Ministerie van Veiligheid en Justitie), de inbeheername en doorontwik-keling van het SBR-programma (Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie) en beheer en exploitatie diverse inspecties. Kasstroomoverzicht voor het jaar 2012 (x € 1 000) Baten-lastendienst Logius 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 1. Rekening-courant RHB 1 januari (incl. deposito) 0 0 0 0 0 0 0 2. Totale operationele kasstroom 13 089 578 1 651 2 709 2 751 1 716 418 3a. Totaal investeringen (-/-) – 1 483 – 400 – 6 980 – 470 – 260 – 100 – 100 3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0 0 0 0 0 0 3. Totaal investeringkasstroom – 1 483 – 400 – 6 980 – 470 – 260 – 100 – 100 4a. Eenmalige uitkering aan moederdepar-tement (-/-) 0 0 0 0 0 0 0 4b. Eenmalige storting door het moederde-partement (+) 0 0 0 0 0 0 0 4c. Aflossingen op leningen (-/-) – 436 – 578 – 1 551 – 2 609 – 2 651 – 1 616 – 318 4d. Beroep op leenfaciliteit (+) 1 251 400 6 880 370 160 0 0 4. Totaal financieringskasstroom 815 – 178 5 329 – 2 239 – 2 491 – 1 616 – 318 5. Rekening-courant RHB 31 december (=1+2+3+4) 12 421 0 0 0 0 0 0Toelichting De investeringen voor 2012 hebben betrekking op de aanschaf van hard- en software in verband met de eigendomsoverdracht van de Berichtenbox van de RDW. Voor de 2013 en 2014 betreft het investeringen voor de opschaling van software Berichtenbox. Daarnaast is een beperkt jaarlijks bedrag opgenomen voor de reguliere aanschaf van hard- en software voor Logius. Voor de investeringen is en wordt een beroep gedaan op de leenfaciliteit van het ministerie van Financiën. Om zicht te krijgen op de doelmatigheid van de organisatie heeft Logius, naast de voorgeschreven generieke indicatoren, een aantal specifieke indicatoren. Een deel van de specifieke indicatoren is in ontwikkeling. Dit is conform de afspraken zoals gemaakt met het ministerie van Financiën bij het opstellen van het startdocument voor de instelling van de tijdelijke baten-lastendienst Logius. De genoemde normen en definities zijn eind 2011 gereed. Kasstroomoverzicht DoelmatigheidTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 281 De baten-lastendiensten Omschrijving Generiek Deel 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Tarieven/uur 153 153 153 153 153 153 153 FTE-totaal (excl. externe inhuur) 82 73 125 125 125 125 125 % FTE primair proces 84% 76% 76% 76% 76% 76% 76% % FTE Overhead 16% 24% 24% 24% 24% 24% 24% Saldo van baten en lasten (%) als percentage van de baten – 0,5% 0 2,4% 2,4% 0 0 0 Klanttevredenheid 6,9 7 7,0 7,1 7,1 7,2 7,2 Betrouwbaarheid (Assurance report) Ja Ja Ja Ja Ja ja ja Omschrijving Specifiek Deel 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Omzet per productgroep (in %) . Beheer & exploitatie 54% 83% 83% 83% 83% 83% 83% . Doorontwikkeling 7% 4% 8% 8% 8% 8% 8% . Stimulering gebruik 4% 2% 4% 4% 4% 4% 4% . Projecten 33% 11% 5% 5% 5% 5% 5% DigiD . Aantal nieuw aangesloten (overheids) organisaties 17 1 250 150 150 150 150 150 . Aantal burgers met DigiD 8,1 mln. 8,2 mln 8,9 mln. 9,2 mln. 9,3 mln. 9,5 mln. 9,5 mln. . Aantal DigiD authenticaties PKI-Overheid 37,2 mln. 45 mln. 60 mln. 70 mln. 80 mln. 85 mln. 85 mln . Aantal nieuwe certificaatverstrekkers Digipoort (OTP) 0 2 2 2 2 2 2 . Aantal aangesloten bedrijven 480 1 250 1 500 1 650 1 800 2 000 2 150 . Aantal berichten via Digipoort Govcert 38,6 mln. 45 mln. 65 mln. 70 mln. 75 mln. 77 mln. 82 mln. . Aantal afnemers Govcert.nl 64 66 0 0 0 0 0 . Aantal uitgebrachte beveiligingsadviezen 1 144 750 0 0 0 0 0 . Aantal leden e-mail alerts Waarschuwings-dienst.nl 83 075 70 000 0 0 0 0 0Toelichting •FTE-totaal: de aanname is dat in 2012 het «dubbel slot» vervalt en de externe inhuur in 2012 en 2013 voor totaal 50% wordt vervangen door eigen personeel; •Aantal inhuurkrachten vs. eigen medewerkers: idem als FTE-totaal; •Klanttevredenheid: jaarlijks organiseert Logius een onderzoek naar klanttevredenheid met betrekking tot de prestaties betreffende de dienstverlening. De doelstelling is om jaarlijks een score van minimaal een 7 te behalen; •Betrouwbaarheid: om de kwaliteit van de IT-beheerprocessen aan te tonen, laat Logius jaarlijks de IT-beheerorganisatie door een onafhan-kelijke partij certificeren. Dit certificaat is een Assurance report (voorheen TPM). Het betreft hier producten die twee jaar of langer in beheer zijn; •Benchmark: elke 2 jaar wordt een van de producten van Logius getoetst op markconformiteit. Hierbij gaat het om producten die minimaal 2 jaar in beheer zijn; •DigiD: Om grote fluctuaties in de kengetallen te voorkomen is elke groepsaansluiting als één nieuwe aansluiting meegeteld. Voorheen zijn de achterliggende partijen meegeteld; •PKI (Public Key Infrastructure)-Overheid: dit programma zorgt voor een betrouwbare elektronische communicatie binnen en met de Neder-landse overheid. Met behulp van PKIoverheid-certificaten wordt de informatie beveiligd. Verstrekkers van certificaten moeten voldoen aan wettelijke eisen. De groei van het aantal nieuwe verstrekkers is met ongeveer 20% per jaar redelijk constant; DoelmatigheidsindicatorenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 282De baten-lastendiensten •Govcert: Per 1 augustus 2011 is Govcert van BZK-Logius overgeheveld naar het ministerie van Veiligheid en Justitie – NCTB. Impact/effecten van de taakstellingen De trendmatige stijging van de lasten (de jaarlijkse inflatie) zal door het efficiënter werken worden opgevangen. Daarnaast zal in 2012 door slimmer uitbestedingskavels samen te stellen en slimmere contracten met de leveranciers te sluiten, nog een verlaging van de kosten plaatsvinden waarmee de generieke taakstelling van 2012 ad € 1,1 mln. kan worden gedekt. De additionele taakstelling vanaf 2013 zal conform de batenlastensyste-matiek worden doorvertaald naar de opdrachtgevers. De taakstelling heeft als ijkjaar 2008 en daarmee betrekking op de producten Digid, OTP en PKI. In overleg met de opdrachtgever van deze producten (DGBK van BZK) zal worden bepaald hoe de taakstelling wordt ingevuld. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 283De baten-lastendiensten 5.4 Baten-lastendienst P-Direkt P-Direkt is opgericht binnen het Directoraat-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk (DGOBR) om de bedrijfsvoering van de rijksdienst te versterken. In samenwerking met de ministeries zorgt P-Direkt voor efficiency en kwaliteit in de HRM-functie. P-Direkt doet dit door alle administratieve en informatieve HRM-diensten van en voor de aange-sloten ministeries te verzorgen met een vernieuwende en geautomati-seerde aanpak. Waar staat P-Direkt?P-Direkt is zoals gepland volledig operationeel en biedt het totale dienstverleningspakket aan: het portaal, contactcenter, salarisbetaling en informatievoorziening. Begin 2012 worden de laatste transitieactiviteiten afgerond van de in 2011 aangesloten ministeries. Vanaf 2012 verzorgt P-Direkt de totale personeels- en salarisadministratie voor alle rijksambte-naren, in totaal zo’n 122 000 medewerkers. Hiermee wordt het hoofddoel bereikt om de efficiency in de Personeels en Salarisadministratie te verhogen (conform kosten-batenanalyse een besparingspotentieel van ruim 250 mln. netto in 10 jaar en 750 fte minder bij aansluiting van de ministeries) en een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de HRM-funtie in het rijk. Hiermee is de uitvoering van de originele opdracht van P-Direkt 2007–2011 afgerond. P-Direkt heeft in 2010 te maken gekregen met een aantal factoren dat grotendeels niet is voorzien in de P-Direkt business case. Het betreft incidentele kosten die betrekking hebben op de capaciteit van de overgekomen medewerkers van de ministeries, de optimalisatie van SAP HR en de transitieondersteuning aan de nog aan te sluiten ministeries. Om de businesscase zuiver te houden is een lumpsum financiering afgesproken en het dienstverleningstarief ongemoeid te laten. Ook is afgesproken dat de RijksAuditDienst een toets zal uitvoeren op de validiteit van de Kosten-batenanalyse. Daarnaast heeft een interdeparte-mentale werkgroep de financiële spelregels inzake P-direkt toekomstvast gemaakt, zodanig dat de departementen niet nogmaals met dergelijke incidentele kosten worden geconfronteerd. P-direkt legt tweemaal per jaar in een beheerverslag verantwoording af over de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van haar primaire dienstverlening, aan de auditdiensten van de opdrachtgevers van P-Direkt. De doelstellingen voor 2012 zijn: 1. Uitvoeren en Verbeteren en Optimaliseren Dienstverlening.Deze doelstelling bestaat uit 3 elementen; P-Direkt als dienstverlener, P-Direkt als betrouwbare partner en P-Direkt als bedrijf. P-Direkt als dienstverlener betekent: •rijksbreed efficiënt en kwalitatief hoogwaardig personeels- en salarisadministratie verzorgen; •een goed werkende ondersteuning waarin P-Direkt via het P-Direktportaal, telefoon, e-mail, etc., medewerkers en managers op het ministerie ondersteunt, vragen beantwoordt en begeleidt bij alle voorkomende verzoeken; •een goed werkende hoogwaardige informatievoorziening op het vlak van regelgeving en rechtspositie via Rijksportaal Personeel en het contactcenter; •een goed werkend P-Direktportaal; •goed werkende systemen, werkprocessen en techniek; InleidingTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 284De baten-lastendiensten •goede strategische ondersteuning: overlegstructuren en accountma-nagement.Zakelijke benadering met behulp van prestatie-indicatoren: Service Charter en Producten Diensten Gids. P-Direkt als betrouwbare partner betekent: •de ministeries ervaren P-Direkt als volwaardige gesprekspartner door een goede samenwerking en een passend communicatietraject voor verantwoording over de dienstverlening en de verbetering daarvan; •P-Direkt levert de toegezegde dienstverlening tegen de afgesproken prijs. P-Direkt als bedrijf betekent: •een modern en efficiënt Shared Service Center HR behorend tot de top 25% op basis van dienstverleningsprestaties; •de medewerkers zijn gemotiveerd en betrokken en hebben hoogwaar-dige kennis en competenties door een intensieve begeleiding en een gedegen opleidingstraject; •investeren in een P-Direkt-cultuur waar de dienstverlening en de kernwaarden van P-Direkt voorop staan; •een aantrekkelijke en professionele werkgever zijn, door interessant werk, doorgroeimogelijkheden binnen het vakgebied en een plezierige werksfeer en omgeving. 2. De bezuinigingen van P-DirektP-Direkt heeft voor 2012 en verder een aantal bezuinigingstaakstellingen verwerkt. Het betreft de efficiency verbetering die al eerder is afgesproken met de Eigenaar en de bezuinigingsmaatregelen van het kabinet. De eigen efficiency doelstelling P-Direkt heeft van de eigenaar bij de oprichting de opdracht meegekregen om elk jaar goedkoper te worden. Door efficiënter te gaan werken wordt het dienstverleningstarief aan de afnemers jaarlijks tot en met 2012 met 2% verlaagd en in 2013 en 2014 met 3%. De bezuinigingen uit het Regeerakkoord en herijking Financiële spelregels P-Direkt In 2010 zijn diverse bezuinigingen aangekondigd door het nieuwe kabinet. Deze bezuinigingen zijn ook doorvertaald naar P-Direkt: een taakstelling van € 0,8 mln in 2012 oplopend tot € 2,1 mln in 2016. P-Direkt zal met de ministeries tot heldere afspraken moeten komen hoe de bezuinigingen zijn te realiseren, onder andere door versobering van de dienstverlening. Op verzoek van de opdrachtgevers (ICBR) van P-Direkt zijn naar aanleiding van de meerkosten en onzekerheden over de kostenverdeling en daarmee de tarifering, nieuwe financiële spelregels opgesteld. Met de Financiële Spelregels wordt beoogd te komen tot een duidelijke verantwoordelijk-heidsverdeling tussen opdrachtgevers (de departementen) en opdracht-nemer (P-Direkt) met een rechtvaardige financiële risicoaanvaarding en daarmee stabiele en transparante tarieven. 3. Businessontwikkeling P-Direkt en bezuinigingen Rijksbreed Ondanks het feit dat de kostenstructuur van P-Direkt op korte termijn moeilijk beïnvloedbaar is, bieden de systemen, processen en het Contact Center goede mogelijkheden om op rijksbreed niveau verdere bezuini-gingen te realiseren. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 285De baten-lastendiensten P-Direkt is in overleg met het ICOP (Interdepartementale Commissie Organisatie en Personeel) over de businessontwikkeling van P-Direkt naar de toekomst. Er kan een verdere bijdrage geleverd worden aan de realisatie van de besparingen rijksbreed. Hierin worden 5 opties onderkend: 1.Efficiency. Diverse efficiencyprojecten zoals het terugdringen van meerwerk, meer naar de standaard toewerken en het verbeteren van de interne processen; (Generieke bezuinigings taakstelling); 2.Bundeling van personeel. Verdere bundeling van taken en personeel, zoals de HR-ondersteuners, informatiespecialisten, P-Control, P-audits; 3.Uitbreiding dienstverlening. P-Direkt kan meer diensten voor het rijk verrichten zoals bonnetjesfaciliteit, tijdregistratie, identity Manage-ment, contactcenter service voor Expertise Centrum-P&O, reorganisa-tieservice e.d. waardoor de basisinfrastructuur van P-Direkt en daarmee het kapitaal verder wordt benut; (Generieke bezuinigings taakstelling); 4.Drastische versimpeling arbeidsvoorwaardenregelingen. Het doel is om forse vereenvoudiging en modernisering van het arbeidsvoor-waardenpakket te realiseren waarbij op veel meer individuele en financiële basis met veel eenvoudiger inzet van ICT en minder personeel de dienstverlening geleverd wordt; 5.Versobering dienstverlening. Hierbij gaan we het niveau van dienstverlening omlaag brengen, te denken valt aan verminderen openingstijden contactcenter, geen TWK’s (Terugwerkende krachtmu-taties) meer behandelen, alleen standaard dienstverlening e.d.; (Additionele bezuinigings taakstelling). Begroting van baten en lasten voor het jaar 2012 (x € 1 000) Baten-lastendienst P-Direkt 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Baten Opbrengst moederdepartement 6 533 6 721 5 721 5 549 5 382 5 382 5 382 Opbrengst overige ministeries 70 155 63 904 65 809 63 435 60 807 58 821 58 171 Opbrengst derden 0 0 0 0 0 0 0 Rentebaten 0 0 0 0 0 0 0 Vrijval voorzieningen 149 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 0 0 0 0 0 0 0 Totaal baten 76 837 70 625 71 530 68 984 66 189 64 204 63 553 Lasten Apparaatskosten 63 785 54 451 54 253 51 612 49 041 48 361 47 710 – Personele kosten 41 065 26 696 27 725 25 302 24 137 23 619 23 231 – Waarvan eigen personeel 19 624 23 740 24 135 22 850 21 798 21 330 20 980 – Waarvan externe inhuur 21 441 2 956 3 590 2 452 2 339 2 289 2 251 – Materiele kosten 22 720 27 755 26 528 26 310 24 905 24 742 24 479 – Waarvan ICT 12 543 17 635 15 952 15 795 15 641 15 508 15 270 Overige lasten 13 003 15 920 15 800 15 800 15 800 15 800 15 800 – Rentelasten 4 249 4 100 4 000 4 000 4 000 4 000 4 000 – Afschrijvingskosten 8 754 11 820 11 800 11 800 11 800 11 800 11 800 – Dotaties voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0 – Bijzondere lasten 0 0 0 0 0 0 0 Totaal lasten 76 788 70 371 70 053 67 412 64 842 64 161 63 510 Saldo van baten en lasten 49 254 1 477 1 572 1 343 42 43ExploitatieTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 286 De baten-lastendiensten Saldo van baten en lasten P-Direkt stuurt de komende drie jaar op een positief resultaat door middel van een opslag op de tarieven ter versterking van het eigen vermogen. Hiermee wordt voldaan aan de nieuwe financiële spelregels om toekom-stige bedrijfsvoeringrisico’s op te vangen. Na 2014 is de vermogensbuffer, van maximaal 5% van de gemiddelde omzet over de laatste drie jaar, opgebouwd. Baten en lasten van de dienstverlening Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van P-Direkt is een kostendekkende exploitatie. De baten uit de dienstverlening bestaan uit de doorbelasting aan departementen van de HRM-informatie, de personeelsadministratie en salarisverwerking, het contactcenter, digitale zelfbediening via het P-Direktportaal, de personeelsdossiers en managementrapportages. In 2012, wanneer alle ministeries zijn aangesloten, heeft het volume van de omzet de volwassenheid bereikt. Het tarief 2011 van de doorbelasting per individuele arbeidsrelatie (IAR) aan de deelnemers van de totale dienstverlening komt op € 575,– waarbij het volgende in beschouwing moet worden genomen: 1.Tegenover deze kosten staan bij de departementen besparingen op het gebied van personeel, materieel en ICT-exploitatie; 2.Dit tarief wordt aan de deelnemende departementen in rekening gebracht uitgaande van een volledige afname van dienstverlening door alle departementen (122 000 individuele arbeidsrelaties in 2012); 3.P-Direkt heeft zich in de baten-lastendienstvorming gecommitteerd aan een 2% netto tariefdaling jaarlijks als gevolg van betere doelma-tigheid. Voor de periode 2013 en 2014 zal P-Direkt dit percentage verhogen tot 3%; 4.De kabinets bezuinigingstaakstelling oplopend naar € 2 mln. in 2016. Apparaatskosten De personeelskosten omvatten alle personele uitgaven van de ambte-naren in dienst en de gedetacheerde ambtenaren inclusief de kosten van uitzendkrachten en inhuur van externen. De materiële kosten omvatten de directe inkoopkosten van de dienstver-lening (cRMA, HRM-portaal, P-Direktportaal, SAP HR, Licenties en Contactcenter) en de uitgaven voor overige personele lasten, de normale huisvesting, communicatie, automatisering, kantoorkosten, verkoop-kosten, adviesopdrachten en overige kosten ten behoeve van het apparaat. Het ICT-deel van de apparaatskosten zijn vanaf 2011 hoger dan in 2010. Dit komt omdat de kosten Maintenance en support in 2010 onder externe inhuur zijn verantwoord en vanaf 2011 onder ICT-kosten. De maintenance en support werkzaamheden worden, startend in 2011 en ultimo 2012 volledig, uitbesteed aan de markt. Rentelasten De rentelasten hebben betrekking op de financieringslasten voor de bij het ministerie van Financiën aangegane leningen ten behoeve van de aanschaf van de licenties en de bouw van de dienstverlening. Afschrijvingskosten De afschrijvingskosten bestaan uit afschrijvingen van de investeringen in de immateriële en materiële vaste activa. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 287De baten-lastendiensten Kasstroomoverzicht voor het jaar 2012Baten-lastendienst P-Direkt 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 1. Rekening-courant RHB 1 januari 22 174 20 380 20 884 4 992 5 218 5 028 4 956 2. Totaal operationele kasstroom 13 580 12 254 – 4 092 12 026 11 609 11 728 11 994 3a. -/- totaal investeringen – 14 751 – 10 000 0 0 0 0 0 3a. +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen 0 0 0 0 0 0 0 3. Totaal investerings kasstroom – 14 751 – 10 000 0 0 0 0 0 4a. -/- eenmalige uitkering aan moederdepar-tement 0 0 0 0 0 0 0 4b. +/+ eenmalige storting door moederdepar-tement 0 0 0 0 0 0 0 4c. -/- aflossing op leningen – 8 750 – 11 750 – 11 800 – 11 800 – 11 800 – 11 800 – 11 800 4d. +/+ beroep op leenfaciliteit 12 000 10 000 0 0 0 0 0 4. Totaal financieringskasstroom 3 250 – 1 750 – 11 800 – 11 800 – 11 800 – 11 800 – 11 800 5. Rekening-courant RHB 31 december 24 253 20 884 4 992 5 218 5 028 4 956 5 150Vanaf 2011 zijn alle investeringen in gebruik en als actief op de balans opgenomen. Voor 2011 is nog wel een beroep gedaan op de leenfaciliteit maar hier is geen gebruik van gemaakt. Voor 2012 en verder worden geen specifieke ontwikkelingen voorzien. P-Direkt is gebaseerd op een aantal hoofdpijlers. Onder andere het leveren van standaard dienstverlening om administratieve processen doelmatig te ondersteunen en «Afrekenbaar en Professioneel» zijn.Om inzichtelijk te maken hoe wordt gestuurd op kwaliteit en doelma-tigheid bij de uitvoering van de primaire dienstverlening is een model ontwikkeld. Centraal in dit model staat het doel van de dienstverlening: een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige salaris- en personeelsadminis-tratie. Het Kwaliteitsmodel kent vier invalshoeken van waaruit wordt gestuurd: vanuit het perspectief van de eigenaar, van de opdrachtgevers, van de gebruikers en van de medewerkers van P-Direkt. Per invalshoek is bepaald welk resultaat moet worden behaald. Vervolgens wordt vastgesteld hoe het resultaat wordt bereikt. Dit gebeurt door middel van een risicoanalyse van het proces. Resultaten van beheersing van deze risico’s en de beoordeling van de procesorganisatie worden vastgelegd (rapportages). Tot slot wordt bepaald welke bijsturing eventueel nodig is (verbeteren) om het gewenste resultaat te bereiken. Het eindresultaat is een behaalde score en beoordeling (oordeel). Deze score en beoordeling wordt per stakeholder vastgesteld en gerap-porteerd. Naast maandelijkse rapportages over de gerealiseerde service-levels brengen P-Direkt jaarlijks een Beheerverslag en een Financieel Verslag uit. Met het Beheerverslag verantwoordt P-Direkt zich over de betrouw-baarheid en controleerbaarheid van de dienstverlening aan de audit-diensten van de opdrachtgevers. Met het Financiële Jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over het gevoerde financiële beheer. Op basis van onafhankelijke toetsing worden de verslagen voorzien van een Assurance- c.q. een Accountantsverklaring. Kasstroomoverzicht DoelmatigheidTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 288 De baten-lastendiensten De tevredenheid van gebruikers van de dienstverlening wordt vastgesteld door middel van periodieke gebruikerstevredenheidsonderzoeken. Willekeurige gebruikers van de dienstverlening ontvangen een e-mail met een uitnodiging om vragen over de dienstverlening te beantwoorden. Op deze wijze wordt gemeten hoe de tevredenheid is over de afhande-lingsnelheid van vragen, de inhoudelijke kwaliteit van de beantwoording en de klantvriendelijkheid van de medewerkers bij het Contactcenter. Daarnaast wordt jaarlijks een medewerkeronderzoek bij P-Direkt zelf uitgevoerd. Het model wordt weergegeven in een cirkel. Deze cirkel staat symbool voor de samenhang tussen de, vanuit de vier invalshoeken, te realiseren doelstellingen. De beoordeling van de dienstverlening door de vier belangrijkste stakeholders van P-Direkt moet in balans zijn om tot een positief totaal-oordeel te komen. De cirkel geeft ook aan dat continu wordt gewerkt aan kwaliteitsverbetering en doelmatigheid. Toelichting op de systematiek Kwaliteitsmodel vanuit stakeholder «Opdrachtgevers». Vanuit het perspectief van de Opdrachtgevers is het belangrijk dat P-Direkt zorgt voor een juiste, tijdige en volledige verwerking van personele gegevens en salarissen. De systematiek van het Kwaliteitsmodel bepaalt hierbij dat de procesrisico’s bij het realiseren van deze doelstelling in kaart worden gebracht, bepaald wordt welke beheersmaatregelen noodzakelijk zijn en wordt vastgesteld of deze beheersmaatregelen in opzet, bestaan en werking afdoende zijn. Daarbij wordt continue gekeken naar verbetermo-gelijkheden. In dit specifieke voorbeeld wordt verantwoording afgelegd aan de betreffende stakeholder via periodieke dienstverleningsrappor-tages en het Beheerverslag inclusief Assuranceverklaring. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 289De baten-lastendiensten Naar aanleiding van de ervaringen die P-Direkt heeft opgedaan in het afgelopen jaar en de gesprekken die er zijn geweest met de ministeries zijn de servicelevels aangepast. In vergelijking met 2010 zijn de service-levels verfijnd. De herijkte servicelevels geven beter inzicht aan de opdrachtgevers over de door ons geleverde dienstverlening. Deze dienstverlening is verder uitgewerkt in de Producten en Diensten Gids. De servicelevels gelden over het hele jaar en zijn voor alle opdrachtgevers hetzelfde. Dit is inherent aan het shared service karakter van de dienstver-lening. P-Direkt beschouwt de servicelevels niet als doel op zich, maar als minimaal te realiseren normen. De opdrachtgevers mogen er op vertrouwen dat P-Direkt de in de dienstverlening zal streven naar een zo hoog mogelijke score. De opdrachtgevers worden maandelijks geïnfor-meerd over de gerealiseerde servicelevels. Samen met hen wordt vastgesteld of eventuele tekortkomingen hierin hebben geleid tot onoverkomelijke problemen. Op basis hiervan maakt P-Direkt afspraken voor de servicelevels in de volgende maand(en). Indien noodzakelijk zal P-Direkt hiervoor in de organisatie zaken escaleren, werkzaamheden (her-)prioriteren en/of aanvullende verbetermaatregelen nemen. De score op de servicelevels wordt uitgedrukt in percentages of de score op een schaal van 1–10. Efficiënte en kwalitatiefhoogwaardige salaris- enpersoneelsadministratieDoelGebruikersOpdrachtgeversEigenaarMedewerkersTPM-verklaringén Dienstverle-ningsrapportage(SCR)Gebruikers-tevredenheids-onderzoek (GTO)Medewerkers-tevredenheids-onderzoek (MTO)Accountants-verklaringOordeel/dechargeverklaringProces (inrichting en benutting)VerbeterenRapportageDoel(stelling) Risico-analyseP-Direkt kwaliteitsmodelKengetallenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 290De baten-lastendiensten Definitie 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Omschrijving Generiek Deel Kostprijzen per product per IAR per jaar 576 565 575 563,5 549,5 542 546 Aantal Individuele Arbeids-relaties 129 504 125 000 121 572 119 572 117 572 115 572 113 572 Omzet basisdienstver-lening (pxq) x € 1 000 74 594 70 625 69 904 67 379 64 606 62 640 62 010 Omzet overige + projecten x € 1 000 2 243 2 000 1 626 1 605 1 584 1 564 1 543 FTE-totaal (excl. externe inhuur) 377 410 413 391 373 365 359 Saldo van baten en lasten (%) als percentage van de baten 0,06% 0,36% 2,06% 2,28% 2,04% 0,07% 0,07% Omschrijving Specifiek Deel Gebruikerstevredenheid De mate waarin de eindge-bruiker tevreden is over de dienstverlening - 7 7 7 7 7 7 Betrouwbaarheid Informa-tievoorziening P-Direkt draagt zorg voor tijdige en juiste gegevens-levering (Interfaces, rapportages) 99% 98% 98% 98% 98% 98% 98% Tijdige afhandeling: P-Direkt heeft de opdracht verwerkt voor de afgesproken salarisbetaling Geheel automatisch verwerking Directe invoer via SAP-HR – 98% 98% 98% 98% 98% 98% Nabewerking Invoer via SAP-HR maar bewerking van P-Direkt-medewerker nodig 97% 90% 90% 90% 90% 90% 90% Centraal proces Binnenkomst via telefoon, mail of post; invoer door P-Direkt medewerker 95% 90% 90% 90% 90% 90% 90% Contactcenter vraagafhan-deling P-Direkt handelt de vragen ingediend per telefoon, mail, post binnen 5 dagen af. 85% 90% 90% 90% 90% 90% 90% Klachtbehandeling P-Direkt reageert op klachten ingediend volgens klachtenprocedure binnen 5 werkdagen. – – 90% 90% 90% 90% 90% Responstijden contact-center De gemiddelde responstijd voor het opnemen van de telefoon is gemiddeld minder dan 30 seconden – – 30 sec 30 sec 30 sec 30 sec 30 sec Beschikbaarheid systeem De P-Direktsystemen P-Direktportaal, Rijksportaal Personeel en het P-Dossier zijn 7x24 uur beschikbaar. Het service-window voor de systemen is van 8.00 uur – 17.30 uur, gedurende deze tijden is de beschikbaarheidnorm van toepassing 99% 98% 98% 98% 98% 98% 98% Wet-en regelgeving up to date Wijzigingen m.b.t. de wet- en regelgeving zijn binnen 2 weken na publicatie Staatscourant op het Rijksportaal Personeel raadpleegbaar. – 98% 98% 98% 98% 98% 98%DoelmatigheidsindicatorenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 291De baten-lastendiensten 5.5 Baten-lastendienst De Werkmaatschappij (DWM) De Werkmaatschappij is een baten-lastendienst onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en per 1 januari 2008 officieel ingesteld. Per 1 januari 2012 bestaat deze organisatie uit een Houdster en 10 bedrijfseenheden. De bedrijfseenheden van De Werkmaatschappij leveren een breed scala aan producten en diensten op het terrein van de bedrijfsvoering aan onderdelen van de rijksoverheid. Of het nu gaat om arbeidsmarktcommu-nicatie of bedrijfsmaatschappelijk werk, om grafische dienstverlening of het bieden van coaching, om arbeidsjuridische ondersteuning of post- en koeriersdiensten. Ontwikkelingen Bij het opstellen van de begroting 2012 is uitgegaan van de eind 2011 bestaande samenstelling van De Werkmaatschappij. Vanaf 2012 gaan 8 bestaande bedrijfseenheden binnen DWM samen tot een Expertise-centrum Organisatie&Personeel (EC O&P). In 2010 is hiervoor een programma opgesteld dat in 2011 is geïmplementeerd. De Werkmaatschappij beoogt eigen vermogen op te bouwen om incidentele risico’s op te vangen zonder bijstelling van tarieven gedurende een kalenderjaar. Bij het opstellen van de begroting 2012 is uitgegaan van de 2011 tarieven. Ingeval van grote stijging van de grondstofprijzen zoals bij de bedrijfseen-heden vijfkeerblauw (papierprijzen) en Interdepartementale Post- en Koeriersdienst (brandstofprijzen) zal De Werkmaatschappij dit doorbere-kenen in de betreffende tarieven. Wel is in de tarieven 2012 rekening gehouden met de generieke taakstellingen die vanaf 2012 op De Werkmaatschappij afkomen. Als het eigen vermogen de norm van 5% heeft bereikt, zal De Werkmaat-schappij bij eerstvolgende suppletoire begroting de wijze van restitutie aan haar afnemers aangeven. InleidingTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 292De baten-lastendiensten Begroting van baten-lastendienst voor het jaar 2012 (x € 1 000) Baten-lastendienst De Werkmaatschappij 2010* 2011* 2012* 2013 2014 2015 2016 Baten Opbrengst moederdepartement 53 616 24 554 17 699 17 621 17 762 17 738 17 645 Opbrengst overige departementen 74 294 71 847 74 270 77 797 78 467 78 560 78 345 Opbrengst derden 1 683 5 128 3 953 4 006 4 056 4 105 4 105 Rentebaten 3 10 5 5 5 5 5 Vrijval voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 716 503 613 563 513 463 463 Totaal baten 130 312 102 042 96 540 99 992 100 803 100 871 100 563 Lasten Apparaatskosten – Personele kosten 71 573 49 369 51 720 54 702 55 905 56 772 56 772 – Waarvan eigen personeel 62 435 42 074 44 954 48 220 48 983 49 774 49 774 – Waarvan externe inhuur 9 138 7 295 6 766 6 482 6 922 6 998 6 998 – Materiële kosten 58 107 47 320 41 274 41 925 41 668 40 990 40 682 – Waarvan ICT 14 745 11 830 10 319 10 481 10 417 10 248 10 171 Overige lasten – Rentelasten 146 700 416 401 396 396 396 – Afschrijvingskosten 658 3 195 2 935 2 964 2 834 2 713 2 713 – Dotaties voorzieningen 307 148 0 0 0 0 0 – Bijzondere lasten 237 455 0 0 0 0 0 Totaal lasten 131 028 101 187 96 345 99 992 100 803 100 871 100 563 Saldo van baten en lasten – 716 855 195 0 0 0 0* 2010 betreffen realisatie cijfers, 2011 eerste suppletoire begroting en 2012 de ontwerpbegrotingToelichting Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van De Werkmaat-schappij is een kostendekkende exploitatie. Baten De eenheden die de grootste bijdrage leveren aan de omzet en kosten bij De Werkmaatschappij zijn het EC O&P voor ca. € 50 mln, Digitale Werkplek Rijk voor ca. € 20 mln en vijfkeerblauw voor ca. € 11 mln. Vanaf 2012 gaan de 8 bedrijfseenheden van EC O&P als één organisatie opereren. Tevens zijn de operationele activiteiten van de bedrijfseenheid Digitale Werkplek Rijk vanaf 2011 alleen nog maar gericht op het beheer van de Digitale Werkplek Rijk. Digitale Werkplek Rijk zal samen met SSO-ICT optrekken bij haar activiteiten. De meerjarenontwikkeling van de omzet is een resultante van de verwachte toename van de reguliere productieafzet bij meerdere bedrijfseenheden als gevolg van uitbreiding van de interdepartementale klantenkring en/of aanpassing van het producten en dienstenaanbod op de vraag. De gehanteerde tarieven zijn de tarieven van 2011 verlaagd met de generieke taakstelling voor zowel het moederdepartement als overige departementen. Voor de additionele taakstelling zal De Werkmaatschappij in samenspraak met haar klanten komen tot afspraken voor de invulling van de taakstelling. In de begroting gaat De Werkmaatschappij ervan uit dat de vraaguitval als gevolg van de additionele taakstelling zal worden gecompenseerd door de aansluiting van onderdelen van departementen die nog geen producten en diensten afnemen bij De Werkmaatschappij. ExploitatieTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 293 De baten-lastendiensten Bijzondere baten De bijzondere baten vanaf 2012 bestaat hoofdzakelijk uit de opbouw-gelden van Bureau Gateway die worden gedragen door de beleidsverant-woordelijke afdelingen. Lasten De generieke en additionele taakstellingen vragen van De Werkmaat-schappij, door het verlagen van de tarieven, ook een verlaging van de kosten. Door de verwachte groei van de organisatie en door besparende maatregelen te treffen, houdt De Werkmaatschappij haar kosten niveau (in absolute zin) de komende jaren ongeveer op hetzelfde niveau. Maatre-gelen waaraan gedacht kan worden zijn het verhogen van de declarabi-liteit en het verlagen van huisvestingskosten. Kasstroomoverzicht voor het jaar 2012 (x € 1 000) Baten-lastendienst De Werkmaatschappij 2010* 2011* 2012* 2013 2014 2015 2016 1. Rekening-courant RHB 1 januari (incl. deposito) 20 530 21 986 17 384 17 892 16 106 14 189 12 152 2. Totale operationele kasstroom – 1 473 4 050 3 130 2 964 2 833 2 713 2 713 3a. Totaal investeringen (-/-) – 1 974 – 3 335 – 3 000 – 500 – 500 – 500 – 500 3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0 0 0 0 0 0 3. Totaal investeringkasstroom – 1 974 – 3 335 – 3 000 – 500 – 500 – 500 – 500 4a. Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) 0 0 0 0 0 0 0 4b. Eenmalige storting door het moederdepartement (+) 0 0 0 0 0 0 0 4c. Aflossingen op leningen (-/-) – 164 – 250 – 3 622 – 4 250 – 4 250 – 4 250 – 750 4d. Beroep op leenfaciliteit (+) 0 0 4 000 0 0 0 0 4. Totaal financieringskasstroom – 164 – 250 378 – 4 250 – 4 250 – 4 250 – 750 5. Rekening-courant RHB 31 december (=1+2+3+4) 16 919 22 451 17 892 16 106 14 189 12 152 13 615* 2010 betreffen realisatie cijfers, 2011 de eerste suppletoire begroting en 2012 de ontwerpbegrotingToelichting Het hoge Rekening-courantsaldo ultimo 2012 wordt verklaard door omvangrijk geldverkeer bij enkele bedrijfseenheden. De ontwikkeling in het saldo van de rekening courant is een resultante van de ontwikkeling van de operationele kasstroom en de verwachte investeringen. De Werkmaatschappij streeft ernaar om bij een omvangrijke rekening-courantstand een beperkt beroep te doen op de leenfaciliteit. De opgenomen lening betreft dan ook alleen de investering voor de aanschaf van de licenties bij de bedrijfseenheid Digitale Werkplek Rijk. In 2011 is tevens een beroep op de leenfaciliteit gedaan (€ 15 mln.) voor de aanschaf van licenties bij de bedrijfseenheid Digitale Werkplek Rijk. Deze was niet opgenomen in de 1e suppletoire begroting 2011. De aflossingen zijn wel opgenomen in de meerjaren kasstroom. De Werkmaatschappij levert als Shared Service Organisatie vele producten en diensten. Door de huidige ontwikkelingen van de organi-satie (bijvoorbeeld vorming een EC O&P) is gekozen voor een tweetal overall indicatoren voor de integrale kostprijzen en de verkooptarieven. Beide zijn door indexcijfers weergegeven (2011 = 100). Kasstroomoverzicht DoelmatigheidTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 294 De baten-lastendiensten Doelmatigheidsindicatoren Omschrijving deel 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verloop integrale kostprijs (2011 = 100) 100 98 97,5 97 96,5 96 Verloop verkooptarieven (2011 = 100) 100 98 97,5 97 96,5 96 Omzet per FTE 163 528 151 733 150 600 151 331 151 590 151 355 FTE-totaal (excl. externe inhuur) 624 636 664 666 665 664 Saldo van baten en lasten (%) 0,84% 0,20% 0% 0% 0% 0% Kwaliteitsindicator 1 : Klanttevredenheid departe-menten 7,1 7,1 7,1 7,1 7,1 7,1 Kwaliteitsindicator 2 : Medewerkertevredenheid 7,5 7,5 7,5 7,5 7,5 7,5Toelichting Voor de betere leesbaarheid van de ontwikkeling van de kostprijzen en tarieven is gekozen om de ontwikkelingen zichtbaar te maken in boven-staande 2 indexreeksen op concernniveau in plaats van individuele reeksen per bedrijfseenheid. De generieke taakstelling uit het regeerakkoord noopt De Werkmaat-schappij ertoe in de periode 2012–2016 efficiënter te werken. Maatregelen zijn onder andere een betere ondersteuning van de processen door het gebruik van ICT-tools, een betere bundeling van de inkoopbehoefte en het zoeken naar synergie met andere producten/diensten. Uitvoering van de maatregelen zorgen er voor dat De Werkmaatschappij goedkoper gaat werken, wat zich vertaald in lagere tarieven. De tariefsverlagingen zijn technisch berekend door de jaarlijkse taakstellingsbedragen af te zetten in percentages van de omzet van 2011. In de begroting is tevens rekening gehouden met een belangrijke overkomst op het gebied van bedrijfsmaatschappelijk werk naar het ExpertiseCentrum Organisatie&Personeel (EC O&P, één van de onder-delen van De Werkmaatschappij). Omdat het geschatte aantal FTE’s dat overkomt naar De Werkmaatschappij gemiddeld een lagere omzet per persoon genereert, neemt de indicator «omzet per FTE» ten opzichte van het voorgaande jaar af. DWM zal een ronde maken langs de opdrachtgevers (departementen) om mogelijkheden te onderzoeken voor een volledige(r) afname van de De Werkmaatschappij producten en diensten. Doel hiervan is de vraaguitval als gevolg van de additionele taakstelling te compenseren door de dienstverlening een extra impuls te geven. Door de departementen (vollediger) mee te laten doen aan DWM hoeven zij minder in eigen beheer uit te voeren dan wel uit te besteden aan de markt. DoelmatigheidsindicatorenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 295 De baten-lastendiensten 5.6 Tijdelijke baten-lastendienst FMHaaglanden In 2011 zijn de voormalige facilitaire dienstverleners 4FM en FaSam ondergebracht in één organisatie, per 1 juli 2011 FMHaaglanden genaamd. Het onderbrengen van beide dienstverleners in één organisatie vloeit voort uit het nieuwe regeerakkoord, waarin een rijksbrede aanpak in de bedrijfsvoering een belangrijk uitgangspunt is.Als baten-lastendienst kan FMHaaglanden bedrijfsmatig werken en wordt de doelmatigheid van de bedrijfsvoering van organisatieonderdelen van de rijksoverheid gestimuleerd. FMHaaglanden verzorgt de facilitaire dienstverlening voor de volgende departementen: •Buitenlandse Zaken (BZ); •Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW); •Infrastructuur en Milieu (IenM); •Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK); •Veiligheid en Justitie (VenJ). Per 1 januari 2012 sluiten de departementen Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan. FMHaaglanden levert producten en diensten op het gebied van gebouw-beheer, exploitatie, consumptieve diensten, risicobeheersing, schoonmaak, verhuizen, post en reprografie, verstrekken van inrichting, voorzieningen, vervoer, facility management en overige diensten. FMHaaglanden wil een voorloper zijn in het realiseren van gefaciliteerde rijkswerkplekken waarmee, klanten, ongeacht organisatie en gebouw, met gemak en op een duurzame wijze aan het werk kunnen gaan. Er is gekozen voor een stapsgewijze opbouw en inrichting van FMHaag-landen. De samenwerking richt zich in het beginsel vooral op management, staf en regie. De directeur FMHaaglanden heeft in 2011 de opdracht gekregen om te onderzoeken hoe FMHaaglanden definitief georganiseerd en ingericht moet worden in de context van de Compacte Rijksdienst project 3 (Concentratie Rijkskantorenlocaties) en Compacte Rijksdienst project 6 (één facilitaire dienstverlener Haagse kantoren). In de periode 2012 tot en met 2016 zijn er voor FMHaaglanden grote veranderingen te verwachten op het gebied van de facilitaire dienstver-lening, zoals het Masterplan Huisvesting Den Haag, nieuwe toetreders en mogelijke uitruil met de Belastingdienst/Centrum voor de dienstverlening van panden buiten de regio Den Haag (wordt nu verzorgd door FMHaag-landen) en de dienstverlening van het rijksverzamelkantoor Beatrixpark (wordt nu verzorgd door de Belastingdienst). Deze veranderingen dragen bij aan de additionele taakstelling uit het regeerakkoord. De impact van deze ontwikkelingen op FMHaaglanden is vooralsnog niet te becijferen en is in deze ontwerpbegroting dan ook niet meegenomen. InleidingTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 296De baten-lastendiensten Begroting van baten-lastendienst voor het jaar 2012 (x € 1 000) Baten-lastendienst FMHaaglanden 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Baten Opbrengst moederdepartement 0 28 799 27 925 29 504 29 198 28 796 28 592 Opbrengst overige departementen 44 884 55 811 72 699 74 279 73 420 72 615 72 185 Opbrengst derden 0 0 0 0 0 0 0 Rentebaten 0 0 0 0 0 0 0 Vrijval voorzieningen 15 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 1 330 1 000 0 0 0 0 0 Totaal baten 46 229 85 610 100 624 103 783 102 618 101 411 100 777 Lasten Apparaatskosten – Personele kosten 9 363 20 145 24 204 23 662 23 486 22 991 22 614 – Waarvan eigen personeel 8 323 18 584 22 562 22 029 21 864 21 479 21 104 – Waarvan externe inhuur 1 040 1 561 1 642 1 633 1 622 1 512 1 510 – Materiële kosten 30 253 60 141 70 221 69 354 68 974 68 454 68 323 – Waarvan ICT 955 1 518 1 532 1 515 1 452 1 440 1 440 Overige lasten – Rentelasten 266 396 758 1 884 1 740 1 597 1 483 – Afschrijvingskosten 2 697 3 407 5 441 8 883 8 418 8 369 8 357 – Dotaties voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0 – Bijzondere lasten 1 839 1 000 0 0 0 0 0 Totaal lasten 44 418 85 089 100 624 103 783 102 618 101 411 100 777 Saldo van baten en lasten 1 811 521 0 0 0 0 0Toelichting Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van FMHaaglanden is een kostendekkende exploitatie, zonder winstoogmerk. Een eventueel batig saldo zal aan het eigen vermogen worden toegevoegd om toekom-stige tegenvallers te kunnen opvangen dan wel in de vorm van een prijsverlaging aan de opdrachtgevers worden teruggegeven. De cijfers over 2010 hebben alleen betrekking op 4FM en betreft de periode 1 april 2010 tot en met 31 december 2010, dus 9 maanden. Tot 1 januari 2011 viel FaSam onder de baten-lastendienst De Werkmaat-schappij en de cijfers over 2010 van FaSam zijn dan ook niet opgenomen in bovenstaand overzicht. De cijfers van FaSam over 2011 en verder zijn wel opgenomen. De generieke taakstelling over de periode 2011–2015 van 1,5% per jaar is zowel verwerkt in de baten als de lasten. Dit is niet direct zichtbaar in de begroting omdat de departementen OCW en VWS per 1 januari 2012 toetreden en in 2013 de nieuwe activa in het nieuwbouwcomplex Wijnhaven in gebruik wordt genomen. Dit leidt tot toename in zowel de baten als de lasten. De samenvoeging van de twee facilitaire dienstverleners in FMHaag-landen biedt de mogelijkheid om een verdere efficiencyverbetering door te voeren. Dit wordt gerealiseerd door een intensievere samenwerking tussen de staven en het gezamenlijk optrekken bij aanbestedingen.ExploitatieTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 297 De baten-lastendiensten Omzet verdeeld per productgroep 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Opbrengst moederdepartement Basis (p vast en q vast) 0 20 848 19 991 21 573 21 271 20 872 20 668 Basis+ (q variabel) 0 2 366 2 352 2 352 2 352 2 352 2 352 Maatwerk (p en q variabel) 0 748 745 742 738 735 735 Werkelijke kosten 0 4 837 4 837 4 837 4 837 4 837 4 837 Tot. opbrengst moederdepartement 0 28 799 27 925 29 504 29 198 28 796 28 592 Opbrengst overige departementen Basis (p vast en q vast) 34 917 45 372 57 704 59 492 58 732 57 946 57 509 Basis+ (q variabel) 2 255 3 118 4 667 4 600 4 570 4 564 4 567 Maatwerk (p en q variabel) 1 086 2 456 3 202 3 166 3 146 3 141 3 142 Werkelijke kosten 6 392 4 865 7 126 7 021 6 972 6 964 6 967 Overige opbrengsten 234 0 0 0 0 0 0 Tot. opbrengst overige departementen 44 884 55 811 72 699 74 279 73 420 72 615 72 185Productgroepen De Basisdienstverlening is de minimale dienstverlening die de opdracht-gever afneemt. De opdrachtgever betaalt hiervoor een vast bedrag per jaar. De kosten zijn voor de opdrachtgever dus vooraf bekend. De basisdienstverlening omvat onder meer het dagelijks beheer en onderhoud gebouwen, locatiebeveiliging niveau 1, reguliere schoonmaak en standaard werkplekinrichting. Basis+ dienstverlening bevat producten/diensten die niet in het afgesproken basispakket zitten. De kosten voor de opdrachtgever zijn afhankelijk van de afgenomen hoeveelheid producten/diensten. De prijs per product is vooraf wel bekend. Onder de basis+ dienstverlening vallen onder andere het opleiden BHV’ers, verhuizingen, catering evenementen en accessoires werkplekin-richting. Onder maatwerk wordt verstaan diensten waarover met de opdrachtgever aparte afspraken worden gemaakt en waarvoor eerst een offerte wordt uitgebracht. Onder maatwerk vallen bijvoorbeeld locatiebeveiliging niveaus 2 en 3, incidentele extra schoonmaak, complexe verhuizingen en advies en projectmanagement. Werkelijke kosten zijn producten/diensten die tegen de werkelijk gemaakte kosten bij de opdrachtgever in rekening worden gebracht. Te denken valt aan nutsvoorzieningen, externe vergaderaccommodaties, telefonie (meertalig) en openbaar vervoer. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 298 De baten-lastendiensten Personele kosten De personeelskosten omvatten alle personele uitgaven van de ambte-naren in dienst inclusief de kosten van tijdelijk personeel. De personeels-kosten zijn gebaseerd op de volgende formatie:2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 fte 230,2 301,7 374,2 361,8 355,1 347,1 338,4De cijfers over 2010 hebben alleen betrekking op 4FM. Per 1 januari 2011 zijn ook de cijfers van FaSam opgenomen en per 1 januari 2012 stijgt de formatie door de overname van de medewerkers van de ministeries van OCW en VWS. Materiele kosten De materiele kosten omvatten met name de directe inkoop/contract kosten. Daarnaast worden ook huisvestingskosten, ict-kosten en service-kosten Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgenomen. Rentelasten Onder deze post zijn alle rentelasten opgenomen die verband houden met de financiering van materiele vaste activa vanuit het ministerie van Financiën. Afschrijvingslasten Het door FMHaaglanden van de departementen overgenomen materieel is geactiveerd en wordt conform de betreffende regelgeving afgeschreven. Voor nieuwe investeringen is dit eveneens van toepassing. Kasstroomoverzicht voor het jaar 2012 (x € 1 000) Baten-lastendienst FMHaaglanden 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 1. Rekening-courant RHB 1 januari (incl. deposito) 0 21 117 10 650 11 235 11 235 11 235 11 235 2. Totale operationele kasstroom 16 988 – 6 007 5 441 8 883 8 418 8 368 8 357 3a. Totaal investeringen (-/-) – 16 268 – 4 650 – 37 664 – 4 950 – 5 200 – 5 425 – 5 625 3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0 0 0 0 0 0 3. Totaal investeringkasstroom – 16 268 – 4 650 – 37 664 – 4 950 – 5 200 – 5 425 – 5 625 4a. Eenmalige uitkering aan moederdepar-tement (-/-) 0 0 0 0 0 0 0 4b. Eenmalige storting door het moederde-partement(+) 0 0 0 0 0 0 0 4c. Aflossingen op leningen (-/-) – 1 660 – 3 810 – 5 256 – 8 883 – 8 418 – 8 368 – 8 357 4d. Beroep op leenfaciliteit (+) 15 687 4 000 38 064 4 950 5 200 5 425 5 625 4. Totaal financieringskasstroom 14 027 190 32 808 – 3 933 – 3 218 – 2 943 – 2 732 5. Rekening-courant RHB 31 december (=1+2+3+4) 14 747 10 650 11 235 11 235 11 235 11 235 11 235Toelichting op de kasstromen De cijfers over 2010 hebben alleen betrekking op 4FM. Per 1 januari 2011 zijn de FaSam cijfers ook opgenomen en dat veroorzaakt het verschil tussen de eindstand 2010 en de beginstand 2011. In 2012 worden extra investeringen geraamd in verband met de overname van de activa van de nieuwe toetreders OCW en VWS en in verband het aanschaffen van activa voor het nieuwbouwcomplex Wijnhaven. In het leenplafond is rekening gehouden deze investeringen. KasstroomoverzichtTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 299 De baten-lastendiensten De specificatie van de investeringen is als volgt:2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Overname materieel departementen 0 0 3 000 0 0 0 0 Meubilair 14 299 2 500 26 622 2 800 2 800 2 700 2 700 Overig 1 388 2 150 8 042 2 150 2 400 2 725 2 925 Totaal investeringen 15 687 4 650 37 664 4 950 5 200 5 425 5 625Aflossing op de leningen FMHaaglanden genereert haar middelen, om aan de aflossingsverplich-tingen aan het ministerie van Financiën te kunnen voldoen, door de in de kostprijs opgenomen afschrijvingsbedragen in rekening te brengen bij de opdrachtgevers. In het kasstroomoverzicht vinden de in rekening gebrachte afschrijvingsbedragen en de betaling van de aflossing in hetzelfde jaar plaats. Beroep op de leenfaciliteit Het saldo onder het beroep op de leenfaciliteit komt in de jaren 2011 en 2012 niet overeen met het saldo van de investeringen in het betreffende jaar. Dit wordt veroorzaakt doordat voor de investeringen in 2011 door FaSam geen leenfaciliteit was aangevraagd. Deze aanvraag is meege-nomen in de leenfaciliteit voor 2012. Voor de andere jaren komt het saldo onder beroep op de leenfaciliteit wel direct overeen met het saldo van de investeringen in het betreffende jaar. Er zijn nog geen doelmatigheidsindicatoren voor FMHaaglanden. Om te komen tot doelmatigheidsindicatoren voor FMHaaglanden moeten eerst de Producten en Diensten Catalogi (PDC) en de kostprijsmodellen (KPM) van 4FM en FaSam op elkaar afgestemd worden. Met ingang van 1 januari 2012 zal, voor zover mogelijk, gewerkt worden met 1 PDC en 1 KPM. De voorbereiding hiervoor is gestart. DoelmatigheidsindicatorenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2100De baten-lastendiensten 5.7 Baten-lastendienst Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) De Immigratie- en Naturalisatiedienst is dé toelatingsorganisatie van Nederland die als uitvoeringsorganisatie het Immigratie- en Asielbeleid effectief en efficiënt uitvoert in samenwerking met de partners in de keten. Dit houdt in dat de IND de aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of Nederlander willen worden. Begroting van baten-lastendienst voor het jaar 2012 (x € 1 000) Baten-lastendienst Immigratie en Naturalisatiedienst 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Baten Opbrengst moederdep. 314 974 293 410 282 254 265 108 262 058 243 051 242 422 Opbrengst overige dep. Opbrengst derden 50 170 57 560 70 534 76 853 76 099 85 460 85 460 Rentebaten 0 200 200 200 200 200 200 Bijzondere baten Totaal baten 365 144 351 170 352 988 342 161 338 357 328 711 328 082 Lasten Apparaatskosten Personele kosten 211 375 201 667 193 284 180 578 176 589 173 187 173 187 – waarvan eigen personeel 179 284 167 578 164 589 163 187 163 187 – waarvan externe inhuur 14 000 13 000 12 000 10 000 10 000 Materiële kosten 138 381 131 210 133 157 132 212 132 521 126 409 135 888 – waarvan ICT kosten 37 000 35 000 35 000 35 000 35 000 Rentelasten 1 869 2 000 1 705 1 451 1 317 1 185 1 077 Afschrijvingskosten Materieel 9 580 11 636 13 183 13 263 13 273 13 273 13 273 Immaterieel 1 214 4 657 4 657 4 657 4 657 4 657 4 657 Dotaties voorzieningen Bijzondere lasten Totaal lasten 362 419 351 170 345 988 332 161 328 357 318 711 328 082 Saldo van baten en lasten 2 725 0 7 000 10 000 10 000 10 000 0Toelichting De totale omzet is gebaseerd op de vastgestelde kostprijzen (p) en de instroomaantallen (q). De bekostiging vindt plaats door de bijdrage van het moederdepartement en opbrengsten derden. De opbrengsten derden bestaan uit leges die vreemdelingen betalen voor het behandelen van aanvragen voor verblijfsvergunning regulier of verzoeken tot naturalisatie. In het regeerakkoord is afgesproken dat de opbrengsten uit de leges gefaseerd worden verhoogd tot een bedrag oplopend tot € 85 mln. structureel, door een verhoging van de legestarieven. Daarnaast zijn in de jaren 2012–2015 de legesopbrengsten hoger door een stijging van de aanvragen naturalisatieverzoeken als gevolg van de Regeling Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet (RANOV). In het regeerakkoord zijn eveneens taakstellingen op het apparaat afgesproken, die consequenties hebben voor de IND. De taakstellingen leiden tot lagere personele en materiële lasten en komen tot uitdrukking in een lagere bijdrage van het moederdepartement. De personele lasten worden bepaald door de benodigde capaciteit die is gerelateerd aan de te leveren prestaties en de gemiddelde loonsom. De benodigde capaciteit is daarbij opgebouwd uit ambtelijke medewerkers en inhuur externen. De inhuur externen is mede benodigd om flexibel te Inleiding ExploitatieTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2101 De baten-lastendiensten kunnen inspelen op wisselingen (zowel dalingen als stijgingen) in de instroom. De materiële kosten bestaan uit processpecifieke kosten en apparaats-kosten. De processpecifieke kosten hebben een directe relatie met de uitvoering van te leveren prestaties (o.a. tolken, proceskosten en kosten voor documenten). De apparaatskosten houden verband met de bedrijfs-voering van de IND en betreffen o.a. huisvesting en automatisering. De stijging van de afschrijvingskosten de komende jaren naar een structureel bedrag van € 18 mln. hangt o.a. samen met de invoering van het nieuwe informatiesysteem INDIGO. De rentelasten hangen samen met het beroep op de leenfaciliteit. Over de aangegane leningen voor de financiering van de investeringen in de (im)materiële vaste activa wordt rente betaald. Conform afspraak zal de IND over de jaren 2012/2015 een positief resultaat realiseren om hiermee het negatieve eigen vermogen terug te brengen naar de minimale omvang van € 0. Kasstroomoverzicht voor het jaar 2012 (x € 1 000) Baten-lastendienst Immigratie en Naturalisatiedienst 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 1. RC RHB 1 januari 13 370 14 096 11 161 10 910 16 693 27 745 42 736 2. Operationele kasstroom 19 149 16 293 24 840 27 919 27 930 27 930 17 930 3a Investeringen – 20 873 – 22 801 – 10 200 – 10 200 – 10 200 – 10 200 – 10 200 3b Boekwaarde desinvest. 81 3. Investeringskasstroom – 20 792 – 22 801 – 10 200 – 10 200 – 10 200 – 10 200 – 10 200 4a eenmalige uitkering Moeder 4b eenmalige storting Moeder 4c aflossing op leningen – 16 156 – 19 228 – 25 090 – 22 136 – 16 879 – 12 939 – 10 200 4d beroep op leenfaciliteit 18 525 22 801 10 200 10 200 10 200 10 200 10 200 4 Financieringskasstroom 2 369 3 573 – 14 890 – 11 936 – 6 679 – 2 739 0 5 RC RHB 31 december 14 096 11 161 10 910 16 693 27 745 42 736 50 466Toelichting Door het saldo van baten en lasten van € 37 mln. over de jaren 2012–2015 stijgt de rekening courant naar een structureel bedrag van € 50 mln. Door het positieve saldo van baten en lasten is in desbetreffende periode de operationele kasstroom hoger. De investeringen hebben betrekking op gebouwen, verbouwingen, inventarissen en installaties, hard- en software en het nieuwe informatie-systeem INDIGO. De daarbij gehanteerde afschrijvingstermijn sluiten aan bij de voorgeschreven termijnen. Voor de immateriële vast activa is vanuit een economische levensduur gekozen om het nieuwe informatiesysteem in 10 jaar af te schrijven. KasstroomoverzichtTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2102 De baten-lastendiensten 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Generiek Kostprijs per productgroep Asiel n.b. 5 470 5 267 4 821 4 833 5 149 5 138 Regulier n.b. 621 687 852 851 844 842 Naturalisatie n.b. 358 351 330 336 358 357 Omzet per productgroep Asiel n.b. 159 310 152 684 149 621 146 323 139 405 139 086 Regulier n.b. 170 822 180 238 172 507 172 325 170 823 170 546 Naturalisatie n.b. 18 513 20 066 20 034 19 709 18 484 18 451 Legesontvangsten Asiel n.b. n.b. 1 000 1 000 1 000 1 000 1 000 Regulier n.b. n.b. 56 408 61 408 61 408 73 408 73 408 Naturalisatie n.b. n.b. 13 126 14 445 13 691 11 052 11 052 gemiddeld FTE (excl. externen) 3 110 2 813 2 745 2 623 2 618 2 589 2 589 Saldo van baten en lasten 0.7% 0% 2% 3% 3% 3% 0% Specifiek Doorlooptijden (wettelijke termijn) Asiel 82% 80% 85% 86% 88% 89% 90% Regulier 95% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Naturalisatie 96% 100% 100% 100% 100% 100% 100% Standhouding beslissing Asiel 77% 85% 85% 85% 85% 85% 85% Regulier 82% 80% 80% 80% 80% 80% 80% Klachten Asiel 0.7% < 2% < 2% < 2% < 2% < 2% < 2% Regulier 0.5% < 2% < 2% < 2% < 2% < 2% < 2% Naturalisatie 0.1% < 0,5% < 0,5% < 0,5% < 0,5% < 0,5% < 0,5%Toelichting Kostprijs per productgroep De integrale kostprijzen zijn gebaseerd op de in 2010 vastgestelde kostprijzen. Vanaf 2011 is de IND gestart met het uitvoeren van een groot aantal intensiveringen zoals zijn opgenomen in het regeerakkoord. De activiteiten die hiermee samenhangen hebben o.a. betrekking op het versnellen van de asielprocedure, dubbele check op inwilligingen verblijfsaanvragen, het verkorten van procedures in geval van fraude en bedrog, intensieve controle op criminaliteit en het afschaffen van de «Europa-route». Structureel stijgen de kosten van de IND met € 22 mln. Dit heeft tot gevolg dat de IND kostprijzen structureel toenemen. Daarnaast is sprake van een daling van de kostprijzen als gevolg van de generieke en de additionele taakstellingen. Voor de IND lopen deze taakstellingen op tot een bedrag van ca. € 17 mln. structureel. Voor 2012 bedraagt de taakstelling € 4 mln; de maatregelen zijn vooral gericht op het bereiken van efficiency binnen de IND. De stijging van de gemiddelde kostprijs regulier in 2013 wordt verklaard door een groot aantal (5-jaarlijkse) VVR omwisselingen in 2012 in het kader van de Vreemdelingenwet. Deze omwisselingen hebben een lage kostprijs waardoor het gemiddelde in 2012 lager is dan de jaren waarin de omwisselingen niet plaatsvinden. DoelmatigheidTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2103De baten-lastendiensten De daling van de gemiddelde kostprijs asiel in de jaren 2013 en 2014 hangt samen met de wijzigingen in de opbouw van de verschillende onderliggende producten. In genoemde jaren neemt het aantal verzoeken voor en VVA (on)bepaalde tijd toe. Dit product heeft een relatief lage kostprijs waardoor de gemiddelde kostprijs asiel daalt. Omzet per productgroep Vanaf 2011 wordt de IND afgerekend op basis van output. De omzet per productgroep wordt gebaseerd op de integrale kostprijs en de verwachte instroom aantallen per productgroep. Voor asiel wordt daarbij uitgegaan van een instroom van 15 000. De instroom van reguliere aanvragen bedraagt 238 800 (exclusief bezwaarzaken). Bij naturalisatie wordt uitgegaan van een structurele instroom van 26 500 verzoeken. Daarnaast is voor de jaren 2012–2015 rekening gehouden met de effecten van de RANOV regeling. Totaal gaat het daarbij om 21 500 naturalisatieverzoeken (2012 = 5 500 verzoeken). Dit verklaart de daling van de omzet naturali-satie vanaf 2015. Gemiddelde fte (exclusief inhuur externen) Voor de komende jaren is sprake van een daling van de ambtelijke capaciteit. De besparingen uit het programma IND bij de Tijd zijn structureel verwerkt vanaf 2012. De verdere daling houdt verband met de effecten van de generieke en additionele taakstellingen uit het regeerak-koord. Daarnaast is sprake van een stijging van de capaciteit als gevolg van het uitvoeren van de intensivering uit het regeerakkoord. Doorlooptijd De doorlooptijd voor het afhandelen van de aanvragen regulier en naturalisatie binnen de wettelijke termijn is op 100% gesteld. De wettelijke opschortingen zijn daarbij binnen de wettelijke termijn opgenomen. Gezien de realisatie in voorgaande jaren is voor asiel een percentage van 90% realistisch. Standhouding beslissing Deze indicator geeft aan in hoeveel procent van de gevallen de beslis-singen van de IND standhouden voor de rechter. Dit is een (gedeeltelijke) indicatie van de kwaliteit van beslissingen die de IND neemt in vreemde-lingenzaken (asiel en regulier). In de tijd tussen een beslissing en een beroep kunnen zich echter ook nieuwe feiten voordoen die van invloed zijn op de beslissing. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2104De baten-lastendiensten 5.8 Baten-lastendienst Rijksgebouwendienst (RGD) De Rijksgebouwendienst draagt bij aan het succesvol functioneren van zijn klanten door het bieden van efficiënte en effectieve huisvestingsoplos-singen.Met het in stand houden van monumenten draagt de Rijksgebouwen-dienst bij aan het behoud van ons cultureel erfgoed. De Rijksgebouwendienst ressorteert sinds de opheffing van het ministerie van VROM (KB d.d. 14-10-2010), onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hierbij is de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verantwoordelijk voor de uitvoering van de rijkshuisvesting en voor de kaderstelling voor het rijksbrede beleid op het terrein van de rijkshuisvesting. De departementen zijn integraal verant-woordelijk voor hun eigen huisvestingsbeslissingen. De Rijksgebouwendienst verzorgt voor de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ook de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken, de huisvesting van het Koninklijk Huis voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat en de instandhouding van de monumenten in beheer van de Rijksgebouwendienst. De Rijksgebouwendienst draagt bij aan de studies en activiteiten van de Rijksbouwmeester voor advisering over architectuur(beleid), stedenbouw, monumentenzorg en beeldende kunst. De Rijksgebouwendienst is naast Rijkshuisvester, als Corporate Real Estate Manager, ook beheerder over het in de rijkshuisvesting geïnves-teerde vermogen en heeft een verantwoordelijkheid voor het in stand houden van het culturele erfgoed. Het gaat hier om 220 monumenten (complexen) met circa 450 objecten. Als Corporate Real Estate Manager richt de Rijksgebouwendienst zich op het aankopen, plannen, beheren en afstoten van rijkshuisvesting met als doel een bijdrage te leveren aan het primaire proces en het algemene resultaat van de rijksoverheid. InleidingTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2105De baten-lastendiensten Tabel 1: Rijksgebouwendienst – begroting van baten en lasten (bedragen in € 1 000) 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Baten Leveren producten /diensten Opbrengst moederdepartement 23 088 19 086 20 011 21 119 20 487 21 475 20 451 Opbrengst departementen 1 394 474 1 410 711 1 402 355 1 399 506 1 341 330 1 325 482 1 285 609 Opbrengst derden 12 021 12 500 12 625 12 751 12 879 13 008 13 138 Bedrijfsvoering Rentebaten 3 571 0 0 0 0 0 0 Vrijval voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0 Overige baten 32 403 13 130 15 680 15 668 10 311 8 325 8 408 Totaal baten 1 465 557 1 455 427 1 450 671 1 449 044 1 385 007 1 368 290 1 327 606 Lasten Product Huisvesting Apparaatskosten (netto) 90 085 75 448 67 901 65 251 61 599 57 006 56 288 Huren 307 079 286 856 288 051 275 619 262 910 265 539 252 418 Rentelasten 283 915 295 596 310 152 312 328 305 010 300 110 288 357 Afschrijvingen 326 763 349 073 353 644 372 822 345 084 337 016 335 083 Onderhoud 145 526 136 925 132 191 127 811 129 216 133 917 130 252 Dotaties voorzieningen 27 322 25 115 11 155 5 660 3 761 3 798 3 836 Belastingen en heffingen 23 500 23 900 23 847 23 241 22 848 23 076 22 822 Investeringen buiten gebruiksvergoedingen 133 358 98 071 95 012 92 633 87 873 83 802 79 009 Overige producten Services 61 929 77 500 75 245 72 937 70 576 68 160 65 688 Adviezen 8 318 8 800 8 888 8 977 9 067 9 157 9 249 Beleidsondersteuning 7 735 7 127 6 981 6 289 6 144 6 837 6 144 PPS lasten 19 363 37 500 42 900 56 200 56 200 56 200 56 200 Overige lasten 28 330 32 661 32 850 28 419 23 190 21 332 21 546 Totaal lasten 1 463 223 1 454 572 1 448 817 1 448 187 1 383 478 1 365 950 1 326 892 Saldo 2 334 855 1 854 857 1 529 2 340 714De kolom 2010 betreft de realisatie conform de Slotwet 2010. De omzet wordt in tabel 4 (overzicht doelmatigheid) uitgesplitst naar 3 productcate-gorieën. Een nadere onderbouwing (pxq) is niet mogelijk vanwege de diversiteit binnen de producten. Toelichting bij de baten Opbrengst departementen De opbrengst departementen omvat alle opbrengsten voor geleverde producten en diensten. Het gaat daarbij om ontvangen gebruiksvergoe-dingen, egalisatie, bijdragen voor kleine projecten, services en adviezen. Binnen het huur-verhuurstelsel worden interne verhuurcontracten afgesloten tussen de Rijksgebouwendienst en de departementen. Op basis van de «Huurprijsmethodiek Rijksgebouwendienst» brengt de Rijksgebouwendienst een gebruiksvergoeding in rekening. De gebruiks-vergoeding bij eigendomspanden bestaat uit componenten voor rente en afschrijving en één component voor de kosten van onderhoud, leegstand, belastingen en het apparaat van de Rijksgebouwendienst. Bij huurpanden bestaat de gebruiksvergoeding ten minste uit componenten voor de markthuur en apparaatskosten. Daarnaast zijn hier de opbrengsten van PPS-contracten opgenomen. ExploitatieTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2106 De baten-lastendiensten In de raming van de gebruiksvergoeding is rekening gehouden met het afsluiten van nieuwe contracten en met de verwachte beëindiging van contracten als gevolg van voorziene krimp van de overheid. Met ingang van 2010 betaalt Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar, analogie van het huur-verhuurstelsel, ook een gebruiksvergoeding voor de huisvesting van het Koninklijk Huis voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken. Deze organisaties betalen zelf geen gebruiksvergoeding voor hun huisvesting. De huurprijsmethodiek Rijksgebouwendienst heeft als uitgangspunt een (afgezien van de toegepaste indexering) constante huurprijs over de contractperiode. De jaarlijkse opbrengst is daarom een constante reeks, terwijl de kosten van rente en afschrijving per jaar variëren. Het verschil tussen de baten en lasten van rente en afschrijving wordt jaarlijks op contractniveau geëgaliseerd. In de balans is dit zichtbaar als een langlo-pende vordering op de gebruikers van de panden onder de post «egalisa-tierekening». Bij opbrengst departementen gaat het daarnaast om investeringen buiten gebruiksvergoeding (kleine, à fonds perdu gefinancierde, huisvestingspro-jecten) voor ministeries, die door de Rijksgebouwendienst worden uitgevoerd. Opbrengst moederdepartement Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties betaalt de kosten voor het onderhoud van de monumenten in beheer van de Rijksgebouwendienst. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is tevens opdrachtgever voor de Rijksgebouwendienst voor het leveren van ondersteuning aan Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de uitvoering van het rijksbeleid gerelateerd aan de rijkshuisvesting (zie artikel 9 van de begroting voor BZK). Aan Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden de werkelijke kosten in rekening gebracht, inclusief de apparaatskosten die toegerekend worden aan deze (deel) producten. Opbrengst derden De Rijksgebouwendienst heeft ook de zorg voor de huisvesting van organisaties op het niveau van de centrale overheid, die (vrijwel) geheel bekostigd worden uit collectieve middelen. Indien organisaties die binnen deze definitie vallen daar om verzoeken, kan de Rijksgebouwendienst de zorg voor de huisvesting op zich nemen. Daarnaast exploiteert de Rijksgebouwendienst een aantal bijzondere objecten zoals parkeergarages en de grafelijke zalen. Rentebaten De Rijksgebouwendienst kent rentebaten als gevolg van positieve saldi op de rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (dagrente) en op de depositorekeningen Rijkshoofdboekhouding. Overige baten De overige baten betreffen de geraamde winsten uit verkopen van onroerend goed en de geraamde onttrekkingen aan de bestemmingsre-serves brandveiligheid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2107De baten-lastendiensten Toelichting bij de lasten Apparaatskosten (netto) De bruto apparaatskosten bestaan uit salarissen, opleidingen, externe inzet, huisvesting, ICT en overige materiële kosten. Een groot deel van de huisvesting en ICT wordt afgenomen van het moederdepartement. Voor een deel van de apparaatskosten wordt dekking gegenereerd door toerekening aan de (deel-)producten «huisvestingsprojecten», «services», «adviezen» en «beleidsondersteuning» («verwerkt als productkosten»). De resterende (netto) apparaatkosten moeten worden gedekt vanuit de opslag in de gebruiksvergoeding. Huren Deze post betreft de huren die de Rijksgebouwendienst aan de markt betaalt. Rentelasten De rentelasten zijn geraamd op basis van de afgesloten en nog af te sluiten leningen met het ministerie van Financiën. Afschrijvingen Dit zijn de afschrijvingen op gebouwen en inbouwpakketten. De afschrij-vingstermijn op deze componenten kan variëren van 15 jaar op inbouw-pakketten tot 60 jaar op het casco. Onderhoud Deze post betreft het dagelijks en het planmatig onderhoud. Het dagelijks onderhoud bestaat uit regelmatig terugkerende vaste werkzaamheden (contractonderhoud en wettelijk verplichte keuringen) en storingson-derhoud. Het planmatig onderhoud betreft de vervanging van en het onderhoud aan de gebouwelementen voor rekening van de Rijksgebou-wendienst, zodat het onroerend goed op het gewenste kwaliteitsniveau wordt gehouden. Deze activiteiten worden ook uitgevoerd voor de objecten van het Koninklijk Huis voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken en voor objecten buiten het huur-verhuurstelsel. Belastingen en heffingen Deze post betreft het eigenaardeel van de onroerendezaakbelasting over de voorraad onroerend goed. Investeringen buiten de gebruiksvergoedingen Onder deze post zijn investeringen opgenomen die niet leiden tot een (aanpassing van de) gebruiksvergoeding. Het betreft hier kleine projecten voor ministeries en investeringen voor klanten buiten het huur-verhuurstelsel. Services Services zijn basistaken op het gebied van onderhoud, die door de klanten zijn overgedragen aan de Rijksgebouwendienst. Een deel van de kosten bestaat uit de opbouw van een vervangingsverplichting die de Rijksge-bouwendienst heeft jegens een aantal klanten voor de vervanging van de gebruikersinstallaties. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2108De baten-lastendiensten Adviezen Onder deze post zijn de integrale kosten van niet-projectgebonden adviezen opgenomen. Beleidsondersteuning Onder deze post zijn de kosten opgenomen voor het product «beleidson-dersteuning». Dit product wordt door het moederdepartement gefinancierd. PPS-lasten Onder deze post is de totale vergoeding die de Rijksgebouwendienst uit hoofde van geïntegreerde PPS-contracten verschuldigd is aan een opdrachtnemer voor onderhoud, dienstverlening en rente. Overige lasten Onder de overige lasten worden onder andere niet projectgebonden kosten voor de uitvoering van het programma brandveiligheid voorzien. Het kasstroomoverzicht geeft aan hoeveel kasmiddelen beschikbaar zijn gekomen of naar verwachting zullen komen en op welke wijze gebruik (is/of) zal worden gemaakt van deze middelen.Tabel 2: Kasstroomoverzicht (bedragen in € x 1 000) 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 1. Begin RHB 1 januari 570 494 436 781 367 000 339 442 356 828 321 548 330 110 2. Operationele kasstroom 290 589 341 234 364 452 394 324 336 706 346 197 356 281 3a. investeringen – 873 988 – 674 000 – 521 000 – 425 000 – 425 000 – 425 000 – 425 000 3b. desinvesteringen 4 506 50 395 91 627 125 948 55 005 50 000 50 000 3. Investeringskasstroom – 869 482 – 623 605 – 429 373 – 299 052 – 369 995 – 375 000 – 375 000 4a. afdracht – 17 788 0 – 855 – 1 854 – 857 – 1 529 – 2 340 4b. eenmalige storting door moederdepar-tement 0 0 0 0 0 0 0 4c. aflossing – 410 449 – 459 076 – 482 782 – 501 032 – 426 134 – 386 106 – 382 045 4d beroep leenfaciliteit 873 417 674 000 521 000 425 000 425 000 425 000 425 000 4. Financieringskasstroom 445 180 212 590 37 363 – 77 886 – 1 991 37 365 40 615 Eind RHB 31 december 436 781 367 000 339 442 356 828 321 548 330 110 352 006Toelichting: Ad 3a, 4d. De investeringen in rijkshuisvesting en het beroep op de leenfaciliteit zijn gebaseerd op al afgesloten leningen, waarin alle projecten zijn opgenomen waarvoor reeds een opdracht is verstrekt aan de Rijksgebou-wendienst, aangevuld met een raming van nieuwe investeringsprojecten op basis van nieuwe huisvestingswensen van ministeries. De Rijksgebou-wendienst investeert in grond en gebouwen die in de balans onder de post materiële vaste activa worden verantwoord. In deze investeringen worden ook brandveiligheidinvesteringen meegenomen. Ad 4c. De raming van aflossingen (en rentebetalingen) is gebaseerd op de afgesloten en nog af te sluiten leningen met het ministerie van Financiën. KasstroomoverzichtTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2109 De baten-lastendiensten Met de producten «huisvesting», «services» en «adviezen» bestrijkt de Rijksgebouwendienst de gehele keten van de huisvesting, vanaf de initiële vraag van een afnemer tot en met de realisatie (bouw en/of verbouw) en het beheer. De Rijksgebouwendienst is vraaggestuurd. Dit betekent dat in principe de jaarlijkse omzet voor een groot deel bepalend is voor de benodigde omvang van het personeelsbestand. Vanwege de afslanking van de rijksoverheid zal er op termijn minder huisvestingsvraag zijn. De Rijksgebouwendienst zal daardoor minder m2 huisvesting en kleine investeringen buiten de gebruiksvergoeding leveren.In 2010 en 2011 is het rijkshuisvestingsstelsel opnieuw geëvalueerd. In deze evaluatie wordt ook de doelmatige werking en uitvoering van het rijkshuisvestingsstelsel geëvalueerd. In afwachting van de resultaten wordt daarom thans volstaan met onderstaande kengetallen. De Rijksgebouwendienst zal de generieke taakstellingen uit de Augustus-brief en het Regeerakkoord invullen door het m2-tarief (ter dekking van het apparaat) jaarlijks zodanig te verlagen, dat het in totaliteit leidt tot besparingen overeenkomstig de reeks die bij de ministeries is ingeboekt. De verlaging van het tarief wordt jaarlijks toegepast bij de doorvoering van de indexering van de gebruiksvergoedingen om de administratieve belasting tot een minimum te beperken. Dit betekent dat vóór het uitvoeringsjaar het tarief bekend is. Als gevolg van de dalende vraag en de krimpende omvang van de Rijksoverheid, zal ook de Rijksgebouwendienst in omvang afnemen, dit is in de apparaatskostenbegroting zichtbaar in een dalende reeks voor inzet van externen en een verder krimpende ambtelijke organisatie.Tabel 3: Apparaatskosten (bedragen in € x 1 000) 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Levering producten/diensten: Personele kosten 107 543 95 701 88 231 84 640 80 333 75 667 75 490 waarvan eigen personeel 73 103 69 885 66 738 66 229 66 222 66 329 66 514 waarvan externe inhuur 34 440 25 816 21 493 18 411 14 111 9 338 8 976 Materiële kosten 36 922 43 084 40 876 39 854 38 499 38 625 38 656 waarvan ICT 15 605 19 700 18 500 18 500 17 500 17 500 17 500 Totaal bruto apparaatskosten 144 465 138 785 129 107 124 493 118 832 114 291 114 146 Verwerkt als productkosten 54 380 63 337 61 206 59 242 57 233 57 285 57 858 Apparaatskosten (netto) 90 085 75 448 67 901 65 251 61 599 57 006 56 288Tabel 4: Overzicht doelmatigheid (bedragen in € x 1 000) 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Producten en diensten omzet product huisvesting 1 322 863 1 324 411 1 318 222 1 317 592 1 261 687 1 248 165 1 210 672 omzet product adviezen 8 293 8 800 8 888 8 977 9 067 9 157 9 249 omzet product services 63 318 77 500 75 245 72 937 70 576 68 160 65 688 saldo baten en lasten 2 334 855 1 854 857 1 529 2 340 714 in % 0 0 0 0 0 0 0 Huisvestingsvoorraad in mln m2 BVO 7,144 7,081 6,888 6,655 6,500 6,500 6,300 Percentage leegstand voor rekening Rgd 3,8% 4,5% 6,4% 8,1% 9,1% 9,4% 10,2% Indicator technische kwaliteit 2,1–2,6 2,1–2,8 2,1–2,8 2,1–2,8 2,1–2,8 2,1–2,8 2,1–2,8 Bedrijfsvoering Bezetting fte’s 906 875 862 849 836 823 823 Apparaat-omzetindicator 9,9% 9,5% 8,9% 8,6% 8,6% 8,4% 8,6%DoelmatigheidTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2110 De baten-lastendiensten ToelichtingHuisvestingsvoorraad in mln m2 BVO De huisvestingsvoorraad zal de komende jaren door enerzijds het kabinetsbeleid en anderzijds adequate sturing door de Rijksgebouwen-dienst afnemen. Bij de gepresenteerde afname is rekening gehouden met de gevolgen voor de departementen in Den Haag van besluiten door de Ministerraad over het masterplan huisvesting Den Haag. Percentage leegstand Dit betreft leegstand voor rekening van de Rijksgebouwendienst in relatie tot de totale voorraad. De totale huisvestingsbehoefte zal minder worden door de afslanking bij de rijksoverheid. Daarnaast ontstaat behoefte aan andersoortige huisvesting waardoor de huisvestingsmutaties toenemen. Hierdoor zal het percentage leegstand (tijdelijk) oplopen. De leegstand zal naar verwachting na de meerjarenperiode weer dalen wanneer objecten verkocht kunnen worden, dan wel wanneer wordt besloten tot sloop Indicator technische kwaliteit (ITK) Dit betreft het gewogen gemiddelde van de technische conditie van alle gebouwen op een schaal van 1 (nieuwbouw) t/m 6 (extreem slecht). Voor een deel van de (niet-strategische) voorraad is een lagere waardering mogelijk waarbij nog altijd voldoende en daarmee economisch betere afwegingen gemaakt kunnen worden. Bezetting fte’s Het gemiddeld aantal ambtelijk personeel zal als gevolg van fte-taakstellingen afnemen tot 823 fte. Apparaat-omzetindicator Dit betreft de procentuele verhouding van de apparaatskosten van de Rijksgebouwendienst tot de omzet (totale baten) van de dienst. Een daling van de waarde van de indicator geeft aan dat de verhouding tussen de omzet en het ingezette apparaat verbetert. Daarnaast beoogt de Rijksgebouwendienst in 2012 de volgende prestaties te realiseren: Duurzaamheid Eind 2012 zijn in 900 000m2 van de voorraad de FCIB-maatregelen toegepast. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2111De baten-lastendiensten 5.9 Baten-lastendienst Dienst van de Huurcommissie (DHC) Het werkterrein van de Huurcommissie wordt gevormd door het geregula-riseerde deel van de markt voor huurwoonruimte. Als huurders en verhuurders er onderling niet uitkomen, doet de Huurcommissie op verzoek uitspraken in geschillen tussen huurders en verhuurders omtrent de hoogte van huurprijzen en servicekosten.Vanaf 1 april 2010 functioneert het Zelfstandig Bestuursorgaan (ZBO) Huurcommissie als een landelijke huurcommissie. Het ZBO (zonder eigen rechtspersoonlijkheid) wordt ondersteund door de Dienst van de Huurcommissie (DHC). Voor de huurders en verhuurders presenteert de Huurcommissie zich als één landelijk opererende, onpartijdige en toegankelijke organisatie. De Huurcommissie streeft naar een zakelijke aansturing op resultaat en doelmatigheid. Daarom hanteert zij met ingang van 1 januari 2010 een baten-lastenadministratie, die het verbeteren van de doelmatigheid ondersteunt, door het verband te leggen tussen de kostprijs enerzijds en de kwantiteit en kwaliteit van de diensten anderzijds. In de begroting zijn ook de kosten van het ZBO verwerkt. De belangrijkste ambitie ten aanzien van de kwaliteit van de dienstver-lening is te komen tot een snelle beslechting van geschillen binnen de wettelijke doorlooptijd. Om dit te kunnen realiseren, is geïnvesteerd in het herontwerp van het proces van geschilbeslechting en de ICT-ondersteuning. In deze begroting zijn de lasten en baten verwerkt die samenhangen met een wijziging van het aantal geschillen als gevolg van de aangekondigde aanpassingen in het huurbeleid (25 basispunten, 5% extra huurverhoging voor huishoudens met een inkomen vanaf € 43 000). Begroting van baten en lasten voor het jaar 2012 en meerjarenramingTabel 1: Begroting van baten en lasten (Bedragen x € 1 000) 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Baten Opbrengst moederdepartement 17 008 17 504 18 426 11 989 9 770 9 008 8 847 Opbrengst derden 322 1 353 1 353 1 353 1 853 2 353 2 353 Rentebaten 0 0 0 0 0 0 0 Vrijval voorzieningen 1 185 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 4 122 2 632 453 0 0 0 0 Totaal baten 22 637 21 489 20 232 13 342 11 623 11 361 11 200 Lasten Apparaatskosten: – Personele kosten 11 119 11 211 12 406 8 566 7 366 6 916 6 516 – Waarvan eigen personeel - 5 875 7 766 6 666 6 316 5 916 5 516 – Waarvan externe inhuur - 3 981 4 640 1 900 1 000 1 000 1 000 – Materiële kosten 5 389 7 503 8 453 7 653 7 453 7 353 7 253 -Waarvan ICT - 3 037 3 192 2 892 2 892 2 892 2 892 Rentelasten 31 126 126 126 126 126 126 Afschrijvingskosten: – materieel 532 569 569 569 569 569 569 – immaterieel 198 803 803 803 803 803 803 Dotaties voorzieningen 603 0 0 0 0 0 0 Bijzondere lasten 5 368 2 632 453 0 0 0 0 Nog op te lossen problematiek 0 0 – 2 578 0 0 0 0 Totaal lasten 23 231 21 489 20 232 17 717 16 317 15 767 15 267 Saldo van baten en lasten – 594 0 0 – 4 375 – 4 694 – 4 406 – 4 067InleidingTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2112 De baten-lastendiensten De apparaatskosten zijn met ingang van 2012 enerzijds verhoogd in verband met verwachte extra geschillen als gevolg van de extra huurver-hoging met maximaal 5% voor huishoudens met een inkomen van meer dan € 43 000. De bijdrage van het moederdepartement is navenant verhoogd. Anderzijds is in de apparaatskosten vanaf 2012 rekening gehouden met de rijksbrede doelmatigheidskorting van 1,5% per jaar, oplopend tot 6% in 2015. De additionele taakstelling is wel verwerkt aan de batenkant van deze begroting door een verlaagde opbrengst van het moederdepartement, maar niet aan de lastenkant omdat de wettelijke taken en procedures van de Huurcommissie niet zijn verminderd. Op het moment van aanbieden van deze ontwerpbegroting is er sprake van een meerjarig tekort. Voor het begrotingsjaar 2012 is dit zichtbaar gemaakt op de regel «Nog op te lossen problematiek». Bezien wordt welke maatre-gelen getroffen moeten worden om de begroting meerjarig sluitend te krijgen. Toelichting bij de opbouw van de baten Opbrengst moederdepartement Het totaal van de Opbrengst moederdepartement en de Bijzondere baten komt overeen met de geraamde bedragen voor bekostiging Huurcom-missie, zoals opgenomen op artikel 3, Woningmarkt en betaalbaarheid op de ontwerpbegroting BZK 2012. De definitieve opbrengst uit productie ten laste van de Begroting BZK wordt gebaseerd op de opdracht van de desbetreffende beleidsdirectie aan de Huurcommissie. Deze wordt bepaald door het gerealiseerde aantal dat in 2012 wordt afgewikkeld en de daarbij behorende tarieven, die de goedkeuring behoeven van de eigenaar van de Dienst van de Huurcommissie, in casu de directeur-generaal Wonen, Wijken en Integratie. Tabel 2: Aantal zaken in 2012 Aantal zaken Beslechting van huurprijsgeschillen 11 250 Beslechting van servicekostengeschillen 4 000 Verstrekking van verklaringen omtrent de redelijkheid van de huurprijs 750 Totaal 16 000 Opbrengst derden Deze opbrengst betreft de legesontvangsten die gebaseerd zijn op de veroordeling door de Huurcommissie van geschilpartijen tot vergoeding aan de Staat. Deze vergoeding is verschuldigd door de partij die naar het oordeel van de Huurcommissie geheel of voor het grootste deel de in het ongelijk gestelde partij is. Indien de Huurcommissie van oordeel is dat beide partijen in ongeveer gelijke mate in het ongelijk worden gesteld, kan zij gemotiveerd uitspreken dat elke partij de helft van de voor hem geldende vergoeding aan de Staat verschuldigd is. De hoogte van deze vergoeding bedraagt € 25 voor natuurlijke personen en € 450 voor rechtspersonen. Vanaf 2014 wordt een verhoging van de legesopbrengsten verwacht als gevolg van een wijziging van de regelgeving, waarbij het onderscheid tussen natuurlijke personen en rechtspersonen vervangen wordt door huurders en verhuurders. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2113 De baten-lastendiensten Renteopbrengsten De renteopbrengsten zijn vooralsnog geraamd op nihil. Uitgangspunt daarbij is dat de bevoorschotting ten laste van de begroting BZK ritme gelijk opgaat met de uitgaven van de Huurcommissie, rekening houdend met de inkomsten voor leges. Daardoor zullen er per saldo nauwelijks rentebaten zijn. Bijzondere baten Deze baten hebben betrekking op de bijdrage ten laste van de BZK-begroting ter dekking van de bijzondere lasten. Toelichting bij de opbouw van de lasten Apparaatskosten De apparaatskosten betreffen zowel de Dienst van de Huurcommissie als de salarissen en vergoedingen van voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, zittingsvoorzitters en zittingsleden van de Huurcommissie. Personele kosten De personele kosten vinden hun basis in het O&F-rapport voor de gereorganiseerde Dienst van de Huurcommissie. In 2012 wordt, in afnemende mate, nog rekening gehouden met aanloopkosten die samenhangen met de inschakeling van meer externe medewerkers dan is verondersteld in genoemd O&F-rapport. Materiële kosten De belangrijkste posten zijn huisvesting, bureaukosten, communicatie en ICT. Afschrijvingskosten De afschrijvingskosten zijn conform de door de Minister van Financiën voorgeschreven afschrijvingstermijnen. Er is rekening gehouden met regelmatige vervangingsinvesteringen. Rentelasten De hoogte van de rentelasten is berekend over de gemiddelde boekwaarde van de activa tegen een rentepercentage van 3,5. Deze is gefinancierd door middel van een (initiële) lening bij het Ministerie van Financiën. Bijzondere lasten De bijzondere lasten hebben in 2012 betrekking op de kosten van herplaatsingen als gevolg van de in 2 009 afgeronde reorganisatie. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2114De baten-lastendiensten Tabel 3: Kasstroomoverzicht 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 1. Rekening-courant RHB 1 januari 3 340 3 340 3 340 – 1 035 – 5 729 – 10 135 2. Totaal operationele kasstroom – 2 304 1 372 1 372 – 3 003 – 3 322 – 3 034 – 2 695 Totaal investeringen – 2 201 – 1 372 – 1 372 – 1 372 – 1 372 – 1 372 – 1 372 Totaal boekwaarde desinvesteringen 0 0 0 0 0 0 0 3. Totaal investeringskasstroom – 2 201 – 1 372 – 1 372 – 1 372 – 1 372 – 1 372 – 1 372 Eenmalige uitkering aan moederdepartement 0 0 0 0 0 0 0 Eenmalige storting door BZKI 7 845 0 0 0 0 0 0 Aflossingen op leningen 0 – 1 372 – 1 372 – 1 372 – 1 372 – 1 372 – 1 372 Beroep op leenfaciliteit 0 1 372 1 372 1 372 1 372 1 372 1 372 5. Totaal financieringskasstroom 7 845 0 0 0 0 0 0 6. Rekening-courant RHB 31 december 3 340 3 340 3 340 – 1 035 – 5 729 – 10 135 – 14 202Toelichting bij het kasstroomoverzicht Voor 2012 en volgende jaren is het uitgangspunt dat het investerings-niveau gelijk blijft aan dat van 2011. De aflossingen op de leenfaciliteit lopen gelijk op met de afschrijvingen, het beroep op de leenfaciliteit met de investeringen. Voor de komende jaren is het uitgangspunt dat het beroep op de leenfaciliteit gelijk blijft. Informatie over de doelmatigheid van de Huurcommissie Tabel 4: Overzicht prestatie-indicatoren Indicator Begroting 2011 Begroting 2012 Doorlooptijden % Huurprijsgeschillen afgerond binnen 6 maanden 80% % Huurprijsgeschillen afgerond binnen 5 maanden 80% % Servicekostengeschillen afgerond binnen 7 maanden 80% % Servicekostengeschillen afgerond binnen 5 maanden 80% Toelichting op de doelmatigheidsindicatoren Ingroeimodel De batenlastenadministratie ondersteunt de zakelijke aansturing en de doelmatige uitvoering van de wettelijke taak. Het uitvoeringsjaar 2010 is het eerste jaar waarin ervaring is opgedaan met het kostprijsmodel van DHC en meting van de doelmatigheid. Voor de Begroting 2013 zal bezien worden welke doelmatigheidsindicatoren toegevoegd kunnen worden, rekening houdend met het bijzondere karakter van de werkzaamheden van de Huurcommissie. Doorlooptijden Voor de doorlooptijden van geschilbeslechting staat in de Uitvoeringswet Huurprijzen woonruimte een termijn van vier maanden. Zoals eerder aangegeven, is het streven van de Huurcommissie om deze termijn binnen een aantal jaren te realiseren en wordt daartoe, ook in 2011 nog, geïnvesteerd. Voor het jaar 2012 worden de hierboven vermelde aange-scherpte doorlooptijden nagestreefd. KasstroomoverzichtTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2115 De baten-lastendiensten 6 BIJLAGEN 6.1 Bijlage ZBO’s en RWT’s Naam organisatie RWT ZBO Functie Begrotings-artikel Begro-tings-raming (x 1 000) Apparaats-uitgaven/ Begro-tings-kosten Verwijzing URL 2012 Kiesraad X Begeleiden en organiseren van het kiesproces Openbaar bestuur en democratie 1 900 * www.kiesraad.nl Huurcommissie X Onafhankelijk beslechten van geschillen tussen huurders en verhuurders over onderhoud, huurprijs en servicekosten van huurwoningen. Daarnaast het toetsen op verzoek van de Belasting-dienst van de redelijkheid van de huurprijs bij aanvraag van huurtoeslag. Woningmarkt 13 879 * www.huurcommissie.nl Bureau Architectenregister (BA) X X De Wet op de architectentitel heeft tot doelstelling het scheppen van waarborgen voor de vakbekwame beroepsuitoefening door bouwkundig architecten, stedenbouwers, tuin-en landschaparchitecten en interieurarchitecten, het uitvoeren van de EU- architectenrichtlijn en consumentenbescherming. Uitvoering Rijkshuisvesting 0 0 www.architectenregister.nl/ Centraal orgaan Opvang Asielzoekers X X Het COA doet de opvang en plaatsing van asielzoekers en bemiddeling bij uitstroom. Vreemdelingen 426 920 110 000 www.coa.nl Centraal Fonds voor de Volkhuisvesting X X Het houden van financieel toezicht op corporaties en de sector als geheel. Daarnaast verstrekking van sanerings- en projectsteun in het belang van de volkshuisvesting. Woningmarkt 0 0 www.cfv.nl Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP) X X Uitvoeren van pensioenregelingen Arbeidszaken overheid 23 856 1 400 www.saip.nl* De apparaatskosten van de ZBO’s Kiesraad en Huurcommissie zijn niet opgenomen, omdat deze worden bekostigd vanuit respectievelijk het secretariaat van de Kiesraad (artikel 1) en de baten-lastendienst Dienst Huurcommissie. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2116De Bijlagen 6.2 Horizontale overzichtsconstructie integratiebeleid etnische minderheden Nr. hoofdstuk Ministerie Artikel Nr OD Naam OD Inburgering VII BZK 5 5.1 Faciliteren dat inburgeringsplichtigen hun inburgeringsexamen halen. Arbeid en werkgelegenheid VII BZK 4 4.2 Vitale wijken tot stand brengen VI V&J 23 23.3 Verhogen van het prestatievermogen en de professionaliteit van de politie-, brandweer- en geneeskundige hulpverleningorganisatie. VII BZK 7 7.1 Mede zorgen voor een voldoende aanbod van goed geschoold overheids-personeel en voor een betrouwbare, herkenbare overheid door het bevorderen van integriteit, diversiteit, transparantie en kostenbewustzijn van overheidsorganisaties. VII BZK 8 8.1 Het bevorderen van de kwaliteit van het personeel van het Rijk. XV SZW 42 42.4 Zorgdragen voor gelijke mogelijkheden voor arbeidsdeelname. Jeugd (en veiligheid) VII BZK 4 4.2 Stimuleren krachtige steden VII BZK 5 5.2 Het versterken van maatschappelijke en economische zelfredzaamheid, zodat de maatschappelijke samenhang toeneemt en tegenstellingen worden tegengegaan. VI V&J 25 25.1 De veiligheidspartners in staat stellen om hun werk efficiënt en effectief uit te kunnen oefenen. VI V&J 14 14.2 Het voorkomen dat jongeren delicten plegen én wanneer zij dat wel doen, niet in herhaling vervallen (het verminderen van recidive). XVI VWS 45 45.1 Kinderen en hun ouders krijgen laagdrempelige ondersteuning bij opgroeien, opvoeden en verzorgen. Onderwijs VIII OCW 1 Leerlingen kunnen zonder drempels het primair onderwijs volgen dat het beste past bij hun talenten en specifieke behoeften VIII OCW 3 Leerlingen volgen onderwijs op voldoende toegeruste scholen voor voortgezet onderwijs. Cultuur VIII OCW 15 Bevorderen dat alle burgers toegang hebben tot een kwalitatief hoogwaardig, onafhankelijk en pluriform media-aanbod Participatie VII BZK 5 5.2 Het versterken van maatschappelijke en economische zelfredzaamheid, zodat de maatschappelijke samenhang toeneemt en tegenstellingen worden tegengegaan. XVI VWS 16.41 41.4 Een doelmatig systeem van openbare gezondheidszorgvoorzieningen dat bijdraagt aan een betere volksgezondheid. XVI VWS 16.41 41.3 Minder vermijdbare ziektelast door een goede bescherming tegen infectieziekten en chronische ziekten. XVI VWS 16.43 43.3 De zorg is effectief en veilig en wordt door de cliënt positief ervaren (kwalitatief goede zorg). VII BZK 7 7.2 Uitvoeren van pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de (voormalige) overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen. VII BZK 3 3.1 Verruiming van het aanbod van geschikte woningen voor bijzondere aandachtsgroepen, alsmede het bestrijden van onrechtmatige bewoningToelichting In het interdepartementaal overzicht integratiebeleid etnische minder-heden zijn opgenomen de operationele doelstellingen uit de begrotingen met specifieke maatregelen en algemene maatregelen, waarbij expliciete beleidsdoelstellingen op het terrein van het integratiebeleid etnische minderheden zijn geformuleerd in de begroting, in beleidsnota’s of in de integratiemonitor. Het gaat hierbij om rijksgelden, d.w.z. maatregelen met bedragen die deel uitmaken van de Rijksbegroting. Het overzicht is ingedeeld naar een vijftal beleidsterreinen om de samenhang tussen de beleidsmaatregelen van de verschillende minis-Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2117De Bijlagen teries inzichtelijker te maken: Inburgering, Arbeid en werkgelegenheid, Jeugd (en veiligheid), Onderwijs, Cultuur en Participatie. Voor elk beleidsterrein is weergegeven waar de specifieke en algemene maatregelen zijn te vinden in de Rijksbegroting. Weergegeven zijn: •begrotingshoofdstuk; •ministerie; •nummer artikel; •indien in begroting opgenomen nummer operationele doelstelling; •omschrijving artikel/omschrijving operationele doelstelling waar de maatregel deel van uitmaakt. Aangezien een operationeel doel kan bijdragen aan meerdere beleids-terreinen, komen sommige operationele doelen op meerdere plaatsen in de overzichtsconstructie voor.De maatregelen op andere begrotingshoofdstukken dan die van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties worden uitgevoerd onder verantwoor-delijkheid van bewindslieden van andere departementen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2118De Bijlagen 6.3 Extra-comptabel overzicht stedenbeleid 2012 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is programma-minister voor het stedenbeleid. Vanuit die coördinerende verantwoorde-lijkheid heeft hij onderhavige overzichtsconstructie tot zijn beschikking, conform de Rijksbegrotingsvoorschriften 2011. Het overzicht heeft een informatiefunctie voor de Staten-Generaal. Op deze wijze wordt het integrale overheidsbeleid zichtbaar gemaakt, ook al wordt het beleid door meer ministers uitgevoerd. De individuele ministeriële verantwoorde-lijkheid blijft daarbij gehandhaafd.Beleidsterrein/instrument Type uitkering 2012 bron ministerie 2011 2012 2013 2014 2015 2016 (indicatieve bedragen x € mln.)1 Sociaal domein Maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavings-beleid2 decentralisatie-uitkering VWS 260 254 254 254 254 254 Gezond in de stad decentralisatie-uitkering VWS 5 5 5 5 5 5 Veiligheid en Leefbaarheid3 decentralisatie-uitkering Van Montfrans- en Leefbaarheids-middelen V&J en BZK 64 0 0 0 0 0 Onderwijsachterstandenbeleid specifieke uitkering4 OCW 173 173 173 173 173 173 Participatiebudget5 specifieke uitkering Inburgering BZK 158 92 46 0 0 0 Volwasseneneducatie OCW 44 42 20 20 20 20 Aanpak Marokkaans-Nederlandse decentralisatie-uitkering V&J 5 0 0 0 0 0 probleemjongeren Voorkomen criminele loopbaan allochtone jongeren Jeugd decentralisatie-uitkering Voortijdig schoolverlaten (accent op aanpak overbelaste jongeren)6 OCW 22 22 22 22 22 22 Vrouwenopvang/huiselijk geweld7 decentralisatie-uitkering VWS 77 77 77 77 77 77 Totaal beschikbare middelen sociale domein 808 665 597 551 551 551 Fysiek domein Investeringsbudget stedelijke vernieuwing decentralisatie-uitkering BZK 210 148 153 139 0 0 Budget voor stedelijke vernieuwing (bodem) decentralisatie-uitkering I&M 21 21 21 21 0 0 Totaal beschikbare middelen sociale en fysieke domein 1 039 834 771 711 551 5511 Met het oog op de vergelijkbaarheid met de reeksen in voorgaande jaren wordt uitgegaan van de G4/G27, tenzij anders vermeld.2 Het betreft hier de 27 centrumgemeenten maatschappelijke opvang binnen de G31. 3 De uitkering geldt voor een 40-tal gemeenten: G31, de zogenoemde Ortega-gemeenten (Almere, Apeldoorn, Ede, Haarlemmermeer, Zoetermeer) en 4 gemeenten met Marokkaans-Nederlandse jongerenproblematiek (Culemborg, Gouda, Veenendaal, Zeist). 4 In eerste instantie geldt de specifieke uitkering voor een periode van vier jaar (tot en met 2014); bij de evaluatie kan worden bezien of oormerking langer wenselijk of nodig is (Staatsblad 2010, 687).5 Vanaf 2010 zijn voor de G31 de middelen voor inburgering en volwasseneneducatie toegevoegd aan het Participatiebudget; de wetgeving wordt aangepast naar aanleiding van het regeerakkoord. Hierdoor zou de verdeling van het budget tussen de G31 en de andere gemeenten na vaststelling van de wet kunnen wijzigen.6 De uitkering gaat naar de G31 en naar de gemeenten Almere, Apeldoorn, Ede en Zoetermeer.7 Het betreft hier de 25 centrumgemeenten vrouwenopvang binnen de G31. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2119De Bijlagen 6.4 Afkortingen ABD Algemene Bestuurs Dienst ABP Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds AIVD Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst AMC Arbeidsmarktcommunicatie AP Aanvullende post Appa Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers AWB Algemene wet bestuursrecht Awir Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen BAG Basisregistraties voor adressen en gebouwen BBSH Besluit Beheer Sociale Huurwoningen BE Bedrijfseenheid BES Bonaire, Sint Eustatius en Saba BIOS Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector BPR Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumen-ten BRZO Besluit Risico’s Zware Ongevallen BSN Burger Service Nummer BVK Biometrie in de Vreemdelingenketen BVS Budgetverdeelsysteem BVV Basis Voorziening Vreemdelingenketen BZ Buitenlandse Zaken BZK Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties CAO Collectieve Arbeidsovereenkomst CAS Centrale Archief Selectiedienst CBRN Chemisch biologisch radioactief en nucleair CBS Centraal bureau voor de statistiek CIVD Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten COA Centraal Orgaan opvang Asielzoekers COELO Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden CPO Chief Procurement Officer Cmgb College voor mensenrechten en gelijke behandeling (in oprichting) CPI Consumentenprijsindex CTIVD Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten DGOBR Directoraat-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk DHC Dienst van de Huurcommissie DigiD Digitale identificatie DJI Dienst Justitiële Inrichtingen DPD Digitale cliëntensysteem DSI Dienst speciale interventies DT&V Dienst Terugkeer en Vertrek DUO Dienst Uitvoering Onderwijs DWM De Werkmaatschappij DWR Digitale Werkomgeving Rijksdienst EC O&P Expertisecentrum Organisatie & Personeel EPBD Energy Performance of Building Directive EPCIP EU programma voor bescherming van Vitale Infrastruc-tuur EPD Elektronisch Patiënten Dossier EU Europese Unie EUKN European Urban Knowledge Network EZ Economische Zaken FCIB Functioneel Controleren, Inregelen en Beproeven FEC Financieel expertise Centrum FPU Flexibel Pensioen en Uittreding regeling Fte Fulltime-equivalent Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2120De Bijlagen GBA Gemeentelijke Basisadministratie GBA-V GBA-Verstrekkingen GEN Gebieden Energie Nederland GHOR Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen GMS Geïntegreerd Meldkamer Systeem GOB Gemeenschappelijke Ontsluiting van Basisregistraties HBO Hoger Beroepsonderwijs HRM Human Resources Management IAR Individuele arbeidsrelatie IBV Informatie Beleid Veiligheid IAGO Innovatieagenda Energie Gebouwde omgeving IAR individuele arbeidsrelatie ICMS Intensivering Civiel-Militaire Samenwerking ICOP Interdepartementale Commissie Organisatie en Personeel ICT Informatie- en Communicatietechnologie ICTU ICT-uitvoeringorganisatie IDMI Identiteitsmanagement en Immigratie IND Immigratie en Naturalisatiedienst IOM Internationale Organisatie voor Migratie I&M Infrastructuur en Milieu IPO Interprovinciaal Overleg ISI Informatiesysteem Inburgering KEI Kennis-, Expertise- en Innovatiecentrum Stedelijke Vernieuwing KING Kwaliteits Instituut Nederlandse Gemeenten KLPD Korps Landelijke Politiediensten KMar Koninklijke Marechaussee KTO Klanttevredenheidsonderzoek LSA Landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken mGBA Modernisering Gemeentelijke Basisadministratie MIVD Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst MVV Machtiging tot voorlopig verblijf NICIS Netherlands Institute for City Innovation Studies NiROV Nederlands instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting NMJ Nederlands Migratie Instituut NSA Nieuwe Selectie Aanpak NUP Nationaal Uitvoeringsprogramma OCW Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen OECD Organisation for Economic Co-operation and Develop-ment / Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) OGS Oorlogsgravenstichting OM Openbaar Ministerie OPB Ontwikkelingsgericht Personeelsbeleid OPI Optimalisering Proces en Informatievoorziening Vreemde-lingenketen ORRA Online Raadpleegbare Reisdocumenten Administratie OSB Overheidsservicebus PARDEX Passenger Related Data Exchange PDC Producten en Diensten Catalogi PeRCC personeelsinformatie systeem PIOFACH Personeel, Informatie, Organisatie, Financiën, Administra-tie, Communicatie en Huisvesting PIVA-V Personeelsinformatievoorziening Nederlandse Antillen en Aruba PKI Public Key Infrastructure PLEX Programma Leiderschap Externe Instroom POMO Personeelsontwikkeling en Mobiliteitsonderzoek Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2121De Bijlagen RAAS Reisdocumenten Aanvraag en Afgifte Station RANOV Regeling ng Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet RDW Rijksdienst voor het wegverkeer RGD Rijksgebouwendienst Real Programma regeldruk en administratieve lasten REAN Return and Emigration of Aliens from the Netherlands RNi Register Niet-ingezetenen RT Registered Travelers RWT Rechtspersoon wettelijke taak SAIP Stichting Administratie Indonesische Pensioenen SBR Standard Business Reporting SCP Sociaal en Cultureel Planbureau SEV Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting SVB Sociale Verzekeringbank SVO Stichting Verdeling Overheidsbijdragen SZW Sociale Zaken en Werkgelegenheid TEV Toelating en Verblijf TMG Topmanagementgroep TMO Taskforce management overstromingen TPM Third Party Mededeling Uhw Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte UWV Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen VenJ Veiligheid en Justitie VGB Verklaring van geen bezwaar VGM Vernieuwing Grensmanagement VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten VPL Vut/Prepensioen/Levensloop VRD Vernieuwing Rijksdienst VSO Verbond Werkgevers Overheid VVR Verblijfsvergunning regulier VWN Vluchtelingenwerk Nederland WEW Waarborgfonds Eigen Woningen WIb Wet inburgering in het buitenland WIV Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten WOPT Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens WRR Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid WWI Wonen, wijken en integratie ZBO Zelfstandig bestuursorgaan ZPW Zelfstandige Publieke Werkgevers Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2122De Bijlagen 6.5 Trefwoordenlijst Actal 43 Additionele taakstelling 65, 66, 71, 78, 83, 93, 94, 95, 96, 103, 104, 113 Agressie en geweld 10, 47, 49 Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst 1, 23, 120 Apparaatuitgaven 24, 63 Arbeidsmarkt 6, 7, 8, 10, 11, 36, 37, 47, 48, 49, 52, 53, 57, 92, 120 Arbeidsvoorwaarden 10, 11, 47, 49, 50, 51, 86 Asiel 3, 6, 7, 11, 12, 13, 14, 37, 38, 39, 57, 58, 59, 60, 61, 101, 103, 104, 116, 120 Basisregister 44, 70 Basisregistraties 10, 41, 44, 120, 121 Beleidsprioriteit 51 Bestuurskracht 19 BPR 2, 3, 5, 42, 44, 46, 64, 70, 71, 72, 73, 120 BSN 70, 71, 72, 73, 74, 120 Caribisch Nederland 9, 22, 45, 70, 73 Compacte rijksdienst 9, 71 Convenanten 18, 32 Decentralisatie 8, 119 Democratische rechtsstaat 45 Dienst van de Huurcommissie 2, 3, 4, 5, 25, 112, 113, 114, 120 Dienstverlening 9, 10, 11, 14, 41, 49, 51, 57, 79, 82, 84, 85, 86, 87, 88, 89, 90, 91, 92, 95, 96, 98, 109, 112 DigiD 44, 80, 81, 82, 120 Diversiteit 32, 47, 106, 117 Doc-Direkt 2, 3, 4, 5, 52, 53, 64, 75, 76, 77, 78 E-overheid 10, 11, 18, 41, 42, 43, 44, 80, 81 Externe inhuur 10, 47, 63, 71, 73, 76, 78, 80, 82, 86, 87, 91, 93, 95, 97, 101, 110, 112 FMHaaglanden 2, 3, 4, 5, 64, 96, 97, 99, 100 GBA 41, 42, 45, 46, 70, 71, 72, 73, 74, 120, 121 GBA-netwerk 70, 71 GBA-stelsel 70 Gemeentefonds 38 Gemeenten 8, 9, 11, 15, 16, 17, 19, 21, 22, 27, 32, 33, 35, 37, 38, 39, 42, 44, 45, 46, 50, 73, 119, 121, 122 Generieke taakstelling 65, 66, 71, 76, 78, 83, 92, 93, 95, 97, 110 Geweld 12, 15, 119 Govcert 80, 82, 83 Grondwet 9, 11, 19, 32 Herindeling 4, 65 Huisvesting 1, 6, 7, 9, 11, 16, 17, 18, 25, 30, 31, 33, 51, 54, 55, 56, 57, 61, 63, 87, 94, 96, 99, 102, 105, 106, 107, 108, 109, 110, 111, 114, 116, 121, 122 Huurcommissie 25, 27, 30, 64, 112, 113, 114, 115, 116 Huurtoeslag 17, 25, 27, 28, 29, 30, 31, 116 Immigratie 2, 3, 4, 5, 6, 7, 11, 12, 13, 14, 57, 58, 59, 60, 61, 101, 102, 121 IND 2, 3, 5, 14, 57, 59, 61, 64, 101, 102, 103, 104, 121 Informatiebeveiliging 53 Informatiehuishouding 53, 75 Informatievoorziening 59, 60, 70, 75, 84, 91, 121 Integriteit 10, 11, 47, 48, 117 Justitie 4, 67, 80, 81, 83, 96, 122 Kiesraad 19, 20, 21, 22, 64, 65, 116 Kieswet 19 Leenfaciliteit 72, 77, 81, 88, 94, 99, 100, 102, 109, 115 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2123De Bijlagen Legitimatie 19 Levensloop 69, 122 Modernisering GBA 42, 46 Monumenten 54, 55, 105, 107 Netto-huurquote 29 Oorlogsgravenstichting 20, 121 ORRA 42, 46, 71, 72, 121 Overdrachtsbelasting 16, 17, 26, 27 Paspoort 10, 11, 72, 73 Paspoortwet 11, 41 P-Direkt 2, 3, 5, 64, 84, 85, 86, 87, 88, 89, 90, 91 Politieke ambtsdragers 11, 47, 48, 49, 50, 120 Politieke partijen 19, 20, 21, 22 Provincies 8, 9, 11, 17, 19, 22, 33, 50 RANOV 101, 104, 121 REAN-regeling 59, 61 Reisdocumenten 2, 3, 5, 10, 18, 42, 44, 45, 46, 61, 70, 71, 72, 73, 74, 120, 121 Reisdocumentenketen 70 Rijksgebouwendienst 2, 3, 4, 5, 54, 55, 63, 105, 106, 107, 108, 109, 110, 111, 121 RNI 70, 71, 72 Sociale verzekeringsbank 40 Topinkomens 122 VUT 2, 69 Werkmaatschappij 2, 3, 4, 5, 53, 63, 64, 92, 93, 94, 95, 97, 120 WGR 8, 11, 19 Woningcorporaties 16, 25 Woonvisie 15, 26, 32, 34Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 VII, nr. 2124De Bijlagen

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3335acf3a5ef0c76

14 okt 2026 · 0d2bcc2fc111fdc4

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.