Beleidsvoorstellen uit de 2e suppletoire begroting 2024 van H7 met CW 3.1. kaders
Brontekst
Versie bebf66c0c721aafa · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XXIIVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening (XXII) voor het jaar 2025Nr. 63 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES EN VAN MINISTER VAN VOLKSHUIS-VESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 november 2024Middels deze brief informeer ik uw Kamer over de beleidsvoorstellen metsignificante financiële gevolgen (€ 20 miljoen of meer in 2024) die staanopgenomen in de 2e suppletoire begroting H7 van BZK en die betrekkinghebben op beleidsterreinen die vallen onder het Ministerie van VRO.Sinds eind 2021 gebeurt dit Rijksbreed via de werkwijze «Beleidskeuzesuitgelegd», zie Kamerstuk 31 865, nr. 198. Daarbij wordt conformwetsartikel 3.1 van de Comptabiliteitswet 2016 per voorstel ingegaan oponder andere doelen, instrumenten, financiële gevolgen en de verwachtedoeltreffendheid en doelmatigheid.Het kader «Beleidskeuzes uitgelegd (CW3.1)» is verplicht bij beleidsvoor-stellen met financiële gevolgen van € 20 miljoen of meer in enig jaar.Onder beleidsvoorstellen worden ook voorstellen bedoeld die gaan overde voortzetting van (af)lopend beleid. Deze brief gaat in op twee reedsbestaande beleidsinstrumenten die door toevoeging van aanvullendefinanciële middelen worden voortgezet.In deze brief zijn de volgende onderwerpen opgenomen:•Transformatiefaciliteit1•Volkshuisvestingsfonds1Met deze brief voldoe ik tevens aan de toezegging die ik heb gedaan in de Kamerbrief van18 oktober 2024 over het onderzoek dat ik zal doen om aanvullende subsidie aan SVn teverstrekken (Kamerstuk 32 847, nr. 1209). kst-36600-XXII-63ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 631 1. TransformatiefaciliteitBeleidskeuzes uitgelegd1. Doel(en)Het hoofddoel is om 100.000 woningen per jaar te realiseren. In Nederlandzijn er transformatielocaties die geschikt zijn voor woningbouw, maarwaarvan de transformatie naar woningen niet vanzelf op gang komt. DeTransformatiefaciliteit heeft hier in de afgelopen jaren een belangrijkebijdrage aan geleverd en kan deze bijdrage blijven leveren. Het doel vande faciliteit is om meer en met name sneller (betaalbare) woningen terealiseren op transformatielocaties, die niet vanzelf op gang komen. Defaciliteit biedt marktpartijen een geldlening in de voorfase van transforma-tieprojecten, waar zij op de kapitaalmarkt weinig tot geen mogelijkhedenhebben. Hiermee wordt voorkomen dat kansrijke projecten niet of veellater tot realisatie komen, omdat de ontwikkelaar geen financiering heeftof kan krijgen. De Transformatiefaciliteit levert met de aanvullendesubsidie van € 70 miljoen tot en met de looptijd van 2032 ruim 35.000woningen op.2. Beleidsinstrument(en)De aanvulling zal net zoals in het verleden gaan om een subsidie aanStimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederland (SVn). SVn verzorgt deuitvoering en het beheer van de Transformatiefaciliteit. De Transforma-tiefaciliteit is een revolverend instrument dat leningen verstrekt aanontwikkelaars voor de voorfase van een transformatieproject, waarmeegebouwen kunnen worden getransformeerd tot woningen. Beoogd wordtdat vanuit het uitgeleende geld dat terugkomt, opnieuw geldleningenkunnen worden verstrekt. Waar de transformatieprojecten bij bijvoorbeeldeen bank geen financiering kunnen krijgen, kunnen ze door financieringvanuit de faciliteit toch doorgang vinden. Op dit moment zijn de middelendie het Rijk eerder aan de Transformatiefaciliteit heeft gesubsidieerdvolledig ingezet in leningen. Het leidt ook daadwerkelijk tot nieuwewoningen, zonder dat er aanvullende andere overheidssubsidie aan te paskomt- en hoeft te komen. De volgende voorwaarden voor het verkrijgenvan een lening uit de faciliteit zijn van toepassing:• De lening is minimaal € 500.000 en maximaal € 3,5 miljoen voor 50%van de totaal aankoop-en/of ontwikkelkosten;• Een project bestaat uit ten minste tweederde betaalbare woningbouw:koopwoningen onder de betaalbare koopgrens, sociale- en middeldurehuurwoningen;• De maximale looptijd van de lening is vijf jaar;• De financieringscondities moeten passen binnen de Staatssteunregelge-ving.Ook worden een aantal risicomaatregelen genomen. Kredietaanvragenworden allereerst door de dienst van SVn voorbereid en beoordeeld opbasis van de voorwaarden. Vervolgens controleert en beoordeelt dekredietcommissie deze aanvragen. Op basis van vijf jaar ervaring met defaciliteit hebben zich nog geen defaults (afboekingen) voltrokken. Derisicomaatregelen lijken dus te werken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 632 Beleidskeuzes uitgelegd1. A. Financiële gevolgen voorhet RijkIn 2024 zal de reeds bestaande Transformatiefaciliteit worden opgehoogdmet € 70 miljoen en daarmee in totaal uitkomen op een gestort bedragvan € 150 miljoen. De totale faciliteit is inmiddels ook gegroeid i.v.m.afgeloste leningen, inclusief rente. Doordat de leningen weer (met rente)worden afgelost kunnen deze middelen vervolgens opnieuw wordeningezet (revolverende werking). Met de Rijksbijdrage kunnen dusmeerdere leningen worden verstrekt. Op dit moment zijn de middelen dieeerder zijn verschaft aan de Transformatiefaciliteit namelijk vollediguitgeleend aan transformatieprojecten. Hierdoor is het loket tijdelijkgesloten. In 2024 tot en met 2026 worden waarschijnlijk ook weinigleningen afgelost waardoor niet aan de verwachte financieringsvraag vanontwikkelaars kan worden voldaan. De verwachting is dat er vanaf 2027pas weer veel leningen worden terugbetaald. Dit betekent dat er, als erniet wordt bijgestort, de komende jaren niet aan de belangstelling vanontwikkelaars kan worden voldaan en het loket gesloten moet blijven. Uiteen inventarisatie samen met SVn blijkt dat als er in 2024 € 70 mln. wordtgeïnvesteerd de Transformatiefaciliteit door de revolverende werking inde toekomst waarschijnlijk autonoom kan blijven draaien. Door dezebijstorting kan het loket ook weer direct open en aan de vraag vanontwikkelaars die nu wachten op een lening kan worden voldaan.Hierdoor kan er worden voortgebouwd op het succes van de faciliteit ende belangstelling en bekendheid die het op dit moment heeft. Door hetloket langer te sluiten, neemt deze belangstelling mogelijk steeds meer afblijkt uit de contacten van SVn met ontwikkelaars. De verwachting is datdoor de bijstorting van in totaal € 70 miljoen het fonds met hoge matevan financieringscontinuïteit autonoom kan blijven opereren, zonder extratoekomstige stortingen vanuit het Rijk. SVn kan ook haar uitvoeringskos-ten uit de verwachte rentebaten betalen, zoals ze ook in de afgelopenjaren hebben gedaan. Uit de meest recente kwartaalcijfers blijkt dat er totnu toe (t/m Q3 van 2024) met de Transformatiefaciliteit is bijgedragen aande bouw van meer dan 9000 woningen. De gemiddelde lening per woningis € 10.713.Aan het eind van de looptijd van de faciliteit, vloeien de overgeblevenmiddelen terug naar de Rijksbegroting. De haalbaarheid hiervan isafhankelijk van de terugbetalingsgraad van de leningen.B. Financiële gevolgen voormaatschappelijke sectorenEen van de voorwaarden van de Transformatiefaciliteit is dat de leningmaximaal 50% van de totale aankoop- en/of ontwikkelkosten kan dekken.Er wordt dus een minstens even grote bijdrage van de ontwikkelaargevraagd. Daarbij geeft de Transformatiefaciliteit leningen uit, watbetekent dat de ontwikkelaar het bedrag weer moet afbetalen, inclusiefrente.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 633 Beleidskeuzes uitgelegd2. Nagestreefde doeltreffend-heidMet een bijstorting van € 70 miljoen in 2024 wordt beoogd om zowel hetacute liquiditeitstekort op te vangen, alsook op de langere termijn deTransformatiefaciliteit te kunnen laten continueren uit de (toekomstige)revolverende werking. Met de € 70 miljoen aanvulling komt de totaleinvestering sinds 2019 vanuit het Rijk op € 150 miljoen. Door de revolve-rende werking kan in totaal (inclusief leningen en rente die weer terug zijngevloeid in de faciliteit) vanaf de start van de Transformatiefaciliteit in2019 tot en met 2030 volgens de prognoses voor € 370 miljoen aanleningen worden verstrekt, wat ruim 35.000 woningen op zou leveren.Begin 2024 is de Transformatiefaciliteit geëvalueerd door onderzoeksbu-reau Companen en daar kwam onder andere uit naar voren dat deTransformatiefaciliteit ervoor zorgt dat woningen sneller wordengerealiseerd. Daarmee wordt de voorfase verkort en daardoor minderkostbaar. Voor enkele onderzochte projecten geldt dat deze volgens deontwikkelaar niet van de grond waren gekomen zonder financiering doorde Transformatiefaciliteit. Ook kunnen ontwikkelaars hun eigen kapitaalinzetten op andere transformatieprojecten door de extra middelen van deTransformatiefaciliteit, waardoor er ook een indirect effect is. De faciliteitis ook doeltreffend doordat het instrument in een behoefte voorziet, diedoor de markt niet of nauwelijks wordt ingevuld. Daarnaast blijkt uitevaluatie dat het instrument de komende jaren waarschijnlijk relevantblijft. De verwachting is dat de voorfase van ontwikkelingen lang blijftduren doordat financiering op de markt vinden lastig is. De Transforma-tiefaciliteit helpt bij het sneller vinden van financiering. De verwachtingvan projectontwikkelaars is dat banken de komende tijd niet minderterughoudend zullen worden om projecten in de voorfase te financieren.De kosten nemen toe en daardoor worden marges kleiner en wordt definanciering complexer. Banken geven aan dat de eisen die zij stellen tenaanzien van risicobeheersing niet zullen veranderen in de komende jaren.Het beeld bij financieel adviseurs/intermediairs is dat de beschikbaarheidvan alternatieve financieringsbronnen voor projectontwikkelaars afneemt.Dat maakt de Transformatiefaciliteit relevanter.3. Nagestreefde doelmatigheidUit de hierboven genoemde evaluatie door Companen blijkt dat Transfor-matiefaciliteit werkt als revolverend instrument.• Transformatieprojecten komen in de voorfase lastig van de grond doorfinancieringsproblemen. De Transformatiefaciliteit springt in dit gat.• Het uitgeleende geld wordt weer afgelost en de financiële resultaten zijnpositief.• Er zijn in de afgelopen jaren reserves uit de rentebaten opgebouwd omeventuele negatieve resultaten te dekken (leningen die niet meer kunnenworden terugbetaald). Deze defaults (afboekingen) hebben zich sinds deinwerkingtreding van de faciliteit in 2019 nog niet voorgedaan.• De rentebaten zijn de afgelopen jaren hoog genoeg geweest om deuitvoeringskosten van SVn te betalen.• Cofinanciering door de ontwikkelaar zorgt voor het delen van risico’s• Gezien de Transformatiefaciliteit toeziet op het realiseren van meerwoningen door transformatie, wat een prioriteit is volgens het Hoofdlij-nenakkoord van het kabinet als onderdeel van te totale woningbouwop-gave kan de faciliteit gezien worden als doelmatig instrument om dit tehelpen realiseren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 634 Beleidskeuzes uitgelegd4. EvaluatieparagraafIn de overeenkomst over de Transformatiefaciliteit is met SVn afgespro-ken er per kwartaal wordt gerapporteerd over de faciliteit. Hierbij wordtonder meer inzicht gegeven in: het aantal leningen dat is verstrekt, hetuitgeleende bedrag per lening, het totaalbedrag aan aflossingen,woningaantallen, woningsegment (sociaal/middenhuur en vrije sector),hefboom, uitputting van beschikt en overig vermogen, de uitvoeringskos-ten en informatie over eventuele defaults. Tevens wordt een prognoseopgenomen met betrekking tot de verwachte ontwikkeling van deportefeuille en een melding gedaan over eventuele staatssteun. Daarnaastlaat SVn sinds 1 januari 2021 jaarlijks een evaluatie verrichten naar debehaalde resultaten, de wijze waarop die zijn behaald en naleving van desubsidievoorwaarden. SVn neemt daarvoor het initiatief uiterlijk voor heteinde van het tweede kwartaal van ieder kalenderjaar. Bij de evaluatiezullen het jaarverslag, de werkwijze, criteria, procedures en periodiekerapportages in acht worden genomen. De laatste opgeleverde evaluatiedie SVn heeft laten uitvoeren dateert van maart – april 2023. Als aanvul-ling hierop is door het Rijk aan onderzoeksbureau Companen gevraagdeen aanvullende beleidsevaluatie uit te voeren, die in mei 2024 isopgeleverd (Kamerstuk 32 847, nr. 1189). 2. VolkshuisvestingsfondsBeleidskeuzes uitgelegd1. Doel(en)Het doel van het Volkshuisvestingsfonds is het verbeteren van leefbaar-heid en veiligheid in kwetsbare gebieden in Nederland. Hiervoorontvangen gemeenten een bijdrage van het Rijk voor fysieke ingrepen/investeringen die leiden tot beter leefbaardere gebieden. De verbeteringhiervan kan via verschillende manieren gaan:1. herstructurering van particuliere woningen2. ingrepen in de openbare ruimte3. verbetering/realisatie van maatschappelijke voorzieningen4. projectkostenGebieden waar de leefbaarheid en veiligheid het sterkst onder druk staankrijgen prioriteit. Onder andere door middel van indicatoren, zoals die ookgebruikt worden voor de totstandkoming van de scores in onder anderede Leefbaarometer, wordt bepaald welke gebieden prioriteit krijgen.2. Beleidsinstrument(en)Aan het Volkshuisvestingsfonds ligt de Meerjarige Regeling SpecifiekeUitkering Herstructurering Volkshuisvestingsfonds uit 2023 ten grondslag.Op basis van deze regeling kunnen gemeenten aanvragen indienen vooreen bijdrage om bovengenoemde doelen op het gebied van leefbaarheiden veiligheid te realiseren. Dat vindt plaats in verschillende tranches. Metde tweede suppletoire begroting 2024 wordt het oorspronkelijke bedragvan de vierde tranche van het Volkshuisvestingsfonds opgehoogd. DitCW3.1 kader heeft betrekking op deze ophoging.3. A. Financiële gevolgen voorhet RijkIn 2024 wordt het tranchebedrag in de bijlage van de Meerjarige RegelingSpecifieke Uitkering Herstructurering Volkshuisvesting opgehoogd van€ 113.996.000 euro naar € 149.923.000 euro. Dit betreft een verhoging vanin totaal € 35.927.000. Dit bedrag wordt gedekt uit niet-uitgeputtewoningbouwmiddelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 635 Beleidskeuzes uitgelegdB. Financiële gevolgen voormaatschappelijke sectorenGemeenten zullen de bijdragen vooral in gaan zetten voor het verbeterenvan particuliere huurwoningen. In de regeling is een cofinancieringseisopgenomen. Gemeenten dienen 30% van de ingediende plannen zelf tefinancieren en de overige 70% betreft een bijdrage vanuit het Rijk voor depublieke onrendabele top. Maar ook sloop/nieuwbouw en transformatievan niet-woningenvastgoed naar woningen zijn herstructureringsvarian-ten die vanuit de regeling van een bijdrage kunnen worden voorzien. Datbetekent dat met name de woningbouwsector profijt gaat hebben van deophoging van het tranchebedrag, omdat er per saldo meer werk zalworden aanbesteed.4. Nagestreefde doeltreffend-heidDeels is in de regeling vastgelegd dat de bijdragen gaan landen in degebieden daar waar het meeste behoefte eraan is, omdat in die specifiekegebieden de leefbaarheid het sterkst onder druk staat. Gezien het geld opdeze manier landt in de meest kwetsbare gebieden, waar het geld hetmeest nodig is en de grootste winst kan worden behaald m.b.t. leefbaar-heid en veiligheid wordt de doeltreffendheid nagestreefd. StedelijkeFocusgebieden en gemeenten in de grensregio’s hebben prioriteitgekregen. In de originele regeling kregen 16 StedelijkeVernieuwingsgebieden- en 13 Grens- en Krimpregio’s prioriteit. In dehuidige regeling krijgen 20 Stedelijke Focusgebieden prioriteit, alsmedegemeenten in grensregio’s. Daarnaast is er een onafhankelijke endeskundige commissie die alle aanvragen beoordeelt op doeltreffendheidaan de hand van de criteria die in de regeling zijn opgenomen. Er is eenobjectief beeld bekend met betrekking tot de leefbaarheid en veiligheid inverschillende gebieden, op basis van onder andere de Leefbaarometer,waar meerdere indicatoren worden gehanteerd om de leefbaarheid enveiligheid in ter schatten per gebied. Op deze wijze is geborgd dat ergeselecteerd wordt op doeltreffendheid. Die criteria betreffen met namede integraliteit van de aanpak, de causaliteit van de aanpak in relatie totveiligheid en leefbaarheid en de aansluiting bij woonvisies en woondeals.5. Nagestreefde doelmatigheidDoelmatigheid is opgenomen in de regeling als criterium om op tetoetsen. Dat betekent dat de onafhankelijke en deskundige commissie alleaanvragen toetst op doelmatigheid, waarmee is geborgd dat de meestedoelmatige aanvragen in aanmerking zullen komen voor een bijdrage. Hetgaat daarbij om de criteria kostenefficiëntie, de baten die zijn opgenomenom de onrendabele top te drukken, overeenkomst met kengetallen en/oftoelichting bij afwijken van kengetallen en de wijze waarop gebruik isgemaakt van andere bestaande subsidieregelingen voor de opgevoerdeactiviteiten.In verschillende gebieden in Nederland is er een stapeling van problema-tiek op allerlei verschillende beleidsterreinen aan de orde waar overheids-ingrijpen noodzakelijk zijn om erger te voorkomen. In veel situaties zijn degebieden waar de middelen aan toe worden gekend al vaak onveilig,onleefbaar, schrijnend en tevens uitzichtloos ten opzichte van de rest vanNederland. Het potentiële risico op nog hogere maatschappelijke kostenbij het uitblijven van ingrijpen in deze gebieden wordt daarmee tevensook afgedekt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 636 Beleidskeuzes uitgelegd6. EvaluatieparagraafIn 2021 heeft de eerste tranche van het Volkshuisvestingsfonds plaatsge-vonden aan de hand van de Regeling Specifieke Uitkering Herstructure-ring Volkshuisvesting. Vervolgens heeft een onafhankelijke evaluatieplaatsgevonden. De resultaten van deze evaluatie zijn verwerkt in deMeerjarige Regeling Specifieke Uitkering Herstructurering Volkshuisves-ting. Die gaat nu de vierde en laatste tranche in. De wijziging in debegroting is erop gericht om het tranchebedrag van die vierde tranche teverhogen. In de begroting is geen geld opgenomen voor nieuwe tranches.Conform de Regeling periodiek evaluatieonderzoek rapporteert deMinister eens in de vier tot zeven jaar over het opgedane inzicht in de(voorwaarden voor) de doelmatigheid en de doeltreffendheid van demaatregelen en over de mogelijkheden om de (kans op) doeltreffendheiden doelmatig van het beleid te vergroten. Voor de thema’s Woningmarkten Woningbouw zal in 2028 de volgende periodieke rapportage aan deKamer worden aangeboden. Voor de methodiek zullen we aansluiten bijde werkwijze van de evaluatie die twee jaar eerder ook heeft plaatsgevon-den voor het Volkshuisvestingsfonds, zodat er op dit punt een vorm vancontinuïteit wordt gerealiseerd. Ook vindt er jaarlijks een evaluatie plaatsom te kijken of de uitgekeerde middelen goed zijn besteed a.d.h.v. deSiSa-verantwoording. Afsluitend vindt er ook tevens een eindverantwoor-ding plaats. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.J.M. UitermarkDe Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXII, nr. 637
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.