Voortgang van diverse onderwerpen van het mestbeleid
Brontekst
Versie b02c459563d4a275 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202533 037MestbeleidNr. 586 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 7 maart 2025Met deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang van diverseonderwerpen met betrekking tot het mestbeleid. Het betreft een aantalonderwerpen van de aanpak mestmarkt waarover ik u op 13 september2024 heb geïnformeerd1, namelijk het vergroten van de exportmogelijk-heden, het voerspoor, het onderzoek naar de transparantie van demestmarkt, het protocol gasvormige verliezen stikstof, het verwerken vandierlijke mest in potgrond, RENURE en het zogeheten weegmoment metbetrekking tot de wetswijziging in verband met de verlaging van demestproductieplafonds. Daarnaast informeer ik u over de voortgang op deinternetconsultatie voor de vrijstellingsregeling bovengronds aanwendenvan runderdrijfmest, een rapport over de toekomst van het LandelijkMeetnet effecten Mestbeleid (LMM) en de motie van het lid Nijhof-Leeuwinzake het gebruik van dierlijke mest in de tuinbouw- en akkerbouwsec-toren2.Voortgang aanpak mestmarktVergroten exportmogelijkheden dierlijke mestExportbevordering is één van maatregelen van de aanpak mestmarktwaar ik op inzet. Hiervoor neem ik een aantal concrete acties. Zo ben ikbezig de vraag in het buitenland naar (Nederlandse) mestproducten inkaart te laten brengen. De resultaten van deze verkenning wordentoegelicht tijdens het symposium dat het ministerie op 20 maartaanstaande organiseert in samenwerking met het Nederlands Centrumvoor Mestverwerking (NCM) en Cumela. Tijdens dit symposium wordtinformatie verschaft over kansrijke regio’s waar behoefte is aannutriënten/meststoffen en welke regelgeving van toepassing is.1Kamerstuk 33 037, nr. 5592Kamerstuk 33 037, nr. 577 kst-33037-586ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 037, nr. 5861 Op het symposium zal ook het LVVN Attaché Netwerk uit de meestkansrijke afzetmarkten aanwezig zijn. Zij zijn bezig met het voorbereidenvan een aantal exportmissies voor geïnteresseerde bedrijven. Op hetsymposium zal dit onder de aandacht worden gebracht.In uw commissiebrief van 5 februari jl.3 verzoekt u mij een update tegeven rondom de inzet van de dierlijke meststoffen gezant. Recentelijkheeft de verkenner mestverwerking zijn advies uitgebracht. De inzichtenen aanbevelingen in dit advies vormen een belangrijke basis voor deverdere acties met betrekking tot het spoor mestverwerking en export.Over het vervolg van het spoor exportbevordering en de dierlijkemeststoffen gezant zal ik uw Kamer op korte termijn nader informeren.VoerspoorIn de afgelopen maanden is intensief en constructief overleg geweest overhet voerspoor, ofwel de doelstelling tot het verlagen van het aandeel ruweiwit in het rantsoen van melkvee dat de hoeveelheid stikstof in drijfmestverlaagt.De partijen in de zuivelketen hebben getoond hierin verantwoordelijkheidte nemen, wat ik ook van harte ondersteun. In februari dit jaar is er eenconvenant opgesteld en ondertekend door de partijen in de zuivelketen.De convenantpartners verbinden zich aan het doel om het gemiddelderuw eiwitgehalte van het rantsoen te verlagen naar maximaal 160 gramper kilogram droge stof in 2025 en 158 gram per kilogram droge stof in2026. Dit doen zij onder andere door het opzetten van een benchmark vanhet melkureum-getal van de individuele melkveehouder ten opzichte venhet gemiddelde van de regio. Deze informatie biedt de basis voor eenadviesgesprek door de voeradviseur. Ook wordt een communicatiecam-pagne uitgerold door de partijen om het onderwerp onder de aandacht tebrengen bij melkveehouders en maken accountants en belastingadviseursinzichtelijk wat de financiële voordelen zijn van het verlagen van het ruweiwitgehalte in het voer (in relatie tot de afbouw van de derogatie). Departijen verbinden zich ook aan het opstellen van een verbeterprogrammawanneer de doelen niet worden gehaald.Ik ondersteun het convenant door bij te dragen aan kennisdeling encommunicatie over het verlagen van het ruw eiwitgehalte in het rantsoen.Ook worden de ervaringen en inzichten die zijn opgedaan (en de komendetijd verder worden opgedaan) benut in de uitwerking van bedrijfsgerichtedoelsturing. Tenslotte blijf ik ook de sectorgemiddelden volgen via dekwartaalrapportages van het CBS en zal ik de Kamer over de voortgangblijven informeren.Ik geef hiermee invulling aan de motie-Van Campen c.s.4 over het stellenvan een doelafspraak door de sector, het benutten van benchmarking enborging én de toezegging5 om de Kamer te informeren over deuitkomsten van de gesprekken met de ketenpartijen over onder andere hetvoerspoor. Hiermee geef ik eveneens (deels) uitvoering aan de motie-Beckerman over de bijdrage van ketenpartijen aan de bestrijding van demestcrisis.6Onderzoek transparantie mestmarktIn het kader van de aanpak mestmarkt geef ik opdracht aan SEO Econo-misch Onderzoek om onderzoek te doen naar het economisch functio-3Kamerstuk 2025Z019524Kamerstuk 33 037, nr. 5735Kamerstuk TZ202410–1986Kamerstuk 33 037, nr. 553Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 037, nr. 5862 neren van de mestmarkt. Daarbij worden onder andere de markt en deactoren in beeld gebracht. Ook zal een analyse worden uitgevoerd naarfactoren die van invloed zijn op de prijsvorming, de effecten van hogereafzetprijzen en of er sprake is van marktfalen op de mestmarkt. Vervolgenszullen ook mogelijke beleidsopties in kaart worden gebracht. Met ditonderzoek geef ik uitvoering aan mijn toezegging in het Commissiedebatover het mestbeleid van 7 november 20247 en aan de motie-Grinwis c.s.8.Gasvormige verliezen in de melkveehouderijTijdens de opslag van mest treden gasvormige verliezen op, waardoor ereen verschil is tussen de hoeveelheid stikstof die door het dier wordtgeproduceerd en de hoeveelheid stikstof die in de mest aanwezig is ophet moment van aanwenden. Voor de berekening van de hoeveelheiddierlijke meststoffen die op of in de bij het bedrijf behorende oppervlaktelandbouwgrond kunnen worden gebracht, uitgedrukt in kilogrammenstikstof per jaar, wordt uitgegaan van de netto stikstofexcretie. De brutostikstofexcretie – de stikstof onder de staart – wordt daartoe gecorrigeerdvoor de gasvormige stikstofverliezen met behulp van een stikstofcorrectie-factor.Zoals ik heb aangekondigd in mijn brief van 13 september 2024 heb ik destikstofexcretieforfaits voor melkvee, waarbij rekening gehouden is meteen hogere stikstofcorrectiefactor, conform het CDM-advies, per 1 januari2025 aangepast.9De door de CDM geadviseerde stikstofcorrectiefactor (forfait) is gebaseerdop gemiddelde stikstofverliezen. Door de Nederlandse MelkveehoudersVakbond (NMV) en ZuivelNL is aangegeven dat de stikstofverliezen opindividuele bedrijven groter kunnen zijn dan de correctiefactor voorgasvormige verliezen waarmee gerekend wordt. Zij willen daarom in hetkader van de vrije bewijsleer, net als bij staldieren, ook bij graasdieren eenbedrijfsspecifieke correctie voor gasvormige verliezen toe kunnen passenin plaats van de forfaitaire stikstofcorrectie. Hiermee kan een bedrijfbinnen de gebruiksnorm voor stikstof uit dierlijke mest mogelijk meerkubieke meter mest op of in de bodem kunnen brengen en hoeft hetbedrijf minder mest af te voeren, waardoor de druk op de mestmarktenigszins afneemt.Bij graasdieren (melkvee) bepaalt de Rijksdienst voor OndernemendNederland (RVO) de hoeveelheid stikstof in de geproduceerde mest opbasis van forfaits of BEX. Hierbij is al rekening gehouden met eenforfaitaire stikstofcorrectie. Indien RVO bij controle constateert dat degebruiksnormen worden overschreden, verstuurt RVO een «voornementot het opleggen van een boete» naar de betreffende landbouwer. Voordatdaadwerkelijk een boete wordt opgelegd wordt de landbouwer in degelegenheid gesteld om hierop zijn zienswijze geven.De melkveehouder kan in het kader van de vrije bewijsleer in eenzienswijze gemotiveerd aandragen (onderbouwd met bewijsstukken) dathij het niet eens is met een voorgenomen boete, omdat het stikstofverliesop zijn bedrijf groter is dan de forfaitaire stikstofcorrectie waarmeegerekend is.Ik wil in de komende periode verkennen of het mogelijk is om eenprotocol te ontwikkelen, waarmee een melkveehouder in het kader van devrije bewijsleer indien nodig kan onderbouwen dat er op zijn bedrijfsprake is van een groter stikstofverlies dan de forfaitaire stikstofcorrectiewaarmee gerekend is en hoe dit zich verhoudt tot de stikstofemissies naar7TZ202411–0238Kamerstuk 33 037, nr. 5709Kamerstuk 33 037, nr. 559Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 037, nr. 5863 de lucht. Bij deze verkenning zal ik RVO en de Wageningen Universiteit(WUR) betrekken.Verwerken dierlijke mest in potgrondIn de Kamerbrief over de aanpak mestmarkt heb ik aangegeven metsectorpartijen te verkennen op welke wijze de verwerking van dierlijkemest in potgrond verder gefaciliteerd kan worden.Als eerste stap in deze verkenning heeft er een gesprek plaatsgevondenmet de Vereniging Potgrond- en Substraten Nederland (VPN), WUR enRHP (certificeringsinstantie voor potgrond en substraten). Uit dit gesprekis naar voren gekomen dat het behulpzaam zou zijn om allereerst een(korte) quick scan uit te voeren waarbij via een literatuurstudie en navraagbij relevante partijen een overzicht wordt verkregen van de mogelijkhedenen belemmeringen en/of obstakels. Dit onderzoek is inmiddels uitgezet bijWUR. Daarnaast waren partijen het erover eens dat de reikwijdte van hetonderzoek niet enkel beperkt moet worden tot potgrond. Daarom wordt erbreder gekeken naar mogelijke toepassingen, namelijk bij alle groeimedia(zoals bijvoorbeeld compost). Mogelijk wordt het potentieel hiermeevergroot.De quick scan zal inzicht geven in de kansen en belemmeringen opjuridisch en technologisch vlak. En daarnaast marktkansen en-belemmeringen in beeld brengen. Tot slot zal de quick scan aanbeve-lingen bevatten voor een vervolgaanpak.RENUREOp basis van de conceptagenda van het Nitraatcomité van 20 maartaanstaande, lijkt het erop dat er nog niet gestemd zal worden over hetvoorstel voor toelating van RENURE-producten als kunstmestvervanger.Wel staat het voorstel ter bespreking geagendeerd, waarbij naarverwachting enkele nadere technische vragen van lidstaten besprokenzullen worden. Uiteraard faciliteert Nederland zo veel als mogelijk dezelidstaten in het voorzien van informatie en argumenten.Ik besef dat de besprekingen over dit voorstel een jaar duren en dat ditwederom onzekerheid oplevert. Tegelijkertijd is afgelopen Landbouw- enVisserijraad en ook uit de Visie op Landbouw en Voedsel wederomgebleken dat de Europese Commissie en veel lidstaten RENURE inmiddelszien als een kans om onze afhankelijkheid van stikstofkunstmest uit(Wit-)Rusland te verminderen en de CO2-footprint van ons voedsel teverlagen. Zoals u weet zet ik mij momenteel vol in voor de toelating vanRENURE en breng hierbij ook dit punt onder de aandacht van mijnEuropese collega’s en de Europese Commissie. Ik houd daarom goedehoop dat het voorstel op korte termijn op een gekwalificeerdemeerderheid van de lidstaten kan rekenen.Weegmoment maatregelen verlaging mestproductieplafondsIn mijn brief over de Aanpak mestmarkt van 13 september 2024 en ooktijdens de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van deMeststoffenwet10 heb ik aangegeven voornemens te zijn om op basis vande laatste inzichten van onder andere de beëindigingsregelingen Lbv enLbv-plus te beoordelen of bijstelling van maatregelen nodig is, omhiermee te komen tot voldoende verlaging van de mestproductproductietot onder de mestproductieplafonds. Naar verwachting zijn er eind maart10Kamerstuk 2024D37250Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 037, nr. 5864 2025 voldoende inzichten om een goede weging te kunnen maken en ikzal uw Kamer zo snel mogelijk daarna informeren over de uitkomsten vandeze weging. Hierbij betrek ik ook de motie-Van Campen c.s. (Kamerstuk36 618 nr. 30).Overige onderwerpenInternetconsultatie bovengronds uitrijden runderdrijfmestMet ingang van 1 januari 2024 is de Vrijstellingsregeling bovengrondsaanwenden runderdrijfmest 2019–2023 vervallen. In de Kamerbrief van24 januari 202411 is toegezegd de regeling met in elk geval één enmogelijk twee jaar te verlengen. Sinds het vervallen van de regeling wordthet bovengronds aanwenden gedoogd indien de landbouwer voldoet aanalle voorwaarden en voorschriften van de Vrijstellingsregeling boven-gronds aanwenden runderdrijfmest 2019–2023 en zich in februari meldt bijRVO.In bovengenoemde brief is aangegeven dat nader onderzoek nodig is omte bepalen hoe een verlenging onder de Omgevingswet geregeld kanworden. Inmiddels is daar duidelijkheid over: het voornemen bestaat deregeling als uitzondering op de verplichting tot emissiearm aanwenden opte nemen in het stelsel van de Omgevingswet via een wijziging van hetBesluit activiteiten leefomgeving en de Omgevingsregeling. De internet-consultatie daarvoor is gestart op 24 februari jl. en sluit op 24 maart a.s.Na verwerking van de inbreng zal de regelgeving worden voorgehangenbij de Eerste en Tweede Kamer en voor advies aan de Afdeling adviseringvan de Raad van State worden voorgelegd. De regelgeving is daarmeeniet voor de start van het huidige uitrijdseizoen gereed. Daarom voorziethet voorstel in inwerkingtreding met terugwerkende kracht.Dit jaar zal het praktijkonderzoek naar de effecten van bovengrondsuitrijden aflopen. Op basis van de resultaten van het onderzoek zal ik eenbesluit nemen over het eventueel verder voortzetten van regelgeving diebovengronds uitrijden mogelijk maakt.Toekomst Landelijk Meetnet effecten MestbeleidMet het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) worden de effectenvan het mestbeleid op de waterkwaliteit gemonitord sinds 1992. Het LMMbestaat uit een basismeetnet en een derogatiemeetnet. Met het derogatie-meetnet wordt invulling gegeven aan de voorwaarde uit de derogatiebe-schikking om de waterkwaliteit onder derogatiebedrijven te monitoren.Door de waterkwaliteit en landbouwpraktijk op circa 450 landbouwbe-drijven te monitoren, is het LMM representatief voor zo’n 80% van hetlandbouwareaal per grondsoortregio in Nederland.Omdat de afgekondigde afbouw van de derogatie gevolgen zal hebbenvoor de opzet van het LMM, heeft mijn voorganger het Rijksinstituut voorVolksgezondheid en Milieu (RIVM) en Wageningen Social and EconomicResearch, gevraagd een verkenning uit te voeren naar hoe het LMM er inde toekomst uit zou moeten zien na het vervallen van het derogatie-meetnet. De uitgangspunten in deze verkenning zijn dat onder andere demethode van monitoring niet zal veranderen en de resultaten uit eenaangepast LMM vergelijkbaar zullen zijn met de huidige gegevens dieworden verzameld (minimale trendbreuk).In bijgevoegd rapport komt naar voren dat een aanpassing van het LMMnodig zal zijn om de betrouwbaarheid en zeggingskracht van het LMM teborgen, indien het derogatiemeetnet vervalt. Er zijn daarom drie varianten11Kamerstuk 33 037, nr. 527Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 037, nr. 5865 uitgewerkt die ieder voorzien in een aanvulling op het basismeetnetwaarbij per variant de monitoring op grondsoortregio’s verder wordtverfijnd. Een verfijnde monitoring zou het mogelijk kunnen maken ommeer gedifferentieerd beleid per grondsoortregio te kunnen voeren.Hoewel ik mij blijf inzetten voor een nieuwe derogatie, biedt dezeverkenning ook inzichten voor mogelijke verfijning van het LMM indienhet derogatiemeetnet wel blijft bestaan. Momenteel breng ik de voor- ennadelen van deze varianten in kaart, zowel voor een situatie waarin hetderogatiemeetnet blijft bestaan als een situatie waarin deze komt tevervallen. Hierbij bekijk ik variant 2, met een verdere verfijning van demonitoring in de Zandregio, met interesse. Te zijner tijd zal ik uw Kamerinformeren over de gemaakte keuze voor de toekomstige inrichting vanhet LMM, waarbij ik ook de motie-Van der Plas zal betrekken (TK 33 037,nr. 505). Hierbij staat voorop dat monitoring van de waterkwaliteit enlandbouwpraktijk moet voldoen aan de eisen die worden gesteld vanuitde Nitraatrichtlijn en bruikbaar moet zijn voor het maken van beleid.Gebruik van dierlijke mest in de tuinbouw- en akkerbouwsectorenDe motie van het lid Nijhof-Leeuw inzake het gebruik van dierlijke mest inde tuinbouw- en akkerbouwsectoren, ingediend tijdens het Tweeminuten-debat mestbeleid van 19 december 2024, verzoekt mij om in overleg tegaan met de veehouderij-, de akkerbouw- en de tuinbouwsector zodat erafspraken gemaakt kunnen worden om de inzet van dierlijke mest teverhogen en tot vermindering van het gebruik van kunstmest te komen(Kamerstuk 33 037, nr. 577). In aanloop naar de op 13 september jl. aanuw Kamer gestuurde aanpak mestmarkt heb ik met de tuin- en akker-bouwsector gesproken over de mogelijkheden voor het gebruik vandierlijke mest in plaats van kunstmest, aangezien ik dat een goedeontwikkeling vind. Recentelijk heb ik in een overleg met de tuinbouw- enakkerbouwsectoren opnieuw het belang benadrukt van het gebruik vandierlijke mest en hen gevraagd de mogelijkheden hiertoe zo veel alsmogelijk te benutten. Hiermee beschouw ik de motie als afgedaan.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 037, nr. 5866
Gerelateerde bronnen
- De minister van LVVN zal een onderzoek starten naar de kostentransparantie op de mestmarkt met een analyse van de import en export van mest, hier zal een gespre
De minister van LVVN zal een onderzoek starten naar de kostentransparantie op de mestmarkt met een analyse van de import en export van mest, hier zal een gesprek met Cumela onderdeel van zijn en zij zal de Kamer hier in de eerste helft van 2025 over informeren.
- De minister van LVVN zal de Kamer voor het einde van 2024 informeren over de uitvoering van de aangenomen motie-Beckerman c.s. (Kamerstuk 33037, nr. 553) over h
De minister van LVVN zal de Kamer voor het einde van 2024 informeren over de uitvoering van de aangenomen motie-Beckerman c.s. (Kamerstuk 33037, nr. 553) over hoe ketenpartijen gaan bijdragen aan de bestrijding van de mestcrisis en het verbeteren van de inkomenspositie van boeren.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.