Natuurbranden in Nederland voorjaar 2026
Brontekst
Versie 04b8476d44cf292c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 821Nationale VeiligheidNr. 335 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN DESTAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 mei 2026Dit voorjaar heeft Nederland te maken gehad met meerdere natuur-branden in bos-, heide- en duingebieden. Door het gelijktijdig uitbrekenvan verschillende branden was er sprake van grootschalige brand-weerinzet. Daarbij is ook internationale ondersteuning gevraagd. Met dezebrief informeren wij u, mede namens de Minister van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), over de voorbereiding op debestrijding van de natuurbranden, het verloop, de aanpak van de recentebranden en het vervolg.Wij willen allereerst beginnen met onze waardering uit te spreken vooralle brandweermensen, hulpverleners, militairen en andere betrokkenendie zich hebben ingespannen om de recente natuurbranden te bestrijdenen de gevolgen ervan te beperken. Dankzij hun tomeloze inzet, professio-naliteit en betrokkenheid zijn de branden onder controle gebracht en zijngrotere gevolgen voorkomen. Daarbij is er ook veel waardering voor deondersteuning vanuit België, Duitsland en Frankrijk. Deze internationalebijstand heeft bijgedragen aan een effectieve gezamenlijke inzet terbescherming van de gezondheid en veiligheid van mensen, dieren en defysieke leefomgeving.Voorbereiding op natuurbrandenOp 13 mei 2025 heeft het toenmalige kabinet het Landelijk CrisisplanNatuurbranden (verder: LCP-NB) aangeboden aan de Tweede Kamer,1 navaststelling in het Veiligheidsberaad en het kabinet. Dit crisisplan werdaangekondigd in de kamerbrieven «Op weg naar een integrale aanpak vannatuurbrandbeheersing» van juni 20242 en «Investeren in de preventie en1Kamerstuk 30 821, nr. 2772Kamerstuk 30 821, nr. 229 kst-30821-335ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3351 mitigatie van natuurbranden» van oktober 2024.3 Het LCP-NB maaktonderdeel uit van de ambities van het Rijk en de besturen van deveiligheidsregio’s om de voorbereiding en paraatheid op risico’s teversterken in het kader van de Landelijke Agenda Crisisbeheersing.4Natuurbrand is als prioritair thema opgenomen in de nationale veilig-heidsstrategie5 en zoals beschreven in de Kamerbrief «Samen sterkertegen natuurbranden»6 van september 2025 wordt er dan ook gewerktaan het beperken van het natuurbrandrisico in Nederland.Het LCP-NB biedt helderheid over de verantwoordelijkheden en opscha-lingsstructuren bij natuurbrand. Daarnaast vormt het de basis voor eenrobuuste operationele samenwerking tussen brandweer, crisispartners enbetrokken bestuurslagen bij de aanpak en bestrijding van grootschaligenatuurbranden. Zo beschrijft het plan de rollen en verantwoordelijkhedenvan de belangrijkste betrokken publieke en private actoren. Ook schetsthet plan het proces van samenwerking op het moment van dreiging enbestrijding. Het LCP-NB geeft daarnaast inzicht in maatregelen dieopportuun zijn om in te zetten tijdens één of meerdere natuurbranden metde potentie van onbeheersbaarheid.Het LCP-NB is in nauwe samenwerking met deze crisispartners opgesteld,waaronder de besturen van de veiligheidsregio’s die verantwoordelijk zijnvoor de brandweerzorg en crisisbeheersing, maar ook met de terreinbehe-rende organisaties, zoals Defensie. Zij zijn een belangrijke partner in hetveld voor de preventie maar ook tijdens de bestrijding van natuurbranden.Boswachters en groene boa’s beschikken over waardevolle gebiedskennis,hebben zicht op de lokale omstandigheden en risico’s, en kunnendaarmee een belangrijke bijdrage leveren aan een effectieve en veiligeinzet bij natuurbranden.In het LCP-NB is aandacht besteed aan de bovenregionale en landelijkebestuurlijke afstemming tussen de voorzitters van de veiligheidsregio’s alser sprake is van grootschalige natuurbranden in meerdere veiligheidsre-gio’s. Deze afstemming vindt plaats in een Interregionaal Beleidsteam(IRBT). Crisisprocessen van het IRBT bij natuurbrand zijn onder andere:•komen tot een gedeeld bestuurlijk informatiebeeld;•innemen van een gezamenlijk standpunt op sleutelbesluiten en overigebetekenisvolle besluiten.Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de sleutelbesluiten en overigebetekenisvolle besluiten die zijn geformuleerd in het LCP-NB. Dedoelstelling, taken, samenstelling en besluitvorming van het IRBT zijnvastgelegd in een protocol. Dit protocol is bekrachtigd door het Veilig-heidsberaad na consultatie van de algemeen besturen van deveiligheidsregio’s.Verloop branden in april en begin meiEr zijn dit jaar tot nu ca. 300 natuurbrandmeldingen geweest inNederland.7 Sinds begin april waarschuwt de brandweer in een aantalregio’s voor een verhoogde kans op natuurbranden vanwege de aanhou-dende droogte. In combinatie met hogere temperaturen en harde windnam het risico in de loop van april verder toe. Afhankelijk van regiospecifieke omstandigheden is het waarschuwingsniveau per regio3Kamerstuk 30 821, nr. 2404Kamerstuk 29 517, nr. 2555Kamerstuk 30 821, nr. 178, bijlage6Kamerstuk 30 821, nr. 3067Bron: https://kerncijfers.nipv.nl/mosaic/kerncijfers-veiligheidsregio-s/kerncijfers-natuurbrandenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3352 aangepast totdat eind april alle veiligheidsregio’s zich op het hoogsteniveau bevonden. In deze fase zijn terreineigenaren en -beheerders enhulpverleners extra alert (niveau 2). Ook worden inwoners en bezoekersvan natuurgebieden nadrukkelijk opgeroepen voorzichtig te zijn metbrandgevaarlijke activiteiten en aanwijzingen op te volgen van de lokaleautoriteiten. Roken en het maken van open vuur is vaak verboden in denatuur in perioden met verhoogd natuurbrandrisico.Omdat het risico op grootschalige natuurbranden in de tweede helft vanapril fors toenam is per 27 april 2026 – conform het LCP-NB – preventiefhet Landelijk Actiecentrum Natuurbranden ingericht. Het landelijkactiecentrum is gehuisvest binnen het Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio(verder: KCR2) in Zeist, voorheen het Landelijk Operationeel Coördinatie-centrum. Hierdoor kan er landelijk worden gewerkt met een eenduidigbeeld van de situatie. Door KCR2 is dit landelijk beeld gedeeld met alleveiligheidsregio’s, diverse ministeries en betrokken crisispartners.Vanaf eind april vonden, naast meerdere kleinere branden, gelijktijdigdrie, grootschalige natuurbranden plaats die veel brandweerinzet vroegenwaardoor landelijke coördinatie nodig was. Op woensdag 29 aprilontstond op de Doornspijkse heide – onderdeel van het defensieterreinArtillerie Schietkamp (ASK) – een grote brand die sinds 2 mei ondercontrole is. Deze brand was omvangrijk en heeft veel gevraagd van deVeiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland, waar de brand plaatsvond,maar ook van de veiligheidsregio’s die bijstand hebben verleend. In eendeel van Nederland was er sprake van rookoverlast als gevolg van dezebrand. Naast deze brand, ontstonden tussen 29 april en 2 mei branden open rond militaire terreinen op onder andere de Weerterheide en deOirschotse heide. Deze natuurbranden vroegen veel brandweerinzetwaardoor landelijke coördinatie nodig was. In totaal hebben de natuur-branden een oppervlakte van circa 785 hectare aangetast. Vanwege despecifieke situatie van deze drie gelijktijdige en grootschalige branden,informeren wij uw Kamer uitgebreider over de voorbereiding vanDefensie op de beheersing van natuurbranden.Defensie: voorbereiding op natuurbrandbeheersingDe veiligheidssituatie in de wereld vraagt om een sterke en goedgetrainde krijgsmacht. Realistisch oefenen is daarvoor essentieel. Ditmoet altijd zo veilig mogelijk gebeuren – voor mensen, natuur enomgeving. De impact op omwonenden, de leefomgeving en de natuurvan deze branden is groot en dat betreuren we.Defensie voert hun oefeningen volgens een strikt protocol uit. In datprotocol zijn uitzonderingsmogelijkheden opgenomen om ook tijdensdroogte gebruik te maken van oefenmunitie, open vuur en pyrotechnischemiddelen. Naar aanleiding van de natuurbranden van vorige week heeftDefensie het strikte protocol tijdelijk aangescherpt. Defensie blijft oefenen,maar voor nu zonder deze uitzonderingsmogelijkheden. Het onderzoekdoor de Koninklijke Marechaussee (KMAR) heeft op 6 mei jl. uitgewezendat de brand op het het Artillerie Schietkamp (ASK) ’t Harde door eendefensieoefening is veroorzaakt. De KMar concludeert dat er is gehandeldbinnen een toegestane uitzondering van fase 2 van het natuurbrandrisicozoals afgekondigd door de veiligheidsregio. Defensie bestudeert hetonderzoek van de KMar zorgvuldig om te zien wat er is misgegaan enbekijkt de uitzonderingsprocedures voor oefeningen in droge periodesopnieuw.Het onderzoek naar de andere branden moet nog worden afgerond. HetMinisterie van Defensie is in gesprek met o.a. de veiligheidsregio’s om deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3353 protocollen, processen en procedures tegen het licht te houden. De eersteverbetervoorstellen moeten voor de zomer gereed zijn. Uw Kamer wordthierover geïnformeerd voorafgaand aan het debat Veiligheid op 13 juni.Tot die tijd zijn de oefeningen bij droogte aangepast en is het gebruik vanopen vuur, munitie en pyrotechniek in de natuur tijdens fase 2 stilgelegd.Vanwege de risico’s op brand zijn de schietterreinen zoals het ASK en hetInfanterie Schietkamp (ISK) ingericht met gebruik van preventievemaatregelen zoals brandweerroutes, boomvrije zones, brandbanen,brandsingels en bluswatervijvers. Op Defensieterreinen zoals deWeerterheide en de Oirschotse heide is ook aandacht voor brandvei-ligheid. Deze risicobeheersende maatregelen zijn gericht op hetvoorkomen van branduitbreiding en het faciliteren van een effectieve inzetvan hulpdiensten. Zo snel als mogelijk wordt, waar nodig, gestart metherstelmaatregelen. Op het ASK is het Rijksvastgoedbedrijf op 2 meibegonnen met specifiek beheer gericht op herstel van de structuur en hettegengaan van verdere vergrassing.In de beantwoording van de vragen die uw Kamer heeft gesteld zal doorde Staatssecretaris van Defensie nader worden ingegaan op de impactvan deze drie natuurbranden.AanpakBij de bestrijding van de natuurbranden die in de laatste week van aprilbegonnen, heeft het gebruik van LCP-NB zijn toegevoegde waardebewezen. Het plan bood een gezamenlijk kader en hielp om operationeleen bestuurlijke afstemming snel op gang te brengen. Vanaf de brand opde Doornspijkse heide was er naast een gedeeld informatiebeeld ookafstemming over de inzet noodzakelijk. Naast de operationele afstemmingin het landelijk actiecentrum was ook bestuurlijke afstemming noodza-kelijk in verband met schaarste vraagstukken en het belang van eenbestuurlijk gesteunde aanpak. Ook heeft LVVN contact onderhouden metterreinbeherende organisaties en provincies zodat informatie snel konworden uitgewisseld.De gelijktijdigheid en omvang van deze branden hebben de brandweerca-paciteit zwaar belast. Er waren gelijktijdige branden waarbij in totaaltientallen brandweereenheden zijn ingezet en waardoor het verlenen vanonderlinge bijstand beperkt mogelijk was. Voor de bovenregionalebestuurlijke afstemming tussen voorzitters veiligheidsregio is vanaf29 april conform het LCP-NB een Interregionaal Beleidsteam (IRBT)ingericht dat op 29 en 30 april en 1 mei bijeen is geweest. In dit IRBThebben de voorzitters van de regio’s waar op dat moment grootschaligeinzet nodig was voor een natuurbrand een gezamenlijke «commandersintent» afgestemd. Kleine branden werden in de kiem gesmoord om teverhinderen dat er te groot beroep gedaan moest worden op bovenregi-onale bijstand.Conform de afspraken is de NCTV namens mij aangesloten bij het IRBT.Dit omdat in een extreme situatie waarin er interbestuurlijk geenovereenstemming kan worden bereikt over inzet schaarse middelen, deaanwijzingsbevoegdheid van de commissaris van de Koning en deMinister in beeld kunnen komen. Ook sloot de NCTV aan vanwege deverbinding met de hieronder beschreven inzet van Union Civil ProtectionMechanism (UCPM).In het kader van reguliere samenwerking tussen grensregio’s verleendeBelgisch en Duits brandweerpersoneel intussen al bijstand bij het blussenin Noord-Brabant en Limburg. De gelijktijdigheid en de vereisteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3354 langdurige inzet van de Nederlandse brandweermensen deed het landelijkactiecentrum besluiten te adviseren om Europese hulp te vragen via hetUCPM van de Europese Unie. Via mijn ministerie is op 30 april rond 18:00uur het UCPM geactiveerd door middel van een uitvraag voor brandweer-mensen en materiaal gespecialiseerd in natuurbranden. Binnen twee uurreageerden Frankrijk en Duitsland hier positief op. Franse brandweereen-heden zijn nog dezelfde avond vertrokken, en Duitse eenheden vroeg inde ochtend van 1 mei. De Franse inzet bestond uit 41 personen en 10voertuigen en de Duitse inzet bestond uit 67 personen en 21 voertuigen.Franse en Duitse eenheden werden op 1 mei rond 8 uur ’s morgens inNederland opgevangen door medewerkers van het Knooppunt Coördi-natie Regio’s-Rijk (KCR2) en daarna onmiddellijk ingezet in o.a.Noord-Brabant.Naast de inzet van brandweermensen uit deze landen heeft ook Defensieop diverse manieren bijstand verleend bij de natuurbranden. In nauwesamenwerking met de veiligheidsregio’s zijn meerdere Chinooks en eenCougar ingezet als blushelikopter bij diverse brandhaarden op de Veluwe,in Noord-Brabant en in Limburg.Dankzij het samenspel van al deze partners en de hulpverleners ter plekkezijn de natuurbranden onder controle gebracht. De inzet van buitenlandseeenheden is in de avond van 2 mei beëindigd. Het risico op nieuwenatuurbranden blijft nauwlettend gevolgd worden.VervolgInmiddels heeft een bestuurlijk overleg plaatsgevonden met de directbetrokkenen. Tijdens dit overleg is stilgestaan bij de gebeurtenissen vande afgelopen week en ook heeft Defensie benoemd om in overleg metonder meer de Veiligheidsregio’s om protocollen, processen en proce-dures tegen het licht te houden. De natuurbranden van de afgelopenweken laten zien wat de gevolgen kunnen zijn van aanhoudende droogte.Ook zijn wij verheugd te kunnen constateren dat de voorbereidendewerkzaamheden zoals het opstellen van een Landelijk crisisplan en hetinrichten van het landelijk actiecentrum een goede samenwerking tussenalle betrokkenen heeft gefaciliteerd.Tevens onderstrepen deze branden het belang van Europese samen-werking. Via het UCPM verleent Nederland geregeld bijstand in hetbuitenland, maar Nederland activeert het UCPM zelden voor inkomendebijstand. De ontvangen bijstand in het kader van de bestrijding vannatuurbranden in Nederland op 1 en 2 mei toont echter dat Europesesolidariteit bij crisisbeheersing ook voor Nederland van cruciaal belang is.Ook zullen de Belgische, Franse en Duitse collega’s bedankt worden perbrief.Tegelijkertijd is het van belang om van de aanpak van de natuurbrandenvan de afgelopen periode te leren en steeds te bezien waar verbeteringmogelijk is. De recente natuurbranden benadrukken ook het belang vanrisicobeheersing, de Kamer zal hier nader over worden geïnformeerd doorde Minister van LVVN. Daarnaast onderzoekt Defensie of het huidigeprotocol en de procedures ten aanzien van natuurbrandbeheersingmoeten worden aangepast en daarbij wordt specifiek bekeken of dezeaansluiten bij het huidige klimaat en de trends. De Staatssecretaris vanDefensie wil de eerste verbetervoorstellen voor de zomer gereed hebbenen op 1 juli bij ILT aanleveren.Nederland kan tevens leren van de inzet van brandweereenheden uitEU-landen in ons land, alsmede van de aanpak in het algemeen vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3355 natuurbranden in EU-lidstaten die daarna al veelvuldig mee wordengeconfronteerd. Daarnaast zal er samen met het Veiligheidsberaadteruggeblikt worden en wordt er een onderzoek uitgevoerd naar degezamenlijke aanpak rondom het bestrijden van deze natuurbranden. Ditonderzoek wordt ook meegenomen bij de totstandkoming van hetlandelijk dekkingsplan brandweerzorg.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelDe Staatssecretaris van Defensie,D.G. BoswijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3356
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.