KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verbeteringen banenafspraak

19 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 175a164e09bde7ee · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202534 352Uitvoering en evaluatie ParticipatiewetNr. 340 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 juni 2025InleidingWerk is belangrijk voor mensen. Niet alleen omdat werk een inkomengenereert, maar vooral omdat het bijdraagt aan de eigen regie vanmensen. Juist voor mensen met een arbeidsbeperking is aan het werkgaan en blijven nog niet altijd vanzelfsprekend. En ook voor werkgeversligt het lang niet altijd voor de hand om mensen met een arbeidsbe-perking in dienst te hebben. Dat moet veranderen. Daarom blijf ik meinspannen voor een arbeidsmarkt waar iedereen mee kan doen. Ook alsdaar extra ondersteuning bij nodig is. Op dit moment is die ondersteuningvoor werknemers en werkgevers nog te vaak afhankelijk van iemandsuitkeringssituatie of de specifieke doelgroep waar iemand toe behoort. Ikwil graag dat die hokjes geen rol meer spelen en er meer gekeken wordtnaar wat iemand wel kan en naar waar eventueel een ondersteuningsbe-hoefte is.Daarbij is het belangrijk dat ons stelsel van regelingen en instrumentenbeter op elkaar aansluit. Om dit te bereiken werken we onder andere aanhet aanpassen van de Participatiewet, een toekomstbestendige infra-structuur van sociaal ontwikkelbedrijven en de verbetering van debanenafspraak. Ik vind het belangrijk dat we de samenhang tussen deverschillende trajecten waarborgen. Daarbij moet het efficiënt en heldervormgeven van de ondersteuning centraal staan. Voorlopig informeer ik useparaat over de stappen die ik zet rondom de Participatiewet en desociale infrastructuur. Ik informeer uw Kamer hierover voor het zomer-reces. In de voorliggende brief ga ik in op het verbeteren van debanenafspraak.De banenafspraak is in 2013 ontstaan uit het sociaal akkoord tussenkabinet en sociale partners met als doel meer werkgelegenheid te creërenvoor mensen met een arbeidsbeperking. In 2015 is deze afspraak wettelijkverankerd. In de afgelopen tien jaar heeft de banenafspraak gezorgd voor kst-34352-340ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3401 ruim 90.000 extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Dat iseen mooi aantal, maar we zijn er nog niet. Binnenkort ontvangt u een briefmet daarin de resultaten over 2024. Hoewel ik blij ben dat er ruim 90.000extra banen zijn gerealiseerd betreur ik het dat de groei de laatste jarenstagneert. Daarover heb ik uw Kamer vorig jaar zomer al geïnformeerd.1Helaas lijkt die trend nog door te zetten, ondanks de historisch krappearbeidsmarkt.Ook zijn er de afgelopen jaren verschillende knelpunten naar bovengekomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de complexiteit van het systeemen het feit dat vergelijkbare mensen nu zijn uitgesloten van de doelgroepbanenafspraak. Daarom is het nodig de banenafspraak nog verder teverbeteren, want er staan nog te veel mensen aan de kant die wel willenén kunnen werken. Dit verbeteren doe ik in nauwe samenwerking met o.a.sociale partners, UWV, gemeenten en ervaringsdeskundigen.In februari jongstleden heb ik daarover met uw Kamer gedebatteerd in hetkader van de behandeling van het wetsvoorstel vereenvoudigde banenaf-spraak. In dat debat heb ik uw Kamer toegezegd op een aantal onder-werpen schriftelijk terug te komen. Die toezeggingen kom ik in deze briefna. Ik ga daarbij achtereenvolgens in op (1) de langetermijnvisie op debanenafspraak en de uitgangspunten en beleidsopties die daarbijvoorliggen, (2) de beperkte verbreding van de doelgroep (3) de inzet vanwerkgevers en (4) de uitvoering, (5) het vervolg op de pilot SociaalInnovatiefonds en tot slot (6) de uitvoering van de motie Lahlah c.s. overhet onderzoeken welke stimulansen voor werkgevers leiden tot meerwerkgelegenheid voor mensen met een arbeidsbeperking.LangetermijnvisieAfgelopen jaar zijn de eerste stappen gezet om tot een langetermijnvisieop de banenafspraak te komen. Daarin is veel overleg geweest metsociale partners, (vertegenwoordigers van) ervaringsdeskundigen,gemeenten en UWV. Die gesprekken hebben geleid tot een aantaluitgangspunten voor de langetermijnvisie:•In de banenafspraak dient de ondersteuningsbehoefte van mensenmet een arbeidsbeperking centraal te staan. Hierbij dienen ook deverplichtingen te worden betrokken op grond van het VN-verdraginzake de rechten van personen met een handicap (VN-verdragHandicap) om de arbeidsmarktpositie van mensen met een handicapte verbeteren.•Ondersteuning moet gericht zijn op het benutten van de kwaliteiten,vaardigheden en ontwikkelpotentieel van mensen met een beperking.Dat vraagt ook dat zoveel mogelijk mensen in beeld zijn op basis vantalenten en vaardigheden. Alleen dan kunnen we het potentieel vandeze mensen goed aanboren.•Voor werkgevers moet het vanzelfsprekend zijn om mensen met eenarbeidsbeperking in dienst te nemen. Werkgevers zijn intrinsiekgemotiveerd en zien het belang van inclusief werkgeverschap. Hierbijzijn ondersteunende instrumenten beschikbaar die breed ingezetkunnen worden en is werkgeversdienstverlening afgestemd op debehoefte van de werkgever.•Duurzaamheid van werk is een belangrijk uitgangspunt, zodat mensenmet een beperking niet onnodig vaak hoeven te switchen van baan oftussen een uitkering en een baan.•Instrumenten en voorzieningen zijn op een transparante, eenvoudigeen eenduidige manier beschikbaar. Dat vraagt tevens om verdereharmonisatie van reeds beschikbare instrumenten.1Kamerstukken II, 2023/24, 34 352, nr. 320.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3402 •We streven naar vereenvoudiging. Zowel voor de doelgroep enwerkgevers, als voor de uitvoering. Dat kan op gespannen voet staanmet het uitgangspunt dat de ondersteuningsbehoefte centraal staat. Inde verdere uitwerking zullen we oog hebben voor dit vraagstuk,waarbij we streven naar een goede balans tussen eenvoud enmaatwerk.•De banenafspraak dient financieel bestendig te zijn. Dat geldt voor dedirecte kosten en baten, maar ook voor de indirecte als de uitvoerings-kosten bij UWV en gemeenten. Daarbij hebben we ook aandacht voorde bredere baten van werk voor de maatschappij, rekening houdendmet het feit dat deze baten niet of beperkt meegewogen kunnenworden binnen de huidige begrotingssystematiek.•Voor mensen die (tijdelijk) niet bij reguliere werkgevers aan de slagkunnen is er de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Dezeinfrastructuur biedt – waar regulier werk (nog) niet mogelijk is – eenvangnet, waardoor werken voor deze mensen toch mogelijk wordtgemaakt. Ook biedt de infrastructuur een springplank als opstap naarwerk bij een reguliere werkgever.Te maken keuzes voor de lange termijn van de banenafspraakOp drie fundamentele onderwerpen zijn in ieder geval nog keuzes temaken: 1) de afbakening van de doelgroep, 2) de precieze doelstelling en3) de wijze waarop werkgevers gemotiveerd worden. We lichten dezeonderwerpen hieronder afzonderlijk toe. Hierbij is het belangrijk dat alleonderwerpen nog verder onderzocht gaan worden en de consequentiesvoor de uitvoering, financiën en verdringing in kaart moeten wordengebracht. Belangrijk gegeven hierbij is dat er op dit moment geen dekkingbeschikbaar is voor aanvullend beleid of intensivering.Keuze 1: de afbakening van de doelgroepAls we het hebben over de afbakening van de doelgroep, gaat het zowelom de vraag welke mensen onder de banenafspraak als zodanig vallen(de mensen die meetellen voor het behalen van de doelstelling) als totwelke instrumenten mensen toegang hebben. Niet iedereen met eenondersteuningsbehoefte heeft wellicht alle instrumenten nodig diegepaard gaan met de banenafspraak (de no-riskpolis, het loonkosten-voordeel). Er zijn varianten mogelijk waarin de toegang tot het doelgroep-register banenafspraak wordt losgekoppeld van de toegang tot dezeinstrumenten. Mensen kunnen dan bijvoorbeeld wel meetellen voor eenquotum, maar hoeven geen gebruik te maken van LKV of de no-riskpolis.Op dit moment zijn de banenafspraak en bijbehorende instrumentenbedoeld voor mensen die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon(WML) kunnen verdienen, of alleen dankzij een voorziening het WMLkunnen verdienen. Er staan nu ongeveer 270.000 mensen in hetdoelgroepregister, waarvan er ongeveer 140.000 aan het werk zijn. Met debeperkte uitbreiding van de doelgroep waar ik momenteel aan werk2,komen er naar schatting 15.000 mensen bij. Er zijn echter ook mensen dienu niet onder de doelgroep banenafspraak vallen, maar wel een beperkinghebben en met de juiste ondersteuning bij een reguliere werkgever aan deslag kunnen. Grotendeels gaat het hierbij om mensen die in potentie(meer dan) het WML kunnen verdienen, maar wel een ondersteuningsbe-hoefte hebben bij het vinden, verkrijgen of behouden van werk.Er zijn redenen om de doelgroep banenafspraak te verruimen:2Mensen in de WIA en de WW die niet zelfstandig het WML kunnen verdienen. Dit komtverderop in deze brief terug.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3403 •Mensen met een beperking die nu niet onder de banenafspraak vallenconcurreren met zowel mensen zonder beperking als mensen die totde banenafspraak behoren. Dat verslechtert hun arbeidsmarktkansenomdat zij geen gebruik kunnen maken van de instrumenten van debanenafspraak.•De doelgroep is in de huidige banenafspraak erg gedetailleerdafgebakend, en sterk gekoppeld aan bestaande wetten (Wajong, Wsw,Participatiewet en op termijn ook WIA en WW). Dit maakt de banenaf-spraak complex en leidt ertoe dat mensen tussen wal en schip terechtkunnen komen.•Wanneer mensen vallen onder de banenafspraak en meetellen voor derealisatie van de banenafspraak, kan dit voor werkgevers een extrastimulans zijn om hen in dienst te nemen en te houden.Anderzijds zitten er ook risico’s aan het verruimen van de doelgroep:•Er bestaat het risico van onderlinge verdringing. De groep die nuonder de banenafspraak valt is kwetsbaar en komt mogelijk moeilijkeraan de slag bij reguliere werkgevers als er veel mensen wordentoegevoegd aan de doelgroep. Ten tijde van arbeidsmarktkrapte speeltdat risico mogelijk minder, maar in het beleid, zeker voor de langeretermijn, dient ook rekening gehouden te worden met veranderingen opde arbeidsmarkt.•Mogelijk vermindert het de doelmatigheid van de beschikbareinstrumenten, die nu vooral gericht zijn op mensen die niet zelfstandighet WML kunnen verdienen.•Daarnaast geldt als aandachtspunt dat het verruimen van de doelgroepkan leiden tot hogere kosten omdat een groter aantal mensen in beeldmoet worden gebracht en naar behoefte ondersteund moet wordennaar en bij werk. De precieze financiële effecten zijn mede afhankelijkvan de keuzes die worden gemaakt in de beschikbaarheid vaninstrumenten.Een aandachtspunt bij het verbreden van de doelgroep is ook de vraaghoe langdurig iemand tot de doelgroep behoort en in welke mate mensenuit de doelgroep daar zelf zeggenschap over hebben. In de huidige situatieis het uitgangspunt dat iemand structureel is opgenomen in hetdoelgroepregister, en alleen uitgeschreven kan worden als diegene nietmeer aan de doelgroepcriteria voldoet. Waar uniformiteit en langdu-righeid met name voordelig zijn voor werkgevers en uitvoerders, sluitmeer maatwerk en eigen regie beter aan op de belangen van dedoelgroep. Hier zal een goede balans in gevonden moeten worden. Ookkijken we opnieuw naar de doelgroep die nu al wel onder de banenaf-spraak valt, omdat uit onderzoek3 blijkt dat niet iedereen arbeidsver-mogen heeft. Dit wordt meegenomen in onderstaande beleidsopties.Zoals hierboven beschreven, streef ik naar een banenafspraak die vooraluitgaat van de ondersteuningsbehoefte van mensen in plaats van rigidecriteria en classificaties. Dat maakt dat, als we de huidige criteria loslaten,een substantiële uitbreiding van de doelgroep het meest voor de handligt. Het toevoegen van hele specifieke doelgroepen zou namelijk alleenmaar tot meer complexiteit en grensgevallen leiden. Om tegemoet tekomen aan de uitgangspunten die alle betrokken partijen en ikzelfbelangrijk vinden voor de banenafspraak, kom ik uit op drie – elkaaruitsluitende – beleidsopties, die ik de komende tijd verder uitwerk. Dezeopties werk ik uit naast de al eerder aangekondigde beperkte verbreding(hier kom ik later in deze brief uitgebreider op terug):3Rapport Nederlandse Arbeidsinspectie – Op papier arbeidsvermogen, in de praktijk geen reëlekans op werk | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3404 1.De huidige banenafspraak blijft in stand. Dat betekent dat dedoelgroep en doelstelling (125.000 banen) in stand blijft. Het doel ishet realiseren van meer banen voor mensen die niet zelfstandig hetWML kunnen verdienen. Wel kijken we of we de instrumenten zoalsde no-riskpolis breder kunnen inzetten, zodat het verschil tussenmensen die wel of niet in het doelgroepregister staan kleiner wordt.2.De banenafspraak geldt voor iedereen binnen de beroepsbevolkingmet een beperking, die aantoonbaar ondersteuning nodig heeft bijhet vinden en behouden van werk bij een reguliere werkgever.3.De banenafspraak geldt voor iedereen binnen de beroepsbevolkingmet een beperking.Naar deze opties doe ik verder onderzoek om inzicht te krijgen in wat deomvang van de doelgroep naar schatting gaat zijn, wat het ongeveer gaatkosten, wat de risico’s op verdringing zijn, en in eventuele andere effectendie optreden. Hierbij kijk ik onder andere naar de uitvoerbaarheid van deverschillende beleidsopties en de manier waarop mensen dan toegangzouden moeten krijgen tot de doelgroep banenafspraak. Om zo deuitvoerbaarheid en beschikbaarheid te blijven toetsen. Daarbij zijn dehierboven opgenomen uitgangspunten leidend.Keuze 2: de doelstelling van de banenafspraakVoor de banenafspraak is destijds een concrete ambitie afgesproken(namelijk het realiseren van 125.000 extra banen bij reguliere werkgeversper 1 januari 2026). De resultaten daarvan worden jaarlijks in kaartgebracht. Er is bij werkgevers- en werknemersorganisaties nog steedsdraagvlak voor het uitspreken van zo’n gezamenlijke ambitie. Het helptomdat er concrete acties aan gekoppeld kunnen worden en de resultatentastbaar zijn. De focus op een concreet aantal banen heeft daarbij mogelijkeen positief effect gehad, omdat het tot de verbeelding spreekt enmotiveert: elke extra baan telt.Een andere component in de doelstelling is de verantwoordelijkheid dieuitvoerende organisaties hebben in het realiseren van de doelen. Op ditmoment zijn er geen specifieke doelstellingen rond de banenafspraakvoor UWV en gemeenten, los van de wettelijke taak en opdracht die zijhebben in het bieden van de juiste ondersteuning om mensen naar werkte begeleiden. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een doelstellingom mensen beter in beeld te brengen. Mogelijk helpt het maken vanregionale afspraken rondom de banenafspraak om de gezamenlijkeverantwoordelijkheid van werkgevers en uitvoerders te versterken.Ten aanzien van de doelstelling werk ik onderstaande beleidsopties verderuit:1.Een doelstelling van een concreet aantal banen voor mensen uit dedoelgroep die werkgevers moeten realiseren. Deze doelstelling dientgekoppeld te zijn aan de totale omvang van de doelgroep (dus als wede doelgroep van de banenafspraak aan de voorkant verruimen, dientook de doelstelling hoger te worden).2.Nadere afspraken voor gemeenten en UWV voor hun bijdrage aanhet realiseren van de banenafspraak. Het gaat hierbij nadrukkelijk nietom afspraken over de doelstelling van de banenafspraak, maar omafspraken om bijvoorbeeld meer mensen in beeld te brengen.Deze beleidsopties kunnen gecombineerd worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3405 Keuze 3: Hoe motiveren we werkgevers?Er zijn verschillende manieren waarop werkgevers gemotiveerd kunnenworden om banen te realiseren voor mensen met een arbeidsbeperking.Allereerst kan dat met positieve ingrepen. De huidige instrumenten van debanenafspraak zijn daar een voorbeeld van. Bijvoorbeeld het loonkosten-voordeel banenafspraak, en de no-riskpolis. Varianten hierop zijndenkbaar, bijvoorbeeld een financiële beloning voor werkgevers diemensen uit de doelgroep een vast contract aanbieden.Een andere optie is om een negatieve (financiële) prikkel in te zetten.Uitgangspunt van de Wet banenafspraak is dat de quotumheffing kanworden ingezet als middel om werkgevers meer dwingend aan te zettentot het realiseren van meer banen voor mensen met een beperking.Uw Kamer heeft recent ingestemd met het wetsvoorstel banenafspraakwaar naast een verplichte quotumheffing ook een bonus is opgenomenvoor werkgevers die veel banen realiseren. Een werkende quotumregelingis onderdeel van het sociaal akkoord waar de banenafspraak onderdeelvan is. Daarnaast is het binnen de huidige banenafspraak een belangrijkefinanciële factor: bij de start van de banenafspraak is een besparing op deuitkeringen ingeboekt, met de gedachte dat er ofwel minder mensen eenuitkering zouden hebben met dank aan de banenafspraak, ofwel extrainkomsten als gevolg van activering van het quotum gegenereerd zoudenworden. Een werkende quotumsystematiek was daarom een noodzake-lijke verbetering aan de bestaande banenafspraak. Bij de vormgeving vande toekomstige banenafspraak kan worden bezien of dit instrument in diecontext nog steeds de beste keuze is.Voordelen van een quotumregeling:•Minder afhankelijkheid van de welwillendheid van werkgevers.•Financiële opbrengsten kunnen geïnvesteerd worden in extrawerkgelegenheid voor mensen met een arbeidsbeperking, bijvoor-beeld door extra (financiële) ondersteuning van werkgevers zoals hetloonkostenvoordeel banenafspraak.•Het afschaffen van het huidige quotum leidt tot een fors financieeldekkingsvraagstuk.•Het sluit aan bij de aanbevelingen van het VN-comité4.Tegelijkertijd heeft een quotumregeling ook nadelen:•Een quotum kan de intrinsieke motivatie ondergraven, en «afkoopge-drag» in de hand werken. In feite is er bij een quotum geen sprakemeer van een gezamenlijke afspraak zoals nu het geval is, maar eeneenzijdig opgelegde verplichting richting werkgevers.•Een quotum versterkt mogelijk het verdringingseffect op mensen meteen kwetsbare arbeidsmarktpositie die niet onder de quotumdoelgroepvallen.Ten aanzien van een eventueel quotum werk ik onderstaande variantenverder uit:1.Een aangepaste bonus-malusregeling voor werkgevers, waarbij eenheffing geldt voor werkgevers die het quotum niet halen en eenbonus voor werkgevers die veel banen realiseren. Deze regeling moetaansluiten bij de nieuwe doelstelling van de banenafspraak.2.Een quotum voor UWV en gemeenten voor bijvoorbeeld het beter inbeeld brengen van mensen of voor het plaatsen van mensen bijwerkgevers, met nader te bepalen consequenties bij het niet behalenvan de doelstelling. Deze beleidsoptie kan alleen in combinatie met4Aanbevelingen van het VN-Comité op eerste rapport over implementatie van VN-verdragHandicap in Nederland | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3406 de beleidsoptie om ook voor de uitvoering een concrete doelstellingaf te spreken. Bij deze optie neem ik ook de motie Welzijn en Lahlah5mee die verzoekt de regering te bevorderen dat er op regionaalniveau afspraken worden gemaakt over de te realiseren banen.Conclusie en vervolgstappenZoals eerder beschreven onder de uitgangspunten, streven we naar eennieuwe banenafspraak voor mensen met een arbeidsbeperking. Deondersteuningsbehoefte moet daarin leidend zijn.Dit uitgangspunt is lastig te rijmen met de huidige, zeer preciezeafbakening van de doelgroep aan de voorkant. Ook het toevoegen vanzeer specifieke andere doelgroepen leidt tot meer complexiteit en mensendie tussen wal en schip belanden.Het verder uitwerken van het langetermijnperspectief doe ik in samen-spraak met mensen om wie het gaat, sociale partners, gemeenten, Cedrisen UWV. Ook neem ik hierbij de samenhang met de andere trajecten meezoals ik heb opgenomen in de inleiding van deze brief. Ik ga graag zo snelmogelijk met uw Kamer in gesprek over de uitgangspunten in deze briefen de verschillende opties die worden geschetst. Komende maandenzetten we verdere stappen om een aantal concrete varianten verder uit tewerken. Ik informeer Uw Kamer begin 2026 verder over de verschillendeuitgewerkte opties.Verbreding doelgroep – korte(re) termijnDe ontwikkeling van een langetermijnvisie betekent niet dat we stoppenmet het verbeteren van de huidige Banenafspraak, integendeel. Afgelopenperiode heb ik al verschillende stappen gezet om de doelgroep teverbreden. Het gaat om een beperkte verbreding, waarbij groepenmensen worden toegevoegd die dezelfde kenmerken en ondersteunings-behoefte hebben als mensen die al tot de doelgroep banenafspraakbehoren. Het gaat om een verbreding die door mijn ambtsvoorganger alis aangekondigd, naar aanleiding van onderzoek naar de afbakening vande doelgroep dat in 2023 is uitgevoerd.6 Met de wet vereenvoudigdebanenafspraak die op 9 mei jl in het Staatsblad is gepubliceerd7, wordenal twee groepen toegevoegd aan de doelgroep van de banenafspraak, teweten:•Mensen met een Wajong-uitkering die duurzaam geen arbeidsvermo-gen hebben en die werken bij een reguliere werkgever;•Mensen met een IVA-uitkering die werken met loondispensatie.Deze groepen worden per 1 januari 2026 toegevoegd aan het doelgroepre-gister.Daarnaast werk ik aan een wetsvoorstel waarmee mensen in de WIA ende WW die niet zelfstandig het WML kunnen verdienen, opgenomenkunnen worden in het doelgroepregister banenafspraak. Met datzelfdewetsvoorstel wil ik ook loonkostensubsidie beschikbaar maken in de WIAen de WW zodat UWV dit instrument ook in kan zetten.Mijn intentie is om de conceptwetgeving in het najaar te bespreken metsociale partners en belangenvertegenwoordigers. Ter voorbereidingdaarop zijn wij deze zomer in gesprek met onder meer het UWV over detechnische uitwerkingen en gevolgen voor de uitvoering.5Kamerstukken II, 2024/25, 36 449, nr. 166Kamerstukken II, 2022/23, 34 352, nr. 281.7Stb. 2025, nr. 121Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3407 Tot slot ben ik met UWV in gesprek over het schrappen van de leeftijds-grens die nu nog wordt gehanteerd voor de groep mensen die alleendankzij een voorziening het WML kan verdienen. Dit vergt een wetswij-ziging. Nu is het namelijk zo dat die mensen alleen onder de banenaf-spraak vallen als de voorziening nodig is vanwege een beperking die voorhun achttiende levensjaar of tijdens de studie ontstaan is. Daarmee is hetmoment van het ontstaan van de beperking dus bepalend of iemand welof niet onder de banenafspraak valt. Dat vind ik een onwenselijke situatie.Het schrappen van de leeftijdsgrens leidt echter (mogelijk) tijdelijk tot eenextra beroep op verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen van UWV.Ik ben met UWV in gesprek om te kijken of en hoe we tot een uitvoerbareoplossing kunnen komen.Inzet werkgeversWerkgevers zijn essentieel bij het realiseren van de doelstelling van debanenafspraak. Ik kan dan ook niet genoeg benadrukken dat ik grotebewondering heb voor alle werkgevers in zowel de markt- als overheids-sector die zich iedere dag inzetten voor het realiseren van meer werkgele-genheid voor mensen met een arbeidsbeperking.In mijn brief van juli vorig jaar8 heb ik een aantal onderdelen beschrevenwaar ik mee aan de slag ben gegaan die te maken hebben met de inzetvan werkgevers. Ook zijn er in het wetgevingsdebat een aantal zaken aande orde gekomen die ik hier graag nader wil behandelen. Het gaat om:•Beter in beeld brengen van kandidaten uit de doelgroep banenafspraak•Gesprekken met werkgevers•Specifieke branche-aanpakken•Subsidieregeling inclusieve technologieHieronder ga ik dieper in op deze punten.Beter in beeld brengen van kandidatenHet afgelopen jaar heeft de Stichting Onderneemt Maatschappelijk inopdracht van SZW een project uitgevoerd om mensen binnen dedoelgroep banenafspraak beter in beeld te brengen. Het project had totdoel om meer beeld te krijgen van de mensen die niet aan het werk zijn envan mogelijke matches met werk voor hen. Beoogde impact op de langeretermijn is het aantal mensen dat aan het werk is te verhogen en debanenafspraak verder succesvol te maken. Het project is uitgevoerd in eenviertal arbeidsmarktregio’s op basis van bereidwilligheid van gemeentenuit die regio’s om het experiment aan te gaan. Zij hebben kandidatengeselecteerd die aan de hand van casuïstiekbespreking in beeld zijngebracht. Daaruit zijn nieuwe kansen richting participatie en (beperkt)werk voortgekomen. Het proces van casuïstiekbespreking is zeer intensiefgebleken, met een aanzienlijke tijdsinvestering van betrokken professi-onals.De laatste stap in de aanpak, het matchen met werk, heeft helaas vanwegetijdgebrek niet kunnen plaatsvinden. De Stichting is in gesprek met SZW,de VNG en de betrokken gemeenten of en hoe dit project een vervolg kankrijgen.Gesprekken met werkgeversHet afgelopen jaar ben ik op verschillende momenten met werkgevers-(partijen) in gesprek gegaan over het bevorderen van werkgelegenheidvoor mensen met een arbeidsbeperking. In dit kader werk ik samen met8Kamerstukken II, 2023/24, 34 352, nr. 320Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3408 werkgevers aan een praktische agenda om meer mensen vanuit de socialeinfrastructuur duurzaam aan het werk te helpen bij reguliere werkgevers.Over de voortgang hiervan informeer ik uw Kamer in de volgendevoortgangsbrief over de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven enbeschut werk.Tijdens de Paralympische Spelen in Parijs heb ik gesproken metwerkgevers die het belang van een inclusieve arbeidsmarkt ondersteunen.Tegen de achtergrond van de Paralympische Spelen, waar topsportersnamens Nederland hun talent inzetten om optimaal te presteren en zolaten zien dat er zoveel wel kan. De aanwezige werkgevers hebben inParijs een actieverklaring ondertekend om zo uit te spreken dat zij binnenhun eigen organisatie meer inspanningen leveren om hun werkvloertoegankelijker te maken en de werving en selectie inclusiever te maken.Als vervolg op de bijeenkomst in Parijs is op 23 april een vervolgbijeen-komst georganiseerd tijdens het EK rolstoelrugby. Ook hier was ik weeronder de indruk van de verhalen en de ervaringen van de aanwezigewerkgevers. Deze bijeenkomsten zullen ook de komende tijd een vervolgkrijgen.Ik heb de afgelopen tijd ook diverse gesprekken gevoerd met de partijenin de Werkkamer9. Een van de belangrijkste conclusies uit dezegesprekken is dat het werkgelegenheidsvraagstuk voor mensen met eenarbeidsbeperking onderdeel zou moeten worden van het LandelijkBeraad10. Daar zijn op dit moment gesprekken over gaande.Sectorale initiatievenVeel sectoren zijn al goed op weg in het faciliteren van laagdrempeligeinstroom, zoals de schoonmaakbranche. Dit is relevant voor onder anderede doelgroep banenafspraak. Samen met sectoren werkt SZW aan hetmaken en in gebruik nemen van sectorale Ontwikkelpaden. In eenOntwikkelpad staat beschreven hoe een (beoogd) werknemer zichstapsgewijs via verschillende functies binnen een sector kan ontwikkelenmet behulp van praktijkgerichte scholing. Ook laagdrempelige instap-banen, waaraan geen kwalificatievereisten zijn verbonden, met bijpas-sende scholing zijn hier onderdeel van. Zo kunnen we mismatch tussenwat werkzoekenden kunnen en wat werkgevers vragen overbruggen enmaken we sectoren toegankelijker voor mensen met een beperking. Énzorgen we ervoor dat ook zij zich stapsgewijs een leven lang kunnenblijven ontwikkelen, wat hun kans op duurzaam werk vergroot. Sectorengeven in de Ontwikkelpaden extra aandacht aan het in kaart brengen vanlaagdrempelige instroom en ontwikkeling van mensen met een beperking.Daartoe faciliteren we met het Landelijke Ondersteuningsteam RegionaleArbeidsmarkt ook de samenwerking met de arbeidsmarktregio’s. Deeerste Ontwikkelpaden zijn gemaakt voor de sectoren zorg en welzijn,kinderopvang, techniek, bouw en energie, en hoveniers en groenvoor-ziening. Voor deze sectoren zijn ook nieuwe Ontwikkelpaden in de maak.Dat geldt ook voor de sectoren onderwijs, ICT, luchtvaart, schoonmaak,retail, hospitality en transport en logistiek.9De Werkkamer is een samenwerkingsverband tussen de Stichting van de Arbeid en de VNG.10Om samenwerking tussen publieke en private organisaties te verankeren komt er éénLandelijk Beraad en in iedere arbeidsmarktregio één Regionaal Beraad. Deze beraden leggenmeerjarig arbeidsmarktbeleid vast in een meerjarenagenda.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 3409 Subsidieregeling inclusieve technologieNaar aanleiding van het amendement van de heer De Kort11 heb ik eensubsidieregeling ontwikkeld om mkb-ondernemers te ondersteunen bijhet investeren in inclusieve technologie. Het doel is om werkgevers testimuleren om personen met een arbeidsbeperking met behulp vaninclusieve technologie in dienst te nemen of personen met een arbeidsbe-perking die al in dienst zijn beter te ondersteunen bij het uitvoeren vanhun werkzaamheden.De regeling biedt werkgevers in het mkb de mogelijkheid om eensubsidieaanvraag te doen voor een eenmalige financiële tegemoetkomingvoor de aanschaf van technologieën en advies voor de implementatieervan. Een subsidie wordt altijd verleend op basis van cofinanciering. Deregeling heeft twee tijdvakken. Mkb-ondernemers kunnen van 1 oktober2025 tot en met 28 november 2025 een aanvraag indienen of van 5 januari2026 tot en met 29 mei 2026.UitvoeringNaast de inzet van werkgevers is het ook essentieel voor het realiserenvan de doelstelling van de banenafspraak dat er voldoende aandacht isvoor de uitvoering bij gemeenten en UWV. Ook hierover zijn veel vragengesteld tijdens eerdergenoemde wetgevingsdebat. Een belangrijkaandachtspunt voor de uitvoering van de banenafspraak is dat gemeentenbeter zicht moeten krijgen op wie er tot de doelgroep banenafspraakbehoort. Gemeenten kunnen sinds vorig jaar deze gegevens al welopvragen bij UWV, maar het proces daarvoor kent nog wat haken enogen. Ik ben hierover met gemeenten en UWV in gesprek om dit beter teregelen.De Nederlandse Arbeidsinspectie constateerde vorig jaar12 dat hetaandeel niet-werkenden binnen de doelgroep banenafspraak relatief grootis onder de mensen met een indicatie banenafspraak die onder deverantwoordelijkheid van gemeenten vallen, de afgewezen Wajong-aanvragen en de Wajong-populatie. De Arbeidsinspectie gaf aan dat erverbeteringen mogelijk zijn in de dienstverlening. Het is van groot belangdat de uitvoering zich een beeld vormt van de mogelijkheden en kansenop werk van alle mensen die behoren tot de doelgroep en dat zij deondersteuning ontvangen waar zij behoefte aan hebben. Ik kan meldendat met de Voorjaarsnota 2025 middelen voor gemeenten beschikbaar zijngekomen voor jeugdbegeleiders en -coaches en voor het opzetten vanarbeidsontwikkelplekken voor het ontwikkelen van arbeidsvermogen voorjongeren die zijn afgewezen voor de Wajong. In 2027 wordt er hiervoor€ 4 miljoen beschikbaar gesteld, oplopend naar € 17 miljoen in 2030.Verder is circa 12 miljoen euro structureel vrijgemaakt voor de gemeente-lijke doelgroep voor het instrument Individuele Plaatsing en Steun (IPS).Met IPS worden mensen met een psychische aandoening aan betaaldwerk geholpen.Daarnaast spelen sociaal ontwikkelbedrijven vaak een belangrijke rol bijde ondersteuning van de doelgroep – al dan niet via detachering – naarwerk bij reguliere werkgevers. Zoals hierboven opgemerkt werk ik samenmet werkgevers aan een praktische agenda om meer mensen vanuit desociale infrastructuur duurzaam aan het werk te helpen bij regulierewerkgevers. Om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven teversterken ontvangen gemeenten vanaf 2025 jaarlijks een impulsbudget.Dit begint met € 35 miljoen in 2025 en loopt af naar 19,8 miljoen euro in11Kamerstukken II, 2023/24, 36 410 XV, nr. 1512Eindrapport «Op papier arbeidsvermogen, in de praktijk geen reële kans op werk», NLA 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 34010 2034. Ook is er een structurele basisfinanciering voor de bedrijfskostenvan sociaal ontwikkelbedrijven gekomen van 19,8 miljoen euro in 2025,oplopend naar 35,9 miljoen euro in de structurele situatie vanaf 2035.Verder is per 2025 een ondersteuningsprogramma beschikbaar gekomenom gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven te helpen hun lokaleinfrastructuur toekomstbestendig in te richten. Hierover is uw Kamer metde brief «Infrastructuur Sociaal Ontwikkelbedrijven13 en de Voortgangs-brief sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk14 uitgebreidgeïnformeerd.Simpel Switchen in de ParticipatieketenOp 8 mei jongstleden heb ik uw Kamer geïnformeerd over de voortgangvan het Programma Simpel Switchen in de Participatieketen. Met ditprogramma wil ik bereiken dat mensen makkelijker kunnen switchentussen uitkering en (deeltijd) werk en tussen vormen van participatie zoalsdagbesteding, beschut werk, de banenafspraak en regulier werk. Het moetveilig zijn om (ontwikkelings)stappen te zetten en terug te kunnenstromen, mocht dat nodig zijn. Simpel Switchen is in nauwe samen-werking met de uitvoering opgezet en wordt gezamenlijk uitgevoerd. Weondersteunen professionals en managers van gemeenten, UWV enzorginstellingen proactief en doelgericht, Hiertoe hebben we verschillendeproducten opgeleverd die zij kunnen inzetten om (proces)veranderingengericht op het versoepelen van de overgangen te implementeren.Aanvullend daarop kijk ik of aanpassing van landelijke wet- en regel-geving nodig en mogelijk is.WajongIn mijn brief van 6 mei jl.15 geef ik aan te onderzoeken hoe ik de communi-catie over de Wajong aan mensen met een Wajong-uitkering kanverbeteren. Hierbij wordt onderzocht op welke wijze en via welkeinformatiekanalen informatie tot hen komt en hoe de communicatie overde Wajong daarop kan aansluiten. UWV is bij dit onderzoek betrokken. Ikverwacht uw Kamer hierover dit jaar te kunnen informeren.Een vervolg op de pilot het Sociaal InnovatiefondsIn 2021 is in opdracht van SZW gestart met de pilot het Sociaal Innovatie-fonds (hierna: SIF). Het SIF ondersteunt werkgevers bij het doen vaninvesteringen om groepen mensen met een ondersteuningsbehoefteduurzaam aan te nemen, onder wie mensen uit de doelgroep banenaf-spraak en statushouders. Na een succesvolle pilot zet ik het fonds na 2025op bredere schaal voort.AanleidingOnderzoek16 in opdracht van het ministerie toont aan dat werkgeversbereid zijn om deze inclusieve werkplekken te realiseren. Tegelijkertijdervaren zij nog (te) veel drempels om dit op grotere schaal te doen.Belangrijke obstakels zijn het gebrek aan financiering, administratievelasten en de onbekendheid van regelingen en passende functies.13Kamerstukken II, 2023/24, 34 352, nr. 30714Kamerstukken II, 2023/24, 34 352, nr. 32615Kamerstukken II, 2024/25, 35 213, nr. 4316Social Finance NL en KplusV, «Haalbaarheidsonderzoek Sociaal Innovatiefonds», 2019; DeBeleidsonderzoekers en Andersson Elffers Felix (AEF), «Toegevoegde waarde en marktbe-hoefte Sociaal Innovatiefonds», 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 34011 De pilotHet SIF is een revolverend publiek-privaat fonds dat werkgevers onder-steunt in drie fases. Allereerst helpt het bij het vormgeven van debusinesscase. Hierbij gaat het vaak om investeringen in gebouwen,hulpmiddelen of begeleiding en herontwerp van werkprocessen.Vervolgens verbindt het fonds werkgevers met (regionale) voorzieningenen externe financiering. Tot slot kan het fonds zelf financieringenverstrekken.Inmiddels zijn met zeven werkgevers zogenoemde «werkgeverdeals»gesloten, waarmee honderden inclusieve duurzame banen wordengerealiseerd. De pilot laat zien dat het fonds niet alleen financiëledrempels wegneemt, maar ook de verbinding legt met de arbeidsmarkt-regio. Zo worden er afspraken gemaakt over de toeleiding vanwerknemers en kan worden ingezet op resultaatfinanciering. Dit helptwerkgevers hun businesscase structureel inclusiever te maken en slaateen brug tussen het SZW- en EZK-domein17. Bovendien levert het fondsbredere maatschappelijke meerwaarde op: volgens een impactanalysevan SEO levert elke euro lening via het SIF een maatschappelijke waardevan € 6,42 op18.Onderzoek naar de marktvraag en toegevoegde waarde van het fondsHet ministerie heeft onderzoek laten doen naar de toegevoegde waardeen marktbehoefte van het SIF, uitgevoerd De Beleidsonderzoekers enAEF.19 Hieruit blijkt dat het SIF een logische nationale partner is die hetcomplete aanbod biedt: van businesscase tot lening. Hiermee onder-scheidt het SIF zich van andere publieke en private instrumenten. Ookblijkt er voldoende marktvraag naar de ondersteuning die het SIF biedt.De onderzoekers gaven daarnaast aanbevelingen mee voor een vervolg,gericht op de doelstellingen, het wegnemen van bepaalde drempels en debetrokkenheid van het ministerie. Deze uitkomsten neem ik mee in deuitwerking van een vervolg.Een vervolgDe komende periode werk ik aan een structureel SIF. Hiervoor wordt naastde bestaande gelden (ruim € 2 mln.) nog eens € 4,8 mln. beschikbaargesteld voor het verstrekken van leningen. Het uitgangspunt van eenstructureel SIF blijft dat de samenwerking tussen markt en overheidessentieel is om maatschappelijke vraagstukken als deze op te lossen. Tothet SIF een definitieve vorm krijgt loopt het fonds in de huidige vormdoor.Na 2025 informeer ik uw Kamer over de definitieve keuzes omtrent deinrichting van een structureel Sociaal Innovatiefonds.Motie Lahlah c.s.20Naar aanleiding van de motie Lahlah c.s. die vraagt onderzoek te doennaar extra stimulansen om werkgevers te ondersteunen bij het aanbiedenvan vaste contracten aan werknemers uit de doelgroep banenafspraak17De Beleidsonderzoekers en Andersson Elffers Felix (AEF), «Toegevoegde waarde en marktbe-hoefte Sociaal Innovatiefonds», 2024.18SEO Economisch onderzoek, «Kosten-batenanalyse Sociaal Innovatiefonds», 2022.19De Beleidsonderzoekers en Andersson Elffers Felix (AEF), «Toegevoegde waarde en marktbe-hoefte Sociaal Innovatiefonds», 2024.20Kamerstukken II, 2024/25, 36 449, nr. 13Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 34012 heb ik verkend welke maatregelen hieraan kunnen bijdragen. Op basis vanbeschikbare literatuur heb ik gekeken naar stimulansen die kunnenbijdragen aan het aanbieden van contracten aan mensen met eenarbeidsbeperking die vallen onder de doelgroep banenafspraak.Daarnaast heb ik gekeken naar de factoren die bijdragen aan duurzameplaatsing.Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat financiële regelingenzoals de no-riskpolis, loonkostensubsidie en loonkostenvoordelenbelangrijk zijn, maar vooral dienen als randvoorwaarde. Cruciaal voorsuccesvolle en duurzame plaatsingen zijn vooral niet-financiële factoren,zoals een goede match tussen kandidaat en functie, begeleiding op dewerkvloer en ondersteuning van de werkgever. Ook voor succes op delangere termijn en de duurzaamheid van de plaatsing is de kwaliteit vande match een belangrijke factor. Deze bevindingen laten zien dat hetgeheel van financiële en niet-financiële factoren van belang zijn voorplaatsingen binnen de banenafspraak. Financiële regelingen, zoals deno-risk polis, helpen werkgevers om risico’s te beheersen. Factoren zoalseen goede match tussen kandidaat functie of passende begeleiding zijnuiteindelijk doorslaggevend voor een plaatsing.Hoewel er geen eenduidige maatregel uit de analyse naar voren komt,bieden de uitkomsten belangrijke bouwstenen voor de verdere ontwik-keling van beleid. Ik ben daarom voornemens om deze inzichten mee tenemen bij het ontwikkelen van de langetermijnvisie banenafspraak.Hiermee beschouw ik deze motie als afgedaan.In deze brief heeft u kunnen lezen dat we op heel veel manieren bezig zijnom verbeteringen door te voeren zodat mensen met een arbeidsbeperkingvaker aan het werk kunnen. Ik wil daarbij nogmaals benadrukken dat wemet elkaar moeten blijven kijken naar wat mensen wél kunnen. Samen-werking met alle partijen is daarbij essentieel en daar blijf ik mij dekomende tijd voor inzetten.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 352, nr. 34013

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 51140a92a32a1108

14 okt 2026 · bc846b96251b447c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.