KamerkringInloggen
Kamerstuk

VAO Arbeidsmarktbeleid

15 nov 2016 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b234c3c1c2257f87 · officiële bron

19VAO ArbeidsmarktbeleidAan de orde is het VAO Arbeidsmarktbeleid (AO d.d. 27/10).De voorzitter:Ik heet de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheidvan harte welkom. Ik mag als eerste het woord geven aanmevrouw Schouten namens de ChristenUnie. Ik herhaal devaste spelregels: twee minuten spreektijd, inclusief hetindienen van eventuele moties, die bij voorkeur kort enbondig zijn.Mevrouw Schouten (ChristenUnie):Voorzitter. We hebben al vele malen gedebatteerd in dithuis over de Wet werk en zekerheid, zeker ook in relatie tothet onderwijs. Er is nu een cao afgesproken. Daar zittenbepalingen in die ruimte zouden moeten bieden, maar wemerken dat er nog steeds knelpunten zijn en dat scholener niet uit komen met de huidige regels. Vandaar dat ik devolgende motie indien.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de ketenbepaling van de Wet werk enzekerheid van toepassing is op het bijzonder onderwijs;overwegende dat sommige scholen in het bijzonderonderwijs grote moeite hebben om invalmeesters en -juffenin te zetten;verzoekt de regering om een verkenner knelpunten te lateninventariseren en oplossingen te formuleren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Schouten, Van 'tWout, Vermeij, Pieter Heerma en Van Weyenberg.Zij krijgt nr. 751 (29544).Mevrouw Schouten (ChristenUnie):Ik heb geen datum in de motie opgenomen. Dat doe ik nietomdat wat mij betreft zorgvuldigheid nu voorop moet staan.Dat betekent echter niet dat we dit eindeloos kunnen latenduren. Ik vraag de minister dus ook om voor het einde vanhet jaar een verkenner aan te stellen en om al te bekijkenhoever we komen met de inventarisatie van knelpunten enzeker ook met oplossingen.Omdat er donderdag toch stemmingen zijn, vraag ik of dezemotie al meteen bij die stemmingsronde in stemming kanworden gebracht.De voorzitter:Dat overleg ik even. Zijn daartegen bezwaren van de kantvan de leden? Dat is niet geval. Dan is dat in principe bijdezen toegezegd, maar anderen moeten dat uitvoeren. Ikhoud dus een slag om de arm.Mevrouw Schouten (ChristenUnie):Ik dank u voor uw bereidwilligheid, voorzitter, en ook mijncollega's voor de hunne. Ik vraag dit vooral omdat het voordie kinderen van belang is dat er snel een oplossing komtvoor de invalmeesters en -juffen.De voorzitter:Er is natuurlijk altijd een belang als een van de leden zoietswil. Tegelijkertijd proberen we te voorkomen om op don-derdag een nieuwe stemmingslijst te hebben.Mevrouw Schouten (ChristenUnie):Dat begrijp ik, voorzitter. Ik dank u voor uw bereidwilligheidop dit punt.De voorzitter:We gaan het serieus proberen.De heer Ulenbelt (SP):Voorzitter. Ik heb één motie.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat door een "generatiepact" oudere mede-werkers minder kunnen gaan werken en daarvoor gedeel-telijk financiële compensatie krijgen, en de hierdoor ont-stane ruimte in de formatie wordt gebruikt om jongerenaan te nemen;overwegende dat in de gemeente Den Haag tientallen jon-geren zijn aangenomen doordat bijna een derde van deHaagse ambtenaren van 60 jaar en ouder plaats heeftgemaakt door terug te gaan in uren;verzoekt de regering, regelingen zoals het "generatiepact"in de gemeente Den Haag mogelijk te maken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ulenbelt. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 752 (29544).De heer Ulenbelt (SP):Door het verhogen van de AOW-leeftijd wordt er overalgeprobeerd om een prachtige combinatie te maken van22-19-115 november 2016TK 22VAO ArbeidsmarktbeleidTweede Kamer jong voor oud. De PvdA-wethouder in Den Haag heefthiervoor de handen op elkaar gekregen. Dat voorbeeld heeftnavolging in de rest van het land gekregen. Ik denk dat wijdit moeten steunen. De wet steekt er nu een stokje voor. Ikroep de regering er dus toe op om dit prachtige initiatiefvan de gemeente Den Haag mogelijk te maken.De voorzitter:U had zelfs nog tijd over, mijnheer Ulenbelt.De heer Krol (50PLUS):Voorzitter. Het aantal langdurig werklozen neemt af, eneindelijk ook onder ouderen. Dat is hoopgevend. Het aantallangdurig werklozen onder de 45 jaar bedraagt nu 78.000.Boven de 45 jaar is dat cijfer, ondanks de afname, nog altijd127.000. Wij hebben dus te maken met een hardnekkigprobleem, dat vanuit iedere mogelijke invalshoek moetworden aangepakt. Een daarvan is de gang van zaken bijfaillissementen, waarbij ondernemingen soms een doorstartkunnen maken. Gebruikelijk is dan dat de ondernemerdoorstart met een gemiddeld veel jonger werknemersbe-stand. Van de gelegenheid wordt gebruikgemaakt — ik kanhet helaas niet anders zeggen — om ouderen om bedrijfs-economische redenen te lozen. Het werknemersbestandwordt daarmee structureel verjongd. De minister heeftaangegeven dat het gaat om een complexe materie, dathet punt genoteerd is en dat hij erop terugkomt. Daaromtoch de volgende motie.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat meer dan de helft van de mensen dieouder dan 55 jaar zijn, twee jaar na een faillissement vande werkgever nog geen werk heeft;overwegende dat bij faillissementen van ondernemingenhet afspiegelingsbeginsel niet gehanteerd wordt en ouderewerknemers relatief weinig kans maken werk te behoudenbij een overnemende of doorstartende onderneming;verzoekt de regering, maatregelen te nemen zodat bijdoorstart van een onderneming na faillissement hetafspiegelingsbeginsel zo veel mogelijk gerespecteerd wordt,onder meer door curatoren in staat te stellen om belangenvan oudere werknemers goed mee te wegen bij onderhan-delingen met mogelijke overnamepartners,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Krol. Naar mij blijkt,wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 753 (29544).De heer De Graaf (PVV):Voorzitter, eerst een slokje water. Wij hebben het in hetalgemeen overleg onder meer gehad over de sectorplannen,die vele honderden miljoenen gekost hebben en waarvande opbrengsten nog steeds heel onduidelijk zijn. De ministerwil de evaluatie van deze sectorplannen over de verkiezin-gen heen tillen, althans de uitkomsten daarvan. Dan heb jeals kabinet een hoop in de war geschopt en dan stel je deevaluatie van een belangrijk punt, waarmee heel veel geldis weggegooid, lekker uit. Dan word je daar in de verkiezin-gen niet op afgerekend.Nederland wil een minister met ballen, gewoon iemand diezegt: voor de verkiezingen kun je me afrekenen op mijnresultaten. Daarom heb ik een korte motie, zoals de voorzit-ter gevraagd heeft.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,verzoekt de regering, de evaluatie van de sectorplannen uitte voeren voor het einde van dit jaar en de resultatenuiterlijk begin februari 2017 aan de Kamer te sturen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid De Graaf. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 754 (29544).Er zijn geen sprekers meer van de zijde van de Kamer. Ikschors de vergadering voor enkele ogenblikken, opdat deminister zijn stukken kan ordenen en zijn gedachten kanbepalen.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.Minister Asscher:Voorzitter. Ik begin met de motie op stuk nr. 751, vanmevrouw Schouten van de ChristenUnie. Hoewel ik denkdat de cao die partijen hebben afgesloten voldoende ruimtebiedt voor een goed vervangingsbeleid, zie ik ook dat nietalle scholen zover zijn dat ze het invalbeleid helemaal naarwens hebben ingericht en op orde hebben. Ik ben daar nietdoof voor. Wij hebben daarover ook in het debat gesproken.Aan de andere kant weten we ook allemaal dat wijzigingenvan bestaand beleid soms met horten en stoten gepaardgaan. Daarom ben ik bereid om iemand te vragen om metde sector het gesprek aan te gaan over de manier waarophet vervangingsbeleid uit de cao kan worden toegepast, ente wijzen op de mogelijkheden tot maatwerk die de wet ookbiedt. Dat betekent niet dat ik van plan ben om de wet tewijzigen — dat is ook niet wat gevraagd wordt — maar datook ik graag zou zien dat deze scholen weer verder kunnenen in staat zijn om met een afdoende vervangingsbeleid tekomen.22-19-215 november 2016TK 22VAO ArbeidsmarktbeleidTweede Kamer Ik snap dat mevrouw Schouten geen datum geeft, maarwel zegt: het moet snel. Daar ben ik het ook mee eens. Ikhoop de Kamer daar begin volgend jaar over te kunnenrapporteren. Dat laat overigens onverlet dat partijen uiter-aard gebonden zijn aan de door henzelf gesloten cao. Dieis, wat wij daar verder ook van mogen vinden, bindendvoor de partijen, want daar hebben zij zich aan gecommit-teerd. Overigens zou ik het goed vinden als ook knelpuntendie buiten het bestek van de Wet werk en zekerheid vallen,bijvoorbeeld het lerarentekort in sommige gebieden, mogenworden gemeld, zodat we een reëel beeld krijgen van watde oorzaken zouden kunnen zijn.Ten slotte staat een algemeen overleg over dit onderwerpgepland. Het is natuurlijk aan de Kamer, maar misschien ishet verstandig om dat algemeen overleg niet op 1 decemberte voeren, maar nadat we die brief hebben gemaakt, zodatwe ook weten waar we het over hebben. Ik laat dat vanzelf-sprekend aan de Kamer, maar het zou volgens mij zinnigzijn.Voorzitter, ik vergeet helemaal om een oordeel te geven.Ik laat de motie dus oordeel Kamer.De voorzitter:Ja, dat wilde ik u net gaan vragen, want wij willen altijdeerst het oordeel hebben, voordat het onderhandelenbegint.Mevrouw Schouten (ChristenUnie):Met het oordeel ben ik heel blij, dat zult u begrijpen. Hetgaat mij nog even om het tijdstip en om het voorstel datbinnen de commissie van OCW gedaan moet worden. Daargaan wij hier niet over. Ik begrijp wat de minister zegt, maardat hangt dan ook wel samen met het tijdstip. "Begin vol-gend jaar" is een vrij ruim begrip. Zou de minister kunnentoezeggen dat hij er in elk geval naar streeft om voor heteinde van dit jaar, 2016, in ieder geval al eerste bevindingenneer te leggen van de verkenner? En wanneer denkt hijongeveer te kunnen melden wanneer een dergelijke verken-ner aangesteld kan worden?De voorzitter:De commissie van OCW is de Onderwijscommissie.Minister Asscher:Dat streven deel ik. Hoe sneller hoe beter, alleen moetenwe iemand vinden die het goed kan en die dat ook zorgvul-dig kan doen. Ik zal daar geen gras over laten groeien. Opbasis van goede samenwerking op al dit soort onderwerpenweten wij dat als de Kamer iets met spoed wil en ik hettoezeg, dat het dan ook echt snel komt. Ik begrijp heel goedwaarom mevrouw Schouten dat vraagt.De voorzitter:Aan welke datum moeten we dan denken?Minister Asscher:Ik neem het streven graag over om eind van dit jaar al ietste kunnen melden, maar ik leg mezelf daar niet op vast. Ikheb net gezegd dat ik begin volgend jaar met bevindingenkom. Ik hoor hier het verzoek dat als er tussentijds iets temelden is, dat dan ook te doen. Dat zal ik zeker niet nalaten.Het is een streven dat wij samen voelen.De voorzitter:Leidt dit antwoord van de minister wellicht tot iets over diemotie? Aanhouden of zoiets?Mevrouw Schouten (ChristenUnie):Nee, zeker niet. Het is namelijk wel belangrijk dat er eenKameruitspraak komt. We hebben elkaar echter goed ver-staan. Ik verwacht voor het einde van het jaar een tussen-stand als er nog geen eindstand te melden is. Dat lijkt mezeker een goede zaak.De heer Van 't Wout (VVD):Ik heb nog een opmerking in aanvulling hierop. We nemennu deze motie aan. Die is gekoppeld aan een verkenner,dus daar gaat wat meer tijd overheen. In het algemeenoverleg dat we hadden, heeft de minister al toegezegd ommet een brief te komen voor het algemeen overleg van decommissie Onderwijs. Wij gaan inderdaad niet over deplanning daarvan. Als we die tweetrapsraket ervan maken,houden we volgens mij de vaart erin.Minister Asscher:In die brief zal ik verslag uitbrengen van mijn bevindingenen de gesprekken zoals ze zijn geweest met de koepel diehier aan de orde is, de koepel Verus. Daarin zal ik ookbeschrijven hoe ik daar verder mee ga. Het lijkt mij slim omnu we deze route kiezen — ik kan me daarin vinden — uit-eindelijk het debat te voeren over bevindingen, want anderskrijg je een viertrapsraket. Maar goed, het is aan de Kamer.Ik wacht dat verder af. Ik weet wat mij te doen staat.Dat brengt mij op de motie op stuk nr. 752 van de heerUlenbelt. Ik begrijp heel goed dat de heer Ulenbelt sympa-thie heeft voor dit Haagse initiatief. Ik denk dat wat hijvraagt, namelijk om regelingen zoals het generatiepact inde gemeente Den Haag mogelijk te maken, een beetje breedis. Ik zou hem willen vragen om de motie aan te houden,zodat ik mij met collega Wiebes kan verstaan over de vraagof er überhaupt een probleem is met die regeling in DenHaag. Ik vermoed namelijk dat we het hier hebben over hetfiscale terrein en niet zozeer over mijn terrein. Als hij demotie niet wil aanhouden, moet ik haar ontraden. Ik kannamelijk nu de implicaties van dit eenvoudige zinnetje nietoverzien.De heer Ulenbelt (SP):Kan de minister ons dan vertellen wanneer dat beraad metcollega Wiebes heeft plaatsgevonden en wij daar iets vanhoren?Minister Asscher:Ik probeer gewoon over een week wat terug te zenden aande Kamer. Ik heb iets vernomen over dat Haagse initiatief.Ik vermoed dat er een probleem is, want anders had deheer Ulenbelt het niet zo gezegd. Het lijkt me niet verstandigom hier nu even te zeggen dat we het oplossen, juist omdat22-19-315 november 2016TK 22VAO ArbeidsmarktbeleidTweede Kamer het gaat over een gezamenlijk beleidsterrein. Als de heerUlenbelt zijn motie even aanhoudt, probeer ik volgendeweek iets aan te geven over wat er nu wel en niet kan ronddie Haagse initiatieven.De heer Ulenbelt (SP):Dan houd ik de motie aan, voorzitter.De voorzitter:En dat aangeven doet de minister per brief?Minister Asscher:Ja, voorzitter.De voorzitter:Ja, de puntjes op de i.Minister Asscher:Het kan zijn dat die brief van collega Wiebes komt. Ik moeteven kijken wat hier aan de hand is. De Kamer hoort vanons.De motie van de heer Krol op stuk nr. 753 gaat over maat-regelen rond faillissementen. We hebben een afspraak overde wijze waarop we daarmee omgaan. Dan vind ik het nietzo zinnig om daar tussentijds moties over in te dienen. DeKamer weet heel goed dat de minister van V en J bezig isom hiernaar te kijken en daarbij de positie van de werkne-mer bij een faillissement betrekt. We zijn het er ook overeens dat er wat aan de hand is. De collega van V en J moetechter wel gewoon zijn werk kunnen doen. Hij heeft alaangekondigd dat hij hierop terugkomt bij de Kamer. Dezemotie zou kunnen worden aangehouden totdat de collegavan V en J hiermee komt. Anders moet ik haar ontraden.De voorzitter:Voordat ik de heer Krol het woord geef, moet ik nog evenformeel zeggen dat de motie op stuk nr. 752 is aangehou-den.Op verzoek van de heer Ulenbelt stel ik voor, zijn motie(29544, nr. 752) aan te houden.Daartoe wordt besloten.De heer Krol (50PLUS):De vragen die we stellen, worden een beetje saai. Ook hierwillen we natuurlijk graag weten hoe lang we moetenwachten.Minister Asscher:Dat moet u echt aan de collega van Veiligheid en Justitievragen, mijnheer Krol. Hij beheert dit onderwerp, namelijkde Faillissementswet BW. Hij is daarmee bezig. We wetenook allemaal dat het een buitengewoon complexe materieis. Als je aan één draadje trekt in het faillissementsrecht,kan dat verstrekkende gevolgen hebben. We hebben aleerder afgesproken dat juist de positie van de werknemerbij faillissementen, bij doorstart en bij die pre-packconstruc-ties, daarbij moet worden betrokken. Ik kan me van allesvoorstellen bij meer rekening houden met de positie vande werknemer bij een faillissement. Het kan echter ook inhet belang zijn van werknemers dat een opvolgende eige-naar niet per definitie iedereen in dienst hoeft te nemen,want soms zou een doorstart daardoor niet kunnen lukken.Ik kan nu niet aangeven wanneer de collega van V en Jhiermee komt, maar wel dat deze motie zou moeten wordenaangehouden tot dat moment.De voorzitter:En uw oordeel is?Minister Asscher:Aanhouden en anders ontraden.De voorzitter:Nee, "aanhouden" is geen oordeel. U moet een oordeelgeven.Minister Asscher:Het advies was "aanhouden" en als dat niet kan "ontraden".De voorzitter:Juist, zo hebben we 'm zuiver.De heer Krol (50PLUS):Gezien het belang van ouderen die echt worden achterge-steld op de arbeidsmarkt, handhaaf ik dan mijn motie.Minister Asscher:Ik kom op de motie van de heer De Graaf, maar die is zoek.Misschien hebt u nog een exemplaar?De voorzitter:Het is niet gebruikelijk, mijnheer Ulenbelt, maar u mag demotie bij wijze van uitzondering aan de minister geven.Minister Asscher:Ik moet deze motie ontraden, omdat het niet mogelijk isom een deugdelijke evaluatie te krijgen op dat tijdstip.Immers, een aantal van de sectorplannen die geëvalueerdmoeten worden, loopt dan nog. Wil je een deugdelijke,wetenschappelijk onderbouwde evaluatie zodat je daarvankunt leren voor de toekomst, dan kan de planning zoalsvoorgesteld door de heer De Graaf niet. Ontraden dus.De voorzitter:Ik zat nog even te kijken of de heer De Graaf opsprong, maarhij incasseert het oordeel.De beraadslaging wordt gesloten.22-19-415 november 2016TK 22VAO ArbeidsmarktbeleidTweede Kamer De voorzitter:Ik heb goede nota genomen van het verzoek om op donder-dag hierover te stemmen.De vergadering wordt van 16.21 uur tot 16.30 uur geschorst.22-19-515 november 2016TK 22VAO ArbeidsmarktbeleidTweede Kamer

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.