Toezeggingen n.a.v. commissiedebat Maritiem 29 januari 2026
Brontekst
Versie 44e3bbe9c2c16f97 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 409Zee- en binnenvaartNr. 498 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 april 2026Met deze brief wordt uitvoering gegeven aan verschillende toezeggingendie zijn gedaan aan de Kamer tijdens het commissiedebat Maritiem van29 januari 2026. Het gaat om de volgende toezeggingen1:•aan het lid Heutink om een analyse/benchmark uit te voeren tenaanzien van de regeldruk in de maritieme sector en hierover uiterlijk inhet derde kwartaal van 2026 aan de Kamer te rapporteren;•aan het lid Vellinga-Beemsterboer om op korte termijn in overleg tetreden met de Staatssecretaris van IenW en de binnenvaartsector oververduurzaming en de Kamer hierover in het eerste kwartaal van 2026schriftelijk te informeren;•aan het lid Schutz om het gesprek aan te gaan met de Staatssecretarisvan LVVN inzake de het nachtelijk snelvaren van en naar Ameland inrelatie tot de natuurregelgeving en hierover uiterlijk in het eerstekwartaal van 2026 aan de Kamer te rapporteren;•aan het lid Boelsma-Hoekstra om uiterlijk in het eerste kwartaal van2026 schriftelijk terug te komen op de vraag hoe de Nederlandsemaritieme autoriteit (NLMA) bijdraagt aan het vestigingsklimaat;•aan het lid Vellinga-Beemsterboer om uiterlijk in het eerste kwartaalvan 2026 schriftelijk terug te komen op de vraag inzake een nationaalverbod op het lozen van verontreinigd waswater van scrubbers en demogelijkheden m.b.t. een internationaal verbod via de InternationaleMaritieme Organisatie (IMO).Regeldruk maritieme sectorOp 5 september 2025 is de Tweede Kamer door de toenmalig Minister vanEconomische Zaken geïnformeerd over een kabinetsbrede aanpak voorregeldrukvermindering voor ondernemers.2 Het kabinet begint met hetschrappen of verminderen van de regeldruk van 500 regels, hiervan1TZ202601-106; TZ202601-108; TZ202601-110; TZ202601-112; TZ202601-113;2Kamerstukken II, 2025/26, 29 515, nr. 706 kst-31409-498ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 4981 hebben er 75 betrekking op het Ministerie van IenW. Dit sluit aan bij dewijze waarop de afgelopen jaren al is gewerkt aan de modernisering envereenvoudiging van maritieme wet- en regelgeving (zoals de Wetbemanning zeeschepen en de Schepenwet), die onder andere tot doelheeft regeldruk en administratieve lasten voor het maritieme bedrijfslevente verminderen.Op 15 december 2025 is de Tweede Kamer door de toenmalige Ministervan Economische Zaken geïnformeerd over een tussenstand van hetaantal regels dat op dit moment in kaart is gebracht om te schrappen of inadministratieve druk te verminderen en waaraan op dit moment wordtgewerkt per departement.3 De komende maanden wordt hieraan verdergewerkt, waarbij de voortgang wordt weergegeven via de regeldrukmo-nitor (www.regeldrukmonitor.nl). In het kader van regeldrukverminderingvoor ondernemers wordt ook een MKB-indicatoronderzoek voor demaritieme sector uitgevoerd. Bij het MKB-indicatoronderzoek wordthelder gemaakt of ondernemers tegen problemen aan lopen en hoeveelhet kost om aan die verplichtingen te voldoen. Hiermee ontstaat eencompleet beeld van de regeldruk die mkb-ondernemers binnen een sectorkunnen ervaren. De Tweede Kamer wordt medio 2026 geïnformeerd doorde Minister van Economische Zaken en Klimaat over de voortgang.Over de gevolgen van het EU-investeringsplan duurzaam vervoer(Sustainable Transport Investment Plan, STIP), genoteerd onder dezelfdetoezegging, wordt de Kamer in het derde kwartaal van 2026 apartgeïnformeerd.Verduurzaming binnenvaartKoninklijke Binnenvaart Nederland (KBN) heeft aandacht gevraagd voorde gevolgen van de stijging van de HVO-prijzen op koplopers in deenergietransitie in de binnenvaart. Sinds 1 januari is kruissubsidiëringafgeschaft, waardoor weggebruikers niet langer betalen voor de inzet vanhernieuwbare energie in de binnenvaartsector, maar de binnenvaartsectorzelf. Met de invoering van de Brandstoftransitieverplichting zal de sectorvanaf 2026 stapsgewijs meer CO2 reduceren richting 2030. IenW gaat ingesprek met KBN om te kijken naar het handelingsperspectief van dezekoplopers.Ook zal er vanaf dit jaar aanvullende financiële steun zijn voor binnen-vaartondernemers om hun schip te verduurzamen. De Tweede Kamer isdaar met verschillende brieven over het Klimaatfonds over geïnformeerd.Naar verwachting zal de tijdelijke subsidieregeling Vroege OpschalingEnergietransitie Binnenvaartschepen (2026–2030) in het najaar van 2026worden opengesteld. Hiervoor is reeds circa € 200 miljoen gereserveerdvanuit het Klimaatfonds. Daarnaast is er vanuit de structurele stiksto-faanpak (Kabinet Rutte III) nog circa € 30 miljoen aan stikstofmiddelenbeschikbaar, bedoeld voor verduurzaming van binnenvaartschepen in dejaren 2026–2030. Aangezien de binnenvaartsector zowel emissies vanbroeikasgas als van stikstof moet reduceren worden deze middelengezamenlijk ingezet in deze integrale verduurzamingsregeling. Met destikstofmiddelen wordt, mede op verzoek van de sector, binnen dezeregeling een eerste stap gezet om ook hybride aandrijflijnen voor kleineschepen te stimuleren.3Kamerstukken II 2025/26, 32 637, nr. 741Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 4982 Snelvaren van en naar Ameland in relatie tot de natuurregelgevingOp 6 februari heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de Minister vanInfrastructuur en Waterstaat en de Staatssecretaris van Landbouw,Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) over de watertaxi’s in devaargeulen op de Waddenzee. Daarbij is gesproken over wat er vanuit denatuurkwaliteit nodig is om de door MARIN geadviseerde snelheidsver-hoging naar 40 km/u te realiseren.Tussen beide ministeries is afgesproken dat IenW een ecologischebeoordeling laat opstellen waaruit moet blijken of de snelheid van40 km/u significant negatieve effecten heeft op de N2000 instandhou-dingsdoelstellingen van de Waddenzee. Deze beoordeling wordt in dezomer verwacht. De watertaxiondernemers zijn bekend met dit tijdpad.Voor het mogelijk maken van de snelheidsverhoging moet de IenWregelgeving worden aangepast. Dit betreft de Regeling snelle motorbotenRijkswateren 1995.Door deze werkwijze worden veel administratieve en financiële lastenweggehaald bij de betreffende ondernemers. Zij hoeven een kostbarepassende beoordeling, die als een obstakel wordt ervaren, niet zelf telaten uitvoeren en te betalen.Het Ministerie van LVVN is actief betrokken en heeft aangegevenmedewerking te verlenen vanuit zijn expertise. Indien uit de ecologischebeoordeling onverhoopt blijkt dat de voorgenomen snelheidsverhogingsignificant negatieve effecten heeft voor de natuur en generieke mitige-rende maatregelen niet voldoende zijn, dan kunnen er locatie specifiekevoorwaarden worden gesteld aan het nachtelijk snelvaren. Zo kunnenbepaalde kwetsbare trajecten worden uitgezonderd van het nachtelijksnelvaren of kan de snelheid worden verlaagd. Op deze manier kan in eenworstcasescenario alsnog enig nachtelijk snelvaren plaatsvinden.Bijdrage Nederlandse Maritieme Autoriteit aan het vestigingsklimaatHet vestigingsklimaat voor de maritieme sector in Nederland staat onderdruk als gevolg van internationale concurrentie, een krappe arbeidsmarkten grote transitieopgaven op het gebied van bijvoorbeeld verduurzamingen autonoom varen. Om het vestigingsklimaat te versterken, gevenoverheid en maritieme sector gezamenlijk opvolging aan de SectoragendaMaritieme Maakindustrie (SAMMI). De kern van deze aanpak is datgeïnvesteerd moet worden in de kwaliteit van de totale maritieme keten.Onderdeel daarvan is dat Nederland beschikt over een aantrekkelijkvlagregister, en daarmee over een substantieel aantal schepen dat onderNederlandse vlag wil varen.Om reders te bewegen onder Nederlandse vlag te komen (of te blijven)varen is per 2024 jaarlijks € 1,3 mln. extra vrijgemaakt voor de oprichtingvan de Nederlandse Maritieme Autoriteit (NLMA). De NLMA functioneertals een eenduidig aanspreekpunt voor reders, en voorziet blijkens deeerstejaarsevaluatie in een duidelijke behoefte. De NLMA versterkt deaantrekkelijkheid van de Nederlandse vlag en draagt daarmee bij aan dekwaliteit van het maritiem vestigingsklimaat, door onder andere hetmoderniseren van wet- en regelgeving om ruimte te maken voorinnovatie en administratieve lasten te verminderen. Ook is inmiddels eeninnovatieloket ingericht, waarbij complexe aanvragen en innovatieveprojecten vanuit de sector (zoals nucleaire schepen) beter gefaciliteerdkunnen worden. Daarnaast zorgt de NLMA ervoor dat de dienstverleningop een internationaal concurrerend niveau wordt gehouden, doorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 4983 bijvoorbeeld het verkorten van doorlooptijden bij de afgifte van certifi-caten en door verdere digitalisering.De Nederlandse vlag staat internationaal bekend als een kwaliteitsvlag. Erzijn andere vlaggen in de wereld die een gunstiger kostenstructuurhebben, maar Nederland kan zich onderscheiden op onder andere dehoge kwaliteitsstandaarden, innovatieve scheepsbouwontwerpen(bijvoorbeeld offshore werkschepen), een goede naleving van interna-tionale verplichtingen en een actieve vlaggenstaat die ook in moeilijkeomstandigheden (bijv. tijdens de COVID-pandemie) steun verleent.Nationaal verbod op het lozen van verontreinigd waswater van scrubbersen de mogelijkheden met betrekking tot een internationaal verbod via deInternationale Maritieme Organisatie (IMO).Nederland zet zich, samen met andere EU-landen, in voor bindendemaatregelen via IMO voor het lozen door schepen met zwavelscrubbers(hierna: scrubbers) aangezien maatregelen van IMO het meest effectiefzijn voor de internationale zeevaart. Daartoe heeft Nederland recent,samen met EU-landen, een voorstel ingediend bij de IMO voor aanvul-lende lozingsrestricties voor scrubberwaswaterlozingen in kwetsbarezeegebieden, de zogenoemde Particularly Sensitive Sea Areas4. Voor eenbesluit hierover is consensus nodig en hier is beperkt draagvlak voorgebleken. Verscheidene non-EU landen verzetten zich in het algemeentegen lozingsrestricties voor scrubbers en daarmee ook tegen hetEU-voorstel. Zij zijn onder andere van mening dat de negatieve milieuimpact van scrubberwaswaterlozingen nog niet voldoende is aangetoondom lozingsrestricties te rechtvaardigen. Hoewel er verschillen van inzichtbestaan over de mate waarin de lozingen van waswater bijdragen aan detotale vervuiling van het mariene milieu, staat het volgens Nederland vastdat dit type lozingen niet bijdraagt aan het behalen van een goedemilieutoestand van onze nationale wateren, zoals ook gecommuniceerd ineerdere Kamerbrieven over dit onderwerp5.Gezien het beperkte draagvlak in IMO voor lozingsrestricties, heeftNederland besloten een verbod op scrubberwaswaterlozingen voor tebereiden in de Nederlandse binnenwateren en havens6. Tevens heeftNederland zich in regionaal (OSPAR7) verband ingezet om te komen toteen geharmoniseerde aanpak in het noordoostelijk deel van de Atlan-tische Oceaan. Op 27 juni jl. heeft dit geleid tot het besluit dat alle landenin het OSPAR-gebied8 een lozingsverbod zullen gaan implementeren inhavens en binnenwateren. Tevens wordt in OSPAR-verband onderzoekgedaan om te beoordelen of het OSPAR-verbod voor binnenwateren enhavens zal worden uitgebreid naar de 12 nautische mijlszone. Hieroverwordt in 2027 een definitief besluit genomen. Een internationaal geharmo-niseerde aanpak is van belang voor een internationaal opererende sectorals de zeevaart.4Particularly Sensitive Sea Areas, https://www.imo.org/en/ourwork/environment/pages/pssas.aspx5Kamerstukken II, 2023/24, 31 409, nr. 454; Kamerstukken II, 2024/25, 31 409, nr. 4796Kamerstukken II, 2024/2025, 31 409, nr. 4797het Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van deAtlantische Oceaan8De OSPAR Commissie bestaat uit vertegenwoordigers van alle 16 verdragspartijen (België,Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, IJsland, Ierland, Luxemburg, Nederland,Noorwegen, Portugal, Spanje, Zweden, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en de EU).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 4984 Momenteel wordt uitgezocht hoe het nationale verbod het beste kanworden ingebed in de Nederlandse wetgeving. De verdere details van eenverbod zullen in de loop van dit jaar worden ingevuld, in bespreking metde sector. Dan zal er voor de sector ook meer duidelijkheid komen.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G. KarremansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 409, nr. 4985
Gerelateerde bronnen
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe uiterlijk in het eerste kwartaal van schriftelijk terug te komen op de vraag van het lid Boelsma-Hoekstra
De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe uiterlijk in het eerste kwartaal van schriftelijk terug te komen op de vraag van het lid Boelsma-Hoekstra hoe de Nederlandse maritieme autoriteit (NMA) bijdraagt aan het vestigingsklimaat.
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe aan het lid Vellinga-Beemsterboer op korte termijn in overleg te treden met de staatssecretaris van I&W en
De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe aan het lid Vellinga-Beemsterboer op korte termijn in overleg te treden met de staatssecretaris van I&W en de binnenvaartsector over verduurzaming en de Kamer hierover in het eerste kwartaal van 2026 schriftelijk te informeren.
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe aan het lid Heutink een analyse/benchmark uit te voeren ten aanzien van de regeldruk in de maritieme secto
De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt toe aan het lid Heutink een analyse/benchmark uit te voeren ten aanzien van de regeldruk in de maritieme sector en hierover uiterlijk in het derde kwartaal van 2026 aan de Kamer te rapporteren. Daarin neemt de minister ook de vragen het lid Schutz me
- De minister zegt toe aan het lid Schutz het gesprek aan te gaan met de staatssecretaris van LVVN inzake de het nachtelijk snelvaren van en naar Ameland in relat
De minister zegt toe aan het lid Schutz het gesprek aan te gaan met de staatssecretaris van LVVN inzake de het nachtelijk snelvaren van en naar Ameland in relatie tot de natuurregelgeving en hierover uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026 aan de Kamer te rapporteren.
- De minister van Infrastructuur en Waterstaat komt uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026 schriftelijk terug op de vraag van het lid Vellinga-Beemsterboer inz
De minister van Infrastructuur en Waterstaat komt uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026 schriftelijk terug op de vraag van het lid Vellinga-Beemsterboer inzake een nationaal verbod op het lozen van verontreinigd waswater van scrubbers en de mogelijkheden m.b.t. een internationaal verbod via de I
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.