Monitoronderzoek Wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs - Peiling 3
Brontekst
Versie d27e3bb63bd23edf · officiële bronMonitoronderzoek Wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs Peiling 3, voorjaar 2025 Leonie Middelbeek, Janne de Roode, Marijn Vleeskens, Louise Kos & Pauline van Eck Inhoudsopgave 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding onderzoek .................................................................................................................. 5 1.2 Onderzoeksvragen ....................................................................................................................... 6 1.3 Onderzoeksopzet ......................................................................................................................... 6 Respons ....................................................................................................................................... 7 Representativiteit ........................................................................................................................ 8 1.4 Leeswijzer .................................................................................................................................... 8 2 Bevindingen ................................................................................................................................... 9 2.1 De plaatsingslijst ........................................................................................................................ 10 2.1.1 ..Vestigingen met een plaatsingslijst ................................................................................ 10 2.1.2 ..Aantal leerlingen op een plaatsingslijst .......................................................................... 13 2.1.3 ..Toelaatbaarheidsverklaringen van leerlingen op de plaatsingslijst ............................... 15 2.1.4 ..Voornaamste ondersteuningsbehoeften ....................................................................... 15 2.1.5 ..Huidige (onderwijs)plek van leerlingen op een plaatsingslijst ....................................... 17 2.1.6 ..Redenen voor het bestaan van de plaatsingslijst ........................................................... 18 2.1.7 ..Verwachte termijn voor plaatsing .................................................................................. 19 2.2 De onderzoekslijst ..................................................................................................................... 21 2.2.1 ..Aantal vestigingen met een onderzoekslijst .................................................................. 21 2.2.2 ..Aantal leerlingen op een onderzoekslijst ....................................................................... 24 2.3 De interesselijst ......................................................................................................................... 26 2.3.1 ..Aantal vestigingen met een interesselijst ...................................................................... 26 2.3.2 ..Aantal leerlingen op een interesselijst ........................................................................... 29 2.4 Vergelijking peilingen ................................................................................................................ 31 2.4.1 ..Percentage vestigingen met een plaatsingslijst ............................................................. 31 2.4.2 ..Aantal leerlingen op de plaatsingslijst ............................................................................ 33 2.4.3 ..Verblijfplek van leerlingen op de plaatsingslijst ............................................................. 33 2.4.4 ..Verwachte termijn van plaatsing ................................................................................... 34 2.4.5 ..De onderzoekslijst .......................................................................................................... 34 2.4.6 ..Aantal leerlingen op de onderzoekslijst ......................................................................... 36 2.4.7 ..De interesselijst .............................................................................................................. 37 2.4.8 ..Aantal leerlingen op de interesselijst ............................................................................. 39 3 Voorlopige conclusies .................................................................................................................. 40 Actueel beeld van de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs................................................. 40 Plaatsingslijst ............................................................................................................................. 41 De onderzoekslijst ..................................................................................................................... 42 De interesselijst ......................................................................................................................... 42 Overeenkomsten en verschillen peiling 1 en peiling 2 ...................................................................... 42 Tot slot ............................................................................................................................................... 43 4 Oberon Bijlage 1 Onderzoeksverantwoording ..................................................................................... 44 Onderzoeksopzet op hoofdlijnen ....................................................................................................... 44 Respons .............................................................................................................................................. 45 Representativiteit .............................................................................................................................. 47 Bijlage 2 Overige tabellen en figuren....................................................................................... 50 1 Inleiding Voor u ligt de derde rapportage van het monitoronderzoek naar de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs dat plaatsvindt in de periode 2024 tot en met 2027. In dit hoofdstuk schetsen we in het kort de aanleiding voor het onderzoek, de onderzoeksvragen die in het monitoronderzoek centraal staan, de onderzoeksopzet en beschrijven we de opbouw van dit rapport. 1.1 Aanleiding onderzoek In het najaar van 2020 is in de Tweede Kamer een motie1 ingediend over de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs (go). Hierin werd aangekaart dat er signalen waren dat er leerlingen op wachtlijsten stonden voor het speciaal basisonderwijs (sbo) en (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) en dat deze wachtlijsten niet werden gemonitord. Hierdoor was er geen sprake van een betrouwbaar beeld van de wachtlijsten. In de motie werd de regering verzocht om de wachtlijsten te monitoren en om, in overleg met de schoolbesturen en samenwerkingsverbanden passend onderwijs, te zoeken naar oplossingen voor leerlingen die op de wachtlijst staan. In het voor- en najaar van 2023 zijn door Oberon twee flitspeilingen uitgevoerd om een eerste beeld te vormen van de wachtlijsten in het go. In de periode 2024 tot en met 2027 wil het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap deze wachtlijsten blijven volgen. Door beter zicht te krijgen op de wachtlijsten wil het ministerie oplossingsrichtingen verkennen om de wachtlijsten aan te pakken. Oberon en Kohnstamm Instituut voeren het monitoronderzoek naar de wachtlijsten in het go in de periode van 2024 tot en met 2027 uit. Daarbij gaat aandacht uit naar drie typen wachtlijsten waarover het ministerie meer wil weten. Dit zijn de plaatsingslijst, de onderzoekslijst en de interesselijst. (Zie onderstaand kader voor de definities.) De focus in het onderzoek ligt op de plaatsingslijst, aangezien daar de leerlingen op staan voor wie is bepaald dat gespecialiseerd onderwijs de meest passende onderwijsplek is, maar die hier desondanks (nog) geen onderwijs kunnen volgen. Plaatsingslijst: op deze lijst staan leerlingen die volgens een Commissie van Onderzoek (voor cluster 1 en 2) of een samenwerkingsverband passend onderwijs (voor cluster 3 en 4) recht hebben op toegang tot (een andere vorm van) het gespecialiseerd onderwijs, maar voor wie nog geen plek is op de school van aanmelding in het gespecialiseerd onderwijs. Onderzoekslijst: op deze lijst staan leerlingen voor wie nog niet is bepaald op zij recht hebben op toegang tot het gespecialiseerd onderwijs, maar die al wel schriftelijk zijn aangemeld bij een vestiging in het gespecialiseerd onderwijs én bij wie de onderzoeks-/toelaatbaarheidsprocedure al wel in gang is gezet. Interesselijst: op deze lijst staan leerlingen die (nog) niet schriftelijk zijn aangemeld bij een vestiging in het gespecialiseerd onderwijs en bij wie nog geen onderzoeks-/toelaatbaarheidsprocedure voor toegang tot het gespecialiseerd onderwijs in gang is gezet, maar van wie hun ouders/verzorgers al wel interesse hebben getoond in een onderwijsplek voor hun kind op desbetreffende vestiging. 1 Kamerstuk 31497, nr. 377 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl) 6 Oberon 1.2 Onderzoeksvragen In het monitoronderzoek naar de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs staan de volgende onderzoeksvragen centraal: A. Wat is het actuele beeld van de (verschillende typen) wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs? 1. Op hoeveel onderwijsvestigingen bestaan er wachtlijsten waarop leerlingen staan? 2. Hoeveel leerlingen staan er gemiddeld genomen op de wachtlijsten van onderwijsvestigingen? 3. Hoelang duurt het voordat leerlingen die op een plaatsingslijst staan, kunnen worden geplaatst op een onderwijsvestiging in het go? 4. Welke ondersteuningsbehoeften hebben de leerlingen die op een plaatsingslijst staan van onderwijsvestigingen in het go? 5. Waar bevinden leerlingen zich die op een plaatsingslijst staan gedurende de periode dat zij nog niet kunnen worden geplaatst? 6. Hoe is de verhouding van afgegeven toelaatbaarheidsverklaringen per bekostigingscategorie van de leerlingen die op een plaatsingslijst staan van onderwijsvestigingen voor cluster 3 of 4? 7. In hoeverre verschillen de antwoorden op bovenstaande vragen naargelang de regio waarin onderwijsvestigingen staan en de onderwijssoort? B. Hoe ontwikkelen de verschillende typen wachtlijsten zich in de periode van 2024 tot en met 2027? C. Wat zijn de belangrijkste oorzaken van het ontstaan van de (verschillende typen) wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs? D. Op welke manier vindt de registratie van wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs plaats en in hoeverre vindt communicatie hierover plaats tussen de onderwijsvestigingen, hun schoolbesturen en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs? E. Welke oplossingen om wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs te verminderen en/of te voorkomen lijken het meest kansrijk? 1.3 Onderzoeksopzet Om bovenstaande vragen te beantwoorden wordt tweemaal per jaar een vragenlijst uitgezet en vinden eenmaal per jaar focusgroepen plaats met verschillende partijen die betrokken zijn bij de wachtlijstproblematiek. De online vragenlijst wordt uitgezet onder de onderwijsvestigingen die gespecialiseerd onderwijs verzorgen om zo een goed beeld te krijgen van de huidige wachtlijsten, de belangrijkste oorzaken van het bestaan hiervan te achterhalen en om te volgen hoe de wachtlijsten zich gedurende de jaren ontwikkelen. In het voorjaar wordt een korte vragenlijst uitgezet, met het oog op de beantwoording van onderzoeksvragen A en B. In het najaar een langere versie, zodat ook onderzoeksvragen C tot en met E beantwoord kunnen worden. De focusgroepen worden ingezet om verdiepend inzicht te krijgen in de problematiek en de wijze waarop hiermee wordt omgegaan. Deze data benutten we om te kunnen bepalen welke oplossingen het meest kansrijk lijken om wachtlijsten te verminderen en te voorkomen. Voor dit onderzoek is een klankbordgroep ingericht. Hierin nemen de Sectorraad GO, de PO-Raad, de VO-raad, het Overkoepelend Netwerk Samenwerkingsverbanden, vertegenwoordigers van cluster 1 onderwijs en cluster 2 onderwijs, Ouders & Onderwijs, de Inspectie van het Onderwijs en de VNG plaats. Met de klankbordgroep wordt jaarlijks stilgestaan bij de onderzoeksuitkomsten en de duiding daarvan met het oog op zowel de vervolgmetingen als de mogelijke oplossingsrichtingen voor de wachtlijstproblematiek. Voor de volledige onderzoeksverantwoording verwijzen we naar Bijlage 1. Hier gaan we kort in op de respons op de online vragenlijst en de representativiteit daarvan. Respons Het monitoronderzoek loopt van maart 2024 tot en met december 2027. De eerste peiling, aan de hand van de vragenlijst, vond plaats in april 2024. De tweede peiling vond plaats in oktober 2024, de derde peiling in maart 2025. In peiling 3 van het monitoronderzoek hebben we zicht gekregen op de wachtlijsten van 299 onderwijsvestigingen van de 844 in het gespecialiseerd onderwijs. Daarmee is een responspercentage van 35% behaald. Zie tabel A1 in Bijlage 1. Voor cluster 1 zijn de vragen naar aanleiding van de eerste peiling in het monitoronderzoek anders uitgezet dan bij de andere clusters, namelijk centraal bij de twee vertegenwoordigers van de onderwijsvestigingen voor cluster 1. Zij hebben zicht op de eventuele aanwezigheid van wachtlijsten op hun scholen. Voor het sbo en voor cluster 2, 3 en 4 van het so, vso en (v)so geldt dat we met een online vragenlijst zicht hebben gekregen op de wachtlijsten. 291 van de 836 vestigingen voor deze onderwijsvormen hebben de vragenlijst ingevuld. Daarmee is een responspercentage van 35% behaald. Zie tabel A2 in Bijlage 1. Vragen in de vragenlijst over de aanwezigheid van een eventuele onderzoekslijst zijn niet gesteld aan de vestigingen voor cluster 2. Voor dit cluster geldt namelijk dat leerlingen pas bij vestigingen in beeld komen nadat ze zijn toegelaten door de Commissie van Onderzoek van een van de vier instellingen voor cluster 2. Zie voor de respons op de vragenlijst per cluster, tabel A3 in Bijlage 1. We hebben tot slot per regio Passend Onderwijs PO en Passend Onderwijs VO gekeken naar de respons op de vragenlijst. Daarbij hebben we gebruikgemaakt van de indeling zoals die door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt gehanteerd.2 Vanwege de schaal van de regio’s Passend Onderwijs hebben we regio’s samengevoegd op basis van de eerste twee cijfers van elke regiocode. Zie voor de respons van vestigingen per regio tabellen A4 en A5 in Bijlage 1. 2 Regio-indelingen - RegioAtlas brengt regionale samenwerking in kaart 8 Oberon Representativiteit Om te kijken in hoeverre de 291 vestigingen die de vragenlijst invulden representatief zijn voor de vestigingen binnen het gespecialiseerd onderwijs (de populatie), hebben we gekeken naar in hoeverre de responsgroep een goede afspiegeling is van de populatie gelet op het soort onderwijs dat zij verzorgen en de regio’s waarbinnen zij vallen. We hebben gekeken naar in hoeverre de onderwijssoorten binnen de responsgroep in dezelfde mate vertegenwoordigd zijn als binnen de populatie. Dat doen we aan de hand van percentages, zie tabel A6 in Bijlage 1. Als het gaat om de spreiding van onderwijssoorten zien we dat het so in de respons licht oververtegenwoordigd is en het (v)so enigszins ondervertegenwoordigd. We hebben de responsgroep ook vergeleken met de populatie gelet op de regio’s waarbinnen zij vallen. Zie tabel A7 en A8 in Bijlage 1. 1.4 Leeswijzer In deze rapportage staan de bevindingen uit peiling 3 die plaatsvond in het voorjaar van 2025 centraal. We beschrijven de bevindingen in het volgende hoofdstuk. Vervolgens vergelijken we de bevindingen uit de derde peiling met de bevindingen uit de eerste twee peilingen. We sluiten het rapport af met de voorlopige conclusies. 2 Bevindingen In dit hoofdstuk presenteren we de bevindingen die we deden op basis van de derde peiling die plaatsvond in het voorjaar van 2025. We besteden daarbij achtereenvolgens aandacht aan: ▪ De plaatsingslijst; ▪ De onderzoekslijst; ▪ De interesselijst; ▪ Vergelijking met eerdere metingen. Waar mogelijk3 vergelijken we of bevindingen overeenkomen dan wel verschillen voor de verschillende onderwijssoorten en regio’s Passend Onderwijs PO en Passend Onderwijs VO.4 3 De mogelijkheid om een uitsplitsing van onderwijssoorten en regio’s te maken is afhankelijk van de responsgroep die in de analyse mee kan worden genomen. Naarmate die groep kleiner wordt, worden analyse-uitkomsten sneller herleidbaar naar individuele vestigingen. Indien dit het geval is, zullen analyse-uitkomsten niet worden opgenomen in de rapportage. 4 We rapporteren zowel over de regio’s Passend Onderwijs PO als over de regio’s Passend Onderwijs VO omdat deze regio’s, hoewel grotendeels vergelijkbaar, niet volledig overeenkomen. 10 Oberon 2.1 De plaatsingslijst Onderwijsvestigingen in het gespecialiseerd onderwijs hanteren verschillende typen wachtlijsten. Het ministerie van OCW wil graag zicht op de verschillende wachtlijsten. De eerste is de plaatsingslijst. Definitie plaatsingslijst Op een plaatsingslijst staan leerlingen aan wie een toelaatbaarheidsverklaring is afgegeven (cluster 3 en 4) of voor wie door de Commissie van Onderzoek het recht op toegang tot het gespecialiseerd onderwijs is toegezegd (cluster 1 en 2), maar voor wie nog geen plek is op de school van aanmelding. 2.1.1 Vestigingen met een plaatsingslijst Van de 299 vestigingen die in maart 2025 deelnamen aan dit onderzoek, gaf 68% van de vestigingen aan op dat moment geen plaatsingslijst te hebben en 32% gaf aan wel een plaatsingslijst te hebben (zie figuur 1). Figuur 1: Percentage vestigingen met een plaatsingslijst (N=299) Inzoomen op de onderwijssoorten en clusters Wanneer we inzoomen op de onderwijssoorten en clusters, kunnen we dat op twee manieren: - We nemen de groep vestigingen met een plaatsingslijst en kijken naar hoeveel procent daarbinnen een sbo, so, vso of (v)so-vestiging is. De uitwerking hiervan is te vinden in figuur 2. Hierin zien we bijvoorbeeld dat 34% van de vestigingen met een plaatsingslijst een sbo-vestiging is. - We nemen de totale groep vestigingen per onderwijssoort en kijken daarbinnen hoeveel procent van de vestigingen een plaatsingslijst heeft en hoeveel niet. De uitwerking hiervan is te vinden in tabel 1. Hierin zien we onder andere dat 36% van de sbo-vestigingen een plaatsingslijst heeft. 32%68%Vestigingen met een plaatsingslijstVestigingen zonder een plaatsingslijst Figuur 2: Verdeling naar onderwijssoort (links, N=95) en clusters (rechts, N=63) binnen de groep vestigingen met een plaatsingslijst Als we inzoomen op de groep vestigingen met een plaatsingslijst (zie figuur 2), zien we dat het grootste deel van de go-vestigingen met een plaatsingslijst een vestiging voor sbo is, namelijk 34%. De groep vestigingen voor vso is daarna het grootst. Wat betreft de verschillende clusters is te zien dat de meeste vestigingen met een plaatsingslijst cluster 4 onderwijs aanbieden (52%). In cluster 1 komen in het voorjaar van 2025 geen plaatsingslijsten voor. Wanneer we niet als startpunt de groep vestigingen met een plaatsingslijst nemen maar het totaal aantal vestigingen per onderwijssoort, dan zien we dat er binnen het vso relatief de meeste plaatsingslijsten zijn (39%) en in het so het laagst (23%). Zie tabel 1 voor het percentage vestigingen met een plaatsingslijst, weergegeven per onderwijssoort. Tabel 1: Percentage vestigingen met een plaatsingslijst per onderwijssoort Respons Percentage vestigingen van de responsgroep met een plaatsingslijst SBO 88 36% SO Cluster 1* Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 92 1 27 29 35 23% 0% 11% 34% 23% VSO Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 70 5 16 49 39% 0% 31% 45% (V)SO Cluster 1* Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 49 7 1 34 7 31% 0% 0% 35% 43% 34%22%28%16%SBOSOVSO(V)SO5%43%52%Cluster 2Cluster 3Cluster 4 12 Oberon Inzoomen op de regio’s Daarnaast hebben we voor het sbo en cluster 3 en 4 gekeken naar het percentage vestigingen met een plaatsingslijst per regio. We kijken alleen naar het sbo en cluster 3 en 4 omdat deze vestigingen onder de samenwerkingsverbanden passend onderwijs vallen die bij de regio’s horen. Voor de regionale indeling hebben we gekeken naar de regio’s Passend Onderwijs Primair Onderwijs (hierna: Passend Onderwijs PO) en Passend Onderwijs Voortgezet Onderwijs (hierna: Passend Onderwijs VO).5 De regio’s voor PO en VO zijn vrijwel identiek. Bevindingen voor veel van de regio’s voor het PO en VO komen daardoor overeen. Voor een aantal regio’s geldt echter een andere indeling voor het PO dan voor het VO. In figuur 3 zijn de regio’s Passend Onderwijs PO weergegeven met de range waarbinnen het percentage vestigingen met een plaatsingslijst valt. In figuur 4 is de range voor elke regio Passend Onderwijs VO zichtbaar. In tabellen B1 en B2 van Bijlage 2 zijn per regio de exacte percentages van vestigingen met een plaatsingslijst weergegeven. Figuur 3: Percentage vestigingen met een plaatsingslijst per regio Passend Onderwijs PO 5 In Bijlage 1 staat beschreven op basis van welke gegevens tot de volgende regio-indelingen is gekomen. Figuur 4: Percentage vestigingen met een plaatsingslijst per regio Passend Onderwijs VO In de voorgaande figuren is te zien dat zowel bij de PO-indeling als bij de VO-indeling de regio’s 21 (regio Friesland) en 28 (regio Zuid-Holland) procentueel gezien de meeste vestigingen met een plaatsingslijst heeft. Regio 23 (regio Overijssel) heeft procentueel gezien de minste vestigingen met een plaatsingslijst. Voor de overige regio’s geldt dat het percentage vestigingen met een plaatsingslijst schommelt tussen de 10 en 50% (zie tabellen B1 en B2 in Bijlage 2). 2.1.2 Aantal leerlingen op een plaatsingslijst In de vragenlijst is aan de vestigingen met een plaatsingslijst gevraagd hoeveel leerlingen op het moment van invullen (maart 2025) op de plaatsingslijst staan. In figuur 5 is weergegeven hoeveel procent van de vestigingen met een plaatsingslijst 1-5 leerlingen, 6-10 leerlingen, 11-20 leerlingen, 21-30 leerlingen etc. op de plaatsingslijst heeft staan. De gegeven antwoorden lopen uiteen van 1 leerling tot 35 leerlingen. De meeste vestigingen geven aan dat er tussen de 1 tot en met 5 leerlingen op de plaatsingslijst staan. Het gemiddelde aantal leerlingen dat op een plaatsingslijst staat – bij de vestigingen die aangaven een plaatsingslijst te hebben – is 6 leerlingen per vestiging. 14 Oberon Figuur 5: Percentage vestingen per categorie aantal leerlingen op een plaatsingslijst (N=95) Inzoomen op de onderwijssoorten We hebben ook gekeken naar het gemiddeld aantal leerlingen op een plaatsingslijst (voor de vestigingen met een plaatsingslijst) per onderwijssoort. In figuur 6 is het gemiddeld aantal leerlingen op de plaatsingslijst per onderwijssoort weergegeven. De onderwijssoorten verschillen niet veel van elkaar wanneer het gaat om het gemiddeld aantal leerlingen op een plaatsingslijst. Figuur 6: Gemiddelde aantal leerlingen op de plaatsingslijst, weergegeven per onderwijssoort (en alleen voor de vestigingen met een plaatsingslijst) (N=95) Aan de 15 (v)so vestigingen is gevraagd of de leerlingen voornamelijk voor het so, het vso, of voor beide onderwijssoorten op de plaatsingslijst staan. Tien vestigingen geven aan dat er alleen leerlingen op de plaatsingslijst staan voor het so, drie vestigingen geven aan dat er alleen leerlingen voor het vso op de plaatsingslijst staan en twee vestigingen geven aan dat leerlingen op de plaatsingslijst voor zowel het so als het vso staan. 71%18%7%3%1%1-5 leerlingen6-10 leerlingen11-20 leerlingen21-30 leerlingen31-40 leerlingen6756SBO (N=32)SO (N=21)VSO (N=27)(V)SO (N=15) 2.1.3 Toelaatbaarheidsverklaringen van leerlingen op de plaatsingslijst Het gespecialiseerd onderwijs is er voor leerlingen die specialistische of intensieve begeleiding nodig hebben. Er is toestemming nodig voordat kinderen kunnen worden toegelaten in het gespecialiseerd onderwijs. Samenwerkingsverbanden passend onderwijs verlenen deze toestemming aan kinderen met bepaalde ondersteuningsbehoeften door een toelaatbaarheidsverklaring af te geven voor cluster 3 en 4 onderwijs. Voor kinderen die in aanmerking komen voor cluster 1 en 2 onderwijs is de toegang anders geregeld, via de Commissies van Onderzoek van de instellingen. In de vragenlijst is aan de cluster 3 en 4 vestigingen met een plaatsingslijst gevraagd naar de bekostigingscategorieën van de toelaatbaarheidsverklaringen die zijn afgegeven aan de leerlingen op de plaatsingslijst. De resultaten zijn weergegeven in figuur 7. In deze figuur is te zien dat de laagste bekostigingscategorie het vaakst is toegekend aan de leerlingen op de plaatsingslijst. Dat geldt voor zowel het so, vso als (v)so. Voor een deel van de leerlingen is de toegekende kostencategorie voor de vestigingen echter niet bekend. Dit komt het meest voor in het (v)so. Figuur 7: Verdeling toegekende bekostigingscategorieën toelaatbaarheidsverklaringen van leerlingen op een plaatsingslijst voor cluster 3 of cluster 4, weergegeven per onderwijssoort (N=60) 2.1.4 Voornaamste ondersteuningsbehoeften Aan de vestigingen met een plaatsingslijst hebben we gevraagd op welk vlak de ondersteuningsbehoeften van de leerlingen op de plaatsingslijst voornamelijk liggen. Daarbij hebben we de categorieën ondersteuningsbehoeften onderscheiden zoals die in het Landelijk Doelgroepenmodel van de Sectorraad GO worden gehanteerd. Vestigingen hadden de mogelijkheid om meerdere ondersteuningsbehoeften in te vullen. In figuur 8 is het percentage vestigingen dat een ondersteuningsbehoefte heeft ingevuld weergegeven. De meeste vestigingen geven aan dat de leerlingen op de plaatsingslijst ondersteuningsbehoeften hebben op het vlak van de sociaal-emotionele ontwikkeling. Ook noemt ruim driekwart van de vestigingen ondersteuningsbehoeften op het vlak van leren en ontwikkelen. 73%88%51%8%3%18%11%0%6%9%9%25%SOVSO(V)SOTLV-laagTLV-middenTLV-hoogOnbekend 16 Oberon Figuur 8: Het percentage vestigingen met een plaatsingslijst dat aangeeft dat er sprake is van de ondersteuningsbehoeften bij de leerlingen op de plaatsingslijst (N=95) Inzoomen op de onderwijssoorten en clusters We hebben ook gekeken naar in hoeverre de genoemde ondersteuningsbehoeften verschillend zijn voor vestigingen afhankelijk van de onderwijssoort. Daarin valt op dat ondersteuningsbehoeften op het vlak van de medische situatie, oriëntatie in de ruimte en transfers en algemene dagelijkse levensverrichtingen door het sbo niet genoemd worden waar dat door de vestigingen in het so, vso en (v)so wel wordt gedaan. Ook ondersteuningsbehoeften wat betreft fysieke belastbaarheid wordt binnen het sbo bijna niet genoemd. Daarnaast valt op dat in het so ondersteuningsbehoeften op het vlak van leren en ontwikkelen minder vaak genoemd worden dan in de andere onderwijssoorten. In figuur B3 in Bijlage 2 staat per onderwijssoort weergegeven hoeveel procent van de vestigingen elk van de ondersteuningsbehoeften heeft genoemd. Aanvullend hebben we gekeken naar de genoemde ondersteuningsbehoeften per cluster. Voor leerlingen op de plaatsingslijst voor cluster 2 zien we dat leerlingen in het voorjaar van 2025 ondersteuningsbehoeften hebben op het vlak van communicatie en/of het vlak van leren en ontwikkelen. Andere ondersteuningsbehoeften worden niet genoemd. We zien dat alle cluster 4 vestigingen aangeven dat er leerlingen op de plaatsingslijst staan die ondersteuningsbehoeften hebben die gerelateerd zijn aan de sociaal-emotionele ontwikkeling. Dit geldt ook voor bijna alle cluster 3 vestigingen. In figuur 9 hebben we voor cluster 3 en 4 weergegeven hoeveel procent van de vestigingen elk van de ondersteuningsbehoeften heeft genoemd.6 6 Cluster 1 heeft geen plaatsingslijsten dus is hier niet opgenomen. Het aantal cluster 2 vestigingen met plaatsingslijst is dusdanig klein dat dit cluster niet in de figuur is opgenomen. 5%7%11%15%37%79%87%Op het vlak van oriëntatie in de ruimte en transfersOp het vlak van de medische situatieOp het vlak van de fysieke belastbaarheidOp het vlak van de algemene dagelijkselevensverrichtingenOp het vlak van communicatieOp het vlak van leren en ontwikkelen, incl.executieve functiesOp het vlak van de sociaal-emotionele ontwikkeling Figuur 9: Het percentage vestigingen met een plaatsingslijst dat aangeeft dat er sprake is van de ondersteuningsbehoefte bij de leerlingen op de plaatsingslijst, weergegeven per cluster (N= 60) 2.1.5 Huidige (onderwijs)plek van leerlingen op een plaatsingslijst We vroegen de vestigingen met een plaatsingslijst om aan te geven waar de leerlingen op de plaatsingslijst zich op het moment van invullen bevonden in de onderwijs-(/zorg)keten. In figuur 10 is in percentages weergegeven waar de leerlingen die op een plaatsingslijst staan voor het gespecialiseerd onderwijs in maart 2025 al dan niet onderwijs volgden. In figuur 10 is te zien dat bijna twee derde van de leerlingen op een plaatsingslijst op de school van herkomst verblijven: 44% in het regulier onderwijs (niet sbo), 9% in het speciaal basisonderwijs, 9% in het (voortgezet) speciaal onderwijs en 1% in het praktijkonderwijs. 7% van de leerlingen gaat nog naar een voorschoolse voorziening. Ook zijn er kinderen die op de plaatsingslijst staan die op dat moment naar een plek gaan waar hoofdzakelijk zorg verleend wordt. Zo heeft 9% van de leerlingen op een plaatsingslijst dagbesteding en gaat 7% van de leerlingen op een plaatsingslijst naar een medisch kinderdagverblijf. Een deel van de leerlingen op de plaatsingslijst zit thuis, namelijk 9%. Van hen zit 6% zonder onderwijsaanbod thuis en 3% met onderwijsaanbod. 93%78%41%41%22%19%15%100%70%42%9%3%12%3%Op het vlak van de sociaal-emotionele ontwikkelingOp het vlak van leren en ontwikkelen, incl. executievefunctiesOp het vlak van communicatieOp het vlak van de algemene dagelijkselevensverrichtingenOp het vlak van de medische situatieOp het vlak van de fysieke belastbaarheidOp het vlak van oriëntatie in de ruimte en transfersCluster 3 (N=27)Cluster 4 (N=33) 18 Oberon Figuur 10: Huidig verblijf van de leerlingen op de plaatsingslijst, weergegeven in percentages (N=95) Voor de leerling op een plaatsingslijst waarbij werd aangegeven dat die zich elders bevond, geldt dat deze leerling verblijft op een combinatiegroep waar die zoals onderwijs krijgt als behandeling. Inzoomen op de onderwijssoorten Voor leerlingen op een plaatsingslijst voor het sbo geldt voor meer dan de helft dat zij zich op de school van herkomst (niet sbo) bevinden en in het vso is dat voor bijna de helft van de leerlingen het geval. In het so en (v)so geldt dit voor ongeveer een derde van de leerlingen op de plaatsingslijst. Verder valt op dat een groter deel van de leerlingen die op een plaatsingslijst voor het so staat naar de dagbesteding gaat of thuiszit zonder onderwijsaanbod dan het geval is bij leerlingen die op de plaatsingslijst staan voor het sbo, vso of (v)so. (Zie ook tabel B4 in Bijlage 2.) 2.1.6 Redenen voor het bestaan van de plaatsingslijst In de vragenlijst is aan de vestigingen met een plaatsingslijst gevraagd waarom er momenteel geen plek is voor de leerlingen die op deze lijst staan. Hierbij konden de vestigingen meerdere antwoorden kiezen. In figuur 11 is met percentages aangegeven hoeveel van de vestigingen met een plaatsingslijst elk van de redenen heeft genoemd. In de figuur is te zien dat 67% van de vestigingen met een plaatsingslijst aangeeft dat het maximale aantal leerlingen in de klassen waarvoor de leerlingen in aanmerking komen is bereikt gelet op het onderwijsconcept dat zij hanteren. Voor bijna de helft van de vestigingen (42%) geldt ook dat het maximale aantal leerlingen op school is bereikt rekening houdend met het onderwijsconcept van de school. Ook geeft 41% van de vestigingen met een plaatsingslijst aan een gebrek aan fysieke ruimte in de school of klas te hebben om de leerlingen te kunnen plaatsen. Verder kampt 17% van de vestigingen met een plaatsingslijst met een tekort aan onderwijspersoneel om kinderen een plek aan te kunnen bieden. 9% van de vestigingen geeft aan dat er andere redenen zijn voor het bestaan van de plaatsingslijst dan gegeven antwoordopties. De voornaamste redenen die in de toelichting worden beschreven, zijn dat aanmelddossiers van leerlingen incompleet zijn of dat is afgesproken dat leerlingen na de zomervakantie instromen. 1%1%1%1%3%3%6%7%7%9%9%9%44%Residentiële instellingSchool van herkomst praktijkonderwijsOverigTussenvoorzieningThuis met onderwijsaanbodLeerling is nog niet leerplichtigThuis zonder onderwijsaanbodVoorschoolse voorzieningMedisch kinderdagverblijfDagbestedingSchool van herkomst in het (v)soSchool van herkomst in het sboSchool van herkomst regulier onderwijs (m.u.v. sbo) Figuur 11: Percentage vestigingen dat een bepaalde reden noemt voor het bestaan van de plaatsingslijst noemt (N=95) Inzoomen op de onderwijssoorten We zien dat genoemde redenen voor het bestaan van de plaatsingslijst voor de verschillende onderwijssoorten grotendeels overeenkomen. (Zie ook Bijlage 2 tabel B5.) Wel valt op dat een gebrek aan fysieke ruimte voor vestigingen in het so en vso nog vaker een probleem vormt dan voor vestigingen in het sbo en (v)so. Dit geldt ook voor het maximale aantal leerlingen dat is bereikt gelet op het onderwijsconcept dat de scholen hanteren. Daarnaast valt op dat ontoereikende bekostiging voor benodigd zorgaanbod en onvoldoende zorgpersoneel niet worden genoemd als redenen voor het bestaan van de plaatsingslijst door vestigingen in het sbo en (v)so, maar alleen door een aantal vestigingen in het so en vso. 2.1.7 Verwachte termijn voor plaatsing We stelden vestigingen met een plaatsingslijst de vraag wanneer zij verwachten dat de leerlingen op de plaatsingslijst geplaatst kunnen worden, oftewel onderwijs kunnen volgen op hun vestiging. De resultaten hiervan zijn weergegeven in figuur 12. 9%2%2%3%5%8%17%41%42%67%OverigOnvoldoende expertise om tegemoet te komen aan deondersteuningsbehoefte(n)Onvoldoende zorgpersoneel beschikbaar (capaciteit)Ontoereikende bekostiging voor benodigd zorgaanbodOntoereikende bekostiging voor benodigd onderwijsaanbodLeerling maakt eerst een lopend traject elders afOnvoldoende onderwijspersoneel beschikbaar (capaciteit)Gebrek aan fysieke ruimte in de school/klasHet maximale aantal leerlingen bij ons op school is bereikt gelet ophet onderwijsconcept dat wij hanterenHet maximale aantal leerlingen in de klas(sen) waarvoor dezeleerling(en) in aanmerking komt/komen is bereikt gelet op hetonderwijsconcept dat wij hanteren 20 Oberon Figuur 12: Verwachte termijn voor plaatsing van leerlingen op plaatsingslijst, weergegeven in percentages (N=93)7 Voor 80% van de leerlingen op een plaatsingslijst geldt dat zij binnen zes maanden geplaatst kunnen worden op de vestiging waar zij op een plaatsingslijst staan. In de meeste gevallen kunnen leerlingen starten bij aanvang van het nieuwe schooljaar. 11% van de leerlingen start nog in schooljaar 2024/25. Voor 7% van de leerlingen geldt echter dat er nog geen uitzicht op een onderwijsplek is bij desbetreffende vestiging en dat dit naar verwachting meer dan 6 maanden zal duren. Aanvullend geven de vestigingen voor 14% van de leerlingen op de plaatsingslijst aan dat de termijn voor plaatsing onbekend is, wat inhoudt dat de vestigingen op het moment van invullen geen indicatie konden geven van de termijn van plaatsing. Dit hoeft niet te betekenen dat de leerlingen lang zullen moeten wachten: de vestigingen kunnen (nog) geen inschatting maken. Inzoomen op de onderwijssoorten Wanneer we kijken in hoeverre er verschillen te zien zijn tussen de onderwijssoorten waar het gaat om de verwachte termijn waarop er plek is voor een leerling om onderwijs te volgen dan valt op dat vestigingen in het vso relatief vaak aangeven dat de verwachte wachttijd nog onbekend is. (Zie figuur B6 in Bijlage 2.) 7 Twee vestigingen hebben een aantal leerlingen opgegeven dat niet overeenkomt met het totaal aantal leerlingen op de plaatsingslijst dat ze eerder hadden opgegeven. De antwoorden van deze vestigingen zijn niet meegenomen in de analyse van deze vraag. 6%4%1%69%7%Binnen een maandTussen 1 en 3 maandenOver meer dan 3 maanden, maar nog wel ditschooljaarBij de start van het nieuwe schooljaarOver meer dan 6 maanden, er is nog geen uitzicht opeen plek 2.2 De onderzoekslijst Het ministerie van OCW wil ook graag zicht krijgen op de onderzoekslijst in het gespecialiseerd onderwijs. Voordat we het actuele beeld schetsen, geven we in het kader hieronder de definitie van de weer die is gehanteerd voor de onderzoekslijst. Definitie onderzoekslijst Op een onderzoekslijst staan leerlingen die schriftelijk zijn aangemeld bij de vestiging. Aan deze leerlingen is (nog) geen toelaatbaarheidsverklaring afgegeven/is (nog) geen toegang toegezegd, maar is de toelaatbaarheidsprocedure al wel in gang gezet. 2.2.1 Aantal vestigingen met een onderzoekslijst De manier van aanmelden verloopt anders voor cluster 1 en 2 onderwijs dan voor cluster 3 en 4 onderwijs. Bij cluster 1 en 2 worden de leerlingen aangemeld bij de Commissie van Onderzoek. Deze commissies onderzoeken of, en welke ambulante begeleiding, onderwijsondersteuning en/of ondersteuningsarrangement nodig is in het reguliere onderwijs of dat een plek op een cluster 1 of 2 onderwijsinstelling nodig is om aan ondersteuningsbehoeften tegemoet te komen. Voor cluster 3 en 4 onderwijs verloopt de toelating via de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Wanneer leerlingen worden aangemeld bij een Commissie van Onderzoek voor ondersteuning in het onderwijs is nog niet duidelijk hoeveel van hen in aanmerking komen voor ondersteuning en voor een plek in cluster 1 of 2 onderwijs. Pas na de aanmeldfase wordt immers duidelijk of leerlingen ondersteuning nodig hebben en zo ja, welke ondersteuning en op welke school. Voor cluster 1 en 2 geldt daarom dat er geen uitspraken kunnen worden gedaan over het aantal leerlingen dat schriftelijk is aangemeld bij een onderwijsvestiging voor cluster 1 of 2 onderwijs maar bij wie de onderzoeken nog lopen. Van de 258 sbo- en cluster 3 en 4 vestigingen die hebben gereageerd op de vragenlijst, geven 110 vestigingen (43%) aan dat zij in maart 2025 een onderzoekslijst hebben, zie figuur 13. De overige 148 vestigingen (57%) hebben geen onderzoekslijst. 22 Oberon Figuur 13: Percentage sbo- en cluster 3 en 4 vestigingen met een onderzoekslijst (N=258) Inzoomen op de onderwijssoorten Als we inzoomen op de groep vestigingen met een onderzoekslijst, zien we dat het grootste deel (32%) van de go-vestigingen met een onderzoekslijst een vestiging voor so is. Zie figuur 14. Het kleinst is de groep vestigingen voor het (v)so (14%). Figuur 14: Verdeling naar onderwijssoort binnen de groep vestigingen met een onderzoekslijst (N=110) Wanneer we niet de groep vestigingen met een onderzoekslijst als startpunt nemen maar het totaal aantal vestigingen per onderwijssoort (waar hier vanwege de andere toelatingsprocedure voor het so, vso en (v)so alleen cluster 3 en 4 zijn meegenomen), ontstaat een iets ander beeld. Zoals in tabel 2 is te zien, ligt het percentage vestigingen met een onderzoekslijst voor het so hoger dan bij de andere onderwijssoorten. Ruim de helft van de vestigingen binnen het so heeft een onderzoekslijst. 43%57%Vestigingen met een onderzoekslijstVestigingen zonder een onderzoekslijst29%32%25%14%SBOSOVSO(V)SO Tabel 2: Percentage vestigingen van responsgroep met een onderzoekslijst (N=258) Respons Percentage vestigingen van responsgroep met een onderzoekslijst SBO 88 36% SO Cluster 3 Cluster 4 64 29 35 55% 35% 54% VSO Cluster 3 Cluster 4 65 16 49 43% 50% 41% (V)SO Cluster 3 Cluster 4 41 34 7 37% 35% 43% Inzoomen op de regio’s Daarnaast hebben we op regioniveau gekeken naar het percentage vestigingen met een onderzoekslijst. In figuur 15 zijn de regio’s Passend Onderwijs PO weergegeven met de range waarbinnen het percentage vestigingen met een onderzoeklijst valt. In figuur 16 is de range voor elke regio Passend Onderwijs VO zichtbaar. In Bijlage 2 tabellen B1 en B2 zijn de exacte percentages van vestigingen met een onderzoekslijst per regio weergegeven. Figuur 15: Percentage vestigingen met een onderzoekslijst per regio Passend Onderwijs PO 24 Oberon Figuur 16: Percentage vestigingen met een onderzoekslijst per regio Passend Onderwijs VO In voorgaande figuren is te zien dat regio 29 (regio Zeeland) volgens zowel de PO-indeling als de VO-indeling het laagste percentage vestigingen met een onderzoekslijst heeft. Regio 24 (west-Flevoland) heeft het hoogste percentage vestigingen met een onderzoekslijst. 2.2.2 Aantal leerlingen op een onderzoekslijst In de vragenlijst is aan de vestigingen met een onderzoekslijst gevraagd hoeveel leerlingen op de onderzoekslijst staan. In figuur 17 is weergegeven hoeveel procent van de vestigingen met een plaatsingslijst 1-5 leerlingen, 6-10 leerlingen, 11-20 leerlingen, 21-30 leerlingen etc. op de onderzoekslijst heeft staan. Gegeven antwoorden lopen uiteen van 1 tot 67 leerlingen per vestiging. De meeste vestigingen antwoordden tussen de 1 en 5 leerlingen op de lijst staan. Het gemiddelde aantal leerlingen op een onderzoekslijst– van de 110 vestigingen met een onderzoekslijst – is 8. Figuur 17: Percentage vestingen per categorie aantal leerlingen op een onderzoekslijst (N=110) 54%31%9%4%2%1%1-5 leerlingen6-10 leerlingen11-20 leerlingen21-30 leerlingen31-40 leerlingen51+ leerlingen Inzoomen op de onderwijssoorten We hebben ook gekeken naar het gemiddeld aantal leerlingen op een onderzoekslijst (voor de vestigingen met een onderzoekslijst) per onderwijssoort. In figuur 18 is het gemiddeld aantal leerlingen op de onderzoekslijst per onderwijssoort weergegeven. Het grootste verschil is zichtbaar tussen het sbo en het so, gemiddeld staan er vier leerlingen meer op de onderzoekslijst bij vestigingen in het sbo dan in het so. Figuur 18: Gemiddeld aantal leerlingen op de onderzoekslijst weergegeven per onderwijssoort (en alleen voor de vestigingen met een onderzoekslijst) (N=110) Aan de (v)so vestigingen met een onderzoekslijst is gevraagd of de leerlingen voornamelijk voor het so, het vso, of voor beide onderwijssoorten op de onderzoekslijst staan. Vijf vestigingen geven aan dat er alleen leerlingen op de onderzoekslijst staan voor het so en vier vestigingen geven aan dat er alleen leerlingen op de onderzoekslijst staan voor het vso. Voor de andere zes vestigingen geldt dat er zowel leerlingen op de onderzoeklijst staan die in aanmerking komen voor het so als leerlingen die in aanmerking komen voor het vso. 9587SBO (N=32)SO (N=35)VSO (N=28)(V)SO (N=15) 26 Oberon 2.3 De interesselijst Het laatste type wachtlijst in het gespecialiseerd onderwijs dat we in dit monitoronderzoek onderscheiden, is de interesselijst. In onderstaand kader geven we de definitie van de interesselijst. Definitie interesselijst Op een interesselijst staan leerlingen van wie hun ouders interesse hebben getoond in een onderwijsplek voor hun kind op een vestiging in het gespecialiseerd onderwijs, maar die nog niet schriftelijk zijn aangemeld, of leerlingen waarbij (nog) geen toelatingsprocedure in gang is gezet. 2.3.1 Aantal vestigingen met een interesselijst Van de 291 vestigingen die hebben gereageerd op de vragenlijst, geven 174 vestigingen (60%) aan dat zij in maart 2025 een interesselijst hebben, zie figuur 19. De overige 117 vestigingen (40%) hebben geen interesselijst. Figuur 19: Percentage vestigingen met een interesselijst (N=291) Inzoomen op de onderwijssoorten Als we inzoomen op de groep vestigingen met een interesselijst, zien we dat het in de meeste gevallen om een vestiging voor het sbo of het so. Zie figuur 20. 60%40%Scholen met een interesselijstScholen zonder een interesselijst Figuur 20: Verdeling naar onderwijssoort binnen de groep vestigingen met een interesselijst (N=174) Wanneer we rekening houden met de omvang van elke onderwijssoort, qua aantal vestigingen, en dus het totaal aantal vestigingen per onderwijssoort als startpunt nemen, zien we dat de interesselijst het vaakst voorkomt in het (v)so. Zie tabel 3. Voor het sbo en so geldt dat het percentage vestigingen met een interesselijst ongeveer gelijk is en rond de 60% ligt. Het percentage vestigingen met een interesselijst ligt het laagst in het vso (47%). Tabel 3: Percentage vestigingen van responsgroep met een interesselijst (N=291) Respons Percentage vestigingen van responsgroep met een interesselijst SBO 88 61% SO Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 91 27 29 35 58% 33% 79% 60% VSO Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 70 5 16 49 47% 20% 50% 49% (V)SO Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 42 1 34 7 81% 0% 82% 49% Inzoomen op de regio’s Daarnaast hebben we op regioniveau gekeken naar het percentage sbo en cluster 3 en 4 vestigingen met een interesselijst. In figuur 21 zijn de regio’s Passend Onderwijs PO weergegeven met de range waarbinnen het percentage vestigingen met een onderzoeklijst valt. In figuur 22 is de range voor elke regio Passend Onderwijs VO zichtbaar. In Bijlage 2 tabellen B1 en B2 zijn de exacte percentages van vestigingen met een interesselijst per regio weergegeven. 31%30%19%20%SBOSOVSO(V)SO 28 Oberon Figuur 21: Percentage vestigingen met een interesselijst per regio Passend Onderwijs PO Figuur 22: Percentage vestigingen met een interesselijst per regio Passend Onderwijs VO In bovenstaande figuren is te zien dat voor de meeste regio’s Passend Onderwijs geldt dat er 50% of meer vestigingen zijn met een interesselijst. Regio’s 22 (regio Drenthe) en 29 (regio Zeeland) vallen in die zin op. In deze regio’s ligt het percentage vestigingen met een interesselijst lager. 2.3.2 Aantal leerlingen op een interesselijst In de vragenlijst is aan de vestigingen met een interesselijst gevraagd hoeveel leerlingen hier op het moment van invullen op staan. In figuur 23 is weergegeven hoeveel procent van de vestigingen met een interesselijst 1-5 leerlingen, 6-10 leerlingen, 11-20 leerlingen, 21-30 leerlingen etc. op de lijst heeft staan. De gegeven antwoorden lopen sterk uiteen, van 1 leerling tot 116 leerlingen per lijst. De meeste vestigingen geven aan tussen 1 en 5 leerlingen op de interesselijst te hebben staan. Het gemiddelde aantal leerlingen op een interesselijst – van de 174 vestigingen met een interesselijst – is 13. Figuur 23: Percentage vestingen per categorie aantal leerlingen op een interesselijst (N=174) Inzoomen op de onderwijssoorten We hebben ook per onderwijssoort gekeken naar het gemiddeld aantal leerlingen op een interesselijst (voor de vestigingen met een interesselijst). In figuur 24 is het gemiddeld aantal leerlingen op de interesselijst per onderwijssoort weergegeven. In de figuur is te zien dat het gemiddeld aantal leerlingen voor het so (met 26) het hoogst ligt. Voor de andere onderwijssoorten ligt het gemiddeld aantal leerlingen op de interesselijst dichter bij elkaar. Figuur 24: Gemiddeld aantal leerlingen op de interesselijst weergegeven per onderwijssoort (en alleen voor de vestigingen met een interesselijst) (N=174) 43%24%16%9%3%1%5%1-5 leerlingen6-10 leerlingen11-20leerlingen21-30leerlingen31-40leerlingen41-50leerlingen51+ leerlingen1226119SBO (N=54)SO (N=53)VSO (N=33)(V)SO (N=34) 30 Oberon Aan de 34 (v)so vestigingen met een interesselijst is gevraagd of de leerlingen voornamelijk voor het so of voor het vso op de interesselijst staan. Zeven vestigingen geven aan dat er alleen leerlingen voor het so op de interesselijst staan en vier vestigingen geven aan dat het alleen om leerlingen voor het vso gaat. De andere 23 vestigingen geven aan dat leerlingen op de interesselijst hierop staan voor het so en dat andere leerlingen op de lijst staan voor het vso. 2.4 Vergelijking peilingen In een periode van vier jaar (vanaf 2024 tot en met 2027) zullen in totaal acht metingen plaatsvinden. Tweemaal per jaar peilen we hoe het met de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs staat. Daarbij kijken we naar hoe de wachtlijsten zich ontwikkelen gedurende de tijd. We presenteren hier de resultaten van de verschillende metingen naast elkaar. Hierbij maken we de kanttekening dat we niet met zekerheid kunnen zeggen dat een verschil daadwerkelijk wijst op een verandering omdat de responsgroep niet identiek is voor de verschillende metingen. 2.4.1 Percentage vestigingen met een plaatsingslijst Hoe verhouden de uitkomsten uit de meest recente peiling zich tot de uitkomsten van de vorige peilingen? Zoals in figuur 25 te zien is, is het percentage vestigingen met een plaatsingslijst licht gestegen. Figuur 25: Ontwikkeling percentage vestigingen met een plaatsingslijst8 We hebben bij de peilingen ingezoomd op de vestigingen met een plaatsingslijst en daarbij gelet op de verdeling over de onderwijssoorten. Wanneer we het beeld uit de peilingen vergelijken – zie figuur 26 – zien we dat het beeld in het voorjaar van 2025 vergelijkbaar is met het beeld uit het voorjaar van 2024, hoewel het sbo in het voorjaar van 2025 groter is geworden en het so kleiner. 8 Cluster 1 is in deze analyse buiten beschouwing gelaten. 29%21%33%Voorjaar '24 (N=339)Najaar '24 (N=331)Voorjaar '25 (N=291) 32 Oberon Figuur 26: Ontwikkeling verdeling onderwijssoorten binnen de groep met een plaatsingslijst We hebben bij de peilingen ook de onderwijssoort als startpunt genomen en dus binnen elke onderwijssoort gekeken naar het percentage vestigingen met een plaatsingslijst. Zie figuur 27. In het vso nam het percentage vestigingen met een plaatsingslijst toe. In het sbo en (v)so zien we een golvende beweging: nadat het percentage vestigingen met een plaatsingslijst in het najaar van 2024 afnam ten opzichte van het voorjaar van 2024, neemt deze in het voorjaar van 2025 weer toe. Het percentage vestigingen met een plaatsingslijst in het so nam steeds iets verder af, al is het beeld van het voorjaar van 2025 vergelijkbaar met het beeld van het najaar ervoor. Figuur 27: Ontwikkeling percentages vestigingen met een plaatsingslijst binnen elke onderwijssoort 28%21%34%31%30%22%13%10%16%28%39%28%Voorjaar '24 (N=100)Najaar '24 (N=71)Voorjaar '25 (N=95)SBOSO(V)SOVSO27%14%36%0%10%20%30%40%50%Voorjaar '24(N=103)Najaar '24(N=108)Voorjaar '25(N=88)SBO34%24%23%0%10%20%30%40%50%Voorjaar '24(N=91)Najaar '24(N=89)Voorjaar '25(N=92)SO20%11%31%0%10%20%30%40%50%Voorjaar '24(N=66)Najaar '24(N=62)Voorjaar '25(N=49)(V)SO32%35%39%0%10%20%30%40%50%Voorjaar '24(N=87)Najaar '24(N=80)Voorjaar '25(N=70)VSO 2.4.2 Aantal leerlingen op de plaatsingslijst Welke ontwikkeling zien we als we kijken naar het aantal leerlingen per plaatsingslijst? Het gemiddelde aantal leerlingen op een plaatsingslijst was 9 tijdens de eerste meting en 8 tijdens de tweede meting. Het gemiddelde aantal leerlingen tijdens de derde meting was 6. Voor alle drie de metingen geldt dat op de meeste vestigingen 1, 2, 3, 4 of 5 leerlingen op de plaatsingslijst stonden, zie figuur 28. Niet geheel verassend gezien het lagere gemiddelde aantal leerlingen per plaatsingslijst, is dat het percentage vestigingen met 1-5 leerlingen op de plaatsingslijst per meting groter werd. Figuur 28: Ontwikkeling van het aantal leerlingen op de plaatsingslijst 2.4.3 Verblijfplek van leerlingen op de plaatsingslijst Op basis van de vragenlijst verkregen we tijdens peilingen zicht op de verblijfplek van leerlingen terwijl zij op de plaatsingslijst stonden of staan. Daardoor kregen we ook zicht op hoeveel procent van de kinderen op de plaatsingslijst ten tijden van de peilingen thuiszat en hoeveel procent van hen daarbij wel of geen onderwijsaanbod kreeg. We vergelijken deze gegevens uit de verschillende peilingen. Zie figuur 29. De vergelijking laat zien dat het percentage leerlingen op de plaatsingslijst dat thuiszat in de derde meting is gestegen ten opzichte van de vorige peiling. Ook zien we dat het percentage leerlingen dat thuiszit zonder onderwijsaanbod is gestegen. De percentages van peiling drie komen overeen met peiling 1. 58%66%71%22%18%18%12%4%7%3%4%3%2%6%1%1%2%1%0%20%40%60%80%100%Voorjaar '24 (N=100)Najaar '24 (N=71)Voorjaar '25 (N=95)1-5 leerlingen6-10 leerlingen11-20 leerlingen21-30 leerlingen31-40 leerlingen41-50 leerlingen51+ leerlingen 34 Oberon Figuur 29: Ontwikkeling percentage leerlingen op de plaatsingslijst dat thuiszit mét en zonder onderwijs 2.4.4 Verwachte termijn van plaatsing Als het om de verwachte termijn van plaatsing zoomen we in op het percentage leerlingen dat meer dan zes maanden moet wachten voor plaatsing. Zoals in figuur 30 te zien is, is het percentage leerlingen dat pas over meer dan zes maanden geplaatst kan worden, flink is afgenomen ten opzichte van de voorgaande metingen. Figuur 30: Ontwikkeling percentage leerlingen op de plaatsingslijst dat naar verwachting meer dan zes maanden moet wachten tot plaatsing 2.4.5 De onderzoekslijst In figuur 31 is te zien dat het percentage vestigingen met een onderzoekslijst is toegenomen met 10%. Hiermee ligt het percentage vestigingen met een onderzoekslijst bijna gelijk aan het percentage uit peiling 1. 3%4%3%6%3%6%Voorjaar '24 (N=99)Najaar '24 (N=66)Voorjaar '25 (N=95)Thuis met aanbodThuis zonder aanbod36%56%7%Voorjaar '24 (N=99)Najaar '24 (N=69)Voorjaar '25 (N=93) Figuur 31: Ontwikkeling percentage vestigingen met een onderzoekslijst9 We hebben bij de peilingen ingezoomd op de vestigingen met een onderzoekslijst en daarbij gelet op de verdeling over de onderwijssoorten. Wanneer we het beeld uit de peilingen vergelijken – zie figuur 32 – zien we dat binnen de groep vestigingen met een onderzoekslijst het so en het vso in de laatste peiling groter is geworden en het sbo en (v)so iets kleiner. Verder zien we geen grote verschillen. Figuur 32: Ontwikkeling verdeling onderwijssoorten binnen de groep met een onderzoekslijst We hebben bij de peilingen ook de onderwijssoorten als startpunt genomen en dus binnen elke onderwijssoort gekeken naar het percentage vestigingen met een onderzoekslijst. Zie figuur 33. Allereerst valt op dat voor alle onderwijssoorten geldt dat we een ‘golfbeweging’ zien: het percentage vestigingen met een onderzoekslijst nam af bij meting 2 ten opzichte van meting 1 en nam dit voorjaar weer toe. In het sbo en het (v)so is de toename minimaal. In het so en vso is het percentage meer gestegen. Voor het so geldt zelfs dat meer dan de helft van de vestigingen een onderzoekslijst heeft. 9 Zoals in de onderzoeksverantwoording is beschreven, bestaat de groep onderwijsvestigingen hier uit het sbo en cluster 3 en 4 uit het so, (v)so en vso. 45%33%43%Voorjaar '24 (N=299)Najaar '24 (N=304)Voorjaar '25 (N=258)37%37%29%19%27%32%23%19%14%21%17%25%Voorjaar '24 (N=135)Najaar '24 (N=100)Voorjaar '25 (N=110)SBOSO(V)SOVSO 36 Oberon Figuur 33: Ontwikkeling percentages vestigingen met een onderzoekslijst binnen elke onderwijssoort10 2.4.6 Aantal leerlingen op de onderzoekslijst Welke ontwikkeling zien we als we kijken naar het aantal leerlingen per onderzoekslijst? Het gemiddelde aantal leerlingen op een onderzoeklijst was 11 tijdens de eerste meting en 5 tijdens de tweede meting. Het gemiddelde aantal leerlingen op een onderzoekslijst was tijdens de derde meting 8. Wanneer we metingen 2 en 3 met elkaar vergelijken zien we daarnaast dat het percentage vestigingen met 1 tot en met 5 leerlingen op de onderzoekslijst lager is geworden en het percentage vestigingen met 6 tot en met 10 leerlingen is toegenomen. Zie figuur 34. 10 Zoals in de onderzoeksverantwoording is beschreven, bestaat de groep in het so, (v)so en vso hier alleen uit de onderwijsvestigingen voor cluster 3 en 4. 49%34%36%0%10%20%30%40%50%60%Voorjaar '24(N=103)Najaar '24(N=108)Voorjaar '25(N=88)SBO42%39%55%0%10%20%30%40%50%60%Voorjaar '24(N=59)Najaar '24(N=69)Voorjaar '25(N=64)SO53%35%37%0%10%20%30%40%50%60%Voorjaar '24(N=59)Najaar '24(N=55)Voorjaar '25(N=41)(V)SO37%24%43%0%10%20%30%40%50%60%Voorjaar '24(N=78)Najaar '24(N=72)Voorjaar '25(N=65)VSO Figuur 34: Ontwikkeling van het aantal leerlingen op de onderzoekslijst 2.4.7 De interesselijst In figuur 35 is het percentage vestigingen met een interesselijst zichtbaar voor de drie peilingen. We zien dat het percentage vestigingen met een interesselijst is gestegen. Figuur 35: percentages vestigingen met een interesselijst We hebben bij de peilingen ingezoomd op de vestigingen met een interesselijst en daarbij gelet op de verdeling over de onderwijssoorten. Wanneer we het beeld uit de peilingen vergelijken – zie figuur 36 – zien we dat binnen de groep vestigingen met een interesselijst de percentages per onderwijssoort enigszins schommelen. Het sbo nam eerst toe en toen af. Bij het (v)so zagen we de golfbeweging andersom. Het so bleef eerst vergelijkbaar en nam toen toe en het vso neemt licht af. 41%70%54%25%17%31%19%12%9%7%1%4%4%2%4%1%0%20%40%60%80%100%Voorjaar '24 (N=135)Najaar '24 (N=100)Voorjaar '25 (N=110)1-5 leerlingen6-10 leerlingen11-20 leerlingen21-30 leerlingen31-40 leerlingen41-50 leerlingen51+ leerlingen55%48%60%Voorjaar '24 (N=339)Najaar '24 (N=331)Voorjaar '25 (N=291) 38 Oberon Figuur 36: Ontwikkeling verdeling onderwijssoorten binnen de groep met een interesselijst We hebben bij de peilingen ook de onderwijssoort als startpunt genomen en dus binnen elke onderwijssoort gekeken naar het percentage vestigingen met een interesselijst. Zie figuur 37. Voor zowel het so, (v)so als vso geldt dat we een golfbeweging zien. In het najaar van 2024 was het percentage vestigingen met een interesselijst lager dan in het voorjaar van 2024 waarna het percentage in het voorjaar van 2025 toenam. In het vso was de stijging het grootst. In het sbo waren de percentages tijdens de eerst twee metingen ongeveer gelijk, waarna het percentage bij meting 3 steeg. Figuur 37: Ontwikkeling percentages vestigingen met een interesselijst binnen elke onderwijssoort 30%37%31%26%25%30%20%16%20%24%22%19%Voorjaar '24 (N=186)Najaar '24 (N=158)Voorjaar '25 (N=174)SBOSO(V)SOVSO53%54%61%0%20%40%60%80%Voorjaar '24(N=103)Najaar '24(N=108)Voorjaar '25(N=88)SBO54%45%58%0%20%40%60%80%Voorjaar '24(N=90)Najaar '24(N=88)Voorjaar '25(N=91)SO63%47%81%0%20%40%60%80%Voorjaar '24(N=59)Najaar '24(N=55)Voorjaar '25(N=42)(V)SO52%43%47%0%20%40%60%80%Voorjaar '24(N=87)Najaar '24(N=80)Voorjaar '25(N=70)VSO 2.4.8 Aantal leerlingen op de interesselijst Welke ontwikkeling zien we als we kijken naar het aantal leerlingen per interesselijst? Het gemiddelde aantal leerlingen op een interesselijst was 12 tijdens de eerste meting en 8 tijdens de tweede meting. Het gemiddelde aantal leerlingen tijdens de derde meting was 13. Verder zien we net als bij de onderzoekslijst dat het percentage vestigingen met een interesselijst waarop 1, 2, 3, 4 of 5 leerlingen staan is gedaald. Er staan dus vaker meer dan 5 kinderen op de interesselijst dan tijdens de vorige meting. Zie figuur 38. Figuur 38: Ontwikkeling van het aantal leerlingen op de interesselijst 47%58%44%22%24%24%16%11%16%5%3%9%3%1%3%2%1%1%5%2%3%0%20%40%60%80%100%Voorjaar '24 (N=186)Najaar '24 (N=158)Voorjaar '25 (N=172)1-5 leerlingen6-10 leerlingen11-20 leerlingen21-30 leerlingen31-40 leerlingen41-50 leerlingen51+ leerlingen 40 Oberon 3 Conclusies In de periode 2024-2027 loopt monitoronderzoek naar de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs. Met dit onderzoek wil het ministerie van OCW zicht krijgen op de wachtlijsten en de mogelijke oplossingsrichtingen verkennen om de wachtlijsten aan te pakken. De vraag die in het monitoronderzoek centraal staat, luidt: Wat is de stand van zaken van de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs? Hieronder vallen de volgende deelvragen: 1. Wat is het actuele beeld van de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs? 2. Hoe ontwikkelen de verschillende typen wachtlijsten zich in de periode van 2024 tot en met 2027? 3. Wat zijn de belangrijkste oorzaken van het bestaan/ontstaan van de (verschillende typen) wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs? 4. Op welke manier vindt registratie van de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs plaats en in hoeverre vindt communicatie hierover plaats tussen de onderwijsvestigingen, hun schoolbesturen en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs? 5. Welke oplossingen om wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs te verminderen en te voorkomen lijken het meest kansrijk? Om deze vragen te beantwoorden, wordt in de periode 2024-2027 tweemaal per jaar een vragenlijst uitgezet: in het voorjaar en in het najaar. Daarnaast vinden elk najaar focusgroepen plaats met een aantal betrokken partijen, om zo verdiepend inzicht te krijgen in de oorzaken van en de mogelijke oplossingen voor de wachtlijstproblematiek. Ook worden de bevindingen met de klankbordgroep van het onderzoek besproken, zodat we met de leden van de klankbordgroep kunnen reflecteren op het onderzoek en de uitkomsten hiervan. In deze rapportage geven we antwoord op onderzoeksvragen 1, 2 en 3 op basis van de bevindingen uit het de eerste drie peilingen (voorjaar 2024 - voorjaar 2025). Onderzoeksvragen 4 en 5 kwamen reeds in tussenrapportage 2 aan bod. Actueel beeld van de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs De eerste vraag die in elke peiling centraal staat, is: Wat is het actuele beeld van de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs? Voor de schets van het actuele beeld baseren we ons alleen op de peiling die het meest recent plaatsvond. Dat is in dit geval de peiling die plaatsvond in het voorjaar van 2025. Het ministerie van OCW heeft ons gevraagd om onderscheid te maken tussen drie typen wachtlijsten, te weten de plaatsingslijst, de onderzoekslijst en de interesselijst. We gaan allereerst in op de plaatsingslijst. Hierop staan de leerlingen aan wie een toelaatbaarheidsverklaring is afgegeven (cluster 3 en 4) of aan wie toegang is toegezegd door de Commissie van Onderzoek (cluster 1 en 2), maar voor wie nog geen plek is op de school van aanmelding. Met andere woorden: op deze lijst staan de leerlingen die recht hebben op gespecialiseerd onderwijs, maar die hier nog geen toegang toe hebben. De plaatsingslijst Het merendeel van de onderwijsvestigingen in het gespecialiseerd onderwijs heeft geen plaatsingslijst. Een derde van de vestigingen heeft die wel. Het grootste deel van deze vestigingen met een plaatsingslijst betreft een school voor het sbo. Voor cluster 1 is er, net als in het voorjaar en najaar van 2024, geen plaatsingslijst. Als we naar de regio’s Passend Onderwijs PO en VO kijken – waarbij we de indeling zoals die door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt gehanteerd hebben gebruikt, maar dan samengevoegd op basis van de eerste twee cijfers van elke regiocode – zien we dat er in Zuid-Holland (regio 28) en Friesland (regio 21) relatief veel vestigingen zijn met een plaatsingslijst hebben in vergelijking met de andere regio’s. Overijssel (regio 23) springt er juist uit doordat er relatief weinig vestigingen met een plaatsingslijst zijn. Op basis van verkregen gegevens kan niet worden berekend hoeveel leerlingen er in Nederland op een plaatsingslijst voor het gespecialiseerd onderwijs staan. Dat komt doordat leerlingen op meerdere vestigingen tegelijkertijd kunnen worden aangemeld en er niet altijd zicht is op deze mogelijke dubbele aanmeldingen.11 Wel wordt uit het onderzoek duidelijk dat voor de meeste vestigingen met een plaatsingslijst geldt dat hier tussen de 1 en 5 leerlingen op staan. Gemiddeld genomen hebben de vestigingen met een plaatsingslijst een lijst waarop zes leerlingen staan. Leerlingen die op een plaatsingslijst staan, bevinden zich in meer dan de helft van de gevallen op de school van herkomst. Meestal is dat in het basis- of voortgezet onderwijs, maar een klein deel volgt onderwijs in het sbo of (v)so. 9% van de leerlingen die wachten op een plek in het gespecialiseerd onderwijs zit echter thuis, waarvan twee derde geen onderwijs krijgt. Gevraagd naar de verwachte termijn waarop de leerlingen die op een plaatsingslijst staan op hun vestiging geplaatst kunnen worden, wordt voor 69% van de leerlingen aangegeven dat zij in het nieuwe schooljaar kunnen starten. Voor zo’n 10% van de leerlingen geldt dat zij nog dit schooljaar kunnen starten en voor 7% van de leerlingen is er nog helemaal geen zicht op een plek op desbetreffende vestiging. Voor de andere leerlingen weet men niet wanneer er plek is. Leerlingen die wachten op een plek in het sbo, cluster 3 of cluster 4 hebben in de meeste gevallen een toelaatbaarheidsverklaring laag. Een ruime meerderheid van de leerlingen op een plaatsingslijst (87%) heeft een ondersteuningsbehoefte op het vlak van de sociaal-emotionele ontwikkeling en/of op het vlak van leren en ontwikkelen (79%). Voor leerlingen die in aanmerking komen voor cluster 2 onderwijs zien we daarnaast dat zij allemaal een ondersteuningsbehoefte hebben op het vlak van communicatie. Gevraagd naar waarom er nog geen plek is voor de leerlingen op de plaatsingslijst geeft twee derde van de vestigingen aan dat het maximale aantal leerlingen in de klas(sen) waarvoor de leerling(en) op de plaatsingslijst in aanmerking komt al is bereikt. Iets minder dan de helft van de vestigingen noemt (daarnaast) reden(en) die in het verlengde hiervan liggen: het maximale aantal leerlingen waarvoor plek is op school is bereikt en/of er is een gebrek aan fysieke ruimte in de school/klas. Minder vaak genoemd, namelijk door zo’n 20% van de vestigingen, is het gebrek aan onderwijspersoneel. 11 Zo blijkt o.a. uit de vorige peiling: Middelbeek, L., de Roode, J., Vleeskens, M., van der Veen, I., & Lourens, J. (2025). Monitoronderzoek Wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs. Peiling 2, najaar 2024. Utrecht: Oberon. 42 Oberon De onderzoekslijst We hebben ook het actuele beeld van de onderzoekslijsten in het gespecialiseerd onderwijs. Op een onderzoekslijst staan de leerlingen die schriftelijk zijn aangemeld voor een onderwijsplek in het gespecialiseerd onderwijs en voor wie de toelatingsprocedure in gang is gezet, maar voor wie nog onbekend is of zij door het samenwerkingsverband (cluster 3 en 4) of door de Commissie van Onderzoek (cluster 1 en 2) worden toegelaten tot het go. In Nederland bieden twee instellingen cluster 1 onderwijs en ondersteuning aan, en vier instellingen bieden cluster 2 onderwijs en ondersteuning aan. Elke instelling houdt centraal een onderzoekslijst bij. Per instelling buigt een Commissie van Onderzoek zich over de vraag welke vorm van onderwijs en welk type ondersteuning een leerling nodig heeft. Op de onderzoekslijsten staan zowel de leerlingen die in aanmerking komen voor een plek op een cluster 1 of 2 instelling als leerlingen die in aanmerking komen voor (een) ondersteuning(sarrangement) in het reguliere onderwijs. Dat maakt dat er voor cluster 1 en 2 niet kan worden gesproken over een onderzoekslijst waarop enkel de leerlingen staan die voor een onderwijsvestiging in cluster 1 of 2 zijn aangemeld. Voor het sbo, cluster 3 en 4 is dit wel bekend. Voor deze vestigingen geldt dat 43% van hen in maart 2025 onderzoekslijst had. Het gemiddelde aantal leerlingen op een onderzoekslijst voor deze onderwijssoorten was 8. De interesselijst Op verzoek van het ministerie van OCW brachten we ook de interesselijst van vestigingen in kaart. Op deze lijst staan leerlingen aan wie (nog) geen toegang tot het gespecialiseerd onderwijs is toegezegd door een samenwerkingsverband passend onderwijs (cluster 3 en 4) of Commissie van Onderzoek (cluster 1 en 2) en (nog) geen een toelatingsprocedure in gang is gezet, maar van wie de ouders/verzorgers wel interesse hebben getoond in een onderwijsplek voor hun kind. 60% van de vestigingen in het gespecialiseerd onderwijs houdt een interesselijst bij. Het gemiddelde aantal leerlingen op een interesselijst was in het voorjaar 13, waarbij opvalt dat het gemiddelde aantal leerlingen op een interesselijst in het so flink hoger ligt dan in het sbo, vso en (v)so. Overeenkomsten en verschillen tussen de uitkomsten van eerdere peilingen Hoe ontwikkelen de verschillende typen wachtlijsten zich in de periode van 2024 tot en met 2027? De verschillende peilingen stellen ons in staat om de uitkomsten hiervan met elkaar te vergelijken en zo de ontwikkeling van de wachtlijsten gedurende de jaren in kaart te brengen. Wanneer we de eerste drie peilingen – voorjaar 2024, najaar 2024 en voorjaar 2025 – met elkaar vergelijken dan zien we een golfbeweging. Na een afname van het percentage vestigingen met een plaatsingslijst, onderzoekslijst en/of interesselijst in het najaar 2024 ten opzichte van het voorjaar 2024, zien we in het voorjaar van 2025 een toename ten opzichte van het najaar 2024. Dezelfde golfweging zien we als we kijken naar het gemiddelde aantal leerlingen op de onderzoekslijst en interesselijst, en wanneer we kijken naar het aantal leerlingen dat thuiszit zonder onderwijsaanbod. Opvallend is dat we de golfbeweging niet zien als we kijken naar het gemiddeld aantal leerlingen op een plaatsingslijst. Dat aantal nam af, van 9 (peiling 1) naar 8 (peiling 2) naar 6 (peiling 3). Ook zien we geen golfbeweging als het gaat om het percentage leerlingen op een plaatsingslijst dat naar verwachting meer dan 6 maanden moet wachten op een plek in het gespecialiseerd onderwijs. Waar het percentage van peiling 1 naar peiling 2 toenam (van 36% naar 56%), nam het percentage van peiling 2 naar peiling 3 flink af (van 56% naar 7%). De volgende metingen stellen ons in staat om de ontwikkeling van de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs nader in kaart te brengen. Daarbij merken we op dat voorzichtigheid is geboden bij het trekken van conclusies over eventuele veranderingen over de tijd heen. Op basis van achtergrondkenmerken van de vestigingen constateren we dat de responsgroep per meting voldoende representatief is en dat er sprake is van vergelijkbare responsgroepen over de metingen heen. De responsgroepen van verschillende metingen bestaan echter niet volledig uit dezelfde individuele vestigingen. Dat maakt een vergelijking tussen metingen ingewikkeld, zeker omdat de uitkomsten van dit onderzoek ons leren dat er grote verschillen bestaan tussen individuele vestigingen wat betreft de wachtlijsten. Tot slot Deze rapportage is onderdeel van het monitoronderzoek naar de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs dat van 2024 tot en met 2027 loopt. In het najaar van 2025 vindt de volgende peiling plaats waarna het volgende rapport wordt opgesteld. In dat rapport zal worden beschreven in hoeverre er sprake is van wachtlijsten in het najaar van 2025 en in hoeverre dat beeld overeenkomt of verschilt met de beelden uit de eerdere peilingen. Aanvullend is hierin aandacht voor de mogelijke oplossingen voor de wachtlijstproblematiek. Daarop vooruitlopend is het waardevol om reeds te noemen dat de klankbordgroep waaraan rapportages over dit onderzoek worden voorgelegd, aanbeveelt te kijken naar oplossingen die passen bij de weg naar inclusief onderwijs. Kansrijke oplossingen zijn volgens hen niet systeembevestigend, maar gericht op de langere termijn en zullen daarom gevonden moeten worden in het anders organiseren van het onderwijs. 44 Oberon Bijlage 1 Onderzoeksverantwoording In de bijlage bespreken we achtereenvolgens; • De onderzoeksopzet op hoofdlijnen • De respons • De representativiteit Onderzoeksopzet op hoofdlijnen Op hoofdlijnen bestaat het onderzoek uit twee lijnen: een vragenlijst om een goed beeld te kunnen vormen van de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs en focusgroepen om verdiepend inzicht te verkrijgen in de problematiek en mogelijke oplossingen. In deze peiling is alleen de vragenlijst afgenomen. Vragenlijst Voor de vragenlijst vormen de vestigingen in het gespecialiseerd onderwijs de populatie. Om een actueel beeld te vormen van de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs hebben we op twee manieren vragen uitgezet: met een vragenlijst zijn vragen gesteld aan de onderwijsvestigingen voor cluster 2, 3 en 4 en via mailcontact zijn vragen gesteld aan de vertegenwoordiger van cluster 1 onderwijs en de Commissies van Onderzoek van cluster 2 onderwijs. We kozen voor deze aanvliegroute omdat we uit eerder onderzoek weten dat het beeld dat schoolbesturen en samenwerkingsverbanden passend onderwijs per school en per samenwerkingsverband verschilt. Sommige besturen en samenwerkingsverbanden passend onderwijs hebben continu een actueel beeld van de wachtlijsten op hun scholen, andere hebben die niet (altijd). Om deze reden is ervoor gekozen om de meeste vragen direct uit te zetten bij de onderwijsvestigingen zelf. Op basis van de openbare onderwijsdata van DUO hebben we een bestand opgebouwd met alle vestigingen in het gespecialiseerd onderwijs. Op basis van de gegevens over de gemeente waarin de vestigingen staan, hebben we een koppeling kunnen maken met de regio’s Passend Onderwijs PO en regio’s Passend Onderwijs VO waarbinnen elke vestiging valt. Daarbij hebben we gebruikgemaakt van de indeling zoals die door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt gehanteerd.12 Voor de regio’s Passend Onderwijs geldt dat we regio’s hebben samengevoegd op basis van de eerste twee cijfers van elke regiocode. Gezien het grote aantal regio’s, waardoor het aantal vestigingen dat hierbinnen valt relatief laag is, zijn gegevens bij een uitsplitsing op regioniveau snel herleidbaar. Dit is niet wenselijk, dus vandaar dat regio’s zijn samengenomen. Een aantal gemeenten (en daarmee vestigingen) valt binnen verschillende regio’s Passend Onderwijs. Deze vestigingen zijn slechts binnen 1 regio meegenomen.13 12 Regio-indelingen - RegioAtlas brengt regionale samenwerking in kaart 13 In het PO gaat het om de gemeenten Vijfheerenlanden (regio PO-26-05 en PO-28-16 → meegenomen in PO-26) en Altena (regio PO-28-16 en PO-30-10 → meegenomen in PO-28). In het VO gaat het eveneens om de gemeenten Vijfheerenlanden (regio VO-26-05 en VO-28-14 → meegenomen in VO-26) en Altena (VO-28-04 en VO-30-09 → meegenomen in VO-28). Om de vragenlijst uit te kunnen zetten, hebben we aan het opgebouwde bestand de contactgegevens van de vestigingen opgenomen die via de openbare DUO-data beschikbaar waren of die bij ons bekend zijn vanuit de eerdere peilingen. Van een deel van de vestigingen ontbraken de contactgegevens. Deze hebben we waar mogelijk toegevoegd door e-mailadressen van de directie of de algemene e-mailadressen die via de website van de vestiging te vinden waren, zodat een goede respons kon worden behaald. Vervolgens is een vooraankondiging van de vragenlijst uitgegaan. We hebben een e-mailbericht verstuurd aan de vestigingen in het overzicht. Met het oog op het behalen van een goede respons, is de vestigingen in het bericht de mogelijkheid geboden om de contactgegevens van een andere professional van de vestiging door te geven waarnaar de vragenlijst kon worden verstuurd. Voor de vestigingen waarop we een bounce kregen bij het versturen van de vooraankondiging, hebben we de contactgegevens waar mogelijk vervangen door de juiste contactgegevens die te vinden waren op de website van de desbetreffende vestigingen. Op 17 maart 2025 zijn de uitnodigingen voor het invullen van de online vragenlijst per e-mail verstuurd naar de vestigingen. Op 31 maart 2025 hebben we een rappel verstuurd aan de vestigingen die de vragenlijst nog niet (volledig) hadden ingevuld. Op vrijdag 11 april 2025 is de vragenlijst gesloten. In de vragenlijst zijn vragen opgenomen over de plaatsingslijst, de onderzoekslijst en de interesselijst. Uit de eerste meting werd duidelijk dat voor cluster 1 onderwijs geldt dat informatie over de wachtlijsten beter centraal kon worden opgevraagd. Voor 2 onderwijs geldt dat informatie over specifiek de onderzoekslijst beter centraal kon worden opgevraagd. Vandaar dat een aantal vragen centraal is gesteld aan vertegenwoordigers uit cluster 1 en 2 onderwijs. Respons In tabel A1, A2, A3, A4 en A5 hebben we de respons en de responspercentages opgenomen voor de vragen(lijst) om het actuele beeld van de wachtlijsten in het gespecialiseerd te kunnen vormen. 46 Oberon Tabel A1: Populatie, respons en responspercentages Populatie Respons Responspercentage SBO 263 88 33% SO Cluster 1 Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 213 1 55 56 101 92 1 27 29 35 43% 100% 49% 52% 35% VSO Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 216 17 45 154 70 5 16 49 32% 29% 36% 32% (V)SO Cluster 1 Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 152 7 3 114 28 49 7 1 34 7 32% 100% 33% 30% 25% TOTAAL 844 299 35% Tabel A2: Populatie, respons vragenlijst en responspercentage per onderwijssoort Populatie Respons Responspercentage SBO 263 88 33% SO 212 91 43% VSO 216 70 32% (V)SO 145 42 29% TOTAAL 836 291 35% Tabel A3: Populatie, respons vragenlijst en responspercentage per cluster14 Populatie Respons Responspercentage Cluster 2 75 33 44% Cluster 3 215 79 37% Cluster 4 283 91 32% TOTAAL 573 203 35% Bij uitsplitsingen op regioniveau hebben we de regio’s Passend Onderwijs PO en VO als uitgangspunt genomen. Bij deze uitsplitsingen wordt, zoals eerder toegelicht, alleen de respons van onderwijsvestigingen voor cluster 3 en 4 onderwijs en voor het sbo meegenomen. Tabel A4: Populatie, respons en responspercentages per regio Passend Onderwijs PO. Populatie Respons Responspercentage PO-20 29 13 45% PO-21 31 7 23% PO-22 22 8 36% PO-23 55 23 42% PO-24 23 10 43% PO-25 122 49 40% PO-26 39 15 38% PO-27 109 29 27% PO-28 172 45 26% PO-29 24 6 25% PO-30 82 28 34% PO-31 53 25 47% TOTAAL 761 258 34% Tabel A5: Populatie, respons en responspercentages per regio Passend Onderwijs VO. Populatie Respons Responspercentage VO-20 29 13 45% VO-21 31 7 23% VO-22 22 8 36% VO-23 56 23 41% VO-24 22 10 45% VO-25 124 50 40% VO-26 39 15 38% VO-27 109 29 27% VO-28 172 45 26% VO-29 22 6 27% VO-30 84 28 33% VO-31 51 24 47% TOTAAL 761 258 34% Representativiteit We hebben de responsgroep vergeleken met de populatie om te bepalen in hoeverre de responsgroep representatief is voor de populatie. Daarbij hebben we gekeken naar de spreiding van de respons over de onderwijssoorten en regio’s Passend Onderwijs PO en regio’s Passend Onderwijs VO. We hebben gekeken naar in hoeverre de onderwijssoorten binnen de responsgroep in dezelfde mate vertegenwoordigd zijn als binnen de populatie. Dat doen we aan de hand van percentages, zie tabel A6. Wanneer we de derde en de vijfde kolom van tabel A6 met elkaar vergelijken, zien we dat de percentages vergelijkbaar zijn (met afwijkingen van maximaal 6%). We achten de responsgroep voldoende representatief als het gaat om de spreiding van onderwijssoorten. 48 Oberon Tabel A6: Representativiteit respons vragenlijst als het gaat om spreiding onderwijssoorten. Populatie Responsgroep SBO 263 31% 88 30% SO Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 212 55 56 101 25% 7% 7% 12% 91 27 29 35 31% 9% 10% 12% VSO Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 216 17 45 154 26% 2% 5% 18% 70 5 16 49 24% 2% 5% 17% (V)SO Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 145 3 114 28 18% 0,4% 14% 3% 42 1 34 7 14% 0,3% 12% 2% We hebben de responsgroep ook vergeleken met de populatie gelet op de regio’s waarbinnen zij vallen. Daarbij namen we alleen de vestigingen uit het sbo en cluster 3 en 4 van het so, (v)so en vso mee, omdat zij vallen onder de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Voor cluster 2 vestigingen is dat niet het geval. We keken naar de volgende regio-indelingen: - Een regionale indeling o.b.v. regio passend onderwijs PO (tabel A7) - Een regionale indeling o.b.v. regio passend onderwijs VO (tabel A8) Tabel A7: Representativiteit responsgroep als het gaat om spreiding regio’s Passend Onderwijs PO Populatie (N=761) Responsgroep (N=258) PO-20 29 4% 13 5% PO-21 31 4% 7 3% PO-22 22 3% 8 3% PO-23 55 7% 23 9% PO-24 23 3% 10 4% PO-25 122 16% 49 19% PO-26 39 5% 15 6% PO-27 109 14% 29 11% PO-28 172 23% 45 17% PO-29 24 3% 6 2% PO-30 82 11% 28 11% PO-31 53 7% 25 10% Tabel A8: Representativiteit responsgroep als het gaat om spreiding regio’s Passend Onderwijs VO Populatie (N=761) Responsgroep (N=258) VO-20 29 4% 13 5% VO-21 31 4% 7 3% VO-22 22 3% 8 3% VO-23 56 7% 23 9% VO-24 22 3% 10 4% VO-25 124 16% 50 19% VO-26 39 5% 15 6% VO-27 109 14% 29 11% VO-28 172 23% 45 17% VO-29 22 3% 6 2% VO-30 84 11% 28 11% VO-31 51 7% 24 9% Ook als het gaat om de spreiding van vestigingen over de regio’s achten we de responsgroep voldoende vergelijkbaar met de populatie (met afwijkingen van maximaal 5%). 50 Oberon Bijlage 2 Overige tabellen en figuren Tabel B1: Percentage vestigingen met een plaatsingslijst, onderzoekslijst en interesselijst per regio Passend Onderwijs PO Regio Percentage vestigingen met een plaatsingslijst Percentage vestigingen met een onderzoekslijst Percentage vestigingen met een interesselijst PO-20 (N=13) 23% 38% 62% PO-21 (N=7) 71% 14% 57% PO-22 (N=8) 25% 38% 25% PO-23 (N=23) 9% 43% 70% PO-24 (N=10) 40% 90% 50% PO-25 (N=49) 33% 40% 59% PO-26 (N=15) 40% 40% 80% PO-27 (N=29) 41% 45% 76% PO-28 (N=45) 62% 38% 76% PO-29 (N=6) 17% 0% 17% PO-30 (N=28) 29% 46% 64% PO-31 (N=25) 20% 44% 52% Tabel B2: Percentage vestigingen met een plaatsingslijst, onderzoekslijst en interesselijst per regio Passend Onderwijs VO Regio Percentage vestigingen met een plaatsingslijst Percentage vestigingen met een onderzoekslijst Percentage vestigingen met een interesselijst VO-20 (N=13) 23% 38% 62% VO-21 (N=7) 71% 14% 57% VO-22 (N=8) 25% 38% 25% VO-23 (N=23) 9% 43% 70% VO-24 (N=10) 40% 90% 50% VO-25 (N=50) 32% 44% 60% VO-26 (N=15) 40% 40% 80% VO-27 (N=29) 41% 45% 76% VO-28 (N=45) 62% 38% 76% VO-29 (N=6) 17% 0% 17% VO-30 (N=28) 29% 46% 64% VO-31 (N=24) 21% 46% 50% Figuur B3: Het percentage vestigingen met een plaatsingslijst dat aangeeft dat er sprake is van de ondersteuningsbehoefte bij de leerlingen op de plaatsingslijst, weergegeven per onderwijssoort (N=95) 87%87%47%33%20%13%20%81%100%44%15%15%7%7%48%86%38%24%10%5%10%94%78%25%0%3%0%0%0%50%100%Op het vlak van leren en ontwikkelen,incl. executieve functiesOp het vlak van de sociaal-emotioneleontwikkelingOp het vlak van communicatieOp het vlak van de algemene dagelijkselevensverrichtingenOp het vlak van de fysieke belastbaarheidOp het vlak van oriëntatie in de ruimte entransfersOp het vlak van de medische situatieSBO (N=32)SO (N=21)VSO (N=27)(V)SO (N=15) 52 Oberon Tabel B4: Huidig verblijf van de leerlingen op de plaatsingslijst, weergegeven in percentages per onderwijssoort (N=95) SBO (N=32) SO (N=21) VSO (N=27) (V)SO (N=15) School van herkomst regulier onderwijs (m.u.v. sbo) 59% 29% 46% 31% School van herkomst in het sbo 8% 4% 11% 16% School van herkomst in het (v)so 1% 4% 22% 14% School van herkomst praktijkonderwijs - - 4% - Dagbesteding 5% 18% 3% 10% Medisch kinderdagverblijf 10% 12% - 3% Residentiële instelling - 2% - 1% Thuis met onderwijsaanbod 4% 1% 5% - Thuis zonder onderwijsaanbod 1% 17% 4% 1% Tussenvoorziening - 3% 3% - Voorschoolse voorziening 10% 5% - 16% Leerling is nog niet leerplichtig 2% 5% - 7% Overig 1% 1% 2% - Tabel B5: Redenen bestaan plaatsingslijst, gesplitst per onderwijssoort (N=95) SBO (N=32) SO (N=21) VSO (N=27) (V)SO (N=15) Gebrek aan fysieke ruimte in de school/klas 31% 43% 59% 27% Ontoereikende bekostiging voor benodigd onderwijsaanbod 6% 5% 4% 7% Ontoereikende bekostiging voor benodigd zorgaanbod - 10% 4% - Onvoldoende expertise om tegemoet te komen aan de ondersteuningsbehoefte(n) 6% - - - Onvoldoende onderwijspersoneel beschikbaar (capaciteit) 19% 24% 19% - Onvoldoende zorgpersoneel beschikbaar (capaciteit) - 5% 4% - Leerling maakt eerst een lopend traject elders af 3% 14% 4% 20% Het maximale aantal leerlingen bij ons op school is bereikt gelet op het onderwijsconcept dat wij hanteren 38% 57% 48% 20% Het maximale aantal leerlingen in de klas(sen) waarvoor deze leerling(en) in aanmerking komt/komen is bereikt gelet op het onderwijsconcept dat wij hanteren 66% 71% 74% 53% Overig 9% 5% 15% 7% Figuur B6: Verwachte termijn voor plaatsing van leerlingen op plaatsingslijst, weergegeven in percentages leerlingen per onderwijssoort (N=93) 15%3%6%5%9%6%2%2%1%75%35%80%83%9%7%2%8%1%45%7%1%0%10%20%30%40%50%60%70%80%90%100%(V)SO (N=15)VSO (N=27)SO (N=20)SBO (N=31)Binnen een maandTussen 1 en 3 maandenOver meer dan 3 maanden, maar nog wel dit schooljaarBij de start van het nieuwe schooljaarOver meer dan 6 maanden, er is nog geen uitzicht op een plekOnbekend 54 Oberon Rapportage 3 Monitoronderzoek Wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs: Peiling 3, voorjaar 2025 Postbus 1423, 3500 BK Utrecht t 030 230 60 90 | f 030 230 60 80 [email protected] | www.oberon.eu Utrecht, augustus 2025 In opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Gerelateerde bronnen
- De Kamer ontvangt voor de zomer van 2026 een brief met de resultaten van het monitoronderzoek van Oberon over de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs.
De Kamer ontvangt voor de zomer van 2026 een brief met de resultaten van het monitoronderzoek van Oberon over de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.