KamerkringInloggen
Kamerstuk

Tweede nader gewijzigd amendement van de leden Flach en Bontenbal ter vervanging van nr. 62 over een vrijstellingsregeling voor kleine collectieve warmtesystemen buiten een vastgestelde warmtekavel

26 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8616cb33f878331f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 576Regels omtrent productie, transport en leveringvan warmte (Wet collectieve warmte)Nr. 111 TWEEDE NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDENFLACH EN BONTENBAL TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKTONDER NR. 62Ontvangen 26 juni 2025 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:IIn artikel 2.5, tweede lid, onderdeel b, en artikel 2.7, tweede lid,onderdeel b, wordt telkens voor «waarop» ingevoegd «waarvoor devrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, geldt en».IINa het opschrift van hoofdstuk 3 wordt een paragraaf ingevoegd,luidende:§ 3.01. Vrijstelling Artikel 3.01 meldplicht en vrijstelling 1. Het warmtebedrijf meldt het college en de Autoriteit Consument enMarkt het voornemen om warmte te leveren door middel van een kleincollectief warmtesysteem in een gebied dat buiten een warmtekavel ligt.2. De Autoriteit Consument en Markt deelt het warmtebedrijf binnen eenbij ministeriële regeling te bepalen termijn na ontvangst van de meldingmede of het warmtebedrijf een aanvraag bij de Autoriteit Consument enMarkt moet indienen waarin de Autoriteit Consument en Markt verzochtwordt bij besluit vast te stellen of het warmtebedrijf:a. voldoende beschikt over de organisatorische en technischebekwaamheid noodzakelijk voor de uitvoering van de taken, bedoeld inartikel 3.6, in het gebied waarop de melding betrekking heeft;b. voldoende financieel in staat is de taken, bedoeld in artikel 3.6, in hetgebied waarop de melding betrekking heeft, uit te voeren. kst-36576-111ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 1111 3. Indien de Autoriteit Consument en Markt op grond van het tweede lidhet warmtebedrijf heeft gemeld dat een aanvraag om een besluit moetworden ingediend, kan de Autoriteit Consument en Markt aan dit besluitvoorschriften en beperkingen verbinden.4. Het warmtebedrijf dat warmte levert met een klein collectiefwarmtesysteem als bedoeld in het eerste lid, is voor 30 jaar vrijgesteldvan het verbod, bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, indien:a. het warmtebedrijf beschikt over een aansluitovereenkomst met degebouweigenaar of toekomstige gebouweigenaar als bedoeld in artikel2.8, achtste lid;b. de Autoriteit Consument en Markt:1°. binnen de termijn, bedoeld in tweede lid, niet heeft aangegeven dateen besluit aangevraagd dient te worden, of2°. bij besluit heeft vastgesteld dat het warmtebedrijf voldoet aan degronden, genoemd in het tweede lid, onderdelen a en b.5. De vrijstelling op grond van het vierde lid geldt voor het gebiedwaarvoor de aansluitovereenkomst of aansluitovereenkomsten, bedoeldin het vierde lid, onderdeel a, gelden.6. Het warmtebedrijf zendt binnen een bij ministeriële regeling tebepalen termijn het college:a. de aansluitovereenkomst, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a;b. de mededeling van de Autoriteit Consument en Markt op grond vanhet tweede lid, enc. het besluit van de Autoriteit Consument en Markt, bedoeld in hettweede lid, waarin is vastgesteld dat het warmtebedrijf voldoet aan degronden, genoemd in het derde lid, onderdelen a en b, indien deAutoriteit Consument en Markt in de mededeling op grond van hettweede lid heeft aangegeven dat het warmtebedrijf een aanvraag om eenbesluit als bedoeld in het tweede lid moet indienen.7. Het college zendt een afschrift van de informatie, genoemd in hetzesde lid aan de Autoriteit Consument en Markt en meldt voor welkgebied de vrijstelling op het grond van het vierde lid geldt.8. Het warmtebedrijf meldt het college onmiddellijk indien redelijkerwijste voorzien is dat het collectief warmtesysteem waarvoor de vrijstelling opgrond van het vierde lid geldt geen klein collectief warmtesysteem meer isals bedoeld in het eerste lid.9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadereregels gesteld over:a. de wijze waarop de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaanen de bij de melding te verstrekken gegevens en bescheiden;b. de gronden, genoemd in het tweede lid;c. de wijze waarop de aanvraag om een besluit als bedoeld in hettweede lid wordt ingediend, de bij de aanvraag om dat besluit teverstrekken gegevens en bescheiden en de termijn waarbinnen deAutoriteit Consument en Markt het besluit neemt.10. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadereregels worden gesteld over:a. de voorschriften en beperkingen, bedoeld in het derde lid;b. de wijze waarop het gebied, bedoeld in het vijfde lid, wordt bepaald.IIIArtikel 3.1 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt na «een klein collectief warmtesysteem»ingevoegd «buiten een warmtekavel».2. Het zevende lid vervalt.3. In het achtste lid vervalt «en het zevende lid, onderdelen a en b,».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 1112 4. In het twaalfde lid vervalt «en zevende».IVIn het opschrift van § 3.2 wordt «ontheffing» vervangen door«vrijstelling en ontheffing».VArtikel 3.2 wordt als volgt gewijzigd:1. In het opschrift wordt na wijziging ingevoegd «vrijstelling en».2. In het tweede lid, wordt «eerste tot en met negende lid, en elfde entwaalfde lid» vervangen door «eerste tot en met zesde lid, en achtste,negende, elfde en twaalfde lid».3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:3. Een vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, kan gewijzigdworden. Artikel 3.01 is van overeenkomstige toepassing.VIArtikel 3.3 wordt als volgt gewijzigd:1. In het opschrift wordt na «intrekken» ingevoegd «vrijstelling en».2. In het eerste lid wordt na «dat er grond is» ingevoegd «de vrijstellingop grond van artikel 3.01, vierde lid, niet langer geldig te laten zijn, of».3. In het tweede lid, aanhef, wordt «Het college» vervangen door «Devrijstelling geldt niet langer of het college».4. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «de ontheffing» vervangen door«de vrijstelling of ontheffing».5. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:a. In de aanhef wordt «Het college» vervangen door «De vrijstellinggeldt niet langer, of het college».b. In onderdeel b wordt na «aanvraag» ingevoegd «om een ontheffingof in de melding op grond van artikel 3.01, eerste of zesde lid,».6. Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd:a. De aanhef komt te luiden:De vrijstelling geldt nog of de ontheffing wordt op grond van hettweede lid, onderdeel a, en het derde lid, niet ingetrokken voordat vooreen ander warmtebedrijf een vrijstelling geldt of aan een ander warmtebe-drijf op grond van artikel 3.1, eerste lid, een ontheffing is verleend voorhet gebied waarop de vrijstelling of ontheffing betrekking heeft, of aaneen ander warmtebedrijf een aanwijzing is verleend voor het gebiedwaarop de vrijstelling of ontheffing betrekking heeft:.b. In onderdeel a wordt «de ontheffing» vervangen door «de vrijstellingof ontheffing».c. In onderdeel b wordt na «met dien verstande dat» ingevoegd «devrijstelling in alle gevallen niet meer geldt of».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 1113 7. In het vijfde lid wordt na «te bepalen termijn» ingevoegd «voor eenander warmtebedrijf geen vrijstelling geldt,».8. In het zesde lid wordt «waarvoor de ontheffing gold» vervangen door«waarvoor de vrijstelling of ontheffing gold».9. In het achtste lid, onderdeel b, wordt na «als» ingevoegd «eenvrijstelling niet langer geldt of».10. In het negende lid, onderdeel b, wordt na «waarbinnen» ingevoegd«een ander warmtebedrijf een vrijstelling verkrijgt en».VIIArtikel 3.4 wordt als volgt gewijzigd:1. In het opschrift wordt na «overdragen» ingevoegd «vrijstelling en».2. In het eerste lid wordt na «de overdracht van» ingevoegd «eenvrijstelling als bedoeld in artikel 3.01, vierde lid, of».3. In het tweede lid wordt na de «de overdracht van» ingevoegd «eenvrijstelling of».4. In het vijfde lid wordt «ontheffing» vervangen door «instemming».5. Het zesde lid wordt als volgt gewijzigd:a. In onderdeel a wordt na «het gebied, bedoeld in artikel» ingevoegd«3.01, vijfde lid, of».b. In onderdeel b wordt «de ontheffing» vervangen door «de vrijstellingof ontheffing».VIIIArtikel 3.6 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid, aanhef, wordt na «warmtebedrijf» ingevoegd«waarvoor een vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, geldt, of»en wordt «waarvoor de ontheffing geldt» vervangen door «waarvoor devrijstelling of ontheffing geldt».2. In het eerste lid, onderdelen h, i en j, en tweede lid, wordt «eenwarmtekavel» telkens vervangen door «het gebied waarop de vrijstellingof ontheffing betrekking heeft».3. In het derde lid wordt «de ontheffing» vervangen door «de vrijstellingof ontheffing».4. In het vierde lid wordt «met een ontheffing als bedoeld in artikel 3.1,eerste lid,» vervangen door «met een vrijstelling als bedoeld in artikel3.01, vierde lid, of een ontheffing als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid,».IXIn artikel 3.7 wordt na «indien» ingevoegd «voor een warmtebedrijf eenvrijstelling geldt op grond van artikel 3.01, vierde lid, of».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 1114 XIn artikel 3.8, eerste lid, aanhef, wordt na «warmtebedrijf» ingevoegd«waarvoor een vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, geldt, of».XIIn artikel 3.9, eerste lid, aanhef, wordt na «warmtebedrijf» ingevoegd«waarvoor een vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, geldt, of»en wordt «het gebied, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid,» vervangen door«het gebied waarop de vrijstelling of ontheffing betrekking heeft».XIIArtikel 3.11 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid, wordt na «Een warmtebedrijf» ingevoegd «waarvooreen vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, geldt, of».2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:a. In de aanhef wordt na «volgende warmtebedrijf» ingevoegd«waarvoor een vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, geldt, of»en wordt «waarvoor de ontheffing gold, indien de ontheffing van hetwarmtebedrijf» vervangen door «waardoor de vrijstelling of de ontheffinggold, indien de vrijstelling of ontheffing van het warmtebedrijf».b. In onderdeel a wordt «de ontheffing» vervangen door «de vrijstellingof ontheffing».c. In onderdeel c wordt «ontheffing» vervangen door «vrijstelling ofontheffing».3. In het derde lid wordt «waarvan de ontheffing» vervangen door«waarvan de vrijstelling of ontheffing» en wordt na «het daarop volgendewarmtebedrijf» ingevoegd «waarvoor de vrijstelling op grond van artikel3.01, vierde lid, geldt of».XIIIIn artikel 3.12, onderdeel b, wordt na «artikelen» ingevoegd «3.01, derdelid».XIVIn het opschrift van § 4.1 wordt «en ontheffing» vervangen door «,vrijstelling en ontheffing».XVArtikel 4.1 wordt als volgt gewijzigd:1. Na het eerste lid wordt een lid ingevoegd, luidende:1a. De verhuurder of vereniging van eigenaars of daarmee vergelijkbarerechtsvorm is 30 jaar vrijgesteld van het verbod, bedoeld in artikel 1.2,eerste lid, indien de levering en het transport van warmte, bedoeld in heteerste lid, buiten een warmtekavel plaatsvindt. De vrijstelling geldt voorhet gebied waarbinnen de levering aan huurders of leden van devereniging van eigenaars plaatsvindt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 1115 2. In het tweede lid wordt «Het college kan» vervangen door «Indien delevering en het transport van warmte, bedoeld in het eerste lid, binneneen warmtekavel plaatsvindt, kan het college».3. In het derde lid wordt «bedoeld in het eerste lid» vervangen door«bedoeld in het tweede lid».4. In het vierde lid wordt onder verlettering van onderdelen a en b naaronderdelen b en c een onderdeel ingevoegd, luidende:a. de wijze waarop het gebied, bedoeld in lid 1a, wordt bepaald.XVIArtikel 4.2 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «4.1, eerste lid,» vervangen door «4.1, tweedelid,».2. In het tweede lid, aanhef, vervalt «die betrekking heeft op een gebiedbinnen een warmtekavel».3. Het derde lid vervalt.4. In het zesde lid, onderdeel a, vervalt «en derde».XVIIIn het opschrift van § 4.2 wordt «ontheffing» vervangen door«vrijstelling en ontheffing».XVIIIArtikel 4.3 wordt als volgt gewijzigd:1. In het opschrift wordt «ontheffing» vervangen door «vrijstelling enontheffing».2. Na het eerste lid wordt een lid ingevoegd, luidende:1a. De verhuurder of vereniging van eigenaars of daarmee vergelijkbarerechtsvorm is 30 jaar vrijgesteld van het verbod, bedoeld in artikel 1.2,eerste lid, indien de significante wijziging van de levering en het transportvan warmte, bedoeld in het eerste lid, buiten een warmtekavel plaats-vindt. De vrijstelling geldt voor het gebied waarbinnen de levering aanhuurders of leden van de vereniging van eigenaars plaatsvindt.3. In het tweede lid wordt «Het college kan» vervangen door «Indien designificante wijziging van de levering en het transport van warmte,bedoeld in het eerste lid, binnen een warmtekavel plaatsvindt, kan hetcollege».4. In het derde lid wordt «bedoeld in het eerste lid» vervangen door«bedoeld in het tweede lid».XIXArtikel 4.4 wordt als volgt gewijzigd:1. In het opschrift wordt «ontheffing» vervangen door «vrijstelling enontheffing».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 1116 2. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:a. In de aanhef wordt «Het college kan» vervangen door «De vrijstellingop grond van artikel 4.1, lid 1a, en 4.3, lid 1a, geldt niet langer of hetcollege kan» en vervalt «uitsluitend».b. In onderdeel b wordt na «de aanvraag» ingevoegd «om eenontheffing of in de melding, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, of 4.3, eerstelid,».3. Het tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:a. In de aanhef wordt «ontheffing» vervangen door «vrijstelling ofontheffing».b. In onderdeel a wordt voor «aan een andere verhuurder» ingevoegd«voor een andere verhuurder een vrijstelling geldt of».c. In onderdeel b, wordt voor «aan» ingevoegd «voor een andereverhuurder of voor een ander warmtebedrijf op grond van artikel 3.01,vierde lid, een vrijstelling geldt, of».d. In onderdeel c wordt «ontheffing» vervangen door «vrijstelling ofontheffing».XXArtikel 4.5 wordt als volgt gewijzigd:1. In het opschrift wordt «ontheffing» vervangen door «vrijstelling ofontheffing».2. In het eerste lid wordt «Een ontheffing» vervangen door «Eenvrijstelling op grond van artikel 4.1, lid 1a, en een ontheffing».3. In het tweede lid wordt «de ontheffing» vervangen door «devrijstelling of ontheffing» en vervalt «, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid,».XXIIn artikel 7.21, tweede lid, wordt na «zijn» ingevoegd «vrijstellingen opgrond van artikel 3.01, vierde lid, gelden en zijn».XXIIIn artikel 9.1, tweede lid, wordt na «2.49, onderdeel a,» ingevoegd«3.01,».XXIIIIn artikel 12.14c, eerste lid, wordt «tussen een aangewezen warmtebe-drijf dan wel een warmtebedrijf waaraan een ontheffing als bedoeld inartikel 3.1, eerste lid, is verleend» vervangen door «tussen een op grondvan artikel 12.2 of 12.3 aangewezen warmtebedrijf of een warmtebedrijfwaaraan op grond van artikel 12.11, eerste lid, een ontheffing isverleend».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 1117 XXIVIn artikel 12.17a, vijfde lid, wordt «op een warmtebedrijf dat» vervangendoor «waarvoor een vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, geldt,of waaraan».XXVIn artikel 12.24, zesde lid, vervalt onderdeel b.Toelichting De indieners stellen voor om voor zowel kleine collectieve warmtesys-temen als warmtesystemen van verenigingen van eigenars (VvE’s) enverhuurders die zelf warmte leveren aan hun verbruikers, leden van deVvE of huurders, die buiten een vastgesteld warmtekavel liggen, te kiezenvoor een vrijstellingsregeling met een meldplicht in plaats van dat eenwarmtebedrijf telkens een ontheffing zal moeten aanvragen. Daarbij blijftbij kleine collectieve warmtesystemen wel sprake van een toets door deAutoriteit Consument en Markt (ACM) op de geschiktheid van hetbetrokken warmtebedrijf. Ook de taken en verplichtingen voor kleinecollectieve warmtesystemen die onder andere zien op de duurzaamheid,leveringszekerheid, consumentenbescherming en tarifering van warmteblijven van toepassing.De in het wetsvoorstel voorgestelde ontheffingsprocedure vormt eendrempel voor de ontwikkeling van kleine collectieve warmtesystemen. Bijkleine collectieve warmtesystemen gaat het veelal om nieuwbouw- ofrenovatieprojecten waarbij de warmtevoorziening door een projectontwik-kelaar in concurrentie gegund wordt aan een warmtebedrijf. Met hetgeselecteerde warmtebedrijf wordt vervolgens een klein collectiefwarmtesysteem ontwikkeld dat is afgestemd op het project en deverwachte warmte- en koudevraag van verbruikers.Wanneer er een ontheffing moet worden aangevraagd voor de realisatievan dit soort systemen, toetst de gemeente onder andere of het verlenenvan de ontheffing negatieve invloed heeft op de mate waarin eencollectieve warmtevoorziening in een warmtekavel op een kostenefficiënte wijze kan worden ontwikkeld en geëxploiteerd. Daar waar noggeen warmtekavel is vastgesteld en er dus ook nog geen globaalkavelplan is, zal het moeilijk zijn om precies in kaart te brengen welkeeffecten het verlenen van de ontheffing zal hebben op de verwachttetarieven dan wel het rendement van het aangewezen warmtebedrijf.Hierdoor ervaren zowel de projectontwikkelaar als het beoogde warmte-bedrijf onzekerheid over of er een ontheffing zal worden verleend.De indieners stellen, in lijn het advies van het Adviescollege ToetsingRegeldruk en de wetenschapstoets, voor om in ieder geval bij kleinecollectieve warmtesystemen buiten een vastgesteld warmtekavel te kiezenvoor vereenvoudiging. De ontheffingsprocedure wordt vervangen dooreen vrijstelling voor 30 jaar in combinatie met een toets door de ACM eneen meldplicht bij het college (voorgestelde artikel 3.01, eerste lid). Hetwarmtebedrijf moet haar voornemen melden bij het college en de ACMwaarna de ACM beoordeelt of zij wil toetsen of het warmtebedrijforganisatorisch, technisch en financieel geschikt is om de taken uit tevoeren (tweede lid). Als de ACM een dergelijke toets nodig vindt, zal hetwarmtebedrijf een aanvraag moeten indienen bij de ACM zodat de ACMde geschiktheid kan toetsen. Zo nodig kan de ACM voorschriften enbeperkingen verbinden aan een besluit (derde lid). De vrijstelling geldtvoor het gebied waarvoor de aansluitovereenkomst of de aansluitover-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 1118 eenkomsten gelden (vijfde lid). Het warmtebedrijf is verplicht dezeovereenkomsten en de mededeling of het besluit van de ACM bij hetcollege te melden zodat het college kan vaststellen of er een vrijstellinggeldt en voor welk gebied (zesde lid). In verband met het toezicht van deACM op het warmtebedrijf is het van belang dat het college dezeinformatie ook deelt met de ACM (zevende lid). Het warmtebedrijf isverplicht zich te melden als het kleine collectieve warmtesysteem zichzodanig zal uitbreiden dat het aantal van 1500 aansluitingen overschredenzal worden (achtste lid). Dan zou geen sprake meer kunnen zijn van eenvrijstelling maar zal het systeem onder het regime van hoofdstuk 2 komente vallen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadereregels gesteld over de wijze waarop een en ander gemeld, aangevraagd,beoordeeld en besloten wordt (negende lid). Zo nodig worden ook nadereregels gesteld over de voorschriften en beperkingen die de ACM aan eenbesluit kan verbinden (tiende lid).Bij kleine collectieve warmtesystemen gaat het veelal om nieuwbouw-of renovatieprojecten waarbij de warmtevoorziening door een projectont-wikkelaar in concurrentie gegund wordt aan een warmtebedrijf. Met hetgeselecteerde warmtebedrijf wordt vervolgens een klein collectiefwarmtesysteem ontwikkeld dat is afgestemd op het project en deverwachte warmte- en koudevraag van verbruikers. De keuze voor eenwarmtebedrijf wordt dus al in een vroeg stadium gemaakt. Met de in hetwetsvoorstel voorgestelde ontheffingsprocedure moet hiervoor eerst eenontheffingsaanvraag gedaan worden, is een besluit van het college nodigen volgt een periode van bezwaar en/of beroep. Dat zorgt voor veelonzekerheid en rompslomp, kan veel tijd kosten en haalt de vaart uit degewenste ontwikkeling van deze kleine collectieve warmtesystemen. Deindieners willen er daarbij op wijzen dat het, zeker als je gebouwge-bonden systemen meerekent, gaat om vele warmtesystemen waarvooreen ontheffing aangevraagd zou moeten worden.Bovendien zijn de plannen voor ontwikkeling van de collectievewarmtevoorziening daar waar nog geen warmtekavel is vastgesteld,waarschijnlijk onvoldoende concreet om tijdig een aansluiting voorverbruikers te kunnen realiseren. Hiermee is de collectieve warmtevoor-ziening dus ook geen realistisch alternatief voor het beoogde kleinecollectief warmtesysteem. Wanneer er wel een warmtekavel is vastgestelden eerder sprake is van interferentie met een concreet plan voor een meergrootschalige collectieve warmtevoorziening, dient het warmtebedrijf opgrond van artikel 3.1 een ontheffing aan te vragen en zijn ook de afwij-zingsgronden uit 3.1, zesde lid, van toepassing.In het verlengde van de voorgestelde vrijstelling voor kleine collectievewarmtesystemen stellen de indieners ook een vrijstelling voor warmtesys-temen van VvE’s en verhuurders voor die zelf warmte leveren aan hunleden of huurders. Deze vrijstelling wordt opgenomen in hoofdstuk 4 vanhet wetsvoorstel, dat ziet op de regels voor verhuurders en VvE’s. Eenontheffingsprocedure zou zolang geen warmtekavel is aangewezen eenonnodige belemmering kunnen zijn voor verduurzaming. Een vrijstellingkan daarmee voorkomen dat VvE’s en verhuurders kiezen voor individueleoplossingen.FlachBontenbalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 1119

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a2af4e0a26db8a7b

14 okt 2026 · 21ace8520b6868b1

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.