Antwoord op de internetconsultatiereacties op het ontwerpbesluit m.b.t. de bescherming van de wolf en goudjakhals en appreciatie van het advies van de Raad van State
Brontekst
Versie 606c437468b5851f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 118OmgevingsrechtNr. 306 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ,VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 oktober 2025Hierbij bied ik uw Kamer de nota van antwoord aan, waarin ik een reactiegeef op de zienswijzen die zijn ingebracht bij de internetconsultatie overhet ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit activiteitenleefomgeving en van het Besluit kwaliteit leefomgeving in verband met debescherming van de wolf en de goudjakhals (hierna: het ontwerpbesluit).Van 9 mei tot en met 6 juni jl. is dit ontwerpbesluit opengesteld voorinternetconsultatie. Hier zijn 437 zienswijzen op binnengekomen. Met detoezending van de nota van antwoord geef ik invulling aan mijntoezegging aan uw Kamer om in het najaar de oogst van de internetcon-sultatie van het Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluitactiviteiten leefomgeving en van het Besluit kwaliteit leefomgeving(bescherming wolf en goudjakhals) in de vorm van een Nota vanAntwoord op de internetconsultatiereacties aan uw Kamer te doentoekomen (TZ202506-076) (Kamerstuk 33 576, nr. 462). In deze notareageer ik ook op de zienswijze van het Wereld Natuur Fonds, waar uwKamer mij specifiek om heeft verzocht (Kamerstuk 2025Z12106/2025D31780).1 De nota van antwoord is bijgevoegd bij deze brief.Daarnaast heb ik in mijn brief van 15 september jl. aangekondigd eennadere appreciatie te geven van het door de Afdeling advisering van deRaad van State (hierna: Afdeling) uitgebrachte advies met betrekking tothet ontwerpbesluit.2 Mijn appreciatie, in termen van de opvolging die ikwil geven aan het advies, is de volgende.Naar aanleiding van het advies van de Afdeling heb ik het ontwerpbesluitnader overwogen en ben ik voornemens de ministerraad voor te stellenhet advies van de Afdeling advisering op onderdelen te volgen en hetontwerpbesluit en de bijbehorende nota van toelichting te wijzigen en aante vullen.1Overheid.nl | Consultatie Besluit bescherming wolf en goudjakhals, reactie2Kamerstukken II 2024/25, 33 118, nr. 303 kst-33118-306ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 118, nr. 3061 Naar aanleiding van het advies van de Afdeling wil ik in de nota vantoelichting de meerwaarde van de specifieke beoordelingsregels voorvergunningaanvragen gekoppeld aan de definities van «probleemwolf» en«probleemsituatie» verder toelichten. Het gaat erom dat met het oog opvoorspelbare besluitvorming een eenduidig kader wordt geboden vooralle provincies waarin zich wolven bevinden, om te beoordelen of sprakeis van een situatie die het afschot van een probleemwolf of het – tijdelijk –vangen van een wolf rechtvaardigt.De criteria van deze definities kunnen op onderdelen worden verduidelijkt,maar blijven inhoudelijk grotendeels ongewijzigd. Zij zijn ontleend aan deinterventierichtlijnen van de provincies en worden nu ook al toegepast inde praktijk.In de nota van toelichting zal ik verder onderbouwen dat het in allegevallen die onder de definitie van «probleemwolf» vallen, om de meesternstige situaties gaat, namelijk situaties van agressie of dreigendeagressie van een wolf tegen mensen of gehouden, goed beschermdedieren. Het gaat dus conform het advies van de Afdeling om uitzonderlijkegevallen waarin afschot kan plaatsvinden. Bij de ogenschijnlijk minderingrijpende situaties waarop de Afdeling wijst, situaties waarbij geendaadwerkelijke aanval op mensen of beschermd vee heeft plaatsge-vonden, gaat het in kern om het feit dat de wolf zich niet laat afschrikkendoor mensen en daarmee volgens de wetenschap voor de mens zelf eengevaar is geworden. Dat moet in de nota van toelichting beter wordenuiteengezet.De in het ontwerpbesluit omschreven «probleemsituaties met een wolf»leiden tot een aanmerkelijk minder verregaand ingrijpen door hetbevoegd gezag dan afschot, namelijk het tijdelijk vangen met het oog ophet zenderen en kunnen volgen van individuele wolven, of met het oog ophet overplaatsen naar een ander gebied. Het gaat daarmee niet om hetpermanent «aan de natuur onttrekken» van dieren van een beschermdesoort in de zin van artikel 14 van de Habitatrichtlijn, maar om voorzorgs-maatregelen waarbij het dier weer (elders) in de natuur terugkomt. Ik zalhet tijdelijke karakter van het aan de natuur onttrekken van de wolf in detekst van het betrokken artikel en in de nota van toelichting verduidelijken.Voorts ben ik voornemens om – conform het advies van de Afdeling – inhet artikel met de specifieke beoordelingsregels beter tot uitdrukking tebrengen dat deze regels ruimte laten voor een aanvullende beoordelingdoor het bevoegd gezag – gedeputeerde staten – in concrete situaties, opbasis van de aan de orde zijnde specifieke omstandigheden. Dit betreft debeoordeling ten aanzien van de vraag of er andere bevredigendeoplossingen bestaan dan doden of vangen, en of doden of vangengerechtvaardigd is op grond van de openbare veiligheid en volksge-zondheid.De Afdeling uitte in haar advies zorgen over de constructie van eenkoepelvergunning: één vergunning die voor meerdere toekomstigeincidenten met probleemwolven en in probleemsituaties zou kunnenworden ingezet. Overeenkomstig het advies van de Afdeling ben ikvoornemens de mogelijkheid voor het verlenen van een koepelver-gunning uit het ontwerpbesluit te schrappen, zodat te allen tijde, bij elkindividueel geval, gedeputeerde staten – op basis van adviezen vandeskundigen – zèlf de afweging zullen maken of sprake is van een situatiewaarin het doden of tijdelijk vangen van een wolf aangewezen is.Vergunningverlening blijft daarmee – net als nu – alleen voor individuelegevallen mogelijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 118, nr. 3062 Waar de Afdeling meer duidelijkheid vraagt over de trend die de wolven-populatie vertoont en de gevolgen die het doden van enkele exemplarendaarvoor kan hebben, zal de nota van toelichting worden aangevuld. Ookzal de verhouding van de voorgestelde beoordelingsregels en de inzet vanbevoegdheden in het kader van openbare orde en veiligheid van deburgemeester en politie nader worden gemotiveerd. Beter zal wordenbenadrukt dat de bevoegdheid voor vergunningverlening voor afschotvan een probleemwolf door gedeputeerde staten en de bevoegdhedenvan burgemeester en politie op het vlak van openbare orde en veiligheidduidelijk te onderscheiden zijn. In het kader van incidentenbestrijding, ophet moment dat nog geen afschot van de probleemwolf heeft plaatsge-vonden en dus maatregelen – zoals het sluiten van een gebied – met hetoog op de veiligheid moet plaatsvinden, zijn beide wel relevant.Afstemming tussen de verschillende bevoegde gezagen in dit verband isessentieel.Op de in het ontwerpbesluit opgenomen voorzieningen voor degoudjakhals en de regeling met terugwerkende kracht voor de verleningvan tegemoetkomingen voor wolvenschade had de Afdeling geen kritiek.Deze blijven dan ook gehandhaafd.De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J.F. RummenieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 118, nr. 3063
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.