Verslag van een commissiedebat, gehouden op 30 mei 2024, over Hulp- en geneesmiddelenbeleid
Brontekst
Versie 7f8478d8afbec040 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 477Geneesmiddelenbeleid32 805Hulpmiddelenbeleid in de gezondheidszorgNr. 902 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 23 juli 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op30 mei 2024 overleg gevoerd met mevrouw Dijkstra, Minister voorMedische Zorg, over:–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 2 september 2022 inzake beschikbaarheid medischehulpmiddelen en in-vitrodiagnostica (Kamerstuk 32 805,nr. 146);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 29 september 2022 inzake reactie op het verzoek van hetlid Agema, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van6 september 2022, over tekorten aan medische materialen inziekenhuizen, verpleeghuizen en de thuiszorg (Kamerstuk32 805, nr. 149);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 13 december 2022 inzake onderzoeken leveringszekerheidmedische producten en beleid 2023 (Kamerstuk 29 477,nr. 794);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 10 februari 2023 inzake reactie Gezondheidsraadadviesgetiteld Verduurzaming van hulpmiddelen in de zorg (Kamer-stuk 32 805, nr. 157);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 13 maart 2023 inzake beschikbaarheid medische produc-ten (Kamerstuk 29 477, nr. 806);–de brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d.5 juli 2023 inzake reactie op verzoek commissie over de briefinzake vergoeding van psychosociale hulphond via UWV,zorgverzekeraar of gemeente (Kamerstuk 32 805, nr. 169);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 17 maart 2023 inzake reactie op verzoek commissie overVereniging Afbouwmedicatie met betrekking tot concept«Multidisciplinair document «Afbouwen overige antidepres-siva»» (MDOA) (Kamerstuk 29 477, nr. 808);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 28 maart 2023 inzake prijsonderhandelingen Trodelvy(Kamerstuk 29 477, nr. 811); kst-29477-902ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 9021 –de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 28 maart 2023 inzake voortgang financiële arrangementengeneesmiddelen 2022 (Kamerstuk 29 477, nr. 810);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 11 april 2023 inzake antwoorden op vragen commissieover de voortgang medicinale cannabisbeleid (Kamerstuk29 477, nr. 802) (Kamerstuk 29 477, nr. 813);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 april 2023 inzake Beneluxa-onderhandeling Libmeldy(Kamerstuk 29 477, nr. 827);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 6 april 2023 inzake sluiskandidaten tweede helft 2023(Kamerstuk 29 477, nr. 812);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 6 maart 2023 inzake voortgang medicinale cannabisbeleid(Kamerstuk 29 477, nr. 802);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 9 mei 2023 inzake reactie op verzoek commissie inzake depetitie Red levens, vernietig geen bruikbare medicijnen(Kamerstuk 29 477, nr. 830);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 9 mei 2023 inzake reactie op verzoek commissie over debrandbrief ALS patiëntenvereniging met betrekking tot motiesover geneesmiddelenbeleid ALS-patiënten (Kamerstuk 29 477,nr. 831);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 8 mei 2023 inzake reactie op verzoek commissie op hetbericht «1 op de 6 gebruikers van medicijnen heeft daarovergeen contact met zorgverlener» (Kamerstuk 29 477, nr. 829);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 9 juni 2023 inzake reactie op verzoek commissie over depetitie van Hoofdpijnnet met ervaringsverhalen van migraine-en hoofdpijnpatiënten (Kamerstuk 29 477, nr. 835);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 16 juni 2023 inzake ex-postevaluatie geneesmiddelenvisie(Kamerstuk 29 477, nr. 839);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 4 juli 2023 inzake voortgang beschikbaarheid medischeproducten (Kamerstuk 29 477, nr. 845);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 4 juli 2023 inzake afschrift reactie van het College terBeoordeling van Geneesmiddelen (CBG) over de indeling vanbepaalde zelfzorggeneesmiddelen (Kamerstuk 29 477, nr. 841);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 14 juli 2023 inzake afschrift brief aan de EuropeseCommissie ten behoeve van draagvlak voor heruitgifte vangeneesmiddelen (Kamerstuk 29 477, nr. 850);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 4 juli 2023 inzake prijsonderhandelingen over het genees-middel Minjuvi (Kamerstuk 29 477, nr. 846);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 december 2023 inzake antwoorden op vragen commis-sie over therapeutische toepassing van psychedelica (Kamer-stuk 29 477, nr. 840) (Kamerstuk 29 477, nr. 860);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 26 juni 2023 inzake therapeutische toepassing vanpsychedelica (Kamerstuk 29 477, nr. 840);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 13 december 2023 inzake update doorlooptijden genees-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 9022 middelen en routes tot pakkettoelating (Kamerstuk 29 477,nr. 862);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 13 december 2023 inzake extramurale farmaceutischezorg (Kamerstuk 29 477, nr. 864);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 13 december 2023 inzake visie op geneesmiddeleninfor-matie voor zorgverleners (Kamerstuk 29 477, nr. 861);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 13 december 2023 inzake antwoorden op vragen commis-sie over de brief inzake naar een toekomstbestendig stelselvoor de vergoeding van nieuwe dure geneesmiddelen uit hetbasispakket (Kamerstuk 29 477, nr. 838) (Kamerstuk 29 477,nr. 863);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 16 juni 2023 inzake naar een toekomstbestendig stelselvoor de vergoeding van nieuwe dure geneesmiddelen uit hetbasispakket (Kamerstuk 29 477, nr. 838);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 28 december 2023 inzake update verkoop Intravacc B.V.(Kamerstuk 34 951, nr. 15);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 18 december 2023 inzake voortgang beschikbaarheidmedische producten (Kamerstuk 29 477, nr. 865);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 19 december 2023 inzake stimuleren innovatieve genees-middelenontwikkeling (Kamerstuk 29 477, nr. 867);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 18 januari 2024 inzake stand van zaken afbouwmedicatieantidepressiva januari 2024 (Kamerstuk 29 477, nr. 868);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 22 januari 2024 inzake analyse earlyaccessprogramma’svoor geneesmiddelen in andere landen (Kamerstuk 29 477,nr. 869);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 24 januari 2024 inzake vergoeding Libmeldy per 19 januari2024 (Kamerstuk 29 477, nr. 870);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 27 november 2023 inzake sluiskandidaten eerste helft2024 (Kamerstuk 29 477, nr. 858);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 27 november 2023 inzake reactie op verzoek commissieinzake de opzet van de periodieke rapportage geneesmiddelen,medische technologie en lichaamsmateriaal (Kamerstuk32 772, nr. 38);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 4 december 2023 inzake samenwerking Nederland-India(Kamerstuk 36 180, nr. 90);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 1 decem-ber 2023 inzake fiche: Commissiemededeling aanpak medicijn-tekorten in de EU (Kamerstuk 22 112, nr. 3846);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 25 september 2023 inzake bestendigen prepzorg (Kamer-stuk 32 239, nr. 13);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 30 maart 2023 inzake reactie op de motie van het lidTielen c.s. over standaard uiteenzetten hoe strategischeonafhankelijkheid geborgd wordt bij de verkoop van deelne-mingen (Kamerstuk 34 951, nr. 13) (Kamerstuk 28 165,nr. 389);Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 9023 –de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 31 augustus 2023 inzake onderzoeksrapport Kwalitatieveverdieping analyse hiaten geneesmiddelenontwikkeling(Kamerstuk 29 477, nr. 852);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 30 augustus 2023 inzake voortgangsrapportage voorwaar-delijke toelating weesgeneesmiddelen, conditionals enexceptionals, verlenging ataluren en beëindiging VT/opnamebasispakket NTRK-remmers (Kamerstuk 29 477, nr. 851);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 25 september 2023 inzake beleidswijziging voorwaarde-lijke toelating van geneesmiddelen tot het basispakket van dezorgverzekering (Kamerstuk 29 477, nr. 857);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 26 april 2024 inzake verkoop en overdracht aandelenIntravacc B.V. aan FDI Biosciences B.V. (Kamerstuk 34 951,nr. 17);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 13 mei 2024inzake reactie op verzoek commissie over de prijsonderhande-lingen over het medicijn Kaftrio (Kamerstuk 29 477, nr. 887);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 21 mei 2024inzake reactie op verzoek commissie over een update over hetgeneesmiddel Kaftrio (Kamerstuk 29 477, nr. 890);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 16 mei 2024inzake voortgang beschikbaarheid medische producten(Kamerstuk 29 477, nr. 889);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 19 december 2023 inzake monitor pakketmaatregelvitamine D (Kamerstuk 29 477, nr. 866);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 18 december 2023 inzake reactie op de NederlandseKanker Agenda (Kamerstuk 32 793, nr. 708);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 13 maart2024 inzake continuering sluisplaatsing Tecartus (Kamerstuk29 477, nr. 882);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 16 april 2024inzake reactie op de motie van het lid Claassen over eencentraal nooddepot voor schaarse generieke medicatie(Kamerstuk 29 477, nr. 879) (Kamerstuk 29 477, nr. 885);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 11 april 2024inzake voortgang pakketbeheer van dure geneesmiddelen(Kamerstuk 29 477, nr. 883);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 15 april 2024inzake uitfasering pfas in medische producten (Kamerstuk35 334, nr. 294);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 12 april 2024inzake reactie op verzoek commissie over een afschrift van debrief aan de patiëntenvereniging Spierziekten Nederland overhet verzoek tot brede beschikbaarheid van het geneesmiddelEvrysdi (risdiplam) tegen de spierziekte spinale musculaireatrofie (SMA) (Kamerstuk 29 477, nr. 884);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 13 mei 2024inzake Pallasproject: stand van zaken medische isotopen enaanbieding basisrapportage nieuwbouwprogramma (Kamer-stuk 33 626, nr. 24);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 14 mei 2024inzake eindrapport over medicatiegebruik bij ouderen (Kamer-stuk 29 477, nr. 888);Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 9024 –de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 22 april 2024inzake sluiskandidaten tweede helft 2024 (Kamerstuk 29 477,nr. 886);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 5 juli 2023 inzake verslag van een schriftelijk overleg overafstel GVS-modernisering (Kamerstuk 29 477, nr. 832)(Kamerstuk 29 477, nr. 847);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 17 mei 2023 inzake afstel GVS-modernisering (Kamerstuk29 477, nr. 832);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 26 augustus 2022 inzake voornemen Stichting SanquinBloedvoorziening tot verkoop van dochterondernemingSanquin Reagents B.V. (Kamerstuk 29 447, nr. 76);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 26 september 2022 inzake advies Gezondheidsraad rondtesten bloeddonaties (Kamerstuk 29 447, nr. 77);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 10 oktober 2022 inzake reactie op verzoek commissie ophet artikel in Het Financieele Dagblad over Gilde koopttestbedrijf bloedbank Sanquin (Kamerstuk 29 447, nr. 78);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 13 december 2022 inzake verruiming leverancierskredietSanquin-Prothya (Kamerstuk 29 447, nr. 80);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 16 januari 2023 inzake antwoorden op vragen over deactualiteitenbrief bloedvoorziening 2022 (Kamerstuk 29 447,nr. 81);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 1 november 2022 inzake actualiteitenbrief bloedvoorzie-ning 2022 (Kamerstuk 29 447, nr. 79);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 13 maart 2023 inzake donorselectiebeleid MSM (mannendie seks hebben gehad met een andere man) (Kamerstuk29 447, nr. 82);–de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 14 december 2023 inzake donorvragenlijst van StichtingSanquin Bloedvoorziening (Kamerstuk 29 447, nr. 83);–de brief van de Minister voor Medische Zorg d.d. 13 mei 2024inzake stand van zaken bloedvoorziening (Kamerstuk 29 447,nr. 84).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,EerdmansDe griffier van de commissie,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 9025 Voorzitter: AgemaGriffier: HellerAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Agema, Bushoff,Claassen, Daniëlle Jansen, Krul, Paulusma en Tielen,en mevrouw Dijkstra, Minister voor Medische Zorg.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen. Ik open dit commissiedebat van de vaste Kamercommissievoor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dit commissiedebat gaat over hethulp- en geneesmiddelenbeleid, maar ook over de bloedvoorziening. Erstaat een bijzonder groot aantal punten op de agenda.Ik heet mijn collega’s van harte welkom. Meneer Bushoff van GroenLinks-PvdA, meneer Claassen namens de PVV, mevrouw Jansen namens NSC.Naast mevrouw Jansen zit zo direct mevrouw Tielen, zij spreekt namensde VVD. Meneer Krul spreekt namens het CDA en mevrouw Paulusmanamens D66.Ik heet de Minister voor Medische Zorg van harte welkom.We hebben veel publiek op de tribune. Er is zelfs een tweede zaalingericht. Dat laat ook maar zien hoeveel waarde er wordt gehecht aan hetdebat dat wij vandaag voeren.Ik stel mijn collega’s voor om negen interrupties toe te staan in het geheledebat, dus bij elkaar en bij de Minister. U kunt ze er in één keer uitgooienof ze per keer doen.Ik geef als eerste het woord aan mijn collega Bushoff. Hij spreekt namensGroenLinks-PvdA.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik zal vandaag ingaan op twee punten: de tekortenvan generieke medicijnen en de schandalig hoge prijzen van duregeneesmiddelen.Laat ik met dat laatste punt beginnen. Ik noem enkele voorbeelden omdaar wat inkleuring aan te geven. Het middel CDCA kostte € 0,28. De prijswerd verhoogd naar € 140 per stuk. Het middel Cystadrops kostte zo’n€ 20 en de prijs werd verhoogd naar € 1.000. Het middel Lutetium-DOTATATE kostte zo’n € 3.000 en de prijs werd verhoogd naar ruim€ 19.000. Om nog wat meer cijfers te geven: deze laatste fabrikant haaldedaarmee in 2023 een winstmarge van bijna 19% en in de jaren daarvoorvan 29%. Er werd maar liefst ruim 6 miljard euro aan aandeelhoudersuitgekeerd en bijna 2 miljard aan eigen aandelen ingekocht. Dit soortcijfers laat zien dat de farmaceutische industrie ons een sprookjevoorhoudt dat hoge winstmarges nodig zijn om de kosten voor onderzoeken ontwikkeling te kunnen bekostigen. Dit sprookje is inmiddels weldoorgeprikt.Ik wil een rechtstreekse oproep doen aan de farmaceutische industrie:stop met recht praten wat krom is over de rug van patiënten en hetpublieke belang en ga op zoek naar het moreel kompas. Ik weet zeker datals dat moreel kompas wordt gevonden, er ook een andere route is om tekomen tot eerlijke medicijnprijzen. Ik vraag de Minister hoe zij naar dieandere route kijkt. Ik noem bijvoorbeeld de route om de prijzen vanmedicijnen te baseren op de daadwerkelijke kostprijs van een medicijn,plus de kosten voor ontwikkeling, onderzoek en niet naar de marktgebrachte medicijnen, plus nog een redelijke winstmarge. Zelfs over datlaatste punt valt met GroenLinks-PvdA nog te spreken. Ik ben benieuwdhoe de Minister kijkt naar dit cost-based++-model om te komen toteerlijkere prijzen van dure geneesmiddelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 9026 Ik ben ook benieuwd hoe de Minister kijkt naar bijvoorbeeld debevoegdheid om dwanglicenties af te geven, en naar het overhevelen vandie bevoegdheid van EZK naar VWS zodat er niet alleen met eeneconomische bril naar wordt gekeken, maar ook met een publiekbe-langbril en een volksgezondheidbril. Ik vraag de Minister hoe zij aankijkttegen de voorwaardelijke toelating van geneesmiddelen tegen een lagerinstaptarief om vervolgens in de praktijk eerst nog te kunnen onderzoekenwat de daadwerkelijke effectiviteit en de beste toepasbaarheid van datmiddel is. Daarna kan worden gekomen tot een definitieve prijsafspraak,die dan is gebaseerd op de effectiviteit en toepasbaarheid van dit middel.Hoe kijkt de Minister hiernaar? Tot zover een aantal concrete maatregelendie volgens mij nodig zijn om die schandalig hoge prijzen van duregeneesmiddelen tegen te gaan.Dan heb ik nog het punt over de tekorten van generieke geneesmiddelen.Natuurlijk is het nodig dat we daarvoor de productie meer in eigen handnemen, in Nederland maar ook in Europa. Maar dat is meer een langeter-mijnoplossing. Voor een kortetermijnoplossing is het nodig dat hetpreferentiebeleid wordt aangepast. Dat kan vernieuwend klinken uit demond van de Partij van de Arbeid, want wij waren een van de grond-leggers, een van de grote voorstanders van het preferentiebeleid. Hetheeft ons veel opgeleverd. Het heeft miljoenen bespaard. We zijn ook nogsteeds voorstander van het preferentiebeleid, maar op een enkel puntmoet het wel aangepast worden. Bij tekorten en bij dreigende tekortenmoet het preferentiebeleid toch worden opengebroken zodat meerdereaanbieders hun medicijn op de markt kunnen aanbieden en dit medicijnvergoed wordt. Ik ben benieuwd of de Minister bereid is om hiernaar tekijken en dit te gaan doen, omdat dit op korte termijn een oplossing isvoor het geneesmiddelentekort van generieke medicijnen.Tot zover.De voorzitter:Er zijn een paar vragen. Mevrouw Tielen namens de VVD.Mevrouw Tielen (VVD):GroenLinks-PvdA pleit ervoor om tijdens tekorten of dreigende tekortenhet preferentiebeleid te verruimen. We zien dat nu al een aantal regis-traties van middelen wordt ingetrokken. Het klinkt als «dan pakken we ietsanders uit de kast en is er een alternatief», maar dat kan dan niet omdatdie middelen niet meer in Nederland geregistreerd zijn. Hoe zietGroenLinks-PvdA dat?De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat het daarom zinvol is om die mogelijkheid niet alleen bijtekorten, maar juist ook bij dreigende tekorten te bieden. Ik verwacht datdan meer fabrikanten bereid zullen zijn hun middel wél op de markt tehouden. Dan kun je die tekorten sneller tegengaan. Volgens mij zijn daaral enkele mogelijkheden toe binnen het huidige preferentiebeleid. Ik denkdat die mogelijkheden beter benut moeten worden. Waar dat niet kan,vraag ik de Minister of zij bereid zou zijn om inderdaad het preferentie-beleid op dat punt aan te passen.De heer Claassen (PVV):Het is goed om te horen dat GroenLinks-PvdA nu eindelijk ook voelt dathet preferentiebeleid op deze manier niet langer houdbaar is. We hebbentot twee keer toe een motie ingediend om het preferentiebeleid aan tepassen naar twee of meer preferente middelen. Uw partij heeft daar toentegengestemd. Wat heeft u in de afgelopen weken – want over die tijdhebben we het – doen besluiten er anders naar te kijken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 9027 De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Voor de volledigheid: het preferentiebeleid heeft ons ook heel veelopgeleverd. Het heeft ons honderden miljoenen aan geneesmiddelenuit-gaven bespaard. Dat zijn honderden miljoenen die ingezet kunnen wordenvoor andere zorg en die niet vloeiden naar de zakken van deze geneesmid-delenproducenten. Ik denk dat het preferentiebeleid op zichzelf heel veelheeft opgeleverd. Het moet niet volledig overboord worden gegooid ofgeneriek opzij worden gezet, zoals beschreven in de moties die u netnoemde, maar het moet wel worden aangepast op het moment dat ertekorten zijn of dreigen. Dan kun je kijken of het preferentiebeleidopengebroken kan worden op die specifieke punten. Ik denk dat dat welzinvol is. Het lijkt mij niet verstandig om het generieke preferentiebeleidoverboord te zetten of voor alle middelen het preferentiebeleid open tebreken.De heer Claassen (PVV):Dat is niet helemaal de juiste voorstelling van zaken. De moties gingenniet over het afschaffen van het preferentiebeleid. Ze gingen erover dat opz’n minst twee of drie preferente leveranciers zouden worden toegekend.U moet het toch met mij eens zijn dat – dit werd net ook aangekaart doorde collega van de VVD – als meer leveranciers weten dat ze medicijnenaan de markt kúnnen gaan leveren, zij zich niet uit de markt zullenterugtrekken. Dat is ook een positieve bijdrage aan het voorkomen vaneen geneesmiddelentekort. Ik hoop oprecht dat als de PVV de motiebinnen een halfjaar voor de derde keer gaat aanbieden, de heer Bushoff erdan wel in mee wil gaan.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Voor de volledigheid: volgens mij zijn er al afspraken gemaakt tussen defabrikanten en de verzekeraars om te zeggen dat er vaker concessiesworden gedaan en dat er tenders worden uitgeschreven door onderandere verzekeraars zodat meer aanbieders van geneesmiddelen kansmaken op een vergoeding voor hun medicijnen. Ik denk dat dit al eenaantrekkelijke stap is om als fabrikant een middel wel op de markt tehouden. Daarnaast denk ik dat het een toegevoegde waarde heeft om nogeen extra stap te zetten en het preferentiebeleid open te breken voor demiddelen waar tekorten aan zijn of waar tekorten aan dreigen. Dat isanders dan waar u nu voor pleit, namelijk het preferentiebeleid in denbrede voor alle middelen openbreken en voor alle middelen meerfabrikanten toe te staan. Ik denk dat je dan afstand neemt van het helepreferentiebeleid en dat we dat nog niet moeten doen. We moeten hetpreferentiebeleid in stand houden waar het goed gaat en verbeteren waarhet beter kan. Dat laatste is op het punt van bestaande of dreigendetekorten. GroenLinks-PvdA stelt concreet voor het preferentiebeleid op diepunten open te breken.De heer Krul (CDA):Toch nog één vraag daarop. Ik hoor de heer Bushoff een goede stapmaken. Ik denk dat we nog iets dichter bij elkaar kunnen komen. Wat zounou de reden zijn voor een niet-preferente fabrikant, die geen tenderheeft, om te gaan zitten wachten op een dreigend tekort? Dat is tocheigenlijk een situatie waarin geen enkele fabrikant levensvatbaar is? Ik benbenieuwd hoe de heer Bushoff dit ziet. U beschrijft een situatie waarinfabrikanten die niet getenderd zijn gaan wachten op een dreigend tekortom vervolgens te gaan leveren. Dat gaat natuurlijk niet gebeuren. Zou erniet nog een extra stap gezet moeten worden?De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Zoals ik het heb begrepen, zullen er voortaan vooral contracten zijn meteen maximale duur van twee jaar. Het is dan voor alle fabrikantenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 9028 mogelijk om tussentijds hun middel alsnog op de markt te houden, omdatze kans maken om ook toegelaten te worden tot de markt. Bovendienzetten wij bij dreigende en daadwerkelijke tekorten een extra stap door tezeggen dat we het preferentiebeleid gaan opschorten, meerdereaanbieders gaan toelaten en meerdere aanbieders een vergoeding van hetmedicijn geven dat zij dan op de markt hebben. Ik moet eerlijk bekennendat het in één keer helemaal afstappen van het preferentiebeleid mij nietwenselijk lijkt. Volgens mij moeten we met z’n allen op zoek gaan naarhoe we dat preferentiebeleid op punten kunnen verbeten. Ik denk dat deverbeteringen die ik hier schets stappen zijn in de goede richting. Ik denkdat recentelijk al een aantal stappen is gezet. Gisteren, eergisteren of deafgelopen weken is hierover overleg geweest tussen andere verzekeraarsen de aanbieders van medicijnen. Zij hebben een aantal goede stappengezet. Ik ben benieuwd of u die stappen kent en of u daarover een oordeelheeft. Daar bovenop pleit GroenLinks-PvdA voor een extra stap, namelijkhet openbreken van het preferentiebeleid op het moment dat er tekortenzijn of dreigen. Ik denk dat dit de weg vooruit is. Ik ben ook benieuwd hoede Minister daarnaar kijkt.De voorzitter:Dit is onze lange bel dus dan wachten we altijd even.Mevrouw Paulusma heeft een vraag voor de heer Bushoff.Mevrouw Paulusma (D66):Ik kan een heel eind meegaan in de woorden van de heer Bushoff. Datstemt mij op deze donderdagochtend zeer positief. Ik snap ook desuggestie van het openbreken rondom de tekorten. Die suggesties hebbenwe ook veel uit het veld gehoord en we zijn allemaal overstroomd mete-mails, maar wat ik vooral heb gehoord aan de rondetafel en heb gelezenin de petitie, is dat er nog veel beter kan in de communicatie. Ik zou nogveel eerder in dit traject druk willen uitoefenen om ervoor te zorgen datwe niet eens op de oplossing van de heer Bushoff hoeven uit te komen.Hij knikt al, maar ik ben eigenlijk benieuwd welke beelden hij daarbij heeften of hij het hiermee eens is.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Twee dingen. Een: ik ben het in principe eens met mevrouw Paulusma datwe nog veel meer kunnen doen in het op tijd communiceren overdreigende tekorten van medicijnen. We zien dat dit vaak te laat goedwordt gecommuniceerd. We hebben meermaals tijdens het vragenuurtjede vraag gesteld hoe het nou kan dat er een tekort is en waarom deMinister dat nog niet wist. Telkens bleek dan dat er bij de juiste instanties,zoals het CBG, en bij de Minister pas heel laat bekend was dat er eendreigend tekort van een medicijn zou zijn. Ik denk dat daar zeker winst teboeken valt. Daarnaast is de stap nodig die ik net omschreef. Ik hoop datmijn collega’s ook zien dat het preferentiebeleid heel veel heeftopgeleverd en dat we daar niet volledig in een keer afstand van zoudenmoeten nemen. We moeten met z’n allen zoeken naar een beter preferen-tiebeleid dan we nu hebben. Dat heb ik bepleit en ik hoop dat de collega’sdaar ook voor voelen.Mevrouw Paulusma (D66):Ik knikte heel enthousiast, voorzitter.De voorzitter:Ja, dat zag ik.Dan waren dat de interrupties en de inbreng van de heer Bushoff. Wegaan nu luisteren naar meneer Claassen. Hij spreekt namens de PVV.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 9029 De heer Claassen (PVV):Dank u wel, voorzitter. Het medicijn Kaftrio voor de behandeling vanpatiënten met cystic fibrosis, taaislijmziekte, wordt nog steeds nietvergoed voor patiënten tussen 2 en 6 jaar oud. Er zijn uiteindelijk driebrieven van de Minister aan de Kamer nodig geweest om helderheid teverschaffen en de stand van zaken van de bekostigingsprocedure van ditmedicijn te verduidelijken. De eerdere twee brieven hebben voor veelonrust gezorgd bij de ouders en de kinderen die met smart wachten op ditmedicijn. Er is zelfs een petitie gestart en er zijn een heleboel belletjesgepleegd. De ouders waren echt ernstig verontrust naar aanleiding van deeerste twee brieven. Ik vraag de Minister: wat was de oorzaak van dezemiscommunicatie? Speelde de lastige communicatie alleen in deze casusof zien we hier maar een topje van de ijsberg? Wanneer denkt de Ministerdat het medicijn voor deze groep kinderen beschikbaar is?Voorzitter. De Minister gaf onlangs in haar voortgangsbrief over deaanhoudende medicijntekorten aan dat onze aangenomen motie om eennooddepot aan te leggen niet uitgevoerd zal worden. Ik weet ook dat eennooddepot symptoombestrijding is, maar zolang we niet met elkaargeregeld hebben dat er geen tekorten zijn, is het wel belangrijk. Deaangevoerde argumenten zijn de moeilijke uitvoerbaarheid, de hogekosten en de verstoorde marktwerking. Ik zou graag een toelichting van deMinister willen horen op het punt van de verstoorde marktwerking. Watmaakt de uitvoering van deze motie zo moeilijk?Wat betreft een van de oplossingsrichtingen, het preferentiebeleid, heeftde PVV-fractie nu al twee keer getracht dit beleid met twee moties aan tepassen, die twee keer verworpen zijn. Ik voel dat er nu wel draagvlak isom iets met het preferentiebeleid te gaan doen. Ik vraag dan ook om watmeer steun. Het zou goed zijn, naar aanleiding van wat meneer Bushoffheeft verteld, als we daar vandaag of eventueel later met elkaar uitkunnen komen om dit probleem op te lossen.De PVV is blij dat de Minister aan de slag is gegaan met het tekortenpro-bleem. Ze laat nu zelf extra voorraden aanleggen van schaarse medicijnenen er wordt gewerkt aan een nationaal overzicht van belangrijke,kwetsbare geneesmiddelen. We vinden het verbazend dat het overzicht ernog niet was, omdat er na vragen van de PVV-fractie, ook tijdens hetvorige commissiedebat, was toegezegd dat in oktober vorig jaar een lijstvan kritische middelen naar de Kamer zou worden gestuurd. Gelukkigkrijgen we deze nu voor het zomerreces, als het goed is. Het zou een helezegen zijn als mensen in het veld eerder wisten dat er een tekortenbesluitwas en dat zij daarop konden anticiperen. Dat geeft zowel de praktijk alscollega Bushoff aan.Uit het rondetafelgesprek en de recente hoorzitting bleek dat alsmedicijnen de sluis overleefd hebben, er alsnog een effectentoets wordtgedaan. Mijn vraag aan de Minister is: is dat niet omslachtig envertragend? Hierdoor is het beoogde medicijn immers nog steeds nietbeschikbaar voor de patiënt. Een eerdere motie van collega Maeijer,namelijk de motie op stuk nr. 826 (29 477) betreffende een onderzoek naarde vertraging in de postsluisperiode, die overigens unaniem wasaangenomen in de Kamer, wacht nog steeds op uitvoering. Ik hoor graageen reactie hierop van de Minister.Voorzitter. Dan het gebruik van statines. Statines zijn het meest voorge-schreven medicijn om het LDL-cholesterolgehalte in het bloed teverminderen. In Nederland krijgen 2 miljoen mensen statines voorge-schreven. Dit gebeurt vaak ook al in de context van de primaire preventie,om te voorkomen dat iemand hart- en vaatproblemen krijgt. De sterfte-cijfers ten gevolge van hart- en vaatziektes zijn van 2005 tot heden,ondanks veelvuldig gebruik van deze statines, niet significant gedaald. Uitonderzoek is gebleken dat er 0,4% risicoreductie is wanneer men statinesslikt. Dat betekent dat je 217 mensen een statine moet laten slikken om bij1 persoon een hartinfarct te voorkomen. Ondanks dit gegeven werd inTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90210 2019 de streefwaarde voor LDL-cholesterol in de NHG-Standaardverlaagd, dus krijgen mensen nóg sneller een statine voorgeschreven.Kan de Minister verklaren waarom dit gebeurd is? Vindt de Minister diteen wenselijke ontwikkeling?Vaak wordt er aan mensen die eenmaal statines krijgen medegedeeld datzij dit levenslang moeten slikken – zo staat het ook vaak in debeschrijving – terwijl de richtlijn eigenlijk niet zo is. Graag hoor ik van deMinister wat het gebruik van statines in Nederland per jaar kost. Wat zijnde geschatte zorgkosten bij de uit de primaire preventie voorgeschrevenstatines? Als we de vele bijwerkingen en de daarmee gepaard gaandedruk op de huisartsenketen namelijk meenemen, ben ik benieuwd wat diepreventie eigenlijk nog meer gaat kosten dan wat mensen vanuit eenzorgvraag gaan krijgen.Tot slot. Het is ook een hulpmiddelendebat, dus ik dacht: laat ik proberenom dat onderwerp er ook nog in te gooien. Hulpmiddelen zijn niet altijdgoed te verkrijgen. Door de verschillende wetgevingen, voorschriften endaarbij verschillende vergoedingen, is het voor patiënten envoorschrijvers soms een moeilijke weg om ze te verkrijgen. Dit leidt vaaktot een grote werklast voor degenen die de hulpmiddelen bij elkaarproberen te regelen. Mijn vragen aan de Minister zijn als volgt. Is dit sindsjanuari verbeterd? Hoe monitort de Minister dat afspraken over goedehulpmiddelenzorg worden nageleefd? In januari is de Stichting Kwali-teitsraad Hulpmiddelen en Zorg van start gegaan. Kan de Minister hier aliets over zeggen en de eerste resultaten met de Kamer delen?De voorzitter:Dank u wel. Meneer Bushoff heeft nog een vraag.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat het terecht is dat in dit debat ook veel aandacht uitgaat naar detekorten aan generieke geneesmiddelen. Aan de andere kant hebben weook nog een ander probleem, namelijk de heel dure geneesmiddelen ende enorm hoge prijzen daarvan. Ik ben benieuwd of de PVV ook ziet dat dekomende tijd, de komende maanden of jaren, echt concrete stappen gezetmoeten worden om die heel hoge prijzen van dure geneesmiddelen aanbanden te leggen en meer transparantie af te dwingen over de prijs-opbouw van die dure geneesmiddelen.De heer Claassen (PVV):Maandag hebben we daar een uitvoerige hoorzitting over gehad. Ik schrikook van sommige prijzen. Maar we weten ook dat dat vooral listprijzenzijn en dat de uiteindelijke kosten misschien anders zijn dan wat erwerkelijk op papier is neergepend. Ik wil twee dingen zeggen. Ik denk datwe als Kamer wel onderzoek moeten doen naar meer transparantie van destapeling van de kosten die leidt tot de uiteindelijke prijs. Ik denk dat wedaar met elkaar verder onderzoek naar zouden moeten doen. Maar u zeiook «aan banden leggen», wat ik een zware woordkeuze vind. Ik zou ermeer een voorstander van zijn om de uitkomsten, in ieder geval die vande hoorzitting, wat meer te duiden met elkaar in een nader te bepalenmoment en te kijken wat we kunnen betekenen om die prijzen, endaarmee ook de zorgkosten, wellicht wat te kunnen drukken.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik ben nog wel benieuwd of de PVV in ieder geval ziet dat wat betreft dehoge winstmarges en de hoge winsten die bijvoorbeeld uitgekeerdworden aan aandeelhouders of die gebruikt worden voor de inkoop vaneigen aandelen, er dus ruimte is voor de verlaging van die prijzen. Dat iséén. Twee. Misschien kunnen we naast onderzoek doen naar meertransparantie van de hoge prijzen, ook kijken of we tot concrete maatre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90211 gelen kunnen komen om meer transparantie af te dwingen over deprijsopbouw. Bent u daar dan in ieder geval wel voorstander van?De heer Claassen (PVV):U geeft aan te willen kijken, onderzoeken of verder verkennen wat dat kanbetekenen. Dát zou wel kunnen, alleen als we zouden zeggen «we gaanhet nu aan banden leggen», dan heb ik ook begrepen uit het gesprek vanafgelopen maandag dat dat consequenties kan hebben die we op ditmoment met elkaar niet kunnen overzien. Als ik terugkijk in de tijd, zie ikdat we, volgens mij, regelmatig besluiten hebben genomen. Ik refereereven aan de initiatiefnota Big Farma die hier ooit is voorbijgekomen metallerlei moties. Het effect van de moties die daaruit zijn gekomen en vande initiatiefnota hebben wellicht ook bijgedragen aan het geneesmidde-lentekort waar we het vandaag over hebben. Ik zou dus het volgendezeggen. Laten we wat voorzichtig zijn met zeggen «we gaan het aanbanden leggen en dat is het standpunt», maar we moeten wel kijken naarwaar we het in ieder geval kunnen optimaliseren en transparant kunnenmaken.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):De tekorten aan generieke geneesmiddelen is echt een ander onderwerpdan die heel dure geneesmiddelen. Mijn tweede vraag van zojuist was ofu ook ziet dat er ruimte is voor lagere prijzen, gelet op de enorm hogewinstmarges en op de miljarden die soms uitgekeerd worden aanaandeelhouders of die gebruikt worden voor de inkoop van eigenaandelen. Ik heb het over het soort miljarden die niet gebruikt wordenvoor de ontwikkeling van dure geneesmiddelen, maar die gewoonrechtstreeks naar de zakken van een aantal aandeelhouders of farma-ceuten vloeien. Ziet u daar geen ruimte om die prijzen te verlagen?De heer Claassen (PVV):In mijn vorige antwoord zei ik dat de heer Bushoff het nu brengt alsfeitelijkheden, alsof het zo is. Als er exorbitante winsten zijn die misschienniet gebruikt worden waarvoor ze zouden moeten worden gebruikt, danzullen we daar zeker iets mee moeten. Dan vindt u mij aan uw zijde. Maarnogmaals, ik heb begrepen uit de hoorzitting dat de feitelijkheden– althans, de dingen die u beschrijft als feiten – misschien iets anders inelkaar zitten. Daarom zeg ik: laten we daar, op basis van wat we gehoordhebben, nog eens een keer kritisch naar kijken. Als het uitgangspunt is datde prijzen naar beneden kunnen en dat de middelen, publieke middelen,die wij inzetten goed terecht moeten komen, dan vindt u ons natuurlijkaan uw zijde. Maar de stelligheid waarmee u dat nu brengt ... Ik wil daartoch nog heel even enig voorbehoud voor maken.De voorzitter:Dat was het. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Jansen namens NieuwSociaal Contract.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik wil heel graag ingaan op het tekort aan genees-middelen, het hulpmiddelenprobleem en de dure geneesmiddelen, ook alheb ik maar vier minuten. Ik probeer dus om heel snel te praten.Allereerst wil ik het hebben over het geneesmiddelentekort. Het probleemis helaas nog steeds niet opgelost. Er is deze week weer een patiënten-panel geweest. De resultaten laten zien dat meer dan de helft, namelijk53%, van de medicijngebruikers in Nederland het afgelopen halfjaar lastheeft gehad van medicijntekorten en dat het probleem nog steeds alleenmaar toeneemt. De gevolgen zijn groot. Patiënten krijgen veel klachten enveel stress. Ook krijgen ze andere klachten door andere medicijnen. Eenpatiënt gaf aan: «Zonder de injecties kan ik bijna niet lopen en door deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90212 pijn mijn handen niet gebruiken. Ik heb dus heel veel hulp nodig. Dat wilik niet, want ik wil zelfstandig zijn. Ik slaap niet van de pijn.» Daarnaastkost het tekort de maatschappij honderden miljoenen. Zoals iedereenzegt, is het geneesmiddelentekort een veelkoppig monster. Dat zorgt erook voor dat de oplossing niet eenvoudig is. Maar we mogen nietaccepteren dat we al jarenlang een alsmaar toenemend geneesmiddelen-tekort hebben.Er is nog steeds geen uitzicht op een oplossing. Iedereen die te makenheeft met het tekort denkt mee aan een oplossing, bijvoorbeeld deLandelijke Eerstelijns Farmacie, Patiëntenfederatie Nederland en deapothekersvereniging KNMP. Maar wie heeft de regie, vraag ik deMinister. De Minister heeft eerder aangegeven dat zij alle urgentie voeltom alles te doen om medicijntekorten te voorkomen en dat er wordtgekeken naar suggesties die vanuit het veld worden gedaan. Kan deMinister bevestigen dat alle suggesties worden overwogen? Zijn allevoorstellen en de voorgelegde alternatieven, bijvoorbeeld die van deKNMP en van de Landelijke Eerstelijns Farmacie, serieus overwogen enzijn veelbelovende alternatieven ook uitgewerkt? Of moet de Ministerbekennen dat er niet veel gedaan is met die voorstellen? Kan de Ministerhier een toelichting op geven?Ook wil ik nogmaals ingaan op de zorgplicht van zorgverzekeraars. Het iswettelijk vastgelegd dat zorgverzekeraars ervoor horen te zorgen datiedere verzekerde binnen een redelijke tijd en afstand de zorg kan krijgendie nodig is. Is de Minister het met me eens dat de leveringszekerheid enbeschikbaarheid van de door zorgverzekeraars aangewezen preferentemedicijnen ook onder de zorgplicht vallen? Is de Minister bereid in tegrijpen als zorgverzekeraars hun zorgplicht op dit vlak niet nakomen? Zouhet volgens de Minister helpend zijn om beleid en wetgeving aan tepassen die zorgverzekeraars verplichten om aan hun zorgplicht tevoldoen, bijvoorbeeld met regels over de toegankelijkheid, leveringsze-kerheid en beschikbaarheid van de door hen preferente geneesmiddelen?Ten tweede wil ik kort ingaan op de problemen bij de levering vanhulpmiddelen. De huidige regelgeving en afspraken met zorgverzekeraarsbeperken apotheken in het leveren van hulpmiddelen, terwijl er welbehoefte aan is. De centrale levering door landelijke groothandelsveroorzaakt vaak grote problemen, vooral voor kwetsbare groepen.Landelijke groothandels kunnen vaak niet direct en niet in kleine portiesleveren, wat tot schrijnende situaties leidt. Bij een werkbezoek aan eenapotheek hoorde ik bijvoorbeeld dat patiënten soms huilend aan de baliestaan, dat patiënten met kranten als geïmproviseerd incontinentiemate-riaal naar de apotheek komen of dat patiënten langer in het ziekenhuismoeten blijven omdat de benodigde hulpmiddelen nog steeds nietbeschikbaar zijn. Ook komt het voor dat na het overlijden van een patiëntdozen vol hulpmiddelen worden aangetroffen omdat groothandels vaakveel te veel leveren, wat leidt tot enorme verspilling. Voor zorgverlenersbetekent dit een grote belasting, omdat ze veel tijd kwijt zijn aan hetproberen te regelen van hulpmiddelen voor patiënten. Daarnaast leverenze deze hulpmiddelen vaak op eigen kosten om de patiënt toch te kunnenhelpen. Hoe staat de Minister tegenover het idee om apotheken weer demogelijkheid te geven om zelf hulpmiddelen te leveren, om zo verspillingtegen te gaan en betere zorg aan kwetsbare patiënten te kunnen leveren?Tot slot wil ik ingaan op de dure geneesmiddelen. Door het rondetafelge-sprek en de hoorzitting is mij duidelijk geworden dat transparantie van deprijs en de prijsopbouw essentieel is om grip te krijgen op de steedsduurder wordende innovatieve medicijnen. Ik vind het niet meer danlogisch dat bedrijven om te beginnen transparant moeten zijn over hetgedeelte van de research-and-developmentkosten, de publieke finan-ciering en die van non-profitorganisaties. Is de Minister het met me eensdat deze informatie, wanneer verstrekt op een toegankelijke, volledige enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90213 tijdige manier, de overheid helpt bij de prijsonderhandelingen om zo deprijs in de hand te houden en de verdringing van zorg tegen te gaan?Tot zover.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Jansen. Zijn er nog vragen? Meneer Claassen heefteen vraag.De heer Claassen (PVV):Als het gaat over de tekorten aan geneesmiddelen is de PVV-fractie ereigenlijk altijd van overtuigd geweest dat het preferentiebeleid eenbelangrijke schakel is om daar iets aan te doen. Collega Bushoff gaf daarook een opening voor. Ik heb u daar niet over gehoord. Hoe kijkt uondertussen, nu steeds meer duidelijk wordt dat dit een probleem is, naarhet huidige preferentiebeleid? Bent u bereid om samen met ons, dePVV-fractie, te kijken hoe we dat preferentiebeleid zouden kunnenwijzigen?Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Ik ben het allereerst met de heer Bushoff eens dat het preferentiebeleidjaren geleden heel veel goeds heeft opgeleverd, maar we moeten welvaststellen dat het preferentiebeleid nu aardig is doorgeschoten en dat heteen van de oorzaken is van de huidige tekorten. Ik ben zeker voor hetaanpassen van het preferentiebeleid, maar ik ben het eens met de heerBushoff dat je goed moet nagaan hoe de balans moet zijn en in welkevorm het moet plaatsvinden. Ik weet bijvoorbeeld dat de apothekersver-eniging de Minister een jaar geleden voorstellen heeft gegeven over hoeje in bepaalde noodsituaties iets meer kunt spelen met het preferentie-beleid, zodat je dit bijvoorbeeld kunt behouden voor de geneesmiddelenwaar het wel werkt, maar wel drastisch aanpakt voor de tekorten.De heer Claassen (PVV):Daar zit de crux, en daar zit ook de crux bij het voorstel van GroenLinks-PvdA. Op het moment dat je gaat zeggen dat andere leveranciers ook demarkt op kunnen als er een tekort dreigt, dan ben je veel te laat. In de kernmoet je dat dus voor zijn. Het moet de leverancier dan heel duidelijk zijndat er meerdere leveranciers zijn die op die markt twee jaar lang kunnenopereren en dat er dus niet uit één kast medicijnen kunnen wordengegrepen, maar dat in een andere kast dezelfde stof ligt die de mensenbeter kan maken. De vraag die ik aan NSC heb, is: wilt u dat deel dat deheer Bushoff benoemde dan in ieder geval loslaten? Het moet niet gaanom het preferent maken op het moment dat er schaarste dreigt of is, wantdan zijn we te laat. Het voorstel van de PVV-fractie zou zijn om dat aan devoorkant goed te regelen.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Ik denk niet dat het tot een oplossing gaat leiden als je aan één knop,bijvoorbeeld het preferentiebeleid, gaat draaien. Hoe je dat preferentie-beleid gaat aanpassen, moet mijns inziens dus een onderdeel zijn van eenheel pakket aan maatregelen, waarbij je inderdaad ook rekening houdtmet de problemen waar je tegen aanloopt als je het preferentiebeleidbijvoorbeeld alleen bij acute of dreigende tekorten loslaat. Mijns inzienskunnen de mensen vanuit het veld het beste oordelen over dievoorstellen. Die hebben het meeste zicht op wat er kan gebeuren. Erliggen dus voorstellen voor hele pakketten over hoe je kunt omgaan methet preferentiebeleid en wat je in welke situatie moet doen. Aan één knopdraaien is dus niet een oplossing. Het moet een heel pakket zijn en datpakket moet op elkaar ingespeeld zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90214 Mevrouw Paulusma (D66):Mevrouw Jansen zei aan het eind dat het veld heel goed weet wat er moetgebeuren. Zeker naar aanleiding daarvan dacht ik: wij moeten de politiekekeuze maken, want niet alles wat ons aangedragen wordt, kan. Ik was inhet hele verhaal op zoek naar welke keuze NSC bereid is te maken omervoor te zorgen dat dit dossier verder op gang komt. Het gaat dus nietom de suggesties vanuit het veld, maar om welke keuze NSC bereid is temaken in dit dossier.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Wij willen zeker werken aan het preferentiebeleid. Dat moet anders danhet nu is. Dat is één ding dat duidelijk is. Verder gaf ik in mijn verhaal ookaan dat ik vind dat de zorgverzekeraars een duidelijkere rol moetenhebben en dat die zorgplicht er niet voor niets is. Het is nu onduidelijk ofhet tekort aan geneesmiddelen onderdeel is van die zorgplicht. Hetprobleem moet bij de juiste mensen terechtkomen, dus waar het hoort. Ikben het helemaal met mevrouw Paulusma eens dat wij de politieke keuzesmoeten maken, maar ik wil vooralsnog voor het grootste deel leunen opde mensen uit het veld, omdat zij het meeste gevoel hebben voor wat ermisgaat.Mevrouw Paulusma (D66):Daar sla ik toch een beetje op aan, want dit vak gaat over kiezen. Niet alleskan. Wij zullen zeker in dit dossier, waar misschien wel te lang niet ingekozen is, keuzes moeten maken. Die gaan over dure geneesmiddelen,het preferentiebeleid, de EMA en weesgeneesmiddelen. Mevrouw Jansenzegt ook: er zijn meerdere knoppen om aan te draaien. Ik ben nog steedsheel benieuwd welke keuze NSC bereid is te maken. Ik heb namelijk ookhet idee dat meneer Claassen daar een beetje naar op zoek is. Hoe kunnenwe samen de volgende stappen zetten? Het is dan wel nodig om te wetenwat NSC bereid is te doen in dit dossier.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Nogmaals, NSC is bereid om naar het preferentiebeleid te kijken. Verderdenk ik dat we op den duur – dat zijn langetermijnoplossingen – moetenkijken of we minder afhankelijk kunnen worden van landen buiten Europa.De productie zou wat NSC betreft dichterbij moeten, bijvoorbeeld inEuropa. Dat zijn al twee onderdelen waarin NSC bereid is om keuzes in temaken.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Op het punt van de tekorten van generieke geneesmiddelen, meerproductie in Europa en kijken naar waar het preferentiebeleid verbeterdkan worden, sloten volgens mij de betogen van NSC en GroenLinks-PvdAin dit geval best aan. Ik ben nog wel even benieuwd naar de duremedicijnen. We kunnen in de Kamer debatteren over de mate waarin jevindt dat het gerechtvaardigd is dat er hoge winsten worden behaald en jehet acceptabel vindt dat sommige prijzen van medicijnen enorm wordenverhoogd. Ik hoop toch dat er in ieder geval een soort gezamenlijke basisin de Kamer te vinden is waarbij we zeggen: er moet in ieder geval eeneerlijke prijs betaald worden voor dure geneesmiddelen en daarvoor isveel meer transparantie nodig. Bent u dat met mij eens?Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Daar ben ik het helemaal mee eens. Het is mij tijdens de hoorzittingduidelijk geworden dat die transparantie volledig ontbreekt en daar ben ikhelemaal niet blij mee. De hele maatschappij heeft volgens mij onder-tussen het gevoel dat er iets scheef gaat en dat er te hoge winsten wordengemaakt. Ik ben dus honderd procent voor meer transparantie van deprijsopbouw.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90215 De voorzitter:Dat was het? Dan gaan we luisteren naar mevrouw Tielen. Ze spreektnamens de VVD.Mevrouw Tielen (VVD):Dank u wel, voorzitter. Miljoenen Nederlanders gebruiken dagelijksmedicijnen. Het zijn vaak slimme innovaties die zijn verpakt in een kleintabletje of een kleurige capsule. De middelen genezen mensen, vermin-deren hun klachten of zorgen dat ze niet echt ziek worden. Wat ze voorelkaar krijgen, is soms bijna magisch. De agenda van dit debat– meerderen zeiden het al – is heel lang. Ik wil nu eerst wat voorstellendoen om de tekorten te helpen verminderen. Dan ga ik verder met deprocedures rondom dure medicijnen en aan het eind heb ik nog drie lossevragen.Geneesmiddelen zijn dus fantastisch. Ik wil daarom eerst hulde brengenaan de medische wetenschap en innovatie. De waarde van medicijnenvoor patiënten, maar ook voor het verlichten van de werkdruk in de zorg,kan enorm zijn. Het is niet makkelijk om medicijnen te ontwikkelen, teproduceren en te vermarkten. De VVD zou willen dat Nederland aantrek-kelijk is op dit gebied. Dat betekent dat er in Nederland een goedecosysteem voor geneesmiddelenontwikkeling en -distributie zou moetenzijn. Ik vraag me af wat de Minister daarvan vindt en of ze tevreden is overde positie van Nederland. Na het plenaire debat dat we in maart haddenover de medicijnentekorten, werd een motie van mijn hand aangenomendie om een soort nationale apothekerskast vroeg. Er is een strategie nodigvoor medicijnbeschikbaarheid met daarin aandacht voor de tekorten, deonafhankelijkheid, het vestigingsklimaat in Nederland en een evenwich-tiger preferentiebeleid. Ik weet niet of iemand al turft hoe vaak dat woordis gezegd? Kan de Minister vertellen en laten weten wat er tot nu toe metmijn motie is gedaan?Als het om generieke medicijnen gaat, heb ik in meerdere debatten en ookin de genoemde motie gevraagd om naar het preferentiebeleid te kijkenvia de zorgverzekeraars, bijvoorbeeld door inderdaad niet één maar tweeof drie preferenten toe te staan. Hoe staat het daarmee? Is de Ministerbereid om, zoals bijvoorbeeld in Duitsland gebeurt, middelen voorkinderen uit te sluiten van het beleid via het preferentiebeleid? Graag eentoezegging daarop.Ook wil ik graag dat de standaard uitgifteperiode van medicijnen wordtverlaagd. Nu is de standaard drie maanden. Ooit was dat twee weken endaarna een maand. Is de Minister bereid vast te leggen dat de standaardomlaag gaat? Wat is volgens haar een zinnige standaard? Graag eentoelichting.In de werkbezoeken en gesprekken verbaas ik me daarnaast over destandaard verpakkingsgroottes en de onmogelijkheid om makkelijk om tepakken vanuit bulkverpakkingen. Kan de Minister in kaart brengen watmogelijk is en wat nodig is om daarin wet- en regelgeving aan te passen?Het kan naast het voorkomen van tekorten ook veel afval voorkomen.Graag een toezegging.Voorzitter. Dan ga ik verder met de dure geneesmiddelen. We hadden erafgelopen maandag met vier Kamerleden een bijzonder interessantehoorzitting over. Vanuit de wetenschap en de praktijk is een aantalsuggesties gedaan om de beschikbaarheid en de prijs-kwaliteit teverbeteren, onder andere via de sluisprocedure. Ik benoem er graag eenpaar. Is de Minister bijvoorbeeld bereid om de eisen van de registratiever-goedingsdossiers uit te breiden? Het is niet voor het eerst dat er wordtgevraagd om transparantie van bijvoorbeeld de prijsopbouw. Het lijkt mebest wel interessant om daar eens wat op door te gaan. Wij hoordenmaandag dat dit in Italië wettelijk mogelijk is gemaakt. Weet de Ministerdaarvan? Kan de Minister toezeggen om die Italiaanse wet wat nader teanalyseren en voor de Nederlandse situatie in kaart te brengen wat deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90216 voordelen daarvan zouden kunnen zijn? Sommige farmaceutischebedrijven dienen al vroeg in het proces een proefdossier in, maar demeeste doen dit niet. Kan de Minister in overleg met de industrie tot meerafstemming en overleg komen over proefdossiers en procedures enkomen tot afspraken over doorlooptijden? Soms wordt er gezegd dat hetaan de overheidskant ligt, maar ik denk dat er aan beide kanten wel watverbeterd kan worden. Ik benoem ook niet voor het eerst de kwaliteit vanleverdata als voorwaarde voor medicijnen. Kan de Minister verkennen hoehet mogelijk is om die data te standaardiseren en mee te nemen in deregistraties?Verder ben ik erg benieuwd naar de plannen van bijvoorbeeld PharmaNLen andere medischewetenschapsinvesteringen. Kan de Minister ingesprek gaan met de branche van zowel de generieke als de innovatievefarmaceutische bedrijven om te kijken wat we als Nederland aan ambitiewillen neerzetten als het gaat om innovatie en toegang tot medicijnen?Zoals ik al aankondigde, heb ik nog drie losse vragen. Hoe gaat het met deMDR-certificering op Europees niveau als het gaat over hulpmiddelen?Hebben we al wat achterstanden ingelopen? Kan de Minister daar watover zeggen?Ik had Kamervragen gesteld over onafhankelijke informatie over genees-middelen, zoals het Geneesmiddelenbulletin. Ik was een beetje verwardover het antwoord van de Minister rondom bezuinigingen of bedragendaarover. Kan de Minister voor mij nog mondeling toelichten wat zebedoelt?Gister heeft mijn collega Van Eijk bij het debat met de Minister van VWSeen motie ingediend over de druk op de huisarts om bijvoorbeeldADHD-medicatie voor te schrijven. Kan de Minister aangeven wat zijbespreekt en kan doen met de huisarts om hen te helpen om niet onderdruk allerlei geneesmiddelen te hoeven voorschrijven?Ik hoop dat ik niet al te lang over mijn tijd heen ben gegaan, voorzitter.De voorzitter:Tot nu toe heeft iedereen vijf minuten gesproken. Dat is voor meneer Krulen mevrouw Paulusma dan ook een goede hint dat de collega’s voor u ereen minuutje bij gepikt hebben.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Mevrouw Tielen noemt wat suggesties voor het meer flexibiliseren vanhet preferentiebeleid en doet onder andere de suggestie om middelenvoor kinderen uit te sluiten. Kan mevrouw Tielen toelichten waarom zespecifiek voor deze groep kiest? Ik snap de gedachte op zich wel, maar ishet wel verstandig? Ik vraag me toch af of dat wijs is.Mevrouw Tielen (VVD):Het is altijd goed om je dingen af te vragen met elkaar. Daarom hebbenwe ook een debat. In Duitsland doen ze het. We kunnen in ieder gevalkijken of het daar werkt. We hebben gezien dat er voor kinderen vaak nietevenveel alternatieven beschikbaar zijn als voor volwassenen. Ik wilinderdaad niet de ene groep afzetten tegen de andere, maar medisch enfarmaceutisch gezien is het minder makkelijk om kinderen alternatieven tebieden. Dat zou wat mij betreft een goed aanknopingspunt zijn omspecifiek voor die groep bepaalde middelen uit te sluiten van hetpreferentiebeleid.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Zou mevrouw Tielen dan nog willen nagaan of er ook uitzonderingssitu-aties voor andere groepen zijn of willen inventariseren of er wellichtvoorbeelden van zijn uit het buitenland? Zou ze dat alsnog willen nagaanvoor andere groepen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90217 Mevrouw Tielen (VVD):In de interruptiedebatjes van mijn drie voorgaande sprekers hebben wedat ook al een paar keer gehad. Helemaal afschaffen lijkt me geen goedidee, want er zitten ook allerlei voordelen aan. Er zal dus een soort wegingmoeten komen van verschillende alternatieven en de consequentiesdaarvan. Dit zou er eentje kunnen zijn waarbij bijvoorbeeld heel weinigalternatieven zijn, vanwege specifieke dingen. Als je kind bent, heb jeandere toedieningsvormen en dergelijke. Dat soort dingen kunnenmeespelen. Ik heb eigenlijk behoefte aan een wat groter overzicht vanvoor- en nadelen van verschillende deeloplossingen.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Krul. Hij spreekt namens hetCDA.De heer Krul (CDA):Voorzitter. Ik vrees dat mijn inleiding toch iets minder optimistisch is dande inleiding van mevrouw Tielen. Natuurlijk is het zo dat de innovaties inde medische wetenschap fantastisch zijn en ontzettend veel mensenhelpen. Maar de realiteit is wel heel schrijnend, namelijk: rijdend van stadnaar land met de kinderen op de achterbank, op zoek naar een beetjeantibiotica. En dat in een rijk land als Nederland. Met al die mooieinnovaties zouden we ons daar kapot voor moeten schamen. Wedebatteren bijna tweewekelijks over dit onderwerp. Volgens mij hebbenwe hier in de eerste week van de Minister al uitvoerig over gesproken.Laat ik wel zeggen dat er echt wel stappen worden gezet. Zeker wel. Deheer Bushoff heeft er ook al even aan gerefereerd. Er ligt wat ons betreftnog een te sterke nadruk op het proces. Misschien hebben we daar te langte weinig aan gedaan en moest zo’n OTG eerst op gang komen. Wij zijnheel benieuwd wanneer we de concrete acties kunnen verwachten. Ikbedoel dan niet alleen verkenningen of andere gesprekspunten die we inde toekomst verder uitwerken.Wie inzoomt op het geneesmiddelenbeleid komt er al gauw achter dat hetingewikkeld is. Mevrouw Jansen noemde het «een veelkoppig monster»en dat stond ook in mijn inbreng. Die ingewikkeldheid wordt vaak alsargument aangedragen om niet te beginnen. Dat heb ik net ook weergehoord. Want ja, als je aan de ene knop draait, dan moet je ook aan deandere knop draaien. Of er wordt gezegd dat er een samenhangendpakket aan maatregelen moet komen.We moeten gewoon beginnen. Ik ga een paar denkrichtingen meegevenaan de Minister waarvan het CDA denkt in ieder geval stappen te kunnenzetten. Natuurlijk kunnen we niet alles in een keer oplossen.Allereerst de tekortenbesluiten. Die moeten nog steeds gewoon eerderworden genomen. We hebben een meldpunt en wij krijgen signalen datdat meldpunt vanwege de boeteclausule eigenlijk niet goed werkt. Hetveld geeft wel signalen, maar wij hebben de indruk dat die signaleneerder opgepakt kunnen worden en dat we met tekortenbesluiten eerdergrote problemen kunnen voorkomen.Ten tweede: het preferentiebeleid. Het is al een paar keer benoemd in ditdebat. Voor de kijkers thuis die niet weten wat dat behelst: zorgverzeke-raars kunnen kiezen voor één geneesmiddel van hun voorkeur en anderemiddelen die precies hetzelfde zijn, worden dan niet vergoed. Dat is hetpreferentiebeleid. Tegen de heer Bushoff zeg ik: ja, dat preferentiebeleidheeft ons best heel veel gebracht, namelijk dat we minder zorgkostenmaken en dat wat het zou kosten voor andere zorg beschikbaar isgeweest. Inmiddels is het preferentiebeleid een beetje uitgespeeld. Welopen nu het risico dat we daarmee van goedkoop duurkoop maken. Ik wilhier echt nog even een ander risico benoemen – dat zijn ook signalen diewij vanuit het veld krijgen – namelijk dat Duitsland uiteindelijk onzegroothandel wordt. Daar zijn immers meer fabrikanten. Als het code roodTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90218 wordt en richting code zwart gaat, dan weten we dat we echt wel naarDuitsland gaan. Dit zorgt ervoor dat fabrikanten hier, die niet preferent zijnen niet getenderd zijn, te weinig redenen hebben om hier te blijven. Mijnpunt is dat het preferentiebeleid dus negatieve effecten en ook negatieveindirecte effecten heeft. Ik wil er nog eentje noemen. Onder 18 zijngeneesmiddelen niet altijd preferent. Dat is mooi. Die zijn er nu al. Maarde toediening bijvoorbeeld wel. Daardoor loop je uiteindelijk toch weervast in het systeem.Wat zouden we dan kunnen doen? De heer Bushoff heeft daarvoor eenmooie voorzet gegeven, denk ik. Zouden we niet een drempelwaardemoeten inbouwen, een tripwire of struikeldraad? Dat betekent dat we hetpreferentiebeleid tijdelijk aan de kant kunnen schuiven wanneer we ziendat er een bepaald tekort dreigt.Nog een punt. Het is al een paar keer genoemd, maar ik ben nu eenmaaleen beetje achteraan het staartje. Apothekers kunnen zelf ook veel. Zekunnen bijvoorbeeld doorleveren; ze kunnen gezamenlijk importeren. Datdrukt de kosten wat. Nu mag dat vaak niet, want dat wordt gezien alsmarktverstoring. Ik ben wel heel benieuwd hoe de Minister reflecteert opzo’n begrip als marktverstoring in de situatie van een groot geneesmidde-lentekort. Ik zou bijna willen zeggen: zou de ACM in zo’n situatie niet watbeters te doen hebben?Dat geldt ook voor het bereiden. Er zijn echt nog wel apothekers die goedkunnen bereiden, maar het moet wel uit kunnen. Het moet op z’n minstkostendekkend zijn. Nu zie je nog steeds dat apothekers die graag aanandere apotheken zouden willen leveren daarvoor te weinig redenhebben. Het is goed in Nederland dat er hele hoge eisen zijn, maar dankan het dus gewoon niet uit.Ik heb nog een bonusvraag, voorzitter. Ik denk dat de strategischevoorraad een goede ontwikkeling is, maar ik ben wel heel benieuwd waarwe die vandaan gaan halen. Op het moment dat we die van preferenteaanbieders gaan pakken, zijn we dan niet zelf onderdeel van het probleemaan het worden? Daar ben ik wel benieuwd naar. Hoe komen we zelf aanonze strategische voorraad en zouden we dan niet zelf een preferentefabrikant moeten hebben?Voorzitter. Er is al heel veel gezegd en ik wil er nog een ding aantoevoegen. Het aantal agendapunten van dit debat heeft de kwaliteit vanhet debat geen goed gedaan, denk ik. Misschien is het beter om maar watvaker bij elkaar te komen dan dat we nu zo van de hak op de tak deonderwerpen moeten bespreken, zou ik bijna willen zeggen. Het zij zo.De voorzitter:Als voorzitter is dat me uit het hart gegrepen. We hebben vroeger weleensmammoetdebatten gehad en dan hadden we meer dan honderdrapporten en agendapunten. Maar wat meer aandacht met wat minderagendapunten komt de kwaliteit van het debat doorgaans wel te goede.Daar gaat u zelf over.Het woord is aan mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Dank u wel, voorzitter. Het medicijntekort in Nederland houdt veel mensenbezig. Op bijna dagelijkse basis moeten patiënten en zorgverleners allezeilen bijzetten om op zoek te gaan naar een geschikt medicijn, met allestress van dien. Er wordt al aan heel veel knoppen gedraaid, maar daarmerken patiënten nog niet genoeg van. Het zou niet mogen uitmaken of jezorgverlener net een beter netwerk heeft of net geluk heeft met wie heteerst komt, die het eerst maalt. De communicatie en afspraken tussenpartijen over hoe zij handelen bij een tekort, kunnen en moeten beter. Hoeis de Minister van plan dit voor elkaar te krijgen?Voorzitter. Er is al heel veel gezegd, dus ik ga focussen op één onderwerp.Mensen die helemaal de dupe zijn, zijn patiënten voor wie er überhauptTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90219 geen behandeling beschikbaar is. Ik heb het over mensen met eenzeldzame aandoening. Een zeldzame aandoening heb je niet alleen. Er zijn1,2 miljoen Nederlanders met een zeldzame aandoening. Zij hebbendikwijls dubbel pech. Een zeldzame aandoening wordt vaak pas laatgediagnostiseerd. Als eenmaal bekend is om welke ziekte het gaat, zijn ermaar zelden effectieve behandelingen beschikbaar. We spreken van eenzeldzame aandoening als deze bij maximaal 1 op de 2.000 mensenvoorkomt. Wanneer een ziekte bij 1 op de 7.000 mensen voorkomt,spreken we zelfs van een ultrazeldzame ziekte. Veel van deze aandoe-ningen zijn erfelijk. Hierdoor treden de eerste ziektekenmerken al vanafjonge leeftijd op en worden soms hele families geraakt door dezelfdeaandoening.Doordat de patiëntgroepen vaak zo klein zijn, is het moeilijk om een goedediagnose te stellen of om medicijnen te ontwikkelen. Dat is al helemaal zowanneer je als land de capaciteit onvoldoende benut om samen te werkenmet andere Europese lidstaten. Waar er in Nederland van een zeldzameziekte misschien een handvol patiënten is, spreken we in Europa wellichtvan tientallen. Het uitwisselen van kennis om sneller een diagnose testellen om mensen van betere behandelingen te voorzien, redt mensen-levens. Dat is wat mensen met een zeldzame aandoening vragen: nietsmeer en niets minder dan toegang tot zorg.Daarom bied ik de Minister zo meteen graag namens 90 patiënten enzorgorganisaties een manifest aan. Hierin vraagt D66 om drie concreteacties. Dat gaat om het oprichten van een Europees onderzoeksfonds naarmedicijnen voor zeldzame aandoeningen waarvoor nu nog geenbehandeling bestaat. Hierbij gaat het om het committeren aan deEuropean Health Data Space, waarmee medische gegevens kunnenworden gedeeld, dus ook onderzoek. Dat gaat ook om het opstellen vaneen nationale strategie en het actief steunen van een Europees actieplanvoor zeldzame aandoeningen. Ik ga dit manifest graag zo meteen via debode overhandigen. Kan de Minister aangeven of zij net als wij demeerwaarde ziet van een intensieve Europese samenwerking op hetgebied van zeldzame aandoeningen? Kan de Minister een eerste reactiegeven op de drie punten die ik zojuist heb genoemd?Voorzitter. Juist als het gaat om toegang tot een geneesmiddel, eenonderwerp waar het debat van vandaag zich uitstekend voor leent, blijktdie toegang voor patiënten met een zeldzame aandoening meer uitzon-dering dan regel te zijn. Het is goed dat we scherp kijken naar detoegevoegde waarde van een therapie, maar we zijn in een stadiumbeland waarbij het medicijn voor de ene leeftijdsgroep wél voorwaardelijkwordt toegestaan maar voor de andere niet. Dit levert schrijnendesituaties op waarbij een arts aan dezelfde ouders moet vertellen dat hunene kind wel een behandeling kan krijgen maar het andere niet. Zoals iknet al zei: zeldzame ziektes komen vaak in familieverband voor.Voorzitter, ik ben me uiteraard bewust van het belang van het betaalbaarhouden van de zorguitgaven. Daar ging het in eerdere bijdragen ook alover. Met dit in gedachten wil ik de Minister toch vragen welke kansen zijziet om de schrijnende situaties te voorkomen en de toegang tot weesge-neesmiddelen te verbeteren.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we hiermee gekomen aan ... Sorry, sorry, de heerBushoff wil nog een vraag stellen.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Nog één vraag, voorzitter. Ik ging net even tellen. In de politiek moet jenamelijk ook kunnen tellen tot de helft plus één. Als ik tel, kom ik metGroenLinks-PvdA, VVD, CDA, en als ik het goed beluister ook D66, uit opeen meerderheid om in ieder geval het preferentiebeleid wel in stand teTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90220 houden maar waar nodig aan te passen. Heb ik dat goed gehoord? Ik weetniet zeker of NSC daar ook bij gerekend kan worden. Klopt het, ook in deogen van mevrouw Paulusma, dat ik tot een meerderheid kom als je al diezetels bij elkaar optelt en dat we met die meerderheid het preferentie-beleid in stand willen houden maar waar nodig aanpassen?Mevrouw Paulusma (D66):Meneer Bushoff kan goed tellen. Ondertussen heeft de Minister een heelzwaar pakket gekregen, want er staan 92 organisaties onder dit manifest.Een deel daarvan zit ook op de tribune. Die organisaties wil ik nog even decredits geven. Ja, meneer Bushoff kan goed tellen. Ik maak me alleen eenbeetje zorgen over NSC. Daarom mijn vragen. Zij hadden in hun verkie-zingsprogramma staan dat ze het preferentiebeleid geheel willen loslaten.Ik denk toch dat we naar een soort tussenoplossing toe moeten. Als wedaar met elkaar naartoe kunnen werken, komen we volgens mij een heeleind.De heer Claassen (PVV):Ik ben aan het begin van mijn inbreng vergeten te vertellen – dit kanmeneer Bushoff misschien geruststellen – dat ik mijn inbreng ook hebgedaan namens de BBB. Er zal moeten worden afgestemd wat dewijziging van het preferentiebeleid zou moeten zijn. Het liefst gaat dat oponze manier, maar u weet, de PVV is altijd erg flexibel.Mevrouw Tielen (VVD):De details horen we nog wel. Ik heb nog een vraag aan mevrouwPaulusma. Zij refereerde met haar manifest ook aan weesgeneesmid-delen. Volgens mij is er een regeling in Nederland aangaande weesge-neesmiddelen om inderdaad ruimte te bieden voor ontwikkelingenzovoorts. Die wordt soms echter ook gebruikt voor andere doeleinden.Waar precies in die regeling wil mevrouw Paulusma iets veranderen?Mevrouw Paulusma (D66):Ik wil, en D66 wil vooral dat we veel meer aandacht hebben voor dezeontzettend grote groep patiënten met een zeldzame aandoening. Er wordtnu te weinig onderzoek naar gedaan. Ze zijn ook niet interessant voor demarkt. Dat speelt hier natuurlijk ook een rol bij. Er is geen financieelbelang bij patiënten met een zeldzame aandoening. Dat klink heelonaardig en ik vind echt dat dat moet veranderen. Het manifest gaat dusover drie dingen: de nationale strategie Europees samenwerken enEuropees meer data delen om ervoor te zorgen dat we meer van de goededingen gaan doen om ervoor te zorgen dat patiënten met een zeldzameaandoening beter kunnen worden geholpen. Dat kan vooral in Europeesverband zodat Nederlandse patiënten er sneller de vruchten van gaanplukken.De voorzitter:Dan zijn we nu echt gekomen aan het einde van de eerste termijn van deKamer. Ik wil even met mijn collega’s overleggen, want we zijn ook decommissie van de gezonde leefstijl. Ik wil dus even met u overleggen ofwe de lunchpauze meteen koppelen aan de schorsing. De Minister heefttwintig minuten nodig. Het gaat om de vraag of we nu schorsen totbijvoorbeeld 11.40 uur en dan ook hebben geluncht, of dat we nu twintigminuten schorsen voor de Minister en om 13.00 uur schorsen voor eenlunchpauze, waar de Minister dan ook mag zijn met haar beantwoording.De heer Krul (CDA):Ik weet niet of je dan nog 14.00 uur haalt. Volgens mij is die eindtijd welhard. Ik zou het nu doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90221 De voorzitter:Ja, nu. Dan schors ik de vergadering tot 11.40 uur. Ik hoop dat het goed isvoor onze gezondheid om zo vroeg te lunchen.De vergadering wordt van 10.57 uur tot 11.41 uur geschorst.De voorzitter:In de vergadering in het kader van het commissiedebat over hulp- engeneesmiddelen hebben we de eerste termijn van de Kamer gehad.Daarna hebben we geschorst. We gaan nu luisteren naar de beant-woording van de Minister in haar eerste termijn. Het woord is aan deMinister voor Medische Zorg en ... Nee, het is zonder «sport». Het is deMinister voor Medische Zorg. De Minister.Minister Dijkstra:Dank u wel, voorzitter. Ik heb natuurlijk heel goed geluisterd in de eerstetermijn. Ik heb best een inleiding, maar ik dacht: iedereen heeft dat hier alzo goed gedaan, laat ik nou kortheidshalve wat verderop in mijn tekstbeginnen. We weten namelijk allemaal waar we het over hebben. Wevinden het allemaal ongelooflijk belangrijk. Dat zien we ook aan debelangstelling voor dit debat. We spreken hier ook vaak over met elkaar.Dat klopt.We zijn het er snel over eens dat medische producten cruciaal zijn. Datbetekent helaas niet dat altijd eenduidig is wat het optimale beleid is. Alshet gaat over medische producten hebben we het vaak over de kosten.Voor sommige producten zijn de kosten erg hoog en voor andere juistlaag. Ik wil vandaag benadrukken dat het zeker niet alleen om debetaalbaarheid gaat. We moeten voortdurend zoeken naar de balanstussen verschillende zaken die we allemaal belangrijk vinden. We willendat een product zo snel mogelijk beschikbaar is voor de patiënt. Het moetveilig zijn. Het moet het liefst ook duurzaam zijn. Het moet natuurlijk ookbetaalbaar zijn. Elke dag worden we geconfronteerd met deze dilemma’s.Ik denk bijvoorbeeld aan dementie. De eerste veelbelovende middelenkomen nu op de markt. Doet het middel echter wat de fabrikant belooft? Ishet effectief? Is het betaalbaar? Ik denk ook aan generieke medicatie, zoalsantibiotica. We komen daar nog uitvoering over te spreken. De prijzenhiervan zijn inderdaad zo laag dat fabrikanten zich afvragen of het nog weluit kan om in Nederland te produceren. Daardoor worden we afhankelijkervan buitenlandse producenten. Dit zijn voorbeelden van de dilemma’s. Zezijn hier ook door de Kamer genoemd.Ik ga graag het gesprek met u aan. Ik wil de antwoorden op de vragenbehandelen in blokjes. Die zijn overzichtelijk. Dat hebben de leden zelf ookaangegeven. Ik wil beginnen met de beschikbaarheid van geneesmid-delen. Dan kom ik bij de beschikbaarheid van medische hulpmiddelen.Vervolgens bij de dure geneesmiddelen. Dat is blokje drie. Daarna zijn ernog een paar overige vragen die ik wil beantwoorden.Voorzitter. Ik zal beginnen met de beschikbaarheid. We hebben deafgelopen periode helaas de nodige voorbeelden gezien van tekorten aanantibiotica en astmamiddelen. Nou ja, ik kan alleen maar het woord«helaas» herhalen, want er zijn ook van andere geneesmiddelen regel-matig tekorten. We hebben op meerdere momenten met elkaar over ditonderwerp gesproken. Er zijn een aantal belangrijke moties aangenomen.Het is logisch dat er veel aandacht is voor dit onderwerp. Als je de mediavolgt – ik doe dat ook intensief – dan zou je kunnen denken: in de Kamerzegt ze van alles, maar ze doet niets of niet veel. Ik zou u willen zeggen dathet tegendeel waar is. Ik vind dat het sneller moet. Dat is voor mij ookecht een punt. Daar zijn echter ook beperkingen aan. Er gebeurt al heelveel. We zitten wekelijks aan tafel met alle betrokken partijen om teoverleggen over het preferentiebeleid, het boetebeleid, de voorraden,enzovoort. Dat zijn geen eenvoudige gesprekken. Het kost heel veel tijd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90222 Het kost meer tijd dan ik had gedacht en gehoopt. Dat moet mij even vanhet hart.Mag ik mijn inleiding even afmaken voordat ik vragen beantwoord,voorzitter?De voorzitter:Ik stel voor dat we afspreken dat we aan het einde van het blokje devragen stellen aan de Minister.Minister Dijkstra:Ik zei al dat ik de media volg. Ik merk dat bijvoorbeeld brancheorganisaties– ik noem Bogin en KNMP – de suggestie wekken dat er niets gebeurt. Ikvraag me dan oprecht af: wat wil je daar nu eigenlijk mee zeggen? Ik bendaarover echt teleurgesteld. We zitten voortdurend met elkaar aan tafel.Het is namelijk een onderwerp waar we juist heel veel op inzetten. Er zijnenorm veel ambtenaren intensief mee bezig. Er gebeurt zeker van alles,maar zoals ook al hier eerder gezegd: het is heel complex. Het is lastig,juist als je alle partijen wil meenemen en aan tafel wil hebben. Ik komzeker met voorbeelden waaruit blijkt dat we wel degelijk stappen zetten.De zorgverzekeraars hebben eerste stappen gezet. Die gaan in uw ogenmisschien nog niet ver genoeg, maar het zijn wel stappen die gezet zijn.Ze hebben mij bevestigd dat ze niet voor een dubbeltje op de eerste rangwillen zitten. Mocht dit in de praktijk anders zijn, dan hoor ik daar graag devoorbeelden van. Ik ben heel graag bereid om onderzoek te laten doennaar de contracten als men daar twijfel over heeft. Dat weet men ook.Ik wil niet alleen vanachter mijn bureau – ik zeg altijd maar: vanuit mijnivoren toren – inzicht in dit onderwerp. Daarom ben ik de afgelopenweken ook in gesprek geweest met partijen en op bezoek geweest bijpartijen, waaronder Nederlandse fabrikanten en groothandelaren vanwerkzame stoffen, oftewel API’s, en eindproducten. Dat waren echt helenuttige en constructieve gesprekken. Zij gaven mij aandachtspunten meedie ik heel graag verder wil gaan verkennen. Het gaat bijvoorbeeld om degarantie van de zorgverzekeraars dat 20% tot 30% van de geneesmiddelenuit Nederland of de ons omringende landen zou moeten wordenafgenomen. Zorgverzekeraars geven aan dat ze dit al doen, maar ik wildaar meer van weten.Ze gaven ook aan dat de productie nooit helemaal alleen uit Europa kankomen. Het overhevelen van de productie naar onder meer een land alsChina is al 30 jaar geleden ingezet. Waarom was dat? Dat had te makenmet goedkope arbeidskrachten. De productie was daar goedkoper. Als jenu kijkt naar hoe je daarin verandering kan aanbrengen, dan is het eensoort enorme mammoettanker die door het Suezkanaal moet en die nietzomaar gekeerd kan worden. De totstandkoming van een geneesmiddelbestaat vaak uit enorm veel stappen. Laten we even terugdenken aanChina. Ook daar zijn grote organisaties ontstaan. Daardoor krijg je temaken met de volgende situatie: als middelen niet beschikbaar zijn, danzijn ze ook bij anderen niet zo makkelijk te vinden. Op al die terreinen zijner ontwikkelingen die maken dat het soms een hele kwetsbare ketenwordt. Het kan bijvoorbeeld wel om twintig stappen gaan, waar zes àzeven bedrijven bij betrokken zijn die in hun planning allemaal rekeningmoeten houden met de productiestappen. Sommige bedrijven voerenzo’n stap maar twee keer per jaar uit. Dan heb je daar al een probleem. Ukunt zich voorstellen dat dit complex is in het proces en in de logistiek endat dit voor vertraging kan zorgen.Ik kom nu bij de concrete voorbeelden van acties die sindsdien in gangzijn gezet. Ondanks het risico op marktverstoring ga ik toch starten methet laten aanleggen van extra voorraad van een aantal geneesmiddelen,zodat we ons nu al kunnen voorbereiden op de winter. Dat is in lijn met demoties van de leden Dijk en Claassen. U moet daarbij vooral denken aanantibiotica en salbutamol. Ik kom straks terug op de vragen die daaroverTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90223 gesteld zijn. Ik werk met het Meldpunt geneesmiddelentekorten en-defecten en de leveranciers aan het verbeteren van het melden vanleveringsproblemen voor geneesmiddelen, zodat tekorten eerdergesignaleerd kunnen worden. Er kan dan eerder naar een oplossingworden gezocht. Ik heb begrepen dat u hierover in de door u recentgeorganiseerde hoorzitting ook gesproken hebt met de verschillendeexperts. Daarnaast zal ik een lijst publiceren met geneesmiddelen die erecht kritiek voor staan in Nederland. Voor die geneesmiddelen wil ik extramaatregelen nemen.Ik noem als voorbeeld de volgende drie maatregelen. Ik ben metzorgverzekeraars en andere inkopende partijen in gesprek over demogelijkheid om in hun inkoopbeleid te sturen op gedeeltelijke productiedicht bij huis. Ik ben met partijen aan het onderzoeken of we tenderskunnen uitzetten voor het aanleggen van API’s. Ik spreek het op z’nNederlands uit als «apies», maar het is natuurlijk «ee pie ai». Dat zijn degrondstoffen. Het is de basis die je nodig hebt om geneesmiddelen temaken van API-voorraden dicht bij huis. Ik ben ook aan het kijken waar wevanuit de overheid de administratieve hordes kunnen wegnemen dieinitiatieven vanuit de sector belemmeren om te helpen bij de huidigetekortenproblematiek.Voor het vergroten van de leveringszekerheid ben ik in april naar Brusselgeweest voor de lancering van de Critical Medicines Alliance. Ook heb ikmet Frankrijk een manifest opgesteld om Europese subsidie-instrumentenin te gaan zetten om productie te stimuleren. Ook dat is in lijn met eenmotie, te weten de motie-Bushoff. Om de Nederlandse markt voorfarmaceutische bedrijven aantrekkelijker te maken, worden onder mijnregie afspraken gemaakt tussen farmaceuten en zorgverzekeraars om hetpreferentiebeleid te verbeteren. Alle leden zijn hier vandaag eigenlijk overbegonnen. Deze afspraken over het preferentiebeleid worden de komendetijd geïmplementeerd en geëvalueerd. Ik ben heel blij dat de ErasmusUniversiteit onderzoek heeft gedaan naar het verband tussen hetpreferentiebeleid en de tekorten. Zoals ik heb vernomen, blijkt uit hetrapport dat het preferentiebeleid soms positieve gevolgen en somsnegatieve gevolgen voor de beschikbaarheid heeft. Dat was bekend, maardat wordt nu onderbouwd. Dat is heel goed. Zodra het onderzoek van deErasmus Universiteit is gepubliceerd, ga ik het met de betrokken partijenbespreken.Ook niet onbelangrijk – ik zou willen zeggen: belangrijk – is dat ik met deACM en de NZa bekijk of zij als toezichthouders een analyse van dehuidige markt kunnen maken. Ik werk ook aan een tijdelijke beleidsregelmaximumprijzen geneesmiddelen. Hiermee wordt extra prijsdrukvoorkomen door maximumprijzen van mogelijk kwetsbare geneesmid-delen niet te verlagen. Bij het aantrekkelijker maken van de Nederlandsemarkt trek ik zoveel mogelijk samen op met mijn collega van EconomischeZaken.Voorzitter. Dat is mijn inleiding. Dan kom ik nu bij de beantwoording vande vragen.De voorzitter:Dank u wel. Dat was dan toch meteen ook het blokje beschikbaarheid?Minister Dijkstra:Nee, de antwoorden komen nu. Het blokje is dus nog niet voorbij. Ik bennu aan de antwoorden toe.De voorzitter:Zullen we het blokje beschikbaarheid even afronden? Meneer Claassen,moet het echt per se? Dan wil iedereen, snapt u?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90224 De heer Claassen (PVV):Ja, maar ik begrijp de laatste opmerking niet.De voorzitter:Meneer Claassen begrijpt de laatste opmerking niet. Misschien kunt udaar even beginnen.Minister Dijkstra:Dat is goed.De voorzitter:Dan kunt u voor de rest uw blokje over geneesmiddelen en beschik-baarheid afronden. Dan doen we daarna de vragen.De heer Claassen (PVV):Dank u wel, voorzitter, want ...De voorzitter:De Minister verduidelijkt haar laatste zin. Dan gaat ze door. Daarna komenwe bij de Kamer.De heer Claassen (PVV):U bent de voorzitter.Minister Dijkstra:Voorzitter. Mijn laatste zin was: ik ga nu over tot het beantwoorden van devragen. Dus in die zin ...(Hilariteit)De voorzitter:Zonder een hele ronde te doen ... U wilt een toelichting op wat de Ministerzei aan het einde van haar betoog? Gaat u verder, Minister.Minister Dijkstra:Ik zal proberen zo helder mogelijk en zo snel mogelijk te antwoorden. Deheer Krul en de heer Bushoff vragen of ik bereid ben te kijken naar hetopenbreken van het preferentiebeleid bij dreigende tekorten aangenerieke geneesmiddelen. De heer Krul had het over de drempelwaarde.De mogelijkheid is er al. Zorgverzekeraars maken hier in de praktijk ookgebruik van. Bij een tekort heffen ze het preferentiebeleid voor hetbetreffende middel op of wijzen ze een ander middel aan. Zo kunnenapotheken vervangende middelen van andere aanbieders leveren aanpatiënten. Ik wil echter ook met partijen bespreken om dit bij dreigendetekorten te gaan doen. Je moet het echt eerder in het proces gaan doen.Daarom is het zo belangrijk dat we op tijd weten dat die tekorten dreigen.Mevrouw Jansen vroeg of de beschikbaarheid van door preferentieaangewezen middelen ook onder de zorgplicht valt. Ja, die valt daaronder.De zorgplicht van zorgverzekeraars geldt zeker ook voor de farmaceu-tische zorg. Zij hebben een zorgplicht voor hun eigen verzekerden vooralle zorg die onder de Zorgverzekeringswet valt. Dat geldt dus ook voor defarmaceutische zorg. Ze moeten ervoor zorgen dat hun verzekerden tijdigen kwalitatief goede zorg krijgen als zij hierop aangewezen zijn.Mevrouw Tielen en de heer Krul vragen naar concrete acties rondom hetoplossen van tekorten, ook naar aanleiding van de motie van de VVD vooreen nationale apothekerskast. Ik ben in mijn spreektekst al even ingegaanop mijn inzet op het gebied van beschikbaarheid van medische productenen langs welke lijnen ik dit doe. Daarnaast heb ik voor uw Kamer vlak voorhet debat mijn brede beleid op het gebied van beschikbaarheid schriftelijkuiteengezet. In die brief heb ik alle lopende en nieuwe acties genoemd. InTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90225 deze brief is uw motie – ik zeg dat tegen mevrouw Tielen – ook schriftelijkbeantwoord. Ik hoor echter graag of het gegeven overzicht de oproepvoldoende beantwoordt. Het gaat over het preferentiebeleid, overvoorraden en over de productie dicht bij huis.Mevrouw Tielen vroeg ook naar het toestaan van meer preferentemiddelen. Hoe staat het daarmee? Ze noemt als voorbeeld Duitsland. Daarworden medicijnen voor kinderen uitgesloten van het preferentiebeleid.Het is mogelijk om meer preferente middelen toe te staan. Zoals ik al zei,maken de zorgverzekeraars hier wel gebruik van. Het is echter wel metwisselend resultaat. Een zorgverzekeraar had bijvoorbeeld twee middelenaangewezen en in de praktijk werd er in de apotheek maar één afgenomenvoor de patiënten. Voor één leverancier zorgde dat preferentiebeleid nietvoor een afnamegarantie. De zorgverzekeraar is daarmee gestopt. Ik wilbest onderzoeken of we bij uitstek de middelen voor kinderen van hetpreferentiebeleid kunnen uitsluiten en wat hiervan de voor- en nadelenzouden kunnen zijn. Als het goed is, wordt daar na de zomer op terugge-komen. Ik zeg het even in passieve zin, want ik zal dan niet meer degenezijn die dat doet, denk ik.De heer Claassen vraagt of de Minister een toelichting kan geven waaromeen nooddepot zorgt voor verstoorde marktwerking en waarom deuitvoering moeilijk is. Veldpartijen hebben mij gewezen op de risico’s vanmarktverstoring. Nederland heeft een uitstekend distributienetwerk voorgeneesmiddelen binnen de geneesmiddelenketen. Eventuele extravoorraden kunnen het beste daarbinnen worden aangelegd. Eennooddepot buiten deze keten zou verstorend kunnen werken, want departij die zo’n noodvoorraad inkoopt, concurreert op de markt met partijendie geneesmiddelen voor gebruik inkopen. Dit kan prijzen opdrijven ofschaarste veroorzaken. Die extra voorraad verloopt natuurlijk na verloopvan tijd, met een groot risico op verspilling. We hebben daar voorbeeldenvan gezien tijdens de covidpandemie. In de praktijk is gebleken dat hetheel lastig is om middelen vanuit een noodvoorraad weer in te zetten inde markt, omdat het aan een goede inbedding in de distributieketenontbreekt. Het is altijd goed om te kijken of daar oplossingen voor zijn. Ineerste instantie is dit wel wat het heel moeilijk maakt.De heer Claassen vraagt ook om het overzicht van kwetsbare geneesmid-delen dat vorig jaar al naar de Kamer zou worden gestuurd. Hij vraagtwaarom er achterstand is. Om te beginnen heb ik eerst meegewerkt aande Europese lijst van kritieke geneesmiddelen. Die is eind 2023 gepubli-ceerd. Nu werk ik met het Landelijk Coördinatiecentrum Geneesmiddelen,het LCG, en in nauw overleg met zorgverleners aan een lijst van de voorde Nederlandse patiënten kritieke geneesmiddelen. Dat is best heelingewikkeld, want wanneer is een geneesmiddel kritiek? Kun je dat altijdvoorspellen? Van een aantal kun je dat redelijk goed zeggen, maar hetLCG heeft mij geïnformeerd dat het opstellen van de Nederlandse lijstmeer tijd vergt. De verwachting is wel dat die deze zomer wordtopgeleverd. De lijst komt eraan. Er is ook vertraging ontstaan, omdat ernog aanvullende gesprekken met experts plaatsvinden over dezeonderwerpen.Mevrouw Jansen heeft gevraagd wie nou eigenlijk de regie heeft bij hetoplossen van ... Ik zie mevrouw Tielen elke keer met haar lichaamstaalaangeven dat zij dat ook graag wil weten. Mevrouw Jansen gaf al aan dathet een multifactorieel probleem is. Betrokkenheid van alle partijen isbelangrijk. Ik heb de regie genomen zoals de Kamer mij gevraagd heeft.Die regie lag niet bij mij, maar ik heb die voor het oplossen en mitigerenvan geneesmiddelentekorten wel op mij genomen. Daarbij blijft nogsteeds de samenwerking ongelooflijk belangrijk. In mijn inleiding zojuistheb ik aangegeven dat ik hierover in overleg ben met verschillendepartijen en dat er verschillende acties zijn uitgezet.Mevrouw Jansen vroeg ook wat ik heb gedaan met de voorstellen ofsuggesties van de Landelijke Eerstelijns Farmacie en de KNMP omTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90226 tekorten te voorkomen. Ze vroeg of ik alle opties serieus weeg. Alle optiesdie tekorten kunnen oplossen, overweeg ik serieus. Die komen ook optafel in al de overleggen die we voeren. Natuurlijk moet je dan kijken naarwat er op de korte termijn haalbaar is en wat op de langere termijn nogverder moet worden uitgewerkt. Ik werk actief met de veldpartijen aan deoplossingen via de werkgroep tekorten. Ik zou iedereen die zegt «er wordtniet goed naar ons geluisterd» willen oproepen dat in die overleggen temelden, want daarvoor hebben we ze. Het is heel erg belangrijk dat weduidelijk zijn over wat er kan, wat de gevolgen kunnen zijn, en wat er alseerste moet gebeuren. Dat er daarover verschillende opvattingen zijn, islogisch want het zijn best brede overleggen. Het is goed om daarin allesop tafel te leggen en niet achteraf te zeggen «we willen het anders» alsdat niet echt duidelijk aan de orde is geweest.Mevrouw Jansen vroeg of ik bereid ben in te grijpen bij het doorzorgverzekeraars niet nakomen van de zorgplicht. Het is aan de NZa om inte grijpen als zorgverzekeraars de zorgplicht niet nakomen, want die ziettoe op de naleving ervan. Dat heeft de NZa ook al een keer laten zien. Ikspreek regelmatig met de zorgverzekeraars over hun rol bij de aanpak vande geneesmiddelentekorten en de NZa benadrukt expliciet aandacht tehebben voor de toegankelijkheidsproblemen in de farmaceutische zorg ende rol van zorgverzekeraars en andere betrokken partijen. In het toezichtvan de NZa op de zorgplicht beoordeelt de NZa of de toegankelijkheids-normen behaald worden. Als dat niet zo is, richt de NZa zich op demaximale inspanning van zorgverzekeraars om deze op zo kort mogelijketermijn wel te halen. Als dit niet gebeurt, zet de NZa haar instrumenten in.Dat is aan de NZa.De heer Krul vroeg mij naar de voorraden en waar ik die vandaan gahalen. Moeten we niet een preferente fabrikant hebben voor devoorraden? Ik neem aan dat u doelt op de extra voorraad die ik wil latenaanleggen met betrekking tot antibiotica en salbutamol. Dat gaatinderdaad heel moeilijk worden. Veel van deze producten zijn op ditmoment schaars. Daarom moeten we op tijd beginnen, met het oog op dekomende winter wanneer die producten het meest nodig zijn. Devoorgesorteerde groothandels met wie ik in gesprek ben over hetaanleggen van deze voorraad, hebben een uitgebreid nationaal eninternationaal netwerk. Met andere woorden, ik wil eigenlijk inzetten ophet spreiden van onze kansen. Het is belangrijk om steeds voor ogen tehouden dat uiteraard de zorg voor de patiënt op dit moment of op eenbepaald moment altijd voorgaat op het aanleggen van voorraden. Demiddelen zijn er uiteindelijk voor de patiënt.Het zou goed zijn als mensen in het veld eerder weten dat er eentekortenbesluit is, zei de heer Claassen. Ik geloof dat het CDA daar ookmelding van maakte. Kunnen signalen niet eerder worden opgepakt omgrote problemen te voorkomen? Tekortenbesluiten die import uit hetbuitenland toestaan, worden binnen 24 uur genomen. Die kunnen binnen24 uur worden uitgegeven en worden dan meteen openbaar. Dat gaat heelsnel. Maar het is essentieel dat leveranciers goed en tijdig de tekortenaankondigen bij het meldpunt. Ik wil erop inzetten dat het meldpunttekorten eerder ziet aankomen. Daarom organiseer ik met het CBG en deIGJ in juni een veldbijeenkomst over die meldplicht. Ik kijk ook maar evennaar de publieke tribune: met klem nodig ik daarvoor alle betrokkenen uit,want we moeten hier samen een oplossing voor vinden.Mevrouw Paulusma vroeg naar de communicatie en afspraken tussenpartijen over hoe ze handelen bij een tekort. Hoe is de Minister van planom dat voor elkaar te krijgen? Ik heb al aangegeven dat ik voortdurend ingesprek ben met veldpartijen om processen te verbeteren. Ik noemde alde workshop in juni met de leveranciers en IGJ en CBG om het proces vanmeldingen te verbeteren. Binnen de werkgroep tekorten, waarin allebetrokken veldpartijen zijn vertegenwoordigd, zijn en worden afsprakengemaakt over wie wat doet bij tekorten, de mogelijke oplossingsrichtingenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90227 en de communicatieafspraken. Ik zou best vandaag tegen u willen zeggen«we hebben die en die afspraken gemaakt», maar zover zijn we nog niet.Ik wil benadrukken dat het wel heel belangrijk is dat er nu termijnen zijnwaarop we daarover met elkaar spreken. Ondertussen wordt het tekortsteeds nijpender. Dat zet ook heel veel druk op dit proces. Ik hoop echt datdit ook gaat helpen.Dan nog een vraag van de heer Krul over acties die apotheken kunnennemen. Deze mogen nu vaak niet worden genomen, omdat dat marktver-storing zou zijn volgens de ACM. Hij vraagt hoe ik naar die barrière kijk.Eerlijk gezegd herken ik die barrière niet. In Nederland is al veel mogelijktijdens een tekort. Als er een tekort is, is het bereiden en op grote schaaldoorleveren al mogelijk zodra de IGJ een tekortenbesluit heeft genomen,want dat moet er wel aan vooraf gegaan zijn. Ik heb al geantwoord dat dittekortenbesluit wordt genomen als er een melding wordt gemaakt vanmogelijke tekorten. Opnieuw: laten we dat alsjeblieft vroegtijdig melden,zodat we de volgende stappen in het proces kunnen doorlopen.Dit was mijn blokje beschikbaarheid.De voorzitter:Dank u wel. Ik ga het rijtje af voor degenen die een vraag hebben. MeneerBushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Even concreet. Hoorde ik de Minister aan de heer Krul en mij eigenlijk detoezegging doen dat ze het preferentiebeleid op een aantal punten gaatherzien om te kijken of het verbeterd kan worden, bijvoorbeeld op hetmoment dat er niet alleen tekorten zijn, maar ook op het punt dat erdreigende tekorten zijn? Wat betekent het dat de Minister dit gaatoppakken? Gaat ze daarover in gesprek? Koppelt ze dit terug aan deKamer? Et cetera.Minister Dijkstra:Als het aan mij ligt, koppel ik altijd alles terug aan de Kamer, dus ook alshet hierover gaat. Dat kan ik alvast toezeggen.De voorzitter:Kunnen wij dit op het toezeggingenlijstje zetten?Minister Dijkstra:Ja. Het lijkt me zo’n vanzelfsprekende toezegging, maar goed. Daarnaastheb ik net al aangegeven dat het goed is dat ik straks weet dat hetonderzoek van de Erasmus Universiteit, dat gebaseerd is op wetenschap-pelijke inzichten, gepubliceerd wordt zodat we daar gebruik van kunnenmaken. We gaan zeker kijken naar hoe we dat hele proces kunnenverbeteren. Er zijn al mogelijkheden. Er valt nog heel veel te zeggen overhet preferentiebeleid en de industrie die dan over generieke middelen viahet preferentiebeleid met zorgverzekeraars contracten wil sluiten. Diegaan vaak niet op de maximumprijs zitten. Daar zitten nog heel veeldingen die we nader moeten bekijken. Hoe kun je dat nou stimuleren? Wegaan daar zeker naar kijken, want het is ieders zorg.De heer Bushoff zei dat er ooit een geschiedenis is geweest die heeftgeleid tot het preferentiebeleid; dat was niet voor niets. In aansluitingdaarop wil ik nog wel zeggen dat dit preferentiebeleid er is gekomenomdat daarvoor de inkoop werd gedaan door de apotheken. De winst diedaarmee werd gemaakt, was voor de apothekers. Met het preferentie-beleid wilden we met de zorgverzekeraars gaan onderhandelen tenbehoeve van de patiënten en de verzekerden. In eerste instantie is er eenenorme slag geslagen. Ik ben het met iedereen eens die zegt dat op eengegeven moment zo’n instrument niet goed meer werkt en dat er moetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90228 worden ingegrepen. Daar gaan we dus naar kijken. Ik zal dit aan mijnopvolger meegeven.De voorzitter:Ik hoor een toezegging. U had een brief in de zomer toegezegd, geloof ik.Minister Dijkstra:Die toezegging voor in de zomer ging over een andere brief. Ik hebhierover nog geen tijdstip genoemd. Ik vind dat ook moeilijk. Ik kan hieralle voorbereidingen voor treffen. Ik kan gaan kijken wat er mogelijk zouzijn, maar wat mij betreft is de uitvoering daarvan en het verder brengenvan het preferentiebeleid – wel of niet en hoe dan – uiteindelijk aan hetvolgende kabinet.De heer Claassen (PVV):In de toezegging van de Minister om het in ieder geval in een soortoverdrachtsdossier klaar te maken voor haar opvolger en daar al op voorte bereiden, hoor ik de Minister vooral zeggen dat het dan zal zitten op,zoals ik ernaar kijk, een reactief beleid. Met andere woorden, er dreigtschaarste en dan gaan we kijken naar het doen van aanpassingen aan hetpreferentiebeleid. Is de Minister bereid om dat niet reactief te doen, maarmeer proactief? Zo kan er een structurele oplossing komen voor hetpreferentiebeleid, waardoor we niet continu te maken krijgen met tekortenwaarop we dan weer moeten reageren. De vraag is eigenlijk of de Ministerin de voorbereiding een uitwerking conform eerder ingediende moties zouwillen meenemen. Zo weten we in ieder geval wat de impact zal zijn enwat het werkveld daarvan vindt. Is de Minister bereid dat in gang tezetten?Minister Dijkstra:Ik heb aangegeven dat ik er graag naar wil kijken. Maar ik wil dat vooraldoen met het oog op het debat dat we nu voeren en de aandacht die wehebben voor de tekorten, omdat er natuurlijk door heel veel partijen wordtgewezen naar het preferentiebeleid. Dat is dus niet achteraf; het gaat omhet op dit moment kijken naar welke rol het preferentiebeleid speelt in detekorten en wat er zou moeten worden aangepast. De onderzoeker van deErasmus Universiteit die het onderzoek heeft gedaan – het is natuurlijknog niet gepubliceerd, maar er is wel al in de media over gesproken –heeft gezegd: ik pleit niet voor het afschaffen van het preferentiebeleid,maar wel voor het inzetten en verbeteren op een andere manier.De heer Claassen (PVV):Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik vraag me het volgende af. Wehebben nooit gepleit voor het afschaffen van het preferentiebeleid. Hetheeft ook heel goede effecten. Er zitten ook een heleboel scherpe randenaan. Een van die scherpe randen is dat het volgens mij – dat wordt ookdoor het werkveld aangegeven – niet de oplossing is als er schaarste is.Als dat dus niet de oplossing voor schaarste is, moet je het preferentie-beleid er volgens mij niet op inrichten dat je er anders mee omgaat als erschaarste is. Mijn vraag is of u bereid bent om in het voorstel en in detoezegging die aan collega Bushoff is gedaan, de volgende vragen mee tenemen. Wat als het een structurele verandering is in het preferentiebeleiden wat zijn daar de consequenties van?Minister Dijkstra:Misschien heb ik het daarnet niet helemaal goed begrepen. Wat ik hebgeprobeerd aan te geven, is dat we in het algemeen moeten kijken naarhet preferentiebeleid – ik weet niet of ik u deze keer wel goed begrijp –maar dat het natuurlijk inderdaad op dit moment niet dé oplossing is voorde tekorten. Dat heb ik zelf ook steeds aangegeven. Maar we moeten welTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90229 kijken wat het effect op de lange termijn is. We hebben gezien dat sindshet preferentiebeleid er is, het heel veel heeft opgeleverd. Dat geldt ookvoor de verzekerden. Het is heel goed geweest en het heeft heel goedgewerkt. Ik denk dat ik het zo moet formuleren: we gaan kijken naar deeffecten van het preferentiebeleid in de hele breedte.De voorzitter:Dit is uw achtste woordmelding, meneer Claassen.De heer Claassen (PVV):Ja, dat is dan zo.De voorzitter:Ja, het is aan u de keuze. Ik geef u alleen ...De heer Claassen (PVV):Het is zo’n complex verhaal, met de 71 agendapunten en de 5 minutenspreektijd, dat het met 9 interrupties eigenlijk niet te doen is. Ik ga er tochnog eentje aan wijden, want ik sloeg net aan op dat het ernaar uitziet– maar volgens mij gaat de Minister dat dan intrekken – dat per 1 oktoberde Tijdelijke beleidsregel maximumprijzen geneesmiddelen versoberd zouworden. Maar ik hoorde de Minister net in het laatste zinnetje van deinleiding zeggen dat zij blijkbaar voornemens is om die versobering niet tetoe te passen en te gaan handhaven zoals het nu is. Met andere woorden:wordt die tijdelijke maatregel zoals die aangekondigd is voor 1 oktoberdan ingetrokken?Minister Dijkstra:Wat ik gezegd heb, klopt. We gaan dus niet intrekken. Dat klopt.De voorzitter:Heeft mevrouw Jansen een interruptie in deze ronde? Ja.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Ik wil het even hebben over twee punten. Ten eerste wil ik de samen-werking met het veld ter sprake brengen. Ik heb daarover een aantalvragen gesteld. Wat ik van de Minister hoor, is dat ze wel degelijk aan tafelzitten. Dat wist ik ook wel. Ik denk dat het erom gaat dat er wel suggestiesworden gegeven, maar dat het veld toch niet altijd de ervaring heeft dathun inbreng ook actief wordt meegenomen. Daarover heeft de Ministergezegd: meld het als je vindt dat je niet genoeg gehoord wordt. Ik denkdat dat een mooie oproep naar het veld is.Ten tweede wil ik het hebben over de zorgplicht. De Minister zegt dat hetaan de NZa is. Dat begrijp ik ook, maar ik kan me niet voorstellen dat deMinister zich hier niet druk om maakt. Kan de Minister aangeven of enhoeveel zorgverzekeraars in het afgelopen jaar bijvoorbeeld door de NZaop hun zorgplicht wat dit thema betreft zijn gewezen? Want ik neem aandat de Minister ook een terugkoppeling krijgt op dit gebied.Minister Dijkstra:Nee, wij hebben daar geen terugkoppeling op gehad. Ik denk dat de NZahet nauwlettend monitort – dat heb ik ook gezegd – maar geen aanleidingheeft gezien om daar met zorgverzekeraars over te spreken. Maar ik weetdat niet zeker. We gaan het navragen.De voorzitter:Daar komt de Minister ...Minister Dijkstra:We gaan bij de NZa navragen of dat aan de orde is geweest.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90230 De voorzitter:Daar komt de Minister op terug.Minister Dijkstra:We komen daar in de tweede termijn misschien wel op terug en anderskomen we daar schriftelijk bij de Kamer op terug.Mevrouw Tielen (VVD):De Minister zit er lekker in, zou ik zomaar zeggen. Dank voor de brief dieze linkt aan mijn motie over de nationale apothekerskast. Die motie isoverigens ook van meneer Bushoff en mevrouw Paulusma. Ik denkinderdaad dat heel veel elementen – het is een heel grote motie – in debrief terugkomen, maar laat me daar toch even een vraag over stellen. DeMinister heeft het namelijk in die brief over de Taakgroep Preferentie-beleid. Dat is niet de eerste keer, dus dat snap ik wel, maar dan zegt ze: ikwil ook een taakgroep geneesmiddeleninkoop oprichten. Mijn vraag isdan: ik zie wat hun taak wordt, maar wat moeten zij eigenlijk opleverenwat weer bijdraagt aan – ik noem ’m toch maar even, want ik vind hetgewoon een lekkere term – de nationale apothekerskast?Minister Dijkstra:Ik pak nog eventjes mijn antwoord erbij over de nationale apothekerskast.We willen met die taakgroep natuurlijk ook weer heel goed met het veldkijken wat er nodig is en wat we daarop kunnen ondernemen. Alleinkopende partijen worden daarbij betrokken. Dat zijn dus ook deapothekers, de groothandels en de zorgverzekeraars. We blijven breedkijken naar de verschillende onderwerpen die hier aan de orde zijn.Mevrouw Tielen (VVD):Geldt dat dan zowel voor de generieke als de innovatieve geneesmiddelenof hoort dit echt bij het stukje medicijntekorten en dus generiekegeneesmiddelen?Minister Dijkstra:Ik denk dat het vooral, overigens ook naar aanleiding van de motie,belangrijk is om te kijken naar de generieke geneesmiddelen, dus deextramurale middelen.De heer Krul (CDA):U mag deze interruptie als twee interrupties wegstrepen, hoor. Ik hebnamelijk een algemene vraag waar ik iets meer woorden voor nodig heb.We hebben heel veel van dit soort debatten met de Minister gehad. Erontstaat weleens wat spanning, die de Minister denk ik ook wel herkent,tussen enerzijds de Kamer die zegt «wat doet u nou echt; waar zijn deacties» en anderzijds de Minister die zegt «maar wacht even, moet jekijken wat voor lijst we al in gang hebben gezet». Vervolgens zegt deKamer «maar we zien niks» of «waar blijven de resultaten?». Ik heb daartoch een vraag over, want ik heb nu ook weer gehoord dat de Minister talvan acties heeft uitgezet. Ik citeer even heel snel: «We zijn in gesprek overhet inkoopbeleid. We gaan de API’s onderzoeken. We hebben eenmanifest getekend met Frankrijk. Ik wil spreken over het versoepelen vanhet preferentiebeleid bij dreigende tekorten.» Er moet dus heel veelgesproken worden. De Minister zei: het zijn geen eenvoudige gesprekken;het zijn lastige gesprekken. Daar zit mijn frustratie, want als het gaat omzoiets fundamenteels als het tekort aan geneesmiddelen, kan ik datmoeilijk verkroppen. Wat maakt het nou dat het in al deze gesprekken dieervoor moeten zorgen dat patiënten een geneesmiddel dat nodig is tothun beschikking hebben, zo moeilijk is om de neuzen dezelfde kant op tekrijgen? Kan de Minister iets meer vertellen over wat dat dan zo lastigmaakt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90231 Minister Dijkstra:Om te beginnen, bestrijd ik dat ik alleen maar in gesprek ben en datallerlei acties nog niet in gang zijn gezet. Ik heb namelijk een paarvoorbeelden genoemd van acties die wel concreet in gang zijn gezet, zoalsde extra noodvoorraden en het melden. Daar kunnen we meteen actie innemen. Daar kan ik ook zeggen: het moet echt gebeuren. Tegelijkertijd iswat de heer Krul zegt precies mijn frustratie. Absoluut. Ik heb al gezegddat het wat mij betreft ook sneller mag gaan. Als je tegelijkertijd kijkt naarwaarom het nou zo moeilijk is, dan denk ik dat er ongelofelijk veelbelangen mee gemoeid zijn en dat er van partijen wordt gevraagd omover hun eigen schaduw te stappen. De vraag is: wie gaat dat als eerstedoen en volgen er dan meer, of blijft iedereen op zijn eigen punt zitten? Ikvond het ook wel een beetje lastig toen mevrouw Jansen zei dat ermensen zijn die zich niet gehoord voelen. Dan denk ik: maar daarvoor zijnde veldpartijen wel bij elkaar. Het is ook niet zo dat het niet gehoord wordtals iemand zijn of haar zin niet krijgt of vindt dat zijn of haar belang nietvoldoende uit dat overleg komt. Maar je wilt het er met elkaar over eensworden. Het mag geloof ik nooit, maar ik zou best van de heer Krul willenweten wat hij dan denkt dat de eerste stap moet zijn om heel snel van dietekorten af te komen.De voorzitter:Helaas, dat gaan we inderdaad niet doen.Minister Dijkstra:Dat mag niet, maar misschien voelt de heer Krul zich best uitgedaagddoor mij. Laat ik het dan anders formuleren. De vraag van de heer Krulbetekent volgens mij dat hij wel oplossingen voor de korte termijn ziet, enook een rol voor de Minister, die in dit stelsel natuurlijk toch een rol heeftdie – ik heb daar de regie in genomen – wat anders georganiseerd is. Hetis niet mijn vraag, maar het is wel belangrijk om te weten wat dan volgensde Kamer oplossingen zijn. Dan is het toch gewoon weer een vraag. Maargoed, dit was het antwoord.De heer Krul (CDA):Ik ben blij met deze reactie van de Minister.De voorzitter:Sorry, u wilt nog een keer ...De heer Krul (CDA):Ja hoor, deze uitdaging mag u zeker bijschrijven. Dat is ook een vraag dieik gesteld heb en die niet beantwoord is. Er zit wat mij betreft eenbepaalde weging aan het hele concept van een geneesmiddelentekort tenopzichte van allerlei risico’s. Ik noem iets. Ik vind het argument van deMinister dat verspilling een belangrijke reden is om geen voorraden aante leggen een non-argument, omdat ik aan de andere kant een genees-middelentekort een heel zware weging geef. Het zou mij echt ...Ammehoela als het betekent dat er wat verspilling plaatsvindt. Dat is hetverschil van inzicht. Apotheken zeggen: ik heb hier 60 apothekers diegezamenlijk willen importeren vanuit België om zo de verzendkosten enallerlei extra kosten te drukken. Dat mag niet van de ACM. Als je zegt dathet wel mag, dan wordt er gezegd: «Dat mag niet van de ACM. Dat ismarktverstoring.» Dan zou ik meteen zeggen: «Ja dag, het is eennoodsituatie. Deze apothekers mogen prima met z’n zestigen importeren,waarbij dan één iemand bestelt. En doorleveren die hap.» Een tijdelijkebeleidsregel die we na de ... Hoezo? We zijn nu al sinds januari met hetOTG in gesprek. Dat had sneller gekund. Dus ja, ik zie wel mogelijkheden.Ik ben heel blij met de Minister die antwoordt: er zijn heel veel verschil-lende belangen en het is moeilijk om over de schaduw heen te stappen. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90232 ben blij met dat antwoord, want dat is denk ik het probleem. Alleen, ikbestrijd de suggestie dat er geen oplossingen mogelijk zijn. Daar zit dangewoon een verschil van inzicht. Dat was een gratis stukje betoog.De voorzitter:Dat was een hartenkreet. De Minister.Minister Dijkstra:Ik vind het heel fijn dat we even zo kunnen uitwisselen. Dat is natuurlijktoch heel belangrijk. Als het namelijk gaat over verspilling ... Een beetjeverspilling, oké. Maar waar ik natuurlijk altijd rekening mee moet houden,is enerzijds het belang van de patiënten die hun geneesmiddelen moetenkrijgen, en anderzijds de betaalbaarheid van de zorg. Hoe je het ook wendtof keert, hoe groot een crisis ook kan zijn. We hebben natuurlijk gezienwat een enorme gevolgen het kan hebben, maar we hebben ook gezienwat het kan betekenen voor het aanleggen van voorraden. Tegelijkertijdzou ik over de ACM willen zeggen dat ik daar echt totaal niet over ga. Ikkan de ACM niets opleggen. Dat is een volstrekt onafhankelijke markt-meester. Ik heb altijd goede hoop dat ook de mensen van de ACMluisteren naar wat er hier in de Kamer gewisseld wordt en hoe deopvatting van de Kamer is, en dat er ook wordt gekeken naar wat er wel ofniet mogelijk is. In die zin wordt er ook door de ACM en NZa op sommigeterreinen echt wel gekeken naar of er meer mogelijkheden zijn. Het is dusniet zo dat het uitgesloten is.Ik snap wel dat de heer Krul meteen zou zeggen: zie je, er wordt weergekeken; het is weer geen actie. Dat deel ik. Die frustratie deel ik echt metde Kamer. Ik heb ook in het mondelinge vragenuur al een keer gezegd: ikzou niets liever willen dan een middel of instrument hebben om datallemaal af te dwingen. Tegelijkertijd denk ik dat het ook niet goed zouzijn. Ik denk dat het heel erg belangrijk is dat we alle veldpartijen hierinmeenemen, want ook voor de toekomst moeten we zorgen dat het goedgeregeld is. Dat betekent ook dat onze markt in orde moet zijn. Of het nude zorgverzekeraars of de apothekers zijn die geneesmiddelen inkopen ofcontracten sluiten, uiteindelijk gaat het erom dat we de zorg toegankelijken betaalbaar houden. In mijn eerste tekst heb ik al gezegd dat diebetaalbaarheid wat mij betreft nog niet eens voorop staat. Ik ben het erhelemaal mee eens dat we op een gegeven moment moeten kijken naarwat de patiënt nodig heeft en wat wij nodig hebben om een echtenoodsituatie te voorkomen. We zijn daar niet ver vandaan, vind ik. Ik vindhet echt heel zorgelijk.Mevrouw Paulusma (D66):Ik ben misschien iets positiever dan mijn buurman, maar dat houdt deboel mooi in balans. Ik ben heel blij met wat de Minister in gang zet, maarvooral ook met haar laatste uitspraak dat niet de betaalbaarheid, maar hetpatiëntbelang voorop staat. Dat bindt ons hier allen ook volgens mij. Ikben ook blij met een aantal acties die in gang wordt gezet en met deindirecte oproep aan het veld en de publieke tribune om samen tot eenoplossing te komen. Ik denk dat iedereen die goed gehoord heeft. Maardan is er nog wel één ding. Ik was blij dat de heer Claassen van de PVVhier in zijn woordvoering over begon, want mij lukte dat niet. De heerClaassen begon over het middel Kaftrio voor jonge kinderen. Als we hethebben over beschikbaarheid, dan lees ik in de reactie van de Minister datdaar door het Zorginstituut nog geen uitspraken over gedaan kunnenworden omdat ze de documenten nog niet hebben. Als we het hebbenover beschikbaarheid, tempo en beter samenwerken, ben ik wel eenbeetje verbaasd over dit soort uitspraken van het Zorginstituut en dat zeniet aan de gang kunnen omdat ze de juiste documenten niet hebben. Ikben op zoek naar waar daar dan de oplossing zit. Ik vind het eigenlijkonbestaanbaar dat kinderen in Nederland vanaf hun zesde levensjaar welTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90233 Kaftrio krijgen en kinderen tussen 2 jaar en 5 jaar niet. Ik vind dat ookmoeilijk uit te leggen aan patiënten en hun ouders.Minister Dijkstra:Ik had dit antwoord bij het blokje over de dure geneesmiddelen gepland,maar ik kan er nu ook op reageren, even zonder dat ik mijn antwoord erbijpak. Dit is natuurlijk precies de vinger op de zere plek. Als er eenfarmaceut is die vindt dat die geneesmiddelen ook beschikbaar moetenkomen, maar geen onderzoek doet dat wel gevraagd wordt, dan ligt daardus de vertragende factor. Dat is echt heel problematisch. Dat moeten weniet willen. Tegelijkertijd moeten we heel erg opletten dat er geen dingengebeuren die niet in orde zijn. Zo’n onderzoek is dus wel heel ergbelangrijk. Ik kom daar misschien zo meteen nog verder op terug. Ik komdaar ook nog uitgebreider op terug in mijn beantwoording bij het blokjedure geneesmiddelen. Ik deel met u dat het richting de patiënt en deouders van patiënten onhelder en onduidelijk is en niet te begrijpen.Voorzitter, ik had ook nog een antwoord voor mevrouw Jansen op haarvraag of zorgverzekeraars door de NZa worden gewezen op de zorgplicht.Ik heb hiervoor verwezen naar de tweede termijn, maar ik heb hetantwoord inmiddels gekregen. Er is contact geweest. Ik hoor dat datgesprek wel gaande is, zeg ik tegen mevrouw Jansen. De NZa heeft deafgelopen periode met zorgverzekeraars gesproken over de problematiekvan toegankelijkheid, waaronder de geneesmiddelentekorten. Dat maaktdus dat de NZa het probleem scherp heeft, zodat ze op basis daarvaneventueel haar instrumentarium kan inzetten op de meest passende eneffectieve manier. Hoe ze dat doet, is aan de NZa. Daar kan ik verder nietop vooruit lopen.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Dank u wel voor de snelle reactie, Minister. Is het ook mogelijk dat deKamer daar iets vaker over wordt geïnformeerd?Minister Dijkstra:We zullen het daar met de NZa over hebben. Als de Kamer vraagt omgeïnformeerd te worden als daar ook aanleiding toe is, heb ik daar niet zoveel bezwaar tegen, maar de NZa misschien wel. We zullen dat dus methaar overleggen.De voorzitter:Dank u wel. Dan leven er geen vragen meer als het gaat om het blokje vande beschikbaarheid van de geneesmiddelen. Of ze leven nog wel, maar dewoordvoerders bewaren hun interrupties misschien voor het volgendeblokje, dat gaat over de beschikbaarheid van de hulpmiddelen. Ik geef hetwoord aan de Minister.Minister Dijkstra:Voorzitter. Het begint ook weer vrolijk. Er is een tekort aan hulpmiddelenen daar maak ik me ook zorgen over. Ik doe er alles aan wat ik kan om dittekort te voorkomen. Allereerst is het belangrijk om net als bij geneesmid-delen de signalen van acute tekorten van medische hulpmiddelen temelden. Dat kan bij het meldpunt van Zorg Inkoop Netwerk Nederland.Maar we zijn er nog niet. Fabrikanten melden onderbrekingen in delevering van cruciale medische hulpmiddelen helaas nog altijd te laat. Ikben dus blij met het voorstel van de Europese Commissie voor eenEuropese meldplicht voor fabrikanten. Die verplicht fabrikanten onderbre-kingen van leveringen van kritische middelen uiterlijk zes maanden vantevoren te melden. Dat geeft de partijen in principe meer tijd om op zoekte gaan naar mitigerende maatregelen.Verder bereid ik me samen met het veld voor op een situatie waarinonverhoopt een tekort ontstaat als gevolg van de Medical DeviceTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90234 Regulation. Op 26 mei vervielen de certificaten van medische hulpmid-delen als een fabrikant geen nieuwe aanvraag had ingediend bij eennotified body voor certificering onder de MDR. Daarover sta ik in nauwcontact met de Taakgroep beschikbaarheid medische hulpmiddelen,waarin zorgkoppels, leverancierkoppels en het meldpunt zijn vertegen-woordigd. Er is hard gewerkt aan een inventarisatie van welke hulpmid-delen van de markt verdwijnen en het bevorderen dat dit tijdig wordtgemeld. Als laatste is er vanuit de Kamer al eerder aandacht gevraagdvoor de signalen dat de verstrekking van hulpmiddelen, vooral inspoedsituaties, knelt. De NZa heeft daarom in december vorig jaar eenbrief gestuurd aan zorgaanbieders en zorgverzekeraars met de randvoor-waarden en deadlines om de spoedzorg voor diabetes, incontinentie,stoma en wondzorg beter passend te organiseren. Ook dit is geengemakkelijk proces kan ik u verzekeren. Daarom ben ik blij dat deKwaliteitsraad Hulpmiddelen en Zorg, waar alle betrokken partijen inzitten, dit gaat begeleiden. Dat zijn de uitdagingen waaraan ik werk enwaarvan ik weet dat ook de Kamer ze belangrijk vindt. Dat even terinleiding. Dan ga ik nu over tot de beantwoording van de vragen op ditgebied.De heer Claassen heeft gevraagd of het sinds de brief in decemberallemaal is verbeterd en hoe ik dat monitor. Zoals ik in mijn inleidingaangaf, is er inderdaad sprake van die knelpunten. De NZa heeft een briefverstuurd in december jongstleden, waarin ze verzekeraars en aanbiedersverzoekt met oplossingen te komen. Ik zei al dat de KwaliteitsraadHulpmiddelen en Zorg dit proces begeleidt. Daar wordt nu overgesproken. De Kwaliteitsraad heeft toegezegd om mij rond 1 juli, dus overongeveer een maand, een signalement te sturen over welke knelpunteninmiddels zijn opgelost en welke er nog liggen. Ik wil u graag op dehoogte brengen van wat zij daarover zeggen. Ik ben trouwens blij dat ereen paar goede voorbeelden liggen. Zo wordt de Palliakit nu door alleverzekeraars vergoed. Die kit kan worden ingezet bij terminale, palliatievepatiënten voor wie snel hulpmiddelen nodig zijn.Mevrouw Jansen vroeg mij hoe ik ertegenover sta dat apotheken weer demogelijkheid krijgen om hulpmiddelen te leveren. Om te beginnen heefthet ook nadelen als je dat zou doen. Apothekers moeten dan voorradenaanhouden en het vervoer moet geregeld zijn. Er komt heel wat bij kijken.Het is in principe niet aan mij als Minister om daarover te bepalen. Hoeverzekeraars en veldpartijen met elkaar de levering van hulpmiddelenorganiseren, is aan hen. Maar ook hier is er natuurlijk weer sprake van eenzorgplicht. Patiënten moeten de zorg krijgen waar ze recht op hebben.Verzekeraars moeten dat passend organiseren en de NZa houdt toezicht.Op dit moment zijn de betrokken partijen allemaal met elkaar in gesprekover hoe dat beter georganiseerd kan worden. De Kwaliteitsraad begeleidtdit gesprek en dat komt ook in dat signalement van ongeveer 1 juli aan deorde. Daarin wordt ook gefocust op de duurzaamheid van hulpmiddelenen daarbij hoort toch ook verspilling, meneer Krul, zeg ik maar even.Verspilling kan soms best om hele grote cijfers gaan.Mevrouw Tielen vraagt hoe het gaat met de certificering van de MDR, deMedical Device Regulation. Daar gaf ik al een voorschot op. Het beeld isdat we er met de notified bodies beter voorstaan dan een jaar geleden.Even voor wie dat begrip niet kent het volgende. De certificerendeinstanties in Europa hebben nu aangegeven voldoende capaciteit tehebben voor certificering van medische hulpmiddelen. De nieuweovergangstermijnen zorgen er daarbij voor dat de certificeringslast nuwordt verspreid bij notified bodies. Ik heb de afgelopen tijd intensiefcontact gehad met fabrikanten en koepels. Zij geven aan dat ze de meestemedische hulpmiddelen in hun portfolio overzetten naar de MDR. Op zichzijn het positieve ontwikkelingen.Voorzitter, dat waren de vragen over medische hulpmiddelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90235 De voorzitter:Ik begin aan de ander kant, tenminste als mevrouw Paulusma of meneerKrul ... Mevrouw Tielen?Mevrouw Tielen (VVD):De Minister zegt inderdaad dat er een aantal registraties zijn vervallendoor de Medical Device Regulation. De certificering is op orde. Het meestewordt gehercertificeerd en er is een taakgroep mee bezig, maar ik zou bestwel wat dieper inzicht willen hebben in welke dingen nu niet wordengecertificeerd. Dan kom ik een beetje terug op de verspilling. Heel veelhulpmiddelen zijn eenmalig bruikbaar. Een andere certificeringsroute ismeermalig bruikbaar. Met name daar zou ik wel wat inzicht willen hebbenin of er nu voldoende herbruikbare hulpmiddelen zijn en of we hetcertificaat hebben om aan die regelgeving te voldoen.Minister Dijkstra:Ik heb soms moeite om alles te verstaan. Maar we zullen u daarvan op dehoogte brengen, dat is goed. Dat kan ik nu niet hier mondeling doen,maar ik zeg graag toe dat we u als Kamer daarover informeren.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Ik heb geen expliciete vragen, maar wel een opmerking. Ik begrijp dat ernadelen aan zitten als je de bevoorrading weer bij de apothekers zouneerleggen, maar ik sluit me aan bij de heer Krul dat je de nadelen weltegen elkaar moet afwegen. Ik denk dat iedereen erover uit is datpatiënten te allen tijde geholpen moeten worden en soms brengt dat ookandere nadelen met zich mee. Dat wilde ik even zeggen.De voorzitter:Meneer Claassen? Meneer Bushoff? U heeft geen vraag in deze ronde?Oké. Dan gaan we naar de dure geneesmiddelen. Of u moet nog ietswillen zeggen over de opmerking van mevrouw Jansen?Minister Dijkstra:Ik vind het een terechte opmerking, overigens ook van de heer Krul. Datzijn inderdaad de afwegingen die je moet maken. Als de nood hoog is,moet je ook kijken naar de zaken die oplossingen bieden. Dat is ook hieraan de orde. Hier moeten die afwegingen ook gemaakt worden. Ik denkdat het heel goed is dat we daar met elkaar naar kijken.De voorzitter:Ja. Gaat u verder.Minister Dijkstra:Voorzitter. Dan kom ik bij de dure geneesmiddelen. Ook ik ken natuurlijkde verhalen van patiënten en spreek met patiënten die heel lang moetenwachten op een geneesmiddel dat hen daadwerkelijk kan helpen. In degevallen dat die geneesmiddelen er nog niet zijn, zijn er twee mogelijkeoorzaken. Het duurt een tijd voordat objectief kan worden vastgesteld watde echte meerwaarde van een geneesmiddel voor de patiënt is. Diebeoordelingen kosten altijd tijd en/of de prijs en de uitgave aan hetgeneesmiddel zijn onaanvaardbaar hoog. Er moet onderhandeld worden.Ik vind dat ongelofelijk moeilijke afwegingen, moet ik eerlijk zeggen. Nu ikvandaag in dit debat toch mijn hart aan het luchten ben: ik vind ditmisschien wel een van de moeilijkste onderwerpen van mijn portefeuille.De patiënten die op zo’n middel wachten, hebben eigenlijk geen tijd om tewachten. Die willen ook niet wachten. Als het er is, dan willen ze hetkrijgen. Ze willen het graag proberen, of het nu meteen effectief blijkt ofniet. Laat mij maar proefkonijn zijn, hoor je soms. Het is natuurlijk wel zodat we de toegang tot betaalbare geneesmiddelen waar de patiënt ookTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90236 echt wat aan heeft, op de een of andere manier moeten garanderen, voorzover we dat kunnen. Dan is het ook belangrijk om te zeggen waar het opstaat. Bij veel van deze middelen is onvoldoende duidelijk hoe goed ze inde praktijk werken en of ze ook op de lange termijn werken. We willenpatiënten niet in gevaar brengen. Ondertussen worden de prijzen vandeze middelen alsmaar hoger. Dat is een steeds urgenter wordendprobleem voor ons als maatschappij. Dus ook bij deze uitdagingen kijk iknaar de balans tussen kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid.Voordat ik verder inga op uw vragen over dure geneesmiddelen, is hetmisschien wel goed om aan te geven waarom na een EMA-beoordeling,dus een Europese beoordeling, het Zorginstituut ook nog een beoordelinguitvoert. Daar bestaat namelijk heel vaak een misverstand over. Vaakwordt gezegd dat het toch door de EMA geaccepteerd is en dat hetZorginstituut het nu nog een keer overdoet. Elke maand registreert hetEMA, het Europees Medicijnagentschap, nieuwe geneesmiddelen ennieuwe indicaties voor bestaande geneesmiddelen. Dat waren er in 2022bijvoorbeeld in totaal 89. Het EMA beoordeelt op veiligheid enwerkzaamheid. Werkzaamheid zegt alleen iets over de vraag of er eeneffect optreedt. Het Zorginstituut gaat hierna kijken of het geneesmiddelvoldoet aan de stand van wetenschap en praktijk en of het kan wordentoegelaten tot het verzekerde pakket. Dan wordt er gekeken naar deeffectiviteit. Dat gaat over de vraag of het geneesmiddel in vergelijkingmet de huidige standaardbehandeling minimaal een gelijke waarde of eenmeerwaarde heeft. Zowel de beoordeling van het EMA als van hetZorginstituut zijn echt van groot belang voor de patiënt.Daarnaast vind ik het echt mijn plicht aan de premiebetaler dat we alleenzorg vergoeden waarvan geconcludeerd wordt dat die kosteneffectief is.Dan komen we natuurlijk op het heikele onderwerp: het instrument van desluis. Ik krijg regelmatig vragen of we niet van de sluis af moeten en of denadelen wel opwegen tegen de voordelen. Ik ben de laatste die zal zeggendat de sluis zaligmakend is. Ik sta volledig achter het kritisch kijken naarverbetering van de sluis. Maar de sluis afschaffen vind ik geen goed idee,want de alternatieven hebben ook nadelen. Zo zouden we ervoor kunnenkiezen om bijvoorbeeld niet te onderhandelen, maar aan de fabrikant eeneenmalig bod te doen om de openbare prijs te verlagen naar de prijs diehet Zorginstituut adviseert, maar fabrikanten zullen dan waarschijnlijk nietgeneigd zijn om zo’n openbare prijsverlaging te accepteren, al is het maaromdat prijzen in Nederland doorwerken in de prijzen in andere landen.Het laatste wat we willen, is dat er geen innovatieve middelen meerbeschikbaar komen voor Nederlandse patiënten. We noemen heel vaakDuitsland. Daar worden geneesmiddelen direct beschikbaar gemaakt namarkttoelating door het EMA. Financiële afspraken worden pas gemaaktals er meer bekend is over hoe goed een geneesmiddel in de praktijkwerkt. Een nadeel daarvan is dat patiënten al behandeld worden met eengeneesmiddel dat mogelijk achteraf niet of niet genoeg effectief blijkt. Datkan betekenen dat patiënten bijwerkingen hebben gehad zonder dat zeecht baat hebben gehad bij het middel. Ook dat is niet-effectieve zorg.Kortom, voorzitter, ik vond het toch belangrijk dit even neer te zetten,omdat we het hier zo vaak over hebben.Om geneesmiddelen op de juiste manier in te zetten bij de juiste patiëntenen dus de kwaliteit van hun zorg te verbeteren, onderneem ik drie acties.Ik werk ernaartoe om artsen al veel vroeger in het proces van toelating tebetrekken, zodat behandelrichtlijnen en afspraken over gepast gebruikeerder tot stand komen en patiënten er na een vergoedingsbeslissingonmiddellijk baat bij hebben. Als er onduidelijkheid is over gepast gebruikof de juiste inzet, bijvoorbeeld hoelang een patiënt behandeld moetworden, dan kijk ik ten tweede hoe ik dat onderzoek verder kan faciliteren.Ik kijk ook naar hoe ik dat kan verplichten. Ik noemde zo pas al even eenvoorbeeld in gevallen waar onderzoek niet tot stand komt. Ten derde wil ikgeneesmiddelen die nu al gebruikt worden door patiënten, vaker opnieuwTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90237 laten beoordelen door het Zorginstituut. Hierdoor werken nieuweinzichten door in de behandeling van patiënten. Dat gaat bijvoorbeeldover verlaging van een dosering, waardoor een patiënt minder bijwer-kingen heeft.Voorzitter. Tenslotte gaat het over de toegankelijkheid. Er zijn voor eensnelle toegang acties op de verschillende stappen in het toelatingsprocesondernomen. Ik noemde al: artsen eerder betrekken. Er komt ook steedsbetere informatie uit de Internationale Horizonscan. Die wordt steedsbeter gebruikt. Het Zorginstituut is in gesprek met fabrikanten om deprocedure voor pakkettoelating te versnellen. Nog steeds bestaat demogelijkheid van de zogenoemde «parallelle procedure» waarbijmarkttoelating en pakkettoelating parallel worden beoordeeld waardoormiddelen sneller bij patiënten komen. Helaas wordt daar weinig gebruikvan gemaakt.Ik ga nu over tot het beantwoorden van de vragen, voorzitter. Ik komwaarschijnlijk wel op het punt waarover de heer Krul een vraag heeft. Alseerste de vraag van mevrouw Jansen over het cost-based++-modelwaarbij de prijzen van medicijnen gebaseerd worden op de daadwerke-lijke kostprijs, de R&D-kosten van het medicijn en de niet naar de marktgebrachte medicijnen. Het mag duidelijk zijn: ik ben sterk voorstander vanmaatschappelijk aanvaardbare prijzen voor geneesmiddelen. Fabrikantenhebben zelf de grootste morele plicht, vind ik, om daarvoor te zorgen enoog te houden voor de maatschappelijke impact van hun producten en degevraagde prijzen. Ik zoek naar manieren om via het vergoedingsbeleidprijzen te matigen. Varianten die meer kijken naar de daadwerkelijkgemaakte kosten, zijn interessant maar niet zaligmakend. Ik noem datwoord nog maar een keer.Allereerst gaat het natuurlijk om bedrijfsvertrouwelijke informatie. Het isde vraag of fabrikanten die informatie willen delen. Dat blijkt niet zo tezijn. Fabrikanten kunnen namelijk ook de Nederlandse markt gaan mijdenbij zo’n vereiste om inzicht te geven in de kostenopbouw en winstnor-mering. Daar is de patiënt, opnieuw, niet bij gebaat. Laten we realistischzijn: dit kun je eigenlijk alleen maar doen als een grote groep landen hetmet elkaar tegelijkertijd doet. Anders zijn we nergens.Dan rijst de vraag: als ik weet hoe de prijs is opgebouwd, hoe beoordeel ikdan de rechtvaardigheid van die prijs en waar meet je dat aan af? Het iseen hele lastige vraag. Een bedrijf dat inefficiënt onderzoek heeft gedaanen zich inefficiënt heeft ontwikkeld, komt op hogere kosten uit. Vinden wedat dan acceptabel tegenover een bedrijf dat er wel heel goed in is om datheel effectief te doen?Ik wil juist proberen veel meer in te zetten op onze eigen maatschappelijkebehoefte. Het draait om de vraag aan welke geneesmiddelen wij behoeftehebben. Als we zeggen dat we zo’n groeiend aantal mensen hebben metdementie en dat daar echt sterk op moet worden ingezet, kun je jevoorstellen dat je zegt: daar zetten we op in. Wat zijn we dan zelf bereiddaarvoor te betalen? We hebben natuurlijk een bepaald budget voorgeneesmiddelen. Moet dat anders? Moeten we daar meer voor overhebben? Dat is natuurlijk iets waarover we wel gaan. We kunnen zelfbepalen welke producten we als maatschappij belangrijk vinden en watwe ervoor over hebben om die op de markt te krijgen. Dat is mijnantwoord op de vraag van mevrouw Jansen en ook die van de heerBushoff.Voorzitter. Ik had ook een vraag van mevrouw Jansen over transparantievan kosten voor publiek onderzoek. Als het gaat om publiek gefinancierdonderzoek bij een geneesmiddel, hebben we in Nederland de afspraakgemaakt over maatschappelijk verantwoord licentiëren. Geneesmiddelendie in de Academie worden ontwikkeld, zouden ook bij verkoop aan eenbedrijf alleen verkocht mogen worden met voorwaarden voor demaximum winst die bedrijven na het bereiken van de markt mogenmaken. De weg die een geneesmiddel aflegt, is lang en vaak gaat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90238 eigendom al in een vroege fase over naar grote bedrijven en ook nieuwebedrijven. Het zijn soms hele kleine bedrijfjes die heel innovatief bezigzijn, maar die het hele proces niet alleen kunnen doorlopen. Ook doordater vaak in diverse landen publieke investeringen worden gedaan, is hetlastig om de kosten scherp te krijgen. Wat dat betreft ben ik realistisch inde haalbaarheid van de eis. Ik denk dat het opnieuw een heel ingewik-kelde rekensom wordt, áls je er al met elkaar uitkomt. Dus het inzicht datwe kunnen geven in het publiek gefinancierde onderzoek is beperkt.Voorzitter. Mevrouw Tielen maar ook GroenLinks-PvdA en NSC hebbengevraagd of ik via de sluis prijstransparantievereisten van registratie envergoedingsdossiers kan toevoegen. Kent de Minister de wet in Italië overtransparantie in de prijsopbouw? Ik heb het eerst even over het uitbreidenvan de vergoedings- en registratiedossiers met transparantie van deeisen. De eisen voor markttoelating zijn Europees vastgelegd. Opnationaal niveau kan ik daaraan geen eisen toevoegen. Bij de registratiewordt beoordeeld op kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid, maar niet opprijs of kosten. In de nieuwe farmawetgeving wordt wel ingezet optransparantie rondom publieke investeringen in geneesmiddelenontwik-keling. Ik algemene zin ben ik zelf ook erg vóór transparantie, maar ik hebnog wel kanttekeningen bij de praktische uitvoering, de belasting voor hetbedrijfsleven en niet te vergeten de mogelijke gevolgen daarvan voor debeschikbaarheid van de geneesmiddelen.Dossiervereisten voor vergoeding in Nederland kan ik natuurlijk wel zelfvaststellen. Het is op het eerste gezicht een hele logische eis om te stellenaan fabrikanten, maar er zitten echt heel veel haken en ogen aan. Hetbetreft bedrijfsgevoelige informatie. Fabrikanten zullen niet staan tespringen om die informatie te delen. Mogelijk zullen ze daardoor deNederlandse markt gaan verlaten, terwijl we de tekorten willen tegengaanen we ze allemaal hier willen houden. Dat is dus het tegenovergesteldevan wat we willen. Daar is de patiënt namelijk niet bij gebaat.Ik ken overigens geen landen die dit succesvol hebben toegepast. Ik hebde richtlijnen bestudeerd. Nou, «ik» is in dit geval een beetje groot woord.De fantastische mensen die mij hierbij ondersteunen, hebben daarnaargekeken. De richtlijnen voor een vergoedingsaanvraag zijn vastgesteld. Inbepaalde gevallen, in enkele andere landen, wordt weliswaar gevraagdom nettoprijzen, maar uit onze navraag bij Italiaanse collega’s kunnen weconcluderen dat deze transparantie-eisen niet actief wordenafgedwongen. Het lijkt dus meer dan het is. Dat wat betreft deze vraag.Ik kom op de vraag van de heer Bushoff over dwanglicenties. Kan dat vanEZK naar VWS? Ik denk het niet. Het lijkt me ook niet wenselijk. Intellec-tueel eigendom, octrooien en dwanglicenties vallen onder verantwoorde-lijkheid van EZK. De zeggenschap van alle mogelijke octrooien, ookdiegenen die bij de ontwikkeling van geneesmiddelen betrokken zijn, zijngeconcentreerd bij één ministerie. Ik denk dat dit heel goed en ookwenselijk is. Bij de ontwikkeling van geneesmiddelen zijn vaak meerdereuitvindingen betrokken. Op een geneesmiddel kunnen dus ook meerdereoctrooien rusten. Dat is bijvoorbeeld omdat het niet alleen de werkzamestof betreft, maar doordat ook een technologische uitvinding als eenproductiemethode onder dat octrooi kan vallen. Overigens zijn dwangli-centies voor geneesmiddelen nog nooit toegepast in Nederland. Als hetrelevant is of als het aan de orde is, vindt er afstemming plaats tussen decollega van EZK en mij. Dat is niet aan de orde geweest.Nog een ding is belangrijk om te melden. Bij de herziening van deEuropese farmawetgeving ondersteun ik dat ook de markt- en databe-scherming die op een geneesmiddel rust, kan worden opgeheven in hetgeval van een dwanglicentie. Dat is wel een aspect dat bijdraagt aan wat ueigenlijk zou willen, denk ik.Voorzitter. De heer Bushoff heeft ook gekeken naar de voorwaardelijketoelating als het gaat om te komen tot definitieve pakketopname tegeneen laag instaptarief. Op dit moment zijn er al mogelijkheden omTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90239 geneesmiddelen waarvan de effectiviteit nog onzeker is, toch al tevergoeden, terwijl er tegelijkertijd onderzoek loopt naar de effectiviteit.Dat is al het systeem op dit moment. Daarbij moet wel onderscheidworden gemaakt tussen geneesmiddelen die voldoen aan de stand vanwetenschap en praktijk en dus onderdeel uitmaken van het basispakket engeneesmiddelen waarbij dat nog niet het geval is. Bij geneesmiddelen diein het pakket zijn opgenomen, maar waarover nog enige onzekerheid is,gaat het om de mogelijkheid van een herbeoordeling na een bepaaldeperiode. Het kan een pay-for-performanceafspraak zijn of het doen vanonderzoek naar gepast gebruik. Voor geneesmiddelen die nog geenonderdeel uitmaken van het pakket, maar die wel veelbelovend en voorkleine patiëntpopulaties bedoeld zijn, bestaat de voorwaardelijketoelating. Ik denk dan natuurlijk ook aan de weesgeneesmiddelen. Ik bennog met partijen in gesprek over de eerder aangenomen motie-Bushoff.We bespreken ook of deze uitvoerbaar is. Dat moeten we goed onder-zoeken. Hopelijk is daar in het najaar meer informatie over. Dan wordt deKamer daarover ook geïnformeerd.De heer Claassen en mevrouw Paulusma vroegen mij naar Kaftrio. Hoekan het toch dat daar zo’n miscommunicatie over is geweest? Hoe gaanwe dat in het vervolg beter doen? Tot mijn spijt was de informatie die ikvan het Zorginstituut over Kaftrio heb ontvangen niet volledig. Daaromheb ik twee brieven naar de Kamer moeten sturen. Die miscommunicatiespeelde gelukkig – nou, «gelukkig», het was heel ongelukkig – niet inandere casussen. Het speelde alleen in deze casus. Het lijntje met hetZorginstituut is over het algemeen namelijk altijd helder en goed. Dat ishet even wat betreft de communicatie, de miscommunicatie. Ik vind hetheel betreurenswaardig, laat ik dat vaststellen. Het heeft natuurlijk onzeaandacht dat dat niet weer gebeurt.Wanneer komt Kaftrio dan beschikbaar voor kinderen tussen 2 en 6 jaar?Dat kan ik u nog niet zeggen. Ik gaf al aan dat er nog geen compleetvergoedingsdossier beschikbaar is. Als dat er is, kan het Zorginstituutbeginnen met de beoordeling. Ik volg het proces nauwlettend. Het is heelerg jammer dat we op dit moment nog niet met de beoordeling kunnenbeginnen. Dat is alles wat je er verder over kan zeggen.Meneer Claassen, die heel graag heel veel interrupties zou willen hebben,zegt dat na de sluis nog een effecttoets wordt gedaan. Is dat nietomslachtig en vertragend? Er is door de PVV een motie ingediend. Diewacht nog op uitvoering. Ik vind snelle beschikbaarheid ook van grootbelang. In de brief aan uw Kamer van december vorig jaar is de motie vanhet Kamerlid Maeijer afgedaan. Ik ga ervan uit dat de nu gestelde vraaggaat over de rol van zorgverzekeraars na de sluis. In de brief hebben we aluitgelegd dat er na de afronding van de sluis drie processtappen zijn dienog moeten worden uitgevoerd. Zorgverzekeraars voeren in sommigegevallen, zoals bij combinatiebehandelingen, een beoordeling uit naar deeffectiviteit van de combinatie. Na de sluis geldt het reguliere inkoop-proces van ziekenhuizen en zorgverzekeraars. Dan wordt er bijvoorbeeldgekeken naar doelmatige alternatieven en/of naar de benodigde expertisevan de zorgaanbieder. Dat maakt ook uit. De beroepsgroep kan onderzoekdoen en/of afspraken maken om doelmatige en juiste inzet van hetgeneesmiddel te bevorderen en te borgen.Voorzitter. Mevrouw Tielen vroeg naar de proefdossiers. Kunnen we inoverleg met de industrie tot meer afstemming komen daaromtrent?Kunnen we afspraken maken over de doorlooptijden? Het is niet aan mijals Minister om het gesprek aan te gaan over de indiening van dossiers.Daar is het Zorginstituut voor. Het Zorginstituut is al zeer regelmatig ingesprek met de industrie. Het Zorginstituut biedt verschillende mogelijk-heden om het proces te versnellen, zoals een wetenschappelijk advies ende indiening van een proefdossier met vooroverleg. De website van hetZorginstituut geeft daarnaast informatie over belangrijke aandachts-punten. Firma’s kunnen ook gebruikmaken van die parallelle procedure. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90240 zei het al even in mijn inleiding. Firma’s hebben mij echter laten weten datze dat niet doen, omdat ze het niet voldoende interessant of haalbaarvinden. Dat zou eigenlijk echt een versnelling kunnen betekenen. Dat isdus jammer, maar ik ga daar niet over.Mevrouw Tielen vraagt nog naar de mogelijkheid om de kwaliteit-van-levendata te standaardiseren en mee te nemen in de registratie vanmedicijnen. Farmaceuten moeten die data al aanleveren voor hunvergoedingsdossier. Dat wordt ook beoordeeld door het Zorginstituut. Deeisen die aan die data worden gesteld, zijn expliciet opgenomen in deRichtlijn voor het uitvoeren van economische evaluaties in de gezond-heidszorg van het Zorginstituut. Ze wegen deze data als onderdeel van deqaly (quality-adjusted life year). Dat zijn precies die kwaliteit-van-levendata.Voorzitter, dat waren de antwoorden op de vragen over de duregeneesmiddelen.De voorzitter:Dank u wel. Ik ga het rijtje zo af. De volgende keer doe ik dat weerandersom. Meneer Bushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Gelukkig hoorde ik de Minister zeggen dat ze zich ook zorgen maakt overde hoge prijzen van dure geneesmiddelen. Dat zijn vaak te hoge prijzen.Het is gewenst om meer inzicht en dus meer transparantie te krijgen in dekosten en prijsopbouw van deze geneesmiddelen. De Minister schetstechter als nadeel dat de industrie daar waarschijnlijk niet op zit te wachtenen dat dat ook zou kunnen leiden tot een industrie die zijn geneesmid-delen niet aanbiedt op de Nederlandse markt. Ik wil de Minister vragen ofhet een beetje het moreel failliet van de industrie zou zijn als je dat soortchantagemiddelen inzet. Is de Minister het met GroenLinks-PvdA eens datwe er misschien rekenschap van moeten geven, maar dat we nietterughoudender moeten zijn en dat we alles op alles moeten zetten omdie transparantie wél verder af te dwingen? In dat licht wil ik de Ministervragen of zij bereid is om toch nog nader te kijken naar die Italiaanse wetom te bezien welke eventuele goede instrumenten er wel in zitten.Minister Dijkstra:Op het eerste punt van de heer Bushoff zeg ik: richt die oproep vooral aande farmaceuten. Overigens zijn er absoluut ook farmaceutische bedrijvendie wel oog hebben voor maatschappelijk verantwoorde prijzen. Zij willendaar ook wel over spreken. Het moet voor een farmaceutisch bedrijfechter nog wel mogelijk zijn om levensvatbaar te blijven. Ik denk danvooral aan de generieke geneesmiddelen.Het gaat hier nu vooral over die dure geneesmiddelen. Dat kan ik ook metu delen. Om te beginnen wil ik zeggen dat ik heel graag nog een keer naardat Italiaanse voorbeeld wil kijken om te bezien of er toch voorbeelden inzitten waar wij wat aan hebben en waar wij ons voordeel mee kunnendoen. Dan gaan we dat ook inbrengen. Als dat gedaan is, zullen we tezijner tijd de Kamer daarvan op de hoogte brengen met een van onzeinformatiemiddelen. Ik ben het ermee eens dat het heel goed is dat zij dedruk erop zetten, maar het uiteindelijk afdwingen ... Ik wil er echt voorwaken – niet alleen als het over de generieke middelen gaat, maar ookover de dure en innovatieve geneesmiddelen – dat we achter het netvissen. Dan zijn we nog verder van huis. We moeten dus steeds naar diebalans zoeken tussen het meedenken en het stellen van voorwaarden aanhet op de markt krijgen van geneesmiddelen. Er is wat mij betreft altijdmaar één onderwerp dat voor in mijn hoofd zit en dat is de patiënt. Daargaat het om. Als we de industrie wegjagen, heeft de patiënt daar nietsaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90241 De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik deel dat laatste met de Minister. We moeten natuurlijk het belang vande patiënt vooropzetten. Ik ben dan benieuwd of de Minister het met mijeens is. Ik verwacht van wel, gelet op de eerdere beantwoording. Als je teveel betaalt voor een duur geneesmiddel – heel veel geld gaat naarwinsten van farmaceuten – dan had dat geld beter ingezet kunnen wordenvoor andere doeleinden in de zorg waarmee we meer patiënten haddenkunnen helpen. Vanuit het oogpunt van het belang van patiënten is hetheel hard nodig om eerlijkere en dus ook lagere prijzen voor die duregeneesmiddelen te betalen.Minister Dijkstra:Dat is bij uitstek wat we willen bereiken. Dat is ook waarom we die sluishebben en waarom we goed kijken naar de effectiviteit. Doet het echt wat?We hebben natuurlijk de voorbeelden gezien van allerlei innovatieveoncologische geneesmiddelen die, als je er goed naar kijkt, eigenlijknauwelijks iets opleveren. Ze bevorderen zeker niet de kwaliteit van leven.Ze zorgen misschien hooguit voor een korte verlenging van het levenwaarbij de patiënt ook nog heel veel bijwerkingen heeft. Dat wil jeallemaal voorkomen. Er is een heel systeem voor om daarachter tekomen. Je weet dat niet als de fabrikant ermee komt. Vandaar dat het ookzo’n lange weg is. Uiteindelijk gaat het erom dat de patiënt er baat bijheeft en dat wij inderdaad waar voor ons geld krijgen. Daar komt het opneer.De voorzitter:Meneer Claassen?De heer Claassen (PVV):De Minister is nog bezig toch? Of bent u klaar?Minister Dijkstra:Nee, ik ben nog niet klaar. Ik was wel klaar met de beantwoording.De voorzitter:U was klaar met de beantwoording van de vragen van meneer Bushoff.Minister Dijkstra:Ja.De voorzitter:Wilt u nog een interruptie, meneer Bushoff?De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik heb volgens mij geen interrupties meer.De voorzitter:U heeft er nog eentje.Minister Dijkstra:Het hoeft niet hoor. Blijkbaar waren mijn antwoorden heel duidelijk.De voorzitter:Meneer Claassen? Wilt u nog een interruptie in deze ronde?De heer Claassen (PVV):Nee, ik bewaar hem.De voorzitter:Oké. Mevrouw Jansen? Mevrouw Tielen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90242 Mevrouw Tielen (VVD):Hoeveel heb ik er nog, voorzitter?De voorzitter:Vier.Mevrouw Tielen (VVD):Dank aan de Minister voor de toezegging over die Italiaanse wet. Ik hoorde Minister zeggen dat het nu niet van toepassing is, maar dat het fijn isom een beetje begrip te hebben omdat het wellicht aanknopingspuntengeeft.Ik hoor de Minister ook zeggen: ik zit niet met de farmaceuten om tafel ombijvoorbeeld over de proefdossiers of over de parallelle procedures tepraten. Dat snap ik, maar tegelijkertijd zitten we wel in een ingewikkeldesituatie. Ik ga iets meer tijd nemen voor deze. Aan de ene kant heb je heleslimme wetenschappers die gekoppeld zijn aan hele slimme bedrijvenmet voldoende capaciteit om grootschalig onderzoek te doen, metdaadwerkelijk bewezen effectiviteit, enzovoort. Daar zijn we afhankelijkvan. Tegelijkertijd is die morele verantwoordelijkheid – zo noemde deMinister het, geloof ik – soms niet helemaal duidelijk. Afgelopen maandaghadden we met de hoorzitting volgens mij echt een hele goede dag. Tochproef ik nog niet zo veel beweging bij de farmaceutische bedrijven. Wemoeten ze niet willen wegjagen. Volgens mij was ik in mijn betoogduidelijk genoeg dat juist Nederland voorop zou moeten kunnen lopendoor een interessant ecosysteem. Wellicht dat de rol van een Minister welkan helpen om in ieder geval dat gezamenlijke gevoel erbij te krijgen inplaats van dat heen en weer blijven dimdammen; jullie willen niet genoegbetalen, jullie vragen te veel, jullie doen dit en jullie doen dat. Ik heb welbehoefte aan een gezamenlijke ambitie daarin.Minister Dijkstra:De ambitie van de farmaceutische industrie is uiteindelijk ook om op demarkt te komen met een mooi nieuw geneesmiddel waar de patiënt wataan heeft. Ik denk dat dat wel de gezamenlijke ambitie is van zowel deindustrie als van ons, van u, van de Kamer. Het hele punt is hoe je dieambitie samen verder vormgeeft op een manier waar iedereen wat aanheeft. Ik snap heel goed dat research and development of onderzoek enontwikkeling van nieuwe medicijnen beslag leggen op de geneesmidde-lenprijzen. We weten alleen niet precies hoe dat zit in de prijsvorming. Deheer Bushoff heeft dat ook al aangegeven. Daar zouden we best meerover willen weten. Ik zou daar eerlijk gezegd ook best meer over willenweten. Als het gaat over waar je nou naartoe gaat, dan weet ik natuurlijkook sommige dingen waar ik niet over kan spreken. Het gaat er uitein-delijk inderdaad om hoe je nou met bijvoorbeeld de brancheverenigingen,zoals de VIG, de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen, hier goed uitkunt komen. Er moeten niet enorme bedragen naar de aandeelhoudersgaan. Tegelijkertijd is dat ook een manier voor de industrie en debedrijven om in leven te blijven, om te kunnen doen wat ze doen. Er zittenheel veel aspecten aan. Mijn voorganger, Ernst Kuipers, heeft ookgeprobeerd om met de VIG daarover het gesprek te voeren. Het gaatechter ontzettend moeizaam. In de korte tijd dat ik hier actief ben, is hetdaar nog niet van gekomen. Ik denk dat het er ook niet meer van zalkomen. Dat lijkt me iets voor mijn opvolger op dit dossier.Mevrouw Tielen (VVD):Ik herken die moeizaamheid heel erg. Iedereen die wil, kan alles wat weafgelopen maandag hebben besproken terugkijken. Daar verwijs ikmensen graag naar. Ik neem ook de gelegenheid te baat – misschien is datop het randje van fatsoenlijk – om te noemen dat Kaftrio hier een paarkeer is langsgekomen. De farmaceut die die moleculen intellectueel inTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90243 eigendom heeft en dus ook de onderzoeken en de registratiedossiersdoet, heet Fairtax. Wij hebben Fairtax expliciet uitgenodigd voor dehoorzitting en ze hebben tot tweemaal toe geweigerd te komen. Dat laatzien hoe ingewikkeld het is en dat het een soort kat-en-muisspel is. Maarhet is een gezamenlijke ambitie om bijvoorbeeld een medicijn als Kaftriodaadwerkelijk geregistreerd en vergoed te krijgen voor een groep die erbaat bij heeft. Daarbij gaat het over leeftijdsgroepen, maar ook over debepaalde indicaties betreffende de mutaties. Het wordt nu al wat tetechnisch. Ik weet eigenlijk niet welke vraag ik daarover moet stellen. Ikhoor wat de Minister zegt, dus misschien is het ook een opdracht aan devolgende Minister. Maar mijn vraag is dan toch: kunnen we breder in kaartbrengen hoe we die gezamenlijke ambitie voor elkaar krijgen, met iedersbelangen voor ogen, maar wel met het gezamenlijke belang wat meervoorop dan het kat-en-muisspel? Want het wordt in sommige gevallen,lang niet altijd, wel een kat-en-muisspel en dat past ook niet meer bij watwe als normale burgers acceptabel vinden.Minister Dijkstra:Dan moet ook iedereen over de eigen schaduw heen stappen. Dat heb ikal eerder gezegd. Ik ben daar zeer toe bereid. Maar het is heel ingewikkelden er wordt al aan gewerkt. Ik snap het en ik beschouw het ook als eenoproep van mevrouw Tielen. Ik hoop dat iedereen die dit debat meekrijgtdaar ook aandacht aan wil besteden. Dat was wat ik daarover kan zeggen.Die ambitie is er absoluut. Die ambitie is er volledig.De heer Krul (CDA):Ik heb een ander punt. Even terug nog. Als ik het goed begrepen heb, zeide Minister aan het begin van dit blokje: ik ga in gesprek met hetZorginstituut om te kijken of het ook bij bestaande toegelaten middelenvaker kan controleren. Daar heb ik een vraag over. De Minister heeft vrijhelder uitgelegd wat het nadeel is van het Duitse systeem, maar er zit ookeen voordeel aan het Duitse systeem. Het zou namelijk ook zo kunnen zijndat een middel dat heel effectief blijkt, eerder op de markt komt en duseerder mensen helpt. Er zit dus ook wel een voordeel aan, alhoewel ik hetwel eens ben met de afweging van de Minister. Mijn zorg is een beetje datals je de controle op al toegelaten middelen gaat intensiveren, je hettoelatingsproces vertraagt, omdat je daarvoor juist zo’n belangrijke taakbij het Zorginstituut neerlegt. We willen natuurlijk dat die middelen zo snelmogelijk op de markt komen, als ze goed zijn. Dat moet het Zorginstituutbeoordelen. Is de Minister dat met ons eens en ziet zij dat risico ook?Minister Dijkstra:Even voor het goeie begrip: ik heb aangegeven dat het gaat overgeneesmiddelen die nu al gebruikt worden door patiënten en dat hetZorginstituut die vaker wil beoordelen. Ook daar is het zo nu en dannatuurlijk nodig om te kijken wat de effectiviteit is en of die nog steedsvolgens de stand der wetenschap en praktijk is. Maar als een middeleffectief is, en dan heb ik met name gesproken over de voorwaardelijketoelating ... Nee, ik heb niet speciaal over de voorwaardelijke toelatinggesproken, maar wel over die herbeoordeling. Als het effectief is, dan gaathet ook heel snel. Dan werkt het op zich niet vertragend. Ik denk dat hetbelangrijk is dat hierbij op te merken.De voorzitter:Mevrouw Tielen, of nee, mevrouw Paulusma. U heeft geen vragen? Dangaan we door naar het laatste blok, het blok overig. Ik geef het woordweer aan de Minister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90244 Minister Dijkstra:Dank u wel, voorzitter. De heer Claassen heeft mij gevraagd naar statines.Hij heeft gevraagd wat ik vind van de ontwikkeling dat statines steedsvaker en sneller worden voorgeschreven voor primaire preventie en vande zorgkosten die daarbij horen. Ik ben een enorme voorstander vanleefstijlinterventies, want die voorkomen dat mensen aan de statinesmoeten. Ik ben heel erg vóór al die preventieve maatregelen. In dithuidige kabinet hebben we daar natuurlijk ook het nodige voor uitge-trokken. In het akkoord van de nieuwe coalitie wordt preventie ookgenoemd, maar in de financiële paragraaf is het weggelaten. Ik zouzeggen dat als we willen dat er minder statines kunnen worden voorge-schreven, het ongelofelijk belangrijk is om juist op die preventie in tezetten. In de regel is het natuurlijk ook heel belangrijk dat patiëntenhelemaal geen geneesmiddelen gebruiken die ze niet nodig hebben. Als jevoldoende beweegt en een beetje let op je leefstijl, dan hoef je geengeneesmiddelen te gebruiken. Er zijn altijd mensen die wel geneesmid-delen moeten gebruiken en voor hen moeten ze ook beschikbaar zijn.Maar het is natuurlijk aan de voorschrijvers of ze die statinesvoorschrijven. Ik wil hier graag met ze over in contact treden. Daarnakomen we daar schriftelijk op terug, of er wordt schriftelijk op terugge-komen, in de brief over farmaceutische zorg die voor het einde van hetjaar gepland staat.Voorzitter. Mevrouw Tielen heeft gezegd dat we een goed ecosysteemnodig hebben voor ontwikkeling en distributie van geneesmiddelen. Zijvroeg of ik tevreden ben over de positie van Nederland. Wij hebbenuitstekende expertise op het gebied van ontwikkeling van geneesmid-delen. Ook in de productie en distributie vinden veel activiteiten plaats. Ikben zelf ook in Leiden en Oss geweest. Daar zie je dat in die clusters. Ikdraag bij aan innovatie middels, onder andere, het expertisecentrumFAST, Future Affordable and Sustainable Therapy development, en ookmiddels groeifondsprojecten zoals PharmaNL. Voor verdere stimuleringwerk ik een voorstel uit voor een fonds voor geneesmiddelenontwikkeling.Dat is mij ook gevraagd in de motie-Bushoff/Van Dijk. Die motie krijgthiermee uitvoering. Het productie-ecosysteem stimuleer ik via deEuropese subsidie IPCEI. Die heeft deze week groen licht gekregen van deEuropese Commissie. Hiermee geef ik subsidies voor innovaties van deontwikkeling, distributie en productie van geneesmiddelen in Nederlanden dat is een boost voor het ecosysteem in Nederland.Dan heeft mevrouw Tielen ook gevraagd of het mogelijk is om deuitgifteperiode van medicatie in de apotheek te verlagen naar een of tweemaanden. Dat kan. In geval van een tekort kunnen IGJ en CBG adviserenom apothekers minder mee te laten geven aan patiënten. Dat is ookgebeurd in de afgelopen periode. Maar het standaard verlagen van dieuitgifteperiode vind ik eigenlijk niet zo’n goed idee. Ik ben namelijk eenbeetje bang dat patiënten dan vaker naar de apotheek moeten en danheeft de apotheek ook meer werk. Ik vrees een beetje voor de medicatie-trouw en of die dan nog voldoende aanwezig is.Mevrouw Tielen heeft mij ook gevraagd om in kaart te brengen watmogelijk en nodig is om wet- en regelgeving over het gemakkelijkompakken vanuit bulkverpakkingen aan te passen. Dat gaat over de grotehoeveelheden die soms worden meegegeven. Dat is op dit moment almogelijk. Apothekers mogen dat doen. Zij mogen verpakkingen vanmedicijnen aanpassen om aangepaste hoeveelheden mee te geven aanpatiënten. Het is dus niet per se noodzakelijk om die bulkverpakkingenmee te geven.Dan is mevrouw Tielen ook benieuwd naar de plannen van PharmaNL. Zijvraagt mij om in gesprek te gaan met branches van producenten vangenerieke en innovatieve medicijnen om te kijken welke ambitieNederland wil neerzetten als het gaat om innovatie en toegang totmedicijnen. De eerste subsidies vanuit PharmaNL zijn inmiddels verstrektTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90245 voor het versterken van human capital en richten zich in de volgenderonde op het versterken van de infrastructuur. Mijn ambitie is om degeneesmiddeleninnovatie door academische instellingen en het bedrijfs-leven te blijven aanjagen. Daarvoor hebben we ook het expertisecentrumFAST, dat ik al noemde, dat het Nederlandse veld voor therapieontwikke-lingen verbindt en kennis ontsluit. Ik noemde al mijn werkbezoek aanPivot Park in Oss. Ik sta continu in contact met partijen in het veld. Ik zegtoe in gesprek te blijven met producenten, want als het over ambitie gaat,is het idee natuurlijk dat sterkere innovatie in Nederland zal leiden totsnellere toegang van geneesmiddelen.Mevrouw Tielen had een aantal losse vragen. Ze heeft mij gevraagd wat ikbedoel met «omgaan met het geneesmiddeleninformatielandschap». Datvroeg zij naar aanleiding van een brief over ... Nee, dit was niet naaraanleiding van een brief. Ik heb u eind december de herijkte visie op hetgeneesmiddeleninformatielandschap gestuurd; althans, dat heeft mijnvoorganger gedaan. Die visie richt zich op zorgverleners. Daarin isaangegeven waar de prioriteiten liggen en waarop we willen inzetten. Ikwil meer accent leggen op specifieke patiëntengroepen waarvoor directebeslis- en doseerinformatie vaak ontbreekt, omdat de geneesmiddelenniet onder deze kwetsbare groepen getoetst worden. Denk aan kinderen,zwangeren en ouderen. Op dit moment zijn er een aantal organisatiesvoor geneesmiddeleninformatie – het gaat dus inderdaad wel over debrief over geneesmiddeleninformatie – ten behoeve van zorgverleners dievan VWS subsidie krijgen. Wij zijn in gesprek met de organisaties om deverdeling van subsidiemiddelen meer in evenwicht en balans te brengenen ook meer in lijn met deze visie en het accent dat ik daarin wilaanbrengen. Dat proces loopt sinds vorig jaar en zal zijn effect kunnenhebben met ingang van 1 januari 2026. Het was een schriftelijke vraag,waar ik antwoord op heb gegeven.Mevrouw Tielen vroeg ook: kan de Minister aangeven wat zij bespreekt endoet in samenwerking met huisartsen tegen de druk om ADHD-medicatievoor te schrijven? Ik ga graag verkennen in welke onderzoekspro-gramma’s we daar meer kennis over kunnen opdoen, bijvoorbeeld viaZonMw. Ik vind het heel belangrijk dat we met eventuele acties hieropaansluiten bij waar de beroepsgroepen behoefte aan hebben. Huisartsenstaan inderdaad vaak onder druk, niet alleen van ouders, maar soms ookvan scholen die ouders met hun kind naar de huisarts sturen met deboodschap: dit is een druk kind, dat ritalin of iets anders moet krijgen. Datis natuurlijk niet wenselijk.De heer Krul heeft mij gevraagd wat ik vind van het signaal dat deapotheekbereidingen niet kostendekkend zouden zijn. Ik heb dat vorig jaaruitgevraagd – dat wil zeggen: dat heeft mijn voorganger gedaan – bij derelevante brancheorganisaties. Zij hebben aangegeven hierover infor-matie te zullen verzamelen. Zij zouden dat uitzoeken bij de achterban endat met mij delen. Daar hebben wij nog niets van gehoord. Als we dieinformatie hebben, bekijken we welke vervolgstappen nodig zijn.Ik zie dat de heer Krul wil interrumperen, maar daar gaat de voorzitterover, ik niet.Mevrouw Paulusma heeft gevraagd of ik bereid ben een Europees fondste lanceren om onderzoek naar behandelingen voor zeldzame aandoe-ningen te stimuleren. Bij het beantwoorden van deze vraag wil ik meteennog even aangeven: hartelijk dank voor de petitie die ik namens mevrouwPaulusma heb mogen ontvangen om meer in te zetten op het stimulerenvan geneesmiddelenonderzoek naar zeldzame ziektes. Als antwoord op devraag over het Europese fonds kan ik zeggen: ik blijf via bestaandeEuropese fondsen, zoals Horizon Europe, het programma van deEuropese Unie voor onderzoek en innovatie, inzetten op het stimulerenvan geneesmiddelenonderzoek naar zeldzame ziektes. Binnen HorizonEurope is in september de start van een nieuw Europees partnerschapvoor zeldzame ziekten beoogd. Ook Nederland zal deelnemen aan dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90246 samenwerking en een financiële bijdrage leveren. Naast dit partnerschapworden binnen Horizon Europe ook andere onderzoekscalls uitgezet. Diezijn gericht op zeldzame ziekten; niet allemaal, maar er zijn er wel diegericht zijn op zeldzame ziekten. Ik zet me ervoor in dat dit onderwerp opde agenda blijft en heel veel aandacht blijft krijgen in de toekomstigewerkprogramma’s van Horizon Europe.Mevrouw Paulusma vroeg ook of ik bereid ben om me in te zetten voorhet opstellen van een nieuwe nationale strategie voor zeldzame aandoe-ningen. Het huidige nationaal plan dateert uit 2014. In 2017 is er eenslotadvies gepubliceerd van het Afstemmingsoverleg Zeldzame Ziekten.Sinds 2017 zijn er flinke stappen gezet, zoals op het gebied van netwerk-vorming, organisatie, financiering, Europese samenwerking en internati-onaal onderzoek. Ondanks dat zijn er ook nog verdere stappen teondernemen. Ik onderschrijf ook het belang van een nieuw nationaal planzeldzame aandoeningen. Zo’n nationale strategie raakt natuurlijk aan heelveel terreinen. Ook hier zie ik een belangrijke rol voor het zorgveldweggelegd. Ik moet toch weer wijzen op mijn demissionaire status. Hetopstellen en uitvoeren van zo’n strategie zal ik niet meer op me kunnennemen, maar is aan een nieuw kabinet. Wel wil ik hier zeggen dat wekunnen beginnen met de voorbereidingen, zodat het voor een volgendkabinet mogelijk is om snel te komen tot een nieuw nationaal actieplan,samen met de veldpartijen. Tegen mevrouw Paulusma wil ik zeggen dat ikhet ook warm zal aanbevelen aan mijn opvolger.Voorzitter. Ik ben erdoorheen.De voorzitter:Dat is hartstikke mooi.Minister Dijkstra:Nee, ik ben er nog niet.De voorzitter:Gaat u verder dan.Minister Dijkstra:Ik zie iedereen naar adem snakken. Ik ben ook al heel lang aan het woord;dat realiseer ik me. Maar goed, dat is nu eenmaal de manier waarop wedat hier zo doen.Mevrouw Paulusma heeft gevraagd of ik meerwaarde zie in de Europesesamenwerking als het gaat om de zeldzame aandoeningen. Ja, die zie ikzeker. Daarom nemen we als VWS ook deel aan al die Europese trajectenen zijn we medefinancier. Begin dit jaar is de joint action voor zeldzameaandoeningen gestart om de integratie en toegankelijkheid van deEuropese referentienetwerken voor zeldzame aandoeningen in dezorgsystemen van de Europese lidstaten te verbeteren. We zijn hier zekermee bezig.Mevrouw Paulusma heeft mij ook gevraagd – dat is natuurlijk ook nietonbelangrijk – welke kansen ik zie om de toegang tot weesgeneesmid-delen te verbeteren, waarbij een geneesmiddel niet alleen voor jongepatiënten beschikbaar komt. Ik erken natuurlijk dat dergelijke situaties heelschrijnend kunnen zijn voor families. Wel is het goed dat we kijken naar detoegevoegde waarde van een geneesmiddel. Van sommige geneesmid-delen is namelijk onvoldoende aangetoond dat ze werken boven eenbepaalde leeftijd. Dat wil niet zeggen dat die geneesmiddelen nietveelbelovend kunnen zijn, maar ze kunnen onder voorwaarden aanpatiënten worden vergoed. Ik start dan ook met een beleidsevaluatie vande voorwaardelijke toelating. Daarin gaan we uitzoeken hoe het beleiduitwerkt, of het doel wordt bereikt en of de criteria hiervoor moetenworden aangepast, zodat de voorwaardelijke toelating eventueel brederkan worden ingezet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90247 Volgens mij ben ik er nu wel.De voorzitter:Oké. Dan zijn we het aan het einde van het blokje gekomen.Minister Dijkstra:Tenzij mensen nog iets missen.De voorzitter:Meneer Bushoff. O nee, ik zou aan de andere kant van de tafel beginnen.Mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Dank voor de uitvoerige beantwoording van de Minister. Ik ben blij met detoezeggingen, zeker rondom de nationale strategie, maar ook rondom deEuropese aanpak. Ik heb ook nog een vraag gesteld rondom de EHDS,waar ik samen met collega Tielen rapporteur over ben. We weten eenbeetje wat daar allemaal gaande is. Ik vroeg specifiek aandacht voor juistdie zeldzame aandoeningen in de EHDS. Het zou heel erg jammer zijn alswe dat laten liggen, terwijl juist als het gaat om zeldzame aandoeningenhet van belang is dat we meer data gaan delen en bundelen enbeschikbaar gaan stellen voor onderzoek.Minister Dijkstra:Heel goed. Ik ben even op zoek. Ondanks dat ik begeleid word, slaag ik erelke keer in om een puinhoop te maken van mijn papieren. Sorry.Inderdaad, daar heb ik ook naar gekeken. Nederland heeft zich sinds destart van de onderhandelingen constructief opgesteld en heeft inhoudelijksterk bijgedragen aan de EHDS. Als rapporteur bent u daarvan op dehoogte. Wij hebben ook de belangrijkste onderhandelingspunten weten teborgen. Dat heeft ertoe geleid dat we op 22 maart van dit jaar hebbeningestemd met het voorlopig politiek akkoord. Wat mij betreft blijft dat zo,maar het is natuurlijk aan de opvolgers om dat voort te zetten. Zoals bijvrijwel alles, hoop ik dat ook hier in de toekomst voldoende aandacht voorblijft.De heer Krul (CDA):Ik ga nog even door op de apothekers. De Minister zegt dat ze geenconcrete signalen hebben ontvangen dat er een probleem zou zijn rondhet niet kostendekkend zijn van bereidingen. Ik zal niet al te anekdotischworden, want ik herken dat dat een valkuil is. Maar ik heb vier apothekenbezocht en die zeggen, in ieder geval tegen mij, allemaal: het feit dat er deafgelopen jaren, misschien wel terecht, steeds strengere regels zijngekomen en steeds hogere kwaliteitseisen worden gesteld aan hetbereiden, bijvoorbeeld als het gaat om de ruimte, en het feit dat wij nietzomaar mogen doorleveren aan andere apotheken, zorgt ervoor dat hetvoor ons steeds minder aantrekkelijk wordt. Ik zeg maar even letterlijk watik gehoord heb. De echte vakidioten, die het ook echt heel leuk vinden omte doen, zien er nog heil in. Heeft de Minister die signalen echt nietontvangen of is het heel toevallig dat ik vier apotheken gesproken heb diedit aangeven?Minister Dijkstra:Ik heb aangegeven dat wij daar via de wegen die we normaal bewandelenniet over hebben gehoord en dat we daar nog op wachten. Maar ik heb ernatuurlijk kennis van genomen, ook in de media. Het is ook interessant datik hetzelfde hoor als ik met fabrikanten van generieke geneesmiddelenspreek. Van hen hoor ik ook dat de regels strenger zijn geworden, dat erdaardoor vaker een beroep op hen wordt gedaan en dat het langer duurt.Daar zie ik een overeenkomst tussen. We kijken nu hoe we de doorgele-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90248 verde bereidingen beter kunnen regelen voor de apothekers die dat heelgraag willen doen. Sommige zijn heel erg goed in het maken van diemagistrale bereidingen. We gaan die mogelijkheid verder uitwerken, maardan blijft staan dat kwaliteit essentieel is.De heer Krul (CDA):Nu ga ik toch een toezegging lospeuteren. De Minister geeft namelijk aandat ze ernaar gaat kijken. Dat vind ik belangrijk. Kan ze toezeggen dat daareen terugkoppeling op komt? Ik hoef daar nu geen termijn aan tekoppelen, hoor. Maar ik zou graag specifiek op dit punt een terugkop-peling ontvangen.Minister Dijkstra:Dat wil ik graag toezeggen. Dat zullen we dan combineren, want ik hoopdat we die informatie, de terugkoppeling van hoe het nou zit in het veld,eens een keer krijgen van de brancheverenigingen. Het zijn niet alleendeze vier, maar er zijn natuurlijk meer apotheken. Dan kunnen we datcombineren en dan kunnen we meteen aangeven welke kant we opdenken.Mevrouw Tielen (VVD):Wat mij betreft zei de Minister iets te snel: nou, laten we het standaardverkorten van de uitgifteperiode niet doen. De reden waarom ik dat zeg, isde volgende. Ik snap dat de Minister zegt dat therapietrouw onder drukkan staan, maar aan de andere kant laat heel veel onderzoek van dePatiëntenfederatie zien dat heel veel mensen denken dat ze al te langonnodige medicijnen krijgen. We weten dat slaapmedicatie niet eensverstandig is. Ik ga dus ook proberen een toezegging los te peuteren. Zoude Minister op een rijtje willen zetten wat de voor- en nadelen zijn van hetverkorten van de standaarduitgiftetermijn van drie maanden? Natuurlijkkomen daar weer kosten bij; dat snap ik ook. Maar het lijkt me echt goedom daar opnieuw naar te kijken. Gelijk voor 90 dagen doosjes meegevenis namelijk lang niet altijd nodig, en soms zelfs onverstandig.Minister Dijkstra:Het staat natuurlijk voorop dat patiënten sowieso geen geneesmiddelenmoeten krijgen voor een langere periode als ze die maar kort nodighebben. Om nou te zeggen dat dat standaard is ... Ik noem bijvoorbeeldantibiotica. Die neem je tien, zeven of vijf dagen in, afhankelijk van hetvoorschrift van de arts. Maar er zijn ook geneesmiddelen die je wat langermoet gebruiken. Wat betreft het terugbrengen van de standaardtermijnendenk ik dat het aan de huisarts is, of eventueel aan de medisch specialistals mensen bij de reguliere apotheek terechtkomen in plaats van in hetziekenhuis, om duidelijk op het voorschrift te vermelden voor welkeperiode het geneesmiddel moet worden gegeven. Als het gaat ommedicatie die chronisch gebruikt wordt omdat dat nodig is, dan zie ik datpunt van die drie maanden niet als een groot probleem. Ik zie wel dat detherapietrouw echt een probleem is, maar goed.Mevrouw Tielen (VVD):Dan zijn de Minister en ik het daar niet over eens. Ik noemde de slaapme-dicatie al. Ik ben wel blij met wat de Minister zei over de huisartsen en hetmet hen in gesprek zijn over de druk, omdat het breder is, ook breder danADHD. Dus ik hoop dat ZonMw dat ook meeneemt. De Minister zei dat wedaar in het onderzoeksprogramma ook rekening mee moeten houden. Ikhoop ook dat de Minister dat breder ziet dan alleen de ADHD-medicatie. Erzijn meer medicijnen waar huisartsen bij wijze van spreken flinkgedwongen worden, of zich in ieder geval gedwongen voelen, omrecepten voor die medicijnen uit te schrijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90249 Minister Dijkstra:Het is natuurlijk sowieso een probleem dat huisartsen te maken krijgenmet patiënten die zelf thuis van alles hebben opgezocht en op gronddaarvan behoorlijke druk uitoefenen. Dat is weer een andere kant van hetverhaal. Maar ik wil nog eventjes aangeven dat de eerste uitgifte van eennieuw medicijn voor vijftien dagen is. Pas daarna wordt dat drie maanden.Als het dure geneesmiddelen betreft, dan wordt het maar voor een maanduitgegeven. In die zin is er al differentiatie. Ik denk wel dat het goed is datwe hierop blijven letten. We zijn natuurlijk ook regelmatig in gesprek metartsen. Het hele punt van de druk die op huisartsen gelegd wordt, is nogwel een ding. Met betrekking tot ADHD hebben we gezegd dat we bijZonMw kijken of we daar iets meer over te weten kunnen komen. Datkunnen we natuurlijk best een beetje breder trekken. Ik bedoel gewoon«breder», zonder «een beetje».De voorzitter:Mevrouw Jansen? Nee? Dan meneer Claassen.De heer Claassen (PVV):Ik heb nog één interruptie die ik gebruik voor mijn vragen. De rest gebruikik voor de tweede termijn. Daar ga ik mijn best voor doen. Ik zou vooralwillen opmerken dat ik deze vraag stel als volksvertegenwoordiger en nietals belangenbehartiger van een of ander farmaceutisch bedrijf. Ik hecht ernamelijk grote waarde aan dat medicijnen bij, in dit geval, kinderenterechtkomen, omdat ze daar waarschijnlijk heel goed mee geholpenworden. Het zou ook kostenbesparend werken, omdat voorkomen wordtdat ze zieker worden dan ze al zijn. In dit geval gaat het over het medicijnKaftrio. Wij verzochten de Minister nog een keer te reageren op de eerderuitgestuurde brief, omdat zij juist werken met een proefdossier. Binnen ditproefdossier wordt gebruikgemaakt van studies die gericht zijn op dedoelgroep waar het over gaat. Ik hoorde de Minister zeggen dat er iets isaangeleverd wat niet gebaseerd is op onderzoek. Dat verbaast me, wantdat was juist de reden om in de procedurevergadering te verzoeken omdie brief, omdat er wél onderzoek is. De vraag is dan ook: waarom geeft unu aan dat er geen data aangeleverd is rondom deze specifieke beroeps-groep? Dat verbaast mij. Mijn vervolgvraag is: heeft het ook niet te makenmet de vraag of het Zorginstituut wel voldoende capaciteit heeft om al ditsoort aanvragen te behandelen in de tijd die er eigenlijk voor zou moetenstaan, zodat mensen op tijd hun medicijnen krijgen?Minister Dijkstra:De heer Claassen vraagt mij naar wat meer gedetailleerde informatie,maar het enige wat ik daarover kan zeggen, het enige wat mij ter ore isgekomen, wat mij verteld is en wat ook zo is, is dat het definitieve dossierniet is ingeleverd. Dat is toch een voorwaarde. Het is dus niet zo dat ik datniet zou willen. Integendeel. Ik zou willen vragen aan degene die hetdossier levert om daar wel snel mee te komen. Dan kan het ook wordenafgehandeld. Op dit moment is het Zorginstituut bezig met het wervenvan personeel. De vraag was: is er wel genoeg personeel om dit allemaaluit te voeren? Daar zit ook druk op, zoals overal op dit moment. We willennatuurlijk niet dat de patiënten daaronder te lijden hebben. Het is dus heelbelangrijk dat daar van beide kanten druk op staat, ook voor de producent,om ervoor te zorgen dat die dossiervorming op orde is, zodat er kanworden doorgegaan.De voorzitter:Dank u wel. Ik neem ... O, eerst meneer Bushoff nog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90250 De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Ik wil toch nog gebruikmaken van mijn laatste interruptie. Er is namelijknog één vraag bij mij blijven hangen naar aanleiding van het blokje overdie dure geneesmiddelen. Afgelopen maandag hadden wij een hoorzittingin de Kamer, onder andere met vertegenwoordigers van de farmaceu-tische industrie. Zij gaven toen ook aan: er wordt vaak over ons en nietmet ons gesproken en wij zouden dat graag anders zien. Dan zou jekunnen verwachten dat de farmaceutische industrie wellicht ook zelf eenstap naar voren zet, de hand in eigen boezem steekt en zegt: goh, wijrekenen ook dure prijzen; wij willen ook toe naar eerlijkere prijzen en meertransparantie. Ik denk dat mevrouw Tielen goed aangaf dat het gevoel wasdat die beweging richting de Kamer in ieder geval nog niet echt werdgemaakt afgelopen maandag. Ik ben benieuwd: is die beweging al welrichting de Minister gemaakt?Minister Dijkstra:We hebben natuurlijk contact met de brancheorganisaties. Iedereen, elkefarmaceutische industrie die ons op dit terrein wil bijpraten, is welkom,zou ik zeggen. Daar hebben we nooit een geheim van gemaakt, volgensmij. We hebben nooit gezegd dat we ze niet willen spreken. Er is ookcontact, hè. Ik heb net al verteld dat ik verschillende werkbezoeken hebafgelegd. Dan spreek ik ook met de industrie. Ik ben elke keer weer – datmoet ik ook zeggen – onder de indruk van wat daar allemaal gebeurt. Datis ongelofelijk belangrijk. Maar je wilt zo graag dat je het met elkaar eensbent over de vraag: voor welke prijs kunnen we dit en hoe komen wedichter bij elkaar als het daarover gaat?Overigens – als u mij toestaat, voorzitter – heb ik de indruk dat u een helegoede rondetafel hebt gehad.De voorzitter:Die opvatting delen we helemaal.Dan komen we hiermee aan het einde van de eerste termijn van deregering. Meneer Bushoff zou sowieso een tweeminutendebat willenaanvragen. Is er voor de rest behoefte aan een tweede termijn? Dat is hetgeval. Dan stel ik voor dat u even studeert op uw laatste minuut of30 seconden en schors ik tot 13.45 uur.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Ik geef voor de laatste vraag voor 30 seconden het woord aan de heerBushoff.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik wil allereerst inderdaad graag een tweeminuten-debat aanvragen. Ik denk dat er wel aanleiding voor is om dit debat nogverder voort te zetten.Ik ben blij met de beantwoording van de Minister, haar ondersteuning ende toezegging om bij tekorten van generieke geneesmiddelen nog eensgoed te kijken naar het preferentiebeleid en of we bij dreigende tekortenhet preferentiebeleid kunnen verbeteren. Ik zeg nadrukkelijk niet«afschaffen». Laten we kijken of we het op punten kunnen verbeteren.Dank voor die toezegging. Ik ben ook blij met de toezegging om toch nogeens te kijken naar de Italiaanse wetgeving op het gebied van transpa-rantie bij dure geneesmiddelen, om te kijken of er echt niet iets in zit waarwe wat van kunnen leren. Ik denk dat het echt noodzakelijk is dat wij toteerlijkere prijzen komen van dure geneesmiddelen en betere transpa-rantie.Tot zover.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90251 De heer Krul (CDA):Ik heb een interruptie. Ik hoor wat de heer Bushoff zegt. Ik denk dat deheer Bushoff – dat is ook mijn vraag – het met het CDA eens is dat hetheel belangrijk is dat zo’n toezegging gestand wordt gedaan voor zo’ntweeminutendebat. De heer Bushoff zegt in zijn eigen bijdrage ook: ik vindhet wel belangrijk dat er bij een dreigend tekort iets verbeterd wordt aanhet preferentiebeleid. Het is goed dat de Minister gaat kijken wat dan. Ikneem aan dat de heer Bushoff dan ook graag wil dat we dat weten voorzo’n debat, want dan kunnen we er als Kamer in gezamenlijkheid eenuitspraak over doen.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Volgens mij heeft de Minister aangegeven dat ze nu nog niet goed konaangeven wanneer ze eventuele verbeteringen in het preferentiebeleidkan bewerkstelligen. Misschien kan de Minister wel op korte termijn eentijdlijn aan ons schetsen. Het zou kunnen helpen als die tijdlijn in iedergeval komt voor het tweeminutendebat.De voorzitter:Meneer Claassen.De heer Claassen (PVV):Heel snel. Ik heb een vraag over de toezegging over kijken naar hetpreferentiebeleid. Betekent dat ook dat er in samenspraak met dewerkveldvertegenwoordigers naar het effect wordt gekeken als erstructureel meer dan één preferent is? Dat is de vraag.Voor de helderheid. Wordt per 1 oktober 2024 de aangekondigde tijdelijkebeleidsmaatregel maximale prijs geneesmiddelen nou wel of nietingevoerd? Want dat bleef nog onduidelijk voor mij.Tot slot, de motie-Maeijer over de vertraging post-sluisperiode in kaartbrengen. U gaf een antwoord over hoe het proces eruitziet, maar eigenlijkzit in de motie de vraag besloten tot welke soort vertragingen dat leidt.Dat is dus veel meer een inhoudelijk perspectief. Wilt u daar misschieneven op reflecteren?De voorzitter:Mevrouw Jansen.Mevrouw Daniëlle Jansen (NSC):Allereerst dank aan de Minister voor het beantwoorden van de vragen. Ikheb nog één aanvullende vraag over de hulpmiddelen. In de beant-woording op mijn vraag leek het meer een of-ofoplossing: de hulpmid-delen worden of centraal aangeleverd, of door de apothekers. Maar er zoueven goed een en-enoplossing kunnen komen. Als de leveringen nu nietgebeuren door de groothandelaren, worden ze opgevolgd door deapothekers. Die betalen daar dan zelf voor. Mijn vraag aan de Minister is:zou er een vergoeding kunnen komen voor die spoedleveringen doorapothekers? Dan zoek je meer naar een tussenoplossing.De voorzitter:Mevrouw Tielen.Mevrouw Tielen (VVD):Dank aan de Minister en de overige Kamerleden voor het debat. Ondanksde enorme agenda kijk ik met een plezierig gevoel terug op dit debat.Dank voor de toezegging over de Italiaanse wet en de toezegging over dekindergeneesmiddelen, om die wellicht uit het preferentiebeleid te halen,of om in ieder geval op papier te zetten of dat een mogelijkheid zou zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90252 Het geneesmiddeleninformatielandschap begreep ik nog niet helemaal.De Minister gaf aan: er moet meer balans komen in welke criteriadaarvoor worden gebruikt. Misschien kan de Minister dat toelichten.Ik ga nog even nadenken over wat ik vind van de standaarduitgifte.De voorzitter:Meneer Krul.De heer Krul (CDA):Voorzitter, hartelijk dank aan de Minister voor de beantwoording. Ik moetzeggen: het gefrustreerde gevoel dat ik de afgelopen keren had, heb ik nuniet. Ik denk echt dat de Minister op een hele heldere manier heeftuitgelegd wat we wel doen, maar ook wat de complexiteit is. Ik zit nog nietzo lang in deze commissie, maar ik krijg de indruk dat het hier ergcoöperatief is, ook met de andere commissieleden. Dat wordt erggewaardeerd.Ik heb nog één punt. Ik voel soms toch een beetje machteloosheid enverwarring over de bijdrage van GroenLinks-PvdA, die in de eerste termijnzelf begonnen met zeggen dat we bij dreigende tekorten eventueel hetpreferentiebeleid moeten aanpassen en nu akkoord gaan met detoezegging dat er een tijdlijn komt voor het in kaart brengen van mogelijk-heden. Dat is een beetje de tandenloosheid die ik merk, dat we met zo’nproces weer het bos in worden gestuurd. Ik zou de Minister willen vragenom daar echt vaart mee te maken, want er moet iets gebeuren. Het isnijpend. Ik denk ook echt wel dat we dingen kunnen verbeteren aan hetpreferentiebeleid. Daar zullen wij in het tweeminutendebat in ieder gevalvoorstellen voor doen.De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):Toch een vraag daarover. Op zichzelf ben ik het er helemaal mee eens dathet tekort nijpend is en dat we schrijnende gevallen zien. Er moet watveranderen. Vandaar ook dat we volgens mij bijna commissiebreed willendat het preferentiebeleid op punten wordt verbeterd. Ik vraag me wel evenaf wat in de ogen van de heer Krul nou de allersnelste en meest effectieveroute is om het ook daadwerkelijk voor de patiënten te gaan verbeteren.De heer Krul (CDA):Dat is een goede vraag. Ik denk eigenlijk dat het antwoord verscholen zatin de eerste termijn van meneer Bushoff. Dat is ook een beetje mijnverwarring. Hij begon zijn eerste termijn met: zouden we niet hetpreferentiebeleid niet alleen bij tekorten maar ook bij dreigende tekortenmoeten aanpassen? Dan kun je kiezen voor een tweede, voor een derde ofvoor helemaal geen preferentiebeleid – dat is invulling – maar dit is nouiets wat we echt zouden moeten doen. Ik proefde een bepaalde bereidheiddaartoe. De heer Claassen heeft daar ook een paar keer naar gevraagd.Mijn verwarring zit ’m er oprecht in dat de heer Bushoff op het momentdat hij aan zijn tweede termijn begint, zegt dat hij akkoord gaat met eentijdlijn waarin de Minister in kaart gaat brengen wat er eventueel zoukunnen gebeuren. Dat is zó’n procesmatig antwoord. Dat vind ik jammer.De voorzitter:Neeneenee, we zijn aan het einde van het debat, bij de laatste bespiege-lingen. Ik stel voor dat we dit gesprek bilateraal verder voortzetten. Danzien we in het tweeminutendebat de uitkomst van deze laatste clash wel.Het woord is aan mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Dank u wel, voorzitter. De heer Krul begon zo goed, over deze coöpera-tieve commissie. Ik wil de Minister graag bedanken voor al haar reacties.Ik wil ook van de gelegenheid gebruikmaken om nogmaals alle mensen teTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90253 bedanken die hebben meegewerkt aan het manifest Zeldzaam goedgeholpen, over aandacht en middelen voor patiënten met een zeldzameaandoening, dat ondertekend is door ruim 90 patiëntenorganisaties. Wehebben namelijk samen hard gewerkt om hiertoe te komen. Ik hoopvooral dat we hiermee sneller de stappen kunnen zetten die patiënten meteen zeldzame aandoening nodig hebben en ook verdienen. Daar zal ik mijin de komende periode hard voor inzetten.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we voor de tweede termijn van de regering naar deMinister voor Medische Zorg.Minister Dijkstra:Ik heb nog niet helemaal alles paraat, maar ik zal het proberen.Voorzitter. De heer Bushoff heeft aangegeven welke toezeggingen ik hebgedaan. Er is hier vervolgens ook een discussie geweest over de tijdlijn. Ikwil daar best naar kijken voor het tweeminutendebat, om te zien of wedaar toch iets meer over kunnen zeggen. Tegelijkertijd vind ik hetbelangrijk om te zeggen dat verzekeraars rond de geneesmiddelente-korten vaak de preferentie al af hebben gehaald van de medicijnenwaarvan er een tekort is. Dat viel me daarnet nog even te binnen. Ik zal inelk geval een tijdlijn sturen. Als dat niet meer nodig blijkt te zijn, merkenwe dat wel, maar ik kan het bij dezen toezeggen.Is de aanpassing van de Wgp tijdelijk? Dat vroeg de heer Claassen. Diewordt wel ingevoerd. Dat heeft ook al in de Staatscourant gestaan. Als ikdat vangnet namelijk niet instel, worden de prijzen nog lager. Het is dusheel belangrijk dat we dat wel doen.Dan het CDA. Het is op zich fijn om te horen dat de heer Krul een ietsminder unheimisch gevoel heeft na dit debat, maar voor mij blijft het nogsteeds een heel urgent debat. Kijk, wij maken vaart en de Kamer kandaarbij ook helpen, door iedereen in het veld met wie de Kamerleden temaken krijgen, op te roepen tot die samenwerking. Ik denk dat dat helpt.Mevrouw Tielen ging nog even door op het informatielandschap. Ze wileen toelichting op de criteria. De nadruk ligt op specifieke doelgroepen,zoals ik al heb gezegd, en op direct toepasbare beslisinformatie voor diespecifieke groepen. Door de organisaties zal in gesprekken met henduidelijk moeten worden gemaakt wat dat moet zijn. Daar is dus nogvoortgezet overleg over.Dan heb ik ten slotte nog een vraag over de hulpmiddelen. Komt er voorde spoedlevering een vergoeding, vroeg mevrouw Jansen. Er is al eenbetaaltitel en de huisarts kan declareren. Goede communicatie hierover isnatuurlijk heel belangrijk. Ik neem dit ook mee in de gesprekken met deKwaliteitsraad, waar dit aan de orde is. Dat kan ik u dus toezeggen.Dat waren volgens mij de vragen.De heer Krul (CDA):De Minister geeft aan dat zorgverzekeraars bij een tekortenbesluit alkunnen afstappen van het preferentiebeleid. Zou ze in het onderzoek datze gaat doen dan ook kunnen meenemen dat op het moment dat je datalleen bij een tekort doet, er al geen fabrikanten meer zijn? Die hebbenhelemaal geen reden om hier te zijn als ze alleen maar in beeld komen bijeen tekortenbesluit. Het is dus een soort vicieuze cirkel op die manier. Hetheeft niet zo heel veel nut om bij een tekortenbesluit af te stappen van hetpreferentiebeleid, want dan zijn er geen fabrikanten; die zijn dan allangweg. De vraag is dus of ze dat mee kan nemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90254 Minister Dijkstra:Dit is een terechte opmerking, dus die nemen we daarin mee. Bij debeantwoording over de tijdslijn kunnen we daar ook nog even naarverwijzen.De voorzitter:Meneer Claassen, u heeft geen interrupties meer, maar u heeft een vraaggesteld die in de laatste ronde nog niet beantwoord is.De heer Claassen (PVV):Ja, of ik heb het gemist; dat kan best op dit late tijdstip. Het gaat over deuitvoering van motie van collega Maeijer. Het gaat niet om het proces,maar daaronder zit eigenlijk de vraag tot wat voor soort vertragingen inhet proces of in de inhoud de huidige postprocedure heeft geleid. Weweten hoe die postprocedure is, maar wat gebeurt daar nu eigenlijk? Watgaat daar goed en wat gaat daar mis?Minister Dijkstra:Ik begrijp de vraag niet helemaal. Dat zal wel aan mij liggen. We zijninderdaad al een tijd met elkaar in gesprek. Maar laten we afspreken ...De voorzitter:Wacht, wacht, wacht. Wacht heel even. Kunt u de vraag nog één keerherformuleren, meneer Claassen?De heer Claassen (PVV):Ja, dat zal ik proberen rustig te doen. Het antwoord op de vraag over deuitvoering van die motie was vooral een beschrijving van hoe dat proceseruitziet, maar de vraag is eigenlijk wat er nu gebeurt. Wat is het effectvan die procedure op de medicijnen die postsluis zijn? Dat zit veel meerbesloten in die motie.Minister Dijkstra:Soms is er een versta-misverstand tussen een Fries en een Limburger,maar ik heb het nu begrepen. Maar ik heb niet meteen het antwoord, dusik kom daar graag schriftelijk op terug.De voorzitter:Dank u wel. Dan komen we aan het einde van de bijdrage van de Minister.Dan heb ik hier de toezeggingenregistratie.–De Minister probeert aanpassingen aan te brengen in het preferentie-beleid en zal haar opvolger vragen de Kamer op de hoogte te houdenvan de vorderingen hiervan. Voor het tweeminutendebat stuurt zij eentijdlijn.–De Minister zal het signalement van de Kwaliteitsraad Hulpmiddelenen Zorg die rond 1 juli wordt verwacht, met de Kamer delen.–De Minister zal de Kamer nader informeren over de MDR-certificeringen zal de vragen die hierover tijdens het debat zijn gesteld, schriftelijkbeantwoorden.–In de brief over farmaceutische zorg die eind dit jaar aan de Kamerwordt gestuurd, zal de nieuwe bewindspersoon ook ingaan op hetgrootschalige gebruik van statines.–De Minister zegt toe de Italiaanse wetgeving rondom transparantie bijde dure geneesmiddelen nader te analyseren en haar bevindingen metde Kamer te delen.–De Minister informeert de Kamer schriftelijk over de doorgeleverde ende magistrale bereidingen van geneesmiddelen.Zo is dat.Dan dank ik de Minister voor Medische Zorg voor haar beantwoording. Ikdank mijn collega’s voor hun inbreng. Ik dank de griffier. Ik dank de DienstTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90255 Verslag en Redactie. Ik dank de bode. Ik dank onze gasten op de publieketribune. Ik begrijp dat er ook in de andere zaal een heleboel betrokkenenen patiënten aanwezig zijn, die het debat hebben gevolgd. Ik dank ookiedereen die het debat op afstand heeft gevolgd. Dank u wel.Sluiting 14.00 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 90256
Gerelateerde bronnen
- Hulp- en geneesmiddelenbeleid
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 30 mei 2024, over Hulp- en geneesmiddelenbeleid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.