KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie op 'Input Commissiedebat ZZP Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN)'

12 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d84734edbd139373 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 311Zelfstandig ondernemerschapNr. 304 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELE-GENHEID EN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 februari 2026Op verzoek van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgele-genheid tijdens de procedurevergadering van 13 januari jl. sturen wij – deMinister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretarisvan Financiën -Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane – hierbij onze reactieop het position paper van de Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN)dat ten behoeve van het commissiedebat zzp van 18 december 2025 wasaangeleverd.In het position paper wordt ingegaan op de geagendeerde Kamerstukken12 voor het commissiedebat dat wij met elkaar hebben gevoerd. Er wordtgesproken over de gevolgen van de handhaving op arbeidsrelaties en dezachte landing in 2025, over het belang van (wettelijke) verduidelijking vanhet gezagscriterium en over mogelijke vervolgstappen om schijnzelfstan-digheid tegen te gaan. Met deze brief reageren wij op deze onderwerpen.Wij willen allereerst benadrukken dat het goed was hierover met uwKamer te hebben gedebatteerd in zowel het commissiedebat als hetdaaropvolgende tweeminutendebat zzp op 18 december 2025. Daarnaastwijzen wij graag op de brieven die voorafgaand (voortgangsbrief werkenmet en als zelfstandige(n)3) en na (brief gedeeltelijke verlenging zachtelanding4) deze debatten zijn gestuurd. Het kabinet neemt de zorgen diedoor uw Kamer zijn geuit over mogelijke gevolgen op de arbeidsmarkt envoor individuele zzp’ers serieus. Naar aanleiding hiervan heeft het kabinetde zachte landing gedeeltelijk verlengd. De Belastingdienst heeft naar1Kamerstukken II, 2025/2026, 31 311, nr. 293.2Kamerstukken II, 2025/2026, 31 311, nr. 294.3Kamerstukken II, 2025/2026, 31 311, nr. 295.4Kamerstukken II, 2025/2026, 31 311, nr. 302. kst-31311-304ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 311, nr. 3041 aanleiding daarvan het Handhavingsplan arbeidsrelaties 20265 aangepast.Uw oproep om de beweging in de markt gaande te houden, en tegelij-kertijd te zorgen voor rust onder welwillende partijen die hard bezig zijnvolgens wet- en regelgeving te werken, is daarmee gehoord en wordtdoor het kabinet onderschreven. Op die manier blijven we schijnzelfstan-digheid zoveel mogelijk tegengaan. Ook sociale partners hebben hetkabinet daartoe opgeroepen.Ook de komende periode zetten wij ons in om partijen die het goed willendoen te ondersteunen, en de bewustwording over het aangaan van dejuiste arbeidsrelatie verder te vergroten. We zien dat activiteiten op hetgebied van voorlichting en communicatie een belangrijke rol spelen bijhet ondersteunen van partijen om te komen tot een beoordeling van dearbeidsrelatie. Daarnaast hebben de opheffing van het handhavingsmora-torium en jurisprudentie in de afgelopen jaren6 gezorgd voor meerbewustwording in de markt.VZN wijst er onder andere op dat opdrachtgevers – in aanloop naar ensinds de opheffing van het handhavingsmoratorium voor de loonhef-fingen per 1 januari 2025 – te voorzichtig zijn geworden met de inhuur vanzzp’ers, waardoor opdrachten teruglopen. Daarnaast geven ze aan dat dedienstverbanden die worden aangeboden in veel gevallen niet aantrek-kelijk genoeg zijn, of dat organisaties werkenden dwingen om viatussenkomstbedrijven te werken.Het kabinet merkt in algemene zin dat veel betrokkenen in diversesectoren hard bezig zijn om hun werkwijze aan te passen om te werkenconform wet- en regelgeving. Er wordt actief nagedacht over het aangaanvan de juiste arbeidsrelatie – in aanloop naar, maar ook sinds de opheffingvan het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025. Er is sprake van eenmaatschappelijke beweging waarin veel partijen het echt goed willendoen en hier ook naar handelen. Wij blijven ons inzetten om dezebeweging te ondersteunen, onder meer door voorlichting te geven aanwerkgevenden en werkenden, omdat deze overgang niet altijd eenvoudigis. Zo horen wij net als VZN en uw Kamer de signalen over de gevolgenvoor de bedrijfsvoering van organisaties waar veel potentieel schijnzelf-standigen werk(t)en of over (tijdelijk) onnodige terughoudendheid onderwerkgevenden om zelfstandigen in te huren. In onze communicatie,Kamerbrieven en de gesprekken die door het hele land gevoerd worden,benadrukken we de meerwaarde die zelfstandig ondernemers hebbenvoor onze economie en hoe nog wél met en als zelfstandige(n) gewerktkan worden. Tegelijkertijd maken we zo duidelijk mogelijk wanneer sprakeis van een arbeidsovereenkomst. In dat kader is goed werkgeverschap eenbelangrijke manier om werknemers aan te trekken of te behouden vooreen organisatie, en tegemoet te komen aan de behoefte van werkenden.Bijvoorbeeld als het gaat om flexibiliteit of autonomie. Daarom is het vanbelang om hier aandacht aan te blijven besteden.VZN geeft verder aan wat volgens hen de gewenste vervolgstappen zijnop het gebied van wetgeving en handhaving. Daarbij spreken zij de wensuit om het rechtsvermoeden uit het wetsvoorstel Verduidelijking beoor-deling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) zo spoedig mogelijk inte voeren. Daarnaast pleiten ze voor duidelijke criteria op basis waarvanbepaald wordt of iemand zelfstandig ondernemer is, waaronder hetopbouwen van een bedrijfsbuffer. Tot slot pleiten ze voor gerichte5https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/themaoverstijgend/brochures_en_publicaties/handhavingsplan-arbeidsrelaties6In het bijzonder de uitspraken van de Hoge Raad inzake Deliveroo (2023), Helpling (2025 enUber (2025).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 311, nr. 3042 handhaving, in die situaties waar zelfstandigen werken onder het in Vbargenoemde uurtarief voor het rechtsvermoeden (36 euro, peildatum1 januari 2025).Het kabinet heeft in diverse voortgangsbrieven uitgebreid beschreven dathet werken met en als zelfstandige(n) toekomstbestendiger wordtgemaakt langs drie lijnen: zorgen voor een gelijker speelveld tussencontractvormen (lijn 1), meer duidelijkheid wanneer gewerkt wordt alswerknemer of zelfstandige (lijn 2) en verbetering van de handhaving opschijnzelfstandigheid (lijn 3).Met het oog op het recent gepresenteerde coalitieakkoord7 van D66, VVDen CDA, wil het huidige kabinet niet vooruitlopen op de te nemenvervolgstappen binnen het wetgevingstraject Vbar (zowel over de wijzevan verduidelijking wanneer iemand werknemer is en wanneer werkgedaan kan worden als zelfstandige, als het rechtsvermoeden van eenarbeidsovereenkomst gekoppeld aan een uurtarief). Om die reden zal ditkabinet de Nota naar aanleiding van het Verslag bij wetsvoorstel Vbar opdit moment niet naar de Kamer sturen.Tegelijkertijd is er door diverse partijen in de Tweede Kamer gewerkt aaneen initiatiefwetsvoorstel over hetzelfde onderwerp. Het kabinet onder-schrijft het doel van de initiatiefnemers: zorgen voor meer rust enzekerheid onder zowel zelfstandigen en opdrachtgevers, als werknemersen werkgevers. Het is aan een volgend kabinet om in gezamenlijkheid metuw Kamer zo snel als mogelijk te bezien hoe daar het beste voor kanworden zorgen. Daarbij merkt het kabinet op dat de wettelijke (open)norm om werknemers van zelfstandigen te onderscheiden de afgelopenjaren steeds verder is ingekleurd door rechterlijke uitspraken (jurispru-dentie). Ook de opheffing van het handhavingsmoratorium voor deloonheffingen is voor veel partijen een aansporing geweest om hunarbeidsrelaties tegen het licht te houden, waarmee duidelijker onder-scheid wordt gemaakt tussen werken als zelfstandige of als werknemer.Wat betreft de handhaving op schijnzelfstandigheid wijzen we graagnogmaals op het debat dat wij hierover hebben gevoerd met elkaar, deKamerbrief daarover van 19 december 2025 en het aangepaste Handha-vingsplan arbeidsrelaties 2026. De Belastingdienst blijft risicogerichthandhaven op juiste en volledige aangiften loonheffingen. Daarbij geldtdat schijnzelfstandigheid in alle sectoren voor komt, en niet alleen aan debasis van de arbeidsmarkt. De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) isverantwoordelijk voor de naleving van arbeidswetten. Conform de motieFlach c.s.8 handhaaft de NLA risicogericht op onder andere onderbetalingen arbeidsuitbuiting.Wat het kabinet betreft blijft het toekomstbestendiger maken van hetwerken met en als zelfstandige(n) langs de drie genoemde lijnen vanbelang (gelijker speelveld, verduidelijking en handhaving). Op die manierwordt gewerkt aan meer rechtszekerheid en duidelijkheid onder zelfstan-digen, opdrachtgevers, werknemers en werkgevers, zodat zij sneller weten7https://www.kabinetsformatie2025.nl/documenten/2026/01/30/aan-de-slag---coalitieakkoord-2026-20308Kamerstukken II, 2025/2026, 31 311, nr. 299.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 311, nr. 3043 waar ze aan toe zijn en schijnzelfstandigheid wordt voorkomen. Uiteraardin goed overleg met uw Kamer, werkgevers-, werknemers én zelfstandi-genorganisaties zoals VZN.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,M.L.J. PaulDe Staatssecretaris van Financiën,E.H.J. HeijnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 311, nr. 3044

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6f3dda4f3dceecb3

14 okt 2026 · 3ca0fb59c1c35cd6

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.