Onderzoeken ouderparticipatie kinderopvang
Brontekst
Versie 28ce1b2ea2ce0b2b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 322KinderopvangNr. 550 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 december 2024Kinderopvang dient niet alleen om de arbeidsparticipatie te verhogenmaar ook om de ontwikkeling van kinderen te bevorderen. Dit laatstevraagt om kwalitatief hoogstaande kinderopvang. Er zijn sterke indicatiesdat betrokkenheid van ouders de kwaliteit van de kinderopvang ten goedekan komen, en daarmee de ontwikkeling van kinderen. Een vertrouwde enbetrokken relatie tussen ouders en medewerkers van de kinderopvangmaakt dat een kind zich veiliger voelt in zijn omgeving. Ouderparticipatiemaakt ook afstemming tussen de thuissituatie en de opvang mogelijk.Verder helpt en stimuleert ouderinspraak houders tot het maken vanweloverwogen keuzes over prijs en kwaliteit.Ouderparticipatie vindt in de kinderopvang op formele en op informelewijze plaats. In het eerste geval gaat het om advisering door ouders in deoudercommissie of op andere gestructureerde wijze (alternatieveouderraadpleging). Ouders kunnen daarnaast op informele manierenbetrokken zijn bij de locaties waar hun kind(eren) worden opgevangen.We spreken dan ook wel van ouderbetrokkenheid of pedagogischpartnerschap. Het gaat dan bijvoorbeeld om het uitwisselen van infor-matie over de ontwikkeling en opvoedkundige aanpak van een kind tussenmedewerkers en ouders. In deze brief ga ik naar aanleiding van recenteonderzoeken specifiek in op de formele ouderparticipatie.De lange wachtlijsten hebben formele ouderparticipatie des te belang-rijker gemaakt. Indien ouders ontevreden zijn, is overstappen niet altijdeen optie.Gegeven het belang van ouderparticipatie zijn in de wet Kinderopvangregels opgenomen over het adviesrecht van ouders. De wet schrijft voordat locaties met meer dan 50 kinderen een oudercommissie moetenhebben. Voor gastouderbureaus geldt deze plicht als ze meer dan 50aangesloten gastouders hebben. Voor kleinere locaties geldt hiervoor eeninspanningsverplichting. Indien deze locaties er niet in slagen een kst-31322-550ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5501 oudercommissie te vormen, dienen zij op alternatieve wijze ouders actiefte betrekken en in staat te stellen advies uit te brengen. Oudercommissieshebben het recht om gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen overhet prijs- en kwaliteitsbeleid. De houder moet hen daartoe in staat stellen.Deze mag ook slechts schriftelijk gemotiveerd van adviezen afwijken.Ondanks het belang van goede ouderbetrokkenheid ontvangt mijnministerie geregeld signalen dat houders de wettelijke voorschriften somsniet naleven. Of dat het lastig is om ouders te vinden die zitting willennemen in de oudercommissie. Om een beter beeld te krijgen van hetfunctioneren van ouderparticipatie in de kinderopvang is een onderzoekuitgezet. Dit onderzoek is uitgevoerd door Ipsos I&O. Met dit onderzoek isook uitvoering gegeven aan een toezegging van mijn voorganger naaraanleiding van een motie van de voormalige leden Kathmann enMaatough.1Ook de Inspectie van het Onderwijs (hierna: Inspectie) heeft dit jaaronderzoek gedaan naar ouderparticipatie. Dit onderzoek maakt deel uitvan het Landelijk rapport toezicht kinderopvang 2023. De Inspectie heeftonderzoek gedaan naar naleving van het ouderrecht in de kinderopvangen hoe gemeenten hierop handhaven. Hieronder ga ik kort in op debelangrijkste bevindingen. Ik besluit met mijn reactie.Onderzoek «Medezeggenschap en adviesrecht in de kinder-opvang»De centrale vraag van dit onderzoek is: in hoeverre komen welke vormenvan ouderraadpleging voor en hoe effectief functioneren deze vormen vanouderraadpleging? De onderzoekers hebben vragenlijsten uitgezet onderverschillende doelgroepen: houders van kinderopvangorganisaties(waaronder gastouderbureaus), locatieleiders van opvanglocaties(dagopvang en buitenschoolse opvang (BSO)), oudercommissies en totslot ouders die gebruik maken van kinderopvang. De steekproef isrepresentatief. Er is op basis van ervaringen gekeken naar de aanwe-zigheid en het functioneren van formele ouderparticipatie. Ook zijn oudersbevraagd over hoe zij aankijken tegen ouderparticipatie.Aanwezigheid oudercommissieDe meerderheid van de kinderopvanglocaties (dagopvang en BSO) heefteen oudercommissie (73%). Onder grotere locaties die wettelijk verplichtzijn een oudercommissie te hebben is dit 84 procent. Bij locaties zonderoudercommissie en/of zonder verplichting tot oudercommissies er in 76procent van de gevallen een alternatieve raadpleging.Functioneren en samenwerkingVoor het goed functioneren van oudercommissies en andere vormen vanouderraadpleging, is het belangrijk dat houders ouders goed faciliteren.Hiervoor zijn enkele eisen in de wet opgenomen. Zo moeten houdersoudercommissies tijdig van alle informatie voorzien die nodig is om huntaak goed uit te voeren. Afwijken van advies kan alleen schriftelijkgemotiveerd. Belangrijke bevindingen over het functioneren van deouderparticipatie zijn:•Oudercommissies van dagopvang en BSO geven aan dat advies geven(80%) en inhoudelijk meedenken (77%) hun belangrijkste activiteitenzijn.1Kamerstuk 31 322, nr. 451.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5502 •Knelpunten voor (centrale) oudercommissies zijn een gebrek aan tijdonder leden, beperkte betrokkenheid van ouders en dat hun inzet enadvies niet altijd serieus wordt genomen.•Slechts een klein deel van oudercommissies (11%), de oudercommis-sies van gastouderbureaus (9%) en de centrale oudercommissies(12%) heeft toegang tot de contactgegevens van ouders, terwijl dit mettoestemming van ouders wel geboden behoort te worden door dehouder.•Ruim 60% van de oudercommissies van dagopvang en BSO engastouderbureaus zeggen te weten waar ze wettelijk adviesrecht overhebben.•Als een houder een advies niet overneemt, ontvangt slechts (ruim) dehelft een schriftelijke motivatie, terwijl dit wel wettelijk verplicht is.Oudercommissies zijn gemiddeld wel tevreden over de informatie dieze krijgen om hun adviestaak uit te voeren.•De samenwerking tussen de oudercommissie en de houder wordt overhet algemeen positief beoordeeld. Mogelijk beïnvloedt gebrek aankennis over wettelijke rechten de redelijk hoge tevredenheid. Lokaleoudercommissies voelen zich meestal (80%) serieus genomen door debijbehorende opvanglocatie, maar minder vaak (57%) door de houdervan de opvangorganisatie.Ouders over ouderparticipatieOngeveer vier op de tien ouders geeft aan (misschien) te willendeelnemen aan een oudercommissie. De rest wil dit niet. Ouders geven deoudercommissie gemiddeld een 6,3 als rapportcijfer. 29% vindt dat zijonvoldoende geïnformeerd worden door de oudercommissie en 42% isniet op de hoogte van wat de oudercommissie doet.Onderzoek toezicht en naleving ouderrechtDe Inspectie heeft ook onderzoek gedaan naar ouderparticipatie, maar dannaar hoe GGD-toezichthouders toezicht houden op de naleving van hetouderrecht in de Wet kinderopvang. Daarnaast is onderzocht hoegemeenten daarop handhaven. Belangrijke bevindingen uit dit onderzoekzijn:•Bij 31% van de jaarlijkse onderzoeken heeft de toezichthouder gekekenof het ouderrecht in 2023 is nageleefd. Dat is meer dan in eerderejaren. Dit hangt samen met de invoering van «flexibel toezicht»waardoor de toezichthouder meer ruimte heeft voor eigen keuzes/maatwerk.•Iets minder dan de helft van de toezichthouders neemt contact op metde•oudercommissie, wanneer zij oudercommissie-voorwaarden beoorde-len. Een kwart neemt contact op als daar een bijzondere reden toe is,zoals binnengekomen signalen van of over de oudercommissie.•In 2023 is bij 11% van de beoordelingen een tekortkoming geconsta-teerd op één of meerdere oudercommissie-voorwaarden. Bij BSO zijner vaker tekortkomingen dan bij kinderdagverblijven.•In 2023 kozen gemeenten in afwijking van het handhavingsadvies vande GGD in 25% van de tekortkomingen op oudercommissie-voorwaarden (beredeneerd) voor niet-handhaven. Dat is relatief veelvergeleken met het gemiddelde voor alle tekortkomingen (17%).•Van alle tekortkomingen op oudercommissie-voorwaarden is 72%binnen een jaar hersteld. Dat is relatief laag vergeleken met anderetekortkomingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5503 BeleidsreactieUit de onderzoeken blijkt dat veruit de meeste locaties een vorm vanformele ouderparticipatie kennen. Los hiervan zijn ouders ook opinformele wijze betrokken. Een klein deel van de locaties slaagt echterhelaas nog niet in het organiseren van een oudercommissie of – indientoegestaan – een goed alternatief daarvoor. Dat kan te maken hebben meteen gebrek aan inspanningen van de houder en een gebrek aan interessebij ouders. Omdat 40% van de ondervraagde ouders niet afwijzend staattegenover participatie zie ik nog potentieel om de ouderparticipatie verderte verhogen.Positief is dat wanneer sprake is van ouderparticipatie de samenwerkingop locatieniveau tussen management en ouders/oudercommissiesgemiddeld als goed wordt beoordeeld. Er is echter nog ruimte voorverbetering, zo laat het onderzoek van Ipsos I&O zien. De naleving van hetouderrecht moet beter. Zo maken te veel houders onvoldoende duidelijkwaarom zij adviezen van ouders niet overnemen. Oudercommissiesbeschikken vaak niet over contactgegevens van hun achterban, wat hunwerking bemoeilijkt. Ook blijken ouders en soms houders onvoldoende opde hoogte te zijn van hun rechten en plichten.Goede voorlichting is daarom belangrijk. Belangenorganisatie voorouders in de kinderopvang (BOinK) en Voor Werkende Ouders (VWO)verrichten hier al goed werk. BOinK ontvangt thans subsidie van het Rijkom ouders en pedagogisch professionals te helpen effectief invulling tegeven aan ouderparticipatieIk ga verkennen wat ik nog meer kan doen aan voorlichting. Opties die ikbekijk zijn een handreiking voor ouderparticipatie voor locaties,gemeenten en toezichthouders, en het uitdragen van goede voorbeeldenvan alternatieve ouderraadpleging wanneer een oudercommissie niethaalbaar blijkt.Oudercommissies kunnen een belangrijke bron van informatie zijn voorde toezichthouder. Het contact tussen beide kan echter beter, zo blijkt uithet onderzoek van de Inspectie. Met GGD GHOR Nederland wil ikbespreken hoe dit te bereiken. Ik zal ook de uitkomsten van beideonderzoeken met sectorpartijen bespreken. Ik ga ze vragen hun ledenactief te wijzen op het belang van ouderrecht en de naleving daarvan. Metname is het gewenst dat houders en locatiemanagers veel meer dan nuoudercommissies in staat stellen contact te hebben met hun eigenachterban. Dat is belangrijk om ouders meer te betrekken bij oudercom-missies.Tot slot zal ik het functioneren van ouderparticipatie over enkele jarenopnieuw laten peilen, om na te gaan of voldoende verbeteringen hebbenplaatsgevonden.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5504
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.