KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag schriftelijk overleg over de bezuiniging subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden (Kamerstuk 36600-XVI-161)

8 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6f9dc6e8f616944c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XVIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (XVI) voor het jaar 2025Nr. 180 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 8 april 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 18 december 2024 over debezuiniging subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverze-kerden (Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 161)De vragen en opmerkingen zijn op 6 februari 2025 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 8 april 2025zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-36600-XVI-180ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1801 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie9Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie9II.Reactie van de Minister11 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister over de bezuiniging op de subsidieregeling medisch noodzake-lijke zorg aan onverzekerden en hebben hierover op dit moment geenaanvullende vragen en/of opmerkingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vanaf het bekendworden van het voornemen van de Minister om te bezuinigen op desubsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden hunongenoegen hierover geuit. De bezuiniging lijkt enkel ingegeven om geldop te brengen en is niet benaderd vanuit inhoudelijke argumenten.Voorliggende brief onderstreept nog eens extra dat de invulling van dezesubsidieregeling te snel en zonder nader onderzoek naar buiten isgebracht, met alle onrust en gevolgen van dien. Genoemde leden vragende Minister nogmaals naar de onderbouwing van het bedrag van40 miljoen euro dat de besparing moet opleveren. Waar is dit bedrag opgebaseerd? Waarom kiest de Minister er niet voor om eerst een nieuweregeling op te stellen en daarna te bekijken wat een inhoudelijk verbeterderegeling eventueel aan besparing kan opleveren? Deelt de Minister demening dat het aanpassen van een regeling vanuit een al geleverdbezuinigingskader nooit een goede volgorde is?Naar aanleiding van paragraaf 1. Uitkomsten verkenning haalbaarheidbezuinigingsmaatregel.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het Centraal Adminis-tratie Kantoor (CAK) een verkenning heeft gedaan naar de haalbaarheidvan het uitsluitend vergoeden van spoedeisende zorg aanniet-verzekeringsplichtige onverzekerden. Het CAK heeft aangegeven dathet niet mogelijk is om in het beoordelen van zorgkostendeclaratiesonderscheid te maken tussen spoedeisende en niet spoedeisende zorg.Het CAK concludeert dat een (te) scherpe afbakening van spoedeisendezorg in de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverze-kerden (SOV) niet haalbaar is. Eerder al gaven artsen dat ook al aan deMinister aan toen zij het plan hiervoor introduceerde. Kan de Minister aandeze leden uitleggen waarom zij toen al niet de signalen van de artsenhierover serieus heeft genomen? De Minister schrijft in reactie op deconclusies van het CAK niet meer hiervoor te kiezen bij de inrichting vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1802 de verbeterde regeling. Wel wil de Minister verkennen welke alternatieveafbakening van de te vergoeden zorg wel mogelijk is. Over wat voorsoorten andere afbakeningen heeft de Minister het dan? Kan de Ministerhier voorbeelden van geven? De Minister schrijft dit mede te willen doenvanuit internationaal (juridisch) perspectief, wat bedoelt de Ministerhiermee?Naar aanleiding van paragraaf 2. De contouren van een nieuwe regeling.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Minister bij deinrichting van de nieuwe regeling wil verkennen of er rekening gehoudenkan worden met de mate waarin een zorgaanbieder zich inspant om deonverzekerdheid van een patiënt op te lossen en of dit ook gekoppeld kanworden aan de hoogte van de vergoeding. In een interview met Argos1lezen en horen genoemde leden dat de Minister de vergoeding voorartsen omlaag wil brengen. Artsen kunnen een deel van die verloreninkomsten terugverdienen als ze mensen begeleiden naar een zorgverze-kering of terug naar het land van herkomst. Deze leden vragen of dit bij detaken van een zorgaanbieder of arts zou moeten liggen. De taak van dezorgverlener ligt bij het verlenen van zorg, en niet bij het terugleiden naarhet land van herkomst of het verzekerd krijgen van mensen. Hebbenzorgverleners überhaupt tijd hiervoor? Hoeveel extra tijd en belasting gaatdit zorgverleners kosten? En hoe moeten zorgverleners ervoor zorgen datonverzekerden weer een verzekering krijgen of terugkeren naar het landvan herkomst? Kan de Minister hiervoor alle opties die zorgverlenersvolgens haar zouden kunnen of moeten ondernemen precies op een rijzetten? Gezien het feit dat de Minister dit plan voorstelt zou zij immers eenhelder beeld moeten hebben van de manieren waarop zorgverleners ditzouden kunnen doen. Heeft de Minister ook een maatstaf wanneer dezorgverlener genoeg zou hebben gedaan om deze extra vergoeding teontvangen? Is dit enkel en alleen als iemand terug gaat naar het land vanherkomst of verzekerd raakt? Wat als de zorgverlener heel veel tijd enmoeite erin steekt en het toch niet lukt?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen ook of dit plan niet gaatzorgen voor een tweedeling, artsen die enkel hun medisch vak willenuitvoeren, krijgen immers een lage vergoeding. Is dat niet een vorm vandwang?In hoeverre raakt dit ook de eed die artsen afleggen waarin ze belovengezondheid te bevorderen en zich niet onder druk te laten zetten? Wordtdie eed hierdoor niet geschonden?Kan de Minister ook ingaan hoe dit plan zich verhoudt tot het verlagenvan de administratieve lasten voor zorgmedewerkers? Brengt dit niet eenextra belasting met zich mee, nog naast het leveren van de zorg? Opwelke manier heeft de Minister het zorgveld betrokken bij deze plannen ofgaat zij het zorgveld hierbij betrekken? Heeft de Minister kennisgenomenvan de reactie2 van Artsenfederatie KNMG op de plannen van deMinister? Kan de Minister reageren op de reactie van de KNMG, diebezwaar maken tegen het plan?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen ook dat de Minister wilkijken naar het begrip «tijdelijk verblijf» en of dat betrokken kan wordenbij de nieuwe regeling. Wat bedoelt de Minister hiermee? Genoemdeleden lezen dat de Minister ook wil verkennen of in de nieuwe regelingjuridisch onderscheid kan en mag worden gemaakt tussen doelgroepen. Isdit in het verleden al niet een keer geprobeerd en werd er toen niet1Minister Agema: bezuiniging op zorg voor onverzekerden verschuift naar dokters | NPO Radio 12KNMG: artsen niet belonen voor oneigenlijke taken | KNMGTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1803 geconcludeerd dat er dan sprake was van discriminatie? Kan de Ministerhierop reflecteren? Hoe gaat ze onderscheid maken? Komen er kaders dieeen uitzondering vragen voor onverzekerden? Hoe verhoudt zich dat totmensenrechtenverdragen (artikel 12.1)?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken ook op dat een deel vande problematiek zit in het ontbreken van een briefadres, want zonder eenbriefadres is het niet mogelijk om een zorgverzekering te regelen. Deleden Westerveld (GroenLinks-PvdA) en Beckerman (SP) hebben in deinitiatiefnota «Dakloosheid» het voorstel gedaan om nieuwe daklozemensen direct een briefadres te geven. Later is dit voorstel nogmaalsbekrachtigd in de aangenomen motie Beckerman3 c.s. die vraagt om metconcrete voorstellen te komen zodat alle dakloze mensen binnen driedagen na aanvraag een briefadres krijgen. In de kabinetsreactie4 op devoorstellen uit deze nota worden geen concrete voorstellen genoemd. Erwordt naar een handreiking verwezen, naar informatiemateriaal en deevaluatie van de wetswijziging van de Wet Basisregistratie Personen dienog komt. Genoemde leden vinden hier weinig urgentie uitspreken, terwijldit ook onderdeel kan zijn van het oplossen van de problematiek vanonverzekerden. Waarom worden er naar aanleiding van de aangenomenmotie niet concrete voorstellen of maatregelen uitgewerkt om mensensneller aan een briefadres te werken, zoals de motie vraagt?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief over debezuiniging subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverze-kerden (SOV). Zij hebben hierbij nog enkele vragen.Allereerst verbaast het de leden van de VVD-fractie dat niet eerder isbekeken of de manier waarop de bezuiniging op zorg voor onverzekerdenis vormgegeven juridisch haalbaar en uitvoerbaar is. Wat is de reden datniet eerst is gekeken of de denkrichting haalbaar is?De leden van de VVD-fractie kijken er bijna niet meer van op dat sprake isvan mogelijke fraude met de SOV en de regeling voor onverzekerbarevreemdelingen (OVV) en dringen aan op een betere preventie enbestrijding hiervan. Genoemde leden presenteerden bij de behandelingvan de begroting daartoe een zevenpuntplan zorgfraude.5 Belangrijksteobservatie is dat zorgfraude niet alleen misbruik is van collectief geld,maar ook dat de meest kwetsbaren zorg wordt onthouden. Herkent deMinister dat beeld in het geval van deze doelgroep en wat gaat zij eraandoen? Wat uit het zevenpuntenplan gaat zij daarbij gebruiken.De leden van de VVD-fractie vinden het zeer schokkend te lezen dat bijvijf van de zeven bezochte zorgaanbieders geen bestuurder of cliënt werdaangetroffen en dat bij zes van de zeven locaties er zelfs op geen enkelewijze de indruk werd gegeven dat überhaupt sprake was van zorgver-lening. Genoemde leden vragen welke stappen zijn ondernomen tegendeze zogenaamde «zorgaanbieders». En hoe gaat de Minister voorkomendat deze bestuurders niet in een andere gemeente gewoon weer eenander zorgbedrijf met dito misbruik beginnen?De leden van de VVD-fractie lezen dat de Minister spoedig aanvullendevoorwaarden en eisen wil stellen voor de SOV en OVV om misbruik tegente gaan welke vergelijkbaar zijn met de Coronabanen in de zorg (COZO)-regeling. Kan de Minister toelichten wat zij bedoelt met spoedig? Het3Kamerstuk 29 325, nr. 162.4Kamerstuk 29 325, nr. 170.5Ingediend tijdens de begrotingsbehandeling VWS 2025, op 23 oktober 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1804 verbaast de leden van de VVD-fractie enigszins dat de Minister hiermeedoelt op geven van bevoegdheid aan het CAK om bij de declarerendezorgaanbieder stukken op te vragen, zoals een contract met een zorgver-zekeraar. Hoe verhoudt dit zich tot het intrekken van het wetsvoorstel omzorgcontractering te bevorderen? Op welke manier worden aanvullendevoorwaarden gesteld aan zorgaanbieders zonder contract met eenzorgverzekeraar?De leden van de VVD-fractie hebben in het mondelinge vragenuur op26 november 2024 aandacht gevraagd voor de communicatie richtingdakloze mensen ter behoud van hun zorgverzekering. Deze leden zijnbenieuwd of de toegezegde verkenning heeft plaatsgevonden en zo ja,wat hiervan de resultaten zijn. Genoemde leden vragen daarnaast of deMinister haar zorgen als het gaat om aanpakken van werkgevers diearbeidsmigranten ontslaan die ziek worden, heeft overgebracht aan deMinister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en zo ja, wat hetvervolg is.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de brief inzakede bezuiniging subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverze-kerden. Deze leden merken op dat het onvoldoende duidelijk blijft welkeconcrete plannen er zijn voor deze bezuinigingen, vooral naar aanleidingvan het interview met Argos.Zij benadrukken dat de toegankelijkheid van zorg voor kwetsbare groepenin de samenleving gewaarborgd moet blijven en maken zich zorgen overde voorstellen die in de brief worden gedaan. Daarom hebben deze ledennog enkele vragen en opmerkingen.De leden van de NSC-fractie merken op dat de Minister van plan is om deSOV samen te voegen en te harmoniseren met de regeling OVV. Inhoeverre acht de Minister het realistisch dat deze samenvoeging totbesparingen leidt en waar bestaat de te verwachten besparing uit? Kan zijdit onderbouwen met concrete cijfers en een onderliggende analyse?Worden de te verwachten directe besparingen (minder declaraties vanzorgverleners) vergeleken met de toename van kosten later/elders in dezorgketen of andere ministeries? Beseft de Minister dat lagere declaratiesniet automatisch betekenen dat zorgverleners geen medisch noodzakelijkezorg zullen verlenen aan hen die dat nodig hebben en daarmee zorgver-leners de besparingen voor een groot deel dragen?De leden van de NSC-fractie lezen dat de Minister constateert dat depatiëntenpopulatie waarvoor zorgaanbieders een vergoeding ontvangen,is veranderd. Kan de Minister toelichten waarom zij het begrip «tijdelijkverblijf» wil betrekken in het ontwerp van de nieuwe regeling? Is dit hetvoorsorteren op een onderscheid in de mate waarop iemand recht heeftop medisch noodzakelijke zorg? Hoe wordt voorkomen dat bepaaldegroepen geen of verminderde toegang tot zorg krijgen en de uiteindelijkemaatschappelijke risico’s en kosten toenemen? Deze leden merken op datniet verleende of uitgestelde medisch noodzakelijke zorg juist leidt tothogere kosten en indirect regelmatig tot grotere maatschappelijkeonveiligheid.De leden van de NSC-fractie constateren dat de Minister mogelijkhedenziet verzekeringsplichtigen alsnog aan een verzekering te helpen, mede opbasis van een inventarisatie uit 2019 bij gemeentelijke GGD’en. Echter,lezen deze leden dat het CAK aangeeft dat zowel het CAK als de SocialeVerzekeringsbank (SVB) niet in staat zijn de verzekeringsplicht vast teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1805 stellen. Hoe beoordeelt de Minister de uitvoerbaarheid van dezemaatregel gezien de geconstateerde problemen van het CAK bij hetvaststellen van de verzekeringsplicht? In hoeverre is het slagen van dezemaatregel bepalend voor de vormgeving van de bezuiniging op de SOV?En welke alternatieven overweegt de Minister als deze maatregel niet hetgewenste resultaat oplevert?De leden van de NSC-fractie lezen dat de Minister voornemens is de lokaleen regionale samenwerking te versterken rondom de zorg voor onverze-kerde kwetsbare groepen. Zij zijn met name benieuwd naar de rol vanzorgverleners binnen deze samenwerking, specifiek wat betreft hunbetrokkenheid bij de terugkeer van onverzekerde migranten naar het landvan herkomst en het verzekerd krijgen van mensen die dat zouden kunnenzijn. Klopt het dat de Minister van hen verwacht dat zij naast hunmedische taken, ook ondersteuning bieden bij deze terugkeer of verzekerdraken? Zo ja, op welke manier wordt dit van hen verwacht? Kan deMinister aangeven of zij hiervoor ook een hogere vergoeding ontvangendan zorgverleners die enkel medische hulp bieden? Hoe verhoudt dezeaanvullende taak zich tot de al hoge werkdruk van huisartsen?Ziet de Minister binnen het Integraal Zorgakkoord (IZA) mogelijkheden omprofessionals die zich extra inspannen te belonen, in plaats van zorgver-leners te confronteren met lagere vergoedingen wanneer zij hier niet aankunnen of willen bijdragen?De leden van de NSC-fractie constateren dat het aantal onverzekerdemensen naar verwachting zal groeien, hoewel specifieke cijfers ontbreken,vooral in de categorie werk- en thuisloze EU-arbeidsmigranten. Welkemogelijkheden ziet de Minister om elke arbeidsmigrant daadwerkelijkverzekerd te krijgen – en vooral – te houden? Welke specifieke opties zietde Minister om de omvangrijke groep van RNI-geregistreerdeEU-arbeidsmigranten zo snel mogelijk verzekerd te krijgen, maar in iedergeval direct na het verstrijken van de initiële inschrijving van 4 maanden?De leden van de NSC-fractie vragen of de Minister inzicht kan geven in debeschikbare cijfers over mensen met verward of onbegrepen gedrag.Bestaan er gegevens over de mate waarin deze groep overlapt metonverzekerden? In hoeverre is in beeld hoeveel van deze mensen zonderverzekering op straat belanden, en welke gevolgen dit heeft voor huntoegang tot zorg en ondersteuning?De leden van de NSC-fractie constateren dat er begin vorig jaar inNederland zo’n 33.000 mensen dakloos waren. Daarmee is het aantalmensen zonder een eigen woonplek voor het tweede jaar op rij gestegen:begin 2022 ging het om zo’n 27.000 mensen, een jaar later pakweg 30.000,volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Volgensbijvoorbeeld ETHOS-tellingen zijn deze schattingen bovendien veeloptimistischer dan de werkelijkheid. Hoe realistisch acht de Minister debezuiniging van 40 miljoen euro met het gegeven dat het aantal dak- enthuislozen de afgelopen 2 jaar is gestegen en naar verwachting zal blijvenstijgen, zeker in de groep EU-arbeidsmigranten?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister met het voornemen van de bezuiniging subsidieregeling medischnoodzakelijke zorg aan onverzekerden. Deze leden vinden het belangrijkdat iedereen in Nederland toegang heeft tot zorg. Daartoe hebben dezeleden onderstaande vragen en opmerkingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1806 De leden van de fractie van D66-fractie lezen het voornemen van deMinister om verzekerbare onverzekerden toe te leiden naar een regulierezorgverzekering. Kan de Minister uitgebreid toelichten hoe zij hier werkvan maakt en wanneer deze leden daar de eerste resultaten van kunnenverwachten?Deze leden lezen dat de Minister een betere duiding wil van «medischnoodzakelijk zorg». Deelt de Minister de mening dat het onwenselijk is alsdie verantwoordelijkheid bij de zorgverleners komt te liggen en dit in strijdis met hun rechten en plichten als zorgverlener?Tot slot, verzoeken deze leden de Minister de reeds ingediende schrifte-lijke vragen van het lid Paulusma (D66)6 over de «uitzending De onmis-baren: Huisartsen» (ingezonden 29 januari 2025) spoedig en separaat tebeantwoorden.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de bezuinigingsubsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden.Genoemde leden hebben de volgende vragen aan de Minister.De leden van de BBB-fractie hebben eerder hun zorgen geuit over hettoenemende aantal onverzekerden. Uit de cijfers blijkt dat er jaarlijksgemiddeld voor ongeveer 32.000 patiënten wordt gedeclareerd, waarvan25% niet uit de Europese Unie komt. Omdat onverzekerden ook uitgepro-cedeerde asielzoekers kunnen zijn, hebben deze leden de volgendevragen. Worden de gegevens van uitgeprocedeerde onverzekerdenmomenteel gedeeld met bijvoorbeeld de vreemdelingenpolitie/dienstterugkeer en vertrek? Als dit niet gebeurt, wat is daarvan de reden en is deMinister bereid om dit alsnog te doen? Is dit landelijk de standaardpro-cedure en zo nee, kan de Minister dit de standaardprocedure maken?Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met zorg kennisgenomen van debrief van de Minister over de bezuiniging op de subsidieregeling medischnoodzakelijke zorg aan onverzekerden. Zij hebben daarover de volgendevragen en opmerkingen.De leden van de CDA-fractie begrijpen dat de Minister afziet van hetoorspronkelijke voornemen waarbij zorgverleners en het CAK onderscheidzouden moeten maken tussen acute en niet-acute zorg. Deze leden vragenhoe de Minister zorgverleners actief gaat betrekken bij het ontwikkelenvan de nieuwe regelgeving en hoe hun praktijkervaring en expertiseworden meegenomen in het definitieve beleid.De leden van de CDA-fractie maken zich wel zorgen over andere routesdie de Minister nu wil aflopen om de bezuiniging door te voeren. Dezeleden constateren dat de Minister in een interview met Argos van18 januari 2025 aangeeft dat ze meer verantwoordelijkheid bij doktersneer wil leggen en meer wil inzetten op het verzekeren van mensen.Volgens genoemde leden zijn dit net zo goed onwenselijke en onuit-voerbare voornemens. Zorgverleners geven volgens deze leden namelijkterecht aan dat het niet hun taak is om patiënten verzekerd te krijgen of telaten terugkeren naar hun land van herkomst. Deelt de Minister demening dat het onwenselijk is om via een lagere vergoeding zorgver-leners indirect verantwoordelijk te maken voor verzekering en terugkeervan patiënten? Zo ja, hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat zorgver-6Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 1367Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1807 leners zich kunnen concentreren op hun kerntaak: het verlenen van zorg?Zo nee, waarom niet? Hoe rechtvaardigt de Minister een lagerevergoeding voor zorgverleners, terwijl zij daar evenveel zorg voor leverenals voorheen? Deelt de Minister de mening dat op deze manier in depraktijk een boete ontstaat als een zorgverlener zich focust op zijnkerntaak? Is de Minister bereid hierover met zorgverleners in gesprek tegaan?De Minister schetst de toename van het gebruik van de regelingen vooronverzekerden als problematisch. De leden van de CDA-fractie vragen hoede Minister de preventieve waarde van zorg aan onverzekerden beoor-deelt, gezien deze zorg verdere medische problemen en hogere kosten inde toekomst voorkomt.De leden van de CDA-fractie plaatsen ook vraagtekens bij het voornemenom onverzekerden een zorgverzekering te laten krijgen. Deze leden vragenhoe de Minister 40 miljoen euro verwacht te kunnen bezuinigen oponverzekerde arbeidsmigranten als er nog geen concreet plan ligt ombijvoorbeeld de 240.000 RNI-geregistreerde, bijvoorbeeld via uitzendbu-reaus te verzekeren. Zijn er toezeggingen van of is er toenadering met deMinister van SZW? De leden van de CDA-fractie vragen kortom hoekunnen zorgverleners verantwoordelijk worden gehouden voor stijgendekosten van onverzekerden als andere ministeries geen effectievemaatregelen nemen om het aantal onverzekerden te verminderen. Is hetniet een onjuist signaal van de Minister deze zorgverleners te gaan kortenwanneer ze zich inspannen voor onverzekerden?De leden van de CDA-fractie hebben nog enkele specifieke vragen.Waarom kunnen RNI-geregistreerde arbeidsmigranten die na 4 maandengeen BRP-inschrijving hebben niet, vergelijkbaar met «wanbetalers», viahet CAK verplicht verzekerd worden? Waarom mogen internationalestudenten een goedkopere particuliere verzekering afsluiten dan deverplichte basisverzekering, terwijl hun zorgkosten wel via SOV en OVVworden aangevuld uit publieke middelen? Is de Minister bereid deproblematiek rond onverzekerde EU-migranten op Europees niveau aan tekaarten voor gezamenlijke oplossingen en financiering?Toegang tot en doorverwijzing naar de geestelijke gezondheidszorg (GGZ)voor mensen in deze doelgroep blijkt vaak problematisch. Dit legt eengrote druk op huisartsen, straatzorgverleners en ziekenhuizen, wat leidttot aanzienlijke maatschappelijke kosten. Dit wordt echter niet explicietbenoemd in de plannen van de Minister. Kan zij haar standpunt hierovertoelichten?De leden van de CDA-fractie vragen als laatste naar signalen overziekenhuizen die hoge drempels opwerpen voor zorg aan onverzekerden,bijvoorbeeld door mensen voorafgaand aan een afspraak met eenspecialist te vragen een hoog bedrag af te rekenen. Als iemand dit nietkan of wil, gaat de afspraak niet door. Herkent de Minister deze signalenen zo ja, wat vindt de Minister hiervan? Hoe beoordeelt de Minister dezehouding van een ziekenhuis, als er een subsidieregeling bestaat om dekosten voor de zorg aan onverzekerden gecompenseerd te krijgen? Inhoeverre laat dit zien dat het huidige beroep op de regeling wellichtslechts het topje van de ijsberg is, als blijkt dat bewust geen gebruik wordtgemaakt van de subsidieregeling?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1808 Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister over de bezuiniging op de subsidieregeling medisch noodzake-lijke zorg aan onverzekerden. Zij hebben daar nog een aantal kritischevragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister wil inzetten op hetsamenvoegen van de OVV en SOV in een nieuwe regeling in 2027. Zijvragen de Minister hoe deze regeling er wat haar betreft uit moet komente zien als het gaat om welke zorg hieronder valt, wie hier toegang toekrijgen etc. Is het doel hiermee om de slechte toegang tot de zorg voormensen in kwetsbare posities te verbeteren, of is het doel om eenongefundeerde bezuiniging door te voeren? Erkent u dat toegang totnoodzakelijke zorg een mensenrecht is en hoe gaat u dit recht borgen inde nieuwe regeling?De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister bij het ontwerpen van denieuwe regeling wil «kijken of het begrip «tijdelijk verblijf» kan wordenbetrokken». Wat betekent dit precies? Is het doel hiermee om de toegangtot medisch noodzakelijke zorg te verbeteren of te beperken?De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister «bij de inrichting van denieuwe regeling ook [wil] verkennen of er rekening gehouden kan wordenmet de mate waarin een zorgaanbieder zich inspant om de onverze-kerdheid van een patiënt op te lossen en of dit ook kan worden gekoppeldaan de hoogte van de vergoeding». Deze leden erkennen het belang vaninzet om onverzekerde mensen aan een zorgverzekering te helpen, maarstellen wel vraagtekens bij de mogelijkheid om dit als voorwaarde voorvergoeding te stellen. Is de Minister wel van plan om zorgaanbieders diehier minder aandacht voor hebben, maar er wel voor zorgen dat onverze-kerden toegang krijgen tot noodzakelijke zorg, wel een toereikendevergoeding hiervoor te bieden? Bestaat anders niet het risico datonverzekerden nog vaker geweigerd zullen worden door zorgaanbieders?De leden van de SP-fractie lezen ook dat de Minister wil «verkennen inhoeverre juridisch onderscheid gemaakt kan en mag worden tussendoelgroepen». Zij vragen wat precies het doel zal zijn van dezeverkenning. Erkent de Minister wel dat iedereen recht heeft op denoodzakelijke medische zorg? Zo ja, is de ruimte om onderscheid temaken in welke zorg vergoed wordt dan niet vrij beperkt?De leden van de SP-fractie zijn positief over het feit dat de Minister ookdeels lijkt te willen inzetten op het terugbrengen van het aantal mensenzonder zorgverzekering. Zij vragen wel of er niet nog meer stappen op ditpunt zouden zijn te zetten. Waarom wordt er bijvoorbeeld niet standaardhulp aangeboden bij het behouden van een zorgverzekering op hetmoment dat mensen dakloos (dreigen te) worden? En is het niet ooknoodzakelijk om het verdienmodel van werkgevers die arbeidsmigrantennaar Nederland halen, uitbuiten, afdanken en op straat zetten? Zijn datgeen noodzakelijke stappen om het aantal onverzekerden terug tebrengen?Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie maken zich ernstig zorgen over hetkorten op de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverze-kerden (SOV). Deze regeling is bestemd voor mensen die zich in eenkwetsbare positie bevinden en geen andere manier hebben om betaalbarezorg te ontvangen. Deze leden zien het als een reële verwachting dat hetkorten op de subsidie ertoe leidt dat deze mensen geen of niet voldoendeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1809 zorg ontvangen, waardoor hun gezondheidsproblemen toenemen, totdatzij zullen sterven.Daarom roepen de leden van de ChristenUnie-fractie de Minister op dezesubsidieregeling in stand te houden. Bovendien dringen zij erop aan omde bekendheid voor deze regeling te vergroten onder zorgverleners en deadministratieve lasten eromheen te verminderen.De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat de uitgaven aan deSOV-regeling de afgelopen jaren is toegenomen. Heeft de Minister inzichtin de oorzaak hiervan? Waarom wil zij primair sturen op de hoogte van deregeling in plaats van op de onderliggende oorzaak? Welke maatregelenneemt de Minister zelf om het aantal verzekerbare onverzekerden af telaten nemen? Gaat zij het makkelijker maken om een briefadres aan temaken? Gaat zij ervoor zorgen dat gedetineerden tijdens hun detentiegewezen worden op de noodzaak om een zorgverzekering af te sluiten?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister nader teverklaren op welke manier zij de beoogde bezuiniging zou willendoorvoeren, nu het onderscheid tussen acute en niet-acute zorg niet temaken is. Op welke manier garandeert de Minister dat elke arts demiddelen houdt om elke patiënt zijn of haar recht op gezondheidszorg teverschaffen? Erkent de Minister dat dit recht nu al in het geding is bijonverzekerden? Hoe brengt zij hier verbetering in? Ziet de Minister eenverschil in recht tussen Nederlanders en niet-ingezetenen? Welkejuridische kaders hanteert de Minister als zij onderscheid tussen verschil-lende doelgroepen van de SOV-regeling en de onverzekerbare vreemde-lingen (OVV) wil maken? Hoe voorkomt zij discriminatie?De leden van de ChristenUnie-fractie vinden het verkennen waard of eeneenduidige regeling voor verzekerbare onverzekerden en onverzekerdevreemdelingen passend zou zijn. Lezen deze leden het correct dat erbinnen de ene regeling dan nog wel verschillende regimes kunnengelden? Overweegt de Minister om geen onderscheid te maken? Waaromwel of niet? Ten aanzien van de voorgestelde maatregelen aanpakonverzekerdenproblematiek hebben de leden van de ChristenUnie-fractiede volgende vragen. Deze leden moedigen aan om eraan te werken datverzekerbare onverzekerden wel een verzekering afsluiten. Ten aanzienvan arbeidsmigranten en asielzoekers vragen deze leden het volgende.Als de reactie van de Minister bij het radioprogramma Argos van18 januari 2025 de richting is waarin de Minister denkt, dan vragen deleden van de ChristenUnie-fractie de Minister te schetsen op welke manierzij het bij de taak van artsen vindt horen om hun tijd en energie aan tewenden om iemand naar een land van herkomst terug te sturen en andersde artsen te korten op hun vergoeding7. Zij lezen dit idee ook al terug inde brief van de Minister, namelijk dat zij wil onderzoeken of er rekeninggehouden kan worden met de mate waarin een zorgaanbieder zichinspant om de onverzekerdheid van een patiënt op te lossen en of dit kanworden gekoppeld aan de hoogte van de vergoeding.Begrijpt de Minister dat het artsen dit ervaren als een boete op hetnormaal uitvoeren van hun werk, als zij standaard een lagere vergoedingkrijgen en alleen een hogere vergoeding als zij zich ook inspannen om deonverzekerdheid van een patiënt op te lossen? Wat zou een arts moetendoen om in aanmerking te komen voor deze hogere vergoeding?7https://www.nporadio1.nl/nieuws/onderzoek/2fa5cb4d-df2d-4993-b02d-b50e7dadd5b3/minister-agema-bezuiniging-op-zorg-voor-onverzekerden-verschuift-naar-doktersTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18010 De leden van de ChristenUnie-fractie vinden de zin «zorg verlenen is meerdan het inleveren van een bonnetje» geen recht doen aan het werk vanalle zorgverleners die zich verantwoordelijk voelen en weten voor degezondheid van hun patiënten. En in het bijzonder aan de huisartsen enstraatartsen die als eerstelijnszorgverleners een brede verantwoordelijkvoor de gezondheid en het welzijn van hun patiënten voelen. Tegelijkertijdbetekent dat wat de leden van de ChristenUnie-fractie betreft niet dat dezeartsen taken hebben zoals het in verzekering brengen van onverzekerden,het weer aan het werk helpen van arbeidsmigranten of zelfs helpen bij deterugkeer naar het land van herkomst of gestraft worden als zij daar nietaan meehelpen. Deelt de Minister de mening dat hierin een verantwoor-delijkheid ligt voor gemeenten en maatschappelijke organisaties maar ergeen geldelijke straf aan artsen verbonden moet zijn als zij zich hier nietvoor inspannen?Hoe hoog schat de Minister de (maatschappelijke) kosten als door hetkorten op de regeling de gezondheid van onverzekerden afneemt, in eenlater stadium duurdere (crisis)zorg moet worden geboden, er meermensen met verward op straat zijn of mensen blijvende gezondheids-klachten houden die bij eerdere passende zorg te voorkomen zouden zijngeweest? Neemt zij dit mee in haar afweging om te korten op desubsidieregeling?II. Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister over de bezuiniging op de subsidieregeling medisch noodzake-lijke zorg aan onverzekerden en hebben hierover op dit moment geenaanvullende vragen en/of opmerkingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vanaf het bekendworden van het voornemen van de Minister om te bezuinigen op desubsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden hunongenoegen hierover geuit. De bezuiniging lijkt enkel ingegeven om geldop te brengen en is niet benaderd vanuit inhoudelijke argumenten.Voorliggende brief onderstreept nog eens extra dat de invulling van dezesubsidieregeling te snel en zonder nader onderzoek naar buiten isgebracht, met alle onrust en gevolgen van dien. Genoemde leden vragende Minister nogmaals naar de onderbouwing van het bedrag van40 miljoen euro dat de besparing moet opleveren. Waar is dit bedrag opgebaseerd?Waarom kiest de Minister er niet voor om eerst een nieuwe regeling op testellen en daarna te bekijken wat een inhoudelijk verbeterde regelingeventueel aan besparing kan opleveren? Deelt de Minister de mening dathet aanpassen van een regeling vanuit een al geleverd bezuinigingskadernooit een goede volgorde is?Sinds de inwerkingtreding van de subsidieregeling medisch noodzakelijkezorg (SOV) in 2017 is het aantal onverzekerde personen sterk gestegen.Het gaat met name om onverzekerde dakloze ingezetenen en steeds meeronverzekerde EU-migranten die in kwetsbare situaties verkeren. Soms ookdoor uitbuiting. Het gebeurt regelmatig dat zij onnodig laat zorg en socialehulp ontvangen, dit betreur ik. Hierdoor gaat de gezondheid verderachteruit en wordt de zorgvraag urgenter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18011 De SOV is te veel een vervanging geworden van een zorgverzekering inplaats van een laatste vangnet. Mijn beleid is erop gericht onverze-kerdheid zoveel mogelijk te voorkomen en op te lossen, zodat de toegangtot de zorg wordt verbeterd en een urgentere zorgvraag zoveel mogelijkwordt voorkomen. Dit is in het belang van de betrokken onverzekerden.De taakstelling is gebaseerd op de wijze waarop de SOV in 2018 wasingericht. In dat jaar werd voor niet-verzekeringsplichtige personen alleenspoedeisende zorg vergoed (een vangnet). Op basis van de verhoudingenwel- en niet-verzekeringsplichtige personen en wel- en niet-spoedeisendezorg is een bedrag berekend van € 40 mln. Niet-verzekeringsplichtigepersonen zijn personen die noch ingezetene zijn van Nederland, noch aanNederlandse loonbelasting zijn onderworpen.Ik heb er voor gekozen om in het kader van de rijksbrede taakstelling opsubsidies de SOV opnieuw in te richten, maar vooral in te zetten opminder onverzekerdheid. Vooral in het belang van onverzekerde patiënten.De SOV loopt tevens per maart 2027 af. De analyse van het CAK,uitvoerder van de subsidieregeling, heeft laten zien dat het maken vanonderscheid tussen wel- en niet spoedeisende zorg niet goed uitvoerbaaris. Ik kies daarom voor een andere invulling van de SOV en de regelingonverzekerbare vreemdelingen (OVV), die aansluit bij de werkwijze vangoede voorbeelden van aanbieders van zorg aan onverzekerden.De grote kostenstijging van de SOV (€ 743.000 in 2017 naar € 105 miljoenin 2024) is mede het gevolg van situaties met onverzekerdheid die, metbehulp van stevig flankerend beleid, mogelijk voorkomen hadden kunnenworden of hadden kunnen worden opgelost in het belang van debetrokken onverzekerden. Óók blijkt uit recent onderzoek dat de regelingkwetsbaar is voor fraude, waardoor betrokken onverzekerden extrakwetsbaar zijn.Naar aanleiding van paragraaf 1. Uitkomsten verkenning haalbaarheidbezuinigingsmaatregel.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het Centraal Adminis-tratie Kantoor (CAK) een verkenning heeft gedaan naar de haalbaarheidvan het uitsluitend vergoeden van spoedeisende zorg aanniet-verzekeringsplichtige onverzekerden. Het CAK heeft aangegeven dathet niet mogelijk is om in het beoordelen van zorgkostendeclaratiesonderscheid te maken tussen spoedeisende en niet spoedeisende zorg.Het CAK concludeert dat een (te) scherpe afbakening van spoedeisendezorg in de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverze-kerden (SOV) niet haalbaar is. Eerder al gaven artsen dat ook al aan deMinister aan toen zij het plan hiervoor introduceerde. Kan de Minister aandeze leden uitleggen waarom zij toen al niet de signalen van de artsenhierover serieus heeft genomen? De Minister schrijft in reactie op deconclusies van het CAK niet meer hiervoor te kiezen bij de inrichting vande verbeterde regeling. Wel wil de Minister verkennen welke alternatieveafbakening van de te vergoeden zorg wel mogelijk is. Over wat voorsoorten andere afbakeningen heeft de Minister het dan? Kan de Ministerhier voorbeelden van geven? De Minister schrijft dit mede te willen doenvanuit internationaal (juridisch) perspectief, wat bedoelt de Ministerhiermee?De taakstelling is gebaseerd op de wijze waarop de subsidieregelingmedisch noodzakelijke zorg (SOV) in 2018 was ingericht. In dat jaar werdvoor niet-verzekeringsplichtige personen alleen spoedeisende zorgvergoed. Ik heb de signalen van artsen over de uitvoerbaarheid serieusgenomen. Mede naar aanleiding van deze signalen en een uitvoerigeanalyse van het CAK heb ik besloten om af te zien van eenzelfde inrichtingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18012 van de SOV (per 2027) als hoe de SOV met bovengenoemde afbakening in2018 was vormgegeven.Met betrekking tot de afbakening van de te vergoeden zorg is hetbelangrijk dat er een passende vergoeding van zorg wordt georganiseerdvoor de betreffende groep personen. De regeling onverzekerbarevreemdelingen vergoed bijvoorbeeld geen IVF en genderzorg. De SOVvergoed geen langdurige zorg. Ook heb ik in mijn brief verwezen naar hetbegrip «tijdelijk verblijf». Dit begrip wordt vaker genoemd waar het gaatom het verlenen van zorg, bijvoorbeeld in de Verordening 883/2004 die decoördinatie van de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten regelt. Ervindt nog een nadere juridische analyse plaats of en hoe dit begrip bij devormgeving van een nieuwe regeling voor medisch noodzakelijke zorgaan onverzekerden die tijdelijk in Nederland verblijven kan wordenbetrokken. Daarbij vind ik het belangrijk dat Nederland binnen haar eigenwettelijke kaders aansluit bij de wijze waarop de zorgverlening envergoeding van zorg aan onverzekerden in Europa is georganiseerd. Ikheb in mijn brief van 18 december 2024 aangegeven uw Kamer voor dezomer een brief te sturen met daarin de voortgang.Naar aanleiding van paragraaf 2. De contouren van een nieuwe regeling.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Minister bij deinrichting van de nieuwe regeling wil verkennen of er rekening gehoudenkan worden met de mate waarin een zorgaanbieder zich inspant om deonverzekerdheid van een patiënt op te lossen en of dit ook gekoppeld kanworden aan de hoogte van de vergoeding. In een interview met Argos8lezen en horen genoemde leden dat de Minister de vergoeding voorartsen omlaag wil brengen. Artsen kunnen een deel van die verloreninkomsten terugverdienen als ze mensen begeleiden naar een zorgverze-kering of terug naar het land van herkomst. Deze leden vragen of dit bij detaken van een zorgaanbieder of arts zou moeten liggen. De taak van dezorgverlener ligt bij het verlenen van zorg, en niet bij het terugleiden naarhet land van herkomst of het verzekerd krijgen van mensen. Hebbenzorgverleners überhaupt tijd hiervoor? Hoeveel extra tijd en belasting gaatdit zorgverleners kosten? En hoe moeten zorgverleners ervoor zorgen datonverzekerden weer een verzekering krijgen of terugkeren naar het landvan herkomst? Kan de Minister hiervoor alle opties die zorgverlenersvolgens haar zouden kunnen of moeten ondernemen precies op een rijzetten? Gezien het feit dat de Minister dit plan voorstelt zou zij immers eenhelder beeld moeten hebben van de manieren waarop zorgverleners ditzouden kunnen doen. Heeft de Minister ook een maatstaf wanneer dezorgverlener genoeg zou hebben gedaan om deze extra vergoeding teontvangen? Is dit enkel en alleen als iemand terug gaat naar het land vanherkomst of verzekerd raakt? Wat als de zorgverlener heel veel tijd enmoeite erin steekt en het toch niet lukt?Het is nu al zo dat sommige zorgaanbieders naast medische zorg ooksociale hulp bieden aan kwetsbare personen. Met name straatartsenwerken samen met gemeenten en maatschappelijke organisaties, om hunpatiënten te helpen aan een briefadres en een zorgverzekering. Soms wileen onverzekerde arbeidsmigrant terug naar het land van herkomst, maarlukt dit niet om gezondheidsredenen en problemen met de toegang tot desociale zekerheid van het land van herkomst. Daarom wordt lokaal somssamen gewerkt aan een warme terugkeer naar het land van herkomst.Hiervoor kan een arts bijvoorbeeld deelnemen aan een multidisciplinairoverleg. Ik waardeer deze inzet en betrokkenheid van zorgprofessionalsom onverzekerden op verschillende manieren hulp te bieden. Ik verkendaarom of ik bij de inrichting van de nieuwe financiële regeling voor8Minister Agema: bezuiniging op zorg voor onverzekerden verschuift naar dokters | NPO Radio 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18013 onverzekerden rekening kan houden met deze bestaande extra inspan-ningen in het belang van de onverzekerde patiënt.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen ook of dit plan niet gaatzorgen voor een tweedeling, artsen die enkel hun medisch vak willenuitvoeren, krijgen immers een lage vergoeding. Is dat niet een vorm vandwang? In hoeverre raakt dit ook de eed die artsen afleggen waarin zebeloven gezondheid te bevorderen en zich niet onder druk te laten zetten?Wordt die eed hierdoor niet geschonden?Kan de Minister ook ingaan hoe dit plan zich verhoudt tot het verlagenvan de administratieve lasten voor zorgmedewerkers? Brengt dit niet eenextra belasting met zich mee, nog naast het leveren van de zorg? Opwelke manier heeft de Minister het zorgveld betrokken bij deze plannen ofgaat zij het zorgveld hierbij betrekken? Heeft de Minister kennisgenomenvan de reactie9 van Artsenfederatie KNMG op de plannen van deMinister? Kan de Minister reageren op de reactie van de KNMG, diebezwaar maken tegen het plan?In het gesprek met zorgverleners is het mij duidelijk geworden datsommige zorgverleners, zoals straatartsen, meer doen dan alleenmedische hulp bieden aan onverzekerde patiënten die vaak te makenhebben met multiproblematiek. Het is mijn voornemen om, passend bij debestaande praktijk, zorgaanbieders die sociale hulp bieden, daarvoor eenvergoeding te bieden. Ik vind dit niet in strijd met de eed die artsenafleggen. Een deel van deze sociale hulp is niet nodig als voorkomenwordt dat onverzekerde personen onverzekerd raken. Het is mede daaromook mijn ambitie om hier extra inspanningen te plegen. Tegelijk zal bijdeze kwetsbare groep met vaak multiproblematiek aanvullende inspan-ningen van de arts soms onvermijdbaar zijn.Bij de inrichting van de nieuwe regeling wil ik, in lijn met het advies vanhet CAK, afstappen van verschillende vergoedingen voor zorg aanonverzekerden. Ik wil wel rekening houden met het extra werk datsommige zorgaanbieders reeds verzetten om kwetsbare patiënten tehelpen. Ik beschouw dit niet als een vorm van dwang, maar een manierom de vergoedingen beter te laten aansluiten bij de praktijk. De wijzewaarop in de nieuwe regeling rekening kan worden gehouden met dezeextra kosten, en wat dit zal betekenen voor de administratieve lasten,worden momenteel nader uitgewerkt. Dit vraagstuk is tevens onderdeelvan het geplande onderzoek, waarover momenteel contact is met degemeente Rotterdam, Erasmus MC en de stichting Nederlandse Straat-dokters Groep.Het Ministerie van VWS heeft contact opgenomen met de KNMG om deplannen op hoofdlijnen en de verdere uitwerking hiervan toe te lichten.Uiteraard worden de nieuwe plannen, zodra ze verder zijn uitgewerkt,goed verder afgestemd met het zorgveld.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen ook dat de Minister wilkijken naar het begrip «tijdelijk verblijf» en of dat betrokken kan wordenbij de nieuwe regeling. Wat bedoelt de Minister hiermee? Genoemdeleden lezen dat de Minister ook wil verkennen of in de nieuwe regelingjuridisch onderscheid kan en mag worden gemaakt tussen doelgroepen. Isdit in het verleden al niet een keer geprobeerd en werd er toen nietgeconcludeerd dat er dan sprake was van discriminatie? Kan de Ministerhierop reflecteren? Hoe gaat ze onderscheid maken? Komen er kaders die9KNMG: artsen niet belonen voor oneigenlijke taken | KNMGTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18014 een uitzondering vragen voor onverzekerden? Hoe verhoudt zich dat totmensenrechtenverdragen (artikel 12.1)?Met betrekking tot de afbakening van de te vergoeden zorg heb ik hetbegrip «tijdelijk verblijf» genoemd. Dit begrip wordt vaker genoemd waarhet gaat om het verlenen van zorg, bijvoorbeeld in de Verordening883/2004 die de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van delidstaten regelt. Er vindt nog een nadere juridische analyse plaats of enhoe dit begrip bij de vormgeving van een nieuwe regeling voor medischnoodzakelijke zorg aan onverzekerden die tijdelijk in Nederland verblijvenkan worden betrokken.Daarbij vind ik het belangrijk dat Nederland binnen haar eigen wettelijkekaders aansluit bij de wijze waarop de zorgverlening en vergoeding vanzorg aan onverzekerden in Europa is georganiseerd. Ik heb in mijn briefvan 18 december 2024 aangegeven uw Kamer voor de zomer een brief testuren met daarin de voortgang.Ten algemene heb ik in mijn brief aangegeven dat het niet ongewoon isom verschil te maken tussen verschillende groepen mensen en de zorgdie wordt vergoed vanuit verschillende voorzieningen. Verschillendegroepen mogen in verschillende situaties nu eenmaal verschillendworden behandeld, en gelijke gevallen worden gelijk behandeld. Ookgelden er voor al deze groepen verschillende sets aan rechtsregels, die wein Nederland op hun eigen merites hebben geïmplementeerd.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken ook op dat een deel vande problematiek zit in het ontbreken van een briefadres, want zonder eenbriefadres is het niet mogelijk om een zorgverzekering te regelen. Deleden Westerveld (GroenLinks-PvdA) en Beckerman (SP) hebben in deinitiatiefnota «Dakloosheid» het voorstel gedaan om nieuwe daklozemensen direct een briefadres te geven. Later is dit voorstel nogmaalsbekrachtigd in de aangenomen motie Beckerman10 c.s. die vraagt om metconcrete voorstellen te komen zodat alle dakloze mensen binnen driedagen na aanvraag een briefadres krijgen. In de kabinetsreactie11 op devoorstellen uit deze nota worden geen concrete voorstellen genoemd. Erwordt naar een handreiking verwezen, naar informatiemateriaal en deevaluatie van de wetswijziging van de Wet Basisregistratie Personen dienog komt. Genoemde leden vinden hier weinig urgentie uitspreken, terwijldit ook onderdeel kan zijn van het oplossen van de problematiek vanonverzekerden. Waarom worden er naar aanleiding van de aangenomenmotie niet concrete voorstellen of maatregelen uitgewerkt om mensensneller aan een briefadres te werken, zoals de motie vraagt?Ik ben het eens met de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat door hetontbreken van een briefadres de problemen van dakloze mensen kunnenverergeren, en dat een inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP)een noodzakelijke stap is in de richting van een oplossing of herstel.Daarom is het belangrijk dat dakloze mensen spoedig een briefadresverstrekt krijgen wanneer zij zich niet in kunnen schrijven op eenwoonadres. De wetswijziging van de Wet basisregistratie personen uit2022 moet bewerkstelligen dat iedereen die rechtmatig in Nederlandverblijft, ingeschreven wordt als ingezetene in de BRP. Op een woonadres(het adres waar feitelijk verbleven wordt) of, als dat er niet is, op eenbriefadres. Zoals eerder aan uw Kamer gecommuniceerd12, wordt dewetswijziging op dit moment inderdaad geëvalueerd. Hierbij zijn het10Kamerstuk 29 325, nr. 162.11Kamerstuk 29 325, nr. 170.12Kamerstukken II, 29 325, nr. 170Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18015 Jongerenpanel de Derde Kamer en Dakloosheid Voorbij!, Valentebevraagd. Ook is er via de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken(NVVB) een enquête gehouden onder gemeenten.Op basis van de uitkomsten van de evaluatie besluit het Ministerie vanVWS samen met de Staatssecretaris van Digitalisering en Koninkrijksre-laties – die stelselverantwoordelijk is voor de BRP – welke ondersteuningextra of anders geboden kan worden om knelpunten te verhelpen, enhiermee invulling te geven aan de motie Beckerman c.s. De evaluatie vande wetswijziging, inclusief concrete acties en vervolgstappen om mensensneller aan een briefadres te helpen, zal naar verwachting dit voorjaardoor de Staatssecretaris van Digitalisering en Koninkrijksrelaties wordenaangeboden aan de Kamer.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief over debezuiniging subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverze-kerden (SOV). Zij hebben hierbij nog enkele vragen.Allereerst verbaast het de leden van de VVD-fractie dat niet eerder isbekeken of de manier waarop de bezuiniging op zorg voor onverzekerdenis vormgegeven juridisch haalbaar en uitvoerbaar is. Wat is de reden datniet eerst is gekeken of de denkrichting haalbaar is?De leden van de VVD-fractie kijken er bijna niet meer van op dat sprake isvan mogelijke fraude met de SOV en de regeling voor onverzekerbarevreemdelingen (OVV) en dringen aan op een betere preventie enbestrijding hiervan. Genoemde leden presenteerden bij de behandelingvan de begroting daartoe een zevenpuntplan zorgfraude.13 Belangrijksteobservatie is dat zorgfraude niet alleen misbruik is van collectief geld,maar ook dat de meest kwetsbaren zorg wordt onthouden. Herkent deMinister dat beeld in het geval van deze doelgroep en wat gaat zij eraandoen? Wat uit het zevenpuntenplan gaat zij daarbij gebruiken.In het Hoofdlijnenakkoord is een taakstelling op subsidies opgenomen dierijksbreed optelt tot € 1 miljard structureel. Deze rijksbrede taakstelling opsubsidies vertaalt zich voor het Ministerie van VWS in een taakstelling vanstructureel € 252 miljoen in 2029. Dat betekent dat ook gekeken moetworden naar de SOV. Deze regeling kent sinds 2018 een sterke kosten-stijging. De taakstelling is gebaseerd op de wijze waarop de subsidiere-geling medisch noodzakelijke zorg (SOV) in 2018 was ingericht. In dat jaarwerd voor niet-verzekeringsplichtige personen alleen spoedeisende zorgvergoed. Ik heb er voor gekozen om in het kader van de rijksbredetaakstelling op subsidies opnieuw te onderzoeken op welke wijze deinrichting van de SOV, zoals deze gold in 2018, per 2027 uitvoerbaar zouzijn. De SOV loopt namelijk per maart 2027 af. De analyse van het CAKheeft laten zien dat het hanteren van voornoemd onderscheid tussenspoedeisende- en niet spoedeisende zorg niet goed uitvoerbaar is en dathet wenselijker is om aanvullende maatregelen te nemen om onverze-kerdheid aan te passen en te werken aan een nieuwe geharmoniseerderegeling.Het voorkomen en aanpakken van fraude met de SOV en OVV wordtmeegenomen in de verdere uitwerking van de nieuwe regeling. Hierbijmoet wel een balans gevonden worden tussen enerzijds een fraudebe-stendige regeling en anderzijds de gevolgen voor de regeldruk, deuitvoering en de toegang tot zorg voor onverzekerden. Voor de kortetermijn zal in de SOV en OVV een artikel worden toegevoegd op basis13Ingediend tijdens de begrotingsbehandeling VWS 2025, op 23 oktober 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18016 waarvan het CAK aanvullende informatie kan opvragen als vooraarde omte mogen declareren.Ik deel uw mening dat zorgfraude ten koste kan gaan van de zorg aankwetsbare patiënten. Juist daarom zet ik mij onverminderd in om deaanpak van zorgfraude te verstevigen. Sinds 1 januari 2025, met deinwerkingtreding van de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatigezorg (Wbsrz), zijn betrokken instanties verplicht om signalen van fraude temelden bij de Stichting IKZ. De Wbsrz is een belangrijke verbetering, maarik acht aanvullende maatregelen nodig om de fraudebestrijding in depraktijk te verbeteren. Daarom werk ik momenteel aan extra stappen diebeogen te voorkomen dat niet-integere aanbieders in de zorg actiefworden. Hierover informeer ik Uw Kamer voor de zomer.Op 4 april 2025 heeft u mijn Verzamelbrief14 zorgfraude ontvangen waarinik onder andere heb gereageerd op een aantal zaken die terugkomen inhet zevenpuntenplan.De leden van de VVD-fractie vinden het zeer schokkend te lezen dat bijvijf van de zeven bezochte zorgaanbieders geen bestuurder of cliënt werdaangetroffen en dat bij zes van de zeven locaties er zelfs op geen enkelewijze de indruk werd gegeven dat überhaupt sprake was van zorgver-lening. Genoemde leden vragen welke stappen zijn ondernomen tegendeze zogenaamde «zorgaanbieders». En hoe gaat de Minister voorkomendat deze bestuurders niet in een andere gemeente gewoon weer eenander zorgbedrijf met dito misbruik beginnen?Ten aanzien van de ondernomen stappen tegen deze bezochte zorgaan-bieders heb ik de volgende informatie van de Inspectie Gezondheidszorgen Jeugd (IGJ) ontvangen. Er zijn drie invorderingsbeschikkingenopgelegd. Tevens is eenmaal een last onder dwangsom opgelegd door deIGJ. Eenmaal is afgezien van invordering. Eén zorgaanbieder heeftgedurende de periode van het voornemen alsnog de gevraagde infor-matie opgeleverd, waardoor er uiteindelijk geen last onder dwangsom isopgelegd.Per 1 januari 2025 is de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatigezorg (Wbsrz) in werking getreden. Deze wet regelt onder meer eenzogenoemd Waarschuwingsregister zorgfraude, waarin gemeenten,zorgverzekeraars en zorgkantoren zorgfraudeurs kunnen registreren. HetWaarschuwingsregister kan hiermee voorkomen dat fraudeurs in eenandere gemeente of in een ander zorgdomein een doorstart maken.De leden van de VVD-fractie lezen dat de Minister spoedig aanvullendevoorwaarden en eisen wil stellen voor de SOV en OVV om misbruik tegente gaan welke vergelijkbaar zijn met de Coronabanen in de zorg (COZO)-regeling. Kan de Minister toelichten wat zij bedoelt met spoedig? Hetverbaast de leden van de VVD-fractie enigszins dat de Minister hiermeedoelt op geven van bevoegdheid aan het CAK om bij de declarerendezorgaanbieder stukken op te vragen, zoals een contract met een zorgver-zekeraar. Hoe verhoudt dit zich tot het intrekken van het wetsvoorstel omzorgcontractering te bevorderen? Op welke manier worden aanvullendevoorwaarden gesteld aan zorgaanbieders zonder contract met eenzorgverzekeraar?Naar aanleiding van de bevindingen van de Nederlandse Arbeidsinspectie(NLA) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) over mogelijke14Kamerstuk 28 828, nr. 142Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18017 fraude met de SOV en OVV is direct verkent welke korte termijn maatre-gelen genomen kunnen worden.Hierbij is ook gekeken naar succesvolle maatregelen bij andere subsidiere-gelingen, waaronder de COZO (Coronabanen in de zorg)-regeling. Inoverleg met het CAK is vastgesteld dat het toevoegen van eenkan-bepaling aan de SOV – op basis waarvan het CAK extra informatie opkan vragen die als voorwaarden gelden om te mogen declareren – kanbijdragen aan het voorkomen van fraude. Met een dergelijk artikel krijgthet CAK dus de bevoegdheid om declaraties te weigeren. Als er geencontract is met een zorgverzekeraar dan zou het CAK andere informatiekunnen opvragen waaruit met meer zekerheid kan worden gesteld dat hetgaat om een bonafide zorgverlener. Bijvoorbeeld aan de hand van eencontract met een andere zorgfinancier of stukken waaruit blijkt dat dezorgaanbieder al meerdere jaren zorg verleend. Het intrekken van hetwetsvoorstel om zorgcontractering te bevorderen is daarom geenbelemmering voor de voorgenomen maatregel. Het streven is om de SOVop dit punt dit jaar te wijzigen.De leden van de VVD-fractie hebben in het mondelinge vragenuur op26 november 2024 aandacht gevraagd voor de communicatie richtingdakloze mensen ter behoud van hun zorgverzekering. Deze leden zijnbenieuwd of de toegezegde verkenning heeft plaatsgevonden en zo ja,wat hiervan de resultaten zijn. Genoemde leden vragen daarnaast of deMinister haar zorgen als het gaat om aanpakken van werkgevers diearbeidsmigranten ontslaan die ziek worden, heeft overgebracht aan deMinister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en zo ja, wat hetvervolg is.In het vragenuur van 26 november 2024 en tijdens het debat overDakloosheid van 19 december 2024 zijn door uw fractie, verwijzend naarde richtlijn «gerede twijfel», signalen ingebracht over de communicatierichting dakloze mensen ter behoud van hun zorgverzekering. Dezesignalen waren bij het Ministerie van VWS nog niet eerder bekend. Op ditmoment vindt een thematisch onderzoek van de NZa plaats onder allezorgverzekeraars naar de uitvoering van de richtlijn gerede twijfelverzekeringsplicht Zorgverzekeringswet. De resultaten van dit onderzoekworden met belangstelling afgewacht en zullen waar mogelijk ennoodzakelijk worden meegenomen in een revisie van de richtlijn.Daarnaast zet ik in brede zin in op de aanpak van onverzekerdheid, waar ikmij in het bijzonder ook richt tot de doelgroep van verzekeringsplichtigedak- en thuislozen.In het kader van deze brede aanpak van onverzekerdheid wordt er nauwsamengewerkt met de verschillende betrokken departementen, waaronderde Ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en BinnenlandseZaken.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de brief inzakede bezuiniging subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverze-kerden. Deze leden merken op dat het onvoldoende duidelijk blijft welkeconcrete plannen er zijn voor deze bezuinigingen, vooral naar aanleidingvan het interview met Argos. Zij benadrukken dat de toegankelijkheid vanzorg voor kwetsbare groepen in de samenleving gewaarborgd moetblijven en maken zich zorgen over de voorstellen die in de brief wordengedaan. Daarom hebben deze leden nog enkele vragen en opmerkingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18018 De leden van de NSC-fractie merken op dat de Minister van plan is om deSOV samen te voegen en te harmoniseren met de regeling OVV. Inhoeverre acht de Minister het realistisch dat deze samenvoeging totbesparingen leidt en waar bestaat de te verwachten besparing uit? Kan zijdit onderbouwen met concrete cijfers en een onderliggende analyse?Worden de te verwachten directe besparingen (minder declaraties vanzorgverleners) vergeleken met de toename van kosten later/elders in dezorgketen of andere ministeries? Beseft de Minister dat lagere declaratiesniet automatisch betekenen dat zorgverleners geen medisch noodzakelijkezorg zullen verlenen aan hen die dat nodig hebben en daarmee zorgver-leners de besparingen voor een groot deel dragen?Sinds de inwerkingtreding van de subsidieregeling medisch noodzakelijkezorg (SOV) in 2017 is het aantal onverzekerde personen sterk gestegen.Het gaat met name om onverzekerde dakloze ingezetenen en steeds meeronverzekerde EU-migranten die in kwetsbare situaties verkeren. Soms ookdoor uitbuiting. Het gebeurt regelmatig dat zij onnodig laat zorg en socialehulp ontvangen. Hierdoor gaat de gezondheid verder achteruit en wordtde zorgvraag urgenter.De SOV is te veel een vervanging geworden van een zorgverzekering inplaats van een laatste vangnet. Mijn beleid is erop gericht onverze-kerdheid zoveel mogelijk te voorkomen en op te lossen, zodat de toegangtot de zorg wordt verbeterd en een urgentere zorgvraag zoveel mogelijkwordt voorkomen. Dit is in het belang van de betrokken onverzekerden.Een groot deel van de taakstelling wil ik behalen door maatregelen tenemen tegen onverzekerdheid bij dakloze ingezetenen, werkende – enwerkloze arbeidsmigranten en (ex-)gedetineerden. Door de onverze-kerdheid terug te dringen komen de declaraties niet alleen ten laste vande Zorgverzekeringswet, maar wordt de toegang tot de zorg ookverbeterd, waardoor duurdere zorg wordt voorkomen. Ook werk ik aan deaanpak van fraude met de SOV (4%) en OVV (15%). Een doelmatigenieuwe regeling voor onverzekerden en onverzekerbare vreemdelingenkan ook bijdragen aan het behalen van de taakstelling. Hiervoor kijk iknaar lagere administratieve lasten en een passende vergoeding.De leden van de NSC-fractie lezen dat de Minister constateert dat depatiëntenpopulatie waarvoor zorgaanbieders een vergoeding ontvangen,is veranderd. Kan de Minister toelichten waarom zij het begrip «tijdelijkverblijf» wil betrekken in het ontwerp van de nieuwe regeling? Is dit hetvoorsorteren op een onderscheid in de mate waarop iemand recht heeftop medisch noodzakelijke zorg? Hoe wordt voorkomen dat bepaaldegroepen geen of verminderde toegang tot zorg krijgen en de uiteindelijkemaatschappelijke risico’s en kosten toenemen? Deze leden merken op datniet verleende of uitgestelde medisch noodzakelijke zorg juist leidt tothogere kosten en indirect regelmatig tot grotere maatschappelijkeonveiligheid.Met betrekking tot de afbakening van de te vergoeden zorg heb ik hetbegrip «tijdelijk verblijf» genoemd. Dit begrip wordt vaker genoemd waarhet gaat om het verlenen van zorg, bijvoorbeeld in de Verordening883/2004 die de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van delidstaten regelt. Er vindt nog een nadere juridische analyse plaats of enhoe dit begrip bij de vormgeving van een nieuwe regeling voor medischnoodzakelijke zorg aan onverzekerden die tijdelijk in Nederland verblijvenkan worden betrokken. Daarbij vind ik het belangrijk dat Nederland binnenhaar eigen wettelijke kaders aansluit bij de wijze waarop de zorgverleningen vergoeding van zorg aan onverzekerden in Europa is georganiseerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18019 Ik heb in mijn brief van 18 december 2024 aangegeven uw Kamer voor dezomer een brief te sturen met daarin de voortgang.De leden van de NSC-fractie constateren dat de Minister mogelijkhedenziet verzekeringsplichtigen alsnog aan een verzekering te helpen, mede opbasis van een inventarisatie uit 2019 bij gemeentelijke GGD’en. Echter,lezen deze leden dat het CAK aangeeft dat zowel het CAK als de SocialeVerzekeringsbank (SVB) niet in staat zijn de verzekeringsplicht vast testellen. Hoe beoordeelt de Minister de uitvoerbaarheid van dezemaatregel gezien de geconstateerde problemen van het CAK bij hetvaststellen van de verzekeringsplicht? In hoeverre is het slagen van dezemaatregel bepalend voor de vormgeving van de bezuiniging op de SOV?En welke alternatieven overweegt de Minister als deze maatregel niet hetgewenste resultaat oplevert?De NSC-fractie verwijst naar de conclusie dat de SVB en het CAK op basisvan de gegevens die bij de declaraties zijn gevoegd de verzekeringsplichtniet kunnen vaststellen. Mede op basis van deze conclusie is besloten dathet niet mogelijk is om uitsluitend spoedeisende zorg te bieden aanverzekeringsplichtige onverzekerde personen.Bij de aanpak van onverzekerdheid worden gegevens van de onverze-kerde persoon doorgegeven aan de gemeente en/of GGD die vervolgensonderzoek doen naar het verblijf van deze persoon. Er wordt vervolgenseen hulpaanbod gedaan, waaronder het eventueel in verzekering brengenvan deze persoon.De leden van de NSC-fractie lezen dat de Minister voornemens is de lokaleen regionale samenwerking te versterken rondom de zorg voor onverze-kerde kwetsbare groepen. Zij zijn met name benieuwd naar de rol vanzorgverleners binnen deze samenwerking, specifiek wat betreft hunbetrokkenheid bij de terugkeer van onverzekerde migranten naar het landvan herkomst en het verzekerd krijgen van mensen die dat zouden kunnenzijn. Klopt het dat de Minister van hen verwacht dat zij naast hunmedische taken, ook ondersteuning bieden bij deze terugkeer of verzekerdraken? Zo ja, op welke manier wordt dit van hen verwacht? Kan deMinister aangeven of zij hiervoor ook een hogere vergoeding ontvangendan zorgverleners die enkel medische hulp bieden? Hoe verhoudt dezeaanvullende taak zich tot de al hoge werkdruk van huisartsen? Ziet deMinister binnen het Integraal Zorgakkoord (IZA) mogelijkheden omprofessionals die zich extra inspannen te belonen, in plaats van zorgver-leners te confronteren met lagere vergoedingen wanneer zij hier niet aankunnen of willen bijdragen?Sommige zorgaanbieders bieden naast medische zorg nu ook al socialehulp aan kwetsbare personen. Met name straatartsen werken samen metgemeenten en maatschappelijke organisaties om hun patiënten te helpenaan een briefadres en een zorgverzekering. Soms wordt ook gezamenlijkgewerkt aan een warme terugkeer naar het land van herkomst. Terugkeerkan lastig zijn als deze mensen op dat moment last hebben van gezond-heidsproblemen, omdat het administratief (her)aansluiten van de socialezekerheid van het land van herkomst soms enige tijd in beslag kan nemenen daarmee ingewikkeld is. In Rotterdam werken straatartsen, degemeente en Stichting Barka samen om dit voor elkaar te krijgen. Ikwaardeer deze inzet. Ik verken daarom of ik bij de inrichting van denieuwe financiële regeling voor onverzekerden rekening kan houden metdit soort extra inspanningen.De leden van de NSC-fractie constateren dat het aantal onverzekerdemensen naar verwachting zal groeien, hoewel specifieke cijfers ontbreken,vooral in de categorie werk- en thuisloze EU-arbeidsmigranten. WelkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18020 mogelijkheden ziet de Minister om elke arbeidsmigrant daadwerkelijkverzekerd te krijgen – en vooral – te houden? Welke specifieke opties zietde Minister om de omvangrijke groep van RNI-geregistreerdeEU-arbeidsmigranten zo snel mogelijk verzekerd te krijgen, maar in iedergeval direct na het verstrijken van de initiële inschrijving van 4 maanden?In mijn brief van 18 december 2024 heb ik aangegeven dat ik in gesprekben met de gemeente Rotterdam, de Erasmus MC en de stichtingNederlandse Straatdokters Groep (NSG) over een onderzoek naareventuele maatregelen om de onverzekerdheid bij dakloze ingezetenen enarbeidsmigranten te verminderen. Met betrekking tot onverzekerdheid bijarbeidsmigranten wil ik onder andere de mogelijkheden voor een beterelokale en landelijke samenwerking verkennen. In dit project worden hetMinisterie van SZW, het Ministerie van BZK en andere relevante partijenbetrokken, zoals de VNG en zorgverzekeraars. Deze partijen werken alhard aan het verbeteren van de omstandigheden voor deze doelgroepen.Bijvoorbeeld ten aanzien van misstanden met arbeidsmigranten, deregistratie van arbeidsmigranten en het verstrekken van briefadressen.De leden van de NSC-fractie vragen of de Minister inzicht kan geven in debeschikbare cijfers over mensen met verward of onbegrepen gedrag.Bestaan er gegevens over de mate waarin deze groep overlapt metonverzekerden? In hoeverre is in beeld hoeveel van deze mensen zonderverzekering op straat belanden, en welke gevolgen dit heeft voor huntoegang tot zorg en ondersteuning?De SOV is oorspronkelijk ingesteld ter ondersteuning van de problematiekvan personen met verward gedrag. In juni 2016 is op basis van gegevensvan de Crisisopvang Den Haag een berekening gemaakt en een ramingvan de kosten. Uit de gehanteerde gegevens kwam naar voren dat van denaar schatting 25.000 personen met verward gedrag circa 25% onver-zekerd zou zijn.De leden van de NSC-fractie constateren dat er begin vorig jaar inNederland zo’n 33.000 mensen dakloos waren. Daarmee is het aantalmensen zonder een eigen woonplek voor het tweede jaar op rij gestegen:begin 2022 ging het om zo’n 27.000 mensen, een jaar later pakweg 30.000,volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Volgensbijvoorbeeld ETHOS-tellingen zijn deze schattingen bovendien veeloptimistischer dan de werkelijkheid.Hoe realistisch acht de Minister de bezuiniging van 40 miljoen euro methet gegeven dat het aantal dak- en thuislozen de afgelopen 2 jaar isgestegen en naar verwachting zal blijven stijgen, zeker in de groepEU-arbeidsmigranten?De taakstelling van € 40 miljoen wordt met name ingevuld door maatre-gelen te nemen die onverzekerdheid voorkomen en terugdringen en hetaanpakken van fraude. Verder zal de taakstelling betrokken worden bij deuitwerking van de nieuwe regeling. Hierbij wordt ook gekeken naarpassende vergoedingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister met het voornemen van de bezuiniging subsidieregeling medischnoodzakelijke zorg aan onverzekerden. Deze leden vinden het belangrijkdat iedereen in Nederland toegang heeft tot zorg. Daartoe hebben dezeleden onderstaande vragen en opmerkingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18021 De leden van de fractie van D66-fractie lezen het voornemen van deMinister om verzekerbare onverzekerden toe te leiden naar een regulierezorgverzekering. Kan de Minister uitgebreid toelichten hoe zij hier werkvan maakt en wanneer deze leden daar de eerste resultaten van kunnenverwachten?Sinds de inwerkingtreding van de subsidieregeling medisch noodzakelijkezorg (SOV) in 2017 is het aantal onverzekerde personen sterk gestegen.Het gaat met name om onverzekerde dakloze ingezetenen en steeds meeronverzekerde EU-migranten die in kwetsbare situaties verkeren. Soms ookdoor uitbuiting. Het gebeurt regelmatig dat zij onnodig laat zorg en socialehulp ontvangen, waardoor de zorgvraag toeneemt (en ook duurderwordt). De SOV is te veel een vervanging geworden van een zorgverze-kering in plaats van een laatste vangnet. Mijn beleid is erop gerichtonverzekerdheid zoveel mogelijk te voorkomen en op te lossen, zodat detoegang tot de zorg wordt verbeterd en een urgentere zorgvraag zoveelmogelijk wordt voorkomen voor betrokken onverzekerden.In mijn brief van 18 december 2024 heb ik aangegeven dat ik in gesprekben met de gemeente Rotterdam, de Erasmus MC en de stichtingNederlandse Straatdokters Groep (NSG) over een onderzoek naareventuele maatregelen om de onverzekerdheid bij dakloze ingezetenen enarbeidsmigranten te verminderen. Ik heb in mijn brief al enkele maatre-gelen opgenomen. Met betrekking tot de (ex-)gedetineerden heb ik in mijnbrief aangegeven te onderzoeken of de opschorting- en herleving van dezorgverzekering geautomatiseerd kan worden. Met betrekking totonverzekerdheid bij dakloze ingezetenen en arbeidsmigranten wil ik onderandere de mogelijkheden voor een betere lokale en landelijke samen-werking verkennen. In dit project worden het Ministerie van SZW, hetMinisterie van BZK en andere relevante partijen betrokken, zoals de VNGen zorgverzekeraars. Deze partijen werken al hard aan het verbeteren vande omstandigheden voor deze doelgroepen. Bijvoorbeeld ten aanzien vanmisstanden met arbeidsmigranten, de registratie van arbeidsmigranten enhet verstrekken van briefadressen. Ik heb in mijn brief van 18 december2024 aangegeven uw Kamer voor de zomer een brief te sturen met daarinde voortgang.Deze leden lezen dat de Minister een betere duiding wil van «medischnoodzakelijk zorg». Deelt de Minister de mening dat het onwenselijk is alsdie verantwoordelijkheid bij de zorgverleners komt te liggen en dit in strijdis met hun rechten en plichten als zorgverlener?Het is ten alle tijden aan zorgverleners om te bepalen wat medischnoodzakelijke zorg is. Met betrekking tot de zorg aan onverzekerden enonverzekerbare vreemdelingen is hiervoor in 2007 het rapport «Arts envreemdeling» gekomen van de commissie Klazinga15.«Medisch noodzakelijke zorg» dient naar het oordeel van de commissieals «verantwoorde en passende medische zorg» te worden gedefinieerd.Deze zorg is doeltreffend en doelmatig, wordt patiëntgericht verleend enis afgestemd op de reële behoefte van de patiënt.Artsen kunnen bij zorg, die uitgesteld kan worden in combinatie met eenbekende verwachting van de duur van het tijdelijke verblijf in Nederland,de behandeling volgens de commissie «beperkt houden of afzien vanbehandeling». Ook in dat geval van het beperkt houden van de zorg issprake van «medisch noodzakelijke zorg», omdat die zorg wordt geleverddie het mogelijk maakt om het tijdelijke verblijf niet te hoeven onder-15Arts en vreemdeling – PharosTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18022 breken. In die afweging wordt uiteraard de duur van het tijdelijke verblijfmeegewogen. Steeds vaker gaat het om zorg aan arbeidsmigranten dietijdelijk in Nederland verblijven. Het is echter lastig voor artsen om deverblijfsduur te voorspellen, wat de afweging voor de te verlenen«medisch noodzakelijke zorg» in dergelijke individuele gevallen moeilijkkan maken. Ik wil daarom met zorgaanbieders in gesprek over wat henhier bij kan helpen.Tot slot, verzoeken deze leden de Minister de reeds ingediende schrifte-lijke vragen van het lid Paulusma (D66) over de «uitzending De onmis-baren: Huisartsen» (ingezonden 29 januari 2025) spoedig en separaat tebeantwoorden.Ik heb de beantwoording16 van deze schriftelijke vragen op 20 februari2025 naar uw Kamer gezonden.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de bezuinigingsubsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden.Genoemde leden hebben de volgende vragen aan de Minister.De leden van de BBB-fractie hebben eerder hun zorgen geuit over hettoenemende aantal onverzekerden. Uit de cijfers blijkt dat er jaarlijksgemiddeld voor ongeveer 32.000 patiënten wordt gedeclareerd, waarvan25% niet uit de Europese Unie komt. Omdat onverzekerden ook uitgepro-cedeerde asielzoekers kunnen zijn, hebben deze leden de volgendevragen. Worden de gegevens van uitgeprocedeerde onverzekerdenmomenteel gedeeld met bijvoorbeeld de vreemdelingenpolitie/dienstterugkeer en vertrek? Als dit niet gebeurt, wat is daarvan de reden en is deMinister bereid om dit alsnog te doen? Is dit landelijk de standaardpro-cedure en zo nee, kan de Minister dit de standaardprocedure maken?De kosten van zorg aan onverzekerbare vreemdelingen, zoals uitgeproce-deerde asielzoekers, komen ten laste van de wettelijke regeling onverze-kerbare vreemdelingen (de OVV-regeling). Als zorg wordt geleverd aanonverzekerbare vreemdelingen, dan worden er geen gegevens gedeeldmet vreemdelingenpolitie/ dienst terugkeer en vertrek. Ik ben ook nietvoornemens om dit mogelijk te maken, omdat dit in strijd is met hetmedisch beroepsgeheim en de toegankelijkheid tot medisch noodzakelijkezorg voor deze personen onder druk zou zetten.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met zorg kennisgenomen van debrief van de Minister over de bezuiniging op de subsidieregeling medischnoodzakelijke zorg aan onverzekerden. Zij hebben daarover de volgendevragen en opmerkingen.De leden van de CDA-fractie begrijpen dat de Minister afziet van hetoorspronkelijke voornemen waarbij zorgverleners en het CAK onderscheidzouden moeten maken tussen acute en niet-acute zorg. Deze leden vragenhoe de Minister zorgverleners actief gaat betrekken bij het ontwikkelenvan de nieuwe regelgeving en hoe hun praktijkervaring en expertiseworden meegenomen in het definitieve beleid.16Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 1367Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18023 In mijn brief van 18 december 2024 heb ik ook aangegeven dat ik ingesprek ben met de gemeente Rotterdam, de Erasmus MC en de stichtingNederlandse Straatdokters Groep (NSG) over een onderzoek naareventuele maatregelen om de onverzekerdheid bij dakloze ingezetenen enarbeidsmigranten te verminderen. Het Ministerie van VWS heeftdaarnaast doorlopend contact met zorgaanbieders om hierin mee tedenken, alsmede over de aanpak om onverzekerdheid te verminderen envoorkomen.De leden van de CDA-fractie maken zich wel zorgen over andere routesdie de Minister nu wil aflopen om de bezuiniging door te voeren. Dezeleden constateren dat de Minister in een interview met Argos van18 januari 2025 aangeeft dat ze meer verantwoordelijkheid bij doktersneer wil leggen en meer wil inzetten op het verzekeren van mensen.Volgens genoemde leden zijn dit net zo goed onwenselijke en onuit-voerbare voornemens. Zorgverleners geven volgens deze leden namelijkterecht aan dat het niet hun taak is om patiënten verzekerd te krijgen of telaten terugkeren naar hun land van herkomst. Deelt de Minister demening dat het onwenselijk is om via een lagere vergoeding zorgver-leners indirect verantwoordelijk te maken voor verzekering en terugkeervan patiënten? Zo ja, hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat zorgver-leners zich kunnen concentreren op hun kerntaak: het verlenen van zorg?Zo nee, waarom niet? Hoe rechtvaardigt de Minister een lagerevergoeding voor zorgverleners, terwijl zij daar evenveel zorg voor leverenals voorheen? Deelt de Minister de mening dat op deze manier in depraktijk een boete ontstaat als een zorgverlener zich focust op zijnkerntaak? Is de Minister bereid hierover met zorgverleners in gesprek tegaan?Ik ben niet voornemens om nieuwe taken neer te leggen bij zorgverleners,zoals het in verzekering brengen van onverzekerde patiënten. Ik wil metname voorkomen dat bestaande initiatieven, waarbij zorgprofessionals enorganisaties bijdragen aan het in verzekering brengen van onverzekerden,niet meer kunnen worden gecontinueerd. Sommige zorgaanbiedersbieden naast medische zorg nu ook al sociale hulp aan kwetsbarepersonen. Met name straatartsen werken samen met gemeenten enmaatschappelijke organisaties om hun patiënten te helpen aan eenbriefadres en een zorgverzekering. Soms wordt ook gezamenlijk gewerktaan een warme terugkeer naar het land van herkomst. Dit kan lastig zijnbij gezondheidsproblemen. Ik waardeer deze inzet. Ik verken daarom of ikbij de inrichting van de nieuwe financiële regeling voor onverzekerdenrekening kan houden met deze extra inspanningen.Daarnaast verken ik een passende vergoeding voor de medischenoodzakelijke zorg. Op dit moment wordt op basis van de SOV 100% vande passantentarieven vergoed en worden bij de OVV 80% tot 100% van depassantentarieven vergoed.Dit zijn tarieven voor patiënten die verzekerd zijn bij een zorgverzekeraarwaarmee de zorgaanbieder geen contract heeft afgesloten en voorniet-verzekerde patiënten. De NZa stelt deze maximumtarieven vast opbasis van periodiek kostenonderzoek.De Minister schetst de toename van het gebruik van de regelingen vooronverzekerden als problematisch. De leden van de CDA-fractie vragen hoede Minister de preventieve waarde van zorg aan onverzekerden beoor-deelt, gezien deze zorg verdere medische problemen en hogere kosten inde toekomst voorkomt.De snelle kostenstijging van de regeling voor onverzekerden (en deregeling voor onverzekerbare vreemdelingen) laat zien dat de proble-matiek met onverzekerde personen is gegroeid. Met name met betrekkingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18024 tot onverzekerde werkende- en niet-werkende arbeidsmigranten. Ik wilinzetten op aanvullende maatregelen om de problematiek met onverze-kerdheid bij met name de groepen dakloze ingezetenen, arbeidsmigrantenen (ex-)gedetineerden te verminderen.Het uitgangspunt van mijn beleid is het in verzekering brengen vanverzekeringsplichtige onverzekerden, waardoor de toegang tot de zorgwordt verbeterd. Hierdoor wordt voorkomen dat zij ziekere, en daarmeeook duurdere, patiënten worden.De leden van de CDA-fractie plaatsen ook vraagtekens bij het voornemenom onverzekerden een zorgverzekering te laten krijgen. Deze leden vragenhoe de Minister 40 miljoen euro verwacht te kunnen bezuinigen oponverzekerde arbeidsmigranten als er nog geen concreet plan ligt ombijvoorbeeld de 240.000 RNI-geregistreerde, bijvoorbeeld via uitzendbu-reaus te verzekeren. Zijn er toezeggingen van of is er toenadering met deMinister van SZW? De leden van de CDA-fractie vragen kortom hoekunnen zorgverleners verantwoordelijk worden gehouden voor stijgendekosten van onverzekerden als andere ministeries geen effectievemaatregelen nemen om het aantal onverzekerden te verminderen. Is hetniet een onjuist signaal van de Minister deze zorgverleners te gaan kortenwanneer ze zich inspannen voor onverzekerden?Sinds de inwerkingtreding van de subsidieregeling medisch noodzakelijkezorg (SOV) in 2017 is het aantal onverzekerde personen sterk gestegen.Het gaat met name om onverzekerde dakloze ingezetenen en steeds meeronverzekerde EU-migranten die in kwetsbare situaties verkeren. Soms ookdoor uitbuiting. Het gebeurt regelmatig dat zij onnodig laat zorg en socialehulp ontvangen. Hierdoor gaat de gezondheid verder achteruit en wordtde zorgvraag urgenter.De SOV is te veel een vervanging geworden van een zorgverzekering inplaats van een laatste vangnet. Mijn beleid is erop gericht onverze-kerdheid zoveel mogelijk te voorkomen en op te lossen, zodat de toegangtot de zorg wordt verbeterd en een urgentere zorgvraag zoveel mogelijkwordt voorkomen. Dit is in het belang van de betrokken onverzekerden.Bij het uitwerken van maatregelen wordt ook expliciet gekeken naar deproblemen met onverzekerdheid bij werkende arbeidsmigranten (dieverzekeringsplichtig zijn) en werkloze arbeidsmigranten (die niet verzeke-ringsplichtig zijn).Als arbeidsmigranten korter dan vier maanden in Nederland verblijvendan schrijven zij zich in in de Registratie Niet-ingezetenen (RNI) met hunadres in het buitenland. Als zij langer dan vier maanden in Nederlandverblijven dan behoren zij zich in te schrijven in de BasisregistratiePersonen (BRP) met een adres in Nederland. De registratie in de Regis-tratie Niet-ingezetenen (RNI) is geen belemmering voor het afsluiten vaneen zorgverzekering. De problematiek volgt meer uit misstanden.Dit kabinet neemt maatregelen om de misstanden met arbeidsmigrantenaan te pakken en de registratie van arbeidsmigranten (die langer danvier maanden in Nederland verblijven) in het BRP te verbeteren.Daarnaast wordt samen met het Ministerie van SZW, en andere partijen,verkend welke aanvullende maatregelen kunnen worden genomen. Ookwordt de taakstelling betrokken bij de uitwerking van de nieuwe regeling.Onder andere maatregelen gericht op het voorkomen van fraude dragenbij aan het behalen van de taakstelling.De leden van de CDA-fractie hebben nog enkele specifieke vragen.Waarom kunnen RNI-geregistreerde arbeidsmigranten die na 4 maandengeen BRP-inschrijving hebben niet, vergelijkbaar met «wanbetalers», viaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18025 het CAK verplicht verzekerd worden? Waarom mogen internationalestudenten een goedkopere particuliere verzekering afsluiten dan deverplichte basisverzekering, terwijl hun zorgkosten wel via SOV en OVVworden aangevuld uit publieke middelen? Is de Minister bereid deproblematiek rond onverzekerde EU-migranten op Europees niveau aan tekaarten voor gezamenlijke oplossingen en financiering?Werkende (en daarom verzekeringsplichtige) onverzekerde arbeidsmi-granten worden opgespoord en aangeschreven als zij vindbaar zijn in deoverheidssystemen. Als zij geen zorgverzekering afsluiten dan worden zijtot tweemaal beboet en daarna ambtshalve verzekerd. Dit kan alleen als zijvindbaar zijn op het adres dat zij opgeven.Voor wat betreft uitwisselingsstudenten geldt dat zij in de regel niet tot deverplichte Nederlandse kring van verzekerden horen, want zij verblijventijdelijk in Nederland onder de verantwoordelijkheid van een ander land.Zij kunnen dus geen Zvw-verzekering afsluiten. Indien deze studentengeen Unieburger zijn en het voor hun verantwoordelijke land geen stelselvan zorgverzekeringen kent, zijn zij voor zorg aangewezen op de «alterna-tieve» particuliere ziektekostenverzekeringen die op de Nederlandse marktworden aangeboden. De dekking vanuit deze particuliere verzekeringen isniet gelijk aan het Zvw-basispakket; het gaat om een beperkter pakket. Insommige gevallen kan het daarom zo zijn dat zorgaanbieders die medischnoodzakelijke zorg voor deze groep bieden, (een deel van) de rekening tenlaste brengen van de SOV. Mijn beeld is dat dit beperkt plaatsvindt.Voor wat betreft de problematiek rondom onverzekerde EU-migranten benik voornemens om waar het Unieburgers betreft, uit te zoeken wat ervoorkan zorgen dat de regels voor tijdelijk verblijf tussen de verschillendelidstaten administratief sneller kan worden verwerkt, zodat onvermogendeUnieburgers hun recht op zorg kunnen blijven gebruiken in een periodevan administratieve omzetting tussen de lidstaten.Toegang tot en doorverwijzing naar de geestelijke gezondheidszorg (GGZ)voor mensen in deze doelgroep blijkt vaak problematisch. Dit legt eengrote druk op huisartsen, straatzorgverleners en ziekenhuizen, wat leidttot aanzienlijke maatschappelijke kosten. Dit wordt echter niet explicietbenoemd in de plannen van de Minister. Kan zij haar standpunt hierovertoelichten?Ik herken het punt dat toegang en doorverwijzing naar geestelijkegezondheidszorg voor onverzekerden uitdagingen kent. Hierbij kunnenverschillende factoren een rol spelen. Bijvoorbeeld de onbekendheid met(de voorwaarden van) de regelingen voor onverzekerden, waardoorwellicht (ten onterechte) wordt aangenomen dat er geen vergoeding vanpsychische zorg mogelijk is. In mijn plannen rondom de nieuwe regelingen de aanpak van onverzekerdheid werk ik onder meer aan betere endoelgroepgerichte voorlichting voor zorgaanbieders over welke mogelijk-heden er zijn voor vergoeding van kosten.De leden van de CDA-fractie vragen als laatste naar signalen overziekenhuizen die hoge drempels opwerpen voor zorg aan onverzekerden,bijvoorbeeld door mensen voorafgaand aan een afspraak met eenspecialist te vragen een hoog bedrag af te rekenen. Als iemand dit nietkan of wil, gaat de afspraak niet door. Herkent de Minister deze signalenen zo ja, wat vindt de Minister hiervan? Hoe beoordeelt de Minister dezehouding van een ziekenhuis, als er een subsidieregeling bestaat om dekosten voor de zorg aan onverzekerden gecompenseerd te krijgen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18026 In hoeverre laat dit zien dat het huidige beroep op de regeling wellichtslechts het topje van de ijsberg is, als blijkt dat bewust geen gebruik wordtgemaakt van de subsidieregeling?De SOV kent een inspanningsverplichting voor zorgaanbieders om teproberen om de zorgkosten te verhalen op de onverzekerde patiënt.Zorgaanbieders gaan hier verschillend mee om. Er zijn soms hardnekkigmythen over deze inspanningsverplichtingen. In sommige gevallen zouhet kunnen zijn dat onverzekerde patiënten te veel druk ervaren enweggaan. Het CAK heeft als uitvoerder van deze regeling veel contact metzorgaanbieders om deze mythen weg te nemen.Ik werk samen met Zorgverzekeringslijn, Pharos en de stichting Neder-landse Straatdokters Groep (NSG) aan nieuwe informatieproducten omdeze verschillen terug te dringen. Het is belangrijk dat zorgaanbiederszekerheid krijgen over de vergoeding van zorg, maar bijvoorbeeld ookover de invulling van hun zorgplicht.Op basis van de stijging van de uitgaven van de regeling over deafgelopen jaren ga ik er niet vanuit dat dit de top van de ijsberg is.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister over de bezuiniging op de subsidieregeling medisch noodzake-lijke zorg aan onverzekerden. Zij hebben daar nog een aantal kritischevragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister wil inzetten op hetsamenvoegen van de OVV en SOV in een nieuwe regeling in 2027. Zijvragen de Minister hoe deze regeling er wat haar betreft uit moet komente zien als het gaat om welke zorg hieronder valt, wie hier toegang toekrijgen etc. Is het doel hiermee om de slechte toegang tot de zorg voormensen in kwetsbare posities te verbeteren, of is het doel om eenongefundeerde bezuiniging door te voeren? Erkent u dat toegang totnoodzakelijke zorg een mensenrecht is en hoe gaat u dit recht borgen inde nieuwe regeling?Sinds de inwerkingtreding van de subsidieregeling medisch noodzakelijkezorg (SOV) in 2017 is het aantal onverzekerde personen sterk gestegen.Het gaat met name om onverzekerde dakloze ingezetenen en steeds meeronverzekerde EU-migranten die in kwetsbare situaties verkeren. Soms ookdoor uitbuiting. Het gebeurt regelmatig dat zij onnodig laat zorg en socialehulp ontvangen. Hierdoor gaat de gezondheid verder achteruit en wordtde zorgvraag urgenter.De SOV is te veel een vervanging geworden van een zorgverzekering inplaats van een laatste vangnet. Mijn beleid is erop gericht onverze-kerdheid zoveel mogelijk te voorkomen en op te lossen, zodat de toegangtot de zorg wordt verbeterd en een urgentere zorgvraag zoveel mogelijkwordt voorkomen. Dit is in het belang van de betrokken onverzekerden.Ik heb in mijn brief17 van 18 december 2024 aangegeven dat ik het aflopenvan de SOV per maart 2027 aangrijp om te werken aan een nieuwewettelijke regeling voor de kosten van zorg aan onverzekerden. Het blijftten alle tijden aan zorgaanbieders om te bepalen wat medisch noodzake-lijke zorg is.17Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 161Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18027 De taakstelling van € 40 miljoen wordt met name ingevuld door maatre-gelen te nemen die onverzekerdheid voorkomen en oplossen en hetaanpakken van fraude. Verder zal de taakstelling betrokken worden bij deuitwerking van de nieuwe regeling. Hierbij wordt ook gekeken naarpassende vergoedingen.De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister bij het ontwerpen van denieuwe regeling wil «kijken of het begrip «tijdelijk verblijf» kan wordenbetrokken». Wat betekent dit precies? Is het doel hiermee om de toegangtot medisch noodzakelijke zorg te verbeteren of te beperken?De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister «bij de inrichting van denieuwe regeling ook [wil] verkennen of er rekening gehouden kan wordenmet de mate waarin een zorgaanbieder zich inspant om de onverze-kerdheid van een patiënt op te lossen en of dit ook kan worden gekoppeldaan de hoogte van de vergoeding». Deze leden erkennen het belang vaninzet om onverzekerde mensen aan een zorgverzekering te helpen, maarstellen wel vraagtekens bij de mogelijkheid om dit als voorwaarde voorvergoeding te stellen. Is de Minister wel van plan om zorgaanbieders diehier minder aandacht voor hebben, maar er wel voor zorgen dat onverze-kerden toegang krijgen tot noodzakelijke zorg, wel een toereikendevergoeding hiervoor te bieden? Bestaat anders niet het risico datonverzekerden nog vaker geweigerd zullen worden door zorgaanbieders?Met betrekking tot de afbakening van de te vergoeden zorg heb ik hetbegrip «tijdelijk verblijf» genoemd. Dit begrip wordt vaker genoemd waarhet gaat om het verlenen van zorg, bijvoorbeeld in de Verordening883/2004 die de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van delidstaten regelt. Er vindt nog een nadere juridische analyse plaats of enhoe dit begrip bij de vormgeving van een nieuwe regeling voor medischnoodzakelijke zorg aan onverzekerden die tijdelijk in Nederland verblijvenkan worden betrokken. Daarbij vind ik het belangrijk dat Nederland binnenhaar eigen wettelijke kaders aansluit bij de wijze waarop de zorgverleningen vergoeding van zorg aan onverzekerden in Europa is georganiseerd. Ikheb in mijn brief van 18 december 2024 aangegeven uw Kamer voor dezomer een brief te sturen met daarin de voortgang.Sommige zorgaanbieders bieden naast medische zorg ook sociale hulpaan kwetsbare personen. Met name straatartsen werken samen metgemeenten en maatschappelijke organisaties om hun patiënten te helpenaan een briefadres en een zorgverzekering. Soms wordt ook gezamenlijkgewerkt aan een warme terugkeer naar het land van herkomst. Dit kanlastig zijn bij gezondheidsproblemen. Ik waardeer deze inzet en wilverkennen of ik bij de inrichting van de nieuwe financiële regeling vooronverzekerden rekening kan houden met deze extra inspanningen. Overde wijze waarop loopt momenteel contact met onder andere het CAK ende straatartsen.Daarnaast verken ik een passende vergoeding voor de medische zorg.De leden van de SP-fractie lezen ook dat de Minister wil «verkennen inhoeverre juridisch onderscheid gemaakt kan en mag worden tussendoelgroepen». Zij vragen wat precies het doel zal zijn van dezeverkenning. Erkent de Minister wel dat iedereen recht heeft op denoodzakelijke medische zorg? Zo ja, is de ruimte om onderscheid temaken in welke zorg vergoed wordt dan niet vrij beperkt?Ten algemene heb ik in mijn brief van 18 december 2024 aangegeven dathet niet ongewoon is om verschil te maken tussen verschillende groepenmensen en de zorg die wordt vergoed vanuit verschillende voorzieningen.Verschillende groepen mogen in verschillende situaties nu eenmaalverschillend worden behandeld, en gelijke gevallen worden gelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18028 behandeld. Ook gelden er voor al deze groepen verschillende sets aanrechtsregels, die we in Nederland op hun eigen merites hebben geïmple-menteerd.Ook heb ik in mijn brief het begrip «tijdelijk verblijf» genoemd metbetrekking tot de afbakening van de te vergoeden zorg. Dit begrip wordtvaker genoemd waar het gaat om het verlenen van zorg, bijvoorbeeld inde Verordening 883/2004 die de coördinatie van de socialezekerheids-stelsels van de lidstaten regelt. Er vindt nog een nadere juridische analyseplaats of en hoe dit begrip bij de vormgeving van een nieuwe regelingvoor medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden die tijdelijk inNederland verblijven kan worden betrokken. Daarbij vind ik het belangrijkdat Nederland binnen haar eigen wettelijke kaders aansluit bij de wijzewaarop de zorgverlening en vergoeding van zorg aan onverzekerden inEuropa is georganiseerd. Ik heb in mijn brief van 18 december 2024aangegeven uw Kamer voor de zomer een brief te sturen met daarin devoortgang.De leden van de SP-fractie zijn positief over het feit dat de Minister ookdeels lijkt te willen inzetten op het terugbrengen van het aantal mensenzonder zorgverzekering. Zij vragen wel of er niet nog meer stappen op ditpunt zouden zijn te zetten. Waarom wordt er bijvoorbeeld niet standaardhulp aangeboden bij het behouden van een zorgverzekering op hetmoment dat mensen dakloos (dreigen te) worden? En is het niet ooknoodzakelijk om het verdienmodel van werkgevers die arbeidsmigrantennaar Nederland halen, uitbuiten, afdanken en op straat zetten? Zijn datgeen noodzakelijke stappen om het aantal onverzekerden terug tebrengen?Ik verken op dit moment de maatregelen die genomen kunnen worden omonverzekerdheid te voorkomen en op te lossen. Ik kijk daarbij ook naar depunten die de leden van de SP-fractie noemt, zoals de hulp aan daklozeingezetenen en de rol van werkgevers. Ik heb in mijn brief van18 december 2024 aangegeven uw Kamer voor de zomer te informerenover de stand van zaken.Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie maken zich ernstig zorgen over hetkorten op de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverze-kerden (SOV). Deze regeling is bestemd voor mensen die zich in eenkwetsbare positie bevinden en geen andere manier hebben om betaalbarezorg te ontvangen. Deze leden zien het als een reële verwachting dat hetkorten op de subsidie ertoe leidt dat deze mensen geen of niet voldoendezorg ontvangen, waardoor hun gezondheidsproblemen toenemen, totdatzij zullen sterven. Daarom roepen de leden van de ChristenUnie-fractie deMinister op deze subsidieregeling in stand te houden. Bovendien dringenzij erop aan om de bekendheid voor deze regeling te vergroten onderzorgverleners en de administratieve lasten eromheen te verminderen.De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat de uitgaven aan deSOV-regeling de afgelopen jaren is toegenomen. Heeft de Minister inzichtin de oorzaak hiervan? Waarom wil zij primair sturen op de hoogte van deregeling in plaats van op de onderliggende oorzaak? Welke maatregelenneemt de Minister zelf om het aantal verzekerbare onverzekerden af telaten nemen? Gaat zij het makkelijker maken om een briefadres aan temaken? Gaat zij ervoor zorgen dat gedetineerden tijdens hun detentiegewezen worden op de noodzaak om een zorgverzekering af te sluiten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18029 Sinds de inwerkingtreding van de subsidieregeling medisch noodzakelijkezorg (SOV) in 2017 is het aantal onverzekerde personen sterk gestegen.Het gaat met name om onverzekerde dakloze ingezetenen en steeds meeronverzekerde EU-migranten die in kwetsbare situaties verkeren. Soms ookdoor uitbuiting. Het gebeurt regelmatig dat zij onnodig laat zorg en socialehulp ontvangen, waardoor de zorgvraag toeneemt (en ook duurderwordt). De SOV is te veel een vervanging geworden van een zorgverze-kering in plaats van een laatste vangnet. De kosten van de SOV zijngestegen van € 743.000 in 2017 naar € 105 miljoen in 2024 (dezekostenstijging is ook het gevolg van een hogere bekendheid van deregeling). Mijn beleid is erop gericht onverzekerdheid zoveel mogelijk tevoorkomen en op te lossen, zodat de toegang tot de zorg wordt verbeterden een urgentere zorgvraag zoveel mogelijk wordt voorkomen voorbetrokken onverzekerden.Ik heb in mijn brief van 18 december 2024 aangegeven te willen werkenaan 1. het voorkomen en oplossen van onverzekerdheid, 2. een nieuwefinanciële regeling voor kosten van zorg aan onverzekerden (op adviesvan het CAK), en 3. het voorkomen van fraude met deze regelingen.Op dit moment wordt verkend welke maatregelen kunnen bijdragen aanhet vaker verzekeren van onverzekerde verzekeringsplichtige personen,zoals dakloze ingezetenen en werkende arbeidsmigranten. Het vakerverstrekken van een briefadres is daar onderdeel van. Met betrekking totgedetineerden wordt onderzocht of de opschorting- en herleving van dezorgverzekering geautomatiseerd kan worden.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister nader teverklaren op welke manier zij de beoogde bezuiniging zou willendoorvoeren, nu het onderscheid tussen acute en niet-acute zorg niet temaken is. Op welke manier garandeert de Minister dat elke arts demiddelen houdt om elke patiënt zijn of haar recht op gezondheidszorg teverschaffen? Erkent de Minister dat dit recht nu al in het geding is bijonverzekerden? Hoe brengt zij hier verbetering in? Ziet de Minister eenverschil in recht tussen Nederlanders en niet-ingezetenen? Welkejuridische kaders hanteert de Minister als zij onderscheid tussen verschil-lende doelgroepen van de SOV-regeling en de onverzekerbare vreemde-lingen (OVV) wil maken? Hoe voorkomt zij discriminatie?Er bestaan op dit moment verschillen tussen de vergoeding van zorgtussen de SOV en OVV. Op basis van de SOV ontvangen zorgaanbieders100% van de passantentarieven.Ten algemene heb ik in mijn brief van 18 december 2024 aangegeven dathet niet ongewoon is om verschil te maken tussen verschillende groepenmensen en de zorg die wordt vergoed vanuit verschillende voorzieningen.Verschillende groepen mogen in verschillende situaties nu eenmaalverschillend worden behandeld, en gelijke gevallen worden gelijkbehandeld. Ook gelden er voor al deze groepen verschillende sets aanrechtsregels, die we in Nederland op hun eigen merites hebben geïmple-menteerd.Op advies van het CAK, en naar aanleiding van het aflopen van de SOVper maart 2027, werk ik aan nieuwe geharmoniseerde wettelijke regelingvoor de kosten van zorg aan onverzekerden. Ik heb in mijn brief van18 december 2024 aangegeven rekening te willen houden met de extrakosten die bijvoorbeeld straatartsen maken in verband met de extra hulpdie zij vaak bieden aan patiënten naast medische zorg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18030 De leden van de ChristenUnie-fractie vinden het verkennen waard of eeneenduidige regeling voor verzekerbare onverzekerden en onverzekerdevreemdelingen passend zou zijn. Lezen deze leden het correct dat erbinnen de ene regeling dan nog wel verschillende regimes kunnengelden? Overweegt de Minister om geen onderscheid te maken? Waaromwel of niet? Ten aanzien van de voorgestelde maatregelen aanpakonverzekerdenproblematiek hebben de leden van de ChristenUnie-fractiede volgende vragen. Deze leden moedigen aan om eraan te werken datverzekerbare onverzekerden wel een verzekering afsluiten. Ten aanzienvan arbeidsmigranten en asielzoekers vragen deze leden het volgende.Als de reactie van de Minister bij het radioprogramma Argos van18 januari 2025 de richting is waarin de Minister denkt, dan vragen deleden van de ChristenUnie-fractie de Minister te schetsen op welke manierzij het bij de taak van artsen vindt horen om hun tijd en energie aan tewenden om iemand naar een land van herkomst terug te sturen en andersde artsen te korten op hun vergoeding18. Zij lezen dit idee ook al terug inde brief van de Minister, namelijk dat zij wil onderzoeken of er rekeninggehouden kan worden met de mate waarin een zorgaanbieder zichinspant om de onverzekerdheid van een patiënt op te lossen en of dit kanworden gekoppeld aan de hoogte van de vergoeding. Begrijpt de Ministerdat het artsen dit ervaren als een boete op het normaal uitvoeren van hunwerk, als zij standaard een lagere vergoeding krijgen en alleen een hogerevergoeding als zij zich ook inspannen om de onverzekerdheid van eenpatiënt op te lossen? Wat zou een arts moeten doen om in aanmerking tekomen voor deze hogere vergoeding?Er bestaan op dit moment verschillen tussen de vergoeding van zorgtussen de SOV en OVV. Ik heb aangegeven in mijn brief dat ik (op adviesvan het CAK) wil werken aan één wettelijke regeling voor kosten van zorgaan onverzekerden. Ik wil de SOV en OVV waar mogelijk harmoniseren indeze nieuwe regeling.Sommige zorgaanbieders bieden naast medische zorg ook sociale hulpaan kwetsbare personen. Met name straatartsen werken samen metgemeenten en maatschappelijke organisaties om hun patiënten te helpenaan een briefadres en een zorgverzekering. Soms wordt ook gezamenlijkgewerkt aan een warme terugkeer naar het land van herkomst. Dit kanlastig zijn bij gezondheidsproblemen. Ik waardeer deze inzet. Ik verkendaarom of ik bij de inrichting van de nieuwe financiële regeling vooronverzekerden rekening kan houden met deze extra inspanningen.De leden van de ChristenUnie-fractie vinden de zin «zorg verlenen is meerdan het inleveren van een bonnetje» geen recht doen aan het werk vanalle zorgverleners die zich verantwoordelijk voelen en weten voor degezondheid van hun patiënten. En in het bijzonder aan de huisartsen enstraatartsen die als eerstelijnszorgverleners een brede verantwoordelijkvoor de gezondheid en het welzijn van hun patiënten voelen. Tegelijkertijdbetekent dat wat de leden van de ChristenUnie-fractie betreft niet dat dezeartsen taken hebben zoals het in verzekering brengen van onverzekerden,het weer aan het werk helpen van arbeidsmigranten of zelfs helpen bij deterugkeer naar het land van herkomst of gestraft worden als zij daar nietaan meehelpen.Deelt de Minister de mening dat hierin een verantwoordelijkheid ligt voorgemeenten en maatschappelijke organisaties maar er geen geldelijke strafaan artsen verbonden moet zijn als zij zich hier niet voor inspannen?18https://www.nporadio1.nl/nieuws/onderzoek/2fa5cb4d-df2d-4993-b02d-b50e7dadd5b3/minister-agema-bezuiniging-op-zorg-voor-onverzekerden-verschuift-naar-doktersTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18031 Zoals ik ook heb geschreven in mijn brief van 18 december 2024 heb ikgrote bewondering voor de zorgaanbieders die zich dag en nacht inzettenom zorg te bieden aan onverzekerden.De zorg aan kwetsbare mensen met multiproblematiek, zoals daklozearbeidsmigranten, vraagt vaak om meer dan alleen medische zorg. Eensamenwerking van zorgverleners, de gemeente en maatschappelijkeorganisaties is dan nodig. Bijvoorbeeld om werkloze arbeidsmigrantenweer aan het werk te helpen. Er zijn ook voorbeelden van arbeidsmi-granten die niet terug kunnen naar het land van herkomst door gezond-heidsproblemen en omdat zij uitgeschreven c.q. nog niet ingeschrevenzijn voor zorg bij de sociale zekerheid van het land van herkomst.Sommige zorgverleners bieden extra hulp en zijn tijd kwijt aan sociaaloverleg. Ik waardeer deze inzet. Ik verken daarom of ik bij de inrichtingvan de nieuwe financiële regeling voor onverzekerden rekening kanhouden met deze extra inspanningen.Hoe hoog schat de Minister de (maatschappelijke) kosten als door hetkorten op de regeling de gezondheid van onverzekerden afneemt, in eenlater stadium duurdere (crisis)zorg moet worden geboden, er meermensen met verward op straat zijn of mensen blijvende gezondheids-klachten houden die bij eerdere passende zorg te voorkomen zouden zijngeweest? Neemt zij dit mee in haar afweging om te korten op desubsidieregeling?Mijn beleid is gericht op minder onverzekerdheid, zodat minder menseneen beroep hoeven te doen op de SOV. De SOV is te veel een vervanginggeworden van een zorgverzekering in plaats van een laatste vangnet.Hoewel de SOV alle zorg uit het basispakket vergoed, geeft de zorgverze-kering een betere toegang tot de zorg. Dit is vooral belangrijk bij bijvoor-beeld diabetes, hart- en vaatziekten en kanker. Uitgestelde zorg leidt kandan leiden tot schrijnende situaties (en kostbaardere behandelingen).Bij het bepalen van de vergoeding van zorg vind ik het wel belangrijk omrekening te houden met de wijze waarop de zorgverlening en vergoedingvan zorg aan onverzekerden in Europa is georganiseerd, en te voorkomendat het Nederlandse zorgsysteem een aanzuigende werking heeft. Hetvinden van de juiste balans is daarbij de uitdaging waarvoor ik sta.Ik wil voorop stellen dat mijn aandacht en beleid vooral uitgaat naarmaatregelen om de onverzekerdenproblematiek te verminderen. Dit zorgtvoor een betere toegang tot de zorg waarmee een grotere (en tevens vaakduurdere) zorgvraag wordt voorkomen. Daarnaast wil ik de fraude met deSOV (4%) en de regeling voor onverzekerbare vreemdelingen (15%) stevigaanpakken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 18032

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 1f74b57eb2610fef

14 okt 2026 · 18d2ffa86a236d0c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.