Verslag van een commissiedebat, gehouden op 14 mei 2025, over nettarieven
Brontekst
Versie af89d34c1619f6f0 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 023Voorzienings- en leveringszekerheid energieNr. 571 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 5 juni 2025 De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 14 mei 2025overleg gevoerd met mevrouw Hermans, Minister van Klimaat en GroeneGroei, Vice-Minister-President, over:–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.7 maart 2025 inzake interdepartementaal beleidsonderzoeknaar de bekostiging van de elektriciteitsinfrastructuur(Kamerstuk 29 023, nr. 553);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.13 mei 2025 inzake beantwoording vragen commissie over hetinterdepartementaal beleidsonderzoek naar de bekostiging vande elektriciteitsinfrastructuur (Kamerstuk 29 023, nr. 553)(Kamerstuk 29 023, nr. 569);–de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.25 april 2025 inzake kabinetsreactie op ibo-rapport Bekosti-ging Elektriciteitsinfrastructuur (Kamerstuk 29 023, nr. 567).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,ThijssenDe griffier van de commissie,Nava kst-29023-571ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5711 Voorzitter: PostmaGriffier: TeskeAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Bontenbal, Erkens, Flach,Grinwis, Kops, Kröger, Postma en Rooderkerk,en mevrouw Hermans, Minister van Klimaat en Groene Groei,Vice-Minister-President.Aanvang 9.59 uur.De voorzitter:Goedemorgen. Hierbij open ik het commissiedebat van de commissievoor Klimaat en Groene Groei. We gaan het vandaag hebben over hetonderwerp nettarieven. Ik heet de Minister van KGG van harte welkom enik heet de Kamerleden de heer Grinwis, de heer Flach en de heerBontenbal van harte welkom. Mevrouw Rooderkerk zal ook zo aansluiten.Ik zal ook het woord voeren namens Nieuw Sociaal Contract.Een flink aantal leden moet ons helaas verlaten, omdat er straks ook eenplenair debat start over Draghi. Ik ben bang dat vier van ons dan deruimte gaan verlaten. Dat heeft niets te maken met de importantie van ditdebat. We vinden het allemaal heel belangrijk om het hierover te hebben.Maar dan weet u dat. De sprekers hebben ... De heer Flach.De heer Flach (SGP):Toch even een vraag of eigenlijk een punt van orde. Als er bijna niemandmeer over is bij de beantwoording, is het zo sneu als de Minister strakstegen lege stoelen zit te praten. Kunnen we wellicht de afspraak makenom dat schriftelijk te doen?De voorzitter:Ik kijk even rond om te zien wat de andere leden hiervan vinden. Ik zouzelf zeggen: er zijn ook leden die wel dit hele debat gaan meemaken en ikwil hen eigenlijk niet voor de voeten lopen. Ik hoor dat er nog meermensen komen. We laten het dus even zo.We hebben vijf minuten spreektijd per persoon. Ik zou willen voorstellenom vier interrupties in de eerste termijn te doen. Ik wil graag het woordgeven aan de heer Grinwis, die namens de ChristenUnie het woord zalvoeren.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Goedemorgen allemaal. Goed dat we vandaag metde Minister spreken over het langverwachte ibo over de bekostiging vanonze elektriciteitsinfra. Zoals net door de voorzitter al gemeld werd,kunnen een aantal van ons helaas niet lang blijven vanwege het langver-wachte plenaire debat over het rapport-Draghi. Toch wordt een heelbelangrijk deel van de probleemanalyse van Draghi eigenlijk primair in ditdebat besproken. Nederland en Europa kunnen immers enkel concur-rerend blijven met een betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam energie-systeem. Draghi legt zeer terecht de vinger bij de hoge energieprijzen. Denettarieven zijn daar onderdeel van. Die nettarieven, de netkosten, zullenalsmaar stijgen de komende jaren, voor de industrie en voor anderebedrijven, maar ook voor huishoudens. Cumulatief gaat het tot en met2040 waarschijnlijk over om en nabij 200 miljard euro die moet wordengeïnvesteerd om onze netten een beetje op orde te krijgen. Dat is eenenorm bedrag, dat leidt tot extra kosten voor de gebruiker.Nergens in Europa is het overvolle stroomnet zo’n probleem als hier inons land. Ik overdrijf niet als ik zeg dat het een van de meest ontwrich-tende problemen is voor ons land, niet alleen voor verduurzaming, maarook voor de bouw van nieuwe woningen en voorzieningen als scholen, enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5712 voor onze economie. Bedrijven kiezen nu al niet voor Nederland envertrekken uit ons land vanwege ons overvolle stroomnet. Als je metnetbeheerders spreekt, luiden ze echt de noodklok over wat de conse-quentie is van het niet kunnen doorpakken. Dat zit niet alleen op financiëleaspecten, maar ook heel erg op vergunningsprocedures en ruimtelijkeaspecten. De zorg is dat het geen goede plek dreigt te krijgen in de NotaRuimte. Misschien kan de Minister daar ook nog op reflecteren.Sowieso veel dank aan de werkgroep voor het imposante ibo. Dank aande Minister voor de kabinetsreactie en het aangekondigde pakket. Degrote vraag is: is het genoeg? Zonder pakket aan maatregelen zullen denettarieven voor de industrie waarschijnlijk met 4,8% per jaar stijgen envoor huishoudens met 6,7%. Kan de Minister schetsen wat voor invloedhaar aangekondigde pakket hierop heeft? Welke stijging blijft dan over?De helft? Meer? Minder? Een kapitaalstorting in TenneT zit niet in hetpakket, ondanks mijn herhaaldelijke pleidooi hiervoor en ondanks eenaangenomen motie-Rooderkerk, die de Minister herinterpreteert. DeMinister stelt dat een kapitaalstorting de kosten niet omlaagbrengt, maareen betere financiële positie zorgt toch wel voor minder financierings-kosten voor TenneT? Natuurlijk wordt de investeringsopgave niet kleiner,maar de kosten om deze te financieren worden wel lager. Hoe zit dit nouprecies? Als de Minister geen kapitaalstorting in TenneT wil doen, opwelke manier gaat ze de financieringskosten dan wel omlaagbrengen?Het is goed nieuws dat de IKC verlengd wordt, maar verwacht de Ministerdat hiermee echt een gelijk speelveld in Noordwest-Europa kan wordenhersteld? Wordt de kloof voor, zeg, Nyrstar hiermee overbrugd? Zo nee,welke stap is de Minister voornemens nog meer te zetten, zodat er opelektriciteitskosten echt een level playing field ontstaat in noordwestelijkEuropa?Niet alleen voor bedrijven, maar juist ook voor burgers gaat de energiere-kening hoger worden als gevolg van de netopgave. Dat is zeker voorhuishoudens in een kwetsbare positie problematisch, getuige ook hetgrote animo voor het Tijdelijk Noodfonds Energie. Die was groter dan hetfonds toeliet. Dat was bizar ingewikkeld voor digitaal niet-vaardigemedeburgers en dat is ook best wel slecht verlopen: een enkele dag enhet noodfonds was leeg. Komt het kabinet trouwens met een extrastorting van, zeg, 50 miljoen in het Noodfonds Energie? Anders ga ik daarzeker op terugkomen bij het debat over de Voorjaarsnota.De jaarlijkse middelen uit het Social Climate Fund zullen lager zijn dan dieuit het noodfonds dit jaar en dat noodfonds was al te beperkt. En ook alben ik voorstander van het matigen van de energiebelasting, het helpthuishoudens niet gericht bij prijsschokken. Hoe komt het kabinetkwetsbare huishoudens nou in de toekomst werkelijk tegemoet? DeMinister kan op haar vingers natellen dat volgend jaar het Social ClimateFund niet toereikend zal zijn. Het ibo noemt het sociaal tarief als alter-natief. Dat lijkt verrassend veel op mijn pleidooi in het amendement vanafgelopen jaar bij de Energiewet, dat helaas net aan is verworpen. Is deMinister bereid te verkennen hoe een sociaal tarief zou kunnen wordenvormgegeven en hoe om te gaan met de bekende uitvoeringsproblemen?Dan energieopslag. Opslag op de juiste plaatsen kan miljoenen euro’s aannetverzwaring voorkomen. Ik vind het positief dat de Minister de ACMvraagt of zij binnen Europese kaders ruimte ziet om de nettarieven voorelektrolyse en batterijopslag te verlagen. Die verlaagde tarieven zijncruciaal voor een gelijk speelveld. Wanneer kan de Minister meer delenover de uitkomsten hiervan? Harmonisering van de nettarieven metbuurlanden is een al lang uitgesproken wens van deze Kamer en ook vanmijn fractie. Deze buurlanden hebben al langjarige vrijstellingen gegeven,dus de verwachting is niet dat die snel verdwijnen. Is de Minister het metons eens dat een gelijk speelveld gewenst is, ook als het hierom gaat? Enals de ACM niet over de brug komt, wanneer is de Minister dan bereid omzelf verdergaande stappen te zetten? Met collega Bontenbal heb ik eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5713 motie ingediend om de ACM te vragen te verkennen of het invoerings-tarief ook kan gelden voor energieopslag. Kan de Minister al meer delenover de stand van zaken en wordt de sector hierbij betrokken?Dan ten slotte. Ik sla een stukje over, want de tijd is volgens mij bijna op.Het ibo komt met een aantal belangrijke observaties, onder meer over dewettelijke kaders waarbinnen de energietransitie moet plaatsvinden. Denkaan het groepsverbod, dat het voor netbeheerders heel moeilijk maakt omeen actieve rol te spelen in de energieopslag. Denk aan het feit dat wij onsin de Kamer al heel lang boos maken over de ACM, die richtlijnen veelstrikter interpreteert dan andere toezichthouders doen. Is de Ministerbereid om in EU-verband ook de vormgeving van de Elektriciteitsrichtlijnen de rol van toezichthouders te bespreken en welke eventuele aanpas-singen gewenst zijn om toe te werken naar een toekomstbestendigenergiesysteem?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Tot zover de inbreng van de heer Grinwis. Dan zou ik graaghet woord willen geven aan de heer Flach, die namens de SGP zalspreken.De heer Flach (SGP):Voorzitter, dank u wel. Salomo, die vooral bekendstond om zijn wijsheid,zei: in de veelheid van raadgevers ligt de overwinning. Mooi dus dat ereen stevig ibo-rapport ligt over de bekostiging van het energienet en datde Minister veel aanbevelingen oppakt. De getallen liegen er niet om. Tot2040 ruim 10 miljard euro per jaar. Verdrievoudiging van nettarieven voorhuishoudens. Grootverbruikers hikken nu al aan tegen vier keer hogerenetkosten dan in de omliggende landen. Dat belemmert de gewenstverduurzaming. We moeten het wel in perspectief zien. Door die netver-sterking worden we veel minder afhankelijk van fossiele import uitbijvoorbeeld Rusland. Daar betalen we nu ook meer dan 10 miljard voor.Belangrijke ijkpunten voor de SGP zijn energiebesparing voorop,werkbare verduurzaming, het voorkomen van energiearmoede en hetbehoud van een betrouwbaar energiesysteem als een publiek goed.De netkosten voor onze industrie moeten omlaag. Daar gaan we het straksnog over hebben. Het gat met omliggende concurrenten wordt te groot.De Minister kiest alleen voor verlenging van de indirecte kostencompen-satie met drie jaar. Bedrijven kijken verder. Waarom kiest de Minister nietvoor vijf jaar, de termijn in het ibo die aansluit op IKC-regelingen inomliggende landen? Onder meer de chemische industrie kan geengebruik maken van de IKC. De SGP vraagt de Minister daarom ook tekijken naar de volumecorrectieregeling. Het is wrang dat de ACM dezeregeling afgeschaft heeft terwijl omliggende landen het gewoon blijvendoen.Een volgende hoofdvraag is hoe we kosten aan de voorkant voorkomen.TNO zet in zijn ibo-reflectie een dikke streep onder twee maatregelen: eenrisicogebaseerde benutting van de reservecapaciteit op het net – daar hebik het al eerder over gehad – en het verder oprekken van de tijdshorizonvoor investeringsplannen, omdat één keer een dikke kabel aanleggengoedkoper is dan twee keer de schop in de grond. Hoe pakt de Minister ditop? Netbeheerders moeten voldoende prikkels houden om kosteneffectiefte werken. Het ibo ondersteunt de ACM bij haar voornemen om netbe-heerders vooraf te toetsen op basis van het kostenplaatje in investerings-plannen in plaats van achteraf op basis van de doelmatigheid van deinvesteringen. Maar hoe wordt dan gezorgd voor voldoende bench-marking en voor voldoende prikkels voor een kostenefficiënte werkwijze?Kies voor een betere energiemix. Meer kerncentrales, ook modulairereactoren bij bedrijventerreinen, en minder windparken betekent minderTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5714 stroompieken, een betere netbenutting en dus lagere netkosten. Hoewordt dit meegenomen?Voorzitter. De noodzaak van een slimmer netgebruik staat buiten kijf. Tweeaandachtspunten in dit verband. Elektrolyse en batterijen op de juiste plekin het net beperken de netcongestie. Goed dat de Minister de ACM vraagtte kijken naar mogelijkheden om nettarieven te verlagen. Het huidigetijdsduurgebonden transportrecht met een korting van 65% is beperkttoepasbaar en onvoldoende voor een goede businesscase. De Ministerverwijst naar aangekondigde Europese richtsnoeren, maar in België enDuitsland gelden nu al vrijstellingen. Dus binnen de huidige EU-regels kandit al op korte termijn worden toegepast?De SGP kan zich goed voorstellen dat wordt gewerkt aan een tarief-structuur die kleinverbruikers uitdaagt om bij hoog stroomverbruik dit opde voor het net gunstige momenten te doen. Goed dat netbeheerders zichnu richten op de variant met voldoende prikkels die ook rekening houdthet burgerperspectief. Wordt daarbij wel gekeken naar eventueelpiek-dalindelingen bij de leveringstarieven? Als hier voldoende prikkels inzitten, volstaat wellicht een eenvoudigere indeling voor de nettarieven.Wordt dit in samenhang bezien?Tot slot de vraag wie de lasten dragen voor de netverzwaring. Goed dathet kabinet nu kijkt naar een amortisatiefonds. Er wordt nu geïnvesteerdin netverzwaringen die enkele decennia mee zullen gaan. Dan is het goedom de rekening te spreiden over de tijd. Juist nu zijn grote investeringenin duurzame energieproductie en isolatie nodig en moet elektrificatie nietbelemmerd worden. Komt de Minister voor Prinsjesdag met een voorstel?Netbeheerders waarschuwen voor hogere financieringskosten enonzekerheid over tariefopbrengsten, waardoor het lastiger is om teinvesteren. Hoe gaat de Minister deze risico’s inperken?De ACM kijkt naar een invoeringstarief. Een slim invoeringstarief kan eengoede prikkel zijn voor efficiënte netbenutting. Tegelijkertijd, wat betekentdat voor duurzame energieprojecten? Het geeft een stuk onzekerheid in debusinesscase. CE Delft schrijft dat een slim invoeringstarief heelingewikkeld is in de uitvoering. Energieplanologie is dan wellichteffectiever. Daar moet in ieder geval meer werk van worden gemaakt.Trouwens, hoe worden decentrale overheden daarin begeleid en aanwelke aanpassingen van de Omgevingswet werkt het kabinet? Eenalternatief voor invoeringstarief is een eenmalig aansluittarief. Dan dragenproducenten en indirect ook buitenlandse afnemers van goedkope stroombij aan bijvoorbeeld wind op zee, maar vermijd je onzekerheid over detariefontwikkelingen. Hoe beoordeelt de Minister dat?De voorzitter:Dank u wel. Voordat we verder gaan met de spreektekst van de heerBontenbal wil ik het lid Kröger namens GroenLinks-PvdA, het lid Erkensnamens de VVD en het lid Kops namens de PVV welkom heten. Dan zou iknu graag het woord willen geven aan de heer Bontenbal voor zijn vijfminuten.De heer Bontenbal (CDA):Dank collega Grinwis, voor de bemoedigende woorden. Net als een aantalcollega’s zal ik ietsje eerder uit het debat stappen. Daar baal ik van, wanthet is een prachtig debat over nettarieven. Maar Draghi is ook belangrijk.De reden dat toch aanschuif, is dat ik eigenlijk één belangrijk punt wilmaken. Dat is een groot punt van zorg van mij en mijn fractie. Wijbegrijpen heel goed dat we heel fors moeten investeren in het elektrici-teitsnet en ook dat dat veel geld gaat kosten. Dat is belastinggeld en daarmoeten we dus goed over nadenken en dat moeten we ook goeddoordacht besteden. Daarbij ook gezegd dat het meteen gaat over hettotaal van de energielasten, want, zoals mijn voorgangers ook al hebbengezegd, het kan ook zijn dat de leveringskosten dalen en de nettarievenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5715 stijgen. Het gaat dus om het totale pakket van energielasten dat doorburgers gedragen moet kunnen worden.De inschatting van die kosten, die 200 miljard, die ook in verschillendekranten heeft gestaan, is gebaseerd op het zogenaamde FIEN-rapport. Datis gemaakt door de netbeheerders in samenwerking met PwC. De driegrote netbeheerders. De kleintjes hebben daar niet in meegedaan. Denetbeheerders hebben daar natuurlijk zelf allerlei prachtige rekenmodellenvoor, gebaseerd weer op allerlei scenario’s. Ze doen het ook niet alle drieop dezelfde manier overigens. Dus daar zitten wat kwetsbaarheden in. Hetibo nettarieven borduurt weer voort op dat onderzoek en zoekt vervolgensnaar oplossingen om die kosten op een bepaalde manier te verdelen,maar ook te dempen. Dat vind ik goed, maar mijn zorgpunt is of wegenoeg moeite doen om echt op zoek te gaan naar een energietransitiedie betaalbaar is, dus eigenlijk de laagste maatschappelijke kosten.Ik hoor mezelf nu eigenlijk precies hetzelfde zeggen als toen ik netKamerlid werd, want dit was ook de zorg waarmee ik de Kamer in kwam.Toen hebben we gezegd – collega Grinwis zit te knikken, want die weet datwe het daar veel over gehad hebben in die eerste maanden – dat er eensoort nationaal programma energiesysteem moet komen, waarin we dusdit soort optimalisatieslagen gaan maken. Mijn zorg is dat we dat eigenlijknog steeds niet goed doen, want die laagste maatschappelijke kostenkomen eigenlijk nergens echt goed in beeld, ook omdat we niet van ditsoort optimalisatiestudies doen.Ik ga een paar voorbeelden geven van hoe dat dan uitwerkt. Hebben webijvoorbeeld goed uitgezocht of een energiesysteem dat meer inzet opklimaatneutrale gassen goedkoper is? Ik kom tot de conclusie, alleslezende, dat we dat eigenlijk niet goed gedaan hebben. Dan geef ik ietsmeer detail. Neem bijvoorbeeld de route van de verduurzaming van degebouwde omgeving via de hybride warmtepomp. Daarvan weten we uitverschillende rapporten dat dat een betaalbare route is. Maar als je in dekrochten van alle modellen gaat kijken, zitten daar allerlei randvoor-waarden, volumebeperkingen in. Ik geef er één. In de startanalyse diegebruikt wordt door het Ministerie van VRO zit bijvoorbeeld een cap van 2miljard op groen gas. Dat wordt aan de voorkant in het model gestopt.Nou zeg ik niet dat er zomaar meer is dan 2 miljard kuub groen gas, maarwe weten het ook niet. Als we een flinke investeringsagenda zetten opgroen gas, is er misschien wel 3 miljard voor de gebouwde omgeving. Weweten het niet, maar ik weet één ding zeker: als er 3 miljard beschikbaaris, dan gaat die route nog veel beter uit de verduurzaming van degebouwde omgeving komen als optimaal scenario. We weten het niet endus investeren we er niet in.Een ander punt is toch kernenergie. Ik weet dat de kosten van kernenergieniet zomaar lager worden. Ik zie ook alle rapporten, prijzen enzovoorts.Maar we weten ook niet hoe dat past in het energiesysteem en of datgoedkoper is. In het ibo staat wel ergens een zinnetje: ja, in een energie-systeem met kernenergie zal dat niet goedkoper zijn. Maar een basis vandie berekening, als je goed in alle rapporten leest, is er eigenlijk niet.Sterker nog, er wordt in het ETM-model, het energietransitiemodel vanQuintel, waar Kalavasta daar dan weer een rapportje over schrijft, eeninschatting gemaakt op basis van één extra centrale, terwijl dezelfde club,Kalavasta, van dat energietransitiemodel zelf zegt in stukken dat in hunmodel geen rekening wordt gehouden met – een mooi woord voorScrabble – de nettopologie. Oftewel, er wordt helemaal niet gekeken naareen inpassing in het net, naast het feit dat er gekozen wordt voor ééngrote kerncentrale en niet bijvoorbeeld SMR’s. Dus het is echt niet meerdan een inschatting en ik vind eigenlijk dat je niet op basis daarvan ditsoort uitspraken kan doen. Het enige dat ik weet is: we weten het eigenlijkniet, want we hebben het niet goed uitgezocht.Ik zie ook steeds weer dezelfde adviseurs van dezelfde adviesbureausdezelfde sommetjes maken. Iedereen die wat langer meeloopt kentTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5716 dezelfde rapporten, dezelfde namen. Het is ook een soort zelfreferentiëlekliek inmiddels. Ik was net zo lekker aan het oreren, voorzitter, maar ik gaafronden. Dit is echt mijn grote zorg, dat we dit al heel lang zo doen. Wemoeten frisse ogen van buiten erop gaan zetten, want we zijn eenenergiesysteem aan het inrichten zonder dat we echt goed weten watkostenoptimaal is. Ik denk dat we het slimmer kunnen doen. Er moetenwat bezems van buiten komen die ook naar de modellen van de netbe-heerders gaan kijken, want anders zijn we een energiesysteem aan hetinrichten waarvan we eigenlijk echt niet goed weten of het kostenoptimaalis. Dus mijn enige vraag in dit debat is: Minister, wilt u een procesinrichten met een robuustere manier van sturen zonder dogma’s metmeer transparantie over de modellen, zodat we een energiesysteemuitbouwen dat echt voldoet aan de drie uitgangspunten duurzaamheid,leveringszekerheid en betaalbaarheid? Dat is mijn grootste zorg.De voorzitter:Dank voor de mooie oratie. Ik wil de heer Erkens vragen of hij even hetvoorzitterschap wil overnemen.Voorzitter: ErkensDe voorzitter:Zeer zeker. Dan geef ik volgens mij nu het woord aan mevrouw Postma,omdat een aantal mensen naar het plenaire debat over het Draghi-rapportzal gaan. Mevrouw Postma, u heeft het woord.Mevrouw Postma (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik hou het kort, omdat ik inderdaad ook zo naar deplenaire zaal ga voor het Draghi-debat. Maar ook het debat over netta-rieven vind ik ontzettend belangrijk, want die nettarieven raken deenergierekening van de huishoudens. Er wordt ingeschat dat deuitbreiding van het stroomnet kan leiden tot bijna 7% hogere nettarievenvoor die groep en dit is dan een jaarlijkse stijging. Dat is voor velehuishoudens niet te dragen. Nu al hebben veel huishoudens te lijdenonder een te hoge energierekening. Er zijn dit jaar zo’n 140.000 aanvragenvoor het energiefonds gedaan. Het geld dat erin zat, is nu al op. Er zijn dusveel mensen die geen gebruik kunnen maken van dit fonds. Onzeinschatting is dat deze groep alleen maar zal groeien als de nettarievenook omhooggaan. Wij willen de Minister daarom vragen wat zij concreetgaat doen om deze hogere nettarieven voor huishoudens te voorkomen.We zien dat de kosten van de uitbreiding van het stroomnet onevenredigten laste komen van deze huishoudens. De kosten voor de industriestijgen veel minder hard. Dat vinden wij oneerlijk. Een andere verdelingvan de stijging van de tarieven kan en moet er wat NSC betreft dus ookkomen. Wil de Minister toezeggen dat zij ervoor gaat zorgen dat dezeverdeling van de kosten zodanig wordt aangepast dat die niet langeronevenredig de huishoudens zal treffen? Kan zij hier een voorstel voordoen?Het kabinet heeft zich bij de Voorjaarsnota garant gesteld voor leningendoor TenneT. Wij vragen de Minister: heeft TenneT inmiddels leningenafgesloten die gebruikmaken van deze garantstelling? Of weet de Ministerof TenneT daartoe voornemens is? De kosten van het vertraagdaanpassen van het stroomnet worden ingeschat op tientallen miljarden.Hoeveel van deze kosten van het vertraagd aanpassen komen ten lastevan de overheid? Waar dalen de andere kosten neer? Denkt de Ministerdat het nodig is om met overheidsgeld te investeren in het stroomnet? Isdat niet goedkoper, omdat de kosten van het niet kunnen aansluiten enverzwaren dan worden beperkt? En, zo ja, hoeveel zou er geïnvesteerdmoeten worden? Heeft de Minister daar een beeld bij?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5717 Voorzitter. Nog een vraag. Welke kans ziet de Minister voor institutionelebeleggers om in het netstroomnet te investeren?De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Eigenlijk op een punt helemaal aan het begin van het betoog vanmevrouw Postma, ook aansluitend bij de vragen die de heer Grinwisstelde aan de Minister. We praten vandaag over nettarieven. We hebbengewoon gezien dat het noodfonds een verschrikkelijke scramble was. Datis mensonterend. Er was een beperkt potje. Wie erbij kon, kon erbij.Mensen die digitaal minder vaardig waren of om welke reden dan ookbuiten de boot vielen, zijn gewoon – nou kan ik allemaal lelijke woordengebruiken, maar dat doe ik even niet – de sjaak, en dat is heel milduitgedrukt. Is mevrouw Postma het met mij, de heer Grinwis en volgensmij vele anderen eens dat de Minister gewoon van ons de opdracht krijgt:regel extra geld; dat fonds moet nog een keer open dit jaar. Dit isonacceptabel.Mevrouw Postma (NSC):Ja, absoluut. Er komt deze week een commissiedebat over bestaansze-kerheid. NSC wil absoluut een voorstel doen over dit punt. Dat isbelangrijk, omdat dit potje eigenlijk ligt bij Staatssecretaris Nobel en bijSociale Zaken. Ik ben het er dus absoluut mee eens dat we moeten kijkenhoe we dit kunnen uitbreiden. Wij hebben als NSC ook al motiesingediend – die zijn door uw partij en door anderen gesteund – die hetSocial Climate Fund in willen zetten om dit structureel te maken. Wij zijner namelijk absoluut van overtuigd dat deze pot structureel moet zijn. Ikheb helaas wel de worsteling gezien van de bedrijven die moeite hebbenom bij te leggen. Ik zou die bedrijven, samen met de overheid, wel graagwillen oproepen om te kijken hoe we hier weer mee verder kunnen. Dat isnamelijk absoluut belangrijk. Het feit dat 140.000 mensen zich hebbeningeschreven, de website er aan het begin al uit lag en het fonds binneneen paar dagen – als ik het goed heb in minder dan twee weken – leegwas of dat er zo veel inschrijvingen waren, laat zien dat het gewoon echtnodig is. Hier moeten we dus absoluut mee aan de slag.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Mevrouw Postma (NSC):Dank u. We gaan even naar Duitsland. Staat vast dat de verkoopop-brengst, indien het Duitse deel van TenneT wordt verkocht, in hetNederlandse stroomnet wordt geïnvesteerd, zodat de nettarieven welgaan dalen? Wat gebeurt er als de Duitse tak niet tijdig wordt verkocht ener onderhoud nodig is in Duitsland? Is het dan zeker dat deze kostenalleen gedragen zullen worden door de gebruikers van het net inDuitsland en dat dit niet zal leiden tot hogere tarieven in Nederland?Het stroomnet wordt gemiddeld voor 40% onbenut gelaten om storing tevoorkomen. Is de Minister bereid een deel van deze ruimte te benutten ende risico’s daarvan in kaart te brengen? Deze benutting kan namelijk eendeel van de uitbreiding van het net voorkomen, waardoor de nettarievenminder hoeven te stijgen.Voorzitter. Huishoudens hebben te maken met terugleverkosten. Diekomen boven op de nettarieven en de verbruiks- en energiebelasting diehuishoudens moeten betalen. Terugleverkosten kunnen vermeden wordendoor opslag en automatische uitschakeling. Hoe kan de Minister debeschikbaarheid van voldoende opslagcapaciteit voor huishoudensTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5718 stimuleren dan wel ervoor zorgen dat zonnepanelen automatisch wordenafgeschaald om terugleverkosten te vermijden?Voorzitter. Dan een vraag over de uitvoering van mijn motie over de piek-en daltarieven. Er ligt een aangenomen Tweede Kamermotie die aangeeftdat we willen kijken naar een manier waarop piek- en daltarieven op eeneenvoudige en voor iedereen te begrijpen wijze worden geïmplemen-teerd. Maar wij horen verhalen dat er nog steeds vastgehouden wordt aanhet rapport waarin men met 48 verschillende tarieven gaat werken. Ik zougraag willen weten wat er gedaan is om uitvoering te geven aan dezemotie.Voorzitter. Het kabinet spreekt zich in zijn reactie uit voor het beterbenutten van het net. Er is onlangs een overheidscampagne gestart diehuishoudens oproept liever geen stroom te gebruiken tussen 16.00 uur en21.00 uur. Hoe meet de Minister de effectiviteit van dit soort maatregelen?Kan de Minister een overzicht verstrekken van de maatregelen voor beterebenutting die zij wil nemen en hoe de effectiviteit daarvan zal wordengemonitord?Dan sluit ik af met de stroomstoring in Spanje en Portugal. Wat zijn dekansen dat dezelfde situatie zich voordoet in Nederland? Zijn wij danvoldoende voorbereid?Hartelijk dank.De voorzitter:Dan heeft u nog twee interrupties. Een van mevrouw Rooderkerk van D66.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik hoorde veel in de bijdrage van mevrouw Postma, maar ik miste ietsover de grootschaligere investering die nodig is om de netkosten teverlagen. Een aangenomen voorstel van D66, die door heel veel van deaanwezigen en ook door uzelf is ondertekend, stelt: het kabinet moetgewoon wat doen om te investeren in de aanleg van het net, bij voorkeurhet wind-op-zeenet, en om zowel iets te doen aan welvaart als aanverduurzaming. We zien dat dat uitblijft in het pakket dat de Minister netheeft gepresenteerd. Het wordt weer uitgesteld om na een jaar wachten inseptember daarover de knoop door te hakken, maar eerst wordt eenandere route verkend. Ik ben benieuwd of mevrouw Postma daar net zoteleurgesteld over is. Wat gaat zij doen om te zorgen dat we mensendaadwerkelijk een lage energierekening bezorgen?Mevrouw Postma (NSC):Om het even scherp te hebben: volgens mij doelt mevrouw Rooderkerk opde motie die wij ook hebben gesteund, over het investeren in het netvanuit de overheid. Klopt dat? Ja? Oké. Dat is inderdaad een van depunten die we misten bij de Voorjaarsnota. Mijn vragen aan de Ministerzullen dan ook zijn: wat zijn haar plannen om te kijken of dat nog mogelijkis, hoe groot zou bijvoorbeeld de subsidie zijn die daarbij zou kunnenkomen en wat zou het effect daarvan zijn? Ik zou het dus eerst nog evenvia die vraag voor me willen hebben.Mevrouw Rooderkerk (D66):Het is goed dat u daar nog steeds achter staat en dat u die vraag stelt aande Minister. Het enige wat ik nog een beetje mis, is urgentie. Ik ben dusbenieuwd hoe u daarnaar kijkt. We horen nu natuurlijk al een jaar deoproep vanuit de industrie en de bedrijven om nou iets aan die netkostente doen. Het noodfonds is een soort doekje voor het bloeden voor demensen. Het probleem zit natuurlijk aan de voorkant: hoe zorg je ervoordat die nettarieven lager worden en dat je daar als kabinet ook echt ininvesteert? Ik ben dus benieuwd of mevrouw Postma die urgentie ookecht voelt. Ik maak me daar namelijk heel veel zorgen over. Heel veelmensen in Nederland doen dat denk ik ook.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 5719 Mevrouw Postma (NSC):Volgens mij is er gewoon een gevoel van urgentie, bijvoorbeeld via de 180miljard die het waarschijnlijk gaat kosten. Het ibo-rapport noemt allemaalverschillende maatregelen om het zo veel mogelijk naar beneden te halen.Mijn fractie ziet ontzettend veel in beter benutten. Garant staan voorleningen staat erin. De amortisatie wordt volgens mij uitgewerkt. Er komteen plan voor de IKC om bedrijven tegemoet te komen. Het energienood-fonds is helaas leeg, dus daar moet aandacht voor zijn. Maar absoluut, ikdenk dat het hele pakket urgent is. Volgens mij is mevrouw Rooderkerkhet ermee eens dat we ervoor moeten zorgen dat het net wordt uitgebreiden dat dat betaalbaar blijft. Dit is dus een van de vele opties. Het lijkt meeen goed idee om te kijken of de Minister hierop kan reageren en kanaangeven hoe zij dit ziet richting de augustusbesluitvorming.De heer Bontenbal (CDA):Ik liep toevallig in Valencia tijdens die stroomstoring. Dat was toch gekkerdan je denkt: je hebt geen geld meer op zak, je telefoon is bijna leeg enmet een groep van veertien man ben je om 21.00 uur op zoek naar eten.Maar we hebben gegeten. Je beseft wel veel beter dat we ons betermoeten voorbereiden, maar dat terzijde. Overigens moet de socialistischeregering daar wel stoppen met het dichtgooien van vijf kerncentrales ...De voorzitter:Langzaamaan uw vraag, meneer Bontenbal. U begint toch wat zijpaadjeste bewandelen.De heer Bontenbal (CDA):... maar dat ook terzijde. Het gaat mij even over uw opmerking over detarieven van de netbeheerders voor kleinverbruikers. Het klopt dat er eenmotie over hoog en laag tarief ligt. Er komt een voorstel met een heelaantal tarieven. Dat is heel complex. Moeten we als Tweede Kamer nietheel erg uitkijken dat we aan de ene kant vragen om verlaging van dekosten en de netbeheerders vragen om met een nieuw tariefsysteem tekomen, maar dat we op het moment dat er iets ligt daar weer massaaldoorheen fietsen met moties? Want het moet dan zo en er moet een hoogen een laag tarief zijn, terwijl we eigenlijk niet precies weten of datverstandig is. Dan schieten we een ander model ook meteen af. Ik ben erook bezorgd over dat de Kamer aan de ene kant roept dat het harder moeten dat er een nieuw tariefsysteem moet komen omdat dat bedrag van 180miljard veel lager moet zijn. Maar op het volgende moment, als er eenconcreet voorstel komt dat ons niet helemaal bevalt, fietsen we er weernet zo hard doorheen. Hoe gaan we een manier verzinnen zodat de Kamerzich een beetje normaal gedraagt en de netbeheerders de ruimte geeft ommet een goed gedragen voorstel te komen? Een beetje rust, reinheid enregelmaat.Mevrouw Postma (NSC):Om even met de rust, reinheid en regelmaat te beginnen: die zijn ver tezoeken als je 48 verschillende tarieven hebt. Daar is nauwelijks regelmaatin. Het is niet te voorspellen. Dit soort onderzoeken zijn ontzettend goed tedoen voor mensen die een beetje techie zijn, die het leuk vinden om teinvesteren in de laatste gadgets. Die gadgets kan je dan zo afstellen dat jegebruikmaakt van het goedkoopste tarief. Dan werkt ook de gedragscom-ponent, want we hebben het over een gedragscomponent die je wilinzetten, terwijl er meer dan 1 miljoen laaggeletterde mensen inNederland zijn, terwijl heel veel mensen eigenlijk gewoon heel simpelwillen weten wanneer ze nou wel of niet goedkope stroom kunnengebruiken als zij willen bezuinigen. Er zijn veel mensen die dat helaas ooknodig hebben vanuit een financieel perspectief. De gedachte die NSCdaarachter had, is: maak het voor mensen zo simpel en zo makkelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57110 mogelijk en zorg ervoor dat er een systeem komt waar iedereen in meekan. Want als je een of twee verschillende tarieven per dag hebt –piektariefuren liggen vaak tussen 16.00 uur en 21.00 uur – en als dat jepiek is, dan weet iedereen precies hoe laat dat is. Als je dat weer wijzigt intussen 16.00 uur en 17.00 uur, tussen 17.00 uur en 18.00 uur en tussen18.00 uur en 19.00 uur en dat ook nog eens een keer omgooit en nietduidelijk is wanneer je dat omgooit, dan weet niemand meer waar hij aantoe is. Tenzij je allemaal slimme metertjes hebt die dat voor jou doen,maar dat heeft niet iedereen. Vandaar het verzoek in de motie: ga daarnou eens achteraan en zoek dat nou eens uit. Ik krijg van energiebedrijvenhet bericht: wij moeten een rekening maken die vooral duidelijk enleesbaar moet zijn. Ik ben samen met de Vereniging Eigen Huis op padgeweest en ik heb met mensen energierekeningen bekeken. Die zijn alredelijk complex, kan ik vertellen. Als er nog 48 verschillende categorieënbij moeten wanneer je wat moet betalen voor het net, dan wordt het erniet beter op. Dan krijg je een heel boekwerk thuis. Vandaar de achter-grond van mijn motie en vandaar dat ik de Minister vraag: kijk hieralsjeblieft naar en kijk vanuit het gedrag van de mens hoe je zelf aan deknoppen kan draaien zonder dat je daar techniek of een slim apparaatjevoor nodig hebt. Dat is de gedachte daarachter.De voorzitter:Meneer Bontenbal, uw tweede interruptie.De heer Bontenbal (CDA):U zegt in uw beantwoording: we moeten naar het meest simpele systeemvanuit begrijpelijkheid. Maar begrijpbaarheid is een van de voorwaardendie je in zo’n afweging meeneemt. Vanuit mijn eigen verleden weet ik datnetbeheerders daar ook naar kijken bij dat soort studies. Ik ben nietmeteen voorstander van het model dat voorgesteld is. Ik zoek alleen heelerg hoe we tot een proces komen waarbij de Kamer zich een beetjeinhoudt in plaats van steeds overal doorheen te fietsen, want dat maakthet proces niet beter. Als u zegt dat we naar een systeem van hoog enlaag tarief moeten, dan weet ik daar heel veel gaten in te schieten. Zekerin het energiesysteem van de toekomst gaat het dag- en nachttarief zoalswe dat altijd hadden, gelet op de profielen van productie en verbruik, ertotaal anders uitzien. Dat gaat dus niet werken. Plus stel nu dat weerachter komen dat een wat meer gedifferentieerd tarief 20 miljard zouopleveren, bent u dan nog tegen? Of stel dat het 80 miljard zou opleveren.Er is een afweging tussen de begrijpbaarheid van de energierekening enook de kosten of leveringszekerheid. Ik zou willen dat de Kamer zich eenbeetje gedeisd houdt om te voorkomen dat we een proces steeds in dewielen rijden. Maar ik snap ook dat u zegt dat er een aantal voorwaardenmoeten zijn. Mijn vraag is nogmaals: hoe gaan we een proces zodanig indat er een tariefsysteem komt dat voldoet aan meerdere voorwaarden diewij allemaal belangrijk vinden – ik vind begrijpelijkheid ook belangrijk –maar dat een beetje effectief is, dat het systeem een beetje betaalbaar isen dat de juiste prikkels in het systeem zitten, namelijk dat mensen zoalsik met een elektrische auto meer gaan betalen? Ik moet meer betalen, vindik.De voorzitter:Helder, meneer Bontenbal.De heer Bontenbal (CDA):Dat moet ook in het systeem gaan zitten.De voorzitter:Helder. Mevrouw Postma.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57111 Mevrouw Postma (NSC):Ik ben blij dat de heer Bontenbal ook aangeeft dat de begrijpelijkheidenorm belangrijk is. Ik denk dat wij vanuit een ander vertrekpunt daarinzitten. Voor mij is het juist belangrijk dat we mensen die al moeite hebbenmet het betalen van de energierekening vooropstellen. We moeten eenproces voor hen maken dat ervoor zorgt dat als zij op energie moeten ofwillen besparen, dat voor hen makkelijk en eenvoudig is, omdat zij mindergadgets kunnen kopen of andere manieren kunnen vinden die hen daarbijhelpen. Dat is mijn voorstel. Die motie is al een tijd geleden ingediend.Dat was direct nadat het onderzoek gepubliceerd was. Ik heb dus niet hetidee dat het heel erg in de wielen van het proces aan het rijden is. Dat isgeen goede uitdrukking, merk ik. Maar ik heb niet het idee dat het ietsfrustreert. Die motie vroeg heel simpel: zoek dat eens uit en geef eens aanwat dat kan doen. Maar ze vroeg ook om feedback, waarbij ik wel aangafdat ik die 48 tarieven gewoon absurd vind. Het maakt het niet beter en nietmakkelijker. Als iets niet makkelijk is, dan gaat het niet gedrag veranderen.Dat is natuurlijk wat we willen. Dat is denk ik wat de heer Bontenbal en ikdelen. We willen dat het net zo optimaal mogelijk wordt benut, zodat deoverallkosten het minst zijn. Nogmaals mijn vraag aan de Minister: wat iser gebeurd met de uitvoering van die motie?De voorzitter:Meneer Bontenbal, ik vraag u uw vragen wat bondiger te stellen, want ubegint steeds meer de stijl van de heer Grinwis over te nemen. Hem houdik daar ook aan.De heer Bontenbal (CDA):Ik doe het altijd veel korter dan Grinwis. Ik vind Grinwis ook wel altijd erglangdradig. Uw eerste reactie was dat we een ander vertrekpunt hebben.Dat is niet zo. Ik vind betaalbaarheid heel belangrijk. Dat was de kern vanmijn betoog. Maar juist omdat ik de betaalbaarheid belangrijk vind,moeten we aan een nieuw tariefsysteem werken. In het huidige systeemgaan mensen die heel sober leven, die geen warmtepomp en geenelektrische auto hebben, namelijk straks veel meer meebetalen voor demensen die dat allemaal wel hebben. Mijn punt is dat we wel degelijknaar dat tariefsysteem moeten, juist omdat het de betaalbaarheid voormensen met een krappe beurs verbetert, maar het moet ook een beetjeeffectief zijn. De Kamer moet, denk ik, een goede rol spelen. Ik ben bangdat we te snel naar voren schakelen en het proces daarmee verstoren. Datis mijn zorg.Mevrouw Postma (NSC):Daar zitten wij gewoon anders in. Naar mijn idee is dit juist een werkbaarsysteem voor mensen door het feit dat het zo simpel is. Dat is een beetjewat de motie beoogt: zorg dat er een simpel systeem is dat iedereenbegrijpt en waarmee je gewoon aan de slag kan. Dat is de reden waaromik de motie heb ingediend en waarom ik vraag hoe het zit met deuitwerking.De voorzitter:Meneer Bontenbal, voor uw laatste interruptie.De heer Bontenbal (CDA):Ja, ik ga toch zo weg. Dan bent u van me af. Ik dacht: nu komen we nogergens. Maar ik word nu ... Mijn punt is: hoe weet u nou eigenlijk dat dathet beste systeem is? U weet dat helemaal niet. Als Kamerlid weet je datniet. Je maakt die berekeningen niet. Wij hebben allemaal relatief weinigverstand van het energiesysteem. Ik vind het dus nogal grootspraak om tezeggen: het tariefsysteem dat ik voorstel, gaat het wel even doen. Ik vindhet echt misplaatst als Kamerleden dat voorstellen, want wij hebben dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57112 kennis gewoon niet. Daar zit mijn zorg. Fiets niet vooruit, laat de sectordoen waar hij goed in is en geef randvoorwaarden mee over betaal-baarheid, begrijpelijkheid enzovoorts, maar laat het proces ook een beetjezijn gang gaan. Want als wij het allemaal gaan sturen, dan weet ik éénding zeker: dan wordt het een puinhoop. En dat is geen goed bestuur.Mevrouw Postma (NSC):Het is mooi dat een motie zo veel teweegbrengt. Naar ons idee is dit juisteen voorstel dat veel makkelijker is in de uitvoering en dat duswaarschijnlijk veel meer effect heeft. Ik heb dit niet zelf bedacht, maar ikheb er met veel mensen over gesproken. Ik ben het met de heerBontenbal eens dat er wel naar gekeken moet worden hoe je dat preciesneerzet. Maar het idee van die 48 verschillende tarieven, waarbij jemensen zou prikkelen om op een andere manier gebruik te maken vanstroom en zich aan te passen, vond ik vanaf het begin wat absurd. Ik bendus gaan zoeken naar andere manieren. Ik ben in gesprek gegaan metandere organisaties om te kijken wat we zouden kunnen doen en wat zoukunnen werken. Daar is die motie uit voortgekomen, om er simpelwegeens naar te kijken. Mijn zorg is dat er met die motie helemaal nietsgedaan is. Want de heer Bontenbal is het toch wel met mij eens dat er inieder geval gekeken moet worden naar een aangenomen motie en datdaar feedback op gegeven moet worden. Als het inderdaad zo absurd is,dan hoor ik dat vast van de Minister. Maar mijn vermoeden is dat dat welmeevalt.De voorzitter:Dan de heer Grinwis, die het tegendeel gaat bewijzen van mijn opmerkingvan zojuist. Meneer Grinwis, uw vraag.De heer Grinwis (ChristenUnie):Het Noodfonds Energie. In de paar dagen dat het open heeft gestaan,waren er 210.000 aanvragen. Het noodfonds kan met 56,3 miljoenongeveer 100.000 huishoudens helpen. Welk bedrag moet daarbij watNSC betreft? Ik deed net een suggestie: in ieder geval 50 miljoen. Hoezouden we dat kunnen dekken? Mijn suggestie was om bijvoorbeeld detaakstellende onderuitputting nog eens met 50 miljoen te verhogen in hetkader van realistisch ramen en bestaanszekerheid. Moeten we volgendjaar niet ook het idee van een sociaal tarief verder uitwerken?Hiermee besluit ik mijn interruptie en zeg ik tegen de heer Bontenbal: eatyour heart out!De voorzitter:Mevrouw Postma. En complimenten aan de heer Grinwis voor de bondigeinterruptie.Mevrouw Postma (NSC):Die was heel kort, hè! Het waren wel twee vragen ineen. Ik weet niet of udat stiekem heeft gehoord.De voorzitter:Nee, maar het is een verbetering. Dat is prima.Mevrouw Postma (NSC):Het is inderdaad een verbetering. Ja, we moeten absoluut kijken hoe wedit fonds weer kunnen vullen. Maar de complexiteit van dit fonds – datweet de heer Grinwis ook – is dat de afspraak is dat de bedrijvenmeebetalen. Die kwamen niet zo heel erg snel over de brug, om het maareventjes nog vrij lief samen te vatten. Volgens mij zit daar de grootsteuitdaging. Maar ik zou absoluut Staatssecretaris Nobel willen uitdagenmet de vraag om te kijken of er extra geld is, bijvoorbeeld uit de envelopTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57113 voor groepen in de knel of via een andere manier. En hoe kunnen weervoor zorgen dat die bedrijven mee gaan betalen? Die oproep zouden wein het debat over bestaanszekerheid willen neerleggen.De heer Grinwis had het over het sociaal tarief. Daar moeten we even naarkijken. Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik daar nog niet zo diep naargekeken heb, dus daar moet ik me even in verdiepen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank voor dit welwillende antwoord, maar het is geen concreet antwoord.Welk bedrag is er in ieder geval nodig? Je zou ook kunnen besluiten datde private partijen naar rato moeten bijdragen. Maar ik denk dat als je eenextra inspanning vraagt voor dit jaar, dat best wel kan en dat je alspublieke sector, dus als overheid, zelf iets extra’s zou moeten storten.Denken collega Postma en de NSC-fractie dan ook aan een bedrag van omen nabij de 50 miljoen, zodat je het budget verdubbelt en om en nabij de200.000 huishoudens kan helpen in plaats van 100.000? Die aanvragenkomen niet uit de lucht vallen. Het is een signaal dat heel veel mensen hetbuitengewoon moeilijk hebben om de eindjes aan elkaar te knopen en datde energierekening als een loden last om hun nek hangt.Mevrouw Postma (NSC):Ik ben het er absoluut mee eens dat het zo nodig is. Dat zei ik eerder al.Het is eigenlijk triest dat het zo nodig is. U noemde 210.000 inschrijvingen.Ik zat nog op 140.000. Dat zal wel een paar dagen geweest zijn voordat hetnoodfonds sloot, maar dat is immens. Het betekent dat er absoluut watmoet gebeuren. Het lukt me op dit moment niet om concreet te zijn overhet bedrag. We zouden dat bijvoorbeeld in het debat over bestaansze-kerheid aan de heer Nobel kunnen vragen, die daar wat meer zicht opheeft dan ik of deze Minister, omdat dat potje simpelweg niet hier ligt.De voorzitter:Mevrouw Kröger, voor uw interruptie.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Toch op dit punt. Is het wat de fractie van NSC betreft nodig dat hetbedrag zo wordt opgeplust dat al die mensen die er gewoon aanspraak opzouden moeten kunnen maken dat ook kunnen? Dat is gewoon eenopdracht aan een Staatssecretaris, en dan kunnen we met zijn allenongeveer op een bierviltje bedenken welk bedrag daarbij hoort. Is dat deopdracht die NSC hem gaat meegeven? We hebben eerder in Groningengezien wat «first come, first served» betekent op het moment dat je eenregeling zo optuigt. Het is gewoon een ratrace, die altijd lomp en asociaaluitpakt, en dat is nu gebeurd. Is de opdracht van NSC voor het kabinet:plus het zo op dat de mensen die gewoon recht hebben op die regelingdaar ook gebruik van kunnen maken?Mevrouw Postma (NSC):Ik kan «m helaas niet zo hard stellen als mevrouw Kröger zou willen. Datwe ermee aan de slag gaan, is absoluut nodig. Hoeveel geld ervoor nodigis, heb ik eerlijk gezegd nog niet scherp. Dat er meer bij moet, ja. Dat mijnwens is om er meer bij te doen, absoluut. Maar ik kan geen geld maken,en dat weet mevrouw Kröger ook. Daarom zei ik dus: dit is een punt datwe in het debat over bestaanszekerheid aan de orde willen brengen,omdat dat een debat is met de goede Staatssecretaris, die verantwoor-delijk is voor dit potje. Maar dat zal absoluut de oproep zijn.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we door naar mevrouw Rooderkerk van D66. Ik ruileven van plek met mevrouw Postma, die net als een aantal anderen naarhet plenaire debat gaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57114 Dan continueren we nu het debat over het ibo over nettarieven. Ik geef hetwoord aan mevrouw Rooderkerk van D66 voor haar vijf minutenspreektijd.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank, voorzitter. We bespreken vandaag de nettarieven, maar het onlangsaangekondigde klimaatpakket werpt natuurlijk een schaduw over ditdebat. Dat is niet verrassend, maar wel teleurstellend. Bij de start van hetkabinet beloofde de VVD dat de klimaatafspraken zouden blijven staan,maar inmiddels blijkt die belofte geen stand te houden. Het huidigeklimaatpakket schiet tekort, en dat terwijl het zo nodig is om wat te doenaan de hoge nettarieven en kosten voor mensen en bedrijven. Denoodoproep van de industrie wordt beantwoord met een greep uit hetKlimaatfonds en een nieuwe fossiele subsidie in plaats van een echteoplossing. Mensen die nu het net gebruiken, blijven op deze manieropdraaien voor de aanlegkosten waar toekomstige generaties vanprofiteren.Voorzitter. Het kan wel. Dat liet D66 al zien in het vorige kabinet endaarvoor blijf ik voorstellen doen. Daarom wil ik vandaag drie puntenbespreken. Eén: het investeren in het verlagen van de netkosten, duskapitaalstorting in TenneT. Twee: slimme subsidie om netbelasting teverminderen. En drie: het aanhalen van de ambities voor wind op zee.Ik begin bij de netinvestering. Een paar maanden geleden steunden velenin deze commissie ons voorstel voor forse investeringen in TenneT omzowel de energierekening te verlagen als de aanleg van wind op zee teversnellen. We weten namelijk dat dat nodig is. Er is berekend dat er 88miljard nodig is voor de aanleg van wind op zee tot 2040. Daarmee snijdthet mes aan twee kanten. Het zorgt voor onze welvaart, want het levertnatuurlijk ontzettend veel op, en het zorgt ook goed voor ons klimaat.Maar momenteel ligt er slechts uitstel. De plannen van de Minister om inseptember pas weer een knoop door te hakken geven uitstel waarNederlanders niet op zitten te wachten. Bovendien geeft ze in de brief aanalleen te investeren als de staatsschuld niet hoeft te worden aange-sproken, maar kunnen we de lasten van de transitie niet uitsluitend bij demensen nu leggen. Investeringen in het net leveren jaarlijks tientallenmiljarden maatschappelijke waarde op. De industrie smeekt om struc-turele verlaging van de nettarieven. Huishoudens gaan in de komendejaren € 700 aan netkostenverhoging zien. Dat is natuurlijk enorm, gezienwat er nu al aan hulpvragen bij het noodfonds binnenkomt. Daarom hebik de volgende vragen aan de Minister. Waarom maakt zij nu geendefinitieve keuzes? Waarom weer uitstel? En wat als de gekozen amortisa-tieroute, waar ze nog onderzoek naar doet, niet werkt? Gaat ze danopnieuw met de Minister van Financiën in gesprek?Dan ten tweede: beter gebruikmaken van het net is van groot belang.Netbeheer Nederland schat dat we met slimme flexibiliteit in het gebruik30 miljard euro kunnen besparen op netinvesteringen. Door huishoudensbijvoorbeeld te stimuleren om eigen opwekking en verbruik te combi-neren, zoals met slimme warmtepompen en laadpalen, kunnen wenetcongestie verminderen en extra aanlegkosten besparen. Daarom vraagik de Minister of zij onderzoek zou willen doen naar een zogenoemdeflexbonus, die huishoudens extra stimuleert om bijvoorbeeld hunapparaten slimmer te gebruiken. Naast zonnepanelen via deISDE-aanschafsubsidie zou je dan ook een warmtepomp of een laadpaalkunnen aanschaffen. Die kan je dan dus met elkaar laten samenwerken,zodat je je eigen stroom verbruikt, die niet hoeft terug te leveren en zokosten kan voorkomen. Ik wil vragen of zij dit zou willen onderzoeken.Daarnaast ben ik ook heel benieuwd welke maatregelen zij neemt om denetkosten in samenwerking met de netbeheerders te verlagen, zodat zijkostenefficiënter gaan werken. Ik denk dat het ook echt van belang is datwe daarop blijven sturen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57115 En dan ten derde: de achterblijvende ambities voor wind op zee. Het ibogeeft aan dat het van belang is dat we hard inzetten op de aanleg van hetnet op zee, maar ondertussen staan windparken op de Noordzee op losseschroeven. Dan verwijs ik bijvoorbeeld naar het onlangs in twijfelgekomen windproject van 2,4 gigawatt van het Deense Ørsted voor deBritse kust. Maar ook bij ons eigen windpark is het echt maar de vraag ofhet gaat lukken. Ik lees dan in de brief van de Minister: «We gaan de uitrolvan wind op zee in evenwicht brengen met de verwachte vraagontwik-keling en het uitroltempo indien nodig bijsturen». Dat klinkt dus opnieuwals uitstel. Wat gaat zij nou concreet doen om de wind-op-zeeambities teredden? Is het niet nodig om ook onze plannen daarop aan te passen? Hetnationaal plan energie van 2023 bevatte ambitieuze doelen, zoals 35gigawatt wind op zee in 2035, maar uit recente analyses van het PBL blijktdat we daar ver vandaan zitten. We komen waarschijnlijk op de helft uit.Bovendien kende Nederland sinds 2017 de laagste toename aan windtur-bines, met afgelopen jaar zelfs maar zeven nieuwe windmolens op land.Dus ja, we zien aan alle kanten dat hier een heel grote bottleneck isontstaan. Hoe trekt de Minister dat uit het slop? Gaat zij wellicht hetnationaal plan energie hierop aanpassen, om te zorgen dat we niet nog tot2028 wachten met een evaluatie, maar dit plan nu meteen zo opstellen dathet ook klopt met hoe we ervoor staan? Of liever nog, gaat ze zorgen datwe veel harder aan het werk gaan?Tot slot, voorzitter. Het kan wel; dat blijf ik zeggen. Maar dan is er echtmeer nodig dan dit getreuzel en deze politieke besluiteloosheid. Kom inactie voor mensen en bedrijven, voor de industrie.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kröger vanGroenLinks-PvdA.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over hoe we ons stroomnetklaarstomen voor de toekomst en hoe we de kosten betaalbaar houden eneerlijk verdelen. Maar ik kan dit debat met de Minister van Klimaat nietbeginnen zonder eerst mijn diepe teleurstelling uit te spreken over hetpakket met maatregelen dat in de media zo treffend het «antiklimaat-pakket» werd genoemd. Dit zijn zo veel gemiste kansen om eindelijkstevig in te zetten op het isoleren van huizen, het besparen van energie inde industrie, warmtenetten, lokale opslag in buurtbatterijen en meerschone wind- en zonne-energie, eigenlijk op al de zaken die we keihardnodig hebben voor het aanpakken van netcongestie en het drukken van dekosten van ons stroomnet. Het Expertteam Energiesysteem schetste –volgens mij is dat nu twee jaar geleden – in zijn rapport hoe een decen-traal energiesysteem met wijken die energie opwekken en opslaan metcomfortabel goed geïsoleerde huizen, eventueel aangesloten op eenwarmtenet, een belangrijk antwoord is op een deel van de grote vragenvan deze tijd, namelijk: hoe pakken we de klimaatcrisis aan en hoe zorgenwe voor betaalbare, onafhankelijke energie? Dat rapport lijkt in een diepela verdwenen te zijn en zeker niet meegenomen te zijn in dit ibo. Mijneerste vraag aan de Minister is: wil zij in de uitwerking van de visie opdecentrale opwek en energiegemeenschappen, die we nog voor de zomerin deze Kamer krijgen, meenemen wat dit betekent voor de investerings-opgave in het net?Voorzitter. Dat er een grote investeringsopgave ligt, is duidelijk. De vraagis: welke investering gaat dit kabinet concreet doen? We zijn namelijkbezig met een inhaalslag. Jarenlang is er alleen reactief gebouwd, terwijldegenen die klimaatbeleid al heel lang serieus namen, ook allang wistenhoe groot de rol van elektriciteit ging worden en dat je dus moet bouwen.Ik heb een waslijst aan vragen naar aanleiding van dit ibo. De KamerbriefTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57116 las toch vooral als meer van hetzelfde: weinig nieuw beleid en op dewinkel passen, terwijl we op een muur afrijden. Dat is wat deze Ministerdoet. Erkent de Minister dat er in de afgelopen kabinetten onvoldoende isgestuurd op de elektrificatieopgave? Hoe gaat ze dat nu wel doen? Is hetNPE dan leidend? Hoe zorgen we dat er een stevige regie komt op waarwelke investeringen plaatsvinden en hoe we een maatschappelijkeweging maken in prioriteiten? Energiebesparing wordt in het ibo alseerste stap genoemd voor het verlagen van de kosten. Wat gaat deMinister extra doen om energiebesparing aan te jagen? Waarom is hetnationale programma voor energiebesparing gesneuveld? Wanneerkomen de sectorale doelen? Het kan helpen om netbeheerders lokaal eenrol geven bij bijvoorbeeld batterijopslag of bij duurzame opwek om balanste creëren in het net. Dat wordt ook in het ibo als optie geschetst. Mijnamendement op de Energiewet maakt dit ook mogelijk. Welke concretestappen worden er lokaal gezet?Er wordt vrij veel geschreven over energiehubs, maar weinig overenergiegemeenschappen. Kom met een stevige actieagenda voor hetondersteunen van energiegemeenschappen. Waarom koersen op maar500 wijken? De sector zelf rekent al met 1.000 wijken.Warmtenetten worden ook als belangrijke kostenbesparing genoemd. Hetibo rekent met maar 20%. Blijft de Minister echt sturen op 30%? Hoezorgen we er dan voor dat de vermeden kosten van netinvesteringenlanden in de businesscase van een warmtenet?Hoe wil de Minister concreet energieplanologie vorm gaan geven? Eerderhebben we in de discussie over datacenters – bij Zeewolde was dat eenheftig debat – gepleit voor een duidelijk ruimtelijk kader voor energie-intensieve bedrijvigheid. Komt dit er, bijvoorbeeld ook voor elektrolysers?Hoe gaat deze Minister sturen? Hoe gaat het maakbaarheidsgatopgevangen worden? De vorige keer, toen ik vroeg naar de arbeidsmarkt-agenda, werd ik doorverwezen naar SZW. Maar deze Minister is verant-woordelijk voor die netten, dus pak alsjeblieft de regie.Hoe gaat de Minister ingrijpen op de betaalbaarheid voor huishoudens? Inde brief noemt ze het noodfonds als voorbeeld. Maar het is echtbeschamend, want het is een vernederende digitale ratrace; vechten vooreen beperkt potje geld. Wat gaat de Minister doen? Wil de Ministerconcreet sturen op lagere nettarieven voor mensen die bijvoorbeeld opeen warmtenet zitten? Of zou zij bereid zijn om te onderzoeken of éénvastrecht voor energie, of je nu elektriciteit, gas of warmte gebruikt, eenoptie zou kunnen zijn, waarbij een verwarmd huis als basisvoorzieninggeborgd is?Op welke termijn kan de amortisatie nou echt helpen om voor de kostenvoor de industrie, die nu in het proces van verduurzaming zitten, echtverlichting te brengen? Is dat dan de concrete inzet van de Minister? Watkunnen we daarop verwachten? Op welke andere manieren denk zijkapitaalkosten te drukken? Gaat zij in Europa pleiten voor een rentekortingop groene investeringen om de kapitaalkosten te drukken?Hoe kijkt zij naar ons eerdere voorstel voor een Noordzeepact, waarbij jeecht concrete afspraken maakt over langetermijnprijsgaranties tussenwindstroom en vraagafname van de industrie? Wil de Minister serieuskijken naar hoe we door te meten veel beter inzicht kunnen krijgen in dehuidige belasting van het net, waar het net zwaarder belast kan worden enwelke risicoafwegingen daarbij gemaakt kunnen worden?Dit is een hele waslijst aan vragen. Ik verwacht dat ik door mijn tijd heenben, voorzitter. Anders zou ik gewoon nog een heleboel extra vragenkunnen stellen. Maar, voorzitter, misschien tot slot ...De voorzitter:Tot slot inderdaad.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57117 Deze coördinerend Minister heeft een sleutelpositie voor de toekomst vanons land. Het is hoog tijd dat zij uit de schaduw stapt en gaat staan voorde opgave die er ligt.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Kröger. Dan de heer Kops van de PVV.De heer Kops (PVV):Dank, voorzitter. Een debat over nettarieven, over netkosten. Wat datbetreft moet het ergste nog komen. Zie het ibo-rapport. Om de problemenop het net op te lossen, is er tot 2040 maar liefst 195 miljard euro nodig.Dat is meer dan € 10.000 per huishouden. Maar, zo lezen we, als hettegenzit, kan het bedrag ook zomaar oplopen tot 250 miljard. Het zijnongekende, absurde bedragen, waar je je eigenlijk totaal geen voorstellingvan kunt maken. En dan te bedenken dat 88 miljard daarvan specifiekbedoeld is voor het net op zee, oftewel voor het aansluiten van windtur-bines. Het is en blijft waanzin om daarvoor zo veel geld uit te trekken,want de investeringsbereidheid van energiebedrijven die die turbinesdaadwerkelijk bouwen, neemt af. Dat ten eerste. Ten tweede delen anderelanden niet mee in de kosten van dat net op zee. Ten derde worden diekosten vervolgens afgewenteld op de Nederlanders.De netkosten zullen dan ook exploderen: van € 400 in 2024 naar € 1.100 in2040, lezen we. Let wel, dat is bij gelijkblijvend verbruik. Klopt het dathuishoudens die gaan verduurzamen en daarmee gaan elektrificeren,omdat de overheid dat zo graag wil, vanwege een hoger elektriciteitsver-bruik nog meer gaan betalen? Graag een reactie. Want daar zit nu juist hettegenstrijdige. Gas is duur en de overheid wil dat mensen van het gas afgaan. Mensen gaan vervolgens meer elektriciteit verbruiken, maar dat kanhet net allemaal niet aan. Netbeheerders vrezen zelfs dat honderddui-zenden huishoudens daardoor zonder elektriciteit komen te zitten. Dooralle benodigde miljardeninvesteringen gaan mensen alsnog de hoofdprijsbetalen. Hoe legt de Minister dit uit?Voorzitter. Op 25 april jongstleden heeft de Minister een brief gestuurd.Een van de maatregelen die zij daarin aankondigt, is het beter benuttenvan het net, oftewel het spreiden van elektriciteitsverbruik. Feitelijk is diemaatregel al in gang gezet. Want wat lazen we? Via de campagne «Zet ookde knop om» worden huishoudens opgeroepen om tussen 16.00 uur en21.00 uur zo min mogelijk elektriciteit te verbruiken door vaatwassers,wasmachines, maar ook warmtepompen op een later moment aan tezetten en het opladen van de elektrische auto uit te stellen. Wat eengekkigheid. Ten eerste: huishoudens hebben de ellende op het net nietveroorzaakt, maar worden zo wel de dupe. Ten tweede: het is de overheidgeweest die mensen aan de elektrische auto en de warmtepomp wildehebben en vervolgens vraagt diezelfde overheid om het gebruik daarvanuit te stellen. Wat een armoe. Ten derde: de overheid hoort helemaal nietbij mensen achter de voordeur te komen. Het gaat haar helemaal nietsaan welke apparaten mensen überhaupt hebben en wanneer zij dezeaanzetten. Ten vierde: kan de Minister nog even bevestigen dat het hierslechts om een oproep gaat, om een verzoek, en dat huishoudens dus opgeen enkele manier verplicht zijn om hieraan mee te werken?Ik vraag hier expliciet naar omdat in de brief van de Minister staat:«Huishoudens en bedrijven zullen hun elektriciteitsverbruik meer moetenspreiden over de dag.» Er staat «moeten spreiden», dus het lijkt weldegelijk om een verplichting te gaan. Klopt dat? We mogen toch hopenvan niet. Dan nog een kleine tip: wellicht kan de Minister het energiever-bruik op haar eigen ministerie drastisch terugbrengen, bijvoorbeeld van9.00 uur tot 17.00 uur. Graag een reactie.Voorzitter. De Minister schrijft dat netbeheerders werken aan een voorstelvoor een volume- en tijdsafhankelijk nettarief voor kleinverbruikers. WatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57118 betekent dat precies? Dat zijn prijsprikkels. Klopt dat? Gaan de tarieven opdalmomenten dan omlaag en worden huishoudens die daarvan gebruik-maken beloond? Of andersom? Gaan de tarieven op piekmomentenverder omhoog en worden huishoudens die helemaal niet in degelegenheid zijn om hiervan gebruik te maken feitelijk gestraft? Oftewel,gaat een gemiddeld huishouden er hierdoor financieel op vooruit ofachteruit? Graag een reactie.Voorzitter. Verder schrijft de Minister dat het kabinet werkt aan eenveiligheidsmechanisme, waarmee – ik citeer – «vlak voordat overbelastingvan het net zich voordoet, of in real time, de productie of het verbruik vanslimme netintensieve apparaten automatisch wordt beperkt». Betekent ditdat netbeheerders wanneer zij dat nodig achten op afstand apparatengaan afschakelen? Is dat het? Dat kan en mag namelijk niet gebeuren.Welke netintensieve apparaten worden hier eigenlijk bedoeld? Hoe weetmen überhaupt welke apparaten huishoudens bezitten? Hoe zit hetbijvoorbeeld met energieslurpende medische apparatuur, die helemaalniet afgeschakeld kan worden? Iets meer dan een jaar geleden was hier inde Kamer met de voorganger van deze Minister al felle discussie over. DeKamer heeft toen unaniem een PVV-motie aangenomen die uitsluit datnetbeheerders bij huishoudens achter de voordeur komen ter reguleringvan het elektriciteitsverbruik. De vraag is dus of de Minister kan beves-tigen dat dit nog altijd uitgesloten is.Dank u wel.De voorzitter:Dan dank ik de heer Kops. Heeft mevrouw Kröger een interruptie?Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Nee, helemaal niet. Ik dacht dat de heer Erkens ...De voorzitter:Ik wou eerst kijken of er nog interrupties waren. En zo nee, dan wilde ik uinderdaad vragen om het voorzitterschap over te nemen zodat ik mijninbreng kan leveren.Voorzitter: KrögerDe voorzitter:Allemaal één grote synchroniciteit. Ik geef het woord graag aan de heerErkens.De heer Erkens (VVD):Dank u, mevrouw Kröger. De VVD ziet een betrouwbaar elektriciteitsnet alseen belangrijke randvoorwaarde voor economische groei, energieonaf-hankelijkheid, woningbouw en verduurzaming. De energietransitie looptmomenteel vast op netcongestie en de torenhoge investeringskosten diedaarbij komen kijken. Die investeringskosten vertalen zich door intorenhoge nettarieven. Dat raakt onze concurrentiepositie, bedrijven en deportemonnee van onze huishoudens. Daarom is realisme nodig: snellerhet stroomnet uitbreiden, slimmer het net gebruiken en die kosten forsomlaag krijgen.Allereerst moet dat bedrag van 195 miljard tot 2040 omlaag. Dat is tehoog. Het moet ook geen gegeven zijn. We vinden het, net zoals collegaBontenbal al aangaf, daarbij zorgwekkend dat in de analyse van systeem-kosten in het ibo beperkt gekeken blijft worden naar de maximale inzet ophernieuwbaar en dat er onvoldoende is gekeken naar alternatievesysteemkeuzes, zoals meer kernenergie. Het enige scenario gaat uit vanéén kerncentrale, wat tot een besparing van 2 miljard euro aan netver-zwaring zou leiden, in plaats van de vier die afgesproken waren in hethoofdlijnenakkoord en de inzet van SMR’s. Een grotere rol voor kerncen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57119 trales zou piekbelasting reduceren, minder netinvesteringen vergen en debetrouwbaarheid kunnen verhogen. Daarom willen we alsnog diedoorgerekende systeemanalyse met grotere hoeveelheden kernenergie endaarmee ook echt fundamenteel andere keuzes, zodat we die als Kamerkunnen bespreken. Deze analyse willen we voor de begrotingsbehan-deling op tafel hebben. Graag een reactie van de Minister. Het bedrag van195 miljard kan mogelijk ook op andere manieren omlaag. Er zijn al eenheleboel opties genoemd: flexibilisering, warmte et cetera.Ik wil graag ook nog ingaan op de samenhang met netinvesteringen eninterconnecties en doorvoer, waar nog relatief weinig zicht op is. De VVDzou willen dat TenneT verplicht wordt om voor elk groot investeringsbe-sluit inzichtelijk te maken welk deel voor Nederlands gebruik en welk deelvoor buitenlandse afname is. Kan de Minister de Kamer hier voortaanover informeren? Er moet worden voorkomen dat Nederlandsehuishoudens de rekening betalen voor de elektrificatie in België enDuitsland zonder afspraken over kostendeling. Er wordt ook nagedachtover mogelijkheden voor nieuwe interconnectoren. Kan de Ministergaranderen dat bij deze projecten, maar ook bij lopende projecten,bijvoorbeeld voor diepe aanlanding, de kosten evenredig verdeeldworden tussen de deelnemende landen? Dat kan bijvoorbeeld via eenbuurlandentarief of bilaterale kostendeling. Kan de Minister ook garan-deren dat binnenlandse investeringen voor de doorvoer van elektriciteitnaar andere landen niet ten koste gaan van onze eigen industrie enandere gebruikers in Nederland die nu nog in de wachtrij staan?De VVD wil ook dat het kabinet kijkt naar de overprogrammering van windop zee zolang er geen afspraken zijn over meebetaling met onzebuurlanden als het daarvoor ingezet wordt. Op dit moment wordt ervolgens mij ingezet op 21,5 gigawatt wind op zee en op 8 gigawatt windop land voor de komende jaren, terwijl de huidige elektriciteitsvraag 13,5gigawatt is. Het lijkt me dus onwaarschijnlijk dat dit allemaal bedoeld isvoor de binnenlandse vraag aangezien er ook nog kernenergie en zon-PVzal zijn. Dus wat betekent dit? Hoe voorkomen we dat wij de voorinves-tering doen voor onze buurlanden? Hoe zorgen we ervoor dat we gelijkoptrekken en zij ook mee investeren?Voorzitter. Zelfs als het totaalbedrag omlaaggaat, blijven de jaarlijksenetkosten fors stijgen. Ik zie dat de voorzitter eigenlijk wil interrumperen.De voorzitter:Ja, ik ga het voorzitterschap even overgeven.Voorzitter: RooderkerkMevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de heer Erkens eigenlijk in een bijzin de ambities voor wind op zeeter discussie stellen, wat mij hogelijk verbaast. Ik neem toch aan de heerErkens het eens is met de fractie van GroenLinks-PvdA en vele anderendat het ongelooflijk belangrijk is om nu te komen tot een heel concreetNoordzeepact tussen windproducenten, de industrie die gaat elektrificerenen de overheid die dat faciliteert. Zo weet je namelijk zeker dat die afnameer komt en dat het een betaalbare prijs is. We moeten wel blijven inzettenop die goedkope stroom van zee in plaats van nu die ambities terdiscussie te stellen. De Minister maakt al een beginnetje, maar deVVD-fractie maakt het hier nog wankeler.De heer Erkens (VVD):Nee, dat valt reuze mee. Ik zeg dat we doorgaan met de uitrol van wind opzee voor de elektrificatie van onze eigen industrie, maar dat dit wel meerhand in hand moet gaan lopen. We zien dat die grote voorinvesteringenvan 88 miljard in het net niet allemaal bedoeld zullen zijn voor deNederlandse industrie. Het gedeelte van de programmering – tot 2050 isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57120 de ambitie nu 70 gigawatt wind op zee – dat ook bedoeld is voor hetDuitse Ruhrgebied et cetera, zou ik echt willen koppelen aan een afspraakmet onze buurlanden over hoe ze die kosten gaan delen met ons. We gaandoor met wat er voor Nederland nodig is. Dat heeft de industrie nodig.Daarmee worden we energieonafhankelijker. Maar ik vind het geen gekkegedachte om eerst afspraken te maken met buurlanden voordat we aanoverprogrammering doen. Denemarken heeft om die reden de laatsteperiode ook afspraken gemaakt met Duitsland volgens mij. Het zou dusniet iets geks zijn zonder precedent in andere Europese lidstaten die ookhernieuwbaar uitrollen.Voorzitter: KrögerDe voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Erkens (VVD):Zelfs als het totaalbedrag omlaaggaat, blijven de jaarlijkse netkosten nogsteeds stijgen. De druk op huishoudens en industrie moet dus omlaag,zoals meerdere collega’s al zeiden. Amortisatie, de route die verkendwordt, vinden wij een logische stap. Dat is het uitsmeren van investerings-kosten over een langere periode zodat ook toekomstige gebruikersmeebetalen aan het net waar zij van gaan profiteren. Dat is cruciaal om deenergierekening de komende jaren omlaag te krijgen voor de industrie envoor de huishoudens. Ze hebben wel snel duidelijkheid nodig. We hebbendus niet twee jaar de tijd om dit te gaan onderzoeken. Het is goed dat hetkabinet aangeeft dat dit voor Prinsjesdag uitgewerkt wordt. Wanneer kande Kamer de eerste contouren van deze besluitvorming verwachten?Voorzitter, ik kom bij mijn laatste punt. De recente uitval van hetstroomnet op het Iberisch schiereiland herinnert ons ook aan de kern:betrouwbaarheid is cruciaal. We pleiten voor een gebalanceerd en robuustenergiesysteem waarin de leveringszekerheid geborgd wordt. Datbetekent ook dat we heel voorzichtig moeten zijn met het tornen aan debetrouwbaarheidseisen, zoals in het ibo als optie genoemd werd. Immers,wat is 0,1% minder betrouwbaarheid? Dat kan betekenen dat je een aantaluur per jaar een stroomstoring krijgt zoals we in Spanje gezien hebben.We moeten daar heel voorzichtig mee zijn. Het kan voor veel bedrijvenveel betekenen, maar ook voor de medische apparatuur bij mensen thuis,zoals de heer Kops al noemde. Ik krijg graag een reactie van de Ministerom te horen hoe zij kijkt naar het verzoek in het ibo om te gaan tornen aandie betrouwbaarheidsnormen om meer ruimte te creëren. Ik denk dus datwe daar voorzichtig mee moeten zijn. En, afrondend, hoe gaat de Ministerervoor zorgen dat we de leveringszekerheid de komende jaren goed gaanborgen op de elektriciteitsmarkt? We zien steeds meer studies naar buitenkomen die aangeven dat begin jaren dertig Nederland toch een probleemkan krijgen en dat er een vorm van een capaciteitsmechanisme nodig gaatzijn om dat te borgen.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Ik zie een interruptie van mevrouw Rooderkerk. Gaat uw gang.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank, voorzitter. De heer Erkens begon vorig jaar enthousiast, net als deMinister, met groene groei en allerlei ambities. De VVD zou de klimaatam-bities wel hooghouden. Nu hoor ik hem in deze bijdrage vooral zitten opde uitvoering, realistisch: wind op zee lukt allemaal niet meer, doe datmaar naar achteren. Ik wil graag van de heer Erkens horen hoe hij zelfvindt dat het gaat en of hij niet denkt dat hij veel meer voorstellen zoumoeten doen, dan maar vanuit de Kamer, richting dit kabinet om teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57121 zorgen dat we bijvoorbeeld wel de ambities voor wind op zee gaan halenen dat er wel aan wordt gewerkt om die vraag te stimuleren en om dat netop zee aan te leggen. Want ik hoor hem daar dus helemaal niks overzeggen en alleen maar weer over kernenergie. Dat is prima, maarondertussen zijn al de doelen die de VVD en ook de heer Erkens aan hetbegin van het jaar hebben gesteld nu een beetje uit het raam aan hetvliegen.De heer Erkens (VVD):Ik heb het niet over klimaat in dit debat, omdat dit het commissiedebatNettarieven is, over de investeringsopgave tot 2040 van 195 miljard eurodie nu voor rekening komt van de bedrijven in ons land en onzehuishoudens. Daar zat mijn focus vandaag op. Het onderwerp is belangrijkgenoeg. Kijk, de zaken in de wereld zijn natuurlijk ook gewoon veranderdde laatste maanden. We zien dat economie en veiligheid hoger op deEuropese agenda zijn komen te staan omdat er meer geopolitiekeonzekerheid is ontstaan. We zien dat de energietransitie zelf op veelplekken in de uitvoering is vastgelopen. Dat betekent dus ook dat deaandacht veel meer naar die uitvoering moet gaan de komende periode.Dat vind ik heel logisch. Als een meerderheid van de bedrijven aangeeftniet te kunnen verduurzamen omdat er de komende jaren geenaansluiting op het stroomnet mogelijk is, dan kunnen we richting diebedrijven roepen «u zult toch verduurzamen» en een extra stok instellenmet elkaar of kunnen we gaan proberen om die ruimte op het stroomnette creëren zodat ze die stap kunnen zetten. Volgens mij is realisme dusniet iets verkeerds in deze discussie.U vroeg specifiek nog naar de ambities voor wind op zee. Ik heb daareerder voorstellen voor gedaan. Wat mij betreft komt er wel een produ-cententarief. Dat heeft te maken met het feit dat ik het belangrijk vind datook vanuit de elektriciteitsproducenten de productie op een zo optimaalmogelijke manier in het systeem geïntegreerd wordt. In het verleden zagje vaak dat er zonneweides aangelegd werden in Drenthe omdat daar hetland goedkoop was terwijl de vraag naar die stroom er niet was. Datzorgde voor grote maatschappelijke kosten. Daarbij heb ik ook aange-geven dat dat in combinatie met contracts for difference zou moetengebeuren. Bij wind op zee zie ik dat als een route om ervoor te zorgen datdie uitrol door kan gaan de komende jaren.Mevrouw Rooderkerk (D66):Over dat laatste is de vraag of dat genoeg zou zijn. We zien nu bij hetwindpark waar ik het eerder over gehad dat er hoewel dat wordt aanbe-steed met een contract for difference alsnog geen vraag is eigenlijk omdat echt op poten te zetten. In de kern komt het op het volgende neer. Ikgeloof ook dat we moeten kijken hoe we daadwerkelijk zaken van degrond krijgen. Als de heer Erkens dat «uitvoering» noemt of «realistisch»vind ik dat allemaal prima, maar daar zijn natuurlijk ook doorbraken voornodig. Dan is het ook nodig om heel scherp te kijken naar welke regels westellen die voorkomen dat we daadwerkelijk die windmolens op zee gaanzetten, niet de zeven windmolens die er het afgelopen jaar bij zijngekomen. Welke regels kunnen we verminderen om te voorkomen dat wetien jaar tijd nodig hebben om een nieuw netstation neer te zetten? Welkeregels kunnen we daarvoor verminderen? Dan hoop ik daar ookdoorbraken op te horen en dan hoop ik daar ook voorstellen voor tehoren, maar ook dat zie ik niet gebeuren. Daar ligt dan ook mijn zorg. Hetlijkt een beetje alsof we alles een beetje uit de handen laten glippen, juistook waar het gaat over de netkosten die voor bedrijven en mensen zohoog zijn en de nettarieven waar we wat aan willen doen. Ik heb echt eenoproep. Ik hoop echt dat de heer Erkens zich wil blijven inzetten – wijhebben daar ook een voorstel voor gedaan – voor het verlagen van dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57122 netkosten door die aanleg van wind op zee en het net op zee om op diemanier zowel wat aan de welvaart als aan het klimaat te doen.De heer Erkens (VVD):Volgens mij heb ik de laatste jaren heel veel voorstellen gedaan om deuitvoering te versnellen. Ik denk dat het in Nederland en trouwens in heelEuropa bijna de nationale of Europese ziekte genoemd kan worden, dehoeveelheid bureaucratie die wij met elkaar optuigen waardoor elkeinvestering ontzettend lang duurt en elke uitbreiding van het net jaren-lange procedures met zich meebrengt. Dat moet gewoon verkort worden.Daar heb ik vaak voorstellen voor gedaan: zet de Crisis- en herstelwet in,die nu in de Omgevingswet zit. De Minister heeft ook aangegeven in haarpakket dat zij met wetsvoorstellen komt om dat stroomnet sneller uit tebreiden. Ik zou zeggen dat we die als Kamer met veel spoed moetenbehandelen, zodat het probleem sneller opgelost kan worden.Ik denk wel dat we eerlijk moeten zijn met elkaar. Regels schrappenbetekent dat je andere zaken minder zwaar meeweegt in het proces. Datbetekent dat als wij het stroomnet versneld willen uitbreiden, de mate vaninspraak kleiner of de lengte van de periode van inspraak korter zalworden. Dat vind ik uitlegbaar gezien de grote problemen waar wetegenaan lopen op het gebied van energieonafhankelijkheid, onzeindustrie die niet meer kan uitbreiden, de elektrificatie die stilvalt en ga zodoor. Dat is dan wel de keuze waar wij als Kamer dan de komendemaanden voor komen te staan en ik geef u aan aan welke kant van hettouw ik zal trekken.De voorzitter:Goed. Dan geef ik mezelf een laatste interruptie.Eigenlijk hoor ik de heer Erkens zeggen: door de nieuwe geopolitiekeonzekerheid is er realisme nodig. Dat bekent kennelijk dus minderklimaatbeleid, terwijl je, als je het ibo leest, eigenlijk ziet dat alle maatre-gelen die dit kabinet nu juist niet neemt precies de dingen zijn die je nodighebt om de kosten van de netverzwaring te drukken. Dan gaat hetinderdaad over versnelling van de warmtenetten, energiebesparing in deindustrie, het isoleren van huizen, lokale opslag in buurtbatterijen, lokaalwindmolens neerzetten om een balans te krijgen bij zonnestroom. Dat zijnallerlei voorbeelden. Je kan eigenlijk een hele klimaatagenda vullen uit hetibo. Alleen heeft deze Minister daar niet voor gekozen. Is de heer Erkenshet met mij eens dat het, als het pleidooi is om de kosten van netver-zwaring te verlagen, juist ongelofelijk belangrijk is dat deze Minister al dieklimaatmaatregelen wel neemt en dat dat het echte realisme is?De heer Erkens (VVD):Het frame in de inbreng van mevrouw Kröger zelf was ook antiklimaat-beleid volgens mij. Tegelijkertijd ligt er een pakket waarin er meerklimaatmaatregelen worden genomen. Ik vind dat moeilijk met elkaar terijmen, dat als er meer maatregelen worden genomen die tot meerreductie leiden dat antiklimaatbeleid is of dat we daarmee stoppen.Volgens mij gebeurt dat niet. Ik ben het er wel mee eens dat bijvoorbeeldwarmtenetten en energiebesparing hier een belangrijke rol in kunnenspelen. Dus ja, daar zullen we ook meer stappen moeten zetten metelkaar. Dat is het heel simpele antwoord. Volgens mij zitten we maandagvan 10.00 uur ’s ochtends tot 23.00 uur ’s nachts in ons eerste wetgevings-overleg over de Warmtewet, dus dan kunnen we dat onderwerp in iedergeval verder pakken.De voorzitter:Dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan de heer Erkens.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57123 Voorzitter: ErkensDe voorzitter:De Minister geeft aan tot 11.45 uur nodig te hebben voor de voorbereidingvan de eerste termijn.De vergadering wordt van 11.16 uur tot 11.49 uur geschorst.De voorzitter:Bij dezen heropen ik de vergadering van het commissiedebat Nettarieven.Als de mensen op de publieke tribune ook stil kunnen zijn, kan dediscussie beginnen. Ik geef het woord aan de Minister. We hebben vierinterrupties in deze termijn, maar als we goed in de tijd zitten, zou ik daarwat soepeler mee om kunnen gaan op het einde. Ik stel voor om inter-rupties aan het einde van blokjes te doen, zodat we het hele verhaalkunnen afwachten en onze interruptie niet onnodig inzetten. Ik geef hetwoord aan de Minister.Minister Hermans:Voorzitter, dank. Ik zal even aangeven hoe de beantwoording in elkaar zit.Ik begin met een aantal algemene opmerkingen, ook naar aanleiding vaneen opmerking van de heer Bontenbal over systeemkosten. Hetonderwerp beter benutten zit daar ook in. Dan heb ik een blokje met allevragen die gesteld zijn over de verdeling van kosten, de amortisatievarianten de vragen in het kader van kapitaalstortingen. Dan zal ik apart ingaanop tarieven voor kleinverbruikers. Daarna komt het derde blokje: detarieven voor grootverbruikers. Tot slot heb ik het mapje overig, met eenpaar overige vragen.Voorzitter. Er zijn heel veel vragen gesteld, dus het voelt wat gek om nietaan alle vragenstellers rechtstreeks antwoord te kunnen geven, maar ik zalook alle vragen beantwoorden van de Kamerleden die niet meer aanwezigzijn. Mochten er dan nog vragen overblijven, dan worden die vast op enigander moment gesteld.Voorzitter. Door velen van u is in het debat gezegd dat we in eenongekende transitie zitten en dat we bezig zijn met een gigantischeverbouwing van ons energiesysteem. Elektriciteit wordt de nieuweruggengraat van een systeem dat nu nog overwegend op gas draait. Ikgeloof dat de heer Flach ook zei: in het verleden waren de maatschappe-lijke kosten vooral gebouwd op importkosten van energie, maar nu zienwe dat de infrastructuur en de investering in die infrastructuur een veelgrotere kostenpost wordt. Door het ibo, het uitvoerige rapport datdaarover begin maart verschenen is en waarvoor ik langs deze wegiedereen die daaraan meegewerkt heeft, nogmaals heel hartelijk wildanken, hebben we meer inzicht gekregen in de investeringen die weverwachten, die voorzien zijn. Het gaat ook vooral over: hoe kan je nouomgaan met die investeringen en wat kan je doen om die kosten tedempen? Dat gaat dus ook om een betere benutting van het net. Hoezorgen we dat dat leidt tot de verlaging van de energierekening en hetanders verdelen van netkosten, zodat het voor huishoudens, bedrijven ende industrie betaalbaar blijft? En hoe stroomlijnen we de besluitvormingbeter om daar beter zicht op te krijgen? Ook dat helpt namelijk om op eentransparante manier te kunnen spreken en rapporteren over de gigan-tische investering die we gaan doen, en natuurlijk om bij te kunnen sturenals dat nodig is.Voorzitter. Dat gezegd hebbende kom ik op het hoofdpunt van de inbrengvan de heer Bontenbal. Hij stelde de vraag of we genoeg doen om deenergietransitie door te komen tegen de laagste maatschappelijke kosten.Hebben we nou goed in beeld hoe die maatschappelijke kosten vanverschillende energiedragers ervoor staan? Ik verdraai zijn woordenmisschien een beetje, maar hij zei: hebben we ons niet vastgezet op eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57124 aantal getallen of maatregelen in een tabel waar mogelijk meer of minderuit te halen is op basis van wat we nu weten? Ook de heer Erkens steldedaar in zijn bijdrage vragen over, zeg ik via u, voorzitter. Ik ben het echtvolmondig eens met die vraag, die oproep. Het is van groot belang ominzicht te krijgen, te hebben en te houden in de toekomstige systeem-kosten, ook juist om te weten waar de laagste maatschappelijke kostenzitten. Ik denk dat we nu met het ibo een hele belangrijke stap hebbengezet om dat in beeld te krijgen voor de elektriciteitsinfrastructuur, maarwe hebben dit natuurlijk breder nodig, voor het hele energiesysteem.Alleen als we dat systeem in samenhang bezien, is het effect van de inzetop de verschillende oplossingen namelijk goed te beoordelen. Daarvoorloopt er op dit moment een aantal acties. We werken met een aantalpublieke kennisinstellingen, zoals het PBL, het CPB, TNO, het CBS en RVO,aan een kennisprogramma dat ook echt specifiek hierop gericht is. Zijgaan bijvoorbeeld meekijken naar de scenario’s. Ook de netbeheerdershebben daarvoor net weer nieuwe scenario’s gepresenteerd. Al dieinformatie zullen we zo goed, begrijpelijk en inzichtelijk mogelijktransparant maken, juist om de frisse blik waaraan de heer Bontenbalrefereerde te kunnen organiseren en de beschikbare informatie in beeld tebrengen. Dat zit er dus aan de kenniskant. Dat is het kennisprogramma datwe ontwikkelen. Daarbij gebruiken we de scenario’s, die ik net noemde,maar ook de FIEN+-inzichten, wat het PBL zelf heeft, en studies die TNOdoet, bijvoorbeeld naar de systeemkosten van kernenergie; die studieverwachten we na de zomer. Als we zo die verschillende scenario’s eninzichten naast elkaar leggen, moet daar een vergelijkbaar beeld uitkomen. Althans, daar moeten gegevens uit komen die vergelijkbaar zijn,zodat wij die systeemkosten goed kunnen vergelijken. Nogmaals, datwordt ook publiekelijk toegankelijk en transparant gemaakt. Op hoe dat erprecies uitziet en hoe we dat in de komende jaren verder vorm zullengeven, zal ik verder ingaan in de Klimaat- en Energienota die dit jaar metPrinsjesdag verschijnt.Dat geldt ook voor hoe wij daar in de komende jaren in relatie tot het NPEmee om zullen gaan; ik dacht dat mevrouw Rooderkerk daar ook nog eenvraag over stelde. Zij zei volgens mij: er is pas een evaluatie van het NPEvoorzien in 2028, terwijl je nu al een heleboel ontwikkelingen ziet dievragen om actualisatie. Dat zullen we dus ook eerder doen. Dat is nuvoorzien in 2026. In de Energienota na de zomer zullen we alvast watrichtingen en elementen schetsen die in die actualisatie aan de ordekomen, zodat met dat allemaal niet gewacht wordt tot 2028. Dan wordendus ook de kosten van infrastructuur en systeemkeuzes veel nadrukke-lijker meegenomen dan in het verleden.Dan vroegen de heer Erkens en de heer Flach of er voldoende naaralternatieve systeemkeuzes gekeken is in het ibo. Het ibo kijkt natuurlijknaar de investeringen tot 2040. Kernenergie zal bijvoorbeeld vooral in dejaren daarna een effect hebben op het energiesysteem. Die systeemkostenworden nu dus in kaart gebracht. Dat onderzoek van TNO loopt. Maar datis de reden dat er in het ibo wel naar gekeken is, maar dat het uiteindelijkniet als factor voor het drukken van de elektriciteitskosten is meege-nomen: het gaat pas op een latere termijn zijn werking hebben in onsenergiesysteem.Dit heb ik al gezegd. Op de actualisatie van het NPE ben ik ook ingegaan.Dan vroeg mevrouw Kröger mij of er voldoende gestuurd is op deelektrificatieopgave en wat ik ga doen om dat meer te doen. Ik denk dat ergeen verschil zit tussen het belang en de prioriteit van elektrificatie voordit kabinet en het vorige kabinet. Alleen, je ziet waar we nu staan in depraktijk en uitvoering van de hele transitie en het Nationaal Plan Energie-systeem. We lopen nu aan tegen een aantal uitdagingen: de tijdige aanlegvan infrastructuur, de kosten, de vergunningsprocedures en de netcon-gestie, eigenlijk alle barrières en problemen die ook vandaag weer in hetdebat genoemd zijn. Dat is dus wel iets. Het belang van elektrificatie isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57125 niet minder geworden, maar we zien ook de problemen waar we tegenaanlopen met elektrificatie. Ik denk dat we vol doorzetten op het zo snelmogelijk terugdringen van de netcongestie, waaraan al gewerkt wordt inhet landelijke actieprogramma en met de aanvullende maatregelen die nuin het ibo zijn aangekondigd. Ik had al aan de Kamer, en volgens mijspecifiek aan mevrouw Kröger, toegezegd dat we nog voor de zomer metde update van de routekaart voor elektrificatie komen. Die toezeggingstaat natuurlijk nog steeds.Mevrouw Kröger vroeg mij ook naar het decentrale energiesysteem en ofik daarin ook meeneem wat dat betekent voor de investeringsopgave inhet elektriciteitsnet. Wat we eigenlijk zien in de afgelopen periode, is datde potentie van decentrale ontwikkelingen steeds duidelijker wordt aan dehand van wat je ziet gebeuren in de praktijk. Dat zijn de energiegemeen-schappen en de mogelijkheden met batterijen, maar ook slim laden ennatuurlijk allerlei ontwikkelingen in de verduurzaming in de industrie. Hetibo maakt ook de inschatting dat we een heel groot deel van de kostenkunnen dempen door het bestaande net beter te benutten. Dat moet jejuist ook decentraal organiseren, maar – zeg ik erbij tegen mevrouwKröger – er is eigenlijk nog weinig zicht of te weinig zicht op de netbe-lasting op dat decentrale niveau. In de visie waar mevrouw Kröger aanrefereerde, gaan we nader in op de decentrale ontwikkelingen in hetenergiesysteem. Ik zal daarin ook ingaan op wat we al weten over en hoewe meer zicht gaan krijgen op die netbelasting en natuurlijk ook op debijdrage die de investeringen leveren om de congestie op te lossen, beterbenutten verder te stimuleren en al die decentrale mogelijkheden zooptimaal te benutten. Zodra die visie er is, zal ik ook daar nader op ingaan.Voorzitter. De vraag die ik hier heb liggen, bewaar ik even want anderswordt de volgorde een beetje onlogisch. Ik ga verder met een vraag vande heer Flach. Hoe voorkom je nou aan de voorkant dat je kosten gaatmaken of investeringen gaat doen die mogelijk niet nodig zijn? In datkader onderstreept de heer Flach twee maatregelen uit het ibo. De eerstegaat over het beter benutten van reservecapaciteit op het net en detweede over het verder oprekken van de tijdshorizon voor investerings-plannen.Ik begin even met die reservecapaciteit. Waar dat kan, waar het elektrici-teitsnet zwaarder belast kan worden, gebeurt dat op dit moment al. Datbetekent wel dat de levensduur van de infrastructuur waar je dat op doetsneller kan afnemen. Het zwaarder belasten kan ook tot meer risico’sleiden. Daar wees de heer Erkens mij ook op. Dus binnen het LAN kijkenwe samen met de ACM en de netbeheerders hoe je dat net op eenverantwoorde manier zwaarder kan belasten. Dan kijken we ook naar dereservecapaciteit. Ik vind het van belang dat we daar echt goed naar kijkenen we dat alleen doen als dat op een verantwoorde manier kan. Debetrouwbaarheid van ons elektriciteitsnet is natuurlijk een groot goed. Datis ook een belangrijke reden waarom bedrijven hier willen investeren. Hetzwaarder belasten kan een effect hebben op die betrouwbaarheid en dankomt de weging of we dat maatschappelijk acceptabel vinden als datbijvoorbeeld betekent dat je bedrijven wel sneller of eerder kan aansluitenop het elektriciteitsnet. Die afweging zullen we moeten maken. Het zal nietop alle plekken kunnen en het zal ook niet voor iedereen altijd deoplossing zijn. Dat onderzoek loopt nu. Dat gaat in fases, omdat dat, alswe het kunnen doen en gaan doen, op verschillende plekken op verschil-lende manieren ingevuld gaat worden. De resultaten zullen gefaseerdkomen. Ik verwacht de eerste resultaten na de zomer.Dan over het oprekken van die investeringsplannen. In de Energiewethebben we vastgelegd dat de termijn voor de investeringsplannen wordtverlengd van tien naar vijftien jaar. Daarnaast is met de netbeheerdersafgesproken dat zij in het komende investeringsplan, dat aan het eind vandit jaar, dus van 2025, wordt geconsulteerd, ook al vijftien jaar vooruit-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57126 kijken. De scenario’s waar we het eerder over hadden, die net gepresen-teerd zijn, kijken 25 jaar vooruit, dus naar 2050.Dan vroeg mevrouw Kröger: welke maatregelen neemt het kabinet om denetkosten te verlagen in samenwerking met de netbeheerders, juist ookom een grotere kostenefficiëntie voor elkaar te krijgen? Het kabinet neemteigenlijk alle maatregelen uit het ibo over die zien op dat beter benuttenvan het net. Daarmee is ook het doel om die investeringskosten tedrukken, die geraamd zijn op 195 miljard in het scenario waarvan nuwordt uitgegaan. Ik zeg er wel bij dat daar maatregelen tussen zitten diepotentieel een effect kunnen hebben. Ik ga straks in op vragen van de heerKops over de netbescherming. Ik snap dat dat misschien minder leuk is enhet niet heel aantrekkelijk klinkt, maar in het ibo is een pakket vanmaatregelen samengesteld die je dan ook wel allemaal moet doen als jede kosten wilt drukken. Daar kun je dan dus niet selectief in gaanshoppen, als ik het even zo mag formuleren. Maar ik ben het helemaalmet mevrouw Rooderkerk eens dat die betere benutting essentieel is omde kosten te dempen én om in de komende jaren meer ruimte op het nette creëren, zodat we woningen en bedrijven eerder kunnen aansluiten ophet net.De heer Erkens heb ik geantwoord over de belasting van het net.Dan vroeg mevrouw Postma mij nog naar het volgende. Het stroomnetwordt nu gemiddeld voor 40% onbenut gelaten om storingen tevoorkomen. Ben ik bereid om een deel van die ruimte te benutten? Dit isde ruimte op de reservestrook. Ik heb daar zonet een aantal dingen overgezegd. We kijken nu of andere partijen gebruik kunnen maken van diereservestrook. Zoals zonet ook gezegd is, is dat niet voor elke partijgeschikt. Zodra een netbeheerder namelijk onderhoud moet plegen of ereen storing is, hebben we die reservestrook nodig. Dan valt de elektriciteituit. Die is dus niet geschikt om er heel veel huishoudens op aan te sluiten.Dan vroeg mevrouw Kröger mij nog of ik serieus wil kijken naar het metenvan de netbelasting, zodat we daar meer gebruik van kunnen maken.Zoals ik al zei, denk ik echt dat er potentieel zit in het nog beter benuttenvan het net. Ik zal hier dus ook naar kijken binnen het onderzoek naarzwaarder belasten, waaraan ik refereerde, en binnen de lopende acties inhet LAN die gaan over slimmer inzicht. In juni volgt er nog een brief overhet LAN aan de Kamer. Voor zover ik hier dan al meer inzicht in heb, zal iker in die brief op ingaan.Dan vroeg mevrouw Postma mij nog of ik een overzicht kan verstrekkenvan alle maatregelen die we nemen voor die betere benutting. Daarvoorzou ik mevrouw Postma graag willen verwijzen naar de uitgebreidevoortgangsrapportage van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie,die eind maart, begin april aan de Kamer is gestuurd. Daarin staat eenheel overzicht van alle acties en maatregelen uit het LAN, waaronder dusook het beter benutten. Er staat ook in vermeld hoe we die voortgangmonitoren. Ook de maatregelen die we nemen naar aanleiding van het ibozullen in die monitor worden meegenomen.Voorzitter, dit was het eerste deel van de vragen. Er komt nog eenheleboel.De voorzitter:Mevrouw Kröger heeft een interruptie.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik probeer het even te snappen. Dit was dus het blok systeemkosten enbeter benutten?Minister Hermans:Ja. En ik ga nu in op amortisatie en garantstelling.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57127 Oké. Ik had vrij veel vragen gesteld over het drukken van de kosten voorde verzwaring van de netten door bijvoorbeeld het steviger inzetten ophet decentrale energiesysteem en op energiebesparing. Dat laatste noemthet ibo echt als eerste stap. Wat gaat de Minister dus extra doen aanenergiebesparing, inclusief het handhaven van de energiebesparingsver-plichting? En ik had vragen gesteld over de rol van netbeheerders in deinzet op batterijopslag en extra duurzame opwek om balans te creëren,wat natuurlijk ook kostendrukkend werkt. Ik krijg daar dus graag nog eenreactie op.Minister Hermans:Voorzitter. Op energiebesparing kom ik nog terug. Volgens mij steldemevrouw Kröger die vraag ook in relatie tot de industrie. Dat geldt ookvoor de vraag over warmtenetten. Er komt dus echt nog een heleboel aan.Ik heb alle vragen genoteerd dus ik ga op alle vragen een antwoordgeven.Mevrouw Kröger heeft mij de vraag gesteld hoe ik het maakbaarheidsgatga opvangen. Die vraag bleef zonet achter een ander blaadje hangen. Hetmaakbaarheidsgat is het gat tussen de groei van de vraag naar capaciteitop het elektriciteitsnet en de mogelijkheid om hier tijdig infrastructuurvoor aan te leggen.De voorzitter:Mevrouw Rooderkerk, wilde u een vraag stellen?Minister Hermans:Ik zag dat ik één vraag vergeten was die nog in dit blokje zat, over hetmaakbaarheidsgat. En dan gaan we sowieso zorgen dat de vragenbeantwoord worden die mevrouw Kröger gesteld heeft. Maar naar mijnweten komen die vragen in volgende blokjes aan de orde, en anders steltmevrouw Kröger ze vast tussendoor. Zal ik de vraag over het maakbaar-heidsgat even afmaken? Ja.Het maakbaarheidsgat wordt veroorzaakt door knelpunten zoals hetgebrek aan arbeidscapaciteit, de lange doorlooptijden van vergunningen,de ruimtelijke inpassing van uitbreidingsprojecten en de beschikbaarheidvan materialen en componenten. Het verminderen van de gevolgen vannetcongestie vraagt ook dat je dit maakbaarheidsgat zo snel mogelijkdicht. Begin 2026 komt er een nieuwe versie van de investeringsplannenvan de netbeheerders. Dan zullen zij ook weer ingaan op de omvang vanhet maakbaarheidsgat op dat moment. In reactie daarop zal het kabinetnatuurlijk weer aangeven wat het nog aanvullend aan acties onderneemt,maar met de maatregelen die eind april aangekondigd zijn, is er de hoopdat we daarin natuurlijk een heel aantal stappen zetten.Een belangrijk punt blijft dan de arbeidsmarkt. Daar vroeg mevrouwKröger ook naar. Er loopt een Actieplan Groene en Digitale Banen. Dat iseen actieplan van de Minister van Economische Zaken en de Minister vanOnderwijs. Het hebben van voldoende mensen in deze sector is natuurlijkcruciaal belang om de netuitbreiding, die wij allemaal zo graag willen enzo belangrijk vinden, voor elkaar te krijgen. Daarom wordt alles op allesgezet om zo veel mogelijk mensen op te leiden en om te scholen en ommensen vooral ook werkzaam te houden in de sector. Als je mensen hebtaangetrokken, is het immers ook belangrijk dat ze blijven werken. Mijnsinziens omvat het actieprogramma digitale en groene banen alle acties diedaarvoor nodig zijn. Ik ben het wel met mevrouw Kröger eens dat dit nietiets is wat je vervolgens niet meer in de gaten hoeft te houden of waar jeniet meer actief op hoeft te sturen. Als mevrouw Kröger er dus prijs opstelt dat ik, natuurlijk in overleg met de collega’s, even zorg voor eenupdate of een stand van zaken, zeg ik dat heel graag toe.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57128 Ja, heel graag. Dat had ik eerder ook gevraagd en toen kreeg ik dus dedoorverwijzing naar SZW. Bij mijn weten had er eind vorig jaar eenupdate van dat plan moeten liggen en ligt die er nog niet. Het is dus heelgoed om daarachteraan te zitten.Ik begrijp dat een heleboel antwoorden over specifieke maatregelen nogkomen, maar misschien kan ik toch de vragen over het systeem nogmaalsstellen. Een aantal collega’s hebben gevraagd met welke systeemsturingen systeemkosten er wordt gerekend. Ik had een vraag gesteld over hetrapport van het Expertteam Energiesysteem, dat heel duidelijk schetst dathet kostendrukkend is om het energiesysteem lokaal en fijnmazig neer teleggen. Is dat nou meegenomen in dit ibo of gaat de Minister dat nogmeenemen?Minister Hermans:Dat rapport waar mevrouw Kröger naar verwijst, is betrokken bij het NPE.Een van de uitwerkingen om dit heel gericht te doen, krijgt nu een plek inde visie op dat decentrale energiesysteem. Dat gebeurt natuurlijk insamenwerking met gemeenten en provincies, want daar moet datdecentrale systeem van de grond komen. Daar wordt nu aan gewerkt ener wordt actief over gesproken met provincies en gemeenten, want ikgeloof erin dat we dit alleen maar samen met de medeoverheden kunnenmaken. Ik kijk nu even naar mijn collega. Wanneer kan die brief er zijn? Diebrief komt nog voor de zomer.De voorzitter:Geen vragen meer? Mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank, voorzitter. Ik had nog wat vragen over de reactie op mijn vragenover beter benutten. Daarop zei de Minister «we gaan de opties die in hetibo staan uitvoeren», maar mijn vragen waren eigenlijk nog wat speci-fieker, omdat er ook zaken niet in het ibo staan waarvan ik denk dat we dieook zouden kunnen doen. Het eerste is dat de kosten die je kunt besparen,bijvoorbeeld die 30 miljard waarover wordt gesproken, door flexibelergebruik en dergelijke wel worden gekwantificeerd, maar dat niet isberekend wat dan de kosten zijn die bedrijven moeten maken om datmogelijk te maken. Dat vraagt bijvoorbeeld om extra batterijen en omandere aanpassingen die zorgen dat je dat kunt doen. Die kosten zijn nietin kaart gebracht. Ik ben benieuwd of de Minister daar dan ook onderzoeknaar wil doen. Ik had ook een vraag over kostenefficiëntie bij de netbe-heerders. Dat gaat dan niet alleen over die ibo-opties, maar ook over hoezij zelf kunnen zorgen voor meer efficiëntie, over dat zij zelf beter kunnenonderhandelen of op andere manieren kunnen zorgen dat zij hun eigenkosten dempen. Ik denk dat het juist in zo’n grote operatie belangrijk is datwe ook daar oog voor blijven houden.Minister Hermans:Met dat tweede punt ben ik het heel erg eens, want uiteindelijk is datnatuurlijk ook een verantwoordelijkheid die de netbeheerders hebben. Hetgaat allemaal over publiek geld en de kosten moeten ook weeropgebracht en betaald worden. Hoe het werkt, is dat de ACM benchmarkt,vergelijkt, hoe netbeheerders dit doen. Daar komen natuurlijk ookinzichten uit. De een doet dat mogelijk beter, strakker, efficiënter dan deander. Wat ik zou kunnen nagaan, want dat weet ik niet exact, of vlak voorde nieuwe investeringsplannen komen nog dat soort benchmarkgegevensbekend worden en hoe die betrokken worden en of daar ook vanuit onsbijvoorbeeld gesprekken over gevoerd worden. Dat zou ik even moetennagaan. Dat lijkt mij op zichzelf logisch, maar ik zou het kunnen nagaan.Mevrouw Rooderkerk (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57129 Dank voor die toezegging. Dan daarop voortbordurend, als we het hebbenover het in kaart brengen van die kosten, waar het ibo natuurlijk een heelgrote voorzet voor heeft gedaan. Er zijn ook kosten die niet duidelijk zijn.Ik hoor ook in de bijdrage van de PVV: dat kost zo veel geld, hetaanpassen van het net. De vermeden kosten zijn niet berekend, terwijl dienatuurlijk vele malen groter zullen zijn. Dat zijn dus de kosten van hetvermijden van onveiligheid, wateronveiligheid, stroomuitval, überhauptdat we op deze planeet veilig met elkaar kunnen leven, al dat soort kosten.In het rondetafelgesprek hierover gaf econoom Sandra Phlippen aan datde kosten van niets doen in 2050 20% van het bbp zullen zijn. Dat zijnnatuurlijk enorme getallen. Ik ben benieuwd of de Minister daar ook eensonderzoek naar zou willen doen, want ik denk dat het belangrijk is dat wede discussie die wij hebben en in de begrotingsdiscussies die gevoerdworden ook in kaart hebben wat het oplevert om dit te doen.Minister Hermans:Ik begrijp heel goed wat mevrouw Rooderkerk hier zegt. Er zijn veelverschillende studies die een beeld geven over wat nou de kosten zijn alsje helemaal niks doet, überhaupt geen klimaat- en energiebeleid. Er zijnook studies die laten zien wat nou de maatschappelijke kosten zijn vannetcongestie als je daar niet snel op ingrijpt. Dat zijn verschillende studiesdie net verschillende kosten in beeld brengen. Ik weet ook niet of het heelnuttig is om daar nog een onderzoek aan toe te voegen. Er gaan verschil-lende van die bedragen rond en die zijn ook relevant. Dat ben ik heel ergmet mevrouw Rooderkerk eens. We kijken nu alleen maar naar die 195miljard die geïnvesteerd zou worden. Stel dat je dat helemaal niet zo doenen we gas zouden blijven gebruiken. Dat is niet de bedoeling en dat vindik ook niet wenselijk, maar ook dat zou geld kosten. Het is voor decompleetheid van het debat dus wel relevant om ook naar die aspecten tekijken. Dus zonder nu een nieuwe studie toe te zeggen, zouden we weleen keer – ik weet nu even niet welke brief daarvoor geschikt zou zijn – inkunnen gaan op de inzichten die er nu zijn in verschillende rapporten. CEDelft heeft in relatie tot het Klimaatplan daar wat dingen over gezegd. Dusik kan wel wat van die kennis bij elkaar brengen, zodat we ook dieinformatie op papier hebben staan.De voorzitter:De Minister vervolgt haar betoog.Minister Hermans:Ik heb even gekeken waar de vraag van mevrouw Kröger over energiebe-sparing zat. Die heb ik gevonden. Als zij dat fijn vindt, dan kan ik die nubeantwoorden. Mevrouw Kröger heeft helemaal gelijk dat ook dat een lijnuit het ibo is, een route waarmee we kosten kunnen besparen. Want deenergie die je niet gebruikt, hoeven we niet op te wekken en niet tetransporteren. Dat weten we allemaal. Dus we gaan ook gewoon door metalles wat er loopt en speelt op het gebied van energiebesparing. Datnationale energiebesparingsdoel blijft overeind. Het kabinet heeft nubesloten geen sectorale doelen vast te stellen, omdat ik ook gemerkt hebdat dát in de hoeveelheid doelen, ambities en targets die er zijn, nu nieteen toegevoegde waarde heeft. Dat neemt niet weg dat we dat nationaledoel moeten halen, en dat dat doorvertaald – dat hebben we ook in deTNO-studie – betekent dat je indicatief wel een gevoel hebt bij wat dat danbetekent voor de verschillende sectoren. Zoals ik al zei, laat ik datnationale doel absoluut niet los. Dat kan ook niet, want het is ook eenEuropees doel. Het is namelijk van belang zowel voor de energiekosten,de energierekening maar ook voor onze strategische onafhankelijkheid,voor het klimaat. Dat zit integraal in alles wat we doen op het gebied vanklimaatbeleid en energiebeleid. Dat is, en dat heb ik al eens eerder in eendebat gezegd, de reden waarom ik niet nog een apart programmaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57130 energiebesparing maak. Maar dat doet niets af aan het belang dat ik aandit onderwerp hecht.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dat noem ik dus op de winkel passen, want dit is gewoon beschrijven water al gebeurde, alsof er geen ibo ligt, alsof de KEV niet constateert dat dedoelen niet gehaald worden, alsof niet duidelijk is dat heel Nederlandzucht onder een hoge energierekening. Dan is op de winkel passengewoon niet goed genoeg. Dus wat gaat de Minister extra doen? Wat isconcreet de extra inzet op energiebesparing, zowel in de industrie als inde gebouwde omgeving, om het gebruik van energie te voorkomen?Minister Hermans:«Op de winkel passen»... Echt, alsjeblieft. Voor het voorjaarsreces is ereen heel pakket met maatregelen neergelegd. Ik weet wat mevrouwKröger daar allemaal van vindt, maar alle investeringen die daar wordengedaan om te zorgen dat de industrie, die het ongelofelijk zwaar heeft endie we hier willen houden, door kan gaan met verduurzaming, is nietgewoon even «blijven doen wat we al deden». Dat is substantieel een stapbijzetten. Datzelfde geldt voor de mobiliteit en de gebouwde omgeving.En ja, daarbij heb ik ook oog voor wat er realistisch is en wat eruitvoerbaar is in de praktijk. Realistisch klimaatbeleid is wat mij betreftdan niet «nog maar een doel erbij», nog maar een percentage in een tabelof nog een megaton opschrijven, waarvan ik in alle redelijkheid weet datwe die in de praktijk niet uitgevoerd krijgen, zolang we niet echt substan-tieel iets doen aan het oplossen van die netcongestie, zolang dieelektriciteitskosten hoog blijven, zolang een randvoorwaarde als bijvoor-beeld de Warmtewet nog niet op orde is. Met energiebesparing gaan wegewoon door. De investering in het intensiveren van het toezicht op en dehandhaving van die energiebesparingsplicht is gewoon overeindgebleven. Dat vind ik ook belangrijk, omdat daar – dat hebben we al in eeneerder debat over energiebesparing geconstateerd – de afgelopen 25 of 30jaar al beleid voor is. Het lukt maar niet goed om dat uitgevoerd te krijgen.Daar speelt toezicht en handhaving een rol in. Dat is overigens niet hetenige en het is niet de oplossing voor alles, maar een intensiveringdaarvan stond er, staat er en zal doorgaan.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Het is toch echt heel moeizaam om een Minister, die overduidelijk eenpakket neerlegt dat faliekant faalt, te horen zeggen: realisme is niet dat jeweer een extra percentage opplust. Dit gaat gewoon over percentages diewe in de wet verankerd hebben. Dit gaat over een energiebesparingsver-plichting die in de wet verankerd is, met een percentage erbij. Dit gaat dusniet over iets extra’s. Nee, dit gaat gewoon om doen wat nodig is. Maarwat dit kabinet doet, is achteruitboeren. Of op z’n minst op de winkelpassen – dat is dan nog een vriendelijke benadering. Dat hele ibo staat volmet de klimaatmaatregelen die deze Minister had moeten nemen, juist omnetcongestie aan te kunnen pakken. Ik vraag dus nogmaals om die kostenvan de investeringen in het net, die gigantisch zijn, te drukken met extraklimaatregelen. Daar heb ik een hele lijst van gegeven. En eigenlijk zegt deMinister: ik ga door met doen wat ik al deed. Maar dat is dus niet goedgenoeg. Dat weet de Minister.Minister Hermans:Dan heeft mevrouw Kröger net niet goed gehoord wat ik zei of ik heb hetniet duidelijk genoeg gezegd, want het nationale energiebesparingsdoelblijft gewoon staan. Daar gaan we gewoon mee door. De energiebespa-ringsplicht verandert daar helemaal niks aan. Mijn enige punt is dat ik erniet in geloof dat als iets niet snel genoeg gaat – ik ben ook ongeduldig opsommige punten – het antwoord altijd is: meer doelen, meer maatregelen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57131 meer percentages. Dan moet je ook heel gericht kijken waarom het nietlukt om iets uitgevoerd te krijgen; waarom stokt nu die verduurzaming inde industrie? Waarom stokt de verduurzaming in de gebouwde omgevingof op welke plek dan ook? Dan moet je aan die randvoorwaarden ietsdoen. Ik kan dan wel aan de achterkant allemaal beleid erbij stapelen en ineen tabel zetten, waarmee ik het op papier hartstikke goed geregeld heb,maar in de praktijk krijgen we dan niks voor elkaar. Dát is mijn doel: in depraktijk een klimaat- en energietransitie voor elkaar boksen, die we metelkaar hebben afgesproken.Voorzitter, mag ik nog één ding toevoegen? Mevrouw Kröger noemt nueen paar keer dat maatregelen uit het ibo niet worden overgenomen. Inhet ibo staat een heel aantal maatregelen die bedoeld zijn om het netbeter te benutten. Die zijn belangrijk om de investeringskosten te drukken,maar die zijn ook belangrijk om de klimaat- en energietransitie op gang tehouden. Bij mijn beste weten nemen wij al die maatregelen over. Wel zeiik tegen de heer Kops dat die maatregelen geen keuzemenu zijn. Volgensmij kwam dat ook aan de orde in een interruptiedebat tussen de heerBontenbal en mevrouw Postma: als er één maatregel is die je minder leukvindt – wat ik op zich snap, want het zijn niet allemaal per se altijd leukemaatregelen – dan kun je die er niet uit halen.De voorzitter:Mevrouw Kröger, uw laatste interruptie.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Het is een beetje jammer. Ik vraag de Minister wat zij concreet, op basisvan het ibo, extra gaat doen. Aan de ene kant kat zij een beetje terug in detrant van: het helpt niet; het is niet realistisch om extra dingen te doen.Aan de andere kant zegt zij: ja, maar ik doe allemaal extra dingen. Dat kanniet allebei. Het lastige is: iedereen adviseert deze Minister om extramaatregelen te treffen, omdat de maatregelen die deze Minister neemtonvoldoende zijn. Dat blijkt uit het ibo, de KEV, en ik kan nog een tritsandere rapporten noemen. Dus om ervoor te zorgen dat je, nog even losvan CO2-reductie, de kosten van netverzwaring echt naar beneden brengt,zal je toch een heel pakket aan extra maatregelen moeten nemen. Dan kande Minister niet terug katten met dat extra maatregelen niet realistischzijn. Want dat zijn maatregelen die je wel of niet neemt, en deze Ministerkiest ervoor om ze niet te nemen.Minister Hermans:Er zijn verschillende maatregelen die ik al neem. Het ibo Elektriciteits-kosten schetst een heel pakket aan maatregelen om het elektriciteitsnetbeter te benutten. Nogmaals, dat zijn maatregelen om de kosten tedempen en ruimte op het net te creëren, zodat de verduurzaming doorkan gaan. De maatregelen in het ibo Elektriciteitskosten neemt het kabinetover. Daarnaast is er nog een ibo van een of twee jaar geleden, waar eenhele reeks CO2-reducerende maatregelen in staan. Mevrouw Kröger heeftgelijk: die neemt dit kabinet niet of zeker niet allemaal over. Dat is hetonderscheid tussen maatregelen nemen ten behoeve van het elektrici-teitsnet, kosten en benutting, en maatregelen die gaan over CO2-reductie.Die twee dingen trek ik hier even uit elkaar.De voorzitter:Mevrouw Rooderkerk? U bewaart uw interruptie? Dan gaat de Ministerdoor met haar beantwoording.Minister Hermans:Dan kom ik nu bij alle vragen over de verdeling van kosten, waar ookvragen bij zitten over amortisatie en de motie van mevrouw Rooderkerkwaar een aantal keer aan gerefereerd is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57132 Voorzitter. De heer Erkens en volgens mij ook de heer Flach vroegen mijnaar het uitwerken van die amortisatievariant, of het kabinet nou metPrinsjesdag met een besluit komt. Ja. Het kabinet heeft nu aangekondigdin de kabinetsreactie in april dat we die amortisatievariant verderuitwerken en dat we dan een besluit willen nemen bij Prinsjesdag. Het isbest een complexe en omvangrijke maatregel, dus dat vergt echt wel evenprecieze uitwerking en ook nog gesprekken in Brussel overigens. In dieuitwerking kijken we naar een aantal randvoorwaarden zoals die ook in dereactie opgenomen zijn, waaronder wat nou de effecten zijn van zo’namortisatieregeling op het EMU-saldo en de EMU-schuld en wat de EUdaarin toelaat, de precieze en rechtvaardige manier voor de intergenerati-onele effecten. Zo hebben we een viertal voorwaarden geformuleerd. Wewerken dat nou uit. Dit is echt in potentie een manier om die nettarievenen de stijging daarvan in de komende jaren te dempen en daarmee voorhuishoudens en bedrijven de energierekening in elk geval niet zo fors telaten stijgen als in het ibo geschetst wordt. Bij Prinsjesdag komt hetkabinet met een besluit daarover.Dan was er nog een vraag van de heer Grinwis, maar ik begin even metde vraag van mevrouw Rooderkerk over de kapitaalstorting en hoe hetstaat met de uitvoering van de motie. Zij vraagt of het klopt dat ik eersteen amortisatievariant ga uitzoeken en dan pas in september een knoopdoorhak. Het is misschien even goed om hier twee dingen uit elkaar tehalen. Een is de amortisatievariant, die bedoeld is als manier om destijging van de nettarieven te dempen. Die wordt nu verder uitgewerkt aande hand van die vier voorwaarden en daarover volgt het besluit inseptember. Daarnaast hebben we de discussie gehad over de kapitaal-storing in TenneT. Daar heeft het kabinet besloten om voortaan eengarantie te verstrekken op het vreemd vermogen dat TenneT aantrekt opde kapitaalmarkt. Die constructie maakt dat een kapitaalstorting niet meernodig is. Dit doen we dus om te zorgen dat TenneT geld kan blijvenaantrekken voor hun investeringen.De voorzitter:Wilt u een vraag stellen mevrouw Rooderkerk? Ik zie veel non-verbalecommunicatie, dus neemt u het woord.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik weet niet of dit het was, maar we zijn heel blij met dat besluit. Ik denkdat het belangrijk is dat onze oproep in die zin gehoord is. Deze vorm isvolgens mij goed, ook voor TenneT. TenneT kan daar ook mee uit devoeten en daarmee hebben zij ook de garantie dat zij door kunnen met deaanleg van netten op zee. Dat is heel belangrijk, dus daar zijn wij blij mee.Wat nu nog ontbreekt inderdaad – dat gaf de Minister ook al aan – is juistdat deel van die amortisatie of welke variant daar dan ook voor gekozenwordt – wij gaven eerder aan dat subsidie voor wind op zee ook een optieis uit het ibo – zodat ook de kosten voor de industrie worden gedrukt. Daarzit natuurlijk nog wel een bottleneck. In dit pakket komt eigenlijk eennieuwe fossiele subsidie, de IKC, op tafel. Daarmee demp je iets van dekosten, maar is geen echt structurele oplossing voor de industrie en het isook niet genoeg. Dat geeft de industrie zelf ook aan. En het helpt hendaarbij ook nog eens niet echt om te verduurzamen. Ik hoop dat deMinister in volle vaart doorgaat om echt daar voor die kosten voorbedrijven wat te gaan doen in plaats van in september, echt zo snelmogelijk. En wat doet zij tot die tijd en wat doet zij verder om ze tehelpen? Die oproep moet zij toch ook gehoord hebben?Minister Hermans:Wat betreft de verlenging van de IKC-regeling: ik realiseer me dat datnatuurlijk niet structureel is, hoewel het voor drie jaar is. Het is een stapom nu op korte termijn verlichting te bieden, maar ik realiseer me dat jeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57133 daarmee het langeretermijnvraagstuk van de oplopende nettarieven niethebt opgelost. Daar is die regeling natuurlijk ook niet voor bedoeld.Daarvoor zou de amortisatievariant een oplossing kunnen bieden, voor deindustrie, maar ook voor huishoudens. Mevrouw Postma noemde terechtdat een groot deel van die kosten bij huishoudens terechtkomt. Dieamortisatievariant moet wel echt goed uitgezocht worden en verdient eengoede uitwerking. Ik zei al dat we daar in Brussel ook nog een aantalgesprekken over moeten voeren. De vraag is: als je voor die variant kiest,wat betekent dat dan voor de positie van TenneT en voor de mogelijkheidom weer geld aan te trekken? Daarom vind ik het wel belangrijk dat we totPrinsjesdag de tijd nemen om dat goed in kaart te brengen en dan tebesluiten of dit inderdaad de route is om mee verder te gaan. Daarmeebied je langetermijnperspectief; dat ben ik helemaal met mevrouwRooderkerk eens. Daarmee ga je echt wat meer zekerheid bieden voorgrote investeringen op de lange termijn. Dat is een belangrijk punt watbetreft de elektriciteitskosten voor de industrie.De industrie loopt natuurlijk tegen nog veel meer aan. De IKC noemdenwe al even, maar het gaat ook om het uitblijven van voldoendeCCS-opslagcapaciteit. Dat is natuurlijk geen structurele oplossingen voorde lange termijn, maar het is voor de komende jaren wel nodig om dehoeveelheid CO2 terug te kunnen brengen. Om die investeringsbeslissingeen positieve impuls te geven – laat ik het zo omschrijven – heeft hetkabinet een aantal besluiten genomen. Om de waterstofproductie in deindustrie op gang te krijgen – dat is natuurlijk heel belangrijk als groene-energiedrager – hebben we gelukkig een oplossing gevonden voor deraffinageroute en de correctiefactor. Daarmee kunnen we ook doorgaanmet de vraag- en productsubsidies. Om dat te blijven ontwikkelen hebbenwe de jaarverplichting weliswaar wat lager ingesteld, maar daarmee gaatwel de vraagontwikkeling op gang komen.Zo hebben we echt een heel aantal stappen gezet om de industrie tehelpen. Blijft het daarmee een lastige periode voor de industrie inNederland? Ja, dat is ontegenzeggelijk waar. Dat komt natuurlijk ook doorwat er breder internationaal en geopolitiek aan de hand is. Daar gaat hetdebat boven in de plenaire zaal nu ongetwijfeld ook over. De concurrentie-positie van bedrijven in Nederland en in Europa wordt natuurlijk ookgeraakt door wat er in China en in Amerika gebeurt. Dat is niet alleen opte lossen met maatregelen en is ook zeker niet opgelost – laat ik daar heelrealistisch over zijn – met de maatregelen die in april zijn aangekondigd.De voorzitter:Uw laatste interruptie, mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Nu komen we eigenlijk iets meer tot de kern, denk ik, want eerder zei deMinister nog: nee, we zijn een stap in de goede richting aan het zetten. Datis best wel een fabeltje, want je ziet dat het pakket veel te weinig is. Nugeeft ze aan: nee, het zijn geen structurele langetermijnoplossingen, ennee, het is ook niet genoeg voor de geopolitieke situatie waar we nu inzitten. Ik denk dat het klopt wat ze zegt. Dat is natuurlijk ook waar de grotezorg zit, want dit is inderdaad niet genoeg voor de industrie. Dit isinderdaad niet genoeg voor het verlagen van de energierekening vanhuishoudens. Daar zit dus ook mijn grote zorg, want de stappen die nugezet worden, zijn bij lange na niet genoeg, maar we zien wel dat er eengroot probleem speelt. Ik had echt op meer gehoopt. Ik denk dat het zekervan belang is dat we meer doen om ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld diewind-op-zeeprojecten, waar ik ook vragen over heb gesteld, van de grondkomen. Het is één ding om te zeggen «we doen die investeringen en wezorgen voor die garantie voor TenneT», maar het is een ander ding om tezeggen «we gaan nadenken over amortisatie om de kosten voor deindustrie en voor huishoudens te verlagen». Als er vervolgens geenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57134 windmolen gebouwd wordt, eindig je ook nergens. Op al die vlakken zijnkeuzes nodig en is het echt nodig om snel aan de slag te gaan. De vraagdie nu nog overblijft is: wat gaat de Minister concreet voor nieuwemaatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de aanleg van wind op zeeook gaat lukken?Minister Hermans:Zoals op alle vlakken in de energietransitie lopen we zeker bij wind op zeetegen knelpunten aan. Hier betreft het een achterblijvende vraag, medeveroorzaakt door het achterblijven van de verduurzaming of de elektrifi-catie in de industrie. Met de maatregelen die nu genomen zijn, denk ikecht dat we een belangrijke stap zetten om die elektrificatie weer op gangte krijgen. Dat je altijd je ogen en oren open moet houden en je bewustmoet zijn van wat je extra kunt doen, staat als een paal boven water. Ineen kabinet moet altijd de afweging worden gemaakt tussen verschillendebelangen en verschillende vraagstukken die op tafel liggen en waaropactie nodig is.Specifiek bij wind op zee zien we dat de marktomstandigheden om teinvesteren in windparken verslechterd zijn. Dat heeft onder andere temaken met de gestegen rentekosten. Ik kom daarover met twee brievennaar de Kamer. De eerste gaat over de vraag hoe we nou omgaan met deeerstkomende tenders voor wind op zee en welke stappen we kunnenzetten om die aantrekkelijk te maken en te zorgen dat daarop ingetekendgaat worden. Mevrouw Rooderkerk noemde Denemarken, waar geeninschrijvingen hebben plaatsgevonden. Daaraan zie je overigens wel datook andere landen --- je ziet dat internationaal – aanlopen tegen hetzelfdetype knelpunten.Daarnaast komt er breder een actieprogramma Wind op zee, waarin ik kijkhoe je die tenders ook voor de langere termijn aantrekkelijk kunt maken.Ook krijgen we nog het WIN, het Windenergie infrastructuurplanNoordzee. In combinatie met de partiële herziening gaat het daarbij om devraag hoe nou die hele wind-op-zeeaanpak na de komende routekaarteruitziet. Dat moet natuurlijk wel in samenhang worden bezien, omdat dathele vraagstuk van hoe die markt voor tenders wind op zee er nou uitziet,niet in routekaarten denkt. Dat is onze manier van plannen, dus dat moetik wel op een logische manier in elkaar laten overlopen. De vraagcreatiebetreft de verduurzaming van de industrie. Wat ik net ook al tegenmevrouw Kröger zei: de actualisatie van de routekaart daarvoor komt ooknog voor de zomer. Dat is wat we doen aan de vraagkant en aan demarktkant.De voorzitter:Nee, mevrouw Kröger, we gaan nu door. U heeft vier interrupties gehad.Als er nog tijd over is aan het einde van de eerste termijn, sta ik wat meervragen toe. Ik wil eerst de andere blokjes doorlopen. Anders blijven westeken bij het tweede mapje.Minister Hermans:Mevrouw Kröger stelde mij ook vragen over de amortisatie, maar ik denkdat ik die beantwoord heb met mijn antwoord over hoe we dat uitwerken.Met Prinsjesdag nemen we daarover een besluit.Mevrouw Postma vroeg naar de garantstellingen. In de brief van deMinister van Financiën en mezelf over de Voorjaarsnota is dat bekendge-maakt; zijn er inmiddels leningen afgesloten die gebruikmaken van dezegarantstelling? Weet ik of TenneT daartoe voornemens is? Het voornemenom die garantie te verstrekken is bij Voorjaarsnota bekendgemaakt. Diegarantie zal onderdeel zijn van de eerste suppletoire begroting vanFinanciën. Die is voorgelegd aan het parlement. Als de Kamer hiermeeinstemt, dan kan TenneT gebruikmaken van die garantstelling. Dat is opdie manier nu dus nog niet gebeurd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57135 Voorzitter. Mevrouw Postma vroeg mij ook naar de mogelijke verkoop vanhet Duitse deel. Ze vroeg wat er dan met de verkoopopbrengst gebeurt enof die ten goede komt aan het Nederlandse stroomnet. Het doel van degedeeltelijke verkoop van TenneT Duitsland is om ervoor te zorgen datTenneT kan voorzien in de kapitaalbehoefte waar anders de aandeel-houder – dat zijn wij; dat is de Nederlandse Staat – in zou moetenvoorzien. Vandaar ook die uitgebreide brief van 17 april jongstleden. Deverkoopopbrengst wordt in TenneT Duitsland geïnvesteerd. Die investe-ringen in TenneT Duitsland kunnen worden terugverdiend via netwerkta-rieven die door de Duitse afnemers worden betaald.Nu kom ik bij de piek-, dal- en leveringstarieven. De heer Flach vroeg ofwe die nieuwe piek-en-dalindelingen allemaal in samenhang bezien. Erliggen moties van de heer Flach en mevrouw Postma. De netbeheerdersen de ACM hebben zich bereid getoond om te kijken naar vereenvou-diging van het nettarief. De netbeheerders zijn bereid om hun voorstelvoor de uurlijkse tarieven los te laten. Zoals ik ook in eerdere debatten enin reactie op die motie heb gezegd: ik kan een oproep doen aan de ACMen aan de netbeheerders over het belang van begrijpelijkheid, effectiviteiten inzichtelijkheid. Dat vind ik ook belangrijk. Daar wordt nu aan gewerkt.Dat wat betreft de piek- en daltarieven. De heer Flach ging ook in op deleveringstarieven. Daarover voeren de netbeheerders gesprekken met deleveranciers. Energieleveranciers en netbeheerders kijken samen hoe dieprijsprikkels elkaar kunnen versterken.Mevrouw Kröger en de heer Flach vroegen naar een invoedtarief voorduurzame-energieprojecten. Zij vroegen of energieplanologie eenalternatief is voor het invoedtarief en hoe decentrale overheden daarinworden begeleid. Volgens mij was het de heer Flach die specifiek naar hetinvoedtarief vroeg. Hij benadrukte ook de voor- en nadelen van zo’ninvoedtarief. Die herken ik, want zo’n invoedtarief heeft ook nadeligeeffecten voor duurzame-energieprojecten. Die nadelige gevolgen heb ikbij de ACM onder de aandacht gebracht. De ACM zal die ook betrekken bijhaar onderzoek. Zodra daar meer over bekend is, zal ik de Kamer daarnatuurlijk over informeren.Dan de energieplanologie; daar vroeg mevrouw Kröger mij naar. Ook deplanologie wordt benoemd in het ibo. De heer Flach is weg, maar ik zegtegen hem: het invoedtarief en de planologie zijn twee verschillendeinstrumenten. Die zijn niet zomaar inwisselbaar, want ze zijn natuurlijk ookgekoppeld aan verschillende doelen. De planologie heeft echt als doel datwe ruimtelijk beter kunnen sturen op de samenhang tussen ruimtelijkeontwikkelingen en het systeem, zoals mevrouw Kröger ook benoemde.We kijken nu ook hoe we mogelijkheden daartoe beter, of überhaupt,kunnen verankeren in de Omgevingswet.Volgens mij vroeg de heer Grinwis hoe de energie-infrastructuur wordtbetrokken bij de Nota Ruimte. Die wordt daarbij betrokken. Er loopt eenheel intensief traject onder leiding van de Minister van VRO voor detotstandkoming van de Nota Ruimte. Het Ministerie van KGG is daarbijbetrokken. Daar ben ik zelf ook bij. Onlangs hebben we in een overlegdaarover laten zien wat er vanuit mijn portefeuille, de energieportefeuille,aan ruimte nodig is om woningen, industrie en bedrijfsterreinen in hethele land allemaal te voorzien van energie.Dan vroeg de heer Flach hoe ik kijk naar het aansluittarief als alternatiefvoor het invoedingstarief, ook in relatie tot het feit dat buitenlandseafnemers dan mee zouden kunnen gaan betalen. Een eenmalig aansluit-tarief is een van de varianten die de ACM in kaart heeft gebracht naaraanleiding van het CE Delft-onderzoek. Dat wordt dus ook betrokken bijdat onderzoek naar het invoedingstarief dat de ACM nu doet en waar ikhet net over had. Daarbij zal ook worden bekeken of dat nou alternatievenzijn. Een aansluittarief prikkelt niet om de piekbelasting te beperken. Datzou bij een invoedingstarief wel het geval zijn; maar goed, dat heeft ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57136 weer negatieve gevolgen. Kortom, hier moeten we echt het verdereonderzoek van de ACM afwachten.De heer Flach vroeg naar het voornemen van de ACM om netbeheerdersvooraf te toetsen op basis van het kostenplaatje in hun investerings-plannen in plaats van achteraf op basis van de doelmatigheid vaninvesteringen; hoe wordt er gezorgd voor voldoende benchmarking envoldoende prikkels voor een kostenefficiënte werkwijze? Dat ligt ook eenbeetje in het verlengde van de vraag die mevrouw Kröger mij stelde. DeACM heeft aangegeven dat zij de tariefreguleringssystematiek gaataanpassen. Daarin gaat de ACM meer vooraf toetsen en minder achteraf.Het behoud van die efficiënte prikkels is van belang. De ACM zal datverder vormgeven en kan dan bijvoorbeeld ook inkoopprocedures toetsenen benchmarken tussen netbeheerders. Ik zei trouwens mevrouw Kröger,maar het was mevrouw Rooderkerk die mij naar die efficiënte werkwijzevan netbeheerders vroeg.De heer Grinwis vroeg mij naar de Elektriciteitsrichtlijn en de rol van detoezichthouders; ben ik bereid om daarover in Europa te spreken alsaanpassingen gewenst zijn? Ja, ik ben daartoe zeker bereid. Dat gebeurtook al, en ik ga er ook echt mee door om in de EU het gesprek te voerenover de wettelijke kaders en de interpretatie daarvan. Het ibo geeft optwee punten ook echt richting aan dat gesprek. Zorg aan de ene kant nouvoor meer harmonisatie, en dat er vanuit de Europese Commissie ookecht duidelijkheid komt over hoe je dat Europees kader op nationaalniveau kunt interpreteren en toepassen. Nu zie je namelijk te veelverschillen in inzicht en toepassing. Het tweede punt gaat over meerkostendeling, bijvoorbeeld van de kosten van het net op zee. Dat zeg ikook tegen de heer Erkens, die mij daarnaar vroeg. De Commissie heeft opbeide punten initiatieven aangekondigd in het actieplan voor betaalbareenergie. Maar dat moet nu verder uitgewerkt worden. Daar gebruik ik mijngesprekken rechtstreeks met de Commissie voor, maar ook met collega’sin Europa, om hier ons gezamenlijke belang onder de aandacht tebrengen. Wat betreft de kosten van het net op zee is dat met name samenmet de NSEC-landen. Daarover hebben we in oktober ook weer eenuitgebreide bijeenkomst. De Commissie voorziet een voorstel begin 2026,dus dan kunnen we daar nog op tijd onze inzet en input voor leveren.De heer Grinwis en de heer Flach vroegen naar de ruimte om nettarievente kunnen verlagen voor elektrolyse en batterijopslag. Ook hier geldt dat ikheel graag wil dat er een gelijker speelveld komt voor opslag enelektrolyse. Op nationaal niveau voeren we daar al gesprekken over metde ACM. Daarbij moet u denken aan oplossingen zoals alternatievetransportrechten met een korting, maar ook locatiegebonden tarievenkunnen daarin een rol spelen. Die gesprekken voer ik met de ACM, en ikdenk na de zomer de uitkomsten van die gesprekken te kunnen delen. Ditis nou een van die punten waarbij ik harmonisatie op EU-niveau vanbelang zijn: van nettarieven in het algemeen, maar zeker ook ten aanzienvan batterijen en elektrolyse, omdat je ziet dat landen daar op verschil-lende manieren mee omgaan.Dan heb ik hier nog een keer de vraag van mevrouw Kröger overenergieplanologie; hoe wil ik dat concreet vormgeven? Ik zei al iets over ofwe dat beter kunnen borgen in de Omgevingswet, maar het krijgtnatuurlijk ook een plek in het Programma Energiehoofdstructuur, wantdaar moet die ruimtelijke sturing op de nationale onderdelen van hetenergiesysteem een plek krijgen. Ook maken we op dit moment met dedecentrale overheden afspraken in het kader van de InterbestuurlijkeSamenwerkingsagenda, om dat verder vorm te geven. Daarbij kunt ubijvoorbeeld denken aan provinciale energievisies. Ik denk dat energiepla-nologie daarin bij uitstek een plek zou kunnen en moeten krijgen. Zoals ikal zei, denk ik dat ook een verankering in de Omgevingswet nodig is. Nuwil mevrouw Kröger vast van mij weten hoe ik dat dan precies voor mijzie. Voor mij zit het vooral in het eenvoudiger maken van processen enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57137 van manieren voor decentrale overheden om daar vorm aan te kunnengeven, zoals bij vergunningverlening en het maken van ruimtelijkeafwegingen. Dus ik zie wel degelijk de kansen en de mogelijkhedendaarvan en doe dat dus langs deze lijnen.In het verlengde hiervan: hoe ga ik ruimtelijk sturen op grootverbruikers,zoals elektrolyse? Dat gaat via dat Programma Energiehoofdstructuur. Iknoemde al de Nota Ruimte, waar we nauw bij aangehaakt zijn. Binnen datprogramma Energiehoofdstructuur zijn al voorkeursgebieden vastgelegdvoor die grootschalige elektrolysers, dicht bij de aanlanding van wind opzee. Die interbestuurlijke agenda heb ik al genoemd. Langs deze routesturen wij dus op die grootverbruikers en geven we invulling aan dieenergieplanologie.Dan de vraag van de heer Erkens over netinvesteringen en de samenhangmet interconnecties en doorvoer; daar zou onvoldoende zicht op zijn. DeVVD wil dat TenneT verplicht wordt om bij elk investeringsbesluitinzichtelijk te maken welk deel voor Nederlands gebruik is en welk deelbuitenlandse afname faciliteert. Een groot deel van de investeringen diewe nu doen in het elektriciteitsnet op land betreft uitbreidingen die nodigzijn om netcongestie in Nederland tegen te gaan en om te zorgen datbedrijven zich hier blijven vestigen en ook blijven investeren in verduur-zaming, elektrificatie en uitbreiding. Dus als wij bijvoorbeeld het elektrici-teitsnet in de provincie Utrecht versterken, dan is dat ook echt bedoeldvoor huishoudens en bedrijven en industrie in Utrecht. Tegelijkertijdwisselen we elektriciteit voortdurend uit met landen om ons heen. Dat isbelangrijk om het net in balans te houden en ook belangrijk om de kostenonder controle te houden. Ook als wij dat niet meer zouden doen – dat isniet wenselijk om de reeds genoemde redenen – dan zouden wij hetelektriciteitsnet nog steeds moeten versterken. Het is dus niet zo dat je diekosten eruit haalt door niet meer te exporteren. De investeringen die wijde komende jaren in ons net doen, zijn ook echt bedoeld voor ons eigenelektriciteitsnet, dus echt voor binnenlands verbruik. Die hebbenpotentieel natuurlijk altijd effect op de rest van Europa, zoals datandersom ook geldt voor investeringen die Duitsland in het Duitse netdoet of die België in het Belgische net doet.Dan de mogelijkheden voor nieuwe interconnectoren. De heer Erkensstelde mij vragen over de kostenverdeling in dat verband. Bij hetaanleggen van die nieuwe interconnecties is het streven om de kostentussen landen evenredig te verdelen. Op dit moment speelt heel concreeteen project met het Verenigd Koninkrijk, genaamd LionLink. TussenTenneT en een Britse counterpart zijn hierover specifiek afsprakengemaakt. Met die groep landen, de NSEC-landen, de Noordzeelanden dieik net ook noemde aan mevrouw Rooderkerk, ben ik in gesprek om tekijken hoe we naar de toekomst toe een eerlijke kostenverdeling voor deaanleg van energie-infrastructuur op zee voor elkaar kunnen krijgen. Inoktober zitten we weer bij elkaar om dat voorstel aan de Commissie tekunnen doen. Ik hecht er wel aan om te onderstrepen dat de investeringendie we in de komende jaren doen, echt gericht zijn op binnenlandsgebruik, hoewel er altijd export plaatsvindt.Over interconnectie heb ik gezegd dat we daarvoor de afspraken makenmet het land waarmee we die interconnectie vormgeven.De heer Erkens vroeg of ik wil stoppen met het overprogrammeren vanwind op zee. Hij vroeg of ik dat kan pauzeren zolang er geen afsprakenmet buurlanden zijn over het meebetalen aan wind op zee. We zijn in deplannen voor wind op zee, voor het stimuleren van de vraag en voor deelektrificatie van de industrie goed aan het kijken of dat op een goedemanier aansluit. In het actieplan voor de tenders voor wind op zee kom ikerop terug hoe we ervoor zorgen dat het steeds in evenwicht blijft. Hetbeeld dat er sprake is van overprogrammering, is niet correct. De huidigeroutekaart van 21 gigawatt is echt no regret. We hebben die keihard nodigom de netcongestie op te lossen en de toenemende vraag naar elektri-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57138 citeit op te vangen. Ook met die 21 gigawatt zijn we er niet. Het gevoel dater nu sprake is van overprogrammering zou ik graag wegnemen.Mevrouw Kröger heeft er helemaal gelijk in dat deze vraag in mijn eerstemapje had gemoeten, want die gaat over het drukken van de kapitaal-kosten. Ze vraagt of ik in Europa ga pleiten voor renteverlaging op groeneinvesteringen in de EU. Dit beleid, zeg ik tegen mevrouw Kröger, gaat overbeleid van de ECB over de Europese kapitaalmarkt. De impact enuitvoerbaarheid kan ik nu niet zomaar inschatten. Ik wil toezeggen dat ikhierover in gesprek ga met de Minister van Financiën.De voorzitter:Dan is er een interruptie van de heer Kops.De heer Kops (PVV):Nog even over de kosten van net op zee en het delen van die kosten. DeMinister zei het al en schrijft het ook in haar schriftelijke beantwoording:«We zijn in gesprek met buurlanden over de verdeling van die kosten. Opwelke wijze en met welke eventuele verdeelsleutel dat zal moeten gaangebeuren, zal uit deze gesprekken moeten blijken.» Uit het ibo blijkt dathet gaat om een bedrag van 88 miljard voor dat net op zee. Waar denkt deMinister dan aan? Aan wat voor verdeelsleutel denkt zij om te bepalen watandere landen zouden moeten betalen?Minister Hermans:Zoals ik net al zei, is de investering die we op dit moment doen en die wede komende jaren doen in de huidige routekaart, echt voor elektriciteit diewe in Nederland nodig hebben en in Nederland zullen moeten gebruiken.De verdeling van de kosten voor net op zee, waarover ik met die landen ingesprek ben, gaat dus echt over kosten verder in de tijd. Hoe dat erprecies uit moet zien, durf en kan ik op dit moment echt niet zeggen,omdat dit best een technische exercitie is. Het ligt ook gevoelig in Europa.Dat kan de heer Kops zich waarschijnlijk wel voorstellen. Ik vind het eenlogische en terechte discussie die met de Noordzeelanden gevoerd moetworden. Wij hebben de Noordzee, wat een prachtige plek is waar je heelveel capaciteit voor wind op zee kunt bouwen, maar die ook ten gunstekomt van andere landen. Ik vind het terecht dat die daar iets aan meebe-talen. Hoe die verdeling er precies uitziet, durf ik nu echt niet te zeggen.Dan zou ik nu schattingen gaan doen die op te weinig gebaseerd zijn.De heer Kops (PVV):Als er maar liefst 88 miljard nodig is voor dat net op zee en als anderelanden uiteindelijk van dat net mee profiteren, dan is het natuurlijk logischdat die landen meedelen in de kosten. Daar ben ik het helemaal mee eens.Maar klopt het dat dit allemaal op basis van vrijwilligheid gaat? DeMinister kan gesprekken voeren met andere landen, maar is daarbij ookhet scenario mogelijk dat die landen zeggen: nee, doen we niet; u krijgtgeen cent. Betekent dat dan dat die volledige noodzakelijke investeringvoor de rekening van de Nederlander komt?Minister Hermans:Hoeveel andere landen precies mee gaan betalen en in welke verdelingdat gebeurt, hangt af van besluitvorming en haalbaarheid binnen deEuropese Unie, want dit vraagt consensus. We staan nu echt aan hetbegin van de gesprekken daarover. Daarom vind ik het ook belangrijk omdat niet als Nederland in ons eentje te doen. Als je dat met meerderelanden samen doet, maak je meer massa en kun je meer overtuigings-kracht in de discussie in Europa brengen. We staan echt nog aan het beginvan die discussie. Nogmaals, ik vind het echt een heel terechte ennoodzakelijk discussie. Daarom heb ik die de afgelopen periode niet alleengeagendeerd, maar heb ik er ook een-op-eengesprekken over metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57139 collega’s, waarbij ik dat heel actief aan het voorbereiden ben op weg naareen bijeenkomst met de Noordzeelanden in oktober, de NSEC. Zo kunnenwe op tijd de Commissie onze inzet en onze input meegeven.De heer Kops (PVV):Ik denk dat we het erover eens zijn dat als andere landen mee profiterenvan dat net op zee, het ook logisch is dat zij daaraan meebetalen.Helemaal mee eens. Maar daarom vind ik wat de Minister hier vertelt enwat zij ook in haar beantwoording schrijft zo vaag. We gaan praten overeen mogelijke verdeelsleutel, we gaan in gesprek en blablabla. Ik zou tochopnieuw willen concluderen dat dit ertoe zou kunnen leiden dat dieandere landen in hun besluitvorming zeggen dat ze niet gaan meedelen inde kosten en zeggen: u krijgt geen cent. Dat zou betekenen dat Nederlandopdraait voor die volledige 88 miljard voor dat net op zee. Klopt het datdat mogelijk is? En als dat mogelijk is, is dat dan van invloed op debesluitvorming van de Minister? Als de uitkomst zal zijn dat Nederland die88 miljard volledig moet gaan betalen, vindt de Minister dat dan zo veelgeld dat zij zegt: «Dat is zó veel geld. Dat hebben we niet. Andere landenwillen niet meebetalen dus we gaan het hier in dit land maar wat minderdoen.»Minister Hermans:De inzet en het doel van Nederland, en niet alleen van Nederland, maarook van een aantal andere landen, is om concrete en verplichte afsprakente maken over het meebetalen. Die afspraken zijn nu nog niet concreet –daar heeft de heer Kops gelijk in – maar dit is iets nieuws waar we in detoekomst mee te maken gaan krijgen. Daarom heb ik net ook een paarkeer gezegd dat de investeringen die we nu doen voor die huidigeroutekaart wind op zee van 21 gigawatt, gewoon nodig zijn voor onzeeigen elektriciteitsproductie en voor onze eigen energievoorziening hier inNederland. Mijn inzet is om te komen tot verplichte concrete afspraken. Ikzal de Kamer daar ook echt steeds over informeren na de Energieraden.Hetzelfde geldt voor de uitkomst van het gesprek in oktober met dieandere landen. Dan weet de Kamer welke stappen daarin gezet worden. Ikga nu niet vooruitlopen op wat die uitkomsten zouden kunnen zijn en watdie voor consequenties hebben. In het algemeen zeg ik wel dat Nederlandde uitkomst van die gesprekken kan betrekken in afwegingen die wenationaal maken voor de stappen die we zetten en de investeringen diewe doen. Maar voor dit moment zijn de investeringen van de komendejaren in wind op zee keihard nodig voor onze eigen elektriciteitsvoor-ziening. Naar de toekomst toe wil ik concrete, verplichte afspraken makenover bijdragen in Europa.De voorzitter:Nog eentje van de heer Kops; zijn laatste.De heer Kops (PVV):De Minister wil inzetten op concrete verplichte afspraken, maar dat ligtallemaal nog in de toekomst. Tegelijkertijd zegt de Minister ook letterlijkdat de uitkomsten ervan van invloed kunnen zijn op onze nationaleafwegingen. Als die verplichte afspraken er feitelijk nog lang niet zijn, isdatgene wat we nationaal aan het doen zijn dan niet heel erg prematuur?Het gaat om 195 miljard. De miljarden vliegen je om de oren. Maar wat deMinister schrijft is dat ze het allemaal wil «omarmen» en dat we ditmoeten gaan doen. Het kost heel veel geld, maar we moeten het gaandoen volgens haar. Dat is dan toch heel erg prematuur? Als er uiteindelijkniks uit die verplichte afspraken komt, is alles voor de Nederlander. Denetkosten die nu al door het dak gaan, zullen nog veel hoger uitvallen.Dan is het toch veel te prematuur om nu al te besluiten dat we dit allemaalmoeten gaan doen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57140 Minister Hermans:Een groot deel van de investeringen die we nu gaan doen, waarvan nogniet alles maar een deel al wel vastligt, is die 21 gigawatt die we gewoonnodig hebben voor Nederland. De 195 miljard die in het ibo genoemdwordt, is de verwachting tot 2040. Nog niet al die investeringsbeslissingenzijn genomen, maar je kijkt natuurlijk wel langer vooruit. MevrouwRooderkerk vroeg ook hoe we voor een langere termijn inzicht kunnenkrijgen in de investeringen van netbeheerders. Daarom is in deEnergiewet vastgelegd dat die zichttermijn naar vijftien jaar gaat. Omdatde Energiewet pas volgend jaar ingaat, hebben we met de netbeheerdersafgesproken dat het ook al in deze investeringsplannen zit, zodat we daarwel zicht op hebben en dat mee kunnen nemen in afwegingen die wenationaal maken. Dit in reactie op de heer Kops. Voor de langere termijnen voor de investeringen voor elektriciteit waarvan we potentieel meerzouden kunnen gaan exporteren, is het mijn inzet om af te spreken datdaar echt aan meebetaald gaat worden. Op die manier voer ik diegesprekken nu en zit ik in die discussie in Brussel.De voorzitter:Dan heb ik zelf ook nog een interruptie, ten dele over hetzelfdeonderwerp. Mijn vraag over overprogrammering ging niet over concreteplannen voor de komende twee jaar. Maar naarmate je verder in de tijdgaat, zie je dat die overprogrammering er mogelijk wel zal zijn. Dat is ookafhankelijk van de mate van elektrificatie in Nederland. Volgens mij gaathet erom dat als je meer opwek op zee hebt, je daar de infra voor moetverzwaren, maar dat er ook veel momenten gaan ontstaan met negatieveprijzen. Dat betekent dat de maatschappelijke kosten in Nederland kunnenoplopen omdat we bij negatieve prijzen meestal exporteren naar hetbuitenland. Vooral in combinatie met contracts for difference kan dierekening vrij hoog worden. Ik zou de Minister willen meegeven dat zij bijde zaken die ze net noemde ook kijkt naar het effect van negatieve prijzenin combinatie met die mogelijke contracts for difference. Daar kannamelijk een enorm kostenkaartje voor Nederlandse huishoudens aankomen te hangen in de toekomst.Minister Hermans:Ja. Ik noemde het actieplan voor de tenders, het feit dat we naar demarktvoorwaarden kijken en de windenergie-infrastructuur op deNoordzee. Ik denk dat het passender is in dat actieprogramma. Maar dit isinderdaad continu de balans: wat heb je nodig om voor de ruggengraatvan onze energievoorziening, namelijk elektriciteit, op het juiste momentvoldoende te hebben? We hebben een hoge ambitie voor 2032, namelijkde 21 gigawatt. We wisten ook dat er een moment kon komen dat vraagen aanbod niet helemaal op elkaar aansluiten. Dat zien we nu. Ik verwachtdat we met de aangekondigde maatregelen daar op een positieve maniereen stimulans voor geven, maar het zal de komende jaren, waarin wedeze fase door moeten komen, steeds zo zijn dat we het heel preciesmoeten bekijken en dat we zoeken naar een evenwicht. Hoe zorg je ervoordat je investeringen op gang houdt en de vraag zich blijft ontwikkelen,maar dat de kosten, zowel voor de bouwers van de windparken als voorde afnemers – huishoudens en bedrijven – betaalbaar blijven?De voorzitter:Dan heb ik nog een vervolgvraag. Het omlaag krijgen van de kosten isnatuurlijk een belangrijke route, ook om ervoor te zorgen dat heel veelmeer bedrijven kunnen gaan elektrificeren de komende jaren. Naarmate jemet meer geëlektrificeerde bedrijven zit, nemen de kosten per bedrijf af.Dat is logisch. De Minister had het over de amortisatieronde richtingPrinsjesdag. Ik begrijp dat dit heel complex en grootschalig is. Mijn vraagover een besluit gaat over duidelijkheid richting de sector, richting hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57141 bedrijfsleven, en over hoe de route uitgewerkt wordt. Ook al gaat hetdaarna nog twee jaar duren om het in te voeren, de duidelijkheid dienodig is, gaat over wat het betekent voor de nettarieven in de jaren dertig.Dan kan namelijk een businesscase rond gerekend worden. Is de Ministervoornemens om in ieder geval daarover duidelijkheid te verschaffen voorzover dat mogelijk is? Volgens mij is dat namelijk wat veel bedrijven ervanweerhoudt om nu te investeren. Het gaat niet om het feit dat het al opPrinsjesdag geïmplementeerd zal worden, want dat gaat inderdaad langerduren.Minister Hermans:Daar ben ik mee eens. Het gaat om het perspectief en wat je kanverwachten. We kondigen nu aan dat we dit uitwerken onder dievoorwaarden. Dat er met Prinsjesdag een besluit komt, is een eerste stapin het bieden van perspectief. De tweede stap is het besluit. Dan zal ookduidelijk moeten worden hoe we dat verder gaan uitwerken, hoe dat ertechnisch uitziet en wat je ongeveer kan verwachten. Er is een positievegrondhouding. Maar als het in september tot dat besluit komt, weet ik nietof we dan al alles hebben om het gelijk helemaal inzichtelijk te maken.Maar als we dat besluit nemen, gaat die uitwerking daarna door. Dankomen al dit soort vraagstukken natuurlijk aan de orde. Ik deel het dat hoesneller je perspectief kan geven, hoe beter het is. Dat geldt juist voor delangere termijn, juist voor de termijn waarvoor dit soort grote beslis-singen worden genomen. Hoe eerder je daarover duidelijkheid kan geven,hoe beter.De voorzitter:Ik heb nog één vervolgvraag daarop. De interrupties worden goedbijgehouden, zeg ik tegen de collega’s naast me. Ik zal daar zelf nu nietoverheen gaan.Stel dat de amortisatieroute niet gaat lukken. Daarvoor waren er eenaantal randvoorwaarden. Zal het kabinet dan rond Prinsjesdag alterna-tieve routes inzichtelijk gaan maken om de nettarieven omlaag te krijgen?Volgens mij is dat wel een probleem dat we allemaal met elkaar zien.Minister Hermans:De reden dat we deze variant nu uitwerken, is dat we erkennen en met z’nallen zien dat de investeringen in het net grote effecten hebben op denettarieven voor huishoudens, bedrijven en de industrie. We moeten datop een bepaalde manier dempen om het betaalbaar te houden. Wewerken nu deze variant uit. We kijken of we het binnen de randvoor-waarden vorm kunnen geven. Als dat niet kan, is het probleem niet weg.We zullen dus moeten nadenken over alternatieven. Ik moet wel eerlijkzeggen dat dat niet makkelijk is.Een andere variant die in het ibo wordt genoemd, zijn de subsidies.Volgens mij refereerde mevrouw Rooderkerk daar ook aan. Dat is eenroute. Dat is een variant, maar dat betekent natuurlijk nu direct geldbeschikbaar stellen. Ik noemde al dat een van de uitwerkingen waarnaarwe natuurlijk kijken bij de amortisatievariant het saldo en de schuld is.Ook dat is een verantwoordelijkheid. We hebben als Nederland het belangom dat netjes te bewaken en onder controle te houden. Als onverhooptblijkt dat deze route niet kan, dan ga ik mij natuurlijk met collega’s in hetkabinet buigen over de vraag wat je dan kan doen. Gegeven de financiëlesituatie, het belang van financiële degelijkheid en de druk op de betaal-baarheid zal dat een ingewikkelde puzzel worden. Ik vind het eerlijk omdat erbij te zeggen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57142 Dan vervolgt de Minister haar betoog. Hoeveel mapjes heeft u nog? Zijndat er twee of drie? Dan hebben we rond 13.30 uur tijd voor een tweedetermijn voor een paar van de vervolgvragen.Minister Hermans:Dat is goed. Ik zal opschieten.Mevrouw Kröger had een vraag over het noodfonds. Daarover zijnmeerdere vragen gesteld. We hebben binnenkort nog een debat over debetaalbaarheid. Daar zal ook de Staatssecretaris van SZW bij zijn, maar ikzal nu alvast een aantal dingen zeggen. Ik vind het noodfonds eenbelangrijk instrument om huishoudens die acuut hulp nodig hebben bijhet betalen van de energierekening te helpen. Ik heb gezien hoe er in deeerste uren van het energiefonds door technische problemen, overbe-lasting of wat de oorzaak ook maar was een enorme opstopping ontstonden mensen hun aanvraag niet hebben kunnen indienen. Dat is natuurlijkfrustrerend en om te balen. Daar wil ik echt geen doekjes om winden.Ook heeft de Staatssecretaris bij de aankondiging van het noodfondsduidelijk gemaakt dat met het geld uit het noodfonds de verwachting wasdat we ongeveer 100.000 huishoudens zouden kunnen helpen. Ik begrijpdat er meer vraag is. Dat heb ik ook gezien. Maar die realiteit is er ook.Naast het noodfonds heeft het kabinet bij de Voorjaarsnota geldbeschikbaar gesteld om de energierekening wat te verlagen. Dat loopt viade belastingvermindering. Om het noodfonds, of het energiefonds,meerjarig te kunnen opzetten, wordt er nu voor het Social Climate Fundeen voorstel gemaakt. Dat voorstel moet Nederland voor 1 juli indienenbij de Europese Commissie. Dat zal een combinatie zijn van helpen met deenergierekening en het echt verduurzamen van de woning, want dat isuiteindelijk de meest structurele manier om je energierekening te verlagenen de manier om grip te krijgen op je energierekening.Dan de vraag van de heer Grinwis of het kabinet met een extra stortingkomt voor dat noodfonds. Ik zei net al wat de verwachting was omtrenthet aantal huishoudens dat we zouden kunnen helpen met dit bedrag. Hetis niet zo dat het kabinet op dit moment een aanvullende storting voorzienheeft. Ik moet erbij zeggen dat de huidige vormgeving van het fonds eensamenwerking is tussen publiek en privaat. Dat vraagt ook iets van deverhouding publiek-privaat in het fonds. Zomaar bijstorten door deoverheid zou, los van het punt dat dat geld er niet is, die verhoudingonder druk zetten en zou weer problemen kunnen veroorzaken in deuitvoering en bij het helpen van mensen, want dan voldoen we niet aande regels die bij de vormgeving van het fonds op deze manier horen. Ikben het er helemaal mee eens dat er structureel iets moet gebeuren.Daarom zijn er ook die middelen in het Social Climate Fund.De vraag van mevrouw Postma over de motie over een eenvoudiger tariefheb ik al beantwoord. Ik heb daarover een gesprek met de ACM gevoerd.Mevrouw Postma vroeg ook naar voldoende opslagcapaciteit voorhuishoudens, ook om het probleem met de terugleverkosten te beperken.In het debat over salderen en het afschaffen daarvan hebben we het veelgehad over het belang om energie die je opwekt met zonnepanelen zoveel als mogelijk zelf te gebruiken. Het opslaan van je eigen energie kandaar natuurlijk een bijdrage aan leveren. De inzet van thuisbatterijen enbuurtbatterijen is daarvoor een belangrijke. Maar die inzet moet netcon-gestie niet verergeren. We zijn nu bezig om afspraken te maken over hetvoorkomen daarvan. Ik zal in juni een update daarvan geven.Mevrouw Kröger vroeg naar lagere nettarieven voor huishoudens in dewarmtenetten. Ik wil vooropstellen dat aangeslotenen op warmtenettennormaal gesproken afgesloten zijn van het gasnet en daar dus geennettarieven meer voor betalen. De nettarieven die voor elektriciteitgerekend worden, kan ik niet aanpassen of verlagen, want daar gaat deACM over. Maar nu ik dit zo zit te beantwoorden, realiseer ik me dat ditniet zozeer de vraag van mevrouw Kröger was. Die ging meer over deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57143 betaalbaarheid van nettarieven van warmtenetten in het algemeen. Devraag ging ook over de 30% warmtenetten. Dat was net weer een andertype vraag. Zal ik dit nu beantwoorden, voorzitter? Ik was net metkleinverbruikers bezig.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):De vraag was wel degelijk als volgt. Als je op een warmtenet zit, gebruik jemaar heel weinig elektriciteit. Kan er een differentiatie zijn voor mensendie op een warmtenet zitten, zodat zij minder voor het elektriciteitsnethoeven te betalen? Dat was mijn vraag. Een andere optie is dat devermeden kosten van netverzwaring op de een of andere maniermeegenomen worden in de businesscase voor warmtenetten. Mijn punt isdat het eerlijker is om mensen die heel weinig gebruikmaken van het net,linksom of rechtsom tegemoet te komen.Minister Hermans:De netbeheerders komen met een voorstel voor nieuwe nettarieven voorelektriciteit. Daarbij is het de bedoeling dat mensen of huishoudens dieweinig gebruikmaken van elektriciteit lagere nettarieven betalen. Dat geldtdan natuurlijk ook voor mensen op een warmtenet. Daar zou dat een plekin moeten krijgen. Ik kan even nagaan hoe er met de vermeden kostenwordt omgegaan. Mijn eerste gevoel zou zeggen: die kosten worden nietgemaakt voor investeringen in het net, dus ze worden ook niet doorbe-rekend in de nettarieven. Ze worden niet gemaakt, dus ze worden ook nietdoorberekend. Maar ik zal nog even nagaan of daar nog meer over tezeggen is.Dan kom ik bij de slimme apparaten en de flexbonus. Dat was een vraagvan mevrouw Rooderkerk. Ik vind het belangrijk dat mensen het eigengebruik vergroten. Slimme apparaten kunnen daar een hele belangrijkerol in spelen. We gaan er nu dan ook voor zorgen dat alleen slimmewarmtepompen nog in aanmerking kunnen komen voor de ISDE-regeling,juist om te stimuleren dat die ook gebruikt worden. Nu gaat de vraag vanmevrouw Rooderkerk natuurlijk verder. Zij vroeg: kun je dat ook voorandere slimme apparaten doen? De systematiek van de ISDE zietnatuurlijk op CO2-reductie. Om aan de ISDE te kunnen worden toege-voegd, moet het dus gaan over CO2-reductie. Het gaat nu even te ver of tesnel om zomaar toe te zeggen dat we alle slimme apparaten of alleapparaten die eigen verbruik vergroten aan de ISDE gaan toevoegen. Ikvind het belangrijk dat we dat per geval blijven bekijken om hetinstrument goed gericht te houden. We kijken natuurlijk wel jaarlijks of ernieuwe technieken kunnen worden toegevoegd aan de ISDE. Als ik devraag van mevrouw Rooderkerk zo mag opvatten dat ik dat doe en daarbijkijk of die technieken tegelijkertijd ook het eigen verbruik kunnenvergroten, als dat past binnen de criteria van de ISDE, dan kan ik dattoezeggen en zal ik dat meenemen in de beoordeling. Volgens mij gaanwe daar één keer per jaar wat uitgebreider op in. Dan zou ik het daarbijkunnen doen. Maar ik kijk even wanneer dat is. Dat durf ik niet uit mijnhoofd te zeggen.Dan was er een vraag van de heer Kops over het gebruiken van energieop de goede momenten. Ik begin even met de vraag die de heer Kops mijstelde over de campagne die onlangs gestart is, die ertoe oproept omliever geen stroom te gebruiken tussen 16.00 uur en 21.00 uur. Dezecampagne ziet natuurlijk op vrijwilligheid. De campagne is bedoeld ommensen bewust te maken van die piek op het stroomnet, van het feit datde drukte op het stroomnet juist in die uren op zijn max zit. Om potentiëleproblemen te voorkomen, en ook de maatregelen die je dan eventueel zoumoeten nemen, die heftiger zijn dan wij misschien allemaal leuk vinden, isde oproep: als je je auto ook na 21.00 uur op kunt laden, doe dat dan na21.00 uur. Maar nogmaals, de campagne ziet op vrijwilligheid. Tegenmevrouw Postma zeg ik dat wij het effect van dit soort campagnes altijdTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57144 meten en in de gaten houden om te zien of dit ook iets doet. De campagnezal uiteindelijk effect moeten hebben in samenhang met nieuwe netta-rieven en het meer en veelvuldig gebruik van slimme apparaten. Datzullen we uiteraard bekijken.Dan ga ik naar een andere vraag van de heer Kops. Hij las een zin voor uiteen van de brieven die ik gestuurd heb, waarin staat dat huishoudens enbedrijven hun energieverbruik anders moeten inrichten, of moetenspreiden. Het zat «m in het woordje «moeten». De heer Kops vroeg of datbetekent dat ik iets verplicht ga maken. Nee, ik verplicht niks. Wat ikhiermee aangeef, is het volgende. Als wij met z’n allen de capaciteit diewij op dit moment hebben op het elektriciteitsnet zo goed en zo efficiëntmogelijk willen gebruiken, als we ervoor willen zorgen dat bedrijven dieop de wachtlijst staan zo snel mogelijk een aansluiting krijgen, en als wijwillen dat nieuwe woningbouwprojecten niet op wachtlijsten terecht-komen, dan hebben wij met z’n allen de verantwoordelijkheid om debestaande capaciteit zo goed mogelijk te gebruiken. Dan kunnen wijallemaal een steentje bijdragen. Dat kunnen we doen door ons er op eenpiekmoment bewust van te zijn dat het een piekmoment is en door na tedenken over de vraag of het echt nodig is om op dat moment grotehoeveelheden elektriciteit te gebruiken. Zeg ik hiermee dat je ’s avondsniet meer zou kunnen of mogen – dat laatste bedoel ik al helemaal niet –koken of televisiekijken, of dat je geen wasje zou kunnen draaien? Nee, datis absoluut niet aan de orde. Het zit «m natuurlijk vooral in de groteverbruikers. Ik noemde het al: denk aan het opladen van de auto,thuisbatterijen en zonnepanelen. Maar de zin die ik heb opgeschreven –denk aan de oproep die daarvan uitgaat – is de boodschap achter decampagne: dit is wat we met elkaar kunnen doen om de ruimte die wehebben op het elektriciteitsnet zo goed mogelijk te gebruiken, omverstoringen te voorkomen en om te voorkomen dat we heftiger moeteningrijpen als zo’n storing zich dreigt voor te doen.De voorzitter:Meneer Kops, we zijn bijna bij de tweede termijn. Dan kunt u allen uwvragen kwijt. De Minister gaat volgens mij langzaam naar een afronding,naar het laatste mapje.Minister Hermans:Zeker. Ik ben er bijna.Ik ga nu naar de tarieven voor de industrie. Dat is echt een kort mapje. Deheer Grinwis vroeg of ik kan inschatten wat de invloed is van hetaangekondigde pakket op de stijging van de nettarieven. De vraag was ofde stijging met een kwart gaat dalen of gehalveerd wordt. Dat is eigenlijkwat de heer Erkens mij net ook vroeg. Daarvoor moeten we echt eerst deamortisatievariant verder vormgeven. Het effect op de energierekening zitnatuurlijk in meer. Denk bijvoorbeeld aan de IKC-regeling en de matewaarin bedrijven daarvan gebruik kunnen maken. Het is uiteindelijk eenoptelsom van maatregelen. Zomaar zeggen «dat heeft dit effect» kan ik nuniet doen. Het is wel allemaal bedoeld om het speelveld voor onzeindustrie, voor onze bedrijven, gelijker te maken ten opzichte van delanden om ons heen.De heer Flach vroeg waarom ik de IKC-regeling niet voor vijf jaar maarvoor drie jaar verleng. Ik heb dekking gevonden voor een periode van driejaar. Daarom heb ik die keuze gemaakt.Tegen de heer Flach zeg ik ook dat een deel van de chemische industriezeker gebruik kan maken van de IKC-regeling. Vorig jaar ging bijna 30%van de middelen naar de chemiesector. Dat gebeurt op basis van een lijstdie in Europa is vastgesteld.De heer Flach vroeg mij nog om naar de volumecorrectieregeling tekijken. Dat is een regeling die in Nederland is afgeschaft, maar inomliggende landen nog van kracht is. Dat wij die hier hebben moetenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57145 afschaffen, is een gevolg van een uitspraak van onze toezichthouder ACM.Het laat wat mij betreft het belang zien om in Europa aan te dringen ophet harmoniseren van de nettarieven. Dat over de industrie.Tot slot vroegen mevrouw Kröger en mevrouw Rooderkerk naar wind opzee. Ik heb daar net een aantal dingen over gezegd. Ik had het over detenders en de brief die daarover komt, en over het actieplan, hetwindenergieplan. Mevrouw Kröger vroeg mij naar langetermijnprijsga-ranties. Het raakt allemaal een beetje aan hetzelfde. Ik doel op denegatieve prijzen in relatie tot de contracts for difference. In het actieplanvoor wind op zee worden de negatieve prijzen en de contracts fordifference meegenomen. Daarin ga ik ook in op de langetermijnprijsga-ranties.Tot slot was er een vraag van mevrouw Postma over de stroomstoring inSpanje en Portugal. Zij vroeg hoe dit zit, omdat we allemaal met elkaarverbonden zijn. De integratie van netten helpt bij het voorkomen vanstroomstoringen, want die zorgt ervoor dat er vraag en aanbodbeschikbaar is in andere landen, ook als er sprake is van problemen. Alser in Nederland zo’n storing zou zijn bij een grote centrale of als er eenwindpark uitvalt, kunnen wij ook weer elektriciteit uit buurlanden halenom een stroomstoring te voorkomen. Nederland heeft wel meer intercon-nectie dan Spanje en Portugal. Wij zijn verbonden met Duitsland, België,het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Noorwegen. Dat is gunstig vooronze leveringszekerheid. Projecten zoals LionLink met het VK, waaroverwe het eerder hadden, zijn bedoeld om de leveringszekerheid verder teverstevigen.Ik zal het daarbij laten, voorzitter.De voorzitter:Dan gaan we naar een tweede termijn, als de collega’s daar behoefte aanhebben. Ik denk het wel, gezien de handjes net. De spreektijd is 1 minuuten 40 seconden. Ik geef het woord aan mevrouw Rooderkerk van D66.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank, voorzitter. Om te beginnen wil ik graag een tweeminutendebataanvragen.Na dit debat blijven er veel vragen. We hebben weer veel verwijzingengekregen, ook naar nieuwe brieven die nog komen en nieuwe besluitendie komen, maar we zijn niet op koers. We lopen zelfs achter op de koersdie we met elkaar hadden uitgezet. Eerder ging het erover dat er danvooral geen nieuwe doelen zouden moeten worden gesteld. Nee, volgensmij hoeft dat ook niet. Laten we gewoon de doelen halen die we al gesteldhadden. Dat zou mijn oproep zijn.Ik zie uit naar de inzet om wind op zee mogelijk te maken. Alle zorgen dieik daarbij heb naar aanleiding van de berichtgeving van de laatstemaanden over projecten die niet doorgaan, stilvallen of mogelijk niet totwasdom komen, spelen daarin mee. Ik denk echt dat het belangrijk is datdaar een grotere prioriteit bij komt te liggen. Zoals eerder gezegd ben ikblij met de uitvoering van onze motie om garanties te geven aan TenneTom investeringen te doen voor de aanleg van netten op zee, maar ik benook heel benieuwd naar de amortisatievariant waarnaar de Minister nuonderzoek doet richting Prinsjesdag. Ik verwacht toch wel dat dit wellichtrelevant zal zijn. De vraag is wat er dan gaat gebeuren. Daarom hebbenwij eerder gezegd dat we wellicht toch de staatsschuld moeten gaanaanspreken, omdat het gaat om een investering in de toekomst, nietalleen voor de generaties van nu maar ook voor de generaties van detoekomst. Dat lijkt ons dus een mogelijkheid. Hoe je het ook financiert, alis het uit de begroting, het gaat erom dat je het ook doet. Dat is dan ookmijn oproep aan de Minister. Ik hoop ook echt dat zij stevig de onderhan-delingen met haar eigen Minister van Financiën in gaat richting Prins-jesdag, want het is duidelijk dat er veel meer nodig is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57146 De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik heb heel erg gepleit voor meer regie van de Minister. Ze iscoördinerend Minister voor klimaat en energie. Dit hele ibo draait eromdat de overheid veel te lang niet genoeg regie heeft gepakt op de uitrol ende versterking van de netten en de inrichting van onze energie-infrastructuur. Terwijl we hier zitten, zijn de scenariostudies van NetbeheerNederland gepresenteerd. Ik ben nu in verwarring. Het zijn vier scenario’s.Gaan we daar dan uit kiezen? Kiezen wij dat? Kiest de Minister dat? Wiekiest dat? Hoe gaan we daarop sturen? Wat is de regierol van de Minister?Zo’n ruimtelijke vraag over energieplanologie gaat er natuurlijk over of wegaan sturen op waar we energie-intensieve bedrijvigheid willen hebben.Doe je dat in omgevingsvergunningen? Is dat het plan van de Minister?We hebben een eindeloos debat gehad over het datacenter in Zeewolde.Toen hebben we gezegd: nee, dat moet je kunnen sturen, want het doetertoe waar je die vergunning afgeeft. Wat is op dit punt het concretevoorstel van de Minister? Dat mis ik.Over warmtenetten en het verdisconteren van de kosten is mijn punt hetvolgende. Als je heel veel kosten kunt besparen door warmtenetten aan teleggen, wil je dus dat die vermeden kosten van netverzwaring op een ofandere manier kunnen meetellen in de businesscase voor warmtenetten.Dat is nu niet het geval. Ook dat vraagt regie van de Minister, tussen tweeverschillende energievormen. Dat is dus wel een beetje de rode draad.Ik had nog één concrete vraag. De Minister gaf aan dat zij ging kijken naarde rentedifferentiatie voor groene investeringen. Kijkt ze ook naar een veelmeer Europese financiering van de netten? Ik vraag haar om daarnaar tekijken.De voorzitter:Dank u. Dan de heer Kops van de PVV.De heer Kops (PVV):Dank, voorzitter. Nog even kort over de belachelijke campagne Zet ook deknop om. Heel veel huishoudens hebben die knop vanwege de enormekosten natuurlijk allang omgezet. De Minister zegt dat huishoudens ertoeworden opgeroepen om tussen 16.00 uur en 21.00 uur zo min mogelijkstroom te gebruiken, bijvoorbeeld door de vaatwasser of de wasmachineop een ander moment aan te zetten, om zo het stroomnet te ontlasten. DeMinister zei zonet: we willen de capaciteit zo goed mogelijk benutten enwe willen potentiële problemen voorkomen. Maar als je die campagne zelfgoed bekijkt, staat er letterlijk dat apparaten zoals wasmachines, drogersen vaatwassers niet zwaar op het net drukken. Dan is toch de conclusiedat het helemaal niks uitmaakt of huishoudens die apparaten op dattijdstip wel of niet aanzetten? Eigenlijk worden de mensen dusopgeroepen tot iets, namelijk de ontlasting van het net, wat in werke-lijkheid helemaal geen enkel effect heeft. Dat is toch de mensen voor degek houden? De vraag aan de Minister is dus of zij niet onmiddellijk kanstoppen met deze campagne.De voorzitter:Dank. Dan volgt nog kort mijn eigen inbreng namens de VVD-fractie.Dank aan de Minister en alle mensen achter de schermen voor debeantwoording. Er zijn veel vragen gesteld, die veel kanten op gingen. Hetlaatste stukje van mijn inbreng ging over de leveringszekerheid en delessen van wat er in Spanje en Portugal is gebeurd. Ik had een aantalvragen gesteld over het mechanisme van de capaciteitsmarkt. Wanneerkomt de Minister daarop terug? Er gaat natuurlijk best wat tijd overheenals je meer regelbaar vermogen moet opstellen en moet aanbesteden enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57147 daarin moet investeren. «Begin jaren dertig» klinkt ver weg, maar als wenog knopen moeten doorhakken, moet daarmee dit jaar wel vaart wordengemaakt.Daaraan gekoppeld had ik nog een kleine vraag, die ook te maken heeftmet leveringszekerheid en de robuustheid van het energiesysteem. Bij deEnergiewet is een amendement aangenomen waarmee er eenenergieraad komt die de plannen van tijd tot tijd toetst op de voorwaardendie wij ook als Kamer van belang vinden. Wanneer wordt die raadingesteld? Is daar al zicht op?Dank.Ik kijk even naar de Minister. Hoelang heeft zij nodig? Ik hoor «vijfminuten». Dan schorsen we vijf minuten.De vergadering wordt van 13.39 uur tot 13.49 uur geschorst.De voorzitter:We vervolgen het debat. We moeten volgens mij ook deze zaal over elfminuten vrijmaken, dus ik vraag de Minister om kort door de beant-woording heen te lopen. En dan stel ik één korte vervolgvraag voor,mocht die nodig zijn. En we hebben uiteraard nog een plenaire afronding.De Minister.Minister Hermans:Voorzitter. Tegen mevrouw Rooderkerk en haar zorgen over wind op zeeen alles wat daarin speelt, kan ik alleen maar zeggen dat ik alle knelpuntendeel die we daar zien, dat daar heel veel acties op lopen en dat ik daarheel veel overleg over heb gehad in de afgelopen dagen. En die staan ooknog gepland voor de komende tijd, dus dit onderwerp staat echt hoog opde agenda, want het is cruciaal om de voortgang van de elektrificatie opgang te houden en in beweging te houden.Dan mevrouw Kröger, die refereerde aan de scenario’s van de netbe-heerders die volgens mij net gisteren gepubliceerd zijn. Dat zijn vierscenario’s, waarvan één scenario ook gebaseerd is op ons programmaNationaal Plan Energiesysteem. Dat is het koersvaste middenscenario, alsik het goed zeg. Dan zijn er nog drie andere scenario’s die de netbe-heerders maken. Dat zijn meer extreme varianten, zodat je eigenlijk eenbeetje de hoekpunten van wat er zou kunnen gebeuren in extremesituaties en wat dat dan voor investeringen vraagt, in kaart hebt envervolgens natuurlijk ook beschikbaar hebt voor beleidsbeslissingen. Unoemde bijvoorbeeld de datacenters. Een van de ontwikkelingen dienetbeheerders zien, is dat, als je niks doet in termen van beleid, dehoeveelheid datacenters een enorme vraag van elektriciteitsgebruik gaatbetekenen. Die scenario’s helpen ons dus ook weer bij de keuzeswaarvoor we komen te staan. Maar belangrijk is ook – daar zit deaansluiting tussen wat wij doen en wat de netbeheerders doen – dat eréén scenario is gebaseerd op ons Nationaal Plan Energiesysteem, hetNPE; dat koersvaste scenario dus.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Oké, dus dan zijn die andere drie meer ter informatie of iets dergelijks?Maar mijn vraag is eigenlijk: dan is het toch duidelijk dat deze Ministererop stuurt dat de investeringsplannen in lijn zijn met het NPE? Want datis wat we hier met z’n allen zitten te doen, toch? Ik probeer even tesnappen waar de regie zit op het hele proces. Ik hoop dat die bij dezeMinister is.Minister Hermans:Ja. Het antwoord daarop is: ja. Daar is dat NPE ook zo belangrijk voor.Daarom actualiseren we dat ook al volgend jaar en wachten we niet op deevaluatie die formeel in 2028 is voorzien, juist omdat er zo veel ontwikke-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57148 lingen gaande zijn en juist omdat we nu in een fase zitten waarin we ziendat je soms ook moet bijstellen en aanpassen op actualiteit, op ontwikke-lingen. Maar daar helpen die scenario’s natuurlijk wel weer bij, voor watvoor keuzes het ons zou stellen als iets in die drie extremere variantenzich zou materialiseren. Maar de regie zit bij het Rijk; in dit geval bij mij,het Ministerie van KGG. En onze sturing loopt via dat NPE, en vandaaruitworden de investeringsplannen gemaakt, beoordeeld en goedgekeurd engaan de netbeheerders ermee aan de slag.Dan vroeg mevrouw Kröger ook nog: maken we ook gebruik vanEuropese financiering voor onze elektriciteit, waaronder infrastructuur?Het antwoord is: ja. De netbeheerders maken ook wel gebruik vanfinanciering via de EIB, de investeringsbank. En we hebben hetConnecting Europe-fonds. Er zijn dus Europese middelen waarvan gebruikwordt gemaakt en die we ook meenemen in de afwegingen die gemaaktworden voor het doen van investeringen.Dan over de warmtenetten: of de vermeden kosten kunnen wordenmeegewogen in de businesscase voor warmtenetten. De manier waaropmevrouw Kröger dat net stelde, is niet mogelijk; het is niet mogelijk omdat op die manier mee te rekenen. Maar ik refereerde aan dat gewijzigdenettarief voor kleinverbruikers van elektriciteit waaraan wordt gewerkt.Daar ga je dat natuurlijk zien: als je minder gebruikmaakt van elektriciteit,ga je ook minder betalen, en als je op een warmtenet bent aangesloten,zal dat zijn effect hebben. Mensen die aangesloten zijn op een warmtenetzullen dus lagere nettarieven hebben en natuurlijk geen tarieven meervoor gas. Maar dat zei ik volgens mij net ook in eerste termijn.Voorzitter. De heer Kops stelde vragen over de campagne. Waarom ligt defocus op de tijd tussen 16.00 uur en 21.00 uur? Hij noemde ook een aantalvoorbeelden: een wasje draaien en televisiekijken. Ik zei al: de piek in hetelektriciteitsgebruik zit echt tussen 16.00 uur en 21.00 uur. We strevenernaar te voorkomen dat de piek leidt tot storingen en tot uitval, die weniet willen en die we allemaal onwenselijk vinden. Die wasmachine gaathet grote verschil niet maken, maar alle kleine beetjes helpen natuurlijkwel. Deze campagne is gericht op die bewustwording. Het grote verschilmaken we met het inzetten van energie voor de warmtepomp of hetopladen van de elektrische auto buiten de piekuren, als dat kan. Daar ligtecht de focus op.Voorzitter. De heer Erkens had nog een aantal vragen over het capaci-teitsmechanisme. Nog deze week stuur ik een brief naar de Kamer over deleveringszekerheid van elektriciteit, vooral over de balancering van vraagen aanbod. Daarin ga ik ook in op het capaciteitsmechanisme enalternatieve maatregelen die je kan nemen om met de aangekondigdeproblemen uit de leveringszekerheidsmonitor van vorig jaar om te gaan.Er komt een update van die monitor aan – ik hoor mevrouw Rooderkerkniezen; «gezondheid!» zeg ik nogmaals tegen haar – begin jaren dertig.De heer Erkens vroeg mij naar de Energieraad. Die is vastgelegd in deEnergiewet. Die gaat in per 1 januari 2026. Als de wet in werking treedt,moet ook de vormgeving van de Energieraad rond zijn. Zodra daar goedzicht op is, zal ik ook de Kamer daarover informeren. De contourenhebben we nu in beeld.Tot slot, de lessen uit Spanje en Portugal. Het punt is: we weten nog nietde exacte oorzaak van de stroomstoring. Dan is het dus ook lastig om, inelk geval op systeemniveau, te zeggen welke lessen we daar nu uittrekken. Wat leren we nou meer maatschappelijk over goed voorbereidzijn op zo’n stroomstoring? We leren dat het belangrijk is om alleoproepen, ook van de Minister van JenV, om een noodpakket in huis tehalen, op te volgen. De heer Bontenbal noemde bijvoorbeeld al contantgeld op zak hebben. Het kabinet heeft een actieve agenda voorweerbaarheid op allerlei niveaus. Ook daarover komt nog later dit jaar eenuitgebreidere brief. Ook hierbij realiseren we ons dat je ook als individudingen kan doen om je voor te bereiden op het omgaan met eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57149 stroomstoring zoals Spanje en Portugal die hebben meegemaakt. Latenwe hopen dat het nooit in Nederland gebeurt. Als we echt weten wat deoorzaak is en ook zicht hebben op wat die voor het systeem betekent, zalik op die lessen natuurlijk terugkomen.Dat was het.De voorzitter:Dank aan de Minister. Mevrouw Kröger dacht dat één vraag niet beant-woord was. We doen dat heel kort nog. Daarna moet ik de toezeggingenvoorlezen. Dan zijn we punctueel om 14.00 uur uit de zaal.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik had een vraag gesteld over energie-intensieve bedrijvigheid. Dathebben we bij de datacenters gezien. Is daar specifieke vergunningver-lening voor nodig? Hoe ziet de Minister voor zich dat dat geregeld wordtin de Omgevingswet et cetera?Minister Hermans:Even kijken. Ik denk dat mevrouw Kröger dat breder bedoelt dan deenergieplanologie, waar ik al op in ben gegaan; klopt dat? Dat is een vraagter verduidelijking, zodat ik het goede antwoord geef.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):De energieplanologie ging meer over «in overleg met». Over dedatacenters was toen de conclusie dat je als gemeente een grond moethebben om te kunnen zeggen: ik wil dat datacenter niet, want het is nietlogisch, bijvoorbeeld vanwege de grote energievraag op een bepaaldelocatie. Dat moet je dan wellicht juridisch op een manier regelen.Minister Hermans:Voor de grootschalige datacenters zijn twee mogelijke locaties aange-wezen. Gemeenten en provincies zijn verantwoordelijk voor het verlenenvan vergunningen voor datacenters in het algemeen. Daar geldt alscherper locatiebeleid voor. Je moet daarbij natuurlijk heel veel belangenafwegen, maar zeker ook of er energie-infrastructuur of -capaciteitbeschikbaar is, en wat de impact is op het elektriciteitsnetwerk als je eendatacenter neerzet. In de provinciale energievisies wordt verkend waar ditmogelijk is. Ik kan nog wel even wat nadere informatie opvragen over hoehet eruitziet en wat mogelijk de scenario’s van de netbeheerdersbetekenen voor de vraag of we daar nog aanvullend stappen op moetenzetten. Dat kan ik doen. Mevrouw Kröger gaat mij waarschijnlijk vragenwanneer ik daar dan op terug ga komen. Ik vraag me even af of ik daaropterugkom of de Minister van EZ. Als u vast de toezeggingen voorleest,voorzitter, zoek ik dat even uit en voeg ik het zo toe aan het toezeggingen-lijstje.De voorzitter:Dan gaan we heel snel door de toezeggingen.–De eerste toezegging is een toezegging aan mevrouw Kröger: deMinister stuurt een update over de voortgang van het ActieplanGroene en Digitale Banen.Op welke termijn? Als u toch kijkt naar de termijnen, kan ik u er wellichtook nog een vragen voor de voortgang van het Actieplan Groene enDigitale Banen.Minister Hermans:Dat moet ik echt nagaan bij collega’s. Dat durf ik niet te zeggen.De voorzitter:De volgende.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57150 –In de reeds toegezegde voortgangsbrief over het Landelijk Actiepro-gramma Netcongestie gaat de Minister ook in op de lokale belastingvan het net en het beter benutten van het lokale energienet. Dat is ookeen toezegging aan mevrouw Kröger.–Voor de zomer stuurt de Minister een brief inzake de visie op hetdecentrale energiesysteem. Dat is ook een toezegging aan mevrouwKröger.–De Minister informeert de Kamer over onderzoeken naar vermedenkosten die worden gerealiseerd dankzij duurzame investeringen in hetstroomnet. Dat ging volgens mij over al die maatschappelijke kostendie je dan niet hebt. Dat is een toezegging aan mevrouw Rooderkerk.–De Minister informeert de Kamer over een ruimere inpassing vanslimme apparaten binnen de ISDE-subsidie. Dat is ook een toezeggingaan mevrouw Rooderkerk.In welke brief zou dat zijn, Minister? Daar komt ze op terug.–De laatste toezegging. De Minister zegt toe in het actieplan wind op zeein te gaan op negatieve prijzen, contracts for difference en ooklangetermijnprijsgaranties. Dat is volgens mij een toezegging aanmeerdere leden die daarover vragen stelden.De Minister, afrondend.Minister Hermans:Over de locatiesturing komt in het najaar een brief, ook naar aanleidingvan het ibo, dat daar natuurlijk een aantal dingen over zegt. Die is dan. Debrief over de ISDE komt in oktober.De voorzitter:Ik dank de Minister. De onderhandeling over de tijdslijn zal na het debatnog plaatsvinden tussen mevrouw Rooderkerk en Minister Hermans; datkomt goed. Dat wordt nog uitgezocht.Ik sluit de vergadering bij dezen. Ik dank iedereen op de publieke tribune,iedereen die thuis nog meekijkt, de nog aanwezige Kamerleden, de griffieen de Minister en haar staf. Ik wens iedereen een fijne middag.Sluiting 14.02 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 023, nr. 57151
Gerelateerde bronnen
- Nettarieven
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 14 mei 2025, over nettarieven
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.