KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op het verzoek van het lid Kostić, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 25 juni 2025, over het onderzoek van PBL waaruit blijkt dat de veehouderij 8,5 miljard euro aan schade per jaar veroorzaakt

2 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f1a1100f733454df · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 813Kabinetsaanpak KlimaatbeleidNr. 1537 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 oktober 2025Hierbij reageer ik op het verzoek (2025Z213233) van het lid Kostic´ (PvdD),gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van 25 juni 2025.Economische activiteiten zijn onmisbaar voor Nederland. Ze dragen bijaan ons bbp en aan onze brede welvaart. Dit geldt niet in het minst voorde Nederlandse landbouwsector. Deze sector zorgt voor veel werkgele-genheid en is daarnaast belangrijk voor de voedselzekerheid binnenNederland en de rest van de wereld.Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft voor de landbouw eenmodelmatig vastgestelde «monetaire milieuschade» berekend, die zouworden veroorzaakt door emissies van ammoniak en methaan. Verderzouden emissies door veranderingen in het landgebruik hieraanbijdragen. Hierbij gaat het om emissies van broeikasgassen die doorNederland worden gerapporteerd als Land Use, Land-Use Change andForestry-emissies (LULUCF). Dit zijn vooral emissies uit veenweidege-bieden die ontstaan doordat de grondwaterstand is verlaagd. Deontwatering van de veengronden gebeurt echter niet alleen voor demelkveehouderij maar ook om bewoning en infrastructuur in stand tehouden. Ook ontstaan emissies door het ploegen en bewerken vanlandbouwgrond, bijvoorbeeld bij de teelt van voedsel- en voederge-wassen.In het PBL-rapport wordt benadrukt dat er aanzienlijke onzekerheden zijnin de berekende schade. Zo is de waardering van milieuschade afhankelijkvan aannames over gezondheidseffecten, natuurschade en maatschappe-lijke betalingsbereidheid, die sterk uiteen kunnen lopen. Bovendien spelenlocatie en blootstelling een grote rol: dezelfde emissie kan in een stadmeer schade veroorzaken dan op het platteland, maar zulke verschillenzijn niet altijd volledig te modelleren. Verder zorgen keuzes rond disconto-voeten en onzekerheden in de emissiedata voor aanzienlijke marges rondde schattingen. kst-32813-1537ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 813, nr. 15371 Naast deze onzekerheden zijn er ook belangrijke soorten schade en kostendie niet of slechts beperkt zijn meegenomen. Zo ontbreken de effecten vanstoffen waarvoor nog onvoldoende kennis bestaat, zoals PFAS, evenalsesthetische of recreatieve schade aan landschap, structurele bodemaan-tasting, schadelijke afvalresiduen en bredere welzijnseffecten zoalsgeluidsoverlast of psychische belasting. Ook indirecte economischeeffecten, bijvoorbeeld via productiviteitsverlies of keteneffecten, zijn nietvolledig in kaart gebracht. De studie richt zich op schade zelf en niet op dekosten voor preventie of mitigatie, terwijl ook grensoverschrijdendeeffecten slechts beperkt worden meegenomen.Tegelijkertijd bedroeg de positieve bijdrage van het totale agrocomplex(de complete keten van activiteiten rond de landbouw) aan de Neder-landse economie in 2022 circa 65,7 miljard euro en 6,9% van het bbp. Deprimaire sector was in 2022 goed voor 1,9% van de nationale werkgele-genheid en de toegevoegde waarde van de primaire productie bedroegbijna 13,3 miljard euro (1,4% van het bbp). Het veehouderijcomplex staatin 2022 met een toegevoegde waarde van ruim 19,4 miljard euro op detweede plaats, na het akkerbouwcomplex (toegevoegde waarde van bijna31 miljard euro). De totale werkgelegenheid van het veehouderijcomplexis vrij constant en lag in 2022 op ongeveer 194.000 arbeidsjaren, oftewel2,4% van de nationale werkgelegenheid. Primaire bedrijven verschaffen29,3% van die werkgelegenheid.Naast de directe en indirecte economische opbrengsten zijn de primairelandbouw en daarbinnen ook de veehouderij op allerlei vlakken van zeergrote waarde. Denk daarbij onder meer aan de voedselvoorziening en-zekerheid, het openhouden van waardevolle cultuurlandschappen,natuurbeheer, waterberging, koolstofopslag, culturele identiteit, recrea-tieve en toeristische mogelijkheden en landschapsbeleving. Een deel vandeze diensten, zoals recreatie en toerisme, leveren ook weer directemonetaire baten op.Het kabinet werkt onder andere via de inzet vanuit de MinisteriëleCommissie Economie en Natuurherstel, de aanpak Ruimte voorLandbouw en Natuur, het mestbeleid en het beleid voor de veenweidege-bieden aan het zo veel mogelijk beperken van de emissies die leiden totmonetaire milieuschade. Leidend zijn hierbij de vastgestelde interna-tionale doelen voor klimaat, water, stikstof en natuur.Zo komen we tot een steeds betere verhouding tussen de kosten en debaten van deze sector. Waarbij benadrukt dient te worden dat in relatie totde PBL-studie het bij de baten om reële bedragen gaat, terwijl demonetaire milieuschade om modelmatig berekende kosten gaat.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 813, nr. 15372

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9ae23f9ad200f08e

14 okt 2026 · e70a275f99b878f0

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.