Invulling motie van de leden Grinwis en Stoffer over voorstellen voorbereiden om de aanpak van verkeersonveilige rijks-N-wegen te verlengen (Kamerstuk 29398-1095)
Brontekst
Versie 845284db6a78a075 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 398Maatregelen verkeersveiligheidNr. 1126 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 september 2024De Kamer heeft op 13 februari jl. de motie van de leden Grinwis en Stofferaangenomen waarin de regering wordt verzocht voorstellen voor tebereiden om de aanpak voor verkeersonveilige rijks-N-wegen teverlengen, waarbij de meest verkeersonveilige wegen die nietopgenomen zijn in de huidige twee tranches opgepakt kunnen worden.1Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) herkent en deelt hetbelang van verkeersveiligheid op rijks-N-wegen. Deze kabinetsperiodewordt daarom verder gewerkt aan de realisatie van maatregelen met de€ 200 miljoen die het vorige kabinet beschikbaar heeft gesteld voor hetverbeteren van de verkeersveiligheid op rijks-N-wegen en aan maatre-gelen vanuit het programma Meer Veilig.Via deze brief wordt invulling gegeven aan de motie. In de brief wordt eenalgemeen risicobeeld geschetst van de Rijks-N-wegen en wordt ingegaanop de uitvoering van de huidige aanpak van Rijks-N-wegen. Verder wordtinformatie gedeeld over op het proces rondom de ontwikkeling van eenstrategische agenda verkeersveiligheid voor de rijkswegen (SAV-R), naaraanleiding van afspraken hierover in het Landelijk Actieplan Verkeersvei-ligheid 2022–2025.2Algemeen risicobeeld rijks-N-wegenIn de monitor Veilig over Rijkswegen wordt jaarlijks gerapporteerd over deontwikkeling van verkeersveiligheid op rijkswegen, onder andere op basis1Kamerstuk 29 398, nr. 1095. Met deze brief wordt ook de toezegging aan het lid Grinwis inzakehet informeren van de Tweede Kamer over de resterende benodigde financiële middelen voorverkeersveiligheid op Rijks-N-wegen formeel afgehandeld (TZ202402-041). Betreffende vraag isdoor de Minister van Infrastructuur en Waterstaat al mondeling beantwoord tijdens hetCommissiedebat Verkeersveiligheid op 30 januari jl. (Kamerstuk 29 398, nr. 1098)2Bijlage bij Kamerstuk 29 398, nr. 998 kst-29398-1126ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11261 van het Bestand geregistreerde ongevallen Nederland (het «BRON»).Hieruit blijkt dat het aantal verkeersdoden op rijkswegen sinds 2016(coronajaren 2020 en 2021 niet meegerekend) jaarlijks op gemiddeld circa80 ligt, waarvan ongeveer 80% op de autosnelwegen en rond de 20% opde N-wegen. De SWOV constateerde in 2021 dat er, zonder aanvullendbeleid, richting 2040 geen verandering optreedt in het aantal verkeers-doden en ernstig verkeersgewonden op rijkswegen.3 Het hoge aantalslachtoffers op autosnelwegen hangt in belangrijke mate samen met delengte en verkeersintensiteit: autosnelwegen maken 80% van hetrijkswegennet uit en hier worden veruit de meeste voertuigkilometersafgelegd.Wanneer het aantal slachtoffers echter wordt afgezet tegen het aantalgereden voertuigkilometers, ontstaat een beeld van het risico op eenslachtofferongeval (slachtofferrisico). Het slachtofferrisico ligt oprijks-N-wegen hoger dan op autosnelwegen. Weggebruikers op dezewegen lopen over het algemeen dus een hoger risico om slachtoffer teworden van een (ernstig) verkeersongeval dan weggebruikers opautosnelwegen. Dit hogere slachtofferrisico heeft in belangrijke mate temaken met de inrichting van rijks-N-wegen, waarbij opgemerkt dient teworden dat er ook grote verscheidenheid is tussen de N-wegen onderling.Aandachtspunten zijn daarbij de fysieke afscheiding tussen de rijrich-tingen op enkelbaans rijks-N-wegen, een veilige berminrichting, eenvoldoende ruim wegprofiel en een veilige inrichting van kruispunten methet onderliggend wegennet.Huidige aanpak rijks-N-wegenOp basis van incidentele financiering, zoals bij het programma Meer Veiligen de investering van € 200 miljoen, worden maatregelen getroffen voorhet verbeteren van verkeersveiligheid op rijkswegen. Met deze maatregel-pakketten worden op een deel van het rijkswegennet de grootste risico’saangepakt. Zo zijn binnen het programma Meer Veilig op een groot aantallocaties bermen veiliger ingericht door het weghalen van obstakels. Ditprogramma loopt momenteel nog.Op basis van incidentele financiering is in de periode 2011–2022 in totaalcirca € 165 miljoen geïnvesteerd in verschillende tranches van hetprogramma Meer Veilig.4 De meest recent toegevoegde middelen voorhet programma Meer Veilig (€ 25 miljoen op basis van het regeerakkoordRutte III) zijn ingezet voor het treffen van maatregelen op de N7, N14, N31,N33, N35, N36 en N48. Met het huidige hoofdlijnenakkoord (bijlage bijKamerstuk 36 471, nr. 37) zijn er geen extra middelen beschikbaargekomen.Vanuit de € 200 miljoen van het vorige kabinet worden met twee tranchesmaatregelen uitgevoerd om de verkeersveiligheid te verbeteren. Mettranche 1 worden maatregelen gerealiseerd die snel uitvoerbaar zijn,waarmee op korte termijn stappen zijn gezet in het verbeteren van deverkeersveiligheid op rijks-N-wegen. De eerste maatregelen in tranche 1zijn inmiddels afgerond, zoals bijvoorbeeld de maatregelen op de N9 bijBurgervlotbrug en Sint Maartenvlotburg en de proefvakken met moeilijkoverrijdbare rijbaanscheiding (MORS) op de N59.Met tranche 2 wordt een beperkt aantal trajecten grootschaligeraangepakt. Het zwaartepunt ligt hierbij op het aanbrengen van fysiekerijrichtingscheiding op een deel van de N36 en op de N50 (Kampen-3Bijlage bij Kamerstuk 31 305, nr. 3284Kamerstuk 29 398, nr. 997Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11262 Ramspol). Daarnaast worden in tranche 2 maatregelen getroffen op deN14, N44, N59 en N915. De planuitwerking voor de maatregelen intranche 2 is inmiddels gestart.Voor een compleet overzicht van de inzet van de middelen in tranche 1 en2 wordt verwezen naar pagina 57–60 van het MIRT-overzicht 2025, dat deKamer op Prinsjesdag is aangeboden.5Met de uitvoering van het verkeersveiligheidsmaatregelenpakket van de€ 200 miljoen is Rijkswaterstaat de komende jaren nog hard aan het werkom de verkeersveiligheid op rijks-N-wegen verder te verbeteren.Onderzoeken verkeersveiligheidsrisico’s op rijks-N-wegenMet de huidige aanpak worden op verschillende rijks-N-wegen degrootste risico’s aangepakt. Op basis van verschillende, bestaandeonderzoeken kan een beeld geschetst worden van de verkeersveiligheids-risico’s op alle rijks-N-wegen:•De Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) schetst de toekomstige opgavesvoor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, waaronder deopgave op het gebied van verkeersveiligheid op rijkswegen. Uit deIMA-20236 blijkt welke trajecten zonder aanvullende maatregelen in2040 het hoogste slachtofferrisico zullen kennen. Dit zijn de trajectenwaar de kans om betrokken te raken bij een (ernstig) ongeval hetgrootst – en de daarmee gepaard gaande maatschappelijke kosten –het grootst zijn.7 De IMA schetst de verwachte opgave, maar maaktniet inzichtelijk welke maatregelen op specifieke trajecten te treffenzijn. Wel laat de IMA-2023 zien dat de investering van € 200 miljoen inde verkeersveiligheid van rijks-N-wegen na realisatie jaarlijks € 20 mil-joen aan maatschappelijke kosten bespaart. De investering is daarmeena realisatie in 10 jaar terugverdiend. Met een effectperiode voorinfrastructurele maatregelen van 20 tot 30 jaar is sprake van eenpositieve kosten-baten-factor van 2 tot 3.•Arcadis heeft in 2021 een onderzoek gedaan naar de toepassing vanfysieke rijrichtingscheiding op enkelbaans rijks-N-wegen. Resultatenuit dit onderzoek zijn benut voor een prioritering binnen de € 200 mil-joen voor verkeersveiligheid op rijks-N-wegen. In de aanbiedingsbriefbij het genoemde onderzoek van Arcadis aan de Tweede Kamer uit2021 zijn de verschillende mogelijkheden geschetst voor een mogelijkeprioritering van trajecten die op dit moment niet beschikken overfysieke rijbaanscheiding, bijvoorbeeld op basis van kosteneffectiviteitof risicocijfer.8•De SWOV constateert in de jaarlijkse analyse van dodelijke verkeers-ongevallen op rijkswegen dat de meest kansrijke maatregel voor eenaanzienlijke reductie van het aantal dodelijke ongevallen op rijkswegengericht is op een obstakelvrije inrichting van bermen.9 Daarbij wordtdoor SWOV aanbevolen om ook te bekijken hoe de aankondiging enbebakening van krappe bogen in afritten en verbindingsbogenverbeterd kan worden en om filegevoelige locaties van signalering tevoorzien.5Bijlage bij Kamerstuk 36 600-A, nr. 4. Online beschikbaar op: https://open.overheid.nl/documenten/1906196f-999b-4fc9-97d5-447b62621f0e/file6Kamerstuk 36 410-A, nr. 217Hiermee wordt gedoeld op de maatschappelijke kosten van slachtofferongevallen, per miljardvoertuigkilometer. Een nadere uitleg is gegeven in het Achtergrondrapport VerkeersveiligheidHoofdwegennet, dat in 2021 als onderdeel van de IMA aan de Tweede Kamer is gestuurd(bijlage 990625 bij Kamerstuk 31 305 nr. 328).8Kamerstuk 29 398, nr. 9709SWOV (2023), Dodelijke verkeersongevallen op rijkswegen in 2021. Bijlage bij Kamerstuk29 398, nr. 1059Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11263 •Binnen het programma Meer Veilig is de afgelopen jaren op prioritairelocaties ingezet op het verwijderen van obstakels in de berm en hetaanbrengen van geleiderails. Andere maatregelen zijn bijvoorbeeld hetaanbrengen van bochtgeleiding, de reconstructie van kruispunten enaansluitingen, het verlengen van in- en uitvoegstroken, het aanbren-gen van bochtgeleiding en het realiseren van lokale filebeveiligings-systemen. Analyses uit de monitor Veilig over Rijkswegen laten ziendat na de realisatie van Meer Veilig-maatregelen een sterkere daling inhet ongevalsrisico te zien is dan op trajecten waar geen maatregelenzijn getroffen. Dit betreft maatregelen op zowel autosnelwegen alsN-wegen in beheer van het Rijk. De uitvoering van het programmaMeer Veilig loopt nog door tot en met 2025.10VervolgaanpakNaar aanleiding van afspraken in het Landelijk Actieplan Verkeersvei-ligheid2022–2025 werkt het Ministerie van IenW momenteel aan de ontwikkelingvan een strategische agenda verkeersveiligheid voor de rijkswegen(SAV-R). De SAV-R heeft betrekking op zowel A- als N-wegen in beheervan het Rijk. Ten behoeve van de SAV-R wordt een integrale analyse vanverkeersveiligheidsrisico’s op rijkswegen opgesteld, wordt in beeldgebracht welke maatregelen mogelijk te treffen zijn om de verkeersvei-ligheid op rijkswegen verder te verbeteren en wordt geschetst welkeafwegingen daarbij te maken zijn.Voor het uitwerken van de SAV-R wordt onder andere gebruik gemaaktvan de inzichten uit de benoemde onderzoeken. De onderzoeken schetseneen beeld van de verkeersveiligheidsrisico’s op rijks-N-wegen, demaatregelen die daarbij denkbaar zijn en de positieve verkeersveiligheids-effecten die dit kan opleveren. Uit de IMA blijkt bijvoorbeeld welkerijks-n-wegen een hoog slachtofferrisico kennen. Door het maken vannadere risicoanalyses wordt inzichtelijk welke knelpunten hier preciesoptreden. De top-15 van de IMA bestaat uit de volgende wegen: N44, N14,N65, N915, N35 (Zwolle-Wierden), N99, N18 (Varsseveld-Groenlo), N9,N35 (Enschede-Duitse grens), N59 (tussen N57-N257), N57 (verschillendetrajectdelen), N3 en N33 (A7-Eemshaven).11Voor het opstellen van dergelijke risicoanalyses zijn eerdere analysesbeschikbaar, zoals de analyses die zijn opgesteld voor het maatregel-pakket in tranche 2 van de € 200 mln. Het eerder genoemde onderzoekvan Arcadis over fysieke rijbaanscheiding biedt daarbij inzicht in demogelijke kosten en effecten van het realiseren van fysieke rijbaan-scheiding. Ook is er op basis van het programma Meer Veilig inzicht in deverwachte verkeersveiligheidseffecten en kosten van een meer stapsge-wijze, kleinschalige aanpak van verkeersveiligheidsknelpunten.Binnen dit programma is met een budget van gemiddeld circa€ 14 mln/jaar geïnvesteerd in tal van relatief kleinschalige maatregelen dieeen positieve bijdrage hebben geleverd aan de verkeersveiligheid oprijkswegen.12 Voor het maken van een afweging over (eerst) aan te pakkentrajectdelen en het samenstellen van maatregelpakketten is het ook nodigom eventuele samenloop met al voorziene maatregelen en onderhouds-10Rijkswaterstaat (2023), Veilig over Rijkswegen 2021: monitoringsrapport verkeersveiligheidvan rijkswegen, Deel A: Landelijk beeld. Beschikbaar via https://open.rijkswaterstaat.nl/open-overheid/onderzoeksrapporten/@259089/veilig-rijkswegen-2021/11Kamerstuk 36410-A, nr. 2112Zie Kamerstuk 29 398, nr. 997 en Rijkswaterstaat (2023), Veilig over Rijkswegen 2021:monitoringsrapport verkeersveiligheid van rijkswegen, Deel A: Landelijk beeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11264 werkzaamheden in beeld te brengen, en de maatregelen te toetsen opmaakbaarheid.Tot slotHet streven is om de Kamer eind dit jaar nader te informeren over devoortgang van de SAV-R. Ik ga graag met de Kamer in gesprek over demogelijkheden voor het uitwerken van een eventuele vervolgaanpak voorhet verder verbeteren van de verkeersveiligheid op rijkswegen, daarbijrekening houdend met de budgettaire kaders die het kabinet heeft.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. MadlenerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11265
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.