Verslag van een commissiedebat, gehouden op 28 november 2024, over Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen
Brontekst
Versie fac9b35af1c78550 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 398Maatregelen verkeersveiligheidNr. 1143 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 9 januari 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op28 november 2024 overleg gevoerd met de heer Madlener, Minister vanInfrastructuur en Waterstaat, over:–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.13 augustus 2024 inzake CBR-kwartaalrapportage «corona-inhaalslag examens» tweede kwartaal 2024 (Kamerstuk29 398, nr. 1112);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.23 oktober 2024 inzake onaanvaardbare wachttijden bij hetCBR (Kamerstuk 29 398, nr. 1130);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.19 november 2024 inzake reactie op verzoek commissie overde brief van de Vereniging Consumentenbelang Autorijbewijs(VCBA) over de misstanden bij het CBR (Kamerstuk 29 398,nr. 1133);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.22 november 2024 inzake stand-van-zakenbrief ten behoevevan commissiedebat CBR 28 november (Kamerstuk 29 398,nr. 1135).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,Schukkink kst-29398-1143ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11431 Voorzitter: NordkampGriffier: MeedendorpAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: El Abassi, Olger van Dijk,Heutink, De Hoop, Nordkamp en Veltman,en de heer Madlener, Minister van Infrastructuur en Waterstaat.Aanvang 14.33 uur.De voorzitter:Goedemiddag, allemaal. Welkom bij het commissiedebat met alsonderwerp Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. In het bijzonderwelkom aan de Minister, de heer Madlener. Ik stel voor dat we beginnenmet het debat. De spreektijd is maximaal vier minuten, met daarbij vierinterrupties in de eerste termijn. Ik geef als eerste het woord aan de heerHeutink van de PVV.De heer Heutink (PVV):Voorzitter, dank u wel. Het CBR kampt al enkele jaren met een forsewachtrij. Mensen die hun rijbewijs willen halen, moeten soms wel tottwintig weken wachten voordat zij hun praktijkexamen kunnen doen. Ikmag hopen dat iedereen ziet dat zo’n wachttijd niet werkbaar is, voorrijscholen niet, voor leerlingen niet, voor het CBR niet en ook voor dezeMinister niet.Voorzitter. Een probleem is de informatievoorziening vanuit het CBR enhet ministerie. We krijgen KPI’s gepresenteerd en niemand weet precieshoe je die cijfers moet lezen. Bovendien hebben ze soms geen echtebetekenis. Ik vraag mij oprecht af hoe het kan dat de Minister en het CBRdoen alsof een gemiddelde wachttijd van 8,4 weken een vooruitgang is.Het wordt gepresenteerd als iets positiefs, lijkt het wel. Dat gemiddeldevan 8,4 weken zegt namelijk helemaal niks. Op de site van het CBR staatzelfs dat de wachttijd kan schommelen, zelfs tot twintig weken. Wat is zo’ngemiddelde dan nog waard? Helemaal niks. Bovendien blijkt uit onder-zoeken van zowel PwC als KPMG dat de KPI’s over wachttijden onshelemaal niets wijzer maken. De gemiddelde wachttijd zegt namelijkhelemaal niets over de doelmatigheid van het CBR. Het CBR vertelt onswel hoeveel rijexamens er worden afgelegd, maar niemand weet of dataantal wenselijk is of wat dat aantal eigenlijk had moeten zijn. De huidigeinrichting van de KPI’s toont namelijk geen enkele samenhang tussen dereserveringstermijnen en het aantal afgenomen examens. Graag horenwe wat de Minister kan doen om de KPI’s te verbeteren.Daarnaast wordt er vanuit de sector zelf gecommuniceerd over de«gekocht is gekocht»-houding van het CBR. Dat betekent simpelweg dathet CBR zo’n extreem starre houding aanneemt dat het met zowelleerlingen als rijscholen niet of amper meedenkt. Een gebroken been, eensimpel voorbeeld, leidt in dat geval niet meer tot een wijziging van deexamendatum, maar tot een verloren plek in de wachtrij. Daar ga je danmet je reserveringstermijn. Het is voor de mensen niet meer te begrijpen.Iedereen in de sector ondervindt de moeilijkheden van dit probleem.Vasthouden aan KPI’s met reserveringstermijnen gaat die problemen danook niet oplossen.Voorzitter. Deze situatie dwingt rijscholen om rijexamens al maanden vantevoren in te plannen en het dwingt leerlingen tot extra kosten. Want óf jeexamen is te vroeg ingepland en je was er niet klaar voor óf je hebtmaanden wachttijd en je wil de kennis paraat houden. Het wordt hoe danook peperduur. Er moet dus iets veranderen.Voorzitter. Als echte autoliefhebbers denken wij natuurlijk graag mee. Wijzijn van mening dat we dé oplossing voor dit probleem hebben. In 2023heeft het CBR maar liefst 105.000 tussentijdse toetsen afgenomen. Op eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11432 totaalaantal toetsen van ruim 750.000 is dat een fors aantal. Dat is 14%.Begrijpt u ons niet verkeerd, de tussentijdse toets is belangrijk en diemoeten we zeker behouden, maar er is wel winst te behalen volgens ons.Waarom laten we die ruim 100.000 tussentijdse toetsen niet afnemen bijde rijscholen zelf? Dat kunnen ze namelijk heel erg goed. Dat hebben detoets besloten terrein en de praktijktoets voor het C-rijbewijs ookaangetoond. Dat kunnen wat ons betreft ook een enkel aantal gecertifi-ceerde rijscholen zijn.Voorzitter. Het moet dus echt anders. Het moet echt beter. We horendaarom graag van de Minister wat hij van dit voorstel vindt om dewachtrij drastisch in te korten en wat hij van het werken aan die KPI’svindt.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Ik zie dat er een interruptie is van de heer De Hoop, GroenLinks-Partij vande Arbeid.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat dit op zich een scherpe analyse is van de heer Heutink van deproblemen bij het CBR, maar ik ben wel benieuwd wat de heer Heutinkeen wenselijke wachttermijn vindt voor die examens. Ik kan mij namelijkherinneren dat Minister Madlener als PVV-Kamerlid op 11 november 2021een motie indiende – dat was in coronatijd – om de norm voor dereserveringstermijn terug te brengen van zeven naar vier weken. Er wastoen een stuwmeer van 800.000 examens. De heer Madlener is nu eenhalfjaar Minister. Het is ook geen coronatijd. Je zou eigenlijk zeggen:waarom is dat nog niet gelukt als dat toentertijd al zo makkelijk zoumoeten kunnen? Ik ben dus wel benieuwd wat dan nu de ambitie van dePVV is.De heer Heutink (PVV):Idealiter boek je morgen een examen en kun je begin de week erna op.Dat is de ideale situatie natuurlijk, want je wil dat kennis paraat blijft endat op het moment dat iemand klaar is om af te rijden, hij ook daadwer-kelijk dat examen kan gaan doen. Want hoe langer daartussen zit, hoemeer lessen iemand moet nemen om die kennis paraat te houden. Datgaat uiteindelijk ten koste van de kwaliteit van de rijvaardigheid van heelveel mensen in ons land. Ik vind die ambitie van vier weken absoluut geengek idee. Ik denk ook dat het een terechte vraag is aan de Ministerwaarom hij dat, nu hij Minister is, niet geregeld heeft. Want ja, het is eensympathiek idee en wat ons betreft mag er zeker wat meer ambitieworden getoond.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank, meneer Heutink, voor het antwoord. Ik denk dat we met elkaarkunnen constateren dat die motie misschien een klein beetje kort door debocht was, maar ik vond de ambitie sympathiek. Ik sluit ook niet uit dat deheer Heutink die motie toen voor de heer Madlener geschreven heeft endat hij die ambitie dus zelf ook erg heeft. Voor het optreden op de plekkenwaar het minder goed gaat, zou mijn fractie het bijvoorbeeld goed vindenals er een onafhankelijk toezichthouder zou komen. De commissie-Roemerheeft daar in 2021 ook al uitspraken over gedaan. We zien dat 1.200rijscholen een laag slagingspercentage hebben, van onder de 30%. Ik kanme voorstellen dat je op die manier ook een stap kunt zetten. Staat de PVVdaar ook voor open?De heer Heutink (PVV):Formeel heeft het CBR natuurlijk ook de rol van toezichthouder. Sterkernog, we vinden ook dat het die wat meer zou moeten kunnen pakken. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11433 denk niet dat het per direct wenselijk is om extra organisaties op te tuigendie dan weer extra toezicht gaan houden. We moeten er nu voor zorgendat die wachtrij korter wordt en dat we betere inzage krijgen in deprestaties van het CBR. Laten we dat alsjeblieft eerst op orde gaanbrengen, voordat we nieuwe organisaties gaan optuigen en nog meerbureaucratie tot leven gaan wekken. Ik denk dat niemand daarbij gebaatis: het CBR niet, het kabinet niet en zeker de rijscholen en al die leerlingenniet.De heer El Abassi (DENK):Ik heb de heer Heutink niet of niet voldoende gehoord over wat hij vindtvan het negentienpuntenplan van de heer Roemer. Graag zou ik van deheer Heutink willen horen wat hij daarvan vindt. Denkt hij, net als DENK,dat dit ook een kostenverhogend effect heeft?De heer Heutink (PVV):Het voorstel dat ik zojuist heb gedaan, is een van de punten uit hetplan-Roemer, namelijk dat we iets moeten gaan doen aan de tussentijdsetoetsen. Ik heb dus specifiek dit punt uit het plan gepakt. Ik vind dat eengoed idee. Sterker nog, niet alleen wij vinden dat een goed idee, maarbijvoorbeeld ook BOVAG. We hebben meerdere rijscholen gesproken diedit een goed idee vinden. Dat onderdeel uit het plan van Roemer kan duszeker een positief effect hebben op de wachtrijen.De heer El Abassi (DENK):Het punt van de heer Heutink gaat over de wachtrijen. Wij zijn er ook voorom die wachtrijen te verminderen, zodat mensen minder lang hoeven tewachten. Ik heb het over een kostenverhogend element. De tussentijdsetoetsing is inderdaad een kostenverhogend element. Dat zou ik in iedergeval ook kunnen verwachten. Maar een ander element is dat er meerexamens afgelegd moeten worden of dat rijexaminatoren om de zoveeltijd getoetst worden. Dat is allemaal kostenverhogend. Ik ben benieuwdhoe de heer Heutink breder kijkt naar al die punten.De heer Heutink (PVV):Ik zal even een paar punten uit het plan noemen die echt wel heel ergpositief kunnen zijn. Dat is bijvoorbeeld het introduceren van een landelijkleerlingvolgsysteem. Je wil volgens mij maatwerk kunnen toepassen vooral die leerlingen. Je wil ook een leerportfolio opstellen: hoe ziet het er nouuit? Je wil permanente verkeerseducatie invoeren – dat is onlangsgebeurd – waarmee er een verplichting is van het volgen van eenrijopleiding. Dat komt de verkeersveiligheid ten goede. Maar we moeten,als je verder kijkt, bijvoorbeeld niet meer bureaucratie gaan invoeren. Diezit bijvoorbeeld in het toezicht dat het IBKI – dat lees ik hier – moet gaandoen. Nee, laten we dat nu vooral niet doen. Laten we nu kijken hoe wedie verkeersveiligheid omhoog gaan krijgen. Hoe krijgen we het slagings-percentage omhoog? Hoe gaan we ervoor zorgen dat de kosten, dieoverigens al veel te hoog zijn, niet nog verder stijgen, maar dat we dekwaliteit van de rijopleidingen toch kunnen blijven behouden en eventueelook kunnen verbeteren? Er staan inderdaad een aantal dingen in hetrapport die daar zeker aan bijdragen, maar ik ben het met de heer ElAbassi eens dat er ook zeker een aantal dingen in dit rapport staan die opdit moment niet wenselijk zijn.De voorzitter:Oké. Dan gaan we door naar de volgende spreker. Ik geef het woord aande heer Van Dijk van Nieuw Sociaal Contract.De heer Olger van Dijk (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11434 Dank, voorzitter. We zijn blij met het initiatief van de heer Heutink tot hetvoeren van een apart debat hierover. Hoewel er sinds corona verbete-ringen lijken te zijn, zijn de wachtlijsten voor de rijexamens op veelplekken nog onacceptabel lang, zoals al even werd genoemd. Degemiddelde reserveringstermijn werd ook al genoemd: acht weken. Maarja, de signalen die ik uit het land krijg, die we allemaal krijgen en die weook vanochtend weer in de krant kunnen lezen, duiden op een heel anderewerkelijkheid. Ik hoor dat die in mijn regio, Amersfoort, vijf maanden is.Mijn medewerker heeft vorige week een examen aangevraagd, en hijkwam uit op mei. Dat is gewoon meer dan 22 weken. Ik lees over eenrange van 1 tot 22 weken. Maar hoe kan dit dan eigenlijk, is mijn vraagaan de Minister. Ik heb het idee dat er gewoon op een heel andere manierwordt gemeten. Misschien kan de Minister daar wat over vertellen. Dat isook meteen mijn vraag: moeten we niet op een andere manier gaanmeten? Als wij communiceren dat de termijn acht weken is, maar ouders,leerlingen zelf of mensen die dit volgen, zien dat het veel langer duurt,dan is dat heel lastig uit te leggen. Mijn vraag zou dus zijn: moeten we ditniet gewoon op een heel andere manier gaan doen? De vraag die ik daarook bij zou willen stellen, is of de Minister na afloop van dit laatstekwartaal, in januari, een actueel overzicht van de wachttijden bij het CBRkan geven, en dan uitgesplitst naar de 54 examenlocaties.Wanneer ziet de Minister wél aanleiding tot noodmaatregelen? Nu niet,lezen we. Zouden die niet juist gericht moeten zijn op afzonderlijkelocaties, omdat er een enorme spreiding is? Is hij het met ons eens dat dievariatie – tussen de 1 en 22 weken – veel te groot is? Dat kan eigenlijk nietin één land.De voorzitter:Meneer Van Dijk, ik zie dat de heer Heutink u wil interrumperen.De heer Heutink (PVV):Op zich deel ik de analyse van het lid Olger van Dijk, maar hij begint netover de noodmaatregelen. In de brief van het kabinet hebben we gelezendat een van de noodmaatregelen het schrappen van de tussentijdse toetsis. Wat ons betreft is dat niet wenselijk, maar ik ben heel erg benieuwdhoe NSC daarnaar kijkt. Vindt NSC deze noodmaatregel, het schrappenvan de tussentijdse toets, wenselijk? Of ziet NSC ook heil in het voorsteldat onze fractie zojuist heeft gedaan?De heer Olger van Dijk (NSC):Ik zou eerst van de Minister willen horen hoe hij die problematiek ziet enof hij de ernst deelt. En dan denk ik ook aan de vraag wanneer je dan wélaan die noodmaatregelen toekomt. Wij denken dat er wel echt iets moetgebeuren. Het begint met een beter inzicht, met beter communicerenhierover. Maar dan nog is die termijn te lang en moet je gaan kijken hoe jedie kan terugdringen. Daarvoor zijn er een aantal routes; daar kom ik zonog op. Dit heeft met slagingspercentages te maken, maar ook metexaminatoren. Overigens wordt daar door het CBR ook aan gewerkt. Watdat betreft is het dus en-en. Het voorstel van de heer Heutink vind ikinteressant. We hebben met z’n allen natuurlijk een hele route ontwikkeld.Waarom hebben we die toetsen? Die zijn er voor de verkeersveiligheid.We willen dat mensen goed de weg op gaan als ze dat examen hebbengehaald. Het idee dat je dit misschien op een andere manier kunt invullenom zo voor ontlasting te zorgen – ook via het aantal examens – vind ik opzichzelf best interessant. Daar zou ik met mijn fractie verder over na willendenken.De heer Heutink (PVV):Ik wil daar nog heel even op door. Het doel van de tussentijdse toets isenerzijds dat de leerlingen kunnen oefenen met de bijzondere verrich-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11435 tingen. Daarvoor krijgen ze nu een vrijstelling op het examen. En dankunnen ze kennismaken met het CBR. Het doel van die tussentijdse toetsis natuurlijk uiteindelijk het verhogen van het slagingspercentage. Mijnvoorstel zou ertoe leiden dat die vrijstelling vervalt, want die vrijstellingwordt dan niet meer verleend door het CBR. Maar dit heeft dan nogsteeds een toegevoegde waarde voor de rijopleiding en het slagingsper-centage, en natuurlijk voor het laten afnemen van de wachtrij. Ik hoop dusdat meneer Van Dijk in ieder geval die analyse met mij kan delen.De heer Olger van Dijk (NSC):Uiteindelijk is het doel, denk ik, dat wij die slagingspercentages toch nogweer verder omhoog proberen te krijgen. Dat helpt. Als dit een routedaarnaartoe is, dan willen wij daar in mijn fractie echt wel serieus naarkijken. Maar dat geldt ook voor andere mogelijkheden, en ik ben vooralbenieuwd welke mogelijkheden de Minister ziet.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Olger van Dijk (NSC):Ja, dank. Dan kom ik net zoals de heer Heutink even op het inkopen vande afrijslots. Ik hoor van een eenzame rijschoolhouder dat hij zelf om zesuur ’s ochtends moet opstaan om meteen mee te kunnen, om er in iedergeval bij te zijn. Ik vind dat nogal een aparte werkwijze. Dus: kan datanders? Herkent de Minister die problemen voor met name de kleinererijscholen?Voorzitter. Ik constateer dat de Minister de oplossing ook zoekt in meerexamencapaciteit en hogere slagingspercentages. Laten we dan vooralkijken naar de rijscholen die zwaar onderpresteren, naar die 1.200 dieminder dan 30% halen. Dat houdt de boel enorm op. Welke mogelijkhedenziet de Minister om maatregelen te nemen tegen deze ondermaatspresterende rijscholen? Is hij bereid nader onderzoek te doen en te kijkennaar iets als een vorm van curatele voor de rijschoolhouders? Er wordt nual gewerkt aan meer toezicht. Het idee van een van die maatregelen is ommeer toezicht te krijgen op de rijschoolbranche via een verplicht rijscho-lenregister. Hoe kijkt deze Minister daartegen aan? Dat kan eventueelgekoppeld worden aan een klachtencommissie en een vorm vantuchtrecht. Ik kijk dan ook weer terug naar het makelaarsverleden vandeze Minister, omdat hij daar al mee bekend is. Hoe kijkt hij daartegenaan?Voorzitter. Als die stok niet werkt, dan werkt misschien een wortel voor degoed presterende scholen. Ziet hij mogelijkheden om misschien juistkleinere rijschoolhouders met een hoog slagingspercentage extra ofexclusieve toegang te geven tot een deel van de in te kopen examen-plekken?Voorzitter. In 2021 presenteerde de heer Roemer een advies voor dekwaliteitsverbetering van de rijscholenbranche. Hoever is de Minister nueigenlijk met de uitwerking van die aanbevelingen en de verankeringhiervan in wet- en regelgeving? En als die stappen al zijn gezet: wat zijndan de effecten daarvan? Dan gaat het ook om de stijging van de kosten –die werd al even genoemd – want die moeten we ook in het oog houden.Voorzitter. Dan breek ik ook graag een lans voor de eis van vijf jaarrijervaring voor nieuwe rijinstructeurs. Iemand die net zijn rijbewijs heeftgehaald, kan op dit moment na een korte opleiding meteen aan de slagals rijinstructeur. Maar hoe wenselijk is eigenlijk een 18- of 19-jarigerijinstructeur? Niet voor niets stellen autoverhuurders allerlei eisen aanrijervaring. Hoe staat de Minister tegenover die vijfjaarseis en tegenovereen rijproef voordat ze aan de opleiding beginnen?Voorzitter. Dan kom ik nog bij de aangenomen motie van mijn collega,Agnes Joseph, over het afschaffen van de algemene medische keuringTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11436 voor het afleggen van een rijexamen voor mensen met autisme, ADD enADHD. Deze keuring is vele mensen een doorn in het oog. Ik vraag deMinister: hoe staat het met de uitvoering van deze motie?Tot slot kom ik op een vorm van regeldrukvermindering. Als je nu al hetrijbewijs B hebt, dan moet je toch het volledige theorie- en praktijktrajectdoorlopen als je ook een zogenaamd rijbewijs A1 zou willen halen voorlichte motorfietsen en motorscooters. In het licht van de ervaring die diebestuurders dan veelal al hebben, zou ik de Minister willen vragen hoe hijaankijkt tegen het aanbieden van een versneld praktijktraject voor hetbehalen van het rijbewijs A1 voor bestuurders die al een rijbewijs Bhebben.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan geef ik het woord aan de heer DeHoop van GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Het laatste debat dat specifiek ging over het CBR isalweer een tijdje geleden; dat was zelfs in coronatijd. Toen liepen deachterstanden flink op. Toentertijd was ik ook al woordvoerder op ditdossier namens mijn fractie. Ik kan mij dat debat van toen goed herin-neren. Er was een gigantisch stuwmeer van 800.000 niet-afgelegdeexamens. Dat is gelukkig grotendeels weggewerkt. Het CBR zegt zelf datwe nu heel dicht op het doel van zeven weken wachttijd zitten. Examen-kandidaten en rijscholen zeggen dat ze dit in de praktijk nog steeds anderservaren. Bovendien verschilt het behoorlijk per regio en is het natuurlijkslechts een gemiddelde. Om niet uit de flow te raken, zien we datrijscholen dan ook examens aanvragen voordat je er eigenlijk klaar voorbent. Tegen de tijd dat je dan aan de beurt bent, hoopt men dat je dat danwel bent. De helft van de kandidaten was dat waarschijnlijk niet, want diezakt. Zij hebben dus misschien examen gedaan op een moment dat ze ernog niet helemaal klaar voor waren. Als kandidaten pas kunnen afrijdenals ze daar ook echt klaar voor zijn, zou dit enorm schelen voor dewachtrijen. Ook bij rijscholen ligt dus een grote verantwoordelijkheid.Voorzitter. Dat is niet alleen op te lossen door almaar meer examinatorenaan te nemen, al helpt dat wel enorm; dat hebben we gezien. Maar dienieuwe examinatoren zijn er niet alleen om eventjes de achterstandenweg te werken. Wat mijn fractie betreft moeten we ook meer kunnenverwachten van de rijscholen. Dat de helft van de kinderen zakt, is ookecht een verantwoordelijkheid van rijscholen. Niet iedereen heeftevenveel talent of aanleg, maar de rijinstructeur moet inschatten of eenkandidaat klaar is voor het examen. Kennelijk wordt hier toch nog te veelop gegokt. Wat mij betreft zit daar een groot deel van de oplossing, voorzowel de leerlingen als de overheid als de branche zelf.Vandaag is ook de OCW-begroting. Als je daar bijvoorbeeld naar kijkt, zieje dat eindexamens een slagingspercentage van 91% hebben. Dat zoudenwe bij rijscholen toch eigenlijk ook willen? Maar in de rijschoolbranche isfiftyfifty kennelijk al decennialang normaal. Er zijn zelfs 1.200 rijscholen inNederland die een slagingspercentage hebben onder de 30%. Ik vind databsurd. De heer Pechtold, directeur van het CBR, had het bij Radar zelfsover examenkandidaten die worden opgelicht. Ik vind dat hele stevigewoorden. Hoe gaat de Minister de rijschoolmarkt beter reguleren? Kan hijtoezeggen dat hij gericht gaat kijken naar en optreden tegen de 1.200rijscholen die een lager slagingspercentage hebben dan 30%?De voorzitter:Meneer De Hoop, u heeft een interruptie van de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11437 Ik vind het nogal een stevig verwijt van meneer De Hoop richtingrijscholen dat ze «gokken» met de kwaliteit van leerlingen en of die klaarzijn om af te rijden. Snapt meneer De Hoop dat heel veel rijscholen daarinniet altijd een keuze hebben omdat die wachtrij zo tergend lang is? Zijzitten met leerlingen die klaar zijn om af te rijden, maar maanden moetenwachten voordat ze dat kunnen. En in de tussentijd moet er maar het gelden de gelegenheid zijn om additionele rijlessen te kunnen nemen. Ik vindhet dus een hele ferme uitspraak, en ik vraag meneer De Hoop of hij snaptdat het ook echt andere oorzaken heeft die absoluut niet altijd in dehanden van de rijschoolhouder liggen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Volgens mij schets ik de praktijk waarin rijscholen al vroeger eenrijexamen aanvragen, wetende dat ze nog even moeten wachten,waardoor het in de realiteit een gok is of die kandidaat er daadwerkelijkklaar voor is. Dat erkennen rijschoolhouders ook. Ik vind dat voor een deeleen verantwoordelijkheid van henzelf, en ik vind ik dat het bij te veelrijscholen veel te vaak fout gaat. Als je een slagingspercentage hebt onderde 30%, dan kan ik niet anders constateren dan dat er te veel verkeerdgegokt wordt. Ik vind dat dat excessen zijn die aangepakt moeten wordenen waar scherp naar gekeken moet worden. Een deel van de rijscholenheeft natuurlijk moeite met de lange wachttijden, waardoor het lastig in teschatten is. Maar volgens mij is het per definitie een gok. Dat is de situatiedie ik schets. Daarnaast schets ik dat 30% en lager echt wel heel erg laagis. Ik mag toch hopen dat dat niet alleen GroenLinks-Partij van de Arbeid,maar ook de heer Heutink zorgen baart, omdat er dan ook, denk ik,rijscholen tussen zitten die echt niet goed met de zaak bezig zijn. Ik vinddat wij hen daarop mogen aanspreken.De heer El Abassi (DENK):Ik zou de heer De Hoop willen vragen of hij ook kan uitleggen en aantonendat rijscholen met een slagingspercentage van lager dan 40% of 30% hetniet goed doen. Hoe kan hij dat aantonen? Want je kunt bij twee kampenkijken. Je kunt je afvragen of de rijschool zelf voldoende kwaliteiten bezit.Maar je kunt ook denken aan rijscholen die een lager tarief vragenwaardoor ze een andere doelgroep krijgen, en dat die doelgroep het heelmoeilijk heeft. Wellicht is een percentage van 30% dan juist heel hoog,omdat die rijschool met een moeilijke doelgroep te maken heeft,bijvoorbeeld als het gaat om de sociaaleconomische status. Ik zou daaropgraag een reflectie willen horen van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik vind dat de heer El Abassi twee dingen door elkaar haalt. Ik vind perdefinitie dat een kandidaat klaar moet zijn voor het examen als datmoment er is. Rijschoolhouders hebben een hele grote verantwoorde-lijkheid, ook voor de verkeersveiligheid, om ervoor te zorgen dat mensendie de weg op gaan daar ook klaar voor zijn. Op dat moment ga je examendoen. Ik vind dat je daar scherp op moet toezien en dat het dan niet zo kanzijn dat je een percentage onder de 30% hebt. Het tweede punt is definanciële situatie, die de heer El Abassi schetst. Ik vind dat examens voorkandidaten veel te duur zijn. Ik vind het ook bizar dat de kosten van deexamens volgens mij drie à vier keer de inflatie zijn. De kosten bij het CBRnemen natuurlijk ook toe, maar ... Excuus, nu haal ik twee dingen doorelkaar. De lessen worden nog veel sneller duurder dan de examens. Ikvind dus dat daar ook een verantwoordelijkheid ligt. Maar ik vind dat definanciële of sociaaleconomische situatie van een kandidaat nooit eenreden mag zijn om hem maar een examen te laten doen. Dat kost óókmeer geld. Ik vind dus echt dat dat twee totaal verschillende dingen zijn.Op het moment dat je een slagingspercentage van minder dan 30% hebt,met alle respect, doe je als rijschool echt iets verkeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11438 De voorzitter:Ik dacht dat ik nog een interruptie van de heer El Abassi zag.De heer El Abassi (DENK):Graag.De voorzitter:Bij dezen.De heer El Abassi (DENK):De heer De Hoop gaat wel heel makkelijk voorbij aan het volgende. Eén.Ze moeten er klaar voor zijn. Ik heb nog steeds geen correlatie gehoord,terwijl er wel een correlatie is tussen sociaaleconomische status,bijvoorbeeld inkomen en opleiding, en het wel of niet halen van jerijbewijs. Of je er klaar voor bent, is ook afhankelijk van hoe dik jeportemonnee is. De een kan meer lessen betalen dan de ander. Betekentdat dan dat mensen met een kleinere portemonnee helemaal uitgeslotenworden omdat ze geen pakket van 60 lessen kunnen betalen? Dat is één.Ten tweede. Als we het dan hebben over kosten verlagen: we hebbendaarvoor verschillende moties ingediend. Ik heb hier een motie die deregering verzoekt om een plan op te stellen om de torenhoge kosten voorde autobezitter met spoed te verlagen. De Partij van de Arbeid heefttegengestemd. Ik kijk naar een andere motie: «verzoekt de regeringonderzoek te doen naar mogelijkheden om rijonderwijs net als anderevormen van onderwijs vrij te stellen van btw». Daar heeft de Partij van deArbeid tegengestemd. Zo hebben we meer moties ingediend om dekosten van het behalen van een rijbewijs te verlagen, maar de Partij vande Arbeid stemt steeds tegen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Laat ik beginnen met de btw. Met alle respect, maar ik vind de btw maarafschaffen een idiote vorm om examens goedkoper te maken. Ik vind echtdat we daar op een andere manier naar moeten kijken en dat zeker niet bijrijexamens moeten doen. Ik vind dat geen vorm om de kosten te verlagen.De tweede motie die u noemde, was een soort onderzoeksvorm om hetgoedkoper te maken geloof ik. Ik ken de moties natuurlijk niet uit mijnhoofd. Ik kan me voorstellen dat er geen dekking bij zat en dat we om diereden niet voor die motie hebben gestemd.Het fundamentele punt dat de heer El Abassi volgens mij schetst, is datvoor heel veel mensen een rijexamen gewoon hartstikke duur is en daarben ik het natuurlijk mee eens. Ik vind het ook schandalig dat de tarievenvan rijlessen drie of vier keer harder stijgen dan de inflatie of de examen-tarieven. Dus ik vind ook dat dat gereguleerd moet worden en datrijscholen erop aangesproken mogen worden als ze op die maniergewoon heel veel leerlingen op kosten jagen, maar dan blijft voor mijstaan dat je op het moment dat je niet klaar bent om af te rijden niet moetafrijden. Op het moment dat je dat examen niet haalt, kost het je ook meergeld. Je helpt die leerlingen er dus ook niet mee. Ik zie het probleem weldat de heer El Abassi namens DENK schetst, maar ik vind dat geen enkelereden om mensen dan maar eerder te laten afrijden.De heer Olger van Dijk (NSC):De heer De Hoop en Nieuw Sociaal Contract vinden elkaar denk ik daarwaar het betreft de aanpak van rijscholen die ondermaats presteren,onder die 30%. Dat is een van de oorzaken van het oplopen van wacht-tijden, dus het is heel goed om daarnaar te kijken. Mensen moeten erinderdaad klaar voor zijn als ze examen gaan doen en het is heel duidelijkdat die rijscholen dat niet doen. Dus hoe kunnen we daar nou een stapzetten vandaag, in de aanpak daarvan? Ik hoor de heer De Hoop ookzeggen dat hij kijkt naar onafhankelijk toezicht, meer onafhankelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11439 toezicht. Ik heb zelf zojuist een voorstel neergelegd om te kijken naar eenverplicht rijscholenregister en eventueel een klachtencommissie,tuchtrecht. Hoe kijkt hij concreet naar die invulling?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik vind dat een goede suggestie en ik denk in algemene zin dat er meerregulering nodig is in deze markt. Ik vind dat de markt te veel ruimte krijgten dat we er te weinig zicht op hebben en mogelijkheden om in te grijpenbij excessen. Ik heb in 2021 samen met collega Hagen van D66 een motieingediend om gewoon het hele rapport-Roemer over te nemen en uit tevoeren. Daar heb ik ook te weinig van gezien. Dat ziet ook heel erg toe opregulering. Als deze suggestie van NSC daar een toevoeging op zou zijn,dan sta ik daar heel positief tegenover. Ik vind het in ieder geval eenconstructief voorstel en ik ben benieuwd hoe de Minister ernaar kijkt. Alsde heer Olger van Dijk mij nu vraagt of ik dit in eerste instantie, als ik hetzo hoor, kan steunen, dan denk ik dat wel.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik wil de Minister vragen of hij toe kan zeggen dat hijgericht gaat kijken naar optreden tegen die 1.200 rijscholen met een laagslagingspercentage. Waar ligt voor hem de grens om tegen hen op tetreden, juist in een tijd waarin de verkeersveiligheid ook onder druk staat?Voorzitter. Ik refereerde al aan de motie-Hagen/De Hoop over hetrapport-Roemer. Of nee, het rapport-Roemer gaat over arbeidsmigratie. Ikbedoel de commissie-Roemer voor het CBR. Mijn vraag is waarom datnog niet uitgevoerd is, ook die onafhankelijke toezichthouder.Voorzitter. Voor een branche die er werk van maakt om jonge mensenrisico’s te laten inschatten, vindt mijn fractie het zorgelijk dat dit niet goedgenoeg gebeurt. We kregen veel brieven van rijschoolhouders met ookstevige verwijten aan het adres van het CBR. Ik merk toch dat er vanuit hetCBR vooral naar de rijscholen wordt gewezen en vanuit de rijscholen naarhet CBR. Dat vind ik een vervelende situatie, omdat beide kanten van desector een heel grote verantwoordelijkheid hebben en ik vind dat die meerzouden moeten samenwerken. Ik ben benieuwd hoe de Minister naar datsamenspel kijkt dat eigenlijk op dit moment te weinig een samenspel is.Voorzitter. De ambitie van het CBR moet zijn om niet te blijven steken opzeven weken gemiddeld, maar dat dat in alle regio’s, overal, te halen is.Als je pech hebt, zit je nu in een regio waarin je zomaar een halfjaar moetwachten. Ik ben benieuwd hoe de Minister daarnaar kijkt. Ik refereerde alaan een motie die hij in 2021 heeft ingediend: «van mening dat hetslagingspercentage omhoog moet; verzoekt de regering om de norm vande reserveringstermijn van zeven weken terug te brengen naar vierweken». Ik zou bijna tegen de Minister willen zeggen: waarom heeft u hetnog niet geregeld? Ik denk dat hij het inmiddels met mij eens is dat diemotie vrij kort door de bocht was. Graag een reactie.Voorzitter. Ten slotte de stijging van de tarieven voor de examens. Ik hebdaar echt zorgen over, met name omdat die echt drie of vier keer hogerworden dan de tarieven van het CBR. Is de Minister bereid om naar dezeexcessen te kijken?De laatste vraag gaat over de medische keuringen voor het rijbewijs. Op3 februari 2022 heb ik daar vragen over gesteld. Is de Minister het metGroenLinks-Partij van de Arbeid eens dat de kosten van de keuring diemensen met een medische aandoening moeten betalen, niet onredelijkhoog zouden moeten zijn? Hoe is de situatie nu? Kan de Ministeraangeven wat de resultaten zijn van het optreden van de NederlandseZorgautoriteit sinds februari 2022, toen deze signalen opnieuw naar bovenkwamen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114310 Dank.De voorzitter:Hartelijk dank. Ik zie geen leden die willen interrumperen. Dan geef ik hetwoord aan mevrouw Veltman van de VVD.Mevrouw Veltman (VVD):Dank u wel, voorzitter. Waarin zijn we in vredesnaam terechtgekomen?Dat is de vraag die ik stel als ik zie hoe nu gesproken wordt over het halenvan je rijbewijs en goed voorbereid veilig op pad gaan met de auto.Rijscholen en het CBR lijken tegenover elkaar te staan. Sommigerijscholen durven onder druk van andere rijscholen niet uit te spreken hoezij de situatie zien en er zijn grote verschillen in slagingspercentages in hetland. Er is dus een enorme diversiteit in de kwaliteit van het rijonderwijs.Eigenlijk is er op veel plekken een gebrek aan kwaliteit van het rijon-derwijs. Dat is wat ik zie. Stuntprijzen voor complete pakketten voorrijlessen en het examen gaan voor het echt hebben van kennis over veiligdeelnemen aan het verkeer. Het gemiddelde slagingspercentage is heellaag. Laat het duidelijk zijn: er zijn heel veel goede rijscholen methardwerkende mensen die zich dag in, dag uit inzetten voor een echtgoede en eerlijke rijopleiding en echt willen dat hun cursist slaagt. Het zijnprecies die rijscholen die aangeven er baat bij te hebben dat wij werkenaan het verbeteren van de kwaliteit van het rijonderwijs. Dat het CBRdaarnaast meer examens moet afnemen, staat ook buiten kijf.Voorzitter. Ruim 2.700 examens moeten tijdens de rit worden afgebrokenomdat de examinator vreest voor het leven van de cursist, de medeweg-gebruiker en hemzelf. Meer dan 11.000 examens worden afgeblazenzonder opgave van reden. Er wordt dus oneigenlijk gebruikgemaakt vanexamenplaatsen. Het slagingspercentage is momenteel maar 49%. Ja, opdeze manier belanden wel heel veel examenmomenten in de prullenbak.Ik vind dit bizar. Dit moet echt anders. Ik heb begrepen dat, als hetslagingspercentage met 1% stijgt, dit al 8.000 examens scheelt en eenverkorting van de reserveringstermijn met één week oplevert. Mijn vraagaan de Minister is wat hij hier samen met de rijscholenbranche aan gaatdoen. Hoe gaat hij ervoor zorgen dat onder de rijscholen het kaf van hetkoren wordt gescheiden, dat de kwaliteit van het rijonderwijs verbetert ener minder no-shows zijn, zodat ook de wachttijden korter worden? Wil hijer werk van maken dat goed presterende rijscholen voorrang krijgen bijexamenplaatsen, en dan niet alleen op de zaterdagen, maar altijd?Roemer heeft in 2021 een rapport opgeleverd ...De voorzitter:De heer Heutink wil u interrumperen.De heer Heutink (PVV):Die examenplekken gaan natuurlijk niet alleen verloren doordat mensenniet klaar zijn voor het examen. Ze gaan ook gewoon verloren door zakenwaar heel veel mensen niets aan kunnen doen. Ik denk bijvoorbeeld aaneen gebroken been. Op dit moment is het niet of maar beperkt mogelijkom een examen af te zeggen. En als een kandidaat niet kan, gaat zo’nexamen ook verloren. Vindt de VVD niet ook dat we daar iets aan moetendoen? Dat is een papieren bureaucratie door omstandigheden waareigenlijk niemand wat aan kan doen, maar die toch impact heeft op dereserveringstermijn. Vind ik de VVD aan mijn zijde als ik de Minister vraagom eens te bekijken hoe we dat proces – en dat is een bureaucratischproces – kunnen verbeteren?Mevrouw Veltman (VVD):Ik heb begrepen dat het 18.000 keer voorkomt dat zo’n plaats vrijkomt,terwijl je eigenlijk wil dat die gevuld is. Ik heb ook begrepen dat dit voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114311 een deel gebeurt door no-shows en doordat het examen wordtafgebroken omdat men anders voor het leven vreest. Als je moetafzeggen om een reden waar je echt niks aan kunt doen, moet je kijkenhoe je dat zo goed mogelijk in goede banen kan leiden en kunnen nagaanwelke mogelijkheid er is. Er is ook een bepaalde flexibiliteit in het systeemom dat minder te maken. Maar ik snap ook dat die flexibiliteit in hetsysteem expliciet wat is teruggedrongen omdat daarvan misbruik werdgemaakt. Wat ik ook belangrijk vind, is dat daarbij een goede afwegingwordt gemaakt zodat je het misbruik niet juist in de hand werkt door meerflexibiliteit te bieden.De voorzitter:Duidelijk. Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Veltman (VVD):Roemer heeft in 2021 een rapport uitgebracht – volgens mij was ik daargebleven – waarin goede aanbevelingen staan voor bereiken van eenverbetering van de kwaliteit. De vorige Minister heeft die grotendeelsomarmd en daarop krachtig actie ondernomen. Ik vraag mij af hoe dezeMinister nu met dit rapport aan de slag gaat, samen met de rijscholen enhet CBR.Voorzitter. Ik zie dat ontzettend veel met een beschuldigende vinger naarhet CBR wordt gewezen. Ook daar konden dingen beter. Ik zie dat daarhard aan gewerkt is en dat juist een compliment op zijn plek is. Dat we ernog niet zijn, is ook helder. Meer examinatoren gaan helpen om meerexamens af te kunnen nemen en de wachttijd verder te verkorten. Het isgoed dat hier onverminderd aan gewerkt wordt. Toch laten beelden uit hetland telkens zien dat de lange wachttijden blijven. Hoe ziet de Ministerdat?Voorzitter. Dan heb ik een vraag aan de Minister die wel met rijbewijzen temaken heeft, maar niet met het CBR. Het gaat over de RDW. Er wordt aangewerkt dat boa’s toegang kunnen krijgen tot het rijbewijsregister om deidentiteit te kunnen vaststellen van mensen die zij staande houden. Dittraject zou een paar jaar duren. Dat is te lang. De Kamer heeft verzochtdeze termijn te verkorten. Gisteren heeft de Minister laten weten dit tegaan versnellen. Daar is de VVD blij mee, maar in de brief is niet aange-geven hoelang het traject dan nu gaat duren. Kan de Minister daar eeninschatting van geven?De boa’s die in het ov de identiteit willen checken, zijn hier echter nietmee geholpen. Overlastgevers in het ov hebben meestal geen rijbewijs opzak. In de brief van de Minister werd verwezen naar mijn moties, maar diegingen over de ID-check via het systeem van de politie. Dat is een voor deov-sector veel kansrijker traject. Vandaar mijn verzoek om dit samen methet Ministerie van JenV op te pakken. Ik vraag de Minister toe te zeggendat mijn moties dus niet als afgedaan worden beschouwd, zoals in debrief wordt gezegd, maar gewoon worden opgepakt.Dank u wel.De voorzitter:Dank. Ik zie geen interrupties. Dan geef ik het woord aan de heer El Abassivan DENK.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. Het halen van het rijbewijs is voor velen een essentiëlestap richting zelfstandigheid, mobiliteit en kansen op de arbeidsmarkt.Maar wat ooit de sleutel was tot bereikbaarheid, dreigt nu eenonbereikbare luxe te worden. De kosten blijven stijgen, de drempelsworden hoger en de toegankelijkheid brokkelt af. Dat is onacceptabel. Datdeze toegankelijkheid afbrokkelt, zien we terug in de vele maatregelen diegenomen worden om het gebruik van de auto te ontmoedigen. DenkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114312 hierbij aan het onrechtmatig verhogen van verkeersboetes, aan debrandstofprijzen, betaald parkeren, de vermindering van het aantalparkeerplaatsen, wegversmallingen, milieuzones en autoluwe zones. Hethoudt niet op. Hiermee krijgen Nederlanders te maken nadat ze hunrijbewijs hebben gehaald.Maar er is ook een fase vóór het halen van het rijbewijs, de fase bij hetCBR. In die zin is het CBR voor velen de sleutel tot bereikbaarheid en werk.Het CBR heeft veel mensen mogen testen en bekwaam mogen vinden bijhet halen van het rijbewijs. Echter, door corona is dit wat stroever gegaan.In die periode hebben ongeveer 800.000 Nederlanders geen examenkunnen afleggen. Het CBR is nog steeds bezig om die achterstanden wegte werken.Het CBR is druk bezig met het werven van examinatoren. Van dichtbijhebben we kunnen zien hoe dat ongeveer in zijn werk gaat. Dat steunenwij. Meer examinatoren betekent meer examens en dat betekent weerminder wachttijd. In het rapport Van rijles naar rijonderwijs van Roemerwordt ervoor gepleit om via een negentienpuntenplan verbeteringen terealiseren, maar helaas zien we dat hier, in dit plan, alleen maar maatre-gelen worden voorgesteld die meer complexiteit en hogere kosten metzich meebrengen.Daarnaast zien we dat de wachttijden inderdaad regionaal enormvariëren. Dat wil ik ook nog meegeven. Wachttijden van 14 tot zelfs 26weken zijn geen uitzondering. Mijn vraag aan de Minister is hoe hij ervoorgaat zorgen dat deze wachttijden niet meer zo sterk variëren. In de enegemeente is de wachttijd één week, terwijl in een andere gemeente dewachttijd meer dan vijf maanden is. Wat gaat de Minister daaraan doen?Kan hij daar meer maatwerk voor gaan leveren? Kan hij ervoor zorgen dater in gemeenten met een wat langere wachttijd wat meer inzet en watmeer capaciteit komt dan in gemeenten met een wat kortere wachttijd?Kan hij daarmee schuiven, wil ik de Minister vragen.Voorzitter. De gemiddelde kosten voor een rijbewijs bedragen inmiddels€ 3.125. Zoals ik in mijn eerdere bijdrage heb aangeven, is dat een stijgingvan € 600 in drie jaar. Het grootste deel van deze kosten, ongeveer 80%,gaat naar rijlessen, die gemiddeld tussen de € 45 en € 65 per uur kosten.Wij vrezen dat dit bedrag binnenkort zelfs boven de € 80 per uur zaluitkomen. De Minister wijst in zijn reactie op mijn motie op inflatie,hogere kosten voor rijinstructeurs en andere factoren, maar hij laat na ommet concrete oplossingen te komen, concrete oplossingen die bijdragenaan het verlagen van de kosten. Is de Minister bereid om maatregelen tenemen om de kosten voor het rijbewijs te verlagen?Voorzitter. Naast de kostenstijging en wachttijden zien we nieuwe regelsvoor rijinstructeurs: strengere eisen, verplichte examens iedere vijf jaar engeen mogelijkheid tot herintreding na drie keer zakken. Dit terwijl we temaken hebben met een sector die kampt met vergrijzing en een tekort aannieuwe instroom. Hoe denkt de Minister dat dit beleid nieuwe rijinstruc-teurs aantrekt? De Minister ziet toch wel dat deze maatregelen rijinstruc-teurs eerder ontmoedigen?De voorzitter:Meneer El Abassi, ik zie een interruptie van mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Ik hoor de heer El Abassi erover spreken dat we geen strengere eisen enverplichte examens moeten willen omdat er al krapte is. Is de heer ElAbassi het met mij eens dat het heel normaal is om eisen te stellen aan dekwaliteit van een rijinstructeur omdat je wil dat die cursisten veilig de wegop brengt en ook omdat dit kan schelen bij het aanmelden voor hetexamen en dus het slagingspercentage?De heer El Abassi (DENK):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114313 Natuurlijk willen we allemaal dat de veiligheid zo veel mogelijk gewaar-borgd is, maar het gaat al decennialang gewoon goed. Op een gegevenmoment kwamen we voor de discussie te staan – het is belangrijk om datmee te nemen – dat we door corona te kampen hadden met enormewachtrijen. Van daaruit is er nagedacht over de vraag wat we kunnendoen om die wachtrijen te verminderen. Je hebt dan twee knoppen. Jekunt enerzijds het aantal examinatoren bijvoorbeeld omhoog gaanschroeven, waardoor er meer examens afgelegd kunnen worden.Anderzijds kun je de rijinstructeurs wat harder aanpakken, waarbij je gaatkijken naar groepen die minder goed presteren. Dat laatste is niet demanier waarop wij erin staan. Wij geloven niet dat de groep die 30% of40% of minder scoort, per definitie rijinstructeurs zijn die slecht scoren.Het kan ook te maken hebben met de groep die ze bedienen. Zo zitten wijerin. Als we kijken naar het negentienpuntenplan van Roemer, zien wijalleen maar kostenverhogende elementen. Wij zijn niet voor kostenverho-gingen, maar willen juist dat de kosten verlaagd worden. Wij zijn geenvoorstander van het negentienpuntenplan.De voorzitter:Duidelijk. Mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Ik hoor de heer El Abassi zeggen dat het al decennialang op deze maniergaat. Al decennialang is het slagingspercentage rond de 50%. Moet je jeeens voorstellen dat je dit op een school of bij zwemlessen hebt. Ik vinddat percentage ontzettend laag. Wat dat betreft vind ik ook dat je dit zoumoeten willen verbeteren, juist ook om bijvoorbeeld de kosten te drukken.Als je niet meerdere keren examen hoeft te doen, zouden de kosten ooklager uit kunnen vallen. Ik begrijp gewoon niet zo goed hoe ik dat moetzien.De heer El Abassi (DENK):Ik ben blij dat het voorbeeld van school wordt aangehaald. Ook bijscholen zien we namelijk dat in kansrijke wijken ten opzichte vankansarme wijken, om die zo even te noemen, de slagingspercentages veelhoger liggen. Bij scholen kijken we naar meer dingen, namelijk naarsociaaleconomische status, naar opleidingsniveau. We kijken naar heelveel dingen voordat we weten of een school wel of niet goed presteert.Dat mis ik in dit verhaal. Het enige wat we doen is dat we kijken naar deslagingspercentages. Op basis daarvan zeggen we: die rijinstructeur doethet niet goed. Ik vind dat te kort door de bocht. Kom met een beter idee.Dat steunen we dan wellicht. Maar op dit moment zie ik geen reden om inte zien waarom rijinstructeurs die wat slechter scoren, het per definitieslecht doen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Waarom is het volgens de heer El Abassi nodig dat er rijscholen zijn enrijexamens worden gedaan?De heer El Abassi (DENK):Net zoals bij gewone scholen: het doel is uiteindelijk om te slagen voor jeexamen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Het is niet alleen het doel om te slagen voor je examen, maar ook dat jeklaar bent om op de weg te rijden. Volgens mij hebben wij de grootsteproblemen met de verkeersveiligheid in jaren. Er zijn nog nooit zo veelverkeersdoden gevallen als afgelopen jaar. Er zijn ontzettend veelproblemen op het gebied van het verkeer. Het laatste wat ik zou willen, ismensen de weg op sturen die daar nog niet klaar voor zijn. Ik denk dat eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114314 van de belangrijkste punten in het rapport-Roemer is om rijscholen tereguleren en om de plekken aan te pakken waar het gewoon niet goedgaat, waar mensen te vroeg moeten afrijden en gewoon niet klaar zijn, enwaar er niet op een goede manier met de verkeersveiligheid wordtomgegaan. Ik zou te allen tijde willen voorkomen dat wij normen gaanverlagen. De heer El Abassi zegt: we willen mensen helpen die financieel-economische problemen hebben. Maar het kan toch niet een oplossingzijn om mensen die er nog niet klaar voor zijn, de weg op te sturen of af telaten rijden? Dat gaat ze toch alleen maar geld kosten en dat gaat deverkeersveiligheidsproblemen in Nederland toch alleen maar vergroten?De heer El Abassi (DENK):Ik weet niet of de heer De Hoop woorden in mijn mond legt of dat het zijneigen verhaal is, maar ik snap niet wat mijn voorstel of mijn verhaal temaken heeft met mensen onveilig de weg op sturen. Volgens mij hebbenwe het CBR. Volgens mij kunnen mensen daar een examen afleggen, enslagen ze alleen op het moment dat het veilig genoeg is om op te weg tekunnen. Ik hoop dat dat het geval is en anders heeft het CBR echt wel watuit te leggen. Dus in die zin ben ik het er helemaal mee eens: mensenmogen alleen de weg op op het moment dat het veilig is. Voor mijbetekent slagen dat je klaar bent de weg op te gaan. Wat ik niet wil, is hetvolgende. Ik zie een enorm tekort aan rijinstructeurs. Dat is wat ik op datmoment zie. Dat tekort wordt alleen maar groter. Wat denkt de heer DeHoop dat er gaat gebeuren op het moment dat er nog minder rijinstruc-teurs zijn? Dan blijven alleen de dure rijinstructeurs over, want zij hebbeneen hoger slagingspercentage. Zij hebben het voor het kiezen. Vervolgensmelden kwetsbare mensen, die wat moeilijker hun rijbewijs halen, zich bijhen aan. Die rijinstructeurs gaan daar dan tussen shoppen, zo van: die welik wel en die wil ik niet, want ik wil mijn slagingspercentage hooghouden.Dat is het effect dat ons staat te wachten als we de heer De Hoop volgen.Dat is hoe ik ertegen aankijk. Ik hoor graag wat de heer De Hoop daarvanvindt.De voorzitter:De heer De Hoop heeft geen interrupties meer. Wellicht kunnen jullie ditdebat in de tweede termijn voortzetten. Ik zie dat er nog wel een inter-ruptie is van de heer Van Dijk van Nieuw Sociaal Contract.De heer Olger van Dijk (NSC):Dan neem ik ’m toch graag over, want het is wel een belangrijk punt omhelder te krijgen. Ik dacht dat we een eind op weg waren om hier vandaagmet elkaar een duidelijke, gedeelde probleemanalyse te hebben van waarhet probleem zit en of we misschien ook tot een oplossing kunnen komen.Zo staat deze commissie ook bekend, volgens mij. Daarom wil ik een vrijsimpele vraag stellen aan de heer El Abassi. Hij is het toch met ons eensdat het op zichzelf problematisch is dat er zo veel rijscholen zijn met eenslagingspercentage van tot 30%, dus 30% of lager? Deelt hij die probleem-analyse? Deelt hij de analyse dat het op zichzelf problematisch is?De heer El Abassi (DENK):Ik vind het slagingspercentage niet per definitie een probleem. Nogmaals,ik heb aangegeven dat ik informatie nodig heb over wat de reden is datbepaalde rijinstructeurs lager scoren dan anderen. Wellicht kan deMinister dat uitzoeken. Als we daar wat beter op inzoomen, als we daarwat meer duidelijkheid over hebben, dan kunnen we conclusies trekken. Ikkan een voorbeeld geven van mijzelf. Mijn eerste vijf lessen heb ik op18-jarige leeftijd bij een redelijk dure rijinstructeur gevolgd. Die had eenhoog slagingspercentage. Mijn andere twintig lessen heb ik ergens andersgevolgd. Dat was veel goedkoper. Ik kan u vertellen: ik heb veel beterelessen gehad bij de tweede instructeur dan bij de eerste, maar de eersteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114315 had een hoger slagingspercentage. Waar had dat mee te maken? Dat hadniet te maken met de rijinstructeur, maar met de klanten die hij bediende.Dat zag ik. Dat probleem wordt hier nog niet gezien. Ik wil dat we daaropinzoomen en op basis daarvan conclusies trekken.De heer Olger van Dijk (NSC):Dan toch nog een tweede poging. Ik denk dat ik begrijp wat de heer ElAbassi bedoelt, maar dat moet toch losstaan van het feit dat je wil datiemand klaar is om de weg op te gaan? Dat punt is hier ook eerdergemaakt. Het is toch problematisch dat iemand gaat afrijden en dat bij dierijsschool gemiddeld nog geen een op de drie slaagt voor het afrijden?Dat is een van de oorzaken van die lange wachttijden. We zijn het erallemaal over eens dat we die moeten terugdringen. Het is goed om tekijken naar de oorzaken als er specifieke oorzaken zijn, maar het kan nietzo zijn dat we dan niet willen kijken hoe we percentages van rijscholen diezo laag scoren, omhoog kunnen krikken. Dat gaat echt helpen om determijnen terug te dringen en om mensen die lessen, te beschermentegen dit soort slagingspercentages en dus ook tegen hogere kosten. Dusnog één keer: is de heer El Abassi op zich wel van mening dat we moetenzorgen dat we die slagingspercentages over de volle breedte omhoogkrijgen?De heer El Abassi (DENK):Volgens mij had ik dat antwoord al aan de heer De Hoop gegeven. Ja, ikwil dat mensen slagen en veilig de weg opgaan. Ik ben ook niet tegen hetCBR. Ik ben voor een CBR. Zij gaan daar ook over. Bij hen kan je eenexamen afleggen. Op het moment dat je veilig genoeg de weg op kan,dan ben je geslaagd. Dus ik hoop dat we niet nog een keer in dezediscussie verzanden, want ik ben vóór een strenge toetsing of je wel ofniet de weg op kan. Dus ik ben ervoor dat mensen veilig de weg opkomen. Die discussie wil ik graag niet voeren.Ik kom nu bij het punt. Er wordt aangegeven dat twee op de drie bijsommige rijscholen niet slagen. Ik zou willen inzoomen op de een op dedrie die wel slaagt en die niet het geld heeft om een andere rijinstructeurte kunnen betalen. Daar moeten met z’n allen ook naar kijken. Daar wordtop dit moment niet naar gekeken.De voorzitter:Helder. Dan zie ik dat mevrouw Veltman nog een interruptie heeft.Mevrouw Veltman (VVD):U zegt: twee op de drie halen het niet en een op de drie haalt het dan wel.Als je meteen een goede rijschool uitkiest met een hoger slagingsper-centage hoef je ook niet vaker of veel vaker een examen af te leggen, watook extra kosten met zich meebrengt. Bent u het niet met mij eens dat hetbeter is voor iedereen als je sneller slaagt en het slagingspercentage dusomhooggaat? Oké, u heeft daar net ja op gezegd. Maar u blijft hangen bij:iemand kan het niet betalen. Ik denk dat het uiteindelijk goedkoper is alsiemand een betere rijschool uitkiest.De heer El Abassi (DENK):Met een salaris van een Kamerlid kan ik heel goed begrijpen dat jegewoon een keuze kunt maken. Het gaat om een verschil tussen € 40 en€ 80 per les. Dat is voor sommige mensen een enorm groot verschil. Hetverschil tussen 10 lessen of 40 lessen is voor sommige mensen enorm. Bijde rijscholen met een slagingspercentage van 30% haalt kennelijk eenpercentage van 30% het rijbewijs wel voor € 40 per uur in plaats van € 80per uur en met 20 lessen in plaats van 40 of 50 lessen. Deze mensenhadden nooit hun rijbewijs kunnen halen als ze hadden moeten aansluitenbij een rijschool die € 80 per uur vraagt. Ik hoop dat u dat wel met mijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114316 eens bent. Daarnaast is het niet waar dat rijscholen met een hogerslagingspercentage het per definitie beter doen. Het heeft ook te makenmet de doelgroep die ze bedienen. Die heeft wat meer geld, heeft watmeer uit te geven, neemt wat meer lessen, is sociaaleconomisch watsterker en is vaak hoger opgeleid. Om die reden hebben ze ook een hogerslagingspercentage. Ik zou zeggen: denk bij het nemen van maatregelenook aan wat dit doet met de kwetsbaren.De voorzitter:U heeft nog enkele secondes. Zou u uw betoog willen afronden?De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, ik heb gelukkig niet zo veel tijd meer nodig. Dat brengt mij totde vraag wat we wel kunnen doen. Een mogelijke maatregel om de drukbij het CBR te verlichten is het tijdelijk schrappen van de tussentijdsetoets. Dat werd al door de PVV genoemd. Wat mij betreft kan dat tijdelijk.Dit kan ruimte bieden voor de in te halen 155.000 ...De voorzitter:Meneer El Abassi, even een klein punt van orde. U haalde de heer Heutinkaan, maar hij denkt daar iets anders over. Kort, meneer Heutink.De heer Heutink (PVV):De PVV heeft niet voorgesteld om de tussentijdse toets te schrappen,maar om de tussentijdse toets te laten uitvoeren door gecertificeerderijschoolhouders. Dat was ons verzoek, dus ik wil graag even die nuanceaanbrengen.De voorzitter:U heeft dat bij dezen rechtgezet. Vervolgt u uw betoog, meneer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Ik ben blij dat te horen, want dan denken wij er inderdaad anders over.Een mogelijke maatregel om druk bij het CBR te verlichten is het tijdelijkschrappen van de tussentijdse toets. Dit kan ruimte bieden voor de in tehalen 155.000 examens en zou direct verlichting bieden aan kandidaten,rijscholen en het CBR. Staat de Minister daarvoor open? Is hij bereid omdit bijvoorbeeld voor een periode van een jaar te overwegen?Dank u wel.De voorzitter:Dan kijk ik even naar de rechterkant, naar de Minister. Ik stel voor om devergadering te schorsen. Dan begint de eerste termijn van het kabinet om15.45 uur.De vergadering wordt van 15.25 uur tot 15.48 uur geschorst.De voorzitter:Ik stel voor dat we verdergaan met de eerste termijn van de kant van hetkabinet. Ik stel drie interrupties voor aan de kant van de Kamer. Er komtstraks nog een tweede termijn, waarin jullie ook nog uitgebreid jullievragen kunnen stellen en punten kunnen maken richting het kabinet.Daarom stel ik voor nu drie interrupties voor. Dan geef ik graag het woordaan de Minister.Minister Madlener:Dank u wel, voorzitter. Rijonderwijs, je examen halen. We weten allemaalnog hoe dat voelde: met zweethandjes aan het stuur en de zenuwen voorzo’n examen. Ik ben blij met alle vragen. Ik merk dat iedereen zeerbetrokken is en ook oplossingsgericht denkt: hoe kunnen we het beterTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114317 maken? Ik heb de vragen in vier blokjes ingedeeld. Het eerste blokje gaatover de wachttijden. Daarna heb ik een blokje over het Roemer-rapport ende uitvoering daarvan. Daarna heb ik het blokje medisch en dan kom ik bijde overige vragen.Ik begin bij de wachttijden. Ik begin met de heer Heutink van dePVV-fractie. Moeten we de KPI’s aanpassen, vroeg hij. Het gaat hier om dewachttijden. Hoe bereken je die? Dat is niet zo simpel. Als je een aanvraagdoet voor een examen, kan dat op een tijdstip dat je uitkomt en dan neemje maar de eerste mogelijkheid. Maar heel vaak wil je op een tijdstip dat jebeter uitkomt, en dan wordt het ineens lastiger om dat te boeken.Misschien willen ze ook allemaal dezelfde tijden boeken. Dan krijg je dusverschillen in hoelang het duurt om af te kunnen rijden. We willen toenaar zeven weken in het algemeen. Dat vinden we een werkbarewachttijd. Eén week, daar zitten de rijscholen zelf niet op te wachten; ikheb veel rijscholen gesproken. Misschien iets korter dan zeven weken zoumooi zijn, maar die zeven weken halen we in de meeste gevallen niet.Ik denk dat we nog een hele weg te gaan hebben om de huidige KPI tekunnen halen. Vanuit de branche heb ik gehoord dat de wachttijd nu nietgoed aansluit bij het gevoel. Die KPI zegt zeven weken, maar het is maar5% die zeven weken wachttijd heeft. Soms is die dus veel langer. Ik denkwel dat het goed is om te kijken hoe we anders omgaan met deberekening van de wachttijd. Hoe kunnen we die wachttijden nou meer inovereenstemming brengen met het gevoel van de rijschoolhouders? Datis nog niet eens zo makkelijk als het lijkt. We hebben er even wat studietijdvoor nodig om te kijken hoe we dat gaan doen. Maar ik denk wel dat wemet z’n allen onderkennen dat daarin verbetering nodig is, om wat meergevoel te krijgen dat dit ook met de praktijk klopt. Het is misschien eenander percentage. Maar goed, ik zou graag willen voorstellen dat wehierop gaan studeren en dat we samen met het CBR kijken hoe we datvoor elkaar kunnen krijgen. Daarna komen we dan met een voorstel naarde Kamer. Laten we zeggen eind eerste kwartaal volgend jaar.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Dat zie ik in eerste instantie dan maar als een toezegging. Die wil ik nogeven iets uitgebreider zien. Het is inderdaad mooi dat we gaan kijken ofdat percentage ten aanzien van de wachtrij overeenkomt met de realiteit,maar dan nog zegt dat eigenlijk weinig over de vraag of het aantalafgenomen examens wenselijk is en of dat anders zou moeten. We willengraag ook kijken naar de prestaties van het CBR. Onderzoek wijst uit dat ernu niet voldoende samenhang is tussen de KPI die gaat over de reserve-ringstermijnen en het aantal afgenomen examens. Ik zou ook graag willenzien dat het kabinet gaat kijken naar die samenhang, zodat we beterkunnen kijken naar de prestaties van het CBR en hoe we die KPI’s nogverder kunnen verbeteren.Minister Madlener:Ik hoor hier dat we dat kunnen meenemen. Ik heb alleen zelf nog niethelemaal helder waar de heer Heutink naartoe wil en hoe hij het preciesbedoelt. We gaan eens kijken hoe we die gemiddelde wachttijd beter inkaart brengen, zodat die aansluit bij de praktijk. Kan de heer Heutink datmisschien even verduidelijken?De voorzitter:Een korte verduidelijking; dit is geen interruptie.De heer Heutink (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114318 Dat is heel simpel. Kan de Minister de vraag beantwoorden of het aantalexamens dat het CBR afneemt, genoeg is en wenselijk is?Minister Madlener:Als de wachttijd naar beneden gaat of gemiddeld zeven weken is, dan isdat kennelijk genoeg. Als je te weinig examens afneemt ten opzichte vanwat er gevraagd wordt, loopt die wachttijd op. Zolang je de wachttijd opzeven weken ziet te houden – dat is het doel – is het aantal examens datwordt afgelegd blijkbaar precies in overeenstemming met de vraag. Daarwil je natuurlijk naartoe.De voorzitter:Dit is wel een interruptie. De heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Ja, maar het zegt nog niets over de vraag of het examen nodig was, of hetexamen verloren is gegaan of dat een examen is ingeboekt, maarbijvoorbeeld wel dat iemand een gebroken been had en het vervolgensniet opnieuw gereserveerd is. Het zegt dus niets over waarom het examenals zijnde afgenomen wordt meegeteld. Het zegt dus niks over of hetimpact heeft op de daadwerkelijke reserveringstermijn. Daarom diesamenhang. KPMG en PwC stellen dat die twee niet voldoende met elkaarsamenhangen, omdat je op die manier, alleen op basis van een KPI diegaat over de reserveringstermijn, niet weet of het CBR in voldoende matepresteert, ja of nee.Minister Madlener:We willen natuurlijk een KPI die volledig aansluit bij de praktijk, bij hetgevoel en dus ook dit aspect daarvan. Ik denk dat we met elkaar moetengaan nadenken over hoe we dat in overeenstemming kunnen brengen,want de gebroken benen zijn er natuurlijk maar een paar. Overigens is hetnatuurlijk wel interessant wat ook de VVD hier inbracht: er kan ookmisbruik van gemaakt worden. We moeten hier ook op letten. Je kan altijdziek zijn of je been breken, maar je kan ook denken: het komt me nu evenniet uit, dus ik meld me ziek. Dat moet natuurlijk ook niet te makkelijkworden, want dan wordt het weer voor het CBR onwerkbaar. Dus ik wilhier wel even goed naar kijken, maar ik begrijp de inzet en die wil ikmeenemen in dat onderzoek.De voorzitter:Dan zie ik nog een interruptie van de heer Van Dijk, NSC.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik ben ook blij met deze toezegging van de Minister. Wij vroegen ook omdie verduidelijking, want het is gewoon niet helder op dit moment. Ik snapdat het even tijd kost, maar ik hoop dat dat in goed overleg kan. Hopelijkleidt dat tot een betere indicator, maar ik zou er wel voor willen pleiten datwe de huidige indicator ook in stand houden, zodat we de trend kunnenblijven volgen zoals die is. Anders verliezen we toch een stukje van dieinformatie.Minister Madlener:Dat is juist. Als je naar een nieuw soort KPI gaat, dan is het niet meervergelijkbaar met hoe het hiervoor was. Op zich denk ik dat het niet veelmoeite zal kosten om dit nog even voort te zetten totdat we het gevoelhebben dat het wel kan stoppen. We moeten ook niet onnodig veel gaanbijhouden, maar het lijkt me niet zo moeilijk om dit nog een tijdje erbij volte houden. Dat lijkt mij prima.Dan heb ik een vraag van het lid De Hoop om de KPI terug te brengennaar vier weken. Of was het nou de heer Heutink die hiernaar vroeg? OokTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114319 niet? Dat was ik zelf ooit, hoor ik. In antwoord daarop zal ik zeggen: ik benal blij als we die zeven weken goed halen, als doelstelling. Ik zeg altijd: jemoet geen doelen stellen die je niet kunt halen.(Hilariteit)Minister Madlener:Laten we eerst maar eens doelen stellen die je net wel of net niet kanhalen en zeven weken is een hoog doel. We komen uit de coronaperiode.Er zijn, heb ik me net laten vertellen, zo’n 60.000 mensen uit die golf dienog steeds hun rijbewijs niet hebben. Er is dus nog heel veel werk te doenvoor het CBR, maar gelukkig komen we wel aan het einde van dieboeggolf en dat is het goede nieuws. Die zeven weken lijken mij voorlopigprima.De voorzitter:Ik zie een persoonlijk feit van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ja, toch het persoonlijke feit dat ik niet degene was die die doelstellingvan vier weken wilde, maar dat dat de Minister zelf was in 2021. Westellen nu dus met elkaar vast dat die doelstelling van het toenmaligeKamerlid Madlener niet helemaal realistisch was.Minister Madlener:Ja, dat klopt. Ik dacht dat dat hier wel duidelijk was. Maar inderdaad, uheeft helemaal gelijk, meneer De Hoop. We gaan voor de zeven weken endaar gaan we ons uiterste best voor doen.Dan de tussentijdse toets. Waarom zouden rijscholen die niet zelf kunnenafnemen? Dat vind ik wel een heel interessant voorstel, want dietussentijdse toets kost natuurlijk gewoon een examenplek. Het is eigenlijkwel heel creatief bedacht, door DENK in dit geval en door de PVV, om tezeggen: kunnen we die niet of door rijscholen laten doen of tijdelijk nietlaten afnemen door het CBR? Dan krijg je meer examenplekken.De voorzitter:Ik zie een interruptie van mevrouw Veltman, VVD.Mevrouw Veltman (VVD):Ik zie nu twee dingen onder één noemer geplaatst worden. De een zei«goh, zou je hem anders vorm kunnen geven» en de ander zei«schrappen». Ik ga niet over beide inbrengen, maar ik kan me welvoorstellen – we hebben het er kort even over gehad – dat die tussentijdsetoets er ook voor zorgt dat het slagingspercentage weer omhooggaat. Derijscholen met een hoger slagingspercentage worden daar dan duseigenlijk mee gestraft, zou ik bijna zeggen, terwijl die nou juist goedpresteren. Ik heb in mijn bijdrage ook gezegd: zorg nou dat je de partijenbeloont die goed presteren, dat je die aan je bindt. Ik zou dat dus eigenlijkwel heel erg jammer vinden.Minister Madlener:Dat wat mevrouw Veltman zegt, zou kloppen als het slagingspercentagevan mensen die een tussentijdse toets afleggen 100% zou zijn, maar dat ishet natuurlijk niet. Het is nog steeds zo dat mensen na een tussentijdsetoets toch kunnen zakken. In die zin zal je dus meer plekken hebben.Daarnaast zouden de rijscholen natuurlijk ook zelf een soort toets kunnendoen. Het is niet aan het CBR om dat te doen. We zouden daarmee kunnenhelpen als het moet, maar het is natuurlijk op zich geen gek idee dat eenrijschool in zijn rijopleiding een soort toets inbouwt en een beoordelinggeeft van de stand van zaken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114320 De voorzitter:Ik zie nog een interruptie van de heer Heutink van de PVV.Mevrouw Veltman (VVD):Sorry. Ik hoor de Minister zeggen: het is niet zo dat iemand die eentussentijdse toets doet, ook altijd slaagt. Maar duidelijk is wel dat hetslagingspercentage in het algemeen hoger is met een tussentijdse toets.Ik denk dus dat we dat moeten koesteren.Minister Madlener:Ja, en daarom snap ik het voorstel van de PVV-fractie in zoverre dat diehet goede probeert te behouden en toch meer examenruimte probeert tecreëren, want als je de tussentijdse toets afschaft, dan kunnen datallemaal examens worden. In die zin kan dat helpen de wachttijd teverkorten. Dat is ook wat we met z’n allen willen, zeker de komende tijd.Kijk, er zijn natuurlijk veel meer examinatoren aangenomen door het CBR.Ik heb daar ook een compliment voor gegeven, want we komen uit dieellendige coronaperiode en er was ook een verschrikkelijke achterstand. Ikheb hier ook als Kamerlid indertijd nog op zitten hameren in de zin van:dit moet zo snel mogelijk worden opgelost. We zijn nu gelukkig aan heteinde van die boeggolf. We verwachten daar nog wel een jaar voor nodigte hebben, maar die tussentijdse toets in ieder geval tijdelijk afschaffenzou kunnen helpen om die laatste boeggolf nog van examens te kunnenvoorzien. In die zin vind ik het toch een interessant voorstel van DENK. Deoproep van de PVV-fractie is om dat dan door rijscholen te laten doen. Ikdenk dat dat wel een goed idee is. Op «hoe?» heb ik nu geen antwoord,maar we kunnen er natuurlijk zeker over nadenken om dat te stimuleren.Ik ben daar graag toe bereid, maar het is natuurlijk wel een vrije markt,dus dat is de andere kant. Maar ik vind het dus wel een goed idee om dietussentijdse toets bijvoorbeeld één jaar niet meer te laten doen door hetCBR en dan in dat jaar te kijken of we die laatste boeggolf van de mensendie nog uit de coronatijd komen, kunnen wegwerken. Daarna ontstaatnatuurlijk ook meer capaciteit, want die examinatoren zijn in dienst. Dieblijven dat hopelijk doen. Dan zal je daarna ook zien dat er weer ruimtekomt om die tussentijdse toets op te starten. Ik denk dat dat op zich weleen goed idee zou zijn. Daarom zou ik dat willen toezeggen aan deDENK-fractie. Ik zou willen toezeggen aan de PVV-fractie dat wij natuurlijkaltijd graag bereid zijn om mee te denken met de branche om te kijkenhoe we die tussentijdse toets door de branche zelf kunnen latenvormgeven, door rijscholen die dat heel serieus en goed willen doen.De voorzitter:Ik zie een interruptie van meneer Heutink van de PVV.De heer Heutink (PVV):Ik ben blij dat de Minister het voorstel omarmt om in ieder geval samenmet het CBR en de branche van rijschoolhouders te kijken hoe we dietussentijdse toets door henzelf kunnen laten afnemen. Wij denken oprechtdat dat gaat helpen voor de reserveringstermijnen, zodat we ook deslagingspercentages op peil blijven houden en niet afdoen aan dekwaliteit van de rijopleiding. Maar ik maak me wel enigszins zorgen om detoezegging die de Minister net heeft gedaan aan de fractie van DENK,namelijk dat hij voornemens is om de tussentijdse toets dan een jaar nietmeer te laten afnemen. Doet de Minister daarmee mogelijk niet directafbreuk aan de verkeersveiligheid, de kwaliteit van de rijopleiding, deslagingspercentages? Stapt de Minister daar nu niet wat te makkelijkoverheen?Minister Madlener:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114321 Als iemand slaagt voor zijn rijbewijs bij het CBR, dan denk ik dat wemoeten constateren dat hij op dat moment in ieder geval zijn basisniveauheeft. Dan moet je dus in het verkeer veilig kunnen handelen. Ze zeggenook weleens: je leert pas echt rijden na zoveel jaar ervaring. Daar zitnatuurlijk ook wat in. We hebben natuurlijk ook allemaal zorgen over deonbesuisdheid van sommige jonge mensen. Maar ik denk wel dat weervan moeten uitgaan dat als iemand slaagt voor zijn rijbewijs bij het CBR,hij ook daadwerkelijk voldoet aan een minimumniveau om veilig aan hetverkeer te kunnen deelnemen. Daar heb ik dus eigenlijk geen twijfel over.Wel zal het slagingspercentage hierdoor vermoedelijk wat gaan dalen. Hetzal geen 100% winst zijn om van die tussentijdse toetsmomenten eenexamen te maken, maar gemiddeld zal het wel helpen om de achterstandsneller weg te werken. Daarom wil ik dat ook toezeggen, voor een jaar. Ikdoe daarbij de oproep aan de rijscholen om de ervaringen met detussentijdse toets in te bouwen in hun lessen. Ik denk dat dat goed kan. Ikwil daar ook over meedenken, zeg ik de branche toe, want ik vind het weleen goed idee dat de branche zelf naar momenten streeft om eentussentijdse toets te doen. Ik krijg een papiertje toegeschoven waaropstaat dat de tussentijdse toets via de rijschool niet wettelijk is en er dusgeen vrijstellingen voor het examen kunnen worden verdiend. Dat lijkt meook logisch, maar dat wil ik er voor de zekerheid toch bij vermelden. Eenvorm van een tussentijdse toets in je rijopleiding is natuurlijk altijd goed,een echt officieel moment waarop je ook de zenuwen een beetje voelt enweet waar je staat.Mevrouw Veltman (VVD):De tussentijdse toets zorgt dus wel voor hogere slagingspercentages. Ikhoor de Minister net zeggen: als ik die tijdelijk afschaf, gaat het welomlaag, maar het gaat wel helpen bij het inlopen van de achterstanden.Dat is op zich interessant. Ik denk wel dat het een goed idee is als deKamer eerst een uitwerking ontvangt van de consequenties van de stapdie wordt gezet en de inschatting van het slagingspercentage, alsmedevan de vraag of sprake zal zijn van het inlopen van de achterstand,voordat tot onomkeerbare stappen wordt overgegaan. Daarnaast heb ikeen vraag die is gekoppeld aan de vraag die ik tijdens mijn bijdragestelde. Hoe binden we de rijscholen aan ons die het juist goed doen en ermet gebruikmaking van goede initiatieven als een tussentijdse toets juistvoor zorgen dat het slagingspercentage omhooggaat? Ik vind het zojammer dat we die rijscholen dan eigenlijk afstraffen, al is het maar vooreen jaar. Laat daar dan iets tegenover staan, bijvoorbeeld datgene wat iknet voorstelde: dat zij meer gelegenheid krijgen om van examenplekkengebruik te maken. Zorg nou dat je die partijen aan je weet te binden. Watkan voor hen nog een tegemoetkoming zijn?De voorzitter:Duidelijk.Minister Madlener:Ik begrijp die wens, maar we moeten hier natuurlijk wel snel handelen. Alswe te lang wachten, heeft het eigenlijk geen zin meer. Het is juist leuk alstijdelijke maatregel, om die laatste achterstanden weg te werken. Daarwas het voor bedoeld. Vandaar dat ik ook denk dat het een tijdelijkemaatregel moet zijn. We kunnen kijken of we op korte termijn ... Dit is eentoezegging aan de fractie van DENK, maar we kunnen er natuurlijk eerstmet het CBR een voorstel voor maken dat we op korte termijn naar deKamer sturen, zodat u er nog iets over kunt vinden. Is dat een goed idee?De voorzitter:U bent door uw interrupties heen, mevrouw Veltman.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114322 Minister Madlener:Is dat niet het antwoord?Mevrouw Veltman (VVD):Dit is de helft van het antwoord.De voorzitter:Een korte toelichting dan.Mevrouw Veltman (VVD):Dat zal ik doen. Mijn eerste vraag was of we geïnformeerd kunnenworden. Mijn tweede vraag was hoe we de goed presterende rijschool-houders en rijscholen goed aan ons kunnen binden. Dat hoort er volgensmij bij, want anders gooi je het kind met het badwater weg.De voorzitter:Een heldere vraag.Minister Madlener:Ja, die oproep is helder. We willen natuurlijk de goeden belonen en nietstraffen, hoewel een goede rijschool er ook wel mee zal kunnen omgaanzonder tussentijdse toets. Ik denk niet dat het een wereld van verschil zalmaken, maar het kan een goede rijschool helpen om zich goed voor tebereiden. Ik wil natuurlijk toezeggen om ook dat aspect mee te nemen ente kijken hoe we de rijschoolhouders kunnen helpen om dit tijdelijk op tevangen, zodat de goede praktijken niet verloren gaan. Dat willen weallemaal natuurlijk niet. Als tijdelijke maatregel gaan we snel kijken wathet oplevert en hoe we het kunnen inpassen in de praktijk van het CBR.We gaan met de rijscholen spreken om de goede ervaringen met detussentijdse toets niet verloren te laten gaan in dat jaar. Als ik het zo magformuleren, hoop ik op korte termijn een voorstel hierover aan de Kamerte doen.De NSC-fractie vroeg hoe het kan dat de wachttijden op sommige locatiesmeer dan 22 weken zijn en niet overeenkomen met de gemiddelden diehet CBR meldt. Daar hebben we het eigenlijk net al over gehad. Ik kreegdat gevoel ook bij de verenigingen van rijschoolhouders. Zij zeggen: ditsluit niet aan bij de praktijk. We moeten daar inderdaad echt mee aan deslag en dat gaan we dus ook doen.De heer Van Dijk vraagt of het CBR in januari een overzicht kan leverenvan de wachttijden, uitgesplitst naar de 54 examenlocaties. Ja, het CBRkan in januari een actueel overzicht leveren van de wachttijden op basisvan het laatste kwartaal van 2024, uitgesplitst naar de 54 locaties. Deeerste examens en herexamens worden hierin meegenomen. Overigens isdit overzicht al dagelijks te zien. Ik zie een knikkende heer Pechtold op depublieke tribune zitten. Die houdt natuurlijk scherp in de gaten of wat ikhier zeg, ook overeenkomt met de praktijk.De NSC-fractie vroeg naar een aanleiding om noodmaatregelen te treffen,gericht op afzonderlijke locaties. De oplossing is om meer examencapa-citeit te bewerkstelligen of het slagingspercentage omhoog te brengen.Dat is toch wel wat lastiger dan het lijkt. Ik heb overigens net evennagevraagd hoe het nou zit met onze omringende landen. België heefteen vergelijkbaar slagingspercentage. In Duitsland ligt het slagingsper-centage echter op zo’n 70%. Het is natuurlijk wel interessant om te kijkenwat de Duitsers dan beter doen. Doen ze het echt beter of hebben zemisschien gewoon veel meer rijlessen? Maar volgens mij is het wel goedom daar eens in te duiken. Ik wil dan ook toezeggen dat ik dat zal doen. Ikzal de Kamer informeren over hoe het kan dat dit soort grote verschillener zijn. Nederland en België zitten rond de 50% en Duitsland zit rond de70%. Dat is toch wel een opmerkelijk verschil. Hoe kan dat? Wat kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114323 we daarvan leren? Laten we dat dus gaan onderzoeken. Ik zal uw Kamerdaarover informeren voor, laten we zeggen, de zomer van volgend jaar.Dan de variatie van reserveringstermijnen op verschillende locaties. Hoekan die zo groot zijn? Dat zijn inderdaad enorme verschillen. Dat komtnatuurlijk ook door de bevolkingsdichtheid. In de Randstad is er ook meerkrapte op de arbeidsmarkt. Dat wordt ook duidelijk als oorzaakopgegeven. Maar we streven er natuurlijk naar dat dit in het hele landzeven weken wordt en dat het in de Randstad niet veel hoger is. Het CBRheeft ook naar alle opties gekeken om die regionale verschillen terug tebrengen. Daarbij is ook geschoven met examinatoren van de ene regionaar de andere. Dat was alleen ook niet zo makkelijk als het lijkt. Het levertveel verlies op. Het vergt zo veel organisatie dat het netto eigenlijk nietsmeer oplevert. Het is natuurlijk een logisch idee, maar de uitvoering is zolastig dat het uiteindelijk toch niets oplevert. Daarom is het CBR er weermee gestopt.Dan de opmerking dat het reserveringssysteem kleine rijscholen partenspeelt. Voor kleinere rijscholen is het moeilijker uitvoerbaar om een aantalkeren per dag te kijken naar de examencapaciteit en examens te reser-veren. Het CBR is nu ook aan het kijken of er meer flexibiliteit mogelijk is,zodat rijscholen kandidaten kunnen wisselen. Dat is specifiek om diekleinere rijscholen te helpen.De voorzitter:Een punt van orde van de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Voorzitter, we zijn net begonnen en ik ben nu al door mijn interruptiesheen. Volgens mij zijn een aantal collega’s ook door hun interrupties heen.We hebben nog anderhalf uur. Ik zou coulance willen vragen om in iedergeval nog één extra interruptie toe te staan.De voorzitter:Ik was zelf voornemens het voorstel te doen om vanaf het volgende mapjevan de Minister één extra interruptie te geven. Zou u daarmee kunnenleven?De heer Heutink (PVV):Dan wil ik mijn interruptie nu doen. Dan hoef ik het volgende blokje geenextra interruptie. Mag dat? Dank u wel. Fijn dat we zo creatief en flexibelzijn, voorzitter, want daar gaat het toch om!Ik hoor de Minister zeggen dat we dus gaan kijken naar de wijze waaropexamens kunnen worden gereserveerd, ook ten aanzien van kleinerijscholen. Ik hoor ook dat het CBR en de Minister gaan kijken hoe we daarnou meer flexibiliteit in kunnen aanbrengen. Ik zou wel graag op kortetermijn een inzet van de Minister willen zien. Hoe gaat dat eruitzien? Watvoor plan van aanpak ligt daaraan ten grondslag? Wanneer kunnen wedaar wat resultaten van verwachten? Dat zou ik toch wel graag ergens inde loop van begin volgend jaar willen zien, als dat kan.Minister Madlener:Ik begrijp dat de PVV-fractie dat wil. Ik kan ook toezeggen dat we u opkorte termijn laten weten hoe dat gaat of zal gaan. Dus dat kan op kortetermijn.Een aantal leden – Veltman, De Hoop, Van Dijk – hebben gevraagd naar de1.200 rijscholen met een laag slagingspercentage. Wanneer ga je optredenen waar ligt dan de grens? Dat lage slagingspercentage is een probleem,maar het is lastig om rijscholen met een laag slagingspercentage testraffen, onder andere door juridische beperkingen. Het zijn natuurlijk vrijeondernemers. Dit is zoals het is, maar we zetten er wel op in om rijscholenmet een hoger slagingspercentage te belonen, bijvoorbeeld met de SuperTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114324 Saturdays. Alleen rijscholen met een slagingspercentage van meer dan40% kunnen voor die dagen examens boeken. We kunnen ook kijken ofdoor een aanpassing van wet- en regelgeving meer mogelijk is, maar datzal niet op de korte termijn helpen. We zien ook dat het slagingsper-centage op Super Saturdays hoger is dan normaal. Het is dus inderdaadeen beloning voor de «goede rijscholen», zeg maar. Aan de andere kantmoeten we ook niet te veel aan cherrypicking gaan doen. Als we te strenggaan zijn op het slagingspercentage, dan zou het kunnen zijn dat ergeselecteerd gaat worden aan de poort. Dat is net als in het onderwijs. Hetis moeilijk om überhaupt te zeggen wat nou altijd goed is, want het is ookpersoonlijk. Soms moet je ook een goed contact hebben met eenexaminator of je daar goed bij voelen. En dat is op scholen net zo. Het enekind kan het op de ene school fantastisch doen, maar dat wil niet zeggendat de andere school voor dat kind ook de goede is. Er zit dus ook wel eensoort van persoonlijke touch in.De voorzitter:Ik zie dat de heer De Hoop u wil interrumperen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik vind dit echt wel te vrijblijvend. Het gemiddelde slagingspercentage is50%. Dat vind ik persoonlijk al te laag. Als het slagingspercentage van1.200 rijscholen 30% is – dat is dus 20% lager – dan slagen daar minderdan een op de drie mensen voor het rijexamen. Volgens mij gaat daar danecht wat mis. Ik zou dan willen dat de Minister daar ingrijpt. Als hij zegt«joh, het is een vrije markt, het is nou eenmaal hoe het is», dan vind ik datwel te weinig voor de Minister die ook gaat over verkeersveiligheid. Ikbedoel, de Minister is makelaar geweest, maar het gaat niet over hetverkopen van een huis. Dit gaat over het halen van een rijbewijs, watontzettend belangrijk is. Ik zou willen dat hij gericht kijkt wat hij bij die1.200 rijscholen nou extra kan doen. Ik zou van hem graag de toezeggingkrijgen dat hij nagaat hoe hij het komende jaar mogelijk extra maatregelenzou kunnen nemen die op die rijscholen zijn gericht.Minister Madlener:De heer De Hoop was mij iets te snel af. Over het absolutisme van eengoede versus een slechte rijschool: het is niet zo zwart-wit. Dat wil ik hiermaar zeggen. Het hangt natuurlijk ook van de persoonlijke contacten af.De een doet het beter bij die en ... Dat zeg ik ook een beetje uit eigenervaring, moet ik u zeggen. Ik denk dat we dat allemaal wel begrijpen. Alsje een school zoekt voor je kind, dan denk je ook ... Dat kan je niet in ééncijfertje vatten. Ik ben het er echter mee eens dat 30% zó veel lager is danhet gemiddelde van 50% dat je daar wel conclusies aan kan verbinden. Eris wel iets aan de hand als je zo laag scoort. Ik wil dus zeker toezeggen datik zal bekijken hoe we de kwaliteit van deze rijscholen kunnen verbeteren.Dan kom je dus wel in een soort regime terecht waarin je een soortkwaliteitskeursmerk moet hebben: wat ga je nu doen als het slagingsper-centage laag is zonder aan cherrypicking te doen? Want anders gaan wede leerlingen voor wie het misschien wat moeilijker is om te slagen – daarkan ik me ook veel bij voorstellen – op een achterstand zetten. Daarmoeten we voor uitkijken. Maar goed, daar moet goed over nagedachtworden. Dat wil ik wel toezeggen. Daar zijn we al mee bezig trouwens, ookmet de rijscholen zelf. Want ook van hen heb ik de roep gekregen om, eenbeetje à la Duitsland, iets meer kwaliteitsgarantie van rijscholen. Daar zoudat natuurlijk goed in passen. Dan koppel je ook het slagingspercentageaan die kwaliteitsgarantie om te zien of het nou nog binnen debandbreedte is die je wilt, of dat het er echt onder duikt. Daar zijn we almee bezig. Maar ik zeg toe dat we met een voorstel komen om hier echtiets aan te doen. Wanneer zouden we zoiets kunnen doen? Ik vraag heteven. Rond de zomer, hoor ik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114325 De voorzitter:Een interruptie van de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Het gaat om 1.200 rijinstructeurs – dat is 25% van alle rijinstructeurs inNederland – waar nu een etiket op wordt geplakt dat ze het niet goeddoen. Ik vind echt dat we dat te snel in de mond nemen, zou ik ookrichting collega’s willen zeggen. Want hoe weten we dat ze het niet goeddoen? Als we kijken naar de cijfers, zien we inderdaad dat Duitsland beterscoort dan Nederland. De Minister had het over een slagingspercentagevan 70% in Duitsland. Maar als ik naar alle andere landen kijk, zie ik datdat in België tussen de 40% en de 55% ligt, in Frankrijk rond de 50%, in hetVerenigd Koninkrijk op 46% en in Zweden rond de 50%. Al die landenzitten ongeveer op hetzelfde percentage als Nederland. In die zin doen wehet dus helemaal niet verkeerd. Het klopt dat de ene wat beter scoort dande andere. De ene heeft andere leerlingen dan de andere. Dat kloptgewoon.De voorzitter:Wat is concreet uw vraag?De heer El Abassi (DENK):Het totale percentage, het gemiddelde, is in Nederland gewoon hetzelfde.Je kan niet zomaar alle mensen die het minder goed doen wegtoveren uitNederland. Dat kan gewoon niet. Ik denk dat we hier heel voorzichtig inmoeten zijn. Ik zou de Minister willen vragen dat te onderzoeken en terugte komen met de feiten. Dan kunnen we daar een beter verhaal vanmaken.Minister Madlener:De voorzichtigheid die de heer El Abassi vraagt, heb ik net eigenlijk ookwillen benoemen. Het is geen zwart-witverhaal. Van een slagingsper-centage van 50% kun je zeggen dat het heel laag is, maar je kunt ookzeggen dat de helft wel slaagt. Ik heb er zelf ook twee keer over gedaanom mijn rijbewijs te halen, dus ik was kennelijk heel gemiddeld, en zoslecht is dat niet. Ik denk dat heel veel mensen denken: als ik in twee keermijn rijbewijs heb, teken ik daar nu voor. Zenuwen zijn heel vaak de redendat mensen zakken. Je hebt gewoon mensen die heel zenuwachtigworden van een examen en heel vaak afrijden. Die kunnen het wel, maarkunnen het op het moment van afrijden net effe niet laten zien. Ik kan mijvinden in de voorzichtigheid waar de heer El Abassi het over had. Ook wilik, zoals ik net benoemde, voorzichtig omgaan met cherrypicking. Datwillen we niet. Aan de andere kant zien we ook praktijken waar pakkettenworden verkocht en waar mensen naar een examen worden gestuurdterwijl zij daar absoluut nog niet klaar voor zijn. Ten eerste vind ik dat demensen zelf tekortdoen. Ten tweede neemt het kostbare examenplekkenweg. Ik denk dus wel dat we een probleem hebben, maar ik ga ervoorzichtig mee om en we gaan hier goed naar kijken.De voorzitter:Duidelijk. Een vervolgvraag van de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Ja, ik wil de rotte appels aanpakken. Die zitten er vast wel tussen; die hebje in elke branche. Die moeten we dus aanpakken. Het helpt ons alleenmaar als we de cijfers wat concreter hebben, als we de achterliggendeoorzaak weten. Er zijn meerdere factoren, maar er zijn in ieder geval driepersonen waar het aan kan liggen of iemand wel of niet slaagt: derijinstructeur, de rijexaminator en de leerling. Ik zou willen dat dat beteruitgezocht wordt, dat we dat beter weten met z’n allen. Dan kunnen weTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114326 een beter debat voeren, in plaats van 1.200 mensen, 25% van allerijinstructeurs, hier als «fout» bestempelen.De voorzitter:Duidelijk. Wilt u hier nog op antwoorden of is het duidelijk, Minister? Ik zieeen interruptie van de heer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik hoor in ieder geval een beweging van de Minister om richting de zomeriets van een keurmerk in te voeren of op een andere manier wat meerzicht te krijgen op deze groep. Concreet hebben we vanuit Nieuw SociaalContract een aantal voorstellen gedaan. Die gingen natuurlijk iets verder,maar waren wel echt gericht op de rotte appels. Misschien zou de heer ElAbassi daarvan ook wel zeggen: daar willen we wat mee. Ik noemdebijvoorbeeld een klachtencommissie, het tuchtrecht of een rijscholenre-gister. Zou de Minister kunnen aangeven – misschien komt hij daar nogop – of hij dat idee ook kan meenemen in de uitwerking van de plannen?Minister Madlener:Het is natuurlijk gericht op juist de rotte appels. Uiteraard kijken we naaral deze zaken. Het is niet zwart-wit. Een appel is soms niet helemaal rot,en soms vindt de een de appel nog best lekker smaken ten opzichte vaneen ander. Ik wil daar dus eigenlijk ook voorzichtig mee zijn. Maarnatuurlijk moeten we kijken hoe we gaan zorgen dat die markt beter gaatfunctioneren en hoe we de rijscholen gaan aanpakken die duidelijk onderde maat presteren. Dat is namelijk wat we willen. Dat willen de rijscholenzelf trouwens ook, om het imago van de branche hoog te houden. Jemoet natuurlijk trots zijn op je vak en dat imago is belangrijk vooriedereen. Dat is echt wat ik hoor uit de praktijk. We gaan kijken hoe we aldie zaken kunnen inregelen. Ik denk dat we ook wel een beetje vanDuitsland kunnen leren, eerlijk gezegd. Dus dat gaan we zeker doen.De heer De Hoop had eigenlijk dezelfde vraag. Ik hoorde eigenlijk breeddat we allemaal willen dat er een goede vrije markt blijft voor rijscholen.Maar praktijken zoals oplichting waar we over hebben gehoord, moetennatuurlijk niet kunnen. Een echt laag slagingspercentage kan ook echt welliggen aan de kwaliteit van de rijopleiding. Die moeten we er dan wel uitzien te filteren.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ja, want dit is het einde van dit blokje, als ik het goed begrijp. Om heeleerlijk te zijn, is mij nog steeds niet helemaal duidelijk wat nu het voorstelis van de Minister over die tussentijdse toets. Ik vind het toch nog watonduidelijk, omdat er twee verschillende toezeggingen zijn gedaan. Hoeverhouden die zich tot elkaar? De vraag die ik daarbij zou willen stellen, isof het niet gewoon efficiënter is om je te richten op de rijscholen die eenlaag slagingspercentage hebben. In de stukken van de Minister staat ookdat 1% een week kan schelen, en dan denk ik: als je 1.200 rijscholen met30% hebt en als je daar gericht beleid op inzet, kan je veel efficiënter endaadkrachtiger een verschil maken. Dus is dat in de verhouding tussen dietussentijdse toetsen of juist je richten op die minder presterenderijscholen dan wel de goede afweging, is dan de tweede vraag diedaaraan hangt.Minister Madlener:Heel concreet is de toezegging dat we de Kamer informeren over hettijdelijk afschaffen van de tussentijdse toets, dus over of we dat gaan doenen waarom we dat gaan doen: helpt dat dan? Dat is natuurlijk eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114327 kortetermijnmaatregel, een tijdelijke kortetermijnmaatregel die kan helpenom de laatste groep mensen die nog uit die coronatijd stammen weg tewerken. Dat is dus iets anders dan dat we dat slagingspercentage gaanverhogen. Daar verwacht ik veel meer tijd voor nodig te hebben. Datvereist ook dat we echt ingrijpen in die markt en gaan kijken hoe we datkunnen verbeteren. Dat is veel meer voor de langere termijn. Dit gaat echtom een tijdelijke kortetermijnmaatregel, waarvan ik denk dat het een goedidee is. Het CBR zelf vindt het trouwens ook een goed idee. Ik zal deKamer daarover wel eerst op korte termijn een brief sturen. Het moet echtals een tijdelijke maatregel worden gezien.De voorzitter:Dank. Ik zie nog een interruptie van de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Het is wel een toezegging richting mij, maar het is niet iets wat ik graagwil. Vandaar dat ik ook heb gezegd: voor één jaar. Ik probeer ook mee tedenken. Ik ben bij het CBR langs geweest en ik zie echt dat ze oprecht hunbest doen om die tekorten weg te werken. In die zin probeer ik echt mee tedenken over een tijdelijke oplossing en dan de minst erge oplossing. Watik de Minister zou willen vragen en ook zou willen meegeven, is dat100.000 toetsen per jaar 100.000 extra plekken betekent. Als we kijken naarhoeveel mensen van die 100.000 er nou echt profijt uit halen, dan heb jeeen slagingspercentage van slechts plus 10. Dat dat betekent in mijn ogendat je al een winst hebt van 90%. Ik hoor graag van de Minister of datklopt. In die zin zie ik daar een enorme winst en kunnen we de achter-standen snel wegwerken.Minister Madlener:De berekening zullen we bij het voorstel doen. En ik denk dat ik juist ietsheb toegezegd – ik vond dat de heer El Abassi een goed voorstel deed –als tijdelijke maatregel. Dat wordt ook zo gevoeld. Dus ik denk dat u daarblij mee moet zijn, zeg ik via de voorzitter. Het is gewoon als tijdelijkemaatregel bedoeld. Als we die bulk van mensen die uit die coronatijdstammen echt kwijt zijn, dan ontstaat er meer ruimte. Dan kunnen weweer tussentijdse toetsen afnemen en wordt die wachttijd weer korter. Datis natuurlijk de situatie waar we volgend jaar in willen komen.De voorzitter:Duidelijk. Ik stel voor dat u doorgaat met uw tweede mapje. Aan de kantvan de Kamer heeft iedereen nog één interruptie.Minister Madlener:Dan kom ik bij het mapje rapport-Roemer. Ik begin met de vraag van deheer Van Dijk over mogelijkheden om maatregelen te nemen omondermaats presterende rijscholen aan te pakken, dat voor rijscholen eentuchtrecht komt en een klachtencommissie. Ik heb net al toegezegd dat wevoor de zomer met een voorstel komen. Dat komt overeen met hetadvies-Roemer: strengere eisen aan rijinstructeurs en de opleiders vanrijinstructeurs, scherper toezicht houden en strengere eisen stellen. Opverzoek van de branche zijn we ook een erkenningsregeling aan hetverkennen, in nauwe samenwerking met de branche. Het CBR en het IBKIhebben klachten- en bezwaarprocedures en die zijn gebaseerd opwettelijke bepalingen. We gaan dus voor de zomer met een voorstelkomen in die lijn.Hoever zijn we met de aanbevelingen van Roemer? We zijn gestart met debenodigde aanpassing van wet- en regelgeving. Dat heeft toch heel veeltijd nodig gehad. We maken op dit moment een transitieplan om debranche klaar te maken voor die veranderingen. Het advies wordtstapsgewijs uitgevoerd in overleg met stakeholders, dat zijn dus deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114328 rijschoolbranche, het IBKI en het CBR en de achterban. Ik ben ervanovertuigd dat we met de uitwerking van de maatregelen de juiste weginslaan om beginnende bestuurders beter rijonderwijs te geven, wantdaar is het natuurlijk allemaal voor bedoeld.Dan het lid De Hoop: waarom is het rapport-Roemer nog niet uitgevoerd?We werken dus aan uitvoering van dat advies. We zijn gestart metaanpassing van wet- en regelgeving, maar het heeft inderdaad toch welveel tijd nodig gehad. Overigens is uit de verkenning van ABDTOPConsultgebleken dat het niet verstandig is om een nieuw zbo, een nieuwzelfstandig bestuursorgaan, op te richten, omdat het CBR en het IBKI dezepublieke taken kunnen uitvoeren. Het CBR en het IBKI hebben klachten- enbezwaarprocedures. Die zijn gebaseerd op wettelijke bepalingen. Met dezemaatregelen verwachten we effectief toezicht te kunnen realiseren. Hetzijn allemaal vragen in dezelfde lijn, hè. Het rapport-Roemer is eigenlijkgemaakt met in het achterhoofd de vraag: hoe gaan we die brancheverbeteren? Want dat is wat we met z’n allen willen. Hierbij horen ookdiverse maatregelen voor vakbekwaamheidseisen. Dat is dat Duitse modelweer. Een erkenningsregeling voor rijscholen wordt verkend. Dat betreftalle zaken die net al aan bod zijn geweest, die ook op veel draagvlakkunnen rekenen in de branche.Het lid De Hoop vroeg: hoe kijken we naar samenwerking tussen de tweeinstanties, het CBR en de rijscholen? Het CBR en de rijinstructeurbranchevoeren veel gesprekken, ook over de reserveringstermijnen en deverbetering van de sector. Overigens spreek ik zelf ook veel met de sector.Ik vraag het CBR dat ook te blijven doen. Ik sta zelf natuurlijk open voorgoede, blijvende contacten met de sector, want we kunnen alleen maarvan elkaar leren.Als laatste in dit mapje heb ik nog een vraag van het lid El Abassi. Hoedenkt de Minister dat dit beleid nieuwe instructeurs aantrekt in een sectormet vergrijzing als er strengere eisen zijn en geen mogelijkheid totherintreding na drie keer zakken? Het nieuwe beleid geeft toekomstper-spectief aan instructeurs, omdat we werken aan een beter imago van derijscholen. Wij verwachten dat hiermee ook het inkomen voor instructeursaantrekkelijker kan worden. Als je beter rijonderwijs geeft, maar snellerslaagt, kun je al met al toch beter af zijn, ook als klant.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Madlener:Dan kom ik op het blokje medisch. De heer Van Dijk vraagt: hoe staat hetmet de uitvoering van de motie voor het afschaffen van de algemenemedische keuring voor mensen met autisme en ADHD? Er zijn vast veelmeer aandoeningen of hindernissen voor mensen die hieronder zoudenkunnen vallen, zeg ik daarbij. We zijn hiermee bezig. De Kamer wordt voorde zomer van 2025 op de hoogte gebracht van de voortgang. Ik vind dat ergeen strengere eisen aan rijbewijshouders moeten worden gesteld dannodig voor de verkeersveiligheid. Daarom kijken we op dit moment naarde aanleiding van de motie en of er nog mogelijkheden zijn om dealgemene medische keuring voor deze ziektebeelden af te schaffen.Hierbij is de voorwaarde dat Nederland blijft voldoen aan de minimaleeisen van Europa en dat er dus geen nadelige gevolgen zijn voor deverkeersveiligheid.Dan de kosten voor mensen met een aandoening. Zijn die te hoog? Onderanderen het lid De Hoop vroeg dit. En wat zijn de effecten van hetoptreden van de NZa sinds februari 2022? Het is inderdaad belangrijk datkeuringen betaalbaar zijn. Het grootste deel van de kosten voor derijbewijskeuring bestaat uit de tarieven van de keuringsartsen. DeNederlandse Zorgautoriteit bepaalt het maximale bedrag dat artsen inrekening mogen brengen. De Nederlandse Zorgautoriteit heeft perTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114329 1 januari 2024 een nieuwe tariefstructuur voor medische rijbewijskeu-ringen ingevoerd. Hierdoor valt een deel van de specialistenkeuringengoedkoper uit. Het merendeel van de keuringen kost minder dan hetmaximale tarief. Een ouderenkeuring of een andere algemene keuringkost bijvoorbeeld meestal tussen de € 35 en € 70. Een keuring bij eenmedisch specialist kost meestal tussen de € 100 en € 300.Tot zover.De voorzitter:Ik zie geen interrupties, dus vervolgt u uw betoog.Minister Madlener:Dan kom ik bij het laatste mapje: overig. De eerste vraag: hoe wenselijk iseen 18-jarige rijinstructeur? Wat vinden we bijvoorbeeld van eenvijfjaareis om wat meer ervaring op te doen? Of ben je op je 18de geschiktals rijinstructeur? Wij denken dat het wel heel kort door de bocht is om opje 18de je rijbewijs te halen en meteen instructeur te kunnen zijn. Daaromstellen we een minimumleeftijd aan aspirant-rijinstructeurs. Of dat willenwe stellen. Nee, even kijken. Het stellen van een minimumleeftijd leidt nietper se tot hogere kwaliteit. Leeftijd is immers geen bepalende factor. Hetgaat om ervaring, niet om leeftijd. Iedereen die rijinstructeur wil worden,volgt hetzelfde examentraject. Als ze voldoen, zullen ze slagen. Eenvijfjaareis leidt niet per se tot betere rijinstructeurs. Zo kan iemand vijf jaarin bezit zijn van een rijbewijs zonder dat er voldoende ervaringskilometersgemaakt zijn. Ook kan iemand in een kortere periode voldoende ervarings-kilometers maken. De registratie van ervaringskilometers ontbreekt. Hetlijkt een beetje op de vlieguren van een piloot. We moeten natuurlijkzorgen dat rijinstructeurs inderdaad aan de minimumeis voldoen. Daar isde opleiding geschikt voor. Maar een vijfjaarseis lijkt ons niet geschikt; dielijkt ons niet iets te verbeteren.De voorzitter:Duidelijk. Ik zie een aantal interrupties. Ik begin bij de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Dus even voor de duidelijkheid: wil je echt zorgen dat er te weinigrijinstructeurs zijn, dan moet je vooral de minimumleeftijd van eenrijinstructeur omhooghalen. Volgens wij wil de Minister dat bij uitstek niet.Heb ik goed begrepen dat we geen minimumleeftijdseis gaan stellen,behalve dan dat je 18 jaar moet zijn en een rijbewijs moet hebben omrijinstructeur te worden?Minister Madlener:Ja, dat klopt.De voorzitter:Duidelijk. De volgende interruptie is van de heer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Het ging mij echt om de rijervaring gekoppeld aan een jonge leeftijd.Daarom heb ik het als voorbeeld genoemd, juist ook omdat we weten datonder de jongere groep de roekeloosheid groter is. Allerlei verhuurbe-drijven houden daar ook rekening mee. Ik vind het op zichzelf dus eenheel logische gedachte om wel degelijk een ervaringseis mee te nemen. Ikheb daaraan gekoppeld het voorstel van een rijproef voordat je deopleiding start. Het gaat dus om een combinatie. Zou de Minister toch nogeens zijn gedachten willen laten gaan over een dergelijke eis, weliswaarwellicht geen vijf jaar, of een verbetering aan de voorkant met eenrijproef? Zo’n rijproef geldt ook voor examinatoren; zij hebben die ook. Erspeelt nog een ander argument mee. Het kan best interessant zijn als deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114330 opleiding voor rijinstructeur en voor examinator wat vergelijkbaarderwordt. Als we daar een oplossing voor vinden, kunnen mensen dat ookcombineren. Ik zou dus toch nog eens een antwoord willen op de vraagwaarom er geen beperktere eis komt qua rijervaring. En hoe kijkt deMinister aan tegen het voorstel van een rijproef vóór het starten van derijinstructeursopleiding?Minister Madlener:We willen bekijken hoe we de kwaliteit van de rijinstructeurs gaanverbeteren. We vinden leeftijd daarbij niet per se een aspect. Het gaateerder om de vraag of iemand geschikt is om dat vak uit te oefenen. Wegaan nu nadenken over een soort kwaliteitskeurmerk voor rijinstructeurs.Daar gaan we met voorstellen voor komen. Dit kan daaronder vallen. Watons betreft zou iemand niet per se vijf jaar rijervaring hoeven hebben,maar ik kan me voorstellen dat je een soort test doet of ergens in dieopleiding iets meer eisen stelt, zodat het niveau omhooggaat. Dat pastook helemaal in de lijn van het rapport van Roemer. We gaan dit dusonderzoeken. Voor de zomer komen we met een concreet voorstel.De voorzitter:Duidelijk. Een interruptie van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Mag ik de Minister dan vragen waarom we voor beginnend bestuurderseen puntensysteem hebben voor de verkeersveiligheid?Minister Madlener:Nou, dat is natuurlijk om te zorgen dat mensen die zich niet kunnengedragen op jonge leeftijd, of die nog te veel fouten maken, leren van hunfouten.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Diegenen hebben hun rijbewijs gehaald, maar we vinden het wel nodigom het op die manier te doen. Je moet ervaring opdoen en eerstaantonen dat je veilig op de weg bent. Dan is het toch heel raar dat we datwel doen bij een gewone bestuurder, maar niet bij iemand die rijles maggeven? Ik vind het dus best wel een gekke redenering om dit helemaal vrijte laten en niet te vragen dat iemand toch even wat meer rijervaring heeftvoordat hij instructeur kan worden. Ik vind het helemaal geen raregedachte om daar toch wel een tijd overheen te laten gaan. Ik vind hetmerkwaardig dat we het aan de ene kant wel doen voor verkeersvei-ligheid, maar dat we op geen enkele manier een eis over ervaring hebben,behalve die dubbele toets.Minister Madlener:Je weet niet hoeveel iemand in vijf jaar gereden heeft. Je kan zeggen: jemoet vijf jaar je rijbewijs hebben. Maar dit wil niet zeggen dat je dan veelgereden hebt. Het gaat natuurlijk om de rijvaardigheid en de kunst om dieover te brengen op een leerling. Maar goed, we gaan in deze lijn natuurlijkmet voorstellen komen om de kwaliteit van rijinstructeurs op eenminimumniveau te krijgen dat iets hoger ligt dan nu in de vrije markt.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Minister Madlener:Hoe kijken we aan tegen een versneld praktijktraject voor bestuurders meteen B-rijbewijs die een A1-rijbewijs willen behalen? Met een A1-rijbewijsmag je een lichte motorfiets besturen. Er zijn landen waar je dat al magdoen als je je rijbewijs B haalt. Bij ons kan dat niet, omdat het rijden opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114331 een motorfiets veel gevaren met zich meebrengt. Je ziet het ook aan deongevalcijfers, die bij jonge motorrijders veel hoger zijn dan bij automobi-listen. Ondanks dat sommige landen het wel doen, lijkt het mij dus nietverstandig om dat in Nederland in te voeren. Soms zeggen ze weleens:het kan helpen tegen de files. Aan de andere kant denk ik dat het aantalongevallen met jonge mensen op zo’n motor het toch vereist dat mensendie op een motor stappen een rijopleiding specifiek voor de motorfietsvolgen. Ik ben zelf een motorfietser, moet ik erbij zeggen. Ik heb mijnmotorrijbewijs gehaald en vond het echt wel een ander soort rijopleiding.Er zijn best wel verschillen. Als jij een auto kunt besturen, is het dus nietper se zo dat je een goede motorrijder bent. Je bent zo kwetsbaar dat jetoch echt wel wat defensiever zal moeten rijden. Het lijkt me heel goed omdaar een echte opleiding voor te houden in Nederland.Dan een vraag van de heer El Abassi: is de Minister bereid om concretemaatregelen te nemen om de kosten van rijlessen te verminderen? Wewerken aan beter onderwijs, betere examens en een betere rijopleidingvoor instructeurs. Dat brengt kosten met zich mee, die naar verwachtingbetaald worden door consumenten, rijscholen en rijinstructeurs. Als hetrijonderwijs beter is, zullen meer mensen slagen en hoeft dat niet teleiden tot meer kosten. De gevolgen voor de totale prijs van het rijbewijszijn dus afhankelijk van het effect op het slagingspercentage. We proberende kosten zeker in de gaten te houden. Het moet niet alleen maar leidentot meer kosten zonder beter rijonderwijs. De som van die twee moet ookvoor de consument tot winst leiden. Maar het is natuurlijk ook wel eenvrije markt, die ik wel zou willen behouden. Ik hoorde de PvdA al zeggen:stel tarieven of grijp in in die markt. Daar wil ik toch voorzichtig mee zijn.Het is een markt met veel kleine ondernemers. Als die markt goedfunctioneert, leidt dat automatisch tot efficiëntie en de laagste kosten,zolang we de kwaliteit maar op een gewenst minimumniveau houden.Daar zoeken we naar. Ingrijpen in de vrije markt vind ik toch altijd watlastig, zeker als zo veel ondernemers die markt bedienen.Mevrouw Veltman van de VVD vraagt om de toegang tot het rijbewijsre-gister voor boa’s te gaan versnellen.De voorzitter:Eén moment. De heer El Abassi met zijn laatste interruptie.De heer El Abassi (DENK):Dan toch nog even over de kosten die stijgen en de vraag of het omlaagkan. Ik snap de Minister in die zin dat het een vrije markt is. We moetenons niet te veel bemoeien met de rijinstructeurs. Dat probeerde ikvandaag ook te betogen. Maar als we het hebben over het negentienpun-tenplan van de heer Roemer, zie ik het volgende. We hebben in oktobereen artikel ontvangen waarin staat dat het tekort aan rijinstructeurs ervoorzorgt dat de prijs voor een uurtje rijden al snel naar € 80 zal gaan stijgen.De verwachting is dat met het negentienpuntenplan nog meer rijinstruc-teurs zullen afvallen, en daarmee de prijs dus hoger zal worden. Ziet deMinister die problemen ook? En hoe wil hij voorkomen dat het invoerenvan het negentienpuntenplan zal leiden tot hogere kosten?Minister Madlener:We moeten heel goed in de gaten houden hoe de markt functioneert enhoe de prijzen fluctueren in heel Nederland, want er zijn regionaleverschillen. De bedoeling is dat, als je meer eisen stelt aan de marktwaardoor de uurtarieven iets zullen stijgen, het slagingspercentagedaarmee gelijke tred houdt en ook stijgt, zodat je per saldo niet meer kwijtbent voor een rijbewijs, of er liefst minder voor kwijt bent. Op dit momentis het gemiddelde 42 rijlessen, best veel. Als dat kan dalen, dan kun je eendaarmee een stuk kwaliteitsborging bekostigen. Dat is de bedoeling. Wemoeten met elkaar in de gaten houden dat het mogelijk blijft om jeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114332 rijbewijs te halen tegen een acceptabele prijs, die natuurlijk van vele zakenafhangt, ook van de brandstofprijzen en de kosten van een auto. Al diezaken tellen mee, bijvoorbeeld ook wat een tas boodschappen in desupermarkt kost, want de algemene inflatie telt ook mee. Ik snap dezorgen, maar ingrijpen in de markt gaat mij op dit moment te ver. Als deprijzen stijgen en er meer markttoetreders komen, denk ik dat de markt instaat is om, door concurrentie, de prijzen weer te laten dalen naar eenredelijk niveau. Maar er moet natuurlijk wel een redelijke boterhamverdiend kunnen worden door de rijinstructeurs. Als de kwaliteit zou lijdenonder enorme concurrentie, zouden we daar ook niet blij mee zijn. Het iseen wankel marktevenwicht. Aan de andere kant: ingrijpen in de tarievenis ook vergaand. Ik wil er dus voorzichtig mee omgaan.Ik kom nu aan bij de vraag van de VVD over de boa’s. Die vraag gaateigenlijk over de identificatie. Op dit moment is het nog niet mogelijk omeen precieze datum te noemen voor realisatie. Samen met het Ministerievan Justitie en Veiligheid zetten we ons er maximaal voor in om detoegang tot het rijbewijsregister zo snel mogelijk te realiseren. Net als uheb ik de toegang tot het rijbewijsregister voor ov-boa’s liever vandaagdan morgen. Toch moeten we inzien dat toegang geven tot bijzonderepersoonsgegevens een serieuze en tijdrovende stap is, onder andere metadvisering door de Autoriteit Persoonsgegevens en de Raad van State, enbehandeling in het parlement. Dus ja, het is op zich een goed idee, maarhet heeft wel zorgvuldigheid nodig.De voorzitter:De laatste interruptie van mevrouw Veltman, VVD.Mevrouw Veltman (VVD):Dat heb ik gehoord. U bent niet de eerste bewindspersoon op deze plekdie dat zegt. Dat is helder. Het is ook goed dat er ingezet wordt opversnellen. Alleen, in de brief die gisteren is gestuurd, wordt gerefereerdaan twee moties van mij die geen betrekking hebben op het rijbewijsre-gister. Dat was mijn punt van daarnet. Een tweede route om boa’s een IDte kunnen laten checken, is samenwerking met de politie. Daar gingenmijn moties over. In de brief staat nu dat mijn moties zijn afgedaan, maardat zijn twee verschillende dingen. Ik vind het dus heel belangrijk dat deMinister de toezegging doet dat mijn moties niet zijn afgedaan, maar datdaar nog een reactie op komt.De voorzitter:Kunt u die toezegging doen?Minister Madlener:Dat is inderdaad de echte vraag van mevrouw Veltman en het antwoordstaat op het laatste blaadje, dat ik hier in mijn handen heb. Het is echt deMinister van JenV die dit moet regelen. We zitten overigens binnenkortsamen in deze commissie. Ik kan nu niets meer doen, maar in hetkomende debat zullen we dit ongetwijfeld aan de orde stellen. Ik ben hetmet u eens. Ik zou het ook graag willen.De voorzitter:Ik wou het eigenlijk hierbij laten. Er is nog een tweede termijn, waarin udaarop kan terugkomen. Voor nu wil ik het hierbij laten.Dan stel ik voor dat we doorgaan met de tweede termijn van de Kamer. Ikgeef het woord aan de heer Heutink van de PVV.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. Ik voel nu niet de behoefte om een tweeminutendebat aan tevragen, want ik heb zo’n beetje alles wat ik heb gevraagd toegezegdgekregen van de Minister. Hij was vrij schappelijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114333 Ik denk dat het goed is dat we in de loop van het komende jaar – ik denkaan: voor de zomervakantie – toch nog een keer opnieuw met elkaar ditdebat aangaan. We hebben veel toezeggingen gekregen die ook gaan overde informatievoorziening in de komende periode. Ik denk dat het goed zouzijn als we daarover weer met elkaar van gedachten wisselen en bekijkenhoe de zaken er dan voorstaan.Ik ben blij dat de Minister heeft toegezegd dat hij gaat bekijken hoe hij deKPI’s anders gaat vormgeven. Ik denk dat dit ons veel meer grip geeft opde stand van zaken bij het CBR, zodat we grip krijgen op de reserverings-termijnen.Ik ben ook blij dat de Minister heeft toegezegd dat hij gaat bekijken hoe hijde tussentijdse toets naar rijscholen kan gaan halen, zodat die vorm vanoefenen blijft bestaan zonder dat dit afdoet aan de kwaliteit van derijopleiding.Ik ben ook blij dat het kabinet heeft toegezegd in het voorjaar met meerinformatie te komen over het flexibiliseren van de reserveringstermijnen.Ik ben er minder blij mee dat de Minister gaat kijken naar het tijdelijk inhet geheel schrappen van de tussentijdse toets. Ik zou de Minister tochnog even willen vragen om dat goed te overwegen voordat hij daarinonomkeerbare stappen zet, ons daar eerst over te informeren en ons omonze mening te vragen voordat hij het daadwerkelijk gaat doen.Daar wil ik het voor nu bij laten, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Dank. Ik zie geen interrupties. Dan geef ik het woord aan de heer Van Dijkvan Nieuw Sociaal Contract.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank, voorzitter. Ik dank de Minister voor de beantwoording. Ik ben blijmet de toezeggingen die zijn gedaan.Ik sluit mij aan bij de opmerkingen van de heer Heutink. Ik ben blij met denoodmaatregel die wordt overwogen van het één jaar niet laten doen vande tussentijdse toets. Ik koppel daar nadrukkelijk ook de opmerkingen vande heer Heutink aan, ook over de stimulans richting de sector om wel ietste organiseren en dat ook te ondersteunen vanuit het ministerie. Het moetdaar natuurlijk gebeuren, maar we moeten de goede dingen welbehouden. Wat mij betreft is het en-en. Ook ik zie graag eerst een brieftegemoet voordat de keuze wordt gemaakt, want ik heb ook de vraag overde termijn van invoering.De toezegging om voor de zomer met de kwaliteitseisen voor derijinstructeurs te komen, zou ik toch nog iets willen aanscherpen. Hetdraait natuurlijk wel degelijk om rijervaring. De Minister vindt vijf jaar telang, maar zou hij in ieder geval willen toezeggen dat hij een vorm vanrijervaring wel degelijk meeneemt bij het uitwerken van de kwaliteitseisenen dat hij daarop terugkomt in de brief die voor de zomer komt?Tot slot heb ik behoefte aan het verduidelijken van mijn voorstel over delichte motorfietsen als er al een rijbewijs B is gehaald. Het gaat echt omde kleine categorie waarin het aantal verkeersslachtoffers wel degelijk eenstukje lager is. Dat zit vooral bij de zwaardere categorieën A en A2, dezware motoren. Ik heb niet voorgesteld om het af te schaffen, maar welom de theorie in stand te laten en juist het praktijkgedeelte versneld tedoen, dus niet af te schaffen maar versneld te laten doen. Dat kan weldegelijk leiden tot vermindering van regeldruk. Ik stel dus toch nog eenkeer de vraag aan de Minister of voor de categorie A1, die al een rijbewijsB heeft, een versneld praktijkexamen mogelijk is.Dank u wel.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan meneer De Hoop van GroenLinks-Partij van deArbeid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114334 De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dank. Ook dank voor de beantwoording. Als ik terugkijk naarhet debat dat we drie jaar geleden voerden in coronatijd, denk ik dat weook onze zegeningen mogen tellen. Er is echt vooruitgang geboekt bij hetCBR. De wachttijden toen waren op alle manieren niet acceptabel en daaris echt een slag in gemaakt.Voorzitter. Ik ben heel huiverig voor stappen zetten met betrekking tot detussentijdse toets. Ik weet niet in hoeverre dat daadwerkelijk effect gaathebben, juist ook omdat het een belangrijk ijkmoment is dat zorgt vooreen hoger slagingspercentage. Ik zou dat dus zeker niet willen schrappen.Ik zou er zelf terughoudend in zijn. Ik zie het voorstel van de Ministertegemoet. Ik vind het echt belangrijk dat wij er als Kamer ook een stem inhebben.Voor de 1.200 rijscholen ben ik blij met de toezegging van de Minister. Ikzeg erbij dat ik volgend jaar een actieplan verwacht om het percentageomhoog te krikken, want daar maak ik me grote zorgen over.Het rapport-Roemer zou wat mij betreft in zijn volledigheid mogenworden uitgevoerd. Ik heb weleens gedacht: wat heeft het kabinet tegende heer Roemer? Hij schrijft zulke goede rapporten, of het nou overarbeidsmigratie gaat of over het CBR, maar ze worden wat mijn fractiebetreft toch te weinig daadkrachtig opgepakt. Ik ben in ieder geval blij dater op onderdelen stappen worden gezet, maar het kan nog wel iets meer.Ik hoorde wat de Minister zei over de tarieven, maar ik vind het niet uit teleggen aan de consument, ook niet in een vrije markt, dat de kosten vanrijlessen drie tot vier keer harder stijgen dan de inflatie. Ik zou dus graagnog iets extra’s van de Minister horen over wat hij vindt van die excessen.Ten slotte, voorzitter. De directeur van het CBR is natuurlijk politiekneutraal, maar nu ik deze week heb gezien dat D66’ers en PVV’ers steedsmeer samenwerken, waar ik het mijne van vind, verwacht ik ook dat datjuist bij het CBR misschien wel een oplossing biedt.Dat was het.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Veltman van de VVD.Mevrouw Veltman (VVD):Voorzitter, dank u wel. Dank aan de Minister en de ondersteuning voor deantwoorden. Ik denk dat we met elkaar kunnen constateren dat het goed isdat er wordt ingezet op het verbeteren van het slagingspercentage. Ik benblij te horen dat de Minister aan de slag gaat met de branche in zijngeheel, dus zowel het CBR als de rijscholen, om daar stappen in te zetten.Dat is hartstikke goed.Voordat er onomkeerbare stappen worden gezet voor het schrappen vande tussentijdse toets, zou ik het fijn vinden als de Kamer wordt geïnfor-meerd over de consequenties die men denkt dat dit heeft, in positieve danwel negatieve zin. Dat zou mooi zijn.Tot slot. Ik heb net aangegeven dat onterecht twee moties van mij alsafgedaan worden beschouwd. Dat staat in een brief waar de handtekeningvan deze Minister onder staat, dus ik zou willen vragen of deze Ministerdat ongedaan maakt, zodat de moties kunnen worden bekeken en er opkan worden gereageerd in de context van waarin ze geschreven zijn. Hetgaat dus niet over de rijbewijs-ID-check. Alstublieft, want anders moet ikweer een motie indienen. Beide moties zijn door de Kamer aangenomen.Laten we dit gewoon eventjes heel scherp houden met elkaar.De voorzitter:Dank u wel. De heer Al Abassi van DENK.De heer El Abassi (DENK):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114335 Voorzitter, dank. Ik ben er ook optimistisch over als ik bedenkwaarvandaan we in de coronatijd vertrokken zijn en als ik bedenk welkeinhaalslag het CBR op dit moment heeft gemaakt. Ik wil het CBR daar ookecht voor complimenteren. Mijn andere complimenten gaan natuurlijknaar de examinatoren en de rijinstructeurs, en ik zou de leerlingen in hetland allemaal veel succes willen wensen. Is het nodig om te panikeren?Nee. Zoals ik al zei: het gemiddelde in Nederland is gewoon gelijk aan datin de omliggende landen. Moeten we niks doen? Daarop is het antwoordook nee. Er is echt nog wel kwaliteitsverbetering mogelijk; daarmeekunnen we ook in Nederland winst behalen.De Minister had in zijn beantwoording aangegeven dat de prijs te makenheeft met marktwerking. Mijn vraag ging vooral over het negentienpun-tenplan van Roemer, over of dat een prijsverhogend effect heeft. Ik maakmij daar namelijk ernstig zorgen over. Ik maak me namelijk ook brederzorgen over de toenemende kosten van het rijbewijs en over de toekomstvan de rijinstructeur. Je merkt nu dat heel veel rijinstructeurs zenuwachtigworden over wat er met dat negentienpuntenplan van Roemer op henafkomt. Daar zou ik wel stil bij willen staan. Aangezien dat niet eerder isgedaan, zou ik bij dezen een tweeminutendebat willen aanvragen.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat er nog een interruptie is, van de heer Heutink van dePVV.De heer Heutink (PVV):Ik hoor de heer El Abassi het vooral hebben over de prijs. Je ziet echterook dat die prijs voor een deel gekoppeld is aan het slagingspercentage.Met andere woorden, en ik wil niet chargeren of alle rijscholen tekortdoen:je ziet dat je meer betaalt voor een kwalitatief betere opleiding. Je ziet inde praktijk dat het slagingspercentage daaraan gekoppeld is. Is meneer ElAbassi dan niet van mening dat we juist wat moeten doen aan de kwaliteitvan de rijopleidingen in plaats van ons specifiek te focussen op hetbedrag dat rijschoolhouders vragen? Heel veel rijschoolhouders kunnenimmers moeilijk een boterham verdienen, dus het hangt wel nauw samenmet de kwaliteit van de rijschoolhouders.De heer El Abassi (DENK):Eén. Ik denk dat de Minister terecht aangaf dat er marktwerking is. Latenwe ons vooral niet bemoeien met de rijinstructeurs en wat zij vragen aantarieven. Daar gaan zij zelf over; dat is één. Het tweede punt is dat iksteeds de focus zie op die 30%. Ik zou meer willen gaan naar de focus ophet landelijk gemiddelde. Dat is namelijk goed in Nederland. Betekent datdat alle rijinstructeurs even hoog scoren? Nee, dat betekent dat er helegoeie tussen zitten en dat er minder goeie tussen zitten. Waar heeft datmee te maken? In welke wijk rijdt iemand? De ene wijk scoort wat beterdan de andere wijk. Wat voor klanten heb je? Wat voor examinator heb je?Wat voor dag heb je? Ga zo maar door.Ik denk dat we dat in beeld moeten brengen. De Minister had dattoegezegd en ik zie dat graag in een brief terug. Dan kunnen we op basisvan feiten die ons worden toegezonden een beter debat voeren dan we nudoen.De voorzitter:Ik zie nog een interruptie van de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Ik wil nog wel even een debat voeren met meneer El Abassi. Hij gaf net inzijn bijdrage aan dat de rijlessen veel te duur zijn. Nog geen tien secondenlater zegt hij dat de rijschoolhouders zelf mogen bepalen wat voor prijs zevragen. Wat is het nou? Is de rijles nou te duur of vindt meneer El AbassiTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114336 dat rijschoolhouders zelf hun tarieven mogen bepalen? Er zit echt eenwezenlijk verschil tussen.De heer El Abassi (DENK):Volgens mij zat het antwoord in het woord «marktwerking». Je kijkt naarde markt en als je in een wijk zit waar mensen minder te bestedenhebben, gaan de tarieven omlaag. Dan speel je daarop in. Dat is markt-werking. Mag het wat mij betreft lager? Graag! Maar we moeten erminimaal voor zorgen dat we het niet duurder gaan maken. Ik merk nu datwe willen inzoomen op die 30% die laag scoort. Dat betreft toevallig ookalle rijinstructeurs die een laag tarief vragen. Dus als de heer Heutink indie zin net als ik wil dat het rijbewijs betaalbaar wordt, goedkoper wordt,dan zou hij volgens mij vooral met mij op één lijn moeten zitten.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan de Minister. Richting de kant van de Kamer zouik zeggen: neem vooral de tijd om nog met elkaar het gesprek aan te gaan,want we hebben nog ruim een halfuur. Ik denk dat we vijf minuten nodighebben om de toezeggingen door te nemen. Voel dus vooral de ruimteom nog het gesprek aan te gaan.Minister Madlener:Allereerst hoor ik de brede wens om eerst een brief naar de Kamer testuren over het afschaffen van die tussentijdse toets, en om de Kamer nogde gelegenheid te geven om daar iets van te vinden. Dat zeg ik dus graagtoe. Ik heb het net ook al gezegd, maar hierbij nogmaals: ik zal eenvoorstel naar de Kamer sturen en daarna is er gelegenheid om deinvoering daarvan af te wachten. Dat moet dan dus lukken. We moetenalleen wel uitkijken dat het niet te ingewikkeld wordt. Het is een korteter-mijnmaatregel die tijdelijk werkt. Als die te lang duurt, werkt die niet meer.Het gaat nu om het inlopen van die laatste tekorten. Daar zou het bijkunnen helpen.De voorzitter:Een interruptie van de heer Van Dijk, NSC.De heer Olger van Dijk (NSC):Heel kort. Ik denk dat het voorstel hier al bijna is gepresenteerd vandaag.Als dat nou snel kan komen en we dat hebben vóór het tweeminutendebatdat de heer El Abassi heeft aangevraagd, kunnen we daar in ieder gevalallemaal nog iets over zeggen in die twee minuten. Ik begrijp ook desnelheid. Anders is een noodmaatregel weinig effectief.De voorzitter:Minister, ik doe meteen even de interruptie van de heer Heutink erach-teraan, dan kunt u die wellicht in één keer behandelen.De heer Heutink (PVV):Als ik breed de wens van deze Kamer samenvat, dan komen we tot deconclusie dat het verstandig is om in ieder geval voor een jaar dietussentijdse toetsen bij rijschoolhouders neer te leggen en die dus nietmeer uit te laten voeren door het CBR. We moeten daarbij wel gaan kijkenhoe we dat op langere termijn doen en wat een kortetermijnmaatregel is.Maar nu de tussentijdse toets afschaffen en de toezegging die we hebbenom de tussentijdse toets naar rijschoolhouders te doen, zijn tweeverschillende dingen. Dat wil ik hier wel benadrukken.De voorzitter:Dank. Zelf concludeer ik nog even dat het wellicht iets te voorbarig is omte spreken over eensgezindheid van de kant van de Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114337 Minister Madlener:Die moeten we wel duidelijk uit elkaar houden. Het tijdelijk, als noodmaat-regel, niet meer uitvoeren van een tussentijdse toets waardoor jeexamenruimte creëert, moet je los zien van het overbrengen naar derijscholen. Ten eerste gaan de rijscholen daar zelf over. Ik kan nooit in eenkorte tijd zorgen dat de rijscholen daar een instrument voor ontwikkelen.Dat heeft veel langer tijd nodig. In die zin is dat onuitvoerbaar. Het gaathier echt om het voorstel zoals DENK dat deed: doe als noodmaatregelgeen tussentijdse toetsen meer zodat die ruimte kan worden gebruikt omextra examens te creëren. Dat was het idee. Daar zal ik op korte termijneen brief over sturen. In het tweeminutendebat kan ik nog een uitspraakvan de Kamer krijgen over of we dat wel of niet moeten doen. Ik denk zelfdat dit een goed idee is. Het CBR heeft ook gezegd dat het een goed ideeis. Als de Kamer daar anders over denkt, komt er gelegenheid om dat uitte spreken en doen we het alsnog niet. Want in principe luisteren wenatuurlijk naar de Kamer.Dan de kwaliteitseis: het aantal kilometers meenemen voor rijinstructeurs.Dat wordt verkend. Er wordt getwijfeld of dat zinvol is. Er zit al een rijproefin het examen. Die rijproef zou natuurlijk een beeld moeten geven watiemand daadwerkelijk kan. Maar goed, we gaan kijken naar nieuwe eisenen of we die kunnen verstrengen, veranderen of verbeteren. In die zinkomen we allemaal wel aan onze trekken. We gaan kijken naar hetverbeteren van de kwaliteit van rijinstructeurs. De opleiding speelt daarnatuurlijk een rol bij.Dan een versneld traject voor A1-motoren, wanneer je rijbewijs B al hebtgehaald. Dat is niet mogelijk in de EU vanwege regelgeving. Je mag hetwel als het ware cadeau geven bij een autorijbewijs, maar ik ben dat nietvan plan te doen, omdat ik niet denk dat het verantwoord is in Nederlandwanneer mensen massaal op zo’n motor gaan stappen zonder daar eenrijopleiding voor te volgen. Maar het is natuurlijk wel zo dat als je jeautorijbewijs hebt gehaald, en je je A1-rijbewijs wilt halen, je met minderles af kan. Je kan natuurlijk al goed in het verkeer meekomen. Eigenlijkheb je al een soort versnelde rijopleiding wanneer je je autorijbewijs alhebt. Dan is het veel makkelijker om A1 te halen. Ik wil daar dus niks aanveranderen.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Het voorstel is ingegeven vanuit het idee hoe je toch wat regels kuntverminderen en hoe je de druk voor bepaalde instanties, ook examenin-stanties, wat kunt verminderen. Als je al B-theorie-examen hebt gedaan,kan ik niet zo verzinnen wat er nog allemaal extra zou kunnen zitten in eentheorie-examen voor in dit geval de A1-categorie. Het gaat mij erom datwe kijken of dat minder zou kunnen.Minister Madlener:Ik weet niet precies hoe dat nu in elkaar zit. Je hebt een theorie-examenvoor een autorijbewijs versus een A1-theorie-examen. Ik weet niet of daarveel verschil in zit. Het is een ander theorie-examen, hoor ik. Ik moetzeggen: als motorrijder bestuur je ook echt wel een ander voertuig.Rijonderwijs vind ik daarbij niet gek, eerlijk gezegd, als ik motorrijdenvergelijk met in een auto zitten. Dat er theoretisch ook een verschil is, kanik me ook nog wel voorstellen. Motorrijders gedragen zich echt heelanders in het verkeer dan automobilisten. De plaats op de weg en devoertuigeisen zijn anders. Er zijn dus verschillen. Een aanpassing zien wijop dit moment niet zitten.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114338 Ik zie dat de heer Heutink nog wil interrumperen.De heer Heutink (PVV):Een zijspan, de plaats op de weg, een helling: daar zitten wel degelijkverschillen in. Dat kan ik me nog wel voorstellen, maar misschien is hetwel een idee om aan de Europese eisen te voldoen en toch het theorie-examen te verlichten. Misschien kan het kabinet samen met het CBRkijken of het mogelijk is een theorie-examen te maken specifiek voormotorrijders die al een rijbewijs hebben. Die hoeven natuurlijk niet nogeen keer examen te doen over stoplichten en verkeersborden. Misschienkan daarin enige verlichting gevonden worden. Het is maar een idee,hoor. Ik weet niet of de Minister daarnaar kan kijken.De voorzitter:Kan de Minister daarnaar kijken?Minister Madlener:Kijken kunnen we natuurlijk altijd. Ik begrijp dat er een wens is om datA1-rijbewijs een beetje te promoten. Je ziet ook dat motorrijdenpopulairder aan het worden is. Dat zal ongetwijfeld ook met de kosten temaken hebben. Motorrijden is immers toch wat goedkoper. Eerlijk gezegdtwijfel ik eraan of dit een goed idee is. Je kunt natuurlijk ook andersredeneren: als je al je theorie hebt gehaald voor je personenautorijbewijs,ligt het wel in de lijn der verwachting dat je makkelijker dat theorie-examen voor het motorrijbewijs haalt. Je hebt dan dus al een soortverlicht regime, want je hebt het al een keer gedaan. De kans dat je slaagt,is vele malen groter, denk ik.De heer Heutink (PVV):Daar gaat de Minister iets te kort door de bocht, want zo’n theorie-examenis voor heel veel leerlingen ongelofelijk spannend en kan ook eenblokkade zijn om nog een alternatief rijbewijs te halen. Als wij zeggen«weet u, u hebt het B-rijbewijs al gehaald en als u op wilt voor eenmotorrijbewijs, krijgt u een verlicht examen specifiek geënt op hetA1-rijbewijs», dan kan dat voor heel leerlingen een positieve uitwerkinghebben om toch dat examen te gaan doen. Daar geloof ik heilig in. Maargoed, de Minister kan toch samen met het CBR uitzoeken of dit verlichtkan worden?Minister Madlener:Ik ben nu dus niet voornemens om een dergelijk voorstel naar de Kamerte sturen. Mocht de Kamer dit willen, dan hoor ik graag of daar eenmeerderheid voor is. Ik zie het nu nog niet. Ik denk dat het voor demensen die een motorrijbewijs willen halen, al makkelijker is om hetrijbewijs te halen als ze al autorijden. Op dit moment zou ik daar niets aanwillen veranderen.Dan de excessen in de prijzen voor rijlessen. De examenprijzen zijnminder gestegen dan de inflatie. We hebben de nieuwe tarieven vastge-steld en tot mijn grote vreugde zijn die tarieven echt gematigd gestegen,minder dan de inflatie. Dat zie je niet vaak, zeg ik erbij. Ik vind het echt eenprestatie van het CBR om met die prijsmatiging te werken. De rijlessenzijn echter een vrije markt. Als andere kosten stijgen, stijgen die ook voorde rijinstructeurs. Ook de krapte op de arbeidsmarkt speelt mee. Dat is devrije markt en daar zullen we het een beetje mee moeten doen. Regionaalkan het enorm verschillen. Ik hoop dat de markt zo goed werkt dat deconsument zelf goed kan uitzoeken: wie ga ik inhuren als rijinstructeur?Als prijs versus kwaliteit goed transparant is, is degene die rijlessen wilvolgen zelf goed in staat om dit uit te zoeken.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114339 Ik zie dat de heer De Hoop een interruptie heeft.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik wil toch op dit punt ingaan. Wij krijgen signalen – ik meende dit ook inverschillende berichten gezien te hebben – dat er echt plekken zijn waarde prijs voor rijlessen drie of vier keer harder stijgt dan de inflatie. Dat iswel heel erg fors. Ik zou de Minister willen vragen of hij daarnaar kankijken en of er bijvoorbeeld ook regio’s zijn waar de vrije markt mindereffect heeft, waar er veel minder vrije keuze is en waar je dan wel die prijsvoor je snufferd krijgt. Het is dan best een kluif voor mensen in eenfinancieel lastigere situatie. Ik zou het toch fijn vinden als meer in kaartkan worden gebracht in hoeverre dat het geval is en of er plekken zijnwaar het alternatief minder aanwezig is dan je in de vrije markt zou willen.Minister Madlener:Het is natuurlijk de bedoeling dat consumenten zelf op zoek gaan naar eenbetaalbare, goede rijschool. Als je die in jouw buurt niet kan vinden, is hetde bedoeling dat je iets verder gaat zoeken naar een goede instructeurvoor een redelijke prijs. Dat zou goede marktwerking zijn. Als we het inkaart zouden brengen, wat overigens heel veel werk is, dan heb ik noggeen handelingsperspectief. Wat moet ik dan doen? Het kan zijn dat deprijzen in bepaalde gebieden hoger liggen, bijvoorbeeld in de Randstad,omdat de kosten van levensonderhoud daar hoger zijn. Ik kan daar danniet in ingrijpen. Ingrijpen in de vrije markt gaat heel erg ver. Ik denk datwe dat ook niet moeten doen, tenzij er echt sprake is van extreemmarktfalen. Maar dat zie ik nog niet. Ik roep dus alle consumenten op:«Verdiep je erin voordat je iemand inhuurt om jou te leren autorijden. Kijknaar de prijs-kwaliteitverhouding. Doe marktonderzoek. Wees alsconsument sterk en geïnformeerd genoeg om die keuze te maken.» Als deprijzen erg hoog liggen, zul je zien dat het aantal toetreders omhoog zalgaan of dat er meer concurrentie komt. Zo moet het werken. Ik denk dathet ook zo werkt. Ik vind het nog te vroeg om heel de markt in kaart tebrengen om te kijken hoe we kunnen ingrijpen in de vrije markt. Ik bendaar niet toe bereid.Mevrouw Veltman vroeg mij toe te zeggen dat haar moties niet alsafgedaan worden beschouwd. We gaan dat checken. Als het om deID-check gaat, dragen we het zo nodig over aan het Ministerie van Justitieen Veiligheid. De moties zijn dus niet afgedaan. Er was kennelijk eenmisverstand. De motie is altijd besproken in de context van het rijbewijs-register. De Staatssecretaris is in gesprek met JenV om te komen tot eenherijking van het convenant Sociale Veiligheid. In de gesprekken zal uwinbreng worden meegenomen. Ik kan echter geen toezeggingen doenover zaken waar ik niet over ga.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Dat begrijp ik helemaal, maar omdat u zelf bent gegaan over het afdoenvan mijn motie is dat precies de vraag. Als u dat niet doet, is het goed.Dan blijft het in behandeling; laat ik het zo maar zeggen. Het ging juist nietover het rijbewijsregister.Minister Madlener:Het was kennelijk toch wel een beetje verwarrend. Die brief is dan nietgoed geweest. Uw motie is dan bij dezen niet afgedaan. We gaat hetdoorgeleiden naar het Ministerie van JenV. We zitten hier binnenkortsamen, dus dat is ook een heel mooi moment om erover te spreken.Mevrouw Veltman (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114340 Ik probeer het nog eenvoudiger te maken, maar het is ingewikkeld. Dezemoties, en vooral de tweede, waren juist bedoeld om de verwarring tegente gaan en om ministeries met elkaar samen te laten werken, juist om deingewikkeldheid aan te pakken en op te lossen. Anders komen we nooiteen stap verder. Maar dank u wel.Minister Madlener:Mevrouw Veltman, ook bedankt voor het begrip dat het ingewikkeld is.Sorry voor het misverstand. We gaan hiermee aan de slag. We zitten hierbinnenkort, 18 december, ook samen in deze commissie. Dat is natuurlijkook een mooi moment om dit te bespreken.De heer El Abassi vroeg of we iets kunnen doen aan de prijs per rijles. Ikheb het net ook al gezegd: ingrijpen in de vrije markt is niet mogelijk.Althans, het is wel mogelijk, maar ik denk dat we dat niet moeten doen.We moeten natuurlijk aandacht hebben voor de prijzen. Het CBR heeft dieaandacht ook, want die prijzen zijn gematigd gestegen, minder dan deinflatie. Op die manier dragen wij een steentje bij. Verder hebbenrijscholen zelf ook te maken met kostenstijgingen. Het kabinet heeft ookde accijnzen van benzine en diesel verlaagd en laag gehouden. Dat isnatuurlijk ook een heel belangrijke bijdrage aan de kostenstructuur voorrijscholen. Ik begrijp de zorgen dus, maar ik zie op dit moment geen echtemogelijkheid om in te grijpen. We spreken hier wel over met de rijschool-branche. We houden wel in de gaten dat het rijbewijs haalbaar blijft voormensen. Dat willen we natuurlijk allemaal. Je rijbewijs halen als je jongbent, is altijd een feest. We willen dat dat zeker zo blijft.De voorzitter:Ik kijk even naar de Kamer om te zien of alles voor nu besproken is. Ik zienog een interruptie van de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, toch heel kort. De Minister heeft het weer over marktwerking enin zijn algemeenheid over allerlei kosten die ervoor zorgen dat de prijzenverhoogd worden. Ik kan naar een artikel van 8 oktober verwijzen waarinwordt aangegeven dat een tekort aan rijinstructeurs ervoor zorgt dat deprijs voor een uurtje rijden snel naar € 80 zal gaan. Ik heb het dusspecifiek over een tekort aan rijinstructeurs. Daarnaast heb ik gelezen dathet invoeren van het negentienpuntenplan van de commissie-Roemergaat zorgen voor een afname van rijinstructeurs. Althans, dat is deverwachting. In die zin maak ik mij er zorgen over of wij hier geenmaatregelen aan het nemen zijn die rijinstructeurs afschrikken, wat weereen prijsverhogend effect heeft. Dat is eigenlijk concreet mijn vraag.De voorzitter:Ik heb het gevoel dat deze vraag al gesteld is, maar toch nog even naar deMinister.Minister Madlener:Ik wil ten eerste zeggen dat we natuurlijk oog hebben voor die zorgen. Wijwillen allemaal dat het rijbewijs haalbaar blijft als je dat wil halen. Wegunnen iedereen zijn rijbewijs. We hebben daar oog voor. Als je eisenverhoogt, kan er een kostenverhogend effect optreden. Aan de anderekant kan het ook juist een aantrekkende werking hebben om rijinstructeurte worden als er een stuk trots komt in de beroepsgroep. Een goed imagovan de branche is natuurlijk ook bij uitstek belangrijk om een rijinstructeurte willen zijn. Dus dat werkt de andere kant op. Het slagingspercentageverhogen zorgt voor een lagere prijs van het rijbewijs. Op die manier, metdie krachten, proberen we in de gaten te houden dat de totale kosten vanhet rijbewijs niet te veel stijgen, en het liefst zelfs dalen. Een hogerslagingspercentage helpt daar natuurlijk enorm bij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114341 De voorzitter:Dank. Dan zie ik dat er verder geen interrupties meer gewenst worden,dus dan gaan wij eens kijken wat we kunnen afconcluderen.Het lid El Abassi van DENK heeft een tweeminutendebat aangevraagd.Dan de toezeggingen:–De Minister zal de Kamer in het eerste kwartaal van 2025 per briefinformeren over hoe de KPI’s beter kunnen worden vormgegeven,zodat deze beter aansluiten op de realiteit. Dat is toegezegd aan het lidHeutink van de PVV.–Voor het tweeminutendebat ontvangt de Kamer een voorstel van deMinister over wat het tijdelijk schrappen van de tussentijdse toets zoukunnen opleveren. Daarbij wordt ook het voorstel meegenomen om detussentijdse toets door de rijscholen te laten uitvoeren. Dat istoegezegd aan het lid El Abassi van DENK en het lid Heutink van dePVV.–De Kamer ontvangt voor de zomer een brief met een analyse van hetverschil in slagingspercentages tussen Duitsland en Nederland. Ditwas een algemene toezegging.–Voor de zomer stuurt de Minister een voorstel naar de Kamer over hoede kwaliteit van de rijscholen met een laag slagingspercentage – wehebben het dan over 30% of lager – kan worden verbeterd waarbij deoptie van het invoeren van een kwaliteitskeurmerk wordt meegeno-men. Dat is toegezegd aan het lid De Hoop van GroenLinks-Partij vande Arbeid.–In het voorjaar wordt de Kamer geïnformeerd over de mogelijkheidvoor het flexibiliseren van de reserveringssystemen. Dat is toegezegdaan het lid Heutink van de PVV.Ik kijk nog even rond. Ik zie allereerst dat meneer Heutink een vraag heeft.De heer Heutink (PVV):Ik wil ook even sympathiek zijn naar mijn collega links naast mij. Delaatste toezegging valt in het rijtje van zaken die we samen hebbengedaan. Ik zou graag die toezegging ook op zijn naam willen laten zetten.De voorzitter:Dan hebben we het over de vijfde toezegging over de reserveringssys-temen?De heer Heutink (PVV):Klopt.De voorzitter:Duidelijk.De heer Heutink (PVV):Klopt. Dat is wel zo netjes. Ik zou graag de toezegging aan mij en de heerEl Abassi los willen trekken. Het zijn volgens mij twee aparte voorstellen.Volgens mij is hij nu als één toezegging opgeschreven. Ik zou daar graagtwee aparte toezeggingen van willen maken, zodat ook in de richting vanhet kabinet duidelijk blijft dat het hier om twee separate dingen gaat.De voorzitter:Even ter controle. De toezegging bestaat inderdaad uit twee delen. Heteerste deel betreft het tijdelijk schrappen van de tussentijdse toets en watdat zou kunnen opleveren. Volgens mij...Mevrouw Veltman (VVD):Nee, hoor. Ik sloeg hier net meteen al even op aan en nou gaan we eenrijtje af. Dat was een toezegging aan mij, namelijk een toezegging vooreen brief voordat eventueel over wordt gegaan tot het schrappen van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114342 tussentijdse toets. De oorspronkelijke toezegging van de Minister aan deheer El Abassi was om te schrappen. Dat is gewijzigd naar «dat doen wenog niet, we sturen eerst een brief» en dat is op basis van mijn inbrenggeweest.Minister Madlener:Dan is het de bedoeling dat het tweeminutendebat zodanig laat wordtingepland dat die brief kan worden gemaakt. Ik verzoek dan om dat na hetkerstreces in te plannen.De voorzitter:Ik overleg even. Meneer El Abassi?De heer El Abassi (DENK):Nou wordt het wel heel ingewikkeld. Ik gun iedere collega een toezegging,maar als een toezegging ten koste gaat van mijn toezegging, dan vind ikdat een hele vreemde. Ik zou dus wel willen dat mijn toezegging blijftstaan.De voorzitter:Kunnen we het dan misschien zo doen dat de toezegging aan de heer ElAbassi is dat er een brief komt over wat het tijdelijk schrappen van detussentijdse toets zou kunnen opleveren en dat de toezegging aanmevrouw Veltman is dat die brief komt voor het tweeminutendebat? Nee?Jongens, jongens.Mevrouw Veltman (VVD):Voorzitter, u kunt «jongens, jongens» roepen, maar zo is het nietbesproken. Het is begonnen met een toezegging aan de heer El Abassi. DeMinister was voornemens om dat schrappen ter hand te nemen. Toen hebik gevraagd: zou het niet beter zijn om eerst een brief te krijgen voordatdie Minister onomkeerbare stappen zet? En daarvan heeft de Ministergezegd: dat zeg ik toe; ik zal eerst die brief sturen voordat ik die stap zet.Daarmee is het misschien niet zozeer een ruil van toezeggingen, maar eenvolgordelijkheid.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, zal ik het makkelijk maken door gewoon akkoord te gaanhiermee? Ik vind het prima, want het voorstel dat ik had gedaan waseigenlijk meer: ik wil met een oplossing komen. Het is niet iets waar ikdirect achter sta, dus. In die zin vind ik het prima als jullie pragmatisch ietskunnen verzinnen hierop.De voorzitter:Dan de tweede toezegging.–Voor het tweeminutendebat ontvangt de Kamer een voorstel van deMinister over wat het tijdelijk schrappen van de tussentijdse toets zoukunnen opleveren. Dat is toegezegd aan mevrouw Veltman.Dan de derde toezegging.–Daarbij wordt ook het voorstel om de tussentijdse toets door rijscholente laten uitvoeren meegenomen. Dat is toegezegd aan het lid Heutinkvan de PVV.Ik dank het lid El Abassi voor zijn collegialiteit. De rest van de toezeg-gingen nummert dan door. Dan dank ik iedereen voor zijn bijdrage en sluitik deze vergadering.Sluiting 17.21 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 114343
Gerelateerde bronnen
- Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 28 november 2024, over Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.